
De chemische, biologische, radiologische en nucleaire kenniscentra van de EU: meer vooruitgang nodig
Over het verslag Het EU-initiatief voor CBRN-kenniscentra is de belangrijkste regeling ter beperking van de chemische, biologische, radiologische en nucleaire risico's van buiten de EU. Hoewel deze risico’s klein zijn, zijn er tekenen dat ze toenemen en indien ze werkelijkheid worden kan hun impact op de gezondheid, het milieu en de economie wereldwijd hoog zijn. Het doel van het initiatief is de capaciteit van de partnerlanden te versterken door middel van projecten voor capaciteitsopbouw en een netwerk voor samenwerking. Wij hebben onderzocht of het CBRN-initiatief van de EU de CBRN-dreiging heeft verminderd en geconcludeerd dat dit het geval is, maar dat er veel uitdagingen blijven bestaan. Wij doen een aantal aanbevelingen ter verbetering van het initiatief.
Samenvatting
ISinds 2010 streeft de EU ernaar chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) risico’s van buiten haar grenzen te beperken door middel van het EU-initiatief betreffende de CBRN-kenniscentra (“het initiatief”). Het is het grootste civiele programma van de EU voor externe veiligheid en wordt gefinancierd via het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede met een begroting van 130 miljoen euro voor de jaren 2014-2020. Het initiatief is een van de belangrijkste instrumenten1 om CBRN-dreigingen en -risico’s van buiten de EU te beperken.
IIOm te beoordelen in welke mate het initiatief heeft bijgedragen tot de beperking van CBRN-risico’s van buiten de EU, hebben we gekeken naar de gehanteerde aanpak van het risicobeheer, de uitvoering van het initiatief in partnerlanden en de monitoring- en evaluatiesystemen. Daarbij hebben we follow-up gegeven aan de aanbevelingen in Speciaal verslag nr. 17/2014 van de ERK (“Kan het EU-initiatief voor kenniscentra een doeltreffende bijdrage leveren om de chemische, biologische, radiologische en nucleaire risico's van buiten de EU te beperken?”), waarin de opzet van de regeling werd behandeld.
IIIWe concluderen dat het initiatief heeft bijgedragen tot de beperking van deze CBRN-dreigingen, maar dat er veel uitdagingen blijven bestaan. De Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) hebben drie van de zes aanbevelingen uit ons eerdere Speciaal verslag nr. 17/2014 volledig uitgevoerd en twee ervan gedeeltelijk. Partnerlanden zijn nu meer betrokken bij de start en uitvoering van projecten, de organisatie op regionaal niveau is versterkt en de samenwerking tussen beleidsmakers en uitvoerende organen is verbeterd. Hoewel er enige vooruitgang is geboekt, zijn de rol van EU-delegaties en het tempo van de projectuitvoering nog steeds niet bevredigend. Een van onze eerdere, door de Commissie aanvaarde aanbevelingen waarin werd voorgesteld om de EU-middelen te richten op de gebieden die het meest relevant waren voor de veiligheid van de EU, is niet uitgevoerd.
IVEr is nog geen passende aanpak van het risicobeheer ten aanzien van de activiteiten van het initiatief ontwikkeld voor het initiatief als geheel, in het projectselectiestadium en voor de vaststelling van de behoeften van de partnerlanden.
VDe Commissie verstrekt de partnerlanden instrumenten en een methodologie om hen te helpen hun eigen behoeften te beoordelen en nationale actieplannen te ontwikkelen om CBRN-risico’s te beperken. Er worden echter niet voldoende richtsnoeren verstrekt met betrekking tot de wijze waarop risico’s moeten worden vastgesteld en geprioriteerd. Ondanks dit nadeel zijn de vragenlijst ter beoordeling van behoeften en de nationale actieplannen nog steeds essentiële elementen waarop het initiatief berust. De Commissie kan niet snel genoeg reageren op alle verzoeken van de partnerlanden om hen bij te staan bij de vaststelling en prioritering van hun behoeften; hierdoor bestaat het risico dat de opstelling van zowel de vragenlijsten als de actieplannen aanzienlijke vertraging oploopt.
VIBehalve de verbeteringen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van onze eerdere aanbevelingen is in de partnerlanden een aantal aspecten van het initiatief ontwikkeld. Het initiatief heeft een cultuur van veiligheid en samenwerking bevorderd. In de meeste partnerlanden zijn nationale CBRN-teams aangesteld. De projecten hebben het grootste deel van hun output opgeleverd; belanghebbenden hadden met name waardering voor de operationele oefeningen voor capaciteitsopbouw.
VIIEr is een begin gemaakt met samenwerking op regionaal niveau, maar deze schiet nog tekort omdat de partnerlanden niet voldoende interactie hebben en eerst willen voorzien in hun nationale behoeften.
VIIISinds ons eerdere Speciaal verslag nr. 17/2014 is de betrokkenheid van de EU-delegaties verbeterd. De EU-delegaties hebben zich echter niet voldoende ingezet voor het promoten van het initiatief en het mobiliseren van de politieke wil. CBRN maakte niet systematisch deel uit van de beleids-, veiligheids- of politieke dialoog. De interactie tussen directoraten-generaal van de Commissie en met de donorgemeenschap, met name wat betreft de kwestie van de beschikbare potentiële financiering, was beperkt.
IXHet ontbreken van duidelijke doelstellingen, relevante indicatoren en ter plaatse verzamelde gegevens deed afbreuk aan de beoordeling van de uitkomst en impact van projecten en het initiatief als geheel.
XHet CBRN-webportaal heeft aanzienlijk potentieel als operationele database voor de uitvoering en het beheer van de activiteiten van het initiatief, maar is nog geen doeltreffende, volledige, geactualiseerde en gestructureerde inventaris van activiteiten, geleerde lessen en beste praktijken.
XIDaarom bevelen wij de Commissie en de EDEO aan om:
- activiteiten te prioriteren op basis van een systeemrisicoanalyse;
- de regionale dimensie van het initiatief te versterken;
- de rol van de EU-delegaties in het initiatief verder te versterken;
- potentiële synergieën en andere beschikbare financieringsbronnen vast te stellen;
- de verantwoording voor en zichtbaarheid van activiteiten en resultaten te vergroten door verbeterde monitoring en evaluatie;
- het webportaal onder handen te nemen zodat alle informatie over de activiteiten van het initiatief gemakkelijk toegankelijk is.
Inleiding
01Gebeurtenissen zoals het recente gebruik van sarin- en chloorgas in Irak en Syrië en van het zenuwgas VX op het vliegveld van Kuala Lumpur in februari 2017, de uitbraak van de ebola-epidemie in West-Afrika in 2014-2016 en het versmelten van de nucleaire reactor in Fukushima in 2011 bepalen ons op grimmige wijze bij de gevaren die als gevolg van chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN) risico’s kunnen ontstaan. Of ze nu per ongeluk of met opzet worden verspreid, chemische agentia, pandemische en epidemische biologische ziekten, alsmede radiologische en nucleaire stoffen, kunnen een aanzienlijke bedreiging vormen voor de mondiale gezondheid, het milieu en de economie.
02De waarschijnlijkheid dat CBRN-risico’s werkelijkheid worden, acht de Commissie klein, maar de impact van een dergelijke gebeurtenis kan groot zijn2. Het grootste deel van de internationale gemeenschap heeft weliswaar internationale verdragen en conventies3 ondertekend waarin het gebruik van CBRN-wapens en -materialen wordt gereguleerd, maar een aantal staten hebben die niet uitgevoerd en andere moeten de overeenkomsten nog ratificeren. CBRN-componenten worden aangekocht en kwaadwillig gebruikt en de dreiging zal de komende jaren naar verwachting toenemen4. Naast kwaadwillig gebruik van CBRN-stoffen kunnen zich ook natuurrampen en door mensen veroorzaakte rampen voordoen.
03Op het niveau van de EU coördineert directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken (DG HOME) van de Commissie het binnenlandse CBRN-beleid5 van de EU om de bijbehorende dreigingen en risico’s te beperken. Aangezien CBRN-dreigingen geen grenzen kennen, kan de EU haar acties niet beperken tot het territorium van de EU. De Europese Raad, de Raad van de Europese Unie6 en het Europees Parlement7 hebben herhaaldelijk het belang onderstreept van het koppelen van het binnenlands en het buitenlands veiligheidsbeleid van de EU, waaronder CBRN-kwesties vallen. De Europese Commissie heeft ook verklaard dat het extern optreden van de EU de interne veiligheid van de EU tot uitdrukking moet brengen, moet aanvullen en ertoe moet bijdragen8. De groeiende ondersteuning van de veiligheidssectoren wordt geschraagd door de integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU uit 20169.
04Het initiatief van de EU betreffende de CBRN-kenniscentra (“het initiatief”), dat wordt beheerd door directoraat-generaal Internationale Samenwerking en Ontwikkeling (DG DEVCO), is de belangrijkste, maar niet de enige regeling ter beperking van CBRN-dreigingen van buiten de EU. DG DEVCO voert andere beperkende maatregelen uit, waaronder de versterking van controlesystemen voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik (CBRN-materiaal met zowel civiele als militaire toepassingen) en de heroriëntatie van wetenschappers die deskundig zijn op het gebied van technologie voor tweeërlei gebruik.
05De belangrijkste doelstelling van het initiatief is om de capaciteit op lange termijn van de nationale en regionale autoriteiten te versterken en de langdurige samenwerking tussen hen en de administratieve organen die verantwoordelijk zijn voor de aanpak van CBRN-dreigingen te bevorderen10. In het kader van het initiatief worden voornamelijk projecten voor capaciteitsopbouw gefinancierd, maar de voordelen zijn niet beperkt tot projecten. Het belangrijkste kenmerk ervan is dat er CBRN-netwerken (of kenniscentra) voor samenwerking tussen en binnen partnerlanden worden opgezet en geconsolideerd. Het netwerk is opgebouwd rond regionale secretariaten waar kennis en expertise worden gedeeld.
06Het instrument is financieel gezien de grootste afzonderlijke actie in het kader van het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (IcSP)11 en het grootste civiele programma voor externe veiligheid van de EU. Het IcSP is gericht op kwesties op het gebied van conflicten, vrede en veiligheid die niet doeltreffend kunnen worden aangepakt in het kader van de samenwerkingsinstrumenten van de EU12.
07De begroting voor het initiatief bedroeg 109 miljoen euro voor de periode 2009-2013 en 130 miljoen euro voor 2014-2020. Dit betekent dat de gemiddelde jaarlijkse begroting afnam van 22 miljoen euro tot 19 miljoen euro (zie bijlage I).
08Het initiatief werd in mei 2010 gelanceerd13. In Speciaal verslag nr. 17/2014 hebben we de opzet ervan onderzocht: “Kan het EU-initiatief voor kenniscentra een doeltreffende bijdrage leveren om de chemische, biologische, radiologische en nucleaire risico's van buiten de EU te beperken?” We concludeerden dat dit mogelijk was, maar dat verschillende elementen nog afgerond moesten worden (zie bijlage II). De organisatorische structuur van het initiatief is weliswaar licht veranderd sinds de vorige controle, maar blijft complex, omdat deze berust op een uitgebreid netwerk van zowel EU-organen (de Europese Dienst voor extern optreden “EDEO”, DG DEVCO, het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek “JRC”) als niet-EU-spelers (het interregionaal criminologisch en gerechtelijk onderzoeksinstituut van de Verenigde Naties “UNICRI”, het governanceteam, regionale secretariaten, nationale teams), CBRN-deskundigen, civiele en militaire belanghebbenden en andere internationale organisaties (zie figuur 1). De meest opvallende verandering sinds onze vorige controle is de grotere betrokkenheid van het JRC en door DG DEVCO gecontracteerde deskundigen ter plaatse.
Figuur 1
Overzicht van de organisatie van het initiatief betreffende de kenniscentra
Bron: Europese Rekenkamer.
In deze organisatie, waarbij veel CBRN-spelers zijn betrokken, worden bottom-up-, nationale en regionale benaderingen gecombineerd, waardoor het initiatief een uniek ondersteuningsmechanisme wordt. Regeringen van partnerlanden wijzen een “nationaal steunpunt” (NFP) aan, dat hun primaire vertegenwoordiger is voor het initiatief en verantwoordelijk is voor het contact met CBRN-belanghebbenden op nationaal (nationaal team, projectbegunstigden en andere lokale spelers) en internationaal niveau.
10De kenniscentra zijn opgebouwd rond acht regionale secretariaten (zie bijlage III). De regionale secretariaten zijn platforms om de samenwerking op regionaal en internationaal niveau te bevorderen en te vergemakkelijken. Ze onderhouden contacten met en verlenen ondersteuning aan de nationale steunpunten in hun regio, organiseren regionale rondetafelbijeenkomsten, faciliteren het delen van informatie, monitoren tot op zekere hoogte de regionale activiteiten en bevorderen het initiatief.
Reikwijdte en aanpak van de controle
11Een van de belangrijkste doelstellingen van deze doelmatigheidscontrole van het initiatief van de EU betreffende de CBRN-kenniscentra was om follow-up te geven aan de door de EDEO en de Commissie genomen maatregelen om de aanbevelingen in Speciaal verslag 17/2014 uit te voeren, namelijk:
- het toespitsen van de EU-financiering op de gebieden die het meest relevant zijn voor de veiligheid van de EU;
- het versterken van de capaciteit van de regionale secretariaten;
- het vergroten van de rol van de EU-delegaties;
- het betrekken van de partnerlanden bij de opzet en uitvoering van projecten;
- het verkorten van het tijdsverloop tussen het indienen van de voorstellen voor en de uitvoering van projecten;
- het verbeteren van de samenwerking tussen de besluitvormings- en uitvoeringsorganen.
Terwijl onze eerdere controle gericht was op de opzet van het initiatief, hebben we deze keer de reikwijdte van de controle uitgebreid tot een evaluatie van de aanpak van het risicobeheer, de uitvoering van het initiatief in partnerlanden en de monitoring- en evaluatiesystemen. Wij wilden de volgende vraag beantwoorden: Heeft het initiatief betreffende kenniscentra een belangrijke bijdrage geleverd tot de beperking van de chemische, biologische, radiologische en nucleaire risico's van buiten de EU?
13Om deze vraag te beantwoorden, hebben we drie subvragen gesteld:
- Hebben de Commissie en de EDEO een passende aanpak van het risicobeheer vastgesteld?
- Is het initiatief naar tevredenheid ontwikkeld in de partnerlanden?
- Zijn er doeltreffende monitoring- en evaluatiesystemen opgezet om de resultaten van het initiatief betreffende kenniscentra vast te stellen, te beoordelen en er verslag over uit te brengen?
We verrichtten onze controle tussen februari en oktober 2017. We evalueerden bewijsstukken en interviewden vertegenwoordigers van de Commissie (DG’s DEVCO, JRC, ECHO, NEAR en HOME), de EDEO, UNICRI, het governanceteam en deelnemers aan de vijfde internationale bijeenkomst van de nationale steunpunten in Brussel.
15We hebben controlebezoeken aan drie partnerlanden gebracht: Georgië (juni 2017), Jordanië en Libanon (september 2017). Deze landen zijn onderdeel van het nabuurschap, het prioritaire gebied van het initiatief, en in de eerste twee zijn regionale secretariaten gevestigd14. We hebben interviews gehouden met de hoofden van de regionale secretariaten, de regionale coördinatoren, deskundigen voor technische bijstand ter plaatse, de nationale steunpunten, de EU-delegaties, 15 projectbegunstigden en 3 EU-contractanten (projectuitvoerders). We hebben een enquête gehouden onder alle regionale secretariaten (8) en onder een steekproef van andere belanghebbenden (hieronder genoemd) om algemene informatie over het initiatief te verkrijgen. We hebben alle schriftelijke antwoorden geanalyseerd van:
- de regionale secretariaten (5 van de 8 antwoordden);
- de nationale steunpunten (11 van de 18 antwoordden);
- de EU-delegaties (14 van de 18 antwoordden);
- projectuitvoerders (6 van de 7 antwoordden);
- CBRN-aanspreekpunten van de EU (5 van de 10 antwoordden).
Opmerkingen
Risicogebaseerde prioritering van activiteiten moet nog worden gerealiseerd
Dringende noodzaak om activiteiten en uitgaven te prioriteren
16Om zo goed mogelijk gebruik te maken van de beperkte middelen, deden we in Speciaal verslag nr. 17/2014 de aanbeveling om prioriteit te geven aan financiering op de gebieden die het meest relevant waren voor de veiligheid van de EU. Volgens DG HOME zijn de meest directe CBRN-risico’s voor de veiligheid van de EU gelegen in de landen van het Midden-Oosten en het Oostelijk Partnerschap15, gevolgd door de Noord-Afrikaanse landen, die samen 20 % van de partnerlanden uitmaken. Desondanks bestrijken de geografische prioriteiten van DG DEVCO (Zuidoost- en Oost-Europa, het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Sahel, de Atlantische zijde van Afrika, alsmede Oost- en Centraal-Afrika) 70 % van de partnerlanden; vele daarvan worden niet beschouwd als landen met de meest directe CBRN-risico’s voor de EU.
17DV DEVCO en de EDEO hebben zelfs meer partnerlanden aangemoedigd om zich aan te sluiten bij het initiatief. Als gevolg daarvan is het aantal partnerlanden blijven groeien en zijn de inspanningen niet gericht op een beperkter aantal landen16. Sinds ons vorige controle is het aantal partnerlanden met 15 toegenomen van 43 tot 58 in oktober 2017 (zie bijlage IV) en de belangstelling voor het initiatief groeit nog steeds17. Omdat de middelen beperkt zijn, betekent de geografische uitbreiding dat er gemiddeld minder financiële bijstand per land beschikbaar is.
18Ten tijde van Speciaal verslag nr. 17/2014 hebben we naar de systemen voor de selectie en uitvoering van de eerste veertig projecten gekeken. We hebben de toewijzing van de projectfinanciering van de projecten 1-40 (eerste periode) en de projecten 41-60 (tweede periode) vergeleken. Uit figuur 2 blijkt dat Zuidoost-Europa en Oost-Europa, die een prioriteit zijn voor de EU, de in totaal grootste ontvangers zijn van projectfinanciering (21 %), maar in de tweede periode minder ontvingen. Vanaf project 41 was de Atlantische zijde van Afrika, die op Marokko na geen onderdeel is van het nabuurschap, de grootste begunstigde. De regio Zuidoost-Azië is de op twee na grootste financiële ontvanger, maar is niet een van de gebieden met een hoog risico. Hoewel de risico’s groter zijn in het Midden-Oosten en Noord-Afrika en Sahel (zie paragraaf 16)18, hebben deze regio’s (op de regio van de Samenwerkingsraad van de Golf na) in de tweede periode het laagste aandeel in de financiering gehad. In totaal ontvingen ze respectievelijk 13 % en 9 % van de projectfinanciering. De regio’s met de grootste CBRN-risico’s voor de EU (zie paragraaf 16) ontvingen in totaal 43 % van de totale projecttoewijzing. Projecten worden dus niet geprioriteerd op grond van de risico’s in verband met de geografische ligging. Dit is in strijd met onze vorige aanbeveling, die de Commissie had aanvaard.
19Op basis van een vraaggestuurde of bottom-upbenadering19 dienen de regio’s projectvoorstellen in bij DG DEVCO. De Commissie selecteert de te financieren projecten weliswaar, maar zij past geen risicogebaseerde selectiecriteria toe, hoewel in haar eigen werkdocument werd opgemerkt dat de veiligheid in de EU gebaat zou zijn bij een uitgebreider gebruik van beoordelingen van dreigingen en risico’s20. In plaats daarvan worden projectvoorstellen geaccepteerd op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”; de Commissie hoopt zo de mededinging tussen de regio’s te stimuleren. In de praktijk worden de middelen van het initiatief verdeeld over een groter aantal partnerlanden.
Figuur 2
Financiële toewijzing per regio van 2010 tot oktober 2017
Bron: Europese Rekenkamer op basis van gegevens ontleend aan het CRIS en het CBRN-portaal en verstrekt door het JRC.
Verder wordt er geen prioriteit gegeven aan thematische terreinen. Terwijl bij het oorspronkelijke binnenlandse beleid van de EU op CBRN-gebied de meeste nadruk werd gelegd op preventiemaatregelen21, wordt in het wettelijk IcSP-kader22 niet gespecificeerd welke externe mitigatiemaatregelen prioriteit moeten krijgen (paraatheid, preventie, opsporing of reactie). Deskundigen van DG HOME en DG DEVCO deden echter de aanbeveling om als eerste stap CBRN-materiaal te identificeren en te beveiligen. We stelden slechts drie projecten vast die gericht waren op de identificatie van CBRN-faciliteiten en het daarin aanwezige materiaal. Daarnaast hielden slechts 5 van de 66 projecten, die 9 % van de uitgaven uitmaakten, zich uitsluitend met chemische risico’s bezig (zie bijlage V), hoewel het Inlichtingen- en situatiecentrum (Intcen) deze beschouwt als de dreiging die het meest waarschijnlijk zal uitkomen.
21In 2017 is de Commissie begonnen het initiatief te gebruiken om meer veiligheidsgerelateerde kwesties aan de orde te stellen, zoals terrorismebestrijding, bestrijding van cybercriminaliteit, de bescherming van kritieke infrastructuur, de strijd tegen de handel in vervalste geneesmiddelen, maritieme veiligheid en explosieven. Aangezien de middelen van het initiatief beperkt zijn, is de Commissie van plan deze nieuwe activiteiten te financieren uit andere begrotingslijnen, maar tegelijk gebruik te maken van de structuren van de kenniscentra. Er is echter nog een groot aantal maatregelen nodig om traditionele CBRN-risico’s aan te pakken23. Nationale steunpunten hebben hun inspanningen op het gebied van CBRN gemobiliseerd en verwachten resultaten te zien. De uitbreiding van het initiatief naar andere thematische terreinen vereist extra werk, terwijl er op het terrein van CBRN nog veel te doen is.
De vaststelling van de behoeften en prioriteiten van partnerlanden duurt nog steeds te lang en is niet gebaseerd op systeemrisicoanalyses
22Het JRC heeft een vragenlijst ter beoordeling van behoeften (NAQ) opgesteld voor partnerlanden. De vragen waren algemeen en betroffen onderwerpen zoals het al dan niet bestaan in het partnerland van een nationaal wettelijk kader, een institutioneel kader met betrekking tot de veiligheid en beveiliging van CBRN-materialen en faciliteiten. Het concept van risico’s was niet geïntegreerd in de methodologie van het JRC en er waren onvoldoende richtsnoeren over de wijze waarop risico’s vastgesteld en geprioriteerd moesten worden. De door middel van de enquête vastgestelde lacunes vormen de grondslag voor de ontwikkeling van een nationaal actieplan (NAP) voor CBRN om deze risico’s te beperken.
23JRC-deskundigen stonden de nationale CBRN-teams van de partnerlanden24 bij door vragen te beantwoorden, maar de NAQ blijft een door de partnerlanden uitgevoerde zelfbeoordeling. Voor de uitvoering van het NAQ- en NAP-proces beveelt de Commissie de nationale teams aan om er vertegenwoordigers uit een groter aantal ministeries in op te nemen (zie figuur 1) alsmede andere erkende aanspreekpunten25. Uit onze analyse blijkt dat de nationale teams niet systematisch deskundigen bevatten die afkomstig waren uit alle CBRN-gebieden.
24In oktober 2017 hadden 26 van de 58 partnerlanden (45 %) hun NAQ afgerond en hadden slechts 18 partnerlanden (31 %) een NAP opgesteld. Vier partnerlanden deden dat zonder de NAQ-methodologie toe te passen (zie bijlage I).
25Eén reden dat niet alle partnerlanden de NAQ-/NAP-processen hebben doorlopen is dat deze vrijwillig zijn en politieke wil vereisen. Een andere reden voor het feit dat een beperkt aantal partnerlanden hun NAQ’s en NAP’s had afgerond, is de politieke instabiliteit in bepaalde partnerlanden, wat de planning bemoeilijkt. Ten slotte kon het JRC niet snel genoeg reageren op alle aanvragen om NAQ-/NAP-bijstand.
26De groeiende vraag uit partnerlanden om de NAQ-/NAP-processen uit te voeren en de voortdurende uitbreiding van het initiatief hebben de personele middelen van het JRC duidelijk onder druk gezet. De aan het initiatief toegewezen middelen zijn verminderd van 200 personen per maand in 2015 tot 105 personen in 2017. Het feit dat het JRC de werklast niet aan kon, heeft geresulteerd in aanzienlijke vertragingen in het organiseren van workshops. Op 31 oktober 2017 bedroeg de gemiddelde wachttijd voor een NAQ- of NAP-workshop na het indienen van een verzoek of het bijwonen van een eerdere workshop 19 maanden. Het risico bestaat dat de dynamiek verloren gaat indien de NAQ- en NAP-processen niet op tijd worden uitgevoerd, hetgeen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van het initiatief.
Bepaalde aspecten van het initiatief zijn naar tevredenheid ontwikkeld in de partnerlanden
Het initiatief heeft bijgedragen tot een versterking van CBRN-governance in partnerlanden en een toename van de regionale samenwerking…
27De twee grootste successen van het initiatief zijn de vaststelling van nationale CBRN-teams en de start van regionale samenwerking. Het duurde lang om nationale structuren op te zetten, wat de uitvoering van activiteiten vertraagde. In oktober 2017 had de overgrote meerderheid van de landen (zie bijlage I) een nationaal steunpunt aangesteld en een nationaal team opgezet om te zorgen voor samenwerking tussen organen en om de nationale CBRN-governance te verbeteren. De governance wordt verder versterkt door de NAQ- en NAP-processen (zie de paragrafen 22-24).
28De regionale secretariaten26 helpen de partnerlanden hun behoeften te beoordelen en erin te voorzien, en faciliteren de onderlinge coördinatie. Ze dragen bij tot het opzetten van een CBRN-netwerk. In Speciaal verslag nr. 17/2014 merkten we echter op dat het hun ontbrak aan technische expertise. DG DEVCO heeft onze aanbeveling volledig uitgevoerd door zes deskundigen voor technische bijstand ter plaatse (ook wel bekend als “OSA’s” en hierna“deskundigen ter plaatse” genoemd) in te zetten bij zeven regionale secretariaten27. Deze deskundigen ter plaatse dragen bij tot de opbouw van CBRN-governance in partnerlanden door middel van technische ondersteuning van de nationale teams, nationale steunpunten en regionale secretariaten. Ze organiseren opleidingssessies en oefeningen, faciliteren vergaderingen van nationale teams, bereiden de NAQ- en NAP-workshops voor en nemen eraan deel. Ook leveren ze een bijdrage aan de regionale samenwerking door behoeften en projecten te formuleren, mandaten op te stellen en de uitvoering van regionale projecten te monitoren. De partnerlanden hebben een positieve mening over deze deskundigen ter plaatse.
29De regionale secretariaten hebben ook de samenwerking en coördinatie met andere internationale organisaties verbeterd28 (zie tekstvak 1). Zo hielpen de regionale secretariaten zes partnerlanden ondersteuning te verkrijgen van de ondersteunende eenheid voor de uitvoering van het Verdrag inzake biologische wapens.
Tekstvak 1
Vergroten van de samenwerking met andere internationale organisaties
Na de ebolacrisis organiseerden het Italiaanse voorzitterschap van het door de G7 ingestelde mondiale partnerschap en de CBRN-kenniscentra van de EU in 2017 een workshop met elf Afrikaanse landen om maatregelen vast te stellen ter beperking van risico’s op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging in Afrika.
Voor het eerst werden de behoefteanalyses en actieplannen vergeleken die waren ontwikkeld in overeenstemming met verschillende internationale initiatieven en verplichtingen29, zodat bestaande informatie met betrekking tot de verschillende initiatieven kon worden gecoördineerd en geconsolideerd. DG DEVCO is van plan dit proces voort te zetten om de maatregelen voor de aanpak van de belangrijkste bioveiligheids- en biobeveiligingsmaatregelen verder te verfijnen voor toekomstige actie.
In Speciaal verslag nr. 17/2014 rapporteerden we dat de partnerlanden niet voldoende betrokken waren bij de projectselectie, hoewel het de bedoeling was dat bij het initiatief een bottom-upbenadering werd gevolgd.
31Sinds project 33 (maart 2013) worden projecten besproken tijdens regionale rondetafelbijeenkomsten en zijn er door DG DEVCO tweemaal zoveel bottom-upprojecten30 (20) als top-downprojecten (9) voorgesteld (zie bijlage VI). Bij minstens de helft van de projecten31 zijn plaatselijke deskundigen betrokken bij de uitvoering ervan. Onze aanbeveling in ons eerdere Speciaal verslag nr. 17/2014 is volledig uitgevoerd. De projecten van het initiatief bevorderen nu een groter plaatselijk verantwoordelijkheidsgevoel en een cultuur van consensus.
32De tijd die tussen het indienen van voorstellen en de uitvoering van projecten ligt en die volgens onze aanbeveling moest worden verkort, is nog steeds aanzienlijk (zie bijlage VI) – gemiddeld meer dan 18 maanden. De Commissie heeft onlangs haar aanpak voor het vaststellen van de specifieke behoeften van de begunstigde gewijzigd, maar het is te vroeg om te bepalen in welke mate deze nieuwe methode de start van de projectactiviteiten zal versnellen. Daarom concluderen we dat de aanbeveling gedeeltelijk is uitgevoerd.
33Er bestaan nog geen regionale actieplannen. De nationale actieplannen die afgerond zijn, hebben besprekingen over potentiële regionale activiteiten/projecten op gang gebracht. Bovendien verzamelen en consolideren de regionale secretariaten, soms met ondersteuning van de deskundigen ter plaatse, informatie over nationale behoeften teneinde regionale prioriteiten vast te stellen. In drie regio’s begint een eigen regionale benadering gestalte te krijgen als gevolg van meer vertrouwen en een groter verantwoordelijkheidsgevoel (zie tekstvak 2).
Tekstvak 2
Vaststellen van regionale behoeften
In april 2016 kwamen nationale deskundigen uit alle partnerlanden van Zuidoost-Azië voor het eerst bijeen om de regionale prioriteiten te bespreken (op basis van een analyse van de NAQ, NAP’s, voorgaande/lopende projecten en lijsten van prioriteiten). Uit de vergadering kwamen zeven regionale projectvoorstellen voort. Hoewel dit een positieve indicator is van meer initiatief, moesten de voorstellen ingrijpend worden herzien, wat leidde tot het besluit om vanaf 2018 een deskundige ter plaatse in de regio in te zetten.
Het secretariaat van Zuidoost-Europa en Oost-Europa analyseerde de bestaande NAP’s in de regio, alsmede oude projectvoorstellen, waaronder afgewezen voorstellen. Ook nodigden ze de nationale steunpunten uit om een lijst op te stellen van hun prioriteiten. Op basis van deze informatie stelde de regio in 2016 een regionale strategie op waarin tien prioriteiten werden genoemd. De regio is bezig met de afronding van het mandaat voor een projectvoorstel voor het beheer van chemisch en biologisch afval.
Aan de Atlantische zijde van Afrika stelden de nationale steunpunten vast dat de door de projectuitvoerders voorgestelde activiteiten niet voorzagen in lokale behoeften omdat het mandaat niet specifiek genoeg was. Er werden plaatselijke deskundigen ingehuurd om informatie te verzamelen, de werkelijke behoeften te analyseren en te beschrijven en projectvoorstellen te ontwikkelen. Het mandaat van twee recente projectvoorstellen32 werd op deze basis opgesteld. Deze praktijk zou de lengte van de opstartfase kunnen verkorten.
Projecten hebben alle of een deel van de geplande output opgeleverd. Veel projecten omvatten opleiding, variërend van een algemene inleiding en bewustmaking tot meer operationeel georiënteerde oefeningen voor capaciteitsopbouw. In het kader van sommige projecten werden studiebezoeken aan EU-lidstaten afgelegd, werd CBRN-apparatuur verstrekt of onderwijsmateriaal samengesteld, zoals handleidingen, richtsnoeren voor beste praktijken, methodologiehandboeken en nationale noodplannen, en werd een bijdrage geleverd aan de vaststelling of herziening van wet- en regelgeving (zie tekstvak 3).
Tekstvak 3
Onderscheidingen voor succesverhalen
De nationale steunpunten en hoofden van regionale secretariaten worden aangemoedigd om de succesverhalen van het initiatief onder de aandacht te brengen. Op de vijfde jaarlijkse NFP-bijeenkomst waarbij de onderscheidingen van de kenniscentra werden uitgereikt, werd een aantal van deze succesvolle prestaties gevierd.
Zambia kreeg de prijs voor het grootste nationale succesverhaal voor het herzien van zijn nationale wettelijk kader voor het beheer van CBRN-risico's. Dit resulteerde in de wijzigingswet inzake terrorismebestrijding nr. 2 van 2015, die leidde tot de oprichting van een nationaal centrum voor terrorismebestrijding; tot de verantwoordelijkheden van het centrum behoort de capaciteit om CBRN-risico’s op te sporen, te beheersen en erop te reageren.
De simulatie- en veldoefeningen33 die in het kader van het initiatief worden georganiseerd, worden zeer gewaardeerd door de partnerlanden34 (zie tekstvak 4). De geënquêteerden gaven aan dat ze graag meer veldoefeningen gefinancierd zouden zien (met relevante voorafgaande opleiding) omdat ze dit als de beste praktische vorm van leren beschouwen.
Tekstvak 4
Simulatie-oefening Falcon I
De landen van de Samenwerkingsraad van de Golf vormden de regio die zich het laatst bij het initiatief heeft aangesloten. Hoewel er nog geen regionaal project is ontwikkeld gaf het regionale secretariaat een impuls aan de regio door het organiseren van een workshop en simulatie-oefening in februari 2016, waarbij de nadruk werd gelegd op nucleaire detectie en reactie en die voornamelijk werden gefinancierd door de Verenigde Arabische Emiraten en het Wereldwijde initiatief ter bestrijding van nucleair terrorisme. De “Falcon-oefening” werd als eerste in haar soort opgezet ter verbetering van de regionale samenwerking en uitwisseling van informatie, alsmede van de door elk land vastgestelde nationale scenario’s35. Bij het evenement waren waarnemers van het wereldwijde initiatief ter bestrijding van nucleair terrorisme, de Internationale Organisatie voor Atoomenergie en de Werelddouaneorganisatie aanwezig.
Een tweede oefening staat gepland voor 2018-2019. Falcon II zal zich eerst richten op de opbouw van radiologische detectie- en opsporingscapaciteit en vervolgens op simulatie- en veldoefeningen.
… maar belangrijke belemmeringen staan het realiseren van het volledige potentieel van het initiatief nog in de weg …
36Ondanks de in de vorige sectie genoemde resultaten blijven er belangrijke belemmeringen bestaan. Daardoor wordt het volledige potentieel van het initiatief, namelijk om een onderling verbonden CBRN-gemeenschap op nationaal, regionaal en internationaal niveau te creëren, niet volledig gerealiseerd.
… in het partnerland
37Een aantal factoren deed afbreuk aan de mate waarin CBRN-governance werd versterkt en de risico’s in de partnerlanden werden beperkt. Daarbij ging het om beperkingen ten aanzien van het mandaat en de juridische status van het nationale team als geheel en het NFP in het bijzonder. Andere hindernissen betroffen het gebrek aan beschikbaarheid van leden van nationale teams, politieke instabiliteit en financieringstekorten. De deskundigen ter plaatse faciliteerden de vergaderingen van nationale teams in een aantal landen, maar deze ondersteuning kan op lange termijn niet worden gehandhaafd.
38De nationale steunpunten spelen een essentiële rol in het netwerk omdat ze de door de CBRN-belanghebbenden verrichte werkzaamheden in hun land coördineren en de nationale aanspreekpunten voor het initiatief vormen. De Commissie is van plan om er het centrale aanspreekpunt van te maken voor alle CBRN-gerelateerde aangelegenheden. Vaak kennen de verschillende instellingen waaruit het nationale team is samengesteld en de eigen regering er echter te weinig belang en gezag aan toe.
39Sinds Speciaal verslag nr. 17/2014 heeft DG DEVCO slechts bij vier EU-delegaties36 voor een lange periode aangestelde IcSP-functionarissen voor regionale samenwerking ingezet (Nairobi, Manila, Dakar en Islamabad). Bij de eerste twee van deze landen zijn regionale secretariaten gevestigd, bij de andere twee niet. De voor een lange periode aangestelde IcSP-functionarissen voor regionale samenwerking onderhouden contacten met andere EU-delegaties in de regio’s waarvoor zij zijn ingezet. Hun verantwoordelijkheden zijn echter niet beperkt tot CBRN-kwesties, maar omvatten andere activiteiten op het gebied van veiligheid37.
40De betrokkenheid van de EU-delegaties bij de bevordering van het initiatief en het mobiliseren van de politieke wil in het land en de regio’s is gegroeid, maar nog steeds ontoereikend. CBRN-kwesties maakten niet systematisch deel uit van de beleids-, veiligheids- of politieke dialoog. De hoeveelheid informatie waarover zij beschikten was vaak afhankelijk van de aanwezigheid van voor een lange periode aangestelde IcSP-functionarissen voor regionale samenwerking in de regio. In sommige landen binnen prioritaire regio’s was de EU-delegatie niet betrokken bij CBRN-kwesties. In het algemeen zijn we van oordeel dat de EDEO en de Commissie onze eerdere aanbeveling gedeeltelijk hebben uitgevoerd.
… of in de regio en daarbuiten
41Uit onze algemene analyse bleek dat regionale samenwerking niet de primaire doelstelling van de meeste projecten was, omdat alle partnerlanden eerst wilden voorzien in hun nationale behoeften. Hoewel het zeker nodig is om een evenwicht te vinden tussen het ontwikkelen van nationale capaciteit ter beperking van CBRN-risico’s en het versterken van regionale samenwerking, was de verhouding tussen nationale en regionale activiteiten bij de projecten waarvoor we voldoende informatie hadden, 70:30.
42Het versterken van CBRN-netwerken op nationaal en regionaal niveau is een essentieel vereiste om een adequate reactie te kunnen waarborgen in het geval van een incident waarbij CBRN-agentia betrokken zijn. Het doel van het initiatief is om partnerlanden te helpen samenwerken. Regionale interactie vond echter niet vaak plaats. Regionale rondetafelbijeenkomsten (zie figuur 1 en bijlage 1), waarbij projecten worden besproken, worden over het algemeen tweemaal per jaar gehouden, maar nationale deskundigen worden slechts eenmaal uitgenodigd, waardoor de aanwezige expertise beperkt is. DV DEVCO organiseert ook een jaarlijkse vergadering met alleen de hoofden van de regionale secretariaten. De nationale steunpunten en deskundigen ter plaatse hebben aangegeven dat er regelmatiger regionale vergaderingen moeten worden belegd, dat er internationale deskundigen moeten worden uitgenodigd, korte workshops/opleidingssessies moeten worden georganiseerd en er meer simulatie- en veldoefeningen moeten worden gehouden.
43Er is momenteel geen discussieforum of ruimte om richtsnoeren, beste praktijken, studies of geleerde lessen van internationale organisaties of van in het kader van andere programma’s gefinancierde EU-projecten (bijvoorbeeld Veiligheid en bescherming van de vrijheden, het zevende kaderprogramma voor onderzoek, het Fonds voor interne veiligheid – Politie en Horizon 2020) op CBRN-gebied met partnerlanden te delen.
… bij het verkennen van andere financieringsmogelijkheden
44De toekomst van het initiatief hangt in hoge mate af van de uitvoering van de nationale actieplannen. In deze NAP’s worden veel maatregelen genoemd (zie voorbeelden in bijlage V) die niet volledig met middelen uit de nationale begroting en middelen van het initiatief kunnen worden uitgevoerd, terwijl er andere financieringsbronnen bestaan en kunnen worden gebruikt zoals het Europees nabuurschapsinstrument, het Europees Ontwikkelingsfonds of het instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid.
45Het NAP is een essentieel document voor het faciliteren van de donorcoördinatie op CBRN-gebied en dus voor het aanwenden van andere middelen voor nationale capaciteitsopbouw (zie tekstvak 5).
Tekstvak 5
Ontwikkeling van het Georgische nationale actieplan
In 2015 stelde Georgië zijn nationale CBRN-actieplan 2015-2019 vast. Hoewel het niet werd ontwikkeld aan de hand van de methodologie van het initiatief voor de analyse van behoeften, was het NAP van Georgië een van de eerste van de partnerlanden die werden vastgesteld.
Het bevat 30 prioriteiten en 118 specifieke maatregelen. De interinstitutionele coördinatieraad van Georgië komt jaarlijks bijeen om de uitvoering van het NAP te bespreken. Donoren worden ook uitgenodigd voor dit evenement.
Een belangrijke uitkomst van de speciale donorcoördinatievergadering in november 2017 was een behoefteramingsdocument dat van Georgische zijde was opgesteld en dat donoren, waaronder de EU, kan helpen bij het plannen van hun bijstand op CBRN-gebied. Twee EU-lidstaten hebben bijstand aangeboden op het gebied van medische spoedhulp/civiele bescherming en de opleiding van militaire CBRN-eenheden. Daarnaast kondigde een grote niet-EU-donor aan dat alle toekomstige CBRN-gerelateerde bijstand aan Georgië afgestemd zou worden op het NAP.
De EU-delegaties kunnen een belangrijke rol spelen in het vinden van andere financieringsbronnen. Het kan daarbij gaan om CBRN-onderwerpen als voedselveiligheid, bioveiligheid, biobeveiliging, chemische vervuiling, veiligheidsnormen, wettelijke CBRN-kaders bij gefinancierde projecten in traditionele ontwikkelingssectoren (bijv. landbouw, milieu, gezondheid, justitie). De meeste geënquêteerde EU-delegaties hebben niet geprobeerd bijkomende financiering voor de CBRN-activiteiten te verkrijgen.
47De overgrote meerderheid van de geënquêteerde EU-delegaties gaven aan dat coördinatievergaderingen tussen donoren en EU-lidstaten nog niet hadden plaatsgevonden.
48Ondanks het feit dat het nabuurschap een prioritair gebied is voor het initiatief en voor de EU in het algemeen, is de betrokkenheid van DG NEAR tot dusver beperkt geweest. Meer interactie van DG DEVCO met andere directoraten-generaal van de Commissie, bijvoorbeeld DG NEAR en DG ECHO, zou het ook gemakkelijker maken om de vastgestelde lacunes die niet in het kader van het initiatief zijn aangepakt, weg te werken.
Ontoereikende monitoring en evaluatie
49De behaalde resultaten van het initiatief zouden openbaar moeten worden gemaakt om als input te dienen voor toekomstige strategische en operationele keuzes en de mate van belangstelling en politiek engagement te creëren die vereist is voor het succes ervan.
50Hoewel DG DEVCO de algehele verantwoordelijkheid heeft voor het monitoren van het initiatief, is het afhankelijk van andere belanghebbenden voor de noodzakelijke feedback. Zij verzamelen informatie en monitoren en evalueren de activiteiten van het initiatief door middel van:
- een webportaal van de CBRN-kenniscentra (“het portaal”);
- vergaderingen van het stuurcomité met de projectuitvoerders;
- coördinatiecomités bestaande uit de EDEO, het JRC, UNICRI, het governanceteam en deskundigen ter plaatse;
- verslagen van UNICRI, het governanceteam, deskundigen ter plaatse en projectuitvoerders;
- resultaatgerichte missies voor monitoring ter plaatse;
- evaluatieverslagen van het JRC.
Het portaal: een potentieel informatie- en monitoringinstrument
51Het portaal is een internetplatform met beperkte toegang dat volgens DG DEVCO alle projectdocumentatie zou moeten bevatten. Het is ook bedoeld om belanghebbenden over geplande activiteiten te informeren, alsmede notulen van belangrijke vergaderingen en contactlijsten te publiceren. De gepubliceerde informatie is echter zeer schaars, onvolledig, slecht gestructureerd en niet gemakkelijk toegankelijk in een gebruiksvriendelijk (of mobielvriendelijk) formaat. Het JRC is verantwoordelijk voor het onderhoud van het portaal, maar het is afhankelijk van DG DEVCO wat betreft het verschaffen van projectdocumentatie. Momenteel wordt het potentieel van het portaal als operationeel en beheersinstrument (zie bijlage VII) of als discussieforum (zie paragraaf 43) niet ten volle benut.
52Projectuitvoerders zijn afhankelijk van het portaal voor het verkrijgen van informatie over eerdere projecten. Aangezien het portaal onvolledig is en geen inventaris van projectoutputs bevat, hebben projectuitvoerders niet systematisch toegang tot deze informatie. Dit heeft geleid tot een zekere overlapping van activiteiten. Zo zijn bepaalde CBRN-opleidingsprogramma’s in verschillende projecten herhaald zonder vergelijkbaar cursusmateriaal opnieuw te gebruiken, wat de projectkosten had kunnen verlagen.
Andere monitoringinstrumenten
53DG DEVCO, het JRC, de regionale secretariaten en nationale steunpunten hebben daarnaast nergens buiten het portaal systematisch informatie verzameld en geconsolideerd. Het grote aantal betrokken actoren, gebrekkig bijgehouden gegevens en onvolledige projectinformatie compliceren en ondermijnen het toezicht op, en de monitoring en evaluatie van projecten van de Commissie.
54DG DEVCO gaf follow-up aan de projectactiviteiten op vergaderingen van het stuurcomité. Doordat DG DEVCO gegevens gebrekkig had bijgehouden, konden wij echter niet bevestigen dat er regelmatig vergaderingen hadden plaatsgevonden en dat de contractuele verplichtingen in acht waren genomen.
55We hebben in Speciaal verslag nr. 17/2014 de aanbeveling gedaan om de samenwerking tussen besluitvormings- en uitvoeringsorganen te verbeteren, bijvoorbeeld door het coördinatiecomité nieuw leven in te blazen. Deze vergaderingen werden in 2014 hervat en vonden doorgaans tweemaal per jaar plaats. Ze vergemakkelijkten het beheer van het initiatief doordat ze een globaal overzicht verschaften van de door de verschillende belangrijke actoren verrichte activiteiten38. De aanbeveling in ons eerdere Speciaal verslag nr. 17/2014 wordt als volledig uitgevoerd beschouwd.
56DG DEVCO monitort ook resultaten op basis van door externe deskundigen afgelegde bezoeken ter plaatse. Ten tijde van onze controle waren van de zestig in het kader van het initiatief uitgevoerde projecten slechts zes resultaatgerichte monitoringverslagen afgerond, waarvan er één de technische bijstand ter plaatse betrof. Resultaatgerichte monitoringbezoeken werden niet afgelegd met betrekking tot door het JRC uitgevoerde projecten, hoewel deze niet door het JRC zelf kunnen worden geëvalueerd.
De evaluatie van resultaten is niet bevredigend
57Door het ontbreken van duidelijke, goed omschreven doelstellingen, alsmede van relevante uitkomst-/impactindicatoren op het niveau van zowel het initiatief als het project39 was het onmogelijk om de resultaten te beoordelen wat betreft de verbeterde capaciteit om CBRN-risico’s en dreigingen te beperken en zich erop voor te bereiden. Daarnaast konden de prestaties van het initiatief niet worden gemeten doordat de uitkomsten en impact van de projecten niet waren gekoppeld aan de overkoepelende doelstellingen.
58Het JRC is verantwoordelijk voor alle projectevaluaties, maar heeft sinds september 2016 de meeste ervan uitbesteed aan externe deskundigen. Alle evaluaties zijn gebaseerd op onderzoeken op stukken en zijn afhankelijk van de input van het JRC. We constateerden dat een derde van de evaluaties niet waren afgerond doordat de beschikbaarheid van projectdocumentatie te wensen overliet (zie paragraaf 51).
59Ondanks het feit dat de eindevaluaties gebaseerd waren op onderzoeken op stukken, namen ze vanaf de publicatie van de eindverslagen gemiddeld 19 maanden in beslag (en nog langer, gerekend vanaf de afronding van het project). De tussentijdse evaluaties werden pas afgerond als de projecten bijna waren voltooid. Aanbevelingen, als ze al werden gedaan, waren vaak feitelijk overbodig omdat het te laat was om ze toe te passen40.
60Het feit dat de meeste projecten op zichzelf staande activiteiten omvatten en niet vergezeld gaan van een plan voor de langere termijn, is niet bevorderlijk voor de duurzaamheid ervan. Bij de overgrote meerderheid van de projecten die we hebben onderzocht, ontbraken voorzieningen om de duurzaamheid van de uitkomsten te garanderen. Hoewel eerstehulpverleners in het kader van sommige projecten werden uitgerust met CBRN-apparatuur, ontbreekt in veel partnerlanden de basisapparatuur, waardoor de uitgevoerde activiteiten vaak te geavanceerd zijn voor hun technische capaciteit. Omdat CBRN niet de hoogste prioriteit is, is de nationale financiering beperkt, waardoor de continuïteit van de behaalde uitkomsten in gevaar komt. Slechts een handvol opleidingsactiviteiten – waaronder oefeningen om opleiders op te leiden – zijn na afloop van het project voortgezet.
Conclusies en aanbevelingen
61Het initiatief is het grootste civiele programma voor externe veiligheid van de EU. Het concept is gebaseerd op een unieke regionale en interinstitutionele aanpak, waarbij veel actoren betrokken zijn (zie de paragrafen 8-10). Over het geheel genomen is het initiatief een van de belangrijkste instrumenten om CBRN-dreigingen en -risico’s van buiten de EU te beperken (zie paragraaf 4). We concluderen dat het initiatief heeft bijgedragen tot de beperking van deze CBRN-dreigingen, maar dat er veel uitdagingen blijven bestaan (zie de paragrafen 16-60).
62De Commissie en de EDEO hebben drie van de zes aanbevelingen in ons Speciaal verslag nr. 17/2014 volledig uitgevoerd en twee ervan gedeeltelijk uitgevoerd (zie bijlage II en de paragrafen 11, 16-21, 28, 30-32, 39, 40 en 55). Partnerlanden zijn nu meer betrokken bij de opzet en uitvoering van projecten, de organisatie op regionaal niveau is versterkt en de samenwerking tussen beleidsmakers en uitvoerende organen is verbeterd. Hoewel er enige vooruitgang is geboekt, zijn de rol van EU-delegaties en het tempo van de uitvoering van projecten nog steeds niet bevredigend (zie de paragrafen 27-48). Een van onze eerdere, door de Commissie aanvaarde aanbevelingen waarin werd voorgesteld om de EU-middelen te richten op de gebieden die het meest relevant waren voor de veiligheid van de EU, is niet uitgevoerd (zie de paragrafen 16-21).
63Het succes van het initiatief hangt af van het vermogen om zich aan te passen en de belangrijkste uitdagingen waarvoor het nu staat, aan te pakken. De volgende aanbevelingen, die bedoeld zijn om de tekortkomingen die bij de controle aan het licht kwamen aan te pakken, beogen het initiatief verder te versterken en in stand te houden.
64Een passende aanpak van het risicobeheer van de activiteiten van het initiatief is nog niet ontwikkeld voor het initiatief als geheel, in de projectselectiefase en voor de vaststelling van de behoeften van de partnerlanden (zie de paragrafen 18-23).
65De Commissie verstrekt de partnerlanden instrumenten en een methodologie om hen te helpen hun eigen behoeften te beoordelen, alsmede nationale actieplannen te ontwikkelen om CBRN-risico’s te kunnen beperken (zie de paragrafen 22 en 23). Er worden echter niet voldoende richtsnoeren verstrekt over de wijze waarop risico’s moeten worden vastgesteld en geprioriteerd (zie paragraaf 23). Ondanks dit nadeel zijn de vragenlijst ter beoordeling van behoeften en de nationale actieplannen nog steeds essentiële elementen die de grondslag van het initiatief vormen. De Commissie kan echter niet snel genoeg reageren om te voldoen aan alle verzoeken van de partnerlanden om hen bij te staan bij de vaststelling en prioritering van hun behoeften; hierdoor bestaat het risico dat de voorbereiding van zowel de vragenlijsten als de actieplannen aanzienlijke vertraging oploopt (zie paragraaf 26).
Aanbeveling 1 Prioriteer activiteiten op basis van een systeemrisicoanalyses
De EDEO en de Commissie moeten:
- een gezamenlijke EU-analyse uitvoeren om externe CBRN-risico’s voor de EU te identificeren teneinde interne en externe actie volledig te koppelen.
De Commissie moet:
- systeemrisicoanalyses integreren in de methodologieën voor de analyse van behoeften en voor nationale actieplannen;
- snel reageren op partnerlanden die verzoeken om bijstand om hun behoefteanalyses en nationale actieplannen af te ronden.
Streefdatum voor uitvoering: juni 2019.
66Naast de verbeteringen die zijn doorgevoerd naar aanleiding van onze eerdere aanbevelingen is in de partnerlanden een aantal aspecten van het initiatief ontwikkeld. Het initiatief heeft een cultuur van veiligheid en samenwerking bevorderd (zie de paragrafen 22 en 31). In de meeste partnerlanden zijn nationale CBRN-teams opgezet. De projecten hebben het grootste deel van hun output geleverd; belanghebbenden hadden met name waardering voor de operationele oefeningen voor capaciteitsopbouw (zie de paragrafen 34 en 35).
67Er is een begin gemaakt met samenwerking op regionaal niveau, maar deze schiet nog tekort omdat er niet voldoende interactie plaatsvindt tussen de partnerlanden en zij eerst willen voorzien in hun nationale behoeften (zie de paragrafen 33, 41-43).
Aanbeveling 2 Versterk de regionale dimensie van het initiatief
De Commissie moet het aantal regionale activiteiten verhogen, zoals veld- en simulatieoefeningen.
Streefdatum voor uitvoering: december 2019.
68Sinds ons eerdere Speciaal verslag nr. 17/2014 is de betrokkenheid van de EU-delegaties bij het initiatief verbeterd. Ze hebben zich echter niet voldoende ingezet voor het promoten van het initiatief en het mobiliseren van de politieke wil (zie de paragrafen 39 en 40). CBRN maakte niet systematisch deel uit van de beleids-, veiligheids- of politieke dialoog.
Aanbeveling 3 Versterk de rol van de EU-delegaties in het initiatief verder
De Commissie en de EDEO moeten gezamenlijk:
- CBRN-verantwoordelijkheden toekennen aan aangewezen steunpunten en/of aan voor een lange periode aangestelde IcSP-functionarissen voor regionale samenwerking in alle EU-delegaties;
- CBRN opnemen in de beleids-, veiligheids- en politieke dialoog.
Streefdatum voor uitvoering: december 2018.
69De interactie tussen directoraten-generaal van de Commissie en met de donorgemeenschap, met name wat betreft de kwestie van de beschikbare potentiële financiering, was beperkt (zie de paragrafen 44-48).
Aanbeveling 4 Stel potentiële synergieën en andere beschikbare financieringsbronnen vast
DG DEVCO en de EDEO moeten samenwerken met andere relevante directoraten-generaal, met name met DG NEAR, evenals met andere donoren om potentiële synergieën en beschikbare financieringsbronnen vast te stellen die beter kunnen worden benut om CBRN-activiteiten te ondersteunen.
Streefdatum voor uitvoering: juni 2019.
70De monitoring en evaluatie van de Commissie schoot tekort vanwege onvolledige en schaarse informatie, het gebrekkig bijhouden van gegevens en ontoereikende betrokkenheid van partnerlanden (zie de paragrafen 51-60). Het gebrek aan duidelijke doelstellingen, relevante indicatoren en ter plaatse verzamelde gegevens deed afbreuk aan de beoordeling van de uitkomst en de impact van projecten en het initiatief als geheel.
Aanbeveling 5 Vergroot de verantwoordingsplicht en zichtbaarheid met betrekking tot activiteiten en resultaten door verbeterde monitoring en evaluatie
De Commissie moet:
- de algemene doelstelling van het initiatief vertalen in specifiekere doelstellingen die op projectniveau kunnen worden gebruikt, zodat resultaten vanaf projectniveau tot op nationaal, regionaal en initiatiefbreed niveau gemeten kunnen worden;
- uitkomst- en impactindicatoren beschrijven zodat de doeltreffendheid van het initiatief kan worden beoordeeld aan de hand van vastgelegde doelstellingen.
Streefdatum voor de uitvoering: december 2019.
71Het CBRN-webportaal heeft aanzienlijk potentieel als operationele database voor de uitvoering en het beheer van de activiteiten van het initiatief, maar is nog geen doeltreffende, volledige, geactualiseerde en gestructureerde inventaris van activiteiten, geleerde lessen en beste praktijken (zie de paragrafen 51-59).
Aanbeveling 6 Neem het webportaal onder handen zodat alle informatie over de activiteiten van het initiatief gemakkelijk toegankelijk is
De Commissie moet ervoor zorgen dat:
- alle relevante informatie beschikbaar is op haar webportaal met de passende niveaus van toegangsbevoegdheid;
- beste praktijken en richtsnoeren toegankelijk zijn via het CBRN-portaal.
Streefdatum voor uitvoering: december 2018.
Dit verslag werd door kamer III onder leiding van de heer Karel PINXTEN, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 24 april 2018.
Voor de Rekenkamer

Klaus-Heiner LEHNE
President
Bijlagen
Bijlage I
Het initiatief in cijfers
| Periode | 2009-2013 | 2014-2017 | 2020 |
| Begroting | 109 miljoen euro Jaarlijks gemiddelde = ± 22 |
76 miljoen euro Jaarlijks gemiddelde = ± 19 |
|
| 130 miljoen euro | |||
| Toegewezen | 97 miljoen euro voor projecten | ||
| 41 miljoen euro voor bijstand (capaciteitsopbouw en governance) | |||
Bron: Europese Rekenkamer, op basis van gegevens uit het CRIS.
8 regio’s en 58 partnerlanden in oktober 2017
| Aantal | AAF | NAS | SEEE | MIE | GCC | ECA | CA | SEA | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Partnerlanden | 10 | 6 (+1) | 10 | 3 | 3 | 11 | 5 | 10 | 58 |
| NFP’s | 10 | 6 | 10 | 3 | 3 | 11 | 5 | 9 | 57 |
| Nationale teams | 10 | 1 | 9 | 3 | 0 | 10 | 3 | 8 | 46 |
| Rondetafelbijeenkomsten | 12 | 7 | 14 | 9 | 5 | 9 | 6 | 13 | N.v.t. |
| Definitieve vragenlijsten ter beoordeling van behoeften | 6 | 1 | 4 | 2 | 1 | 5 | 3 | 4 | 26 |
| Afgeronde nationaale actieplannen | 4 | 0 | 3 | 1 | 0 | 4 | 0 | 6 | 18 |
Bron: Europese Rekenkamer, op basis van JRC-documenten, verslagen van technische bijstand ter plaatse, notulen van rondetafelbijeenkomsten en het CRIS.
Bijlage II
Follow-up van de aanbevelingen in Speciaal verslag nr. 17/2014
| Aanbevelingen | Huidige stand van zaken | Verwijzingen in de tekst |
|---|---|---|
| De EU-financiering toespitsen op de gebieden die het meest relevant zijn voor de veiligheid van de EU, om op die manier het rechtstreekse voordeel te maximaliseren. | Niet uitgevoerd | Paragrafen 16-21 |
| De capaciteit van de regionale secretariaten versterken door de technische deskundigheid te versterken. | Volledig uitgevoerd | Paragraaf 28 |
| De rol van de EU-delegaties versterken, met name in de landen waar een regionaal secretariaat is ingesteld. | Gedeeltelijk uitgevoerd | Paragrafen 39 en 40 |
| Maatregelen nemen om de partnerlanden niet alleen te betrekken bij de opzet van projecten, maar ook bij de uitvoering ervan. Dit zou de betrokkenheid van die landen bij de maatregelen versterken en de duurzaamheid van de maatregelen verzekeren. | Volledig uitgevoerd | Paragrafen 30 en 31 |
| Inspanningen blijven leveren om de procedures te verbeteren, om zo het tijdsverloop tussen het indienen van de voorstellen en de uitvoering van de projecten te verkorten. | Gedeeltelijk uitgevoerd | Paragraaf 32 |
| De samenwerking tussen de besluitvormingsorganen en de uitvoerende organen verbeteren, bijvoorbeeld door het coördinatiecomité nieuw leven in te blazen. | Volledig uitgevoerd | Paragraaf 55 |
Bron: Europese Rekenkamer.
Bijlage III
Regionale secretariaten en partnerlanden in oktober 2017
| Afkorting | Regio | Betrokken landen |
|---|---|---|
| SEA | Zuidoost-Azië | Brunei, Cambodja, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Filipijnen, Singapore, Thailand, Vietnam |
| AAF | Atlantische zijde van Afrika | Benin, Kameroen, Ivoorkust, Gabon, Liberia, Mauritanië, Marokko, Senegal, Sierra Leone, Togo |
| NAS | Noord-Afrika en Sahel | Algerije, Burkina Faso, Libië, Mali, Marokko, Niger, Tunesië |
| SEEE | Zuidoost- en Oost-Europa | Albanië, Armenië, Azerbeidzjan, Bosnië en Herzegovina, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Georgië, Moldavië, Montenegro, Servië, Oekraïne |
| CA | Centraal-Azië | Afghanistan, Kirgizië, Pakistan, Tadzjikistan, Oezbekistan |
| MIE | Midden-Oosten | Irak, Jordanië, Libanon |
| ECA | Oost- en Centraal Afrika | Burundi, Democratische Republiek Congo, Ethiopië, Ghana, Kenia, Malawi, Rwanda, Seychellen, Tanzania, Uganda, Zambia |
| GCC | Landen van de Samenwerkingsraad van de Golf | Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Saoedi-Arabië |
Bron: Europese Rekenkamer, op basis van DG DEVCO en de EDEO.
Bijlage IV
Geografische spreiding van het initiatief
Bijlage V
Voorbeelden van CBRN-prioriteiten uit de nationale actieplannen van vier partnerlanden
Bron: Posters van UNICRI, gebaseerd op de informatie afkomstig van Ivoorkust, Libanon, Democratische Volksrepubliek Laos en Georgië.
Bijlage VI
Lijst van projecten
| Nr. | Naam project | Begroting (euro) | Regio | Bottom-up | Formulering van idee | Begin-datum | Eind-datum | Bestreken CBRN-gebieden |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 66 | Medisafe – Bestrijding van illegale handel en verbetering van de veiligheid van geneesmiddelen in Oost- en Centraal-Afrika | In voor-bereiding | ECA | hybride | CB | |||
| 65 | Versterking van het beheer van chemisch en biologisch afval in landen van Centraal-Azië ter verbetering van de beperking van veiligheids- en beveiligingsrisico’s | 3 000 000 | CA | J | 2-6-2016 | CB | ||
| 64 | EU P2P – Uitvoercontroleprogramma voor goederen voor tweeërlei gebruik 2017 | 3 000 000 | NAS, SEEE | N | RN | |||
| 63 | Levering van specialistische CBRN-apparatuur voor de opleiding van personeel dat belast is met grensoverschrijdende controle | 1 000 000 | NAS | J | Gerelateerd aan P 55 | CBRN | ||
| 62 | Technische ondersteuning ter plaatse voor CBRN-kenniscentrum (CoE) | In voor-bereiding | SEA | N.v.t. | CBRN | |||
| 61 | Deugdelijk beheer van chemische stoffen en het bijbehorende afval in Zuidoost-Azië (Seachem) | 2 999 815 | SEA | J | 3-4-2014 | 1-9-2017 | 1-9-2020 | C |
| 60 | Ondersteuning van het kenniscentrum van Oost- en Centraal-Afrika op het gebied van nucleaire veiligheid | 3 500 000 | ECA | J | 8-11-2016 | 7-11-2019 | RN | |
| 59 | Versterking van het regionale secretariaat van het CBRN-kenniscentrum voor de regio van de Samenwerkingsraad van de Golf | 285 000 | GCC | N.v.t. | 15-9-2015 | 14-9-2016 | CBRN | |
| 58 | Levering van specialistische apparatuur voor forensisch onderzoek op CBRN-gebied in de SEEE CoE-regio | 1 871 115 | SEEE | J | 8-4-2014 Gerelateerd aan P 57 | 15-1-2017 | 30-4-2018 | CBRN |
| 57 | Versterking van het forensisch onderzoek op de plaats van het delict bij het onderzoeken van CBRN-incidenten in de regio van de kenniscentra in Zuidoost- en Oost-Europa | 1 399 670 | SEEE | J | 8-4-2014 | 14-1-2020 | CBRN | |
| 56 | Technische bijstand ter plaatse 2 Technische bijstand ter plaatse voor de secretariaten van de chemische, biologische, radiologische en nucleaire kenniscentra in Algiers en Tasjkent | 2 130 250 | CA, NAS | N.v.t. | 10-11-2019 | CBRN | ||
| 55 | Versterking van de grensoverschrijdende capaciteit voor het controleren en opsporen van CBRN-stoffen | 3 500 000 | NAS, AAF | J | 2-7-2013 | 30-9-2019 | CBRN | |
| 54 | Capaciteitsopbouw voor medische paraatheid bij en reactie op CBRN-incidenten | 2 999 965 | MIE | J | 26-2-2014 | 17-7-2019 | CBRN | |
| 53 | Versterking van de nationale wettelijke kaders en verzorging van specialistische opleiding op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging in de landen van Centraal-Azië | 5 000 000 | CA | J | 25-3-2015 | 22-12-2015 | 21-12-2018 | B |
| 52 | Levering van specialistische CBRN-apparatuur voor eerstehulpverleners in de SEEE CoE-regio | 1 697 563 | SEEE | J | 10-7-2013 Gerelateerd aan P 44 | 11-12-2015 | 10-6-2018 | CBRN |
| 51 | Technische bijstand ter plaatse voor de secretariaten van de chemische, biologische, radiologische en nucleaire kenniscentra in Georgië, Kenia en Marokko | 2 969 700 | SEEE, CA, AAF | N.v.t. | 15-9-2015 | 14-9-2018 | CBRN | |
| 50 | Levering van specialistische apparatuur ter verbetering van de CBRN-paraatheid en -reactiecapaciteit | 2 634 042 | AAF, ECA | J | 1-4-2014 | 1-10-2015 | 30-6-2019 | CBRN |
| 49 | Eén gezondheidsproject in Pakistan | 927 608 | CA | N | 5-1-2015 | 4-1-2018 | B | |
| 48 | Verbeterd regionaal beheer van uitbraken in de partnerlanden van de CBRN-kenniscentra aan de Atlantische zijde van Afrika. | 3 499 600 | AAF | J | 1-6-2014 | 1-1-2016 | 31-12-2018 | B |
| 47 | EU-outreachprogramma voor producten voor tweeërlei gebruik – Zuidoost-Azië | 3 472 100 | SEA | J | 3-4-2014 | 1-9-2015 | 31-8-2018 | CBRN |
| 46 | Verbetering van CBRN-capaciteit van Zuidoost-Azië inzake de aanpak van de beperking van CBRN-risico’s met betrekking tot eerste respons, bioveiligheid en biobeveiliging, bewustmaking en wettelijke kaders op CBRN-gebied | 3 000 000 | SEA | J | 3-4-2014 | 10-7-2015 | 9-7-2018 | CBRN |
| 45 | Opzetten van een mobiel laboratorium voor interventies ter plaatse bij VHF-uitbraken in combinatie met CBRN-capaciteitsopbouw in West-Afrika (EUWAM-Lab) | 2 579 854 | AAF | N | 18-9-2014 | 17-11-2017 | B | |
| 44 | Versterking van de eerstehulpcapaciteit en regionale samenwerking op CBRN-gebied in Zuidoost-Europa, de zuidelijke Kaukasus, Moldavië en Oekraïne | 2 953 550 | SEEE | J | 10-7-2013 | 1-1-2015 | 30-4-2018 | CBRN |
| 43 | EU-outreachprogramma voor producten voor tweeërlei gebruik | 2 249 250 | SEEE, MIE, GCC, NAS CA | N | 1-9-2015 | 30-6-2017 | CBRN | |
| 42 | Chemische veiligheid en beveiliging in de regio Centraal- en Oost-Afrika | 2 978 000 | ECA, AAF | J | 6-5-2014 | 5-1-2015 | 4-1-2018 | C |
| 41 | Chemische inrichtingen met een hoog risico en risicobeperking in de AAF-regio | 3 000 000 | AAF, NAS | J | 1-6-2014 | 1-1-2015 | 31-12-2017 | C |
| 40 | Versterking van gezondheidslaboratoria om potentiële biologische risico's te minimaliseren | 4 495 712 | SEEE, NAS, MIE, CA | N | 18-12-2013 | 17-12-2017 | B | |
| 39 | Versterking van de gezondheidsbeveiliging in havens, op vliegvelden en landdoorlaatplaatsen | 1 432 757 | CA, GCC, MIE, NAS | N | 24-7-2013 | 23-11-2015 | B | |
| 38 | Outreachprogramma voor uitvoercontrole van producten voor tweeërlei gebruik | 3 500 000 | CA, MIE | N | 30-12-2013 | 29-7-2019 | CBRN | |
| 37 | Voorkoming van vectorziekten in de regio’s rond de Middellandse en de Zwarte Zee door het creëren van nieuwe Medilabsecure-netwerken | 3 626 410 | SEEE, MIE, NAS | N | 6-1-2014 | 5-7-2018 | B | |
| 36 | Verdere ontwikkeling en consolidatie van het mediterrane programma voor opleiding op het gebied van interventie-epidemiologie (“MediPIET”) | 6 400 000 | SEEE, MIE,NAS | N | 1-1-2014 | 31-12-2017 | B | |
| 35 | AAF – Afvalbeheer | 3 871 800 | AAF | J | 20-3-2013 | 1-1-2014 | 31-12-2017 | CB |
| 34 | Versterking van de reactiecapaciteit bij CBRN-incidenten en in chemische en medische noodgevallen | 3 914 034 | MIE | J | 1-9-2012 | 23-12-2013 | 22-6-2017 | CBRN |
| 33 | Versterking van het nationale CBRN-rechtskader en verzorging van specialistische en technische opleiding ter verbetering van de CBRN-paraatheid en -reactiecapaciteit | 2 699 069 | AAF, ECA | J | 20-3-2013 | 15-9-2013 | 28-2-2017 | CBRN |
| 32 | Vaststelling van een mediterraan programma voor opleiding op het gebied van interventie-epidemiologie (“MediPIET”) | 400 000 | MIE, NAS, SEEE, AAF | N | 1-1-2013 | 31-12-2014 | B | |
| 31 | Netwerk van universiteiten en instituten voor bewustmaking van tweeërlei gebruik van chemische materialen | 614 883 | CA,MIE, AAF, NAS, SEEE, SEA | J | 21-12-2012 | 20-4-2015 | C | |
| 30 | Excellentienetwerk voor nucleair forensisch onderzoek in de regio Zuidoost-Azië | 600 000 | SEEE, SEA | J | 21-12-2012 | 20-12-2016 | RN | |
| 29 | Regionale ontwikkeling van personele hulpbronnen voor het beheer van nucleaire veiligheid, beveiliging en waarborgen via een universitair masterprogramma in Thailand | 624 451 | SEA | J | 21-12-2012 | 20-3-2016 | RN | |
| 28 | Ondersteuning van de ontwikkeling van een geïntegreerd nationaal veiligheidssysteem voor nucleair en radioactief materiaal | 1 000 000 | SEA | J | 21-12-2012 | 20-12-2016 | RN | |
| 27 | Beheer van biorisico’s | 480 000 | SEA | J | 21-12-2012 | 30-6-2015 | B | |
| 26 | Voorwaarde voor het versterken van nationale wettelijke CBRN-kaders | 299 936 | MIE, NAS | J | 17-12-2012 | 16-12-2014 | CBRN | |
| 25 | Kennisontwikkeling en overdracht van beste praktijken op het gebied van bioveiligheid/biobeveiliging/het beheer van biorisico’s | 434 010 | MIE | N | 12-12-2012 | 11-4-2015 | B | |
| 24 | Ontwikkeling van een methodologie voor de detectie van RN-materialen, beheer en bescherming van het publiek | 599 830 | AAF | J | 18-12-2012 | 17-12-2017 | RN | |
| 23 | Capaciteitsopbouw om dreigingen van chemische, biologische, radiologische en nucleaire stoffen te identificeren en erop te reageren | 492 405 | AAF, SEEE, MIE, NAS, SEA | N | 10-12-2012 | 9-12-2014 | CBRN | |
| 22 | Levering van gespecialiseerde technische opleiding ter verbetering van de capaciteit van eerstehulpverleners bij CBRN-incidenten | 677 766 | AAF, SEA | J | 17-12-2012 | 16-12-2014 | CBRN | |
| 21 | Opbouw van regionale grensoverschrijdende capaciteit om CRN-materiaal te identificeren en te detecteren | 700 000 | AAF, SEA | J | 21-12-2012 | 20-12-2016 | CRN | |
| 20 | niet gecontracteerd | |||||||
| 19 | Ontwikkeling van procedures en richtsnoeren om veilige mechanismen voor informatiebeheersystemen en gegevensuitwisseling te creëren en te verbeteren voor CBRN-materialen die onder de controle op naleving van de regelgeving vallen | 400 000 | AAF, CA, ECA, MIE, NAS, SEEE, SEA | N | 1-3-2013 | 30-6-2015 | CBRN | |
| 18 | Internationaal netwerk van universiteiten en instituten voor bewustmaking van tweeërlei gebruik in de biotechnologie | 399 719 | AAF, CA, MIE, NAS, SEEE, SEA | N | 1-3-2013 | 31-12-2014 | B | |
| 17 | Vaststelling van een nationaal noodplan in Ghana en Kenia om te reageren op ongeoorloofde incidenten waarbij chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN-)materialen betrokken zijn | 240 000 | ECA, AAF | J | 15-5-2013 | 15-5-2015 | CBRN | |
| 16 | Ondersteuning van de ontwikkeling van een nationaal nucleair veiligheidssysteem | 400 000 | NAS, AAF | J | 1-1-2013 | 30-9-2015 | RN | |
| 15 | Versterking van de bioveiligheid en biobeveiliging in laboratoria door de ontwikkeling van een isobanksysteem voor laboratoria | 480 000 | SEA | N | 1-8-2013 | 30-6-2015 | CBRN | |
| 14 | Verstrekking van gespecialiseerde technische opleiding ter verbetering van de capaciteit van eerstehulpverleneners (CBRN FRstCap) | 400 000 | SEEE | N | 1-4-2013 | 31-3-2015 | CBRN | |
| 13 | Capaciteitsopbouw en bewustmaking inzake het vaststellen van en reageren op dreigingen van chemische, biologische, radiologische en nucleaire materialen in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara | 319 924 | ECA | N | 1-1-2013 | 30-6-2015 | CBRN | |
| 12 | Uitwisseling van ervaringen tussen de EU en landen in Zuidoost-Azië inzake de versterking van wet- en regelgeving op het gebied van bioveiligheid en biobeveiliging, evenals relevante systemen voor het beheer van laboratoria via het regionale kenniscentrum – fase 2 | 320 000 | SEA | N | 1-4-2013 | 31-3-2015 | B | |
| 11 | Bevordering van goede praktijken en procedures tussen instanties voor de beoordeling van risico’s van chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair misbruik | 1 915 452 | AAF, MIE, NAS, SEEE, SEA | N | 1-1-2013 | 31-12-2014 | CBRN | |
| 10 | Ontwikkeling van e-learningcursussen voor de beperking van CBRN-risico’s | 399 806 | AAF, CA, ECA, MIE, NAS, SEEE, SEA | J | 1-1-2013 | 31-3-2015 | CBRN | |
| 9 | Nationaal noodplan in Libanon voor CBRN-incidenten | 159 900 | MIE | N | 1-1-2013 | 31-12-2014 | CBRN | |
| 8 | Voorwaarde voor het versterken van nationale wettelijke CBRN-kaders | 800 000 | SEA | J | 1-1-2013 | 30-6-2015 | CBRN | |
| 7 | Richtsnoeren, procedures en standaardisatie inzake bioveiligheid/biobeveiliging | 1 199 576 | SEEE, SEA | J | 1-1-2013 | 31-3-2015 | B | |
| 6 | Kennisontwikkeling en overdracht van beste praktijken met betrekking tot het beheer van chemisch en biologisch afval | 480 000 | SEA | J | 1-1-2013 | 31-12-2014 | CB | |
| 5 | Kennisontwikkeling en overdracht van beste praktijken met betrekking tot de monitoring van CBRN-in- en uitvoer | 1 440 000 | AAF, CA, MIE, NAS | N | 1-1-2013 | 31-12-2014 | CBRN | |
| 4 | CBRN-responsprogramma tussen instanties (ICP) | 959 675 | SEEE, SEA | J | 1-1-2013 | 31-12-2014 | CBRN | |
| 3 | Kennisontwikkeling en overdracht van beste praktijken op het gebied van bioveiligheid/biobeveiliging/het beheer van biorisico’s | 1 920 000 | AAF, NAS, SEEE, SEA | J | 1-1-2013 | 30-6-2015 | B | |
| 2 | Capaciteitsopbouw om dreigingen van chemische, biologische, radiologische en nucleaire stoffen te identificeren en erop te reageren (CBRNcap) | 160 000 | SEEE | N | 1-1-2013 | 31-3-2015 | CBRN | |
| 1 | Vaststelling en versterking van forensische capaciteit op het gebied van de voorkoming van georganiseerde misdaad en illegale handel in chemische agentia, met inbegrip van opleiding en apparatuur voor eerstelijnsbeambten | 640 000 | SEEE | N | 1-1-2013 | 31-3-2015 | C |
Bron: CBRN-portaal en het CRIS.
Bijlage VII
Informatie die al dan niet op het portaal aanwezig is
Bron: Europese Rekenkamer.
Afkortingen en acroniemen
AAF: Atlantische zijde van Afrika (African Atlantic Façade)
CA: Centraal-Azië
CBRN: Chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair
DG DEVCO: Directoraat-generaal Internationale Samenwerking en Ontwikkeling
DG NEAR: Directoraat-generaal Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen
DG ECHO: Directoraat-generaal Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp
ECA: Oost- en Centraal Afrika (East and Central Africa)
EDEO: Europese Dienst voor extern optreden (European External Action Service)
GCC: Samenwerkingsraad van de Golf (Gulf Cooperation Council)
IcSP: Instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede
INTCEN: Inlichtingen- en situatiecentrum van de EU
JRC: Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (Joint Research Centre)
MIE: Midden-Oosten (Middle East)
NAP: Nationaal actieplan
NAQ: Vragenlijst ter beoordeling van behoeften (needs assessment questionnaire)
NAS: Noord-Afrika en Sahel
NFP: Nationaal steunpunt (national focal point)
SEA: Zuidoost-Azië (South East Asia)
SEEE: Zuidoost- en Oost-Europa (South East and Eastern Europe)
UNICRI: Interregionaal criminologisch en gerechtelijk onderzoeksinstituut van de Verenigde Naties (United Nations Interregional Crime and Justice Research Institute)
Voetnoten
1 Er bestaan andere maatregelen zoals de versterking van controlesystemen voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik (CBRN-materiaal met zowel civiele als militaire toepassingen) en de heroriëntatie van wetenschappers die deskundig zijn op het gebied van technologie voor tweeërlei gebruik.
2 COM(2017) 610 final van 18 oktober 2017, “Actieplan ter verbetering van de paraatheid bij veiligheidsrisico's op chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair gebied”.
3 Bijvoorbeeld VNVR-resolutie 1540, het Verdrag inzake chemische wapens, het Verdrag inzake biologische wapens en het Verdrag inzake het verbod op kernwapens.
4 Pool Reinsurance Company. Terrorism Threat & Mitigation Report. Augustus-december 2016. Clingendael Strategische Monitor 2017.
5 Conclusies van de Raad over de vergroting van de chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN-)veiligheid in de Europese Unie – een CBRN-actieplan voor de EU. Document 15505/1/09 REV 1 van 12 november 2009.
COM(2014) 247 final “Een nieuwe EU-aanpak van de detectie en mitigatie van CBRN-E-risico’s”.
COM(2017) 610 final.
6 Ontwerpconclusies van de Raad over de vernieuwde interneveiligheidsstrategie voor de Europese Unie 2015-2020, 10 juni 2015, document 9798/15.
Conclusies van de Raad over Speciaal verslag nr. 17/2014 van de Rekenkamer, getiteld: “Kan het EU-initiatief voor kenniscentra een doeltreffende bijdrage leveren om de chemische, biologische, radiologische en nucleaire risico's van buiten de EU te beperken?” 26 oktober 2015, document 13279/15.
Gemeenschappelijke verklaring van de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Europese Commissie en de secretaris-generaal van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Gezamenlijke verklaring EU-NAVO 2016.
Conclusies van de Raad over het externe optreden van de EU op het gebied van terrorismebestrijding. Document 10384/17, 19 juni 2017.
7 Resolutie van het Europees Parlement van 29 april 2015 over de speciale verslagen van de Rekenkamer in het kader van de kwijting van de Commissie voor 2013. Document P8_TA(2015)0119.
Resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2015 over de Europese veiligheidsagenda. P8_TA(2015)0269.
Resolutie van het Europees Parlement van 23 november 2016 over de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. P8_TA(2016)0440.
8 SWD(2017) 278 final “Comprehensive Assessment of EU Security Policy, accompanying the document: Communication from the Commission to the European Parliament, the European Council and the Council – Ninth progress report towards an effective and genuine Security Union”.
9 Gedeelde visie, gezamenlijk optreden: Een sterker Europa. Een integrale strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Europese Unie, juni 2016.
10 Annual Action Programme 2017 for Article 5 of the Instrument contributing to Stability and Peace: Action document for mitigation of and preparedness against risks related to CBRN materials or agents.
11 Verordening (EU) nr. 230/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van het stabiliteits- en vredesinstrument (PB L 77 van 15.3.2014, blz. 1).
12 Thematisch strategiedocument 2014-2020 inzake het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (IcSP). Meerjarig indicatief programma 2014-2017 (bijlage).
13 Proefprojecten en planning werden gefinancierd in het kader van het jaarlijks actieprogramma 2009 inzake de vermindering van en paraatheid bij risico’s in verband met CBRN-materialen of agentia.
14 De regionale secretariaten voor Zuidoost-Europa, Oost-Europa en het Midden-Oosten.
15 Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Georgië, Moldavië en Oekraïne.
16 Ethiopië, Koeweit, Pakistan en Sierra Leone sloten zich in 2017 bij het initiatief aan en Mongolië in maart 2018.
17 Kazachstan heeft aangegeven deel te willen nemen.
18 Jaarboek 2017 van het Internationaal Instituut voor Vredesonderzoek van Stockholm.
19 Partnerlanden (het nationale team) stellen de specifieke behoeften voor hun land vast en bespreken op regionaal niveau de maatregelen die genomen zouden kunnen worden om gezamenlijke CBRN-risico’s en dreigingen aan te pakken.
20 SWD(2017) 278 final DEEL 1/2, blz. 13.
21 Conclusies van de Raad over de vergroting van de chemische, biologische, radiologische en nucleaire (CBRN-)veiligheid in de Europese Unie – een CBRN-actieplan voor de EU. Document 15505/1/09 REV 1 van 12 november 2009.
22 Verordening (EU) nr. 230/2014.
Instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (IcSP) – Thematisch strategiedocument 2014-2020.
23 Bij wijze van vergelijking: in het eerste CBRN-actieplan moesten 124 maatregelen door de EU-lidstaten worden genomen op het gebied van preventie, detectie, paraatheid en reactie.
24 De nationale CBRN-teams coördineren de werkzaamheden en delen informatie in hun land met instellingen als ministeries, agentschappen en onderzoeks- en onderwijsinstellingen die op verschillende niveaus betrokken zijn bij de beperking van CBRN-risico’s.
25 Bijvoorbeeld aanspreekpunten voor Interpol, de Wereldgezondheidsorganisatie, het Comité inzake resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad, het Verdrag inzake biologische wapens, de Voedsel- en Landbouworganisatie, de Organisatie voor het verbod van chemische wapens, de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, het programma voor de preventie van, paraatheid bij en reactie op natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen, enz.
26 Het regionale secretariaat bestaat uit één secretariaatshoofd en één regionale UNICRI-coördinator.
27 Eén deskundige ter plaatse is werkzaam voor twee regio’s: Noord-Afrika en Sahel en het Midden-Oosten.
28 Wereldgezondheidsorganisatie, het Verdrag inzake biologische wapens, het Verdrag inzake chemische wapens, Interpol en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
29 Het initiatief van de EU betreffende de CBRN-kenniscentra, de Internationale Gezondheidsregeling (IGR) van de Wereldgezondheidsorganisatie, Resolutie 1540 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en het Verdrag inzake biologische wapens.
30 Onze controlereikwijdte omvatte project 1 tot en met project 60. Bij deze berekening hielden we echter ook rekening met alle projecten tot en met project 66. De projecten voor technische bijstand ter plaatse zijn buiten beschouwing gelaten.
31 Uitgezonderd technische bijstand ter plaatse en leveringscontracten voor apparatuur.
32 Het vervoer van gevaarlijke goederen en voedselveiligheid.
33 Simulatie-oefeningen omvatten een bespreking tussen deelnemers om responsacties vast te stellen en voor te stellen. Bij veldoefeningen wordt de operationele capaciteit om te reageren op een CBRN-incident getest.
34 Bijvoorbeeld de projecten 4, 9, 17, 21, 22, 23, 33, 34, 42, 44, 46 en 47.
35 De Verenigde Arabische Emiraten traden op als gastheer van het evenement, waaraan het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, het Koninkrijk Marokko, de Staat Qatar, het Koninkrijk Saoedi-Arabië, de Staat Koeweit, het Sultanaat Oman en het Koninkrijk Bahrein deelnamen.
36 De aan Amman toegewezen post van voor een lange periode aangestelde IcSP-functionaris voor regionale samenwerking is verplaatst naar DG NEAR.
37 Zoals terrorismebestrijding, de bescherming van kritieke infrastructuur en de strijd tegen illegale handel.
38 DG DEVCO, de EDEO, de deskundige ter plaatse, UNICRI en het governanceteam.
39 Voor bijna 70 % van de projecten.
40 Bijvoorbeeld: in de eindevaluatie van project 6 werd aanbevolen het beheer van tijd en financiële middelen te verbeteren. Als de middelen ontoereikend waren, moest dit volgens de evaluatie vroegtijdig worden gemeld aan degenen die toezicht hielden op het project. In de evaluatie achteraf van project 22 werd aanbevolen om de definities van de noodhulpdisciplines te verbreden om er een breder scala aan belanghebbenden, met inbegrip van medische aanbieders, in op te nemen.
| Gebeurtenis | Datum |
|---|---|
| Vaststelling controleplan ("APM")/begin van de controle | 25.4.2017 |
| Ontwerpverslag officieel verzonden aan de Commissie (of andere gecontroleerde) | 2.3.2018 |
| Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure | 24.4.2018 |
| Officiële antwoorden van de Commissie en de EDEO ontvangen in alle talen | 25.5.2018 |
Controleteam
In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheersthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de doelmatigheid of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.
Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer III “Externe maatregelen, veiligheid en justitie”.
Dhr. Karel Pinxten was deken van de kamer en het rapporterend lid op het moment van de vaststelling van het controleverslag. Na afloop van zijn ambtstermijn op 30 april 2018 volgde Bettina Jakobsen hem op als rapporterend lid en deken van de kamer. Het controleteam bestond uit hoofdmanager Sabine Hiernaux-Fritsch, taakleider Aurelia Petliza en controleurs Michiel Sweerts en Dirk Neumeister. Hannah Critoph verleende taalkundige ondersteuning.
Contact
EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG
Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors
Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).
Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2018
| ISBN 978-92-872-5353-8 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/393620 | QJ-AB-18-011-NL-N | |
| HTML | ISBN 978-92-872-9641-2 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/681163 | QJ-AB-18-011-NL-Q |
© Europese Unie, 2018.
Voor iedere vorm van gebruik of reproductie van (beeld)materiaal dat niet onder het auteursrecht van de Europese Unie valt, dient rechtstreeks toestemming aan de auteursrechthebbende te worden gevraagd.
HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?
Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:
- te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen)
- te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
- een e mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact/write-to-us_nl
Waar vindt u informatie over de EU?
Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen bij EU Bookshop op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).
EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu
Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl/home?) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.
