Intellectuele-eigendomsrechten van de EU: bescherming niet geheel waterdicht
Over het verslag:Bij deze controle hebben we beoordeeld of intellectuele-eigendomsrechten betreffende Uniemerken of -modellen en geografische aanduidingen van de EU goed beschermd zijn binnen de eengemaakte markt.
De bescherming is over het algemeen gedegen, ondanks enkele tekortkomingen in de wetgeving en het ontbreken van een duidelijke methode om EU-taksen vast te stellen. Er zijn tekortkomingen in het verantwoordingskader van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO), in zijn beheer van Europese samenwerkingsprojecten en in de uitvoering, door de Commissie en de autoriteiten van lidstaten, van het kader voor geografische aanduidingen en handhavingscontroles door de douane.
Wij bevelen aan dat de Commissie de regelgevingskaders voltooit en actualiseert, de bestuursregelingen en methode voor het vaststellen van taksen evalueert, de systemen inzake geografische aanduidingen verbetert en het kader voor handhaving verbetert. Het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie moet ook het beheer van zijn Europese samenwerkingsprojecten verbeteren.
Speciaal verslag van de ERK, uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU.
De publicatie is beschikbaar in 24 talen en in het volgende formaat:
I Intellectuele-eigendomsrechten (IER) spelen een cruciale rol in de economie van de EU. IER-intensieve industrieën genereren bijna 45 % van het bruto binnenlands product van de EU, ter waarde van 6,6 biljoen EUR, en zijn goed voor 29 % van de werkgelegenheid. De Europese Commissie en andere EU-instanties werken samen met autoriteiten van de lidstaten om de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen, een essentiële factor voor het succes van de eengemaakte markt.
II De Europese Commissie is verantwoordelijk voor het opstellen van wetgevingsvoorstellen over het proces en de procedures voor de inschrijving en de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in de EU. Zij moet er ook op toezien dat deze maatregelen naar behoren worden uitgevoerd en zij moet de lidstaten richtsnoeren verstrekken. Het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) schrijft Uniemerken en -modellen in. De autoriteiten van de lidstaten zijn verantwoordelijk voor de goedkeuring van inschrijvingsaanvragen voor geografische aanduidingen van de EU en voor handhavingscontroles ten aanzien van intellectuele-eigendomsrechten van de EU.
III Bij deze controle werd de bescherming van Uniemerken en -modellen en geografische aanduidingen van de EU binnen de eengemaakte markt van 2017 tot 2021 beoordeeld. Wij hebben deze controle verricht omdat wij de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten nog nooit hadden gecontroleerd en belangrijke initiatieven van de Commissie op dit gebied tegen 2019 hadden moeten zijn afgerond. Een gebrekkige bescherming van IER tast het concurrentievermogen van de EU in de wereldeconomie aan. Wij doen aanbevelingen om het regelgevingskader inzake intellectuele-eigendomsrechten, de uitvoering en de handhaving ervan te verbeteren.
IV Wij hebben onderzocht of de Commissie de nodige wetgevende en ondersteunende maatregelen heeft genomen om de bovengenoemde intellectuele-eigendomsrechten te beschermen. Wij hebben de Commissie, het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie en vijf lidstaten bezocht om na te gaan hoe zij het EU-regelgevingskader voor IER uitvoerden en of IER-handhavingscontroles correct werden uitgevoerd.
V Onze algemene conclusie is dat het EU-kader voor de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten over het algemeen solide en gedegen is, hoewel er nog steeds tekortkomingen zijn.
VI Wij hebben vastgesteld dat de Commissie passende wetgevende en ondersteunende maatregelen heeft genomen om Uniemerken te beschermen. De wetgeving inzake Uniemodellen is echter onvolledig en achterhaald en er zijn tekortkomingen in de wetgeving inzake geografische aanduidingen. Bovendien hebben wij geconcludeerd dat er geen duidelijke methode is om de EU-taksen voor merken en modellen vast te stellen.
VII Hoewel het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie Uniemerken en -modellen over het algemeen goed beheert, constateerden wij tekortkomingen in zijn verantwoordingskader en in zijn financierings-, controle- en evaluatiesystemen. Voorts waren er in de lidstaten en bij de Commissie tekortkomingen in de uitvoering van het EU-kader voor geografische aanduidingen.
VIII De lidstaten hebben de richtlijn betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten niet op uniforme wijze uitgevoerd en er zijn tekortkomingen in de uitvoering van handhavingscontroles door de douane.
IX Wij bevelen de Commissie aan om:
de EU-regelgevingskaders inzake IER te voltooien en te actualiseren;
de bestuursregelingen en de methode voor het vaststellen van taksen te beoordelen;
initiatieven te ontwikkelen om de EU-systemen inzake geografische aanduidingen te verbeteren;
het kader voor handhaving van IER te verbeteren.
X Wij bevelen het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie aan om:
de financierings-, controle- en evaluatiesystemen van de Europese samenwerkingsprojecten te verbeteren.
Inleiding
Wat zijn intellectuele-eigendomsrechten?
01 Intellectuele-eigendomsrechten (IER) zijn de rechten met betrekking tot geestesproducten, zoals uitvindingen, literaire en artistieke werken, modellen en symbolen, namen en beelden die in de handel worden gebruikt1. Door IER te beschermen kunnen makers erkenning krijgen en kan ongeoorloofd gebruik van hun werken en het verwerven van voordelen daarvan worden voorkomen. IER bieden gebruikers en consumenten ook garanties betreffende de kwaliteit en de veiligheid van de goederen.
02 Intellectuele eigendom bestaat uit twee categorieën: 1) auteursrecht – bijvoorbeeld op literaire werken, films en muziek, en 2) industriële-eigendomsrechten – die octrooien, merken, modellen, geografische aanduidingen en bedrijfsgeheimen omvatten. De belangrijkste kenmerken van merken, modellen en geografische aanduidingen, waarop deze controle was gericht, zijn samengevat in figuur 1.
Figuur 1 – Belangrijkste kenmerken van merken, modellen en geografische aanduidingen
Bron: ERK, op basis van de EU-regelgevingskaders.
03 De bescherming van IER is een essentieel element dat de EU in staat stelt te concurreren in een mondiale economie. IER-intensieve industrieën genereren bijna 45 % van de totale economische activiteit (bbp) van de EU, ter waarde van 6,6 biljoen EUR, en zorgen voor 29 % van de totale werkgelegenheid in de EU. Naar schatting vertegenwoordigen namaakproducten echter 6,8 % van de totale EU-invoer (121 miljard EUR) per jaar, 83 miljard EUR aan gederfde omzet in de legale economie en 400 000 verloren banen2.
EU-regelgevingskader voor IER
04 Het EU-regelgevingskader voor IER is gebaseerd op EU-verordeningen en -richtlijnen en bestaande internationale overeenkomsten inzake intellectuele eigendom. Het biedt bescherming in alle EU-lidstaten, waardoor er één EU-systeem ontstaat dat uit Europese en nationale IER bestaat. De internationale en EU-hoekstenen van de bescherming van IER zijn weergegeven in figuur 2 en bijlage I.
Figuur 2 – IER-hoekstenen
Bron: ERK.
EU-inschrijvingsprocedure voor IER
05 De EU-inschrijving van intellectuele eigendom beschermt de rechten van eigenaren in alle lidstaten van de EU. Voor auteursrechtelijke bescherming is geen inschrijving nodig. Europese octrooien kunnen bij het Europees Octrooibureau worden ingeschreven. De inschrijving van Uniemerken en -modellen wordt beheerd door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO). Elke natuurlijke persoon of onderneming uit elk land ter wereld kan via één enkele procedure een aanvraag indienen, op voorwaarde dat er taksen worden betaald. De verschillende stappen van het inschrijvingsproces zijn weergegeven in figuur 3.
Figuur 3 – Inschrijvingsprocedure voor Uniemerken en -modellen
Bron: ERK.
06 De inschrijving van geografische aanduidingen van de EU, die momenteel beperkt is tot landbouwproducten en levensmiddelen, wijn en gedistilleerde dranken, verschilt van die van Uniemerken en -modellen. Voor geografische aanduidingen zijn de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij de aanvraagprocedure betrokken en worden aanvragen door EU-producenten of producentengroeperingen ingediend (zie figuur 4).
Figuur 4 – Inschrijvingsprocedure voor geografische aanduidingen
Bron: ERK.
Handhaving van IER in de EU
07 Doeltreffende handhaving van intellectuele-eigendomsrechten is noodzakelijk om innovatie en investeringen te bevorderen en namaak te voorkomen. Namaak vormt een complex en groeiend probleem. Naast luxegoederen richten namakers zich steeds meer op een breed scala aan alledaagse producten. Criminelen die in namaakgeneesmiddelen en namaakgezondheidsproducten handelen, richten economische schade aan, en hebben ook meteen misbruik gemaakt van de COVID-19-pandemie3.
08 De Commissie heeft verschillende instrumenten ontwikkeld om namaak en andere inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten te bestrijden. De richtlijn betreffende de handhaving van IER4 beoogt wetgevingen te harmoniseren teneinde een hoog, gelijkwaardig en homogeen niveau van bescherming in de interne markt te waarborgen. De verordening inzake de handhaving door de douane5 bevat procedureregels voor douaneautoriteiten voor de handhaving van IER met betrekking tot goederen die zich onder douanetoezicht of douanecontrole bevinden. Daarnaast heeft het EU-douaneactieplan tot doel inbreuken op IER aan de buitengrens te bestrijden voor de jaren 2018–20226 en bevat het vier strategische doelstellingen (zie figuur 5).
Figuur 5 – EU-douaneactieplan: strategische doelstellingen
Bron: ERK.
Belangrijkste belanghebbenden die IER in de EU beschermen
09 De Europese Commissie en andere EU-instanties werken met de lidstaten samen om ervoor te zorgen dat IER in de EU naar behoren worden beschermd.
10 De Commissie is verantwoordelijk voor (zie kader 1):
het initiëren van wetgeving om een eenvormige bescherming van Europese eigendomsrechten te bewerkstelligen; de uitwerking van voorstellen om de wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten in de EU te harmoniseren en te verbeteren;
het controleren van de correcte omzetting en uitvoering van EU-wetgeving inzake IER door de nationale autoriteiten, en het instellen van inbreukprocedures tegen lidstaten;
het toezien op een doeltreffende bescherming van IER tegen inbreuken op de eengemaakte markt; het ondersteunen van kmo’s en hun bescherming en het vergemakkelijken van de uitwisseling van informatie en de samenwerking tussen de lidstaten, en
het opsporen van eventuele tekortkomingen in het EU-rechtskader, zodat deze kunnen worden verholpen, en het waarborgen van een gelijk speelveld op mondiaal niveau.
Kader 1
Bevoegdheden inzake IER: Commissie
DG GROW: beleid inzake Uniemerken, Uniemodellen en niet-agrarische geografische aanduidingen; horizontale handhaving van IER en ondersteuning voor kmo’s op het gebied van intellectuele eigendom.
DG AGRI: beleid inzake agrarische geografische aanduidingen en inschrijving van agrarische geografische aanduidingen.
DG TAXUD: administratieve handhaving van IER-beleid door de douane.
OLAF: administratieve onderzoeken naar inbreuken op IER.
11 Het EUIPO speelt ook een belangrijke rol als het verantwoordelijke EU-agentschap voor het beheer van de inschrijving van Uniemerken en -modellen. Het werkt samen met de nationale en regionale bureaus voor intellectuele eigendom van de EU, die verantwoordelijk zijn voor de inschrijving van nationale merken en modellen. Daarnaast voert het Europees Waarnemingscentrum voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten (het Waarnemingscentrum), dat onder auspiciën van het EUIPO staat, een breed scala aan taken uit op het gebied van onderzoek, bewustmaking en verspreiding van beste praktijken, en ondersteuning van de handhaving van alle soorten IER. Om de strijd tegen namaak en piraterij te ondersteunen, hebben Europol7 en het EUIPO in 2016 hun krachten gebundeld in de gecoördineerde coalitie tegen criminaliteit op het gebied van intellectuele eigendom, die binnen Europol opereert.
12 Autoriteiten voor intellectuele eigendom van de lidstaten beheren nationale merken en modellen. De bevoegde nationale instanties controleren of de verzoeken om geografische aanduidingen van de EU aan de eisen voldoen alvorens deze ter goedkeuring aan de Commissie voor te leggen. Douaneautoriteiten zijn verantwoordelijk voor handhavingscontroles inzake inbreuken op IER aan de grens, terwijl andere rechtshandhavingsdiensten, met name de politie, verantwoordelijk zijn voor het opsporen van binnenlandse inbreuken op IER. In bepaalde lidstaten kan de douane ook op basis van nationale wetgeving de bevoegdheid hebben om op te treden bij de opsporing van goederen die reeds op de interne markt zijn gebracht en waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op IER.
Reikwijdte en aanpak van de controle
13 Bij de controle werd nagegaan of intellectuele-eigendomsrechten betreffende Uniemerken of -modellen en geografische aanduidingen van de EU goed beschermd zijn binnen de eengemaakte markt. De reikwijdte van de controle strekte zich niet uit tot auteursrechten en octrooien. Wij hebben ons met name gericht op de vraag of het EU-regelgevingskader voor intellectuele-eigendomsrechten voldoende bescherming bood overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer en publieke verantwoording, en of de bovengenoemde IER van de EU voldoende werden gehandhaafd. Onze controlewerkzaamheden hadden betrekking op de periode januari 2017 tot april 2021.
14 Wij hebben deze controle verricht omdat wij de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten nog nooit hadden gecontroleerd en belangrijke initiatieven van de Commissie op het gebied van het kader voor Uniemerken tegen 2019 hadden moeten zijn afgerond. Voorts is de bescherming van IER van een element dat essentieel is voor het concurrentievermogen van de EU in de wereldeconomie en voor de bevordering van innovatie. Doel van de controle was aanbevelingen te doen om het EU-kader voor intellectuele eigendom en de handhaving daarvan te verbeteren.
15 Tijdens de controle werd ingegaan op de vragen of:
de Commissie voor het vereiste regelgevingskader voor IER had gezorgd;
de Commissie, het EUIPO en de lidstaten het regelgevingskader inzake IER voor Uniemerken en -modellen en geografische aanduidingen van de EU naar behoren hebben uitgevoerd;
de controles ter handhaving van IER door de lidstaten correct werden uitgevoerd.
16 Tijdens onze controle werd bewijsmateriaal uit verschillende bronnen vergaard:
documentenonderzoek en analyse van relevante wetgeving, verslagen, gegevens en statistieken, steekproeven, alsmede onderzoek van door gecontroleerden verstrekte documenten;
vraaggesprekken met betrokken personeelsleden van de Commissie (DG’s GROW, TAXUD en AGRI), OLAF, het EUIPO (inclusief het Waarnemingscentrum), Europol en vijf lidstaten (Griekenland, Frankrijk, Litouwen, Hongarije en Roemenië), die wij op basis van kwantitatieve risicocriteria hebben geselecteerd.
Opmerkingen
Er zijn problemen binnen de over het geheel genomen solide regelgevingskaders voor IER
Het kader voor Uniemerken is er, maar de richtlijn is nog niet volledig omgezet
17 De merkenrichtlijn heeft tot doel de belangrijkste procedurele regels van de nationale en de Uniemerkenstelsels op elkaar af te stemmen. De aanpassing van bepalingen inzake procedures is van wezenlijk belang om de inschrijving van merken te vereenvoudigen en gemakkelijker te beheren8. Om dit doel te bereiken, moeten de materiële beschermingsvoorschriften, zoals de voorwaarden voor het verkrijgen en het behouden van een ingeschreven merk, in alle lidstaten over het algemeen identiek zijn. Derhalve moet het rechtskader voor Uniemerken volledig, actueel en op EU-niveau afgestemd zijn.
18 Op basis van ons onderzoek van bewijsstukken en gesprekken met vertegenwoordigers van de Commissie zijn wij van mening dat twee van de geselecteerde lidstaten (Hongarije en Litouwen) de merkenrichtlijn hebben omgezet (zie bijlage II). Hoewel de belangrijkste omzettingsdatum 14 januari 2019 was, vond de omzetting door Griekenland, Frankrijk en Roemenië te laat9 plaats en is deze onvolledig.
Tekortkomingen in het bestuurs- en verantwoordingskader van het EUIPO
19 Of de kwijtingsprocedure van het Europees Parlement van toepassing is, hangt af van de financieringsstructuur van de agentschappen, zoals is vastgelegd in het Financieel Reglement van de EU10. Aangezien het EUIPO volledig zelffinancierend is, wordt de kwijting niet verleend door het Europees Parlement maar door het Begrotingscomité van het EUIPO11. In de kwijtingsprocedure wordt ook rekening gehouden met onze jaarlijkse controle van de wettigheid en de regelmatigheid van de financiële overzichten, waarbij we in voorkomend geval ook aanbevelingen doen om tekortkomingen in de werkzaamheden van de organisatie te verhelpen. Daarnaast wordt in de kwijtingsprocedure vertrouwd op periodieke externe evaluaties van het EUIPO en de scheiding van functies en verantwoordelijkheden tussen drie organen: de uitvoerend directeur, die verantwoordelijk is voor het beheer van het EUIPO en de uitvoering van de begroting, de raad van bestuur, die verantwoordelijk is voor de vaststelling van het jaarlijks werkprogramma, en het Begrotingscomité12.
20 In het kader van de verantwoordingsregelingen binnen de verordening inzake het Uniemerk verstrekt het EUIPO het Europees Parlement en de Europese Commissie het vastgestelde jaarlijks werkprogramma, het jaarverslag, het strategisch meerjarenprogramma (om de vijf jaar) en de jaarrekening van het Bureau. De uitvoerend directeur van het EUIPO wisselt met de Commissie juridische zaken van het Europees Parlement van gedachten over het strategisch meerjarenprogramma 2025. De raad van bestuur raadpleegt de Commissie over het jaarlijks werkprogramma van het EUIPO en is verplicht rekening te houden met het advies van de Commissie bij het vaststellen ervan13.
21 De verordening inzake het Uniemerk voorziet in een beperkte deelname van het Europees Parlement en de Commissie. De beperkte invloed van de Commissie en het Europees Parlement op de besluiten van de raad van bestuur of het Begrotingscomité van het EUIPO vloeit dan ook voort uit het concept van onafhankelijkheid van regelgevende agentschappen. Zo hebben noch de Commissie, noch het Europees Parlement een controlerende invloed op besluiten van de raad van bestuur of het Begrotingscomité, zoals wordt geïllustreerd door de vaststelling van het financieel reglement van het EUIPO ondanks tegenstemmen van de twee vertegenwoordigers van de Commissie14.
22 In ons advies nr. 1/2019 over het financieel reglement van het EUIPO uitten wij bijzondere bezorgdheid over de kwijtingsprocedure van het EUIPO en herhaalden wij ons voorstel dat het EUIPO zou worden onderworpen aan de algemene begrotings- en kwijtingsprocedure voor het Europees Parlement, in plaats van voor het Begrotingscomité, op grond van het feit dat zijn inkomsten voortvloeien uit de uitoefening van openbaar gezag op basis van EU-recht. Derhalve hebben wij consequent aangegeven dat dezelfde beginselen van verantwoording voor alle EU-gerelateerde organen moeten gelden15. Deze bezorgdheid wordt gedeeld in een studie van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement16, waarin werd vastgesteld dat verantwoording een uitdaging blijft vanwege het ontbreken van een formele procedure om aanbevelingen te doen aan agentschappen die volledig zelffinancierend zijn.
23 Om een behoorlijke verantwoording te waarborgen, met inbegrip van onafhankelijke werking, moet de verdeling van de verantwoordelijkheden, in dit geval tussen de raad van bestuur en het Begrotingscomité, duidelijk worden afgebakend. Bovendien moeten de leden van een bestuurslichaam vrij zijn van andere relaties die hun rol wezenlijk zouden kunnen belemmeren17. De raad van bestuur en het Begrotingscomité van het EUIPO bestaan elk uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat, één vertegenwoordiger van het Europees Parlement en twee vertegenwoordigers van de Commissie met in totaal 30 stemmen.
24 Hoewel de samenstelling van de raad van bestuur en het Begrotingscomité in overeenstemming is met de verordening inzake het Uniemerk, merkten we op dat de vertegenwoordigers van beide organen grotendeels overlappen: 26 van de 30 stemgerechtigde leden of hun ondergeschikten zijn lid van beide organen. Daarom zijn wij van mening dat er sprake is van omstandigheden waarin het vermogen van een persoon om in de ene rol een oordeel te vellen of te handelen, kan worden aangetast of beïnvloed door zijn tweede rol. Deze situatie, samen met het ontbreken van een externe kwijtingsprocedure, creëert een tekortkoming in de bestuursregelingen, aangezien dezelfde personen (of hun ondergeschikten) besluiten nemen over zowel de vaststelling van de begroting als de kwijtingsprocedure voor de uitvoering ervan.
25 De verordening inzake het Uniemerk verplichtte de Commissie ertoe om uiterlijk op 24 maart 2021 voor het eerst de resultaten, de doelmatigheid en de efficiëntie van het Bureau en zijn werkmethode te evalueren. Deze evaluatie vindt nu plaats en de resultaten worden tegen eind 2022 verwacht.
Het kader voor Uniemodellen is verouderd en onvolledig
26 Met de richtlijn inzake modellen werd beoogd de wetgevingen van de lidstaten inzake de bescherming van modellen op één lijn te brengen18 om zo een EU-stelsel ter zake tot stand te brengen. Om dit doel te bereiken, moet het rechtskader voor Uniemodellen volledig, actueel en op EU-niveau afgestemd zijn.
27 Een Uniemodel heeft een “unitair karakter”, hetgeen betekent dat het in de hele EU dezelfde rechtsgevolgen heeft. Het is van cruciaal belang dat nationale en EU-stelsels voor de inschrijving van modellen op elkaar worden afgestemd, omdat ingeschreven nationale modellen voorrang hebben bij het aanvragen van een in de EU ingeschreven model.
28 Het EU-regelgevingskader voor modellen is onvolledig en verouderd, waardoor er in de praktijk veel verschillen bestaan tussen de EU- en nationale systemen en tussen de lidstaten onderling. Deze situatie leidt tot rechtsonzekerheid bij de inschrijving van modellen in verschillende lidstaten. De Commissie heeft een externe evaluatie, een openbare raadpleging en een effectbeoordeling uitgevoerd en werkt momenteel aan de actualisering van het regelgevingskader voor modellen. De hierboven gesignaleerde tekortkomingen kunnen worden verholpen door het opstellen van een nieuw wetgevingsvoorstel.
29 Volgens de evaluatie was het omzettingsproces op 1 juni 2004 door alle lidstaten voltooid. De evaluatie bracht een aantal belangrijke tekortkomingen aan het licht, die moeten worden aangepakt om de aanpassing van nationale en EU-inschrijvingssystemen aan elkaar te voltooien. Bij onze controle kwamen ook diverse aspecten aan het licht die een herziening van het EU-kader voor modellen door de Commissie rechtvaardigen.
30 Wij hebben een gebrek aan afstemming tussen de nationale en EU-kaders voor modellen in de geselecteerde lidstaten geconstateerd, in die zin dat zij verschillende procedures en termijnen hanteerden tijdens de aanvraag-, onderzoeks-, publicatie- en inschrijvingsprocessen (zie bijlage V). Wij hebben de volgende verschillen in de aanvraagprocedures vastgesteld:
Aanvragen kunnen elektronisch of op papier worden ingediend. In 2020 werden de meeste aanvragen elektronisch ingediend (EUIPO 98,17 %, Litouwen 78 %, Hongarije 50 %, Roemenië 23 %) en aanvaardden Griekenland en Frankrijk alleen elektronische aanvragen.
Het EUIPO biedt aanvragers die een Uniemodel willen inschrijven onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid om voor een versnelde procedure (“Fast Track”) te kiezen (in 2020 werd bij 38,7 % van de aanvragen voor inschrijving van Uniemodellen gebruikgemaakt van deze mogelijkheid). Frankrijk en Roemenië bieden ook een snellere inschrijvingsprocedure. De andere geselecteerde lidstaten passen echter geen soortgelijke procedures toe.
31 Wij hebben ook andere verschillen tussen de nationale en de EU-stelsels voor modellen geconstateerd, namelijk:
Er zijn verschillende instanties bevoegd voor beroepsprocedures: nationale rechtbanken in de lidstaten en kamers van beroep van het EUIPO.
De taksen en de taksenstructuur zijn niet op elkaar afgestemd (zie bijlage VI).
Nationale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten zijn niet verplicht te voorzien in bemiddeling en arbitrage.
32 Wij hebben ook geconstateerd dat de gedrukte beschrijving en afbeelding van modellen niet gestandaardiseerd zijn en dat de verordening betreffende Uniemodellen en de richtlijn inzake modellen niet bepalen dat modellen met behulp van gangbare technologieën, zoals 3D-beeldvorming of video, mogen worden beschreven of weergegeven.
33 De verordening betreffende Uniemodellen beschermt niet-ingeschreven Uniemodellen voor voortbrengselen met een vaak korte commerciële levensduur, waarvoor een niet door een teveel aan inschrijvingsformaliteiten bezwaarlijk gemaakte bescherming een voordeel is en de beschermingsduur van minder belang is. Met uitzondering van Roemenië, dat over een “databank van niet-ingeschreven modellen” beschikt (waarin tot op heden geen gegevens zijn opgenomen), biedt geen van de geselecteerde lidstaten deze bescherming.
34 Wij hebben vastgesteld dat het modellenrecht in vier van de vijf geselecteerde lidstaten de bescherming uitbreidt tot vervangingsonderdelen. De verordening betreffende Uniemodellen en Hongarije sluiten deze bescherming uit (reparatieclausule). Tabel 1 toont de verschillen tussen de gecontroleerde lidstaten en het EUIPO.
Tabel 1 – Bescherming van vervangingsonderdelen
Bescherming door het modellenrecht
Reparatieclausule
EUIPO
Niet beschermd
Ja
EL (OBI)
Beschermd voor vijf jaar; vergoeding achteraf
Ja
FR (INPI)
Beschermd
Nee (*)
HU (HIPO)
Niet beschermd
Ja
LT (SPB)
Beschermd
Nee
RO (OSIM)
Beschermd
Nee
(*) De reparatieclausule treedt op 1 januari 2023 in werking en sluit alleen autoglas en verlichting uit van bescherming.
Bron: ERK.
35 Wij hebben geconstateerd dat er tussen de EU- en nationale inschrijvingssystemen verschillende mogelijkheden bestaan om de publicatie van een model uit te stellen, waaronder verschillen in de mogelijke duur van het uitstel en in de taksen (zie tabel 2).
Tabel 2 – Mogelijkheden voor uitstel van publicatie (duur en taksen)
Maximum-duur
Taksen per ontwerp (in EUR)
1e model
2e tot en met 10e model
vanaf het 11e model
EUIPO
30 maanden
40
20
10
Hongarije (HIPO)
Niet mogelijk
Niet van toepassing
Frankrijk (INPI)
3 jaar
Geen aanvullende taksen
Griekenland (OBI)
12 maanden
30
10
10
Roemenië (OSIM)
30 maanden
20
Litouwen (SPB)
30 maanden
Geen aanvullende taksen
Bron: ERK.
De taksenstructuur voor IER weerspiegelt niet de reële kosten
Gebrek aan duidelijke methode om EU-taksen vast te stellen
36 De taksen voor Uniemerken en -modellen zijn vastgesteld bij de verordeningen inzake het Uniemerk en inzake taksen voor modellen. Volgens de criteria19 voor het vaststellen van taksen:
moet met de daaruit voortvloeiende inkomsten het begrotingsevenwicht van het Bureau (EUIPO) in beginsel kunnen worden gehandhaafd;
moet ervoor worden gezorgd dat het Uniemerkenstelsel en nationale merkenstelsels naast elkaar kunnen bestaan en elkaar aanvullen, en
moeten de rechten van de houders van een Uniemerk in de lidstaten doeltreffend worden gehandhaafd.
37 Zoals opgemerkt in ons speciaal verslag nr. 22/2020 maken het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, de Europese Autoriteit voor effecten en markten en het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie een volledige berekening van de kosten van de diensten die ten grondslag liggen aan de taksen die zij in rekening brengen. Wij hebben de toepassing van de criteria voor het vaststellen van taksen gecontroleerd en hebben vastgesteld dat het EUIPO in 2020 aanzienlijke overschotten (308,75 miljoen EUR) heeft opgebouwd, zoals blijkt uit zijn balans (zie figuur 6). Wij hebben ook vastgesteld dat de hoogte en structuur van de taksen van het EUIPO weliswaar gebaseerd zijn op sociale, financiële en economische criteria, maar niet zorgen voor transparantie in de kostendekking, die nodig is om de efficiëntie van het EUIPO in zijn kernactiviteiten te beoordelen. Bijgevolg verschilt de structuur van eenheidskosten aanzienlijk van de taksenstructuur en verschillen de eenheidskosten aanzienlijk van de taksen.
Figuur 6 – Overschotpercentage van het EUIPO (2011‑2020)
Bron: ERK.
38 In advies nr. 1/201920 waren wij van mening dat het EUIPO samen met de Commissie de mogelijkheid moest onderzoeken om begrotingsoverschotten te gebruiken ter ondersteuning van financiële instrumenten om onderzoeks- en innovatieactiviteiten van Europese ondernemingen te ondersteunen. Een voorbeeld van het gebruik van begrotingsoverschotten is het initiatief “Ideas Powered for business SME Fund” (kmo-fonds), dat voorziet in een subsidieregeling van 20 miljoen EUR om Europese kmo's te helpen toegang te krijgen tot hun intellectuele-eigendomsrechten.
39 Bovendien bleek uit onze vergelijkende analyse dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen de EU-taksen en taksen die door de nationale autoriteiten van de vijf geselecteerde lidstaten in rekening worden gebracht (zie tabel 3). Zo hebben wij vastgesteld dat EU-taksen voor het indienen en vernieuwen van eigendomsrechten minstens driemaal zo hoog waren als de hoogste nationale taksen (Frankrijk).
Tabel 3 – Vergelijking van de indienings- en vernieuwingstaksen (in EUR) op 1.1.2021
EUIPO
EL
FR
HU (1)
LT
RO (2)
Indieningstaks aanvraag (in kleur, elektronische indiening)
Voor een klasse
850
100
190
166
180
110
Tweede klasse
50
20
40
221
40
50
Derde klasse
150
20
40
304
40
50
Vernieuwing (elektronische vernieuwing)
Voor een klasse
850
90
290
166
180
200
Tweede klasse
40
20
40
221
40
50
Derde klasse
150
20
40
304
40
50
(1) 1 EUR = 361,462 HUF op 1.1.2021
(2) 1 EUR = 4,8698 LEI op 1.1.2021
Bron: ERK.
40 Wij hebben de informatie geanalyseerd die door het EUIPO bij de Europese Commissie is ingediend, alsmede de studie “The income of fully self-finance agencies and EU budget” van het Europees Parlement van 2013, de studie van INNO-tec van 2010, de Max Planck-studie van 2011, de effectbeoordelingen van 2009 en 2013 en de evaluatie door de Europese Commissie. Wij hebben in deze documenten geen analyse gevonden van het verband tussen de hoogte van de taksen, de criteria daarvoor en de door het EUIPO aangeboden diensten, en ook geen vaststelling van het minimumniveau van de EU-taksen dat verenigbaar zou zijn met nationale merkenstelsels.
41 Op basis van de analyse zijn wij van mening dat, hoewel er vaste criteria zijn voor de vaststelling van de taksen, er geen duidelijke methode is om de structuur en de hoogte van EU-taksen vast te stellen, waardoor de taksen op zo’n niveau liggen dat overschotten worden opgebouwd. De opbouw van aanzienlijke overschotten is in strijd met het in de verordening neergelegde beginsel van toereikendheid om begrotingsevenwicht te bereiken. Uit de Max Planck-studie bleek dat gebruikersorganisaties kritiek hadden op het gebrek aan transparantie met betrekking tot taksen.
Hoge taksen leiden tot een inefficiënt compensatiemechanisme
42 Het EUIPO is verplicht21 de lidstaten via een compensatiemechanisme te compenseren voor de extra kosten die zij maken om aan het Uniemerkenstelsel deel te nemen, voor zover het EUIPO in dat jaar geen begrotingstekort heeft. Het compensatiemechanisme werd geactiveerd voor de jaren 2018, 2019 en 2020 (zie figuur 7).
Figuur 7 – Bedragen in het kader van het compensatiemechanisme, periode 2017‑2020
Bron: ERK.
43 De indieningstaks dekt de inschrijvingskosten voor een nationaal merk. Wij hebben vastgesteld dat voor Litouwen het door het compensatiemechanisme gecompenseerde bedrag vergelijkbaar was met de indieningstaks. Voor 2020 bedroeg de compensatiebijdrage 310 000 EUR en het aantal geregistreerde nationale merken 1 771. De compensatiebijdrage per ingeschreven nationale merk bedroeg derhalve 175 EUR, wat vergelijkbaar is met de indieningstaks voor een Litouws merk (180 EUR).
44 In de verordening inzake het Uniemerk zijn jaarlijkse kernprestatie-indicatoren (KPI’s) vastgesteld om het compensatiebedrag over de lidstaten te verdelen. De resultaten van deze KPI’s worden door de lidstaten geregistreerd op het ePlatform van het EUIPO, samen met een verklaring van elke nationale dienst voor intellectuele-eigendomsrechten. Wij hebben vastgesteld dat het EUIPO geen controles heeft verricht om de juistheid te verifiëren van de door de nationale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten opgegeven gegevens die de verdeling van het compensatiebedrag bepalen. Het EUIPO acht deze verklaring toereikend om de methode, berekening en nauwkeurigheid van de door de lidstaten op het ePlatform geregistreerde statistieken te staven.
45 Wij hebben geconstateerd dat de KPI’s op basis waarvan de compensatiebedragen worden berekend, niet SMART – specifiek, meetbaar, haalbaar, realistisch en tijdgebonden – zijn (zie kader 2). Bovendien garandeert het compensatiemechanisme niet dat de betrokken nationale autoriteiten naar behoren worden gecompenseerd voor de extra kosten die zij maken, aangezien de compensatiebedragen niet naar hun begroting, maar naar de nationale begroting worden overgemaakt.
Kader 2
Beoordelingen van KPI’s voor het verdelen van de compensatiebedragen zijn niet SMART
Jaarlijks aantal aanvragen voor Uniemerken in elke lidstaat. Wij hebben vastgesteld dat deze KPI niet relevant is omdat aanvragen voor Uniemerken elektronisch worden ingediend en geen extra kosten voor de lidstaten meebrengen. Bovendien worden de kosten met betrekking tot promotie- en voorlichtingsactiviteiten reeds gefinancierd door de Europese samenwerkingsprojecten.
Jaarlijks aantal aanvragen voor nationale merken in elke lidstaat. Wij zijn van mening dat er geen correlatie bestaat tussen het aantal aanvragen voor nationale merken en de kosten die door het Uniemerkenstelsel worden gegenereerd, omdat het onderzoek naar het bestaan van relatieve weigeringsgronden in het kader van tegenstrijdige oudere rechten, met inbegrip van aanvragen en inschrijvingen van oudere Uniemerken, wordt gefinancierd uit de indienings- en inschrijvingstaksen die door de IE-aanvragers worden betaald.
Jaarlijks aantal zaken die bij de door de lidstaten aangewezen rechtbanken voor het Uniemerk aanhangig zijn gemaakt. Er zijn geen officiële statistieken (moeilijk te meten).
Oppositie en vorderingen tot nietigverklaring door houders van Uniemerken in de lidstaten. De oppositie- en nietigheidsprocedures voor de nationale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten worden gefinancierd uit de door de partijen betaalde taksen.
Het kader voor geografische aanduidingen van de EU is beperkt tot landbouwproducten
47 Wij hebben geconstateerd dat de basisregels en -beginselen voor inschrijving over het algemeen op elkaar zijn afgestemd. Wij hebben echter vastgesteld dat de regeling inzake geografische aanduidingen voor landbouwproducten en levensmiddelen niet het volledige scala aan goederen bestrijkt die in het kader van de WTO-landbouwovereenkomst als landbouwproducten worden aangemerkt. Er is evenmin een EU-systeem voor de inschrijving van niet-landbouwproducten (ambachten en tekeningen en modellen van nijverheid), hoewel sommige lidstaten nationale wetgeving hebben om dergelijke producten te beschermen. Het ontbreken van een voor de gehele EU geldende beschermingsregeling voor alle producten maakt het moeilijk of onmogelijk de bescherming daarvan te waarborgen, aangezien nationale beschermingssystemen alleen niet volstaan.
Kaders inzake IER worden goed uitgevoerd, hoewel enkele tekortkomingen kunnen worden vastgesteld
Het EUIPO voert de kaders voor EU-merken en -modellen grotendeels correct uit, ondanks enkele tekortkomingen
48 Op basis van onze beoordeling van de inschrijvingsprocedures en aanverwante activiteiten zijn wij van mening dat het EUIPO de verordening inzake het Uniemerk en de verordening betreffende Uniemodellen naar behoren heeft uitgevoerd. De aanvraag-, onderzoeks-, publicatie- en inschrijvingsprocedures zijn gecertificeerd volgens ISO 9001 en ISO 10002 en het EUIPO heeft ook een kwaliteitscontrolesysteem ingevoerd dat de vaststelling van een reeks KPI’s en waarden voor naleving omvat.
49 Wij hebben echter de volgende tekortkomingen geconstateerd bij de uitvoering van de verordening inzake het Uniemerk.
50 De verordening inzake het Uniemerk voorziet in de mogelijkheid voor het EUIPO om een centrum voor bemiddeling op te richten voor de minnelijke schikking van geschillen over Uniemerken en ingeschreven Uniemodellen. Het EUIPO heeft een dienst voor alternatieve geschillenbeslechting opgezet om gratis bemiddeling te bieden voor beroepsprocedures, maar hiervan kan geen gebruik worden gemaakt bij opmerkingen- en oppositieprocedures.
51 Elke vertegenwoordiger van een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die te maken heeft met het EUIPO moet wettelijk gemachtigd zijn om op te treden als vertegenwoordiger in nationale aangelegenheden op het gebied van intellectuele eigendom. Wij hebben geconstateerd dat de voorwaarden om als vertegenwoordiger te kunnen optreden per gecontroleerde lidstaat verschillen, waardoor ongelijke voorwaarden ontstaan voor degenen die in die hoedanigheid willen optreden.
52 Bij de verordening inzake het Uniemerk en de verordening betreffende Uniemodellen zijn het register van Uniemerken en het register van Uniemodellen ingesteld en is inschrijving van merken en modellen in het register verplicht gesteld. Wij hebben een risicogebaseerde selectie gemaakt en een steekproef van twintig Uniemerken en zes ingeschreven Uniemodellen geverifieerd, om de juistheid en volledigheid van de registers te controleren. Voor ingeschreven merken hebben wij voorbeelden gevonden van een onjuiste status van het Uniemerk (zes merken uit de steekproef), procedurefouten (één merk) en omissies (vijf merken). Bij ingeschreven Uniemodellen had de onvolledigheid betrekking op de tweede taal van de aanvraag in één steekproefeenheid. Als gevolg van de door ons vastgestelde tekortkomingen ontdekte het EUIPO 522 inschrijvingen met inconsistenties in het register, die afzonderlijk worden onderzocht en handmatig worden gecorrigeerd. Het EUIPO is ook voornemens een interne controle in te voeren om de nodige consistentie en nauwkeurigheid van de gegevens te waarborgen.
53 Uit de enquête van 2019 van het EUIPO onder gebruikers is gebleken dat gebruikers steeds ontevredener zijn over de consistentie van de beslissingen van de kamers van beroep (tevredenheidspercentage lager dan 53 %). De consistentie in de besluitvorming is een belangrijk element om de stelsels voor Uniemerken en ingeschreven Uniemodellen te harmoniseren. Meer consistentie in de beslissingen van de rechterlijke instanties zou leiden tot meer efficiëntie in het systeem doordat er minder beroepen en geschillen voor het Gerecht van het Europees Hof van Justitie nodig zouden zijn.
De criteria voor bepaalde financiële steun aan de lidstaten vertonen tekortkomingen
54 Overeenkomstig de verordening inzake het Uniemerk en overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer moet het EUIPO zorgen voor samenwerking tussen de EU-instellingen en de nationale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten ter bevordering van de convergentie van praktijken en instrumenten op het gebied van merken en modellen.
55 De nationale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten werken hoofdzakelijk samen met het EUIPO via de Europese samenwerkingsprojecten, die zijn opgenomen in de jaarlijkse samenwerkingsovereenkomsten. Er zijn of worden tal van belangrijke samenwerkingsprojecten uitgevoerd waarbij het EUIPO en de nationale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten nauw betrokken zijn. Sinds 2020 heeft het EUIPO aan sommige Europese samenwerkingsprojecten bijgedragen door middel van vaste bedragen die voor elke begunstigde afzonderlijk werden berekend.
56 Het Financieel Reglement van de EU bepaalt dat vaste bedragen gebaseerd moeten zijn op een eerlijke, billijke en verifieerbare berekeningsmethode ter waarborging van goed financieel beheer. Het Financieel Reglement van de EU bevat geen richtsnoeren inzake de methode voor de berekening van vaste bedragen.
57 Wij hebben geconstateerd dat de door het EUIPO toegepaste methode voor de berekening van vaste bedragen (bijlage VII) de volgende gebreken vertoonde:
de geverifieerde historische gegevens van individuele begunstigden bestreken slechts één jaar;
de indeling van de activiteiten maakt onvoldoende onderscheid tussen de verschillende soorten projecten, zodat soortgelijke vaste bedragen werden toegekend aan verschillende activiteiten;
bij de berekening van het gemiddelde dagtarief hebben de nationale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten de salarissen van alle interne personeelsprofielen die aan de Europese samenwerkingsprojecten van 2019 deelnemen, meegerekend. Vergelijkbare projecten vertoonden echter verschillende personeelsprofielen.
58 Twee van de Europese samenwerkingsprojecten die in de samenwerkingsovereenkomsten zijn opgenomen, hadden betrekking op de exploitatiekosten voor TMView en DesignView, openbare databanken voor merken en modellen. Wij hebben vastgesteld dat de exploitatiekosten geen verband hielden met de werkelijke kosten van het onderhoud van de databanken van de nationale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten en van het verstrekken van gegevens over nationale merken en modellen.
59 We hebben ook geconstateerd dat de gemiddelde exploitatiekosten per model in 2020 in de geselecteerde lidstaten sterk uiteenliepen (zie tabel 4), waardoor een ongelijke situatie tussen de gecontroleerde lidstaten ontstond.
Tabel 4 – Gemiddelde exploitatiekosten van DesignView per ingeschreven model
EL
FR
HU
LT
RO
Ingeschreven modellen
77
4 619
68
26
47
Exploitatiekosten Designview (in EUR)
127 552
129 896
125 027
130 000
83 744
Gemiddelde per model (in EUR)
1 657
28
1 839
5 000
1 782
Bron: ERK.
Tekortkomingen in de inschrijvingsprocedure voor landbouwproducten
60 De EU-wetgeving voorziet in het kader voor de inschrijving van producten met een geografische aanduiding op EU-niveau maar heeft geen betrekking op de fase van het nationale onderzoek. In overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel heeft elke lidstaat zijn eigen onderzoeksprocedure, maar moet hij de criteria en voorwaarden voor de inhoudelijke beoordeling in acht nemen die zijn vastgesteld in de desbetreffende regeling, zoals bepaald in de wetgeving inzake geografische aanduidingen (zie paragraaf 46). Het staat elke lidstaat ook vrij te beslissen of hij taksen voor de inschrijvings- en controleprocedures in rekening brengt.
Ondoelmatigheden in de inschrijvingsprocedures van de Commissie
61 Aanvragen voor inschrijving van geografische aanduidingen worden door de bevoegde autoriteiten van elke lidstaat geanalyseerd en goedgekeurd, en vervolgens samen met de nodige bewijsstukken bij de Commissie ingediend (zie bijlage VIII). De lidstaten dienen deze informatie in via het IT-systeem eAmbrosia van de EU of per e-mail. Indiening via eAmbrosia is niet verplicht voor landbouwproducten en levensmiddelen, en de lidstaten met het grootste aantal aanvragen maken meestal gebruik van indiening via e-mail.
62 De databank eAmbrosia bevat alle ingeschreven geografische aanduidingen, ook die uit niet-EU-landen die na een rechtstreekse aanvraag bij de Commissie zijn ingeschreven. Alle aanvragen die via het IT-systeem worden verzonden, worden automatisch geüpload naar de openbare versie van het platform. Aangezien alle aanvragen in de openbare versie van eAmbrosia moeten worden gepubliceerd, moet de Commissie e-mailaanvragen manueel uploaden. Dit brengt extra werk mee voor het personeel van de Commissie en er kunnen fouten worden gemaakt.
Langdurige nationale en Commissieprocedures voor het analyseren en inschrijven van aanvragen voor geografische aanduidingen
63 Er mogen geen belemmeringen zijn voor de inschrijvingsprocedures voor geografische aanduidingen in de lidstaten. De onderzoeksfasen van de lidstaten en die van de Commissie – die de voorschriften bevatten voor de aanvraag-, publicatie-, beroeps- en inschrijvingsprocedures voor geografische aanduidingen – moeten derhalve duidelijke termijnen omvatten en transparant zijn.
64 Om het tijdschema en de procedures voor de goedkeuring van geografische aanduidingen in de geselecteerde lidstaten te controleren, hebben wij een aantal inschrijvingsaanvragen voor geografische aanduidingen en wijzigingen van bestaande inschrijvingen geselecteerd (zie bijlage IX). Hoewel in de geselecteerde lidstaten duidelijke voorschriften voor de aanvraag-, publicatie-, beroeps- en inschrijvingsprocedures werden bekendgemaakt, hebben wij vastgesteld dat de in de nationale wetgeving vastgestelde termijnen voor onderzoek zelden in acht werden genomen en dat goedkeuringsprocedures tot wel zestig maanden konden duren. Het ingewikkelde proces om de kwaliteit en de specifieke kenmerken van landbouwproducten te garanderen, lag ten grondslag aan deze grote vertragingen.
65 Voor dezelfde geselecteerde steekproefeenheden op het niveau van de Commissie bleek de goedkeuringsprocedure eveneens lang te duren (zie bijlage X). De geconstateerde vertragingen, die konden oplopen tot 48 maanden, waren te verklaren door de complexe analyse en vertaling van de ontvangen dossiers, alsmede door de grote vertragingen bij de ontvangst van de antwoorden van de lidstaten op de door de Commissie gestelde vragen.
Verschillen in de controles inzake geografische aanduidingen door de lidstaten en een gebrek aan richtsnoeren van de Commissie
66 Controles inzake geografische aanduidingen worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) 2017/625 inzake officiële controles. De verordening geldt niet specifiek voor geografische aanduidingen en stelt geen gestandaardiseerde EU-controleregels voor geografische aanduidingen vast. Er is geen andere subsidiaire wetgeving inzake controles inzake geografische aanduidingen voorgesteld of aangenomen.
67 Elke bezochte lidstaat had zijn eigen controleregels en -procedures. Sommige lidstaten voerden inschrijvingscontroles uit voordat zij de aanvraag voor een geografische aanduiding nationaal goedkeurden, terwijl andere dit achteraf deden (jaarlijks of met verschillende tussenpozen). Wij hebben vastgesteld dat de controleprocedures en de frequentie ervan in de geselecteerde lidstaten niet gestandaardiseerd waren en dat de aan de marktdeelnemers aangerekende controletaksen aanzienlijk varieerden, van gratis tot 300 EUR per dag.
68 De Commissie organiseert opleidingen in het kader van het initiatief “Betere opleiding voor veiliger voedsel” en jaarlijkse discussieseminars met de lidstaten over controles inzake geografische aanduidingen. Zij heeft echter geen officiële richtsnoeren verstrekt voor controleprocedures, risicoanalysen of de optimale frequentie van controles. De verschillende behandeling van producenten van geografische aanduidingen in de diverse lidstaten heeft tot gevolg dat sommige producenten hogere nalevingskosten en meer verplichtingen hebben dan andere.
Samenwerking inzake geografische aanduidingen binnen de EU verloopt over het algemeen soepel
69 Het EUIPO beheert in samenwerking met de Commissie een portaalsite (GIview) om de communicatie met handhavingsautoriteiten te vergemakkelijken. GIview bevat inschrijvingsgegevens van eAmbrosia en geografische aanduidingen uit niet-EU-landen die in de EU worden beschermd op grond van internationale en bilaterale overeenkomsten, gegevens over de bevoegde autoriteiten, controleorganen en producentengroeperingen, alsmede informatie over producten die als geografische aanduiding zijn ingeschreven (foto’s, kaarten, beschrijvingen en links naar websites van producentengroeperingen).
70 Wat het beheer van regelingen voor geografische aanduidingen door de lidstaten betreft, roept de Commissie driemaal per jaar deskundigengroepen bijeen om uitdagingen en goede praktijken op dat gebied te bespreken. Daarnaast heeft de Commissie tussen 2018 en 2020 17 miniworkshops met de lidstaten gehouden. Wij hebben geconstateerd dat de autoriteiten in de geselecteerde lidstaten deze workshops en de mogelijkheid om problematische aanvragen te bespreken en er een oplossing voor te vinden, op prijs stelden.
De handhaving van IER is niet optimaal
71 Intellectuele-eigendomsrechten moeten doeltreffend en afdoende worden beschermd, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat handhavingsmaatregelen en -procedures geen belemmering worden voor legitieme handel22. Hiertoe moeten de wetgevingssystemen voor de handhaving van IER in de lidstaten voor een hoog, gelijkwaardig en homogeen niveau van bescherming van IER in de interne markt zorgen23. De douaneautoriteiten van de lidstaten moeten goederen kunnen vasthouden waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op door de EU- en nationale wetgeving beschermde IER. De Commissie en de lidstaten moeten over een degelijk EU-kader voor handhaving van IER beschikken om in deze behoeften te voorzien.
De richtlijn inzake handhaving van IER wordt niet eenvormig toegepast
72 Het doel van de Commissie is ervoor te zorgen dat in de hele EU gelijkwaardige wetgevingssystemen bestaan, waardoor een hoog, gelijkwaardig en homogeen niveau van bescherming van IER in de interne markt wordt gewaarborgd. Zoals in de conclusies van de Raad van 1 maart 2018 wordt erkend, worden de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen van de richtlijn betreffende de handhaving van IER niet op uniforme wijze door de lidstaten toegepast. Samen met de richtsnoeren[24] van de Commissie voor het aanpakken van het niet-uniforme niveau van bescherming van IER op de interne markt heeft de Commissie een nieuwe deskundigengroep voor beleid inzake industriële eigendom opgericht, die zich bezighoudt met handhaving en werkt aan een EU-toolbox tegen namaak.
73 Het is de verantwoordelijkheid van de Commissie om te monitoren of de lidstaten de richtlijn betreffende de handhaving van IER volledig en correct omzetten in nationale wetgeving. We hebben echter verschillende tekortkomingen geconstateerd met betrekking tot de niet- of gedeeltelijke conformiteit van de omzetting van de richtlijn betreffende de handhaving van IER in de gecontroleerde lidstaten, zoals erkend in de evaluatie van de richtlijn betreffende de handhaving van IER van 2017 en de ondersteunende studie van 2017. Deze situatie van voortdurende vertragingen vormt een zwak punt dat heeft geleid tot verschillen in de bescherming van intellectuele eigendom op de eengemaakte markt.
74 Wij hebben vastgesteld dat de richtlijn betreffende de handhaving van IER niet is afgestemd op de behoeften van het digitale tijdperk. In dit verband heeft de Commissie de wet inzake digitale diensten voorgesteld, die naar verwachting zal bijdragen tot de bestrijding van illegale online-inhoud door de aansprakelijkheidsregeling van de richtlijn inzake elektronische handel te verduidelijken en door de “zorgvuldigheidsverplichtingen” voor onlineplatforms te verscherpen. Het voorstel voor de wet inzake digitale diensten voorziet echter alleen in een grotere aansprakelijkheid voor grote platforms; andere tussenpersonen zullen nog steeds een vrijstelling van aansprakelijkheid genieten. De Commissie zal een EU-toolbox tegen namaak ontwikkelen waarin de rol en verantwoordelijkheden van de actoren, met inbegrip van onlineplatforms, worden verduidelijkt, voortbouwend op de bepalingen van de wet inzake digitale diensten.
Essentiële elementen ontbreken in het kader voor handhaving van IER door de douane
75 De rol van de Commissie bestaat erin moderne, geharmoniseerde benaderingen van douanecontroles en douanesamenwerking te ondersteunen. Zij moet streven naar een hoog niveau van bescherming van de interne markt van de EU, met name om verlegging van het handelsverkeer en namaak binnen de EU te voorkomen. Bij een degelijke handhaving van IER door de douane moet ook rekening worden gehouden met de aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid voor de vernietiging van goederen. Wij hebben het EU-kader voor handhaving van IER door de douane en de uitvoering ervan in de vijf geselecteerde lidstaten onderzocht.
De bescherming van IER is variabel
76 Volgens de verordening inzake de handhaving door de douane moet het optreden van de douane ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat ze inbreuk maken op IER, betrekking hebben op goederen die zich onder douanetoezicht of douanecontrole bevinden of hadden moeten bevinden, met name:
voor het vrije verkeer, voor uitvoer of voor wederuitvoer worden aangegeven;
het douanegebied van de Unie binnenkomen of verlaten;
onder een speciale regeling worden geplaatst.
77 De Commissie heeft in een bericht25 verduidelijkt dat optreden door de douane met het oog op de handhaving van IER alleen is toegestaan met betrekking tot goederen uit derde landen die bestemd zijn om in de Europese Unie in de handel te worden gebracht, behalve wanneer het gaat om Unie- of nationale merken. Het merkenpakket26, dat in 2016 in werking is getreden, heeft de bescherming van de rechten van de houder van een Uniemerk of een nationaal merk uitgebreid, ook als de goederen niet bestemd zijn om op de eengemaakte markt in de handel te worden gebracht. Dit betekent dat de bescherming van IER waarin de verordening inzake de handhaving door de douane voorziet, niet dezelfde is voor alle IER en voor alle goederen onder douanetoezicht en -controle. De Commissie heeft niet al het materiële intellectuele-eigendomsrecht van de EU geactualiseerd dat nodig is om een gelijke behandeling van alle IER in de EU te waarborgen.
78 De verordening inzake de handhaving door de douane is niet van toepassing op goederen zonder handelskarakter die zich in de persoonlijke bagage van reizigers bevinden (artikel 1, lid 4). De interpretatie van “goederen zonder handelskarakter” wordt aan de lidstaten overgelaten. Wij hebben vastgesteld dat er in de geselecteerde lidstaten verschillende interpretaties bestaan, hetgeen leidt tot een ongelijke bescherming van IER.
Geen gemeenschappelijke strategie voor risicobeheer en controle van IER
79 Volgens het douanewetboek van de Unie kunnen de douaneautoriteiten elke controlemaatregel nemen die zij nodig achten ten aanzien van niet-EU-goederen die in het douanegebied van de Unie worden binnengebracht. Deze controlemaatregelen moeten evenredig zijn en overeenkomstig risicoanalysecriteria worden verricht. Wij hebben echter geconstateerd dat de Commissie nog geen gemeenschappelijk kader voor risicobeheer inzake IER heeft ontwikkeld, evenmin als een EU-douanecontrolestrategie voor inbreuken op IER of risicoprofielen inzake IER. Bovendien hebben wij vastgesteld dat van de vijf geselecteerde lidstaten alleen Frankrijk een nationale strategie voor risicobeheer inzake IER of controlestrategie inzake inbreuken op IER had.
Verschillende praktijken in de EU voor de vernietiging van namaakgoederen
80 Volgens de standaardprocedure, in overeenstemming met de verordening27, wordt – wanneer bij een douanecontrole het vermoeden ontstaat dat de goederen namaak zijn – een kennisgeving gestuurd naar de houder van het besluit (houder van het recht) en de houder van de goederen (of de aangever). Op basis van hun antwoorden, die binnen tien werkdagen moeten worden ontvangen, wordt nagegaan of aan de voorwaarden voor vernietiging is voldaan. Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan, wordt het besluit tot vernietiging genomen. Wanneer de verdenking niet gegrond is (of de houder van het recht geen actie wil ondernemen), worden de goederen vrijgegeven. Wanneer de aangever of de houder van de goederen bezwaar heeft tegen de vernietiging, moet de houder van het recht een procedure inleiden om de inbreuk vast te stellen.
81 De verordening inzake de handhaving door de douane voorziet ook in een vereenvoudigde procedure voor de vernietiging van kleine post- of expreszendingen. Op verzoek van de houder van een besluit waarmee een verzoek wordt toegewezen, kunnen de goederen worden vernietigd met de uitdrukkelijke of vermoedelijke instemming van de enige aangever of houder van de goederen. Tijdens de gecontroleerde periode hebben 23 lidstaten gebruikgemaakt van de procedure voor kleine zendingen, wat neerkomt op 85 % van de lidstaten. Daarnaast hebben twee andere lidstaten geen gebruik gemaakt van de procedure voor kleine zendingen, maar in plaats daarvan hun nationale strafprocedure toegepast. Twee lidstaten hebben tijdens de gecontroleerde periode geen gebruik gemaakt van de procedure voor kleine zendingen of van een vergelijkbare procedure. Volgens sommige van de geselecteerde lidstaten is de definitie van kleine zendingen in de verordening inzake de handhaving door de douane te restrictief in de context van de toegenomen omvang van de elektronische handel, waardoor de handhaving van IER door de douane wordt belemmerd.
82 Eén geselecteerde lidstaat gebruikt een specifieke inbeslagnemingsprocedure, die buiten het toepassingsgebied van de verordening valt, in plaats van de procedure voor kleine zendingen. Bij kleine zendingen is de inbeslagnemingsprocedure een bijzonder doeltreffend en snel instrument om goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op IER, uit de handel te nemen. De kosten die voortvloeien uit de inbeslagnemingsprocedure worden niet verhaald op de houders van de rechten, maar worden door de douaneautoriteiten gedragen.
83 De verordening inzake de handhaving door de douane bevat facultatieve bepalingen betreffende de vernietigingskosten, hetgeen ertoe heeft geleid dat er in de EU verschillende praktijken bestaan. Volgens het verslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van bovengenoemde verordening vraagt ongeveer 85 % van de lidstaten de houder van het besluit de kosten van de vernietiging overeenkomstig de standaardprocedure te dragen. Ongeveer 46 % van de lidstaten vraagt de houder van het besluit de kosten van de vernietiging te dragen in het kader van zowel de standaardprocedure als de procedure voor kleine zendingen. Twee lidstaten dragen de kosten van hun optreden in verband met de opslag en vernietiging van goederen uit hoofde van de verordening inzake de handhaving door de douane in het kader van de standaardprocedure. Sommige lidstaten handelen op ad-hocbasis met betrekking tot vernietigingskosten in het kader van de procedure voor kleine zendingen.
84 De vernietigings- en opslagkosten kunnen zeer hoog oplopen, waardoor houders van rechten wellicht aarzelen om actie te ondernemen. Bovendien vraagt de vernietiging van gevaarlijke goederen (bijvoorbeeld koelgas of bestrijdingsmiddelen) om een kostbare behandeling en specifieke apparatuur, die niet in alle lidstaten beschikbaar is, zelfs niet als de houder van het recht ervoor wil betalen. In sommige niet-EU-landen, zoals de Verenigde Staten, worden de vernietigingskosten betaald door de federale overheid via een fonds dat wordt gefinancierd met boetes en verbeurdverklaringen in verband met inbreuken op IER. Doordat de praktijken ten aanzien van vernietigingskosten per lidstaat verschillen, worden houders van rechten verschillend behandeld.
Geen geharmoniseerd kader voor boetes en sancties voor inbreuken op IER
85 De douaneautoriteiten kunnen boetes invoeren voor houders van het besluit.
86 De nationale douanewetgeving voorziet ook in douaneboetes voor de aangever en voor de houder van de goederen en/of hun vertegenwoordiger. De sancties op inbreuken op het materiële intellectuele-eigendomsrecht zijn in de lidstaten niet geharmoniseerd.
87 In sommige lidstaten zijn de boetes voor inbreuken op het materieel intellectueel-eigendomsrecht en op nationale douanewetgeving niet afschrikkend genoeg en kunnen zij een aansporing vormen tot verlegging van het handelsverkeer.
Verschillende praktijken voor het melden van inbreuken op IER
88 Aangezien de verordening inzake de handhaving door de douane geen tijdschema bevat voor het melden van vasthoudingen in het EU-brede informatiesysteem ter bestrijding van namaak en piraterij (Counterfeit and anti-Piracy Information System, COPIS), hanteren de lidstaten verschillende werkwijzen.
89 Een gedeelde interface tussen COPIS en AFIS (het antifraude-informatiesysteem van OLAF) maakt de automatische overdracht van gegevens over inbreuken op IER van COPIS naar het douane-informatiesysteem voor IER-vasthoudingen (DIS+) van OLAF mogelijk. De overgrote meerderheid van de lidstaten voert echter geen gegevens in het DIS+ in (slechts negen lidstaten hebben informatie naar het DIS+ overgebracht, hetgeen overeenkomt met 9 % van de COPIS-gevallen). Hoewel het mechanisme bestaat, maken de lidstaten er dus meestal geen gebruik van.
90 Er bestaat geen specifiek horizontaal instrument voor de uitwisseling van informatie over handhaving van IER met de bevoegde autoriteiten in niet-EU-landen. De Commissie heeft nooit uitvoeringshandelingen vastgesteld voor het instellen van de nodige praktische regelingen voor de uitwisseling van gegevens en informatie met niet-EU-landen.
Er zijn tekortkomingen in de douanecontroles van de lidstaten
91 De verordening inzake de handhaving door de douane schrijft voor dat de nationale douaneautoriteiten handhavingscontroles ten aanzien van IER uitvoeren en consequent verslag uitbrengen over vasthoudingen van goederen.
92 Wij hebben de uitvoering van de verordening inzake de handhaving door de douane in de vijf geselecteerde lidstaten onderzocht door de belangrijkste elementen van de bestaande systemen en procedures te analyseren, te evalueren en te testen. Dit omvatte een aselecte steekproef van in het COPIS gemelde verzoeken om optreden en vasthoudingen. In het algemeen beschikten de geselecteerde lidstaten over passende risicoanalyse-instrumenten en waren de verwerking van verzoeken om optreden en de handhaving van douanemaatregelen ten aanzien van goederen die inbreuk maken op IER bevredigend. Wij hebben echter de volgende beperkingen in de uitvoering van de douanecontroles aangetroffen:
vier lidstaten aanvaardden interventiedrempels die door houders van rechten in de verzoeken om optreden waren opgenomen maar die niet in de verordening inzake de handhaving door de douane28 waren vermeld;
er bestonden nalevingstekortkomingen met betrekking tot kennisgevingstermijnen voor houders/aanvragers van besluiten en aangevers/houders van de goederen in drie lidstaten;
twee lidstaten hebben de interface tussen het COPIS en het AFIS niet gebruikt;
de lidstaten hadden verschillende praktijken en tijdschema’s voor verslaglegging ontwikkeld.
93 De niet-uniforme uitvoering van de richtlijn betreffende de handhaving van IER en de beperkingen bij de uitvoering van douanecontroles ter handhaving van IER in de lidstaten hebben gevolgen voor de handhaving van IER in de EU en de bestrijding van namaak. Wij zijn van mening dat de bescherming van IER in de EU verschilt naargelang van de plaats van invoer. Derhalve bestaat het risico dat fraudeurs en vervalsers de handel omleiden naar bepaalde plaatsen in de EU met minder strenge controles en sancties.
Conclusies en aanbevelingen
94 Onze algemene conclusie is dat het EU-kader voor de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten over het algemeen solide en gedegen is, hoewel er nog steeds tekortkomingen zijn. Wij doen aanbevelingen om het regelgevingskader inzake IER en de uitvoering en handhaving ervan te verbeteren.
95 Met de richtlijn inzake modellen werd beoogd de wetgevingen van de lidstaten inzake de bescherming van modellen op één lijn te brengen om zo een EU-stelsel ter zake tot stand te brengen. Dit vereist een volledig en actueel rechtskader, dat de bepalingen van de verordening en de richtlijn inzake modellen op elkaar afstemt. Wij hebben echter verschillen aangetroffen tussen de nationale en de EU-stelsels wat de aanvraag-, onderzoeks- en publicatieprocessen betreft. Voorts hebben wij geconstateerd dat er geen rechtskader is voor de bescherming van niet-landbouwproducten (zie de paragrafen 26-35, 46 en 47).
96 Er is een EU-kader voor handhaving van IER dat naar behoren functioneert. Wij hebben echter geconstateerd dat dit kader en de uitvoering ervan een aantal tekortkomingen vertonen, zoals de aanvaarding door de lidstaten van interventiedrempels die niet in de verordening worden vermeld en de beperkte definitie van kleine zendingen (zie de paragrafen 76-78, 81 en 92).
Aanbeveling 1 – Vervolledig de EU-regelgevingskaders inzake IER en actualiseer deze
De Commissie moet wetgevingsvoorstellen doen om:
te voorzien in de bescherming van geografische aanduidingen voor niet-landbouwproducten, en
de bescherming van de handhaving op het gebied van Uniemerken uit te breiden tot alle intellectuele-eigendomsrechten van de EU, interventiedrempels in te voeren en de definitie van kleine zendingen te verruimen.
Tijdpad: eind 2025.
97 Wij hebben geconcludeerd dat er geen duidelijke methode is om EU-taksen vast te stellen, waardoor de taksen op zo’n niveau liggen dat overschotten worden opgebouwd. Daarnaast hebben wij tekortkomingen vastgesteld in de wetgeving met betrekking tot het bestuurs- en verantwoordingskader van het EUIPO (zie de paragrafen 19-25 en 36-41).
Aanbeveling 2 – Beoordeel de bestuursregelingen en de methode voor het vaststellen van taksen
De Commissie moet in het kader van haar evaluatie (op grond van artikel 210 van de verordening inzake het Uniemerk) van de resultaten, de doelmatigheid en de efficiëntie van het EUIPO en zijn werkmethoden, de bestuursregelingen en het gebrek aan een duidelijke methode voor het vaststellen van taksen beoordelen, zoals vastgesteld in dit verslag.
Tijdpad: eind 2025.
98 Wij zijn van mening dat het EUIPO de hem toegewezen taken inzake het beheer en de bevordering van Uniemerken en -modellen heeft uitgevoerd. Het heeft dan ook goed bijgedragen tot de bescherming van Uniemerken en -modellen (zie paragraaf 48).
99 Het EUIPO heeft een systeem van samenwerking met de lidstaten ontwikkeld om de convergentie van praktijken en instrumenten te bevorderen via de projecten die in de samenwerkingsovereenkomsten zijn opgenomen. Wij hebben echter geconstateerd dat er een gebrek aan richtsnoeren is inzake de methode voor de berekening van vaste bedragen, de kwestie van de exploitatiekosten en de verschillen tussen de lidstaten (zie de paragrafen 54-59).
Aanbeveling 3 – Verbeter de financierings-, controle- en evaluatiesystemen
Het EUIPO moet:
voorzien in een degelijke methode voor de berekening van vaste bedragen;
de exploitatiekosten van openbare EU-databanken voor Uniemerken en -modellen naar behoren onderbouwen;
de evaluatiesystemen voor de Europese samenwerkingsprojecten verbeteren.
Tijdpad: eind 2023.
100 Er zijn nog steeds inschrijvings- en controleproblemen in verband met de uitvoering van het kader voor geografische aanduidingen. Wij zijn van mening dat het uiterst langdurige proces voor de goedkeuring van een geografische aanduiding een onnodige belemmering vormt voor producenten die om inschrijving willen verzoeken. Voorts leidt de verschillende behandeling van producenten van geografische aanduidingen in de diverse lidstaten ertoe dat sommige producenten hogere nalevingskosten en meer verplichtingen hebben dan andere (zie de paragrafen 60-68).
Aanbeveling 4 – Verbeter de EU-systemen voor geografische aanduidingen
De Commissie moet aanvragen voor geografische aanduidingen tijdig analyseren en inschrijven en de lidstaten officiële richtsnoeren voor de controle inzake geografische aanduidingen verstrekken.
Tijdpad: eind 2025.
101 De niet-uniforme uitvoering van de richtlijn betreffende de handhaving van IER en de beperkingen van de douanecontroles ter handhaving van IER in de lidstaten hebben negatieve gevolgen voor de handhaving en de bestrijding van namaak. Wij zijn van mening dat de bescherming van IER in de EU verschilt naargelang van de plaats van invoer en dat er binnen de EU verschillende praktijken bestaan voor de vernietiging van namaakgoederen. Dit was het geval voor kleine zendingen en gevaarlijke producten (zie de paragrafen 72, 74, 79-84 en 88-93).
Aanbeveling 5 – Verbeter het kader voor handhaving van IER
De Commissie moet:
een controlestrategie op basis van risicobeheer inzake IER opstellen;
de richtlijn betreffende de handhaving van IER en de handhaving oor de douane in de lidstaten beter monitoren;
de verslagleggingsactiviteiten standaardiseren.
Tijdpad: eind 2023.
Dit verslag werd door kamer IV onder leiding van de heer Mihails Kozlovs, lid van de Europese Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op 15 maart 2022.
Richtlijn (EU) 2015/2436 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2015 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten
Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/625 van de Commissie van 5 maart 2018 ter aanvulling van Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad inzake het Uniemerk en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/1430
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/626 van de Commissie van 5 maart 2018 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad inzake het Uniemerk en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1431
Richtlijn 98/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1998 inzake de rechtsbescherming van modellen
Verordening (EG) nr. 2245/2002 van de Commissie van 21 oktober 2002 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad betreffende Gemeenschapsmodellen
Verordening (EG) nr. 2246/2002 van de Commissie van 16 december 2002 inzake de aan het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) te betalen taksen voor de inschrijving van Gemeenschapsmodellen
EU-regelgevingskader voor geografische aanduidingen
Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen
Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 992/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad
Verordening (EU) 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de definitie, omschrijving, presentatie en etikettering van gedistilleerde dranken, het gebruik van de namen van gedistilleerde dranken in de presentatie en etikettering van andere levensmiddelen en de bescherming van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken, het gebruik van ethylalcohol en distillaten uit landbouwproducten in alcoholhoudende dranken, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 110/2008
Verordening (EU) nr. 251/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 inzake de definitie, de aanduiding, de aanbiedingsvorm, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gearomatiseerde wijnbouwproducten en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad.
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 664/2014 van de Commissie van 18 december 2013 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vaststelling van de symbolen van de Unie voor beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen en gegarandeerde traditionele specialiteiten en betreffende bepaalde voorschriften inzake het betrekken, bepaalde procedurebepalingen en bepaalde aanvullende overgangsregels
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 668/2014 van de Commissie van 13 juni 2014 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen
Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33 van de Commissie van 17 oktober 2018 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft aanvragen voor bescherming van oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen in de wijnsector, de bezwaarprocedure, gebruiksbeperkingen, wijzigingen van productdossiers, de annulering van bescherming en de etikettering en presentatie
Uitvoeringsverordening (EU) 2019/34 van de Commissie van 17 oktober 2018 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft aanvragen tot bescherming van oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en traditionele aanduidingen in de wijnsector, de bezwaarprocedure, wijzigingen van productdossiers, het register van beschermde namen, de annulering van bescherming en het gebruik van symbolen, en voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een adequaat controlesysteem
Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/1235 van de Commissie van 12 mei 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad met regels betreffende aanvragen tot registratie van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken, wijzigingen van productdossiers, annulering van de registratie en het register
Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1236 van de Commissie van 12 mei 2021 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad betreffende aanvragen tot registratie van geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken, de bezwaarprocedure, wijzigingen van productdossiers, annulering van de registratie, het gebruik van symbolen en de controle
Uitvoeringsverordening (EU) 2020/198 van de Commissie van 13 februari 2020 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 251/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het opzetten van het register van geografische aanduidingen die in de sector gearomatiseerde wijnbouwproducten zijn beschermd, en de opname van bestaande geografische benamingen in dat register
EU-kader voor handhaving van IER
Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1352/2013 van de Commissie van 4 december 2013 tot vaststelling van de formulieren waarin is voorzien in Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane
Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking)
Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten
Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I – herschikking)
Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I)
Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II)
Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (richtlijn inzake elektronische handel)
Verordening (EU) nr. 386/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 19 april 2012 tot toewijzing aan het Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van taken die verband houden met de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van de vergadering van vertegenwoordigers van de publieke en private sector als Europees Waarnemingscentrum voor inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten
Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen (verordening officiële controles)
Bijlage II – Nationale wetgeving tot omzetting van de merkenrichtlijn
Nationale wetgeving
Frankrijk
Wet 92-597 Wetboek van intellectuele eigendom, laatstelijk gewijzigd bij besluit 2019‑1169 van 13 november 2019 en bij decreet 2019‑1316 van 9 december 2019. Het besluit is bekrachtigd bij wet 220-1508 van 3 december 2020
Griekenland
Wet 4679/2020 inzake merken
Hongarije
Wet XI 1997 inzake de bescherming van merken en geografische aanduidingen, laatstelijk gewijzigd met ingang van 1 januari 2019
Litouwen
Merkenwet van de Republiek Litouwen, laatstelijk gewijzigd met ingang van 1 januari 2019
Roemenië
Wet 84/1996 inzake merken en geografische aanduidingen, opnieuw bekendgemaakt in september 2020 krachtens artikel IV van wet 112/2020
Bijlage III – Merken: administratieve termijnen van de lidstaten.
Termijn (maanden)
Actie
Frankrijk (INPI)
Onmiddellijk
Betaling van de indieningstaks, vanaf de datum van indiening van de aanvraag
4 weken
Eerste publicatie, vanaf de datum van indiening (begin van de datum voor opmerkingen en oppositie)
4
Onderzoek van formaliteiten en absolute weigeringsgronden, vanaf de datum van indiening
4
Inschrijving en tweede publicatie, na de eerste publicatie (indien er geen sprake is van rectificaties, commentaren, opmerkingen of oppositie)
6
Kennisgeving van het INPI, vanaf de datum van indiening (met het verzoek om rectificatie of commentaar, indien nodig)
1-3
Verzoek om herziening van het besluit van het INPI, vanaf de ontvangst ervan
45 dagen
Rectificatie of commentaar, vanaf de ontvangst van de kennisgeving van het INPI
Griekenland (GDT)
30/60/90 dagen
Om te reageren op bezwaren van de onderzoeker (60 voor buitenlanders en 90 voor internationale aanvragen)
60/90 dagen
Om tegen het negatieve definitieve besluit van de onderzoeker in beroep gaan bij het administratief comité inzake merken (90 dagen voor buitenlanders)
3
Vanaf de bekendmaking van het definitieve besluit van de onderzoeker tot inschrijving (indien er geen oppositie is tegen de eindbeslissing van de onderzoeker)
3
Om oppositie in te stellen bij het administratief comité inzake merken na de bekendmaking van het goedkeuringsbesluit
3
Vanaf de bekendmaking van het definitieve goedkeuringsbesluit van de onderzoeker tot inschrijving (indien er geen oppositie is tegen het definitieve besluit van de onderzoeker)
Geen termijn
Om beroep in te stellen tegen de publicatie van de inschrijving van het merk bij het administratief comité inzake merken
60/90 dagen
Om beroep aan te tekenen tegen een beslissing van de administratieve rechtbank voor merken bij de Griekse rechtbanken (90 dagen voor buitenlanders)
Hongarije (HIPO)
10 werkdagen
Toekenning van een datum van indiening, vanaf de aankomst van het dossier bij de onderzoeker
1
Betaling van de indieningstaks, vanaf de datum van indiening van de aanvraag
1
Verzoek om versnelde procedure, vanaf de datum van indiening van de aanvraag
1
Betaling van de taks voor de versnelde procedure, vanaf de datum van het verzoek
2
Inroepen voorrangsrecht, vanaf de datum van indiening van de aanvraag
4
In het Hongaars opgestelde lijst van goederen of diensten, vanaf de datum van indiening van de aanvraag
30 dagen
Onderzoek van de formaliteiten, vanaf het einde van de termijn voor de betaling van de indieningstaks
30 dagen
Indiening van ontbrekende documenten of verklaring, vanaf de ontvangst van de uitnodiging door het HIPO
30 dagen
Onderzoek van absolute weigeringsgronden, vanaf het einde van het onderzoek van de formaliteiten
5 werkdagen
Recherche van oudere rechten (rechercheverslag), vanaf het einde van het onderzoek van absolute gronden
Minimaal 15 dagen
Aankondiging, nadat het rechercheverslag aan de aanvrager is toegezonden
Minimaal 3 maanden
Inschrijving, na de aankondiging (oppositieperiode)
Onbeperkt
Opmerkingen, op elk moment in de procedure
3
Oppositie, vanaf de aankondiging
30 dagen
Aanvraag tot wijziging, vanaf de ontvangst van het besluit
Onbeperkt
Verzoek tot nietigverklaring of tot vaststelling van beëindiging, op elk tijdstip na de inschrijving
Litouwen (SPB)
1
Formeel onderzoek ter bevestiging van de dag van indiening
1-3
Beantwoording van de ingebrekestelling, afhankelijk van de aard van het gebrek
1
Antwoord op opmerking
2
Verzoek om hernieuwd onderzoek vanaf het besluit tot afwijzing van de aanvraag
2
Indiening van een beroep na het besluit tot afwijzing van de aanvraag
3
Indiening van een beroep tegen het besluit van de kamer van beroep bij de regionale rechtbank van Vilnius
3
Indiening van oppositie vanaf de datum van publicatie van de merkaanvraag
5 dagen
Dringend onderzoek van de aanvraag op verzoek van de aanvrager
2-12
Periode voor minnelijke schikking
Roemenië (OSIM)
Aanvraag tot inschrijving (tot juli 2020)
6
Indien tegen de aanvraag geen oppositie is ingesteld of geen kennisgeving van voorlopige weigering is afgegeven
13
Indien voor de aanvraag een kennisgeving van voorlopige weigering is afgegeven
24
Indien tegen de aanvraag oppositie is ingesteld
24
Indien tegen de aanvraag oppositie is ingesteld en een kennisgeving van voorlopige weigering werd afgegeven
Aanvraag tot inschrijving (vanaf juli 2020)
6
Indien tegen de aanvraag geen oppositie is ingesteld, noch een kennisgeving van voorlopige weigering is afgegeven
13
Indien voor de aanvraag een kennisgeving van voorlopige weigering is afgegeven
24
Indien tegen de aanvraag oppositie is ingesteld (en kennisgeving van voorlopige weigering is afgegeven)
Beroep (tot juli 2020)
30 dagen
Voor het instellen van beroep vanaf de bekendmaking/mededeling van het besluit tot afwijzing/gedeeltelijke toelating
Geen termijn
Om de procedure te beëindigen
30 dagen
Mededeling van het besluit van de kamer van beroep (vanaf de datum van de uitspraak)
Beroep (vanaf juli 2020)
30 dagen
Voor het instellen van beroep vanaf de bekendmaking/mededeling van het besluit tot afwijzing/gedeeltelijke toelating
Geen termijn
Om de procedure te beëindigen
3
Mededeling van het besluit van de kamer van beroep (vanaf de datum van de uitspraak)
Bijlage IV – Nationale wetgeving tot omzetting van de EU-richtlijn inzake modellen
Nationale wetgeving
Frankrijk
Wetboek van intellectuele eigendom
Griekenland
Presidentieel decreet 259/1997, gewijzigd bij presidentieel decreet 161/2002
Hongarije
Wet XLVIII van 2001 inzake de rechtsbescherming van modellen
Decreet 19/2001. (XI. 29.) IM (minister van Justitie) over de gedetailleerde formele vereisten voor aanvragen van bescherming van modellen
Litouwen
Wet inzake modellen (2002)
Roemenië
Wet 129/1992 inzake de bescherming van modellen en Regeringsbesluit 211/2008, Uitvoeringsverordening voor Wet 129/1992
Bijlage V – Modellen: administratieve termijnen van de lidstaten
Termijnen (maanden)
Actie
Frankrijk (INPI)
6
Besluit over toekenning of weigering van bescherming vanaf de datum van indiening
1-3
Termijn voor het indienen van een verzoek om herziening van het besluit vanaf de datum van afgifte
Griekenland (OBI)
2-4
Indiening van de aanvraag tot het verhelpen van gebreken of correctie van fouten (ingebrekestelling)
6
Indiening van de aanvraag tot publicatie van de aanvraag (in de praktijk)
6,5
Indiening van de aanvraag tot inschrijving en afgifte van een certificaat (in de praktijk)
7,5
Indiening van de aanvraag tot publicatie van de inschrijving (in de praktijk)
In geval van uitstel van publicatie
2
Indiening van de aanvraag met het verzoek om uitstel om gebreken te verhelpen of fouten te corrigeren (ingebrekestelling)
Max. 8
Indiening van de aanvraag met het verzoek om uitstel tot de volledige publicatie van de aanvraag
Hongarije (HIPO)
2
Betaling van de indieningstaks, vanaf de datum van indiening van de aanvraag
30 dagen
Formeel onderzoek (vanaf de betaling en boeking van de taks)
2
Zo nodig, correctie van onregelmatigheden
Geen termijn
Inhoudelijk onderzoek en nieuwheidsonderzoek
2
Indien nodig, termijn voor het indienen van een verklaring
Geen termijn
Besluit over het al dan niet verlenen van bescherming
30 dagen
Termijn voor de indiening van een aanvraag tot wijziging van het besluit, vanaf de datum van ontvangst
Geen termijn
Inschrijving van het model, en toezending van het document en het uittreksel uit het register voor het model
Litouwen (SPB)
1
Betaling van de indieningstaks vanaf de dag van indiening van de aanvraag
6
Prioritaire termijn vanaf de datum van indiening van de eerste aanvraag
3
Overlegging van prioritaire documenten vanaf de datum van indiening van de aanvraag
5
Verzoek om eerdere publicatie vanaf de datum van indiening van de aanvraag
30
Verzoek om opschorting van de publicatie vanaf de datum van indiening van de aanvraag
1
Antwoord op ingebrekestelling
3
Verzoek om hernieuwd onderzoek vanaf het besluit tot weigering van de inschrijving
6
Publicatie van het model indien niet om eerdere publicatie of om opschorting van publicatie is verzocht
3
Betaling van de inschrijvings- en publicatietaks voor modellen
3
Indiening van een beroep na het besluit tot weigering van de inschrijving
6
Indiening van een beroep tegen het besluit van de kamer van beroep bij de regionale rechtbank van Vilnius
Roemenië (OSIM)
Aanvraag tot inschrijving
6
Indien tegen de aanvraag geen oppositie is ingesteld
18
Indien tegen de aanvraag oppositie is ingesteld
Beroep
30 dagen
Voor het instellen van beroep tegen de mededeling van het besluit tot afwijzing/gedeeltelijke toelating
Geen termijn
Om de procedure te beëindigen
30 dagen
Mededeling van het besluit van de kamer van beroep (vanaf de datum van het besluit)
Bijlage VI – Modellen van de lidstaten – Taksen en taksenstructuur (op 1 januari 2021)
FRANKRIJK (INPI)
In EUR
Deponering:
Indiening van het dossier voor aanvraag van inschrijving
39
Aanvulling per in zwart-wit gedeponeerde reproductie
23
Aanvulling per in kleur gedeponeerde reproductie
47
Verlenging van bescherming: verlenging (per deponering)
52
Regularisatie, rectificatie van materiële fouten, verzoek om een vervalbericht
78
Inschrijving en bewaking of verlenging van de bewaking van speciale enveloppe
15
GRIEKENLAND (OBI)
Indienings- en inschrijvingstaks voor een model
100
Aanvullende inschrijvingstaks voor meervoudige deponering van een model (tot 50 modellen)
10 (voor elk bijkomend model)
Publicatietaks voor een model
30
Aanvullende publicatietaks voor meervoudige deponering van een model (tot 50 modellen)
10 (voor elk bijkomend model)
Taks voor uitgestelde publicatie van een model
30
Aanvullende taks voor uitgestelde publicatie bij meervoudige deponering van een model (tot 50 modellen)
10 (voor elk bijkomend model)
Taks voor inschrijving van overdrachten, licenties, andere wijzigingen van rechten of wijziging van de bedrijfsnaam of de rechtsvorm van de houder van het model
100
Taks voor vijfjarige bescherming voor tekeningen en modellen van nijverheid
Taks voor de eerste periode van 5 jaar
0
Vernieuwingstaks voor de tweede periode van 5 jaar
100
Vernieuwingstaks voor de derde periode van 5 jaar
150
Vernieuwingstaks voor de vierde periode van 5 jaar
200
Vernieuwingstaks voor de vijfde periode van 5 jaar
250
Algemene taksen
Taks voor door de OBI afgegeven prioriteitscertificaten voor industriële-beschermingstitels
50
Taks voor andere door de OBI afgegeven certificaten
20
Aankooptaks voor het bulletin inzake industriële eigendom op compact disc (cd):
Prijs voor volumen A’ & B’ per cd
2
Jaarlijks binnenlands abonnement voor beide volumina (A’ & B’)
22
Jaarlijks buitenlands abonnement voor beide volumina (A’ & B’)
44
Taksen voor afschriften van industriële-eigendomsrechten
Gewone afschriften Voor de 21e pagina en elke volgende pagina
0
Gewaarmerkte afschriften
20
Voor de 21e pagina en elke volgende pagina
0,2
Buitenlandse rechten (besteld in het buitenland)
1,00 (per pagina)
Taks vooronderzoeksverslag (resultaten voor maximaal 60 inschrijvingen/rechten)
60
Taks vooronderzoeksverslag (voor resultaten voor meer dan 60 inschrijvingen/rechten)
2 (voor elke bijkomende inschrijving/recht)
Taks voor een advies van de OBI
Per geval vastgesteld door de raad van bestuur van de OBI
Taks volgens CDM 11970/B0012
1 000
HONGARIJE (HIPO)
Bedrag indien de aanvrager en de ontwerper
niet dezelfde persoon zijn
dezelfde persoon zijn
1. Indieningstaks
90
22
Plus voor elk volgend model (max. 50 in dezelfde aanvraag)
18
4
2. Taks voor wijzigingsverzoek
0
0
Voor het eerste verzoek
15
15
Voor het tweede verzoek
26
26
Voor elk volgend verzoek
49
49
3. Verzoek om verlenging van de termijn betreffende een actie
0
0
Voor het eerste verzoek
15
15
Voor het tweede verzoek
26
26
Voor elk volgend verzoek
49
49
4. Taks voor een verzoek om de afsplitsing van een modelaanvraag of modelbescherming voor elke daaruit voortvloeiende aanvraag of bescherming
90
90
5. Taks voor de registratie van een rechtsopvolging
46
46
Indien de ontwerper van een dienstenmodel het recht verwerft
10
10
6. Taks voor de registratie van een pandrecht of een licentieovereenkomst, voor elk geval
46
46
7. Taks voor een verzoek om vernieuwing of gedeeltelijke vernieuwing van de bescherming van een model
0
0
Voor de eerste vernieuwing
179
90
Voor de tweede vernieuwing
239
120
Voor de derde vernieuwing
300
150
Voor de vierde vernieuwing
448
224
8. Taks voor een verzoek om nietigverklaring van de bescherming van een model
394
394
9. Taks voor een verzoek om een besluit dat er geen sprake is van een inbreuk
394
394
10. Taks voor het doorsturen van een internationale aanvraag of aanvraag voor een Gemeenschapsmodel
30
30
LITOUWEN (SPB)
* 1. Indieningstaks
69
1.1. Vergoeding voor het 11e en elk volgend model
26
* 2. Taks voor inschrijving en publicatie van modellen
69
3. Vernieuwing van de inschrijving:
3.1. Voor vernieuwing van de 2e periode
86
3.2. Voor vernieuwing van de 3e periode
115
3.3. Voor vernieuwing van de 4e periode
144
3.4. Voor vernieuwing van de 5e periode
173
4. Taks voor registratie van wijzigingen in het register van modellen
34
5. Taks voor beroep
34
6. Oppositietaks
92
7. Taks voor overdrachtsrechten
115
8. Taks voor registratie van licenties
28
9. Taks voor uittreksel uit het register van modellen
34
10. Taks voor gewaarmerkt afschrift van een aanvraag; prioritair document
23
11. Taks voor duplicaat van modelcertificaat
34
12. Taks voor het doorsturen van een EU-modelaanvraag
28
13. Taks voor termijnverlenging
23
14. Taks voor hernieuwd gebruik
34
* Het bedrag van de taksen voor de indiening van een aanvraag tot inschrijving van een model wordt voor natuurlijke personen met 50 % verlaagd.
ROEMENIË (OSIM)
Inschrijving van de aanvraag in het nationale register van ingediende aanvragen:
a) Voor het eerste model
30
b) Voor elk bijkomend model
10
Publicatie van het model:
a) Voor elke figuur, in standaardruimte (6X6 cm), zwart-wit
20
b) Voor elke figuur, in standaardruimte (6X6 cm), in kleur
100
c) Voor kenmerkende elementen (max. 30 woorden)
10
Opschorting van publicatie
20
Prioriteit inroepen
20
Onderzoek van de aanvraag tot inschrijving:
a) Voor het eerste model
50
b) Voor elk bijkomend model
10
Afgifte van het inschrijvingscertificaat:
a) Voor 1 tot 20 modellen
20
b) Voor 21 tot 50 modellen
30
c) Voor 51 tot 100 modellen
50
Handhaving van de geldigheid van het inschrijvingscertificaat, voor elke beschermingsperiode van 5 jaar:
a) Voor 1 tot 20 modellen
100
b) Voor 21 tot 50 modellen
125
c) Voor 51 tot 100 modellen
150
Afgifte van het vernieuwingscertificaat:
a) Voor 1 tot 20 modellen
20
b) Voor 21 tot 50 modellen
25
c) Voor 51 tot 100 modellen
30
Vernieuwing van het inschrijvingscertificaat voor elke periode van 5 jaar:
a) Voor 1 tot 20 modellen
100
b) Voor 21 tot 50 modellen
125
c) Voor 51 tot 100 modellen
150
Afgifte van het certificaat van voorrang
30
Onderzoek van een beroep
150
Onderzoek van oppositie tegen modelinschrijving
30
Hervalidering van het inschrijvingscertificaat
100
Registratie van wijzigingen in de juridische status van de aanvraag of het inschrijvingscertificaat:
a) Overdracht van rechten
30
b) Wijzigingen in de naam of het adres van de aanvrager/houder en de gemachtigde
10
c) Beëindiging van de onder a) bedoelde rechten
10
Afgifte van documenten, certificaten, duplicaten, gewaarmerkte afschriften, uittreksels uit het register
10
Doorzending van de internationale aanvraag tot inschrijving/vernieuwing van het OSIM aan de OMPI:
a) Voor het eerste model
80
b) Voor de volgende modellen
20
Verlenging van de in de verordening vastgestelde termijn met een periode van 30 dagen
10
Bijlage VII – Criteria die door het EUIPO worden gebruikt om vaste bedragen te berekenen
Promotieactiviteiten. De methode is gebaseerd op een aanpak per nationale dienst voor intellectuele-eigendomsrechten op basis van gecertificeerde of controleerbare gegevens over de uitvoering van de activiteiten in 2018 door de nationale dienst voor intellectuele-eigendomsrechten. Er is een gemiddeld bedrag berekend, rekening houdend met het totale bedrag dat per categorie is uitgevoerd en het aantal activiteiten per categorie dat in 2018 is uitgevoerd. Er worden drie categorieën gedefinieerd: 1) verstrekking van informatie en advies; 2) verspreidingsevenementen; en 3) waarnemingscentrumactiviteiten: bewustmakings- en handhavingsactiviteiten/ -evenementen.
Dagtarieven. De methode is gebaseerd op tarieven die door elke nationale dienst voor intellectuele-eigendomsrechten worden verstrekt ter dekking van de inspanningen in verband met de uitvoering van projecten, activiteiten en de deelname aan werkgroepen in het kader van samenwerkingsovereenkomsten van 2019. Er is een gemiddeld tarief per dienst berekend, waarbij alle tarieven van alle door elke dienst verstrekte interne personeelsprofielen in aanmerking zijn genomen.
Mandagen per activiteit. De methode maakt gebruik van een raming van de vereiste inspanning, naargelang van de mate van complexiteit van elke activiteit en de beschikbare geschiedenis van de prestaties van het voorgaande jaar. De vereiste inspanningen zijn: 1) deelname van de nationale diensten voor intellectuele-eigendomsrechten aan werkgroepen – negen mandagen; 2) samenwerkingsnetwerkproject-taalcontrole – 36 mandagen; 3) handhaving van gemeenschappelijke praktijken – 30 mandagen; en 4) jurisprudentieproject van het Waarnemingscentrum – 20 mandagen.
Bijlage VIII – Ondersteunende documenten bij aanvragen tot inschrijving van geografische aanduidingen
Elke lidstaat heeft zijn eigen proces voor een dergelijk onderzoek en de stappen en procedures verschillen van lidstaat tot lidstaat. Bovendien beslist elke lidstaat of hij een taks aanrekent voor de inschrijvings- en controleprocessen, zonder geharmoniseerde aanpak op EU-niveau. De Commissie heeft via verschillende wetgevingshandelingen geharmoniseerde regels vastgesteld voor processen inzake geografische aanduidingen, namelijk de procedures, vorm en indiening van opposities tegen geografische aanduidingen, wijzigingsaanvragen en annuleringen van reeds ingeschreven geografische aanduidingen. De nationale autoriteiten dienen de aanvragen voor inschrijving van geografische aanduidingen bij de Commissie in, samen met de volgende ondersteunende documentatie:
een verklaring van de lidstaat betreffende de voorwaarden van de bijbehorende regeling;
details van alle toelaatbare oppositieverklaringen die tijdens de nationale oppositiefase zijn ontvangen;
details van een eventuele voorlopige nationale bescherming;
informatie over eventuele nationale gerechtelijke procedures die van invloed kunnen zijn op de inschrijvingsprocedure (wijn en gedistilleerde dranken – de “Piadina-regel”);
informatie over de bevoegde autoriteit en, indien mogelijk, over het controleorgaan.
Bijlage IX – Geografische aanduidingen – goedkeuringsproces op het niveau van de Commissie
Na ontvangst van de aanvragen:
onderzoekt de Commissie de aanvraag overeenkomstig artikel 50 van Verordening (EU) nr. 1151/2012, voor landbouwproducten en levensmiddelen; artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/33, voor wijnbouwproducten; artikel 26 van Verordening (EU) 787/2019, voor gedistilleerde dranken en artikel 14 van Verordening (EU) 251/2014, voor gearomatiseerde wijnen, om te beoordelen of die voldoet aan de wettelijke eisen;
wordt de verzoekende lidstaat zo nodig om verduidelijking verzocht binnen een termijn van zes maanden na de datum van ontvangst van de aanvraag (de termijn kan worden verlengd indien er behoefte is aan aanvullende verduidelijking);
vindt, indien het onderzoek positief is, een eerste bekendmaking plaats in de C-reeks van het Publicatieblad van de EU, zodat buiten de verzoekende lidstaat gevestigde belanghebbenden oppositie kunnen instellen binnen een termijn van twee maanden voor de sector wijn en gearomatiseerde wijnen en binnen een termijn van drie maanden voor landbouwproducten en levensmiddelen en gedistilleerde dranken (met nog eens twee maanden om een met redenen omklede oppositie in te dienen);
wordt, indien de ontvangen opposities niet ontvankelijk zijn of later worden ingetrokken, of indien geen opposities worden ontvangen, de geografische aanduiding ingeschreven bij een verordening die wordt bekendgemaakt in de L-reeks van het Publicatieblad van de EU;
indien het onderzoek negatief is, neemt de Commissie een besluit tot afwijzing (artikel 52, lid 1, van Verordening 1151/2012, artikel 97, lid 4, van Verordening 1308/2013 en artikel 30, lid 1, van Verordening 2019/787). Het verantwoordelijke comité moet over een dergelijk besluit stemmen.
Wanneer ontvankelijke opposities worden ontvangen, wordt een minnelijke schikkingsprocedure tussen de aanvrager en de opposant(en) ingeleid (drie maanden voor de besprekingen, met een mogelijke verlenging met drie maanden), die tot de volgende mogelijkheden leidt:
indien tussen de partijen overeenstemming wordt bereikt waarbij de inhoud van de aanvraag niet wordt gewijzigd, wordt de geografische aanduiding ingeschreven;
indien overeenstemming wordt bereikt die een inhoudelijke wijziging van de aanvraag inhoudt, wordt het onderzoeksproces opnieuw uitgevoerd;
indien geen overeenstemming wordt bereikt, moet de Commissie een definitief besluit nemen, positief dan wel negatief, en legt zij de uitvoeringsverordening ter goedkeuring voor aan het door de lidstaten gevormde kwaliteitscomité.
Om dubbel werk bij de analyse van de bevoegde autoriteiten in de lidstaten en de Commissie te voorkomen, onderzoekt de Commissie de ontvangen aanvragen om ervoor te zorgen dat het recht van de Unie wordt nageleefd, er geen kennelijke fouten zijn en er rekening wordt gehouden met de belangen van belanghebbenden buiten de lidstaat van aanvraag. In de praktijk onderzoekt de Commissie alleen het enig document (dat een samenvatting van het productdossier en de technische kenmerken bevat).
Het enig document is het document dat bestemd is voor bekendmaking in het Publicatieblad van de EU in geval van goedkeuring. Wanneer de Commissie inconsistenties, fouten of onduidelijkheden in de tekst vaststelt, wordt een e-mail gestuurd naar de aanvragende lidstaat. Het gepubliceerde enig document wordt in alle officiële talen van de EU vertaald. Het productdossier (waarin alle technische processen in verband met de productie worden beschreven) dat door de aanvragers wordt ingediend, is opgesteld in de nationale taal van de aanvrager.
Bijlage X – Geografische aanduidingen, aanvragen 2017‑2020
Van 2017 tot 2020 heeft de Commissie 211 aanvragen voor EU-inschrijvingen van producten met een geografische aanduiding ontvangen. De Commissie heeft er in de betrokken periode 57 als producten met een geografische aanduiding ingeschreven en 18 opposities gepubliceerd. De overige 136 aanvragen (64 %) bevonden zich in verschillende stadia van analyse. De analyse van de 57 ingeschreven aanvragen nam 9 tot 49 maanden in beslag, waarbij de Commissie de vertragingen toeschreef aan zaken als de noodzaak om documenten te vertalen, IT-kwesties en een verminderde personeelsbezetting.
In de periode 2017‑2020 bij de Commissie ingediende aanvragen voor geografische aanduidingen
Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie.
Wij hebben 22 aanvragen voor inschrijvingen van geografische aanduidingen in de EU in de bezochte lidstaten geselecteerd, waarvan er 14 waren ingediend bij de Commissie en de overige door de nationale autoriteiten waren geanalyseerd. De Commissie keurde zeven aanvragen goed, waarbij de analyse 16 tot 48 maanden in beslag nam vanaf de indiening. Voor de zeven goedgekeurde aanvragen duurde de totale analyseperiode (inclusief het eerste nationale onderzoek) 20 tot 56 maanden. Voor 2 van de 14 aanvragen heeft de Commissie zich niet gehouden aan de eerste termijn van zes maanden29 voor analyse en vragen aan de aanvragende lidstaten, waardoor het inschrijvingsproces voor de geografische aanduidingen mogelijk vertraging heeft opgelopen.
In de periode 2017‑2020 bij de Commissie ingediende aanvragen voor wijziging van geografische aanduidingen
Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie.
Wij hebben 22 aanvragen voor wijziging van eerder ingeschreven geografische aanduidingen van de EU in de bezochte lidstaten geselecteerd, waarvan er 18 bij de Commissie waren ingediend en de overige door de nationale autoriteiten waren geanalyseerd. De Commissie keurde 11 aanvragen goed, waarbij de analyse 3 tot 48 maanden in beslag nam vanaf de indiening. Voor de 11 goedgekeurde aanvragen duurde totale analyseperiode (inclusief het nationale onderzoek) 6 tot 60 maanden. Voor 5 van de 18 aanvragen heeft de Commissie zich niet gehouden aan de eerste termijn van zes maanden voor analyse en vragen aan de aanvragende lidstaten, waardoor het inschrijvingsproces voor de geografische aanduidingen mogelijk vertraging heeft opgelopen.
Afkortingen
AFIS: antifraude-informatiesysteem van OLAF
COPIS: EU-breed informatiesysteem ter bestrijding van namaak en piraterij (anti-Counterfeit and anti-Piracy information System)
DG AGRI: directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling
DG BUDG: directoraat-generaal Begroting
DG GROW: directoraat-generaal Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf
DG SANTE: directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid
DG TAXUD: directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie
EUIPO: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie
Europol: Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving
HIPO: Hongaars bureau voor intellectuele eigendom (Hungarian Intellectual Property Office)
IE: intellectuele eigendom
IER: intellectuele-eigendomsrechten
INPI: Frans nationaal instituut voor industriële eigendom (Institut National de la Propriété Industrielle)
Kmo: kleine of middelgrote onderneming
KPI: kernprestatie-indicator
OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
OLAF: Europees Bureau voor fraudebestrijding
OSIM: Roemeens staatsbureau voor uitvindingen en merken
SMART-indicatoren: specifieke, meetbare, haalbare, realistische en tijdgebonden indicatoren (specific, measurable, achievable, relevant and timely)
SPB: Litouws staatsoctrooibureau
VWEU: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
WTO: Wereldhandelsorganisatie
Woordenlijst
Aangever: de persoon die in eigen naam een douaneaangifte indient, dan wel de persoon namens wie deze aangifte wordt ingediend.
Geografische aanduiding: benaming die alleen mag worden gebruikt als een product afkomstig is van een specifieke plaats van oorsprong, bepaalde kenmerken heeft en aan vastgestelde kwaliteitscriteria voldoet.
Houder van het recht: houder van een intellectuele-eigendomsrecht, een persoon die een licentie heeft om de intellectuele eigendom te gebruiken, of een gemachtigde vertegenwoordiger van een van beiden.
Interventiedrempel: door houders van rechten gevraagde drempel voor het beperken van handhavingsacties van de douane tot hoeveelheden namaakgoederen boven een bepaald niveau.
ISO 10002: richtlijnen voor het proces van klachtenbehandeling met betrekking tot producten en diensten binnen een organisatie, waaronder planning, ontwerp, ontwikkeling, werking, onderhoud en verbetering.
ISO 9001: norm gebaseerd op een aantal principes van kwaliteitsbeheer, waaronder een sterke klantgerichtheid, de motivatie en betrokkenheid van het hoger management, de procesbenadering en voortdurende verbetering.
Klasse: formele categorie waarin de goederen en/of diensten worden omschreven.
Kleine zending: een post- of expreszending die drie eenheden of minder bevat of een brutogewicht van minder dan twee kilogram heeft.
Merk: teken of symbool dat wordt gebruikt om de producten of diensten van een entiteit te onderscheiden, en dat voor beschermingsdoeleinden kan worden ingeschreven.
Model: de verschijningsvorm van een product die voortvloeit uit de versierende of esthetische aspecten daarvan en die kan bestaan uit driedimensionale kenmerken (de vorm of het oppervlak) of uit tweedimensionale kenmerken (patronen, lijnen of kleur).
OBI: Griekse organisatie voor industriële eigendom.
Octrooi: juridische titel die kan worden verleend voor elke technische uitvinding die nieuw is, op uitvinderswerkzaamheid berust en vatbaar is r voor toepassing in de nijverheid.
Piraterij: het zonder toestemming kopiëren of gebruiken van een door intellectuele-eigendomsrechten beschermde werk.
Reparatieclausule: beoogt de bescherming te beperken voor vervangingsonderdelen die worden gebruikt om een product te repareren. Het doel is te voorkomen dat gesloten markten ontstaan waar er een beperkt aantal concurrerende leveranciers is (zoals auto’s). De liberalisering voor het gebruik van vervangingsonderdelen moet meer concurrentie op de secundaire markt mogelijk maken, met als voordeel een ruimere keuze en lagere prijzen voor de consument.
In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheerthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de prestaties of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.
Deze doelmatigheidscontrole werd uitgevoerd door controlekamer IV “Marktregulering en concurrerende economie”, die onder leiding staat van ERK-lid Mihails Kozlovs. Deze controle werd geleid door ERK-lid Ildikó Gáll-Pelcz, die hierbij werd ondersteund door Claudia Kinga Bara, kabinetschef, en Zsolt Varga, kabinetsattaché; John Sweeney, hoofdmanager; Benny Fransen, taakleider; Dan Danielescu, Joaquin Hernandez Fernandez, Carlos Soler Ruiz en Esther Torrente Heras, auditors. Giuliana Lucchese verleende grafische ondersteuning.
4Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45).
5Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).
28 Verordening (EU) nr. 608/2013 voorziet niet in de mogelijkheid om de handhaving door de douane voor een bepaald IER te beperken op basis van de hoeveelheid inbreukmakende goederen die door de douane zijn onderschept.
Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is uiteengezet in Besluit nr. 6-2019 van de ERK over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.
Tenzij anders aangegeven (bijv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor inhoud van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Als algemene regel geldt derhalve dat hergebruik is toegestaan mits de bron correct wordt vermeld en eventuele wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker van ERK-inhoud mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.
Aanvullende toestemming moet worden verkregen indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeelsleden van de ERK, of werken van derden bevat.
Indien dergelijke toestemming wordt verkregen, wordt de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.
Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan dient u de auteursrechthebbende mogelijk rechtstreeks om toestemming te vragen.
Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid van de ERK inzake hergebruik.
De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.
Gebruik van het ERK-logo
Het logo van de ERK mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de ERK.
Hoe neemt u contact op met de EU?
Kom langs Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Bel of mail Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:
te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen),
te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
EU-publicaties U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).
EU-wetgeving en aanverwante documenten Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: https://eur-lex.europa.eu
Open data van de EU Het opendataportaal van de EU (https://data.europa.eu/nl) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.