Speciaal verslag
nr.11 2018

Nieuwe opties voor de financiering van projecten voor plattelandsontwikkeling: eenvoudiger, maar niet resultaatgericht

Over het verslag Vereenvoudigde kostenopties (SCO's) kunnen leiden tot vereenvoudiging en de administratieve lasten voor zowel de begunstigden als de autoriteiten van de lidstaten verminderen. Ze vormen echter slechts een klein gedeelte van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling gedurende de periode 2014-2020. Doordat betalingen op output gebaseerd zijn, ligt bij het gebruik van SCO’s de nadruk niet langer op facturen, maar er is geen grotere gerichtheid op resultaten ontstaan. Wij hebben geconstateerd dat SCO’s de kosten van projecten voor plattelandsontwikkeling onder controle kunnen houden, maar alleen als ze op het juiste niveau worden vastgesteld en gebaseerd zijn op een eerlijke, billijke en controleerbare methodologie.

De publicatie is beschikbaar in 23 talen en in het volgende formaat:
PDF
PDF General Report

Samenvatting

I

Vereenvoudigde kostenopties (SCO’s) zijn een nieuwe wijze van vergoeding voor bepaalde maatregelen voor plattelandsontwikkeling. Bij projecten die onder deze maatregelen vallen, werden vóór 2014 vergoedingen betaald op basis van gemaakte kosten.

II

Het verlenen van steun op basis van de vergoeding van gemaakte kosten is lastig en foutgevoelig. Als gevolg daarvan was er veel belangstelling voor het vinden van eenvoudiger berekeningsmethoden voor de financiële bijdrage van de EU aan projecten en activiteiten. De lidstaten kunnen nu (in de periode 2014-2020) kiezen uit drie nieuwe methoden (ook wel SCO’s genoemd) om de te betalen steun vast te stellen:

  • standaardschalen van eenheidskosten;
  • forfaitaire bedragen; en
  • forfaitaire financiering.
III

Dit verslag bevat de bevindingen van onze controle van SCO’s op het gebied van plattelandsontwikkeling. Onze belangrijkste doelstelling was om na te gaan of SCO’s tot vereenvoudiging leiden en tegelijkertijd de zuinigheid waarborgen en betere resultaten opleveren. Wij onderzochten of SCO’s:

  • de administratie vereenvoudigen;
  • de zuinigheid waarborgen; en
  • op grote schaal worden gebruikt en de gerichtheid op beleidsdoelstellingen vergroten.
IV

In het algemeen concludeerden we dat het gebruik van SCO’s kan leiden tot vereenvoudiging en de administratieve lasten voor zowel de begunstigden als de autoriteiten van de lidstaten kan verminderen. Doordat betalingen op output gebaseerd zijn, ligt bij het gebruik van SCO’s de nadruk niet langer op facturen, maar er is geen grotere gerichtheid op resultaten ontstaan.

V

Wij hebben geconstateerd dat SCO’s de kosten van projecten voor plattelandsontwikkeling onder controle kunnen houden, maar alleen als ze op het juiste niveau worden vastgesteld en gebaseerd zijn op een eerlijke, billijke en controleerbare methodologie. Aangezien de rol van de certificerende instanties bij het controleren van SCO’s echter niet is gespecificeerd, ontstaat er een risico dat moet worden aangepakt.

VI

We merkten ook op dat de nieuwe SCO’s nog steeds een fractie vormen van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling. De belangrijkste redenen hiervoor zijn het diverse karakter van projecten voor plattelandsontwikkeling en de investeringen die nodig zijn om methodologieën te ontwikkelen.

VII

Op grond van deze bevindingen doen wij de volgende aanbevelingen:

  • De Commissie moet haar richtsnoeren over SCO’s actualiseren en daarin ingaan op de belangrijkste beginselen voor het ontwikkelen van methodologieën.
  • De Commissie moet verduidelijken wie de methodologie en berekeningen voor SCO’s moet controleren.
  • Om passende gebruikmaking van SCO’s te vergemakkelijken moet de Commissie onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om meer optionele, kant-en-klare SCO’s te ontwikkelen en haar beschrijvingen van essentiële en aanvullende controles actualiseren om het gebruik van SCO’s daarin tot uitdrukking te brengen.
  • De Commissie moet het potentieel onderzoeken van de overgang van op gemaakte kosten gebaseerde vergoedingen naar op resultaten gebaseerde vergoedingen, waarbij rekening wordt gehouden met de tot dusver opgedane ervaring.

Inleiding

Eu-beleid voor plattelandsontwikkeling

01

Het doel van het beleid voor plattelandsontwikkeling is plattelandsgebieden in de EU te ondersteunen om het hoofd te bieden aan een breed scala aan economische, milieu- en sociale uitdagingen. De EU geeft jaarlijks ongeveer 14 miljard euro uit aan dit beleid via de begroting van de Europese Unie (EU). Uitgaven voor plattelandsontwikkeling maken ongeveer 25 % uit van de uitgaven voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Cofinanciering door lidstaten is goed voor nog eens 7 miljard euro per jaar.

02

Bij ongeveer de helft van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling uit de EU-begroting is de betaling gebaseerd op landbouwarealen of aantallen dieren. Bij de andere helft kan de steun de vorm aannemen van vaste bedragen of percentages die gekoppeld zijn aan de ondernomen activiteiten of de kosten die de begunstigde heeft gemaakt. In tekstvak 1 worden de desbetreffende mechanismen uiteengezet.

Tekstvak 1

Hoe steun voor plattelandsontwikkeling wordt betaald

Voor de op basis van oppervlakte of dieren betaalde maatregelen wordt de steun jaarlijks verstrekt en per hectare of grootvee-eenheid betaald. De steun wordt krachtens de relevante wetgeving2 berekend op basis van bijkomende standaardkosten en gederfde inkomsten.

Bij de verordening inzake plattelandsontwikkeling zijn vaste betalingsmethoden voor bepaalde maatregelen ingevoerd3. Zo worden aanloopsteun ten bate van jonge landbouwers, nieuwe niet-agrarische activiteiten in plattelandsgebieden en de ontwikkeling van kleine landbouwbedrijven betaald als vooraf vastgestelde bedragen.

De overige steun voor plattelandsontwikkeling heeft betrekking op investeringsmaatregelen op het gebied van land- en bosbouw, basisdiensten en dorpsvernieuwing en horizontale maatregelen zoals kennisoverdracht, innovatie en samenwerking. De in dit kader gefinancierde projecten waren voorheen doorgaans gebaseerd op een systeem van vergoeding van gemaakte kosten. Dit betekent dat de begunstigde de facturen in de betalingsaanvraagfase indient en dat het betaalorgaan de subsidiabiliteit ervan controleert. De uitgaven die als subsidiabel worden aangemerkt, worden vervolgens vermenigvuldigd met het toepasselijke steunpercentage; de uitkomst daarvan is het bedrag dat werkelijk aan de begunstigde wordt betaald.

03

Het verlenen van steun op basis van de vergoeding van gemaakte en betaalde kosten is lastig en foutgevoelig. We hebben geconstateerd dat fouten in EU-uitgaven vooral voorkomen bij dergelijke steun4. Als gevolg daarvan was er veel belangstelling voor het vinden van eenvoudiger berekeningsmethoden voor de financiële bijdrage van de EU aan projecten en activiteiten. Lidstaten kunnen nu (sinds 2014) kiezen uit drie van dergelijke methoden5 (ook wel vereenvoudigde kostenopties – SCO’s genoemd) om de te betalen steun vast te stellen:

  • standaardschalen van eenheidskosten;
  • forfaitaire bedragen; en
  • forfaitaire financiering.
04

In de praktijk betekent dit dat het gehele vergoede bedrag of een gedeelte ervan gebaseerd is op (bijvoorbeeld) standaardkosten, berekend aan de hand van een van tevoren vastgestelde methode, op eenheden van projectoutput of op andere kosten toegepaste percentages6 (zie figuur 1). Combinaties van de verschillende soorten SCO’s zijn toegestaan.

Figuur 1

De verschillende soorten SCO’s

Bron: ERK, op basis van richtsnoeren van de Commissie betreffende SCO’s.

05

De in de periode 2014-2020 ingevoerde SCO’s zijn slechts relevant voor maatregelen die niet worden betaald op basis van oppervlakte of dieren of waarop geen van de in de verordeningen uiteengezette vaste betalingsmethoden van toepassing zijn (zie paragraaf 2). In figuur 2 is de geplande financiering 2014-2020 voor plattelandsontwikkeling weergegeven, waarbij het waarschijnlijke aandeel van maatregelen wordt aangegeven waarvoor sommige kosten betaald kunnen worden op basis van SCO’s. Het gebruik van SCO’s voor deze maatregelen is een nieuwe ontwikkeling in het beleid voor plattelandsontwikkeling, maar bij andere fondsen7 werden ze al in de periode 2007-2013 gebruikt.

Figuur 2

De reikwijdte voor SCO’s

1Stopgezette maatregelen zijn betalingen met betrekking tot projecten die gedurende de periode 2007-2013 van start gingen voor maatregelen die niet in 2014-2020 worden gebruikt (vervroegde uittreding van landbouwers en werknemers in de landbouw, voldoen aan normen en opleiding en voorlichting).

NB: De figuur omvat een globale indeling omdat vaste betalingsmethoden zijn vastgesteld voor een gedeelte van bepaalde maatregelen, maar er geen uitsplitsing van de begrote bedragen op het niveau van submaatregelen beschikbaar is.

Bron: ERK, op basis van financiële informatie van de Commissie (verkregen op 20 november 2017).

06

In overeenstemming met de toepasselijke regels8 moeten SCO’s worden vastgesteld op een van de volgende manieren9:

  • op basis van een eerlijke, billijke en controleerbare berekeningsmethode;
  • vastgesteld conform de SCO-voorschriften die van toepassing zijn op ander EU-beleid voor soortgelijke soorten concrete acties en begunstigden;
  • vastgesteld conform de nationale subsidieregelingen van een lidstaat voor soortgelijke soorten concrete acties en begunstigden;
  • op basis van door de verordeningen vastgestelde percentages.
07

SCO’s zijn niet verplicht – de lidstaten zijn vrij om ze al dan niet te gebruiken.

Reikwijdte en aanpak van de controle

08

Onze controle had betrekking op het ontwerp en de eerste drie jaren (2015-2017) van door middel van SCO’s verstrekte steun voor plattelandsontwikkeling. De desbetreffende maatregelen zijn te vinden in bijlage I.

09

Onze belangrijkste doelstelling was om te beoordelen of SCO’s leiden tot vereenvoudiging en tegelijkertijd zuinigheid voor de EU-begroting waarborgen, en of er door gebruikmaking van SCO’s betere resultaten worden geboekt. Om deze belangrijkste controlevraag te beantwoorden, hebben wij onderzocht of SCO’s:

  • de administratie vereenvoudigen;
  • de zuinigheid waarborgen; en
  • op grote schaal worden gebruik en de gerichtheid op beleidsdoelstellingen vergroten.
10

Om een overzicht te krijgen van het gebruik van SCO’s onderzochten we de 118 plattelandsontwikkelingsprogramma’s (POP’s) en selecteerden we er 2010 voor een onderzoek aan de hand van documenten11. We selecteerden de volgende zes POP’s voor een controlebezoek: Vlaanderen (België), Denemarken, Saksen (Duitsland), Canarische Eilanden (Spanje), Languedoc-Roussillon (Frankrijk) en Zweden. Tijdens onze controlebezoeken vergeleken we de procedures van de lidstaten en de richtsnoeren voor begunstigden voor en na de invoering van SCO’s. Ook vergeleken we de projectdossiers en bezochten we in twee lidstaten12 eindbegunstigden.

11

Om de toepasselijke regels en de rol van de Commissie te begrijpen, hebben we gekeken naar het wettelijk kader, de richtsnoeren van de Commissie aan de lidstaten en de interne procedures en controlelijsten van de Commissie. Bij de Commissie hebben we interviews gehouden, correspondentie met de lidstaten geëvalueerd en evenementen bijgewoond waarbij de Commissie informatie over SCO’s aan de lidstaten verstrekte.

Het gebruik van vereenvoudigde kostenopties (SCO’s) heeft de administratie vereenvoudigd

Ze maken het gemakkelijker voor begunstigden om aanvragen in te dienen …

12

Het ontvangen van steun voor projecten voor plattelandsontwikkeling is een proces in twee fasen. Aanvragers dienen eerst steunaanvragen in bij de desbetreffende autoriteiten, die projecten controleren en goedkeuren op basis van subsidiabiliteit en selectiecriteria. Na de afronding van het project dienen begunstigden betalingsaanvragen in, die het betaalorgaan vóór de betaling controleert. Dit proces wordt weergegeven in figuur 3.

Figuur 3

Van aanvraag tot betaling

Bron: ERK.

13

Aanvragers moeten verschillende documenten verstrekken wanneer ze steun aanvragen. In gevallen waarin een deel van de subsidiabele kosten uit de EU-begroting zal worden vergoed, moeten ze vaak offertes overleggen om aan te tonen dat de verwachte kosten redelijk zijn en vervolgens samen met hun betalingsaanvragen facturen en betalingsbewijzen overleggen. Voor één project uit 2007-2013 dat we in Zweden onderzochten en waarin de begunstigde een koeienstal bouwde, bevatten de twee betalingsaanvragen 134 facturen en betalingsbewijzen. Dit vereiste geldt ook voor indirecte kosten (zie tekstvak 2).

Tekstvak 2

Indirecte kosten

Indirecte kosten zijn door een organisatie gemaakte kosten die niet rechtstreeks kunnen worden toegewezen aan een project. Voorbeelden van indirecte kosten kunnen kantoorhuur, verzekering, kantoorbenodigdheden, frankeer- en telefoonkosten zijn. Deze kosten komen voor vergoeding in aanmerking bij bepaalde soorten door de EU gefinancierde projecten. Bij het declareren van indirecte kosten op basis van gemaakte kosten moeten begunstigden bewijsstukken overleggen voor elke kostenpost en het aandeel van de aan het project toegewezen kosten onderbouwen (de verdeelsleutel). Daarnaast moeten zij aantonen dat deze kosten redelijk zijn.

14

We hebben gekeken naar steun- en betalingsaanvragen voor de via SCO’s betaalde projecten uit 2014-2020 en deze vergeleken met projecten uit de periode 2007-2013 (toen er geen SCO’s werden gebruikt) om na te gaan of de aanvraag- en declaratieprocedures gemakkelijker waren geworden. In alle zes de bezochte lidstaten constateerden we dat begunstigden van op SCO’s gebaseerde projecten geen offertes hoeven in te dienen bij hun steunaanvragen, en ook geen facturen of betalingsbewijzen bij hun betalingsaanvragen hoeven te overleggen. In tabel 1 worden voorbeelden gegeven van bewijsstukken bij steun- en betalingsaanvragen in 2007-2013 (vergoedingen op basis van gemaakte kosten) en 2014-2020 (vergoeding op basis van SCO’s).

Tabel 1

Vergelijking van bewijsstukken voor geselecteerde SCO’s in Zweden

Soort SCO Fase 2014-2020 (met SCO’s) 2007-2013 (zonder SCO’s)
Forfaitair percentage: indirecte kosten betaald als 15 % van de subsidiabele directe personeelskosten Steunaanvraag Geen Gedetailleerde begroting van indirecte kosten
Betalingsaanvraag Geen, behalve die welke vereist zijn ter onderbouwing van de directe kosten1 Facturen
Betalingsbewijzen
Salarisstroken (indien de indirecte kosten personeelskosten omvatten)
Tijdregistratieformulieren
Berekening en onderbouwing van de verdeelsleutel (d.w.z. het aan het project toegewezen aandeel van de indirecte kosten)
Eenheidskosten voor stallen, betaald per dierplaats of m2 Steunaanvraag Model waarop het aantal eenheden, d.w.z. dierplaatsen of m2, staat aangegeven (automatisch berekende kosten) Gedetailleerde begroting Offertes
Betalingsaanvraag Tussentijdse betalingen (ter ondersteuning van de startdatum en de voortgang van de werkzaamheden): Kostenspecificatie Facturen Betalingsbewijzen

-factuur voor de grondwerken

-foto van het gebouw, inclusief vloer, dak en muren

Saldobetalingen:

-aantal voltooide eenheden

1De rechtstreekse personeelskosten moeten worden gestaafd door salarisstroken en het bewijs van het arbeidspercentage van personeelsleden (voltijds/deeltijds), maar dat is het geval ongeacht de vraag of forfaitaire percentages op personeelskosten zijn gebaseerd.

NB: De tabel omvat slechts de bewijsstukken waarop het gebruik van SCO’s van invloed was.

Bron: ERK, op basis van documentatie van de lidstaten.

15

Zoals weergegeven in tabel 1 houdt gebruikmaking van SCO’s vaak in dat begunstigden minder documenten hoeven te overleggen. In tekstvak 3 geven we een voorbeeld.

Tekstvak 3

Forfaitair percentage voor sociale lasten in Zweden

De Zweedse landbouwdienst heeft in samenwerking met de Zweedse dienst voor het Europees Sociaal Fonds en het Zweeds agentschap voor economische en regionale groei een gemeenschappelijk percentage voor sociale lasten ontwikkeld. In Zweden omvatten de meeste projecten salarissen en dus ook sociale lasten. Deze kosten variëren afhankelijk van het soort contract en de leeftijd; ze kunnen meerdere facturen van verschillende organisaties betreffen en er zijn doorgaans ingewikkelde berekeningen mee gemoeid. Voorheen dienden veel kleine begunstigden geen aanvraag voor deze lasten in omdat ze dat te omslachtig vonden.

Op de afbeelding zijn de documenten te zien die een begunstigde moest indienen voor één betalingsaanvraag in de periode 2007-2013 toen de sociale lasten niet op basis van een forfaitair percentage werden betaald.

… en hoewel autoriteiten te maken krijgen met extra werk of kosten tijdens de opstelling van de methodologie …

16

Beheersautoriteiten moeten13, indien ze SCO’s gebruiken, een methodologie ontwikkelen en betalingsniveaus berekenen (zie paragraaf 45 voor een overzicht van de op lidstaatniveau betrokken organen). Dit is extra werk dat niet gedaan hoeft te worden als subsidies worden betaald op basis van gemaakte kosten. Om na te gaan of de tijd of de kosten voor de opstelling van de methodologie en berekeningen in verhouding staan tot de tijdbesparingen gedurende de gehele periode, hebben we de autoriteiten van de bezochte lidstaten bevraagd en hun documentatie van de methodologie en berekeningen bestudeerd. Tekstvak 4 bevat een voorbeeld van de hoeveelheid werk die komt kijken bij de ontwikkeling van de methodologie.

Tekstvak 4

De beheersautoriteit van de Canarische Eilanden heeft haar methodologie intern ontwikkeld

De beheersautoriteit van de Canarische Eilanden ontwikkelde eenheidskosten voor acht categorieën investeringen in landbouwbedrijven (irrigatie, aanpassing van landbouwbedrijven, plantenmateriaal, bedrijfsgebouwen, algemene infrastructuur, kassen en andere infrastructuur, landbouwmachines en algemene voorzieningen). Elk van deze categorieën bestaat uit meerdere subcategorieën (tot 49 per categorie, 192 in totaal); de Canarische autoriteiten berekenden één eenheidsprijs voor elk daarvan. Het document waarin de methodologie werd beschreven is 125 bladzijden lang en bevat verwijzingen naar andere documenten die alleen elektronisch beschikbaar zijn.

17

Tijdens ons aan de hand van documenten verrichte onderzoek vroegen we de autoriteiten die verantwoordelijk waren voor de twintig geselecteerde POP’s wat de belangrijkste redenen waren dat ze niet meer gebruikmaakten van SCO’s. Het vaakst gegeven antwoord was de grote verscheidenheid aan ondersteunde projecten en begunstigden. Zes14 van de twintig noemden de administratieve lasten en de tijd die nodig is voor het ontwerpen van methodologieën als reden.

18

Drie van de zes bezochte beheersautoriteiten kozen ervoor om deze taak uit te besteden voor ten minste enkele van hun SCO’s omdat ze daarvoor intern niet de middelen of expertise hadden: Denemarken, Languedoc-Roussillon en Zweden. Ondanks de extra werklast of kosten voor het ontwikkelen van SCO’s vonden de beheersautoriteiten in de bezochte lidstaten het de moeite waard om te investeren in de ontwikkeling van de SCO-methodologie, gezien de (verwachte) vereenvoudiging en tijdbesparingen op het niveau van de administratie en de begunstigden tijdens de uitvoering.

19

De wetgever kan in de verordeningen percentages en bedragen opnemen die als SCO’s moeten worden gebruikt. Indien de autoriteiten van de lidstaten deze SCO’s meteen kunnen gebruiken zonder een methodologie of berekeningen te hoeven opstellen, worden dit kant-en-klare SCO’s genoemd. Zie tekstvak 5 voor de kant-en-klare SCO’s die momenteel beschikbaar zijn voor steun voor plattelandsontwikkeling15.

Tekstvak 5

“Kant-en-klare” SCO’s bij plattelandsontwikkeling

Indirecte kosten: autoriteiten van lidstaten kunnen deze berekenen als een forfaitair percentage van maximaal 15 % van de subsidiabele directe personeelskosten zonder enige berekening te hoeven opstellen ter rechtvaardiging van het gebruikte percentage.

Personeelskosten: de autoriteiten van de lidstaten kunnen het uurtarief berekenen door de meest recente met documenten gestaafde jaarlijkse brutoarbeidskosten te delen door 1 720 uren.

20

Voor alle in de regelgeving voorziene kant-en-klare SCO’s, zoals forfaitaire vergoedingen voor indirecte kosten, hoeven de beheersautoriteiten het toegepaste percentage niet te rechtvaardigen. Dit is bijzonder gunstig voor de autoriteiten van de lidstaten omdat ze geen methodologie hoeven op te stellen, maar toch de voordelen kunnen genieten van een vereenvoudigde aanvraag- en betalingsprocedure.

… kunnen ze tijd besparen tijdens de administratieve controles

21

Personeel van de desbetreffende autoriteiten moet administratieve controles verrichten van steun- en betalingsaanvragen. We hebben onderzocht hoe deze controles veranderen wanneer betalingen door middel van SCO’s worden verricht door bestudering van de relevante wetgeving16, procedures van de lidstaten en controles die werden uitgevoerd voor projecten die met en zonder gebruik van SCO’s werden betaald. Tabel 2 omvat voorbeelden hiervan.

Tabel 2

Vergelijking van administratieve controles bij forfaitaire percentages en eenheidskosten

Soort SCO Fase 2014-2020 (met SCO’s) 2007-2013 (zonder SCO’s)
Forfaitair percentage: indirecte kosten betaald als 15 % van de subsidiabele directe personeelskosten Steunaanvraag Geen Controle van de redelijkheid van de kosten en onderbouwing van de verdeelsleutel
Betalingsaanvraag Berekening van 15 % van de subsidiabele personeelskosten1 Controle van de gemaakte kosten en verrichte betalingen:

-onderzoek van facturen, betalingsbewijzen, salarisstroken en tijdregistratieformulieren (indien salarissen in de indirecte kosten inbegrepen zijn)

-onderzoek en herberekening van de verdeelsleutel voor indirecte kosten

Eenheidskosten voor stallen, betaald per dierplaats of m2 Steunaanvraag Verificatie van het aantal eenheden vergeleken met de projectreikwijdte (kosten automatisch berekend) Controle van de redelijkheid van de kosten door een vergelijking van offertes of andere evaluatiesystemen, zoals referentiekosten
Betalingsaanvraag Verificatie van gedeclareerde hoeveelheden Controle van de gemaakte kosten en verrichte betalingen:

-onderzoek van kostenspecificatie, facturen en betalingsbewijzen

1De subsidiabiliteit van de directe personeelskosten moet worden gecontroleerd, maar dit is ook het geval wanneer forfaitaire percentages gebaseerd zijn op personeelskosten.

NB: In de tabel zijn alleen de administratieve controles opgenomen waarop het gebruik van SCO’s van invloed is.

Bron: ERK.

22

Het personeel van de betaalorganen in de zes bezochte lidstaten vertelde ons dat het controleren van de redelijkheid van de kosten17 vroeger veel tijd in beslag nam, vooral in gevallen waarin verduidelijkingen nodig waren of de kwaliteit van de offertes tekortschoot. In de fase van de betalingsaanvraag besparen betaalorganen tijd door facturen of betalingsbewijzen niet te hoeven controleren wanneer betalingen op SCO’s gebaseerd zijn.

23

Voordat het betaalorgaan een betaling verricht, moet het controleren of de voorwaarden voor het ontvangen van steun zijn nageleefd. Het orgaan vergelijkt de afgeronde concrete actie met de concrete actie waarvoor steun werd verleend en legt normaliter een bezoek af om te verifiëren dat de concrete actie daadwerkelijk is afgerond18. Deze controles veranderen niet wanneer er SCO’s worden gebruikt.

24

Voor op eenheidskosten gebaseerde betalingen moet het betaalorgaan de hoeveelheden verifiëren. De lidstaten kunnen zelf besluiten hoe ze dit controleren. Veel van hen gebruiken bezoeken aan de begunstigden om de hoeveelheden te verifiëren en ervoor te zorgen dat de afgeronde concrete actie in overeenstemming is met het steunbesluit. Voor niet-bezochte concrete acties moeten de lidstaten andere middelen vinden om de betreffende hoeveelheden en de realiteit van de concrete actie te verifiëren. Zo gebruikt het betaalorgaan van de Canarische Eilanden registers van landbouwvoertuigen om het eigendom ervan te verifiëren en dat van Denemarken satellietbeelden om het bestaan van voorzieningen voor mestopslag te verifiëren.

25

Bij gebruikmaking van forfaitaire percentages worden de subsidiabele kosten berekend als een percentage van andere categorieën subsidiabele kosten. Bij alle zes19 de POP’s die voor een controlebezoek werden geselecteerd, werd gebruikgemaakt van forfaitaire percentages voor indirecte kosten en de lidstaten noemden dit een goede illustratie van vereenvoudiging. Een voorbeeld is te vinden in tekstvak 6.

Tekstvak 6

Voorbeeld van documentatie van indirecte kosten

In Vlaanderen hebben we betalingsaanvragen vergeleken, met inbegrip van bewijsstukken, van vóór en na de invoering van het forfaitaire percentage. Bij de eerste categorie vonden we één enkele post van 12 euro die door negen documenten werd gestaafd.

Bij het gebruik van forfaitaire percentages hoeven begunstigden dergelijke documenten niet in te dienen en hoeven de autoriteiten van de lidstaten die niet te verifiëren.

26

De autoriteiten in Saksen vertelden ons dat de tijd die het kost om betalingsaanvragen te controleren met minstens 50 % is afgenomen vanwege de verminderde controles van indirecte kosten. In de voorgaande periode duurde het verifiëren van elke factuur bij controles van indirecte kosten minstens tien minuten. Indien een begunstigde huurkosten voor één jaar declareerde, moest de administrateur twaalf facturen en betalingsbewijzen controleren, wat ongeveer 120 minuten duurde. Nu hoeft de administrateur slechts te controleren of de berekening van 15 % van de indirecte kosten correct is en of er geen indirecte kosten in de lijst van facturen voor de declaratie van directe kosten zijn opgenomen, wat ongeveer 10-15 minuten duurt.

27

De Zweedse autoriteiten schatten dat het controleren van indirecte kosten op basis van gemaakte kosten 3-5 uur per betalingsaanvraag duurde, vergeleken met ongeveer 50 minuten bij gebruikmaking van een forfaitair percentage.

28

Uit onze controle blijkt dat het gebruik van SCO’s kan leiden tot vereenvoudiging en tijdbesparing, voornamelijk voor begunstigden maar ook voor de desbetreffende autoriteiten. De investering die de beheersautoriteit echter vooraf moet doen om de SCO-methodologie te ontwikkelen moet in verhouding staan tot de verwachte tijdbesparing die de toepassing van SCO’s autoriteiten en begunstigen oplevert. Dit is een van de redenen voor de geringe gebruikmaking van SCO’s in het beleid voor plattelandsontwikkeling, zoals hieronder besproken in de paragrafen 48-50, 55 en 56.

Een goed gebruik van SCO’s kan helpen de kosten van projecten voor plattelandsontwikkeling binnen de perken te houden

29

Voor projecten die worden gefinancierd op basis van een vergoeding van gemaakte kosten, moeten de nationale autoriteiten in de goedkeuringsfase controleren of de verwachte kosten redelijk zijn. In de verslagen van zowel DG AGRI als de ERK zijn tekortkomingen in deze controles geconstateerd (zie tekstvak 7).

Tekstvak 7

Redelijkheid van de kosten wanneer subsidies worden betaald op basis van gemaakte kosten

Voor projecten die worden ondersteund op basis van de vergoeding van gemaakte en betaalde kosten controleren de nationale autoriteiten doorgaans of de gedeclareerde projectkosten redelijk zijn door a) de door de aanvrager ingediende offertes te onderzoeken samen met de steunaanvraag, of b) door ze te vergelijken met referentieprijzen20.

Voor de periode 2014-2016 werd bij 66 van de 193 onderzochte projecten (34 %) onvoldoende bewijs verstrekt waaruit bleek dat de kosten redelijk waren21. De Rekenkamer heeft eerder in twijfel getrokken22 of de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten de meest effectieve benaderingen volgen om de kosten van subsidies voor plattelandsontwikkeling onder controle te houden.

30

Als SCO’s worden gebruikt, wordt ervan uitgegaan dat deze controles worden afgedekt door de ontwikkeling van een deugdelijke methodologie. Een doeltreffend gebruik van SCO’s kan de kosten van projecten voor plattelandsontwikkeling onder controle houden. Om dit te bereiken moeten SCO’s op het juiste niveau worden vastgesteld, worden gebaseerd op een deugdelijke methodologie, regelmatig worden geëvalueerd en zo nodig worden geactualiseerd. Als er fouten in de berekeningen worden gemaakt, betekent dit dat alle projecten waarbij de percentages worden toegepast, dezelfde fout vertonen.

We troffen goede voorbeelden aan van methodologie en berekeningen …

31

We hebben de door de bezochte lidstaten ontwikkelde methodologieën onderzocht. We merkten op dat de meeste in het kader van het Elfpo ondersteunde maatregelen in de periode 2014-2020 vergelijkbaar zijn met die welke in de periode 2007-2013 werden ondersteund23. Veel lidstaten hebben dus toegang tot historische gegevens over werkelijk gemaakte en betaalde kosten voor concrete acties in de voorgaande periode. Een voorbeeld van eenheidskosten die op historische gegevens gebaseerd zijn, is te vinden in tekstvak 8.

Tekstvak 8

Methodologie op basis van historische gegevens in Denemarken

Sommige gebieden zijn bijzonder belangrijk voor de biodiversiteit. In Denemarken worden landbouwers betaald om dergelijke gebieden af te zetten tegen begrazing op basis van eenheidskosten. De Deense autoriteiten maakten gebruik van gegevens van eerdere projecten om dergelijke eenheidskosten te ontwikkelen. De berekening is gebaseerd op de goedkoopste offertes die samen met 82 steunaanvragen werden ingediend gedurende de periode 2013-2014. Ze splitsten de offertes voor deze aanvragen op in omheiningen met 1-2 draden (52 offertes) en met 3-4 draden (30 offertes) en berekenden de eenheidskosten als gemiddelde van deze offertes. De berekeningen resulteerden in eenheidskosten van 19 DKK (ongeveer 2,50 euro)/meter voor omheiningen met 1-2 draden en 28 DKK (ongeveer 3,75 euro)/meter voor omheiningen met 3-4 draden.

Indien er minder dan twintig hoogwaardige offertes beschikbaar waren voor een specifieke soort uitgave, voerden ze een marktonderzoek uit. Ook analyseerden ze de verspreiding van gegevens om ervoor te zorgen dat begunstigden billijk werden behandeld en ze concludeerden dat de variatie in kosten tussen verschillende regio’s en voor de verschillende gebruikte materialen niet groot genoeg was om op grond daarvan SCO’s te diversifiëren. De Deense autoriteiten zijn van plan om vóór elke jaarlijkse aanvraagronde na te gaan of hun SCO-berekening moet worden geactualiseerd en overwegen om hun SCO’s aan te passen op basis van een prijsindex.

32

Lidstaten die SCO’s gebruiken, hebben in het algemeen niet de middelen om de daadwerkelijke kosten te blijven monitoren. Dit komt doordat de betaalorganen geen informatie blijven verzamelen over reële kosten wanneer ze overgaan op het verrichten van betalingen op basis van SCO’s. Ze beschikken mogelijk dus niet over relevante gegevens om hun berekeningen te actualiseren. Daarom hadden de autoriteiten in Saksen (Duitsland) adviseurs ingeschakeld om nieuwe methodologieën te ontwikkelen op basis van gegevens van externe deskundigen teneinde hun SCO’s te kunnen actualiseren wanneer er niet langer historische gegevens beschikbaar zijn.

… maar in sommige gevallen waren de onderliggende gegevens niet beschikbaar …

33

Om te beoordelen of een methodologie eerlijk en billijk is, moet deze verifieerbaar zijn. Zolang SCO’s worden gebruikt, moeten controleurs toegang hebben tot de gegevens waarop de SCO-berekening gebaseerd is24. We hebben afzonderlijke elementen van de berekeningen geselecteerd en die herleid naar de brongegevens om de verifieerbaarheid na te gaan.

34

De in tekstvak 8 beschreven methodologie (zie paragraaf 31) omvat een voorbeeld waarbij we de geselecteerde posten gemakkelijk konden herleiden naar de onderliggende gegevens. We stuitten echter op problemen met de verifieerbaarheid van sommige voor eenheidskosten ontwikkelde methodologieën. Controleurs van DG Agri rapporteerden vergelijkbare bevindingen met betrekking tot de verifieerbaarheid bij twee25 van de zes controles die ze tot nu toe hebben uitgevoerd in verband met SCO’s.

35

In onze beperkte selectie van voorbeelden hadden de kwesties die we aantroffen betrekking op gevallen waarin autoriteiten de berekeningen hadden uitbesteed. In Zweden had de beheersautoriteit geen toegang tot de gegevens waarop sommige berekeningen gebaseerd waren en vertrouwden ze in plaats daarvan op onafhankelijke evaluaties. In Denemarken omvatte de opzet bij de uitbesteding drie lagen adviseurs, wat het verificatieproces ingewikkeld maakte, zoals uiteengezet in tekstvak 9.

Tekstvak 9

De betrokkenheid van meerdere adviseurs kan de verificatie ingewikkeld maken

De Deense autoriteiten besteedden de ontwikkeling van SCO’s aan adviseur A uit. Er waren geen historische gegevens beschikbaar voor stallen. Adviseur A huurde een subcontractant in (adviseur B) om de eenheidskosten vast te stellen, die op zijn beurt adviseur C om gegevens vroeg. Daarnaast bekeek een onafhankelijk orgaan de berekeningen op basis van zijn eigen expertise en gegevensbronnen. Onderstaande figuur omvat een overzicht van de partijen die betrokken waren bij de ontwikkeling van de eenheidskosten voor stallen in Denemarken.

Ongeveer een derde van de onderliggende gegevens was ten tijde van onze controle niet beschikbaar. De Deense autoriteiten informeerden ons dat ze een nieuw contract moesten ondertekenen met de derde laag adviseurs (adviseur C) om de onderliggende gegevens te verkrijgen ter onderbouwing van de schattingen. Uitbesteding en gebruikmaking van gegevens van verschillende lagen adviseurs maakte het proces voor de verificatie van de berekeningen ingewikkeld en tijdrovend. De Deense autoriteiten hadden dit kunnen voorkomen door adviseur A, met wie ze een overeenkomst tekenden, om de onderliggende gegevens te verzoeken of door in de overeenkomst te bepalen dat de berekeningen verifieerbaar moesten zijn.

… of waren voor de berekeningen gebruikte gegevens niet voldoende onderbouwd

36

Berekeningen zijn eerlijk als ze gebaseerd zijn op de werkelijkheid en de voor de methodologie gebruikte veronderstellingen en gegevens goed onderbouwd zijn26. We hebben onderzocht of dit het geval was door de methodologie voor de geselecteerde SCO’s te controleren in de door ons bezochte lidstaten. Ook hebben we de berekeningen getoetst door een steekproef van posten naar de brongegevens te herleiden (zie ook de paragrafen 33-35). In de meeste gevallen constateerden we dat de methodologie en berekeningen deugdelijk waren.

37

In een van de bezochte lidstaten konden de autoriteiten de gebruikte gegevens niet onderbouwen. In de methodologie van de Canarische Eilanden voor eenheidskosten en forfaitaire bedragen wordt gemeld dat drie offertes of facturen volstaan om een SCO vast te stellen. De hoeveelheid gegevens die in de werkelijke berekeningen wordt gebruikt, loopt uiteen, maar in verschillende gevallen konden de autoriteiten niet onderbouwen waarom en hoe de specifieke gegevens geselecteerd waren. Een voorbeeld is te vinden in tekstvak 10.

Tekstvak 10

Autoriteiten van lidstaten konden hun selectie van gegevens voor de SCO-berekeningen niet altijd verklaren

In één berekening van eenheidskosten voor kassen gebruikten de Canarische autoriteiten twaalf brondocumenten (facturen en offertes); slechts vier daarvan betroffen facturen van projecten in het verleden. Ze konden ons het totale aantal facturen dat beschikbaar was voor de periode 2007-2013 niet verstrekken. Evenmin konden ze uitleggen hoe en waarom ze de twaalf in de berekening gebruikte brondocumenten hadden geselecteerd.

Om een forfaitair bedrag te berekenen voor eendaagse evenementen, gebruikten de autoriteiten een gemiddelde van de offertes van drie hotels, waarvan er twee tot dezelfde hotelgroep behoren. De Canarische autoriteiten konden niet verklaren hoe of waarom ze deze drie hotels hadden geselecteerd. Verder waren de voor de berekeningen gebruikte offertes inclusief btw, die niet subsidiabel is in het kader van steun voor plattelandsontwikkeling27.

38

In andere gevallen gebruikten de autoriteiten bij de berekening van de SCO’s offertes die niet vergelijkbaar waren. Een voorbeeld is te vinden in tekstvak 11, waaruit ook blijkt dat het gebruik van SCO’s niet altijd waarde toevoegt vergeleken met de vergoeding van gemaakte kosten.

Tekstvak 11

Op niet vergelijkbare offertes gebaseerd forfaitair bedrag dat geen besparingen opleverde

Op de Canarische Eilanden kunnen plaatselijke actiegroepen die minstens twee beurzen bezoeken, steun krijgen in de vorm van de betaling van een forfaitair bedrag om de deelnamekosten te dekken. De Canarische autoriteiten berekenden het forfaitaire bedrag als de gemiddelde kosten van vijf evenementen vermenigvuldigd met twee. De vijf evenementen houden verband met landbouw en veeteelt, kunstnijverheid en restauratie. De begunstigden ontvangen het forfaitaire bedrag voor een bezoek naar keuze aan twee van de evenementen.

Indien deze activiteiten vergoed waren op basis van de gemaakte kosten, had de begunstigde waarschijnlijk twee facturen en betalingsbewijzen moeten indienen ter onderbouwing van de kosten. Hij of zij had waarschijnlijk ook een factuur moeten indienen of een deelnamecertificaat om te bewijzen dat hij of zij de twee beurzen had bezocht teneinde de forfaitaire betaling te ontvangen. In dit geval heeft het gebruik van de betaling van een forfaitair bedrag nauwelijks geleid tot een afname van de hoeveelheid documenten die de begunstigde moest indienen of het aantal controles dat het betaalorgaan moest uitvoeren. Evenmin hielp het om de projectkosten onder controle te houden, zoals blijkt uit het verschil tussen de offertes.

Afschaffing van het vereiste van een onafhankelijke certificering leidt tot nieuwe uitdagingen

39

Een onafhankelijke controle is belangrijk om te waarborgen dat SCO’s gebaseerd zijn op eerlijke, billijke en verifieerbare methodologieën. Onafhankelijke controles van het ontwerp van een SCO kunnen vóór de uitvoering (“ex ante”), tijdens of na de uitvoering (“ex post”) worden verricht. We wilden een overzicht krijgen van de controles van de SCO-methodologie en constateerden dat de regels bij plattelandsontwikkeling onlangs zijn gewijzigd.

40

Bij de invoering van SCO’s voor plattelandsontwikkeling werd de verklaring van een onafhankelijk orgaan verplicht gesteld28. Dit was de enige onafhankelijke ex-antecontrolemaatregel. Recente wijzigingen in de wetgeving29 houden in dat deze verklaringen niet langer van toepassing zijn op investeringsmaatregelen. Als gevolg daarvan worden er vanaf 2018 geen verplichte onafhankelijke controles meer uitgevoerd van SCO-methodologieën en berekeningen. De beheersautoriteiten hebben echter nog wel de mogelijkheid om een onafhankelijk orgaan in te schakelen voor de vaststelling of evaluatie van de methodologie en berekeningen.

De Commissie onderzoekt de methodologie en de berekeningen niet tijdens de goedkeuring van de POP’s, maar slechts bij sommige geselecteerde controles …

41

De Commissie evalueert POP's en keurt deze goed30. De validatie van de SCO-berekeningen maakt geen deel uit van het POP-goedkeuringsproces.

42

De Commissie voert controles uit om te verifiëren dat betalingen in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetgeving31. De controleurs van de Commissie onderzoeken methodologieën en berekeningen indien ze uitgaven selecteren die met behulp van SCO’s zijn gedaan. In 2017 betroffen de meeste uitgaven waarop de controles betrekking hadden nog maatregelen uit de periode 2007-2013 en werden die betaald op basis van gemaakte kosten.

43

Fouten in een SCO-methodologie kunnen een negatieve invloed hebben op alle projecten waarvoor de SCO in kwestie wordt gebruikt. Verschillende lidstaten32 uitten hun bezorgdheid over potentiële financiële correcties en noemden dit een belemmering voor het gebruik van SCO’s. Evenals andere door de controleurs van de Commissie opgelegde financiële correcties is de impact ervan beperkt tot een uitgavenperiode van 24 maanden33.

44

Voor het Europees Sociaal Fonds kan de Commissie op verzoek van een lidstaat vooraf de SCO-methodologie en de berekeningen valideren. Zij doet dit door het vaststellen van een gedelegeerde handeling34, die rechtszekerheid voor de lidstaat schept. Omdat bij geen van de andere Europese structuur- en investeringsfondsen voor dit mechanisme werd gekozen in het omnibusvoorstel35, blijft het beperkt tot het Europees Sociaal Fonds.

… en de rol van de certificerende instanties bij het controleren van SCO’s is niet gespecificeerd

45

Er zijn drie nationale organen betrokken bij het beheer en de controle van middelen; hun verantwoordelijkheden met betrekking tot SCO’s zijn beschreven in figuur 4.

Figuur 4

Verantwoordelijkheden op lidstaatniveau met betrekking tot SCO’s

Bron: ERK, op grond van Verordening (EU) nr. 1305/2013.

46

Onafhankelijke certificerende instanties geven een jaarlijks oordeel af met betrekking tot de jaarrekeningen van de betaalorganen, de werking van het internecontrolesysteem en de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven36. In de richtsnoeren van de Commissie37 voor de certificerende instanties worden SCO’s niet genoemd38.

47

Om ervoor te zorgen dat de kosten onder controle blijven is het belangrijk om SCO’s op het juiste niveau vast te stellen. Uit de problemen die we bij de berekeningen aantroffen, blijkt dat een onafhankelijke controle nodig is.

De nieuwe SCO’s bestreken een klein gedeelte van de totale uitgaven voor plattelandsontwikkeling

48

Ten tijde van onze controle had de Commissie geen overzicht van het aandeel van door SCO’s bestreken uitgaven. Onze selectie omvatte POP’s waarbij duidelijk het meest gebruik werd gemaakt van SCO’s39, maar we vonden geen voorbeelden van een maatregel die volledig door middel van SCO’s werd uitgevoerd.

49

Elke maatregel voor plattelandsontwikkeling is verdeeld in verschillende submaatregelen, die op hun beurt allerlei verschillende soorten projecten bestrijken. Uit ons onderzoek van twintig POP’s bleek dat het gebruik van SCO’s beperkt was tot bepaalde soorten projecten of uitgaven. Zie figuur 5 voor een voorbeeld.

Figuur 5

SCO’s werden in Languedoc-Roussillon alleen voor specifieke soorten projecten gebruikt

Bron: ERK, op basis van het POP van Languedoc-Roussillon.

50

Wanneer slechts een deel van een submaatregel of een specifiek soort kosten door SCO’s wordt vergoed, is het niet mogelijk de desbetreffende bedragen te achterhalen. Binnen POP’s worden slechts maatregelen begroot en de lidstaten monitoren in het algemeen slechts de betalingen per project (d.w.z. niet voor elke soort uitgave). Ter illustratie van de impact van SCO’s op één bepaald POP (Wallonië) waarin voor twee maatregelen SCO’s worden gebruikt, wordt in figuur 6 het aandeel van de begroting voor deze twee maatregelen weergegeven dat SCO’s betreft. Voor deze twee maatregelen werd bij het programma een forfaitair percentage van 14 % toegepast voor indirecte kosten.

Figuur 6

Betalingen die in Wallonië naar verwachting met SCO’s zullen worden gedaan

Bron: ERK, op basis van documentatie van de Commissie.

51

De maatregelen waarbij SCO’s worden gebruikt in de twintig POP’s die wij voor ons aan de hand van documenten verrichte onderzoek hebben geselecteerd, zijn te vinden in bijlage I. De meest frequent gebruikte SCO’s zijn de kant-en-klare (zie paragraaf 19); bij het merendeel van de twintig POP’s worden forfaitaire percentages voor indirecte kosten gebruikt. In figuur 7 is weergegeven hoe de verschillende soorten SCO’s vaak worden gebruikt.

Figuur 7

Hoe SCO’s het vaakst worden gebruikt

Bron: ERK, op basis van een onderzoek van twintig POP’s.

52

Eenheidskosten worden meestal gebruikt voor personeelskosten40, reiskosten of verblijfsvergoedingen41. Bij volledige projecten worden eenheidskosten meestal gebruikt voor investeringen in materiële activa42. In figuur 8 worden de soorten SCO’s weergegeven die in de zes voor een controlebezoek gebruikte POP’s worden gebruikt.

Figuur 8

In de geselecteerde POP’s worden eenheidskosten en forfaitaire percentages het meest gebruikt, terwijl forfaitaire bedragen zelden worden gebruikt

NB: SCO’s worden alleen gebruikt voor specifieke soorten projecten of kostencategorieën, nooit voor volledige maatregelen. In de figuur wordt het aantal submaatregelen weergegeven waarbij elk soort SCO in de geselecteerde POP’s wordt toegepast. Verschillende soorten SCO’s kunnen worden gebruikt voor dezelfde submaatregel. De figuur geeft dus geen indicatie van de totale met gebruik van SCO’s gedane uitgaven, maar geeft slechts de soorten SCO’s weer waaraan de voorkeur wordt gegeven.

Bron: ERK, op basis van documentatie van de lidstaten.

Sco’s kregen geen prioriteit in de opstelling van de pop’s 2014-2020, maar de commissie moedigt het gebruik ervan aan

53

Het Parlement en de Raad keurden de regels voor de periode 2014-2020 in december 2013 goed43. De vier DG’s44 die verantwoordelijk waren de Europese structuur- en investeringsfondsen stelden een document met gemeenschappelijke richtsnoeren45 op (de richtsnoeren van de Commissie betreffende SCO’s) en publiceerden het definitieve document in september 2014. In figuur 9 wordt het tijdschema voor de opstelling van de POP’s 2014-2020 weergegeven.

Figuur 9

SCO-tijdschema: van voorstel tot richtsnoer en opleiding

Bron: ERK.

54

De vier DG’s die de Europese structuur- en investeringsfondsen beheren, hebben opdracht gegeven tot een studie over SCO’s, waaraan momenteel nog wordt gewerkt. In de studie wordt via een enquête informatie ingezameld over de maatregelen en soorten SCO’s die bij elk van de fondsen worden gebruikt, over de betreffende bedragen en de projecten die met gebruik van SCO’s zijn uitgevoerd, alsmede over de voordelen van het gebruik van SCO’s. De Commissie wil deze informatie gebruiken bij de ontwikkeling van het kader voor plattelandsontwikkeling voor de volgende periode (na 2020).

De grote verscheidenheid aan maatregelen en begunstigden bemoeilijkt het gebruik van SCO’s, maar ze kunnen voor een breed scala aan investeringen worden gebruikt

55

Voor de periode 2014-2020 zijn er 118 verschillende POP’s in de 28 lidstaten; verder bestaan er 20 afzonderlijke nationale programma’s en hebben acht lidstaten voor regionale programma’s gekozen46. Afhankelijk van de specifieke economische, natuurlijke of structurele omstandigheden kunnen POP’s tot wel twintig maatregelen omvatten die bijdragen tot de verwezenlijking van de EU-prioriteiten voor plattelandsontwikkeling47.

56

Gebruikmaking van SCO’s heeft vooral zin wanneer sprake is van een bepaald aantal soortgelijke concrete acties of soorten uitgaven. De autoriteiten die verantwoordelijk waren voor de voor ons onderzoek geselecteerde twintig POP’s noemden de diversiteit van de soorten concrete acties en begunstigden als de belangrijkste reden om SCO’s niet uitgebreider te gebruiken. De door het Europees fonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) ondersteunde maatregelen zijn verdeeld in submaatregelen. Er zijn 49 verschillende submaatregelen waarvoor SCO’s kunnen worden gebruikt (opgenoemd in bijlage I). In het kader van elke submaatregel kunnen veel verschillende soorten projecten en/of uitgaven worden ondersteund.

57

Ondanks de diversiteit van de projecten en soorten uitgaven bij het beleid voor plattelandsontwikkeling troffen we voorbeelden aan waarbij SCO’s waren ontwikkeld voor een breed scala aan investeringen. Zo omvat het POP van de Canarische Eilanden eenheidskosten voor acht categorieën investeringen in landbouwbedrijven, zie tekstvak 12.

Tekstvak 12

Er kunnen eenheidskosten voor een breed scala aan investeringen worden ontwikkeld, maar ze brengen alleen voordelen mee wanneer ze op een zeker aantal projecten worden toegepast

De Canarische autoriteiten hebben afzonderlijke eenheidskosten ontwikkeld voor acht categorieën investeringen in landbouwbedrijven: irrigatie, aanpassing van landbouwbedrijven, plantenmateriaal, bedrijfsgebouwen, algemene infrastructuur, kassen en andere infrastructuur, landbouwmachines en algemene voorzieningen. Elk van deze categorieën bestaat uit een groot aantal subcategorieën (tot 49 per categorie, 192 in totaal); de Canarische autoriteiten hebben voor elk daarvan één eenheidsprijs berekend.

58

Wanneer het aantal projecten voor een bepaald soort investering echter beperkt is, voegen SCO’s geen waarde toe. Zo hebben de Canarische autoriteiten een eenheidsprijs berekend voor de aankoop van een mistvanger. De eenheidsprijs is gebaseerd op één offerte van de enige beschikbare leverancier. Ten tijde van onze controle was er slechts in het kader van één project een mistvanger aangeschaft. Bij projecten voor plattelandsontwikkeling wordt het minst gebruikgemaakt van forfaitaire bedragen. Drie van de zes bezochte lidstaten48 gaven aan dat ze niet voor forfaitaire bedragen kozen omdat ze die als riskanter beschouwden. Om de betaling van een forfaitair bedrag te ontvangen moet een begunstigde aan alle voorwaarden voldoen – gedeeltelijke betalingen zijn niet mogelijk.

59

De lidstaten hebben ook de mogelijkheid om verschillende soorten SCO’s te combineren voor één soort project, zodoende kunnen ze forfaitaire bedragen beperken tot activiteiten waarvoor aan alle voorwaarden moet zijn voldaan om de gewenste resultaten te bereiken. Zo omvat het POP van de Canarische Eilanden alle drie de SCO-soorten – eenheidskosten, forfaitaire bedragen en forfaitaire percentages – voor projecten die worden ondersteund in het kader van de maatregelen inzake samenwerking en inzake bijstand voor plaatselijke ontwikkeling in het kader van Leader (zie tekstvak 13). Dankzij de mogelijkheid om verschillende soorten SCO’s te combineren, kunnen SCO’s flexibel worden gebruikt.

Tekstvak 13

Voorbeeld van de wijze waarop verschillende SCO’s voor één project kunnen worden gebruikt

Voor projecten die worden ondersteund in het kader van de maatregel inzake samenwerking kunnen begunstigden op de Canarische Eilanden betalingen ontvangen waarbij de drie soorten SCO’s gecombineerd zijn. Zo kan een betaling voor een project waarbij korte toeleveringsketens en een lokale markt worden gecreëerd en ontwikkeld, samengesteld zijn uit:

  • een forfaitair bedrag voor promotieactiviteiten in de geschreven pers en vakbladen om grotere bekendheid te geven aan de korte toeleveringsketen en lokale markt, en de voordelen daarvan onder de aandacht te brengen;
  • eenheidskosten voor de personeelskosten van het project; en
  • een forfaitair percentage van 15 % voor indirecte kosten.
60

De autoriteiten van de lidstaten kunnen bij de invoering van SCO’s gebruikmaken van methodologieën of percentages die al ontwikkeld zijn voor nationale of EU-regelingen. We troffen verschillende POP’s49 aan waarbij reiskosten of eenheidskosten voor personeelskosten uit nationale systemen werden gebruikt. Uit ons onderzoek van twintig POP’s blijkt echter dat autoriteiten van de lidstaten bij de ontwikkeling van SCO’s zelden gebruikmaken van ervaringen op andere beleidsterreinen. We troffen daar slechts twee voorbeelden van aan (zie tekstvak 14).

Tekstvak 14

Voorbeelden van gebruikmaking van een bestaande methodologie

Bij het POP van Toscane wordt gebruikgemaakt van eenheidskosten en forfaitaire bedragen50 bij ondersteunde projecten ter bevordering van beroepsopleidingen en de verwerving van vaardigheden. In het POP wordt gebruikgemaakt van drie verschillende eenheidskosten voor opleidingsactiviteiten afhankelijk van de lengte ervan (minder dan 20 uur, 21-60 uur, meer dan 60 uur) en een forfaitair bedrag voor coachingactiviteiten. De voor eenheidskosten en forfaitaire bedragen vastgestelde bedragen zijn gebaseerd op methodologieën die al waren ontwikkeld en werden toegepast tijdens de programmeringsperioden 2007-2013 en 2014-2020 in het kader van het uit het Europees Sociaal Fonds gefinancierde regionale operationeel programma inzake concurrentievermogen en werkgelegenheid.

In het POP van Cyprus wordt gebruikgemaakt van eenheidskosten voor reiskosten en dagvergoedingen van Erasmus+ voor korte uitwisselingen op het gebied van landbouw- en bosbeheer en voor bezoeken aan landbouwbedrijven en bossen.

De autoriteiten van de lidstaten zijn bezorgd over de controles van de Commissie

61

Tijdens onze controlebezoeken meldden de autoriteiten van verschillende lidstaten dat ze niet wisten hoe de Commissie SCO’s onderzoekt en sommige noemden dit een belemmering voor gebruikmaking van SCO’s51. Tijdens bezoeken aan de lidstaten controleert het personeel van de Commissie de beheers- en controlesystemen van de lidstaten aan de hand van een lijst met essentiële en aanvullende controles52. We hebben de controleaanpak van DG AGRI onderzocht en constateerden dat hun beschrijvingen van deze controles niet waren geactualiseerd in het kader van de invoering van SCO’s. Het actualiseren van de beschrijvingen van de Commissie van essentiële en aanvullende controles waarbij SCO’s worden meegenomen is een van de manieren om de bezorgdheid van de lidstaten weg te nemen. De voor SCO’s relevante controles zijn weergegeven in figuur 10.

Figuur 10

Administratieve controles waarvan de Commissie verwacht dat de autoriteiten van de lidstaten ze voor SCO’s uitvoeren

Bron: ERK, op basis van interviews en documentatie van de Commissie.

62

In dit verband hebben we een lijst van gemeenschappelijke zekerheidsvereisten en doelmatigheidsbeginselen, die te vinden is in de bijlagen II.1 en II.2.

63

Ondanks de hierboven besproken uitdagingen zijn vijf van de zes bezochte autoriteiten van de lidstaten van plan in de toekomst uitgebreider gebruik te maken van SCO’s. Zo wilde Zweden meer forfaitaire bedragen gebruiken in de eerste versie van zijn POP 2014-2020, maar werd het land beperkt door de (inmiddels afgeschafte) bepaling dat SCO’s van tevoren moeten zijn goedgekeurd53.

Recente veranderingen in de wetgeving kunnen een uitgebreider gebruik van sco’s bij plattelandsontwikkeling aanmoedigen

64

In september 2016 stelde de Commissie wijzigingen54 voor in verschillende bepalingen die van invloed zijn op de uitvoering van het beleid voor plattelandsontwikkeling. In oktober 2017 kwamen de Raad en het Parlement overeen om met ingang van 2018 een bepaling55 te schrappen die specifiek betrekking had op plattelandsontwikkeling en het gebruik van SCO’s beperkte.

65

Door de afgesproken wijzigingen worden de regels tussen de Europese structuur- en investeringsfondsen verder geharmoniseerd en de mogelijkheden om gebruik te maken van SCO’s uitgebreid. De afschaffing van de certificering vooraf van de methodologie en berekeningen voor het Elfpo kan grootschaliger gebruik van SCO’s faciliteren. De certificering vooraf betekende dat SCO’s eerder voor het Elfpo moesten worden vastgesteld dan bijvoorbeeld voor het Europees Sociaal Fonds. Voor het laatstgenoemde volstaat het om de SCO’s niet later dan op het moment van verstrekking van de steun vast te stellen, wat nu ook het geval is voor het Elfpo. Verdere voorstellen die van invloed zijn op het gebruik van SCO’s in het kader van het Elfpo worden nog besproken door de Raad en het Parlement; ze worden uiteengezet in tekstvak 15. Indien deze aanvullende wijzigingen worden goedgekeurd, zullen ze leiden tot grootschaliger gebruik van SCO’s.

Tekstvak 15

Voorgestelde wijzigingen in de wetgeving vergroten de mogelijkheden om gebruik te maken van SCO’s

De voorgestelde wijzigingen van de artikelen 67 en 68 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 behelzen het volgende:

  • het maximum voor forfaitaire bedragen wordt afgeschaft;
  • het zal bij alle Europese structuur- en investeringsfondsen toegestaan zijn om per geval een ontwerpbegroting te maken;
  • directe personeelskosten van een concrete actie kunnen worden berekend als een vast percentage, met een maximum van 20 % van andere directe kosten dan personeelskosten voor die concrete actie; en
  • een vast percentage van maximaal 40 % van de subsidiabele personeelskosten mag worden gebruikt om de overige subsidiabele kosten van een concrete actie te dekken, zonder verplichting voor de lidstaat om te berekenen welk percentage van toepassing is.
66

De mogelijkheid om SCO’s te baseren op een ontwerpprojectbegroting betekent dat er SCO’s voor een afzonderlijke concrete actie kunnen worden vastgesteld terwijl de steunaanvraag wordt beoordeeld. De Zweedse en Finse autoriteiten informeerden ons dat ze al hadden overwogen om forfaitaire bedragen te gebruiken op basis van ontwerpbegrotingen voor verschillende maatregelen voordat de Commissie hen informeerde dat dit niet mogelijk was voor het Elfpo56.

SCO’s zijn niet gekoppeld aan een grotere resultaatgerichtheid

Door sco’s verschuift de aandacht van facturen naar output, maar dit leidt niet tot een grotere gerichtheid op resultaten

67

Een van de argumenten die worden genoemd om een grootschaliger gebruik van SCO’s te promoten, is het potentieel ervan om de gerichtheid op output en resultaten te vergroten. De richtsnoeren van de Commissie betreffende SCO’s bevatten verschillende aanwijzingen van die aard57. Van POP’s die waren geselecteerd voor een controlebezoek onderzochten we afzonderlijke projecten om te controleren of de verificaties van de autoriteiten van de lidstaten gericht waren op de output of resultaten in plaats van op facturen, en of de subsidiabiliteit van de SCO-betaling was bepaald op basis van de verwezenlijking van de geplande output of resultaten. Ook vergeleken we betalingen die met en zonder SCO’s waren gedaan.

68

We troffen voorbeelden aan van projectoutput en -resultaten die bijdroegen tot de doelstellingen van een maatregel (zie tekstvak 16 voor een ervan), maar geen indicatie dat de bereikte resultaten beter waren dan dat ze met de vergoeding van gemaakte kosten zouden zijn geweest.

Tekstvak 16

Op output gebaseerde betalingen in Saksen

In het kader van het POP van Saksen wordt de bouw van natuurstenen muren gefinancierd op basis van eenheidskosten. Natuurstenen muren zijn bedoeld om de biodiversiteit in steile en heuvelachtige wijngaarden te helpen herstellen, in stand te houden en te verbeteren. De betalingen zijn gebaseerd op het aantal m2 gebouwde muur.

© Ministerie van milieu en landbouw van de deelstaat Saksen

De begunstigden dienen pas een steunaanvraag in nadat ze een beoordeling van de milieuwaarde door een natuurbeschermingsdeskundige hebben ontvangen. Na afronding van het project declareren de begunstigden het aantal gerealiseerde eenheden (m2). De autoriteiten in Saksen bezoeken de begunstigden om de opgegeven hoeveelheden te verifiëren. Ze legden uit dat dit, samen met de beoordeling door de natuurbeschermingsdeskundige, de manier is om te waarborgen dat de projectoutput bijdraagt tot de totstandkoming van de gewenste resultaten.

69

SCO’s kunnen worden gedifferentieerd op basis van de gewenste resultaten zolang de kosten erin tot uitdrukking komen en een gelijke behandeling van begunstigden wordt gewaarborgd. Dit is een van de verschillende mogelijkheden om een grotere gerichtheid op resultaten te bewerkstelligen (andere omvatten het gebruik van selectiecriteria en het variëren van de “intensiteit van de steun”, d.w.z. het percentage van het project dat in het kader van het Elfpo wordt ondersteund). We troffen geen voorbeelden aan van gevallen waarin dit in de praktijk was gebeurd.

70

De Commissie monitort de uitvoering van het beleid voor plattelandsontwikkeling via het gemeenschappelijk toezicht- en evaluatiesysteem (GTES). Voor het GTES worden indicatoren58 vastgesteld op EU-niveau: de rapportage van de lidstaten moet vergelijkbaar zijn, wil een evaluatie van het beleid zinvol zijn. De indicatoren worden geacht de beleidsdoelstellingen weer te geven, dus hebben we gezocht naar een verband tussen deze beide en de betalingen zoals geïllustreerd aan de hand van een fictief voorbeeld in figuur 11.

Figuur 11

Er moet een verband bestaan tussen doelstellingen, indicatoren en SCO-betalingen

Bron: ERK.

71

In de meeste gevallen konden we geen rechtstreeks verband vaststellen tussen de betalingen voor de geselecteerde projecten en de indicatoren. In werkelijkheid kan met op EU-niveau vastgestelde GTES-indicatoren de uitvoering van het beleid voor plattelandsontwikkeling niet op projectniveau worden gemonitord, dus zou het niet haalbaar zijn om SCO-betalingen daarop te baseren. Desondanks moeten concrete acties die in het kader van het Elfpo zijn gefinancierd duidelijk worden gekoppeld aan een van de doelstellingen ervan om de resultaten van het beleid te kunnen monitoren. Het verbeteren van het verband tussen betalingen en doelstellingen voor individuele projecten zou kunnen bijdragen tot een grotere gerichtheid op het verwezenlijken van de doelstellingen.

De Commissie heeft voorgesteld om geleidelijk over te gaan op resultaatgebaseerde betalingen

72

In de onlangs voorgestelde wijzigingen van het rechtskader59 is, naast meer mogelijkheden om SCO’s te gebruiken, ook de optie van resultaatgebaseerde betalingen opgenomen. In het bijzonder stelde de Commissie voor om in artikel 67 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad de mogelijkheid tot financiering op te nemen die niet gekoppeld is aan de kosten van de relevante concrete actie, maar gebaseerd is op naleving van de voorwaarden met betrekking tot de vooruitgang bij de uitvoering of de verwezenlijking van programmadoelstellingen.

Conclusies en aanbevelingen

73

Het gebruik van SCO’s heeft verschillende potentiële voordelen. De administratieve lasten nemen mogelijk af doordat niet iedere euro herleid hoeft te worden naar afzonderlijke bewijsstukken. De begunstigden verstrekken en de autoriteiten van de lidstaten controleren minder documenten.

74

Door de betalingen op output te baseren ligt bij SCO’s minder nadruk op facturen, maar neemt de gerichtheid op resultaten niet toe. Door middel van SCO’s kunnen de kosten van projecten voor plattelandsontwikkeling onder controle worden gehouden, maar alleen als die gebaseerd zijn op een deugdelijke methodologie en eerlijke, billijke en verifieerbare berekeningen. Door de geplande resultaatgebaseerde betalingen kan er potentieel meer nadruk op prestaties worden gelegd en een grotere gerichtheid op het bereiken van doelstellingen ontstaan.

75

Uit onze controle blijkt dat er sprake is van een verschuiving en een algemene afname van de administratieve lasten. Terwijl de beheersautoriteiten vooraf (tijd of geld) investeren in een methodologie en berekeningen, is het personeel minder tijd kwijt met het controleren van steun- en betalingsaanvragen en hoeven begunstigden minder documenten in te dienen (zie de paragrafen 13-18, 21, 22 en 26).

76

Indien SCO’s doeltreffend worden gebruikt, kunnen ze de kosten van projecten voor plattelandsontwikkeling onder controle houden. Om er echter voor te zorgen dat de kosten redelijk zijn, moet er een deugdelijke methodologie worden toegepast, zodat de hoeveelheid financiering op het juiste niveau wordt vastgesteld (zie de paragrafen 33-38).

77

Hoewel er geen wettelijk vereiste is om de methodologie of de berekeningen te actualiseren moeten de berekeningen op basis van de beginselen van goed financieel beheer actueel zijn, wil de SCO de werkelijkheid weergeven.

Aanbeveling 1

De Commissie moet haar richtsnoeren over SCO’s actualiseren en daarin ingaan op de belangrijkste beginselen voor het ontwikkelen van methodologieën. Dit omvat:

  • minimale gegevensvereisten;
  • aanvaardbare variatie in de gebruikte prijzen; en
  • aandacht voor gegevensreeksen met extreme waarden en vluchtige gegevens.

Streefdatum voor de uitvoering: 2018.

78

De Commissie beoordeelt de SCO-methodologie of berekeningen tijdens haar goedkeuring van de POP’s niet. Controleurs van DG AGRI stellen SCO’s in hun controles aan de orde indien ze met SCO’s gedane betalingen selecteren, maar ze selecteren lidstaten of POP’s waarin gebruik wordt gemaakt van SCO’s niet systematisch. Certificerende instanties zijn functioneel onafhankelijke organen, maar hun rol bij het controleren van SCO’s is niet gespecificeerd. Dit leidt tot het risico dat SCO’s niet door een onafhankelijk orgaan worden onderzocht (zie de paragrafen 40-47). In deze context kunnen de vereisten en beginselen in de bijlagen II.1 en II.2 relevant zijn voor organen die SCO’s gebruiken en controleren, waaronder de certificerende instanties (zie paragraaf 62).

Aanbeveling 2

De Commissie moet verduidelijken wie de methodologie en berekening van SCO’s moet controleren.

Dat houdt concreet in dat de Commissie, rekening houdend met de in bijlage II.1 uiteengezette zekerheidsvereisten, de rol van de certificerende instanties moet verduidelijken en in haar richtsnoeren voor de certificerende instanties specifiek moet verwijzen naar de controle van SCO’s en de bijbehorende internecontrolesystemen.

Streefdatum voor de uitvoering: 2018.

79

Uit onze controle blijkt dat SCO’s nog steeds een fractie vormen van de uitgaven voor plattelandsontwikkeling. De belangrijkste reden daarvoor is dat het moeilijk is om kostenmaatregelen vast te stellen voor een grote en diverse reeks projecten, activiteiten en begunstigden. Dit draagt bij tot de aanzienlijke investeringen die nodig zijn om de SCO-methodologie te ontwikkelen. Het ontwikkelen van SCO’s is alleen nuttig in gevallen waarin veel projecten vergelijkbaar zijn of soortgelijke uitgaven met zich meebrengen. SCO’s zijn niet geschikt voor alle soorten concrete acties en uitgaven, maar zouden toch vaker en beter kunnen worden gebruikt (zie de paragrafen 16 en 17 en 48-51). Hoewel de verordeningen toestaan dat er SCO-methodologieën en -percentages worden gebruikt die op andere beleidsterreinen zijn ontwikkeld, constateerden we dat de lidstaten zelden gebruikmaken van deze mogelijkheid.

80

De wetgever kan in de verordeningen percentages en bedragen opnemen die als SCO’s moeten worden gebruikt. Een bijzonder voordeel van deze kant-en-klare SCO’s is dat de autoriteiten van de lidstaten geen methodologie of berekeningen hoeven vast te stellen (zie de paragrafen 19 en 20). Het is echter belangrijk dat dergelijke percentages een deugdelijke grondslag hebben en naar behoren worden afgestemd op kosten die worden gefinancierd op basis van facturen en andere documentatie.

Aanbeveling 3

Om het passende gebruik van SCO’s te vergemakkelijken moet de Commissie

  • de mogelijkheden verkennen om meer kant-en-klare SCO’s met een deugdelijke grondslag te ontwikkelen; en
  • haar beschrijvingen van essentiële en aanvullende controles actualiseren zodat het gebruik van SCO’s erin wordt meegenomen.

Streefdatum voor de uitvoering: 2018.

81

Hoewel de Commissie een grotere gerichtheid op output en resultaten hanteert als een van de argumenten om SCO’s te gebruiken, hebben we geen grotere gerichtheid op resultaten geconstateerd. SCO’s verleggen de aandacht van facturen naar output, maar we troffen geen aanwijzingen aan dat er met SCO-betalingen betere resultaten werden bereikt dan met de vergoeding van gemaakte kosten.

82

Bij de nieuwe resultaatgebaseerde betalingen die in het omnibusvoorstel van de Commissie werden voorgesteld, wordt de mogelijkheid gecreëerd om betalingen te doen die niet aan kosten gebonden zijn. Het succes ervan zal afhangen van de richtsnoeren van de Commissie en de bereidheid van de lidstaten om deze nieuwe vorm van financiering toe te passen.

Aanbeveling 4

De Commissie moet het potentieel onderzoeken van de overgang van op gemaakte kosten gebaseerde vergoedingen naar op resultaten gebaseerde vergoedingen. Als zij dat doet, moet de Commissie rekening houden met de ervaring die is opgedaan met de invoering van SCO’s.

Streefdatum voor de uitvoering: 2018.

Dit speciaal verslag werd door kamer I onder leiding van de heer Phil WYNN OWEN, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van woensdag 7 maart 2018.

Voor de Rekenkamer

Klaus-Heiner LEHNE
President

Bijlagen

Bijlage I

Maatregelen voor plattelandsontwikkeling waarbij in twintig pop’s sco’s worden gebruikt

Maatregel Sub- maatregel Vlaanderen (België) Wallonië (België) Bulgarije Denemarken Saksen (Duitsland) Estland Ierland Griekenland Spanje Languedoc-Roussillon (Frankrijk) Provence-Alpes-Côte d'Azur (Frankrijk) (Frankrijk) Kroatië Toscane (Italië) Veneto (Italië) Cyprus Luxemburg Nederland Oostenrijk Finland Zweden
Acties inzake kennisoverdracht en voorlichting 1.1 X X X X X X X X X X X X X X
1.2 X X X X X X X X X X
1.3 X X X
Bedrijfsadviesdiensten, bedrijfsbeheersdiensten en bedrijfsverzorgingsdiensten 2.1 X X X
2.2
2.3 X X
Kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen 3.1
3.2 X X X
Investeringen in materiële activa 4.1 X X X X X X X
4.2 X
4.3 X X X
4.4 X X X X X X X
Herstel van door een natuurramp beschadigd agrarisch productiepotentieel en invoering van passende preventie 5.1
5.2
Ontwikkeling van landbouwbedrijven en ondernemingen 6.4
Basisdiensten en dorpsvernieuwing in plattelandsgebieden 7.1 X X X X
7.2 X
7.3 X
7.4 X X
7.5 X X
7.6 X X X X X
7.7 X
7.8 X
Investeringen in de ontwikkeling van bosgebieden en de verbetering van de levensvatbaarheid van bossen 8.1 X X X X X
8.2 X
8.3 X X X
8.4 X X X X
8.5 X X X X X X X X
8.6 X X
Bosmilieu- en klimaatdiensten en bosinstandhouding 15.2
Samenwerking 16.1 X X X X X X X X X
16.2 X X X X X X X X X X X
16.3 X X X X X X
16.4 X X X X X X X
16.5 X X X X X X X X
16.6 X X
16.7 X
16.8 X
16.9 X X X X X X
16.10 X X X X
Risicobeheer 17.1 X
17.2
17.3
Steun voor plaatselijke ontwikkeling in het kader van LEADER (GGLO) 19.1 X X X X X X X
19.2 X X X X X X X X X
19.3 X X X X X X X X X
19.4 X X X X X X X X X X X X X
Technische bijstand 20.1 X X
20.2 X X
Aantal submaatregelen waarbij SCO's worden gebruikt 21 6 13 4 12 14 1 1 9 10 9 6 1 7 6 0 14 21 18 17
Totaalaantal niet-oppervlakte-/diergerelateerde submaatregelen in het POP 30 18 29 21 20 28 14 30 31 23 23 26 36 32 26 8 16 36 25 26
Percentage submaatregelen waarbij SCO’s worden gebruikt 70 % 33 % 45 % 19 % 60 % 50 % 7 % 3 % 29 % 43 % 39 % 23 % 3 % 22 % 23 % 0 % 88 % 58 % 72 % 65 %

NB: De lijst omvat de 49 submaatregelen voor plattelandsontwikkeling waarbij SCO’s in de periode 2014-2020 kunnen worden gebruikt. Er zijn geen submaatregelen die volledig door middel van SCO’s worden uitgevoerd. SCO’s worden alleen gebruikt voor specifieke soorten projecten of uitgaven die in het kader van de respectieve submaatregelen worden ondersteund.

Bron: ERK op basis van informatie van de lidstaten en de in Verordening (EU) nr. 808/2014 omschreven maatregelen.

Bijlage II

1. Zekerheid met betrekking tot sco’s

Inleiding: we hebben deze essentiële vereisten besproken met de diensten van de Commissie die verantwoordelijk zijn voor de Europese structuur- en investeringsfondsen; ze zijn relevant voor alle organen die SCO’s gebruiken en controleren. De mate waarin deze vereisten aan de orde komen in een bepaalde controle hangt af van zowel de reikwijdte van de verrichte werkzaamheden als de mate waarin SCO’s worden gebruikt bij de onderzochte uitgaven.
Vereiste Aanpak
Ontwerp (methodologie en berekeningen van SCO's) De lidstaat gebruikt alleen SCO’s die zijn toegestaan onder nationale en EU-regels. Analyseren van de nationale en EU-regels:

●waarborgen dat het soort gebruikte SCO’s daarmee verenigbaar is; en

●eventuele beperkingen vaststellen voor de soorten concrete acties waarvoor SCO's kunnen worden gebruikt en verifiëren dat SCO’s worden gebruikt voor toegestane soorten concrete acties en kostencategorieën.

De SCO wordt vastgesteld op basis van een van de in de wetgeving toegestane methoden. Analyseren van de nationale en EU-regels en bepaling van de toegestane methoden voor het vaststellen van SCO’s.
Verifiëren dat de SCO is vastgesteld met een van de in de wetgeving bepaalde methoden (bijv. eerlijke, billijke en controleerbare berekeningsmethode, gebruik van bestaande nationale of EU-regelingen, gebruik van specifieke percentages of methoden uit de verordeningen).
Indien er in de verordeningen gespecificeerde percentages of methoden worden gebruikt, is het niet nodig het ontwerp te controleren.
De SCO dekt slechts subsidiabele kosten. Waarborgen dat de methodologie voor het omschrijven van de SCO alleen kosten omvat die op basis van nationale en EU-regels subsidiabel zijn.
Indien een combinatie van SCO’s of verschillende vergoedingsmechanismen wordt gebruikt voor dezelfde concrete actie, worden dubbele kostendeclaraties voorkomen. Verifiëren dat één soort uitgave voor een individuele begunstigde slecht eenmaal kan worden gefinancierd.
Indien een concrete actie gedeeltelijk wordt vergoed op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten, verifiëren dat deze kosten niet ook worden betaald in het kader van de SCO.
Indien een forfaitair bedrag en eenheidskosten worden gebruikt voor hetzelfde soort concrete actie, verifiëren dat de berekening van het forfaitair bedrag niet de elementen betreft die op basis van eenheidskosten worden vergoed.
Voor forfaitaire percentages waarborgen dat er een alomvattende definitie is van en een duidelijk onderscheid tussen de kostencategorieën waarop het percentage wordt toegepast en de kostencategorie die door het forfaitaire percentage wordt vergoed.
Indien SCO’s gebaseerd zijn op bestaande nationale en EU-regelingen moeten deze regelingen gericht zijn op soortgelijke soorten begunstigden en concrete acties. Beoordelen of de soorten door de SCO ondersteunde begunstigden en concrete acties vergelijkbaar zijn. Dit per geval controleren, bijvoorbeeld door te beoordelen of het soort begunstigde in aanmerking voor subsidie zou zijn gekomen in het kader van de nationale/EU-regeling die als grondslag voor de SCO werd gebruikt.
Verifiëren dat de van de bestaande methodologie overgenomen parameters (bijvoorbeeld de geografische reikwijdte) ook geldig zijn voor de soorten concrete acties waarvoor ze zullen worden gebruikt.
De berekening van de SCO is eerlijk: redelijk en gebaseerd op de werkelijkheid, niet buitensporig of extreem. Verifiëren dat de autoriteiten van de lidstaten hun veronderstellingen hebben onderbouwd, alsmede de gegevens die worden gebruikt voor de methodologie en de SCO-berekening.
De SCO-berekening is billijk: deze bevoordeelt sommige begunstigden of concrete acties niet boven anderen. De bedragen en percentages van SCO’s analyseren, en verifiëren dat de veronderstellingen en gegevens die zijn gebruikt om deze vast te stellen, gebaseerd zijn op gemiddelde concrete acties/begunstigden of dat de bedragen of percentages gedifferentieerd zijn op basis van objectieve onderbouwingen.
De SCO-berekening is verifieerbaar: gebaseerd op bewijsstukken die geverifieerd kunnen worden zolang de SCO in gebruik is. Verifiëren dat het orgaan dat de SCO vaststelt de volgende informatie adequaat heeft opgeslagen:

●de beschrijving van de methodologie (met inbegrip van de belangrijkste stappen van de berekening);

●de gebruikte gegevensbronnen, waaronder een beoordeling van de relevantie en de kwaliteit van de gegevens; en

●de berekening zelf.

De voor de SCO-berekening gebruikte gegevens steekproefgewijs verifiëren en waarborgen dat er een adequaat controlespoor is.
Ontwerp – Beheers- en controlesysteem (slechts voor zover dit SCO’s betreft) Het beheers- en controlesysteem omvat relevante controles met betrekking tot het ontwerp van SCO’s. De procedures van de lidstaten controleren en beoordelen of deze bepalingen omvatten voor een functioneel onafhankelijke evaluatie van de methodologie en berekeningen van SCO’s.
Controleren of de evaluatie wordt uitgevoerd wanneer dat relevant is en dat deze de bovengenoemde toepasselijke essentiële vereisten betreft.
Uitvoering (op SCO’s gebaseerde betalingen) In de praktijk gebruikte SCO’s worden van tevoren vastgesteld. De oproep tot het indienen van voorstellen onderzoeken en waarborgen dat deze een verwijzing naar het gebruik van SCO’s bevat.
Verifiëren dat het gehanteerde SCO-bedrag of -percentage ten laatste in het steunbesluit werd medegedeeld door het document waarin de steunvoorwaarden worden uiteengezet, te onderzoeken.
De prestaties die van de begunstigde worden verwacht om de SCO-gebaseerde betaling te ontvangen worden duidelijk omschreven. Bij een steekproef van concrete acties verifiëren dat in het document waarin de steunvoorwaarden worden uiteengezet in de vooraf beschreven voorwaarden van de overeenkomst duidelijk wordt gespecificeerd welke prestaties vereist zijn om de op SCO’s gebaseerde betaling te ontvangen.
De betaling wordt slechts toegekend indien de vooraf vastgelegde prestaties zijn geleverd. Verifiëren dat de vooraf vastgelegde prestaties zijn geleverd en dat is voldaan aan de voorwaarden om steun te ontvangen (door fysieke inspectie of door het verkrijgen van ander sluitend bewijs).
Voor forfaitaire bedragen en eenheidskosten: verifiëren dat is voldaan aan de vooraf vastgelegde voorwaarden. Voor eenheidskosten het aantal werkelijke subsidiabele eenheden verifiëren.
Voor financiering op basis van een forfaitair percentage: verifiëren dat het vastgestelde bedrag is gebaseerd op categorieën van subsidiabele kosten die in de methodologie zijn beschreven. De werkelijke gemaakte en betaalde kosten waarop het percentage is toegepast verifiëren en ervoor zorgen dat deze in overeenstemming zijn met het document waarin de steunvoorwaarden worden uiteengezet.
De methodologie wordt naar behoren toegepast en de op SCO’s gebaseerde betaling wordt correct berekend. Controleren of de berekening van de betaling gebaseerd is op de SCO die is vastgesteld overeenkomstig de toepasselijke regels ten tijde van de toekenning van de steun (indien het percentage of bedrag van de SCO is herzien, controleren of de correcte percentages zijn gebruikt).
De berekening van de betaling wiskundig toetsen voor een steekproef van concrete acties (eenheidskosten: aantal uitgevoerde eenheden vermenigvuldigd met de eenheidsprijs, het forfaitair bedrag: staat gelijk aan steunbesluit, forfaitaire percentages: percentage van de vastgelegde kostencategorieën).
Ingeval de waarde van de kosten waarop het forfaitaire percentage is toegepast, werd gewijzigd, verifiëren dat het bedrag dat werd berekend op basis van het forfaitaire percentage, ook proportioneel werd aangepast.
Uitvoering – Beheers- en controlesysteem (slechts voor zover dit SCO’s betreft) Het beheers- en controlesysteem omvat relevante controles met betrekking tot de uitvoering van concrete acties met SCO’s. De procedures van de lidstaten evalueren en nagaan of deze administratieve controles omvatten van de uitvoering van de concrete actie, de vervulling van vooraf vastgelegde voorwaarden en de verificatie van de eenheden (voor eenheidskosten) en de categorieën subsidiabele kosten (voor financiering op basis van een forfaitair percentage).
De in het beheers- en controlesysteem beschreven administratieve controles werken doeltreffend. Voor een steekproef van betalingen de administratieve controles onderzoeken, en verifiëren dat ze werden uitgevoerd overeenkomstig de in het beheers- en controlesysteem beschreven controles.

Bijlage II

2. Doelmatigheid van sco’s

Inleiding: in dit gedeelte worden voorbeelden gegeven van beginselen die relevant kunnen zijn voor het controleren van de doelmatigheid; andere kunnen worden ontwikkeld afhankelijk van de reikwijdte van de controle. Daarnaast moeten er controlecriteria worden ontwikkeld voor elk van de beginselen.
Beginsel Aanpak
Zuinigheid De SCO’s zijn op het juiste niveau vastgesteld. Controleren of de SCO’s, voor een bepaald output- of resultatenniveau, niet tegen aanzienlijk lagere kosten hadden kunnen worden ontworpen of uitgevoerd.
Periodiek wordt geëvalueerd of de methodologie of de voor de berekening gebruikte gegevens moeten worden geïndexeerd of geactualiseerd. Verifiëren (door middel van een onderzoek van procedures, eerdere actualiseringen of naar aanleiding van een onderzoek) dat de autoriteiten van de lidstaten periodiek evalueren of de voor de SCO-methodologie gebruikte veronderstellingen en de voor de berekening gebruikte gegevens geactualiseerd moeten worden. Controleren of de berekeningen zijn geactualiseerd voor zover relevant.
Indien SCO’s gebaseerd zijn op bestaande nationale of EU-regelingen, controleren of de voor de oorspronkelijke regeling gebruikte methodologie gedurende de periode werd gewijzigd, en indien dit het geval was, verifiëren dat de SCO dienovereenkomstig is gewijzigd.
Doelmatigheid De tijd besteed aan en de kosten van de opstelling van de SCO-methodologie en berekeningen staat in verhouding tot de besparingen tijdens de uitvoering gedurende de hele periode. Informeren naar de middelen die nodig zijn om de methodologie vast te stellen vergeleken met de tijdsbesparing gedurende de uitvoering. Analyseren of het gebruik van SCO’s voor dit type concrete actie, begunstigde en/of kostencategorie doelmatig is.
De administratieve controles zijn vereenvoudigd om het gebruik van SCO’s tot uitdrukking te laten komen. De procedure van de lidstaten en de controlelijsten voor administratieve controles onderzoeken om te waarborgen dat:

●de werkelijk gemaakte kosten niet worden gecontroleerd voor uitgavencategorieën die in het kader van SCO’s worden vergoed;

●de voor de Commissie gecertificeerde uitgaven berekend worden op basis van gecertificeerde hoeveelheden;

●voor eenheidskosten en forfaitaire bedragen de controles gericht zijn op output en uitkomsten; en

●voor forfaitaire percentages de verificatie gericht is op de subsidiabele kosten waarop het percentage wordt toegepast.

Doeltreffendheid SCO’s zijn gericht op het realiseren van output en het behalen van resultaten. Controleren of de van de begunstigde verwachte prestaties met het oog op het ontvangen van een op SCO’s gebaseerde betaling duidelijk gekoppeld zijn aan de verwezenlijking van beleidsdoelstellingen.

De antwoorden van de Commissie

Samenvatting

I

De Commissie heeft de vereenvoudigde kostenopties (SCO's, simplified cost options) in 2014 verbeterd met als doel de uitvoering van bepaalde plattelandsontwikkelingsmaatregelen verder te vereenvoudigen. Van meet af aan was duidelijk dat deze alternatieve methode voor kostenvergoeding waarschijnlijk niet tot aanzienlijk meer resultaatgerichtheid ging leiden. SCO's dienen tot dezelfde resultaten te leiden als conventionele vergoedingssystemen, maar op een eenvoudigere en snellere manier.

IV

De Commissie is van mening dat SCO's de administratieve lasten aanzienlijke terugdringen, zodat de inzet van personeel en de administratieve inspanningen voor het beheer van het Fonds meer kunnen worden gericht op de verwezenlijking van beleidsdoelen dan op het verzamelen en controleren van financiële documenten.

V

In de vergaderingen van de deskundigengroepen heeft de Commissie de rol van certificerende instanties in de controle van de SCO-methodologie verduidelijkt en zij is voornemens dat te blijven doen.

VI

De Commissie beschouwt SCO's voor niet-areaalgebonden en niet-diergebonden uitgaven als een nieuwigheid. Er is enige tijd nodig voordat de lidstaten ze zich eigen hebben gemaakt. Een aantal SCO's worden momenteel echter reeds ingevoerd door middel van POP-wijzigingen.

VII

Eerste streepje: De Commissie aanvaardt deze aanbeveling en is reeds begonnen met de actualisering van de richtsnoeren, voornamelijk om rekening te houden met wijzigingen die zijn aangebracht in de omnibusverordening gemeenschappelijke bepalingen.

Tweede streepje: De Commissie aanvaardt deze aanbeveling.

De Commissie erkent dat het nodig is bepaalde aspecten te verduidelijken betreffende de controle van de methodologie en berekening voor SCO's in de geactualiseerde richtsnoeren. De certificerende instanties brengen momenteel advies uit over de internecontrolesystemen, evenals over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven, met inbegrip van de naleving van het toepasselijke recht inzake SCO's. Hun rol bij de controle van SCO's kan echter verder worden verduidelijkt.

Derde streepje: De Commissie aanvaardt deze aanbeveling en zal de lijst met essentiële en aanvullende controles bijwerken, zodat die ook SCO's omvat. De Commissie heeft meer kant-en-klare SCO's opgenomen in de omnibusverordening gemeenschappelijke bepalingen.

Vierde punt: De Commissie stemt in met deze aanbeveling. De Commissie denkt momenteel na over manieren om de kostenvergoeding aan de lidstaten te baseren op de uitvoering van het beleid, zoals uiteengezet in de mededeling "De toekomst van voeding en landbouw".

Opmerkingen

Tekstvak 3 – Forfaitair percentage voor sociale lasten in Zweden

Het voorbeeld van Zweden illustreert zeer passend de potentiële administratieve voordelen van het gebruik van SCO's in plaats van de werkelijk gemaakte kosten.

28

De Commissie is van mening dat de investeringen die nodig zijn om de SCO-methodologie te ontwikkelen later worden gecompenseerd door de tijdswinst die de bevoegde autoriteiten boeken tijdens de indiening en verwerking van de steun- en betalingsaanvragen.

Tekstvak 7 – Redelijkheid van de kosten wanneer subsidies worden betaald op basis van gemaakte kosten

Tweede alinea: Het is de verantwoordelijkheid van de lidstaten om de redelijkheid van de kosten te analyseren. Bovendien zijn offertes en referentiekosten maar twee van de mogelijke elementen waarop die beoordeling kan worden gebaseerd (in artikel 48, lid 2, onder e), van Verordening (EU) nr. 809/2014 worden die elementen ingeleid met "zoals"). Wanneer tekortkomingen worden geconstateerd, beschermt de Commissie de EU-begroting via de conformiteitsprocedures; daarnaast verstrekt zij richtsnoeren voor de verbetering van de bestaande systemen (zie de richtsnoeren voor controles en sancties in het kader van plattelandsontwikkeling, waarin een door de Rekenkamer in speciaal verslag nr. 22/2014 voorgestelde checklist voor de beoordeling van de redelijkheid van de kosten is opgenomen).

30

De Commissie merkt op dat volgens het toepasselijke rechtskader (de artikelen 67 en 68 van Verordening (EU) nr. 1303/2013) wanneer SCO-bedragen worden ontwikkeld op basis van de methodologie, die tijdens de programmeringsperiode niet noodzakelijk hoeven te worden bijgewerkt of herzien. Hoewel er geen rechtsgrondslag bestaat die vereist dat berekeningen moeten worden geactualiseerd, dient een SCO echter mogelijk te worden bijgewerkt indien wordt bewezen dat ze niet eerlijk meer is (d.w.z. de gemiddelde marktkosten niet weerspiegelt).

34

De Commissie is het er volledig mee eens dat de gegevens waarop de SCO-berekening gebaseerd is, beschikbaar moeten zijn voor mogelijke verificatie. Dit wordt ook vermeld in de in 2014 gepubliceerde richtsnoeren van de ESI-fondsen voor SCO's.

Tekstvak 10 – Autoriteiten van lidstaten konden hun selectie van gegevens voor de SCO-berekeningen niet altijd verklaren

Zoals hierboven vermeld, is de Commissie het er geheel mee eens dat de gegevens waarop de SCO-berekening gebaseerd is, beschikbaar moeten zijn voor mogelijke verificatie en dat de beheersautoriteiten in staat moeten zijn hun beslissing betreffende de onderliggende gegevens te verklaren.

Er moet echter ook rekening mee worden gehouden dat het voor bepaalde speciale materialen en diensten moeilijk is om zelfs ook maar drie offertes van fabrikanten en diensten te ontvangen, temeer indien de materialen en diensten in ultraperifere gebieden en in beperkte hoeveelheden moeten worden geleverd (bijvoorbeeld kleine tractoren voor steile hellingen, materialen die bestendig zijn tegen tropische omstandigheden, speciale machines enz.).

Tekstvak 11 – Op niet vergelijkbare offertes gebaseerd forfaitair bedrag dat geen besparingen opleverde

De Commissie is van oordeel dat deze vaststelling niet kan worden veralgemeend omdat ze niet voor alle gevallen geldt: bezoeken aan beurzen kunnen verschillende categorieën van uitgaven omvatten, die allemaal samen wel degelijk aanvullende lasten kunnen vormen voor de autoriteiten en de begunstigde. SCO's worden in het bijzonder aanbevolen voor kleine subsidies, en voor andere ESI-fondsen zijn ze zelfs verplicht.

40

De Commissie constateert dat de recente wijzigingen van de wetgeving de aanpak in lijn hebben gebracht met andere ESI-fondsen, waar de onafhankelijke verklaring niet nodig is. In de praktijk konden lidstaten bepaalde SCO's niet gebruiken vanwege de noodzaak om een onafhankelijke verklaring in te dienen door middel van een programmawijziging. Zoals de Rekenkamer constateert, kunnen de lidstaten nog steeds opteren om de methodologie en de berekeningen te laten beoordelen door een onafhankelijk orgaan. De Commissie is daarom van mening dat deze afschaffing zorgt voor vereenvoudiging en niet als een uitdaging maar veeleer als een kans moet worden beschouwd.

42

De conformiteitscontroles van de Commissie zijn niet alleen gericht op SCO's. Om redelijke zekerheid te krijgen dat de uit het Elfpo gefinancierde uitgaven voor de geselecteerde maatregelen aangevraagd en besteed zijn in overeenstemming met de EU-regels, worden de SCO's steekproefsgewijs beoordeeld in het kader van de uitgevoerde systeemcontrole. Anders zou de controle alleen de SCO's omvatten en zouden geen andere zaken kunnen worden gecontroleerd.

43

De Commissie is van mening dat financiële correcties geen belemmeringen zijn, maar rectificaties bij niet-naleving van de regels (inbreuk op het EU-recht, contractbreuk), en niet afhankelijk zijn van de methodologie voor de berekening van de kosten.

De Commissie (de voor de ESI-fondsen bevoegde DG's) blijft aan de lidstaten richtsnoeren verstrekken over SCO's. Voor de lidstaten zijn verschillende informatiesessies georganiseerd, waarbij de controleurs ook betrokken waren. Bij vragen van lidstaten over SCO-methodologie zijn steeds verduidelijkingen verstrekt.

44

Een dergelijk mechanisme voor alle ESI-fondsen zou belastend kunnen zijn voor de Commissie, terwijl de SCO's net dienen om de administratieve lasten voor de autoriteiten te verminderen.

46

De richtsnoeren van de Commissie voor de certificerende instanties zijn algemeen en kunnen niet inspelen op specifieke procedures zoals SCO's, die niet noodzakelijk op elk betaalorgaan van toepassing zijn.

47

Met de onafhankelijke controle wordt niet noodzakelijkerwijs gegarandeerd dat het systeem foutbestendig is. De Commissie merkt op dat de verplichting om de methodologie door een onafhankelijke instantie te laten certificeren ten tijde van de controle nog steeds van toepassing was, en zoals de Rekenkamer heeft aangetoond, heeft dit het risico van onjuiste berekeningen niet beperkt. Integendeel, SCO-betalingen in het kader van andere ESI-fondsen, waar niet noodzakelijk een onafhankelijke controle wordt uitgevoerd, lijken net minder vatbaar voor fouten.

48

Op basis van een recente studie over het gebruik of beoogde gebruik van vereenvoudigde kostenopties in het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), heeft de Commissie een overzicht van het gebruik of beoogde gebruik van SCO's.

56

De Commissie is van mening dat SCO-betalingen in principe kunnen worden gebruikt voor alle soorten concrete acties, zelfs indien de verscheidenheid van de uit het Elfpo gefinancierde projecten een initiële investering in het ontwerp van de methodologie vereist.

58

Zie het antwoord van de Commissie op paragraaf 56.

61

De controleurs van de Commissie controleren inderdaad het ontwerp en de uitvoering (correcte toepassing) van SCO's wanneer die gebruikt worden bij de uitvoering van de binnen de reikwijdte van de controle vallende maatregel(en). De Commissie overweegt in een toekomstige herziening van het document meer nadruk te leggen op SCO's bij de essentiële en aanvullende controles.

62

De Commissie benadrukt dat de certificerende instanties de in bijlage II.2 vervatte beginselen niet hoeven te volgen. In het huidige rechtskader vallen deze beginselen buiten de reikwijdte van de controlewerkzaamheden van de certificerende instanties, zoals duidelijk is bepaald in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

63

De Commissie is van mening dat deze opmerking de relevantie aantoont van het besluit van de wetgever om het certificaat af te schaffen.

67

In de richtsnoeren wordt gesuggereerd dat het gebruik van SCO's dient om de administratieve lasten voor autoriteiten en begunstigden te verminderen, zodat de bij het beheer van het Fonds betrokken administratieve inspanningen meer kunnen worden gericht op de verwezenlijking van beleidsdoelen dan op het verzamelen en controleren van financiële documenten.

68

Niets wijst erop dat het gebruik van SCO's zal bijdragen aan het bereiken van betere resultaten, vergeleken met de werkelijke kosten. Het SCO-vergoedingssysteem dient tot dezelfde resultaten te leiden als conventionele vergoedingssystemen, maar op een eenvoudigere en snellere manier. Zie het antwoord van de Commissie op paragraaf 67.

69

Daar waar de definitie van selectiecriteria en steunintensiteit manieren zijn om de doelgerichtheid van de maatregelen (d.w.z. richting bepaalde begunstigden of gebieden) te verbeteren, leidt de toepassing van SCO's evenwel tot administratieve vereenvoudiging in vergelijking met de gebruikelijke manieren van terugbetaling van de begunstigden (facturen). De eerstgenoemde methoden verbeteren de prestaties van het beleid, terwijl de laatstgenoemde tot administratieve-efficiëntiewinsten leiden.

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 70 en 71

Beleidsresultaten berusten op de effectieve interactie tussen de maatregelen die worden ondersteund met het oog op de beleidsdoelen. GTES-indicatoren zijn middelen om beleidsresultaten te beoordelen. Ze zijn bijgevolg gebaseerd op de uitgevoerde activiteiten en niet op de wijze waarop die activiteiten worden vergoed. Volgens de interventielogica kan er geen rechtstreekse koppeling bestaan tussen beleidsdoelen en betalingen aan begunstigden.

In het kader van plattelandsontwikkeling gesteunde concrete acties zijn duidelijk gekoppeld aan de doelstellingen van het beleid door middel van de aandachtsgebieden waaronder ze geplaatst zijn.

72

De optie "voorwaardelijke betalingen" die door de omnibusverordening gemeenschappelijke bepalingen zal worden ingevoerd, wordt niet beschouwd als een SCO (betaling aan begunstigden) maar als een nieuwe vorm van financiering op basis waarvan de Commissie de lidstaten zou kunnen vergoeden. De nieuwe bepaling in de GB-verordening, die voortvloeit uit een soortgelijk voorstel in de wijzigingen van het Financieel Reglement (artikel 121), voorziet in de mogelijkheid de lidstaten te vergoeden op basis van de vervulling van voorwaarden betreffende de voortgang bij de uitvoering of de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's, zoals neergelegd in de (nog vast te stellen) gedelegeerde handelingen.

Conclusies en aanbevelingen

74

De Commissie is het niet eens met het rechtstreekse verband tussen betaling op projectniveau en resultaten, zoals toegelicht in de antwoorden van de Commissie op de paragrafen 69 tot 72.

75

Beheersautoriteiten moeten alleen bij de vaststelling van SCO's tijd investeren in de methodologie in overeenstemming met artikel 67, lid 5, onder a), van Verordening (EU) nr. 1303/2013. In artikel 67, lid 5, onder b) tot en met e), en artikel 68, is echter voorzien in andere mogelijkheden, waarbij geen methodologie hoeft worden ontwikkeld.

77

Bij gebrek aan een wettelijke vereiste voor regelmatige actualisering is het de verantwoordelijkheid van de lidstaten om te beoordelen of een SCO dient te worden geactualiseerd indien wordt bewezen dat die niet eerlijk meer is (d.w.z. de gemiddelde marktkosten niet weerspiegelt). Zie ook het antwoord van de Commissie op paragraaf 30.

Aanbeveling 1

De Commissie aanvaardt deze aanbeveling. De Commissie zal de richtsnoeren herzien door aanvullende informatie en een aantal voorbeelden van beste praktijken te verstrekken.

78

Als onderdeel van de beoordeling van het internecontrolesysteem moeten de certificerende instanties de procedures voor SCO's controleren teneinde het ontwerp van de procedure te beoordelen. Verder toetsen zij een aantal transacties aan de lijst met essentiële en aanvullende controles om na te gaan of de controles van het betaalorgaan naar behoren zijn ontworpen en uitgevoerd. Die toetsingen zijn vervat in de richtsnoeren aan de certificerende instanties die in begrotingsjaar 2018 vrijwillig kunnen worden toegepast en vanaf begrotingsjaar 2019 verplicht zijn.

Bovendien moeten de certificerende instanties tijdens de statistische gegevensgerichte toetsing van dossiers de betalingsaanvraag, de controles van de betaalorganen (administratieve controles en/of controles ter plaatse) en de berekening van de betaling nauwkeurig controleren. Indien de certificerende instantie de procedure reeds heeft beoordeeld, moet mogelijkerwijs alleen de rekenkundige nauwkeurigheid van de berekening van de betaling worden geverifieerd.

Wat de SCO-methodologie betreft, hebben de certificerende instanties die in bepaalde gevallen beoordeeld.

De rol van de certificerende instanties bij het controleren van SCO's is verduidelijkt in de SCO-workshop tijdens de bijeenkomst van de deskundigengroep voor certificerende instanties in november. Die rol zal tijdens deskundigenvergaderingen verder worden verduidelijkt.

Aanbeveling 2

De Commissie stemt in met deze aanbeveling.

De certificerende instanties brengen momenteel advies uit over de internecontrolesystemen, evenals over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven, met inbegrip van de naleving van het toepasselijke recht inzake SCO's. De rol van de certificerende instanties moet verder worden verduidelijkt en de Commissie is van oordeel dat dit deel van de aanbeveling momenteel wordt uitgevoerd. De richtsnoeren bieden duidelijkheid over de door de certificerende instanties uit te voeren controlewerkzaamheden voor SCO's op het niveau van de betaalorganen.

In de vergaderingen van de deskundigengroepen heeft de Commissie hun rol verduidelijkt voor wat betreft de controle van de SCO-methodologie en zij is voornemens dat te blijven doen. Zie het antwoord van de Commissie op paragraaf 78.

79

De Commissie beschouwt SCO's voor niet-areaalgebonden en niet-diergebonden uitgaven als een noviteit. Er is enige tijd nodig voordat de lidstaten ze zich eigen hebben gemaakt. Een aantal SCO's worden momenteel echter reeds ingevoerd door middel van POP-wijzigingen.

Aanbeveling 3

De Commissie aanvaardt deze aanbeveling ten dele:

Eerste streepje: de Commissie is van mening dat zij dit deel van de aanbeveling reeds uitvoert aangezien nieuwe kant-en-klare SCO's zijn opgenomen in de GB-verordening. De Commissie zal de opties blijven onderzoeken teneinde meer kant-en-klare SCO's te ontwikkelen die kunnen worden opgenomen in toekomstige wetgeving, maar is in dit stadium niet in staat om specifieke verbintenissen aan te gaan.

Tweede streepje: de Commissie zal de definities van essentiële en aanvullende controles bijwerken, zodat die ook SCO's omvatten.

81

SCO's dienen om de administratieve lasten voor autoriteiten en begunstigden te verminderen, zodat de met het beheer van het Fonds gemoeide administratieve inspanningen meer kunnen worden gericht op de verwezenlijking van beleidsdoelen dan op het verzamelen en controleren van financiële documenten. Niets wijst erop dat het gebruik van SCO's zal bijdragen aan het bereiken van betere resultaten, vergeleken met de werkelijke kosten. Het SCO-vergoedingssysteem dient tot dezelfde resultaten te leiden als conventionele vergoedingssystemen, maar op een eenvoudigere en snellere manier.

82

De nieuwe bepaling in de GB-verordening voorziet in de mogelijkheid de lidstaten te vergoeden op basis van de vervulling van voorwaarden betreffende de voortgang bij de uitvoering of de verwezenlijking van de doelstellingen van de programma's, en zal worden neergelegd in (nog vast te stellen) gedelegeerde handelingen.

Aanbeveling 4

De Commissie aanvaardt deze aanbeveling.

Hoewel de Commissie in dit stadium niet in staat is om specifieke verbintenissen aan te gaan over wetgevingsvoorstellen voor de periode na 2020, beraadt zij zich momenteel – zoals uiteengezet in de mededeling "De toekomst van voeding en landbouw" – over manieren waarop kan worden overgeschakeld op systemen waarbij kostenvergoeding aan de lidstaten gebeurt op basis van beleidsresultaten. Tegelijkertijd zal de Commissie de lidstaten blijven aanmoedigen om SCO's te gebruiken om de vergoeding van begunstigden te vereenvoudigen.

Verklarende woordenlijst

Beleid voor plattelandsontwikkeling: een van de pijlers van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, gecofinancierd door het Elfpo. Het beleid heeft tot doel het platteland en de situatie van inwoners ervan te verbeteren door het concurrentievermogen van de land- en de bosbouwsector te vergroten, het milieu en de levenskwaliteit op het platteland te verbeteren en diversificatie van de plattelandseconomie te bevorderen.

Berekening (in de context van SCO’s): de wiskundige bepaling van het SCO-bedrag/-percentage.

Concrete actie: een project, een groep projecten of andere actie geselecteerd volgens de criteria die voor het plattelandsontwikkelingsprogramma zijn vastgelegd, en uitgevoerd door een of meer begunstigden met het oog op de verwezenlijking van de programmadoelstellingen.

Europese structuur- en investeringsfondsen: vijf uitgaveninstrumenten van de EU die voor een begrotingsperiode van zeven jaar zijn vastgesteld: het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds (CF), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV).

Financiële correcties: verminderingen van de bedragen die de Commissie aan de lidstaten vergoedt voor activiteiten die onder gedeeld beheer zijn uitgevoerd vanwege tekortkomingen in systemen, te late of foutieve betalingen en andere gebreken.

Forfaitair percentage: een van de vereenvoudigde kostenopties. Specifieke categorieën van subsidiabele kosten die duidelijk van tevoren zijn vastgesteld. Berekend door een van tevoren vastgesteld percentage toe te passen op een of meer andere categorieën van subsidiabele kosten.

Forfaitaire bedragen: een van de vereenvoudigde kostenopties. Een forfaitair bedrag is de volledige betaling van een subsidie (die van tevoren is berekend) voor een project zodra de overeengekomen activiteiten en/of outputs zijn afgerond/gerealiseerd.

Gedeeld beheer: een methode om de EU-begroting uit te voeren waarbij de Commissie de uitvoeringstaken delegeert aan de lidstaten, maar toch de eindverantwoordelijkheid behoudt.

Gemeenschappelijk toezicht- en evaluatiesysteem (GTES): een systeem dat door de Commissie in samenwerking met de lidstaten is opgesteld om de voortgang en de resultaten van het beleid voor plattelandsontwikkeling te meten en de impact, de doeltreffendheid, de doelmatigheid en het belang van steun voor plattelandsontwikkeling te beoordelen.

Kant-en-klare SCO’s: in een verordening vastgestelde SCO’s. De zogenaamde kant-en-klare SCO’s kunnen onmiddellijk door de autoriteiten van de lidstaten worden gebruikt zonder dat ze de toegepaste bedragen of percentages hoeven te motiveren door middel van een methodologie of berekening.

Maatregel: een steunregeling voor de uitvoering van beleid. In het kader van een maatregel worden de regels vastgesteld, bijvoorbeeld subsidiabiliteits- en selectiecriteria, die gelden voor de projecten die kunnen worden gefinancierd.

Methodologie (in de context van SCO’s): de methode die wordt toegepast om de SCO te berekenen.

Plattelandsontwikkelingsprogramma (POP): een door een lidstaat opgesteld en door de Commissie goedgekeurd programmeringsdocument dat bij de planning en monitoring van de uitvoering van het EU-beleid voor plattelandsontwikkeling op regionaal of nationaal niveau wordt gebruikt.

Standaardschalen van eenheidskosten: een van de vereenvoudigde kostenopties. Standaardprijzen die van tevoren worden vastgesteld voor beschreven hoeveelheden. Subsidiabele uitgaven worden berekend door de standaardkosten te vermenigvuldigen met gekwantificeerde activiteiten, input, output of resultaten.

Vereenvoudigde kostenoptie (SCO, simplified cost option): de drie soorten financiering die zijn beschreven in artikel 67, onder b), c) en d), van Verordening (EU) nr. 1303/20131: standaardschalen van eenheidskosten, forfaitaire bedragen en forfaitaire financiering.

Voetnoten

1 Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).

2 Artikel 41, onder d), van Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van het Europees Parlement (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 487) en artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 808/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1305/2013 (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 18).

3 Artikel 19, lid 1, onder a), en artikel 27 van Verordening (EU) nr. 1305/2013.

4 Jaarverslagen van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting over de begrotingsjaren 2014 (paragraaf 1.25), 2015 (paragraaf 1.29) en 2016 (paragraaf 1.15).

5 Artikel 67, lid 1, onder b) en d), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

6 Paragraaf 1.2.2 van de richtsnoeren van de Commissie betreffende vereenvoudigde kostenopties (EGESIF_14-0017: Richtsnoeren betreffende vereenvoudigde kostenopties (SCO’s) – Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen)).

7 Zoals het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds.

8 Artikel 67, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

9 Aanvullende methoden kunnen worden vastgesteld door middel van fondsspecifieke regels; dit is echter niet gedaan voor plattelandsontwikkeling.

10 Vlaanderen (België), Denemarken, Saksen (Duitsland), Canarische Eilanden (Spanje), Languedoc-Roussillon (Frankrijk), Zweden, Wallonië (België), Bulgarije, Estland, Ierland, Griekenland, Provence-Alpes-Côte d'Azur (Frankrijk), Kroatië, Toscane (Italië), Veneto (Italië), Cyprus, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk en het Finse vasteland.

11 We selecteerden de POP’s op basis van de volgende criteria: verschillende gebruiksniveaus van SCO’s in het POP; toepassing van SCO's op verschillende maatregelen; gebruik van verschillende soorten SCO’s; combinatie van nationale en regionale programma’s en redelijke geografische reikwijdte; gebruikmaking van SCO’s van andere beleidsgebieden; goedkeuring van programma’s door de Commissie op verschillende tijdstippen.

12 Canarische Eilanden (Spanje) en Zweden.

13 Tenzij de zogenaamde kant-en-klare SCO’s die in paragraaf 19 verder worden beschreven, worden gebruikt.

14 Ierland, Languedoc-Roussillon (Frankrijk), Provence-Alpes-Côtes d’Azur (Frankrijk), Toscane (Italië), Luxemburg en Oostenrijk.

15 Artikel 68, lid 1, onder b), en lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

16 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PB L 227 van 31.7.2014, blz. 69).

17 Zie paragraaf 29 voor meer bijzonderheden over de controles van de redelijkheid van kosten wanneer de steun wordt betaald op basis van de gemaakte kosten.

18 Artikel 48, lid 3, onder a), en artikel 48, lid 5, van Verordening (EU) nr. 809/2014.

19 Vlaanderen (België), Saksen (Duitsland), Canarische Eilanden (Spanje), Languedoc-Roussillon (Frankrijk) en Zweden maakten gebruik van forfaitaire percentages voor indirecte kosten. Denemarken maakte er in 2014-2016 gebruik van, maar vanaf begin 2017 zijn er geen maatregelen uitgevoerd waarbij indirecte kosten subsidiabel zijn.

20 Artikel 48, lid 2, van Verordening (EU) nr. 809/2014.

21 Jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting over het begrotingsjaar 2016, paragraaf 7.39.

22 Speciaal verslag nr. 22/2014, “Realiseren van zuinigheid: beheersing van de kosten van door de EU gefinancierde projecten voor plattelandsontwikkeling” ((https://www.eca.europa.eu/el/Pages/ecadefault.aspx).

23 Slechts drie maatregelen werden stopgezet: vervroegde uittreding van landbouwers en werknemers op landbouwbedrijven, voldoen aan normen en opleiding en voorlichting.

24 Paragraaf 5.2.1.3 van de richtsnoeren van de Commissie betreffende SCO’s.

25 Bulgarije en Zweden.

26 In paragraaf 5.2.1.1 van de richtsnoeren van de Commissie betreffende SCO’s staat: “De managementautoriteit moet haar keuzes kunnen uitleggen en rechtvaardigen”.

27 Behalve wanneer de begunstigde de btw krachtens nationale wetgeving kan terugvorderen.

28 Artikel 62, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1305/2013.

29 In december 2017 stelden de Raad en het Parlement Verordening (EU) nr. 2393/2017 vast, waarbij de verplichte verklaring van het onafhankelijk orgaan voor SCO’s in het kader van het Elfpo met ingang van 2018 werd afgeschaft.

30 Artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1305/2013.

31 Artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 549).

32 Vlaanderen (België), Denemarken, Saksen (Duitsland), Canarische Eilanden (Spanje).

33 Artikel 52, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1306/2013 bepaalt dat financiering niet geweigerd mag worden voor uitgaven die zijn gedaan meer dan 24 maanden voordat de Commissie de resultaten van haar inspectie schriftelijk aan de betrokken lidstaat heeft medegedeeld.

34 Artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Sociaal Fonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1081/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 470).

35 In september 2016 stelde de Commissie wijzigingen voor van verschillende bepalingen in haar zogenaamde omnibusverordening (COM(2016) 605 final) die van invloed zijn op de uitvoering van het beleid voor plattelandsontwikkeling.

36 Artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1306/2013.

37 De certificerende instanties laten zich leiden door de richtsnoeren van de Commissie bij de uitvoering van hun beoordelingen. Zie voor nadere informatie over de rol van de certificerende instanties Speciaal verslag nr. 7/2017 van de Rekenkamer, “De nieuwe rol van de certificerende instanties bij GLB-uitgaven: een goede stap naar een single audit-model maar nog aanzienlijke tekortkomingen op te lossen” (http://eca.europa.eu).

38 Richtsnoer nr. 1 over accreditatievereisten, Richtsnoer nr. 2 over de jaarlijkse certificeringsaudit, Richtsnoer nr. 3 over de rapportagevereisten, Richtsnoer nr. 4 over de beheersverklaring, en Richtsnoer nr. 5 over onregelmatigheden.

39 We gebruikten ook andere criteria voor onze selectie, zie paragraaf 10.

40 Bijv. Vlaanderen (België), Canarische Eilanden (Spanje), Languedoc-Roussillon (Frankrijk), Kroatië, Cyprus, Nederland en Zweden.

41 Bijv. Languedoc-Roussillon (Frankrijk), Kroatië, Oostenrijk en Zweden.

42 Bijv. Denemarken, Spanje, Languedoc-Roussillon (Frankrijk), Provence-Alpes-Côte d'Azur (Frankrijk) en Zweden.

43 Verordeningen (EU) nrs. 1303/2013, 1305/2013 en 1306/2013.

44 DG REGIO, DG EMPL, DG MARE en DG AGRI.

45 Europese Commissie: Richtsnoeren betreffende vereenvoudigde kostenopties (SCO’s). Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen).

46 België (2), Duitsland (15), Spanje (19), Frankrijk (30), Italië (23), Portugal (3), Finland (2) en het VK (4).

47 Op basis van bijlage I van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 808/2014 van de Commissie zijn de prioriteiten voor plattelandsontwikkeling gericht op: 1) kennisoverdracht en innovatie; 2) levensvatbaarheid en concurrentievermogen van landbouwbedrijven, duurzaam bosbeheer; 3) organisatie van de voedselketen, risicobeheer en dierenwelzijn; 4) milieu en klimaatverandering; 5) efficiënt gebruik van hulpbronnen, koolstofarme en klimaatbestendige economie; en 6) sociale inclusie, armoedebestrijding en economische ontwikkeling.

48 Saksen (Duitsland), Canarische Eilanden (Spanje) en Languedoc-Roussillon (Frankrijk).

49 Vlaanderen (België), Languedoc-Roussillon (Frankrijk), Kroatië, Nederland, Zweden.

50 De Toscaanse autoriteiten voerden deze SCO’s in bij de eerste wijziging van hun POP, dat ze in juli 2016 bij de Europese Commissie indienden.

51 Bijv. Denemarken, Saksen (Duitsland) en de Canarische Eilanden (Spanje).

52 Slechts tekortkomingen in essentiële controles kunnen leiden tot financiële correcties.

53 Artikel 62, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1305/2013.

54 COM(2016) 605 final (omnibusverordening).

55 Artikel 62, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1305/2013, op basis waarvan in het kader van het Elfpo een voorafgaande certificering van de methodologie en berekeningen was vereist.

56 Finland: maatregel 1, 7, 16 en 19; Zweden: maatregel 1, 2, 7, 16 en 19.

57 Zo wordt in paragraaf 1.3 verklaard dat het gebruik van SCO’s wordt aanbevolen indien lidstaten willen dat het beheer van de ESI-fondsen zich meer op output en resultaten dan op input toespitst, en in paragraaf 1.2.2 wordt het feit dat “de subsidiabele kosten berekend [worden] volgens een vooraf bepaalde methode gebaseerd op outputs, resultaten of bepaalde andere kosten” als een van de voordelen van vereenvoudigde kostenopties genoemd. In paragraaf 3.1 wordt specifiek voor eenheidskosten vermeld dat ze zowel op het proces gebaseerd kunnen zijn (gericht op het dekken van de werkelijke kosten door middel van een zo goed mogelijke benadering), als op uitkomsten (output of resultaat) of zowel op basis van een benadering van de werkelijke kosten als de uitkomsten worden bepaald.

58 Bijlage IV van Verordening (EU) nr. 808/2014.

59 Wijzigingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 en Verordening (EU) nr. 1303/2013, zoals voorgesteld door de Commissie in COM(2016) 605 final.

Gebeurtenis Datum
Vaststelling controleplan ("APM")/begin van de controle 8.3.2017
Ontwerpverslag officieel verzonden aan de Commissie (of andere gecontroleerde) 23.1.2018
Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure 7.3.2018
Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van de Commissie (of andere gecontroleerde) 9.4.2018

Controleteam

In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar doelmatigheidscontroles en nalevingsgerichte controles van specifieke begrotingsterreinen of beheersthema’s uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de doelmatigheid of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.

Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer I "Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen", die onder leiding staat van ERK-lid Phil Wynn Owen. De controle werd geleid door ERK-lid João Figueiredo, ondersteund door Paula Betencourt, kabinetsattaché; Robert Markus, hoofdmanager; Charlotta Törneling, taakleider; Ioan-Alexandru Ilie, Liia Laanes, Päivi Piki en Raluca-Elena Sandu, controleurs. Michael Pyper verleende taalkundige ondersteuning en Annette Zimmerman secretariële ondersteuning.

Van links naar rechts: Liia Laanes, Michael Pyper, Paula Betencourt, Robert Markus, Charlotta Törneling, João Figueiredo, Raluca-Elena Sandu, Annette Zimmerman, Päivi Piki

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2018

PDF ISBN 978-92-872-9897-3 ISSN 1977-575X doi:10.2865/287652 QJ-AB-18-009-NL-N
HTML ISBN 978-92-872-9859-1 ISSN 1977-575X doi:10.2865/42203 QJ-AB-18-009-NL-Q

© Europese Unie, 2018.

Voor iedere vorm van gebruik of reproductie van (beeld)materiaal dat niet onder het auteursrecht van de Europese Unie valt, dient rechtstreeks toestemming aan de auteursrechthebbende te worden gevraagd.

HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?

Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

  • te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen)
  • te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
  • een e mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Waar vindt u informatie over de EU?

Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/contact_nl

EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen bij EU Bookshop op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).

EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu

Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.