Gendermainstreaming in de EU-begroting:
tijd om de daad bij het woord te voegen
Over het verslag:“Gendermainstreaming” is de actieve bevordering van gelijkheid van vrouwen en mannen in alle fasen en op alle gebieden van beleidsvorming en -uitvoering. De EU is krachtens het Verdrag verplicht om de gelijkheid van vrouwen en mannen bij elk optreden te bevorderen, hetgeen de basis vormt voor gendermainstreaming. Bij deze controle beoordeelden we of gendermainstreaming vanaf 2014 in de EU-begroting werd toegepast om de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen. Wij concludeerden dat de Commissie haar toezegging inzake gendermainstreaming in de EU-begroting nog niet was nagekomen. We doen aanbevelingen om het kader van de Commissie ter ondersteuning van gendermainstreaming te verbeteren en om bij het opstellen van de EU-begroting meer aandacht te besteden aan gendergelijkheid.
Speciaal verslag van de ERK, uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU.
Samenvatting
IGendergelijkheid is een van de fundamentele waarden van de Europese Unie. Ook wordt gendergelijkheid algemeen erkend als een drijvende kracht van betekenis achter de economische groei. “Gendermainstreaming” is de actieve bevordering van gelijkheid van vrouwen en mannen in alle fasen en op alle gebieden van beleidsvorming en -uitvoering. Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie legt de basis voor gendermainstreaming door de EU te verplichten de gelijkheid van vrouwen en mannen bij elk optreden te bevorderen.
IIDe Commissie heeft zich ertoe verbonden gendermainstreaming door te voeren en het Europees Parlement en de Raad hebben benadrukt dat de EU haar toezeggingen op hoog niveau inzake gendermainstreaming moet nakomen. Tijdens de onderhandelingen over de meerjarige financiële kaders (MFK's) voor de perioden 2014‑2020 en 2021‑2027 waren de drie instellingen het erover eens dat het belangrijk is om bij het opstellen van de EU-begroting rekening te houden met gendergelijkheid.
IIIBij onze controle is rekening gehouden met de belangstelling die de voornaamste belanghebbenden op dit gebied hebben getoond. Onze controle is met name relevant nu de Commissie onlangs een nieuwe strategie voor gendergelijkheid heeft gepubliceerd. De controle komt ook op het juiste moment omdat een aanzienlijk bedrag aan EU-middelen in het kader van het nieuwe MFK 2021‑2027 en het instrument NextGenerationEU zal worden besteed.
IVWij hebben beoordeeld of gendermainstreaming vanaf 2014 in de EU-begroting werd toegepast om de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen. Met name beoordeelden we of het kader van de Commissie ter ondersteuning van gendermainstreaming passend was, of in de begrotingscyclus van de EU rekening werd gehouden met gendergelijkheid en of gendergelijkheid was geïntegreerd in vijf geselecteerde financieringsprogramma’s van de EU: drie van de vijf Europese structuur- en investeringsfondsen, het Europees Landbouwgarantiefonds en Erasmus+. Deze zijn samen goed voor 66 % van het MFK 2014‑2020. We analyseerden ook enkele van de belangrijkste financieringsvoorstellen van de Commissie in verband met het MFK 2021‑2027 en het instrument NextGenerationEU.
VWij concludeerden dat de Commissie haar toezegging inzake gendermainstreaming in de EU-begroting nog niet was nagekomen. We constateerden dat de Commissie in haar strategie voor gendergelijkheid toepassing van gendermainstreaming niet voldoende bevorderde en dat haar institutioneel kader, hoewel dit was versterkt, gendermainstreaming nog niet volledig ondersteunde. Wij constateerden dat in de begrotingscyclus van de EU onvoldoende rekening werd gehouden met gendergelijkheid. De Commissie besteedde weinig aandacht aan de genderanalyse van het beleid en de programma’s die wij onderzochten. Zij maakte beperkt gebruik van naar geslacht uitgesplitste gegevens en indicatoren en publiceerde weinig informatie over de algemene impact van de EU-begroting op gendergelijkheid. De integratie van gendergelijkheid in programma's verliep echter gemakkelijker op gebieden waar gedetailleerde wettelijke vereisten waren vastgesteld.
VIWij bevelen aan de dat de Commissie:
- het institutionele kader ter ondersteuning van gendermainstreaming versterkt;
- genderanalyses uitvoert van behoeften en effecten, en haar richtsnoeren voor betere regelgeving actualiseert;
- bestaande, naar geslacht uitgesplitste gegevens voor de financieringsprogramma’s van de EU systematisch verzamelt en analyseert en hierover verslag uitbrengt;
- gendergerelateerde doelstellingen en indicatoren gebruikt om de vooruitgang te monitoren;
- een systeem ontwikkelt voor het traceren van de toegewezen en gebruikte middelen ter ondersteuning van gendergelijkheid en jaarlijks verslag uitbrengt over de bereikte resultaten op het gebied van gendergelijkheid, en
- beoordeelt en rapporteert of gendergelijkheid wordt aangepakt in de plannen voor herstel en veerkracht van de lidstaten.
Inleiding
Gendergelijkheid en economische groei
01Gendergelijkheid is een van de fundamentele waarden van de Europese Unie, zoals vastgelegd in de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Hierin wordt verwezen naar het beginsel dat de rechten, verantwoordelijkheden en kansen van vrouwen en mannen gelijk moeten zijn. Dit verslag heeft betrekking op “vrouwen” en “mannen”. Dit zijn de termen die in de EU-verdragen worden gebruikt. Wij erkennen echter dat genderidentiteit niet beperkt is tot deze twee descriptoren.
02Gendergelijkheid wordt algemeen erkend als een drijvende kracht van betekenis achter economische groei1. In de strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025 van de Commissie2 wordt opgemerkt dat gendergelijkheid “voor meer banen en een hogere productiviteit” zorgt, onder verwijzing naar een studie van het Europees Instituut voor gendergelijkheid (EIGE)3. Volgens de studie zou de verbetering van gendergelijkheid tegen 2050 kunnen leiden tot een geschatte stijging van het bbp per hoofd van de EU-bevolking van 6,1 % tot 9,6 % en een potentiële impact op het bbp in specifieke EU-lidstaten van maximaal 12 %. Zie figuur 1.
Figuur 1
Impact van de verbetering van gendergelijkheid op het bbp van EU-lidstaten in 2050
Bron: EIGE, Economic Benefits of Gender Equality in the European Union. De lidstaten zijn in de door EIGE gepubliceerde gendergelijkheidsindex per domein ingedeeld op basis van hun niveau van gendergelijkheid. De geraamde impact varieert van een stijging van het bbp met ongeveer 12 % in 2050 (“grote impact”) tot ongeveer 4 % (“geringe impact”).
Uit voor de Commissie uitgevoerde studies naar de gevolgen van de COVID-19-crisis4 blijkt dat vrouwen in economisch opzicht onevenredig zwaar worden getroffen. Het Europees Parlement5 erkent dat de pandemie bestaande structurele genderongelijkheden heeft verergerd, en heeft gepleit voor het gebruik van gendermainstreaming en genderbudgettering in het COVID-19-herstelplan, alsook voor het toepassen van de lessen over de schadelijke gevolgen voor gendergelijkheid die van eerdere economische crises zijn geleerd.
04Uit verschillende studies6 is gebleken dat de steun voor gelijke rechten in sommige landen de afgelopen jaren is afgenomen. De Commissie beschrijft de vooruitgang bij de verwezenlijking van volledige gendergelijkheid als “traag”; zij verklaarde dat de lidstaten gemiddeld 67,4 op 100 scoorden in de EU-gendergelijkheidsindex van 2019, een score die sinds 2005 met slechts 5,4 punten is verbeterd7. De situatie verschilt echter aanzienlijk tussen de lidstaten8. Met de door EIGE opgestelde gendergelijkheidsindex wordt gendergelijkheid op zes domeinen gemeten: werk, kennis, macht, geld, gezondheid en tijd. De Commissie9 heeft de arbeidsmarkt als een van de belangrijkste gebieden van genderongelijkheid aangemerkt. Zij merkte op dat de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen in de EU in 2017 ongeveer 11,5 procentpunt lager was dan die van mannen; het gemiddelde loon van vrouwen was ongeveer 16 % lager.
Gendermainstreaming: een middel om gendergelijkheid te bereiken
05Gendermainstreaming is een middel om gendergelijkheid te bereiken. Het verwijst naar de eenvoudige gedachte dat de gelijkheid van vrouwen en mannen actief moet worden bevorderd in alle fasen van beleidsvorming en -uitvoering, ook op gebieden die geen verband met elkaar lijken te hebben. Gendermainstreaming is gericht op de processen en organisatorische praktijken op alle gebieden van het overheidsbeleid en heeft tot doel gendervooroordelen uit te bannen. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) beveelt aan dat gendermainstreaming wordt toegepast naast gerichte acties ter bevordering van gendergelijkheid10.
06Gendermainstreaming kan worden doorgevoerd door middel van een combinatie van methoden en instrumenten. Genderanalyses zijn een belangrijk instrument gedurende de hele beleidscyclus. Zij worden gebruikt om verschillen in omstandigheden en behoeften tussen vrouwen en mannen vast te stellen (genderbehoefteanalyses) en om de gevolgen van beleid of een programma voor vrouwen en mannen in te schatten (gendereffectbeoordelingen voor- en achteraf). Gendermonitoring en -evaluatie moeten worden uitgevoerd op basis van duidelijke gendergerelateerde doelstellingen en indicatoren om de vooruitgang bij de verwezenlijking ervan te volgen. Genderanalyses, -monitoring en -evaluatie vereisen betrouwbare, naar geslacht uitgesplitste11 gegevens die systematisch worden verzameld en geanalyseerd.
07Genderbudgettering houdt in dat gendermainstreaming op alle niveaus van het begrotingsproces wordt toegepast. Om ongelijkheden bij de doorvoering van veranderingen in de overheidsuitgaven en -inkomsten te corrigeren, wordt gebruikgemaakt van de bovenbeschreven instrumenten.
De betrokkenheid van de EU ten aanzien van de bevordering van gendermainstreaming
08Overeenkomstig artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) streeft de Unie er bij elk optreden naar de gelijkheid van vrouwen en mannen te bevorderen en zo de basis te leggen voor gendermainstreaming.
09De EU heeft zich ook verbonden tot het doorvoeren van gendermainstreaming in de VN-verklaring van Peking en het Actieprogramma van 1995 alsmede in het kader van de in 2015 aangenomen duurzameontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals, SDG’s) van de VN. Gendergelijkheid is het thema van een specifieke SDG: “Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes” (SDG 5). Gendergelijkheid is ook een belangrijke transversale kwestie voor de verwezenlijking van alle andere SDG’s.
10Het Europees Parlement en de Raad hebben herhaaldelijk benadrukt dat de EU haar toezeggingen op hoog niveau inzake gendermainstreaming moet nakomen en hebben blijk gegeven van krachtige steun voor gendermainstreaming in het meerjarig financieel kader (MFK) en de EU-begroting. Tijdens de onderhandelingen over het MFK voor de periode 2014‑2020 waren het Europees Parlement, de Raad en de Commissie overeengekomen om waar passend “genderelementen” in de begrotingsprocedures voor het MFK 2014‑2020 toe te passen12. Deze aanpak werd opnieuw bevestigd voor het MFK 2021‑2027 en het instrument NextGenerationEU. In juli 202013 concludeerde de Europese Raad dat in het MFK 2021‑2027 gelijke kansen moeten worden bevorderd door middel van gendermainstreaming.
11Figuur 2 bevat een overzicht van de belangrijkste resoluties en conclusies van het Europees Parlement en de Raad inzake gendergelijkheid en gendermainstreaming sinds 2014.
Figuur 2
Resoluties van het Europees Parlement en conclusies van de Raad inzake gendergelijkheid en gendermainstreaming sinds 2014
Bron: ERK.
De betrokkenheid en verantwoordelijkheden van de Commissie op het gebied van gendermainstreaming
12In 1996 heeft de Commissie haar eigen betrokkenheid bij gendermainstreaming geformaliseerd in haar mededeling “Integratie van de gelijke kansen voor vrouwen en mannen in alle communautaire beleidsvormen en acties”14. Daarin verklaarde zij: “Systematisch rekening houden met de verschillen tussen de omstandigheden, situaties en behoeften van vrouwen en mannen in het geheel van communautaire beleidslijnen en acties: in die richting gaat het mainstreamingsprincipe dat de Commissie tot het hare heeft gemaakt.”
13De Commissie heeft haar betrokkenheid bij gendermainstreaming sinds 1996 vergroot en verschillende van haar diensten zijn betrokken bij de uitvoering daarvan. Zie figuur 3.
Figuur 3
Actoren en verantwoordelijkheden binnen de Commissie met betrekking tot gendermainstreaming
Bron: ERK.
EIGE is een EU-agentschap dat is opgericht ter bevordering van gendergelijkheid. EIGE ging in 2010 van start met zijn operationele activiteiten. Sinds 2011 valt het agentschap onder de verantwoordelijkheid van het directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken (DG JUST). De taken van EIGE omvatten het bieden van expertise op het gebied van gendermainstreaming in alle EU-organen en het ontwerpen van instrumenten ter ondersteuning van de integratie van gendergelijkheid in alle EU-beleidsmaatregelen.
Reikwijdte en aanpak van de controle
15Onze controle was gericht op de vraag of gendermainstreaming tussen 2014 en februari 2021 in de EU-begroting was toegepast. Hierbij hielden wij rekening met de belangstelling van de voornaamste belanghebbenden op dit gebied. Onze controle is juist nu van belang omdat de Commissie onlangs een nieuwe strategie voor gendergelijkheid heeft gepubliceerd. De controle komt ook op het juiste moment omdat een aanzienlijk bedrag aan EU-middelen in het kader van het nieuwe MFK 2021‑2027 en het instrument NextGenerationEU zal worden besteed.
16We beoordeelden of het kader van de Commissie ter bevordering van gendergelijkheid door middel van gendermainstreaming in de EU-begroting passend was. Dit kader omvatte het document “Strategisch engagement voor gendergelijkheid 2016‑2019” en het institutionele kader van de Commissie 2014‑201915. We analyseerden ook de rollen en verantwoordelijkheden van de Commissie 2019‑202416 en de nieuwe strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025.
17Wij beoordeelden ook of in de begrotingscyclus van de EU adequaat rekening was gehouden met gendergelijkheid. We richtten ons op het MFK 2014‑2020, met inbegrip van de afzonderlijke jaarlijkse EU-begrotingen voor die periode en de bijbehorende rapportagedocumenten. Ook analyseerden we enkele van de belangrijkste financieringsvoorstellen van de Commissie in verband met het MFK 2021‑2027 en het instrument NextGenerationEU.
18Wij beoordeelden of gendergelijkheid was geïntegreerd in geselecteerde financieringsprogramma’s van de EU. Onze controle had betrekking op Erasmus+ en drie van de vijf programma’s van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen): het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo). We hebben een controle op stukken uitgevoerd van twaalf programma’s in twee lidstaten: Spanje en Roemenië. Wij selecteerden deze lidstaten omdat ze voldeden aan een reeks criteria, waaronder hun positie in de index van EIGE, hun toetsing van de toolbox voor genderbudgettering van EIGE, het bedrag aan financiering uit de ESI-fondsen dat zij kregen toegewezen en het relatieve belang van die financiering als percentage van het bbp.
19We contracteerden een onafhankelijke deskundige om te beoordelen hoeveel aandacht was besteed aan gendergelijkheid in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF). Onze deskundige maakte gebruik van vier casestudy’s uit Spanje, Ierland, Roemenië en Zweden. Deze landen werden geselecteerd op basis van overwegingen als geografisch evenwicht en de verschillende kenmerken van landbouwbedrijven in elk land.
20Samen zijn de geselecteerde fondsen goed voor 66 % van het MFK 2014‑2020 (1 087 miljard EUR).
21Hoewel we enkele voorbeelden met betrekking tot ontwikkelingshulp aanhalen, valt dit terrein niet binnen de reikwijdte van deze controle. Ons speciaal verslag over humanitaire hulp van de EU voor onderwijs17 bevatte een analyse die relevant is voor gendermainstreaming op dat gebied. Onze controle had geen betrekking op beleid dat geen verband houdt met EU-financieringsprogramma’s (zoals maatregelen ter verbetering van de vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies bij de Commissie) of regelgevende maatregelen (zoals de richtlijn betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven). De controle had ook geen betrekking op gerichte acties (zoals programma’s ter bestrijding van geweld tegen vrouwen).
22De directoraten-generaal (DG’s) van de Commissie die het meest relevant waren voor deze controle, waren DG JUST, DG BUDG en de DG’s die primair verantwoordelijk waren voor de door ons geselecteerde EU-financieringsprogramma’s. Voor het ELGF en het Elfpo was dit DG AGRI, voor het EFRO DG REGIO, voor het ESF DG EMPL en voor Erasmus+ DG EAC. Het secretariaat-generaal van de Commissie was ook relevant voor onze controle, evenals Eurostat en EIGE.
23Wij gebruikten relevante EU-wetgeving en internationale toezeggingen (zie paragraaf 09) als criteria voor onze controle, alsmede richtsnoeren en instructies van de Commissie, de lidstaten en EIGE. Ook gebruikten we algemeen aanvaarde criteria die zijn opgesteld door internationale organisaties, met name de Raad van Europa en de OESO.
Opmerkingen
De Commissie beschikt nog niet over een volledig doeltreffend kader ter ondersteuning van gendermainstreaming in de EU-begroting
24In dit deel van het verslag richten wij ons op het kader van de Commissie voor het doorvoeren van gendermainstreaming in de EU-begroting. Figuur 4 toont de basisvoorwaarden voor een kader ter ondersteuning van gendermainstreaming, zoals beschreven door de OESO en de Raad van Europa en geplaatst in de context van de Commissie.
Figuur 4
Voorwaarden voor het kader van de Commissie ter ondersteuning van gendermainstreaming
Bron: ERK, op basis van: OESO, Toolkit for Mainstreaming and Implementing Gender Equality, 2018; OESO, Designing and Implementing gender budgeting. A path to action, 2019; Raad van Europa, Gender budgeting: practical implementation Handbook, 2009.
In de strategie voor gendergelijkheid van de Commissie wordt toepassing van gendermainstreaming onvoldoende bevorderd
25Wij beoordeelden of er een passende EU-strategie was voor gendergelijkheid, met inbegrip van gendermainstreaming. We hanteerden de criteria zoals uiteengezet in figuur 4.
Voor de periode 2016‑2019 had de Commissie haar voorgaande strategie voor gendergelijkheid vervangen door een niet-bindend document
26Bij het opstellen van het strategisch kader van de EU voor gendergelijkheid voor 2016 en daarna hadden verschillende belanghebbenden de Commissie verzocht haar gendergelijkheidsdoelstellingen in een strategie op te nemen. Zie figuur 5.
27Sinds 1996, toen de Commissie zich formeel had verbonden tot gendermainstreaming (zie paragraaf 12), zijn alle drie de gendergelijkheidsstrategieën door het college van commissarissen vastgesteld in de vorm van mededelingen van de Commissie. De Commissie 2014‑2019 had haar gendergelijkheidsdoelstellingen echter niet vastgelegd in een strategie die in de vorm van een mededeling werd gepubliceerd. In plaats daarvan werden deze opgenomen in een afzonderlijk werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD), getiteld “Strategisch engagement voor gendergelijkheid 2016‑2019”18. SWD’s zijn louter informatieve documenten die de Commissie juridisch noch politiek binden.
28Aan latere oproepen van belanghebbenden om de status van het document te verhogen door het in de vorm van een mededeling vast te stellen, werd geen gehoor gegeven. Zie ook hiervoor figuur 5.
29De Commissie motiveerde dit besluit door te verwijzen naar haar beleid om het gebruik van mededelingen inzake sectorale strategieën te vermijden. Wij merken echter op dat de Commissie andere strategieën in de vorm van een mededeling heeft vastgesteld19. Volgens een in 2019 voor de Commissie verrichte evaluatie van het document inzake het Strategisch engagement voor de periode 2016‑201920 werd de publicatie hiervan als SWD in beleidsmatig opzicht gezien als een stap terug ten opzichte van de voorgaande strategie, waardoor de impact ervan werd beperkt. Een soortgelijke conclusie werd in 2019 getrokken door de commissaris voor Justitie, Consumentenzaken en Gendergelijkheid voor 2014‑201921.
Figuur 5
Oproepen van belanghebbenden aan de Commissie om gendergelijkheidsdoelstellingen vast te leggen in een strategie
Bron: ERK, op basis van: open brief van EWL-ILGA aan de vicevoorzitter van de Europese Commissie van maart 2015; brief van de ministers van Gelijkheid van 21 lidstaten aan de commissaris voor JUST van juni 2015; resoluties van het Europees Parlement van 9 juni 2015 en 3 februari 2016; conclusies van de Raad van 7 december 2015 en 16 juni 2016.
Het document “Strategisch engagement voor gendergelijkheid 2016‑2019” bevatte geen plan voor de uitvoering en monitoring van gendermainstreaming
30In het document inzake het Strategisch engagement voor de periode 2016‑2019 werd geen uitvoeringsplan voor gendermainstreaming opgesteld. Hierin werd vereist dat bij effectbeoordelingen en -evaluaties rekening werd gehouden met gendergelijkheid, maar er werden geen indicatoren vastgesteld om de vooruitgang te monitoren. Het omvatte geen andere acties die gericht waren op het doorvoeren van gendermainstreaming, zoals het verzamelen van naar geslacht uitgesplitste gegevens, de integratie van gendergerelateerde doelstellingen in alle EU-programma’s, of opleiding. Het werkdocument van de diensten van de Commissie bij de voorgaande strategie voor de periode 2010‑2015 bevatte alle bovengenoemde acties22.
31Raadplegingen23 ter voorbereiding van het document inzake het Strategisch engagement voor de periode 2016‑2019 hebben geleid tot een aantal specifieke actievoorstellen, zoals het uitvoeren van een genderanalyse van het EU-beleid, het bevorderen van genderbudgettering, het ten volle benutten van de expertise van EIGE en het verstrekken van opleiding op het gebied van genderkwesties aan alle personeelsleden van de Commissie. Geen daarvan was echter opgenomen in het definitieve document. Volgens de Commissie was dit te wijten aan het feit dat het document een SWD was, dat de Commissie juridisch noch politiek bindt.
32Op grond van het document inzake het Strategisch engagement voor de periode 2016‑2019 moet DG JUST interne uitvoeringsverslagen opstellen en jaarlijkse voortgangsverslagen publiceren. Met geen van deze documenten kon de uitvoering van gendermainstreaming worden gemonitord. In plaats van de interne uitvoeringsverslagen heeft DG JUST interne tabellen opgesteld. Het heeft de verzamelde informatie echter niet gevalideerd, of verspreid buiten het kader van een uit vertegenwoordigers van DG’s bestaande interdepartementale groep inzake gendergelijkheid (“de ISG”). De jaarlijkse voortgangsverslagen over gendergelijkheid — verslagen over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de EU —bevatten feitelijke informatie van verschillende DG’s, met name over gerichte acties. De Commissie beschouwde deze jaarlijkse verslagen eerder als een instrument voor communicatie met burgers en het maatschappelijk middenveld dan als een monitoringinstrument.
33De Commissie had haar algemene vooruitgang op het gebied van gendermainstreaming niet gemonitord. De Raad en EIGE hebben een reeks indicatoren ontwikkeld voor de regelmatige monitoring van de uitvoering van de EU-toezeggingen inzake gendermainstreaming in het kader van de Verklaring en het Actieprogramma van Peking. Deze reeks indicatoren was alleen voor de lidstaten ontwikkeld. Eurostat heeft een reeks indicatoren vastgesteld om de vooruitgang van de EU bij de verwezenlijking van de SDG’s te volgen en brengt hierover jaarlijks verslag uit. Deze reeks indicatoren omvat echter niet de specifieke door de VN voorgestelde indicator voor de monitoring van gendermainstreaming in het kader van SDG 5.
In de nieuwe strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025 werd de betrokkenheid van de Commissie ten aanzien van gendermainstreaming vergroot, maar specifieke acties ontbreken nog steeds
34In maart 2020 heeft het college van commissarissen 2019‑2024 de betrokkenheid van de Commissie ten aanzien van gendermainstreaming vergroot door de vaststelling van de strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025 in een mededeling van de Commissie24. Zie figuur 6.
Figuur 6
Toezeggingen en strategieën van de Commissie (EC) inzake gendergelijkheid en gendermainstreaming sinds 1996
Bron: ERK.
In de strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025 van de Commissie staat dat “de Commissie zal zorgen voor een sterkere gendermainstreaming door systematisch een genderperspectief op te nemen in alle fasen van de beleidsvorming op alle interne en externe beleidsterreinen van de EU.” Net als het document inzake het Strategisch engagement voor de periode 2016‑2019 (zie paragraaf 30), bevat de strategie echter geen specifieke acties die erop zijn gericht systematisch rekening te houden met gendergelijkheid op alle beleidsterreinen van de EU.
Het institutionele kader van de Commissie wordt versterkt, maar het ondersteunt de uitvoering van gendermainstreaming nog niet volledig
36Wij beoordeelden of de Commissie over een passend institutioneel kader beschikte ter ondersteuning van gendermainstreaming. We hanteerden de criteria zoals uiteengezet in figuur 4.
De Commissie 2014‑2019 voerde niet de noodzakelijke mechanismen voor de uitvoering en monitoring van gendermainstreaming in
37Sinds 2010 maakt de eenheid van de Commissie die verantwoordelijk is voor kwesties in verband met gendergelijkheid deel uit van DG JUST. Het mandaat van de commissaris voor Justitie, Consumentenzaken en Gendergelijkheid voor 2014‑2019 omvatte echter geen doelstelling inzake de leidende en toezichthoudende rol van de Commissie bij gendermainstreaming. Voor DG JUST was gendermainstreaming tussen 2016 en 2020 evenmin een doelstelling in zijn strategische en beheersplannen. Dit staat in contrast met de periode 2009‑2014, toen het mandaat van de voor dit beleidsterrein verantwoordelijke commissaris een doelstelling bevatte met betrekking tot gendermainstreaming en DG JUST ook de specifieke doelstelling had om gendermainstreaming te bevorderen.
38Van de andere DG’s van de Commissie bevatte alleen het strategisch plan van DG DEVCO doelstellingen met betrekking tot de integratie van gendergelijkheid op zijn beleidsterrein. Zie kader 1. Het mandaat van de commissaris voor Begroting voor 2014‑2019 en de doelstellingen van DG BUDG bevatten geen verwijzingen naar gendermainstreaming in de EU-begroting. Het secretariaat-generaal behandelde gendermainstreaming niet als een doelstelling voor beleidscoördinatie.
39De DG’s waren niet verplicht personeel of eenheden aan te wijzen ter ondersteuning van gendermainstreaming op beleidsniveau. Hoewel de meeste DG’s personeel hadden dat tot taak had deel te nemen aan de ISG onder leiding van DG JUST, hadden zeer weinig DG’s personeel, een eenheid of een sector met expliciete verantwoordelijkheid voor gendergelijkheidskwesties. In de in 2019 voor de Commissie verrichte evaluatie van het document inzake het Strategisch engagement voor de periode 2016‑2019 werd aanbevolen om het hogere kader een leidende rol en verantwoordelijkheid te geven inzake genderkwesties en het onderhouden van contacten met DG JUST.
40De Commissie heeft haar DG’s niet verplicht een uitvoeringsplan voor gendermainstreaming vast te stellen. In plaats daarvan schreef de commissaris voor Justitie, Consumentenzaken en Gendergelijkheid in 2015 alle andere commissarissen aan om te vragen hoe zij van plan waren in hun portefeuilles rekening te houden met gendergelijkheid.
Kader 1
Gendermainstreaming op het gebied van ontwikkelingssamenwerking (DG DEVCO)
In het mandaat van de commissaris voor Internationale Samenwerking en Ontwikkeling voor 2014‑2019 en de doelstellingen van DG DEVCO voor 2016‑2020 werd de toezegging van de commissaris en DG DEVCO bevestigd om gendermainstreaming in alle aspecten van het ontwikkelingsbeleid te gebruiken.
Deze toezegging werd nagekomen door middel van het genderactieplan 2016‑2020 voor externe betrekkingen. Een van de drie door DG DEVCO gemonitorde kernprestatie-indicatoren was het aandeel van de door de EU gefinancierde samenwerkings- en ontwikkelingsinitiatieven ter bevordering van gendergelijkheid.
Samen met DG JUST is DG DEVCO het enige DG van de Commissie met een speciale eenheid die zich bezighoudt met gendergelijkheid.
DG DEVCO beheert ook de EU International Partnerships Academy, een platform dat e-cursussen over gendergelijkheid aanbiedt die toegankelijk zijn voor het publiek.
In het document inzake het Strategisch engagement voor de periode 2016‑2019 werd de rol van monitoring en sturing van gendermainstreaming in de hele Commissie toegewezen aan de ISG. De ISG was echter niet bevoegd om deze rol op doeltreffende wijze uit te voeren. Slechts weinig ISG-leden waren formeel verantwoordelijk voor gendergelijkheid binnen hun DG. Om gendergelijkheid op coherentere wijze in de beleidsvorming te integreren, werd in de in 2019 voor de Commissie verrichte evaluatie aanbevolen om de coördinatie tussen de DG’s binnen de ISG te verbeteren.
42In het document inzake het Strategisch engagement voor de periode 2016‑2019 werd ook gesteld dat de ISG zou moeten overwegen om in 2017 een verslag over gendermainstreaming binnen de Commissie op te stellen. Zij heeft dit echter niet gedaan. In de in 2019 voor de Commissie verrichte evaluatie werd geconcludeerd dat dit een aanzienlijke lacune was en werd aanbevolen een dergelijk verslag toch op te stellen. De Commissie heeft hier nog geen gevolg aan gegeven.
De Commissie 2014‑2019 heeft de DG’s niet voldoende opleiding of expertise geboden om gendermainstreaming op doeltreffende wijze uit te voeren
43De Commissie had geen strategie voor opleiding op het gebied van gendermainstreaming. Er was slechts één niet-verplichte introductieopleiding beschikbaar. Slechts zeer weinig — en geen enkele van de door ons gecontroleerde — DG’s boden opleidingen aan over gendergelijkheid met betrekking tot hun beleidsterreinen. Om de interne uitwisseling van informatie en praktijken te vergemakkelijken, was door DG JUST in 2014 een intranetsite voor gendermainstreaming opgezet. Het DG had deze site echter niet regelmatig geactualiseerd.
44EIGE ontwikkelt instrumenten die door overheidsinstanties op verschillende niveaus, onder meer op EU-niveau, kunnen worden gebruikt (zie paragraaf 13). Het heeft richtsnoeren en toolkits inzake gendermainstreaming ontwikkeld25, met inbegrip van richtsnoeren voor genderanalyse en gendereffectbeoordeling, genderbudgettering en opleiding op het gebied van gendergelijkheid. In ons speciaal verslag over EU-agentschappen26 hebben wij de Commissie aanbevolen “te waarborgen dat er consistent gebruik wordt gemaakt van de technische expertise en het andere potentieel van de agentschappen”.
45We constateerden dat de Commissie weinig gebruik had gemaakt van de instrumenten en expertise van EIGE op het gebied van gendermainstreaming, met name met betrekking tot genderbudgettering. Zo heeft EIGE in 2019 een toolkit ontwikkeld voor genderbudgettering in de ESI-fondsen 2021‑2027. De toolkit omvatte een systeem voor het traceren van aan gendergelijkheid toegewezen middelen, dat door verschillende lidstaten was getest. Hoewel de Commissie ingenomen was met de toolkit, raadde zij EIGE ten zeerste aan om het traceringssysteem niet samen met de rest van de toolkit te publiceren27. Gelijktijdig met de ontwikkeling van dit instrument door EIGE richtte de Commissie een subgroep op voor het traceren van gendergerelateerde uitgaven, zonder dat EIGE daarbij werd betrokken.
De Commissie 2019‑2024 heeft rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot de mainstreaming van gelijkheid verduidelijkt
46In het kader van de Commissie 2019‑2024 is de commissaris voor Gelijkheid niet alleen verantwoordelijk voor gendergelijkheid, maar voor alle soorten gelijkheid. Er is een taskforce Gelijkheid opgericht om de commissaris te ondersteunen en de mainstreaming van acties op het gebied van gelijkheid met betrekking tot zes discriminatiegronden te vergemakkelijken: geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, beperking, leeftijd en seksuele gerichtheid. De taskforce wordt voorgezeten en geleid door het secretariaat-generaal. Alle DG’s is verzocht een coördinator voor gelijkheid aan te stellen.
47De taskforce is verantwoordelijk voor de uitvoering van mainstreaming van gelijkheid binnen de Commissie. In februari 2021 heeft de taskforce richtsnoeren voor alle DG’s opgesteld over mainstreaming van gelijkheid bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van EU-beleid en -programma’s. In haar werkprogramma voor 2020 wordt ook bepaald dat de taskforce een opleidingsstrategie moet opstellen voor de mainstreaming van gelijkheid. EIGE maakt geen deel uit van de taskforce en had er ten tijde van onze controle geen regelmatig contact mee.
48Bij de nieuwe regelingen speelt het secretariaat-generaal een centrale rol; het heeft zich ertoe verbonden ervoor te zorgen dat bij de beleidsvorming rekening wordt gehouden met gelijkheid. DG BUDG is de centrale dienst van de Commissie die verantwoordelijk is voor het beheer van de EU-begroting gedurende de gehele jaarlijkse en meerjarige cyclus. Zijn taken omvatten het sturen van de strategische begrotingsplanning en het jaarlijkse begrotingsproces alsmede het verslagleggen over de begrotingsuitvoering28. Het DG kan daarom een belangrijke rol spelen met betrekking tot gendermainstreaming bij het opstellen van de EU-begroting. Er zijn echter geen relatief belangrijke verantwoordelijkheden aan het DG toegewezen.
In de begrotingscyclus van de EU werd onvoldoende rekening gehouden met gendergelijkheid
49In dit deel richten we ons op de vraag of de Commissie in de bestaande begrotingscyclus van de EU rekening heeft gehouden met gendergelijkheid. We volgen de vier acties in figuur 7.
Figuur 7
Acties om gendergelijkheid in het EU-begrotingsproces te integreren
Bron: ERK, op basis van: OESO, Toolkit for Mainstreaming and Implementing Gender Equality, 2018; OESO, Designing and Implementing gender budgeting. A path to action, 2019; Raad van Europa, Gender budgeting: practical implementation Handbook, 2009.
De Commissie besteedde weinig aandacht aan de genderanalyse van het beleid en de programma’s die wij onderzochten
50In de OESO-toolkit van 2018 worden de belangrijkste kenmerken van een gedegen genderanalyse beschreven. Hierin wordt het belang van empirisch onderbouwde genderanalyses in alle fasen van de beleidscyclus benadrukt. De toolkit is met name gericht op genderbehoefteanalyses en gendereffectbeoordelingen (zie paragraaf 06).
51Aangezien de jaarlijkse begrotingen van de EU worden opgesteld in het kader van een zevenjarig MFK, is het belangrijk om bij de opstelling van dat MFK rekening te houden met gendergelijkheid. Het overkoepelende wetgevingsvoorstel voor het MFK gaat vergezeld van sectorale voorstellen voor de belangrijkste EU-financieringsprogramma’s. In het kader van de agenda voor betere regelgeving van de Commissie worden deze voorstellen onderworpen aan effectbeoordelingen.
52We beoordeelden of de acht effectbeoordelingen van de sectorale voorstellen betreffende de door ons gecontroleerde EU-financieringsprogramma’s in het kader van de MFK’s 2014‑2020 en 2021‑2027 een genderanalyse bevatten. Wij hebben ook gecontroleerd of de overkoepelende wetgevingsvoorstellen voor de MFK’s en het instrument NextGenerationEU een vereiste voor gendermainstreaming bevatten.
53De Commissie beschikt over richtsnoeren voor de beoordeling van de potentiële economische, sociale en milieueffecten van wetgevingsvoorstellen bij de uitvoering van effectbeoordelingen. De richtsnoeren die van toepassing zijn op het MFK 2014‑202029 bevatten een leidraad voor het vaststellen en beoordelen van het gendereffect van voorgestelde wetgeving. De door ons geanalyseerde effectbeoordelingen bevatten een dergelijke beoordeling niet. Zij bevatten weinig verwijzingen naar gendergelijkheid en vormden geen gedegen genderanalyse (zie paragraaf 06).
54In de effectbeoordelingsrichtsnoeren van de Commissie voor het MFK 2021‑202730 wordt aanbevolen om bij de beleidsvorming rekening te houden met gendergelijkheid, zij het alleen wanneer dit “evenredig” is. Van de acht door ons geanalyseerde effectbeoordelingen bevatte de effectbeoordeling van het ESF+ een beperkte genderanalyse en werd in de effectbeoordeling van het GLB een korte beschrijving gegeven van de situatie van vrouwen in plattelandsgebieden. Geen van de andere effectbeoordelingen bevatte een verklaring van het feit dat het uitvoeren van een effectbeoordeling niet “evenredig” zou zijn geweest. In de analyse door het orgaan van de Commissie dat belast is met de beoordeling van de kwaliteit van effectbeoordelingen (de Raad voor regelgevingstoetsing) wordt bevestigd hoe weinig in effectbeoordelingen wordt verwezen naar gendergelijkheid. In 2017 en 2018 werd in slechts 6 van de 129 door de Raad onderzochte effectbeoordelingen verwezen naar gendergelijkheid.
55In de overkoepelende wetgevingsvoorstellen van de Commissie voor beide MFK’s werd gendermainstreaming of “gelijkheid” alleen in algemene zin genoemd, en alleen in verband met het beleidsterrein justitie. Het voorstel voor het instrument NextGenerationEU bevat één verwijzing waarin het belang van gendergelijkheidsmaatregelen wordt benadrukt. Hierin worden enkele gevolgen van de COVID-19-crisis voor vrouwen vastgesteld. Er wordt bijvoorbeeld opgemerkt dat de crisis bijzonder moeilijk is geweest voor alleenstaande ouders, waarvan 85 % vrouw is.
56Wij merken op dat er een toezegging bestaat om rekening te houden met gendergelijkheid in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht, die het grootste deel uitmaakt van het instrument NextGenerationEU. In de nationale plannen voor herstel en veerkracht zal moeten worden uitgelegd hoe met de voorgestelde maatregelen naar verwachting zal worden bijgedragen tot gendergelijkheid en gelijke kansen voor iedereen, alsmede aan de mainstreaming van deze doelstellingen. De beoordeling door de Commissie van deze plannen zal ook betrekking hebben op de bijdrage ervan aan de sociale veerkracht van de lidstaten en op de vraag of met deze plannen de sociale gevolgen van de COVID-19-crisis doeltreffend worden beperkt. De Raad besluit op basis van deze beoordeling of hij deze plannen goedkeurt. Het uitvoeringsverslag van de Commissie over de faciliteit voor herstel en veerkracht, dat medio 2022 moet worden ingediend, zal een beoordeling bevatten van de wijze waarop de plannen voor herstel en veerkracht van de lidstaten hebben bijgedragen tot het aanpakken van ongelijkheden tussen vrouwen en mannen. Zoals wij echter hebben opgemerkt in ons advies over de faciliteit voor herstel en veerkracht31, zal het ontbreken van gemeenschappelijke indicatoren de monitoring en follow-up van de resultaten, met inbegrip van gendergelijkheid, bemoeilijken.
57Om een gedegen genderanalyse mogelijk te maken en passend empirisch onderbouwd beleid te kunnen ontwikkelen, moeten beleidsmakers toegang hebben tot statistieken die de verschillen en ongelijkheden tussen vrouwen en mannen nauwkeurig weergeven. Met dergelijke statistieken kan de impact van beleid worden gevolgd; zij tonen aan waar meer kan worden gedaan om de genderkloof te dichten32 en maken het mogelijk de verschillen tussen vrouwen en mannen uit een oogpunt van uiteenlopende sociale en economische dimensies te meten33.
58Daarom hebben wij gekeken naar de beschikbaarheid van gegevens en statistieken op basis van gegevens die naar vrouwen en mannen zijn uitgesplitst (of “naar geslacht uitgesplitst”). Eurostat, het bureau voor de statistiek van de EU, genereert naar geslacht uitgesplitste gegevens uit ongeveer twee derde van de 2 786 beschikbare gegevensreeksen inzake de belangrijkste gebieden van het sociaal beleid van de EU34. Het verstrekt ook naar geslacht uitgesplitste informatie over bepaalde andere beleidsterreinen van de EU, maar niet over al deze terreinen: er bestaat bijvoorbeeld geen naar geslacht uitgesplitste informatie over het aantal reizigers in het personenvervoer. De Commissie heeft ook een portaal dat het publiek toegang biedt tot gegevens die zijn gepubliceerd door de instellingen en organen van de Europese Unie35. Van de 15 749 gegevensreeksen die op het portaal beschikbaar zijn, behoort ongeveer een kwart tot “Bevolking en samenleving”, een terrein dat rechtstreeks van belang is voor genderstatistieken. Ongeveer de helft hiervan is naar geslacht uitgesplitst. EIGE stelt genderstatistieken op, met inbegrip van een gendergelijkheidsindex (zie paragraaf 04). De databank voor genderstatistieken van EIGE bevat gegevens over 1 888 indicatoren.
59Samen bieden deze bronnen toegang tot een groot aantal naar geslacht uitgesplitste gegevens. In de door ons geanalyseerde fondsen troffen we echter weinig bewijs aan dat de Commissie deze gegevens systematisch had gebruikt voor genderanalyses. Van de effectbeoordelingen die we voor beide MFK’s analyseerden, bevatte er slechts één (van het ESF+36) een verwijzing naar gendergerelateerde verschillen, waaruit bleek dat naar geslacht uitgesplitste gegevens waren gebruikt.
De Commissie heeft weinig expliciet gendergerelateerde doelstellingen vastgesteld
60Volgens de OESO-toolkit van 2018 moeten overheden op verschillende beleidsterreinen gendergerelateerde prestatiedoelstellingen vaststellen zodat zij de vooruitgang bij de verwezenlijking van gendergelijkheidsdoelstellingen kunnen volgen. Het Financieel Reglement betreffende de algemene begroting van de EU bevat geen specifieke vereisten met betrekking tot gendergerelateerde doelstellingen, maar wel een algemeen vereiste voor de vaststelling van programmadoelstellingen.
61De programmadoelstellingen zijn opgenomen in de “programmaverklaringen”. Dit zijn verslagen die bij de ontwerpbegroting van elk jaar worden gevoegd en informatie bevatten over de vooruitgang die in de voorgaande jaren is geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van een programma. We beoordeelden of de programmaverklaringen bij de jaarlijkse ontwerpbegrotingen voor het MFK 2014‑2020 het gebruik van gendergerelateerde doelstellingen op alle beleidsterreinen weerspiegelden. Voor het MFK 2021‑2027 onderzochten we wetgevingsvoorstellen voor programma’s om na te gaan of zij gendergerelateerde doelstellingen bevatten.
62Van de 58 uitgavenprogramma’s in het MFK 2014‑2020 bevatten er 4 — het programma Rechten, gelijkheid en burgerschap, het Europees Sociaal Fonds (ESF), Erasmus+ en het gezondheidsprogramma — expliciete verwijzingen naar de bevordering van gendergelijkheid als een van hun doelstellingen. Het door de Commissie voorgestelde programma Rechten, gelijkheid en burgerschap (dat het programma Burgers, gelijkheid, rechten en waarden werd) en het ESF+ waren de enige MFK-programma’s voor 2021‑2027 waarin doelstellingen waren opgenomen met expliciete verwijzingen naar gendergelijkheid.
De Commissie heeft de bijdrage van de EU-begroting aan de verwezenlijking van gendergelijkheid niet op doeltreffende wijze gemonitord
63In de OESO-toolkit van 2018 staat dat monitoringmechanismen het mogelijk maken om vooruitgang te beoordelen, besluitvorming te verbeteren en programma’s en middelen aan te passen om een grotere impact te bereiken. Het Financieel Reglement van de EU bepaalt dat de verwezenlijking van doelstellingen moet worden gemonitord aan de hand van prestatie-indicatoren.
64De Commissie publiceert gegevens over prestatie-indicatoren in de programmaverklaringen. Deze indicatoren zijn vastgesteld in de wetgeving waarop de programma’s zijn gebaseerd, of in daarmee verband houdende secundaire wetgeving. We beoordeelden of de programmaverklaringen in het MFK 2014‑2020 indicatoren bevatten voor het monitoren van de verwezenlijking van gendergerelateerde doelstellingen.
65De in 2020 gepubliceerde programmaverklaringen, die betrekking hadden op de 58 uitgavenprogramma’s, bevatten meer dan duizend indicatoren. Daarvan hadden 29 indicatoren van 5 programma’s betrekking op gendergelijkheid. Deze indicatoren meten gendergerelateerde veranderingen in de loop van de tijd, zoals de loonkloof tussen vrouwen en mannen. Tevens waren 19 indicatoren gebaseerd op naar geslacht uitgesplitste gegevens, zoals de arbeidsparticipatie naar geslacht. Deze programma's zijn goed voor 21,7 % van het totale bedrag van het MFK 2014‑2020. Zie figuur 8. In de voorstellen van de Commissie voor het MFK 2021‑2027 waren slechts 10 van de 29 door ons vastgestelde gendergerelateerde indicatoren gehandhaafd.
Figuur 8
Aandeel van de MFK-programma’s 2014‑2020 met gendergerelateerde indicatoren
Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie.
De Commissie heeft weinig informatie beschikbaar gesteld over de algemene impact van de EU-begroting op gendergelijkheid
66Het verstrekken van informatie aan het publiek over de impact van de begroting op gendergelijkheid ondersteunt stelselmatig toezicht en de verantwoordingsplicht37. Dit kan inhouden dat openbaar wordt gemaakt welke middelen zijn toegewezen aan en gebruikt voor gendergelijkheidsdoelstellingen en dat verslag wordt uitgebracht over de prestaties van het programma. Dit vergemakkelijkt de parlementaire controle. Zie kader 2.
Kader 2
Gebruik van naar vrouwen en mannen uitgesplitste gegevens voor economische analyse ter ondersteuning van de begroting
De Zweedse regering brengt sinds 2004 in een afzonderlijke bijlage bij de jaarlijkse begroting verslag uit aan het parlement over economische verschillen en de ontwikkeling van de inkomensverdeling tussen vrouwen en mannen. De bijlage bij de begroting 2021 bevat een analyse van de verdeling van financiële middelen tussen vrouwen en mannen sinds 1995, met inbegrip van analyses van de ontwikkeling van het arbeidsinkomen, pensioenen, sociale overdrachten, belastingen en het totale beschikbare inkomen. Aan het eind van de bijlage wordt de impact beschreven van hervormingen in de periode 2019‑2021 op de verdeling van economische middelen tussen vrouwen en mannen. Het Ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor het opstellen van de bijlage.
De twee belangrijkste verslagen van de Commissie over de prestaties van de EU-begroting zijn de programmaverklaringen die bij de jaarlijkse ontwerpbegroting worden gevoegd en het jaarlijks beheers- en prestatieverslag (annual management and performance report, AMPR) voor de jaarlijkse kwijtingsprocedure. We beoordeelden of de Commissie in deze twee verslagen had gerapporteerd over de algemene impact op gendergelijkheid van de EU-begroting en de daarin opgenomen financieringsprogramma’s.
De Commissie had de hoeveelheid gendergerelateerde informatie bij de ontwerpbegroting van de EU vergroot, maar haar presentatie daarvan was fragmentarisch
68Sommige programmaverklaringen bevatten een deel over gendermainstreaming. Van de 58 programmaverklaringen die werden gepubliceerd in 2016 — het eerste jaar waarin deze informatie was opgenomen — bevatten er 20 een dergelijk deel; in de in 2020 gepubliceerde programmaverklaringen was dit aantal gestegen tot 3438. Dit betekent dat 59 % van de programmaverklaringen voor uitgavenprogramma’s, ofwel 88 % van het MFK 2014‑2020, nu kwantitatieve of kwalitatieve gendergerelateerde informatie bevat.
69We stelden echter tekortkomingen vast in deze informatie. Van de 34 programmaverklaringen die in 2020 werden gepubliceerd en waarin gendergerelateerde informatie was opgenomen, bevatten er slechts 10 (29 %) financiële ramingen inzake de bijdrage van de EU-begroting aan gendergelijkheid. Deze verklaringen omvatten programma’s in het kader van het ESF en het EFRO, maar niet in het kader van het ELGF, het Elfpo of Erasmus+. Aangezien er geen gemeenschappelijk systeem bestaat voor het traceren van middelen die in het kader van de EU-begroting aan gendergelijkheid zijn toegewezen of daarvoor zijn gebruikt, hadden de DG’s echter verschillende methoden gebruikt om de bijdrage van hun programma’s aan gendergelijkheid te ramen. Hierdoor werd het onmogelijk om een totale bijdrage voor de gehele EU-begroting te berekenen. De Commissie traceert de toewijzing en het gebruik van middelen op andere transversale beleidsterreinen. Zie kader 3. Voor gendergelijkheid daarentegen bestond een dergelijk systeem niet.
Kader 3
Het traceren van middelen en het vaststellen van streefdoelen voor klimaatactie
Wat klimaatactie betreft, hanteert de Commissie een aanpak voor het traceren van middelen op basis van een door de OESO ontwikkelde methode39. In onze in 2020 gepubliceerde analyse inzake het traceren van klimaatuitgaven40 constateerden we dat de eenvoudige en pragmatische aard van deze aanpak een voordeel was, hoewel wij in ons speciaal verslag over klimaatactie41 opnieuw onze bezorgdheid uitten over het risico dat uitgavenramingen te hoog worden opgegeven.
Tracering kan worden aangevuld met streefdoelen. In EU-verband worden deze streefdoelen vastgesteld in overleg met het Europees Parlement en de Raad. Zo zijn er streefdoelen om 20 % van het MFK 2014‑2020 (ongeveer 200 miljard EUR) en 30 % van het MFK 2021‑2027 en het instrument NextGenerationEU samen (ongeveer 550 miljard EUR) aan klimaatactie te besteden.
Figuur 9 geeft een overzicht van gendergerelateerde informatie in de programmaverklaringen, met inbegrip van gendergerelateerde doelstellingen (zie paragraaf 62), indicatoren (zie paragraaf 65), en financiële ramingen (zie paragraaf 69).
Figuur 9
Overzicht van gendergerelateerde informatie die beschikbaar is in programmaverklaringen
Bron: ERK, op basis van de programmaverklaringen bij het ontwerp van algemene begroting voor het begrotingsjaar 2021.
In de strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025 verbindt de Commissie zich ertoe te “overwegen” de uitgaven in verband met gendergelijkheid op programmaniveau in het MFK 2021‑2027 te meten. In november 2020 zijn de Commissie, de Raad en het Europees Parlement overeengekomen dat de Commissie een methode moet ontwikkelen voor het meten van relevante uitgaven op programmaniveau in het MFK 2021‑2027. In het kader van dit interinstitutioneel akkoord zal de Commissie deze methode — om de haalbaarheid ervan te testen — uiterlijk in januari 2023 toepassen op bepaalde centraal beheerde programma’s42. Dit betekent dat de Commissie op middellange termijn niet zal kunnen aantonen hoeveel middelen ter ondersteuning van gendergelijkheid worden gebruikt in alle EU-financieringsprogramma’s.
Het AMPR bevatte zeer weinig informatie over de resultaten op het gebied van gendergelijkheid
72Het AMPR maakt deel uit van het pakket geïntegreerde financiële en verantwoordingsverslagen van de Commissie43. Het vormt essentiële input voor de jaarlijkse kwijtingsprocedure. In deel 1 van het AMPR wordt de vooruitgang beoordeeld die is geboekt bij de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen. In ons verslag betreffende de prestaties van de EU-begroting44 vestigden we de aandacht op de beperkte informatie die beschikbaar is gesteld over de bijdrage van EU-uitgavenprogramma’s aan gendergelijkheid.
73Sinds de publicatie van het eerste AMPR45 in 2016 heeft de Commissie nooit specifiek verslag uitgebracht over gendergelijkheid als horizontale prioriteit. Zij heeft evenmin een analyse in afzonderlijke delen verstrekt. Daarentegen wordt in het AMPR wel verslag gedaan over uitgaven voor andere horizontale prioriteiten. In het AMPR 201946 stelde de Commissie dat horizontale beleidsdoelstellingen beter in de begroting moeten worden geïntegreerd, met name voor klimaatgerelateerde uitgaven, de bescherming van biodiversiteit en de SDG’s. Gendergelijkheid werd niet anderszins vermeld in het AMPR.
De vaststelling van gedetailleerde wettelijke vereisten vergemakkelijkte de integratie van gendergelijkheid in programma’s
74In het laatste deel van het verslag richten we ons op individuele programma’s en beoordelen we of de Commissie rekening had gehouden met gendergelijkheid in het ESF, het EFRO, het Elfpo, het ELGF en Erasmus+. We hebben onderzocht of er genderanalyses waren uitgevoerd en of gendergerelateerde doelstellingen waren vastgesteld. Wij wilden nagaan of de Commissie in staat was de resultaten aan te tonen van de programma’s op het gebied van gendergelijkheid.
75We richtten ons niet alleen op deze vijf fondsen vanwege het financieel belang ervan binnen het MFK, maar ook omdat zij het potentieel hebben om economische groei te stimuleren en bij te dragen tot gendergelijkheid (zie paragraaf 02). Het ESF ondersteunt projecten op het gebied van werkgelegenheid, sociale inclusie, onderwijs en opleiding in de hele EU. Het EFRO heeft tot doel een evenwichtige ontwikkeling in de verschillende regio’s van de EU te bevorderen. Het Elfpo is gericht op de specifieke uitdagingen waarmee de plattelandsgebieden in de EU worden geconfronteerd. Het ELGF heeft tot doel het inkomen van landbouwers veilig te stellen door middel van rechtstreekse betalingen. In het kader van Erasmus+ wordt EU-financiering verstrekt ter ondersteuning van onderwijs en opleiding met het oog op de bevordering van groei.
De ESI-fondsen hebben een aanzienlijk potentieel om bij te dragen tot gendergelijkheid, maar we troffen weinig informatie aan over resultaten voor de MFK-periode 2014‑2020
76Meer dan de helft van de EU-financiering wordt verstrekt via de vijf ESI-fondsen. Deze fondsen staan onder gedeeld beheer van de Commissie en de lidstaten. We controleerden het ESF, het EFRO en het Elfpo in Spanje en Roemenië. Onze werkzaamheden hadden betrekking op de partnerschapsovereenkomsten van deze twee landen en twaalf van hun programma’s.
77De wettelijke vereisten inzake gendergelijkheid verschillen per specifieke verordening inzake ESI-fonden. De verordening gemeenschappelijke bepalingen (GB-verordening)47 bevat echter gemeenschappelijke bepalingen voor de ESI-fondsen in het MFK 2014‑2020. Artikel 7 van deze verordening bepaalt dat de lidstaten en de Commissie erop toe moeten zien dat de gelijkheid van vrouwen en mannen wordt bevorderd en dat gendergelijkheid wordt meegewogen tijdens de voorbereiding, de uitvoering, het toezicht en de evaluatie van alle programma's. Daartoe worden activiteiten op alle gebieden voorgeschreven om gendergelijkheid na te streven door middel van instrumenten zoals evaluaties en voorwaarden vooraf, toezichtcomités, selectieprocedures en -criteria.
78Het voorstel van de Commissie voor de nieuwe GB-verordening voor het MFK 2021‑2027 bevatte aanvankelijk geen bepalingen die overeenkwamen met die van artikel 7 van de GB-verordening 2014‑2020. Na de eerste herzieningen werden soortgelijke bepalingen opnieuw opgenomen in een latere versie van het document. Op grond van de nieuwe GB-verordening moeten de lidstaten ook beschikken over een nationaal strategisch kader voor gendergelijkheid als voorwaarde voor het gebruik van de ESI-fondsen bij investeringen ter verbetering van het genderevenwicht op de arbeidsmarkt, het evenwicht tussen werk en privéleven of de infrastructuur voor kinderopvang.
In de door ons onderzochte programma’s werd gendergelijkheid in aanmerking genomen tijdens de programmavoorbereiding
79Bij de door ons onderzochte programma’s in Spanje en Roemenië stelden we vast dat tijdens de voorbereidingsfase vaker aan de verplichting was voldaan om rekening te houden met gendergelijkheid dan tijdens de uitvoerings- en monitoringfase. Alle programma’s bevatten een genderanalyse en bij de opzet ervan was in meer of mindere mate rekening gehouden met gendergelijkheid. Beide lidstaten hadden ook evaluaties vooraf uitgevoerd om na te gaan of de geplande maatregelen waarschijnlijk succesvol zouden zijn bij het bevorderen van gendergelijkheid. We troffen een aantal voorbeelden aan van gevallen waarin het gebruik van genderanalyses in selectieprocedures was gestimuleerd. Zie kader 4.
Kader 4
Selectiecriteria die het gebruik van genderanalyses stimuleren
Spanje en Roemenië nemen in selectieprocedures criteria op waarmee projectaanvragers worden gestimuleerd om genderanalyses uit te voeren.
De Spaanse autoriteiten hebben bijvoorbeeld een deskundig orgaan gevraagd om te beoordelen hoe goed gendergelijkheid was geïntegreerd in de projectvoorstellen in het kader van hun door het EFRO gecofinancierde programma inzake strategieën voor duurzame en geïntegreerde stadsontwikkeling, en zij gebruikten de score als selectiecriterium.
In Roemenië moesten aanvragers van financiering in het kader van één ESF-programma beschrijven hoe hun project heeft bijgedragen aan een of meer van de horizontale thema’s, waaronder non-discriminatie en gendergelijkheid. Aanvragen die maatregelen bevatten ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen kregen extra punten.
In de door ons onderzochte programma’s werden gendergerelateerde doelstellingen zelden in aanmerking genomen en er was weinig informatie beschikbaar over de impact van deze doelstellingen op gendergelijkheid
80De programma’s moeten in overeenstemming zijn met de algemene doelstellingen die zijn vastgelegd in de specifieke wetgeving inzake de fondsen waaruit deze programma's worden gefinancierd en in de GB-verordening. De lidstaten mogen hun eigen gendergerelateerde doelstellingen in de programma's opnemen. Spanje had specifieke gendergerelateerde doelstellingen en indicatoren opgenomen in bepaalde investeringsprioriteiten in het kader van het ESF, maar Roemenië had dat niet gedaan. De andere door ons geanalyseerde fondsen bevatten dergelijke gendergerelateerde doelstellingen niet.
81Op grond van de GB-verordening moet elke lidstaat voor elk programma een jaarlijks uitvoeringsverslag indienen. Verder wordt in deze verordening bepaald dat de verslagen van 2016 en 2018 een beoordeling moeten bevatten van de maatregelen die zijn genomen ter bevordering van gendergelijkheid en non-discriminatie.
82De verslagen voor alle geselecteerde programma’s bevatten een deel met — meestal kwalitatieve, maar soms kwantitatieve — gegevens over specifieke acties ter bevordering van gendergelijkheid en met de bestaande regelingen om gendergelijkheid in aanmerking te nemen. De verslagen bevatten echter geen informatie over resultaten of impact.
83Op basis van deze verslagen heeft de Commissie ook verslagen gepubliceerd over de uitvoering van de ESI-fondsen in 2017 en 2019. In 2018 publiceerde zij ook een samenvattend uitvoeringsverslag over de programma-uitvoering in het kader van de ESI-fondsen in de periode 2014‑2017. Deze verslagen bevatten echter weinig informatie met betrekking tot gendergelijkheid.
84Het opendataplatform van de ESI-fondsen van de Commissie voorziet in gegevens over deelnemers aan gefinancierde activiteiten. Deze gegevens bevatten echter geen verwijzing naar geslacht. Daardoor zijn geconsolideerde, naar geslacht uitgesplitste gegevens over gemeenschappelijke indicatoren voor geen van de ESI-fondsen algemeen beschikbaar.
Rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van het ELGF waren genderblind
85Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is goed voor meer dan een derde van de EU-financiering. Het ELGF is goed voor ongeveer driekwart van het GLB en wordt voornamelijk gebruikt om via rechtstreekse betalingen inkomenssteun aan landbouwers te verlenen. Het is het grootste programma in het kader van de EU-begroting en is goed voor meer dan 300 miljard EUR voor het MFK 2014‑2020.
In de verordening rechtstreekse betalingen wordt geen rekening gehouden met gendergelijkheid en wordt het vermogen van de lidstaten om dit te doen, beperkt
86De verordening rechtstreekse betalingen 2014‑2020 bevat geen wettelijke vereisten inzake gendermainstreaming of gendergelijkheid. In ons advies over de voorstellen van de Commissie voor het GLB na 202048 hebben wij erop gewezen dat een lidstaat die zich bijvoorbeeld zorgen maakt over het gendereffect van rechtstreekse betalingen “weinig mogelijkheden” zou hebben om de spreiding van subsidies te veranderen, omdat de opzet van rechtstreekse betalingen grotendeels zal worden vastgelegd in de voorgestelde EU-wetgeving.
87We troffen hier voorbeelden van aan in twee van de vier casestudy’s van onze deskundige (zie paragraaf 19). Andalusië (Spanje) past genderbudgettering toe in zijn regionale begroting. Het gebruikt ongeveer 90 % van zijn programma’s om gendergelijkheid te bevorderen. Het landbouwgarantiefonds van Andalusië valt hier echter niet onder, omdat het systeem van rechtstreekse betalingen geen ruimte laat voor positieve actie met betrekking tot vrouwen49. Zweden past genderbudgettering toe en heeft referentiewaarden waaruit blijkt dat er sprake is van ongelijkheid in de landbouw. De Zweedse autoriteiten hebben echter verklaard dat zij het beleid niet kunnen gebruiken om ongelijkheden te corrigeren, omdat zij het beleid niet opzetten maar uitvoeren en omdat genderbudgettering niet verplicht is in het kader van de verordening rechtstreekse betalingen.
Door ontbrekende gegevens en een gebrek aan genderanalyse bestaat het risico dat genderongelijkheden in stand worden gehouden
88Herzieningen van het GLB worden in effectbeoordelingen geanalyseerd om toenemende ongelijkheden tussen landbouwers wat betreft leeftijd, omvang van het landbouwbedrijf of de regio in de EU te voorkomen. Er wordt geen expliciete aandacht besteed aan verschillen tussen vrouwelijke en mannelijke landbouwers. In ons advies betreffende het GLB na 2020 (zie paragraaf 86), merkten we op dat de Commissie in haar effectbeoordeling had gekeken naar gendergelijkheid in verband met de SDG’s, maar dat dit weinig invloed op het voorstel leek te hebben gehad.
89Ook hebben wij in ons advies kritiek geuit op het ontbreken van nauwkeurige informatie over het inkomen van landbouwhuishoudens en op het ontbreken van een verplichting voor de lidstaten om statistieken inzake het besteedbaar landbouwbedrijfsinkomen op te stellen. Wanneer wordt gekeken naar de gevolgen van rechtstreekse betalingen voor gendergelijkheid, vormt het feit dat dergelijke naar geslacht uitgesplitste statistieken niet beschikbaar zijn ook een belangrijke gegevenslacune.
90Het ontbreken van naar geslacht uitgesplitste statistieken over de ontvangers van rechtstreekse betalingen is een andere belangrijke gegevenslacune. De ELGF-verordening bevat geen enkel vereiste dat dergelijke statistieken moeten worden verstrekt. De Commissie had geen gegevens over het aandeel van de betalingen die aan vrouwen en mannen worden gedaan. Uit de casestudy van onze deskundige bleek echter dat de Zweedse Nationale Landbouwdienst beschikt over gegevens waaruit blijkt dat in 2019 16 % van de aanvragers in Zweden vrouw was, maar dat deze slechts 7 % van de steun in de vorm van betalingen ontvingen. Volgens de Ierse landbouwvereniging bezaten vrouwen in Ierland in 2019 10 % van de subsidiabele grond en ontvingen zij slechts 8 % van de betalingen50. Aangezien rechtstreekse betalingen areaalgebonden betalingen zijn aan landbouwers die over grond voor landbouwactiviteiten beschikken (“bedrijven”), kunnen deze cijfers aan de hand van verschillende factoren worden verklaard.
91In een studie in 2019 in opdracht van het Europees Parlement51 werd opgemerkt dat vrouwelijke landbouwers aanzienlijk minder toegang hebben tot, zeggenschap hebben over en eigenaar zijn van grond en andere productiemiddelen dan hun mannelijke tegenhangers. Volgens het Comité van de landbouworganisaties van de Europese Unie52 is het voor vrouwen moeilijk om toegang te krijgen tot leningen. Eurostat heeft weliswaar geen naar geslacht uitgesplitste informatie over eigendom van landbouwbedrijven, maar genereert wel gegevens over eigenaren ervan. Bedrijven kunnen in eigendom zijn of worden gepacht of beheerd. Uit gegevens van Eurostat bleek dat in 2016 slechts ongeveer 30 % van de landbouwbedrijven in Europa een vrouwelijke eigenaar had53.
92Uit gegevens van Eurostat blijkt ook dat vrouwen doorgaans kleinere bedrijven hebben: in 2016 bezaten vrouwen slechts 16 % van de grotere bedrijven, en wel 35 % van de kleinere bedrijven54. In 2017 schatte de Commissie dat de opbrengst per bedrijf veel lager was voor vrouwelijke landbouwers (iets minder dan 12 000 EUR in 2013) dan voor mannelijke landbouwers (bijna 40 000 EUR). Ook schatte zij dat vrouwelijke landbouwers zeggenschap hadden over een veel kleiner aandeel grond (12 %) dan mannen (61 %; de overige grond was in handen van ondernemingen)55. In ons advies over het GLB na 2020 merkten we op dat uit de cijfers van de Commissie “blijkt dat ongeveer drie vijfde van dergelijke subsidies [d.w.z. inkomenssteun voor landbouwers] naar mannen gaat, een achtste naar vrouwen en de rest naar bedrijven”.
93Uit het bovenstaande blijkt dat er duidelijk behoefte is aan een genderanalyse van de inkomenssteun die via rechtstreekse betalingen aan landbouwers wordt betaald, met inbegrip van inkomensverdeling en de relatie daarvan met landbezit, subsidiabele grond en ontvangers van betalingen. Daartoe moeten ruimere gegevens over vrouwen in de landbouw worden verzameld en verspreid. Al in 2017 heeft het Europees Parlement56 er bij de Commissie en de lidstaten op aangedrongen de bijdrage van vrouwen aan het plattelandsinkomen te meten en de rol van vrouwen in de landbouw in kaart te brengen. Het benadrukte ook dat de lidstaten bijgewerkte statistieken over het grondbezit onder vrouwen moeten verstrekken.
De Commissie hield bij Erasmus+ niet in alle opzichten rekening met gendergelijkheid
94Erasmus+ is het EU-programma ter ondersteuning van onderwijs, opleiding, jeugd en sport. De mobiliteitscomponent van het programma biedt leerlingen en onderwijzend personeel de kans vaardigheden te verwerven door in het buitenland te studeren, te werken en vrijwilligerswerk te verrichten.
95In de overwegingen van de verordening betreffende Erasmus+ in het MFK 2014‑2020 staat dat de doelstellingen van het programma de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen omvatten. Hoewel de hoofdtekst van de verordening geen bindende wettelijke vereisten bevat met betrekking tot gendermainstreaming of de verzameling van naar geslacht uitgesplitste gegevens, omvat bijlage I een vereiste om naar geslacht uitgesplitste gegevens te verzamelen voor 2 van de 25 kernindicatoren van het programma.
96Het wetgevingsvoorstel voor het Erasmus+-programma in het MFK 2021‑2027 bevatte aanvankelijk geen wettelijke bepalingen inzake gendermainstreaming of vereisten inzake de verzameling van naar geslacht uitgesplitste gegevens. Het Europees Parlement heeft echter een wijziging57 voorgesteld op grond waarvan alle kwantitatieve indicatoren voor Erasmus+ naar geslacht moeten worden uitgesplitst.
De Commissie heeft tijdens de programmavoorbereiding weinig aandacht besteed aan gendergelijkheid
97In de effectbeoordeling van de Commissie voor het Erasmus+-programma in het MFK 2014‑2020 is rekening gehouden met gendergelijkheid, maar slechts in beperkte mate. De beoordeling bevatte slechts een tabel met een beschrijving van de verwachte impact van elk beleidsvoorstel op gendergelijkheid, maar een gedegen analyse van genderbehoeften en -effecten ontbrak.
98In de effectbeoordeling van het MFK 2021‑2027 werd gendergelijkheid genoemd als een van de kwesties die door het Erasmus+-programma zouden moeten worden aangepakt. Gendergelijkheid werd ook aangemerkt als een uitdaging in de openbare raadpleging van 2017 over de toekomst van Erasmus+. Er was dus duidelijk vastgesteld dat in het Erasmus+-programma rekening moet worden gehouden met gendergelijkheid. Niettemin heeft de Commissie in het wetgevingsvoorstel alleen voorgesteld om gendergelijkheid actief te bevorderen in één enkel gebied van het Erasmus+-programma: “sport”.
99De Commissie beschikt over de nodige gegevens voor het uitvoeren van een genderanalyse of evaluatie van het genderevenwicht, onder meer per studierichting, van het Erasmus-programma. Het jaarlijks verslag 2019 van Erasmus+ bevat echter geen informatie over gendereffecten of gendergerelateerde resultaten en evenmin naar geslacht uitgesplitste gegevens. Er wordt verwezen naar het totale aantal studenten of deelnemers. Deze cijfers worden echter niet naar geslacht uitgesplitst.
100In de programmaverklaringen die in 2020 werden gepubliceerd, verklaarde de Commissie dat het genderevenwicht van Erasmus+-deelnemers tot dan toe “uitstekend” was geweest, maar zij verstrekte geen cijfers. Zij kwam tot deze conclusie ondanks een studie (ook van de Commissie) uit 201958 waaruit bleek dat Erasmus+ een aanzienlijke genderkloof kent en waarin werd vastgesteld dat er meer vrouwen dan mannen deelnemen. Uit de meest recente gegevens van de Commissie59 blijkt dat er in de periode 2014‑2018 aanzienlijke genderverschillen bestonden tussen studierichtingen. Zo waren er in IT ongeveer tweeënhalf keer meer mannelijke dan vrouwelijke deelnemers, terwijl er op het gebied van kunsten en geesteswetenschappen veel meer vrouwen deelnamen. Dit wijst erop dat bij de planning van het Erasmus+-programma rekening moet worden gehouden met de genderdimensie en dat er brede analyses moeten worden uitgevoerd die verder gaan dan het totale aantal deelnemers, uitgesplitst naar specifieke onderwerpen.
Conclusies en aanbevelingen
101Gendermainstreaming wordt nog niet in de gehele EU-begroting toegepast. Er is nog geen volledig kader ingevoerd ter ondersteuning van gendermainstreaming in de EU-begroting. We constateerden dat in de begrotingscyclus van de EU onvoldoende rekening werd gehouden met gendergelijkheid. Wij concluderen dat de Commissie haar toezegging inzake gendermainstreaming in de EU-begroting nog niet is nagekomen.
102Met name constateerden we dat de strategie voor gendergelijkheid van de Commissie de toepassing van gendermainstreaming onvoldoende bevorderde. Voor de periode 2016‑2019 heeft de Commissie haar voorgaande strategie voor gendergelijkheid vervangen door een niet-bindend document dat geen plan bevatte voor de uitvoering en monitoring van gendermainstreaming. In de nieuwe strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025 werd de betrokkenheid van de Commissie ten aanzien van gendermainstreaming vergroot, maar ontbreken nog steeds basisvoorwaarden en specifieke acties (zie de paragrafen 25-35).
103Wij stelden vast dat het institutionele kader van de Commissie wordt versterkt, maar dat het de uitvoering van gendermainstreaming nog niet volledig ondersteunt. De Commissie 2014‑2019 had de noodzakelijke mechanismen voor de uitvoering en monitoring van gendermainstreaming niet ingevoerd. Zij heeft de DG’s niet voorzien van voldoende opleiding of expertise om gendermainstreaming op doeltreffende wijze uit te voeren. De Commissie 2019‑2024 heeft rollen en verantwoordelijkheden met betrekking tot de mainstreaming van gelijkheid verduidelijkt. Bij de nieuwe regelingen speelt het secretariaat-generaal een centrale rol; het heeft zich ertoe verbonden ervoor te zorgen dat bij de beleidsvorming rekening wordt gehouden met gelijkheid. DG BUDG, dat verantwoordelijk is voor het beheer van de EU-begroting en dat met betrekking tot gendermainstreaming een belangrijke rol kan spelen bij het opstellen van de EU-begroting, kreeg echter geen vergelijkbare belangrijke verantwoordelijkheden toegewezen. De Commissie is voornemens een opleidingsstrategie voor de mainstreaming van gelijkheid te ontwikkelen (zie de paragrafen 36-48).
Aanbeveling 1 — Versterk het institutionele kader van de CommissieOm het institutionele kader ter ondersteuning van gendermainstreaming te versterken en haar betrokkenheid ten aanzien van gendermainstreaming om te zetten in specifieke acties, moet de Commissie:
- de rollen met betrekking tot gendermainstreaming op alle beleidsterreinen verduidelijken, personeel in elk DG aanwijzen en plannen opstellen voor het doorvoeren van gendermainstreaming op alle beleidsterreinen;
- ervoor zorgen dat DG BUDG gendermainstreaming in de EU-begroting (d.w.z. genderbudgettering) doeltreffend stuurt, coördineert en monitort;
- al het personeel opleiding over gendermainstreaming bieden, en
- ervoor zorgen dat de DG’s informatie en praktijken uitwisselen en bij het doorvoeren van gendermainstreaming consistent gebruikmaken van de beschikbare instrumenten en expertise, met inbegrip van die van EIGE.
Tijdpad: uiterlijk in december 2021.
104We constateerden dat in de begrotingscyclus van de EU onvoldoende rekening werd gehouden met gendergelijkheid. De Commissie besteedde weinig aandacht aan de genderanalyse van het beleid en de programma’s die wij onderzochten. Van de acht door ons geanalyseerde effectbeoordelingen bevatte die van het ESF+ een beperkte genderanalyse en werd in de effectbeoordeling van het GLB een korte beschrijving gegeven van de situatie van vrouwen in plattelandsgebieden. We constateerden dat de richtsnoeren van de Commissie voor de beoordeling van de potentiële economische, sociale en milieueffecten van wetgevingsvoorstellen niet specifiek genoeg waren en dat zij er niet voor zorgden dat er naar behoren rekening werd gehouden met gendergelijkheid. Naar onze mening is gebruikmaking van genderanalyses van cruciaal belang voor het boeken van vooruitgang bij de verwezenlijking van gendergelijkheid (zie de paragrafen 50-55).
Aanbeveling 2 — Voer genderanalyses uitVoor een betere integratie van gendergelijkheid in de begrotingscyclus van de EU moet de Commissie:
- haar richtsnoeren voor betere regelgeving ter beoordeling van de potentiële economische, sociale en milieueffecten van wetgevingsvoorstellen actualiseren om de analyse van de impact op de genderdimensie te versterken, en
- genderanalyses uitvoeren van de behoeften en effecten van EU-financieringsprogramma’s en -instrumenten, en verslag uitbrengen over de resultaten van deze analyses in effectbeoordelingen, -evaluaties of verslaglegging over de prestaties, ofwel verklaren waarom deze niet zijn uitgevoerd.
Tijdpad: uiterlijk in december 2021.
Tijdpad: vanaf januari 2022.
105Over het geheel genomen troffen we in de door ons geanalyseerde fondsen weinig bewijs aan dat de Commissie bij het opstellen van genderanalyses systematisch gebruik had gemaakt van naar geslacht uitgesplitste gegevens (zie de paragrafen 57-59). Wat de gecontroleerde programma’s betreft, stelden wij vast dat er voor geen van de ESI-fondsen geconsolideerde, naar geslacht uitgesplitste gegevens over gemeenschappelijke indicatoren algemeen beschikbaar zijn (zie paragraaf 84).We constateerden dat er veel gegevenslacunes waren voor de landbouwsector doordat het ontbrak aan naar geslacht uitgesplitste statistieken over landbouwinkomensverdeling, landbezit en ontvangers van rechtstreekse betalingen in het kader van het ELGF (zie de paragrafen 89-93). In de verslaglegging voor Erasmus+ wordt verwezen naar het totale aantal studenten of deelnemers, maar deze cijfers worden niet uitgesplitst naar geslacht, ook al is deze informatie beschikbaar (zie paragraaf 99).
Aanbeveling 3 — Verzamel en analyseer naar geslacht uitgesplitste gegevensOm een betere basis te leggen voor genderanalyses, om de verschillen in de situatie van vrouwen en mannen te kunnen meten en om de impact van gendermainstreaming te kunnen monitoren en daarover verslag uit te brengen, moet de Commissie:
- bestaande, naar geslacht uitgesplitste gegevens voor EU-financieringsprogramma’s onder direct beheer systematisch verzamelen en analyseren en hierover verslag uitbrengen;
- de door de lidstaten verstrekte informatie systematisch consolideren, analyseren en hierover verslag uitbrengen, overeenkomstig de wettelijke vereisten van EU-financieringsprogramma’s onder gedeeld beheer, en
- in toekomstige wetgevingsvoorstellen het vereiste opnemen om naar geslacht uitgesplitste gegevens voor EU-financieringsprogramma’s systematisch te verzamelen en hierover verslag uit te brengen.
Tijdpad: vanaf januari 2022.
106We constateerden dat de Commissie weinig expliciet gendergerelateerde doelstellingen had vastgesteld. Van de 58 uitgavenprogramma’s in het MFK 2014‑2020 bevatten er slechts 4 expliciete verwijzingen naar de bevordering van gendergelijkheid als een van hun doelstellingen. Slechts twee programma’s in de wetgevingsvoorstellen van de Commissie voor het MFK 2021‑2027 bevatten doelstellingen met expliciete verwijzingen naar gendergelijkheid (zie de paragrafen 60-62).
107De Commissie heeft de bijdrage van de EU-begroting aan de verwezenlijking van gendergelijkheid niet doeltreffend gemonitord. Wij constateerden dat van de meer dan duizend indicatoren in de in 2020 gepubliceerde programmaverklaringen 29 indicatoren van 5 programma’s gendergerelateerd waren. Van de vijf door ons geanalyseerde programma’s bevatten alleen het EFRO en Erasmus+ gendergerelateerde indicatoren. Het MFK 2021‑2027 zal waarschijnlijk nog minder van dergelijke indicatoren bevatten, aangezien slechts tien van de door ons aangetroffen indicatoren in de voorgestelde wetgeving werden gehandhaafd (zie de paragrafen 63-65). De integratie van gendergelijkheid in programma's verliep echter gemakkelijker op gebieden waar gedetailleerde wettelijke vereisten waren vastgesteld (zie de paragrafen 74-100).
Aanbeveling 4 — Gebruik gendergerelateerde doelstellingen en indicatorenOm beter rekening te houden met de horizontale prioriteit van gendergelijkheid in de EU-begroting en om monitoring van de geboekte vooruitgang mogelijk te maken, moet de Commissie:
- voor de financieringsprogramma’s en -instrumenten van de EU voor de periode 2021‑2027, relevante bestaande gegevens over gendergelijkheid vaststellen en gebruiken, met inbegrip van indicatoren waarvoor naar geslacht uitgesplitste gegevens beschikbaar zijn, en
- gendergerelateerde doelstellingen en prestatie-indicatoren opnemen voor toekomstige wetgevingsvoorstellen, op basis van de resultaten van genderanalyses.
Tijdpad: vanaf januari 2022.
108De Commissie heeft weinig informatie beschikbaar gesteld over de algemene impact van de EU-begroting op gendergelijkheid in de twee belangrijkste verslagen over de prestaties van de EU-begroting: de programmaverklaringen die bij de ontwerpbegrotingen van elk jaar worden gevoegd en het AMPR voor de kwijtingsprocedure. Er bestond geen gemeenschappelijk systeem voor het traceren van middelen ter ondersteuning van gendergelijkheid die door DG’s waren toegewezen, zodat DG BUDG geen zinvolle algemene raming inzake de bijdrage van de EU-begroting aan gendergelijkheid kon maken. Wij merken op dat de Commissie, de Raad en het Europees Parlement in november 2020 zijn overeengekomen dat de Commissie een methode moet ontwikkelen voor het meten van relevante uitgaven op programmaniveau in het MFK 2021‑2027. In het kader van dit akkoord zal de Commissie deze methode — om de haalbaarheid ervan te testen — uiterlijk in januari 2023 toepassen op bepaalde centraal beheerde programma’s. We merkten ook op dat de Commissie had voorgesteld om middelen te oormerken voor een aantal van haar horizontale beleidskwesties, maar niet voor gendergelijkheid (zie de paragrafen 66-73).
Aanbeveling 5 — Verbeter de verslaglegging over gendergelijkheidOm de verantwoordingsplicht en de budgettaire transparantie te verbeteren en ervoor te zorgen dat in het MFK 2021‑2027 betrouwbare informatie beschikbaar is over de middelen die op programmaniveau zijn toegewezen aan en gebruikt voor gendergelijkheid, moet de Commissie:
- een robuust systeem ontwikkelen voor het traceren van toegewezen en gebruikte middelen ter ondersteuning van gendergelijkheid dat kan worden toegepast op alle EU-financieringsprogramma’s, met inbegrip van de faciliteit voor herstel en veerkracht;
- jaarlijks in het AMPR en de ontwerpbegroting verslag uitbrengen over de bereikte resultaten op het gebied van gendergelijkheid en het bedrag van de middelen die zijn toegewezen en gebruikt ter ondersteuning van gendergelijkheid in alle financieringsprogramma’s van de EU, met inbegrip van de faciliteit voor herstel en veerkracht, en
- analyseren of het passend is een percentage van de EU-begroting voor te stellen dat moet worden gebruikt ter ondersteuning van gendergelijkheid.
Tijdpad: uiterlijk in december 2022.
Tijdpad: geleidelijk, vanaf januari 2024 totdat alle financieringsprogramma’s van de EU volledig zijn bestreken.
Tijdpad: bij de voorbereiding van de voorstellen voor de periode na 2027.
109Wij merken op dat er een toezegging bestaat om rekening te houden met gendergelijkheid in het kader van de faciliteit voor herstel en veerkracht, die het grootste deel uitmaakt van het instrument NextGenerationEU. In de nationale plannen voor herstel en veerkracht zal moeten worden uitgelegd hoe met de voorgestelde maatregelen naar verwachting zal worden bijgedragen tot gendergelijkheid en gelijke kansen voor iedereen en de mainstreaming van deze doelstellingen. Het ontbreken van gemeenschappelijke indicatoren zal de monitoring en follow-up van de resultaten, met inbegrip van gendergelijkheid, echter bemoeilijken (zie paragraaf 56).
Aanbeveling 6 — Beoordeel of gendergelijkheid door de faciliteit voor herstel en veerkracht wordt aangepakt en breng hierover verslag uitDe Commissie moet de voorgestelde maatregelen in de plannen voor herstel en veerkracht van de lidstaten beoordelen en vervolgens rapporteren of zij hebben bijgedragen tot gendergelijkheid.
Tijdpad: vanaf mei 2021.
Dit verslag werd door kamer V onder leiding van de heer Tony Murphy, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op 4 mei 2021.
Voor de Rekenkamer
Klaus-Heiner Lehne
President
Afkortingen
AMPR: jaarlijks beheers- en prestatieverslag (annual management and performance report)
DG AGRI: directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling van de Europese Commissie
DG BUDG: directoraat-generaal Begroting van de Europese Commissie
DG DEVCO: directoraat-generaal Internationale Samenwerking en Ontwikkeling van de Europese Commissie
DG EAC: directoraat-generaal Onderwijs, Jongerenzaken, Sport en Cultuur van de Europese Commissie
DG EMPL: directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie van de Europese Commissie
DG JUST: directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken van de Europese Commissie
DG REGIO: directoraat-generaal Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling van de Europese Commissie
EFRO: Europees Fonds voor regionale ontwikkeling
EIGE: Europees Instituut voor gendergelijkheid
Elfpo: Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling
ELGF: Europees Landbouwgarantiefonds
ESF: Europees Sociaal Fonds
ESF+: Europees Sociaal Fonds Plus
ESI-fondsen: Europese structuur- en investeringsfondsen
Eurostat: Bureau voor de statistiek van de Europese Unie
ISG: interdepartementale groep inzake gendergelijkheid
MFK: meerjarig financieel kader
OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
SDG's: duurzameontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals)
SWD: werkdocument van de diensten van de Commissie
Verklarende woordenlijst
Begunstigde: een natuurlijke of rechtspersoon die een subsidie of lening uit de EU-begroting ontvangt of aan wie een door de EU gefinancierde activiteit uiteindelijk ten goede komt
Betere regelgeving: een concept dat als leidraad dient voor het beleid en de wetgeving van de EU en is gebaseerd op het beginsel dat de doelstellingen van regelgeving tegen minimale kosten moeten worden verwezenlijkt en dat regelgeving op transparante, empirisch onderbouwde wijze moet worden ontworpen, waarbij burgers en belanghebbenden worden betrokken
Effectbeoordeling: een analyse van de waarschijnlijke effecten (vooraf) of werkelijke effecten (achteraf) van een beleidsinitiatief of ander optreden
Erasmus+: een EU-programma ter ondersteuning van onderwijs, opleiding, jeugd en sport in Europa, met name door universiteitsstudenten de kans te geven in het buitenland te studeren en ervaring op te doen
Europees Fonds voor regionale ontwikkeling: EU-fonds dat de economische en sociale cohesie in de EU versterkt door de financiering van investeringen die ongelijkheden tussen regio’s verkleinen
Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling: EU-fonds waaruit de bijdrage van de EU aan programma’s voor plattelandsontwikkeling wordt gefinancierd
Europees Landbouwgarantiefonds: EU-fonds voor de financiering van rechtstreekse betalingen aan landbouwers en van maatregelen ter regulering of ondersteuning van landbouwmarkten
Europees Sociaal Fonds: EU-fonds voor het creëren van onderwijs- en arbeidskansen en het verbeteren van de situatie van personen die het risico lopen in armoede te vervallen
Europese structuur- en investeringsfondsen: de vijf belangrijkste EU-fondsen, die samen de economische ontwikkeling in de hele EU ondersteunen: het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij
Gedeeld beheer: een methode om de EU-begroting te besteden waarbij de Commissie, anders dan bij rechtstreeks beheer, delegeert aan de lidstaat maar toch de eindverantwoordelijkheid houdt
Gender: een sociaal en cultureel concept dat onderscheid maakt tussen de eigenschappen van vrouwen en mannen, meisjes en jongens, en vrouwen en mannen bijgevolg bepaalde afzonderlijke rollen en verantwoordelijkheden toekent
Genderanalyse: onderzoek naar de verschillen in omstandigheden en behoeften tussen vrouwen en mannen (genderbehoefteanalyse) en de (waarschijnlijke) gevolgen van beleid of een programma voor vrouwen en mannen (gendereffectbeoordeling)
Genderbudgettering: de toepassing van gendermainstreaming op alle niveaus van het begrotingsproces
Gendergelijkheid: het beginsel dat vrouwen en mannen, meisjes en jongens dezelfde rechten, vrijheden en mogelijkheden moeten hebben
Gendergerelateerde indicatoren: metingen die veranderingen in de verhoudingen tussen vrouwen en mannen op een bepaald gebied weergeven
Gendermainstreaming: het systematisch aandacht besteden aan genderkwesties tijdens alle fasen in de levenscyclus van beleid, instrumenten, programma’s en fondsen
Jaarlijks beheers- en prestatieverslag: een jaarlijks door de Commissie opgesteld verslag over haar beheer van de EU-begroting en de bereikte resultaten
Kwijting: een jaarlijks besluit van het Europees Parlement waarbij de Commissie definitieve goedkeuring wordt verleend voor de wijze waarop een begroting is uitgevoerd
Meerjarig financieel kader: het uitgavenplan van de EU waarin prioriteiten (op basis van beleidsdoelstellingen) en plafonds worden vastgelegd, over het algemeen voor zeven jaar. Het biedt de structuur waarbinnen jaarlijkse EU-begrotingen worden vastgelegd en beperkt de uitgaven voor elke uitgavencategorie.
Naar geslacht uitgesplitste gegevens: gegevens die voor vrouwen en mannen afzonderlijk worden verzameld en in tabellen worden weergegeven, waardoor de verschillen tussen vrouwen en mannen in de zin van uiteenlopende sociale en economische dimensies kunnen worden gemeten
Rechtstreekse betalingen: landbouwsteunbetalingen die rechtstreeks aan landbouwers worden gedaan
Verordening gemeenschappelijke bepalingen: de verordening tot vaststelling van de regels die van toepassing zijn op alle vijf de Europese structuur- en investeringsfondsen
Controleteam
In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheerthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de prestaties of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.
Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer V “Financiering en administratie van de Unie”, die onder leiding staat van ERK-lid Tony Murphy. De controle werd geleid door ERK-lid Eva Lindström, ondersteund door Katharina Bryan, kabinetschef; Johan Stalhammar, kabinetsattaché; Karin Andersson, kabinetsassistent; Amanda Ramer, stagiair bij het kabinet; Margit Spindelegger, hoofdmanager; Elisa Gómez, medetaakleider; Rogelio Abarquero Grossi, medetaakleider; Giuseppe Diana en Marilena Elena Friguras, auditors; Quirino Mealha, gedetacheerd nationaal deskundige; Joniada Goçaj en Thomas Hebenstreit, stagiairs. Jesús Nieto Muñoz verleende illustratieondersteuning; Richard Moore verleende taalkundige ondersteuning; Emanuele Fossati en Danilo De Pascalis verleenden IT-ondersteuning; Bogomil Kovachev verleende statistische ondersteuning; Valérie Tempez-Erasmi en Manuela Magliocca verleenden secretariële ondersteuning.
Voetnoten
1 Bijvoorbeeld: McKinsey Global Institute, How advancing women’s equality can add $12 trillion to global growth, september 2015; World Economic Forum, Global Gender Gap Report 2020, december 2019; IMF, Gender Inequality and Economic Growth: Evidence from Industry-Level Data, juli 2020; IMF, Women, Work, and the Economy: Macroeconomic Gains from Gender Equity, december 2013; Åsa Löfström, Umeå University, Gender equality, economic growth and employment.
2 COM(2020) 152 final.
3 EIGE, Economic Benefits of Gender Equality in the European Union.
4 Europese Commissie, Economic sectors at risk due to COVID-19 disruptions: will men and women in the EU be affected similarly?, 2020; Europese Commissie, The impact of sex and gender in the COVID-19 pandemic, 2020.
5 Resolutie van het Europees Parlement van 21 januari 2021 over het genderperspectief in de COVID-19-crisis en de periode na de crisis.
6 Bijvoorbeeld: Europees Parlement, Backlash in Gender Equality and Women’s and Girls’ Rights, juni 2018; UN Women, Democratic backsliding and the backlash against women’s rights: Understanding the current challenges for feminist politics; EIGE, Beijing +25: the fifth review of the implementation of the Beijing Platform for Action in the EU Member States, 2020.
7 COM(2020) 152 final: Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020‑2025.
8 EIGE, Gendergelijkheidsindex, per land, editie 2020.
9 SWD(2019) 101 final: 2019 report on equality between women and men in the EU.
10 OESO, Toolkit for Mainstreaming and Implementing Gender Equality, 2018.
11 Aangezien wij in dit verslag verwijzen naar gegevens die tussen vrouwen en mannen zijn uitgesplitst, gebruiken we de term “naar geslacht uitgesplitste gegevens”.
12 Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 19 november 2013 over het ontwerp van verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014‑2020.
13 Conclusies van de Europese Raad van 17-21 juli 2020.
14 COM(96) 67 final.
15 De Commissie 2014‑2019 was in functie van 1 november 2014 tot en met 30 november 2019.
16 De Commissie 2019‑2024 trad op 1 december 2019 aan.
17 Speciaal verslag nr. 02/2021 van de ERK: Humanitaire hulp van de EU voor onderwijs: kinderen in nood hebben er baat bij, maar de hulp moet op de langere termijn worden gericht en meer meisjes bereiken.
18 SWD(2015) 278 final.
19 Bijvoorbeeld de strategie voor de eengemaakte markt voor goederen en diensten (COM(2015) 550 final).
20 Evaluation of the strengths and weaknesses of the Strategic Engagement for Gender Equality 2016–2019, in opdracht van DG JUST in 2019.
21 Notulen van de bijeenkomst van het EIGE-deskundigenforum van 3 en 4 april 2019.
22 SEC(2010) 1079.
23 DG JUST, Visions for gender equality, 2015; Raadgevend Comité voor gelijke kansen van mannen en vrouwen, Opinion on Gender Equality in the EU in the 21st century: remaining challenges and priorities, 2014; DG JUST, Report on the Forum on the future of gender equality in the EU, 2015.
24 COM(2020) 152 final.
25 EIGE, Gender mainstreaming.
26 Speciaal verslag nr. 22/2020 van de ERK: De toekomst van EU-agentschappen — mogelijkheden tot meer flexibiliteit en samenwerking.
27 Notulen van de 33e raad van bestuur van EIGE, november 2019.
28 Strategic plan 2020‑2024 – DG Budget.
29 SEC(2009) 92.
30 SWD(2017) 350 final.
31 Advies nr. 6/2020 van de ERK over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van een faciliteit voor herstel en veerkracht.
32 VN, Integrating a Gender Perspective into Statistics, 2016.
33 EIGE, Glossary and thesaurus.
34 Databank van Eurostat, 17.3.2021.
35 Opendataportaal van de EU, 17.3.2021.
36 SWD(2018) 289 final.
37 OESO, Designing and Implementing gender budgeting. A path to action, 2019.
38 Plus één voor een speciaal instrument.
39 OECD DAC Rio Markers for Climate. Handbook.
40 Analyse nr. 01/2020 van de ERK: Het traceren van klimaatuitgaven in de EU-begroting.
41 Speciaal verslag nr. 31/2016 van de ERK: Minimaal elke vijfde euro uit de EU-begroting aan klimaatactie besteden: er wordt ambitieus aan gewerkt, maar het risico dat het doel niet wordt gehaald, blijft groot.
42 Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen.
43 Artikel 318 VWEU en artikel 247, lid 1, punt e), van het Financieel Reglement.
44 ERK, Verslag van de Europese Rekenkamer betreffende de prestaties van de EU-begroting — Stand van zaken eind 2019.
45 COM(2016) 446 final: Jaarlijks beheers- en prestatieverslag over de EU-begroting 2015.
46 COM(2020) 265 final.
47 Verordening (EU) nr. 1303/2013.
48 Advies nr. 7/2018 van de ERK over voorstellen van de Commissie voor verordeningen betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor de periode na 2020.
49 Gender impact Report on the 2020 Budget of the Autonomous Region of Andalusia, oktober 2019.
50 IFA Diversity Strategy Towards 2025, oktober 2019.
51 Europees Parlement, The professional status of rural women in the EU, 2019.
52 Comité van de landbouworganisaties van de Europese Unie, Challenges and opportunities in achieving gender equality and the empowerment of rural women and girls, 2017.
53 Farm indicators by agricultural area, type of farm, standard output, sex and age of the manager and NUTS 2 regions, geraadpleegd in december 2020.
54 Economische omvang op basis van standaardopbrengst in euro: kleine bedrijven < 8 000 EUR; grotere bedrijven ≥ 25 000 EUR.
55 Nieuwsarchief Europese Commissie, Future of CAP: Where are all the women?, 2017.
56 Resolutie van het Europees Parlement van 4 april 2017 over vrouwen en hun rol in plattelandsgebieden.
57 Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 28 maart 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van “Erasmus”. Wijzigingsvoorstel 170.
58 Europese Commissie, Erasmus+ higher education impact study, 2019.
59 Opendataportaal van de EU, Erasmus mobility statistics 2014‑2018.
60 Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen.
Tijdlijn
| Gebeurtenis | Datum |
|---|---|
| Vaststelling van het controleplan (APM) / aanvang van de controle | 13.12.2019 |
| Ontwerpverslag officieel verzonden aan de Commissie (of andere gecontroleerde) |
10.3.2021 |
| Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure | 4.5.2021 |
| Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van de Commissie (of andere gecontroleerde) | 1.6.2021 |
Contact
EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG
Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors
Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).
Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2021
| ISBN 978-92-847-6028-2 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/300184 | QJ-AB-21-009-NL-N | |
| HTML | ISBN 978-92-847-6072-5 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/854650 | QJ-AB-21-009-NL-Q |
AUTEURSRECHT
© Europese Unie, 2021.
Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is geregeld bij Besluit nr. 6-2019 van de Europese Rekenkamer over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.
Tenzij anders aangegeven (bijv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor inhoud van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Dit betekent dat hergebruik is toegestaan mits de bron correct wordt vermeld en wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap van de documenten niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.
U dient aanvullende rechten te verwerven indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeelsleden van de ERK, of werken van derden bevat. Indien toestemming wordt verkregen, wordt hiermee de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.
Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan dient u de houders van het auteursrecht mogelijk rechtstreeks om toestemming te vragen:
Figuren 4, 6 en 7: Iconen gemaakt door Pixel perfect van https://flaticon.com.
Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid van de ERK inzake hergebruik; hiervoor wordt u geen licentie verleend.
De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.
Gebruik van het logo van de Europese Rekenkamer
Het logo van de Europese Rekenkamer mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de Europese Rekenkamer.
Hoe neemt u contact op met de EU?
Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:
- te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen),
- te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
- een e-mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Waar vindt u informatie over de EU?
Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl
EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).
EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1952 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu
Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.
