2022 De EU-controle in het kort

Inleiding bij de jaarverslagen 2022 van de Europese Rekenkamer

Voorwoord bij “De EU-controle 2022 in het kort”
In “De EU-controle 2022 in het kort” wordt een overzicht gegeven van onze jaarverslagen betreffende 2022 over de algemene EU-begroting en over het Europees Ontwikkelingsfonds waarin we onze betrouwbaarheidsverklaring presenteren over de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. Dit jaar hebben wij door middel van onze werkzaamheden voor het eerst ook de herstel- en veerkrachtfaciliteit behandeld en een afzonderlijk oordeel uitgebracht over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven van deze faciliteit. In De EU-controle 2022 in het kort worden ook onze belangrijkste bevindingen uiteengezet in verband met ontvangsten en de belangrijkste uitgaventerreinen in het kader van de EU-begroting en het Europees Ontwikkelingsfonds, alsook bevindingen met betrekking tot het begrotings- en financieel beheer en een follow-up van onze voorgaande aanbevelingen.

De volledige tekst van de verslagen is te vinden op onze website (eca.europa.eu).

De Europese Rekenkamer (ERK) is de onafhankelijke externe auditor van de EU. We waarschuwen voor risico’s, verschaffen zekerheid, wijzen op tekortkomingen en goede praktijken en geven EU-beleidsmakers en -wetgevers advies voor een beter beheer van EU-beleid en -programma’s. Met ons werk zorgen we ervoor dat EU-burgers weten hoe hun geld wordt uitgegeven.

De publicatie is beschikbaar in 24 talen en in het volgende formaat:
PDF
PDF

Voorwoord van de president

Het jaarverslag is het kernproduct van de Europese Rekenkamer (ERK). Het vergt een gezamenlijke inspanning en een aanzienlijke hoeveelheid controle- en ondersteunend werk om dit verslag uit te brengen. Evenals in voorgaande jaren concluderen we dat de EU-rekeningen een getrouw beeld geven van de financiële situatie van de EU. Wij geven een goedkeurend oordeel af over de betrouwbaarheid van de rekeningen voor 2022. De ontvangsten voor 2022 waren wettig, regelmatig, en bevatten geen fouten van materieel belang.

De begrotingstoewijzing van de EU voor de lange termijn bestaat uit het meerjarig financieel kader (MFK) voor 2021‑2027, gecombineerd met NextGenerationEU (NGEU), een tijdelijk herstelpakket met aanvullende middelen die worden gefinancierd door de uitgifte van obligaties. De herstel- en veerkrachtfaciliteit (Recovery and Resilience Facility, RRF) is goed voor ongeveer 90 % van de NGEU-financiering. Voor het tweede jaar op rij geven we twee afzonderlijke oordelen af over de wettigheid en de regelmatigheid van de uitgaven voor 2022: één over de traditionele EU-begroting en één over de RRF.

Voor 2022 is onze schatting van het totale foutenpercentage in de EU-begrotingsuitgaven gestegen tot 4,2 % (2021: 3,0 %). Wij geven daarom een afkeurend oordeel af over de uitgaven. Op de belangrijkste uitgaventerreinen waarvoor we een specifieke beoordeling geven, is het foutenpercentage van materieel belang. Het is aanzienlijk toegenomen wat betreft “Cohesie, veerkracht en waarden”, met 6,4 % (2021: 3,6 %). Het foutenpercentage voor “Natuurlijke hulpbronnen” is 2,2 % (2021: 1,8 %).

In 2022, het tweede jaar van de uitvoering van de RRF, steeg het niveau van de betalingen en kregen we een duidelijker beeld van de tenuitvoerlegging van de RRF. Hoewel de vooruitgang trager verliep dan verwacht, ontvingen 11 lidstaten 13 subsidiebetalingen met een totale waarde van 46,9 miljard EUR. Daarnaast werd 6,8 miljard EUR aan voorfinanciering goedgekeurd. Voor onze controle onderzochten we 244 van de 274 mijlpalen en alle 37 streefdoelen in verband met de 13 betalingen die in 2022 waren verricht.

Wij baseerden onze beoordeling hoofdzakelijk op de in de RRF-verordening gestelde voorwaarde voor betalingen, namelijk dat mijlpalen en streefdoelen eerst op bevredigende wijze moeten zijn verwezenlijkt. Daarnaast beoordeelden wij de naleving van de belangrijkste subsidiabiliteitsvoorwaarden die in de verordening zijn vastgelegd. Wij concludeerden dat 15 van de 281 door ons onderzochte mijlpalen en streefdoelen werden beïnvloed door regelmatigheidskwesties; ze waren niet naar tevredenheid verwezenlijkt of de bijbehorende maatregelen waren niet subsidiabel. Daarnaast wordt bij onze beoordeling rekening gehouden met de impact van de kwalitatieve bevindingen, zoals gevallen van een tekortschietende opzet van de maatregelen en de onderliggende mijlpalen of streefdoelen, alsmede zwakke punten in de rapportage- en controlesystemen van de lidstaten. Wij hebben daarom een oordeel met beperking over de RRF-uitgaven voor 2022 afgegeven op basis van zowel kwantitatieve als kwalitatieve criteria.

Dit oordeel met beperking is het resultaat van onze jaarlijkse nalevingsgerichte controle van de regelmatigheid van de RRF-uitgaven. De beoordeling van de regelmatigheid blijft een uitdaging, aangezien voor het beoordelen van kwalitatieve prestaties meerdere oordelen nodig zijn, wat tot verschillende interpretaties kan leiden. Bovendien komen we tijdens onze controlewerkzaamheden herhaaldelijk vaag omschreven mijlpalen of streefdoelen tegen, waardoor het moeilijk is te beoordelen of deze al dan niet zijn verwezenlijkt.

Het is belangrijk op te merken dat onze nalevingsgerichte controle van de regelmatigheid van de RRF-uitgaven slechts één aspect is van de omvangrijke werkzaamheden die wij hebben verricht om dit nieuwe instrument te beoordelen. Ten eerste hebben wij al een aantal controleverslagen uitgebracht waarin we de aandacht vestigen op ernstige tekortkomingen en punten van zorg met betrekking tot de opzet en de uitvoering van de RRF. Deze zullen nog worden aangevuld met andere — zowel lopende als geplande — controles met betrekking tot bijvoorbeeld absorptie, controlesystemen, digitale transitie en groene transformatie. Alleen door de resultaten van al dit controlewerk te combineren zullen wij de algehele prestaties van de RRF kunnen beoordelen.

Nu we ons beginnen te ontworstelen aan wat soms een crisis zonder einde leek, is het de moeite waard te wijzen op het ongekende karakter van de reactie van de EU wat betreft instrumenten en initiatieven die op alle gebieden van de begroting zijn ingezet. Momenteel absorberen de lidstaten tegelijkertijd middelen uit verschillende instrumenten. Terwijl ze programma’s voor de periode 2014‑2020 afsluiten, moeten ze ook met de vertraagde uitvoering van het MFK 2021‑2027 beginnen. De meeste lidstaten voeren momenteel financiering uit in het kader van NGEU, waarvoor nog aanzienlijke geldbedragen moeten worden uitbetaald.

De druk op de uitgaven verhoogt de druk op de administratieve middelen en bijgevolg het foutenrisico. Tenzij de uitvoeringsgraad van de fondsen onder gedeeld beheer in 2024 en 2025 aanzienlijk wordt versneld, zal het risico op vrijmakingen later in de MFK-cyclus bovendien exponentieel toenemen.

Uit onze bevindingen voor 2022 blijkt dat we waakzaam moeten blijven en dat er op alle niveaus doeltreffende controles nodig zijn om na te gaan hoe de EU-middelen worden besteed en of de beoogde resultaten worden bereikt. We zullen blijven samenwerken met de andere EU-instellingen en de lidstaten om het beheer en de controle van de EU-middelen te verbeteren. Wij streven er zoals altijd naar het vertrouwen van de burgers in de EU te vergroten door de verantwoordingsplicht en transparantie op alle werkterreinen van de EU te verbeteren, zodat zij doeltreffend kan reageren op de huidige en toekomstige uitdagingen.

Tot slot wil ik mijn waardering uitspreken voor de toewijding en deskundigheid van de personeelsleden van de ERK. Hun inzet en professionaliteit zijn van cruciaal belang bij het opstellen van ons jaarverslag en bij het vooruithelpen van onze instelling.

Tony Murphy
President

Algemene resultaten

Belangrijkste bevindingen

Samenvatting van de betrouwbaarheidsverklaring 2022

Wij geven een goedkeurend oordeel af over de betrouwbaarheid van de rekeningen van de Europese Unie over 2022.

Ook geven we een goedkeurend oordeel af over de wettigheid en regelmatigheid van de ontvangsten voor 2022.

Wij brengen twee afzonderlijke oordelen uit over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven voor 2022:

  •  ons oordeel over de wettigheid en regelmatigheid van de begrotingsuitgaven van de EU is afkeurend;
  •  over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit geven wij een oordeel met beperking af.

In “Onze betrouwbaarheidsverklaring” verstrekken wij meer informatie over de grondslag voor ons oordeel over wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven voor 2022.

  • We concluderen dat de EU-rekeningen een getrouw beeld geven van de financiële situatie van de EU.
  • De ontvangsten voor 2022 waren wettig en regelmatig en bevatten geen fouten van materieel belang.
  • Over het geheel genomen vertoonden de begrotingsuitgaven van de EU een geschat materieel foutenpercentage van 4,2 % (2021: 3,0 %).
  • In onze risicobeoordeling stelden wij een hoog risico vast voor de EU-uitgaven, waarbij begunstigden vaak complexe regels moeten volgen wanneer zij declaraties indienen voor kosten die zij hebben gemaakt. Het aandeel van de uitgaven met een hoog risico in onze controlepopulatie nam verder toe tot een aanzienlijk niveau van 66,0 % (2021: 63,2 %). Dit jaar schatten wij het foutenpercentage op 6,0 % (2021: 4,7 %) in dit deel van onze controlepopulatie. Deze fout is van materieel belang en van diepgaande invloed; daarom geven wij een afkeurend oordeel over de EU-begrotingsuitgaven af.
  • In het kader van de RRF-uitgaven verrichtte de Commissie in 2022 13 subsidiebetalingen aan lidstaten, die in totaal 274 mijlpalen en alle 37 streefdoelen bestreken. Wij hebben bij elf betalingen gekwantificeerde bevindingen vastgesteld. Zes van deze betalingen vertoonden fouten van materieel belang en daarom geven wij een oordeel met beperking over de RRF-uitgaven af.
  • De schatting van het foutenpercentage (risico bij betaling) door de Commissie, zoals vermeld in het jaarlijks beheers- en prestatieverslag (Management and Performance Report, AMPR) 2022, bedraagt 1,9 %, wat aanzienlijk onder onze bandbreedte ligt. Beperkingen in de controles achteraf van de Commissie en de lidstaten in de MFK-rubrieken 1, 2 en 6 zijn van invloed op het in het AMPR vermelde risico bij betaling en dus op de risicobeoordeling van de Commissie.
  • In 2022 hebben we aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) 14 gevallen (2021: 15 gevallen) gemeld van vermoedelijke fraude die we tijdens onze controle van de uitgaven voor 2021 hadden vastgesteld; op basis hiervan heeft OLAF reeds twee onderzoeken ingesteld. Zes van deze gevallen hebben wij gelijktijdig aan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) gemeld, op basis waarvan het EOM drie onderzoeken heeft ingesteld. Tijdens onze controle van de uitgaven voor 2022 hebben we 14 gevallen van vermoedelijke fraude vastgesteld.
  • Eind 2022 hadden de niet-afgewikkelde vastleggingen uit de EU-begroting en de NGEU-subsidiefondsen, die verplichtingen vertegenwoordigen als ze niet worden vrijgemaakt, een recordhoogte van meer dan 453 miljard EUR bereikt. Dit was voornamelijk het gevolg van nieuwe vastleggingen voor NGEU, naast nieuwe vastleggingen voor de fondsen onder gedeeld beheer voor 2021‑2027.
  • De EU-schuld was tegen eind 2022 gestegen tot maar liefst 344,3 miljard EUR (2021: 236,7 miljard EUR). Dit was hoofdzakelijk te wijten aan nieuwe leningen voor NGEU, het Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) en macrofinanciële bijstand (MFB). Van deze leningen droeg alleen het NGEU-instrument een renterisico voor de EU-begroting. In 2022 bedroeg de netto betaalde rente op NGEU-leningen 0,5 miljard EUR.
  • De blootstelling van de EU-begroting, bestaande uit verplichtingen in verband met leningen die via verschillende financieringsinstrumenten zijn uitbetaald en uit voorwaardelijke verplichtingen, steeg van 205 miljard EUR in 2021 tot 248 miljard EUR in 2022. Deze stijging was voornamelijk toe te schrijven aan zowel de aanvullende NGEU- en SURE-leningen die aan de lidstaten zijn verstrekt als de MFB-leningen die aan Oekraïne zijn verstrekt. Bovendien was eind 2022 al 126 miljard EUR aan aanvullende leningen verstrekt, maar nog niet uitbetaald. De blootstelling van de EU-begroting zal dus blijven toenemen.
  • De blootstelling van de EU-begroting aan Oekraïne is in 2022 meer dan verdubbeld ten opzichte van 2021 (van 7 miljard EUR naar 16 miljard EUR). Door de goedkeuring van 18 miljard EUR extra voor de MFB+ eind 2022 zal deze blootstelling voor toekomstige begrotingen aanzienlijk toenemen.

De volledige tekst van onze jaarverslagen 2022 over de EU-begroting en over de activiteiten gefinancierd uit het negende, tiende en elfde Europees Ontwikkelingsfonds is te vinden op onze website (eca.europa.eu).

Wat we controleerden

De EU-begroting 2022 in cijfers

Het Europees Parlement en de Raad stellen een jaarlijkse EU-begroting vast binnen het voor een meerjarige periode overeengekomen begrotingskader voor een langere termijn (het “meerjarig financieel kader” of MFK). In 2022 beliepen de EU-begrotingsuitgaven in totaal 196,0 miljard EUR, wat overeenkomt met 2,5 % van de totale overheidsuitgaven van de EU-lidstaten en 1,3 % van hun bruto nationaal inkomen.

In mei 2020 heeft de Raad van de Europese Unie NGEU aangenomen, een tijdelijk instrument dat is opgezet als reactie op de sociaaleconomische gevolgen van de COVID‑19-pandemie en dat wordt gefinancierd door de uitgifte van obligaties. De RRF is goed voor ongeveer 90 % van de NGEU-financiering. In 2022 bedroegen de uitgaven voor niet terug te betalen RRF-steun (subsidies) 47,2 miljard EUR.

Rekening houdend met uitgaven in het kader van de RRF bedroegen de betalingen van de EU in 2022 in totaal 243,3 miljard EUR.

Waar komt het geld vandaan?

In totaal bedroegen de ontvangsten voor 2022 245,3 miljard EUR. Het grootste deel van de EU-begroting wordt gefinancierd met bedragen die de lidstaten bijdragen in verhouding tot hun bruto nationaal inkomen (103,9 miljard EUR). Andere bronnen omvatten douanerechten (25,9 miljard EUR), een bijdrage op basis van door de lidstaten geïnde belasting over de toegevoegde waarde (19,7 miljard EUR), een bijdrage op basis van niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval (6,3 miljard EUR), en overige ontvangsten (6,4 miljard EUR). In 2022 bedroegen de aanvullende ontvangsten 83,1 miljard EUR, waaronder 62,2 miljard EUR aan externe bestemmingsontvangsten voor begrotingsgaranties, opgenomen en verstrekte leningen (NGEU) en 20,9 miljard EUR aan bijdragen en terugbetalingen die voortvloeien uit EU-overeenkomsten en -programma’s.

Waaraan wordt het geld besteed?

De EU-begroting wordt besteed aan uiteenlopende terreinen, zoals weergegeven in figuur 1.

Figuur 1 — EU-begrotingsuitgaven in 2022 per rubriek van het MFK

Figuur 1 — EU-begrotingsuitgaven in 2022 per rubriek van het MFK

Bron: ERK.

Ongeveer driekwart van de begroting wordt uitgegeven onder zogenoemd “gedeeld beheer”. In het kader van deze begrotingsuitvoeringsmethode verdelen de lidstaten de middelen, selecteren zij projecten en beheren zij de EU-uitgaven, maar de Commissie draagt de eindverantwoordelijkheid. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de MFK-rubrieken “Natuurlijke hulpbronnen en milieu” en “Cohesie, veerkracht en waarden”.

De uitgaven in het kader van de RRF worden ingezet ter financiering van investeringen en hervormingen op beleidsterreinen die voor de hele EU relevant zijn en zijn ingedeeld in zes pijlers (zie figuur 2).

Figuur 2 — De zes pijlers van de RRF

Figuur 2 — De zes pijlers van de RRF

Bron: ERK.

De lidstaten zetten deze hervormingen en investeringen vooraf in hun nationale herstel- en veerkrachtplannen uiteen en de Commissie betaalt ze voor het verwezenlijken van de desbetreffende mijlpalen en streefdoelen.

Wat hebben wij gecontroleerd?

Ieder jaar controleren wij de ontvangsten en uitgaven van de EU en onderzoeken we of de jaarrekening betrouwbaar is en of de onderliggende ontvangsten- en uitgavenverrichtingen voldoen aan de nationale en EU-regels. We onderzoeken uitgaven op het moment dat eindontvangers van EU-middelen activiteiten hebben ondernomen of kosten hebben gemaakt of, in het geval van uitgaven in het kader van de RRF, op het moment waarop de lidstaten om betaling verzoeken voor het verwezenlijken van hun vooraf bepaalde mijlpalen of streefdoelen, en op het moment waarop de Commissie deze heeft aanvaard. In de praktijk betekent dit dat onze controlepopulatie van verrichtingen tussentijdse en saldobetalingen omvat. Wij hebben geen in 2022 betaalde voorschotten onderzocht, tenzij deze ook in de loop van het jaar werden verrekend.

In 2022 bedroeg onze controlepopulatie 245,3 miljard EUR voor de toetsing van ontvangsten. Onze populatie voor de toetsing van uitgaven had een totale waarde van 220,5 miljard EUR. We hadden afzonderlijke controlepopulaties voor EU-begrotingsuitgaven (166,8 miljard EUR) en uitgaven in het kader van de RRF (53,7 miljard EUR) ter onderbouwing van onze respectieve oordelen.

Wat we constateerden

Onze betrouwbaarheidsverklaring over de EU-begroting

Krachtens artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) leggen wij aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie een verklaring voor over de betrouwbaarheid van de geconsolideerde rekeningen van de EU en over de wettigheid en regelmatigheid van de verrichtingen. Dit vormt de kern van ons jaarverslag.

De RRF is een tijdelijk instrument dat wordt uitgevoerd en gefinancierd op een manier die fundamenteel verschilt van de EU-begrotingsuitgaven. Terwijl begunstigden van EU-begrotingsuitgaven worden betaald omdat zij bepaalde activiteiten hebben ondernomen of gemaakte kosten vergoed krijgen, worden de lidstaten in het kader van de RRF betaald voor de bevredigende verwezenlijking van vooraf bepaalde mijlpalen of streefdoelen. Voor de RRF hebben we daarom onderzocht of de vooraf bepaalde mijlpalen of streefdoelen op bevredigende wijze zijn verwezenlijkt en of aan de horizontale subsidiabiliteitsvoorwaarden is voldaan. Wij geven daarom twee afzonderlijke oordelen af over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven: één over de EU-begrotingsuitgaven en één over de uitgaven in het kader van de RRF.

De EU-rekeningen geven een getrouw beeld

De EU-rekeningen voor 2022 geven een in alle materiële opzichten getrouw beeld van de financiële resultaten van de EU en van haar activa en passiva aan het einde van het jaar, in overeenstemming met de internationale boekhoudnormen voor de overheidssector.

We kunnen dus een goedkeurend oordeel afgeven over de betrouwbaarheid van de rekeningen, zoals elk jaar sinds 2007.

De EU-balans omvatte eind 2022 een verplichting voor pensioenen en andere personeelsbeloningen ten bedrage van 80,6 miljard EUR (2021: 122,5 miljard EUR). De daling van de pensioenverplichting in 2022 is voornamelijk toe te schrijven aan de stijging van de nominale disconteringsvoet, die wordt beïnvloed door een verhoging van de mondiale rentetarieven.

Sinds 1 februari 2020 is het Verenigd Koninkrijk geen lidstaat van de EU meer. Daarom laten de EU-rekeningen op de balansdatum een nettovordering op het VK van 23,9 miljard EUR zien (2021: 41,8 miljard EUR) op basis van wederzijdse verplichtingen zoals vastgesteld in het terugtrekkingsakkoord.

De impact van de Russische invasie op leningen en subsidies met betrekking tot Oekraïne in de EU-rekeningen is beoordeeld en naar behoren in aanmerking genomen en vermeld overeenkomstig de vereisten van de boekhoudregels.

We geven een goedkeurend oordeel af over de ontvangsten

Wij concluderen dat de ontvangsten geen fouten van materieel belang vertonen. De door ons onderzochte systemen voor het beheer van de ontvangsten waren over het geheel genomen doeltreffend.

Wij geven een afkeurend oordeel af over de begrotingsuitgaven van de EU

Volgens onze definitie is een fout een geldbedrag dat niet uit de EU-begroting had mogen worden betaald. Fouten ontstaan wanneer geld niet overeenkomstig de relevante EU-wetgeving wordt gebruikt en dus niet op de wijze die de Raad en het Europees Parlement voor ogen hadden toen zij die wetgeving vaststelden, ofwel wanneer het niet overeenkomstig specifieke nationale voorschriften wordt gebruikt.

Voor de EU-begrotingsuitgaven schatten we dat het foutenpercentage tussen de 3,1 % en 5,3 % ligt. De mediaan van deze bandbreedte, voorheen bekend als het “meest waarschijnlijke foutenpercentage”, is ten opzichte van vorig jaar gestegen van 3,0 % tot 4,2 % (zie figuur 3).

Figuur 3 — Het geschatte foutenpercentage en de controlepopulatie (2018‑2022)

Figuur 3 — Het geschatte foutenpercentage en de controlepopulatie (2018‑2022)

Bron: ERK.

Meer dan de helft van onze controlepopulatie vertoont opnieuw fouten van materieel belang

In 2022 waren de uitgaven met een hoog risico goed voor 66,0 % van onze controlepopulatie, een stijging ten opzichte van 63,2 % in het voorgaande jaar. We constateerden nog altijd dat uitgaven met een laag risico geen fouten van materieel belang bevatten, maar dat uitgaven met een hoog risico nog steeds fouten van materieel belang vertoonden. De wijze waarop de middelen worden uitbetaald is dan ook van invloed op het risico op fouten. Wij schatten het foutenpercentage in uitgaven met een hoog risico op 6,0 % (2021: 4,7 %) (zie figuur 4).

Figuur 4 — Uitsplitsing van controlepopulatie 2022 in uitgaven met een hoog risico en uitgaven met een laag risico

Figuur 4 — Uitsplitsing van controlepopulatie 2022 in uitgaven met een hoog risico en uitgaven met een laag risico

Bron: ERK.

Het foutenpercentage is vooral te wijten aan “Cohesie, veerkracht en waarden”, gevolgd door “Natuurlijke hulpbronnen en milieu”, “Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid” en “Nabuurschap en internationaal beleid” (zie figuur 5).

Figuur 5 — Geschatte foutenpercentages voor de MFK-rubrieken 1, 2 en 3 (2018‑2022)

Figuur 5 — Geschatte foutenpercentages voor de MFK-rubrieken 1, 2 en 3 (2018‑2022)

Bron: ERK.

Subsidiabiliteitsfouten dragen nog steeds het meest bij aan het geschatte foutenpercentage voor uitgaven met een hoog risico. De stijging van het geschatte foutenpercentage voor “Cohesie, veerkracht en waarden” volgt geen geografisch patroon. Er was echter een toename van specifieke fouten, zoals niet-subsidiabele kosten en niet-naleving van de regels inzake openbare aanbestedingen.

Vergelijking tussen het door ons en het door de Commissie geschatte foutenpercentage

Het AMPR, waarvoor het college van commissarissen de verantwoordelijkheid draagt, bevat een samenvatting van de belangrijkste informatie uit de jaarlijkse activiteitenverslagen (JAV’s) over interne controle en financieel beheer. Het omvat het risico bij betaling, dat wil zeggen de schatting door de Commissie van het bedrag dat is uitbetaald zonder inachtneming van de toepasselijke regels. Het risico voor de Commissie bij betaling voor 2022 bedraagt 1,9 %, wat onder het door ons geschatte foutenpercentage van 4,2 % (2021: 3,0 %) en onder onze bandbreedte ligt, die tussen 3,1 % en 5,3 % ligt.

Net als het door ons geschatte foutenpercentage omvat de schatting van de Commissie niet de uitgaven in het kader van de RRF, waarvoor zij de controleresultaten afzonderlijk, op basis van een kwalitatieve beoordeling, bekendmaakt. Bovendien bevat het JAV van elk directoraat-generaal (DG) van de Commissie een verklaring waarin de directeur-generaal zekerheid geeft dat het verslag de financiële informatie juist weergeeft en dat de verrichtingen onder zijn/haar verantwoordelijkheid wettig en regelmatig zijn. Daartoe verstrekten alle DG’s schattingen van het risico bij betaling in hun uitgaven, behalve voor de RRF, waarvoor de Commissie de controleresultaten beoordeelt op basis van een combinatie van de resultaten van de audits en controles van de lidstaten en haar eigen audit- en controleresultaten.

Voor elke MFK-rubriek waarvoor we een specifieke beoordeling afgeven, hebben we het risico voor de Commissie bij betaling voor 2022 vergeleken met ons geschatte foutenpercentage. Uit de vergelijking blijkt dat de cijfers van de Commissie voor drie beleidsterreinen lager liggen dan onze schattingen. Wij constateerden het volgende: voor “Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid” lag de schatting door de Commissie van het risico bij betaling (1,5 %) in de onderste helft van onze bandbreedte, onder het door ons geschatte foutenpercentage; voor “Cohesie, veerkracht en waarden” lag de schatting door de Commissie van het risico bij betaling (2,6 %) significant onder onze bandbreedte voor het geschatte foutenpercentage, en voor “Natuurlijke hulpbronnen en milieu” lag de schatting door de Commissie van het risico bij betaling (1,7 %) in de onderste helft van onze bandbreedte, onder het door ons geschatte foutenpercentage.

In het AMPR presenteert de Commissie haar algemene risicobeoordeling van de jaarlijkse uitgaven voor 2022 om maatregelen vast te stellen en toe te spitsen op gebieden met een hoog risico. De Commissie schat het risico laag voor 63 % van de uitgaven, gemiddeld voor 12 % en hoog voor 25 %. Onze werkzaamheden brachten echter beperkingen aan het licht in de werkzaamheden achteraf van de Commissie, die samen van invloed zijn op de deugdelijkheid van de risicobeoordeling van de Commissie.

Wij hebben in 2022 een oordeel met beperking afgegeven over de RRF-uitgaven

De algemene controle-informatie die voortkomt uit onze werkzaamheden laat zien dat er van de 13 RRF-betalingen (en gerelateerde verrekeningen van voorfinanciering) 11 beïnvloed waren door kwantitatieve bevindingen. In zes van deze betalingen kwamen fouten van materieel belang voor. We constateerden ook gevallen waarin de opzet van de mijlpalen of streefdoelen tekortschoot en zich problemen voordeden met de betrouwbaarheid van de informatie die de lidstaten opnamen in hun beheersverklaring.

Wilt u meer weten? Alle informatie over de belangrijkste bevindingen is te vinden in de hoofdstukken 1 en 11 van ons Jaarverslag 2022. De volledige tekst van ons jaarverslag is te vinden op onze website (eca.europa.eu).

Onze resultaten nader bekeken

Begrotings- en financieel beheer

De begrotingsuitvoering van de EU was hoog voor vastleggingen en betalingen

2022 was het tweede jaar van het MFK 2021‑2027. Figuur 6 toont de totale beschikbare EU-begrotingsuitgaven, waaronder NGEU-subsidies.

Figuur 6 — Totale beschikbare EU-begrotingsuitgaven in 2022, waaronder NGEU-subsidies

Figuur 6 — Totale beschikbare EU-begrotingsuitgaven in 2022, waaronder NGEU-subsidies

Bron: ERK, op basis van de geconsolideerde jaarrekening 2022 van de EU.

In 2022 werden de meeste vastleggingskredieten benut

De begrotingsautoriteit heeft voor vastleggingskredieten een oorspronkelijke begroting van 169,5 miljard EUR goedgekeurd. In de loop van 2022 waren er vijf wijzigingen waardoor de begroting steeg tot 182,2 miljard EUR, wat boven het MFK-plafond van 179,8 miljard EUR lag. Dit werd mogelijk gemaakt door het gebruik van speciale instrumenten, zoals het flexibiliteitsinstrument, de reserve voor aanpassing aan de brexit, het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en de reserve voor solidariteit en noodhulp. In de definitieve begroting werd in 2022 in totaal 179,4 miljard EUR vastgelegd, waarmee meer dan 98 % van het beschikbare bedrag is gebruikt.

De definitieve betalingskredieten werden bijna volledig benut

De oorspronkelijke begroting voor betalingskredieten was vastgesteld op 170,6 miljard EUR en dit werd uiteindelijk teruggebracht tot 170,0 miljard EUR. Er waren aanvullende betalingsbehoeften als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, alsook door de hoge inflatie en stijgende energieprijzen. Van de 170,0 miljard EUR aan beschikbare betalingskredieten in de EU-begroting werd 167,3 miljard EUR gebruikt (zie figuur 7).

Figuur 7 — De begrotingsuitvoering in 2022

Figuur 7 — De begrotingsuitvoering in 2022

Bron: ERK, op basis van de geconsolideerde jaarrekening 2022 van de EU.

Rekening houdend met aanvullende betalingen van 71,8 miljard EUR uit bestemmingsontvangsten en 4,2 miljard EUR aan overdrachten uit 2021 bedroegen de totale betalingen in 2022 243,3 miljard EUR. Aangezien de totale betalingskredieten 261,3 miljard EUR bedroegen, werd de begroting voor betalingen voor 93 % besteed.

De absorptie van de ESIF 2014‑2020 werd in 2022 voortgezet, zij het langzamer dan in 2021 en 2020

De betalingen uit de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF), exclusief NGEU-middelen, bedroegen 64,9 miljard EUR; dit is een lager bedrag dan in 2021 (75,1 miljard EUR) en 2020 (72,0 miljard EUR). Eind 2022 bedroegen alle betalingen voor de operationele programma’s van de ESIF 2014‑2020 dus 396,1 miljard EUR, op een totale toewijzing van 492,6 miljard EUR (80,4 %). Er bestaan aanzienlijke verschillen in de absorptie van ESIF tussen de lidstaten (zie figuur 8).

Figuur 8 — Absorptieniveaus voor de ESIF 2014‑2020 (exclusief NGEU‑middelen)

Figuur 8 — Absorptieniveaus voor de ESIF 2014‑2020 (exclusief NGEU‑middelen)

Opmerking: “Te absorberen” bedragen zijn betalingen die lidstaten nog aan de Commissie kunnen vragen. Ze geven niet noodzakelijkerwijs de volledige voortgang van de projectuitvoering in de lidstaten weer. Verschillen zijn het gevolg van afronding.

Bron: ERK, op basis van informatie van de Commissie.

De Commissie legde meer middelen vast uit de fondsen onder gedeeld beheer voor 2021‑2027 in het kader van de verordening gemeenschappelijke bepalingen, maar de late goedkeuring van de programma’s van de lidstaten leidde tot lage betalingen

Aan het begin van het nieuwe MFK was er een overgang van de ESIF 2014‑2020 naar de fondsen onder gedeeld beheer voor 2021‑2027. Voor deze fondsen onder gedeeld beheer hebben de lidstaten in 2022 65,4 miljard EUR vastgelegd, d.w.z. 90 % van de beschikbare vastleggingskredieten (in 2021 hadden zij slechts 2 % van de beschikbare 50,1 miljard EUR vastgelegd).

Verschillende EU-financieringsinstrumenten werden gebruikt als noodrespons

In 2022 werden verschillende EU-financieringsinstrumenten gebruikt als noodrespons op onverwachte gebeurtenissen. Er werden nieuwe flexibiliteitsmaatregelen ingevoerd om de autoriteiten van de lidstaten te helpen bij de aanpak van de COVID‑19-pandemie, de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de energiecrisis (zie figuur 9).

Figuur 9 — Belangrijkste EU-crisisresponsmaatregelen in 2020‑2023

Figuur 9 — Belangrijkste EU-crisisresponsmaatregelen in 2020‑2023

Bron: ERK, op basis van EU-wetgeving.

Uitvoering van NGEU versneld in 2022 maar vooruitgang verliep trager dan verwacht

De NGEU-vastleggingen zijn in 2022 versneld en stegen tot 306,0 miljard EUR (2021: 143,5 miljard EUR). De lidstaten zullen de resterende 115,1 miljard EUR in 2023 moeten vastleggen, aangezien ze dit daarna niet meer kunnen doen. In 2022 ontvingen de lidstaten 47,1 miljard EUR aan RRF-subsidiebetalingen (2021: 46,4 miljard EUR). Hoewel dit bedrag iets hoger lag dan in 2021, was het lager dan de door de Commissie verwachte 63,0 miljard EUR. De betalingen in 2022 hadden echter bijna volledig betrekking op de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen, terwijl de betalingen in 2021 voornamelijk verband hielden op voorfinanciering (zie figuur 10).

Figuur 10 — NGEU-uitvoering in verband met de RRF

Figuur 10 — NGEU-uitvoering in verband met de RRF

Bron: ERK, op basis van de geconsolideerde jaarrekening 2022 van de EU en verslagen over de uitvoering van de begroting, afkomstig uit het boekhoudsysteem van de Commissie.

De niet-afgewikkelde vastleggingen uit de EU-begroting en NGEU-subsidies bereikten een recordbedrag van 453 miljard EUR

Eind 2022 bereikten de niet-afgewikkelde vastleggingen uit de EU-begroting en de NGEU-subsidiefondsen, die verplichtingen vertegenwoordigen als ze niet worden vrijgemaakt, een recordhoogte van meer dan 453 miljard EUR. Dit was voornamelijk toe te schrijven aan een toename van de vastlegging van middelen in het tweede jaar van de uitvoering van NGEU en aan de start van de uitvoering van het fonds onder gedeeld beheer voor 2021‑2027. Volgens de Commissie zouden de niet-afgewikkelde vastleggingen, na een verdere stijging tot bijna 460 miljard EUR in 2023, tussen 2024 en 2026 moeten dalen, vooral omdat er na 2023 geen nieuwe NGEU-vastleggingen meer zullen zijn (zie figuur 11).

Figuur 11 — Niet-afgewikkelde vastleggingen per jaar en per soort financiering (EU-begroting en NGEU)

Figuur 11 — Niet-afgewikkelde vastleggingen per jaar en per soort financiering (EU-begroting en NGEU)

Bron: ERK, op basis van de geconsolideerde jaarrekening 2022 van de EU en verslagen over de uitvoering van de begroting, afkomstig uit het boekhoudsysteem van de Commissie.

Risico’s en uitdagingen

Financieringskosten voor EU-schuld aanzienlijk gestegen

De EU-schuld — namelijk leningen op de markten voor NGEU, SURE, MFB, EFSM, BOP en Euratom — was tegen eind 2022 tot 344,3 miljard EUR gestegen (2021: 236,7 miljard EUR). Dit was voornamelijk het gevolg van nieuwe leningen voor NGEU, SURE en MFB. In figuur 12 worden de looptijden en de effectieve rentevoeten van leningen weergegeven.

Figuur 12 — Looptijden en effectieve rentevoeten van leningen uit de EU-begroting

Figuur 12 — Looptijden en effectieve rentevoeten van leningen uit de EU-begroting

Bron: ERK, op basis van de geconsolideerde jaarrekening 2022 van de EU.

Van deze leningen hield alleen het NGEU-instrument een renterisico in voor de EU-begroting. In 2022 stegen de kosten van nieuwe NGEU-financiering als gevolg van de stijgende marktrente van 0,14 % in de tweede helft van 2021 tot 2,60 % in de tweede helft van 2022. In 2022 bedroeg de netto betaalde rente op NGEU-leningen 0,5 miljard EUR.

De totale blootstelling van de EU-begroting was hoger dan in 2021

De totale blootstelling aan de EU-begroting bedroeg eind 2022 in totaal 248,3 miljard EUR, een stijging in vergelijking met 204,9 miljard EUR in 2021. Deze toename had voornamelijk betrekking op de leningen voor de aanvullende RRF- en SURE-leningen van respectievelijk 27,2 miljard EUR en 8,7 miljard EUR (2021: respectievelijk 18,0 miljard EUR en 89,7 miljard EUR) aan lidstaten, en de MFB-leningen aan Oekraïne van 7,2 miljard EUR. In figuur 13 wordt een uitsplitsing gegeven van de blootstelling per type bron en risicodekking.

Figuur 13 — Totale blootstelling van de EU-begroting eind 2022, per brontype en risicodekking

Figuur 13 — Totale blootstelling van de EU-begroting eind 2022, per brontype en risicodekking

(*) Betalingsbalansleningen— 0,2 miljard EUR, Euratom-leningen — lidstaten 0,03 miljard EUR.

(**) Garantie in het kader van het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO) — 0,4 miljard EUR, InvestEU-garantie — 0,3 miljard EUR en EFDO+-garantie — 0,2 miljard EUR.

Opmerking: deze verschillen zijn het gevolg van afronding.

Bron: ERK, op basis van de geconsolideerde jaarrekening 2022 van de EU.

Het blootstellingsrisico van de EU-begroting wordt gedeeltelijk beperkt door garanties van de lidstaten en door het gemeenschappelijk voorzieningsfonds. De door het gemeenschappelijk voorzieningsfonds (GVF) beheerde bedragen stegen van 12,3 miljard EUR in 2021 tot 14,4 miljard EUR in 2022.

Door de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne nemen de financiële risico’s voor toekomstige EU-begrotingen toe

De blootstelling van de EU-begroting aan Oekraïne is in 2022 meer dan verdubbeld ten opzichte van 2021 (van 7 miljard EUR naar 16 miljard EUR). Door de goedkeuring van een aanvullend bedrag van 18 miljard EUR voor de MFB+ eind 2022 zal deze blootstelling voor toekomstige begrotingen aanzienlijk toenemen. Daarnaast neemt het risico voor toekomstige EU-begrotingen toe omdat voor deze 18 miljard EUR extra geen voorzieningen hoeven te worden aangelegd. Eventuele verliezen zullen moeten worden gedekt door toekomstige EU-begrotingen of door de budgettaire “headroom” die overeenkomt met het verschil tussen het maximum dat is vastgesteld voor het MFK en dat voor de eigen middelen (zie figuur 14).

Figuur 14 — Tijdschema van goedgekeurde MFB-leningen aan Oekraïne, met inbegrip van voorzieningen

Figuur 14 — Tijdschema van goedgekeurde MFB-leningen aan Oekraïne, met inbegrip van voorzieningen

Bron: ERK, op basis van de toepasselijke wetgeving.

Gelijktijdige en vertraagde uitvoering van verschillende instrumenten vergroot het risico dat lidstaten financiering mislopen

Momenteel absorberen de lidstaten tegelijkertijd middelen uit verschillende instrumenten: de resterende ESIF-programma’s in het kader van het MFK 2014‑2020, de fondsen onder gedeeld beheer voor 2021‑2027 in het kader van de verordening gemeenschappelijke bepalingen (GB-verordening) en de RRF. Daarnaast moeten de lidstaten de maatregelen nastreven die zijn ingevoerd in verband met de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. De meeste lidstaten zijn pas vanaf eind 2022 begonnen met het toewijzen van financiële middelen uit de fondsen onder gedeeld beheer voor 2021‑2027 in het kader van de GB-verordening aan projecten als gevolg van vertragingen bij de vaststelling van de wetgeving en, op hun beurt, van de partnerschapsovereenkomsten en -programma’s. Als de uitvoering van de fondsen onder gedeeld beheer in 2024 en 2025 niet aanzienlijk wordt versneld, zal het risico op vrijmaking later die periode exponentieel toenemen (zie figuur 15).

Figuur 15 — Tijdschema voor vastlegging en betaling van fondsen onder gedeeld beheer in het kader van de ESIF, de RRF en de GB-verordening

Figuur 15 — Tijdschema voor vastlegging en betaling van fondsen onder gedeeld beheer in het kader van de ESIF, de RRF en de GB-verordening

(*) Voor het Elfpo werd een overgangsperiode ingevoerd voor 2021 en 2022, waarna het volledig onder de strategische plannen in het kader van het GLB zal vallen. Dit betekent dat de perioden voor vastleggingen en betalingen voor het Elfpo effectief met 2 jaar worden verlengd (respectievelijk 2022 en 2025).

Bron: ERK, op basis van de toepasselijke wetgeving.

Hoge inflatie heeft gevolgen voor de EU-begroting

Hoge inflatie heeft in verschillende opzichten gevolgen voor de EU-begroting. Aangezien de EU-begroting jaarlijks wordt aangepast met een vaste deflator van 2 %, wordt de koopkracht ervan verminderd met het verschil tussen dat cijfer en het gemiddelde inflatiepercentage. Op basis van de inflatieprognoses van de Commissie schatten wij dat de koopkracht van de EU-begroting in 2023 bijna 10 % zou kunnen dalen. Door hoge inflatie stijgen met name de vaste kosten, zoals administratiekosten en financieringskosten. Daarnaast heeft hoge inflatie gevolgen voor het aandeel van EU-ontvangsten uit verschillende bronnen (zie figuur 16).

Figuur 16 — Wijzigingen in de koopkracht van de EU-begroting

Figuur 16 — Wijzigingen in de koopkracht van de EU-begroting

Bron: ERK, op basis van de Economische voorjaarsprognoses 2023 van de Commissie.

Wat wij aanbevelen

We bevelen aan dat de Commissie:

  • met het oog op het hoge niveau van niet-afgewikkelde vastleggingen, d.w.z. vastleggingen die wachten op betaling uit toekomstige EU-begrotingen, manieren vindt om de lidstaten te helpen sneller gebruik te maken van EU-middelen, met name van de fondsen onder gedeeld beheer in het kader van de verordening gemeenschappelijke bepalingen. Hierbij moeten de beginselen van goed financieel beheer in acht worden genomen;
  • de gevolgen van een hoge inflatie voor de EU-begroting over meerdere jaren nagaat en instrumenten vaststelt waarmee de belangrijkste risico’s die daaruit voortvloeien, kunnen worden beperkt. In dit verband moet de Commissie ervoor zorgen dat de EU-begroting haar wettelijke en contractuele verplichtingen, zoals stijgende financieringskosten, kan nakomen;
  • gezien de toenemende blootstelling van de EU-begroting door leningen om extra betalingsbehoeften te dekken, onder meer als gevolg van de COVID‑19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, alsmede door begrotingsgaranties, alle passende maatregelen neemt die nodig zijn om ervoor te zorgen dat haar instrumenten voor risicobeperking, zoals het gemeenschappelijk voorzieningsfonds, voldoende capaciteit hebben, en haar raming van de totale jaarlijkse blootstelling openbaar maakt.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van het “Begrotings- en financieel beheer” is te vinden in hoofdstuk 2 van ons Jaarverslag 2022.

Resultaten behalen met de EU-begroting

Elk jaar analyseren we een aantal aspecten in verband met de prestaties en de resultaten die zijn behaald met de EU-begroting, die door de Commissie in samenwerking met de lidstaten wordt uitgevoerd. Dit jaar heeft onze analyse betrekking op:

  • de resultaten en kernboodschappen uit onze speciale verslagen van 2022 over prestaties, evenals gerelateerde informatie van de Commissie en de begrotings- en wetgevingsautoriteiten (het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie);
  • de uitvoering van de aanbevelingen in ons verslag van 2019 over de prestaties van de EU‑begroting;
  • de uitvoering van onze aanbevelingen in onze speciale verslagen die werden gepubliceerd in 2019.

Kernboodschappen uit onze speciale verslagen over prestaties uit 2022

In onze speciale verslagen onderzoeken we in hoeverre de beginselen van goed financieel beheer zijn toegepast bij de uitvoering van de EU-begroting. In 2022 publiceerden we 28 speciale verslagen over veel van de uitdagingen waarmee de EU wordt geconfronteerd op haar verschillende uitgaven- en beleidsterreinen. Onze gecontroleerden hebben het recht om te reageren op onze opmerkingen. Onze speciale verslagen van 2022 bevatten 214 aanbevelingen over een breed scala aan onderwerpen, voornamelijk gericht aan de Commissie, waarvan 91 % volledig werd aanvaard. Deze hadden betrekking op de volgende vijf strategische gebieden: de COVID‑19-respons van de EU, concurrentievermogen van de EU, veerkracht en Europese waarden, klimaatverandering, milieu en natuurlijke hulpbronnen, en begrotingsbeleid en overheidsfinanciën (zie tabel 1).

Tabel 1 — Strategische gebieden van de ERK waarover in 2022 speciale verslagen zijn opgesteld

COVID‑19-respons SV 13/2022: Vrij verkeer in de EU tijdens de COVID‑19-pandemie
SV 18/2022: De EU-instellingen en COVID‑19
SV 19/2022: De aankoop door de EU van COVID‑19-vaccins
SV 21/2022: De beoordeling door de Commissie van de nationale herstel- en veerkrachtplannen
SV 28/2022: Steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE)
Concurrentievermogen SV 03/2022: Uitrol van 5G in de EU
SV 06/2022: Intellectuele-eigendomsrechten van de EU
SV 07/2022: Instrumenten voor de internationalisering van het mkb
SV 08/2022: EFRO-steun voor het concurrentievermogen van kmo’s
SV 15/2022: Maatregelen om de deelname aan Horizon 2020 te verbreden
SV 16/2022: Gegevens in het gemeenschappelijk landbouwbeleid
SV 23/2022: Synergieën tussen Horizon 2020 en de Europese structuur- en investeringsfondsen
SV 24/2022: Op bedrijven gerichte acties inzake e-overheid
Veerkracht en Europese waarden SV 01/2022: EU-steun voor de rechtsstaat in de Westelijke Balkan
SV 05/2022: Cyberbeveiliging van EU-instellingen, -organen en -agentschappen
SV 14/2022: De reactie van de Commissie op fraude in het gemeenschappelijk landbouwbeleid
SV 27/2022: EU-steun voor grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden
Klimaatverandering, milieu en natuurlijke hulpbronnen SV 02/2022: Energie-efficiëntie bij bedrijven
SV 09/2022: Klimaatuitgaven in de EU-begroting 2014‑2020
SV 10/2022: Leader en vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling
SV 12/2022: Duurzaamheid bij plattelandsontwikkeling
SV 20/2022: EU-maatregelen ter bestrijding van illegale visserij
SV 22/2022: EU-steun voor kolenregio’s
Begrotingsbeleid en overheidsfinanciën SV 04/2022: Beleggingsfondsen
SV 11/2022: Bescherming van de EU-begroting
SV 17/2022: Externe consultants bij de Europese Commissie
SV 25/2022: Verificatie van het bruto nationaal inkomen voor de financiering van de EU-begroting
SV 26/2022: Europese statistieken

Bron: ERK.

Follow-up van de aanbevelingen in ons verslag over de prestaties van de EU-begroting — stand van zaken eind 2019

Ons verslag over de prestaties van de EU-begroting over het begrotingsjaar 2019 bevatte vijf aanbevelingen die aan de Commissie werden gericht en door haar werden aanvaard. Hierin werd aanbevolen dat de Commissie verslag uitbrengt over de prestaties van EU-uitgavenprogramma’s in het kader van een meerjarig financieel kader zolang betalingen worden gedaan (volledig uitgevoerd), dat zij de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens verder verbetert (in enkele opzichten uitgevoerd), de lering die wordt getrokken uit toetsingen van de Raad voor regelgevingstoetsing verspreidt (volledig uitgevoerd), beter toelicht hoe de streefdoelen en indicatoren zijn vastgesteld, en diverse aspecten van haar prestatieverslagen verbetert (in enkele opzichten uitgevoerd).

Follow-up van de aanbevelingen uit onze speciale verslagen van 2019

Elk jaar beoordelen we in hoeverre onze gecontroleerden actie hebben ondernomen naar aanleiding van de aanbevelingen die wij drie jaar daarvoor hebben gedaan. Dit jaar analyseerden we 213 aanbevelingen uit 22 van de 25 speciale verslagen die we in 2019 hebben gepubliceerd. Daarvan zijn er 179 aan de Commissie gericht. De overige 34 aanbevelingen waren gericht aan het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Raad, het Asielagentschap van de Europese Unie, de Europese Bankautoriteit en het Europees Grens- en kustwachtagentschap (“Frontex”). We stelden het volgende vast:

  • het percentage aanbevelingen dat volledig wordt aanvaard door onze gecontroleerden is licht gedaald van 83 % naar 79 %;
  • het percentage aanbevelingen dat volledig of in de meeste opzichten werd uitgevoerd, daalde ook licht (van 75 % naar 70 %);
  • 73 % van de aanbevelingen aan de Commissie zijn volledig of in de meeste opzichten uitgevoerd;
  • 56 % van de aanbevelingen aan andere gecontroleerden zijn volledig of in de meeste opzichten uitgevoerd;
  • het percentage tijdig uitgevoerde aanbevelingen is gedaald van 60 % naar 38 % en onze gecontroleerden noemden de COVID‑19-pandemie als belangrijkste reden voor de vertragingen;
  • het uitvoeringsniveau correleert met de aanvaarding van controleaanbevelingen door de gecontroleerden.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van “Resultaten behalen met de EU-begroting” is te vinden in hoofdstuk 3 van ons Jaarverslag 2022.

Ontvangsten

245,3 miljard EUR

Wat we controleerden

Onze controle betrof de ontvangstenzijde van de EU-begroting, waarmee de EU-uitgaven worden gefinancierd. We onderzochten geselecteerde essentiële controlesystemen voor het beheer van eigen middelen en een steekproef van 65 ontvangstenverrichtingen.

De op het bni gebaseerde bijdragen van de lidstaten maakten 42,3 % uit van de ontvangsten van de EU in 2022, terwijl de eigen middelen op basis van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) 8,0 % bedroegen. Deze bijdragen worden berekend op basis van macro-economische statistieken en schattingen die afkomstig zijn van de lidstaten.

Traditionele eigen middelen (TEM), die bestaan uit douanerechten op de invoer die namens de EU door overheidsinstanties van de lidstaten worden geïnd, zijn goed voor nog eens 10,6 % van de EU-ontvangsten.

De eigen middelen op basis van niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval waren goed voor 2,6 % van de ontvangsten van de EU. Deze worden berekend door de toepassing van een uniform percentage op het gewicht van niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval dat in elke lidstaat wordt gegenereerd.

Externe bestemmingsontvangsten, die voornamelijk betrekking hebben op bedragen die zijn geleend om lidstaten in het kader van NGEU niet terug te betalen financiële steun te verlenen, waren goed voor 25,4 % van de EU-ontvangsten.

De EU heeft ook andere ontvangstenbronnen. De belangrijkste van deze bronnen betreffen bijdragen en terugbetalingen in het kader van EU-overeenkomsten en -programma’s (8,5 % van de ontvangsten van de EU).

Wat we constateerden

Het aan controle onderworpen bedrag Komen hierin fouten van materieel belang voor?
245,3 miljard EUR Nee — geen materiële fouten in 2021 en 2022

Over het geheel genomen wijst de controle-informatie erop dat de ontvangstenverrichtingen geen materieel foutenpercentage vertoonden. De door ons onderzochte systemen voor het beheer van de ontvangsten waren over het geheel genomen doeltreffend. Sommige van de belangrijkste internebeheersingsmaatregelen inzake TEM die we in bepaalde lidstaten hebben beoordeeld, het beheer van gevallen van afschrijving van TEM, en het beheer van de punten van voorbehoud inzake btw en openstaande punten inzake TEM die we bij de Commissie hebben beoordeeld, waren echter gedeeltelijk doeltreffend.

We meldden vertragingen bij de herbeoordeling van gevallen van afschrijving van douaneschuld door de Commissie waarvoor geen wettelijke termijn geldt, waarvan sommige al sinds 2015 in behandeling waren. We constateerden ook een beperkte daling van het aantal punten van voorbehoud inzake btw en openstaande punten inzake TEM, alsook aanhoudende tekortkomingen in het beheer ervan.

Zoals wij in ons recente speciaal verslag over het bni verklaarden, werden de risico’s rond gegevenscompilatie in het algemeen goed afgedekt door de verificatie van de Commissie, maar kunnen acties nog meer worden geprioriteerd. Het speciaal verslag bevat aanbevelingen voor verbetering van de bni-verificatiecyclus die in 2025 van start gaat.

We concludeerden ook dat de uitvoering van geselecteerde maatregelen in het douaneactieplan van de Commissie die bijdragen tot het verkleinen van de douanekloof, verdere vertraging had opgelopen. Deze tekortkoming heeft geen invloed op ons controleoordeel over de ontvangsten, aangezien deze geen betrekking heeft op de onderliggende verrichtingen bij de rekeningen, maar op het risico dat de TEM onvolledig zijn.

De informatie over de regelmatigheid in de door DG BUDG en Eurostat gepubliceerde jaarlijkse activiteitenverslagen 2022 bevestigde over het algemeen onze bevindingen en conclusies.

Wat wij aanbevelen

We bevelen aan dat de Commissie:

  • de procedures herziet voor het beheer van gevallen van niet-toepassing van de btw-richtlijn die een impact kunnen hebben op de EU-begroting door:
    • systematisch de termijnen te monitoren voor de verschillende stappen van zowel de inbreukprocedure als andere acties om niet-naleving te verhelpen, en tijdig actie te ondernemen om buitensporige vertragingen te voorkomen;
    • te beoordelen of de in één lidstaat geconstateerde non-conformiteit die gevolgen heeft voor de eigen btw-middelen horizontaal van aard is en dus ook kan worden toegepast op andere lidstaten;
    • tijdig actie te ondernemen en eventueel horizontale punten van voorbehoud vast te stellen die de correcte betaling van op btw gebaseerde nationale bijdragen aan de EU-begroting waarborgen;
  • onverwijld de herbeoordeling afrondt van verzoeken van lidstaten (vóór mei 2022, waarvoor geen wettelijke termijnen gelden) waarin zij aangeven het niet eens te zijn met de eerste beoordeling door de Commissie van gevallen van afschrijving van TEM.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van de ontvangsten van de EU is te vinden in hoofdstuk 4 van ons Jaarverslag 2022.

Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

Totaal: 17,3 miljard EUR (MFK-rubriek 1)

Wat we controleerden

De in het kader van “Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid” gefinancierde programma’s zijn divers en gericht op de financiering van projecten die onder meer bijdragen tot onderzoek en innovatie, de ontwikkeling van trans-Europese vervoersnetwerken, communicatie, energie, digitale transformatie, de eengemaakte markt en het ruimtevaartbeleid. Het belangrijkste programma voor onderzoek en innovatie blijft Horizon 2020, aangezien de opvolger ervan, Horizon Europe, nog steeds slechts een klein deel van onze controlepopulatie 2022 uitmaakt. Via deze MFK-rubriek worden ook grote infrastructuurprojecten gefinancierd zoals de Connecting Europe Facility (CEF), ruimtevaartprogramma’s zoals Galileo, het Europees overlaysysteem voor geostationaire navigatie (Egnos), en Copernicus, het Europees programma voor aardobservatie. Het omvat tevens het InvestEU-fonds, dat samen met Horizon Europa aanvullende financiering uit NGEU ontvangt.

In 2022 werd op dit terrein 17,3 miljard EUR aan een controle onderworpen. De meeste uitgaven voor deze programma’s worden rechtstreeks beheerd door de Commissie (DG Onderzoek en Innovatie (RTD), DG Defensie-industrie en Ruimtevaart (DEFIS)), met inbegrip van de uitvoerende agentschappen, en worden verricht in de vorm van subsidies aan particuliere of publieke begunstigden die deelnemen aan projecten. De Commissie verstrekt voorfinanciering aan begunstigden na de ondertekening van een subsidieovereenkomst en vergoedt nadien de door de EU gefinancierde kosten, onder aftrek van de voorfinanciering. De ruimtevaartprogramma’s worden over het algemeen indirect beheerd op basis van delegatie- en bijdrageovereenkomsten tussen de Commissie en specifieke uitvoeringsorganen (zoals het Europees Ruimteagentschap en het Agentschap van de EU voor het ruimtevaartprogramma). Financieringsinstrumenten van InvestEU worden voornamelijk uitgevoerd door de Europese Investeringsbank of het Europees Investeringsfonds, die op hun beurt gebruikmaken van financiële intermediairs.

Wat we constateerden

Het aan controle onderworpen bedrag Komen hierin fouten van materieel belang voor? Geschat meest waarschijnlijk foutenpercentage
17,3 miljard EUR Ja 2,7 % (2021: 4,4 %)

Over het geheel genomen schatten we dat het foutenpercentage voor “Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid” van materieel belang is. In 2022 vertoonden 43 (34 %) van de 127 door ons onderzochte verrichtingen fouten.

De uitgaven voor Horizon 2020 blijven een terrein met een hoog risico en vormen de belangrijkste bron van de door ons ontdekte fouten. We troffen kwantificeerbare fouten aan met betrekking tot niet-subsidiabele kosten bij 35 van de 92 verrichtingen op het gebied van onderzoek en innovatie in de steekproef. Dit vertegenwoordigt 98 % van het door ons geschatte foutenpercentage voor deze rubriek in 2022.

Bij andere programma’s en activiteiten ontdekten we kwantificeerbare fouten bij 1 van de 35 verrichtingen in de steekproef. Het ging hierbij om een onregelmatigheid in de aanbestedingsprocedure van een CEF-project.

De regels voor het declareren van personeelskosten in het kader van Horizon 2020 blijven complex. Van de 35 verrichtingen met kwantificeerbare fouten in onze steekproef van onderzoeksverrichtingen waren er 25 te wijten aan de onjuiste toepassing van de methode voor de berekening van personeelskosten. Andere fouten met betrekking tot personeelskosten omvatten de onjuiste berekening van uurtarieven, tekortkomingen in tijdrapportage en inbreuken op de regel van het dubbele plafond. We troffen ook fouten aan in verband met niet-subsidiabele onderaanneming en directe kosten.

Voorbeeld: Inbreuk op de regel van het dubbele plafond

In Nederland ontving een begunstigde van een Horizon 2020-project ook twee subsidies in het kader van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) waarvan de termijnen deels samenvielen met die van het gecontroleerde Horizon 2020-project. Sommige personeelsleden die betrokken waren bij het Horizon 2020-project werkten ook mee aan de uitvoering van een of beide EFRO-projecten. Bij het declareren van personeelskosten voor het gecontroleerde Horizon 2020-project hield de begunstigde geen rekening met de reeds gedeclareerde uren voor de EFRO-projecten. Als gevolg daarvan declareerde de begunstigde aanzienlijk meer uren dan het toegestane maximum (1 720 uur of het overeenkomstige aandeel voor deeltijdwerknemers). De overuren (d.w.z. in totaal meer dan 1 900 uur voor zes personeelsleden) waren niet subsidiabel.

Een van de strategieën ter bevordering van Europees onderzoek betreft het verhogen van de deelname van de particuliere sector. Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en nieuwkomers zijn echter vatbaar voor fouten. Kmo’s vertegenwoordigden 11 % van onze controlesteekproef (14 van de 127 verrichtingen) maar waren goed voor 29 % van het geraamde foutenpercentage. Bovendien waren kwantificeerbare fouten die werden aangetroffen in de kostendeclaraties van drie particuliere nieuwkomers goed voor bijna de helft van het geraamde foutenpercentage.

Procedures van de Commissie voor forfaitaire financiering op het gebied van onderzoek

Het doel van forfaitaire financiering op het gebied van onderzoek, met betalingen die eerder gebaseerd zijn op de uitgevoerde activiteiten dan op de gemaakte kosten, is het verminderen van de administratieve lasten voor begunstigden en bijgevolg het foutenpercentage. Van 2018 tot 2020 werd in het kader van Horizon 2020 een pilotproject uitgevoerd met forfaitaire bedragen.

In 2022 onderzochten we de procedures en richtsnoeren van de Commissie met betrekking tot forfaitaire subsidies die in het kader van onderzoek worden gefinancierd. Daartoe bestudeerden we de relevante documenten van de Commissie over forfaitaire bijdragen, met name het besluit inzake forfaitaire bedragen. We onderzochten ook de procedure die werd gebruikt voor het vaststellen van de definitieve begroting van tien forfaitaire subsidies met begrotingen die uiteenliepen van 0,5 miljoen EUR tot 11 miljoen EUR, waarbij wij ons concentreerden op de beoordelingen van de externe beoordelaars.

Wij constateerden dat de motivering van het risico van onregelmatigheden en fraude, zoals vereist in het Financieel Reglement, ontbrak in het besluit inzake forfaitaire bedragen; er zijn in verband hiermee geen specifieke regels die voorschrijven dat tijdens de uitvoering van het project de aanbestedingsregels moeten worden nageleefd. Tijdens onze evaluatie van de tien geselecteerde projecten waarvoor forfaitaire bedragen worden ontvangen, constateerden we dat de richtsnoeren van de Commissie voor deskundige beoordelaars hen niet verplichten de vereiste “relevante benchmarks” te gebruiken bij het beoordelen van projectbegrotingen. Daarnaast was er beperkte documentatie ter onderbouwing van de beoordelingen van de begrotingen door de deskundigen.

Jaarlijkse activiteitenverslagen van de Commissie en andere governanceregelingen

In de door ons onderzochte jaarlijkse activiteitenverslagen (DG RTD en DG DEFIS) werd de informatie weergegeven die beschikbaar is in deze DG’s en werd een getrouwe beoordeling gegeven van het financieel beheer wat betreft de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen met betrekking tot de uitgaven in verband met MFK 1.

We analyseerden de informatie in het AMPR van de Commissie over 2022 in verband met het geschatte risico bij betaling voor de beleidsterreinen binnen MFK 1. De Commissie berekende een foutenpercentage van 1,5 % voor MFK 1. Dit percentage ligt aan de ondergrens van onze bandbreedte van het geschatte foutenpercentage en onder de materialiteitsdrempel.

Wat wij aanbevelen

We bevelen aan dat de Commissie:

  • in het kader van de tussentijdse evaluatie van Horizon Europa een evaluatie invoert van de forfaitaire financiering om na te gaan of bepaalde soorten projecten (qua inhoud, omvang, enz.) ongeschikt zijn voor forfaitaire financiering, en om het risico van onregelmatigheden en fraude te dekken;
  • vóór de volgende oproepen in het kader van Horizon Europa beoordeelt of forfaitaire subsidies moeten worden gebruikt voor projecten met een hoge begroting en of een maximumbedrag voor dergelijke subsidies dient te worden vastgesteld;
  • er bij forfaitaire subsidies voor zorgt dat deskundige beoordelingen van subsidieaanvragen, met name de daarin opgenomen begrotingsvoorstellen, worden uitgevoerd met inachtneming van relevante benchmarks en dat deze naar behoren worden gedocumenteerd;
  • de voorwaarden voor forfaitaire subsidies nader specificeert en daarbij aangeeft wat een correcte uitvoering inhoudt, met inbegrip van de elementen van elk werkpakket die aanleiding geven tot betaling, en gedetailleerde richtsnoeren verstrekt aan degenen die betrokken zijn bij de beoordeling van de uitvoering van projecten;
  • voor forfaitaire subsidies de reikwijdte bepaalt van de controles achteraf, die controles moeten omvatten van gebieden met een hoog risico, zoals aanbestedingsregels, de afwezigheid van belangenconflicten en het gebruik van de middelen die in de subsidieovereenkomst zijn gespecificeerd.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van de EU-uitgaven voor “Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid” is te vinden in hoofdstuk 5 van ons Jaarverslag 2022.

Cohesie, veerkracht en waarden

Totaal: 79,1 miljard EUR (MFK-rubriek 2)

Wat we controleerden

De uitgaven in deze rubriek zijn gericht op het verkleinen van de verschillen in ontwikkeling tussen de verschillende lidstaten en regio’s van de EU (subrubriek 2a) en op acties ter ondersteuning en bescherming van de waarden van de EU, waardoor de EU beter berekend is op de huidige en toekomstige uitdagingen (subrubriek 2b). De financiering voor subrubriek 2a (Economische, sociale en territoriale samenhang) vindt plaats via het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Cohesiefonds (CF), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en de Connecting Europe Facility (CEF). Voor subrubriek 2b (Veerkracht en waarden) wordt financiering verstrekt via programma’s als Erasmus+, een aantal kleinere regelingen en specifieke instrumenten die zijn opgezet als respons op de COVID‑19-pandemie.

De cohesiebeleidsfondsen (EFRO, CF en ESF) zijn goed voor het grootste deel van de uitgaven, terwijl de Commissie en de lidstaten het beheer van de fondsen delen. De EU cofinanciert meerjarige operationele programma’s (OP’s), waaruit projecten worden gefinancierd. Bij de Commissie is het directoraat-generaal Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling (DG REGIO) verantwoordelijk voor de uitvoering van het EFRO en het CF, en het directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie (DG EMPL) voor het ESF. EU-financiering voor programma’s die niet onder gedeeld beheer vallen, wordt ofwel direct beheerd door DG’s van de Commissie, ofwel indirect met de steun van partnerorganisaties of andere autoriteiten.

Wij controleren de uitgaven zodra de Commissie deze heeft aanvaard. Voor het Jaarverslag 2022 controleerden we uitgaven ter waarde van 66,9 miljard EUR op dit gebied, waaronder 63,5 miljard EUR aan uitgaven in het kader van subrubriek 2a en 3,4 miljard EUR in het kader van subrubriek 2b (2021: 47,9 miljard EUR in totaal). Overeenkomstig onze aanpak omvatte dit bedrag 872 miljoen EUR aan uitgaven uit voorgaande programmeringsperioden die de Commissie in 2022 had aanvaard of verrekend.

Wat we constateerden

Het aan controle onderworpen bedrag Komen hierin fouten van materieel belang voor? Geschat meest waarschijnlijk foutenpercentage
66,9 miljard EUR Ja 6,4 % (2021: 3,6 %)

Over het geheel genomen schatten we dat het foutenpercentage voor Cohesie, veerkracht en waarden van materieel belang is.

In 2022 hebben we 260 verrichtingen getoetst. We identificeerden en kwantificeerden 50 fouten en de bevindingen van de auditautoriteiten, die 58 van dergelijke fouten hebben gerapporteerd. Daarnaast hebben wij rekening gehouden met correcties met een totale waarde van 618 miljoen EUR die door de programma-autoriteiten zijn toegepast. Wij schatten het foutenpercentage voor de MFK-rubriek 2 op 6,4 %. Het geschatte foutenpercentage voor subrubriek 2a op zich bedraagt 6,6 %.

Niet-subsidiabele kosten en projecten, en inbreuken op de internemarktregels (in het bijzonder niet-naleving van de regels inzake overheidsopdrachten en staatssteun) hebben het meest bijgedragen aan het door ons geschatte foutenpercentage.

Dit jaar waren zowel onze schatting van het foutenpercentage als het aantal fouten dat we vonden hoger dan in voorgaande jaren. Deze stijgingen volgen geen geografisch patroon. We constateerden echter wel een toename van bepaalde specifieke fouten (zoals niet-subsidiabele kosten en niet-naleving van de regels inzake openbare aanbestedingen). Ook merken wij op dat we het einde van de subsidiabiliteitsperiode naderen (31 december 2023), wat enige absorptiedruk meebrengt. Daarnaast kregen de lidstaten sinds 2020 een aanzienlijke mate van flexibiliteit bij de herprogrammering van middelen en bij het declareren van uitgaven. Het is mogelijk dat de doeltreffendheid van de controles en verificaties door beheers- en auditautoriteiten tijdens de COVID‑19-periode is verminderd.

Voorbeeld: Niet-subsidiabele uitgaven voor noodhulp in verband met COVID‑19 als gevolg van onvolledige aangifte van inkomsten uit verkoop

Het doel van een in Slowakije gecontroleerde ESF-maatregel was de impact van de COVID‑19-pandemie op de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt te beperken door financiële steun te verlenen aan werkgevers of zelfstandigen. Om steun te ontvangen voor 13 werknemers meldde deze eindbegunstigde een omzetdaling van 43,5 % in mei 2020 ten opzichte van mei 2019. Deze daling was echter niet juist omdat ze alleen de daling van de verkoop ter plaatse weerspiegelde. Als de verkoop via andere kanalen wordt meegerekend, bedroeg de totale daling van de omzet van het bedrijf slechts 9 %. Dit was lager dan de vereiste minimale daling van de verkoop met 20 % om voor de steun in aanmerking te komen. Daarom zijn wij van mening dat de maand mei 2020 niet voor steun in aanmerking komt.

We stelden vast dat, als gevolg van de onjuiste opgave van inkomsten, twee andere eindbegunstigden van dezelfde maatregel meer steun ontvingen dan was bepaald in de nationale regels.

We troffen ook niet-subsidiabele kosten met betrekking tot COVID‑19-maatregelen aan in Griekenland (wat al gedeeltelijk was ontdekt door de Commissie), in Italië en in een ander geval in Slowakije.

Goed financieel beheer

De EU-begroting moet op wettige en regelmatige wijze worden uitgevoerd, met inachtneming van goed financieel beheer, dat bestaat uit de beginselen van zuinigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid. Bij onze werkzaamheden ontdekten we elf gevallen in Duitsland, Kroatië, Italië, Litouwen en Hongarije waarin deze beginselen niet werden nageleefd. In één OP in Italië hadden de begunstigden van vier concrete acties bijvoorbeeld de subsidiabele kosten juist gedeclareerd, gebaseerd op standaardschalen van eenheidskosten die door de beheersautoriteit zijn vastgesteld op basis van artikel 67 van de GB-verordening. Het door de beheersautoriteit bij de Commissie gedeclareerde bedrag was echter berekend op basis van een ander model, met gebruikmaking van de standaardschalen van eenheidskosten van de Commissie (overeenkomstig artikel 14, lid 1, van de ESF-verordening). Als gevolg daarvan lagen de aan de Commissie gecertificeerde en uit de EU-begroting betaalde bedragen voor elke concrete actie tussen 16 % en 30 % hoger dan de overeengekomen en aan de begunstigden betaalde bedragen.

Beoordeling van het werk van de auditautoriteiten

Beheersautoriteiten zijn de “eerste verdedigingslinie”. Hun doeltreffende controle is van essentieel belang om zowel de conformiteit van de concrete acties met het rechtskader als de prestaties ervan te waarborgen. Onze controleresultaten van de laatste zes jaar tonen aan dat deze controles het hoge inherente foutenrisico op het gebied van cohesie nog niet voldoende compenseren. Auditautoriteiten zijn de “tweede verdedigingslinie”: zij verifiëren steekproefsgewijs de regelmatigheid van de door de beheersautoriteiten bij de Commissie gedeclareerde uitgaven. Zij moeten functioneel onafhankelijk zijn van de beheersautoriteiten.

Wij beoordeelden het werk van 24 van de 116 auditautoriteiten in 18 lidstaten en het Verenigd Koninkrijk. Onze steekproef omvatte 34 zekerheidspakketten en één afsluitingspakket. Met uitzondering van drie gevallen hadden de auditautoriteiten een restfoutenpercentage van 2 % of minder aan de Commissie gemeld. Rekening houdend met de door de Commissie ontdekte bijkomende fouten en met onze eigen controlebevindingen blijkt uit onze werkzaamheden met betrekking tot de steekproef van dit jaar dat het restfoutenpercentage meer dan 2 % bedroeg voor 16 van de 34 gecontroleerde zekerheidspakketten.

Maatregelen om fraude ten nadele van de EU-begroting te bestrijden en te melden

Op grond van het EU-recht moeten de Commissie en de lidstaten de EU-begroting beschermen tegen fraude en onregelmatigheden. Daartoe moeten zij doeltreffende controlesystemen invoeren.

We constateerden dat de auditautoriteiten expliciet het frauderisico voor 65 % van de gecontroleerde verrichtingen in de periode 2014‑2020 (145 van de 222) hadden aangepakt. Dit percentage is een verbetering ten opzichte van de 38 % die we vorig jaar hebben vastgesteld, maar is nog steeds ontoereikend.

We stelden drie gevallen vast van lopende fraudeonderzoeken die niet waren gemeld in het beheerssysteem voor onregelmatigheden van OLAF. De programma-autoriteiten in de lidstaten waren ofwel niet op de hoogte van het lopende onderzoek door de betrokken onderzoeks- of vervolgingsinstantie, ofwel hadden verzuimd te voldoen aan hun wettelijke meldingsplicht.

Het werk van de Commissie om zekerheid te verschaffen en haar verslaglegging over het restfoutenpercentage in haar jaarlijkse activiteitenverslagen

Op het gebied van cohesie rapporteert de Commissie in haar jaarlijks activiteitenverslag restfoutenpercentages als een kernprestatie-indicator (KPI) betreffende de wettigheid en regelmatigheid. Voor het boekjaar 2021/2022 rapporteerde DG REGIO een KPI van 1,9 % en een “maximumpercentage” van 2,7 %. De percentages van DG EMPL waren 1,9 % voor de KPI en 2,8 % voor het maximale risico. Deze KPI’s lagen voor het eerst buiten de bandbreedte van het door ons geschatte foutenpercentage. Evenzo liggen de door de Commissie gerapporteerde indicatoren in het AMPR 2022 buiten onze bandbreedte van het foutenpercentage.

De controles aan de hand van stukken door de Commissie waarmee het werk van de auditautoriteiten wordt beoordeeld, hebben inherente beperkingen bij de bevestiging van het totale restfoutenpercentage. Dit blijkt uit de bijkomende fouten die wij tijdens onze controles ontdekten.

Afsluiting van de programmeringsperiode 2007‑2013 loopt nog

Eind 2022 had DG REGIO 276 van de 322 OP’s voor de periode 2007‑2013 afgesloten. Voor nog eens 44 OP’s heeft DG REGIO een aan de afsluiting voorafgaande betaling verricht die alleen betrekking had op de niet-betwiste bedragen, terwijl de hangende kwesties nog moeten worden opgelost. DG EMPL heeft 101 van de 117 OP’s en 13 voorlopig afgesloten OP’s afgesloten. Zes programma’s blijven volledig openstaan vanwege hangende kwesties. Aangezien er in het rechtskader geen definitieve termijn voor de afsluiting is, is het niet mogelijk te voorspellen hoeveel tijd nodig zal zijn om alle OP’s voor 2007‑2013 af te sluiten.

Wat wij aanbevelen

Wij bevelen de Commissie onder andere aan:

  • de maatregelen te versterken die zijn bedoeld om de terugkerende fouten aan te pakken, met name met betrekking tot niet-subsidiabele kosten en projecten, voor voldoende dekking van haar eigen controlewerkzaamheden voor alle auditautoriteiten te zorgen en de resultaten te verspreiden om het vóórkomen en de impact van onregelmatige uitgaven te verminderen;
  • bij de afsluiting van de programma’s 2014‑2020 te verifiëren of alleen uitgaven in verband met gemelde grote projecten zijn aanvaard;
  • gerichte thematische controles inzake belangenconflicten te plannen en deze uit te voeren voor de programma’s 2021‑2027, op basis van de eigen risicobeoordeling en met het oog op de vastgestelde tekortkomingen;
  • specifieke gerichte controles uit te voeren in het kader van de eigen afsluitingscontroles 2014‑2020 om te waarborgen dat de lidstaten de nodige financiële correcties hebben toegepast voor fouten die in één boekjaar zijn ontdekt en die ook van invloed zijn op de uitgaven in andere boekhoudperioden;
  • ervoor te zorgen dat de auditautoriteiten over passende manieren beschikken om de geldigheid en betrouwbaarheid van eigen verklaringen te controleren en goede praktijken uit te wisselen;
  • gerichte thematische controles te plannen over het risicobewustzijn onder de beheersautoriteiten en over het gebruik van instrumenten voor datamining en risicoscores voor de programma’s 2021‑2027, en deze controles uit te voeren, in de checklists en controlewerkzaamheden minimumvereisten op te nemen waaraan de auditautoriteiten moeten voldoen om het frauderisico te dekken en de lidstaten nogmaals te wijzen op hun verplichtingen met betrekking tot het melden van fraude;
  • de datum voor de uitrol van één geïntegreerd IT-instrument voor datamining en risicoscores te vervroegen van 2028 naar 2025, het eerste jaar waarin naar verwachting aanzienlijke uitgaven voor de periode 2021‑2027 zullen worden gedeclareerd. Zorg er ondertussen voor dat OLAF, het EOM en de ERK toegang hebben tot Arachne.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van de EU-uitgaven voor “Cohesie, veerkracht en waarden” is te vinden in hoofdstuk 6 van ons Jaarverslag 2022.

Natuurlijke hulpbronnen

Totaal: 58,1 miljard EUR (MFK-rubriek 3)

Wat we controleerden

Dit uitgaventerrein heeft betrekking op het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), het gemeenschappelijk visserijbeleid en een gedeelte van de EU-uitgaven voor het milieu en klimaatactie.

Landbouw en plattelandsontwikkeling zijn goed voor 97 % van de EU-uitgaven voor “Natuurlijke hulpbronnen en milieu” en worden uitgevoerd via het GLB, dat drie algemene doelstellingen heeft:

  • rendabele voedselproductie, met de nadruk op landbouwinkomen, productiviteit van de landbouw en prijsstabiliteit;
  • duurzaam beheer van de natuurlijke hulpbronnen en klimaatactie, met de klemtoon op uitstoot van broeikasgassen, biodiversiteit, bodem en water;
  • evenwichtige territoriale ontwikkeling.

Hoewel de Commissie (DG Landbouw en Plattelandsontwikkeling (AGRI)), de eindverantwoordelijkheid draagt voor het GLB, deelt zij het beheer ervan met betaalorganen in de lidstaten. Sinds 2015 geven onafhankelijke certificerende instanties in de lidstaten een jaarlijks oordeel over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven van betaalorganen.

Deze MFK-rubriek heeft ook betrekking op de EU-uitgaven in het kader van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV), onder de verantwoordelijkheid van het directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij (DG MARE), en het LIFE-programma voor het milieu en klimaatactie onder de verantwoordelijkheid van de directoraten-generaal Milieu (DG ENV) en Klimaat (DG CLIMA). Voor het eerst voert het directoraat-generaal Energie (DG ENER) in het kader van het MFK 2021‑2027 ook een deel van het LIFE-programma uit.

Wat we constateerden

Het aan controle onderworpen bedrag Komen hierin fouten van materieel belang voor? Geschat meest waarschijnlijk foutenpercentage
58,0 miljard EUR Ja 2,2 % (2021: 1,8 %)

Over het geheel genomen is volgens onze schatting het foutenpercentage voor MFK-rubriek 3 van materieel belang.

Van de 218 door ons onderzochte verrichtingen bevatten er 46 (21 %) fouten. Op basis van de 32 door ons gekwantificeerde fouten schatten wij het foutenpercentage voor MFK-rubriek 3 op 2,2 %.

Uit onze resultaten blijkt dat het foutenpercentage niet van materieel belang was voor rechtstreekse betalingen, goed voor 66 % van de uitgaven in het kader van deze MFK-rubriek, maar dat het nog steeds wel van materieel belang was voor de andere uitgaventerreinen (plattelandsontwikkeling, marktmaatregelen, maritieme zaken, visserij, milieu en klimaatactie), goed voor 34 % van de uitgaven. Daarnaast merken we op dat het aantal geringe te hoge opgaven van oppervlakten, voor zowel rechtstreekse betalingen als plattelandsontwikkelingsmaatregelen, was toegenomen van vier fouten in 2021 tot 16 fouten in 2022, wat kan wijzen op specifieke tekortkomingen in het beheer van het landbouwpercelenidentificatiesysteem door sommige lidstaten.

De meeste door ons aangetroffen gekwantificeerde fouten betroffen verrichtingen voor plattelandsontwikkeling (21). We stelden zeven kwantificeerbare fouten vast in rechtstreekse betalingen, twee in marktmaatregelen en twee in niet-GLB-uitgaven. De belangrijkste bron van het geschatte foutenpercentage hield verband met de verstrekking van onjuiste informatie over arealen of dieren.

De autoriteiten van de lidstaten en de Commissie hadden corrigerende maatregelen getroffen die rechtstreekse gevolgen hadden voor 49 van de verrichtingen uit onze steekproef. Deze maatregelen waren van belang voor onze berekeningen, omdat ons geschatte foutenpercentage voor dit hoofdstuk daardoor met 0,9 procentpunt daalde. In 19 gevallen van kwantificeerbare fouten beschikten de autoriteiten van de lidstaten en de Commissie over voldoende informatie om de fouten te kunnen voorkomen, of te kunnen opsporen en corrigeren voordat zij de uitgaven accepteerde. Indien alle beschikbare informatie naar behoren was gebruikt door de autoriteiten van de lidstaten en de Commissie, zou het geschatte foutenpercentage voor dit hoofdstuk 1,3 procentpunt lager zijn geweest.

Rechtstreekse betalingen

In de 88 getoetste verrichtingen voor rechtstreekse betalingen hebben wij zes kleine kwantificeerbare fouten aangetroffen, die voortvloeiden uit het feit dat landbouwers de subsidiabele oppervlakte landbouwgrond te hoog hadden opgegeven. We stelden ook één grote kwantificeerbare fout vast waarbij de opgegeven landbouwactiviteit niet had plaatsgevonden.

Voorbeeld van een onjuiste opgave van een landbouwactiviteit

Een landbouwer in Italië ontving rechtstreekse steun voor het houden van een blijvende teelt (citroenbomen) op een groot deel van zijn bedrijf (blauw gemarkeerd). Op luchtfoto’s waren geen bomenrijen te zien zoals op aangrenzende landbouwpercelen. Tijdens ons bezoek ter plaatse stelden wij met zekerheid vast dat er op het opgegeven terrein geen citroenbomen stonden en dat het al jaren niet meer in een landbouwkundige staat was gehouden. De nationale autoriteiten hadden deze fout niet vastgesteld.

Plattelandsontwikkeling, marktmaatregelen en andere betalingen

We onderzochten:

  • 56 betalingen voor plattelandsontwikkeling op basis van door landbouwers opgegeven arealen of aantallen dieren, waaronder betalingen voor het voldoen aan specifieke agromilieuklimaatverbintenissen, compensatiebetalingen voor biologische landbouw en betalingen aan landbouwers in gebieden met natuurlijke beperkingen. Hiervan bevatten er 15 fouten, waarvan er negen kwantificeerbare fouten waren in verband met een te hoge opgave van subsidiabele arealen;
  • 52 betalingen voor plattelandsontwikkeling ten behoeve van investeringsprojecten, zoals investeringen in materiële activa, ontwikkeling van (landbouw)bedrijven en risicobeheer. We kwantificeerden fouten in acht betalingen, die het gevolg waren van begunstigden die uitgaven of activiteiten hadden opgegeven die niet voldeden aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden;
  • 14 geteste verrichtingen voor marktmaatregelen, waarbij we twee gevallen aantroffen waarin betaalorganen niet-subsidiabele kosten hadden vergoed;
  • acht verrichtingen op het gebied van maritieme zaken, visserij, milieu en klimaatactie, waarbij we twee kwantificeerbare fouten aantroffen in verrichtingen onder direct beheer.
Coherentiecontroles van de controlestatistieken en betalingsgegevens van de lidstaten

Elk jaar dienen de lidstaten bij de Commissie gegevens in over hun controles van de steunbetalingen (controlestatistieken), alsmede gegevens over de betalingen aan de begunstigden. Op basis van deze gegevens vergoedt de Commissie de lidstaten met EU-middelen. We onderzochten voor het begrotingsjaar 2022 de kwaliteit en de samenhang van de controlestatistieken en de betalingsgegevens die werden gemeld door de zes betaalorganen die in onze steekproef voor rechtstreekse betalingen waren opgenomen. We stelden vast dat, ondanks enkele inconsistenties, de steunbetalingen met de systemen van de geselecteerde betaalorganen op betrouwbare wijze worden berekend, waarbij correct rekening werd gehouden met de uit de controlegegevens voortvloeiende aanpassingen.

Jaarlijkse activiteitenverslagen en andere governanceregelingen

Rekening houdend met de werkzaamheden van de certificerende instanties en met zijn eigen controles berekende DG AGRI het “geschat risicobedrag bij betaling” op 996 miljoen EUR, d.w.z. ongeveer 1,8 % van de totale GLB-uitgaven in 2022. DG AGRI schatte het risico bij betaling (aangepast foutenpercentage) op ongeveer 1,3 % voor rechtstreekse betalingen, op 2,7 % voor plattelandsontwikkeling en op 2,9 % voor marktmaatregelen.

We hebben ook een beperkte evaluatie uitgevoerd van de informatie over de regelmatigheid in het jaarlijkse activiteitenverslag van DG MARE. We merkten op dat de methode voor de berekening van het definitieve risico bij betaling (of afsluiting) voor DG AGRI en DG MARE in overeenstemming was met de richtsnoeren van de Commissie.

De in haar AMPR gepresenteerde schatting door de Commissie van het risico bij betaling voor “Natuurlijke hulpbronnen” bedraagt 1,8 %. Dit ligt binnen het door ons geschatte foutenpercentage.

Wat wij aanbevelen

Aangezien landbouwarealen de basis zullen vormen voor prestatie-indicatoren in het kader van het GLB 2023‑2027, bevelen wij aan dat de Commissie blijft monitoren hoe nauwkeurig de lidstaten het subsidiabele areaal in het landbouwpercelenidentificatiesysteem beoordelen.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van de EU-uitgaven voor “Natuurlijke hulpbronnen” is te vinden in hoofdstuk 7 van ons Jaarverslag 2022.

Migratie en grensbeheer, Veiligheid en defensie

Totaal: 4,6 miljard EUR (MFK-rubrieken 4 en 5)

Wat we controleerden

Gezien het toenemende belang van migratie en grensbeheer in de afgelopen jaren heeft de Europese Unie rubriek 4 van het MFK 2021‑2027 specifiek voor deze beleidsterreinen vastgesteld.

In 2022 betrof een belangrijk deel van de uitgaven op dit terrein nog steeds de voltooiing van nog niet afgewikkelde projecten en regelingen van het MFK 2014‑2020.

De doelstelling van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) voor 2014‑2020 was bij te dragen tot het doeltreffend beheer van migratiestromen en de totstandbrenging van een gemeenschappelijke benadering van asiel en immigratie door de EU. Het doel van het Fonds voor interne veiligheid — instrument voor buitengrenzen en visa (ISF — Grenzen en visa) was bij te dragen tot de waarborging van een hoog niveau van veiligheid in de EU en tegelijkertijd legaal reizen te vergemakkelijken door middel van een uniform en hoog niveau van controle aan de buitengrenzen en de doeltreffende behandeling van Schengenvisa.

Deze fondsen voor de periode 2014‑2020 zijn in het MFK 2021‑2027 vervangen door respectievelijk een nieuw AMIF en het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (Border Management and Visa Instrument, BMVI) van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer (Integrated Border Management Fund, IBMF). Rubriek 4 omvat ook de financiering van drie gedecentraliseerde agentschappen, namelijk het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA), en het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA).

In het MFK 2021‑2027 is rubriek 5 gewijd aan veiligheid en defensie. De component “veiligheid” omvat het Fonds voor interne veiligheid (ISF), financiële steun voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Bulgarije, Litouwen en Slowakije, en financiering voor drie gedecentraliseerde EU-agentschappen op het gebied van veiligheid (Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EMCDDA), Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), en Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol)). De component “defensie” omvat het Europees Defensiefonds, dat gezamenlijke defensieprojecten in alle stadia van onderzoek en ontwikkeling ondersteunt.

Het beheer van de meeste AMIF- en ISF-middelen voor de periode 2014‑2020 en de meeste AMIF-, BMVI- en ISF-middelen voor de periode 2021‑2027 wordt gedeeld tussen de lidstaten (of geassocieerde Schengenlanden) en DG Migratie en Binnenlandse Zaken (DG HOME) van de Commissie. Binnen deze regeling voeren de lidstaten meerjarige nationale programma’s uit die zijn goedgekeurd door de Commissie.

Wat we constateerden

Regelmatigheid van de verrichtingen

Uit ons onderzoek van de verrichtingen blijkt dat de uitgaven worden beïnvloed door kwesties in verband met subsidiabiliteit en aanbestedingen. Hoewel we niet voldoende verrichtingen hebben gecontroleerd om het foutenpercentage voor deze MFK-rubrieken te kunnen schatten, geven onze controleresultaten aan dat dit een gebied met een hoog risico is. De resultaten van de toetsing van de verrichtingen droegen bij tot onze betrouwbaarheidsverklaring.

Van de 23 door ons gecontroleerde verrichtingen vertoonden er 11 (48 %) fouten. Wij hebben negen fouten gekwantificeerd die impact hadden op de bedragen die ten laste van de EU-begroting kwamen. Deze fouten hadden betrekking op niet-subsidiabele uitgaven (bijv. sommige personeels- of uitrustingskosten, belasting over de toegevoegde waarde) en kwesties in verband met openbare aanbestedingen.

Onderzoek van elementen van de internebeheersingssystemen

Voor het AMIF, het BMVI en het ISF voor de periode 2021‑2027 hebben we het werk van de auditautoriteiten in zes lidstaten (Duitsland, Spanje en Roemenië voor het AMIF; Letland voor het BMVI; Tsjechië en Kroatië voor het ISF) beoordeeld. Deze auditautoriteiten hadden al een duidelijk beeld van de belangrijkste veranderingen die nodig waren op het gebied van controlestrategie, systeemcontroles en controles van concrete acties ten opzichte van de programmeringsperiode 2014‑2020. Omdat echter geen van deze autoriteiten ten tijde van onze bezoeken de beschrijving van hun beheers- en controlesysteem volledig had uitgewerkt, konden ze hun controlestrategie nog niet goedkeuren. Over het geheel genomen constateerden we dat de zes auditautoriteiten vooruitgang boekten met hun voorbereidingen voor het AMIF, het BMVI en het ISF voor de periode 2021‑2027, hoewel hun controlestrategieën nog niet waren goedgekeurd.

Jaarlijkse activiteitenverslagen en andere governanceregelingen

Voor het begrotingsjaar 2022 onderzochten we het JAV van DG HOME. Onze analyse was gericht op de vraag of DG HOME de informatie over de regelmatigheid in zijn JAV had gepresenteerd in overeenstemming met de instructies van de Commissie en of deze informatie overeenstemde met de tijdens onze controles verkregen kennis. Wij troffen geen informatie aan die onze bevindingen zou kunnen tegenspreken. We constateerden dat de schattingen door DG HOME van risico’s bij betaling en bij afsluiting waren berekend overeenkomstig de interne methodologie en dat ze correct waren gerapporteerd in het AMPR.

Wat wij aanbevelen

Wij bevelen de Commissie aan gerichtere controles vooraf uit te voeren op de subsidiabiliteit van de uitgaven voor EU-acties, met bijzondere aandacht voor de potentiële risico’s die bijvoorbeeld verband houden met de aard van de uitgaven (zoals personeelskosten, uitrusting, aanbestedingen), of het soort begunstigde. Bij de voorbereiding van haar risicobeoordeling moet de Commissie er rekening mee houden dat controlecertificaten ter onderbouwing van betalingsaanvragen van begunstigden beperkingen met zich meebrengen.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van de EU-uitgaven voor “Migratie en grensbeheer, Veiligheid en defensie” is te vinden in hoofdstuk 8 van ons Jaarverslag 2022.

Nabuurschap en internationaal beleid

Totaal: 14,5 miljard EUR (MFK-rubriek 6)

Wat we controleerden

Het uitgaventerrein omvat verschillende financieringsinstrumenten, met name het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld (NDICI — Europa in de wereld) en het instrument voor pretoetredingssteun. Het omvat ook de begroting voor humanitaire hulp.

De algemene doelstelling van NDICI — Europa in de wereld is het wereldwijd handhaven en uitdragen van de waarden, beginselen en fundamentele belangen van de EU en het bijdragen aan de bevordering van multilateralisme en sterkere partnerschappen met derde landen. Dit weerspiegelt twee belangrijke veranderingen ten opzichte van het MFK 2014‑2020 in de wijze waarop de EU extern optreden (buitenlands beleid) financiert:

  • De samenwerking met partnerlanden in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, die voorheen werd gefinancierd door de Europese Ontwikkelingsfondsen, is nu opgenomen in de algemene begroting van de EU.
  • Deze samenwerking wordt nu gefinancierd in het kader van hetzelfde instrument als het nabuurschapsbeleid van de EU, met behoud van de specifieke kenmerken van beide soorten steun.

De algemene doelstelling van het instrument voor pretoetredingssteun is de ondersteuning van de begunstigde landen bij de goedkeuring en uitvoering van de hervormingen die met het oog op het lidmaatschap nodig zijn voor hun aanpassing aan de waarden van de EU, en aldus bij te dragen tot hun stabiliteit, veiligheid en welvaart.

In 2022 bedroegen de betalingen voor “Nabuurschap en internationaal beleid” 14,5 miljard EUR (voorfinanciering, tussentijdse en saldobetalingen) en werden deze verricht via verschillende instrumenten en steunverleningsmethoden. Voorbeelden hiervan zijn overeenkomsten voor werkzaamheden, leveringen en diensten, alsmede subsidies, speciale leningen, leninggaranties en financiële bijstand, begrotingssteun en andere gerichte vormen van begrotingssteun in derde landen.

De belangrijkste directoraten-generaal en diensten die betrokken zijn bij de uitvoering van het extern optreden van de EU zijn het directoraat-generaal Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen (DG NEAR), het directoraat-generaal Internationale Partnerschappen (DG INTPA), het directoraat-generaal Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp (DG ECHO) en de dienst Instrumenten buitenlands beleid (FPI).

Wat we constateerden

Ons onderzoek van de verrichtingen en systemen bracht vier terreinen aan het licht waar ruimte voor verbetering is. Hoewel we niet voldoende verrichtingen hebben gecontroleerd om het foutenpercentage voor deze MFK-rubriek te schatten, geven onze controleresultaten aan dat dit een gebied met een hoog risico is. De resultaten van de toetsing van de verrichtingen droegen bij tot onze betrouwbaarheidsverklaring.

Van de 72 door ons gecontroleerde verrichtingen vertoonden er 34 (47 %) fouten. Wij kwantificeerden 25 fouten die financiële impact hadden op de bedragen die ten laste van de EU-begroting kwamen. Deze fouten hadden betrekking op niet-subsidiabele kosten, het ontbreken van bewijsstukken, fouten inzake openbare aanbestedingen, en niet-gedane uitgaven.

We troffen ook 17 gevallen aan waarin de wettelijke en financiële voorschriften niet waren nageleefd en waarbij deze geen financiële gevolgen hadden voor de EU-begroting. Deze hadden bijvoorbeeld betrekking op verplichte procedures die niet werden gevolgd, op ontoereikend bewijs, onduidelijke toewijzing van kosten en het ontbreken van een controlespoor.

Voorbeeld: Verplichte risicobeoordeling niet uitgevoerd

Wij controleerden de eindbetaling voor een project voor de levering en installatie van communicatieapparatuur voor een overheidsinstantie in het begunstigde land. De overeenkomst voor leveringen was gesloten met een plaatselijke leverancier, voor een totaalbedrag van 255 492 EUR. Bij het ondertekenen van de overeenkomst verrichtte de Commissie een voorfinancieringsbetaling van 102 197 EUR, wat neerkwam op 40 % van de overeengekomen contractprijs.

Op grond van het procedurehandboek moet de Commissie risicobeoordelingen uitvoeren om te waarborgen dat voorfinancieringsbetalingen tussen 60 000 en 300 000 EUR uitsluitend zonder bankgarantie worden verricht indien het risico als laag wordt beoordeeld. In dit geval was een risicobeoordeling vereist, aangezien de voorfinanciering 102 197 EUR bedroeg. De Commissie deed de betaling echter zonder een dergelijke risicobeoordeling te verrichten en zonder over een bankgarantie te beschikken.

Onderzoek van elementen van de internebeheersingssystemen

Wij bezochten vier EU-delegaties in derde landen (Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië, Rwanda en Servië) en onderzochten elementen van hun internecontrolesystemen. Wij beoordeelden ook de bewustmaking onder personeel bij delegaties op het gebied van fraudepreventie, ethiek en integriteit. We stelden enkele tekortkomingen vast in de werking van de door ons onderzochte internecontrolesystemen. Deze tekortkomingen hadden betrekking op uitgavenverificaties, opleiding in fraudepreventie en het IT-systeem OPSYS van de Commissie.

Jaarlijkse activiteitenverslagen en andere governanceregelingen

Wij hebben het JAV van DG NEAR voor het begrotingsjaar 2022 geëvalueerd. We hebben ons daarbij gericht op de vraag of DG NEAR in zijn JAV de informatie over de regelmatigheid had gepresenteerd in overeenstemming met de instructies van de Commissie en of het de methodologie voor het ramen van toekomstige correcties en terugvorderingen consequent had toegepast. DG NEAR maakt gebruik van een studie, het zogenaamde restfoutenpercentage (RFP), die wordt uitgevoerd door een externe contractant om de belangrijkste cijfers in zijn JAV te genereren. In onze vorige jaarverslagen hebben we de beperkingen van de RFP-studie beschreven. Ook constateerden we dat DG NEAR voor het corrigerend vermogen voor 2022 een te hoog cijfer had opgegeven wegens niet-ontdekte fouten, namelijk de opname in de berekening van invorderingsopdrachten met betrekking tot niet-bestede voorfinanciering.

Wat wij aanbevelen

Wij bevelen aan dat de Commissie:

  • de controles versterkt ter voorkoming van onregelmatige wijziging van voorstellen in het stadium van contractsluiting bij het gunnen van subsidies op basis van een oproep tot het indienen van voorstellen;
  • op grond van het procedurehandboek de risicobeoordelingen verricht om te waarborgen dat voorfinancieringsbetalingen tussen 60 000 en 300 000 EUR uitsluitend zonder bankgarantie worden verricht indien het risico als laag wordt beoordeeld;
  • een passend tijdschema vaststelt zodat door contractanten afgegeven verslagen inzake verificaties van uitgaven voor subsidieovereenkomsten beschikbaar zijn voordat betalingen worden verwerkt of uitgaven worden verrekend;
  • de controles verbetert om invorderingsopdrachten voor niet-bestede voorfinanciering uit te sluiten van de berekening van het corrigerend vermogen van DG NEAR.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van de EU-uitgaven voor “Nabuurschap en internationaal beleid” is te vinden in hoofdstuk 9 van ons Jaarverslag 2022.

Europees openbaar bestuur

Totaal: 11,6 miljard EUR (MFK-rubriek 7)

Wat we controleerden

Onze controle had betrekking op de administratieve uitgaven van de instellingen en organen van de EU: het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie, de Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de ERK, de Europese Dienst voor extern optreden, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Europees Comité van de Regio’s, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

In 2022 gaven de instellingen en organen in totaal 11,6 miljard EUR uit aan administratie. Dit bedrag bestond uit uitgaven aan personele middelen en pensioenen (ongeveer 70 % van het totaal), gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie.

Een externe auditor onderzoekt onze eigen financiële staten. Elk jaar publiceren we het daaruit voortvloeiende controleoordeel en verslag in het Publicatieblad van de Europese Unie en op onze website.

Wat we constateerden

Het aan controle onderworpen bedrag Komen hierin fouten van materieel belang voor?
11,6 miljard EUR Nee — geen materiële fouten in 2021 en 2022

We onderzochten zestig verrichtingen van alle instellingen samen. Evenals in voorgaande jaren schatten wij dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt.

Wij hebben geen specifieke kwesties vastgesteld met betrekking tot de Raad van de Europese Unie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Europees Comité van de Regio’s, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Onze extern accountant heeft op basis van zijn werkzaamheden geen specifieke kwesties gerapporteerd.

In 2022 onderzochten we geselecteerde toezicht- en controlesystemen van het Europees Hof van Justitie. We troffen daarbij geen significante kwesties aan.

Europees Parlement

We stelden drie kwantificeerbare fouten vast in betalingen van het Europees Parlement aan de Europese fracties en aan een Europese politieke stichting. De interne regels van het Europees Parlement waaraan de fracties zich moeten houden, zijn niet in overeenstemming met het Financieel Reglement, omdat ze de mededinging bij openbare aanbestedingen beperken. Bovendien hielden twee van de drie fracties zich niet volledig aan deze interne regels, omdat zij niet altijd om voldoende inschrijvingen hadden verzocht. We troffen ook andere gevallen aan van niet-naleving van aanbestedingsprocedures.

Europese Commissie

Wij troffen geen kwantificeerbare fouten aan in de betalingen van de Commissie, maar de pensioendossiers voor twee van de acht door ons gecontroleerde pensioenbetalingen bevatten geen bewijs van in leven zijn.

Europese Dienst voor extern optreden

We troffen twee kwantificeerbare fouten aan in betalingen die door de Europese Dienst voor extern optreden waren gedaan. De eerste fout betrof het ontbreken van een geldig onderliggend contract voor door een EU-delegatie aangekochte beveiligingsdiensten. De tweede fout betrof kindertoelagen die een personeelslid uit andere bronnen ontving, maar die niet op zijn/haar salaris werden ingehouden.

Wat wij aanbevelen

Wij bevelen aan dat de administratie van het Europees Parlement haar richtsnoeren voor de uitvoering van de begrotingskredieten door de Europese fracties versterkt en het Bureau van het Parlement maatregelen voorstelt om de fracties te verplichten de interne regels daadwerkelijk toe te passen en de naleving van de aanbestedingsprocedures te waarborgen.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van de EU-uitgaven voor “Europees openbaar bestuur” is te vinden in hoofdstuk 10 van ons Jaarverslag 2022.

Herstel- en veerkrachtfaciliteit

Totaal: 53,7 miljard EUR

Wat we controleerden

De herstel- en veerkrachtfaciliteit (Recovery and Resilience Facility, RRF) ondersteunt hervormings- en investeringsprojecten in de lidstaten vanaf het begin van de COVID‑19-pandemie in februari 2020, en zal dat blijven doen tot en met 31 december 2026. De RRF werd gefinancierd met 723,8 miljard EUR aan leningen (385,8 miljard EUR) en niet-terugbetaalbare financiële bijdragen, ook wel “subsidies” genoemd (338 miljard EUR). Het hoofddoel van de RRF is om de economische en sociale gevolgen van de COVID‑19-pandemie te helpen beperken en tegelijkertijd de economieën van de lidstaten veerkrachtiger te maken en beter voor te bereiden op toekomstige uitdagingen, met inbegrip van het versnellen van de groene en de digitale transitie.

De RRF wordt onder direct beheer uitgevoerd door de Commissie, hetgeen betekent dat de Commissie rechtstreeks verantwoordelijk is voor de uitvoering van een programma.

De lidstaten moesten hun herstel- en veerkrachtplannen (Recovery and Resilience Plans, RRP’s) opstellen en passende beheers- en controlesystemen ontwerpen. RRP’s moeten een samenhangend pakket overheidsinvesteringen en hervormingen omvatten die zijn onderverdeeld in componenten, en passende mijlpalen en/of streefdoelen vaststellen.

Uitbetalingen in het kader van de RRF zijn afhankelijk van de bevredigende verwezenlijking door de lidstaten van de mijlpalen en streefdoelen. Mijlpalen of streefdoelen die eerder op bevredigende wijze zijn verwezenlijkt, hadden niet mogen worden teruggedraaid. Ook moest zijn voldaan aan het beginsel “geen dubbele financiering”. Verder moet zijn voldaan aan de relevante subsidiabiliteitsvoorwaarden.

Voordat een betaling wordt verricht, beoordeelt de Commissie of de mijlpalen en streefdoelen die aan het betalingsverzoek ten grondslag liggen, op bevredigende wijze zijn verwezenlijkt. Indien de Commissie concludeert dat een mijlpaal of streefdoel niet op bevredigende wijze is verwezenlijkt, moet de betaling van de financiële bijdrage geheel of gedeeltelijk worden opgeschort voor een periode van maximaal zes maanden.

Nadat de betaling is verricht, voert de Commissie controles achteraf uit van mijlpalen en streefdoelen. Zij voert ook controles op de gerelateerde systemen uit en controles die gericht zijn op de bescherming van de financiële belangen van de EU.

Lidstaten kunnen om voorfinanciering verzoeken, die vervolgens evenredig wordt verrekend door middel van de daaropvolgende betalingen. Eind 2022 waren alle RRP’s van de 27 lidstaten door de Raad goedgekeurd en hadden 21 lidstaten voorfinanciering ontvangen. De lidstaten hadden 27 betalingsverzoeken bij de Commissie ingediend en de Commissie had 14 betalingen verricht (één in 2021 en 13 in 2022). De 13 subsidiebetalingen en verrekeningen van voorfinanciering die de Commissie in 2022 had gedaan aan elf lidstaten hadden betrekking op de verwezenlijking van 274 mijlpalen en 37 streefdoelen.

In 2022 bedroeg onze controlepopulatie in totaal 53,7 miljard EUR en bestond deze uit alle 13 subsidiebetalingen ten bedrage van 46,9 miljard EUR en de verrekening van de desbetreffende voorfinanciering ten bedrage van 6,8 miljard EUR. Onze controle had echter geen betrekking op het leningenonderdeel van de RRF. We onderzochten de bevredigende verwezenlijking van 244 mijlpalen en van alle 37 streefdoelen, met inbegrip van de voorlopige beoordelingen van de Commissie. Wij hebben 20 van de streefdoelen ter plaatse in vijf lidstaten gecontroleerd.

Wat we constateerden

Het aan controle onderworpen bedrag Komen hierin fouten van materieel belang voor?
53,7 miljard EUR 2022: de algemene effecten van onze bevindingen zijn van materieel belang, maar niet van diepgaande invloed

De algemene controle-informatie uit onze werkzaamheden laat zien dat:

  1. 15 van de 281 mijlpalen en streefdoelen werden beïnvloed door regelmatigheidskwesties. Gezien de aard van het RRF-uitgavenmodel en gezien het feit dat de methode van de Commissie voor opschorting van betalingen berust op vele oordelen die mogelijk leiden tot verschillende interpretaties, verstrekken wij geen foutenpercentage dat vergelijkbaar is met dat van andere uitgaventerreinen van de EU. Rekening houdend met deze beperkingen schatten wij dat de minimale financiële impact van deze bevindingen dicht bij onze materialiteitsdrempel ligt. Deze bevindingen hadden betrekking op de niet-bevredigende verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen, de financiering van terugkerende nationale begrotingsuitgaven, maatregelen die vóór de subsidiabiliteitsperiode van start gingen, dubbele financiering en het terugdraaien van een maatregel;
  2. er gevallen waren van een zwakke opzet van de maatregelen en de onderliggende mijlpalen of streefdoelen. Als mijlpalen en doelen niet duidelijk zijn gedefinieerd, is het moeilijk om te beoordelen of deze zijn verwezenlijkt, en wordt de oorspronkelijke doelstelling mogelijk niet bereikt;
  3. er problemen waren met de betrouwbaarheid van de informatie die de lidstaten opnamen in hun beheersverklaringen;
  4. de reikwijdte van de beoordelingen vooraf en de controles achteraf van de Commissie niet systematisch betrekking heeft op essentiële betalingsvoorwaarden zoals de inachtneming van de subsidiabiliteitsperiode en de niet-vervanging van terugkerende nationale begrotingsuitgaven. De procedures voor controles achteraf voorzien niet in controles om na te gaan of de gecontroleerde streefdoelen die eerder als verwezenlijkt waren beoordeeld, niet werden teruggedraaid na de betaling;
  5. de invoering van controlemijlpalen betekent dat de desbetreffende systemen van de lidstaten niet volledig operationeel waren toen de plannen werden uitgevoerd, wat een risico vormde voor de regelmatigheid van de RRF-uitgaven en de bescherming van de financiële belangen van de EU. We hebben ook vastgesteld dat de controlemijlpalen aanzienlijk verschillen in hun granulariteit en vereisten, zij het zonder geldige rechtvaardiging;
  6. er zwakke punten blijven bestaan in de rapportage- en controlesystemen van de lidstaten. Daarnaast hebben we een horizontale kwestie vastgesteld in verband met beperkingen in de beschikbaarheid van gegevens over de begunstigde eigenaars van buitenlandse ondernemingen. De reden hiervoor is dat er geen gecentraliseerde EU-databank is met volledige gegevens over alle begunstigde eigenaars van in de EU geregistreerde ondernemingen.

We hebben eveneens de verslaglegging door het DG Economische en Financiële Zaken (ECFIN) beoordeeld over de regelmatigheid van de RRF-uitgaven voor 2022 in zijn jaarlijks activiteitenverslag (JAV) en de manier waarop deze informatie wordt gepresenteerd in het AMPR. Onze bevindingen en conclusies zijn niet in overeenstemming met de verklaring van de ordonnateur van DG ECFIN.

Voorbeeld van een mijlpaal die niet op bevredigende wijze is verwezenlijkt

Griekse mijlpaal 42 — “Laadpunten voor elektrische voertuigen — Inwerkingtreding van het rechtskader”

Beschrijving van de mijlpaal in het uitvoeringsbesluit van de Raad betreffende Griekenland:

De inwerkingtreding van alle ministeriële besluiten die zijn opgenomen in wet 4710/2020 en ondertekend door de minister van Milieu en Energie; de minister van Infrastructuur en Vervoer, de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Financiën, die de markt voor elektrische voertuigen organiseren, met de nadruk op de markt voor oplaaddiensten en die fiscale stimulansen bieden voor de aankoop van elektrische voertuigen en de installatie van oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen.

De primaire wet voorzag in de inwerkingtreding van twaalf ministeriële besluiten die nodig waren voor de organisatie van de markt voor elektrische voertuigen. We stelden vast dat de mijlpaal niet naar behoren was verwezenlijkt, aangezien drie ministeriële besluiten (sancties voor marktspelers, vereisten voor oplaadpunten in traditionele woongebieden en opleiding van technici voor elektrische voertuigen) niet in werking waren getreden toen de betaling werd verricht.

Wat wij aanbevelen

Wij bevelen aan dat de Commissie:

  • de voorlopige beoordelingen en de controles achteraf verbetert door:
    • in de voorlopige beoordelingen en controles achteraf de inachtneming van de subsidiabiliteitsperiode en het beginsel van niet-vervanging van terugkerende nationale begrotingsuitgaven op te nemen,
    • de procedures voor controles achteraf te herzien zodat deze voorzien in controles om na te gaan of de gecontroleerde streefdoelen die eerder als verwezenlijkt waren beoordeeld, niet werden teruggedraaid;
  • op basis van de ervaring die is opgedaan tijdens de uitvoering van de RRF te verifiëren of in de herziene RRP’s alle mijlpalen en streefdoelen duidelijk zijn gedefinieerd en of alle belangrijke elementen van een maatregel worden gedekt door mijlpalen en streefdoelen.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van de herstel- en veerkrachtfaciliteit is te vinden in hoofdstuk 11 van ons Jaarverslag 2022.

Europese Ontwikkelingsfondsen

Totaal: 2,4 miljard EUR

Wat we controleerden

De Europese Ontwikkelingsfondsen (EOF’s), die in 1959 van start gingen, vormden het voornaamste instrument buiten de algemene EU-begroting waarmee de EU tot eind 2020 ontwikkelingshulp financierde in de landen en regio’s in Afrika (ten zuiden van de Sahara), het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), alsook in de landen en gebieden overzee (LGO). Het elfde EOF heeft betrekking op het MFK 2014‑2020. Het kader dat de betrekkingen van de EU met de ACS-landen en de LGO regelde, was een partnerschapsovereenkomst die op 23 juni 2000 in Cotonou werd ondertekend voor een periode van twintig jaar. De toepassing van de bepalingen ervan werd verlengd, momenteel tot 30 juni 2023. De belangrijkste doelstelling van de EOF’s is armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te bannen, in overeenstemming met de belangrijkste doelstelling van ontwikkelingssamenwerking zoals vastgelegd in artikel 208 van het VWEU. In het MFK 2021‑2027 valt ontwikkelingshulp met de ACS-landen en -regio’s onder het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld (“NDICI — Europa in de wereld”) en is de samenwerking met de LGO geïntegreerd in het Besluit betreffende de LGO-associatie, met inbegrip van Groenland. Het negende, tiende en elfde EOF zelf zijn echter niet in de algemene begroting van de EU geïntegreerd en de afzonderlijke uitvoering en rapportage worden voortgezet totdat zij worden afgesloten.

De EOF´s worden vrijwel volledig beheerd door de Commissie (DG INTPA). Een klein deel (5 %) van de EOF-betalingen voor 2022 werd beheerd door DG ECHO.

Voor 2022 bedroegen de totale uitgaven die op dit gebied aan onze controle werden onderworpen 3,0 miljard EUR. Deze uitgaven hebben betrekking op het negende, het tiende en het elfde EOF en werden in 78 landen gedaan met behulp van een breed scala aan methoden, zoals overeenkomsten voor werkzaamheden, leveringen en diensten, alsmede subsidies, begrotingssteun, programmaramingen en bijdrage- en delegatieovereenkomsten.

Wat we constateerden

We constateerden dat de rekeningen geen afwijkingen van materieel belang vertoonden.

De ontvangstenverrichtingen vertoonden geen materieel foutenpercentage.

Ten aanzien van de uitgaven voor het begrotingsjaar 2022 geven wij een afkeurend oordeel af.

Het aan controle onderworpen bedrag Komen hierin fouten van materieel belang voor? Geschat meest waarschijnlijk foutenpercentage
3,0 miljard EUR Ja 7,1 % (2021: 4,6 %)

Om de regelmatigheid van de verrichtingen te controleren, onderzochten we een steekproef van 140 verrichtingen (alle betalingen werden door DG INTPA gedaan) die representatief waren voor alle soorten uitgaven binnen de EOF’s. De steekproef bestond uit 27 verrichtingen met betrekking tot het noodtrustfonds voor Afrika, 98 verrichtingen die zijn goedgekeurd door 20 EU-delegaties en 15 betalingen die zijn goedgekeurd door het hoofdkantoor van de Commissie. In gevallen waarin we fouten ontdekten in de verrichtingen, analyseerden we de onderliggende oorzaken om mogelijke tekortkomingen op te sporen.

Van de 140 door ons onderzochte verrichtingen bevatten er 57 (40,7 %) fouten. Op basis van de 48 door ons gekwantificeerde fouten schatten wij het foutenpercentage op 7,1 %. De drie meest voorkomende soorten fouten waren niet-gedane uitgaven (51 %), niet-subsidiabele uitgaven (24 %) en ernstige inbreuk op de regels inzake openbare aanbestedingen (16 %).

Net als in het verleden maakten de Commissie en haar uitvoerende partners meer fouten bij verrichtingen die verband hielden met programmaramingen en subsidies en met begunstigde landen, internationale organisaties en agentschappen van de lidstaten gesloten bijdrage- en delegatieovereenkomsten dan bij andere steunvormen (zoals die met betrekking tot overeenkomsten voor werkzaamheden, leveringen en diensten). Van de 99 door ons onderzochte verrichtingen in deze categorie vertoonden er 46 kwantificeerbare fouten, wat 86 % van het geschatte foutenpercentage uitmaakte.

Voorbeeld van niet-gedane uitgaven: tekortkomingen in de controlesystemen van de EU-delegaties voor de verrekening van voorfinanciering

Bij een van de EU-delegaties die wij dit jaar hebben bezocht, ontdekten we dat zes van de negen door ons gecontroleerde verrichtingen hetzelfde soort fout vertoonden. De Commissie had voorfinancieringsverrichtingen verrekend op basis van de door de begunstigde opgegeven totale uitgaven van 11 miljoen EUR. Uit onze controles bleek dat de werkelijke uitgaven voor de betrokken projecten 3,8 miljoen EUR bedroegen. Het verschil, 7,2 miljoen EUR, bestond uit vastleggingen die nog niet waren uitgegeven. Wij waren daarom van mening dat deze uitgaven niet waren gedaan en dus niet subsidiabel waren.

Het feit dat we deze fout ontdekten in twee derde van de verrichtingen die we controleerden, wijst op een tekortkoming in de werking van de internecontrolesystemen van de delegatie voor de verrekening van voorfinanciering.

Evenals in voorgaande jaren hadden we te maken met vertragingen bij de ontvangst van de gevraagde documentatie van sommige internationale organisaties en, als gevolg daarvan, bij het uitvoeren van onze werkzaamheden. Deze organisaties boden slechts beperkte toegang tot documenten (bijv. in read-onlyformaat), wat de planning, uitvoering en kwaliteitscontrole van onze werkzaamheden belemmerde. Deze moeilijkheden bleven zich voordoen ondanks de pogingen van de Commissie om ze op te lossen door middel van voortdurende communicatie met de betrokken internationale organisaties.

RFP-studie van DG INTPA

In 2022 heeft DG INTPA zijn elfde RFP-studie door een externe contractant laten verrichten. Het doel van de studie is een schatting te maken van het percentage van deze fouten die zijn ontsnapt aan alle beheerscontroles van DG INTPA die dienen ter voorkoming, opsporing en correctie van dergelijke fouten op zijn gehele bevoegdheidsterrein teneinde conclusies te trekken over de doeltreffendheid van die controles.

Net als in voorgaande jaren gebruikte DG INTPA voor de RFP-studie van 2022 een steekproefomvang van 480 verrichtingen (van sommige verrichtingen in de steekproef was de waarde hoger dan het steekproefinterval; daarom was de uiteindelijke steekproefomvang 407). In de studie werd het RFP geraamd op 1,15 %; dit percentage ligt voor het zevende achtereenvolgende jaar onder de door de Commissie vastgestelde materialiteitsdrempel van 2 %.

De RFP-studie vormt geen assuranceopdracht of controle; ze is gebaseerd op de RFP-methodologie en -handleiding van DG INTPA. In onze eerdere jaarverslagen over de EOF´s werden al beperkingen in de studies beschreven die mogelijk hebben bijgedragen tot de onderschatting van het RFP.

Wij hebben de berekeningsmethode onderzocht die werd gebruikt voor de RFP-studie van 2022 en kwamen tot de conclusie dat de methodologie voor het extrapoleren van posten met een hoge waarde niet duidelijk genoeg was. Als gevolg daarvan had de externe contractant posten met een hoge waarde (d.w.z. met een waarde die hoger is dan het steekproefinterval) uit de steekproef niet correct geëxtrapoleerd. We zijn van mening dat het RFP te laag werd ingeschat. Onze berekening resulteerde in een RFP van 1,35 %.

Evaluatie van het JAV 2022

De betrouwbaarheidsverklaring van de directeur-generaal in het JAV 2022 omvat geen punten van voorbehoud. We zijn van oordeel dat er ten onrechte geen punten van voorbehoud zijn opgenomen in het JAV 2022 en dat dit deels te wijten is aan de tekortkomingen van de RFP-studie.

Wegens verkeerde extrapolatie van posten met een hoge waarde overschreed het foutenpercentage voor uitgaven met betrekking tot indirect beheer met derde organisaties de materialiteitsdrempel van 2 %. De Commissie had daarom een voorbehoud moeten formuleren voor deze uitgavencategorie, die 42,7 % van de relevante uitgaven van INTPA vertegenwoordigt.

Wat wij aanbevelen

Wij bevelen aan dat de Commissie:

  • nagaat of alle boeksaldi voor afgesloten EOF’s tijdig worden verrekend en of de informatie in de jaarrekening tijdig wordt bijgewerkt;
  • nagaat of voorfinanciering en facturen tijdig in de jaarrekeningen zijn verrekend;
  • passende maatregelen neemt ter verbetering van de controlesystemen van de EU-delegaties, zodat bedragen die nog niet zijn uitgegeven maar wel als gemaakte kosten worden gedeclareerd, worden geïdentificeerd voordat betalingen worden verricht of uitgaven worden verrekend;
  • begunstigden van EU-projecten er nogmaals op wijst dat zij zich moeten houden aan de contractvoorwaarden met betrekking tot de subsidiabiliteit van btw, en de nodige controles uitvoert om ervoor te zorgen dat aftrekbare btw niet ten laste van projecten wordt gebracht;
  • rekening houdt met alle beschikbare technische en financiële informatie waarmee fouten kunnen worden voorkomen, opgespoord of gecorrigeerd voordat uitgaven worden aanvaard, en
  • de methodologie verbetert die wordt gebruikt voor de RFP-studie, zodat posten met een hoge waarde correct worden geëxtrapoleerd, en controleert of de contractant deze methodologie correct toepast.

Wilt u meer weten? Alle informatie over onze controle van de EOF’s is te vinden in het Jaarverslag 2022 over de activiteiten gefinancierd uit het negende, tiende en elfde Europees Ontwikkelingsfonds.

Achtergrondinformatie

De Europese Rekenkamer en haar werk

De ERK is de onafhankelijke extern controleur van de EU. Wij zijn gevestigd te Luxemburg en hebben ongeveer 900 medewerkers van alle EU-nationaliteiten in dienst. Het is onze opdracht om bij te dragen tot de verbetering van de administratie en het financieel beheer van de EU, om verantwoording en transparantie te bevorderen en op te treden als onafhankelijk hoedster van de financiële belangen van de burgers van de EU. Onze controleverslagen en adviezen vormen een essentieel onderdeel van de verantwoordingsketen van de EU. Ze worden gebruikt om degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van EU-beleid en -programma’s (de Commissie, andere EU-instellingen en -organen, en overheden van de lidstaten) ter verantwoording te roepen. Wij waarschuwen voor risico’s, verschaffen zekerheid, wijzen op tekortkomingen en goede praktijken en geven EU-beleidsmakers en -wetgevers advies over de wijze waarop ze EU-beleid en -programma’s beter kunnen beheren. Door middel van ons werk zorgen we ervoor dat de Europese burgers weten hoe hun geld wordt uitgegeven.

team

Opmerking: Per juli 2023.

Onze output

Wij produceren:

  • jaarverslagen, die voornamelijk de resultaten omvatten van de werkzaamheden in het kader van de financiële en nalevingsgerichte controle van de begroting van de EU en de Europese Ontwikkelingsfondsen, maar ook aspecten met betrekking tot begrotingsbeheer en prestaties;
  • speciale verslagen, die de resultaten weergeven van geselecteerde controles van specifieke beleids- of uitgaventerreinen, of begrotings- of beheerskwesties.
  • specifieke jaarverslagen over de agentschappen, gedecentraliseerde organen en gemeenschappelijke ondernemingen van de EU;
  • adviezen over nieuwe of geactualiseerde wetgeving met een significante impact op het financieel beheer — op verzoek van een andere instelling of op ons eigen initiatief;
  • analyses, die een beschrijving geven van of informatie geven over beleid, systemen, instrumenten of specifiekere onderwerpen.

De controleaanpak voor onze betrouwbaarheidsverklaring in het kort

De oordelen in onze betrouwbaarheidsverklaring zijn gebaseerd op objectieve controle-informatie die wordt verkregen door middel van controletests die worden uitgevoerd overeenkomstig internationale controlestandaarden.

Zoals aangegeven in onze strategie 2021‑2025 zullen wij voor het MFK 2021‑2027 onze controleaanpak blijven ontwikkelen en gebruik blijven maken van beschikbare gegevens en informatie, zodat wij sterke zekerheid kunnen blijven bieden op basis van ons in het Verdrag vastgelegde mandaat en in volledige overeenstemming met de internationale controlestandaarden voor de publieke sector.

Betrouwbaarheid van de rekeningen

Verschaft de jaarrekening van de EU volledige en juiste informatie?

Ieder jaar genereren de directoraten-generaal van de Commissie honderdduizenden boekingen op basis van informatie die afkomstig is uit vele verschillende bronnen (waaronder de lidstaten). We controleren of de boekhoudkundige processen naar behoren werken en of de daaruit voortvloeiende boekhoudkundige gegevens volledig zijn, correct werden vastgelegd en naar behoren worden gepresenteerd in de financiële staten van de EU. Voor de controle van de betrouwbaarheid van de rekeningen passen we de op een attestopdracht gebaseerde aanpak al toe sinds ons eerste oordeel in 1994.

  • We beoordelen het boekhoudsysteem om te waarborgen dat het systeem een goede basis biedt voor het opstellen van betrouwbare gegevens.
  • We beoordelen essentiële boekhoudprocedures om te waarborgen dat zij goed werken.
  • We verrichten analytische controles van boekhoudgegevens om te waarborgen dat deze op consistente wijze worden gepresenteerd en redelijk lijken.
  • We controleren een steekproef van boekingen rechtstreeks om te waarborgen dat de onderliggende verrichtingen inderdaad bestaan en nauwkeurig zijn vastgelegd.
  • We controleren de financiële overzichten om te waarborgen dat deze de financiële situatie getrouw weergeven.

Regelmatigheid van de verrichtingen

Voldoen de aan de EU-rekeningen ten grondslag liggende ontvangsten- en betalingsverrichtingen aan de regels?

Uit de EU-begroting worden miljoenen betalingen gedaan aan begunstigden in de EU en elders in de wereld. Het merendeel van deze uitgaven wordt beheerd door de lidstaten. Om de bewijzen te verzamelen die we nodig hebben, beoordelen we de systemen waarmee ontvangsten en verrichte betalingen (d.w.z. saldobetalingen en verrekening van voorschotten) worden beheerd en gecontroleerd en onderzoeken we een steekproef van verrichtingen.

Als aan de voorwaarden van de relevante internationale controlestandaarden is voldaan, evalueren we de toetsingen en controles die zijn verricht door degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de EU-begroting en voeren we deze opnieuw uit. Zodoende houden we volledig rekening met corrigerende maatregelen die eventueel zijn genomen op basis van deze controles.

  • We beoordelen de systemen voor ontvangsten en uitgaven om te bepalen hoe doeltreffend ze zijn in het waarborgen van de regelmatigheid van de verrichtingen.
  • We trekken statistische steekproeven van verrichtingen die de basis vormen voor een gedetailleerde toetsing door onze auditors. We onderzoeken de verrichtingen uit de steekproef nauwkeurig, ook ter plaatse bij de eindbegunstigden (bijv. landbouwers, onderzoeksinstituten of bedrijven die openbaar aanbestede werken uitvoeren of diensten leveren), om bewijs te verkrijgen dat elke onderliggende gebeurtenis ook heeft plaatsgevonden, naar behoren is vastgelegd en voldoet aan de regelgeving die geldt voor het verrichten van betalingen.
  • We analyseren fouten en merken deze aan als kwantificeerbaar of niet-kwantificeerbaar. Verrichtingen vertonen kwantificeerbare fouten indien de betaling volgens de regels niet had mogen worden goedgekeurd. Wij extrapoleren de kwantificeerbare fouten om een geschat foutenpercentage te verkrijgen voor elk terrein waarvoor we een specifieke beoordeling verrichten. Vervolgens zetten we het geschatte foutenpercentage af tegen een materialiteitsdrempel van 2 % en beoordelen we of de fouten van diepgaande invloed zijn.
  • In onze oordelen houden we rekening met deze beoordelingen en andere relevante informatie, zoals de jaarlijkse activiteitenverslagen en verslagen van andere externe auditors.
  • Al onze bevindingen bespreken we met zowel de autoriteiten in de lidstaten als de Commissie om te bevestigen dat onze feiten kloppen.
Welke controleaanpak en -methodologie hanteren wij voor de betrouwbaarheidsverklaring met betrekking tot de regelmatigheid van de RRF-uitgaven?
  • Wij brengen een afzonderlijk advies uit over de regelmatigheid van de RRF-uitgaven als onderdeel van onze betrouwbaarheidsverklaring over de EU-begroting. De reden hiervoor is dat we het RRF-uitvoeringssysteem als een bijzonder en tijdelijk instrument beschouwen. Met dit advies streven wij ernaar redelijke zekerheid te bieden over de betalingen en in de betrouwbaarheidsverklaring gedetailleerde informatie te verstrekken op basis van dit advies (zie figuur 17).
  • Wij ontlenen onze zekerheid grotendeels aan gegevensgerichte toetsing en de beoordeling van de toezicht- en controlesystemen. Onze zekerheid wordt aangevuld met de JAV’s, het AMPR en de verslagen van de dienst Interne Audit.
  • Onze werkzaamheden zijn in overeenstemming met de internationale controlestandaarden en waarborgen dat onze controleoordelen worden gestaafd door voldoende en passende controle-informatie.

Figuur 17 — Controleoordeel over de RRF

Figuur 17 — Controleoordeel over de RRF

Bron: ERK.

Al onze publicaties zijn te vinden op onze website: www.eca.europa.eu. Meer informatie over het controleproces of de betrouwbaarheidsverklaring is te vinden in bijlage 1.1 bij ons Jaarverslag 2022.

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (https://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2023

PRINT ISBN 978-92-849-0899-8 doi:10.2865/392178 QJ-09-23-357-NL-C
PDF ISBN 978-92-849-0859-2 doi:10.2865/622235 QJ-09-23-357-NL-N
HTML ISBN 978-92-849-0889-9 doi:10.2865/93330 QJ-09-23-357-NL-Q

AUTEURSRECHT

© Europese Unie, 2023

Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is uiteengezet in Besluit nr. 6-2019 van de ERK over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.

Tenzij anders aangegeven (bijv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor inhoud van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Als algemene regel geldt derhalve dat hergebruik is toegestaan mits de bron correct wordt vermeld en eventuele wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker van ERK-inhoud mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.

Aanvullende toestemming moet worden verkregen indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeelsleden van de ERK, of werken van derden bevat.

Indien dergelijke toestemming wordt verkregen, wordt de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.

Voor de volgende afbeeldingen is hergebruik toegestaan mits de auteursrechthebbende, de bron en, voor zover genoemd, de naam van de fotografen worden vermeld:

*, *: © Europese Unie, 2023, bron: Europese Rekenkamer.

Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan dient u de auteursrechthebbende mogelijk rechtstreeks om toestemming te vragen:

*: figuur 2 is ontworpen met behulp van iconen van Flaticon.com. © Freepik Company S.L. Alle rechten voorbehouden.

*: tabel 1 is ontworpen met behulp van iconen van Flaticon.com. © Freepik Company S.L. Alle rechten voorbehouden.

*: © Getty Images, 2017 / Miorag Gajic.

*: © stock.adobe.com / Bits and Splits.

*: eigendom van en bewerkt door AGEA — © CGR SpA (Compagnia Generale Ripreseaeree), alle rechten voorbehouden.

*: © stock.adobe.com / BillionPhotos.com.

*: © depositphotos.com.

*: © stock.adobe.com / bluedesign.

*: © stock.adobe.com / RioPatuca Images.

*: © stock.adobe.com / Andrii Yalanskyi.

*: figuur 17 is ontworpen met behulp van iconen van Flaticon.com. © Freepik Company S.L. Alle rechten voorbehouden, inclusief het door de ERK aangepaste pictogram van een tandwiel, © stock.adobe.com / Ramziia.

Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid van de ERK inzake hergebruik.

De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.

Gebruik van het ERK-logo

Het logo van de ERK mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de ERK.

HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?

Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-centra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde centrum online (european-union.europa.eu/contact-eu/meet-us_nl).

Bel of schrijf
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

  • te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen);
  • te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
  • het onlineformulier in te vullen: european-union.europa.eu/contact-eu/write-us_nl

WAAR VINDT U INFORMATIE OVER DE EU?

Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website (european-union.europa.eu).

EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU bekijken of bestellen op op.europa.eu/nl/publications. Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke documentatiecentrum (european-union.europa.eu/contact-eu/meet-us_nl).

EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR‑Lex (eur-lex.europa.eu).

Open data van de EU
Het portaal data.europa.eu biedt toegang tot opendatabestanden van de instellingen, organen en agentschappen van de EU. Deze kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden. Het portaal biedt ook toegang tot een grote hoeveelheid databestanden van de Europese landen.