EU-investeringen in culturele voorzieningen: een onderwerp dat meer aandacht en coördinatie verdient
Over het verslag:
Op het gebied van cultuur is de overkoepelende doelstelling voor de EU, zoals bepaald in het Verdrag, haar rijke verscheidenheid van cultuur te eerbiedigen en toe te zien op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed. Aangezien cultuur hoofdzakelijk onder de bevoegdheden van de lidstaten valt, kan de Unie slechts de samenwerking tussen de lidstaten aanmoedigen en hun optreden ondersteunen of aanvullen.
Wij hebben de economische, sociale en culturele gevolgen van EFRO-investeringen in culturele voorzieningen alsmede de financiële en fysieke duurzaamheid van deze voorzieningen beoordeeld. We onderzochten de werkzaamheden van de Commissie en beoordeelden 27 projecten uit 7 lidstaten.
De conclusie van de controle was dat het huidige kader te weinig doelgericht is en dat daarbinnen meer coördinatie nodig is om de doeltreffendheid en duurzaamheid van de EFRO-investeringen in culturele voorzieningen te waarborgen.
Speciaal verslag van de ERK, uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU.
Samenvatting
IDe meeste Europeanen zijn van mening dat cultureel erfgoed belangrijk is voor henzelf en voor hun gemeenschap, regio, land en de EU in haar geheel. Cultuur is een breed concept dat diverse activiteiten omvat. In dit speciaal verslag wordt onder “culturele voorzieningen” verstaan de fysieke infrastructuur waar Europeanen cultuur kunnen ervaren.
IIHet culturele kader van de EU is voornamelijk gedefinieerd in de Verdragen. Hierin is een overkoepelende doelstelling voor de EU vastgesteld om haar rijke verscheidenheid van cultuur te eerbiedigen en toe te zien op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed. Cultuur valt hoofdzakelijk onder de bevoegdheden van de lidstaten. De Unie kan slechts de samenwerking tussen de lidstaten aanmoedigen en hun optreden ondersteunen of aanvullen.
IIIWe hebben de doeltreffendheid en duurzaamheid van de EFRO-investeringen in culturele voorzieningen onderzocht door middel van een beoordeling van de geschiktheid van het culturele kader van de EU, de afstemming ervan op financieringsregelingen en de uitvoering van de EFRO-financiering.
IVDe controle was gericht op de economische, sociale en culturele gevolgen van deze investeringen en op de financiële en fysieke duurzaamheid van deze voorzieningen. We hebben de werkzaamheden van de Commissie onderzocht en 27 projecten uit 7 lidstaten beoordeeld. We hebben ook gesprekken gevoerd met deskundigen iop dit gebied.
VIn het algemeen was de conclusie van de controle dat het huidige kader te weinig doelgericht is en er binnen het kader meer coördinatie nodig is om de doeltreffendheid en duurzaamheid van de EFRO-investeringen in culturele voorzieningen te waarborgen. We maakten de volgende opmerkingen.
VIMet betrekking tot het kader voor EU-investeringen in culturele voorzieningen stelden we het volgende vast.
- Cultuur komt niet aan de orde in de overkoepelende EU 2020-strategie van de Commissie. Het strategische kernkader van de EU voor cultuur is complex en komt slechts gedeeltelijk tot uitdrukking in de EU-financiering. Het vertalen van de doelstellingen ervan naar beleid op het niveau van de lidstaten blijft volgens de Commissie een uitdaging.
- De Commissie ontwikkelde meerdere initiatieven waarmee culturele voorzieningen kunnen worden gepromoot, maar culturele initiatieven van de EU hebben een zeer beperkte impact op de beschikbaarheid van EU-middelen voor begunstigden. De EFRO-verordening bevat geen bepalingen ten gunste van culturele voorzieningen die deelnemen aan een cultureel initiatief van de EU. De coördinatie tussen de EU-fondsen onderling voor investeringen in culturele voorzieningen is ook beperkt.
- Op EU-niveau worden investeringen in infrastructuur voornamelijk gefinancierd via het EFRO, dat een belangrijke bron van financiering is voor publieke investeringen in culturele voorzieningen in ongeveer een derde van de lidstaten. Investeringen in culturele voorzieningen worden in het kader van het EFRO echter niet als prioriteit behandeld; het EFRO ondersteunt een andere doelstelling van het Verdrag, namelijk het bevorderen van de sociale en economische samenhang. Op nationaal niveau troffen we voorbeelden aan van initiatieven van de lidstaten om culturele voorzieningen te financieren op basis van particuliere middelen.
Met betrekking tot de doeltreffendheid en duurzaamheid van de gecontroleerde EFRO-projecten stelden we het volgende vast.
- Ondanks het streven van de EU om de sociale impact van culturele steunmaatregelen te verbeteren, zijn de doelstellingen van de OP’s en projecten in het kader van het EFRO voornamelijk economisch van aard. Culturele aspecten worden in de gecontroleerde OP’s het minst vaak behandeld en de meeste beheersautoriteiten wegen culturele aspecten niet eens mee als criterium bij het selecteren van projecten.
- De projectprestaties konden slechts voor enkele van de afgeronde gecontroleerde projecten worden beoordeeld. De projecten waren operationeel maar we troffen meerdere tekortkomingen aan in de selectie van en de verslaglegging over indicatoren die de mogelijkheid beperkten om de gemelde gegevens te gebruiken om conclusies te trekken over de projectprestaties.
- Het behoud van bedreigde voorzieningen kan niet uit het EFRO worden gefinancierd tenzij de werkzaamheden onmiddellijke economische en sociale effecten hebben. Dit geldt ook voor Creatief Europa. Het zorgen voor een economische impact, vaak door middel van strategieën om het toerisme te bevorderen, kan contraproductief zijn voor het behoud van erfgoed.
- De gecontroleerde culturele voorzieningen zijn over het algemeen afhankelijk van overheidssubsidies voor de exploitatie en de financiering van de investeringskosten. In het huidige financieringskader wordt het genereren van inkomsten onvoldoende gestimuleerd. De EFRO-vereisten voor inkomstengenererende projecten houden in dat hoe hoger de door het project gegenereerde netto-inkomsten zijn, hoe minder EU-steun wordt verleend. Inkomstengenererende activiteiten werden ook zelden gestimuleerd in de selectieprocedures die wij controleerden.
Om een goed financieel beheer te waarborgen bij het investeren in culturele voorzieningen, bevelen wij aan dat de Commissie:
- het bestaande strategische kader voor cultuur verbetert, binnen haar bevoegdheid op grond van de Verdragen;
- het gebruik van particuliere middelen voor de instandhouding van het culturele erfgoed van Europa bevordert;
- de financiële duurzaamheid van uit het EFRO gefinancierde culturele voorzieningen versterkt;
- meer specifieke maatregelen neemt om erfgoed in stand te houden.
Inleiding
Cultuur en culturele voorzieningen
01De meeste Europeanen zijn van mening dat cultureel erfgoed belangrijk is voor henzelf en voor hun gemeenschap, regio, land en de EU in haar geheel1. Cultuur is ook een hulpbron en werd door de Commissie aangewezen als drijvende kracht achter groei, werkgelegenheid en sociale inclusie en als waardevol voor het versterken van de internationale betrekkingen van de EU2. Volgens statistieken van Eurostat waren in 2018 in de EU 8,7 miljoen mensen werkzaam in de culturele sector: 3,8 % van de totale werkgelegenheid3.
02Cultuur is een breed concept dat diverse activiteiten (bijv. handwerk, kunst en audiovisuele activiteiten) in verschillende economische sectoren (bijv. productie, diensten en communicatie) omvat. In dit speciaal verslag wordt onder “culturele voorzieningen” verstaan de fysieke infrastructuur waar Europeanen cultuur kunnen ervaren. We maken onderscheid tussen erfgoed (oude historische voorzieningen) en nieuwe culturele infrastructuur (nieuwe gebouwen die worden gebruikt voor de bevordering van kunst, muziek, theater, enz.).
03De beleidsvorming inzake cultuur op EU-niveau kreeg in 2017 een impuls, met verzoeken aan EU-leiders om meer te doen op het gebied van onderwijs en cultuur4. Meer recentelijk heeft de Europese Raad, in zijn nieuwe strategische agenda 2019‑2024, toegezegd te “investeren in cultuur en in ons cultureel erfgoed, die de kern vormen van onze Europese identiteit”5.
Beleidskader
04In de Verdragen is bepaald dat de EU “haar rijke verscheidenheid van cultuur [eerbiedigt] en [toeziet] op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed”6 en dat de EU cultuur in de lidstaten moet ondersteunen7. In de Verdragen zijn ook de beleidsterreinen gedefinieerd waarop de EU kan optreden (verbreiding van de cultuur, cultureel erfgoed, culturele uitwisseling op niet-commerciële basis, scheppend werk op artistiek en literair gebied, externe samenwerking). Er is bovendien bepaald dat bij maatregelen op andere beleidsterreinen rekening moet worden gehouden met culturele aspecten, een algemeen vereiste dat ook wel “mainstreaming” wordt genoemd8.
05De EU heeft geen wetgevende bevoegdheid op het gebied van cultuur. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de beleidsvorming op dit gebied. In 2017 besteedden de lidstaten 1 % van hun overheidsuitgaven aan culturele diensten, m.a.w. er werd 132 EUR per EU-burger uitgegeven ter ondersteuning van culturele activiteiten. Daarvan werd ongeveer 15 % besteed aan culturele investeringen (d.w.z. de verwerving, bouw of restauratie van cultuurgoederen, met inbegrip van fysieke werkzaamheden aan culturele voorzieningen). In bijlage I is meer informatie opgenomen over overheidsuitgaven voor culturele diensten en culturele investeringen in de gehele EU.
06Het kader voor EU-samenwerking op het gebied van cultuur wordt door de Commissie vastgesteld in de vorm van een Europese agenda voor cultuur. De eerste daarvan werd in 20079 door de Commissie vastgesteld; in 201810 stelde zij een nieuwe vast (hierna: “de nieuwe agenda”). De nieuwe agenda heeft drie strategische doelstellingen:
- sociale dimensie — de kracht van cultuur en culturele verscheidenheid benutten voor sociale samenhang en welzijn door culturele participatie, de mobiliteit van kunstenaars en de bescherming van erfgoed te bevorderen;
- economische dimensie — banen en groei in de culturele en de creatieve sector stimuleren door kunst en cultuur in het onderwijs aan te moedigen, gewenste vaardigheden te bevorderen en culturele innovatie aan te moedigen;
- externe dimensie — de internationale culturele betrekkingen verstevigen door cultuur te benutten ter bevordering van duurzame ontwikkeling en vrede.
In de nieuwe agenda zijn de maatregelen vastgesteld die de Commissie moet nemen en worden de lidstaten uitgenodigd om specifieke punten aan te pakken. De lidstaten stellen hun prioriteiten voor de samenwerking op EU-niveau op het gebied van cultuur en hun werkmethoden vast door middel van werkplannen voor cultuur die door de Raad van Ministers worden aangenomen. Het meest recente werkplan beslaat de periode van 2019 tot en met 202211.
Duurzaamheid en cultuur
08De EU en haar lidstaten zijn ook actief op multilaterale fora en in organisaties die beleid op het gebied van cultuur en cultureel erfgoed behandelen, zoals de Raad van Europa en Unesco. Recentelijk hebben de EU-lidstaten zich ertoe verbonden de duurzameontwikkelingsdoelstellingen na te streven die werden ontwikkeld door Unesco12, waarmee de doelstelling van duurzame ontwikkeling, zoals uiteengezet in de Verdragen, is versterkt13. De Raad heeft duurzaamheid op het gebied van cultureel erfgoed bovendien aangemerkt als prioriteit voor het huidige werkplan voor cultuur 2019‑2022.
Bestuursregelingen bij de Commissie
09Op dit moment is het directoraat-generaal Onderwijs, Jongerenzaken, Sport en Cultuur (DG EAC) verantwoordelijk voor het ontwikkelen en uitvoeren van aan cultuur gerelateerd beleid. De Commissie beheert het programma Creatief Europa, het enige fonds dat uitsluitend gericht is op de culturele en de creatieve sector van de EU14, om de EU-beleidsvorming inzake cultuur te ondersteunen.
10Investeringen in infrastructuur in verband met cultuur kunnen alleen in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) door de EU worden gefinancierd. Van de ESI-fondsen is het EFRO15 de belangrijkste bron van EU-financiering voor investeringen in culturele voorzieningen. Het EFRO wordt in gedeeld beheer uitgevoerd door de Commissie en de lidstaten. Dat betekent dat de partnerschapsovereenkomsten (PO’s) en operationele programma’s (OP’s) in het kader van het EFRO worden opgesteld door de lidstaten en moeten worden goedgekeurd door de Commissie.
11In het kader van het mainstreambeginsel zijn ook verschillende andere EU-fondsen beschikbaar voor aan cultuur gerelateerde projecten, zowel binnen als buiten de EU. Dit betekent dat ook verschillende directoraten-generaal betrokken zijn bij de daadwerkelijke uitvoering van een cultureel strategisch kader door middel van andere EU-beleidsmaatregelen en financieringsinstrumenten (zie bijlage II).
Reikwijdte en aanpak van de controle
12Met het oog op de verhoogde aandacht voor cultuur op EU-niveau hebben we besloten een controle uit te voeren van de doeltreffendheid en duurzaamheid van de EU-investeringen in culturele voorzieningen, d.w.z. de verwerving, het herstel en de aanleg van nieuwe culturele infrastructuur en erfgoedvoorzieningen. Daartoe hebben we het belangrijkste EU-fonds gecontroleerd dat beschikbaar is voor die investeringen (EFRO) en de volgende aspecten beoordeeld.
Deel 1: Duurzaamheid van het culturele kader van de EU en afstemming met financieringsregelingen voor investeringen in culturele voorzieningen
- de duurzaamheid van het strategisch en wettelijk kader dat op EU-niveau bestaat voor EU-investeringen in culturele voorzieningen;
- de afstemming tussen financiële en beleidsinstrumenten in het kader van initiatieven van de Commissie, met name met Creatief Europa en het Elfpo;
- de afstemming van de EFRO-financiering met andere EU-fondsen.
Deel 2: Uitvoering van de EFRO-financiering
- de steun en richtsnoeren van de Commissie voor de lidstaten bij het goedkeuren van partnerschapsovereenkomsten (PO’s) en operationele programma’s (OP’s) om te waarborgen dat de financiering van culturele voorzieningen doeltreffende en duurzame resultaten oplevert;
- de doeltreffendheid en duurzaamheid van de resultaten van EFRO-projecten inzake culturele voorzieningen.
De controle was gericht op de economische, sociale en culturele effecten van EFRO-investeringen in culturele voorzieningen en op de financiële en fysieke duurzaamheid van deze voorzieningen, en had betrekking op de programmeringsperioden 2007‑2013 en 2014‑2020 in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei”, evenals op het ontwerp voor de programmeringsperiode na 2020.
14Op EU-niveau onderzochten we de werkzaamheden van het directoraat-generaal dat verantwoordelijk is voor cultuur (DG EAC) en het directoraat-generaal dat verantwoordelijk is voor het EFRO (DG REGIO). Op het niveau van de lidstaten:
- hebben we drie lidstaten bezocht (Italië, Polen en Portugal) en controles van de stukken met een beperktere omvang uitgevoerd voor vier aanvullende lidstaten (Kroatië, Frankrijk, Duitsland en Roemenië). We hebben deze lidstaten gekozen omdat zij tot de belangrijkste ontvangers van EFRO-steun voor investeringen in culturele voorzieningen behoren;
- hebben we 14 OP’s beoordeeld (zie bijlage III voor de lijst van OP’s die we hebben gecontroleerd);
- hebben we 27 projecten gecontroleerd, waarvan 15 ter plaatse en 12 door middel van een controle van de stukken (zie tabel 1 en bijlage IV). De projecten werden geselecteerd op basis van een breed scala aan criteria: uitgegeven of vastgelegde bedragen, soort voorziening (erfgoed of nieuwe culturele infrastructuur), al dan niet bestaan van labels en deelname aan EU-initiatieven. We hebben ook een enquête onder de begunstigden van al deze projecten gehouden. Alle begunstigden hebben geantwoord. We hebben daarnaast 21 selectieprocedures gecontroleerd (zie bijlage V).
Tabel 1
Aantal en soort gecontroleerde projecten
| 2007-2013 | 2014-2020 | Totaal | ||
| Erfgoed | Nieuwe culturele infrastructuur | Erfgoed | ||
| Aantal projecten | 10 | 11 | 6 | 27 |
| Waarvan ter plaatse bezocht in: | ||||
| - Italië | 3 | 0 | 2 | 5 |
| - Polen | 1 | 2 | 2 | 5 |
| - Portugal | 1 | 2 | 2 | 5 | Waarvan beoordeeld voor: |
| - Duitsland | 1 | 2 | N.v.t. | 3 |
| - Frankrijk | 0 | 3 | N.v.t. | 3 |
| - Kroatië | 1 | 2 | N.v.t. | 3 |
| - Roemenië | 3 | 0 | N.v.t. | 3 |
Bron: ERK.
15Tot slot hebben we gesprekken gevoerd met medewerkers van internationale organisaties (het werelderfgoedcentrum van Unesco, culturele routes van de RvE, ICOMOS) en de ngo Europa Nostra, evenals met elf nationale deskundigen in de drie bezochte lidstaten, om beter zicht te krijgen op de behoeften en uitdagingen waarmee culturele voorzieningen te maken hebben en om goede praktijken te bepalen.
16We hopen dat de controle inzicht zal bieden in de relevantie en doeltreffendheid van de EU-steunmaatregelen met betrekking tot culturele voorzieningen. Meer in het algemeen willen we met de controle bijdragen aan het lopende debat over de plaats van cultuur in de EU.
Opmerkingen
Het bestaande kader voor EU-investeringen in culturele voorzieningen is te weinig doelgericht en de coördinatie is beperkt
Het strategisch kader voor EU-maatregelen op het gebied van cultuur is complex en komt slechts gedeeltelijk tot uitdrukking in de EU-financiering
17Een passend kader voor EU-investeringen in culturele voorzieningen is van essentieel belang voor een maximaal effect van de investeringen op de verwezenlijking van de in het kader vastgestelde doelstellingen. Dit vereist een duidelijk strategisch kader voor EU-maatregelen op het gebied van cultuur, waarbij de regelgevende kaders (d.w.z. de wetgeving inzake de EU-fondsen) en de niet-regelgevende (d.w.z. strategieën) goed op elkaar worden afgestemd. De doelstellingen moeten duidelijk worden vastgelegd op basis van vastgestelde behoeften en er moeten bijbehorende maatregelen worden ontworpen. De doelstellingen moeten realistisch zijn en worden aangepakt aan de hand van passende beleidsinstrumenten en financiering. De vereisten voor betrokkenen moeten worden vastgesteld in overeenstemming met hun bevoegdheden. De monitoring van het kader is essentieel voor de beoordeling van de vooruitgang bij het behalen van de doelstellingen.
Er bestaan meerdere strategische EU-kaders met invloed op de EU-maatregelen op het gebied van cultuur naast elkaar
18De strategische richting van de EU is geformuleerd in tienjarenplannen (de Lissabon- en de Europa 2020-strategie). In deze plannen komt cultuur niet aan de orde. Ze zijn bovendien niet afgestemd op de vijfjarige ambtstermijn van de Commissie of op de financieringsperioden van zeven jaar van de EU.
19Wat de culturele beleidsvorming op EU-niveau betreft, beschikt de EU over een kader dat verschillende niveaus van verantwoordelijkheid omvat (zie de paragrafen 04-07). Op het hoogste niveau hiervan is het kader gedefinieerd in de Verdragen en de internationale verplichtingen van de EU (bijv. het Unescoverdrag betreffende diversiteit van cultuuruitingen van 2005). Het wordt verder uitgewerkt in de agenda’s van de Commissie en de vierjarige werkplannen voor cultuur van de Raad; deze vormen samen het culturele kernkader van de EU. Dit kader wordt aangevuld door verschillende strategisch belangrijke documenten (zie bijlage VI). In een eerdere publicatie wezen we er reeds op dat het naast elkaar bestaan van meerdere strategische kaders, met overlappende perioden en doelstellingen, ingewikkeld is en verwarrend kan zijn (zie afbeelding 1)16.
Afbeelding 1
Tijdlijn van gebeurtenissen
Bron: ERK.
De complexiteit wordt verder verergerd doordat verschillende actoren (Commissie, Raad en de lidstaten) naast elkaar bestaan die tegelijkertijd culturele maatregelen ontwikkelen en uitvoeren zonder dat systematisch wordt verwezen naar de agenda’s van de Commissie. Binnen de Commissie wordt in verschillende beleidsmaatregelen, waarvoor verschillende afdelingen verantwoordelijk zijn, rekening gehouden met culturele aspecten (“mainstreaming”).
De monitoring van de doelstellingen van de agenda voor cultuur van de Commissie is onvoldoende ontwikkeld
21De belangrijkste gemeenschappelijke strategische doelstellingen die leidend zijn voor EU-maatregelen op het gebied van cultuur worden uiteengezet in de agenda’s van de Commissie (zie paragraaf 06). Deze zijn niet vertaald naar duidelijke operationele doelstellingen. Hoewel er ten aanzien van elke doelstelling veel voorbeelden zijn van EU-maatregelen, is het onduidelijk wat de EU met deze maatregelen wil bereiken. De nieuwe agenda bevat geen bepalingen met betrekking tot de monitoring van de verwezenlijking van de vastgestelde doelstellingen, noch indicatoren om de vooruitgang te meten. Volgens de Commissie is de reden hiervoor dat de Commissie en de lidstaten niet samen doelstellingen, indicatoren of streefdoelen hebben vastgesteld voor de culturele beleidsvorming. De Commissie maakt bovendien geen gebruik van de indicatoren die op programmaniveau beschikbaar zijn, d.w.z. de indicatoren die zijn vastgesteld in de verschillende EU-programma’s, om het succes van de uitvoering van de nieuwe agenda te beoordelen.
22De gecoördineerde actie met de lidstaten op dit gebied vindt plaats in het kader van de werkplannen voor cultuur van de Raad aan de hand van een niet-bindend intergouvernementeel kader voor samenwerking tussen de lidstaten, de zogeheten open coördinatiemethode (hierna: “OCM”). Volgens de Commissie “blijft het toch een uitdaging om [OMC-]aanbevelingen (…) om te zetten in beleidsvorming op nationaal en Europees niveau”17. Hoewel de culturele beleidskaders van de lidstaten in onze steekproef in grote lijnen aansluiten op de economische en sociale doelstellingen van de nieuwe agenda, werd er in geen daarvan specifiek verwezen naar de nieuwe agenda en verwezen er slechts twee naar de agenda van 2007.
Bij de belangrijkste EU-fondsen waarmee financiering voor cultuur wordt verstrekt, wordt geen rekening gehouden met de agenda van de Commissie
23Wat de EU-financiering betreft, is cultuur voornamelijk een middel om andere EU-prioriteiten en -doelstellingen te verwezenlijken (bijv. de ondersteuning van stedelijke en regionale ontwikkeling, ondernemingen en toerisme) in plaats van een kernprioriteit op zich. Deze prioriteiten worden aangepakt aan de hand van verschillende EU-fondsen. Het enige EU-fonds dat is ingesteld voor cultuur is het programma Creatief Europa, maar dit heeft een zeer beperkt budget. In het kader van dit programma wordt jaarlijks ongeveer 209 miljoen EUR uit de EU-begroting toegewezen18 aan cultuur in 28 lidstaten en 8 niet-EU-landen. Dit bedrag is ongeveer even hoog als de jaarlijkse exploitatiekosten van enkele afzonderlijke culturele voorzieningen. De Opera National de Paris maakte bijvoorbeeld 200,8 miljoen EUR aan kosten in 201819.
24Van de twaalf door ons geanalyseerde EU-fondsen waarmee cultuur kan worden ondersteund, verwees enkel de verordening inzake Creatief Europa naar de agenda van de Commissie van 2007 (zie bijlage II). De twee opeenvolgende agenda’s van de Commissie werden vastgesteld nadat de meerjarige financiële kaders voor de ESI-fondsen waren vastgesteld (zie afbeelding 1), waardoor hiermee geen rekening kon worden gehouden in de ESI-fondsen.
De Commissie heeft meerdere initiatieven ontwikkeld waarmee culturele voorzieningen kunnen worden gepromoot, maar de afstemming op de financieringsregelingen is beperkt
25Een passend kader voor EU-investeringen in culturele voorzieningen vereist doeltreffende afstemmingsregelingen tussen de verschillende beleidsmaatregelen die bijdragen tot de bevordering van culturele voorzieningen. Gecoördineerd optreden binnen de Commissie kan zorgen voor complementariteit tussen de EU-fondsen en een doelmatig gebruik van financiële middelen voor de ontwikkeling van de voorgestelde initiatieven waarborgen.
De Commissie heeft meerdere initiatieven ontwikkeld om culturele voorzieningen te promoten
26De Commissie ontwikkelde de afgelopen tien jaar een uitgebreide lijst van initiatieven om culturele voorzieningen te promoten, met name op het gebied van erfgoed. Het meest recente van deze initiatieven is het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018 (2018 European Year of Cultural Heritage, EYCH), dat heeft geleid tot een Europees actiekader voor cultureel erfgoed20 en dat de eerste Europese sectoroverschrijdende, geïntegreerde benadering van cultureel erfgoed was. Andere initiatieven omvatten het toekennen van onderscheidingen of labels om duurzaam toerisme te bevorderen of om een specifieke culturele voorziening onder de aandacht te brengen (zie tabel 2).
Tabel 2
EU-labels en -onderscheidingen die relevant zijn voor de bevordering van culturele voorzieningen
| Label/onderscheiding | Beschrijving |
| Culturele hoofdsteden van Europa (sinds 1985) | Een titel die elk jaar wordt toegekend aan twee verschillende Europese steden om hun culturele leven en culturele ontwikkeling onder de aandacht te brengen. |
| Europese erfgoedprijs (sinds 2002) | Bevordert beste praktijken in verband met het behoud, het beheer, het onderzoek, het onderwijs en de communicatie in verband met erfgoed. |
| Europese topbestemming (sinds 2006) | Bevordert duurzaam toerisme door de zichtbaarheid van opkomende, niet-traditionele Europese bestemmingen te vergroten. |
| Europees erfgoedlabel (sinds 2013) | Wordt toegekend aan erfgoed met een symbolische Europese waarde. Omvat ook immaterieel erfgoed. |
| Logo van het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed (sinds 2018) | Logo dat wordt gebruikt tijdens de evenementen en vieringen die worden georganiseerd in verband met het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed. |
| Europese hoofdstad van slim toerisme (sinds 2019) | Beloont toeristische bestemmingen voor hun duurzaamheid, toegankelijkheid, digitalisering, cultureel erfgoed en creativiteit. |
Bron: ERK.
27De autoriteiten van de lidstaten die wij bezochten, achtten het initiatief inzake culturele hoofdsteden van Europa (ECoC) als bijzonder bevorderlijk (zie tekstvak 1 voor een voorbeeld van een positieve impact die door de Portugese autoriteiten werd beschreven). Een van de gecontroleerde begunstigden bevestigde dat een aanzienlijke toename van het aantal bezoekers werd waargenomen toen Wrocław in 2016 culturele hoofdstad van Europa was. De deskundigen die wij ondervroegen, prezen ook enkele van de recente initiatieven van de Commissie (bijv. het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018, de nieuwe agenda).
Tekstvak 1
Voorbeeld van positieve impact van het initiatief inzake culturele hoofdsteden van Europa
De stad Guimarães in Portugal was in 2012 culturele hoofdstad van Europa. Volgens de studie achteraf die door de autoriteiten van de lidstaat werd uitgevoerd, omvatte het initiatief investeringen in culturele infrastructuur en stedelijke herkwalificatie, die ongeveer 41,7 miljoen EUR aan subsidiabele uitgaven beliepen, naast een cultureel programma dat gedurende 2012 werd uitgevoerd. Het aantal overnachtingen in de regio nam in dat jaar naar schatting met 43 % toe, een stijging die 2 111 banen opleverde.
Openingsceremonie van het ECoC in Guimarães
© Capital Europeia da Cultura Guimarães 2012.
Bron: Tussentijds verslag van de sociale en economische impact van Guimarães 2012.
Op internationaal niveau worden aanvullende labels toegekend aan culturele voorzieningen (zie bijlage VII). Het naast elkaar bestaan van meerdere labels en onderscheidingen leidt ertoe dat de beoogde waarde ervan onduidelijk is.
De culturele initiatieven van de Commissie worden in beperkte mate afgestemd op de financieringsregelingen van het EFRO
29We analyseerden de afstemming van de culturele initiatieven van DG EAC op het EFRO. We vroegen met name begunstigden van de bezochte projecten naar de effecten van het Europees erfgoedlabel en andere initiatieven van de Commissie. De culturele initiatieven van de Commissie hebben een zeer beperkte impact op de beschikbaarheid van EFRO-middelen voor begunstigden. De EFRO-verordening noch de EFRO-OP’s die onder deze controle vallen, bevatten bepalingen die ten goede zouden komen aan projecten die reeds deel uitmaken van een cultureel initiatief van de Commissie.
30Voor Unesco-voorzieningen zijn financieringsregelingen beschikbaar in het kader van het EFRO. Voor de programmeringsperiode 2014‑2020 is in de huidige EFRO-verordening een hogere limiet voor Unesco-voorzieningen vastgesteld (een maximum van 20 miljoen EUR aan EFRO-cofinanciering voor Unesco-voorzieningen en 10 miljoen EUR voor andere culturele voorzieningen)21. Het Unesco-label werd ook gebruikt als criterium voor de selectie van projecten bij 5 van de 21 selectieprocedures die wij onderzochten. Nationale labels werden ook van belang geacht door de autoriteiten in de lidstaten en in vier van de gecontroleerde selectieprocedures leverde het hebben van zo’n label projecten een voordeel op.
31Onze steekproef van projecten omvatte twee voorzieningen met een Europees erfgoedlabel en één voorziening die deelnam aan het ECoC-initiatief. De deelname van culturele voorzieningen aan EU-initiatieven werd door de autoriteiten van de lidstaten niet als criterium aangemerkt bij de selectie van projecten voor EFRO-financiering (zie bijlage V). De Commissie heeft dit ook niet aangeraden in de opmerkingen die zij maakte voordat zij de OP’s goedkeurde. De Europese jury die verantwoordelijk is voor de monitoring van Europese erfgoedvoorzieningen merkte op dat het ontbreken van financiering voor voorzieningen waaraan het label is toegekend de duurzaamheid en zichtbaarheid van het label in gevaar kon brengen22. Het label is ook een punt van zorg voor het Parlement, dat ervoor pleitte dat het meer zichtbaarheid krijgt23.
Voor investeringen in culturele voorzieningen is de complementariteit tussen EU-fondsen onvoldoende zichtbaar
32In overeenstemming met het mainstreambeginsel wordt de uitvoering van de in de agenda van de Commissie van 2007 vastgestelde doelstellingen de facto verspreid over verschillende beleidsmaatregelen en ondersteund uit verschillende fondsen die worden beheerd door 15 verschillende directoraten-generaal binnen de Commissie. De afstemming tussen de verschillende directoraten vindt voornamelijk plaats door middel van een interdepartementale groep voor cultuur en cultureel erfgoed en, bij de goedkeuring van relevante programma’s en verordeningen, door middel van overleg tussen de diensten.
33De resultaten van deze afstemming komen niet duidelijk naar voren in de verordeningen voor de verschillende EU-fondsen. Hoewel in de verordeningen, in uiteenlopende mate, enkele van de elementen van de agenda van 2007 tot uitdrukking zijn gebracht, verwijst geen van de EU-fondsen, met uitzondering van Creatief Europa, specifiek naar deze agenda en wordt cultuur in de meeste hiervan niet behandeld als doelstelling (zie paragraaf 24 en bijlage II).
34In de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen24 (GB-verordening) zijn regelingen uiteengezet ter bevordering van de coördinatie tussen de fondsen onderling, namelijk door middel van de vaststelling van een gemeenschappelijk strategisch kader en een vereiste voor de lidstaten om verslag uit te brengen over regelingen voor de coördinatie tussen de EU-fondsen in de PO’s en OP’s. We troffen met name voor culturele voorzieningen tekortkomingen aan in deze coördinatieregelingen.
35Ten eerste voert de Commissie, ondanks het feit dat erfgoed afhankelijk van de doelstellingen daarvan door verschillende ESI-fondsen kan worden gefinancierd, geen beoordeling uit van de complementariteit en mogelijke synergieën in het specifieke gebruik van de EU-fondsen voor erfgoed wanneer zij PO’s en OP’s vaststelt. De in de OP’s en PO’s omschreven coördinatieregelingen zijn algemeen en verwijzen niet altijd naar culturele voorzieningen. We analyseerden met name hoe Elfpo-investeringen in culturele voorzieningen in de PO’s, de nationale Elfpo-programma’s en de EFRO-OP’s werden onderscheiden van de EFRO-investeringen in culturele voorzieningen. In vier lidstaten waren de verschillen tussen de twee fondsen niet duidelijk en konden de twee EU-fondsen mogelijk hetzelfde soort project financieren.
36Ten tweede werd de afstemming op Creatief Europa of de voorloper daarvan (“het programma Cultuur”25) niet genoemd in de steekproef van strategische documenten van de drie lidstaten waarop onze controle betrekking had. Tot slot werd op projectniveau in het kader van 4 van de 21 beoordeelde selectieprocedures in onze steekproef complementariteit met andere EU-fondsen specifiek beloond als criterium voor financiering, zij het zonder dat Creatief Europa in het bijzonder werd genoemd. Als gevolg hiervan vormde bij slechts een van de culturele voorzieningen in onze steekproef een project van Creatief Europa een aanvulling op een EFRO-project.
Het EFRO is een instrument voor de structurering van investeringen van lidstaten in culturele voorzieningen, maar dergelijke investeringen worden niet behandeld als prioriteit in het kader van het EFRO
37In een passend kader voor investeringen in culturele voorzieningen moet het culturele kader van de EU worden weerspiegeld in het beleid met betrekking tot de EU-fondsen met de meeste beschikbare financiering voor investeringen in culturele voorzieningen, met name het EFRO. Daartoe moeten de doelstellingen van de Commissie op het gebied van cultuur duidelijk worden weerspiegeld in de partnerschapsovereenkomsten en operationele programma’s van de lidstaten.
Er wordt niet specifiek gemonitord hoeveel de EU in totaal uitgeeft aan investeringen in culturele voorzieningen
38Hoewel uitgaven voor cultuur slechts een klein deel van de totale EFRO-begroting vormen (ongeveer 4,7 miljard EUR gepland voor de programmeringsperiode 2014‑2020, wat overeenkomt met 2,3 %), is het EFRO de belangrijkste bron van EU-financiering voor investeringen in culturele voorzieningen. Op grond van de GB-verordening moeten de autoriteiten in de lidstaten uitgaven per categorie steunverlening rapporteren. Een van deze categorieën is “Bescherming, ontwikkeling en bevordering van het openbare culturele en historische erfgoed”. De categorie is echter breder dan investeringen in infrastructuur en de lidstaten gebruiken deze niet op consistente wijze. De ontwikkeling van de omvang van de EFRO-investeringen in cultuur en de monitoringregelingen ervan worden weergegeven in bijlage VIII.
39In 2014 bracht de Commissie de beschikbare EU-middelen voor maatregelen op het gebied van cultureel erfgoed in kaart26. Het betrof een niet-uitputtend overzicht27. Het bood geen gedetailleerde en geactualiseerde gegevens inzake de bedragen aan EU-financiering die werden toegewezen aan en besteed voor cultureel erfgoed, met inbegrip van hieraan gerelateerde fysieke investeringen. Deze informatie is onbekend, omdat het voor lidstaten en begunstigden in het kader van alle afzonderlijke EU-fondsen niet verplicht is om systematisch informatie te verstrekken over culturele maatregelen.
40De Commissie wil de verschillende soorten statistische gegevens over overheidsuitgaven voor cultuur en de effecten hiervan harmoniseren. De basisreferentie voor culturele statistieken van de EU is een verslag van het cultuurnetwerk van het Europees statistisch systeem van 201228. Eurostat geeft follow-up aan de door het netwerk verrichte werkzaamheden29. Het versterken van de empirische onderbouwing op EU-niveau is ook een van de belangrijkste beginselen van het huidige Europees actiekader voor cultureel erfgoed***. Tot dusverre is er echter geen verplicht EU-kader voor gegevensverzameling en verslaglegging op het gebied van cultuur of culturele voorzieningen.
Het EFRO voorziet in een kader voor investeringen van de lidstaten in culturele voorzieningen
41In een controleverslag van de ERK van 201730 merkten we op dat de huidige EFRO-verordening voorziet in een gestructureerdere benadering voor EU-steunmaatregelen dan in de programmeringsperiode 2007‑2013, door voor te schrijven dat de doelstellingen van de steunmaatregelen (specifieke doelstellingen/resultaten) en de manier waarop deze moeten worden behaald (vereiste financiering, te nemen maatregelen en verwachte output) op robuustere wijze worden uiteengezet in de OP’s. Dit is met name het geval wanneer maatregelen rond investeringsprioriteiten worden ontworpen, zoals cultureel erfgoed (zie paragraaf 44).
42Het kader voor de periode 2014‑2020 laat ook verbeteringen zien met betrekking tot indicatoren om de EFRO-steun voor culturele voorzieningen te meten en in de huidige verordening is een gemeenschappelijke outputindicator in verband met culturele voorzieningen vastgesteld. Voor de programmeringsperiode 2021‑2027 stelt de Commissie voor het aantal gemeenschappelijke indicatoren voor culturele voorzieningen te verhogen en, voor het eerst, gemeenschappelijke resultaatindicatoren op te nemen (zie bijlage VIII). In een recent ERK-advies hebben we de invoering van gemeenschappelijke indicatoren verwelkomd en merkten we op dat deze een belangrijke stap zijn op weg naar verscherpte aandacht voor prestaties31.
43Het belang van het EFRO-kader kan worden gezien in de culturele strategieën van de drie bezochte lidstaten. In de culturele strategie van Polen wordt cultuur beschouwd als middel om de economische en sociale samenhang tot stand te brengen waarnaar met het EFRO wordt gestreefd. In Italië heeft de regering een nationaal financieringsprogramma ontwikkeld om het nationale EFRO-OP voor cultuur32 aan te vullen, met dezelfde doelstellingen en financieringscriteria. In Portugal verzocht de Commissie erom dat de EU-financiering volgt op een inventarisatie waarbij de behoeften aan investeringen in culturele voorzieningen worden geanalyseerd en investeringsprioriteiten worden vastgesteld.
Het EFRO is een belangrijke bron van financiering voor publieke investeringen in culturele voorzieningen in sommige lidstaten
44De EFRO-verordening voorziet in een reeks thematische doelstellingen (TD’s) en investeringsprioriteiten waaruit de lidstaten kunnen kiezen naargelang hun behoeften. In de programmeringsperiode 2014‑2020 wordt erfgoed specifiek genoemd in verband met steun voor culturele voorzieningen onder investeringsprioriteit 6, onder c) “het behouden, beschermen, bevorderen en ontwikkelen van het natuurlijk en cultureel erfgoed” onder TD 6 “behoud en bescherming van het milieu en bevordering van efficiënte omgang met hulpbronnen”. Culturele voorzieningen kunnen ook worden ondersteund in het kader van andere investeringsprioriteiten, namelijk als onderdeel van de EFRO-steun voor innovatie (TD1) of het concurrentievermogen van kmo’s (TD3) of als onderdeel van een bredere territoriale ontwikkelingsstrategie ter bevordering van de werkgelegenheid (TD8) of sociale inclusie (TD9). Stadsvernieuwing, onder investeringsprioriteit 6, onder e), is ook een gemeenschappelijke prioriteit die wordt geselecteerd in de OP’s om culturele voorzieningen te ondersteunen.
45In de periode 2010‑2017 werd ongeveer 750 miljoen EUR per jaar aan EFRO-middelen geïnvesteerd in culturele voorzieningen. Dit was meer dan 25 % van alle publieke investeringen in culturele diensten in ongeveer een derde van de lidstaten en meer dan 50 % in Portugal en Griekenland (zie figuur 1). Het fonds was daarom een belangrijke bron van financiering voor investeringen in culturele voorzieningen voor veel lidstaten. Op projectniveau zou volgens onze enquête 44 % van de projecten niet zijn uitgevoerd zonder EFRO-steun en zou 48 % zijn uitgesteld of met een beperktere reikwijdte zijn uitgevoerd.
Figuur 1
EFRO-financiering en kapitaalinvesteringen van de lidstaten in culturele voorzieningen, jaarlijks gemiddelde, 2010-2017
NB: We hebben de gegevens van Eurostat inzake overheidsuitgaven voor culturele diensten gebruikt (COFOG: GF08.2) om de investeringen van de lidstaten in culturele voorzieningen te schatten. Dit is de beste schatting die beschikbaar is. Kapitaalinvesteringen in culturele diensten omvatten: investeringssubsidies (D92), bruto-investeringen in vaste activa (P.51g) en saldo aan- en verkopen van niet-geproduceerde, niet-financiële activa (NP). De cijfers geven een jaarlijks gemiddelde weer van de bedragen die door nationale en lokale overheden zijn besteed (overheidsuitgaven) in de periode 2010-2017; 2) EFRO-investeringen in culturele voorzieningen, uitgedrukt als jaarlijks gemiddelde, omvatten de uitgaven die zijn vastgesteld voor culturele voorzieningen voor de programmeringsperiode 2007-2013 en de programmeringsperiode 2014-2020 (tot 2018);
* Voor Kroatië werden alleen de middelen in aanmerking genomen die in de huidige programmeringsperiode werden besteed.
Bron: ERK, op basis van de online gegevens van Eurostat inzake de overheidsuitgaven naar functie (COFOG) (code: [Gov_10a_exp]), het open-dataplatform voor het cohesiebeleid en informatie van de Commissie.
Op nationaal niveau troffen we voorbeelden aan van de manier waarop de lidstaten de inkomstenbronnen van culturele voorzieningen diversifiëren en financieringsregelingen ontwikkelen die zijn gebaseerd op particuliere middelen (zie tekstvak 2). De diversifiëring van middelen voor cultureel erfgoed is ook een van de onderwerpen die de Raad behandelde in het werkplan voor cultuur voor de periode 2019‑202233.
Tekstvak 2
Voorbeelden van op nationaal niveau ontwikkelde financieringsregelingen
Erfgoedloterij (Frankrijk): Naar het voorbeeld van het VK riep de Franse regering in 2018 een nationale erfgoedloterij in het leven ter ondersteuning van de restauratie van enkele iconische lokale erfgoedvoorzieningen (dat jaar werd 20 miljoen EUR ingezameld voor de restauratie van 18 voorzieningen).
Erfgoedloterij (Italië): Sinds 1997 wordt een deel van de loterijinkomsten gereserveerd voor het Ministerie van Cultureel Erfgoed en toegewezen aan een breed scala aan erfgoedprojecten in Italië in verband met het herstel en behoud van cultureel erfgoed, waaronder archeologische, historische, kunstzinnige, archivistische en bibliotheekprojecten, evenals voor de restauratie van landschapsarchitectuur en culturele activiteiten. Het Ex Convento di Sant’Antonio, een van de projecten in onze steekproef, ontving circa 2,4 miljoen EUR uit het “Programma Triennale Lotto 2007‑2009”. Het Pantheon in Rome en het Griekse theater in Syracuse zijn andere voorbeelden van gefinancierde culturele voorzieningen.
Corrigerende belastingheffing (Polen): In 2018 stelde Polen een nieuw fonds in voor de financiering van de bescherming en renovatie van historische voorzieningen. De financiering is afkomstig uit administratieve boetes die zijn opgelegd voor inbreuken op de vereisten inzake de bescherming van historische voorzieningen.
Investeringen in culturele voorzieningen worden niet behandeld als prioriteit in het kader van het EFRO
47Het EFRO is erop gericht de economische, sociale en territoriale samenhang te bevorderen, een van de belangrijkste missies van de EU waarin is voorzien in het VEU34. Deze missie heeft, samen met de doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei, geleid tot een EFRO-kader waarin economische en sociale overwegingen centraal staan. Investeringen in culturele voorzieningen zijn derhalve een middel om een doel te bereiken, die alleen moeten worden gefinancierd wanneer zij een sociaal-economische impact opleveren.
48Naast de sociaal-economische rationale werden in de EFRO-verordening voor de periode 2014‑2020 beperkingen ingevoerd voor EFRO-investeringen in culturele voorzieningen, op grond waarvan slechts kleinschalige infrastructuur kon worden gefinancierd. Het is onduidelijk hoe deze bepaling bijdraagt tot het behalen van de doelstellingen van de agenda voor cultuur van de Commissie. Daarnaast was in de oorspronkelijke verordening niet duidelijk wat “kleinschalig” inhield, zodat onzekerheid ontstond met betrekking tot de soorten projecten die uit het EFRO konden worden gefinancierd.
49De EFRO-beperking werd op verschillende manieren uitgelegd. De Commissie definieerde “kleinschalig” eerst op administratief niveau als investeringen met totale kosten van maximaal 5 miljoen EUR (10 miljoen EUR voor Unesco-voorzieningen)35. Naar aanleiding van een klacht die door elf lidstaten bij de Commissie werd ingediend36, merkte de Commissie op dat er flexibiliteit bestond ten aanzien van de vraag hoe verschillende kleinschalige infrastructuuronderdelen konden worden ondersteund als onderdeel van één enkele geïntegreerde activiteit. Slechts vier jaar later bood de herziene EFRO-verordening voor de periode 2014‑2020 duidelijkheid in de rechtsgrondslag en werden de plafonds vastgesteld op 10 miljoen EUR (20 miljoen EUR voor Unesco-voorzieningen) aan in aanmerking komende EFRO-steun.
50Vanwege deze financieringsbeperking controleerde de Commissie tijdens de onderhandelingen voor de periode 2014‑2020 de investeringen in culturele voorzieningen en waren deze geen prioriteit voor investeringen in het kader van het EFRO. In de drie bezochte lidstaten, en voor de OP’s en PO’s in onze steekproef, merkte de Commissie investeringen in cultuur niet aan als prioriteit tijdens de onderhandelingen en gaf zij aan dat cultuur slechts moest worden behandeld door middel van e-cultuur37 (Italië en Polen) en in de context van de bevordering van de culturele en creatieve sectoren38 (Polen en Portugal). De Commissie stelde bovendien een vermindering van de toewijzingen aan culturele investeringen voor (Polen en Italië) en legde in alle gevallen financieringsbeperkingen op.
51Het cultuurbeleid van de lidstaten wordt niet specifiek beoordeeld in het kader van het EFRO. De Commissie vereiste bij de vaststelling van de PO’s en OP’s in onze steekproef voor de programmeringsperiode 2014‑2020 niet dat de lidstaten culturele steunmaatregelen planden in overeenstemming met de Europese agenda voor cultuur van de Commissie.
Een wisselende doeltreffendheid en duurzaamheid van de gecontroleerde EFRO-projecten
52We hebben de doeltreffendheid van EFRO-projecten die betrekking hadden op culturele voorzieningen, beoordeeld op basis van de verwezenlijking van de doelstellingen en beoogde resultaten van de projecten. We beoordeelden met name of de economische, sociale en culturele doelstellingen waren behaald. De verwezenlijking van deze doelstellingen leidt tot externe effecten in de samenleving.
53We beoordeelden de duurzaamheid van de voorziening, namelijk of de voorziening kan blijven functioneren, wat regelmatig onderhoud en, indien nodig, de restauratie van de fysieke infrastructuur vereist. Duurzaamheid vereist ook dat financiële en menselijke middelen beschikbaar zijn. Dit zijn interne activiteiten voor de culturele voorziening.
54De beschreven doelstellingen en duurzaamheidsfactoren zijn onderling verbonden (zie afbeelding 2). Een cultureel investeringsproject heeft in principe gevolgen voor de verwezenlijking van alle drie de doelstellingen en voor de duurzaamheid van de culturele voorziening. Deze gevolgen kunnen echter tegenstrijdig zijn. Economische doelstellingen kunnen de financiële duurzaamheid van de voorziening verbeteren maar de instandhouding ervan in gevaar brengen (bijv. overtoerisme, verlagingen van de uitgaven aan onderhoud). Sommige sociale doelstellingen kunnen leiden tot minder financiële duurzaamheid (bijv. verlagingen van de toegangsprijzen) of de instandhouding van de voorziening in gevaar brengen (bijv. te veel bezoekers). Culturele doelstellingen kunnen de sociale insluiting verbeteren en leiden tot economische effecten, maar kunnen ook een negatieve invloed hebben op de financiële duurzaamheid van de voorziening (bijv. kostenstijgingen omdat het aanbod aan culturele activiteiten wordt uitgebreid).
Afbeelding 2
Relatie tussen doeltreffendheid en duurzaamheid bij culturele voorzieningen
Bron: ERK.
De afgeronde gecontroleerde projecten waren operationeel maar de doelstellingen ervan waren voornamelijk economisch van aard en het is niet altijd mogelijk om te achterhalen of deze werden behaald
55De EFRO-projecten moeten de tijdens de projectselectie vastgestelde doelstellingen behalen. Om de verwezenlijking van de doelstellingen te meten, moeten begunstigden van EFRO-projecten relevante indicatoren bepalen en betrouwbaar verslag uitbrengen over het behalen van streefdoelen. Na afronding van het EFRO-project moeten culturele voorzieningen functionerenn en bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het OP waaruit zij zijn gefinancierd.
De onderzochte EFRO-OP’s en -projecten zijn voornamelijk gericht op economische doelstellingen en minder op sociale en culturele doelstellingen
56In overeenstemming met de doelstellingen van het EFRO worden culturele voorzieningen in alle OP’s in onze steekproef behandeld als middel om het concurrentievermogen van de economie te verbeteren of de gebieden te ontwikkelen (zie bijlage IX). Dit wordt gedaan door middel van de bevordering van toerisme of strategieën voor stedelijke ontwikkeling (zie tekstvak 3).
Tekstvak 3
Voorbeeld van een strategie voor stedelijke ontwikkeling
De stad Katowice is de hoofdstad van de provincie Śląskie en het centrum van de grootste metropoolregio in Zuid-Polen, met een bevolking van 4,8 miljoen mensen. De regio maakte in de 19e eeuw een bloeitijd door dankzij de snelle ontwikkeling van de mijnbouw- en staalindustrie. Vanaf de jaren 90 van de twintigste eeuw zette Katowice een strategische heroriëntatie in gang, waarbij cultuur werd aangemerkt als kernprioriteit voor de stad.
Het gecontroleerde project, het Pools nationaal radiosymfonieorkest (NOSPR), is het resultaat van die strategie. Tot 2006 was het gebied waar zich nu het NOSPR bevindt, in het hart van de stad, een voormalige kolenmijn.
Voormalige kolenmijn in het centrum van Katowice, Polen
© Stad Katowice.
Bron: Stad Katowice.
In een periode van tien jaar bouwde de stad, naast het NOSPR, in hetzelfde gebied een internationaal congrescentrum en een museum (“Muzeum Śląskie w Katowicach”). De drie grote investeringen bedroegen in totaal ongeveer 231 miljoen EUR en er werd aanzienlijke steun uit het EFRO (123 miljoen EUR) voor ontvangen. Voor deze investeringen kreeg Katowice in 2015 het Unesco-label “Creative City of Music” en in 2018 werd de VN-klimaattop in de stad georganiseerd.
Gebied na stedelijk herstel, Katowice, Polen
© Stad Katowice.
Bron: Stad Katowice.
De prioriteit die wordt verleend aan economische doelstellingen wordt ook duidelijk uit de beoordeling van de resultaatindicatoren die op OP- en projectniveau zijn vastgesteld. Wat de gecontroleerde prioritaire assen betreft, zijn 26 van de 32 vastgestelde resultaatindicatoren gericht op het bepalen van de economische effecten van EFRO-steunmaatregelen. In bijlage IX is samengevat hoe de verschillende doelstellingen van de gecontroleerde prioritaire assen worden gemeten aan de hand van resultaatindicatoren. Hieruit blijkt het belang van de economische dimensie, aangezien alle gecontroleerde prioritaire assen in beide programmeringsperioden een economische doelstelling hebben.
58Op projectniveau meten alle resultaatindicatoren die door de begunstigden van de gecontroleerde projecten voor de periode 2014‑2020 werden geselecteerd en 45 van de 59 resultaatindicatoren voor de programmeringsperiode 2007‑2013 de economische impact van de projecten (zie figuur 2).
Figuur 2
Percentage (aantal) indicatoren bij de gecontroleerde projecten die de culturele, sociale en economische doelstellingen meten
Opmerking: 1) In de periode 2014‑2020 zijn er slechts vijf projecten met resultaatindicatoren;
2) Met elke indicator kan meer dan één doelstelling worden gemeten, zodat het totaal hoger kan zijn dan 100 %.
Bron: ERK.
Wat de sociale doelstellingen betreft, is de noodzaak om de sociale impact van culturele steunmaatregelen te versterken vaak geuit, door de Commissie in de agenda’s, door het Parlement39 en door de Raad40. Er is speciale aandacht besteed aan de integratie van migranten, het bevorderen van het genderevenwicht en het werken in het kader van partnerschappen tussen de culturele en andere sectoren. Tijdens een recente informele vergadering van de ministers van de EU-lidstaten die verantwoordelijk waren voor Europese zaken en de ministers van Cultuur over de bescherming van cultureel erfgoed werd opgeroepen tot de bevordering van de betrokkenheid en het bewustzijn van Europese jongeren ten aanzien van cultureel erfgoed41.
60De gecontroleerde prioritaire assen met sociale doelstellingen zijn voornamelijk gericht op de verbetering van de toegankelijkheid van culturele voorzieningen of op het doen toenemen van de sociale samenhang. De indicator die het vaakst werd gebruikt om de sociale aspecten van projecten te meten was het aantal bezoekers (zie figuur 2). Het effect dat culturele voorzieningen hebben op bezoekers, zoals welzijn, steun voor achtergestelde groepen of de bevordering van educatieve maatregelen, wordt niet vaak vastgelegd met specifieke indicatoren. Er werden echter, in verschillende mate, sociale activiteiten uitgevoerd bij tien van de elf afgeronde projecten die wij bezochten (zie tekstvak 4).
Tekstvak 4
Voorbeeld van sociale activiteiten die bij een culturele voorziening werden ontwikkeld
Het Teatro di San Carlo in de stad Napels, Italië, is het oudste operagebouw ter wereld dat nog steeds wordt gebruikt. Het theater is niet alleen een operagebouw; het is ook een plaats waar bezoekers dansoptredens en concerten kunnen bijwonen, tentoonstellingen of het museum kunnen bezoeken of een rondleiding kunnen maken. Het theater richt zich met name op de betrokkenheid van jongeren. Naast de balletschool biedt de culturele voorziening een educatief project aan, dat wordt uitgevoerd in samenwerking met een vereniging die door Creatief Europa wordt gefinancierd. Het project is erop gericht kinderen vanaf jonge leeftijd te leren zingen en houden van opera door eerst de leerkrachten te onderwijzen door middel van een reeks cursussen muziekopleiding en vervolgens steun te verlenen wanneer de leerkracht de leerlingen op school opleidt. Na afronding van de muziekopleiding kunnen leerkrachten, leerlingen en familieleden een show in het theater bekijken. De leerlingen treden op en zingen op het podium, samen met professionele zangers en het orkest, en dragen kostuums die zij zelf hebben gemaakt.
Teatro di San Carlo, Napels, Italië
© Foto: Luciano Romano.
Architect: Giovanni Antonio Medrano.
Bron: Teatro di San Carlo.
Wat de culturele doelstellingen betreft, waren de door ons gecontroleerde prioritaire assen voornamelijk gericht op het behoud van cultureel erfgoed. Deze hadden niet allemaal een duidelijk vastgesteld cultureel doel en voor de assen die dit wel hadden, gold dat in de meeste gevallen geen resultaatindicatoren waren vastgesteld om de verwezenlijking van die doelstellingen te meten (zie bijlage IX). Culturele aspecten worden in bijna de helft van de gecontroleerde procedures niet als relevant beschouwd door de beheersautoriteiten van het EFRO bij het selecteren van projecten (zie bijlage V).
Alle afgeronde gecontroleerde projecten waren operationeel op het moment van de controle, maar de projectprestaties kunnen vaak niet worden beoordeeld
62Alle elf afgeronde projecten die we bezochten, waren operationeel op het moment van de controle en de managementteams van de voorzieningen zetten zich in voor het behoud en de promotie ervan. Om de doeltreffendheid van de projecten bij het behalen van de streefdoelen ervan te onderzoeken, hebben we de verwezenlijking van 71 resultaatindicatoren geanalyseerd die waren gerapporteerd door de begunstigden van de 17 afgeronde projecten met resultaatindicatoren in onze steekproef (zie bijlage IV).
63Bij minder dan een derde van de gecontroleerde projecten werden alle streefdoelen binnen de vastgestelde termijn behaald. Ten aanzien van de overige projecten kan geen conclusie worden getrokken over de prestaties ervan (zie figuur 3). Op het moment van de controle waren echter de streefdoelen van nog eens drie projecten bereikt. We troffen desalniettemin enkele tekortkomingen aan in de selectie van en verslaglegging over indicatoren.
Figuur 3
Projectprestaties: aantal afgeronde projecten waarbij de vastgestelde streefdoelen voor resultaatindicatoren zijn behaald
Bron: ERK.
Ten aanzien van de selectie van indicatoren wijzen we erop dat zes projecten helemaal geen resultaatindicatoren hadden. Dit betekent dat voor ongeveer een kwart van de afgeronde projecten niet aan de hand van resultaatindicatoren kan worden gemeten of de projectdoelstellingen zijn behaald. Daarnaast kunnen 16 van de 71 resultaatindicatoren niet worden gebruikt om conclusies te trekken over de doeltreffendheid van het project omdat deze niet relevant zijn voor de projectdoelstellingen. Nog eens 12 indicatoren zijn eigenlijk geen resultaatindicatoren, maar outputindicatoren.
65Voor alle elf bezochte projecten die op het moment van de controle waren afgerond, waren resultaatindicatoren vastgesteld. We hebben de betrouwbaarheid geanalyseerd van de resultaten die voor deze indicatoren werden gemeld door de begunstigden en geconcludeerd dat 18 van de 35 gemelde resultaten niet betrouwbaar zijn vanwege een onjuiste berekening van de resultaten, een gebrek aan bewijs om de resultaten te staven of omdat schattingen niet konden worden geverifieerd (zie tabel 3).
Tabel 3
Betrouwbaarheid van gemelde resultaten voor de indicatoren van de bezochte afgeronde projecten per aantal indicatoren
| Resultaat-indicatoren | Waaronder aantal bezoekers | |
| Totaal | 35 | 13 |
| Betrouwbaar | 16 | 2 |
| Niet betrouwbaar | 18 | 11 |
| Waarvan | ||
| Onjuiste berekening | 6 | 3 |
| Gebrek aan bewijs | 7 | 5 |
| Niet-verifieerbare schattingen | 5 | 3 |
Bron: ERK.
66De indicator “aantal bezoekers” wordt het vaakst gebruikt door de begunstigden van de bezochte projecten, maar is vaak onbetrouwbaar (zie tabel 3). Slechts bij twee van de negen afgeronde bezochte projecten met indicatoren voor het aantal bezoekers konden we het aantal bezoekers dat aan de beheersautoriteiten was gemeld bevestigen. Daarnaast is het verband tussen grotere aantallen toeristen en het soort uitgevoerde werkzaamheden niet altijd zichtbaar. Bij drie van de elf bezochte erfgoedvoorzieningen was de omvang van de steunmaatregelen beperkt tot gedeeltelijke restauratiewerkzaamheden (bijv. renovatie van het dak of specifieke ruimten), die niet rechtstreeks of op zichzelf kunnen leiden tot een toename van het aantal bezoeken van toeristen.
De verwezenlijking van de OP-doelstellingen is niet rechtstreeks afhankelijk van de afzonderlijke projectprestaties
67In een eerder verslag hebben we reeds geconcludeerd dat de resultaatindicatoren van het EFRO voor de periode 2014‑2020 niet specifiek verband houden met de steunmaatregelen die door het programma worden gefinancierd42. Wat de gecontroleerde OP’s betreft, is de mogelijkheid om aan de hand van de vastgestelde resultaatindicatoren de vooruitgang ten aanzien van het behalen van de vastgestelde doelstellingen te meten in beide programmeringsperioden ook grotendeels beperkt. Bijna de helft van de resultaatindicatoren van de OP’s wordt niet rechtstreeks beïnvloed door de specifieke resultaten van EFRO-projecten, maar door externe factoren (zie tekstvak 5). Op projectniveau heeft de verwezenlijking van meer dan de helft van de streefdoelen die voor de resultaatindicatoren van de projecten zijn vastgesteld geen rechtstreekse invloed op de resultaten die op OP-niveau worden behaald, omdat deze indicatoren niet in de OP’s zijn opgenomen.
Tekstvak 5
Voorbeeld van een op OP-niveau vastgestelde resultaatindicator die de rechtstreekse effecten van de projecten niet meet
Het Portugese OP voor de periode 2014‑2020 voor de centrale regio is erop gericht de regio te bevorderen als toeristische topbestemming. Dit wordt gedaan door middel van het behoud en de toeristische promotie van cultureel en natuurlijk erfgoed. Het EFRO financiert daarom renovatie- en restauratiewerkzaamheden voor erfgoed, waaronder Unesco-voorzieningen.
Om het succes van de maatregelen te meten, is in het OP als resultaatindicator het aantal overnachtingen bij hotels en andere toeristische accommodaties in de regio opgenomen. In 2017 werd het streefdoel dat voor 2023 was vastgesteld reeds met ongeveer 24 % overtroffen, wat in ieder geval gedeeltelijk was toe te schrijven aan een sterke groei van het toerisme in de lidstaat. De EFRO-projecten mogen dan wel hebben bijgedragen tot dit resultaat, toch moet worden opgemerkt dat de projecten in 2017 nog maar in hun kinderschoenen stonden (voor prioritaire as 7 was slechts 68 % van de totale beschikbare subsidiabele kosten vastgelegd). De bijdrage van EFRO-projecten is daarom beperkt en wordt beïnvloed door externe factoren. De resultaatindicator meet de impact van de EFRO-steunmaatregelen, in plaats van de resultaten, dat wil zeggen, de rechtstreekse effecten.
Onvoldoende aandacht voor de duurzaamheid van culturele voorzieningen
68De duurzaamheid van EU-investeringen moet in alle fasen van het project worden gewaarborgd. De eerste stap is het verifiëren, in de aanvraagfase, dat de begunstigden beschikken over de capaciteit om de voorziening te exploiteren of te blijven exploiteren. Culturele voorzieningen die profiteren van EU-investeringen moeten daarom de ambitie hebben om zich zo veel mogelijk zelf te kunnen financieren43 (d.w.z. dat de exploitatie-inkomsten de exploitatiekosten dekken). Onderhoud is essentieel voor het behoud van culturele voorzieningen; het moet naar behoren worden gepland om de kosten van toekomstige werkzaamheden en de achteruitgang van de voorziening te beperken. Er moet worden voorzien in monitoringregelingen om na te gaan of de resultaten van EU-investeringen blijvend zijn.
EFRO-vereisten hebben geen betrekking op het behoud van gefinancierde culturele voorzieningen
Met name erfgoed vereist voortdurend onderhoud en krijgt te maken met verschillende risico’s voor het behoud ervan
69Het belang van regelmatig onderhoud voor erfgoedbehoud wordt erkend in de Handvesten van Venetië en Krakau44. Alle bezochte begunstigden gaven aan dat zij regelmatige beoordelingen uitvoerden van de fysieke status van hun voorziening, maar onderhoudsregelingen worden vastgesteld door begunstigden en lopen uiteen. ICOMOS wees erop dat bij culturele voorzieningen in de EU onvoldoende aandacht wordt besteed aan preventie en regelmatig onderhoud. Slechts één bezochte voorziening had een bijgewerkt geprioriteerd en begroot meerjarig onderhoudsplan. Dit is een goede praktijk die vereist is voor Unesco-werelderfgoed45 (zie tekstvak 6) en wordt aanbevolen voor al het culturele erfgoed46.
Tekstvak 6
Voorbeeld van een onderhoudsplan
Sinds 2015 wordt in het archeologische park van Pompeii een uitgebreid monitoring- en onderhoudsplan uitgevoerd om de gebouwen, kunst en artefacten ervan te beschermen tegen aantasting. Het plan heeft verschillende componenten, in het kader waarvan het volgende is bepaald: i) de prioriteiten van ingrepen die nodig zijn om de voorziening in stand te houden en het bijbehorende tijdschema; ii) maatregelen om de omstandigheden voor het gebruik ervan te verbeteren en het hieraan gerelateerde toerisme te bevorderen; iii) maatregelen om risico’s in verband met natuurrampen te beperken; iv) bestuursregelingen; v) monitoringregelingen. Sinds 2015 beschikt de voorziening ook over een digitaal archief met informatie over onderhoud dat is uitgevoerd en daaropvolgende inspecties.
Bij de meeste van de elf erfgoedvoorzieningen die we bezochten, waren onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd en sommige begunstigden verklaarden dat er nog meer werkzaamheden waren gepland voor de toekomst. In drie gevallen was het nodig om de voorziening volledig te renoveren vanwege een gebrek aan onderhoud in het verleden. Hieruit blijkt dat regelmatig onderhoud belangrijk is.
71Preventief onderhoud is ook essentieel om de verschillende risico’s aan te pakken waarmee culturele voorzieningen in verband met het behoud ervan te maken krijgen. Uit de resultaten van onze enquête blijkt dat erfgoedvoorzieningen de voorzieningen zijn die te maken krijgen met de meeste rechtstreekse bedreigingen van hun fysieke behoud (zie figuur 4). De belangrijkste vastgestelde risico’s waren de lokale omstandigheden die de fysieke structuur van de voorziening beïnvloeden (bijv. regen, wind, stof) en vervuiling. De grootste risico’s waarmee begunstigden van zowel nieuwe culturele infrastructuur als erfgoed te maken krijgen, zijn echter beheers- en institutionele factoren (bijv. onvoldoende financiële en menselijke middelen, het ontbreken van een beheersplan).
Figuur 4
Risico’s voor het behoud van de culturele voorziening die zijn geïdentificeerd door de 27 begunstigden in onze steekproef (in aantal begunstigden dat het risico heeft geïdentificeerd)
Bron: ERK, op basis van de enquête.
Het onderhoud en de risicobeoordeling zijn geen financieringsvereisten voor de gecontroleerde EFRO-projecten.
72Geen van de gecontroleerde begunstigden hoefde bij het aanvragen van EFRO-financiering aan te tonen hoe de eigen voorziening na afronding van het project in stand zou worden gehouden of een onderhoudsplan over te leggen. Met name voor erfgoed werd de urgentie van fysieke werkzaamheden aan de voorziening ook niet in aanmerking genomen als belangrijke factor voor EFRO-financiering en bij slechts vier selectieprocedures werden voorzieningen waar de werkzaamheden dringender waren, op een gunstigere wijze behandeld. De autoriteiten van de lidstaten vereisten echter bij 13 van de 21 gecontroleerde selectieprocedures dat begunstigden voldeden aan kwaliteitsnormen, zoals gedefinieerd in de nationale wetgeving, ten aanzien van de werkzaamheden die tijdens de uitvoering van het project moesten worden verricht (zie bijlage V).
73Op grond van de EFRO-verordening moeten er nationale of regionale risicobeoordelingen voor rampenbeheersing bestaan, waarbij rekening wordt gehouden met de aanpassing aan klimaatverandering. Dit is een voorwaarde voor het doeltreffende en doelmatige gebruik van EFRO-middelen voor de thematische doelstelling inzake bevordering van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer. Het EFRO-kader vereist niet van de lidstaten dat zij erfgoed, de culturele voorzieningen die sterker zijn blootgesteld aan natuurlijke gevaren, opnemen in hun nationale of regionale risicobeoordeling. In een recente studie van de Commissie werd in dit verband opgemerkt dat de bescherming van cultureel erfgoed tegen natuurlijke en door mensen veroorzaakte rampen nog steeds te lijden heeft onder het feit dat cultureel erfgoed niet volledig in aanmerking wordt genomen, of wordt opgenomen, als prioriteit voor het risicobeheer in noodsituaties47. De Commissie heeft dit probleem in december 2019 samen met de lidstaten aangepakt door richtsnoeren voor verslaglegging inzake rampenrisicobeheer te ontwikkelen waarin wordt verwezen naar cultureel erfgoed en lidstaten worden aangemoedigd om de potentiële impact van risico's van rampen op cultureel erfgoed in kaart te brengen, er verslag over uit te brengen en er informatie over te verschaffen48. Het moet nog blijken hoe de lidstaten uitvoering zullen geven aan deze richtsnoeren.
Er wordt een afweging gemaakt tussen duurzaam toerisme en de economische en sociale doelstellingen van erfgoedvoorzieningen
74Het genereren van een sociaal-economische impact met EFRO-investeringen in culturele voorzieningen wordt door de lidstaten voornamelijk gedaan aan de hand van strategieën ter bevordering van het toerisme (zie paragraaf 56). De effecten van dergelijke investeringen worden gemeten op basis van een toename van het aantal bezoekers aan de voorzieningen (zie paragraaf 66). Deze strategieën kunnen contraproductief zijn voor het behoud van erfgoedvoorzieningen die reeds te kampen hebben met het probleem van massatoerisme. De achteruitgang van voorzieningen als gevolg van massatoerisme naar erfgoedlocaties werd door 38 % van de beheerders van erfgoed die onze enquête hebben ingevuld, aangemerkt als risico voor het erfgoed (zie figuur 4). Bij enkele van de bezochte projecten zijn reeds maatregelen uitgevoerd om het aantal toeristen te beperken of om toeristenstromen op duurzamere wijze te beheren (zie tekstvak 7).
Tekstvak 7
Voorbeeld van genomen maatregelen om de impact van overtoerisme te beheersen
De Biblioteca Joanina uit het begin van de achttiende eeuw is een van de parels van de Universiteit van Coimbra in Portugal, een van de oudste universiteiten ter wereld, die op de Unesco-werelderfgoedlijst staat. De bibliotheek werd ontworpen met architectonische kenmerken die het behoud van de bibliografische werken die er staan mogelijk maakt door middel van een constante temperatuur en vochtigheid. Vanwege de dagelijkse bezoeken van toeristen en de regelmatige opening van de massieve teakhouten deur variëren de binnentemperatuur en het niveau van stof regelmatig, wat gevolgen heeft voor het behoud van de oude, en vaak zeldzame bibliografische werken erin op de lange termijn.
Om de gevolgen van toeristische bezoeken te beperken, heeft de Universiteit van Coimbra de hoofdingang van de voorziening veranderd. De toegang is bovendien beperkt tot groepen van maximaal 60 mensen, in tijdslots van 20 minuten, en de tijd die op de hoofdverdieping wordt doorgebracht is beperkt tot 10 minuten. De universiteit heeft onlangs ook een anoxiekamer verworven, die de vochtigheidsniveaus herstelt en schimmels en parasieten op boeken verdelgt zonder chemicaliën.
Biblioteca Joanina, Coimbra, Portugal
© Foto: Henrique Patricio.
Architect: Gaspar Ferreira.
Bron: Universiteit van Coimbra.
In deze gevallen moet prioriteit worden verleend aan het behoud van een voorziening, ongeacht de directe economische en sociale gevolgen hiervan. Momenteel kan een maatregel met betrekking tot een voorziening echter niet uit het EFRO worden gefinancierd wanneer dergelijke effecten niet worden verwacht, zelfs wanneer dringende werkzaamheden nodig zijn (zie de paragrafen 56-61). Dit geldt ook voor het programma Creatief Europa. Dit was in het verleden mogelijk in het kader van het Raphaël-programma49, dat van 1997 tot en met 2000 werd uitgevoerd en dat doelstellingen omvatte zoals het behoud, beschermen en ontwikkelen van Europees cultureel erfgoed.
De EU heeft onlangs de inspanningen opgevoerd om het behoud van cultureel erfgoed te waarborgen
76In de nasleep van de brand bij de kathedraal Notre-Dame in Parijs in 2019 verzochten de 28 ministers van Cultuur van de EU-lidstaten om de oprichting van een Europees netwerk voor het beschermen van Europees erfgoed en kwamen zij overeen dat kwesties rond bescherming aan de orde moesten worden gesteld in EU-beleid50.
77De Commissie pakt risicobeheersing voor erfgoed indirect aan door middel van verordeningen inzake milieu- en energieprestaties. De lidstaten moeten sinds 2012 de gevolgen voor erfgoed beoordelen van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke milieueffecten hebben51. Sinds 2018 stimuleren de lidstaten “met betrekking tot gebouwen die een ingrijpende renovatie ondergaan […] brandveiligheid en risico’s in verband met intense seismische activiteit”52.
78In het kader van het EYCH heeft de Commissie een initiatief opgestart voor erfgoed dat risico loopt, in het kader waarvan zij een vergelijkende analyse uitvoerde van praktijken op het gebied van risicobeheersing in de EU, om ervaringen te delen en de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen bij het aanpakken van de effecten van natuurlijke of door mensen veroorzaakte rampen op cultureel erfgoed (zie paragraaf 73). Een door ICOMOS geleide deskundigengroep ontwikkelde, ook in het kader van het EYCH, kwaliteitsbeginselen voor door de EU gefinancierde projecten met een potentiële impact op cultureel erfgoed53. De Commissie heeft nog geen standpunt ingenomen met betrekking tot de vraag of en hoe deze beginselen op EU-niveau zullen worden meegenomen.
De gecontroleerde culturele voorzieningen zijn over het algemeen afhankelijk van overheidssubsidies en worden nauwelijks gestimuleerd om de inkomsten te verhogen
De gecontroleerde culturele voorzieningen zijn over het algemeen afhankelijk van overheidssubsidies
79We hebben de percentages zelffinanciering van de culturele voorzieningen geanalyseerd waar de EFRO-projecten waren afgerond. De percentages zelffinanciering zijn het aandeel van de operationele kosten dat wordt gedekt door de inkomsten die worden gegenereerd met de operationele activiteiten van de voorziening (“eigen middelen”). We beschouwen een voorziening als financieel zelfvoorzienend als de eigen inkomsten gelijk zijn aan of hoger zijn dan de operationele kosten. We hebben onze beoordeling gebaseerd op de financiële rekeningen van de voorzieningen van 2018.
80Op 3 projecten na was geen van de 21 gecontroleerde culturele voorzieningen waarvoor gegevens beschikbaar waren financieel zelfvoorzienend in 2018. Culturele voorzieningen zijn grotendeels afhankelijk van overheidsubsidies om te kunnen functioneren. Particuliere donaties bestaan, maar blijven marginaal. Bij 8 van de 11 culturele voorzieningen die in 2018 donaties ontvingen, dekten de donaties minder dan 3 % van de totale jaarlijkse exploitatiekosten voor elk van deze voorzieningen.
81Culturele voorzieningen zijn bovendien sterk afhankelijk van subsidies om de investeringskosten te financieren. Bij 13 van de 23 gecontroleerde afgeronde projecten werden de EFRO-investeringsprojecten volledig gefinancierd met overheidsmiddelen (van de EU of nationale/lokale overheidsorganen). Slechts twee van de gecontroleerde projecten ontvingen particuliere donaties. Deze afhankelijkheid van overheidssubsidies vormt een risico voor de langdurige exploitatie van de culturele voorzieningen, aangezien overheidsinstanties de financiering kunnen verlagen (zie tekstvak 8).
Tekstvak 8
Voorbeeld van risico’s waarmee culturele voorzieningen die afhankelijk zijn van overheidssubsidies te maken krijgen, en de noodzaak om inkomstenbronnen te diversifiëren
Het Europejskie Centrum Solidarności in Gdánsk, Polen, was sterk afhankelijk van overheidssubsidies sinds de oprichting ervan in 2012. In 2019 verlaagde het Poolse Ministerie van Cultuur en Nationaal Erfgoed zijn bijdrage aan de culturele voorziening. Het centrum moest crowdfundingcampagnes op sociale media voeren om financieel duurzaam te blijven en om de normale activiteiten te kunnen voortzetten. Volgens het centrum brengen deze veranderingen van de overheidssteun het bestaan van de voorziening niet in gevaar, maar zouden deze aanzienlijke wijzigingen in de activiteiten van het centrum noodzakelijk maken.
In het huidige financieringskader wordt het genereren van inkomsten onvoldoende gestimuleerd
82De GB-verordening voor de periode 2014‑2020 vereist dat begunstigden beschikken over de financiële capaciteit om het gefinancierde project uit te voeren54. Voor projecten die netto-inkomsten genereren vereist de GB-verordening ook van begunstigden dat zij de stroom van inkomsten en kosten voorspellen die door het EU-project wordt gegenereerd teneinde vast te stellen welk deel van de investeringskosten in voorkomend geval moet worden gefinancierd met EU-middelen55. Het voorstel voor de GB-verordening voor de periode 2021‑2027 vereist dat de lidstaten onderzoeken of de begunstigden voldoende middelen hebben om de explotatie- en onderhoudskosten te dekken56.
83De financiële duurzaamheid van projecten is derhalve een criterium dat vaak wordt gebruikt door de beheersautoriteiten: het is vereist in 20 van de 21 selectieprocedures die wij controleerden, willen projecten in eerste instantie in aanmerking komen voor EU-financiering (d.w.z. als criterium voor toelating) of voor de toekenning van punten bij de selectie van projecten (d.w.z. als selectiecriterium), zie bijlage V.
84De beheersautoriteiten achtten de bezochte projecten financieel duurzaam omdat er een institutioneel steunkader bestond dat in principe de financiële duurzaamheid ervan waarborgde. In het overgrote deel van de gevallen zijn de daadwerkelijke percentages zelffinanciering echter lager dan oorspronkelijk voorspeld in de projectaanvraag (zie figuur 5). Drie jaar na afronding van het project kwam bij slechts 2 van de 16 gecontroleerde culturele voorzieningen waarvoor gegevens beschikbaar waren de oorspronkelijke voorspelling uit en waren bij 6 ervan de zelffinancieringspercentages meer dan gehalveerd. Dit kan worden verklaard door verschillende factoren, zoals te optimistische voorspellingen of grote veranderingen in het economische model dat voor de culturele voorziening was gepland.
Figuur 5
Verschillen tussen daadwerkelijke en voorspelde zelffinancieringspercentages
Opmerking: De grafiek betreft de afgeronde projecten waarvoor gegevens beschikbaar waren. Het daadwerkelijke zelffinancieringpercentage is het percentage drie jaar na afronding van het project of, indien dit niet beschikbaar was, in 2018.
Bron: ERK, op basis van de financiële rekeningen van de begunstigden.
Het EFRO-kader biedt geen stimulansen voor begunstigden om hun inkomsten te verhogen. De EFRO-vereisten voor inkomstengenererende projecten houden in dat hoe hoger de door het project gegenereerde netto-inkomsten zijn, hoe minder EU-steun wordt verleend57. Bij vier van de bezochte erfgoedvoorzieningen was de voorspelde kosten- en inkomstenstroom echter van beperkt belang. Dit kwam doordat de EU-investeringen gericht waren op specifieke onderdelen van de culturele voorziening (bijv. een dak of een specifieke ruimte), waaraan een deel van de totale kosten en inkomsten van de voorzieningen moest worden toegerekend. Deze toerekening werd gebaseerd op schattingen en aannames die niet altijd duidelijk waren.
86Inkomstengenererende activiteiten werden daarnaast zelden gestimuleerd in de selectieprocedures die wij controleerden. Slechts in één geval konden aanvragers tot 3 punten krijgen als met hun project het huidige aandeel aan particuliere financiering zou worden verhoogd. Alle ondervraagde nationale deskundigen merkten op dat culturele voorzieningen niet het volledige potentieel van inkomstengenererende activiteiten verkenden, zoals het opzetten van souvenirwinkels, het verhuren van ruimten, het ontwikkelen van strategieën voor kaartverkoop of het doen toenemen van de sponsoring (zie tabel 4).
Tabel 4
Inkomstengenererende activiteiten die worden verricht bij de bezochte culturele voorzieningen in onze steekproef waarbij de desbetreffende EFRO-projecten op het moment van de controle waren afgerond
| Lidstaat/projecten | Kaartverkoop (bijv. bezoeken, shows, tentoonstellingen) | Winkels (bijv. souvenirs, boekwinkel) | Catering (bijv. cafetaria, restaurant) | Verhuur van ruimten | Fondsenwerving (bijv. sponsorschap, donaties) | |
| Portugal | OLIVA Creative Factory | X | X | X | X | |
| Centro Cultural de Viana do Castelo | X | |||||
| Rota das Catedrais | X | X | X | |||
| Italië | Pompeii | X | X | X | X | X |
| Villa Campolieto | X | X | X | |||
| Teatro di San Carlo | X | X | X | X | X | |
| Convento di Sant'Antonio | ||||||
| Polen | Pools nationaal radiosymfonieorkest | X | X | |||
| Europejskie Centrum Solidarności | X | X | X | X | X | |
| Pawilon Czterech Kopuł | X | X | X | X | ||
Bron: ERK.
87Op projectniveau werden de capaciteit van en stimulansen voor de gecontroleerde culturele voorzieningen om de eigen inkomsten te diversifiëren in de meeste gevallen nog beïnvloed door wettelijke en financiële belemmeringen. Volgens de deskundigen die wij spraken hebben culturele voorzieningen vaak te maken met tegenstrijdige stimulansen. Het genereren van aanvullende inkomsten kan bijvoorbeeld leiden tot verlagingen van de overheidsmiddelen. Bij culturele voorzieningen die in bestuurlijk en financieel opzicht autonoom zijn, liggen de zelffinancieringspercentages gemiddeld hoger (zie figuur 6).
Figuur 6
Daadwerkelijke zelffinancieringspercentages bij afgeronde gecontroleerde projecten
Opmerking: De grafiek betreft de afgeronde projecten waarvoor gegevens beschikbaar waren. Het daadwerkelijke percentage zelffinanciering is het percentage drie jaar na afronding van het project of, indien dit niet beschikbaar was, in 2018.
Bron: ERK, op basis van de financiële rekeningen van de begunstigden.
Er wordt een afweging gemaakt tussen financiële duurzaamheid en het behalen van culturele en sociale doelstellingen
88Vanwege financiële beperkingen moeten keuzes worden gemaakt. Deze keuzes kunnen leiden tot lagere investeringen in het behoud van de fysieke infrastructuur, een afname van de aangeboden culturele activiteiten of beperkingen van de toegang tot de culturele voorziening omdat de toegangsprijzen moeten worden verhoogd. Er moet een evenwicht worden gevonden tussen hetgeen van culturele voorzieningen op sociaal en cultureel niveau wordt verwacht en hetgeen culturele voorzieningen daadwerkelijk kunnen bieden (zie tekstvak 9).
Tekstvak 9
Het combineren van toegang tot cultuur en financiële stabiliteit
Het museum Louvre-Lens bood gratis toegang tot de permanente tentoonstelling (de “Galerie du temps”) en tot een van de tijdelijke toonzalen (het “Pavillon de verre”) om de toegang tot cultuur te verbeteren en het publiek te diversifiëren. Dankzij deze maatregel nam het totale aantal bezoekers volgens het museum toe58 (14 % van de bezoekers zou het museum niet hebben bezocht als zij een toegangsprijs hadden moeten betalen), maar werd de financiële autonomie beperkt doordat het zelffinancieringspercentage afnam59 (18 % in plaats van de verwachte 27 %). Momenteel is de gratis toegang nog steeds mogelijk dankzij de juridische verplichting van de lokale autoriteiten om het operationele tekort van de voorziening te dekken.
De projectmonitoring door de lidstaten na afronding van het project is beperkt
89De rechtsgrondslag60 vereist dat begunstigden de aard en de doelstellingen van het EU-project gedurende een duurzaamheidsperiode van vijf jaar handhaven. Een inbreuk op deze verplichtingen kan leiden tot financiële correcties en terugvordering van de toegekende EU-middelen. In het wettelijke kader van de EU is niet bepaald hoe de beheersautoriteiten in de lidstaten de naleving van deze eisen moeten waarborgen. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van passende monitoringregelingen.
90De beheersautoriteiten monitoren de projecten voornamelijk tijdens de uitvoeringsperiode. Ondanks het feit dat voor ongeveer een kwart van de resultaatindicatoren die waren vastgesteld voor de afgeronde projecten in onze steekproef de streefcijfers bij afronding van het project niet werden behaald (zie ook figuur 3), had dit geen financiële gevolgen voor de begunstigden. We hebben in een eerder verslag reeds opgemerkt dat stimuleringsmechanismen moeten worden toegepast en moeten leiden tot reële financiële voordelen of sancties61. ICOMOS gaf aan dat in de monitoringprocedures die door de EU en de lidstaten zijn vastgesteld voor door de EU gefinancierde projecten onvoldoende rekening wordt gehouden met het specifieke karakter van de culturele sector en te veel nadruk wordt gelegd op financiële aspecten zonder de daadwerkelijke kwaliteit en culturele impact van projecten te beoordelen (zie tekstvak 10).
Tekstvak 10
Voorbeeld van het gebrek aan aandacht voor culturele aspecten
Aan de werelderfgoedlocatie Pompeii werd ongeveer 78 miljoen EUR aan EFRO-middelen toegekend om deze te beschermen en bevorderen. Er werden op verschillende plaatsen op de locatie werkzaamheden uitgevoerd. Voor onze steekproef brachten wij een bezoek aan het Casa dell’Efebo, dat in december 2015 was voltooid.
De ingrepen die bij het huis werden uitgevoerd, omvatten restauratiewerkzaamheden in het zomertriclinium, een Romeinse eetkamer met uitzicht op de tuin onder een pergola die rust op vier zuilen. De beheersautoriteit bezocht het Casa dell’Efebo om de gedeclareerde uitgaven te verifiëren. In het verslag werd bevestigd dat de werkzaamheden waren afgerond.
Drie jaar na afronding van de werkzaamheden was het gebouw op een aantal plaatsen beschadigd. Tijdens een monitoringcontrole die door de begunstigde werd uitgevoerd, concludeerden deskundigen dat het gebouw werd aangetast door het grote aantal bezoekers dat toegang had tot het triclinium en door het gebrek aan bescherming aan alle kanten van het gebouw. Een polycarbonaten beschermingsapparaat werd gefinancierd in het kader van het gecontroleerde EFRO-project, maar werd opgeslagen in een magazijn in plaats van geïnstalleerd. Het werd begin 2019 geïnstalleerd tijdens onderhoudswerkzaamheden, drie jaar na afronding van het project. Deze fout leidde ertoe dat de fysieke infrastructuur van zomertriclinium werd beschadigd.
Zomertriclinium, 1927
Bron: Scheda ispettiva, Casa dell’Efebo I 7, 11, verstrekt door Parco Archeologico di Pompei.
Zomertriclinium, januari 2016, na afronding van het gecontroleerde EFRO-project in 2015
Bron: Relazione tecnica, Casa dell’Efebo, januari 2016, verstrekt door Parco Archeologico di Pompei.
Zomertriclinium, april 2019, tijdens het controlebezoek
Bron: ERK.
De monitoringsystemen van de bezochte lidstaten waarborgen niet dat de projectprestaties na afronding van de projecten systematisch worden gecontroleerd. Tijdens de duurzaamheidsperiode van vijf jaar kunnen de prestaties op ad-hocbasis worden gecontroleerd, op basis van een nationale beoordelingsvrijheid, en na deze periode worden de projectprestaties niet langer gemonitord.
92Op projectniveau was slechts een van de bezochte culturele voorzieningen onderworpen aan een ex-postbeoordeling om de economische, sociale of culturele impact van het EFRO-project te analyseren.
93Voor cultureel-erfgoed staan de monitoringregelingen van het EFRO in scherp contrast met de regelingen die zijn vastgesteld voor Unesco en de culturele route van de Raad van Europa en met de regelingen van de Commissie zelf voor voorzieningen met het Europees erfgoedlabel. Ondanks dat middelen worden verstrekt, vereist het EFRO geen regelmatige monitoring na de afronding van projecten. De praktijken van de lidstaten op dat gebied lopen sterk uiteen tijdens de duurzaamheidsperiode van vijf jaar. Voor de programmeringsperiode 2014‑2020 monitorden twee van de bezochte lidstaten enkele projecten ter plaatse en voerde slechts één lidstaat administratieve controles uit op basis van de verslagen die werden ingediend door de begunstigden. In het kader van de bovengenoemde internationale labels is daarentegen vereist dat op systematische basis wordt gemonitord, hoewel niet noodzakelijkerwijze middelen middelen worden verstrekt (zie bijlage VII).
Conclusies en aanbevelingen
94In het algemeen luidde de conclusie van de controle dat er geen geschikt kader bestaat om de doeltreffendheid en duurzaamheid van de EFRO-investeringen in culturele voorzieningen te waarborgen.
Gebrek aan aandacht en beperkte coördinatie voor EU-investeringen in culturele voorzieningen
95In de Verdragen is een overkoepelende doelstelling voor de EU vastgesteld om haar rijke verscheidenheid van cultuur te eerbiedigen en toe te zien op de instandhouding en de ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed. Cultuur valt hoofdzakelijk onder de bevoegdheden van de lidstaten. De Unie kan slechts de samenwerking tussen de lidstaten aanmoedigen en hun optreden ondersteunen of aanvullen (zie de paragrafen 05-16).
96Cultuur komt niet aan de orde in de overkoepelende EU 2020-strategie van de Commissie. Het strategische kernkader van de EU voor cultuur bestaat uit gemeenschappelijke strategische doelstellingen die als richtsnoer dienen voor EU-maatregelen op het gebied van cultuur, die zijn uiteengezet in de agenda’s voor cultuur van de Commissie, en wordt uitgewerkt in de werkplannen voor cultuur van de Raad. Dit kader is complex. Het bestaat binnen meerdere algemene strategische EU-kaders en -doelstellingen, met overlappende perioden en verschillende lagen van verantwoordelijkheid. De strategische doelstellingen die door de Commissie worden vastgesteld, worden niet vertaald naar duidelijke operationele doelstellingen en er is niet voorzien in de monitoring van de verwezenlijking van de vastgestelde doelstellingen of indicatoren om de vooruitgang te meten. Volgens de Commissie blijft het vertalen van de doelstellingen naar beleid op het niveau van de lidstaten een uitdaging (zie de paragrafen 17-22).
97Het strategisch kader voor cultuur komt ook slechts gedeeltelijk tot uitdrukking in de EU-financiering. Culturele aspecten worden opgenomen, of “gemainstreamd” in verschillende beleidsmaatregelen en worden voornamelijk gezien als middel om andere EU-prioriteiten en -doelstellingen te helpen behalen aan de hand van verschillende EU-fondsen. Van de twaalf door ons geanalyseerde EU-fondsen waarmee cultuur kan worden ondersteund, verwees enkel de verordening inzake Creatief Europa, een klein fonds wat de begroting betreft, naar de agenda van de Commissie van 2007. Dit doet twijfel rijzen over het nut van de agenda (zie de paragrafen 23 en 24).
98De Commissie ontwikkelde talrijke initiatieven voor het promoten van culturele voorzieningen, maar culturele initiatieven van de EU hebben een zeer beperkte impact op de beschikbaarheid van EFRO-middelen voor begunstigden. In de EFRO-verordening zijn hogere financieringsplafonds vastgesteld voor Unesco-voorzieningen, maar dergelijke bepalingen bestaan niet voor culturele voorzieningen met EU-label of voorzieningen die deelnemen aan een cultureel initiatief van de EU. De afstemming tussen de EU-fondsen onderling wat betreft investeringen in culturele voorzieningen is bovendien zeer beperkt (zie de paragrafen 25-36).
99Op EU-niveau worden investeringen in infrastructuur voornamelijk gefinancierd uit het EFRO. Het EFRO is een belangrijke bron van financiering voor investeringen in culturele voorzieningen in ongeveer een derde van de lidstaten. Investeringen in culturele voorzieningen worden in het kader van het EFRO echter niet als prioriteitbehandeld; het EFRO ondersteunt een andere doelstelling van het Verdrag, namelijk het bevorderen van de sociale en economische samenhang. We troffen voorbeelden aan van initiatieven van lidstaten om culturele voorzieningen te financieren en financieringsregelingen te ontwikkelen op basis van particuliere middelen (zie de paragrafen 37-51).
Aanbeveling 1 — Het bestaande strategische kader voor cultuur verbeteren binnen de reikwijdte van de Verdragen- De Commissie moet, rekening houdend met haar bevoegdheden, de lidstaten voorstellen om duidelijke strategische en operationele doelstellingen vast te stellen in het volgende werkplan voor cultuur. Deze doelstellingen moeten regelmatig worden gemonitord aan de hand van indicatoren met streefdoelen en mijlpalen.
- De verantwoordelijkheden voor de verwezenlijking van deze doelstellingen moeten worden vastgesteld en toegewezen, inclusief een passend niveau van coördinatie binnen de Commissie.
- De Commissie moet goede praktijken vaststellen met betrekking tot het ontwerpen, selecteren, financieren, uitvoeren en monitoren van en follow-up geven aan door de EU gefinancierde culturele projecten en hierover informatie verstrekken aan belanghebbenden. Dit zou met name de ontwikkeling van onderhoudsplannen en sociale activiteiten alsmede de deelname van culturele voorzieningen aan EU-initiatieven kunnen omvatten.
Tijdpad: uiterlijk in december 2022.
Aanbeveling 2 — Het gebruik van particuliere middelen voor de instandhouding van het culturele erfgoed van Europa bevorderenOm beter tegemoet te komen aan de doelstelling van het EU-Verdrag om het Europees cultureel erfgoed te beschermen moet de Commissie:
- goede praktijken van de lidstaten verzamelen op het gebied van alternatieve financieringsbronnen;
- samen met de lidstaten nagaan of het mogelijk is een regeling te ontwikkelen die is gebaseerd op particuliere financieringsbronnen voor erfgoed;
- dergelijke mogelijke initiatieven afstemmen op andere culturele initiatieven van de EU (bijv. het Europees erfgoedlabel, ECoC).
Tijdpad: uiterlijk in december 2022.
Een wisselende doeltreffendheid en duurzaamheid van de gecontroleerde EFRO-projecten
100Ondanks het streven van de EU om de sociale impact van culturele steunmaatregelen te verbeteren, zijn de doelstellingen van de OP’s en projecten in het kader van het EFRO voornamelijk economisch van aard. Investeringen in culturele voorzieningen worden behandeld als middel om het concurrentievermogen te verbeteren of lokale gebieden te ontwikkelen. Culturele aspecten worden het minst vaak behandeld in de gecontroleerde OP’s, zelfs wanneer hiernaar duidelijk wordt verwezen als doelstellingen. Culturele aspecten worden vaak niet als relevant beschouwd door de beheersautoriteiten van het EFRO bij het selecteren van projecten (zie de paragrafen 52-61).
101De projectprestaties konden niet voor alle afgeronde gecontroleerde projecten worden beoordeeld. De projecten waren operationeel op het moment van de controle, maar we troffen meerdere tekortkomingen aan ten aanzien van de selectie van en de verslaglegging over indicatoren die ertoe leidden dat de gemelde gegevens slechts in beperkte mate konden worden gebruikt om conclusies te trekken over de projectprestaties. Bovendien is de vraag of de OP-doelstellingen worden behaald gezien de aard van de EFRO-resultaatindicatoren niet altijd rechtstreeks afhankelijk van de prestaties van afzonderlijke projecten (zie de paragrafen 62-67).
102De EFRO-vereisten hebben geen betrekking op het fysieke behoud van gefinancierde culturele voorzieningen. Ondanks het feit dat erfgoed voortdurend moet worden onderhouden en de verschillende risico’s voor het behoud waarmee zij te maken krijgen, moest voor geen van de gecontroleerde EFRO-projecten worden aangetoond hoe de culturele voorziening in stand zou worden gehouden na afronding van het project of een onderhoudsplan worden gepresenteerd bij de aanvraag van EU-middelen. Daarnaast kan het behoud van bedreigde voorzieningen niet uit het EFRO worden gefinancierd tenzij de desbetreffende werkzaamheden naar verwachting onmiddellijke economische en sociale effecten hebben. Dit geldt ook voor Creatief Europa. In het verleden was dit mogelijk in het kader van het eerdere EU-fonds Raphaël. Voor voorzieningen die reeds te kampen hebben met het probleem van massatoerisme kan het genereren van een economische impact, wat vaak wordt gedaan aan de hand van strategieën ter bevordering van toerisme, contraproductief zijn voor het behoud ervan (zie de paragrafen 68-75).
103De EU heeft onlangs de inspanningen opgevoerd om het behoud van cultureel erfgoed te waarborgen. Op het niveau van de lidstaten vereist het EFRO-kader echter niet van de lidstaten dat zij erfgoed, de culturele voorzieningen die het sterkst zijn blootgesteld aan natuurlijke gevaren, opnemen in de nationale of regionale risicobeoordeling die is vereist op grond van de EU-wetgeving (zie de paragrafen 76-78).
104De gecontroleerde culturele voorzieningen zijn over het algemeen afhankelijk van openbare subsidies voor de exploitatie en de financiering van de investeringskosten. Het EFRO-kader biedt geen stimulansen voor begunstigden om hun inkomsten te verhogen. De EFRO-vereisten voor inkomstengenererende projecten houden in dat hoe hoger de door het project gegenereerde netto-inkomsten zijn, hoe minder EU-steun wordt verleend. Inkomstengenererende activiteiten werden ook zelden gestimuleerd in de selectieprocedures die wij controleerden (zie de paragrafen 79-88).
105De projectmonitoring na afronding van het project is beperkt. De monitoringsystemen van de bezochte lidstaten staan toe dat de projectprestaties op ad-hocbasis worden gecontroleerd tijdens de duurzaamheidsperiode van vijf jaar, zoals vereist door de EU-wetgeving, maar na deze periode worden de projectprestaties niet langer gemonitord. Daarnaast hadden de projectprestaties bij geen van de gecontroleerde projecten gevolgen voor de hoogte van de EFRO-middelen die begunstigden ontvingen (zie de paragrafen 89-93).
Aanbeveling 3 — Versterk de financiële duurzaamheid van uit het EFRO gefinancierde culturele voorzieningenOm begunstigden er niet van te weerhouden hun eigen inkomsten te verhogen, moet de Commissie vereenvoudigde vormen van steun voor EFRO-investeringen in culturele voorzieningen onderzoeken en voorstellen.
Teneinde de afhankelijkheid van openbare subsidies te beperken, moet bij de EFRO-financiering in het stadium van de projectselectie de voorkeur worden gegeven aan projecten die plannen omvatten om het financiële zelfvoorzienend vermogen van culturele voorzieningen te verbeteren (bijv. de diversifiëring en meer gebruikmaking van eigen inkomstenbronnen).
Tijdpad: op tijd voor de onderhandelingen over de operationele programma’s voor de programmeringsperiode 2021-2027.
Aanbeveling 4 — Neem meer specifieke maatregelen om erfgoed in stand te houdenDe Commissie moet bij de onderhandelingen over operationele programma’s de lidstaten aanbevelen dat zij erfgoed opnemen in het nationale of regionale risicobeheersplan voor rampen, dat is vereist op grond van de voorgestelde verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen. Dit zou hen stimuleren om de risico’s voor het behoud vast te stellen waarmee erfgoedvoorzieningen te maken hebben en passende risicobeperkende maatregelen te plannen.
Tijdpad: op tijd voor de onderhandelingen over de operationele programma’s voor de programmeringsperiode 2021-2027.
Dit verslag werd door kamer II onder leiding van mevrouw Iliana Ivanova, lid van de Rekenkamer, vastgesteld te Luxemburg op haar vergadering van 26 februari 2020.
Voor de Rekenkamer
Klaus-Heiner Lehne
President
Bijlagen
Bijlage I – Overzicht van de overheidsuitgaven voor culturele diensten in 2017
Uitgaven aan culturele diensten per inwoner en als percentage van de totale overheidsuitgaven
Kapitaalinvesteringen in culturele diensten (absoluut bedrag en als percentage van totale overheidsuitgaven voor culturele diensten)
NB: 1) We hebben de gegevens van Eurostat inzake overheidsuitgaven voor culturele diensten gebruikt (COFOG: GF08.2) om de investeringen van de lidstaten in culturele voorzieningen te schatten. Dit is de beste schatting die beschikbaar is. Kapitaalinvesteringen in culturele diensten omvatten: investeringssubsidies (D92), bruto-investeringen in vaste activa (P.51g) en saldo aan- en verkopen van niet-geproduceerde, niet-financiële activa (NP). De cijfers geven de bedragen weer die in 2017 door nationale en lokale overheden zijn besteed (overheidsuitgaven).
Bron: ERK, op basis van de online gegevens van Eurostat inzake de overheidsuitgaven naar functie (COFOG) (code: [gov_10a_exp].
Bijlage II – Overzicht van EU-fondsen met culturele doelstellingen
| Programma | Programmanaam | Leidend DG | Aantal algemene doelstellingen | … waarin cultuur wordt genoemd | Aantal specifieke doelstellingen of investeringsprioriteiten | … met culturele inhoud | Verwijst naar de culturele agenda van de EU? | Middelen beschikbaar voor investeringen in culturele voorzieningen? |
| MFK-rubriek 1A: Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid | ||||||||
| Horizon 2020 | Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie | RTD | 1 | 0 | 16 | 0 | Nee | Nee |
| CEF | Connecting Europe facility | MOVE | 2 | 0 | 8 | 0 | Nee | Nee |
| Erasmus+ | Het EU-programma voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport | EAC | 6 | 0 | 13 | 1 | Nee | Nee |
| EFSI | Europees Fonds voor strategische investeringen / EU-garantie | ECFIN | 7 | 1 | 27 | 1 | Nee | Ja |
| MFK-rubriek 1B: Economische, sociale en territoriale cohesie | ||||||||
| EFRO | Europees Fonds voor regionale ontwikkeling | REGIO | 1 | 0 | 40 | 4 | Nee | Ja |
| ESF | Europees Sociaal Fonds | EMPL | 0 | 0 | 20 | 0 | Nee | Nee |
| Cohesiefonds | Cohesiefonds | REGIO | 1 | 0 | 16 | 0 | Nee | Nee |
| MFK-rubriek 2: Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen | ||||||||
| Elfpo | Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling | AGRI | 3 | 0 | 27 | 2 | Nee | Ja |
| EFMZV | Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij | MARE | 4 | 0 | 17 | 1 | Nee | Ja |
| LIFE | Programma voor het milieu en klimaatactie | ENV | 4 | 0 | 22 | 0 | Nee | Nee |
| MFK-rubriek 3: Veiligheid en burgerschap | ||||||||
| Europa voor de burger | Europa voor de burger | HOME | 2 | 0 | 2 | 0 | Nee | Nee |
| Creatief Europa | Programma Creatief Europa | EAC | 2 | 2 | 4 | 4 | Ja | Nee |
Bron: ERK, op basis van de EU-verordeningen, desbetreffende oproepen en de Europese agenda voor cultuur van 2007, zoals goedgekeurd bij de resolutie van de Raad van 16 november 2007.
Bijlage III – Lijst van gecontroleerde prioritaire assen en de bijbehorende operationele programma's
Gecontroleerde operationele programma’s
| Programmeringsperiode | Lidstaat | Operationeel programma | Naam | Gecontroleerde prioritaire as (PA) |
| 2014‑2020 | Portugal | 2014PT16M2OP002 | Regio Centro | PA 7. Het verzekeren van de duurzaamheid van gebieden PA 9. Versterking van het stedelijk netwerk |
| Italië | 2014IT16RFOP001 | Cultuur en ontwikkeling | PA 1. Uitbreiding van de culturele middelen | |
| Polen | 2014PL16M1OP001 | Infrastructuur en milieu | PA VIII. Bescherming van het cultureel erfgoed en ontwikkeling van culturele middelen | |
| Frankrijk | 2014FR16M0OP012 | Nord-Pas de Calais | PA 4. Uitbreiding van de capaciteit van de regio om zich aan te passen aan veranderingen en tegelijkertijd verbetering van de aantrekkelijkheid en zichtbaarheid ervan | |
| Kroatië | 2014HR16M1OP001 | Concurrentievermogen en cohesie | PA 6. Milieubescherming en duurzaamheid van hulpbronnen | |
| Roemenië | 2014RO16RFOP002 | Regionaal operationeel programma | PA 5. Verbetering van het stedelijk milieu en behoud, bescherming en duurzame valorisatie van cultureel erfgoed | |
| Duitsland | 2014DE16RFOP008 | (Mecklenburg-Voor-Pommeren | PA 4. Bevordering van de geïntegreerde duurzame stadsontwikkeling | |
| 2007‑2013 | Portugal | 2007PT161PO002 | Regio Noord | PA II. Economische bevordering van specifieke hulpbronnen PA III. Versterking van de regionale dimensie PA IV. Lokale en stedelijke cohesie |
| Italië | 2007IT161PO001 | Culturele, natuurlijke en toeristische attracties | PA 1. Verbetering en integratie van cultureel en natuurlijk erfgoed op regionale schaal | |
| Polen | 2007PL161PO002 | Infrastructuur en milieu | PA XI. Cultuur en cultureel erfgoed | |
| Frankrijk | 2007FR162PO017 | Nord Pas-de-Calais | PA 4. Territoriale dimensie | |
| Kroatië | 2007HR161PO003 | Regionaal concurrentievermogen | PA 1. Ontwikkeling en modernisering van de regionale infrastructuur en vergroting van de aantrekkelijkheid van regio’s PA 2. Verbetering van het concurrentievermogen van de Kroatische economie | |
| Roemenië | 2007RO161PO001 | Regionaal operationeel programma | PA 5. Duurzame ontwikkeling en bevordering van het toerisme | |
| Duitsland | 2007DE162PO010 | Regionaal programma Nedersaksen (zonder Lüneburg) | PA 3. Steun voor de specifieke infrastructuur voor duurzame groei |
Bijlage IV – Lijst van gecontroleerde projecten
| Lidstaat | Projectnaam | Programmerings-periode | Bezocht (ja/nee) | Soort voorziening | Niveau van autonomie |
Situatie op het moment van de controle | Totaal EFRO-bedrag (in miljoen EUR)* | Aantal output-indicatoren | Aantal resultaat-indicatoren |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Portugal | Universiteit van Coimbra | 2014‑2020 | Ja | Erfgoed | Autonoom | Loopt nog | N.v.t. | 1 | 0 |
| Portugal | Convento Abrantes | 2014‑2020 | Ja | Erfgoed | Niet autonoom | Loopt nog | N.v.t. | 1 | 1 |
| Portugal | OLIVA | 2007‑2013 | Ja | Nieuwe culturele infrastructuur | Niet autonoom | Afgerond in 2015 | 6,9 | 12 | 9 |
| Portugal | Rota das Catedrais | 2007‑2013 | Ja | Erfgoed | Autonoom | Afgerond in 2015 | 1,9 | 9 | 7 |
| Portugal | Centro Cultural de Viana | 2007‑2013 | Ja | Nieuwe culturele infrastructuur | Niet autonoom | Afgerond in 2014 | 10,7 | 2 | 1 |
| Polen | Jasna Góra Częstochowa | 2014‑2020 | Ja | Erfgoed | Autonoom | Afgerond in 2018 | 4,1 | 2 | 3 |
| Polen | Toruń — oude stadskern | 2014‑2020 | Ja | Erfgoed | Niet autonoom | Loopt nog | N.v.t. | 5 | 4 |
| Polen | Europejskie Centrum Solidarności, Gdánsk | 2007‑2013 | Ja | Nieuwe culturele infrastructuur | Autonoom | Afgerond in 2014 | 24,9 | 1 | 2 |
| Polen | Pawilon Czterech Kopuł, Wrocław | 2007‑2013 | Ja | Erfgoed | Autonoom | Afgerond in 2015 | 12,2 | 2 | 2 |
| Polen | NOSPR Katowice | 2007‑2013 | Ja | Nieuwe culturele infrastructuur | Autonoom | Afgerond in 2014 | 33,7 | 2 | 2 |
| Italië | Palazzo Lanfranchi, Matera | 2014‑2020 | Ja | Erfgoed | Niet autonoom | Loopt nog | N.v.t. | 1 | 1 |
| Italië | Ex Convento di Sant'Antonio | 2014‑2020 | Ja | Erfgoed | Niet autonoom | Afgerond in 2017 | 2,7 | 1 | 2 |
| Italië | Teatro San Carlo di Napoli | 2007‑2013 | Ja | Erfgoed | Autonoom | Afgerond in 2010 | 19,7 | 0 | 1 |
| Italië | Villa Campolieto | 2007‑2013 | Ja | Erfgoed | Autonoom | Afgerond in 2015 | 4,2 | 1 | 4 |
| Italië | Pompei (Casa dell’ Efebo) | 2007‑2013 | Ja | Erfgoed | Autonoom | Afgerond in 2015 | 0,6 | 3 | 1 |
| Roemenië | Mănăstirea Moldovita | 2007‑2013 | Nee | Erfgoed | Autonoom | Afgerond in 2012 | 1,1 | 6 | 8 |
| Roemenië | Muzeul Judetean Buzău | 2007‑2013 | Nee | Erfgoed | Autonoom | Afgerond in 2015 | 4,7 | 3 | 11 |
| Roemenië | Palatul Patriarhiei, Boekarest | 2007‑2013 | Nee | Erfgoed | Autonoom | Afgerond in 2015 | 12,6 | 7 | 1 |
| Frankrijk | Centre Eurorégional des cultures urbaines (Lille) | 2007‑2013 | Nee | Nieuwe culturele infrastructuur | Niet autonoom | Afgerond in 2014 | 3,6 | 2 | 0 |
| Frankrijk | Halle au sucre (Duinkerke) | 2007‑2013 | Nee | Nieuwe culturele infrastructuur | Niet autonoom | Afgerond in 2014 | 6,9 | 2 | 0 |
| Frankrijk | Musée du Louvre Lens | 2007‑2013 | Nee | Nieuwe culturele infrastructuur | Autonoom | Afgerond in 2012 | 35,0 | 2 | 0 |
| Kroatië | Muzej Rijeka (Karlovac) | 2007‑2013 | Nee | Nieuwe culturele infrastructuur | Autonoom | Afgerond in 2016 | 4,7 | 8 | 3 |
| Kroatië | Kneževa palača (Zadar) | 2007‑2013 | Nee | Erfgoed | Niet autonoom | Afgerond in 2016 | 4,7 | 3 | 4 |
| Kroatië | Ivanina kuća bajke (Ogulin) | 2007‑2013 | Nee | Nieuwe culturele infrastructuur | Autonoom | Afgerond in 2013 | 0,9 | 5 | 3 |
| Duitsland | Dom-Museum Hildesheim | 2007‑2013 | Nee | Erfgoed | Niet autonoom | Afgerond in 2015 | 3,5 | 0 | 0 |
| Duitsland | Kulturetage Oldenburg | 2007‑2013 | Nee | Nieuwe culturele infrastructuur | Autonoom | Afgerond in 2011 | 2,0 | 0 | 0 |
| Duitsland | Sprengel Museum Hannover | 2007‑2013 | Nee | Nieuwe culturele infrastructuur | Niet autonoom | Afgerond in 2015 | 11,6 | 0 | 0 |
Opmerking: Indicatoren verwijzen naar de economische, sociale of culturele dimensie van de projecten.
Bron: ERK.
Bijlage V – Overzicht van de 21 gecontroleerde selectieprocedures
De tabel biedt een overzicht van de aspecten waaraan begunstigden volgens beheersautoriteiten moesten voldoen bij het aanvragen van EFRO-financiering. Er wordt aangegeven of het vereiste werd gezien als toelatings- of selectiecriterium. Begunstigden moeten voldoen aan de toelatingscriteria om in aanmerking te komen voor financiering. De toelatingscriteria omvatten de subsidiabiliteitscriteria. Wanneer begunstigden voldoen aan een selectiecriterium levert dit voor hen een voordeel op (in de vorm van extra punten), maar dit is niet verplicht.
| Programmeringsperiode 2007-2013 | Programmeringsperiode 2014-2020 | |||||
| Door de beheersautoriteiten vereiste aspecten / Percentage selectieprocedures waarin begunstigden moesten voldoen aan het aspect | Toelatingscriteria | Selectiecriteria | Maximaal gemiddeld toegekend gewicht (indien van toepassing) | Toelatingscriteria | Selectiecriteria | Maximaal gemiddeld toegekend gewicht (indien van toepassing) |
| Economische impact van het project | 23 % | 26 % | ||||
| Sociale impact van het project | 17 % | 16 % | ||||
| Toename aantal bezoekers | 17 % | 12 % | ||||
| Opname in een lokale ontwikkelingsstrategie | 12 % | 13 % | ||||
| Culturele impact van het project | ||||||
| — Culturele kwaliteit van het project | N.v.t. | 11 % | ||||
| — Bestaan van een cultuurlabel (Unesco of nationaal) | 10 % | 12 % | ||||
| — Deelname aan EU-initiatieven (of -labels) | N.v.t. | N.v.t. | ||||
| — Urgentie van fysieke ingreep | 11 % | 11 % | ||||
| — Impact op reputatie, bevordering van erfgoed | N.v.t. | 8 % | ||||
| Restauratie/onderhoud van de voorziening | ||||||
| — Kwaliteit van de werkzaamheden die zullen worden uitgevoerd | 12 % | 15 % | ||||
| — Fysiek onderhoud, onderhoudsplannen | 0 % | N.v.t. | ||||
| Financiële duurzaamheid | ||||||
| — Kosteneffectiviteit van het project | 15 % | 6 % | ||||
| — Aantonen van financiële duurzaamheid | 12 % | 7 % | ||||
| Aspect is vereist in 75 % tot 100 % van alle gecontroleerde selectieprocedures | |
| Aspect is vereist in 50 % tot 75 % van alle gecontroleerde selectieprocedures | |
| Aspect is vereist in 25 % tot 50 % van alle gecontroleerde selectieprocedures | |
| Aspect is vereist in minder dan 25 % van alle gecontroleerde selectieprocedures | |
| Aspect is in geen van de gecontroleerde selectieprocedures vereist |
Bron: ERK.
Bijlage VI – Lijst van de belangrijkste beleidsdocumenten die relevant zijn voor culturele voorzieningen
| Titel van het document | Soort document | Datum |
| De noodzaak cultureel erfgoed op alle beleidsgebieden van de EU op de voorgrond te plaatsen | Conclusies van de Raad | 2018 |
| European Framework for Action on Cultural Heritage | Werkdocument van de diensten van de Commissie | 2018 |
| Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed | Besluit (EU) 2017/864 van het Europees Parlement en de Raad | 2017 |
| Een coherent EU-beleid voor de culturele en creatieve sector | Resolutie van het Europees Parlement | 2016 |
| Naar een geïntegreerde aanpak van cultureel erfgoed voor Europa | Resolutie van het Europees Parlement | 2015 |
| Naar een geïntegreerde aanpak van cultureel erfgoed voor Europa | Mededeling van de Commissie | 2014 |
| Mapping of Cultural Heritage actions in European Union policies, programmes and activities | Mededeling van de Commissie | 2014 |
| Cultureel erfgoed als strategische hulpbron voor een duurzaam Europa | Conclusies van de Raad | 2014 |
| Steun aan culturele en creatieve sectoren ten behoeve van groei en banen in de EU | Mededeling van de Commissie | 2012 |
Bron: ERK.
Bijlage VII – Belangrijkste kenmerken van het Europees erfgoedlabel, het werelderfgoedlabel en het label voor culturele routes
| Europees erfgoed van de |
Werelderfgoed van |
Culturele routes van de Raad van |
|
| Oprichting | 2011 | 1972 | 1987 |
| Verantwoordelijke autoriteiten | Lidstaten | Verdragsluitende staten | Raad van Europa, uitgebreid partieel akkoord inzake culturele routes (EPA) |
| Aantal onderscheiden voorzieningen/netwerken | 38 voorzieningen | 1092 voorzieningen, 373 in de EU | 38 opgerichte Europese netwerken |
| Aantal landen met onderscheiden voorzieningen/netwerken | 18 | 167 | 62 |
| Belangrijkste overkoepelende beginselen | Bevorderen van Europese integratie, geschiedenis, cultuur en waarden | Beschermen van erfgoed van uitzonderlijke universele waarde | Bevorderen van een gedeelde Europese identiteit en waarden, de interculturele dialoog, het Europees geheugen en erfgoed en de Europese geschiedenis |
| Belangrijkste criteria voor toekenning van het label | Europees belang | Uitzonderlijke universele waarde | Europese waarde + transnationale dimensie + Europees geheugen, geschiedenis en erfgoed |
| Frequentie van monitoring | Elke 4 jaar | Elke 6 jaar | Elke 3 jaar |
| Evaluatie op het niveau van de voorziening | Op basis van zelfrapportage | Op basis van zelfrapportage | Uitgevoerd door een onafhankelijke deskundige |
| Belangrijkste gemonitorde aspecten | Feedback met betrekking tot EHL-voorziening (voordelen, aantal bezoekers…), activiteiten voor de volgende periode, communicatiebehoeften. | Staat van instandhouding, beheer, monitoringprocedures, activiteiten, risico’s, nieuwe wetgeving, impact van het label | Thema’s, activiteiten en beheer van de netwerken, communicatie en publicaties, toeristische en economische impact, financiële situatie, bestuur |
| Reactieve monitoring voor bedreigde voorzieningen | Nee | Ja | Nee |
| Mogelijkheid tot terugtrekking | Ja | Ja | Ja, na één jaar van bijzondere evaluatie |
Bron: ERK, op basis van 1) Besluit nr. 1194/2011/EU tot instelling van een actie van de Europese Unie voor het Europees erfgoedlabel (PB L 303 van 22.11.2011, blz. 1); 2) “Operational guidelines for the implementation of the World Heritage Convention”, 2017; 3) door de culturele routes van de Raad van Europa verstrekte informatie en resolutie CM/Res(2013)67 “revising the rules for the award of the “Cultural Route of the Council of Europe” certification”.
Bijlage VIII – Ontwikkeling van het EFRO-kader voor investeringen in culturele voorzieningen
| 2007-20131) | 2014-20202) | Voorstel van de Commissie voor |
|
| Prioriteiten voor investeringen in verband met culturele voorzieningen | Geen specifieke doelstellingen of investeringsprioriteiten vastgesteld in de verordening | Investeringsprioriteit 6c: “het behouden, beschermen, bevorderen en ontwikkelen van het natuurlijk en cultureel erfgoed” Investeringsprioriteit 8b: “(…) de verbetering van de toegankelijkheid en de ontwikkeling van specifieke natuurlijke en culturele hulpbronnen” Investeringsprioriteit 9a: “investeringen in[…] sociale infrastructuur […] door een betere toegankelijkheid van sociale, culturele en recreationele diensten” |
Specifieke doelstelling 5(i) Het bevorderen van een geïntegreerde sociale, economische en ecologische ontwikkeling, cultureel erfgoed en veiligheid in stedelijke gebieden Specifieke doelstelling 5(ii) het bevorderen van geïntegreerde maatschappelijke, economische en ecologische lokale ontwikkeling, cultureel erfgoed en veiligheid, met inbegrip van plattelands- en kustgebieden, ook via vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling. |
| Codes voor uitgaven | 058 behoud van cultureel erfgoed 059 culturele infrastructuur, met uitzondering van culturele diensten |
094 Bescherming, ontwikkeling en bevordering van het openbare culturele en historische erfgoed | 129 Bescherming, ontwikkeling en bevordering van cultureel erfgoed en culturele diensten |
| Outputindicatoren | Geen kernindicator vastgesteld voor culturele voorzieningen | Duurzaam toerisme “Stijging van het verwachte aantal bezoeken aan plaatsen van cultureel en natuurlijk erfgoed die steun ontvangen” |
Gemeenschappelijke indicatoren: RCO 77 — Capaciteit van ondersteunde culturele en toeristische infrastructuur |
| Resultaatindicatoren | Geen kernindicator vastgesteld voor cultuur | Geen gemeenschappelijke resultaatindicatoren vastgesteld in de verordening | Gemeenschappelijke indicatoren: RCR 77 — Toeristen/bezoeken aan ondersteunde voorzieningen RCR 78 — Gebruikers van ondersteunde culturele infrastructuur |
Bronnen: ERK, op basis van: 1) Verordening (EG) nr. 1083/2006 en Verordening (EG) nr. 1828/2006; 2) Verordening (EU) nr. 1301/2013; 3) Zie met betrekking tot de codes voor uitgaven het Voorstel voor een verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen, COM(2018) 375 final, bijlagen 1-22 van 29 mei 2018; zie met betrekking tot de overige informatie het voorstel voor een verordening inzake het EFRO/CF, bijlagen1 en 2, COM(2018) 372 final van 29 mei 2018.
Bijlage IX – Belangrijkste doelstellingen van de prioritaire assen in de steekproef en meting daarvan aan de hand van resultaatindicatoren
| Sociaal | Cultureel | Economisch | ||||
| 2014-2020 | 2007-2013 | 2014-2020 | 2007-2013 | 2014-2020 | 2007-2013 | |
| Kroatië | Doen stijgen van de werkgelegenheid | Resultaatindicator bestaat, ondanks het feit dat de doelstelling niet is vastgesteld. | Bevorderen van cultureel erfgoed | Geen doelstelling en geen resultaatindicator vastgesteld. | Doen stijgen van de werkgelegenheid en van de uitgaven door toeristen | Ontwikkeling van ondernemings-klimaat en concur-rentievermogen van kmo’s |
| Frankrijk | Bevorderen van de sociale transformatie | Bevorderen van de sociale samenhang | In stand houden en ontwikkelen van regionaal erfgoed | Herstellen van erfgoed en bouwen van het museum Louvre-Lens | Bevorderen van de economische transformatie | Versterken van regionale excellentie en aantrekkelijkheid |
| Duitsland | Geen doelstelling en geen resultaatindicator vastgesteld. | Resultaatindicator bestaat, ondanks het feit dat de doelstelling niet is vastgesteld. | Verbeteren van het duurzame gebruik van cultureel erfgoed | Geen doelstelling en geen resultaatindicator vastgesteld. | Behoud van de aantrekkelijkheid van de steden | Benutten van het toeristische potentieel om het concur-rentievermogen te verbeteren |
| Italië | Verbeteren van de voorwaarden en normen voor het gebruik van cultureel erfgoed | Verbeteren van het gebruik van culturele en natuurlijke hulpbronnen | Verbeteren van de voorwaarden en normen voor het aanbod van cultureel erfgoed | Verbeteren van de instandhouding van culturele en natuurlijke hulpbronnen | Bevorderen van cultureel erfgoed en toerisme voor nationale groei | Doen toenemen van de aantrekkelijkheid van regionale gebieden |
| Polen | Betere toegankelijkheid van culturele voorzieningen | Uitbreiden van de toegang tot cultuur en het doeltreffende gebruik van cultureel erfgoed | Geen doelstelling en geen resultaatindicator vastgesteld. | Verbeteren van de culturele infrastructuur en behoud van cultureel erfgoed | Verbeteren van het economische concurrentievermogen | Verbeteren van de aantrekkelijkheid van Polen |
| Portugal | Verhogen van het niveau van tevredenheid van bewoners | Lokale en stedelijke samenhang door versterking van collectieve diensten | Bevorderen van de versterking van cultureel erfgoed | Bevorderen van cultuur en creativiteit | Bevestigen van de regio als toeristische bestemming | Economische bevordering van specifieke hulpbronnen |
| Roemenië | Verbeteren van de levenskwaliteit | Creëren van banen door middel van de ontwikkeling van het toerisme | Behoud en valorisatie van cultureel erfgoed en identiteit | Restauratie en duurzame valorisatie van cultureel erfgoed | Versterken van de lokale ontwikkeling | Duurzame ontwikkeling en bevorderen van toerisme |
| Geen resultaatindicator voor deze doelstelling | |
| Tussen 1 en 2 resultaatindicatoren | |
| 3 of meer resultaatindicatoren |
Bron: ERK.
Acroniemen en afkortingen
DG: directoraat-generaal
ECoC: culturele hoofdstad van Europa (European Capital of Culture)
EFRO: Europees Fonds voor regionale ontwikkeling
ESI-fondsen: Europese structuur- en investeringsfondsen
EYCH: Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed (European Year of Cultural Heritage)
GB-verordening: verordening houdende algemene bepalingen
OCM: open coördinatiemethode
OP: operationeel programma
PO: partnerschapsovereenkomst
Verklarende woordenlijst
Culturele doelstelling: een doel om de materiële en immateriële culturele diversiteit (culturele voorzieningen, muziekuitvoeringen, kunsttentoonstellingen, enz.) te beschermen en te vergroten.
Economische doelstelling: een doel dat over het algemeen verband houdt met de productiviteit en/of werkgelegenheid.
Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen): de vijf belangrijkste EU-fondsen, die samen de economische ontwikkeling in de hele EU ondersteunen: het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij. Op de fondsen is een reeks gemeenschappelijke regels van toepassing.
Operationeel programma (OP): het basiskader voor de uitvoering van door de EU gefinancierde cohesieprojecten in een bepaalde periode dat de prioriteiten en doelstellingen weerspiegelt die zijn vastgelegd in partnerschapsovereenkomsten tussen de Commissie en de afzonderlijke lidstaten.
Partnerschapsovereenkomst (PO): een overeenkomst tussen de Commissie en een lidstaat of derde land(en) in het kader van een EU-uitgavenprogramma waarin bijvoorbeeld strategische plannen, investeringsprioriteiten of de voorwaarden voor handels- of ontwikkelingssteun zijn vastgesteld.
Sociale doelstelling: een doel om toegang te bieden tot culturele voorzieningen aan alle sociale groepen (waaronder achtergestelde groepen en personen met een handicap), kennis te democratiseren en onderwijs en werkgelegenheid te bevorderen.
Controleteam
In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheerthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de prestaties of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.
Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer II “Investeringen ten behoeve van cohesie, groei en inclusie”, die onder leiding staat van ERK-lid Iliana Ivanova. De controle werd geleid door ERK-lid Pietro Russo, ondersteund door Chiara Cipriani, kabinetschef; Benjamin Jakob, kabinetsattaché, Emmanuel Rauch, hoofdmanager; Sara Pimentel, taakleider; Ana Popescu, Bernard Witkos, Dana Smid Foltynova, Jussi Bright, Paulo Manuel Carichas, Sabine Maur‑Helmes, Thierry Lavigne en Tristan Le Guen, controleurs. Hannah Critoph en Richard Moore verleenden taalkundige ondersteuning.
Van links naar rechts:
Voetnoten
1 “Cultural Heritage”, Speciale Eurobarometer nr.°466, enquête op verzoek van de Europese Commissie, december 2017.
2 Mededeling van de Commissie over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering, COM(2007) 242 definitief van 10 mei 2007.
3 Eurostat, “Culture statistics”, vierde editie, 2019, blz. 64.
4 Bijeenkomst van de Europese Raad, 14 december 2017, EUCO 19/1/17.
5 Een nieuwe strategische agenda, 2019‑2024, Europese Raad.
6 Artikel 3, lid 3, VEU.
7 Artikel 167, lid 1, VWEU.
8 Artikel 167, lid 4, VWEU: “De Unie houdt bij haar optreden uit hoofde van andere bepalingen van de Verdragen rekening met de culturele aspecten, met name om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen”.
9 Mededeling van de Commissie over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering, COM(2007) 242 definitief van 10 mei 2007.
10 Mededeling van de Commissie, “Een nieuwe Europese agenda voor cultuur”, COM(2018) 267 final van 22 mei 2018.
11 Conclusies van de Raad over het werkplan voor cultuur 2019‑2022 (PB C 460 van 21.12.2018, blz. 12).
12 “Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development”, vastgesteld door de VN op 25 september 2015.
13 Artikel 3, lid 3, VEU.
14 Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014‑2020) (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221). Creatief Europa omvat ook audiovisuele activiteiten.
15 Verordening (EU) nr. 1301/2013 van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en specifieke bepalingen met betrekking tot de doelstelling “Investeren in groei en werkgelegenheid” (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 289).
16 Paragrafen 16-18 van het briefingdocument over het leveren van prestaties in het cohesiebeleid, ERK, juni 2019.
17 Verslag van de Commissie over de uitvoering en de relevantie van het werkplan voor cultuur 2011‑2014, COM(2014) 535 final van 25.8.2014, blz. 12, en Verslag van de Commissie over de uitvoering van de Europese agenda voor cultuur, COM(2010) 390 final van 19.7.2010, blz. 8.
18 Zie artikel 24 van het programma Creatief Europa.
19 “Annual performance review - Cultural spending”, bijlage bij de wet inzake de kwijting, Frans Ministerie van Financiën, 2018, blz. 223.
20 Werkdocument van de diensten van de Commissie, SWD(2018) 491 final van 5 december 2018.
21 Artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1301/2013 betreffende het EFRO, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).
22 “Panel Report on Monitoring” inzake het Europees erfgoedlabel, 19 december 2016.
23 Resolutie van het Europees Parlement van 2 maart 2017 over de tenuitvoerlegging van het programma Creatief Europa, P8_TA(2017)0062.
24 Verordening (EU) nr. 1303/2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake de ESI-fondsen (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).
25 Besluit nr. 1855/2006/EG van 12 december 2006 tot vaststelling van het programma Cultuur (2007‑2013) (PB L 372 van 27.12.2006, blz. 1).
26 “Mapping of Cultural Heritage actions in the European Union policies, programmes and activities”, versie van 2014 (https://www.europa-creativa.eu/Files/uploads/29-2014-heritage-mapping_en.pdf) en bijgewerkte versie van 2017 (https://ec.europa.eu/culture/sites/culture/files/2014-heritage-mapping-version-2017_en.pdf).
27 Ibid., versies van 2014 en 2017, blz. 2.
28 Eindverslag van het cultuurnetwerk van het Europees statistisch systeem (ESSnet-Culture), 2012.
29 Zie bijvoorbeeld de “Guide to Eurostat culture statistics” van Eurostat, versie van 2018.
30 Speciaal verslag nr. 02/2017 “De onderhandelingen van de Commissie over de partnerschapsovereenkomsten en programma’s op cohesiegebied voor de periode 2014‑2020: doelgerichtere uitgaven voor prioriteiten van Europa 2020, maar steeds complexere regelingen voor prestatiemeting”.
31 Paragraaf 59 van Advies nr. 6/2018.
32 “Programma di Azione e Coesione Complementare al PON Cultura e Sviluppo 2014‑2020”.
34 Artikel 3, lid 3, VEU.
35 “Commission Services Line-To-Take for Desk Officers, Definition of “small-scale” in relation to infrastructure under the ERDF Regulation”, versie 1.0, 7 juli 2014.
36 Informatieve nota van de Poolse delegatie bij de Raad over “The necessity of raising the maximum value of small-scale cultural infrastructure implemented within the European Regional Development Fund 2014‑2020”, 8561/15, 6 mei 2015.
37 In het kader van thematische doelstelling 2 “Verbetering van de toegang tot en het gebruik en de kwaliteit van ICT”.
38 In het kader van thematische doelstelling 3 “Verbetering van het concurrentievermogen van het mkb”.
39 Resolutie van het Europees Parlement van 2 maart 2017 over de tenuitvoerlegging van het programma Creatief Europa, P8_TA(2017)0062; ontwerpwetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 4 maart 2019 over het voorstel tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2021‑2027), A8-0156/2019.
40 Conclusies van de Raad over culturele en creatieve kruisbestuiving ter stimulering van innovatie, economische duurzaamheid en sociale inclusie (PB C 172 van 27.5.2015, blz. 13).
41 Gemeenschappelijke verklaring goedgekeurd tijdens de informele vergadering van ministers van Cultuur en Europese Zaken van de EU-lidstaten over de bescherming van het Europees erfgoed, Parijs, 3 mei 2019.
42 Paragrafen 116 en 117 van Speciaal verslag nr. 02/2017 van de Rekenkamer: “De onderhandelingen van de Commissie over de partnerschapsovereenkomsten en programma’s op cohesiegebied voor de periode 2014‑2020: doelgerichtere uitgaven voor prioriteiten van Europa 2020, maar steeds complexere regelingen voor prestatiemeting”.
43 Ontwerp van een thematisch richtsnoer voor bevoegde ambtenaren van de Commissie, “support to culture, tourism and sport related investments”, versie 1 van 13 mei 2013.
44 Het Handvest van Venetië, “International Charter for the conservation and restoration of monuments and site”, 1964; en het Handvest van Krakau, “Principles for the Conservation and Restoration of Built Heritage”, 2000.
45 “Management Guidelines for World Heritage Sites”, ICCROM, Unesco, ICOMOS, 1998 en ICOMOS, “Evaluations of Nominations of Cultural and Mixed Properties, Report for the World Heritage Committee”, 43e zitting, WHC-19/43.COM/INF.8B1, 2019.
46 Artikel 4 van het Handvest van Venetië.
47 Europese Commissie, “Safeguarding Cultural Heritage from Natural and Man-Made Disasters, A comparative analysis of risk management in the EU”, 2018.
48 De richtsnoeren voor verslaglegging werden vastgesteld door het college en in december 2019 gepubliceerd (PB C 428 van 20.12.2019, blz. 8).
49 Besluit nr. 2228/97/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautair actieprogramma op het gebied van het cultureel erfgoed (PB L 305 van 8.11.97, blz. 31).
51 Artikel 3, onder d), van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2014/52/EU (PB L 124 van 25.4.2014, blz. 1).
52 Artikel 7 van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/844 (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 75).
53 ICOMOS, “European Quality Principles for EU-funded interventions with potential impact upon cultural heritage”, 2019.
54 Artikel 125, lid 3, onder d), van de GB-verordening.
55 Artikel 61 van de GB-verordening.
56 Artikel 67, lid 3, onder d), van COM(2018) 375 final.
57 Zie ook paragraaf 97 van ERK-advies nr. 6/2018.
58 Louvre Lens, “5 ans de gratuité de la galerie du temps et du pavilion de verre: bilan et perspectives”, maart 2018, blz. 12.
59 Franse regionale rekenkamer Nord/Pas-de-Calais/Picardie, Établissement public de coopération culturelle « Louvre-Lens » Exercices 2011 et suivants, Relevé d’observations définitives, 2015, blz. 9.
60 Artikel 71 van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen.
61 Paragrafen 54-56 van het briefingdocument over het leveren van prestaties in het cohesiebeleid, ERK, juni 2019.
Tijdlijn
| Gebeurtenis | Datum |
|---|---|
| Vaststelling van het controleplan (APM) / aanvang van de controle | 12.12.2018 |
| Ontwerpverslag officieel verzonden naar de Commissie (of andere gecontroleerde) | 6.1.2020 |
| Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure | 26.2.2020 |
| Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van de Commissie (of andere gecontroleerde) | 24.3.2020 |
Contact
EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG
Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors
Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).
Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2020
| ISBN 978-92-847-4419-0 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/26405 | QJ-AB-20-005-NL-N | |
| HTML | ISBN 978-92-847-4434-3 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/882073 | QJ-AB-20-005-NL-Q |
AUTEURSRECHT
© Europese Unie, 2020.
Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is geregeld bij Besluit nr. 6-2019 van de Europese Rekenkamer over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.
Tenzij anders aangegeven (bv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor inhoud afkomstig van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Dit betekent dat hergebruik is toegestaan mits de bron correct wordt vermeld en wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap van de documenten niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.
U moet aanvullende rechten verwerven indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeelsleden van de ERK, of werken van derden bevat. Indien toestemming wordt verkregen, wordt hiermee de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.
Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan moet u de auteursrechthebbende mogelijk rechtstreeks om toestemming vragen.
Foto tekstvak 1: © Capital Europeia da Cultura Guimarães 2012.
Afbeelding 2: Iconen gemaakt door Pixel perfect van https://flaticon.com.
Foto’s tekstvak 3: © Stad Katowice.
Foto tekstvak 4: © Foto: Luciano Romano.
Foto tekstvak 7: © Foto: Henrique Patricio.
Foto 1 tekstvak 10: Bron: Scheda ispettiva, Casa dell’Efebo I 7, 11, verstrekt door Parco Archeologico di Pompei.
Foto 2 tekstvak 10: Bron: Relazione tecnica, Casa dell’Efebo, januari 2016, verstrekt door Parco Archeologico di Pompei.
Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid van de ERK inzake hergebruik; hiervoor wordt u ook geen licentie verleend.
De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.
Gebruik van het logo van de Europese Rekenkamer
Het logo van de Europese Rekenkamer mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de Europese Rekenkamer.
Hoe neemt u contact op met de EU?
Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:
- te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen),
- te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
- een e-mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Waar vindt u informatie over de EU?
Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl
EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).
EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1952 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu
Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.
