Speciaal verslag
nr.12 2019

Elektronische handel: voor veel uitdagingen op het gebied van de inning van btw en douanerechten moet nog een oplossing worden gevonden

(uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU)

Over het verslag: De EU moedigt elektronische handel aan om ervoor te zorgen dat bedrijven en consumenten internationaal op het internet net zo kunnen kopen en verkopen als op hun lokale markten. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de inning van btw en douanerechten die moeten worden betaald voor grensoverschrijdende elektronische handelstransacties. We hebben deze controle uitgevoerd omdat tekortkomingen bij de inning van btw en douanerechten gevolgen hebben voor de begrotingen van de lidstaten en de EU, aangezien zij deze in verhouding tot hun bni moeten compenseren. Onze controleurs hebben onderzocht of de Europese Commissie een degelijk regelgevings- en controlekader voor elektronische handel heeft vastgesteld met betrekking tot de inning van btw en douanerechten, en of de controlemaatregelen van de lidstaten de volledige inning van btw en douanerechten op de elektronische handel helpen waarborgen. We stelden vast dat de EU, ondanks recente positieve ontwikkelingen, deze problemen momenteel niet naar behoren aanpakt, maar met het “pakket elektronische handel” enkele vastgestelde tekortkomingen heeft verholpen.
Wij doen een aantal aanbevelingen aan de Europese Commissie en de lidstaten over de manier waarop zij de vastgestelde uitdagingen beter kunnen aanpakken en een degelijk regelgevings- en controlekader kunnen vaststellen.

De publicatie is beschikbaar in 23 talen en in het volgende formaat:
PDF
PDF General Report

Samenvatting

I

Elektronische handel is het verkopen of kopen van goederen of diensten die via het internet of andere onlinecommunicatienetwerken worden geleverd. De EU moedigt elektronische handel aan om ervoor te zorgen dat bedrijven en consumenten internationaal op het internet net zo kunnen kopen en verkopen als op hun lokale markten. Volgens de meest recente beschikbare statistieken verrichtte een op de vijf ondernemingen in de EU‑28 in 2017 elektronische verkopen. In de periode 2008‑2017 nam het percentage ondernemingen met elektronische verkopen toe met 7 procentpunten en steeg de met elektronische verkopen gerealiseerde omzet als aandeel van de totale omzet met 5 procentpunten.

II

Wanneer goederen en diensten die door middel van elektronische handel worden verhandeld grenzen passeren, innen de lidstaten btw en douanerechten. Tekortkomingen bij deze inning hebben gevolgen voor de begrotingen van de lidstaten en de EU. De Commissie voert inspecties uit van de geïnde btw en douanerechten. Zij is ook verantwoordelijk voor het vaststellen van douane- en belastingbeleid en voor strategieën en wetgeving op deze gebieden. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding is verantwoordelijk voor het onderzoeken van fraude, corruptie en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de EU schaden.

III

We hebben deze controle uitgevoerd vanwege het risico op onregelmatigheden bij de inning van btw en douanerechten bij grensoverschrijdende elektronische handel. Hoewel er geen ramingen beschikbaar zijn wat betreft de hoogte van de niet geïnde btw op grensoverschrijdende dienstverlening, schat de Commissie de verliezen op leveringen van goederen van geringe waarde uit niet-EU-landen op wel 5 miljard EUR per jaar.

IV

We onderzochten het stelsel voor de heffing van btw en douanerechten op grensoverschrijdende leveringen van goederen die via het internet worden verhandeld, zoals vastgesteld in de btw- en douanewetgeving. We keken bovendien naar het nieuwe stelsel voor de heffing van btw op grensoverschrijdende dienstverlening in het kader van de elektronische handel dat begin 2015 in werking trad. Tot slot evalueerden we de voorstellen van de Commissie en de wetgeving die de Raad goedkeurde in het kader van het “pakket elektronische handel” van 2017.

V

We onderzochten of de Europese Commissie een degelijk regelgevings- en controlekader inzake elektronische handel heeft vastgesteld met betrekking tot de inning van btw en douanerechten en of de controlemaatregelen van de lidstaten de volledige inning van btw en douanerechten met betrekking tot elektronische handel helpen waarborgen.

VI

We constateerden dat de EU, ondanks recente positieve ontwikkelingen, niet alle uitdagingen rond het innen van de juiste bedragen aan btw en douanerechten op via het internet verhandelde goederen en diensten aanpakt.

VII

We stelden het volgende vast:

  1. het regelgevend kader voldoet in de meeste opzichten aan de internationale beste praktijken die worden bevorderd door de OESO en de WDO;
  2. met de nieuwe bepalingen die in 2021 in werking zullen treden, moeten enkele van de tekortkomingen van het huidige kader worden aanpakt, maar er moet nog steeds iets worden gedaan aan onderwaardering;
  3. regelingen voor administratieve samenwerking tussen EU-lidstaten en met niet-EU-landen worden niet ten volle benut;
  4. de controles die worden uitgevoerd door de nationale belastingautoriteiten laten te wensen over en de controles van de Commissie zijn ontoereikend;
  5. er is sprake van tekortkomingen in de huidige inklaringssystemen en van een risico dat de EU misbruik door betrokken tussenpersonen niet kan voorkomen;
  6. de handhaving van de inning van btw en douanerechten is niet doeltreffend.
VIII

Om te komen tot een intensiever gebruik van de overeenkomsten voor administratieve samenwerking, doeltreffender controles en een betere handhaving van de inning en de doeltreffendheid van het regelgevend kader doen we de Commissie en de lidstaten een aantal aanbevelingen. De Commissie moet met name:

  1. controleren in welke mate niet-EU-landen voldoen aan verzoeken van lidstaten uit hoofde van de overeenkomsten inzake wederzijdse administratieve bijstand die met hen zijn gesloten op het gebied van douane- en belastingzaken, en gebruikmaken van structuren en kaders die in het kader van deze overeenkomsten zijn ingesteld om specifieke uitdagingen aan te pakken die voortvloeien uit de elektronische handel in goederen;
  2. inspecties uitvoeren van de controles door de lidstaten van de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde;
  3. de werking van de verkoop van goederen op afstand binnen de EU en het mini-éénloketsysteem (MOSS) monitoren;
  4. de lidstaten helpen een methode te ontwikkelen voor het produceren van periodieke ramingen van de btw-kloof door niet-naleving bij elektronische handel, en
  5. het gebruik van geschikte “technologiegebaseerde” systemen voor inning onderzoeken, met inbegrip van het gebruik van digitale valuta's, om btw-fraude op het gebied van elektronische handel aan te pakken.

De lidstaten moeten:

  1. tijdig feedback geven op de van andere lidstaten in Eurofisc ontvangen fraudesignalen;
  2. hun controleactiviteiten ten aanzien van MOSS-handelaren en verkopers op afstand uitbreiden, en
  3. de inachtneming van de nieuwe drempel van 10 000 EUR voor de verlening van diensten binnen de EU door handelaren zorgvuldig monitoren.

Inleiding

01

Elektronische handel is het kopen of verkopen van goederen of diensten door middel van elektronische transacties die via het internet of op andere manieren op de computer verspreide (online-communicatie-) netwerken worden geleverd, tussen bedrijven, huishoudens, personen of particuliere organisaties1.

02

De elektronische handel neemt gestaag toe. Volgens de meest recente beschikbare statistieken verrichtte een op de vijf ondernemingen in de EU‑28 in 2017 elektronische verkopen. In de periode 2008‑2017 nam het percentage ondernemingen met elektronische verkopen toe met 7 procentpunten en steeg de omzet die door middel van elektronische verkopen werd gerealiseerd als aandeel van de totale omzet met 5 procentpunten2.

03

De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de inning van btw en douanerechten die moeten worden betaald voor grensoverschrijdende elektronische handelstransacties. Tekortkomingen bij de inning van btw en douanerechten hebben gevolgen voor de begrotingen van de lidstaten en de EU.

04

Directoraat-generaal Belastingen en Douane-Unie (DG TAXUD) is op strategisch en wetgevend niveau verantwoordelijk voor het douane- en belastingbeleid, met inbegrip van de elektronische handel. Het heeft onder meer tot taak de ontwikkeling en het beheer van de douane-unie en het ontwikkelen van belastingbeleid in de EU. Het directoraat-generaal stelt wetgevende en strategische initiatieven op en coördineert de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de lidstaten.

05

DG TAXUD is daarnaast voorzitter van de Groep van deskundigen inzake douanebeleid, die de uitvoering van de douane-unie ondersteunt en is samengesteld uit de directeuren-generaal van de 28 nationale douaneautoriteiten.

06

Directoraat-generaal Begroting (DG BUDG) is verantwoordelijk voor het uitvoeren van inspecties in verband met de “eigen middelen”, een vorm van inkomsten die door de lidstaten beschikbaar wordt gemaakt voor de EU-begroting en die middelen omvat op basis van de geïnde btw en douanerechten op invoer van buiten de EU.

07

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding, OLAF, is verantwoordelijk voor het onderzoeken van fraude, corruptie en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de EU schaden.

Inning van btw en douanerechten bij elektronische handel: de huidige regelingen van de EU

08

In het algemeen is het EU-douanerecht vastgelegd in het douanewetboek van de Unie3, terwijl de btw onder de btw-richtlijn4 valt. De huidige regelingen van de EU voor de inning van btw die verschuldigd is over elektronische handel verschillen voor goederen en diensten.

Levering van goederen

09

Op in de EU geregistreerde handelaren die goederen leveren vanuit één lidstaat aan een consument in een andere lidstaat is de “regeling voor verkoop op afstand” van toepassing. Dit houdt in dat de handelaar tot een bepaalde verkoopdrempel (normaal gesproken 35 000 EUR, maar 100 000 EUR in bepaalde lidstaten) het btw-tarief toepast van de lidstaat waar hij is geregistreerd5. Boven deze drempel moet de handelaar zich registreren voor de btw in de lidstaat van bestemming en het btw-tarief van deze lidstaat toepassen (waarbij alle verslagleggings- en nalevingsverplichtingen ontstaan).

10

In het geval van niet-EU-handelaren die aan EU-consumenten verkopen, worden goederen in de EU ingevoerd en zijn deze onderworpen aan de inklaringsprocedure. Voor goederen met een waarde van 150 EUR of minder (zendingen met een te verwaarlozen waarde) geldt een douanevrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde, wat betekent dat over de invoer hiervan geen douanerechten hoeven te worden betaald6. Voor goederen met een te verwaarlozen waarde — te weten 22 EUR of minder (of 10 EUR in bepaalde lidstaten) geldt ook een btw-vrijstelling. Voor deze goederen hoeft dus geen btw op invoer te worden betaald7.

Dienstverrichting

11

Op elektronische diensten8 die door een bedrijf worden verleend aan particulieren (“B2C-diensten”) is het “bestemmingsbeginsel” van toepassing, wat betekent dat hiervoor het btw-tarief geldt van het land van verblijf van de consument. Het bestemmingsbeginsel is sinds 2003 van toepassing op digitale B2C-diensten die worden geleverd vanuit een niet-EU-land aan consumenten in de EU. Sinds begin 2015 is hetzelfde beginsel van toepassing op alle elektronische diensten die door een EU-leverancier worden verleend aan een consument in een andere lidstaat. Op dergelijke diensten was voorheen het btw-tarief van het land van verblijf van de leverancier van toepassing.

12

Begin 2015 voerde de EU-wetgever het “mini-éénloketsysteem” (MOSS) in voor de belasting van telecommunicatie-, omroep- of langs elektronische weg verrichte diensten. In het kader van het MOSS brengen handelaren die elektronische diensten verlenen aan particulieren het btw-tarief in rekening van de lidstaat waar de consument gevestigd is (de “lidstaat van verbruik”). Ze kunnen zich echter in elke lidstaat naar keuze registeren voor het afdragen van btw9 (de “lidstaat van identificatie”) en daar één enkele btw-aangifte indienen waarin alle diensten zijn opgenomen die zijn geleverd naar elke lidstaat van verbruik, en de betrokken btw over deze diensten betalen. De lidstaat van identificatie draagt de verschuldigde btw vervolgens over aan elke lidstaat van verbruik. Het MOSS is van toepassing op zowel in de EU geregistreerde als niet-EU-handelaren10.

13

In figuur 1 wordt getoond hoe digitale B2C-diensten die worden verleend door handelaren die in het MOSS zijn geregistreerd, worden belast in de verschillende lidstaten van verbruik.

Figuur 1

B2C-levering van elektronische diensten voor handelaren die zijn geregistreerd in het MOSS aan klanten in verschillende lidstaten

Bron: ERK op basis van: Bellheim, Brown, Erneholm, Jundt, e.a., “Your pocket guide to VAT on digital e-commerce”.

Risico's van de huidige regelingen voor de inning van btw en douanerechten over elektronische handel

14

Er zijn geen ramingen beschikbaar van verliezen op EU-niveau van btw op grensoverschrijdende dienstverlening, maar de Commissie schat de verliezen op leveringen van goederen van geringe waarde uit niet-EU-landen op wel 5 miljard EUR per jaar. Andere ramingen worden getoond in de paragrafen 101-107.

15

Hoewel met de interne markt de grenscontroles op handel binnen de EU zijn afgeschaft, worden alle niet-EU-goederen die de lidstaten binnenkomen onderworpen aan douanecontroles. Diensten die digitaal worden geleverd van buiten de EU vormen een bijzonder risico: dergelijke diensten overschrijden geen fysieke grens en worden niet op dezelfde wijze gecontroleerd als goederen die de EU binnenkomen. Over de handel in diensten binnen de EU moet btw worden betaald en de lidstaten moeten op de hoogte zijn van het bestaan van dergelijke transacties om deze naar behoren te kunnen belasten.

Vertrouwen op de vrijwillige medewerking van handelaren

16

Eén algemeen risico — ten aanzien van goederen en diensten die door zowel EU- als niet-EU-handelaren worden geleverd — is dat bij het bestaande stelsel in essentie wordt vertrouwd op de bereidheid van handelaren om zich te registreren en de verschuldigde btw te betalen. De lidstaten hebben buiten hun eigen rechtsgebied geen handhavingsbevoegdheden, met name ten aanzien van niet-EU-handelaren. Hierdoor is het voor hen lastig om te waarborgen dat de inning van btw in de lidstaat waar de goederen en diensten uiteindelijk worden verbruikt volledig is.

Risico's in verband met het wettelijk kader en regelingen voor samenwerking

17

Het risico bestaat dat belasting- en douaneautoriteiten in de lidstaat van verbruik de regelingen voor administratieve samenwerking niet gebruiken om informatie op te vragen van het land of de landen waar de leverancier is gevestigd of geïdentificeerd. Zonder dergelijke uitwisseling van informatie is het voor de belasting-/douaneautoriteiten in de lidstaat van verbruik moeilijk om de onbelaste transacties op te sporen. B2C-transacties vallen bovendien niet onder het systeem voor de uitwisseling van btw-informatie, een elektronisch netwerk voor het doorsturen van btw-informatie over zowel geldige btw-identificatienummers van bedrijven die in de lidstaten zijn geregistreerd als van belasting vrijgestelde leveringen binnen de EU.

18

Een ander risico bestaat erin dat de belastingautoriteiten van het land van registratie (of de lidstaat van identificatie) onvoldoende worden gestimuleerd om behoorlijke controles van leveranciers of dienstverrichters uit te voeren omdat eventuele achterhaalde btw ten goede komt aan de lidstaat van verbruik.

Risico op niet-naleving

19

Dit vertrouwen op de medewerking van handelaren maakt het systeem kwetsbaar voor verschillende vormen van niet-naleving. In het geval van de regeling voor verkoop op afstand bestaat het risico dat leveranciers of dienstverrichters zich niet registreren in de lidstaat van bestemming wanneer hun verkopen boven de betreffende drempel uitkomen. Ook bestaat het risico dat, aangezien door verschillen in btw-tarieven tussen de lidstaten fraude bij verkoop op afstand meer voordeel kan opleveren, leveranciers of dienstverrichters te weinig btw op verkopen aangeven teneinde onder de drempel te blijven en te voorkomen dat het hogere btw-tarief van de lidstaat van bestemming wordt toegepast. Zo kunnen leveranciers of dienstverrichters in lidstaten met lagere btw-tarieven de leveranciers of dienstverrichters in lidstaten met een hoger tarief onderbieden, wat leidt tot derving van inkomsten voor de nationale begrotingen.

20

Omdat het afdwingen van registratie in het MOSS lastig is, bestaat het risico dat niet-EU-leveranciers of -dienstverrichters zich in geen enkele lidstaat registreren voor de btw om te voorkomen dat btw wordt aangerekend en zij deze moeten betalen over de diensten die ze leveren. Zelfs wanneer zij zich in een lidstaat van identificatie registreren, blijft het risico bestaan dat zij te weinig of helemaal geen btw aangeven. Dit beperkt de inkomsten voor de nationale begroting en zo kunnen niet-EU-leveranciers of -dienstverrichters in de EU geregistreerde leveranciers of dienstverrichters onderbieden.

21

De vrijstellingen van btw en douanerechten voor zendingen met een te verwaarlozen waarde stimuleren mogelijk een andere vorm van niet-naleving: de systematische onderwaardering van goederen in invoeraangiften met het oog op ontduiking.

22

Met het “pakket elektronische handel” van de EU, dat op 1 december 2016 door de Commissie werd voorgesteld en eind 2017 door de Raad werd goedgekeurd, moesten deze problemen worden aangepakt. Het werd opgesteld in het kader van de strategie voor de digitale eengemaakte markt van de EU. De eerste hervormingen met betrekking tot de btw traden op 1 januari 2019 in werking. Andere maatregelen zullen in 2021 van kracht worden.

Reikwijdte en aanpak van de controle

23

We controleerden of de Commissie en de lidstaten de uitdagingen doeltreffend aanpakken waarmee de lidstaten te maken hebben om de juiste bedragen aan btw en douanerechten op via het internet verhandelde goederen en diensten te innen. We hebben in het bijzonder onderzocht of:

  1. de Commissie een degelijk regelgevings- en controlekader inzake elektronische handel heeft vastgesteld ten aanzien van de inning van btw en douanerechten, en
  2. de controlemaatregelen van de lidstaten de volledige inning van btw en douanerechten met betrekking tot elektronische handel helpen waarborgen.
24

We bezochten de belasting- en douaneautoriteiten van vijf lidstaten: Duitsland, Ierland, Nederland, Oostenrijk en Zweden. We selecteerden deze lidstaten aan de hand van de volgende risicocriteria: i) het geschatte bedrag aan gederfde btw in verband met de uit hoofde van de wetgeving inzake zendingen met een te verwaarlozen waarde toegekende vrijstellingen11; ii) het aantal geregistreerde handelaren in het MOSS per lidstaat12, en iii) de omvang van de elektronische verkopen door handelaren die zijn geregistreerd in één lidstaat aan klanten in andere lidstaten13.

25

We voerden deze controle uit omdat de inning van btw en douanerechten bij grensoverschrijdende elektronische handel gevoelig is gebleken voor onregelmatigheden. Elektronische handel kan met name worden misbruikt door niet-EU-leveranciers of -dienstverrichters, waardoor EU-handelaren worden benadeeld. Dergelijke onregelmatigheden hebben rechtstreekse gevolgen voor de begrotingen van de lidstaten en de Europese Unie, doordat de inning van douanerechten door de lidstaten wordt beperkt. Ze hebben bovendien onrechtstreeks gevolgen voor hun bijdragen uit de btw. Daarnaast verstoren ze het gelijke speelveld op de interne markt.

26

Derhalve hebben we het MOSS gecontroleerd, dat begin 2015 van kracht werd. We controleerden ook de heffing van btw en douanerechten op de grensoverschrijdende levering van goederen, zoals vastgesteld in de btw- en douanewetgeving. Tot slot evalueerden we de nieuwe voorstellen van de Commissie en de wetgeving die de Raad op 5 december 2017 goedkeurde in het kader van het “pakket elektronische handel”.

27

Onze controle besloeg de periode van begin 2015 tot eind 2018. We hebben ook rekening gehouden met de waarschijnlijke impact van de wetswijzigingen in het btw-pakket voor elektronische handel die na afloop van onze controle in werking zullen treden.

28

We voerden de controle in twee fasen uit:

  1. eerste fase:
    • preliminaire werkzaamheden bij de Commissie, bezoeken aan en discussies met de academische wereld, de voorzitter van het werkterrein van Eurofisc, gespecialiseerd in elektronische handel, en de Werelddouaneorganisatie, evenals met kerngroep 2 van de btw-werkgroep van de hoge controle-instanties (HCI's) van de EU, teneinde informatie en gegevens te verzamelen voor de controlewerkzaamheden ter plaatse in de lidstaten en de EU-wetgeving te vergelijken met de internationale beste praktijken, en
    • enquête: kerngroep 2 merkte elektronische handel aan als kwetsbaar voor fraude op het gebied van de btw. Om een uitgebreid overzicht van de situatie in de EU te krijgen, besloot kerngroep 2 een enquête uit te voeren onder alle belastingautoriteiten van de EU. Als onderdeel van kerngroep 2 stuurden wij deze enquête in november 2016 naar laatstgenoemden. Het referentiejaar voor de enquête was 2015. De enquête had betrekking op zowel EU- als niet-EU-regelingen van het MOSS en de verkoop van goederen op afstand binnen en buiten de EU. Twintig lidstaten beantwoordden deze enquête;
  2. tweede fase, controlewerkzaamheden ter plaatse:
    • bij de Commissie: we beoordeelden het specifieke regelgevings- en controlekader dat door de Commissie was opgezet om ervoor te zorgen dat het voldoet aan de internationale beste praktijken op het gebied van de inning van btw en douanerechten en eerdere aanbevelingen van de ERK in verband met de elektronische handel. We evalueerden bovendien de wetgevingsvoorstellen die de Commissie had ingediend in het kader van het “pakket elektronische handel”, en
    • in de geselecteerde lidstaten onderzochten we of: i) de belasting- en douaneautoriteiten de regelingen voor administratieve samenwerking gebruiken om de overdracht van de passende informatie over de btw en douanerechten te waarborgen, ii) de door hen uitgevoerde controles doeltreffend zijn, en iii) de handhaving van de inning van de btw en douanerechten doeltreffend is. We baseerden onze analyse op de antwoorden van de lidstaten op de enquête inzake elektronische handel, interviews met deskundigen van de belasting- en douaneautoriteiten van de lidstaten en diverse steekproeven van transacties in verband met elektronische handel.
29

Gedetailleerde informatie over de aanpak van de controle bij de Commissie en in de lidstaten is opgenomen in bijlage I en bijlage II.

Opmerkingen

30

In het kader van de elektronische handel worden goederen en diensten geleverd vanaf afgelegen locaties en moeten lidstaten hun onbevoegdheid in de landen waar leveranciers of dienstverrichters zijn gevestigd, compenseren door informatie over deze leveringen uit te wisselen. Ze moeten bovendien doeltreffende controles uitvoeren op basis van alle beschikbare informatie en de inning van btw en douanerechten handhaven om ervoor te zorgen dat deze volledig is.

31

De Commissie moet de douane- en belastingautoriteiten van de lidstaten inspecteren en onderzoeken uitvoeren om de financiële belangen van de EU te beschermen. De Commissie moet daarnaast een degelijk wetgevingskader en controlestelsel ontwikkelen dat de lidstaten in staat stelt aan de bovenstaande eisen te voldoen en dat tegelijkertijd in overeenstemming is met de internationale beste praktijken op het gebied van elektronische handel.

Regelingen voor administratieve samenwerking worden niet ten volle benut

De lidstaten maken geen gebruik van de regelingen voor wederzijdse administratieve bijstand om informatie uit te wisselen met niet-EU-landen

32

De belasting- en douaneautoriteiten moeten informatie over internationale handel uitwisselen met andere landen om ervoor te zorgen dat de bepalingen inzake belasting en douane worden nageleefd en dat de inning van ontvangsten volledig is. Deze administratieve samenwerking staat bekend als de wederzijdse administratieve bijstand. Elke internationale overeenkomst van de EU moet overeenkomstig artikel 218 VWEU vooraf worden goedgekeurd door de Raad.

Wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken

33

In een eerder speciaal verslag richtten we de volgende aanbeveling14 tot de lidstaten: “Ter versterking van de samenwerking met derde landen en voor de handhaving van de btw-heffing op vanuit die landen geleverde B2C-e-handeldiensten en immateriële zaken, moeten de lidstaten:

  1. de Commissie machtigen tot onderhandelingen over de regelingen inzake wederzijdse bijstand met de landen waar de meeste aanbieders van digitale diensten zijn gevestigd en deze regelingen ondertekenen, en
  2. voor de lidstaten die deel uitmaken van de OESO, het Verdrag van de OESO inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken ondertekenen en uitvoeren om informatie uit te wisselen over digitale dienstverleners met derde landen”.
34

In het kader van deze controle hebben we een follow-up uitgevoerd van de bovenstaande aanbeveling. We constateerden dat de EU tot nu toe slechts één internationale overeenkomst op het gebied van btw-samenwerking heeft gesloten: de overeenkomst tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen betreffende administratieve samenwerking, bestrijding van fraude en invordering van schuldvorderingen op het gebied van de btw15. Deze overeenkomst trad op 1 september 2018 in werking.

35

Alle EU-lidstaten hebben nu het Verdrag van de OESO inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken ondertekend. Geen van de twintig lidstaten die de enquête beantwoordden, heeft dit echter gebruikt voor elektronische handel. Ook de vijf lidstaten die wij in 2018 in het kader van deze controle bezochten, hadden het Verdrag van de OESO inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken nog nooit gebruikt ten aanzien van elektronische handel.

Wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

36

Voor douanezaken heeft de EU geen geldende overeenkomst inzake samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand met derde landen die voorziet in specifieke administratieve samenwerking op het vlak van elektronische handel. Dit weerhoudt lidstaten er niet van overeenkomsten inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken te gebruiken die niet nadrukkelijk verband houden met elektronische handel, maar in brede zin gericht zijn op het voorkomen, opsporen en bestrijden van schendingen van de douanewetgeving.

37

De vijf bezochte lidstaten voorzagen ons echter niet van voorbeelden of enig bewijs van het gebruik van verzoeken om wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken met derde landen op het gebied van elektronische handel. Ze zijn terughoudend bij het gebruik van deze informatie-uitwisseling met China op het gebied van elektronische handel, vanwege de kleine kans dat zij een antwoord zullen krijgen16. Zonder een dergelijke uitwisseling van informatie kunnen de douaneautoriteiten in de lidstaat van verbruik niet op de hoogte zijn van de ongemelde transacties.

Regelingen voor administratieve samenwerking binnen de EU worden niet ten volle benut

38

De lidstaten zijn afhankelijk van informatie die zij van andere lidstaten ontvangen met betrekking tot de handel binnen de EU om btw op hun grondgebied te kunnen innen. De lidstaten wisselen deze informatie uit met gebruikmaking van de regelingen voor administratieve samenwerking waarin de EU-wetgeving voorziet17. In deze wetgeving zijn de volgende instrumenten voor administratieve samenwerking vastgelegd die relevant zijn voor de elektronische handel:

  1. het MOSS, waarin informatie wordt opgeslagen over geregistreerde handelaren en hun gemelde diensten die zijn geleverd aan de lidstaat van verbruik;
  2. uitwisselingen van informatie op verzoek en uitwisselingen van informatie zonder voorafgaand verzoek met gebruikmaking van elektronische standaardformulieren;
  3. controles die tegelijkertijd in twee of meer lidstaten worden uitgevoerd (multilaterale controles — MLC's) en de aanwezigheid van belastingambtenaren in andere lidstaten, waardoor zij toegang hebben tot documenten die daar worden bewaard of lopende onderzoeken kunnen bijwonen, en
  4. een gedecentraliseerd netwerk genaamd Eurofisc voor de snelle uitwisseling, verwerking en analyse van gerichte informatie tussen de lidstaten inzake grensoverschrijdende fraude. Het doel hiervan is het bevorderen en vergemakkelijken van de multilaterale samenwerking bij de bestrijding van btw-fraude. Het netwerk functioneert als samenwerkingskader zonder rechtspersoonlijkheid.

Het mini-éénloketsysteem (MOSS)

39

Het MOSS is een handelsfaciliteringsmaatregel voor handelaren die elektronische diensten leveren binnen en naar de EU. De registratie voor het MOSS is dus vrijwillig. EU-handelaren kunnen zich registreren voor de EU-regeling van het MOSS in de lidstaat waar zij hun bedrijf hebben opgericht of, wanneer dit niet voor hen geldt, waar zij een vaste vestiging hebben18. Niet-EU-handelaren kunnen zich registreren voor de niet-EU-regeling in een lidstaat naar keuze. Wanneer handelaren zich niet voor het MOSS registreren, moeten zij zich registreren voor de btw in elke lidstaat waar verbruikers van de diensten gevestigd zijn.

Het MOSS heeft een degelijke IT-architectuur

40

Wanneer de belastingautoriteiten van de lidstaten problemen ondervinden met de exploitatie van het MOSS door andere lidstaten, kunnen zij het callcenter van het beheer van IT-diensten (ITSM) van DG TAXUD om hulp vragen. Elk gemeld probleem krijgt een ticket met een code in databank Synergia. Het ITSM heeft een MOSS-dashboard opgezet als instrument voor de monitoring van de MOSS-werkzaamheden op EU-niveau.

41

Wanneer een lidstaat een foutief bericht stuurt, reageert de ontvanger met een technische foutmelding (TEM). De TEM kan verwijzen naar de ongeldigheid of het onjuiste formaat van het bericht of naar het feit dat de respectievelijke btw-aangifte of het btw-identificatienummer onbekend is.

42

Om de prestaties van de IT-architectuur van het MOSS te testen hebben we:

  1. de antwoorden van de lidstaten op onze enquête geanalyseerd;
  2. de IT-specialisten voor het MOSS van de belastingautoriteiten van de lidstaten ondervraagd;
  3. alle 29 op het MOSS-dashboard van 20 november 2017 gepubliceerde tickets onderzocht die werden toegewezen aan gemelde problemen waarbij een bezochte lidstaat de veroorzaker van het probleem was of met het probleem te maken kreeg, en
  4. een steekproef van tien verstuurde TEM’s en tien ontvangen TEM’s van elke bezochte lidstaat geëvalueerd.

Tekstvak 1

Voorbeeld van bevindingen in onze steekproeven

We stelden vast dat 25 van de 29 tickets die door de bezochte lidstaten waren gemeld nog steeds openstonden of na lange vertragingen waren gesloten. We constateerden daarnaast dat de ontvangen TEM's geen aanleiding geven tot een reactie van de ontvanger totdat de kwestie escaleert en hiervoor een ticket wordt aangemaakt. De lidstaten treden dus niet op proactieve wijze op bij het behandelen van problemen of TEM's (zie details van de resultaten van de steekproef in bijlage III).

43

Negentien lidstaten antwoordden in de enquête dat de IT-infrastructuur waarin de Europese Commissie had voorzien voldoende betrouwbaar was om de werking van het MOSS te waarborgen, en zestien lidstaten antwoordden dat zij van de Commissie voldoende ondersteuning kregen tijdens de voorbereidende fase. De belastingautoriteiten van de vijf bezochte lidstaten gaven tijdens de controle aan dat zij het hiermee eens waren. Vier lidstaten waren echter van mening dat de richtsnoeren ontoereikend waren. Een van deze lidstaten wees op de uiteenlopende interpretaties van “functionele en technische specificaties”, wat tijdens ons bezoek werd bevestigd door een andere lidstaat.

44

De Nederlandse belastingautoriteiten zijn van mening dat er te veel MOSS-deelnemers en technische specificaties zijn, waardoor zij niet proactief kunnen optreden bij de behandeling van uitzonderingen en signalen van lidstaten of handelaren. Volgens de Oostenrijkse belastingautoriteiten werkt het systeem sinds 2017 beter en verloopt de samenwerking tussen de IT-diensten van de lidstaten soepel. Zij zijn echter van mening dat de lidstaten niet gereed zullen zijn voor de invoering van het nieuwe éénloketsysteem tegen 2021.

In het MOSS wordt informatie opgeslagen over geregistreerde handelaren en hun gemelde diensten die zijn geleverd aan de lidstaat van verbruik

45

De EU-wetgeving inzake administratieve samenwerking voorziet in de opslag en uitwisseling van informatie over de start, wijzigingen en het einde van de activiteiten van handelaren die voor het MOSS zijn geregistreerd en over hun in een btw-aangifte gemelde diensten die zijn geleverd vanuit hun lidstaat van identificatie aan de lidstaat van verbruik19.

46

Om te verifiëren hoe de lidstaten ervoor zorgen dat de juiste informatie met betrekking tot het MOSS op het juiste moment wordt doorgestuurd naar de lidstaat van verbruik hebben we: i) de antwoorden van de lidstaten op onze enquête onderzocht, ii) de MOSS-deskundigen in de bezochte lidstaten ondervraagd, en iii) vijf steekproeven van aan het MOSS gerelateerde transacties gecontroleerd.

47

Dertien lidstaten antwoordden dat handelaren geen problemen ondervinden bij het bepalen van het juiste tarief dat zij moeten toepassen; vijf lidstaten meldden enkele problemen en twee lidstaten beantwoordden deze vraag niet. Van de bezochte lidstaten stuurt Nederland, als lidstaat van identificatie, een foutmelding aan de handelaar wanneer de btw-bedragen die zijn vermeld in de aangiften niet juist zijn berekend. In Zweden worden handelaren in de btw-aangifte geïnformeerd over de btw-tarieven van alle lidstaten en wordt de consistentie van de aangegeven bedragen en de toegepaste btw-tarieven gecontroleerd.

48

Oostenrijk gaf aan dat de handelaar een bericht van het Oostenrijkse MOSS-systeem ontvangt wanneer hij een onjuist btw-tarief of btw-bedrag invult, maar dat hij de aangifte nog steeds kan indienen met het onjuiste tarief of bedrag. Het systeem blokkeert de betaling niet wanneer het tarief onjuist is, maar stuurt slechts een herinnering om dit te corrigeren. Oostenrijk is van mening dat het systeem het niet zou mogen toelaten dat handelaren het onjuiste btw-tarief invullen.

49

Om de plaats te bepalen waar de verbruiker van de diensten is gevestigd, zijn in de EU-wetgeving enkele veronderstellingen vastgelegd. Wanneer deze veronderstellingen niet van toepassing zijn, moet de leverancier of dienstverrichter twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken20 bewaren, zoals een factuur- of internetprotocoladres (IP-adres) of bankgegevens om te kunnen bewijzen waar de consument gevestigd is.

50

Volgens de antwoorden op de enquête ondervinden dertien lidstaten geen problemen bij het bepalen waar de consument is gevestigd en zij beschikken niet over meldingen van problemen door hun MOSS-handelaren. Drie lidstaten meldden enkele problemen. Een andere lidstaat gaf aan dat hij momenteel slechts één bewijsstuk gebruikt om de locatie te bepalen. Eén lidstaat meldde aanzienlijke problemen en de overige twee lidstaten beantwoordden deze vraag niet.

51

Van de vijf bezochte lidstaten meldde alleen Oostenrijk dat het niet altijd mogelijk is om te verifiëren of de locatie van de consumenten echt of juist is en dat het slechts op het IP-adres kan vertrouwen.

52

In elke bezochte lidstaat controleerden we een steekproef voor zowel de EU- als de niet-EU-regeling van tien registraties, aangiften, correcties van aangiften, afmeldingen en uitsluitingen in het kader van het MOSS. De volledige resultaten van de steekproef worden getoond in bijlage III.

Tekstvak 2

Voorbeeld van bevindingen in onze steekproeven

De belastingautoriteiten documenteerden niet altijd de controles van de registraties van handelaren. De controles die betrekking hadden op EU-handelaren waren vollediger dan die inzake niet-EU-handelaren en ze voorkwamen niet dat in twee lidstaten tegelijkertijd registratie plaatsvond. Dit leidt tot de verstoring van het gelijke speelveld op de interne markt.

Wanneer de handelaar niet binnen dertig dagen na het einde van de periode van de aangifte (kwartaal) een aangifte heeft ingediend, verstuurt de lidstaat van identificatie een elektronische herinnering aan de handelaar dat hij verplicht is een aangifte in te dienen en te betalen. Verdere herinneringen worden verstuurd door de lidstaat van verbruik. We stelden vast dat de lidstaat van verbruik de handelaar er in vijf van de vijftig zaken in de steekproef niet aan herinnerde een btw-aangifte in te dienen. Wanneer de handelaar gedurende drie opeenvolgende kwartalen zijn verplichting niet nakomt om een btw-aangifte in te dienen, moeten de belastingautoriteiten hem uitsluiten van het MOSS.

Ontoereikende gebruikmaking van uitwisseling van informatie tussen de lidstaten

53

De EU-wetgeving voorziet in twee soorten uitwisselingen van informatie met betrekking tot administratieve samenwerking: de uitwisseling van informatie op verzoek en de uitwisseling van informatie zonder voorafgaand verzoek. De laatstgenoemde kan automatisch plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van de automatische uitwisseling van informatie met betrekking tot het MOSS zoals bedoeld in het bovenstaande hoofdstuk, of spontaan21.

54

In tabel 1 zijn uitwisselingen van informatie getoond in het kader van de administratieve samenwerking (AC) in verband met elektronische handel die wij van 2015 tot en met de meest recente beschikbare gegevens vaststelden in de bezochte lidstaten.

Tabel 1

Uitwisselingen van informatie in de bezochte lidstaten in verband met elektronische handel

Bron: ERK.

55

We stelden vast dat er een risico bestond dat deze gegevens onvolledig waren, omdat:

  1. de elektronische formulieren voor spontane uitwisseling van informatie geen vakje hebben dat kan worden aangekruist om aan te geven dat de uitgewisselde informatie verband houdt met de regeling voor verkoop op afstand;
  2. de lidstaten geen apart register bijhouden van elektronische formulieren die verband houden met elektronische handel, en
  3. de centrale verbindingsbureaus voor administratieve samenwerking van de lidstaten geen afzonderlijke coördinatiefunctie hebben voor het MOSS en/of verkopen op afstand.
56

In tabel 2 zijn uitwisselingen van informatie getoond in het kader van de AC in de bezochte lidstaten in 2016, ongeacht of deze verband hielden met elektronische handel.

Tabel 2

Totaal uitwisselingen van informatie in het kader van de AC in de bezochte lidstaten in 2016

Bron: Deskundigengroep van het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking.

57

Uit deze tabellen blijkt dat de gebruikmaking van de uitwisseling van informatie over elektronische handel, op verzoek of spontaan, nog steeds beperkt is.

58

De uitwisselingen van informatie op verzoek moeten uiterlijk drie maanden na ontvangst van het verzoek plaatsvinden, tenzij de aangezochte autoriteit reeds in het bezit is van de informatie. In dit geval wordt de termijn beperkt tot één maand22.

59

Om de doelmatigheid van deze uitwisselingen van informatie te verifiëren, onderzochten we de uitwisselingen van informatie die zijn getoond in tabel 1. Wanneer meer dan tien uitwisselingen van informatie plaatsvonden, op verzoek of spontaan, verzonden of ontvangen, selecteerden we tien willekeurige uitwisselingen. Wanneer dit niet het geval was, onderzochten we alle uitwisselingen. We stelden het volgende vast:

  1. ten aanzien van 56 uitwisselingen van de steekproef was sprake van 25 vertragingen bij de uitwisseling van informatie op verzoek. Bij 16 van deze 25 vertraagde uitwisselingen van informatie stelden de lidstaten de andere lidstaat niet op de hoogte van de onmogelijkheid om de uiterste termijn voor het antwoord overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) nr. 904/2010 te halen;
  2. de lidstaten maken vaker gebruik van uitwisselingen van informatie op verzoek of spontaan voor verkopen van goederen op afstand binnen de EU dan voor het MOSS.

Multilaterale controles zijn niet doeltreffend

60

Twee of meer lidstaten kunnen overeenkomen dat zij overgaan tot gecoördineerde controles van de belastingschuld van een of meer gerelateerde handelaren wanneer dergelijke controles door hen doeltreffender worden geacht dan door slechts één lidstaat uitgevoerde controles23.

61

Volgens de Commissie werden sinds 2014 284 multilaterale controles (MLC's) uitgevoerd waarvan er zes meer specifiek verband hielden met elektronische handel, met betrekking tot de btw en directe belastingen.

62

We onderzochten deze MLC's tijdens onze controlebezoeken aan de lidstaten en beoordeelden de doeltreffendheid hiervan op het punt van aanvullende btw-beoordelingen die werden uitgevoerd. We stelden vast dat drie MLC's nog worden uitgevoerd en dat één MLC zeer succesvol was wat aanvullende btw-beoordelingen betreft. We constateerden echter ook dat de lidstaat van identificatie in twee gevallen weigerde mee te werken aan de MLC. Een van de bezochte lidstaten merkte op dat het bijna onmogelijk is om de juiste belastinggrondslag te bepalen wanneer de lidstaat van identificatie hierbij niet betrokken is.

63

De bezochte lidstaten hadden ook nog nooit gebruikgemaakt van gezamenlijke controles in het kader van het Verdrag van de OESO inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken24.

64

Op 2 oktober 2018 keurde de Raad een herziening25 van Verordening (EU) nr. 904/2010 goed die de belastingautoriteiten van de lidstaten de mogelijkheid biedt26 om gezamenlijke controles uit te voeren. Volgens de nieuwe bepalingen kan de aangezochte autoriteit niet weigeren (behoudens bepaalde uitzonderingen) om deel te nemen aan de controle wanneer ten minste twee lidstaten een met gezamenlijk met redenen omkleed verzoek indienen bij de lidstaat van identificatie met indicaties of bewijs van risico's op btw-ontduiking.

De lidstaten vinden de uitwisselingen van informatie via Eurofisc niet nuttig

65

Eurofisc is een gedecentraliseerd netwerk van ambtenaren van de belasting- en douaneautoriteiten van de lidstaten die snel gerichte informatie uitwisselen en gezamenlijk verwerken en analyseren over mogelijke frauduleuze bedrijven en transacties.

66

Tijdens de plenaire zitting van Eurofisc van april 2016 werd de oprichting van het nieuwe werkterrein 5 van Eurofisc goedgekeurd. Dit werkterrein telt momenteel 24 deelnemers en drie waarnemers.

67

Een van de doelstellingen van werkterrein 5 voor 2017 was het beginnen met uitwisselen van operationele gegevens. De lidstaten zijn twee niveaus van feedback overeengekomen. Feedback op het eerste niveau moet, indien mogelijk, binnen een maand worden verstuurd. Feedback op het tweede niveau moet na afronding van het onderzoek worden verstuurd zodat de afzender van de informatie op de hoogte is van het nut van de verstrekte informatie.

68

We constateerden dat vier lidstaten een lijst van 480 fraudesignalen met de andere lidstaten deelden toen het systeem in december 2017 operationeel werd. De lidstaten boden echter slechts feedback ten aanzien van een van deze 480 zaken. De lidstaten zijn van mening dat de signalen die door middel van werkterrein 5 van Eurofisc in deze risicodatabank worden uitgewisseld niet voldoende doelgericht, niet nuttig of niet succesvol zijn.

69

De lidstaten delen ook informatie en geven vroegtijdige waarschuwingen over fraudetrends en concrete fraudestelsels. We stelden vast dat lidstaten deze informatie drie keer hebben uitgewisseld, waarbij dit één keer zeer nuttig was voor de belastingautoriteiten van de lidstaat die de informatie ontving en die binnen een maand feedback gaf.

Gebrek aan doeltreffende controles van de grensoverschrijdende elektronische handel

70

De lidstaten zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor de uitvoering van het controlesysteem om ervoor te zorgen dat EU- en niet-EU-handelaren zich registreren in het MOSS-systeem. Daarnaast is elke lidstaat verantwoordelijk voor het instellen van zijn eigen kader voor risicobeheer voor controles van verkopen op afstand. Omdat er geen gemeenschappelijk kader op EU-niveau bestaat, kunnen verschillende benaderingen in de verschillende lidstaten leiden tot verstoringen van de interne markt.

De controleactiviteit van de belastingautoriteiten ten aanzien van het MOSS laat te wensen over

71

We constateerden dat de belastingautoriteiten de controles van de registraties van handelaren niet altijd documenteerden. Deze controles waren vollediger voor EU-handelaren dan voor niet-EU-handelaren. We stelden in bijna 80 % van de onderzochte gevallen tekortkomingen vast in de controle van registraties voor de niet-EU-regeling, en tijdens het onderzoek van de steekproeven van afmeldingen en uitsluitingen troffen we twee gevallen aan van dubbele registratie voor de niet-EU-regeling. Het gelijke speelveld wordt dus niet gewaarborgd voor EU-handelaren.

72

In de enquête vroegen we de lidstaten of zij in 2015 als lidstaat van identificatie controles hadden uitgevoerd van handelaren die in het kader van het MOSS waren geregistreerd. Slechts zeven lidstaten antwoordden dat zij dergelijke controles hadden uitgevoerd en een van hen gaf aan deze bij de registratie uit te voeren. De overige lidstaten antwoordden dat zij geen controles hadden uitgevoerd (negen lidstaten) of niet over statistieken hierover beschikten (vier lidstaten).

73

Wat betreft de controles als lidstaat van verbruik antwoordden acht lidstaten dat zij dergelijke controles hadden uitgevoerd, negen dat zij geen controles hadden uitgevoerd en drie dat zij niet beschikten over relevante statistieken.

74

Figuur 2 toont het aantal MOSS-controles dat in de bezochte lidstaten werd uitgevoerd, voor zowel de EU- als de niet-EU-regelingen, van 2015 tot de meest recente beschikbare gegevens.

Figuur 2

Aantal MOSS-controles in de vijf geselecteerde lidstaten ten opzichte van het aantal handelaren per eind 2017

Opmerking: Het aantal MOSS-handelaren in Duitsland dat op federaal niveau beschikbaar is, omvat geen EU-leveranciers.

Bron: ERK.

75

We onderzochten de MOSS-controles die in figuur 2 worden genoemd. We stelden het volgende vast:

  1. alleen Nederland gebruikte het standaardcontrolebestand voor MOSS-controles (SAF-MOSS) om MOSS-handelaren om gegevens te verzoeken;
  2. de controle werd in slechts drie van de onderzochte dossiers afgesloten met een doeltreffende btw-inning van de aanvullende btw-beoordeling;
  3. de Commissie heeft aanbevelingen gedaan27 over de coördinatie van de MOSS-controles en de lidstaten zijn richtsnoeren overeengekomen die werden opgesteld door de “Fiscalis-projectgroep 86” inzake de audit en de controle van het MOSS. Deze richtsnoeren zijn echter niet wettelijk bindend en de lidstaten kunnen verschillende benaderingen volgen.
76

We constateerden dat de MOSS-controleactiviteiten zeer beperkt zijn in het geval van de EU-regeling en dat ze bijna niet bestaan in het geval van de niet-EU-regeling. Deze controleactiviteit is niet doeltreffend ten aanzien van de btw-inning. Bovendien gaven de Nederlandse belastingautoriteiten aan dat zij een enorme achterstand hebben wat betreft controles van correcties van btw-aangiften als lidstaat van verbruik.

De belastingautoriteiten voeren geen doeltreffende controles uit van de verkoop van goederen op afstand binnen de EU

77

De meeste lidstaten gebruiken instrumenten voor web-scraping of informatie van derden om handelaren te identificeren die zouden moeten zijn geregistreerd op hun grondgebied omdat zij de drempel hebben overschreden (zie paragraaf 09). Zij gebruiken deze informatie echter niet om handelaren te identificeren die in een andere lidstaat zouden moeten zijn geregistreerd.

78

Twee van de bezochte lidstaten gaven ook aan dat het lastig is om leveranciers of dienstverrichters uit andere lidstaten te controleren die zich in eerstgenoemde zouden moeten registreren omdat zij de drempel voor verkoop op afstand hebben overschreden.

79

Leveranciers of dienstverrichters uit andere lidstaten en andere markten kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat particulieren worden verplicht om een overeenkomst te sluiten met koeriersdiensten die als tussenpersoon optreden in de lidstaat van de leverancier om de goederen te leveren aan de lidstaat van verbruik. De leverancier of dienstverrichter beschouwt de levering zo op kunstmatige wijze als gedaan aan de tussenpersoon in de eigen lidstaat, in plaats van als verkoop op afstand naar de lidstaat van verbruik, waardoor de noodzaak om zich in de laatstgenoemde lidstaat te registreren wordt vermeden.

80

53 van de 62 uitwisselingen van informatie op verzoek of zonder voorafgaand verzoek uit de steekproef met betrekking tot verkoop op afstand die wij onderzochten werden gedaan in het kader van een controle. We troffen dertien voorbeelden aan van doeltreffende resultaten wat betreft de btw-inning.

De EU-douaneautoriteiten kunnen misbruik van de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde voor goederen die vanuit niet-EU-landen worden ingevoerd niet voorkomen

81

Voor B2C-leveringen van goederen die worden gekocht in niet-EU-landen geldt een btw-vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde wanneer de waarde hiervan de drempel van 22 EUR niet overschrijdt28. Daarnaast geldt dat wanneer de intrinsieke waarde29 van de goederen gelijk is aan of lager is dan 150 EUR, er geen douanerechten hoeven te worden geheven. Een cadeau dat van één persoon naar een andere persoon (P2P) wordt gestuurd, is vrijgesteld van douanerechten en btw wanneer de waarde hiervan niet hoger is dan 45 EUR (zie tabel 3).

Tabel 3

Drempel voor de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde

Bron: ERK.

82

Van deze vrijstellingen voor zendingen met een te verwaarlozen waarde (LVCR's) kan misbruik worden gemaakt door middel van: i) de onderwaardering van goederen, waarvoor een waarde wordt opgegeven onder de drempels voor de vrijstellingen voor btw en/of douanerechten; ii) het opsplitsen van zendingen zodat deze onder de drempel blijven; iii) het invoeren van commerciële zendingen of van goederen die niet in aanmerking komen voor de vrijstelling als cadeaus.

83

De goederen kunnen worden ingevoerd nadat de consument deze op het internet heeft gekocht. In dit geval worden ze ingevoerd met gebruikmaking van een post- of koeriersdienst. De douaneautoriteiten zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor het waarborgen van de naleving van de LVCR door de handelaren. Zij zijn bovendien verantwoordelijk voor het instellen van hun eigen kader voor risicobeheer voor controles van deze invoer.

Tekortkomingen in de elektronische inklaringssystemen van de lidstaten

84

Om te verifiëren of de elektronische inklaringssystemen van de lidstaten misbruik van de LVCR kunnen voorkomen, hebben we een test uitgevoerd in de testomgeving van het elektronische inklaringssysteem van vier van de bezochte lidstaten. Daarnaast selecteerden we een gerichte steekproef van 15 gevallen van invoer door postbedrijven en nog eens een gerichte steekproef van 15 gevallen van invoer door koeriersdiensten in elk van de vijf bezochte lidstaten.

85

Alle elektronische inklaringssystemen van de bezochte lidstaten accepteerden aangiften die niet in aanmerking kwamen voor de LVCR. Met uitzondering van Oostenrijk accepteerden alle elektronische inklaringssystemen van de bezochte lidstaten (de overige vier) invoeraangiften waarin vrijstelling van de douanerechten werd aangevraagd voor B2C-zendingen, hoewel de aangegeven intrinsieke waarde hoger was dan 150 EUR30, of voor cadeaus met een aangegeven waarde van meer dan 45 EUR31. In Oostenrijk accepteerde het elektronische inklaringssysteem invoeraangiften waarin een vrijstelling van de douanerechten werd aangevraagd voor B2C-zendingen, hoewel het aangegeven product een alcoholisch product was32.

86

De resultaten van de steekproef worden getoond in figuur 3.

Figuur 3

Resultaten van de steekproef per lidstaat van de invoer door post- en koeriersdiensten

Bron: ERK.

87

In Speciaal verslag nr. 19/2017 bevolen we aan dat de lidstaten onmiddellijk het volgende moesten doen33:

“…

b) controles in hun elektronische inklaringssystemen instellen om de aanvaarding van aangiften ten invoer te blokkeren waarvoor een douanevrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde is aangevraagd voor goederen met een intrinsieke waarde van meer dan 150 euro of voor commerciële zendingen (B2C) die als geschenk zijn aangegeven (P2P);

c) de naleving door handelaren, inclusief AEO's [geautoriseerde marktdeelnemers], van de vrijstelling van douanerechten voor zendingen met een te verwaarlozen waarde achteraf verifiëren;

d) onderzoeksplannen opstellen om het misbruik van deze vrijstelling voor elektronische handel in goederen met niet-EU-landen aan te pakken.”

88

Geen van de bezochte lidstaten heeft de aanbevelingen onder b) en d) opgevolgd. De lidstaten voeren controles achteraf uit om de naleving door handelaren van de LVCR te verifiëren, maar zorgden er niet voor dat het misbruik dat wij in de steekproeven van figuur 3 aantroffen werd voorkomen. Met de elektronische inklaringssystemen kan dus geen invoer worden voorkomen van goederen die niet in aanmerking komen voor de LVCR en dit wordt niet gecompenseerd door controles achteraf en onderzoeksplannen.

Een aantal AEO’s heeft misbruik gemaakt van de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde

89

Volgens de douanewetgeving34 moet een AEO beschikken over interne controles waarmee illegale of onregelmatige transacties kunnen worden voorkomen en opgespoord. In de AEO-richtsnoeren is bovendien het volgende bepaald: “Iedere onregelmatigheid in de boekhouding, met inbegrip van overtredingen van de douanevoorschriften, kan een aanwijzing zijn dat het systeem voor interne controle niet goed werkt. Elke overtreding van de douanevoorschriften dient daarom ook met het oog op deze voorwaarde te worden geanalyseerd, zodat maatregelen ter verbetering van de interne controle kunnen worden getroffen en daarmee herhaling van de overtreding kan worden voorkomen”35.

90

Wij onderzochten 75 invoeraangiften in onze steekproeven die door postdiensten waren ingediend (15 per bezochte lidstaat). We stelden vast dat 35 van deze 75 misbruik maakten van de LVCR. In 8 van deze 35 gevallen was de aangever een specifieke AEO. Wij onderzochten ook 75 invoeraangiften die door koeriers waren ingediend. We stelden vast dat 28 hiervan misbruik maakten van de LVCR. In 21 van deze 28 gevallen was de aangever of de douanevertegenwoordiger een AEO.

91

De AEO-koeriersdiensten die onrechtmatige invoeraangiften hadden ingediend die in de steekproef aan het licht kwamen, zouden moeten beschikken over interne controles om dit te voorkomen. Deze AEO's pasten een vrijstelling voor de btw of douanerechten toe voor goederen die hiervoor niet in aanmerking kwamen.

De Commissie verricht geen toereikende controle- en monitoringactiviteiten

92

Zoals we meldden36 in Speciaal verslag nr. 19/2017, zijn “douaneautoriteiten […] verplicht om met behulp van een RIF risico-informatie uit te wisselen die niet alleen betrekking heeft op waargenomen risico's, maar ook op dreigingen die elders in de Unie een hoog risico opleveren”.

93

De Commissie heeft een RIF ontwikkeld om onregelmatigheden in verband met onderwaardering, onjuiste indeling, btw, enz. aan te pakken. Het RIF is opgenomen in het douanerisicobeheersysteem (CRMS) en ter beschikking gesteld van de lidstaten die hebben besloten om relevante informatie in hun nationale risicobeheersysteem op te nemen.

94

Volgens de Commissie kunnen met een snelle zoekopdracht in het CRMS over RIF's die in 2016 en 2017 zijn afgegeven en die één woord met betrekking tot elektronische handel, post- en koeriersdiensten bevatten, 530 RIF's worden gevonden die door de lidstaten zijn afgegeven.

95

De Commissie heeft gemeenschappelijke risicocriteria en -normen ontwikkeld voor risico's die gevolgen hebben voor de financiële belangen van de EU en haar lidstaten (financiële-risicocriteria — FRC's). De lidstaten moeten deze FRC's uiterlijk eind mei 2019 elektronisch uitvoeren. In de FRC's worden, in ieder geval gedeeltelijk, eerdere aanbevelingen van de ERK in aanmerking genomen.

96

Op basis van de antwoorden van de Commissie op onze vragenlijst, hebben we geconstateerd dat de Commissie in het kader van uitdagingen die de elektronische handel meebrengt ten aanzien van de btw geen andere inspecties of monitoringbezoeken in de lidstaten uitvoert dan de inspecties van de berekeningen van de geharmoniseerde btw-tarieven van de lidstaten in verband met de eigen middelen. De Commissie monitort de verkoop van goederen op afstand binnen de EU niet en heeft de werking van het MOSS in de lidstaten sinds de invoering hiervan op 1 januari 2015 niet gemonitord.

97

Zij heeft echter wel informatiecampagnes gevoerd om de naleving door niet-EU-handelaren van de niet-EU-regeling van het MOSS voor de btw te verbeteren.

98

Sinds begin 2015 heeft de Commissie geen inspecties met betrekking tot de traditionele eigen middelen37 verricht inzake de naleving door koeriers en postdiensten.

99

In ons Speciaal verslag nr. 19/2017 luidde onze aanbeveling aan de Commissie om “c) het misbruik van de vrijstellingen voor zendingen met een te verwaarlozen waarde voor elektronische handel in goederen uit niet-EU-landen [te] onderzoeken” (aanbeveling 8). OLAF startte in 2017 een onderzoek naar de invoer van kleding met een geringe waarde in het kader van de elektronische handel. Het onderzoek loopt nog in vier lidstaten. In 2018 startte OLAF een onderzoek naar de vermeende invoer van mogelijk gevoelige goederen met luchtvervoer in het kader van elektronische handelstransacties zonder betaling van douanerechten en de desbetreffende verschuldigde btw.

De handhaving van de inning is niet doeltreffend

100

De belastingautoriteiten zijn verantwoordelijk voor het waarborgen dat het juiste bedrag aan btw op het juiste moment wordt betaald aan de juiste lidstaat en voor het nemen van de noodzakelijke corrigerende maatregelen wanneer dit niet gebeurt. De lidstaten zijn bovendien verantwoordelijk voor de inning van btw die door handelaren is betaald die zijn geregistreerd in het MOSS-systeem en voor het overdragen van de geïnde bedragen aan andere lidstaten wanneer deze verschuldigd zijn.

Geen ramingen van de btw-kloof door niet-naleving bij dienstverrichting en uiteenlopende ramingen ten aanzien van de levering van goederen

101

De btw-kloof door niet-naleving is het verschil tussen het bedrag dat zou moeten worden geïnd overeenkomstig het huidige wettelijke kader en het bedrag dat daadwerkelijk wordt geïnd door de belastingautoriteiten van de lidstaten. We hebben bekeken of en hoe dit tekort wordt geraamd voor de grensoverschrijdende levering van goederen en diensten in het kader van de elektronische handel. Een dergelijke raming zou de Commissie of de lidstaten helpen middelen in te zetten waar deze het hardst nodig zijn.

102

We constateerden dat de lidstaten geen ramingen hadden gemaakt van de btw-kloof door niet-naleving voor de EU- en de niet-EU-regeling van het MOSS. In het kader van onze enquête vroegen we de lidstaten ramingen te verstrekken van gederfde inkomsten als gevolg van de niet-registratie van handelaren van buiten de EU. Zeventien lidstaten antwoordden dat zij niet over dergelijke ramingen beschikken, twee lidstaten beantwoordden deze vraag niet en één lidstaat verstrekte een raming van het bedrag aan gederfde inkomsten in 2015 als gevolg van het illegale gebruik van televisieomroepdiensten38 door ten minste 100 000 huishoudens op zijn grondgebied. Deze raming bedraagt 12 miljoen EUR.

103

Voor de lidstaten die we bezochten, konden we het niet opstellen van ramingen van de btw-kloof door niet-naleving voor het MOSS bevestigen.

104

In onze enquête vroegen we de lidstaten een raming te verstrekken van de gederfde inkomsten als gevolg van frauduleus gedrag en het misbruik van de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde (LVCR), bijvoorbeeld door opsplitsen, onjuiste aangiften of onderfacturering om onder de drempel te blijven. Geen van de twintig ondervraagde lidstaten verstrekte ons een dergelijke raming.

105

In een studie van Deloitte werd een raming opgesteld van de btw-kloof door niet-naleving als gevolg van de verkoop van goederen op afstand binnen en van buiten de EU39. De gederfde bedragen lopen uiteen van 2,6 tot 3,8 miljard EUR per jaar in de EU. Oostenrijk heeft de totale btw-derving op zijn grondgebied als gevolg van verkoop op afstand binnen de EU in de periode 2010‑2015 geschat op 860 miljoen EUR. Van de vijf bezochte lidstaten heeft alleen Oostenrijk een dergelijke raming gepubliceerd.

106

Ook voor de gehele EU wijst een van 2016 daterende studie van een adviesbureau op tekortkomingen in het systeem40. Volgens deze studie wordt over slechts 35 % van de invoer per post btw geheven en zijn deze tekortkomingen rechtstreeks te vertalen naar een derving van btw-inkomsten van ongeveer 1,05 miljard EUR. Het bureau schat dat nog eens 0,25 miljard EUR aan derving wordt veroorzaakt door tekortkomingen bij de inning van invoerrechten. Tegelijkertijd schat de Europese Commissie de totale btw-derving bij de grensoverschrijdende elektronische handel als gevolg van de vrijstelling van zendingen met een te verwaarlozen waarde op wel 5 miljard EUR per jaar41.

107

HMRC in het Verenigd Koninkrijk heeft de btw-derving als gevolg van de verkoop van goederen op afstand van buiten de EU (invoer) geraamd op 1 tot 1,5 miljard GBP per jaar in het VK. Dit komt neer op 8 tot 12 % van de btw-kloof42. Er moet worden opgemerkt dat intracommunautaire ploffraude (MTIC) in het Verenigd Koninkrijk in vergelijking daarmee slechts 4 % van de btw-kloof veroorzaakt43.

Problemen met MOSS-betalingen tussen lidstaten

108

In het kader van het MOSS moet de door de handelaar in de lidstaat van identificatie betaalde btw uiterlijk tien dagen na het einde van de maand waarin de betaling werd ontvangen, worden overgedragen aan de lidstaat van verbruik. Het overgedragen bedrag is het nettoresultaat na inhouding van een percentage voor de geïnde btw. Dit percentage is geleidelijk verlaagd in de EU-wetgeving, van 30 % in 2015‑2016 tot 15 % in 2017‑2018 en 0 % vanaf 2019. Figuur 4 toont de financiële stromen in een geval van een B2C-levering van elektronische diensten vanuit een niet-EU-leverancier die in het MOSS is geregistreerd.

Figuur 4

B2C-levering van elektronische diensten van een niet-EU-leverancier die in het MOSS is geregistreerd

Bron: ERK, op basis van “Your pocket guide to VAT on digital e-commerce”, Bellheim, Brown, Erneholm, Jundt, et al.

109

Wanneer de handelaar niet betaalt of niet het volledige bedrag betaalt, stuurt de lidstaat van identificatie op de tiende dag na de dag waarop de betaling verschuldigd was een elektronische herinnering. De lidstaat van verbruik is vanaf dat moment verantwoordelijk voor het versturen van verdere herinneringen en voor het innen van de btw44.

110

We onderzochten per bezochte lidstaat een steekproef van tien btw-betalingen die waren ontvangen als lidstaat van identificatie. Wij stelden vast dat de handelaar in twee gevallen niet het volledige bedrag had betaald, maar dat de Ierse belastingautoriteiten de handelaar geen herinnering stuurden voor de ontbrekende betaling. In een van deze twee gevallen sloten zij de handelaar niet uit, hoewel de handelaar uiteindelijk met een vertraging van meer dan twee jaar betaalde.

111

In Nederland troffen we drie gevallen aan waarin de Nederlandse belastingautoriteiten de betaling handmatig toewezen aan de btw-aangifte, wat een omslachtige en niet volledig betrouwbare werkwijze is. Bovendien voorziet het nationale IT-systeem van Nederland niet in automatische controles van aangiften en betalingen. Handelaren kunnen worden uitgesloten van het MOSS wanneer zij gedurende drie opeenvolgende kwartalen een herinnering hebben ontvangen om een btw-aangifte in te dienen of te betalen. De belastingautoriteiten weten dus niet wanneer een betaling niet is gedaan en er is geen automatische melding dat de handelaar drie betalingstermijnen heeft gemist. De resultaten van de steekproef worden weergegeven in bijlage III.

112

De Nederlandse HCI meldde45 het volgende: “Het Nederlandse MOSS-systeem heeft in de jaren 2015 tot en met 2017 geen ondersteuning geboden om de tijdigheid en volledigheid van de btw-betalingen te controleren. Pas in het eerste kwartaal van 2018 was de Belastingdienst zo ver dat een begin kon worden gemaakt met de matching […] van de aangiften en betalingen voor het eerste kwartaal van 2015. De matching van aangiften en betalingen is nog steeds grotendeels handwerk. Door de achterstanden bij de matching van MOSS-aangiften en -betalingen is het kantoor Buitenland van de Belastingdienst nog niet toegekomen aan een gestructureerde handhaving en toezicht op de naleving van btw-verplichtingen. Daarvoor is namelijk gerichte informatie nodig over de stand van de betalingen.”

113

We controleerden per bezochte lidstaat een steekproef van tien betalingen als lidstaat van verbruik. We constateerden twee gevallen waarin de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik geen herinnering stuurden, hoewel de handelaar de betaling in die fase nog niet had gedaan. In een ander geval ontving de lidstaat van verbruik de betaling, maar kon deze de btw-aangifte niet vinden. De Nederlandse belastingautoriteiten wezen alle eenheden van de geselecteerde steekproef handmatig toe aan de btw-aangifte. Meer details over de resultaten van de steekproef zijn opgenomen in bijlage III.

114

Om de volledigheid van de btw-betalingen te waarborgen, worden deze gekoppeld aan de btw-aangiften door middel van een uniek referentienummer voor de btw-aangifte. De Oostenrijkse belastingautoriteiten gaven aan dat zij niet alle verschuldigde betalingen hadden ontvangen, met name van het Verenigd Koninkrijk. De HCI van de Tsjechische Republiek46 maakte ook melding van problemen met de toewijzing van betalingen die vanuit het Verenigd Koninkrijk werden ontvangen aan btw-aangiften.

115

De Commissie sluit als onderdeel van haar werkzaamheden om zekerheid te verschaffen inzake de eigen middelen uit de btw, de btw-betalingen in het kader van het MOSS tussen de 28 lidstaten aan. We onderzochten deze aansluiting en stelden vast dat de Commissie zelf van mening is dat er sprake is van grote verschillen ten aanzien van België, Bulgarije, Denemarken en Oostenrijk, terwijl drie lidstaten de gegevens niet tegen eind 2018 hadden verstrekt (Griekenland, Cyprus en het Verenigd Koninkrijk). De gegevens voor 2016 zijn niet volledig omdat elf lidstaten voor dat begrotingsjaar nog niet waren geïnspecteerd.

Van de bepalingen inzake wederzijdse bijstand voor de vordering van belastingen wordt te weinig gebruik gemaakt

116

Van de vijf bezochte lidstaten stuurden alleen de Oostenrijkse belastingautoriteiten vorderingen tot betaling als lidstaat van verbruik aan andere lidstaten in verband met door MOSS-handelaren verschuldigde bedragen47. Tussen 1 januari 2015 en 31 mei 2018 stuurden zij vijf vorderingen.

Ondanks recente positieve ontwikkelingen in het regelgevend kader moeten er nog steeds belangrijke problemen worden aangepakt

117

Het EU-douanerecht is vastgelegd in het douanewetboek van de Unie48 (UCC), terwijl de btw wordt geregeld in de btw-richtlijn49. Sinds 2015 is het MOSS van toepassing op de grensoverschrijdende levering van elektronische diensten. Eind 2017 nam de EU een nieuw pakket van wettelijke EU-bepalingen aan inzake btw bij elektronische handel, het “btw-pakket voor elektronische handel”. Dit pakket bestaat uit drie wetgevingshandelingen50 en hierbij worden de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  1. het stelt micro-ondernemingen en startende ondernemingen in staat om hun grensoverschrijdende leveringen van elektronische diensten onder de drempel van 10 000 EUR te belasten volgens het “oorsprongsbeginsel”, dat wil zeggen volgens het tarief van de lidstaat van oorsprong in plaats van het tarief van de lidstaat van bestemming;
  2. het stelt elektronische verkopers in staat de factureringsregels van hun lidstaat van identificatie toe te passen in plaats van de regels die van kracht zijn in de lidstaat van bestemming;
  3. het breidt het MOSS, dat het éénloketsysteem (OSS) zal worden, uit tot alle grensoverschrijdende B2C-diensten en tot de online B2C-verkoop van goederen, ongeacht of deze vanuit de EU of een niet-EU-land plaatsvindt;
  4. het schaft de btw-vrijstelling af voor eenheden met een waarde van minder dan 22 EUR (of 10 EUR) die online zijn gekocht en ingevoerd vanuit een niet-EU-land.
118

De in de alinea's a) en b) hierboven beschreven wijzigingen traden in 2019 in werking, en die in de alinea's c) en d) treden pas in 2021 in werking. We evalueerden de waarschijnlijke impact van deze veranderingen en de vastgestelde problemen die, naar onze mening, nog steeds moeten worden aangepakt.

Het regelgevend kader voldoet in de meeste opzichten aan de internationale beste praktijken die worden bevorderd door de OESO en de WDO

119

We beoordeelden het regelgevend kader zoals beschreven in paragraaf 117 om ervoor te zorgen dat het voldoet aan de internationale beste praktijken op het gebied van de inning van btw en douanerechten zoals vastgesteld door de OESO en de WDO.

Het bestemmingsbeginsel van de OESO

120

Op grond van de btw-richtlijn past de EU het bestemmingsbeginsel toe op grensoverschrijdende elektronische diensten die worden geleverd aan een eindverbruiker. Het bestemmingsbeginsel houdt in dat over dergelijke diensten btw moet worden betaald in het rechtsgebied waar de ontvanger zijn gewone verblijfplaats heeft51. Dit is in overeenstemming met de internationale beste praktijken.

121

De nieuwe bepalingen die op 1 januari 2021 in werking zullen treden stellen micro-ondernemingen en startende ondernemingen echter in staat om hun leveringen van elektronische diensten onder de drempel van 10 000 EUR te belasten volgens het “oorsprongsbeginsel”, d.w.z. volgens het tarief van de lidstaat van oorsprong.

122

Wij zijn van mening dat door het gebruik van het oorsprongsbeginsel het risico toeneemt dat leveranciers te weinig btw op verkopen melden om onder de drempel te blijven en te voorkomen dat het hogere btw-tarief van de lidstaat van bestemming wordt toegepast. Met de nieuwe bepalingen wordt bovendien het risico niet aangepakt dat lidstaten met lagere tarieven concurreren met andere lidstaten om kmo's en startende ondernemingen aan te trekken52.

123

Wat betreft de drempel van 10 000 EUR zijn we het ook eens met de inschatting van de Tsjechische HCI dat alleen de lidstaat van identificatie kan achterhalen of deze drempel wordt overschreden. De HCI vestigt de aandacht op het feit dat deze richtlijn de EU-lidstaten voorschrijft om passende maatregelen te nemen om de voorwaarden voor het gebruik van deze drempel te verifiëren53.

De risico-indicatoren en richtsnoeren inzake onmiddellijke vrijgave van de WDO

124

In het kader van het bestaande regelgevende kader van de EU heeft de Commissie gemeenschappelijke risicocriteria ontwikkeld en normen voor risico's die gevolgen hebben voor de financiële belangen van de EU en haar lidstaten (financiële-risicocriteria — FRC's). Dit kader omvat niet alle criteria die zijn vastgesteld door de WDO54, maar slechts de criteria die door de lidstaten kunnen worden uitgevoerd in hun nationale risicobeheersystemen. We hebben geconstateerd dat de Commissie de lidstaten geen aanvullende toelichting heeft gegeven over de WDO-indicatoren om duidelijk vast te stellen hoe de FRC's moeten worden uitgevoerd op basis van gemeenschappelijke elementen.

125

De WDO heeft richtsnoeren inzake onmiddellijke vrijgave (IRG's) gepubliceerd, een reeks procedurele richtsnoeren op basis van bestaande praktijken om de douane in staat te stellen de onmiddellijke vrijgave te combineren met relevante en passende controles voor deze zendingen55. Ze zijn met name relevant voor vracht die door post- en koeriersdiensten wordt vervoerd. We constateerden dat de EU-wetgeving overeenstemt met de belangrijkste beginselen van de IRG's.

126

Volgens de IRG's56 mogen vervoerskosten worden uitgesloten van de berekening van de waarde van correspondentie en documenten en zendingen met een te verwaarlozen waarde waarover geen rechten of belastingen worden geheven. Alle door ons bezochte lidstaten en de Commissie hebben de drempel van 150 EUR voor de vrijstelling van douanerechten zodanig uitgelegd dat deze alleen verwijst naar de waarde van de goederen, exclusief verzekering en vervoer57.

127

We stelden echter vast dat Ierland en Duitsland de drempel van 22 EUR (of 10 EUR) voor de btw-vrijstelling zodanig uitleggen dat de totale waarde waarnaar in de wetgeving wordt verwezen58 ook de vervoerskosten kan omvatten59. Oostenrijk is van mening dat deze waarde alleen de kosten van de goederen omvat, exclusief de vervoerskosten. Deze verschillende toelichtingen duiden erop dat de Commissie er niet in is geslaagd te zorgen voor een uniforme uitvoering van de douanebepalingen door de douaneautoriteiten van de lidstaten.

De nieuwe bepalingen die vanaf 2021 gelden, zijn erop gericht enkele tekortkomingen te verhelpen, maar onderwaardering moet nog steeds worden aangepakt

128

We hebben de nieuwe bepalingen die in 2021 in werking zullen treden geëvalueerd in het licht van de antwoorden van de Commissie op een vragenlijst die we haar hadden toegestuurd. We hebben ook met vertegenwoordigers uit de academische wereld en kerngroep 2 van de btw-werkgroep van de HCI's van de EU de uitdagingen besproken die voortvloeien uit elektronische handel.

129

In sommige gevallen kan de niet-EU-leverancier van goederen ervoor kiezen de goederen in te voeren voordat de consument deze op het internet heeft gekocht. In ons Speciaal verslag nr. 19/2017 merkten we op60 dat leveranciers in het kader van de huidige wetgeving de betaling van btw over deze invoer kunnen vermijden door deze te onderwaarderen en/of misbruik te maken van de douaneregeling 42 (CP 42). CP 42 biedt de importeur de mogelijkheid om een btw-vrijstelling te verkrijgen voor goederen die voor vervoer naar een andere EU-lidstaat worden vervoerd. De btw is dan verschuldigd in de lidstaat van bestemming61.

130

We stelden vast dat er een risico bestond dat goederen die in het kader van CP 42 werden ingevoerd, zouden worden opgeslagen in een entrepot in de EU totdat deze worden gekocht door en geleverd aan de consument namens de niet-EU-leverancier zonder dat btw wordt berekend voor deze levering.

De Commissie heeft het gebrek aan aansprakelijkheid van tussenpersonen aangepakt

131

De btw-richtlijn bevat geen bepalingen inzake de btw-aansprakelijkheid van tussenpersonen bij de levering van goederen door middel van verkoop op afstand om de inning van btw mogelijk te maken in gevallen waarin de leverancier uit een derde land gebruikmaakt van een entrepot om de goederen te leveren aan eindverbruikers en de invoer plaatsvindt voordat de eindverbruiker bekend is.

132

Om dit probleem op te lossen, zullen elektronische interfaces (zoals platforms, marktplaatsen en portalen) krachtens de nieuwe bepalingen die op 1 januari 2021 in werking zullen treden aansprakelijk zijn voor de inning van de btw, aangezien zij zelf worden beschouwd als ontvanger en leverancier van de goederen. Daarnaast worden in een amendement op de btw-richtlijn62, dat vanaf 1 januari 2021 van kracht zal zijn, registratievereisten vastgesteld voor tussenpersonen en biedt een ander voorstel63 elektronische interfaces de mogelijkheid gebruik te maken van het OSS om de btw aan te geven die wordt berekend over de binnenlandse B2C-leveringen. Volgens deze nieuwe bepalingen kunnen de belastingautoriteiten de verschuldigde btw over de B2C-levering van het elektronische platform aan de consument innen.

De tekortkoming ten aanzien van onderwaardering moet nog steeds worden aangepakt

133

We deden in 2017 en 2018 verslag van het risico op onderwaardering van leveringen van goederen in het kader van elektronische handel vanuit derde landen64. In januari 2018 deelden 25 lidstaten hun ervaringen vanuit hun onderzoeken naar onderwaarderingsfraude in verband met elektronische handel tijdens een ad-hocvergadering die werd georganiseerd door OLAF. De meeste van hen hadden te maken gekregen met onderwaarderingsfraude in verband met elektronische handel. De Britse HCI had ook het verband vastgesteld tussen elektronische handel, onderwaarderingsfraude en misbruik van CP 4265.

134

De lidstaten en de Commissie nemen maatregelen om de smokkel van goederen die online zijn besteld te bestrijden en te onderzoeken. Zij richtten zich onder meer op kleine zendingen met een waarde van minder dan 22 EUR en stelden vast dat de geringe waarde een opvallende praktijk en een bijzonder probleem voor elektronische handel is. OLAF startte in 2017 bovendien een onderzoek naar de invoer van kleding met een geringe waarde in het kader van de elektronische handel. Het onderzoek loopt nog in vier lidstaten.

135

In een verslag van het Europees Parlement worden de nieuwe regelingen beoordeeld die op 1 januari 2021 in werking zullen treden, en met name het OSS voor de B2C-leveringen van goederen die zijn ingevoerd vanuit een niet-EU-land. Volgens dit verslag zullen de twee problemen waarop de Rekenkamer heeft gewezen, d.w.z. onderwaardering en de invoer van goederen die niet in aanmerking komen voor de LVCR, bij de nieuwe regels blijven bestaan, zij het in minder mate66.

136

Dit is de reden dat er in andere studies67 op wordt gewezen dat “technologiegebaseerde” systemen voor inning door derden of klanten moeten worden getest, waaronder het gebruik van digitale valuta's. Zie de voorbeelden van de in deze studies voorgestelde systemen in tekstvak 3. Daarnaast moeten volgens de WDO alternatieve inningsmodellen worden overwogen (bijv. het verkopersmodel, het tussenpersonenmodel of het model voor inning door consumenten/kopers) om af te stappen van de huidige benadering waarbij rechten en belastingen aan de grens worden beoordeeld en geïnd68.

Tekstvak 3

Voorbeelden van alternatieve inningssystemen

Estland heeft het systeem van inning door klanten in 2016 getest, waarbij het btw-deel van de betaling door de klant aan de leverancier of dienstverrichter rechtstreeks naar de belastingautoriteiten wordt gestuurd, maar is weer van dit systeem afgestapt na de goedkeuring van het “pakket elektronische handel”. Noorwegen test ook het systeem van inning door klanten en Argentinië heeft in juni 2018 een bronheffingssysteem ingevoerd voor elektronische diensten via de betalingsdienstaanbieder. De Franse Senaat stelde in 2015 een systeem van inning door klanten voor. In andere studies wordt voorgesteld exclusief digitale valuta's te gebruiken voor de btw-betaling van de klant aan de belastingautoriteiten69.

Deze systemen waarborgen de volledigheid van de btw-inning door middel van gesplitste betalingen, d.w.z. de klant houdt de btw in en maakt deze rechtstreeks over aan de belastingautoriteiten, terwijl het systeem dat door de Raad is goedgekeurd blijft uitgaan van de waarde van de goederen die door de leverancier is aangegeven, die kan worden ondergewaardeerd om de btw-schuld te beperken.

137

De Commissie diende op 12 december 2018 een voorstel70 in dat erop gericht is het probleem van de btw-fraude bij elektronische handel op te lossen door de samenwerking tussen belastingautoriteiten en betalingsdienstaanbieders te verbeteren. Met het voorstel worden nieuwe artikelen in de btw-richtlijn ingevoerd71 die uiterlijk 31 december 2021 door de lidstaten moeten worden omgezet. Wij zijn van mening dat deze uitwisseling van betalingsgegevens zeer nuttig zou zijn om onderwaarderingsfraude aan te pakken.

Conclusies en aanbevelingen

138

We concludeerden dat de EU niet alle uitdagingen aanpakt om de juiste bedragen aan btw en douanerechten op via het internet verhandelde goederen en diensten te innen.

139

We stelden vast dat de lidstaten de regelingen voor administratieve samenwerking niet ten volle benutten: de lidstaten gebruiken de wederzijdse administratieve bijstand niet voor belasting- of douanezaken om informatie over elektronische handel uit te wisselen met niet-EU-landen (zie de paragrafen 32-37). De IT-architectuur van het MOSS is robuust en biedt informatie over geregistreerde handelaren en hun gemelde diensten die zijn geleverd aan de lidstaat van verbruik (zie de paragrafen 39-52). Het gebruik van de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten is ontoereikend (zie de paragrafen 53-59). Het feit dat de lidstaten van identificatie niet deelnemen aan multilaterale controles maakt deze minder doeltreffend (zie de paragrafen 60-64). De lidstaten vinden de tot nu toe geüploade informatie in de risicodatabank van het werkterrein van Eurofisc voor elektronische handel niet nuttig en leveren niet de verwachte feedback aan het netwerk (zie de paragrafen 65-69).

Aanbeveling 1 – Het gebruik van de overeenkomsten voor administratieve samenwerking versterken

De Commissie moet:

  1. controleren in welke mate niet-EU-landen voldoen aan verzoeken van lidstaten krachtens de overeenkomsten inzake wederzijdse administratieve bijstand die met hen zijn gesloten op het gebied van douane- en belastingzaken, en gebruikmaken van structuren en kaders die in het kader van deze overeenkomsten zijn ingesteld om specifieke uitdagingen aan te pakken die voortvloeien uit de elektronische handel in goederen, en
  2. veranderingen voorstellen in de elektronische formulieren voor de uitwisseling van informatie in het kader van de administratieve samenwerking, teneinde hierin een speciaal vakje voor verzoeken in verband met het MOSS en verkoop op afstand op te nemen.

De lidstaten moeten:

  1. tijdig feedback geven op de van andere lidstaten ontvangen fraudesignalen in het kader van werkterrein 5 van Eurofisc;
  2. hun centrale verbindingsbureaus vragen te voorzien in een afzonderlijke coördinatiefunctie voor het MOSS en verkoop op afstand, en
  3. ervoor zorgen dat handelaren alleen een geldig btw-tarief kunnen invullen in hun btw-aangifte in het kader van het MOSS.

Streefdatum voor uitvoering: uiterlijk eind 2020.

140

Ten tweede stelden we vast dat de belastingautoriteiten van de lidstaten en de Commissie beperkte controles uitvoeren. De belastingautoriteiten verrichtten slechts beperkte controles van handelaren voorafgaand aan hun registratie voor het MOSS en enkele controles van reeds geregistreerde handelaren (zie de paragrafen 70-80). De EU-douaneautoriteiten kunnen misbruik van de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde niet voorkomen (zie de paragrafen 81-91). Tot slot verricht de Commissie geen toereikende controle- en toezichtactiviteiten (zie de paragrafen 92-99).

Aanbeveling 2 – De doeltreffendheid van de controles verbeteren

De Commissie moet:

  1. inspecties uitvoeren van de controles door de lidstaten van de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde;
  2. de werking van de verkoop van goederen op afstand binnen de EU en het MOSS monitoren;
  3. verifiëren of de lidstaten hebben voldaan aan aanbeveling 9, onder b), c), en d), van Speciaal verslag nr. 19/2017 om misbruik van de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde aan te pakken, en
  4. monitoren of de lidstaten de naleving door handelaren van de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde hebben gecontroleerd in het kader van de herbeoordeling van goedkeuringen van geautoriseerde marktdeelnemers en laatstgenoemden passende aanbevelingen doen om eventuele tekortkomingen in hun interne controles aan te pakken.

De lidstaten moeten:

  1. de noodzakelijke controles uitvoeren wanneer zij een registratieverzoek ontvangen voor de niet-EU-regeling van het MOSS, om er zeker van te zijn dat de handelaar die de aanvraag indient niet reeds voor het MOSS is geregistreerd in een andere lidstaat, en
  2. hun controleactiviteiten ten aanzien van MOSS-handelaren en verkopers op afstand uitbreiden, indien passend met gebruikmaking van de instrumenten voor administratieve samenwerking.

Streefdatum voor uitvoering: uiterlijk eind 2020.

141

We constateerden ook dat de handhaving van de inning van btw en douanerechten niet doeltreffend is. Er zijn geen ramingen van de btw-kloof door niet-naleving bij dienstverrichting en uiteenlopende ramingen ten aanzien van de levering van goederen (zie de paragrafen 100-107). Er is sprake van problemen met MOSS-betalingen tussen de lidstaten (zie de paragrafen 108-115). Tot slot worden de bepalingen voor wederzijdse bijstand voor de invordering van belastingen te weinig gebruikt (zie paragraaf 116).

Aanbeveling 3 – De handhaving van de inning verbeteren

De Commissie moet:

  1. de lidstaten helpen een methode te ontwikkelen voor het produceren van periodieke ramingen van de btw-kloof door niet-naleving bij elektronische handel;
  2. de verschillen ten aanzien van de lopende en toekomstige betalingen tussen lidstaten aanpakken, hiervoor verklaringen vinden en verzoeken om de gegevens die nog moeten worden ingediend, en
  3. de gebruikmaking door de lidstaten van wederzijdse bijstand bij de invordering van btw, rechten en andere maatregelen voor de invordering van btw over elektronische transacties aanmoedigen en bevorderen.

De lidstaten moeten:

  1. periodieke ramingen opstellen van de btw-kloof door niet-naleving bij elektronische handel.

Streefdatum voor uitvoering: uiterlijk eind 2021.

142

We constateerden dat er sprake was van positieve ontwikkelingen in het regelgevend kader dat door de Commissie is opgezet, maar dat er nog steeds belangrijke problemen moeten worden aangepakt. Politieke steun op hoog niveau en mechanismen ter bevordering van beleidscoherentie zijn vereist om de doeltreffendheid van het regelgevend kader te verbeteren. Dit regelgevend kader voldoet in de meeste opzichten aan de internationale beste praktijken die worden bevorderd door de OESO en de WDO (zie de paragrafen 119-127). De nieuwe bepalingen die in 2021 in werking zullen treden, zijn erop gericht enkele tekortkomingen van het huidige kader te verhelpen, maar onderwaardering moet nog steeds worden aangepakt (zie de paragrafen 128-137).

Aanbeveling 4 – De doeltreffendheid van het regelgevend kader verbeteren

De Commissie moet:

  1. het gebruik van geschikte “technologiegebaseerde” systemen voor inning onderzoeken, met inbegrip van het gebruik van digitale valuta's, om btw-fraude op het gebied van elektronische handel aan te pakken;
  2. ervoor zorgen dat de risico-indicatoren van de WDO voor post- en expreszendingen worden opgenomen in de richtsnoeren voor de uitvoering van het FRC-besluit, en
  3. voorzien in een duidelijke definitie van de begrippen “intrinsieke waarde”, “waarde” en “totale waarde”, die zijn vastgelegd in de wetgeving, om ervoor te zorgen dat de lidstaten beschikken over geharmoniseerde controles voor de invoer van zendingen met een te verwaarlozen waarde.

De lidstaten moeten:

  1. de inachtneming door handelaren van de nieuwe drempel van 10 000 EUR voor de verlening van diensten binnen de EU zorgvuldig monitoren.

Streefdatum voor uitvoering: uiterlijk eind 2020.

Dit verslag werd door kamer IV, onder leiding van de heer Neven Mates, lid van de Rekenkamer, vastgesteld te Luxemburg op haar vergadering van 11 juni 2019.

Voor de Rekenkamer

Klaus-Heiner LEHNE
President

Bijlagen

Bijlage I – Aanpak van de ERK-controle op het niveau van de Commissie

We hebben de controle bij de Commissie in twee fasen uitgevoerd: een voorbereidende fase en de controlewerkzaamheden ter plaatse.

Om informatie en gegevens te verzamelen die nuttig konden zijn voor de controlewerkzaamheden ter plaatse in de lidstaten en om de EU-wetgeving te vergelijken met de internationale beste praktijken, hebben we tijdens de voorbereidende fase preliminaire bezoeken gebracht aan directoraat-generaal Belastingen en Douane-Unie, DG Begroting en OLAF. Ook hebben wij de vergaderingen van de subgroepen van de WDO-werkgroep inzake elektronische handel van 23-25 januari 2018 bijgewoond. Tot slot hebben we de uitdagingen van de elektronische handel besproken met vertegenwoordigers van de academische wereld, de voorzitter van werkterrein 5 van Eurofisc en kerngroep 2 van de btw-werkgroep van de hoge controle-instanties (HCI's) van de EU en alle door de HCI's opgestelde verslagen geanalyseerd die beschikbaar waren.

We hebben de controlemethode besproken met de Commissie (controlevragen, -criteria en -normen). DG Belastingen en Douane-Unie gaf ons toegang tot de volgende databanken en portalen die relevant zijn voor de btw en elektronische handel:

  1. Beheer van IT-diensten (ITSM), voor toegang tot de problemen rond MOSS die door de lidstaten in de Synergia-databank waren gemeld;
  2. het Permanent Comité inzake administratieve samenwerking (SCAC) en de SCAC-deskundigengroep (SCAC-EG), die ons de mogelijkheid boden om onder meer de richtsnoeren en aanbevelingen inzake de controle van het MOSS te evalueren die waren opgesteld door de “Fiscalis-projectgroep 86”;
  3. de groep voor een strategie ter bestrijding van belastingfraude (ATFS), voor het controleren van de technische discussies over de conventionele maatregelen ter bestrijding van btw-fraude, zoals het gebruik van de spontane uitwisseling van informatie in het kader van een MOSS-controle;
  4. de elektronische douane, voor het verifiëren van de ontwikkeling van het btw-pakket voor elektronische handel, zoals het beperkte douanegegevensbestand voor elektronische handel en de overdracht van gegevens tussen douane- en belastingautoriteiten, en
  5. de btw-gerelateerde projecten, voor het controleren van de functionele en technische specificaties van het MOSS, en de MOSS-statistieken en het dashboard.

We hebben ook informatie en documenten opgevraagd en gecontroleerd die werden opgesteld door “Fiscalis-projectgroep 38” inzake de controle van de elektronische handel. Tot slot hebben we relevante informatie over de prestaties beoordeeld, zoals de beheersplannen en jaarlijkse activiteitenverslagen van DG Belastingen en Douane-Unie, DG Begroting en OLAF.

Tijdens de controlewerkzaamheden ter plaatse hebben we een algemene vragenlijst aan de Commissie gestuurd. Hierin kwam de vraag aan de orde of de Commissie voorziet in een gedegen regelgevings- en controlekader inzake elektronische handel met betrekking tot de btw en douanerechten en richtten wij ons op vier belangrijke gebieden: i) uitwisselingen van informatie, ii) controle, ii) handhaving van de inning, en iv) regulering.

DG Begroting, OLAF en DG Belastingen en Douane-Unie beantwoordden deze vragenlijst en voegden het gevraagde bewijs bij. Daarnaast stuurden wij hun een aanvullende vragenlijst om nog hangende kwesties te verduidelijken en organiseerden we videoconferenties met elke dienst om de preliminaire bevindingen en de ontwerpconclusies en -aanbevelingen te bespreken.

Bijlage II – Aanpak van de ERK-controle in de lidstaten

We hebben de controle in twee fasen uitgevoerd: een voorbereidende fase en de controlewerkzaamheden ter plaatse.

1) Tijdens de voorbereidende fase selecteerden we vijf lidstaten: Duitsland, Ierland, Nederland, Oostenrijk en Zweden. De selectie van de lidstaten was gebaseerd op de volgende risicocriteria: i) de raming van de gederfde btw in verband met de vrijstellingen die krachtens de wetgeving inzake zendingen met een te verwaarlozen waarde worden toegekend, ii) het aantal geregistreerde handelaren in het MOSS per lidstaat, en iii) de omvang van de elektronische verkopen door handelaren die zijn geregistreerd in één lidstaat aan klanten in andere lidstaten.

Kerngroep 2 van de btw-werkgroep van de hoge controle-instanties (HCI's) van de EU merkte elektronische handel aan als gevoelig voor fraude op het gebied van de btw. Om een uitgebreid overzicht van de situatie in de EU te krijgen, besloot kerngroep 2 een enquête uit te voeren onder alle belastingautoriteiten van de EU. Als onderdeel van kerngroep 2 stuurden wij in november 2016 een vragenlijst naar laatstgenoemden. Het referentiejaar voor deze enquête was 2015. De enquête had betrekking op zowel EU- als niet-EU-regelingen van het MOSS en de verkoop van goederen op afstand binnen en buiten de EU. Twintig lidstaten beantwoordden deze enquête.

2) Tweede fase: controlewerkzaamheden ter plaatse in de geselecteerde lidstaten, waar we aandacht besteedden aan het ontwerp en de uitvoering van de registratie en controlesystemen van handelaren en de risicobeheerskaders voor de btw en douane.

We stuurden een vragenlijst aan de geselecteerde lidstaten. Hierin kwam de vraag aan de orde of de controlemaatregelen die door de lidstaten werden genomen volledige inning van de btw en douanerechten ten aanzien van elektronische handel waarborgen. We bespraken de antwoorden op de vragenlijst ter plaatse met de deskundigen van de belasting- en douaneautoriteiten op het gebied van het MOSS, administratieve samenwerking, controles van het MOSS en de regeling voor verkopen op afstand, en invoer waarvoor de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde (LVCR) werd aangevraagd door post- of koeriersdiensten.

We selecteerden en verifieerden:

  1. alle 29 MOSS-problemen waarbij de bezochte lidstaten de getroffen of verantwoordelijke lidstaat waren;
  2. een willekeurige steekproef van tien verstuurde technische foutmeldingen (TEM's) en van tien ontvangen TEM's;
  3. een willekeurige steekproef van tien MOSS-registraties;
  4. een willekeurige steekproef van tien MOSS-btw-aangiften en tien correcties op btw-aangiften;
  5. een willekeurige steekproef van tien MOSS-betalingen ontvangen als lidstaat van identificatie en van tien betalingen ontvangen als lidstaat van verbruik;
  6. een willekeurige steekproef van tien afmeldingen en van tien uitsluitingen van het MOSS;
  7. een willekeurige steekproef van tien uitwisselingen van informatie op verzoek als verzendende lidstaat en tien uitwisselingen als ontvangende lidstaat;
  8. een willekeurige steekproef van tien spontane uitwisselingen van informatie als verzendende lidstaat en tien uitwisselingen als ontvangende lidstaat;
  9. een willekeurige steekproef van vijf controles als lidstaat van identificatie en vijf als lidstaat van verbruik;
  10. alle uitgevoerde multilaterale controles en alle fraudesignalen die werden uitgewisseld via werkterrein 5 van Eurofisc die gevolgen hadden voor de bezochte lidstaten, en
  11. een op risico gebaseerde steekproef van 30 gevallen van invoer waarbij de LVCR werd aangevraagd (15 maal van postdiensten en 15 maal van koeriersdiensten).

Ten aanzien van deze aantallen en steekproeven controleerden we of de belasting- en douaneautoriteiten van de lidstaten: i) gebruikmaken van de regelingen voor administratieve samenwerking om de onbevoegdheid van de lidstaat van verbruik te compenseren in het land/de landen waar de leverancier of dienstverrichter is geregistreerd of gevestigd; ii) informatie over potentiële te lage betalingen verzamelen en gebruiken; iii) controles van de leverancier of dienstverrichter naar behoren uitvoeren, en iv) beschikken over doeltreffende controles voor het voorkomen en opsporen van misbruik van de LVCR voor goederen die worden ingevoerd vanuit niet-EU-landen. We hebben de uitkomsten van de vooraf geselecteerde steekproeven op basis van een controlelijst geanalyseerd en besproken.

We hebben daarbij bijzondere aandacht besteed aan de systemen en controles, waarbij we een test uitvoerden in de testomgeving van de elektronische inklaringssystemen in verband met de controles van de geloofwaardigheid van de LVCR, en brachten een bezoek aan drie postkantoren om de douanecontroles in de praktijk te bekijken.

Bijlage III – Resultaten van steekproeven van aan het MOSS gerelateerde transacties

In elk van de bezochte lidstaten onderzochten we alle 22 MOSS-kwesties waarbij de bezochte lidstaat de verantwoordelijke lidstaat was, evenals alle 7 MoSS-kwesties waarbij de bezochte lidstaat de getroffen lidstaat was.

We selecteerden ook willekeurig 90 aan het MOSS gerelateerde transacties per lidstaat en onderzochten deze:

  1. een steekproef van tien verstuurde technische foutmeldingen (TEM's);
  2. een steekproef van tien ontvangen TEM's;
  3. een steekproef van tien MOSS-registraties, waarvan vijf voor de niet-EU-regeling en vijf voor de EU-regeling van het MOSS;
  4. een steekproef van tien MOSS-btw-aangiften, waarvan de helft voor de niet-EU-regeling van het MOSS en de andere helft voor de EU-regeling;
  5. een steekproef van tien correcties van btw-aangiften, waarvan vijf voor de niet-EU-regeling en vijf voor de EU-regeling;
  6. een steekproef van tien MOSS-betalingen, ontvangen als lidstaat van identificatie;
  7. een steekproef van tien MOSS-betalingen, ontvangen als lidstaat van verbruik;
  8. een steekproef van tien afmeldingen van het MOSS, waarvan vijf voor de niet-EU-regeling en vijf voor de EU-regeling, en
  9. een steekproef van tien uitsluitingen van het MOSS, waarvan vijf voor de niet-EU-regeling en vijf voor de EU-regeling.

In tabel 4 worden de resultaten van de steekproeven in elk van de bezochte lidstaten samengevat met gebruikmaking van een RAG-analyse72.

Tabel 4

Overzicht van de resultaten van de steekproeven per bezochte lidstaat

Bron: ERK.

Voetnoten

1 De gemeenschappelijke definitie van Eurostat en de OESO.

2 Gegevens van december 2018. Zie: https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=E-commerce_statistics

3 Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking) (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

4 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).

5 Overeenkomstig artikel 34 van de btw-richtlijn.

6 Overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (gecodificeerde versie) (PB L 324 van 10.12.2009, blz. 23).

7 Overeenkomstig artikel 23 van Richtlijn 2009/132/EG van de Raad van 19 oktober 2009 houdende bepaling van de werkingssfeer van artikel 143, onder b) en c), van Richtlijn 2006/112/EG met betrekking tot de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (gecodificeerde versie) (PB L 292 van 10.11.2009, blz. 5).

8 In artikel 24 van de btw-richtlijn wordt een “dienst” gedefinieerd als “elke handeling die geen levering van goederen is”.

9 Tenzij de handelaar zijn bedrijf in de EU heeft opgericht.

10 Zie titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 2 en 3 van de btw-richtlijn.

11 Op basis van gegevens uit “Assessment of the application and impact of the VAT exemption for importation of small consignments” — eindverslag EY, mei 2015, blz. 43.

12 Op basis van gegevens verstrekt door TAXUD over het aantal geregistreerde handelaren per 31.10.2017.

13 Op basis van gegevens van Eurostat: http://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php/E-commerce_statistics

14 Zie aanbeveling 11 van Speciaal verslag nr. 24/2015, “De aanpak van intracommunautaire btw-fraude: er zijn meer maatregelen nodig”.

15 Zie PB L 195 van 1.8.2018, blz. 3. Zie ook PB L 195 van 1.8.2018, blz. 1.

16 Zie paragraaf 59 van Speciaal verslag nr. 19/2017 “Invoerprocedures: tekortkomingen in het rechtskader en een ondoeltreffende uitvoering zijn van invloed op de financiële belangen van de EU”.

17 Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (herschikking) (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1).

18 Wanneer zij vaste vestigingen in meerdere lidstaten hebben, kunnen zij zich registreren in een van de lidstaten van deze vestigingen, tenzij zij hun bedrijf in één lidstaat hebben opgericht. In dit geval moet de registratie in de laatstgenoemde lidstaat plaatsvinden.

19 Overeenkomstig de artikelen 17 en 43 tot en met 47 van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad.

20 Sinds 1 januari 2019 vereist de EU-wetgeving dat de leveranciers of dienstverrichters slechts één bewijsstuk bewaren wanneer het bedrag van hun jaarlijkse B2C-diensten binnen de EU niet hoger is dan 100 000 EUR.

21 Spontaan betekent een niet-systematische mededeling op enig moment van informatie waarom niet is verzocht.

22 Overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) nr. 904/2010.

23 Zie artikel 29 van Verordening (EU) nr. 904/2010.

24 Zie de paragrafen 21-28 van het “Joint Audit Report”, OESO, Forum on Tax Administration (FTA), september 2010.

25 Verordening (EU) 2018/1541 van de Raad van 2 oktober 2018 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 904/2010 en (EU) 2017/2454 wat betreft maatregelen ter versterking van de administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 259 van 16.10.2018, blz. 1).

26 In het nieuwe lid 4 bis van artikel 7 en lid 2 bis van artikel 28 van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad.

27 https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/vat/telecommunications-broadcasting-electronic-services/sites/mossportal/files/one-stop_add_guidelines_nl.pdf.

28 Lidstaten kunnen deze drempel instellen op 10 EUR.

29 De intrinsieke waarde wordt gedefinieerd als de waarde van de eenheid zonder vervoer- en verzekeringskosten.

30 In strijd met artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

31 In strijd met de artikelen 25 en 26 van Verordening (EG) nr. 1186/2009 en artikel 1 van Richtlijn 2006/79/EG van de Raad van 5 oktober 2006 inzake de belastingvrijstellingen die van toepassing zijn bij invoer van uit derde landen afkomstige kleine zendingen goederen zonder commercieel karakter (gecodificeerde versie) (PB L 286 van 17.10.2006, blz. 15).

32 In strijd met artikel 24, onder a), van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen.

33 Zie aanbeveling 9 van Speciaal verslag nr. 19/2017.

34 Artikel 25, lid 1, onder f) van de uitvoeringsvoorschriften voor het douanewetboek van de Unie.

35 Zie blz. 41 van de AEO-richtsnoeren van DG TAXUD van 11 maart 2016.

36 Zie paragraaf 54 van Speciaal verslag nr. 19/2017.

37 Eigen middelen op basis van de douanerechten en suikerheffingen die door de lidstaten zijn vastgesteld.

38 Zie: www.parlegalusaturu.lv.

39 Studie van Deloitte, “VAT Aspects of cross-border e-commerce – Options for modernisation, Lot 1”, blz. 65.

40 Copenhagen Economics, “E-commerce imports into Europe: VAT and customs treatment, 2016”.

41 Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen, COM(2016) 757 final van 1 december 2016.

42 https://www.nao.org.uk/wp-content/uploads/2017/04/Investigation-into-overseas-sellers-failing-to-charge-VAT-on-online-sales.pdf.

43 https://webarchive.nationalarchives.gov.uk/20190509073425/https://www.gov.uk/government/statistics/measuring-tax-gaps.

44 Zie de gids voor het mini-éénloketsysteem van de btw, Europese Commissie, 2013.

45 Zie blz. 33 en 34 van https://www.rekenkamer.nl/publicaties/rapporten/2018/11/28/btw-op-grensoverschrijdende-digitale-diensten

46 Zie blz. 23 van https://www.nku.cz/scripts/rka-en/detail.asp?cisloakce=17/12&rok=0&sestava=0

47 Overeenkomstig Richtlijn 2010/24/EU van de Raad van 16 maart 2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (PB L 84 van 31.3.2010, blz. 1).

48 Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (herschikking) (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

49 Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1).

50 Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad van 5 december 2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen (PB L 348 van 29.12.2017, blz. 7); Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2459 van de Raad van 5 december 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 348 van 29.12.2017, blz. 32); Verordening (EU) 2017/2454 van de Raad van 5 december 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 348 van 29.12.2017, blz. 1).

51 Zie de paragrafen 90 en 91 van Speciaal verslag nr. 24/2015, “De aanpak van intracommunautaire btw-fraude: er zijn meer maatregelen nodig”.

52 Lamensch, 2017, blz. 140. Zie in https://www.ibfd.org/sites/ibfd.org/files/content/pdf/ivm_2017_02_e2_1_SeptNewsletter.pdf

53 Zie blz. 17 van de conclusie van controle nr. 17/12 op het gebied van e-handel op: https://www.nku.cz/scripts/rka-en/detail.asp?cisloakce=17/12&rok=0&sestava=0

54 In het “Postal/Express Consignments Risk Indicators and Manual” van deel 2 van het Customs Risk Management Compendium van de WDO.

55 Zie paragraaf 1.3 van de “Guidelines for the immediate release of consignments by customs” van de WDO, WDO, 2014, op http://www.wcoomd.org/-media/wco/public/global/pdf/topics/facilitation/instruments-andtools/ tools/immediate-release-guidelines/immediate-release-guidelines.pdf?db=web.

56 Zie paragraaf 11 van de “Guidelines for the immediate release of consignments by customs” van de WDO,WDO 2014, op http://www.wcoomd.org/-/media/wco/public/global/pdf/topics/facilitation/instruments-and-tools/tools/immediate-release-guidelines/immediate-release-guidelines.pdf?db=web.

57 Zie het “Compendium on the implementation of Council Regulation (EC) No 1186/2009” (Comité Douanewetboek, 2016, blz. 19).

58 Zie artikel 23 van Richtlijn 2009/132/EG van de Raad.

59 Zie blz. 18 en 19 van het Compendium.

60 Zie de paragrafen 99, 100 en 137 van Speciaal verslag nr. 19/2017 “Invoerprocedures: tekortkomingen in het rechtskader en een ondoeltreffende uitvoering zijn van invloed op de financiële belangen van de EU”.

61 Zie Speciaal verslag nr. 13/2011 “Wordt met douaneregeling 42 btw-ontwijking voorkomen dan wel ontdekt?”.

62 Krachtens Richtlijn (EU) 2017/2455 van de Raad wordt per 1 januari 2021 het nieuwe artikel 242 bis opgenomen in Richtlijn 2006/11/EG.

63 Zie COM(2018) 819 final van 11 december 2018, “Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 wat betreft de bepalingen inzake afstandsverkopen en bepaalde binnenlandse leveringen van goederen”.

64 Zie de paragrafen 137 en 138 van Speciaal verslag nr. 19/2017 “Invoerprocedures: tekortkomingen in het rechtskader en een ondoeltreffende uitvoering zijn van invloed op de financiële belangen van de EU” en paragraaf 4.16 van het Jaarverslag over de uitvoering van de begroting over het begrotingsjaar 2017.

65 Zie paragraaf 1.10 van het NAO-verslag op https://www.nao.org.uk/wp-content/uploads/2017/04/Investigation-into-overseas-sellers-failing-to-charge-VAT-on-online-sales.pdf.

66 http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2018/621854/EPRS_STU(2018)621854_EN.pdf.

67 Zie het verslag van het Europees Parlement over “VAT fraud, economic impact, challenges and policy issues” van oktober 2018, en Sénat, Rapport d´information n° 691 du 17 septembre 2015, fait au nom de la commission des finances sur le e-commerce: propositions pour une TVA payée à la source.

68 Zie blz. 13 van “WCO Cross-border e-commerce. Framework of standards”, WDO, juni 2018, op http://www.wcoomd.org/-/media/wco/public/global/pdf/topics/facilitation/activities-and-programmes/ecommerce/wco-framework-of-standards-on-crossborder-ecommerce_en.pdf?la=en.

69 R.T. Ainsworth, M. Alwohaibi, M. Cheetham, “VATCoin: Can a Crypto Tax Currency Prevent VAT Fraud?”, Tax Notes International, deel 84, 14 november 2016. Zie ook het voorstel van KPMG over “distributed ledger”-technologie op https://home.kpmg/lu/en/home/insights/2018/07/vat-dlt.html

70 Zie COM(2018) 812 final van 12 december 2018, “Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de invoering van bepaalde voorschriften voor betalingsdienstaanbieders”.

71 Artikelen 243 bis tot en met 243 quinquies.

72 RAG staat voor rood, amber en groen.

Acroniemen en afkortingen

AC: Administratieve samenwerking (Administrative cooperation)

AEO: Geautoriseerde marktdeelnemer (Authorised economic operator)

B2B: Business-to-business

B2C: Business-to-consumer

Bni: Bruto nationaal inkomen

Btw: Belasting over de toegevoegde waarde

BUDGET: Directoraat-generaal Begroting

CMRF: Gemeenschappelijk kader voor risicobeheer (Common risk management framework)

CP 42: Douaneregeling 42 (Customs procedure 42)

ED: Enig document

EP: Europees Parlement

EU: Europese Unie

FRC's: Financiële risicocriteria (Financial Risk Criteria)

GATT: Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (General Agreement on Tariffs and Trade)

GDO: Gezamenlijke douaneoperatie

HCI: Hoge controle-instantie (supreme audit institution)

HMRC: Her Majesty's Revenue & Customs

IP: Internetprotocol

IRG: Richtsnoer inzake onmiddellijke vrijgave (Immediate release guideline)

IT: Informatietechnologie

ITSM: Beheer van IT-diensten (Information technology service management)

Kmo: Kleine of middelgrote onderneming

LVCR: Vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde (Low value consignment relief)

MAA: Wederzijdse administratieve bijstand (Mutual administrative assistance)

MLC: Multilaterale controle (Multilateral control)

MOSS: Mini-éénloketsysteem (Mini one stop shop system)

MSCON: Lidstaat waar de klant de diensten daadwerkelijk consumeert

MSIDE: Lidstaat waar de handelaren in langs elektronische weg verrichte diensten zijn geregistreerd voor de btw

MTIC: Intracommunautaire ploffraude (Missing trader intra-Community fraud)

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OLAF: Europees Bureau voor fraudebestrijding

OSS: Eénloketsysteem

P2P: Private-individual-to-private individual

RIF: Risico-informatieformulier (Risk information form)

SAF-MOSS: Standaardcontrolebestand voor MOSS-controles (Standard audit file for MOSS audits)

SAO: Nationale Rekenkamer (supreme audit office)

TAXUD: Directoraat-generaal Belastingen en Douane-Unie

TEM: Technische foutmelding (technical error message)

UCC: Douanewetboek van de Unie (Union Customs Code)

VK: Verenigd Koninkrijk

WDO: Werelddouaneorganisatie

WF5: Werkterrein 5 van Eurofisc (Eurofisc working field 5)

Verklarende woordenlijst

Administratieve samenwerking: uitwisseling van informatie tussen lidstaten waarbij belastingautoriteiten elkaar bijstaan en samenwerken met de Commissie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 om de juiste toepassing van btw over de levering van goederen en diensten, de aankoop van goederen in de EU en de invoer van goederen te waarborgen. Uitwisselingen van informatie tussen de lidstaten betreffen alle informatie die kan leiden tot een correcte beoordeling van de btw, onder meer in specifieke gevallen.

Btw-identificatienummer (btw-nummer): een individueel nummer dat elke belastingplichtige krijgt die goederen of diensten wil leveren of goederen wil kopen voor zakelijke doeleinden. Elk nummer heeft een voorvoegsel van twee letters aan de hand waarvan de lidstaat van afgifte kan worden geïdentificeerd.

Douaneregeling 42: de regeling die een importeur gebruikt om een btw-vrijstelling te verkrijgen wanneer de ingevoerde goederen naar een andere lidstaat zullen worden vervoerd overeenkomstig artikel 143, lid 1, onder d) van Richtlijn 2006/112/EG. De btw is verschuldigd in de lidstaat van bestemming.

Eurofisc: een gedecentraliseerd netwerk van ambtenaren van de belasting- en douaneautoriteiten van de lidstaten, die snel gerichte informatie uitwisselen en gezamenlijk verwerken en analyseren over mogelijke frauduleuze bedrijven en transacties.

Fiscalis: een EU-actieprogramma voor de financiering van initiatieven van belastingautoriteiten ter verbetering van de werking van belastingstelsels op de interne markt door middel van systemen voor communicatie en informatie-uitwisseling, multilaterale controles, seminars en projectgroepen, werkbezoeken, opleidingsactiviteiten en andere vergelijkbare activiteiten om de doelstellingen van het programma te verwezenlijken.

Het mini-éénloketsysteem (MOSS): Een vrijwillig systeem ter facilitering van de handel dat belastingplichtigen (zowel EU- als niet-EU-bedrijven) die telecommunicatie-, televisie- en radio-omroepdiensten en langs elektronische weg geleverde diensten leveren aan niet-belastingplichtigen in lidstaten waar zij geen vestiging hebben die btw-plichtig is voor deze leveringen, in staat stelt deze leveringen aan te geven via een webportaal in de lidstaat waar zij voor de btw zijn geregistreerd.

Multilaterale controles: gecoördineerde controles die twee of meer lidstaten kunnen uitvoeren op de belastingschuld van een of meer gerelateerde handelaren wanneer dergelijke controles door hen doeltreffender worden geacht dan door slechts één lidstaat uitgevoerde controles.

Ploffer: een voor de btw geregistreerde handelaar die, mogelijk met frauduleuze belangen, goederen of diensten koopt of beweert te kopen zonder btw te betalen en deze met btw levert, maar de geïnde btw niet overmaakt naar de nationale belastingautoriteit.

Regeling voor verkopen op afstand: belastingregeling voor de B2C-levering van goederen binnen de EU. Uit hoofde van de regeling past de handelaar voor verkopen tot een bepaalde drempel (normaal gesproken 35 000 EUR, maar 100 000 EUR in bepaalde lidstaten) het btw-tarief van de lidstaat toe waar hij is geregistreerd. Boven deze drempel moet de handelaar zich registreren voor de btw in de lidstaat van bestemming en het btw-tarief van deze lidstaat toepassen.

Risicobeheer: het systematisch in kaart brengen van risico's, onder meer door middel van steekproefcontroles, en het toepassen van alle maatregelen die vereist zijn om de blootstelling aan risico's te beperken.

VIES: het systeem voor de uitwisseling van btw-informatie is een elektronisch netwerk voor het doorsturen van informatie over zowel geldige btw-identificatienummers van bedrijven die in de lidstaten zijn geregistreerd als van belasting vrijgestelde intracommunautaire leveringen. De nationale belastingautoriteiten zijn verantwoordelijk voor het verstrekken van beide soorten informatie aan het netwerk.

Wederzijdse administratieve bijstand: acties van een douaneautoriteit namens of in samenwerking met een andere douaneautoriteit met het oog op de juiste toepassing van de douanewetgeving en het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van douanemisdrijven.

Antwoorden van de Commissie

Samenvatting

VII

c) De Commissie wil benadrukken dat het aan de lidstaten is om deze regelingen uit te voeren.

f) De Commissie wil benadrukken dat de handhaving van de inning van btw een nationale bevoegdheid is.

VIII

Wat betreft de aanbevelingen die tot de Commissie zijn gericht:

a) De Commissie aanvaardt de aanbeveling voor zover zij daartoe bevoegd is.

b) De Commissie aanvaardt de aanbeveling. De manier waarop de lidstaten omgaan met zendingen met een te verwaarlozen waarde (met inbegrip van misbruik van vrijstellingen) is een van de thema’s die in aanmerking zullen worden genomen wanneer het inspectieprogramma 2020 voor traditionele eigen middelen wordt vastgesteld.

c) De Commissie verwerpt de aanbeveling, omdat de tekortkomingen van de regeling voor afstandsverkopen zijn aangepakt en de Commissie geen toegang heeft tot de informatie in het miniéénloketsysteem. Zie het antwoord op paragraaf 96.

d) De Commissie aanvaardt de aanbeveling. De bijstand zal op verzoek worden verleend.

e) De Commissie aanvaardt de aanbeveling. Zij is altijd bereid alternatieve en realistische inningsmethoden te onderzoeken en zal de toegevoegde waarde ervan voor de bestrijding van btwfraude analyseren, terdege rekening houdend met de haalbaarheid ervan.

Wat de andere aanbevelingen betreft, merkt de Commissie op dat deze drie aanbevelingen tot de lidstaten zijn gericht.

Inleiding

20

Het voorstel van de Commissie COM(2018)812/2 en 812/3 zal de lidstaten betere instrumenten bieden om e-handelaren te controleren aan de hand van betalingsgegevens.

21

Met ingang van 1 januari 2021 wordt de btw-vrijstellingsdrempel afgeschaft.

Opmerkingen

31

De Commissie heeft reeds het btw-pakket voor elektronische handel voorgesteld, alsook maatregelen om de samenwerking tussen belastingdiensten en betalingsdienstaanbieders te verbeteren en maatregelen om de administratieve samenwerking te versterken, in de eerste plaats tussen de belastingdiensten van de lidstaten, in de tweede plaats tussen de douane- en belastingdiensten en ten slotte tussen Eurofisc, OLAF en Europol.

37

De Commissie beraadt zich over mogelijke innovatieve benaderingen om de informatieuitwisselingen met derde landen te intensiveren, ook op het gebied van elektronische handel. Zo voorziet het strategisch kader voor douanesamenwerking tussen de EU en China in de herziening van de overeenkomst van 2004 tussen de EU en China inzake samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken. Er moet worden nagegaan of deze gelegenheid kan worden aangegrepen om de overeenkomst aan te passen aan de uitdagingen van de elektronische handel.

89

Het is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de AEO’s om hun systemen en procedures voor interne controle regelmatig te monitoren om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de criteria en voorwaarden voor AEO’s. De interne controlesystemen zijn van cruciaal belang voor de efficiënte monitoring door de AEO.

De beste aanbevolen praktijken voor interne controle (overeenkomstig de EU-richtsnoeren voor AEO’s) kunnen inhouden dat een verantwoordelijke wordt aangeduid die belast is met de procedures en interne controles van de onderneming, met inbegrip van het toezicht op en de controle van het douanebeheer/de douaneformaliteiten.

Overeenkomstig artikel 23, lid 5, en artikel 38, lid 1, DWU, zijn de douaneautoriteiten ook verplicht de voorwaarden en criteria waaraan de AEO moet voldoen, te monitoren. De monitoring door de douaneautoriteiten moet onafgebroken worden verricht, maar vindt ook plaats naar aanleiding van de door de AEO verstrekte informatie. Wanneer de AEO de douaneautoriteiten ervan in kennis stelt dat onregelmatigheden zijn ontdekt, verifieert en onderzoekt de autoriteit deze informatie, hetgeen tot een herbeoordeling, schorsing en/of intrekking van de vergunning kan leiden.

90

Alle marktdeelnemers met de AEO-status moeten aan alle criteria en voorwaarden voor AEO’s voldoen. Dit houdt onder meer in dat moet worden gegarandeerd dat alle elementen in de douaneaangiften correct zijn. Wanneer niet meer aan de voorwaarden en criteria wordt voldaan, wordt de AEO-status geschorst of ingetrokken door de douaneautoriteiten.

De bevoegde douaneautoriteiten worden verzocht hun monitoringactiviteiten te intensiveren en passende maatregelen te nemen om de onregelmatigheden aan te pakken, d.w.z. herbeoordelen, opschorten en/of intrekken.

91

Zie het antwoord van de Commissie op de paragrafen 89 en 90 inzake monitoring en interne controles.

96

Een aantal zwakke punten van het mini-éénloketsysteem is aangepakt met de vaststelling van de vereenvoudigingen van het mini-éénloketsysteem die op 1 januari 2019 in werking zijn getreden. De tekortkomingen van de regeling voor afstandsverkopen zijn aangepakt in de onlangs aangenomen wetgeving inzake btw voor elektronische handel, die erin voorziet dat deze nationale drempels zullen worden afgeschaft en vervangen door een voor de hele EU geldende drempel van slechts 10 000 EUR vanaf 2021.

98

TEM-inspecties van zendingen met een te verwaarlozen waarde (met inbegrip van misbruik van vrijstellingen) worden een prioritair controlegebied in de toekomst. In het licht van de vastgestelde fraudegevallen waarin sprake is van onderwaardering van textiel en schoeisel heeft de Commissie prioriteit gegeven aan dit gebied in 2018 en 2019 in alle lidstaten. In 2017 werd prioriteit gegeven aan de ontduiking van antidumpingrechten op zonnepanelen. In 2015 en 2016 was de betrouwbaarheid van de TEM-boekhouding de prioriteit.

122

Deze drempel zorgt voor evenredigheid voor micro-ondernemingen, die momenteel zijn vrijgesteld van btw in de meeste lidstaten en die volgens de huidige regelgeving btw-plichtig worden vanaf de eerste download van hun diensten door een consument in een andere lidstaat. Deze grensoverschrijdende EU-drempel van 10 000 EUR, waarmee deze onevenredigheid wordt verholpen en tegelijk het beginsel van belastingheffing op de plaats van bestemming zoveel mogelijk in acht wordt genomen, werd evenredig en evenwichtig geacht.

136

De handhaving van de btw-inning is een nationale bevoegdheid.

Conclusies en aanbevelingen

Aanbeveling 1 – Het gebruik van de regelingen voor administratieve samenwerking versterken

Wat betreft de aanbevelingen die tot de Commissie zijn gericht:

a) De Commissie aanvaardt de aanbeveling voor zover zij daartoe bevoegd is.

b) De Commissie aanvaardt de aanbeveling, aangezien zij veranderingen in de elektronische formulieren zal beginnen voorstellen. De Commissie merkt op dat deze drie aanbevelingen tot de lidstaten zijn gericht.

Wat de andere aanbevelingen betreft, merkt de Commissie op dat deze drie aanbevelingen tot de lidstaten zijn gericht.

Aanbeveling 2 – De doeltreffendheid van de controles verbeteren

Wat betreft de aanbevelingen die tot de Commissie zijn gericht:

a) De Commissie aanvaardt de aanbeveling. De manier waarop de lidstaten omgaan met zendingen met een te verwaarlozen waarde (met inbegrip van misbruik van vrijstellingen) is een van de thema’s die in aanmerking zullen worden genomen wanneer het inspectieprogramma 2020 voor traditionele eigen middelen wordt vastgesteld.

b) De Commissie verwerpt de aanbeveling, omdat de tekortkomingen van de regeling voor afstandsverkopen zijn aangepakt en de Commissie geen toegang heeft tot de informatie in het miniéénloketsysteem. Zie het antwoord op paragraaf 96.

c) De Commissie aanvaardt de aanbeveling.

d) De Commissie aanvaardt deze aanbeveling en zal deze opnemen in haar monitoringactiviteiten.

Alle vergunningen voor in de EU geautoriseerde marktdeelnemers (AEO’s) die vóór de inwerkingtreding van het douanewetboek van de Unie (DWU) zijn verleend, hadden uiterlijk op 1 mei 2019 moeten zijn herbeoordeeld door de nationale douaneautoriteiten vanwege de wijzigingen van het DWU (overeenkomstig artikel 15, lid 1, DWU GV). Het nalevingscriterium maakt deel uit van deze herbeoordeling.

De Commissie is begonnen met de voorbereidingen voor de controle van de processen voor AEOmonitoring in de lidstaten overeenkomstig artikel 23, lid 5, DWU. De monitoring van het criterium van de naleving door AEO’s, ook wat betreft de vrijstelling voor zendingen met een te verwaarlozen waarde, is een van de aspecten die in dit verband zullen worden gecontroleerd.

Wat de andere aanbevelingen betreft, merkt de Commissie op dat deze twee aanbevelingen tot de lidstaten zijn gericht.

Aanbeveling 3 – De handhaving van de inning verbeteren

Wat betreft de aanbevelingen die tot de Commissie zijn gericht:

a) De Commissie aanvaardt de aanbeveling. De bijstand zal op verzoek worden verleend.

b) De Commissie aanvaardt de aanbeveling. Het aanpakken van de verschillen ten aanzien van de betalingen tussen lidstaten en de behandeling van de ingehouden btw zijn punten waaraan de Commissie momenteel werkt. Momenteel controleert zij de gegevens voor de jaren 2015-2018 zodra deze beschikbaar worden in het kader van de eigen middelen uit de btw.

c) De Commissie aanvaardt de aanbeveling. Zij organiseert activiteiten met de lidstaten om gevolg te geven aan haar in december 2017 gepubliceerde verslag over Richtlijn 2010/24/EU met het oog op de invordering van alle belastingen.

Wat de andere aanbeveling betreft, merkt de Commissie op dat deze tot de lidstaten is gericht.

Aanbeveling 4 – De doeltreffendheid van het regelgevend kader verbeteren

Wat betreft de aanbevelingen die tot de Commissie zijn gericht:

a) De Commissie aanvaardt de aanbeveling. Zij is altijd bereid alternatieve en realistische inningsmethoden te onderzoeken en zal de toegevoegde waarde ervan voor de bestrijding van btwfraude analyseren, terdege rekening houdend met de haalbaarheid ervan.

b) De Commissie aanvaardt de aanbeveling.

c) De Commissie aanvaardt de aanbeveling. Zoals erkend en vastgesteld door de Rekenkamer (zie paragraaf 126), passen de lidstaten de definitie van "intrinsieke waarde" die is vastgesteld in het Compendium inzake de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (Compendium on the implementation of Council Regulation 1186/2009 setting up a Community system of reliefs from customs duty) eenvormig toe.

Daarnaast voeren de Commissie en de lidstaten momenteel besprekingen over een juridisch bindende definitie van de term "intrinsieke waarde".

Wat de andere aanbeveling betreft, merkt de Commissie op dat deze tot de lidstaten is gericht.

Controleteam

In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma's of beheersthema's met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico's voor de doelmatigheid of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.

Deze controle van de prestaties werd uitgevoerd door controlekamer IV “Marktregulering en concurrerende economie”, die onder leiding staat van ERK-lid Neven Mates. De controle werd geleid door ERK-lid Ildikó Gáll-Pelcz, met ondersteuning van Zoltán Lovas, kabinetschef, en Claudia Kinga Bara, kabinetsattaché; Paul Stafford, hoofdmanager; Carlos Soler Ruiz, taakleider; Maria Echanove, Josef Edelmann, Benny Fransen, Dan Danielescu, Christine Becker en Eni Kabashi, controleurs. Evy Fiers verleende taalkundige ondersteuning.

Van links naar rechts: Benny Fransen, Dan Danielescu, Paul Stafford, Ildikó Gáll-Pelcz, Josef Edelmann, Carlos Soler Ruiz, Zoltán Lovas

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2019

PDF ISBN 978-92-847-2242-6 ISSN 1977-575X doi:10.2865/398271 QJ-AB-19-009-NL-N
HTML ISBN 978-92-847-2253-2 ISSN 1977-575X doi:10.2865/2705 QJ-AB-19-009-NL-Q

© Europese Unie, 2019.

Voor iedere vorm van gebruik of reproductie van (beeld)materiaal dat niet onder het auteursrecht van de Europese Unie valt, dient rechtstreeks toestemming aan de auteursrechthebbende te worden gevraagd.

HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?

Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

  • te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen)
  • te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
  • een e mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Waar vindt u informatie over de EU?

Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/contact_nl

EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen bij EU Bookshop op: https://publications.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).

EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu/homepage.html?locale=nl

Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.