2020 De controle 2020 van EU-agentschappen in het kort

Presentatie van het jaarverslag 2020 van de Europese Rekenkamer over de EU-agentschappen

 

De publicatie is beschikbaar in 23 talen en in het volgende formaat:
PDF
PDF General Report

Samenvatting

I De Europese Rekenkamer (ERK) is de externe auditor van de financiën van de EU[1]. Als zodanig treden wij op als onafhankelijk hoedster van de financiële belangen van de burgers van de Unie, door te helpen het financieel beheer van de EU te verbeteren[2].

II Dit document bevat een samenvatting van onze controleresultaten voor het begrotingsjaar 2020 met betrekking tot de 41[3] EU-agentschappen en andere organen van de Unie (agentschappen) die onder ons mandaat vallen. Een alomvattend overzicht van de agentschappen die zijn opgericht door de Europese Unie en de gedetailleerde resultaten van onze jaarlijkse controles van de agentschappen zijn te vinden in ons Jaarverslag over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2020.

III Over het geheel genomen bevestigde onze controle van de agentschappen voor het op 31 december 2020 afgesloten begrotingsjaar de positieve resultaten die in voorgaande jaren werden gerapporteerd. Door middel van de voor ieder agentschap uitgebrachte betrouwbaarheidsverklaring verstrekten we:

  • (goedkeurende) controleoordelen zonder beperking over de betrouwbaarheid van de rekeningen van alle agentschappen;
  • (goedkeurende) controleoordelen zonder beperking over de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende ontvangsten bij de rekeningen voor alle agentschappen;
  • (goedkeurende) controleoordelen zonder beperking over de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende betalingen bij de rekeningen voor alle agentschappen, behalve voor het ACER, het eu-LISA en het Enisa, waarvoor we een oordeel met beperking hebben afgegeven.

IV Toch wezen we voor de meeste agentschappen op terreinen die voor verbetering vatbaar zijn in de toelichtende paragrafen en paragrafen over andere aangelegenheden en via de opmerkingen die niets afdoen aan de controleoordelen. We hebben voor deze terreinen die voor verbetering vatbaar zijn ook de volgende te nemen maatregelen voorgesteld:

  • De uitvoering van de begroting door de agentschappen moet worden onderworpen aan doeltreffende en doelmatige interne controles. Deze moeten deugdelijke controles vooraf omvatten die gericht zijn op het voorkomen van fouten en onregelmatigheden voordat activiteiten worden goedgekeurd. Om de best mogelijke prijs-kwaliteitverhouding te bereiken binnen de kaderovereenkomsten van de Europese Commissie zonder prijslijst voor de aankoop van softwarelicenties en IT-diensten, moeten de agentschappen bovendien systematisch marktonderzoek verrichten alvorens bestelbonnen te ondertekenen. Bij dit marktonderzoek moet een gedetailleerde beoordeling van de benodigde producten en diensten worden gemaakt, moeten de op de markt beschikbare oplossingen worden geanalyseerd en moet de prijs van de betrokken elementen worden geraamd.
  • De vervanging van een uitvoerend directeur kan leiden tot veranderingen in het beheer van de delegaties van het agentschap. Daarom moeten de agentschappen interne regels vaststellen die een degelijke bijdrage leveren aan de beheerscontrolesystemen, de transparantie en de verantwoordingsplicht.
  • Bijna alle gevallen waarin we opmerkingen maakten over aanbestedingsprocedures betroffen onregelmatige betalingen. De betrokken agentschappen moeten hun openbare aanbestedingsprocedures verder verbeteren, zodat volledige conformiteit met de toepasselijke regels wordt gewaarborgd.
  • Om buitensporige bedragen aan overdrachten te verhelpen, moeten de betrokken agentschappen hun begrotingsplanning en uitvoeringscycli verder verbeteren.
  • Doordat er verschillende methoden zijn opgenomen in de overeenkomsten voor de berekening van bijdragen van geassocieerde landen, bestaat het risico dat die bijdrageovereenkomsten onjuist worden uitgevoerd. De betrokken agentschappen wordt verzocht de Europese Commissie te raadplegen om na te gaan of zij zich moeten aanpassen aan de bijdrageovereenkomsten van de Commissie en haar methoden voor de berekening van de bijdragen van geassocieerde landen.

Wat we controleerden

01 De EU-agentschappen zijn afzonderlijke rechtspersonen die bij een handeling van afgeleid recht zijn opgericht om specifieke technische, wetenschappelijke of beheerstaken uit te voeren ter ondersteuning van de beleidsvorming en -uitvoering door de EU-instellingen. Ze zijn in verschillende lidstaten gevestigd en kunnen een aanzienlijke invloed hebben op gebieden die van essentieel belang zijn voor het dagelijks leven van de Europese burgers, zoals gezondheid, veiligheid, vrijheid en justitie. In deze samenvatting wordt naar specifieke agentschappen verwezen door de afkortingen van hun volledige benamingen te gebruiken die zijn opgenomen in de lijst van acroniemen aan het eind van dit document.

02 Er zijn drie soorten EU-agentschappen: gedecentraliseerde agentschappen, uitvoerende agentschappen van de Europese Commissie en andere organen. De onderlinge verschillen worden hieronder beschreven.

03 Het aantal agentschappen is in de loop der jaren toegenomen. Eind 2020 waren het er 43, zoals weergegeven in figuur 1. In deze figuur is ook het Hadea (Europees Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en digitaal beleid) opgenomen, het nieuwste agentschap dat op 1 april 2021 werd opgericht[4]. Tegelijkertijd hield het Chafea op te bestaan en kregen het INEA en het Easme de nieuwe namen Cinea (Europees Uitvoerend Agentschap klimaat, infrastructuur en milieu) en Eismea (Europees Uitvoerend Agentschap Innovatieraad en het mkb).

Figuur 1 — Overzicht van het toenemende aantal agentschappen door de tijd heen

* Sommige agentschappen waren vroeger actief als intergouvernementele organisaties met een andere status.

NB: De jaren die worden genoemd in de figuur verwijzen naar het jaar waarin de oprichtingshandeling van het agentschap in werking is getreden.

Bron: ERK.

04 Alle uitvoerende agentschappen van de Europese Commissie zijn gevestigd in Brussel. Gedecentraliseerde agentschappen en andere organen zijn gevestigd in verschillende lidstaten in de hele EU, zoals weergegeven in figuur 2. Hun vestigingsplaatsen worden vastgesteld door de Raad ofwel gezamenlijk door de Raad en het Europees Parlement.

Figuur 2 — Vestigingsplaatsen van de agentschappen in de lidstaten

Bron: ERK.

Gedecentraliseerde agentschappen zijn gericht op specifieke beleidsbehoeften

05 De 33 gedecentraliseerde agentschappen[5] spelen een belangrijke rol bij de voorbereiding en uitvoering van EU-beleid, met name voor technische, wetenschappelijke, operationele of regelgevende taken. Het is de bedoeling te voorzien in specifieke beleidsbehoeften en de Europese samenwerking te versterken door samenvoeging van technische en specialistische deskundigheid van zowel de EU-instellingen als de nationale regeringen. Ze worden opgericht voor onbepaalde tijd bij verordening van de Raad of van het Europees Parlement en de Raad.

Uitvoerende agentschappen van de Europese Commissie voeren EU-programma’s uit

06 De zes uitvoerende agentschappen van de Europese Commissie[6] zijn belast met uitvoerende en operationele taken met betrekking tot EU-programma's. Deze worden opgericht voor een vaste termijn.

Andere organen hebben specifieke mandaten

07 De vier andere organen zijn het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT), het Europees Openbaar Ministerie (EOM), het Voorzieningsagentschap van Euratom (ESA) en de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR). Het EIT in Boedapest is een onafhankelijk, gedecentraliseerd EU-orgaan waarin wetenschappelijke, zakelijke en onderwijsmiddelen bijeen worden gebracht ter stimulering van de innovatiecapaciteit van de Unie door het verstrekken van subsidies. Het werd opgericht voor onbepaalde tijd. Het EOM is een onafhankelijk orgaan van de Unie dat bevoegd is voor de bestrijding van misdrijven tegen de begroting van de Unie. Het EOM is op 1 juni 2021 operationeel geworden. Het ESA in Luxemburg werd voor onbepaalde tijd opgericht om gebruikers in de EU een regelmatige en billijke voorziening van kernbrandstof te waarborgen, in overeenstemming met het Euratom-Verdrag. De GAR in Brussel is de belangrijkste autoriteit van het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme in de Europese bankenunie. Deze heeft tot taak te zorgen voor een ordelijke afwikkeling van banken die falen of waarschijnlijk zullen falen, waarbij de gevolgen voor de reële economie en de overheidsfinanciën van de deelnemende EU-lidstaten en andere landen zoveel mogelijk worden beperkt.

Agentschappen worden uit verschillende bronnen en in het kader van verschillende MFK-rubrieken gefinancierd

08 In 2020 bedroeg de totale begroting van alle agentschappen (met uitzondering van de GAR) 3,7 miljard EUR. Dit komt overeen met 2,2 % van de algemene begroting van de EU voor 2020 (2019: 2,2 %), zoals weergegeven in figuur 3.

09 De begroting voor 2020 van de GAR bedroeg 8,1 miljard EUR (2019: 7,9 miljard EUR). Deze bestaat uit bijdragen van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen voor de oprichting van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en de financiering van de administratieve uitgaven van de GAR.

10 De begrotingen van de gedecentraliseerde agentschappen en de andere organen omvatten personeels-, administratieve en operationele uitgaven. De uitvoerende agentschappen voeren programma’s uit die worden gefinancierd uit de begroting van de Europese Commissie terwijl hun eigen begrotingen (in 2020 ongeveer 273 miljoen EUR in totaal) enkel hun eigen personeels- en administratieve uitgaven omvatten. Het bedrag (aan vastleggingskredieten) dat door de zes uitvoerende agentschappen namens de Europese Commissie werd uitgevoerd, bedroeg in 2020 ongeveer 14,9 miljard EUR (2019: 13,9 miljard EUR).

Figuur 3 — Financieringsbronnen van de agentschappen voor 2020

Bron: Ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2020; definitieve jaarrekening van de Europese Unie voor 2020 en jaarlijkse activiteitenverslagen van de uitvoerende agentschappen voor 2020, gecompileerd door de ERK.

11 De meeste agentschappen, met inbegrip van alle uitvoerende agentschappen, worden bijna volledig gefinancierd uit de algemene EU-begroting. De andere worden volledig of gedeeltelijk gefinancierd met vergoedingen en heffingen die het bedrijfsleven moet betalen alsmede rechtstreekse bijdragen van landen die aan hun werkzaamheden deelnemen. Figuur 4 geeft een uitsplitsing weer van de begrotingen van de agentschappen naar inkomstenbron.

Figuur 4 — Begrotingen 2020 van de agentschappen naar inkomstenbron

* De gewijzigde begroting van het GSA voor het jaar 2020 werd vastgesteld op 35,4 miljoen EUR. Met betrekking tot operationele activiteiten die met bestemmingsontvangsten worden gefinancierd, omvatte de gewijzigde begroting van het GSA een pro-memoriepost en een schatting voor 2020 van 728,6 miljoen EUR in vastleggingskredieten en 1 328,7 miljoen EUR in betalingskredieten. De werkelijke, uitgevoerde uitgaven uit bestemmingsontvangsten in 2020 bedroegen 402,1 miljoen EUR aan vastleggingen en 753 miljoen EUR aan betalingen.

NB: Er wordt geen rekening gehouden met andere diverse ontvangsten of begrotingsreserves.

Bron: Definitieve jaarrekeningen van de agentschappen voor 2020, gecompileerd door de ERK.

12 Figuur 5 toont de begrotingen 2020 van de agentschappen. Zij worden uitgesplitst naar soort uitgaven (titel I — personeelskosten, titel II — administratieve uitgaven en titel III — operationele uitgaven, en andere gebruikte titels), en niet naar activiteit.

Figuur 5 — Uitgaven van de agentschappen in 2020 per begrotingstitel

* De gewijzigde begroting van het GSA voor het jaar 2020 werd vastgesteld op 35,4 miljoen EUR. Met betrekking tot operationele activiteiten die met bestemmingsontvangsten worden gefinancierd, omvatte de gewijzigde begroting van het GSA een pro-memoriepost en een schatting voor 2020 van 728,6 miljoen EUR in vastleggingskredieten en 1 328,7 miljoen EUR in betalingskredieten. De werkelijke, uitgevoerde uitgaven uit bestemmingsontvangsten in 2020 bedroegen 402,1 miljoen EUR aan vastleggingen en 753 miljoen EUR aan betalingen.

NB: Het cijfer voor de GAR bestaat uit twee delen: Deel I met 118 miljoen EUR voor de administratie van de Afwikkelingsraad en Deel II met 8 016 miljoen EUR voor het Fonds.

Bron: Begroting: Definitieve jaarrekeningen van de agentschappen voor 2020, gecompileerd door de ERK.

13 Figuur 6 toont hoeveel personeelsleden de agentschappen eind 2020 in dienst hadden. In totaal hadden de agentschappen 12 881 personeelsleden[7] in dienst (2019: ongeveer 11 900), circa 18 % van het totaalaantal personeelsleden[8] dat bij de EU-instellingen en -agentschappen in dienst is.

Figuur 6 — Aantal personeelsleden per agentschap eind 2020

Bron: Gecompileerd door de ERK.

14 De meeste agentschappen voeren geen grote operationele uitgavenprogramma's uit, maar houden zich bezig met technische, wetenschappelijke of regelgevende taken. Bijgevolg bestaan de begrotingen van de meeste agentschappen voornamelijk uit personeels- en administratieve uitgaven (zie figuur 5). In totaal maken de personeels- en administratieve uitgaven van de agentschappen ongeveer 10,9 % uit van de totale personeels- en administratieve uitgaven van de EU (zie figuur 7).

Figuur 7 — Personeels- en administratieve uitgaven* van de EU-instellingen en -organen in 2020 (in miljoen EUR)

*Personeelsuitgaven omvatten uitgaven voor personeel dat aan zowel operationele als administratieve taken werkt. De pensioenbijdragen zijn niet opgenomen in de cijfers van de agentschappen (met uitzondering van de volledig of gedeeltelijk zelffinancierende agentschappen).

Bron: Algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2020; definitieve jaarrekening van de Europese Commissie voor het begrotingsjaar 2020 en definitieve jaarrekeningen van de agentschappen voor 2020, gecompileerd door de ERK.

15 De 2,4 miljard EUR aan bijdragen uit de algemene EU-begroting wordt gefinancierd in het kader van verschillende MFK-rubrieken, zoals geïllustreerd in figuur 8.

Figuur 8 — Financiering van de agentschappen uit de MFK-rubriek van de algemene EU-begroting

Bron: Definitieve jaarrekeningen van de agentschappen voor 2020, gecompileerd door de ERK.

De regelingen inzake de begroting en de kwijting zijn voor alle agentschappen dezelfde, behalve voor het EUIPO, het CPVO en de GAR

16 Voor de meeste gedecentraliseerde agentschappen en andere organen en voor alle uitvoerende agentschappen van de Europese Commissie zijn het Europees Parlement en de Raad verantwoordelijk voor de jaarlijkse begrotings- en kwijtingsprocedures. Het tijdschema van de kwijtingsprocedure wordt weergegeven in figuur 9.

Figuur 9 — Kwijtingsprocedure voor de meeste agentschappen

Bron: ERK.

17 De twee gedecentraliseerde agentschappen die volledig zelffinancierend zijn (CPVO en EUIPO), zijn echter onderworpen aan een begrotings- en een kwijtingsprocedure door hun raad van bestuur of begrotingscomité, maar niet door het Europees Parlement en de Raad. De jaarlijkse begrotings- en kwijtingsprocedures van de GAR vallen eveneens uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van zijn raad.

Het netwerk van EU-agentschappen vergemakkelijkt de samenwerking tussen de agentschappen en de communicatie met belanghebbenden

18 Het netwerk van EU-agentschappen (EUAN) werd opgericht door de agentschappen als een platform voor samenwerking tussen de agentschappen, zodat hun zichtbaarheid wordt vergroot, mogelijke efficiëntiewinsten worden vastgesteld en bevorderd en meerwaarde wordt gecreëerd. Met het netwerk wordt erkend dat de agentschappen op een meer gecoördineerde manier moeten communiceren met hun belanghebbenden en het grote publiek over kwesties van gemeenschappelijk belang, en het biedt een eerste toegangspunt voor het verzamelen en verspreiden van informatie onder alle agentschappen. Het EUAN werkt op basis van prioriteiten waarover overeenstemming werd bereikt door de agentschappen in een vijfjarige strategie-agenda en op basis van jaarlijkse werkprogramma’s waarin de activiteiten en doelstellingen ervan worden vastgesteld. In 2020 heeft het EUAN zijn tweede meerjarige strategie (2021‑2027)[9] goedgekeurd, waarin de politieke en strategische koers van de nieuwe Europese Commissie wordt geïntegreerd rond twee strategische pijlers:

  • het EUAN als rolmodel voor bestuurlijke excellentie;
  • het EUAN als gevestigde institutionele partner.

19 Het voorzitterschap van het EUAN wordt elk jaar door een ander agentschap bij toerbeurt bekleed, en de door het gemeenschappelijk ondersteuningsbureau gecoördineerde plenaire vergaderingen vinden twee keer per jaar plaats. Er zijn tien thematische subnetwerken (zie figuur 10) met een thematische focus binnen het EUAN. Zij kunnen ook interageren met andere EU-instellingen, die zelf lid kunnen zijn van de subnetwerken. De ERK neemt actief deel aan enkele van deze plenaire en subnetwerkvergaderingen door goede praktijken uit te wisselen en informatie te verstrekken over controleprocessen en -resultaten.

Figuur 10 — Gemeenschappelijk ondersteuningsbureau en subnetwerken van het EUAN

Bron: EUAN.

20 Het delen van diensten, kennis en deskundigheid staat centraal in het werk van het EUAN en beide meerjarige strategieën. Enkele voorbeelden van samenwerking zijn het delen van diensten op het gebied van noodherstel, boekhouding, gezamenlijke aanbestedingen (zie kader 1), COVID-19-gerelateerde kwesties (zie kader 2) en gegevensbescherming.

Kader 1

Voorbeeld van samenwerking in de vorm van gezamenlijke aanbestedingsprocedures

Gezamenlijke aanbestedingen zijn een van de stimulansen voor samenwerking die door het EUAN worden bevorderd. Zoals we reeds in ons Jaarverslag 2018 hebben gerapporteerd, hebben de gedecentraliseerde agentschappen en andere organen, samen met de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU (EU-organen), ook de mogelijkheid onderzocht van grotere administratieve efficiëntie en schaalvoordelen door gebruik te maken van gezamenlijke aanbestedingsprocedures. Het aantal gezamenlijk door EU-organen uitgebrachte oproepen steeg van 1 tot 17 tussen 2014 en 2020 en eind 2020 hadden 64 EU-organen deelgenomen aan een of meer gezamenlijke aanbestedingen (zie figuur 11). Gezamenlijke aanbestedingsprocedures kunnen efficiëntiewinsten en schaalvoordelen opleveren.

Figuur 11 — Aantal gezamenlijke oproepen

Bron: EUAN.

Kader 2

Uitwisseling van informatie over responsmaatregelen tijdens de COVID-19-pandemie

Na de uitbraak van COVID-19 speelde het gemeenschappelijk ondersteuningsbureau van het EUAN een actieve rol bij de coördinatie van de responsmaatregelen. In april 2020 heeft het EUAN een adviesgroep voor nieuwe werkmethoden opgericht, een informele werkgroep die fungeert als platform voor informatie-uitwisseling tussen de middelenbeheerders van de agentschappen. De werkgroep is sinds haar oprichting 27 keer bijeengekomen. De groep heeft bijgedragen tot de afstemming van de procedures van de agentschappen op het gebied van beleid inzake algemene telewerkmaatregelen, gezamenlijke aanbestedingen voor persoonlijke beschermingsmiddelen en beleid inzake de terugkeer naar kantoor. De groep fungeerde ook als kanaal voor de coördinatie van COVID-19-gerelateerde onderwerpen die de agentschappen onder de aandacht van de Europese Commissie wilden brengen.

De acties van het EUAN werden erkend door de Europese Ombudsman, die het als een van de kanshebbers heeft voorgedragen voor de prijs voor goed bestuur 2021 voor de coördinatie van de respons van EU-agentschappen op de COVID-19-crisis[10].

Bron: EUAN en Europese Ombudsman.

Onze controle

Ons mandaat

21 Zoals bepaald in artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) hebben wij het volgende gecontroleerd[11]:

  • de jaarrekening van alle 41 agentschappen, die bestaat uit de financiële overzichten[12] en de verslagen over de uitvoering van de begroting[13] betreffende het per 31 december 2020 afgesloten begrotingsjaar, en
  • de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen bij die rekening.

22 Op basis van de resultaten van onze controle verschaffen wij het Europees Parlement en de Raad, of de andere kwijtingsautoriteiten (zie paragraaf  17), voor elk agentschap een betrouwbaarheidsverklaring over de betrouwbaarheid van de rekeningen van dat agentschap en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. Indien van toepassing, vullen wij de betrouwbaarheidsverklaringen aan met significante controleopmerkingen.

We melden vermoedelijke fraude aan de relevante EU-organen OLAF en het EOM

23 We werken samen met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) aan fraudegerelateerde zaken en andere strafbare feiten die de financiële belangen van de EU schaden. Op verzoek van OLAF delen wij controle-informatie over EU-agentschappen die nuttig kan zijn voor onderzoeken van OLAF. We raadplegen OLAF ook over elk vermoeden dat ontstaat tijdens onze controlewerkzaamheden, ook al zijn onze controles niet specifiek bedoeld om fraude op te sporen. Voor het begrotingsjaar 2020 werd dit soort samenwerking ook uitgebreid naar het pas operationele Europees Openbaar Ministerie (EOM), dat bevoegd is voor het opsporen, vervolgen en voor het gerecht brengen van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden. We meldden een vermoeden van een dergelijk feit met betrekking tot één EU-agentschap aan het EOM en informeerden OLAF erover. In totaal hebben wij sinds het begrotingsjaar 2001 vóór de oprichting van het EOM acht andere agentschappen doorverwezen naar OLAF omdat we vermoedden dat er sprake was van een of meer gevallen van fraude in de verrichtingen in onze steekproef.

Digitalisering van controleprocedures bij de ERK

24 De ERK beschouwde de jaarlijkse controle van de EU-agentschappen als een gelegenheid om het potentieel van geautomatiseerde controleprocedures te testen. De controle van de agentschappen omvat ongeveer 200 controleprocedures op gebieden als betalingen, salarissen, aanbestedingen, begroting, aanwerving en de jaarrekening. In 2019 hebben we een proefproject opgestart om na te gaan hoe de procedures voor de controle van de wettigheid en regelmatigheid van vastleggingen, betalingen en salarissen, alsook de controle van de rekeningen, kunnen worden geautomatiseerd. Het project betrof de zes uitvoerende agentschappen van de EU. In tegenstelling tot de meeste gedecentraliseerde agentschappen[14] hebben uitvoerende agentschappen soortgelijke administratieve procedures en IT-systemen gemeen (d.w.z. het begrotingssysteem, het boekhoudsysteem en het personeelsbeheersysteem).

25 In 2020 hebben wij ons proefproject voortgezet en verfijnden we de controleprocedures die we eerder hadden ontwikkeld voor de uitvoerende agentschappen, waarbij we deze nauwkeuriger hebben gemaakt om het aantal door de auditors te verifiëren uitzonderingen te verminderen. Wij hebben ook vijf nieuwe geautomatiseerde procedures ingevoerd op het gebied van de controle van de rekeningen. Zoals verwacht heeft deze toetsing geen fouten van materieel belang aan het licht gebracht. We hebben echter geconstateerd dat er tijd kan worden bespaard, zoals weergegeven in figuur 12. Deze resultaten bevestigen dat er aanzienlijke besparingen kunnen worden gerealiseerd zodra meer procedures worden geautomatiseerd en voor meer controletaken worden gebruikt. Dit zal de komende jaren worden voortgezet en gemonitord.

Figuur 12 — Automatisering van toetsingen voor de controle van de rekeningen

Bron: ERK.

Wat we constateerden

De resultaten van de jaarlijkse controles van de agentschappen voor het begrotingsjaar 2020 zijn over het geheel genomen positief

26 Over het geheel genomen bevestigde onze controle van de jaarrekeningen van de agentschappen voor het op 31 december 2020 afgesloten begrotingsjaar en van de onderliggende ontvangsten de positieve resultaten die in voorgaande jaren werden gerapporteerd. Er zijn echter enkele verbeteringen nodig op het gebied van de onderliggende betalingen bij de rekeningen.

Figuur 13 Jaarlijkse controleoordelen over de rekeningen, ontvangsten en betalingen van de agentschappen tussen 2018 en 2020

Bron: ERK.

Goedkeurende oordelen over de betrouwbaarheid van de rekeningen van alle agentschappen

27 Voor het begrotingsjaar 2020 heeft de ERK (goedkeurende) controleoordelen zonder beperking gepubliceerd over de rekeningen van alle agentschappen (zie figuur 13).

Toelichtende paragrafen zijn belangrijk voor een goed begrip van de rekeningen van het EMA en de GAR

28 In een toelichtende paragraaf wordt de aandacht van de lezer gevestigd op een aangelegenheid die zo belangrijk is dat deze van fundamenteel belang is voor een goed begrip van de gebruiker van de rekeningen. Voor het begrotingsjaar 2020 hebben wij gebruikgemaakt van toelichtende paragrafen in onze verslagen over twee agentschappen: het EMA en de GAR.

29 Voor het EMA, het voorheen in Londen gevestigde agentschap dat is verhuisd naar Amsterdam, wijzen wij op een kwestie met betrekking tot de huurovereenkomst voor de voormalige kantoren van het Bureau in Londen. De overeenkomst loopt tot 2039 en bevat geen clausule betreffende voortijdige opzegging. Het EMA bereikte in juli 2019 een akkoord met de verhuurder en is erin geslaagd zijn voormalige kantoren met ingang van juli 2019 onder te verhuren onder voorwaarden die in overeenstemming zijn met de voorwaarden van de hoofdhuurovereenkomst. De onderverhuurovereenkomst loopt tot het verstrijken van de huurovereenkomst van het EMA. Aangezien het EMA partij blijft bij de huurovereenkomst, kan het Bureau aansprakelijk worden gesteld voor het volledige bedrag dat nog verschuldigd is uit hoofde van die overeenkomst indien de onderhuurder zijn verplichtingen niet nakomt. De totale geraamde verschuldigde huur, de daarmee verband houdende dienstverleningskosten en de verhuurdersverzekering die het EMA moet betalen tot het einde van de looptijd van de huurovereenkomst bedragen 377 miljoen EUR per 31 december 2020.

30 Met betrekking tot de rekeningen van de GAR wijzen wij erop dat administratiefberoeps- of gerechtelijke procedures inzake de bijdragen tussen enkele kredietinstellingen, nationale afwikkelingsautoriteiten en de Afwikkelingsraad, alsmede andere beroepen die tegen de GAR zijn ingesteld bij het Gerecht en het Hof van Justitie van de Europese Unie, niet onder onze controle vielen. De mogelijke impact hiervan op de financiële overzichten van de Afwikkelingsraad over het per 31 december 2020 afgesloten begrotingsjaar (met name op voorwaardelijke verplichtingen, voorzieningen en verplichtingen) is onderworpen aan een afzonderlijke specifieke jaarcontrole die wordt uitgevoerd door de ERK, zoals bepaald in artikel 92, lid 4, van de GAM-verordening.

31 Daarnaast vestigen wij de aandacht op de toelichtingen bij de financiële overzichten van de definitieve rekeningen van de GAR, waarin de mogelijke impact op de beleggingsportefeuille wordt beschreven in het licht van de huidige COVID-19-crisis.

In een paragraaf over andere aangelegenheden wordt een kwestie van specifiek belang voor het Chafea beschreven

32 Het Chafea werd op 1 april 2021 gesloten en zijn taken werden herverdeeld over andere agentschappen. Aangezien deze agentschappen andere geconsolideerde EU-entiteiten zijn, heeft dit echter geen impact op de bedragen van de activa en passiva in de jaarrekening 2020 van het Chafea.

Goedkeurende oordelen over de wettigheid en regelmatigheid van de ontvangsten die ten grondslag liggen aan de rekeningen van alle agentschappen

33 De ERK geeft (goedkeurende) oordelen zonder beperking af over de wettigheid en regelmatigheid van de ontvangsten die ten grondslag liggen aan de rekeningen van alle agentschappen.

Een toelichtende paragraaf draagt bij tot een beter begrip van de ontvangsten van de GAR

34 We hebben ook een toelichtende paragraaf gebruikt in ons verslag over de GAR, in verband met de kwestie die wordt beschreven in bovenstaande paragraaf  30.

In een paragraaf over andere aangelegenheden wordt een kwestie van specifiek belang voor de ESMA en de GAR beschreven

35 Wat de ESMA betreft, zijn de vergoedingen die aan ratingbureaus in rekening worden gebracht, gebaseerd op hun ontvangsten als juridische entiteit, maar niet als groep of als groep gelieerde entiteiten. Dit biedt een quasilegitieme gelegenheid om vergoedingen te verlagen of vermijden door ontvangsten van ratingbureaus binnen de jurisdictie van de EU over te schrijven naar hun gelieerde entiteiten buiten de EU. De waarschijnlijke financiële gevolgen van deze maas in de wetgeving zijn onbekend. De ESMA is zich bewust van dit risico en heeft op 29 januari 2021 een raadplegingsdocument gepubliceerd[15]. Hierna heeft zij op 21 juni 2021 een technisch advies ingediend bij de Europese Commissie over de wijziging van de verordening ter beperking van het risico.

36 Voor de ESMA worden vergoedingen voor transactieregisters (TR's) bovendien berekend op basis van de voor ieder afzonderlijk transactieregister toepasselijke omzet. Hoewel de verordening inzake vergoedingen niet voorziet in een alomvattend en consistent controlekader om de betrouwbaarheid van de informatie te waarborgen, konden alle TR's oordelen van onafhankelijke auditors overleggen waarin werd verklaard dat hun (voor de berekening van de vergoeding gebruikte) financiële overzichten over 2019 een getrouw beeld gaven. De door hen verstrekte informatie over het aantal transacties dat gedurende 2019 aan de TR's was gemeld en het aantal geregistreerde uitstaande transacties per 31 december 2019 werd echter slechts onderworpen aan een beperkt onderzoek door onafhankelijke auditors. In maart 2021 heeft de ESMA een raadplegingsdocument[16] gepubliceerd, waarin een vereenvoudiging wordt voorgesteld van de methode die wordt gebruikt om de omzet van TR’s te bepalen met het oog op de berekening van de jaarlijkse vergoedingen voor toezicht, door alleen rekening te houden met ontvangsten en niet met activiteitscijfers.

37 Onverminderd ons formele controleoordeel hebben wij benadrukt dat de bijdragen aan het fonds van de GAR worden berekend op basis van de informatie die door kredietinstellingen aan de GAR wordt verstrekt. Onze controle van de ontvangsten van de GAR was gebaseerd op deze informatie, maar wij hebben de betrouwbaarheid daarvan niet geverifieerd. De GAM-verordening voorziet niet in een alomvattend en consistent controlekader ter waarborging van de betrouwbaarheid van de informatie. De GAR verricht echter wel analytische en consistentiecontroles van de informatie en voert enkele controles achteraf uit op het niveau van de kredietinstellingen. Voorts kan de GAR geen gedetailleerde informatie verstrekken over de berekeningen van de risicogewogen bijdragen voor elke kredietinstelling omdat deze onderling samenhangen en vertrouwelijke informatie over andere kredietinstellingen bevatten. Dit is van invloed op de transparantie van deze berekeningen.

Goedkeurende oordelen over de wettigheid en regelmatigheid van de betalingen die ten grondslag liggen aan de rekeningen van de agentschappen, behalve voor het ACER, het eu-LISA en het Enisa

38 Voor 38 agentschappen publiceerden wij (goedkeurende) controleoordelen zonder beperking over de wettigheid en regelmatigheid van de betalingen die ten grondslag liggen aan de jaarrekeningen voor het op 31 december 2020 afgesloten begrotingsjaar. Naar ons oordeel waren de betalingen voor deze agentschappen in alle materiële opzichten wettig en regelmatig (zie figuur 13).

39 Voor het ACER gaven we een oordeel met beperking af in verband met onze bevindingen die we hebben gerapporteerd in het begrotingsjaar 2019. De ERK concludeerde dat meerdere specifieke overeenkomsten in het kader van een kaderovereenkomst voor IT-diensten onregelmatig waren, omdat er geen concurrerende aanbestedingsprocedure was gevolgd. In het begrotingsjaar 2020 werd er voor 752 654 EUR aan onregelmatige betalingen gedaan (3,7 % van de totale in 2020 beschikbare betalingskredieten).

40 Voor het eu-LISA geven we een oordeel met beperking af op basis van twee onregelmatige aanbestedingsprocedures. In één geval ondertekende het eu-LISA een specifieke overeenkomst voor software die verschilt van de software die werd aangeboden door de contractant in zijn inschrijving voor de desbetreffende kaderovereenkomst en er vond geen wijziging van de kaderovereenkomst plaats. Door een ander product aan te kopen dat niet in de prijsofferte was opgenomen en tegen een andere prijs dan het oorspronkelijk aangeboden product, werd afgeweken van de kaderovereenkomst. In een ander geval ondertekende het eu-LISA een bestelbon voor onderhoudsdiensten voor een periode van vier jaar. Dit was in strijd met de bepalingen van de kaderovereenkomst, op grond waarvan de diensten één jaar van tevoren konden worden gefactureerd. In totaal bedroegen de betalingen die in strijd met de bepalingen van de kaderovereenkomst worden geacht, 10 405 075 EUR, 4,1 % van alle betalingskredieten die in het begrotingsjaar 2020 beschikbaar waren.

41 Voor het Enisa betreft het oordeel met beperking het ontbreken van een delegatie voor een personeelslid. Er is tijd verstreken tussen het einde van een tijdelijke delegatie die door de vorige uitvoerend directeur aan een personeelslid was verleend en het begin van een nieuwe delegatie die werd verleend door de nieuwe uitvoerend directeur. In die periode keurde dat personeelslid vastleggingen in de begroting ter waarde van 529 120 EUR en betalingen ter hoogte van 914 100 EUR (3,5 % van de totale betalingskredieten die in 2020 beschikbaar waren) goed zonder geldige delegatie.

Paragrafen over andere aangelegenheden inzake kwesties van specifiek belang voor het ACER, het Enisa en het EASO

42 De ERK vestigt de aandacht op het feit dat het ACER en het Enisa geen interne regels hebben vastgesteld om de continuïteit van delegaties aan te pakken in gevallen waarin delegerende of gedelegeerd ordonnateurs hun functie neerleggen. Dit vormt een belangrijke tekortkoming in de interne beheersing (zie de paragrafen  48 en volgende voor meer informatie).

43 Voor het EASO merken wij op dat een zaak die aanhangig is bij het Gerecht van de Europese Unie[17] gevolgen heeft voor aspecten van ons controleoordeel. In 2020 startte het EASO een openbare procedure voor de terbeschikkingstelling van uitzendkrachten ter ondersteuning van zijn hoofdkantoor en zijn activiteiten in Malta. Het totale geraamde bedrag bedroeg 27,7 miljoen EUR voor een periode van 48 maanden. In oktober 2020 heeft de afgewezen inschrijver een zaak tegen het EASO aangespannen bij het Gerecht van de Europese Unie waarin deze de uitkomst van de aanbestedingsprocedure aanvecht.

44 Net zoals in het ERK-verslag van 2019 over de rekeningen van het EIGE merken wij op dat een zaak die aanhangig is bij het Hof van Justitie van de Europese Unie[18] gevolgen heeft voor aspecten van ons controleoordeel. In deze zaak komen verschillende vragen aan de orde van het Litouwse hooggerechtshof over de toepassing op EU-agentschappen van Richtlijn 2008/104/EG van het Europees Parlement en de Raad[19] betreffende uitzendarbeid. Aangezien de uitspraak van het Hof van Justitie ten aanzien van deze vragen gevolgen kan hebben voor het standpunt van de ERK met betrekking tot het inzetten van uitzendkrachten door het EIGE, heeft de ERK zich onthouden van opmerkingen, met inbegrip van een follow-up van de opmerkingen van voorgaande jaren, totdat het Hof van Justitie definitief uitspraak heeft gedaan in deze zaak.

Onze opmerkingen betreffen terreinen die voor verbetering vatbaar zijn bij 23 agentschappen

45 Naast de oordelen en de bijbehorende toelichtende paragrafen en paragrafen over andere aangelegenheden hebben wij ook 54 opmerkingen gemaakt (voor het begrotingsjaar 2019 hadden we 82 opmerkingen gemaakt) met betrekking tot 23 agentschappen over de aanpak van terreinen die voor verdere verbeteringen vatbaar zijn. Het merendeel van deze opmerkingen heeft betrekking op tekortkomingen in internebeheersingsmaatregelen, openbare aanbestedingsprocedures en begrotingsbeheer. Tekortkomingen in openbare aanbestedingsprocedures blijven de belangrijkste bron van onregelmatige betalingen.

46 Figuur 14 en figuur 15 tonen het aantal verschillende soorten opmerkingen die in het verslag zijn gemaakt ten aanzien van de 41 agentschappen, met inbegrip van de oordelen en de bijbehorende toelichtende paragrafen en paragrafen over andere aangelegenheden.

Figuur 14 — Aantal opmerkingen per agentschap

Bron: ERK.

Figuur 15 — Aantal opmerkingen per soort veelvoorkomende tekortkoming

Bron: ERK.

Internebeheersingsmaatregelen zijn het meest foutgevoelige terrein

47 Voor dertien agentschappen (ACER, Cepol, Easme, EASO, EBA, Eiopa, EMSA, ESMA, Enisa, ETF, Eurofound, Frontex en de GAR) rapporteren we tekortkomingen in de internebeheersingsmaatregelen in verband met het gebrek aan controles vooraf/achteraf (zie kader 3), het ontoereikende beheer van vastleggingen in de begroting/juridische verbintenissen of het gebrek aan verslaglegging in het register van uitzonderingen. Figuur 15 toont de meest voorkomende soorten tekortkomingen in de interne beheersing die zijn vastgesteld.

Kader 3

Voorbeeld van het gebrek aan interne controles vooraf

Tijdens onze controle constateerden we een gebrek aan interne controles bij de uitvoering van de kaderovereenkomst die de Europese Commissie in 2018 namens meer dan 60 EU-organen heeft ondertekend. Het doel ervan was de aanschaf van softwarelicenties en IT-diensten. De contractant, die optreedt als tussenpersoon, heeft het recht om een procentuele toeslag aan te rekenen op de prijzen van zijn leveranciers. Wat aankopen uit hoofde van deze kaderovereenkomst betreft, hebben we geconstateerd dat bijvoorbeeld het Easme geen interne controles heeft uitgevoerd om na te gaan of de contractant de juiste prijzen had gebruikt en de juiste toeslagen had aangerekend.

Opmerkingen over de delegatie van bevoegdheden tot uitvoering van de begroting

48 Tijdens onze controle stelden we ook tekortkomingen vast met betrekking tot de continuïteit van delegaties in gevallen waarin delegerende of gedelegeerd ordonnateurs hun functie neerleggen, en met name wanneer een nieuwe uitvoerend directeur (d.w.z. de ordonnateur van het agentschap) aantreedt.

49 Bij agentschappen is de rol van ordonnateur anders dan bij de instellingen. De instellingen vervullen zelf de rol van ordonnateur; zij delegeren de daarmee verband houdende verantwoordelijkheden aan personeelsleden. Directeuren-generaal en secretarissen-generaal van de instellingen zijn allemaal gedelegeerd ordonnateurs. In agentschappen wordt de rol van ordonnateur echter toegewezen aan de uitvoerend directeur, die de begroting onder zijn/haar eigen verantwoordelijkheid uitvoert. Het feit dat de uitvoerend directeur de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de begroting draagt, is een belangrijk onderscheidend kenmerk van agentschappen.

50 Het vraagstuk inzake de continuïteit van delegaties na de vervanging of het vertrek van de ordonnateur wordt niet expliciet beantwoord in de financiële reglementen van de agentschappen en ook niet in het algemeen Financieel Reglement. Om dit aan te pakken, stellen de instellingen doorgaans interne regels vast voor de uitvoering van hun begroting, met inbegrip van bepalingen inzake de voorwaarden voor het toekennen en verkrijgen van delegaties of subdelegaties, de reikwijdte van de gedelegeerde bevoegdheden en de continuïteit van de delegaties wanneer een ordonnateur wordt vervangen of de instelling verlaat.

51 Voor twee agentschappen (ACER en Enisa) hebben we paragrafen over andere aangelegenheden opgenomen in onze controleoordelen vanwege het ontbreken van interne regels of besluiten over de continuïteit van delegaties wanneer nieuwe uitvoerend directeuren aantreden. Hierdoor zijn een aantal vastleggingen in de begroting, juridische verbintenissen en betalingsverrichtingen goedgekeurd op basis van delegaties van de vorige uitvoerend directeur die niet waren bevestigd door de nieuwe uitvoerend directeur. Naar onze mening vormde dit een belangrijke tekortkoming in de interne beheersing.

52 In het geval van het Enisa gaven we een oordeel met beperking af ten aanzien van de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende betalingen bij de rekeningen, omdat een personeelslid over een periode van zes weken vastleggingen in de begroting en betalingsverrichtingen heeft goedgekeurd zonder enige delegatie (zie paragraaf  41).

53 In voorgaande jaren hebben we geconstateerd dat andere agentschappen de opvolging van hun uitvoerend directeur naar behoren hebben beheerd. In 2019 zijn nieuwe uitvoerend directeuren aangetreden bij het EASO en het EMSA. Zij hebben onmiddellijk besluiten uitgevaardigd ter bevestiging van de delegaties die door hun voorgangers waren toegekend. In een ander voorbeeld, dat als een goede praktijk kan worden beschouwd, heeft de raad van bestuur van het EMA in 2019 een handvest van opdrachten en verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur in zijn/haar hoedanigheid van ordonnateur vastgesteld, met bepalingen inzake de beëindiging van de functie van de uitvoerend directeur in zijn/haar hoedanigheid van ordonnateur. Dit is vergelijkbaar met de praktijk van de Europese instellingen waarbij zij de algemene bepalingen van het Financieel Reglement van de EU aanvullen. Zo heeft de Europese Commissie interne regels vastgesteld betreffende de uitvoering van haar afdeling van de algemene begroting, waarin de continuïteit van delegaties aan de orde wordt gesteld[20].

Tekortkomingen in openbare aanbestedingen blijven de belangrijkste bron van onregelmatige betalingen

54 De doelstelling van openbare aanbestedingsregels is het zorgen voor eerlijke concurrentie tussen inschrijvers en het aankopen van goederen en diensten tegen de best mogelijke prijs, waarbij het transparantiebeginsel, het evenredigheidsbeginsel, het beginsel van gelijke behandeling en het beginsel van non-discriminatie in acht worden genomen. Onze controle omvatte kader-, specifieke en onderhandse overeenkomsten van alle agentschappen. Bij tien agentschappen (Cedefop, Cepol, EASO, EBA, Eiopa, EMA, ERCEA, ESMA, eu-LISA en Eurojust) vertoonden de gecontroleerde overeenkomsten verschillende soorten tekortkomingen betreffende openbare aanbesteding, meestal met betrekking tot een gebrek aan concurrentie (zie kader 4), tekortkomingen in het evaluatieproces van de inschrijvers en problemen bij de uitvoering van overeenkomsten. Figuur 15 toont een aantal aanvullende statistieken per soort van de meest voorkomende opmerkingen voor aanbestedingsprocedures.

Kader 4

Voorbeeld van niet-naleving van de bepalingen van de kaderovereenkomst

Het eu-LISA ondertekende een specifieke overeenkomst voor software die verschilt van de software die werd aangeboden door de contractant in zijn inschrijving voor de desbetreffende kaderovereenkomst. Het aankopen van een ander product dat niet is opgenomen in de prijsofferte die is ingediend in het kader van de aanbestedingsprocedure is weliswaar een mogelijkheid uit hoofde van artikel 172, lid 3, punt a), van het Financieel Reglement van de EU, maar op voorwaarde dat ook de kaderovereenkomst dienovereenkomstig wordt gewijzigd. Het eu-LISA heeft deze voorwaarde niet nageleefd. Door software aan te kopen die niet was opgenomen in de oorspronkelijke prijsofferte, werd dus afgeweken van de kaderovereenkomst. Zowel de specifieke overeenkomst als de betaling van 10 399 834 EUR is in strijd met de bepalingen van de kaderovereenkomst.

55 Bovendien hebben we voor het ACER, het EASO, het EUIPO, het EIGE en Eurofound ook melding gemaakt van onregelmatige betalingen die in het begrotingsjaar 2020 zijn verricht en voortvloeien uit onregelmatige aanbestedingsprocedures die in voorgaande jaren zijn gerapporteerd.

Tekortkomingen in het begrotingsbeheer nemen toe

56 Krachtens het Financieel Reglement van de EU kunnen begrotingskredieten die voor een bepaald begrotingsjaar zijn toegewezen onder bepaalde voorwaarden worden overgedragen naar het volgende begrotingsjaar[21]. Hoewel het Financieel Reglement van de EU geen plafonds vaststelt voor zulke overdrachten en het meerjarige karakter van operaties deze voor een groot deel verklaart, kunnen buitensporige bedragen wijzen op vertragingen in de uitvoering van werkprogramma’s of aanbestedingsplannen. Het niveau van overdrachten werd gedeeltelijk beïnvloed door de COVID-19-pandemie. Deze kunnen ook wijzen op een structureel probleem of een zwakke begrotingsplanning en zijn mogelijk in strijd met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit. Voor vijf agentschappen (ACER, ESA, eu-LISA, FRA en Frontex) rapporteren we dergelijke tekortkomingen.

57 Figuur 16 biedt een overzicht van het niveau van de overdrachten van vastgelegde kredieten per agentschap en per begrotingstitel. Het wordt uitgedrukt als percentage van de overgedragen vastgelegde kredieten[22] ten opzichte van de totale kredieten[23] van een begrotingstitel.

Figuur 16 — Niveau van overdrachten per begrotingstitel

Bron: Begroting: Definitieve jaarrekeningen van de agentschappen voor 2020, gecompileerd door de ERK.

58 Voor acht agentschappen (Cedefop, EBA, EIGE, Eiopa, EMSA, ESMA, Europol en Frontex) merkten we ook verschillende andere tekortkomingen op. Deze tekortkomingen betroffen onder andere kwesties inzake het vergoedingenbeheer, laattijdige betalingen, de openbaarmaking van ontvangen bijdragen, en de berekening van bijdragen van derde landen aan de begroting van de agentschappen (zie kader 5). Figuur 15 toont de meest voorkomende soorten tekortkomingen in het begrotingsbeheer.

Kader 5

Voorbeeld van een tekortkoming in de bijdragen van EVA-landen die geen EU-lidstaten zijn

De methode voor het berekenen van bijdragen, zoals uiteengezet in de verklaring over de samenwerking tussen het Cedefop en de EVA, werd niet correct toegepast in het begrotingsjaar 2020. De auditors hebben drie rekenfouten vastgesteld, die ertoe hebben geleid dat de bijdragen van Noorwegen en IJsland aan de begroting van 2020 van het Cedefop in totaal 20 272 EUR hoger waren, en de bijdrage van de EU 20 272 EUR lager was dan het geval had moeten zijn.

Diverse opmerkingen over personeelsbeheer

59 Tijdens onze jaarlijkse controle van de agentschappen voor het begrotingsjaar 2020 constateerden we een toename van de tekortkomingen met betrekking tot personeelsbeheer. We hebben aanwervingsprocedures gecontroleerd bij 22 agentschappen. Voor zes daarvan (ACER, EASO, EFSA, EMA, EMSA en Frontex) hebben we verschillende soorten tekortkomingen vastgesteld: onvoldoende stappen om na te gaan of personeelsleden die als tijdelijk functionaris worden aangeworven recht hebben op toelagen (EMSA), managementposten die voor een buitensporig lange periode vacant bleven (EASO, EFSA), het niet toepassen van doeltreffende internebeheersingsmaatregelen tijdens aanwervingsprocedures (ACER), tekortkomingen in de benoeming van selectiecomités voor aanwervingsprocedures (EMA) en tekortkomingen in het beheer van de rangen van nieuwe personeelsleden (Frontex).

De agentschappen hebben zich goed aangepast aan de ongekende COVID-19-situatie

60 Wij hebben onze financiële controlewerkzaamheden aangevuld met een analyse van de wijze waarop de EU-agentschappen hun respons op de COVID-19-crisis hebben beheerd en georganiseerd. Deze analyse had betrekking op de in figuur 17 beschreven gebieden. We presenteren ook enkele voorbeelden van de impact van COVID-19 op de begrotingsuitvoering en werkprogramma’s van de agentschappen voor het begrotingsjaar 2020.

Figuur 17 — Gebieden waarop we ons hebben gericht

Bron:ERK.

De agentschappen hebben tijdig bedrijfscontinuïteitsplannen geactiveerd om ervoor te zorgen dat de belangrijkste bestuursprocessen werden voortgezet en het welzijn van het personeel werd gewaarborgd.

61 In een crisissituatie is het bedrijfscontinuïteits- en noodherstelplan (business continuity and disaster recovery plan — BCP) het belangrijkste richtsnoer van een organisatie. Dit document dient als leidraad voor de procedures en organisatie van de werkzaamheden tijdens de crisis. Het kan de gehele organisatie bestrijken of specifiek betrekking hebben op individuele bedrijfseenheden (zie kader 6). Het plan is gebaseerd op risicobeoordelingen en scenarioplanning en vormt een essentieel onderdeel van het internecontrolekader van de organisatie.

Kader 6

Voorbeeld van de inhoud van een bedrijfscontinuïteits- en noodherstelplan

Bron: BCP van het Eiopa.

62 Het BCP is geen statisch document. ISO-norm nr. 27001[24] schrijft bijvoorbeeld voor dat organisaties de vastgestelde en uitgevoerde controles op de informatiebeveiligingscontinuïteit regelmatig moeten verifiëren om ervoor te zorgen dat deze geldig en doeltreffend zijn in ongunstige situaties. Uit onze analyse bleek dat 37 van de 41 agentschappen (90 %) bij de uitbraak van de COVID-19-pandemie over een formeel goedgekeurd en geactualiseerd BCP beschikten (zie figuur 18).

Figuur 18 — Bij de meeste agentschappen is het BCP formeel goedgekeurd en geactualiseerd

Bron: Financiële controle 2020 van de ERK.

63 Na de eerste tekenen van de verspreiding van het virus eind 2019 en begin 2020 zijn de agentschappen begonnen met het activeren van BCP’s en crisisbeperkende maatregelen om personeel, informatie en fysieke activa te beschermen (zie kader 7). Sommige agentschappen hebben ook middelen herschikt om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de pandemie (zie kader 8). Uit onze analyse bleek dat 34 van de 37 (92 %) agentschappen met een formeel goedgekeurd en geactualiseerd BCP hun BCP hadden geactiveerd als rechtstreeks gevolg van de pandemie. De drie agentschappen die hun plannen niet hadden geactiveerd, namelijk het Berec, het CdT en het EFCA, verklaarden dat dit niet nodig was omdat hun eersteresponsmaatregelen (bijvoorbeeld de uitbreiding van telewerk tot alle personeelsleden) volstonden.

Kader 7

Tijdlijn van de activering van het BCP door het EUIPO

Bron: Antwoorden op de enquête van de ERK en ondersteunende informatie van het EUIPO over de activering.

Kader 8

Speciaal geval — De reactie van het ECDC op de COVID-19-pandemie

Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (European Centre for Disease Prevention and Control — ECDC), opgericht bij Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad[25], beschikt over een begroting van 82 miljoen EUR en heeft 271 personeelsleden. Zijn hoofdtaak is informatie te verzamelen en te verspreiden betreffende de preventie en bestrijding van ziekten bij de mens en daarover wetenschappelijke adviezen te verstrekken. Het Centrum moet ook het Europese netwerk van op dit gebied werkzame organen coördineren. De uitbraak van de COVID-19-pandemie in 2020 is de ernstigste gebeurtenis op het gebied van volksgezondheid waarop het ECDC, sinds het operationeel werd in 2005, moest reageren.

Naar aanleiding van de COVID-19-uitbraak heeft het ECDC op 9 januari 2020 zijn operatieplan voor volksgezondheidscrises geactiveerd. Dit document diende als leidraad voor de organisatie tijdens de noodsituatie en heeft het ECDC in staat gesteld de middelen te herschikken die nodig zijn om de pandemie aan te pakken. In deze periode hebben de voor volksgezondheidscrises verantwoordelijke teams binnen het ECDC de volgende belangrijkste outputs in verband met COVID-19 gerealiseerd: updates van gegevens en surveillance, met inbegrip van snelle risicobeoordelingen; wetenschappelijke richtsnoeren ter ondersteuning van de besluitvorming op het gebied van volksgezondheid; informatie over ziekte- en responsmaatregelen voor zorgverleners en het grote publiek, en antwoorden op ad-hocverzoeken van Europese instellingen en agentschappen. Parallel met de activering van het plan voor volksgezondheidscrises heeft het ECDC vanaf 16 maart 2020 acties uitgevoerd in het kader van zijn BCP met betrekking tot zijn reguliere dagelijkse activiteiten.

Bron: Onderzoek door de ERK van de antwoorden op de enquête, externe evaluatie van de respons van het ECDC op COVID-19, aangevuld met vraaggesprekken met personeelsleden van het ECDC en de verificatie van verkregen informatie.

64 De responsactiviteiten van februari tot medio maart 2020 omvatten de aanwijzing van specifieke teams die tot taak kregen de organisatie en het beheer van de respons op COVID-19 te leiden (zie kader 9). Deze bestonden doorgaans uit hooggeplaatste vertegenwoordigers van verschillende afdelingen van de organisatie[26]. Aanvankelijk werden dagelijks coördinatievergaderingen gehouden, zelfs in het weekend, en later twee tot drie keer per week of zo vaak als nodig was. De responsteams zijn actief gebleven gedurende de gehele periode waarop deze analyse betrekking heeft.

Kader 9

Voorbeeld van een interne taskforce die is opgericht om de impact van COVID-19 te monitoren en aan te pakken

De uitvoerend directeur van het EMA heeft op 16 maart 2020 besloten verdere voorzorgsmaatregelen te nemen om het risico op verspreiding van COVID-19 te beperken. Bij dit besluit werd een taskforce gemachtigd om de procedures voor de monitoring en bestrijding van COVID-19 te ontwikkelen, het personeel op de hoogte te houden en strategieën voor de beperking van de pandemie vast te stellen. Het mandaat van de taskforce bestond erin ervoor te zorgen dat het EMA voorbereid was op elk mogelijk scenario. In het besluit werd ook de organisatie van de taskforce in vier afzonderlijke werkstromen vastgelegd: 1) therapeutische respons, 2) toeleveringsketen, 3) bedrijfscontinuïteit en -impact, 4) personele middelen.

Bron: Onderzoek door de ERK van de antwoorden op de enquête en bijbehorend bewijsmateriaal.

65 Op 16 maart 2020 waren alle agentschappen overgestapt op uitgebreide telewerkregelingen en hadden zij alle personeelsleden die niet noodzakelijkerwijs op kantoor aanwezig hoefden te zijn, opgedragen om thuis te werken. In dit verband was het een voordeel dat er vóór de uitbraak al een aantal telewerkmogelijkheden bestonden. Dit betekende dat het meer ging om het opschalen van bestaande ICT-systemen dan om een grootschalige uitrol in maart 2020 (zie kader 10). Uit onze analyse bleek ook dat geen van de agentschappen ernstige problemen heeft gemeld met betrekking tot capaciteit (bandbreedte), connectiviteit of gegevensbeveiliging. Acht agentschappen (ACER, Berec, CPVO, ECDC, ECHA, EFSA, Eiopa en GAR) voerden vóór de start stresstests uit op hun ICT-systemen, die verdere zekerheid boden over de werking van de ICT-systemen vóór de overstap op de uitgebreide telewerkregeling.

Kader 10

Voorbeelden van de opschaling van ICT- en telewerkregelingen

Enisa: sinds augustus 2018 was er een telewerkregeling van kracht. Op 11 maart 2020 heeft de leiding van het Enisa een administratieve kennisgeving uitgebracht waarin toestemming werd verleend voor telewerk voor alle personeelsleden, met inbegrip van uitzendkrachten. Het Enisa had slechts één dag nodig om voor een operationeel telewerksysteem voor al het personeel te zorgen.

EMSA: op 16 maart 2020 begon al het personeel met telewerk, dat onmiddellijk operationeel was. Volgens het agentschap had het personeel van het EMSA op 3 juni 2020 68 000 één-op-één-vergaderingen en 3 444 conferenties op Skype gehouden, alsmede 2 203 één-op-één-vergaderingen en 287 groepsvergaderingen op Teams georganiseerd.

EUIPO: vanaf het moment dat het besluit was genomen, werd hier onmiddellijk uitvoering aan gegeven (zie ook kader 7). De volledige overstap van het personeel naar een telewerkomgeving vond plaats in een weekend.

ECHA: het agentschap sloot zijn kantoren op 17 maart 2020 en stapte over op verplicht telewerk, met uitzonderingen voor personeelsleden met essentiële functies. Er was geen infaseringsperiode nodig om ervoor te zorgen dat alle personeelsleden op afstand toegang hadden tot de systemen.

Europol: in een weekend werden ongeveer 400 laptops verdeeld onder het personeel om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen.

Cedefop: er bestonden al telewerkregelingen sinds oktober 2017. Het personeel had al de beschikking gekregen over laptops, online samenwerkingsinstrumenten en papierloze procedures. Hierdoor kon het personeel blijven werken na 17 maart 2020, de begindatum voor de uitvoering van alle activiteiten op afstand.

Bron: Resultaten van de enquête van de ERK, vraaggesprekken met personeelsleden van agentschappen en verificatie van verkregen informatie.

66 Naarmate de pandemie zich verspreidde, hebben de agentschappen hun plannen geleidelijk gewijzigd en geactualiseerd, of specifieke noodplannen ontwikkeld om de specifieke gevolgen van de pandemie voor hun individuele organisaties en activiteiten beter aan te pakken. Op 31 december 2020 hadden 16 agentschappen hun bestaande BCP’s geëvalueerd, of waren zij voornemens dit te doen, op basis van de ervaringen die zij tot dusver hadden opgedaan[27]. Zo heeft het Cepol een pandemie-scenario aan zijn plan toegevoegd. Aangezien het EASA een regelgever voor de luchtvaartsector is, werd het agentschap bijzonder getroffen door de pandemie. Het heeft besloten zijn BCP en respons te heroriënteren op de specifieke gezondheids- en veiligheidsaspecten van COVID-19, niet alleen met betrekking tot personeelsleden van het EASA, maar ook met betrekking tot luchtvaartpersoneel, passagiers en andere belanghebbenden in de luchtvaartsector in het algemeen. Vijf agentschappen (EBA, ECDC, Eiopa, Europol en EUIPO) hebben opdracht gegeven tot externe evaluaties van het beheer en de organisatie van hun respons.

67 Alle agentschappen hadden de-escalatiemaatregelen opgenomen in hun bedrijfscontinuïteitsmaatregelen, bijvoorbeeld de geleidelijke terugkeer van personeel naar kantoor. De meeste agentschappen volgden een geleidelijke aanpak, doorgaans in de vorm van een plan bestaande uit vier fasen (zie kader 11 voor een voorbeeld), dat een gecontroleerde escalatie of de-escalatie mogelijk maakte, afhankelijk van hoe de pandemie zich ontwikkelde. De uitvoering van de escalatie-/de-escalatiemaatregelen was gericht op het opvolgen van aanbevelingen en instructies van nationale en regionale gezondheidsautoriteiten en risicobeoordelingen en richtsnoeren van de Europese Commissie, het ECDC en de WHO. In de praktijk verschilde de uitvoering echter van agentschap tot agentschap en was deze grotendeels afhankelijk van de verschillende nationale/regionale maatregelen die werden genomen door de betrokken autoriteiten.

Kader 11

Voorbeeld van de fasen in een plan voor de terugkeer naar kantoor

Bron: Antwoorden op de enquête van de ERK, door het agentschap verstrekte informatie.

68 Het besluit om over te stappen op een uitgebreide telewerkregeling had in de eerste plaats tot doel het personeel te beschermen. De prioriteit die werd gegeven aan het welzijn van het personeel was zichtbaar in tal van interne documenten die we hebben geraadpleegd, en werd bevestigd tijdens de vraaggesprekken met de leiding van de agentschappen. De impact van de pandemie op de werkzaamheden en het personeel, met inbegrip van de organisatie van de terugkeer naar kantoor, werd ook uitvoerig besproken in de EUAN-adviesgroep voor nieuwe werkmethoden (zie kader 2). Uit de informatie die het EUAN met ons heeft gedeeld, bleek dat de meeste personeelsleden van de agentschappen over het algemeen goed zijn omgegaan met de moeilijke situatie die werd veroorzaakt door de pandemie. Uit de door de agentschappen opgestelde statistieken over tijdsbeheer bleek dat het personeel meer uren heeft gewerkt[28] dan voorheen om de nieuwe taken te kunnen uitvoeren die van hen werden verwacht. Uit feedback van de agentschappen bleek dat het personeel zich heeft ingezet en ten minste op hetzelfde niveau als voorheen presteerde. Volgens agentschappen die gespecialiseerd zijn in arbeidsomstandigheden, zoals Eurofound en EU-OSHA, zijn productiviteitspieken (en de inzet van het personeel) normaal in tijden van crisis, maar blijven ze niet duren. De leden van het EUAN-netwerk schatten dat 10 % tot 20 % van de personeelsleden enige problemen had gemeld.

Belangrijke bestuursprocessen en dagelijkse werkzaamheden werden voortgezet zonder ernstige verstoringen, op enkele uitzonderingen na

69 Elk agentschap heeft een raad van bestuur, die het hoogste bestuursniveau van het agentschap vormt. De belangrijkste taak van de raad bestaat erin de strategische koers van het agentschap te bepalen en toezicht te houden op zijn activiteiten[29]. Nadat fysieke bestuursvergaderingen werden afgeschaft in de tweede helft van maart 2020, werden de vergaderingen vervangen door schriftelijke procedures of virtueel gehouden. In deze nieuwe situatie konden de raden bijeenkomen zoals voorgeschreven in de oprichtingsverordeningen van de agentschappen en konden zij tijdig wettelijk vereiste besluiten nemen. De stemprocedures werden voortgezet met behulp van specifieke elektronische steminstrumenten, zoals EU Survey, ook voor beperkt toegankelijke of vertrouwelijke besluiten. Voorbeelden van statutaire besluiten die tijdens de pandemie zijn genomen door agentschappen, zijn de vaststelling van begrotingen, wijzigingen, overdrachten, programmeringsdocumenten, jaarlijkse activiteitenverslagen en oordelen over de definitieve rekeningen. Tijdens de pandemie hebben raden nieuwe hooggeplaatste personeelsleden, zoals uitvoerend directeuren, benoemd bij het EMA, de EBA, het Easme en het GSA. De raden zijn dus in staat gebleken hun bestuursrol doeltreffend uit te oefenen tijdens de pandemie.

70 Uit onze analyse bleek dat de agentschappen de voortzetting van hun belangrijkste bedrijfsfuncties (administratie, ICT, personeelszaken, enz.) tijdens de pandemie konden waarborgen dankzij de overstap op regelingen voor virtuele besluitvorming en telewerk.

71 Ondanks de pandemie konden agentschappen goederen en diensten tijdig en met de vereiste kwantiteit en kwaliteit aankopen. We troffen zeer weinig gevallen aan waarin aanbestedingen geen resultaat opleverden, waarin onvoldoende offertes waren ontvangen van inschrijvers of waarin bepaalde diensten waren opgeschort of geannuleerd. Verzoeken van inschrijvers om verlenging van de termijnen werden zonder aanzienlijke vertraging ingewilligd. De agentschappen hadden elektronische indieningsprocedures ingevoerd (e-inschrijving) voor openbare aanbestedingen, waardoor zij verder konden werken in een virtuele omgeving[30]. De werkzaamheden van evaluatiecomités werden online verricht; zij ondertekenden besluiten elektronisch of bevestigden resultaten in uitzonderlijke gevallen per e-mail. Een ander voorbeeld was de toepassing van een tijdelijke regel, op basis van richtsnoeren van de Europese Commissie, die toestond dat overeenkomsten elektronisch werden ondertekend in plaats van met blauwe inkt, totdat werd teruggekeerd naar normalere werkomstandigheden (zie kader 12).

Kader 12

Voorbeeld van maatregelen die door een agentschap bij het beheer van aanbestedingsprocedures zijn genomen naar aanleiding van de COVID-19-pandemie

Europol heeft een reeks maatregelen genomen om aanbestedingsprocedures en aanverwante activiteiten efficiënt te blijven beheren:

  • een beoordeling maken van essentiële activiteiten die moesten worden voortgezet door de organisatie toen de pandemie uitbrak;
  • brieven opstellen waarin de geselecteerde contractanten in kennis worden gesteld van het feit dat de pandemie een overmachtsituatie vormt, en van de gevolgen voor lopende specifieke overeenkomsten en bestelbonnen;
  • dringende bestellingen plaatsen om uitzonderlijke behoeften als gevolg van de pandemie te dekken (bijv. hardware, software en faciliteitenproducten);
  • op korte termijn strategisch en juridisch advies verstrekken over aanbestedingen en overeenkomsten (met name in verband met kwesties zoals de bescherming van medische gegevens tijdens de crisis, weigering om verklaringen van overmacht te aanvaarden, ontwerp van e-handtekeningen, aanbestedingen en uitrol);
  • verschillende overeenkomsten wijzigen met het oog op de risico’s in verband met de pandemie (bijv. wijzigingen in de reikwijdte van overeenkomsten, leveringsmethoden, telewerken voor consultants).

72 Wat aanbestedingen en overeenkomsten tijdens de pandemie betreft, stelden we vast dat de agentschappen hun partner-DG en/of DG BUDG per geval om advies hadden gevraagd alvorens tot actie over te gaan. We constateerden geen buitensporig gebruik van onderhandse gunningen zonder mededingingsprocedure als gevolg van de pandemie in vergelijking met de voorgaande jaren. In één geval merkten we op dat het EASO gebruik had gemaakt van de afwijking vanwege dringende spoed uit hoofde van punt 11.1, onder c), van bijlage 1 bij het Financieel Reglement om een aanzienlijke verstoring van de levering van persoonlijke beschermingsmiddelen in het kader van een bestaande overeenkomst te dekken. Dit deed niets af aan de wettigheid en regelmatigheid van de aanbesteding. Al met al concludeerden we dat de aanbestedingsregels over het algemeen werden nageleefd, op enkele specifieke uitzonderingen na (zie kader 13).

Kader 13

Voorbeelden van niet-naleving van aanbestedingsregels die rechtstreeks verband houden met de COVID-19-pandemie

Eiopa: in mei 2020 heeft Eiopa een overeenkomst gesloten inzake de aanbieding van opleidingen in persoon. Op dat moment ontwikkelde de pandemie zich en waren de beperkingen voor evenementen waarbij aanwezigheid in persoon vereist was, al bekend. In augustus 2020 ondertekende Eiopa een wijziging van de overeenkomst, die nieuwe elementen omvatte: de aanbieding van virtuele opleidingscursussen. Voor deze virtuele cursussen golden vaste prijzen, die hoger waren dan de prijs van opleidingen ter plaatse die in de oorspronkelijke overeenkomst waren overeengekomen. Deze wijzigingen vormen nieuwe voorwaarden van de overeenkomst. Indien zij deel hadden uitgemaakt van de oorspronkelijke aanbestedingsprocedure, hadden zij mogelijk, zonder enige geografische beperking op grond van de noodzaak om de opleiding in persoon te organiseren, extra inschrijvers kunnen aantrekken tegen meer concurrerende kosten. De wijziging van de overeenkomst is niet in overeenstemming met Richtlijn 2014/24/EU[31] en is derhalve onregelmatig.

Cepol: het agentschap betaalde een annuleringsvergoeding voor een hotelreservering voor een opleidingsevenement in Boedapest dat gepland was in september 2020. Het opleidingsevenement werd geannuleerd vanwege COVID-19-beperkingen. Indien het Cepol zich in plaats daarvan op de “overmacht”-clausule in de kaderovereenkomst had beroepen, had het de reservering zonder kosten kunnen annuleren. In dit geval heeft het Cepol de financiële belangen van de EU niet doeltreffend beschermd.

Bron: Financiële controle 2020 van de ERK.

73 We constateerden een aantal verstoringen van de aanwervings- en selectieprocedures als gevolg van de lockdownmaatregelen en reisbeperkingen die in maart 2020 werden ingevoerd (zie kader 14 voor voorbeelden). Vanaf medio april 2020 waren de meeste agentschappen in staat de aanwervingen te hervatten en voort te zetten toen onlineprocedures waren ingevoerd om ervoor te zorgen dat selectie- en introductieprocedures op afstand konden plaatsvinden. Hoewel de kritieke aanwervingsprocedures konden worden voortgezet dankzij oplossingen op afstand, zijn er enkele problemen geweest. Verscheidene agentschappen beschreven het proces als omslachtig en tijdrovend en gaven aan dat er aanvankelijk technische problemen waren met deze procedures, zoals verbindingsproblemen of kandidaten die plotseling onbeschikbaar waren, en de uitdaging om introductieprocedures in een virtuele omgeving te organiseren. Een andere uitdaging bij tests op afstand was de moeilijkheid voor kandidaten om bepaalde vaardigheden online aan te tonen.

74 Doordat de aanwervingen begin 2020 vertraagden, ontstond het risico dat er zich in de toekomst knelpunten voordoen in personeelszaken, aangezien een toenemend aantal toekomstige personeelsleden adequate (virtuele) introductieprocedures, persoonlijke dossiers, opleidingscursussen en beoordelingsprocedures nodig zullen hebben. De druk zal met name hoog zijn op de agentschappen die grote aantallen personeel aanwerven, zoals Frontex (zie kader 14); voor kleinere agentschappen zal het probleem minder groot zijn.

Kader 14

Impact van de pandemie op de aanwerving

Frontex: door de algemene vertraging bij de aanwerving als gevolg van de pandemie werd vertraging opgelopen bij de aanwerving van 40 toezichthouders voor de grondrechten, die overeenkomstig Verordening (EU) 2019/1896[32] uiterlijk op 31 december 2020 moesten zijn aangesteld. Ten tijde van onze controle waren er geen toezichthouders aangesteld. Deze situatie vormt een ernstig risico voor de werking en de reputatie van het agentschap.

EASO: op 28 februari 2020 heeft de uitvoerend directeur alle geplande sollicitatiegesprekken geannuleerd. Alle 161 kandidaten die waren uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken en tests op Malta werden hiervan in kennis gesteld. De annulering leidde tot een vertraging van één maand voor alle aanwervingen en een uitdagende instroom van nieuwkomers in een later stadium.

Bron: Antwoorden op de enquête van de ERK.

75 De risico’s in verband met selectieprocedures werden beperkt. Sollicitaties werden elektronisch ingediend in daartoe gecreëerde functionele mailboxen en sollicitatiegesprekken werden op afstand gehouden (online via Teams, Outlook of Skype). Schriftelijke tests werden online afgelegd, hetzij één-op-één tussen de kandidaat en een vertegenwoordiger van de personeelsdienst van het agentschap, hetzij onder toezicht van een externe dienstverlener. De leden van selectiecomités konden virtueel vergaderen en documenten en besluiten goedkeuren met gebruikmaking van elektronische handtekeningen, of per e-mail.

76 Een extra uitdaging in verband met de pandemie is het vereiste dat kandidaten voorafgaand aan de aanwerving een medisch onderzoek moeten ondergaan. In sommige landen werd de toegang tot medische diensten onderbroken als gevolg van strikte lockdowns. De medische dienst van de Europese Commissie in Brussel was gedurende een bepaalde periode gesloten, wat gevolgen had voor de agentschappen die hier een beroep op doen voor medische onderzoeken voorafgaand aan de aanwerving. Op instructie van de Europese Commissie stemden de agentschappen ermee in deze tests uit te stellen door voorwaardelijke contracten aan te bieden, waardoor nieuwe medewerkers extra tijd krijgen om de tests te ondergaan. Uit onze analyse blijkt dat 15 agentschappen (37 %) gebruik hebben gemaakt van deze optie om personeel te kunnen blijven aanwerven[33]. Indien de tests niet binnen de gestelde termijn worden afgelegd, meestal vóór het einde van de proeftijd, worden de contracten nietig.

De agentschappen zijn hun mandaat blijven vervullen ondanks de COVID-19-pandemie, zij het in een trager tempo

77 Hoewel het moeilijk is het effect van de pandemie volledig te isoleren, kunnen we concluderen dat de pandemie alle kernactiviteiten van de agentschappen in uiteenlopende mate heeft getroffen.

78 Algemeen gesproken heeft de pandemie de verschuiving in werkmethoden versneld; dit heeft op verschillende gebieden tot budgettaire besparingen geleid. De begrotingen van alle agentschappen voor dienstreizen en reiskosten zijn niet volledig benut. In sommige agentschappen bedroeg de daling bijna 90 %. Er werden ook besparingen gerealiseerd als gevolg van vertragingen of annuleringen van aanwervingsprocedures, medische onderzoeken voorafgaand aan de aanwerving en fysieke vergaderingen, alsook doordat opleidingscursussen online werden georganiseerd. Ook was er veel minder behoefte aan cateringdiensten, schoonmaakdiensten, voorzieningen ter plaatse zoals water en elektriciteit, en beveiligingsdiensten.

79 De agentschappen hebben hun begrotingen en streefdoelen herbekeken, hun prioriteiten herzien en middelen aan andere terreinen toegewezen om buitensporige annuleringen aan het einde van het jaar te voorkomen, hoewel enkele tekortkomingen werden vastgesteld (zie de paragrafen  56 en  57). De vertraging en de verschuiving in de werkmethoden waarbij wordt afgestapt van dienstreizen, fysieke vergaderingen, enz. kunnen echter nog worden waargenomen in een aantal verlagingen van de overeengekomen begrotingen van de agentschappen voor 2020 en de daaropvolgende terugstortingen van kredieten naar de Europese Commissie. Een andere indicator is de algemene stijging van de van 2020 naar het begrotingsjaar 2021 overgedragen kredieten ten opzichte van het voorgaande jaar die we hebben waargenomen.

80 We merkten op dat sommige agentschappen die vergoedingen ontvangen (ECHA, EASA en ERA) te maken kregen met een toegenomen volatiliteit van de in rekening gebrachte en geïnde vergoedingen, wat gevolgen heeft voor hun begrotingsplanning en financiële stabiliteit in het algemeen. Zo rapporteerde het ECHA aanzienlijke dalingen van de inkomsten uit vergoedingen in 2020 (7,0 miljoen EUR minder inkomsten uit vergoedingen uit hoofde van de Reach-verordening dan oorspronkelijk begroot), net zoals het EASA (3,2 miljoen EUR minder inkomsten uit vergoedingen dan in 2019).

81 Wat werkprogramma’s en activiteiten betreft, heeft de pandemie ertoe geleid dat de prioriteiten voor middelen en geplande activiteiten in aanzienlijke mate werden verschoven naar activiteiten in verband met COVID-19. De meest opmerkelijke voorbeelden zijn te vinden op het beleidsterrein gezondheid (ECDC, EMA). Volgens een externe evaluatie[34] (zie ook kader 8) is de pandemie de ernstigste volksgezondheidscrisis waarop het ECDC heeft moeten reageren sinds zijn oprichting in 2004. In 2020 is de COVID-19-respons van de EU de belangrijkste activiteit van het ECDC geworden, dat het merendeel van zijn tijd en middelen hieraan heeft besteed[35]. Het EMA heeft een ingrijpende verandering doorgemaakt van het hele landschap waarin het actief is. Met name had de pandemie gevolgen voor het gehele Europese regelgevingsnetwerk voor geneesmiddelen (European Medicines Regulatory Network — ERMN)[36], waardoor het EMA de coördinatie van het EU-regelgevingsnetwerk moest verbeteren en de comitéprocedures voor COVID-19-gerelateerde producten moest versnellen. In november 2020 heeft de Europese Commissie ook een voorstel ingediend voor een nieuwe verordening waarbij de huidige kerntaken van het agentschap worden aangevuld en versterkt en het mandaat van het agentschap wordt uitgebreid om een gecoördineerde respons op gezondheidscrises op EU-niveau verder te faciliteren[37].

82 Ook agentschappen die het EU-beleid op andere terreinen uitvoeren, werden getroffen. Frontex was bijvoorbeeld niet in staat om geplande terugkeeractiviteiten uit te voeren als gevolg van wereldwijde reisbeperkingen en de oorspronkelijk goedgekeurde begroting voor terugkeer in 2020 werd met 52,5 % verlaagd. Het geplande veldwerk van Eurofound voor de zevende Europese enquête naar de arbeidsomstandigheden is aanzienlijk gewijzigd, waardoor het potentieel voor een trendanalyse van de arbeidsomstandigheden over meer dan 20 jaar werd verstoord. Daarnaast werden de prioriteiten bij het EASA, het EMSA en het ERA plotseling herschikt, aangezien zij nieuwe richtsnoeren moesten verstrekken om ervoor te zorgen dat de vervoers- en mobiliteitssectoren zich aan de Europese veiligheids- en gezondheidsmaatregelen en -protocollen houden als rechtstreeks gevolg van de pandemie.

83 We constateerden dus dat de agentschappen relevante maatregelen hebben genomen en hun werkzaamheden snel aan de pandemie hebben aangepast. Dit werd gerealiseerd door versnelde digitaliseringsmaatregelen, betere samenwerking en betere informatie-uitwisseling om operationeel te blijven (zie kader 15).

Kader 15

Voorbeelden van goede praktijken die moeten worden voortgezet

Wij willen de aandacht vestigen op een aantal goede praktijken die de EU-agentschappen moeten voortzetten naarmate de situatie geleidelijk aan weer normaal wordt.

  • De lessen die tot dusver uit de pandemie zijn getrokken blijven integreren in bedrijfscontinuïteitsevaluaties en -procedures.
  • Het digitaliseringsproces voortzetten dat door de pandemie is versneld; bijvoorbeeld door volledig digitale workflows en technische oplossingen voor werkplekken in te voeren.
  • Online maatregelen ter bevordering van het welzijn van het personeel en instrumenten voor professionele ontwikkeling die tijdens de pandemie zijn ingevoerd blijven ontwikkelen.
  • De beoordelingsprocedures en prestatie-indicatoren voor het personeel verder aanpassen aan een virtuele/hybride werkomgeving.
  • De programmering en de streefdoelen blijven aanpassen om rekening te houden met de activiteiten en dienstverlening van de EU-agentschappen in de omstandigheden tijdens (of na) de COVID-19-crisis.

Lijst van acroniemen die worden gebruikt voor de EU-agentschappen en andere organen van de Unie

Acroniem Volledige naam   Acroniem Volledige naam
ACER Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators   EMCDDA Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving
Berec-Bureau Bureau voor ondersteuning van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie   EMSA Europees Agentschap voor maritieme veiligheid
CdT Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie   Enisa Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging
Cedefop Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding   EOM Europees Openbaar Ministerie
Cepol Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving   ERA Spoorwegbureau van de Europese Unie
Chafea Uitvoerend Agentschap voor consumenten, gezondheid, landbouw en voeding   ERCEA Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad
CPVO Communautair Bureau voor plantenrassen   ESA Voorzieningsagentschap van Euratom
EACEA Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur   ESMA Europese Autoriteit voor effecten en markten
EASA Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart   ETF Europese Stichting voor opleiding
Easme Uitvoerend Agentschap voor kleine en middelgrote ondernemingen   EUIPO Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie
EASO Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken   eu-LISA Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht
EBA Europese Bankautoriteit   EU-OSHA Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk
ECDC Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding   Eurofound Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden
ECHA Europees Agentschap voor chemische stoffen   Eurojust Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken
EEA Europees Milieuagentschap   Europol Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving
EFCA Europees Bureau voor visserijcontrole   FRA Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten
EFSA Europese Autoriteit voor voedselveiligheid   Frontex Europees Grens- en kustwachtagentschap
EIGE Europees Instituut voor gendergelijkheid   GAR Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad
Eiopa Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen   GSA Europees Agentschap voor het wereldwijde satellietnavigatiesysteem
EIT Europees Instituut voor innovatie en technologie   Hadea Europees Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en digitaal beleid
ELA Europese Arbeidsautoriteit   INEA Uitvoerend Agentschap innovatie en netwerken
EMA Europees Geneesmiddelenbureau   REA Uitvoerend Agentschap onderzoek

ERK-team

Alex Brenninkmeijer (ERK-lid)

Di Hai (kabinetsattaché)

Ioanna Metaxopoulou (directeur van Kamer IV); Valeria Rota (hoofdmanager); taakleiders: Andreja Pavlakovic Milosavljevic, Joao Pedro Bento, Marco Corradi, Peter Eklund, Svetoslava Tashkova, Leonidas Tsonakas;

auditors: Bob De Blick, Christine Becker, Hans Christian Monz, Iveta Adovica, Janis Gaisonoks (gedetacheerd nationaal deskundige), Julio Cesar Santin Santos, Nikolaos Alampanos, Paulo Oliveira, Roberto Sanz Moratal, Sevdalina Todorova, Svetoslava Tashkova; Tomas Mackevicius;

secretariële ondersteuning: Jana Humajova;

Alexandra Mazilu (grafisch ontwerper) en Richard Moore (taalkundige ondersteuning).

Voetnoten

[1] Artikelen 285-287 (PB C 326 van 26.10.2012, blz. 169-171).

[2] Meer informatie over ons werk is te vinden in onze activiteitenverslagen, onze jaarverslagen over de uitvoering van de EU-begroting, onze speciale verslagen, onze analyses (overzichten) en onze adviezen over nieuwe of geactualiseerde EU-wetgeving of over andere besluiten met gevolgen voor het financieel beheer (www.eca.europa.eu).

[3] De ELA en het EOM werden in 2020 niet gecontroleerd omdat zij nog niet financieel autonoom waren.

[4] Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/173 van de Commissie van 12 februari 2021 (PB L 50 van 15.2.2021, blz. 9).

[5] ACER, Berec-Bureau, Cedefop, CdT, Cepol, CPVO, EASA, EASO, EBA, ECDC, ECHA, EEA, EFCA, EFSA, EIGE, Eiopa, ELA, EMA, EMCDDA, EMSA, Enisa, ERA, ESMA, ETF, EUIPO, eu-LISA, EU-OSHA, Eurofound, Eurojust, Europol, FRA, Frontex, GSA.

[6] Het Chafea bestaat niet meer sinds 1 april 2021; EACEA, Easme (Eismea met ingang van 1 april 2021), ERCEA, INEA (Cinea met ingang van 1 april 2021), Hadea (met ingang van 1 april 2021) en REA.

[7] De personeelscijfers omvatten het werkelijke aantal posten dat op 31 december 2020 werd bezet door vaste ambtenaren, tijdelijke functionarissen, arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen.

[8] De gebruikte cijfers zijn gebaseerd op het voltijdequivalent (vte) aan vaste ambtenaren, tijdelijke functionarissen, arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen.

[9] 2021‑2027 Strategy for the EU Agencies Network, Brussel, 9 november 2020.

[10] https://www.ombudsman.europa.eu/en/event-document/en/141316.

[11] De ELA en het EOM werden in 2020 niet gecontroleerd omdat zij nog niet financieel autonoom waren.

[12] De financiële overzichten omvatten de balans en de staat van de financiële resultaten, het kasstroomoverzicht en het mutatieoverzicht van de nettoactiva, alsook een overzicht van de belangrijkste grondslagen voor financiële verslaglegging en andere toelichtingen.

[13] De verslagen over de uitvoering van de begroting zijn verslagen die een samenvatting zijn van alle begrotingsverrichtingen en de bijbehorende toelichtingen.

[14] Zie de paragrafen 2.26 en 2.27 van het Jaarverslag over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2017.

[15] Raadplegingsdocument ESMA 80-196-5019. Zie https://www.esma.europa.eu/press-news/consultations/public-consultation-fees-charged-credit-rating-agencies-esma

[16] Raadplegingsdocument ESMA 74-362-1864. Zie https://www.esma.europa.eu/document/cp-technical-advice-simplification-tr-fees-under-sftr-and-emir.

[17] Zaak nr. T-621/20 (EMCS vs. EASO).

[18] Zaak nr. C-948/19 (Manpower Lit).

[19] PB L 327 van 5.12.2008, blz. 9.

[20] Artikel 13, lid 3, van Besluit C(2018) 5120 van de Europese Commissie van 3.8.2018 betreffende de interne regels voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie (afdeling Europese Commissie): De door een vorige delegerende ordonnateur toegekende delegatie van bevoegdheden blijft geldig, tenzij een nieuwe uitvoerend directeur deze specifiek wijzigt of intrekt.

[21] Voorwaarden voor overdrachten worden toegelicht in de artikelen 12 en 13 van het Financieel Reglement van de EU.

[22] Vastgelegde kredieten dekken de totale kosten van juridische verplichtingen die in het lopende begrotingsjaar zijn aangegaan voor de uitvoering van operaties over een of meer begrotingsjaren.

[23] Totaal van de kredieten die zijn opgenomen in de begroting van het agentschap voor een bepaald begrotingsjaar.

[24] ISO/IEC 27001 is een internationale norm voor het beheer van informatiebeveiliging. De norm bevat voorschriften voor het opzetten, toepassen, onderhouden en voortdurend verbeteren van systemen voor informatiebeveiligingsbeheer.

[25] PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1.

[26] Directeuren, hoofden administratie/middelen, ICT, infrastructuur en logistiek, communicatie, beveiligingsbeambten.

[27] ACER, Berec, CdT, Cepol, CPVO, EACEA, EASA, Easme, EBA, ECDC, EFCA, Eiopa, EMSA, ETF, Europol, GAR.

[28] 36 leden van het netwerk hebben deelgenomen, maar geconsolideerde gegevens zijn momenteel niet beschikbaar. De conclusie is gebaseerd op de notulen van de vergaderingen van het EUAN.

[29] De naam van de raad verschilt van agentschap tot agentschap: zo hebben sommige agentschappen een raad van toezichthouders, hebben andere een administratieve raad en hebben weer andere een raad van beheer. Uitvoerende agentschappen worden daarentegen geleid door stuurgroepen.

[30] De agentschappen die nog steeds een op papier gebaseerd systeem gebruiken voor de indiening van inschrijvingen met een lagere waarde hebben bij wijze van uitzondering offertes per e-mail aanvaard in plaats van op papier totdat de normale procedures worden hervat.

[31] Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).

[32] Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1).

[33] ACER, Berec, CPVO, EBA, ECHA, EASO, Eiopa, ERCEA, ESMA, EUIPO, Eurojust, Frontex, GSA, INEA, GAR.

[34] Strategic and performance analysis of ECDC response to COVID-19, McKinsey, november 2020.

[35] Volgens zijn jaarlijks activiteitenverslag 2020 moest het Centrum 35 % van de oorspronkelijk voor 2020 geplande output annuleren of uitstellen en de middelen heroriënteren naar COVID-19-gerelateerde acties.

[36] Het EMRN is een netwerk van nationale bevoegde autoriteiten in de EU-lidstaten en de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER) die samenwerken met het EMA en de Europese Commissie.

[37] Definitief programmeringsdocument 2021‑2023 van het EMA (EMA/53919/2021).

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2020

PDF ISBN 978-92-847-6896-7 doi:10.2865/92666 QJ-AH-21-001-NL-N
HTML ISBN 978-92-847-6897-4 doi:10.2865/000537 QJ-AH-21-001-NL-Q

AUTEURSRECHT

© Europese Unie, 2021.

Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is geregeld bij Besluit nr. 6-2019 van de Europese Rekenkamer over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.

Tenzij anders aangegeven (bv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor de inhoud van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Dit betekent dat hergebruik is toegestaan, mits de bron correct wordt aangegeven en wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap van de documenten niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.

U moet aanvullende rechten verwerven indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeel van de ERK, of werken van derden bevat. Indien toestemming wordt verkregen, wordt hiermee de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.

Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan moet u de houders van het auteursrecht mogelijk rechtstreeks om toestemming vragen.

Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid inzake hergebruik van de ERK; hiervoor wordt u ook geen licentie verleend.

De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.

Gebruik van het logo van de Europese Rekenkamer

Het logo van de Europese Rekenkamer mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de Europese Rekenkamer.

Hoe neemt u contact op met de EU?

Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

  • te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen),
  • te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
  • een e-mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Waar vindt u informatie over de EU?

Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl

EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).

EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu

Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.