Speciaal verslag
22 2021

Duurzame financiering: consistenter EU-optreden nodig om financiering te heroriënteren naar duurzame investeringen

Over het verslag: Voor de transitie naar een economie met netto nul-uitstoot zullen aanzienlijke particuliere en publieke investeringen nodig zijn. Wij hebben onderzocht of de Commissie de juiste maatregelen heeft getroffen om financiering naar duurzame investeringen te heroriënteren. Wij concluderen dat er consistenter EU-optreden nodig is. De Commissie heeft zich weliswaar terecht op het vergroten van de transparantie op de markt gericht, maar er waren geen begeleidende maatregelen om de kosten van niet-duurzame economische activiteiten aan te pakken en bij tal van acties werd vertraging opgelopen. Bovendien moet de Commissie consistente criteria toepassen om de duurzaamheid van de investeringen met middelen uit de EU-begroting te bepalen en inspanningen beter af te stemmen om duurzame investeringsmogelijkheden te creëren. Het verslag kan worden meegenomen in de uitvoering van de strategie van 2021 voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie.

Speciaal verslag van de ERK, uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU.

De publicatie is beschikbaar in 23 talen en in het volgende formaat:
PDF
PDF General Report

Samenvatting

I

In 2015 hebben de Europese Unie (EU) en haar lidstaten de Overeenkomst van Parijs ondertekend om de wereldwijde reactie op de dreiging van klimaatverandering te versterken. Een van de doelstellingen ervan is geldstromen in lijn te brengen met een traject naar broeikasgasarme en klimaatveerkrachtige ontwikkeling. Het wordt algemeen erkend dat voor de transitie naar een economie met netto nul-uitstoot aanzienlijke publieke en particuliere investeringen nodig zullen zijn.

II

In 2018 heeft de Commissie een actieplan voor duurzame financiering opgesteld waarin maatregelen zijn opgenomen om particuliere financiering naar duurzame investeringen te heroriënteren, financiële risico’s in verband met klimaatverandering te beheren en duurzame corporate governance in de particuliere sector te verbeteren. Tegelijkertijd hebben de Commissie en de Europese Investeringsbank hun inspanningen voortgezet om publieke financiële steun te verlenen voor duurzame investeringen, met name in verband met klimaatactie.

III

Wij hebben onderzocht of de Commissie de juiste maatregelen heeft getroffen om financiering naar duurzame investeringen te heroriënteren. Onze controle richtte zich op de vraag of in het actieplan van 2018 de belangrijkste kwesties ten aanzien van duurzame financiering aan de orde zijn gekomen en of het actieplan tijdig werd uitgevoerd. Ook werd beoordeeld of financiële steun van de EU aan de hand van consistente duurzaamheidscriteria wordt verleend en bijdraagt tot het ondersteunen van duurzame investeringen.

IV

Het verslag kan worden meegenomen in de uitvoering van de strategie van 2021 voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie, waarbij de in het kader van het actieplan van 2018 ingeleide maatregelen zullen worden voltooid en hierop zal worden voortgebouwd.

V

Onze conclusie is dat consistenter EU-optreden nodig is om particuliere en publieke financiering te heroriënteren naar duurzame investeringen. De Commissie heeft haar acties weliswaar gericht op het vergroten van de transparantie op de markt, maar zij heeft deze acties niet vergezeld doen gaan van maatregelen om de kosten van niet-duurzame economische activiteiten aan te pakken. Bovendien moet de Commissie consistente criteria toepassen om de duurzaamheid van de door haar uit haar begroting gesteunde investeringen te bepalen en haar inspanningen beter richten op het genereren van duurzame investeringsmogelijkheden.

VI

Wat specifieke regelgevende maatregelen betreft, hebben wij geconstateerd dat geplande acties terecht waren gericht op de vraag hoe de transparantie kan worden vergroot — zowel met betrekking tot de kwestie welke investeringen duurzaam zijn als wat betreft de vraag hoe de financiële sector en bedrijven over duurzaamheid rapporteren. Bij tal van acties werd vertraging opgelopen en zijn verdere stappen nodig voordat zij van toepassing worden. Met name de voltooiing van het gemeenschappelijke classificatiesysteem voor duurzame activiteiten (de EU-taxonomie), dat de grondslag vormt voor het toekennen van een label aan financiële producten en het standaardiseren van informatieverschaffing over duurzaamheid door bedrijven, heeft meer tijd gekost dan gepland. Wij zijn van mening dat deze maatregelen niet ten volle doeltreffend zijn als zij niet gepaard gaan met afdoende maatregelen om de milieu- en sociale kosten van niet-duurzame activiteiten te weerspiegelen.

VII

Wat financiële steun van de EU betreft, hebben wij vastgesteld dat de EIB een belangrijke rol te vervullen heeft bij het ondersteunen van duurzame investeringen en het toepassen van de EU-taxonomie. Uit onze analyse van de investeringssteun uit het Europees Fonds voor strategische investeringen bleek echter dat er minder steun voor klimaatactie werd verleend in Midden- en Oost-Europa, waar de behoefte groot is, dan in andere regio's. Bovendien hebben wij vastgesteld dat er weinig financiële steun werd verleend voor projecten voor aanpassing aan de klimaatverandering, waarvoor het moeilijk is particuliere financiering aan te trekken. Wij zijn ook van oordeel dat de EU onvoldoende proactief is geweest in het ondersteunen van de ontwikkeling van een reservoir aan duurzame projecten en het potentieel van nationale energie- en klimaatplannen niet volledig heeft benut om duurzame investeringsmogelijkheden te identificeren.

VIII

Wij hebben ook vastgesteld dat er geen consistent en bindend vereiste is voor alle door de EU gefinancierde activiteiten om het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” toe te passen. Daarnaast bevatten de EU-uitgavenprogramma's, behalve InvestEU, geen vereisten voor de toetsing van individuele investeringen aan sociale en milieunormen die vergelijkbaar zijn met die welke door de EIB worden gebruikt. Dit betekent dat er onvoldoende strikte of verschillende criteria kunnen worden gehanteerd om de ecologische en sociale duurzaamheid te bepalen van dezelfde activiteiten die worden gefinancierd in het kader van verschillende EU-programma's. Bovendien zijn veel van de criteria voor het beoordelen en traceren van de bijdrage van de EU-begroting aan klimaatdoelstellingen niet zo streng en wetenschappelijk onderbouwd als die voor de EU-taxonomie.

IX

Wij bevelen aan dat de Commissie:

  • de maatregelen van het actieplan afrondt en nalevings- en controleregelingen verduidelijkt;
  • een grotere bijdrage levert aan duurzame financiering door de uitstoot van broeikasgassen te beprijzen;
  • verslag uitbrengt over klimaat- en milieugerelateerde resultaten van InvestEU;
  • de inspanningen opvoert om een reservoir aan duurzame projecten op te zetten;
  • het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” en de criteria van de EU-taxonomie consistent toepast binnen de gehele EU-begroting;
  • toezicht houdt op en verslag uitbrengt over de resultaten van het actieplan en toekomstige strategieën.

Inleiding

01

In 2015 hebben de Europese Unie (EU) en haar lidstaten de Overeenkomst van Parijs ondertekend om de wereldwijde reactie op de dreiging van klimaatverandering te versterken. Een van de doelstellingen ervan is geldstromen in lijn te brengen met een traject naar broeikasgasarme en klimaatveerkrachtige ontwikkeling1. De EU en haar lidstaten hebben zich er ook toe verbonden de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren2. De EU heeft de doelstellingen van milieubescherming en duurzame ontwikkeling in haar Verdragen vastgelegd en zet zich in om internationale inspanningen ter bestrijding van klimaatverandering te ondersteunen.

02

Klimaatverandering is erkend als een risico voor de stabiliteit van het financiële stelsel3 en de economie als geheel. De gevolgen van klimaatverandering omvatten niet alleen de economische impact van steeds extremere weersomstandigheden of de stijgende zeespiegel (“fysieke risico’s”), maar ook het risico van waardevermindering van investeringen vanwege wijzigingen in beleid, technologie en rechtskaders in verband met het bestrijden van klimaatverandering (“transitierisico’s”). De economiebrede klimaatstresstest van de Europese Centrale Bank (ECB) toont aan dat de impact van klimaatrisico’s op bedrijven en banken zelfs een recessie of een ineenstorting van de financiële markt zou kunnen veroorzaken4.

03

De uitdaging bestaat erin hoe een sociaal rechtvaardige en ecologisch duurzame transitie naar een klimaatneutrale en veerkrachtige economie kan worden georganiseerd en gefinancierd. Het wordt algemeen erkend dat voor deze transitie aanzienlijke publieke en particuliere investeringen nodig zullen zijn. Dit vraagt zowel om het werven van financiële middelen voor de investeringen die nodig zijn om tot een koolstofneutrale economie te komen als om het versterken van financiële stabiliteit door ecologische, sociale en governanceoverwegingen (ESG-overwegingen) in zakelijke en beleggingsbesluiten op te nemen (zogeheten “duurzame financiering”).

04

De Commissie heeft nog geen raming gemaakt van de omvang van de totale investeringen die nodig zijn voor een sociaal rechtvaardige en ecologisch duurzame transitie naar een klimaatneutrale en veerkrachtige economie tegen 2050— die zowel de mitigatie van en aanpassing aan klimaatverandering (klimaatveerkracht) omvat. In 2020 schatte de Commissie dat om de broeikasgasemissiereductiedoelstelling van 55 % in 2030 te halen, jaarlijks alleen al ongeveer 350 miljard EUR extra in het energiesysteem zou moeten worden geïnvesteerd5. Daarnaast heeft de Commissie geraamd dat de totale investeringskloof voor ecologische duurzaamheid tussen de 100 en 150 miljard EUR per jaar bedraagt, en dat er tegen 2030 jaarlijks 142 miljard EUR aan sociale investeringen nodig is6. Deskundigen hebben geraamd dat voor het bereiken van een netto nul-uitstoot in de EU27 tegen 2050 totale jaarlijkse investeringsuitgaven van ongeveer 1 biljoen EUR in de periode 2021‑2050 nodig zouden zijn7. Deze raming heeft betrekking op schone technologieën en technieken op het gebied van elektriciteit, vervoer, gebouwen, industrie, landbouw en infrastructuur voor energietransmissie.

05

In 2016 heeft de Commissie de deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering opgericht om advies te verstrekken over het ontwikkelen van een strategie voor duurzame financiering8. De deskundigengroep bestond uit ervaren deskundigen die het maatschappelijk middenveld, de financiële sector en de academische wereld vertegenwoordigden en waarnemers van Europese en internationale instellingen9. In het eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau10 en in de verslagen van andere deskundigen11 werd erop gewezen dat overheidsingrijpen nodig zal zijn om tot het vereiste niveau van duurzame investeringen te komen, waarbij ten minste de volgende belangrijke kwesties moeten worden aangepakt:

  • Markten weerspiegelen niet de volledige sociale en milieukosten van economische activiteiten: negatieve bijwerkingen van broeikasgasemissies12 en andere negatieve milieu- en sociale effecten van niet-duurzame economische activiteiten13 worden door de markt onvoldoende beprijsd. Bijgevolg zijn er voor tal van bedrijven en publieke en particuliere beleggers weinig financiële prikkels om ESG-overwegingen mee te nemen in hun beslissingen. Zoals aangegeven door de deskundigengroep op hoog niveau kan optreden in het financiële stelsel geen vervanging zijn voor een sterk koolstofprijssignaal14.
  • Gebrek aan voldoende transparantie en informatieverschaffing inzake duurzame activiteiten: de beperkte informatieverschaffing over duurzaamheid in de particuliere en publieke sector kan leiden tot informatieasymmetrie ten aanzien van de duurzaamheidsprestaties van activa tussen beleggers en entiteiten waarin is belegd. Door het gebrek aan harmonisatie zijn “groene” definities en criteria vatbaar voor meerdere interpretaties en “groenwassen”. De belangstelling voor duurzame investeringen neemt toe, maar het ontbreekt beleggers aan betrouwbare en vergelijkbare gegevens die zij nodig hebben om weloverwogen beslissingen te nemen15.
  • Bij sommige duurzame investeringen is er sprake van potentieel hogere risico's en financieringskosten: door veranderingen in de juridische, politieke en technologische context kunnen de risico’s van duurzame investeringen toenemen. Daarnaast kan het beoordelen en naleven van duurzaamheidsnormen hogere financiële kosten meebrengen voor duurzame activiteiten16. In bepaalde gevallen zullen duurzame projecten overheidssteun nodig hebben om financieel levensvatbaar (“bankabel”) te zijn17. Projecten voor aanpassing aan klimaatverandering vereisen bijvoorbeeld vaak grote bedragen aan financiering vooraf, er ontbreekt vaak een gestage inkomstenstroom en ze leveren vaak niet-financiële voordelen buiten het project op die moeilijk economisch te beoordelen zijn.
  • Gebrek aan duidelijkheid over behoeften op het gebied van duurzame investeringen en beschikbare projecten: in bepaalde sectoren en gebieden ontbreekt het beleggers die duurzaam willen investeren aan informatie over behoeften op het gebied van duurzame investeringen en beschikbare projecten. In sommige gevallen is het gebrek aan beschikbare projecten te wijten aan onvoldoende capaciteit of knowhow aan de kant van particuliere projectontwikkelaars en overheidsinstanties. Dit vormt met name een probleem voor duurzame infrastructuurprojecten, die moeilijk te ontwerpen, te financieren en uit te voeren zijn, maar nodig zijn voor een transitie naar een koolstofarme en klimaatveerkrachtige economie18.
06

De EU heeft erkend dat overheidsingrijpen nodig is om deze kwesties aan te pakken. Met name heeft zij de noodzaak van een coherente strategie erkend waarin maatregelen om de financiële markten te reguleren worden gecombineerd met financiële steun voor duurzame investeringen. EU-regelgevingsmaatregelen die gericht zijn op beleggers, bedrijven en andere financiëlemarktdeelnemers kunnen helpen om particuliere financiering te heroriënteren naar duurzame investeringen.

07

De deskundigengroep op hoog niveau heeft aanbevelingen geformuleerd die de grondslag vormden voor het actieplan 2018 van de Commissie getiteld “Actieplan: duurzame groei financieren”19 (het actieplan). Het actieplan bevat tien “acties” (zie figuur 1).

Figuur 1

De tien acties van het actieplan

Bron: ERK, op basis van de Europese Commissie.

08

In figuur 2 worden de complexiteit en onderlinge relatie getoond van de verschillende in het actieplan voorgestelde acties met betrekking tot de belangrijkste belanghebbenden op het gebied van duurzame financiering.

Figuur 2

Belanghebbenden en acties van het actieplan

Bron: ERK, op basis van de Europese Commissie.

09

De EU is in het kader van het meerjarig financieel kader 2021‑2027 van plan om publieke en particuliere investeringen te ondersteunen door ten minste 30 % van de EU-begroting aan klimaatactie toe te wijzen. Het aandeel uit de EU-begroting wordt geraamd op ongeveer 358 miljard EUR, met inbegrip van de begrotingsgarantie van 7,9 miljard EUR in verband met InvestEU. Daarnaast zullen de lidstaten ten minste 37 % van de middelen die zij in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit ontvangen aan de ondersteuning van klimaatactie moeten toewijzen. Dit wordt geraamd op ongeveer 268 miljard EUR. Daarnaast is de Europese Investeringsbank (EIB) van plan om ongeveer 192 miljard EUR aan financiering voor klimaatactie en ecologische duurzaamheid vrij te maken, ervan uitgaande dat de totale EIB-financieringsvolumes op peil worden gehouden. Zowel InvestEU als de EIB beogen aanvullende particuliere en publieke investeringen voor klimaatactie door andere beleggers ten bedrage van ongeveer 522 miljard EUR te ondersteunen. In totaal zou de financiële steun van de EU er in de periode 2021‑2027 toe kunnen bijdragen dat meer dan 200 miljard EUR per jaar beschikbaar is, van de ongeveer 1 biljoen EUR die jaarlijks nodig is (zie paragraaf 04). In figuur 3 wordt een overzicht gegeven van de EU- en EIB-plannen ter ondersteuning van duurzame investeringen met betrekking tot klimaatactie en ecologische duurzaamheid in de periode 2021‑2027.

Figuur 3

Geplande EU-steun voor klimaatactie voor 2021‑2027

Bron: ERK, op basis van het MFK 2021‑2027 en de EIB Group Climate Bank Roadmap.

Reikwijdte en aanpak van de controle

10

Ons doel was te beoordelen of de Commissie de juiste maatregelen heeft getroffen om financiering naar duurzame investeringen te heroriënteren. Hiertoe hebben wij beoordeeld of maatregelen in het actieplan:

  1. de belangrijkste kwesties aanpakken die hierboven worden beschreven (zie paragraaf 05), namelijk:

    1. het feit dat de markt de milieu- en sociale kosten van niet-duurzame activiteiten niet weerspiegelt;
    2. het gebrek aan transparantie met betrekking tot de vraag wat duurzaam is;
    3. de hogere risico’s en financiële kosten van sommige duurzame investeringen, en
    4. het gebrek aan duidelijkheid over behoeften op het gebied van duurzame investeringen en beschikbare projecten;
  2. werden uitgevoerd zoals gepland.

Wij hebben ook beoordeeld of de financiële steun van de EU is gebaseerd op de toepassing van consistente duurzaamheidscriteria en bijdraagt tot het ondersteunen van duurzame investeringen.

11

Wij merken op dat het gezien de aard, soort en timing van de maatregelen van het actieplan te vroeg is om te evalueren of zij particuliere en publieke financiering op doeltreffende wijze naar duurzame investeringen heroriënteren.

12

In het verslag wordt een alomvattend overzicht gegeven van de EU-acties die op het gebied van duurzame financiering zijn ondernomen. Hierin worden de uitdagingen en risico’s belicht die de Commissie moet aanpakken om de strategie voor duurzame financiering tot een succes te maken. Het is de bedoeling dat ons verslag relevant is voor de uitvoering van de strategie van 2021 voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie20. Zoals in die mededeling wordt opgemerkt, werden met de maatregelen in het actieplan van 2018 de eerste “bouwstenen” van het EU-kader voor duurzame financiering gelegd, die zullen worden “voltooid en geconsolideerd” in het kader van de strategie van 2021. In bijlage vi worden de maatregelen in de nieuwe strategie vermeld waarop onze aanbevelingen betrekking hebben.

13

Onze controle was gebaseerd op:

  • een evaluatie van de voorstellen, richtsnoeren en relevante verslagen van de Commissie over duurzame financiering, met name met betrekking tot de EU-taxonomie, het toekennen van een label aan duurzame financiële producten en informatieverschaffing over duurzaamheid;
  • een analyse van de relevante bepalingen in de geldende EU-wetgeving en regelgevingsvoorstellen die verband houden met het actieplan en de belangrijkste uitgavenprogramma’s van de EU voor 2014‑2020 en 2021‑2027 (Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, Cohesiefonds, Fonds voor een rechtvaardige transitie, Connecting Europe Facility, EFSI/InvestEU, herstel- en veerkrachtfaciliteit);
  • een evaluatie van publicaties van onderzoekers, denktanks, internationale organisaties en relevante EU-organen en -instellingen op het gebied van duurzame financiering;
  • een analyse van de portefeuille van EFSI-investeringen en een evaluatie van de toepassing van milieu- en sociale normen door de EIB op basis van een willekeurige selectie van twaalf verrichtingen die bijdragen tot klimaatactie;
  • gesprekken met ambtenaren van de Commissie en de EIB, en
  • schriftelijke en mondelinge inbreng van externe deskundigen voor het analyseren van de controleomgeving en het verstrekken van feedback over de ontwerpopmerkingen en -conclusies.
14

Onze controle had geen betrekking op acties ter bevordering van duurzame financiering van de Europese Centrale Bank of nationale autoriteiten. Vanwege beperkingen in verband met de COVID-19-pandemie hebben wij geen bezoeken ter plaatse bij nationale autoriteiten en door het EFSI gesteunde investeringsprojecten kunnen verrichten.

Opmerkingen

EU-acties inzake duurzame financiering waren nodig maar hiermee worden niet alle essentiële kwesties aangepakt

15

In dit deel van het verslag onderzoeken wij of met de EU-acties van het actieplan van de Commissie de in paragraaf 05 vastgestelde kwesties worden aangepakt, met name wat betreft aan duurzaamheid gerelateerde transparantie en negatieve externe effecten. Ook analyseren wij hier de vooruitgang die is geboekt bij het uitvoeren van de verschillende maatregelen van het actieplan en belichten wij de bijbehorende risico’s.

Geplande acties waren terecht gericht op het verbeteren van de transparantie met betrekking tot de vraag wat duurzaam is

16

Wij hebben vastgesteld dat zeven van de tien acties van het actieplan21 waren gericht op het heroriënteren van financiering naar duurzame investeringen door de transparantie met betrekking tot de duurzaamheid van economische activiteiten en financiële producten te verbeteren. De Commissie pakte deze kwestie aan door een gemeenschappelijk classificatiesysteem voor duurzame activiteiten, de zogeheten “EU-taxonomie”, in te voeren (actie 1). Deze is gebaseerd op het werk van de hiervoor opgerichte technische deskundigengroep (Technical Expert Group, TEG). De EU-taxonomie vormt de basis voor de andere maatregelen, waarvoor een duidelijke definitie van het begrip “duurzaam” nodig is.

17

Om beleggers te helpen bij het identificeren van duurzame investeringsmogelijkheden, stelde de Commissie voor om de volgende elementen in te voeren: EU-brede normen en labels voor duurzame financiële producten (actie 2), vereisten om beleggers advies te verstrekken over de duurzaamheid van financiële producten (actie 4) en benchmarks om beleggers in staat te stellen de financiële prestaties van duurzame investeringen te beoordelen (actie 5).

18

De Commissie stelde ook voor dat ratingbureaus en marktonderzoekers duurzaamheidsoverwegingen beter moeten integreren in de informatie die zij aan beleggers verstrekken (actie 6) en dat aanbieders van financiële producten en financiële adviseurs hun cliënten moeten informeren over aan duurzaamheid gerelateerde risico’s in verband met beleggingsbesluiten (actie 7). Waar het bedrijven betreft, voorzag het actieplan in het verbeteren van rapportage door ondernemingen over voornamelijk klimaatgerelateerde duurzaamheidskwesties (actie 9).

19

Naast transparantiegerelateerde maatregelen werd in het actieplan ook voorgesteld om na te gaan hoe duurzaamheidsoverwegingen het best kunnen worden geïntegreerd in de “prudentiële vereisten” voor banken en verzekeringsmaatschappijen (actie 8) en om duurzaamheid en op de lange termijn gerichte corporate governance te bevorderen (actie 10).

20

Tot slot was de Commissie van plan duurzame investeringen te doen toenemen door een kader en instrumenten voor duurzame financiering toe te passen bij de EU-fondsen, met name in het EFSI en het InvestEU-programma (actie 3). Dit was de enige actie die was gericht op het verminderen van de risico’s en kosten van duurzame investeringen en op het aanmoedigen van de ontwikkeling van duurzame projecten. We behandelen het EFSI en het InvestEU-programma in de paragrafen 54-73.

21

In het algemeen hebben wij vastgesteld dat de belangrijkste aanbevelingen in het eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau nauwkeurig werd weerspiegeld in het actieplan (zie paragraaf 07 en bijlage I). De Commissie heeft de opstelling van de EU-taxonomie (actie 1) terecht als de belangrijkste en dringendste actie beschouwd.

Maatregelen ter weerspiegeling van de milieu- en sociale kosten van niet-duurzame activiteiten waren ontoereikend

22

Wij hebben vastgesteld dat het actieplan niet werd vergezeld van een specifieke actie om de kwestie van milieu- en sociale kosten van niet-duurzame activiteiten aan te pakken (zie paragraaf 05); bovendien werd niet naar deze onderliggende kwestie verwezen, ondanks het belang dat de deskundigengroep op hoog niveau er in haar eindverslag aan hechtte. De Commissie werkt momenteel aan een aantal maatregelen om de milieukosten van broeikasgasemissies en andere milieuschade (bijvoorbeeld als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai of verlies van natuurlijk kapitaal) beter te weerspiegelen, die ertoe zouden kunnen bijdragen dat financiering naar duurzame investeringen wordt geheroriënteerd. In de volgende paragrafen geven wij informatie over een aantal van deze acties.

23

Zoals vermeld in ons vorige verslag moeten koolstofprijzen hoog genoeg zijn om de juiste prikkels te bieden om de klimaatdoelstellingen te behalen22. In 2020 begon de Commissie te werken aan de hervorming van het EU-ETS om het reductiestreefdoel van 55 % tegen 2030 en het streefdoel van netto nul-uitstoot van broeikasgassen tegen 2050 te behalen23. In het kader van het EU-ETS moeten bedrijven die actief zijn in de zware industrie, de elektriciteits- en warmteopwekkingssector en de commerciële luchtvaart emissierechten verwerven om hun overmatige koolstofemissies te dekken24. De prijs van koolstof wordt bepaald door de vraag naar en het aanbod van deze rechten. Sommige deskundigen hebben voorgesteld “prijscorridors” of ten minste een minimumprijs voor broeikasgasemissies in te voeren om de marktprijs ervan te stabiliseren en geleidelijk te verhogen25. Andere deskundigen zijn van mening dat de bestaande marktstabiliteitsmaatregelen tot dusver relevant zijn, maar dat deze maatregelen in de toekomst zullen moeten worden geëvalueerd26.

24

Het EU-ETS bestrijkt momenteel slechts zo’n 40 % van de broeikasgasemissies in de Europese economische ruimte27. De rest van de emissies vallen onder de verordening inzake de verdeling van de inspanningen28, waarbij de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het verminderen van emissies in sectoren zoals vervoer en gebouwen — twee sectoren waar sprake is van een toename van emissies29. Op het moment van de controle hadden 14 lidstaten een of andere vorm van koolstofbelasting of een koolstof beprijzingmechanisme aangekondigd of ingevoerd, waarbij er aanzienlijke verschillen zijn wat betreft de betrokken sectoren en de prijs die op broeikasgasemissies werd gezet30. Volgens de Europese Centrale Bank maakten geen van deze mechanismen het mogelijk om koolstofprijzen systematisch te verhogen teneinde nationale emissiereductiedoelstellingen te behalen31.

25

Zonder gelijkwaardige regelingen voor koolstofbeprijzing in andere landen bestaat het risico dat de productie naar landen buiten de EU wordt verplaatst waar een minder streng klimaatbeleid wordt gevoerd. Een dergelijke “koolstoflekkage” kan leiden tot een algehele stijging in plaats van daling van de emissies. Om deze kwesties aan te pakken, stelde de Commissie voor om een “mechanisme voor koolstofgrenscorrectie” in te voeren32. Het mechanisme is bedoeld om te waarborgen dat de prijs van ingevoerde goederen het koolstofgehalte daarvan beter weerspiegelt. De Commissie is voornemens in het tweede kwartaal van 2021 een voorstel voor het mechanisme te publiceren33.

26

Subsidies voor koolstofintensieve producten bieden niet-duurzame activiteiten ook een voordeel. Sommige lidstaten verlenen bijvoorbeeld nog steeds subsidies voor fossiele brandstoffen, waarbij zij gemiddeld 55 miljard EUR per jaar uitgeven aan subsidies voor de productie en consumptie van olie, gas en steenkool34. De Commissie verzocht de lidstaten in hun nationale energie- en klimaatplannen maatregelen voor te leggen om subsidies voor fossiele brandstoffen uit te faseren. Volgens de Commissie35 hebben 13 lidstaten36 meegedeeld voornemens te zijn om plannen in te voeren voor het uitfaseren van subsidies voor fossiele brandstoffen, waarvan slechts zes (Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Letland, Litouwen en Spanje) een tijdschema hiervoor hebben opgesteld.

Bij tal van maatregelen werd vertraging opgelopen en zijn verdere stappen nodig voordat zij operationeel worden

27

De tien acties van het actieplan zijn onderverdeeld in 27 maatregelen met afzonderlijke termijnen en hadden ten laatste eind 2019 afgerond moeten zijn (zie bijlage II). De Commissie heeft pas in juli 2021 verslag uitgebracht over de vooruitgang die is geboekt met de verwezenlijking van de doelstellingen van het actieplan.

28

Wij hebben de aard van de geplande maatregelen en de stand van uitvoering ervan tot 7 juli 2021 geëvalueerd. Uit onze evaluatie blijkt dat ongeveer 18 maanden na het verstrijken van de termijn 21 maatregelen waren voltooid en 6 maatregelen nog in uitvoering waren (waaronder twee terugkerende maatregelen). De uitvoering van 11 van de 21 voltooide maatregelen had vertraging opgelopen ten opzichte van de in het actieplan vastgestelde termijnen (tabel 1).

Tabel 1

Uitvoering van de maatregelen van het actieplan tot juli 2021

Acties Maatregelen
Doelstelling 1: Kapitaalstromen naar duurzame investeringen heroriënteren
1 Een EU-taxonomie van ecologisch duurzame activiteiten vaststellen 1) Voorstel voor de taxonomieverordening
2) Criteria van de EU-taxonomie voor mitigatie van en aanpassing aan klimaatverandering
3) Criteria van de EU-taxonomie voor andere milieudoelstellingen
2 Normen en labels voor groene financiële producten creëren 4) Rapport van de technische deskundigengroep over een norm voor groene obligaties
5) Gedelegeerde handeling over de inhoud van het prospectus inzake uitgiften van groene obligaties
6) Beoordeling van de toepassing van de EU-milieukeur op financiële producten
3 Investeringen in duurzame projecten bevorderen 7) Verbetering van de efficiëntie en de effecten van instrumenten voor steun voor duurzame investeringen
4 Duurzaamheid integreren in financieel advies 8) Gedelegeerde handelingen over duurzaamheidsvoorkeuren van cliënten voor investeringen ten aanzien van beleggingsondernemingen en verzekeringsdistributeurs
9) ESMA-richtsnoeren voor beleggingsadviseurs en portefeuillebeheerders
5 Duurzaamheids-benchmarks ontwikkelen 10) Gedelegeerde handeling over de ESG-factoren in de benchmarkmethodologie
11) Opstelling van een klimaattransitiebenchmark en een op de Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmark
12) Rapport van de technische deskundigengroep over benchmarks
Doelstelling 2: Duurzaamheid tot vast onderdeel van financieel risicobeheer maken
6 Duurzaamheid beter integreren in beoordelingen en marktonderzoek 13) Voortgangsverslag van de Commissie over de maatregelen waarbij kredietbeoordelaars betrokken zijn

14) Beoordeling van de ESMA van de huidige praktijken op de kredietbeoordelingsmarkt;
ESMA-richtsnoeren over ESG-openbaarmaking voor kredietbeoordelaars

15) Studie over duurzaamheidsbeoordelingen en -onderzoek
7 De verplichtingen van institutionele beleggers en vermogens-beheerders verduidelijken 16) Voorstel van de Commissie over de verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector
8 Duurzaamheid in de prudentiële vereisten opnemen 17) Analyses en eventuele bijstelling van de kapitaalvereisten voor banken
18) Advies van Eiopa over de kwestie hoe verzekeraars kunnen bijdragen tot het identificeren, meten en beheersen van risico’s in verband met klimaatverandering
Doelstelling 3: Transparantie en langetermijndenken bij financiële en economische activiteiten stimuleren
9 Informatie-verschaffing over duurzaamheid door ondernemingen versterken 19) Conclusies van de Commissie over de huidige stand van regels (geschiktheidscontrole) inzake openbare bedrijfsrapportage
20) Herziening van de richtsnoeren inzake niet-financiële informatie ten aanzien van klimaatgerelateerde informatie
21) Voorstel van de Commissie voor de verordening op grond waarvan vermogensbeheerders en institutionele beleggers openbaar moeten maken hoe zij in hun beleggingsbesluitvormingsproces rekening houden met duurzaamheidsfactoren
22) Establishing a European Corporate Reporting Lab at European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG)
23) Terugkerende maatregel: Het systematische verzoek van de Commissie aan de EFRAG om de gevolgen van nieuwe IFRS-normen voor duurzame beleggingen te beoordelen
24) Verzoek van de Commissie aan de EFRAG om alternatieve waardering tegen reële waarde voor langetermijnbeleggingsportefeuilles te verkennen
25) Verslag van de Commissie over het effect van IFRS 9 op langetermijnbeleggingen
10 Duurzame corporate governance bevorderen en kortetermijn-denken op de kapitaalmarkten verminderen 26) Evaluatie van mogelijke manieren tot stimulering van duurzame corporate governance
27) Verslag over overmatige kortetermijndruk door de ESMA, EBA en Eiopa
Op tijd uitgevoerd Met vertraging uitgevoerd Nog niet uitgevoerd Terugkerend

Bron: ERK.

29

Wij hebben vastgesteld dat de Commissie geen indicatoren voor monitoring van en rapportage over de resultaten van de maatregelen van het actieplan heeft vastgesteld. Dit is met name van belang omdat het succes van het actieplan afhangt van de toepassing van maatregelen die vrijwillig zijn (zie bijlage II). Zonder zulke indicatoren zal het niet mogelijk zijn vorderingen te monitoren en de prestaties van eender welke EU-strategie voor het heroriënteren van financiering naar duurzame investeringen te evalueren.

De EU-taxonomie heeft vertraging opgelopen en er moeten eerst openstaande kwesties worden opgelost voordat deze volledig in gebruik kan worden genomen
30

Voordat de Commissie de EU-taxonomie voorstelde, hadden sommige lidstaten geprobeerd het risico van groenwassen te beperken door hun eigen taxonomieën te ontwikkelen, met een reeks verschillende labels en normen tot gevolg37. Buiten de EU zijn sommige landen, soms geïnspireerd door het werk van de EU, bezig met de ontwikkeling van hun eigen taxonomieën voor duurzame financiering38. De EU-taxonomie werd ontworpen als systeem voor het classificeren van de duurzaamheid van economische activiteiten op basis van wetenschappelijk bewijs. Zij is voornamelijk bedoeld om te worden toegepast door emittenten van effecten en obligaties, institutionele beleggers, vermogensbeheerders en andere financiëlemarktdeelnemers die financiële producten in de EU aanbieden alsook door centrale banken39 (zie kader 1). Bovendien kunnen overheidsinstanties er gebruik van maken om de duurzaamheid van hun activiteiten te classificeren.

Kader 1

Het ECB-beleid is erop gericht het gebruik van op de EU-taxonomie afgestemde obligaties te ondersteunen

De Europese Centrale Bank besloot dat per 1 januari 2021 obligaties met coupons die verband houden met de EU-taxonomie of met bepaalde duurzameontwikkelingsdoelstellingen als onderpand (activa die als garantie dienen voor een schuld) beleenbaar zullen worden40. Met deze maatregel zou het gebruik van met de EU-taxonomie conforme obligaties kunnen worden ondersteund indien de obligaties over een aan de taxonomie gekoppelde kernprestatie-indicator beschikken41.

31

De Commissie besloot de EU-taxonomie in te voeren via een EU-verordening tot vaststelling van het kader en een reeks rechtshandelingen, vastgesteld door de Commissie, waarin de criteria van de EU-taxonomie voor de screening van de ecologische duurzaamheid van economische activiteiten verder worden gespecificeerd. In de EU-taxonomie worden zes milieudoelstellingen uiteengezet (zie figuur 4). De duurzame activiteiten moeten substantieel bijdragen aan ten minste een ervan en geen ernstige afbreuk doen aan een van de andere vijf milieudoelstellingen.

Figuur 4

Zes milieudoelstellingen van de EU-taxonomie

Bron: ERK.

32

Om als ecologisch duurzaam te worden aangemerkt in de zin van de taxonomieverordening, moet een economische activiteit voldoen aan de vier voorwaarden die worden weergegeven in figuur 5.

Figuur 5

Vier voorwaarden voor een activiteit om als ecologisch duurzaam te worden aangemerkt

Bron: ERK.

33

De lijst van activiteiten die onder de EU-taxonomie vallen, kan in de loop der tijd veranderen. In de taxonomieverordening wordt de noodzaak erkend van een regelmatige herziening van de lijst van activiteiten en de bijbehorende criteria om wijzigingen in de regelgeving en technologische ontwikkelingen te weerspiegelen. In figuur 6 hieronder wordt een voorbeeld gegeven van de op de EU-taxonomie afgestemde activiteiten die substantieel bijdragen aan mitigatie van klimaatverandering.

Figuur 6

Activiteiten die volgens de EU-taxonomie substantieel bijdragen aan mitigatie van klimaatverandering

Bron: ERK.

34

Wij hebben vastgesteld dat de ontwikkeling van de EU-taxonomie aanzienlijke vertraging heeft opgelopen. Hoewel de taxonomieverordening zoals gepland in mei 2018 door de Commissie werd voorgesteld, werd zij pas in juni 2020 door de EU-medewetgevers vastgesteld. De vertraging van de EU-taxonomie is ook van invloed op de uitvoering van andere maatregelen van het actieplan waarvoor een duidelijke definitie nodig is van wat “duurzaam” is, met name de maatregelen inzake informatieverschaffing over duurzaamheid en labels van financiële producten. In juni 2021 heeft de Commissie de rechtshandeling inzake de criteria van de EU-taxonomie voor de mitigatie van en aanpassing aan klimaatverandering vastgesteld, met het oog op de inwerkingtreding ervan in januari 2022. De Commissie wees voor de andere vier milieudoelstellingen in de EU-taxonomie een nieuwe groep deskundigen (het “platform voor duurzame financiering”42) aan om tegen eind december 2021 een voorstel op te stellen met het oog op de handelingen die in januari 2023 in werking treden. Het platform zal ook een verslag indienen bij de Commissie over de uitbreiding van de EU-taxonomie naar sociale doelstellingen en de naleving van sociale minimumwaarborgen43. Daarnaast raadpleegt de Commissie de deskundigengroep van de lidstaten, die deskundigen uit de 27 EU-landen samenbrengt. In bijlage IV wordt de tijdlijn van de EU-taxonomie samengevat.

35

Zowel uit onze analyse als de feedback van belanghebbenden44 blijkt dat de duurzaamheid van een aantal belangrijke activiteiten en technologieën met aanzienlijke milieueffecten nog moet worden bepaald, bijvoorbeeld activiteiten en technologieën in verband met landbouw, de productie van elektriciteit uit aardgas45 en kernenergie (zie kader 2).

Kader 2

EU-taxonomie en kernenergie

De technische deskundigengroep die de criteria van de EU-taxonomie ontwikkelt, heeft bewijs gevonden van de potentiële bijdrage die kernenergie zou kunnen leveren tot emissiereductie. De deskundigen konden echter niet concluderen dat kernenergie geen ernstige afbreuk doet aan andere milieudoelstellingen. Zij bevalen aanvullende technische werkzaamheden aan ten aanzien van de aspecten van “geen ernstige afbreuk doen” voor kernenergie alvorens deze in de EU-taxonomie op te nemen46. Op 29 maart 2021 heeft het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (Joint Research Centre — JRC) een gedetailleerde technische beoordeling van kernenergie uitgebracht met betrekking tot de criteria inzake het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” van de taxonomieverordening47, waaraan de Commissie follow-up geeft.

36

Wij hebben vastgesteld dat het risico bestaat dat de EU-taxonomie niet zo doeltreffend zal zijn bij het ondersteunen van de verbintenis van de EU om uiterlijk in 2050 een netto nul-uitstoot te realiseren48 als de door de technische deskundigengroep voorgestelde wetenschappelijk onderbouwde criteria in de gedelegeerde handelingen worden afgezwakt49. Wij hebben met name opgemerkt dat het voorstel van de Commissie van 202050 in strijd is met het voorstel van de technische deskundigengroep doordat bepaalde gasgestookte energiecentrales daarin als duurzaam worden geclassificeerd zonder dat vereist is dat ze tegen 2050 een netto nul-uitstoot moeten realiseren, zoals de deskundigen hadden voorgesteld. De Commissie sloot de criteria van de EU-taxonomie voor gasgestookte energiecentrales tijdelijk van het in april 2021 bekendgemaakte ontwerp van gedelegeerde handeling uit en is van plan die later in 2021 weer erin op te nemen51.

37

De bijdrage van de EU-taxonomie en regelingen voor het toekennen van een label tot de heroriëntering van particuliere financiering naar duurzame investeringen zal ook afhangen van de toekomstige ontwikkeling daarvan. Volgens de taxonomieverordening kan de EU-taxonomie in de toekomst criteria aanreiken om activiteiten te identificeren die het milieu aanzienlijk schaden (“bruine taxonomie”), alsook criteria betreffende andere duurzaamheidsdoelstellingen, met inbegrip van sociale doelstellingen (“sociale taxonomie”)52. De vrijwillige invoering kan problematisch blijken aangezien de taxonomieverordening en de gedelegeerde handelingen momenteel meer dan 500 bladzijden53 beslaan voor slechts twee van de zes milieudoelstellingen. De Commissie is bezig met het ontwikkelen van digitale instrumenten om het gebruik van de EU-taxonomie en duurzaamheidsrapportage te vergemakkelijken54.

De Commissie heeft enige vorderingen geboekt bij het verbeteren van de informatie voor beleggers over mogelijkheden inzake duurzame financiering
38

Acties 2, 4 en 5 van het actieplan zijn gericht op het creëren van instrumenten om beleggers in te lichten over mogelijkheden inzake duurzame financiering en gebruik te maken van de EU-taxonomie. Zulke instrumenten kunnen institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, een prikkel bieden om financiering te heroriënteren naar duurzame financiering (zie kader 3).

Kader 3

Het potentieel van pensioenfondsen op het gebied van duurzame langetermijninvesteringen is groot

Pensioenfondsen, die vaak semi-overheidsinstellingen zijn, spelen een belangrijke rol op de markt voor duurzame financiering. Zij hebben een bijzonder potentieel om grote hoeveelheden activa voor een lange termijn te investeren55.

Activa aan het eind van 2018

De Fjärde AP-Fonden (AP4) in Zweden is een vroeg voorbeeld van een pensioenfonds dat een koolstofarme investeringsstrategie heeft gevolgd. Volgens zijn jaarverslag 2020 zijn de CO2-emissies van zijn portefeuille van beursgenoteerde aandelen sinds 2010 met 48 % verminderd. Het streefdoel van AP4 is de emissies ten opzichte van het huidige niveau verder te halveren en uiterlijk in 2040 een netto nul-uitstoot te realiseren56.

39

De actie “Normen en labels creëren” (actie 2) heeft betrekking op het probleem dat sommige financiële producten als “duurzaam” en “groen” in de handel worden gebracht, ook al berokkenen zij het milieu aanzienlijke schade. Het risico van dergelijke “groenwaspraktijken” is een van de grootste punten van zorg geweest van institutionele beleggers en hun cliënten die duurzaam willen beleggen en een van de voornaamste redenen voor het creëren van diverse labels, zoals het TEEC-label in Frankrijk, het FNG Siegel in Duitsland en LuxFLAG in Luxemburg57.

40

In 2019 beval de technische deskundigengroep de totstandbrenging aan van een vrijwillige EU-norm voor groene obligaties op basis van de criteria van de EU-taxonomie58 om het risico van groenwassen te beperken en grensoverschrijdende investeringen te bevorderen. De Commissie heeft het voorstel voor een EU-norm voor groene obligaties op 6 juli 2021 gepresenteerd59. Op dit moment blijft de marktwaarde ervan laag, hoewel de EU de uitgifte van groene obligaties leidt (zie kader 4). De Commissie is ook van plan om via de uitgifte van groene obligaties tot 250 miljard EUR te lenen om de herstel- en veerkrachtfaciliteit te financieren60.

Kader 4

De EU heeft de leiderspositie op de markt van “groene obligaties”, maar de waarde ervan blijft laag

In 2007 noteerde de beurs van Luxemburg de allereerste groene obligatie op de markt: de “Klimaatobligatie” van de Europese Investeringsbank61. In 2020 was Europa goed voor 156 miljard USD ofwel 48 % van de totale globale groene uitgiften van schuldpapier. De entiteiten uit de 27 EU-lidstaten hadden in totaal 21 biljoen USD aan obligaties uitstaan, waarvan 422 miljard USD of slechts 2 % aan groene obligaties62 aan het einde van 202063. Ondanks de toename van uitgiften blijven groene obligaties een marginaal financieel product in de EU.

Aandeel van groene obligaties in de totale uitstaande obligaties van entiteiten in de EU27 aan het einde van 2020

Bron: ERK.

41

Wat andere financiële producten (d.w.z. beleggingsfondsen, levensverzekeringsproducten en deposito’s) betreft, heeft het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek ontwerpcriteria opgesteld om het gebruik van de EU-milieukeur aan de EU-taxonomie te koppelen64. De Commissie is van plan om deze criteria uiterlijk begin 2022 vast te stellen.

42

Wat het praktische gebruik van de EU-taxonomie voor normen en labels voor financiële producten betreft, bestaan er nog steeds tal van onzekerheden over de wijze waarop kan worden aangetoond dat aan de EU-Taxonomie is voldaan. Dit vraagstuk werd door de Commissie in 2020 in haar openbare raadpleging over de vernieuwde strategie voor duurzame financiering65 aan de orde gesteld. Belanghebbenden waren het er in het algemeen over eens dat verificateurs van groene EU-obligaties op EU-niveau geaccrediteerd zouden moeten worden. Wat de EU-milieukeur voor financiële producten betreft, is het ook nog steeds niet duidelijk welke rol bijvoorbeeld de Commissie of de Europese toezichthoudende autoriteiten zullen spelen bij het toezicht op de bevoegde instanties die het gebruik van de aan de EU-taxonomie gekoppelde EU-milieukeur certificeren.

43

Normen en labels zijn niet de enige manier om beleggers aan te moedigen duurzaam te investeren. De Europese Autoriteit voor effecten en markten beveelt aan rekening te houden met duurzaamheidsoverwegingen bij het verstrekken van financieel advies als goede praktijk66. De voor het tweede kwartaal van 2019 geplande gedelegeerde verordeningen van de Commissie op grond waarvan verplichte inachtneming van de duurzaamheidsvoorkeuren van cliënten bij financieel advies (actie 4) is vereist, werden in april 2021 door de Commissie vastgesteld67.

44

De technische deskundigengroep van de Commissie was van oordeel dat beleggers niet over betrouwbare koolstofarme indexen beschikken die hen bijvoorbeeld zouden informeren over opbrengsten uit op de Overeenkomst van Parijs afgestemde investeringen68. In 2019 creëerde de Commissie, op basis van het verslag over klimaatbenchmarks69 van de deskundigengroep, een “op de Overeenkomst van Parijs afgestemde” klimaatindex alsook een “EU-klimaattransitie”-index70 (actie 5).

De blootstelling van de particuliere sector aan duurzaamheidsrisico’s zal onduidelijk blijven totdat de nieuwe EU-eisen inzake informatieverschaffing volledig van toepassing worden
45

Om de bestaande eisen voor informatieverschaffing over duurzaamheid te verbeteren, beoogde de Commissie om via de acties 7 en 9 een nieuw EU-kader voor de financiële sector en bedrijven op te zetten. Beleggers en toezichthouders in de financiële sector beschikken nog steeds over te weinig informatie over de blootstelling van verschillende entiteiten aan duurzaamheidsrisico’s en de milieu- en sociale effecten van investeringen. Dit gebrek aan informatie remt duurzame investeringen af en kan tot gestrande activa leiden. Bovendien kunnen belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld bedrijven daardoor niet verantwoordelijk stellen voor het toebrengen van schade aan het milieu en de samenleving71.

46

Voordat actie op EU-niveau werd genomen, werden belangrijke nationale initiatieven genomen om dit probleem aan te pakken. Volgens de Franse wet inzake energietransitie ten behoeve van groene groei van 201572 moesten institutionele beleggers informatie verschaffen over de klimaateffecten van hun investeringen en de blootstelling aan klimaatrisico’s meten. Op multinationaal niveau werd de taskforce inzake de bekendmaking van klimaatgerelateerde informatie73 opgericht door de Raad voor financiële stabiliteit. In 2017 beval de taskforce aan dat financiële en niet-financiële actoren klimaatgerelateerde financiële informatie over hun governance, strategie, risicobeheer en streefdoelen openbaar dienden te maken74. In 2019 verwerkte de Commissie in het kader van de richtlijn niet-financiële rapportage75 de aanbevelingen van de taskforce in haar richtsnoeren inzake klimaatgerelateerde informatieverstrekking; deze richtsnoeren waren echter niet bindend en de gerapporteerde informatie is nog steeds ongelijk (zie paragraaf 48).

47

De EU-verordening waarbij verplichtingen inzake informatieverschaffing over duurzaamheid specifiek voor de financiëledienstensector werden ingevoerd (verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector)76 (actie 9) werd in 2019 vastgesteld, vier jaar na de vooruitstrevende vereisten in het Franse nationale recht. Voordat deze volledig operationeel kunnen worden, moet de Commissie eerst nog de technische normen vaststellen77. Volgens de verordening zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten over alle toezichts- en onderzoeksbevoegdheden beschikken die noodzakelijk zijn om na te gaan of de financiëlemarktdeelnemers aan de eisen inzake informatieverschaffing voldoen. Wij hebben vastgesteld dat de Commissie de lidstaten tot dusver geen toereikende richtsnoeren heeft verstrekt over het toezicht op de toepassing van de vereisten van de verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector.

48

Om de informatieverschaffing over duurzaamheid door ondernemingen niet alleen voor financiële instellingen te versterken (actie 9), was de Commissie van plan de zwakke punten van de richtlijn niet-financiële rapportage (NFI-richtlijn) aan te pakken door met een nieuw voorstel te komen. Momenteel vallen alleen bepaalde grote bedrijven met meer dan 500 werknemers onder de richtlijn en is controle van de informatieverschaffing niet verplicht78. In onze evaluatie van 2019 over duurzaamheidsverslaglegging79 hebben wij gemeld dat sommige lidstaten verder gingen dan de richtlijn door het toepassingsgebied ervan uit te breiden en/of externe controle van niet-financiële informatie te verlangen.

49

In april 2021 heeft de Commissie een wetgevingsvoorstel voor een richtlijn betreffende duurzaamheidsrapportage door ondernemingen gepubliceerd, waarmee de richtlijn niet-financiële rapportage wordt gewijzigd. Volgens de Commissie zou dit voorstel betrekking hebben op ongeveer 49 000 beursgenoteerde ondernemingen ten opzichte van circa 11 700 nu; het voorziet in de ontwikkeling van Europese normen voor niet-financiële rapportage, ondersteund door de European Financial Reporting Advisory Group, en ondersteunt normalisatie-initiatieven op mondiaal niveau die voortbouwen op het werk van de taskforce inzake de bekendmaking van klimaatgerelateerde financiële informatie80. In het voorstel wordt ook een belangrijke uitdaging aangepakt die in onze evaluatie van 2019 over duurzaamheidsverslaglegging werd geïdentificeerd: de betrokkenheid van auditors. Het voorziet in externe controle om beperkte zekerheid te bieden ten aanzien van informatie over duurzaamheid. Volgens de Commissie is het verschaffen van redelijke zekerheid, zoals vereist voor financiële verslagen, nog niet haalbaar vanwege het gebrek aan relevante controlenormen81. Noch op grond van de taxonomieverordening, noch op grond van de richtlijn niet-financiële rapportage zijn non-corporate instellingen uit de publieke sector verplicht te rapporteren over de duurzaamheid van hun activiteiten, tenzij dergelijke ondernemingen door de lidstaten zijn aangemerkt als organisaties van openbaar belang.

50

Wat financiële rapportage betreft, zijn er tot dusver geen wijzigingen in de internationale boekhoudnormen aangebracht om rekening te houden met kwesties die de klimaatverandering met zich meebrengt en om gevolg te geven aan oproepen van beleggers82. De International Accounting Standards Board heeft wel didactisch materiaal verstrekt over de wijze waarop rapporterende ondernemingen moeten omgaan met klimaatgerelateerde kwesties in het kader van de huidige reeks internationale standaarden voor financiële verslaglegging.

Maatregelen ter bevordering van langeretermijninvesteringen zijn nog in voorbereiding en er zijn geen wetgevingsvoorstellen ingediend
51

De maatregelen van de Commissie in het kader van actie 10 waren gericht op het identificeren van de oorzaken van kortetermijndenken in de financiële sector.

52

Het actieplan omvatte drie andere acties die duurzame langetermijninvesteringen kunnen stimuleren. Zij bestonden uit betere integratie van duurzaamheid in kredietbeoordelingen en marktonderzoek (actie 6), het opnemen van duurzaamheid in prudentiële vereisten (actie 8) en het onderzoeken van andere boekhoudkundige behandelingen voor langetermijnbeleggingsportefeuilles (een maatregel binnen actie 9). Deze acties bestaan uit het bestuderen, analyseren, raadplegen en overwegen van mogelijke oplossingen. Zie bijlage III voor nadere informatie over elke actie.

53

De deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering heeft in haar eindverslag opgemerkt dat internationale standaard voor financiële verslaglegging 983 (International Financial Reporting Standard (IFRS) 9) volgens tal van ondernemingen een negatieve impact heeft op de langetermijnfinanciering van investeringen in eigen vermogen. In het actieplan had de Commissie zich ertoe verbonden om uiterlijk eind 2018 verslag uit te brengen over de impact van IFRS 9 op langetermijninvesteringen. De Commissie heeft een dergelijk verslag nog niet opgesteld. Voor een wijziging van IFRS 9 moet een besluit worden genomen door de International Accounting Standards Board (IASB), die onafhankelijk is van de Europese Unie. De Commissie heeft haar bezorgdheid geuit bij de IASB. De Commissie beschouwt de kwestie momenteel niet als dringend, aangezien de ondernemingen die mogelijk de meeste gevolgen ondervinden (verzekeringsmaatschappijen) ervoor kunnen kiezen de toepassing van IFRS 9 uit te stellen tot 202384.

Financiële EU-steun voor investeringen is niet gebaseerd op consistente duurzaamheidscriteria

54

In dit deel beoordelen wij of in het actieplan de hogere risico’s en kosten voor sommige duurzame investeringen en het gebrek aan beschikbare duurzame projecten werden aangepakt (zie paragraaf 05). Bovendien kijken wij hier naar toepassing door de EU van goede praktijken inzake duurzame financiering voor het MFK 2014‑2020 en het MFK 2021‑2027. Hierbij zetten wij het volgende uiteen: a) de rol van de EIB bij de financiering van klimaatactie en ecologische duurzaamheid; b) hoe met het EFSI steun is verleend aan gebieden waar duurzame investeringen het hardst nodig zijn en hoe InvestEU wordt geacht deze gebieden te steunen en te bestrijken; en c) regelingen voor het beoordelen van de duurzaamheid van met EU-subsidies gefinancierde investeringen.

De EIB heeft een belangrijke rol gespeeld op het gebied van duurzame financiering

55

Bij ons onderzoek van steun uit het EFSI voor duurzame investeringen hebben wij gekeken naar de rol die de EIB op het gebied van duurzame financiering speelt. Ten eerste hebben wij gecontroleerd of de EIB tegen gunstige voorwaarden financiering verstrekt voor duurzame projecten. Ten tweede zijn wij nagegaan of de EIB de risico’s en kosten van duurzame investeringen voor andere beleggers helpt verminderen. En ten derde hebben wij ook gekeken naar andere manieren waarop de EIB het gebruik van beginselen inzake duurzame financiering bevordert.

De EIB verstrekt tegen gunstige voorwaarden financiering voor klimaatactieprojecten
56

In de periode 2012‑2020 rapporteerde de EIB 197 miljard EUR aan financiering ter ondersteuning van 670 miljard EUR aan investeringen in projecten ter bescherming van het milieu, ter vermindering van broeikasgasemissies en om landen te helpen zich aan te passen aan de effecten van klimaatverandering85. De EIB beoogt het aandeel financiering voor klimaatactie en ecologische duurzaamheid tegen 2025 te verhogen tot 50 %, wat naar verwachting zal resulteren in EIB-financiering van 292 miljard EUR in de periode 2021‑2030. De doelstelling van de EIB-groep is om in deze periode 1 biljoen EUR aan investeringen in klimaat en milieu te ondersteunen86 (zie tabel 2). Ondersteunde investeringen omvatten bijdragen van het EFSI en InvestEU en de door het Europees Investeringsfonds (EIF) verstrekte financiering voor klimaatactie en ecologische duurzaamheid87, samen met andere particuliere en publieke cofinanciering van de gesteunde projecten. De EIB heeft geen gedetailleerdere uitsplitsing per klimaat- en milieudoelstelling voor haar prognoses bekendgemaakt. Wat door het EFSI gesteunde financiering betreft, bood de EIB financiering aan tegen voorwaarden (zoals een gunstigere rentevoet of langere aflossingsperiode) die vaak beter waren dan die welke een kredietnemer op de markt had kunnen verkrijgen.

Tabel 2

EIB-financiering en ondersteunde investeringen voor klimaat en milieu (in miljard EUR)

Periode 2012‑2020 2021‑2030 (geraamd)
EIB
Totale financiering in de periode 599 630**
Financiering voor klimaat en milieu 197* 292**
Waarvan klimaatactie in het kader van het EFSI/InvestEU 19 23**
EIF
Totale financiering in de periode 84 100**
Financiering voor klimaat en milieu Niet getraceerd 10**
EIB en EIF
Totaal ondersteund investeringsbedrag voor klimaat en milieu (waaronder EFSI/InvestEU en andere particuliere en publieke cofinanciering) 670* 1 000

* In de periode 2012‑2020 vond tracering en rapportage alleen plaats voor klimaatactie, waarmee in deze periode een bedrag gemoeid was van 171 miljard EUR. De totale klimaat- en milieugegevens omvatten geschatte volumes voor milieubescherming, waarbij geen formeel traceringssysteem en definities worden gebruikt, die vanaf 2021 zullen worden toegepast.

** Geraamd door de ERK, met gebruikmaking van dezelfde cijfers als die gebruikt in de streefdoelen van de operationele bedrijfsplannen van de EIB en het EIF voor 2021‑2023.

Bron: ERK, op basis van de EIB-groep.

De EIB controleert de inachtneming van milieu- en sociale normen
57

Wij hebben de due diligence-procedures op milieu- en sociaal gebied van de EIB onderzocht die van toepassing waren op EFSI-verrichtingen om te beoordelen hoe de EIB ervoor zorgt dat de EFSI-projecten duurzaam zijn. Wij hebben gecontroleerd hoe deze procedures in de praktijk werden toegepast voor een selectie van 12 EFSI-projecten.

58

Wij hebben vastgesteld dat de EIB voor investeringen met een aanzienlijk milieu- en sociaal effect nagaat of deze in overeenstemming zijn met haar milieu- en sociale normen die een contractuele voorwaarde vormen voor het ontvangen van financiering88. De EIB beoordeelt ook de veerkracht van projecten ten aanzien van klimaatverandering en kan verlangen dat projecten worden gewijzigd teneinde de klimaatgerelateerde risico’s daarvan te beperken (zie paragraaf 02).

59

Bij het evalueren van de due diligence-procedures van de EIB hebben we vastgesteld dat de EIB de hoeveelheid potentiële broeikasgasemissies raamt89 en een “schaduwprijs voor koolstof” hanteert om de externe negatieve effecten van de emissies in de projectkosten te verdisconteren90. Dit vermindert in feite de economische levensvatbaarheid van projecten met hogere emissies en verkleint de kans dat deze door de EIB worden gefinancierd.

60

Wat betreft de EFSI-investeringen in fondsen die wij hebben onderzocht, maakte de EIB vaak deel uit van de eerste groep beleggers. Vanwege haar robuuste due diligence-procedures kan de vroege betrokkenheid van de EIB voor andere potentiële beleggers een signaal vormen dat het fonds waarschijnlijk zal investeren in levensvatbare en duurzame projecten. Hierdoor zouden de voor hen aan due diligence gerelateerde kosten kunnen worden verminderd en hun investeringen kunnen worden verhoogd.

61

Wat transparantie en informatieverschaffing betreft, rapporteert de EIB als het project is afgerond of aan de contractuele milieu- en sociale voorwaarden is voldaan. De EIB hoefde niet openbaar te rapporteren over de werkelijke klimaat- en milieuresultaten op het niveau van de projecten die ten grondslag liggen aan de afgeronde EFSI-verrichtingen. De EIB maakt geen lijst bekend van via haar investeringen in fondsen gesteunde onderliggende projecten en daarom wordt er geen informatie verschaft over de milieu- of sociale prestaties van deze projecten.

De EIB bevordert duurzame financiering door middel van dialoog met beleggers over het toepassen van duurzaamheidscriteria
62

Tot slot bevordert de EIB duurzame financiering door andere publieke en particuliere beleggers aan te moedigen goede praktijken inzake duurzame financiering toe te passen. Wij hebben al gewezen op haar positieve rol bij de ontwikkeling van gemeenschappelijke beginselen voor het traceren van klimaatfinanciering91 en hier kijken wij naar haar rol bij het toepassen van due diligence-procedures op milieu- en sociaal gebied.

63

We hebben vastgesteld dat de EIB bij het toepassen van duurzaamheidscriteria op projecten een dialoog aangaat met de andere betrokken beleggers, bedrijven en overheidsinstanties. Zo spoort de EIB aan tot grotere acceptatie van strengere klimaat- en milieunormen. De EIB werkt momenteel haar due diligence-procedures bij en heeft haar methodologie voor tracering van klimaatuitgaven geactualiseerd teneinde rekening te houden met de criteria van de EU-taxonomie92. Dit zou de toepassing van de EU-taxonomie moeten ondersteunen.

EFSI-steun bestreek niet alle gebieden waar duurzame investeringen het hardst nodig zijn

Het EFSI steunde weinig duurzame investeringen in Midden- en Oost-Europa
64

Wij hebben de bijdrage van de EFSI-portefeuille aan klimaatdoelstellingen in de periode 2015‑2020 onderzocht. Onze analyse was beperkt door het feit dat informatie in het kader van tracering van klimaatuitgaven geen betrekking heeft op aan kmo’s gerelateerde investeringen, die 45 % van de portefeuille uitmaken (zie figuur 7). De reden hiervoor is dat de EFSI-verordening niet voorzag in dergelijke monitoring en verslaglegging.

Figuur 7

Aandeel EFSI-financiering dat voor klimaatactie wordt getraceerd en gerapporteerd

Bron: ERK, op basis van EIB-gegevens.

65

In het kader van het MFK 2021‑2027 zal tracering van klimaatuitgaven voor het InvestEU-programma ook van toepassing zijn op kmo’s. Daarnaast kunnen de uitvoerende partners van InvestEU de criteria van de EU-taxonomie gebruiken om te bepalen of er sprake is van een substantiële bijdrage aan de milieudoelstellingen. Ook voerde de Commissie relevante kernprestatie-indicatoren in om de klimaat- en milieuprestaties van duurzame-infrastructuurprojecten te meten, zoals jaarlijkse broeikasgasemissiereducties93. Dit zal de informatie over de bijdrage van InvestEU aan klimaatactie en het milieu in vergelijking met het EFSI verbeteren. De rapportageregelingen hebben echter geen betrekking op de werkelijke klimaat- en milieuresultaten van afgeronde verrichtingen op het niveau van de onderliggende projecten en het gebruik van de criteria van de EU-taxonomie is slechts optioneel, aangezien de uitvoerende partners in de plaats daarvan de EU-methodologie voor tracering van klimaatuitgaven of een andere overeengekomen methodologie kunnen gebruiken.

66

Wij hebben vastgesteld dat in de periode 2015‑2020 de aan klimaatactie gerelateerde EFSI-waarborgen bijna uitsluitend investeringen ondersteunden om klimaatverandering te beperken (zie figuur 8). Van de 19,4 miljard EUR aan gefinancierde investeringen in klimaatactie had 32,4 % betrekking op hernieuwbare energie, voornamelijk bestaande uit zonne- en windenergiecentrales. Nog eens 26,2 % werd gebruikt voor de financiering van investeringen in energie-efficiëntie, voornamelijk bestaande uit financiering voor renovatie van gebouwen en warmtekrachtkoppelingscentrales. Slechts 3,5 % had betrekking op aanpassing aan klimaatverandering, wat het gevolg kan zijn van de specifieke problemen bij het voorbereiden van bankabele aanpassingsinvesteringen (zie paragraaf 05).

Figuur 8

EFSI-financiering per klimaatactiecategorie

Bron: ERK, op basis van EIB-gegevens.

67

In 2018 merkte de deskundigengroep op hoog niveau op dat bijzondere aandacht moest worden gericht op het versnellen van infrastructuurinvesteringen in landen in Midden- en Oost-Europa, omdat zij goed waren voor het grootste deel van de investeringskloof op het gebied van duurzame infrastructuur94. We hebben vastgesteld dat tot 2020 de bedragen van EFSI-verrichtingen ter ondersteuning van klimaatactie in deze landen marginaal bleven (zie figuur 9). Over het geheel genomen waren investeringen in klimaatactie goed voor 23 % van de totale EFSI-financiering in deze regio, ten opzichte van 52 % in West- en Noord-Europa en 37 % in Zuid-Europa in de periode 2015‑2020. In 2021 werd in een EIB-verslag op basis van een analyse van de nationale energie- en klimaatplannen van de lidstaten bevestigd dat in Midden- en Oost-Europa grotere investeringsbehoeften op klimaatgebied bestaan95.

Figuur 9

Financiering voor klimaatactie in het kader van het venster “Infrastructuur en innovatie” van het EFSI, per jaar en EU-regio

Bron: ERK, op basis van EIB-gegevens.

68

Aangezien steun uit InvestEU, net als uit het EFSI, zal afhangen van factoren zoals de vraag op de markt en de beschikbaarheid van andere financieringsbronnen, zullen er voor het verbeteren van de geografische dekking actieve maatregelen nodig zijn om capaciteit op te bouwen voor het genereren van duurzame projecten in de sectoren en gebieden waar deze ontbreken.

De EU heeft geen proactieve benadering gevolgd voor het genereren van een toereikend reservoir aan duurzame projecten
69

De deskundigengroep op hoog niveau onderstreepte in 2018 dat optreden op EU-niveau is vereist om een reservoir aan duurzame projecten te helpen ontwikkelen, met name in Midden- en Oost-Europa. In dit opzicht beval de deskundigengroep aan een EU-entiteit — Sustainable Infrastructure Europe — op te richten om:

  • een aanvulling te vormen op bestaande adviesdiensten voor het genereren van duurzame investeringsprojecten;
  • te helpen zorgen dat er particuliere beleggers worden gevonden voor projecten;
  • samen te werken met nationale stimuleringsbanken om lidstaten te ondersteunen bij het genereren van reservoirs aan projecten als onderdeel van hun nationale energie- en klimaatplannen96.
70

In het kader van het actieplan (actie 3) verbond de Commissie zich tot het vergroten van de adviescapaciteit voor het ontwikkelen van duurzame-infrastructuurprojecten, maar niet tot het oprichten van een afzonderlijke entiteit met de voor Sustainable Infrastructure Europe geplande functies.

71

De Commissie is van plan adviesdiensten te versterken door middel van de oprichting van de InvestEU-advieshub. Deze nieuwe hub zal gebruikmaken van een soortgelijke benadering als die van de Europese investeringsadvieshub (EIAH), die in 2015 samen met het EFSI werd opgericht. Bij onze controle van 2020 van die hub hebben wij vastgesteld dat deze tegen eind 2018 in Midden- en Oost-Europa 10 % van zijn adviesopdrachten in sectoren met topprioriteit, zoals energie, vervoer en milieu, had uitgevoerd, waarbij 16 % van alle taken aan klimaatactie was gerelateerd97. Tegen eind maart 2021 was het aantal adviesopdrachten in sectoren met topprioriteit in Midden- en Oost-Europa toegenomen en hield 33 % van de EIAH-taken verband met klimaatactie. De Commissie heeft ook stappen genomen ter uitvoering van onze aanbeveling om ondersteunend advies beter af te stemmen op onvervulde behoeften.

72

Het nieuwe InvestEU-portaal zal projectontwikkelaars de mogelijkheid bieden informatie over hun projecten bekend te maken op de website van het InvestEU-portaal — een voortzetting van het Europees investeringsprojectenportaal 2015‑2020. Het portaal was echter niet ontworpen om beleggers actief te begeleiden of om te voorzien in een duurzaamheids- of andere technische en financiële beoordeling van de projecten die op het portaal worden bekendgemaakt.

73

De nationale energie- en klimaatplannen waren onder meer bedoeld om de ontwikkeling van een reservoir aan duurzame projecten op het gebied van klimaat en energie te ondersteunen door beleggers duidelijkheid te verschaffen over de omvang en soort investeringen die door de lidstaten worden overwogen. We hebben echter vastgesteld dat de in de plannen opgenomen informatie over investeringsbehoeften98 onvolledig en inconsistent was (zie bijlage V) en grote verschillen bevatte (zie figuur 10). Hoewel de Commissie de lidstaten enige steun verleende, ontwikkelde zij geen gemeenschappelijk kader voor de lidstaten om toe te passen bij het beoordelen van hun behoeften en het identificeren van duurzame vlaggenschipprojecten. Daardoor bestaat het risico dat sommige nationale energie- en klimaatplannen niet zullen bijdragen aan een reservoir aan geloofwaardige duurzame projecten in sectoren en gebieden waar die momenteel ontbreken.

Figuur 10

Investeringsbehoeften op energie- en klimaatgebied die zijn geïdentificeerd in de nationale energie- en klimaatplannen van de lidstaten, als percentage van hun bbp

Bron: ERK op basis van gegevens van de Europese Commissie en van Eurostat (nationaal bbp voor 2020).

Het ontbreekt in de EU-begroting aan consistente wetenschappelijk onderbouwde criteria om ernstige schade aan het milieu te vermijden

74

Wij hebben onderzocht of de wettelijke bepalingen van 2021‑2027 voor EU-uitgavenprogramma’s en de herstel- en veerkrachtfaciliteit waren afgestemd op de acties van de Commissie inzake duurzame financiering. Hoewel de EU-taxonomie en de daarop gebaseerde normen, labels en eisen inzake informatieverschaffing voornamelijk voor financiëlemarktdeelnemers zijn bedoeld, kunnen zij ook door de publieke sector worden toegepast. Zoals hierboven aangegeven (zie paragraaf 63), heeft de EIB al besloten de criteria van de EU-taxonomie op haar eigen verrichtingen toe te passen, met inbegrip van die welke door InvestEU worden ondersteund. De Commissie verbond zich ertoe na te gaan “hoe de EU-taxonomie in het kader van de Europese Green Deal door de overheidssector kan worden gebruikt, boven op InvestEU” en wees op het belang van samenhang tussen de particuliere en de publieke sector99. De technische deskundigengroep beval aan dat de EU-begroting voor alle investeringen het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” van de EU-taxonomie moet volgen100.

75

Hoewel de EU-taxonomie niet bedoeld was om de financiering van niet-duurzame investeringen te voorkomen, kunnen de criteria ervan worden toegepast om na te gaan of een investering schade toebrengt aan het milieu. We hebben onderzocht of bij de belangrijkste EU-uitgavenprogramma’s de criteria van de EU-taxonomie zullen worden toegepast om milieuschade op vergelijkbare wijze als de EIB te beoordelen.

Het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” wordt niet op alle EU-uitgaven toegepast
76

Wij hebben vastgesteld dat er geen consistent en bindend vereiste is voor alle door de EU gefinancierde activiteiten om het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” toe te passen. Dat beginsel werd ingevoerd bij de verordening gemeenschappelijke bepalingen (van toepassing op fondsen van het cohesiebeleid) en in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Ten tijde van de controle had de Commissie alleen de relevante richtsnoeren voor de toepassing van het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit gepubliceerd101. In de richtsnoeren inzake de herstel- en veerkrachtfaciliteit is echter bepaald dat het gebruik van de specifieke criteria van de EU-taxonomie voor de toepassing van dit beginsel slechts optioneel is102. Wat het gemeenschappelijk landbouwbeleid betreft, is het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” niet opgenomen in de relevante wetgeving.

77

De richtsnoeren inzake duurzaamheidstoetsing van InvestEU103 omvatten aanbevelingen over de wijze waarop kan worden bepaald of projecten gevolgen hebben voor het milieu, het klimaat of de maatschappij. De richtsnoeren werden ontwikkeld in samenwerking met de uitvoerende partners en hierin wordt rekening gehouden met het EU-beginsel “geen ernstige afbreuk doen” en relevante criteria. Wij hebben geen vereisten in andere EU-uitgavenprogramma’s gevonden voor de beoordeling van individuele investeringsprojecten aan de hand van sociale en milieunormen die vergelijkbaar zijn met die van de EIB of InvestEU. Dit betekent dat er onvoldoende strikte of verschillende criteria kunnen worden gehanteerd om de ecologische en sociale duurzaamheid te bepalen van dezelfde activiteiten die worden gefinancierd in het kader van verschillende EU-programma's.

78

We hebben ook vastgesteld dat bepaalde EU-uitgavenprogramma’s de financiering van activiteiten toestaan die schadelijk zijn voor het milieu. In het kader van het cohesiebeleid is het bijvoorbeeld toegestaan om in sommige lidstaten beperkte investeringen in gasinfrastructuur te doen104. Ook kunnen de lidstaten in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit bij wijze van uitzondering en per geval investeringen in fossiele brandstoffen ondersteunen wanneer een transitie weg van koolstofintensieve energiebronnen tot een grote en snelle vermindering van broeikasgasemissies zou leiden105. Zoals de ERK heeft aangegeven, lopen investeringen in fossiele brandstoffen het risico gestrande activa te worden106. De EIB heeft daarentegen besloten om steun voor projecten voor infrastructuur en elektriciteitsopwekking op basis van conventionele fossiele brandstoffen, waaronder aardgas, vanaf 2022 uit te faseren107.

De procedures voor het traceren van de bijdrage van de EU-begroting aan klimaatdoelstellingen zijn niet zo streng en wetenschappelijk onderbouwd als de criteria van de EU-taxonomie
79

Hoewel de EU, in tegenstelling tot de EIB, de bijdrage van individuele projecten aan het behalen van de klimaatdoelstellingen niet beoordeelt, traceert de Commissie wel de uitgaven uit de EU-begroting voor klimaatactie (“traceren van klimaatuitgaven”). Hiervoor past de Commissie een coëfficiënt van 100 % toe op de begrotingsuitgaven die zij als aanzienlijke bijdrage aan klimaatactie ziet, van 40 % op uitgaven die een matige bijdrage leveren en 0 % op uitgaven die een onbeduidende bijdrage leveren108. Wij hebben in eerdere verslagen van de ERK vastgesteld dat deze methodologie tot een overschatting van de klimaatbijdrage kan leiden. Met name hebben wij kritiek geuit op de methodologie vanwege het te ruim toepassen van de coëfficiënt van 100 %109 en het niet-rapporteren over werkelijke uitgaven en resultaten. Ook hebben we vastgesteld dat de Commissie geen rekening houdt met de negatieve klimaatimpact van sommige door de EU gefinancierde activiteiten110.

80

In het systeem voor de periode 2021‑2027 zullen de door de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de fondsen van het cohesiebeleid ondersteunde activiteiten in sommige gevallen moeten voldoen aan drempels die zijn gebaseerd op de criteria van de EU-taxonomie om te worden gerapporteerd als activiteiten die voor 100 % bijdragen aan klimaatactie111. De Commissie zal de coëfficiënt van 40 % echter blijven toepassen op activiteiten die aan geen enkel criterium van de EU-taxonomie voldoen. Wij hebben vastgesteld dat de criteria van de EU-taxonomie ook op andere gebieden niet worden toegepast in het kader van de benadering bij de EU-begroting om aan klimaatactie gerelateerde uitgaven te traceren (zie kader 5). Het niet consistent toepassen van de EU-taxonomie kan ertoe leiden dat voor het klimaatgedeelte van de herstel- en veerkrachtfaciliteit gegenereerde middelen niet zullen voldoen aan de op de EU-taxonomie gebaseerde criteria die van toepassing zullen zijn voor de EU-norm voor groene obligaties.

Kader 5

De EU-taxonomie bevat strengere criteria ter bepaling van de bijdrage aan klimaatactie in de landbouw vergeleken met het traceringssysteem van de EU-begroting

De technische deskundigengroep stelde voor twee gebieden in de landbouwsector criteria van de EU-taxonomie voor: gewasteelt en veeteelt. Om de activiteit als substantiële bijdrage aan de mitigatie van de klimaatverandering te beschouwen, zetten de deskundigen twee criteria uiteen waaraan moet worden voldaan:

  1. wezenlijke vermijding of vermindering van broeikasgasemissies door productie en bijbehorende praktijken aantonen, en
  2. bestaande koolstofputten in stand houden en koolstofopslag vergroten112.

Deze criteria worden niet toegepast bij het aanmerken van landbouwuitgaven als bijdrage aan klimaatactie.

Ten tijde van onze controle besloot de Commissie om criteria voor landbouwactiviteiten tijdelijk uit de gedelegeerde taxonomieverordening te halen met het oog op grotere samenhang tussen de verschillende instrumenten voor het verwezenlijken van de milieu- en klimaatambities van de Green Deal113. Tegelijkertijd hebben de medewetgevers eventuele verdere wijzigingen van de tracering van klimaatuitgaven in het gemeenschappelijk landbouwbeleid uitgesteld tot na 31 december 2025.

81

Wij hebben vastgesteld dat EU-steun voor investeringen beter moet worden afgestemd op de beginselen van duurzame financiering. De EU geeft bij het verlenen van subsidies niet het goede voorbeeld wat betreft het toepassen van de duurzaamheidscriteria en het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” van de EU-taxonomie. Het toepassen van de criteria van de EU-taxonomie bij het verlenen van subsidies en/of het traceren van uitgaven zou resulteren in nauwkeurigere, meer vergelijkbare en wetenschappelijk onderbouwde traceringsgegevens voor klimaatuitgaven. Door de EU-taxonomie op de EU-begroting toe te passen, zou de EU ook het goede voorbeeld geven en zorgen voor samenhang met de doelstelling van het actieplan om duurzame financiering in de particuliere sector te bevorderen.

Conclusies en aanbevelingen

82

Onze conclusie is dat de EU meer moet doen om particuliere en publieke financiering te heroriënteren naar duurzame investeringen. De maatregelen van het actieplan moeten worden afgerond en moeten gepaard gaan met acties om de sociale en milieukosten van niet-duurzame economische activiteiten beter te weerspiegelen. Bovendien moet de EU consistente criteria toepassen om de duurzaamheid van de door haar gesteunde investeringen te bepalen en inspanningen beter af te stemmen om duurzame investeringsmogelijkheden te creëren.

83

We hebben vastgesteld dat zeven van de tien acties van het actieplan waren gericht op de belangrijke kwestie van het verbeteren van transparantie over de duurzaamheid van economische activiteiten en financiële producten. Slechts één actie was gericht op het aanpakken van de belangrijke kwesties van het verminderen van de risico’s en kosten van het financieren van duurzame investeringen en het aanmoedigen van de ontwikkeling van duurzame projecten. Het actieplan ging niet gepaard met toereikende maatregelen om de milieukosten van niet-duurzame activiteiten te weerspiegelen (zie de paragrafen 15-22).

84

Bij tal van maatregelen van het actieplan werd vertraging opgelopen en zijn verdere stappen nodig voordat zij operationeel worden. De Commissie richtte zich op de opstelling van de EU-taxonomie, die zou kunnen verduidelijken welke activiteiten duurzaam zijn en een grondslag zou kunnen bieden voor informatieverschaffing over duurzaamheid door de particuliere en publieke sector. De inwerkingtreding van de EU-taxonomie heeft aanzienlijke vertraging opgelopen, hetgeen ook de andere, daarop gebaseerde maatregelen vertraagt, zoals de toekenning van een label aan financiële producten en informatieverschaffing over duurzaamheid. Wij zijn van mening dat wanneer de EU-taxonomie in werking treedt, deze een goed wetenschappelijk onderbouwd instrument zou kunnen zijn voor beleggers om investeringsmogelijkheden te screenen en voor bedrijven om hun economische activiteiten af te stemmen op duurzaamheidsdoelstellingen (zie de paragrafen 27-36).

85

De doeltreffendheid van de EU-taxonomie en regelingen voor het toekennen van een label zal grotendeels afhangen van het vrijwillige gebruik ervan en van het feit of hun geloofwaardigheid door adequate verificatie wordt ondersteund. Dit kan problematisch blijken vanwege het aantal en de complexiteit van de criteria van de EU-taxonomie. Daarnaast zullen de blootstelling van de particuliere sector aan duurzaamheidsrisico’s en de impact van bedrijven op het milieu en de samenleving onduidelijk blijven totdat de nieuwe EU-eisen inzake informatieverschaffing volledig van toepassing worden. Naar onze mening heeft de Commissie de regelingen voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten om informatieverschaffing over duurzaamheid door financiëlemarktdeelnemers te verifiëren, nog niet voldoende verduidelijkt; bovendien moeten de voorgestelde regelingen voor de controle van duurzaamheidsrapportage door ondernemingen nog worden goedgekeurd door de wetgever. Voorts zijn maatregelen ter bevordering van investeringen voor de langere termijn nog in voorbereiding en zijn er geen wetgevingsvoorstellen ingediend (zie de paragrafen 37-53).

Aanbeveling 1 — De maatregelen van het actieplan afronden en nalevings- en controleregelingen verduidelijken

Wij bevelen aan dat de Commissie:

  1. vertraagde elementen van regelgevingsmaatregelen van het actieplan, met name de EU-taxonomie, afrondt en follow-up geeft aan de voorbereidende acties op het gebied van corporate governance;
  2. de regelingen voor het verifiëren van beweringen dat onderliggende investeringen van financiële producten zijn afgestemd op de EU-taxonomie, verduidelijkt;
  3. verduidelijkt welke rol auditors en toezichthouders moeten spelen bij het verifiëren van verslaglegging en informatieverschaffing over duurzaamheid door ondernemingen en informatieverschaffing over duurzaamheid door financiëlemarktdeelnemers.

Tijdpad: eind 2022 voor a), b) en c).

86

Zoals aangegeven door de deskundigengroep op hoog niveau zullen de acties van de Commissie voor het heroriënteren van particuliere financiering naar duurzame investeringen niet doeltreffend zijn als negatieve neveneffecten op milieu- en sociaal gebied niet in de prijs van economische activiteiten zijn opgenomen. In deze context merken wij op dat de Commissie inmiddels werkt aan voorstellen voor de herziening van het EU-emissiehandelssysteem en de verordening inzake de verdeling van de inspanningen, die betrekking hebben op bestaande maatregelen voor het terugdringen van emissies in de EU (zie de paragrafen 22-26).

Aanbeveling 2 — Een grotere bijdrage leveren aan duurzame financiering door beprijzing van broeikasgasemissies

Teneinde beter rekening te houden met de milieu- en sociale kosten van niet-duurzame economische activiteiten en duurzame financiering aantrekkelijker te maken, bevelen wij aan dat de Commissie extra maatregelen vaststelt om ervoor te zorgen dat de prijs van broeikasgasemissies de milieukosten ervan beter weerspiegelt.

Tijdpad: eind 2022.

87

Financiële EU-steun voor investeringen is niet gebaseerd op consistente duurzaamheidscriteria. De EIB heeft een belangrijke rol gespeeld bij het verstrekken van financiering voor duurzame projecten tegen gunstige voorwaarden en het beoordelen van de inachtneming van milieu- en sociale normen. De EIB heeft ook duurzame financiering bevorderd door middel van dialoog met beleggers over het toepassen van duurzaamheidscriteria. De vraag naar steun uit het EFSI had echter onvoldoende betrekking op alle sectoren en geografische gebieden waar duurzame investeringen nodig zijn. In vergelijking met andere gebieden ging er minder EFSI-steun voor klimaatactie naar Midden- en Oost-Europa en investeringen op het gebied van aanpassing aan klimaatverandering vertegenwoordigen slechts een klein deel van de door het EFSI ondersteunde financiering. Wij hebben ook vastgesteld dat de rapportageregelingen voor InvestEU geen betrekking hebben op de werkelijke klimaat- en milieuresultaten van de projecten die ten grondslag liggen aan de financiële verrichtingen en dat op grond hiervan geen informatie wordt verschaft over de omvang van de InvestEU-financiering die overeenkomstig de criteria van de EU-taxonomie wordt getraceerd (zie de paragrafen 55-67).

Aanbeveling 3 — Verslag uitbrengen over klimaat- en milieugerelateerde resultaten van InvestEU

Om de transparantie over InvestEU-investeringen en -resultaten te vergroten, bevelen wij aan dat de Commissie:

  1. openbaar maakt hoeveel InvestEU-financiering wordt getraceerd aan de hand van de EU-taxonomie, en
  2. verslag uitbrengt over de klimaatgerelateerde resultaten, zoals de werkelijke reductie van broeikasgasemissies, van relevante afgeronde financieringsverrichtingen.

Tijdpad: vanaf eind 2022.

88

We hebben ook vastgesteld dat de EU geen proactieve benadering heeft gevolgd voor het genereren van een toereikend reservoir aan duurzame projecten. In een vorig verslag hebben wij opgemerkt dat de Europese investeringsadvieshub in Midden- en Oost-Europa weinig adviesopdrachten in prioritaire sectoren, zoals energie en vervoer, had uitgevoerd. We merken op dat later vooruitgang is geboekt bij het richten van ondersteunend advies op deze gebieden en bij het ontwikkelen van projecten die potentieel in het kader van de InvestEU-garantie zouden kunnen worden ondersteund. Op EU-niveau bestaat er echter geen dienst om beleggers actief naar projecten te leiden en het potentieel van nationale energie- en klimaatplannen om duurzame projecten te genereren, wordt onvoldoende benut (zie de paragrafen 69-73).

Aanbeveling 4 — Een reservoir aan projecten genereren

Wij bevelen aan dat de Commissie:

  1. het ondersteunend advies prioritair richt op de gebieden en sectoren met grote behoeften aan duurzame investeringen maar met geringe capaciteit om de nodige projecten te genereren, ook voor aanpassing aan klimaatverandering;
  2. de lidstaten, met het oog op de komende actualisering van de nationale energie- en klimaatplannen, helpt bij het verbeteren van de volledigheid en consistentie van de informatie die zij verschaffen in hun geactualiseerde ontwerpplannen over investeringsbehoeften in de verschillende sectoren en regio's, met inbegrip van de aanpassing aan de klimaatverandering.

Tijdpad: eind 2023.

89

Bij regelingen voor het beoordelen van de duurzaamheid van EU-uitgaven worden de goede praktijken inzake duurzame financiering niet volledig gevolgd wat betreft de toepassing van het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” en wetenschappelijk onderbouwde milieu- en sociale criteria, zoals die welke zijn ontwikkeld voor de EU-taxonomie. Wij hebben vastgesteld dat er geen consistent en bindend vereiste is voor alle door de EU gefinancierde activiteiten om het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” toe te passen. Dat beginsel is weliswaar ingevoerd voor de fondsen die worden gedekt door de verordening gemeenschappelijke bepalingen en de verordening tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, maar het werd bijvoorbeeld niet opgenomen in de relevante wetgeving van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. De Commissie heeft alleen richtsnoeren verstrekt voor de toepassing van het beginsel in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Het gebruik van de criteria van de EU-taxonomie voor de toepassing van het beginsel in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit is echter optioneel. Wij hebben ook geen vereisten aangetroffen in de EU-uitgavenprogramma's, behalve InvestEU, voor de toetsing van individuele investeringen aan sociale en milieunormen die vergelijkbaar zijn met die welke door de EIB worden gebruikt. Dit betekent dat er onvoldoende strikte of verschillende criteria kunnen worden gehanteerd om de ecologische en sociale duurzaamheid te bepalen van dezelfde activiteiten die worden gefinancierd in het kader van verschillende EU-programma's (zie de paragrafen 74-78).

90

De procedures voor het traceren van de bijdrage van de EU-begroting aan klimaatdoelstellingen zijn niet zo streng en wetenschappelijk onderbouwd als de criteria van de EU-taxonomie, tot de toepassing waarvan de EIB zich verbonden heeft. Door de EU-taxonomie niet op de EU-begroting toe te passen, loopt de EU het gevaar haar eigen inspanningen ter bevordering van duurzame financiering in de particuliere sector te ondermijnen. Daarnaast bestaat het risico dat de bijdrage van de EU-begroting aan klimaatactie te hoog wordt ingeschat en dat deze niet te vergelijken is met de traceringsgegevens voor klimaatuitgaven van de EIB en InvestEU. Tot slot loopt de EU het risico dat voor het klimaatgedeelte van de herstel- en veerkrachtfaciliteit gegenereerde middelen niet zullen voldoen aan de op de EU-taxonomie gebaseerde normen die van toepassing zullen zijn voor de EU-norm voor groene obligaties. Dit zou ook gevolgen kunnen hebben voor de bereidheid van de financiële markt om groene obligaties te kopen en de herstel- en veerkrachtfaciliteit te financieren (zie de paragrafen 79-81).

Aanbeveling 5 — Het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” en de criteria van de EU-taxonomie consistent toepassen binnen de gehele EU-begroting

Wij bevelen aan dat de Commissie:

  1. het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” toepast binnen de gehele EU-begroting;
  2. het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” opneemt in het voorstel voor een herziening van het Financieel Reglement;
  3. de criteria van de EU-taxonomie volledig in de EU-methodologie voor de tracering van klimaatuitgaven integreert naarmate deze beschikbaar worden;
  4. de huidige verslaglegging over de bijdrage van de EU-begroting aan klimaatactie aanvult door informatie te verschaffen over de klimaatgerelateerde EU-uitgaven waarvoor een coëfficiënt van 100 % wordt toegepast op basis van de criteria van de EU-taxonomie.

Tijdpad: na de vaststelling van de gedelegeerde handelingen inzake de EU-taxonomie (2022).

91

Tot slot heeft de Commissie pas in juli 2021 verslag uitgebracht over de uitvoering van het actieplan. Bovendien heeft de Commissie geen prestatie-indicatoren ten aanzien van de doelstellingen van het actieplan ontwikkeld. Zonder zulke indicatoren zal het niet mogelijk zijn vorderingen te monitoren en prestaties te evalueren wat betreft het heroriënteren van financiering naar duurzame investeringen (zie de paragrafen 27-29).

Aanbeveling 6 — Monitoren van en verslag uitbrengen over het actieplan inzake duurzame financiering en de toekomstige strategie

Wij bevelen aan dat de Commissie:

  1. gemeenschappelijke prestatie-indicatoren ontwikkelt met het oog op betere monitoring van vorderingen;
  2. verslag uitbrengt over de uitvoering van het actieplan en eventuele nieuwe strategieën inzake duurzame financiering.

Tijdpad: eind 2023.

Dit verslag werd door kamer V onder leiding van de heer Tony Murphy, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op 20 juli 2021.

Voor de Rekenkamer

Klaus-Heiner LEHNE
President

Bijlagen

Bijlage I — Dekking van de belangrijkste aanbevelingen van de deskundigengroep op hoog niveau in het actieplan

Belangrijkste aanbevelingen van de HLEG Relevante delen van het actieplan
1 Een gemeenschappelijke duurzaamheidstaxonomie op EU-niveau vaststellen en in stand houden Actie 1: Een EU-classificatiesysteem voor duurzame activiteiten opzetten
2 De verplichtingen van beleggers verduidelijken om beter rekening te houden met het langetermijnperspectief en duurzaamheidsvoorkeuren

Actie 4: Duurzaamheid integreren in financieel advies

Actie 7: De verplichtingen van institutionele beleggers en vermogensbeheerders verduidelijken

3 Regels inzake informatieverschaffing actualiseren om duurzaamheidsrisico’s volledig transparant te maken, te beginnen met klimaatverandering

Actie 7: De verplichtingen van institutionele beleggers en vermogensbeheerders verduidelijken

Actie 9: Openbaarmaking inzake duurzaamheid en boekhoudkundige regelgeving versterken

4 Kernelementen van een kleinhandelsstrategie inzake duurzame financiering: beleggingsadvies, milieukeur en minimumnormen voor maatschappelijk verantwoord beleggen

Actie 2: Normen en labels voor groene financiële producten creëren

Actie 4: Duurzaamheid integreren in financieel advies

5 Officiële Europese normen en labels inzake duurzaamheid ontwikkelen en toepassen, te beginnen met groene obligaties Actie 2: Normen en labels voor groene financiële producten creëren
6 “Sustainable Infrastructure Europe” oprichten Geen relevante actie in het actieplan
7 Governance en leiderschap (bedrijfscultuur beter afstemmen op een langetermijnvisie) Actie 10: Duurzame corporate governance bevorderen en kortetermijndenken op de kapitaalmarkten verminderen
8 Duurzaamheid in de toezichthoudende taak van de ETA’s opnemen en risicomonitoring uitbreiden

Actie 4: Duurzaamheid integreren in financieel advies

Actie 8: Duurzaamheid in de prudentiële vereisten opnemen

Bijlage II — Uitvoering en uitkomst van de acties in het EU-actieplan

Uitvoering en uitkomst van de acties in het EU-actieplan: “Duurzame groei financieren” tot juli 2021

Actie Nr. In het resultaat van het actieplan geplande uitkomst Geplande/werkelijke uitvoering (status toevoegen) Status Verwachte definitieve uitkomst Wijze van toepassing
Doelstelling 1: Kapitaalstromen naar duurzame investeringen heroriënteren

Actie 1

EU-taxonomie

1. Wetgevingsvoorstel van de Commissie over de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen wordt door de Commissie naar wetgevingsautoriteiten verstuurd Tweede kwartaal 2018/tweede kwartaal 2018 Taxonomieverordening betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen
2. Technisch taxonomieverslag van de technische deskundigengroep (TEG) gericht op mitigatie van en aanpassing aan klimaatverandering Eerste kwartaal 2019/tweede kwartaal 2020 EU-taxonomie inzake mitigatie van en aanpassing aan klimaatverandering
3. Technisch taxonomieverslag van de TEG gericht op de vier resterende milieuactiviteiten (nu is de taak overgenomen door het platform voor duurzame financiering) Tweede kwartaal 2019/? EU-taxonomie inzake water, afval, preventie van verontreiniging en biodiversiteit

Actie 2

Normen en labels

4. TEG-verslag over de EU-norm voor groene obligaties Tweede kwartaal 2019/eerste kwartaal 2020 EU-norm voor groene obligaties
5. Gedelegeerde handeling van de Commissie over het prospectus inzake uitgiften van groene obligaties Tweede kwartaal 2019/? Gestandaardiseerde inhoud van het prospectus voor groene obligaties
6. Technisch ontwerpverslag van het JRC over de EU-milieukeur voor financiële producten ?/vierde kwartaal 2019 Opzet van een vrijwillige EU-brede regeling voor het toekennen van een label aan financiële producten

Actie 3

Duurzame investeringen bevorderen

7. De efficiëntie en impact van instrumenten gericht op ondersteuning van duurzame investeringen verbeteren Terugkerende actie Verbeterde efficiëntie en impact van verschillende EU-instrumenten, inclusief versterkte adviescapaciteit voor het ontwikkelen van duurzame projecten

Actie 4

Duurzaamheid integreren in financieel advies

8. Voorstel van de Commissie voor gedelegeerde handeling inzake MiFID II en richtlijn betreffende verzekeringsdistributie Tweede kwartaal 2018/vierde kwartaal 2020 Beleggingsondernemingen en verzekeringsdistributeurs bieden geschikte producten aan om qua duurzaamheidsvoorkeuren aan de behoeften van hun cliënten te voldoen. Verplichte beoordeling van deze voorkeuren van cliënten bij het verstrekken van advies over verzekeringsgerelateerde beleggingsproducten.
9. De ESMA neemt duurzaamheidsvoorkeuren op in haar richtsnoeren voor de geschiktheidsbeoordeling Vierde kwartaal 2018/vierde kwartaal 2020 ESMA-richtsnoeren voor beleggingsadviseurs en portefeuillebeheerders over de goede praktijken voor het verzamelen van informatie over de voorkeuren van cliënten wat betreft ESG-factoren

Actie 5

Duurzaamheids-benchmarks

10. Gedelegeerde handelingen van de Commissie over de opneming van ESG-factoren in de benchmarkmethodologie Tweede kwartaal 2018/derde kwartaal 2020 Verordening op grond waarvan bedrijven die financiële benchmarks publiceren, moeten uitleggen hoe ESG-criteria in de benchmarkmethodologie worden weerspiegeld
11. Ontwikkeling van twee nieuwe soorten klimaatbenchmarks Tweede kwartaal 2018/tweede kwartaal 2018

Klimaattransitiebenchmark

Op de Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmark

12. TEG-verslag over benchmarks Tweede kwartaal 2019/derde kwartaal 2019 Aanbevelingen over eisen inzake de verschaffing van ESG-informatie en technische minimumeisen voor klimaattransitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde benchmarks van de EU
Doelstelling 2: Duurzaamheid in risicobeheer op financieel gebied mainstreamen

Actie 6

Duurzaamheid in beoordelingen en onderzoek

13. Voortgangsverslag van de Commissie over de maatregelen waarbij kredietbeoordelaars betrokken zijn Derde kwartaal 2019/? Advies over de vereiste maatregelen om de transparantie te vergroten en betere integratie van ESG-factoren in de door kredietbeoordelaars gepubliceerde kredietbeoordelingen
14. Beoordeling van de ESMA van de huidige praktijken op de kredietbeoordelingsmarkt; ESMA-richtsnoeren over de verschaffing van ESG-informatie voor kredietbeoordelaars Tweede kwartaal 2019/tweede kwartaal 2019 ESMA-richtsnoeren over eisen inzake informatieverschaffing die van toepassing zijn op kredietbeoordelingen en integratie van deze richtsnoeren in het toezicht van de ESMA
15. Studie over duurzaamheidsbeoordelingen en -onderzoek Tweede kwartaal 2019/vierde kwartaal 2020 Studie over duurzaamheidsbeoordelingen en -onderzoek

Actie 7

Verplichtingen van beleggers

16. Wetgevingsvoorstel van de Commissie over de verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector Tweede kwartaal 2018/vierde kwartaal 2020 Wijzigingen in de kaders van MiFID II, icbe’s, de AIFM-richtlijn, de richtlijn verzekeringsdistributie en Solvabiliteit II: verduidelijking van de wijze waarop vermogensbeheerders, verzekeringsmaatschappijen en beleggingsadviseurs duurzaamheidsrisico’s in hun bestaande organisatorische en operationele procedures moeten integreren

Actie 8

Prudentiële vereisten

17. Integratie van klimaatrisico’s in het risicobeheersbeleid van instellingen en de eventuele bijstelling van kapitaalvereisten voor banken om rekening te houden met financiëlestabiliteits- en duurzaamheidscriteria van de EU-taxonomie Vierde kwartaal 2019/tweede kwartaal 2019 Integratie van klimaatrisico’s in het risicobeheersbeleid van instellingen en de eventuele bijstelling van kapitaalvereisten voor banken om rekening te houden met financiëlestabiliteits- en duurzaamheidscriteria van de EU-taxonomie
18. Beoordeling van Eiopa van de wijze waarop emittenten via hun activiteiten kunnen bijdragen tot het identificeren, meten en beheersen van risico’s als gevolg van klimaatverandering Derde kwartaal 2019/derde kwartaal 2019 Advies van Eiopa over de wijze waarop verzekeraars via hun beleggings- en emissieactiviteiten kunnen bijdragen tot het identificeren, meten en beheersen van risico’s als gevolg van klimaatverandering
Doelstelling 3: Transparantie en langetermijndenken bij financiële en economische activiteiten stimuleren

Actie 9

Informatie-verschaffing over duurzaamheid

19. Conclusies van de Commissie in het kader van de geschiktheidscontrole inzake openbare bedrijfsrapportage Tweede kwartaal 2019/tweede kwartaal 2021 De conclusies van de geschiktheidscontrole moeten worden verwerkt in het voorstel van de Commissie voor de herziening van de richtlijn niet-financiële rapportage (NFI-richtlijn)
20. Herziening van de richtsnoeren inzake niet-financiële informatie ten aanzien van klimaatgerelateerde informatie van grote organisaties van openbaar belang (meer dan 500 werknemers) Tweede kwartaal 2019/tweede kwartaal 2019 Aanvulling op de NFI-richtlijn: richtsnoeren om klimaatgerelateerde informatie te integreren met andere financiële en niet-financiële informatie
21.

Voorstel op grond waarvan vermogensbeheerders en institutionele beleggers informatie moeten verschaffen over de wijze waarop zij rekening houden met duurzaamheidsfactoren in hun beleggingsbesluiten

Tweede kwartaal 2018/tweede kwartaal 2018

Nieuwe transparantie-eisen voor vermogensbeheerders en institutionele beleggers ten aanzien van:

– integratie van duurzaamheidsrisico’s in beleggingsbesluiten

– aandacht voor belangrijke nadelige gevolgen van beleggingsbesluiten voor duurzaamheid

– informatie over verenigbaarheid van beloningsbeleid met de integratie van duurzaamheidscriteria

22. Oprichting van een Europees bedrijfsrapportagelab bij de EFRAG Derde kwartaal 2018/derde kwartaal 2018 Het Europees bedrijfsrapportagelab moet innovatie stimuleren op het gebied van bedrijfsrapportage en dialoog bevorderen tussen rapporterende bedrijven, gebruikers en andere belanghebbenden
23. Systematisch verzoek van de Commissie aan de EFRAG om de impact van de nieuwe IFRS op duurzame investeringen te beoordelen Terugkerende actie In 2019 heeft de voorzitter van de IASB laten weten dat de IFRS-stichting niet is toegerust om haar activiteiten uit te breiden tot duurzaamheidsrapportage en zich dient te concentreren op de behoefte van beleggers aan financiële informatie. De IASB besloot geen rekening te houden met duurzaamheidseffecten bij het ontwikkelen van IFRS
24. De Commissie verzoekt de EFRAG te onderzoeken of er andere boekhoudkundige behandelingen dan waardering tegen reële waarde mogelijk zijn voor langetermijnbeleggingsportefeuilles van eigenvermogensinstrumenten en soortgelijke instrumenten Tweede kwartaal 2018/eerste kwartaal 2020 Na ontvangst van het technisch advies van de EFRAG heeft de Commissie samen met de IASB, in de context van de evaluatie na uitvoering van IFRS 9 door de IASB, gewerkt aan het herinvoeren van recycling voor eigenvermogensinstrumenten als een wijziging van de IASB in IFRS 9. De IASB heeft de uitsteloptie voor verzekeraars om IFRS 9 toe te passen, verlengd tot 1 januari 2023. Verzekeraars zijn een belangrijke groep van langetermijnbeleggers en hoeven nog niet te worden beperkt door IFRS 9 inzake niet-recycling.
25. Verslag van de Commissie over het effect van IFRS 9 op langetermijnbeleggingen Vierde kwartaal 2018/?

Actie 10

Duurzame corporate governance

26. Beoordeling van mogelijke manieren om duurzame corporate governance te bevorderen Tweede kwartaal 2019/eerste kwartaal 2020

Studie over due diligence-vereisten in de toeleveringsketen:

1. noodzaak dat raden van bestuur een duurzaamheidsstrategie openbaar maken

2. noodzaak dat bestuurders handelen naar het belang van het bedrijf op de lange termijn

3. onderzoek naar overmatige kortetermijndruk

27. Verslag van de ESMA, EBA en Eiopa over overmatige kortetermijndruk Eerste kwartaal 2019/vierde kwartaal 2019 Advies: via uitdrukkelijkere wettelijke bepalingen inzake duurzaamheid een langeretermijnperspectief onder financiële instellingen aanhouden
Op tijd uitgevoerd Met vertraging uitgevoerd Niet uitgevoerd Terugkerend Verplichte instrumenten Vrijwillige instrumenten Onderzoek en studies

Bron: ERK.

Bijlage III — Belangrijkste en recentste ontwikkelingen betreffende het actieplan

Actieplan Belangrijkste en recentste ontwikkelingen

Actie 1:

Een EU-classificatiesysteem voor duurzame activiteiten opzetten

  • In maart 2020 maakte de Commissie Taxonomy: Final report of the Technical Expert Group on Sustainable Finance bekend inclusief aanbevelingen over het ontwerp van de EU-taxonomie. In de technische bijlage, die een aanvulling vormt op het verslag, worden de technische screeningcriteria voor economische activiteiten voorgesteld die substantieel kunnen bijdragen aan mitigatie van of aanpassing aan klimaatverandering.
  • De taxonomieverordening betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen werd in juni 2020 vastgesteld.
  • In november 2020 maakte de Commissie een ontwerp van gedelegeerde handeling bekend tot invoering van de technische screeningcriteria voor mitigatie van of aanpassing aan klimaatverandering.
  • In april 2021 maakte de Commissie het gewijzigde ontwerp van gedelegeerde handeling bekend tot invoering van de technische screeningcriteria voor mitigatie van of aanpassing aan klimaatverandering. De gedelegeerde handeling werd vastgesteld in juni 2021 en zal met ingang van 1 januari 2022 van toepassing zijn.

Actie 2:

Normen en labels voor groene financiële producten creëren

Actie 3:

Investeringen in duurzame projecten bevorderen

  • Vaststelling van de InvestEU-verordening in maart 2021 en verhoging van de middelen voor klimaatactie tot 30 % van de EU-begroting.

Actie 4:

Duurzaamheid integreren in de verlening van financieel advies

  • De geactualiseerde ESMA-richtsnoeren bepalen alleen dat de integratie van duurzaamheid in financieel advies “een goede praktijk zou zijn”.
  • De gedelegeerde verordeningen betreffende de inachtneming van de duurzaamheidsvoorkeuren van particuliere cliënten bij financieel advies werden op 21 april 2021 door de Commissie vastgesteld. Zij hebben betrekking op beleggings- en verzekeringsadvies.

Actie 5:

Duurzaamheidsbenchmarks ontwikkelen

Actie 6:

Duurzaamheid beter integreren in kredietbeoordelingen en marktonderzoek

Actie 7:

De verplichtingen van institutionele beleggers en vermogensbeheerders verduidelijken

  • Op 24 juli 2018 heeft de Commissie de ETA's verzocht technisch advies uit te brengen over mogelijke wijzigingen van gedelegeerde handelingen wat betreft de integratie van duurzaamheidsrisico’s en -factoren in de procedures en organisatie, het productoverzicht en de productgovernance door bepaalde financiële entiteiten (waaronder vermogensbeheerders, institutionele beleggers, verzekeringsmaatschappijen en beleggings- en investeringsadviseurs).
  • De ETA's hebben hun eindverslag over technisch advies op 30 april 2019 ingediend bij de Commissie.
  • De gedelegeerde verordeningen betreffende de integratie van duurzaamheidsrisico’s werden op 21 april 2021 vastgesteld door de Commissie.

Actie 8:

Duurzaamheid in de prudentiële vereisten opnemen

Actie 9:

Informatieverschaffing over duurzaamheid door ondernemingen versterken

  • In 2018 richtte de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) op verzoek van de Commissie het Europees bedrijfsrapportagelab op.
  • In 2019 publiceerde de Commissie richtsnoeren inzake de bekendmaking van klimaatgerelateerde informatie, voortbouwend op de input van de technische deskundigengroep voor duurzame financiering.
  • Uit de conclusies van de geschiktheidscontrole blijkt dat de NFI-richtlijn niet adequaat beantwoordt aan de vraag naar informatie van verschillende groepen belanghebbenden, voornamelijk beleggers en maatschappelijke organisaties. Beleggers moeten een beter inzicht in duurzaamheidsrisico’s krijgen. Sommigen van hen vragen om financiële producten waarmee actief milieu- en sociale problemen worden aangepakt, en hebben daarom ook informatie over de impact daarvan nodig. Maatschappelijke organisaties moeten ondernemingen ter verantwoording roepen voor hun impact en moeten dus toegang krijgen tot deze informatie.
  • In 2020 verstrekte het Europees bedrijfsrapportagelab zijn eerste verslag over het verbeteren van klimaatgerelateerde rapportage. De Commissie gaf het Europees bedrijfsrapportagelab opdracht voorbereidende werkzaamheden te verrichten op het gebied van mogelijke niet-financiële EU-rapportagenormen. In april 2021 maakte de Commissie het voorstel voor een richtlijn betreffende duurzaamheidsrapportage door ondernemingen tot herziening van de NFI-richtlijn bekend, ondersteund door de geschiktheidscontrole inzake het EU-kader voor openbare rapportage door bedrijven.
  • Het in het actieplan geplande “verslag van de Commissie over het effect van IFRS 9 op langetermijnbeleggingen” werd niet opgesteld. De Commissie is van oordeel dat een dergelijke analyse momenteel niet relevant is vanwege herziene regels voor boekhoudkundige behandeling van financiële activa door verzekeringsmaatschappijen.
  • In 2019 stelden het Europees Parlement en de Raad de verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector vast. De medewetgevers verzochten de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s) om tegen december 2020 ontwerpen van normen voor aan duurzaamheid gerelateerde informatie en indicatoren te ontwikkelen. In februari 2021 maakten de ETA’s de ontwerpen van technische reguleringsnormen voor de inhoud en methodologie van de verschaffing van informatie uit hoofde van de verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector bekend, die na goedkeuring door de Commissie vanaf maart 2021 van toepassing moeten zijn. Tegen december 2021 moeten de ETA’s ook ontwerpnormen voor informatieverschaffing over nadelige gevolgen op het gebied van sociale aangelegenheden, mensenrechten, corruptiebestrijding en bestrijding van omkoping opstellen. Dan pas zal de Commissie deze regels in gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vaststellen.
  • Op 6 juli 2021 heeft de Commissie een gedelegeerde handeling tot aanvulling van artikel 8 van de taxonomieverordening vastgesteld, waarin de inhoud, methodologie en presentatie van de door financiële en niet-financiële ondernemingen te rapporteren informatie wordt gespecificeerd.

Actie 10:

Duurzame corporate governance bevorderen en kortetermijndenken op de kapitaalmarkten verminderen

Bron: ERK.

Bijlage IV — Tijdschema van de EU-taxonomie

Bron: ERK.

Bijlage V — Nationale energie- en klimaatplannen (NECP's): ramingen en omschrijving van investeringsbehoeften door de lidstaten

Lidstaten Beschrijving van de investeringsbehoeften Bedrag
Oostenrijk Geraamd totaal investeringsvolume voor elke dimensie van de energie-unie voor de periode tot 2030. Het nationale energie- en klimaatplan bevat geen algemene beoordeling van de financieringsbronnen voor de vereiste investeringen. 166 -173 miljard EUR
België Investeringsbehoeften voor zes domeinen (digitale transitie, cyberveiligheid, onderwijs, gezondheidszorg, energie, mobiliteit); geen verbanden tussen behoefteramingen en de maatregelen in het definitieve nationale energie- en klimaatplan 144 -155 miljard EUR
Bulgarije

Totale investeringsbehoeften gedurende de periode 2021‑2030;

Gebrek aan informatie over: soorten kosten en methodologie voor raming, uitsplitsing van kosten per dimensie, de onderliggende logica van het model en aannamen, en het percentage investeringsbehoeften dat door elke bron zou worden gedekt

42,7 miljard EUR
Kroatië Raming van totale investeringen in de periode 2021‑2030; gedeeltelijke analyse van investeringskosten en -bronnen 19 miljard EUR (141 miljard HRK)
Cyprus Geraamde totale vereiste investeringskosten (waaronder EU-fondsen, nationale financiering en particuliere financiering) 1,4 miljard EUR
Geraamde vereiste financiering (waaronder EU-fondsen en nationale financiering) 0,7 miljard EUR
Tsjechië Geraamde totale investeringen; geen algemeen overzicht van investeringsbehoeften en -financiering, geen informatie over marktrisico’s

0,038-0,19 miljard EUR

(1-5 miljard CZK)

Denemarken Geaccumuleerde publieke en particuliere investeringsstromen waarvoor de enegieovereenkomst de aanleiding vormt (huishoudens, industrie, elektriciteit, gas en stadsverwarming)

13-24 miljard EUR

(100-180 miljard DKK)

Estland Vereiste uitgaven in de publieke sector in 2021‑2030 voor het uitvoeren van maatregelen in de energiesector 226 miljoen EUR/jaar
Finland In het plan worden geraamde cijfers verstrekt over de volgende sectorale investeringsbehoeften: spoorweginfrastructuur, productie van biobrandstoffen, hernieuwbare elektriciteit, een ruwe schatting van de vraag voor het elektriciteitsnet. Het plan bevat niet alle geraamde investeringen die nodig zijn voor de periode 2020‑2030. Het plan bevat niet alle details over de investeringsbronnen die nodig zijn om de doelstelling te behalen. 11 miljard EUR
Frankrijk Totale kosten (gebouwen, vervoer, energie en elektriciteitsnetten)

2019‑2023: 46 miljard EUR/jaar

2024‑2028: 64 miljard EUR/jaar

2029‑2033: 85 miljard EUR/jaar

Duitsland Extra investeringen in het klimaatactieprogramma als gevolg van geplande beleidslijnen en maatregelen op het gebied van omschakeling in de periode 2021‑2030 (in de eindvraagsectoren bedraagt het bedrag 184 miljard EUR in dezelfde periode); het plan bevat geen raming voor niet aan energie gerelateerde investeringsbehoeften voor sectoren zoals landbouw en industrie. 95,2 miljard EUR
Griekenland Ramingen van investeringen op de kerngebieden van het nationale energie- en klimaatplan voor de periode 2020‑2030; het plan bevat geen analyse van de kloof tussen de investeringsbehoeften en beschikbare financieringsbronnen. 43,8 miljard EUR
Hongarije In de geanalyseerde periode 2016‑2040 de extra, volledig gedisconteerde systeemkosten in het scenario met aanvullende maatregelen 57 miljard EUR/20 401 miljard HUF (gemiddelde jaarlijkse waarde van 1,64 miljard EUR/582,9 miljard HUF)
Ierland In het nationale ontwikkelingsplan 2018‑2027 worden investeringsprioriteiten voor klimaatactie voor de tienjarige periode uiteengezet; in het definitieve nationale energie- en klimaatplan worden de totale investeringsbehoeften om de doelstellingen en ambities uit het scenario met aanvullende maatregelen niet beoordeeld, hoewel wordt gewezen op de noodzaak particuliere investeringen te mobiliseren. 21,8 miljard EUR
Italië Cumulatieve extra investeringen die tussen 2017 en 2030 nodig zijn voor het nationale energiesysteem 180 miljard EUR
Letland Vereiste investeringen om de energiedoelstellingen voor 2030 te behalen 8,2 miljard EUR
Litouwen Financieringsbehoeften voor geplande beleidslijnen en maatregelen voor 2021‑2030 (energie-efficiëntie, vervoer, land- en bosbouw, industrie, afvalbeheer, BKG-reductiemaatregelen, aanpassing aan klimaatverandering)

Totale vereiste middelen: 14 miljard EUR

Vereiste overheidsmiddelen: 9,8 miljard EUR

Luxemburg Investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie (diverse scenario’s) gepresenteerd tot 2040; het plan bevat geen andere BKG-reductiemaatregelen zoals investeringen in openbaar vervoer; financieringsbronnen niet consequent gekoppeld aan beleidsdoelstellingen; geen onderscheid tussen particuliere en publieke financieringsbronnen. Daarom is het niet mogelijk de directe impact van de maatregelen van het de nationale energie- en klimaatplan op de overheidsfinanciën te kwantificeren 7,95 miljard EUR
Malta De totale niet-gedisconteerde kosten gedragen door de regering voor 2018‑2030 (investeringskosten per sector, investeringen opgesplitst naar technologie, jaarlijkse investeringen in huishoudens). Het definitieve plan bevat een uitsplitsing van financieringsbronnen, maar is onvoldoende gedetailleerd. De nationale begroting is de impliciete bron van het grootste deel van de financiering, met ruimte voor EU-financiering indien nodig, zonder verdere informatie over het percentage investeringsbehoeften dat eventueel met de EU-financieringsprogramma’s wordt gedekt. 1,66 miljard EUR
Nederland Cumulatieve investeringen 2019‑2030 (cluster: gebouwde omgeving, nieuwe constructies, bestaande niet voor bewoning bestemde gebouwen, bestaande woningen, mobiliteit, hernieuwbare brandstoffen, bevordering van elektrische auto's, vrachtvervoer, landbouw en landgebruik, industrie, elektriciteitsopwekking, enz.) 56-75 miljard EUR
Polen Investeringsbehoeften voor 2021‑2030 ongeveer 195 miljard EUR
Portugal Geraamde totale en extra investeringen voor neutraliteit van de energiesector 2016‑2030 (elektriciteit, vervoer, bouwsector, overig). Het plan bevat geen details over de gebruikte methodologie om tot deze ramingen te komen en bevat geen informatie over bronnen uit regionale begrotingen

Extra: 10,8-14,7 miljard EUR

Totaal: 407-431 miljard EUR

Roemenië Waarde totale investeringen voor 2021‑2030 (energievraag, elektriciteitsnetten, energiecentrales, stoomketels); het plan bevat een gedeeltelijke beoordeling van de investeringsbehoeften en -uitgaven, financieringsbronnen en andere relevante informatie ongeveer 150 miljard EUR
Slowakije Totale investeringskosten om de streefdoelen inzake hernieuwbare energiebronnen te behalen; de vastgestelde investeringsbehoeften zijn niet uitgebreid gekoppeld aan potentiële financieringsbronnen 4,3 miljard EUR
Renovatie van openbare gebouwen: totale geraamde financieringskosten voor maatregelen in de publieke sector voor 2021‑2030 1,24 miljard EUR
Investeringskosten met betrekking tot het koolstofvrij maken van elektriciteitsopwekking 0,18 miljard EUR/jaar
Investeringskosten met betrekking tot het koolstofvrij maken van warmteopwekking 0,25 miljard EUR/jaar
Slovenië Overzicht van totale investeringsbehoeften voor 2021‑2030. Het plan bevat geen uitgebreid overzicht van de gekwantificeerde financieringsbronnen voor elk investeringsgebied. De complementariteit van verschillende financieringsbronnen is evenmin geanalyseerd. Het plan bevat geen beoordeling van investeringsbronnen op regionaal niveau 22 miljard EUR
Spanje Vereiste totale investeringen om de streefdoelen van het geïntegreerde nationale energie- en klimaatplan voor 2021‑2030 te behalen (besparingen en doelmatigheid, hernieuwbare energie, netwerken en elektrificatie, andere maatregelen) 241 miljard EUR
Zweden Behalve wat betreft elektriciteitsproductiecapaciteit en distributie-infrastructuur bevat het nationale energie- en klimaatplan geen beoordeling van de investeringsbehoeften of beoogde financieringsbronnen om de klimaat- en energiedoelstellingen van Zweden te behalen 14,5 miljard EUR (150 miljard SEK)

Bron: ERK.

Bijlage VI — Nieuwe strategie van de Commissie voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie

In juli 2021 publiceerde de Commissie de "Strategie voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie", die later de “strategie van 2021 voor duurzame financiering” werd genoemd. In dit document erkent de Commissie dat er meer werk is vereist voor de uitvoering van het actieplan van 2018 en bevestigt zij haar inzet om deze te voltooien. De Commissie is van mening dat het nieuwe strategisch document ter bevordering van duurzame financiering nodig is in het licht van de nieuwe mondiale context en het zich ontwikkelende inzicht in wat nu nodig is om de duurzaamheidsdoelstellingen te halen.

In de strategie van 2021 voor duurzame financiering worden de volgende vier belangrijke gebieden aangewezen waar aanvullende maatregelen vereist zijn:

Bron: ERK, op basis van gegevens van de Europese Commissie.

Binnen deze vier prioriteiten plant de Commissie de volgende specifiekere maatregelen om het kader voor duurzame financiering te consolideren en te voltooien:

1)  Economische actoren helpen hun transitie-inspanningen te financieren (Maatregel 1)

  1. Transitie-inspanningen in de richting van duurzaamheid erkennen
  2. Bijkomende duurzame activiteiten die nog niet onder de vastgestelde gedelegeerde handeling vallen, opnemen in de EU-taxonomie
  3. Het kader van normen en labels voor duurzame financiering uitbreiden

2)  De toegang tot duurzame financiering verbeteren voor particulieren en kleinere ondernemingen (Maatregel 2)

  1. Individuele beleggers en kmo’s kansen bieden om toegang te krijgen tot duurzame financieringsmogelijkheden
  2. De kansen die digitale technologieën bieden voor duurzame financiering benutten
  3. Betere bescherming van verzekeringen tegen klimaat- en milieurisico’s bieden
  4. Geloofwaardige sociale investeringen ondersteunen
  5. De risicodeling tussen publieke en particuliere beleggers vergroten, het gebruik van groene begrotingsinstrumenten door de lidstaten verhogen en de mainstreaming van klimaat en biodiversiteit in de EU-begroting versterken

3)  De financiële sector ertoe brengen bij te dragen aan de doelstellingen van de Green Deal (Maatregelen 3, 4 en 5)

  1. De economische en financiële veerkracht ten aanzien van duurzaamheidsrisico’s versterken (financiële verslaglegging en boekhouding, kredietratings, duurzaamheidsrisicobeheer door banken en verzekeraars, financiële stabiliteit)
  2. De bijdrage van de financiële sector aan de transitie-inspanningen versnellen (i. informatieverstrekking door financiële instellingen, fiduciaire verplichtingen van beleggers, vergelijkbaarheid van ESG-onderzoek en -ratings, ii. monitoring van de risico’s op groenwassen, meting van kapitaalbehoeften en -stromen)

4)  Internationale consensus over duurzame financiering bevorderen (Maatregel 6)

  1. Deelnemen aan internationale fora
  2. Gebruikmaken van het Internationaal Platform voor duurzame financiering (International Platform on Sustainable Finance — IPSF)
  3. Lage- en middeninkomenslanden ondersteunen

Met de relevante uitvoering van de volgende acties en maatregelen van de strategie van 2021 voor duurzame financiering kan in de toekomst gevolg worden gegeven aan enkele van de opmerkingen en aanbevelingen in dit speciaal verslag:

Onderwerp van de opmerkingen en aanbevelingen in dit speciaal verslag Acties en maatregelen van de Commissie in het kader van de strategie van 2021 voor duurzame financiering
Voltooiing van de maatregelen van het actieplan 1 c): De Commissie zal technische screeningcriteria toevoegen voor duurzame activiteiten die nog niet onder de eerste gedelegeerde EU-taxonomieverordening klimaat vallen.
1 d): De Commissie zal nog een gedelegeerde taxonomiehandeling vaststellen die betrekking heeft op de resterende vier milieudoelstellingen.
3 a): De Commissie zal streven naar standaarden voor financiële verslaglegging die de normen voor duurzaamheidsrisico’s op passende wijze weerspiegelen, en zij zal de boekhouding van natuurlijk kapitaal aanmoedigen.
3 b): De Commissie zal actie ondernemen om ervoor te zorgen dat relevante ESG-risico’s op transparante wijze en systematisch in ratings en ratingoutlooks worden opgenomen.
3 c): De Commissie zal wijzigingen in de VKV en RKV voorstellen om ervoor te zorgen dat ESG-factoren consequent worden opgenomen in de risicobeheersystemen van banken.
3 d): De Commissie zal bij de komende herziening van de Solvabiliteit II-richtlijn (2021) wijzigingen voorstellen om duurzaamheidsrisico’s consequent in het prudentiële kader voor verzekeraars te integreren.
4 c): De Commissie zal maatregelen nemen om de beschikbaarheid, integriteit en transparantie van ESG-marktonderzoek en -ratings te verbeteren.
Verduidelijking van nalevings- en controleregelingen 5 a): De Commissie zal toezichthouders in staat stellen om groenwassen aan te pakken — monitoring van het risico op groenwassen, en het huidige instrumentarium voor toezicht en handhaving waarover de bevoegde autoriteiten beschikken, beoordelen en evalueren zodat de toezichtbevoegdheden, -capaciteiten en -verplichtingen geschikt zijn voor het beoogde doel, met ondersteuning van de Europese toezichthoudende autoriteiten.
Een reservoir aan projecten genereren 2 a): De Commissie zal retailbeleggers en kmo’s kansen bieden om toegang te krijgen tot duurzame financieringsmogelijkheden — het InvestEU-programma zal voorzien in mechanismen voor risicovermindering, terwijl de kmo-pijler van het programma voor de eengemaakte markt adviesdiensten voor kmo’s zal aanbieden via het Enterprise Europe Network en het gezamenlijk clusterinitiatief.
2 e): De Commissie zal werken aan groene begrotings- en risicodelingsmechanismen — dankzij het InvestEU-programma zullen de EIB-groep, nationale stimuleringsbanken en andere financiële instellingen capaciteit voor risicoactiviteiten alsmede ondersteuning voor gerelateerde adviesinitiatieven verkrijgen.
Het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” en de criteria van de EU-taxonomie consistent toepassen binnen de gehele EU-begroting. 2 e): De Commissie zal werken aan groene begrotings- en risicodelingsmechanismen. — de Commissie blijft zich inzetten voor de ontwikkeling van geactualiseerde en versterkte traceringsmethoden voor zowel klimaat als biodiversiteit. Deze traceringsmethoden zullen van cruciaal belang zijn om erop toe te zien dat de uitgaven voor klimaat en biodiversiteit in het meerjarig financieel kader 2021‑2027 overeenstemmen met de ambitie van de EU.
Monitoren van en verslag uitbrengen over het actieplan inzake duurzame financiering en de toekomstige strategie. 5 b): De Commissie zal een robuust monitoringkader ontwikkelen om de door het financiële stelsel van de EU geboekte vooruitgang te meten.
5 c): De Commissie zal de samenwerking tussen de autoriteiten verbeteren om te werken aan een gemeenschappelijke aanpak voor het toezicht op een ordelijke transitie, en zij zal monitoren of het financiële stelsel van de EU strookt met de doelstellingen van de Green Deal.

Bron: ERK.

Acroniemen en afkortingen

BKG: broeikasgas

ECB: Europese Centrale Bank

ECRL: Europees bedrijfsrapportagelab (European Corporate Reporting Lab)

EFRAG: European Financial Reporting Advisory Group

EFSI: Europees Fonds voor strategische investeringen

EIB: Europese Investeringsbank

ESG: ecologisch, sociaal en governance

ESMA: Europese autoriteit voor effecten en markten

EU: Europese Unie

EU-ETS: EU-emissiehandelssysteem (EU Emissions Trading Scheme)

HLEG: deskundigengroep op hoog niveau (High-level Expert Group)

IFRS: internationale standaard voor financiële verslaglegging (International Financial Reporting Standard)

JRC: Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (Joint Research Centre)

MFK: meerjarig financieel kader

NECP: nationaal energie- en klimaatplan (national energy and climate plan)

NFI-richtlijn: richtlijn niet-financiële rapportage

RRF: herstel- en veerkrachtfaciliteit

TEG: technische deskundigengroep (Technical Expert Group)

Verklarende woordenlijst

Aanpassing aan klimaatverandering: het verminderen van de kwetsbaarheid van landen en gemeenschappen ten aanzien van klimaatverandering door ervoor te zorgen dat zij de gevolgen ervan beter kunnen opvangen.

Beginsel “geen ernstige afbreuk doen”: het beginsel dat economische activiteiten milieu- of sociale doelstellingen niet in aanzienlijke mate in gevaar mogen brengen.

Broeikasgas: een gas in de atmosfeer — zoals koolstofdioxide of methaan — dat straling absorbeert en uitzendt en warmte tegenhoudt, zodat het oppervlak van de aarde wordt verwarmd door wat ook bekend is als het broeikaseffect.

Duurzaamheidsrapportage: rapportage door bedrijven of organisaties over de economische, milieu- en sociale effecten van hun activiteiten en hun blootstelling aan duurzaamheidsrisico’s.

Duurzaamheidsrisico’s: een gebeurtenis of omstandigheid op ecologisch, sociaal of governancegebied die, indien ze zich voordoet, een werkelijk of mogelijk materieel negatief effect op de waarde van de belegging kan veroorzaken.

Duurzame financiering: de integratie van ecologische, sociale en governanceoverwegingen in zakelijke en investeringsbesluiten in de financiële sector.

Duurzame investering: investeringen in een economische activiteit die bijdraagt aan een milieu- of sociale doelstelling, mits dergelijke investeringen geen ernstige afbreuk doen aan andere van die doelstellingen en de onderneming waarin is belegd, goede governancepraktijken toepast.

Duurzame ontwikkeling: een benadering van ontwikkeling waarbij rekening wordt gehouden met langetermijnvereisten, zoals duurzaamheid van de resultaten, bescherming van het milieu en natuurlijke hulpbronnen, en sociale en economische billijkheid.

Ecologische, sociale en governancefactoren: reeks normen gebruikt door beleggers en andere belanghebbenden om de niet-financiële prestaties van een bedrijf te beoordelen.

Europese Green Deal: de in 2019 vastgestelde groeistrategie van de EU, die tot doel heeft de EU tegen 2050 klimaatneutraal te maken.

EU-taxonomie: EU-classificatiesysteem voor het vaststellen van de mate waarin economische activiteiten ecologisch duurzaam zijn.

Groenwassen: ongerechtvaardigd beweren dat een product het milieu ondersteunt en aan milieunormen voldoet.

InvestEU: een investeringssteunmechanisme voor het mobiliseren van particuliere investeringen in projecten van strategisch belang voor de EU; het kwam in 2021 in de plaats van het EFSI.

Klimaatactie: actie om klimaatverandering en de effecten ervan te bestrijden.

Klimaatneutraliteit: situatie waarin menselijke activiteiten geen netto-effect op het klimaat hebben.

Klimaatrisico: potentiële negatieve gevolgen van zowel klimaatverandering als de transitie naar een emissiearme samenleving.

Klimaatverandering: veranderingen in het klimaatsysteem van de aarde die tot nieuwe weerspatronen op de lange termijn leiden.

Kortetermijndenken: focus op kortermijnperspectieven door zowel bedrijfsmanagers als financiële markten, waarbij belangen van aandeelhouders op korte termijn prioriteit krijgen boven langetermijngroei van het bedrijf.

Mitigatie van klimaatverandering: het verminderen of beperken van de uitstoot van broeikasgassen vanwege hun effect op het klimaat.

Tracering van klimaatuitgaven: monitoring van vooruitgang bij het behalen van de streefdoelen van uitgaven voor klimaatactie.

Antwoorden van de Commissie en de EIB

https://www.eca.europa.eu/nl/Pages/DocItem.aspx?did=59378

Voetnoten

1 Verenigde Naties, Overeenkomst van Parijs, 2015.

2 Commissie, EU-aanpak van duurzame ontwikkeling.

3 ECB, Financial Stability Review, mei 2019; FSB-verslag The implications of climate change for financial stability.

4 ECB, Hoe goed is de financiële sector bestand tegen klimaatverandering? Een stresstest, 2021.

5 Commissie, Staat van de Unie: Vragen & Antwoorden over het klimaatdoelstellingsplan voor 2030, 2020.

6 Commissie, Investeringsplan voor een duurzaam Europa — Investeringsplan voor de Europese Green Deal, 2020, voetnoot op blz. 1.

7 McKinsey & Company, How the European Union could achieve net-zero emissions at net-zero cost, 2020.

8 Commissie, Register of Commission Expert Groups and Other Similar Entities.

9 Commissie, High-Level Expert Group on sustainable finance (HLEG).

10 Eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering, 2018.

11 EIB en Bruegel, Investment and growth in the time of climate change, 2012.

12 Eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering, 2018, blz. 11; blz. 88-89.

13 OESO, Sustainable and Resilient Finance: Making sense of the environmental pillar in ESG investing, 2020.

14 Eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering, 2018, blz. 11.

15 Commissie, Impact assessment accompanying the proposal for a directive on corporate sustainability reporting, 2021.

16 IMF, Global Financial Stability Report, October 2019, Chapter 6: Sustainable Finance, 2019.

17 Eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering, 2018, blz. 9.

18 Idem, blz. 35.

19 Commissie, Actieplan: duurzame groei financieren, 2018.

20 Commissie, Mededeling over de strategie voor de financiering van de transitie naar een duurzame economie, 2021.

21 Acties 1, 2, 4, 5, 6, 7 en 9.

22 ERK, Het emissiehandelssysteem van de EU: gerichtere toewijzing van kosteloze rechten noodzakelijk, 2020.

23 Commissie, Klimaatverandering — actualisering van het EU-emissiehandelssysteem (ETS), 2020.

24 Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG.

25 CERRE, The COVID-19 crisis: a crash test for EU Energy and Climate Policies, 2020.

26 ERCST(2021) – The Review of the Market Stability Reserve (MSR), 2021.

27 International Carbon Action Partnership, EU Emissions Trading System (EU ETS), 2021.

28 Verordening (EU) 2018/842, verordening inzake de verdeling van de inspanningen, 2018.

29 EEA, Trends and Projections in Europe 2020, 2020.

30 Taxfoundation.org, Carbon Taxes in Europe, 2020.

31 ECB, The implications of fiscal measures to address climate change, 2020.

32 Punt 2.1.1. van COM(2019) 640 final — De Europese Green Deal.

33 Commissie, Werkprogramma van de Commissie voor 2021.

34 Euractiv, EU countries have 'no concrete plans’ to phase out fossil fuel subsidies: report, 2019.

35 COM(2020) 950 final, bijlage 2 —Bijlage — Verslag over de stand van de energie-unie 2020 overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie.

36 Oostenrijk, België, Bulgarije,Duitsland, Denemarken, Griekenland, Finland, Frankrijk,Italië, Litouwen, Letland, Portugal en Spanje.

37 Europees Parlement, Sustainable finance — EU Taxonomy.

38 Internationaal platform inzake duurzame financiering, Annual Report, oktober 2020.

39 TEG, Taxonomy: Final report of the Technical Expert Group on Sustainable Finance, 2020, blz. 26-50.

40 ECB, ECB to accept sustainability-linked bonds as collateral, 2020.

41 Fitch Ratings, ECB’s Green Bonds Buying to Boost Eligible Issuers’ Liquidity, 2020.

42 Commissie, Platform on sustainable finance.

43 Commissie, Platform on sustainable finance, Technical work: Subgroups.

44 Commissie, Feedback ontvangen over: Duurzame financiën — EU-classificatie voor groene investeringen.

45 Commissie, Gedelegeerde Verordening tot aanvulling van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad door technische screeningcriteria vast te stellen om de voorwaarden te bepalen waaronder een specifieke economische activiteit kan worden aangemerkt als substantieel bijdragend aan de mitigatie van klimaatverandering of de adaptatie aan klimaatverandering, en om uit te maken of die economische activiteit niet ernstig afbreuk doet aan een van de andere milieudoelstellingen, 2021.

46 TEG, Taxonomy Report: Technical Annex, 2020.

47 JRC, Technical assessment of nuclear energy with respect to the 'do no significant harm’ criteria of Regulation (EU) 2020/852 ('Taxonomy Regulation’), 2021.

48 TEG, Taxonomy: Final report of the Technical Expert Group on Sustainable Finance, 2020, blz. 53.

49 Brief van 123 wetenschappers, How will the European Union’s Green Deal protect our future if its definitions of Greenness are not aligned with its own ambition of net zero greenhouse gases by 2050?

50 Commissie, EU-classificatie voor groene investeringen, 2020, bijlage I, blz. 112.

51 Commissie, Sustainable finance package, 2021.

52 Taxonomieverordening, Verordening (EU) 2020/852 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088, overweging 59.

53 Commissie, gedelegeerde handeling tot vaststelling van de criteria van de EU-taxonomie voor klimaatverandering, 2021.

54 Commissie, EU Taxonomy Compass.

55 Irena, Mobilising Institutional Capital for Renewable Energy, 2020.

56 Fjärde AP-Fonden, Annual report 2020, 2021.

57 Europees Parlement, Sustainable finance — EU Taxonomy.

58 TEG, Report on EU Green Bond Standard, 2019.

59 Commissie, Proposal for a standard for European green bonds, 2021.

60 Commissie, Presentation of the NextGenerationEU — Funding strategy to finance the Recovery Plan for Europe, 2021.

61 Beurs van Luxemburg, A pioneer in green finance, 2021.

62 Door de emittent als “groen” geclassificeerd.

63 Climate Bonds Initiative, Sustainable Debt Global State of the Market 2020, 2021.

64 Commissie, Retail financial products; en Commissie en Climate & Company en partners, Testing draft EU ecolabel criteria on UCITS equity funds, 2020.

65 Commissie, Summary Report of the Stakeholder Consultation on the Renewed Sustainable Finance Strategy, 2020.

66 ESMA, Guidelines on certain aspects of the MiFID II suitability requirements, 2018.

67 Commissie, Duurzame financiering — verplichting voor verzekeringsfirma’s en -makelaars om hun klanten te adviseren over maatschappelijke en milieuaspecten.

68 TEG, Interim Report on Benchmarks, 2019, blz. 11.

69 TEG, TEG Final Report on Climate Benchmarks and Benchmarks’ ESG Disclosures, 2019.

70 Verordening (EU) 2019/2089 inzake EU-klimaattransitiebenchmarks en op de Overeenkomst van Parijs afgestemde EU-benchmarks en informatieverschaffing over duurzaamheid over benchmarks.

71 Europese Commissie, Impact assessment accompanying the proposal for a directive on corporate sustainability reporting, 2021.

72 Ministerie van Ecologische Transitie (Ministère de la transition écologique), Le reporting extra-financier des investisseurs, 2019.

73 Taskforce inzake de bekendmaking van klimaatgerelateerde financiële informatie (Task Force on Climate-related Financial Disclosures, TCFD), 2020 Status Report, 2020.

74 TCFD, Final Report, Recommendations of the Task Force on Climate-related Financial Disclosures, 2017.

75 Publicatieblad C 209/1, 20.6.2019 – Richtsnoeren niet-financiële rapportage: aanvulling betreffende klimaatrapportage.

76 Verordening (EU) 2019/2088 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector.

77 ETA’s, Final Report on draft Regulatory Technical Standards, 2021.

78 Richtlijn 2014/95/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen.

79 ERK, Verslaglegging over duurzaamheid: een inventaris van de stand van zaken bij EU-instellingen en -agentschappen, 2019.

80 Task Force on Climate-related Financial Disclosures.

81 Commissie, Questions and Answers: Corporate Sustainability Reporting Directive proposal, 21 april 2021.

82 Eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering, 2018, blz. 57.

83 https://www.ifrs.org/issued-standards/list-of-standards/ifrs-9-financial-instruments/

84 Commissie, Fitness Check on the EU framework for public reporting by companies, april 2021.

85 EIB-groep, Climate and Environmental Sustainability.

86 EIB-groep, Climate Bank Roadmap 2021‑2025, 2020.

87 EIF, EIF Operational Plan 2021‑2023, blz. 11.

88 EIB, Environmental and Social Standards, 2018.

89 EIB, Methodologies for the Assessment of Project GHG Emissions and Emission Variations, 2020.

90 EIB, EIB Group Climate Bank Roadmap, bijlage V, 2020.

91 ERK, Minimaal elke vijfde euro uit de EU-begroting aan klimaatactie besteden: er wordt ambitieus aan gewerkt, maar het risico dat het doel niet wordt gehaald, blijft groot, 2016.

92 EIB-groep, Climate Bank Roadmap 2021‑2025, 2020, blz. xii.

93 Verordening (EU) 2021/523 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017.

94 Eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering, 2018, blz. 38.

95 EIB, Investment Report 2020‑2021: Building a smart and green Europe in the COVID-19 era, 2021.

96 Eindverslag van de deskundigengroep op hoog niveau inzake duurzame financiering, 2018, blz. 35.

97 ERK, De Europese investeringsadvieshub: opgericht om investeringen in de EU te stimuleren, maar impact blijft beperkt, bijlage I.

98 Verordening(EU) 2018/1999 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie.

99 COM(2020) 21 final — Sustainable Europe Investment Plan, European Green Deal Investment Plan

100 TEG, Statement of the EU Technical Expert Group on Sustainable Finance: 5 high-level principles for Recovery & Resilience, 2020, blz. 2

101 Verordening (EU) 2021/241 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit

102 Publicatieblad C 58/1 van 18.2.2021

103 Commissie, Technical guidance on sustainability proofing for the InvestEU Fund, 2021

104 COM(2018) 372 final — Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds

105 C(2021) 1054 final — Mededeling van de Commissie: Technische richtsnoeren over de toepassing van het beginsel “geen ernstige afbreuk doen aan” in het kader van de verordening betreffende de herstel- en veerkrachtfaciliteit

106 Publicatieblad C 209/1 van 1.9.2020 — Advies nr. 5/2020 van de ERK

107 EIB, EIB Energy lending policy, 2019

108 Commissie, Draft General Budget of the European Union for the financial year 2021 – Statement of revenue and expenditure by section, working document part I:Programme Statements of Operational Expenditure

109 ERK, Minimaal elke vijfde euro uit de EU-begroting aan klimaatactie besteden: er wordt ambitieus aan gewerkt, maar het risico dat het doel niet wordt gehaald, blijft groot, 2016

110 ERK, Het traceren van klimaatuitgaven in de EU-begroting, 2020

111 SWD(2021) 12 final — werkdocument van de diensten van de Commissie, “Guidance to Member States: Recovery and Resilience Plans”

112 TEG, Taxonomy Report: Technical Annex, Updated methodology & Updated Technical Screening Criteria, 2020, blz. 112, 126 en 140

113 Commissie, gedelegeerde handeling inzake de EU-taxonomie, 2021, blz. 3 en 4.

Controleteam

In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheerthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de prestaties of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.

Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer V “Financiering en administratie van de Unie”, die onder leiding staat van ERK-lid Tony Murphy. De controle werd geleid door ERK-lid Eva Lindström, ondersteund door Katharina Bryan, kabinetschef en Andrzej Robaszewski, kabinetseconoom; Ralph Otte, hoofdmanager; Martin Puc, taakleider; Tomasz Plebanowicz, adjunct-taakleider; James Mcquade, Laura Kaspar, Dana Šmíd Foltýnová, Mircea-Cristian Martinescu en Jan Olšakovský, auditors. Jesús Nieto Muñoz verleende grafische ondersteuning. Adrian Williams verleende taalkundige ondersteuning; Valérie Tempez-Erasmi en Monika Elsner verleenden secretariële ondersteuning.

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2021

PDF ISBN 978-92-847-6617-8 ISSN 1977-575X doi:10.2865/752242 QJ-AB-21-020-NL-N
HTML ISBN 978-92-847-6598-0 ISSN 1977-575X doi:10.2865/347981 QJ-AB-21-020-NL-Q

AUTEURSRECHT

© Europese Unie, 2021.

Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is geregeld bij Besluit nr. 6-2019 van de Europese Rekenkamer over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.

Tenzij anders aangegeven (bijv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor inhoud van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Dit betekent dat hergebruik is toegestaan mits de bron correct wordt vermeld en wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap van de documenten niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.

U dient aanvullende rechten te verwerven indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeelsleden van de ERK, of werken van derden bevat. Indien toestemming wordt verkregen, wordt hiermee de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.

Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan dient u de houders van het auteursrecht mogelijk rechtstreeks om toestemming te vragen.

De figuren 1, 2, 3, 4 en 6, de tabel in bijlage II en bijlage VI: iconen gemaakt door Pixel perfect van https://flaticon.com.

Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid van de ERK inzake hergebruik; hiervoor wordt u geen licentie verleend.

De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.

Gebruik van het logo van de Europese Rekenkamer

Het logo van de Europese Rekenkamer mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de Europese Rekenkamer.

Hoe neemt u contact op met de EU?

Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

  • te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen),
  • te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
  • een e-mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Waar vindt u informatie over de EU?

Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl

EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen op: https://op.europa.eu/nl/web/general-publications/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).

EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu

Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.