Publications Office of the EU
General report - General Report
DisplayCustomHeader
Publication detail block
Publication document thumbnail

De EU in 2015

Wilt u weten wat de Europese Unie in 2015 heeft verwezenlijkt? Welke vorderingen zij heeft gemaakt bij de tenuitvoerlegging van haar prioriteiten? De maatregelen die zijn genomen ter bevordering van werkgelegenheid, groei en investeringen? De rol die zij bij de klimaatovereenkomst in Parijs heeft vervuld? Hoe zij de vluchtelingencrisis heeft aangepakt? En welke voordelen de Unie bood voor de EU-burgers? U vindt de antwoorden op al deze en nog andere vragen in de publicatie De EU in 2015.

Beide publicaties zijn ook beschikbaar in de volgende formaten:

  HTML PDF EPUB PRINT
De EU in 2015 — Algemeen verslag HTML — Algemeen verslag PDF — Algemeen verslag EPUB — Algemeen verslag Paper — Algemeen verslag
De EU in 2015 — Belangrijkste punten PDF — Belangrijkste punten EPUB — Belangrijkste punten Paper — Belangrijkste punten
Contentverzamelaar

Voorwoord

Illustratie:
Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, geeft zijn toespraak over de Staat van de Unie van 2015 in het Europees Parlement, Straatsburg, 9 september 2015.

Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, geeft zijn toespraak over de Staat van de Unie van 2015 in het Europees Parlement, Straatsburg, 9 september 2015.

 
 

Aan het begin van mijn ambtstermijn, in november 2014, heb ik beloofd dat er een nieuwe start zou komen voor Europa en dat deze Commissie zich zou concentreren op tien politieke prioriteiten — de voornaamste uitdagingen voor onze economie en onze samenleving. Het eerste jaar van mijn ambtstermijn, 2015, is een jaar gebleken waarin de EU en de wijze waarop zij met een reeks crisissen omging, door de hele wereld nauwlettend werden gadegeslagen.

In januari en november vonden in Parijs afschuwelijke terroristische aanslagen plaats. Samen met de lidstaten moesten wij het risico verminderen dat dergelijke brutale aanvallen een terugkerend verschijnsel zouden worden. De Europese veiligheidsagenda, die in april is aangenomen, bepaalt hoe de EU bijdraagt tot een meer doeltreffende en gecoördineerde aanpak in de strijd tegen terrorisme, georganiseerde misdaad en cybercriminaliteit. In december heeft de Commissie binnen het kader van deze agenda een reeks maatregelen aangereikt om de strijd tegen terrorisme en illegale handel in vuurwapens en explosieven op te voeren. De lidstaten hebben ook overeenstemming bereikt over het voorstel van de Commissie voor een EU-regeling inzake persoonsgegevens van passagiers. Deze regeling zal ervoor zorgen dat luchtvaartmaatschappijen gegevens over de passagiers die de EU in of uit reizen, doorgeven aan de EU-lidstaten; dit is een belangrijk onderdeel van het EU-veiligheidsbeleid.

Met de honderdduizenden vluchtelingen uit conflictgebieden die aankwamen in Europa, heeft ons continent in 2015 tegelijkertijd de grootste massale migratie sinds de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Meer dan een miljoen mensen ondernamen de lange en gevaarlijke reis, waarbij een grote meerderheid op de vlucht was voor de oorlog en de terreur in Afghanistan, Eritrea, Libië en Syrië.

Eerder dit jaar heeft de Commissie een alomvattend migratiebeleid voor­gesteld en onmiddellijke stappen ondernomen met het oog op het beheersen van de crisis. Wij hebben onze aanwezigheid op de Middellandse Zee verdrievoudigd om er levens te helpen redden. Wij hebben de strijd aangebonden met de criminele netwerken van mensensmokkelaars en -handelaars. De lidstaten hebben onder leiding van de Commissie overeenstemming bereikt over regels voor de herplaatsing en hervestiging van de honderdduizenden mensen die duide­lijk internationale bescherming nodig hebben. De agentschappen van de EU blijven de vaak overbelaste nationale autoriteiten van de meest getroffen lidstaten helpen bij het identificeren, het screenen en het nemen van vinger­afdrukken van binnenkomende migranten, het versnellen van de behandeling van asielaanvragen en het coördineren van de terugkeer van hen die niet voor bescherming in aanmerking komen. De EU heeft ook miljarden euro’s beschikbaar gesteld om hulp te verlenen aan de vluchtelingen die al aan onze kusten zijn aangekomen en aan hen die zich in de buurlanden bevinden, en tegelijkertijd hebben wij onze inspanningen verdubbeld om smokkelaars aan te pakken en organisaties van mensenhandelaars te ontmantelen. In oktober zijn elf landen in Brussel een 17 punten tellend actieplan overeengekomen om de mensenstroom langs de Westelijke Balkanroute geleidelijk, gecontroleerd en ordelijk te laten verlopen, terwijl in november in Valletta het startschot is gegeven voor een EU-noodtrustfonds voor Afrika om de belangrijkste oorzaken van irreguliere migratie aan te pakken die mensen dwingen te vluchten en te migreren: armoede, oorlogen, vervolging, schendingen van de mensenrechten en natuurrampen.

Het is duidelijk dat de vluchtelingencrisis niet zomaar zal verdwijnen. Hoewel de crisis in de eerste plaats onder de aandacht heeft gebracht wat de onmiddellijke behoeften zijn, heeft zij ook duidelijk gemaakt dat het migratiebeleid en de middelen van de EU beperkt zijn. Niettemin moeten en zullen wij inspanningen blijven leveren om de crisis aan te pakken. Wij Europeanen moeten ons goed herinneren dat Europa een continent is waar bijna iedereen op een bepaald ogenblik een vluchteling is geweest. Onze gemeenschappelijke geschiedenis wordt gekenmerkt door miljoenen Europeanen die zijn gevlucht voor religieuze of politieke vervolging, oorlog, dictatuur of onderdrukking.

Eerder in het jaar hebben wij een moeilijke periode doorgemaakt toen de voortzetting van het Grieks lidmaatschap van de eurozone ter discussie werd gesteld. Na maanden van onderhandelingen en veel moeilijke momenten is in augustus uiteindelijk een nieuw stabiliteitssteunprogramma voor Griekenland overeen­gekomen. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat wij een oplossing zouden vinden; de invoering van de euro is een onherroepelijk besluit en alle lidstaten staan zij aan zij om hiervan een succes te maken. Aangezien de gevolgen van de Griekse crisis nog steeds voelbaar zijn in de eurozone en in de gehele Europese economie en samenleving, zou ik echter willen dat het overeengekomen programma door elke Griekse regering, de voorgaande, de huidige en de toekomstige, wordt gerespecteerd.

De crisis zal achter de rug zijn wanneer Europa weer volledige werkgelegenheid kent. Op dit moment zijn in de Europese Unie meer dan 23 miljoen mensen werkloos. Dit is een onaanvaardbaar hoog aantal. Om de omstandigheden voor een duurzaam herstel te creëren, is er duidelijk behoefte aan investeringen in de Europese bronnen van werkgelegenheid en groei, met name in onze interne markt, en aan de voltooiing van onze economische en monetaire unie. Wij hebben op beide fronten actie ondernomen.

Het investeringsplan van 315 miljard euro is nu bijvoorbeeld operationeel en moet meer dan 2 miljoen banen scheppen. De eerste projecten zijn al van start gegaan en er zullen er nog veel meer volgen. Tegelijkertijd moderniseren wij onze interne markt, zodat de mensen en de bedrijven in alle 28 lidstaten meer kansen krijgen. Dankzij projecten zoals de digitale eengemaakte markt, de kapitaalmarktenunie en de energie-unie werken wij de belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteiten weg en kunnen wij tegelijkertijd innovatie stimuleren, talent koppelen en een ruimere keuze aan producten en diensten aanbieden.

In juni heb ik, samen met de voorzitters van andere belangrijke EU-instellingen, een verslag voorgesteld over de voltooiing van onze economische en monetaire unie. De vijf betrokken voorzitters zijn het eens geraakt over een stappenplan dat ons tegen begin 2017 een stabielere eurozone moet brengen en ons daarna moet leiden naar een omschakeling van crisisherstel naar nieuwe groeiperspectieven op grond van een hernieuwde economische convergentie. In de lopende Griekse crisis betekende dit een krachtig politiek besluit om naar de toekomst te kijken.

De Europese Unie en haar lidstaten hebben in december in Parijs een doorslaggevende bemiddelingsrol gespeeld bij de totstandkoming van de historische overeenkomst waarbij 195 landen de allereerste juridisch bindende mondiale klimaatovereenkomst hebben aangenomen. De overeenkomst stelt een mondiaal actieplan vast om een gevaarlijke klimaatverandering af te wenden door de opwarming van de aarde ruim onder 2 °C te houden. Zij stippelt de koers uit voor een wereldwijde omschakeling naar schone energie en is een succes voor de Europese Unie. Europa is reeds lange tijd wereldleider op het gebied van klimaatactie; onze wereldwijde ambitie komt thans tot uitdrukking in de Overeenkomst van Parijs.

De EU in 2015

De EU in 2015

Er is nog veel meer te zeggen, en meer gedetailleerde informatie komt in dit verslag aan bod, maar na de belangrijkste uitdagingen te hebben aangehaald waarmee we de afgelopen twaalf maanden te maken kregen, kan ik maar één conclusie trekken, namelijk dat er ten aanzien van de vluchtelingencrisis, de economische crisis of de uitdagingen inzake buitenlands beleid maar één weg naar succes leidt: solidariteit. Alleen als Unie kunnen wij slagen. Samen zijn wij sterker dan de uitdagingen waar wij voor staan. Het is tijd om wat meer vertrouwen te hebben in het vermogen van Europa om gemeenschappelijke oplossingen aan te reiken voor problemen die door alle lidstaten hard en onafhankelijk van elkaar worden ondervonden.

Aan het eind van een moeilijk jaar, waarin de aard zelf van de Europese Unie ter discussie is gesteld, is het belangrijk dat wij Europeanen niet vergeten dat het Europa is dat in de ogen van mensen in het Midden-Oosten, Afrika en elders in de wereld een vrijplaats van stabiliteit is. Dit is iets om trots op te zijn.

Jean-Claude Juncker

Hoofdstuk 1

Een nieuwe impuls voor banen, groei en investeringen

„Als voorzitter van de Commissie zal ik de  hoogste prioriteit geven aan het versterken van het concurrentievermogen van Europa en het stimuleren van de investeringen die voor banen moeten zorgen.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

De EU weer op het groeispoor krijgen en de werkgelegenheid en investeringen bevorderen zonder nieuwe schulden te maken, was in 2015 een top­prioriteit. De Commissie heeft voorstellen voor structurele hervormingen ingediend en een verantwoord beheer van de financiën bepleit. Om de investeringen in de economie van de EU weer op te voeren, is de Commissie, in samenwerking met de Europese Investeringsbank, gestart met het investeringsplan voor Europa, dat nieuwe financiële instrumenten omvat. Het plan werd in recordtijd goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie en er werd een Europees Fonds voor strategische investeringen opgericht. Het fonds beschikt over een initieel bedrag van 21 miljard euro aan EU-middelen en dankzij het multiplicatoreffect zullen de investeringen naar verwachting vervijftienvoudigen, waardoor in totaal voor meer dan 315 miljard euro zal worden geïnvesteerd.

De Europese structuur- en investeringsfondsen, die in de periode 2014-2020 over een budget van 454 miljard euro beschikken, hebben het hele jaar door geïnvesteerd in gebieden die prioritair zijn voor de EU. Met operationele programma’s in het kader van het Europees Sociaal Fonds, goed voor 86,4 miljard euro, zijn de investeringen in mensen voortgezet, terwijl de EU 1 miljard euro vervroegd heeft vrijgemaakt voor het versnellen van het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, waarmee jonge mensen worden geholpen bij het zoeken van een baan.

Op het niveau van de EU is intensief onderhandeld over de huidige economische en financiële situatie in Griekenland. In juli is de Commissie gestart met een plan voor banen en groei voor Griekenland, waarbij tot 2020 tot 35 miljard euro aan steun wordt uitgetrokken. In augustus werden de onderhandelingen vervolgens succesvol afgerond en heeft de Commissie, namens het Europees stabiliteitsmechanisme, een derde economisch aanpassingsprogramma voor Griekenland goedgekeurd. Met de overeenkomst werd een dreigend faillissement van Griekenland voorkomen en de toekomst van het land in de eurozone veiliggesteld. De overeenkomst effende het pad voor tot 86 miljard euro aan financiële steun die tot 2018 wordt uitgetrokken en die is gekoppeld aan de vooruitgang die Griekenland boekt bij de uitvoering van de overeengekomen hervormingen.

Het investeringsplan voor Europa

De geïntegreerde benadering van het economisch beleid is opgebouwd rond drie hoofdpijlers: investeringen stimuleren, structurele hervormingen versnellen en budgettaire verantwoordelijkheid nastreven. Om de EU weer op het groeispoor te krijgen, moeten deze pijlers samen werkzaam zijn. In 2015 heeft de EU op alle drie de fronten vooruitgang geboekt.

HET INVESTERINGSPLAN VERVOLLEDIGT DE HEILZAME DRIEHOEK VOOR ECONOMISCHE GROEI

Het investeringsplan bestaat uit drie elkaar versterkende onderdelen, zoals hieronder nader beschreven:

  • het beschikbaar stellen van ten minste 315 miljard euro voor extra investeringen gedurende de komende drie jaar, het maximaliseren van de impact van openbare middelen en het aantrekken van particuliere investeringen. Het voornaamste instrument om deze doelstelling te verwezen­lijken, is het Europees Fonds voor strategische investeringen;
  • het waarborgen dat deze extra investeringen de reële economie bereiken. De voornaamste instrumenten hiervoor zijn de Europese investeringsadvieshub en het Europees investerings­projectenportaal, en
  • het verbeteren van het investeringsklimaat, zowel op EU-niveau als op het niveau van de individuele lidstaten. Werkzaamheden zijn aan de gang om belemmeringen met een EU- en internemarktdimensie weg te nemen en om investeringsproblemen van regelgevende en niet-regelgevende aard op nationaal niveau aan te pakken.
Illustratie:
Commissaris Carlos Moedas, vice­voorzitter van de Commissie Kristalina Georgieva en vicevoorzitter van de Commissie Jyrki Katainen kondigen de succesvolle afronding van de onderhandelingen over de oprichting van een Europees Fonds voor strategische investeringen aan, Brussel, 28 mei 2015.

Commissaris Carlos Moedas, vice­voorzitter van de Commissie Kristalina Georgieva en vicevoorzitter van de Commissie Jyrki Katainen kondigen de succesvolle afronding van de onderhandelingen over de oprichting van een Europees Fonds voor strategische investeringen aan, Brussel, 28 mei 2015.

 
 

In november 2014 heeft de Commissie de oprichting van een nieuw Europees Fonds voor strategische investeringen aangekondigd. Het Parlement heeft gedurende de eerste maanden van 2015 intensief gewerkt om de voorstellen van de Commissie te analyseren en verbeteringen voor te stellen. Eind mei zijn het Parlement en de Raad tijdens een trialoogvergadering een compromisakkoord over de voorgestelde verordening overeengekomen. De trialoogonderhandelingen werden in recordtijd afgerond, waardoor in juni al de eerste leningen aan projecten konden worden verstrekt.

Het Europees Fonds voor strategische investeringen verstrekt garanties ter ondersteuning van door de Europese Investeringsbankgroep gefinancierde projecten. Daarbij staan twee gebieden centraal: infrastructuur en innovatie (beheerd door de Europese Investeringsbank) en kleine en middelgrote ondernemingen (beheerd door de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds). Ook aan regio’s kunnen leningen worden verstrekt. Het fonds gaat vergezeld van een Europese investeringsadvieshub en een Europees investeringsprojectenportaal. De hub ondersteunt de ontwikkeling en de financiering van investeringsprojecten door een enig contactpunt voor begeleiding en advies aan te bieden en in een platform voor de uitwisseling van knowhow te voorzien. In september is de hub begonnen met zijn activiteiten ter ondersteuning van projectontwikkelaars. Het portaal is een openbaar toegankelijk en veilig webportaal waarop projecten in de EU kunnen worden gepromoot om mogelijke investeerders aan te trekken. Het zal in 2016 worden gelanceerd.

In de loop van het jaar heeft vicevoorzitter van de Commissie Jyrki Katainen het startschot gegeven voor een roadshow die de EU doorkruist om het investeringsplan voor Europa te promoten en de nieuwe mogelijkheden voor alle belangrijke belanghebbenden (overheden, investeerders, ondernemingen, regionale overheden, vakbonden en gemeenschappen) toe te lichten.

Alle 28 lidstaten hebben het Europees Fonds voor strategische investeringen goedgekeurd. In 2015 hebben negen lidstaten zich ertoe verbonden een bijdrage van meer dan 40 miljard euro aan het fonds te leveren en ook China heeft laten weten dat het hieraan wil bijdragen.

Illustratie:
Werner Hoyer, president van de Europese Investeringsbank, Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, en vicevoorzitter van de Commissie Jyrki Katainen bij de ondertekening van het akkoord over het Europees Fonds voor strategische investeringen, Brussel, 22 juli 2015.

Werner Hoyer, president van de Europese Investeringsbank, Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, en vicevoorzitter van de Commissie Jyrki Katainen bij de ondertekening van het akkoord over het Europees Fonds voor strategische investeringen, Brussel, 22 juli 2015.

 
 
HOE WERKT HET INVESTERINGSPLAN?
VAN INVESTERINGEN NAAR HET CREËREN VAN BANEN

De door het fonds gedekte investeringen zijn gericht op de ontwikkeling van infrastructuur (breedband, energienetwerken en vervoer), onderwijs, onderzoek en innovatie, hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, milieu en efficiënt hulpbronnengebruik, sociale infrastructuur en gezondheid, alsmede op de ondersteuning van kleine ondernemingen.

Als onderdeel van de derde pijler van het investeringsplan is de Commissie begonnen met het weg­nemen van een aantal belemmeringen voor investeringen met een EU- en internemarktdimensie. Deze werkzaamheden vinden plaats op verschillende fronten: als onderdeel van de lopende werkzaam­heden met betrekking tot de kapitaalmarktenunie (bv. de wijzigingen van de Solvabiliteit II-richtlijn), de internemarktstrategie (bv. overheidsopdrachten), de digitale eengemaakte markt, de energie-unie, de agenda voor betere regelgeving en andere beleidsinitiatieven. Het aanpakken van investeringsproblemen van regelgevende en niet-regelgevende aard op nationaal niveau zal ook een prioriteit zijn van het Europees semester 2016. In het kader van het Europees semester is de Commissie een dialoog aangegaan met de lidstaten over het in kaart brengen van knelpunten en over de prioritaire maatregelen voor het verhelpen daarvan. Om de ambitieuze doelstellingen van de derde pijler te verwezenlijken, aan de lidstaten concrete hervormingen voor te stellen en de uitvoering daarvan te begeleiden, zullen alle diensten van de Commissie (inclusief de Ondersteuningsdienst voor structurele hervormingen) nauw samenwerken met de lidstaten.

Tegen januari 2016 was via het fonds al 2,8 miljard euro aan financiering ter beschikking gesteld van in totaal 21 projecten op het gebied van infrastructuur en innovatie, waarvoor naar verwachting in totaal zo’n 13,3 miljard euro aan investeringen zal worden aangetrokken. Op het gebied van kleine en middelgrote ondernemingen is via het fonds 1,5 miljard euro aan financiering ter beschikking gesteld van in totaal 66 projecten, waarvoor naar verwachting in totaal zo’n 21 miljard euro aan investeringen zal worden aangetrokken.

Filmpje:
Vicevoorzitter van de Commissie Jyrki Katainen legt het nieuwe strategisch investeringsplan van de EU uit.

Vicevoorzitter van de Commissie Jyrki Katainen legt het nieuwe strategisch investeringsplan van de EU uit.

 

Economisch en budgettair beleid

Naast de investeringen hebben de economieën van de EU een gezond begrotingsbeleid en structurele hervormingen nodig om weer op het groeispoor te komen.

De coördinatie van het economisch beleid in de EU wordt georganiseerd door middel van een jaarlijkse cyclus die bekendstaat als het Europees semester. De Commissie heeft de beleidsprioriteiten voor de EU en haar lidstaten vastgesteld, met als eerste stap de jaarlijkse groeianalyse voor 2015, die eind 2014 openbaar werd gemaakt. Het semester was opgebouwd rond drie elkaar versterkende thema’s: investeringen stimuleren, structurele hervormingen versnellen en budgettaire verantwoordelijkheid nastreven. In 2015 is door de cyclus voor economisch beleid van het Europees semester te verbeteren de output van de Commissie vereenvoudigd en zijn de rapportagevereisten voor de lidstaten verminderd. De verbeteringen hebben het proces ook meer open en multilateraal gemaakt. De flexibiliteit binnen de regels van het stabiliteits- en groeipact werd verduidelijkt om het positief verband tussen structurele hervormingen, investeringen en budgettaire verantwoordelijkheid te versterken. De landenspecifieke aanbevelingen voor elke lidstaat en voor de gehele eurozone zijn in mei door de Commissie voorgesteld en in juni door de Europese Raad bekrachtigd. In juli heeft de Raad de laatste reeks landenspecifieke aanbevelingen goedgekeurd.

In februari heeft de Commissie als onderdeel van het Europees semester diepgaande evaluaties bekendgemaakt, met een beoordeling van de macro-economische onevenwichtigheden en buitensporige onevenwichtigheden in 16 lidstaten. In bepaalde lidstaten bleven enkele grote risico’s bestaan. Daarom heeft de Commissie haar oproep herhaald om de belemmeringen voor groei aan te pakken door de structurele hervormingen en de investeringen in de modernisering en de ontwikkeling van de infrastructuur op te voeren. Dit moet gepaard gaan met een passende beleidsmix in de eurozone om het vertrouwen te stimuleren, aan de herbalancering bij te dragen en het herstel op stabielere voet te brengen.

Lidstaten ondersteunen

In 2015 is de Commissie, samen met de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds, de lidstaten blijven ondersteunen die niet lang voordien hun financiële bijstandsprogramma hadden afgerond (Ierland, Spanje en Portugal). Zij heeft voor alle drie een evaluatie in het kader van het postprogrammatoezicht uitgevoerd. Deze lidstaten kennen nu opnieuw groei en consolideren hun economie. Daarnaast heeft de Commissie haar steunprogramma voor Cyprus voortgezet, waarmee de financiële, budgettaire en structurele uitdagingen waarvoor de economie aldaar staat, worden aangepakt. Dit zal Cyprus in staat stellen om weer duurzaam te groeien.

De economische en financiële situatie in Griekenland heeft in 2015 gedurende vele maanden wereldwijde aandacht gekregen. De EU heeft een reeks spoedvergaderingen georganiseerd gedurende de zomer, toen Griekenland zich op de rand van een faillissement en een vertrek uit de eurozone bevond.

Illustratie:
(Vanaf links onderaan met de klok mee) François Hollande, president van Frankrijk, Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland, Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Eurogroep, Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, Alexis Tsipras, premier van Griekenland, Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, Uwe Corsepius, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, en Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, bespreken de Griekse overheidsfinanciën, Brussel, 19 maart 2015.

(Vanaf links onderaan met de klok mee) François Hollande, president van Frankrijk, Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland, Jeroen Dijsselbloem, voorzitter van de Eurogroep, Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, Alexis Tsipras, premier van Griekenland, Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, Uwe Corsepius, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, en Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, bespreken de Griekse overheidsfinanciën, Brussel, 19 maart 2015.

 
 

In augustus werd uiteindelijk een overeenkomst bereikt, waardoor de Commissie, namens het Europees stabiliteitsmechanisme, groen licht kon geven voor een derde economisch aanpassingsprogramma voor Griekenland. Met de goedkeuring van de Eurogroep en de Raad van gouverneurs van het Europees stabiliteitsmechanisme heeft het programma bijgedragen tot de stabilisering van de economische en financiële situatie in Griekenland. Uit de beoordeling van de maatschappelijke gevolgen door de Commissie is gebleken dat het programma, indien het volledig en tijdig wordt uitgevoerd, de lidstaat op een uit financieel en sociaal oogpunt duurzame wijze zal helpen bij het herstellen van de stabiliteit en de groei. De overeenkomst effende het pad voor tot 86 miljard euro aan financiële steun die tot 2018 voor Griekenland wordt uitgetrokken. In juli heeft de Commissie een plan voor banen en groei voor Griekenland gelanceerd, waarbij tot 2020 tot 35 miljard euro aan extra steun wordt uitgetrokken.

De Commissie heeft ook maatregelen voorgesteld om te waarborgen dat financiering uit hoofde van het cohesiebeleid doeltreffend voor investeringen kan worden ingezet en de begunstigden snel bereikt. Dit heeft geleid tot een onmiddellijke extra financiering voor Griekenland ten belope van ongeveer 500 miljoen euro en tot besparingen voor de Griekse begroting ten belope van ongeveer 2 miljard euro. Nog eens 1 miljard euro aan voorfinanciering voor de programma’s voor 2014-2020 kan worden aangewend voor het opstarten van nieuwe projecten en zal de druk op de Griekse overheidsbegroting verlichten.

Illustratie:
Alexis Tsipras, premier van Griekenland, in gesprek met Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, op de Eurotop, Brussel, 7 juli 2015.

Alexis Tsipras, premier van Griekenland, in gesprek met Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, op de Eurotop, Brussel, 7 juli 2015.

 
 
Illustratie:
Alexis Tsipras, premier van Griekenland, Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, François Hollande, president van Frankrijk, en Charles Michel, premier van België, op de Eurotop, Brussel, 12 juli 2015.

Alexis Tsipras, premier van Griekenland, Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, François Hollande, president van Frankrijk, en Charles Michel, premier van België, op de Eurotop, Brussel, 12 juli 2015.

 
 

Investeren in mensen

Om haar concurrentievoordeel in een gemondialiseerde economie te handhaven, heeft de EU behoefte aan een hooggekwalificeerde en flexibele beroepsbevolking. Dit vergt voortdurende investeringen in onderwijs en opleiding, wat op de lange termijn de groei en de innovatie bevordert, de werkgelegenheid stimuleert en sociale uitsluiting helpt voorkomen.

Hervormingen met het oog op een beter onderwijs en betere opleidingen kwamen uitgebreid aan bod in het Europees semester en werden in 13 lidstaten aangemerkt als topprioriteit.

Het Europees Sociaal Fonds is het belangrijkste instrument van de EU om in mensen te investeren. Tegen eind 2015 had de Commissie alle operationele programma’s goedgekeurd, met een totale waarde van 86,4 miljard euro. De Commissie heeft de voorfinanciering van het jongerenwerkgelegenheidsinitiatief, waarmee ongeveer 1 miljard euro ter beschikking wordt gesteld van nationale en regionale overheden, aanzienlijk opgetrokken. Hiermee wordt ondersteuning geboden aan tot 650 000 jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen. In de periode 2014-2020 wordt verwacht dat ten minste 10 miljoen werklozen een grotere kans zullen hebben om een baan te vinden en dat 395 000 kleine en middelgrote ondernemingen financiering zullen ontvangen om in mensen te investeren. Meer dan 25 % van de beschikbare middelen zal worden besteed aan de bevordering van sociale inclusie en de bestrijding van armoede en discriminatie.

Erasmus+ is het EU-programma voor onderwijs, opleiding, jeugd en sport. In 2015 konden dankzij dit programma ongeveer 520 000 jongeren studeren, opleidingen volgen, vrijwilligerswerk verrichten en deelnemen aan uitwisselingen in het buitenland. Ongeveer 165 000 personeelsleden van onderwijsinstellingen en jongerenorganisaties konden eveneens dankzij dit programma hun vaardigheden verbeteren door te onderwijzen en opleidingen te volgen in het buitenland.

JONGEREN (15-24 JAAR) DIE GEEN WERK HEBBEN EN GEEN ONDERWIJS OF OPLEIDING VOLGEN (2014)

Gezien het hoge peil van de langdurige werkloosheid, waardoor naar schatting 12 miljoen EU-burgers in de werkende leeftijd worden getroffen, heeft de Commissie in 2015 beleidsrichtsnoeren voorgesteld. Deze zullen de overgang naar werk bevorderen en helpen garanderen dat aan alle werkzoekenden vóór ze 18 maanden werkloos zijn een re-integratieovereenkomst wordt aangeboden. De aanbeveling van de Commissie werd in december door de Raad goedgekeurd.

Regionaal beleid ter ondersteuning van werkgelegenheid, groei en investeringen

Het regionaal beleid is gericht op alle regio’s en steden van de EU. Het ondersteunt het creëren van banen, het concurrentievermogen van ondernemingen, de economische groei, de duurzame ontwikkeling en de verbetering van de levenskwaliteit van de burgers. Om deze doelstellingen te bereiken en aan de verschillende ontwikkelingsbehoeften in alle regio’s van de EU tegemoet te komen, is voor de periode 2014-2020 een bedrag van 351,8 miljard euro, bijna een derde van de totale begroting van de EU, vrijgemaakt voor het cohesiebeleid. Het regionaal beleid blijft de grootste bron van EU-financiering voor regio’s, gemeenten en ondernemingen.

Regionaal beleid en de Europa 2020-strategie

Het regionaal beleid vormt een aanvulling op het EU-beleid, onder meer inzake onderwijs, werkgelegenheid, energie, milieu, interne markt, onderzoek en ontwikkeling. Het regionaal beleid voorziet met name in het investeringskader om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te verwezenlijken. Meer dan 120 miljard euro zal volgens plan worden verstrekt voor investeringen in vervoersnetwerken en energie- en milieu-infrastructuur. Dit zal de kleine en middelgrote ondernemingen ten goede komen door middel van betere vervoersverbindingen en meer milieuduurzaamheid in de bredere economie.

Als onderdeel van het investeringsplan voor Europa zullen de toewijzingen uit de Europese structuur- en investeringsfondsen in 2014-2020 tweemaal zo hoog zijn als in de periode 2007-2013. Door financiële instrumenten zoals leningen, kapitaalinbreng en garanties te gebruiken, en geen traditionele subsidies, zullen deze toewijzingen oplopen tot 23 miljard euro. Dit zal kleine en middelgrote ondernemingen een betere toegang tot financiering geven. Het geld zal worden gebruikt voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, alsook voor investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.

AANDEEL VAN FINANCIERING UIT DE EUROPESE STRUCTUUR- EN INVESTERINGSFONDSEN IN OVERHEIDSINVESTERINGEN (2014-2016)

Na een periode van intensieve onderhandelingen met de lidstaten zijn in 2015 bijna alle programma’s voor 2014-2020 goedgekeurd. De meeste programma’s zijn al in uitvoering. De programma’s voor 2007-2013 werden in de loop van het jaar verder uitgevoerd. In de loop van het jaar hebben de lidstaten financiële toewijzingen ten belope van in totaal 50,7 miljard euro ontvangen.

Illustratie:
Commissaris Corina Creţu bezoekt een bouwterrein in Praag, Tsjechië, 31 maart 2015.

Commissaris Corina Creţu bezoekt een bouwterrein in Praag, Tsjechië, 31 maart 2015.

 
 

Onderzoek en innovatie

Onderzoek en innovatie helpen uitdagingen op het gebied van onder meer klimaatverandering, energie en volksgezondheid aan te pakken. Horizon 2020, het grootste onderzoeks- en innovatieprogramma van de EU aller tijden, investeert daarom 77 miljard euro in onderzoek en innovatie. Dankzij het programma zullen nog extra particuliere en openbare investeringen worden aangetrokken. Uit de eerste resultaten, die in juli zijn bekendgemaakt, is gebleken dat Horizon 2020 op de juiste weg is.

Illustratie:
Commissaris Carlos Moedas bij de start van de Science Roadshow op de universiteit van Coimbra, Portugal, 5 november 2015.

Commissaris Carlos Moedas bij de start van de Science Roadshow op de universiteit van Coimbra, Portugal, 5 november 2015.

 
 

In oktober werd een nieuw werkprogramma voor Horizon 2020 goedgekeurd, dat voor de komende twee jaar voorziet in bijna 16 miljard euro aan investeringen in onderzoek en innovatie.

Door onderzoek en innovatie op deze ongeziene schaal te financieren, pakt Horizon 2020 drie uitdagingen aan: innovaties op de markt brengen (open innovatie), onderzoek meer op participatie gebaseerd maken (open wetenschap) en wetenschap openstellen voor de wereld.

Het Europees Fonds voor strategische investeringen is al begonnen met Horizon 2020 extra slagkracht te geven, met name wat de steun voor innovatieve kleine en middelgrote ondernemingen betreft. Het fonds heeft ook geholpen om te voldoen aan de buitengewone vraag naar ondersteuning van InnovFin (EU-financiering voor innovatoren), een gezamenlijk initiatief van de Commissie en de Europese Investeringsbank in het kader van Horizon 2020.

In de ruimtevaartsector is het de doelstelling van de EU om de interne markt voor ruimtevaarttoepassingen te bevorderen en de ontwikkeling van die bedrijfstak van de EU te ondersteunen. In maart, september en december werden met succes Galileo-satellieten gelanceerd. Galileo is het programma van de EU voor de ontwikkeling van een mondiaal satellietnavigatiesysteem dat kan worden gebruikt voor producten zoals autonavigatiesystemen en mobiele telefoons. In juni werd een tweede Copernicus-satelliet gelanceerd, die zal helpen bij de aanpak van milieurampen, bij de verbetering van het landgebruik voor land- en bosbouw en bij de reactie op noodsituaties.

Illustratie:Commissaris Elżbieta Bieńkowska richt zich tot de pers na de succesvolle lancering van twee Galileo-satellieten, Brussel, 31 maart 2015.

Commissaris Elżbieta Bieńkowska richt zich tot de pers na de succesvolle lancering van twee Galileo-satellieten, Brussel, 31 maart 2015.

 
 

Europa verbinden

De financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen is een meerjarenprogramma dat is opgezet om de verbetering van de vervoers-, energie- en digitale netwerken van de EU te financieren en waarbij in de periode 2014-2020 een totaal budget van meer dan 30 miljard euro wordt uitgetrokken voor deze drie sectoren.

In juli heeft de Commissie een lijst van 276 projecten goedgekeurd die samen 13,1 miljard euro aan EU-financiering vertegenwoordigen en waardoor extra openbare en particuliere cofinanciering ten belope van 28,8 miljard euro kan worden aangetrokken. In november werd de nieuwe oproep tot het indienen van voorstellen voor een totaalbedrag van 7,6 miljard euro aangekondigd, met februari 2016 als uiterste indieningstermijn voor de lidstaten.

Investeren in een groenere toekomst

Uit het in maart door het Europees Milieuagentschap bekendgemaakt syntheseverslag „Het milieu in Europa: stand van zaken en vooruitzichten 2015” is gebleken dat milieubescherming een goede economische investering is. Tussen 2000 en 2011 is de groene sector in de EU met meer dan 50 % gegroeid en tussen 2000 en 2012 is het aantal banen in de sector milieugoederen en -diensten van 2,9 naar 4,3 miljoen gestegen. Zelfs tijdens de jaren van recessie was er een voortdurende groei.

In februari zijn de Commissie en de Europese Investeringsbank gestart met een nieuwe faciliteit voor de financiering van natuurlijk kapitaal om overheidsgeld in te zetten voor het aantrekken van nieuwe particuliere investeringen in natuurbescherming en aanpassing aan klimaatverandering.

In december heeft de Commissie een alomvattend pakket circulaire economie voorgesteld. Het pakket heeft tot doel de ondernemingen en de gebruikers in de EU te stimuleren om over te stappen naar een meer circulair economisch model, waarbij natuurlijke hulpbronnen op een duurzamere wijze worden gebruikt. De voorgestelde maatregelen maken de cirkel van de levenscyclus van producten rond door de nadruk te leggen op ecologisch ontwerp, betere informatie voor gebruikers en meer recycling en hergebruik. De overgang zal financieel worden ondersteund door middelen uit het Europees Fonds voor strategische investeringen, 650 miljoen euro van Horizon 2020, 5,5 miljard euro uit de structuurfondsen voor afvalbeheer en door investeringen in de circulaire economie op nationaal niveau.

Illustratie:Werner Hoyer, president van de Europese Investeringsbank, en commissaris Karmenu Vella op de conferentie van de Europese Investeringsbank over de „financiering van de circulaire economie”, Luxemburg, 10 december 2015.

Werner Hoyer, president van de Europese Investeringsbank, en commissaris Karmenu Vella op de conferentie van de Europese Investeringsbank over de „financiering van de circulaire economie”, Luxemburg, 10 december 2015.

 
 

Het groeipotentieel van de landbouw en de oceanen ontsluiten

Landbouw, bosbouw, visserij en aquacultuur vormen samen met de biogebaseerde bedrijfstakken integrale onderdelen van de economie en de samenleving van de EU. Deze bedrijfstakken produceren en verwerken biologische hulpbronnen om te voldoen aan de vraag van de gebruikers en van een groot aantal bedrijfstakken naar levensmiddelen, diervoeders, bio-energie en biogebaseerde producten. Zij versterken de onafhankelijkheid van de EU en zorgen voor banen en zakelijke kansen die van essentieel belang zijn voor mariene, plattelands- en kustgebieden.

Illustratie:Commissaris Phil Hogan bezoekt de Royal Highland Show, Edinburgh, Verenigd Koninkrijk, 18 juni 2015.

Commissaris Phil Hogan bezoekt de Royal Highland Show, Edinburgh, Verenigd Koninkrijk, 18 juni 2015.

 
 

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de EU ondersteunt investeringen in, kennis van en toegang tot financiering voor agrovoeding, agrotechnologie en infrastructuur ter zake. In de periode 2014-2020 zullen de 118 plattelandsontwikkelingsprogramma’s voor ongeveer 80 miljard euro bijdragen aan de modernisering en de ontwikkeling van de voedsel- en landbouwsector. Bijna 43 miljard van dit bedrag zal een particuliere kapitaalinjectie zijn. Bovendien zullen de plattelandsontwikkelingsprogramma’s naar verwachting de ontwikkeling ondersteunen van 66 000 kleine en middelgrote ondernemingen op het platteland buiten de landbouwsector. Zij zullen 3,7 miljoen opleidingsplaatsen voor landbouwers en andere ondernemers op het platteland financieren en startsubsidies verstrekken aan meer dan 160 000 jonge landbouwers. Dankzij investeringen in infrastructuur zullen bijna 18 miljoen mensen in plattelandsgebieden een betere toegang krijgen tot informatie- en communicatietechnologieën, inclusief breedband. Tegelijkertijd zullen rechtstreekse betalingen en marktinstrumenten zorgen voor stabiele landbouwersinkomens. Dit is belangrijk voor de levensmiddelensector, de grootste werkgever van de EU, die goed is voor 47 miljoen banen en 7 % van het bruto binnenlands product van de EU.

Illustratie:Commissaris Tibor Navracsics en Mairead McGuinness, ondervoorzitter van het Europees Parlement, bezoeken de wereldtentoonstelling, Milaan, Italië, 8 mei 2015.

Commissaris Tibor Navracsics en Mairead McGuinness, ondervoorzitter van het Europees Parlement, bezoeken de wereldtentoonstelling, Milaan, Italië, 8 mei 2015.

 
 

In Milaan (Italië) heeft de wereldtentoonstelling Expo 2015 plaatsgevonden met als thema „Voedsel voor de planeet, energie voor het leven”. Tussen 1 mei en 31 oktober hebben meer dan 21 miljoen mensen Expo 2015 bezocht. Het paviljoen van de EU was heel populair bij de bezoekers.

Een resultaatgerichte EU-begroting

Nu de druk op de overheidsfinanciën steeds groter wordt, is het belangrijker dan ooit om elke euro belastinggeld optimaal te gebruiken. In september heeft de Commissie het initiatief „Een resultaatgerichte EU-begroting” gelanceerd om te waarborgen dat EU-middelen doeltreffend en zinvol worden besteed ten behoeve van de burger en dat alle door de EU gefinancierde projecten duidelijke voordelen en een goede prijs-kwaliteitverhouding bieden.

Het doel is de EU-middelen te gebruiken voor de beleidsprioriteiten van de Commissie, zoals het stimuleren van groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen en het snel en doeltreffend reageren op noodsituaties. Een databank en een kaart van succesvolle, met EU-middelen gefinancierde projecten zijn te raadplegen op de website van de Commissie.

Hoofdstuk 2

Een connectieve digitale eengemaakte markt

„We moeten volgens mij de enorme mogelijkheden van de digitale technologie, die geen grenzen kent, nog veel beter gebruiken. Daartoe zullen we de moed aan de dag moeten leggen om af te stappen van de nationale compartimentering van de telecomregelgeving, van de auteurs- en gegevens­beschermingswetgeving, van het beheer van radio­frequenties en van de toepassing van de mededingingswetgeving.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

De Commissie is in mei 2015 begonnen met de uitvoering van haar strategie voor de digitale eengemaakte markt. De bedoeling van die strategie is dat EU-burgers overal in de EU onbelemmerd gebruik kunnen maken van onlinegoederen en -diensten. Er zijn nu nog te veel hinder­palen voor internetbedrijven en starters.

De EU moet door die strategie worden omgevormd van 28 nationale markten in één digitale eengemaakte markt. Dat levert honderdduizenden nieuwe banen op en draagt jaarlijks 415 miljard euro bij aan de economie van de EU.

De instellingen van de EU hebben in december een historisch akkoord bereikt. In juni 2017 komt er eindelijk een einde aan de kosten voor mobiele roaming, op voorwaarde dat bepaalde regels worden goedgekeurd. Vanaf die datum zullen burgers overal in de EU kunnen reizen zonder extra kosten voor het gebruik van hun mobiele telefoon, smartphone of tablet. Tevens kwamen zij overeen om een open internet voor iedereen te garanderen. De eerste wetsvoorstellen van de strategie voor de digitale eengemaakte markt zijn in december gepresenteerd. Die nieuwe regels moeten de inwoners van de EU bijvoorbeeld het recht geven om in andere EU-landen gebruik te maken van de sportuitzendingen, films, muziek, e-boeken en spellen waarvoor zij in hun lidstaat van herkomst hebben betaald. De Commissie heeft ook nieuwe regels voor grensoverschrijdende overeenkomsten voorgesteld om de consumenten die in andere EU-landen online winkelen, beter te beschermen en om bedrijven te helpen hun onlineverkoop uit te breiden.

Er is politieke overeenstemming bereikt over een nieuwe EU-regeling voor gegevens­bescherming en voor de netwerk- en informatie­beveiliging in de hele EU.

De strategie voor de digitale eengemaakte markt

De strategie voor de digitale eengemaakte markt is gebouwd op drie pijlers:

  • in de hele EU de toegang tot digitale inhoud en diensten voor consumenten en bedrijven verbeteren;
  • gunstige en gelijke voorwaarden scheppen zodat digitale netwerken en innovatieve diensten tot bloei komen;
  • het groeipotentieel voor de digitale economie maximaliseren.
Illustratie:
Vicevoorzitter van de Commissie Andrus Ansip heeft het over de strategie voor de digitale eengemaakte markt tijdens een burgerdialoog in Berlijn, Duitsland, 10 december 2015.

Vicevoorzitter van de Commissie Andrus Ansip heeft het over de strategie voor de digitale eengemaakte markt tijdens een burgerdialoog in Berlijn, Duitsland, 10 december 2015.

 
 

Betere toegang tot goederen en diensten

De elektronische handel bevorderen

De meeste mensen die wel eens iets via internet in een ander EU-land hebben gekocht, hebben waarschijnlijk wel eens te maken gehad met prijsverschillen of het niet beschikbaar zijn van producten. De Commissie is bezig met een herziening van de EU-regels voor grensoverschrijdende onlinehandel. Het doel daarvan is de koop en de verkoop over de grenzen heen gemakkelijker te maken, de consumenten een breder scala aan rechten en aanbiedingen te geven en bedrijven te helpen gemakkelijker aan klanten in andere lidstaten te verkopen. In 2015 heeft de Commissie een begin gemaakt met het opstellen van regels voor een betere bescherming van consumenten die over de grenzen heen via internet aankopen doen. Ook zal de Commissie eventuele belemmeringen van de grensoverschrijdende handel in goederen en diensten die door ondernemingen zijn opgeworpen, proberen weg te nemen. Zij zal zich met name richten op sectoren waarin de elektronische handel het meest verbreid is, zoals elektronica, kleding en schoeisel, en op digitale inhoud. Het proces begon met de start van een onderzoek naar mogelijke concurrentieproblemen in de e-commerce in mei.

BETER GEÏNTEGREERDE NETWERKEN, PRODUCTEN EN DIENSTEN

De Commissie is de rechten van de consument op de digitale markt in 2015 blijven steunen. In december heeft de Commissie voorstellen gedaan om bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud (bijv. streamen van muziek) en voor de verkoop van goederen (bijv. kleding) via internet of op afstand te harmoniseren. Deze twee voorstellen moeten een einde helpen maken aan de juridische versnippering op het gebied van het contractenrecht en de daaruit voortvloeiende hoge kosten voor bedrijven, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen. Ook dragen ze bij tot de verbetering van het vertrouwen van de consument wanneer deze aankopen doet in een andere lidstaat. De consumenten zullen profiteren van een hoger niveau van consumenten­bescherming en een ruimere keuze aan producten tegen meer concurrerende prijzen. Bedrijven zullen digitale inhoud en goederen aan consumenten in de hele EU kunnen leveren op basis van hetzelfde geheel van contractuele regels.

Vereenvoudiging van de btw-regels voor grensoverschrijdende e-commerce

Op dit moment betekent grensoverschrijdende verkoop in de EU voor elke onderneming dat zij per lidstaat per jaar meer dan 5 000 euro aan extra kosten maken om aan de btw-regels te voldoen. De Commissie wil een gelijk speelveld bieden voor EU-bedrijven en ervoor zorgen dat de btw-inkomsten naar de lidstaat gaan waar de consument is gevestigd. In september heeft de Commissie een openbare raadpleging georganiseerd om te helpen bij het zoeken van manieren om betalingen bij grensoverschrijdende elektronische transacties in de EU te vereenvoudigen.

ELEKTRONISCHE HANDEL (E-COMMERCE): VEEL MOGELIJKHEDEN BLIJVEN OP EU-NIVEAU HELAAS ONDERBENUT

Het verbeteren van grensoverschrijdende pakketbezorging

De kosten voor pakketbezorging zijn niet alleen een probleem voor consumenten die onlineaankopen doen. Bedrijven die hun producten online verkopen, klagen ook over de leveringskosten. De Commissie bevordert betaalbare, hoogwaardige, grensoverschrijdende leveringsdiensten via haar strategie voor de digitale eengemaakte markt. De bedoeling is dat bedrijven hun producten naar de consumenten toe kunnen brengen op een manier die alle partijen die bij de transactie betrokken zijn, het best uitkomt. Om precies te weten wat burgers en bedrijven willen en nodig hebben, heeft de Commissie in mei het startsein gegeven voor een raadpleging hierover.

„Geoblocking” aanpakken

Veel mensen die online winkelen, zijn het slachtoffer geworden van „geoblocking”, de commerciële praktijk waarbij onlineverkopers consumenten de toegang tot een website weigeren, afhankelijk van de locatie, of deze omleiden naar een winkel met andere prijzen. Zo kan het gebeuren dat een klant uit de ene lidstaat voor de huur van dezelfde huurauto uiteindelijk meer moet betalen dan een klant uit de andere lidstaat. In september is de Commissie een openbare raadpleging gestart om inzicht te krijgen in de behoeften van de consument en om geholpen te worden bij het opstellen van wetgevingsvoorstellen die een einde moeten maken aan deze praktijk, wanneer die niet gerechtvaardigd is.

Modernisering van het auteursrecht

Op dit moment kunnen inwoners van de EU die binnen de EU reizen, worden afgesloten van online­diensten als films, sportuitzendingen, muziek, e-boeken en spelletjes die zij hebben betaald in hun lidstaat van herkomst. Wanneer bijvoorbeeld een Nederlandse abonnee van een populaire aanbieder van onlinefilms en tv-series naar Duitsland reist, kan hij alleen die films bekijken die die onderneming aan haar Duitse klanten aanbiedt. In Polen kan hij helemaal geen films van die aanbieder bekijken, aangezien die aanbieder daar momenteel niet actief is. In december heeft de Commissie nieuwe regels voorgesteld om ervoor te zorgen dat inwoners van de EU de digitale inhoud die zij thuis hebben gekocht of waarop zij thuis geabonneerd zijn, op reis kunnen „meenemen”. Deze zogenaamde „grensoverschrijdende portabiliteit”, een nieuw recht voor consumenten in de EU, zal naar verwachting in 2017 een feit zijn. Dit is het eerste onderdeel van de plannen van de Commissie tot modernisering van de regels inzake auteursrechten om een antwoord te geven op nieuwe technologieën, consumentengedrag en omstandigheden op de markt. De Commissie heeft ook een actieplan gepresenteerd met de wetgevingsvoorstellen en beleidsinitiatieven waarmee zij in de eerste helft van 2016 zal komen. De Commissie wil ervoor zorgen dat iedereen in de EU toegang kan krijgen tot een breed legaal aanbod aan inhoud waarbij ervoor moet worden gezorgd dat auteurs en andere rechthebbenden beter worden beschermd en een billijke vergoeding ontvangen.

Herziening van de satelliet- en kabelrichtlijn

De klassieke televisieomroep via de antenne is al lang ingehaald door satelliet- en kabeltelevisieaanbieders met een meestal veel groter aanbod. Maar kan de consument hier wel maximaal van profiteren? Zijn er niet nog steeds obstakels die verband houden met het verouderde auteursrecht en burgers verhinderen toegang te krijgen tot nieuwe en creatieve digitale inhoud? In een poging om vast te stellen waar en hoe satelliet- en kabeltelevisieaanbieders auteursrechten moeten betalen om zo een ruimer aanbod van inhoud in de hele EU te bieden, is de Commissie begonnen met een formele herziening van de EU-regels. In een raadpleging over de satelliet- en kabelrichtlijn, die in augustus is gelanceerd, is gevraagd of de regels nog actueel zijn en wat de gevolgen zouden zijn als deze richtlijn ook van toepassing zou worden op via het internet aangeboden radio en tv. Het doel is de grensoverschrijdende toegang tot uitzendingen en aanverwante onlinediensten in de hele EU te verbeteren. Het wegnemen van belemmeringen in de digitale eengemaakte markt zal creativiteit belonen en de Europese audiovisuele sector versterken, en ondertussen de consumenten toegang geven tot een grotere verscheidenheid aan inhoud over de grenzen heen.

De juiste voorwaarden scheppen

Het vertrouwen in onlinediensten versterken

Weliswaar is een steeds groter deel van het leven van de consumenten digitaal, maar toch hebben zij nog steeds weinig vertrouwen in de wijze waarop ondernemingen met hun persoonsgegevens omgaan. Dit is een reden tot bezorgdheid voor 72 % van de internetgebruikers in de EU. Het Parlement en de Raad hebben hun goedkeuring gehecht aan nieuwe EU-regels inzake gegevensbescherming, die voor het eerst in 2012 door de Commissie zijn voorgesteld om de zorgen van de burgers enigszins weg te nemen en om te zorgen voor meer veiligheid en vertrouwen online. De eind 2015 overeengekomen regels zijn onder meer:

  • er komt één stel regels inzake gegevensbescherming voor de hele EU, wat het bedrijfsleven ongeveer 2,3 miljard euro per jaar scheelt;
  • er komen verscherpte en aanvullende rechten, zoals het recht om te worden vergeten;
  • op het grondgebied van de EU gelden de EU-regels — ondernemingen die hun hoofdkantoor buiten de Europese Unie hebben, zullen de EU-regels moeten toepassen wanneer zij hun diensten in de EU aanbieden;
  • de onafhankelijke nationale gegevensbeschermingsautoriteiten krijgen meer bevoegdheden en krijgen de mogelijkheid om bedrijven die de regels voor gegevensbescherming overtreden, boetes op te leggen;
  • er komt één loket voor ondernemingen en burgers — bedrijven krijgen te maken met maar één enkele toezichthoudende autoriteit in plaats van 28.

Het Parlement en de Raad hebben ook overeenstemming bereikt over nieuwe regels om een hoog gemeenschappelijk niveau van netwerk- en informatiebeveiliging in de hele EU te garanderen. Dit is een belangrijk element van de cyberbeveiligingsstrategie van de EU — alle lidstaten worden verplicht om een nationale strategie voor cyberbeveiliging vast te stellen. Voor aanbieders van essentiële diensten in sectoren zoals energie, vervoer, het bankwezen en de gezondheidszorg, alsmede voor bedrijven die digitale diensten zoals zoekmachines, cloudcomputing en onlinemarktplaatsen aanbieden, gelden specifieke verplichtingen. Zij zullen worden verplicht passende veiligheidsmaatregelen te nemen en cyberincidenten die een grote impact hebben bij de nationale autoriteiten, te rapporteren.

Filmpje:
De aankondiging van de digitale eengemaakte markt van de EU.

De aankondiging van de digitale eengemaakte markt van de EU.

 

In het kader van de strategie voor de digitale eengemaakte markt werkt de Commissie ook samen met het bedrijfsleven aan technologieën en oplossingen voor online netwerkbeveiliging.

Illustratie:
Commissaris Günther Oettinger bij „Startup Europe Comes to Silicon Valley”, waar de beste nieuwe technologische start-ups en scale-ups uit de EU belanghebbenden uit Silicon Valley ontmoeten, San Francisco, Verenigde Staten, 23 september 2015.

Commissaris Günther Oettinger bij „Startup Europe Comes to Silicon Valley”, waar de beste nieuwe technologische start-ups en scale-ups uit de EU belanghebbenden uit Silicon Valley ontmoeten, San Francisco, Verenigde Staten, 23 september 2015.

 
 

De afschaffing van de roamingkosten in 2017

In oktober zijn het Parlement en de Raad overeengekomen om een eind te maken aan roaming­tarieven in de EU en hebben zij regels goedgekeurd ter bescherming van het recht van elke burger op toegang tot internetinhoud zonder discriminatie.

Het is de bedoeling dat in juni 2017 een einde komt aan de roamingtarieven, mits bepaalde wetgeving wordt goedgekeurd, waardoor gebruikers van mobiele telefoons, smartphones en tablets, wanneer zij in de EU reizen, dezelfde prijs betalen als in hun eigen land, zonder extra kosten. In de tussentijd wordt een maximum gesteld aan de toeslag die gebruikers moeten betalen: vanaf 30 april 2016 wordt dit maximaal 0,05 euro per minuut voor uitgaande gesprekken, 0,02 euro per verzonden sms-bericht en 0,05 euro per megabyte gegevens. Sinds 2007 heeft de EU al gedaan gekregen dat de roamingtarieven voor gesprekken, sms-berichten en gegevens met meer dan 80 % zijn gedaald.

ROAMING BIJ REIZEN IN DE EU

De regels die in oktober zijn overeengekomen, zullen ook het beginsel van netneutraliteit verankeren in de EU-wetgeving. Gebruikers krijgen vrije toegang tot de informatie van hun keuze en zullen niet langer oneerlijk worden vertraagd of geblokkeerd, en betaalde prioritering zal niet worden toe­gestaan. Deze nieuwe regels zullen op 30 april 2016 in alle lidstaten in werking treden.

Een kader voor de media en telecommunicatie voor de 21e eeuw

De audiovisuele sector is aan het veranderen vanwege nieuwe technologieën, nieuwe bedrijfsmodellen, diensten op aanvraag en nieuwe manieren van bekijken, zoals op een smartphone. In juli heeft de Commissie een openbare raadpleging georganiseerd over de vraag hoe het audiovisuele medialandschap in het digitale tijdperk bij de tijd kan worden gebracht. Op basis van de resultaten van de raadpleging zal de Commissie in 2016 onderzoeken of de richtlijn audiovisuele mediadiensten moet worden aangepast en geactualiseerd.

De feedback van twee andere in 2015 gehouden openbare raadplegingen zal de Commissie ook helpen om de regels van de EU voor telecommunicatie te actualiseren en de internetsnelheden en kwaliteit te bepalen die volgens de respondenten na 2020 nodig zijn. De strategie van de Commissie voor de digitale eengemaakte markt streeft naar verbetering van digitale connectiviteit in de EU, vooral in landelijke gebieden. Slechts 18 % van de plattelandsgebieden wordt bestreken door snelle breedbandnetwerken met glasvezel, tegenover 62 % in stedelijke gebieden. In de periode 2014-2020 zal de Commissie in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma’s ruim 2 miljard euro investeren om de diensten voor informatie- en communicatietechnologie (ICT) voor bijna 18 miljoen bewoners van plattelands­gebieden te verbeteren. In dit bredere kader zal het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling 13,3 miljard euro investeren om de toegang tot digitale technologieën en netwerken in de hele EU te verbeteren. Daarnaast is vanuit de Connecting Europe Facility (financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen) 150 miljoen euro uitgetrokken voor breedbandinfrastructuur, waarmee de Commissie en de Europese Investeringsbank leningen, garanties en projectobligaties kunnen financieren voor projecten op het gebied van telecommunicatie. In het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen zullen de uitgaven voor breedband naar verwachting rond de 1 miljard euro aan investeringen genereren.

Onlineplatformen

Onlineplatformen (zoekmachines, sociale media, websites voor kennis- en videosharing, appstores enz.) zijn een belangrijk onderdeel van een bloeiende digitale economie. Zij komen ten goede aan zowel consumenten als leveranciers door het de marktdeelnemers mogelijk te maken gebruik te maken van de voordelen van digitalisering en e-commerce. Zij hebben ook de manier veranderd waarop culturele inhoud wordt verspreid. De resultaten van een in september gestarte raadpleging zullen worden verwerkt in een beoordeling van de rol van platformen en bemiddelaars, onder meer bij de aanpak van illegale inhoud op het internet.

Het groeipotentieel maximaliseren

De voordelen van onlinediensten en de bevordering van de digitale vaardigheden

De strategie van de Commissie voor de digitale eengemaakte markt steunt een inclusieve digitale samenleving waarin alle burgers de juiste vaardigheden hebben om de kansen te grijpen die het internet biedt en om hun kansen op het vinden van een baan te vergroten. In 2015 gingen vier nieuwe nationale coalities voor digitale vaardigheden en banen van start in België, Cyprus, Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Momenteel zijn er 13 nationale partnerschappen, geïnspireerd door de Grote Coalitie voor digitale banen die in 2013 werd opgericht om het tekort aan digitale vaardigheden in de EU te overwinnen.

E-overheid maakt gebruik van digitale instrumenten en systemen om de burgers en de onder­nemingen betere overheidsdiensten te bieden. Dat stelt burgers, ondernemingen en organisaties in staat gemakkelijker, sneller en tegen lagere kosten met de overheid om te gaan. Bij invoering in de hele EU zou jaarlijks meer dan 50 miljard euro kunnen worden bespaard. In december hebben het Parlement en de Raad hun goedkeuring gehecht aan de plannen van de Commissie voor het ISA2-programma. Met ISA2 zal 131 miljoen euro worden uitgetrokken voor interoperabele digitale oplossingen om te zorgen voor naadloze grens- en sectoroverschrijdende elektronische interactie tussen Europese overheidsdiensten.

Digitale technologieën raken aan alle onderdelen van ons dagelijks leven. Alle nieuwe voertuigen zullen vanaf april 2018 zijn uitgerust met eCall-technologie dankzij wetgeving die in april door het Parlement en de Raad is goedgekeurd. In geval van een ernstig ongeval belt eCall automatisch 112, het uniform Europees alarmnummer. Het systeem deelt de exacte locatie van het voertuig, het tijdstip van het ongeval en de rijrichting (zeer belangrijk op autosnelwegen) aan de noodhulpdiensten mee, zelfs wanneer de bestuurder buiten bewustzijn is of niet in staat is om te bellen. De Commissie schat in dat, zodra het systeem volledig is ingevoerd, met eCall honderden levens per jaar kunnen worden gered en gewonden sneller kunnen worden geholpen.

Normen ontwikkelen

Normen zijn belangrijke hulpmiddelen om ervoor te zorgen dat verschillende systemen samenwerken. Zij kunnen de innovatie aanjagen en het concurrentievermogen van de Europese industrie vergroten. In september heeft de Commissie gevraagd naar meningen over de prioriteiten voor normen op gebieden als cloudcomputing, e-gezondheid, cyberveiligheid, intelligent vervoer, slimme steden en 5G-communicatie. 5G is de volgende generatie van communicatienetwerken. 5G wordt niet alleen sneller, maar wordt ook het fundament van onze digitale toekomst en van een EU-markt voor het internet van de dingen die een waarde van biljoenen euro’s vertegenwoordigt. Het internet van de dingen is een term die wordt gebruikt om nieuwe, zeer uiteenlopende functies en toepassingen te beschrijven, zoals „connected cars” (onderling communicerende auto’s) en slimme huizen. In 2020 zal er meer dan dertigmaal zoveel mobiel internetverkeer zijn als in 2010. 5G wordt de technologie die het best is uitgerust om met deze nieuwe realiteit om te gaan. In 2015 heeft de EU baanbrekende overeenkomsten ondertekend met China en Japan om samen te werken in de wereldwijde wedloop naar de ontwikkeling van 5G-netwerken.

De data-economie en cloudcomputing optimaal benutten

Enorme hoeveelheden gegevens worden door mensen gecreëerd of automatisch gegenereerd. „Big data” kan een katalysator zijn voor groei, innovatie en digitalisering. Voordat de Commissie op dit gebied maatregelen neemt, is zij in september een openbare raadpleging gestart op zoek naar initiatieven ter bevordering van het vrij verkeer van gegevens in de EU. Ook streeft zij ernaar de beperkingen met betrekking tot de toegang tot de gegevens en waar die zijn opgeslagen, weg te nemen. De raadpleging heeft ook betrekking op de beste manier om de certificering van clouddiensten, het overstappen tussen aanbieders van clouddiensten en de totstandbrenging van een „onderzoekscloud” te vergemakkelijken. De cloudtechnologie zal de kern vormen van het toekomstig EU-bedrijfsleven. De EU-instellingen zelf zijn ook vast van plan cloudcomputing te gaan gebruiken. In december heeft de Commissie een aantal ondernemingen geselecteerd die in 2016 aan alle instellingen van de EU een reeks cloudgebaseerde IT-diensten zullen leveren.

Hoofdstuk 3

Een veerkrachtige energie-unie en een toekomstgericht klimaatveranderingsbeleid

„Door de recente geopolitieke ontwikkelingen worden wij met de neus op het feit gedrukt dat Europa te sterk afhankelijk is van olie- en gasinvoer. Daarom wil ik het Europees energiebeleid reorganiseren en omvormen tot een nieuwe Europese energie-unie.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

De EU is 2015 ingegaan met de belofte haar burgers en bedrijven betrouwbare en betaalbare energie te bieden en tegelijkertijd de oorzaken van de klimaatverandering aan te pakken. In februari gaf zij het startschot voor de energie-unie om de consument geld en energie te helpen besparen, het milieu beter te beschermen en de energievoorziening te garanderen. In juli zijn enkele gerelateerde voorstellen gedaan om onder andere de EU-regeling voor de handel in emissierechten te herzien, de energie-efficiëntie-etikettering duidelijker te maken en de consument meer waar voor zijn geld te bieden. De Commissie is ook gestart met een openbare raadpleging over de nieuwe opzet van de elektriciteitsmarkt.

In februari heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd over hoe voor 2020 in alle lidstaten het 10 %-streefcijfer voor elektriciteitsinterconnectie kan worden gehaald. Eind 2015 zijn al diverse inter­connectieprojecten in gebruik genomen waardoor de Baltische staten in het noorden, het Iberisch Schiereiland in het zuiden en Malta met de rest van de EU worden verbonden.

In september heeft de Commissie een nieuw strategisch plan voor energietechnologie aan­genomen. Het doel hiervan is de ontwikkeling en inzet van koolstofarme technologieën te versnellen.

In november heeft de Commissie een verslag over de stand van de energie-unie gepubliceerd waarin een overzicht wordt geboden van de vooruitgang die sinds de aanname van de kaderstrategie voor de energie-unie is geboekt. De uitvoering van de strategie vereist echter verdere inspanningen en 2016 wordt een cruciaal jaar voor de verwezenlijking van de energie-unie.

Daarnaast heeft de EU een sleutelrol vervuld bij de totstandkoming van het eerste universele, juridisch bindende klimaatakkoord dat in december in Parijs door 195 landen is aanvaard. In dit akkoord is een mondiaal actieplan bepaald, zodat de wereld een gevaarlijke klimaatverandering kan vermijden door de opwarming van de aarde ruim onder 2 °C te houden. Deze overeenkomst zendt ook het duidelijk signaal aan investeerders, bedrijven en beleidsmakers dat de wereldwijde overgang naar schone energie onvermijdelijk is en dat we het gebruik van vervuilende fossiele brandstoffen als hulpbronnen achter ons moeten laten.

De energie-unie: betrouwbare, duurzame, concurrerende en betaalbare energie voor elke EU-inwoner

In februari heeft de Commissie haar strategie voor de energie-unie aangenomen. Hierin wordt voortgebouwd op de Europese strategie voor energiezekerheid en op het klimaat- en energiekader 2030 van de EU. In oktober 2014 hebben de Europese staatshoofden en regeringsleiders een akkoord bereikt over streefcijfers om voor 2030 de broeikasgasuitstoot in de EU met minstens 40 % te verlagen ten opzichte van 1990, over een bindend streefcijfer om het aandeel hernieuwbare energie in de hele EU tot minstens 27 % te verhogen en over een streefcijfer om de energie-efficiëntie met minstens 27 % te verbeteren ten opzichte van prognoses. Dit streefcijfer voor energie-efficiëntie zal uiterlijk in 2020 worden geëvalueerd, waarbij rekening zal worden gehouden met het uiteindelijke EU-streefcijfer van 30 %. Gezien het fundamenteel belang van een volledig functionerende en verbonden interne energiemarkt zijn de Europese leiders voorts voor elektriciteitsinterconnectie tussen de lidstaten een minimumstreefcijfer van 10 % voor 2020 overeengekomen. De bedoeling is dit streefcijfer vervolgens te verhogen tot 15 % voor 2030.

Het hoofddoel van de energie-unie is de consumenten en bedrijven in de EU te voorzien van betrouwbare, duurzame en concurrerende energie. De consument moet voordelige prijzen krijgen en er moeten meer concurrentie en een groter aanbod komen, zodat hij geld en energie kan besparen.

Daarnaast heeft de energie-unie als doel de klimaatverandering aan te pakken door over te gaan op een koolstofarme en klimaatvriendelijke economie. In februari heeft de Commissie een mededeling gepubliceerd, waarin zij haar visie op een wereldwijd klimaatakkoord op de decemberconferentie in Parijs uit de doeken deed.

De EU voert 53 % van de energie die zij verbruikt in en sommige lidstaten zijn afhankelijk van één enkele gasleverancier. Het diversifiëren van energiebronnen en -leveranciers is een belangrijke manier om in de EU zowel de energiezekerheid te verbeteren als het concurrentievermogen op peil te houden. Om de nodige diversificatie te bereiken, gaat de EU na of er brandstoffen uit andere delen van de wereld kunnen worden aangekocht, voert zij onderzoek uit naar nieuwe technologieën en zorgt zij voor de verdere ontwikkeling van de eigen hulpbronnen (onder meer van biomassa, zoals voorgesteld in de EU-bosstrategie) en de verbetering van de infrastructuur, zodat nieuwe bevoorradingsbronnen kunnen worden aangeboord.

Hardnekkige obstakels voor echte marktintegratie, ongecoördineerde nationale beleidslijnen en het ontbreken van een gemeenschappelijke houding tegenover niet-EU-landen belemmeren de vooruitgang bij de verwezenlijking van de energie-unie.

De strategie van de energie-unie is daarom gebaseerd op de volgende vijf aspecten:

  • energiezekerheid, solidariteit en vertrouwen waarborgen;
  • een volledig geïntegreerde Europese energiemarkt creëren;
  • via energie-efficiëntie de vraag naar energie verlagen;
  • de economie koolstofarm maken;
  • onderzoek, innovatie en het concurrentievermogen versterken.

Om voor het succes van de energie-unie in alle lidstaten te zorgen, zijn de komende jaren een reeks initiatieven nodig op Europees en nationaal niveau.

Het EU-cohesiebeleid draagt bij aan de praktische verwezenlijking van de doelstellingen van de energie-unie. Via de Europese structuur- en investeringsfondsen is al meer dan 110 miljard euro vrijgemaakt. Een deel van dit bedrag is bedoeld als financiering voor de koolstofarme economie in de hele EU, onder andere door investeringen in duurzame energie en multimodaal stedelijk vervoer. Bovendien is er een aanzienlijke hoeveelheid steun beschikbaar voor investeringen in energie-efficiënt en koolstofarm vervoer en is er ook steun beschikbaar voor grootschalige slimme energie-infrastructuur.

Na de aanname van de strategie voor de energie-unie heeft vicevoorzitter Maroš Šefčovič in 2015 alle lidstaten bezocht om de ideeën over de energie-unie naar de lidstaten en de belanghebbenden te brengen. Deze bezoeken maakten overleg mogelijk met enerzijds overheden, nationale parlementen, de energiesector en andere industrieën, en anderzijds sociale partners, consumenten en studenten.

MACHT AAN DE CONSUMENT

In het eerste verslag over de stand van de energie-unie, dat door de Commissie in november is gepubliceerd, is ingegaan op de vooruitgang die de voorafgaande negen maanden is geboekt, zijn belangrijke actiegebieden voor 2016 bepaald en zijn conclusies getrokken voor het beleid op Europees, nationaal en regionaal niveau. Uit het verslag bleek dat, naast het koolstofvrij maken van de economie (onder meer door de toepassing van hernieuwbare energie) en energiezekerheid, de strategie voor de energie-unie ook voor vooruitgang heeft gezorgd op het gebied van energie-efficiëntie, de interne energiemarkt, onderzoek, innovatie en het concurrentievermogen. In het verslag is ook erkend dat er nog veel werk moet worden verzet om de doelstellingen van de energie-unie te behalen.

Een belangrijk middel om de energie-unie tot stand te brengen, is een betrouwbaar en transparant governancemechanisme. Het verslag biedt de lidstaten ook richtsnoeren om geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen te ontwikkelen voor de periode 2021-2030.

De omvorming van het energiesysteem in de EU

De Commissie heeft in juli initiatieven voorgesteld om voor de energieconsument een „new deal” te ontwikkelen, de EU-elektriciteitsmarkt te hertekenen, de EU-regeling voor de emissiehandel te herzien en de energie-efficiëntie-etikettering te actualiseren.

De consument mondiger maken

De voorstellen van de Commissie steunen op een strategie met drie pijlers:

  • de consument helpen geld te besparen en actief deel te nemen aan de markt door betere informatieverstrekking en een brede reeks mogelijke maatregelen;
  • het vertrouwen en de bescherming van de consument verbeteren wat betreft zowel energierechten als gegevensbeheer, -bescherming, -geheimhouding en -beveiliging;
  • de consument in zijn actieve rol ondersteunen door interoperabele slimme technologieën maximaal te benutten.

Een nieuwe opzet voor de elektriciteitsmarkt

Er is een fundamentele transformatie van het elektriciteitssysteem in de EU nodig om de doelen van de strategie voor de energie-unie te bereiken. Met de mededeling van de Commisie over de hertekening van de elektriciteitsmarkt in de EU is het startschot gegeven voor een openbare raadpleging over hoe de nieuwe opzet van de elektriciteitsmarkt er moet uitzien. De resultaten van deze raadpleging zullen worden gebruikt om de energiezekerheid te versterken, aan de verwachtingen van de consument te voldoen en de reële voordelen van nieuwe technologie voelbaar te maken. Deze resultaten zullen ook de mogelijkheid bieden manieren te vinden om investeringen, met name in hernieuwbare energiebronnen, te bevorderen.

Een EU-regeling voor emissiehandel die klaar is voor de toekomst

In juli heeft de Commissie een herziening van de EU-regeling voor de emissiehandel voor de periode na 2020 voorgesteld om te waarborgen dat de regeling een belangrijke rol kan spelen in de terugdringing van de broeikasgasuitstoot in het volgende decennium. Dit voorstel vormt de eerste wetgevende stap richting de verwezenlijking van de door de EU gemaakte toezegging om de eigen broeikasgasuitstoot voor 2030 met ten minste 40 % te verminderen. Dit zond een krachtig signaal aan de internationale gemeenschap in de aanloop naar de klimaattop in Parijs.

Het voorstel omvat drie belangrijke elementen: de opvoering van het tempo waarin de broeikasgas­uitstoot na 2020 wordt verlaagd; gerichtere regels voor de gratis toewijzing van emissierechten aan de industrie om het concurrentievermogen op internationaal vlak te waarborgen; meer financiering voor koolstofarme innovatie en modernisering van de energiesector.

DE EU-REGELING VOOR EMISSIEHANDEL

Herziening van de energie-efficiëntie-etikettering voor meer duidelijkheid

Sinds de invoering ervan twintig jaar geleden, heeft de EU-energie-etikettering de ontwikkeling van producten met een steeds grotere energie-efficiëntie aangemoedigd. Dit heeft er anderzijds ook voor gezorgd dat de huidige energie-efficiëntie-etikettering te complex is geworden. In 2015 heeft de Commissie daarom voorgesteld om terug te keren naar de oorspronkelijke schaal van A tot en met G op energie-etiketten. Dit is namelijk eenvoudiger en duidelijker voor de consument.

Het strategisch plan voor energietechnologie

In september heeft de Commissie een nieuw strategisch plan voor energietechnologie aangenomen, dat een geraamde begroting van 71,5 miljard euro heeft. De bedoeling van dit plan is koolstofarme en nieuwe technologieën te perfectioneren en kosten te verlagen door onderzoek te coördineren en projecten te helpen financieren.

Als de technologische dimensie van het energie- en klimaatbeleid van de EU omvat het geactualiseerde plan een voorstel van tien acties die op onderzoek en innovatie zijn gericht. Deze acties zullen de transformatie van het energiesysteem helpen versnellen en tegelijkertijd nieuwe banen en groei opleveren. Er zal een doeltreffendere en eenvoudigere governancestructuur worden opgezet om de coördinatie tussen nationale overheden, het bedrijfsleven en onderzoeksinstellingen te verbeteren. Daarnaast zal er voor betere toegang tot risicofinanciering worden gezorgd, zodat nieuwe innovaties kunnen worden ondersteund en nieuwe technologieën op de markt kunnen worden gebracht.

Een onderling verbonden energiemarkt

Als onderdeel van de strategie voor de energie-unie heeft de Commissie in februari een mededeling gepubliceerd over hoe voor 2020 in alle lidstaten het 10 %-streefcijfer voor elektriciteitsinterconnectie kan worden gehaald. Dit houdt in dat elke lidstaat tegen dan moet beschikken over hoogspanningsverbindingen waarmee minstens 10 % van de door zijn elektriciteitscentrales geproduceerde elektriciteit over de grenzen heen naar naburige lidstaten kan worden getransporteerd. In totaal zitten 22 lidstaten al op schema om dit streefcijfer te halen, maar in bepaalde regio’s zijn nog meer verbindingen nodig.

In maart heeft de voorzitter van de Commissie samen met de premiers van Spanje en Portugal en de president van Frankrijk de Verklaring van Madrid ondertekend. Met deze verklaring wordt het pad geëffend voor een betere verbinding van het Iberisch Schiereiland met de rest van de EU-energiemarkt. Een nieuwe regionale groep op hoog niveau voor Zuidwest-Europa zal zorgen voor regelmatig toezicht op de vooruitgang bij de belangrijkste infrastructuurprojecten die in de Verklaring van Madrid zijn aangegeven, en voor passende ondersteuning om de bouw ervan te vergemakkelijken.

In april hebben de premiers van Malta en Italië de hoogspanningsverbinding tussen deze twee lid­staten officieel in gebruik genomen. Door deze verbinding is Malta voortaan verbonden met het Europees energienet.

Illustratie:
(Zittend, van links naar rechts) Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, François Hollande, president van Frankrijk, Mariano Rajoy, premier van Spanje, en Pedro Passos Coelho, premier van Portugal, ondertekenen de Verklaring van Madrid met het oog op de verbetering van de verbinding van het Iberisch Schiereiland met de energiemarkt in de rest van de EU, Madrid, Spanje, 4 maart 2015.

(Zittend, van links naar rechts) Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, François Hollande, president van Frankrijk, Mariano Rajoy, premier van Spanje, en Pedro Passos Coelho, premier van Portugal, ondertekenen de Verklaring van Madrid met het oog op de verbetering van de verbinding van het Iberisch Schiereiland met de energiemarkt in de rest van de EU, Madrid, Spanje, 4 maart 2015.

 
 

In juli zijn de lidstaten overeengekomen om te investeren in twintig belangrijke trans-Europese energie-infrastructuurprojecten in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen. Deze financieringsfaciliteit heeft een begroting van 5,35 miljard euro voor de ondersteuning van energie-infrastructuur in de periode 2014-2020. In juni is een tweede oproep tot het indienen van voorstellen gepubliceerd, met een indicatieve begroting van 550 miljoen euro.

In oktober is een subsidieovereenkomst voor de bouw van een gasleiding tussen Polen en Litouwen ondertekend, waardoor een einde zal komen aan het isolement van de Oostzeeregio.

Illustratie:
Taavi Rõivas, premier van Estland, Dalia Grybauskaitė, president van Litouwen, Laimdota Straujuma, premier van Letland, Ewa Kopacz, premier van Polen, en Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, kondigen het project voor de gasverbinding tussen Polen en Litouwen aan, Brussel, 15 oktober 2015.

Taavi Rõivas, premier van Estland, Dalia Grybauskaitė, president van Litouwen, Laimdota Straujuma, premier van Letland, Ewa Kopacz, premier van Polen, en Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, kondigen het project voor de gasverbinding tussen Polen en Litouwen aan, Brussel, 15 oktober 2015.

 
 

In november heeft de Commissie een lijst van 195 belangrijke energie-infrastructuurprojecten goedgekeurd. Hierbij gaat het om projecten van gemeenschappelijk belang die zullen bijdragen aan de verwezenlijking van de energie- en klimaatdoelstellingen van de EU. Voor deze projecten gelden versnelde vergunningsprocedures en verbeterde regelgevingsvoorwaarden. Deze projecten kunnen ook in aanmerking komen voor financiële ondersteuning door de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen.

Twee nieuwe hoogspanningsverbindingen tussen enerzijds Litouwen en anderzijds Polen en Zweden zijn in december officieel in gebruik genomen. De LitPol Link verbindt Alytus in Litouwen met Elk in Polen, terwijl de NordBalt een verbinding vormt tussen Klaipeda in Litouwen en Nybro in Zweden. Voor het eerst zijn de elektriciteitsmarkten van de Baltische staten verbonden met de Zweedse en Poolse elektriciteitsnetten, waardoor de Baltische staten en Polen het 10 %-streefcijfer voor interconnectie kunnen halen.

De klimaatverandering en de Overeenkomst van Parijs

In december hebben 195 landen de eerste universele, juridisch bindende overeenkomst voor het aanpakken van de klimaatverandering aanvaard. De overeenkomst, die mede dankzij de inspanningen van de EU is gesloten, verplicht alle landen ertoe maatregelen voor de vermindering van de broeikasgasuitstoot te nemen, in een poging de stijging van de temperatuur op aarde „ruim onder” 2 °C in vergelijking met het pre-industriële tijdperk te houden en de gevaarlijkste gevolgen van de klimaatverandering af te wenden.

De aanvaarding van een nieuwe wereldwijde klimaatovereenkomst om vaart te zetten achter de overgang naar een koolstofarme wereldeconomie vormt de bekroning van jarenlange inspanningen door de internationale gemeenschap om tot een universeel multilateraal akkoord inzake de klimaatverandering te komen.

Illustratie:
Carole Dieschbourg, Luxemburgs minister van Milieu die het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie vertegenwoordigt (derde van links), en commissaris Miguel Arias Cañete (vierde van rechts) met de vertegenwoordigers van de „coalitie van de ambitieuzen” op de klimaattop in Parijs, Frankrijk, 12 december 2015.

Carole Dieschbourg, Luxemburgs minister van Milieu die het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie vertegenwoordigt (derde van links), en commissaris Miguel Arias Cañete (vierde van rechts) met de vertegenwoordigers van de „coalitie van de ambitieuzen” op de klimaattop in Parijs, Frankrijk, 12 december 2015.

 
 

Na de ervaringen die zijn opgedaan met het Kyoto-protocol, waaraan slechts een beperkt aantal landen deelneemt, en de klimaattop van Kopenhagen in 2009, waar geen overeenstemming is bereikt, heeft de EU zich sterk gemaakt voor een brede coalitie van ontwikkelingslanden en ontwikkelde landen met een hoog ambitieniveau. Deze coalitie heeft mee bijgedragen tot de succesvolle uitkomst van de Conferentie van Parijs.

De toezeggingen door de landen om de uitstoot te verminderen, ook bekend als „voorgenomen nationaal vastgestelde bijdragen”, hebben voor een belangrijke doorbraak gezorgd. De stroom aan toezeggingen kwam in maart geleidelijk op gang toen de EU als eerste grote economie haar bijdrage bekendmaakte. De EU heeft zichzelf ertoe verbonden om voor 2030 de uitstoot door haar hele economie met ten minste 40 % te verminderen ten opzichte van 1990. Aan het einde van de conferentie in Parijs hadden bijna alle landen in de wereld uitgebreide plannen voor de vermindering van hun uitstoot voorgesteld. Voor vele landen was dit de eerste keer dat ze dit deden. Dit alles was een ongeziene manifestatie van politieke wil, die wijst op een duidelijke verschuiving weg van „actie door enkelen” richting „actie door allen”.

EEN AMBITIEUS KLIMAATBELEID VOOR DE PERIODE TOT 2030

Dit zijn de belangrijkste elementen die door de regeringen in Parijs zijn overeengekomen:

  • een langetermijndoelstelling om de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde „ruim onder” 2 °C te houden in vergelijking met het pre-industriële tijdperk en inspanningen te blijven leveren zodat de stijging beperkt blijft tot 1,5 °C;
  • ernaar streven de piek van de wereldwijde broeikasgasuitstoot „zo snel mogelijk” te bereiken en daarna snel actie ondernemen om aan de hand van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis voor de vermindering van de uitstoot te zorgen, zodat in de tweede helft van deze eeuw een balans tussen bronnen en putten van broeikasgassen kan worden gevonden;
  • elke vijf jaar samenkomen om ambitieuzere doelstellingen vast te leggen voor de vermindering van de uitstoot op basis van de wetenschappelijke stand op dat moment;
  • aan elkaar en aan het publiek verslag uitbrengen over de vooruitgang bij het bereiken van de doelstellingen om transparantie en toezicht te waarborgen;
  • de ontwikkelde landen zullen werk blijven maken van hun huidig collectief streefcijfer om tot 2020 jaarlijks 100 miljard dollar beschikbaar te stellen ter ondersteuning van klimaatmaatregelen van ontwikkelingslanden en zij zullen hiermee doorgaan tot in 2025, wanneer een nieuw collectief streefcijfer zal worden vastgesteld.

De EU zet zich sterk in voor meer steun aan de ontwikkelingslanden bij de bestrijding van de klimaatverandering

De EU en de lidstaten hebben in 2014 voor 14,5 miljard euro aan financiering voorzien om de ontwikkelingslanden te helpen bij de vermindering van hun broeikasgasuitstoot en de aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering. Dit is een aanzienlijke toename die wijst op de vastberadenheid van de EU om haar deel bij te dragen aan de in 2009 vastgestelde doelstelling om tot 2020 jaarlijks 100 miljard dollar aan financiering van de ontwikkelde naar de ontwikkelingslanden te doen stromen. In de periode 2014-2020 zal minstens 20 % van de EU-begroting aan projecten in verband met de klimaatverandering worden besteed. In deze periode zal er jaarlijks gemiddeld 2 miljard euro aan overheidssubsidies beschikbaar worden gesteld om werkzaamheden in ontwikkelingslanden te ondersteunen.

Filmpje:
EU-financiering voor klimaatactie.

EU-financiering voor klimaatactie.

 

De EU-burgers ondersteunen de collectieve wereldwijde actie tegen de klimaatverandering

Uit de speciale Eurobarometer-enquête over de klimaatverandering, die slechts een paar dagen voor de start van de klimaattop in Parijs is gepubliceerd, blijkt dat de klimaatverandering een van de belangrijkste punten van zorg blijft voor de EU-burgers: 91 % van hen ziet deze als een ernstige bedreiging. Meer dan negen op de tien mensen in de Europese Unie (93 % om precies te zijn) is van mening dat het bestrijden van de klimaatverandering pas doeltreffend zal zijn als alle landen in de wereld samen actie ondernemen.

Filmpje:
Klimaatverandering — wat de EU doet.

Klimaatverandering — wat de EU doet.

 

Hoofdstuk 4

Een diepere en eerlijkere interne markt met een sterkere industriële basis

„Onze interne markt is Europa’s sterkste troef in tijden van toenemende globalisering. Ik wil dan ook dat de volgende Commissie hierop voortbouwt en het potentieel ervan op alle vlakken ten volle benut.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

De Commissie stelde in 2015 plannen voor om op de kracht van de eengemaakte markt van de EU voort te bouwen en het potentieel ervan op alle vlakken te benutten. De eengemaakte markt biedt al gemakkelijkere toegang tot veel producten en diensten, lagere prijzen, grotere commerciële mogelijkheden en strengere normen op het gebied van veiligheid en milieu­bescherming.

De Commissie is de eengemaakte markt verder aan het ontwikkelen zodat de Europese ondernemingen en industrieën kunnen floreren in de wereldeconomie. In oktober lanceerde zij de strategie voor de eengemaakte markt om nieuwe mogelijkheden voor consumenten en onder­nemingen te helpen creëren.

In het najaar lanceerde de Commissie de kapitaal­marktenunie, samen met een actieplan dat 33 maatregelen telt. Die zullen het voor kleinere ondernemingen gemakkelijker maken om de kapitaalmarkten aan te boren en de financiering te vinden die zij nodig hebben. Deze toegang tot middelen is een essentieel onderdeel van de financiële stabiliteit van de EU.

De EU moet ook een kader hebben om ondernemingswinsten billijk en efficiënt te belasten. Dit zou helpen om de belasting­druk eerlijk te verdelen en duurzame groei en investeringen te bevorderen. Het zou ook de financieringsbronnen diversifiëren en het economisch concurrentievermogen versterken. In maart stelde de Commissie een pakket maatregelen voor om de vennootschapsbelasting transparanter te maken. In juni volgde een actieplan voor een integrale benadering om billijke en efficiënte vennootschapsbelasting te garanderen. In de loop van het jaar startte de Commissie onderzoeken op grond van de staatssteunregels om na te gaan of bepaalde lidstaten een select groepje ondernemingen belastingvoordelen hadden verleend.

De strategie voor de eengemaakte markt

De eengemaakte markt maakt vrijer verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen mogelijk. Zij biedt werknemers, zelfstandigen en ondernemingen mogelijkheden en consumenten meer keuze en lagere prijzen. In de eengemaakte markt kunnen mensen reizen, wonen, werken en studeren waar zij maar willen. Maar de mogelijkheden van de eengemaakte markt worden niet altijd benut omdat de regels niet bekend zijn, niet worden uitgevoerd of domweg door onnodige barrières in het gedrang komen. In oktober keurde de Commissie de strategie voor de eengemaakte markt goed, waarin een aantal maatregelen wordt voorgesteld om dit aan te pakken. Die zullen worden uitgevoerd door de evenwichtige ontwikkeling van de deeleconomie mogelijk te maken, kleine en middelgrote ondernemingen en startende ondernemingen te helpen groeien, de dienstenmarkt zonder grenzen in de praktijk te brengen, beperkingen in de detailhandel aan te pakken en discriminatie van consumenten en ondernemers te voorkomen. Dankzij de strategie zal het ook mogelijk zijn om het normensysteem van de EU te moderniseren, overheidsopdrachten transparanter, efficiënter en verantwoordelijker te maken en het Europees kader voor intellectuele eigendom te consolideren. Al deze maatregelen zijn bedoeld om de EU-burgers praktische voordelen te brengen in hun dagelijks leven.

Filmpje:
De internemarktstrategie.

De internemarktstrategie.

 

De strategie is gericht op de markten voor diensten en producten. Zij is een aanvulling op de inspanningen van de Commissie om de investeringen aan te zwengelen, het concurrentievermogen en de toegang tot financiering te verbeteren, te zorgen voor een goed werkende interne markt voor energie en de mogelijkheden van de digitale eengemaakte markt te benutten.

Integratie van de eengemaakte markt

Het verslag over de integratie van de eengemaakte markt en het concurrentievermogen 2015, dat de Commissie in oktober opstelde, bood een diepgaande analyse van de stand van de economische integratie en het concurrentievermogen in de EU. Hoewel de EU in de loop van het jaar duidelijke tekenen van economisch herstel liet optekenen, zijn gerichte hervormingen nodig om duurzame economische groei te herstellen. Uit het verslag blijkt dat structurele, gedragsmatige en wettelijke barrières nog altijd de algehele prestaties van de eengemaakte markt in het gedrang brengen. Er kan veel worden bereikt door louter de bestaande regels beter uit te voeren en te handhaven, vooral in de markten voor diensten.

Kapitaalmarktenunie

In 2015 stelde de Commissie voor een kapitaalmarktenunie op te richten om de financiële markten beter ten dienste te stellen van de reële economie. De bedoeling van dit initiatief is om de versnippering van de financiële markten te verminderen, de financieringsbronnen te diversifiëren, de grensoverschrijdende kapitaalstromen te versterken en ondernemingen, en dan vooral kleine en middelgrote ondernemingen, een betere toegang tot financiering te bieden.

Filmpje:
Ontsluiting van financiële middelen voor de groei van Europa.

Ontsluiting van financiële middelen voor de groei van Europa.

 

De kapitaalmarktenunie wil het geld van de mensen aan het werk zetten om de economie van de EU te versterken en de EU-consumenten voordelen op te leveren. Het groenboek van de Commissie over de kapitaalmarktenunie werd in februari gepubliceerd. In september volgde een actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktenunie waarmee op drie belangrijke beleidsterreinen naar vooruitgang wordt gestreefd. Het eerste beleidsterrein is betere toegang tot financiering voor alle ondernemingen in de EU, en dan vooral voor startende ondernemingen, kleine en middelgrote ondernemingen en infrastructuurprojecten. Het tweede beleidsterrein is het aanboren van meer en diversere financieringsbronnen van beleggers uit de EU en de rest van de wereld. Het derde beleidsterrein is een betere werking van de markten, zodat beleggers en degenen die financiering nodig hebben, efficiënter en doeltreffender worden samengebracht, zowel in de lidstaten als over de grenzen heen.

De Commissie diende ook securitisatievoorstellen in om het kapitaal van banken vrij te maken voor het verstrekken van nieuwe kredieten. Zij stelde nieuwe regels voor infrastructuurprojecten voor om investeringen te bevorderen, lanceerde raadplegingen over durfkapitaal, gedekte obligaties en financiële diensten voor consumenten, en publiceerde een oproep om informatie over de cumulatieve impact van de financiële wetgeving. In november diende de Commissie een voorstel in om de prospectusregeling te moderniseren, zodat ondernemingen gemakkelijker kunnen groeien door in de EU kapitaal aan te trekken en tegelijkertijd beleggers doeltreffend worden beschermd. In december bereikte de Raad overeenstemming over een algemene aanpak voor de securitisatievoorstellen.

Illustratie:
Commissaris Jonathan Hill (eerste rij, vijfde van rechts) zit de openingsceremonie van de beurs van Londen voor, Londen, Verenigd Koninkrijk, 2 oktober 2015.

Commissaris Jonathan Hill (eerste rij, vijfde van rechts) zit de openingsceremonie van de beurs van Londen voor, Londen, Verenigd Koninkrijk, 2 oktober 2015.

 
 

Overheidsopdrachten transparanter en concurrerender maken

De overheidsuitgaven voor goederen, werken en diensten zijn goed voor ongeveer 18 % van het bruto binnenlands product van de EU. Overheidsopdrachten zijn dus van vitaal belang voor het economisch herstel van de EU. Transparante en concurrerende overheidsopdrachten in de eengemaakte markt creëren kansen voor de Europese ondernemingen en werkgelegenheid.

In september gaf de Commissie de nationale, regionale en lokale autoriteiten sturing over de EU-regels inzake overheidsopdrachten, zodat de autoriteiten snel kunnen reageren in tijden van crisis en wanneer nodig aan de dringendste behoeften op het gebied van huisvesting, leveringen en hulp kunnen voldoen.

De Commissie bleef de overgang naar e-overheidsopdrachten en elektronische facturering in de lidstaten ondersteunen en bevorderen. Dit omvat directe steun, in de vorm van subsidies uit de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen en de Europese structuur- en investeringsfondsen, voor het ontwikkelen van informatietechnologiesystemen (IT) en het verbeteren van de interoperabiliteit in de EU.

De mobiliteit van werknemers faciliteren

Hoewel meer dan 8 miljoen EU-burgers in een andere lidstaat werken, is het niet altijd gemakkelijk om een baan in het buitenland te vinden en beroepskwalificaties erkend te krijgen. In 2015 werkte de Commissie aan het verbeteren van de EU-arbeidsmarkt om het gemakkelijker te maken om in een andere EU-lidstaat te werken.

Doeltreffend en snel vaardigheden op vacatures doen aansluiten is een prioriteit. Dit zal mensen en ondernemingen in de EU helpen het beste te halen uit het economisch potentieel van nationale en grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit. Via het Eures-portaal hebben werknemers gemakkelijk toegang tot een databank met vacatures van de overheidsdiensten voor arbeidsbemiddeling van alle lidstaten, die zij online met hun sollicitatie kunnen doen matchen. In de loop van het jaar keurden het Parlement en de Raad het voorstel van de Commissie ter versterking van de samenwerking op dit gebied goed.

Dankzij de nieuwe Europese beroepskaart zal het voor verpleegkundigen, apothekers, fysiotherapeuten, vastgoedmakelaars en dergelijke gemakkelijker worden om in een andere lidstaat dan hun thuisland te werken. Vanaf 2016 kunnen zij de kaart gebruiken als bewijs dat zij de administratieve controles hebben doorlopen en dat hun beroepskwalificaties in de gastlidstaat zijn erkend. Tegelijkertijd zal de Commissie een waarschuwingsmechanisme invoeren om mensen te beschermen tegen personen zonder de vereiste kwalificaties. Om dit te realiseren, keurde de Commissie in juni een uitvoeringsverordening goed en werkte zij met alle lidstaten samen om de kaart tegen januari 2016 klaar voor gebruik te hebben.

De Europese toegankelijkheidswet, die de Commissie in december voorstelde, wil de eengemaakte markt voor belangrijke toegankelijke producten en diensten verbeteren en bijdragen tot de sociaal-economische participatie van personen met een handicap. De toegankelijkheidsvereisten voor de hele EU zouden voordelen opleveren voor de ongeveer 80 miljoen EU-burgers met een handicap en voor ondernemingen die in meerdere lidstaten willen opereren. Ze zouden leiden tot een ruimere keuze aan toegankelijke producten en diensten tegen lagere prijzen.

Bescherming van intellectuele eigendom

In de ontwikkeling van kennisgebaseerde economieën is de bescherming van intellectuele eigendom niet alleen belangrijk om innovatie en creativiteit aan te moedigen, maar ook om de werkgelegenheid en het concurrentievermogen te vergroten. In 2015 boekte de EU vooruitgang op drie belangrijke gebieden: het eenheidsoctrooi, de hervorming van het merkenstelsel en de bescherming van bedrijfsgeheimen.

Het eenheidsoctrooi zal vooral van belang zijn voor de innoverende startende ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen van de EU die in meerdere lidstaten willen opereren. Het zal in werking treden zodra het door het vereiste aantal lidstaten geratificeerd is. De doelstelling van het eenheidsoctrooi is eenvoudige en betaalbare octrooibescherming in de EU. Voor alle deelnemende lidstaten wordt één enkele procedure voor de registratie van octrooien ingevoerd. De kosten van octrooibescherming in de EU zullen dalen in vergelijking met Japan, de Verenigde Staten en andere landen.

De registratie van handelsmerken is van essentieel belang om een merk op te bouwen en te verdedigen. In de loop van het jaar keurden het Parlement en de Raad het pakket voor de hervorming van het merkenstelsel goed om de registratiesystemen van handelsmerken in de EU toegankelijker en efficiënter te maken voor ondernemingen. De hervorming zal ook de voorwaarden voor innoverende ondernemingen verbeteren en zorgen voor een doeltreffendere bescherming van handelsmerken tegen namaak. Het pakket bestaat uit een verordening die in maart 2016 in werking treedt, en een richtlijn die vanaf januari 2016 toepasselijk is.

Europese ondernemingen krijgen steeds meer te maken met onrechtmatig gebruik van bedrijfs­geheimen. In november 2013 stelde de Commissie een reeks gemeenschappelijke regels voor om het gemakkelijker te maken een civiele vordering in te stellen in geval van onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen. Het Parlement, de Raad en de Commissie bereikten in december 2015 een voorlopig akkoord over het voorstel. Zodra het voorstel wetgeving wordt, zal de EU nog beter in staat zijn om te innoveren en zaken te doen. De nieuwe regels zullen belangrijk zijn om de mededinging te bevorderen, de voorwaarden voor ondernemingen om in onderzoek en innovatie te investeren, te verbeteren en het delen van knowhow in de EU aan te moedigen.

Eerlijkere concurrentie

De handhaving van de concurrentie is een van de hoofdinstrumenten om de eengemaakte markt te doen werken. Eerlijke concurrentie is goed voor burgers en ondernemingen, omdat ondernemingen daardoor geen misbruik kunnen maken van hun dominante positie. Het mededingingsrecht dient ook als afschrikking om tot kartelovereenkomsten zoals prijsafspraken toe te treden en voorziet in sancties voor ondernemingen die dat toch doen. Het helpt mogelijke concurrentiebeperkende fusies tussen ondernemingen te voorkomen en zorgt ervoor dat staatssteun aan ondernemingen de markt niet onnodig verstoort.

Kartels schermen de deelnemers van concurrentie af, waardoor ze hogere prijzen in rekening kunnen brengen. De betrokken ondernemingen staan niet langer onder druk om producten te verbeteren of efficiëntere manieren te vinden om hun producten te vervaardigen. De consumenten draaien hiervoor op: zij betalen hogere prijzen voor lagere kwaliteit en hebben minder keuze. Dit heeft een nadelige invloed op het concurrentievermogen van de economie als geheel.

In 2015 werden het concurrentievermogen en innovatie aangemoedigd door nauw op staatssteun toe te zien, met name om te voorkomen dat overheidsgeld wordt toegekend aan noodlijdende ondernemingen, en tegelijkertijd door voor een gelijk speelveld te zorgen dat de ontwikkeling van meer innoverende ondernemingen aanmoedigt. In de loop van het jaar werd in totaal 6,1 miljoen euro aan onwettige staatssteun teruggevorderd.

De handhaving van de staatssteunregels was ook toegespitst op de prioriteiten van de eengemaakte markt, waaronder de energie-, de digitale en de financiële sector.

De luchtvaartstrategie

De Commissie werkte ook aan een sterker concurrentievermogen voor de luchtvaartsector van de EU, terwijl strenge veiligheids-, beveiligings- en milieunormen gehandhaafd blijven en innovatie wordt aangemoedigd. Zij beval met name aan om te onderhandelen over nieuwe internationale overeenkomsten om de burgers meer routes tegen betere prijzen aan te bieden en zakelijke mogelijkheden te creëren voor ondernemingen uit de EU. In de luchtvaartstrategie van de EU, die in december door de Commissie werd aangekondigd, worden de innoverende en digitale technologieën aangewezen die nodig zijn om ons luchtruim efficiënter te beheren en het volledig marktpotentieel van drones te ontwikkelen.

Illustratie:
Commissaris Violeta Bulc bezoekt de luchthaven van Zaventem, België, 2 juli 2015.

Commissaris Violeta Bulc bezoekt de luchthaven van Zaventem, België, 2 juli 2015.

 
 

Belastingen

De EU heeft een kader nodig om ondernemingswinsten billijk en efficiënt te belasten, zodat de belastingdruk eerlijk verdeeld is, duurzame groei en investeringen worden bevorderd, de financieringsbronnen van de economie worden gediversifieerd en het economisch concurrentievermogen wordt versterkt. De vennootschapsbelasting is een essentieel onderdeel van een eerlijk en efficiënt belastingstelsel.

MILJARDEN GEDERFDE INKOMSTEN VOOR DE LIDSTATEN

Transparantie en de strijd tegen belastingontwijking

In februari richtte het Parlement de Bijzondere Commissie fiscale rulings en andere maat­regelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect op, waarvan het verslag op 25 november werd aangenomen door de plenaire vergadering van het Parlement. In december besloot het Parlement het mandaat van de commissie met zes maanden te verlengen zodat zij zich kan buigen over de onopgeloste kwesties die zij in haar verslag had aangewezen.

Illustratie:
Commissaris Margrethe Vestager (rechts) wisselt van gedachten met Roberto Gualtieri, voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement (links), en met Alain Lamassoure, voorzitter van de Bijzondere Commissie fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect van het Parlement (in het midden), Brussel, 17 september 2015.

Commissaris Margrethe Vestager (rechts) wisselt van gedachten met Roberto Gualtieri, voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement (links), en met Alain Lamassoure, voorzitter van de Bijzondere Commissie fiscale rulings en andere maatregelen van vergelijkbare aard of met vergelijkbaar effect van het Parlement (in het midden), Brussel, 17 september 2015.

 
 

In maart stelde de Commissie een pakket maatregelen voor om te zorgen voor meer transparantie op het gebied van vennootschapsbelasting in de EU. In juni presenteerde zij een actieplan voor een meeromvattende aanpak om een eerlijke en efficiënte vennootschapsbelasting te realiseren.

Het is de bevoegdheid van de lidstaten om het tarief van de vennootschapsbelasting op hun grond­gebied vast te stellen, maar de Commissie startte wel onderzoeken op grond van de staatssteunregels om na te gaan of bepaalde lidstaten belastingvoordelen hadden toegekend aan een select groepje ondernemingen.

In oktober concludeerde de Commissie dat Luxemburg en Nederland onwettige selectieve belastingvoordelen hadden toegekend aan respectievelijk Fiat en Starbucks. Zij beval de twee lidstaten om de onbetaalde belasting te innen, naar schatting bij elke onderneming een bedrag tussen 20 en 30 miljoen euro.

De Commissie startte ook staatssteunonderzoeken naar fiscale rulings met betrekking tot Apple in Ierland en Amazon en McDonald’s in Luxemburg. Zij onderzocht ook het Belgisch rulingsysteem voor „overwinst”. Zij verlengde het diepgaand onderzoek naar het stelsel van vennootschapsbelasting in Gibraltar om na te gaan of de praktijk op het gebied van fiscale rulings van Gibraltar in strijd is met de EU-staatssteunregels.

In december nam de Raad in het kader van het door de Commissie voorgestelde pakket een richtlijn aan om de fiscale rulings van lidstaten transparanter te maken. Op grond van de richtlijn zullen de lidstaten vooraf automatisch informatie moeten uitwisselen over grensoverschrijdende fiscale rulings en verrekenprijsregelingen. De lidstaten zullen wanneer nodig verdere informatie kunnen opvragen.

Hoofdstuk 5

Een diepere en billijkere economische en monetaire unie

„De komende vijf jaar wil ik de hervorming van onze economische en monetaire unie voortzetten om de stabiliteit van onze eenheidsmunt te vrijwaren en de convergentie te versterken van het economisch, budgettair en arbeidsmarktbeleid van de lidstaten die aan de eenheidsmunt deelnemen.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

Op 1 januari 2015 heeft de eurozone Litouwen verwelkomd als 19e lid.

Gedurende het hele jaar is de EU de voltooiing van de economische en monetaire unie als prioriteit blijven beschouwen. Daarmee wil zij alle burgers een beter en rechtvaardiger leven bieden en zich voorbereiden op toekomstige mondiale uitdagingen. De toekomstige welvaart van de EU hangt af van de mate waarin de euro zijn potentieel op het gebied van werkgelegenheidsschepping, groei, sociale rechtvaardigheid en financiële stabiliteit waarmaakt. De euro is echter een politiek project dat verplicht tot politieke supervisie en democratische verantwoording. Het is voor een belangrijk deel aan het Parlement te danken dat in 2015 verantwoording werd afgelegd.

De EU heeft voortgebouwd aan de solide structuur die onontbeerlijk is voor de eurozone, de op één na grootste economie ter wereld. Ondanks de vooruitgang van de afgelopen jaren is er nog steeds sprake van aanzienlijke verschillen binnen de eurozone, en door de recente crisis zijn de bestaande tekortkomingen nog duidelijker aan het licht gekomen: er zijn 18 miljoen werklozen in de eurozone en veel mensen die met sociale uitsluiting worden bedreigd.

Het verslag van de vijf voorzitters over de wijze waarop de economische en monetaire unie moet worden voltooid, is in juni uitgebracht. Het verslag is het resultaat van overleg tussen de voorzitters van de Europese Raad, de Europese Commissie, de Eurogroep, de Europese Centrale Bank en het Europees Parlement. Voor de korte termijn stellen zij voor om op basis van de bestaande instrumenten en de huidige verdragen het concurrentievermogen en de structurele convergentie een impuls te geven om zowel op nationaal niveau als op het niveau van de eurozone tot een verantwoord begrotingsbeleid te komen en om de financiële unie te voltooien. Op de langere termijn moet het convergentieproces een bindender karakter krijgen, bijvoorbeeld door convergentiebenchmarks vast te stellen en een thesaurie voor de eurozone in het leven te roepen. In oktober heeft de Commissie een eerste pakket maatregelen vastgesteld om met de uitvoering van het plan te beginnen.

De ontwikkeling van de economische en monetaire unie

Sinds Litouwen in januari 2015 tot de eurozone is toegetreden, wordt de euro door 19 landen en meer dan 330 miljoen burgers gebruikt. Hij heeft de leden van de economische en monetaire unie prijsstabiliteit verschaft en hen beschermd tegen externe instabiliteit. De euro is de op één na belangrijkste munt ter wereld, goed voor bijna een kwart van de wereldwijde deviezenreserves. Bijna zestig landen en gebieden over de hele wereld hebben hun munt direct of indirect aan de euro gekoppeld.

Illustratie:
Vicevoorzitter van de Commissie Valdis Dombrovskis en Algirdas Butkevičius, premier van Litouwen, bij de plechtigheid naar aanleiding van de toetreding van Litouwen tot de eurozone, Vilnius, Litouwen, 14 januari 2015.

Vicevoorzitter van de Commissie Valdis Dombrovskis en Algirdas Butkevičius, premier van Litouwen, bij de plechtigheid naar aanleiding van de toetreding van Litouwen tot de eurozone, Vilnius, Litouwen, 14 januari 2015.

 
 

Na het uitbreken van de economische en financiële crisis heeft de EU ongekende maatregelen genomen om het economisch governancekader van de economische en monetaire unie te verbeteren. Zij heeft het stabiliteits- en groeipact versterkt en nieuwe mechanismen in werking gesteld om economische onevenwichtigheden te voorkomen en het economisch beleid beter te coördineren. Deze noodmaatregelen moeten echter worden geconsolideerd en aangevuld om ervoor te zorgen dat de economische en monetaire unie zo goed mogelijk bestand is tegen een eventuele toekomstige crisis.

DE EURO IS MEER DAN ALLEEN MAAR EEN MUNT
Illustratie:
Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, stelt het nieuw biljet van 20 euro voor, Frankfurt, Duitsland, 24 februari 2015.

Mario Draghi, president van de Europese Centrale Bank, stelt het nieuw biljet van 20 euro voor, Frankfurt, Duitsland, 24 februari 2015.

 
 

Er is momenteel sprake van een aanzienlijke divergentie in de eurozone. In sommige eurolanden is de werkloosheid op haar laagst, terwijl deze in andere landen nog nooit zo hoog is geweest. In sommige landen kan het begrotingsbeleid anticyclisch worden ingezet, terwijl in andere landen het herstel van de budget­taire ruimte jarenlange consolidatie vergt. De EU stelt zich ten doel deze kwetsbaarheid te verhelpen.

Zoals Commissievoorzitter Juncker in zijn toespraak tot het Parlement in december heeft opgemerkt, is de euro een politiek project dat zowel politieke verantwoordelijkheid als het afleggen van politieke verantwoording vereist. Hij benadrukte dat het Europees Parlement niet alleen het parlement van de Europese Unie is, maar ook van de euro. In heel 2015 was het Parlement nauw betrokken bij het versterken van de economische en monetaire unie. De voorzitter van het Europees Parlement, Martin Schulz, heeft een belangrijke rol gespeeld bij de voorbereiding van het verslag van de vijf voorzitters. Vicevoorzitter Valdis Dombrovskis heeft tijdens de voorbereiding van de jaarlijkse groeianalyse overleg gevoerd met het Parlement. Voorzitter Juncker is bovendien in 2015 meermaals voor het Parlement verschenen om de vorderingen te bespreken die bij de uitvoering van de voornaamste prioriteiten op dit gebied zijn gemaakt.

Illustratie:
Commissaris Pierre Moscovici spreekt de conferentie Charting a Course for Better Economic Policy in the EU toe, Brussel, 4 juni 2015.

Commissaris Pierre Moscovici spreekt de conferentie Charting a Course for Better Economic Policy in the EU toe, Brussel, 4 juni 2015.

 
 

Het verslag van de vijf voorzitters

In juni hebben de vijf voorzitters hun verslag uitgebracht over de verdieping van de economische en monetaire unie vanaf juli 2015 en de voltooiing ervan uiterlijk in 2025. De vijf voorzitters zijn de voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz, de voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker, de president van de Europese Centrale Bank Mario Draghi en de voorzitter van de Eurogroep Jeroen Dijsselbloem. Zij hebben maatregelen voorgesteld die in drie fasen moeten worden uitgevoerd.

DE OMZETTING VAN DE TOEKOMSTVISIE VAN DE ECONOMISCHE EN MONETAIRE UNIE IN DE PRAKTIJK

In fase 1 bouwen de EU-instellingen en landen van de eurozone voort op de bestaande instrumenten en maken zij optimaal gebruik van de huidige verdragen. Dit houdt in dat het concurrentievermogen en de structurele convergentie worden gestimuleerd, de financiële unie wordt voltooid, een verantwoordelijk budgettair beleid op nationaal en EU-niveau wordt verwezenlijkt en gehandhaafd en de democratische verantwoording wordt versterkt.

In fase 2 zullen volgens de plannen verdergaande maatregelen worden overeengekomen om de economische en institutionele architectuur van de economische en monetaire unie te voltooien. In deze fase krijgt het convergentieproces een bindender karakter door de invoering van een reeks gezamenlijk overeengekomen benchmarks die in wetgeving kunnen worden vastgelegd. Om in deze fase te mogen deelnemen aan een schokabsorptiefunctie, moet elk land van de eurozone aanzienlijke vooruitgang boeken in de richting van deze normen en ze voortdurend naleven wanneer zij eenmaal bereikt zijn.

Aan het einde van de tweede fase en wanneer alle maatregelen volledig van kracht zijn, zou de economische en monetaire unie alle burgers in de eurozone stabiliteit en welvaart brengen.

In het verslag wordt gewezen op het belang van de toegang tot adequaat onderwijs en van een doeltreffend stelsel van sociale bescherming, dat tevens een minimaal beschermingsniveau omvat voor iedere burger. Hoewel er geen uniforme aanpak voor alle lidstaten is, staan zij vaak voor dezelfde uitdagingen. Zo moeten meer mensen van alle leeftijden aan werk worden geholpen, moet het juiste evenwicht tussen flexibele en zekerheid biedende arbeidsovereenkomsten worden gevonden, moet de belastingdruk op arbeid naar andere sectoren worden verschoven, moet op maat gesneden steun worden aangeboden om werklozen te helpen weer actief te worden op de arbeidsmarkt, en moet verbetering worden gebracht in het onderwijs en een leven lang leren. Om het welslagen van de economische en monetaire unie te waarborgen, is een verdere integratie van de nationale arbeidsmarkten noodzakelijk. Hiertoe dient de geografische en professionele mobiliteit te worden vergemakkelijkt, onder meer door een betere erkenning van kwalificaties, een grotere toegankelijkheid van banen in de overheidssector voor niet-onderdanen en een betere coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.

In het verslag wordt ook aanbevolen een pan-Europees systeem van onafhankelijke autoriteiten voor het concurrentievermogen op te richten om het economisch beleid en het beleid inzake het concurrentievermogen te helpen coördineren. Terwijl de governance van de eurozone voor wat betreft de coördinatie van en het toezicht op het begrotingsbeleid sterk verankerd is, dient deze governance op het ruimere gebied van het concurrentievermogen te worden verbeterd. Het Europees semester en de procedure bij macro-economische onevenwichtigheden vormen de eerste stappen om deze lacune op te vullen. Alle lidstaten moeten echter ook zelf hun concurrentievermogen verbeteren. Elk land van de eurozone moet een nationale instantie oprichten die toezicht houdt op de prestaties en het beleid op het gebied van het concurrentievermogen. Dit helpt economische divergentie voorkomen en maakt landen meer zelf verantwoordelijk voor de noodzakelijke hervormingen op nationaal niveau. Deze autoriteiten voor het concurrentievermogen moeten onafhankelijke instanties zijn met het mandaat te onderzoeken of de loonontwikkeling gelijke tred houdt met de productiviteit en deze te vergelijken met de ontwikkelingen in andere landen van de eurozone en in de voornaamste vergelijkbare handelspartners. Bovendien kunnen deze instanties de met de economische hervormingen geboekte vooruitgang beoordelen om het concurrentievermogen in ruimere zin te verbeteren.

In oktober heeft de Commissie een eerste pakket maatregelen vastgesteld om een begin te maken met de uitvoering van de aanbevelingen van het verslag. Dit pakket omvatte een herziene aanpak van het Europees semester, onder andere door middel van een versterkte democratische dialoog en verdere verbeteringen van de economische governance. Het pakket bevatte tevens een voorstel om nationale comités voor het concurrentievermogen en een adviserende Europese Budgettaire Raad in te voeren. Voorts werd voorgesteld tot een meer gezamenlijke vertegenwoordiging van de eurozone in internationale financiële instellingen te komen, in het bijzonder in het Internationaal Monetair Fonds. Het pakket specificeerde welke stappen nodig zijn om de bankenunie te voltooien. Deze stappen omvatten onder meer de invoering van een Europees depositoverzekeringsstelsel en maatregelen om de risico’s in het bankwezen verder te verminderen.

Het Europees Centrum voor politieke strategie brengt professioneel en gericht beleidsadvies uit aan de voorzitter van de Commissie en het college van commissarissen. Het heeft in de loop van 2015 een reeks strategische nota’s gepubliceerd. Drie van deze nota’s bevatten voorstellen voor de uitvoering van het verslag van de vijf voorzitters.

Bankenunie

Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt met de totstandbrenging van de bankenunie. Dit is een van de sleutelgebieden die voor het verdiepen van de economische en monetaire unie onontbeerlijk zijn. De Europese Centrale Bank heeft haar rol als bankentoezichthouder voor de bankenunie op zich genomen. 2015 was het eerste jaar waarin het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme, dat bij de ECB is ondergebracht, volledig operationeel was. Via een proces van toetsing en evaluatie door de toezichthouder hebben alle 123 onder centraal toezicht staande banken advies ontvangen over hun vermogens- en governancestructuur. Bovendien zijn een aantal praktijken en beleidsmaatregelen op toezichtgebied geharmoniseerd.

In november heeft de Commissie voorgesteld een Europees depositoverzekeringsstelsel voor bankdeposito’s in te voeren en heeft zij verdere maatregelen vastgesteld om de risico’s in de banksector te verminderen. Deze maatregelen maakten deel uit van het verslag van de vijf voorzitters. De bankenunie is opgericht om het vertrouwen in de deelnemende banken te schragen. Het Europees depositoverzekeringsstelsel zal de bankenunie versterken, de bescherming van de depositohouders ondersteunen, de financiële stabiliteit verbeteren en de banden tussen banken en overheden verder verzwakken. Het voorgenomen stelsel bouwt voort op nationale depositogarantieregelingen en toegang tot het stelsel is slechts mogelijk indien de overeengekomen regels ten uitvoer zijn gelegd.

VOLTOOIING VAN DE BANKENUNIE

Het stelsel zal geleidelijk, in drie fasen, worden uitgevoerd. De eerste fase omvat de herverzekering van de nationale depositogarantiestelsels. Na drie jaar wordt het een medeverzekeringsstelsel, waaraan het Europees depositoverzekeringsstelsel geleidelijk steeds meer bijdraagt. In de laatste fase zou een volwaardig Europees depositoverzekeringsstelsel tot stand worden gebracht, voorzien voor 2024.

Individuele depositohouders blijven hetzelfde niveau van bescherming genieten (100 000 euro). Het Europees depositoverzekeringsstelsel zou verplicht zijn voor de lidstaten van de eurozone waarvan de banken onder het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme vallen. Het zou ook openstaan voor andere lidstaten die tot de bankenunie willen toetreden.

In december werd de intergouvernementele overeenkomst over het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme door voldoende lidstaten geratificeerd. Daarmee werd de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad per januari 2016 volledig operationeel. De raad is in 2015 opgericht om in moeilijkheden verkerende banken in de eurozone aan te pakken. De overeenkomst hield ook in dat het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds middelen uit nationale afwikkelingsfondsen in de eurozone zal ontvangen.

De prudentiële regulering van financiële markten en instellingen

De Commissie is de ontwikkelingen in de financiële sector in de lidstaten, de EU en de rest van de wereld blijven volgen en analyseren om potentiële bronnen van systeemrisico’s op te sporen en risicobeperkende maatregelen aan te bevelen.

Er zijn de afgelopen jaren enorme inspanningen geleverd om de financiële instellingen in de EU te versterken. Er zijn nieuwe regelgevings- en toezichtskaders tot stand gebracht. Financiële instellingen hebben zelf ook veel gedaan om hun weerbaarheid te vergroten ten einde nieuwe wettelijke normen na te leven en te voldoen aan de verwachtingen van de markt.

Filmpje:
Een sterkere bankenunie.

Een sterkere bankenunie.

 

Financiële markten

De regels voor de handel in financiële instrumenten zijn aangescherpt, evenals de sancties tegen marktmisbruik. De bescherming van beleggers in collectieve beleggingsfondsen en van verzekeringnemers is verbeterd. De effectenfinancieringsmarkten zijn transparanter gemaakt en er is vooruitgang geboekt met de G20-verplichtingen van de EU inzake derivatenclearing.

De controle op staatssteun en het waarborgen van eerlijke concurrentie

Staatssteuncontrole speelt een belangrijke rol bij het waarborgen van een gelijk speelveld binnen de bankenunie. Sinds het begin van de crisis hebben 112 banken in de EU, die in termen van activa ongeveer 30 % van het EU-bankwezen uitmaken, staatssteun ontvangen. De lidstaten hebben de banken ondersteund met een kapitaalinjectie van 671 miljard euro (5 % van het bruto binnenlands product van de EU) en voor 1 288 miljard euro, ofwel 10 % van het bruto binnenlands product, aan garanties en andere vormen van liquiditeitssteun verstrekt. De meeste banken die tijdens de crisis staatssteun hebben ontvangen, hebben zich weer hersteld na een aanzienlijk deel van hun herstructureringsplannen te hebben uitgevoerd. De steun werd verleend om het spaargeld van de burgers veilig te stellen en faillissementen en de daaruit voortvloeiende ineenstorting van de banksector in heel Europa te voorkomen.

De Commissie is bijzonder waakzaam gebleven ten aanzien van de markten voor financiële diensten op het gebied van financiële derivaten en betalingsdiensten. In februari heeft de Commissie de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde broker ICAP een boete opgelegd van 14,96 miljoen euro voor medewerking aan verscheidene kartels in de sector van de rentederivaten in yen.

Markten voor consumenten

Meer dan 40 % van de niet-contante betalingen wordt met betaalkaarten verricht. Multilaterale interbancaire vergoedingen die bij het gebruik van kaarten worden opgelegd, kunnen tot hogere prijzen voor consumenten leiden. In juni is de verordening multilaterale interbancaire vergoedingen in werking getreden. Deze stelt een bovengrens vast voor de vergoedingen voor het gebruik van kaartbetalingen en maakt het eenvoudiger voor detailhandelaars om gebruik te maken van banken in andere lidstaten die lagere prijzen hanteren.

In 2015 hebben het Parlement en de Raad ook de onderhandelingen afgerond over de herziene richtlijn betalingsdiensten die commerciële mogelijkheden creëert voor spelers van buiten de banksector, zoals voor ondernemingen die onlinebetalingen initiëren. Op verzekeringsgebied werden meer efficiëntie, veiligheid en transparantie voor consumenten bereikt dankzij een politiek akkoord over de richtlijn verzekeringsdistributie.

De sociale dimensie van de economische en monetaire unie

Sociale dialoog

Een van de belangrijkste wijzigingen die zijn aangebracht in het Europees semester 2015, was de uitbreiding van de rol van de sociale partners bij het ontwikkelen en toepassen van beleid en hervormingen. Hiervoor was onder meer een grotere nadruk op capaciteitsopbouw noodzakelijk. De nieuwe aanpak werd gelanceerd tijdens een conferentie op hoog niveau in maart, die werd bijgewoond door leiders van EU- en nationale organisaties van sociale partners. De conferentie werd ook bijgewoond door Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, vicevoorzitter van de Commissie Valdis Dombrovskis, commissaris Marianne Thyssen en Uldis Augulis, de Letse minister van Welzijn. De Commissie bespreekt momenteel de analyse van de landenverslagen rechtstreeks met de organisaties van de sociale partners. De sociale partners werden ook nauwer betrokken bij het beleid en de wetgeving. Zij werden geraadpleegd over belangrijke initiatieven zoals het investeringsplan en de energie-unie.

Illustratie:
Emma Marcegaglia, voorzitter van BusinessEurope, commissaris Marianne Thyssen, vicevoorzitter van de Commissie Valdis Dombrovskis, en Valeria Ronzitti, secretaris-generaal van het Europees Centrum van gemeenschapsbedrijven en bedrijven van algemeen economisch belang, op de Conferentie op hoog niveau „A New Start for Social Dialogue”, Brussel, 5 maart 2015.

Emma Marcegaglia, voorzitter van BusinessEurope, commissaris Marianne Thyssen, vicevoorzitter van de Commissie Valdis Dombrovskis, en Valeria Ronzitti, secretaris-generaal van het Europees Centrum van gemeenschapsbedrijven en bedrijven van algemeen economisch belang, op de Conferentie op hoog niveau „A New Start for Social Dialogue”, Brussel, 5 maart 2015.

 
 

Minimuminkomen

Het verslag van de vijf voorzitters erkent het belang van toegang tot adequaat onderwijs en van een doeltreffend stelsel van sociale bescherming, dat tevens een minimaal beschermingsniveau omvat voor iedere burger.

Hierop wordt in het kader van het Europees semester toezicht gehouden. De Commissie werkt samen met de lidstaten om de ontwikkeling van adequate minimuminkomensregelingen te bevorderen via haar landenspecifieke aanbevelingen. Zij heeft in de loop van het jaar ook gewerkt aan twee proefprojecten om dergelijke regelingen in de lidstaten te helpen opzetten. Het „European minimum income network” is een tweejarig project om tot consensus te komen over de maatregelen die nodig zijn om minimum­inkomensregelingen op te zetten. Het Europees netwerk van referentiebudgetten is een initiatief van het Europees Parlement om een gemeenschappelijke methode en referentiebudgetten te ontwikkelen voor de hoofdstedelijke regio’s van de lidstaten.

Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen

In 2015 heeft de Commissie de laatste resterende nationale operationele programma’s voor het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen vastgesteld. Het fonds beschikt over 3,8 miljard euro aan EU-financiering en bijna 0,7 miljard euro aan nationale medefinanciering om de meest behoeftigen in de EU van 2014 tot 2020 bijstand te verlenen. Het ondersteunt de lidstaten bij hun inspanningen om de kwetsbaarste bevolkingsgroepen en degenen die het zwaarst zijn getroffen door de economische en sociale crisis in de EU, bij te staan en helpt de ergste vormen van materiële deprivatie te verzachten. Het levert een aanzienlijke bijdrage aan de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting door levensmiddelen, materiële bijstand en activiteiten ter bevordering van sociale inclusie aan de meest behoeftigen te verstrekken.

Hoofdstuk 6

Een redelijke en evenwichtige vrijhandelsovereenkomst met de Verenigde Staten

„Onder mijn voorzitterschap zal de Commissie met de Verenigde Staten onderhan­delen over een redelijk en evenwichtig handelsakkoord, in een geest van wederzijdse en wederkerige voordelen en transparantie ... Ik wil echter in alle duidelijkheid stellen dat ik als voorzitter van de Commissie de Europese standaarden op het gebied van veiligheid en gezondheid, gegevensbescherming en onze culturele diversiteit niet zal offeren op het altaar van de vrije handel.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

Een van de grootste uitdagingen van de Europese Unie in 2015 waren nog altijd de onderhandelingen met de Verenigde Staten over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen. In de loop van het jaar hebben vier onderhandelingsronden geleid tot vorderingen op een groot aantal gebieden. De Commissie heeft duidelijk gesteld dat elke overeenkomst de huidige hoge beschermingsnormen van de Europese Unie moet handhaven. De economische betrekkingen tussen de EU en de VS vormen ‘s werelds grootste economische relatie. Onafhankelijke studies en bestaande handelsovereen­komsten van de EU duiden erop dat een nieuwe vrijhandels­overeenkomst met de Verenigde Staten zou bijdragen tot groei, prijsdalingen en meer keuze aan goederen en diensten voor de consument.

Om tegemoet te komen aan de ongerustheid die deze onderhandelingen in de maatschappij hebben gewekt, heeft de Commissie ervoor gezorgd dat deze opener en transparanter verlopen dan ooit tevoren. Daartoe heeft zij in de loop van het jaar belanghebbenden ontmoet, onderhandelingsteksten gepubliceerd en gedetailleerde informatie over de onderhan­delingen verstrekt.

De EU heeft dit jaar haar handelsbeleid actief voortgezet. Zij heeft geijverd voor de handhaving van het wereldhandelssysteem en heeft een actieve rol gespeeld in de Wereldhandelsorganisatie. In het najaar heeft de Commissie haar nieuwe strategie voor handel en investeringen gepubliceerd.

De openstelling van markten met belangrijke partnerlanden bleef een centraal element van het handelsbeleid van de EU. Daarom werden de onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten met landen zoals Japan en Vietnam voortgezet. De overeenkomst met Vietnam werd in 2015 ondertekend. Daarnaast nam de EU ook deel aan de multilaterale onderhandelingen onder auspiciën van de Wereld­handelsorganisatie over de Overeenkomst betreffende de handel in diensten en de Overeenkomst inzake milieugoederen.

Het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen als motor voor banen en groei

De Europese Unie is een van de meest open economieën ter wereld. Open handel versterkt de economie, creëert banen, biedt consumenten meer keuze en koopkracht en helpt bedrijven te concurreren in het buitenland. In 2015 lag de uitvoer naar landen buiten de EU aan de basis van meer dan 31 miljoen banen in de EU. Het is duidelijk dat handel een hoeksteen moet vormen van de EU-strategie voor banen en groei. Circa 5 miljoen banen in de lidstaten zijn te danken aan de uitvoer naar de Verenigde Staten, de belangrijkste uitvoermarkt van de EU. Daarom is het van cruciaal belang voor de EU om de economische banden met de Verenigde Staten aan te halen. Toch zal het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen niet tegen elke prijs tot stand komen. De EU zal de onafhankelijkheid van regelgevende instanties waarborgen en waken over het voorzorgsbeginsel en het recht van overheden om via regelgeving de bevolking en het milieu te beschermen.

EEN IMPULS VOOR ’S WERELDS GROOTSTE ECONOMISCH PARTNERSCHAP

De onderhandelingspunten van de EU

Tijdens de onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen is de EU zich blijven inzetten voor:

Een betere toegang tot de Amerikaanse markt

In de loop van het jaar is de EU blijven onderhandelen over een betere toegang van EU-ondernemingen tot de Amerikaanse markt door het afschaffen van douanerechten en het wegnemen van andere handelsbelemmeringen, alsook door het bevorderen van nieuwe handels- en investeringsmogelijkheden in nieuwe gebieden. Alle ondernemingen in de EU, hoe klein of groot ze ook zijn en ongeacht wat ze verkopen, zouden daar baat bij hebben.

Door middel van het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen zouden EU-onder­nemingen meer kunnen uitvoeren naar de Verenigde Staten en meer goederen en diensten die zij nodig hebben voor de productie van hun eindproducten, kunnen invoeren. Diensten zijn goed voor meer dan 70 % van de economie, maar EU-ondernemingen stuiten nog steeds op obstakels wanneer zij hun diensten op de Amerikaanse markt willen verkopen. 13 % van de landbouwuitvoer van de EU gaat naar de Verenigde Staten, met name producten met een hoge toegevoegde waarde. De EU wil dankzij het partnerschap een verdere verhoging van deze uitvoer mogelijk maken. Daarnaast wil de EU in het kader van dat partnerschap ook de mogelijkheid scheppen dat ondernemingen in de EU op gelijke voet met ondernemingen in de VS meedingen naar overheidscontracten van de Amerikaanse overheid.

Samenwerking op regelgevingsgebied — minder administratieve rompslomp en kosten zonder kwaliteitsverlies

De Europese Unie probeerde nieuwe wegen te verkennen om een handelsovereenkomst te bereiken door de regelgevers in de EU en de VS nauwer te doen samenwerken dan tot nu toe het geval was. Als EU-ondernemingen naar de VS uitvoeren, moeten zij de Amerikaanse voorschriften volgen en voldoen aan de normen van de VS. Deze regels en normen garanderen vaak hetzelfde niveau van veiligheid en kwaliteit, maar verschillen op het gebied van technische details, zoals de kleur van de kabels en de stekkers en contrastekkers. In sommige gevallen zijn de controles op technische voorschriften onnodige herhalingen. Zulke factoren kunnen de kosten aanzienlijk opdrijven, vooral voor kleine ondernemingen en consumenten. Door samenwerking op het gebied van regelgeving kunnen deze kosten worden verlaagd en de hoge EU-normen voor de bescherming van mens en milieu behouden blijven.

Er zijn tal van terreinen waarop de samenwerking op regelgevingsgebied in het kader van het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen voordelen kan opleveren: er kan bijvoorbeeld beter worden samengewerkt op het vlak van goedkeuring van, toezicht op en terugroeping van medische hulpmiddelen, inclusief pacemakers, scanners en röntgenapparaten. De EU wil de regelgevers aan beide zijden van de Atlantische Oceaan nauwer doen samenwerken om ervoor te zorgen dat de geneesmiddelen waarover consumenten beschikken, veilig en doeltreffend zijn. Met het oog op de veiligheid en de kwaliteit van farmaceutische producten inspecteren de Europese en Amerikaanse autoriteiten regelmatig de fabricageplaatsen. Een wederzijdse erkenning van dergelijke inspecties zou de druk op de producenten verminderen en een efficiënter gebruik van de inspectiemiddelen van de EU bevorderen.

De EU heeft de onderhandelingen voortgezet om de uitvoer van levensmiddelen te verhogen, zonder afbreuk te doen aan de strenge EU-normen en met inachtneming van haar keuze inzake kwesties als genetisch gemodificeerde organismen of het gebruik van antimicrobiële behandelingen en hormonen in de veeteelt.

De EU onderhandelde ook verder met de Verenigde Staten over manieren om de internationale samenwerking op het gebied van regelgeving te bevorderen.

Handelsvoorschriften om uitvoer, invoer en investeringen gemakkelijker te maken

De EU heeft haar inspanningen voortgezet om nieuwe handelsvoorschriften vast te stellen of bestaande voorschriften uit te werken opdat alle EU-ondernemingen ten volle kunnen profiteren van het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen.

In het kader van het partnerschap streeft de EU ernaar dat:

  • kleinere ondernemingen volledig baat hebben bij het partnerschap;
  • eerlijke en vrije mededinging wordt bevorderd, onder meer middels voorschriften die een einde maken aan onderlinge prijsafspraken en misbruik van marktmacht;
  • bedrijven minder tijd en geld verliezen aan douaneformaliteiten;
  • bedrijven toegang krijgen tot de duurzame energie en de grondstoffen die zij nodig hebben;
  • de intellectuele eigendom van EU-ondernemingen wordt beschermd;
  • duurzame ontwikkeling centraal staat in de overeenkomst.

De EU wil dat ondernemingen het vertrouwen hebben om te investeren, in de wetenschap dat zij beschermd zijn als er iets misgaat. Uit de openbare raadpleging met betrekking tot het mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten is gebleken dat er een algemeen gebrek aan vertrouwen is in de eerlijkheid en onpartijdigheid van het voorgesteld mechanisme. Op basis van belangrijke input van het Europees Parlement, de lidstaten, de nationale parlementen en de belanghebbenden, heeft de Commissie in september een nieuw stelsel van investeringsgerechten (Investment Court System) voorgesteld ter vervanging van het mechanisme voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten in alle lopende en toekomstige EU-onderhandelingen over investeringen, met inbegrip van de onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen. Dit stelsel van investeringsgerechten, dat dezelfde hoofdbestanddelen als nationale en internationale gerechten omvat, waarborgt het recht van de overheden om regelgeving vast te stellen en verzekert volledige transparantie en verantwoording.

Het verloop van de onderhandelingen

De Commissie voerde de onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen op basis van een mandaat dat de regeringen van alle lidstaten, gesteund door het Europees Parlement, unaniem aan haar hebben verleend. De onderhandelingen vingen aan in juni 2013. De Commissie en de Verenigde Staten hebben in 2015 vier onderhandelingsronden gehouden. Deze vonden plaats in februari en in juli in Brussel, in april in New York en in oktober in Miami. In 2016 worden deze onderhandelingen voortgezet. De onderhandelaars hebben op een groot aantal gebieden vorderingen gemaakt. Hoewel het de bedoeling was spoedig een akkoord te bereiken, heeft de EU altijd duidelijk gesteld dat een goede overeenkomst belangrijker was dan een zo snel mogelijke afronding van de onderhandelingen.

Op haar speciale website publiceerde de Commissie haar aanvankelijke voorstellen voor de overeenkomst en de standpuntnota’s die de aanpak van de EU beschrijven op alle terreinen waarover wordt onderhandeld. Daarnaast publiceerde de Commissie honderden documenten over het partnerschap, met uitleg over de doelstellingen en de mogelijke inhoud van de overeenkomst. Ook tijdens de onderhandelingen is zo te werk gegaan, wat betekent dat dit de meest transparante onderhandelingen zijn geweest die ooit voor een handelsovereenkomst van de EU zijn gevoerd.

Illustratie:
Commissaris Cecilia Malmström presenteert de laatste ontwikkelingen in de onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen, Europees Parlement, Straatsburg, 7 juli 2015.

Commissaris Cecilia Malmström presenteert de laatste ontwikkelingen in de onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen, Europees Parlement, Straatsburg, 7 juli 2015.

 
 

Zoals gewoonlijk bij onderhandelingen over een handelsovereenkomst, heeft de Commissie gebruikgemaakt van de wekelijkse vergaderingen van het Comité handelspolitiek van de Raad om de overheden van de lidstaten telkens te informeren over de stand van zaken van de onderhandelingen. De Commissie heeft ook het Parlement, en met name zijn Commissie internationale handel, op de hoogte gehouden van het verloop van de onderhandelingen. EU-commissaris voor Handel Cecilia Malmström en de onderhandelaars van de Europese Unie verschenen regelmatig voor het Parlement en zijn commissies. De lidstaten en de leden van het Europees Parlement hadden toegang tot de documenten conform de overeengekomen werkwijzen.

Zo was er democratisch toezicht tijdens de volledige duur van de onderhandelingen. Zowel de regeringen van de 28 lidstaten als de rechtstreeks gekozen leden van het Europees Parlement konden uitgebreid worden geïnformeerd over de stand van zaken van de onderhandelingen en over de onderhandelingsstandpunten van de EU. Het Parlement volgde van nabij de besprekingen en 14 parlementaire commissies hebben rapporten opgesteld over de onderhandelingen. In juli heeft het Parlement een resolutie goedgekeurd waarin het herhaalde de onderhandelingen te steunen en een reeks aanbevelingen aan de Commissie formuleerde.

De onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap kregen veel belangstelling van de burgers en de media. De Commissie vond het positief dat de voorgestelde overeenkomst aanleiding gaf tot allerlei discussies. Daarom zette ze zich actief in om de besprekingen onder de aandacht te brengen en uit te leggen waar het de EU om te doen is. De Commissie nam ook de bezorgdheid ter harte over de vermeende negatieve gevolgen van het partnerschap. Zij deed haar best om ervoor te zorgen dat alle belangstellenden rechtstreeks in contact konden komen met de onderhandelaars. Binnen de grenzen van de beschikbare middelen hebben het onderhandelingsteam en ander personeel bijvoorbeeld op uitnodiging van parlementsleden, nationale, regionale en lokale overheden en belangengroepen deelgenomen aan openbare vergaderingen en discussies in de hele EU.

Illustratie:
Commissaris Cecilia Malmström bespreekt het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen tijdens een burgerdialoog in Warschau, Polen, 18 september 2015.

Commissaris Cecilia Malmström bespreekt het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen tijdens een burgerdialoog in Warschau, Polen, 18 september 2015.

 
 

Tijdens elke onderhandelingsronde hielden de onderhandelaars van de EU en de VS gezamenlijke bijeenkomsten met honderden belanghebbenden. De deelnemers aan deze bijeenkomsten konden gedachten uitwisselen met onderhandelaars en hun standpunten naar voren brengen. Als onderdeel van haar reeds lang bestaande gestructureerde dialoog met het maatschappelijk middenveld hield de Commissie, na de gespreksronden van april en oktober in de Verenigde Staten, in mei en december te Brussel bijeenkomsten met meer dan honderd vertegenwoordigers van een brede waaier van organisaties. In mei hield de Commissie ook een maatschappelijke dialoog over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen en gezondheid met 133 vertegenwoordigers van een brede waaier van organisaties. In de loop van de onderhandelingen steunde de Commissie op een 16-koppige adviesgroep die werd opgericht om de EU-onderhandelaars met aanvullende expertise te ondersteunen. De groep bestaat uit mannen en vrouwen die de belangen vertegenwoordigen van organisaties op het gebied van milieu, gezondheid, consumenten, werknemers en verschillende bedrijfstakken.

Wanneer een akkoord zal worden bereikt over een definitieve tekst, zal die pas in werking treden na goedkeuring door het Parlement en de Raad.

De wereldhandel in het algemeen

De EU is ‘s werelds grootste uitvoerder en invoerder van goederen en diensten. Kleine en middelgrote ondernemingen spelen een belangrijke rol: met meer dan 600 000 zijn zij goed voor een derde van de totale uitvoer uit de EU. Deze uitvoer biedt werk aan 31 miljoen inwoners van de EU. 6 miljoen daarvan werken in kleine en middelgrote ondernemingen. In totaal is een op de zeven arbeidsplaatsen in de EU afhankelijk van de uitvoer.

Het handelsbeleid van de EU is erop gericht een op regels gebaseerd open internationaal handelsstelsel te ontwikkelen en nieuwe markten te openen voor de uitvoer. Tegelijkertijd helpt een open handelssysteem Europese ondernemingen toegang te verkrijgen tot de grondstoffen, onderdelen en diensten die zij nodig hebben. Dit is van vitaal belang in de huidige wereld van mondiale waarde­ketens met eindproducten waaraan meestal in verschillende landen waarde is toegevoegd.

In het najaar heeft de Commissie haar nieuwe strategie voor handel en investeringen gepubliceerd. De EU is zich actief blijven inzetten in talrijke lopende multilaterale of plurilaterale handelsinitiatieven. Zij bleef vastbesloten om vooruitgang te boeken bij de onderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie, onder meer tijdens de ministeriële conferentie van Nairobi die in december plaatsvond. In 2015 heeft de EU een handelsovereenkomst van 1 biljoen euro afgesloten met China, de Verenigde Staten en de overgrote meerderheid van de leden van de Wereldhandelsorganisatie om de douanerechten op 201 hoogtechnologische producten af te schaffen. De EU is nog altijd een toonaangevende speler bij de lopende multilaterale handelsbesprekingen voor een overeenkomst inzake de handel in diensten tussen 23 leden van de Wereldhandelsorganisatie. In juli heeft de EU samen met 13 andere leden van de Wereldhandelsorganisatie onderhandelingen opgestart om de belemmeringen voor handel en investeringen in „groene” producten, diensten en technologieën te verwijderen.

Op bilateraal niveau heeft de EU in augustus een politiek akkoord bereikt over een vrijhandelsovereenkomst met Vietnam. Bij de onderhandelingen voor een vrijhandelsovereenkomst met Japan en voor een investeringsovereenkomst met China werd vooruitgang geboekt. In mei zijn de EU en Mexico overeengekomen om te beginnen met de voorbereidingen van onderhandelingen voor de actualisering van de vrijhandelsovereenkomst van 2000. In december heeft de EU onderhandelingen opgestart over een vrijhandelsovereenkomst met de Filipijnen. De EU, Rusland en Oekraïne zochten verder naar oplossingen voor de zorgpunten van Rusland bij de tenuitvoerlegging van de associatieovereenkomst/diepe en brede vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Oekraïne. Zij brachten een aantal mogelijke praktische oplossingen in kaart en zijn overeengekomen de besprekingen voort te zetten.

Hoofdstuk 7

Een ruimte van recht en grondrechten op basis van wederzijds vertrouwen

„Ik ben van plan gebruik te maken van de prerogatieven van de Commissie om — binnen ons bevoegdheidsgebied — onze gedeelde waarden, de rechtsstaat en de grondrechten te vrijwaren. Uiteraard zal ik daarbij terdege rekening houden met de diversiteit van de constitutionele en culturele tradities van de 28 lidstaten.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

In 2015 is de EU blijven werken aan de ontwikkeling van haar beleid op het gebied van recht, grondrechten en burgerschap. Dit beleid is gebaseerd op de fundamentele waarden van de EU van democratie, vrijheid, tolerantie en de rechtsstaat. Burgers van de EU moeten er volledig op kunnen vertrouwen dat hun vrijheid en veiligheid overal in de Europese Unie goed worden beschermd.

In april heeft de Commissie een Europese veiligheidsagenda gepresenteerd. De agenda is gericht op terreinen waar de EU een verschil kan maken, bijvoorbeeld door een betere uitwisseling van informatie en een sterkere politiële en justitiële samenwerking.

Na de terroristische aanslagen in Parijs in januari en november hebben de lidstaten besloten samen te werken om het terrorisme te verslaan. Zij hebben maatregelen genomen om radicalisering en de financiering van terrorisme te voorkomen en de samenwerking tussen het wetshandhavingsagentschap van de EU, Europol, en haar agentschap voor justitiële samenwerking, Eurojust, te verbeteren.

Op het gebied van justitie heeft de Commissie zoals beloofd de hervorming van de gegevensbeschermingsregels van de EU voltooid en voor een betere bescherming van de persoonsgegevens van de burger gezorgd (zie hoofdstuk 2). Zij maakte ook vorderingen met de oprichting van het Europees Openbaar Ministerie, dat onderzoek en vervolging zal instellen bij fraude met EU-middelen.

De Commissie heeft de onderhandelingen over een raamovereenkomst inzake gegevensbescherming tussen de EU en de VS afgerond. De overeenkomst beschermt persoonsgegevens die de Europese Unie en de Verenigde Staten uitwisselen om strafbare feiten, waaronder terrorisme, te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen. Zij biedt bovendien EU-burgers de mogelijkheid om in de Verenigde Staten op grond van de Amerikaanse wetgeving naar de rechter te stappen.

Een Europese veiligheidsagenda

Sinds december 2014 vallen de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken binnen de gewone rechtsorde van de Europese Unie. In april 2015 heeft de Commissie een voorstel gedaan voor een Europese veiligheidsagenda voor de periode 2015-2020. De agenda ondersteunt de samenwerking tussen de lidstaten bij het aanpakken van veiligheidsdreigingen en voert de gezamenlijke inspanningen in de strijd tegen terrorisme, georganiseerde misdaad en cybercriminaliteit op. De agenda bevat maatregelen die effectiever voor veiligheid zorgen en urgente bedreigingen aanpakken.

Een van de belangrijkste prioriteiten van de agenda is de oprichting van een kenniscentrum dat expertise op het gebied van deradicalisering verzamelt en verspreidt. Dit centrum bouwt voort op het werk van het netwerk voor voorlichting over radicalisering. Het centrum zal zich met name richten op een betere uitwisseling van ervaringen tussen deskundigen op het gebied van de preventie van radicalisering en gewelddadig extremisme op lokaal niveau.

Daarnaast voorziet de agenda in een actualisering van het kaderbesluit inzake terrorismebestrijding in 2016, zodat het verschijnsel van buitenlandse strijders doeltreffender kan worden aangepakt en op dit punt nauwer met landen buiten de EU kan worden samengewerkt.

In december heeft de Commissie, in overeenstemming met de Europese veiligheidsagenda en als reactie op de aanslagen in november in Parijs, een voorstel goedgekeurd voor een richtlijn inzake terrorismebestrijding.

Het voorkomen van het witwassen van criminele opbrengsten en het afsnijden van de financiering van terroristische organisaties zijn hoekstenen van de Europese veiligheidsagenda. De Commissie heeft voorgesteld om de samenwerking tussen de autoriteiten in de EU uit te breiden, zodat criminelen worden afgesneden van hun financieringsbronnen. Het in mei goedgekeurde pakket ter bestrijding van het witwassen van geld is erop gericht om door een grotere doeltreffendheid en transparantie mazen te dichten en misbruik van het financieel stelsel door criminelen en terroristen te voorkomen.

De bestrijding van terroristische propaganda op het internet is een andere prioriteit van de Europese veiligheidsagenda. De Commissie is nog eens met de informatietechnologiesector in gesprek gegaan over haatzaaiende uitlatingen en het aanzetten tot geweld en haat op het internet.

De agenda probeert ook manieren te vinden om de belemmeringen voor strafrechtelijk onderzoek op het internet weg te nemen en de bestaande instrumenten voor de bestrijding van cybercriminaliteit te verruimen.

Ten slotte wil de agenda de slagkracht van Europol verbeteren door de oprichting van een Europees Centrum voor terrorismebestrijding. Het centrum zal het agentschap helpen meer steun te verlenen aan de aanpak door nationale rechtshandhavingsinstanties van buitenlandse terroristische strijders, financiering van terrorisme, gewelddadige extremistische inhoud online en de illegale handel in vuurwapens.

Strafrecht

Oprichting van het Europees Openbaar Ministerie

Elk jaar gaat er meer dan 500 miljoen euro verloren door fraude. Het Europees Openbaar Ministerie moet strafbare feiten die de financiële belangen van de EU schaden, onderzoeken en in de lidstaten voor de rechter brengen.

Tijdens de zittingen van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in 2015 hebben de lidstaten een akkoord bereikt over de structuur van het Europees Openbaar Ministerie, zijn procedures voor selectie en benoeming, de maatregelen met betrekking tot het onderzoek door het ministerie en de reikwijdte van de bevoegdheid ervan.

VERSTORING VAN GEORGANISEERDE MISDAAD

Hervorming van Eurojust

Behalve de oprichting van een Europees Openbaar Ministerie heeft de Commissie ook een hervorming van Eurojust voorgesteld. Zij wil het algemeen functioneren van het agentschap verder verbeteren en ervoor zorgen dat het de samenwerking tussen de nationale justitiële autoriteiten in de strijd tegen ernstige criminaliteit blijft bevorderen.

Een krachtigere strafrechtelijke reactie op radicalisering

In oktober organiseerde de Commissie een ministeriële conferentie op hoog niveau over de strafrechtelijke reactie op radicalisering. Zij zal middelen reserveren voor de uitvoering van de conclusies van de Raad waarbij de resultaten van de conferentie zijn bekrachtigd, met de nadruk op acties als het opzetten van deradicaliseringsprogramma’s en de ontwikkeling van instrumenten voor risicobeoordeling.

Illustratie:
Commissaris Vĕra Jourová spreekt de ministeriële conferentie op hoog niveau over de strafrechtelijke aanpak van radicalisering toe, Brussel, 19 oktober 2015.

Commissaris Vĕra Jourová spreekt de ministeriële conferentie op hoog niveau over de strafrechtelijke aanpak van radicalisering toe, Brussel, 19 oktober 2015.

 
 

Meer garanties voor EU-burgers in strafprocedures

In 2013 heeft de Commissie een aantal voorstellen gepresenteerd om de procedurele waarborgen voor burgers in strafprocedures verder te versterken, zodat iedere burger in de Europese Unie kan rekenen op een eerlijk proces.

De voorstellen moeten het vermoeden van onschuld en het recht om bij het proces aanwezig te zijn, garanderen. Voor kinderen die bij een strafprocedure betrokken zijn, komen er speciale waarborgen. Zij garanderen ook dat verdachten en beschuldigden voorlopige rechtsbijstand kunnen krijgen, met name wanneer tegen hen een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd.

Het Parlement, de Raad en de Commissie zijn in 2015 begonnen met onderhandelingen over de drie voorstellen. In november bereikten zij overeenstemming met betrekking tot het vermoeden van onschuld.

Betere bescherming van de rechten van slachtoffers

De richtlijn betreffende de rechten van slachtoffers trad in november in werking. Deze richtlijn verankert het recht op informatie, ondersteuning, bescherming en deelname bij strafprocedures en zorgt ervoor dat slachtoffers op een respectvolle en niet-discriminerende wijze worden behandeld. De nieuwe regels zullen zorgen voor een andere houding ten aanzien van slachtoffers en hen een centrale plaats in de strafprocedure geven.

Grondrechten en rechtsstelsels

Gegevensbescherming in de EU

In 2015 hebben het Parlement en de Raad de hervorming van de gegevensbeschermingswetgeving in een stroomversnelling gebracht. De besprekingen gingen over de algemene verordening inzake gegevensbescherming en de gegevensbeschermingsrichtlijn voor politie en justitie. Over het volledig hervormingspakket is in december overeenstemming bereikt.

In september heeft de Commissie de onderhandelingen afgerond over de raamovereenkomst met de VS over de bescherming van persoonsgegevens bij doorgifte ten behoeve van de rechtshandhaving, bijvoorbeeld met het oog op terrorismebestrijding. Voordat de raamovereenkomst in werking treedt, moet de Verenigde Staten eerst zijn Judicial Redress Bill hebben goedgekeurd. Pas daarna zal de EU de overeenkomst kunnen ondertekenen.

Illustratie:
Koen Lenaerts is op 8 oktober 2015 aangetreden als president van het Hof van Justitie.

Koen Lenaerts is op 8 oktober 2015 aangetreden als president van het Hof van Justitie.

 
 

Na het arrest van het Hof van Justitie waarbij de veiligehavenbeschikking inzake de VS van de Commissie ongeldig werd verklaard, werden onderhandelingen gevoerd over een nieuw gegevens­beschermingskader voor de doorgifte van persoonsgegevens tussen ondernemingen ter vervanging van het adequaatheidsbesluit inzake de veiligehavenregeling van 2000. De veiligehavenregeling moest de overdracht van persoonsgegevens tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten eenvoudiger maken. Het Hof van Justitie oordeelde in oktober echter dat de veiligehavenregeling het grondrecht op privacy schendt en verklaarde de beschikking van de Commissie ongeldig. Onmiddellijk daarna kwam de Commissie met richtsnoeren voor de trans-Atlantische doorgifte van gegevens en beloofde zij te blijven streven naar een vernieuwd en betrouwbaar kader voor de doorgifte van persoonsgegevens naar de VS.

Mechanisme voor samenwerking en toetsing voor Roemenië en Bulgarije

In januari 2015 bracht de Commissie verslag uit over de voortgang van Roemenië en Bulgarije op het gebied van de justitiële hervorming en de strijd tegen corruptie en, in het geval van Bulgarije, georganiseerde criminaliteit.

In dit verslag werd geconcludeerd dat er, hoewel er in 2014 vooruitgang was geboekt, nog steeds problemen waren. De verslagen werden ook besproken in het Parlement en de Raad. De conclusie was dat het mechanisme van kracht blijft tot de verwachte resultaten zijn bereikt.

Justitie voor groei

EU-scorebord voor justitie

De verbetering van de kwaliteit, onafhankelijkheid en doelmatigheid van het rechtssysteem van de lidstaten is een noodzakelijke voorwaarde voor een ondernemingsvriendelijk klimaat. Het doeltreffender maken van nationale rechtsstelsels vormt dan ook een wezenlijk onderdeel van de structurele hervormingen in het kader van het Europees semester. Het EU-scorebord voor justitie 2015 laat, samen met de landspecifieke beoordelingen, zien dat sommige lidstaten op dit gebied nog steeds met problemen te kampen hebben.

Insolventie

Steeds meer bedrijven en zelfstandigen zetten ondernemingen op in andere lidstaten. Wanneer zij het financieel niet redden, kan dit de goede werking van de interne markt nadelig beïnvloeden.

In mei heeft de EU ingestemd met nieuwe regels voor grensoverschrijdende insolventie, die duidelijker zijn over de insolventie van groepen ondernemingen en pre-insolventieprocedures.

Europese procedure voor geringe vorderingen

In december is het voorstel voor de herziening van de Europese procedure voor geringe vorderingen in eerste lezing aangenomen. Consumenten en bedrijven in de EU, met name kleine en middelgrote ondernemingen, krijgen daarmee de mogelijkheid vorderingen tot 5 000 euro in een ander EU-land te innen. Elektronische communicatiemiddelen maken de procedures eenvoudiger, sneller en goedkoper. De wijziging zal medio 2017 van kracht worden.

Rechten van aandeelhouders

Parlement, Raad en Commissie onderhandelen momenteel over de herziening van de richtlijn inzake aandeelhoudersrechten. Die moet de tekortkomingen in de corporate governance met betrekking tot beursgenoteerde ondernemingen en hun besturen, aandeelhouders, tussenpersonen en volmacht­adviseurs aanpakken. De oprichting van ondernemingen met één enkele aandeelhouder wordt gestandaardiseerd en het wordt voor kleine en middelgrote ondernemingen eenvoudiger om in de hele EU actief te zijn.

Eenpersoonsvennootschappen

Het wetgevingsvoorstel voor eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid moet de oprichting van vennootschappen met één enkele aandeelhouder standaardiseren. Parlement en Raad onderhandelen nu over dit voorstel.

Koppeling van ondernemingsregisters

In juni werd een kader vastgesteld voor de implementatie van technische specificaties en procedures voor het systeem van gekoppelde ondernemingsregisters. De koppeling zal in juni 2017 plaatsvinden waardoor de gegevens over in de EU geregistreerde bedrijven via het Europees e-justitieportaal toegankelijk worden. Dit zal het voor bedrijven en burgers gemakkelijker maken om dergelijke gegevens op te vragen.

Vrij verkeer van personen

Het vrij verkeer van personen is een grondrecht dat de EU haar burgers en hun familieleden garandeert. Iedere burger van de Europese Unie mag dus zonder bijzondere formaliteiten in elke lidstaat reizen, werken en wonen.

In 2014 woonden meer dan 14 miljoen EU-burgers in een ander EU-land dan hun eigen land. Mensen moeten vaak hun burgerlijke status aantonen en toch blijft de erkenning van officiële documenten in een andere lidstaat een moeilijk punt.

In oktober hebben het Parlement en de Raad overeenstemming bereikt over de vereenvoudiging van het verkeer van overheidsdocumenten tussen de lidstaten. Het is de bedoeling de verordening in de eerste helft van 2016 formeel goed te keuren.

Bescherming van grondrechten en consumentenrechten

Eerbiediging en bevordering van grondrechten

De Commissie heeft in mei haar jaarverslag 2014 over het Handvest van de grondrechten vast­gesteld. Het ging vergezeld van een nota waarin werd verduidelijkt hoe het EU-Handvest van de grondrechten in 2014 werd toegepast op EU- en nationaal niveau.

In oktober heeft de Commissie haar eerste jaarlijks colloquium over de grondrechten georganiseerd. Het onderwerp was „Tolerance and Respect: Preventing and Combating Anti-Semitic and Anti-Muslim Hatred in Europe”. De conclusies van het colloquium bevatten maatregelen als het voorkomen en bestrijden van antisemitisme en islamofobie in het onderwijs en de bestrijding van haatdelicten en haatpropaganda. In december heeft de Commissie twee coördinatoren benoemd, één voor de bestrijding van antisemitisme en één voor de bestrijding van islamofobie.

Handhaving van consumentenrechten

Dankzij een gezamenlijke actie van nationale handhavingsautoriteiten, waaraan de Commissie in juli heeft meegedaan, hebben vijf grote autoverhuurbedrijven beloofd om voortaan anders met consumenten om te gaan. Verzekeringspolissen zullen begrijpelijker en prijzen transparanter worden en schade zal billijker worden afgehandeld.

Het oplossen van geschillen online wordt sneller en goedkoper

In de loop van het jaar heeft de Commissie het EU-breed platform voor onlinegeschillenbeslechting ontwikkeld en getest. Dit platform zal vanaf begin 2016 consumenten en ondernemers in de EU helpen hun geschillen over online aangekochte goederen en diensten veel sneller en goedkoper op te lossen dan in de rechtszaal.

Betere bescherming op reis

In 2015 werd de nieuwe richtlijn pakketreizen goedgekeurd die in 2018 in werking zal treden. De nieuwe regels zullen een dekking bieden die niet meer alleen de traditionele vakantiepakketten omvat, maar ook de 120 miljoen consumenten beschermt die online andere vormen van gecombineerde reizen boeken, zoals een zelfgekozen combinatie van een vlucht met hotel of huurauto.

NIEUWE RICHTLIJN PAKKETREIZEN

Passagiersrechten

In maart heeft de Commissie een verslag gepubliceerd waaruit bleek dat slechts vijf lidstaten de verordening over de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer volledig toepassen. In juni heeft de Commissie richtsnoeren vastgesteld om deze regels te verduidelijken. Ook riep zij ertoe op strenger de hand te houden aan de rechten van vliegtuigpassagiers.

Consulaire bescherming

In april heeft de Raad de richtlijn consulaire bescherming aangenomen. Deze richtlijn verduidelijkt wanneer en hoe EU-burgers ambassades of consulaten van andere lidstaten om hulp kunnen vragen wanneer zij buiten de EU in nood zijn. Het hele jaar hebben EU-burgers geprofiteerd van consulaire bescherming van een andere dan hun eigen lidstaat, onder andere in crisissituaties zoals in Nepal en Jemen. EU-burgers kregen ook steun bij verlies of diefstal van documenten.

Gelijkheid van mannen en vrouwen

Met de voorgestelde richtlijn ter verbetering van het genderevenwicht in raden van bestuur werd in 2015 vooruitgang geboekt. Eenmaal aangenomen, zal de richtlijn helpen het glazen plafond te doorbreken dankzij eerlijke en transparante selectieprocedures die meer vrouwen in raden van bestuur moeten brengen.

Uit het jaarverslag 2014 over de gelijkheid van vrouwen en mannen bleek dat er, ondanks de geboekte vooruitgang, nog steeds een genderkloof is.

Begin 2015 heeft de Commissie beleidsrichtsnoeren gepresenteerd en de lidstaten en EU-instellingen opgeroepen om actie te ondernemen om de huidige genderkloof van 39 % op het gebied van pen­sioenen te dichten.

Hoofdstuk 8

Naar een nieuw migratiebeleid

„De verschrikkelijke recente gebeurtenissen in de Middellandse Zee maken duidelijk dat Europa migratie in alle opzichten beter moet beheren. Dit is in de eerste plaats een humanitaire noodzaak. We moeten beslist nauw samenwerken — in een geest van solidariteit.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

In 2015 zetten duizenden vluchtelingen hun leven op het spel om de EU binnen te komen. De wereld was verbijsterd. In de loop van het jaar was Europa het toneel van een van de grootste migratiegolven sinds de Tweede Wereldoorlog. De EU zette zich nog meer in om levens te redden, mensenhandel te bestrijden en samen te werken met de landen van herkomst en doorreis. Ook nam zij initiatieven om de belangrijkste oorzaken aan te pakken waardoor mensen vluchten en migreren. Daarbij gaat het onder meer om armoede, oorlog, vervolging, mensenrechtenschendingen en natuurrampen.

In mei presenteerde de Commissie de Europese agenda voor migratie, een brede aanpak voor een beter beheer van alle aspecten van migratie. Het gaat erom de prikkels die aanzetten tot irreguliere migratie te beperken, levens te redden en de buitengrenzen van de EU te beveiligen. De agenda bevat plannen voor een krachtig gemeenschappelijk asielbeleid en een nieuw beleid inzake legale migratie.

In september trok de Commissie een extra bedrag van 1,8 miljard euro uit voor de aanpak van migratie en de vluchtelingencrisis. Hierdoor is er voor de periode 2015-2016 in totaal 9,3 miljard euro aan Europese middelen beschikbaar voor de bestrijding van de crisis. De EU-landen besloten tot herplaatsing van 160 000 personen die internationale bescherming nodig hebben. Zij zullen vanuit de landen waar de nood het hoogst is naar andere landen worden overgebracht. Ook kwamen zij overeen om 22 000 vluch­telingen te hervestigen vanuit kampen buiten de EU. De EU verdrievoudigde het budget voor maritieme patrouilles op de migratieroutes door het centraal en het oostelijk deel van de Middellandse Zee. Dit droeg ertoe bij dat meer dan 252 000 levens werden gered. Ook heeft de EU haar inspanningen verdubbeld om smokkelaars aan te pakken en bendes op te rollen die zich toeleggen op mensenhandel. De EU heeft circa 4 miljard euro gemobiliseerd om Syrische vluchtelingen te helpen, zowel in Syrië als in buurlanden. In oktober organiseerde voorzitter Juncker een topbijeenkomst over de vluchtelingenstromen langs de Westelijke Balkanroute.

De Europese migratieagenda

In mei presenteerde de Commissie de nieuwe Europese migratieagenda. Hierin beschreef zij de maatregelen die onmiddellijk dienden te worden genomen in verband met de crisissituatie in de Middellandse Zee. Ook werd een brede langetermijnaanpak van het migratiebeheer geschetst. De agenda bouwde voort op een 10-puntenplan inzake migratie, dat werd vastgesteld in april. Eind mei werden de eerste voorstellen van de agenda goedgekeurd.

De Commissie stelde voor Italië en Griekenland te ondersteunen door middel van een herplaatsingssysteem en daartoe gebruik te maken van het noodsysteem bedoeld in artikel 78, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. In het kader van het gemeenschappelijk asielbeleid kan op grond van dit artikel namelijk worden opgetreden in noodsituaties. De Raad kan — op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Parlement — voorlopige maatregelen vaststellen ten gunste van EU-landen die door een plotselinge toestroom van mensen uit niet-EU-landen in een noodsituatie terechtkomen. Deze voorlopige maatregelen hebben een uitzonderlijk karakter. Zij kunnen alleen worden genomen wanneer de situatie voldoende dringend en ernstig is. De voorgestelde regeling houdt in dat mensen die internationale bescherming nodig hebben, naar andere EU-landen worden overgebracht (herplaatsing).

Ook stelde de Commissie een aanbeveling vast waarbij de EU-landen werd verzocht om hervestiging van 20 000 personen van buiten de EU die volgens het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen duidelijk internationale bescherming nodig hebben. De EU-landen stemden in juli met deze hervestiging in en beloofden om in de periode 2015-2017 meer dan 22 500 mensen die duidelijk internationale bescherming nodig hebben, te zullen hervestigen.

De Commissie heeft een voorstel voor een EU-actieplan tegen migrantensmokkel (2015-2020) gepresenteerd. Dit plan omvat concrete maatregelen om migrantensmokkel op de hele migratieroute te voorkomen en te bestrijden door o.a. een lijst van verdachte vaartuigen op te stellen en de samenwerking en informatie-uitwisseling met financiële instellingen te intensiveren. Verder voorziet het plan in samenwerking met internetproviders en sociale media om ervoor te zorgen dat onlineadvertenties van smokkelaars snel worden ontdekt en verwijderd.

AANTAL ASIELAANVRAGEN IN DE EU

Wil het gemeenschappelijk Europees asielstelsel doeltreffend zijn, dan moeten bij migranten altijd vingerafdrukken worden genomen bij aankomst aan de buitengrens van de EU. Daarom heeft de Commissie richtsnoeren voor de EU-landen gepubliceerd met beste praktijken voor het nemen van vingerafdrukken. Naast de ondersteuningsteams voor migratiebeheer van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken zijn ook Frontex (het Europees grensagentschap) en Europol (het EU-agentschap voor rechtshandhaving) ter plaatse om arriverende migranten bij de zogenoemde hotspots te identificeren, te registreren en hun vingerafdrukken te nemen. Zo zorgen zij ervoor dat de grondrechten en de normen van het internationale vluchtelingenrecht bij de operaties in acht worden genomen. Eind 2015 waren zes hotspots in Italië aangewezen en vijf in Griekenland. Daarvan waren er in Italië twee operationeel (Lampedusa en Trapani) en in Griekenland één (Lesbos/Moria).

De operaties op de hotspots maken deel uit van het evenwichtig beheer van de instroom van migranten. Ze hangen namelijk nauw samen met het herplaatsingsproces (verdeling van asielzoekers over andere EU-landen) en met de terugkeer van migranten die niet voor internationale bescherming in aanmerking komen (terugreis naar land van herkomst).

Een van de onmiddellijke maatregelen van de migratieagenda bestond erin de beschikbare middelen te verdrievoudigen om meer capaciteit en geld vrij te maken voor de gezamenlijke Frontex-operaties Triton en Poseidon in 2015 en 2016. Eind december is de gezamenlijke operatie Poseidon omgevormd tot snelle grensinterventie. In 2015 werd een aanvullend bedrag van 27,4 miljoen euro aan Frontex toegewezen en in 2016 zal de Commissie 129,9 miljoen euro extra uittrekken.

De nieuwe operationele plannen voor de versterkte gezamenlijke operaties hebben een tweevoudige doelstelling: enerzijds de EU-landen ondersteunen bij opsporings- en reddingsoperaties op zee en anderzijds een doeltreffend toezicht op de EU-buitengrenzen waarborgen. Doordat de operatie Triton werd uitgebreid tot een groter gebied en er meer middelen ter beschikking werden gesteld, konden er veel meer migranten op zee gered worden. In 2015 werden bij de operaties Triton en Poseidon samen meer dan 252 000 migranten gered.

DE EU-MIGRATIEAGENDA

Verder werd in maart het nieuwe gezamenlijke operationele team Mare actief, dat wordt aangestuurd op grond van inlichtingen. Het team bestrijdt irreguliere migratie via de Middellandse Zee door de georganiseerde criminele groepen aan te pakken die migranten helpen om per schip naar de EU te reizen.

Illustratie:
De gezamenlijke operatie Triton, gecoördineerd door het Europees grensbewakingsagentschap Frontex, liep over geheel 2015.

De gezamenlijke operatie Triton, gecoördineerd door het Europees grensbewakingsagentschap Frontex, liep over geheel 2015.

 
 

Gelet op de ernst van de situatie stelde de Commissie in september een reeks prioritaire maatregelen vast die binnen zes maanden moeten worden genomen om de Europese migratieagenda uit te voeren. De Commissie presenteerde drie weken later een verslag over de voortgang die was geboekt bij de uitvoering van deze prioritaire maatregelen.

Verdere Commissievoorstellen naarmate de vluchtelingencrisis zich ontwikkelde

In september keurde de Europese Raad een tweede reeks voorstellen goed. Voor dit pakket werd opnieuw het noodsysteem geactiveerd ten behoeve van Griekenland, Italië en Hongarije. Voorgesteld werd om nog eens 120 000 asielzoekers die duidelijk bescherming nodig hebben, te herplaatsen vanuit Griekenland, Italië en Hongarije, op basis van een bindende verdeelsleutel. In 2015 besloot de Europese Raad de komende twee jaar in totaal 160 000 mensen die duidelijk internationale bescherming nodig hebben, te herplaatsen. De Commissie en de EU-agentschappen zullen samen met de EU-landen de praktische uitvoering van het mechanisme coördineren. Ter ondersteuning van deze regeling zal uit de EU-begroting 780 miljoen euro worden vrijgemaakt.

Illustratie:
Commissaris Dimitris Avramopoulos spreekt met vluchtelingen op Lampedusa, Italië, 9 oktober 2015.

Commissaris Dimitris Avramopoulos spreekt met vluchtelingen op Lampedusa, Italië, 9 oktober 2015.

 
 

De Commissie stelde ook voor om een structureel herplaatsingsmechanisme voor crisissituaties in het leven te roepen. Het gaat om een tijdelijk solidariteitsmechanisme dat de Commissie zo nodig kan activeren om hulp te bieden aan EU-landen die kampen met extreme druk op hun asielstelsel door een onevenredig grote instroom van mensen van buiten de EU.

De Commissie stelde daarnaast een verordening voor tot vaststelling van een gemeenschappelijke EU-lijst van veilige landen van herkomst. Dankzij zo’n Europese lijst kunnen afzonderlijke asielaanvragen van personen uit landen die als veilig worden beschouwd, sneller worden behandeld en kunnen mensen die niet voor asiel in aanmerking komen, sneller naar hun eigen land terugkeren. Op basis van de criteria van Kopenhagen stelde de Commissie voor om Albanië, Bosnië en Herzegovina, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Kosovo (deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244/1999 van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo), Montenegro, Servië en Turkije op de lijst van veilige landen van herkomst te plaatsen. In de toekomst kunnen landen na een grondige beoordeling door de Commissie worden toegevoegd aan deze lijst dan wel daarvan worden verwijderd.

Illustratie:
De staatshoofden en regeringsleiders van de EU bespreken de vluchtelingen­crisis tijdens de Europese Raad, Brussel, 15 oktober 2015.

De staatshoofden en regeringsleiders van de EU bespreken de vluchtelingen­crisis tijdens de Europese Raad, Brussel, 15 oktober 2015.

 
 

Om ervoor te zorgen dat op de korte en middellange termijn een hoger percentage irreguliere migranten naar het eigen land terugkeert, heeft de Commissie een EU-actieplan inzake terugkeer voorgesteld. Dit actieplan is gericht op de volledige toepassing van de EU-terugkeerrichtlijn. Deze voorstellen zullen worden uitgevoerd door de Commissie, de EU-landen en de betrokken EU-agentschappen. Samen met de Europese Dienst voor extern optreden zal de Commissie ook alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat de landen van herkomst hun onderdanen overnemen overeenkomstig de bestaande overnameovereenkomsten. Het actieplan werd in oktober bekrachtigd door de Raad.

In oktober werd met Turkije een gezamenlijk actieplan overeengekomen, dat in november op de topontmoeting EU-Turkije van start is gegaan. Het actieplan maakt deel uit van een brede samenwerkingsagenda die uitgaat van gedeelde verantwoordelijkheid, wederzijdse toezeggingen en gezamenlijke uitvoering. De Commissie heeft een vluchtelingenfaciliteit voor Turkije voorgesteld met het oog op de coördinatie van een totale EU-bijdrage van 3 miljard euro. Deze bijdrage is bedoeld ter ondersteuning van Syriërs die tijdelijke bescherming genieten in Turkije en van gastgemeenschappen aldaar. In december heeft de Commissie een voorstel gedaan voor een vrijwillige regeling met Turkije voor toelating op humanitaire gronden van personen die door de crisis in Syrië ontheemd zijn geraakt.

Illustratie:
Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, en Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, bij het begin van de vergadering over de Westelijke Balkanroute met de leiders van de landen op die route, Brussel, 25 oktober 2015.

Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, en Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, bij het begin van de vergadering over de Westelijke Balkanroute met de leiders van de landen op die route, Brussel, 25 oktober 2015.

 
 
ONMIDDELLIJKE MAATREGELEN — DE MIGRATIEROUTE VIA DE WESTELIJKE BALKAN
ONMIDDELLIJKE MAATREGELEN — STEUN VOOR NIET-EU-LANDEN

In oktober organiseerde voorzitter Juncker een topbijeenkomst over vluchtelingenstromen langs de Westelijke Balkanroute. Staatshoofden en regeringsleiders van elf EU-landen woonden de bijeenkomst bij en stelden een actieplan vast. Onmiddellijk na de bijeenkomst wezen alle deelnemers contactpunten op hoog niveau aan om de vervolgmaatregelen te coördineren. Hiertoe organiseert de Commissie wekelijkse videoconferenties. Er is een gezamenlijk instrument vastgesteld om informatie over migratiestromen te verstrekken en de EU-landen op de route hebben hun coördinatie verbeterd. In december publiceerde de Commissie een voortgangsverslag over maatregelen om de vluchtelingen- en migratiecrisis langs de Westelijke Balkanroute aan te pakken.

Aanpak van de belangrijkste oorzaken van migratie

In de zomer van 2015 heeft de EU bijzonder intensief overlegd met de landen van doorreis en herkomst van migranten. Migratie is inmiddels een specifiek onderdeel van de missies die in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid in landen als Mali en Niger worden uitgevoerd. Grensbeheer krijgt nu meer aandacht. Er is een nieuwe dialoog met de Sahellanden gestart over zaken als grenstoezicht, de bestrijding van internationale criminele netwerken en ontwikkeling.

De Commissie trok 1,8 miljard euro uit voor een nieuw EU-noodtrustfonds voor Afrika, waarmee zij op het hele continent de belangrijkste oorzaken van migratie wil helpen aanpakken. In dit fonds zijn middelen samengevoegd uit verschillende financiële instrumenten van de EU. Ook de EU-landen zullen eraan bijdragen. De EU heeft circa 4 miljard euro gemobiliseerd om Syrische vluchtelingen te helpen, zowel in Syrië als in buurlanden. Tegelijkertijd heeft de Commissie de diplomatieke inspanningen onder leiding van de Verenigde Naties ondersteund om in Syrië tot een politieke overgang te komen en een einde te maken aan het conflict. Hetzelfde geldt voor Libië, waar de EU zich samen met de Verenigde Naties inzette voor de vorming van een regering van nationale eenheid.

Legale migratie

Legale immigratiekanalen en transparante, eenvoudige en billijke procedures voor reguliere migranten helpen irreguliere migratie en migrantensmokkel te voorkomen. De Europese migratieagenda heeft ten doel het beheer van legale migratie op EU-niveau te verbeteren, teneinde het tekort aan arbeidskrachten en vaardigheden doeltreffender aan te pakken, met name in sectoren als wetenschap, technologie en machinebouw. Ook moet de agenda de EU aantrekkelijker maken voor hooggekwalificeerde migranten.

De Commissie startte in mei een raadpleging met het oog op het verbeteren van de blauwekaart­regeling, die momenteel te weinig wordt gebruikt. De blauwe kaart is een speciale verblijfs- en werkvergunning voor hooggekwalificeerde personen uit niet-EU-landen, die wordt afgegeven door middel van een versnelde procedure die voor alle EU-landen gelijk is. Hiermee kunnen zij gemakkelijker in de EU gaan werken. Met de resultaten van deze raadpleging zal rekening worden gehouden wanneer de blauwekaartregeling in 2016 wordt herzien in het kader van een breed pakket inzake legale migratie.

De EU is een dialoog met de particuliere sector, vakbonden en andere sociale partners aangegaan om een beter zicht te krijgen op de diverse behoeften van de economie en de arbeidsmarkten van Europa. Ook worden beste praktijken uitgewisseld voor het aantrekken van buitenlands talent en voor het bevorderen en benutten van de capaciteiten van de nieuwkomers die er al zijn.

Grenzen en visa

In 2015 werden de eerste Schengenevaluaties verricht volgens het nieuw evaluatie- en toezicht­mechanisme. In juni keurde de Commissie een voorstel goed voor een nieuwe Europese visumsticker. Het uniform formaat en de technische specificaties moeten helpen toenemende fraude tegen te gaan. De nieuwe sticker vervangt het uniform visummodel dat EU-landen momenteel gebruiken bij de afgifte van Schengenvisa (voor kort verblijf). Het huidig model is sinds 1995 in gebruik.

In november 2015 werd de laatste hand gelegd aan de wereldwijde introductie van het visuminformatiesysteem. Het bevat nu alle gegevens over visumaanvragen van niet-EU-burgers die een visum nodig hebben om het Schengengebied binnen te gaan, waaronder biometrische gegevens (vingerafdrukken en een digitale gezichtsopname). Het systeem moet irreguliere grensoverschrijdingen en namaak van Schengenvisa voorkomen. Dankzij het gebruik van biometrische kenmerken kunnen visa ook sneller worden verwerkt.

BINNENKOMST IN DE EU — GRENZEN EN VISA

In 2015 ondertekende de EU visumvrijstellingsovereenkomsten met twaalf niet-EU-landen (Colombia, Dominica, Grenada, Oost-Timor, Palau, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Samoa, Tonga, Trinidad en Tobago, Vanuatu en de Verenigde Arabische Emiraten). Deze overeenkomsten worden nu op voorlopige basis uitgevoerd in afwachting van ratificatie. Dit betekent dat onderdanen van deze twaalf landen nu al zonder visum naar de EU kunnen reizen en dat EU-burgers voor deze landen evenmin een visum nodig hebben.

In juli startte de Commissie een openbare raadpleging over het slimmegrenzenpakket. Door dit pakket moet het voor bonafide reizigers gemakkelijker worden het Schengengebied binnen te komen voor een kort verblijf. Ook moet het de kans vergroten dat irreguliere migranten en personen die langer zijn gebleven dan toegestaan, worden opgespoord en dat terugkeerbesluiten worden uitgevoerd. Verder is het de bedoeling dat niet-EU-onderdanen beter worden geïdentificeerd en dat mensen die zich van meerdere identiteiten bedienen, eerder tegen de lamp lopen.

In oktober reikte de Europese Raad extra richtsnoeren aan, onder meer voor de geleidelijke totstandbrenging van een geïntegreerd systeem voor het beheer van de buitengrenzen. In december stelde de Commissie het grenspakket vast, met onder meer een voorstel tot oprichting van een Europese grens- en kustwacht. Dit pakket versterkt het mandaat van Frontex met het oog op een krachtig en gedeeld beheer van de buitengrens. Voor het dagelijks beheer van de buitengrens zal een nieuw Europees grens- en kustwachtagentschap worden samengesteld uit Frontex en de nationale grensautoriteiten. Het pakket omvat ook een voorstel voor een verordening inzake een Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende niet-EU-burgers, het Eurosur-handboek en het achtste halfjaarlijks verslag over het functioneren van het Schengengebied. Om de veiligheid van het Schengengebied te bevorderen, bevat het pakket verder een wijziging van de Schengengrenscode: het wordt mogelijk om alle reizigers, met inbegrip van EU-burgers en hun familieleden, stelselmatig aan de buitengrens te controleren.

Bestrijding van smokkelaars op zee: operatie Eunavfor Med

In juni startte operatie Eunavfor Med. Dit initiatief moet het bedrijfsmodel van de mensenmokkel via de Middellandse Zee verstoren en voorkomen dat nog meer mensen de dood vinden op zee. In de eerste fase zijn inlichtingen verzameld over de strategieën, routes en middelen van de smokkelaars. Fase 2 is in oktober begonnen (operatie Sophia). Hierbij mogen smokkelschepen op volle zee worden onderschept en aangehouden. Zo’n 22 EU-landen hebben middelen, personeel en materieel geleverd voor Eunavfor Med.

Hoofdstuk 9

Een krachtiger optreden op het wereldtoneel

„Europa moet een krachtiger buitenlandbeleid voeren. De crisis in Oekraïne en de zorgwekkende situatie in het Midden-Oosten maken duidelijk hoe belangrijk het is dat Europa in het buitenland één lijn trekt.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

In juli 2015 werd na jaren van diplomatieke inspanningen onder leiding van de EU een historisch internationaal akkoord bereikt over het kernprogramma van Iran. Dit akkoord kwam tot stand dankzij bemiddeling door de EU, samen met China, Frankrijk, Duitsland, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Iran beloofde dat het nooit kernwapens zou nastreven, ontwikkelen of kopen.

Het hele jaar lang speelde de EU een belangrijke rol bij de internationale inspanningen om de crisissen in Irak, Libië, Syrië en Libanon op te lossen. Zij streed samen met haar internationale partners onvermoeibaar tegen de activiteiten van IS/Da’esh.

Als gevolg van deze crisissen, en met name de oorlog in Syrië, zagen steeds meer mensen zich gedwongen te vluchten. De EU verstrekt humanitaire hulp aan mensen die op de vlucht zijn voor een conflict, probeert de diepere oorzaken van crisissen aan te pakken en verleent bijstand aan degenen die een oorlogsgebied proberen te ontvluchten.

Afgelopen jaar verstrekte het directoraat-generaal Humanitaire Hulp en Civiele Bescherming (ECHO) in meer dan tachtig landen voedsel, onderdak, bescherming, gezondheidszorg en schoon water aan meer dan 120 miljoen mensen die waren getroffen door een natuurramp of een conflict. De EU wil overal ter wereld de eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal recht bevorderen door middel van gerichte mensenrechtendialogen. Zij pleit hiervoor in multilaterale fora en maakt gebruik van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten.

2015 w­as ook het Europees Jaar voor ontwikkeling. Met de politieke steun van de EU en de lidstaten heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties nieuwe ontwikkelingsdoelstellingen aangenomen als algemeen kader om duurzame ontwik­keling te bewerkstelligen en armoede uit te roeien. Ook in 2015 was de EU ‘s werelds grootste donor van ontwikkelingshulp.

Europees nabuurschapsbeleid

Via het Europees nabuurschapsbeleid werkt de EU samen met haar zuider- en oosterburen aan nauwere politieke associatie en economische integratie.

DE EU ALS ECONOMISCH ZWAARGEWICHT

De oostelijke nabuurschap

De top van het Oostelijk Partnerschap, die in mei plaatsvond in Riga, gaf een verdere impuls aan de betrekkingen tussen de EU en zes oostelijke partners. De EU heeft met Georgië, Moldavië en Oekraïne associatieovereenkomsten gesloten, die ook bepalingen inzake diepe en brede vrijhandelsruimten bevatten.

De EU voert een aantal maatregelen uit om het hervormingsproces te ondersteunen, waaronder een steunpakket van 11 miljard euro, dat in maart 2014 werd aangekondigd en waarvoor medio 2015 al 6 miljard euro was gemobiliseerd. In het kader van het breder vredesproces in Oekraïne is de EU gesprekken blijven aangaan over de levering van gas en over de praktische uitvoering van de diepe en brede vrijhandelsovereenkomsten. De EU heeft ook aangedrongen op de uitvoering van de akkoorden van Minsk en de toepassing van de sancties tegen Rusland.

De zuidelijke nabuurschap

In oktober zijn de onderhandelingen met Tunesië over een diepe en brede vrijhandelsovereenkomst van start gegaan en de eerste onderhandelingsronde heeft al voor het einde van het jaar plaats­gevonden. De vooruitgang met betrekking tot zo’n zelfde vrijhandelsovereenkomst met Marokko was in 2015 beperkt. Het proces ter voorbereiding op onderhandelingen over een dergelijke vrijhandelsovereenkomst met Jordanië is voortgezet.

Illustratie:
Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement (derde van links), Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad (vierde van links), en Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie (rechts), met de Europese en Afrikaanse staatshoofden en regeringsleiders op de top van Valletta over migratie, Valletta, Malta, 11 november 2015.

Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement (derde van links), Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad (vierde van links), en Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie (rechts), met de Europese en Afrikaanse staatshoofden en regeringsleiders op de top van Valletta over migratie, Valletta, Malta, 11 november 2015.

 
 

In november kwamen leiders van Europese en Afrikaanse landen in Valletta bijeen om migratie­problemen te bespreken. Die topontmoeting leidde tot de oprichting van het EU-noodtrustfonds voor Afrika om de ontwikkeling in Afrika te bevorderen. In ruil daarvoor helpen Afrikaanse landen om de huidige migratiecrisis te beheersen. Er werd voor 1,8 miljard euro aan hulp toegezegd, naast nog 20 miljard euro per jaar aan andere ontwikkelingshulp.

Libië

De EU ondersteunde de door de Verenigde Naties geleide besprekingen om de verschillende partijen in Libië te verzoenen. Ze gaf politieke steun aan Martin Kobler, de gezant van de secretaris-generaal van de VN, organiseerde dialoogbesprekingen en verstrekte financiële steun (4 miljoen euro) om de besprekingen op gang te houden.

Uitbreidingsonderhandelingen en de Westelijke Balkan

Aan landen die het vooruitzicht hebben om tot de EU toe te treden, blijft de EU steun verlenen. Zo kunnen zij de nodige hervormingen doorvoeren om te voldoen aan de criteria van het lidmaatschap, en dat is weer bevorderlijk voor de stabiliteit, veiligheid en welvaart in Europa.

Illustratie:
Commissaris Johannes Hahn en Aleksandar Vučić, premier van Servië, bij de opening van het eerste hoofdstuk in de toetredingsonderhandelingen met Servië, Belgrado, 10 december 2015.

Commissaris Johannes Hahn en Aleksandar Vučić, premier van Servië, bij de opening van het eerste hoofdstuk in de toetredingsonderhandelingen met Servië, Belgrado, 10 december 2015.

 
 

De EU speelde een sleutelrol bij de normalisering van de betrekkingen tussen Kosovo en Servië, die een ware mijlpaal vormde. Federica Mogherini, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, gaf leiding aan verschillende ronden van de dialoog tussen Belgrado en Priština.

De EU speelde ook een belangrijke rol bij de politieke stabilisatie en hervorming van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en in het akkoord tussen de belangrijkste politieke partijen om de politieke impasse te doorbreken.

Turkije

De voorzitters Schulz (Europees Parlement), Tusk (Europese Raad) en Juncker (Europese Commissie) ontmoetten de Turkse president Erdoğan in oktober 2015 voor een bespreking over de betrekkingen tussen de EU en Turkije, en in het bijzonder over het beheer van de vluchtelingen- en migrantenstroom. Schulz bezocht Turkije in april, Tusk in september en nog eens in november, samen met Juncker, voor de G20-top in Antalya. De EU en Turkije voerden ook een politieke dialoog over het buitenlands en veiligheidsbeleid, waaronder terrorismebestrijding. Turkije maakt deel uit van de internationale coalitie tegen IS/Da’esh en verleent humanitaire hulp aan Iraakse en Syrische vluchtelingen.

Illustratie:
Hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie Federica Mogherini, eerste vicevoorzitter van de Commissie Frans Timmermans en Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, ontmoeten Ahmet Davutoğlu, premier van Turkije, op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, New York, Verenigde Staten, 29 september 2015.

Hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie Federica Mogherini, eerste vicevoorzitter van de Commissie Frans Timmermans en Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, ontmoeten Ahmet Davutoğlu, premier van Turkije, op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, New York, Verenigde Staten, 29 september 2015.

 
 

Tijdens een top tussen de EU en Turkije eind november in Brussel werd een gezamenlijk actieplan inzake migratie vastgesteld. De EU en Turkije herhaalden het voornemen om hun bestaande banden en onderlinge solidariteit te bevorderen, meer samen te werken, het toetredingsproces nieuw leven in te blazen, resultaatgerichte maatregelen te nemen en gestructureerde en frequentere dialogen op hoog niveau te houden.

In december werden de onderhandelingshoofdstukken over het economisch en monetair beleid geopend.

Illustratie:
Recep Tayyip Erdoğan, president van Turkije, en eerste vicevoorzitter van de Commissie Frans Timmermans bespreken de migratiecrisis, Ankara, Turkije, 15 oktober 2015.

Recep Tayyip Erdoğan, president van Turkije, en eerste vicevoorzitter van de Commissie Frans Timmermans bespreken de migratiecrisis, Ankara, Turkije, 15 oktober 2015.

 
 

Strategische partnerschappen

Verenigde Staten

De samenwerking tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten richtte zich in 2015 op de versterking van de bilaterale betrekkingen door onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) en over de bescherming van gegevens en de persoonlijke levenssfeer (zie hoofdstuk 6). Er werd nauw samengewerkt aan de aanpak van mondiale vraagstukken zoals klimaatverandering, energiezekerheid, non-proliferatie van kernwapens en het verband tussen veiligheid en ontwikkeling.

China

In 2015 vierden de EU en China dat zij veertig jaar geleden betrekkingen aangingen. In juni trad de EU op als gastheer voor de 17e EU-China-top. Beide partijen kwamen overeen meer samen te werken op het gebied van buitenlands beleid, veiligheid en mondiale vraagstukken. Tijdens de top hebben de leiders een gezamenlijke verklaring aangenomen met een aantal prioritaire maatregelen voor de uitvoering van de strategische samenwerkingsagenda 2020 van de EU en China, en een aparte gezamenlijke verklaring over klimaatverandering. China zegde toe meer in de EU te investeren in het kader van het investeringsplan voor Europa. Er is verdere vooruitgang geboekt in de onderhandelingen over een investeringsovereenkomst tussen de EU en China en de EU maakte van de gelegenheid gebruik om haar bezorgdheid over de mensenrechtensituatie te uiten. Beide partijen achten het van belang om de dialoog hierover voort te zetten.

Rusland

Het hele jaar werden de betrekkingen van de EU met Rusland bepaald door de Russische inmenging in Oekraïne, waaronder de onwettige annexatie van de Krim en de rechtstreekse destabilisering van het land. De in 2014 opgelegde beperkende maatregelen (visumverboden, economische sancties en maatregelen in verband met de annexatie van de Krim) zijn in 2015 verlengd. Tegelijkertijd zijn de EU en Rusland constructief blijven overleggen over mondiale vraagstukken en internationale crisissen, met name wat betreft Iran. De EU hield trilaterale besprekingen met Rusland en Oekraïne over de levering van gas en bemiddelde in september met succes in een akkoord over de levering van gas aan Oekraïne tijdens de winter. De EU is verontrust over de binnenlandse ontwikkelingen in Rusland: de mensenrechtensituatie verslechtert en het maatschappelijk middenveld wordt verder aan banden gelegd.

Illustratie:
Vicevoorzitter van de Commissie Maroš Šefčovič (in het midden), Alexander Novak, Russisch minister voor Energie (links), en Volodymyr Demchyshyn, minister voor Energie en Kolenindustrie van Oekraïne (rechts), na het bereiken van een akkoord over het winterpakket voor de levering van gas aan Oekraïne, Brussel, 25 september 2015.

Vicevoorzitter van de Commissie Maroš Šefčovič (in het midden), Alexander Novak, Russisch minister voor Energie (links), en Volodymyr Demchyshyn, minister voor Energie en Kolenindustrie van Oekraïne (rechts), na het bereiken van een akkoord over het winterpakket voor de levering van gas aan Oekraïne, Brussel, 25 september 2015.

 
 

Het Midden-Oosten

Iran

Federica Mogherini, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de ministers van Buitenlandse Zaken van de „E3/EU+3-groep” (China, Frankrijk, Duitsland, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten) en Iran bereikten in juli overeenstemming over een langetermijnoplossing van het Iraans kernvraagstuk. Het gezamenlijk alomvattend actieplan garandeert het uitsluitend vreedzaam karakter van het Iraans kernprogramma en voorziet in de opheffing van alle daarmee verband houdende sancties. Deze positieve ontwikkeling maakt de weg vrij voor een gestage verbetering van de betrekkingen met Iran, op voorwaarde dat het actieplan volledig wordt uitgevoerd.

Illustratie:
Hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie Federica Mogherini (vierde van links) met de ministers van Buitenlandse Zaken van de E3/EU+3 na het bereiken van het akkoord over de Iraanse nucleaire kwestie, Wenen, Oostenrijk, 5 juli 2015.

Hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie Federica Mogherini (vierde van links) met de ministers van Buitenlandse Zaken van de E3/EU+3 na het bereiken van het akkoord over de Iraanse nucleaire kwestie, Wenen, Oostenrijk, 5 juli 2015.

 
 

Irak en Syrië

Het optreden van de EU in Irak is gebaseerd op de regionale strategie voor Syrië en Irak en op de dreiging die van IS/Da’esh uitgaat, zoals in maart door de Raad werd vastgesteld. De EU ondersteunt actief de inspanningen van de wereldwijde coalitie tegen IS/Da’esh, met name op het gebied van terrorismebestrijding, stabilisering en humanitaire hulp. Zij ondersteunt ook de Iraakse regering bij haar hervormingen die zijn gericht op participatie en nationale verzoening. De EU is een van de drijvende krachten achter de VN-inspanningen om een politieke oplossing te vinden voor het conflict in Syrië. Voor dat conflict zijn naar schatting 12 miljoen mensen op de vlucht geslagen. De EU heeft 4 miljard euro uitgetrokken voor steun aan Syriërs en gemeenschappen die vluchtelingen opvangen, met name in Jordanië, Libanon en Turkije. Via het nieuw regionaal EU-trustfonds voor de Syrische crisis (het zogeheten „Madad-fonds”) zullen deze middelen nog aanzienlijk worden aangevuld.

Het partnerschap tussen de EU en Afrika

In maart 2015 versterkte de EU haar optreden in de Sahel, de Hoorn van Afrika en de Golf van Guinee doordat de Raad het actieplan voor de Golf van Guinee 2015-2020 goedkeurde. In dit actieplan zet de EU uiteen hoe zij de regio en de kuststaten zal helpen bij de aanpak van de vele problemen op het gebied van maritieme veiligheid en georganiseerde misdaad.

Toen in maart 2014 in West-Afrika de verwoestende ebola-epidemie uitbrak, heeft de EU vanaf het begin steun verleend. Zij heeft ongeveer 2 miljard euro uitgetrokken om de uitbraak van het virus te stoppen en de getroffen landen te helpen zich snel te herstellen. De Commissie nam 870 miljoen euro voor haar rekening, waarvan 70 miljoen euro aan humanitaire noodhulp.

In 2015 ondernam de EU zes verkiezingswaarnemingsmissies in Afrika. Zij sloot een aantal economische partnerschapsovereenkomsten met Afrikaanse regio’s en was met name actief betrokken bij het bezweren van de politieke crisissen in Burundi, Guinee-Bissau, Mali en Zuid-Sudan.

Illustratie:
Commissaris Vytenis Andriukaitis met een van de winnaars van de European Health Award 2015, die werd toegekend aan niet-gouvernementele organisaties die zich hebben onderscheiden tijdens de ebolacrisis, Mondorf-les-Bains, Luxemburg, 12 oktober 2015.

Commissaris Vytenis Andriukaitis met een van de winnaars van de European Health Award 2015, die werd toegekend aan niet-gouvernementele organisaties die zich hebben onderscheiden tijdens de ebolacrisis, Mondorf-les-Bains, Luxemburg, 12 oktober 2015.

 
 
Illustratie:
Commissaris Neven Mimica bij een waterput tijdens zijn bezoek aan Samburu County, Kenia, 18 september 2015.

Commissaris Neven Mimica bij een waterput tijdens zijn bezoek aan Samburu County, Kenia, 18 september 2015.

 
 

Mensenrechten in de wereld

Instabiliteit, aanslepende conflicten en de migratiecrisis vormden het decor van 2015 en de mensenrechten stonden meer dan ooit onder druk door ernstige en grootschalige schendingen en doordat activisten en niet-gouvernementele organisaties steeds meer worden tegengewerkt en aangevallen. De EU blijft de mensenrechten bepleiten, verdedigen en bevorderen en geeft maatschappelijke organisaties en mensenrechtenactivisten overal ter wereld financiële steun. Met bijna veertig landen en met veel lokale partners is de EU in dialoog gegaan over de mensenrechten. Het extern optreden van de EU op dit vlak is gebaseerd op het strategisch EU-kader voor mensenrechten en democratie, dat in juni 2012 werd vastgesteld, en op het nieuw actieplan dat de Raad in juli 2015 goedkeurde en waarin de prioriteiten en de strategie voor 2015-2019 worden beschreven.

Het Europees Jaar voor ontwikkeling

2015 was het Europees Jaar voor ontwikkeling onder het motto „Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst”. Het belangrijkste doel was om Europese burgers, en met name jongeren, bewust te maken van de resultaten die de EU en haar lidstaten boeken met ontwikkelingshulp. Ook in 2015 was de Europese Unie ‘s werelds grootste donor. Het 11e Europees Ontwikkelingsfonds, met een begroting van 30,5 miljard euro, kwam in de loop van het jaar op kruissnelheid.

Filmpje:
EU-ontwikkelingshulp: voldoende middelen voor grote noden?

EU-ontwikkelingshulp: voldoende middelen voor grote noden?

 
Illustratie:
(Vanaf links vooraan met de klok mee) François Hollande, president van Frankrijk, David Cameron, premier van het Verenigd Koninkrijk, Matteo Renzi, premier van Italië, Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, Shinzō Abe, premier van Japan, Stephen Harper, premier van Canada, Barack Obama, president van de Verenigde Staten, en Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland, bespreken de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties tijdens de G7, Krün, Duitsland, 7 juni 2015.

(Vanaf links vooraan met de klok mee) François Hollande, president van Frankrijk, David Cameron, premier van het Verenigd Koninkrijk, Matteo Renzi, premier van Italië, Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad, Shinzō Abe, premier van Japan, Stephen Harper, premier van Canada, Barack Obama, president van de Verenigde Staten, en Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland, bespreken de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties tijdens de G7, Krün, Duitsland, 7 juni 2015.

 
 

In 2015 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties 17 nieuwe doelstellingen voor duurzame ontwikkeling vastgesteld, die richting zullen geven aan de mondiale inspanningen op dit vlak tussen nu en 2030. De EU is een groot voorstander van deze doelstellingen en zal ervoor zorgen dat zij in haar intern en extern beleid worden geïntegreerd.

Respons op humanitaire crisis- en noodsituaties

Het aantal door de mens en door de natuur veroorzaakte rampen neemt toe, een tendens die zich in 2015 voortzette. Het directoraat-generaal Humanitaire Hulp en Civiele Bescherming (ECHO) verstrekte meer dan 1,5 miljard euro aan hulp, waaronder voedsel, onderdak, bescherming, gezondheidszorg en schoon water, aan meer dan 120 miljoen mensen in meer dan tachtig landen.

In 2015 trok de Commissie 361 miljoen euro uit voor humanitaire hulp aan kinderen, vrouwen en mannen die slachtoffer waren van de humanitaire ramp, in Syrië en in de buurlanden Jordanië, Libanon en Turkije. Collectief heeft de EU sinds de start van het conflict meer dan 5 miljard euro vrijgemaakt om Syriërs en gastgemeenschappen in buurlanden bij te staan. Via het nieuw regionaal EU-trustfonds voor de Syrische crisis zullen deze middelen nog aanzienlijk worden aangevuld.

Illustratie:
Commissaris Christos Stylianides helpt bij het uitdelen van EU-hulpgoederen in Nepal na de aardbeving die meer dan 8 500 doden en nog veel meer gewonden eiste, Khokana, Nepal, 2 mei 2015.

Commissaris Christos Stylianides helpt bij het uitdelen van EU-hulpgoederen in Nepal na de aardbeving die meer dan 8 500 doden en nog veel meer gewonden eiste, Khokana, Nepal, 2 mei 2015.

 
 

De Commissie heeft ook haar humanitaire steun voor Irak aanzienlijk opgevoerd, tot in totaal 104,65 miljoen euro, als reactie op de crisis waardoor meer dan 10 miljoen mensen levensreddende hulp nodig hadden.

Voor bevolkingsgroepen die als gevolg van het conflict in Jemen werden getroffen door gedwongen ontheemding, voedseltekorten en acute ondervoeding, trok de Commissie 52 miljoen euro uit voor humanitaire hulp.

De EU verstrekte gedurende het jaar 242 miljoen euro aan steun aan Oekraïne.

DE CRISIS IN OEKRAÏNE

Eind 2015 hadden meer dan 1,5 miljoen kinderen in een conflict- of noodsituatie toegang tot scholing en psychosociale begeleiding in het kader van het humanitair EU-initiatief „Vredeskinderen”.

In 2015 is bij 25 rampen, verspreid over de hele wereld, het EU-mechanisme voor civiele bescherming geactiveerd.

Veiligheid en defensie

In juni riep de Europese Raad de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, op om samen met de lidstaten een overkoepelende EU-strategie op te stellen voor het buitenlands en veiligheidsbeleid en deze in juni 2016 voor te leggen aan de Europese Raad. Deze nieuwe strategie moet een brede visie bieden voor de rol van de EU in de wereld. De nadruk moet liggen op EU-maatregelen die zo veel mogelijk meerwaarde bieden ten opzichte van nationale middelen.

Het hele jaar lang nam de strijd tegen terrorisme een centrale plaats in. Bij zeven delegaties werden deskundigen op het gebied van terrorismebestrijding en veiligheid benoemd. Met verschillende landen en internationale instellingen, zoals de Verenigde Naties en de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten, zijn dialogen gevoerd over terrorismebestrijding en politieke vraagstukken. De EU heeft haar brede aanpak van externe conflicten en crisissen verder versterkt. Zij verleende in meer dan dertig landen actief steun aan maatregelen om conflicten te voorkomen, bijvoorbeeld door bemiddeling en analyses.

Illustratie:
Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, ontmoet hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie Federica Mogherini, Brussel, 27 mei 2015.

Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, ontmoet hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie Federica Mogherini, Brussel, 27 mei 2015.

 
 

Hoofdstuk 10

Een Unie van democratische verandering

„Dat de voorzitter van de Europese Commissie wordt voorgedragen en verkozen in het licht van de uitslag van de verkiezingen voor het Europees Parlement is zeker van belang, maar het is niet meer dan een eerste stap op weg naar de verdere democratisering van de Europese Unie als geheel. Onder mijn leiding zal de Europese Commissie ernaar streven het speciaal partner­schap met het Europees Parlement […] nieuw leven in te blazen […]. Ook wil ik zorgen voor nog meer transparantie over de contacten met belanghebbenden en lobbyisten […]. Ook wil ik de wetgeving over vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen herzien.”

Jean-Claude Juncker, Politieke beleidslijnen, 15 juli 2014

Het Europees Parlement heeft in 2015 een belangrijke bijdrage geleverd aan het debat over allerlei onderwerpen, van de economische situatie in Griekenland tot de vluchtelingencrisis. In oktober heeft het Parlement besprekingen gevoerd met de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Hollande. Het was voor het eerst in meer dan dertig jaar dat de leiders van de twee grootste EU-landen gezamenlijk het Parlement toespraken. Eveneens in oktober heeft het Parlement aan de Saudische blogger en mensenrechtenactivist Raif Badawi de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken toegekend.

Letland was de eerste helft van het jaar voorzitter van de Raad van de Europese Unie. De tweede helft van het jaar was dat Luxemburg. De agenda van de Raad werd bepaald door belangrijke internationale gebeurtenissen zoals de spanningen in Oekraïne, het terrorisme, de vluchtelingencrisis en de situatie in Griekenland.

De activiteiten van het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s waren afgestemd op het werkprogramma van de Commissie voor 2015. Georges Dassis werd verkozen tot voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité en Markku Markkula werd de nieuwe voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s.

De parlementen van de lidstaten konden ook in 2015 hun mening uiten over EU-zaken via de politieke dialoog met de Europese Commissie en de subsidiariteitscontrole. Via de subsidiariteitscontrole kunnen de nationale parlementen advies uitbrengen als zij vinden dat wetsvoorstellen van de EU in strijd zijn met het subsidiariteitsbeginsel en dus beter op nationaal niveau worden behandeld. De EU-commissarissen hebben vaak de nationale parlementen bezocht om hun prioriteiten en initiatieven toe te lichten.

De Commissie heeft het voorbije jaar 53 maal een burgerdialoog gehouden. Via die dialogen krijgen mensen inspraak in het Europees beleid.

Het Europees Parlement in het centrum van de Europese politiek

Het Parlement heeft in 2015 vele onderwerpen behandeld. Het is vorig jaar toegesproken door vele vooraanstaande bezoekers, onder wie Laimdota Straujuma (premier van Letland), Zijne Majesteit Abdoellah II (koning van Jordanië), Ban Ki-moon (secretaris-generaal van de Verenigde Naties), Tsakhiagiin Elbegdorj (president van Mongolië), Alexis Tsipras (premier van Griekenland), Xavier Bettel (premier van Luxemburg), Zijne Majesteit Felipe VI (koning van Spanje), François Hollande (president van Frankrijk), Angela Merkel (bondskanselier van Duitsland), Sergio Mattarella (president van Italië) en de voorzitters van de EU-instellingen.

Illustratie:
Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland, Zijne Majesteit Koning Felipe VI van Spanje en François Hollande, president van Frankrijk, in het Europees Parlement, Straatsburg, 7 oktober 2015.

Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland, Zijne Majesteit Koning Felipe VI van Spanje en François Hollande, president van Frankrijk, in het Europees Parlement, Straatsburg, 7 oktober 2015.

 
 
Illustratie:Het Europees Parlement heeft de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken toegekend aan de Saudi-Arabische blogger en mensenrechtenactivist Raif Badawi.

Het Europees Parlement heeft de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken toegekend aan de Saudi-Arabische blogger en mensenrechtenactivist Raif Badawi.

 
 

Nieuwe voorzitters voor twee adviserende organen van de EU

Illustratie:
Georges Dassis is op 7 oktober 2015 verkozen tot voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité.

Georges Dassis is op 7 oktober 2015 verkozen tot voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité.

 
 
Illustratie:
Markku Markkula is op 12 februari 2015 verkozen tot voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s.

Markku Markkula is op 12 februari 2015 verkozen tot voorzitter van het Europees Comité van de Regio’s.

 
 

Betere regelgeving

De Commissie heeft in mei maatregelen genomen voor meer openheid en transparantie bij de besluitvorming in de EU. Door deze agenda voor betere regelgeving wordt de kwaliteit van nieuwe wetten beter en wordt de bestaande EU-wetgeving vaker getoetst.

Met het hervormingspakket zijn verschillende nieuwe maatregelen ingevoerd, zoals raadplegingen en feedbackmogelijkheden. Daardoor kunnen belanghebbenden en de hele bevolking nauwer worden betrokken bij het beleid. In juli heeft de Commissie een website geopend waar belanghebbenden feedback kunnen geven op routekaarten, aanvangseffectbeoordelingen en voorstellen van de Commissie. Zo kunnen zij mee de besluitvorming toetsen en bijsturen. Dit is de eerste fase van de invoering van een gebruiksvriendelijke portal voor betere regelgeving, die informeert over de besluitvorming in de EU.

In juli heeft de Commissie een nieuwe Raad voor regelgevingstoetsing opgezet. Deze zorgt voor een betere centrale kwaliteitscontrole en ondersteuning van de effectbeoordelingen en evaluaties van de Commissie. De raad heeft een voorzitter en zes voltijdse leden, van wie er drie van buiten de EU-instellingen komen.

In december heeft de Commissie haar fiat gegeven aan een nieuw interinstitutioneel akkoord met het Europees Parlement en de Raad over betere regelgeving. Het is de bedoeling dat dit de EU-wetgeving beter en doeltreffender maakt. Het akkoord leidt tot veranderingen in de hele beleidscyclus: van de raadpleging van belanghebbenden en de effectbeoordeling tot de goedkeuring, uitvoering en evaluatie van de wetgeving. Het is samen met het Parlement en de Raad opgesteld en moet door de drie instellingen worden goedgekeurd voordat het van kracht wordt.

Refit-platform

Refit is het programma van de Europese Commissie voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving. Bij Refit zijn deskundigen van de lidstaten, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties betrokken. Het programma moet suggesties van belanghebbenden en de lidstaten verzamelen om de regeldruk te verminderen.

Sinds 2012 zijn zo’n 200 Refit-initiatieven genomen. Naar aanleiding daarvan is wetgeving geëvalueerd, vereenvoudigd en ingetrokken, en zijn voorstellen teruggetrokken. De vorderingen van de Refit-initiatieven worden beschreven in het scorebord dat elk jaar in mei wordt gepubliceerd. De Commissie wil de EU-wetgeving verder vereenvoudigen en de kosten van de regelgeving verlagen, zonder de voordelen van het beleid aan te tasten.

REFIT MAAKT DE EU-WETGEVING LICHTER, EENVOUDIGER EN GOEDKOPER

Toezicht op de toepassing van het EU-recht

De Commissie kwam in juli met het 32e jaarverslag over de controle op de toepassing van het EU-recht. Zij beoordeelde daarin of de lidstaten het EU-recht in 2014 correct en op tijd hadden uitgevoerd.

De Commissie start een inbreukprocedure als een lidstaat een vermoedelijke schending van het EU-recht in stand houdt of niet op tijd meldt hoe een richtlijn in het nationaal recht is omgezet. Burgers en belanghebbenden kunnen via een onlineklachtenformulier wijzen op inbreuken op het EU-recht. Dat formulier is te vinden op de portal „Uw rechten en kansen”. In 2014 hadden de meeste klachten te maken met werkgelegenheid, de interne markt en justitie.

Over het algemeen blijkt het aantal formele inbreukprocedures de afgelopen vijf jaar te zijn verminderd. Net als een jaar eerder ging het in 2014 bij de meeste inbreukprocedures over milieu, vervoer, de interne markt en de dienstensector. In veel gevallen heeft de gestructureerde dialoog met de lidstaten (via EU Pilot) een formele inbreukprocedure overbodig gemaakt.

Transparantie en verantwoording

Nieuw transparantie-initiatief en transparantieregister 2.0

Transparantie is belangrijk voor de legitimiteit van de besluitvorming en is nodig om het vertrouwen van de bevolking te winnen.

In januari 2015 is een nieuwe versie van het gemeenschappelijk transparantieregister van het Europees Parlement en de Europese Commissie van start gegaan. Dat register laat zien wie de beleidsvorming bij de EU-instellingen probeert te beïnvloeden en waarvoor lobbyisten belangstelling hebben. Het register vermeldt wie hun klanten of leden zijn, van welke EU-structuren zij deel uitmaken en over hoeveel personeel en financiële middelen zij beschikken. Alle organisaties die in het register zijn opgenomen, moeten een gedragscode onderschrijven waarnaar zij zich bij hun contacten met de EU-instellingen moeten richten.

Controle van de EU-begroting

Na een positieve aanbeveling van de Raad heeft het Parlement in april definitief zijn goedkeuring gegeven (de zogeheten „kwijting”) aan de manier waarop de Commissie in 2013 de EU-begroting heeft uitgevoerd. De kwijting is een van de middelen waarmee het Parlement en de Raad controle uitoefenen op de besteding van de EU-begroting. Als kwijting wordt verleend, kunnen de rekeningen van de instelling voor het betrokken jaar officieel worden afgesloten.

Illustratie:
Vicevoorzitter van de Commissie Kristalina Georgieva (links) in gesprek met Vítor Manuel da Silva Caldeira, president van de Europese Rekenkamer (in het midden), Brussel, 23 september 2015.

Vicevoorzitter van de Commissie Kristalina Georgieva (links) in gesprek met Vítor Manuel da Silva Caldeira, president van de Europese Rekenkamer (in het midden), Brussel, 23 september 2015.

 
 

Bij de beslissing om kwijting te verlenen, uit te stellen of te weigeren, houdt het Parlement rekening met het jaarverslag van de Europese Rekenkamer. De Rekenkamer heeft in november haar jaarverslag uitgebracht over de uitvoering van de EU-begroting in 2014. De externe controleur van de Commissie heeft de rekeningen van de EU voor de achtste maal op rij goedgekeurd. De controleur bevestigde dat er bij de inkomsten en de administratieve uitgaven geen ernstige fouten waren gemaakt. Bovendien was volgens de Rekenkamer voor het tweede opeenvolgende jaar het foutenpercentage over de hele linie verminderd, nu tot 4,4 %.

Op te merken valt dat de Commissie weliswaar een belangrijke controlefunctie heeft voor circa 80 % van de jaarbegroting van de EU (vooral voor de landbouw en het cohesiebeleid), maar dat in de eerste plaats de lidstaten verantwoordelijk zijn voor het dagelijks beheer van de EU-middelen. Als er administratieve fouten worden gevonden, vorderen de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten het geld terug. In de periode 2009–2014 zijn er jaarlijks gemiddeld voor 3,2 miljard euro financiële correcties en terugvorderingen geweest. Dat is 2,4 % van alle betalingen uit de EU-begroting. Correcties zijn vaak nodig, omdat de meeste programma’s meerdere jaren bestrijken en omdat alle overheidsinstanties willen dat het geld van de belastingbetalers goed besteed wordt.

Toegang tot documenten

Belangrijk voor de transparantie is het recht om inzage te krijgen in documenten. In augustus is het jaarverslag voor 2014 over de toegang tot documenten uitgekomen. De Commissie beschrijft daarin hoe zij de huidige wet- en regelgeving op dit gebied toepast.

Het jaarverslag laat duidelijk zien hoe belangrijk het recht op toegang tot documenten is voor het transparantiebeleid van de Commissie. In 2014 heeft de Commissie 6 227 verzoeken om inzage in documenten ontvangen. In 88 % van de gevallen werden de gevraagde documenten bij het eerste verzoek geheel of gedeeltelijk vrijgegeven. Na het eerste antwoord kunnen afgewezen aanvragers via een zogenaamd „confirmatief verzoek” de Commissie vragen haar standpunt te herzien. In 2014 heeft de Commissie 300 confirmatieve verzoeken behandeld. Het aantal confirmatieve verzoeken stijgt al zeven jaar achtereen, in 2014 met maar liefst 27 %. In 43 % van de gevallen is ruimere toegang verleend tot de gevraagde documenten, zodat uiteindelijk in totaal 90 % van de aanvragen volledig of gedeeltelijk positief werden beantwoord.

Uit het aantal verzoeken om toegang en het groot aantal documenten waarin inzage is gegeven, blijkt dat EU-burgers actief gebruikmaken van dit recht. De inzage in deze documenten is een aanvulling op de uitgebreide documentatie die al op de website van de Commissie te vinden is.

Burgers hebben recht op behoorlijk bestuur

De Europese Ombudsman, Emily O’Reilly, is ook in 2015 doorgegaan met haar strategie „Op weg naar 2019”, waarmee zij de relevantie, de impact en de zichtbaarheid van de activiteiten van de Ombudsman wil vergroten. De Ombudsman heeft onder meer op eigen initiatief onderzoek gedaan naar de samenstelling van deskundigengroepen van de Commissie en naar transparantie bij de trialogen. Ook heeft zij de transparantie van de onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen (TTIP) onderzocht.

Illustratie:
Emily O’Reilly, de Europese Ombudsman, stelt haar jaarverslag voor aan Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, Brussel, 26 mei 2015.

Emily O’Reilly, de Europese Ombudsman, stelt haar jaarverslag voor aan Martin Schulz, voorzitter van het Europees Parlement, Brussel, 26 mei 2015.

 
 

Evaluatie van de besluitvorming over vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen in de lidstaten

De Commissie heeft in april het besluitvormingsproces voor het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) herzien, zoals zij in haar politieke beleidslijnen had aangekondigd. De Commissie heeft een wetgevingsvoorstel ingediend dat de lidstaten toe zou staan het gebruik van genetisch gemodificeerde organismen in levensmiddelen en diervoeders op hun grondgebied te beperken of te verbieden op basis van andere criteria dan gezondheid of milieu. Het wetenschappelijk onderbouwde vergunningenstelsel voor genetisch gemodificeerde organismen blijft functioneren op EU-niveau.

Het voorstel is voor behandeling volgens de gewone wetgevingsprocedure ingediend bij het Parlement en de Raad, die onlangs een eigen richtlijn in dezelfde zin hebben vastgesteld. Het Parlement heeft het voorstel van de Commissie in oktober verworpen. De besprekingen bij de Raad in eerste lezing zijn nog aan de gang.

Europees burgerinitiatief

Via een Europees burgerinitiatief kunnen een miljoen EU-burgers uit ten minste zeven lidstaten de Commissie verzoeken om wetgeving voor te stellen. Tot op heden zijn drie Europese burgerinitiatieven ingediend die aan de voorwaarden voldoen en door voldoende mensen worden gesteund: „Right2Water”, „Een van ons” en „Stop vivisectie”. De Commissie heeft op deze drie initiatieven een reactie gegeven.

De Commissie heeft in maart een verslag over Europese burgerinitiatieven uitgebracht. Zij gaat daarin na hoe deze nieuwe inspraakprocedure, die in april 2012 is ingevoerd, wordt toegepast. Organisatoren blijken problemen te hebben ondervonden met het opzetten van de onlinesystemen voor het verzamelen van de handtekeningen, vooral omdat daarvoor maar weinig tijd beschikbaar is. De Commissie biedt daarom nog steeds kosteloos tijdelijke hostingfaciliteiten aan. Zij heeft opdracht gegeven voor een studie naar een permanente oplossing. Het verslag vermeldt ook problemen die te maken hebben met het feit dat de EU-landen verschillende eisen stellen voor de verwerking van persoonsgegevens. De Commissie dringt er bij de lidstaten op aan dat zij die eisen harmoniseren en vereenvoudigen.

Dialoog met burgers

De Commissie heeft in januari 2015 een nieuwe reeks burgerdialogen aangekondigd. Bij die dialogen kunnen mensen in discussie gaan met beleidsmakers van de EU. Dat is van groot belang voor de democratische beleidsvorming in de EU. De voorzitter en de vicevoorzitters van de Commissie en de andere EU-commissarissen hebben het hele jaar door op 53 bijeenkomsten overal in de EU gepraat met duizenden burgers. Ook de voorzitter van het Europees Parlement, een aantal Parlementsleden en nationale politici hebben aan de dialogen deelgenomen.

Meer informatie over de EU

DE EU OP HET WEB

Informatie in alle officiële talen van de Europese Unie vindt u op de Europa-website: europa.eu

BEZOEK ONS

Er zijn in heel Europa honderden plaatselijke EU-informatiecentra. Het adres van het dichtstbijzijnde centrum vindt u op deze website: europa.eu/contact

BEL OF MAIL ONS

Europe Direct beantwoordt al uw vragen over de Europese Unie. U kunt ons bereiken op het gratis telefoonnummer 00 800 6 7 8 9 10 11 (sommige mobieletelefoonoperatoren bieden geen toegang tot 00800-nummers of brengen verbindingen met deze nummers in rekening), tegen betaling uit een land buiten de EU op het nummer +32 22999696, of door een e-mail te sturen via europa.eu/contact/

INTERESSANTE LECTUUR

Publicaties over de EU vindt u op de website van EU Bookshop: bookshop.europa.eu

Informatie en publicaties over de Europese Unie in het Nederlands zijn ook verkrijgbaar bij:

VERTEGENWOORDIGINGEN VAN DE EUROPESE COMMISSIE

Vertegenwoordiging in België

Wetstraat 170

1040 Brussel

BELGIË

Tel. +32 22953844

Internet: ec.europa.eu/belgium/index_nl.htm

E-mail: COMM-REP-BRU@ec.europa.eu

Vertegenwoordiging in Nederland

Huis van Europa

Korte Vijverberg 5

2513 AB Den Haag

NEDERLAND

Tel. +31 703135300

Internet: ec.europa.eu/netherlands/index_nl.htm

E-mail: burhay@ec.europa.eu

INFORMATIEBUREAUS VAN
HET EUROPEES PARLEMENT

Informatiebureau in België

Wiertzstraat 60

1047 Brussel

BELGIË

Tel. +32 22842005

Internet: europarl.be/view/nl/index.html

E-mail: epbrussels@europarl.europa.eu

Informatiebureau in Nederland

Huis van Europa

Korte Vijverberg 6

2513 AB Den Haag

NEDERLAND

Tel. +31 703135400

Internet: europeesparlement.nl

E-mail: epdenhaag@europarl.europa.eu

Er zijn vertegenwoordigingen of bureaus van de Europese Commissie en van het Europees Parlement in alle lidstaten van de Europese Unie. De Europese Unie heeft ook delegaties in andere landen van de wereld.

Meer informatie

Vond u deze publicatie nuttig? Laat het ons weten: comm-publi-feedback@ec.europa.eu

De EU in 2015 – Algemeen Verslag over de werkzaamheden van de Europese Unie

Europese Commissie
Directoraat-generaal
Communicatie Publieksvoorlichting
1049 Brussel
BELGIË

De EU in 2015 – Algemeen Verslag over de werkzaamheden van de Europese Unie is op 1 februari 2016 door de Europese Commissie goedgekeurd onder nummer COM(2016) 38.

Identificatiegegevens

Algemeen Verslag over de werkzaamheden van de Europese Unie

Print

ISBN 978-92-79-49828-2

ISSN 1608-7291

doi:10.2775/345569

PDF

ISBN 978-92-79-49796-4

ISSN 1977-351X

doi:10.2775/009605

EPUB

ISBN 978-92-79-49786-5

ISSN 1977-351X

doi:10.2775/897563

HTML

ISBN 978-92-79-54794-2

ISSN 1977-351X

doi:10.2775/636724

Belangrijkste punten

Print

ISBN 978-92-79-49736-0

ISSN 2443-9185

doi:10.2775/894441

PDF

ISBN 978-92-79-49711-7

ISSN 2443-941X

doi:10.2775/16098

EPUB

ISBN 978-92-79-49721-6

ISSN 2443-941X

doi:10.2775/961691

HTML

ISBN 978-92-79-54826-0

ISSN 2443-941X

doi:10.2775/295665

 

Luxemburg:
Bureau voor publicaties van de Europese Unie,
2016

Op de omslag

  1. De hoge vertegenwoordiger van de Unie, die tevens een van de vicevoorzitters van de Commissie is, bespreekt het Iraans nucleair programma met de minister van Buitenlandse Zaken van Iran. (© Europese Unie)
  2. De commissaris voor Mededinging kondigt aan dat er een kartelonderzoek naar Google is ingeleid. (© Europese Unie)
  3. Hongaarse soldaten bouwen een hek aan de grens met Kroatië. (© Associated Press)
  4. De voorzitter van de Commissie bij de opening van de conferentie over de klimaatverandering in Parijs. (© Europese Unie)
  5. De commissaris die bevoegd is voor financiële diensten zit de openingsceremonie van de beurs van Londen voor. (© Europese Unie)
  6. Demonstranten bij het Grieks parlement in de nacht van het referendum. (© Associated Press)
  7. De leiders van de Europese Unie, Duitsland, Griekenland en Frankrijk bespreken de overheidsfinanciën van Griekenland. (© Europese Unie)
  8. De voorzitter van de Commissie en de leiders van Spanje, Frankrijk en Portugal kondigen aan dat de verbindingen tussen het Iberisch Schiereiland en de rest van de energiemarkt van de Europese Unie zullen worden verbeterd. (© Europese Unie)
  9. De leiders van de Europese Unie, Estland, Litouwen, Letland en Polen kondigen aan dat er een aardgasverbinding komt tussen Polen en Litouwen. (© Europese Unie)
  10. Een zoek- en reddingsoperatie van Triton in de Middellandse Zee. (© Frontex)
  11. De Britse premier bespreekt zijn voorstellen voor herziene betrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. (© Associated Press)
  12. De Europese Raad vergadert in Brussel. (© Europese Unie)
  13. Europese melkveehouders protesteren in Brussel. (© Associated Press)
  14. De leiders van de Europese Unie, Griekenland, Frankrijk en België tijdens discussies op de Eurotop. (© Europese Unie)
  15. De voorzitters van het Parlement en de Commissie tijdens de vergadering over de Westelijke Balkanroute. (© Europese Unie)
  16. De aankomst van vluchtelingen in Griekenland. (© Europese Unie)
  17. De wereldleiders op de G7-top. (© Europese Unie)
  18. De voorzitter van de Eurogroep spreekt de pers toe. (© Europese Unie)
  19. Hulpdiensten evacueren de gewonden na de schietpartij in de Parijse concertzaal Bataclan. (© Associated Press)
  20. De voorzitter van de Raad spreekt de pers toe. (© Europese Unie)
  21. De ondertekening van het akkoord over het Europees Fonds voor strategische investeringen. (© Europese Unie)
  22. Een minuut stilte op de Place de la République in Parijs na de terreuraanslagen van november. (© AFP)
  23. Betogers demonstreren tegen het Trans-Atlantisch Partnerschap voor handel en investeringen. (© Associated Press)
  24. De leiders van de Europese Unie en Oekraïne op de 17e top EU-Oekraïne. (© Europese Unie)

© Europese Unie, 2016

Verveelvoudiging met bronvermelding is toegestaan. Voor gebruik of overname van afzonderlijke foto’s dient rechtstreeks aan de auteursrechthouders toestemming te worden gevraagd.

FOTO’S

Alle foto’s en video’s © Europese Unie, behalve:

  • omslag: *
  • *, *, *, * © Fotolia
  • * © Europese Centrale Bank
  • * © AFP
  • * © Frontex
  • * © Ullstein Buchverlage