Speciaal verslag
nr.21 2018

Selectie en monitoring van EFRO- en ESF-projecten zijn in de periode 2014-2020 nog steeds hoofdzakelijk outputgericht

Over het verslag Voor de fondsen voor het cohesiebeleid hebben wij voor de programmeringsperiode 2014-2020 onderzocht hoe goed de lidstaten zich richten op resultaten bij het selecteren van projecten en hoe goed de Commissie en de lidstaten door middel van hun monitoring kunnen aantonen dat de EU-begroting deugdelijk wordt besteed. Wij stelden vast dat, hoewel de Commissie diverse maatregelen heeft genomen ter verbetering van de resultaatgerichtheid, bij de selectieprocedures de nadruk blijft liggen op output en absorptie, en niet op de resultaten. Bovendien was het vanwege tekortkomingen in de monitoringregelingen onmogelijk te beoordelen in hoeverre de EU-middelen hebben bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU en de lidstaten.

Wij bevelen aan dat de lidstaten er tijdens het selectieproces voor zorgen dat er een vergelijking van de projectaanvragen plaatsvindt, dat zij begunstigden verplichten voor elk project ten minste één echte resultaatindicator vast te stellen die wordt opgenomen in de subsidieovereenkomst en bijdraagt tot de OP-indicatoren, en een beoordeling van de verwachte resultaten en indicatoren opnemen in het beoordelingsverslag voor de aanvragen. De Commissie moet gemeenschappelijke resultaatindicatoren vaststellen voor het EFRO, de verslaglegging over de prestaties verbeteren en ervoor zorgen dat er in 2019 een zinvolle evaluatie van de prestaties plaatsvindt.

De publicatie is beschikbaar in 23 talen en in het volgende formaat:
PDF
PDF General Report

Samenvatting

I

In het kader van de programmeringsperiode 2014-2020 heeft de EU bijna 349,4 miljard EUR toegewezen voor het behalen van de doelstellingen van het cohesiebeleid. Dit beleid is erop gericht het scheppen van arbeidsplaatsen, het concurrentievermogen van ondernemingen, de economische groei, duurzame ontwikkeling en de verbetering van de levenskwaliteit te ondersteunen. Om deze doelstellingen te behalen, worden middelen toegewezen aan projecten die door begunstigden in de lidstaten worden uitgevoerd. De autoriteiten in de lidstaten selecteren projecten die moeten worden gefinancierd en monitoren de uitvoering hiervan. Het is van cruciaal belang dat deze middelen op doeltreffende wijze worden toegewezen, dat wil zeggen op basis van het behalen van de beoogde resultaten.

II

Om deze doelstelling te ondersteunen, heeft de Commissie diverse maatregelen uitgevoerd die gericht waren op een grotere nadruk op de resultaten in de periode 2014-2020. In eerdere verslagen verwelkomden we de verbeteringen waartoe deze maatregelen hadden geleid. Wij wezen echter ook op ernstige tekortkomingen ten aanzien van de doeltreffendheid van deze maatregelen en de kwaliteit van de monitoringgegevens in verband met de uitgaven voor het cohesiebeleid. Deze eerdere bevindingen worden in dit verslag geconsolideerd en verder uitgewerkt.

III

We onderzochten in hoeverre de nadruk op de resultaten is verankerd in de wijze waarop projecten worden geselecteerd en in hoeverre de Commissie en de lidstaten kunnen aantonen dat de EU-begroting goed wordt besteed. Met het oog hierop hebben we de selectie- en monitoringregelingen voor projecten onderzocht waarvoor middelen uit het Cohesiefonds worden gebruikt.

IV

We concluderen dat bij het ontwerp van de selectieprocedures en de processen zelf, ondanks het al lang bestaande voornemen, nog steeds de nadruk wordt gelegd op de output en absorptie en niet op de resultaten. Bovendien was het vanwege tekortkomingen in de monitoringregelingen onmogelijk om te beoordelen in hoeverre de EU-middelen hebben bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU en de lidstaten. Meer specifiek deden we ten aanzien van de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden, de onderstaande bevindingen:

  • Bij de selectie van projecten werden potentiële begunstigden werden goed geïnformeerd en voorzien van passende ondersteuning om toegang te krijgen tot EU-middelen. De procedures die wij onderzochten, waren ontworpen om de selectie van projecten te bevorderen die relevant waren voor de doelstellingen van de OP's, maar de selectiecriteria vereisten zelden dat aanvragers gekwantificeerde resultaatindicatoren op projectniveau vaststelden. Bovendien werden de meeste projecten geselecteerd op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”. In slechts één selectieprocedure werd een score toegekend aan aanvragen en werden deze scores met elkaar vergeleken.
  • Wat monitoring betreft, stelden we vast dat monitoringsystemen slechts in een later stadium operationeel waren geworden, voornamelijk vanwege vertragingen bij het vaststellen van het wetgevingskader. Sommige IT-systemen voor het verzamelen en samenvoegen van monitoringgegevens vertonen nog steeds gebreken. De trage vooruitgang bij de controles van de respectievelijke monitoringsystemen bracht bovendien het risico met zich mee dat er nu misschien niet voldoende tijd is om de noodzakelijke corrigerende maatregelen te nemen vóór de evaluatie van de prestaties in 2019.
  • De monitoringgegevens blijven grotendeels gericht op de output. In het belangrijkste verslag van de Commissie voor het meten van de resultaten wordt de voortgang ten aanzien van de belangrijkste outputindicatoren naast het gebruik van de middelen gepresenteerd. Het bevat echter slechts beperkte informatie over de verwezenlijking van resultaten.
V

Daarom bevelen wij het volgende aan:

  • Met het oog op de waarborging van een consistente en daadwerkelijk resultaatgerichte aanpak van de selectie van projecten moeten lidstaten ervoor zorgen dat een vergelijking van de projectaanvragen plaatsvindt, begunstigden verplichten ten minste één echte resultaatindicator voor elk project vast te stellen en een beoordeling van de verwachte resultaten en indicatoren uitvoeren in het beoordelingsverslag voor de aanvragen.
  • Met het oog op de waarborging van resultaatgerichte monitoring moeten de lidstaten een of meer echte en gekwantificeerde resultaatindicatoren opnemen in de subsidieovereenkomst die bijdragen tot het behalen van de resultaatindicatoren die op OP-niveau zijn vastgesteld, en moet de Commissie gemeenschappelijke resultaatindicatoren vaststellen voor het EFRO, op basis van een gemeenschappelijke definitie van “resultaten”.
  • De Commissie moet de verslaglegging over de prestaties verbeteren en ervoor zorgen dat er in 2019 een zinvolle evaluatie van de prestaties plaatsvindt.

Inleiding

Het cohesiebeleid is het belangrijkste investeringsbeleid van de EU

01

Het cohesiebeleid is het belangrijkste investeringsbeleid van de EU. Het is erop gericht het scheppen van arbeidsplaatsen, het concurrentievermogen van ondernemingen, de economische groei, duurzame ontwikkeling en de verbetering van de levenskwaliteit te ondersteunen. Ongeveer een derde van de EU-begroting is bestemd voor het cohesiebeleid. In lopende prijzen bedroegen deze middelen ongeveer 230 miljard EUR in de programmeringsperiode 2000-2006, 346,5 miljard EUR in de periode 2007-2013 en 349,4 miljard EUR in de periode 2014-2020.

02

Het cohesiebeleid wordt uitgevoerd via het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Cohesiefonds (CF). Samen met het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) vormen deze fondsen de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF). Deze fondsen worden ten uitvoer gelegd via operationele programma’s (OP's), waarin investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen uiteen worden gezet1. Hierin wordt ook beschreven hoe de middelen tijdens de programmeringsperiode zullen worden gebruikt om projecten te financieren. De OP's worden uitgevoerd door de lidstaten en hun regio's. Dit betekent dat de lidstaten en hun regio's projecten selecteren, monitoren en evalueren.

Prestatiegerichtheid is een belangrijke prioriteit voor de Commissie en de lidstaten tijdens de periode 2014-2020

03

De Europa 2020-strategie is de tienjarige banen- en groeistrategie van de EU. Deze strategie ging in 2010 van start en moest de voorwaarden scheppen voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Om de doelstellingen en streefdoelen van de Europa 2020-strategie te behalen, wees de Commissie in 2010 op de noodzaak om de doeltreffendheid van het cohesiebeleid te verbeteren door de nadruk te leggen op de resultaten2.

04

In het wetgevingspakket voor het cohesiebeleid in de programmeringsperiode 2014-2020 werden daarom belangrijke wijzigingen ingevoerd die bedoeld waren om meer nadruk te leggen op de prestaties3. Dit zijn de voornaamste maatregelen:

  • de invoering van ex-antevoorwaarden (EAC's)4 volgens welke de lidstaten voor eind 2016 moesten voldoen aan bepaalde voorwaarden voor het doeltreffende gebruik van de ESI-fondsen (bijv. het bestaan van beleids-/strategische kaders). Eén van deze voorwaarden, de algemene ex-antevoorwaarde nr. 75 vereist “het bestaan van een systeem van resultaatindicatoren voor het selecteren van acties die het best bijdragen aan de gewenste resultaten, om toezicht te houden op de voortgang”;
  • de invoering van een prestatiereserve, waarbij een deel van de aan OP's toegewezen EU-financiering slechts wordt vrijgegeven wanneer een subcategorie van indicatoren (voornamelijk uitgaven-/outputindicatoren) voldoet aan vooraf vastgestelde mijlpalen. De vrijgave van deze reserve in 2019 zal worden gebaseerd op een evaluatie van de prestaties die in 2019 wordt uitgevoerd6;
  • een verstrekte interventielogica tijdens de programmering7 op grond waarvan lidstaten hun behoeften moeten beoordelen en zich moeten verbinden tot een reeks resultaten voordat zij nadenken over de vraag waar en hoe zij de cohesiemiddelen willen besteden;
  • een samenhangender gebruik van prestatie-indicatoren om de geboekte vooruitgang in de richting van de verwezenlijking van de resultaten te meten8.

Het belang van de selectie en monitoring van projecten voor het behalen van resultaten

05

In 2017 concludeerden we9 dat de Commissie en de lidstaten erin waren geslaagd om OP's te ontwikkelen met een robuustere interventielogica. Dit betekent dat de doelen van de maatregelen (specifieke doelstellingen/resultaten) en de manier waarop deze zouden worden behaald (nodige middelen, uit te voeren acties en verwachte output) op consistente wijze waren uiteengezet in de OP's.

06

Voor de doeltreffendheid van beleid is het echter niet alleen van belang om duidelijke doelstellingen vast te stellen en resultaten in aanmerking te nemen tijdens de programmering. Het is cruciaal dat tijdens de uitvoering van het OP een resultaatgerichte aanpak wordt gevolgd, aangezien vooral de kwaliteit van de gefinancierde projecten en de toegevoegde waarde ervan wat tastbare resultaten betreft de doeltreffendheid van een beleidsmaatregel bepalen. De selectie en monitoring van en de verslaglegging over projecten is daarom essentieel voor het behalen van resultaten. Een overzicht van uitvoeringscyclus van een OP en de betrokken instanties is te vinden in figuur 1. De processen die relevant zijn voor onze controle, zijn geel gemarkeerd.

Figuur 1

Overzicht van de uitvoeringscyclus van een OP

Bron: ERK.

Belangrijkste deelnemers en hun rol in de selectie en monitoring van projecten

07

Projecten worden geselecteerd door de nationale en regionale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de OP's. Deze beheersautoriteiten (BA's) of intermediaire instanties (II's) waaraan zij bevoegdheden delegeren, stellen selectiecriteria vast, stellen selectiecomités in en besluiten welke projecten Europese financiering ontvangen. De Commissie is niet betrokken bij de selectie van projecten. Dit staat in contrast met haar zeer belangrijke rol in de onderhandelingen over de OP’s. De Commissie is echter wel betrokken via haar adviesrol in de toezichtcomités10 voor de OP’s, die de methodologie en criteria voor de selectie van projecten goedkeuren. Zij verstrekt bovendien richtsnoeren, op basis van beste praktijken en gedeelde ervaringen met de lidstaten.

08

De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de monitoring van projecten. De beheersautoriteiten monitoren de uitvoering van OP's en projecten, voegen monitoringgegevens samen en dienen jaarlijkse uitvoeringsverslagen (JUV's) in bij de Commissie. Het toezichtcomité evalueert ook de uitvoering van de OP's en keurt de JUV's goed. Ook hier is de rol van de Commissie beperkt tot het verstrekken van richtsnoeren, het onderzoeken van de prestaties van OP's samen met de BA's en het maken van opmerkingen over de JUV's.

09

In haar rapporterende rol dient de Commissie niettemin haar jaarlijkse synthese van de JUV's van de lidstaten en de strategische verslagen (in 2017 en 2019) in bij de kwijtingsautoriteit (het Europees Parlement), het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's11.

Reikwijdte en aanpak van de controle

10

Met deze controle wilden wij de vraag beantwoorden of de selectie van projecten en de monitoringsystemen voor projecten in het kader van het EFRO en het ESF in de programmeringsperiode 2014-2020 resultaatgericht waren. Gezien de mate van uitvoering van de OP's en voortbouwend op de reeds uitgevoerde controles, konden wij, nu de eerste resultaten beschikbaar worden, in het kader van deze controle voor het eerst de resultaatgerichte aanpak gedurende de gehele uitvoeringsfase volgen. De controle is ook van groot belang voor de evaluatie van de prestaties die voor 2019 is gepland.

11

In het eerste deel doen we verslag van onze analyse van selectieprocedures voor de gecontroleerde OP's. We beoordelen het ontwerp van deze selectieprocedures, en met name de vaststelling van de selectiecriteria en de resultaatgerichtheid hiervan, evenals de fase van evaluatie van de aanvragen. In het tweede deel onderzoeken wij de beheers- en controlesystemen en de monitoring door de BA's/II's tot nu toe van de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden met het oog op de meting van de operationele prestaties op programma- en nationaal niveau. We evalueren de betrouwbaarheid van gegevens, de beschikbaarheid hiervan en de capaciteit om relevante informatie te verschaffen voor het beheer en voor de verslaglegging aan de Commissie.

12

In totaal onderzochten we 34 projecten (zie de lijst van projecten in bijlage I). We richtten ons op het EFRO en het ESF en, meer specifiek, op drie thematische doelstellingen (TD's)12 (zie bijlage II voor een beschrijving van de elf thematische doelstellingen):

  • TD3, verbetering van het concurrentievermogen van kmo's (16 projecten);
  • TD8, bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit (12 projecten), en
  • TD9, bevordering van sociale inclusie en bestrijding van armoede en discriminatie (6 projecten).
13

We bekeken projecten die rechtstreeks door de BA (of de intermediaire instantie) werden geselecteerd aan de hand van twintig selectieprocedures (zie de lijst in bijlage III), van zeven OP's in vier lidstaten: de Tsjechische Republiek, Frankrijk, Italië en Finland (zie de lijst in bijlage IV). Deze OP's en lidstaten werden geselecteerd op basis van de omvang van de toegewezen middelen en de fase van uitvoering van de projecten. We selecteerden de projecten op basis van de hoogte van de ontvangen subsidie en de mate van voortgang ervan op het moment van de controle. De prioritaire as, investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen waarmee de geselecteerde projecten verband houden, zijn opgenomen in de lijst in bijlage V. De gerelateerde output- en resultaatindicatoren zijn opgenomen in bijlage VI, voor het EFRO, en bijlage VII, voor het ESF.

14

We evalueerden ook de door de Commissie genomen maatregelen in verband met de selectie van projecten en de monitoring van operationele programma's voor het ESF en het EFRO in het algemeen.

Opmerkingen

De selectie van projecten is onvoldoende resultaatgericht

15

Bij de selectieprocedures die door de beheersautoriteiten zijn ingesteld, moet prioriteit worden gegeven aan de selectie van projecten die het relevantst zijn voor de nagestreefde doelstellingen en die de grootste waarschijnlijkheid bieden dat resultaten zullen worden geboekt, en moeten waarborgen dat de beschikbare middelen in overeenstemming met de regels worden besteed. We controleerden de mate waarin resultaten werden weerspiegeld in het ontwerp van de selectieprocedures (bijv. de gebruikte selectiecriteria voor het beoordelen van een aanvraag, de gebruikte methode voor het beoordelen van projecten en de beschikbare documentatie voor potentiële inschrijvers), evenals in de uitvoering van de selectieprocedures en daarmee in de geselecteerde projecten.

16

Uit eerdere controlewerkzaamheden van de Rekenkamer13 bleek dat de Commissie en de lidstaten erin waren geslaagd OP's te ontwikkelen met een robuustere interventielogica, d.w.z. met een duidelijk verband tussen ontwikkelingsbehoeften, specifieke doelstellingen en resultaatindicatoren. Deze interventielogica zou tot uiting moeten komen in de selectieprocedures voor projecten. We zijn van mening dat BA's rekening moeten houden met een aantal belangrijke criteria bij het ontwerpen van procedures, om ervoor te zorgen dat deze resultaatgericht zijn:

  • De toegepaste selectiecriteria moeten waarborgen dat de projecten zijn afgestemd op OP-doelstellingen.
  • De selectiecriteria moeten ertoe bijdragen dat projecten worden geselecteerd die niet alleen beschikken over gekwantificeerde outputindicatoren, maar ook over gekwantificeerde resultaatindicatoren om de prestaties van projecten te meten.
  • Begunstigden moeten worden aangemoedigd om aanvragen in te dienen om ervoor te zorgen dat uit een groot aantal projecten kan worden gekozen.
  • Tot slot moet de selectie van projecten gebaseerd zijn op een rechtstreekse vergelijking van aanvragen om de projecten te identificeren en prioriteren die het meest geschikt zijn voor financiering.
17

De mate waarin BA's deze variabelen toepasten bij de verwerking van ontvangen aanvragen en de manier waarop zij de selectie van resultaatgerichte projecten beïnvloedden, wordt in de volgende paragrafen beschreven (zie de paragrafen 18-38).

De selectieprocedures ondersteunen de selectie van projecten die relevant zijn voor de doelstellingen van OP's

18

In het wetgevingskader voor de programmeringsperiode 2014-2020 werden twee maatregelen ingevoerd die waren ontworpen om te zorgen voor de selectie van projecten die relevant zijn voor de doelstellingen van OP's:

  • In OP's moeten “leidende beginselen” uiteen worden gezet voor de selectie van projecten voor elke prioritaire as14.
  • BA's moeten selectieprocedures en -criteria zo ontwerpen dat deze “ervoor zorgen dat concrete acties bijdragen tot het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen en resultaten van de desbetreffende prioriteit”15.
19

Daarnaast werden ook de volgende vereisten ingevoerd voor de periode 2014-2020 om te zorgen voor de selectie van resultaatgerichtere projecten:

  • In het kader van de algemene ex-antevoorwaarde nr. 7 (zie ook paragraaf 4) moet “een systeem van resultaatindicatoren voor het selecteren van acties die het best bijdragen aan de gewenste resultaten” zijn ingesteld.
  • BA's moeten selectieprocedures en criteria zo ontwerpen dat deze “ervoor zorgen dat concrete acties bijdragen tot het verwezenlijken van de […] resultaten van de desbetreffende prioriteit”16.
20

De “leidende beginselen” dienen als richtsnoer voor de selectie van projecten en zetten de belangrijkste selectiecriteria uiteen die moeten worden gebruikt. In combinatie met de beschrijving van de projecten waaraan middelen moeten worden toegewezen, waarbij voorbeelden van dergelijke projecten worden gegeven, en begunstigden, bieden deze een goed overzicht van het soort projecten dat in het kader van elke specifieke doelstelling moet worden gefinancierd. Deze beginselen worden gebruikt als basis voor het opstellen van de selectiecriteria en in de selectiecriteria kan rechtstreeks naar deze beginselen worden verwezen.

21

We stelden vast dat de beginselen in sommige gevallen van algemene aard waren, maar in alle beginselen werd erop gewezen dat geselecteerde projecten in overeenstemming moeten zijn met de specifieke doelstellingen van het OP, zoals beschreven in het kader van elke prioritaire as. De selectiecriteria voor de door ons onderzochte selectieprocedures strookten met de leidende beginselen. Elke procedure bevatte ten minste één criterium met betrekking tot de relevantie van projecten en de bijdrage ervan aan de specifieke doelstelling.

22

Over het algemeen werden de geselecteerde aanvragen die wij onderzochten, beoordeeld aan de hand van de in de selectieprocedure vastgestelde criteria. We stelden vast dat de 34 projecten die wij voor deze controle onderzochten relevant waren voor de specifieke doelstellingen van het OP.

Er lag weinig nadruk op resultaten bij de beoordeling van projectaanvragen en het ging zelden om gekwantificeerde resultaten

23

We onderzochten hoe de BA's projecten in de praktijk selecteerden, en met name de aanwezigheid van duidelijke verwachte resultaten en doelstellingen in het projectvoorstel in combinatie met duidelijk omschreven en gekwantificeerde output- en resultaatindicatoren (die verband hielden met de specifieke doelstellingen). We beoordeelden ook of de BA's hadden beoordeeld of aanvragers in staat waren de verwachte resultaten te behalen.

24

We constateerden dat achttien van de twintig door ons onderzochte selectieprocedures criteria bevatten die vereisten dat begunstigden de verwachte resultaten van hun projecten beschreven (zie bijlage VIII). Slechts vier van de twintig procedures bevatten echter criteria die de kwantificering van resultaatindicatoren op projectniveau vereisten (selectieprocedures 17, 18, 19 en 20). In drie gevallen kwamen deze resultaatindicatoren niet rechtstreeks overeen met de op OP-niveau vastgestelde resultaatindicatoren (zie het voorbeeld in tekstvak 1).

Tekstvak 1

Voorbeeld van resultaatindicatoren op projectniveau die verschillen van resultaatindicatoren op OP-niveau: project nr. 32, geselecteerd door middel van selectieprocedure nr. 17

Resultaatindicatoren op projectniveau

(zie bijlage I, project nr. 32)
  • bedrag aan aanvullende gegenereerde omzet
  • bedrag aan aanvullende rechtstreekse uitvoer
  • aantal gecreëerde nieuwe banen
Resultaatindicatoren op OP-niveau

(zie ook bijlage VI, PA 1, SD 3d)
  • ontwikkeling van de index voor ondernemingsdynamiek
  • aantal groeiende bedrijven
25

Onze evaluatie van de 34 aanvragen van geselecteerde projecten bevestigt deze bevindingen. Alle aanvragen verschaften gekwantificeerde informatie voor outputindicatoren die overeenkwamen met de outputindicatoren op OP-niveau of dergelijke gegevens konden rechtstreeks uit het IT-systeem worden verkregen (bijvoorbeeld voor indicatoren zoals het aantal bedrijven dat steun ontvangt). Slechts in 14 aanvragen werd echter kwantitatieve informatie gegeven over indicatoren voor de verwachte resultaten. Bij zes hiervan sloten de resultaatindicatoren niet rechtstreeks aan op de OP-indicatoren. De overige aanvragen boden voornamelijk een beschrijving (zie figuur 2 en bijlage VIII).

Figuur 2

In de aanvragen verstrekte informatie over verwachte output en resultaten

26

Wat de beoordeling van de aanvragen betreft, constateerden we dat de BA's de algemene haalbaarheid en waarschijnlijkheid van welslagen van de projecten hadden beoordeeld. Hoewel de haalbaarheid van de verwachte resultaten voor alle achttien EFRO-projecten werd beoordeeld, werd deze beoordeling echter voor slechts twee van de zestien ESF-projecten die wij onderzochten, uitgevoerd. We constateerden bovendien dat de beoordeling van de haalbaarheid in de beoordelingsverslagen vaag bleef, met uitzondering van zeven gevallen17 waarin een gedetailleerdere beschrijving was opgenomen van de relevantie van de indicatoren en de waarschijnlijkheid dat de streefdoelen zouden worden behaald.

27

Wat het toekennen van een score aan de aanvragen betreft, constateerden we dat het behalen van de verwachte resultaten in slechts elf gevallen werd meegeteld. Dit duidt erop dat de BA's, zolang de beoogde projecten in overeenstemming waren met het soort maatregelen dat in de selectieprocedure uiteen was gezet, aannamen dat de projecten zouden bijdragen tot de doelstellingen van het OP. Ze richtten zich echter niet op de omvang van deze bijdrage.

Begunstigden werden aangemoedigd om financiering aan te vragen

28

Om de tijdige absorptie gedurende de gehele programmeringsperiode te waarborgen en tegelijkertijd te zorgen voor een nadruk op de resultaten, is het noodzakelijk dat er voldoende inschrijvers zijn die goede aanvragen kunnen indienen. Het onder de aandacht brengen van een oproep en hieraan gerelateerde richtsnoeren bij potentiële aanvragers door BA's is een belangrijke variabele voor de algehele doeltreffendheid van de selectieprocedures. Als de populatie aanvragers groter is, zorgt dat er waarschijnlijk voor dat betere projecten worden geselecteerd.

29

De maatregelen gericht op het onder de aandacht brengen van oproepen onder potentiële inschrijvers werden opgesteld door de BA's, op basis van de in de EU-verordening vastgestelde gedetailleerde vereisten. Ze werden vervolgens ter goedkeuring ingediend bij de toezichtcomités, als onderdeel van de op grond van de verordening vereiste18 communicatiestrategie van het OP.

30

We constateerden dat BA's begunstigden hadden aangemoedigd om deel te nemen aan de selectieprocedures. De BA's gebruikten ten eerste verschillende bronnen om een oproep onder de aandacht te brengen bij potentiële inschrijvers. Dit omvatte de betrokkenheid van de kamers van koophandel, lokale ondernemersorganisaties en online instrumenten. BA's vertrouwden bovendien op partners om de informatie over komende oproepen te verspreiden in hun netwerken, op basis van de kennis die zij in de toezichtcomités hadden verworven.

31

Daarnaast was het advies over financiering dat door BA's aan aanvragers werd verleend openbaar beschikbaar en stelden BA's, met uitzondering van één BA ten tijde van de controle, hierin duidelijke voorwaarden vast voor het ontvangen van steun, verstrekten zij gedetailleerde informatie over de aanvraagprocedure en financieringsregelingen en verwezen zij expliciet naar de selectiecriteria die moesten worden toegepast.

Bij de selectieprocedures werd doorgaans geen vergelijking gemaakt tussen projectaanvragen, wat het risico met zich meebracht dat de beste projecten niet werden geselecteerd

32

In het kader van onze evaluatie van de procedures controleerden we of de voor financiering ingediende projecten met elkaar werden vergeleken. Ook dit is een belangrijke maatregel om ervoor te zorgen dat de meest resultaatgerichte projecten worden geselecteerd.

33

In het kader van gedeeld beheer werden de selectieprocedures door de BA's opgesteld en door de toezichtcomités goedgekeurd, op basis van de vereisten van de EU-verordeningen19 en de richtsnoeren van de Commissie20. Noch in de verordeningen inzake de ESI-fondsen, noch in enige richtsnoeren van de Commissie wordt het soort selectieprocedure gespecificeerd dat moet worden gebruikt. Dit wordt overgelaten aan de BA's.

34

Van de twintig door ons onderzochte procedures waren er tien tijdelijke oproepen tot het indienen van voorstellen, zes permanente oproepen, drie procedures voor onderhandse gunning en één een herhaalde oproep (zie ook de details in bijlage III). We constateerden dat in alle selectieprocedures op één na (IT, OP Piemonte, nr. 13) geen vergelijking had plaatsgevonden tussen de projectaanvragen. Als gevolg hiervan kan het zijn dat de middelen niet werden toegewezen aan de beste projecten. Bij sommige van de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden en in het kader waarvan een informele (Franse en Finse OP's) of een formele (Italië, Puglia) voorselectie had plaatsgevonden, werd dit in zekere mate verzacht, omdat de BA's de indiening van de aanvragen konden beperken tot de meest geschikte projecten. We constateerden het volgende:

  • Vijftien van de twintig procedures waren gebaseerd op het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”, waarbij een aanvraag werd geselecteerd op voorwaarde dat deze voldeed aan de criteria en dat voldoende middelen beschikbaar waren. Bij dertien van deze projecten had een formele of informele voorselectie plaatsgevonden. We stelden vast dat bij sommige procedures een minimumscore moest worden behaald om voor selectie in aanmerking te komen (zie selectieprocedures nrs. 4 en 5 voor het Tsjechische OPEIC en nrs. 16, 17, 18, 19 en 20 voor het Finse OP).
  • Bij de drie onderhandse gunningen was per definitie geen sprake van concurrentie (zie selectieprocedures nrs. 1, 3 en 12).
  • In één geval (Italië, OP Piemonte, selectieprocedure nr. 8)21 werden middelen toegewezen aan projecten die reeds tijdens de voorgaande programmeringsperiode 2007-2013 waren geselecteerd door eenvoudigweg de looptijd hiervan te verlengen. Zo kon de II onderbrekingen van het opleidingenaanbod voor jongeren voorkomen en kon worden begonnen met de absorptie van de middelen. Het ontnam echter ook potentiële nieuwe aanvragers de mogelijkheid om deel te nemen.

De kwaliteit van de monitoringgegevens is in gevaar en deze zijn voornamelijk gericht op output

35

We controleerden of de monitoringsystemen de systematische verzameling van gegevens over gespecificeerde indicatoren en daarmee de meting van de voortgang op project-, programma- en EU-niveau mogelijk maakten. We onderzochten bovendien of hierover op zodanige wijze verslag was gedaan dat het mogelijk was om het welslagen van de gefinancierde projecten en daarmee het doeltreffende en doelmatige gebruik van de EU-begroting aan te tonen.

36

Het volgende deel bevat onze beoordeling van de noodzakelijke voorwaarden voor de monitoring van en de verslaglegging over het behalen van de doelstellingen. We controleerden eerst of de BA's werkende monitoringsystemen hadden ingesteld voordat zij bedragen uitkeerden. We beoordeelden ook of de door de begunstigden verschafte informatie over de prestaties betrouwbaar, volledig en tijdig was. We controleerden daarnaast de rol van de BA's en de Commissie.

37

Tot slot keken we of de huidige systemen resultaatgerichte informatie over de prestaties opleverden en, meer specifiek, of zij nuttige geaggregeerde informatie opleverden, aangezien dit belangrijk is om de verslaglegging over het doeltreffende gebruik van middelen op het niveau van de lidstaten en de EU mogelijk te maken door middel van jaarlijkse monitoring en verslaglegging.

Zekerheid over de kwaliteit van de monitoringgegevens kan misschien niet op tijd voor de evaluatie van de prestaties van 2019 worden geboden

38

De monitoring van de voortgang van een OP in de richting van de doelstellingen hiervan vindt plaats op basis van uit verschillende bronnen verzamelde gegevens. Deze gegevens worden op het niveau van het OP en de lidstaten samengevoegd en vormen de basis voor de verslagen die worden verstuurd aan de toezichtcomités van de OP's en de Commissie. Om een juist overzicht van de situatie te bieden op het niveau van het OP of een lidstaat, is het cruciaal dat de verzamelde gegevens betrouwbaar, volledig en tijdig zijn. Om hiervoor te zorgen, moeten de BA's een monitoringsysteem opzetten dat de verzameling van gegevens en controles van de bronnen van de gegevens omvat. Om zekerheid ten aanzien van de kwaliteit van de gegevens te verkrijgen, vertrouwt de Commissie op de door de auditautoriteiten op het niveau van de lidstaat uitgevoerde controles, evenals op haar eigen controlewerkzaamheden.

39

In de specifieke context van de evaluatie van de prestaties is het ook belangrijk dat de gegevens, en de systemen waarmee deze worden voortgebracht, zo vroeg mogelijk worden gecontroleerd, om de autoriteiten van de lidstaten in staat te stellen eventuele vastgestelde tekortkomingen ten aanzien van de gegevenskwaliteit ruim voor eind juni 2019 aan te pakken. Dat is het moment waarop de jaarlijkse uitvoeringsverslagen (JUV's) voor 2018 – die de basis vormen voor de evaluatie van de prestaties en de toewijzing van de prestatiereserve – aan de Commissie zullen worden gestuurd.

In uitgebreide EU-regels is vastgelegd hoe de lidstaten hun monitoringsystemen voor de periode 2014-2020 moeten opzetten
40

Met het oog op de systematische verzameling en monitoring van de gegevens die op OP-niveau worden geproduceerd, werden in het regelgevend kader voor de programmeringsperiode 2014-2020 enkele veranderingen ingevoerd ten aanzien van de regelingen voor gegevensverzameling en monitoring:

  • BA's moeten een beheers- en controlesysteem (MCS) instellen dat voorziet in passende systemen voor verslaglegging en monitoring22.
  • BA's zijn verantwoordelijk voor het opzetten van een computersysteem voor het opslaan van alle gegevens die verband houden met de OP-indicatoren23 voor monitoring- en verslagleggingsdoeleinden.
  • In het kader van EAC 7 moeten BA's “een systeem [instellen] van resultaatindicatoren voor het selecteren van acties die het best bijdragen aan de gewenste resultaten, om toezicht te houden op de voortgang”24. Er moest worden aangetoond dat de OP's uiterlijk op 31 december 2016 voldeden aan alle ex-antevoorwaarden (EAC's)25 (zie paragraaf 4).
  • De lidstaten moesten er vóór 31 december 201526 voor zorgen dat de uitwisseling van informatie tussen begunstigden en BA's, certificerende instanties (CI's), AA's en II's in alle gevallen elektronisch kon plaatsvinden27.
41

De Commissie heeft ook specifieke richtsnoeren28 vastgesteld voor haar personeel en de verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten over een gemeenschappelijke methode voor de beoordeling van beheers- en controlesystemen in de lidstaten, met inbegrip van het bestaan van passende systemen voor monitoring en verslaglegging.

Informatie over de prestaties is niet altijd betrouwbaar, volledig en tijdig, wat gevolgen heeft voor de door de lidstaten uitgebrachte uitvoeringsverslagen
Door de begunstigden verstrekte gegevens
42

Voor het EFRO worden de gegevens voor resultaatindicatoren in veel gevallen verzameld bij nationale instanties voor statistiek (zie voorbeelden in bijlage VI). De overige gegevens zijn afkomstig van de begunstigden. Voor het ESF worden de meeste gegevens gerapporteerd op basis van bij begunstigden verzamelde gegevens (zie bijlage VII). De beheersautoriteiten controleren of de van begunstigden verkregen gegevens op het moment van de afronding van het project, wanneer zij hun eindverslag ontvangen, correct zijn. Tijdens de uitvoering van het project kunnen ook controles ter plaatse worden uitgevoerd, op basis van steekproeven.

43

Een aantal controles van de aannemelijkheid en consistentie van de door begunstigden verstrekte gegevens wordt automatisch door de bestaande systemen uitgevoerd, met name voor het ESF. BA's beschikken ook over instrumenten om toezicht te houden op de volledigheid van de over deelnemers verstrekte gegevens, zodat zij begunstigden die onvolledige gegevens hebben ingediend, eraan kunnen herinneren aanvullende informatie te verstrekken.

44

Tijdens onze controle kwamen problemen aan het licht ten aanzien van de kwaliteit van de verzamelde gegevens. We constateerden een algemeen probleem met betrekking tot de volledigheid en juistheid van de gegevens over deelnemers van in het kader van het ESF gecofinancierde acties. Deze gegevens worden in de nationale wetgeving als gevoelig aangemerkt29, wat betekent dat de deelnemers mogen bepalen of zij deze verstrekken. Het is bovendien lastig voor de lidstaten en de Commissie om de nauwkeurigheid van de gegevens te controleren. Een andere tekortkoming ten aanzien van de gegevensverzameling wordt weergegeven in tekstvak 2.

Tekstvak 2

Voorbeeld

Problemen ten aanzien van de tijdigheid van de gegevens

Voor het Franse nationale ESF-OP verstrekten grotere begunstigden hun gegevens voor de periode 2014-2015 laat. Dit werd in 2016 gecorrigeerd en leidde tot aanzienlijke verschillen tussen de waarden die in het JUV van 2015 werden gemeld en de waarden in het JUV van 2016 voor het jaar 2015.

45

Bij haar controle van de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens (2014-2020) maakte de Commissie melding van andere problemen met betrekking tot de betrouwbaarheid van gegevens, waaronder:

  • het niet verzamelen van gegevens, waardoor resultaten niet werden vastgelegd en hiermee dus geen rekening werd gehouden bij het bepalen van de voortgang van een OP, leidend tot een onjuiste inschatting van de situatie;
  • een misverstand van de kant van de BA's ten aanzien van de definitie van gemeenschappelijke indicatoren (bijvoorbeeld gemeenschappelijke outputindicator 26, bedrijven die samenwerken met onderzoeksorganisaties), resulterend in een te hoog aantal bedrijven dat in het kader van deze indicator werd gemeld;
  • dubbeltelling/het niet beperken van de waarde van de indicator inzake de bereikte populatie tot het aantal inwoners van het gebied, leidend tot inconsistente waarden.
Beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de informatie over prestaties
46

Het bestaan van werkende monitoringsystemen op het moment dat de BA's beginnen met de uitvoering van programma's is essentieel om ervoor te zorgen dat prestatiegegevens op tijd worden gegenereerd, zodat monitoring kan plaatsvinden.

47

De laattijdige goedkeuring, in december 2013, van het wetgevingskader voor de periode 2014-2020 op EU-niveau leidde tot vertragingen in de ontwikkeling van IT-systemen voor monitoring. In het geval van de ESF-indicatoren waren er vanwege de bijkomende complexiteit ten aanzien van de gevoeligheid van de gegevens en de definitie van de indicatoren aanvullende discussies nodig die tot ver in 2014 plaatsvonden. Hierdoor liep de voltooiing van de IT-systemen nog meer vertraging op. In twee gevallen leidden andere factoren tot vertragingen: de reorganisatie van de regio's (Frankrijk, OP Lorraine et Vosges) en het ontwerp van een nieuw enkel IT-systeem voor alle ESI-fondsen in de periode 2014-2020 in de Tsjechische Republiek.

48

De gevolgen van de vertraging komen tot uiting in de mate van uitvoering van EAC 7 inzake het bestaan van een systeem van resultaatindicatoren. Eind 2016, de uiterste termijn voor de afronding van de actieplannen, waren 50 plannen nog steeds niet volledig, d.w.z. voldeed rond 11 % van alle OP's nog steeds niet aan dit vereiste. Eind februari 2018 waren echter alle actieplannen in verband met EAC 7 voltooid.

49

In de eerste helft van 2017, het vierde jaar na aanvang van de programmeringsperiode, constateerden we dat sommige IT-systemen nog steeds niet volledig operationeel waren; dit veroorzaakte risico's ten aanzien van de volledigheid en nauwkeurigheid van de verzamelde gegevens (zie de voorbeelden in tekstvak 3). In haar controle van de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens (2014-2020)30 wees de Commissie op het ontbreken van elektronische systemen voor de uitwisseling van gegevens met begunstigden, waardoor gegevens over indicatoren handmatig in het systeem moesten worden ingevoerd door de BA, wat een mogelijk bron van administratieve fouten vormt.

Tekstvak 3

Voorbeelden van IT-systemen die nog steeds niet volledig operationeel zijn en hieraan gerelateerde risico's

Tsjechische Republiek – OPE

  • Problemen met de overdracht van gegevens tussen het arbeidsbureau en de BA van het OP. De gegevens werden pas vanaf 31 maart 2017 elektronisch gerapporteerd aan de BA van het het OP. Tot die datum werden de gegevens gedeeld via Microsoft Excel-bestanden. Dit bracht de overdracht van gegevens tussen systemen in gevaar, met name gezien de grote hoeveelheid gegevens.
  • Het JUV 2016 was het eerste JUV dat relevante gegevens bevatte.

De BA ontdekte inconsistenties in de gegevens die het systeem voortbracht voor het JUV. Hierdoor moesten deze opnieuw worden berekend en handmatig worden ingevoerd in het JUV.

Italië – OP Puglia

De instrumenten die werden gebruikt voor de elektronische uitwisseling van gegevens met begunstigden werkten niet naar behoren op het moment van de controle31 en het systeem voor de verzameling en opslag van de gegevens was leeg. De gegevens werden uitsluitend op computers van personeelsleden opgeslagen. Als gevolg hiervan moesten de gegevens handmatig in verschillende bestanden worden samengevoegd met het oog op het opstellen van het JUV 2016 (dat uiterlijk op 30 juni 2017 bij de Commissie moest worden ingediend).

Door de lidstaten uitgebrachte uitvoeringsverslagen
50

De BA's moeten voor elk OP een jaarlijks uitvoeringsverslag (JUV) indienen bij de Commissie, dat wordt goedgekeurd door het toezichtcomité. In het JUV wordt belangrijke informatie verstrekt over de uitvoering van het OP, voornamelijk door kwantitatieve en kwalitatieve informatie te verschaffen over gemeenschappelijke en programmaspecifieke indicatoren32. De JUV's over 2016, die in juni 2017 werden ingediend, waren de eerste verslagen die naar de Commissie werden verstuurd over “de vooruitgang gemaakt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma”33. De Commissie voert een kwaliteitscontrole van de JUV's uit (bijvoorbeeld ten aanzien van de consistentie tussen het aantal deelnemers en de bevolking van de desbetreffende gebieden).

51

Eind 2017 waren 26 JUV's nog steeds niet aanvaard door de Commissie vanwege ontbrekende gegevens voor de in de context van het prestatiekader gebruikte indicatoren, tegenstrijdigheden tussen de gerapporteerde gegevens en de over de uitvoering van het OP verstrekte informatie of een gebrek aan uitleg voor enkele van de gerapporteerde gegevens. In rond 40 % van de OP's van het EFRO werden in 2017 geen waarden gerapporteerd voor de indicatoren van het prestatiekader, waarvan de Commissie ten tijde van de controle geen analyse had uitgevoerd.

52

De in de JUV's vastgestelde tekortkomingen doen vragen rijzen over de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie, evenals over de mate van vooruitgang die tot nu toe is geboekt, zoals gepresenteerd in de documenten die de Commissie op basis van de JUV's heeft gepubliceerd34: het jaarlijkse syntheseverslag aan het Parlement en de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's en (alleen in 2017 en 2019) het strategische voortgangsverslag waarin de geboekte vooruitgang wordt samengevat.

De uitvoering van controles inzake beheers- en controlesystemen en de betrouwbaarheid van de verzamelde gegevens ging laat van start, waardoor de mate van zekerheid ten aanzien van de monitoringsystemen werd beperkt en er minder tijd beschikbaar was om vastgestelde tekortkomingen aan te pakken
53

Passende regelingen voor het verifiëren en corrigeren van de informatie over prestaties zijn nodig om de kwaliteit hiervan, en daarmee het gebruik van de informatie in het kader van monitoring en verslaglegging, te waarborgen. Goede praktijken vereisen de uitvoering van controles van de systemen die de gegevens voortbrengen – en hieraan gerelateerde corrigerende maatregelen – en de afronding hiervan voordat de gegevens worden opgenomen in JUV's en strategische verslagen.

54

In het wetgevingskader controleren zowel de auditautoriteiten van de lidstaten als de Commissie35 de werking van de monitoringsystemen. Deze controles moeten met name het bestaan van betrouwbare systemen voor het verzamelen, registreren en opslaan van prestatiegegevens waarborgen en beoordelen of deze prestatiegegevens betrouwbaar zijn.

Beoordeling door auditautoriteiten van de werking van de beheers- en controlesystemen
55

In de eerste stadia van de uitvoering van de OP's werd een beoordeling van de op BA-niveau bestaande systemen uitgevoerd als onderdeel van de aanwijzingsprocedure36. In het kader van deze procedure moest een onafhankelijke controle-instantie (vaak de AA) een verslag en een oordeel opstellen ten aanzien van de vraag of de BA's aan de criteria in verband met de interne controle-omgeving, risicobeheersing, beheers- en controleactiviteiten en toezicht hadden voldaan37. De aanwijzing moest plaatsvinden vóór de eerste indiening van een tussentijdse betalingsaanvraag voor de OP's. Zonder deze aanwijzing konden dus geen kosten worden vergoed in het kader van het OP. In dit stadium heeft de controle betrekking op het bestaan van systemen en procedures, maar niet op de goede toepassing hiervan, die in het kader van de systeemcontroles van de auditautoriteiten inzake de beheers- en controlesystemen wordt gecontroleerd.

56

Als gevolg van de laattijdige goedkeuring van de OP's en de laattijdige voltooiing van de IT-systemen (zie paragraaf 47) liep het aanwijzingsproces vertraging op. Het proces werd bovendien beïnvloed door nationale factoren (reorganisatie van de regio's in Frankrijk in 2015, complexe beheersstructuren – het Franse PON FSE heeft bijvoorbeeld 13 gedelegeerde beheersautoriteiten en 120 intermediaire instanties). Voor de in het kader van deze controle onderzochte OP's werden tussen september 2016 en februari 2018 BA's aangewezen, meer dan respectievelijk twee en vier jaar na aanvang van de programmeringsperiode (zie bijlage IV).

57

Vanwege de laattijdige uitvoering van de OP's en de daardoor beperkte hoeveelheid verzamelde gegevens was er toen wij onze controlebezoeken aflegden, d.w.z. in de eerste helft van 2017, net een begin gemaakt met de systeemcontroles. Problemen ten aanzien van de kwaliteit van de gegevens werden dus pas zichtbaar tijdens de tweede helft van 2017. Dit was bijna vier jaar na de start van de zevenjarige programmeringsperiode en anderhalf jaar voordat de JUV's van 2018, die de basis vormen voor de toewijzing van de prestatiereserve, naar de Commissie worden gestuurd.

De controles van de Commissie
58

De Commissie vertrouwt niet alleen op de controlewerkzaamheden en bestaande systemen in de lidstaten, maar zij voert ook haar eigen controles uit. Er zijn twee soorten controles: vroegtijdige preventieve systeemcontroles, gericht op het verkrijgen van een redelijke zekerheid in een vroeg stadium van de uitvoering dat de beheers- en controlesystemen goed werken, en controles inzake de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens. Gezien de bovengenoemde vertragingen en daarmee de laattijdige voltooiing van de monitoringsystemen, evenals de beperkte rapportage van relevante gegevens, werden deze controles echter later uitgevoerd dan gepland. Met name voor het EFRO konden de controles pas van start gaan nadat de JUV's over 2016 waren ontvangen. In totaal had de Commissie eind 2017 23 controles uitgevoerd in 12 lidstaten: 12 controles van de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens en 11 vroegtijdige preventieve systeemcontroles.

59

Voor de meeste van deze controles gold dat de verslaglegging begin 2018 nog gaande was. Volgens de Commissie waren de voorlopige resultaten voor de gecontroleerde systemen vrij positief, hoewel enkele tekortkomingen aan het licht kwamen. Voor rond 40 % van de EFRO-OP's werden in de in 2017 ingediende JUV's over 2016 tegelijkertijd echter geen waarden gerapporteerd voor de indicatoren van het prestatiekader38. Voor deze OP's had de Commissie in februari 2018 geen controles uitgevoerd om vast te stellen of niet werd gerapporteerd als gevolg van vertragingen bij de uitvoering of omdat er geen werkend systeem voor gegevensrapportage bestond.

60

De laattijdige uitvoering van de systeemcontroles betekent dat het overzicht van de status van de monitoringsystemen niet volledig is. Vooral tekortkomingen kunnen laat geïdentificeerd worden en er kan onvoldoende tijd overblijven om de nodige aanpassingen te doen. Dit brengt de uitvoering van de evaluatie van de prestaties in 2019 in gevaar, die zal worden gebaseerd op gegevens die uiterlijk 30 juni 2019 door de lidstaten worden gerapporteerd in de JUV's over 2018.

Het is mogelijk dat de evaluatie van de prestaties niet gebaseerd zal zijn op realistische mijlpalen
61

We stelden op basis van de JUV's over 2015 of de monitoringgegevens die op het moment van de controle beschikbaar waren, vast dat bij de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden, reeds sprake was van gevallen waarin OP's de voor 2023 vastgestelde streefdoelen hadden behaald, evenals van gevallen waarin een risico bestond op onderprestatie. Voor de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden, waren er geen verzoeken om wijzigingen ingediend om de streefdoelen realistischer te maken. Voor slechts één OP (Tsjechische Republiek, OPIEC) werd verzocht om wijzigingen, die hoofdzakelijk verband hielden met de verandering van toewijzingen binnen prioritaire assen, en werden deze wijzigingen goedgekeurd. Aan de andere kant werd volgens de Commissie in februari 2018 in 1445 gevallen de streefwaarde voor 2023 van een van de in totaal 17 480 indicatoren die werden gebruikt in de 430 bestaande OP's naar boven bijgesteld en werd deze in 941 gevallen naar beneden bijgesteld.

62

Hieruit blijkt dat een aantal mijlpalen39 van het prestatiekader niet langer realistisch is. Als mijlpalen moeten worden herzien, moet het OP worden gewijzigd en dit is slechts mogelijk op initiatief van de lidstaat40. Gezien de duur van de wijzigingsprocedure (die in de verordening is vastgesteld op drie maanden), bestaat het risico dat de eind 2018 door de indicatoren van het prestatiekader behaalde waarden niet worden vergeleken met realistische mijlpalen.

De op basis van de verzamelde gegevens gegenereerde informatie is nog steeds voornamelijk gericht op output

63

Informatie over de prestaties wordt verzameld zodat de lidstaten en de Commissie deze kunnen gebruiken voor verslagleggingsdoeleinden, om zich te verantwoorden voor de resultaten die met de financiering zijn behaald.

64

Resultaatindicatoren en streefdoelen die zijn vastgesteld in de subsidieovereenkomsten die worden ondertekend door de begunstigden en de BA's zijn essentieel voor het meten van de behaalde resultaten. Enkele belangrijke problemen bij de opzet van de monitoringsystemen hebben echter gevolgen voor de meting en monitoring van de bijdrage van projecten aan het behalen van de doelstellingen van OP's.

Een opzet waarbij voornamelijk wordt vertrouwd op outputindicatoren, met name in de eerste jaren van de uitvoering in het geval van het EFRO, en een gebrek aan op projectniveau vastgestelde gekwantificeerde resultaatindicatoren
65

De huidige opzet maakt een systematischer verzameling van gegevens mogelijk voor een aantal goed omschreven indicatoren, hoewel het aantal indicatoren zeer hoog is. Het bestaan van gemeenschappelijke indicatoren maakt ook de samenvoeging van deze gegevens mogelijk op het niveau van het OP, de lidstaat en de EU. In het ontwerp van het logisch kader voor het EFRO houden veel resultaatindicatoren op OP-niveau echter niet direct verband met de gefinancierde maatregelen. Deze indicatoren zijn vaak nationale indicatoren waarin rekening is gehouden met de invloed van externe factoren, en de bronnen hiervan zijn voornamelijk nationale bureaus voor de statistiek (zie de voorbeelden in tekstvak 4 en zie ook bijlage VI). Deze resultaatindicatoren isoleren het effect dat kan worden toegewezen aan de EFRO-maatregelen niet en kunnen daarom niet worden gezien als de onmiddellijke resultaten van de OP's.

Tekstvak 4

Voorbeelden van resultaatindicatoren waarvoor de gegevens worden verzameld op basis van gepubliceerde statistieken in plaats van gefinancierde projecten

Frankrijk, OP Grand Est:
  • Prioritaire as 2; TD 3, investeringsprioriteit A: ontwikkeling van kmo's:
Specifieke resultaatindicator: evolutie van de investeringen van industriële kmo's in de regio
Bron: Banque de France.
Tsjechische Republiek, OPEIC:
  • Prioritaire as 2; TD 3, investeringsprioriteit 3b: uitvoer van kmo's doen toenemen:
Specifieke resultaatindicator: percentage uitvoer in de totale omzet van bedrijven
Bron: Ministerie van Industrie en Handel.
Finland, OP Duurzame groei en werk:
  • Prioritaire as 1, TD 3, investeringsprioriteit 3d:
Specifieke resultaatindicator: index voor ondernemingsdynamiek
Bron: Fins nationaal bureau voor de statistiek
66

Ter compensatie van het feit dat door EFRO-projecten gegenereerde resultaten vaak (ver) na afronding van het project zichtbaar worden, moeten BA's, op een moment waarop geen monitoring van projecten als zodanig plaatsvindt, evaluaties uitvoeren op het niveau van de prioritaire as41. Tijdens de programmeringsperiode wordt ten minste een keer geëvalueerd hoe de steun uit de ESI-fondsen heeft bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor elke prioriteit. Gezien de laattijdige start van de uitvoering is het aantal reeds uitgevoerde evaluaties echter nog beperkt. Als gevolg hiervan wordt de voortgang van het OP vooralsnog voornamelijk gemeten aan de hand van de outputindicatoren.

67

Op projectniveau constateerden we dat de resultaatindicatoren niet systematisch werden genoemd in de subsidieovereenkomsten (zie paragraaf 25). Bij slechts zes42 van de achttien EFRO-projecten die we in het kader van deze controle onderzochten, waren in de aanvraag en dus in de subsidieovereenkomst resultaatindicatoren opgenomen. Deze resultaatindicatoren waren echter niet dezelfde als die welke op OP-niveau werden gebruikt. Dit betekent dat deze niet kunnen worden gebruikt voor verslagleggingsdoeleinden of om de voortgang bij de verwezenlijking van de OP-doelstellingen te meten. In vier andere gevallen43 waren de resultaatindicatoren niet gekwantificeerd (d.w.z. was er geen streefdoel vastgesteld), waardoor een beoordeling van de bijdrage daarvan aan de OP-doelstelling onmogelijk was en de meting van de resultaten van het project werd beperkt tot de output.

68

Wat ESF-projecten betreft, werden in zeven van de zestien projecten resultaatindicatoren genoemd. Bij de overige projecten hielden de beschreven resultaten geen verband met de OP-indicatoren of waren deze niet gekwantificeerd. Dit maakt het bij om het even welk project onmogelijk om de behaalde waarde te vergelijken met een geschat streefdoel. In het geval van het ESF worden de waarden van de gemeenschappelijke resultaatindicatoren echter nog steeds gemeten, ondanks het feit dat er geen resultaten en resultaatindicatoren op projectniveau zijn gedefinieerd of gekwantificeerd, omdat begunstigden van projecten deze gegevens moeten rapporteren in de IT-systemen van de BA's.

69

We wezen al eerder op het gebrek aan resultaatindicatoren op projectniveau44 in onze jaarverslagen. Dit maakt het moeilijk om de mate waarin projecten bijdragen tot het behalen van de OP-doelstellingen te meten en te monitoren.

De vrijgave van de prestatiereserve is gebaseerd op indicatoren die voornamelijk gericht zijn op input en output
70

De lidstaten kunnen de vooruitgang in de uitvoering van het programma via mijlpalen (die uiterlijk in 2018 moeten worden behaald) en streefwaarden (die uiterlijk in 2023 moeten worden behaald) aantonen voor drie soorten indicatoren: financiële, output- en resultaatindicatoren. Deze kunnen worden aangevuld met belangrijke uitvoeringsfasen (KIS) teneinde projecten te meten die al lopen of waarvan de start al is gepland, maar waarvan de output waarschijnlijk pas na december 2018 zal worden gerealiseerd. In het algemeen moeten de in het prestatiekader gebruikte indicatoren representatief zijn voor de maatregelen die onder de prioritaire as vallen. Om ervoor te zorgen dat de prestatiereserve wordt vrijgegeven, moeten de waarden die eind 2018 voor deze indicatoren worden behaald tussen de 75 en 85 % van de waarden van de mijlpalen liggen.

71

Zoals aangetoond in een eerder verslag van de Rekenkamer45 betreft de overgrote meerderheid van de indicatoren die in het prestatiekader voor het cohesiebeleid worden gebruikt outputindicatoren (57 %), belangrijke uitvoeringsfasen (9 %) en financiële indicatoren (33 %). Het gebruik van resultaatindicatoren is nog steeds marginaal. De vrijgave van de reserve zal dus grotendeels gericht blijven op input en output, en niet op resultaten (zie ook paragraaf 62).

Het grootste deel van de verslaglegging op EU-niveau heeft betrekking op outputindicatoren
72

De belangrijkste doelstelling van het strategische verslag van de Commissie van 201746, dat het jaarlijkse syntheseverslag van 2017 omvat dat op basis van de JUV's 2016 werd opgesteld, is verslag te doen van de resultaten van de ESI-fondsen ten aanzien van het behalen van de Europa 2020-doelstellingen. In het verslag worden echter voornamelijk de mate van uitvoering en de behaalde waarden voor de belangrijkste outputindicatoren eind 2016 gepresenteerd. Het verslag bevat geen informatie over de behaalde resultaten, met uitzondering van de volgende ESF-resultaatindicatoren: het aantal deelnemers dat meteen na de opleiding een baan vond en het aantal deelnemers dat meteen na de opleiding een kwalificatie behaalde. Voor het EFRO is dit ook het gevolg van het ontbreken van gemeenschappelijke resultaatindicatoren; de indicatoren die op het niveau van de lidstaten worden gebruikt, kunnen daarom niet worden samengevoegd.

73

Zoals we onlangs meldden, is er sprake van een fundamenteel probleem dat met name betrekking heeft op resultaatindicatoren. De EFRO- en ESF-resultaatindicatoren meten in feite verschillende dingen op verschillende manieren47. Het concept “resultaat” wordt bovendien uiteenlopend geïnterpreteerd in de fondsspecifieke verordeningen. De EFRO-resultaatindicatoren kunnen niet worden gebruikt om de onmiddellijke resultaten van de OP's te meten. Bovendien vormt het grote aantal verschillende prestatie-indicatoren een echte uitdaging voor de verzameling van en verslaglegging over informatie over de prestaties48.

Conclusies en aanbevelingen

74

Hoewel de opzet van OP's nu meer resultaatgericht is, met een sterkere interventielogica en een uitgebreide reeks indicatoren, stellen we over het algemeen vast dat de selectie van projecten in het kader van het EFRO en het ESF niet volledig resultaatgericht is en dat bij de monitoring nog steeds meer nadruk wordt gelegd op output.

Selectieprocedures waren op belangrijke punten niet resultaatgericht

75

Voor de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden, gold dat de selectieprocedures werden gebruikt om de selectie te ondersteunen van projecten die relevant waren voor de doelstellingen van de OP's. Zij omvatten echter niet systematisch selectiecriteria die de vaststelling vereisen van gekwantificeerde resultaatindicatoren op projectniveau die overeenkomen met de indicatoren op OP-niveau. Als gevolg hiervan werden er zelden resultaatindicatoren opgenomen in aanvragen en kwamen deze, zelfs wanneer dit wel het geval was, niet noodzakelijkerwijs overeen met de OP-indicatoren of waren deze niet gekwantificeerd. Bovendien was in slechts een derde van de beoordelingsverslagen een specifieke beoordeling van de verwachte resultaten in verband met de OP-doelstellingen opgenomen (zie de paragrafen 18-27).

76

We constateerden dat BA's via verschillende kanalen uitgebreide informatie over de OP's hadden verstrekt, evenals over de toegang tot EU-financiering en over de selectieprocedures. De begunstigden waren over het algemeen goed geïnformeerd of konden vertrouwen op ondersteuning door gespecialiseerde organisaties (zie de paragrafen 28-31).

77

Bij slechts één van de twintig onderzochte procedures werd echter een score toegekend en werden aanvragen aan de hand hiervan met elkaar vergeleken. De projecten werden over het algemeen goedgekeurd op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”. Als gevolg hiervan kan het zijn dat de financiering niet werd toegewezen aan de beste projecten (zie de paragrafen 32-34).

Er bestaan risico's voor de kwaliteit van de monitoringgegevens, die nog steeds meer gericht zijn op output dan op resultaten

78

We stelden vast dat sommige monitoringsystemen voor OP's aan het begin van het programma niet operationeel, en ten tijde van de controle niet volledig operationeel waren als gevolg van de laattijdige goedkeuring van het wetgevingskader. Daardoor werden gegevens handmatig en later ingevoerd. Ook buiten de IT-systemen om werden gegevens verzameld, waardoor fouten werden gemaakt die in sommige gevallen gevolgen hadden voor de in de JUV's gepresenteerde gegevens (zie de paragrafen 35-52).

79

De laattijdige goedkeuring van het regelgevingskader leidde bij de meeste OP's tot een laattijdig begin van de uitvoering. Tot eind 2016 was slechts een beperkte hoeveelheid informatie verzameld in de IT-systemen. Als gevolg hiervan ging de uitvoering van de noodzakelijke controles om zekerheid te bieden over de monitoringsystemen en de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de gegevens voor het grootste deel in 2017 van start. De resultaten van deze controles kwamen pas eind 2017 beschikbaar, vier jaar na aanvang van de zevenjarige programmeringsperiode. Dit betekent dat tot nu toe slechts gedeeltelijke zekerheid werd verkregen op basis van de monitoringgegevens. De Commissie beschikt dus niet over een overzicht van de werking van de monitoringsystemen, met inbegrip van IT-systemen. De evaluatie van de prestaties zal in 2019 plaatsvinden en er bestaat een risico dat eventuele corrigerende maatregelen in de resterende beschikbare tijd niet op tijd kunnen worden afgerond en dat de evaluatie van de prestaties niet gebaseerd zal zijn op juiste informatie (zie de paragrafen 53-60).

80

We constateerden dat een aantal mijlpalen van het prestatiekader niet langer realistisch is. Ingeval mijlpalen moeten worden herzien, is het niet zeker dat de noodzakelijke OP-wijzigingen op tijd voor de evaluatie van de prestaties kunnen worden aangebracht (zie de paragrafen 61 en 62).

81

Wat de resultaatindicatoren betreft, meten de EFRO- en ESF-indicatoren verschillende dingen op verschillende manieren. Het concept “resultaat” wordt zelfs uiteenlopend geïnterpreteerd in de fondsspecifieke verordeningen. We constateerden dat voor beide fondsen het risico bestond dat een zinvolle samenvoeging van prestatiegegevens (met name wat resultaten betreft) op EU-niveau niet haalbaar kan zijn49. Bovendien hebben we aanbevolen50 dat de Commissie een gemeenschappelijke definitie van “output” en “resultaten” vaststelt (zie paragraaf 73).

82

Wat het EFRO betreft, wordt voor veel resultaatindicatoren vaak gebruik gemaakt van andere bronnen, zoals gegevens van nationale bureaus voor de statistiek. Evaluaties moeten resultaten meten ten opzichte van de doelstellingen van OP's. Gezien de laattijdige start van de uitvoering waren op het moment van onze controle echter weinig evaluaties beschikbaar. Als gevolg hiervan is het wat het EFRO betreft moeilijk om de mate waarin de projecten bijdragen tot het behalen van de OP-doelstellingen te monitoren (zie de paragrafen 63-69). Dit probleem geldt ook voor het ESF, aangezien veel subsidieovereenkomsten geen gekwantificeerde resultaatindicatoren bevatten.

83

Evenzo vormen voornamelijk output- en financiële indicatoren de basis van het prestatiekader. Dit betekent dat de vrijgave van de prestatiereserve hoofdzakelijk zal zijn gebaseerd op deze soorten indicatoren, in plaats van de behaalde resultaten en de daadwerkelijk geboekte vooruitgang ten opzichte van de OP-doelstellingen. De in de verslagen van de Commissie gepubliceerde informatie is ook voornamelijk gerelateerd aan output, met uitzondering van die over het ESF, waarin de geaggregeerde waarde wordt vermeld voor enkele resultaatindicatoren (zie de paragrafen 70-72).

Aanbeveling 1 – Resultaatgerichte selectie

Om te zorgen voor een consistente een daadwerkelijk resultaatgerichte aanpak van de selectie van projecten, moeten de lidstaten:

  1. voorzien in selectiecriteria die van begunstigden vereisen dat zij voor hun project ten minste één echte resultaatindicator vaststellen op basis van een gemeenschappelijke definitie van de term“resultaat”, met inbegrip van een uitgangswaarde en een streefdoel. Deze resultaatindicator moet bijdragen tot de resultaatindicatoren die op OP-niveau zijn vastgesteld;
  2. een beoordeling van deze verwachte resultaten en indicatoren opnemen in het beoordelingsverslag voor de aanvragen;
  3. er bij de keuze voor de te gebruiken selectieprocedure voor zorgen dat een vergelijking tussen projectaanvragen plaatsvindt.

Streefdatum voor de uitvoering: met ingang van 2019 voor de volgende oproepen tot het indienen van voorstellen.

Aanbeveling 2 – Resultaatgerichte monitoring

  1. Om de monitoring van de bijdragen van projecten aan de OP-doelstellingen mogelijk te maken, moeten de lidstaten gekwantificeerde resultaatindicatoren in de subsidieovereenkomst opnemen die bijdragen tot de op OP-niveau vastgestelde resultaatindicatoren.

    Streefdatum voor de uitvoering: met ingang van 2019 voor de volgende oproepen tot het indienen van voorstellen.

  2. Om ervoor te zorgen dat het monitoringskader voor het EFRO resultaatgerichter wordt, en met name om de samenvoeging van informatie over de prestaties mogelijk te maken, moet de Commissie gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor dit fonds vaststellen, op basis van een gemeenschappelijke definitie van “resultaten”.

Streefdatum voor de uitvoering: bij de voorbereiding van het volgende MFK.

Aanbeveling 3 – Verslaglegging over prestaties en voorbereiding van de evaluatie van de prestaties in 2019

Om de verslaglegging over prestaties door de Commissie te verbeteren en om een zinvolle evaluatie van de prestaties te kunnen uitvoeren, met betrouwbare gegevens en realistische mijlpalen, moet de Commissie:

  1. beschikken over een overzicht van de belangrijkste tekortkomingen in en onzekerheden met betrekking tot de monitoringsystemen van de OP's, op basis van controles van zowel de Commissie als de AA's (de noodzakelijke systeemcontroles/controles van de betrouwbaarheid van de prestaties);
  2. ervoor zorgen dat OP-wijzigingen waarom lidstaten verzoeken en die verband houden met een gerechtvaardigde herziening van mijlpalen van het prestatiekader, op tijd voor de evaluatie van de prestatie worden verwerkt.

Streefdatum voor de uitvoering: vóór de afronding van de evaluatie van de prestaties.

Dit verslag werd door kamer II, onder leiding van mevrouw Iliana IVANOVA, lid van de Rekenkamer, vastgesteld te Luxemburg op haar vergadering van 27 juni 2018.

Voor de Rekenkamer

Klaus-Heiner LEHNE
President

Bijlagen

Bijlage I

Lijst van de voor deze controle geselecteerde projecten

(bedragen in miljoen EUR)

Nr. Projectomschrijving Eerder subsidies ontvangen Totaalbedrag aan investeringen Bedrag aan EU-subsidies Fonds TD (a) PA (b) IP/SD (c) Start- & einddatum Behaalde output en resultaten Nr. selectieprocedure (zie bijlage III)
Tsjechische Republiek – OP Werkgelegenheid (OPE) 2014CZ05M9OP001 (bedragen in miljoen CZK)
1 Nieuwe arbeidsmogelijkheden (oproep Instrumenten voor een actief arbeidsmarktbeleid) Ja 4 011 3 304,6 ESF 8 1.1 1.1.1 1.4.2015- loopt nog Deelnemers met een baan: 14 304 1
2 Centrum voor kinderopvang voor kleuters nr. 1 (oproep Steun voor de oprichting en werking van dagopvangdiensten voor kleuters voor bedrijven en het publiek buiten de stad Praag) Ja 4,9 4,2 ESF 8 1.2 1.2.1 1.1.2016-31.12.2017 Plekken op de kleuterschool: 24 2
3 Centrum voor kinderopvang voor kleuters nr. 2(a)(oproep Steun voor de oprichting en werking van dagopvangdiensten voor kleuters voor bedrijven en het publiek buiten de stad Praag) Ja 4,1 3,4 ESF 8 1.2 1.2.1 1.1.2016-31.12.2017 Plekken op de kleuterschool: 20 2
4 Centrum voor kinderopvang voor kleuters #2(b)(oproep Steun voor de oprichting en werking van dagopvangdiensten voor kleuters voor bedrijven en het publiek buiten de stad Praag) Ja 4,9 4,2 ESF 8 1.2 1.2.1 1.1.2016- loopt nog Plekken op de kleuterschool: 20
Aantal personen dat gebruikmaakt van kinderopvangfaciliteiten: 30
2
5 Steun voor geselecteerde sociale diensten (asielonderkomens, dagcentra, enz.) in één regio Ja 411,8 350 ESF 9 2.1 2.1.1 1.1.2016- loopt nog Daadwerkelijk gerealiseerd: Nog niet van toepassing, project in opstartfase 3
Tsjechische Republiek – OP Ondernemerschap en innovatie voor concurrentievermogen (OPEIC) 2014CZ16RFOP001 (bedragen in miljoen CZK)
6 Steun voor uitvoer voor de bedrijven Ja 1,2 0,6 EFRO 3 2.1 3b
SD 2.2
3.7.2015-10.5.2016 Aantal deelnemers aan exposities en beurzen in het buitenland: 3 (maar hetzelfde bedrijf): één bedrijf ondersteund
Eerder ontvangen subsidies:
12 projecten OPPI 265,2 miljoen CZK,
4 beurssubsidies 53 miljoen CZK
4
7 Deelname aan handelsbeurzen in het buitenland in 2016 Ja 3,3 1,6 EFRO 3 2.1 3 b
SD 2.2
9.9.2015-21.12.2016 Aantal deelnemers aan exposities en beurzen in het buitenland: 3 (maar hetzelfde bedrijf): één bedrijf ondersteund
Eerder ontvangen subsidies:
8 projecten uit OPPI 117,3 miljoen CZK
1 OPLZZ 5.3 miljoen CZK
4
Tsjechische Republiek – OP Ondernemerschap en innovatie voor concurrentievermogen (OPEIC) 2014CZ16RFOP001 (bedragen in miljoen CZK)
8 Bouw van een productiehal voor de afdeling houtbewerking Ja 8,6 3,8 EFRO 3 2.1 3 c
SD 2.2
1.11.2015-25.1.2016 Revitalisering van het terrein van het bedrijf (844 m2)
Aantal bedrijven dat de gerevitaliseerde infrastructuur gebruikt: 1
Eerder ontvangen subsidies:
7,2 miljoen CZK
5
9 Reconstructie van een gebouw Ja 21,2 7,4 EFRO 3 2.1 3 c
SD 2.2
7.9.2015-6.9.2016 Revitalisering van het terrein van het bedrijf (2721 m2)
Aantal bedrijven dat de gerevitaliseerde infrastructuur gebruikt: 1
Eerder ontvangen subsidies:
OPPI 12 projecten 123,7 miljoen CZK,
OPLZZ-project 2,2 miljoen CZK
5
Frankrijk – EFRO-/ESF-OP Lorraine et Vosges – 2014FR16M0OP015
10 Overname van een drukkerij (vanwege pensionering van de vorige eigenaar) Nee 2 0,04 EFRO 3 2 2.3A 18.9.2014-12.10.2015 Aantal ondernemingen dat steun ontvangt: 1
Banen: + 2
6
11 Aanwerving van apparatuur voor productie (bijv. pers van 140 ton met systeem voor dubbele inspuit) Nee 0,6 0,05 EFRO 3 2 2.3A 1.1.2014-31.12.2016 Aantal ondernemingen dat steun ontvangt: 1
Banen: + 2
6
12 Investeringen voor de ontwikkeling van een skioord Nee 6,7 1,1 EFRO 3 9 9.3A 1.1.2015-31.12.2016 Aantal ondernemingen dat steun ontvangt: 1
Aantal ondernemingen dat subsidie ontvangt: 1
7
13 Aanwerving van apparatuur voor de productie (hydraulische gereedschappen) Nee 1,6 0,02 EFRO 3 2 2.3A 2.7.2014-31.2.2016 Aantal ondernemingen dat steun ontvangt: 1
Aantal ondernemingen dat subsidie ontvangt: 1
Banen: + 6
6
Frankrijk – Nationaal ESF-OP (PON FSE) – 2014FR05SFOP001
14 Steun voor personen met een minimuminkomen in het departement Ja 10,7 5,3 ESF 3 9 1.1 1.1.2014-31.12.2016 Aantal verwachte deelnemers: 6 360 per jaar of 19 080 in totaal 8
15 Begeleiden/ondersteunen van personen in een integratieproces, met inbegrip van het leren van de Franse taal Ja 2 1 ESF 3 9 1.1 1.1.2014-31.12.2016 Aantal deelnemers aan de actie (2014-2016): 657
Positieve uitkomst binnen 3 maanden na de deelname aan het project: 40 %
9
Frankrijk – Nationaal ESF-OP (PON FSE) – 2014FR05SFOP001
16 Beroepsopleiding voor werknemers in de bouwsector (Parijs en een aangrenzende regio) Ja 9,5 4,8 ESF 2 8 5,3 1.1.2014-31.12.2015 Aantal deelnemers aan de actie (2014-2016): 2 464 10
17 Professionalisering van netwerken met betrekking tot de opzet van activiteiten Ja 5,2 2,6 ESF 1 8 3.2 1.1.2014-31.12.2016 Geen deelnemers 11
18 Opleidingsactiviteiten voor werklozen Ja 80 30,7 ESF 2 8 5.4 1.1.2014-31.12.2016 Aantal deelnemers aan de opleiding: 21 860 (doel: 22 734) 12
Italië – ESF-OP Piemonte – 2014IT05SFOP013
19 Opleidingen ter ondersteuning van integratie op de arbeidsmarkt (technische e-handel) Ja 0,69 0,69 ESF 8 1 8.x 1.10.2015-15.6.2016 Cursus technische e-handel (600 uur) 13
20 Opleidingen ter ondersteuning van integratie op de arbeidsmarkt (kapper) Ja 0,69 0,69 ESF 8 1 8.x 1.10.2015-15.6.2016 Kapperscursus (600 uur) 13
21 Beroepsopleiding ter ondersteuning van verplicht onderwijs (timmerman) Ja 0,99 0,99 ESF 8 2 8.x 1.10.2015-15.6.2016 Cursus timmerman (1 050 uur) 14
22 Beroepsopleiding ter ondersteuning van verplicht onderwijs (agro-voedselverwerking) Ja 0,99 0,99 ESF 8 2 8.x 1.10.2015-15.6.2016 Cursus agro-voedselverwerking (1 050 uur) 14
Italië – EFRO-/ESF-OP Puglia – 2014IT16M2OP002
23 Verwerving van 10 nieuwe bussen voor passagiersvervoer Ja 4,12 1,41 EFRO 3 3 3a 5.5.2015-31.12.2015 Geen 15
24 Verwerving van apparatuur voor productie van glutenvrije pasta Ja 2,7 0,8 EFRO 3 3 3a 16.6.2015-31.12.2015 - Omzet in 2017
- Toename 4 werkeenheden
15
Italië – EFRO-/ESF-OP Puglia – 2014IT16M2OP002
25 Herstructurering en aanpassing (gebouw) van een bestaande school om er een crèche van te maken Ja 0,5 0,44 EFRO 9 9 9a 1.1.2016-31.12.2016 57 nieuwe plekken in de crèche gecreëerd 16
26 Herstructurering en aanpassing (gebouw) van een bestaande school om hier een crèche van te maken Ja 0,35 0,31 EFRO 9 9 9a 1.1.2016-31.12.2016 42 nieuwe plekken in de crèche gecreëerd 16
Finland – OP Duurzame groei en werk – het structuurfondsenprogramma van Finland – 2014FI16M2OP001
27 Investering in een lijn voor poedercoating, een lijn voor akoestische muurelementen en een staalbuigmachine. Productie gereorganiseerd volgens LEAN Ja 0,85 0,32 EFRO 3 1 3d 2.1 16.2.2015-30.6.2016 Omzet: + 0,3 miljoen EUR, + 10 % van huidige omzet
Rechtstreekse uitvoer: + 0,07 miljoen EUR, + 100 % van huidige niveau
Banen: + 2 (waarvan 0 voor vrouwen)
Overige: aanzienlijke energiebesparingen per geproduceerde eenheid, ten minste 10 % van het energieverbruik
17
28 Investering voor ontwikkeling van een lijn voor betonproductie, de interne reorganisatie van de logistiek en de ontwikkeling van een nieuwe reeks producten Ja 2,45 0,619 EFRO 3 1 3d 2.1 2.3.2015-30.9.2016 Direct na afronding:
Omzet: + 0.41 miljoen EUR
Banen: + 1
Twee jaar na afronding (nog niet bekend):
Omzet: + 2,5 miljoen EUR, + 20 % van huidige omzet
Banen: + 7
Project draagt bij tot koolstofarme economie
17
29 Ontwikkeling en bevestiging van het dienstenmodel dat in één stad wordt gebruikt door de arbeidsdienst voor jongvolwassenen met een geschiedenis van drugs- of alcoholmisbruik om hen aan te moedigen hun leven te normaliseren, zodat zij een baan kunnen zoeken Ja 0,24 0,17 ESF 9 5 8i 2.1.2015-31.12.2016 Begunstigden: 39 personen (doel: 80 personen) 18
Finland – OP Duurzame groei en werk – het structuurfondsenprogramma van Finland – 2014FI16M2OP001
30 Opleidingen aanbieden voor personen met onregelmatige arbeid om hun kansen op het vinden van een baan en hun banenaanbod te verbeteren (sociale economie) Ja 0,31 0,22 ESF 8 3 9i 1.1.2015-31.12.2016 Begunstigden: 82 personen (doel: 100 personen) 18
31 Ontwikkeling van gebruikersinterfacesoftware voor een medische echograaf Ja 0,34 0,17 EFRO 3 1 3a 1.1 30.1.2015-30.4.2016 Bij afronding project / schatting 2 jaar na afronding:
Omzet: + 0,25 miljoen EUR + 100 % / + 10 miljoen EUR + 100 %
Rechtstreekse uitvoer: + 0,25 miljoen EUR + 100 % / + 9,8 miljoen EUR + 100 %
Banen: + 3/15 (waaronder 0/5 voor vrouwen) (doel: 35) Banen in O&O: + 3/10 (waaronder 0/3 voor vrouwen)
Overige immateriële rechten 0/3 (doel: 4)
17
32 Ontwikkeling van een nieuwe coatinglijn voor houten bekledingsproducten Ja 1,4 0,56 EFRO 3 1 3d 2.1 27.1.2015-27.1.2017 Bij afronding project / schatting 2 jaar na afronding:
Omzet: + 1 miljoen EUR + 12 % / + 2 miljoen EUR + 24 % (doel: 3 miljoen EUR)
Rechtstreekse uitvoer: n.v.t. / + 0,3 miljoen EUR + 33 % (doel: 1 miljoen EUR)
Banen: + 3/+ 6 waaronder + 1/+ 2 voor vrouwen (doel: 2)
17
Finland – OP Duurzame groei en werk – het structuurfondsenprogramma van Finland – 2014FI16M2OP001
33 Uitbreiding van een fabriek voor de ontwikkeling van productie- en logistieke operaties Ja 1,17 0,35 EFRO 3 1 3d 2.1 1.6.2014-31.12.2014 Bij afronding project / schatting 2 jaar na afronding:
Omzet: + 10 miljoen EUR + 150 % (doel: 11 miljoen EUR) / + 35 miljoen EUR + 350 %
Rechtstreekse uitvoer: + 9 miljoen EUR + 643 % (doel: 0,9 miljoen EUR) / + 26 miljoen EUR + 999 %
Banen: + 10/+ 50 waaronder + 3/+ 5 voor vrouwen (doel: 50)
O&O-banen: + 2/+ 2 waaronder + 0/+ 1 voor vrouwen (doel: 4)
Overige immateriële rechten 1/3
Project draagt bij tot koolstofarme economie
17
34 Uitbreiding van het machinepark voor moderne technologie voor de productie van pijp- en staalstructuren en reorganisatie van de lay-out van de productielocatie Ja 1,43 0,5 EFRO 3 1 3d 2.1 13.2.2015-31.12.2016 Bij afronding project / schatting 2 jaar na afronding:
Omzet: 0/+ 1.4 miljoen EUR + 34 %
Rechtstreekse uitvoer: 0/+ 0,46 miljoen EUR + 136 % (doel: 0,75 miljoen EUR)
Banen: + 5/+ 8 waaronder 0/0 voor vrouwen
Overig: energiebesparingen n.v.t./1 MWh per jaar
17

NB: (a) TD: thematische doelstelling. (b) PA: prioritaire as. (c) IP: investeringsprioriteit en SD: specifieke doelstelling.

Bijlage II

Thematische doelstellingen

Nummer Omschrijving
1 Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie
2 Verbetering van de toegang tot en het gebruik en de kwaliteit van informatie- en communicatietechnologieën
3 Verbetering van het concurrentievermogen van kmo's
4 Ondersteuning van de overgang naar een koolstofarme economie in alle sectoren
5 Bevorderen van de aanpassing aan klimaatverandering en risicopreventie en risicobeheer
6 Behoud en bescherming van het milieu en bevordering van een efficiënt gebruik van hulpbronnen
7 Bevordering van duurzaam vervoer en opheffing van knelpunten in centrale netwerkinfrastructuren
8 Bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit
9 Bevordering van sociale inclusie en bestrijding van armoede en discriminatie
10 Investering in onderwijs, opleiding en beroepsopleiding voor vaardigheden en een leven lang leren
11 Vergroting van de institutionele capaciteit van overheidsinstanties en belanghebbenden en doelmatig openbaar bestuur

Bron: Artikel 9 en bijlage XI, deel I, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

Bijlage III

Lijst van in het kader van deze controle onderzochte selectieprocedures

Nr. Naam/ identificatienummer Opmerkingen Fonds TD (a) PA/IP/SD (b) Soort selectieprocedure (c) Concurrerend Wie het eerst komt, het eerst maalt Gecontroleerde projecten (zie bijlage II)
Tsjechische Republiek, OPE
1 Instrumenten voor een actief arbeidsmarktbeleid
(nr. 03_15_001)
Selectie van maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid van ondersteunde personen, en met name oudere personen, laaggekwalificeerde personen en kansarme personen
In de partnerschapsovereenkomst werd de begunstigde (het arbeidsbureau van de Tsjechische Republiek) bepaald
ESF 8 1.1.1 Onderhandse gunning
29.7.2015-30.4.2016
  N.v.t. 1
2 Kinderopvang buiten Praag
(nr. 03_15_035)
Om de verschillen tussen de situaties van vrouwen en mannen te beperken
Steun voor de oprichting en werking van dagopvangdiensten voor kleuters voor bedrijven en het publiek buiten Praag (kinderopvang)
ESF 8 1.2.1 Tijdelijke oproep tot het indienen van projecten: 11.11.2015-8.1.2016   JA 2, 3, 4
3 Sociale diensten
(nr. 03_15_005)
2.1.1 - Om de inzetbaarheid te verbeteren van personen die het risico lopen op sociale uitsluiting of sociaal uitgesloten personen op de arbeidsmarkt, en
2.1.2 - Ontwikkeling van de sector sociale economie
Steun voor geselecteerde sociale diensten in verband met de regionale ontwikkelingsplannen voor sociale diensten op de middellange termijn (sociale diensten)
De begunstigden (alle Tsjechische regio's) en de toewijzing per regio werden in de partnerschapsovereenkomst vastgesteld
ESF 9 2.1.1
2.1.2
Onderhandse gunning gestart: 26.6.2015
Aanvragen geaccepteerd tussen: 20.7.2015-13.12.2019
  N.v.t. 5
Tsjechische Republiek, OPEIC
4 Marketing I Doelstelling SD 2.2: Bevorderen van de internationalisering van kmo's
- diensten voor kmo's gericht op internationaal concurrentievermogen waardoor toegang tot buitenlandse markten kan worden verkregen;
- geavanceerde adviesverlening door deskundigen op internationale markten en advies voor strategisch beheer en innovatiebeheer, met inbegrip van begeleiding en coaching;
- diensten ter ondersteuning van het netwerken van kmo's ten aanzien van internationale samenwerking op het gebied van onderzoek (Horizon 2020, Cosme).
EFRO 3 PA2, SD 2.2 Tijdelijke oproep
2.6.2015-30.11.2015
  JA, op voorwaarde dat aanvragen ten minste 60 van de 100 punten behalen 6, 7
5 Onroerend goed I Doelstelling SD 2.3: Het gebruik van de infrastructuur voor ondernemers doen toenemen
- modernisering van productiefaciliteiten en reconstructie van bestaande verouderde infrastructuur, en
- reconstructie van brownfields (exclusief kosten voor wegnemen ecologische lasten) en de omvorming hiervan tot moderne bedrijfsruimten en gerenoveerde terreinen.
EFRO 3 PA2, SD 2.3 Tijdelijke oproep in twee fasen:
1.6. 2015 tot 31.8.2015
Alleen in aanmerking komende aanvragen:
1.12.2015 tot 31.1.2016
  JA, op voorwaarde dat aanvragen ten minste 60 van de 100 punten behalen 8, 9
Frankrijk – OP Lorraine et Vosges
6 Ondernemerschap en ondernemingen Doelstelling: Projecten selecteren met het oog op de ondersteuning van investeringen in kmo's, in alle stadia van hun ontwikkeling, om te zorgen voor duurzame werkgelegenheid en toegevoegde waarde EFRO 3 PA 2 – SD 2.3.A Permanente oproep
1 jaar, roulerend
  JA, mits aan de criteria is voldaan 10, 11, 13
7 Economische en toeristische ontwikkeling van het massief Doelstelling: het aantal toeristen in de regio Vogezen doen toenemen EFRO 3 PA 9 – SD 9.3.A Permanente oproep,
1 jaar, roulerend
  JA, mits aan de criteria is voldaan 12
Frankrijk – PON FSE
8 Oproep tot het indienen van projecten Oproep uitgeschreven door de intermediaire instantie ESF 9 PA3 – 3.9.1.1 Tijdelijke oproep 16.12.2014-31.3.2015   JA, mits aan de criteria is voldaan 14
9 Oproep tot het indienen van projecten – AAP interne 2014-2017 Oproep uitgeschreven door de intermediaire instantie ESF 9 PA3 – 3.9.1.1 Tijdelijke oproep
9.6.2015-30.7.2015
  JA, mits aan de criteria is voldaan 15
10 Oproep tot het indienen van projecten – 2014IDF-AXE2-01 Oproep uitgeschreven door de gedelegeerde beheersautoriteit ESF 8 PA2 – 2.8.5.3 Tijdelijke oproep
11.8.2014-17.11.2014
  JA, mits aan de criteria is voldaan 16
11 Oproep tot het indienen van projecten Oproep uitgeschreven door de intermediaire instantie ESF 8 PA1 – 1.8.3.2 Permanente oproep, roulerend
1.1.2014-31.12.2016
  JA, mits aan de criteria is voldaan 17
12 Oproep tot het indienen van projecten – CSP 2014/15 Oproep uitgeschreven door de beheersautoriteit ESF 8 PA2 – 2.8.5.4 Onderhandse gunning, roulerend
1.1.2014-31.12.2017
  JA, mits aan de criteria is voldaan 18
Italië –OP Piemonte  
13 “Mercato del Lavoro” in de regio Piemonte (met uitzondering van de provincie Turijn) Opleidingen selecteren om de toegang tot de arbeidsmarkt te versnellen van voornamelijk werkloze jongeren en volwassenen (19-25 jaar, soms ouder) die laagopgeleid zijn en zijn blootgesteld aan een reeks factoren waardoor zij een groter risico lopen op langdurige werkloosheid (Formazione professionale finalizzata alla lotta contro la disoccupazione)
Oproep beheerd door de beheersautoriteit
ESF 8 PA1
SD: 1.8.i.1.3
Tijdelijke oproep
10.7.2015-29.7.2015
JA, score en ranglijst   19, 20
14 “Obbligo d’Istruzione” CMT 2015/2016 in de provincie Turijn Selecteren van cursussen om jongeren met integratieproblemen die zijn uitgesloten van normaal schoolonderwijs of het schoolonderwijs/verplicht onderwijs/opleiding voortijdig hebben verlaten, in staat te stellen hun recht uit te oefenen/verplichting na te komen om 10 jaar onderwijs of een opleiding te volgen ESF 8 PA1
SD: 1.8ii.2.4
NB: Deze oproep was geen selectieprocedure als zodanig, maar bestond in de verlenging van de contracten voor begunstigden die eerder in het kader van een vergelijkbare oproep in 2011/2012 waren geselecteerd. Met het oog op eenvoudigheid en tijdsbesparing besloot de BA dezelfde opleidingsactiviteit te herhalen voor de periode 2015-2018 21, 22
Italië –OP Puglia
15 D.D. Nr. 2487 van 22.12.2014 Doelstelling: het creëren van nieuwe productie-eenheden vergemakkelijken; bestaande productie-eenheden uitbreiden; de productie diversificeren met nieuwe, aanvullende producten; fundamentele wijziging van het algehele productieproces van een bestaande eenheid EFRO 3 PA3 – 3.6 Permanente oproep   JA, mits aan de criteria is voldaan 23, 24
16 DD 367 van 6.8.2015 Om projecten te selecteren gericht op de verbetering en opwaardering van het netwerk van faciliteiten voor sociale zekerheid, onderwijs en gezondheid in de hele regio Puglia. Het doel is de tekortkomingen te verhelpen bij de verlening van sociale diensten aan personen, gezinnen en gemeenschappen in de regio, door middel van cofinanciering van sociale investeringsplannen of structurele maatregelen op het gebied van sociale diensten, gezondheidszorg of onderwijs. In aanmerking komende begunstigden zijn bijv. openbare instellingen (voornamelijk gemeenten) en particuliere instanties die sociale diensten verlenen die voorheen openbare instellingen voor welzijn en liefdadigheid of andere openbare nutsvoorzieningen waren (bijv. lokale gezondheidsdiensten, kamer van koophandel) EFRO 9 9.10 en 9.11 Permanente oproep   JA, mits aanvragen ten minste 70 van de 100 punten behaalden 25, 26
Finland – OP Structuurfondsen
17 Regeling voor de ontwikkeling en ondersteuning van ondernemingen Aanvullende EFRO-steunregeling die in vier centra voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu wordt uitgevoerd EFRO 3 3/alle, discretionaire nadruk op regionale doelgerichte maatregelen Permanent, geldig voor het gehele MFK 2014-2020 Jaarlijkse nationale begrotingstoewijzing   JA, mits aanvragen de vereiste minimumscore behalen 27, 28, 31, 32, 33, 34
18 Centrum voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu van Zuid-Savo, Mikkeli (Finland) EFRO: nadruk op intelligente specialisatie
ESF: nadruk op steun voor jongerenmaatregelen en integratie van actoren en versterkte samenwerking
ESF EFRO 3
8
9
EFRO – PA2
ESF – PA3
ESF – PA4
ESF – PA5
Tijdelijke oproep:
8.12.2014-16.2.2015
  JA, mits aanvragen de vereiste minimumscore behalen 29, 30
19 Centrum voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu, Noord-Ostrobothnia, Oulu   ESF EFRO alle Alle PA/IP/SD Tijdelijke oproep:
5.5.2014-29.8.2014
  JA, mits aanvragen de vereiste minimumscore behalen N.v.t.
De geselecteerde projecten waren nog niet ver genoeg gevorderd en werden daarom niet gecontroleerd
Finland – OP Structuurfondsen
20 Centrum voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu, Noord-Ostrobothnia, Oulu In het kader van het ESF: bijzondere nadruk op de integratie van immigranten in de samenleving
In het kader van het EFRO: nadruk op het milieu en natuurlijke hulpbronnen, en met name de bio-kringloopeconomie en energie- en hulpbronnenefficiëntie en
op acties/projecten in verband met onderzoek en ontwikkeling
ESF EFRO 3
8
9
EFRO – PA1
EFRO – PA2
ESF – PA3
ESF – PA4
ESF – PA5
Tijdelijke oproep:
ESF: 12.12.2015–5.2.2016 EFRO: 12.12.2015–12.2.2016
  JA, mits aanvragen de vereiste minimumscore behalen  

NB:

(a) TD: thematische doelstelling.

(b) PA: prioritaire as, IP: investeringsprioriteit, SD: specifieke doelstelling.

(c) Soort selectieprocedures:
Tijdelijke oproepen: oproepen met een duur van minder dan 12 maanden, normaal gesproken een paar weken tot een paar maanden.
Permanente oproepen: oproepen met een duur van meer dan 12 maanden, soms de volledige duur van de programmeringsperiode.
Onderhandse gunningen: deze hebben betrekking op het toewijzen van middelen aan een organisatie, doorgaans een openbare instantie, die de middelen vervolgens verdeeld onder externe begunstigden.

Bron: Documentatie van de selectieprocedures.

Bijlage IV

Lijst van in het kader van deze controle onderzochte OP's

EFRO ESF Totaal EU-middelen Overige middelen Totaal EU- + overige middelen Bestreken TD's Datum goedkeuring partnerschapsovereenkomst Datum goedkeuring OP door Commissie Meest recente versie en datum goedkeuring Aanwijzing van nationale autoriteiten door Commissie/lidstaat Beheersautoriteit (BA)
Indien van toepassing: Intermediaire instantie (II) of gedelegeerde beheersautoriteit (GBA)
Bedragen in miljoen euro, met uitzondering van CZ
Tsjechische Republiek – OP Werkgelegenheid (OPE) – 2014CZ05M9OP001 (bedragen in miljoen CZK)
N.v.t. 2 119 2 119 450 2 569 8,9,11 13.4.2014 6.5.2015 21.7.2017 Commissie: 16.9.2016
Lidstaat: 13.9.2016
BA: Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken
Geen II
Tsjechische Republiek– OP Ondernemerschap en innovatie voor concurrentievermogen (OPEIC) – 2014CZ16RFOP001 (bedragen in miljoen CZK)
4 331 N.v.t. 4 331 3 611 7 942 1,2,3,4,7 13.4.2014 29.4.2015 1.9.2017 Commissie: 13.3.2017
Lidstaat: 13.3.2017
BA: Ministerie van Industrie en Handel
II: Agentschap voor Ondernemerschap en Innovatie
Frankrijk – EFRO-/ESF-OP Lorraine et Vosges – 2014FR16M0OP015
337 72 409 279 688 1,2,3,4,5,6,9,10 8.8.2014 11.12.2014 N.v.t. Commissie: 13.1.2017
Lidstaat: 21.12.2016
BA (sinds 1 januari 2016): L’autorité régionale pour la nouvelle région Grand Est
Frankrijk – Nationaal ESF-OP voor werkgelegenheid en sociale inclusie (PON FSE) – 2014FR05SFOP001
N.v.t. 2 894 2 894 2 577 5 471 8,9,10,11 8.8.2014 10.10.2014 N.v.t. Commissie: 12.1.2017
Lidstaat: 21.10.2016
BA: Ministère du travail, de l’emploi, de la formation professionnelle et du dialogue social
13 GBA's
Meerdere II's waaronder: Conseil départemental de la Seine-Saint-Denis, Conseil départemental du Val-de-Marne, Association France active, Fonds paritaire de la sécurisation des parcours professionnels
Italië – ESF-OP Piemonte – 2014IT05SFOP013
N.v.t. 436 436 436 872 8,9,10,11 29.10.2014 11.7.2017 12.12.2014 Commissie: 8.9.2017
Lidstaat: 24.10.2016
BA: Regio Piemonte (eenheid Sociale Samenhang)
II: Citta Metropolitana Torino
Italië – OP PUGLIA – 2014IT16M2OP002
1 394 386 1 780 1 780 3 560 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10, 11,12 29.10.2014 17.7.2014 13.8.2015 Commissie: 21.2.2018
Lidstaat: 18.7.2017
BA: Regio Puglia (eenheid Servizio Attuazione del programma)
II: Puglia Sviluppo
Finland – OP Duurzame groei en werk – 2014FI16M2OP001
766 513 1 279 1 279 2 558 1,3,4,8,9, 10 7.10.2014 11.12.2014 24.5.2016 Commissie: 20.12.2016
Lidstaat: 24.11.2016
BA: De afdeling Ondernemingen en Regionale Ontwikkeling van het Ministerie van Economische Zaken en Werkgelegenheid
II: ELY-centra in Mikkeli en Oulu

Bijlage V

Prioritaire as, investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen waarmee de in bijlage I opgenomen geselecteerde projecten verband houden

Prioritaire as Thematische doelstelling Investeringsprioriteit Specifieke doelstelling
Tsjechische Republiek – OPE
PA1 8 8i – Toegang tot werkgelegenheid voor werkzoekenden en niet-actieven, met inbegrip van langdurig werklozen en personen die ver van de arbeidsmarkt af staan, ook door middel van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit van werknemers 1.1 – Bevordering van de werkgelegenheid van ondersteunde personen, en met name oudere personen, laaggekwalificeerde personen en kansarme personen
    8iv – Gelijkheid van vrouwen en mannen op alle gebieden, waaronder toegang tot arbeid en loopbaanontwikkeling, het verenigen van werk en privéleven en het bevorderen van gelijke beloning voor gelijk werk 1.2 – Beperking van de verschillen tussen de situaties van vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt
PA2 9 9i – Actieve inclusie, mede met het oog op bevordering van gelijke kansen en actieve participatie, en het verbeteren van de inzetbaarheid 2.1 – Verbetering van de integratie in de samenleving en op de arbeidsmarkt van personen die het risico lopen op sociale uitsluiting of sociaal uitgesloten personen
Tsjechische Republiek – OPEIC
PA2 3 3 (b) – De ontwikkeling en de uitvoering van nieuwe bedrijfsmodellen voor kmo's, met name met het oog op internationalisering 2.2 – Bevordering van de internationalisering van kleine en middelgrote ondernemingen
    3 (c) – De ondersteuning van de totstandbrenging en de uitbreiding van geavanceerde capaciteiten voor de ontwikkeling van producten en diensten 2.3 – Bevordering van het gebruik van bedrijfsinfrastructuur
Frankrijk – OP Lorraine et Vosges
PA2 3 A – Bevordering van de ondernemersgeest Ondersteunen van investeringen in kmo's in alle stadia van hun ontwikkeling
PA9 3 A – Bevordering van de ondernemersgeest Doen toenemen van het toerisme in de Vogezen
Frankrijk – PON FSE
PA1 8 8iii – Ondersteuning van zelfstandigheid, ondernemerschap en oprichting van bedrijven, met inbegrip van innoverende micro-ondernemingen en kmo's 2 -0 1. Versterken en delen van het dienstenaanbod binnen netwerken en/of tussen verschillende actoren, ter ondersteuning van het creëren of de overname van activiteiten en de versterking van activiteiten
      1 – De professionalisering van werknemers en vrijwilligers van de ondersteunende netwerken voor de oprichting van ondernemingen en ondersteunende organisaties voor het versterken van de activiteiten
PA2 8 8v – Aanpassing van werknemers, ondernemingen en ondernemers aan verandering 3 – Maatregelen voor het voldoen aan de voorwaarden en vereisten voor een doeltreffende toegang tot opleidingen
PA3 9 9i – Actieve inclusie, waaronder de bevordering van gelijke rechten, de actieve participatie en een beter vermogen om te kunnen werken 1 – a) Uitvoering van gepersonaliseerde paden waardoor de inzetbaarheid wordt vergroot, met betrekking tot verschillende obstakels die moeten worden overwonnen, in het kader van een globale aanpak
Italië – OP Piemonte
PA1 8 8i – Toegang tot werkgelegenheid voor werkzoekenden en niet-actieven, met inbegrip van langdurig werklozen en personen die ver van de arbeidsmarkt af staan, ook door middel van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit ER 8.5 – Bevordering van de betreding van de arbeidsmarkt door, en de werkgelegenheid voor langdurig werklozen en diegenen die de grootste moeilijkheden ondervinden bij het vinden van werk, en steun voor personen die het risico lopen op langdurige werkloosheid
    8.ii – Duurzame integratie op de arbeidsmarkt van jongeren, met name jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, daaronder begrepen jongeren die gevaar lopen op sociale uitsluiting en jongeren uit gemarginaliseerde gemeenschappen, inclusief door de tenuitvoerlegging van de jongerengarantie ER 8.1 – Bevorderen van de werkgelegenheid voor jongeren
Italië – OP Puglia
PA3 3 3.a – Bevordering van het ondernemerschap, met name door de economische exploitatie van nieuwe ideeën te vergemakkelijken en door het oprichten van nieuwe ondernemingen aan te moedigen ER 3.5 – Bevordering van de oprichting en versterking van micro-ondernemingen en kmo's
PA9 9 9.a – Investeren in gezondheids- en sociale infrastructuur die bijdraagt tot ontwikkeling, minder ongelijkheden op gezondheidsgebied en een betere toegankelijkheid van diensten ER 9.3 – Bevordering/versterking/verbetering van de kwaliteit van sociaal-pedagogische diensten en infrastructuur voor kinderen en welzijnsvoorzieningen en infrastructuur voor mensen met een beperkte autonomie en het verbeteren van het infrastructuurnetwerk en lokale gezondheids- en welzijnsdiensten
Finland – OP Duurzame groei en werk
PA1 3 3a – Bevordering van het ondernemerschap, met name door de economische exploitatie van nieuwe ideeën te vergemakkelijken en door het oprichten van nieuwe bedrijven aan te moedigen, eveneens via starterscentra 1.1 – Creëren van nieuwe zakelijke activiteiten
PA1 3 3d – Ondersteuning van kmo's zodat zij deel kunnen uitmaken van de groei op de plaatselijke, nationale en internationale markten en innovatieprocessen 2.1 – Bevordering van de groei en uitbreiding in het buitenland van kmo's
PA3 8 8i – Toegang tot werkgelegenheid voor werkzoekenden en niet-actieven, met inbegrip van langdurig werklozen en personen die ver van de arbeidsmarkt af staan, ook door middel van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit van werknemers 6.1 – Bevordering van de werkgelegenheid voor jongeren en diegenen die zich in een zwakke positie bevinden op de arbeidsmarkt
PA5 9 9i – Actieve inclusie, mede met het oog op bevordering van gelijke kansen en actieve participatie, en het verbeteren van de inzetbaarheid 10.1 – Verbetering van het vermogen van werklozen om te werken en te functioneren

Bijlage VI

Output- en resultaatindicatoren van OP's voor de in bijlage V omschreven prioritaire assen, gefinancierd uit het EFRO

Regio's
PA/IP/SD Outputindicatoren Minder ontwikkelde regio's Overgangsregio's Ontwikkelde regio's Totaal Resultaatindicatoren en bron Overgangsregio's Ontwikkelde regio's Oproep Project
Uitgangswaarde Streefdoel voor 2023 Uitgangswaarde Streefdoel
TSJECHISCHE REPUBLIEK – OP Ondernemerschap en innovatie voor concurrentievermogen (OPEIC) 2014CZ16RFOP001
PA 2 GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt 4 600     4 600 SR: uitvoer als percentage van de totale omzet van bedrijven.(bron: MPO) 2011: 21,3 %
22,3 %-23,8 %
    4 6, 7
3b.2.2 GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt 2 100     2 100        
  GO4: Aantal ondernemingen dat niet-financiële steun ontvangt 3 000     3 000        
  GO6: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (subsidies) (in miljoen CZK) 84     84            
PA 2 GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt 695     695 SR: totale oppervlakte gesaneerd gebied in ha (bron: nationale database inzake gesaneerde brownfields) 2011: 25 875
25 900-26 050
    5 8, 9
3c.2.2 GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt 695     695        
  GO6: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (subsidies) (in miljoen CZK) 335     335          
  GO22: Totaal gesaneerd gebied in hectare 150     150            
Frankrijk – OP GRAND EST FR16M0OP015
PA 2 GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt   1 100   1 100 SR4: evolutie van de investeringen van industriële kmo's in de regio (bron: nationaal bureau voor de statistiek) 2012: -8,0 %
3,0 %
    6
10, 11 en 13
3.A GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt   805   805    
  GO3: Aantal ondernemingen dat andere financiële steun dan subsidies ontvangt   530   530    
  GO4: Aantal ondernemingen dat niet-financiële steun ontvangt   520   520        
  GO8: Werkgelegenheidsgroei in ondersteunde ondernemingen   960   960        
PA 9
3.A
GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt   46 33 79 SR22: aantal verwachte bezoeken en skidagen
in miljoenen (bronnen: Observatoires régionaux du Tourisme en Domaine skiable de France)
2011: 1 692
1 861
2011: 1 468
1 614
7
12
GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt   34 24 58
GO4: Aantal ondernemingen dat niet-financiële steun ontvangt   12 9 21        
  GO9: Toename aantal verwachte bezoeken   11 760 8 240 20 000        
ITALIË – OP PUGLIA 2014IT16M2OP002
PA 3
3.a
GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt       2 000 SR3002: netto-omzetpercentage bedrijf (bron: ISTAT) 2012: -0,6 %
0,4 %
    15 & 16 23, 24, 25 en 26
  GO5: Aantal startende ondernemingen dat gebruikmaakt van steun       500    
  GO8: Werkgelegenheidsgroei in ondersteunde ondernemingen       50         1 2
FINLAND – OP Duurzame groei en werk (2014FI16M2OP001)
PA 1 GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt     2 465 2 465 Index voor ondernemingsdynamiek (bron: statistieken Finland)     2010: 1 1.1 17 31
3a GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt     2 455 2 455        
  GO3: Aantal ondernemingen dat andere financiële steun dan subsidies ontvangt     10 10 Kmo-locaties     2010: 16 761 18 437    
  GO5: Aantal nieuwe ondernemingen dat wordt ondersteund     1 200 1 200              
  GO6: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (subsidies in miljoen EUR)     51,697 51,697              
  GO7: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (niet-subsidies in miljoen EUR)     10 10              
  GO8: Werkgelegenheidsgroei in ondersteunde ondernemingen     7 800 7 800              
  6: Aantal bedrijven dat nieuwe bedrijfsactiviteiten opstart na het ontvangen van financiering     850 850              
  7: Aantal bedrijven met een aanzienlijke stijging van de omzet of het aantal personeelsleden     1 010 1 010              
  8: Aantal bedrijven dat koolstofarme oplossingen bevordert     615 615              
  10: Aantal kmo's met verbeterde toegankelijkheid als gevolg van het project (ultraperifere of noordelijke dunbevolkte regio's)     220 220              
  9: Overige investeringen ter bevordering van ondernemerschap als gevolg van het project (ultraperifere of noordelijke dunbevolkte regio's - in miljoen EUR)     13,7 13,7              
PA 1 3d GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt
GO3: Aantal ondernemingen dat andere financiële steun dan subsidies ontvangt
    3 175
20
3 175
20
Index voor ondernemingsdynamiek (bron: statistieken Finland)     1 1,10 17 27, 28, 32, 33, 34
PA 1 3d GO6: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (subsidies) in miljoen EUR     337,15 337,15 Groeiende bedrijven (waar ten minste 3 personen werken en de gemiddelde personeelsgroei hoger is dan 10 %) (bron: statistieken Finland)     4 326 4 759  
  GO7: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (niet-subsidies)in miljoen EUR     10 10          
  CO8: Werkgelegenheidsgroei in ondersteunde ondernemingen     4 900 4 900            
  Specifieke indicatoren:                    
  Aantal bedrijven in projecten waarvan de belangrijkste doelstelling erin bestaat de groei en internationale bedrijfsactiviteiten te bevorderen     5 170 5 170            
  Aantal bedrijven dat begint met uitvoer of de uitvoer uitbreidt naar een nieuwe markt     1 330 1 330            
  Bespaarde energie (MWh)     460 435 460 435            
  Bedrijven met een aanzienlijke stijging van de omzet of het aantal personeelsleden     1 340 1 340            
  Bedrijven die koolstofarme oplossingen bevorderen     650 650            

Legenda: GO: gemeenschappelijke outputindicator; GR: gemeenschappelijke resultaatindicator; SR: specifieke resultaatindicator (in het kader van het EFRO zijn alle resultaatindicatoren specifiek voor de lidstaat/het OP).

Bijlage VII

Output- en resultaatindicatoren voor de in bijlage V omschreven prioritaire assen, gefinancierd uit het ESF

PA/IP Outputindicatoren M V Totaal Resultaatindicatoren en bron Uitgangswaarde Streefdoel (2023) Oproep Project
M V Totaal M V Totaal
Tsjechische Republiek – OP Werkgelegenheid 2014CZ05M9OP001
PA1
1.1
GO06: Deelnemers jonger dan 25 jaar  
38 571 GR01: Niet-actieve deelnemers die na hun deelname op zoek gingen naar een baan (IS ESF 2014+)     2013: 1 210     3 500 1 1
       
  GO07: Deelnemers ouder dan 54 jaar     51 429 GR03: Deelnemers die na hun deelname een kwalificatie hebben behaald     13 268     67 000
  GO20: Aantal projecten dat volledig of gedeeltelijk door sociale partners of ngo's wordt uitgevoerd     100 GR04: Deelnemers die na hun deelname werk vinden, met inbegrip van werk als zelfstandige     2 256     58 740
          GR05: Deelnemers uit achtergestelde groepen die na hun deelname een baan zoeken, onderwijs/een opleiding volgen, hun kwalificatie verbeteren of al werk hebben gevonden, met inbegrip van werk als zelfstandige     4 089     42 000
  Specifieke indicatoren:
CESF0: Totaal aantal deelnemers
    178 000 GR06: Deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige     1 805     82 000
  Werkloze deelnemers, met inbegrip van langdurig werklozen     172 493 GR007: Deelnemers wier positie op de arbeidsmarkt 6 maanden na hun deelname is verbeterd     903     1 700
  Deelnemers die het primair onderwijs (ISCED) of lager secundair onderwijs (ISCED 2) hebben afgerond     8 900 GR008: Deelnemers die ouder zijn dan 54 jaar en 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige     1 292     12 300
  Niet-actieve deelnemers     5 687 GR09: Kansarme deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige     268     41 000
                           
PA1 1.2 GO20: Aantal projecten dat volledig of gedeeltelijk door sociale partners of ngo's wordt uitgevoerd     90 GR01: Niet-actieve deelnemers die na hun deelname op zoek gingen naar een baan (IS ESF 2014+) 134 1 220 1 354 100 1 400 1 500 2 2, 3, 4
  GO21: Aantal projecten gericht op de duurzame werkgelegenheid van vrouwen en de duurzame loopbaanontwikkeling van vrouwen     410 GR03: Deelnemers die na hun deelname een kwalificatie hebben behaald 49 440 489 50 450 500
  GO22: Aantal projecten dat gericht is op overheidsinstanties of overheidsdiensten op nationaal, regionaal of lokaal niveau     60 GR04: Deelnemers die na hun deelname werk vinden, met inbegrip van werk als zelfstandige 26 245 271 48 432 480
  GO23: Aantal ondersteunde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van coöperaties en sociale ondernemingen)     130 GR05: Deelnemers uit achtergestelde groepen die na hun deelname een baan zoeken, onderwijs/een opleiding volgen, hun kwalificatie verbeteren of al werk hebben gevonden, met inbegrip van werk als zelfstandige 69 622 691 131 1 184 1 315
  GO35: Capaciteiten van ondersteunde faciliteiten voor kinderopvang of onderwijs     4 000 GR06: Deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige 48 432 480 55 495 550
Specifieke outputindicatoren:
CESF0: Totaalaantal deelnemers

940

9 460

10 400
GR007: Deelnemers wier positie op de arbeidsmarkt 6 maanden na hun deelname is verbeterd 50 243 105 105 495 600
GR008: Deelnemers die ouder zijn dan 54 jaar en 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige 4 34 38 5 45 50
  80500: Aantal opgestelde en gepubliceerde analytische en strategische documenten (met inbegrip van evaluatiedocumenten)     35 GR09: Kansarme deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige     336     150
          Specifieke indicatoren:            
  50100: Aantal ondersteunde faciliteiten voor kinderopvang of onderwijs     333 50110: Aantal personen dat gebruikmaakt van een kinderopvangfaciliteit voor kleuters     400     6 000
  50105: Aantal werkgevers dat flexibele arbeidsvormen ondersteunt     70 50130: Aantal personen dat gebruikmaakt van flexibele arbeidsvormen     50     500
                       
PA2
2.1
GO20: Aantal projecten dat volledig of gedeeltelijk door sociale partners of ngo's wordt uitgevoerd     415 GR01: Niet-actieve deelnemers die na hun deelname op zoek gingen naar een baan (IS ESF 2014+)     2 527     3 326 3 5
  GO22: Aantal projecten dat gericht is op overheidsinstanties of overheidsdiensten op nationaal, regionaal of lokaal niveau     14 GR04: Deelnemers die na hun deelname werk vinden, met inbegrip van werk als zelfstandige     1 010     1 386
  GO23: Aantal ondersteunde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van coöperaties en sociale ondernemingen)     231 GR05: Deelnemers uit achtergestelde groepen die na hun deelname een baan zoeken, onderwijs/een opleiding volgen, hun kwalificatie verbeteren of al werk hebben gevonden, met inbegrip van werk als zelfstandige     934     5 636
          GR06: Deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige     665     860
  Specifieke indicatoren:
CESF0: Totaalaantal deelnemers
    167 244 GR007: Deelnemers wier positie op de arbeidsmarkt 6 maanden na hun deelname is verbeterd     3 326     16 724
  67001: Capaciteit van ondersteunde diensten     32 063 GR008: Deelnemers die ouder zijn dan 54 jaar en 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige     143     138
  67101: Aantal ondersteunde ondersteunende instellingen     5 GR09: Kansarme deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige     455     832
  80500: Aantal opgestelde en gepubliceerde analytische en strategische documenten (met inbegrip van evaluatiedocumenten)     18 Specifieke indicatoren:
67010: Gebruik van ondersteunende diensten
    16 000     74 000
  67401: Nieuwe of geïnnoveerde sociale diensten in verband met huisvesting     247 67110: Aantal ondersteunende instellingen dat zelfs na het einde van de steun actief is     2     5
  10210: Aantal dankzij de steun opgerichte sociale ondernemingen     138 62910: Aantal deelnemers met werk, met inbegrip van werk als zelfstandige, 12 maanden na afloop     333     430
  67300: Aantal deelnemers dat advies heeft ontvangen over maatschappelijk verantwoord ondernemen     80 67310: Voormalige deelnemers van projecten ten aanzien van wie maatregelen in de vorm van sociaal werk hun vruchten hebben afgeworpen,
met inbegrip van zelfstandigen
    27 914     62 558
          10211: Aantal dankzij de steun opgerichte sociale ondernemingen dat zelfs na beëindiging van de steun actief is     100     92
FRANKRIJK – NATIONAAL ESF-OP 2014FR05SFOP001
PA3
9i
GO01: Werklozen, onder wie langdurig werklozen     1 400 000 GR02: Deelnemers die na hun deelname bezig zijn een kwalificatie te behalen 91 322   180 000 8 & 9 14 & 15
  GO03: Niet-actieve deelnemers     675 000
          GR03: Deelnemers die na hun deelname een kwalificatie hebben behaald     25 961     52 500
  Specifieke indicatoren:
9i3: Aantal vrouwen
    1 000 000 GR04: Deelnemers die na hun deelname werk vinden, met inbegrip van werk als zelfstandige     281 063     575 000
  9i4: Aantal deelnemers uit prioritaire districten van het stadsbeleid     230 000              
  9i5: Aantal projecten gericht op het coördineren en faciliteren van het aanbod in verband met sociale inclusie       Specifieke indicatoren:
R91.4: Aantal uitgevoerde acties voor coördinatie en facilitering
           
  9i7: Aantal projecten gericht op het mobiliseren van werkgevers uit de commerciële en niet-commerciële sectoren       R91.6: Aantal organisaties met maatschappelijk nut en werkgevers die steun hebben ontvangen            
PA 1
8iii
Specifieke indicatoren:
8iii1: Aantal ondernemers of kopers dat steun heeft ontvangen
    340 400 Specifieke indicatoren (geen gemeenschappelijke indicatoren voor deze specifieke doelstelling), de waarden voor verschillende categorieën regio's worden opgeteld:
R83.1: Aantal opgerichte bedrijven
         
90 000
11 17
  8iii2: Aantal vrouwelijke ondernemers dat steun heeft ontvangen     129 200 R83.2: Aantal in prioritaire wijken van het stadsbeleid opgerichte bedrijven           9 000    
  8iii3: Aantal ondernemers uit prioritaire wijken van het stadsbeleid dat steun heeft ontvangen     34 000 R83.3: Aantal tot stand gebrachte delingsactiviteiten                
          R83.4: Aantal door vrouwen opgerichte ondernemingen           36 000    
ITALIË – OP PIEMONTE 2014IT05SFOP013
PA 1 1.8i GO01: Werklozen, onder wie langdurig werklozen 9 900 10 600 20 500 GR06: Kansarme deelnemers die 6 maanden na de deelname aan de opleiding aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige 34 36 35 45 45 45 13 19 & 20
  GO23: Aantal ondersteunde micro-ondernemingen en kmo's     2 700                
PA 1 1.8i GO01: Werklozen, onder wie langdurig werklozen                      
  GO23: Aantal ondersteunde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van coöperaties en sociale ondernemingen)                      
PA 1 1.8ii GO01: Werklozen, onder wie langdurig werklozen 8 500 8 500 17 000 GR06: Kansarme deelnemers die 6 maanden na de deelname aan de opleiding aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige 30,5 30,5 30,5 40,5 40,5 40,5 14 21 & 22
  GO03: Niet-actieve deelnemers 13 300 7 700 21 000                
  GO06: Deelnemers jonger dan 25 jaar 18 150 12 550 30 700                
FINLAND – OP Duurzame groei en werk (2014FI16M2OP001)
PA 3 8i Specifieke indicatoren:
Aantal deelnemers jonger dan 30 jaar die werkloos zijn of buiten de arbeidsmarkt staan
    26 000 Specifieke indicatoren:
Deelnemers jonger dan 30 jaar die na de maatregel aan het werk zijn
(bron: statistieken Finland)
    2013: 23     30 18 29
  Aantal deelnemers ouder dan 54 jaar die werkloos zijn of buiten de arbeidsmarkt staan     8 600 Deelnemers ouder dan 54 jaar die na de maatregel aan het werk zijn     17     23  
PA5
9i
GO02: De langdurig werklozen     11 250 Specifieke indicatoren:
Verbeterde inzetbaarheid en functionele capaciteit van deelnemers (afzonderlijke evaluatie)
  2012: 5,5   5,9 18 30
  GO04: Personen die buiten de arbeidsmarkt staan en geen opleiding volgen     4 100    
  GO20: Aantal projecten dat volledig of gedeeltelijk door sociale partners of maatschappelijke organisaties is gerealiseerd     55    

Legenda: GO: gemeenschappelijke outputindicator; GR: gemeenschappelijke resultaatindicator; M: mannen; V: vrouwen.

Bijlage VIII

Output en resultaten bij de onderzochte selectieprocedures en aanvragen

Bevatten de aanvragen gekwantificeerde indicatoren? Is voorzien in een beoordeling van de opgenomen indicatoren en waarden?
(a) (b) Bestaat er een selectiecriterium met betrekking tot resultaatindicatoren/verwachte resultaten? Outputindicatoren die overeenkomen met die op OP-niveau en gekwantificeerd zijn Resultaatindicatoren die overeenkomen met die op OP-niveau en gekwantificeerd zijn Output Resultaten
Tsjechische Republiek – OPE 2014CZ05M9OP001
1 1 Verwachte resultaten moeten worden geschetst, resultaatindicatoren worden genoemd en komen overeen met de OP-indicatoren, maar geen streefdoel/kwantificering vereist       N.v.t. geen informatie over resultaten
2 2
3 3   Gebruik van eenheidskosten (c)  
4  
5   N.v.t. geen informatie over resultaten
Tsjechische Republiek – OPEIC 2014CZ16RFOP001
4 6 Verwachte resultaten moeten worden geschetst, resultaatindicatoren worden genoemd en komen overeen met de OP-indicatoren, maar geen streefdoel/kwantificering vereist   Aanvragen waarin de verwachte resultaten en de bijdrage daarvan tot de OP-doelstellingen worden geschetst, geen kwantificering van de resultaatindicator in verband met het OP Bindend en genoemd in de subsidieovereenkomst Beoordeling gebruikt voor toekennen score
7
5 8 Beoordeling gebruikt voor toekennen score
9
Frankrijk – OP Lorraine et Vosges 2014FR16M0OP015
6 10 Verwachte resultaten moeten worden geschetst (er moet worden aangetoond hoe projecten bijdragen tot het behalen van de indicatoren)   Aanvragen schetsen verwachte resultaten en de bijdrage daarvan tot de OP-doelstellingen   Beperkte beoordeling van de verwachte resultaten in de beoordelingsverslagen
  11
  13
7 12     Beperkte beoordeling van de verwachte resultaten in de beoordelingsverslagen (resultaatindicator niet beoordeeld)
Frankrijk – PON FSE 2014FR05SFOP001
8 14 Niet nadrukkelijk om verzocht, maar vereist in het standaardaanvraagformulier   Resultaatindicatoren verschillen echter van OP-resultaatindicatoren    
9 15 (Er werd ook voorzien in indicatoren die verschilden van die van het OP)  
10 16 Resultaatindicatoren verschillen echter van OP-resultaatindicatoren
11 17 Outputindicatoren houden geen verband met OP-indicatoren en zijn niet gekwantificeerd Uitsluitend kwalitatieve informatie over de verwachte resultaten Alleen de relevantie van de gebruikte indicatoren werd beoordeeld Alleen de relevantie van de gebruikte indicatoren werd beoordeeld
12 18   (Er werd ook voorzien in indicatoren die verschilden van die van het OP) Overeenstemming met hoogte van subsidie  
Italië – OP Piemonte 2014IT05SFOP013
13 19&20       Gebruik van eenheidskosten (c) N.v.t. – geen informatie over resultaten
14 21&22
Italië – OP PUGLIA 2014IT16M2OP002
15 23&24 Verzoek om verwachte resultaten uitsluitend door middel van het ondernemingsplan   Aanvragen schetsen verwachte resultaten en de bijdrage daarvan tot de OP-doelstellingen   Beoordeling van de geschetste verwachte resultaten, maar met tekortkomingen
16 25&26
Finland – OP Duurzame groei en werk 2014FI16M2OP001
17 EFRO 27, 28 31, 32 33, 34 Komen echter niet overeen met de OP-indicatoren Geen informatie over outputindicatoren, maar gegevens kunnen rechtstreeks uit het IT-systeem worden verkregen   N.v.t. – geen informatie over output Indicatoren komen echter niet overeen met de OP-indicator
18 ESF 29         Beoordeling gebruikt voor toekennen score
30   N.v.t. – geen informatie over resultaten
19 ESF/EFRO Voor het EFRO komen deze echter niet overeen met de OP-indicator N.v.t. – geen projecten onderzocht in het kader van deze selectieprocedures
20 ESF/EFRO
  JA   Gedeeltelijk   NEE   N.v.t.: niet van toepassing

NB: (a) Zie de lijst van selectieprocedures in bijlage III. (b) Zie de lijst van onderzochte projecten in bijlage I. (c) Eenheidskosten betreffen een methode voor het bepalen van het bedrag aan subsidiabele kosten wanneer dit bedrag gelijk is aan de output die moet worden verwezenlijkt (bijvoorbeeld het aantal plaatsen in een crèche dat moet worden gecreëerd – hier het aantal gecreëerde plaatsen) vermenigvuldigd met de eenheidskosten per plaats.

Bron: 1) Documentatie voor de selectieprocedures. 2) Ingediende aanvragen voor de in het kader van deze controle onderzochte projecten. 3) Beoordelingsverslagen voor deze aanvragen.

Antwoorden van de Commissie

Samenvatting

IV

De selectie van projecten valt onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten. De monitoringregelingen en de resultaten die in de jaarlijkse verslagen over de uitvoering en in de voortgangsverslagen worden gerapporteerd, maken het mogelijk de voortgang te beoordelen in de richting van de in de output- en resultaatindicatoren berekende doelstellingen zoals die in de operationele programma's (OP's), onder meer in uitgangswaarden en streefcijfers, zijn opgenomen. Evaluaties maken het mogelijk de bijdrage aan de doelstellingen van het beleid te beoordelen.

Eerste punt: De Commissie is van mening dat er een verschil is tussen directe resultaten van gefinancierde projecten en de te behalen resultaten op het niveau van het OP (weergegeven in de resultaatindicatoren).

Voor de selectie van projecten is de Commissie van mening dat het bij veel soorten bijstand doeltreffender is om kwaliteitsdrempels vast te stellen en alle projecten te aanvaarden die aan deze drempel voldoen dan een methode toe te passen waarbij de aanvragen rechtstreeks met elkaar worden vergeleken. Die laatste benadering kan leiden tot een groot aantal eerste projectaanvragen die op zich niet noodzakelijk leiden tot een betere algehele kwaliteit van de projecten en zou onnodige administratieve lasten meebrengen voor de beheersautoriteiten en de aanvragers.

Tweede punt: Audits van de monitoringsystemen kunnen enkel op een zinvolle manier worden uitgevoerd als voldoende gegevens over de uitgevoerde projecten zijn verzameld, samengevoegd en aan de Commissie gerapporteerd. De projecten in het kader van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Cohesiefonds (CF) zijn van langere duur. Dat verklaart waarom later wordt gestart met de verslagen en dus ook met de audit van de betrouwbaarheid van de gerapporteerde waarden. De Commissie gaat door met haar eigen audits in 2018 en levert verdere inspanningen om de auditautoriteiten ervan bewust te maken hoe belangrijk het is de betrouwbaarheid van de monitoringsystemen van de prestatiegegevens te waarborgen vóór de evaluatie van de prestaties.

De monitoringsystemen vallen onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die alles moeten hebben opgezet volgens de wettelijke voorschriften. De Commissie heeft voortdurend alle mogelijke inspanningen gedaan om de lidstaten richtsnoeren en praktische ondersteuning te bieden (bv. document met richtsnoeren voor monitoring, evaluatie van partnerschapsvergaderingen, het ESF Data Support Centre) bij het opzetten van degelijke monitoringsystemen.

Derde punt: De Commissie is van mening dat het vastgestelde monitoringkader nu meer resultaatgericht is.

Het Strategisch Verslag 2017 is gebaseerd op de verslagen van de lidstaten per eind 2016. Gezien de trage start van de uitvoering van het programma was het te vroeg om verslag uit te brengen over de resultaten. Tot het volgende Strategisch Verslag zijn de streefdoelen voor de gemeenschappelijke indicatoren van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) beschikbaar op het open gegevensplatform.

V

Tweede punt: De definitie van resultaatindicatoren, die van toepassing is op alle fondsen, is opgenomen in artikel 2 van het voorstel van de Commissie voor een verordening gemeenschappelijke bepalingen (GB-verordening) voor de programmeringsperiode na 2020.

Het wetgevingsvoorstel van de Commissie voor de programmeringsperiode na 2020 omvat een lijst van gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor het EFRO en het Cohesiefonds in overeenstemming met de richtsnoeren voor betere regelgeving en met het concept van "resultaten" dat wordt gebruikt in het kader van het Europees Sociaal Fonds (ESF). Die resultaatindicatoren zouden het effect van de ondersteunde interventies op de begunstigden meten, ook op de korte termijn.

De richtsnoeren voor betere regelgeving en de toolbox bevatten definities van output-, resultaat- en impactindicatoren, en het verband daarvan met de doelstellingen.

Derde punt: De Commissie zal blijven samenwerken met de lidstaten om de betrouwbaarheid van de gegevens te verbeteren. De Commissie heeft de lidstaten verzocht uiterlijk op 30 juni 2018 wijzigingen van OP's in te dienen die nodig zijn om de doelen en mijlpalen te herzien om voor een tijdige verwerking te zorgen.

Opmerkingen

16

Vierde punt: Voor de selectie van projecten is de Commissie van mening dat het bij veel soorten bijstand doeltreffender is om kwaliteitsdrempels vast te stellen en alle projecten te aanvaarden die aan deze drempel voldoen dan een methode toe te passen waarbij de aanvragen rechtstreeks met elkaar worden vergeleken. Die laatste benadering kan leiden tot een groot aantal eerste projectaanvragen die op zich niet noodzakelijk leiden tot een betere algehele kwaliteit van de projecten en zou onnodige administratieve lasten meebrengen voor de beheersautoriteiten en de aanvragers.

25

De Commissie is van mening dat er een verschil is tussen directe resultaten van gefinancierde projecten en de te behalen resultaten op het niveau van het OP (weergegeven in de resultaatindicatoren). Terwijl de directe resultaten enkel worden beïnvloed door de medegefinancierde actie, worden de resultaatindicatoren beïnvloed door verschillende externe factoren buiten de controle van de beheersautoriteiten. Een goed ontworpen interventielogica moet ervoor zorgen dat de outputs en de directe resultaten van de geselecteerde projecten bijdragen tot de verwezenlijking van de verwachte resultaten van het OP.

26

De selectie van projecten is de exclusieve verantwoordelijkheid van de beheersautoriteiten, die de selectiecriteria bepalen en deze toepassen wanneer zij de aanvragen voor financiering beoordelen.

27

De selectiecriteria omvatten niet noodzakelijk de score van de verwachte resultaten. De interventielogica van het programma toont aan hoe de output van de afzonderlijke projecten bijdraagt aan de verwezenlijking van de verwachte resultaten van het OP.

Zie ook het antwoord van de Commissie op paragraaf 25.

28

Een brede populatie van aanvragers is niet altijd noodzakelijk, afhankelijk van het beleidsterrein.

32

De Commissie is van mening dat het bij veel soorten bijstand doeltreffender is om een kwaliteitsdrempel vast te stellen en alle projecten te aanvaarden die aan deze drempel voldoen dan een methode toe te passen waarbij de aanvragen rechtstreeks met elkaar worden vergeleken. Bij andere soorten bijstand draagt een concurrentiegerichte selectieprocedure waarschijnlijk niet bij tot de specifieke doelstellingen van het OP (bv. projecten voor vervoerinfrastructuur of projecten van gemeenten waar concurrentie tussen overheden/gemeenten niet nodig is).

34

De Commissie merkt op dat in het geval van Finland de procedure de toewijzing van een minimumscore omvatte om ervoor te zorgen dat enkel projecten van hoge kwaliteit werden geselecteerd. Vergelijking van projecten zou niet méér kwaliteit bieden, behalve indien er onvoldoende middelen zijn om alle projecten te selecteren.

De Commissie is van mening dat de kwaliteit van geselecteerde projecten meer afhangt van de toegepaste selectiecriteria dan van het soort selectieprocedure.

Zie ook het antwoord van de Commissie op paragraaf 16.

44

De classificatie is in overeenstemming met de toepasselijke EU-regels inzake gegevensbescherming. In het geval van de bijzondere categorie van gegevens (gevoelige gegevens) kan de deelnemer inderdaad weigeren deze mee te delen. De beheersautoriteit (BA) moet echter volgens de ESF-richtsnoeren voor monitoring de poging tot verzamelen van de gegevens documenteren. Daarenboven stelt de richtlijn vast dat, mits passende waarborgen worden geboden, de lidstaten om redenen van zwaarwegend algemeen belang afwijkingen van de toestemming van de deelnemer mogen vaststellen.

In verband met het recht van de deelnemers om toestemming te weigeren, worden de deelnemersdossiers als volledig beschouwd als alle niet-gevoelige gegevens zijn geregistreerd.

De minimumvereiste voor volledige deelnemersdossiers met alle niet-gevoelige gegevens is verduidelijkt in de richtsnoeren voor monitoring van het ESF.

Tekstvak 2 – Voorbeelden

De Franse beheersautoriteit heeft maatregelen genomen die zijn gericht op gedelegeerde beheersautoriteiten, uitvoeringsorganen en begunstigden om een tijdige verzameling en indiening van gegevens te bevorderen, zoals wordt aanbevolen door de Commissie en in de nationale evaluaties. Correctie van de gegevens van het jaarlijks uitvoeringsverslag heeft het mogelijk gemaakt te rapporteren over meer dan 925 000 deelnemers aan het einde van 2016.

Tekstvak 3 – Voorbeelden van IT-systemen die nog niet volledig functioneel zijn en daarmee samenhangende risico's

Eerste punt: De Commissie houdt voortdurend toezicht op de prestatie van het unieke Tsjechische IT-monitoringsysteem voor alle OP's. Het is regelmatig een agendapunt van de follow-upvergaderingen van de partnerschapsovereenkomst met de nationale coördinerende instantie die verantwoordelijk is voor de werking van het IT-monitoringsysteem van de ESI-fondsen.

Tweede punt: De kwestie die door de Rekenkamer wordt aangekaart, is in overeenstemming met de resultaten van de betrouwbaarheidsaudit van de prestatiegegevens van dit programma door de Commissie.

52

De tekortkomingen in de jaarlijkse uitvoeringsverslagen doen niet noodzakelijk af aan de betrouwbaarheid van de gerapporteerde gegevens. Als de Commissie twijfels heeft over de gerapporteerde indicatorwaarden, dan kaart zij dit aan in haar brief met opmerkingen over het jaarlijks uitvoeringsverslag. Alle resultaten van audits worden eveneens opgevolgd.

53

Prestatiegegevens moeten door de beheersautoriteit worden geverifieerd voor zij in het jaarlijks uitvoeringsverslag worden opgenomen. Anderzijds kunnen systeemaudits (door de auditautoriteit of de Commissie) nuttiger zijn na indiening van het jaarlijks uitvoeringsverslag om backtesting te kunnen uitvoeren op de bij de Commissie ingediende gegevens om de betrouwbaarheid van het volledige systeem voor het verzamelen, samenvoegen en rapporteren van de gegevens, met inbegrip van de laatste stap van het indienen van de gegevens bij de Commissie via SFC2014, te kunnen waarborgen.

De rechtsgrondslag geeft echter niet voldoende tijd om gegevens voor het jaarlijks uitvoeringsverslag te auditen voordat de jaarlijkse uitvoeringsverslagen en strategische verslagen zijn ingediend. De meest recente gecorrigeerde gegevens kunnen altijd worden gevonden op het open gegevensplatform.

60

Om het risico waarnaar de Rekenkamer in deze paragraaf verwijst te verkleinen, zal de Commissie in 2018 doorgaan met haar eigen audits en zal zij verdere inspanningen doen om de auditautoriteiten ervan bewust te maken hoe belangrijk het is de betrouwbaarheid van de monitoringsystemen van de prestatiegegevens te waarborgen vóór de evaluatie van de prestaties.

61

Een zinvolle beoordeling van het niet halen van de doelstellingen voor 2023 kan pas worden uitgevoerd als de termijn voor het halen van de doelstellingen is verstreken.

Het verbinden, koppelen of wijzigen van toewijzingen van verschillende prioriteitsassen alsmede op- en neerwaartse herzieningen van de streefwaarden voor 2023 kunnen misleidend zijn, omdat dergelijke wijzigingen van toewijzingen van verschillende prioriteitsassen "natuurlijk" leiden tot veranderingen in streefwaarden, maar er ook andere redenen zijn die de wijziging van de streefwaarden voor 2023 kunnen rechtvaardigen.

62

De lidstaten kunnen herzieningen voorstellen van mijlpalen en doelen wanneer wijzigingen in de toewijzingen voor een bepaalde prioriteit plaatsvinden of in naar behoren gemotiveerde gevallen zoals bedoeld in de verordeningen (artikel 30, lid 1, van de GB-verordening; bijlage II bij de GB-verordening; artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 215/2014).

Om ervoor te zorgen dat dergelijke wijzigingen van het OP tijdig worden ingediend en verwerkt voor het einde van 2018 en om wijzigingen te vermijden in het prestatiekader dat is opgezet om de waarden zonder meer aan te passen aan de daadwerkelijke uitvoering in de praktijk, werden de lidstaten verzocht dergelijke verzoeken uiterlijk op 30 juni 2018 officieel in te dienen. De beoordeling van deze verzoeken tot wijziging van het OP verloopt volgens een standaardprocedure om een consistente behandeling te waarborgen.

65

In het logisch kader voor het EFRO in de periode 2014-2020 wordt rekening gehouden met het feit dat het bereiken van de programmadoelstellingen wordt bewerkstelligd door de acties die door publieke interventie worden medegefinancierd, bijvoorbeeld door de fondsen, en met andere factoren. Aangezien de resultaatindicatoren het mogelijk maken te beoordelen of de indicatoren in de gewenste richting gaan, de effecten van het optreden van de EU moeilijk te isoleren zijn van de bijdrage van andere factoren en om de werking van een programma te begrijpen, is het noodzakelijk een effectbeoordeling uit te voeren.

69

Zie het antwoord van de Commissie op paragraaf 25.

71

Het prestatiekader steunt op verschillende indicatoren om ervoor te zorgen dat de programma’s op schema liggen om wat was overeengekomen te realiseren. Resultaatindicatoren zijn mogelijk ongeschikt (voor EFRO/Cohesiefonds) omdat het tijdstip waarop de resultaten kunnen worden bereikt en door het systeem worden geregistreerd niet verenigbaar is met de verplichte termijnen voor een zinvolle toewijzing van de prestatiereserve.

72

Alle resultaten van gemeenschappelijke indicatoren van de ESI-fondsen, zoals gerapporteerd door de beheersautoriteiten, worden openbaar gemaakt op het open gegevensplatform.

Het Strategisch Verslag 2017 is gebaseerd op de verslagen van de lidstaten per eind 2016. Gezien de trage start van de uitvoering van het programma was het te vroeg om verslag uit te brengen over de resultaten.

73

De definitie van resultaatindicatoren, die van toepassing is op alle fondsen, is opgenomen in artikel 2 van het voorstel van de Commissie voor een verordening gemeenschappelijke bepalingen voor de programmeringsperiode na 2020.

Het wetgevingsvoorstel van de Commissie voor de programmeringsperiode na 2020 omvat een lijst van gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor het EFRO en het Cohesiefonds in overeenstemming met de richtsnoeren voor betere regelgeving en met het concept van "resultaten" dat wordt gebruikt in het kader van het ESF. Die resultaatindicatoren zullen het effect van de ondersteunde interventies op de begunstigden meten, ook op de korte termijn.

De context van het ESF en die van het EFRO zijn fundamenteel verschillend. De Commissie heeft echter een dienstenoverkoepelende groep opgericht om de verschillen tussen de indicatoren in alle ESI-fondsen aan te pakken. Op die manier wordt de hoogst mogelijke samenhang wat betreft de concepten bereikt, rekening houdend met de verschillende aard van de concrete acties die door de ESI-fondsen worden medegefinancierd.

De richtsnoeren voor betere regelgeving en de toolbox bevatten definities van output-, resultaat- en impactindicatoren, en het verband daarvan met de doelstellingen.

Conclusies en aanbevelingen

74

De Commissie is van mening dat het vastgestelde monitoringkader nu meer resultaatgericht is.

Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 480/2014 vereist het verzamelen, vastleggen en opslaan van gegevens voor de uitvoering van toezicht, met name het streefcijfer voor de outputindicator en de streefwaarde voor de resultaatindicator (gegevensvelden 33 en 38), en de prestatiewaarden per concrete actie.

In de context van ESI-fondsen worden outputs en resultaten ook regelmatig gemeten, gemonitord en gerapporteerd, bijvoorbeeld via de jaarlijkse uitvoeringsverslagen. De lidstaten hebben de mogelijkheid om hetzij gedeeltelijk hetzij volledig voltooide concrete acties te rapporteren overeenkomstig de wettelijke bepalingen. Gezien de duur van de deelnames worden de resultaatindicatoren ook met een zekere vertraging ten opzichte van de outputindicatoren gerapporteerd. De streefdoelen voor alle gemeenschappelijke indicatoren van de ESI-fondsen zijn beschikbaar op het open gegevensplatform.

75

De Commissie is van mening dat er een verschil is tussen directe resultaten van gefinancierde projecten en de te behalen resultaten op het niveau van het OP (weergegeven in de resultaatindicatoren). Terwijl de directe resultaten enkel worden beïnvloed door de medegefinancierde actie, worden de resultaatindicatoren beïnvloed door verschillende externe factoren buiten de controle van de beheersautoriteiten. Een goed ontworpen interventielogica moet ervoor zorgen dat de outputs en de directe resultaten van de geselecteerde projecten bijdragen tot de verwezenlijking van de verwachte resultaten van het OP.

De selectie van projecten is de exclusieve verantwoordelijkheid van de beheersautoriteiten, die de selectiecriteria bepalen en deze toepassen wanneer zij de aanvragen voor financiering beoordelen.

77

De Commissie is van mening dat het bij veel soorten bijstand doeltreffender is om een kwaliteitsdrempel vast te stellen en alle projecten te aanvaarden die aan deze drempel voldoen dan een methode toe te passen waarbij de aanvragen rechtstreeks met elkaar worden vergeleken. Bij andere soorten bijstand draagt een concurrentiegerichte selectieprocedure waarschijnlijk niet bij tot de specifieke doelstellingen van het OP (bv. projecten voor vervoerinfrastructuur of projecten van gemeenten waar concurrentie tussen overheden/gemeenten niet nodig is).

De Commissie is van mening dat de kwaliteit van geselecteerde projecten meer afhangt van de toegepaste selectiecriteria dan van het soort selectieprocedure.

78

De monitoringsystemen vallen onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die deze volgens de wettelijke voorschriften moesten invoeren.

De Commissie heeft een proactieve benadering gevolgd met betrekking tot monitoring door de lidstaten en de dossierbeheerders richtsnoeren te verstrekken, door waarschijnlijkheidstests te verrichten op de door de lidstaten ingediende gegevens en door aanvullende validatieregels in het IT-systeem "SFC" in te voeren, waardoor de mogelijkheid om foutieve gegevens te rapporteren tot het minimum wordt beperkt. Actualisering van gegevens is normaal en wordt door de Commissie gestimuleerd. Het valideren van gegevens vergt tijd, vooral bij het opzetten van het MIS. De meest recente gecorrigeerde gegevens kunnen altijd worden gevonden op het open gegevensplatform.

79

De Commissie zal aanvullende audits van monitoringsystemen uitvoeren in 2018 in het kader van haar specifieke verzoek en zal blijven samenwerken met de auditautoriteiten om de betrouwbaarheid van de monitoringsystemen van de prestatiegegevens beter te waarborgen vóór de evaluatie van de prestaties.

80

De lidstaten kunnen herzieningen voorstellen van mijlpalen en doelen wanneer wijzigingen in de toewijzingen voor een bepaalde prioriteit plaatsvinden of in naar behoren gemotiveerde gevallen zoals bedoeld in de verordeningen (artikel 30, lid 1, van de GB-verordening; bijlage II bij de GB-verordening; artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 215/2014).

Om ervoor te zorgen dat dergelijke wijzigingen van het OP tijdig worden ingediend en verwerkt voor het einde van 2018 en om wijzigingen te vermijden in het prestatiekader dat is opgezet om de waarden zonder meer aan te passen aan de daadwerkelijke uitvoering in de praktijk, werden de lidstaten verzocht dergelijke verzoeken uiterlijk op 30 juni 2018 officieel in te dienen.

DG REGIO heeft een interne analyse gemaakt van toekomstige OP-wijzigingen die betrekking hebben op veranderingen aan het prestatiekader, heeft de komende evaluatie van de prestaties als prioritair aangemerkt in haar beheersplan en heeft de middelen dienovereenkomstig gepland.

81

De context van het ESF en die van het EFRO zijn fundamenteel verschillend. De Commissie heeft echter een dienstenoverkoepelende groep opgericht om de verschillen in concepten in alle ESI-fondsen aan te pakken. Op die manier wordt de hoogst mogelijke samenhang bereikt, rekening houdend met de verschillende aard van de concrete acties die door de ESI-fondsen worden medegefinancierd.

De definitie van resultaatindicatoren, die van toepassing is op alle fondsen, is opgenomen in artikel 2 van het voorstel van de Commissie voor een verordening gemeenschappelijke bepalingen voor de programmeringsperiode na 2020.

Het wetgevingsvoorstel van de Commissie voor de programmeringsperiode na 2020 omvat een lijst van gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor het EFRO en het Cohesiefonds in overeenstemming met de richtsnoeren voor betere regelgeving en met het concept van "resultaten" dat wordt gebruikt in het kader van het ESF. Die resultaatindicatoren zouden het effect van de ondersteunde interventies op de begunstigden meten, ook op de korte termijn.

82

Individuele projecten leveren outputs en directe resultaten op die niet noodzakelijk dezelfde zijn als de specifieke doelstellingen van de programma’s. Het is de totaliteit van de in het kader van een specifieke doelstelling gefinancierde projecten die zal bijdragen tot het behalen van de verwachte resultaten.

De interventielogica van de programma's toont aan hoe de output van de afzonderlijke projecten bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma. Via de evaluatie moet achteraf worden beoordeeld of de interventielogica doeltreffend was om de doelstellingen te bereiken.

Wat het ESF betreft, vereist de subsidieovereenkomst geen gekwantificeerde doelen overeenkomstig de gedelegeerde handeling (480/2014, zie hierboven).

83

In de context van het ESF worden outputs en resultaten ook regelmatig gemeten, gemonitord en gerapporteerd, bijvoorbeeld via de jaarlijkse uitvoeringsverslagen. Er moet worden opgemerkt dat de lidstaten de mogelijkheid hebben om hetzij gedeeltelijk hetzij volledig voltooide concrete projecten te rapporteren overeenkomstig de wettelijke bepalingen.

Het prestatiekader steunt op verschillende indicatoren om ervoor te zorgen dat de programma’s op schema liggen om wat was overeengekomen te realiseren. Resultaatindicatoren zijn mogelijk ongeschikt (voor EFRO/Cohesiefonds) omdat het tijdstip waarop de resultaten kunnen worden bereikt en door het systeem worden geregistreerd niet verenigbaar is met de verplichte termijnen voor een zinvolle toewijzing van de prestatiereserve.

Alle streefdoelen voor de gemeenschappelijke indicatoren van de ESI-fondsen, zoals gerapporteerd door de beheersautoriteiten, worden openbaar gemaakt op het open gegevensplatform.

Aanbeveling 1 – Resultaatgerichte selectie

De Commissie merkt op dat deze aanbeveling is gericht tot de lidstaten.

Aanbeveling 2 – Resultaatgerichte monitoring
  1. De Commissie merkt op dat dit deel van de aanbeveling is gericht tot de lidstaten.
  2. De Commissie stemt in met deze aanbeveling.

De definitie van resultaatindicatoren, die van toepassing is op alle fondsen, is opgenomen in artikel 2 van het voorstel van de Commissie voor een verordening gemeenschappelijke bepalingen voor de programmeringsperiode na 2020.

Het wetgevingsvoorstel van de Commissie voor de programmeringsperiode na 2020 omvat een lijst van gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor het EFRO en het Cohesiefonds in overeenstemming met de richtsnoeren voor betere regelgeving en afgestemd op het ESF. Die resultaatindicatoren zouden het effect van de ondersteunde interventies op de begunstigden meten, ook op de korte termijn.

Aanbeveling 3 – Verslaglegging over de prestaties en voorbereiding van de evaluatie van de prestaties in 2019
  1. De Commissie aanvaardt deze aanbeveling en beschouwt deze als uitgevoerd.

    De auditeenheden van DG EMPL hebben al een aanzienlijk aantal audits van de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens uitgevoerd en blijven dit aspect opnemen in hun vroegtijdige preventieve auditmissies. Bovendien werd een specifieke prestatie-audit, waarbij ook de monitoringsystemen werden gecontroleerd, uitgevoerd door een externe accountant – onder de verantwoordelijkheid van DG EMPL – en alle kwesties zijn door de lidstaten gesignaleerd en aangepakt.

    Het auditplan van DG REGIO voor 2017-2018 omvat 20 auditbezoeken in het kader van het specifieke onderzoek naar de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens. Op 28 mei 2018 heeft de directie van DG REGIO een overzicht besproken van de resultaten van 13 van dergelijke audits van de betrouwbaarheid van de monitoringsystemen van prestatiegegevens die tot nu toe werden uitgevoerd in negen lidstaten. Aanvullende audits zijn gepland voor de rest van 2018 en de samenwerking met de auditautoriteiten zal worden voortgezet om de betrouwbaarheid van de monitoringsystemen beter te kunnen waarborgen vóór de evaluatie van de prestaties van 2019.

  2. De Commissie aanvaardt deze aanbeveling en beschouwt deze als uitgevoerd.

    Waar tekortkomingen blijken uit de audits door de Commissie of de auditautoriteit, worden in de respectieve auditverslagen de nodige corrigerende acties gepland, samen met een overeenkomstige termijn.

  3. De Commissie aanvaardt deze aanbeveling ten dele.

    Wijzigingen van het OP worden op initiatief van de lidstaten ingediend, maar er is geen wettelijke termijn om dat te doen. De Commissie heeft de nodige stappen gezet om zich zodanig te organiseren dat wijzigingen van het OP in verband met het prestatiekader tijdig worden verwerkt. Voorts werden de lidstaten verzocht dergelijke verzoeken uiterlijk op 30 juni 2018 officieel in te dienen om ervoor te zorgen dat dergelijke wijzigingen tijdig worden ingediend en verwerkt. De beoordeling van deze verzoeken tot wijziging van het OP verloopt volgens een standaardprocedure om een consistente behandeling te waarborgen. De Commissie zal deze wijzigingen van het OP binnen de wettelijke termijn van de GB-verordening afhandelen.

Verklarende woordenlijst

Beheersautoriteit (BA): een beheersautoriteit is een overheids- of particuliere instantie die door een lidstaat is aangewezen om een operationeel programma te beheren. Tot haar taken behoren het selecteren van projecten die moeten worden gefinancierd, het monitoren van de uitvoering van projecten en het uitbrengen van verslag aan de Commissie over de financiële aspecten en de behaalde resultaten.

De Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF of ESI-fondsen): de ESI-fondsen zijn vijf afzonderlijke fondsen die regionale onevenwichtigheden in de Unie moeten terugdringen en waarvoor beleidskaders zijn vastgesteld voor de zevenjarige begrotingsperiode van het MFK. De fondsen zijn het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds (CF), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV).

Europa 2020-strategie: de groeistrategie van de EU voor de periode 2010-2020, waardoor zij moet kunnen herstellen van de crisis. De strategie is opgesplitst in vijf kerndoelen op het gebied van werkgelegenheid; onderzoek en ontwikkeling; klimaat en energie; onderwijs, en sociale inclusie en armoedebestrijding.

Europese gedragscode inzake partnerschap: een reeks beginselen die is vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie om lidstaten te ondersteunen bij het organiseren van partnerschappen en het opstellen en uitvoeren van partnerschapsovereenkomsten en operationele programma's.

Ex-antevoorwaarden: voorwaarden waaraan de lidstaten moeten voldoen voordat zij financiering kunnen ontvangen in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen. Bij de opstelling van operationele programma's voor de programmeringsperiode 2014-2020 moesten de lidstaten beoordelen of aan deze voorwaarden was voldaan. Als dat niet het geval was, moesten actieplannen worden opgesteld om ervoor te zorgen dat uiterlijk op 31 december 2016 aan de voorwaarden werd voldaan.

Financiële indicatoren: waarden die worden gebruikt om de voortgang te monitoren wat betreft de (jaarlijkse) vastlegging en uitbetaling van de beschikbare middelen voor projecten, maatregelen of programma's in verband met de subsidiabele kosten.

Indicator: een maatstaf voor een doelstelling die informatie verschaft op basis waarvan kan worden beoordeeld in welke mate een doelstelling is verwezenlijkt.

Interventielogica: het verband tussen de vastgestelde behoeften, doelstellingen, input (gepland en toegewezen), output (beoogd en gerealiseerd) en resultaten (beoogd en daadwerkelijk).

Investeringsprioriteiten: de lidstaten moeten in hun operationele programma's voor elke prioritaire as de investeringsprioriteiten en bijbehorende specifieke doelstellingen vaststellen. Deze zijn opgenomen in de specifieke verordeningen voor het EFRO, het ESF en het CF.

Monitoring: het regelmatige onderzoek van uitgaven, output en resultaten dat leidt tot actuele informatie over de vraag of de voortgang van projecten en programma's zo loopt als gepland.

Operationeel programma (OP): een verklaring met de prioriteiten en specifieke doelstellingen van een lidstaat waarin de benutting van de middelen (EU- en nationale openbare en particuliere cofinanciering) gedurende een bepaalde periode (momenteel zeven jaar) wordt beschreven voor de financiering van projecten. De projecten in het kader van een OP moeten bijdragen tot de verwezenlijking van een bepaald aantal doelstellingen die zijn gespecificeerd op het niveau van de prioritaire as van het OP. De financiering van het OP kan afkomstig zijn uit het EFRO, het CF en/of het ESF. Het OP wordt opgesteld door de lidstaat en moet door de Commissie worden goedgekeurd voordat er betalingen uit de EU-begroting kunnen worden gedaan. OP's kunnen alleen worden gewijzigd tijdens de programmeringsperiode indien beide partijen daarmee instemmen.

Output: iets dat wordt geproduceerd of bereikt met de aan een maatregel toegewezen middelen (bijv. opleidingscursussen voor werkloze jongeren, het aantal afvalwaterzuiveringsinstallaties of de lengte van een aangelegde weg).

Outputindicatoren: waarden die worden gebruikt om de output van de ondersteunde acties of de output op het niveau van het operationele programma te meten.

Prestatiekader: een reeks mijlpalen en streefdoelen die voor elke prioritaire as is vastgesteld in een operationeel programma en die een belangrijke pijler vormt van de prestatiegerichte benadering.

Prestatiereserve: 6 % van de aan het EFRO, ESF en CF of het Elfpo en EFMZV toegewezen middelen, die na de evaluatie van de prestaties in 2019 beschikbaar moet worden gemaakt wanneer aan bepaalde vereisten is voldaan of deze zijn overtroffen.

Prioritaire as: een of meer investeringsprioriteiten die verband houden met een thematische doelstelling. De financiering in het kader van een operationeel programma wordt per prioritaire as georganiseerd.

Resultaatindicatoren: waarden die worden gebruikt om de behaalde resultaten van de ondersteunde projecten of de behaalde resultaten op het niveau van het operationele programma te meten.

Resultaten: onmiddellijke veranderingen die begunstigden ondervinden na deelname aan een maatregel (bijvoorbeeld betere toegankelijkheid van een gebied door de aanleg van een weg, stagiairs die een baan hebben gevonden).

Selectie-/gunningscriteria: vooraf vastgestelde criteria die in het kader van selectieprocedures worden gebruikt om te beoordelen of de aanvrager de voorgestelde actie of het voorgestelde werkprogramma tot een goede einde kan brengen.

Specifieke doelstelling: het beoogde resultaat waaraan een EU-actie moet bijdragen.

Toezichtcomité: een comité dat de uitvoering van een OP monitort. Het comité bestaat uit “vertegenwoordigers van de bevoegde lidstaatautoriteiten” (bijv. vertegenwoordigers van de beheersautoriteiten, certificerende instantie,- auditautoriteiten, uitvoerende organen, werkgevers- of werknemersorganisaties en het maatschappelijk middenveld). De Commissie heeft ook de rol van waarnemer.

Lijst van afkortingen

AA: Auditautoriteit

BA: Beheersautoriteit (Managing Authority)

CF: Cohesiefonds

CI: Certificerende instantie

EC: Europese Commissie

EFRO: Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

ESF: Europees Sociaal Fonds

ESI-fondsen/ESIF: Europese structuur- en investeringsfondsen

GBA: Gedelegeerde beheersautoriteit

GB-verordening: Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen

GSK: Gemeenschappelijk strategisch kader

II: Intermediaire instantie

IP: Investeringsprioriteit

JUV: Jaarlijks uitvoeringsverslag

Kmo's: Kleine en middelgrote ondernemingen

LS: Lidstaat

OP: Operationeel programma

PA: Prioritaire as

SD: Specifieke doelstelling

TD: Thematische doelstelling

Voetnoten

1 Investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen worden vastgesteld op basis van de partnerschapsovereenkomst van de lidstaat. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de lidstaat en de Commissie en bevat een overzicht van de strategische doelstellingen en investeringsprioriteiten van het land.

2 COM(2010) 700 definitief van 19 oktober 2010 “Evaluatie van de EU-begroting”.

3 Al deze aspecten werden behandeld in ons Speciaal verslag nr. 2/2017 “De onderhandelingen van de Commissie over de partnerschapsovereenkomsten en programma's op cohesiegebied voor de periode 2014-2020: doelgerichtere uitgaven voor prioriteiten van Europa 2020, maar steeds complexere regelingen voor prestatiemeting” en Speciaal verslag nr. 15/2017 “Ex-antevoorwaarden en prestatiereserve bij cohesie: innovatieve, maar vooralsnog geen doeltreffende instrumenten”.

4 Artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).

5 Algemene ex-antevoorwaarde 7, bijlage XI, deel II van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

6 Artikelen 20, 22 en 96 en bijlage II van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

7 Artikelen 9 en 96 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

8 Bijlage I van de Verordeningen (EU) nr. 1300/2013, nr. 1301/2013 en nr. 1304/2013, artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1301/2013, artikel 3 van Verordening(EU) nr. 1304/2013 en artikel 96, lid 2, onder b), punt ii, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

9 Speciaal verslag nr. 2/2017.

10 Artikel 48, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

11 Artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

12 Artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

13 Zie Speciaal verslag nr. 2/2017 van de ERK.

14 Artikel 96, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

15 Artikel 125, lid 3, onder a), i), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

16 Artikel 125, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

17 De projecten 27, 28, 30, 31, 32, 33 en 34.

18 Artikel 116 en bijlage XII, punt 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

19 Artikel 132 van het Financieel Reglement (EU, Euratom) nr. 966/2012 en de artikelen 34 en 125 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

20 Richtsnoeren van de Commissie: http://ec.europa.eu/regional_policy/en/information/legislation/guidance/.

21 OP Piemonte, Italië, oproep “Obbligo d’istruzione”, 2015/2016.

22 Artikelen 72, 73 en 74 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

23 Artikel 125, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 1303/2013; dit vereiste maakt ook deel uit van het beheers- en controlesysteem, artikel 72, onder d), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

24 Ex-antevoorwaarde 7, bijlage XI, deel II van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

25 Artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

26 Artikel 122 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

27 Artikel 122, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, begunstigden zijn niet verplicht deze systemen daadwerkelijk te gebruiken.

28 Zie EGESIF_14-0010-final “Leidraad voor de Commissie en de lidstaten voor een gemeenschappelijke methode voor de beoordeling van beheers- en controlesystemen in de lidstaten” van 18.12.2014.

29 Bijvoorbeeld informatie over de achtergrond van de deelnemer: migranten, buitenlanders, minderheden, met inbegrip van gemarginaliseerde minderheden zoals Roma, deelnemers met een handicap en andere achtergestelde groepen.

30 Op basis van 20 controles van de Commissie inzake de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens die voornamelijk in 2017 werden uitgevoerd.

31 De BA slaagde erin dit later in 2017 op te lossen.

32 Artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

33 Artikel 50, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

34 Evenals op basis van de voortgangsverslagen van de lidstaten voor 2017. Artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1303/2013, uiterste termijnen voor indiening 31 augustus 2017 en 31 augustus 2019 over de uitvoering van de partnerschapsovereenkomsten per 31 december 2016 en 31 december 2018. Voortgangsverslagen presenteren met name “de vorderingen die gemaakt zijn bij de verwezenlijking van de strategie van de Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei, alsmede van de fondsspecifieke opdrachten als bedoeld in artikel 4, lid 1, door de bijdrage van de ESI-fondsen aan de geselecteerde thematische doelstellingen, en in het bijzonder ten aanzien van de mijlpalen die in het prestatiekader voor elk programma zijn vastgesteld en ten aanzien van de steun die gebruikt is voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering”.

35 Zie de artikelen 75 en 127, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en bijlage VII bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/207 van de Commissie van 20 januari 2015 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de modellen voor het voortgangsverslag, de indiening van de informatie over een groot project, het gezamenlijke actieplan, de uitvoeringsverslagen voor de doelstelling “investeren in groei en werkgelegenheid”, de beheersverklaring, de auditstrategie, het auditoordeel en het jaarlijkse controleverslag en de methode voor de uitvoering van de kosten-batenanalyse en krachtens Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het model voor de uitvoeringsverslagen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (PB L 38 van 13.2.2015, blz. 1) en EGESIF_14-0010-final “Leidraad voor de Commissie en de lidstaten voor een gemeenschappelijke methode voor de beoordeling van beheers- en controlesystemen in de lidstaten” — belangrijkste eisen 6 en 15, van 18.12.2014.

36 Artikelen 123 en 124 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

37 Artikel 124, lid 2, en bijlage XIII van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

38 Prestatie-indicatoren zijn een reeks indicatoren die voor elke prioritaire as in een OP worden vastgesteld en waarvan de waarden eind 2018 door de Commissie zullen worden vergeleken met de waarden van vastgestelde mijlpalen met het oog op een besluit over het vrijgeven van de prestatiereserve in 2019.

39 Mijlpalen zijn de waarden die zijn vastgesteld voor de indicatoren van het prestatiekader en die uiterlijk eind 2018 moeten worden behaald.

40 Zie artikel 30, lid 1, en bijlage II van de GB-verordening en artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 215/2014.

41 Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

42 De projecten 27, 28, 31, 32, 33 en 34.

43 De projecten 6, 7, 8 en 9.

44 Bijv. Jaarverslag 2015, hoofdstuk 6, paragraaf 6.86: “Voor 38 % van de projecten werden er geen resultaatindicatoren bepaald”, of Jaarverslag 2016, hoofdstuk 6, paragraaf 6.56: “Bij 42 % van de projecten kon echter geen specifieke bijdrage tot de algemene programmadoelstellingen worden vastgesteld en gemeten, omdat er op projectniveau geen resultaatindicatoren of streefdoelen waren vastgesteld”.

45 Speciaal verslag nr. 15/2017.

46 COM(2017) 755 final van 13 december 2017 “Strategisch verslag 2017 inzake de tenuitvoerlegging van de Europese structuur- en investeringsfondsen”.

47 Zie Speciaal verslag nr. 2/2017, paragraaf 150.

48 Zie Speciaal verslag nr. 2/2017, paragraaf 131.

49 Zie Speciaal verslag nr. 2/17, paragraaf 150.

50 Zie Speciaal verslag nr. 2/17, aanbeveling 3.

Gebeurtenis Datum
Vaststelling controleplan ("APM")/begin van de controle 18.1.2017
Ontwerpverslag officieel verzonden aan de Commissie (of andere gecontroleerde) 3.5.2018
Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure 27.6.2018
Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van de Commissie (of andere gecontroleerde) 23.7.2018

Controleteam

In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheersthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de doelmatigheid of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.

Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer II “Investeringen ten behoeve van cohesie, groei en inclusie”, die onder leiding staat van ERK-lid Iliana Ivanova. De controle werd geleid door ERK-lid Ladislav Balko, ondersteund door Branislav Urbanič, kabinetschef, en Zuzana Franková, kabinetsattaché; Myriam Cazzaniga, hoofdmanager; Pekka Ulander, taakleider; Michaela Binder, gedetacheerde nationale deskundige.

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2018

PDF ISBN 978-92-847-0524-5 ISSN 1977-575X doi:10.2865/056063 QJ-AB-18-018-NL-N
HTML ISBN 978-92-847-0539-9 ISSN 1977-575X doi:10.2865/100977 QJ-AB-18-018-NL-Q

© Europese Unie, 2018.

Voor iedere vorm van gebruik of reproductie van (beeld)materiaal dat niet onder het auteursrecht van de Europese Unie valt, dient rechtstreeks toestemming aan de auteursrechthebbende te worden gevraagd.

HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?

Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

Waar vindt u informatie over de EU?

Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl

EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen bij EU Bookshop op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).

EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu

Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl/home?) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.