
Selectie en monitoring van EFRO- en ESF-projecten zijn in de periode 2014-2020 nog steeds hoofdzakelijk outputgericht
Over het verslag Voor de fondsen voor het cohesiebeleid hebben wij voor de programmeringsperiode 2014-2020 onderzocht hoe goed de lidstaten zich richten op resultaten bij het selecteren van projecten en hoe goed de Commissie en de lidstaten door middel van hun monitoring kunnen aantonen dat de EU-begroting deugdelijk wordt besteed. Wij stelden vast dat, hoewel de Commissie diverse maatregelen heeft genomen ter verbetering van de resultaatgerichtheid, bij de selectieprocedures de nadruk blijft liggen op output en absorptie, en niet op de resultaten. Bovendien was het vanwege tekortkomingen in de monitoringregelingen onmogelijk te beoordelen in hoeverre de EU-middelen hebben bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU en de lidstaten.
Wij bevelen aan dat de lidstaten er tijdens het selectieproces voor zorgen dat er een vergelijking van de projectaanvragen plaatsvindt, dat zij begunstigden verplichten voor elk project ten minste één echte resultaatindicator vast te stellen die wordt opgenomen in de subsidieovereenkomst en bijdraagt tot de OP-indicatoren, en een beoordeling van de verwachte resultaten en indicatoren opnemen in het beoordelingsverslag voor de aanvragen. De Commissie moet gemeenschappelijke resultaatindicatoren vaststellen voor het EFRO, de verslaglegging over de prestaties verbeteren en ervoor zorgen dat er in 2019 een zinvolle evaluatie van de prestaties plaatsvindt.
Samenvatting
IIn het kader van de programmeringsperiode 2014-2020 heeft de EU bijna 349,4 miljard EUR toegewezen voor het behalen van de doelstellingen van het cohesiebeleid. Dit beleid is erop gericht het scheppen van arbeidsplaatsen, het concurrentievermogen van ondernemingen, de economische groei, duurzame ontwikkeling en de verbetering van de levenskwaliteit te ondersteunen. Om deze doelstellingen te behalen, worden middelen toegewezen aan projecten die door begunstigden in de lidstaten worden uitgevoerd. De autoriteiten in de lidstaten selecteren projecten die moeten worden gefinancierd en monitoren de uitvoering hiervan. Het is van cruciaal belang dat deze middelen op doeltreffende wijze worden toegewezen, dat wil zeggen op basis van het behalen van de beoogde resultaten.
IIOm deze doelstelling te ondersteunen, heeft de Commissie diverse maatregelen uitgevoerd die gericht waren op een grotere nadruk op de resultaten in de periode 2014-2020. In eerdere verslagen verwelkomden we de verbeteringen waartoe deze maatregelen hadden geleid. Wij wezen echter ook op ernstige tekortkomingen ten aanzien van de doeltreffendheid van deze maatregelen en de kwaliteit van de monitoringgegevens in verband met de uitgaven voor het cohesiebeleid. Deze eerdere bevindingen worden in dit verslag geconsolideerd en verder uitgewerkt.
IIIWe onderzochten in hoeverre de nadruk op de resultaten is verankerd in de wijze waarop projecten worden geselecteerd en in hoeverre de Commissie en de lidstaten kunnen aantonen dat de EU-begroting goed wordt besteed. Met het oog hierop hebben we de selectie- en monitoringregelingen voor projecten onderzocht waarvoor middelen uit het Cohesiefonds worden gebruikt.
IVWe concluderen dat bij het ontwerp van de selectieprocedures en de processen zelf, ondanks het al lang bestaande voornemen, nog steeds de nadruk wordt gelegd op de output en absorptie en niet op de resultaten. Bovendien was het vanwege tekortkomingen in de monitoringregelingen onmogelijk om te beoordelen in hoeverre de EU-middelen hebben bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU en de lidstaten. Meer specifiek deden we ten aanzien van de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden, de onderstaande bevindingen:
- Bij de selectie van projecten werden potentiële begunstigden werden goed geïnformeerd en voorzien van passende ondersteuning om toegang te krijgen tot EU-middelen. De procedures die wij onderzochten, waren ontworpen om de selectie van projecten te bevorderen die relevant waren voor de doelstellingen van de OP's, maar de selectiecriteria vereisten zelden dat aanvragers gekwantificeerde resultaatindicatoren op projectniveau vaststelden. Bovendien werden de meeste projecten geselecteerd op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”. In slechts één selectieprocedure werd een score toegekend aan aanvragen en werden deze scores met elkaar vergeleken.
- Wat monitoring betreft, stelden we vast dat monitoringsystemen slechts in een later stadium operationeel waren geworden, voornamelijk vanwege vertragingen bij het vaststellen van het wetgevingskader. Sommige IT-systemen voor het verzamelen en samenvoegen van monitoringgegevens vertonen nog steeds gebreken. De trage vooruitgang bij de controles van de respectievelijke monitoringsystemen bracht bovendien het risico met zich mee dat er nu misschien niet voldoende tijd is om de noodzakelijke corrigerende maatregelen te nemen vóór de evaluatie van de prestaties in 2019.
- De monitoringgegevens blijven grotendeels gericht op de output. In het belangrijkste verslag van de Commissie voor het meten van de resultaten wordt de voortgang ten aanzien van de belangrijkste outputindicatoren naast het gebruik van de middelen gepresenteerd. Het bevat echter slechts beperkte informatie over de verwezenlijking van resultaten.
Daarom bevelen wij het volgende aan:
- Met het oog op de waarborging van een consistente en daadwerkelijk resultaatgerichte aanpak van de selectie van projecten moeten lidstaten ervoor zorgen dat een vergelijking van de projectaanvragen plaatsvindt, begunstigden verplichten ten minste één echte resultaatindicator voor elk project vast te stellen en een beoordeling van de verwachte resultaten en indicatoren uitvoeren in het beoordelingsverslag voor de aanvragen.
- Met het oog op de waarborging van resultaatgerichte monitoring moeten de lidstaten een of meer echte en gekwantificeerde resultaatindicatoren opnemen in de subsidieovereenkomst die bijdragen tot het behalen van de resultaatindicatoren die op OP-niveau zijn vastgesteld, en moet de Commissie gemeenschappelijke resultaatindicatoren vaststellen voor het EFRO, op basis van een gemeenschappelijke definitie van “resultaten”.
- De Commissie moet de verslaglegging over de prestaties verbeteren en ervoor zorgen dat er in 2019 een zinvolle evaluatie van de prestaties plaatsvindt.
Inleiding
Het cohesiebeleid is het belangrijkste investeringsbeleid van de EU
01Het cohesiebeleid is het belangrijkste investeringsbeleid van de EU. Het is erop gericht het scheppen van arbeidsplaatsen, het concurrentievermogen van ondernemingen, de economische groei, duurzame ontwikkeling en de verbetering van de levenskwaliteit te ondersteunen. Ongeveer een derde van de EU-begroting is bestemd voor het cohesiebeleid. In lopende prijzen bedroegen deze middelen ongeveer 230 miljard EUR in de programmeringsperiode 2000-2006, 346,5 miljard EUR in de periode 2007-2013 en 349,4 miljard EUR in de periode 2014-2020.
02Het cohesiebeleid wordt uitgevoerd via het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Cohesiefonds (CF). Samen met het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) vormen deze fondsen de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF). Deze fondsen worden ten uitvoer gelegd via operationele programma’s (OP's), waarin investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen uiteen worden gezet1. Hierin wordt ook beschreven hoe de middelen tijdens de programmeringsperiode zullen worden gebruikt om projecten te financieren. De OP's worden uitgevoerd door de lidstaten en hun regio's. Dit betekent dat de lidstaten en hun regio's projecten selecteren, monitoren en evalueren.
Prestatiegerichtheid is een belangrijke prioriteit voor de Commissie en de lidstaten tijdens de periode 2014-2020
03De Europa 2020-strategie is de tienjarige banen- en groeistrategie van de EU. Deze strategie ging in 2010 van start en moest de voorwaarden scheppen voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Om de doelstellingen en streefdoelen van de Europa 2020-strategie te behalen, wees de Commissie in 2010 op de noodzaak om de doeltreffendheid van het cohesiebeleid te verbeteren door de nadruk te leggen op de resultaten2.
04In het wetgevingspakket voor het cohesiebeleid in de programmeringsperiode 2014-2020 werden daarom belangrijke wijzigingen ingevoerd die bedoeld waren om meer nadruk te leggen op de prestaties3. Dit zijn de voornaamste maatregelen:
- de invoering van ex-antevoorwaarden (EAC's)4 volgens welke de lidstaten voor eind 2016 moesten voldoen aan bepaalde voorwaarden voor het doeltreffende gebruik van de ESI-fondsen (bijv. het bestaan van beleids-/strategische kaders). Eén van deze voorwaarden, de algemene ex-antevoorwaarde nr. 75 vereist “het bestaan van een systeem van resultaatindicatoren voor het selecteren van acties die het best bijdragen aan de gewenste resultaten, om toezicht te houden op de voortgang”;
- de invoering van een prestatiereserve, waarbij een deel van de aan OP's toegewezen EU-financiering slechts wordt vrijgegeven wanneer een subcategorie van indicatoren (voornamelijk uitgaven-/outputindicatoren) voldoet aan vooraf vastgestelde mijlpalen. De vrijgave van deze reserve in 2019 zal worden gebaseerd op een evaluatie van de prestaties die in 2019 wordt uitgevoerd6;
- een verstrekte interventielogica tijdens de programmering7 op grond waarvan lidstaten hun behoeften moeten beoordelen en zich moeten verbinden tot een reeks resultaten voordat zij nadenken over de vraag waar en hoe zij de cohesiemiddelen willen besteden;
- een samenhangender gebruik van prestatie-indicatoren om de geboekte vooruitgang in de richting van de verwezenlijking van de resultaten te meten8.
Het belang van de selectie en monitoring van projecten voor het behalen van resultaten
05In 2017 concludeerden we9 dat de Commissie en de lidstaten erin waren geslaagd om OP's te ontwikkelen met een robuustere interventielogica. Dit betekent dat de doelen van de maatregelen (specifieke doelstellingen/resultaten) en de manier waarop deze zouden worden behaald (nodige middelen, uit te voeren acties en verwachte output) op consistente wijze waren uiteengezet in de OP's.
06Voor de doeltreffendheid van beleid is het echter niet alleen van belang om duidelijke doelstellingen vast te stellen en resultaten in aanmerking te nemen tijdens de programmering. Het is cruciaal dat tijdens de uitvoering van het OP een resultaatgerichte aanpak wordt gevolgd, aangezien vooral de kwaliteit van de gefinancierde projecten en de toegevoegde waarde ervan wat tastbare resultaten betreft de doeltreffendheid van een beleidsmaatregel bepalen. De selectie en monitoring van en de verslaglegging over projecten is daarom essentieel voor het behalen van resultaten. Een overzicht van uitvoeringscyclus van een OP en de betrokken instanties is te vinden in figuur 1. De processen die relevant zijn voor onze controle, zijn geel gemarkeerd.
Figuur 1
Overzicht van de uitvoeringscyclus van een OP
Bron: ERK.
Belangrijkste deelnemers en hun rol in de selectie en monitoring van projecten
07Projecten worden geselecteerd door de nationale en regionale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de OP's. Deze beheersautoriteiten (BA's) of intermediaire instanties (II's) waaraan zij bevoegdheden delegeren, stellen selectiecriteria vast, stellen selectiecomités in en besluiten welke projecten Europese financiering ontvangen. De Commissie is niet betrokken bij de selectie van projecten. Dit staat in contrast met haar zeer belangrijke rol in de onderhandelingen over de OP’s. De Commissie is echter wel betrokken via haar adviesrol in de toezichtcomités10 voor de OP’s, die de methodologie en criteria voor de selectie van projecten goedkeuren. Zij verstrekt bovendien richtsnoeren, op basis van beste praktijken en gedeelde ervaringen met de lidstaten.
08De lidstaten zijn verantwoordelijk voor de monitoring van projecten. De beheersautoriteiten monitoren de uitvoering van OP's en projecten, voegen monitoringgegevens samen en dienen jaarlijkse uitvoeringsverslagen (JUV's) in bij de Commissie. Het toezichtcomité evalueert ook de uitvoering van de OP's en keurt de JUV's goed. Ook hier is de rol van de Commissie beperkt tot het verstrekken van richtsnoeren, het onderzoeken van de prestaties van OP's samen met de BA's en het maken van opmerkingen over de JUV's.
09In haar rapporterende rol dient de Commissie niettemin haar jaarlijkse synthese van de JUV's van de lidstaten en de strategische verslagen (in 2017 en 2019) in bij de kwijtingsautoriteit (het Europees Parlement), het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's11.
Reikwijdte en aanpak van de controle
10Met deze controle wilden wij de vraag beantwoorden of de selectie van projecten en de monitoringsystemen voor projecten in het kader van het EFRO en het ESF in de programmeringsperiode 2014-2020 resultaatgericht waren. Gezien de mate van uitvoering van de OP's en voortbouwend op de reeds uitgevoerde controles, konden wij, nu de eerste resultaten beschikbaar worden, in het kader van deze controle voor het eerst de resultaatgerichte aanpak gedurende de gehele uitvoeringsfase volgen. De controle is ook van groot belang voor de evaluatie van de prestaties die voor 2019 is gepland.
11In het eerste deel doen we verslag van onze analyse van selectieprocedures voor de gecontroleerde OP's. We beoordelen het ontwerp van deze selectieprocedures, en met name de vaststelling van de selectiecriteria en de resultaatgerichtheid hiervan, evenals de fase van evaluatie van de aanvragen. In het tweede deel onderzoeken wij de beheers- en controlesystemen en de monitoring door de BA's/II's tot nu toe van de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden met het oog op de meting van de operationele prestaties op programma- en nationaal niveau. We evalueren de betrouwbaarheid van gegevens, de beschikbaarheid hiervan en de capaciteit om relevante informatie te verschaffen voor het beheer en voor de verslaglegging aan de Commissie.
12In totaal onderzochten we 34 projecten (zie de lijst van projecten in bijlage I). We richtten ons op het EFRO en het ESF en, meer specifiek, op drie thematische doelstellingen (TD's)12 (zie bijlage II voor een beschrijving van de elf thematische doelstellingen):
- TD3, verbetering van het concurrentievermogen van kmo's (16 projecten);
- TD8, bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit (12 projecten), en
- TD9, bevordering van sociale inclusie en bestrijding van armoede en discriminatie (6 projecten).
We bekeken projecten die rechtstreeks door de BA (of de intermediaire instantie) werden geselecteerd aan de hand van twintig selectieprocedures (zie de lijst in bijlage III), van zeven OP's in vier lidstaten: de Tsjechische Republiek, Frankrijk, Italië en Finland (zie de lijst in bijlage IV). Deze OP's en lidstaten werden geselecteerd op basis van de omvang van de toegewezen middelen en de fase van uitvoering van de projecten. We selecteerden de projecten op basis van de hoogte van de ontvangen subsidie en de mate van voortgang ervan op het moment van de controle. De prioritaire as, investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen waarmee de geselecteerde projecten verband houden, zijn opgenomen in de lijst in bijlage V. De gerelateerde output- en resultaatindicatoren zijn opgenomen in bijlage VI, voor het EFRO, en bijlage VII, voor het ESF.
14We evalueerden ook de door de Commissie genomen maatregelen in verband met de selectie van projecten en de monitoring van operationele programma's voor het ESF en het EFRO in het algemeen.
Opmerkingen
De selectie van projecten is onvoldoende resultaatgericht
15Bij de selectieprocedures die door de beheersautoriteiten zijn ingesteld, moet prioriteit worden gegeven aan de selectie van projecten die het relevantst zijn voor de nagestreefde doelstellingen en die de grootste waarschijnlijkheid bieden dat resultaten zullen worden geboekt, en moeten waarborgen dat de beschikbare middelen in overeenstemming met de regels worden besteed. We controleerden de mate waarin resultaten werden weerspiegeld in het ontwerp van de selectieprocedures (bijv. de gebruikte selectiecriteria voor het beoordelen van een aanvraag, de gebruikte methode voor het beoordelen van projecten en de beschikbare documentatie voor potentiële inschrijvers), evenals in de uitvoering van de selectieprocedures en daarmee in de geselecteerde projecten.
16Uit eerdere controlewerkzaamheden van de Rekenkamer13 bleek dat de Commissie en de lidstaten erin waren geslaagd OP's te ontwikkelen met een robuustere interventielogica, d.w.z. met een duidelijk verband tussen ontwikkelingsbehoeften, specifieke doelstellingen en resultaatindicatoren. Deze interventielogica zou tot uiting moeten komen in de selectieprocedures voor projecten. We zijn van mening dat BA's rekening moeten houden met een aantal belangrijke criteria bij het ontwerpen van procedures, om ervoor te zorgen dat deze resultaatgericht zijn:
- De toegepaste selectiecriteria moeten waarborgen dat de projecten zijn afgestemd op OP-doelstellingen.
- De selectiecriteria moeten ertoe bijdragen dat projecten worden geselecteerd die niet alleen beschikken over gekwantificeerde outputindicatoren, maar ook over gekwantificeerde resultaatindicatoren om de prestaties van projecten te meten.
- Begunstigden moeten worden aangemoedigd om aanvragen in te dienen om ervoor te zorgen dat uit een groot aantal projecten kan worden gekozen.
- Tot slot moet de selectie van projecten gebaseerd zijn op een rechtstreekse vergelijking van aanvragen om de projecten te identificeren en prioriteren die het meest geschikt zijn voor financiering.
De mate waarin BA's deze variabelen toepasten bij de verwerking van ontvangen aanvragen en de manier waarop zij de selectie van resultaatgerichte projecten beïnvloedden, wordt in de volgende paragrafen beschreven (zie de paragrafen 18-38).
De selectieprocedures ondersteunen de selectie van projecten die relevant zijn voor de doelstellingen van OP's
18In het wetgevingskader voor de programmeringsperiode 2014-2020 werden twee maatregelen ingevoerd die waren ontworpen om te zorgen voor de selectie van projecten die relevant zijn voor de doelstellingen van OP's:
- In OP's moeten “leidende beginselen” uiteen worden gezet voor de selectie van projecten voor elke prioritaire as14.
- BA's moeten selectieprocedures en -criteria zo ontwerpen dat deze “ervoor zorgen dat concrete acties bijdragen tot het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen en resultaten van de desbetreffende prioriteit”15.
Daarnaast werden ook de volgende vereisten ingevoerd voor de periode 2014-2020 om te zorgen voor de selectie van resultaatgerichtere projecten:
- In het kader van de algemene ex-antevoorwaarde nr. 7 (zie ook paragraaf 4) moet “een systeem van resultaatindicatoren voor het selecteren van acties die het best bijdragen aan de gewenste resultaten” zijn ingesteld.
- BA's moeten selectieprocedures en criteria zo ontwerpen dat deze “ervoor zorgen dat concrete acties bijdragen tot het verwezenlijken van de […] resultaten van de desbetreffende prioriteit”16.
De “leidende beginselen” dienen als richtsnoer voor de selectie van projecten en zetten de belangrijkste selectiecriteria uiteen die moeten worden gebruikt. In combinatie met de beschrijving van de projecten waaraan middelen moeten worden toegewezen, waarbij voorbeelden van dergelijke projecten worden gegeven, en begunstigden, bieden deze een goed overzicht van het soort projecten dat in het kader van elke specifieke doelstelling moet worden gefinancierd. Deze beginselen worden gebruikt als basis voor het opstellen van de selectiecriteria en in de selectiecriteria kan rechtstreeks naar deze beginselen worden verwezen.
21We stelden vast dat de beginselen in sommige gevallen van algemene aard waren, maar in alle beginselen werd erop gewezen dat geselecteerde projecten in overeenstemming moeten zijn met de specifieke doelstellingen van het OP, zoals beschreven in het kader van elke prioritaire as. De selectiecriteria voor de door ons onderzochte selectieprocedures strookten met de leidende beginselen. Elke procedure bevatte ten minste één criterium met betrekking tot de relevantie van projecten en de bijdrage ervan aan de specifieke doelstelling.
22Over het algemeen werden de geselecteerde aanvragen die wij onderzochten, beoordeeld aan de hand van de in de selectieprocedure vastgestelde criteria. We stelden vast dat de 34 projecten die wij voor deze controle onderzochten relevant waren voor de specifieke doelstellingen van het OP.
Er lag weinig nadruk op resultaten bij de beoordeling van projectaanvragen en het ging zelden om gekwantificeerde resultaten
23We onderzochten hoe de BA's projecten in de praktijk selecteerden, en met name de aanwezigheid van duidelijke verwachte resultaten en doelstellingen in het projectvoorstel in combinatie met duidelijk omschreven en gekwantificeerde output- en resultaatindicatoren (die verband hielden met de specifieke doelstellingen). We beoordeelden ook of de BA's hadden beoordeeld of aanvragers in staat waren de verwachte resultaten te behalen.
24We constateerden dat achttien van de twintig door ons onderzochte selectieprocedures criteria bevatten die vereisten dat begunstigden de verwachte resultaten van hun projecten beschreven (zie bijlage VIII). Slechts vier van de twintig procedures bevatten echter criteria die de kwantificering van resultaatindicatoren op projectniveau vereisten (selectieprocedures 17, 18, 19 en 20). In drie gevallen kwamen deze resultaatindicatoren niet rechtstreeks overeen met de op OP-niveau vastgestelde resultaatindicatoren (zie het voorbeeld in tekstvak 1).
Tekstvak 1
Voorbeeld van resultaatindicatoren op projectniveau die verschillen van resultaatindicatoren op OP-niveau: project nr. 32, geselecteerd door middel van selectieprocedure nr. 17
| Resultaatindicatoren op projectniveau (zie bijlage I, project nr. 32) |
|
| Resultaatindicatoren op OP-niveau (zie ook bijlage VI, PA 1, SD 3d) |
|
Onze evaluatie van de 34 aanvragen van geselecteerde projecten bevestigt deze bevindingen. Alle aanvragen verschaften gekwantificeerde informatie voor outputindicatoren die overeenkwamen met de outputindicatoren op OP-niveau of dergelijke gegevens konden rechtstreeks uit het IT-systeem worden verkregen (bijvoorbeeld voor indicatoren zoals het aantal bedrijven dat steun ontvangt). Slechts in 14 aanvragen werd echter kwantitatieve informatie gegeven over indicatoren voor de verwachte resultaten. Bij zes hiervan sloten de resultaatindicatoren niet rechtstreeks aan op de OP-indicatoren. De overige aanvragen boden voornamelijk een beschrijving (zie figuur 2 en bijlage VIII).
Figuur 2
In de aanvragen verstrekte informatie over verwachte output en resultaten
Wat de beoordeling van de aanvragen betreft, constateerden we dat de BA's de algemene haalbaarheid en waarschijnlijkheid van welslagen van de projecten hadden beoordeeld. Hoewel de haalbaarheid van de verwachte resultaten voor alle achttien EFRO-projecten werd beoordeeld, werd deze beoordeling echter voor slechts twee van de zestien ESF-projecten die wij onderzochten, uitgevoerd. We constateerden bovendien dat de beoordeling van de haalbaarheid in de beoordelingsverslagen vaag bleef, met uitzondering van zeven gevallen17 waarin een gedetailleerdere beschrijving was opgenomen van de relevantie van de indicatoren en de waarschijnlijkheid dat de streefdoelen zouden worden behaald.
27Wat het toekennen van een score aan de aanvragen betreft, constateerden we dat het behalen van de verwachte resultaten in slechts elf gevallen werd meegeteld. Dit duidt erop dat de BA's, zolang de beoogde projecten in overeenstemming waren met het soort maatregelen dat in de selectieprocedure uiteen was gezet, aannamen dat de projecten zouden bijdragen tot de doelstellingen van het OP. Ze richtten zich echter niet op de omvang van deze bijdrage.
Begunstigden werden aangemoedigd om financiering aan te vragen
28Om de tijdige absorptie gedurende de gehele programmeringsperiode te waarborgen en tegelijkertijd te zorgen voor een nadruk op de resultaten, is het noodzakelijk dat er voldoende inschrijvers zijn die goede aanvragen kunnen indienen. Het onder de aandacht brengen van een oproep en hieraan gerelateerde richtsnoeren bij potentiële aanvragers door BA's is een belangrijke variabele voor de algehele doeltreffendheid van de selectieprocedures. Als de populatie aanvragers groter is, zorgt dat er waarschijnlijk voor dat betere projecten worden geselecteerd.
29De maatregelen gericht op het onder de aandacht brengen van oproepen onder potentiële inschrijvers werden opgesteld door de BA's, op basis van de in de EU-verordening vastgestelde gedetailleerde vereisten. Ze werden vervolgens ter goedkeuring ingediend bij de toezichtcomités, als onderdeel van de op grond van de verordening vereiste18 communicatiestrategie van het OP.
30We constateerden dat BA's begunstigden hadden aangemoedigd om deel te nemen aan de selectieprocedures. De BA's gebruikten ten eerste verschillende bronnen om een oproep onder de aandacht te brengen bij potentiële inschrijvers. Dit omvatte de betrokkenheid van de kamers van koophandel, lokale ondernemersorganisaties en online instrumenten. BA's vertrouwden bovendien op partners om de informatie over komende oproepen te verspreiden in hun netwerken, op basis van de kennis die zij in de toezichtcomités hadden verworven.
31Daarnaast was het advies over financiering dat door BA's aan aanvragers werd verleend openbaar beschikbaar en stelden BA's, met uitzondering van één BA ten tijde van de controle, hierin duidelijke voorwaarden vast voor het ontvangen van steun, verstrekten zij gedetailleerde informatie over de aanvraagprocedure en financieringsregelingen en verwezen zij expliciet naar de selectiecriteria die moesten worden toegepast.
Bij de selectieprocedures werd doorgaans geen vergelijking gemaakt tussen projectaanvragen, wat het risico met zich meebracht dat de beste projecten niet werden geselecteerd
32In het kader van onze evaluatie van de procedures controleerden we of de voor financiering ingediende projecten met elkaar werden vergeleken. Ook dit is een belangrijke maatregel om ervoor te zorgen dat de meest resultaatgerichte projecten worden geselecteerd.
33In het kader van gedeeld beheer werden de selectieprocedures door de BA's opgesteld en door de toezichtcomités goedgekeurd, op basis van de vereisten van de EU-verordeningen19 en de richtsnoeren van de Commissie20. Noch in de verordeningen inzake de ESI-fondsen, noch in enige richtsnoeren van de Commissie wordt het soort selectieprocedure gespecificeerd dat moet worden gebruikt. Dit wordt overgelaten aan de BA's.
34Van de twintig door ons onderzochte procedures waren er tien tijdelijke oproepen tot het indienen van voorstellen, zes permanente oproepen, drie procedures voor onderhandse gunning en één een herhaalde oproep (zie ook de details in bijlage III). We constateerden dat in alle selectieprocedures op één na (IT, OP Piemonte, nr. 13) geen vergelijking had plaatsgevonden tussen de projectaanvragen. Als gevolg hiervan kan het zijn dat de middelen niet werden toegewezen aan de beste projecten. Bij sommige van de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden en in het kader waarvan een informele (Franse en Finse OP's) of een formele (Italië, Puglia) voorselectie had plaatsgevonden, werd dit in zekere mate verzacht, omdat de BA's de indiening van de aanvragen konden beperken tot de meest geschikte projecten. We constateerden het volgende:
- Vijftien van de twintig procedures waren gebaseerd op het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”, waarbij een aanvraag werd geselecteerd op voorwaarde dat deze voldeed aan de criteria en dat voldoende middelen beschikbaar waren. Bij dertien van deze projecten had een formele of informele voorselectie plaatsgevonden. We stelden vast dat bij sommige procedures een minimumscore moest worden behaald om voor selectie in aanmerking te komen (zie selectieprocedures nrs. 4 en 5 voor het Tsjechische OPEIC en nrs. 16, 17, 18, 19 en 20 voor het Finse OP).
- Bij de drie onderhandse gunningen was per definitie geen sprake van concurrentie (zie selectieprocedures nrs. 1, 3 en 12).
- In één geval (Italië, OP Piemonte, selectieprocedure nr. 8)21 werden middelen toegewezen aan projecten die reeds tijdens de voorgaande programmeringsperiode 2007-2013 waren geselecteerd door eenvoudigweg de looptijd hiervan te verlengen. Zo kon de II onderbrekingen van het opleidingenaanbod voor jongeren voorkomen en kon worden begonnen met de absorptie van de middelen. Het ontnam echter ook potentiële nieuwe aanvragers de mogelijkheid om deel te nemen.
De kwaliteit van de monitoringgegevens is in gevaar en deze zijn voornamelijk gericht op output
35We controleerden of de monitoringsystemen de systematische verzameling van gegevens over gespecificeerde indicatoren en daarmee de meting van de voortgang op project-, programma- en EU-niveau mogelijk maakten. We onderzochten bovendien of hierover op zodanige wijze verslag was gedaan dat het mogelijk was om het welslagen van de gefinancierde projecten en daarmee het doeltreffende en doelmatige gebruik van de EU-begroting aan te tonen.
36Het volgende deel bevat onze beoordeling van de noodzakelijke voorwaarden voor de monitoring van en de verslaglegging over het behalen van de doelstellingen. We controleerden eerst of de BA's werkende monitoringsystemen hadden ingesteld voordat zij bedragen uitkeerden. We beoordeelden ook of de door de begunstigden verschafte informatie over de prestaties betrouwbaar, volledig en tijdig was. We controleerden daarnaast de rol van de BA's en de Commissie.
37Tot slot keken we of de huidige systemen resultaatgerichte informatie over de prestaties opleverden en, meer specifiek, of zij nuttige geaggregeerde informatie opleverden, aangezien dit belangrijk is om de verslaglegging over het doeltreffende gebruik van middelen op het niveau van de lidstaten en de EU mogelijk te maken door middel van jaarlijkse monitoring en verslaglegging.
Zekerheid over de kwaliteit van de monitoringgegevens kan misschien niet op tijd voor de evaluatie van de prestaties van 2019 worden geboden
38De monitoring van de voortgang van een OP in de richting van de doelstellingen hiervan vindt plaats op basis van uit verschillende bronnen verzamelde gegevens. Deze gegevens worden op het niveau van het OP en de lidstaten samengevoegd en vormen de basis voor de verslagen die worden verstuurd aan de toezichtcomités van de OP's en de Commissie. Om een juist overzicht van de situatie te bieden op het niveau van het OP of een lidstaat, is het cruciaal dat de verzamelde gegevens betrouwbaar, volledig en tijdig zijn. Om hiervoor te zorgen, moeten de BA's een monitoringsysteem opzetten dat de verzameling van gegevens en controles van de bronnen van de gegevens omvat. Om zekerheid ten aanzien van de kwaliteit van de gegevens te verkrijgen, vertrouwt de Commissie op de door de auditautoriteiten op het niveau van de lidstaat uitgevoerde controles, evenals op haar eigen controlewerkzaamheden.
39In de specifieke context van de evaluatie van de prestaties is het ook belangrijk dat de gegevens, en de systemen waarmee deze worden voortgebracht, zo vroeg mogelijk worden gecontroleerd, om de autoriteiten van de lidstaten in staat te stellen eventuele vastgestelde tekortkomingen ten aanzien van de gegevenskwaliteit ruim voor eind juni 2019 aan te pakken. Dat is het moment waarop de jaarlijkse uitvoeringsverslagen (JUV's) voor 2018 – die de basis vormen voor de evaluatie van de prestaties en de toewijzing van de prestatiereserve – aan de Commissie zullen worden gestuurd.
In uitgebreide EU-regels is vastgelegd hoe de lidstaten hun monitoringsystemen voor de periode 2014-2020 moeten opzetten
40Met het oog op de systematische verzameling en monitoring van de gegevens die op OP-niveau worden geproduceerd, werden in het regelgevend kader voor de programmeringsperiode 2014-2020 enkele veranderingen ingevoerd ten aanzien van de regelingen voor gegevensverzameling en monitoring:
- BA's moeten een beheers- en controlesysteem (MCS) instellen dat voorziet in passende systemen voor verslaglegging en monitoring22.
- BA's zijn verantwoordelijk voor het opzetten van een computersysteem voor het opslaan van alle gegevens die verband houden met de OP-indicatoren23 voor monitoring- en verslagleggingsdoeleinden.
- In het kader van EAC 7 moeten BA's “een systeem [instellen] van resultaatindicatoren voor het selecteren van acties die het best bijdragen aan de gewenste resultaten, om toezicht te houden op de voortgang”24. Er moest worden aangetoond dat de OP's uiterlijk op 31 december 2016 voldeden aan alle ex-antevoorwaarden (EAC's)25 (zie paragraaf 4).
- De lidstaten moesten er vóór 31 december 201526 voor zorgen dat de uitwisseling van informatie tussen begunstigden en BA's, certificerende instanties (CI's), AA's en II's in alle gevallen elektronisch kon plaatsvinden27.
De Commissie heeft ook specifieke richtsnoeren28 vastgesteld voor haar personeel en de verantwoordelijke autoriteiten van de lidstaten over een gemeenschappelijke methode voor de beoordeling van beheers- en controlesystemen in de lidstaten, met inbegrip van het bestaan van passende systemen voor monitoring en verslaglegging.
Informatie over de prestaties is niet altijd betrouwbaar, volledig en tijdig, wat gevolgen heeft voor de door de lidstaten uitgebrachte uitvoeringsverslagen
Door de begunstigden verstrekte gegevens
42Voor het EFRO worden de gegevens voor resultaatindicatoren in veel gevallen verzameld bij nationale instanties voor statistiek (zie voorbeelden in bijlage VI). De overige gegevens zijn afkomstig van de begunstigden. Voor het ESF worden de meeste gegevens gerapporteerd op basis van bij begunstigden verzamelde gegevens (zie bijlage VII). De beheersautoriteiten controleren of de van begunstigden verkregen gegevens op het moment van de afronding van het project, wanneer zij hun eindverslag ontvangen, correct zijn. Tijdens de uitvoering van het project kunnen ook controles ter plaatse worden uitgevoerd, op basis van steekproeven.
43Een aantal controles van de aannemelijkheid en consistentie van de door begunstigden verstrekte gegevens wordt automatisch door de bestaande systemen uitgevoerd, met name voor het ESF. BA's beschikken ook over instrumenten om toezicht te houden op de volledigheid van de over deelnemers verstrekte gegevens, zodat zij begunstigden die onvolledige gegevens hebben ingediend, eraan kunnen herinneren aanvullende informatie te verstrekken.
44Tijdens onze controle kwamen problemen aan het licht ten aanzien van de kwaliteit van de verzamelde gegevens. We constateerden een algemeen probleem met betrekking tot de volledigheid en juistheid van de gegevens over deelnemers van in het kader van het ESF gecofinancierde acties. Deze gegevens worden in de nationale wetgeving als gevoelig aangemerkt29, wat betekent dat de deelnemers mogen bepalen of zij deze verstrekken. Het is bovendien lastig voor de lidstaten en de Commissie om de nauwkeurigheid van de gegevens te controleren. Een andere tekortkoming ten aanzien van de gegevensverzameling wordt weergegeven in tekstvak 2.
Tekstvak 2
Voorbeeld
Problemen ten aanzien van de tijdigheid van de gegevens
Voor het Franse nationale ESF-OP verstrekten grotere begunstigden hun gegevens voor de periode 2014-2015 laat. Dit werd in 2016 gecorrigeerd en leidde tot aanzienlijke verschillen tussen de waarden die in het JUV van 2015 werden gemeld en de waarden in het JUV van 2016 voor het jaar 2015.
Bij haar controle van de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens (2014-2020) maakte de Commissie melding van andere problemen met betrekking tot de betrouwbaarheid van gegevens, waaronder:
- het niet verzamelen van gegevens, waardoor resultaten niet werden vastgelegd en hiermee dus geen rekening werd gehouden bij het bepalen van de voortgang van een OP, leidend tot een onjuiste inschatting van de situatie;
- een misverstand van de kant van de BA's ten aanzien van de definitie van gemeenschappelijke indicatoren (bijvoorbeeld gemeenschappelijke outputindicator 26, bedrijven die samenwerken met onderzoeksorganisaties), resulterend in een te hoog aantal bedrijven dat in het kader van deze indicator werd gemeld;
- dubbeltelling/het niet beperken van de waarde van de indicator inzake de bereikte populatie tot het aantal inwoners van het gebied, leidend tot inconsistente waarden.
Beschikbaarheid en betrouwbaarheid van de informatie over prestaties
46Het bestaan van werkende monitoringsystemen op het moment dat de BA's beginnen met de uitvoering van programma's is essentieel om ervoor te zorgen dat prestatiegegevens op tijd worden gegenereerd, zodat monitoring kan plaatsvinden.
47De laattijdige goedkeuring, in december 2013, van het wetgevingskader voor de periode 2014-2020 op EU-niveau leidde tot vertragingen in de ontwikkeling van IT-systemen voor monitoring. In het geval van de ESF-indicatoren waren er vanwege de bijkomende complexiteit ten aanzien van de gevoeligheid van de gegevens en de definitie van de indicatoren aanvullende discussies nodig die tot ver in 2014 plaatsvonden. Hierdoor liep de voltooiing van de IT-systemen nog meer vertraging op. In twee gevallen leidden andere factoren tot vertragingen: de reorganisatie van de regio's (Frankrijk, OP Lorraine et Vosges) en het ontwerp van een nieuw enkel IT-systeem voor alle ESI-fondsen in de periode 2014-2020 in de Tsjechische Republiek.
48De gevolgen van de vertraging komen tot uiting in de mate van uitvoering van EAC 7 inzake het bestaan van een systeem van resultaatindicatoren. Eind 2016, de uiterste termijn voor de afronding van de actieplannen, waren 50 plannen nog steeds niet volledig, d.w.z. voldeed rond 11 % van alle OP's nog steeds niet aan dit vereiste. Eind februari 2018 waren echter alle actieplannen in verband met EAC 7 voltooid.
49In de eerste helft van 2017, het vierde jaar na aanvang van de programmeringsperiode, constateerden we dat sommige IT-systemen nog steeds niet volledig operationeel waren; dit veroorzaakte risico's ten aanzien van de volledigheid en nauwkeurigheid van de verzamelde gegevens (zie de voorbeelden in tekstvak 3). In haar controle van de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens (2014-2020)30 wees de Commissie op het ontbreken van elektronische systemen voor de uitwisseling van gegevens met begunstigden, waardoor gegevens over indicatoren handmatig in het systeem moesten worden ingevoerd door de BA, wat een mogelijk bron van administratieve fouten vormt.
Tekstvak 3
Voorbeelden van IT-systemen die nog steeds niet volledig operationeel zijn en hieraan gerelateerde risico's
Tsjechische Republiek – OPE
- Problemen met de overdracht van gegevens tussen het arbeidsbureau en de BA van het OP. De gegevens werden pas vanaf 31 maart 2017 elektronisch gerapporteerd aan de BA van het het OP. Tot die datum werden de gegevens gedeeld via Microsoft Excel-bestanden. Dit bracht de overdracht van gegevens tussen systemen in gevaar, met name gezien de grote hoeveelheid gegevens.
- Het JUV 2016 was het eerste JUV dat relevante gegevens bevatte.
De BA ontdekte inconsistenties in de gegevens die het systeem voortbracht voor het JUV. Hierdoor moesten deze opnieuw worden berekend en handmatig worden ingevoerd in het JUV.
Italië – OP Puglia
De instrumenten die werden gebruikt voor de elektronische uitwisseling van gegevens met begunstigden werkten niet naar behoren op het moment van de controle31 en het systeem voor de verzameling en opslag van de gegevens was leeg. De gegevens werden uitsluitend op computers van personeelsleden opgeslagen. Als gevolg hiervan moesten de gegevens handmatig in verschillende bestanden worden samengevoegd met het oog op het opstellen van het JUV 2016 (dat uiterlijk op 30 juni 2017 bij de Commissie moest worden ingediend).
Door de lidstaten uitgebrachte uitvoeringsverslagen
50De BA's moeten voor elk OP een jaarlijks uitvoeringsverslag (JUV) indienen bij de Commissie, dat wordt goedgekeurd door het toezichtcomité. In het JUV wordt belangrijke informatie verstrekt over de uitvoering van het OP, voornamelijk door kwantitatieve en kwalitatieve informatie te verschaffen over gemeenschappelijke en programmaspecifieke indicatoren32. De JUV's over 2016, die in juni 2017 werden ingediend, waren de eerste verslagen die naar de Commissie werden verstuurd over “de vooruitgang gemaakt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma”33. De Commissie voert een kwaliteitscontrole van de JUV's uit (bijvoorbeeld ten aanzien van de consistentie tussen het aantal deelnemers en de bevolking van de desbetreffende gebieden).
51Eind 2017 waren 26 JUV's nog steeds niet aanvaard door de Commissie vanwege ontbrekende gegevens voor de in de context van het prestatiekader gebruikte indicatoren, tegenstrijdigheden tussen de gerapporteerde gegevens en de over de uitvoering van het OP verstrekte informatie of een gebrek aan uitleg voor enkele van de gerapporteerde gegevens. In rond 40 % van de OP's van het EFRO werden in 2017 geen waarden gerapporteerd voor de indicatoren van het prestatiekader, waarvan de Commissie ten tijde van de controle geen analyse had uitgevoerd.
52De in de JUV's vastgestelde tekortkomingen doen vragen rijzen over de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie, evenals over de mate van vooruitgang die tot nu toe is geboekt, zoals gepresenteerd in de documenten die de Commissie op basis van de JUV's heeft gepubliceerd34: het jaarlijkse syntheseverslag aan het Parlement en de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's en (alleen in 2017 en 2019) het strategische voortgangsverslag waarin de geboekte vooruitgang wordt samengevat.
De uitvoering van controles inzake beheers- en controlesystemen en de betrouwbaarheid van de verzamelde gegevens ging laat van start, waardoor de mate van zekerheid ten aanzien van de monitoringsystemen werd beperkt en er minder tijd beschikbaar was om vastgestelde tekortkomingen aan te pakken
53Passende regelingen voor het verifiëren en corrigeren van de informatie over prestaties zijn nodig om de kwaliteit hiervan, en daarmee het gebruik van de informatie in het kader van monitoring en verslaglegging, te waarborgen. Goede praktijken vereisen de uitvoering van controles van de systemen die de gegevens voortbrengen – en hieraan gerelateerde corrigerende maatregelen – en de afronding hiervan voordat de gegevens worden opgenomen in JUV's en strategische verslagen.
54In het wetgevingskader controleren zowel de auditautoriteiten van de lidstaten als de Commissie35 de werking van de monitoringsystemen. Deze controles moeten met name het bestaan van betrouwbare systemen voor het verzamelen, registreren en opslaan van prestatiegegevens waarborgen en beoordelen of deze prestatiegegevens betrouwbaar zijn.
Beoordeling door auditautoriteiten van de werking van de beheers- en controlesystemen
55In de eerste stadia van de uitvoering van de OP's werd een beoordeling van de op BA-niveau bestaande systemen uitgevoerd als onderdeel van de aanwijzingsprocedure36. In het kader van deze procedure moest een onafhankelijke controle-instantie (vaak de AA) een verslag en een oordeel opstellen ten aanzien van de vraag of de BA's aan de criteria in verband met de interne controle-omgeving, risicobeheersing, beheers- en controleactiviteiten en toezicht hadden voldaan37. De aanwijzing moest plaatsvinden vóór de eerste indiening van een tussentijdse betalingsaanvraag voor de OP's. Zonder deze aanwijzing konden dus geen kosten worden vergoed in het kader van het OP. In dit stadium heeft de controle betrekking op het bestaan van systemen en procedures, maar niet op de goede toepassing hiervan, die in het kader van de systeemcontroles van de auditautoriteiten inzake de beheers- en controlesystemen wordt gecontroleerd.
56Als gevolg van de laattijdige goedkeuring van de OP's en de laattijdige voltooiing van de IT-systemen (zie paragraaf 47) liep het aanwijzingsproces vertraging op. Het proces werd bovendien beïnvloed door nationale factoren (reorganisatie van de regio's in Frankrijk in 2015, complexe beheersstructuren – het Franse PON FSE heeft bijvoorbeeld 13 gedelegeerde beheersautoriteiten en 120 intermediaire instanties). Voor de in het kader van deze controle onderzochte OP's werden tussen september 2016 en februari 2018 BA's aangewezen, meer dan respectievelijk twee en vier jaar na aanvang van de programmeringsperiode (zie bijlage IV).
57Vanwege de laattijdige uitvoering van de OP's en de daardoor beperkte hoeveelheid verzamelde gegevens was er toen wij onze controlebezoeken aflegden, d.w.z. in de eerste helft van 2017, net een begin gemaakt met de systeemcontroles. Problemen ten aanzien van de kwaliteit van de gegevens werden dus pas zichtbaar tijdens de tweede helft van 2017. Dit was bijna vier jaar na de start van de zevenjarige programmeringsperiode en anderhalf jaar voordat de JUV's van 2018, die de basis vormen voor de toewijzing van de prestatiereserve, naar de Commissie worden gestuurd.
De controles van de Commissie
58De Commissie vertrouwt niet alleen op de controlewerkzaamheden en bestaande systemen in de lidstaten, maar zij voert ook haar eigen controles uit. Er zijn twee soorten controles: vroegtijdige preventieve systeemcontroles, gericht op het verkrijgen van een redelijke zekerheid in een vroeg stadium van de uitvoering dat de beheers- en controlesystemen goed werken, en controles inzake de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens. Gezien de bovengenoemde vertragingen en daarmee de laattijdige voltooiing van de monitoringsystemen, evenals de beperkte rapportage van relevante gegevens, werden deze controles echter later uitgevoerd dan gepland. Met name voor het EFRO konden de controles pas van start gaan nadat de JUV's over 2016 waren ontvangen. In totaal had de Commissie eind 2017 23 controles uitgevoerd in 12 lidstaten: 12 controles van de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens en 11 vroegtijdige preventieve systeemcontroles.
59Voor de meeste van deze controles gold dat de verslaglegging begin 2018 nog gaande was. Volgens de Commissie waren de voorlopige resultaten voor de gecontroleerde systemen vrij positief, hoewel enkele tekortkomingen aan het licht kwamen. Voor rond 40 % van de EFRO-OP's werden in de in 2017 ingediende JUV's over 2016 tegelijkertijd echter geen waarden gerapporteerd voor de indicatoren van het prestatiekader38. Voor deze OP's had de Commissie in februari 2018 geen controles uitgevoerd om vast te stellen of niet werd gerapporteerd als gevolg van vertragingen bij de uitvoering of omdat er geen werkend systeem voor gegevensrapportage bestond.
60De laattijdige uitvoering van de systeemcontroles betekent dat het overzicht van de status van de monitoringsystemen niet volledig is. Vooral tekortkomingen kunnen laat geïdentificeerd worden en er kan onvoldoende tijd overblijven om de nodige aanpassingen te doen. Dit brengt de uitvoering van de evaluatie van de prestaties in 2019 in gevaar, die zal worden gebaseerd op gegevens die uiterlijk 30 juni 2019 door de lidstaten worden gerapporteerd in de JUV's over 2018.
Het is mogelijk dat de evaluatie van de prestaties niet gebaseerd zal zijn op realistische mijlpalen
61We stelden op basis van de JUV's over 2015 of de monitoringgegevens die op het moment van de controle beschikbaar waren, vast dat bij de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden, reeds sprake was van gevallen waarin OP's de voor 2023 vastgestelde streefdoelen hadden behaald, evenals van gevallen waarin een risico bestond op onderprestatie. Voor de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden, waren er geen verzoeken om wijzigingen ingediend om de streefdoelen realistischer te maken. Voor slechts één OP (Tsjechische Republiek, OPIEC) werd verzocht om wijzigingen, die hoofdzakelijk verband hielden met de verandering van toewijzingen binnen prioritaire assen, en werden deze wijzigingen goedgekeurd. Aan de andere kant werd volgens de Commissie in februari 2018 in 1445 gevallen de streefwaarde voor 2023 van een van de in totaal 17 480 indicatoren die werden gebruikt in de 430 bestaande OP's naar boven bijgesteld en werd deze in 941 gevallen naar beneden bijgesteld.
62Hieruit blijkt dat een aantal mijlpalen39 van het prestatiekader niet langer realistisch is. Als mijlpalen moeten worden herzien, moet het OP worden gewijzigd en dit is slechts mogelijk op initiatief van de lidstaat40. Gezien de duur van de wijzigingsprocedure (die in de verordening is vastgesteld op drie maanden), bestaat het risico dat de eind 2018 door de indicatoren van het prestatiekader behaalde waarden niet worden vergeleken met realistische mijlpalen.
De op basis van de verzamelde gegevens gegenereerde informatie is nog steeds voornamelijk gericht op output
63Informatie over de prestaties wordt verzameld zodat de lidstaten en de Commissie deze kunnen gebruiken voor verslagleggingsdoeleinden, om zich te verantwoorden voor de resultaten die met de financiering zijn behaald.
64Resultaatindicatoren en streefdoelen die zijn vastgesteld in de subsidieovereenkomsten die worden ondertekend door de begunstigden en de BA's zijn essentieel voor het meten van de behaalde resultaten. Enkele belangrijke problemen bij de opzet van de monitoringsystemen hebben echter gevolgen voor de meting en monitoring van de bijdrage van projecten aan het behalen van de doelstellingen van OP's.
Een opzet waarbij voornamelijk wordt vertrouwd op outputindicatoren, met name in de eerste jaren van de uitvoering in het geval van het EFRO, en een gebrek aan op projectniveau vastgestelde gekwantificeerde resultaatindicatoren
65De huidige opzet maakt een systematischer verzameling van gegevens mogelijk voor een aantal goed omschreven indicatoren, hoewel het aantal indicatoren zeer hoog is. Het bestaan van gemeenschappelijke indicatoren maakt ook de samenvoeging van deze gegevens mogelijk op het niveau van het OP, de lidstaat en de EU. In het ontwerp van het logisch kader voor het EFRO houden veel resultaatindicatoren op OP-niveau echter niet direct verband met de gefinancierde maatregelen. Deze indicatoren zijn vaak nationale indicatoren waarin rekening is gehouden met de invloed van externe factoren, en de bronnen hiervan zijn voornamelijk nationale bureaus voor de statistiek (zie de voorbeelden in tekstvak 4 en zie ook bijlage VI). Deze resultaatindicatoren isoleren het effect dat kan worden toegewezen aan de EFRO-maatregelen niet en kunnen daarom niet worden gezien als de onmiddellijke resultaten van de OP's.
Tekstvak 4
Voorbeelden van resultaatindicatoren waarvoor de gegevens worden verzameld op basis van gepubliceerde statistieken in plaats van gefinancierde projecten
Frankrijk, OP Grand Est:
|
Bron: Banque de France. |
Tsjechische Republiek, OPEIC:
|
Bron: Ministerie van Industrie en Handel. |
Finland, OP Duurzame groei en werk:
|
Bron: Fins nationaal bureau voor de statistiek |
Ter compensatie van het feit dat door EFRO-projecten gegenereerde resultaten vaak (ver) na afronding van het project zichtbaar worden, moeten BA's, op een moment waarop geen monitoring van projecten als zodanig plaatsvindt, evaluaties uitvoeren op het niveau van de prioritaire as41. Tijdens de programmeringsperiode wordt ten minste een keer geëvalueerd hoe de steun uit de ESI-fondsen heeft bijgedragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor elke prioriteit. Gezien de laattijdige start van de uitvoering is het aantal reeds uitgevoerde evaluaties echter nog beperkt. Als gevolg hiervan wordt de voortgang van het OP vooralsnog voornamelijk gemeten aan de hand van de outputindicatoren.
67Op projectniveau constateerden we dat de resultaatindicatoren niet systematisch werden genoemd in de subsidieovereenkomsten (zie paragraaf 25). Bij slechts zes42 van de achttien EFRO-projecten die we in het kader van deze controle onderzochten, waren in de aanvraag en dus in de subsidieovereenkomst resultaatindicatoren opgenomen. Deze resultaatindicatoren waren echter niet dezelfde als die welke op OP-niveau werden gebruikt. Dit betekent dat deze niet kunnen worden gebruikt voor verslagleggingsdoeleinden of om de voortgang bij de verwezenlijking van de OP-doelstellingen te meten. In vier andere gevallen43 waren de resultaatindicatoren niet gekwantificeerd (d.w.z. was er geen streefdoel vastgesteld), waardoor een beoordeling van de bijdrage daarvan aan de OP-doelstelling onmogelijk was en de meting van de resultaten van het project werd beperkt tot de output.
68Wat ESF-projecten betreft, werden in zeven van de zestien projecten resultaatindicatoren genoemd. Bij de overige projecten hielden de beschreven resultaten geen verband met de OP-indicatoren of waren deze niet gekwantificeerd. Dit maakt het bij om het even welk project onmogelijk om de behaalde waarde te vergelijken met een geschat streefdoel. In het geval van het ESF worden de waarden van de gemeenschappelijke resultaatindicatoren echter nog steeds gemeten, ondanks het feit dat er geen resultaten en resultaatindicatoren op projectniveau zijn gedefinieerd of gekwantificeerd, omdat begunstigden van projecten deze gegevens moeten rapporteren in de IT-systemen van de BA's.
69We wezen al eerder op het gebrek aan resultaatindicatoren op projectniveau44 in onze jaarverslagen. Dit maakt het moeilijk om de mate waarin projecten bijdragen tot het behalen van de OP-doelstellingen te meten en te monitoren.
De vrijgave van de prestatiereserve is gebaseerd op indicatoren die voornamelijk gericht zijn op input en output
70De lidstaten kunnen de vooruitgang in de uitvoering van het programma via mijlpalen (die uiterlijk in 2018 moeten worden behaald) en streefwaarden (die uiterlijk in 2023 moeten worden behaald) aantonen voor drie soorten indicatoren: financiële, output- en resultaatindicatoren. Deze kunnen worden aangevuld met belangrijke uitvoeringsfasen (KIS) teneinde projecten te meten die al lopen of waarvan de start al is gepland, maar waarvan de output waarschijnlijk pas na december 2018 zal worden gerealiseerd. In het algemeen moeten de in het prestatiekader gebruikte indicatoren representatief zijn voor de maatregelen die onder de prioritaire as vallen. Om ervoor te zorgen dat de prestatiereserve wordt vrijgegeven, moeten de waarden die eind 2018 voor deze indicatoren worden behaald tussen de 75 en 85 % van de waarden van de mijlpalen liggen.
71Zoals aangetoond in een eerder verslag van de Rekenkamer45 betreft de overgrote meerderheid van de indicatoren die in het prestatiekader voor het cohesiebeleid worden gebruikt outputindicatoren (57 %), belangrijke uitvoeringsfasen (9 %) en financiële indicatoren (33 %). Het gebruik van resultaatindicatoren is nog steeds marginaal. De vrijgave van de reserve zal dus grotendeels gericht blijven op input en output, en niet op resultaten (zie ook paragraaf 62).
Het grootste deel van de verslaglegging op EU-niveau heeft betrekking op outputindicatoren
72De belangrijkste doelstelling van het strategische verslag van de Commissie van 201746, dat het jaarlijkse syntheseverslag van 2017 omvat dat op basis van de JUV's 2016 werd opgesteld, is verslag te doen van de resultaten van de ESI-fondsen ten aanzien van het behalen van de Europa 2020-doelstellingen. In het verslag worden echter voornamelijk de mate van uitvoering en de behaalde waarden voor de belangrijkste outputindicatoren eind 2016 gepresenteerd. Het verslag bevat geen informatie over de behaalde resultaten, met uitzondering van de volgende ESF-resultaatindicatoren: het aantal deelnemers dat meteen na de opleiding een baan vond en het aantal deelnemers dat meteen na de opleiding een kwalificatie behaalde. Voor het EFRO is dit ook het gevolg van het ontbreken van gemeenschappelijke resultaatindicatoren; de indicatoren die op het niveau van de lidstaten worden gebruikt, kunnen daarom niet worden samengevoegd.
73Zoals we onlangs meldden, is er sprake van een fundamenteel probleem dat met name betrekking heeft op resultaatindicatoren. De EFRO- en ESF-resultaatindicatoren meten in feite verschillende dingen op verschillende manieren47. Het concept “resultaat” wordt bovendien uiteenlopend geïnterpreteerd in de fondsspecifieke verordeningen. De EFRO-resultaatindicatoren kunnen niet worden gebruikt om de onmiddellijke resultaten van de OP's te meten. Bovendien vormt het grote aantal verschillende prestatie-indicatoren een echte uitdaging voor de verzameling van en verslaglegging over informatie over de prestaties48.
Conclusies en aanbevelingen
74Hoewel de opzet van OP's nu meer resultaatgericht is, met een sterkere interventielogica en een uitgebreide reeks indicatoren, stellen we over het algemeen vast dat de selectie van projecten in het kader van het EFRO en het ESF niet volledig resultaatgericht is en dat bij de monitoring nog steeds meer nadruk wordt gelegd op output.
Selectieprocedures waren op belangrijke punten niet resultaatgericht
75Voor de OP's waarop onze bezoeken betrekking hadden, gold dat de selectieprocedures werden gebruikt om de selectie te ondersteunen van projecten die relevant waren voor de doelstellingen van de OP's. Zij omvatten echter niet systematisch selectiecriteria die de vaststelling vereisen van gekwantificeerde resultaatindicatoren op projectniveau die overeenkomen met de indicatoren op OP-niveau. Als gevolg hiervan werden er zelden resultaatindicatoren opgenomen in aanvragen en kwamen deze, zelfs wanneer dit wel het geval was, niet noodzakelijkerwijs overeen met de OP-indicatoren of waren deze niet gekwantificeerd. Bovendien was in slechts een derde van de beoordelingsverslagen een specifieke beoordeling van de verwachte resultaten in verband met de OP-doelstellingen opgenomen (zie de paragrafen 18-27).
76We constateerden dat BA's via verschillende kanalen uitgebreide informatie over de OP's hadden verstrekt, evenals over de toegang tot EU-financiering en over de selectieprocedures. De begunstigden waren over het algemeen goed geïnformeerd of konden vertrouwen op ondersteuning door gespecialiseerde organisaties (zie de paragrafen 28-31).
77Bij slechts één van de twintig onderzochte procedures werd echter een score toegekend en werden aanvragen aan de hand hiervan met elkaar vergeleken. De projecten werden over het algemeen goedgekeurd op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”. Als gevolg hiervan kan het zijn dat de financiering niet werd toegewezen aan de beste projecten (zie de paragrafen 32-34).
Er bestaan risico's voor de kwaliteit van de monitoringgegevens, die nog steeds meer gericht zijn op output dan op resultaten
78We stelden vast dat sommige monitoringsystemen voor OP's aan het begin van het programma niet operationeel, en ten tijde van de controle niet volledig operationeel waren als gevolg van de laattijdige goedkeuring van het wetgevingskader. Daardoor werden gegevens handmatig en later ingevoerd. Ook buiten de IT-systemen om werden gegevens verzameld, waardoor fouten werden gemaakt die in sommige gevallen gevolgen hadden voor de in de JUV's gepresenteerde gegevens (zie de paragrafen 35-52).
79De laattijdige goedkeuring van het regelgevingskader leidde bij de meeste OP's tot een laattijdig begin van de uitvoering. Tot eind 2016 was slechts een beperkte hoeveelheid informatie verzameld in de IT-systemen. Als gevolg hiervan ging de uitvoering van de noodzakelijke controles om zekerheid te bieden over de monitoringsystemen en de betrouwbaarheid en beschikbaarheid van de gegevens voor het grootste deel in 2017 van start. De resultaten van deze controles kwamen pas eind 2017 beschikbaar, vier jaar na aanvang van de zevenjarige programmeringsperiode. Dit betekent dat tot nu toe slechts gedeeltelijke zekerheid werd verkregen op basis van de monitoringgegevens. De Commissie beschikt dus niet over een overzicht van de werking van de monitoringsystemen, met inbegrip van IT-systemen. De evaluatie van de prestaties zal in 2019 plaatsvinden en er bestaat een risico dat eventuele corrigerende maatregelen in de resterende beschikbare tijd niet op tijd kunnen worden afgerond en dat de evaluatie van de prestaties niet gebaseerd zal zijn op juiste informatie (zie de paragrafen 53-60).
80We constateerden dat een aantal mijlpalen van het prestatiekader niet langer realistisch is. Ingeval mijlpalen moeten worden herzien, is het niet zeker dat de noodzakelijke OP-wijzigingen op tijd voor de evaluatie van de prestaties kunnen worden aangebracht (zie de paragrafen 61 en 62).
81Wat de resultaatindicatoren betreft, meten de EFRO- en ESF-indicatoren verschillende dingen op verschillende manieren. Het concept “resultaat” wordt zelfs uiteenlopend geïnterpreteerd in de fondsspecifieke verordeningen. We constateerden dat voor beide fondsen het risico bestond dat een zinvolle samenvoeging van prestatiegegevens (met name wat resultaten betreft) op EU-niveau niet haalbaar kan zijn49. Bovendien hebben we aanbevolen50 dat de Commissie een gemeenschappelijke definitie van “output” en “resultaten” vaststelt (zie paragraaf 73).
82Wat het EFRO betreft, wordt voor veel resultaatindicatoren vaak gebruik gemaakt van andere bronnen, zoals gegevens van nationale bureaus voor de statistiek. Evaluaties moeten resultaten meten ten opzichte van de doelstellingen van OP's. Gezien de laattijdige start van de uitvoering waren op het moment van onze controle echter weinig evaluaties beschikbaar. Als gevolg hiervan is het wat het EFRO betreft moeilijk om de mate waarin de projecten bijdragen tot het behalen van de OP-doelstellingen te monitoren (zie de paragrafen 63-69). Dit probleem geldt ook voor het ESF, aangezien veel subsidieovereenkomsten geen gekwantificeerde resultaatindicatoren bevatten.
83Evenzo vormen voornamelijk output- en financiële indicatoren de basis van het prestatiekader. Dit betekent dat de vrijgave van de prestatiereserve hoofdzakelijk zal zijn gebaseerd op deze soorten indicatoren, in plaats van de behaalde resultaten en de daadwerkelijk geboekte vooruitgang ten opzichte van de OP-doelstellingen. De in de verslagen van de Commissie gepubliceerde informatie is ook voornamelijk gerelateerd aan output, met uitzondering van die over het ESF, waarin de geaggregeerde waarde wordt vermeld voor enkele resultaatindicatoren (zie de paragrafen 70-72).
Aanbeveling 1 – Resultaatgerichte selectie
Om te zorgen voor een consistente een daadwerkelijk resultaatgerichte aanpak van de selectie van projecten, moeten de lidstaten:
- voorzien in selectiecriteria die van begunstigden vereisen dat zij voor hun project ten minste één echte resultaatindicator vaststellen op basis van een gemeenschappelijke definitie van de term“resultaat”, met inbegrip van een uitgangswaarde en een streefdoel. Deze resultaatindicator moet bijdragen tot de resultaatindicatoren die op OP-niveau zijn vastgesteld;
- een beoordeling van deze verwachte resultaten en indicatoren opnemen in het beoordelingsverslag voor de aanvragen;
- er bij de keuze voor de te gebruiken selectieprocedure voor zorgen dat een vergelijking tussen projectaanvragen plaatsvindt.
Streefdatum voor de uitvoering: met ingang van 2019 voor de volgende oproepen tot het indienen van voorstellen.
Aanbeveling 2 – Resultaatgerichte monitoring
- Om de monitoring van de bijdragen van projecten aan de OP-doelstellingen mogelijk te maken, moeten de lidstaten gekwantificeerde resultaatindicatoren in de subsidieovereenkomst opnemen die bijdragen tot de op OP-niveau vastgestelde resultaatindicatoren.
Streefdatum voor de uitvoering: met ingang van 2019 voor de volgende oproepen tot het indienen van voorstellen.
- Om ervoor te zorgen dat het monitoringskader voor het EFRO resultaatgerichter wordt, en met name om de samenvoeging van informatie over de prestaties mogelijk te maken, moet de Commissie gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor dit fonds vaststellen, op basis van een gemeenschappelijke definitie van “resultaten”.
Streefdatum voor de uitvoering: bij de voorbereiding van het volgende MFK.
Aanbeveling 3 – Verslaglegging over prestaties en voorbereiding van de evaluatie van de prestaties in 2019
Om de verslaglegging over prestaties door de Commissie te verbeteren en om een zinvolle evaluatie van de prestaties te kunnen uitvoeren, met betrouwbare gegevens en realistische mijlpalen, moet de Commissie:
- beschikken over een overzicht van de belangrijkste tekortkomingen in en onzekerheden met betrekking tot de monitoringsystemen van de OP's, op basis van controles van zowel de Commissie als de AA's (de noodzakelijke systeemcontroles/controles van de betrouwbaarheid van de prestaties);
- ervoor zorgen dat OP-wijzigingen waarom lidstaten verzoeken en die verband houden met een gerechtvaardigde herziening van mijlpalen van het prestatiekader, op tijd voor de evaluatie van de prestatie worden verwerkt.
Streefdatum voor de uitvoering: vóór de afronding van de evaluatie van de prestaties.
Dit verslag werd door kamer II, onder leiding van mevrouw Iliana IVANOVA, lid van de Rekenkamer, vastgesteld te Luxemburg op haar vergadering van 27 juni 2018.
Voor de Rekenkamer

Klaus-Heiner LEHNE
President
Bijlagen
Bijlage I
Lijst van de voor deze controle geselecteerde projecten
(bedragen in miljoen EUR)
| Nr. | Projectomschrijving | Eerder subsidies ontvangen | Totaalbedrag aan investeringen | Bedrag aan EU-subsidies | Fonds | TD (a) | PA (b) | IP/SD (c) | Start- & einddatum | Behaalde output en resultaten | Nr. selectieprocedure (zie bijlage III) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tsjechische Republiek – OP Werkgelegenheid (OPE) 2014CZ05M9OP001 (bedragen in miljoen CZK) | |||||||||||
| 1 | Nieuwe arbeidsmogelijkheden (oproep Instrumenten voor een actief arbeidsmarktbeleid) | Ja | 4 011 | 3 304,6 | ESF | 8 | 1.1 | 1.1.1 | 1.4.2015- loopt nog | Deelnemers met een baan: 14 304 | 1 |
| 2 | Centrum voor kinderopvang voor kleuters nr. 1 (oproep Steun voor de oprichting en werking van dagopvangdiensten voor kleuters voor bedrijven en het publiek buiten de stad Praag) | Ja | 4,9 | 4,2 | ESF | 8 | 1.2 | 1.2.1 | 1.1.2016-31.12.2017 | Plekken op de kleuterschool: 24 | 2 |
| 3 | Centrum voor kinderopvang voor kleuters nr. 2(a)(oproep Steun voor de oprichting en werking van dagopvangdiensten voor kleuters voor bedrijven en het publiek buiten de stad Praag) | Ja | 4,1 | 3,4 | ESF | 8 | 1.2 | 1.2.1 | 1.1.2016-31.12.2017 | Plekken op de kleuterschool: 20 | 2 |
| 4 | Centrum voor kinderopvang voor kleuters #2(b)(oproep Steun voor de oprichting en werking van dagopvangdiensten voor kleuters voor bedrijven en het publiek buiten de stad Praag) | Ja | 4,9 | 4,2 | ESF | 8 | 1.2 | 1.2.1 | 1.1.2016- loopt nog | Plekken op de kleuterschool: 20 Aantal personen dat gebruikmaakt van kinderopvangfaciliteiten: 30 |
2 |
| 5 | Steun voor geselecteerde sociale diensten (asielonderkomens, dagcentra, enz.) in één regio | Ja | 411,8 | 350 | ESF | 9 | 2.1 | 2.1.1 | 1.1.2016- loopt nog | Daadwerkelijk gerealiseerd: Nog niet van toepassing, project in opstartfase | 3 |
| Tsjechische Republiek – OP Ondernemerschap en innovatie voor concurrentievermogen (OPEIC) 2014CZ16RFOP001 (bedragen in miljoen CZK) | |||||||||||
| 6 | Steun voor uitvoer voor de bedrijven | Ja | 1,2 | 0,6 | EFRO | 3 | 2.1 | 3b SD 2.2 |
3.7.2015-10.5.2016 | Aantal deelnemers aan exposities en beurzen in het buitenland: 3 (maar hetzelfde bedrijf): één bedrijf ondersteund Eerder ontvangen subsidies: 12 projecten OPPI 265,2 miljoen CZK, 4 beurssubsidies 53 miljoen CZK |
4 |
| 7 | Deelname aan handelsbeurzen in het buitenland in 2016 | Ja | 3,3 | 1,6 | EFRO | 3 | 2.1 | 3 b SD 2.2 |
9.9.2015-21.12.2016 | Aantal deelnemers aan exposities en beurzen in het buitenland: 3 (maar hetzelfde bedrijf): één bedrijf ondersteund Eerder ontvangen subsidies: 8 projecten uit OPPI 117,3 miljoen CZK 1 OPLZZ 5.3 miljoen CZK |
4 |
| Tsjechische Republiek – OP Ondernemerschap en innovatie voor concurrentievermogen (OPEIC) 2014CZ16RFOP001 (bedragen in miljoen CZK) | |||||||||||
| 8 | Bouw van een productiehal voor de afdeling houtbewerking | Ja | 8,6 | 3,8 | EFRO | 3 | 2.1 | 3 c SD 2.2 |
1.11.2015-25.1.2016 | Revitalisering van het terrein van het bedrijf (844 m2) Aantal bedrijven dat de gerevitaliseerde infrastructuur gebruikt: 1 Eerder ontvangen subsidies: 7,2 miljoen CZK |
5 |
| 9 | Reconstructie van een gebouw | Ja | 21,2 | 7,4 | EFRO | 3 | 2.1 | 3 c SD 2.2 |
7.9.2015-6.9.2016 | Revitalisering van het terrein van het bedrijf (2721 m2) Aantal bedrijven dat de gerevitaliseerde infrastructuur gebruikt: 1 Eerder ontvangen subsidies: OPPI 12 projecten 123,7 miljoen CZK, OPLZZ-project 2,2 miljoen CZK |
5 |
| Frankrijk – EFRO-/ESF-OP Lorraine et Vosges – 2014FR16M0OP015 | |||||||||||
| 10 | Overname van een drukkerij (vanwege pensionering van de vorige eigenaar) | Nee | 2 | 0,04 | EFRO | 3 | 2 | 2.3A | 18.9.2014-12.10.2015 | Aantal ondernemingen dat steun ontvangt: 1 Banen: + 2 |
6 |
| 11 | Aanwerving van apparatuur voor productie (bijv. pers van 140 ton met systeem voor dubbele inspuit) | Nee | 0,6 | 0,05 | EFRO | 3 | 2 | 2.3A | 1.1.2014-31.12.2016 | Aantal ondernemingen dat steun ontvangt: 1 Banen: + 2 |
6 |
| 12 | Investeringen voor de ontwikkeling van een skioord | Nee | 6,7 | 1,1 | EFRO | 3 | 9 | 9.3A | 1.1.2015-31.12.2016 | Aantal ondernemingen dat steun ontvangt: 1 Aantal ondernemingen dat subsidie ontvangt: 1 |
7 |
| 13 | Aanwerving van apparatuur voor de productie (hydraulische gereedschappen) | Nee | 1,6 | 0,02 | EFRO | 3 | 2 | 2.3A | 2.7.2014-31.2.2016 | Aantal ondernemingen dat steun ontvangt: 1 Aantal ondernemingen dat subsidie ontvangt: 1 Banen: + 6 |
6 |
| Frankrijk – Nationaal ESF-OP (PON FSE) – 2014FR05SFOP001 | |||||||||||
| 14 | Steun voor personen met een minimuminkomen in het departement | Ja | 10,7 | 5,3 | ESF | 3 | 9 | 1.1 | 1.1.2014-31.12.2016 | Aantal verwachte deelnemers: 6 360 per jaar of 19 080 in totaal | 8 |
| 15 | Begeleiden/ondersteunen van personen in een integratieproces, met inbegrip van het leren van de Franse taal | Ja | 2 | 1 | ESF | 3 | 9 | 1.1 | 1.1.2014-31.12.2016 | Aantal deelnemers aan de actie (2014-2016): 657 Positieve uitkomst binnen 3 maanden na de deelname aan het project: 40 % |
9 |
| Frankrijk – Nationaal ESF-OP (PON FSE) – 2014FR05SFOP001 | |||||||||||
| 16 | Beroepsopleiding voor werknemers in de bouwsector (Parijs en een aangrenzende regio) | Ja | 9,5 | 4,8 | ESF | 2 | 8 | 5,3 | 1.1.2014-31.12.2015 | Aantal deelnemers aan de actie (2014-2016): 2 464 | 10 |
| 17 | Professionalisering van netwerken met betrekking tot de opzet van activiteiten | Ja | 5,2 | 2,6 | ESF | 1 | 8 | 3.2 | 1.1.2014-31.12.2016 | Geen deelnemers | 11 |
| 18 | Opleidingsactiviteiten voor werklozen | Ja | 80 | 30,7 | ESF | 2 | 8 | 5.4 | 1.1.2014-31.12.2016 | Aantal deelnemers aan de opleiding: 21 860 (doel: 22 734) | 12 |
| Italië – ESF-OP Piemonte – 2014IT05SFOP013 | |||||||||||
| 19 | Opleidingen ter ondersteuning van integratie op de arbeidsmarkt (technische e-handel) | Ja | 0,69 | 0,69 | ESF | 8 | 1 | 8.x | 1.10.2015-15.6.2016 | Cursus technische e-handel (600 uur) | 13 |
| 20 | Opleidingen ter ondersteuning van integratie op de arbeidsmarkt (kapper) | Ja | 0,69 | 0,69 | ESF | 8 | 1 | 8.x | 1.10.2015-15.6.2016 | Kapperscursus (600 uur) | 13 |
| 21 | Beroepsopleiding ter ondersteuning van verplicht onderwijs (timmerman) | Ja | 0,99 | 0,99 | ESF | 8 | 2 | 8.x | 1.10.2015-15.6.2016 | Cursus timmerman (1 050 uur) | 14 |
| 22 | Beroepsopleiding ter ondersteuning van verplicht onderwijs (agro-voedselverwerking) | Ja | 0,99 | 0,99 | ESF | 8 | 2 | 8.x | 1.10.2015-15.6.2016 | Cursus agro-voedselverwerking (1 050 uur) | 14 |
| Italië – EFRO-/ESF-OP Puglia – 2014IT16M2OP002 | |||||||||||
| 23 | Verwerving van 10 nieuwe bussen voor passagiersvervoer | Ja | 4,12 | 1,41 | EFRO | 3 | 3 | 3a | 5.5.2015-31.12.2015 | Geen | 15 |
| 24 | Verwerving van apparatuur voor productie van glutenvrije pasta | Ja | 2,7 | 0,8 | EFRO | 3 | 3 | 3a | 16.6.2015-31.12.2015 | - Omzet in 2017 - Toename 4 werkeenheden |
15 |
| Italië – EFRO-/ESF-OP Puglia – 2014IT16M2OP002 | |||||||||||
| 25 | Herstructurering en aanpassing (gebouw) van een bestaande school om er een crèche van te maken | Ja | 0,5 | 0,44 | EFRO | 9 | 9 | 9a | 1.1.2016-31.12.2016 | 57 nieuwe plekken in de crèche gecreëerd | 16 |
| 26 | Herstructurering en aanpassing (gebouw) van een bestaande school om hier een crèche van te maken | Ja | 0,35 | 0,31 | EFRO | 9 | 9 | 9a | 1.1.2016-31.12.2016 | 42 nieuwe plekken in de crèche gecreëerd | 16 |
| Finland – OP Duurzame groei en werk – het structuurfondsenprogramma van Finland – 2014FI16M2OP001 | |||||||||||
| 27 | Investering in een lijn voor poedercoating, een lijn voor akoestische muurelementen en een staalbuigmachine. Productie gereorganiseerd volgens LEAN | Ja | 0,85 | 0,32 | EFRO | 3 | 1 | 3d 2.1 | 16.2.2015-30.6.2016 | Omzet: + 0,3 miljoen EUR, + 10 % van huidige omzet Rechtstreekse uitvoer: + 0,07 miljoen EUR, + 100 % van huidige niveau Banen: + 2 (waarvan 0 voor vrouwen) Overige: aanzienlijke energiebesparingen per geproduceerde eenheid, ten minste 10 % van het energieverbruik |
17 |
| 28 | Investering voor ontwikkeling van een lijn voor betonproductie, de interne reorganisatie van de logistiek en de ontwikkeling van een nieuwe reeks producten | Ja | 2,45 | 0,619 | EFRO | 3 | 1 | 3d 2.1 | 2.3.2015-30.9.2016 | Direct na afronding: Omzet: + 0.41 miljoen EUR Banen: + 1 Twee jaar na afronding (nog niet bekend): Omzet: + 2,5 miljoen EUR, + 20 % van huidige omzet Banen: + 7 Project draagt bij tot koolstofarme economie |
17 |
| 29 | Ontwikkeling en bevestiging van het dienstenmodel dat in één stad wordt gebruikt door de arbeidsdienst voor jongvolwassenen met een geschiedenis van drugs- of alcoholmisbruik om hen aan te moedigen hun leven te normaliseren, zodat zij een baan kunnen zoeken | Ja | 0,24 | 0,17 | ESF | 9 | 5 | 8i | 2.1.2015-31.12.2016 | Begunstigden: 39 personen (doel: 80 personen) | 18 |
| Finland – OP Duurzame groei en werk – het structuurfondsenprogramma van Finland – 2014FI16M2OP001 | |||||||||||
| 30 | Opleidingen aanbieden voor personen met onregelmatige arbeid om hun kansen op het vinden van een baan en hun banenaanbod te verbeteren (sociale economie) | Ja | 0,31 | 0,22 | ESF | 8 | 3 | 9i | 1.1.2015-31.12.2016 | Begunstigden: 82 personen (doel: 100 personen) | 18 |
| 31 | Ontwikkeling van gebruikersinterfacesoftware voor een medische echograaf | Ja | 0,34 | 0,17 | EFRO | 3 | 1 | 3a 1.1 | 30.1.2015-30.4.2016 | Bij afronding project / schatting 2 jaar na afronding: Omzet: + 0,25 miljoen EUR + 100 % / + 10 miljoen EUR + 100 % Rechtstreekse uitvoer: + 0,25 miljoen EUR + 100 % / + 9,8 miljoen EUR + 100 % Banen: + 3/15 (waaronder 0/5 voor vrouwen) (doel: 35) Banen in O&O: + 3/10 (waaronder 0/3 voor vrouwen) Overige immateriële rechten 0/3 (doel: 4) |
17 |
| 32 | Ontwikkeling van een nieuwe coatinglijn voor houten bekledingsproducten | Ja | 1,4 | 0,56 | EFRO | 3 | 1 | 3d 2.1 | 27.1.2015-27.1.2017 | Bij afronding project / schatting 2 jaar na afronding: Omzet: + 1 miljoen EUR + 12 % / + 2 miljoen EUR + 24 % (doel: 3 miljoen EUR) Rechtstreekse uitvoer: n.v.t. / + 0,3 miljoen EUR + 33 % (doel: 1 miljoen EUR) Banen: + 3/+ 6 waaronder + 1/+ 2 voor vrouwen (doel: 2) |
17 |
| Finland – OP Duurzame groei en werk – het structuurfondsenprogramma van Finland – 2014FI16M2OP001 | |||||||||||
| 33 | Uitbreiding van een fabriek voor de ontwikkeling van productie- en logistieke operaties | Ja | 1,17 | 0,35 | EFRO | 3 | 1 | 3d 2.1 | 1.6.2014-31.12.2014 | Bij afronding project / schatting 2 jaar na afronding: Omzet: + 10 miljoen EUR + 150 % (doel: 11 miljoen EUR) / + 35 miljoen EUR + 350 % Rechtstreekse uitvoer: + 9 miljoen EUR + 643 % (doel: 0,9 miljoen EUR) / + 26 miljoen EUR + 999 % Banen: + 10/+ 50 waaronder + 3/+ 5 voor vrouwen (doel: 50) O&O-banen: + 2/+ 2 waaronder + 0/+ 1 voor vrouwen (doel: 4) Overige immateriële rechten 1/3 Project draagt bij tot koolstofarme economie |
17 |
| 34 | Uitbreiding van het machinepark voor moderne technologie voor de productie van pijp- en staalstructuren en reorganisatie van de lay-out van de productielocatie | Ja | 1,43 | 0,5 | EFRO | 3 | 1 | 3d 2.1 | 13.2.2015-31.12.2016 | Bij afronding project / schatting 2 jaar na afronding: Omzet: 0/+ 1.4 miljoen EUR + 34 % Rechtstreekse uitvoer: 0/+ 0,46 miljoen EUR + 136 % (doel: 0,75 miljoen EUR) Banen: + 5/+ 8 waaronder 0/0 voor vrouwen Overig: energiebesparingen n.v.t./1 MWh per jaar |
17 |
NB: (a) TD: thematische doelstelling. (b) PA: prioritaire as. (c) IP: investeringsprioriteit en SD: specifieke doelstelling.
Bijlage II
Thematische doelstellingen
| Nummer | Omschrijving |
|---|---|
| 1 | Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie |
| 2 | Verbetering van de toegang tot en het gebruik en de kwaliteit van informatie- en communicatietechnologieën |
| 3 | Verbetering van het concurrentievermogen van kmo's |
| 4 | Ondersteuning van de overgang naar een koolstofarme economie in alle sectoren |
| 5 | Bevorderen van de aanpassing aan klimaatverandering en risicopreventie en risicobeheer |
| 6 | Behoud en bescherming van het milieu en bevordering van een efficiënt gebruik van hulpbronnen |
| 7 | Bevordering van duurzaam vervoer en opheffing van knelpunten in centrale netwerkinfrastructuren |
| 8 | Bevordering van duurzame en kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit |
| 9 | Bevordering van sociale inclusie en bestrijding van armoede en discriminatie |
| 10 | Investering in onderwijs, opleiding en beroepsopleiding voor vaardigheden en een leven lang leren |
| 11 | Vergroting van de institutionele capaciteit van overheidsinstanties en belanghebbenden en doelmatig openbaar bestuur |
Bron: Artikel 9 en bijlage XI, deel I, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
Bijlage III
Lijst van in het kader van deze controle onderzochte selectieprocedures
| Nr. | Naam/ identificatienummer | Opmerkingen | Fonds | TD (a) | PA/IP/SD (b) | Soort selectieprocedure (c) | Concurrerend | Wie het eerst komt, het eerst maalt | Gecontroleerde projecten (zie bijlage II) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tsjechische Republiek, OPE | |||||||||
| 1 | Instrumenten voor een actief arbeidsmarktbeleid (nr. 03_15_001) |
Selectie van maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid van ondersteunde personen, en met name oudere personen, laaggekwalificeerde personen en kansarme personen In de partnerschapsovereenkomst werd de begunstigde (het arbeidsbureau van de Tsjechische Republiek) bepaald |
ESF | 8 | 1.1.1 | Onderhandse gunning 29.7.2015-30.4.2016 |
N.v.t. | 1 | |
| 2 | Kinderopvang buiten Praag (nr. 03_15_035) |
Om de verschillen tussen de situaties van vrouwen en mannen te beperken Steun voor de oprichting en werking van dagopvangdiensten voor kleuters voor bedrijven en het publiek buiten Praag (kinderopvang) |
ESF | 8 | 1.2.1 | Tijdelijke oproep tot het indienen van projecten: 11.11.2015-8.1.2016 | JA | 2, 3, 4 | |
| 3 | Sociale diensten (nr. 03_15_005) |
2.1.1 - Om de inzetbaarheid te verbeteren van personen die het risico lopen op sociale uitsluiting of sociaal uitgesloten personen op de arbeidsmarkt, en 2.1.2 - Ontwikkeling van de sector sociale economie Steun voor geselecteerde sociale diensten in verband met de regionale ontwikkelingsplannen voor sociale diensten op de middellange termijn (sociale diensten) De begunstigden (alle Tsjechische regio's) en de toewijzing per regio werden in de partnerschapsovereenkomst vastgesteld |
ESF | 9 | 2.1.1 2.1.2 |
Onderhandse gunning gestart: 26.6.2015 Aanvragen geaccepteerd tussen: 20.7.2015-13.12.2019 |
N.v.t. | 5 | |
| Tsjechische Republiek, OPEIC | |||||||||
| 4 | Marketing I | Doelstelling SD 2.2: Bevorderen van de internationalisering van kmo's - diensten voor kmo's gericht op internationaal concurrentievermogen waardoor toegang tot buitenlandse markten kan worden verkregen; - geavanceerde adviesverlening door deskundigen op internationale markten en advies voor strategisch beheer en innovatiebeheer, met inbegrip van begeleiding en coaching; - diensten ter ondersteuning van het netwerken van kmo's ten aanzien van internationale samenwerking op het gebied van onderzoek (Horizon 2020, Cosme). |
EFRO | 3 | PA2, SD 2.2 | Tijdelijke oproep 2.6.2015-30.11.2015 |
JA, op voorwaarde dat aanvragen ten minste 60 van de 100 punten behalen | 6, 7 | |
| 5 | Onroerend goed I | Doelstelling SD 2.3: Het gebruik van de infrastructuur voor ondernemers doen toenemen - modernisering van productiefaciliteiten en reconstructie van bestaande verouderde infrastructuur, en - reconstructie van brownfields (exclusief kosten voor wegnemen ecologische lasten) en de omvorming hiervan tot moderne bedrijfsruimten en gerenoveerde terreinen. |
EFRO | 3 | PA2, SD 2.3 | Tijdelijke oproep in twee fasen: 1.6. 2015 tot 31.8.2015 Alleen in aanmerking komende aanvragen: 1.12.2015 tot 31.1.2016 |
JA, op voorwaarde dat aanvragen ten minste 60 van de 100 punten behalen | 8, 9 | |
| Frankrijk – OP Lorraine et Vosges | |||||||||
| 6 | Ondernemerschap en ondernemingen | Doelstelling: Projecten selecteren met het oog op de ondersteuning van investeringen in kmo's, in alle stadia van hun ontwikkeling, om te zorgen voor duurzame werkgelegenheid en toegevoegde waarde | EFRO | 3 | PA 2 – SD 2.3.A | Permanente oproep 1 jaar, roulerend |
JA, mits aan de criteria is voldaan | 10, 11, 13 | |
| 7 | Economische en toeristische ontwikkeling van het massief | Doelstelling: het aantal toeristen in de regio Vogezen doen toenemen | EFRO | 3 | PA 9 – SD 9.3.A | Permanente oproep, 1 jaar, roulerend |
JA, mits aan de criteria is voldaan | 12 | |
| Frankrijk – PON FSE | |||||||||
| 8 | Oproep tot het indienen van projecten | Oproep uitgeschreven door de intermediaire instantie | ESF | 9 | PA3 – 3.9.1.1 | Tijdelijke oproep 16.12.2014-31.3.2015 | JA, mits aan de criteria is voldaan | 14 | |
| 9 | Oproep tot het indienen van projecten – AAP interne 2014-2017 | Oproep uitgeschreven door de intermediaire instantie | ESF | 9 | PA3 – 3.9.1.1 | Tijdelijke oproep 9.6.2015-30.7.2015 |
JA, mits aan de criteria is voldaan | 15 | |
| 10 | Oproep tot het indienen van projecten – 2014IDF-AXE2-01 | Oproep uitgeschreven door de gedelegeerde beheersautoriteit | ESF | 8 | PA2 – 2.8.5.3 | Tijdelijke oproep 11.8.2014-17.11.2014 |
JA, mits aan de criteria is voldaan | 16 | |
| 11 | Oproep tot het indienen van projecten | Oproep uitgeschreven door de intermediaire instantie | ESF | 8 | PA1 – 1.8.3.2 | Permanente oproep, roulerend 1.1.2014-31.12.2016 |
JA, mits aan de criteria is voldaan | 17 | |
| 12 | Oproep tot het indienen van projecten – CSP 2014/15 | Oproep uitgeschreven door de beheersautoriteit | ESF | 8 | PA2 – 2.8.5.4 | Onderhandse gunning, roulerend 1.1.2014-31.12.2017 |
JA, mits aan de criteria is voldaan | 18 | |
| Italië –OP Piemonte | |||||||||
| 13 | “Mercato del Lavoro” in de regio Piemonte (met uitzondering van de provincie Turijn) | Opleidingen selecteren om de toegang tot de arbeidsmarkt te versnellen van voornamelijk werkloze jongeren en volwassenen (19-25 jaar, soms ouder) die laagopgeleid zijn en zijn blootgesteld aan een reeks factoren waardoor zij een groter risico lopen op langdurige werkloosheid (Formazione professionale finalizzata alla lotta contro la disoccupazione) Oproep beheerd door de beheersautoriteit |
ESF | 8 | PA1 SD: 1.8.i.1.3 |
Tijdelijke oproep 10.7.2015-29.7.2015 |
JA, score en ranglijst | 19, 20 | |
| 14 | “Obbligo d’Istruzione” CMT 2015/2016 in de provincie Turijn | Selecteren van cursussen om jongeren met integratieproblemen die zijn uitgesloten van normaal schoolonderwijs of het schoolonderwijs/verplicht onderwijs/opleiding voortijdig hebben verlaten, in staat te stellen hun recht uit te oefenen/verplichting na te komen om 10 jaar onderwijs of een opleiding te volgen | ESF | 8 | PA1 SD: 1.8ii.2.4 |
NB: Deze oproep was geen selectieprocedure als zodanig, maar bestond in de verlenging van de contracten voor begunstigden die eerder in het kader van een vergelijkbare oproep in 2011/2012 waren geselecteerd. Met het oog op eenvoudigheid en tijdsbesparing besloot de BA dezelfde opleidingsactiviteit te herhalen voor de periode 2015-2018 | 21, 22 | ||
| Italië –OP Puglia | |||||||||
| 15 | D.D. Nr. 2487 van 22.12.2014 | Doelstelling: het creëren van nieuwe productie-eenheden vergemakkelijken; bestaande productie-eenheden uitbreiden; de productie diversificeren met nieuwe, aanvullende producten; fundamentele wijziging van het algehele productieproces van een bestaande eenheid | EFRO | 3 | PA3 – 3.6 | Permanente oproep | JA, mits aan de criteria is voldaan | 23, 24 | |
| 16 | DD 367 van 6.8.2015 | Om projecten te selecteren gericht op de verbetering en opwaardering van het netwerk van faciliteiten voor sociale zekerheid, onderwijs en gezondheid in de hele regio Puglia. Het doel is de tekortkomingen te verhelpen bij de verlening van sociale diensten aan personen, gezinnen en gemeenschappen in de regio, door middel van cofinanciering van sociale investeringsplannen of structurele maatregelen op het gebied van sociale diensten, gezondheidszorg of onderwijs. In aanmerking komende begunstigden zijn bijv. openbare instellingen (voornamelijk gemeenten) en particuliere instanties die sociale diensten verlenen die voorheen openbare instellingen voor welzijn en liefdadigheid of andere openbare nutsvoorzieningen waren (bijv. lokale gezondheidsdiensten, kamer van koophandel) | EFRO | 9 | 9.10 en 9.11 | Permanente oproep | JA, mits aanvragen ten minste 70 van de 100 punten behaalden | 25, 26 | |
| Finland – OP Structuurfondsen | |||||||||
| 17 | Regeling voor de ontwikkeling en ondersteuning van ondernemingen | Aanvullende EFRO-steunregeling die in vier centra voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu wordt uitgevoerd | EFRO | 3 | 3/alle, discretionaire nadruk op regionale doelgerichte maatregelen | Permanent, geldig voor het gehele MFK 2014-2020 Jaarlijkse nationale begrotingstoewijzing | JA, mits aanvragen de vereiste minimumscore behalen | 27, 28, 31, 32, 33, 34 | |
| 18 | Centrum voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu van Zuid-Savo, Mikkeli (Finland) | EFRO: nadruk op intelligente specialisatie ESF: nadruk op steun voor jongerenmaatregelen en integratie van actoren en versterkte samenwerking |
ESF EFRO | 3 8 9 |
EFRO – PA2 ESF – PA3 ESF – PA4 ESF – PA5 |
Tijdelijke oproep: 8.12.2014-16.2.2015 |
JA, mits aanvragen de vereiste minimumscore behalen | 29, 30 | |
| 19 | Centrum voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu, Noord-Ostrobothnia, Oulu | ESF EFRO | alle | Alle PA/IP/SD | Tijdelijke oproep: 5.5.2014-29.8.2014 |
JA, mits aanvragen de vereiste minimumscore behalen | N.v.t. De geselecteerde projecten waren nog niet ver genoeg gevorderd en werden daarom niet gecontroleerd |
||
| Finland – OP Structuurfondsen | |||||||||
| 20 | Centrum voor economische ontwikkeling, vervoer en milieu, Noord-Ostrobothnia, Oulu | In het kader van het ESF: bijzondere nadruk op de integratie van immigranten in de samenleving In het kader van het EFRO: nadruk op het milieu en natuurlijke hulpbronnen, en met name de bio-kringloopeconomie en energie- en hulpbronnenefficiëntie en op acties/projecten in verband met onderzoek en ontwikkeling |
ESF EFRO | 3 8 9 |
EFRO – PA1 EFRO – PA2 ESF – PA3 ESF – PA4 ESF – PA5 |
Tijdelijke oproep: ESF: 12.12.2015–5.2.2016 EFRO: 12.12.2015–12.2.2016 |
JA, mits aanvragen de vereiste minimumscore behalen | ||
NB:
(a) TD: thematische doelstelling.
(b) PA: prioritaire as, IP: investeringsprioriteit, SD: specifieke doelstelling.
(c) Soort selectieprocedures:
Tijdelijke oproepen: oproepen met een duur van minder dan 12 maanden, normaal gesproken een paar weken tot een paar maanden.
Permanente oproepen: oproepen met een duur van meer dan 12 maanden, soms de volledige duur van de programmeringsperiode.
Onderhandse gunningen: deze hebben betrekking op het toewijzen van middelen aan een organisatie, doorgaans een openbare instantie, die de middelen vervolgens verdeeld onder externe begunstigden.
Bron: Documentatie van de selectieprocedures.
Bijlage IV
Lijst van in het kader van deze controle onderzochte OP's
| EFRO | ESF | Totaal EU-middelen | Overige middelen | Totaal EU- + overige middelen | Bestreken TD's | Datum goedkeuring partnerschapsovereenkomst | Datum goedkeuring OP door Commissie | Meest recente versie en datum goedkeuring | Aanwijzing van nationale autoriteiten door Commissie/lidstaat | Beheersautoriteit (BA) Indien van toepassing: Intermediaire instantie (II) of gedelegeerde beheersautoriteit (GBA) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Bedragen in miljoen euro, met uitzondering van CZ | ||||||||||
| Tsjechische Republiek – OP Werkgelegenheid (OPE) – 2014CZ05M9OP001 (bedragen in miljoen CZK) | ||||||||||
| N.v.t. | 2 119 | 2 119 | 450 | 2 569 | 8,9,11 | 13.4.2014 | 6.5.2015 | 21.7.2017 | Commissie: 16.9.2016 Lidstaat: 13.9.2016 |
BA: Ministerie van Arbeid en Sociale Zaken Geen II |
| Tsjechische Republiek– OP Ondernemerschap en innovatie voor concurrentievermogen (OPEIC) – 2014CZ16RFOP001 (bedragen in miljoen CZK) | ||||||||||
| 4 331 | N.v.t. | 4 331 | 3 611 | 7 942 | 1,2,3,4,7 | 13.4.2014 | 29.4.2015 | 1.9.2017 | Commissie: 13.3.2017 Lidstaat: 13.3.2017 |
BA: Ministerie van Industrie en Handel II: Agentschap voor Ondernemerschap en Innovatie |
| Frankrijk – EFRO-/ESF-OP Lorraine et Vosges – 2014FR16M0OP015 | ||||||||||
| 337 | 72 | 409 | 279 | 688 | 1,2,3,4,5,6,9,10 | 8.8.2014 | 11.12.2014 | N.v.t. | Commissie: 13.1.2017 Lidstaat: 21.12.2016 |
BA (sinds 1 januari 2016): L’autorité régionale pour la nouvelle région Grand Est |
| Frankrijk – Nationaal ESF-OP voor werkgelegenheid en sociale inclusie (PON FSE) – 2014FR05SFOP001 | ||||||||||
| N.v.t. | 2 894 | 2 894 | 2 577 | 5 471 | 8,9,10,11 | 8.8.2014 | 10.10.2014 | N.v.t. | Commissie: 12.1.2017 Lidstaat: 21.10.2016 |
BA: Ministère du travail, de l’emploi, de la formation professionnelle et du dialogue social 13 GBA's Meerdere II's waaronder: Conseil départemental de la Seine-Saint-Denis, Conseil départemental du Val-de-Marne, Association France active, Fonds paritaire de la sécurisation des parcours professionnels |
| Italië – ESF-OP Piemonte – 2014IT05SFOP013 | ||||||||||
| N.v.t. | 436 | 436 | 436 | 872 | 8,9,10,11 | 29.10.2014 | 11.7.2017 | 12.12.2014 | Commissie: 8.9.2017 Lidstaat: 24.10.2016 |
BA: Regio Piemonte (eenheid Sociale Samenhang) II: Citta Metropolitana Torino |
| Italië – OP PUGLIA – 2014IT16M2OP002 | ||||||||||
| 1 394 | 386 | 1 780 | 1 780 | 3 560 | 1,2,3,4,5,6,7,8,9,10, 11,12 | 29.10.2014 | 17.7.2014 | 13.8.2015 | Commissie: 21.2.2018 Lidstaat: 18.7.2017 |
BA: Regio Puglia (eenheid Servizio Attuazione del programma) II: Puglia Sviluppo |
| Finland – OP Duurzame groei en werk – 2014FI16M2OP001 | ||||||||||
| 766 | 513 | 1 279 | 1 279 | 2 558 | 1,3,4,8,9, 10 | 7.10.2014 | 11.12.2014 | 24.5.2016 | Commissie: 20.12.2016 Lidstaat: 24.11.2016 |
BA: De afdeling Ondernemingen en Regionale Ontwikkeling van het Ministerie van Economische Zaken en Werkgelegenheid II: ELY-centra in Mikkeli en Oulu |
Bijlage V
Prioritaire as, investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen waarmee de in bijlage I opgenomen geselecteerde projecten verband houden
| Prioritaire as | Thematische doelstelling | Investeringsprioriteit | Specifieke doelstelling |
|---|---|---|---|
| Tsjechische Republiek – OPE | |||
| PA1 | 8 | 8i – Toegang tot werkgelegenheid voor werkzoekenden en niet-actieven, met inbegrip van langdurig werklozen en personen die ver van de arbeidsmarkt af staan, ook door middel van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit van werknemers | 1.1 – Bevordering van de werkgelegenheid van ondersteunde personen, en met name oudere personen, laaggekwalificeerde personen en kansarme personen |
| 8iv – Gelijkheid van vrouwen en mannen op alle gebieden, waaronder toegang tot arbeid en loopbaanontwikkeling, het verenigen van werk en privéleven en het bevorderen van gelijke beloning voor gelijk werk | 1.2 – Beperking van de verschillen tussen de situaties van vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt | ||
| PA2 | 9 | 9i – Actieve inclusie, mede met het oog op bevordering van gelijke kansen en actieve participatie, en het verbeteren van de inzetbaarheid | 2.1 – Verbetering van de integratie in de samenleving en op de arbeidsmarkt van personen die het risico lopen op sociale uitsluiting of sociaal uitgesloten personen |
| Tsjechische Republiek – OPEIC | |||
| PA2 | 3 | 3 (b) – De ontwikkeling en de uitvoering van nieuwe bedrijfsmodellen voor kmo's, met name met het oog op internationalisering | 2.2 – Bevordering van de internationalisering van kleine en middelgrote ondernemingen |
| 3 (c) – De ondersteuning van de totstandbrenging en de uitbreiding van geavanceerde capaciteiten voor de ontwikkeling van producten en diensten | 2.3 – Bevordering van het gebruik van bedrijfsinfrastructuur | ||
| Frankrijk – OP Lorraine et Vosges | |||
| PA2 | 3 | A – Bevordering van de ondernemersgeest | Ondersteunen van investeringen in kmo's in alle stadia van hun ontwikkeling |
| PA9 | 3 | A – Bevordering van de ondernemersgeest | Doen toenemen van het toerisme in de Vogezen |
| Frankrijk – PON FSE | |||
| PA1 | 8 | 8iii – Ondersteuning van zelfstandigheid, ondernemerschap en oprichting van bedrijven, met inbegrip van innoverende micro-ondernemingen en kmo's | 2 -0 1. Versterken en delen van het dienstenaanbod binnen netwerken en/of tussen verschillende actoren, ter ondersteuning van het creëren of de overname van activiteiten en de versterking van activiteiten |
| 1 – De professionalisering van werknemers en vrijwilligers van de ondersteunende netwerken voor de oprichting van ondernemingen en ondersteunende organisaties voor het versterken van de activiteiten | |||
| PA2 | 8 | 8v – Aanpassing van werknemers, ondernemingen en ondernemers aan verandering | 3 – Maatregelen voor het voldoen aan de voorwaarden en vereisten voor een doeltreffende toegang tot opleidingen |
| PA3 | 9 | 9i – Actieve inclusie, waaronder de bevordering van gelijke rechten, de actieve participatie en een beter vermogen om te kunnen werken | 1 – a) Uitvoering van gepersonaliseerde paden waardoor de inzetbaarheid wordt vergroot, met betrekking tot verschillende obstakels die moeten worden overwonnen, in het kader van een globale aanpak |
| Italië – OP Piemonte | |||
| PA1 | 8 | 8i – Toegang tot werkgelegenheid voor werkzoekenden en niet-actieven, met inbegrip van langdurig werklozen en personen die ver van de arbeidsmarkt af staan, ook door middel van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit | ER 8.5 – Bevordering van de betreding van de arbeidsmarkt door, en de werkgelegenheid voor langdurig werklozen en diegenen die de grootste moeilijkheden ondervinden bij het vinden van werk, en steun voor personen die het risico lopen op langdurige werkloosheid |
| 8.ii – Duurzame integratie op de arbeidsmarkt van jongeren, met name jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, daaronder begrepen jongeren die gevaar lopen op sociale uitsluiting en jongeren uit gemarginaliseerde gemeenschappen, inclusief door de tenuitvoerlegging van de jongerengarantie | ER 8.1 – Bevorderen van de werkgelegenheid voor jongeren | ||
| Italië – OP Puglia | |||
| PA3 | 3 | 3.a – Bevordering van het ondernemerschap, met name door de economische exploitatie van nieuwe ideeën te vergemakkelijken en door het oprichten van nieuwe ondernemingen aan te moedigen | ER 3.5 – Bevordering van de oprichting en versterking van micro-ondernemingen en kmo's |
| PA9 | 9 | 9.a – Investeren in gezondheids- en sociale infrastructuur die bijdraagt tot ontwikkeling, minder ongelijkheden op gezondheidsgebied en een betere toegankelijkheid van diensten | ER 9.3 – Bevordering/versterking/verbetering van de kwaliteit van sociaal-pedagogische diensten en infrastructuur voor kinderen en welzijnsvoorzieningen en infrastructuur voor mensen met een beperkte autonomie en het verbeteren van het infrastructuurnetwerk en lokale gezondheids- en welzijnsdiensten |
| Finland – OP Duurzame groei en werk | |||
| PA1 | 3 | 3a – Bevordering van het ondernemerschap, met name door de economische exploitatie van nieuwe ideeën te vergemakkelijken en door het oprichten van nieuwe bedrijven aan te moedigen, eveneens via starterscentra | 1.1 – Creëren van nieuwe zakelijke activiteiten |
| PA1 | 3 | 3d – Ondersteuning van kmo's zodat zij deel kunnen uitmaken van de groei op de plaatselijke, nationale en internationale markten en innovatieprocessen | 2.1 – Bevordering van de groei en uitbreiding in het buitenland van kmo's |
| PA3 | 8 | 8i – Toegang tot werkgelegenheid voor werkzoekenden en niet-actieven, met inbegrip van langdurig werklozen en personen die ver van de arbeidsmarkt af staan, ook door middel van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit van werknemers | 6.1 – Bevordering van de werkgelegenheid voor jongeren en diegenen die zich in een zwakke positie bevinden op de arbeidsmarkt |
| PA5 | 9 | 9i – Actieve inclusie, mede met het oog op bevordering van gelijke kansen en actieve participatie, en het verbeteren van de inzetbaarheid | 10.1 – Verbetering van het vermogen van werklozen om te werken en te functioneren |
Bijlage VI
Output- en resultaatindicatoren van OP's voor de in bijlage V omschreven prioritaire assen, gefinancierd uit het EFRO
| Regio's | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| PA/IP/SD | Outputindicatoren | Minder ontwikkelde regio's | Overgangsregio's | Ontwikkelde regio's | Totaal | Resultaatindicatoren en bron | Overgangsregio's | Ontwikkelde regio's | Oproep | Project | ||
| Uitgangswaarde | Streefdoel voor 2023 | Uitgangswaarde | Streefdoel | |||||||||
| TSJECHISCHE REPUBLIEK – OP Ondernemerschap en innovatie voor concurrentievermogen (OPEIC) 2014CZ16RFOP001 | ||||||||||||
| PA 2 | GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt | 4 600 | 4 600 | SR: uitvoer als percentage van de totale omzet van bedrijven.(bron: MPO) | 2011: 21,3 % | 22,3 %-23,8 % |
4 | 6, 7 | ||||
| 3b.2.2 | GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt | 2 100 | 2 100 | |||||||||
| GO4: Aantal ondernemingen dat niet-financiële steun ontvangt | 3 000 | 3 000 | ||||||||||
| GO6: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (subsidies) (in miljoen CZK) | 84 | 84 | ||||||||||
| PA 2 | GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt | 695 | 695 | SR: totale oppervlakte gesaneerd gebied in ha (bron: nationale database inzake gesaneerde brownfields) | 2011: 25 875 | 25 900-26 050 |
5 | 8, 9 | ||||
| 3c.2.2 | GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt | 695 | 695 | |||||||||
| GO6: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (subsidies) (in miljoen CZK) | 335 | 335 | ||||||||||
| GO22: Totaal gesaneerd gebied in hectare | 150 | 150 | ||||||||||
| Frankrijk – OP GRAND EST FR16M0OP015 | ||||||||||||
| PA 2 | GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt | 1 100 | 1 100 | SR4: evolutie van de investeringen van industriële kmo's in de regio (bron: nationaal bureau voor de statistiek) | 2012: -8,0 % | 3,0 % |
6 |
10, 11 en 13 |
||||
| 3.A | GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt | 805 | 805 | |||||||||
| GO3: Aantal ondernemingen dat andere financiële steun dan subsidies ontvangt | 530 | 530 | ||||||||||
| GO4: Aantal ondernemingen dat niet-financiële steun ontvangt | 520 | 520 | ||||||||||
| GO8: Werkgelegenheidsgroei in ondersteunde ondernemingen | 960 | 960 | ||||||||||
| PA 9 3.A |
GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt | 46 | 33 | 79 | SR22: aantal verwachte bezoeken en skidagen in miljoenen (bronnen: Observatoires régionaux du Tourisme en Domaine skiable de France) |
2011: 1 692 | 1 861 |
2011: 1 468 | 1 614 |
7 |
12 |
|
| GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt | 34 | 24 | 58 | |||||||||
| GO4: Aantal ondernemingen dat niet-financiële steun ontvangt | 12 | 9 | 21 | |||||||||
| GO9: Toename aantal verwachte bezoeken | 11 760 | 8 240 | 20 000 | |||||||||
| ITALIË – OP PUGLIA 2014IT16M2OP002 | ||||||||||||
| PA 3 3.a |
GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt | 2 000 | SR3002: netto-omzetpercentage bedrijf (bron: ISTAT) | 2012: -0,6 % | 0,4 % |
15 & 16 | 23, 24, 25 en 26 | |||||
| GO5: Aantal startende ondernemingen dat gebruikmaakt van steun | 500 | |||||||||||
| GO8: Werkgelegenheidsgroei in ondersteunde ondernemingen | 50 | 1 | 2 | |||||||||
| FINLAND – OP Duurzame groei en werk (2014FI16M2OP001) | ||||||||||||
| PA 1 | GO1: Aantal ondernemingen dat steun ontvangt | 2 465 | 2 465 | Index voor ondernemingsdynamiek (bron: statistieken Finland) | 2010: 1 | 1.1 | 17 | 31 | ||||
| 3a | GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt | 2 455 | 2 455 | |||||||||
| GO3: Aantal ondernemingen dat andere financiële steun dan subsidies ontvangt | 10 | 10 | Kmo-locaties | 2010: 16 761 | 18 437 | |||||||
| GO5: Aantal nieuwe ondernemingen dat wordt ondersteund | 1 200 | 1 200 | ||||||||||
| GO6: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (subsidies in miljoen EUR) | 51,697 | 51,697 | ||||||||||
| GO7: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (niet-subsidies in miljoen EUR) | 10 | 10 | ||||||||||
| GO8: Werkgelegenheidsgroei in ondersteunde ondernemingen | 7 800 | 7 800 | ||||||||||
| 6: Aantal bedrijven dat nieuwe bedrijfsactiviteiten opstart na het ontvangen van financiering | 850 | 850 | ||||||||||
| 7: Aantal bedrijven met een aanzienlijke stijging van de omzet of het aantal personeelsleden | 1 010 | 1 010 | ||||||||||
| 8: Aantal bedrijven dat koolstofarme oplossingen bevordert | 615 | 615 | ||||||||||
| 10: Aantal kmo's met verbeterde toegankelijkheid als gevolg van het project (ultraperifere of noordelijke dunbevolkte regio's) | 220 | 220 | ||||||||||
| 9: Overige investeringen ter bevordering van ondernemerschap als gevolg van het project (ultraperifere of noordelijke dunbevolkte regio's - in miljoen EUR) | 13,7 | 13,7 | ||||||||||
| PA 1 3d | GO2: Aantal ondernemingen dat subsidies ontvangt GO3: Aantal ondernemingen dat andere financiële steun dan subsidies ontvangt |
3 175 20 |
3 175 20 |
Index voor ondernemingsdynamiek (bron: statistieken Finland) | 1 | 1,10 | 17 | 27, 28, 32, 33, 34 | ||||
| PA 1 3d | GO6: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (subsidies) in miljoen EUR | 337,15 | 337,15 | Groeiende bedrijven (waar ten minste 3 personen werken en de gemiddelde personeelsgroei hoger is dan 10 %) (bron: statistieken Finland) | 4 326 | 4 759 | ||||||
| GO7: Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun voor ondernemingen (niet-subsidies)in miljoen EUR | 10 | 10 | ||||||||||
| CO8: Werkgelegenheidsgroei in ondersteunde ondernemingen | 4 900 | 4 900 | ||||||||||
| Specifieke indicatoren: | ||||||||||||
| Aantal bedrijven in projecten waarvan de belangrijkste doelstelling erin bestaat de groei en internationale bedrijfsactiviteiten te bevorderen | 5 170 | 5 170 | ||||||||||
| Aantal bedrijven dat begint met uitvoer of de uitvoer uitbreidt naar een nieuwe markt | 1 330 | 1 330 | ||||||||||
| Bespaarde energie (MWh) | 460 435 | 460 435 | ||||||||||
| Bedrijven met een aanzienlijke stijging van de omzet of het aantal personeelsleden | 1 340 | 1 340 | ||||||||||
| Bedrijven die koolstofarme oplossingen bevorderen | 650 | 650 | ||||||||||
Legenda: GO: gemeenschappelijke outputindicator; GR: gemeenschappelijke resultaatindicator; SR: specifieke resultaatindicator (in het kader van het EFRO zijn alle resultaatindicatoren specifiek voor de lidstaat/het OP).
Bijlage VII
Output- en resultaatindicatoren voor de in bijlage V omschreven prioritaire assen, gefinancierd uit het ESF
| PA/IP | Outputindicatoren | M | V | Totaal | Resultaatindicatoren en bron | Uitgangswaarde | Streefdoel (2023) | Oproep | Project | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| M | V | Totaal | M | V | Totaal | ||||||||
| Tsjechische Republiek – OP Werkgelegenheid 2014CZ05M9OP001 | |||||||||||||
| PA1 1.1 |
GO06: Deelnemers jonger dan 25 jaar | 38 571 | GR01: Niet-actieve deelnemers die na hun deelname op zoek gingen naar een baan (IS ESF 2014+) | 2013: 1 210 | 3 500 | 1 | 1 | ||||||
| GO07: Deelnemers ouder dan 54 jaar | 51 429 | GR03: Deelnemers die na hun deelname een kwalificatie hebben behaald | 13 268 | 67 000 | |||||||||
| GO20: Aantal projecten dat volledig of gedeeltelijk door sociale partners of ngo's wordt uitgevoerd | 100 | GR04: Deelnemers die na hun deelname werk vinden, met inbegrip van werk als zelfstandige | 2 256 | 58 740 | |||||||||
| GR05: Deelnemers uit achtergestelde groepen die na hun deelname een baan zoeken, onderwijs/een opleiding volgen, hun kwalificatie verbeteren of al werk hebben gevonden, met inbegrip van werk als zelfstandige | 4 089 | 42 000 | |||||||||||
| Specifieke indicatoren: CESF0: Totaal aantal deelnemers |
178 000 | GR06: Deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige | 1 805 | 82 000 | |||||||||
| Werkloze deelnemers, met inbegrip van langdurig werklozen | 172 493 | GR007: Deelnemers wier positie op de arbeidsmarkt 6 maanden na hun deelname is verbeterd | 903 | 1 700 | |||||||||
| Deelnemers die het primair onderwijs (ISCED) of lager secundair onderwijs (ISCED 2) hebben afgerond | 8 900 | GR008: Deelnemers die ouder zijn dan 54 jaar en 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige | 1 292 | 12 300 | |||||||||
| Niet-actieve deelnemers | 5 687 | GR09: Kansarme deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige | 268 | 41 000 | |||||||||
| PA1 1.2 | GO20: Aantal projecten dat volledig of gedeeltelijk door sociale partners of ngo's wordt uitgevoerd | 90 | GR01: Niet-actieve deelnemers die na hun deelname op zoek gingen naar een baan (IS ESF 2014+) | 134 | 1 220 | 1 354 | 100 | 1 400 | 1 500 | 2 | 2, 3, 4 | ||
| GO21: Aantal projecten gericht op de duurzame werkgelegenheid van vrouwen en de duurzame loopbaanontwikkeling van vrouwen | 410 | GR03: Deelnemers die na hun deelname een kwalificatie hebben behaald | 49 | 440 | 489 | 50 | 450 | 500 | |||||
| GO22: Aantal projecten dat gericht is op overheidsinstanties of overheidsdiensten op nationaal, regionaal of lokaal niveau | 60 | GR04: Deelnemers die na hun deelname werk vinden, met inbegrip van werk als zelfstandige | 26 | 245 | 271 | 48 | 432 | 480 | |||||
| GO23: Aantal ondersteunde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van coöperaties en sociale ondernemingen) | 130 | GR05: Deelnemers uit achtergestelde groepen die na hun deelname een baan zoeken, onderwijs/een opleiding volgen, hun kwalificatie verbeteren of al werk hebben gevonden, met inbegrip van werk als zelfstandige | 69 | 622 | 691 | 131 | 1 184 | 1 315 | |||||
| GO35: Capaciteiten van ondersteunde faciliteiten voor kinderopvang of onderwijs | 4 000 | GR06: Deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige | 48 | 432 | 480 | 55 | 495 | 550 | |||||
| Specifieke outputindicatoren: CESF0: Totaalaantal deelnemers |
940 |
9 460 |
10 400 |
GR007: Deelnemers wier positie op de arbeidsmarkt 6 maanden na hun deelname is verbeterd | 50 | 243 | 105 | 105 | 495 | 600 | |||
| GR008: Deelnemers die ouder zijn dan 54 jaar en 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige | 4 | 34 | 38 | 5 | 45 | 50 | |||||||
| 80500: Aantal opgestelde en gepubliceerde analytische en strategische documenten (met inbegrip van evaluatiedocumenten) | 35 | GR09: Kansarme deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige | 336 | 150 | |||||||||
| Specifieke indicatoren: | |||||||||||||
| 50100: Aantal ondersteunde faciliteiten voor kinderopvang of onderwijs | 333 | 50110: Aantal personen dat gebruikmaakt van een kinderopvangfaciliteit voor kleuters | 400 | 6 000 | |||||||||
| 50105: Aantal werkgevers dat flexibele arbeidsvormen ondersteunt | 70 | 50130: Aantal personen dat gebruikmaakt van flexibele arbeidsvormen | 50 | 500 | |||||||||
| PA2 2.1 |
GO20: Aantal projecten dat volledig of gedeeltelijk door sociale partners of ngo's wordt uitgevoerd | 415 | GR01: Niet-actieve deelnemers die na hun deelname op zoek gingen naar een baan (IS ESF 2014+) | 2 527 | 3 326 | 3 | 5 | ||||||
| GO22: Aantal projecten dat gericht is op overheidsinstanties of overheidsdiensten op nationaal, regionaal of lokaal niveau | 14 | GR04: Deelnemers die na hun deelname werk vinden, met inbegrip van werk als zelfstandige | 1 010 | 1 386 | |||||||||
| GO23: Aantal ondersteunde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van coöperaties en sociale ondernemingen) | 231 | GR05: Deelnemers uit achtergestelde groepen die na hun deelname een baan zoeken, onderwijs/een opleiding volgen, hun kwalificatie verbeteren of al werk hebben gevonden, met inbegrip van werk als zelfstandige | 934 | 5 636 | |||||||||
| GR06: Deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige | 665 | 860 | |||||||||||
| Specifieke indicatoren: CESF0: Totaalaantal deelnemers |
167 244 | GR007: Deelnemers wier positie op de arbeidsmarkt 6 maanden na hun deelname is verbeterd | 3 326 | 16 724 | |||||||||
| 67001: Capaciteit van ondersteunde diensten | 32 063 | GR008: Deelnemers die ouder zijn dan 54 jaar en 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige | 143 | 138 | |||||||||
| 67101: Aantal ondersteunde ondersteunende instellingen | 5 | GR09: Kansarme deelnemers die 6 maanden na hun deelname werk hebben, met inbegrip van werk als zelfstandige | 455 | 832 | |||||||||
| 80500: Aantal opgestelde en gepubliceerde analytische en strategische documenten (met inbegrip van evaluatiedocumenten) | 18 | Specifieke indicatoren: 67010: Gebruik van ondersteunende diensten |
16 000 | 74 000 | |||||||||
| 67401: Nieuwe of geïnnoveerde sociale diensten in verband met huisvesting | 247 | 67110: Aantal ondersteunende instellingen dat zelfs na het einde van de steun actief is | 2 | 5 | |||||||||
| 10210: Aantal dankzij de steun opgerichte sociale ondernemingen | 138 | 62910: Aantal deelnemers met werk, met inbegrip van werk als zelfstandige, 12 maanden na afloop | 333 | 430 | |||||||||
| 67300: Aantal deelnemers dat advies heeft ontvangen over maatschappelijk verantwoord ondernemen | 80 | 67310: Voormalige deelnemers van projecten ten aanzien van wie maatregelen in de vorm van sociaal werk hun vruchten hebben afgeworpen, met inbegrip van zelfstandigen |
27 914 | 62 558 | |||||||||
| 10211: Aantal dankzij de steun opgerichte sociale ondernemingen dat zelfs na beëindiging van de steun actief is | 100 | 92 | |||||||||||
| FRANKRIJK – NATIONAAL ESF-OP 2014FR05SFOP001 | |||||||||||||
| PA3 9i |
GO01: Werklozen, onder wie langdurig werklozen | 1 400 000 | GR02: Deelnemers die na hun deelname bezig zijn een kwalificatie te behalen | 91 322 | 180 000 | 8 & 9 | 14 & 15 | ||||||
| GO03: Niet-actieve deelnemers | 675 000 | ||||||||||||
| GR03: Deelnemers die na hun deelname een kwalificatie hebben behaald | 25 961 | 52 500 | |||||||||||
| Specifieke indicatoren: 9i3: Aantal vrouwen |
1 000 000 | GR04: Deelnemers die na hun deelname werk vinden, met inbegrip van werk als zelfstandige | 281 063 | 575 000 | |||||||||
| 9i4: Aantal deelnemers uit prioritaire districten van het stadsbeleid | 230 000 | ||||||||||||
| 9i5: Aantal projecten gericht op het coördineren en faciliteren van het aanbod in verband met sociale inclusie | Specifieke indicatoren: R91.4: Aantal uitgevoerde acties voor coördinatie en facilitering |
||||||||||||
| 9i7: Aantal projecten gericht op het mobiliseren van werkgevers uit de commerciële en niet-commerciële sectoren | R91.6: Aantal organisaties met maatschappelijk nut en werkgevers die steun hebben ontvangen | ||||||||||||
| PA 1 8iii |
Specifieke indicatoren: 8iii1: Aantal ondernemers of kopers dat steun heeft ontvangen |
340 400 | Specifieke indicatoren (geen gemeenschappelijke indicatoren voor deze specifieke doelstelling), de waarden voor verschillende categorieën regio's worden opgeteld: R83.1: Aantal opgerichte bedrijven |
90 000 |
11 | 17 | |||||||
| 8iii2: Aantal vrouwelijke ondernemers dat steun heeft ontvangen | 129 200 | R83.2: Aantal in prioritaire wijken van het stadsbeleid opgerichte bedrijven | 9 000 | ||||||||||
| 8iii3: Aantal ondernemers uit prioritaire wijken van het stadsbeleid dat steun heeft ontvangen | 34 000 | R83.3: Aantal tot stand gebrachte delingsactiviteiten | |||||||||||
| R83.4: Aantal door vrouwen opgerichte ondernemingen | 36 000 | ||||||||||||
| ITALIË – OP PIEMONTE 2014IT05SFOP013 | |||||||||||||
| PA 1 1.8i | GO01: Werklozen, onder wie langdurig werklozen | 9 900 | 10 600 | 20 500 | GR06: Kansarme deelnemers die 6 maanden na de deelname aan de opleiding aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige | 34 | 36 | 35 | 45 | 45 | 45 | 13 | 19 & 20 |
| GO23: Aantal ondersteunde micro-ondernemingen en kmo's | 2 700 | ||||||||||||
| PA 1 1.8i | GO01: Werklozen, onder wie langdurig werklozen | ||||||||||||
| GO23: Aantal ondersteunde micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (met inbegrip van coöperaties en sociale ondernemingen) | |||||||||||||
| PA 1 1.8ii | GO01: Werklozen, onder wie langdurig werklozen | 8 500 | 8 500 | 17 000 | GR06: Kansarme deelnemers die 6 maanden na de deelname aan de opleiding aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige | 30,5 | 30,5 | 30,5 | 40,5 | 40,5 | 40,5 | 14 | 21 & 22 |
| GO03: Niet-actieve deelnemers | 13 300 | 7 700 | 21 000 | ||||||||||
| GO06: Deelnemers jonger dan 25 jaar | 18 150 | 12 550 | 30 700 | ||||||||||
| FINLAND – OP Duurzame groei en werk (2014FI16M2OP001) | |||||||||||||
| PA 3 8i | Specifieke indicatoren: Aantal deelnemers jonger dan 30 jaar die werkloos zijn of buiten de arbeidsmarkt staan |
26 000 | Specifieke indicatoren: Deelnemers jonger dan 30 jaar die na de maatregel aan het werk zijn (bron: statistieken Finland) |
2013: 23 | 30 | 18 | 29 | ||||||
| Aantal deelnemers ouder dan 54 jaar die werkloos zijn of buiten de arbeidsmarkt staan | 8 600 | Deelnemers ouder dan 54 jaar die na de maatregel aan het werk zijn | 17 | 23 | |||||||||
| PA5 9i |
GO02: De langdurig werklozen | 11 250 | Specifieke indicatoren: Verbeterde inzetbaarheid en functionele capaciteit van deelnemers (afzonderlijke evaluatie) |
2012: 5,5 | 5,9 | 18 | 30 | ||||||
| GO04: Personen die buiten de arbeidsmarkt staan en geen opleiding volgen | 4 100 | ||||||||||||
| GO20: Aantal projecten dat volledig of gedeeltelijk door sociale partners of maatschappelijke organisaties is gerealiseerd | 55 | ||||||||||||
Legenda: GO: gemeenschappelijke outputindicator; GR: gemeenschappelijke resultaatindicator; M: mannen; V: vrouwen.
Bijlage VIII
Output en resultaten bij de onderzochte selectieprocedures en aanvragen
| Bevatten de aanvragen gekwantificeerde indicatoren? | Is voorzien in een beoordeling van de opgenomen indicatoren en waarden? | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| (a) | (b) | Bestaat er een selectiecriterium met betrekking tot resultaatindicatoren/verwachte resultaten? | Outputindicatoren die overeenkomen met die op OP-niveau en gekwantificeerd zijn | Resultaatindicatoren die overeenkomen met die op OP-niveau en gekwantificeerd zijn | Output | Resultaten |
| Tsjechische Republiek – OPE 2014CZ05M9OP001 | ||||||
| 1 | 1 | Verwachte resultaten moeten worden geschetst, resultaatindicatoren worden genoemd en komen overeen met de OP-indicatoren, maar geen streefdoel/kwantificering vereist | N.v.t. geen informatie over resultaten | |||
| 2 | 2 | |||||
| 3 | 3 | Gebruik van eenheidskosten (c) | ||||
| 4 | ||||||
| 5 | N.v.t. geen informatie over resultaten | |||||
| Tsjechische Republiek – OPEIC 2014CZ16RFOP001 | ||||||
| 4 | 6 | Verwachte resultaten moeten worden geschetst, resultaatindicatoren worden genoemd en komen overeen met de OP-indicatoren, maar geen streefdoel/kwantificering vereist | Aanvragen waarin de verwachte resultaten en de bijdrage daarvan tot de OP-doelstellingen worden geschetst, geen kwantificering van de resultaatindicator in verband met het OP | Bindend en genoemd in de subsidieovereenkomst | Beoordeling gebruikt voor toekennen score | |
| 7 | ||||||
| 5 | 8 | Beoordeling gebruikt voor toekennen score | ||||
| 9 | ||||||
| Frankrijk – OP Lorraine et Vosges 2014FR16M0OP015 | ||||||
| 6 | 10 | Verwachte resultaten moeten worden geschetst (er moet worden aangetoond hoe projecten bijdragen tot het behalen van de indicatoren) | Aanvragen schetsen verwachte resultaten en de bijdrage daarvan tot de OP-doelstellingen | Beperkte beoordeling van de verwachte resultaten in de beoordelingsverslagen | ||
| 11 | ||||||
| 13 | ||||||
| 7 | 12 | Beperkte beoordeling van de verwachte resultaten in de beoordelingsverslagen (resultaatindicator niet beoordeeld) | ||||
| Frankrijk – PON FSE 2014FR05SFOP001 | ||||||
| 8 | 14 | Niet nadrukkelijk om verzocht, maar vereist in het standaardaanvraagformulier | Resultaatindicatoren verschillen echter van OP-resultaatindicatoren | |||
| 9 | 15 | (Er werd ook voorzien in indicatoren die verschilden van die van het OP) | ||||
| 10 | 16 | Resultaatindicatoren verschillen echter van OP-resultaatindicatoren | ||||
| 11 | 17 | Outputindicatoren houden geen verband met OP-indicatoren en zijn niet gekwantificeerd | Uitsluitend kwalitatieve informatie over de verwachte resultaten | Alleen de relevantie van de gebruikte indicatoren werd beoordeeld | Alleen de relevantie van de gebruikte indicatoren werd beoordeeld | |
| 12 | 18 | (Er werd ook voorzien in indicatoren die verschilden van die van het OP) | Overeenstemming met hoogte van subsidie | |||
| Italië – OP Piemonte 2014IT05SFOP013 | ||||||
| 13 | 19&20 | Gebruik van eenheidskosten (c) | N.v.t. – geen informatie over resultaten | |||
| 14 | 21&22 | |||||
| Italië – OP PUGLIA 2014IT16M2OP002 | ||||||
| 15 | 23&24 | Verzoek om verwachte resultaten uitsluitend door middel van het ondernemingsplan | Aanvragen schetsen verwachte resultaten en de bijdrage daarvan tot de OP-doelstellingen | Beoordeling van de geschetste verwachte resultaten, maar met tekortkomingen | ||
| 16 | 25&26 | |||||
| Finland – OP Duurzame groei en werk 2014FI16M2OP001 | ||||||
| 17 EFRO | 27, 28 31, 32 33, 34 | Komen echter niet overeen met de OP-indicatoren | Geen informatie over outputindicatoren, maar gegevens kunnen rechtstreeks uit het IT-systeem worden verkregen | N.v.t. – geen informatie over output | Indicatoren komen echter niet overeen met de OP-indicator | |
| 18 ESF | 29 | Beoordeling gebruikt voor toekennen score | ||||
| 30 | N.v.t. – geen informatie over resultaten | |||||
| 19 ESF/EFRO | Voor het EFRO komen deze echter niet overeen met de OP-indicator | N.v.t. – geen projecten onderzocht in het kader van deze selectieprocedures | ||||
| 20 ESF/EFRO | ||||||
| JA | Gedeeltelijk | NEE | N.v.t.: niet van toepassing |
NB: (a) Zie de lijst van selectieprocedures in bijlage III. (b) Zie de lijst van onderzochte projecten in bijlage I. (c) Eenheidskosten betreffen een methode voor het bepalen van het bedrag aan subsidiabele kosten wanneer dit bedrag gelijk is aan de output die moet worden verwezenlijkt (bijvoorbeeld het aantal plaatsen in een crèche dat moet worden gecreëerd – hier het aantal gecreëerde plaatsen) vermenigvuldigd met de eenheidskosten per plaats.
Bron: 1) Documentatie voor de selectieprocedures. 2) Ingediende aanvragen voor de in het kader van deze controle onderzochte projecten. 3) Beoordelingsverslagen voor deze aanvragen.
Verklarende woordenlijst
Beheersautoriteit (BA): een beheersautoriteit is een overheids- of particuliere instantie die door een lidstaat is aangewezen om een operationeel programma te beheren. Tot haar taken behoren het selecteren van projecten die moeten worden gefinancierd, het monitoren van de uitvoering van projecten en het uitbrengen van verslag aan de Commissie over de financiële aspecten en de behaalde resultaten.
De Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF of ESI-fondsen): de ESI-fondsen zijn vijf afzonderlijke fondsen die regionale onevenwichtigheden in de Unie moeten terugdringen en waarvoor beleidskaders zijn vastgesteld voor de zevenjarige begrotingsperiode van het MFK. De fondsen zijn het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Cohesiefonds (CF), het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV).
Europa 2020-strategie: de groeistrategie van de EU voor de periode 2010-2020, waardoor zij moet kunnen herstellen van de crisis. De strategie is opgesplitst in vijf kerndoelen op het gebied van werkgelegenheid; onderzoek en ontwikkeling; klimaat en energie; onderwijs, en sociale inclusie en armoedebestrijding.
Europese gedragscode inzake partnerschap: een reeks beginselen die is vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie om lidstaten te ondersteunen bij het organiseren van partnerschappen en het opstellen en uitvoeren van partnerschapsovereenkomsten en operationele programma's.
Ex-antevoorwaarden: voorwaarden waaraan de lidstaten moeten voldoen voordat zij financiering kunnen ontvangen in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen. Bij de opstelling van operationele programma's voor de programmeringsperiode 2014-2020 moesten de lidstaten beoordelen of aan deze voorwaarden was voldaan. Als dat niet het geval was, moesten actieplannen worden opgesteld om ervoor te zorgen dat uiterlijk op 31 december 2016 aan de voorwaarden werd voldaan.
Financiële indicatoren: waarden die worden gebruikt om de voortgang te monitoren wat betreft de (jaarlijkse) vastlegging en uitbetaling van de beschikbare middelen voor projecten, maatregelen of programma's in verband met de subsidiabele kosten.
Indicator: een maatstaf voor een doelstelling die informatie verschaft op basis waarvan kan worden beoordeeld in welke mate een doelstelling is verwezenlijkt.
Interventielogica: het verband tussen de vastgestelde behoeften, doelstellingen, input (gepland en toegewezen), output (beoogd en gerealiseerd) en resultaten (beoogd en daadwerkelijk).
Investeringsprioriteiten: de lidstaten moeten in hun operationele programma's voor elke prioritaire as de investeringsprioriteiten en bijbehorende specifieke doelstellingen vaststellen. Deze zijn opgenomen in de specifieke verordeningen voor het EFRO, het ESF en het CF.
Monitoring: het regelmatige onderzoek van uitgaven, output en resultaten dat leidt tot actuele informatie over de vraag of de voortgang van projecten en programma's zo loopt als gepland.
Operationeel programma (OP): een verklaring met de prioriteiten en specifieke doelstellingen van een lidstaat waarin de benutting van de middelen (EU- en nationale openbare en particuliere cofinanciering) gedurende een bepaalde periode (momenteel zeven jaar) wordt beschreven voor de financiering van projecten. De projecten in het kader van een OP moeten bijdragen tot de verwezenlijking van een bepaald aantal doelstellingen die zijn gespecificeerd op het niveau van de prioritaire as van het OP. De financiering van het OP kan afkomstig zijn uit het EFRO, het CF en/of het ESF. Het OP wordt opgesteld door de lidstaat en moet door de Commissie worden goedgekeurd voordat er betalingen uit de EU-begroting kunnen worden gedaan. OP's kunnen alleen worden gewijzigd tijdens de programmeringsperiode indien beide partijen daarmee instemmen.
Output: iets dat wordt geproduceerd of bereikt met de aan een maatregel toegewezen middelen (bijv. opleidingscursussen voor werkloze jongeren, het aantal afvalwaterzuiveringsinstallaties of de lengte van een aangelegde weg).
Outputindicatoren: waarden die worden gebruikt om de output van de ondersteunde acties of de output op het niveau van het operationele programma te meten.
Prestatiekader: een reeks mijlpalen en streefdoelen die voor elke prioritaire as is vastgesteld in een operationeel programma en die een belangrijke pijler vormt van de prestatiegerichte benadering.
Prestatiereserve: 6 % van de aan het EFRO, ESF en CF of het Elfpo en EFMZV toegewezen middelen, die na de evaluatie van de prestaties in 2019 beschikbaar moet worden gemaakt wanneer aan bepaalde vereisten is voldaan of deze zijn overtroffen.
Prioritaire as: een of meer investeringsprioriteiten die verband houden met een thematische doelstelling. De financiering in het kader van een operationeel programma wordt per prioritaire as georganiseerd.
Resultaatindicatoren: waarden die worden gebruikt om de behaalde resultaten van de ondersteunde projecten of de behaalde resultaten op het niveau van het operationele programma te meten.
Resultaten: onmiddellijke veranderingen die begunstigden ondervinden na deelname aan een maatregel (bijvoorbeeld betere toegankelijkheid van een gebied door de aanleg van een weg, stagiairs die een baan hebben gevonden).
Selectie-/gunningscriteria: vooraf vastgestelde criteria die in het kader van selectieprocedures worden gebruikt om te beoordelen of de aanvrager de voorgestelde actie of het voorgestelde werkprogramma tot een goede einde kan brengen.
Specifieke doelstelling: het beoogde resultaat waaraan een EU-actie moet bijdragen.
Toezichtcomité: een comité dat de uitvoering van een OP monitort. Het comité bestaat uit “vertegenwoordigers van de bevoegde lidstaatautoriteiten” (bijv. vertegenwoordigers van de beheersautoriteiten, certificerende instantie,- auditautoriteiten, uitvoerende organen, werkgevers- of werknemersorganisaties en het maatschappelijk middenveld). De Commissie heeft ook de rol van waarnemer.
Lijst van afkortingen
AA: Auditautoriteit
BA: Beheersautoriteit (Managing Authority)
CF: Cohesiefonds
CI: Certificerende instantie
EC: Europese Commissie
EFRO: Europees Fonds voor regionale ontwikkeling
ESF: Europees Sociaal Fonds
ESI-fondsen/ESIF: Europese structuur- en investeringsfondsen
GBA: Gedelegeerde beheersautoriteit
GB-verordening: Verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen
GSK: Gemeenschappelijk strategisch kader
II: Intermediaire instantie
IP: Investeringsprioriteit
JUV: Jaarlijks uitvoeringsverslag
Kmo's: Kleine en middelgrote ondernemingen
LS: Lidstaat
OP: Operationeel programma
PA: Prioritaire as
SD: Specifieke doelstelling
TD: Thematische doelstelling
Voetnoten
1 Investeringsprioriteiten en specifieke doelstellingen worden vastgesteld op basis van de partnerschapsovereenkomst van de lidstaat. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de lidstaat en de Commissie en bevat een overzicht van de strategische doelstellingen en investeringsprioriteiten van het land.
2 COM(2010) 700 definitief van 19 oktober 2010 “Evaluatie van de EU-begroting”.
3 Al deze aspecten werden behandeld in ons Speciaal verslag nr. 2/2017 “De onderhandelingen van de Commissie over de partnerschapsovereenkomsten en programma's op cohesiegebied voor de periode 2014-2020: doelgerichtere uitgaven voor prioriteiten van Europa 2020, maar steeds complexere regelingen voor prestatiemeting” en Speciaal verslag nr. 15/2017 “Ex-antevoorwaarden en prestatiereserve bij cohesie: innovatieve, maar vooralsnog geen doeltreffende instrumenten”.
4 Artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).
5 Algemene ex-antevoorwaarde 7, bijlage XI, deel II van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
6 Artikelen 20, 22 en 96 en bijlage II van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
7 Artikelen 9 en 96 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
8 Bijlage I van de Verordeningen (EU) nr. 1300/2013, nr. 1301/2013 en nr. 1304/2013, artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1301/2013, artikel 3 van Verordening(EU) nr. 1304/2013 en artikel 96, lid 2, onder b), punt ii, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
9 Speciaal verslag nr. 2/2017.
10 Artikel 48, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
11 Artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
12 Artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
13 Zie Speciaal verslag nr. 2/2017 van de ERK.
14 Artikel 96, lid 2, onder b), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
15 Artikel 125, lid 3, onder a), i), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
16 Artikel 125, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
17 De projecten 27, 28, 30, 31, 32, 33 en 34.
18 Artikel 116 en bijlage XII, punt 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
19 Artikel 132 van het Financieel Reglement (EU, Euratom) nr. 966/2012 en de artikelen 34 en 125 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
20 Richtsnoeren van de Commissie: http://ec.europa.eu/regional_policy/en/information/legislation/guidance/.
21 OP Piemonte, Italië, oproep “Obbligo d’istruzione”, 2015/2016.
22 Artikelen 72, 73 en 74 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
23 Artikel 125, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 1303/2013; dit vereiste maakt ook deel uit van het beheers- en controlesysteem, artikel 72, onder d), van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
24 Ex-antevoorwaarde 7, bijlage XI, deel II van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
25 Artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
26 Artikel 122 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
27 Artikel 122, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, begunstigden zijn niet verplicht deze systemen daadwerkelijk te gebruiken.
28 Zie EGESIF_14-0010-final “Leidraad voor de Commissie en de lidstaten voor een gemeenschappelijke methode voor de beoordeling van beheers- en controlesystemen in de lidstaten” van 18.12.2014.
29 Bijvoorbeeld informatie over de achtergrond van de deelnemer: migranten, buitenlanders, minderheden, met inbegrip van gemarginaliseerde minderheden zoals Roma, deelnemers met een handicap en andere achtergestelde groepen.
30 Op basis van 20 controles van de Commissie inzake de betrouwbaarheid van de prestatiegegevens die voornamelijk in 2017 werden uitgevoerd.
31 De BA slaagde erin dit later in 2017 op te lossen.
32 Artikel 50, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
33 Artikel 50, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
34 Evenals op basis van de voortgangsverslagen van de lidstaten voor 2017. Artikel 52 van Verordening (EU) nr. 1303/2013, uiterste termijnen voor indiening 31 augustus 2017 en 31 augustus 2019 over de uitvoering van de partnerschapsovereenkomsten per 31 december 2016 en 31 december 2018. Voortgangsverslagen presenteren met name “de vorderingen die gemaakt zijn bij de verwezenlijking van de strategie van de Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei, alsmede van de fondsspecifieke opdrachten als bedoeld in artikel 4, lid 1, door de bijdrage van de ESI-fondsen aan de geselecteerde thematische doelstellingen, en in het bijzonder ten aanzien van de mijlpalen die in het prestatiekader voor elk programma zijn vastgesteld en ten aanzien van de steun die gebruikt is voor doelstellingen op het gebied van klimaatverandering”.
35 Zie de artikelen 75 en 127, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 en bijlage VII bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/207 van de Commissie van 20 januari 2015 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de modellen voor het voortgangsverslag, de indiening van de informatie over een groot project, het gezamenlijke actieplan, de uitvoeringsverslagen voor de doelstelling “investeren in groei en werkgelegenheid”, de beheersverklaring, de auditstrategie, het auditoordeel en het jaarlijkse controleverslag en de methode voor de uitvoering van de kosten-batenanalyse en krachtens Verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het model voor de uitvoeringsverslagen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (PB L 38 van 13.2.2015, blz. 1) en EGESIF_14-0010-final “Leidraad voor de Commissie en de lidstaten voor een gemeenschappelijke methode voor de beoordeling van beheers- en controlesystemen in de lidstaten” — belangrijkste eisen 6 en 15, van 18.12.2014.
36 Artikelen 123 en 124 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
37 Artikel 124, lid 2, en bijlage XIII van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
38 Prestatie-indicatoren zijn een reeks indicatoren die voor elke prioritaire as in een OP worden vastgesteld en waarvan de waarden eind 2018 door de Commissie zullen worden vergeleken met de waarden van vastgestelde mijlpalen met het oog op een besluit over het vrijgeven van de prestatiereserve in 2019.
39 Mijlpalen zijn de waarden die zijn vastgesteld voor de indicatoren van het prestatiekader en die uiterlijk eind 2018 moeten worden behaald.
40 Zie artikel 30, lid 1, en bijlage II van de GB-verordening en artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 215/2014.
41 Artikel 56 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.
42 De projecten 27, 28, 31, 32, 33 en 34.
43 De projecten 6, 7, 8 en 9.
44 Bijv. Jaarverslag 2015, hoofdstuk 6, paragraaf 6.86: “Voor 38 % van de projecten werden er geen resultaatindicatoren bepaald”, of Jaarverslag 2016, hoofdstuk 6, paragraaf 6.56: “Bij 42 % van de projecten kon echter geen specifieke bijdrage tot de algemene programmadoelstellingen worden vastgesteld en gemeten, omdat er op projectniveau geen resultaatindicatoren of streefdoelen waren vastgesteld”.
45 Speciaal verslag nr. 15/2017.
46 COM(2017) 755 final van 13 december 2017 “Strategisch verslag 2017 inzake de tenuitvoerlegging van de Europese structuur- en investeringsfondsen”.
47 Zie Speciaal verslag nr. 2/2017, paragraaf 150.
48 Zie Speciaal verslag nr. 2/2017, paragraaf 131.
49 Zie Speciaal verslag nr. 2/17, paragraaf 150.
50 Zie Speciaal verslag nr. 2/17, aanbeveling 3.
| Gebeurtenis | Datum |
|---|---|
| Vaststelling controleplan ("APM")/begin van de controle | 18.1.2017 |
| Ontwerpverslag officieel verzonden aan de Commissie (of andere gecontroleerde) | 3.5.2018 |
| Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure | 27.6.2018 |
| Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van de Commissie (of andere gecontroleerde) | 23.7.2018 |
Controleteam
In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheersthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de doelmatigheid of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.
Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer II “Investeringen ten behoeve van cohesie, groei en inclusie”, die onder leiding staat van ERK-lid Iliana Ivanova. De controle werd geleid door ERK-lid Ladislav Balko, ondersteund door Branislav Urbanič, kabinetschef, en Zuzana Franková, kabinetsattaché; Myriam Cazzaniga, hoofdmanager; Pekka Ulander, taakleider; Michaela Binder, gedetacheerde nationale deskundige.
Contact
EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG
Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors
Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).
Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2018
| ISBN 978-92-847-0524-5 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/056063 | QJ-AB-18-018-NL-N | |
| HTML | ISBN 978-92-847-0539-9 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/100977 | QJ-AB-18-018-NL-Q |
© Europese Unie, 2018.
Voor iedere vorm van gebruik of reproductie van (beeld)materiaal dat niet onder het auteursrecht van de Europese Unie valt, dient rechtstreeks toestemming aan de auteursrechthebbende te worden gevraagd.
HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?
Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:
- te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen)
- te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
- een e-mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact/write-to-us_nl
Waar vindt u informatie over de EU?
Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl
EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen bij EU Bookshop op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).
EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu
Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl/home?) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.
