Asiel, herplaatsing en terugkeer van migranten: tijd om de inspanningen op te voeren en de kloof tussen doelstellingen en resultaten te dichten
Over het verslag:
In deze controle hebben we beoordeeld of de doelstellingen van de door de EU gefinancierde steunmaatregelen voor Griekenland en Italië werden behaald en of de asiel- en terugkeerprocedures doeltreffend en snel waren. Bovendien beoordeelden we of de streefdoelen en doelstelling van de tijdelijke noodregelingen voor herplaatsing werden behaald. We concluderen dat er verschillen bestaan tussen de doelstellingen van de EU-steun en de behaalde resultaten. De streefdoelen van de noodregelingen voor herplaatsing werden niet behaald. Hoewel de capaciteiten van de Griekse en Italiaanse autoriteiten zijn toegenomen, is de uitvoering van de asielprocedures nog steeds onderhevig aan lange verwerkingstijden en knelpunten. Net als in de rest van de EU keren vanuit Griekenland en Italië weinig migranten terug, om de in dit verslag vastgestelde redenen.
Speciaal verslag van de ERK, uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU.
Samenvatting
IDe afgelopen jaren kreeg de EU te maken met ongekende niveaus van migratie en een daaropvolgende toename van het aantal asielaanvragen, dat inmiddels weer tot het niveau van voor de crisis is gedaald.
IIIn 2017 publiceerden we een verslag over de in Griekenland en Italië opgezette hotspots, die moesten dienen als centra voor eerste opvang, waar nieuwe migranten worden geïdentificeerd en geregistreerd en waar hun vingerafdrukken worden genomen. Het Europees Parlement onderschreef de conclusies van het verslag en vroeg ons te overwegen een snelle follow-up uit te voeren, met inbegrip van een analyse van de herplaatsings-, asiel- en terugkeerprocedures.
IIIIn deze controle hebben we beoordeeld of de doelstellingen van de door de EU gefinancierde steunmaatregelen voor Griekenland en Italië werden behaald en of de asiel- en terugkeerprocedures doeltreffend en snel waren. Bovendien beoordeelden we of de streefdoelen en doelstelling van de tijdelijke noodregelingen voor herplaatsing werden behaald. We concluderen dat er verschillen bestaan tussen de doelstellingen van de EU-steun en de behaalde resultaten. Hoewel de capaciteiten van de Griekse en Italiaanse autoriteiten zijn toegenomen, is de uitvoering van de asielprocedures in Griekenland en Italië nog steeds onderhevig aan lange verwerkingstijden en knelpunten. Net als in de rest van de EU keren vanuit Griekenland en Italië weinig migranten terug.
IVWe constateerden dat de aanbevelingen van ons speciaal verslag van 2017 grotendeels waren uitgevoerd, of nog werden uitgevoerd, en wanneer deze niet waren uitgevoerd stelden vast wat de redenen daarvan waren. De registratie en het nemen van vingerafdrukken van migranten in de hotspots waren aanzienlijk verbeterd. De streefdoelen van de tijdelijke noodregelingen voor herplaatsing werden echter niet behaald, waardoor de druk op de Griekse en Italiaanse asielstelsels niet doeltreffend werd verlicht.
VWij onderzochten twintig EU-steunmaatregelen in Griekenland en Italië. Hoewel hiermee tegemoet werd gekomen aan de vastgestelde behoeften, troffen we tekortkomingen aan in de opzet ervan. We stelden ook vast dat de streefdoelen van de meeste projecten die we bekeken niet volledig werden behaald. Wij keken naar het kader voor prestatiebeheer en constateerden dat dit laat en zonder streefdoelen was opgezet. Bovendien waren er onvoldoende prestatiegegevens beschikbaar.
VIWe beoordeelden de impact van de EU-steunmaatregelen op nationaal niveau door te onderzoeken of de asiel- en terugkeerprocedures sneller en doeltreffender waren geworden. Wij stelden vast dat de capaciteit om asielzaken te verwerken in zowel Griekenland als Italië was toegenomen, maar dat deze nog steeds ontoereikend was om de toenemende achterstand in Griekenland aan te pakken. Omdat er in Italië minder nieuwe aanvragen worden ingediend, neemt de achterstand af, maar er is onvoldoende capaciteit om het hoge aantal beroepen tegen de eerste beslissing te behandelen.
VIIEr keren veel minder daadwerkelijke migranten terug dan er terugkeerbesluiten worden genomen, zowel in Griekenland en Italië als in de EU in haar geheel. We stelden redenen hiervoor vast, bijvoorbeeld de tijd die gemoeid is met het verwerken van asielzaken, ontoereikende capaciteiten in detentiecentra, de moeizame samenwerking met de landen van herkomst van migranten of het eenvoudigweg onderduiken van migranten zodra het besluit wordt genomen om hen terug te sturen.
VIIIOnze belangrijkste gecontroleerden waren de Europese Commissie, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) en het Europees Grens- en kustwachtagentschap (doorgaans “Frontex” genoemd). Daarnaast bezochten we de nationale autoriteiten, internationale en niet-gouvernementele organisaties die door de EU gefinancierde projecten uitvoeren.
IXNaar aanleiding van onze controle bevelen we aan dat de Europese Commissie en de agentschappen:
- de getrokken lessen gebruiken om voort te bouwen op ervaringen voor een eventueel toekomstig vrijwillig herplaatsingsmechanisme;
- het beheer van de noodhulp en nationale programma's in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie versterken;
- de operationele ondersteuning van het EASO voor asielprocedures versterken;
- de ondersteuning van terugkeer door Frontex en de detachering van deskundigen in hotspots aanpassen;
- het beheer van de nationale asielstelsels versterken;
- nationale terugkeerprocedures blijven ondersteunen.
Inleiding
01De afgelopen jaren kreeg de EU te maken met ongekende niveaus van migratie en een daaropvolgende toename van asielaanvragen. De migratiecrisis bereikte haar hoogtepunt in 2015, toen meer dan 1 miljoen mensen de gevaarlijke zeereis naar Europa maakten. Dit aantal is inmiddels weer tot het niveau van voor de crisis gedaald.
02Deze toenemende migratie heeft het EU-kader voor asiel, migratie en het beheer van de buitengrenzen op de proef gesteld. Vaste regelingen kwamen sterk onder druk te staan en werden in sommige gevallen zelfs tijdelijk opgeschort. Griekenland en Italië bevinden zich aan de frontlinie en worden onevenredig zwaar belast.
03Met het oog op de aanpak van de crisis heeft de EU verschillende maatregelen uitgewerkt om de financiering aan te vullen die in het kader van het beleid voor migratiebeheer aan de lidstaten wordt verstrekt. Deze omvatten het opzetten van “hotspots” en de invoering van tijdelijke regelingen voor herplaatsing. Bovendien heeft de EU wetgevingsvoorstellen gedaan om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te herzien. De herziening van het Dublin III-mechanisme, dat asielzoekers verplicht een aanvraag in te dienen in het land waarin zij de Unie voor het eerst binnenkomen, vormt de kern van deze hervorming. De voorgestelde herziening ervan — de verordening Dublin IV — omvat een permanent herplaatsingssysteem om de tijdelijke verdelingsregelingen op basis van quota te vervangen die in september 2017 vervielen. De Raad heeft nog geen consensus kunnen bereiken over dit voorstel.
04De hotspotbenadering houdt onder meer in dat EU-agentschappen (hoofdzakelijk het EASO, Frontex en het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving) de lidstaten aan de frontlinie ter plaatse helpen met het identificeren, registreren, het nemen van vingerafdrukken en debriefen van pas aangekomen personen, om te achterhalen wie internationale bescherming nodig heeft. Tussen 2015 en 2018 waren er vijf hotspots in Griekenland en vijf in Italië (zie figuur 1). Vanwege het geringe aantal mensen dat aankwam, werd de hotspot in Trapani in oktober 2018 omgevormd tot detentiecentrum.
Figuur 1
Hotspots in Griekenland en Italië
© Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten.
Griekenland en Italië passen de hotspotbenadering verschillend toe. Bij het registreren en identificeren van irreguliere migranten leggen beide landen vast of een persoon die aankomt een verzoek om internationale bescherming wil indienen. In Italië worden diegenen die dit doen per bus of boot overgebracht naar opvangfaciliteiten elders in Italië. Migranten op de Griekse eilanden (met uitzondering van kwetsbare personen, gevallen van gezinshereniging en Syriërs die in aanmerking komen) moeten daarentegen op grond van de verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 (op grond van de zogenaamde “geografische beperking”) gedurende de volledige asielprocedure, met inbegrip van eventuele beroepen, op het hotspoteiland blijven (zie figuur 2).
Figuur 2
Overzicht van hotspotactiviteiten in Griekenland en Italië
Bron: ERK.
De tijdelijke herplaatsingsregelingen werden in september 2015 ingevoerd bij twee besluiten van de Raad1. De regelingen waren van kracht tussen 24 maart 2015 en 26 september 2017 en waren erop gericht 160 000 migranten te herplaatsen, op basis van quota, om de lasten te verdelen tussen de lidstaten en zo de druk op de landen van eerste binnenkomst te verlichten.
07Een doeltreffend terugkeerbeleid is een noodzakelijk onderdeel van een alomvattend en legitiem migratiebeleid. Eind 2010 trad de EU-terugkeerrichtlijn in werking, waarin gemeenschappelijke regels werden vastgesteld voor de terugkeer van migranten die irregulier in de Unie verbleven. In september 2018 stelde de Commissie een herziening van deze richtlijn voor2.
08Het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF) verstrekt het grootste deel van de EU-middelen voor migratiebeheer. Het AMIF werd opgezet voor de periode 2014‑2020 om het efficiënte beheer van migratiestromen te bevorderen en om het gemeenschappelijke asiel- en immigratiebeleid van de EU uit te voeren en te versterken.
09De meeste AMIF-middelen worden beschikbaar gesteld door middel van gedeeld beheer om de meerjarige nationale programma's van de lidstaten te ondersteunen. Deze programma's worden gecofinancierd door de lidstaten, die verantwoordelijk zijn voor de voorbereiding, uitvoering, monitoring en evaluatie ervan. Daarnaast worden AMIF-middelen gebruikt voor de financiering van noodhulp. Deze hulp wordt rechtstreeks door de Commissie of onrechtstreeks door internationale organisaties beheerd en bijna volledig gefinancierd uit de EU-begroting.
10Het EASO staat de Griekse en Italiaanse autoriteiten bij op basis van jaarlijkse operationele plannen. In 2018 hielp het EASO in Griekenland asielaanvragen aan de grens te registreren en verwerken en ondersteunde het de normale asielprocedure, de beroepsinstanties en de Dublin-eenheid. In Italië informeerde het EASO migranten in hotspots over asiel, hielp het bij het registreren van asielaanvragen en steunde het de nationale en territoriale asielcommissies en de Dublin-eenheid.
11Daarnaast was het EASO betrokken bij het versterken van de capaciteit van de nationale asielautoriteiten, het verbeteren van de opvangregeling en het beschermen van kwetsbare groepen, waaronder onbegeleide minderjarigen.
12Op verzoek van de lidstaten coördineert Frontex de terugkeer van irreguliere migranten die niet in aanmerking komen voor internationale bescherming op hun grondgebied. Het Europees terugkeercentrum (“European Centre for Returns”) van Frontex biedt operationele en technische ondersteuning aan de lidstaten en de geassocieerde Schengenlanden tijdens operaties voorafgaande aan de terugkeer en terugkeeroperaties.
13Van 2006 tot 2016 coördineerde Frontex gezamenlijke operaties op chartervluchten. In 2016 werd zijn mandaat uitgebreid tot de organisatie/coördinatie van nationale terugkeeroperaties. Sinds december 2017 ondersteunt het ook de terugkeer via commerciële lijnvluchten.
14Gedetailleerde informatie over de financiële uitvoering van middelen van het AMIF, het EASO en Frontex is opgenomen in bijlage I.
15In 2017 publiceerden we een verslag3 over de hotspots in Griekenland en Italië. Het Europees Parlement onderschreef de conclusies ervan4 en vroeg ons te overwegen een snel follow-upverslag uit te brengen over de werking van de hotspots, met een bredere reikwijdte, door hierin ook een analyse van de follow-upprocedures op te nemen, d.w.z. de asiel-, herplaatsings- en terugkeerprocedures. Met dit verslag wordt aan dat verzoek voldaan.
Reikwijdte en aanpak van de controle
16De doelstelling van deze doelmatigheidscontrole was te bepalen of de EU-steun voor migratiebeheer (met inbegrip van de hotspotbenadering) had bijgedragen tot doeltreffende en snelle asiel- en terugkeerprocedures in Griekenland en Italië. Om deze hoofdcontrolevraag te beantwoorden, hebben we twee subvragen gesteld:
- Werden de doelstellingen van de door de EU gefinancierde steunmaatregelen voor Griekenland en Italië bereikt?
Om deze subvraag te beantwoorden, hebben we onderzocht of onze aanbevelingen van Speciaal verslag nr. 06/2017 waren uitgevoerd en of de doelstellingen van de tijdelijke noodregelingen voor herplaatsing waren behaald. We beoordeelden ook de relevantie en het ontwerp van een steekproef van door de EU gefinancierde steunmaatregelen en keken of de geplande uitkomsten waren gerealiseerd en de doelstellingen waren behaald. - Waren de asiel- en terugkeerprocedures in Italië en Griekenland doeltreffend en snel?
Om deze subvraag te beantwoorden, onderzochten we of de prestaties van de asiel- en terugkeerprocedures in de twee lidstaten sinds 2015 waren verbeterd. We analyseerden de prestaties op basis van door de Commissie, het EASO, Frontex en de nationale autoriteiten verzamelde gegevens en stelden vast wat de redenen waren voor eventuele achterblijvende prestaties.
De controle besloeg de periode vanaf 2015 (toen de migratiecrisis begon en de eerste hotspots werden opgezet in Griekenland en Italië) tot eind 2018.
18Onze steekproef van door de EU gefinancierde steunmaatregelen omvatte zes projecten voor AMIF-noodhulp (AMIF EMAS — AMIF Emergency Assistance) en tien projecten van nationale programma's in het kader van het AMIF (AMIF-NP). We selecteerden de projecten op basis van ons professionele oordeel om te zorgen voor een evenwichtige dekking van de gecontroleerde procedures (asiel (met uitzondering van opvang), herplaatsing en terugkeer) en soorten uitvoerende partners (agentschappen van de VN of nationale autoriteiten), tevens rekening houdend met de financiële relevantie en de periode van uitvoering. Verdere EU-steunmaatregelen die wij onderzochten, waren onder meer de operationele steun van het EASO van 2018 voor asielprocedures in Griekenland en Italië en de steun voor terugkeer van Frontex van 2018 voor Griekenland en Italië. De volledige lijst van gecontroleerde projecten is opgenomen in bijlage II.
19Onze belangrijkste gecontroleerde instellingen waren de Europese Commissie, het EASO en Frontex, als de verleners van EU-steun voor asiel-, herplaatsings- en terugkeerprocedures (zie ook figuur 3). Daarnaast bezochten we de Griekse en Italiaanse autoriteiten en hotspots en de internationale en niet-gouvernementele organisaties die AMIF-projecten uitvoeren in Griekenland en Italië. De controlewerkzaamheden omvatten controles op stukken van richtlijnen en verordeningen, strategieën, beleidsdocumenten, richtsnoeren, evaluaties, monitoringverslagen en interne documenten, evenals van documenten die werden gepubliceerd door nationale autoriteiten, onderzoeksinstellingen, academici en niet-gouvernementele organisaties.
Figuur 3
Reikwijdte van de controle
Bron: ERK.
We voerden geen beoordeling uit van de geldigheid van afzonderlijke beslissingen inzake asiel en terugkeer, aangezien dit zou betekenen dat de afzonderlijke zaken ten gronde zouden moeten worden onderzocht, wat valt onder de verantwoordelijkheid van de nationale administratieve/gerechtelijke autoriteiten en, in het eindstadium, van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
21Het doel van de controle was niet de betrouwbaarheid van de statistische gegevens te beoordelen die door de Commissie, het EASO, Frontex, de nationale autoriteiten of de uitvoerende partners van de projecten werden verstrekt.
Opmerkingen
EU-maatregelen voor migratiebeheer in Griekenland en Italië waren relevant, maar bereikten niet hun volledige potentieel
22Wij onderzochten of:
- onze aanbevelingen van Speciaal verslag nr. 06/2017 waren uitgevoerd;
- alle nieuwe irreguliere migranten werden geregistreerd en hun vingerafdrukken werden genomen, zowel in als buiten de hotspots;
- de streefdoelen en doelstelling van de tijdelijke noodregelingen voor herplaatsing werden behaald;
- de twintig onderzochte EU-steunmaatregelen in Griekenland en Italië goed waren ontworpen wat betreft: i) hun relevantie voor het aanpakken van de vastgestelde behoeften; ii) Smart-doelstellingen en Racer-indicatoren; iii) het niet overlappen van andere door de EU gefinancierde activiteiten; iv) de noodsituatie (voor AMIF EMAS-projecten), en v) de overgangsstrategie van noodprogramma tot eventuele bestaande nationale programma's voor de langere termijn;
- de twintig onderzochte EU-steunmaatregelen de geplande resultaten hadden geleverd;
- was voorzien in een degelijk kader voor de monitoring en verslaglegging van prestaties.
Belangrijke aanbevelingen worden uitgevoerd in de Griekse hotspots, volledige registratie en nemen van vingerafdrukken gerealiseerd
23We beoordeelden de uitvoering van de hotspotbenadering in Griekenland en Italië in ons Speciaal verslag nr. 06/2017 en deden elf aanbevelingen, die allemaal werden geaccepteerd door de Commissie en de relevante agentschappen. Van deze aanbevelingen werden er zes volledig uitgevoerd.
24Twee belangrijke aanbevelingen worden momenteel ten uitvoer gelegd: 1.1 (ondersteuning voor het aanpakken van het capaciteitsgebrek in de hotspots in Griekenland), en 2.1 (helpen waarborgen dat onbegeleide minderjarigen worden behandeld in overeenstemming met de internationale normen). Wat de Commissie en de agentschappen betreft, zijn twee aanbevelingen uitgevoerd: 2.2 (aandringen op de benoeming van een kinderbeschermingsfunctionaris voor iedere hotspot) en 3.1 (om meer deskundigen van lidstaten vragen om beter te voorzien in behoeften van hotspots). Eén aanbeveling — 3.2 (deskundigen moeten lang genoeg worden gedetacheerd door de lidstaten) — werd niet ten uitvoer gelegd. In bijlage III en de paragrafen 25-30 hieronder presenteren we een gedetailleerde beoordeling.
Griekse hotspots hebben onvoldoende capaciteiten
25De Italiaanse hotspots zijn leeg of vrijwel leeg, schoon en goed uitgerust. Heel anders dan in Italië zijn de leefomstandigheden in de Griekse hotspots, en met name op Lesbos en Samos, slecht vanwege overbevolking, een gebrek aan artsen en een ontoereikende veiligheid. De hotspots op Lesbos en Samos, die een capaciteit van 3 100 en 640 migranten hebben, boden op het moment van ons controlebezoek in februari 2019 onderdak aan respectievelijk 5 096 en 3 745 personen. Veel van hen woonden in tenten buiten de hotspot (zie foto 1). Langzame aanbestedingsprocedures, de vertraagde uitvoering van onderhouds- en verbeteringsprojecten, voortdurende aankomsten van nieuwe migranten en lange asielprocedures vormen samen een belemmering voor een snelle verbetering van de situatie5.
Foto 1
Provisorische tenten buiten de hotspot op Lesbos, Griekenland (februari 2019)
Bron: ERK.
Schrijnende omstandigheden voor onbegeleide minderjarigen
26De omstandigheden voor onbegeleide minderjarigen op de Griekse eilanden zijn schrijnend (zie tekstvak 1).
Tekstvak 1
Onbegeleide minderjarigen in de hotspot op Samos
Op Samos bezochten we de afdeling minderjarigen van de hotspot. Deze had zeven containers, met elk één badkamer en twee woonkamers. Sommige containers hadden geen deuren, ramen, bedden of airconditioning. De officiële capaciteit van elke container was 8-10 minderjarigen, maar in elke container verbleven ongeveer 16 onbegeleide minderjarigen, die zelfs op de grond sliepen. Op de afdeling minderjarigen werden alleen jongens ondergebracht. 78 onbegeleide minderjarigen verbleven in tenten of verlaten, verwaarloosde huizen buiten de hotspot, in onofficiële uitbreidingen van de faciliteit. Negen onbegeleide meisjes sliepen op de vloer van een container van tien vierkante meter naast het politiebureau, zonder badkamer of douche.
In Italië is de aandacht verschoven naar de situatie op zee, aangezien enkele reddingsschepen niet mochten aanleggen omdat zij geen goedgekeurde locatie voor ontscheping hadden. De vertragingen bij de ontscheping hadden ook gevolgen voor veel kinderen, waaronder onbegeleide minderjarigen die dagen en soms weken op zee ronddobberden6.
Detachering van deskundigen van het EASO en Frontex niet volledig afgestemd op de behoeften van hotspots
28We stelden vast dat er een voortdurend tekort aan nationale deskundigen is die worden ingezet voor EASO-operaties. Frontex beschikte wel over voldoende personeel uit de lidstaten dankzij zijn jaarlijkse detacheringsplannen. Op het moment van ons bezoek aan Italië had Frontex zelfs meer personeel dan nodig voor de inzet in de hotspots, aangezien het zijn plan niet had bijgesteld met het oog op de lage aantallen aankomsten via zee en hotspotpersoneel daarom permanent aanwezig bleef (screeners, debriefingspecialisten, deskundigen op het gebied van vingerafdrukken), zelfs al waren de hotspots leeg (zie tekstvak 2).
Tekstvak 2
Detachering van Frontex-deskundigen in Italiaanse hotspots
Tijdens ons controlebezoek in februari 2019 waren negen personeelsleden van Frontex ingezet in de lege hotspot in Pozzallo. Bij gebrek aan migranten zochten zij voornamelijk smokkelnetwerken op de sociale media. In Messina hielp het Frontex-personeel de lokale politie met het registreren van asielaanvragen, hoewel dit niet behoort tot de kernactiviteiten van Frontex.
Het personeel van Frontex voor taalkundige ondersteuning werd reeds ingedeeld in mobiele teams, maar een permanente aanwezigheid van alle andere deskundigen was volgens het operationeel plan van 2019 tot januari 2020 in elke hotspot gepland (8-10 in het laagseizoen, 8-12 in het hoogseizoen). Aangezien zeer weinig migranten via zee aankwamen in Italië, was hier geen reden toe. Dit gold met name voor de deskundigen op het gebied van vingerafdrukken, die geen toegang hadden tot de nationale databank voor vingerafdrukken, waardoor hun toegevoegde waarde bij het verlenen van basisondersteuning aan de Italiaanse politieagenten tijdens het proces van het nemen van vingerafdrukken beperkt was.
De gemiddelde duur van de detachering van nationale deskundigen blijft kort, voor zowel het EASO als Frontex.
30De profielen van EASO-deskundigen zijn over het algemeen in overeenstemming met de vereisten, hoewel er een gebrek is aan ervaren hogere deskundigen. De profielen van Frontex-deskundigen voldeden ook aan de eisen, hoewel een groot aantal7 Frontex-deskundigen voor overnameoperaties naar Turkije slechts een profiel voor begeleiding hadden, wat niet volledig aansluit op de behoeften van hotspots. Met gemiddeld slechts één terugkeeroperatie per week, die één werkdag in beslag neemt, kunnen deze begeleiders met een enkelvoudig profiel de overige zes dagen van de week niet worden ingezet voor andere soorten Frontex-operaties.
Volledige registratie, het nemen van vingerafdrukken en debriefing van migranten in de hotspots en daarbuiten
31De percentages registraties en genomen vingerafdrukken8 zijn aanzienlijk verbeterd, aangezien in het kader van de hotspotbenadering in Griekenland en Italië operationele standaardprocedures zijn vastgesteld en de verantwoordelijkheden duidelijk zijn verdeeld tussen de nationale autoriteiten en de ondersteunende agentschappen van de EU.
32Wat de situatie buiten de hotspots in Italië en Griekenland betreft, vraagt een relatief hoog percentage migranten desondanks asiel aan in andere EU-lidstaten zonder dat hun vingerafdrukken worden opgeslagen in categorie 2 van de Eurodac-databank9 (zie figuur 4). Met uitzondering van de legale migranten die asiel aanvragen en zijn vrijgesteld van het nemen van vingerafdrukken volgens categorie 2 van Eurodac, zou het ontbreken van vingerafdrukken in Eurodac kunnen worden verklaard door een van de volgende redenen:
- De asielzoeker is de EU binnengekomen via een andere route dan via de Griekse Egeïsche eilanden of Italië waar, omdat de hotspotbenadering niet wordt toegepast, de Eurodac-registratie in bepaalde lidstaten wellicht minder doeltreffend is (zie figuur 4).
- De asielzoeker heeft zijn of haar aanvraag meer dan 18 maanden na het registreren van de bijbehorende invoering in Eurodac ingediend en de vingerafdrukken worden daarom niet langer opgeslagen in de databank.
- De asielzoeker is de EU binnengekomen zonder te worden opgemerkt en is dus niet geregistreerd.
Figuur 4
Eurodac-proces voor het nemen van vingerafdrukken
Bron: ERK, op basis van gegevens van Frontex, Eurodac en Eurostat.
Het feit dat er tussen 2015 en 2018 veel buitenlandse treffers voor vingerafdrukken waren in Eurodac10 betekent dat veel asielzoekers vanuit Griekenland en Italië naar andere lidstaten reisden11. Het grote aantal secundaire bewegingen in de EU maakt de uitvoering van het Dublinmechanisme nog moeilijker.
34In het huidige systeem leiden buitenlandse treffers in Eurodac tot Dublin-overbrengingen van personen naar het land waar zij het eerst zijn binnengekomen. Uit een analyse van de Eurostat-gegevens blijkt dat in Griekenland en Italië en zelfs in de EU in haar geheel weinig sprake is van uitgaande en binnenkomende Dublin-overbrengingen12. Hiervoor bestaan veel redenen, waaronder onderduiken, humanitaire gronden, opschortende rechterlijke uitspraken en gevallen van gezinshereniging.
Streefdoelen en voornaamste doelstelling van tijdelijke noodregelingen voor herplaatsing werden niet behaald
De voornaamste doelstelling van herplaatsing werd slechts gedeeltelijk behaald
35De hotspotbenadering maakte deel uit van een pakket onmiddellijke maatregelen dat door de Raad werd vastgesteld om de crisis te bestrijden die in 2015 ontstond. Een ander onderdeel van dit pakket was een mechanisme voor de tijdelijke en uitzonderlijke herplaatsing van aanvragers van wie duidelijk was dat zij internationale bescherming nodig hadden van Griekenland of Italië naar andere landen in de EU, om deze twee lidstaten in de frontlinie te ontlasten.
36De Raad stelde twee initiële streefdoelen voor herplaatsing vast van respectievelijk 40 000 en 120 000 personen (in totaal 160 000 personen). Aangezien dit werd gedaan op het hoogtepunt van de migratiecrisis, waren de streefdoelen het resultaat van politieke onderhandelingen en niet van een robuuste analyse van de voorspelde migratiestromen. Omdat 7 744 plaatsen (van de 40 000) nooit werden toegewezen13 en 54 000 (van de 120 000) beschikbaar werden gemaakt voor de hervestiging van Syriërs uit Turkije na de verklaring EU-Turkije, verbonden de lidstaten zich er wettelijk toe 98 256 van de 160 000 migranten te herplaatsen.
37Volgens de besluiten inzake herplaatsing kwamen slechts nationaliteiten met een gemiddeld percentage ingewilligde asielaanvragen in de EU van 75 % of hoger — die bijgevolg een grote kans maakten op toekenning van internationale bescherming in de lidstaten van herplaatsing — in aanmerking voor herplaatsing. Bij het gebruik van dit EU-brede gemiddelde werd uitgegaan van coherente asielbenaderingen in de lidstaten van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel. De erkenningspercentages lopen echter sterk uiteen tussen de lidstaten, met name voor bepaalde nationaliteiten14. Het EU-brede gemiddelde was derhalve geen optimale indicator voor de kansen dat internationale bescherming werd toegekend in een bepaalde lidstaat. We erkennen echter het feit dat het een duidelijk criterium was voor een snelle beoordeling van de vraag of een migrant in aanmerking kwam voor herplaatsing.
38In figuur 5 is te zien dat 34 705 migranten die in aanmerking kwamen (12 706 uit Italië en 21 999 uit Griekenland) werden herplaatst in 22 lidstaten en 3 geassocieerde landen (Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland). Het Verenigd Koninkrijk en Denemarken maakten gebruik van hun recht om niet deel te nemen op grond van de Verdragen. Hongarije en Polen herplaatsten geen migranten15.
Figuur 5
Herplaatsing van migranten vanuit Griekenland en Italië in het kader van de tijdelijke noodregeling voor herplaatsing (2015-2017)
Bron: ERK, op basis van verzamelde gegevens van de lidstaten.
De Commissie betaalde voor elke herplaatste migrant 500 EUR aan Griekenland of Italië voor de reiskosten en 6 000 EUR aan de ontvangende lidstaat voor de opvangkosten uit het AMIF. Dit beliep in totaal 225,6 miljoen EUR voor alle herplaatste migranten.
40De verplichte herplaatsingsregelingen waren het eerste solidariteitsinitiatief in de geschiedenis van het Europese migratiebeleid dat was gericht op de grootschalige herverdeling van asielaanvragen onder de lidstaten. De besluiten inzake herplaatsing zorgen bovendien voor bescherming van een aanzienlijk aantal aanvragers die anders in Italië of Griekenland waren gebleven of die misschien irregulier naar andere landen waren gereisd.
41Het aantal herplaatste asielzoekers was echter ontoereikend om de druk op de asielstelsels in Griekenland en Italië doeltreffend te verlichten. De migranten die tijdens de periode dat zij hiervoor in aanmerking konden komen, werden herplaatst, vertegenwoordigden ongeveer 4 % van alle asielzoekers in Italië en ongeveer 22 % van de asielzoekers in Griekenland.
Een zeer klein aandeel mogelijk in aanmerking komende migranten zijn herplaatst
42De besluiten inzake herplaatsing waren van toepassing op migranten die tussen 24 maart 2015 en 26 september 2017 in Griekenland of Italië waren aangekomen. Syriërs en Eritreeërs waren de twee voornaamste nationaliteiten die tijdens de volledige periode in aanmerking kwamen. Irakezen kwamen tot 15 juni 2016 in aanmerking16.
43De ontvangende lidstaten accepteerden evenwel slechts kandidaten voor herplaatsing uit Griekenland die vóór 20 maart 2016 (datum van inwerkingtreding van de verklaring EU-Turkije) in het land waren aangekomen.
44De besluiten traden in werking op het hoogtepunt van de migratiecrisis, toen de meeste migranten die mogelijk in aanmerking zouden komen door Griekenland of Italië reisden in het kader van een secundaire migratie naar andere lidstaten. Van eind 2015 tot begin 2016 beschikten noch de Griekse, noch de Italiaanse autoriteiten over onvoldoende capaciteiten om alle kandidaten op hun grondgebied die mogelijk in aanmerking kwamen te identificeren en te bereiken. De regelingen presteerden vooral ondermaats vanwege het zeer lage aantal registraties van kandidaten die mogelijk in aanmerking kwamen (zie figuur 5).
45Het sluiten van de Balkanroute in maart 2016 remde de ongecontroleerde doorreis door Griekenland aanzienlijk af, waardoor veel kandidaten die mogelijk in aanmerking kwamen voor herplaatsing in Griekenland bleven. De Commissie schatte in maart 2016 dat tussen de 50 000 en 56 000 personen in Griekenland moesten blijven, waaronder 35 000 tot 40 000 personen die mogelijk in aanmerking kwamen voor herplaatsing. Een massale inschrijving vooraf, die werd gefinancierd door EMAS en ondersteund door het UNHCR en het EASO, hielp bij de identificatie en registratie van diegenen die in de zomer van 2016 nog steeds in Griekenland waren. Zonder deze inzet zou het aantal herplaatsingen nog lager zijn geweest.
46De informatie die aan geïdentificeerde migranten werd verstrekt over de landen van herplaatsing en de voordelen van een geordende herplaatsing (in tegenstelling tot irreguliere “zelf-herplaatsing”) was onvoldoende doeltreffend om hun vertrouwen te winnen en hen ervan te overtuigen dat de regelingen aantrekkelijk waren.
47Het geringe aantal toezeggingen tot herplaatsing en het lage tempo waarin de lidstaten toezeggingen en overbrengingen verwerkten, zal ook enkele migranten hebben afgeschrikt van het aanvragen van een herplaatsing, hoewel de situatie na verloop van tijd verbeterde.
Een groot aandeel geregistreerde kandidaten werd herplaatst, ondanks tekortkomingen in het herplaatsingsproces
48Een groot deel van alle kandidaten die voor de regelingen waren geregistreerd in Griekenland en Italië (respectievelijk 80 en 89 %) werd daadwerkelijk herplaatst. De twee voornaamste redenen voor een onsuccesvolle herplaatsing van geregistreerde kandidaten waren het niet doorstaan van veiligheidscontroles, en onderduiken.
49We troffen echter een aantal operationele tekortkomingen aan in de herplaatsingsprocessen (zie tekstvak 3 en figuur 6).
Tekstvak 3
Operationele tekortkomingen in het herplaatsingsproces
De besluiten inzake herplaatsing moesten in september 2015 snel worden aangenomen, voordat er procedures waren vastgesteld of er was voorzien in de noodzakelijke structuren (voor het registreren, overbrengen en huisvesten van kandidaten voor herplaatsing). Het was derhalve onduidelijk hoe er moest worden gehandeld; wie moest bijvoorbeeld veiligheids- en medische controles uitvoeren en hoe? Belangrijke belanghebbenden werden het pas later eens over operationele protocollen (in de zomer van 2016 in Griekenland en eind 2016 in Italië).
Het grootste deel van de afwijzingen werd gerechtvaardigd op grond van de openbare orde of nationale veiligheid, in overeenstemming met de besluiten inzake herplaatsing. De motiveringen waren echter vaak algemeen, zonder een gedetailleerde rechtvaardiging van afzonderlijke gevallen. Het aantal afwijzingen was hoger voor Griekenland dan voor Italië, vanwege de verschillende veiligheidsprofielen van in aanmerking komende migranten. Griekenland behandelde afgewezen kandidaten via het nationale asielstelsel, terwijl Italië hen aanmerkte voor herplaatsing in een andere lidstaat.
Sommige lidstaten pasten restrictieve voorkeuren toe zonder dat de besluiten hiervoor een grondslag boden (bijv. geen Eritreeërs in Bulgarije, alleen kandidaten met identiteitskaart en reisdocumenten in Tsjechië). Het duurde lang voordat het EASO een systeem had ontwikkeld voor het matchen van voorkeuren. Het project moest in oktober 2016 van start gaan, maar was pas afgerond toen er geen herplaatsingen meer plaatsvonden en werd, hoewel het werd getest in Griekenland, nooit ingezet in Griekenland en Italië.
Kandidaten werden verspreid over Italië en Griekenland in plaats van bij elkaar gehouden. De onderbrenging van kandidaten in speciale herplaatsingsfaciliteiten zou de verwerking van hun aanvragen hebben versneld, door verschillende stappen te vergemakkelijken, waaronder de verplichte gezondheidscontroles en sessies voor culturele oriëntatie.
Omdat in de besluiten geen bindende voorlopige streefdoelen voor herplaatsing werden vastgesteld, deden de ontvangende lidstaten in eerste instantie niet snel toezeggingen, maar werden dit er geleidelijk meer naarmate de uitvoering vorderde. Sommige lidstaten waren proactiever dan andere.
Figuur 6
Overzicht van operationele tekortkomingen bij herplaatsing
Bron: ERK.
Ontoereikende monitoring na herplaatsing en geen structuur voor vrijwillige herplaatsing
50De Commissie monitorde samen met het EASO en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) de uitvoering van de herplaatsingsregelingen, en met name het aantal daadwerkelijke overbrengingen. Er werden ook gegevens verzameld over registraties, onderduikers en afwijzingen, maar de verslaglegging over deze aspecten werd niet geharmoniseerd tussen Griekenland en Italië.
51Uit voorlopige resultaten die in februari 2018 door de Commissie werden verzameld, bleek dat er sprake was van hoge percentages ingewilligde asielaanvragen onder de herplaatste migranten in de ontvangende lidstaten. Bovendien bleek dat er sprake was van relatief hoge percentages secundaire bewegingen na de herplaatsing in bepaalde lidstaten, hoewel de meeste lidstaten geen informatie over dit aspect verzamelen.
52De Commissie heeft de situatie in de landen van herplaatsing sinds februari 2018 niet gemonitord. De gegevens die wij in april en mei 2019 verzamelden van de ontvangende lidstaten bevestigen de opmerkingen die wij in de vorige paragraaf maakten (zie figuur 7).
53De tijdelijke regelingen voor herplaatsing zijn in september 2017 verstreken. Er is tot dusver geen consensus bereikt over het voorstel van de Commissie voor een permanent herplaatsingssysteem. Bij gebrek aan een overeengekomen herplaatsingsmechanisme op EU-niveau vinden vrijwillige herplaatsingen plaats op ad-hocbasis, voornamelijk voor migranten die in Italië en Malta van boord gaan.
Figuur 7
Hoog percentage secundaire bewegingen onder migranten die werden herplaatst in bepaalde lidstaten1
1 Spanje heeft geen gegevens verstrekt. België, Bulgarije, Kroatië, Cyprus, Finland, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Letland, Malta, Nederland en Roemenië verzamelden geen gegevens over dit aspect. Het percentage in Estland omvat hervestigde migranten.
Bron: ERK, op basis van verzamelde gegevens inzake herplaatsing van de lidstaten (per april 2019).
Onderzochte projecten in het kader van AMIF-noodhulp en nationale programma's voorzagen in de vastgestelde behoeften, maar de streefdoelen ervan werden niet volledig behaald
AMIF EMAS-projecten zijn relevant, maar voorzien niet uitsluitend in dringende en specifieke behoeften, wat wel de bedoeling was
54AMIF EMAS is erop gericht financiële bijstand te verlenen om in het geval van een noodsituatie te voorzien in dringende en specifieke behoeften17.
55Hoewel de oorspronkelijke begroting 160 miljoen EUR bedroeg voor het meerjarig financieel kader voor de periode 2014‑2020, zijn de totale toewijzingen voor AMIF EMAS toegenomen en bedragen deze 1,1 miljard EUR tot het jaarlijks werkprogramma (AWP — annual work programme) van 2019. Zoals getoond in figuur 8, zijn Griekenland en Italië de twee grootste ontvangers van AMIF EMAS-financiering.
Figuur 8
AMIF EMAS-subsidies in de lidstaten (in miljoen EUR)
Lidstaten zonder AMIF EMAS-financiering kwamen niet in aanmerking of dienden geen verzoek om financiering in.
Bron: Berekening van de ERK, op basis van gegevens van de Europese Commissie, per maart 2019. Kaartachtergrond
© OpenStreetMap-bijdragers aan wie een vergunning is verleend in het kader van de Creative Commons Attribution-ShareAlike 2.0-vergunning (CC BY-SA).
EMAS werd oorspronkelijk ontworpen als kleinschalig instrument om te voorzien in dringende en specifieke noodbehoeften. De toename van de EMAS-financiering droeg ertoe bij dat de crisisondersteuning van de Commissie flexibeler en responsiever werd. In de tussentijdse evaluatie van het AMIF18 werd ook gewezen op de rol van EMAS bij het versterken van de solidariteit en het delen van de verantwoordelijkheid onder de lidstaten. EMAS speelde als zodanig een belangrijke rol bij de ondersteuning van de uitvoering van de herplaatsingsregelingen in Griekenland en Italië, door de registratie vooraf van kandidaten voor herplaatsing (in Griekenland) en opvangfaciliteiten en de overbrengingen van voor herplaatsing in aanmerking komende kandidaten te financieren.
57EMAS is tegelijkertijd het voornaamste strategische instrument van de Commissie geworden voor het opnieuw in evenwicht brengen van de steun voor de landen die het zwaarst werden getroffen door de migratiecrisis, en met name Griekenland, door de begroting voor hun nationale programma's aan te vullen19.
58Sommige EMAS-projecten voorzien derhalve niet uitsluitend in dringende en specifieke behoeften, maar vullen de AMIF-NP's aan door structurele activiteiten op de langere termijn met ingebouwde componenten voor capaciteitsopbouw te financieren. De Commissie wees hier ook op in haar effectbeoordeling20.
59We onderzochten zes EMAS-projecten: drie in Griekenland en drie in Italië. In elk land had één project betrekking op asiel, één op terugkeer en één op herplaatsing. Een gedetailleerd overzicht is te vinden in bijlage II.
60We constateerden dat alle zes de onderzochte projecten relevant waren voor de vastgestelde behoeften. De vastgestelde doelstellingen voor elk project van de steekproef waren duidelijk wat betreft de vraag wat er met de maatregelen moest worden bereikt. Wat de prestaties betreft, waren alle projecten van de steekproef gericht op onmiddellijke output, maar niet op resultaten en impact. Een uitzondering hierop was EMAS-IT-1, dat niet eens beschikte over outputindicatoren (zie tekstvak 4).
Tekstvak 4
Voorbeeld van een project zonder output- en uitkomstindicatoren
EMAS-IT-1 biedt ondersteuning aan immigratiebureaus van de politie (“questure”) door taalkundige ondersteuning en uitrusting te financieren. De evaluatiecommissie concludeerde dat de output van de voorgestelde maatregel nadrukkelijk moest worden genoemd, met passende indicatoren die overeenkwamen met de doelstellingen van de maatregel (bijv. dagelijks/maandelijks gemiddelde van asielaanvragen die per questura werden verwerkt). Dergelijke indicatoren zouden het mogelijk maken om de prestaties naar behoren te monitoren en de resultaten te beoordelen.
De subsidieovereenkomst werd niet aangepast naar aanleiding van het verzoek van de evaluatiecommissie en was slechts gericht op input (bijv. het aantal ter beschikking gestelde vertalers, hoeveelheden geleverde apparatuur), zonder dat prestatiestreefdoelen werden vastgesteld.
We stelden geen overlapping vast tussen projecten die door EMAS enerzijds en de operaties in het kader van AMIF-NP's of het EASO/Frontex anderzijds werden gefinancierd.
62Twee van de zes onderzochte EMAS-projecten voorzagen echter niet in dringende en specifieke behoeften (EMAS-GR-2 en EMAS-IT-1), maar vervingen maatregelen van de AMIF-NP's door structurele activiteiten op de langere termijn met ingebouwde componenten voor capaciteitsopbouw te financieren (zie tekstvak 5).
Tekstvak 5
Overgang van EMAS van noodrespons op structurele steun voor de langere termijn
EMAS-GR-2 financierde de gedwongen terugkeer van irreguliere migranten door de Griekse politie tussen december 2015 en november 2016. Dergelijke standaardterugkeeractiviteiten voor de lange termijn worden echter gedekt door de nationale begroting. Een project van een AMIF-NP inzake gedwongen terugkeer dekte met terugwerkende kracht de volledige periode van 2014 tot 2019 (met uitzondering van de periode die werd gedekt door EMAS). Hieruit blijkt dat er geen dringende behoefte aan noodfinanciering bestond.
EMAS-IT-1 zal 18 maanden duren. Naast IT-apparatuur omvat de steun ook de aankoop van auto's en meubels. In plaats van zich te richten op de meest overbelaste questure, met lange wachttijden voor het registreren van asielverzoeken, is het project erop gericht de capaciteiten van alle questure in Italië te versterken, met inbegrip van questure zonder dringende behoefte aan steun.
Hoewel deze maatregel Italië nog steeds kan helpen de achterstand ten aanzien van asielaanvragen weg te werken, zou een dergelijk project nuttiger zijn geweest wanneer dit in 2016/2017 was uitgevoerd, toen de asielaanvragen in Italië hun hoogtepunt bereikten. Het ging echter pas in september 2018 van start, toen het aantal asielregistraties reeds aanzienlijk was gedaald ten opzichte van de voorgaande jaren. Op het moment van het controlebezoek eind februari 2019 waren vanwege de lopende aanbestedingsprocedures nog geen activiteiten uitgevoerd.
In juli 2017 kende de Commissie aanvullende AMIF EMAS-financiering toe aan Italië die opliep tot 100 miljoen EUR, en ook werd gebruikt om de projecten EMAS-IT-1 en EMAS-IT-2 te financieren. Er was echter geen gestructureerd mechanisme dat de EMAS-middelen eerlijk zou verdelen tussen de lidstaten in het geval van verzoeken om projectfinanciering die de beschikbare begroting overschrijden. Als alle in aanmerking komende lidstaten AMIF EMAS-subsidies zouden aanvragen voor de financiering van vergelijkbare activiteiten (nationale gedwongen terugkeer, begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie (AVRR — Assisted Voluntary Return and Reintegration) of de verbetering van de capaciteit van politiebureaus), zou de EMAS-begroting snel worden uitgeput.
64De Commissie heeft voorgesteld om noodhulp op te nemen in het nieuwe financiële kader voor de periode 2021‑2027, onder gedeeld beheer met de lidstaten21. Er moeten nog criteria worden vastgesteld voor de toewijzing van EMAS-middelen.
De streefdoelen van slechts twee van de zes onderzochte AMIF EMAS-projecten werden volledig behaald
65De geplande doelstellingen van EMAS-GR-3 en EMAS-IT-2 werden volledig behaald, terwijl de doelstellingen van EMAS-GR-1, EMAS-GR-2 en EMAS-IT-3 gedeeltelijk werden behaald (zie tekstvak 6). EMAS-IT-1 bevindt zich nog steeds in de beginfase van de uitvoering (zie tekstvak 5 en bijlage II).
Tekstvak 6
Voorbeelden van AMIF EMAS-projecten waarvan de doelstellingen niet volledig werden behaald
EMAS-GR-2: De Griekse politie behaalde haar streefdoelen niet en stuurde slechts 121 onderdanen van derde landen gedwongen terug, in plaats van het streefdoel van 1 080. De IOM daarentegen overtrof de verwachtingen en stuurde 1 464 onderdanen van derde landen terug (ten opzichte van de geplande 1 000) in het kader van begeleide vrijwillige terugkeer. Voor dit project werd ook te weinig uitgegeven: 65 % (1,7 miljoen EUR) van het oorspronkelijk toegewezen bedrag (2,5 miljoen EUR) werd gebruikt.
EMAS-IT-3: Het streefdoel van het huisvesten van gemiddeld 1 310 kandidaten voor herplaatsing in een periode van twaalf maanden kon niet worden behaald, omdat er minder daadwerkelijke kandidaten voor herplaatsing waren dan voorspeld. De migranten die in aanmerking kwamen voor herplaatsing waren bovendien verspreid over heel Italië. Het was derhalve moeilijk om hen naar de speciale centra voor herplaatsing te brengen, waar uiteindelijk verschillende migranten werden gehuisvest, waaronder migranten die niet in aanmerking kwamen voor herplaatsing. Als gevolg hiervan waren de gemaakte kosten voor dit project lager dan gepland en werd 63 % (9,7 miljoen EUR) van het oorspronkelijk toegewezen bedrag (15,3 miljoen EUR) gebruikt.
Hoewel de streefdoelen van EMAS-IT-2 drie maanden voor het einde van de uitvoeringsperiode werden overtroffen, moet worden opgemerkt dat de streefdoelen relatief bescheiden waren gezien het aantal terugkeerbesluiten en het aantal irreguliere migranten dat in Italië verbleef. De prestaties van het AVRR-programma in Italië worden beïnvloed door een aantal problemen, die wij analyseren in tekstvak 12.
Geen degelijke uitgebreide evaluaties van de behoeften voor AMIF-NP's
67In de AMIF-NP's voor de periode 2014‑2020 werd 328,3 miljoen EUR toegewezen aan Griekenland en 394,2 miljoen EUR aan Italië. De AMIF-NP's werden echter pas in respectievelijk juli en augustus 2015 overeengekomen als gevolg van de late goedkeuring van de AMIF-verordening.
68Een meerjarig fonds zoals het AMIF, dat is opgenomen in een algemeen strategisch plan, vereist degelijke, uitgebreide evaluaties van de behoeften, waarbij alle behoeften worden begroot en geprioriteerd en regelmatig worden bijgewerkt22. De steeds veranderende situatie leidde ertoe dat er weinig tijd was voor het vaststellen van dergelijke evaluaties van de behoeften in Griekenland en Italië.
69We onderzochten tien nationale AMIF-projecten: vijf in Griekenland en vijf in Italië (een gedetailleerde beoordeling van GR-1 tot en met 5 en IT-1 tot en met 5 is te vinden in bijlage II). We stelden vast dat alle gecontroleerde projecten relevant waren voor zover sprake was van een aantoonbaar thematisch verband tussen het project en de doelstellingen van het nationale programma. Omdat niet alle behoeften werden begroot en geprioriteerd, is het echter niet mogelijk om te beoordelen of de AMIF-middelen terechtkwamen waar zij het hardst nodig waren.
70We troffen tekortkomingen aan in de prestatie-indicatoren van de gecontroleerde projecten. Sommige projecten hadden geen specifieke output- of uitkomstindicatoren (IT-1, GR-2). In sommige indicatoren waren streefdoelen vastgesteld die te laag waren (IT-2, 3 en 4) of reeds waren behaald (GR-1). Sommige indicatoren werden niet bijgewerkt nadat de reikwijdte van het project was aangepast (GR-3) of hadden tot slot een restrictieve termijn voor begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie (GR-5).
71We troffen een overlapping aan tussen de gecontroleerde AVRR-projecten in Italië (IT-2 en IT-3). Deze projecten werden toegekend in het kader van dezelfde oproep tot het indienen van voorstellen, hadden betrekking op dezelfde landen van herkomst en werden in dezelfde regio's in Italië uitgevoerd. Omdat het ontbrak aan een overzicht dat ervoor zorgde dat de projecten in aanvullende geografische gebieden werden uitgevoerd, concurreerden zij om dezelfde migranten terug te sturen.
72Omdat het mandaat van Frontex in 2016 werd verlengd, werden twee EU-instrumenten (AMIF-NP en Frontex-terugkeersteun) tegelijk gebruikt voor de ondersteuning van dezelfde soort activiteiten op het gebied van gedwongen terugkeer. Dit betreft ook de projecten GR-4 en IT-4 voor gedwongen terugkeer in het kader van het AMIF.
De streefdoelen van de meeste gecontroleerde AMIF-NP-projecten in Griekenland en Italië waren op het moment van de controle niet volledig behaald
73Eind 2016 waren er bijna geen financiële AMIF-middelen van het Griekse NP ingezet om te voorzien in de behoeften van het land als gevolg van de migratiecrisis. Griekenland werkte de vertraging bij het uitvoeren van de vastleggingen weg, maar het aantal betalingen dat in het kader van het AMIF-NP werd gedaan, bleef laag. Italië werkte de vertraging bij het uitvoeren van de vastleggingen in het kader van de speciale doelstellingen 1 en 2 weg, maar de vastleggingen in het kader van specifieke doelstelling 3 liepen op het moment van het controlebezoek achter op schema (zie bijlage I).
74In Griekenland was een van de vijf gecontroleerde projecten (GR-1) afgerond op het moment van de controle en werden vier projecten nog uitgevoerd. Vier van de vijf projecten hadden hun beoogde resultaten niet behaald of zouden deze (in het geval van lopende projecten) waarschijnlijk niet behalen (zie bijlage IV). Bij alle onderzochte projecten constateerden we dat er regelmatig verslag werd uitgebracht en dat er werd gemonitord. Bij drie van de vijf projecten maakte het grote aantal wijzigingen de monitoring van de prestaties van het project en de uiteindelijke beoordeling van het succes ervan moeilijker23.
75In Italië waren vier van de vijf gecontroleerde projecten afgerond op het moment van de controle. De doelstellingen van twee van deze projecten werden gedeeltelijk behaald. Eén project was opgeschort en voor een ander project waren geen definitieve gegevens beschikbaar (zie bijlage IV). De verslaglegging en monitoring van twee van de vijf projecten was ontoereikend.
Kader voor de monitoring van prestaties laat en zonder streefdoelen opgezet
76Het gemeenschappelijk kader voor toezicht en evaluatie is het belangrijkste instrument van de Commissie voor de monitoring en evaluatie van de prestaties van AMIF-NP's. Het kader werd pas in februari 2017 voltooid24 als gevolg van lange discussies met de lidstaten over een geharmoniseerde reeks resultaat- en impactindicatoren. Tal van AMIF-projecten waren toen al van start gegaan.
77Het kader werd niet alleen laat vastgesteld, maar de resultaat- en impactindicatoren ervan bevatten ook geen streefdoelen of uitgangswaarden, waardoor het lastig is om de prestaties te evalueren. Bovendien verzamelden Italië en Griekenland in de tussentijdse evaluatieverslagen van 2017 geen volledige gegevensreeksen over indicatoren van het kader.
78De Commissie heeft geen kader voor de monitoring van de prestaties ontwikkeld om de resultaten van de door EMAS gefinancierde projecten te monitoren en hierover verslag uit te brengen.
Ontoereikende prestatiegegevens om een degelijke beleidsevaluatie op EU-niveau mogelijk te maken
79In mei 2018 stelde de Commissie voor25 de statistieken van Eurostat inzake migratie en asiel te herzien om onder meer: i) de frequentie en de inhoud van statistieken over terugkeer uit te breiden; ii) uitgesplitste asielgegevens te verstrekken over onbegeleide minderjarigen; en iii) nieuwe statistieken over verzoeken tot heroverweging in het kader van Dublin in te voeren.
80In de loop van deze controle werd duidelijk dat meer prestatiegegevens nodig waren om een degelijke beleidsevaluatie op EU-niveau mogelijk te maken. Dit is niet opgenomen in het voorstel van de Commissie.
81Wat asielprocedures betreft, verzamelen Eurostat en het EASO bijvoorbeeld geen prestatiegegevens over de verwerkingstijden voor asielaanvragen tussen belangrijke mijlpalen26 in de procedure, ondanks de talrijke termijnen die in de EU- en nationale asielwetgeving zijn vastgesteld. Het EASO verzamelt basisgegevens over achterstanden die slechts betrekking hebben op de veroudering van asielaanvragen die in eerste aanleg worden behandeld. Eurostat verzamelt slechts beperkte gegevens27 over de gerechtelijke/beroepsfase, maar geen gegevens over aanhangige beroepen in de verschillende stadia.
82Er worden geen gegevens verzameld over de snelheid van de terugkeerprocedures. Bovendien zijn er geen indicatoren die de duurzaamheid van de terugkeer meten, zoals het aantal teruggekeerde migranten die proberen terug te komen naar de EU of het succes van de AVRR-pakketten voor re-integratie.
De operationele steun van de EU-agentschappen wordt niet volledig gebruikt
Inspanningen van het EASO om een strategischer benadering te ontwikkelen voor zijn steun voor asielprocedures
83We stelden vast dat de operaties van het EASO relevant zijn voor de vele behoeften die voortvloeien uit de grote instromen van migranten in Griekenland en Italië.
84Bij de ondersteuning van deze lidstaten tijdens de migratiecrisis, met name tijdens de piek in de aankomsten van migranten in 2015 en 2016, en rekening houdend met de voortdurende en veelvuldige ontwikkelingen, had het EASO geen tijd om uitgebreide evaluaties van de behoeften uit te voeren, waarbij behoeften werden geprioriteerd en begroot, of om meerjarige plannen of vertrekstrategieën vast te stellen. Voor de operationele plannen voor 2017 en 2018 werd een dergelijke gestructureerde beoordeling echter ook niet voorbereid. De plannen werden overeengekomen door het EASO en de gastlidstaten. Omdat de behoeften niet duidelijk waren geprioriteerd en begroot, kon echter niet worden aangetoond dat het EASO steun had verleend waar deze het hardst nodig was.
85Bij het voorbereiden van zijn operationele plannen voor 2019 verrichtte het EASO aanzienlijke inspanningen om te voorzien in de belangrijke elementen van de strategische planning28. Vanuit conceptueel oogpunt achten wij dit een goede praktijk, hoewel de doeltreffende uitvoering ervan slechts kan worden beoordeeld bij de evaluatie van de operationele plannen voor 2019, die buiten de reikwijdte van onze controle vallen.
86Tot 2018 waren de operationele plannen gebaseerd op input. De invoering van een instrument voor de monitoring van de prestaties in februari 2018 voor Italië en in mei 2018 voor Griekenland leidde tot de vaststelling van output- en uitkomstindicatoren, maar we troffen enkele tekortkomingen aan29.
87Hoewel we geen concrete voorbeelden van overlappingen hebben aangetroffen, beschikken de Commissie en het EASO niet over een procedure om het EASO systematisch te betrekken bij het plannen van AMIF-projecten, met name voor projecten (of dit nu in het kader van AMIF-NP's of EMAS is) die vergelijkbare activiteiten financieren (bijv. de financiering van personeel van de Griekse asieldienst (GAS — Greek Asylum Service) of de ondersteuning van questure in Italië).
88In Italië paste het EASO zijn steun aan toen de migratiestromen aanzienlijk afnamen. Het zette de ondersteuning van de informatieverstrekking eind 2018 stop. Er werd minder ondersteuning voor registratie verleend dan gepland en deze ondersteuning zal volgens het schema eind 2019 worden uitgefaseerd. Het EASO wil eind 2019 ook zijn steun voor territoriale asielcomités30 stopzetten.
89Hoewel bepaalde elementen van de steun van het EASO zouden kunnen worden uitgevoerd door de nationale autoriteiten en kunnen worden gefinancierd uit het AMIF (bijv. tijdelijke registratiedeskundigen en asielmedewerkers die reeds zijn gedetacheerd bij de GAS, of tolkdiensten), beschikt het EASO niet over een dergelijke vertrekstrategie voor Griekenland.
Steun van het EASO belemmerd door een permanent tekort aan deskundigen van de lidstaten, de korte duur van hun detachering en andere operationele problemen
90Wat de input betreft (aantal deskundigen, tijdelijke adviseurs, enz.), is de inzet van het EASO in Griekenland en Italië grotendeels in overeenstemming met de operationele plannen. In bijlage I wordt aangetoond dat de uitgaven elk jaar hoger waren dan de oorspronkelijke begroting.
91Bij gebrek aan streefdoelen/uitgangswaarden voor de indicatoren is het moeilijk om de prestaties/doeltreffendheid van de EASO-steun te beoordelen wat betreft output en uitkomsten. De Griekse en Italiaanse asielautoriteiten die wij ondervroegen, waren desondanks van mening dat de steun van het EASO nuttig was voor zowel de ondersteuning van de asielprocedures als de versterking van de nationale capaciteiten.
92De EASO-operaties hebben nog steeds te lijden onder een permanent tekort aan deskundigen van de lidstaten en de gemiddelde duur van hun detachering is te kort gebleken (gemiddeld 50 dagen in Griekenland en 46 dagen in Italië in 2018). Het EASO stelt geen jaarlijks detacheringsplan op, zoals Frontex dat doet. In plaats daarvan vraagt het de lidstaten deskundigen aan te wijzen, maar de respons is vaak niet toereikend. Het EASO moet dan meer tijdelijke deskundigen inzetten om dit tekort aan te vullen.
93De EASO-steun op de Griekse eilanden werd belemmerd door bijkomende operationele problemen (zie tekstvak 7).
Tekstvak 7
Operationele problemen met gevolgen voor de EASO-steun voor asielprocedures op de Griekse eilanden
De EASO-steun werd belemmerd door een gebrek aan werkplekken en veiligheidskwesties (rellen, geblokkeerde evacuatiewegen). In de sterk overbevolkte hotspot op Samos voerde het EASO bijvoorbeeld maar vier gesprekken per dienst, omdat het slechts kon beschikken over vier werkplekken. In de winter werd er geen middagdienst gewerkt vanwege zorgen over de veiligheid van EASO-personeel na zonsondergang.
Ontvankelijkheidsgesprekken, die twee tot drie uur duurden, werden gevoerd voor alle nationaliteiten met een erkenningspercentage boven de 25 %. De GAS verwerpt de juridische adviezen (slotopmerkingen) van het EASO inzake niet-ontvankelijkheid systematisch voor alle migranten, met uitzondering van Syriërs die onder de tijdelijke bescherming in Turkije vallen, aangezien de GAS (in tegenstelling tot het EASO en de Commissie) Turkije over het algemeen geen veilig derde land acht voor internationale bescherming. De hieruit voortvloeiende inefficiëntie werd in 2017 gedeeltelijk aangepakt door de gesprekken met betrekking tot de ontvankelijkheid en het in aanmerking komen samen te voegen in één stap. Sinds september 2018 heeft het EASO tegelijkertijd slotopmerkingen geformuleerd over de ontvankelijkheid en het in aanmerking komen voor de GAS om onnodige verwijzingen over en weer te voorkomen.
Volgens de statistieken merkte het EASO in haar adviezen van 2018 70 % van de ondervraagde aanvragers en familieleden aan als kwetsbaar (of gaf het aan dat er een nadere medische beoordeling nodig was) volgens de in de Griekse wetgeving vastgestelde categorieën, met als gevolg dat de GAS deze personen naar de normale procedure doorverwijst. We stelden vast dat het EASO en de GAS het oneens waren over de uitkomst van deze beoordelingen van de kwetsbaarheid. Dit gebrek aan een geharmoniseerde benadering leidde tot inefficiënte verwijzingen over en weer31. Noch de GAS, noch het EASO verzamelt statistieken over het percentage verwerpingen van beoordelingen van de kwetsbaarheid die ons in staat zouden stellen de omvang van dit probleem te beoordelen.
Bij operaties voor steun voor gedwongen terugkeer van Frontex was er sprake van een gebrek aan informatie van de lidstaten en coördinatie met het AMIF
94We achten alle terugkeeroperaties van Frontex relevant voor de behoeften die op het gebied van terugkeer zijn vastgesteld.
95Sinds 2016 kan Frontex op eigen initiatief operaties voor gedwongen terugkeer coördineren en organiseren. Om dergelijke operaties beter te kunnen plannen, moeten de lidstaten echter systematisch en regelmatig degelijke en tijdige operationele informatie verstrekken (bijv. actuele gegevens over onderdanen van derde landen die in aanmerking komen voor terugkeer, hun land van herkomst, aantal migranten in uitzetcentra, einddatum van hun inbewaringstelling, enz.).
96Omdat het mandaat van Frontex in 2016 werd verlengd, werden twee EU-instrumenten gebruikt voor activiteiten op het gebied van gedwongen terugkeer (AMIF-NP’s en Frontex-terugkeersteun). De twee financieringsstructuren van de EU bestonden naast elkaar en financierden hetzelfde soort activiteiten voor gedwongen terugkeer (gezamenlijke operaties, nationale operaties en commerciële lijnvluchten). Het beperkte aantal terugkeerders leidt ertoe dat het potentieel van Frontex om steun voor terugkeer te verlenen onbenut blijft (zie tekstvak 8).
Tekstvak 8
Voorbeeld van ontoereikende coördinatie tussen steun van Frontex en van het AMIF bij operaties voor gedwongen terugkeer
Griekenland organiseerde vóór 2018 zelden gezamenlijke terugkeeroperaties, aangezien het niet beschikte over een eigen kaderovereenkomst voor chartervluchten. In plaats daarvan nam het deel aan de gezamenlijke operaties van andere lidstaten. In 2018 sloot Griekenland zijn eigen kaderovereenkomst, maar het heeft deze tot nu toe uitsluitend gebruikt voor nationale operaties die werden gefinancierd uit het AMIF-NP, in plaats van gezamenlijke operaties met andere lidstaten te organiseren om beter gebruik te maken van de capaciteit van vliegtuigen.
Er is geen structuur voor het coördineren van acties van AMIF en Frontex. Frontex is niet betrokken bij de programmering van terugkeeracties van het AMIF en heeft geen toegang tot informatie over AMIF-NP's of de relevante projecten die in het kader van het AMIF worden gefinancierd.
Potentieel van Frontex-steun voor terugkeer onbenut gebleven
98Omdat de lidstaten niet volledig gebruikmaakten van het potentieel van Frontex om terugkeeroperaties te ondersteunen (zie figuur 9), had het agentschap niet de mogelijkheid om volledig gebruik te maken van zijn verhoogde begroting voor terugkeersteun sinds de verlenging van zijn mandaat.
Figuur 9
Gebruik van Frontex-begroting voor terugkeersteun (in miljoen EUR)
Bron: ERK, op basis van gegevens van Frontex.
Zoals getoond in figuur 10, zijn Griekenland en Italië twee van de lidstaten die het potentieel van Frontex niet ten volle benutten32. De belangrijkste reden hiervoor is het lage aantal terugkeerders van beide landen. Daarnaast is deze situatie ook te wijten aan het feit dat deze landen voor AMIF-NP hebben gekozen in plaats van voor Frontex-steun voor gedwongen terugkeer.
Figuur 10
Frontex-steun voor terugkeer in 2018
Bron: ERK, op basis van operationele gegevens van Frontex.
We stelden vast dat operationele uitdagingen gevolgen hebben voor de kostenefficiëntie van charterdiensten (zie figuur 10).
- Vanwege het risico op onderduiken moet snel worden opgetreden zodra een migrant kan worden teruggestuurd; er kan niet worden gewacht tot de chartervlucht vol is. Dit leidt tot onbenutte capaciteit (43 %) van gecharterde vliegtuigen, met name gezien het feit dat een groot vliegtuig met een voldoende groot vliegbereik moet worden gebruikt voor terugkeeroperaties over lange afstanden naar Afrika of Azië.
- De daadwerkelijke aantallen passagiers zijn vaak lager dan gepland (67 % in 2018), vanwege het gebrek aan noodzakelijke reisdocumenten, asielaanvragen die op het laatste moment worden vernieuwd, onderduikers, enz.
- De terugkeerders moeten worden begeleid door veel personeelsleden (begeleiders, controleurs, waarnemers, medisch personeel, enz.).
- Terugkeeroperaties worden ook belemmerd door de moeizame samenwerking met de derde landen33.
Over het algemeen zijn lijnvluchten kostenefficiënter dan chartervluchten. Daartegenover staat dat ongeveer een derde van de geplande terugkeeroperaties per vliegtuig werd geannuleerd, voornamelijk vanwege de weigering van terugkeerders, het ontbreken van reisdocumenten, onderduiken, gerechtelijke beslissingen of weigering van de gezagvoerder.
Aanhoudend lange verwerkingstijden voor asielaanvragen ondanks verhoogde capaciteit en nog steeds weinig terugkerende irreguliere migranten
102We beoordeelden de impact van de EU-steunmaatregelen op nationaal niveau door te onderzoeken of de asiel- en terugkeerprocedures sneller en doeltreffender waren geworden, waarbij we keken naar:
- de gemiddelde verwerkingstijden tussen belangrijke stadia van de asielprocedure (zie figuur 11);
- het wegwerken van de achterstand ten aanzien van hangende asielaanvragen;
- het percentage beroepen waarbij de asielbeslissing in eerste aanleg wordt verworpen;
- het aantal daadwerkelijke terugkeerders ten opzichte van het aantal terugkeerbesluiten;
- de gemiddelde verwerkingstijden tussen belangrijke stadia van de terugkeerprocedure (zie figuur 12).
Figuur 11
Asielprocedure
Bron: ERK.
Figuur 12
Terugkeerprocedure
Bron: ERK.
In de loop van de crisis kwamen de meeste irreguliere migranten die naar Europa kwamen aan in Italië of Griekenland. De twee lidstaten hebben zich ontwikkeld van landen van doorreis tot landen waar migranten asielaanvragen indienen. Gezien het feit dat de huidige situatie in de twee landen uiteenloopt, presenteren we onze bevindingen ten aanzien van de asielprocedures per land. Bovendien maken de verzamelde en geanalyseerde gegevens over asiel geen rechtstreekse vergelijking mogelijk tussen de Griekse en Italiaanse asielstelsels.
Het volledige Griekse asielstelsel blijft overbelast, ondanks aanzienlijke toename van de verwerkingscapaciteit
Achterstand loopt op ondanks toename van de verwerkingscapaciteit
104De GAS werd in juni 2013 operationeel. Met de steun van AMIF EMAS, het AMIF-NP, het EASO en de UNHCR is het personeelsbestand van de dienst de afgelopen jaren toegenomen, wat heeft geleid tot een grotere capaciteit om beslissingen in eerste aanleg te verwerken (zie figuur 13).
Figuur 13
GAS-personeel ten opzichte van beslissingen in eerste aanleg
Bron: ERK, op basis van gegevens van de GAS en Eurostat.
Ondanks deze toename van personele middelen schiet de huidige behandelingscapaciteit van GAS-personeel nog steeds tekort gezien het toenemende aantal asielaanvragen. In 2018 waren gemiddeld 240 behandelaars van zaken werkzaam bij de GAS. De GAS heeft volgens onze schatting ongeveer 110 aanvullende behandelaars van zaken nodig om enkel en alleen de achterstand in eerste aanleg in stand te houden (wanneer de 66 970 asielaanvragen die in 2018 werden ingediend, worden gedeeld door de standaardproductiviteit van 16 zaken per maand per behandelaar). Naast de problemen bij het aantrekken van gekwalificeerd personeel, wordt de verdere groei van de GAS belemmerd door het acute gebrek aan werkplekken (zie tekstvak 9).
Tekstvak 9
Gebrek aan werkplekken bij de Griekse asieldienst
In Athene zijn de centrale diensten van de GAS gevestigd in een oud gebouw met kleine kantoren. De kantoren voor gesprekken en registratie en de kantoren van de Dublin-eenheid bevinden zich in containers buiten het hoofdgebouw, waar dossiers op de vloer zijn opgestapeld vanwege ruimtegebrek. De ruimtebeperkingen waren ook zichtbaar tijdens ons controlebezoek aan de hotspots op Lesbos en Samos.
Het totale aantal hangende zaken in eerste aanleg verdubbelde bijna tussen medio 2017 en eind 2018 en het aantal zaken dat ouder was dan zes maanden nam sterk toe (zie figuur 14).
Figuur 14
Hangende zaken in eerste aanleg in Griekenland
Deze figuur heeft betrekking op zowel het vasteland als de eilanden, maar omvat niet de achterstand in het stadium voorafgaande aan de registratie, waarvoor wij geen gegevens kregen van de nationale autoriteiten.
Bron: ERK, op basis van gegevens van het EASO.
De verklaring EU-Turkije van 18 maart 2016 had grote gevolgen voor de asielsituatie in Griekenland. De irreguliere overschrijdingen van de grens vanuit Turkije naar Griekenland namen sterk af (zie figuur 15). Tegelijkertijd kwam de GAS echter onder aanzienlijke druk te staan, omdat het overgrote deel van de onderdanen van derde landen sinds het sluiten van de Balkanroute in Griekenland internationale bescherming aanvraagt.
Figuur 15
Irreguliere overschrijdingen van de grens in het oostelijke Middellandse Zeegebied
Bron: ERK, op basis van maandelijkse gegevens van Frontex.
Naar aanleiding van de verklaring EU-Turkije werd op de Griekse eilanden een versnelde grensprocedure34 ingevoerd. Deze was ontworpen als aanvulling op de bestaande normale en versnelde asielprocedures (zie het stroomschema in figuur 16). De achterstand ten aanzien van hangende zaken in eerste aanleg op de eilanden bedroeg eind maart 2019 24 533 zaken35.
Figuur 16
Stroomschema voor eenvoudige weergave van de versnelde grensprocedure op de Griekse eilanden
Bron: ERK.
Verwerkingstijden worden langer
109De verwerkingstijden voor asielaanvragen — van de registratie tot de beslissing in beroep — namen in 2018 voor alle asielprocedures in Griekenland toe (zie figuur 17).
Figuur 17
Overzicht van de verwerkingstijden per asielprocedure (in dagen)
Geen gegevens beschikbaar voor verwerkingstijden in de beroepsfase van de versnelde procedure en de zaken op het niveau van administratieve hoven van beroep en de Raad van State.
Bron: ERK, op basis van gegevens van de GAS en de Griekse beroepsinstantie.
De GAS of het EASO voeren de gesprekken voor de versnelde grensprocedure op de vijf Griekse eilanden met hotspots. Hoewel in de nationale wetgeving zeer strikte termijnen zijn vastgesteld (het asielgesprek moet binnen één dag na de indiening worden gevoerd en de beslissing in eerste aanleg moet binnen een dag na het gesprek worden genomen), zijn de gemiddelde verwerkingstijden elk jaar langer geworden (zie tekstvak 10).
Tekstvak 10
Problemen die gevolgen hebben voor de efficiëntie van de versnelde grensprocedure
Bij de versnelde grensprocedure zijn veel belanghebbenden betrokken (de dienst voor opvang en identificatie, Frontex, artsen van het Ministerie van Volksgezondheid, politieagenten, de GAS en het EASO), wat betekent dat een goede onderlinge coördinatie essentieel is. Een knelpunt in één stadium verstoort de efficiëntie van het volledige proces. Het tekort36 aan artsen van het Ministerie van Volksgezondheid — de enigen die bevoegd zijn om beoordelingen van de kwetsbaarheid uit te voeren — in de hotspots had in 2018 bijvoorbeeld gevolgen voor de efficiëntie van de gehele procedure en leidde tot een grotere achterstand. Een ander voorbeeld zijn de verschillende identificatienummers die worden afgegeven door de artsen van het Ministerie van Volksgezondheid en de dienst voor opvang en identificatie. Hierdoor werd het moeilijker om kwetsbare asielzoekers te identificeren en hun zaken te behandelen.
Het overgrote deel van de aanvragers (74 % in 2018) werd aangemerkt als kwetsbaar37 en uitgesloten van de versnelde grensprocedure. In sommige gevallen (noch de GAS, noch het EASO verzamelt precieze statistieken) verwierp de GAS de beoordeling van de kwetsbaarheid die door het EASO was uitgevoerd en stuurde zij de zaak door voor verder medisch onderzoek. Hierdoor werd de asielprocedure voor de betrokken personen nog verder verlengd. Bovendien verwerpt de GAS systematisch adviezen van het EASO inzake niet-ontvankelijkheid voor niet-Syriërs38 (zie tekstvak 7).
Een beroep moet binnen drie dagen worden besproken en vervolgens moet binnen twee dagen na de bespreking of indiening van een aanvullend verslag een beslissing worden genomen. De gemiddelde verwerkingstijd was in 2018 echter 171 dagen (zie figuur 17).
Eind 2018 waren slechts 1 806 van de 8 928 migranten die in aanmerking kwamen voor terugkeer daadwerkelijk teruggestuurd naar Turkije in het kader van de verklaring EU-Turkije.
De situatie is nog problematischer ten aanzien van de normale en versnelde procedures.
112De gemiddelde duur van registratie tot beslissing in eerste aanleg in het kader van de normale procedure nam toe van 84 dagen in 2016 tot 241 dagen in 2018. Deze periode zal waarschijnlijk nog langer worden, aangezien we voorbeelden van asielzoekers aantroffen die in 2018 aanvragen indienden en in 2022 of zelfs 2023 een afspraak voor een gesprek konden maken.
113In het kader van de versnelde procedure voor aanvragers uit Syrië of Palestina of aanvragers zonder nationaliteit werd de gemiddelde tijd van registratie tot beslissing in eerste aanleg meer dan verdubbeld, van 142 dagen in 2016 tot 303 dagen in 2018. We troffen gevallen aan waarin Syriërs in 2018 een aanvraag hadden ingediend en pas in maart 2021 een afspraak voor een gesprek konden maken, wat wijst op een risico dat deze periode langer wordt.
114Hierdoor ontstaat een paradox voor de in aanmerking komende Syriërs en kwetsbare aanvragers op de eilanden39. Hoewel hun geografische beperking is opgeheven en zij de eilanden mogen verlaten, moeten zij op het vasteland veel langer wachten op een onderzoek ten gronde van hun zaak dan wanneer zij de versnelde grensprocedure op de eilanden zouden doorlopen40.
Beroepsinstanties zijn overbelast
115Griekenland heeft inspanningen geleverd om de capaciteiten van zijn beroepsinstanties uit te breiden. In december 2018 nam het aantal beroepscommissies toe van 12 tot 20. Deze grotere capaciteit is hard nodig om de situatie van 2017 te voorkomen, toen achterstandscommissies nog bezig waren met het wegwerken van de aanhangige beroepen van voor 2013 (zie AMIF-NP-project GR-1 in bijlage IV).
116Eind 2018 waren 13 755 zaken41 hangende bij de beroepsinstanties. Een aanzienlijk aandeel van de negatieve beslissingen in eerste aanleg (bijna de helft van dergelijke beslissingen sinds 2013) komt terecht in de beroepsfase, waardoor de beroepsinstanties extra onder druk komen te staan. De gemiddelde verwerkingstijden op zowel het vasteland als de eilanden namen tussen 2016 en 2018 toe.
117Er is geen door AMIF gefinancierd project gepland om de beroepscommissies te ondersteunen en de steun van het EASO is beperkt vanwege zijn betrokkenheid in het eerste stadium.
Indicaties van een afnemende kwaliteit van beslissingen in eerste aanleg op de eilanden
118Een potentiële indicator voor de kwaliteit van de beslissingen in eerste aanleg is het percentage beslissingen dat wordt verworpen van de bij de beroepsinstanties ingediende beroepen. Uit figuur 18 blijkt dat het percentage verworpen beslissingen op het vasteland laag is, maar dat de situatie op de eilanden in de afgelopen twee jaar sterk is verslechterd. Dit doet vermoeden dat de kwaliteit van de beslissingen in eerste aanleg is afgenomen (17,8 % hiervan werd in 2018 verworpen door de beroepsinstanties).
Figuur 18
Aandeel verworpen negatieve beslissingen in eerste aanleg
Eilanden: Lesbos, Kos, Leros, Samos, Chios.
Geen gegevens over positieve beslissingen in beroep voor verstrekte humanitaire bescherming.
Bron: ERK, op basis van gegevens van de Griekse beroepsinstantie.
Van achterstand bij asielaanvragen tot overbelaste beroepsinstanties in Italië
Achterstand bij hangende zaken in eerste aanleg wordt weggewerkt
119De Italiaanse autoriteiten konden de informatie waarom wij verzochten, over de jaarlijkse ontwikkeling van het aantal hangende zaken/de achterstand sinds 2015 in de stadia registratie, indiening, beroep en definitieve beslissing, niet genereren. Dit deel heeft derhalve slechts betrekking op het aantal hangende zaken/de achterstand in het stadium van de beslissing in eerste aanleg.
120Sinds 2016 neemt het aantal aankomsten in Italië sterk af: in 2017 daalde het aantal met 34 % ten opzichte van het voorgaande jaar en in 2018 met nog eens 80 % (zie figuur 19). Het aantal asielaanvragen nam tussen 2016 en 2018 af met 56 %.
Figuur 19
Aankomsten en asielaanvragen
Bron: ERK, op basis van gegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (aankomsten) en Eurostat (aanvragen).
Het nationale asielcomité (NAC) beoordeelt samen met zijn regionale afdelingen aanvragen voor internationale bescherming in Italië en is verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen in eerste aanleg. Met de steun uit de nationale begroting nam de personeelscapaciteit van het comité tussen 2014 en 2018 toe (zie figuur 20). Dankzij de personeelsversterking konden meer aanvragen in eerste aanleg worden verwerkt.
Figuur 20
Leden van de territoriale asielcomités ten opzichte van beslissingen in eerste aanleg
Bron: ERK, op basis van gegevens van het nationale asielcomité en Eurostat.
Tot eind 2017 had het NAC nog steeds moeite met het behandelen van het toenemende aantal asielaanvragen. Tegen december 2017 was het aantal hangende zaken toegenomen tot 149 006, waardoor het Italiaanse asielstelsel sterk onder druk kwam te staan. Dit veranderde echter in 2018, toen de achterstand met 45 % aanzienlijk werd beperkt dankzij een verdere toename van de verwerkingscapaciteiten in eerste aanleg, in combinatie met een aanzienlijke daling van het aantal aankomsten. Dit uitte zich in minder verzoeken om internationale bescherming (zie figuur 21).
Figuur 21
Hangende zaken in eerste aanleg in Italië
Bron: ERK, op basis van gegevens van het EASO.
Het NAC verwacht de volledige achterstand in eerste aanleg eind 2019 te hebben weggewerkt. Wanneer deze inspanningen echter worden gecombineerd met een strenger migratiebeleid (de afschaffing van humanitaire bescherming en een dalend erkenningspercentage42), zal binnen een jaar een groot aantal afwijzingen terechtkomen in de beroepsfase, die reeds overbelast is (zie de paragraaf 127 hieronder).
Verwerkingstijden worden langer
124Het is niet mogelijk om de mediane of gemiddelde verwerkingstijd tussen de ontscheping, indiening van de asielaanvraag en registratie ervan bij een questura te verkrijgen uit de Italiaanse IT-systemen.
125Voor de normale procedure is in de Italiaanse wetgeving een maximumduur van 33 dagen43 vastgesteld vanaf het indienen van een verzoek tot de bekendmaking van een beslissing in eerste aanleg. In figuur 22 wordt duidelijk dat de gemiddelde verwerkingstijd tussen 2015 en 2018 aanzienlijk is toegenomen.
Figuur 22
Gemiddelde verwerkingstijden in eerste aanleg in Italië (in dagen)
Bron: ERK, op basis van gegevens van het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken.
Een groot probleem is dat een geïntegreerd IT-beheerssysteem ontbreekt dat het mogelijk zou maken om de prestaties van het begin tot het einde van de procedure, met inbegrip van de gerechtelijke (beroeps)fase, te volgen. Territoriale asielcomités voeren beslissingen in beroep handmatig in, waarbij vertraging wordt opgelopen en de volledigheid en betrouwbaarheid van de gegevens worden geschaad. Niet alle beslissingen worden systematisch ingediend bij het territoriale comité. Zij moeten de informatie verkrijgen van de migranten of de questure. Daarnaast lopen territoriale comités vertraging op bij het uploaden van hun eigen beslissingen in eerste aanleg. Het gebrek aan betrouwbare en tijdige gegevens over negatieve beslissingen in alle stadia belemmert ook het geven van terugkeerbesluiten door de questure.
Beroepsinstanties zijn overbelast
127Zoals getoond in figuur 23, kan het 4,3 jaar duren voordat een definitieve beslissing wordt genomen nadat alle mogelijke beroepsfasen zijn doorlopen. Steun voor de gerechtelijke autoriteiten zal derhalve waarschijnlijk de dringendste behoefte van het Italiaanse asielstelsel worden.
Figuur 23
Gemiddelde tijd voor het nemen van een definitieve beslissing over de aanvragen van 2015 in Italië
Bron: ERK, op basis van gegevens van het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken.
Op het moment van de controle was er geen AMIF-project voor de versterking van de gerechtelijke capaciteit. Het EASO stelde deze behoefte vast, maar heeft tot dusverre slechts onrechtstreekse steun verleend: het helpt het NAC bij zaken in tweede aanleg, maar staat de gerechtelijke hoven van beroep niet rechtstreeks bij.
Relatief hoog percentage door beroepsinstanties verworpen beslissingen in eerste aanleg
129In figuur 24 is te zien dat de beroepsinstanties in 2018 33 % van de beslissingen in eerste aanleg waartegen beroep werd aangetekend, verwierpen. Hoewel dit percentage relatief hoog is, daalde het licht ten opzichte van voorgaande jaren.
Figuur 24
Aandeel verworpen negatieve asielbeslissingen in eerste aanleg
Beslissingen inzake beroepen die tussen 2012 en 2015 werden ingediend.
Bron: ERK, op basis van gegevens van het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken.
De daadwerkelijke terugkeer van irreguliere migranten blijft in de gehele EU problematisch
Laag percentage terugkeerders in de gehele EU
130Omdat een groot aantal personen sinds 2015 in Europa internationale bescherming aanvraagt, is het lage percentage irreguliere migranten dat wordt teruggestuurd een probleem geworden voor Griekenland, Italië en de EU in haar geheel, zoals getoond in figuur 25. De terugkeerpercentages zijn nog lager als we alleen de terugkeer buiten Europa in aanmerking nemen. Hiervoor bestaan veel redenen, die wij hieronder analyseren.
Figuur 25
Terugkeer vanuit Griekenland en Italië
Bron: ERK, terugkeerpercentages berekend op basis van gegevens van Eurostat.
Wat de uitvoering van de verklaring EU-Turkije betreft, hadden de Griekse eilanden eind 2018 in totaal slechts 1 806 irreguliere migranten teruggestuurd. Het aantal terugkeerders in het kader van de verklaring EU-Turkije in 2018 (322) was nog lager dan in 2017 (687).
Een aantal factoren doet afbreuk aan het succes van de terugkeeroperaties
132Een van de factoren die gevolgen hebben voor het succes van terugkeeroperaties is de duur van de asielprocedure (zie ook de paragrafen 109-114 en 124-126). Wat betreft het beperkte aantal onderdanen van derde landen dat in bewaring kan worden gehouden op de in de asielwetgeving vastgestelde gronden, bedraagt de maximale detentieperiode bovendien zes maanden. Wanneer de detentieperiode afloopt, worden de migranten vrijgelaten en kunnen zij onderduiken. Tot slot dienen migranten in zowel Italië als Griekenland vaak op het laatste moment asielaanvragen in om de terugkeerprocedure te vertragen.
133Een goede coördinatie tussen de asiel- en terugkeerautoriteiten is essentieel om de uitwisseling van informatie te optimaliseren en ervoor te zorgen dat op een negatieve asielbeslissing automatisch een terugkeerbesluit volgt (zie tekstvak 11).
Tekstvak 11
Verband tussen asiel- en terugkeerprocedures in Griekenland en Italië
In Griekenland worden onderdanen van derde landen geregistreerd als aanvragers van internationale bescherming in ALKIONI, de databank van de GAS. Op het vasteland wordt de politie, hoewel zij een beperkte toegang heeft tot bepaalde modules van deze databank, niet automatisch gewaarschuwd wanneer een negatieve asielbeslissing wordt gegeven in het ALKIONI-systeem. Terugkeerbesluiten worden derhalve slechts gegeven wanneer een persoon toevallig wordt opgepakt. De uitwisseling van informatie verloopt beter op de eilanden, maar is ook daar informeel en afhankelijk van persoonlijke contacten.
Italië geeft geen terugkeerbesluit af zodra een negatieve asielbeslissing is genomen. Deze twee soorten beslissingen worden afgegeven door twee verschillende autoriteiten: de questure en de asielcomités. De politie heeft toegang tot de databank waarin asielbeslissingen worden geregistreerd, maar krijgt geen automatische waarschuwing zodra een negatieve asielbeslissing wordt gegeven. Net zoals in Griekenland wordt slechts een terugkeerbesluit afgegeven wanneer een persoon toevallig wordt opgepakt.
Zoals opgemerkt in paragraaf 126, belemmert het gebrek aan betrouwbare en tijdige gegevens over negatieve beslissingen in de beroepsfase ook het nemen van terugkeerbesluiten door de questure.
Griekenland heeft een gecentraliseerd IT-systeem (Grieks karteringssysteem) voor migratiebeheer, maar dat is nog niet gebruiksklaar wat informatie en functionaliteit betreft. Het is geen geïntegreerd systeem dat het volledige terugkeerproces in kaart brengt. Er zijn bijvoorbeeld geen gegevens in werkelijke tijd over inbewaringstelling. In plaats daarvan gebruikt elk uitzetcentrum zijn eigen Excelbestand en de coördinerende eenheid op het hoofdkantoor van de politie moet elk uitzetcentrum vragen regelmatige updates te verstrekken om een overzicht van de situatie te krijgen. Frontex steunt Griekenland bij de omzetting van zijn terugkeerproces in een digitaal formaat.
135Er is bovendien geen sprake van wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten onder de EU-lidstaten. Tot 2018 werd in de EU geen informatie over terugkeerbesluiten uitgewisseld. Sinds december 2018 moeten terugkeerbesluiten systematisch worden ingevoerd in het Schengeninformatiesysteem, zodat deze zichtbaar zijn voor alle lidstaten.
136Ook bij vrijwillig vertrek bestaat een risico op onderduiken. De belangrijkste oorzaak hiervan is het ontbreken van een standaardsysteem om te controleren of een onderdaan van een derde land de buitengrens van een Schengenland heeft overschreden. Het is daarom niet mogelijk om met zekerheid te zeggen of een onderdaan van een derde land de EU daadwerkelijk heeft verlaten, is ondergedoken in de lidstaat of naar een andere lidstaat is gereisd.
137Volgens de terugkeerrichtlijn44 moet inbewaringstelling met het oog op verwijdering worden beperkt en, uit het oogpunt van de gebruikte middelen en de nagestreefde doelstellingen, aan het evenredigheidsbeginsel worden getoetst. Inbewaringstelling is alleen gerechtvaardigd bij het voorbereiden van de terugkeer of het uitvoeren van de verwijdering en indien minder dwingende middelen niet afdoende zouden zijn. De oorspronkelijke periode van inbewaringstelling is maximaal zes maanden. Deze periode kan onder bepaalde voorwaarden tot 18 maanden worden verlengd. In Griekenland zijn er momenteel zes uitzetcentra op het vasteland en twee op de eilanden Lesbos en Kos. Op Samos is nog een uitzetcentrum gepland. De omstandigheden in sommige uitzetcentra zijn bekritiseerd (zie project GR-3 in bijlage IV).
138Ondanks de inspanningen van Italië beschikken de uitzetcentra van het land nog steeds over onvoldoende capaciteit om het aantal personen te huisvesten dat moet worden teruggestuurd (815 plekken ten opzichte van 27 070 terugkeerbesluiten in 2018). Er is geen AMIF-project gepland om dit probleem aan te pakken.
139Een andere reden voor het lage percentage daadwerkelijk terugkerende migranten die de EU moeten verlaten, is het gebrek aan medewerking door enkele derde landen bij het identificeren en weer toelaten van hun onderdanen (zie ook paragraaf 100 iv)). In de Overeenkomst van Cotonou tussen de EU en de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan is bijvoorbeeld bepaald45 dat deze landen al hun onderdanen die illegaal op het grondgebied van een EU-lidstaat aanwezig zijn zonder verdere formaliteiten weer moeten toelaten. Deze wettelijke bepaling wordt in de praktijk niet nageleefd.
Operationele uitdagingen bij begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie
140Omdat er geen geharmoniseerde benadering is in de EU, hebben de lidstaten uiteenlopende AVRR-pakketten. Volgens het directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten hebben de EU-lidstaten ten minste 90 specifieke AVRR-programma's vastgesteld die worden gecofinancierd door de Europese Unie.
141AVRR-operaties waren tot nu toe goed voor slechts een fractie van het totaalaantal terugkeerders in Italië (15 % in 2018), omdat meerdere problemen ertoe hebben geleid dat AVRR-projecten niet doeltreffend konden bijdragen tot het oplossen van het probleem met terugkeer (zie tekstvak 12).
Tekstvak 12
Voorbeelden van problemen die de doeltreffendheid van AVRR-projecten in Italië beperken
In 2015/2016 was sprake van een tussenjaar zonder AVRR-programma dat werd uitgevoerd, vanwege de overgang op het vertraagde AMIF. De uit het AMIF gefinancierde AVRR-projecten die in 2016 startten, gingen niet gepaard met een nationale bewustmakingscampagne en voor elk project werden afzonderlijke informatieactiviteiten uitgevoerd (zie paragraaf 71 inzake overlappingen). Daarnaast werden bij aanvang van de projecten geen doeltreffende voorlichtingsactiviteiten uitgevoerd. De situatie werd later aangepakt door de invoering van speciaal personeel voor voorlichting: regionale adviseurs. De streefdoelen die voor de indicatoren van de projecten werden vastgesteld, waren gezien de behoeften niet ambitieus.
Een grote groep migranten die illegaal in Italië verbleef, werd uitgesloten van het AVRR-programma, omdat een migrant binnen een korte periode van 7-30 dagen na het terugkeerbesluit een aanvraag moet indienen om in aanmerking te komen.
De tijd die verstrijkt tussen de indiening en de goedkeuring door de questura of prefectuur was lang: gemiddeld 37 dagen (voor project IT-3) en 40 dagen (voor project IT-2). Omdat Italië niet beschikt over accommodatie voor AVRR-aanvragers, droegen deze lange wachttijden bij tot een hoog uitvalpercentage van 27 %46.
Tot slot werd het AVRR-programma onderbroken, aangezien na afloop van de projecten in juni 2018 pas in oktober 2018 een nieuwe oproep werd gepubliceerd. Deze oproep werd op het moment van ons controlebezoek in februari 2019 geëvalueerd. De IOM informeerde ons dat zij niet had deelgenomen vanwege de te strenge regels inzake subsidiabiliteit van de uitgaven47.
In Griekenland worden de doelstellingen van het AVRR-programma, dat wordt uitgevoerd door de IOM, behaald48. Steun voor re-integratie, die begunstigden ontvangen na terugkeer naar hun land van herkomst, is echter slechts beschikbaar voor 26 % van de aanvragers. Dit tekort bij het verstrekken van steun voor re-integratie zou gedeeltelijk kunnen worden aangevuld door middel van het specifieke actieprogramma van het European Reintegration Network (ERIN)49, maar Griekenland heeft hiervan nog geen gebruik gemaakt.
143Bovendien is de periode gedurende welke migranten op het vasteland in aanmerking komen voor het programma onbeperkt, terwijl migranten op de eilanden binnen zeer korte tijd (15 dagen na een negatieve beslissing in eerste aanleg van de GAS) AVRR moeten aanvragen.
144Ondanks het bovenstaande werd een voorbeeld van een goede praktijk aangetroffen bij het open centrum in Attiko Alsos voor migranten die zijn geregistreerd voor begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie, dat een veilige omgeving en steun voor onderdanen van derde landen biedt die vrijwillig willen terugkeren naar hun land van herkomst (zie tekstvak 13).
Tekstvak 13
Voorbeeld van goede praktijk op het gebied van AVRR
Het open centrum in Attiko Alsos voor migranten die zijn geregistreerd voor begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie, dat wordt gefinancierd in het kader van AMIF EMAS, werd opgezet vlak bij het centrum van Athene, om onderdak te bieden aan migranten in Griekenland die zich hebben geregistreerd voor het AVRR-programma en die tot hun vertrek geen plek om te verblijven hebben. De begunstigden zijn kwetsbare migranten, die met het oog op het project worden gedefinieerd als zwangere vrouwen, gezinnen met alleenstaande ouders, migranten met medische behoeften, oudere migranten en behoeftige migranten. Het open centrum is goed bereikbaar en bevindt zich nabij ziekenhuizen en consulaire diensten. Het verleent essentiële diensten aan kwetsbare migranten totdat zij terugkeren naar hun land van herkomst.
Geen gegevens over de snelheid van de terugkeeroperaties
145Noch de Griekse, noch de Italiaanse IT-systemen kunnen statistieken genereren over de snelheid van de terugkeerprocedures50. Als gevolg hiervan konden we dit aspect niet beoordelen.
Conclusies en aanbevelingen
146In het kader van onze controle onderzochten we of de EU-steun voor migratiebeheer (met inbegrip van de hotspotbenadering) had bijgedragen tot doeltreffende en snelle asiel- en terugkeerprocedures in Griekenland en Italië. We concluderen dat er verschillen bestaan tussen de doelstellingen van de EU-steun en de behaalde resultaten. Hoewel de capaciteiten van de Griekse en Italiaanse autoriteiten zijn toegenomen, is de uitvoering van de asielprocedures in Griekenland en Italië nog steeds onderhevig aan lange verwerkingstijden en knelpunten. Net zoals in de rest van de EU keren vanuit Griekenland en Italië weinig irreguliere onderdanen van derde landen terug.
147Van de elf aanbevelingen die wij in 2017 deden met betrekking tot de hotspotbenadering in Griekenland en Italië werden er zes volledig uitgevoerd, werden er twee uitgevoerd wat de Commissie en de agentschappen betreft en werd er één niet uitgevoerd door de lidstaten (zie bijlage III). Twee belangrijke aanbevelingen (inzake de capaciteit van hotspots en de situatie van onbegeleide minderjarigen in de Griekse hotspots) worden nog uitgevoerd, waarbij de situatie in de Griekse hotspots zeer ernstig blijft (zie de paragrafen 23-27).
148Onze aanbeveling dat de deskundigen van de lidstaten lang genoeg worden gedetacheerd, is nog niet uitgevoerd. Hoewel de Commissie en de agentschappen de lidstaten herhaaldelijk hebben opgeroepen om meer nationale deskundigen in te zetten, bestaat voor EASO-operaties nog steeds een tekort aan nationale deskundigen. Frontex heeft daarentegen in de Italiaanse hotspots zelfs meer personeel ingezet dan nodig, aangezien het zijn plannen niet had aangepast met het oog op de weinige aankomsten via zee. Ondanks het beperkte aantal terugkeeroperaties stelden we ook vast dat een groot aandeel van de deskundigen voor begeleiding van Frontex voor overnameoperaties naar Turkije slechts een begeleidend profiel had en derhalve niet kon worden ingezet voor andere soorten operaties (zie de paragrafen 28-30).
149We stelden vast dat de percentages van registratie en het nemen van vingerafdrukken in de hotspots aanzienlijk waren verbeterd doordat operationele standaardprocedures waren vastgesteld en de verantwoordelijkheden duidelijk waren verdeeld onder de nationale autoriteiten en de ondersteunende agentschappen van de EU. Desondanks reist nog steeds een groot percentage migranten door naar andere EU-lidstaten om daar asiel aan te vragen zonder dat hun vingerafdrukken worden opgeslagen in de Eurodac-databank (zie de paragrafen 31-34).
150De noodregelingen voor herplaatsing, die vanwege het ontwerp ervan tijdelijk waren, vormden het eerste initiatief voor solidariteit in de geschiedenis van het Europese migratiebeleid dat was gericht op de grootschalige herverdeling van asielaanvragen onder de lidstaten. De streefdoelen ervan werden echter niet behaald, waardoor de druk op de Griekse en Italiaanse asielstelsels niet doeltreffend werd verlicht (zie de paragrafen 35-41).
151Er werd immers een zeer gering aandeel mogelijk in aanmerking komende migranten geïdentificeerd en met succes doorgestuurd voor het aanvragen van herplaatsing (zie de paragrafen 42-47).
152Een groot aandeel van de kandidaten die een aanvraag indienden, werd daadwerkelijk herplaatst (80 % in Griekenland en 89 % in Italië). We troffen echter een aantal operationele tekortkomingen aan in de herplaatsingsprocessen. De Commissie heeft het herplaatsingsproces in de landen die migranten ontvingen sinds februari 2018 niet gemonitord. De tijdelijke regelingen voor herplaatsing verstreken in september 2017 en er is tot dusverre geen consensus bereikt over het voorstel van de Commissie voor een permanent herplaatsingssysteem. Bij gebrek aan een overeengekomen herplaatsingsmechanisme op EU-niveau vinden vrijwillige herplaatsingen plaats op ad-hocbasis, voornamelijk voor migranten die in Italië en Malta van boord gaan (zie de paragrafen 48-53).
Aanbeveling 1 — Gebruik de getrokken lessen om voort te bouwen op ervaringen voor een eventueel toekomstig vrijwillig herplaatsingsmechanismeDe Commissie moet de lessen die zijn getrokken uit de noodregelingen voor herplaatsing (met inbegrip van de situatie in de ontvangende lidstaat na herplaatsing) gebruiken en voortbouwen op deze ervaringen voor een eventueel toekomstig vrijwillig herplaatsingsmechanisme.
Tijdpad: 31 december 2020
153AMIF EMAS werd oorspronkelijk ontworpen als kleinschalig instrument om te voorzien in dringende en specifieke noodbehoeften. De toename van de EMAS-financiering droeg ertoe bij dat de crisisondersteuning van de Commissie flexibeler en responsiever werd. Het is het voornaamste strategische instrument van de Commissie geworden voor het opnieuw in evenwicht brengen van de steun voor de landen die het zwaarst werden getroffen door de migratiecrisis, en met name Griekenland, door de begroting voor hun nationale programma's aan te vullen. Deze overgang vond plaats zonder dat een kader voor de monitoring van de prestaties werd vastgesteld. De Commissie heeft voorgesteld om noodhulp op te nemen in het nieuwe financiële kader voor de periode 2021‑2027, onder gedeeld beheer met de lidstaten (zie de paragrafen 54-64).
154Slechts bij twee van de zes onderzochte EMAS-projecten werden de streefdoelen volledig behaald, bij drie werden de streefdoelen gedeeltelijk behaald en één project bevindt zich nog in het vroege stadium van uitvoering (zie de paragrafen 65-66).
155Alle tien de onderzochte projecten in het kader van AMIF-NP's zijn relevant. Het AMIF-NP is een meerjarig financieringsinstrument, maar er zijn nog geen degelijke meerjarige mechanismen voor strategische planning in Griekenland en Italië om ervoor te zorgen dat de middelen worden toegewezen aan gebieden waar deze het hardst nodig zijn (zie de paragrafen 67-72).
156Van geen van de vijf onderzochte voltooide AMIF-NP-projecten werden de streefdoelen volledig behaald: de streefdoelen van drie projecten werden gedeeltelijk behaald, de doelstellingen van één project werden niet behaald en voor het laatste project gold dat de gegevens niet toereikend waren om de vooruitgang te beoordelen. De overige vijf projecten werden op het moment van de controle nog uitgevoerd (zie de paragrafen 73-75).
157Het AMIF-kader voor de monitoring van prestaties werd laat en zonder streefdoelen opgezet. In de loop van de controle werd duidelijk dat er meer prestatiegegevens nodig waren om een degelijke beleidsevaluatie op EU-niveau mogelijk te maken (zie de paragrafen 76-82).
Aanbeveling 2 — Versterk het beheer van de AMIF-noodhulp en de nationale programma'sDe Commissie moet:
- criteria vaststellen voor de toewijzing van de EMAS-middelen onder gedeeld beheer met de lidstaten in het volgende financiële kader;
- het kader voor de monitoring van de prestaties versterken door:
- ervoor te zorgen dat AMIF EMAS-projecten output- en uitkomstindicatoren hebben, in voorkomend geval met duidelijke streefdoelen en uitgangswaarden, en wanneer dit niet het geval is, dit motiveren;
- de uitkomsten die worden behaald met projecten die door EMAS worden gefinancierd, te monitoren en te rapporteren;
- voor het nieuwe MFK 2021‑2027 de AMIF GMEK-indicatoren te ontwikkelen, met inbegrip van de uitgangswaarden en streefdoelen ervan, vóór de projecten voor de periode 2021‑2027 van start gaan;
- maatregelen treffen om voor complementariteit en betere coördinatie tussen het AMIF en het EASO/Frontex te zorgen (bv. op het gebied van gedwongen terugkeer of steun voor asielautoriteiten).
Tijdpad: 30 juni 2021
158De nationale autoriteiten in zowel Griekenland als Italië zijn van mening dat de operationele steun die wordt verleend door het EASO relevant en nuttig is. De operationele steunplannen van het EASO waren tot 2018 echter grotendeels gericht op input en hadden geen output- en uitkomstindicatoren om de prestaties van het EASO te beoordelen. De situatie verbetert in 2019 langzamerhand (zie de paragrafen 83-89).
159Terwijl het tekort aan deskundigen van de lidstaten wordt gecompenseerd door tijdelijke dienstverleners, blijft de korte duur van de detachering van deskundigen een probleem. EASO-operaties in de Griekse hotspots hebben te kampen met veiligheidsproblemen, een gebrek aan werkplekken, onenigheid over beoordelingen van de kwetsbaarheid met de GAS en de systematische verwerping van beslissingen inzake niet-ontvankelijkheid voor niet-Syriërs door de GAS (zie de paragrafen 90-93).
Aanbeveling 3 — Versterk de operationele ondersteuning van het EASO voor asielproceduresHet EASO moet:
- zijn model voor de detachering van deskundigen aanpassen om dit voorspelbaarder te maken, gezien het permanente tekort aan deskundigen van de lidstaten;
- de kaders voor de monitoring van de prestaties voor Griekenland en Italië vervolledigen door hieraan uitkomstindicatoren, uitgangswaarden en streefdoelen toe te voegen en de relevante prestatiegegevens over alle indicatoren te verzamelen;
- samenwerken met de GAS bij het oplossen van onenigheden met betrekking tot de beoordelingen van de kwetsbaarheid en de toelaatbaarheid van niet-Syriërs tot de versnelde grensprocedure.
Tijdpad: 31 december 2020
160Griekenland en Italië behoren tot de lidstaten die het potentieel van Frontex voor terugkeer niet volledig hebben benut (uitgebreid mandaat en verhoogde begroting). Afgezien van het lage aantal terugkerende migranten wordt de situatie verklaard door het bestaan van twee parallelle EU-financieringsinstrumenten die hetzelfde soort activiteiten ondersteunen (gedwongen terugkeer gefinancierd door nationale programma's in het kader van het AMIF en Frontex-operaties) (zie de paragrafen 94-101).
Aanbeveling 4 — Pas de steun voor terugkeer van Frontex en de inzet van deskundigen in de hotspots aanFrontex moet:
- samenwerken met de Commissie om te zorgen voor complementariteit en betere coördinatie tussen de door Frontex en het AMIF gefinancierde steun voor terugkeer;
- in het kader van het lage aantal terugkeeroperaties in Griekenland niet langer begeleiders met een enkelvoudig profiel inzetten die niet voor hotspotoperaties kunnen worden ingezet;
- het operationele plan aanpassen om de inzet van personeel in de hotspots (met inbegrip van deskundigen voor vingerafdrukken) in Italië beter te laten aansluiten op patronen voor aankomst via zee.
Tijdpad: 31 december 2020
161In de loop van de crisis kwamen de meeste irreguliere migranten die naar Europa kwamen, aan in Italië of Griekenland. De twee lidstaten hebben zich ontwikkeld van landen van doorreis tot landen waar migranten asielaanvragen indienen (zie paragraaf 103).
162In Griekenland is de verwerkingscapaciteit van de GAS sinds 2015 uitgebreid, maar is deze nog steeds ontoereikend om de toenemende achterstand aan hangende asielaanvragen weg te werken. De verklaring EU-Turkije had een grote impact op aankomsten, maar de hoeksteen ervan, de versnelde grensprocedure, verloopt niet snel genoeg. Ten aanzien van de normale en de versnelde procedures is de situatie nog problematischer, met afspraken voor gesprekken die pas in 2023, respectievelijk 2021 kunnen worden gemaakt. Een groot aantal negatieve beslissingen in eerste aanleg komt terecht in de beroepsfase, waar steun ontbreekt en er reeds sprake is van overbelasting (zie de paragrafen 104-118).
163In het kader van de sterke daling van de aankomsten en asielaanvragen is de huidige verwerkingscapaciteit in eerste aanleg van Italië toereikend. De bestaande aanzienlijke achterstand zal naar verwachting eind 2019 zijn weggewerkt. Dit zal echter waarschijnlijk leiden tot zware druk op de beroepsautoriteiten. Het duurde meer dan vier jaar voordat een asielaanvraag die in 2015 was ingediend in de definitieve beroepsfase terechtkwam. Zonder adequate ondersteuning kan deze lange periode in de toekomst nog langer worden (zie de paragrafen 119-129).
Aanbeveling 5 — Versterk het beheer van de nationale asielstelselsDe Commissie en het EASO moeten, in samenwerking met de nationale autoriteiten:
- hun steun voor de GAS verder opvoeren met het oog op het wegwerken van de toenemende achterstand in eerste aanleg;
- de overbelaste beroepsautoriteiten in Griekenland en Italië ondersteunen, terwijl potentiële belangenconflicten voor het EASO in Griekenland worden vermeden;
- maatregelen voorstellen die de systematische verzameling mogelijk maken van prestatiegegevens over verwerkingstijden (uitgesplitst naar soort procedure en belangrijke mijlpalen) en over achterstanden (uitgesplitst naar belangrijke mijlpalen, met inbegrip van de verschillende beroepsfasen) om de beleidsvorming en evaluatie van de prestaties te vergemakkelijken en de naleving van de EU-wetgeving te monitoren.
Tijdpad: 31 december 2020
164Er keerden veel minder migranten daadwerkelijk terug dan er terugkeerbesluiten werden genomen in de beide landen en de EU in haar geheel. We troffen een aantal redenen hiervoor aan (zie de paragrafen 130-139).
165De begeleide vrijwillige terugkeer en de re-integratie worden beïnvloed door een gebrek aan een geharmoniseerde benadering in de EU. We troffen structurele tekortkomingen aan in verband met AVRR in Italië. De doelstellingen van het AVRR-programma in Griekenland worden behaald, maar het pakket voor re-integratie wordt aan slechts 26 % van de aanvragers aangeboden. Een speciale AVRR-accommodatie is een voorbeeld van een goede praktijk die de regeling aantrekkelijker maakt (zie de paragrafen 140-144).
166Er worden geen gegevens verzameld over de snelheid van de terugkeerprocedures. Bovendien zijn er geen indicatoren die de duurzaamheid van de terugkeer meten, zoals het aantal teruggekeerde migranten die proberen terug te komen naar de EU of het succes van de AVRR-pakketten voor re-integratie (zie paragraaf 145).
Aanbeveling 6 — Blijf de nationale terugkeerprocedures ondersteunenDe Commissie moet, in samenwerking met de nationale autoriteiten:
- samen met Frontex steun blijven verlenen om de oorzaken van het geringe aantal terugkeerders in Griekenland en Italië aan te pakken waarop in dit verslag werd gewezen, waarbij de nadruk moet liggen op het lage aantal terugkeerders van de Griekse eilanden en de AVRR in Italië;
- maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de bestaande overeenkomsten met derde landen voor het terugsturen van onderdanen van derde landen, zoals de Overeenkomst van Cotonou en de EU-overnameovereenkomsten, worden gehandhaafd door derde landen en ten volle worden gebruikt door de lidstaten;
- een gecoördineerde benadering in de EU voor steun voor re-integratie in de derde landen van terugkeer bevorderen;
- maatregelen voorstellen die de systematische verzameling mogelijk maken van prestatiegegevens over de snelheid en duurzaamheid van de terugkeerprocedures om de beleidsvorming, de evaluatie van de prestaties en onderzoek te vergemakkelijken.
Tijdpad: 31 december 2020
Dit verslag werd door kamer III, onder leiding van mevrouw Bettina Jakobsen, lid van de Rekenkamer, vastgesteld te Luxemburg op haar vergadering van 22 oktober 2019.
Voor de Rekenkamer
Klaus-Heiner LEHNE
President
Bijlagen
Bijlage I — Financiële uitvoering (in miljoen EUR)
Bijlage II — Samenvatting van de beoordeling van een steekproef van 20 door de EU ondersteunde maatregelen in Griekenland en Italië
Bijlage III — Follow-up van de aanbevelingen inzake de hotspotbenadering
| Aanbeveling | Stand van zaken | Opmerkingen |
| 1.1. De Commissie moet samen met de betrokken agentschappen Griekenland blijven ondersteunen bij het aanpakken van het capaciteitsgebrek in de hotspots door: - de huisvestingsvoorzieningen op de eilanden waar de hotspots zijn gevestigd, op te waarderen; - (met de steun van het EASO) de verwerking van asielaanvragen verder te versnellen en tegelijk duidelijke informatie te verstrekken aan migranten over de wijze waarop en het tijdsbestek waarbinnen hun aanvragen zullen worden behandeld; - (met de steun van Frontex) waar passend de bestaande terugkeerprocedures te handhaven. | Wordt uitgevoerd | De Commissie, het EASO en Frontex verleenden verdere steun om de capaciteiten van de Griekse hotspots uit te breiden door nieuwe infrastructuurprojecten te financieren, alle arbeidscontractanten van de GAS te ondersteunen en alle overnameoperaties naar Turkije uit te voeren. Er is echter nog steeds meer steun nodig, aangezien de situatie ter plaatse nog steeds problematisch is. |
| 1.2. De Commissie moet samen met de betrokken agentschappen de inspanningen van Italië verder ondersteunen om het aantal hotspots te vergroten, zoals oorspronkelijk gepland, en om aanvullende maatregelen te nemen om de hotspotbenadering uit te breiden tot de ontschepingen buiten de vastgestelde hotspotlocaties. | Uitgevoerd | |
| 2.1. De Commissie moet samen met de betrokken agentschappen en internationale organisaties de autoriteiten in zowel Griekenland als Italië helpen om alle mogelijke maatregelen te nemen om te waarborgen dat onbegeleide minderjarigen die als migrant aankomen, worden behandeld in overeenstemming met de internationale normen, ook wat betreft passend onderdak, bescherming, toegang tot en voorrang bij asielprocedures en het in aanmerking nemen van deze minderjarigen voor mogelijke herplaatsing. | Wordt uitgevoerd | De Commissie heeft verdere steun verleend door nieuwe infrastructuurprojecten te financieren om de situatie van onbegeleide minderjarigen te verbeteren. Het EASO heeft in december 2018 een project gestart om de dringende situatie op Samos aan te pakken. Er is echter nog steeds meer steun nodig in Griekenland, aangezien de situatie ter plaatse nog steeds problematisch is. |
| 2.2. De Commissie moet blijven aandringen op de benoeming van een kinderbeschermingsfunctionaris voor iedere hotspot/locatie. | Uitgevoerd door de Commissie | De Commissie heeft aangedrongen op de benoeming, maar de Italiaanse autoriteiten hebben geen kinderbeschermingsfunctionarissen benoemd in de hotspots. |
| 2.3. De Commissie en de betrokken agentschappen moeten de verantwoordelijke autoriteiten blijven bijstaan door opleidingen te verzorgen en juridisch advies te verstrekken, en zij moeten de situatie blijven monitoren en verslag blijven uitbrengen over de getroffen maatregelen en de geboekte vooruitgang. | Uitgevoerd | |
| 3.1. De Commissie en de agentschappen moeten alle lidstaten blijven verzoeken meer deskundigen ter beschikking te stellen om beter te voorzien in de bestaande behoeften. | Uitgevoerd door de Commissie en de agentschappen | Voortdurend tekort aan door de lidstaten ter beschikking gestelde deskundigen voor EASO-operaties in Griekenland en Italië. |
| 3.2. De lidstaten moeten deskundigen met het gevraagde profiel lang genoeg detacheren om de steun die Frontex, het EASO en Europol aan Griekenland en Italië verlenen voldoende doelmatig en doeltreffend te maken. | Niet uitgevoerd | De gemiddelde duur van de detachering van deskundigen van het EASO en Frontex bleef in 2018 korter dan twee maanden. Er was een groot aandeel begeleidende deskundigen met een enkelvoudig profiel in Griekenland gezien het geringe aantal terugkeerders. |
| 4.1. De Commissie moet samen met de agentschappen en de nationale autoriteiten duidelijker de rol, structuur en verantwoordelijkheden van de regionale taskforce van de EU in de hotspotbenadering uiteenzetten. | Uitgevoerd | |
| 4.2. De Commissie en de agentschappen moeten erop blijven aandringen dat Italië en Griekenland één persoon benoemen die op een meer permanente basis belast is met het algemene beheer en het functioneren van iedere afzonderlijke hotspot en dat in Griekenland operationele standaardprocedures voor hotspots worden vastgesteld. | Uitgevoerd | |
| 5.1. De Commissie en de agentschappen moeten eind 2017 de opzet en uitvoering van de hotspotbenadering tot nu toe evalueren en voorstellen doen voor de verdere ontwikkeling ervan. Deze moeten het volgende omvatten: een standaardsteunmodel voor toekomstige grootschalige migratiebewegingen, vaststelling van de verschillende taken en verantwoordelijkheden, minimumeisen ten aanzien van de infrastructuur en personele middelen, de vormen van te verlenen steun en operationele standaardprocedures. | Uitgevoerd | |
| 5.2. In deze analyse moet ook de noodzaak worden beoordeeld om het wettelijk kader voor de hotspotbenadering als onderdeel van het beheer van de buitengrenzen van de EU nader te verduidelijken. | Uitgevoerd | De Commissie beval aan dat de operationele standaardprocedures voor de hotspots de vorm van een rechtshandeling of regerings- of ministerieel besluit of circulaire moesten aannemen, afhankelijk van de grondwettelijke vereisten van de gastlidstaat. In Italië werden de operationele standaardprocedures voor hotspots in december 2016 in de vorm van een circulaire doorgestuurd naar de betrokken nationale autoriteiten. In Griekenland werden de operationele standaardprocedures in 2017 gepubliceerd en verspreid in de vorm van een administratieve circulaire. |
Bijlage IV — Uitvoering van AMIF-NP-projecten
Griekenland
Het enige voltooide project van de steekproef voor Griekenland, GR-1, had als belangrijkste doelstelling om de achterstand aan asielzaken in tweede aanleg weg te werken; deze werd niet volledig behaald (14 % van de zaken in tweede aanleg werd niet afgehandeld). Het project had kunnen worden verlengd, maar hierom werd te laat verzocht en wettelijke geschillen met betrekking tot de vergoeding voor de leden van de achterstandscommissie vormden een belemmering. Toen het project werd afgerond, was 20 % van de begroting van het project nog niet besteed. Ondanks de toenemende achterstand (zie ook de paragrafen 106 en 107) waarmee de asielprocedure nog steeds te kampen heeft, stelden we vast dat er geen nieuw project was gepland om de achterstand na 2013 weg te werken.
Van de lopende projecten die wij controleerden, worden de streefdoelen van GR-2, inzake het versterken van het asielproces, behaald wat betreft het aantrekken van personeel om de GAS te versterken. De vastgestelde streefdoelen zouden echter ontoereikend kunnen zijn gezien de voortdurende druk als gevolg van gestage instromen van migranten in Griekenland.
In het kader van project GR-3 ter ondersteuning van de uitzetcentra bezochten we het centrum in Amygdaleza en stelden we vast dat de omstandigheden acceptabel waren. Volgens een verslag van het Europees Comité inzake de voorkoming van folteringen van de Raad van Europa51 lopen de omstandigheden in de uitzetcentra echter sterk uiteen. In sommige centra waren de omstandigheden zeer slecht tot onacceptabel, met overbevolking en onhygiënische cellen.
Project GR-4 moet de handhaving van de gedwongen terugkeer van onderdanen van derde landen ondersteunen. Vanwege het zeer lage percentage gedwongen terugkeerders zullen de streefdoelen van het project waarschijnlijk niet worden behaald (zie ook de paragrafen 130-139).
De streefdoelen van project GR-5 inzake begeleide vrijwillige terugkeer werden tot dusverre behaald. Het pakket re-integratie wordt momenteel echter aangeboden aan slechts 26 % van de AVRR-kandidaten. Het behalen van de strenge jaarlijkse streefdoelen met een afwijking van ongeveer 10 % is lastig, omdat meerdere factoren van invloed zijn op beslissingen van migranten om gebruik te maken van AVRR (situatie in het land van herkomst, gezinsstatus, gezondheidsproblemen, enz.).
Italië:
De streefdoelen van IT-1 werden behaald, maar de paar indicatoren die waren vastgesteld waren ontoereikend om aan te tonen dat de geplande doelstellingen waren verwezenlijkt. Er was bijvoorbeeld geen streefdoel vastgesteld om de verwezenlijking van de doelstelling inzake het identificeren en doorverwijzen van kwetsbare migranten te monitoren. 84 % van de begroting van het project werd uitgegeven.
De prestaties van beide AVRR-projecten, IT-2 en IT-3, lieten te wensen over. In tekstvak 12 is meer informatie opgenomen over de problemen met AVRR in Italië.
In het kader van IT-2, dat werd uitgevoerd door de Consiglio Italiano per i Rifugiati, werd slechts 49 % van de migranten die oorspronkelijk waren gepland, teruggestuurd, ondanks het feit dat het project met drie maanden werd verlengd. Ook was er sprake van een onderbesteding van de begroting van 35 %.
Slechts 12 tot 28 % van de streefdoelen van IT-3, dat door de IOM werd uitgevoerd, werd behaald en slechts 15 % van de begroting van het project werd uitgegeven. De Italiaanse autoriteiten schortten dit AMIF-project op en besloten om in plaats daarvan de AVRR-activiteiten van de IOM te financieren met gebruikmaking van uitsluitend nationale begrotingsmiddelen (zonder EU-steun).
IT-4 was een project dat werd ontwikkeld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en dat betrekking had op gedwongen terugkeer. De subsidieovereenkomst werd in september 2017 gesloten voor de periode 2014‑2018. De activiteiten die in de eerste twee jaar (2014 en 2015) werden uitgevoerd, vertegenwoordigden ongeveer 70 % van de totale streefdoelen en 67 % van de begroting. Op het moment van de controle hadden de Italiaanse autoriteiten nog geen gegevens verzameld over indicatoren en uitgaven voor 2016, 2017 en 2018.
Het lopende project IT-5 omvat activiteiten in verband met opleiding, de identificatie van migranten met speciale behoeften, informatieverstrekking en begeleiding. Hoewel de doelstelling inzake opleiding reeds is overtroffen, zijn de overige twee doelstellingen om de volgende redenen nog niet verwezenlijkt: a) problemen bij het identificeren of erbij betrekken van de eindbegunstigden; b) een gebrek aan communicatie over aankomsten van migranten van lokale tegenhangers; c) de aanzienlijke afname van het aantal aankomsten in 2018. Het project zal worden voortgezet tot eind 2019. Op het moment van de controle overwogen de autoriteiten de streefdoelen bij te stellen.
Acroniemen en afkortingen
AMIF: Fonds voor asiel, migratie en integratie
AVRR: Begeleide vrijwillige terugkeer en re-integratie (Assisted Voluntary Return and Reintegration)
EASO: Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken
EMAS: Noodhulp (Emergency Assistance)
Eurodac: Europese dactyloscopische databank voor vingerafdrukken
Frontex: Europees Grens- en kustwachtagentschap
GAS: Griekse asieldienst (Greek Asylum Service)
GMEK: Gemeenschappelijk monitoring- en evaluatiekader
IOM: Internationale Organisatie voor Migratie
NAC: Nationale asielcommissie in Italië (National Asylum Commission)
NP: Nationaal programma
Racer: Relevant, aanvaard, geloofwaardig, eenvoudig en degelijk (Relevant, Accepted, Credible, Easy, Robust)
Smart: Specifiek, meetbaar, haalbaar, relevant en tijdgebonden (Specific, Measurable, Achievable, Relevant, Timely)
UNHCR: Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen
Verklarende woordenlijst
Asiel: een vorm van internationale bescherming die de EU toekent op haar grondgebied aan diegenen die als vluchtelingen worden beschouwd in het kader van het Verdrag van Genève, d.w.z. diegenen die hun land van herkomst ontvluchten vanwege een gegronde angst voor vervolging of die in aanmerking komen voor subsidiaire vormen van bescherming.
Asielaanvraag: een formeel verzoek om internationale bescherming. Vanaf het moment dat de aanvrager aangeeft asiel te willen aanvragen, wordt zijn aanvraag beschouwd als gedaan en profiteert hij van de rechten van asielzoekers. De aanvraag wordt vervolgens geregistreerd door de lidstaat en beschouwd als ingediend zodra deze de bevoegde autoriteiten heeft bereikt.
Beoordeling of iemand in aanmerking komt: een procedure om te bepalen of een aanvrager in aanmerking komt voor asiel op basis van een gegronde angst voor vervolging in zijn land van herkomst.
Detentiecentrum: een faciliteit waarin onderdanen van derde landen jegens wie een terugkeerprocedure loopt in bewaring worden gehouden om de procedure te vergemakkelijken wanneer er een risico bestaat dat terugkeerders onderduiken of weerstand bieden.
Dublin-eenheid: de afdeling van een nationale asielautoriteit die verantwoordelijk is voor het toepassen van de verordening Dublin III.
Erkenningspercentage: het aandeel positieve beslissingen in het totale aantal beslissingen inzake asiel voor elke fase van de asielprocedure.
Herplaatsing: de overbrenging van personen met een hoge kans op toekenning van asiel van een EU-lidstaat naar een andere.
Hotspot: een faciliteit aan de buitengrens van de EU waar sprake is van een sterke migratiedruk en die dient als eerste opvangcentrum waar aankomende migranten worden geïdentificeerd en geregistreerd en waar hun vingerafdrukken worden genomen.
Humanitaire bescherming: een vorm van bescherming die wordt toegekend aan diegenen die niet in aanmerking komen voor asiel of subsidiaire vormen van bescherming, maar die desondanks niet kunnen worden teruggestuurd met het oog op bijvoorbeeld persoonlijke omstandigheden zoals een slechte gezondheid of leeftijd (met inbegrip van onbegeleide minderjarigen), natuurrampen of gewapende conflicten.
Irreguliere migrant: een persoon die zich in een land bevindt zonder de noodzakelijke goedkeuring op grond van het immigratierecht.
Migratie: de verplaatsing van een persoon of groep personen over een internationale grens of binnen een staat gedurende een periode langer dan één jaar, ongeacht de oorzaken en middelen.
Ontvankelijkheidsprocedure: een beoordeling die wordt uitgevoerd door de nationale autoriteiten om te bepalen of een asielaanvraag moet worden toegestaan, d.w.z. ten gronde worden onderzocht. Een aanvraag wordt niet ontvankelijk verklaard wanneer aan een aanvrager in een andere EU-lidstaat internationale bescherming is toegekend, de aanvrager uit een veilig land van herkomst, een veilig derde land of een eerste land van asiel komt of een volgende aanvraag heeft ingediend die geen nieuwe elementen bevat.
Questura (meervoud: questure): de instantie voor openbare veiligheid op het provinciale niveau in Italië, met administratieve verantwoordelijkheden in verband met immigratie.
Subsidiaire bescherming: de vorm van bescherming die wordt toegekend aan een onderdaan van een derde land die niet als vluchteling wordt aangemerkt, maar van wie redelijkerwijze kan worden aangenomen dat hij zichzelf bij terugkeer naar het land van herkomst niet kan beschermen tegen een soort ernstige schade die niet valt onder het Verdrag van Genève.
Terugkeerbesluit: een administratieve of rechterlijke beslissing waarin het verblijf van een onderdaan van een derde land illegaal wordt verklaard en een terugkeerverplichting wordt opgelegd.
Terugkeerpercentage: de verhouding tussen het aantal onderdanen van derde landen dat daadwerkelijk is teruggekeerd en het aantal dat de EU moet verlaten in een bepaald jaar. Een onvolmaakte graadmeter voor de doeltreffendheid van de terugkeer gezien de vertraging tussen het geven van een besluit en de daadwerkelijke terugkeer.
Verklaring EU-Turkije: een reeks actiepunten die tussen de Europese Raad en Turkije zijn overeengekomen tijdens hun vergadering van 18 maart 2016, teneinde irreguliere migratie via Turkije naar de EU aan te pakken. Op grond van de verklaring zouden alle nieuwe irreguliere migranten die na 20 maart 2016 aankomen op de Griekse eilanden worden teruggestuurd naar Turkije. In de verklaring werd ook een regeling voor hervestiging van Syriërs ingevoerd.
Vluchteling: een persoon die gedwongen is zijn land te verlaten vanwege vervolging, oorlog of geweld.
Vrijwillig vertrek: een vrijwillig vertrek van een migrant die illegaal verblijft, in overeenstemming met de in het terugkeerbesluit opgelegde termijn voor de terugkeer.
Controleteam
In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma's of beheersthema's met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico's voor de prestaties of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.
Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer III “Externe maatregelen, veiligheid en justitie”, die onder leiding staat van ERK-lid Bettina Jakobsen. De controle werd geleid door ERK-lid Leo Brincat, met ondersteuning van Romuald Kayibanda, kabinetschef, en Annette Farrugia, kabinetsattaché; Sabine Hiernaux-Fritsch, hoofdmanager; Andrej Minarovic, taakleider; Emmanuel-Douglas Hellinakis en Florin-Alexandru Farcas, controleurs. Hannah Critoph verleende taalkundige ondersteuning.
Van links naar rechts: Andrej MINAROVIC, Hannah CRITOPH, Annette FARRUGIA, Leo BRINCAT, Mirko IACONISI, Romuald KAYIBANDA, Emmanuel-Douglas HELLINAKIS, Florin-Alexandru FARCAS.
Voetnoten
1 Besluit (EU) 2015/1523 van de Raad van 14 september 2015 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en van Griekenland en Besluit (EU) 2015/1601 van de Raad van 22 september 2015 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland (als gewijzigd bij Besluit (EU) 2016/1754 van de Raad van 29 september 2016). De wettigheid van deze besluiten werd gehandhaafd door het Hof van Justitie van de Europese Unie in arrest 2017/C 374/05 in de gevoegde zaken die werden aangespannen door Slowakije en Hongarije tegen de Raad.
2 Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (herschikking), COM(2018) 634 final van 12 september 2018.
3 Speciaal verslag nr. 06/2017: “De EU-reactie op de vluchtelingencrisis: de “hotspotbenadering””.
4 EP (CONT), werkdocument PE604.614v01-00.
5 Zie ook Advies 3/2019 van het FRA: “Update of the 2016 Opinion of the European Union Agency for Fundamental Rights on fundamental rights in the 'hotspots' set up in Greece and Italy” (actualisering van het advies uit 2016 van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten inzake de grondrechten in de door Griekenland en Italië opgezette hotspots).
6 Een beoordeling van de opvangfaciliteiten, toegang tot internationale bescherming en de eerbiediging van de mensenrechten in Libië — waarnaar de meeste migranten die op zee worden gered op de centrale Middellandse Zeeroute worden teruggestuurd — valt buiten de reikwijdte van deze controle.
7 2016: 81,8 %, 2017: 65,7 %, 2018: 54,0 %.
8 Griekse Egeïsche eilanden: van 8 % in september 2015 tot 100 % in 2018; Italië: van 60 % in de eerste helft van 2015 tot 100 % in 2018.
9 Eurodac-gegevens van categorie 1 zijn de sets vingerafdrukken van elke persoon van 14 jaar of ouder die internationale bescherming aanvraagt en die een asielaanvraag indient in een lidstaat; gegevens van categorie 2 zijn de sets vingerafdrukken van elke onderdaan van een derde land of staatloze van 14 jaar of ouder die wordt onderschept door de autoriteiten bij het irregulier overschrijden van de buitengrens van een lidstaat via het land, de zee of de lucht, vanuit een derde land en die niet is teruggestuurd.
10 Een buitenlandse treffer in Eurodac wordt gegenereerd wanneer een identieke vingerafdruk wordt gevonden in een andere lidstaat. Treffers komen niet overeen met het aantal personen, maar met aantallen datasets, aangezien één persoon meerdere malen asiel kan aanvragen.
11 Buitenlandse treffers buiten Italië en Griekenland — 2015: 236 422; 2016: 317 455; 2017: 164 639; 2018: 112 817.
12 In 2018 werden 148 021 uitgaande verzoeken voor Dublin-overbrengingen gedaan in de EU, maar vonden slechts 25 960 daadwerkelijke overbrengingen plaats.
13 De lidstaten van herplaatsing zegden toe de openstaande plaatsen vóór eind 2015 toe te zullen wijzen, wat echter niet gebeurde.
14 In 2018 liep het percentage ingewilligde asielaanvragen voor Afghanen in de EU-lidstaten uiteen van 6 tot 98 %, terwijl dit voor Irakezen 8 tot 98 % bedroeg. Bron: EASO.
15 De Commissie leidde in juni 2017 inbreukprocedures in tegen Hongarije, Polen en Tsjechië wegens niet-naleving van de besluiten inzake herplaatsing. Hongarije beloofde geen plekken voor herplaatsing en nam geen migranten op. Polen beloofde enkele plekken in december 2015, maar daarna niets meer, en nam niemand op. Tsjechië deed enkele toezeggingen en herplaatste 12 migranten, maar deed later in het proces geen toezeggingen meer.
16 Tabel 6 van het kwartaalverslag over asiel van Eurostat van 15 juni 2016.
17 Artikel 21 van Verordening (EU) nr. 516/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014.
18 SWD(2018) 339 final, Interim Evaluation of the Asylum, Migration and Integration Fund 2014‑2017.
19 Nationale programma's in het kader van het AMIF hebben een rigide basisverdeelsleutel (net zoals het ISF), die is gebaseerd op gegevens van de eerste jaren na 2010, en de situatie na 2015 niet weerspiegelt. De aanvullende middelen konden volgens deze basissleutel voor toewijzing slechts proportioneel worden verdeeld onder alle landen of door middel van specifieke maatregelen, die zijn beperkt tot een klein aantal investeringsprioriteiten.
20 SWD(2018) 347 final, 2018 Impact assessment accompanying the proposal for the new AMF regulation, deel 1.2.1.1.
21 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Fonds voor asiel en migratie, COM(2018) 471 final van 12 juni 2018.
22 Op het gebied van asiel zouden bij een dergelijke beoordeling bijvoorbeeld de beoogde prestaties worden vergeleken met de daadwerkelijke prestaties (bijv. wat betreft de verwerkingscapaciteit, het terugdringen van de achterstand en de verwerkingstijden), met het oog op eerdere tendensen en voorspelde in- en uitstromen. Dit zou vervolgens worden omgezet in een meerjarige analyse van de tekorten aan middelen die nodig zijn om in de behoeften te voorzien (aan personeel, werkplekken, administratieve/opleidingscapaciteit). Verwachte behoeften zouden worden gedekt door het AMIF-NP en de nationale begroting, terwijl behoeften die voortvloeien uit onvoorziene en onverwachte gebeurtenissen zouden kunnen worden gedekt door middel van noodhulp.
23 Project GR-3 werd bijvoorbeeld twaalf keer gewijzigd, waarbij de reikwijdte, duur en begroting werden veranderd; GR-2 werd acht keer gewijzigd, waarbij de duur en de begroting werden veranderd, en GR-4 werd zes keer gewijzigd, waarbij de reikwijdte, duur en begroting werden veranderd.
24 Op basis van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/207 van de Commissie van oktober 2016.
25 COM(2018) 307 final.
26 Het opstellen, registreren en indienen van een asielaanvraag, de beslissing in eerste aanleg, de beslissing in tweede aanleg, de definitieve beslissing.
27 Alleen definitieve beslissingen, databank: migr_asydcfina.
28 Een reeks analytische documenten (een uitgebreide evaluatie van de behoeften, een evaluatieverslag met geprioriteerde behoeften en een resultaatmatrix op hoog niveau) werd gebruikt voor het opstellen van een stappenplan voor drie jaar voor zowel Italië als Griekenland. De stappenplannen omvatten de vastgestelde behoeften, de rangorde hiervan en de oplossingen, alsmede de geschatte kosten ervan.
29 In Griekenland werden geen streefdoelen of uitgangswaarden vastgesteld voor de outputgegevens en werden geen uitkomst-/impactindicatoren vastgesteld. In Italië werd een poging gedaan om impactindicatoren vast te stellen, maar werden geen streefdoelen of uitgangswaarden vastgesteld.
30 Italiaanse administratieve autoriteiten die bevoegd zijn om asielaanvragen te onderzoeken en beslissingen in eerste aanleg te nemen.
31 Bij de Griekse versnelde grensprocedure is de beoordeling van de kwetsbaarheid, in tegenstelling tot de normale asielprocedure, cruciaal omdat voor aanvragers die als kwetsbaar worden aangemerkt de geografische beperking wordt opgeheven en zij worden doorgestuurd naar de normale/versnelde procedure op het vasteland.
32 Met name voor nationale terugkeeroperaties (Griekenland), bij het organiseren van gezamenlijke terugkeeroperaties met gebruikmaking van de nieuwe Griekse nationale kaderovereenkomst (Griekenland), de deelname aan gezamenlijke operaties (Italië) of bij lijnvluchten (Griekenland en Italië).
33 Zo accepteren Algerije en Marokko geen chartervluchten en geven zij de voorkeur aan bilaterale overeenkomsten boven overnameovereenkomsten met de EU. Algerije vereist soms dat de terugkeer van een persoon binnen 24 uur na afgifte van de reisdocumenten wordt voltooid, wat niet haalbaar is. De grondwet van Iran verbiedt de terugkeer van zijn burgers tegen hun wil, waardoor hun gedwongen terugkeer onmogelijk is. De Tunesische autoriteiten accepteren alleen terugkeerders uit Italië en Duitsland via chartervluchten in het kader van de respectieve bilaterale overnameovereenkomsten. Turkije past de bepaling inzake onderdanen van derde landen van de overnameovereenkomst tussen de EU en Turkije in de praktijk niet toe. Alleen Afghanistan accepteert tijdelijke EU-reisdocumenten. Nigeria heeft (net als veel andere Afrikaanse landen) geen volledig bevolkingsregister, waardoor de identificatie van onderdanen lastig is.
34 Voor aanvragers die onder de verklaring EU-Turkije vallen, d.w.z. aanvragers die na 20 maart 2016 aankwamen op de Griekse eilanden, met uitzondering van aanvragers die zijn aangemerkt als kwetsbaar en gevallen van gezinshereniging in het kader van Dublin. Voor het eerst is het concept van een “veilig derde land” van toepassing op aanvragers met een nationaliteit met een erkenningspercentage van meer dan 25 %, waaronder Syriërs, om een snelle terugkeer mogelijk te maken.
35 In het stadium voorafgaand aan de registratie: 2 389 zaken; in het stadium van het geplande gesprek: 14 132 zaken; aan het einde van het proces: 8 012 zaken.
36 Vanaf augustus 2018 waren er op Chios geen artsen van het Ministerie van Volksgezondheid, terwijl de twee artsen die op Lesbos waren ingezet eind oktober 2018 ontslag namen. Op de eilanden Leros, Samos en Kos was er vanaf december 2017 meestal één arts van het Ministerie van Volksgezondheid per hotspot van het eiland.
37 In de Griekse wetgeving zijn zeven categorieën kwetsbaarheid gedefinieerd: 1. Personen met een handicap of ernstige ziekte; 2. Slachtoffers van ernstig geweld; 3. Zwangere vrouwen of vrouwen met pasgeboren kinderen; 4. Onbegeleide minderjarigen; 5. Alleenstaande ouders; 6. Ouderen; 7. Slachtoffers van mensenhandel.
38 Eind 2018 waren alle 3 737 niet-Syrische zaken toegelaten voor een onderzoek ten gronde in Griekenland, met uitzondering van twee Palestijnse zaken die onontvankelijk werden geacht.
39 889 Syriërs die in aanmerking kwamen en 42 288 kwetsbare migranten per eind 2018.
40 Volgens de Griekse raad voor vluchtelingen geven sommige kwetsbare aanvragers uit Palestina (met een hoog erkenningspercentage en een reële kans op internationale bescherming) er de voorkeur aan om niet als kwetsbaar te worden aangemerkt, teneinde in de versnelde grensprocedure te blijven zodat hun zaak sneller wordt behandeld.
41 Hieronder vallen echter niet de zaken op het niveau van de hogere rechtbanken en Raad van State, waarvoor geen gegevens werden verstrekt.
42 In 2018 was het erkenningspercentage 32 %. 21 % van deze zaken betrof verzoeken om humanitaire bescherming. Aangezien humanitaire bescherming werd afgeschaft, daalde het erkenningspercentage in 2019 (19 % in de eerste helft van 2019).
43 Het persoonlijke gesprek moet binnen 30 dagen na registratie van de aanvraag worden gevoerd en de beslissing moet binnen drie werkdagen na het gesprek worden genomen.
44 Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008.
45 Artikel 13, lid 5, onder c), van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou in juni 2000.
46 Uit statistieken van de IOM blijkt het volgende: van de 1 606 AVRR-aanvragen die tussen januari en september 2018 door het agentschap werden ontvangen, werden er 67 (4 %) niet goedgekeurd, werd voor 169 (10 %) nooit een antwoord van de autoriteiten ontvangen, werd in 118 (7 %) van de gevallen de aanvraag vóór de goedkeuring ingetrokken en werd in 319 (20 %) van de gevallen de aanvraag na goedkeuring ingetrokken.
47 Volgens de regels van de laatste oproep tot het indienen van voorstellen zouden de kosten alleen in aanmerking komen wanneer een migrant daadwerkelijk was teruggekeerd. Aangezien migranten tot het laatste moment van mening kunnen veranderen, zouden alle kosten die tot dat moment worden gemaakt, moeten worden gedekt door het agentschap.
48 Volgens de IOM vroegen tussen 1 juni 2016 en 14 maart 2019 17 740 onderdanen van derde landen AVRR aan en keerden 15 031 (85 %) van hen terug naar hun thuisland.
49 Dit gezamenlijke programma voor terugkeer en re-integratie is gericht op de duurzame terugkeer van onderdanen van derde landen naar en re-integratie in hun land van herkomst, met verdere samenwerking tussen de ERIN-partnerinstellingen.
50 Gemiddelde verwerkingstijden van het nemen van een terugkeerbesluit tot de daadwerkelijke terugkeer (voor zowel gedwongen als vrijwillige terugkeer).
51 Verslag aan de Griekse regering over het bezoek aan Griekenland, uitgevoerd door het Europees Comité inzake de voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen (CPT) van 10 tot 19 april 2018, Straatsburg, 19 februari 2019.
52 Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking).
53 Besluit (EU) 2015/1523 van de Raad van 14 september 2015 en Besluit (EU) 2015/1601 van de Raad van 22 september 2015 tot vaststelling van voorlopige maatregelen op het gebied van internationale bescherming ten gunste van Italië en Griekenland.
Tijdlijn
| Gebeurtenis | Datum |
|---|---|
| Vaststelling van het controleplan (APM) / aanvang van de controle | 20.11.2018 |
| Ontwerpverslag officieel verzonden aan de Commissie (of andere gecontroleerde) |
11.7.2019 |
| Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure | 22.10.2019 |
| Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van de Commissie | 12.11.2019 |
| Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van het EASO | 11.10.2019 |
| Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van Frontex | 14.10.2019 |
Contact
EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG
Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors
Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).
Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2019
| ISBN 978-92-847-3944-8 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/666370 | QJ-AB-19-021-NL-N | |
| HTML | ISBN 978-92-847-3957-8 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/46122 | QJ-AB-19-021-NL-Q |
© Europese Unie, 2019.
Overname met bronvermelding toegestaan.
Voor gebruik of overname van foto's of andere materialen die niet onder het auteursrecht van Europese Unie vallen, moet u rechtstreeks toestemming vragen aan de houders van het desbetreffende auteursrecht.
Hoe neemt u contact op met de EU?
Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:
- te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen),
- te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
- een e-mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Waar vindt u informatie over de EU?
Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl
EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).
EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1952 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu
Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.
