Speciaal verslag
nr.09 2017

EU-steun voor de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië

Over het verslag:Mensenhandel is aangemerkt als een belangrijke bedreiging voor de EU en zij heeft zich ertoe verbonden deze te bestrijden, zowel binnen als buiten haar grenzen. Bij de controle werd gekeken naar de breedte van de EU-aanpak van de strijd tegen mensenhandel en werd onderzocht of de projecten van de EU in Zuid- en Zuidoost-Azië doeltreffend hebben bijgedragen tot de bestrijding van mensenhandel. Het is onvermijdelijk dat de uitroeiing van mensenhandel een proces van lange adem is waarvoor de onderliggende oorzaken moeten worden aangepakt en de activiteiten van criminele netwerken moeten worden ontwricht. In dit licht hebben wij geconcludeerd dat de EU de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië ten dele doeltreffend heeft ondersteund. Wij doen aanbevelingen om het strategisch kader inzake mensenhandel verder te ontwikkelen en om de impact van projecten te optimaliseren door ze te integreren in een alomvattend kader.

Deze publicatie is beschikbaar in 23 talen in de volgende formaten:
HTML PDF EPUB PRINT
html logo PDF Special Report EPUB Special Report Paper Special Report

Samenvatting

I

Mensenhandel is een zeer winstgevend misdrijf, een grove schending van de mensenrechten en een bedreiging voor de mondiale veiligheid. Hoewel de strijd tegen mensenhandel de verantwoordelijkheid van de lidstaten blijft, is de EU ook vastbesloten om dit fenomeen te bestrijden en zij heeft een aantal acties vastgesteld om de lidstaten op dit gebied te ondersteunen.

II

Hoewel mensenhandel een mondiaal probleem is waarvoor geen enkel land immuun is, is de EU daarvoor bijzonder kwetsbaar, omdat ze voor slachtoffers uit een groot aantal landen een aantrekkelijke bestemming is. Azië, ’s werelds dichtstbevolkte regio, is een belangrijke regio van herkomst van slachtoffers van transregionale mensenhandel. Mensenhandel kan niet los worden gezien van armoede, de toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, genderdiscriminatie, of de onrechtvaardige behandeling van minderheden. Er wordt algemeen erkend dat armoede, genderdiscriminatie en conflicten de belangrijkste oorzaken van mensenhandel zijn.

III

De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon versterkte de rol van de Commissie bij de coördinatie en de sturing van de reactie van de EU. In 2011 werd een richtlijn vastgesteld, en kort daarop werd een strategie tegen mensenhandel bekendgemaakt (mensenhandelstrategie 2012-2016). Deze strategie wordt aangevuld met een aantal andere beleidsdocumenten die, als geheel, de EU-aanpak ter bestrijding van mensenhandel bepalen. Er is nog geen strategie tegen mensenhandel gepresenteerd voor de periode na 2016.

IV

In dit verslag onderzoeken wij de doeltreffendheid van EU-steun voor de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië. Bij de controle werd gekeken naar de breedte van de EU-aanpak van de strijd tegen mensenhandel met betrekking tot deze regio’s en onderzocht of de mensenhandelprojecten van de EU in Zuid- en Zuidoost-Azië in de periode 2009-2015 doeltreffend hebben bijgedragen aan de bestrijding van mensenhandel.

V

Het is onvermijdelijk dat de uitroeiing van mensenhandel een proces van lange adem is. Hiervoor moet een aantal onderliggende oorzaken worden opgelost (bijv. met betrekking tot de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, armoede, de rechten van minderheden, onderwijs en gezondheidszorg) en moeten de activiteiten van criminele netwerken worden ontwricht. Mensenhandel is per definitie een clandestiene misdaad waarover zelden voldoende en vergelijkbare statistische gegevens beschikbaar zijn. Gezien deze complexe context, de reeks versnipperde prioriteiten en de beperkte middelen hebben wij geconstateerd dat de EU de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië ten dele doeltreffend heeft kunnen ondersteunen.

VI

Het EU-beleidskader voor mensenhandel voorziet in een alomvattende aanpak van mensenhandel, maar sommige aspecten zijn nog niet volledig ontwikkeld, of niet relevant voor Zuid- en Zuidoost-Azië. De Commissie en de EDEO gebruiken in de strijd tegen mensenhandel een verscheidenheid aan directe en indirecte instrumenten: de mensenrechtendialoog is bijzonder nuttig, en andere instrumenten omvatten bilaterale dialogen en de ondersteuning van regionale fora (in Azië zijn dit bijv. ASEAN en ASEM). Tot dusver is er voor de bestrijding van mensenhandel nog geen specifiek partnerschap gesloten tussen de EU en een van de landen in Zuid- en Zuidoost-Azië.

VII

Ondanks bepaalde tekortkomingen hebben de meeste onderzochte projecten in Zuid- en Zuidoost-Azië enige positieve resultaten opgeleverd voor de strijd tegen mensenhandel, maar de duurzaamheid was een punt van zorg. Sinds 2009 gaat de strijd tegen mensenhandel in de regio’s over het algemeen beter, maar er zijn grote verschillen tussen landen en het is moeilijk om de ontwikkeling in het algemeen aan de resultaten van specifieke EU-acties te koppelen. Door de opzet van het kader voor de selectie van projecten was er geen alomvattende aanpak mogelijk en de projectopzet vertoonde gebreken, met name met betrekking tot het formuleren van doelstellingen en indicatoren. Bovendien werd de uitvoering belemmerd door lokale beperkingen en vertragingen.

VIII

Op basis van de controle bevelen wij de Commissie aan om, in overleg met de EDEO:

  • het strategisch kader voor mensenhandel verder te ontwikkelen door het relevanter te maken voor Zuid- en Zuidoost-Azië;
  • de impact van projecten te optimaliseren door ze te integreren in een alomvattend kader.

Inleiding

Achtergrondinformatie: Mensenhandel

01

Mensenhandel is een ernstig misdrijf en een grove schending van de mensenrechten. Slachtoffers worden, in hun eigen land of daarbuiten, uitgebuit door mensenhandelaren die daarvan profiteren. Elk land kan te maken krijgen met het fenomeen, hetzij als land van oorsprong, hetzij als doorvoerland of bestemming van slachtoffers. Mensenhandel is uitgegroeid tot een bedreiging voor de mondiale veiligheid, zoals ook is gebleken uit beoordelingen door de EU, de VN en de VS1.

02

Er bestaat brede consensus over de noodzaak om een einde te maken aan mensenhandel. 170 landen2 ondertekenden het Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, dat werd vastgesteld in 2000 (het Protocol van Palermo). Het Protocol van Palermo was het eerste internationale, wettelijk bindende instrument met een gemeenschappelijke definitie van mensenhandel.

03

Bij mensenhandel worden personen, met het oog op exploitatie, door middel van geweld, dwang of fraude geronseld, vervoerd, overgebracht, ondergebracht of opgenomen3. Mensenhandel kent een duidelijke genderdimensie (de meeste slachtoffers zijn vrouwen en meisjes). Bij het ontwerpen van steunmaatregelen moet rekening worden gehouden met dit aspect. Wereldwijd zijn dwangarbeid en seksuele uitbuiting de meest voorkomende vormen van uitbuiting. Andere vormen van de uitbuiting van mensen omvatten kinderarbeid, het wegnemen van organen, en gedwongen huwelijken.

04

Net als andere misdrijven is mensenhandel een clandestiene activiteit die moeilijk waarneembaar en meetbaar is. Bij grensoverschrijdende mensenhandel vindt deze vaak plaats vanuit minder ontwikkelde landen naar meer ontwikkelde landen. De meeste slachtoffers worden verhandeld binnen de grenzen van hun eigen land (42 %) of regio (36 %) en vaak zijn de slachtoffers en mensenhandelaren afkomstig uit dezelfde plaats, spreken zij dezelfde taal, of hebben zij dezelfde etnische achtergrond. Mensenhandel kan niet los worden gezien van armoede, de toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, genderdiscriminatie, of de onrechtvaardige behandeling van minderheden. Er wordt algemeen erkend dat armoede, genderdiscriminatie en conflicten de belangrijkste oorzaken van het probleem zijn.

05

Mensenhandel is vergemakkelijkt door de economische globalisering. Mensenhandelaren hebben dankzij de uitgebreide toegang tot de markt voor goedkope arbeidskrachten en goedkope producten meer mogelijkheden gekregen om te profiteren van de uitbuiting van kwetsbare slachtoffers. Door de globalisering is het dus waarschijnlijker geworden dat consumenten van goederen en diensten indirect te maken krijgen met mensenhandel, bijvoorbeeld als een kind wordt gedwongen om voetballen te naaien, als een migrant wordt gedwongen om als visser te werken in op slavernij lijkende werkomstandigheden, en de tiener die van huis wegloopt en uiteindelijk als slachtoffer van sekshandel terechtkomt op een toeristische bestemming.

06

Deze factoren verklaren de media-aandacht die het probleem van mensenhandel wereldwijd krijgt. In 2016 ontving een groep journalisten de Pulitzer Prize for Public Service voor hun internationale onderzoek naar de visserijsector in Zuidoost-Azië dat tot de bevrijding van meer dan 2000 slaven heeft geleid. De vis die zij vingen, kon worden gevolgd tot supermarkten en leveranciers van diervoeders in ontwikkelde landen.

07

Mensenhandel is dan ook een zeer lucratieve vorm van criminaliteit. De Europese Politiedienst (Europol) raamt de jaarlijkse opbrengst van mensenhandel op meer dan 29 miljard euro4. Hoewel de omvang van mensenhandel door een gebrek aan betrouwbare statistieken moeilijk kan worden ingeschat, zitten naar schatting 46 miljoen mensen vast in een situatie van moderne slavernij5.

Kaart 1

Transregionale stromen van mensenhandel

Bron: UNODC, „Global Report on Trafficking in Persons 2016”.

08

In Azië, de meest bevolkte regio in de wereld, leeft naar schatting twee derde van het totale aantal inwoners in moderne slavernij. Azië is ook een belangrijke regio van herkomst van slachtoffers van transregionale mensenhandel6. Door de belangstelling in de media voor situaties van mensenhandel is de aandacht gevestigd op de strijd tegen mensenhandel in de regio door nationale regeringen, internationale organisaties, maatschappelijke organisaties en donoren.

09

De aanpak van mensenhandel is een proces van lange adem. Dit vereist gedragsveranderingen, toepassing van de regels van de rechtsstaat en een sterk maatschappelijk middenveld. De duurzaamheid van op mensenrechten gerichte projecten is altijd een uitdaging, omdat deze vaak de voortdurende steun van donoren vereist en het werken aan nationale inzet om de bereikte resultaten in stand te houden. Bovendien zijn mensenhandelstromen en -praktijken dynamisch en kunnen deze gemakkelijk worden aangepast aan initiatieven op het gebied van rechtshandhaving. Zoals dat ook vaak voor andere mensenrechtenkwesties geldt, kan slechts op lange termijn worden beoordeeld of de uitgevoerde acties hebben bijgedragen tot de uitroeiing ervan.

De rol van de EU en actoren in de strijd tegen mensenhandel buiten de grenzen van de EU

10

In 2009 werd een strategisch EU-kader voor de bestrijding van mensenhandel in derde landen ingevoerd toen de Raad het Actiegericht document over het versterken van de externe dimensie van de EU met betrekking tot de bestrijding van de mensenhandel vaststelde7. In dit document wordt opgeroepen tot gecoördineerd optreden van de EU en de lidstaten om mensenhandel te bestrijden en te voorkomen, in partnerschap met derde landen, regio’s en organisaties op internationaal niveau. Deze aanpak werd bevestigd door het bredere meerjarenprogramma op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie voor de periode 2010-2014 (het programma van Stockholm)8.

11

Het Verdrag van Lissabon heeft de EU-methode uitgebreid tot gebieden die voorheen onder de pijler politiële en justitiële samenwerking9 vielen, waardoor de Commissie een grotere rol heeft gekregen in de bestrijding van mensenhandel. In Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan10 (de richtlijn mensenhandel) wordt opnieuw opgeroepen tot een alomvattende EU-aanpak waarin de interne en externe dimensies worden gecombineerd. In de richtlijn mensenhandel worden de lidstaten opgeroepen om de werkzaamheden van de EU-coördinator voor de bestrijding van mensenhandel te vergemakkelijken teneinde bij te dragen tot een gecoördineerde en geconsolideerde strategie van de Unie.

12

In 2012 heeft de Commissie de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel (2012-2016) vastgesteld (mensenhandelstrategie). Hierin is het algehele beleidskader vastgesteld en worden de volgende vijf prioriteiten genoemd waarop de EU zich moet richten: slachtoffers beschermen, voorkomen dat kwetsbare personen worden uitgebuit, mensenhandelaren vervolgen, coördinatie en samenwerking verbeteren, en kennis delen. De mensenhandelstrategie omvatte 40 acties die door de EU-instellingen en de lidstaten moeten worden uitgevoerd. Een strategie tegen mensenhandel voor de periode na 2016 is nog niet gepresenteerd (stand van april 2017).

13

Er bestaat geen EU-financieringsinstrument dat specifiek gericht is op mensenhandel. Dat betekent dat de financiering wordt verstrekt door een aantal instrumenten, van op veiligheid gerichte programma’s tot zuivere ontwikkelingsinstrumenten. Elk instrument heeft een andere rechtsgrondslag: waar de aanpak van mensenhandel voor sommige instrumenten een specifieke doelstelling is, verwijzen andere naar bredere kwesties, zoals de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, toepassing van de regels van de rechtsstaat en illegale migratie.

14

Over het algemeen betekent dit dat het moeilijk is om volledige gegevens over de algehele EU-financiering voor de aanpak van mensenhandel te produceren11. In een verslag van de Commissie uit 2016 over de vorderingen in de strijd tegen mensenhandel12 wordt erop gewezen dat directoraat-generaal Internationale Samenwerking en Ontwikkeling (DG DEVCO) tussen 2011 en 2013 53 projecten heeft gefinancierd voor een bedrag van ongeveer 37 miljoen euro. Het biedt geen informatie over projecten die worden beheerd door directoraat-generaal Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen (DG NEAR) of de dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid, noch informatie over de vraag of derde landen baat hebben gehad bij door directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken beheerde financiering.

15

Voor Zuid- en Zuidoost-Azië is hoofdzakelijk DG DEVCO de verantwoordelijke afdeling voor het beheer van de ontwikkelingshulp. De belangrijkste instrumenten van DG DEVCO voor de ondersteuning van mensenhandelprojecten zijn het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) en het Europees financieringsinstrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR).

Reikwijdte en aanpak van de controle

16

De EU bestrijdt mensenhandel op uiteenlopende manieren, bijvoorbeeld door middel van financiële steun, beleidsdialoog en multilaterale acties13. De EU beschikt dus over een breed scala aan middelen, instrumenten en hulpbronnen om haar externe optreden ter bestrijding van mensenhandel samenhangender, doeltreffender en strategischer te maken. Dit staat bekend als de alomvattende aanpak van de EU, waarmee ook wordt verwezen naar de gedeelde verantwoordelijkheid van de EU-instellingen en de lidstaten14.

17

Wij hebben besloten de controle te richten op de regio’s in Zuid- en Zuidoost-Azië vanwege de alomtegenwoordigheid van mensenhandel in deze regio’s en de door de Raad genoemde prioriteiten. In de Global Slavery Index 2016 werd vastgesteld dat wereldwijd bijna 46 miljoen mensen slachtoffer zijn van mensenhandel, waarvan bijna twee derde zich in Azië bevindt of daarvandaan komt; Zuid- en Zuidoost-Azië15 omvatten een relatief groot aantal landen die door de Raad zijn aangemerkt als prioriteit op het gebied van mensenhandel.

18

Bij de controle werd onderzocht of de EU-steun voor de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië doeltreffend is geweest. Voor deze beoordeling zijn bij de controle de volgende deelvragen beantwoord:

  1. Heeft de EU mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië breed aangepakt?
  2. Hebben EU-projecten doeltreffend bijgedragen tot de aanpak van mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië?
19

Wij hebben alle aan mensenhandel gerelateerde projecten geïdentificeerd en onderzocht die in de periode 2009-2015 zijn uitgevoerd in Zuid- en Zuidoost-Azië (zie bijlage I) en die in totaal voor 31 miljoen euro werden gefinancierd. In 2009 heeft de EU heeft haar eerste strategisch kader voor de bestrijding van mensenhandel in derde landen vastgesteld (het Actiegericht document, zie paragraaf 10). De Commissie heeft ons een lijst verstrekt van mensenhandelprojecten in Zuid- en Zuidoost-Azië (22 projecten voor een totaalbedrag van 13 miljoen euro) die wij hebben aangevuld met andere projecten in Zuid- en Zuidoost-Azië die duidelijk verband houden met mensenhandel (13 bijkomende projecten voor een totaalbedrag van 18 miljoen euro). De 35 projecten hadden betrekking op 10 van de 19 landen in deze regio’s16.

20

Ons controlewerk bestond uit een controle op stukken van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), interviews met personeel van de Commissie en de EDEO, en een controlebezoek aan Thailand, het belangrijkste centrum van de VN-activiteiten in de landen in Azië en de Stille Oceaan. Het controlebezoek was bedoeld om nadere informatie te verzamelen en gesprekken te voeren met personeel van de EU-delegatie, vertegenwoordigers van de nationale autoriteiten, begunstigden, andere donoren en organisaties uit het maatschappelijk middenveld. De dienstreis werd ook benut voor ontmoetingen met vertegenwoordigers van het regionale hoofdkantoor van de relevante VN-agentschappen.

Opmerkingen

Het EU-beleidskader voor mensenhandel voorziet grotendeels in een brede aanpak van mensenhandel, maar sommige aspecten zijn nog niet volledig ontwikkeld

De EU-beleidskader inzake mensenhandel wordt uiteengezet in een aantal met elkaar verband houdende documenten

21

In dit hoofdstuk onderzoeken wij of de EU haar strategie heeft gebaseerd op relevante en betrouwbare gegevens over mensenhandel, of zij streefdoelen heeft vastgesteld alsmede duidelijke en relevante prioriteiten die aspecten in verband met misdaad en mensenrechten omvatten, en of mensenhandel in de landenstrategieën inzake mensenrechten als prioriteit wordt genoemd.

De mensenhandelstrategie is een document op hoog niveau dat ook beperkte richtsnoeren bevat voor de externe dimensie van de bestrijding van mensenhandel
22

Bij de voorbereiding van de mensenhandelstrategie ontbrak het aan voldoende en vergelijkbare statistische gegevens. Afgezien van het feit dat het uiteraard altijd moeilijk is om gegevens over criminele activiteiten te verzamelen17, worden er met landen in Zuid- en Zuidoost-Azië geen inlichtingen over mensenhandel uitgewisseld.

23

De mensenhandelstrategie omvat 40 acties die zijn verdeeld over de vijf prioriteiten (bescherming van slachtoffers, preventie, vervolging van mensenhandelaren, het versterken van de coördinatie en de samenwerking, en uitwisseling van kennis). Slechts een van de 40 acties heeft betrekking op de externe dimensie van de strijd tegen mensenhandel. Vanaf april 2017 heeft de Commissie geen uitgebreide evaluatie gepubliceerd van de resultaten die in het kader van de mensenhandelstrategie zijn behaald, en zij heeft ook geen kader gepresenteerd voor de strategie voor de bestrijding van mensenhandel na 201618.

24

De mensenhandelstrategie omvatte geen specifieke doelstellingen en streefdoelen, die nuttig zouden zijn geweest om gerichte acties ter plaatse voor te bereiden en om de bereikte resultaten te evalueren. In de mensenhandelstrategie was ook vastgesteld dat „er een lijst moest worden opgesteld van derde landen en regio’s waarmee als eerste partnerschappen zouden moeten worden aangegaan. In 2013 zou in EU-delegaties in deze prioritaire landen en regio’s kunnen worden gewerkt aan samenwerkingsmechanismen op het gebied van mensenhandel om de samenwerking verder te ontwikkelen, partnerschappen aan te gaan en de coördinatie en samenhang te verbeteren”.

25

De Raad heeft in december 2012, op basis van een voorstel van de Commissie, overeenstemming bereikt over een dergelijke lijst van prioritaire landen en regio’s19. Wij hebben vastgesteld dat gezien de beperkte beschikbare financiering de geografische prioritering onvoldoende specifiek was om als uitgangspunt te dienen, aangezien de meeste ontwikkelingslanden ofwel afzonderlijk, ofwel als onderdeel van de geografische regio waren opgenomen. Bovendien was er geen follow-up gegeven aan de dankzij deze aanpak behaalde resultaten. Daarbij vond er ook geen regelmatige actualisering plaats, en werd niet bevestigd of de geografische prioriteiten nog steeds relevant waren. De geografische prioriteiten voor Zuid- en Zuidoost-Azië omvatten Vietnam, de Zijderoute-regio20 (met name India) en de Zuidoost-Aziatische landen (met name Thailand, Laos, Cambodja en de Filippijnen).

De mensenhandelstrategie wordt aangevuld door andere beleidsdocumenten
26

Mensenhandel is een complex verschijnsel dat vanuit verschillende invalshoeken kan worden aangepakt. Wat betreft de mensenrechten vullen de volgende relevante documenten de EU-aanpak van mensenhandel aan: de Europese migratieagenda, de Europese veiligheidsagenda, het EU-actieplan tegen migrantensmokkel (2015-2020), het Actieplan inzake mensenrechten en democratie (2015-2019), het nieuwe kader voor de EU-activiteiten inzake gendergelijkheid en empowerment van vrouwen in de externe betrekkingen van de EU voor de periode 2016-2020 en de strategische inzet van de EU voor gendergelijkheid voor de periode 2016-2019.

27

De EU heeft zich ertoe verbonden om de mensenrechten op alle gebieden van haar externe optreden, zonder uitzondering, te bevorderen21. Als de EU met bilaterale partners werkt, ontwikkelt zij bij voorkeur op specifieke situaties toegesneden benaderingen die tot uitdrukking komen in de lokale landenstrategieën inzake mensenrechten22. Deze strategieën zijn ontworpen om te worden geïntegreerd in het beleid van de EU en de lidstaten, om als basis te dienen voor een mensenrechtendialoog, en om regelmatige follow-up te krijgen van de EU-delegaties en het hoofdkantoor in jaarlijkse voortgangsverslagen en evaluaties.

28

De EU heeft mensenrechtenstrategieën ontwikkeld voor alle landen waarop de controle betrekking had. Van de voorbereiding tot en met de goedkeuring hebben de lidstaten actief bijgedragen tot deze strategieën. De lidstaten waren betrokken door middel van vertegenwoordigers bij de werkgroepen die zich bezighouden met Azië en met de mensenrechten in het algemeen (de Groep Azië-Oceanië (COASI) en de Groep rechten van de mens - COHOM, beide van de Raad)23. Door de samenwerking van beide werkgroepen wordt de regionale en thematische samenhang gewaarborgd.

29

Mensenhandelkwesties worden over het algemeen in de mensenrechtenstrategieën verwerkt op een wijze die de EDEO het meest gepast vindt en die voor de EU en het betreffende land aanvaardbaar is, zodat er voor een doeltreffend evenwicht tussen mensenhandel en andere prioriteiten wordt gezorgd. In de door ons geëvalueerde mensenrechtenstrategieën worden de relevante mensenhandelkwesties naar behoren aangepakt in de hoofdstukken die betrekking hebben op de rechten van vrouwen, kinderen en minderheden.

30

In het „EU Serious and Organised Crime Threat Assessment Report” van 2013 werd mensenhandel voor het eerst behandeld vanuit het perspectief dat dit een misdrijf is dat moet worden bestreden, en daarin werd mensenhandel aangemerkt als een belangrijke bedreiging voor de EU (een beoordeling die bevestigd is in 201724). Dit heeft geleid tot de goedkeuring door de Raad van een mensenhandelspecifiek strategisch meerjarenprogramma en jaarlijkse operationele actieplannen. In deze documenten wordt mensenhandel benaderd vanuit het perspectief dat het een misdrijf is, dat niet wordt bestreken in de mensenhandelstrategie. Zij zijn gericht op het wetshandhavingsaspect van de strijd tegen mensenhandel in Europa en omvatten daarom een beperkt aantal acties in derde landen. Geen van deze acties heeft betrekking op landen in Zuid- en Zuidoost-Azië.

Het beleidskader van de Europese Unie wordt ondersteund door verschillende instrumenten: De mensenrechtendialoog is een bijzonder nuttig instrument, en andere instrumenten kunnen nog meer worden ingezet om mensenhandel te bestrijden in Zuid- en Zuidoost-Azië

31

In dit deel onderzoeken wij of het gebruik van verschillende instrumenten (met inbegrip van programmering, coördinatie en de mensenrechtendialoog) breed optreden heeft vergemakkelijkt. We hebben ook beoordeeld of er op het gebied van mensenhandel partnerschappen zijn gesloten met derde landen, regio’s en internationale organisaties in Zuid- en Zuidoost-Azië.

De EU bood financiële bijstand voor de bestrijding van mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië, maar de programmering omvatte geen algemene achtergrond en richting en werd niet optimaal benut
32

Er bestaat geen EU-financieringsinstrument dat specifiek gericht is op mensenhandel. Dit betekent dat bestaande instrumenten op een gecoördineerde manier moeten worden gebruikt om activiteiten op dit gebied te financieren. De gecontroleerde projecten werden gefinancierd via het instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) en het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR), waarmee activiteiten kunnen worden gefinancierd die verband houden met de mensenrechtendimensie van mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië. Op dit moment evalueert de Commissie deze externe financieringsinstrumenten in het kader van de tussentijdse evaluatie van DCI en EIDHR die naar verwachting medio 2017 wordt afgerond.

33

Via het programmeringsproces nemen de Commissie, de EDEO en de lidstaten deel aan het opstellen van steunstrategieën, prioriteiten en toewijzingen van financiële instrumenten. Nadat de mensenhandelstrategie was aangenomen, was in elk geëvalueerd land ten minste één strategiedocument aangenomen. De programmeringsdocumenten voor de tien door de controle bestreken landen bevatten geen verwijzingen naar de mensenhandelstrategie of de geografische prioriteiten van de Raad.

34

Bovendien zijn er geen volledige gegevens over de financiële EU-steun voor de bestrijding van mensenhandel in de periode 2009-201525. De Commissie houdt een databank van mensenhandelprojecten bij (de website met de databank mensenhandel). Wij hebben echter geconstateerd dat de databank niet volledig was als bron van informatie over financiering. Deze databank biedt bevoegde beleidsmakers en mensen uit de praktijk dan ook geen doelmatige ondersteuning bij het vaststellen van prioriteiten en aansturen van acties. Dit komt doordat het ontbreekt aan duidelijke criteria om te bepalen wanneer een actie relevant is op het gebied van mensenhandel (zie bijlage III)26. Dit betekent dat wij niet kunnen beoordelen of de middelen in overeenstemming met de prioriteiten van de Raad zijn verdeeld tussen de regio’s.

35

Het grootste deel van de financiële steun van de EU voor de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië wordt verstrekt door middel van EU-subsidies (zie paragraaf 46). In 2014 droeg de Commissie de EU-delegaties formeel op om de minimumsubsidie voor nationale oproepen tot het indienen van voorstellen te verhogen om het aantal contracten te verminderen27. De Commissie verwacht voor een beter beheer en een betere opzet te kunnen zorgen door met grotere en professionelere ngo’s te werken. Dit besluit doet echter niet geheel recht aan het feit dat het aantal ngo’s dat actief is in de strijd tegen mensenhandel per land verschilt en dat het in sommige landen moeilijk kan zijn om groepen te vormen die de nodige ervaring hebben.

Mensenrechtendialogen zijn een nuttig instrument voor de aanpak van mensenhandel gebleken
36

Met instrumenten voor ontwikkelingshulp kan mensenhandel worden aangepakt vanuit het oogpunt van de mensenrechten. Een van de belangrijkste instrumenten van de EU voor de bevordering van de mensenrechten is een regelmatige dialoog met de partnerlanden. Deze dialogen zijn diplomatieke instrumenten die de discussie over gevoelige mensenrechtenkwesties vergemakkelijken. De doeltreffendheid van de mensenrechtendialoog ligt in hun vermogen om een bijdrage te leveren tot andere beleidsterreinen, zoals ontwikkelingssamenwerking en handel, en tot politieke dialogen op hoger niveau.

37

De beleidsdialoog kan worden bevorderd door concrete steun via instrumenten voor technische bijstand: het Instrument voor technische bijstand en informatie-uitwisseling, en de faciliteit ter ondersteuning van de beleidsdialoog.

38

De EU voert mensenrechtendialogen met meer dan 40 landen, waaronder de tien landen in Zuid- en Zuidoost-Azië waarop deze controle betrekking heeft. Deze dialogen zijn vastgesteld in overeenstemming met de EU-richtsnoeren voor mensenrechtendialogen, die de EU-delegaties een belangrijke rol geven bij de voorbereidende, uitvoerende en communicatiefasen. Inzake de tien gecontroleerde landen zijn op gezette tijden mensenrechtendialogen gevoerd die de EU de kans hebben geboden om relevante kwesties op het gebied van mensenhandel aan te snijden. De EDEO heeft de interne rapportage over de discussies die tijdens mensenrechtendialogen zijn gevoerd als referentie voor de EIDHR-programmering gebruikt.

39

Vóór elke dialoog wordt het standpunt van de EU vastgesteld door de afdelingen van de EDEO die verantwoordelijk zijn voor de desbetreffende regio en mensenrechten. Hiervoor moeten vaak onderwerpen worden geprioriteerd. Voor alle tien de landen werd er ten minste één dialoog gevoerd waarin ten minste één aspect in verband met mensenhandel werd behandeld. Wij hebben vastgesteld dat de deelname van de betrokken mensenrechtenafdelingen op het hoofdkantoor van de EDEO de samenhang heeft verbeterd tussen multilaterale mensenhandelinitiatieven en de strategische EU-doelstellingen op het gebied van de mensenrechten in de landen van Zuid- en Zuidoost-Azië.

De EU heeft regionale initiatieven op het hoogste niveau gesteund, maar is met nog geen van de landen van Zuid- en Zuidoost-Azië een specifiek partnerschap tegen mensenhandel aangegaan
40

Een essentiële partner van de EU in de regio is de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN), die door de Raad wordt beschouwd als „de belangrijkste factor voor stabiliteit in de regio Azië-Stille Oceaan”28. In deze context heeft de EU eerder steun verleend voor de ontwikkeling van een mensenrechtenmechanisme van de ASEAN en de oprichting van de Intergouvernementele Commissie inzake mensenrechten van de ASEAN. Een juridisch bindend ASEAN-verdrag inzake de bestrijding van mensenhandel en in het bijzonder vrouwen- en kinderhandel werd goedgekeurd tijdens de 27e ASEAN-top in 201529. In maart 2017 trad het verdrag in werking nadat het door het minimale aantal van zes landen30 was geratificeerd.

41

Het Bali-proces is een initiatief voor de aanpak van specifieke mensensmokkel, mensenhandel en irreguliere-migratiekwesties in de regio. Het wordt aangestuurd door Indonesië en Australië en telt meer dan 48 leden, waaronder de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen (UNHCR) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en het UNODC. De Commissie en twaalf EU-lidstaten nemen deel als waarnemers. Hoewel men zich bij het Bali-proces hoofdzakelijk heeft gericht op migratievraagstukken (het kent een dienstrooster met migratiedeskundigen, maar niet voor deskundigen op het gebied van mensenhandel), is een werkgroep voor de handel in mensen opgericht die voor het eerst bijeenkwam in maart 2015.

42

Kennisdeling zou beter zijn bevorderd als het niet ontbrak aan een sterke gemeenschap van deskundigen op het gebied van de bestrijding van mensenhandel. De Commissie heeft een - onvolledige - lijst met steunpunten inzake mensenhandel opgesteld31 (Indonesië, Myanmar, Nepal, Pakistan en Thailand ontbraken). Deze steunpunten hebben slechts initiële opleiding en informatiepakketten ontvangen. De EU-delegaties maakten gebruik van de bestaande structuren van de steunpunten voor mensenrechten. Hoewel dat uit een oogpunt van doelmatigheid zinvol was, betekende het dat er op het gebied van de bestrijding van mensenhandel minder expertise werd ontwikkeld.

43

Alle landen in Zuid- en Zuidoost-Azië zijn partij bij het Protocol van Palermo (zie paragraaf 2), met uitzondering van Bangladesh, Bhutan, Laos en Nepal32. In de mensenhandelstrategie wordt ertoe opgeroepen om voor de bestrijding van mensenhandel buiten de EU-grenzen gebruik te maken van partnerschappen. Als aanvulling op de bilaterale dialogen onderhoudt de EU al lange tijd betrekkingen en partnerschappen met de ASEAN en de Aziatisch-Europese Vergadering (ASEM). De EU gebruikt deze fora als structuren voor de bestrijding van mensenhandel. Tot dusver is er voor de bestrijding van mensenhandel nog geen specifiek partnerschap gesloten tussen de EU en een van de landen in Zuid- en Zuidoost-Azië.

Ondanks vastgestelde tekortkomingen hebben de meeste mensenhandelprojecten positieve resultaten opgeleverd, maar de duurzaamheid is een punt van zorg

Door de opzet van het kader voor de selectie van projecten was er geen alomvattende aanpak mogelijk en de projectopzet vertoonde gebreken, met name met betrekking tot het formuleren van doelstellingen en indicatoren

44

In dit deel onderzoeken wij of de projecten in overeenstemming waren met de prioriteiten en maatregelen van de EU-beleidsstrategie, of de projecten adequate doelstellingen en indicatoren hadden33, en of gebreken in de opzet tijdig werden aangepakt door de Commissie.

Projecten waren in overeenstemming met de algemene mensenhandelstrategie, maar werden behandeld als eenmalige activiteiten
45

Wij hebben vastgesteld dat 35 van de door ons onderzochte projecten op het gebied van mensenhandel overeenkwamen met de mensenhandelstrategie (goedgekeurd in 2012), de relevante EU-landenstrategieën en landenstrategieën voor mensenrechten, en programmeringsdocumenten voor specifieke steuninstrumenten. De projecten waren voornamelijk gericht op mensenrechtenaspecten en de rechten en het welzijn van vrouwen en kinderen werden daarin consequent benadrukt.

46

De projecten werden in de eerste plaats geselecteerd door oproepen tot het indienen van voorstellen (32 van de 35 projecten). De voorstellen werden geëvalueerd en vergeleken met andere voorstellen die waren ingediend naar aanleiding van dezelfde oproep tot het indienen van voorstellen. Het vergelijkingsmechanisme was erop gericht om in elke oproep de beste projectvoorstellen te selecteren, maar daarbij werd niet gekeken naar de mogelijke synergie en interactie met andere projecten of instrumenten.

47

Bij de selectie van projecten via oproepen was elke selectie een eenmalige exercitie waarbij de Commissie slechts beperkte mogelijkheden had (qua tijd en begeleiding34) om ervoor te zorgen dat haar portefeuille van projecten beantwoordde aan alle vijf de prioriteiten die waren vastgesteld in de mensenhandelstrategie (zie paragraaf 22). Wij hebben vastgesteld dat geen van de projecten in de steekproef primair was gericht op vervolging of het delen van kennis, terwijl het grootste deel ervan was gericht op preventie en/of bescherming (in totaal 31 projecten). Slechts bij één project35 werd aandacht besteed aan het strafrechtelijke aspect van mensenhandel, onder meer door activiteiten om met rechtshandhaving belaste functionarissen in staat te stellen om misdaden op het gebied van mensenhandel te bestrijden door criminele netwerken op te sporen en te ontwrichten.

Veel projecten hadden zwakke doelstellingen en/of indicatoren
48

Bij veel projecten (23) bestonden problemen om de doelstellingen en/of indicatoren ervan te bepalen36. De doelstellingen waren vaak niet specifiek of meetbaar genoeg (respectievelijk 14 en 8 projecten). De indicatoren lieten zeer te wensen over qua deugdelijkheid, geloofwaardigheid en gebruiksgemak, en in sommige gevallen werden zij op niet betekenisvolle wijze gekwantificeerd.

Tekstvak 1

Slecht gedefinieerde doelstellingen en indicatoren

Voorbeelden van ondermaatse doelstellingen

Met Filipijnen1 werden de vraagstukken van huiselijk geweld en mensenhandel in arme stedelijke gemeenschappen aangepakt. Daarvoor werden de volgende algemene doelstellingen vastgesteld: „bijdragen aan een op mensenrechten gericht bestuur… verplichtingen van de eenheden van de plaatselijke overheid nakomen… de capaciteiten van vrouwen om hun rechten te doen gelden, vergroten”. Deze doelstelling is echter onvoldoende meetbaar of specifiek37.

Voorbeelden van ondermaatse indicatoren

Bangladesh5 was gericht op de bevordering van rechten en fundamentele vrijheden van arbeiders op theeplantages die zich in een „gebonden situatie” bevinden. Het project omvatte indicatoren zoals: „verschillende acties brengen arbeiders op theeplantages rechtstreeks in contact met de parlementsleden”, „de stem van arbeiders op theeplantages wordt versterkt”, en „de eindbegunstigden maken tijdens de nationale verkiezingen weloverwogen keuzes bij de selectie van kandidaten”. De bovengenoemde indicatoren zijn niet RACER omdat zij niet geloofwaardig, eenvoudig en robuust genoeg zijn.

Voorbeelden van niet-betekenisvolle indicatoren

Project India1 bevatte de indicator „daling van de gemiddelde emigratiekosten voor de werknemer”, terwijl van deze gemiddelde emigratiekosten op het moment waarop het voorstel werd gedaan slechts een ruwe schatting kon worden gemaakt op basis van een studie uit 2008 die was uitgevoerd door een ander agentschap en met behulp van anekdotische aanwijzingen. De activiteit die de schatting had moeten opleveren (een enquête onder migrantengezinnen) werd uitgesteld en uiteindelijk niet uitgevoerd omdat in het projectontwerp onvoldoende tijd en middelen waren gereserveerd om de studie uit te voeren.

49

Hoewel voor 21 projecten onderzoek naar de uitgangssituatie was gepland, verschilden de doeltreffendheid en de toegevoegde waarde van deze studies. In twee gevallen waren de uitgangswaarden niet nuttig voor het systeem voor intern toezicht of om het projectschema voor interventies te verbeteren, omdat ze te laat kwamen of niet gedetailleerd genoeg waren, of niet volledig aansloten bij de projectindicatoren38. Voor vier projecten (Bangladesh1, Bangladesh3, Nepal2 en Nepal3) waren de uitgangswaarden echter gereed toen het project begon en deze konden daardoor goed als uitgangspunt worden gebruikt om de projectresultaten te monitoren en te beoordelen.

De Commissie heeft enkele tekortkomingen in het projectontwerp niet tijdig gecorrigeerd, en met name niet vóór de ondertekening van de subsidieovereenkomst
50

De risico’s en geleerde lessen kwamen naar voren in de opzet van de meeste projecten, maar voor slechts zeven projecten werden risicoscenario’s beoordeeld (d.w.z. de waarschijnlijkheid dat het zich voordoet en de impact ervan als het zich materialiseert)39. Bij verscheidene projecten constateerden de beoordelaars in de voorstelfase gebreken in het projectschema40 die echter niet volledig in aanmerking werden genomen bij de uitvoering van het project.

  1. In het geval van Indonesië1 vestigde een van de beoordelaars van het volledige voorstel de aandacht op de ondermaatse indicatoren, maar dit kwam niet terug in het evaluatieverslag en de indicatoren werden niet gewijzigd.
  2. De beoordelaars van project Filipijnen2 merkten op dat de formulering van specifieke doelstellingen tekortschoot („slechts een overmaat aan activiteiten die sterk overeenkomen met de verwachte resultaten”), maar dit werd niet aangepakt voordat de subsidieovereenkomst werd ondertekend.
  3. De beoordelaar van Nepal3 constateerde dat er „geen basisstudie of benchmarking was uitgevoerd” en dat „het projectschema opnieuw moet worden ontworpen met adequate kwantitatieve indicatoren”. In dit geval was de basisstudie verricht als projectactiviteit en was het projectschema herzien voordat het tweede tussentijds verslag uitkwam; sommige indicatoren waren echter nog steeds niet kwantificeerbaar en subjectief41.
51

In één geval (project Bangladesh5) pakte de EU-delegatie het ondermaatse projectschema aan tijdens de uitvoering van het project door de begunstigde te verzoeken om dit aan te passen. De wijzigingen werden echter pas aangebracht in april 2016, zes maanden voordat het project werd afgerond, wat betekent dat het ingrijpen van de delegatie te laat kwam (het project duurde drie jaar).

52

De verwachte resultaten van de meeste projecten waren vrij realistisch in de ontwerpfase42. Er waren echter uitzonderingen:

  1. In het geval van Bangladesh1 werd tijdens de besprekingen met de Commissie over een verlenging van het project duidelijk dat het projectontwerp te ambitieus was, met name met betrekking tot het gebruik van een databank. Aangezien het project werd uitgevoerd in afgelegen gebieden, was het ontbreken van elektriciteit en internetverbindingen een belangrijke belemmering voor een succesvolle uitvoering van de projectactiviteiten, wat werd onderschat in de ontwerpfase.
  2. Verscheidene geannuleerde activiteiten van project India1 waren te ambitieus in het ontwerpstadium: in het kader van het project zouden verwachte wetswijzigingen geëvalueerd worden die al meermaals waren uitgesteld (sinds 2004) en die niet waren vastgesteld tijdens de uitvoering van het project (2011-2014).

Uitvoering van projecten belemmerd door lokale beperkingen en vertragingen

53

In dit hoofdstuk onderzoeken wij onder andere of de Commissie de projecten adequaat heeft gemonitord, of zij tijdig op onverwachte veranderingen heeft gereageerd en of de projecten volgens plan werden uitgevoerd (tijd, budget en activiteiten).

De Commissie heeft de projecten adequaat gemonitord, maar de uitvoering ervan werd beïnvloed door de beperkte betrokkenheid op nationaal niveau, door partners aangebrachte wijzigingen in de volgorde van de activiteiten en vertragingen
54

Wij hebben vastgesteld dat de Commissie de projecten adequaat heeft gemonitord door bezoeken ter plaatse af te leggen bij 26 projecten en door „resultaatgerichte monitoring”43 voor vier projecten. Over het algemeen heeft de Commissie tijdig corrigerende maatregelen genomen om een vlotte uitvoering van de projecten te ondersteunen44. We hebben echter vastgesteld dat de lopende beoordeling van de duurzaamheid voor 14 projecten te wensen overliet (zie paragraaf 66), hoewel dit in een aantal gevallen al in de ontwerpfase duidelijk was.

55

In juli 2016 waren 27 van de 35 projecten voltooid. Voor tien projecten45 werd de uitvoeringsperiode echter met drie tot twaalf maanden verlengd. De helft van de verlengingen hielden verband met externe factoren zoals te late goedkeuringen door autoriteiten, politieke onrust en veiligheidskwesties; de andere helft is te wijten aan interne projectbeperkingen in verband met de capaciteiten van de partners.

56

Voor acht projecten werd de logische volgorde van de activiteiten gewijzigd. Deze wijzigingen hadden gevolgen voor de uitvoering van aanverwante activiteiten, wat betekent dat de mogelijkheden voor synergieën niet optimaal konden worden benut. Wij hebben vastgesteld dat referentiestudies en evaluaties niet tijdig beschikbaar waren, dat opleidingsactiviteiten te laat plaatsvonden en dat de prioritering van aanverwante activiteiten niet ideaal was.

Tekstvak 2

Voorbeelden van de impact van veranderingen in de volgorde van activiteiten

Verandering van de volgorde

Project Cambodja2: De aanvankelijke volgorde van de activiteiten was: 1.1 Persoverzicht, observatie, analyse van de verslaggeving over kinderhandel en monitoring; 1.2 Bewustmaking en opleiding van journalisten op het gebied van mensenhandel en kinderrechten; en 1.3 Nationale netwerken tussen gespecialiseerde journalisten bevorderen. Het feit dat de volgorde van dit project werd gewijzigd, had gevolgen voor de uitvoering van aanverwante activiteiten, aangezien de opleidingsbehoeften van journalisten uit de persanalyse hadden moeten blijken en de opleiding had moeten worden gevolgd door netwerkvorming. In plaats daarvan ging het project van start met netwerkactiviteiten voordat werd begonnen aan het persoverzicht en de opleiding.

Aanzienlijke vertraging bij één enkele activiteit

Project India2: De risicokaart (bijv. van de locaties waar kwetsbare personen het meeste risico liepen om slachtoffer te worden van mensenhandel) was al beschikbaar in maart 2011, maar was in februari 2013 nog steeds niet goedgekeurd door het betreffende ministerie. Hierdoor lagen alle activiteiten stil, dus ook de onderzoeken naar de uitgangssituatie die meegenomen hadden moeten worden bij de uitvoering van het project. Uiteindelijk kwam de herziene uitgangswaarde te laat om van nut te zijn.

57

In tien van de door ons onderzochte gevallen46 was een aantal belangrijke activiteiten niet uitgevoerd zoals gepland. Dit was te wijten aan een gebrek aan inzet bij de overheid (vijf gevallen), de uitvoerende partner (vier gevallen) of beide (één geval), zie tekstvak 3.

Tekstvak 3

Voorbeelden van een gebrek aan betrokkenheid/ inzet

Van de overheid

Project Bangladesh1: De regering had de software voor de registratie van kinderen niet geactiveerd vóór het einde van het project. Daardoor konden ambtenaren niet worden opgeleid toen het project operationeel was.

Project Indonesië1: Het project was erop gericht de uitvoering van het nationale plan voor de bestrijding van mensenhandel te ondersteunen. Vergaderingen met hoge overheidsfunctionarissen vonden niet plaats zoals gepland vanwege een gebrek aan politieke inzet, en in plaats daarvan moesten ontmoetingen met lokale ambtenaren plaatsvinden.

Van de uitvoerende partner

Project Myanmar1: Het verwachte opleidingsmateriaal over migratie of kinderbescherming was niet ontwikkeld in het kader van het project en tijdens de workshops voor kinderbeschermingsgroepen werd niet op systematische wijze materiaal verspreid. Bovendien werden er geen regelmatige vrijetijdsactiviteiten voor kinderen georganiseerd, aangezien elke plaatselijke kinderbeschermingsgroep onafhankelijk werkte aan de bevordering en bewustwording van de rechten van kinderen. Sommige groepen waren onvoldoende actief (bijvoorbeeld drie gevallen in één jaar tegenover twintig in een ander dorp). De partner had beide kwesties (de beschikbaarheid van materialen en het niveau van betrokkenheid) tijdig moeten aanpakken.

Aan beide zijden

Project India1: Twee cruciale activiteiten werden afgelast. Ten eerste werden een analyse vanuit het oogpunt van de mensenrechten van het voorgestelde Indiase migratiebeleid en wijzigingen van de bestaande wet inzake mensenhandel uitgesteld en vervolgens geannuleerd omdat de overheid nieuw migratiebeleid niet goedkeurde en de wet mensenhandel niet werd gewijzigd. Het risico van zo’n vertraging was, zoals kon worden verwacht, gebaseerd op het aantal eerdere onsuccesvolle pogingen om het kader aan te passen. Ten tweede werd de activiteit, waarbij werd aangestuurd op maatschappelijk verantwoord ondernemen door luchtvaartmaatschappijen en banken in de vorm van de verspreiding van informatie en dienstverlening aan migrerende werknemers, niet uitgevoerd vanwege een gebrek aan middelen en logistieke capaciteiten. Dit had ook kunnen worden voorzien in de ontwerpfase van het project.

De begrotingsuitvoering werd gehinderd door de beperkte capaciteit van lokale partners
58

Wij hebben zeven gevallen aangetroffen waarin sprake was van een aanzienlijke onderbesteding en vijf andere gevallen waarin de termijn moest worden verlengd om de begroting te kunnen besteden47. In subsidieovereenkomsten is de maximale EU-bijdrage vastgelegd en onderbesteding is niet per se negatief, met name wanneer alle verwachte resultaten zijn bereikt. Als de begroting van een geselecteerd voorstel echter aanzienlijk is overschat, en dit wordt niet gecorrigeerd voordat een overeenkomst wordt opgesteld, kan de Commissie de uitnodiging tot het indienen van voorstellen (en de beschikbare financiële middelen) niet volledig benutten om andere projecten te steunen. In sommige gevallen hebben wij geconstateerd dat het aanvankelijke voorstel van de partners gezien hun capaciteit onrealistisch was (te ambitieus/overschat). Enkele voorbeelden:

  1. Voor één project (regionaal1) werd slechts 65 % van de oorspronkelijke begroting gebruikt. De leidende uitvoeringspartners waren overeengekomen dat een groot aantal begrotingslijnen aanvankelijk was overschat (met name voor apparatuur en campagne-uitgaven)48.
  2. Bijna de helft van de contractwaarde van project India3 was niet benut op de oorspronkelijke einddatum van het project, deels omdat langdurige slachtofferhulpactiviteiten werden gedekt door overheidsfinanciering die aantrekkelijker was (voor de lange termijn, beter gericht).
  3. Voor het project Regionaal2 moest de termijn twee keer worden verlengd (van 36 tot 48 maanden) om 90 % van de geplande EU-bijdrage te verbruiken49.

Projecten hebben tot enige positieve resultaten geleid in de strijd tegen mensenhandel, hoewel de duurzaamheid ervan een punt van zorg was

59

In dit hoofdstuk onderzoeken wij of: de geplande output tijdig en binnen de begroting werd gerealiseerd, of projecten een positieve bijdrage hebben geleverd tot de uitroeiing van mensenhandel, en of de projectresultaten duurzaam zijn.

De projecten hebben tot enige positieve resultaten geleid op het gebied van mensenhandel, maar het is moeilijk om deze te koppelen aan de algehele verbetering van de bestrijding van de mensenhandel in de regio
60

Sinds 2009 is de strijd tegen mensenhandel in de door deze controle bestreken regio’s over het algemeen versterkt, hoewel er grote verschillen bestaan tussen de landen, waarvan er slechts twee volledig aan de beste normen voldoen. In de gecontroleerde periode is volgens gegevens van het Amerikaanse „Trafficking in Persons”-verslag (zie tabel 1) in de volgende landen vooruitgang geboekt: Bangladesh, Cambodja, India, de Filipijnen en Pakistan, bleef de situatie gelijk in vier landen (Indonesië, Nepal, Myanmar en Vietnam), en is de situatie slechts in één land verslechterd (Thailand).

Tabel 1

Inspanningen van de landen in de steekproef om mensenhandel te bestrijden (op basis van het Amerikaanse „Trafficking in Persons”-verslag)

Land20092010201120122013201420152016
Cambodja2WL2222WL2WL2WL2
Indonesië22222222
Nepal22222222
Myanmar3332WL2WL2WL2WL3
Thailand22WL2WL2WL2WL332WL
Vietnam22WL2WL22222
India2WL2WL222222
Filipijnen2WL2WL222221
Pakistan2WL2222111
Bangladesh2WL2WL2WL22222

Aantekening: In het Amerikaanse „Trafficking in Persons”-verslag worden de landen in vier categorieën verdeeld: Categorie 1 (voldoen volledig aan de normen), categorie 2 (voldoen niet volledig aan de normen, maar leveren aanzienlijke inspanningen), categorie 2 „watchlist”, (2 watchlist, gelijk aan categorie 2, maar de impact is groter doordat er meer slachtoffers zijn, doordat er niet kan worden aangetoond dat er meer inspanningen worden geleverd, of doordat verbintenissen niet worden nageleefd), en categorie 3 (landen voldoen niet aan de normen).

Bron: U.S. Department of State „Trafficking in Persons Report”, 2016.

61

Voor alle onderzochte projecten hebben wij enkele positieve projectresultaten aangetroffen op het gebied van mensenhandel die bijdragen tot de bestrijding daarvan. We hebben ook geconstateerd dat EU-steun, en met name de gerichte financiering uit het EIDHR, heeft bijgedragen tot de versterking van de lokale ngo’s die zijn gericht op de bestrijding van mensenhandel. Dat neemt niet weg dat deze resultaten niet kunnen worden gekoppeld aan de algemene vooruitgang op het gebied van de bestrijding van de mensenhandel in de betrokken regio’s. Het is bovendien moeilijk om de impact van op mensenrechten gerichte initiatieven vast te stellen, omdat daarmee veranderingen op lange termijn worden ondersteund die door hun aard vaak moeilijk kunnen worden gemeten.

62

Project Indonesië1 is een goed voorbeeld van de wijze waarop de EU-steun kan bijdragen tot een mentaliteitsverandering en lokale inzet. Dankzij dit project is een opkomende coalitie van plaatselijke ngo’s die actief zijn in de strijd tegen de mensenhandel geconsolideerd doordat in het kader daarvan de capaciteit van de coalitie is opgebouwd en de internationale zichtbaarheid en externe contacten zijn verbeterd. Daardoor kon de coalitie in het kader van de door de VN geleide periodieke evaluatie van de mensenrechtensituatie in Indonesië relevante input leveren wat betreft de uitdagingen op het gebied van mensenhandel50.

63

De projecten Cambodja3 en Cambodja2 werden ook uitgevoerd door een coalitie van nationale ngo’s. Beide projecten hebben bijgedragen tot een vergrote zichtbaarheid, capaciteit en externe contacten van de coalitie, waardoor zij en haar leden hun vaardigheden op het gebied van projectbeheer hebben verbeterd en erin zijn geslaagd om de donorsteun voor sommige van hun activiteiten te behouden.

64

Zoals hierboven beschreven (zie paragraaf 47) werden de mogelijkheden voor de Commissie om projecten op te nemen in een integrale aanpak beperkt doordat projecten door middel van oproepen tot het indienen van voorstellen werden geselecteerd. Toch hebben wij één project aangetroffen waarbij men erin was geslaagd ontwikkelingshulp aan andere EU-beleidsinstrumenten te koppelen (zie tekstvak 4). Mensenhandel wordt ook door andere donoren aangepakt die een alomvattende aanpak vaststellen waarin verschillende steunvormen zijn opgenomen51.

Tekstvak 4

Project Thailand3 - Succesvolle samenwerking tussen de departementen en doeltreffend gebruik van beschikbare instrumenten om mensenhandeldoelstellingen na te streven - het voorbeeld van een Thais visserijproject

De IOO-verordening van de EU52 (illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij) is bedoeld om te waarborgen dat illegaal gevangen visserijproducten niet op de EU-markt terechtkomen. In 2011 startte de Commissie een informele dialoog met Thailand over de naleving van de bepalingen van deze verordening door dat land.

In 2015 werden in een reeks artikelen de verbanden tussen enkele Thaise ondernemingen en mensenhandel onthuld. De media hadden bericht over de ontdekking dat overheden, vissers en mensenhandelaren een belangrijke rol spelen bij het tot slaaf maken van duizenden.

De Commissie was van mening dat de informele dialoog met de Thaise autoriteiten niet zorgde voor bevredigende vooruitgang. Op 21 april 2015 heeft de Commissie Thailand daarom in gebreke gesteld (een zogenaamde „gele kaart”) omdat het geen toereikende maatregelen had getroffen in de internationale strijd tegen illegale visserij. Er waren tekortkomingen vastgesteld in het Thaise rechtskader voor duurzame visserij, en gebreken in de monitoring, controle en traceerbaarheid van de vangsten. Naast deze kwesties is de Thaise vloot in de media beschuldigd van ernstige schendingen van de mensenrechten en de rechten van werknemers (zie paragraaf 6).

Hoewel het indienen van een officiële klacht niet was bedoeld als instrument om mensenhandel te bestrijden, werd daarmee een bijdrage geleverd ter ondersteuning van de strijd tegen de mensenhandel in Thailand. Het besluit werd gevolgd door een formele procedure van overleg met de Thaise autoriteiten om overeenstemming te bereiken over de nodige corrigerende maatregelen. Als deze maatregelen niet zouden worden uitgevoerd, zou de EU de invoer van vis uit Thailand kunnen verbieden, wat voor de Thaise autoriteiten een extra stimulans was om meteen tot actie over te gaan.

Het besluit van de Commissie heeft een impuls gegeven aan hervormingen die al lang doorgevoerd hadden moeten worden, bijvoorbeeld op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij en DG DEVCO attendeerden andere afdelingen van de Commissie (belast handel en arbeidsomstandigheden) op de gelegenheid om een interventie op te zetten waarmee de Thaise autoriteiten konden worden ondersteund bij de verwezenlijking van hun doelstelling om dwangarbeid, kinderarbeid en andere onaanvaardbare vormen van werk terug te dringen, en om de uitbuiting van werknemers in de Thaise sectoren voor visserij en de zeevisverwerkende industrie geleidelijk uit te bannen. Het daaruit voortvloeiende project maakt deel uit van een bredere inspanning die een dialoog tussen de EU en Thailand over visserij en arbeidsaangelegenheden omvat.

Het project wordt uitgevoerd door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), die in december 2015 een overeenkomst heeft ondertekend. De activiteiten zijn in februari 2016 van start gegaan en de geplande looptijd bedraagt 42 maanden. De verwachting is dat dit de Thaise autoriteiten zal helpen door routekaarten te ontwikkelen om belangrijke IAO-verdragen te bekrachtigen, wat een positief overloopeffect is dat doorwerkt buiten de visserijsector. De maatregelen die zijn genomen om de rechten van werknemers in de visserijsector te beschermen, worden momenteel uitgebreid naar andere sectoren van de economie, zodat de arbeidsrechten in het land gestandaardiseerd worden. Evenzo verzamelen andere donoren informatie over het project om de mogelijke toepassing ervan in andere landen in Zuid- en Zuidoost-Azië te beoordelen (bijv. in Bangladesh, waar de visserijsector ook belangrijk is).

De duurzaamheid van projectresultaten werd niet systematisch gewaarborgd
65

Voor 25 projecten konden wij de vooruitzichten op het gebied van duurzaamheid beoordelen53. Voor de overige tien projecten liep het project nog, was het eindverslag nog niet goedgekeurd of onvoldoende gedetailleerd. We hebben vastgesteld dat de duurzaamheid voor elf projecten kan worden aangetoond. De duurzaamheid van de overige veertien projecten wordt waarschijnlijk beïnvloed door ontoereikende verdere donorbijdragen (acht projecten) en een ontoereikende inzet van de partners of de overheid (zes projecten).

Tekstvak 5

Voorbeelden van problemen in verband met de duurzaamheid

Ontoereikende verdere bijdragen van donoren

De leidende partner van project Nepal1 is niet meer actief in drie districten en heeft zijn territoriale en thematische prioriteiten gewijzigd. Hoewel één partner met steun van andere donoren microkredietactiviteiten blijft verrichten, zijn de activiteiten die rechtstreekser verband houden met mensenhandel niet voortgezet.

Voor project India1 werd de directe financiële duurzaamheid voor een deel van de activiteiten door een andere donor gewaarborgd, maar konden niet alle activiteiten worden voortgezet.

Ontoereikende betrokkenheid van partners en ontoereikende inzet van de staat

Bij project India2, waarmee Panchayats werden ondersteund door waakzaamheidscommissies en actiecentra in stand te houden, waren de uitvoerende partners geen duurzaamheidsregelingen overeengekomen met de politie, waardoor zij hun acties na afronding van het programma financieel niet zullen kunnen ondersteunen.

Project Bangladesh3 kan pas duurzaam worden als de nationale overheid haar standpunt ten aanzien van Rohingya-vluchtelingen wijzigt (zij worden niet erkend en hebben geen toegang tot arbeid of middelbaar onderwijs). De EU-delegatie heeft echter geen verdere maatregelen getroffen. Door dit gebrek aan follow-up werd een aantal aan mensenrechten gerelateerde projectactiviteiten geannuleerd/ uitgesteld.

66

Voor de veertien projecten waarvan de duurzaamheid twijfelachtig was, hebben wij geconstateerd dat de onderliggende factoren die de duurzaamheid hebben beïnvloed beter in de ontwerpfase hadden kunnen worden aangepakt. De projecten ontbeerden met name een exitstrategie voor de overdracht van de projectpraktijken en geleverde output, die wordt aanbevolen in de richtsnoeren van de Commissie voor het beheer van de projectcyclus54, en daarbij werden externe factoren/bedreigingen onvoldoende gemitigeerd, waardoor deze nog bestonden tijdens de uitvoeringsfase. De doorlopende beoordeling van de duurzaamheid door de Commissie werd ook belemmerd door ontoereikende documentatie over de impact van veranderingen gedurende de uitvoering.

67

Wij hebben een goed voorbeeld gevonden van een duurzaam project waarmee kan worden geïllustreerd welke voordelen het heeft om duurzaamheidskwesties vroeg in de ontwerpfase aan te pakken (zie tekstvak 6).

Tekstvak 6

Shubha Yatra: Bevordering en bescherming van de rechten van Nepalese migrantenvrouwen (Nepal3)

Goede praktijk

Het project is erop gericht de rechten van Nepalese migrantenvrouwen te bevorderen en te beschermen door bewustmakingsinitiatieven en kennisoverdracht te organiseren. De exitstrategie was uitvoerig besproken met de belangrijkste belanghebbenden in de ontwerpfase en doorlopend beoordeeld tijdens de uitvoering. Het project omvatte met name activiteiten waarmee gemakkelijk verdere donorsteun kan worden aangetrokken om ervoor te zorgen dat de behaalde resultaten na afronding van het project duurzaam zijn.

De door middel van bewustmakingsactiviteiten bereikte resultaten zijn duurzaam. Met steun van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) heeft één partner een programma voor veilige migratie uitgevoerd in het Rupendhi-district. Op vergelijkbare wijze heeft het dienstencentrum voor migrerende vrouwen (Federatie van vrouwelijke migrantenwerknemers, opgericht door het Shubha Yatra-project), met financiële steun van de lokale autoriteiten, regelmatig districtcoördinatievergaderingen georganiseerd die waren gericht op het verdedigen van de rechten van vrouwen.

Daarnaast zijn in de administratieve districtsbureaus (Hetauda en Bhairahawa) nog steeds informatiecentra operationeel die samenwerken met meer dan 22 lokale ngo’s die zich inzetten voor de rechten van vrouwen. Informatiebalies op de internationale luchthaven en aan de grenzen hebben hun werkzaamheden op vergelijkbare wijze voortgezet met de steun van particuliere donoren en stichtingen. Beide partners hebben actief de leiding over deze initiatieven genomen.

De belangrijkste partner op het gebied van de bevordering van kennisdeling (een internationale ngo) heeft het door het project voorgestelde model voor de bevordering van veilige migratie verspreid, en voert momenteel projecten uit in Rupendhi en Makwanpur. Deze projecten bouwen voort op het werk van een door de EU gefinancierd project waarmee meisjes via onderwijs mondiger werden gemaakt en kindhuwelijken werden teruggedrongen.

Conclusies en aanbevelingen

68

Bij de controle werd de doeltreffendheid van EU-steun voor de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië onderzocht. Het is onvermijdelijk dat de uitroeiing van mensenhandel een proces van de lange adem is. Hiervoor moet een aantal onderliggende oorzaken worden opgelost (bijv. met betrekking tot de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, de beperkte rechten van minderheden, onderwijs en gezondheidszorg) en moeten de activiteiten van criminele netwerken worden ontwricht. Mensenhandel is per definitie een clandestiene misdaad, waarover zelden voldoende en vergelijkbare statistische gegevens beschikbaar zijn. Gezien deze complexe context, de reeks aan versnipperde prioriteiten en de beperkte middelen hebben wij geconcludeerd dat de EU de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië ten dele doeltreffend heeft kunnen ondersteunen.

69

Het EU-beleidskader voor mensenhandel voorziet grotendeels in een alomvattende aanpak van mensenhandel, maar sommige aspecten zijn nog niet volledig ontwikkeld. De mensenhandelstrategie (2012-2016) was een document op hoog niveau dat ook beperkte richtsnoeren bevat voor de externe dimensie van de bestrijding van mensenhandel. Vanaf april 2017 heeft de Commissie geen uitgebreide evaluatie gepubliceerd van de resultaten die in het kader van de mensenhandelstrategie zijn behaald, en zij heeft ook geen beleidskader voor de bestrijding van mensenhandel na 2016 gepresenteerd.

70

De mensenhandelstrategie wordt aangevuld met andere beleidsdocumenten die samen de belangrijkste aspecten van mensenhandel behandelen. De Commissie en de EDEO gebruiken in de strijd tegen mensenhandel een reeks directe en indirecte instrumenten: de mensenrechtendialoog is bijzonder nuttig, en andere instrumenten omvatten bilaterale dialogen en de ondersteuning van regionale fora (in Azië zijn dit ASEAN en ASEM). Tot dusver is er voor de bestrijding van mensenhandel nog geen specifiek partnerschap gesloten tussen de EU en een van de landen in Zuid- en Zuidoost-Azië (zie de paragrafen 22-43).

Aanbeveling 1 - Ontwikkel het strategisch kader voor mensenhandel verder door het relevanter te maken voor Zuid- en Zuidoost-Azië

De Commissie moet in samenwerking met de EDEO en rekening houdend met de gevolgen van de tussentijdse evaluatie van de externe financieringsinstrumenten het strategisch kader voor mensenhandel verder ontwikkelen, met name door:

  • de Raad een voorstel te doen voor een bijgewerkte lijst van prioriteiten die is gebaseerd op de tot dusver bereikte resultaten, de verbreiding van mensenhandel in individuele landen en regio’s en op thematische beleidsprioriteiten;
  • ervoor te zorgen dat beleidsmakers en professionals kunnen beschikken over voldoende en vergelijkbare gegevens over ondersteunde activiteiten ter bestrijding van mensenhandel;
  • duidelijke doelstellingen en streefdoelen te ontwikkelen voor de bestrijding van mensenhandel, waardoor het ontwerp van relevante, coherente en brede acties in de prioritaire landen en regio’s wordt vergemakkelijkt. Deze doelstellingen moeten worden vertaald in meer gedetailleerde operationele richtsnoeren die duidelijk genoeg zijn om richting te geven aan de activiteiten ter plaatse, bijvoorbeeld door relevante nationale kaders, landenstrategieën, programmering en bestaande beheersverslagen te gebruiken;
  • vast te stellen, en vervolgens te evalueren en daarover te rapporteren, welke doelstellingen het best kunnen worden nagestreefd door middel van projecten, door middel van een ander instrument (bijv. mensenrechtendialogen, instrumenten voor technische bijstand, speciale partnerschappen op het gebied van mensenhandel, enz.), of door een combinatie van verschillende instrumenten.

Streefdatum: Medio 2018

71

Ondanks bepaalde tekortkomingen hebben de onderzochte projecten in Zuid- en Zuidoost-Azië enige positieve resultaten opgeleverd voor de strijd tegen mensenhandel. De impact van deze resultaten was echter groter geweest als er voor een brede aanpak was gekozen, waardoor sterkere interactie en synergieën tussen projecten en andere instrumenten op het gebied van mensenhandel mogelijk waren geweest. Ongeveer bij twee derde van de projecten in de steekproef was sprake van tekortkomingen in de formulering van doelstellingen en/of indicatoren en waren enkele ontwerpgebreken niet op tijd aangepakt, met name voordat de subsidieovereenkomst werd ondertekend (zie de paragrafen 45-52).

72

De Commissie heeft de projecten adequaat gemonitord, maar de uitvoering werd beïnvloed door een beperkte betrokkenheid op nationaal niveau en door gebreken in de uitvoering van de activiteiten door de partners en in hun capaciteit. Er is sprake van een algemene intensivering van de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië, maar het is moeilijk om deze ontwikkeling in verband te brengen met specifieke EU-maatregelen (zowel wat betreft de toewijzing van middelen als de behaalde resultaten). Hoewel het nog te vroeg was om de duurzaamheid van alle projectresultaten te beoordelen, hebben wij vastgesteld dat deze niet systematisch gewaarborgd was (14 van de 25 projecten) (zie de paragrafen 54-67).

Aanbeveling 2 - Optimaliseer de impact van projecten door ze te integreren in een alomvattend kader

Bij de voorbereiding van oproepen tot het indienen van voorstellen en de selectie- en gunningsprocedure moet de Commissie zich op projecten richten waarvan het het meest waarschijnlijk is dat ze zullen bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de strijd tegen mensenhandel in de betrokken prioritaire regio’s/landen door:

  • selectiecriteria op te nemen waarmee een geïntegreerde aanpak wordt ondersteund in de regio’s/landen, alle gedefinieerde prioriteiten adequaat worden afgedekt en interactie en synergieën tussen projecten en andere instrumenten kunnen worden bereikt;
  • de aard en omvang van de subsidies te beoordelen die het best voldoen aan de kracht en capaciteit van het maatschappelijk middenveld van het land;
  • ervoor te zorgen dat het ontwerp van de geselecteerde projecten SMART-doelstellingen en RACER-indicatoren omvat en dat de verwachte resultaten realistisch zijn uit een oogpunt van tijd, begroting en capaciteit van de partners;
  • reeds in een vroeg stadium en gedurende de gehele levenscyclus van een project meer nadruk te leggen op de duurzaamheid van de verwachte projectresultaten, bijvoorbeeld door daarin exitstrategieën te ontwikkelen waarin alternatieve financieringsbronnen worden overwogen en de nationale verantwoordelijkheid na de voltooiing van het project wordt aangemoedigd.

Streefdatum: Begin 2018

Dit verslag werd door kamer III onder leiding van de heer Karel PINXTEN, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 2 mei 2017.

Voor de Rekenkamer

Klaus-Heiner LEHNE

President

Bijlagen

Bijlage I

Overzicht van projecten

LandVerantwoordelijke delegatieReferentie van de overeenkomst in CRISReferentie in de tekstNaam projectTotaal gepland bedrag
(euro)
EU-financiering
(euro)
CambodjaCambodjaEIDHR/2011/272-402Cambodja1Veilige migratie en terugdringing van mensenhandel (SMART)333 261244 855
CambodjaCambodjaEIDHR/2009/218-621Cambodja2Vergroting van de capaciteit om mensenhandel, en met name kinderhandel, aan te pakken vanuit het perspectief van mensenrechten in negen provincies en de gemeente Phnom Penh in Cambodja285 580188 483
CambodjaCambodjaEIDHR/2011/272-403Cambodja3Versterking van de Gemeenschap ter bestrijding van mensenhandel, met name handel in vrouwen en kinderen, en helpen van de slachtoffers van mensenhandel om toegang te krijgen tot justitie555 330299 878
CambodjaCambodjaEIDHR/2015/369-068Cambodja4MIGRA ACTION - Belangen behartigen, monitoren en communiceren om de mensenhandel en onveilige migratie in Cambodja te bestrijden500 000475 000
IndonesiëIndonesiëEIDHR/2010/253-189Indonesië1Versterkte belangenbehartiging en deelname door jongeren: Een actie ter ondersteuning van de uitvoering van het nationale actieplan voor de uitbanning van de misdrijven mensenhandel en seksuele uitbuiting van kinderen (2009-2014)106 56499 004
NepalNepalEIDHR/2009/158-139Nepal1Actie om de gemeenschap mondiger te maken ten behoeve van de bescherming en bevordering van vrouwen- en kinderrechten126 080100 864
NepalNepalEIDHR/2009/158-158Nepal2Initiatief om lokale instellingen toe te rusten voor de bestrijding van de mensenhandel (ICLICHT)49 00049 000
NepalNepalDCI-MIGR/2010/228-798Nepal3Shubha Yatra: Bevordering en bescherming van de rechten van Nepalese migrantenvrouwen700 000560 000
MyanmarThailandDCI-HUM/2009/155-012Myanmar1Bescherming van kwetsbare kinderen in Myanmar tegen handel en andere vormen van onrecht663 293596 963
ThailandThailandDCI-HUM/2009/154-928Thailand1Migrantenkinderen in de deelregio Mekong beschermen tegen mensensmokkel en uitbuiting649 969584 972
ThailandThailandDCI-MIGR/2008/153-312Thailand2Going back - Moving on:
Economische en sociale toerusting van migranten, met inbegrip van slachtoffers van mensenhandel die zijn teruggekeerd uit de EU-landen
2 199 8131 758 813
ThailandThailandDCI-HUM/2015/371-801Thailand3Bestrijding van onaanvaardbare vormen van werk in de Thaise sectoren voor visserij en zeevisverwerkende industrie4 200 0003 700 000
VietnamVietnamEIDHR/ 2010 /248-231Vietnam1Verzet tegen geweld (Stand Up)205 649195 366
VietnamVietnamEIDHR/2010/248-732Vietnam2Vesta II279 902251 912
IndiaDEVCO HQ/ in 2011 gedecentraliseerd naar EUD IndiaDCI-MIGR/2010/224-427India1Bescherming van Indiase migrantenwerknemers in Oman verbeteren door empirisch onderbouwde capaciteitsopbouw van regeringen en het maatschappelijk middenveld700 410560 328
IndiaIndiaEIDHR/2010/232-393India2Ondersteuning van de inspanningen van de Indiase regering om een einde te maken aan de handel in vrouwen en meisjes door middel van actie in de gemeenschap op het niveau van de Panchayat, in partnerschap met de nationale commissie voor vrouwen300 000240 000
IndiaIndiaEIDHR/2012/278-640India3Versterking van de wetshandhaving en het mobiliseren van de gemeenschap ter bestrijding van de handel in vrouwen en kinderen345 518293 690
FilipijnenFilipijnenEIDHR/2009/220-287Filipijnen1Private and Public Faces of Violence Against Women: Aanpakken van huiselijk geweld en mensenhandel in de arme stedelijke gemeenschappen en de prostitutiezones in de steden Olongapo en Angeles City175 151140 121
FilipijnenFilipijnenEIDHR/2010/246-141Filipijnen2Werken aan een betere uitvoering van de bestaande internationale en lokale wetgeving tegen kinderhandel en andere vormen van kindermisbruik in geselecteerde gebieden van de Filipijnen207 557172 364
PakistanPakistanEIDHR/2011/277-432Pakistan1HRG - ‘’Meri Awaz Suno’’ (luister naar mijn stem)493 949443 295
India - Nepal - BangladeshIndiaDCI-MIGR/2009/153-330Regionaal1SANYUKT, „verbonden”- Regionaal project voor dossierbeheer en de bestrijding van mensenhandel in en vanuit Zuid-Azië2 199 7041 759 763
India-NepalIndiaDCI-HUM/2008/155-098Regionaal2De bescherming en de kwaliteit van de zorg - Actie tegen mensenhandel, geleid door Terre des hommes Child Relief met Sanlaap India592 120470 902
Subtotaal (kern mensenhandel)15 868 85013 185 573
CambodjaCambodjaDCI-MIGR/2013/282-889Cambodja5MIGRA-SAFE: Veilige arbeidsmigratie voor kwetsbare Cambodjaanse migrantenwerknemers in Thailand714 300571 000
BangladeshBangladeshDCI-NSAPVD/2011/270-442Bangladesh1Migratieproject voor stads- en plattelandskinderen1 349 994998 996
BangladeshBangladeshEIDHR/2011/223-092Bangladesh2Verbetering van kinderbescherming en rehabilitatie van kinderen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting in Bangladesh1 403 9711 094 915
BangladeshBangladeshDCI-ASIE/2013/314-090Bangladesh3Bescherming, essentiële diensten en duurzame oplossingen voor vluchtelingen in Bangladesh3 770 6801 500 000
BangladeshBangladeshDCI-HUM/2013/323-276Bangladesh4Acties van de gemeenschap voor de bescherming van kinderen tegen geweld1 854 5381 483 445
BangladeshBangladeshEIDHR/2013/297-201Bangladesh5Het in kaart brengen van en capaciteitsopbouw bij de arbeiders op theeplantages en weinig bekende etnische gemeenschappen in Bangladesh299 999239 999
BangladeshBangladeshDCI-ASIE/2014/337-018Bangladesh6Bescherming, essentiële diensten en duurzame oplossingen voor vluchtelingen in Bangladesh, fase IV10 442 8406 000 000
BangladeshBangladeshEIDHR/2015/367-497Bangladesh7Bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen voor commerciële doeleinden (CCSEC) in Bangladesh839 003750 000
BangladeshBangladeshEIDHR/2010/254-352Bangladesh8Bevordering van mensenrechten ter voorkoming van geweld tegen en discriminatie van vrouwen en meisjes (PPVD)300 000285 000
ThailandThailandDCI-NSAPVD/2011/280-905Thailand4Vrouwennetwerken mondiger maken ter verbetering van de bescherming van vrouwenrechten en de toegang tot voorzieningen op het gebied van reproductieve gezondheid529 593476 633
ThailandThailandDCI-ASIE/2010/254-483Thailand5Bijstand voor de bescherming van vluchtelingen uit Myanmar in Thailand1 204 213963 370
ThailandThailandDCI-NSAPVD/2011/280-903Thailand6Optreden ten behoeve van een betere integratie van de immigranten uit Myanmar en een betere erkenning van hun rechten in Thailand665 775499 331
RegionaalIndonesiëDCI-ASIE/2015/360-522Regionaal3Migratie en grensbeheer II door EU-ASEAN3 200 0003 200 000
Subtotaal (aanvullend mensenhandel)26 574 90618 062 690
Totaal-generaal42 443 75531 248 263

Bijlage II

Doelstellingen en individuele beoordelingen van projecten

Toereikendheid van het ontwerpMonitoring en uitvoeringDe resultaten en de duurzaamheid van de projectresultaten
LandReferentie in de tekstProjectdoelstellingSMART-doelstellingen / RACER-indicatorenAndere aspecten van het ontwerp (bijv. uitgangswaarde, geleerde lessen, begroting)MonitoringUitvoering en andere kwestiesResultatenZorgen m.b.t. de duurzaamheid
CambodjaCambodja1Het project is gericht op het bevorderen van veilige migratie om het aantal gevallen van mensenhandel in Cambodja (nationaal en internationaal) terug te dringen en om de capaciteit van maatschappelijke organisaties en lokale autoriteiten te versterken (gemeente, district, provincie) teneinde onveilige migratie en mensenhandel te voorkomen en risicogroepen in staat te stellen om weloverwogen beslissingen te nemen.
CambodjaCambodja2Het project beoogt de integratie van kinderrechten in het werk van overheidsinstanties tegen mensenhandel te bevorderen, alsook in de praktijken van ngo’s en gemeenschappen, door veranderingen in de maatschappelijke perceptie te bevorderen.
CambodjaCambodja3De maatregel pakt de extreme kwetsbaarheid van migrerende kinderen aan door te voorkomen dat zij worden uitgebuit en door kinderen die slachtoffer zijn geworden op passende wijze in staat te stellen om te herstellen en de draad weer op te pakken. Het doel hiervan is om ouders en gemeenschappen te mobiliseren tegen risico’s en kwetsbaarheid, maar ook om mogelijkheden te scheppen en de persoonlijke ontwikkeling van kinderen mogelijk te maken.
CambodjaCambodja4Het project heeft tot doel de kennis te vergroten om gevallen van uitbuiting te kunnen herkennen, om maatschappelijke organisaties, lokale autoriteiten, migranten en hun gezinnen belangenbehartigings- en communicatievaardigheden bij te brengen, en om op lokaal, nationaal en internationaal niveau meer bewustzijn te creëren. Met een beter voorbereid en toegerust maatschappelijk middenveld kan de werkelijke situatie ter plaatse op meer manieren zichtbaar worden gemaakt en kan de kloof op het gebied van de koppeling en uitwisseling van informatie tussen lokaal en nationaal niveau worden benadrukt.
IndonesiëIndonesië1De actie is gericht op het versterken van de belangenbehartiging door maatschappelijke organisaties op het gebied van mensenhandel en seksuele uitbuiting van kinderen, door middel van de deelname van jongeren.
NepalNepal1Het project werd erop gericht de kwetsbaarste groepen van drie districten in het middenwesten van Nepal mondiger te maken, zodat zij zich toegang kunnen verschaffen tot mensenrechten en bescherming tegen geweld.
NepalNepal2Bijdragen tot de bevordering van de rechten van kwetsbare gemeenschappen door de handel in vrouwen en meisjes in de uiterste westelijke regio van Nepal te bestrijden.
NepalNepal3Dit project moet veilige migratie bevorderen en de rechten van vrouwelijke migrantenwerknemers beschermen door middel van de mobilisatie en versterking van de reactie van het maatschappelijk middenveld.
MyanmarMyanmar1De algemene doelstelling is te voorzien in een doeltreffend nationaal systeem voor kinderbescherming in Myanmar dat ten goede komt aan 6 miljoen kwetsbare kinderen.
ThailandThailand1De specifieke doelstelling is systemen voor kinderbescherming te ontwikkelen op het niveau van gemeenschappen en dorpen ter voorkoming van handel en andere vormen van misbruik, verwaarlozing, geweld en uitbuiting, om kwetsbare kinderen in drie gemeenten te beschermen, en om bij te dragen tot het proces van de ontwikkeling van een doeltreffend systeem voor kinderbescherming op nationaal niveau.
ThailandThailand2Met het project wordt beoogd bij te dragen tot het terugdringen van gedwongen arbeid door en seksuele uitbuiting van migranten, met inbegrip van slachtoffers van mensenhandel, door middel van de ondersteuning van een humaan proces van terugkeer en herintegratie, waarbij de nadruk wordt gelegd op het versterken van de economische en sociale positie van deze migranten. Aan het eind van het project moeten de capaciteiten van de dienstverleners in Thailand, de Filipijnen, de EU en haar buurlanden zijn verbeterd op het gebied van de terugkeer en herintegratie van migranten die het slachtoffer zijn van gedwongen arbeid en seksuele uitbuiting, met inbegrip van slachtoffers van mensenhandel, door middel van betere coördinatie en raadpleging tussen centrale instanties en de voornaamste belanghebbenden.
ThailandThailand3Het project heeft als doel dwangarbeid, kinderarbeid en andere onaanvaardbare vormen van werk terug te dringen en de uitbuiting van werknemers, met name migrantenwerknemers, in de Thaise sectoren voor visserij en de zeevisverwerkende industrie geleidelijk uit te bannen, waardoor de eerbiediging van fundamentele rechten op de werkplek wordt verbeterd.
VietnamVietnam1Het project heeft tot doel bij te dragen tot de nationale inspanningen voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen door de bescherming en steun voor vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van geweld te verbeteren.
VietnamVietnam2Het project is gericht op de bevordering en versterking van de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van vrouwen in arme en afgelegen gebieden in Vietnam, in het bijzonder van vrouwen die tot kwetsbare groepen behoren, zoals nationale minderheden, ongeschoolde vrouwen en teruggekeerde slachtoffers van mensenhandel.
IndiaIndia1Met het project wordt beoogd bij te dragen tot de rechten van Indiase migrantenwerknemers die naar of binnen de Golfstaten zijn gemigreerd, en wel door middel van capaciteitsopbouw bij 20 niet-overheidsactoren en 50 ambtenaren uit de betrokken ministeries (de immigratieafdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken, het ministerie van Buitenlandse zaken, het ministerie van Arbeid, het ministerie voor de Ontwikkeling van Vrouwen en Kinderen, en het ministerie van Sociale zaken) in zowel India als de Golfstaten ter bevordering van de rechten van migrerende werknemers.
IndiaIndia2De actie had als overkoepelend doel om ervoor te zorgen dat de inspanningen van de regering van India om geïnstitutionaliseerde preventiemechanismen op te zetten waarmee mensenhandel kan worden gestopt in de districten waar deze ontstaat, tegen 2015 te ondersteunen en te versterken door middel van actie in de gemeenschap.
IndiaIndia3De handel in vrouwen en kinderen bestrijden door middel van capaciteitsopbouw, opleiding en sensibilisering van wetshandhavingsinstanties, slachtoffers ondersteunen en beschermen, en criminele netwerken die zich met de illegale handel in vrouwen en kinderen bezighouden vervolgen en doorbreken door netwerken en partnerschappen te creëren tussen agentschappen in herkomst-, doorreis- en bestemmingsgebieden.
FilipijnenFilipijnen1Bijdragen tot een bestuursklimaat waarin de bevordering van de mensenrechten een centrale plaats inneemt, met name door lokale overheidsinstanties te laten voldoen aan de verplichting om de rechten van kwetsbare bevolkingsgroepen te bevorderen en deze te beschermen tegen mensenhandel en geweld, en door de capaciteiten van vrouwen om aanspraak te maken op hun rechten te vergroten.
FilipijnenFilipijnen2Het project heeft tot doel bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van het facultatief protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie, en de bestrijding van mensenhandel in de personenwet van 2003 (Optional Protocol on the Sale of Children, Child Prostitution and Pornography, Anti-trafficking in Persons Act of 2003 - Republic Act 9208) en andere relevante wetten van de Filipijnen.
PakistanPakistan1Dit project heeft drie doelstellingen: 1) Seksueel misbruik, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderhandel met commerciële doeleinden terugdringen; 2) de plaatselijke capaciteit om te reageren op seksueel misbruik van kinderen ontwikkelen; en 3) op basis van dialoog, solidariteit en billijkheid vreedzame democratische processen ontwikkelen om de bescherming van kinderen te bevorderen.
India - Nepal - BangladeshRegional1De preventie van onveilige migratie van en handel in kinderen en jongeren uit India (West-Bengalen en Andhra Pradesh) en Bangladesh (belangrijke herkomstdistricten en -gemeenten), de rehabilitatie van slachtoffers van mensenhandel uit India (West-Bengalen en Andhra Pradesh), Nepal en Bangladesh.
India -NepalRegionaal2De succesvolle integratie in de gemeenschap van kinderen die slachtoffer van mensenhandel zijn geweest maar dit hebben overleefd. Specifieke doelstelling: verbetering van de bescherming, kwaliteit van verzorging en sociale integratie van kinderen in India en Nepal.
CambodjaCambodja5De algemene doelstelling van het project is veilige migratie te bevorderen om de rechten van Cambodjaanse migranten te beschermen (met inbegrip van vrouwen en kinderen) en om deze groep minder kwetsbaar te maken voor arbeidsuitbuiting en mensenhandel.
BangladeshBangladesh1Het project is erop gericht om, in samenwerking met niet-overheidsactoren (noa’s), de diensten van lokale overheidsinstellingen te versterken om onveilige migratie van kinderen tussen platteland en stad terug te dringen en om de situatie van migrantenkinderen te verbeteren.
BangladeshBangladesh2Het project is gericht op het terugdringen van het aantal gevallen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen in de projectgebieden en op de succesvolle rehabilitatie en herintegratie van deze kinderen in de maatschappij.
BangladeshBangladesh3De algemene doelstelling van dit project is ervoor te zorgen dat de rechten van vluchtelingen worden geëerbiedigd zodat hun positie verbetert en zij klaar zijn voor toekomstige duurzame oplossingen. De specifieke doelstelling is vluchtelingen mondiger maken en hen helpen om een niveau van zelfvoorziening te bereiken dat hen in staat stelt een constructief leven te leiden in een veilige omgeving.
BangladeshBangladesh4De actie is erop gericht de capaciteit en het vermogen van overheids- en niet-overheidsactoren om een einde te maken aan alle vormen van geweld tegen kinderen te vergroten. Dit zal worden gerealiseerd door de versterking van acties ter bescherming van kinderen door mensen uit de gemeenschap en door middel van juridische ondersteuning en integrale rehabilitatie voor de herintegratie van kinderen die het slachtoffer zijn geworden van geweld.
BangladeshBangladesh5Het project is gericht op de bevordering van de rechten, de fundamentele vrijheden en de vertegenwoordiging van de arbeiders op theeplantages die zich in een „gebonden situatie” bevinden, en die van onbekende etnische groepen in de bredere sociaal-culturele en politiek-economische context in Bangladesh, door middel van onderzoek naar mogelijke acties (inventarisatie), capaciteitsopbouw en bewustmaking en belangenbehartiging.
BangladeshBangladesh6Het project is erop gericht een klimaat te bevorderen waarin de Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh passende internationale bescherming wordt geboden, terwijl de zoektocht naar een duurzame oplossing wordt voortgezet.
BangladeshBangladesh7De algemene doelstelling van de actie „Action Combatting Commercial Sexual Exploitation of Children” (CCSEC) in Bangladesh is bij te dragen tot de uitbanning van de seksuele uitbuiting van kinderen voor commerciële doeleinden.
De specifieke doelstelling van de actie is het beschermen en bevorderen van de rechten van kinderen die commerciële seksuele uitbuiting hebben overleefd of die het risico daarop lopen, door het bevorderen van de uitvoering van IAO-verdrag 182 (IAO-C182) en het tweede facultatieve protocol van de UNCRC (UNCRC-OP-2) in Bangladesh.
BangladeshBangladesh8De algemene doelstelling is de preventie van alle vormen van geweld tegen en discriminatie van kwetsbare groepen, met name vrouwen en meisjes, door bevordering van de mensenrechten in specifieke gebieden van Bangladesh.
ThailandThailand4De algemene doelstelling van het project is ervoor te zorgen dat de toegang tot rechtsbescherming en gezondheidsdiensten aan het einde van het project, over vier jaar, is verbeterd voor vrouwen in twaalf noordoostelijke provincies in Thailand die het risico lopen om slachtoffer te worden van huiselijk of seksueel geweld en mensenhandel, of die moeilijkheden ondervinden bij de toegang tot gezondheidszorg, en met name tot reproductieve gezondheidszorg.
ThailandThailand5Het project heeft als doel de veiligheidssituatie van vluchtelingen en asielzoekers uit Myanmar die in kampen in Thailand verblijven, te verbeteren.
ThailandThailand6De actie is gericht op de verbetering van de capaciteit van 205 niet-statelijke migrantenactoren die in gebieden werken waar grote aantallen migranten uit Myanmar verblijven, waarbij ook de rechten van migranten worden behartigd en wetswijzigingen mogelijk worden gemaakt (op lokaal, provinciaal en nationaal niveau) door middel van platforms voor dialoog tussen lokale overheden, het maatschappelijk middenveld in Thailand en gemeenschappen in Myanmar.
RegionaalRegionaal3De doelstelling van het programma is om door middel van de uitvoering van het masterplan inzake ASEAN-connectiviteit, dat met name intermenselijke connectiviteit omvat, de ASEAN in het integratieproces te ondersteunen, en om en de netwerken van rechtshandhavingsinstanties en hun samenwerking op belangrijke regionale doorvoerkruispunten te versterken met behulp van een onderzoek naar de versoepeling van de visumplicht voor ASEAN- en niet-ASEAN-onderdanen binnen de ASEAN.

NB: Bij de beoordeling van deze projecten hebben wij rekening gehouden met de inherente problemen die zich voordoen bij projecten op het gebied van de mensenrechten. Zo vereist duurzaamheid vaak de voortdurende steun van donoren en het werken aan nationale betrokkenheid om de bereikte resultaten in stand te houden.

NB: Er waren tien projecten waarvan wij de duurzaamheid van de projectresultaten niet hebben beoordeeld omdat deze nog liepen (zeven), het eindverslag ten tijde van ons onderzoek nog niet was goedgekeurd (één), of onvoldoende gedetailleerd was (twee). Bij enkele van deze projecten hebben wij vastgesteld dat er met betrekking tot de duurzaamheid belangrijke punten van zorg bestaan: bij Bangladesh6 werkte de nationale overheid onvoldoende mee en bij Cambodja4 schoot het model van betaalde ambassadeurs uit de gemeenschap sterk tekort.

Legenda van gebruikte kleuren:

Op alle belangrijke punten is aan de normen voldaan
Aan sommige normen is niet voldaan
Er is ernstig afgeweken van de normen

Bijlage III

Tekortkomingen van de website van de databank mensenhandel

01

In het gemeenschappelijke Relex-informatiesysteem (CRIS) van de Commissie wordt niet geregistreerd of een project van belang is op het gebied van mensenhandel. In beginsel worden mensenhandelprojecten systematisch opgenomen in een mensenhandelspecifieke databank die toegankelijk is via de website over de bestrijding van mensenhandel. Wij hebben de website van de databank mensenhandel geanalyseerd en vastgesteld dat projecten niet op samenhangende wijze als mensenhandelprojecten worden geclassificeerd.

02

In september 2016 heeft de Commissie een studie gepubliceerd over de uitgebreide beleidsevaluatie van door de EU gefinancierde projecten tegen mensenhandel (Comprehensive Policy Review of EC-funded anti-trafficking projects). De auteur van dit verslag heeft een voorbehoud opgenomen waarin er ook op wordt gewezen dat de databank niet kan worden beschouwd als voldoende robuust of betrouwbaar: „Hoewel er door het Bureau van de EU-coördinator voor de bestrijding van mensenhandel alles aan werd gedaan om de contractant informatie te verstrekken over alle gefinancierde projecten, door alle diensten, en voor de gehele onderzochte periode, kan het onderzoek niet worden beschouwd als een uitputtend overzicht van alle door de Commissie gefinancierde projecten op het gebied van mensenhandel […].”

03

Het gebrek aan samenhang tussen de projecten in de databank blijkt ook uit de analyse van het monster. Hoewel de Commissie project Cambodja5 als een mensenhandelproject beschouwde, gold dit niet voor het project Cambodja4, hoewel dat door één beoordelaar als een voortzetting daarvan werd beschouwd.

Voorbeelden van projecten die al dan niet in de database mensenhandel zijn opgenomen
In de databank van de website inzake mensenhandel opgenomen projectenVergelijkbare projecten die niet zijn opgenomen

Bevorderen van maatschappelijk verantwoord ondernemen op het gebied van mensenhandel (HOME/2011/ISEC/AG/THB/4000001962)

De belangrijkste doelstelling van het project is het verbeteren van de preventie van op arbeidsuitbuiting gerichte mensenhandel door de VN-richtsnoeren inzake het bedrijfsleven en de mensenrechten (UNGP) om te zetten en uit te voeren op het gebied van mensenhandel. Het project is gericht op drie sectoren: landbouw, bouw en toerisme (website mensenhandel).

Partnerschappen ter bestrijding van kinderarbeid door maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) in Bangladesh (CRIS 266430)

Het project is gericht op het verbeteren van de levenskwaliteit en de bestaansmiddelen van werkende kinderen in Bangladesh, zowel in de formele als de informele particuliere sector.

„Kinderarbeid wordt beschouwd als de meest voorkomende schending van de rechten van het kind in Bangladesh, waar ongeveer 7,4 miljoen kinderen regelmatig onder gevaarlijke omstandigheden werken… De actie is bedoeld om iets te doen aan het feit dat MVO- en sociale normen in de particuliere sector onvoldoende bekend zijn en nageleefd worden, wat tot gevaarlijke kinderarbeid leidt.” (Beschrijving van de actie, 1.6.2)

De preventie van mensenhandel voor kwetsbare jongeren en vrouwen in Kosovo (EIDHR/2008/168-436)

Het doel van het project was de preventie van mensenhandel te verbeteren door capaciteitsopbouw bij lokale ngo’s die actief zijn in programma’s voor de bestrijding van mensenhandel in Kosovo.

Bovendien was het project erop gericht om mensenhandel onder de aandacht te brengen bij de meest kwetsbare groepen op het platteland van Kosovo, zoals basisschoolleerlingen, slachtoffers van gendergerelateerd geweld en meisjes die voortijdig de school hebben verlaten. Daarnaast was het erop gericht beroepsopleiding voor jonge vrouwen te bevorderen, zodat zij minder kwetsbaar zijn als potentieel slachtoffer van mensenhandel, en tegelijkertijd een zelfstandig leven kunen opbouwen (website mensenhandel).

Verbetering van kinderbescherming en de rehabilitatie van kinderen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting in Bangladesh (CRIS 223-092)

Het project is gericht op het terugdringen van gevallen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen in de projectgebieden en de succesvolle rehabilitatie en herintegratie van deze kinderen in de maatschappij.

Bron: Analyse door de ERK van de databank van de website inzake mensenhandel en CRIS.

Antwoorden van de Commissie en van de EDEO

Samenvatting

I

De strijd tegen mensenhandel maakt integraal deel uit van het wereldwijde engagement van de Europese Unie op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader waarvan de Unie zich inzet voor de aanpak van een reeks mensenrechtenschendingen en veiligheidsuitdagingen. Mensenhandel valt sinds 2009 onder het externe optreden van de Unie en is in die context een betrekkelijk jong gebied. In de loop van deze beginperiode heeft deze inzet zich wereldwijd en in Zuid- en Zuidoost-Azië afgespeeld op het niveau van hogere ambtenaren evenals op politiek en technisch niveau.

Zoals de Commissie aan het Europees Parlement heeft verklaard: „Wij kijken momenteel naar de ervaringen die zijn opgedaan en de resultaten van de huidige strategie, we bekijken welke tendensen en problemen er zijn, en we beoordelen en bespreken ook samen met de belanghebbenden welke toekomstige maatregelen nodig zijn voor de verschillende beleidsgebieden. Het is ons doel om de uitdagingen aan te pakken die ontstaan vanwege de wijzigende sociaal-politieke context. Maar afgezien daarvan, willen we ook gecoördineerd, coherent en consequent te werk blijven gaan bij al onze inspanningen om deze zeer lucratieve maar afschuwelijke criminele activiteiten aan te pakken. De strijd tegen mensenhandel is een strijd die moet worden gevoerd en voortgezet door de Unie: dat zijn we aan de slachtoffers en onze samenleving verschuldigd.”

II

De Rekenkamer beschrijft de Unie als een „aantrekkelijke bestemming” voor slachtoffers. Hoewel de Unie inderdaad als een „aantrekkelijke” bestemming kan worden beschouwd, moet de rol van de Unie als vraaggenererende kracht eveneens worden onderstreept. Zoals door Europol en in de EU-dreigingsevaluatie van de zware en georganiseerde misdaad (Socta 2013) is onderstreept, werken de constante vraag naar met seksuele en arbeidsuitbuiting gepaard gaande diensten en de aanhoudende sociaaleconomische ongelijkheden tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden de mensenhandel in de hand (werkdocument van de Commissie bij het verslag over de vorderingen die zijn gemaakt op het gebied van de bestrijding van mensenhandel (2016), SWD(2016) 159 final).

III

Met betrekking tot de opmerking dat „er nog geen strategie tegen mensenhandel is gepresenteerd voor de periode na 2016”, merkt de Commissie op dat er werk wordt gemaakt van de ontwikkeling van een beleidskader voor de periode na 2016, zoals weergegeven in de Europese migratie- en veiligheidsagenda’s.

VI

De EDEO benadrukt dat de weg naar specifieke partnerschappen tegen mensenhandel langs steeds constructievere dialogen met de landen loopt, en langs regionale structuren, zoals de ASEAN en ASEM, inzake bredere kwesties zoals mensenrechten en/of samenwerkingsbijstand, waarin kwesties op het gebied van mensenhandel momenteel worden besproken. Dit is een proces dat tijd, middelen en een sterke samenwerking met de tegenhangers in de regio vergt.

Gelet op de horizontale aard van mensenhandel, moet erop worden gewezen dat het logisch is om deze kwestie in een bredere context aan te pakken en om bredere beleidsmaatregelen en instrumenten toe te passen, bijvoorbeeld in verband met mensenrechten, armoedebestrijding, de bevordering van de rechtsstaat, grensbeheer, de bestrijding van georganiseerde misdaad of migratiebeheer, zoals aangegeven in het verslag van de Rekenkamer. De werkzaamheden op deze gebieden hebben betrekking op talrijke onderliggende oorzaken en „push”-factoren voor mensenhandel en het is cruciaal dat deze oorzaken en factoren worden aangepakt.

VII

De Commissie is ingenomen met de positieve beoordeling van de Rekenkamer en hoewel zij het ermee eens is dat het moeilijk is om specifieke projecten te koppelen aan de algemene vooruitgang op het gebied van de bestrijding van mensenhandel, is het duidelijk dat een combinatie van politieke dialoog, belangenbehartiging en aanvullende acties met belangrijke lokale actoren voor een momentum heeft gezorgd dat veranderingen teweeg heeft gebracht in verschillende landen.

Ten aanzien van de bepaalde tekortkomingen die zijn vermeld, benadrukt de Commissie dat:

  • projecten per definitie in de tijd beperkt zijn en dat de duurzaamheid van projecten een groot punt van zorg is voor de Commissie;
  • de subsidieprojecten worden ontworpen door de aanvragende ngo’s die de actie in handen hebben en ten uitvoer leggen. Elke verandering moet met de ngo’s worden overeengekomen en mag de voorwaarden van de subsidietoekenning niet veranderen. De beoordeling van tekortkomingen in het ontwerp is een kwalitatieve beoordeling die afhankelijk is van de individuele beoordeling van de programmabeheerder of het toezichtpersoneel. Veranderingen worden vaak teweeggebracht door externe toezichtmissies of evaluaties die de begunstigde van de subsidie ertoe aanzetten om het ontwerp van het project aan te passen.

Tot slot zijn veel projecten in moeilijke politieke en lokale omgevingen ten uitvoer gelegd. In die gevallen moet het projectbeheer aan de lokale beperkingen worden aangepast, hetgeen inherent leidt tot vertragingen bij de tenuitvoerlegging.

Inleiding

03

Zoals in de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016 is verklaard, benadrukt de Commissie verder het volgende: „Het risico slachtoffer van mensenhandel en van verschillende vormen van uitbuiting te worden, hangt af van het geslacht. Vrouwen en meisjes zullen eerder worden verhandeld voor uitbuiting in de seksindustrie, in het huishouden of in de zorgsector; mannen en jongens zullen daarentegen veeleer slachtoffer worden van dwangarbeid, met name in de landbouw-, de bouw-, de mijnbouw- en de bosbouwsector en in de visserij. Bovendien kunnen de gevolgen op korte en lange termijn van mensenhandel voor vrouwen en mannen verschillen, waarbij ook de vorm van de mensenhandel bepalend is.”

07

Met betrekking tot de verklaring van de Rekenkamer dat „46 miljoen mensen vastzitten in een situatie van moderne slavernij”, wijst de Commissie met nadruk op de noodzaak om schattingen en statistische gegevens met de nodige voorzichtigheid te interpreteren en rekening te houden met het laatste algemeen verslag van UNODC over de mensenhandel (2016).

Het geciteerde cijfer van 46 miljoen mensen in moderne slavernij is slechts een schatting die niet alleen betrekking heeft op mensenhandel, maar ook op andere fenomenen, en het is geen weerspiegeling van de daadwerkelijke prevalentie van mensenhandel of het aantal slachtoffers van mensenhandel die met de autoriteiten in contact komen. Zoals in voetnoot 5 door de Rekenkamer is verklaard, bestaat er bovendien voor het begrip moderne slavernij geen juridische kwalificatie of definitie.

12

Zoals weergegeven in de Europese migratie- en veiligheidsagenda’s, werkt de Commissie aan de ontwikkeling van een beleidskader voor de periode na 2016.

Opmerkingen

22

De Commissie onderstreept dat de vaststelling van de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016 het eindresultaat was van een procedure die onder andere gerichte raadplegingen omvatte overeenkomstig de toepasselijke procedurele eisen. De EU-strategie was het resultaat van raadplegingen met een grote verscheidenheid aan belanghebbenden (lidstaten, ngo’s, internationale organisaties, EU-agentschappen). In dat kader zijn gegevens verzameld inzake mensenhandel, waaronder beschikbare statistische gegevens, situatieverslagen, juridische en economische analyses, zoals Socta, en gegevens en verslagen van EU-agentschappen.

Hierbij moet worden benadrukt dat de EU-strategie gunstig werd onthaald door alle belanghebbenden, waaronder de conclusies van de Raad betreffende de nieuwe EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016 die zijn vastgesteld tijdens de 3195e zitting van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken in Luxemburg op 25 oktober 2012.

Gezamenlijk antwoord op de paragrafen 23 en 24

De Commissie heeft uitgebreid verslag uitgebracht over de ondernomen acties in het kader van de EU-strategie en heeft deze acties waar nodig nauwlettend gemonitord met verslagen en studies. De Commissie vestigt in dat verband de aandacht op het tussentijds verslag over de uitvoering van de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel, COM(2014) 635 final. Hoewel de Commissie daartoe wettelijk niet verplicht was, heeft zij ertoe bijgedragen om na te gaan welke vooruitgang is geboekt met de uitvoering van de EU-strategie.

Een deel van het tussentijds verslag gaat met name over de stappen die sinds 2012 zijn ondernomen in het kader van het actiegericht document van 2009 over het versterken van de externe dimensie van de EU met betrekking tot de bestrijding van de mensenhandel. Het verslag betreft niet alleen de werkzaamheden die zijn uitgevoerd via de samenwerking tussen de instellingen, agentschappen en organen van de EU, de lidstaten, maatschappelijke organisaties en de particuliere sector, het handelt ook over de actie die is ondernomen binnen de EU en in samenwerking met niet-EU-landen van herkomst, doorreis en bestemming. Bovendien omvat het verslag een bijlage over de belangrijke werkzaamheden die zeven EU-agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (EASO, Frontex, Europol, EIGE, FRA, Cepol, Eurojust) in de strijd tegen mensenhandel hebben verricht op basis van de gemeenschappelijke verklaring die de directeuren van deze agentschappen hebben ondertekend ter gelegenheid van de EU-Dag tegen mensenhandel op 18 oktober 2011.

Voorts bevatten het eerste verslag van de Commissie over de vorderingen in de strijd tegen mensenhandel (COM(2016) 267 final) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016) 159 final) een enorme hoeveelheid informatie over de ondernomen acties en de behaalde resultaten, ook in het kader van de EU-strategie tegen mensenhandel.

Alle in de EU-strategie opgenomen resultaten zijn, voor zover relevant, bekendgemaakt op de website van de Commissie over de bestrijding van mensenhandel (http://ec.europa.eu/anti-trafficking/). Deze resultaten omvatten onder meer de studie over de uitgebreide beleidsevaluatie van door de Commissie gefinancierde projecten tegen mensenhandel (2016), alsook een aantal andere relevante studies, richtsnoeren en handboeken.

25

Met betrekking tot de opmerking over de ontoereikende richtsnoeren uit hoofde van de parallelle regionale en bilaterale prioritering, verduidelijken de Commissie en de EDEO dat deze uitgebreide formulering het mogelijk heeft gemaakt een zo breed mogelijk scala aan politieke dialogen en/of partnerschappen – zowel bilateraal als multilateraal/regionaal – te gebruiken om kwesties op het gebied van mensenhandel aan te pakken met de landen van Zuid- en Zuidoost-Azië. De prioritering van 2012 is in ruimere zin als richtsnoer gebruikt met het oog op een politieke dialoog en een hogere politieke inzet in de strijd tegen mensenhandel.

De Commissie en de EDEO erkennen daarentegen dat er behoefte is aan een follow-up en evaluatie van de prioritering. Deze maatregelen kunnen worden overwogen in het kader van de ontwikkeling van een beleidskader voor de periode na 2016.

33

De Commissie brengt in herinnering dat de programmeringsdocumenten een beperkte lengte hebben en dat de mensenrechten regelmatig worden vermeld en dat goed bestuur/rechtsstaat in de meeste landen worden geselecteerd als een concentratiesector.

34

De Commissie beheert en ontwikkelt een website over de bestrijding van mensenhandel (https://ec.europa.eu/anti-trafficking/) die een databank bevat van de projecten voor de bestrijding van mensenhandel die door de Europese Commissie worden gefinancierd, alsmede informatie over onder andere de juridische en beleidsinstrumenten van de EU, maatregelen ter bestrijding van mensenhandel in de lidstaten, financieringsmogelijkheden en EU-initiatieven. De informatie over projecten wordt verstrekt door verschillende directoraten-generaal die verantwoordelijk zijn voor het beheer van verschillende financieringsinstrumenten. De relevantie van een project als actie tegen mensenhandel wordt geval per geval beoordeeld door de verantwoordelijke diensten.

36

De EDEO waardeert het dat de Rekenkamer in dit licht het belang onderkent van de verschillende mensenrechtendialogen die de EU is aangegaan met landen in Zuid- en Zuidoost-Azië. De EU stelt dergelijke kwesties aan de orde in specifieke mensenrechtendialogen en, voor zover relevant, in andere beleidsfora, zoals SAP+-toezichtmissies, gemengde comités en ad-hocvergaderingen. Dergelijke dialogen met de individuele landen worden aangevuld met gelijkwaardige dialogen op regionaal niveau tussen de EU en bijvoorbeeld de ASEAN en ASEM.

38

De EDEO is het eens met de conclusies en verduidelijkt dat de mensenrechtenkwesties kunnen worden besproken in andere vormen van dialoog met partners in de regio. Zo worden met name met Thailand mensenrechtenkwesties besproken volgens een structuur van vergaderingen met hoge ambtenaren in afwachting van de tenuitvoerlegging van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst. Voorts worden bepaalde mensenrechtenkwesties besproken in de context van de gesprekken inzake illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij en arbeid die door de Commissie worden voorgezeten. Zie ook het bovenstaande antwoord op paragraaf 36.

40

Zoals uit de verschillende projecten blijkt, werkt de EU samen met alle landen om mensenhandel te bestrijden. De Commissie en de EDEO zetten zich enorm in voor het partnerschap tussen de EU en de ASEAN, en zijn bereid om het potentieel ervan verder te ontwikkelen.

Zie ook de antwoorden op de paragrafen 36, 38, 43 en 70.

41

De Commissie en de EDEO bevestigen dat de EU zich via haar lidstaten en de Europese Commissie als waarnemers inzet voor het Bali-proces en het potentieel van het proces blijft evalueren. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken heeft de hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid vertegenwoordigd op de zesde ministeriële bijeenkomst van het Bali-proces op 23 maart 2016.

42

Wat de opmerking van de Rekenkamer over de gemeenschap van deskundigen betreft, benadrukken de Commissie en de EDEO dat mensenhandel betrekkelijk recent als aandachtsgebied voor de EU is geconsolideerd – in 2009 met de vaststelling van het actiegericht document over de externe dimensie van mensenhandel. In de loop van de daaropvolgende, initiële periode zijn inspanningen geleverd om deze deskundigheid tot stand te brengen, bijvoorbeeld door de opleiding van het personeel van EU-delegaties en door de verstrekking van informatiepakketten aan de betrokken diensten en alle EU-delegaties.

In de EU-delegaties worden kwesties op het gebied van mensenhandel gewoonlijk gezamenlijk aangepakt door het contactpunt voor mensenrechten en het hoofd van de politieke afdeling. Daarom zijn steunpunten inzake mensenrechten, waar ook mensenhandel onder valt, te allen tijde bekend.

De Commissie en de EDEO zetten zich sterk in voor de verspreiding van informatie en de verbetering van het begrip bij hun personeel over het EU-beleid inzake mensenhandel, dat integraal deel uitmaakt van het wereldwijde strategische optreden van de EU.

43

Bij de beslissing over de uitvoeringswijze van het mandaat in verband met partnerschappen tegen mensenhandel, is er vaak voor gekozen om het gebruik van bestaande of bredere beleidsdialogen te maximaliseren.

Een meer recente ontwikkeling is de detachering van Europese migratieverbindingsofficieren in betrokken landen (bv. Pakistan en Bangladesh) en van een speciale Europol-functionaris in Singapore, die zich allemaal bezighouden met onder andere mensenhandel.

46

De Commissie volgt haar regels en behandelt elk voorstel op dezelfde manier met het oog op een eerlijke en gelijke behandeling. Synergieën en interacties met andere projecten worden in aanmerking genomen via de coördinatieactiviteiten van de EU-delegaties.

47

De Raad van de Europese Unie heeft in november 2009 het „actiegericht document over het versterken van de externe dimensie van de EU met betrekking tot de bestrijding van de mensenhandel” aangenomen. De Commissie wijst erop dat de overgrote meerderheid van de projecten in de geselecteerde steekproef in Zuid-/Zuidoost-Azië is ontworpen in de periode vóór de vaststelling van de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016. Bovendien moet er rekening mee worden gehouden dat de aanpak van mensenhandel slechts een van verscheidene doelstellingen in verscheidene projecten was. Tot slot moet worden opgemerkt dat de werkzaamheden met betrekking tot het strafrechtelijke aspect van mensenhandel, volgens de informatie op het terrein, moeilijker is voor ngo’s die liever werk maken van preventie en bescherming.

48

Er bestaan verschillende manieren om indicatoren te formuleren en dit is een kwalitatief proces dat de projectpromotoren naar beste weten in de ontwerpfase van het project uitvoeren. In het kader van oproepen tot het indienen van voorstellen worden subsidies geselecteerd via een mededingingsprocedure waarna de beste voorstellen worden geselecteerd. Aangezien gegevens over mensenhandel niet altijd beschikbaar zijn, is het moeilijker om gemakkelijk meetbare doelstellingen en indicatoren te definiëren. Bovendien kunnen niet alle ngo’s voor het opstellen van voorstellen een beroep doen op de meest deskundige schrijvers, hoewel zij ondanks dat feit doorgaans activiteiten goed uitvoeren en tastbare resultaten behalen.

Vak 1

In het geval van het project Filipijnen1 verwijst de Rekenkamer naar de algemene doelstellingen waaraan het project enkel moet bijdragen. De specifieke doelstellingen die het project moet verwezenlijken, zijn voldoende specifiek en de indicator om een onderzoek naar de uitgangssituatie uit te stippelen over de omzettingsstand van de desbetreffende wetten is meetbaar.

Wat Bangladesh5 betreft, merkt de Commissie op dat hoewel de tastbare indicatoren aanvankelijk ondermaats waren, er later door de EU-delegatie veranderingen zijn ingevoerd in het projectschema. De invoering van degelijke SMART-doelstellingen en RACER-indicatoren heeft de delegatie geholpen om de resultaten, zowel kwantitatief als kwalitatief, beter te meten bij de beoordeling van de definitieve financiële en narratieve verslagen. Het project heeft met succes de geplande resultaten en outputs verwezenlijkt.

Met betrekking tot India1 was toen het voorstel werd ingediend, een schatting van de gemiddelde emigratiekosten beschikbaar die was gebaseerd op een vergelijkbare studie die door een ander agentschap in 2008 was uitgevoerd. Er was ook voldoende anekdotische informatie beschikbaar over de schuldenlast van migranten en hun families als gevolg van de hoge kosten van migratie, met name via gewetenloze rekruteringsbureaus en tussenpersonen, om de voorgestelde indicator en overeenkomstige activiteiten relevant te maken.

Het klopt weliswaar dat de uiteindelijke alomvattende enquête niet zoals gepland kon worden uitgevoerd vanwege personele en logistieke beperkingen, maar er zijn wel interacties/feedbackgesprekken georganiseerd met kleinere groepen om de impact te beoordelen. Daarom is een indicator voor emigratiekosten zinvol en hebben talrijke landen een beleid ingevoerd voor de verlaging van de kosten die aan bureaus moeten worden betaald en waarmee arme arbeidsmigranten zich in de schulden steken.

49

De Commissie is het ermee eens dat onderzoeken naar de uitgangssituatie niet altijd essentieel of doeltreffend zijn.

50

De Commissie benadrukt dat er beperkingen gelden voor het doorvoeren van veranderingen aan het projectschema. Het is bijzonder moeilijk om indicatoren te definiëren op het gebied van mensenhandel en veranderingen aan het projectschema moeten worden overeengekomen met de begunstigden van de subsidies. Veranderingen aan bepaalde indicatoren vereisen mogelijk bijkomende middelen, die niet beschikbaar zijn, waardoor geen overeenkomst kan worden bereikt.

a) In het geval van Indonesië1 merkt de Commissie op dat de individuele beoordelingen dan wel in het kader van de beoordeling worden besproken, maar dat specifieke opmerkingen van de beoordelaars niet volledig hoeven terug te komen in het evaluatieverslag. In de contractsluitingsfase raadpleegt de projectbeheerder de individuele evaluatieformulieren om na te gaan welke zwakke en sterke punten van het project kunnen worden behandeld binnen de grenzen van de toepasselijke regels (procedures en praktische gids, PRAG). Desalniettemin erkent de Commissie de beoordeling in verband met de indicatoren, hoewel zij opmerkt dat het om een klein project ging met een gering bedrag aan EU-financiering (99 000 EUR) en een korte looptijd (18 maanden).

b) Het project Filipijnen2 werd via een mededingingsprocedure (oproep tot het indienen van voorstellen) geselecteerd en het voorstel is onderzocht op basis van de sterke en zwakke punten van het ontwerp van het project (inclusief doelstellingen en projectschema). Overeenkomstig punt 6.5.10.2 van de PRAG kan de aanbestedende dienst besluiten dat andere verduidelijkingen of kleine correcties worden aangebracht aan de beschrijving van de actie of aan de begroting, voor zover zij het besluit tot toekenning van de subsidie niet in twijfel trekken en de gelijke behandeling van aanvragers niet schenden. In het geval van Filipijnen2 hadden de veranderingen aan het document kunnen leiden tot een schending van de gelijke behandeling van aanvragers. Dit project is geselecteerd omdat het beter was in vergelijking met de andere projecten in dezelfde oproep tot het indienen van voorstellen.

c) Wat het project Nepal3 betreft, is in het definitieve evaluatieverslag (blz. 20) vermeld dat het project de basiswaarde voor de in het projectschema geïdentificeerde indicatoren heeft vastgesteld. Bovendien wordt ook vermeld dat het projectschema goed geformuleerd is en dat de meeste indicatoren en doelstellingen duidelijk zijn.

51

Wat het project Bangladesh5 betreft, heeft het project de geplande resultaten en outputs met succes verwezenlijkt, hoewel pas laat in het projectschema tastbare indicatoren formeel zijn ingevoerd. De invoering van degelijke SMART-doelstellingen en RACER-indicatoren heeft de delegatie geholpen om de resultaten, zowel kwantitatief als kwalitatief, beter te meten bij de beoordeling van de definitieve financiële en narratieve verslagen.

52 a)

Wat Bangladesh1 betreft, waren twee gebieden van het projectontwerp mogelijk ambitieus; er zijn evenwel schadebeperkende maatregelen vastgesteld, zoals ‘s ochtends vroeg werken als er elektriciteit beschikbaar was en offlinegebruik van de databank (zonder toegang tot internet, maar met toegang tot elektriciteit). Hoewel dit aanvankelijk tot vertragingen heeft geleid, benadrukt de Commissie dat de databank na afloop van de projectcyclus is aanvaard door het Ministerie van Lokale Overheden en Coöperaties. De databank is geïntegreerd in de website van de lokale overheid en het gebruik ervan is deel gaan uitmaken van de opleiding in het kader van het programma voor de hervorming van de lokale overheid. Dit toont aan dat het project goed heeft gereageerd op de aanvankelijke tegenslagen.

52 b)

De Commissie is het ermee eens dat het project India1 te ambitieus was, omdat het werd uitgevoerd in een beleidsomgeving die zeer complex kan zijn en waar het wetgevingsproces tijd vergt. Bij de beoordeling van het project was dit risico echter bekend en er werd beoordeeld dat het lobbywerk en de belangenbehartiging van het project waardevol zouden zijn en uiteindelijk zouden bijdragen aan een beter beleid. Het project heeft inderdaad geresulteerd in een aantal initiatieven op beleidsniveau, zoals de module inzake opleiding vóór vertrek die door het project is ontwikkeld en die door het Bureau ter bescherming van emigranten is opgenomen in het programma van de staat Tamilnadu inzake oriëntatie vóór vertrek voor laaggeschoolde migranten. Ambtenaren van de Indiase ambassade in de Golfstaten zijn proactiever en responsiever geworden in de bescherming van migranten in nood, door onder andere op te treden in gastlanden om de veilige terugkeer van gestrande Indiërs en de vervolging van frauduleuze rekruteringsbureaus te waarborgen.

Het in het kader van dit project uitgevoerde onderzoek „Something is better than nothing: enhancing the protection of Indian migrant workers through bilateral agreements and Memorandum of Understanding (MoUs)” had een hefboomeffect.  Het sloeg aan bij de lidstaten van de Internationale Arbeidsorganisatie en bijgevolg heeft een aantal Zuid-Aziatische regeringen via de projectpartner opleidingen voor hun technisch personeel georganiseerd in verband met de opstelling van memoranda van overeenstemming. De ondertekening van het memorandum van overeenstemming tussen India en Saudi-Arabië betreffende huishoudelijk personeel kan eveneens worden toegeschreven aan de belangenbehartiging op beleidsgebied die door het project is ondersteund.

54

Veel projecten zijn in moeilijke politieke en lokale omgevingen uitgevoerd. In die gevallen moet het projectbeheer worden aangepast aan de lokale beperkingen en het is normaal dat er vertragingen ontstaan als gevolg van specifieke situaties.

Vanuit een algemeen oogpunt voegt de Commissie daaraan toe dat de projecten door de aanvragers naar hun kennis en ruim voor de uitvoering van het project worden ontworpen. De aanpak van mensenhandel is in veel landen een politiek gevoelige aangelegenheid en er zijn vaak aanpassingen nodig al naargelang de veranderende omstandigheden in een land. Sommige activiteiten op het gebied van mensenhandel, zoals slachtofferhulp, is niet per se duurzaam, maar in sommige landen is deze hulp niettemin belangrijk voor de ondersteuning van activiteiten, omdat er geen alternatieve ondersteuningsmechanismen bestaan en slachtoffers anders aan hun lot worden overgelaten. De EU-delegaties nemen duurzaamheid in aanmerking bij al hun interacties met de uitvoerende partners, maar niet alle gesprekken worden gedocumenteerd.

55

Projecten hebben met het oog op de verwezenlijking van resultaten en ter compensatie van specifieke moeilijke situaties verlengingen toegekend gekregen in overeenstemming met de goede praktijken inzake projectbeheer.

56

Het is gebruikelijk dat de timing van activiteiten door het projectbeheer wordt aangepast afhankelijk van veranderingen in de lokale situatie en de behoeften van partners.

Vak 2

Wat Cambodja2 betreft kan de lichte verandering in deze volgorde niet worden geacht een negatieve impact te hebben op de doeltreffendheid van het project. Met name de tweede opleiding voor journalisten in het laatste semester heeft baat gehad bij de volledige uitvoering van de geplande persanalyse.

Met betrekking tot het project India2 benadrukt de Commissie dat de vermelde vertragingen buiten het werkterrein van de EU vielen en dat de EU niet kon interveniëren. Uit de ervaring van de EU-delegatie met de samenwerking met overheidsinstanties blijkt dat formele procedures vaak tot lange vertragingen leiden. De EU-delegatie heeft daaruit lessen getrokken en heeft daarom de subsidiabiliteit van aanvragers voor de volgende thematische oproepen tot het indienen van voorstellen uitsluitend tot ngo’s beperkt en andere VN- of internationale organisaties uitgesloten. De laatstbedoelde organisaties moeten voorafgaand toestemming verkrijgen van knooppuntministeries; dit is een formaliteit die zelden tijdig wordt verkregen.

57

Acties om kwesties op het gebied van mensenhandel aan te pakken, zijn soms noodzakelijk wegens het gebrek aan inzet vanuit de overheid om het probleem aan te pakken en slachtoffers te helpen. Daarom moet soms een beroep worden gedaan op het maatschappelijk middenveld om de situatie te veranderen en meer nationale betrokkenheid te bewerkstelligen.

Bijgevolg moet het projectbeheer het type en de timing van activiteiten al naargelang de specifieke situatie afstemmen op de veranderende behoeften.

Vak 3

Wat het project Bangladesh1 betreft, merkt de Commissie op dat de opleidingsactiviteiten inderdaad afhankelijk waren van de installatie en activering van de software die door de regering van Bangladesh moest worden overeengekomen. Ondanks meerdere verlengingen van de overeenkomst, kon de software niet worden geïnstalleerd en geactiveerd voor het einde van het project. Alle gezamenlijke inspanningen van de partners en de EU-delegatie ten spijt, konden de ambtenaren dus niet worden opgeleid over de werking van deze software. Kort na afloop van het project werd de software voor de registratie van kinderen (LINK Migration-software) echter geïntegreerd in de software Local Government (LGSP-2), een ander door de West-Bengaalse regering gefinancierd project. De nieuwe regering zou beginnen met de opleiding van de voor de software verantwoordelijke ambtenaren.

Wat Indonesië1 betreft, merkt de Commissie op dat het project erin is geslaagd om de belanghebbenden uit de desbetreffende regeringsinstanties te ontmoeten via bijeenkomsten die zijn georganiseerd door het Ministerie van Vrouwenemancipatie en Kinderbescherming, dat de leiding had over de uitvoering van het nationaal actieplan. Er wordt ook op gewezen dat de aanpassing van de activiteiten de verwezenlijking van de projectdoelstellingen niet heeft belemmerd.

De Commissie verduidelijkt dat de activiteiten in het kader van het project Myanmar1 zijn uitgevoerd in een context van operationele uitdagingen in de drie regio’s met etnische minderheden, zoals een hoge armoedegraad en etnische conflicten met de regering van Myanmar. De weerstand van lokale autoriteiten (in Namkham en Hpa An) vormde een verdere uitdaging. Bovendien werden de activiteiten tijdens het tweede jaar onderbroken door de nationale verkiezingen en de vorming van een nieuwe regering. Veel activiteiten, zoals recreatieve activiteiten, konden dus niet op regelmatige basis worden georganiseerd. Gelet op de verschillende niveaus van engagement vanuit de gemeenschappen, de samenwerking met de lokale autoriteiten en de veiligheidssituatie, waren 33 kinderbeschermingsgroepen met verschillende capaciteiten werkzaam in verschillende gemeenten. Ondanks dit alles was de uitvoering in het algemeen bevredigend.

Wat India1 betreft, bestaat altijd het risico dat de verwachte beleidsmaatregelen/wetgevingen vanwege de beleidsomgeving niet tot stand zullen komen tijdens de looptijd van het project. De uitvoerende organisaties en de delegatie zijn zich bewust van dit risico en gaan het ook bewust aan, omdat zij weten dat de inspanningen in het kader van de projecten naar alle waarschijnlijkheid een positief effect zullen hebben en uiteindelijk zullen bijdragen aan de beïnvloeding van de beleidsvorming op de lange termijn, ook als dit niet in de nabije toekomst gebeurt. In het kader van het project heeft veel lobbywerk en belangenbehartiging plaatsgevonden bij beleidsmakers, zoals overheden, parlementsleden enz.

58

In alle gevallen werden projecten verlengd om de geplande resultaten te behalen en een betere duurzaamheid te waarborgen. Als een overschatting van de begrotingslijnen wordt geconstateerd in de contractsluitingsfase, zal over veranderingen worden onderhandeld.

58 a)

In het geval van het project Regionaal1 benadrukt de Commissie dat externe factoren gevolgen hadden op de uitvoerings- en absorptiecapaciteit van het project, en minder op de capaciteit van de lokale partners:

  1. De Indiase overheid heeft nieuwe regels ingevoerd betreffende de ontvangst en het beheer van buitenlandse financiering door Indiase ngo’s. Daaropvolgend moesten ngo’s een nieuwe strategie vaststellen en opnieuw organiseren hoe buitenlandse middelen worden verkregen en verstrekt in overeenstemming met de nieuwe regels. Bovendien hebben veranderingen in de partner- en beheerstructuur gezorgd voor een langdurig proces met dialogen en gesprekken met de EU-delegatie. Niet alle voorgestelde veranderingen waren aanvaardbaar volgens de EU-regels en het hele proces heeft tijd in beslag genomen waardoor vertragingen bij de uitvoering zijn ontstaan. De algemene uitvoerings- en bestedingscapaciteit van het project is bijgevolg teruggeschroefd.
  2. Een projectverlenging zonder extra kosten werd door het project aangevraagd om de bovenvermelde vertraging goed te maken, maar die werd door de EU-delegatie geweigerd, omdat enkele voorgestelde regelingen niet voldeden aan de toepasselijke procedures. Dit heeft eveneens gevolgen gehad voor het uitvoeringsniveau.
58 b)

Wat India3 betreft, was de verhoogde overheidsbijdrage een positieve ontwikkeling die naar verwachting zal bijdragen aan de duurzaamheid van het project. De Commissie benadrukt dat aan het project een verlenging van één jaar zonder extra kosten is toegekend, teneinde activiteiten uit te voeren die om politieke redenen vertraging hadden opgelopen. Daarbij moet ook worden opgemerkt dat er sprake was van onderbesteding aan het begin van het project en dat deze kwestie is verholpen naarmate het project vorderde.

58 c)

Wat het project Regionaal2 betreft, was een eerste verlenging van het project noodzakelijk om twee redenen: de langdurige procedure voor de verkrijging van vergunningen om samen te werken met door de overheid beheerde opvangtehuizen en vertragingen in de repatriëring van slachtoffers, aangezien de meeste slachtoffers moesten getuigen in rechtbanken, wat eveneens een langdurig proces is.

De tweede verlenging werd overeengekomen omdat het project de mogelijkheid had om de activiteiten op te schalen op basis van de vraag vanuit andere deelstaatoverheden en zo bij te dragen aan het welslagen en de herhaalbaarheid van het project. Gezien de beschikbaarheid van middelen in het project, was de Unie van oordeel dat dit een goede kans was om de actie verder te versterken.

60

De Commissie is van mening dat zij heeft bijgedragen aan de positieve ontwikkeling.

61

Hoewel de Commissie het ermee eens is dat het moeilijk is om specifieke projecten te koppelen aan de algemene vooruitgang op het gebied van de bestrijding van mensenhandel, is het duidelijk dat een combinatie van politieke dialoog, belangenbehartiging en aanvullende acties met belangrijke lokale actoren voor een momentum heeft gezorgd dat veranderingen teweeg heeft gebracht in verschillende landen.

64

De EU-delegaties proberen EU-projecten regelmatig te koppelen aan initiatieven van andere ontwikkelingspartners en de inspanningen van de overheid.

Vak 4

De Commissie onderstreept het belang van de strijd tegen illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO). De acties van de Commissie in dit verband zijn gebaseerd op de tenuitvoerlegging van de IOO-verordening van de EU, die onder andere voorziet in de mogelijkheid om met derde landen samen te werken op gebieden die tot de tenuitvoerlegging ervan behoren.

Op 21 april 2015 heeft de Commissie Thailand in kennis gesteld van de mogelijkheid om als niet-coöperatief land in de strijd tegen IOO-visserij te worden aangemerkt. Dit besluit is genomen als gevolg van een grondige analyse en een reeks discussies met de Thaise autoriteiten sinds 2011. Er moet worden onderstreept dat dit besluit is genomen in het licht van de conclusies die door de Commissie zijn getrokken in verband met het feit dat Thailand er niet in is geslaagd om zich te kwijten van de taken die het krachtens het internationaal recht als vlaggen-, haven-, kust- of marktstaat dient te vervullen en om actie te ondernemen om IOO-visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen.

De Commissie onderstreept dat een doeltreffend beleid inzake visserijcontrole en doeltreffende beleidskaders om illegale visserijpraktijken tegen te gaan, onrechtstreeks bevorderend kunnen werken voor en dus een positief effect kunnen hebben op de naleving van de arbeidsvoorwaarden en -normen, en dwangarbeid, kinderarbeid en andere onaanvaardbare vormen van arbeid kunnen terugdringen.

65

De Commissie heeft alles in het werk gesteld om de duurzaamheid te waarborgen, maar door de ongunstige lokale omstandigheden en het gebrek aan alternatieve middelen was het onmogelijk om alle activiteiten voort te zetten.

Aangezien de EU niet permanent middelen kan verstrekken voor slachtofferhulp of andere bestaande behoeften, is de duurzaamheid afhankelijk van andere subsidiegelden van andere ontwikkelingspartners of de nationale overheden waarover de EU geen zeggenschap heeft.

Vak 5

Wat Nepal1 betreft, heeft de EU geen zeggenschap over de beslissingen van ngo’s om hun werkzaamheden te veranderen, omdat deze in zekere mate afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van subsidiegelden. Er moet worden opgemerkt dat een partner van het project Nepal1 er in is geslaagd de activiteiten voort te zetten dankzij andere financieringsmiddelen. Hoewel de hoofdpartner niet meer werkzaam is in de drie districten, was de lokale partner in staat zijn werkzaamheden over te nemen. Dit moet worden beschouwd als een positief effect dat wordt nagestreefd door elk project dat wordt uitgevoerd via een internationale ngo, namelijk de versterking van de capaciteitsopbouw van lokale organisaties of begunstigden met het oog op duurzaamheid. Lokale partners en lokale groepen hebben de activiteiten voortgezet die op elke mogelijke manier en afhankelijk van beschikbare steun zijn ingevoerd en gestart door het project.

Wat India2 betreft, zijn gemeenschappelijke faciliteiten van de Panchayats aan zelfhulpgroepen voor vrouwen ter beschikking gesteld om de actiecentra en andere activiteiten op het gebied van levensonderhoud te beheren die na afloop van het project moeten worden voortgezet en die bijdragen aan zowel institutionele als financiële duurzaamheid. Er zijn voldoende banden tot stand gebracht tussen de politiediensten en de Panchayats en vrouwengroepen die ook na afloop van het project moeten worden gehandhaafd.

Wat Bangladesh3 betreft, volgt de EU-delegatie de situatie van de Rohingya-vluchtelingen op de voet, maar er is geen duurzame politieke situatie gecreëerd tussen de betrokken overheden, en dat valt buiten de zeggenschap van de EU.

66

De EU-delegaties bespreken en monitoren de duurzaamheid tijdens hun interacties met de projectuitvoerders. Subsidieontvangers zijn echter volledig verantwoordelijk voor hun eigen acties (en dus ook voor de duurzaamheid en het projectbeheer ervan) die zij doorgaans medefinancieren.

Conclusies en aanbevelingen

68

De EDEO en de Commissie zijn het eens met de Rekenkamer dat de bestrijding van mensenhandel een complex proces van lange adem is, waarbij de aanpak van de onderliggende oorzaken in aanmerking moet worden genomen. Zoals de Rekenkamer in haar opmerkingen aangeeft, moet er evenwel ook rekening worden gehouden met armoede als belangrijke onderliggende oorzaak. De EU heeft via haar beleidsdialogen en bijstandsinstrumenten de landen van Zuid- en Zuidoost-Azië duidelijk geholpen om mensenhandel aan te pakken. Dit is te zien aan de progressieve kwaliteit van de dialogen met deze landen over de kwestie en aan de maatregelen die veel van deze landen nemen. Het is echter duidelijk dat de situatie weliswaar is verbeterd, maar dat mensenhandel niet is uitgeroeid en dat verdere actie nodig is.

69

Hoewel de Commissie daar wettelijk niet toe verplicht is, onderstreept zij dat zij uitgebreid verslag heeft uitgebracht over de ondernomen acties in het kader van de EU-strategie en dat zij deze acties waar nodig nauwlettend heeft gemonitord met verslagen en studies. In dit verband vestigt zij de aandacht op het tussentijds verslag over de uitvoering van de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel (COM(2014) 635 final). Hoewel de Commissie daartoe wettelijk niet verplicht was, heeft zij ertoe bijgedragen om na te gaan welke vooruitgang is geboekt met de uitvoering van de strategie.

Een deel van het tussentijds verslag gaat met name over de stappen die sinds 2012 zijn ondernomen in het kader van het actiegericht document van 2009 over het versterken van de externe dimensie van de EU met betrekking tot de bestrijding van de mensenhandel.

Voorts bevatten het eerste verslag van de Commissie over de vorderingen in de strijd tegen mensenhandel (COM(2016) 267 final) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD(2016) 159 final) een enorme hoeveelheid informatie over de ondernomen acties en de behaalde resultaten, ook in het kader van de EU-strategie tegen mensenhandel.

De Commissie onderstreept dat enkele indicatieve verslagen en resultaten in verband met de EU-strategie ter bestrijding van mensenhandel zijn bekendgemaakt op de website van de Commissie over de bestrijding van mensenhandel:

  • Werkdocument van de diensten van de Commissie, tussentijds verslag over de uitvoering van de EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel (Brussel, 17.10.2014, SWD(2014) 318 final).
  • Verslag over de vorderingen die zijn gemaakt op het gebied van de bestrijding van mensenhandel (2016) als vereist op grond van artikel 20 van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan (Brussel, 19.5.2016, COM(2016) 267 final), en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie (Brussel, 19.5.2016, SWD(2016) 159 final).
  • Verslag van de Commissie ter beoordeling van de mate waarin de lidstaten de nodige maatregelen hebben genomen om te voldoen aan Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, in overeenstemming met artikel 23, lid 1, van de richtlijn (COM(2016) 722).
  • Verslag van de Commissie ter beoordeling van de mate waarin bestaande nationale wetgeving, houdende strafbaarstelling van het gebruik van diensten die het voorwerp zijn van mensenhandel, een impact heeft op het voorkomen van mensenhandel, in overeenstemming met artikel 23, lid 2, van Richtlijn 2011/36/EU (COM(2016) 719).

Alle in de EU-strategie opgenomen resultaten zijn, voor zover relevant, bekendgemaakt op de website van de Commissie over de bestrijding van mensenhandel (http://ec.europa.eu/anti-trafficking/), zoals de studie over de uitgebreide beleidsevaluatie van door de Commissie gefinancierde projecten tegen mensenhandel (2016) en een aantal andere relevante studies.

70

De EDEO benadrukt dat de weg naar specifieke partnerschappen tegen mensenhandel langs steeds constructievere dialogen met de landen loopt, en langs regionale structuren, zoals de ASEAN en ASEM, inzake bredere kwesties zoals mensenrechten en/of samenwerkingsbijstand, waarin kwesties op het gebied van mensenhandel momenteel worden besproken. Dit is een proces dat tijd, middelen en een sterke samenwerking met de tegenhangers in de regio vergt.

Gelet op de horizontale aard van mensenhandel, moet erop worden gewezen dat het logisch is om deze kwestie in een bredere context aan te pakken en om bredere beleidsmaatregelen en instrumenten toe te passen, bijvoorbeeld in verband met mensenrechten, armoedebestrijding, de bevordering van de rechtsstaat, grensbeheer, de bestrijding van georganiseerde misdaad of migratiebeheer, zoals aangegeven in het verslag van de Rekenkamer. De werkzaamheden op deze gebieden hebben betrekking op talrijke onderliggende oorzaken en „push”-factoren voor mensenhandel en het is cruciaal dat deze oorzaken en factoren worden aangepakt.

Aanbeveling 1

De Commissie en de EDEO aanvaarden de aanbeveling. Met name de aanbeveling om een potentiële bijgewerkte lijst van prioriteiten (geografisch of thematisch) voor te leggen aan de Raad zal in overweging worden genomen bij de ontwikkeling van een beleidskader voor de periode na 2016 en van interventies ter bestrijding van mensenhandel.

Deze strategische basis zal worden toegepast bij de overweging van doelstellingen en streefdoelen voor projecten ter bestrijding van mensenhandel voor de regio in het kader van de voorbereiding van de volgende financiële programmeringscyclus in 2019. De bijbehorende operationele richtsnoeren zullen de herziene doelstellingen en streefdoelen weerspiegelen. Bovendien kunnen in het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR) inspanningen voor de uitroeiing van mensenhandel worden vastgesteld als een van de programmaprioriteiten in Zuid-/Zuidoost-Azië.

De Commissie en de EDEO zullen een sterkere nadruk op de bestrijding van mensenhandel nastreven in het kader van de lopende dialogen met individuele landen, bijvoorbeeld inzake mensenrechten maar ook in het kader van ander beleid. De bestaande politieke en technische rapportage zal dienovereenkomstig worden opgevoerd.

Tot slot zal de Commissie ten volle gebruikmaken van het gemeenschappelijk werkdocument „EU-activiteiten inzake gendergelijkheid en empowerment van vrouwen in de externe betrekkingen”, dat betrekking heeft op de mensenhandel van vrouwen en meisjes, en ook indicatoren en voorbeelden van positieve actie bevat.

71

De Commissie herinnert eraan dat het formuleren van specifieke doelstellingen en indicatoren moeilijk en subjectief is vanwege de beperkte beschikbaarheid van gegevens en het moeilijke interventiegebied om illegale activiteiten aan te pakken die vaak verbonden zijn aan georganiseerde misdaad. Tekortkomingen werden meestal weggewerkt wanneer zij door de desbetreffende delegatie worden ontdekt in overeenstemming met de procedures die op dat moment van toepassing zijn. Bijna alle projecten zijn uitgevoerd door ngo’s en elke herziening van projectovereenkomsten vereist de instemming van de ngo’s, die er andere standpunten op na kunnen houden. Er moet worden herhaald dat de meeste projecten goede resultaten hebben behaald, ondanks incidentele gebreken in de indicatoren.

Tot slot benadrukken de EDEO en de Commissie met betrekking tot synergieën tussen projecten en andere instrumenten dat de beleidsdialogen van de EU over mensenhandel aanzienlijk voordeel halen uit bijstandsprojecten van de EU op het gebied van mensenhandel. Dit is tot dusver een wederzijds versterkend proces geweest.

72

De Commissie is ingenomen met de positieve beoordeling van de Rekenkamer met betrekking tot het toezicht op de projecten en hoewel zij het ermee eens is dat het moeilijk is om specifieke projecten te koppelen aan de algemene vooruitgang op het gebied van de bestrijding van mensenhandel, is het duidelijk dat een combinatie van politieke dialoog, belangenbehartiging en aanvullende acties met belangrijke lokale actoren voor een momentum heeft gezorgd dat veranderingen teweeg heeft gebracht in verschillende landen.

Met betrekking tot de beperkte betrokkenheid op nationaal niveau, zijn acties ter bestrijding van mensenhandel soms noodzakelijk wegens het gebrek aan inzet vanuit de overheid om het probleem aan te pakken en slachtoffers te helpen. Daarom moet soms een beroep worden gedaan op het maatschappelijk middenveld om de situatie te veranderen en meer nationale betrokkenheid te bewerkstelligen.

De Commissie stelt alles in het werk om de duurzaamheid van projecten te waarborgen. Voor sommige activiteiten, zoals slachtofferhulp, zijn echter middelen nodig die vaak niet in voldoende mate worden verstrekt door de overheden, en hierop heeft de EU geen invloed.

Aanbeveling 2

De Commissie en de EDEO aanvaarden de aanbeveling voor wat betreft de gecontroleerde landen. De Commissie en de EDEO beschouwen alle door de Rekenkamer opgesomde maatregelen als zeer relevant. Er zal op deze operationele stappen een nog grotere nadruk worden gelegd bij de voorbereiding en uitvoering van acties ter bestrijding van mensenhandel in de potentiële prioritaire landen en regio’s in Zuid-/Zuidoost-Azië.

Acroniemen en Afkortingen

AGD: Actiegericht document

ASEAN: Associatie van Zuidoost-Aziatische staten

ASEM: Aziatisch-Europese Vergadering

DCI: Instrument voor ontwikkelingssamenwerking

De richtlijn: Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad (PB L 101 van 15.4.2011, blz. 1).

DG DEVCO: Directoraat-generaal Internationale Samenwerking en Ontwikkeling

DG NEAR: Directoraat-generaal Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen

EDEO: Europese Dienst voor extern optreden

EIDHR: Europees Instrument voor democratie en mensenrechten

Europol: Europese politiedienst

Frontex: Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie

Het Protocol van Palermo: Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad

IAO: Internationale Arbeidsorganisatie

Mensenhandelstrategie: De EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012

UNODC: Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (United Nations Office on Drugs and Crime)

Woordenlijst

Externe dimensie: Intern EU-beleid en -optreden kunnen aanzienlijke impact hebben, ook buiten de EU-grenzen, evengoed als externe gebeurtenissen ook gevolgen kunnen hebben voor de interne dynamiek in de EU. Met de „externe dimensie van het intern beleid” wordt over het algemeen gedoeld op die situaties waarin de externe aspecten van het interne beleid van de EU in toenemende mate een dimensie van het buitenlands en veiligheidsbeleid betreffen.

Externe aspecten van justitie en binnenlandse zaken op mondiaal niveau dragen bij tot de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht in de EU. Een zwakke rechtsstaat in een derde land biedt mensenhandelaren die actief zijn in Europa bijvoorbeeld de gelegenheid om criminele opbrengsten wit te wassen en bemoeilijkt onderzoeken naar hun misdrijven. De bevordering van de rechtsstaat in een derde land kan dus een positief effect hebben in de gehele EU.

Mainstream: Een term die gebruikt wordt om te verwijzen naar de integratie („mainstreaming”) van een aantal beginselen/overwegingen in de verschillende beleidsmaatregelen en -fasen van de EU-programma- en projectcyclus. Op het gebied van de mensenrechten verwijst deze term naar een proces waarin door de mensenrechten vorm wordt gegeven aan beleid, programma’s, projecten en andere acties.

Onderzoek naar de uitgangssituatie: Een onderzoek naar de uitgangssituatie bevat gedetailleerde informatie over een bepaalde situatie voordat een project wordt begonnen. Het is een waardevol instrument voor de vergelijking van de situatie vóór en na de uitvoering van een project en ter beoordeling van andere factoren die van invloed kunnen zijn op de waargenomen wijzigingen tijdens de uitvoeringsperiode.

Programmering: Een essentieel besluitvormingsproces dat de EDEO en de Commissie gebruiken om steunstrategieën, -prioriteiten en -toewijzingen te definiëren.

Projectschema: Een projectschema (ook wel een projectschemamatrix) is een instrument voor projectmanagement waarin de algemene en specifieke doelstellingen van een project en de activiteiten daarvan op een systematische en logische manier kunnen worden bepaald. Een projectschema toont de oorzakelijke verbanden tussen de verschillende niveaus van doelstellingen, bevat indicatoren om na te gaan of de doelstellingen zijn bereikt en geeft aan van welke veronderstellingen is uitgegaan.

Voetnoten

Inleiding

1 In de EU-dreigingsevaluatie voor zware en georganiseerde criminaliteit (EU-Socta) van 2013 werd erop gewezen dat mensenhandel een belangrijke bedreiging voor de EU is. Mensenhandel is een van de onderwerpen die zijn opgenomen in de Europese veiligheidsagenda voor 2015. Het UNODC heeft vastgesteld dat „mensenhandel een mondiaal probleem is en een van ’s werelds meest schandelijke misdaden” en dat „mensenhandel door de onderliggende dreiging ervan meer en meer wordt erkend als een mondiale bedreiging van de veiligheid” (UNODC „An Introduction to Human Trafficking, Vulnerability, Impact and Action”, achtergronddocument). Mensenhandel staat op de lijst van de Amerikaanse Nationale Veiligheidsraad met misdaden die een bedreiging voor de nationale en internationale veiligheid vormen.

2 Stand per januari 2017.

3 Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad. „Het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van personen door dreiging met of gebruik van geweld of andere vormen van dwang, door ontvoering, bedrog, misleiding, machtsmisbruik of misbruik van een kwetsbare positie of het verstrekken of in ontvangst nemen van betalingen of voordelen, teneinde de instemming van een persoon te verkrijgen die controle heeft over een andere persoon, ten behoeve van uitbuiting.”

4 Europol, „The THB Financial Business Model, Assessing the Current State of Knowledge, July 2015”.

5 Volgens schattingen van de Global Slavery Index 2016. Hoewel de term „moderne slavernij” veel voorkomt, bestaat er geen overeengekomen definitie of gemeenschappelijke norm, wat ook wordt opgemerkt in het algemeen verslag van UNODC over de mensenhandel uit 2016.

6 In de meeste andere delen van de wereld wordt de overgrote meerderheid van de slachtoffers van mensenhandel binnen dezelfde regio verhandeld. Zie het UNODC-verslag „Global Report on Trafficking in Persons (2014)”, UNDOC, 2014.

7 Doc. 11450/5/09 REV 5.

8 In het programma van Stockholm werd ertoe opgeroepen om partnerschappen met derde landen aan te gaan en te versterken, en om de coördinatie en de samenwerking te verbeteren, zowel binnen de Unie als met de mechanismen van de externe dimensie van de EU. Het programma van Stockholm werd voorbereid door het Zweedse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en besproken tijdens een informele bijeenkomst in juli 2009. Na besluitvorming door de ministers van Binnenlandse Zaken en de ministers van Justitie heeft de Europese Raad het programma in december 2009 goedgekeurd.

9 In het kader van de EU-methode worden politiële en justitiële zaken door traditionele EU-instrumenten behandeld (verordeningen, richtlijnen en besluiten) en wordt de rol van het Europees Parlement versterkt (voorheen werd het alleen geraadpleegd). Politiële en justitiële samenwerking waren eerder gebaseerd op samenwerking op intergouvernementeel in plaats van op EU-niveau. De artikelen 82-86 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

10 Deze richtlijn was de eerste Europese strafrechtelijke maatregel die werd vastgesteld sinds het Verdrag van Lissabon van kracht is.

11 In de studie uit 2016 naar een alomvattende beleidsevaluatie van door de Europese Commissie gefinancierde projecten ter bestrijding van mensenhandel werd aangegeven dat de Commissie in de periode 2004-2015 wereldwijd 321 mensenhandelprojecten had gefinancierd voor een totaalbedrag van 158 miljoen euro; in de bij de studie gevoegde disclaimer wordt echter gesuggereerd dat deze cijfers lager zouden kunnen zijn dan het volledige bedrag van de EU-steun.

12 COM(2016) 267 final en SWD(2016) 159 final.

Reikwijdte en aanpak van de controle

13 Multilaterale acties kunnen nagestreefd worden door multilaterale werkzaamheden van internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties (VN) en de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten (ASEAN), te ondersteunen, of door verschillende landen aan te moedigen om naar een gemeenschappelijk doel toe te werken.

14 Zie JOIN (2013) 30 final voor nadere bijzonderheden over de brede aanpak van de EU.

15 De regio Zuid-Azië omvat Afghanistan, Bangladesh, Bhutan, Maldiven, Nepal, India, Pakistan en Sri Lanka. De regio Zuidoost-Azië omvat Brunei, Cambodja, Oost-Timor, Indonesië, Laos, Maleisië, Myanmar, Filipijnen, Singapore, Thailand en Vietnam.

16 Bangladesh, Cambodja, India, Indonesië, Myanmar, Nepal, Pakistan, Filippijnen, Thailand en Vietnam.

Opmerkingen

17 Eurostat produceert statistieken over slachtoffers van mensenhandel en mensenhandelaren voor Europa en enkele derde landen, maar niet voor Zuid- en Zuidoost-Azië. In de methodologische aantekeningen van Eurostat wordt erop gewezen dat het lastig was om vergelijkbare en betrouwbare gegevens te verkrijgen (zie „Trafficking in human beings – Eurostat 2015”). Internationale statistieken over criminaliteit leveren dezelfde problemen op en het UNODC rapporteert dat daar drie belangrijke redenen voor zijn: verschillende definities voor specifieke soorten criminaliteit in verschillende landen, verschillende rapportageniveaus en politietradities, en verschillende sociale, economische en politieke contexten (bron: de webpagina van het UNODC over het verzamelen en vergelijken van internationale misdaadstatistieken).

18 In 2016 publiceerde de Commissie haar eerste verslag over mensenhandel sinds de goedkeuring van de richtlijn inzake de bestrijding van mensenhandel (COM (2016) 267 def.), zoals vereist krachtens artikel 20 van die richtlijn. In dit verslag wordt erkend dat het moeilijk is om de resultaten en de impact van de maatregelen tegen mensenhandel te meten, en dat de relevante indicatoren door de lidstaten in beperkte mate zijn ontwikkeld. Daarom worden in het verslag de belangrijkste acties besproken die de lidstaten hebben uitgevoerd op drie belangrijke thematische gebieden die in de richtlijn en de EU-strategie zijn vastgelegd. Voordien, in 2014, publiceerde de Commissie al een tussentijds verslag over de uitvoering van de strategie inzake mensenhandel. Dit verslag bevatte informatie over de verschillende maatregelen van de Commissie en de lidstaten, maar geen evaluatie van de resultaten die tot dan toe met de strategie inzake mensenhandel waren behaald, en het werd niet gebruikt om de tekortkomingen van de strategie, zoals het ontbreken van streefdoelen, aan te pakken.

19 Conclusies van de Raad 13661/3/12. Deze lijst is gebaseerd op de beschikbare statistieken over mensenhandel uit verschillende bronnen (zoals Eurostat, Europol, Frontex en VN-instanties) en op de geografische en operationele prioriteiten van de totaalaanpak van migratie en mobiliteit (TAMM).

20 De historische zijderoute bestond uit een eeuwenoud netwerk van handelsroutes die het Oosten met het Westen verbonden en dat zich uitstrekte van het Koreaanse schiereiland en Japan tot aan de Middellandse Zee. Het is niet altijd duidelijk welke landen onder deze noemer vallen, aangezien er talloze routes, of zijderoutes, bestonden. In 2013 hebben de Commissie en de lidstaten deelgenomen aan de start van een „Zijderoutepartnerschap voor migratie”. Het project „Zijderoutepartnerschap voor migratie”, waarmee het initiatief wordt ondersteund, omvat Afghanistan, Bangladesh, Iran, Irak en Pakistan.

21 Zie artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

22 Zoals ook tot uitdrukking komt in het strategisch kader en actieplan van de EU voor mensenrechten en democratie 11855/12.

23 Het COHOM houdt zich bezig met alle aspecten inzake mensenrechten van de externe betrekkingen van de EU en bestaat uit de directeuren voor de mensenrechten en de afgevaardigden van de lidstaten, de EDEO en de Commissie. COASI is verantwoordelijk voor de betrekkingen van de EU met Azië en Oceanië. Door gezamenlijke vergaderingen te houden, wordt ervoor gezorgd dat alle adviezen in aanmerking worden genomen voordat de documenten aan het Politiek en Veiligheidscomité worden voorgelegd. De Commissie was vertegenwoordigd tijdens de gezamenlijke COHOM-COASI-vergaderingen.

24 Dreigingsevaluatie voor zware en georganiseerde criminaliteit 2017, Europol.

25 Het verslag over de vorderingen in de strijd tegen mensenhandel (2016) bevat geen geconsolideerde gegevens en de gepresenteerde informatie heeft betrekking op verschillende perioden of is onvoldoende nauwkeurig.

26 In september 2016 heeft de Commissie op basis van deze databank een studie gepubliceerd over de uitgebreide beleidsevaluatie van projecten tegen mensenhandel. De auteurs namen hierin een disclamer op waarin wordt aangegeven dat „hoewel er door het Bureau van de EU-coördinator voor de bestrijding van mensenhandel alles aan werd gedaan om de contractant informatie te verstrekken over alle gefinancierde projecten door alle diensten en voor de gehele onderzochte periode, kan het onderzoek niet worden beschouwd als een uitputtend overzicht van alle door de Commissie gefinancierde projecten op het gebied van mensenhandel […]. De Europese Commissie staat niet in voor de juistheid van de gegevens in dit onderzoek”, blz. 2.

27 In 2008 bedroeg de minimumsubsidie voor door het EIDHR gefinancierde projecten op het gebied van mensenhandel 50 000 euro. In 2015 was dit, conform de instructie, 250 000 euro.

28 Conclusies van de Raad over de betrekkingen tussen de EU en de ASEAN,22.6.2015.

29 Het verdrag was een regionale reactie op de zorgen over de toenemende mensenhandel, in het bijzonder in verband met de duizenden Rohingya-vluchtelingen en Bengalese migranten die in overvolle boten aan de grond waren gelopen op zee en de ontdekking van massagraven op de grens tussen Thailand en Maleisië die waarschijnlijk voornamelijk Rohingya’s bevatten die het slachtoffer zijn geworden van mensenhandelaren.

30 Cambodja, Myanmar, Filipijnen, Singapore, Thailand en Vietnam. Op 6 februari 2017 waren de Filipijnen het zesde land dat het verdrag ratificeerde, waardoor het in werking trad.

31 In 2014 opgesteld, maar niet regelmatig bijgewerkt.

32 Stand van februari 2017.

33 Voor deze analyse hebben wij algemeen aanvaarde SMART-/RACER-normen toegepast. SMART-doelstellingen zijn specifiek, meetbaar, aanvaardbaar, realistisch en tijdgebonden. RACER-indicatoren zijn relevant, geaccepteerd, geloofwaardig, eenvoudig en robuust.

34 Zodra een oproep is gedaan, heeft de Commissie gezien de tijd geen mogelijkheden om aanvragers aan te sporen om voorstellen in te dienen voor één bepaald thema die gericht zijn op bepaalde soorten begunstigden of waarmee bepaalde doelstellingen worden nagestreefd. Door middel van het opstellen van de taakomschrijving voor elke oproep tot het indienen van voorstellen kan de Commissie weliswaar potentiële aanvragers beïnvloeden, wat zij ook doet, maar de richtsnoeren kunnen niet te specifiek zijn omdat de competitieve aard van het mechanisme daardoor zou worden beperkt.

35 Regionaal3 Migratie en grensbeheer II door EU-ASEAN met Interpol.

36 De 23 projecten werden als volgt verdeeld: Elf projecten kenden tekortkomingen met betrekking tot de doelstellingen en de indicatoren, zes projecten alleen met betrekking tot de indicatoren, en zes projecten alleen met betrekking tot de doelstellingen.

37 De specifieke doelstellingen hadden betrekking op de identificatie van factoren die de doeltreffende toepassing van twee wetten belemmerden, en de capaciteitsopbouw bij de belanghebbenden om deze factoren aan te pakken, en waren evenmin voldoende specifiek of meetbaar.

38 Voor Cambodia1 was de gegenereerde uitgangswaarde niet gedetailleerd genoeg. Voor India2 sloten de uitgangswaarden niet volledig aan bij de projectindicatoren en daarbij kwamen zij te laat beschikbaar om nut te hebben voor het project.

39 Projecten waarvoor de kans of het risico werd beoordeeld: Bangladesh1, Bangladesh2, Cambodja1, Cambodja4, Nepal1, Thailand1 en Thailand3.

40 De beoordelaars zijn de leden van het evaluatiecomité dat verantwoordelijk is voor het beoordelen van de voorstellen. Zij worden persoonlijk benoemd door de Commissie. De beoordelaars van de projecten uit de steekproef waren personeelsleden van de Commissie.

41 Het percentage echtgenoten of familieleden in een harmonieuze relatie met migrantenvrouwen op de plaats van bestemming (in de Verenigde Arabische Emiraten, Koeweit en Saudi-Arabië); het toegenomen aantal ngo-partners (geen specificatie van deze toename); partner-ngo’s die zich op een toegenomen aantal of groter percentage acties in het mobiliteitscontinuüm richten (geen specificatie van deze toename), of het percentage gedeporteerden uit projectdistricten die zijn gerehabiliteerd (geen specificatie van het percentage).

42 Over het algemeen hebben we vastgesteld dat voor negen projecten resultaten werden verwacht die in de ontwerpfase te optimistisch lijken: Bangladesh1, Bangladesh6, Bangladesh8, Cambodja3, India1, India2, Regionaal1, Thailand4, en Thailand6.

43 Resultaatgerichte monitoring biedt een momentopname van de stand van de uitvoering van een interventie op een zeker tijdstip. Dit is niet alleen een instrument om het projectmanagement te ondersteunen door de belanghebbenden over de prestaties van een specifieke interventie te informeren, maar verschaft ook geleerde lessen voor verdere programmering, ontwerpen en uitvoering van interventies.

44 Met uitzondering van vier gevallen waarin de verwerking van een verzoek om een addendum te veel tijd kostte, was het vanwege de aard van de partner nodig om te wachten op de publicatie van „resultaatgerichte monitoring” om bekende problemen aan te pakken, moest de partner gewisseld worden één maand nadat de overeenkomst bij wijze van formaliteit was ondertekend, en werd er gedurende verscheidene maanden niet op het ontbreken van een projectleider gereageerd.

45 De projecten Nepal3, Bangladesh1, Bangladesh2, Thailand2, Vietnam1, India2, India3, Filippijnen2, Pakistan1 en Regionaal2.

46 Het betreft de tien projecten Filippijnen2, Bangladesh1, Bangladesh2, Indonesië1, India2, Cambodia3, Nepal2, Myanmar1, India1 en Bangladesh4. Zeven projecten zijn nog in uitvoering. De analyse is beperkt tot hetgeen is voltooid.

47 Aanzienlijke onderbesteding bij projecten: Thailand2, Bangladesh1, India2, India3, Filipijnen2, Regionaal1 en Regionaal2. Projecten die gebruikmaakten van verlengde termijnen: India1, Nepal3, Pakistan1, Bangladesh2 en Vietnam3.

48 De verleende EU-financiering bedroeg 1,7 miljoen euro, veel meer dan de vastgestelde minimumsubsidie van 500 000 euro. De geplande resultaten werden grotendeels verwezenlijkt.

49 De verleende EU-financiering bedroeg 470 902 euro, veel meer dan de vastgestelde minimumsubsidie van 300 000 euro. De geplande resultaten werden grotendeels verwezenlijkt.

50 De universele periodieke evaluatie is een uniek proces waarbij een periodieke evaluatie wordt gemaakt van de mensenrechtensituatie in alle 193 VN-lidstaten.

51 Het Australië-Azië-programma ter bestrijding van mensenhandel (AATIP: 2013-2018) heeft een financieringsbegroting van 50 miljoen Australische dollar, biedt steun aan de ASEAN en regionale en nationale instanties, en pakt het gebrek aan harde gegevens aan. US Aid heeft onlangs een regionaal mensenhandelproject opgestart dat ervoor moet zorgen dat de interactie tussen de maatregelen zoveel mogelijk effect zal sorteren.

52 Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999.

53 Zie bijlage II.

54 Er moet een plan komen „voor de geleidelijke stopzetting van externe bijstand en de overdracht van beheersverantwoordelijkheden”, Europese Commissie, Aid Delivery Methods: Aid Delivery Methods: Volume 1 Project Cycle Management Guidelines, 2004, blz. 45.

GebeurtenisDatum
Vaststelling controleplan („APM”)/begin van de controle15.3.2016
Ontwerpverslag officieel verzonden aan de Commissie (of andere gecontroleerde)16.3.2017
Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure2.5.2017
Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van de Commissie (of andere gecontroleerde)8.6.2017

Controleteam

In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar doelmatigheidscontroles en nalevingsgerichte controles van specifieke begrotingsterreinen of beheersthema’s uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de doelmatigheid of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.

Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer III, die onder leiding staat van ERK-lid Karel Pinxten en verantwoordelijk is voor de controle van de uitgaventerreinen externe maatregelen, veiligheid en justitie. De controle werd geleid door ERK-lid Bettina Jakobsen. Bij de voorbereiding van het verslag werd zij ondersteund door haar kabinetschef, Katja Mattfolk, door Beatrix Lesiewicz, hoofdmanager, Francisco Javier de Miguel Rodriguez, taakleider, Kim Hublé, Alina Milasiute en Alexandre Tan, controleurs, en kabinetsattaché Kim Storup.

Van links naar rechts: Katja Mattfolk, Alina Milasiute, Bettina Jakobsen, Kim Storup, Francisco Javier de Miguel Rodriguez, Alexandre Tan.

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).

EU-steun voor de strijd tegen mensenhandel in Zuid- en Zuidoost-Azië
(uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU)

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2017

PDF 978-92-872-7468-7 1977-575X 10.2865/65961 QJAB17009NLN
HTML 978-92-872-7487-8 1977-575X 10.2865/321406 QJAB17009NLQ

© Europese Unie, 2017

Overneming met bronvermelding toegestaan.

Voor iedere vorm van gebruik of reproductie van kaart 1 dient rechtstreeks toestemming aan de auteursrechthebbende te worden gevraagd.

Waar zijn EU-publicaties verkrijgbaar?

Gratis publicaties:

(*) De informatie wordt gratis verstrekt en bellen is doorgaans gratis, maar sommige operatoren, telefooncellen of hotels kunnen kosten aanrekenen.

Betaalde publicaties: