Speciaal verslag
26 2022

Europese statistieken Potentieel voor verdere verbetering van de kwaliteit

Over het verslag:Europese statistieken zijn een publiek goed en zijn van essentieel belang om empirisch onderbouwde besluitvorming door beleidsmakers, bedrijven en burgers te ondersteunen. In 2012 publiceerden we een speciaal verslag over de kwaliteit van Europese statistieken, maar in 2016 constateerden we dat sommige verbeteringsmaatregelen niet volledig waren uitgevoerd. In deze controle hebben we onderzocht of de Commissie Europese statistieken van hoge kwaliteit verstrekt en concluderen we dat de algehele kwaliteit ervan voor de belanghebbenden volstaat. We hebben echter een aantal tekortkomingen vastgesteld die nog moeten worden aangepakt. Wij doen verschillende aanbevelingen ter verbetering van de kwaliteit van Europese statistieken. Deze omvatten het beter tegemoetkomen aan de behoeften van gebruikers, het prioriteren van EU-financiering voor innovatieve projecten, het verbeteren van de kwaliteitsbeoordeling van Europese statistieken en het heroverwegen van de huidige praktijk van toegang tot statistieken vóór publicatie.

Speciaal verslag van de ERK, uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU.

De publicatie is beschikbaar in 24 talen en in het volgende formaat:
PDF
PDF Speciaal verslag over de kwaliteit van officiële Europese statistieken

Samenvatting

I Officiële statistieken zijn een publiek goed dat bedoeld is om economische, demografische, sociale en milieuverschijnselen te beschrijven. Zij zijn van essentieel belang om empirisch onderbouwde besluitvorming door politici en bedrijfsleiders, maar ook door individuen en huishoudens, te ondersteunen. De EU heeft op alle gebieden statistieken nodig — van het ontwerp, de uitvoering, de monitoring en de evaluatie van het EU-beleid tot de inning en toewijzing van EU-middelen — en een hoge kwaliteit is van cruciaal belang. Kwaliteit wordt geoperationaliseerd aan de hand van de volgende criteria: relevantie, nauwkeurigheid, vergelijkbaarheid en coherentie, actualiteit en stiptheid en toegankelijkheid en duidelijkheid.

II In 2012 hebben wij een speciaal verslag over de kwaliteit van Europese statistieken gepubliceerd. Tijdens onze follow-up in 2016 stelden we vast dat sommige overeengekomen verbeteringen niet volledig waren doorgevoerd. Aangezien er ook recente ontwikkelingen zijn geweest in de Europese statistiek, hebben wij besloten een nieuwe controle uit te voeren over hetzelfde onderwerp. Het is de bedoeling dat onze bevindingen en aanbevelingen zullen bijdragen aan de doeltreffendheid van de processen voor kwaliteitsbeheer van Eurostat en aldus de betrouwbaarheid van Europese statistieken zullen helpen verbeteren.

III Bij deze controle hebben we beoordeeld of de Commissie op doeltreffende wijze zorgt voor Europese statistieken van hoge kwaliteit. Om die vraag te beantwoorden, hebben wij onderzocht of de Commissie beschikt over een alomvattende strategie en doeltreffende programma’s (489 miljoen EUR toegewezen in de periode 2013‑2020) voor de productie van statistieken. Wij hebben ook beoordeeld of Eurostat passende ondersteuning biedt, een degelijke beoordeling van de kwaliteit van de gegevens heeft ingevoerd en ervoor zorgt dat alle gebruikers transparante en gelijke toegang hebben. Daartoe hebben we statistische activiteiten op drie thematische gebieden geselecteerd (arbeid, bedrijven en gezondheid) en zijn we nagegaan of de beoordelingswerkzaamheden van Eurostat de kwaliteit van de gegevensverzamelingen van de periode 2017‑2020 hebben gewaarborgd. Tot slot hebben wij onderzocht of het potentieel van collegiale toetsingen om de kwaliteit van Europese statistieken te waarborgen, volledig werd benut.

IV Onze algemene conclusie is dat de Commissie statistieken verstrekt die over het algemeen van voldoende kwaliteit zijn voor beleidsmakers, bedrijven en burgers. Enkele tekortkomingen moeten echter nog worden aangepakt.

V De statistische strategieën van Eurostat weerspiegelen de prioriteiten die in de opeenvolgende programma’s zijn vastgesteld, maar zij schieten tekort wat betreft het meten van de geboekte vooruitgang. Het Europees Raadgevend Comité voor de statistiek, het belangrijkste vertegenwoordigende orgaan van gebruikers, vertegenwoordigt niet alle gebruikers op doeltreffende wijze; dit geldt bijvoorbeeld voor de collectieve standpunten van de academische en onderzoeksgemeenschap. Voorts wordt niet volledig voldaan aan de behoeften van de gebruikers, aangezien er bij de gecontroleerde gebieden gegevenslacunes voorkomen.

VI Ondanks de toegenomen financiering via het Europees statistisch programma is de productie van regelmatige Europese statistieken nog steeds gedeeltelijk afhankelijk van financiering door andere diensten van de Commissie. Sommige van de 13 door de EU gefinancierde projecten die wij hebben geanalyseerd, boden geen toegevoegde waarde aan de hand van een focus op innovatie, maar financierden eenvoudigweg verplichte activiteiten.

VII De steun van Eurostat aan de lidstaten is grotendeels adequaat. De verificatiebevoegdheden van Eurostat op de door ons onderzochte gebieden zijn echter beperkt. Wij stelden ook vast dat de kwaliteitsverslagen die de lidstaten hebben ingezonden niet geharmoniseerd zijn tussen en binnen statistische processen en dat de mate van gedetailleerdheid ervan niet dezelfde is. Bovendien voert Eurostat geen diepgaande evaluaties uit van alle kwaliteitsdimensies, zoals vergelijkbaarheid en coherentie. Voor gezondheids- en bedrijfsstatistieken zijn er ook problemen met de actualiteit, aangezien sommige gegevensreeksen tot 24 maanden na het referentiejaar mogen worden ingediend.

VIII Eurostat heeft een tijdschema voor publicaties ontwikkeld waarin bepaalde details ontbreken. Het heeft geen algemeen herzieningsbeleid, beschrijft de regels voor toegang vóór publicatie niet volledig op zijn website en publiceert geen volledige lijst van gebruikers aan wie bevoorrechte toegang is verleend.

IX Hoewel de opzet van het stelsel voor collegiale toetsingen van het Europees statistisch systeem is verbeterd, is de frequentie van de collegiale toetsingen en de mate waarin de collegiale toetsingen de nationale statistische systemen afdekken nog steeds niet toereikend om voortdurende kwaliteitsverbeteringen te garanderen. Bovendien hebben de Commissie en de lidstaten slechts gedeeltelijk gevolg gegeven aan belangrijke aanbevelingen van de collegiale toetsing van de periode 2013‑2015 over de versterking van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid.

X Naar aanleiding van onze controle bevelen we de Commissie aan:

  • beter tegemoet te komen aan de behoeften van de gebruikers door het Europees Raadgevend Comité voor de statistiek inclusiever te maken;
  • zich tot doel te stellen de financiële onafhankelijkheid van het Europees statistisch programma te vergroten en prioriteit te geven aan innoverende projecten;
  • de kwaliteitsverslagen van de lidstaten en de kwaliteitsbeoordeling van Europese statistieken te verbeteren;
  • de huidige praktijk van het bieden van toegang tot statistieken vóór publicatie te heroverwegen, en
  • na te gaan of het haalbaar is het mandaat van de Europese Adviescommissie voor statistische governance te versterken.

Inleiding

Kennis is macht: de rol van officiële statistieken

01 Officiële statistieken zijn een onmisbaar element in het informatiesysteem van een democratische samenleving, dat de overheid, de economie en de bevolking gegevens verstrekt over de economische, demografische, sociale en milieusituatie1. Als publiek goed worden zij ontwikkeld, geproduceerd en verspreid door nationale statistische instanties en internationale organisaties. De officiële Europese statistieken bestrijken de EU zelf, haar lidstaten en regio’s en de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA).

02 Europese statistieken van hoge kwaliteit zijn belangrijk om beleidsmakers te helpen bij het formuleren en monitoren van economisch, demografisch, sociaal en milieubeleid dat is gericht op groei en duurzame ontwikkeling. Zij zijn ook van cruciaal belang voor de inning en toewijzing van EU-middelen en zijn essentieel voor bedrijven, onderzoekers en het grote publiek. De COVID-19-pandemie heeft aangetoond dat er dringend behoefte is aan gegevens die bijna in real time worden verstrekt door snelle, flexibele en meer gecoördineerde statistische systemen (zie bijlage I).

03 Kwaliteit is een multidimensionaal begrip, maar een eenvoudige definitie is “geschikt voor gebruik” of “geschikt voor het doel”. In de context van Europese statistieken wordt kwaliteit geoperationaliseerd aan de hand van de volgende criteria: relevantie, nauwkeurigheid, vergelijkbaarheid en coherentie, actualiteit en stiptheid en toegankelijkheid en duidelijkheid (zie tabel 1). Deze dimensies hangen onderling samen en sommige ervan moeten tegen elkaar worden afgewogen.

Tabel 1 — Kwaliteitscriteria

Kwaliteitscriteria Omschrijving
Relevantie De mate waarin statistieken voorzien in de huidige en potentiële behoeften van gebruikers.
Nauwkeurigheid Heeft betrekking op de mate waarin de schattingen de onbekende werkelijke waarden benaderen.
Vergelijkbaarheid Heeft betrekking op de meting van het effect van verschillen in de toegepaste statistische concepten, meetinstrumenten en -procedures wanneer statistieken tussen geografische gebieden of sectoren of over een periode worden vergeleken.
Coherentie Heeft betrekking op de mate waarin de gegevens geschikt zijn om op betrouwbare wijze op verschillende manieren en voor diverse doeleinden te worden gecombineerd.
Actualiteit De tijdspanne tussen de beschikbaarheid van de informatie en de gebeurtenis die of het verschijnsel dat door de informatie wordt beschreven.
Stiptheid De tijdspanne tussen de datum van publicatie van de gegevens en de beoogde datum (de datum waarop ze hadden moeten worden gepubliceerd).
Toegankelijkheid en duidelijkheid Hebben betrekking op de voorwaarden waaronder en de procedures volgens welke de gebruikers de gegevens kunnen verkrijgen, gebruiken en interpreteren.

Bron: ERK, op basis van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 223/2009.

Het rechtskader voor de productie van Europese statistieken

04 Het rechtskader van de EU is in de loop van de tijd geëvolueerd, grotendeels als reactie op de behoeften van de EU-instellingen. In het Verdrag betreffende de werking van de EU2 wordt bepaald dat de productie van statistieken “geschiedt op basis van onpartijdigheid, betrouwbaarheid, objectiviteit, wetenschappelijke onafhankelijkheid, kosteneffectiviteit en statistische geheimhouding” en “geen buitensporige lasten voor de economische actoren met zich [mag] brengen”.

05 In de verordening inzake Europese statistieken3 wordt het Europees statistisch systeem (ESS) ingesteld als een partnerschap tussen Eurostat (een directoraat-generaal van de Commissie en het bureau voor de statistiek van de EU) en de nationale instituten voor de statistiek (national statistical institutes, NSI’s) en andere nationale instanties (ANI’s) die in elke lidstaat verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken. Het partnerschap omvat ook de statistische instanties van de EVA-landen.

06 In de verordening wordt voorts vastgesteld hoe het ESS moet worden georganiseerd, worden de voornaamste taken van de partners geschetst en wordt een kader geboden voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken op basis van gemeenschappelijke statistische beginselen. De verordening vormt ook de rechtsgrondslag voor de opstelling van Europese statistische programma’s (ESP’s, hierna: “programma’s”), waarin de voornaamste gebieden en doelstellingen voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken worden omschreven voor een periode die overeenkomt met die van het meerjarig financieel kader. Van het totale bedrag van 489 miljoen EUR werd in het kader van het vorige programma (2013‑2020) 193 miljoen EUR aan subsidies verstrekt aan ESS-landen (met een aanvullend bedrag van 181 miljoen EUR dat in de vorm van gesubdelegeerde kredieten werd verstrekt door andere directoraten-generaal (DG’s)). Voor het huidige programma (2021‑2027) zijn uitgaven gepland ter waarde van 552 miljoen EUR4, waaronder 74 miljoen EUR aan vastleggingskredieten voor 20215. De Commissie denkt momenteel na over een herziening van de verordening, om de nadruk te leggen op nieuwe gegevensbronnen, technologieën en inzichten en op het delen van gegevens en statistieken in geval van een crisis.

07 De in de verordening uiteengezette statistische beginselen zijn nader uitgewerkt in de Praktijkcode Europese statistieken, die tot doel heeft het publiek vertrouwen in de Europese statistiek te waarborgen6. De Praktijkcode is voor het laatst herzien in 2017 (zie figuur 1).

Figuur 1 — Beginselen van de Praktijkcode Europese statistieken

Bron: ERK, op basis van de Praktijkcode Europese statistieken van 2017.

Governance van het Europees statistisch systeem

08 De verantwoordelijkheid voor het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het opstellen van Europese statistieken voor openbaar gebruik (door de EU en de lidstaten) berust bij twee statistische systemen met afzonderlijke rechtskaders, die verschillende governancestructuren weerspiegelen. Het betreft het Europees statistisch systeem (ESS)7 en het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB)8.

09 Het ESS wordt geleid door het Comité voor het Europees statistisch systeem, dat wordt voorgezeten door Eurostat en bestaat uit vertegenwoordigers van de nationale instituten voor de statistiek van de lidstaten. Het Comité geeft professionele sturing aan het ESS bij de ontwikkeling, productie en verspreiding van statistieken. Het is ook verantwoordelijk voor de Praktijkcode Europese statistieken.

10 Eurostat fungeert als de statistische instantie van de EU. Zijn rol bestaat erin het voortouw te nemen bij de harmonisatie van statistieken, in nauwe samenwerking met de nationale statistische instanties. Zijn voornaamste taak is het verwerken en publiceren van vergelijkbare statistische informatie op Europees niveau door de kwaliteit van de door de lidstaten ingediende gegevens te beoordelen.

11 Het ESS wordt bijgestaan door het Europees Raadgevend Comité voor de statistiek9 (hierna “het Raadgevend Comité” genoemd) en op zijn activiteiten met betrekking tot de uitvoering van de Praktijkcode Europese statistieken wordt toezicht gehouden door de Europese Adviescommissie voor statistische governance (ESGAB)10, een orgaan met onafhankelijke statistische deskundigen (zie figuur 2).

Figuur 2 — Governancestructuur van het ESS

Bron: ERK.

Reikwijdte en aanpak van de controle

12 De algemene doelstelling van deze controle was te beoordelen of de Commissie op doeltreffende wijze zorgt voor Europese statistieken van hoge kwaliteit. In dit document verwijzen wij naar Eurostat wanneer wij verslag uitbrengen over gebieden waarvoor Eurostat, als het bureau voor de statistiek van de EU, als enige verantwoordelijk is.

13 Om de controlevraag te beantwoorden, hebben wij beoordeeld of:

  • de Commissie beschikt over een alomvattende strategie en doeltreffende programma’s voor de productie van statistieken van hoge kwaliteit;
  • Eurostat passende ondersteuning biedt, een degelijke beoordeling van de kwaliteit van de ontvangen gegevens heeft ingevoerd en er bij de verspreiding van Europese statistieken voor zorgt dat alle gebruikers transparante en gelijke toegang hebben, en
  • de collegiale toetsingen volledig zijn benut om de kwaliteit van de statistieken te waarborgen en verder te verbeteren.

14 In 2012 hebben wij een speciaal verslag gepubliceerd over de kwaliteit van Europese statistieken11. Bij een follow-up in 2016 stelden we vast dat sommige aanbevelingen nog steeds niet volledig waren uitgevoerd. Om deze reden, en gezien de recente ontwikkelingen op het gebied van de Europese statistiek, hebben wij besloten een nieuwe controle over hetzelfde onderwerp uit te voeren. Derhalve hebben wij onderzocht welke vooruitgang is geboekt van januari 2013 tot en met december 2021. Het is de bedoeling dat onze bevindingen en aanbevelingen zullen bijdragen aan de doeltreffendheid van de processen voor kwaliteitsbeheer van Eurostat en aldus de kwaliteit van Europese statistieken zullen helpen verbeteren.

15 Wij selecteerden drie thematische gebieden (arbeid, bedrijven en gezondheid) en gingen na of de beoordelingswerkzaamheden van Eurostat zorgden voor statistieken van hoge kwaliteit in overeenstemming met de in Verordening (EG) nr. 223/2009 vastgestelde kwaliteitscriteria, waarbij we ons in het bijzonder richtten op de gegevensverzamelingen van de periode 2017‑2020. Wij hebben onze analyse toegespitst op de volgende statistische activiteiten (zie bijlage II):

  • de EU-arbeidskrachtenenquête (AKE);
  • structurele bedrijfsstatistieken;
  • gezondheid, bestaande uit “uitgaven voor gezondheidszorg”, “gegevens op het gebied van gezondheid die geen betrekking hebben op uitgaven” en “doodsoorzaken”.

16 Wij hebben alle kwaliteitsdimensies (zie paragraaf 03) in de lidstaten in de steekproef (Kroatië, Italië, Cyprus, Litouwen en Finland) onderzocht. Wat de actualiteit, stiptheid en volledigheid betreft, hebben wij dankzij de vlot beschikbare documentatie alle EU-lidstaten bestreken. Bij de samenstelling van de steekproef hebben wij zes criteria gehanteerd om de relevantie, de materialiteit, een brede geografische dekking en een goede mix van verschillende statistische systemen, d.w.z. gebaseerd op enquêtes of administratieve gegevens, te waarborgen.

17 Onze controlewerkzaamheden hadden ook betrekking op de bijdragen aan de productie van Europese statistieken van andere diensten van de Commissie (DG Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie (EMPL), DG Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf (GROW) en DG Gezondheid en Voedselveiligheid (SANTE)), en van de ESGAB en het Raadgevend Comité. Wij hebben niet gekeken naar de kwaliteit van de door de lidstaten ingezonden gegevens, noch naar de door het ESCB geproduceerde Europese statistieken of de exploitatie van nieuwe gegevensbronnen.

18 Wij hebben ons werk gebaseerd op criteria uit diverse bronnen, zoals overeengekomen beginselen voor officiële statistieken, de desbetreffende uitvoeringsrichtsnoeren en internationale beste praktijken (zie bijlage III).

19 Naast onderzoek van gegevens en statistieken hebben wij gekeken naar relevante wetgeving, internationale richtsnoeren en aanbevelingen, en door de Commissie en geselecteerde lidstaten verstrekte documenten, met inbegrip van hun antwoorden op gedetailleerde vragenlijsten die betrekking hadden op de volledige reikwijdte van de controle. We hebben een steekproef beoordeeld van 13 subsidies die relevant zijn voor de 3 thematische gebieden (zie bijlage IV) die door Eurostat werden beheerd in het kader van het programma 2013‑2020. Deze subsidies hadden betrekking op projecten die worden uitgevoerd door nationale instituten voor de statistiek of andere nationale instanties in onze vijf lidstaten.

20 Wij hebben gesprekken gevoerd met personeelsleden van de Commissie, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties in de vijf lidstaten, en van drie internationale organisaties (IAO, OESO en WHO). Ook hebben wij vergaderingen van het ESS-comité bijgewoond en gesprekken gevoerd met huidige en voormalige leden van de governanceorganen van het ESS (de ESGAB en het Raadgevend Comité), het Bureau voor de Statistiek van de EVA, de Federation of European National Statistical Societies, de Royal Statistical Society en deskundigen op het gebied van arbeids-, bedrijfs- en gezondheidsstatistieken. Vanwege de situatie in verband met COVID-19 hebben wij de gesprekken uitsluitend per videoconferentie gevoerd.

Opmerkingen

De strategie en de programma’s voldeden aan de verwachtingen, maar er was onvoldoende aandacht voor innovatie en er was niet aan alle gebruikersbehoeften voldaan

21 De Commissie voert haar strategische prioriteiten hoofdzakelijk uit door middel van opeenvolgende programma’s, die zo zouden moeten worden opgezet dat ze beantwoorden aan de behoeften van de gebruikers van Europese statistieken en die zo nodig zouden moeten worden herzien om rekening te houden met eventuele onverwachte veranderingen (zie figuur 3). In de hiernavolgende delen onderzoeken wij of:

  1. de statistische programma’s van de Commissie en de strategische plannen van Eurostat goed zijn ontworpen, alomvattend zijn en doeltreffend worden gemonitord;
  2. de programma’s beantwoorden aan de behoeften van de gebruikers, en
  3. de programma’s waar bieden voor hun geld door middel van subsidies aan nationale statistische systemen.

Figuur 3 — Meerjarige financiële planning, programma’s en strategieën van Eurostat

Bron: ERK.

De strategische plannen en programma’s voldeden grotendeels aan de institutionele verwachtingen, maar schoten tekort wat betreft het meten van de vooruitgang

22 We onderzochten het programma voor de periode 2013‑2020 en de strategische plannen van Eurostat voor de perioden 2016‑2020 en 2020‑2024, de jaarlijkse werkprogramma’s voor statistiek sinds 2013 en documentatie over de monitoring en evaluatie van de programma’s. Ook hebben wij gekeken naar het huidige programma binnen het EU-programma voor de eengemaakte markt voor 2021‑2027, naar het mechanisme dat is gebruikt om in de periode 2013‑2020 prioriteiten vast te stellen, en naar de inhoud van de besprekingen die in 2019 binnen het ESS werden gevoerd om die prioriteiten voor de periode 2021‑2027 te wijzigen.

23 Wij stelden vast dat het programma voor de periode 2013‑2020 grotendeels was ontworpen om tegemoet te komen aan de verwachtingen en behoeften van de institutionele gebruikers van Europese statistieken en een kader voor monitoring omvatte. De Commissie was later echter van oordeel dat sommige van de KPI’s die aanvankelijk werden gebruikt om de doeltreffendheid van het programma te meten, geen verband hielden met de doelstellingen van het programma of dat daarmee niet het effect van de EU-financiering kon worden aangetoond. Deze KPI’s werden vervangen door andere (zie figuur 4). Door deze vervanging en de veranderingen in de methodologie in de enquête over de tevredenheid van de gebruikers kon het worden gemeten welke vooruitgang over de volledige periode van zeven jaar was geboekt.

Figuur 4 — Evolutie van de kernprestatie-indicatoren van Eurostat voor het programma 2013‑2020

KPI 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
Aantal gegevensextracties door externe gebruikers uit openbare databanken van Eurostat (EuroBase en Comext) via de Eurostat-website
Statistische dekking (gemeten als aantal indicatoren, subindicatoren en alle uitsplitsingen daarvan)        
Impact van Eurostat op het internet: a) aantal vermeldingen, b) percentage negatieve meningen        
Percentage gebruikers dat de algemene kwaliteit van Europese statistieken als “zeer goed” of “goed” beoordeelt      
Actualiteit van een deelverzameling van de door Eurostat verstrekte statistieken, gemeten als het aantal dagen tussen de laatste dag van de referentieperiode van de statistieken en de dag van publicatie van het desbetreffende nieuwsbericht        
Percentage gebruikers dat de actualiteit van Europese statistieken voor hun doeleinden als “zeer goed” of “goed” beoordeelt      
Stiptheid van een steekproef van statistieken: gemiddeld aantal dagen te vroeg (positief) of te laat (negatief), in vergelijking met het wettelijke streefdoel: VEEI’s en buitenlandse handel van de EU
Percentage gebruikers dat de vergelijkbaarheid van Europese statistieken tussen regio’s en landen als “zeer goed” of “goed” beoordeelt      
Percentage van de tijdreeksen die tien of meer opeenvolgende jaren bestrijken        
Lengte van de tijdreeks van een steekproef van statistieken: actieve reeksen euro-indicatoren      

Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie.

Er wordt niet voldoende aan de behoeften van de gebruikers voldaan en er zijn nog steeds gegevenslacunes

24 Om de relevantie van statistieken te waarborgen, moeten zij in de eerste plaats worden gegenereerd met de gebruikers in gedachten. De productie ervan is geen doel op zich, maar moet ten dienste staan van diegenen die de gegevens gebruiken om beleid en resultaten te verbeteren. Met dit doel voor ogen moet Eurostat alle soorten gebruikers raadplegen om de behoeften vast te stellen waarin de strategische planning moet voorzien. Als het belangrijkste vertegenwoordigende orgaan van gebruikers moet het Raadgevend Comité bijstand bieden door ervoor te zorgen dat in het proces van planning van het programma rekening wordt gehouden met hun behoeften en door betrekkingen aan te knopen met de nationale raden van statistiekgebruikers12 (zie figuur 5).

Figuur 5 — Gebruikers van Europese statistieken

Bron: ERK.

25 Eurostat brengt de gebruikersbehoeften via een aantal kanalen in kaart. Het organiseert bijvoorbeeld jaarlijkse hoorzittingen om andere diensten van de Commissie te raadplegen, voert twee keer per jaar een enquête uit over de tevredenheid van de gebruikers en houdt incidentele, minder representatieve raadplegingen over specifieke producten (bijv. het European Statistical Recovery Dashboard).

26 Het Raadgevend Comité geeft voorrang aan de behoeften die voortvloeien uit het EU-beleid en uit EU-initiatieven. Bovendien nemen de twaalf door de Commissie benoemde leden op persoonlijke titel deel en vertegenwoordigen zij niet de wetenschappelijke verenigingen, universiteiten en onderzoeksinstellingen waarvan zij afkomstig zijn13. Zij zorgen dus niet echt voor een collectief standpunt. Andere belangrijke gebruikers en belanghebbenden, zoals het maatschappelijk middenveld, niet-gouvernementele organisaties die kwetsbare en gemarginaliseerde groepen vertegenwoordigen en internationale organisaties, zijn er niet bij betrokken.

27 Sinds zijn oprichting heeft het Raadgevend Comité geen significante vooruitgang geboekt in de richting van het tot stand brengen van betrekkingen met nationale gebruikers van statistieken. Het heeft zelfs pas in 2021 een overzicht opgesteld van 23 nationale raden van statistiekgebruikers en plannen gemaakt om zijn samenwerking met deze raden te versterken. Bovendien hebben wij tijdens onze werkzaamheden bewijzen gevonden dat de activiteiten van de Italiaanse gebruikersraad waren opgeschort en dat een dergelijke raad in Kroatië nog niet operationeel was.

28 Onze controle bracht lacunes aan het licht in de statistieken met betrekking tot “gegevens op het gebied van gezondheid die geen betrekking hebben op uitgaven” en morbiditeit. Statistieken met betrekking tot gegevens op het gebied van gezondheid die geen betrekking hebben op uitgaven, zoals middelen en activiteiten in de gezondheidszorg, worden vrijwillig verstrekt, en de gegevensreeksen zijn nog onvolledig omdat niet alle lidstaten alle overeengekomen gegevens bij Eurostat indienen. Een ontwerpuitvoeringsverordening met een minimumlijst van vereisten moet worden aangenomen en de eerste datatransmissie wordt in 2023 verwacht. Er wordt verwacht dat de kwaliteit (met inbegrip van de volledigheid) zal verbeteren, tenzij aan bepaalde lidstaten vrijstellingen worden toegekend. Statistieken over morbiditeit zijn al meer dan tien jaar in ontwikkeling en zijn nog steeds niet afgerond.

29 Een andere belangrijke lacune die wij hebben vastgesteld, houdt verband met de EU-definitie van kleine en middelgrote ondernemingen, die Eurostat niet correct toepast omdat het in sommige lidstaten moeilijk is alle financiële gegevens te verkrijgen. De indeling van kleine en middelgrote ondernemingen in Europese statistieken is alleen gebaseerd op het aantal werknemers (minder dan 250 personen) en houdt geen rekening met de financiële criteria (jaaromzet en balanstotaal).

De financiering van EU-statistieken wordt niet op passende wijze verkregen en er wordt hierbij onvoldoende prioriteit gegeven aan innovatieve projecten

30 De Commissie moet voorzien in de belangrijkste behoeften van gebruikers en moet nationale financiering aanvullen door toereikende financiële middelen te verstrekken aan de nationale statistische systemen, zoals aanbevolen in internationale richtsnoeren (zie bijlage III). De financiering van het programma wordt toegewezen via jaarlijkse werkprogramma’s, die door de Commissie worden opgesteld en goedgekeurd en die betrekking hebben op financiering via subsidies, aanbestedingen en andere overeenkomsten. Het meerjarig financieel kader voor de periode 2021‑2027 omvat 552 miljoen EUR voor het programma: ongeveer 78,9 miljoen EUR per jaar (+29 % ten opzichte van het jaarlijks gemiddelde voor de periode 2013‑2020). De jaarlijkse bijdrage van de EU aan het ESS is goed voor 2,4 % van de totale geraamde kosten voor de productie van officiële statistieken (ongeveer 3 miljard EUR in 2020 volgens een door Eurostat uitgevoerd kostenevaluatieonderzoek14).

31 Subsidies zijn het meest gebruikte en meest gevestigde middel om de ontwikkeling van nieuwe statistieken aan te moedigen als reactie op door institutionele gebruikers aangegeven behoeften. Deze zijn vraaggestuurd en financieren ongeveer 70 % van de projectkosten voor de ontwikkeling van statistische activiteiten, zoals de totstandbrenging van nieuwe enquêtemodules, face-to-facegegevensverzameling en telefonische interviews.

32 Eurostat beheert ook subsidies die door andere diensten van de Commissie (bijv. DG EMPL en DG SANTE) buiten het programma om worden gefinancierd (zie figuur 6). Net als de in het kader van het programma gefinancierde subsidies hebben deze als doel de ontwikkeling van statistieken aan te moedigen om in de specifieke behoeften van de DG’s te voorzien, hoewel zij soms ook ten goede komen aan statistische activiteiten die reeds verplicht zijn. In dit verband hebben wij in 2012 het volgende aanbevolen: “Teneinde tot een volledige uitvoering van de Praktijkcode Europese statistieken te komen, moet de Commissie: e) […] het mechanisme voor gesubdelegeerde beleidskredieten voor de productie van statistieken […] geleidelijk ”. Wij zijn van mening dat de huidige regeling, waarbij Eurostat financieel afhankelijk is van andere DG’s, niet volledig in overeenstemming is met internationale aanbevelingen en beste praktijken inzake adequate financiering en de institutionele onafhankelijkheid niet bevordert.

Figuur 6 — Statistieksubsidies afkomstig van andere DG’s, doch beheerd door Eurostat, 2013‑2020

NB: Overige DG’s omvatten DG DEVCO, DG EAC, DG HOME en DG MOVE.

Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie.

33 Wij hebben vastgesteld dat de EU-subsidies grotendeels de institutionele behoeften afdekken, waarbij met een aanzienlijk aantal subsidies verplichte statistische activiteiten worden gefinancierd en, in sommige gevallen, de normale personeelskosten van de nationale statistische systemen worden gedekt. Slechts enkele subsidies dienen ter financiering van innovatieve projecten (bijv. proefprojecten over morbiditeitsstatistieken) met een aanzienlijke toegevoegde waarde die anders niet op nationaal niveau zouden worden gefinancierd.

34 De gefinancierde projecten moeten worden geëvalueerd om na te gaan of de doelstellingen ervan worden bereikt en zij voordelen opleveren die in verhouding staan tot de geïnvesteerde middelen. Hoewel de afzonderlijke subsidies waren beoordeeld, was er over het algemeen geen onderbouwing van de kwalitatieve beoordeling van de resultaten, waardoor het risico bestaat dat de mogelijkheden voor follow-up worden beperkt en de duurzaamheid van de resultaten wordt verminderd.

Eurostat biedt nationale statistische systemen passende ondersteuning, maar de beoordeling en de verspreiding vertonen nog tekortkomingen

35 Eurostat heeft tot taak Europese statistieken te ontwikkelen, te produceren en te verspreiden15. Daartoe verleent het steun aan de nationale instituten voor de statistiek, beoordeelt het de kwaliteit van de van de lidstaten ontvangen gegevens aan de hand van de vastgestelde criteria (zie paragraaf 03), en zorgt het vervolgens voor consolidatie en publicatie. De kwaliteitscriteria “relevantie” en “toegankelijkheid en duidelijkheid” worden behandeld in respectievelijk de paragrafen 24-29 en 59-69.

36 Eurostat moet beschikken over een doeltreffend kwaliteitsbeheerssysteem, met schriftelijke procedures voor de kwaliteitsbeoordeling van elk thematisch gebied16 (zie figuur 7).

Figuur 7 — Kwaliteitsbeoordelingsproces: van indiening tot publicatie van gegevens

Bron: ERK, op basis van informatie van de Commissie.

37 In de volgende delen onderzoeken we of Eurostat:

  1. de nationale instituten voor de statistiek passende ondersteuning biedt;
  2. een degelijke beoordeling uitvoert van de kwaliteit van de binnenkomende gegevens, en
  3. er bij de verspreiding van statistieken voor zorgt dat alle gebruikers transparante en gelijke toegang hebben.

Eurostat biedt nationale statistische systemen passende ondersteuning

38 In zijn rol van coördinator voor de verbetering van de kwaliteit van Europese statistieken moet Eurostat de lidstaten tijdig passende ondersteuning bieden en samenwerkingsnetwerken ontwikkelen om het delen van kennis te bevorderen17. Uit de beschikbare documenten hebben wij afgeleid dat de steun van Eurostat aan de lidstaten doorgaans adequaat is en op tijd komt. Zo heeft het uitbreken van de COVID-19-pandemie bij regeringen, de media en de bevolking geleid tot een ongekende vraag naar snelle en betrouwbare statistieken op verschillende gebieden (zie bijlage I). Kort na het uitbreken van de pandemie heeft Eurostat richtsnoeren en methodologische notities uitgebracht over de productie van gegevensreeksen zoals de arbeidskrachtenenquête.

39 Eurostat beschikt echter niet over schriftelijk vastgelegde interne procedures voor het verlenen van steun, met name wat het tijdschema betreft. Wij hebben voorbeelden gevonden van complexe methodologische problemen die pas na lange tijd konden worden opgelost. Het probleem van de behandeling van gegevens over langdurige zorg (onderscheid tussen het sociale en het gezondheidsaspect) bestaat bijvoorbeeld al sinds in 2015 het systeem van gezondheidsrekeningen 2011 werd ingevoerd18. Het probleem heeft gevolgen voor de volledigheid en de vergelijkbaarheid van gegevens op dat gebied. Een taskforce is in februari 2022 aan dit probleem gaan werken en zal naar verwachting eind 2023 met een verslag komen.

De kwaliteitsrapportage van de lidstaten is niet volledig geharmoniseerd en gedocumenteerd

40 Het ESS-handboek bevat richtsnoeren voor de opstelling, door ESS-partners, van kwaliteitsverslagen voor producenten en gebruikers over het hele scala aan statistische processen en outputs. Voor elke statistische gegevensreeks moeten deze verslagen tussen en binnen statistische processen worden geharmoniseerd met het oog op naleving van de richtsnoeren om ervoor te zorgen dat essentiële informatie over gegevensverzamelings- en valideringsprocessen aan gebruikers en producenten beschikbaar wordt gesteld.

41 Wij onderzochten of de door de lidstaten ingediende kwaliteitsverslagen op de drie door onze controle afgedekte thematische gebieden in overeenstemming waren met het ESS-handboek en informatie bevatten die zowel geschikt als geharmoniseerd was om een goede beoordeling en goed begrip van de overeenkomstige statistische output mogelijk te maken.

42 Op grond van de sectorale verordeningen zijn de lidstaten verplicht Eurostat kwaliteitsverslagen en metagegevens toe te zenden met tussenpozen van maximaal vijf jaar. Een lange periode tussen twee verslagen verhoogt het risico dat de beschrijvingen van bronnen en methoden tussen twee gegevensreeksen zijn veranderd. Bovendien heeft een van de vijf lidstaten in onze steekproef (Kroatië) het verwachte kwaliteitsverslag voor de gegevens over “doodsoorzaken” nog niet ingediend. Er is geen wettelijke verplichting om een kwaliteitsverslag in te dienen voor gegevens op het gebied van gezondheid die geen betrekking hebben op uitgaven. Van de lidstaten wordt echter verwacht dat zij een metagegevensbestand indienen dat niet in overeenstemming is met de structuur van de kwaliteitsverslagen.

43 Er zijn verschillen in rapportage tussen, en zelfs binnen, statistische activiteiten. De mate van gedetailleerdheid varieert per lidstaat in onze steekproef: sommige verstrekken niet voldoende informatie voor een goed begrip en een goede beoordeling van de kwaliteit van de gegevens. Bovendien volgt de structuur van de kwaliteitsverslagen, met uitzondering van de “doodsoorzaken”, niet de richtsnoeren. Deze inconsistenties leiden tot onvolledige informatie die verwarrend kan zijn voor de gebruikers.

De kwaliteitsbeoordeling door Eurostat waarborgde de betrouwbaarheid van de gegevens niet volledig

44 Eurostat is wettelijk gemachtigd om in de lidstaten verificaties ter plaatse uit te voeren op statistische gebieden zoals de buitensporigtekortprocedure en het bruto nationaal inkomen. Eurostat beschikt niet over vergelijkbare bevoegdheden voor de drie gebieden waarop onze controle betrekking heeft. Aangezien EU-bijdragen die via bepaalde financieringsinstrumenten (zoals de nieuwe herstel- en veerkrachtfaciliteit) lopen, worden berekend op basis van Europese statistieken waarvoor Eurostat geen verificatiebevoegdheden heeft en de betrouwbaarheid dus niet kan garanderen (bijv. arbeid en bevolking), bestaat het risico dat de toewijzing van EU-middelen op basis van dergelijke gegevens onnauwkeurig is.

45 Eurostat heeft schriftelijke procedures ontwikkeld voor de validering van gegevens op alle door ons onderzochte thematische gebieden. Die procedures omvatten echter geen grondiger verificaties van de kwaliteit van de gegevens in de lidstaten, zoals verificaties ter plaatse.

46 Eurostat heeft ook gebruikershandleidingen en richtsnoeren opgesteld met betrekking tot het toezicht op de naleving van de EU-statistiekwetgeving. Eén aspect dat in deze richtsnoeren ontbreekt, is een tijdschema voor zijn eigen optreden indien het vaststelt dat een lidstaat zich niet aan de in de regels vastgestelde termijnen houdt.

47 Eurostat gebruikt een reeks IT-instrumenten om valideringscontroles uit te voeren (van zaken als logica, plausibiliteit, consistentie, herzieningspercentages en jaarlijkse wijzigingspercentages). Sommige van deze controles zijn ingebed in de bestanden die de vragenlijst bevatten die de lidstaten moeten invullen, zodat zij vóór verzending eventuele fouten kunnen opsporen en corrigeren. Zodra de valideringen zijn uitgevoerd, krijgen de lidstaten een valideringsverslag ter goedkeuring toegezonden. Pas dan kunnen hun gegevens op grotere schaal worden verspreid.

48 Eurostat, de OESO en de WHO verzamelen en verdelen de valideringen van “gegevens over uitgaven voor gezondheidszorg” en “gegevens op het gebied van gezondheid die geen betrekking hebben op uitgaven” onderling en voeren de controles op dezelfde wijze uit. De gegevens uit de arbeidskrachtenenquête, de gegevens over “doodsoorzaken” en de gegevens over “uitgaven voor gezondheidszorg” worden voor alle lidstaten op gelijke wijze gevalideerd. De definitieve kwaliteitsbeoordelingen voor elke lidstaat zijn echter niet gestructureerd en bevatten geen overzicht van of voorgestelde oplossingen voor alle geconstateerde problemen. Voor de andere thematische gebieden (“gegevens op het gebied van gezondheid die geen betrekking hebben op uitgaven” en structurele bedrijfsstatistieken) ontvingen wij gegevensbestanden, maar geen definitieve kwaliteitsbeoordelingen. Wij hebben vastgesteld dat Eurostat zich bewust was van problemen met de kwaliteit van de gegevens die naar voren kwamen uit zijn valideringswerkzaamheden of uit door de lidstaten verstrekte informatie. Bij sommige problemen met de kwaliteit van gegevens kan het lang duren voordat er een oplossing wordt gevonden (zie bijv. de bespreking van gegevens over langdurige zorg in paragraaf 39).

49 Gedurende de door onze controle bestreken periode stelden wij op de drie gecontroleerde gebieden tekortkomingen vast met betrekking tot de nauwkeurigheid van de gegevens (zie kader 1).

Kader 1

Voorbeelden van tekortkomingen in verband met nauwkeurigheid

Arbeidskrachtenenquête

  • Het non-responspercentage was zeer hoog in de drie lidstaten waar deelname aan de arbeidskrachtenenquête vrijwillig is. In 2018 was dit 34,5 % in Finland, 21,6 % in Litouwen en 42,4 % in Kroatië. In het tweede kwartaal van 2020 bereikte het non-responspercentage voor alle lidstaten vanwege de pandemie een hoogtepunt van 34,6 %.
  • Artikel 3, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 577/98 schrijft het gebruik van een “relatieve standaardafwijking” voor bij de analyse van de representativiteit. Eurostat berekent deze echter niet en gebruikt in zijn analyse evenmin de door de lidstaten ingediende relatieve standaardafwijkingen.

Structurele bedrijfsstatistieken

  • Wij hebben geen aanwijzingen gevonden dat Eurostat responspercentages of betrouwbaarheidsintervallen heeft geëvalueerd.
  • Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 696/93 moeten de lidstaten sinds 1995 bij de opstelling van hun structurele bedrijfsstatistieken het begrip “onderneming” hanteren in plaats van “juridische eenheid”, en het begrip “eenheid van economische activiteit (EEA)” in plaats van “vestiging”. Eurostat is in 2015 begonnen met het afdwingen van de naleving van de verordening. Sommige lidstaten zijn nog bezig met de invoering van de nieuwe statistische eenheid. In het jaar waarin zij dit voor het eerst doen, hebben de veranderingen noodzakelijkerwijs een effect op de gegevens en veroorzaken zij een breuk in de tijdreeks. Wij hebben geen aanwijzingen gevonden dat Eurostat de methodologieën van de lidstaten heeft opgevraagd om een grondige analyse van hun werkzaamheden op dit gebied te kunnen uitvoeren, of dat het enige andere actie heeft ondernomen.

Doodsoorzaken

  • Hoewel elektronische overlijdensakten een snellere rapportage van sterfgevallen mogelijk zouden maken, wordt in Cyprus, Italië en, gedeeltelijk, Finland (85 %) nog gewerkt met papieren akten. De nationale instituten voor de statistiek verzamelen en verwerken ze met behulp van IRIS, een geautomatiseerd coderingssysteem dat de internationale vergelijkbaarheid moet verbeteren. In Italië worden de 20 % door IRIS afgewezen certificaten (120 000 per jaar) handmatig gecodeerd door een team van deskundigen en in Cyprus worden alle certificaten handmatig gecodeerd. Het handmatig coderen van certificaten verhoogt het risico op fouten.

50 Wij onderzochten of Eurostat de naleving van de conceptuele kaders en de mate van vergelijkbaarheid en coherentie van de gegevens analyseerde, en stelden tekortkomingen vast op alle thematische gebieden die onder onze controle vielen (zie kader 2).

Kader 2

Voorbeelden van tekortkomingen die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van gegevens

Arbeidskrachtenenquête

  • De mate van gedetailleerdheid van de vragenlijsten voor de arbeidskrachtenenquête die in de vijf door ons geanalyseerde lidstaten worden gebruikt, loopt uiteen. Wij hebben geen bewijsstukken ontvangen waaruit blijkt dat Eurostat naar behoren heeft geanalyseerd hoe de vragenlijsten zich verhouden tot de verplichte variabelen. Bij de inwerkingtreding van de nieuwe kaderverordening, in 2021, is Eurostat begonnen met het opsporen en corrigeren van deze tekortkomingen.

Structurele bedrijfsstatistieken

  • Het feit dat de lidstaten de nieuwe eenheid “onderneming” op verschillende tijdstippen hebben ingevoerd, had gevolgen voor de gegevens, niet alleen tussen de landen, maar ook in de tijd. In het metagegevensbestand van Eurostat en de kwaliteitsverslagen van de lidstaten wordt verwezen naar breuken in de tijdreeksen als gevolg van de invoering van de eenheid “onderneming”. Eurostat heeft niet verzocht om herberekeningen van de gegevens van voorgaande jaren, rekening houdend met de nieuwe statistische eenheid, teneinde de vergelijkbaarheid in de tijd te waarborgen.

Uitgaven voor gezondheidszorg

  • De uitgaven van niet-marktgebonden aanbieders (voornamelijk producenten van openbare gezondheidszorg) moeten worden gewaardeerd aan de hand van de kostenbenadering, die het verbruik van vaste activa en alle productiekosten op transactiebasis omvat. Van de vijf lidstaten in onze steekproef hanteert alleen Italië deze aanpak waarbij gebruik wordt gemaakt van gegevens uit de nationale rekeningen, hetgeen garandeert dat deze entiteiten correct worden gewaardeerd.

51 Wij hebben ook geconstateerd dat de gegevens over “doodsoorzaken” aanzienlijke verschillen vertonen, hetgeen erop wijst dat zij ondanks een aantal richtsnoeren inzake harmonisatie niet in alle lidstaten op dezelfde wijze worden gecodeerd. Figuur 8 illustreert de slechte vergelijkbaarheid van de gegevens over “doodsoorzaken” in verband met dementie: er blijken aanzienlijke verschillen te bestaan in de wijze waarop de lidstaten dementie coderen, een van de duurste ziekten19 en de op een na belangrijkste doodsoorzaak in hooginkomenslanden20. Hoewel de ziekte van Alzheimer wereldwijd goed is voor 60-70 % van alle gevallen van dementie21, varieerde het aandeel ervan in de categorie “dementie” van de “doodsoorzaken” in 2018 van 3,4 % in Malta tot 99,9 % in Roemenië. Wij vonden ook grote verschillen in het aandeel van de sterfgevallen als gevolg van ziekten van de luchtwegen zoals longontsteking en griep.

Figuur 8 — Dementie, inclusief de ziekte van Alzheimer, als doodsoorzaak: een voorbeeld van beperkte vergelijkbaarheid (gestandaardiseerd sterftecijfer, 2018 per 100 000 inwoners)

NB: gebaseerd op de Internationale Classificatie van Ziekten (ICD-10). De groep met de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie omvat G30 (ziekte van Alzheimer) en F01-F03 (andere vormen van dementie). Frankrijk heeft voor 2018 geen gegevens ingediend (51 in 2017).

Bron: ERK, op basis van gegevens van Eurostat over doodsoorzaken.

52 Verschillen op het gebied van gezondheidsresultaten kunnen niet alleen worden toegeschreven aan verschillen in de gezondheidszorgstelsels of de gezondheidstoestand van de bevolking, maar ook aan nationale en/of geautomatiseerde coderingspraktijken, die kunnen leiden tot niet-vergelijkbare gegevens.

53 In de statistiek zijn actualiteit en stiptheid belangrijk voor een doeltreffende besluitvorming. Voor de drie gecontroleerde gebieden bevatten de sectorale verordeningen referentieperioden en specifieke data waarop de lidstaten gegevens en kwaliteitsverslagen/metagegevensbestanden bij Eurostat moeten indienen (zie figuur 9). De meeste lidstaten dienen alleen gegevens in indien en zoals vereist door de verordeningen.

Figuur 9 — Termijnen voor de indiening van gegevens van de lidstaten

Bron: ERK.

54 Zoals blijkt uit figuur 9, kunnen statistieken voor sommige gebieden tot 24 maanden na de referentieperiode worden ingediend, waardoor zij voor de gebruikers minder nuttig zijn. In 2018, 2019 en 2020 hebben respectievelijk slechts zes, negen en acht lidstaten binnen vier maanden na het einde van het referentiejaar vrijwillig gegevens over uitgaven voor gezondheidszorg ingediend, met actuelere gegevens als resultaat. Bovendien beschikt het ESS, wanneer zich nieuwe behoeften voordoen, niet over de nodige procedurele flexibiliteit om snel met nieuwe gegevensreeksen te kunnen reageren. Dit is met name duidelijk geworden in verband met COVID-19, waarvoor niet onmiddellijk gegevens beschikbaar waren voor gezondheids- en bedrijfsstatistieken. Met name wat betreft de gegevens over doodsoorzaken was het noodzakelijk alternatieve manieren te vinden om het sterftecijfer te berekenen, te weten de organisatie van een vrijwillige gegevensverzameling inzake wekelijkse sterfgevallen om de maandelijkse oversterfte te kunnen berekenen (zie bijlage V).

55 Wij constateerden tekortkomingen op het gebied van stiptheid voor alle statistische gebieden die onder onze controle vielen. Vertragingen bij het verstrekken van gegevens die al achterhaald zijn, maken het hele proces ondoeltreffend vanuit het oogpunt van de behoeften van de gebruikers. De beschikbare informatie over de feitelijke data van indiening door de lidstaten levert het bewijs dat de arbeidskrachtenenquête en de gezondheidsstatistieken vertraging hebben opgelopen ten opzichte van de wettelijke termijnen. Voorbeelden van vertragingen in verband met gezondheidsstatistieken zijn te vinden in kader 3. Dergelijke informatie was niet beschikbaar voor de structurele bedrijfsstatistieken, hetgeen betekent dat wij de situatie voor dat gebied niet konden beoordelen.

Kader 3

Voorbeelden van vertragingen bij de indiening van gegevens

Uitgaven voor gezondheidszorg

  • Tijdens de gegevensverzamelingsronden van 2018 en 2019 (referentiejaren 2016 en 2017) heeft één lidstaat alle vereiste informatie 44 dagen te laat ingezonden. Geen enkele andere vertraging bedroeg meer dan 17 dagen.
  • De situatie was erger in 2020, toen acht lidstaten de termijn voor indiening niet haalden. De vertraging varieerde van 21 tot 75 dagen.

Doodsoorzaken

  • In 2018 (referentiejaar 2016) hebben drie lidstaten de vereiste gegevens na de termijn ingestuurd. Metagegevensbestanden waren vereist, maar drie lidstaten hebben deze te laat ingediend en zeven hebben ze helemaal niet ingestuurd.
  • In 2019 en 2020 (referentiejaren 2017 en 2018) waren 13 lidstaten in staat om binnen 18 maanden gegevens te verstrekken. Drie lidstaten stuurden de gegevens na afloop van de termijn in en dienden de vereiste metagegevensbestanden niet in. Frankrijk heeft met name pas in september 2021 gegevens over 2017 ingediend (een vertraging van 21 maanden), en heeft nog steeds geen gegevens over 2018 en 2019 ingediend. Pas na respectievelijk 12 en 14 maanden heeft Eurostat brieven naar Frankrijk gestuurd wegens niet-naleving van de verordening.

Gegevens op het gebied van gezondheid die geen betrekking hebben op uitgaven

  • In 2018 hebben tien lidstaten, waaronder het VK, ten minste de eerste versie van de vragenlijst met gegevens na afloop van de overeengekomen termijn ingediend, terwijl vier lidstaten slechts te laat waren met de definitieve vragenlijst.
  • In 2019 en 2020 hebben respectievelijk 19 en 11 lidstaten hun gegevens (ten minste één vragenlijst) en metagegevensbestanden na afloop van de termijn ingediend.

56 Bij de samenstelling van EU-aggregaten moet Eurostat waar nodig schattingen maken van de gegevens van de lidstaten. Wij stelden vast dat de lidstaten vaak geen gegevens verstrekten voor de drie thematische gebieden in onze controle, of dat zij te laat verslag uitbrachten. Waar dit het geval is (bijv. voor gegevens op het gebied van gezondheid die geen betrekking hebben op uitgaven en voor structurele bedrijfsstatistieken), heeft Eurostat ramingen gebruikt om een EU-aggregaat te verkrijgen. Een uitzondering hierop was het EU-aggregaat “doodsoorzaken” voor 2018, dat niet werd geproduceerd omdat Eurostat geen schatting voor Frankrijk opstelde (zie kader 3).

Geharmoniseerde informatie en monitoringindicatoren ontbreken in de rapportage aan het Parlement en de Raad

57 Ten slotte moet de Commissie om de drie jaar aan het Parlement en de Raad verslag uitbrengen over de kwaliteit van de door haar verspreide statistieken, met uitzondering van gezondheidsstatistieken. Wij hebben de twee recentste verslagen onderzocht die betrekking hadden op de arbeidskrachtenenquête en de structurele bedrijfsstatistieken. Wij constateerden dat de mate van gedetailleerdheid van de twee verslagen verschilde en dat de informatie ontoereikend was om een duidelijk beeld te krijgen van de bestaande tekortkomingen (zie kader 4).

Kader 4

Tekortkomingen in de rapportage over kwaliteit aan het Parlement en de Raad

Arbeidskrachtenenquête — verslag 2019

  • Informatie over enkele nauwkeurigheidsmaatregelen, maar geen vergelijkende analyse voor 2014‑2017.
  • Er was een tabel met het aantal kalenderdagen tussen het einde van het referentiejaar en de verspreiding van nationale gegevens door Eurostat, maar er werd niet aangegeven welke lidstaten wanneer gegevens verstrekten.
  • Geen informatie over statistieken betreffende de toegang tot microgegevens, de duidelijkheid van websites, of welke lidstaten onderbrekingen in de tijdreeksen hadden.

Structurele bedrijfsstatistieken — verslag 2021

  • De lidstaten worden volgens de mate van naleving gegroepeerd in categorieën, maar er is geen informatie over de criteria voor de indeling, en de lidstaten in elke categorie worden niet genoemd.
  • Geen informatie aan de hand waarvan de lidstaten die te laat hebben gerapporteerd, kunnen worden geïdentificeerd, of over de duur van de vertragingen.
  • Geen verwijzing naar mogelijke problemen inzake vergelijkbaarheid als gevolg van de invoering van de nieuwe statistische eenheid “onderneming”.
  • Geen informatie over potentiële inspanningen om beter tegemoet te komen aan de behoeften van de gebruikers, zoals actuelere gegevens en de beschikbaarheid van een gegevensreeks voor kleine en middelgrote ondernemingen zoals gedefinieerd door de EU.

58 In geen van beide verslagen werd gebruikgemaakt van gedetailleerde monitoringindicatoren om de voortgang van de verordeningen betreffende de arbeidskrachtenenquête en de structurele bedrijfsstatistieken te laten zien. Voor elke statistische output zijn passende indicatoren nodig om de uitvoering van de verordeningen goed te kunnen monitoren en om geharmoniseerde informatie over de kwaliteit van de gegevens te kunnen samenstellen.

De verspreidingsprocedures zijn onvoldoende geharmoniseerd

59 Om bij de verspreiding van statistieken te waarborgen dat deze toegankelijk en duidelijk zijn, moet Eurostat onder meer beschikken over geschikte schriftelijke procedures, met een publicatiebeleid en een tijdschema voor publicaties22. In het publicatiebeleid moet een onderscheid worden gemaakt tussen verschillende soorten publicaties en uitsplitsingen, en het tijdschema voor publicaties en het herzieningsbeleid en de herzieningskalender moeten van tevoren openbaar worden gemaakt.

60 Uit de door ons onderzochte documenten blijkt dat Eurostat een reeks instrumenten en procedures, zoals redactionele regels, heeft vastgesteld die het toepast op het verspreidingsproces. Er zijn echter geen regels waarmee de termijn wordt vastgesteld die verloopt tussen het verzamelen van gegevens en de publicatie ervan door Eurostat, en er werd evenmin een vereiste vastgesteld dat de gegevens voor alle lidstaten op dezelfde datum worden gepubliceerd. Sinds medio 2021 heeft Eurostat in overeenstemming met de Praktijkcode een jaarkalender voor de publicatie van de voornaamste producten opgesteld en gepubliceerd.

61 Wij hebben de publicatiedata van de gegevens van de arbeidskrachtenenquête en de gegevens over de uitgaven voor gezondheidszorg onderzocht, de enige bestanden die ons ter beschikking werden gesteld. In de periode 2018‑2020 werden de gegevens van de arbeidskrachtenenquête niet voor alle lidstaten op dezelfde datum door Eurostat verspreid. Hetzelfde gold voor de gegevens over de uitgaven voor gezondheidszorg, omdat sommige lidstaten (zie paragraaf 54 en kader 3) te laat waren met het indienen van de gegevens en het beantwoorden van de vragen van Eurostat tijdens het valideringsproces. Vertragingen bij de verspreiding zorgden voor een langere periode tussen het referentiejaar en de publicatiedatum.

62 In overeenstemming met de Praktijkcode heeft Eurostat voor 2022 een jaarkalender opgesteld en gepubliceerd voor de publicatie van de belangrijkste producten. Met betrekking tot de drie thematische gebieden van onze controle worden bepaalde details (indicatoren, uitsplitsing naar niveau van de indeling, referentieperioden, elementen die worden herzien, enz.) echter niet gepubliceerd.

63 Een van de doelstellingen van een beleid en een tijdschema voor herzieningen is de gebruikers te informeren over de te verwachten gevolgen van geplande wijzigingen voor de vergelijkbaarheid, zodat zij beter in staat zijn onderbrekingen in tijdreeksen te voorspellen en aan te pakken (zie bijlage III). Wij stelden vast dat Eurostat de gegevens actualiseerde wanneer de gegevens binnenkwamen en als herzieningen en correcties nodig waren. Eurostat heeft geen algemeen herzieningsbeleid, maar er is wel specifiek beleid ontwikkeld voor gebieden als bedrijfsstatistieken. Gegevens met betrekking tot andere gebieden, zoals “uitgaven voor gezondheidszorg” en “doodsoorzaken”, worden wel herzien, maar deze herziening valt niet onder een gemeenschappelijk beleid: herzieningen hangen af van het beleid van elke lidstaat.

Toegang vóór publicatie kan de gelijkheid in gevaar brengen en het lekken van informatie mogelijk maken

64 Om vertrouwen in officiële statistieken te wekken, wordt zowel in het rechtskader van de EU als in internationale statistische beginselen bepaald dat alle gebruikers gelijk moeten worden behandeld23. De desbetreffende internationale richtsnoeren zijn nog explicieter, in die zin dat daarin sprake is van gelijktijdige toegang (zie bijlage III).

65 Bij de collegiale toetsing van 2014 gaf de ESGAB aan dat er sterke argumenten waren voor een volledig verbod op toegang vóór publicatie en beval zij een volledig onderzoek aan naar de gevolgen van deze handelswijze (zie bijlage VI: 2014/11). Sindsdien heeft de ESGAB nog vier andere aanbevelingen geformuleerd, onder meer over vermindering van de frequentie waarmee en het aantal statistieken waarvoor toegang vóór publicatie wordt verleend, en over de harmonisatie en transparantie van de praktijken inzake toegang vóór publicatie bij ESS-partners (2015/5, 2015/6, 2015/7, 2018/124). Wij hebben vastgesteld dat Eurostat enige vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van deze aanbevelingen. In 2021 verzocht de ESGAB Eurostat een kritisch onderzoek uit te voeren naar de praktijk waarbij het binnen de Commissie toegang biedt tot statistieken voordat deze worden gepubliceerd (zie bijlage VI: 2021/4). Als reactie hierop heeft Eurostat toegezegd een overzicht te geven van de huidige stand van zaken in de bestaande memoranda van overeenstemming met de andere diensten van de Commissie.

66 Toegang vóór publicatie is op ESS-niveau gerechtvaardigd op grond van de Praktijkcode25. Eurostat biedt zijn eigen hoger management, het DG Economische en Financiële Zaken, DG EMPL en de ECB, alsmede de media, toegang tot bepaalde belangrijke gegevens voordat deze worden gepubliceerd. Geaccrediteerde persagentschappen ontvangen nieuwsberichten van tevoren onder embargo via elektronische middelen26. Het Italiaanse nationale instituut voor de statistiek daarentegen biedt alleen toegang vóór publicatie tijdens een briefing voor journalisten, zonder contact met de buitenwereld (het zogenaamde “lock-upsysteem”)27. Wij zijn van mening dat de regeling van Eurostat niet garandeert dat er geen gegevens uitlekken.

67 Toegang tot macro-economische gegevens van de EU vóór publicatie houdt het risico in van economisch winstbejag door diegenen die deze toegang krijgen (zie kader 5). De mogelijkheid van toegang vóór publicatie zou kunnen leiden tot kansen voor economisch voordeel die de markten ernstig zouden kunnen verstoren.

Kader 5

Onderzoek naar het potentiële effect van toegang vóór publicatie op de kapitaalmarkten

Uit een analyse van handelsgegevens van de periode tussen januari 2011 en maart 2017 in Zweden, waar er geen toegang vóór publicatie wordt geboden, bleek dat de Zweedse kroon geen schommelingen of tekenen van beweging vertoonde in de aanloop naar de publicatie van officiële macro-economische gegevens.

In het VK, waar er ruime toegang vóór publicatie was, bleek uit een analyse van de handelsgegevens van de periode tussen april 2011 en december 2016 dat het pond sterk bewoog in het uur voordat de gegevens werden gepubliceerd. Als gevolg daarvan heeft het nationale instituut voor de statistiek van het Verenigd Koninkrijk in juli 2017 besloten om meer beperkingen op te leggen aan de toegang vóór publicatie.

Uit een analyse van de handelsgegevens van de periode van 2012 tot 2017 in Duitsland, waar ook op grote schaal toegang vóór publicatie werd geboden, bleek dat valutafutures in euro in de dertig minuten voordat de gegevens werden gepubliceerd meer bewogen dan gewoonlijk. Dat heeft ertoe geleid dat het Duitse nationale instituut voor de statistiek in december 2017 heeft besloten de toegang vóór publicatie voor persagentschappen te beperken.

In de VS ten slotte, waar er toegang vóór publicatie bestaat, bleek uit een analyse uit 2016 van handelsgegevens van de periode tussen januari 2008 en maart 2014 dat er bewijs was voor aanzienlijke op informatie gebaseerde handel vóór het officiële tijdstip van publicatie van macro-economische nieuwsberichten in de VS.

Bron: Kurov, A. et al., Price drift before U.S. macroeconomic news: private information about public announcements?, Working Paper Series nr. 1901, ECB, 2016; Kurov, A., Drift Begone! Release Policies and Preannouncement Informed Trading, 2021; Georgiou, A., Prerelease access to official statistics is not consistent with professional ethics, Statistical Journal of the IAOS, vol. 36, nr. 2, blz. 313-325, 2020; Georgiou, A., Pre-release access to official statistics is not consistent with professional ethics: Some additional reflections, Statistical Journal of the IAOS, vol. 38, nr. 1, blz. 321-329, 2022.

68 Met het oog op de transparantie wordt in de internationale beste praktijken aanbevolen persberichten vergezeld te doen gaan van een lijst inzake toegang vóór publicatie. Op de website van Eurostat wordt echter geen uitgebreide informatie verstrekt over alle gebruikers en aangewezen posten die toegang krijgen vóór publicatie.

69 In het ESS hebben ten minste tien landen (Tsjechië, Denemarken, Kroatië, Italië, Polen, Slovenië, Finland, Zweden, IJsland en Noorwegen) een einde gemaakt aan de praktijk waarbij regeringen en/of de media toegang krijgen vóór publicatie. De praktijken in verband met toegang vóór publicatie binnen het ESS zijn derhalve nog steeds niet geharmoniseerd (zie paragraaf 65).

Het potentieel van collegiale toetsingen om verbeteringen tot stand te brengen, is niet volledig benut

70 Collegiale toetsingen worden gebruikt om te beoordelen of Eurostat en de nationale statistische systemen in het algemeen voldoen aan de beginselen van de Praktijkcode, die de hoeksteen vormt van het gemeenschappelijk kwaliteitskader van het ESS. De collegiale toetsing van nationale statistische systemen wordt uitgevoerd door een team van deskundigen en de collegiale toetsing van Eurostat door de ESGAB. Sinds de Praktijkcode in 2005 voor het eerst werd vastgesteld, heeft het ESS drie rondes van zelfregulerende collegiale toetsingen georganiseerd, hetgeen betekent dat de besluiten over deze collegiale toetsingen intern door het ESS-comité worden genomen (zie figuur 2). In de hiernavolgende delen onderzoeken wij of:

  1. de Commissie de aanbevelingen van de tweede collegiale toetsing doeltreffend heeft uitgevoerd;
  2. het toezicht van Eurostat op de vorderingen in de nationale statistische systemen bij de uitvoering van de aanbevelingen van de tweede collegiale toetsing doeltreffend is geweest, en
  3. de opzet van de derde ronde van collegiale toetsingen van nationale statistische systemen geschikt is voor het beoogde doel.

De Commissie heeft goede vooruitgang geboekt met de meeste aanbevelingen van de collegiale toetsing

71 Om ervoor te zorgen dat de aanbevelingen van de ESGAB een maximaal effect sorteren, is het belangrijk dat de Commissie deze snel en zo volledig mogelijk uitvoert. Indien dit niet gebeurt, moet zij een goede motivering geven in overeenstemming met de internationale richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken op het gebied van statistiek.

72 In 2014 heeft de ESGAB de tweede collegiale toetsing van Eurostat uitgevoerd en 16 aanbevelingen gedaan die betrekking hadden op 6 hoofdgebieden: de wetgeving die ten grondslag ligt aan de procedures voor de benoeming en het ontslag van het hoger management, de architectuur van de statistiekwetgeving, de coherentie van Europese statistieken, verspreiding, communicatie en gebruikers, en coördinatie (zie bijlage VI). In reactie hierop heeft Eurostat een uitvoeringsplan opgesteld met twintig verbeteringsmaatregelen28.

73 Wij hebben vastgesteld dat de Commissie goede vooruitgang heeft geboekt met betrekking tot de meeste aanbevelingen van de collegiale toetsing, met name die in verband met de wetgevingsarchitectuur en met communicatie en gebruikers. Enkele belangrijke aanbevelingen op het gebied van onafhankelijkheid en onpartijdigheid (wetgeving over de benoeming en het ontslag van het hogere management en toegang vóór publicatie — zie de paragrafen 64-69) werden echter niet aanvaard en/of niet doeltreffend uitgevoerd29.

74 In het kader van de collegiale toetsing van 2014 heeft de ESGAB vier aanbevelingen gedaan die betrekking hadden op het volledige scala aan EU-wetgeving inzake de aanwerving, de benoeming en het ontslag van het hogere management van Eurostat (zie bijlage VI: 2014/1 — 2014/4). Eurostat heeft deze aanbevelingen echter niet aanvaard en heeft geen overeenkomstige verbeteringsmaatregelen voorgesteld. Eurostat stelde dat de aanbevelingen ofwel verder gingen dan de Praktijkcode (2014/1, 2014/2 en 2014/4), ofwel dat er voldoende mee werd gedaan in het EU-rechtskader (2014/3). Tijdens de volgende collegiale toetsing (2021) heeft de ESGAB een aantal van haar aanbevelingen op dit gebied herhaald (zie bijlage VI: 2021/1 en 2021/2). Deze werden nog steeds niet aanvaard.

75 In 2012 hebben wij ook het volgende aanbevolen:30: “Teneinde tot een volledige uitvoering van de Praktijkcode Europese statistieken te komen, moet de Commissie: […] d) de professionele onafhankelijkheid van het hoofd van het Bureau voor de statistiek van de Europese Unie vergroten door hem of haar voor een vaste termijn aan te stellen na een gunstig advies van ESGAB en goedkeuring van het Europees Parlement en de Raad”. Ondanks de steun van het Europees Parlement werd onze aanbeveling niet uitgevoerd, omdat de Commissie van mening was dat het bestaande rechtskader adequaat was en de nodige waarborgen reeds aanwezig waren.

De beoordeling door Eurostat van de uitvoering van de uit de collegiale toetsingen voortvloeiende verbeteringsmaatregelen door de lidstaten is grotendeels gebaseerd op wederzijds vertrouwen tussen statistische instanties

76 De coördinerende rol van Eurostat omvat ook de doeltreffende monitoring van de aanbevelingen die aan de lidstaten worden gedaan naar aanleiding van collegiale toetsingen door deskundigen. Na de tweede collegiale toetsing (2013‑2015) heeft Eurostat jaarlijkse vragenlijsten gebruikt om te monitoren of de nationale instituten voor de statistiek de overeengekomen verbeteringsmaatregelen uitvoerden (2016‑2019). In het algemeen berustte deze volledige monitoring grotendeels op vertrouwen, aangezien de verbeteringsmaatregelen werden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de nationale instituten voor de statistiek, die ervoor moesten zorgen dat de maatregelen passend en volledig waren en naar behoren werden gedocumenteerd. Pas voor de laatste monitoringronde, in 2019, heeft Eurostat een inspanning geleverd om de gerapporteerde vooruitgang te verifiëren door de lidstaten verzoeken om verduidelijking te sturen.

77 Figuur 10 toont de vooruitgang die de nationale instituten voor de statistiek doorheen de tijd hebben geboekt bij de voltooiing van de verbeteringsmaatregelen naar aanleiding van de tweede collegiale toetsing. Volgens het meest recente monitoringverslag waren 155 van de 910 vastgestelde maatregelen (17 %) eind 2019 nog niet afgerond (zie bijlage VII voor een gedetailleerde uitsplitsing).

Figuur 10 — Voltooiing van verbeteringsmaatregelen sinds 2016

NB: De gegevens voor 2019 omvatten 18 maatregelen die zijn “afgesloten” omdat er geen verdere werkzaamheden waren gepland. Van de 173 onvoltooide maatregelen betroffen er acht het VK en over hun status was geen nadere informatie beschikbaar.

Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie.

78 Wij stelden vast dat de uitvoering van verbeteringsmaatregelen werd belemmerd wanneer de uitvoering van deze maatregelen afhankelijk was van instanties buiten het nationale instituut voor de statistiek of wanneer de politieke wil en/of steun ontbrak. Voor dergelijke maatregelen waren meestal wijzigingen in de wetgeving nodig (bijv. inzake de benoeming en het ontslag van hoofden van nationale instituten voor de statistiek, toegang tot administratieve gegevens, de oprichting van toezichtsorganen), maar sommige betroffen personele of financiële middelen of zelfs IT-ontwikkeling.

79 In Italië en Finland is het wetgevingsproces tot stilstand gekomen en zijn de maatregelen meer dan zeven jaar na de tweede collegiale toetsing nog steeds niet afgerond. In Kroatië en Cyprus werden de nodige wetswijzigingen na een aanzienlijke vertraging van ongeveer vijf jaar doorgevoerd. Hoge vertegenwoordigers van belangrijke belanghebbenden (ministeries, parlement) werden niet vroeg genoeg bij het proces van de collegiale toetsing betrokken om de uitvoering van belangrijke maatregelen inzake kwesties betreffende de institutionele opzet en governance (professionele onafhankelijkheid) te vergemakkelijken.

80 Naast professionele onafhankelijkheid hebben nationale statistische instanties toereikende personele, financiële en technische middelen nodig om hun statistische programma’s uit te voeren (zie bijlage III). Wij hebben de jaarverslagen van de ESGAB, de collegiale toetsingen van de lidstaten en informatie over middelen bestudeerd, en hebben de vijf landen in onze steekproef en andere belanghebbenden gevraagd naar hun mening over governance in de nationale statistische systemen.

81 We stelden vast dat de professionele onafhankelijkheid nog steeds niet altijd is gewaarborgd, met name wanneer het gaat om de benoeming en het ontslag van de hoofden van nationale instituten voor de statistiek. Aangezien andere nationale instanties gewoonlijk deel uitmaken van een ministerie, is hun onafhankelijkheid nog onzekerder. Onze waarneming bevestigt de bevinding van Eurostat dat 25 van de 72 verbeteringsmaatregelen (35 %) met betrekking tot professionele onafhankelijkheid in december 2019 nog steeds niet waren voltooid (zie bijlage VII).

82 Enkele nationale instituten voor de statistiek deelden ons mee bezorgd te zijn over hun financiële afhankelijkheid, en wezen erop dat hun middelen ontoereikend zijn in het licht van de toenemende vraag naar nieuwe statistieken en de behoefte aan aanzienlijke technologische investeringen. In dit verband heeft de Raad in november 2021 erkend dat zowel Eurostat als de nationale systemen voldoende personele en financiële middelen moeten krijgen om verder te kunnen werken met nieuwe gegevensbronnen en digitale technologieën31.

De opzet van de collegiale toetsingen is in de loop van de tijd verbeterd, maar er zijn nog steeds belangrijke tekortkomingen

83 Het doel van de collegiale toetsingen is te beoordelen of de ESS-partners zich houden aan de beginselen van de Praktijkcode, die de hoeksteen vormt van het gemeenschappelijk kwaliteitskader dat is vastgesteld om de kwaliteit van Europese statistieken te waarborgen. Ter vergelijking: de meeste geavanceerde niet-Europese statistische systemen worden alleen aan de hand van zelfbeoordeling geëvalueerd. Naast naleving is een ander doel aanbevelingen te doen die de statistische instanties helpen hun statistische systemen te verbeteren en te ontwikkelen. Figuur 11 geeft een overzicht van de belangrijkste fasen van collegiale toetsingen.

Figuur 11 — Collegiale toetsingen in het kort

Bron: ERK, op basis van gegevens van Eurostat.

84 Tabel 2 laat zien hoe belangrijke elementen van de opzet van collegiale toetsingen in de loop van de tijd zijn geëvolueerd. De eerste collegiale toetsing (2005‑2007) had vooral tot doel meer bewustzijn te creëren met betrekking tot de Praktijkcode en was voor alle deelnemers een inleidende oefening. Deze collegiale toetsing had echter belangrijke tekortkomingen32. In de tweede ronde (2013‑2015) was de opzet beter, waren er externe deskundigen bij betrokken en was er meer internationale erkenning voor. Tijdens de derde ronde (2021‑2023) werden ook enkele verdere ESGAB-aanbevelingen uitgevoerd. De lidstaten in onze steekproef waren over het algemeen tevreden met de inbreng van Eurostat in het ontwerpproces en benadrukten dat zij vanaf het begin bij de opstelling van de methodologie werden betrokken.

Tabel 2 — Belangrijkste aspecten van de opzet in de drie ronden van collegiale toetsingen

  1e (2005‑2007) 2e (2013‑2015) 3e (2021‑2023)
Aanpak Aanpak als collegiale toetsing Aanpak als controle Combinatie van beide aanpakken
Dekking van de Praktijkcode Gedeeltelijk (6 beginselen) Volledig (15 beginselen)* Volledig (16 beginselen)*
Dekking van nationale statistische systemen Alleen NSI’s NSI’s en tot drie ANI’s NSI’s en 3-6 ANI’s
Uitvoerders van de collegiale toetsingen Vertegenwoordigers van andere NSI’s Vertegenwoordigers van andere NSI’s en een externe deskundige Vertegenwoordigers van andere NSI’s, een externe deskundige en een lid van Eurostat

*NB: Sinds 2017 omvat de Praktijkcode 16 beginselen.

Bron: ERK.

85 Tijdens onze ontmoetingen met belanghebbenden hebben wij vastgesteld dat er consensus bestaat over het feit dat collegiale toetsingen frequent genoeg moeten worden uitgevoerd om voortdurende kwaliteitsverbeteringen in het ESS mogelijk te maken. De gemiddelde periode tussen de tweede en de derde ronde zal zeven en een half jaar bedragen, en voor Slowakije zal dat bijna tien jaar zijn. Met dit tijdsverloop is het niet mogelijk een goed overzicht te krijgen van de effecten van veranderingen, zoals technologische vooruitgang en nieuwe gegevensbronnen, waarvoor het ESS alert moet blijven en waaraan het zich moet kunnen aanpassen.

86 Als we willen dat collegiale toetsingen alomvattend zijn en eerlijk zijn voor alle landen, moeten ook de kritieke kenmerken van elk nationaal statistisch systeem in zijn geheel worden geëvalueerd. In de methodologie voor 2020 was echter bepaald dat er maximaal zes andere nationale instanties per land mochten deelnemen: een willekeurige drempel waarbij geen rekening werd gehouden met de mate waarin de productie van Europese statistieken binnen een land is gedecentraliseerd (zie bijlage VIII). Bovendien was de aanbevolen methodologie vaag en subjectief en werden niet voor alle landen vergelijkbare selectiecriteria gehanteerd. Voorts worden de deelnemende andere nationale instanties geselecteerd door de nationale instituten voor de statistiek en niet op EU-niveau, terwijl dat wel vereist zou zijn voor de geloofwaardigheid en de consistentie van de oefening. Noch de ESGAB, noch de deskundigen die aan de collegiale toetsing deelnamen, hadden inspraak in de selectie van andere nationale instanties.

87 Veel nationale instituten voor de statistiek beperkten het aantal andere nationale instanties tot drie. Ook dit is een willekeurige drempel die het risico inhoudt dat andere nationale instanties die belangrijk zijn voor Europese statistieken worden uitgesloten. Eén nationaal instituut voor de statistiek heeft zelfs uitdrukkelijk verklaard dat zijn uitgangspunt was om slechts drie andere nationale instanties te selecteren. Door voor deze aanpak te kiezen, sloot het de andere nationale instantie uit die verantwoordelijk is voor gegevens over “doodsoorzaken” — een instantie die in twee opeenvolgende jaren verzuimde de vereiste gegevens bij Eurostat in te dienen.

88 De ESGAB werd opgericht om de onafhankelijkheid, integriteit en verantwoordingsplicht van Eurostat en het ESS te verbeteren33 teneinde tekortkomingen in de nationale systemen aan te pakken34. De rol van de ESGAB is echter beperkt tot het verstrekken van een jaarverslag aan het Parlement en de Raad dat haar onafhankelijke beoordeling bevat van de uitvoering van de Praktijkcode in het ESS als geheel, met de nadruk op Eurostat in plaats van op de nationale statistische systemen. In 2012 bevalen wij aan een toezichtfunctie te ontwikkelen door het mandaat van de ESGAB uit te breiden35. Hoewel de aanbeveling werd aanvaard, werd zij niet doeltreffend uitgevoerd.

89 Momenteel houdt de “zelfregulerende” aard van de collegiale toetsingen van het ESS in dat over de opzet ervan (tijdschema, reikwijdte, aanpak, procedure voor de selectie van andere nationale instanties, en samenstelling en selectie van deskundigenteams) wordt overeengekomen in overleg tussen partners die een reeks nationale in plaats van bredere EU-belangen vertegenwoordigen. Hoewel de ESGAB onafhankelijk is ten opzichte van nationale belangen, beslist zij niet over de belangrijkste aspecten van de opzet.

Conclusies en aanbevelingen

90 Onze algemene conclusie is dat de Commissie Europese statistieken verstrekt die over het algemeen van voldoende kwaliteit zijn voor beleidsmakers, bedrijven en burgers. Enkele tekortkomingen moeten echter nog worden aangepakt.

91 De strategische plannen van Eurostat weerspiegelen hoofdzakelijk de institutionele prioriteiten die in de opeenvolgende Europese statistische programma’s zijn vastgesteld. Zij schieten echter tekort wat betreft het meten van de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen (zie de paragrafen 22 en 23).

92 In zijn huidige samenstelling vertegenwoordigt het Europees Raadgevend Comité voor de statistiek, het belangrijkste vertegenwoordigende orgaan van gebruikers, niet alle gebruikers op doeltreffende wijze; dit geldt bijvoorbeeld voor internationale organisaties en de collectieve standpunten van de academische en onderzoeksgemeenschap. Bovendien heeft het Europees Raadgevend Comité voor de statistiek geen significante vooruitgang geboekt in zijn betrekkingen met nationale gebruikersraden. Er wordt niet volledig voorzien in de behoeften van de gebruikers, aangezien er op de gecontroleerde gebieden gegevenslacunes voorkomen. In het Europees statistisch programma is niet altijd prioriteit gegeven aan maatregelen om deze lacunes aan te pakken teneinde de relevantie van Europese statistieken te verbeteren, en Eurostat past de definitie van kmo’s niet correct toe (zie de paragrafen 24-29).

Aanbeveling 1 — Kom beter tegemoet aan de behoeften van de gebruikers

Om beter tegemoet te komen aan de behoeften van gebruikers, moet de Commissie het Europees Raadgevend Comité voor de statistiek inclusiever maken door een evenwichtige en doeltreffende vertegenwoordiging van alle gebruikers, bijgestaan door deskundigen op specifieke gebieden.

Streefdatum voor de uitvoering: 2023

93 Ondanks de toegenomen financiering via het Europees statistisch programma is de productie van Europese statistieken nog steeds gedeeltelijk afhankelijk van financiering door andere diensten van de Commissie. De verstrekte financiering dekt grotendeels de institutionele behoeften. Hoewel met enkele EU-subsidies innovatieve projecten worden gesteund, worden met een aanzienlijk aantal subsidies in feite verplichte statistische activiteiten gefinancierd. De meerwaarde die het Europees statistisch programma zou kunnen bieden op het gebied van het faciliteren van innovatieve projecten is derhalve beperkt. Hoewel afzonderlijke subsidies waren beoordeeld, was er over het algemeen geen onderbouwing van de kwalitatieve beoordeling van de resultaten, waardoor het risico bestaat dat de mogelijkheden voor follow-up worden beperkt en de duurzaamheid van de resultaten afneemt (zie de paragrafen 30-34).

Aanbeveling 2 — Streef ernaar de financiële onafhankelijkheid van het Europees statistisch programma te vergroten en prioriteit te geven aan innovatieve projecten

De Commissie moet:

  1. nagaan of het haalbaar is het volgende Europees statistisch programma minder afhankelijk te maken van meervoudige financieringsbronnen, en
  2. innovatieve projecten met een duidelijke EU-meerwaarde prioriteit geven.

Streefdatum voor de uitvoering: 2024

94 Eurostat beschikt over een passend kwaliteitsbeheerssysteem. Zijn steun aan de lidstaten is grotendeels adequaat. Er zijn echter geen interne richtsnoeren die een kader bieden voor het verlenen van ondersteuning en het oplossen van complexe methodologische problemen kan veel tijd in beslag nemen, hetgeen van invloed is op diverse aspecten van de gegevenskwaliteit, waaronder de vergelijkbaarheid (zie de paragrafen 35-39).

95 Wij stelden vast dat de kwaliteitsverslagen van de lidstaten niet altijd in overeenstemming zijn met de richtsnoeren en niet geharmoniseerd zijn tussen en binnen statistische processen. De mate van gedetailleerdheid verschilt van lidstaat tot lidstaat, waardoor het moeilijk is de kwaliteit van de gegevens goed te begrijpen en te beoordelen. De frequentie van de kwaliteitsrapportage varieert per statistische activiteit en rapportage is niet voor alle activiteiten verplicht. Deze tekortkomingen leiden tot onvolledige informatie voor gebruikers (zie de paragrafen 40-43).

96 Eurostat is niet gemachtigd om voor de drie door ons gecontroleerde gebieden ter plaatse verificatiewerkzaamheden te verrichten. Het valideert de door de lidstaten ingediende gegevens, maar documenteert het resultaat van zijn beoordelingen niet altijd naar behoren. Het voert geen diepgaande beoordelingen uit van alle kwaliteitsdimensies, zoals vergelijkbaarheid en coherentie (zie de paragrafen 44-52).

97 Actualiteit is met name een punt van zorg voor gezondheids- en bedrijfsstatistieken, aangezien sommige gegevensreeksen 14 tot 24 maanden na het referentiejaar kunnen worden ingediend. Wegens het ontbreken van realtimegegevens over “doodsoorzaken” worden de COVID-19-sterftecijfers op alternatieve manieren geschat. Vertragingen bij het indienen van gegevens maken het hele proces ondoeltreffend voor gebruikers. Eurostat heeft richtsnoeren voor de beoordeling van de naleving van de verordeningen, maar deze gaan niet zo ver dat er een tijdschema wordt vastgesteld. Het ESS is niet flexibel genoeg om snel te reageren. In gevallen waarin op nationaal niveau lacunes bestaan in gegevens over “doodsoorzaken” heeft Eurostat geen ramingen gemaakt, hetgeen betekent dat er geen EU-aggregaten beschikbaar zijn (zie de paragrafen 53-56).

98 Wanneer de wetgeving dat voorschrijft, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad verslagen in over de kwaliteit van de statistieken. Deze schetsen echter geen duidelijk beeld van de bestaande tekortkomingen en omvatten geen gedetailleerde monitoringindicatoren aan de hand waarvan vooruitgang op het gebied van de verordeningen kan worden aangetoond. Sommige belangrijke sectorale verordeningen, bijvoorbeeld inzake gezondheid, schrijven niet voor dat dergelijke verslagen moeten worden ingediend (zie de paragrafen 57 en 58).

Aanbeveling 3 — Verbeter de kwaliteitsverslagen van de lidstaten en de kwaliteitsbeoordeling van Europese statistieken

De Commissie moet:

  1. ervoor zorgen dat de kwaliteitsverslagen die zij van de lidstaten ontvangt, gebaseerd zijn op gemeenschappelijke normen en volledige en vergelijkbare informatie bevatten, en
  2. grondiger en beter gedocumenteerde beoordelingen verrichten op het gebied van arbeids-, bedrijfs- en gezondheidsstatistieken, teneinde de nauwkeurigheid, actualiteit en stiptheid, vergelijkbaarheid en coherentie van de gegevens te verbeteren.

Streefdatum voor de uitvoering: 2024

99 Hoewel Eurostat een tijdschema voor de publicatie van statistieken heeft ontwikkeld, ontbreken in dit schema bepaalde details. Bovendien heeft Eurostat nog geen algemeen herzieningsbeleid en publiceert het de gegevens uit de arbeidskrachtenenquête en de gegevens over de uitgaven voor gezondheidszorg niet voor alle lidstaten op dezelfde datum (zie de paragrafen 59-63).

100 Eurostat geeft sommige diensten van de Commissie en mediakanalen vóór publicatie toegang tot gegevens, hetgeen mogelijkheden kan bieden voor economisch voordeel en kan leiden tot het uitlekken van gegevens. De bepalingen inzake toegang vóór publicatie worden op de website van Eurostat niet volledig beschreven en er wordt geen lijst met alle gebruikers met bevoorrechte toegang openbaar gemaakt (zie de paragrafen 64-69).

Aanbeveling 4 — Heroverweeg de huidige praktijk van toegang tot statistieken vóór publicatie

De Commissie moet:

  1. de noodzaak en de toegevoegde waarde van het verlenen van toegang vóór publicatie zorgvuldig beoordelen, en
  2. indien deze toegang vóór publicatie behouden blijft, hierover uitgebreide informatie publiceren en de waarborgen tegen mogelijke lekken versterken.

Streefdatum voor de uitvoering: 2023

101 De Commissie heeft goede vooruitgang geboekt met de meeste aanbevelingen van de collegiale toetsingen, zoals die in verband met de wetgevingsarchitectuur en communicatie en gebruikers. Zij heeft echter geen gevolg gegeven aan een aantal belangrijke aanbevelingen inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid (zie de paragrafen 70-75).

102 De beoordeling door Eurostat van de uitvoering van de uit de collegiale toetsingen voortvloeiende verbeteringsmaatregelen door de lidstaten is grotendeels gebaseerd op wederzijds vertrouwen tussen statistische instanties. De uitvoering van sommige verbeteringsmaatregelen werd belemmerd omdat de uitvoering van deze maatregelen afhankelijk was van instanties buiten het nationale instituut voor de statistiek en omdat politieke steun ontbrak. Belangrijke verbeteringsmaatregelen, zoals de wijziging van nationale wetgeving inzake statistieken, zijn slechts gedeeltelijk uitgevoerd. Bovendien is er nog steeds niet in alle lidstaten sprake van professionele onafhankelijkheid, met name op het niveau van andere nationale instanties (zie de paragrafen 76-82).

103 De opzet van het instrument van collegiale toetsingen dat wordt gebruikt om de naleving van de Praktijkcode door Eurostat en het ESS te beoordelen, is verbeterd sinds het voor het eerst werd gebruikt. Collegiale toetsingen worden echter niet frequent genoeg uitgevoerd om voortdurende kwaliteitsverbeteringen mogelijk te maken en de nationale statistische systemen worden er niet altijd volledig door afgedekt. Ondanks haar onafhankelijkheid ten opzichte van nationale belangen speelt de Europese Adviescommissie voor statistische governance een beperkte rol in het opzetten van collegiale toetsingen (zie de paragrafen 83-89).

Aanbeveling 5 — Beoordeel of het haalbaar is het mandaat van de Europese Adviescommissie voor statistische governance te versterken

De Commissie moet nagaan of het haalbaar en gepast is om het huidige mandaat van de Europese Adviescommissie voor statistische governance uit te breiden tot het nemen van besluiten over alle belangrijke elementen die verband houden met de opzet van de collegiale toetsingen.

Streefdatum voor de uitvoering: 2023

Dit verslag werd door kamer IV onder leiding van de heer Mihails Kozlovs, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 26 oktober 2022.

 

Voor de Rekenkamer

Tony Murphy
President

Bijlagen

Bijlage I — Officiële statistieken in de context van de COVID-19-crisis

COVID-19 heeft de statistische systemen voor grote uitdagingen gesteld, waardoor de autoriteiten die belast zijn met statistische werkzaamheden onder zware druk zijn komen te staan. De grootste uitdaging bestond uit het tijdig verstrekken van statistieken over de volksgezondheid en het verstrekken van adequate informatie over de “reële sector” van de economie, met name huishoudens en kleine en middelgrote ondernemingen.

De pandemie verstoorde aanvankelijk de gegevensstromen van bedrijven en huishoudens, hetgeen problemen veroorzaakte voor de officiële statistieken. Traditionele methoden met face-to-facegegevensverzameling waren niet langer haalbaar, en sommige enquêtes werden onmogelijk en moesten worden uitgesteld. COVID-19 vormde ook een uitdaging voor de bestaande normen wat betreft interpretatie en adequaatheid. Als gevolg daarvan moesten officiële statistieken snel worden aangepast aan de veranderende omstandigheden. Alternatieve methoden voor het verzamelen van gegevens, zoals telefoongesprekken, internettoepassingen of big data, worden inmiddels op grote schaal gebruikt. Deze overgang kan echter gevolgen hebben voor de kwaliteit en de vergelijkbaarheid van gegevens. Aanvankelijk maakten beleidsmakers en de media voornamelijk gebruik van dashboards, zoals het door de Johns Hopkins University ontwikkelde dashboard, om tegemoet te komen aan de vraag naar mondiale epidemiologische gegevens die bijna in real time werden verstrekt. Die dashboards functioneerden onafhankelijk van de officiële statistische systemen. Later hebben de WHO en het ECDC hun eigen dashboards ontwikkeld. Op die manier werd de kloof overbrugd, maar ontstonden wel problemen op het gebied van de vergelijkbaarheid.

Volgens de ESGAB heeft het ESS positief gereageerd op de COVID-19-crisis. Hoewel verschillende fasen van de productie van statistische gegevens ernstig werden beïnvloed door de pandemie, zijn de ESS-landen en Eurostat erin geslaagd zonder onderbreking belangrijke indicatoren te blijven produceren. Om de kwaliteit en de vergelijkbaarheid van statistieken in de veranderde omgeving te blijven garanderen, heeft Eurostat meer dan dertig richtsnoeren gepubliceerd waarin zowel algemene als sectorale methodologische kwesties worden behandeld. Eurostat heeft ook een speciale rubriek gecreëerd op zijn website om gebruikers de meest recente informatie te verstrekken. Het heeft een lijst van COVID-19-gegevensreeksen verstrekt en het European Statistical Recovery Dashboard gelanceerd, dat momenteel 27 voor het herstel relevante indicatoren over gezondheids-, sociale, economische, bedrijfs- en milieu-onderwerpen omvat. Ten slotte heeft Eurostat verscheidene nieuwe crisisspecifieke indicatoren ingevoerd (bijv. wekelijkse sterftegevallen en maandelijkse oversterfte) teneinde de gevolgen van de pandemie beter te kunnen beoordelen. In november 2020 hebben de hoofden van de NSI’s en Eurostat overeenstemming bereikt over een gecoördineerde reactie op toekomstige crises die gevolgen hebben voor het ESS, in de vorm van het “Memorandum van Wiesbaden”, dat een gezamenlijke aanpak van toekomstige crises zou kunnen vergemakkelijken.

Bijlage II — Geselecteerde statistische activiteiten

Thematisch gebied: Arbeid
Statistische activiteit: arbeidskrachtenenquête (AKE)
Beschrijving De arbeidssituatie is het begrip dat de hoeksteen vormt van arbeidsmarktstatistieken.

De EU-arbeidskrachtenenquête is de grootste Europese steekproefenquête onder huishoudens die kwartaal- en jaarresultaten oplevert over de arbeidsparticipatie van mensen van 15 jaar en ouder en over personen die buiten de arbeidsmarkt staan. De arbeidskrachtenenquête heeft betrekking op inwoners in particuliere huishoudens. Personen worden ingedeeld in drie categorieën: werkend, werkloos of niet actief op de arbeidsmarkt (voorheen economisch inactief genoemd). Verdere uitsplitsingen, zoals naar geslacht en leeftijd, zijn beschikbaar. De EU-arbeidskrachtenenquête wordt uitgevoerd door de nationale instituten voor de statistiek en de gegevens worden centraal verwerkt door Eurostat. De NSI’s zijn verantwoordelijk voor het ontwerpen van de nationale vragenlijsten, het trekken van de steekproef, het afnemen van interviews en het toezenden van de resultaten aan Eurostat volgens een gemeenschappelijk coderingssysteem.

De definities die in de EU-arbeidskrachtenenquête worden gebruikt, zijn in overeenstemming met de resolutie van de 13e Internationale Conferentie van arbeidsstatistici, die in 1982 door de Internationale Arbeidsorganisatie werd bijeengeroepen (aangeduid als de “IAO-richtsnoeren”).
Verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de gegevenskwaliteit Lidstaten op nationaal niveau, Eurostat voor de door alle lidstaten ingediende gegevens.
Rechtskader De EU-arbeidskrachtenenquête is sinds 1973 gebaseerd op Europese wetgeving.

Belangrijkste verordening tot 2020:
  • Verordening (EG) nr. 577/98
Belangrijkste verordeningen die sinds de gegevensverzameling van 2021 van kracht zijn:
  • Verordening (EU) 2019/1700 (kaderverordening), Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/256 van de Commissie, Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/257 van de Commissie, Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2181 van de Commissie, en Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2240 van de Commissie
  • Periodiciteit
Driemaandelijks, jaarlijks
  • Datum van indiening
Voor kwartaalgegevens: binnen twaalf weken na afloop van de referentieperiode.

Van 2021 tot 2023: binnen tien weken na afloop van de referentieperiode.

De gegevens op jaarbasis zijn afgeleid van de vier kwartalen.

Gegevens voor het enquêtekenmerk “loon in de eerste werkkring” kunnen tot uiterlijk 21 maanden na afloop van de referentieperiode naar Eurostat worden gestuurd wanneer administratieve gegevens worden gebruikt om deze informatie te verstrekken.
  • Datum van publicatie
Geen vermelding in het rechtskader.
Thematisch gebied: bedrijfsstatistieken
Statistische activiteit: structurele bedrijfsstatistieken — SBS
Beschrijving Structurele bedrijfsstatistieken beschrijven de structuur, het gedrag en de prestaties van economische activiteiten tot op het meest gedetailleerde activiteitenniveau (meerdere honderden economische sectoren). Structurele bedrijfsstatistieken zijn, in ruime zin, de geaggregeerde gegevensreeksen die worden ontwikkeld, geproduceerd en verspreid om het besluitvormingsproces voor beleid dat verband houdt met het bedrijfsleven in de EU te ondersteunen, om het effect van dit beleid te monitoren en om deze informatie te verstrekken aan het publiek, het bedrijfsleven en de wetenschap.
Verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de gegevenskwaliteit Lidstaten op nationaal niveau, Eurostat voor de door alle lidstaten ingediende gegevens.
Rechtskader De structurele bedrijfsstatistieken worden jaarlijks door de EU-lidstaten ingediend, op basis van een wettelijke verplichting sinds 1995.
  • Periodiciteit
Jaarlijks
  • Datum van indiening
De gegevens moeten uiterlijk 18 maanden na afloop van het referentiejaar worden ingediend. Een klein aantal geraamde voorlopige resultaten moet uiterlijk tien maanden na het referentiejaar worden ingediend.
  • Datum van publicatie
Geen vermelding in het rechtskader
Thematisch gebied: gezondheid
Statistische activiteit: uitgaven voor gezondheidszorg
Beschrijving Met de uitgaven voor gezondheidszorg worden de economische middelen gekwantificeerd die worden besteed aan gezondheidszorgfuncties, met uitzondering van kapitaalinvesteringen. De uitgaven voor gezondheidszorg hebben in de eerste plaats betrekking op goederen en diensten van de gezondheidszorg die door ingezeten eenheden worden verbruikt, ongeacht waar die consumptie plaatsvindt (eventueel in de rest van de wereld) of wie ervoor betaalt. De uitvoer van goederen en diensten van de gezondheidszorg (naar niet-ingezeten eenheden) blijft dus buiten beschouwing, terwijl de invoer van goederen en diensten van de gezondheidszorg voor eindgebruik wel wordt meegerekend.

Gegevens over de uitgaven voor gezondheidszorg verschaffen informatie over uitgaven op het functioneel gedefinieerde gebied van de gezondheidszorg, onderverdeeld per categorie verstrekker (bijv. ziekenhuizen en huisartsen), functiecategorie (bijv. diensten voor curatieve zorg, revalidatie, klinisch laboratorium, ziekenvervoer en voorgeschreven geneesmiddelen) en financieringsstelsel (bijv. sociale zekerheid, particuliere verzekeringsmaatschappijen en huishoudens). Voor de verzameling van gegevens over uitgaven voor de gezondheidszorg wordt gebruikgemaakt van het systeem van gezondheidsrekeningen (System of Health Accounts — SHA) en de daarmee samenhangende internationale classificatie van gezondheidsrekeningen (International Classification for Health Accounts — ICHA). Het SHA voorziet in een geïntegreerd systeem van alomvattende en internationaal vergelijkbare rekeningen, een uniform kader van boekhoudkundige basisregels en een reeks standaardtabellen voor de rapportage van gegevens over uitgaven voor gezondheidszorg. Het SHA 2011 is een statistische referentiehandleiding waarmee een uitgebreide beschrijving van de financiële stromen in de gezondheidszorg wordt geboden.
Verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de gegevenskwaliteit Lidstaten op nationaal niveau. Eurostat, de OESO en de WHO beoordelen elk verschillende groepen lidstaten.
Rechtskader Verordening (EU) 2015/359 van de Commissie tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1338/2008
  • Periodiciteit
Jaarlijks, de referentieperiode is het kalenderjaar.
  • Datum van indiening
De gegevens en referentiemetagegevens voor referentiejaar N moeten binnen 16 maanden na afloop van het referentiejaar worden ingediend.
  • Datum van publicatie
Geen vermelding in het rechtskader.
Thematisch gebied: gezondheid
Statistische activiteit: gegevens op het gebied van gezondheid die geen betrekking hebben op uitgaven
Beschrijving De gezamenlijke verzameling van de OESO, Eurostat en de WHO van gegevens op het gebied van gezondheidszorg die geen betrekking hebben op uitgaven vormt een aanvulling op de bestaande gezamenlijke verzameling van gegevens over uitgaven voor de gezondheidszorg. Om die reden worden ziekenhuizen en middelen gedefinieerd in het kader van het systeem van gezondheidsrekeningen (SHA).

De middelen voor de gezondheidszorg die worden afgedekt zijn werkgelegenheid in de gezondheidszorgsector, fysieke middelen en gezondheidsactiviteiten.
Verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de gegevenskwaliteit Lidstaten op nationaal niveau. Eurostat, de OESO en de WHO beoordelen elk verschillende groepen lidstaten.
Rechtskader De Commissie is voornemens in 2023 een rechtsgrondslag voor de gegevensverzameling vast te stellen. Voorlopig worden de gegevens echter op vrijwillige basis verzameld.
  • Periodiciteit
Jaarlijks
  • Datum van indiening
De gegevens moeten binnen 14 maanden na afloop van het referentiejaar worden ingediend.
  • Datum van publicatie
Geen vermelding in het ontwerp van het rechtskader.
Thematisch gebied: gezondheid
Statistische activiteit: doodsoorzaken — DO’s
Beschrijving Gegevens over doodsoorzaken verschaffen informatie over sterftepatronen en vormen een belangrijk onderdeel van de informatie over de volksgezondheid. Europese statistieken over “doodsoorzaken” hebben betrekking op alle geregistreerde sterfgevallen en doodgeboorten in elke lidstaat, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen ingezetenen en niet-ingezetenen.

Gegevens over doodsoorzaken hebben betrekking op de onderliggende oorzaak, die volgens de WHO wordt gedefinieerd als de ziekte die of het letsel dat aanleiding heeft gegeven tot de reeks van gebeurtenissen die rechtstreeks tot de dood hebben geleid, of de omstandigheden van het ongeval of geweld waarin het fatale letsel werd veroorzaakt.

Gegevens over doodsoorzaken worden ingedeeld volgens de 86 oorzaken in de Europese lijst van doodsoorzaken (European Shortlist for Causes of Death), gebaseerd op de Internationale Statistische Classificatie van Ziekten en met Gezondheid verband houdende Problemen (International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems, ICD).

Gegevens over doodsoorzaken zijn gebaseerd op gegevens vermeld op overlijdensakten. De in medische attesten verstrekte informatie over de doodsoorzaak wordt gekoppeld aan de ICD.
Verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de gegevenskwaliteit Lidstaten op nationaal niveau, Eurostat voor de door alle lidstaten ingediende gegevens.
Rechtskader Verordening (EU) 328/2011 van de Commissie tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1338/2008.
  • Periodiciteit
Jaarlijks
  • Datum van indiening
Voor elk jaar moeten de gegevens binnen 24 maanden na afloop van het referentiejaar (uiterlijk 31.12) worden ingediend. Vrijwillige gegevens moeten binnen T+18 maanden (uiterlijk 30.6) worden ingediend.
  • Datum van publicatie
Geen vermelding in het rechtskader

Bron: ERK, op basis van informatie op de website van Eurostat.

Bijlage III — Voorbeelden van internationale statistische richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken

Onderwerp en bron Beschrijving
Bureau voor de statistiek
Europese Raad (2010) De bureaus voor de statistiek zouden wat betreft de verstrekking van gegevens volledig onafhankelijk moeten zijn.
VN/ECE (2016) Het nationaal bureau voor de statistiek is een professioneel onafhankelijk orgaan dat is georganiseerd onder het gezag van de eerste minister/president van het land of een autonoom overheidsorgaan met een nationale raad voor de statistiek als governanceorgaan.
Middelen
VN (2015) Het hoofd van het bureau voor de statistiek is verantwoordelijk voor het begrotingsbeheer en heeft het recht om publiekelijk opmerkingen te maken bij de begroting die aan het bureau voor de statistiek is toegewezen.
OESO (2015) De nationale statistische instanties beschikken over voldoende financiering voor de productie en verspreiding van statistieken, voor de ondersteuning van de opleiding van het personeel, voor de ontwikkeling van computerhulpmiddelen en voor het doorvoeren van innovatie. De omvang en de kwaliteit van de middelen zijn toereikend om aan de statistische behoeften te voldoen.
VN/ECE (2018) De begroting van het nationaal bureau voor de statistiek moet de totale kosten van de productie van statistieken en de personeelskosten afdekken, maar ook de nodige middelen voor investeringen in infrastructuur, nieuwe technologieën en nieuwe statistische methodologieën, enz.
OESO (2015) De producenten van officiële statistieken krijgen voldoende personele, financiële en technische middelen ter beschikking gesteld voor de uitvoering van de statistische programma’s.
OESO (2020) De nationale bureaus voor de statistiek hebben een zekere mate van functionele en budgettaire autonomie, alsook rechtspersoonlijkheid, nodig om hun personele, financiële en technische middelen te kunnen beheren en toewijzen binnen de algemene grenzen die zijn bepaald door de regering of het parlement, waaraan de nationale statistici worden geacht verantwoording af te leggen (bijv. door middel van een verslag over de statistische activiteiten en de uitvoering van de begroting), om onder eigen onafhankelijke verantwoordelijkheid rechten te verwerven of verplichtingen aan te gaan met derden, om de behoeften aan personele en technische middelen vast te stellen, of om volgens jaar- en meerjarenplannen activiteiten en statistische werkzaamheden te plannen en de prioriteiten daarvan te bepalen.
Hoofdstatisticus
VN/ECE (2016) Het nationaal bureau voor de statistiek wordt geleid door de hoofdstatisticus, die door de eerste minister/president van het land op voordracht van de regering voor een vaste termijn van [X] jaar wordt benoemd op basis van een openbaar gemaakte vacature en een algemeen vergelijkend onderzoek, uitsluitend op basis van de relevante beroepsbekwaamheid. De eerste ambtstermijn kan eenmaal worden verlengd.
De gebruikelijke mobiliteitsregelingen van de overheid mogen niet gelden voor de hoofdstatisticus, ook als een dergelijk systeem anders op dit niveau van toepassing zou zijn.
De hoofdstatisticus moet worden benoemd voor een ambtstermijn die in de statistiekwetgeving wordt vastgesteld. Om de professionele onafhankelijkheid te benadrukken, moet de ambtstermijn verschillen van de ambtstermijn van de regering. De wet voorziet in de mogelijkheid om de ambtstermijn eenmaal te verlengen en in een mogelijkheid tot verdere verlenging uitsluitend op basis van een nieuwe openbaar aangekondigde vacature en een algemeen vergelijkend onderzoek.
OESO (2020) Door het hanteren van uiteenlopende looptijden voor het mandaat van de hoofdstatisticus en de mandaten van politieke instanties zou de professionele onafhankelijkheid van de producenten van officiële statistieken kunnen worden versterkt.
VN/ECE (2016) De ambtstermijn van de hoofdstatisticus kan niet vóór het verstrijken ervan worden beëindigd om redenen die de statistische beginselen in gevaar brengen. De ambtstermijn kan slechts om de volgende redenen worden beëindigd:
  1. eigen ontslag van de hoofdstatisticus;
  2. beëindiging van het staatsburgerschap;
  3. een rechterlijke beslissing waarbij de hoofdstatisticus arbeidsongeschikt of beperkt arbeidsgeschikt wordt verklaard;
  4. een wettige veroordeling door een rechterlijke instantie voor een opzettelijk misdrijf, of een gevangenisstraf overeenkomstig een wettig vonnis van een rechterlijke instantie;
  5. overlijden van de hoofdstatisticus, in welk geval de functie als beëindigd wordt beschouwd.
OESO (2020) De procedures voor het ontslag van de hoofdstatisticus, met inbegrip van een lijst van voorwaarden waaronder hij/zij kan worden ontslagen, moeten duidelijk in de statistiekwetgeving worden uiteengezet om ervoor te zorgen dat deze onafhankelijk zijn van regeringswisselingen.
Kwaliteitsbeoordeling
VN/ECE (2016) Beoordelingen van het institutionele kader, de processen en de output van het nationale statistische systeem kunnen door interne en externe deskundigen worden uitgevoerd. Deze beoordelingen zouden met name gericht kunnen zijn op de beginselen van de officiële statistiek en de toepassing van internationale statistische normen en aanbevelingen. Zij kunnen worden opgestart door een producent van officiële statistieken, de raad voor de statistiek of een internationale organisatie. Bij dergelijke beoordelingen kan een beroep worden gedaan op nationale (bijv. uit de wetenschappelijke gemeenschap) of internationale deskundigen. De resultaten van dergelijke beoordelingen moeten openbaar worden gemaakt. Bovendien is het de verantwoordelijkheid van de hoofdstatisticus om regelmatig te beoordelen of de andere producenten van officiële statistieken zich houden aan de beginselen van de officiële statistiek.
Om de kwaliteit van de statistieken te waarborgen, zijn de producenten van officiële statistieken verplicht en hebben zij het recht om statistische methoden toe te passen, zoals het bewerken van afzonderlijke gegevens, het koppelen van bestanden of andere vormen van combinatie van gegevens uit verschillende bronnen en het gebruik van ramingstechnieken. Dit omvat een correcte behandeling van gevallen van non-respons, zowel voor steekproefenquêtes als voor meer uitgebreide enquêtes. Het nationale bureau voor de statistiek moet zijn methodologische knowhow opbouwen, de internationale ontwikkelingen volgen en deze kennis delen met andere producenten van officiële statistieken.
Verspreiding
VN (2015) Wijzigingen van methoden of classificaties en herzieningen in het algemeen worden vooraf aangekondigd. Het herzieningsbeleid voor de outputs die onderhevig zijn aan geplande en niet-geplande herzieningen wordt bekendgemaakt. Fouten die in de gepubliceerde statistieken aan het licht komen, worden zo spoedig mogelijk gecorrigeerd en bekendgemaakt. Er bestaan interne procedures voor het melden en corrigeren van fouten.
VN/ECE (2016) Herzieningen zijn het resultaat van een gepland proces wanneer gegevens zich opstapelen of wanneer in officiële statistieken gebruikte begrippen, definities en classificaties veranderen, bijvoorbeeld als gevolg van wijzigingen in internationale normen. Producenten van officiële statistieken moeten gebruikers tijdig informeren over geplande wijzigingen en over de gevolgen voor de vergelijkbaarheid in de tijd, zoals onderbrekingen in tijdreeksen. Bij belangrijke herzieningen van statistieken moeten de tijdreeksen van vóór de verandering opnieuw worden samengesteld met gebruikmaking van de nieuwe begrippen, definities en classificaties, zodat voldoende lange coherente tijdreeksen voorhanden zijn voor de periode vóór en na de verandering.
OESO (2015) Gelijke toegang tot officiële statistieken voor alle gebruikers op hetzelfde tijdstip is bij wet gewaarborgd. Indien een openbaar of particulier orgaan toegang heeft tot officiële statistieken voordat deze worden gepubliceerd, worden dit feit en de daarmee verband houdende regelingen bekendgemaakt en gecontroleerd. In het geval dat er een lek optreedt, worden de regelingen voor toegang vóór publicatie herzien om onpartijdigheid te garanderen.
VN/ECE (2016) Strikt beleid van volledig gelijke en gelijktijdige toegang tot officiële statistieken voor alle gebruikers, zonder enige toegang vóór publicatie. Indien toegang vóór publicatie wordt verleend, moet deze praktijk worden herzien om ze te beëindigen of te beperken.
OESO (2020) Twee indicatoren worden erkend als relevant voor het meten van de transparantie en de perceptie van onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de producenten van officiële statistieken: in de eerste plaats een standaardtijdstip voor publicatie en een tijdschema voor publicaties waarin de precieze publicatiedata twaalf maanden van tevoren worden bekendgemaakt (in de aanbeveling wordt een tijdschema waarbij de publicatiedata doorlopend twaalf maanden op voorhand bekend worden gemaakt, als een goede praktijk aangemerkt). Ten tweede, procedures om ervoor te zorgen dat alle gebruikers op hetzelfde ogenblik toegang hebben tot statistische publicaties.
VN/ECE (2016) Alle producenten van officiële statistieken moeten een openbaar, vooraf aangekondigd tijdschema voor publicaties opstellen met de geplande data en tijdstippen voor de publicatie van officiële statistieken. Hierdoor zijn alle gebruikers op de hoogte van het tijdstip waarop officiële statistieken worden gepubliceerd en wordt ervoor gezorgd dat de statistieken worden verspreid ongeacht de reactie van de regering of politieke actoren.
Alle publicaties van officiële statistieken moeten vergezeld gaan van voldoende, geactualiseerde metagegevens en toelichtingen, geschreven door de verantwoordelijke producent, om de gebruikers in staat te stellen de resulterende statistieken te begrijpen. De metagegevens kunnen informatie verschaffen over de kenmerken van de gegevens, zoals de lengte en de consistentie van de tijdreeksen, het gemiddelde aantal te verwachten herzieningen, enz. Deskundige gebruikers zullen meer gedetailleerde metagegevens nodig hebben om de toegepaste statistische methoden en de kwaliteit van de statistieken te beoordelen.
VN/ECE (2016) De belangrijkste eis in verband met de verspreiding is dat officiële statistieken tijdig en stipt worden verspreid in volledige overeenstemming met de beginselen van de officiële statistiek en de specifieke artikelen over verspreiding. De bescherming van de vertrouwelijkheid en de gelijke toegang tot officiële statistieken zijn de belangrijkste beginselen die gelden voor verspreiding. Het beginsel van gelijke en gelijktijdige toegang tot statistieken voor alle gebruikers, ook gebruikers van de overheid, staat binnen de ethiek inzake officiële statistieken centraal. Door verspreiding via het internet kan dit beginsel tegenwoordig op zeer strikte wijze worden toegepast, door een exact tijdstip te specificeren waarop nieuwe statistieken beschikbaar komen. In de algemene wet wordt een strikt beleid opgelegd van volledig gelijke en gelijktijdige toegang tot officiële statistieken voor alle gebruikers, zonder enige toegang vóór publicatie. Gelijke toegang is ook een belangrijke indicator van de professionele onafhankelijkheid van de producenten van officiële statistieken. Indien toegang vóór publicatie wordt verleend, moet deze praktijk worden herzien om ze te beëindigen of te beperken. Indien een land ervoor kiest af te wijken van het beginsel van gelijke en gelijktijdige toegang, moet aan de statistiekwetgeving een artikel worden toegevoegd om de toegang vóór publicatie voor bepaalde instanties en bepaalde statistieken te regelen. Elke gebruiker aan wie toegang vóór publicatie wordt verleend, moet een embargoverklaring ondertekenen. De bevolking moet informatie krijgen over welke instanties vóór publicatie toegang hebben tot welke gegevens en op welk moment.
Collegiale toetsingen
INTOSAI (2019) De gecontroleerde hoge controle-instantie kan het oorspronkelijke team dat de collegiale toetsing uitvoerde ook verzoeken na te gaan in hoeverre de aanbevelingen na een overeengekomen termijn (bijv. één, twee of drie jaar) zijn opgevolgd, al naargelang het belang en de betekenis van de aanbeveling. Na verificatie kan het team een aanvullend verslag opstellen over de mate waarin de aanbevelingen zijn uitgevoerd, alsmede over eventuele actualiseringen van de oorspronkelijke aanbevelingen. Vooral indien de resultaten van de eerste collegiale toetsing werden gepubliceerd, is het een goede praktijk dat ook de resultaten van de follow-up worden gepubliceerd, met het oog op de transparantie en de verantwoordingsplicht.

NB: De lijst is niet uitputtend.

Bijlage IV — Lijst van voor de controle geselecteerde projecten

  Projectbeschrijving Land Jaar Begunstigde Verstrekker van de financiering Goedgekeurd subsidiebedrag (in EUR)
1 Ad-hocmodule in de AKE 2016 over jongeren op de arbeidsmarkt Finland 2015 Statistics Finland DG EMPL 63 813 
2 Kwaliteitsverbeteringen voor de AKE* Kroatië 2016 Kroatisch bureau voor de statistiek ESP 2013‑2020 28 424
3 Ad-hocmodule in de AKE 2017 over zelfstandig ondernemerschap Cyprus 2016 Statistische dienst van Cyprus DG EMPL 25 773
4 Kwaliteitsverbeteringen voor de AKE* Italië 2016 Istituto Nazionale di Statistica (ISTAT) ESP 2013‑2020 29 000
5 Ad-hocmodule in de AKE 2017 over zelfstandig ondernemerschap Italië 2016 Istituto Nazionale di Statistica (ISTAT) DG EMPL 140 000
6 Kwaliteitsverbeteringen voor de AKE* Finland 2017 Statistics Finland ESP 2013‑2020 177 474
7 Opstelling, verzameling en toezending van statistische gegevens over ICT-gebruik en e-commerce in het bedrijfsleven en over ICT-gebruik in huishoudens — 2014* Cyprus 2013 Statistische dienst van Cyprus ESP 2013‑2020 98 834
8 Koppeling van microgegevens van structurele bedrijfsstatistieken en andere bedrijfsstatistieken Finland 2015 Statistieken Finland, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Nederland en Letland, project met meerdere landen ESP 2013‑2020 185 467
9 Koppeling van microgegevens van structurele bedrijfsstatistieken en andere bedrijfsstatistieken Italië 2015 Istituto Nazionale di Statistica (ISTAT) ESP 2013‑2020 33 909
10 Ontwikkeling van structurele bedrijfsstatistieken* Litouwen 2018 Statistikos Departamentas Prie Liet ESP 2013‑2020 16 340
11 Gezondheidsrekeningen (SHA 2011)* Finland 2014 Instituut voor gezondheid en welzijn (THL) Finland DG SANTE 52 748
12 Morbiditeitsstatistieken Kroatië 2019 Hrvatski Zavod Za Javno Zdravstvo DG SANTE 52 748
13 Berekening morbiditeitsgegevens op basis van diagnose in Litouwen Litouwen 2019 Higienos Institutas DG SANTE 13 302

NB: De met * gemarkeerde projecten hebben betrekking op verplichte statistische activiteiten.

Bijlage V — Het zoeken naar alternatieven voor actuelere gegevens over COVID-19-sterfgevallen

De eerste sterfgevallen in Europa als gevolg van COVID-19 werden bevestigd in februari 2020. Het ziet er echter niet naar uit dat de complete Europese statistieken over doodsoorzaken voor het jaar 2020 vóór 2023 zullen worden gepubliceerd (zie figuur 10). Om tegemoet te komen aan de informatiebehoeften tijdens de pandemie werden twee reeksen van bijna in real time verstrekte gegevens verzameld: het dagelijkse aantal COVID-19-doden en de wekelijkse oversterfte als belangrijk demografisch feit.

Aantal COVID-19-sterfgevallen: Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) publiceert het aantal COVID-19-doden in Europa op basis van bronnen zoals ministeries van volksgezondheid en instituten voor volksgezondheid. De WHO en de Johns Hopkins University publiceren dezelfde statistieken op wereldniveau. Als gevolg van nationale verschillen in de classificatie van “doodsoorzaken”, alsmede verscheidene problemen in verband met een te geringe en een te hoge dekking, kunnen de gegevens echter aanzienlijk verschillen en kunnen vergelijkingen tussen landen worden bemoeilijkt. Zo registreerde België aan het begin van de pandemie alle sterfgevallen waarbij COVID-19 mogelijk een rol speelde als zijnde werkelijk te wijten aan COVID-19, zonder dat laboratoriumtests vereist waren. Italië daarentegen eiste een positief testresultaat voordat sterfgevallen werden toegeschreven aan COVID-19, en Cyprus gebruikte een combinatie van de twee benaderingen.

Sterftegevallen en oversterfte: Deze methode, waarvoor de NSI’s verantwoordelijk zijn, wordt door deskundigen beschouwd als een geschiktere maatstaf voor de totale impact van de pandemie op het aantal sterfgevallen, hoewel daarbij geen rekening wordt gehouden met recente demografische veranderingen zoals de vergrijzing van de bevolking. Met deze methode worden COVID-19-sterfgevallen vastgelegd die niet correct zijn gediagnosticeerd en gemeld, alsook sterfgevallen door andere oorzaken die aan de algemene omstandigheden tijdens de pandemie kunnen worden toegeschreven. Het ESS introduceerde de gegevensverzameling van wekelijkse sterfgevallen in april 2020 en begon met het publiceren van oversterftegegevens in december 2020. De NSI’s blijven Eurostat op vrijwillige basis wekelijkse sterftecijfers toesturen.

Onderstaande tabel bevat de gegevens voor 2020 en 2021 in de EU- en EVA-landen, berekend volgens beide methoden. De oversterfte ligt met betrekking tot COVID-19-sterfgevallen ongeveer 34 % hoger dan de cijfers van het ECDC.

  COVID-19-sterfgevallen (ECDC) Oversterfte* (Eurostat)
2020 393 570 557 823
2021 519 136 667 599
Totaal 912 706 1 225 422

* Vergelijkt het aantal tijdens de pandemie waargenomen sterfgevallen door alle oorzaken met het aantal verwachte sterfgevallen als de pandemie niet had plaatsgevonden, waarvoor gegevens van recente jaren vóór de pandemie (2016‑2019) worden gebruikt.

Bron: Eurohealth 2020; 26(2); West, A., Reporting of COVID-19 deaths in Austria, France, Germany, Italy, Portugal and the UK, Social Policy Working Paper 10-20, Londen: LSE Department of Social Policy, 2020; ECDC voor COVID-19-sterfgevallen; Eurostat voor oversterfte.

Bijlage VI — ESGAB-aanbevelingen, 2014 en 2021

2014 (tweede collegiale toetsing van Eurostat) 2021 (derde collegiale toetsing van Eurostat)
2014/1 De regelingen voor de toekomstige benoemingen van de directeuren-generaal van Eurostat moeten in wetgeving worden vastgesteld en moeten zijn gebaseerd op een algemeen vergelijkend onderzoek. 2021/1 De ESGAB beveelt aan dat de redenen voor een mogelijke vroegtijdige beëindiging van het contract (ontslag) van de directeur-generaal van Eurostat in wetgeving worden gespecificeerd. Dit mogen geen redenen zijn die zijn/haar professionele of wetenschappelijke onafhankelijkheid in het gedrang brengen.
2014/2 Belangrijke criteria voor de selectie van een directeur-generaal van Eurostat moeten zijn: zijn/haar professionele reputatie in de internationale statistische gemeenschap en zijn/haar managementcapaciteiten. 2021/2 De ESGAB beveelt aan dat de aanwerving en het ontslag van het hoger management van Eurostat, met uitzondering van de directeur-generaal, openbaar en transparant moeten zijn, met een sterke nadruk op statistische kwalificaties.
2014/3 De redenen voor een mogelijk vroegtijdig ontslag van de directeur-generaal van Eurostat moeten in wetgeving worden gespecificeerd. Dit mogen geen redenen zijn die zijn/haar professionele of wetenschappelijke onafhankelijkheid in het gedrang brengen. 2021/3 De ESGAB beveelt Eurostat aan te zorgen voor een systematische follow-up van de uitvoering van het referentiekader voor de kwaliteit dat geldt voor andere statistieken, in samenwerking met betrokken DG’s van de Europese Commissie. Daarbij moet ook worden nagegaan of het nuttig is een proces van wederzijdse collegiale toetsing op te zetten teneinde de naleving van het referentiekader te monitoren en — zo nodig — te versterken.
2014/4 De aanwerving en het ontslag van het hoger management van Eurostat, met uitzondering van de directeur-generaal, moeten openbaar en transparant zijn, met een sterke nadruk op statistische kwalificaties. 2021/4 De ESGAB beveelt Eurostat aan kritisch te evalueren of de huidige praktijk waarbij andere organen van de Europese Commissie toegang krijgen tot statistieken vóór publicatie, waarbij de Praktijkcode weliswaar in acht wordt genomen, in overeenstemming is met de positie van Eurostat als vaandeldrager van het ESS.
2014/5 De toekomstige Europese statistiekwetgeving moet aansluiten op de in 2013 goedgekeurde wetgevingsarchitectuur met de drielagenaanpak, waarbij met name een onderscheid wordt gemaakt tussen het “wat” in kaderverordeningen en het “hoe” in gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. 2021/5 De ESGAB beveelt Eurostat aan zijn reeds sterke waarborgen voor vertrouwelijkheid verder te ontwikkelen door de praktijken met betrekking tot procedures en instrumenten voor anonimisering en/of de controle op de openbaarmaking van statistische gegevens op de verschillende statistische gebieden te evalueren en, voor zover mogelijk, verder te harmoniseren.
2014/6 Gevallen waarin de uitvoering van wettelijk voorgeschreven en overeengekomen methodologieën of instrumenten in sommige lidstaten aanzienlijke vertraging oploopt, moeten worden geëvalueerd en geanalyseerd teneinde de nodige systemische corrigerende maatregelen vast te stellen en uit te voeren. 2021/6 De ESGAB beveelt Eurostat aan een alomvattende strategie voor samenwerking met de academische wereld te ontwikkelen.
2014/7 De harmonisatie van methodologieën voor gegevensverwerking en voor de berekening van kwaliteitsindicatoren moet in samenwerking met de lidstaten rigoureus worden nagestreefd. 2021/7 De ESGAB beveelt aan dat Eurostat zijn communicatie en verspreiding verder verbetert in het licht van de “nieuwe wereld met een overvloed aan informatie” waarin vele aanbieders strijden om de beperkte aandacht van de gebruikers.
2014/8 Er moeten regelmatig en systematisch beoordelingen worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de praktijken voor het controleren van de consistentie binnen de verschillende statistische gebieden op vergelijkbare wijze plaatsvinden. 2021/8 De ESGAB beveelt aan dat Eurostat, waar passend, voor relevante statistieken manieren vindt om extern toegankelijke databanken met oudere versies van gegevens op te zetten, teneinde beleidsrelevant onderzoek te vergemakkelijken.
2014/9 De praktijk van kwaliteitsbeheer en -borging moet verder worden geharmoniseerd en gestroomlijnd. De gemeenschappelijke basisnorm voor op gebruikers en producenten gerichte kwaliteitsverslagen moet voor elke statistische activiteit en elk statistisch gebied worden gebruikt. Dit zal ervoor zorgen dat deze verslagen soortgelijke informatie verstrekken en dat de kwaliteit voor de verschillende gebieden op gelijke wijze kan worden beoordeeld. 2021/9 De ESGAB beveelt aan dat Eurostat actie onderneemt om het onderzoek naar microgegevens te verbeteren door passende modaliteiten te ontwikkelen en met lidstaten afspraken te maken over gegevensreeksen waarbij toegang tot microgegevens haalbaar is, en door technieken voor toegang te ontwikkelen die de privacy beschermen (zoals door metagegevens gestuurde software), die ook op nationaal niveau zouden kunnen worden toegepast.
2014/10 Eurostat moet streven naar de publicatie van een volledig tijdschema voor publicaties en naar de gezamenlijke publicatie van Eurostat- en NSI-statistieken. 2021/10 De ESGAB beveelt Eurostat aan zijn analytische kaders met betrekking tot herzieningen verder te ontwikkelen. Eurostat moet zijn herzieningsbeleid en regelmatige analysen van herzieningen publiceren.
2014/11 Eurostat moet de mogelijke gevolgen van een volledig verbod op toegang vóór publicatie volledig onderzoeken, alsmede manieren om de risico’s te beheersen indien een sterk beperkte toegang vóór publicatie voor individuele persbureaus wordt gehandhaafd. 2021/11 De ESGAB beveelt de medewetgevers aan om bij de komende vaststelling van de EU-dataverordening een permanent traject uit te stippelen voor de toegang van Eurostat en alle producenten van Europese statistieken tot gegevens die in particuliere handen zijn.
2014/12 Eurostat moet zijn communicatiestrategie evalueren en herzien om ervoor te zorgen dat het zijn doelgroepen in het huidige medialandschap op doeltreffende wijze bereikt, en optimaal gebruikmaken van moderne communicatiemiddelen voor verschillende gebruikerssegmenten. 2021/12 De ESGAB beveelt aan dat Eurostat een alomvattende strategie ontwikkelt voor het gebruik van nieuwe digitale gegevensbronnen die kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van relevantie, nauwkeurigheid en actualiteit en die kunnen helpen de last voor respondenten te verminderen en de kosteneffectiviteit te verhogen.
2014/13 Eurostat moet de coördinerende rol van de NSI’s ten aanzien van de ANI’s ondersteunen door alleen gegevensoverdrachten die in overeenstemming zijn met de code te aanvaarden van een NSI of een gemachtigde ANI. De datum waarna gegevensverstrekking zonder machtiging niet langer toegestaan is, moet een jaar van tevoren op ruime schaal worden bekendgemaakt. Indien na de aangekondigde datum nog steeds gegevens aan Eurostat worden verstrekt zonder machtiging of die niet in overeenstemming zijn met de code, moet Eurostat de gegevens afwijzen. 2021/13 De ESGAB beveelt Eurostat en de ECB aan voort te bouwen op de bestaande nauwe samenwerking tussen het ESS en het ESCB om de mogelijkheden te benutten voor betere coördinatie en samenwerking inzake gegevensuitwisseling en de behandeling van complexe statistische gevallen (zoals multinationale ondernemingen) en om het potentieel voor gemeenschappelijke statistische infrastructuur (zoals statistische ondernemingsregisters) te evalueren.
2014/14 Eurostat moet duidelijke mechanismen vaststellen voor zijn coördinerende rol binnen de Europese Commissie en een inventaris opstellen van de bestaande statistische activiteiten. 2021/14 De ESGAB beveelt aan dat Eurostat de (in de toekomst) vereiste vaardigheden/competenties van het personeel in kaart brengt en inventariseert. Op basis van deze informatie moet het opleidingsaanbod voor het huidige personeel worden aangepast teneinde een succesvolle bijscholing voor de relevante nieuwe gebieden mogelijk te maken. Tegelijkertijd moet Eurostat proactief gebruikmaken van alle mogelijkheden van het huidige aanwervingssysteem van de Europese Commissie teneinde personeel met de nodige toekomstbestendige vaardigheden te kunnen aantrekken en behouden.
2014/15 Het ESS en het ESCB moeten zich concentreren op pragmatisch werken binnen de gegeven taakverdeling en verdergaan met praktische samenwerking. Het zou een goede zaak zijn indien het ESCB verifieerbare kwaliteitsborgingsprocedures zou vaststellen die vergelijkbaar zijn met die van het ESS, teneinde dit wederzijds begrip te vergroten. 2021/15 De ESGAB beveelt de beleidsmakers van de EU aan om alle lopende innovatie-inspanningen te ondersteunen met passende financiering, die zowel financiële als personele middelen afdekt. Zij herhaalt tevens haar aanbevelingen (aanbeveling 2020/6 en 2020/7) dat de Commissie een aanzienlijke investering in digitale infrastructuur voor statistische doeleinden voorstelt, teneinde innovatie en experimenten mogelijk te maken. De herstel- en veerkrachtplannen van de lidstaten en andere relevante EU-fondsen moeten deze acties inzake nieuwe Europese beleidsinitiatieven in het Europees statistisch systeem ondersteunen en zowel de ontwikkelings- als de exploitatiekosten dekken.
2014/16 Bij de volgende herziening van de Praktijkcode moeten een beginsel en overeenkomstige indicatoren worden opgesteld met betrekking tot de noodzaak om de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken te coördineren. 2021/16 De ESGAB beveelt Eurostat en het ESS aan een grondige en volledige beoordeling te maken van de ervaringen tijdens de COVID-19-crisis. Deze analyse moet betrekking hebben op de uitdagingen, de reacties, de belemmeringen en de successen en er moeten concrete conclusies uit worden getrokken. Voorts moet een actieplan worden opgesteld met het oog op weerbaarheid in toekomstige crisissituaties.
  2021/17 De ESGAB beveelt Eurostat aan om samen met de NSI’s procedures op te zetten voor de proactieve invoering van snelle statistische innovatie, die met name experimentele statistieken moet omvatten. Dit moet ook een voorbereiding vormen op crisissituaties en hierbij moeten voorstellen worden gedaan voor de wijze waarop de zichtbaarheid van dergelijke statistieken kan worden gewaarborgd, waarbij processen moeten worden ontworpen voor de uiteindelijke mainstreaming ervan.
  2021/18 De ESGAB beveelt Eurostat aan om, waar nodig, de bevoegdheden van artikel 14, lid 1, punt b), en artikel 14, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 actief en zo volledig mogelijk te gebruiken, zodat snel kan worden gereageerd op onvoorziene en dringende behoeften aan statistieken voor de beleidsvorming. Daartoe moet Eurostat de mogelijkheden en beperkingen van deze wettelijke bepalingen analyseren. Indien de bepalingen ontoereikend blijken te zijn, moet de kwestie worden overwogen in het kader van een wijziging van Verordening (EG) nr. 223/2009.

Bijlage VII — Samenvatting van de verbeteringsmaatregelen van de nationale instituten voor de statistiek — stand van zaken op 31 december 2019

Classificatie Alle maatregelen Openstaande maatregelen 31.12.18 Voltooid Afgesloten Vooruitgang hangt af van anderen Vertraagd Doorlopend Openstaande maatregelen 31.12.19
1. Governance en juridische aspecten, coördinatie 221 65 9 4 23 17 8 52
1.1. Professionele onafhankelijkheid 72 26 1 0 15 6 2 25
1.2. Mandaat voor gegevensverzameling 3 0 0 0 0 0 0 0
1.3. Juridische aspecten van vertrouwelijkheid 2 1 0 1 0 0 0 0
1.4. Coördinatie 144 38 8 3 8 11 6 27
2. Toereikendheid van de middelen en kosteneffectiviteit 152 47 14 4 4 22 4 29
2.1. Middelen 57 14 5 0 3 2 3 9
2.2. Opleiding 22 4 1 0 0 2 0 3
2.3. Kosteneffectiviteit 73 29 8 4 1 18 1 17
3. Kwaliteit en methodologie 231 60 26 1 2 21 7 33
3.1. Kwaliteitsbewustzijn 102 33 17 1 1 10 3 15
3.2. Methodologie en bescherming van de vertrouwelijkheid 46 9 2 0 0 3 2 7
3.3. Kwaliteit van de output en interactie met de gebruiker 83 18 7 0 1 8 2 11
4. Lastenvermindering en administratieve gegevens 85 23 4 4 7 4 4 15
4.1. Lastenvermindering 28 5 0 3 0 1 2 2
4.2. Administratieve gegevens 57 18 4 1 7 3 2 13
5. Onpartijdigheid en verspreiding 221 43 11 5 3 15 6 27
5.1. Onpartijdigheid 46 6 3 1 1 0 1 2
5.2. Verspreiding: toegankelijkheid en duidelijkheid 123 25 4 3 1 11 4 18
5.3. Verspreiding van microgegevens 52 12 4 1 1 4 1 7
Algemeen totaal 910 237 64 18 39 79 29 155

Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie.

Bijlage VIII — Dekking van de nationale statistische systemen in de derde ronde van collegiale toetsingen

Land Totaal aantal ANI’s ANI’s geselecteerd voor collegiale toetsing
Oostenrijk 7 Federaal Ministerie van Klimaatactie, Milieu, Energie, Mobiliteit, Innovatie en Technologie (BMK)
Federaal Ministerie van Landbouw, Regio’s en Toerisme (BMLRT)
Umweltbundesamt — Milieuagentschap Oostenrijk (UBA)
Energie-Control Oostenrijk (E-Control)
Bulgarije 10 Dienst Landbouwstatistieken van het directoraat-generaal Landbouw en Regionaal Beleid (Ministerie van Landbouw, Voedselvoorziening en Bosbouw)
Directoraat Analyse, Planning en Prognose en dienst Medische Expertise Arbeidsgeschiktheid en Arbeidsongevallen bij het directoraat Verzekeringen en Kortetermijnuitkeringen van het Nationaal Instituut voor de Sociale Zekerheid
Directoraat Monitoring en Beoordeling van het Milieu van het Uitvoerend Milieuagentschap van het Ministerie van Milieu en Water
België 15 FOD Binnenlandse Zaken
FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie — DG Energie
Instituut voor de Nationale Rekeningen
Vlaamse Statistische Autoriteit
Denemarken 15 Deense Immigratiedienst
Deens Energieagentschap
Deens Agentschap voor Milieubescherming
Estland 1 ---
Finland 6 Finse Douanedienst
Instituut voor Natuurlijke Hulpbronnen Finland
Nationaal Instituut voor Gezondheid en Welzijn
Finse Immigratiedienst
Frankrijk 12 Departement Statistiek en Prognoseanalyse (Ministerie van Landbouw en Voedselvoorziening)
Dienst Gegevens en Statistiek (Ministerie voor Groene Transitie)
Directoraat Onderzoek, Studies, Evaluatie en Statistieken (Ministerie van Solidariteit en Volksgezondheid, Ministerie van Economie, Financiën en Herstel en Ministerie van Arbeid, Werkgelegenheid en Economische Inclusie)
Duitsland 30 Federaal Bureau voor Landbouw en Voedselvoorziening
Federaal Arbeidsbureau
Bureaus voor de statistiek van de deelstaten (14 in totaal)
Griekenland 10 Ministerie van Milieu en Energie
Ministerie van Plattelandsontwikkeling en Voedsel
Nationaal documentatiecentrum (EKT)
Ierland 15 Bureau voor Milieubescherming (EPA)
Ministerie van Justitie (DoJ)
Ministerie van Volksgezondheid (DoH)
Italië 13 Ministerie voor Groene Transitie (MITE)
Ministerie van Volksgezondheid
Italiaans Instituut voor Milieubescherming en Onderzoek (ISPRA)
Exploitant van energiediensten (GSE)
Litouwen 8 Bureau voor Milieubescherming
Instituut voor Hygiëne
Staatsbedrijf: Centrum voor Landbouwvoorlichting en Plattelandsbedrijven
Luxemburg 11 Algemene Inspectie Sociale Zekerheid — Inspection générale de la sécurité sociale (IGSS)
Ministerie van Plattelandseconomie — Service d’économie rurale (SER)
Directoraat Gezondheid — Direction de la Santé
Malta 1 Directoraat Gezondheidsvoorlichting en -onderzoek
Nederland - ---
Noorwegen 8 Noors Directoraat voor Visserij
Noors Directoraat voor Immigratie
Noors Instituut voor onderzoek met betrekking tot bio-economie (NIBIO)
Noors Instituut voor Volksgezondheid (FHI)
Polen 11 Ministerie van Landbouw en Plattelandsontwikkeling
Ministerie van Justitie
Ministerie van Financiën
Portugal 5 Directoraat-generaal Onderwijs- en Wetenschapsstatistieken van het Ministerie van Onderwijs en het Ministerie van Wetenschap, Technologie en Hoger Onderwijs (DGEEC)
Directoraat-generaal Energie en Geologie van het ministerie van Milieu en Klimaatverandering (DGEG)
Directoraat-generaal Justitiebeleid van het Ministerie van Justitie (DGPJ)
Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen, Mariene Hulpbronnen en Veiligheidsdiensten van het Ministerie voor Zee (DGRM)
Afdeling Strategische Planning van het Ministerie van Arbeid, Solidariteit en Sociale Zekerheid (GEP)
Spanje 17 Subdirectoraat-generaal Analyse, Coördinatie en Statistiek (ondersecretariaat voor Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening), Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening
Subdirectoraat-generaal Economische Studies en Statistiek (Directoraat-generaal Economische Planning en Begrotingen; ondersecretariaat Vervoer, Mobiliteit en Stedelijke Agenda), Ministerie van Vervoer, Mobiliteit en Stedelijke Agenda
Subdirectoraat-generaal Vooruitzichten, strategie en energieverordeningen (DG Energiebeleid en Mijnbouw; Staatssecretariaat voor Energie), Ministerie van Ecologische Transitie en de Demografische Uitdaging
Zweden 20 Zweeds nationaal agentschap voor onderwijs
Zweedse nationale financiële toezichtautoriteit
Zweedse migratieautoriteit
Zweeds agentschap voor volksgezondheid

Bron: website van Eurostat.

  1. Lijst van NSI’s en ANI’s die verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken, zoals aangewezen door de lidstaten (geactualiseerd op 12 oktober 2021) en
  2. Lijst van ANI’s [laatste update mei 2021] die deelnemen aan de derde ronde van collegiale toetsingen 2021‑2023

NB: Informatie over de ANI’s die deelnemen aan de collegiale toetsingen van de nationale statistische systemen van Kroatië, Cyprus, Tsjechië, Hongarije, IJsland, Letland, Liechtenstein, Roemenië, Slowakije, Slovenië en Zwitserland zal in november 2022 beschikbaar zijn.

Afkortingen

AKE: arbeidskrachtenenquête

ANI: andere nationale instantie

CoP: Praktijkcode voor Europese statistiek (Code of Practice)

DG EMPL: directoraat-generaal Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie van de Commissie

DG GROW: directoraat-generaal Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf van de Commissie

DG SANTE: directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid van de Commissie

DO: doodsoorzaak

ECB: Europese Centrale Bank

ECDC: Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (European Centre for Disease Prevention and Control)

ESP: Europees statistisch programma

ESS: Europees statistisch systeem

EVA: Europese Vrijhandelsassociatie

IAO: Internationale Arbeidsorganisatie

Kmo’s: kleine en middelgrote ondernemingen

NSI: nationaal instituut voor de statistiek (national statistical institute)

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

SBS: structurele bedrijfsstatistieken

WHO: Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization)

Woordenlijst

Doodsoorzaak: de ziekte of letsel die/dat de opeenvolging van ziektegerelateerde gebeurtenissen in gang zette die rechtstreeks tot de dood leidden, of de omstandigheden van het ongeval of het geweld die een fatale verwonding veroorzaakten.

Gegevens: reeks waarden voor kwalitatieve of kwantitatieve variabelen, zoals feiten of metingen, op basis waarvan informatie kan worden gegenereerd.

Gegevenslacune: onbeschikbaarheid van gegevens die nodig zijn voor een specifiek doel.

Gestandaardiseerd sterftecijfer: het sterftecijfer van een bevolking, aangepast overeenkomstig een standaardleeftijdsverdeling om de vergelijkbaarheid in de tijd en tussen verschillende gemeenschappen te verbeteren.

Institutionele gebruiker van statistieken: een nationale of internationale organisatie, zoals een nationale regering of een nationale centrale bank, of een instelling, orgaan of dienst van de EU.

Kernprestatie-indicator: een kwantificeerbare maatstaf die de prestaties ten opzichte van de hoofddoelstellingen weergeeft.

Kleine en middelgrote ondernemingen: een omvanggerelateerde definitie van ondernemingen en andere organisaties op grond van het aantal personeelsleden en bepaalde financiële criteria. Kleine ondernemingen hebben minder dan vijftig personeelsleden in dienst en een omzet of een balanstotaal van maximaal 10 miljoen EUR. Middelgrote ondernemingen hebben minder dan 250 personeelsleden in dienst en een omzet van maximaal 50 miljoen EUR of een balanstotaal van maximaal 43 miljoen EUR.

Maatschappelijk middenveld: het deel van de samenleving, te onderscheiden van de overheid en het bedrijfsleven, dat bestaat uit verenigingen en andere groeperingen die gedeelde belangen vertegenwoordigen in het publieke domein.

Metagegevens: gegevens die andere gegevens definiëren en beschrijven.

Microgegevens: gegevens over een individueel persoon, huishouden, bedrijf of een individuele organisatie.

Morbiditeit: de toestand van het ziek zijn.

Onpartijdigheid: beginsel dat statistieken op neutrale wijze moeten worden ontwikkeld, geproduceerd en verspreid, en wel zodanig dat alle gebruikers gelijk worden behandeld.

Oversterfte: aantal sterfgevallen door alle oorzaken, gemeten tijdens een crisis, dat wordt waargenomen bovenop het aantal dat onder “normale” omstandigheden zou kunnen worden waargenomen.

Relatieve standaardafwijking: maatstaf voor de statistische nauwkeurigheid van een raming. Kleinere relatieve standaardafwijkingen duiden op betrouwbaardere resultaten en grotere relatieve standaardafwijkingen op minder betrouwbare resultaten.

Systeem van gezondheidsrekeningen: het economische standaardkader voor gezondheidsrekeningen in ESS-landen, waarbij gebruik wordt gemaakt van boekhoudregels die methodologisch verenigbaar zijn met het systeem van nationale rekeningen om volledige, consistente en internationaal vergelijkbare rekeningen op te stellen die voldoen aan de belangrijkste gebruikersbehoeften.

Werkloze: een werkloze van 15 of 16 tot 74 jaar die geen baan had gedurende de referentieweek en die beschikbaar is om binnen de komende twee weken aan het werk te gaan (of die al een baan heeft gevonden die binnen de komende drie maanden begint) en die ergens in de loop van de voorgaande vier weken actief op zoek was naar een baan.

Controleteam

In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheersthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de doelmatigheid of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.

Deze doelmatigheidscontrole werd uitgevoerd door controlekamer IV “Marktregulering en concurrerende economie”, die onder leiding staat van ERK-lid Mihails Kozlovs. Deze controle werd geleid door ERK-lid Ildikó Gáll-Pelcz, ondersteund door Claudia Kinga Bara, kabinetschef, en Zsolt Varga, kabinetsattaché; Sabine Hiernaux-Fritsch, hoofdmanager; Athanasios Koustoulidis, taakleider; Maria Isabel Quintela en Ezio Guglielmi, auditors. Thomas Everett verleende taalkundige ondersteuning.

Voetnoten

1 Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties, Resolution adopted by the Economic and Social Council on 24 July 2013: 2013/21 — Fundamental Principles of Official Statistics, 2013.

2 Artikel 338 VWEU.

3 Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 (PB L 87 van 31.3.2009), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/759.

4 Artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) 2021/690 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021.

5 Artikel 03 02 05 “Produceren en verspreiden van hoogwaardige statistieken over Europa” van de goedgekeurde begroting voor 2021, beschikbaar op https://data.europa.eu/eli/budget/2021/1/oj.

6 Artikel 11 van Verordening (EG) nr. 223/2009.

7 Als omschreven in artikel 4 van Verordening 223/2009.

8 De statistische taak van het ESCB is gebaseerd op artikel 5 van de statuten van het ESCB en de ECB.

9 Opgericht bij Besluit nr. 234/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad.

10 Opgericht bij Besluit nr. 235/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad.

11 Speciaal verslag nr. 12/2012 van de Rekenkamer: “Hebben de Commissie en Eurostat het proces voor de productie van betrouwbare en geloofwaardige Europese statistieken verbeterd?”.

12 Zie de artikelen 1 en 3 van Besluit nr. 234/2008/EG van 11 maart 2008.

13 Zie artikel 4 van Besluit nr. 234/2008/EG van 11 maart 2008.

14 Eurostat, Support for the Final Evaluation of the European Statistical Programme 2013‑2020, juli 2021, blz. 43.

15 Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 223/2009.

16 Besluit 2012/504/EU van de Commissie en Praktijkcode Europese statistieken.

17 Artikel 6, lid 3, en de artikelen 7, 15 en 18 van Verordening (EG) nr. 223/2009, Besluit 2012/504/EU van de Commissie.

18 Verordening (EU) 2015/359 van de Commissie tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1338/2008.

19 El-Hayek, Y., Tip of the Iceberg: Assessing the Global Socioeconomic Costs of Alzheimer’s Disease and Related Dementias and Strategic Implications for Stakeholders, Journal of Alzheimer’s Disease, 70, 2019, blz. 323-341.

20 WHO, The top 10 causes of death, 9 december 2020.

21 WHO, Dementia: Key facts, 2 september 2021.

22 Zoals uitgewerkt in de Praktijkcode van 2017.

23 Artikel 2 en artikel 18, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009, zoals gewijzigd; artikel 6, lid 2, van het besluit van de Commissie van 2012 betreffende Eurostat en de gecodificeerde beginselen van de VN (UNFP and the Principles Governing International Statistical Activities).

24 ESGAB’s Annual Report 2015 en Opinion of the ESGAB concerning the implementation of the Commission’s commitment on confidence (2018).

25 Beginsel 6: “Alle gebruikers hebben op hetzelfde tijdstip dezelfde toegang tot statistische nieuwsberichten. Bevoorrechte toegang voor externe gebruikers vóór de bekendmaking van een bericht is beperkt en goed gemotiveerd, en wordt gecontroleerd en gepubliceerd”.

26 Protocol on impartial access to Eurostat data for users, januari 2014.

27 ISTAT, Embargo: a policy for transmitting correct information.

28 ESGAB’s recommendations and Eurostat’s improvement actions in response to the recommendations.

29 Jaarverslag 2021 van de ESGAB.

30 Speciaal verslag nr. 12/2012 van de ERK.

31 Conclusies van de Raad over EU-statistieken, zoals goedgekeurd door de Raad Ecofin op 9 november 2021.

32 Zie Speciaal verslag nr. 12/2012 van de ERK: “Hebben de Commissie en Eurostat het proces voor de productie van betrouwbare en geloofwaardige Europese statistieken verbeterd?” en het jaarverslag van de ESGAB van 2011.

33 Opgericht bij Besluit nr. 235/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad.

34 COM(2005) 217 final en W. Radermacher (2011), European Statistics: People Count.

35 Speciaal verslag nr. 12/2012 van de ERK: “Hebben de Commissie en Eurostat het proces voor de productie van betrouwbare en geloofwaardige Europese statistieken verbeterd?”

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (https://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2022

PDF ISBN 978-92-847-9041-8 ISSN 1977-575X doi:10.2865/664 QJ-AB-22-023-NL-N
HTML ISBN 978-92-847-9070-8 ISSN 1977-575X doi:10.2865/334045 QJ-AB-22-023-NL-Q

AUTEURSRECHT

© Europese Unie, 2022

Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is uiteengezet in Besluit nr. 6-2019 van de ERK over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.

Tenzij anders aangegeven (bijv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor inhoud van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Als algemene regel geldt derhalve dat hergebruik is toegestaan mits de bron correct wordt vermeld en eventuele wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker van ERK-inhoud mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.

Aanvullende toestemming moet worden verkregen indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeelsleden van de ERK, of werken van derden bevat.

Indien dergelijke toestemming wordt verkregen, wordt de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.

Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan dient u de auteursrechthebbende mogelijk rechtstreeks om toestemming te vragen:

figuur 2 — iconen: deze figuren zijn ontworpen met behulp van Flaticon.com. © Freepik Company S.L. Alle rechten voorbehouden.

Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid van de ERK inzake hergebruik.

De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.

Gebruik van het ERK-logo

Het logo van de ERK mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de ERK.

HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?

Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-centra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde centrum online (european-union.europa.eu/contact-eu/meet-us_nl).

Bel of schrijf
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

  • te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen);
  • te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
  • het onlineformulier in te vullen: european-union.europa.eu/contact-eu/write-us_nl

WAAR VINDT U INFORMATIE OVER DE EU?

Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website (european-union.europa.eu).

EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU bekijken of bestellen op op.europa.eu/nl/publications. Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke documentatiecentrum (european-union.europa.eu/contact-eu/meet-us_nl).

EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR‑Lex (eur-lex.europa.eu).

Open data van de EU
Het portaal data.europa.eu biedt toegang tot opendatabestanden van de instellingen, organen en agentschappen van de EU. Deze kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden. Het portaal biedt ook toegang tot een grote hoeveelheid databestanden van de Europese landen.