
Eiopa heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het toezicht en de stabiliteit in de verzekeringssector, maar er blijven belangrijke uitdagingen bestaan
Over het verslag Eiopa heeft, als een van de drie Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s), tot taak om de stabiliteit van het financiële stelsel te ondersteunen en consumenten te beschermen op het gebied van verzekeringen en bedrijfspensioenen. De verzekeringsmarkt, met activa ter waarde van ongeveer twee derde van het jaarlijks bbp van de EU, maakt een belangrijk deel uit van de financiële sector van de EU. Het falen hiervan zou een negatief effect kunnen hebben op de reële economie en het welzijn van consumenten. Wij onderzochten of Eiopa een doeltreffende bijdrage heeft geleverd aan het toezicht, de toezichtsconvergentie en de financiële stabiliteit. Voor dit laatste hebben wij ons gericht op de stresstest met betrekking tot verzekeringen van 2016.
Wij concludeerden dat Eiopa goed gebruik heeft gemaakt van een breed scala aan instrumenten, al zijn het ontwerp en de follow-up ervan voor verbetering vatbaar. Wij troffen een aantal systematische uitdagingen aan met betrekking tot het toezicht op grensoverschrijdende activiteiten en interne modellen. Deze uitdagingen moeten echter het hoofd worden aangegaan door Eiopa zelf, door nationale toezichthouders en wetgevers, met name in verband met de doorlopende evaluatie van ETA’s.
Samenvatting
IDe verzekeringssector vormt een belangrijk deel van de financiële sector van de EU. In de sector worden activa beheerd met een waarde van ongeveer twee derde van het jaarlijkse bruto binnenlands product (bbp) van de EU. Faillissementen van verzekeringsmaatschappijen zouden de activiteiten van de financiële sector kunnen verstoren en dus een negatief effect kunnen hebben op de reële economie en het welzijn van consumenten.
IIDe Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) werd in 2011 opgericht naar aanleiding van de hervorming van het toezicht op de financiële sector in de EU na de financiële crisis van 2007-2008. Eiopa treedt op als onafhankelijk adviesorgaan voor de Europese Commissie, het Parlement en de Raad.
IIIDe kerntaken van Eiopa bestaan in het ondersteunen van de stabiliteit van het financiële stelsel, de transparantie van markten en financiële producten en het beschermen van verzekeringnemers. Eiopa monitort bovendien potentiële risico’s en kwetsbaarheden in de sector. Haar taken worden onder vier grote categorieën onderverdeeld: regulering, toezicht en toezichtsconvergentie, financiële stabiliteit en consumentenbescherming.
IVWij onderzochten of Eiopa een doeltreffende bijdrage levert aan het toezicht en de financiële stabiliteit in de verzekeringssector. We beoordeelden met name het optreden van Eiopa op het gebied van toezicht en toezichtsconvergentie (samenwerking met nationale bevoegde autoriteiten (NBA’s), hun werk aan interne modellen en grensoverschrijdende activiteiten), de stresstest met betrekking tot verzekeringen van 2016 en de toereikendheid van de middelen en governance van Eiopa.
VDe controle had voornamelijk betrekking op de toezichtsactiviteiten van Eiopa tussen 2015 en 2017, evenals op de stresstest van 2016. De controle-informatie was afkomstig van bezoeken aan Eiopa en een controle van de stukken ter plaatse, evenals van vergaderingen met de desbetreffende diensten van de Commissie, het Europees Comité voor systeemrisico’s, NBA’s, deskundigen uit de academische wereld en belanghebbenden. In het kader van de controle werd ook rekening gehouden met de resultaten van twee enquêtes.
VIOnze algemene conclusie is dat Eiopa goed gebruik heeft gemaakt van een breed scala aan instrumenten om de toezichtsconvergentie en de financiële stabiliteit te ondersteunen. Eiopa zelf, nationale toezichthouders en wetgevers staan echter nog voor aanzienlijke uitdagingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de evaluaties van Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s) en van Solvabiliteit II.
VIIDe maatregelen die Eiopa nam om ervoor te zorgen dat het toezicht van NBA’s consistent was, waren gebaseerd op een degelijke analyse en hadden, voor het grootste deel, een ruim toepassingsgebied. Eiopa bracht door middel van haar werkzaamheden belangrijke tekortkomingen aan het licht in de werkwijze van NBA’s, en monitort regelmatig de ontwikkelingen. Eiopa beschikt echter niet over een regeling voor de systematische follow-up van haar aanbevelingen.
VIIIWe stelden vast dat het huidige wettelijk kader voor het toezicht op grensoverschrijdende activiteiten in de EU systeemgebreken vertoont en een situatie creëert waarin het toezicht afhankelijk is van de rechtsvorm van een onderneming, in plaats van de aard hiervan. Dit leidt tot de verkeerde prikkels voor zowel toezichthouders als verzekeraars, die gebruikmaken van een lager niveau van toezicht in bepaalde lidstaten. Eiopa spande zich in om de hieruit voortvloeiende problemen aan te pakken, maar verkeerde niet in een positie om de systeemgebreken te verhelpen en te zorgen voor toezichtsconvergentie.
IXVerzekeringsmaatschappijen gebruiken interne modellen om de risicobeoordeling beter aan te passen aan hun activiteiten en om hun kapitaalvereisten te versoepelen. Er bestaan aanzienlijke verschillen ten aanzien van de striktheid van NBA’s bij het toezicht op interne modellen. Eiopa deed een poging om de toezichtsconvergentie op dit gebied te verbeteren. Zij slaagde hier niet volledig in, onder andere vanwege beperkingen van de toegang tot informatie die door NBA’s werden opgelegd.
XEiopa voerde in 2016 een stresstest uit om te beoordelen hoe de verzekeringssector zou reageren op ongunstige marktontwikkelingen, en met name op een langere periode van zeer lage rentepercentages en een prijsschok ten aanzien van activa. Een aantal ondernemingen bleek kwetsbaar te zijn in dergelijke omstandigheden, aangezien hun solvabiliteit aanzienlijk zou zijn verslechterd. De reikwijdte van de stresstest was passend en in de scenario’s werden de belangrijkste risico’s voor de sector vastgesteld. We troffen echter tekortkomingen aan wat betreft de ijking van de scenario’s. Eiopa was met name niet in staat om de sterke punten van een van de scenario’s in voldoende detail aan te tonen.
XINa een nauwkeurige validering van de gegevens presenteerde Eiopa de resultaten van de stresstest voor het grootste deel op adequate wijze. Vanwege haar wettelijke mandaat vond er geen publicatie op bedrijfsniveau plaats. Aanbevelingen die na de stresstest werden afgegeven, waren soms te algemeen, hoewel Eiopa zich inspande om een follow-up uit te voeren van de mate waarin NBA’s deze aanbevelingen uitvoerden.
XIIEiopa is bij al haar werkzaamheden grotendeels afhankelijk van de samenwerking met NBA’s, maar krijgt niet altijd hun volledige steun. NBA’s hebben een beslissende stem in het belangrijkste bestuurslichaam van Eiopa, wat betekent dat zij in een positie verkeren om te beslissen over de reikwijdte van de maatregelen van Eiopa om hun eigen doeltreffendheid te evalueren. Eiopa was nog niet staat van regulering op toezicht over te gaan. Omdat zij beschikt over slechts twintig personeelsleden die zich buigen over toezichtskwesties en nog eens zeven die zich bezighouden met gerelateerde onderwerpen, wordt Eiopa geconfronteerd met een echte uitdaging wat betreft het uitvoeren van de brede reeks van complexe taken waarvoor zij verantwoordelijk is.
XIIIWij bevelen aan dat Eiopa ter verbetering van de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar optreden het volgende doet:
- zorgen voor een betere gerichtheid en follow-up van haar toezichtsinstrumenten, op systematische wijze;
- samenwerken met de Commissie en de medewetgevers om systeemgebreken bij het toezicht op grensoverschrijdende activiteiten aan te pakken;
- samenwerken met de Commissie en de medewetgevers om beperkingen van de toegang tot informatie over interne modellen aan te pakken en NBA’s meer ondersteuning bieden ten aanzien van de vraag hoe er toezicht moet worden gehouden op deze modellen;
- de deugdelijkheid van scenario’s van stresstests verder verbeteren;
- na de stresstest meer specifieke en relevante aanbevelingen doen aan NBA’s;
- de publicatie van de resultaten van stresstests op bedrijfsniveau bevorderen;
- zorgen dat de methode van stresstests transparanter is; en
- de aan toezicht toegewezen personele middelen versterken.
Inleiding
De verzekeringsmarkt in de Europese economie
01Met activa met een waarde van meer dan twee derde van het jaarlijks bbp van de EU en een marktpenetratie die verschilt per lidstaat (zie figuur 1), heeft de verzekeringssector een belangrijk aandeel in de financiële sector. De verzekeringssector draagt bij tot economische groei en financiële stabiliteit door risico’s af te dekken en spaargelden aan te trekken. Gezien hun belangrijke rol kan het omvallen van verzekeringsmaatschappijen de verlening van financiële diensten en de economie als geheel verstoren, en zo negatieve gevolgen hebben voor consumenten.
Figuur 1
Marktpenetratie van verzekeringen in Europa (aandeel van premies in het bbp)
Bron: ERK, op basis van het Financial Stability Report (verslag over financiële stabiliteit) van Eiopa van 2018.
Een van de belangrijkste uitdagingen voor de huidige verzekeringsmarkt zijn de lage rentepercentages. Verzekeraars, en met name levensverzekeraars, die 65 % van de EU-verzekeringsmarkt uitmaken, ondervinden aanzienlijke problemen bij het verdienen van de rente die voor in voorgaande jaren verkochte producten werd gegarandeerd. De bedrijfsmodellen van levensverzekeraars worden daarom momenteel ingrijpend veranderd; één gevolg van die veranderingen is dat er meer risico wordt genomen. Daarnaast hebben digitale technologieën en een groter gebruik van big data de verzekeringsmarkt ingrijpend gewijzigd (Fintech) en niet alleen mogelijkheden voor ondernemingen gecreëerd, maar ook een aantal nieuwe uitdagingen en risico’s voor klanten.
03Vanuit regelgevingsperspectief was de toeapssing van het Solvabiliteit II-kader in januari 2016 een belangrijke ontwikkeling voor verzekeraars. Solvabiliteit II is het eerste geharmoniseerde wettelijk kader van de EU betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf. Het heeft ook betrekking op toezicht op het verzekeringswezen en is gericht op het waarborgen van een eerlijk gelijk speelveld binnen de interne markt. In het kader is bepaald hoeveel kapitaal bedrijven moeten aanhouden om hun risico te dekken en zijn vereisten ten aanzien van risicobeheer, governance en verslaglegging vastgesteld.
Eiopa als onderdeel van het Europees Systeem voor financieel toezicht
04De Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) werd in 2011 opgericht1 als onderdeel van de hervormingen van de manier waarop toezicht wordt uitgeoefend op de financiële sector van de EU, als antwoord op de financiële crisis van 2007-2008. Eiopa treedt op als onafhankelijk adviesorgaan voor de Commissie, het Parlement en de Raad. Ze is actief op het gebied van verzekeringsmaatschappijen, herverzekeringsondernemingen, tussenpersonen en instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.
05Eiopa maakt deel uit van een Europees Systeem voor financieel toezicht (ESFS), dat bestaat uit drie Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s): één voor de bankensector (de Europese Bankautoriteit – EBA), één voor de effectensector (de Europese Autoriteit voor effecten en markten – ESMA) en één voor de sector verzekeringen en bedrijfspensioenen, evenals het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB). De reden voor het oprichten van de ETA’s was het zorgen voor een nauwere samenwerking en uitwisselingen van informatie tussen nationale toezichthouders (ook wel nationale bevoegde autoriteiten – NBA’s – genoemd) om de goedkeuring van EU-oplossingen voor grensoverschrijdende problemen te vergemakkelijken en de consistente toepassing en uitlegging van regels te bevorderen.
06De kerntaken van Eiopa bestaan in het ondersteunen van de stabiliteit van het financiële stelsel, de transparantie van markten en financiële producten en het beschermen van verzekeringnemers, deelnemers aan pensioenregelingen en begunstigden. Eiopa heeft de opdracht om over de grenzen en sectoren heen trends, potentiële risico’s en zwakke plekken die van het microprudentiële niveau afkomstig zijn, aan te wijzen. Met het oog hierop heeft Eiopa verantwoordelijkheden die onder vier grote en onderling samenhangende categorieën worden onderverdeeld: regulering, toezicht en toezichtsconvergentie, financiële stabiliteit en consumentenbescherming (zie tabel 1). Na de afronding van de werkzaamheden ten aanzien van het belangrijkste wettelijk kader voor de verzekeringssector en gezien de noodzaak om de doeltreffende uitvoering hiervan te waarborgen, was Eiopa voornemens de strategische nadruk van haar werkzaamheden te verschuiven van regulering naar toezicht. In het kader van deze controle richten wij ons op toezicht en toezichtsconvergentie, die van groot belang zijn voor consumenten, en de stresstest, die onder de doelstelling van het zorgen voor financiële stabiliteit valt.
| Taakgebied | Rol van Eiopa |
|---|---|
| Regulering | Opstellen van technische normen die vervolgens door de Commissie worden goedgekeurd en bespreken van eventuele aangebrachte wijzigingen. Advies verlenen aan de Commissie op gebieden waarop zij de bevoegdheid heeft om gedelegeerde handelingen met betrekking tot EU-werkzaamheden vast te stellen. |
| Toezicht en toezichtsconvergentie | Facilitering en coördinatie van toezichtsactiviteiten van NBA’s om te zorgen voor consistente, doelmatige en doeltreffende toezichtspraktijken binnen het ESFS en de gemeenschappelijke, uniforme en consistente toepassing van het EU-recht te waarborgen. |
| Financiële stabiliteit en crisismanagement | Bijdragen aan de werkzaamheden ten aanzien van het macroprudentieel toezicht van het ESRB door gegevens en verslagen in te dienen. Uitvoeren van stresstests voor de sector verzekeringen en pensioenen en zorgen voor een gecoördineerde crisispreventie en gecoördineerd crisismanagement, alsook voor het behoud van de financiële stabiliteit in tijdens van crisis. |
| Consumentenbescherming en financiële innovatie | Beschermen van consumenten tegen het nemen van buitensporige risico’s bij het kopen van/investeren in financiële producten door middel van het ontwerpen van verordeningen, het monitoren van markttrends, het verbeteren van de beschikbare informatie, enz. Verbieden van financiële producten wanneer deze een risico vormen voor de financiële stabiliteit in de EU, analyseren en verslag doen van nieuwe financiële innovaties/producten op de markt. |
Bron: ERK.
Het ETA-hervormingsproces
07Aangezien de aard van de uitdagingen op de financiële markten verandert, stelde de Commissie in september 2017 een pakket hervormingen voor om het ESFS te versterken. De algemene doelstelling van het pakket was het verbeteren van de mandaten, governance en financiering van de drie ETA’s, evenals van de werking van het ESRB. Een aantal van de voorstellen van de Commissie zou rechtstreeks van toepassing zijn op Eiopa, zoals de oprichting van een onafhankelijke raad van bestuur (die belast wordt met beslissingen per geval en bepaalde toezichtskwesties), de versterking van de rol van Eiopa bij de validatie van interne modellen en de versterking van de instrumenten waarover zij beschikt om de toezichtsconvergentie te bevorderen.
08De voorstellen van de Commissie voor wijzigingen in het wettelijk kader van Eiopa doorlopen nu de normale wetgevende procedure, met inbegrip van besprekingen in de Raad en het Parlement. De gewijzigde wetgevende handelingen zullen naar verwachting in 2019 worden aangenomen. Onze controle kan een nuttige bijdrage leveren aan dit debat.
Reikwijdte en aanpak van de controle
09In het kader van de controle onderzochten we of Eiopa op doeltreffende wijze bijdroeg aan het toezicht en de financiële stabiliteit in de Europese verzekeringssector. De recente verschuiving van de prioriteiten van Eiopa van regulering naar toezicht kwam tot uiting in de nadruk van de controle. We behandelden met name de volgende gebieden:
- de maatregelen van Eiopa op het gebied van toezicht en toezichtsconvergentie; onze controle omvatte een steekproef van instrumenten die door Eiopa werden gebruikt (delen I, II en III);
- de stresstest voor de verzekeringssector die in 2016 werd uitgevoerd (deel IV); en
- horizontale aspecten die essentieel zijn voor de doeltreffendheid van alle maatregelen van Eiopa (het gebruik van wettelijke instrumenten ter waarborging van de naleving van het EU-recht; de adequaatheid van de personele middelen; en de geschiktheid van de governancestructuur; deel V).
De activiteiten van Eiopa op het gebied van toezicht en toezichtsconvergentie hebben in de praktijk betrekking op drie brede gebieden: i) bevordering van het toezicht door nationale autoriteiten, ii) waarborgen van adequaat toezicht op grensoverschrijdende entiteiten, en iii) interne modellen. Duidelijkheidshalve bespreken we deze onderwerpen in drie opeenvolgende delen van het verslag (I, II en III), maar ze dragen gezamenlijk bij tot onze beoordeling van de werkzaamheden van Eiopa op het gebied van toezicht en toezichtsconvergentie. Op het gebied van de financiële stabiliteit richtten we ons op de stresstest voor de verzekeringssector, gezien het belang hiervan voor het vaststellen van de toekomstige risico’s op de markt.
11Het verslag heeft geen betrekking op de werkzaamheden van de NBA’s (die nauw samenwerken met Eiopa bij al haar activiteiten). Het ESRB, dat was betrokken bij het ontwerp van een van de scenario’s van de stresstest, werd niet gecontroleerd, aangezien Eiopa verantwoordelijk blijft voor en eigenaar blijft van beide scenario’s. Omdat de controle was gericht op de verzekeringsmarkt, werden hieronder de activiteiten van Eiopa in de sector bedrijfspensioenen niet opgenomen.
12De controle had betrekking op de toezichtsactiviteiten van Eiopa die hoofdzakelijk in 2015-2017 plaatsvonden en de stresstest van 2016 (met inbegrip van de uit de stresstest van 2014 geleerde lessen). Voor elke gecontroleerde activiteit selecteerden we de te controleren zaken/dossiers zodanig dat werd gewaarborgd dat de steekproef representatief was voor de werkzaamheden van Eiopa en hierin een diverse reeks typische problemen aan bod komen.
13De belangrijkste controlewerkzaamheden omvatten bezoeken aan Eiopa en evaluaties van documenten ter plaatse. We verzamelden bovendien bewijs tijdens bijeenkomsten voor informatieverzameling en videoconferenties met de desbetreffende diensten van de Commissie, het ESRB, NBA’s, deskundigen uit de academische wereld en belanghebbenden (consumenten- en ondernemersorganisaties). De resultaten van twee enquêtes leverden nog meer informatie op voor de controle:
- de eerste enquête werd verstuurd aan alle NBA’s in de EU-lidstaten en had betrekking op de algemene samenwerking met Eiopa (toezicht en stresstests). 24 van de 28 NBA’s antwoordden;
- de tweede werd verstuurd aan een steekproef van verzekeringsmaatschappijen en had betrekking op de stresstest. 35 van de 66 ondernemingen antwoordden.
Opmerkingen
Deel I – De maatregelen van Eiopa ter waarborging van consistent toezicht door NBA’s zijn gedegen, maar het ontbreekt aan een systematische follow-up
14In het kader van haar doelstellingen om bij te dragen tot een beter en consistenter toezicht in alle EU-lidstaten verricht Eiopa een aantal activiteiten om de werkzaamheden van nationale toezichthouders (NBA’s) te faciliteren en te coördineren. Eiopa heeft hierbij een Europese toezichtscultuur voor ogen, wat betekent dat sprake is van een gemeenschappelijk begrip van de manier waarop toezichthouders denken, handelen en werken binnen hun gemeenschap. Dit houdt een gelijk speelveld voor verzekeringsmaatschappijen in heel Europa in, evenals een vergelijkbaar niveau van vertrouwen voor consumenten dat hun verzekeringsmaatschappijen de wettelijke vereisten naleven.
15Wat betreft de coördinatie van de werkzaamheden van NBA’s keken wij tijdens onze controle naar drie belangrijke instrumenten voor toezichtsconvergentie: een gestructureerde dialoog met NBA’s (met bezoeken ter plaatse/aan het land als belangrijkste onderdeel), het toezichtshandboek en collegiale toetsingen (zie figuur 2). Het handboek en de collegiale toetsingen werden gecoördineerd door Eiopa, hoewel de werkzaamheden in zeer nauwe samenwerking met de NBA’s werden uitgevoerd. De door de NBA’s aangewezen beoordelaars leveren het grootste deel van de inhoud en collegiale beoordelingen. Naast de gecontroleerde instrumenten paste Eiopa een aantal andere instrumenten toe2, zowel rechtstreeks in de oprichtingsverordening uiteengezette instrumenten als die op eigen initiatief.
Figuur 2
Instrumenten van Eiopa ter waarborging van consistent toezicht
Bron: ERK.
Eiopa stelde vast dat er sprake was van aanzienlijke tekortkomingen ten aanzien van de kwaliteit van het toezicht
16Middels een gestructureerde dialoog met de NBA’s heeft Eiopa een aantal tekortkomingen geconstateerd ten aanzien van kritieke aspecten van het toezicht op het verzekeringswezen (zie figuur 3). Ook bij de collegiale toetsingen werd duidelijk dat NBA’s hun toezichtspraktijken op belangrijke gebieden moeten verbeteren (zie bijlage I). Uit de beoordelingen van Eiopa blijkt dat de toezichtsbenaderingen van NBA’s vaak uiteenliepen qua ingrijpendheid en toekomstgerichtheid. Dit betekent dat een bepaalde praktijk van een verzekeringsmaatschappij (bijv. op het gebied van risicobeheer) in één lidstaat kon worden geaccepteerd, maar in een andere lidstaat werd betwist. In het kader van het proces van de gestructureerde dialoog reageerden de NBA’s op de bevindingen van de verslagen van Eiopa. Eiopa voerde echter geen systematische analyse uit van de reacties en verstrekte geen uitgebreide schriftelijke feedback aan de NBA’s.
Figuur 3
Gebieden waarop tekortkomingen in het toezicht van NBA’s zijn vastgesteld
Bron: ERK, op basis van de bevindingen van Eiopa.
De vastgestelde tekortkomingen komen tot uiting in de aanbevelingen van Eiopa, maar een follow-up ontbreekt
17Eiopa beval maatregelen voor specifieke NBA’s aan met het oog op de vastgestelde tekortkomingen. In het geval van de gestructureerde dialoog deed Eiopa meer dan dertig aanbevelingen voor elke NBA van onze steekproef zonder enige prioritering. De collegiale toetsingen leidden tot een veel lager aantal aanbevelingen. Hoewel de aanbevelingen duidelijk waren, waren deze soms algemeen en niet geschikt voor de specifieke situatie van een NBA.
18Eiopa voorzag noch voor de gestructureerde dialoog, noch voor de collegiale toetsing in een systematische follow-up van de uitvoering van de aanbevolen maatregelen. Als gevolg hiervan beschikt Eiopa niet over een overzicht met betrekking tot de vraag of NBA’s haar aanbevelingen in aanmerking hebben genomen. Ze heeft echter inspanningen geleverd om op ad-hocbasis een follow-up uit te voeren van enkele specifieke problemen (bijv. tijdens vervolgbezoeken aan NBA’s of door middel van informele contacten; er vond ook één specifieke collegiale follow-uptoetsing plaats) en kon enkele specifieke verbeteringen aantonen van praktijken en de governance van NBA’s (zie tekstvak 1).
Tekstvak 1
Voorbeelden van de impact van Eiopa op de werkzaamheden van NBA’s
Naar aanleiding van de beoordelingen en het advies van Eiopa:
- veranderde één EU-NBA haar besluitvorming door enkele afdelingen samen te voegen en de datacapaciteit te verbeteren om haar analytische capaciteit te versterken;
- verlegde een EU-NBA haar interne prioriteiten naar het toezicht op grensoverschrijdende activiteiten.
De onderliggende werkzaamheden waren voor het grootste deel grondig en uitgebreid, maar de processen namen veel tijd in beslag
19Ondanks de complexiteit van het betreffende terrein waren de structuur en duidelijkheid van de werkzaamheden van Eiopa op het gebied van toezicht en toezichtsconvergentie over het algemeen goed en gebaseerd op een deugdelijke analyse en methode. Personeelsleden van Eiopa bereidden hun bezoeken aan afzonderlijke landen voor door een hele reeks aan documenten en informatie te verzamelen, waaronder een vragenlijst die door NBA’s moest worden ingevuld. Zo kon de reikwijdte van de bezoeken worden aangepast in het licht van de specifieke problemen waarmee afzonderlijke NBA’s te maken hadden. Collegiale toetsingen waren gebaseerd op een gedetailleerde methode waarin alle stappen uiteen werden gezet die door de beoordelaar moesten worden gevolgd. In het aan deelnemers verstrekte advies ontbrak het soms echter aan een gestructureerde benadering en projectgerelateerde specifieke kenmerken.
20De specifieke onderwerpen waarop de toezichtswerkzaamheden van Eiopa betrekking hadden, waren breed en relevant. De reikwijdte van de instrumenten waarborgde een uitgebreide benadering, maar leidde er soms toe dat de belangrijkste problemen niet naar behoren werden geprioriteerd. De stuurgroep stelde het toepassingsgebied van het handboek vast, dat alle belangrijke, relevante terreinen bestreek, al wezen sommige NBA’s op enkele lacunes (zie figuur 4). Deze hielden verband met belangrijke aspecten van het toezicht, aangezien daadwerkelijke convergentie niet alleen gemeenschappelijke beginselen vereist, maar ook een coherente benadering op technisch niveau.
Figuur 4
Standpunten van NBA’s met betrekking tot de reikwijdte van de instrumenten van Eiopa
Bron: ERK-enquête.
Eiopa miste een kans om te zorgen voor meer synergie door beste praktijken te verzamelen en haar advies op het gebied van toezicht op het gedrag te richten middels een gestructureerde dialoog met NBA’s en collegiale toetsingen, omdat zij zich uitsluitend op prudentieel toezicht richtte3. We stellen echter vast dat Eiopa beschikt over speciale instrumenten op het gebied van gedragstoezicht.
22Eiopa ontwikkelde regelmatig toezichtsinstrumenten en lanceerde de meeste hiervan voor 2014. Eiopa voltooide het toezichtshandboek echter pas in april 2018, d.w.z. vier jaar na de start van het project (zonder de voorbereidende fase) en meer dan twee jaar na de uitvoering van Solvabiliteit II, dat door het handboek moet worden ondersteund. De tijd die nodig was om collegiale toetsingen af te ronden, liep uiteen van 14,5 maanden tot twee jaar, wat lang is, maar de complexiteit van de onderwerpen weerspiegelt. De NBA’s zagen de duur echter als probleem, omdat zij toezeggingen inzake personeel voor een lange termijn moesten doen voor personeelsleden die deelnamen aan de toetsingen.
Deel II – Systeemgebreken in het huidige toezichtsysteem voor grensoverschrijdende activiteiten blijven bestaan, maar Eiopa leverde inspanningen om verzekeringnemers te beschermen
23Het toezicht op grensoverschrijdende verzekeringsconcerns in de EU is gestructureerd door middel van colleges van toezichthouders. De colleges moeten zorgen voor een toereikend toezicht door uitwisseling van informatie en coöperatief toezicht door alle betrokken NBA’s. Het college wordt geleid door de toezichthouder in de lidstaat van herkomst, die toezicht uitoefent op het hoofdkantoor van het verzekeringsconcern. De andere NBA’s worden toezichthouders in het land van ontvangst genoemd. Er zijn momenteel 88 colleges in de EU.
24Eiopa is lid van al deze colleges. Haar rol is ervoor te zorgen dat de EU-wetgeving op consistente wijze wordt toegepast en dat de colleges op consistente wijze werken. Eiopa moet bovendien een gemeenschappelijke toezichtscultuur bevorderen en reguleringsarbitrage voorkomen4. Volgens het verslag-de Larosière5 zijn deze doelstellingen cruciaal voor de interne markt.
De opzet van het collegesysteem creëert verkeerde prikkels voor verzekeraars en toezichthouders
25Hoewel verzekeringsdiensten in het verleden voornamelijk werden verleend door dochterondernemingen die in het desbetreffende land waren gevestigd, zijn veel verzekeraars begonnen met het verlenen van meer grensoverschrijdende diensten via bijkantoren of in directe hoedanigheid (op basis van respectievelijk de vrijheid van vestiging of de vrijheid van dienstverrichting waarin is voorzien in het kader van de interne markt). In 2017 verleenden 750 verzekeraars diensten ter waarde van 59 miljard EUR aan andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER) zonder lokale dochteronderneming (zie figuur 5). Hoewel grensoverschrijdende activiteiten verzekeraars in staat stellen hun administratieve en regelgevende lasten te beperken, creëert het huidige systeem de verkeerde prikkels voor verzekeraars en toezichthouders.
Figuur 5
Aandeel van ontvangen grensoverschrijdende activiteiten als percentage per lidstaat
Bron: Eiopa.
In het kader van het huidige collegesysteem is de juridische structuur van de groep bepalend voor het toezicht, en niet de aard van de activiteiten. Er moet dus een college worden opgericht voor een zeer kleine verzekeringsmaatschappij met een dochteronderneming in een andere lidstaat, hoewel dergelijk toezicht middels een college, dat veel middelen vereist, niet nodig zou zijn. Voor grote internationale verzekeringsconcerns die zonder dochterondernemingen grensoverschrijdende diensten verlenen, zijn daarentegen geen colleges opgericht, zelfs wanneer dit cruciaal zou zijn voor het waarborgen van een toereikend niveau van toezicht en financiële stabiliteit (zie figuur 6).
Figuur 6
De toezichtregelingen verschillen naargelang van de structuur van een verzekeraar
Bron: ERK.
Dit leidt tot een situatie waarin NBA’s toezicht uitoefenen op activiteiten in andere lidstaten, zonder dat zij de gevolgen van slecht toezicht moeten dragen, omdat dit geen gevolgen heeft voor de thuismarkt. Ze beschikken vaak evenmin over voldoende kennis van de nationale specificaties en wetten. Bovendien moet de lidstaat waarin de dienst wordt verleend volledig vertrouwen op het toezicht van de toezichthouder in de lidstaat van herkomst van de verzekeraar, zonder dat hij invloed kan uitoefenen op het toezichtsproces. Dit systeem werd niet ontworpen om op doeltreffende wijze en op basis van de belangen van EU-burgers toezicht te houden op een Europese markt. Verschillende NBA’s bevestigden dat het huidige toezicht op grensoverschrijdende activiteiten en samenwerking ontoereikend is (zie tekstvak 2).
Tekstvak 2
NBA-standpunt met betrekking tot grensoverschrijdend toezicht
“Het toezicht op grensoverschrijdende groepen leidt tot een echte verbetering van het niveau van consumentenbescherming in de EU-landen. Met de huidige opzet wordt echter nog niet gezorgd voor de gelijke kwaliteit van het toezicht en de samenwerking bij toezichthouders voor groepen, die een aanzienlijk deel van hun diensten verstrekken op basis van de vrijheid van vestiging of de vrijheid van dienstverrichting, zoals het geval is voor groepen die activiteiten verrichten via dochterondernemingen.”
We stelden vast dat een aantal problemen werd veroorzaakt door systematisch verkeerde prikkels. Verschillende NBA’s prioriteerden hun toezicht bijvoorbeeld op basis van factoren zoals de “gevolgen voor de nationale financiële stabiliteit”. Verzekeringsmaatschappijen met een groot aandeel grensoverschrijdende activiteiten hadden als gevolg daarvan een lage prioriteit voor toezicht. Dit betekent dat verzekeringsmaatschappijen werden gestimuleerd om gebruik te maken van reguleringsarbitrage door zich te verplaatsen naar lidstaten die een dergelijke benadering hadden aangenomen en zich vervolgens te richten op grensoverschrijdende diensten (zie tekstvak 3).
Tekstvak 3
Concreet voorbeeld van reguleringsarbitrage en de gevolgen van de maatregelen van Eiopa
Enkele NBA’s benaderden Eiopa met betrekking tot een verzekeringsmaatschappij die grensoverschrijdende activiteiten verrichtte op hun markten, maar ongewoon lage premies aanbood en snel groeide. Omdat de toezichthouder in de lidstaat van herkomst ervoor koos zijn toezichtsactiviteiten niet te richten op grensoverschrijdende activiteiten, beschouwde deze de verzekeringsmaatschappij niet als prioriteit. Na tussenkomst van Eiopa stelde de toezichthouder in de lidstaat van herkomst vast dat de verzekeringsmaatschappij niet levensvatbaar was, in een slechte financiële situatie verkeerde en niet voldeed aan haar kapitaalvereisten. Als gevolg hiervan werd de vergunning van de onderneming voor nieuwe activiteiten ingetrokken.
Bovendien stelden we vast dat de manier waarop activiteiten worden verricht ook rechtstreekse gevolgen heeft voor de consumentenbescherming in het geval dat een verzekeraar failliet gaat. Het Europese verzekeringsgarantiestelsel is momenteel versnipperd, wat leidt tot situaties waarin consumenten niet op de hoogte zijn van het niveau van bescherming wanneer zij grensoverschrijdende verzekeringsdiensten kopen (zie tekstvak 4). Consumenten weten niet altijd dat zij een verzekeringsproduct van een dochteronderneming, bijkantoor of bedrijf kopen zonder fysieke aanwezigheid in hun eigen lidstaat.
Tekstvak 4
Voorbeeld van de gevolgen voor de consumentenbescherming
Omdat de verzekeringsgarantiestelsels (VGS) van land tot land verschillen, wordt een consument die een levensverzekering koopt bij het bijkantoor van één Europese onderneming in een andere EU-lidstaat beschermd door het nationale VGS, wat verplicht is in het land van herkomst van de onderneming. Wanneer dezelfde consument echter dezelfde verzekering koopt bij de dochteronderneming van dezelfde onderneming in een andere EU-lidstaat, wordt hij niet beschermd in het kader van het VGS van het land van herkomst.
Eiopa reageert met het ontwikkelen van ad-hocinstrumenten om consumenten te beschermen, maar toezichtsconvergentie blijft een uitdaging
30Met het oog op de risico’s en uitdagingen van het huidige toezichtsysteem voor grensoverschrijdende verzekeringsactiviteiten heeft Eiopa inspanningen geleverd om consumenten te beschermen door coördinatieplatforms op te richten. Eiopa richtte de platforms, bij het gebrek aan colleges, in het kader van haar mandaat op ter bevordering van de doeltreffende uitwisseling van informatie tussen NBA’s en ter waarborging van doeltreffend en consistent toezicht. Sinds 2016 heeft Eiopa 13 coördinatieplatforms opgericht, zowel op eigen initiatief als op verzoek van NBA’s. Deze werken op vergelijkbare wijze als colleges.
31We stelden vast dat de platforms van Eiopa een nuttige ad-hocoplossing boden voor het aanpakken van problemen die voortvloeiden uit grensoverschrijdende diensten. In verschillende gevallen bevorderde Eiopa de samenwerking tussen NBA’s en drong zij met succes aan op oplossingen. Eiopa verzocht bijvoorbeeld de toezichthouder in het land van herkomst om een reeks vragen te beantwoorden over verzekeraars waarvoor typische risico-indicatoren golden (zie figuur 7). Zo werd ervoor gezorgd dat de situatie van een verzekeraar werd beoordeeld.
Figuur 7
Typische risico-indicatoren en vragen voor het vaststellen van niet-levensvatbare activiteiten
Bron: ERK.
De platforms creëerden vervolgens groepsdruk voor de toezichthouder in het land van herkomst, zodat deze zich verplicht voelde om de passende toezichtsmaatregelen te nemen met het oog op de beschikbare informatie. Deze maatregel zorgde ervoor dat consumenten werden beschermd. Bij gebrek aan een solide wettelijk mandaat op het gebied van grensoverschrijdende diensten moest Eiopa echter vertrouwen op de daadwerkelijke bereidheid van NBA’s om samen te werken.
Eiopa speelde een nuttige rol in verschillende colleges van grensoverschrijdende groepen, ondanks de beperkte medewerking van NBA’s
33Eiopa moet ervoor zorgen dat colleges op consistente wijze werken. We stelden vast dat Eiopa haar aanwezigheid bij en bijdragen aan colleges prioriteerde aan de hand van uitgebreide en gevestigde criteria. Bij de prioritering werden verschillende factoren in aanmerking genomen, waaronder de omvang en het risico van het verzekeringsconcern, de omvang en ervaring van de deelnemende NBA’s en de resultaten van de gezamenlijke risicobeoordeling. Sinds de invoering van Solvabiliteit II in 2016 woonde Eiopa honderd collegevergaderingen bij. Zij woonde 23 andere colleges echter nooit bij (zie figuur 8). Dit resultaat is mede het gevolg van schaarse middelen (zie paragraaf 86).
Figuur 8
Aanwezigheid van Eiopa bij vergaderingen van colleges van toezichthouders in 2016 en 2017
Bron: ERK.
Het niveau van betrokkenheid van Eiopa bij de colleges die zij bijwoonde, liep bovendien sterk uiteen. Zij zorgde bijvoorbeeld voor een aanzienlijke toegevoegde waarde voor sommige colleges door gedetailleerde input voor besprekingen en feedbackverslagen te verstrekken. Met het oog op haar prioriteiten leverde Eiopa geen vergelijkbare toegevoegde waarde aan enkele andere colleges, omdat zij zich beperkte tot administratieve en horizontale ondersteuning.
35Ter ondersteuning van de colleges en ter versterking van de toezichtsconvergentie verzocht Eiopa NBA’s de verslagen van de beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit (ORSA) van verzekeraars te verstrekken. Het ORSA-verslag is een basisinstrument voor toezicht op verzekeringsgebied; in het verslag wordt de risicobereidheid van een verzekeraar bepaald, wordt het beschikbare risicokapitaal geanalyseerd en wordt besloten of dit wordt toegewezen. Het is daarom een belangrijk toekomstgericht instrument dat moet worden gebruikt voor proactief toezicht. We stelden vast dat hoewel Eiopa inspanningen leverde om de ORSA-verslagen te verkrijgen, zij deze niet altijd ontving. Enkele ORSA-verslagen werden pas na een lang bureaucratisch proces verstrekt, dat een wettelijke rechtvaardiging en tussenkomst op hoog niveau vereiste. De beperkte en belastende verstrekking van ORSA’s vormde een beperking voor de instrumenten van Eiopa ter ondersteuning van toezichtsconvergentie en had nadelige gevolgen voor het doelmatige gebruik van haar middelen.
36Gedurende haar werkzaamheden voor het college constateerde Eiopa veel problemen binnen colleges en verzekeringsconcerns, zoals:
- sommige NBA’s deelden belangrijke documenten, zoals het ORSA-verslag, niet met andere leden van hetzelfde college. Eiopa steunde deze leden bij het verkrijgen van nuttige documenten, maar slaagde hier niet altijd in. Het ontbreken van belangrijke informatie voor collegeleden duidde op een gebrek aan vertrouwen tussen sommige NBA’s en was schadelijk voor het doeltreffende toezicht op de groep;
- er werden belangrijke beoordelingsfouten en grote tekortkomingen in het risicobeheer vastgesteld bij verzekeringsconcerns en er werd aanbevolen dat NBA’s deze moesten aanpakken. Hoewel Eiopa inspanningen leverde om colleges te ondersteunen en een adequaat toezicht mogelijk te maken, voerde zij geen uitgebreide follow-up uit van problemen die waren geconstateerd.
Deel III – Gebrek aan convergentie bij het toezicht op interne modellen, ondanks door Eiopa gezette eerste stappen
37Op grond van het Solvabiliteit II-kader, dat is gericht op de bescherming van consumenten en de waarborging van de financiële stabiliteit, moeten verzekeraars in Europa hun individuele risico’s berekenen. Voor deze risico’s moeten verzekeraars voldoende risicoabsorberend kapitaal aanhouden (zie figuur 9) om ervoor te zorgen dat zij claims kunnen vergoeden. Verzekeraars kunnen hun kapitaalvereistsen berekenen aan de hand van een bepaalde standaardformule of gebruikmaken van een zogenaamd intern model. De standaardformule is de standaardoptie. Wanneer verzekeraars een intern model willen gebruiken, moeten zij hiervoor toestemming vragen. NBA’s mogen alleen interne modellen goedkeuren die voldoen aan enkele wettelijk vastgestelde vereisten en die derhalve geschikt zijn voor een adequate berekening van de risico’s. Terwijl een overschatting van de risico’s kan leiden tot premies waarmee niet kan worden geconcurreerd, kan onderschatting de bescherming van verzekeringnemers en de financiële stabiliteit in gevaar brengen.
Figuur 9
De basisbeginselen van kapitaalvereisten voor verzekeraars
Bron: ERK.
Interne modellen zijn zeer complex en bieden verzekeraars een aanzienlijke beoordelingsvrijheid bij de berekening van hun risico’s. Dit houdt deskundig advies in en vertrouwen op interne historische gegevens. Dienovereenkomstig vereist het toezicht op interne modellen veel middelen en deskundigheid binnen NBA’s. Vanwege de gevolgen van interne modellen voor de bescherming van verzekeringnemers en de financiële stabiliteit en de uitdagingen die zij vormen voor toezichthouders, vormen interne modellen een cruciaal gebied waarop Eiopa de toezichtsconvergentie in de lidstaten moet bevorderen. Inconsistent toezicht, wat leidt tot reguleringsarbitrage en daarmee tot verstoring van eerlijke mededinging, kan ernstige negatieve gevolgen hebben.
De convergentie op het gebied van interne modellen is nog steeds zeer beperkt
39Een van de belangrijkste taken van Eiopa is ervoor te zorgen dat verzekeraars en toezichthouders de regels op consistente wijze toepassen in de EU, met inbegrip van interne modellen. Om dit te realiseren, woonde Eiopa collegevergaderingen bij waarbij interne modellen werden besproken, bezocht zij NBA’s om het toezicht op interne modellen te beoordelen en trad zij op als bemiddelaar tussen NBA’s. Ondanks de inspanningen van Eiopa stelden wij vast dat er sprake was van verschillende problemen, waaruit bleek dat het niveau van toezichtsconvergentie op dit gebied aanhoudend laag was.
40Het goedkeuren van en toezicht houden op interne modellen vereist buitensporig veel middelen6. Om te zorgen voor een vergelijkbaar toezicht in de EU, is het van belang dat de NBA’s beschikken over toereikende middelen om een dergelijke veeleisende taak te kunnen vervullen. NBA’s gaven echter aan dat zij beschikken over sterk uiteenlopende aantallen personeelsleden voor het toezicht op interne modellen, en Eiopa bevestigde dit tijdens haar bezoeken. Eiopa constateerde dat verschillende NBA’s niet over voldoende middelen en deskundigheid beschikten om op adequate wijze toezicht op interne modellen uit te oefenen, wat het belang van de werkzaamheden van Eiopa op dit gebied benadrukt.
41Eiopa constateerde dat de toezichtscultuur en de toepassing van de gemeenschappelijke regels nog steeds sterk uiteenlopen binnen de EU. NBA’s waren lang niet altijd even streng bij de goedkeuring van interne modellen. Enkele NBA’s maakten bijvoorbeeld niet duidelijk bekend aan verzekeringsmaatschappijen welke modelleringspraktijken onacceptabel waren. In andere gevallen pasten NBA’s zeer strikte vereisten voor de goedkeuring toe. We stelden vast dat sommige toezichthouders probeerden lokale verzekeraars te beschermen door middel van lagere kapitaalvereisten, terwijl andere toezichthouders om een sterker toezicht en hogere kapitaalvereisten verzochten.
42In een ander geval had het toezicht op een intern model moeten worden overgedragen van één NBA (land A) aan een andere (land B), zodat dit de hele groep zou bestrijken. De toezichthouder in land B vereiste echter van de verzekeringsmaatschappij dat zij haar interne model aanzienlijk verbeterde voordat hiervoor een vergunning kon worden verleend voor het gebruik op zijn markt. Het interne model was echter in land A al goedgekeurd door de toezichthouder en toegepast. Deze zaak toont de uiteenlopende normen en benaderingen bij de goedkeuring van interne modellen. Eiopa probeerde te bemiddelen tussen de twee toezichthouders, maar er kon geen overeenstemming worden bereikt. Het interne model bleef uiteindelijk alleen in land A in gebruik.
Eiopa leverde inspanningen om de convergentie te verbeteren door middel van consistentieprojecten
43Met het oog op de follow-up van enkele terugkerende risico’s en tegenstrijdigheden in toezichtsbenaderingen organiseerde Eiopa consistentieprojecten om vijf belangrijke gebieden aan te pakken (zie tabel 2). Omdat al deze gebieden konden leiden tot een inadequate schatting van de risico’s van verzekeraars, zijn wij van mening dat de bepaling van de reikwijdte van de consistentieprojecten door Eiopa passend was.
| Er werden verschillen in benaderingen geconstateerd tussen NBA’s met betrekking tot… | Follow-up uitgevoerd door Eiopa middels… |
|---|---|
| modellering van de volatiliteitsaanpassing* | Consistentieproject |
| behandeling van landenrisico | consistentieproject |
| aggregatie van risico’s | nog geen follow-up uitgevoerd |
| deskundige adviezen | nog geen follow-up uitgevoerd |
| modelwijzigingen | bezoeken aan NBA’s |
*Vermindert de impact van de marktvolatiliteit op het kapitaal dat moet worden aangehouden.
Bron: ERK.
44Door middel van haar consistentieprojecten bevestigde Eiopa dat de NBA’s fundamenteel verschillende benaderingen van toezicht hanteerden bij de goedkeuring van sommige methoden die door verzekeringsmaatschappijen werden gebruikt in de interne modellen. De uiteenlopende methoden hadden aanmerkelijke gevolgen voor het totale risico dat door de verzekeraar werd berekend, maar Eiopa kon dit niet kwantificeren. Eiopa beschikt over het algemeen niet over gegevens over de impact van interne modellen ten opzichte van de standaardformule, hoewel dit cruciaal is voor een adequaat toezicht.
45Eiopa deed gedetailleerd verslag van de vastgestelde problemen. Hoewel Eiopa aanvullende instrumenten gebruikte (bijv. adviezen) om de consistentie te waarborgen, werd deze niet altijd gerealiseerd. Eiopa staat bijvoorbeeld nog steeds verschillende methoden toe voor de modellering van de volatiliteitsaanpassing. Ze vereiste echter dat NBA’s ervoor zorgen dat geen van de methoden resulteert in lagere kapitaalvereisten.
46Eiopa voerde ook een speciaal consistentieproject uit inzake de modellering van het marktrisico. Dit is een van de vele risico’s die middels de interne modellen worden beoordeeld. Eiopa vroeg verzekeraars hun interne modellen te gebruiken om de risico’s te berekenen voor een door Eiopa bepaalde realistische virtuele portefeuille. Aan de hand van de resultaten hiervan konden verschillende interne modellen voor het eerst rechtstreeks worden vergeleken. Het project bracht enkele fundamentele tekortkomingen aan het licht in de interne modellen die in de EU werden gebruikt. Er werden bijvoorbeeld twijfelachtige rentestandverwachtingen gebruikt om de verwachte risico’s te beperken. Daarnaast achtte Eiopa de sterke variatie in de aan de hand van verschillende interne modellen geschatte risico’s voor dezelfde activa onacceptabel.
47We stelden vast dat de projecten van Eiopa NBA’s cruciale inzichten boden in de interne modellen waarop zij toezicht uitoefenden en bijdroegen tot de verbetering van de convergentie. De projecten toonden echter aan dat de interne modellen in de verzekeringssector aanzienlijke risico’s met zich meebrengen en dat de kennis over de impact van interne modellen ontoereikend is.
Eiopa beschikt niet over een toereikende toegang tot gegevens inzake interne modellen om toezicht uit te oefenen
48Per juni 2018 waren er in de EER 212 interne modellen die waren goedgekeurd door 17 verschillende NBA’s (zie figuur 10). Gezien haar gebrek aan middelen besloot Eiopa prioriteiten te stellen door haar rechtstreekse beoordelingen te richten op de vijf grootste verzekeringsconcerns met een intern model. Deze concerns waren samen goed voor 47 % van alle activa waarop interne modellen in de EER betrekking hadden. In 2015 stuurde Eiopa de desbetreffende NBA’s de eerste verzoeken om volledige informatie over deze modellen.
Figuur 10
Reikwijdte van de betrokkenheid van het team interne modellen van Eiopa
Bron: ERK, gegevens per juni 2018.
Omdat NBA’s aarzelden om informatie te verstrekken, volgde Eiopa een proactieve benadering door middel van uitgebreide uitwisselingen van berichten gedurende een periode van meer dan drie jaar. Eiopa verstrekte met name een schriftelijke wettelijke rechtvaardiging ten aanzien van de vraag waarom zij de informatie nodig had om haar taken uit te voeren. Uit onze enquête blijkt dat een van de onderliggende redenen voor de weigering van NBA’s om informatie te verstrekken, bestond in uiteenlopende interpretaties van het mandaat van Eiopa op het gebied van interne modellen. Zoals expliciet vermeld in de enquête, waren ten minste twee NBA’s van mening dat de activiteiten van Eiopa momenteel verder gaan dan haar mandaat. Enkele NBA’s zouden daarentegen willen dat Eiopa aanzienlijk meer werkzaamheden verricht ten aanzien van interne modellen en zijn van mening dat zij haar mandaat op dit belangrijke gebied niet voldoende uitvoert.
50Ondanks een proactieve benadering ontving Eiopa over geen van de vijf grootste interne modellen waaraan zij voor haar werkzaamheden prioriteit verleende voldoende informatie. Als gevolg hiervan had Eiopa geen volledig inzicht in de modellen en was zij niet in staat de beoogde beoordelingen uit te voeren. Het gebrek aan informatie belemmerde de uitvoering van haar taken door Eiopa aanzienlijk. Aan de andere kant voorzag één NBA Eiopa in 2016 van alle informatie over het interne model voor een groot verzekeringsconcern. Hoewel dit een mogelijkheid bood om het eerste interne model te beoordelen, besloot Eiopa geen steun te verlenen aan de NBA en legde zij uit dat het specifieke geval niet tot haar prioriteiten behoorde. Eiopa heeft dus nog steeds geen enkel intern model gedetailleerd beoordeeld.
Deel IV – Eiopa verrichtte betrouwbare werkzaamheden voor de uitvoering van de stresstest met betrekking tot verzekeringen van 2016, maar we troffen tekortkomingen aan in het ontwerp ervan en de aanbevelingen
51Overeenkomstig haar oprichtingsverordening is Eiopa verantwoordelijk voor het uitvoeren van regelmatige Uniebrede stresstests om de veerkracht van financiële instellingen bij ongunstige marktontwikkelingen te beoordelen. De stresstests van Eiopa met betrekking tot verzekeringen zijn gericht op de financiële stabiliteit en de bescherming van verzekeringnemers en worden elke twee jaar georganiseerd (afwisselend met de stresstest met betrekking tot pensioenfondsen). Bij de stresstests van Eiopa kunnen individuele deelnemers immers niet slagen of zakken en de resultaten ervan geven geen aanleiding tot specifieke regelgevende maatregelen. We richtten ons op de stresstest van 2016, waarin de kwetsbaarheid van verzekeringsmaatschappijen die actief waren op het gebied van levensverzekeringen en andere langetermijnactiviteiten werd beoordeeld. In overeenstemming met haar oorspronkelijke tijdschema startte Eiopa de taak in mei 2016 en publiceerde zij de resultaten in geaggregeerde vorm, met inbegrip van de aanbevelingen voor NBA’s, in december 2016.
De reikwijdte van de stresstest en de vastgestelde risico’s waren passend, maar de gehanteerde scenario’s hadden tekortkomingen wat de ijking en onderbouwing betreft
52De steekproef voor de stresstest van 2016 omvatte 236 afzonderlijke ondernemingen uit 30 landen7 die zowel traditionele levensverzekeringen als gemengde (levens- en niet-levensverzekeringen) producten aanboden. De NBA’s stelden de steekproef van ondernemingen samen op basis van de door Eiopa in de technische specificaties verstrekte criteria. De steekproef was representatief voor elke nationale markt en besloeg ten minste 75 % van de relevante activiteiten, in overeenstemming met de aannames van de stresstest. De stresstest van 2016 werd uitgevoerd op het niveau van de rechtspersonen (afzonderlijke bedrijven) en omvatte daarom geen potentiële diversificatie- en herverzekeringsvoordelen die voortvloeiden uit het groepsniveau.
53Voor de stresstest van 2016 merkte Eiopa aanhoudend lage risicovrije rentes en volatiliteit op effectenmarkten aan als belangrijkste zorg voor de levensvatbaarheid van de verzekeringssector. Dit was in overeenstemming met de normale risicobeoordelingen van Eiopa, het ESRB en de verzekeringsmaatschappijen, zoals bevestigd door onze enquête (zie figuur 11). Het feit dat de nadruk lag op de in de stresstest in aanmerking genomen risico’s betekende dat andere, verzekeringsspecifieke factoren (bijv. levensduur, pandemieën of natuurrampen) werden weggelaten, wat echter was gerechtvaardigd gezien het eerste jaar van de uitvoering van Solvabiliteit II, dat een uitdaging vormde voor verzekeringsmaatschappijen.
Figuur 11
Risico’s in de verzekeringssector en reikwijdte van de stresstest
Bron: ERK-enquête.
Gezien de nadruk op het marktrisico was de keuze voor verzekeringsactiviteiten voor de lange termijn passend. Het lage rendement raakt levensverzekeraars bijzonder hard, aangezien deze normaal gesproken langlopende verplichtingen ten opzichte van verzekeringnemers hebben en problemen hebben om de in het verleden gegarandeerde rentepercentages te verdienen. De keuze om een marktschok te gebruiken was relevant gezien de belangrijke rol van verzekeraars als institutionele beleggers en daarmee hun impact op de stabiliteit van de financiële markt in zijn geheel.
55De stresstest van 2016 omvatte twee scenario’s: laag rendement en dubbele schok; deze scenario’s vormden een juiste afspiegeling van de door Eiopa als belangrijk voor de verzekeringssector aangemerkte risico’s (zie bijlage II voor de belangrijkste parameters en aannames). Voor het creëren van het scenario van het lage rendement gebruikte Eiopa haar eigen mogelijkheden en deed zij specifieke discretionaire aannames, terwijl het scenario van de dubbele schok werd opgezet in samenwerking met het ESRB, die de schokken afleidde van de simulator voor financiële schokken, waarbij historische afhankelijkheden in de gegevens werden opgenomen.
Scenario met laag rendement
56Het uitgangspunt voor dit scenario vormde een lage risicovrije rentecurve voor verschillende looptijden (tot twintig jaar voor de euro), die Eiopa afleidde door de laagste daadwerkelijk op de markt waargenomen percentages gedurende een periode van twee jaar vast te stellen. Wij schatten dat de waarschijnlijkheid van een dergelijke gebeurtenis ten minste 3 % is, ofwel veel hoger dan de normale drempel van 1 %8. De waarschijnlijkheid is derhalve te hoog om dit element op zich als voldoende ernstig te beschouwen. Het tweede element van het scenario was bijkomende stress die werd toegepast op de rentecurve (een neerwaartse verschuiving van vijftien basispunten, bp). Daarnaast gebruikte Eiopa, om de waarde van de passiva van verzekeraars op de zeer lange termijn te berekenen, de zogenaamde Ultimate Forward Rate (UFR), die op 2 % was ingesteld om de aanname van een aanhoudend laag rendement te weerspiegelen. De twee laatstgenoemde elementen (een neerwaartse verschuiving van 15 bp en de UFR) doen de waarschijnlijkheid van het scenario afnemen, maar het is onmogelijk te schatten in hoeverre dit het geval is. De kracht van deze twee elementen op zich was echter beperkt, aangezien zij relatief dicht bij de marktsituatie op dat moment lagen9.
57Terwijl de meeste NBA’s die deelnamen aan de enquête, de scenario’s goed geijkt vonden, deelden sommige ervan de bovengenoemde zorgen over de ernst van het scenario van een laag rendement (zie figuur 12). Eiopa probeerde de waarschijnlijkheid van het oorspronkelijke (liquide) deel van de curve niet te kwantificeren, zelfs niet met het oog op de interne analyse. Zij gaf ook geen andere voldoende gedetailleerde rechtvaardiging voor de deugdelijkheid van het algehele scenario.
Figuur 12
Deelnemers aan de stresstest over de ernst van het scenario van het lage rendement
Bron: ERK-enquête.
Het stressniveau voor andere munteenheden dan de euro werd afgeleid aan de hand van een aangenomen multiplicator van de eurocurve. Eiopa paste deze methode echter niet op volledig passende wijze toe, aangezien zij de afhankelijkheid tussen de rentepercentages voor diverse munteenheden tijdens de referentieperiode niet in aanmerking nam.
Scenario met dubbele schok
59Voor het scenario met dubbele schok werd uitgegaan van dalende rentepercentages en een marktschok, die tot uiting kwam in een snelle toename van het rendement voor overheids- en bedrijfsobligaties en een daling van de prijzen voor effecten en andere groepen activa. Het ESRB schatte de waarschijnlijkheid van de twee belangrijkste gebeurtenissen die schokken veroorzaken op 0,50 % voor swaprentes, en op 0,75 % voor rendementschokken voor overheidsobligaties. Het scenario was sterk genoeg, aangezien het ernstige stress aan de activakant van de balans combineerde met een swapschok voor stress aan de passivakant.
60De aannemelijkheid van het scenario met dubbele schok was sterk afhankelijk van de reeks historische gegevens die werd gebruikt in de simulator voor financiële schokken. Het omvatte afhankelijkheid tussen verschillende relevante economische variabelen en was gebaseerd op elf jaar aan historische gegevens (2005-2015). De geselecteerde periode was echter te kort om te waarborgen dat het stressniveau sterk genoeg was voor alle landen in Europa, ondanks het feit dat deze twee crises besloeg (zie tekstvak 5).
Tekstvak 5
Voorbeelden van standpunten van NBA’s ten aanzien van het scenario met dubbele schok
“Wat de ijking van de marktscenario’s betreft, waren de schokken voor overheidsobligaties niet gelijk verdeeld over landen, waardoor voor sommige landen bijna geen schok bestond.”
Het stressniveau voor het rendement van de tienjaars obligatie voor Bulgarije was bijvoorbeeld lager (een toename van 111 bp ten opzichte van de uitgangswaarde) dan voor België (116 bp) of Kroatië (155 bp). Bovendien constateerden we dat de stressniveaus voor Slowakije en het VK relatief laag waren (met respectievelijk 95 en 94 bp voor hun rendement voor tienjaars obligaties, ten opzichte van een gemiddeld stressniveau van 121 bp). Als de periode voor de historische steekproef langer was geweest (bijv. 20 jaar), zouden de resultaten sterker zijn en mogelijk gevallen met hogere stress opleveren voor sommige landen.
62Hoewel in het scenario met dubbele schok specifieke stressniveaus werden beschreven voor bepaalde soorten activa in handen van verzekeringsmaatschappijen buiten de EU, werden de aandelen die in deze landen werden aangehouden niet aan stress blootgesteld. Voor de aannemelijkheid van de stresstest is het aan stress blootstellen van buiten de EU aangehouden aandelen zeer relevant, aangezien een neerwaartse beweging van de aandelenmarkt in de EU niet losstaat van andere mondiale aandelenmarkten (in tijden van crisis stijgt de onderlinge afhankelijkheid tussen aandelenmarkten tot een correlatie van 90 %). Het is dan ook noodzakelijk om ook de buiten de EU optredende schokken voor aandelen in aanmerking te nemen, en de risico’s niet slechts te beperken tot die voor de EU.
Rechtvaardiging en communicatie
63Aangezien de belangrijke elementen van de stresstest discretionair waren, leverde Eiopa onvoldoende inspanningen om deze op transparante wijze te rechtvaardigen. Eiopa legde in de technische specificaties niet duidelijk uit hoe zij tot de scenario’s of de onderliggende aannames was gekomen. Dit werd onderschreven door sommige NBA’s en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven (zie tekstvak 6). Voor sommige van deze vertegenwoordigers was het bovendien onduidelijk of de scenario’s een schok vertegenwoordigden die vergelijkbaar was met of ernstiger was dan de op grond van de Solvabiliteit II-regeling vereiste schok. Dit leidde tot enkele onjuiste interpretaties van de aard van de stresstest. Eiopa zorgde niet voor voldoende duidelijkheid door bijvoorbeeld uit te leggen waarom en hoe de scenario’s afweken van de Solvabiliteit II-regeling.
Tekstvak 6
Voorbeelden van door het bedrijfsleven en NBA’s ondervonden problemen bij de onderbouwing van de scenario’s
“De ijking van de stress door Eiopa was voor ons niet duidelijk, waardoor we de ernst van de stress niet konden beoordelen.”
“De technische specificaties lieten ruimte voor interpretatie ten aanzien van enkele onderdelen, wat betekende dat de resultaten niet volledig vergelijkbaar waren.”
Eiopa valideerde en aggregeerde de gegevens naar behoren
64Het proces voor de validatie van gegevens voor de stresstest kent drie rondes: één op nationaal niveau, die door de NBA’s wordt uitgevoerd, en twee op centraal niveau, die worden uitgevoerd door het validatieteam, bestaande uit Eiopa en personeelsleden van de NBA’s. Eiopa ontwikkelde een Excel-instrument voor validatie om de gegevens te analyseren en aggregeren. Dit instrument bleek nuttig bij de validatie van gegevens, aangezien het bijdroeg tot de harmonisering van de verschillende benaderingen van NBA’s. Over het algemeen analyseerde Eiopa de door verzekeringsmaatschappijen verstrekte gegevens zorgvuldig en wees zij duidelijk op eventuele inconsistenties, hoewel de uiteindelijke beslissingen over de betrouwbaarheid van de gegevens werden genomen door de NBA’s.
65Uit onze controles van de aggregatie van de gegevens bleek dat Eiopa de algemene resultaten van de stresstest nauwkeurig had berekend. De aggregatie had echter betrekking op ondernemingen waarvan de productportefeuilles – en daarmee de risicoprofielen – sterk uiteenliepen (zie tekstvak 13). Dit was een inherent kenmerk van de steekproef, maar Eiopa probeerde voorafgaand aan de aggregatie niet om ondernemingen aan de hand van hun producten te classificeren, een stap die de interpretatie van de resultaten toegevoegde waarde zou hebben gegeven10. In dit opzicht voerde Eiopa alleen analyses achteraf uit, met het oog op de vaststelling van de drijvende krachten achter de verschillende gevoeligheden voor stress.
Tekstvak 13
Voorbeeld van twee ondernemingen uit de steekproef met verschillende risicoblootstelling
Bron: ERK.
Eiopa presenteerde relevante resultaten waarin de kwetsbaarheid van de sector tot uiting kwam
66De resultaten van de stresstest bevestigden dat de sector levensverzekeringen kwetsbaar was voor een situatie met lage rentes en een plotselinge marktschok, wat van invloed zou kunnen zijn op de algehele financiële stabiliteit. In het scenario van het lage rendement zou het overschot van de activa boven de passiva op de balans van deelnemende ondernemingen afnemen met 100 miljard EUR (-18 %). In het scenario met dubbele schok zou de algehele schok voor de ondernemingen oplopen tot 160 miljard EUR (-29 %). Dit betekende dat 44 % van de verzekeraars meer dan een derde van hun overschot van de activa boven de passiva zou verliezen en dat 2 % van hen alles zou verliezen. De impact van beide scenario’s zou veel groter zijn wanneer de zogenaamde langetermijngarantie- (LTG) en overgangsmaatregelen11 zouden zijn uitgesloten (in het scenario met dubbele schok zou 31 % van de ondernemingen geen overschot van de activa boven de passiva overhouden).
67Het verslag van de stresstest was over het algemeen uitgebreid en werd ondersteund door relevante cijfers en grafieken. Wat de indicatoren betreft, werden de resultaten in het verslag uitgedrukt als een overschot van de activa boven de passiva. Voor analytische doeleinden zou het echter relevanter zijn om de kapitaalvereisten te gebruiken, aangezien deze zijn gedefinieerd in Solvabiliteit II. Zo zou de daadwerkelijke impact op de solvabiliteitsposities kunnen worden aangetoond en kunnen worden vastgesteld of na de stresstest nog steeds aan de kapitaalvereisten werd voldaan. We merken echter op dat de herberekening van deze percentages niet door Eiopa werd beoogd, aangezien dit technisch gezien een grote uitdaging zou vormen en complex zou zijn en zou vereisen dat verzekeringsmaatschappijen veel meer gedetailleerde informatie verstrekken dan de informatie waarom zij in 2016 werden verzocht.
68De resultaten van de stresstest van 2016 werden uitsluitend in geaggregeerde vorm bekendgemaakt om een oordeel te kunnen vormen over de weerbaarheid van de sector levensverzekeringen. In tegenstelling tot de EBA beschikt Eiopa niet over een specifiek wettelijk mandaat om de resultaten voor afzonderlijke ondernemingen bekend te maken. Om dit te doen, moet Eiopa de schriftelijke toestemming van deelnemers verkrijgen, wat zij voor de stresstest van 2018 verkreeg. Dit was een stap in de goede richting, gezien het doel van de stresstest: herstel van het vertrouwen. In deze zin is transparantie – zowel ten aanzien van de voor de stresstest toegepaste methode als ten aanzien van de resultaten hiervan – cruciaal. De openbaarmaking met betrekking tot afzonderlijke ondernemingen zou kunnen helpen het bewustzijn van de risico’s te vergroten en op die manier de marktdiscipline te verbeteren.
Enkele van de aanbevelingen waren te algemeen en er werd geen specifieke maatregel in voorgesteld
69Naar aanleiding van de stresstest deed Eiopa drie brede aanbevelingen aan de NBA’s, die een aantal maatregelen omvatten die zij konden nemen. Veel van deze suggesties waren echter zeer algemeen van aard en leidden niet tot specifieke maatregelen ter waarborging van de financiële stabiliteit. Het voorstel om “processen voor intern risicobeheer af te stemmen op het gelopen externe risico” is bijvoorbeeld slechts een uitdrukking van de algemene doelstelling van alle ondernemingen om een deugdelijk risicobeheer te voeren. Het was niet nodig om een complexe oefening zoals een stresstest uit te voeren om dergelijke algemene aanbevelingen te kunnen formuleren, zoals werd bevestigd door onze enquête. Tot slot gingen enkele suggesties (bijv. het herzien van de garantiebepalingen of het stopzetten van dividenduitkeringen) verder dan het mandaat van enkele NBA’s. Dit komt doordat de toezichtbevoegdheden van de NBA’s niet volledig zijn geharmoniseerd in de lidstaten, wat betekent dat de mate waarin aanbevelingen kunnen worden toegepast, kan verschillen.
70Kort nadat de resultaten van de stresstest werden gepubliceerd, keurde Eiopa een plan goed voor de systematische follow-up van de aanbevelingen. Aangezien één aanbeveling luidde dat NBA’s de potentiële impact van de stresstest op groepsniveau moesten analyseren, startte Eiopa een speciale enquête, zodat de desbetreffende NBA’s verslag konden doen van hun analyse en de genomen maatregelen. De analyse van de mate waarin uitvoering werd gegeven aan andere aanbevelingen werd gebaseerd op de informatie die Eiopa tijdens landenbezoeken, collegevergaderingen en vergaderingen met groepstoezichthouders had verzameld. In januari 2018 stelde Eiopa een verslag op waaruit bleek dat de NBA’s een reeks follow-upmaatregelen hadden genomen om haar aanbevelingen aan te pakken. In het verslag werden ook goede praktijken vastgesteld en werden de resultaten geanalyseerd van de enquête van NBA’s inzake de impact van de stresstest op groepsniveau12.
Eiopa organiseerde de stresstest op gestructureerde wijze, met enkele problemen bij de tijdsplanning en documentatie
71De tijdsplanning van de stresstest met betrekking tot verzekeringen van 2016 viel samen met de uitvoering van de Solvabiliteit II-richtlijn, die op 1 januari 2016 in werking trad. Voor eind mei 2016 moesten alle verzekeringsmaatschappijen in de EU voor het eerst een substantieel rapportagepakket indienen. Meteen hierna ging de stresstest van start (zie bijlage III). De werklast die deze chronologische volgorde van de rapportage voor Solvabiliteit II en de stresstest met zich meebrachten, was lastig voor verzekeraars. De NBA’s valideerden de gegevens gedurende een periode van zes weken, tussen medio juli en eind augustus. In onze enquête gaven de NBA’s aan dat zij van mening waren dat de geboden tijd passend was, hoewel deze een uitdaging vormde vanwege hun werklast en de beperkte middelen in de zomerperiode. Het is opvallend dat niet alle NBA’s in staat waren om voldoende tijd en middelen vrij te maken voor een grondige validatie van gegevens.
72Gedurende het proces van de stresstest communiceerde Eiopa langs een aantal kanalen met de NBA’s en verzekeringsmaatschappijen, wat wij als een goede praktijk beschouwen (zie tekstvak 7). Ondanks het feit dat zij beschikt over verschillende instrumenten voor dialoogvoering, legde Eiopa niet duidelijk genoeg uit aan deelnemers waarom zij bepaalde informatie nodig had. Eiopa was uiteindelijk in staat de noodzaak te rechtvaardigen om deze gegevens voor validatiedoeleinden te ontvangen. Het feit dat deelnemers niet van uitleg waren voorzien, leidde echter tot een beeld van buitensporige en onvoldoende gedetailleerde gegevensvereisten. Eiopa raadpleegde ook geen deelnemers met betrekking tot het ontwerp van de scenario’s.
Tekstvak 7
De kanalen van Eiopa voor de communicatie met NBA’s en verzekeringsmaatschappijen
- Een workshop met vertegenwoordigers van de sector en actuarissen om de procedure van de stresstest, de methode, de technische documentatie en het kader van de verschillende scenario’s te bespreken.
- Diverse onlinecursussen en videoconferenties voor NBA’s, gericht op de technische documentatie en procedures voor de fase van de validatie van gegevens.
- Wekelijkse publicatie van vragen en antwoorden (Q&A) waarvan de vijfde en laatste editie twee weken voor de uiterste termijn voor indiening werd verstrekt. De Q&A droegen bij tot de verduidelijking van het gegevensvereiste.
Eiopa voorzag deelnemende bedrijven van een speciaal modelformulier voor de stresstest dat zij binnen zeven weken moesten invullen en opsturen naar de NBA’s. De modelformulieren waren over het algemeen gebruiksvriendelijk en kwamen zoveel mogelijk overeen met de categorieën financiële gegevens die werden gebruikt voor de verslaglegging in het kader van Solvabiliteit II. Dit zorgde voor consistentie en verschafte deelnemers duidelijkheid over de gegevens die zij moesten indienen.
74De complexiteit van de tabellen paste bij het doel en de reikwijdte van de stresstest, maar leidde ertoe dat enkele deelnemers problemen hadden om de berekeningen vóór de uiterste termijn uit te voeren (zie tekstvak 8). Talrijke actualiseringen van aan de stresstest gerelateerd materiaal tijdens het proces zorgden voor bijkomende lasten. Eiopa werkte de technische specificaties drie keer bij en de modelformulieren vier keer, en publiceerde de laatste versie pas twee weken voor de uiterste termijn voor indiening. Voor elk van de vier wijzigingen van het modelformulier voorzag Eiopa echter in een nuttig instrument voor automatische bijwerking dat de inhoud die deelnemers al hadden ingevuld in de vorige versie van het modelformulier snel invulde.
Tekstvak 8
Standpunten van verzekeringsmaatschappijen ten aanzien van gegevensvereisten voor de stresstest
“Er moest veel informatie worden verstrekt. (…) Wij waren van mening dat niet alle details noodzakelijk waren, maar we zien het uitgevoerde consolidatieproces niet.”
“De gevraagde mate van gedetailleerdheid was veel groter dan die waarover wij gemakkelijk konden beschikken. We gaven in eerste instantie aan dat we de op sommige gebieden gevraagde gedetailleerdheid niet zouden bieden, maar werden gevraagd dit te doen, zelfs wanneer hiervoor schattingen nodig waren. De benadering met schattingen vereiste aanzienlijk meer middelen en zou de gecombineerde resultaten minder betrouwbaar hebben gemaakt dan gewenst.”
Eiopa voerde in de stresstest van 2016 een aantal verbeteringen in op basis van de uit de vorige test van 2014 getrokken lessen. Ze deelde bijvoorbeeld een instrument voor validatie met de NBA’s en beperkte het aantal actualiseringen van het modelformulier voor de stresstest (zie bijlage IV). Eiopa beschikte niet over een algemene tijdsplanning voor het proces met betrekking tot de geleerde lessen. De conclusies lagen hoofdzakelijk in de lijn van de discussies die tijdens twee vergaderingen met belanghebbenden werden gevoerd, maar Eiopa voerde geen enquête uit voor vertegenwoordigers van de sector en NBA’s, zoals zij na de stresstest van 2014 had gedaan.
Deel V – De governance en beperkte middelen van Eiopa vormen een uitdaging voor het behalen van de doelstellingen
76In dit deel van het verslag analyseren we de procedurele en organisatorische aspecten van de werkzaamheden van Eiopa die de doelmatigheid van haar optreden op horizontale wijze beïnvloeden. We richtten ons met name op de risico’s in verband met de afhankelijkheid van de werkzaamheden van NBA’s en het huidige governancekader, het gebruik van wettelijke instrumenten ter waarborging van de naleving van richtsnoeren en regelingen, en de toereikendheid van de middelen van Eiopa.
De doeltreffendheid van de werkzaamheden van Eiopa is afhankelijk van de bijdragen van NBA’s, en haar governance leidt tot uitdagingen
77Eiopa werkte zeer nauw samen met de NBA’s op het gebied van alle maatregelen waarop onze controle betrekking heeft. Hoewel deze samenwerking over het algemeen positief was en overeenkwam met de taak van Eiopa om de werkzaamheden van de nationale toezichthouders te ondersteunen en te coördineren, waren de doelmatigheid en doeltreffendheid van de werkzaamheden van Eiopa vaak afhankelijk van de kwaliteit van de input van NBA’s en hun bereidheid om samen te werken. Het duurde bijvoorbeeld alleen al erg lang om overeenstemming te bereiken met enkele NBA’s om de landenbezoeken te organiseren. Ondanks zichtbare inspanningen van Eiopa om ondersteuning van NBA’s te verkrijgen, trokken enkele van hen de reden voor en de reikwijdte van de bezoeken in twijfel. Als gevolg hiervan kon Eiopa uiteindelijk weliswaar alle NBA’s bezoeken, maar vond het laatste bezoek drie jaar na het begin van de cyclus van bezoeken plaats. Deze vertraging vormde een duidelijke belemmering van de doeltreffendheid van Eiopa bij het waarborgen van de toezichtsconvergentie. De kwaliteit en tijdigheid van de input van NBA’s bepaalde ook grotendeels of de andere producten van Eiopa, zoals het toezichtshandboek en de collegiale toetsingen, op tijd konden worden geleverd.
78Wat de landenbezoeken, werkzaamheden met betrekking tot grensoverschrijdende activiteiten en interne modellen betreft (zie de paragrafen 35, 36 en 49), troffen wij gevallen aan waarin Eiopa niet alle informatie waarom zij de NBA’s had verzocht, had ontvangen. Als gevolg hiervan kon Eiopa enkele soorten analyses niet uitvoeren die zij oorspronkelijk wilde verrichten. Tijdens enkele landenbezoeken kon Eiopa bijvoorbeeld niet de benaderingen van het toezicht op het risicobeheer van bepaalde ondernemingen bespreken met de nationale autoriteiten en stelde zij slechts de algemene procedures van de NBA’s in dit opzicht aan de orde. Gezien de aard ervan was er met name ook een sterke afhankelijkheid van de kwaliteit van de input van NBA’s in het proces van de stresstest (zie tekstvak 9).
Tekstvak 9
Afhankelijkheid van NBA’s in het proces van de stresstest
Steekproefneming: De NBA’s selecteerden de ondernemingen die deelnamen aan de stresstest op basis van de criteria van Eiopa. Eiopa beschikte noch over een grondige kennis van alle verzekeringsmarkten in de EU, noch over voldoende gegevens om te verifiëren of de NBA’s de juiste gegevens hadden gebruikt met het oog op de steekproefneming, en beperkte zich derhalve tot het controleren van de drempels voor het marktaandeel.
Validatie van gegevens: De NBA’s zijn nog steeds degenen die de uiteindelijke beslissing nemen met betrekking tot de juistheid van de gerapporteerde gegevens. Bij twijfels over de kwaliteit van de gegevens die de NBA’s hadden geleverd, stelde Eiopa dit bij de NBA’s ter discussie en verzocht zij om een aanvullende verduidelijking; ze verkeerde echter uiteindelijk niet in een positie om hun oordeel terzijde te schuiven (bijv. door gegevens van de steekproef uit te sluiten). Eiopa mag, in tegenstelling tot de EBA, deelnemers van de stresstest niet rechtstreeks om informatie vragen.
De huidige governancestructuur van Eiopa biedt NBA’s de mogelijkheid om de mate waarin hun eigen werk wordt geëvalueerd, en daarmee de conclusies van dergelijke evaluaties, te beïnvloeden. Dit komt doordat het orgaan dat bij Eiopa de uiteindelijke beslissingen neemt de raad van toezichthouders is, die bestaat uit 28 vertegenwoordigers van NBA’s en de voorzitter van Eiopa (evenals waarnemers van het ESRB, de EBA, de ESMA en de Europese Vrijhandelsassociatie). De raad van toezichthouders keurt alle belangrijke documenten en producten van Eiopa goed, met inbegrip van de toezichtstrategie (waarin de prioriteiten voor bezoeken ter plaatse bij NBA’s zijn vastgesteld), de onderwerpen en eindverslagen van collegiale toetsingen, de aannames, scenario’s en verslagen naar aanleiding van de stresstest. Dit leidt tot een uitdaging voor de onafhankelijkheid, gezien het feit dat enkele van de instrumenten van Eiopa (met name landenbezoeken en collegiale toetsingen) zijn bedoeld om constructieve maar kritische feedback te leveren ten aanzien van de werkzaamheden van NBA’s. Aan de hand van de stresstests kunnen ook indirect tekortkomingen in het prudentieel toezicht in de lidstaten aan het licht komen en kunnen de tests aanleiding geven tot aanbevelingen voor de NBA’s.
De procedures voor het gebruik van wettelijke instrumenten zijn gedegen, maar het ontbreekt hierbij soms aan transparantie en een proactieve benadering
80Om ervoor te zorgen dat NBA’s en verzekeringsmaatschappijen de richtsnoeren en regelgevingsvereisten van Eiopa naleven, kan Eiopa maatregelen nemen in het kader van de procedures “naleven of uitleggen” (artikel 16 van de Eiopa-verordening) en “Inbreuk op het Unierecht” (artikel 17). De maatregelen die Eiopa kan nemen, zijn in essentie eerder beperkt tot de monitoring en rapportage van gevallen van niet-naleving dan tot het opleggen van sancties in deze gevallen.
81In het kader van de procedure “naleven of uitleggen” moeten NBA’s bevestigen dat zij elk van de ongeveer 700 richtsnoeren toepassen die door Eiopa zijn afgegeven door te verwijzen naar hun eigen wettelijk kader, of redenen aanvoeren voor hun niet-naleving. In de praktijk komen gevallen van niet-naleving van de richtsnoeren zelden voor, aangezien NBA’s zijn betrokken bij de ontwikkeling hiervan en Eiopa beschikt over een doeltreffende procedure om dergelijke gevallen te registreren en te rapporteren. We constateerden dat de procedure “naleven of uitleggen” een doeltreffend instrument was voor de monitoring van de naleving, maar geen volledige transparantie waarborgde voor externe belanghebbenden en consumenten. De op de website van Eiopa geüploade nalevingstabellen waren niet altijd actueel en de beknopte aard van de hierin opgenomen informatie, die uiteenliep al naargelang de kwaliteit en volledigheid van de door de NBA’s verstrekte informatie, betekende dat de tabellen van beperkt nut waren voor het publiek.
82Eiopa voerde de procedure “Inbreuk op het Unierecht” in 2011 in en heeft sindsdien 28 klachten geregistreerd (waarvan Eiopa de meeste als onontvankelijk beschouwde). Eiopa paste haar procedure voor het onderzoeken van inbreuken op het Unierecht op consistente wijze toe en haar onderzoeken waren grondig. Bij het onderzoek naar vermeende inbreuken, zoals gemeld door een indiener van een klacht, verstrekte Eiopa slechts een beperkt aantal berichten over de procedure, en perioden waarin niet wordt gecommuniceerd kunnen soms lang zijn vanwege de complexiteit van afzonderlijke gevallen. Als gevolg hiervan beschikten indieners van klachten – waaronder consumentenorganisaties – niet over een uitgebreid overzicht van de maatregelen van Eiopa en zagen zij het uitblijven van communicatie soms ten onrechte als een teken van inactiviteit.
83De procedure wegens inbreuk op het Unierecht voorzag niet in een mogelijkheid tot systematische monitoring van potentiële zaken. Dergelijke zaken werden informeel gemonitord door Eiopa, maar de zaken die op deze manier onder de aandacht van Eiopa kwamen, werden behandeld tijdens besloten vergaderingen van de raad van toezichthouders. Deze zaken werden normaal gesproken niet opgenomen in het register van inbreuken op het Unierecht en dienovereenkomstig onderzocht. Eiopa koos voor deze benadering om het vertrouwen onder NBA’s te versterken, maar bood belanghebbenden geen volledige zekerheid dat zij op hun verzoek passende maatregelen nam. Deze benadering was ook onvoldoende transparant, aangezien externe belanghebbenden (zoals consumentenorganisaties) deze niet kunnen monitoren.
84Gezien de aard van het proces was het voor ons niet mogelijk om te controleren of Eiopa de procedure in alle gevallen startte op het moment dat zij zich bewust werd van een vermeende inbreuk op het Unierecht (tenzij deze formeel werden gerapporteerd en geregistreerd). We troffen slechts één geval aan waarin Eiopa ernstige tekortkomingen had vastgesteld in een beslissing van een NBA, maar geen procedure wegens inbreuk op het Unierecht inleidde en in plaats daarvan koos om als bemiddelaar tussen twee NBA’s op te treden (zie tekstvak 10).
Tekstvak 10
Procedure wegens inbreuk op Unierecht niet toegepast
Solvabiliteit II vereist dat eigenaren en bestuurders van verzekeringsmaatschappijen betrouwbaar en deskundig zijn om hun taken te kunnen uitvoeren. In het geval van één verzekeringsmaatschappij achtte de NBA de bestuurder betrouwbaar en deskundig, ondanks het feit dat uit bepaald bewijs bleek dat deze persoon niet aan de eisen voldeed. De verzekeringsmaatschappij wilde grensoverschrijdende activiteiten verrichten met een andere lidstaat, maar de NBA van het desbetreffende land was het hier niet mee eens. Hoewel Eiopa als bemiddelaar tussen de NBA’s optrad en probeerde een oplossing te vinden die de consumenten beschermde, bleven haar inspanningen zonder succes. Ondanks haar zorgen met betrekking tot de deugdelijkheid van de beslissing van de NBA in de lidstaat van herkomst leidde Eiopa geen procedure voor de inbreuk op het Unierecht tegen deze NBA in. In juni 2018 was Eiopa nog steeds bezig met de evaluatie van deze zaak.
De middelen van Eiopa voor het uitvoeren van toezichtswerkzaamheden waren beperkt en werden niet overgedragen van regelgevende activiteiten
85Gezien de omvang van de verantwoordelijkheden en de reeks maatregelen op het gebied van toezicht werkte Eiopa met zeer beperkte middelen. In februari 2018 beschikte de afdeling toezicht over 20 personeelsleden, slechts 14 % van de personele middelen van Eiopa (142 personeelsleden). De afdeling toezicht van Eiopa is verantwoordelijk voor bezoeken aan NBA’s, de coördinatie van collegiale toetsingen, het ondersteunen en bijwonen van collegevergaderingen, de bemiddeling tussen NBA’s en het toezicht op interne modellen. Enkele andere personeelsleden (het equivalent van vier vte’s) werden ingezet voor de ontwikkeling van initiatieven op het gebied van toezichtsconvergentie en drie personeelsleden werkten aan gegevens en taken op het gebied van bedrijfsinlichtingen ter ondersteuning van de toezichtswerkzaamheden.
86De beperkingen ten aanzien van de middelen werden nog duidelijker op teamniveau. Zo beschikte het team dat verantwoordelijk was voor interne modellen in feite over drie voltijdwerknemers (rekening houdend met langdurige afwezigheid en verplichtingen met betrekking tot andere taken) in plaats van de 5,25 die in het werkprogramma waren opgenomen. Aangezien het team samenwerkte met 17 NBA’s die toezicht hielden op 212 complexe interne modellen, en verantwoordelijk was voor verdere horizontale taken zoals consistentieprojecten, vormde de doeltreffende toewijzing van middelen een aanzienlijke uitdaging. De meeste NBA’s die aan onze enquête deelnamen, waren van mening dat de personeelsbezetting van Eiopa voor het toezicht op interne modellen kon worden verbeterd. Dit was met name van belang omdat NBA’s zelf over beperkte middelen beschikten voor het toezicht op interne modellen, met name vanwege de hoge eisen van de baan. Door op dit gebied meer ondersteuning te bieden, zou Eiopa een belangrijk tekort aan deskundigheid in het Europese toezichtsysteem voor verzekeringen kunnen aanvullen.
87Na de uitvoering van Solvabiliteit II en de afronding van haar werkzaamheden aan de kern van het nieuwe regelgevingskader nam Eiopa een strategie aan om de nadruk te verschuiven van regulering naar toezicht. Dit sloot aan op de verwachtingen van belanghebbenden, waaronder ondernemingen en consumenten, die wilden dat Eiopa zich zou richten op het waarborgen dat het nieuwe gemeenschappelijke regelgevingskader voor verzekeraars op gelijke wijze in de hele EU werd toegepast. Deze verschuiving kwam echter niet tot uiting in de toewijzing van personeelsleden. Tussen 2015 en 2017 werd het personeel van de beleidsafdeling met dertien mensen ingekrompen, maar kreeg de afdeling toezicht slechts vijf nieuwe personeelsleden, al werd deze ondersteund door een beperkt aantal personeelsleden dat werkzaam was bij andere afdelingen (zie figuur 14).
Figuur 14
Toewijzing van personeel aan de afdelingen beleid en toezicht, 2014-2018 (in vte)
* Ontwikkeling van de toezichtsfunctie voor 2018 zoals tot op heden bekend. Potentiële aanwervingen zijn niet in aanmerking genomen.
Bron: ERK, op basis van documenten van Eiopa.
Omdat de functies op de afdeling toezicht bedrijfsspecifieke kennis en praktijkervaring met toezicht vereisten, ondervond Eiopa tijdens verschillende aanwervingscampagnes problemen om passende kandidaten te vinden. Dit was onder meer het gevolg van een grote vraag naar financiële medewerkers op de lokale arbeidsmarkt in Frankfurt, in combinatie met de hoge kosten van levensonderhoud. Eiopa deed echter geen concessies wat betreft haar eisen en nam personeelsleden aan met voldoende ervaring.
89Het kernteam voor de stresstest bestond uit drie adequaat gekwalificeerde personeelsleden van Eiopa. De toewijzing van personeelsleden was passend gezien de huidige verdeling van de verantwoordelijkheden, waarbij grotendeels wordt vertrouwd op de input van NBA’s (zie paragraaf 78). Met deze middelen zou Eiopa echter niet in staat zijn om meer gedetailleerde controles van de juistheid van gegevens uit te voeren of om rechtstreeks te communiceren met deelnemers van de stresstest, zelfs niet wanneer dit nuttig wordt geacht. Bovendien beschikte Eiopa niet over een overzicht van de middelen die door alle betrokken partners (met inbegrip van NBA’s) werden gebruikt om de stresstest te organiseren en uit te voeren. De totale kosten bleven daarom onbekend.
Conclusies en aanbevelingen
90Onze algehele conclusie luidt dat Eiopa een goede bijdrage leverde tot de ondersteuning van de kwaliteit van het toezicht en de stabiliteit in de verzekeringssector in de EU. Hierbij kreeg Eiopa echter te maken met beperkingen wat betreft de architectuur van het toezichtsysteem, de schaarsheid van de middelen en, in sommige gevallen, onvoldoende ondersteuning en medewerking van NBA’s. Als gevolg hiervan moet nog steeds veel worden gedaan door Eiopa, wetgevers en NBA’s om te zorgen voor toezichtsconvergentie, d.w.z. een gelijk speelveld voor verzekeringsmaatschappijen die activiteiten verrichten in EU-lidstaten en voor hun klanten.
Coördinatie van de werkzaamheden van NBA’s
91Eiopa maakte gebruik van een breed scala aan instrumenten, zoals bepaald in de oprichtingsverordening en op eigen initiatief, om ervoor te zorgen dat NBA’s een gemeenschappelijke benadering toepassen bij het toezicht op verzekeringsmaatschappijen. We stelden vast dat het personeel van Eiopa in dit opzicht grondige, goed onderbouwde analyses opstelde die het mogelijk maakten om ernstige tekortkomingen in het toezicht van NBA’s te identificeren. De tekortkomingen omvatten risico’s voor de institutionele onafhankelijkheid van NBA’s en onvoldoende strikt toezicht op basis van een formalistische in plaats van een op risico’s gebaseerde benadering (zie de paragrafen 14-16 en 19).
92Met enkele van de instrumenten van Eiopa, met name de bezoeken aan NBA’s en collegiale toetsingen, werden toezichtskwesties op alomvattende wijze behandeld, wat echter betekende dat de reikwijdte hiervan zeer breed was. Het duurde daarom erg lang om deze af te ronden en de NBA’s hadden aanzienlijke middelen nodig om dergelijke activiteiten voor te bereiden en hieraan deel te nemen. De bezoeken aan NBA’s leidden ook tot een groot aantal (in sommige gevallen ongeveer dertig) niet-geprioriteerde aanbevelingen (zie de paragrafen 17 en 20-22).
93We constateerden ook dat Eiopa niet over regelingen beschikte om op systematische wijze een follow-up uit te voeren van de aanbevelingen van de NBA-bezoeken en collegiale toetsingen. Als gevolg hiervan had zij geen overzicht van de voortgang op het gebied van de toezichtsconvergentie en de uitdagingen die bleven bestaan. Eiopa leverde desalniettemin inspanningen om geselecteerde problemen op ad-hocbasis te bespreken met NBA’s en tevens kunnen er geleidelijke verbeteringen worden aangetoond in de praktijken van enkele NBA’s (zie paragraaf 18).
Aanbeveling 1 – Verbeter de gerichtheid en follow-up van toezichtsinstrumenten
Eiopa moet zorgen voor een betere gerichtheid en follow-up van haar toezichtsinstrumenten. In het bijzonder:
- moeten de bezoeken ter plaatse zijn gericht op enkele van de meest urgente problemen, die op basis van hun impact op de toezichtsconvergentie en consumentenbescherming worden geselecteerd. Deze moeten leiden tot een kleiner aantal duidelijk geprioriteerde aanbevelingen met een specifiek tijdsschema voor de uitvoering;
- moet Eiopa de reikwijdte van de collegiale toetsingen zodanig definiëren dat deze gericht zijn op één enkele kwestie op het vlak van toezichtsconvergentie en in de regel binnen een jaar kunnen worden afgerond;
- moet Eiopa analyseren of de NBA’s elke aanbeveling op doeltreffende wijze hebben uitgevoerd als onderdeel van een proces van een gestructureerde dialoog en collegiale toetsingen. Zij moet de resultaten van haar analyse registreren om een overzicht te krijgen van de geboekte vooruitgang en uitdagingen waarmee zij werd geconfronteerd bij het realiseren van toezichtsconvergentie in alle lidstaten en moet haar algemene bevindingen openbaar toegankelijk maken.
Streefdatum: 1.1.2020.
Toezicht op grensoverschrijdende bedrijven
94De huidige opzet voor het toezicht op grensoverschrijdende activiteiten vertoont systeemgebreken en leidt tot een situatie waarin de toezichtsmethode afhankelijk is van de rechtsvorm van de onderneming. Verzekeraars die via dochterondernemingen in het buitenland activiteiten verrichten, vallen onder het toezicht van colleges. Bedrijven die door middel van bijkantoren of rechtstreeks in het buitenland actief zijn, zijn echter alleen onderworpen aan toezicht van de toezichthouder in de lidstaat van herkomst (zie de paragrafen 23-26).
95Deze opzet voor grensoverschrijdend toezicht creëerde de verkeerde prikkels voor toezichthouders en verzekeraars. Aangezien sommige bedrijven niet onder het toezicht van een college staan, zullen verzekeraars gebruikmaken van een lager niveau van toezicht in bepaalde lidstaten. Dit systeem werd niet ontworpen om op doeltreffende wijze en op basis van de belangen van EU-burgers toezicht te houden op een Europese markt. Dit betekent dat de doelstelling, zoals uiteengezet in het verslag-De Larosière van het voorkómen van concurrentieverstoringen en reguleringsarbitrage als gevolg van verschillende toezichtspraktijken, nog niet is verwezenlijkt. Eiopa spande zich wel in om de hieruit voortvloeiende problemen aan te pakken, door bijvoorbeeld de coördinatieplatforms op te zetten, maar verkeerde niet in een positie om de systeemgebreken te verhelpen (zie de paragrafen 27-32).
96Eiopa was in staat een bijdrage te leveren aan de werkzaamheden van de colleges, ondanks de beperkte middelen en – in sommige gevallen – de beperkte medewerking van de NBA’s. Veel problemen ten aanzien van de consistentie van het grensoverschrijdend toezicht (zoals uiteenlopende kaders voor risicobeoordelingen, personeelstekorten bij NBA’s, enz.) bleven echter bestaan (zie de paragrafen 33-36).
Aanbeveling 2 – Verscherp het toezicht op grensoverschrijdende bedrijven
Eiopa moet:
- samenwerken met de Commissie en de medewetgevers om systeemgebreken bij het toezicht op grensoverschrijdende activiteiten aan te pakken, bijvoorbeeld door de wettelijke voorzieningen te verbeteren door middel van het evaluatieproces van de ETA’s. Ze moet met name streven naar de waarborging van een gelijk niveau van toezicht voor bedrijven die activiteiten verrichten in een andere lidstaat, ongeacht het gekozen bedrijfsmodel;
- tegelijk met deze inspanningen consumenten blijven beschermen door op te treden via coördinatieplatforms en door grensoverschrijdende activiteiten te monitoren.
Streefdatum: 1.1.2019.
Toezicht op interne modellen
97Het toezicht op interne modellen is een zeer complex proces waarvoor veel middelen nodig zijn, en het niveau van convergentie op dit gebied is nog steeds niet bevredigend. Dit betekent dat toezichthouders verschillende benaderingen hanteren voor de beoordeling van de vraag hoe nauwkeurig de interne modellen de daadwerkelijk door verzekeraars aangehouden risico’s weerspiegelen. Dit kan leiden tot oneerlijke concurrentievoordelen en negatieve gevolgen voor consumenten en de financiële stabiliteit. Eiopa verrichtte inspanningen om deze problemen aan te pakken middels consistentieprojecten en behaalde daarmee enkele resultaten, ondanks het feit dat er geen sprake was van een daadwerkelijke convergentie van de toezichtsbenaderingen. De pogingen van Eiopa om te worden betrokken bij de evaluatie van de interne modellen van geselecteerde bedrijven, bleven grotendeels zonder succes omdat de toegang tot informatie beperkt was. In een ander geval werd Eiopa echter gevraagd om een NBA te ondersteunen bij haar werkzaamheden ten aanzien van interne modellen, maar deed zij dit niet omdat het verzoek niet aansloot bij haar prioriteiten (zie de paragrafen 37-50).
Aanbeveling 3 – Verbeter regelingen voor het toezicht op interne modellen
Eiopa moet:
- samenwerken met de Commissie en de medewetgevers om de beperkingen van de toegang tot informatie aan te pakken met betrekking tot interne modellen voor haar eigen personeel en toezichthouders in de lidstaat van ontvangst. Eiopa moet toezichthouders voorzien van meer informatie en ondersteuning met betrekking tot de vraag hoe toegang kan worden verkregen tot deze modellen en/of deze modellen kunnen worden aangevochten;
- toezichthouders bijstaan bij de goedkeuring van en het toezicht op complexe interne modellen wanneer zij wordt gevraagd dit te doen en op eigen initiatief.
Streefdatum: 1.1.2019.
De stresstest met betrekking tot verzekeringen
98Eiopa voerde haar stresstest met betrekking tot verzekeringen van 2016 uit om te beoordelen hoe de verzekeringssector zou reageren op ongunstige marktontwikkelingen, en met name op een langere periode van zeer lage rentepercentages en een prijsschok ten aanzien van activa. Een aantal bedrijven bleek inderdaad kwetsbaar te zijn in een dergelijke situatie, aangezien hun solvabiliteit aanzienlijk zou verslechteren. De reikwijdte van de stresstest en de nadruk op levensverzekerings- en andere langlopende producten waren voor het grootste deel passend gezien de doelstellingen van de test (zie de paragrafen 50-54 en 66).
99De scenario’s van de stresstest waren doeltreffend wat betreft het behandelen van de belangrijkste voor de sector vastgestelde risico’s, maar we troffen tekortkomingen aan in de wijze waarop deze waren geijkt en onderbouwd. Hoewel het de doelstelling van de stresstest is om een extreme gebeurtenis te simuleren, kon Eiopa voor één scenario niet aantonen dat dit ernstig genoeg was. Enkele parameters hiervan, die waren gebaseerd op professioneel advies, bleken echter relatief dicht bij de marktrealiteit te staan. Bij het andere scenario vonden we onregelmatigheden ten aanzien van het niveau van de toegepaste schokken in de lidstaten. Het risico bestaat dan ook dat de resultaten van de stresstest geen volledig beeld geven van ontwikkelingen in de verzekeringssector in het geval van extreem ongunstige omstandigheden. Dit is van cruciaal belang vanuit het oogpunt van de financiële stabiliteit en voor verzekeringnemers gezien het feit dat de sector, zelfs met de door Eiopa gehanteerde veronderstellingen, zeer kwetsbaar bleek (zie de paragrafen 55-63).
Aanbeveling 4 – Verbeter het ontwerp van de scenario’s van de stresstest
Eiopa zou haar scenario’s voor stresstests verder kunnen verbeteren met het oog op de robuustheid en deugdelijkheid hiervan ten aanzien van de ernst, aannemelijkheid en consistentie. Dit kan worden bewerkstelligd door:
- de ernst en de aannemelijkheid van de ontwikkelde scenario’s te analyseren en beoordelen, bijv. door de waarschijnlijkheid van de relevante veroorzakende gebeurtenissen te kwantificeren of door andere beschikbare methoden en/of instrumenten te gebruiken, en deze analyse te documenteren om de deugdelijkheid van de scenario’s te staven; en
- meer te vertrouwen op de mogelijkheden van het ESRB voor de marktscenario’s (bijv. door een intensiever gebruik van de simulator voor schokken) en/of ander deskundig advies (bijv. door een extern panel van deskundigen samen te brengen om de scenario’s te evalueren).
Streefdatum: vanaf de stresstest van 2020.
100We stelden vast dat Eiopa de resultaten van de stresstest over het algemeen nauwkeurig valideerde en presenteerde. Gezien de aangetoonde kwetsbaarheid van de sector leidde de stresstest tot aanbevelingen voor NBA’s. Enkele van de aanbevelingen waren echter te algemeen en daarin werden geen voldoende specifieke maatregelen voorgesteld. Bovendien gingen sommige aanbevelingen verder dan de taken van bepaalde NBA’s, zodat zij niet in de positie verkeerden om deze uit te voeren. Eiopa spande zich in om follow-up te geven aan de aanbevelingen en de geboekte vooruitgang te analyseren (zie de paragrafen 64, 65, 67, 69 en 70).
Aanbeveling 5 – Meer relevante aanbevelingen doen aan de NBA’s
Eiopa moet naar aanleiding van de stresstest, indien nodig, aanbevelingen doen aan de NBA’s waarin wordt vereist dat zij maatregelen nemen die zowel specifieker als relevanter zijn voor alle betrokkenen. Eiopa moet de haalbaarheid van de aanbevolen maatregel vooraf beoordelen door na te gaan of de NBA’s over de middelen beschikken om deze doeltreffend en tijdig toe te passen.
Streefdatum: vanaf de stresstest van 2020.
101Eiopa publiceerde de resultaten van de stresstest van 2016 slechts in geaggregeerde vorm, aangezien zij, in tegenstelling tot de EBA, niet over een specifiek wettelijk mandaat beschikt om resultaten voor afzonderlijke bedrijven te publiceren. Om dit te kunnen doen, heeft Eiopa de schriftelijke toestemming van deelnemers nodig; in 2016 was zij niet bereid om hierom te verzoeken, maar zij deed dit wel voor de stresstest van 2018. We zijn van mening dat dit een stap in de goede richting is, aangezien het bekendmaken van de resultaten van afzonderlijke bedrijven de transparantie kan helpen vergroten en het bewustzijn van risico’s kan doen toenemen en zo de marktdiscipline kan verbeteren (zie paragraaf 68).
Aanbeveling 6 – Bevorder de publicatie van de resultaten van individuele stresstests
Eiopa moet de publicatie van de resultaten van de stresstest op individuele basis bevorderen. Om het vertrouwen van deelnemers te vergroten, kan Eiopa verwijzen naar de verbeterde transparantie van de methode van de stresstest (aanbeveling 7) en het verbeterde ontwerp van de scenario’s (aanbeveling 4). Eiopa moet er ook voor zorgen dat de manier waarop de afzonderlijke resultaten worden gepresenteerd, geen ruimte voor interpretatie laat.
Streefdatum: vanaf de stresstest van 2020.
102Eiopa organiseerde de stresstest over het algemeen soepel, hoewel de tijdsplanning een grote uitdaging vormde voor de deelnemers. Ze maakte gebruik van een reeks kanalen om te communiceren met NBA’s en deelnemende bedrijven. Ondanks talrijke actualiseringen tijdens de rapportageperiode waren de modelformulieren een praktisch instrument voor het verstrekken van gegevens door bedrijven. Eiopa voorzag echter niet in een toereikende rechtvaardiging van de noodzaak om bepaalde gegevens te ontvangen, van het ontwerp van de scenario’s en van de onderliggende aannames hiervan. Dit wekte niet bepaald vertrouwen bij NBA’s en deelnemers, wier bijdrage cruciaal was voor de betrouwbaarheid van de resultaten van de stresstest. Eiopa trok lessen uit de stresstest van 2014 om haar organisatie in 2016 te verbeteren, maar er was geen sprake van een systematische benadering (zie de paragrafen 71-75).
Aanbeveling 7 – Verbeter de transparantie van de stresstestmethodologie
De methode van de stresstest moet transparanter zijn en Eiopa moet meer doen om belanghebbenden en deelnemers te helpen deze te begrijpen, onder meer door:
- workshops te organiseren voor deelnemers en vertegenwoordigers van de sector vóór het begin van de daadwerkelijke stresstest, om de test en de scenario’s duidelijker uit te leggen en niet-bindende feedback te verzamelen met het oog op een beter geïnformeerde stresstest;
- gebruik te maken van de technische documentatie om beter en gedetailleerder aan deelnemers uit te leggen hoe de scenario’s (onderliggende aannames) worden geijkt en wat de reikwijdte van de met het oog hierop vereiste gegevens is;
- na de stresstest te vergaderen met belanghebbenden om feedback te verkrijgen en op systematische wijze te leren van voorgaande stresstests (d.w.z. met specifieke tijdsschema’s, communicatiekanalen en deelnemers).
Streefdatum: vanaf de stresstest van 2020.
Governance en middelen
103Bij de meeste van haar activiteiten werkte Eiopa nauw samen met de NBA’s. Met name met betrekking tot landenbezoeken en werkzaamheden ten aanzien van interne modellen ontving zij echter in sommige gevallen ontoereikende ondersteuning van de nationale toezichthouders. Aangezien de toegang tot informatie en documenten beperkt was, kon Eiopa enkele geplande controles en analyses niet uitvoeren. Omdat NBA’s een beslissende stem hebben in het belangrijkste bestuurslichaam van Eiopa, verkeren zij in een positie om te beslissen over de reikwijdte van de maatregelen van Eiopa om de doeltreffendheid van hun werkzaamheden te evalueren. Dit was een uitdaging ten aanzien van de onafhankelijkheid van dergelijke maatregelen.
104We constateerden dat Eiopa beschikte over een vaste procedure voor de follow-up van gevallen van niet-naleving van het EU-recht, ondanks enkele tekortkomingen ten aanzien van de transparantie ten opzichte van externe belanghebbenden (zie de paragrafen 76-84).
105Gezien de complexiteit van de taken van Eiopa, met name op het gebied van toezicht, waren haar middelen zeer beperkt. Het team dat verantwoordelijk was voor het toezicht op 212 interne modellen, beschikte over slechts drie voltijdwerknemers. In totaal zijn slechts 20 personeelsleden (14 % van al het personeel van Eiopa) rechtstreeks werkzaam voor de afdeling toezicht en er is een beperkt aantal personeelsleden dat zich op andere afdelingen bezighoudt met toezichtkwesties. De beoogde strategische verschuiving van de aandacht van Eiopa van regulering naar toezicht heeft dus nog niet plaatsgevonden (zie de paragrafen 85-89).
Aanbeveling 8 – Versterk de aan toezicht toegewezen personele middelen
- Eiopa dient geleidelijk te zorgen voor een aanzienlijke toename van het aantal aan toezicht toegewezen personeelsleden, en voor zichzelf op dit punt een specifieke en onderbouwde doelstelling vast te stellen in het jaarlijkse werkplan.
- Na een gedetailleerde analyse van de behoeften moet Eiopa bovendien overwegen te verzoeken om aanvullende middelen, door de taken waarvoor deze nodig zijn en de impact hiervan op de kwaliteit en de toezichtsconvergentie en financiële stabiliteit duidelijk te specificeren.
- De aanvullende middelen moeten met name worden gebruikt om de werkzaamheden van Eiopa ten aanzien van interne modellen, grensoverschrijdend toezicht en de vaststelling van gevallen van niet-naleving van het EU-recht te intensiveren.
Streefdatum: 1.1.2020.
Dit verslag werd door kamer IV onder leiding van de heer Neven MATES, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 2 oktober 2018.
Voor de Rekenkamer

Klaus-Heiner LEHNE
President
Bijlagen
Bijlage I
Overzicht van de aanbevelingen van de collegiale toetsing van Eiopa
| Onderwerp van de toetsing | Goedkeuring van het eindverslag | Verrichte werkzaamheden | In het kader van de collegiale toetsingen aanbevolen maatregelen |
|---|---|---|---|
| Sleutelfuncties | Definitieve goedkeuring verwacht in 2018. | Het doel van deze collegiale toetsing is inzicht te krijgen in de manier waarop NBA’s het evenredigheidsbeginsel toepassen bij het toezicht op de sleutelfuncties van ondernemingen, rekening houdend met de uitvoering van de vereisten voor sleutelfuncties zoals ingevoerd krachtens de SII-richtlijn. Reikwijdte: alle NBA’s in de EER-lidstaten. Enquête voor zelfbeoordeling verstuurd aan Eiopa-leden en geëvalueerd. Bezoeken aan 8 lidstaten georganiseerd en telefonische vergaderingen gevoerd met 22 NBA’s. |
Eiopa: -moet de uitkomst van deze collegiale toetsing in aanmerking nemen bij een herziening van de richtsnoeren inzake het governancesysteem, met name in verband met richtsnoer 14 inzake uitbesteding; -moet bij haar werkzaamheden in het kader van het toezichtsproces rekening houden met de praktische bevindingen, beste praktijken en aanbevolen maatregelen van deze collegiale toetsing. (Geselecteerde) NBA’s: -moeten adequate toezichtsprocedures en criteria voor de beoordeling van de governancevereisten met betrekking tot sleutelfuncties (KF’s) in een op risico gebaseerd toezichtskader ontwikkelen en uitvoeren overeenkomstig artikel 29 van de Solvabiliteit II-richtlijn; -moeten voorschrijven dat alle (her)verzekeringsmaatschappijen moeten beschikken over een doeltreffend governancesysteem dat voor een gezonde en prudente bedrijfsvoering zorgt; -moeten rekening houden met de aard, omvang en complexiteit bij de toepassing van het evenredigheidsbeginsel in het algemeen; -moeten het monitoringproces van combinaties tussen medewerkers met een sleutelfunctie (KFH’s) en de kennis van de situatie op de nationale markt uitbreiden en beoordelen of combinaties van KF’s voldoen aan de noodzakelijke voorwaarden in verband met de geschiktheid en onafhankelijkheid in de organisatorische structuur van de onderneming; -moeten belangenconflicten beoordelen in situaties waarin de actuariële functie erin bestaat taken uit te voeren binnen de opdracht van de risicobeheerfunctie; -moeten met name aandacht besteden aan de risicobeheerfunctie (…); -moeten het monitoringproces van combinaties van KFH’s en operationele taken uitbreiden (…); -moeten ook voor andere KFH’s dan de uitvoerders van de actuariële functie geschiktheidsbeoordelingen uitvoeren; -moeten de geschiktheid van KFH’s ook beoordelen nadat zij een kennisgeving hebben ontvangen van de benoeming van de KFH, waarbij een op risico gebaseerde benadering kan worden toegepast; -moeten volledige beoordelingen van de geschiktheid (en adequaatheid) voltooien voor alle KFH’s; -moeten toereikende toezichtsprocedures en -criteria ontwikkelen en uitvoeren om de governancevereisten met betrekking tot KF’s te beoordelen (…). |
| Vrij verrichten van diensten | 29.1.2015 | Analyse van de praktische ervaring met de vrijheid van dienstverrichting Had betrekking op alle 31 EER-lidstaten |
De belangrijkste conclusie is dat de samenwerking tussen NBA’s in de verschillende stadia van het toezichtsproces moet worden verbeterd, met name met betrekking tot de gegevensopslag en administratie, de uitwisseling van informatie op het moment van goedkeuring, de vaststelling van de risico’s en de afhandeling van klachten. -Eiopa moet het verzamelen van gegevens met betrekking tot activiteiten die zijn verricht in het kader van de vrijheid van dienstverrichting door middel van bijkantoren in andere lidstaten verplicht stellen. -NBA’s moeten beschikken over een systeem voor de gegevensopslag dat het mogelijk maakt informatie op te halen over binnenlandse ondernemingen die hebben aangegeven activiteiten te willen verrichten in andere EER-lidstaten in het kader van de vrijheid van dienstverrichting. -NBA’s moeten beschikken over een systeem dat voorziet in specifieke, actuele gegevens over het aantal ondernemingen per land dat heeft aangegeven diensten op hun grondgebied te willen verrichten. -De gegevensopslag met betrekking tot kennisgevingen in het kader van de vrijheid van dienstverrichting en de vrijheid van vestiging moet worden verbeterd, terwijl tegelijkertijd moet worden voorkomen dat registers worden overbelast met inactieve kennisgevingen. -NBA’s moeten de potentiële risico’s identificeren in verband met activiteiten in het kader van de vrijheid van dienstverrichting en een benadering vaststellen voor het toezicht dat op die risico’s is afgestemd. -NBA’s moeten onderzoeken waarom in één lidstaat om goedkeuring wordt verzocht wanneer het de bedoeling is om de activiteit uitsluitend of voornamelijk in een andere lidstaat te verrichten. -De kwestie rond de behandeling van klachten in het kader van de vrijheid van dienstverrichting moet worden aangepakt. |
Bijlage II
Onderliggende aannames van de stresstest met betrekking tot verzekeringen van 2016
| Scenario met laag rendement (LY) | Scenario met dubbele schok (DH) | |
|---|---|---|
| Techniek | Geen speciaal instrument gebruikt. | Simulator voor financiële schokken. |
| Behandelde risico’s | Marktrisico: 1)Langere periode van lage rentepercentages. |
Marktrisico: 1)Situatie met laag rendement gesimuleerd middels een daling van de EUR-SWAP-percentages en de Ultimate Forward Rate van 4,2 %. 2)Een snelle toename van het rendement van (zowel financiële als niet-financiële) overheids- en bedrijfsobligaties en schok (prijsdaling) voor effecten en andere soorten activa (bijv. hedgefondsen, termijncontracten); daling van de prijzen voor bedrijfs- en woonruimten. |
| Input voor scenario – Passiefzijde | -Een lage-rentecurve (daling van EUR-SWAP-percentages), gegenereerd op basis van het laagste waargenomen percentage op 20.4.2015 (gedurende een periode van twee jaar, 2014-2015) voor verschillende looptijden (2, 5, 10 en 20 jaar) in de eurozone. -Een aanvullende neerwaartse verschuiving van 15 basispunten. -Factoren die werden afgeleid van de EUR-SWAP-percentages voor andere munteenheden. -UFC op 2 % (een waarde die dicht bij de marktrente lag, namelijk 1,561 % voor 50 jaar EUR-SWAP op 31.12.2015). |
-Een lage-rentecurve (daling van de EUR-SWAP-percentages), afgeleid van de simulator; en -UFR op 4,2 % (gebruikt om de risicovrije rentecurve af te leiden). |
| Input voor scenario – Actiefzijde | Geen rechtstreekse impact. | -Een snelle stijging van het rendement van (zowel financiële als niet-financiële) overheids- en bedrijfsobligaties; -een schok (prijsdaling) voor de prijzen van EU-aandelen en andere soorten activa (bijv. hedgefondsen, termijncontracten, eigendom). |
| Aard van de schok | De scenario’s werden afgeleid door uit te gaan van een gelijktijdig en onmiddellijk optreden van de aangenomen schokken. | |
| Historische gegevens/ingestelde horizon | Het laagste punt op de EUR-SWAP-curve gedurende een periode van twee jaar, 2014-2015. | 2005-2015, vastgesteld op basis van een driemaandelijkse horizon. |
| Waarschijnlijkheid | Ten minste 3 % jaarlijkse waarschijnlijkheid voor het liquide deel van de curve. Niet mogelijk om de waarschijnlijkheid van het volledige scenario precies te schatten vanwege de toevoeging van de UFR (dat dicht bij de marktsituatie lag en daarom vrij waarschijnlijk was). |
Aangezien swaprentes en het rendement van overheidsobligaties (die in het verleden nauw met elkaar waren verbonden) zich in tegengestelde richtingen bewegen, is de gezamenlijke waarschijnlijkheid van het scenario veel lager dan de geschatte marginale waarschijnlijkheid van de twee triggergebeurtenissen (0,75 % voor de schok ten aanzien van het rendement van overheidsobligaties, 0,5 % voor de schok ten aanzien van de swaprente, gemeten over een horizon van één jaar). |
Bijlage III
Tijdlijn van de stresstest van 2016
Bron: ERK, bewerking van informatie van Eiopa.
Bijlage IV
Getrokken lessen uit de stresstest van 2014 en de follow-up in 2016
| Tijdens de stresstest van 2014 vastgestelde problemen | Follow-up in het kader van de stresstest van 2016 | |
|---|---|---|
| Tijdlijn | -Aantal en complexiteit van scenario’s en late levering van de definitieve modelformulieren voor de voorbereiding -Te veel correcties van de modelformulieren tijdens de berekeningsfase |
-Benodigde tijd voor berekeningen door de sector werd beperkt, aangezien de stresstest minder scenario’s omvatte en deze veel eenvoudiger waren ten opzichte van 2014 -Minder correcties van de technische specificaties (drie in plaats van de zeven herzieningen van de stresstest van 2014) |
| Kwaliteitsborging | -Overwegen om bij de validering meer gebruik te maken van deskundigheid op basis van toezicht ter plaatse -Uitvoering van controles van de validering nam te veel tijd in beslag -NBA’s willen kunnen beschikken over Eiopa-instrumenten voor de eigen validering |
-Toezicht ter plaatse op NBA’s uiteindelijk niet verricht vanwege de tijd die nodig was voor toezichthouders om naar de locatie van Eiopa te reizen -Eiopa deelde instrument voor validering met NBA’s op 30 juni 2016 |
| Technische specificaties en modelformulieren voor rapportage | -Overwegen om meer tijd te investeren in het opstellen van de technische specificaties -Concretisering van belangrijke input (bijv. risicovrije percentages) op het laatste moment -Verschillende actualiseringen en nieuwe versies van de modelformulieren en specificaties -Meer tijd voor het opzetten en testen van de modelformulieren voorafgaand aan de start van de test -Waarborgen van duidelijkheid |
-Technische specificaties vooraf gedeeld met belanghebbenden van de sector -Enkele actualiseringen (drie versies van de technische specificaties, vijf van de modelformulieren) -Solvabiliteit II-regeling in werking, modelformulieren bestendiger |
| Communicatie Q&A | -Geen duidelijke communicatie met sector en NBA’s -Q&A: belangrijke antwoorden kort voor de uiterste termijn voor indiening verstrekt, zonder dat deelnemers in feite tijd hadden om te reageren -Geen communicatie met pers en andere analytici |
-Webinars en telefonische vergaderingen voorafgaand aan publicatie -Laatste bijwerking van de Q&A twee weken voor de uiterste termijn voor indiening gepubliceerd -FAQ opgesteld en beschikbaar gemaakt op de website van Eiopa |
Bron: ERK, bewerking van informatie van Eiopa.
Afkortingen
BoS: Raad van toezichthouders (Board of Supervisors)
BP: Basispunt
EBA: Europese Bankautoriteit
EER: Europese Economische Ruimte
Eiopa: Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen
ERK: Europese Rekenkamer
ESFS: Europees Systeem voor financieel toezicht (European System of Financial Supervision)
ESRB: Europees Comité voor systeemrisico’s (European Systemic Risk Board)
ETA’s: Europese toezichthoudende autoriteiten
IM: Intern model
NBA: Nationale bevoegde autoriteit
ORSA: Beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit (Own Risk and Solvency Assessment)
SCR: Solvabiliteitskapitaalvereiste (Solvency Capital Requirement)
UFR: Ultimate Forward Rate
VGS: Verzekeringsgarantiestelsel
Vte: Voltijdequivalent
Verklarende woordenlijst
Beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit: Een ORSA is een jaarlijks intern proces dat wordt uitgevoerd door verzekeraars om de adequaatheid van hun risicobeheer en solvabiliteitspositie in normale en stressscenario’s te beoordelen. Een ORSA is de eigen beoordeling van een verzekeraar van zijn huidige en toekomstige risico’s.
College van toezichthouders: Een college van toezichthouders is een permanente maar flexibele structuur voor de coördinatie en vereenvoudiging van de besluitvorming over het toezicht op een verzekeringsconcern dat in meer dan één lidstaat actief is.
Europees Comité voor systeemrisico’s: Het ESRB is belast met het macroprudentieel toezicht op het financiële stelsel van de EU en de voorkoming en beperking van systeemrisico’s. Het ESRB monitort en beoordeelt systeemrisico’s en geeft, indien passend, waarschuwingen en advies.
Europees Systeem voor financieel toezicht: Het ESFS is een systeem van micro- en macroprudentieel financieel toezicht en is opgebouwd rond de drie Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s) – de EBA, Eiopa en de ESMA – het Europees Comité voor systeemrisico’s (ESRB) en de nationale toezichthoudende autoriteiten.
Intern model: Een intern model is een geavanceerde benadering voor de berekening van risico’s die voortvloeien uit de activiteiten van een verzekeraar. Verzekeraars kunnen ervoor kiezen een intern model te gebruiken om hun algemene risicosituatie beter te berekenen dan aan de hand van de standaardformule; de berekende risicosituatie bepaalt vervolgens het kapitaalvereiste. Interne modellen moeten voldoen aan verschillende vereisten en moeten worden goedgekeurd door de verantwoordelijke toezichthouder(s).
Nationale bevoegde autoriteit: NBA’s zijn de nationale autoriteiten in elke lidstaat die bevoegd zijn om toezicht te houden op verzekeringsmaatschappijen (ze worden derhalve ook wel nationale toezichthoudende autoriteiten genoemd). Een NBA die verantwoordelijk is voor het toezicht op een verzekeraar die zijn vergunning heeft verkregen in de lidstaat van die NBA, wordt de toezichthouder in de lidstaat van herkomst genoemd. Alle andere NBA’s zijn toezichthouders in de lidstaat van ontvangst voor de verzekeraar in kwestie wanneer deze via een dochteronderneming activiteiten verricht in hun desbetreffende lidstaten.
Solvabiliteit II: De EU-richtlijn Solvabiliteit II trad in 2016 in werking en stelde het solvabiliteitsrisico centraal in een geharmoniseerd regelgevingskader voor verzekeringsmaatschappijen. Het kader legt eisen op ten aanzien van het vereiste economisch kapitaal (pijler 1), governance en risicobeheer (pijler 2) en verslagleggingsnormen (pijler 3) van alle verzekeringsmaatschappijen in Europa. De genoemde doelen van Solvabiliteit II zijn het verbeteren van de consumentenbescherming, het moderniseren van het toezicht, het verdiepen van de EU-marktintegratie door de harmonisatie van de toezichtregelingen en het vergroten van het internationale concurrentievermogen van EU-verzekeraars.
Solvabiliteitskapitaalvereiste: Het SCR is de hoeveelheid kapitaal die verzekeringsmaatschappijen moeten aanhouden om te voldoen aan de vereisten van pijler 1 in het kader van de regeling van Solvabiliteit II. Zo moet worden gewaarborgd dat verzekeraars over een periode van twaalf maanden zeer waarschijnlijk (namelijk met een waarschijnlijkheidsniveau van 99,5 %) hun verplichtingen ten opzichte van verzekeringnemers en begunstigden nakomen.
Standaardformule: De standaardformule is het uitgangspunt voor het berekenen van de risicosituatie van een verzekeraar overeenkomstig Solvabiliteit II. De standaardformule is onderverdeeld in risicomodules, die worden geaggregeerd en die het kapitaalvereiste bepalen.
Ultimate Forward Rate: De UFR is de risicovrije rentevoet waarnaar de risicovrije rentecurve convergeert na het zogenoemde laatste liquide punt (bijv. twintig jaar voor de euro). De UFR wordt gebruikt voor zeer langlopende verplichtingen vanwege een beperkt aantal transacties (onvoldoende liquiditeit) op de markt om de rentecurve te verkrijgen.
Voetnoten
1 Op basis van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), waarin de missie, taken en organisatie van Eiopa worden vastgesteld (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48).
2 Aanvullende instrumenten nemen de vorm aan van schriftelijk advies voor NBA’s (bijv. richtsnoeren van Eiopa over het toezichtsproces en adviezen), overige verbintenissen met NBA’s (bijv. opleidingen en conferenties en speciale balansbeoordelingen die werden uitgevoerd voor Bulgarije en Roemenië) en lopende contacten.
3 Prudentiële regelgeving vereist dat financiële ondernemingen risico’s beheersen en voldoende kapitaal aanhouden, zoals gedefinieerd door kapitaalvereisten, in tegenstelling tot regelgeving inzake marktgedrag, waarin de regels zijn vastgesteld met betrekking tot de manier waarop bedrijven hun producten op de markt moeten distribueren.
4 Het gebruikmaken van mazen in regelgevingsstelsels door bedrijven om bepaalde soorten regelgeving te omzeilen (bijv. diensten verlenen vanaf een locatie met minder toezicht).
5 In november 2008 machtigde de Commissie een groep op hoog niveau onder voorzitterschap van Jacques de Larosière om aanbevelingen op te stellen over de wijze waarop de Europese toezichtregelingen kunnen worden versterkt met het oog op een betere bescherming van de burgers en het herstel van het vertrouwen in het financiële systeem. In februari 2009 publiceerde de groep-De Larosière haar eindverslag.
6 De Oostenrijkse Rekenkamer meldde bijvoorbeeld in verslag 46/2017 dat de Oostenrijkse NBA 51 % van haar personele middelen uitsluitend had gebruikt voor het goedkeuren van interne modellen.
7 Alle EU-lidstaten en twee EER-lidstaten: Noorwegen en Liechtenstein.
8 De scenario’s van de stresstest moeten “ernstig genoeg zijn om betekenisvol te zijn, maar aannemelijk genoeg om serieus te nemen” (zie M. Quagliarello, Stress Testing the Banking System: Methodologies and Applications, januari 2009, Cambridge University Press). Het is gebruikelijk om geen waarschijnlijkheidspercentage te kiezen dat hoger is dan 1 % over de periode van een jaar.
9 De obligatie voor 50 jaar stond per 31 december 2015 (d.w.z. het einde van de steekproef) op 1,561 %, tegenover een UFR van 2 % (bron: Bloomberg). De neerwaartse verschuiving van 15 bp van de liquide curve kan, ten opzichte van de neerwaartse trend van 9 bp in de gegevens, niet als aanzienlijke schok worden beschouwd.
10 De verschillende producten in de steekproef kunnen een uiteenlopende invloed op de balans hebben in het geval van een schok.
11 De zogenaamde langetermijngarantie- (LTG) en overgangsmaatregelen werden in 2014 in de Solvabiliteit II-richtlijn ingevoerd om te zorgen voor de behandeling van verzekeringsproducten die langetermijngaranties omvatten en om bedrijven in staat te stellen Solvabiliteit II geleidelijk en volledig toe te passen.
12 In een beperkt aantal gevallen had de uitkomst van de stresstest van afzonderlijke entiteiten een aanzienlijke impact op groepsniveau. Deze impact zou echter worden beperkt door diversificatievoordelen die voortvloeien uit andere activiteiten dan levensverzekeringen.
1 https://Eiopa.europa.eu/Publications/Surveys/ESRB%20Double%20hit%20scenario%20for%20Eiopa%202016%20insurance%20stress%20test.pdf
2 https://Eiopa.europa.eu/Publications/Surveys/FAQ%20Insurance%20Stress%20Test%202016%20PublicFinalFinal.pdf
| Gebeurtenis | Datum |
|---|---|
| Vaststelling van het controleplan (APM, audit planning memorandum)/start van de controle | 5.12.2017 |
| Ontwerpverslag officieel verzonden aan Eiopa | 19.7.2018 |
| Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure | 2.10.2018 |
| Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van Eiopa | 26.10.2018 |
Controleteam
In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheersthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de doelmatigheid of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.
Dit verslag werd opgesteld door controlekamer IV, die onder leiding staat van ERK-lid Neven Mates en gericht is op de gebieden marktregulering en concurrerende economie. De controle werd geleid door ERK-lid Rimantas Šadžius. Bij de voorbereiding van het verslag werd hij ondersteund door zijn kabinetsmedewerkerMindaugas Pakštys, Tomas Mackevičius, Aušra Maziukaitė en Niamh Carey, en verder door Zacharias Kolias, directeur en Kamila Lepkowska, taakleider. Het controleteam bestond uit Matthias Blaas, Vasileia Kalafati, Marion Kilhoffer, Anna Ludwikowska en Josef Sevcik. De taalkundige ondersteuning werd verzorgd door Mark Smith.
Contact
EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG
Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors
Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).
Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2018
| ISBN 978-92-847-1191-8 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/37900 | QJ-AB-18-027-NL-N | |
| HTML | ISBN 978-92-847-1197-0 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/954725 | QJ-AB-18-027-NL-Q |
© Europese Unie, 2018.
Voor iedere vorm van gebruik of reproductie van (beeld)materiaal dat niet onder het auteursrecht van de Europese Unie valt, dient rechtstreeks toestemming aan de auteursrechthebbende te worden gevraagd.
HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?
Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:
- te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen)
- te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
- een e mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Waar vindt u informatie over de EU?
Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen bij EU Bookshop op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).
EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu
Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.
