Desinformatie met gevolgen voor de EU: aangepakt, maar niet beteugeld
Over het verslag:
Desinformatie is een bron van ernstige bezorgdheid in georganiseerde samenlevingen. Sociale media en nieuwe technologieën hebben het fenomeen versterkt en zorgen voor snellere verspreiding van onjuiste of misleidende informatie onder het al dan niet beoogde publiek. Het EU-actieplan tegen desinformatie was relevant toen het werd opgesteld, maar het was onvolledig. Hoewel de uitvoering ervan grotendeels op schema ligt en er bewijs is dat er positieve ontwikkelingen zijn, werden niet alle beoogde resultaten bereikt. Wij doen aanbevelingen om de coördinatie van en de verantwoordingsplicht met betrekking tot EU-acties tegen desinformatie te verbeteren. We richten ons op de operationele regelingen van de afdeling Strategische Communicatie en de taskforces van de Europese Dienst voor extern optreden. Wij bevelen aan om de lidstaten meer te betrekken bij het systeem voor snelle waarschuwingen en om het toezicht op en de verantwoordingsplicht van onlineplatforms te verbeteren. Ook wijzen we erop dat er behoefte is aan een EU-strategie voor mediageletterdheid die ook de bestrijding van desinformatie omvat en dat er maatregelen moeten worden genomen om het Europees Waarnemingscentrum voor digitale media in staat te stellen zijn ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken.
Speciaal verslag van de ERK, uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU.
Samenvatting
IDesinformatie is sinds het begin van de beschaving en het ontstaan van georganiseerde samenlevingen aanwezig in de menselijke communicatie. Wat de afgelopen jaren echter is veranderd, is de omvang ervan en de snelheid waarmee onjuiste of misleidende informatie het beoogde publiek — maar ook anderen — kan bereiken via sociale media en nieuwe technologieën. Dit kan schade in het publieke domein veroorzaken.
IIDe Europese Raad heeft in zijn conclusies van 28 juni 2018 de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie verzocht een actieplan in te dienen met specifieke voorstellen voor een gecoördineerde EU-respons op desinformatie. Het EU-actieplan tegen desinformatie, dat op 5 december 2018 werd gepresenteerd, omvat tien specifieke acties op basis van vier prioritaire gebieden of “pijlers”, en consolideert de inspanningen van de EU om desinformatie aan te pakken. De EU-uitgaven voor de aanpak van desinformatie waren tot op heden relatief laag: 50 miljoen EUR tussen 2015 en 2020.
IIIHet doel van de controle was na te gaan of het EU-actieplan tegen desinformatie relevant was toen het werd opgesteld en of het de beoogde resultaten oplevert. De controle had betrekking op de periode van de aanloop naar de vaststelling van het EU-actieplan tegen desinformatie in december 2018 tot september 2020. Dit verslag is de eerste uitgebreide, onafhankelijke beoordeling van de relevantie ervan en de bereikte resultaten. Over het geheel genomen concluderen wij dat het EU-actieplan relevant maar onvolledig was, en hoewel de uitvoering ervan grotendeels op schema ligt en er bewijs is dat er positieve ontwikkelingen zijn, zijn sommige resultaten niet bereikt zoals werd beoogd.
IVHet EU-actieplan bevat relevante proactieve en reactieve maatregelen ter bestrijding van desinformatie. Hoewel de desinformatietactieken, -actoren en ‑technologie voortdurend evolueren, is het EU-actieplan sinds de presentatie ervan in 2018 niet geactualiseerd. Het omvat geen alomvattende regelingen om ervoor te zorgen dat elke reactie van de EU op desinformatie goed gecoördineerd en doeltreffend is en in verhouding staat tot het soort en de omvang van de dreiging. Daarnaast ging het EU-actieplan niet vergezeld van een kader voor monitoring, evaluatie en rapportage, wat de verantwoordingsplicht ondermijnt.
VDe drie taskforces voor strategische communicatie van de Europese Dienst voor extern optreden hebben gezorgd voor een verhoogde capaciteit van de EU om desinformatie in buurlanden te voorspellen en erop te reageren. Zij beschikken echter niet over voldoende middelen en worden niet op adequate wijze geëvalueerd, en hun mandaten hebben geen betrekking op een aantal opkomende dreigingen.
VIHet EUvsDisinfo-project heeft een belangrijke rol gespeeld bij het vergroten van het bewustzijn over Russische desinformatie. Het feit dat het is ondergebracht bij de Europese Dienst voor extern optreden doet echter vragen rijzen over de onafhankelijkheid en het uiteindelijke doel ervan, aangezien zo de indruk kan ontstaan dat het het officiële standpunt van de EU weergeeft. Het systeem voor snelle waarschuwingen heeft het delen van informatie tussen de lidstaten en de EU-instellingen vergemakkelijkt. De lidstaten benutten het systeem echter niet ten volle om gezamenlijke reacties op desinformatie en gemeenschappelijke actie te coördineren.
VIIMet de praktijkcode heeft de Commissie een pionierskader vastgesteld voor de contacten met onlineplatforms. We constateerden dat de praktijkcode niet voldeed aan de doelstelling ervan om onlineplatforms ter verantwoording te roepen voor hun acties en hun rol bij de actieve aanpak van desinformatie.
VIIIIn het verslag wordt ook gewezen op het ontbreken van een strategie voor mediageletterdheid die onder meer de aanpak van desinformatie omvat, en op de versnippering van het beleid en de acties om de capaciteit voor toegang tot, begrip van en interactie met media en communicatie te vergroten. Tot slot constateerden we dat er een risico bestond dat het pas opgerichte Europees Waarnemingscentrum voor digitale media zijn doelstellingen niet zou bereiken.
IXOp basis van deze conclusies bevelen we de Europese Dienst voor extern optreden en de Commissie het volgende aan:
- verbeter de coördinatie van en verantwoordingsplicht met betrekking tot EU-acties tegen desinformatie (Europese Dienst voor extern optreden en Commissie);
- verbeter de operationele regelingen van de afdeling StratCom en haar taskforces (Europese Dienst voor extern optreden);
- vergroot de deelname van de lidstaten en onlineplatforms aan het systeem voor snelle waarschuwingen (Europese Dienst voor extern optreden);
- verbeter het toezicht op en de verantwoordingsplicht van onlineplatforms (Commissie);
- stel een EU-strategie voor mediageletterdheid vast die ook de aanpak van desinformatie omvat (Commissie);
- neem maatregelen om het Europees Waarnemingscentrum voor digitale media in staat te stellen zijn ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken (Commissie).
Inleiding
01De Europese Commissie1 definieert “desinformatie” als “aantoonbaar foute of misleidende informatie die wordt gecreëerd, gepresenteerd en verspreid voor economisch gewin of om het publiek opzettelijk te bedriegen, en die schade in het publieke domein kan veroorzaken”. Dergelijke schade in het publieke domein omvat bedreigingen voor democratische politieke en beleidsvormingsprocessen en voor de bescherming van de gezondheid van de EU-burgers, het milieu of de veiligheid.
02Misleidende reclame, fouten in de verslaggeving, satire en parodie of duidelijk vastgesteld partijdig nieuws en commentaar vallen niet onder de definitie van desinformatie van de Commissie. In tegenstelling tot haatzaaiende uitlatingen of terroristisch materiaal is bijvoorbeeld onjuiste of misleidende informatie op zich niet illegaal.
03De legitimiteit en het doel van de EU zijn gefundeerd op een democratische basis, die berust op een geïnformeerd electoraat dat zijn democratische wil uit door middel van vrije en eerlijke verkiezingen. Kwaadwillige pogingen om de publieke opinie opzettelijk te ondermijnen of te manipuleren vormen derhalve een ernstige bedreiging voor de EU zelf. Tegelijkertijd vormt de bestrijding van desinformatie een grote uitdaging, aangezien deze geen afbreuk mag doen aan de vrijheid van mening en meningsuiting, die is verankerd in het Handvest van de grondrechten van de EU.
04De term “desinformatie” kwam op aan het begin van de 20e eeuw en wordt sindsdien op grote schaal gebruikt. De afgelopen jaren heeft het internet de schaal waarop en de snelheid waarmee onjuiste informatie het publiek — vaak anoniem en tegen minimale kosten — bereikt, vergroot.
05De inspanningen van de EU ter bestrijding van desinformatie gaan terug tot maart 20152, toen de Europese Raad de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de “hoge vertegenwoordiger”) verzocht om in samenwerking met de lidstaten en de EU-instellingen met een actieplan voor strategische communicatie te komen om tegenwicht te bieden tegen de aanhoudende desinformatiecampagnes door Rusland. Dit leidde tot de oprichting van de afdeling Strategische Communicatie (“StratCom”) en de eerste van haar taskforces binnen de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) met het mandaat om desinformatie van buiten de EU (Rusland) tegen te gaan, te zorgen voor positieve strategische communicatie in de oostelijke buurlanden van de EU en deze te verspreiden; deze taskforce staat bekend als de East StratCom Task Force. In 2017 werden nog twee StratCom-taskforces opgericht: één voor het zuidelijk nabuurschap en één voor de Westelijke Balkan (zie ook de paragrafen 45-49).
06Eind 2017 heeft de Commissie een deskundigengroep op hoog niveau opgericht om concreet advies te geven over de aanpak van desinformatie. De groep heeft haar verslag in maart 2018 uitgebracht3; het vormde de basis voor de mededeling van de Commissie “Bestrijding van online-desinformatie: een Europese benadering”4 (april 2018). In deze mededeling werden de belangrijkste overkoepelende beginselen en doelstellingen voor maatregelen om het publiek bewust te maken van desinformatie uiteengezet, alsook de specifieke maatregelen die de Commissie van plan was te nemen.
07De Europese Raad heeft in zijn conclusies van 28 juni 20185 de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie verzocht om “uiterlijk december 2018 een actieplan in te dienen met specifieke voorstellen voor een gecoördineerde EU-respons op het probleem van desinformatie, inclusief passende mandaten en voldoende middelen voor de betrokken strategischecommunicatieteams van de EDEO”.
08Op basis van de mededeling van april 2018 heeft de Commissie in december 2018 een EU-actieplan tegen desinformatie gepubliceerd (hierna: het “EU-actieplan”). Het bevat tien specifieke acties op basis van vier prioritaire gebieden of “pijlers” die gericht zijn op de samenleving als geheel, zoals weergegeven in tabel 1 hieronder.
Tabel 1
De pijlers en acties van het EU-actieplan tegen desinformatie
| Pijler | Acties |
| I. Verbetering van de capaciteit van de EU-instellingen om desinformatie op te sporen, te analyseren en aan het licht te brengen | 1) Versterking van de taskforces voor strategische communicatie en de EU-delegaties met extra (personele en financiële) middelen om desinformatieactiviteiten op te sporen, te analyseren en aan het licht te brengen 2) Evaluatie van de mandaten van de taskforces voor strategische communicatie voor het zuiden en de Westelijke Balkan |
| II. De gecoördineerde en gezamenlijke respons op desinformatie versterken | 3) Tegen maart 2019 een systeem voor snelle waarschuwingen tussen de lidstaten en de EU-instellingen opzetten, waarbij nauw wordt samengewerkt met andere bestaande netwerken (zoals de NAVO en de G7) 4) De communicatie intensiveren vóór de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019 5) De strategische communicatie in de buurlanden versterken |
| III. Mobilisering van de particuliere sector bij de bestrijding van desinformatie | 6) Nauwlettend en voortdurend toezicht houden op de uitvoering van een praktijkcode om desinformatie aan te pakken, met inbegrip van het aandringen op snelle en doeltreffende naleving, met een uitgebreide beoordeling na twaalf maanden. |
| IV. Bewustmaking en verbetering van de maatschappelijke veerkracht | 7) Samen met de lidstaten gerichte campagnes organiseren om mensen bewust te maken van de negatieve effecten van desinformatie, en het werk van onafhankelijke media en kwaliteitsjournalistiek ondersteunen 8) De lidstaten moeten de oprichting ondersteunen van multidisciplinaire teams van onafhankelijke factcheckers en onderzoekers om desinformatiecampagnes op te sporen en aan het licht te brengen 9) Bevordering van mediageletterdheid, onder meer in het kader van de Week van de mediageletterdheid (maart 2019) en de snelle tenuitvoerlegging van de relevante bepalingen van de richtlijn audiovisuele mediadiensten 10) Doeltreffende follow-up van het verkiezingspakket, met name de aanbeveling, met inbegrip van toezicht door de Commissie op de uitvoering ervan |
Bron: ERK, op basis van het EU-actieplan.
Er bestaat geen EU-rechtskader voor desinformatie, afgezien van artikel 11 van het Handvest van de grondrechten over de vrijheid van meningsuiting en informatie en een reeks beleidsinitiatieven. De verantwoordelijkheid voor de bestrijding van desinformatie berust in de eerste plaats bij de lidstaten6. De rol van de EU bestaat erin de lidstaten te ondersteunen met een gemeenschappelijke visie en acties ter versterking van de coördinatie, de communicatie en de vaststelling van goede praktijken. Bijlage I geeft een overzicht van de belangrijkste afdelingen en bureaus van de EU-instellingen die betrokken zijn bij de uitvoering van het EU-actieplan. Zoals blijkt uit bijlage II, waren de EU-uitgaven voor de aanpak van desinformatie tot op heden relatief laag: 50 miljoen EUR tussen 2015 en 2020.
10In december 20197 bevestigde de Raad dat het EU-actieplan “de kern blijft van de inspanningen van de EU ter bestrijding van desinformatie”, en riep hij ertoe op het actieplan regelmatig te evalueren en, indien nodig, te actualiseren. Hij verzocht de EDEO ook zijn strategische communicatieactiviteiten in andere regio’s, waaronder Afrika ten zuiden van de Sahara, te versterken. Het Europees Parlement heeft ook herhaaldelijk gewezen op het belang van het opvoeren van de inspanningen ter bestrijding van desinformatie8.
11Begin 2020, bijna onmiddellijk na de COVID-19-uitbraak, ontstond op internet een ongekende golf van onjuiste informatie, desinformatie en digitale hoaxen, die de Wereldgezondheidsorganisatie een “infodemie” noemde9. Dit vormde een directe bedreiging voor de volksgezondheid en het economisch herstel. In juni 2020 publiceerden de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger een mededeling getiteld “Desinformatie in verband met COVID-19 aanpakken: feiten onderscheiden van fictie”10, waarin werd gekeken naar de stappen die reeds zijn ondernomen en naar concrete acties die moeten volgen tegen desinformatie met betrekking tot COVID-19.
12Op 4 december 2020 heeft de Commissie het “actieplan voor Europese democratie”11 gepresenteerd, waarvan een deel is gewijd aan de intensivering van de bestrijding van desinformatie. Het bouwt voort op bestaande initiatieven in het EU-actieplan tegen desinformatie. Voorts heeft de Commissie een voorstel voor een wet inzake digitale diensten12 ingediend, waarmee zij een horizontaal kader voorstelde voor regelgevend toezicht, verantwoordingsplicht en transparantie van de onlineruimte in reactie op de opkomende risico’s.
13Figuur 1 bevat een tijdlijn met de belangrijkste EU-initiatieven sinds 2015.
Figuur 1
Tijdlijn van de belangrijkste EU-initiatieven tegen desinformatie
Bron: ERK.
Reikwijdte en aanpak van de controle
14Dit controleverslag werd twee jaar na de vaststelling van het EU-actieplan tegen desinformatie opgesteld. Het is de eerste uitgebreide, onafhankelijke beoordeling van de relevantie ervan en de bereikte resultaten, waarmee wordt bijgedragen aan de regelmatige evaluatie van het EU-actieplan waarom de Raad heeft verzocht.
15Het doel van onze controle was na te gaan of het EU-actieplan tegen desinformatie relevant is en of het de beoogde resultaten oplevert. Om deze vraag te beantwoorden, hebben we twee subvragen gesteld:
- Is het EU-actieplan relevant voor de aanpak van desinformatie en wordt het geschraagd door een degelijk verantwoordingskader?
- Worden de acties in het EU-actieplan volgens plan uitgevoerd? Om deze subvraag te beantwoorden, beoordeelden wij de status van de acties in het kader van elk van de vier pijlers van het plan.
De controle had betrekking op de periode van de aanloop naar de vaststelling van het EU-actieplan tegen desinformatie in december 2018 tot september 2020. Waar mogelijk verwijst dit verslag ook naar recente ontwikkelingen op dit gebied na deze datum, zoals de presentatie door de Commissie van het actieplan voor Europese democratie en het voorstel voor een wet inzake digitale diensten in december 2020 (zie paragraaf 12). Aangezien deze documenten echter werden gepubliceerd nadat wij onze controlewerkzaamheden hadden afgerond, vallen zij buiten de reikwijdte van deze controle.
17De controle omvatte een uitgebreide controle aan de hand van stukken en een analyse van alle beschikbare documentatie over de opgezette structuren en de geplande en uitgevoerde acties in het kader van het EU-actieplan. We stuurden een enquête naar de contactpunten van het systeem voor snelle waarschuwingen van de 27 lidstaten en het responspercentage was 100 %. Wij hebben ook vergaderingen gehouden met tal van belanghebbenden, zoals de EDEO en de relevante directoraten-generaal (DG’s) van de Commissie, het Europees Parlement, de Raad, vertegenwoordigingen van de Commissie, de NAVO, het met de NAVO verbonden Strategic Communication Centre of Excellence in Letland, nationale autoriteiten, onlineplatforms, organisaties voor journalisten en factchecking, regulerende instanties voor audiovisuele mediadiensten die advies verlenen aan de Commissie, academici en deskundigen, projectmanagers/-coördinatoren en een externe deskundige.
18We beoordeelden ook 20 van de 23 projecten die volgens de Commissie rechtstreeks verband houden met de bestrijding van desinformatie door middel van mediageletterdheid. Bijlage III bevat een samenvatting van onze beoordeling van deze projecten.
Opmerkingen
Het EU-actieplan tegen desinformatie was relevant toen het werd opgesteld, maar het was onvolledig
19Voor dit deel onderzochten we of het EU-actieplan relevant was toen het voor het eerst werd opgesteld, d.w.z. of het voldeed aan de behoeften die door deskundigen en andere belanghebbenden waren vastgesteld. Ook beoordeelden we of het was geëvalueerd en geactualiseerd. Wij hebben gekeken naar de gebeurtenissen en bronnen waarop het gebaseerd was, en beoordeeld of het adequate coördinatieregelingen voor communicatie bevat, alsmede de elementen die nodig zijn voor het meten van de uitvoeringsprestaties en het waarborgen van de verantwoordingsplicht.
Het EU-actieplan was grotendeels in overeenstemming met de standpunten van deskundigen en belanghebbenden over desinformatie
20De bestrijding van desinformatie is een zeer technisch domein waarbij input en expertise van allerlei professionals vereist is. Openbare raadpleging is ook essentieel om de standpunten en prioriteiten van belanghebbenden vast te stellen en de dreiging beter te begrijpen.
21We constateerden dat de Commissie gebruik had gemaakt van adequate externe expertise en een uitgebreide openbare raadpleging13 had gehouden als basis voor het EU-actieplan. Het EU-actieplan kwam grotendeels tegemoet aan de in deze documenten geformuleerde suggesties en punten van zorg.
22Toen het EU-actieplan in december 2018 werd gepubliceerd, bood het een gestructureerde benadering om problemen aan te pakken die zowel reactieve (het ontkrachten en minder zichtbaar maken van desinformatie) als proactieve inspanningen op langere termijn (mediageletterdheid en maatregelen ter verbetering van de maatschappelijke veerkracht) vereisen. Het doel om de destijds aanstaande Europese verkiezingen van 2019 te beschermen werd erin benadrukt, alsook langetermijnuitdagingen voor de samenleving die de betrokkenheid van allerlei actoren vereisen.
23Behalve op het gebied van mediageletterdheid heeft de Commissie concrete acties vastgesteld om gevolg te geven aan de belangrijkste aanbevelingen uit het verslag van de onafhankelijke deskundigengroep op hoog niveau inzake nepnieuws en online-desinformatie (High Level Expert Group on Fake News and Online Disinformation — HLEG). De HLEG, bestaande uit 39 deskundigen met verschillende achtergronden, werd in januari 2018 door de Commissie opgericht om advies uit te brengen over beleidsinitiatieven ter bestrijding van online-desinformatie. Dit verslag vormde samen met de mededeling van de Commissie van april 2018 de basis voor het EU-actieplan.
24Verder bewijs van de relevantie van het EU-actieplan is dat de acties erop gericht waren een breed scala van belangrijke belanghebbenden op dit gebied erbij te betrekken, niet alleen EU-instellingen en lidstaten, maar ook andere belanghebbenden zoals de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld, factcheckers, journalisten en de academische wereld.
De EDEO en de Commissie stelden geen duidelijke coördinatieregelingen vast voor de uitvoering van het EU-actieplan
25Het EU-actieplan tegen desinformatie ging niet vergezeld van een algemeen coördinatiekader om ervoor te zorgen dat elke reactie van de EU doeltreffend is en in verhouding staat tot het soort en de omvang van de dreiging. Het vaststellen en coördineren van communicatieworkflows zou het bijvoorbeeld mogelijk maken te bepalen wanneer er in partnerschap moet worden samengewerkt met lokale actoren en het maatschappelijk middenveld om het bewustzijn over desinformatiedreigingen te vergroten.
26Een communicatiestrategie zorgt voor een coherente respons wanneer verschillende actoren erbij betrokken zijn. Elk van de vier pijlers van het EU-actieplan valt onder de verantwoordelijkheid van een ander DG van de Commissie of de EDEO. Dit brengt het risico met zich mee dat zij “verkokerd werken” (d.w.z. parallel, zonder samenwerking of coördinatie) op het gebied van communicatie, zonder dat één enkel orgaan belast is met of een volledig overzicht heeft van alle communicatie om desinformatie te bestrijden.
27Het directoraat-generaal Communicatie (DG COMM) van de Commissie is verantwoordelijk voor de externe communicatie van de instelling. In het beheersplan van DG COMM voor 2019 wordt zijn rol bij de bestrijding van desinformatie onderkend en wordt de noodzaak van samenwerking tussen DG’s en andere instellingen benadrukt, waarbij met name wordt verwezen naar het directoraat-generaal Communicatienetwerken, Inhoud en Technologie (DG CNECT) en het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek. De EDEO en de StratCom-taskforces, die ook nauw betrokken zijn bij positieve communicatie en de bestrijding van desinformatie, worden echter niet genoemd.
28DG COMM heeft een intern netwerk tegen desinformatie (IND) opgezet. De doelstellingen ervan zijn onder meer het verbeteren van de coördinatie van communicatieactiviteiten met betrekking tot de aanpak van desinformatie, het opzetten van een onlineregister van gevalideerde tegenargumenten, het systematisch opsporen van desinformatie en het systematisch coördineren van de respons, en het bevorderen van positieve berichtgeving. Tussen de oprichting ervan in mei 2018 en januari 2020 vonden elf bijeenkomsten plaats. Veel partijen worden betrokken bij deze bijeenkomsten en er waren vertegenwoordigers van vele diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie, de EDEO en andere instellingen, alsook andere deskundigen aanwezig. Tot dusver deelden vertegenwoordigers op deze bijeenkomsten echter alleen informatie over de genomen maatregelen en hielden deze bijeenkomsten geen verband met de beleidsvorming; er is geen bewijs van concrete vervolgacties of besluiten die zijn genomen om van het IND een doeltreffend coördinatiemechanisme te maken.
29Het beheersplan van DG COMM voor 2019 bevatte slechts één indicator met betrekking tot desinformatie (van de 102) en deze betrof slechts het aantal IND-bijeenkomsten.
30Daarnaast spelen de vertegenwoordigingen van de Commissie een cruciale rol in de externe communicatie van de Commissie, door middel van positieve berichtgeving en voorlichting, mediabriefings, het ontkrachten van mythen en het bestrijden van desinformatie, en worden zij geacht actief deel te nemen in het IND. Hun activiteiten op het gebied van de ontkrachting van mythen worden opgesomd op een pagina van elke officiële website van de vertegenwoordigingen. Deze pagina’s waren vaak moeilijk toegankelijk omdat deze niet bij alle vertegenwoordigingen op dezelfde plaats te vinden waren: sommige vertegenwoordigingen (bijv. die in Griekenland en Spanje) namen deze pagina op onder de rubriek nieuws, terwijl andere (bijv. die in Polen en Ierland) dat niet deden. Deze pagina’s werden ook niet regelmatig geactualiseerd. Sommige pagina’s bevatten beperkte — vaak anekdotische — informatie en er waren geen statistieken beschikbaar over het aantal bezoekers van deze pagina’s.
31Tot slot was DG COMM bezig met de ontwikkeling van een centraal internetknooppunt voor desinformatie als een centraal portaal waarop alle aspecten van de werkzaamheden van de EU-instellingen op het gebied van desinformatie worden samengebracht. Dit zou begin 2020 worden gelanceerd, maar werd om onduidelijke redenen geannuleerd.
Een versnipperd monitoring- en rapportagekader en het gebrek aan langetermijnfinanciering ondermijnen de verantwoordingsplicht in het kader van het EU-actieplan
32Om de verantwoordingsplicht te waarborgen, moet een actieplan duidelijke doelstellingen en tijdgebonden acties omvatten, met een aantal indicatoren voor het monitoren van de prestaties. Bepalingen inzake financiering, regelmatige verslaglegging, evaluatie en herzieningen zijn ook essentiële onderdelen van een actieplan.
33Sommige doelstellingen van het EU-actieplan zijn in algemene bewoordingen geformuleerd, zoals “intensiveren” of “versterken”, die zich niet lenen voor meting. Er bestaan geen algemene KPI’s voor het EU-actieplan als geheel. Bovendien heeft de helft van de acties (acties 1, 2, 4, 5 en 8) geen KPI’s en zijn de acties ofwel niet duidelijk omschreven, ofwel niet tijdgebonden (zie ook bijlage IV).
34Het tijdsbestek van de acties varieert van korte tot lange termijn en sommige zijn concreet en tijdgebonden (bijv. “tegen maart 2019 zullen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger, in samenwerking met de lidstaten, een snel waarschuwingssysteem opzetten”), terwijl andere vaag zijn (bijv. “de lidstaten moeten hun eigen inspanningen op het gebied van communicatie over de waarden en het beleid van de Unie ook aanzienlijk versterken”).
35Het EU-actieplan ging niet vergezeld van een specifiek monitoring- en evaluatiekader (dit geldt ook voor het onlangs gepubliceerde actieplan voor Europese democratie). Er was geen bepaling inzake de evaluatie van het plan in zijn geheel en er is tot op heden nog geen algemene evaluatie uitgevoerd. Feedback over de uitvoering ervan in de lidstaten wordt niet centraal geregistreerd en niet samengevoegd. Elke vertegenwoordiging voert haar eigen communicatiecampagne uit en verzamelt statistieken, maar we hebben geen bewijs gevonden dat deze statistieken door de Commissie worden gebruikt als referentiewaarde of om lessen te trekken of beste praktijken vast te stellen. Er vindt geen rapportage plaats behalve de vermelding dat sommige activiteiten tot de categorie van inspanningen tegen desinformatie behoren. Zo wordt de betrokkenheid van lidstaten bij instrumenten zoals de interne wiki voor het ontkrachten van mythen van de Commissie of de nieuwsbrief tegen desinformatie niet gemonitord (bijv. door middel van enquêtes, gebruikersstatistieken of indicatoren).
36De Commissie en de EDEO brengen regelmatig updates uit waarmee ze aan verschillende werkgroepen en voorbereidende instanties van de Raad verslag uitbrengen over de vorderingen bij de uitvoering van acties in het kader van specifieke pijlers van het EU-actieplan. Deze verslaglegging is echter niet publiek en heeft geen betrekking op het hele EU-actieplan.
37Hoewel er afzonderlijke verslagen over specifieke aspecten van het EU-actieplan zijn opgesteld (een beoordeling van de praktijkcode en een verslag van de Commissie over de EU-verkiezingen), is er slechts één verslag over de uitvoering van het EU-actieplan als geheel gepubliceerd. Dit vond plaats op 14 juni 2019, zes maanden na de presentatie van het EU-actieplan zelf.
38Hoewel dit eerste uitvoeringsverslag alle pijlers van het EU-actieplan bestreek, vertoont het een aantal tekortkomingen:
- het biedt geen prestatiemaatstaf;
- met uitzondering van de praktijkcode is de verslaglegging voor elke pijler meestal algemeen en verhalend en is er geen gedetailleerde rapportage voor elke actie;
- er is geen bijlage waarin wordt gerapporteerd over afzonderlijke projecten die verband houden met het EU-actieplan;
- er wordt niet aangegeven wanneer het volgende uitvoeringsverslag kan worden verwacht.
De bestrijding van desinformatie is een gebied dat voortdurend evolueert en waarover regelmatig verslag zou moeten worden uitgebracht. In de gezamenlijke mededeling over de aanpak van desinformatie in verband met COVID-19 wordt erkend dat de regelmatige rapportage moet worden uitgebouwd14.
40Het ontbreekt in het EU-actieplan aan een specifiek financieel plan om de kosten te dekken van alle activiteiten die aan verschillende entiteiten zijn toegewezen. Financiering is afkomstig uit verschillende bronnen en er zijn geen bepalingen om financiering op lange termijn veilig te stellen, hoewel sommige van de in het EU-actieplan genoemde gebeurtenissen zich herhaaldelijk voordoen. In bijlage II wordt een overzicht gegeven van het budget dat is toegewezen aan de verschillende acties ter bestrijding van desinformatie. Hieruit blijkt dat de belangrijkste financieringsbron elk jaar verschilt en dat het ontbreekt aan financiële planning (zie ook de paragrafen 50 en 51). De Commissie en de EDEO oormerken uitgaven in verband met de bestrijding van desinformatie niet altijd (hiervoor bestaat geen specifieke interventiecode); dergelijke informatie is alleen voor deze controle verzameld. Figuur 2 bevat een overzicht van alle EU-financiering die van 2015 tot en met 2020 is besteed aan de aanpak van desinformatie (exclusief activiteiten die indirect bijdragen aan de bestrijding van desinformatie, te weten de proactieve communicatieactiviteiten in de buurlanden van de EU).
Figuur 2
Alle EU-financiering tegen desinformatie 2015-2020
Bron: ERK, op basis van informatie van de Commissie en de EDEO.
Bovendien is het EU-actieplan sinds de presentatie ervan in 2018 nog niet geactualiseerd. Zo houden sommige acties alleen verband met de Europese verkiezingen van 2019 of de Week van de Mediageletterdheid van 2019, die beide voorbij zijn. Desinformatie evolueert voortdurend. De gebruikte tactieken, de technologie achter desinformatiecampagnes en de betrokken actoren veranderen constant15. De Raad benadrukte ook dat het EU-actieplan regelmatig moet worden geëvalueerd en geactualiseerd (zie paragraaf 10).
42Hoewel bepaalde acties die oorspronkelijk in het EU-actieplan waren opgenomen, worden verlengd ingevolge de mededeling over desinformatie in verband met COVID-19 (juni 2020), het actieplan voor Europese democratie en het voorstel voor een wet inzake digitale diensten, kunnen deze niet worden beschouwd als een complete actualisering daarvan. Bovendien wordt de coördinatie gecompliceerd door het feit dat acties waarmee soortgelijke doelstellingen worden nagestreefd, zijn opgenomen in verschillende actieplannen en initiatieven, waardoor het risico op inefficiëntie toeneemt.
De uitvoering van het EU-actieplan ligt grotendeels op schema, maar heeft een aantal tekortkomingen aan het licht gebracht
43In dit deel wordt de uitvoering van de acties in het kader van elk van de vier pijlers van het EU-actieplan beoordeeld en wordt nagegaan in hoeverre deze de manier waarop de EU desinformatie aanpakt, hebben verbeterd.
De taskforces voor strategische communicatie spelen een belangrijke rol maar beschikken niet over voldoende personeel of financiële middelen om opkomende dreigingen het hoofd te bieden
44In het kader van pijler I van het EU-actieplan onderzochten we de StratCom‑taskforces van de EDEO. We hebben hun mandaat onderzocht en vastgesteld of zij over voldoende personeel en financiële middelen beschikten. In dit verband onderzochten we ook de rol en de positie van EUvsDisinfo, een EU-vlaggenschipproject tegen desinformatie.
De mandaten van de StratCom-taskforces bestrijken het volledige scala van desinformatieactoren niet adequaat
45De StratCom-taskforces hebben niet alleen de capaciteit van de EU verbeterd om externe desinformatieactiviteiten te voorspellen en erop te reageren (de mandaten van de StratCom-taskforces hebben geen betrekking op binnen de EU gegenereerde desinformatie), maar hebben ook in grote mate bijgedragen tot doeltreffende communicatie en bevordering van EU-beleid in naburige regio’s.
46De mandaten van de drie StratCom-taskforces (Oost, Westelijke Balkan en Zuid) zijn uit een reeks Raadsconclusies voortgekomen en er bestaan verschillen in de taken en de zwaartepunten. Zo omvat het mandaat van de East StratCom Task Force specifiek de taak om “tegenwicht [te bieden] tegen de aanhoudende desinformatiecampagnes door Rusland”16. Het mandaat van de East StratCom Task Force was gericht op één enkele externe kwaadwillende actor in plaats van het beschermen van Europa tegen desinformatie, ongeacht de bron.
47Dit was niet het geval voor de twee andere StratCom-taskforces, die oorspronkelijk gericht waren op het opvoeren van de communicatieactiviteiten in hun respectieve regio’s. De South StratCom Task Force werd opgericht om de zuidelijke buurlanden van de EU en de Golfregio te bestrijken, terwijl de taskforce voor de Westelijke Balkan werd opgericht om de strategische communicatie in die regio te verbeteren. Vóór de conclusies van de Raad van december 201917 had geen van beide taskforces de aanpak van desinformatie als centrale prioriteit. Alleen de East StratCom Task Force had als uitdrukkelijke doelstelling het versterken van de capaciteit om desinformatie te voorspellen, aan te pakken en erop te reageren. In tabel 2 hieronder wordt een overzicht gegeven van de doelstellingen van elke StratCom-taskforce ten tijde van de controle.
Tabel 2
Vergelijking van de doelstellingen van de StratCom-taskforces
| StratCom-taskforce | Oost | Voor de Westelijke Balkan | Zuid |
| Doelstellingen |
|
|
|
Bron: EDEO.
48De drie StratCom-taskforces zijn breed verspreid over verschillende regio’s en bestrijken verschillende bronnen van desinformatie. Niettemin zijn de media-monitoringactiviteiten van de StratCom-taskforces in ruime mate gericht op Russische internationale media, Russische officiële communicatiekanalen, aan externe entiteiten gelieerde media en/of media die geïnspireerd/geënt zijn op de Russische verhaallijn, welke actief zijn in de EU en haar buurlanden. Uit de analyse van de EDEO blijkt echter dat andere actoren, zoals China, in verschillende mate prominente desinformatiedreigingen zijn geworden. In dit verband heeft de nieuwe Commissie buitenlandse inmenging (INGE) van het Europees Parlement ook hoorzittingen gehouden om mogelijke dreigingen van derde landen te bespreken18.
49De StratCom-taskforces hebben een politiek mandaat waarin hun beleidsdoelstellingen niet specifiek worden omschreven en dat niet berust op een stevige juridische basis. Actie 2 van het EU-actieplan hield in dat de hoge vertegenwoordiger de mandaten van de StratCom-taskforces voor de Westelijke Balkan en het zuiden (maar niet die voor het oosten) zou evalueren. Deze evaluatie is echter nooit uitgevoerd. De EDEO is van mening dat de in december 2019 aangenomen conclusies van de Raad, waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat “alle drie de taskforces in staat [moeten] zijn om de desinformatieactiviteiten […] voortdurend op te sporen, te analyseren en te bestrijden”19, voldoende grondslag bieden om hun mandaat (opnieuw) te bevestigen. De Raad heeft de EDEO ook verzocht zijn behoeften aan en mogelijkheden tot uitbreiding naar andere geografische gebieden te beoordelen, hetgeen aantoont dat er politiek draagvlak bestaat voor de uitbreiding van het werkterrein van de StratCom-taskforces.
De StratCom-taskforces beschikken niet over een specifieke en stabiele financieringsbron
50Bij de oprichting ervan in 2015 kreeg de East StratCom Task Force geen eigen middelen en werd hij gefinancierd uit de administratieve uitgaven van de EDEO en de dienst Instrumenten buitenlands beleid van de Commissie. Het EU-actieplan heeft de voor de StratCom-taskforces van de EDEO beschikbare financiering verhoogd. Strategische communicatie is zelfs het enige onderdeel van het actieplan waarvoor het specifieke budget is verhoogd. Zoals uit figuur 2 hierboven blijkt, is het budget voor de StratCom-taskforces en strategische communicatie bijna verviervoudigd sinds de vaststelling van het actieplan.
51Hoewel desinformatie niet alleen een dreiging op korte termijn vormt, is er geen stabiele financieringsbron voor de StratCom-taskforces, wat de duurzaamheid ervan in gevaar zou kunnen brengen. Zo was een voorbereidende actie van het Europees Parlement met de naam “StratCom Plus” (zie bijlage II) een belangrijke financieringsbron voor de StratCom-taskforces. Naar hun aard zijn voorbereidende acties bedoeld om nieuwe acties, zoals beleid, wetgeving en programma’s, voor te bereiden. Figuur 3 illustreert hoe de extra middelen zijn toegewezen aan de verbetering van de verschillende capaciteiten.
Figuur 3
Financiering van verschillende StratCom-capaciteiten van de EDEO door de voorbereidende actie “StratCom Plus” (2018-2020)
Bron: ERK, op basis van gegevens van de EDEO.
Het belang van financiering en toereikende middelen is herhaaldelijk benadrukt20, onder meer door het Europees Parlement21, de lidstaten22 en het maatschappelijk middenveld23. De belanghebbenden verschillen echter van mening over de vraag waaraan prioriteit moet worden gegeven bij de besteding van de beschikbare EU‑financiering ter bestrijding van desinformatie. In hun gesprekken met ons gaven sommige lidstaten aan dat er meer nadruk moet worden gelegd op het analyseren en monitoren van die bronnen en actoren waaraan desinformatie gemakkelijker kan worden toegeschreven. Anderen vinden dat er meer middelen moeten worden toegewezen aan positieve communicatie.
De personeelsbehoeften zijn nog niet vervuld
53Het EU-actieplan voorzag in de versterking van de StratCom-afdeling door de toevoeging van 11 posten in de aanloop naar de Europese verkiezingen, de aanwerving van vaste ambtenaren op middellange termijn en de aanwerving van nieuw personeel in de EU-delegaties teneinde eind 2020 “te komen tot een totale stijging van 50 à 55 personeelsleden”. Het wervingsplan is in drie fasen uitgevoerd: 1) overplaatsing van arbeidscontractanten binnen de EDEO, 2) aanwerving van personeel voor het StratCom-team, en (3) extra personeel in 27 EU-delegaties in de buurlanden van de EU.
54De StratCom-afdeling is nog bezig met het aanwerven en inzetten van personeel. In oktober 2020 telde de afdeling 37 personeelsleden en was de totale stijging van 50 à 55 personeelsleden, zoals vermeld in het EU-actieplan, dus nog niet bereikt. Een van de redenen waarom het moeilijk is gebleken om deze doelstelling te halen, is dat veel StratCom-medewerkers worden gedetacheerd door de Raad, de Commissie en de lidstaten en dat de detachering van sommigen is beëindigd.
55Bijna alle personeelsuitbreidingen (met inbegrip van alle overplaatsingen) betroffen arbeidscontractanten: de EDEO erkende dat het niet gemakkelijk is om vaste ambtenaren aan te werven die over de nodige deskundigheid en vaardigheden beschikken om de vereiste taken uit te voeren. Ondanks hun belangrijke bijdrage hebben arbeidscontractanten echter een arbeidsovereenkomst met een maximale duur van zes jaar.
56De andere groep die een aanzienlijk deel van de StratCom-capaciteit uitmaakt, bestaat uit gedetacheerde nationale deskundigen. Deze hebben voornamelijk de werkzaamheden van de East StratCom Task Force ondersteund en recentelijk ook die van de taskforce voor de Westelijke Balkan. Hun detachering komt niet alleen ten goede aan de EDEO, maar ook aan hun land van herkomst doordat ze hierdoor meer expertise kunnen verwerven en nauwere banden met de EDEO kunnen aangaan. Het overmatige gebruik van detachering kan echter leiden tot onzekerheid over de personele bezetting en tot een periodiek verlies van institutioneel geheugen en deskundigheid als gevolg van een hoog personeelsverloop. Al deze factoren kunnen de opbouw van een institutioneel geheugen en deskundigheid ondermijnen.
57In het licht van de COVID-19-pandemie en de extra werklast die deze met zich bracht voor de taskforces bestaat het risico dat de EDEO, met de huidige personeelsverdeling en het aantal personeelsleden, onvoldoende capaciteit zal hebben om de nieuwe trends en ontwikkelingen, zoals opkomende dreigingsbronnen en desinformatiestrategieën en -tactieken, bij te houden. Bovendien kan het verzoek van de Raad om strategische communicatieactiviteiten in andere regio’s te versterken (zie paragraaf 10) zijn beperkte personeelscapaciteit verder onder druk zetten.
58Doeltreffende gegevensanalyse is niet alleen van cruciaal belang voor het monitoren, opsporen en analyseren van desinformatie, maar ook als basis voor degelijke, empirisch onderbouwde strategische inzichten en beleidsvorming. Ten tijde van de controle omvatte de gegevensanalysecel van de StratCom-afdeling voltijdse interne analisten, die werden ondersteund door externe contractanten. De cel, die medio 2019 is opgericht, ondersteunt de werkzaamheden van de StratCom-taskforces en het systeem voor snelle waarschuwingen (rapid alert system, RAS) in het kader van pijler II van het EU-actieplan. Haar analyses vinden voornamelijk op verzoek en ad hoc plaats. Bovendien zijn haar werkzaamheden niet op gestructureerde wijze geïntegreerd in die van alle StratCom-taskforces. Hoewel een beroep op externe contractanten voor flexibiliteit kan zorgen, is interne capaciteit van cruciaal belang om op korte termijn gevoelige analyses te kunnen verrichten en om institutioneel geheugen en deskundigheid op te bouwen.
Het meten van de impact van de werkzaamheden van de StratCom-taskforces blijft een uitdaging
59De grootste uitdagingen op het gebied van strategische communicatie blijven het meten van de kwetsbaarheid voor en de impact van desinformatie, evenals inspanningen om deze te begrijpen, te analyseren en daarop te reageren. De Commissie gebruikt opiniepeilingen als een manier om de doeltreffendheid te beoordelen van strategische communicatie om de perceptie van de EU te beïnvloeden. Het is echter moeilijk om de resultaten van deze peilingen toe te schrijven aan EU‑acties.
60Buiten de communicatiecampagnes maten de StratCom‑taskforces de impact van hun werkzaamheden niet uitgebreid. Bovendien had geen van hen een evaluatiefunctie om hun doeltreffendheid te beoordelen en te bepalen op welke punten verbeteringen mogelijk zijn.
Het feit dat EUvsDisinfo is ondergebracht bij de EDEO schept onzekerheid over het uiteindelijke doel van het project
61EUvsDisinfo is het gezicht en het vlaggenschip van de inspanningen van de EU om desinformatie te bestrijden, en het belangrijkste antidesinformatieproduct van de East StratCom Task Force. Het beschikt over een doorzoekbare opensourcedatabank, waarin op 1 oktober 2020 meer dan 9 700 gevallen van desinformatie waren opgenomen. Het belangrijkste materiaal op de website EUvsDisinfo wordt in vijf EU-talen gepubliceerd; de rest is alleen in het Engels en het Russisch beschikbaar. Volgens de EDEO vormde de oorspronkelijke gerichtheid op Russische desinformatie de basis voor een unieke pioniersbenadering; er zijn geen vergelijkbare initiatieven van de overheden van de lidstaten.
62Vanaf het begin in 2015 heeft EUvsDisinfo de zichtbaarheid online gestaag vergroot (zie figuur 4 hieronder) door voorbeelden van Russische desinformatie te catalogiseren, te analyseren en te publiceren. Veel belanghebbenden bevestigden dat EUvsDisinfo een belangrijke rol heeft gespeeld bij het vergroten van het bewustzijn en het beïnvloeden van de perceptie van de Russische desinformatiedreiging voor de EU en haar lidstaten.
Figuur 4
EUvsDisinfo: aantal bezoekers, unieke paginaweergaven en volgers op Twitter en Facebook
Bron: ERK, op basis van informatie van de EDEO.
EUvsDisinfo heeft in het verleden echter ook kritiek gekregen. Zo werd het in 2018 door het Nederlandse parlement24 bekritiseerd omdat Russische desinformatie ten onrechte werd toegeschreven aan een Nederlandse binnenlandse publicatie. Bovendien vormen sommige op EUvsDisinfo gepubliceerde zaken geen bedreiging voor de democratieën in de EU.
64Wat de toekomst betreft, zijn de toekomstige rol en missie van EUvsDisinfo onduidelijk, afgezien van het produceren van meer voorbeelden van Russische desinformatie — een inmiddels algemeen bekende en onderkende bedreiging. Ondanks de beweringen van de EDEO dat EUvsDisinfo onafhankelijk is en niet het officiële standpunt van de EU vertegenwoordigt, is dit nog maar de vraag gezien de plaats daarvan binnen de EDEO. Dit doet de vraag rijzen of een dergelijk instrument wel moet worden ondergebracht bij en beheerd door een overheidsinstantie (zoals de EDEO) dan wel of het moet worden beheerd onder de verantwoordelijkheid van een maatschappelijke organisatie.
Het systeem voor snelle waarschuwingen heeft de lidstaten samengebracht, maar het potentieel ervan werd niet volledig benut
65De instelling van het systeem voor snelle waarschuwingen is de belangrijkste actie in het kader van pijler II van het EU-actieplan (actie 3). In het plan staat het volgende: “De eerste uren nadat desinformatie is vrijgegeven, zijn van cruciaal belang voor het opsporen, analyseren en reageren daarop.” Het systeem voor snelle waarschuwingen werd opgezet in maart 2019, binnen de in het plan vastgestelde termijn. Het systeem bestaat uit twee kernelementen: een netwerk van nationale contactpunten en een webplatform dat tot doel heeft “in realtime waarschuwingen te verstrekken over desinformatiecampagnes door middel van een specifieke technologische infrastructuur” teneinde “het delen van gegevens en evaluaties [te] vergemakkelijken, zodat gemeenschappelijke situatiekennis, gecoördineerde toewijzing en respons mogelijk zijn en de efficiëntie van tijd en middelen wordt gewaarborgd”25. De EDEO verzorgt het secretariaat voor het systeem van snelle waarschuwingen en host de website.
Hoewel het systeem voor snelle waarschuwingen een nuttig instrument is voor het delen van informatie, had het ten tijde van de controle nog geen waarschuwingen afgegeven en werd het niet gebruikt om gemeenschappelijke acties te coördineren
66Om doeltreffend te kunnen functioneren, moet het systeem voor snelle waarschuwingen in staat zijn tijdig waarschuwingen te verstrekken, gemeenschappelijke toewijzing en respons te coördineren en de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de EU-instellingen te vergemakkelijken. We hebben onderzocht of het systeem voor snelle waarschuwingen operationeel was vóór de Europese verkiezingen van 2019, zoals bepaald in het EU-actieplan. Ook hebben wij de activiteiten ervan en de mate van betrokkenheid van de deelnemers beoordeeld.
67We constateerden dat het systeem voor snelle waarschuwingen snel werd opgezet in maart 2019, zoals was bepaald in het EU-actieplan. Het systeem heeft de lidstaten en de EU-instellingen samengebracht en heeft het delen van informatie vergemakkelijkt, maar het had ten tijde van de controle nog geen waarschuwingen verstrekt en heeft de gezamenlijke toewijzing en respons niet gecoördineerd zoals aanvankelijk werd beoogd.
68De meeste belanghebbenden die tijdens onze controle zijn geraadpleegd, hadden een positief beeld van het systeem voor snelle waarschuwingen. Volgens hen vult het systeem een belangrijke lacune in het ecosysteem voor de bestrijding van desinformatie op door een gemeenschap tot stand te brengen. Dit werd ook bevestigd door onze enquête onder de lidstaten: het systeem voor snelle waarschuwingen stelt hen in staat informatie te delen, nieuwe inzichten te verkrijgen en hun capaciteiten wederzijds te versterken. In figuur 5 hieronder worden de aspecten gepresenteerd die het meest worden gewaardeerd door de nationale contactpunten van het systeem voor snelle waarschuwingen.
Figuur 5
Waardering van de lidstaten wat betreft het belang van elementen van het systeem voor snelle waarschuwingen
Bron: ERK.
Ondanks dit positieve standpunt over het systeem voor snelle waarschuwingen als instrument voor informatie-uitwisseling hebben wij geen bewijs gevonden dat de via het systeem gedeelde informatie aanleiding heeft gegeven tot belangrijke beleidsontwikkelingen op lidstaatniveau. Het opbouwen van gemeenschappelijke situatiekennis blijft werk in uitvoering voor het systeem voor snelle waarschuwingen, dat wordt gehinderd door het ontbreken van geharmoniseerde en consistente definities (bijv. van de term “desinformatie” zelf, en uiteenlopende standpunten over de bronnen, reacties, niveaus van paraatheid, enz.) en het ontbreken van een gemeenschappelijke risicobeoordeling.
70Toen het systeem voor snelle waarschuwingen werd gelanceerd, werd het verstrekken van realtime-waarschuwingen om snel te reageren op desinformatiecampagnes beschouwd als het hoofddoel ervan, gezien de urgentie van de naderende Europese verkiezingen. Voor het StratCom-team bestond de belangrijkste doelstelling er echter in, beroepsbeoefenaars samen te brengen en een gemeenschap tot stand te brengen, aangezien een dergelijk mechanisme nog niet bestond in de EU. Door deze uiteenlopende drijfveren is het voor de belanghebbenden en het grote publiek minder duidelijk waarvoor het systeem voor snelle waarschuwingen wordt gebruikt.
71Er is een waarschuwingsmechanisme ontwikkeld dat in uiterst dringende gevallen kan worden gebruikt, maar ten tijde van de controle was dit nog niet geactiveerd. Er is een kwalitatieve drempel voor de activering van het waarschuwingsmechanisme vastgesteld: een desinformatiecampagne met een “significante grensoverschrijdende impact” (d.w.z. een gerichte aanval op meerdere landen). Een kwantitatieve beoordeling van deze drempel is echter niet mogelijk.
72Naast de waarschuwingsfunctie is het systeem voor snelle waarschuwingen opgezet om de bron van desinformatieaanvallen te helpen achterhalen en een gecoördineerde respons te bevorderen. Deze coördinatiecapaciteit van het systeem voor snelle waarschuwingen is echter niet getest.
De activiteiten en inzet in het kader van het systeem voor snelle waarschuwingen worden aangestuurd door een beperkt aantal lidstaten
73Het systeem voor snelle waarschuwingen brengt verschillende actoren samen: de contactpunten van de lidstaten, het Inlichtingen- en situatiecentrum van de EDEO, de Europese Commissie (met name de DG’s CNECT, JUST en COMM), het Europees Parlement en het secretariaat-generaal van de Raad. Ook vertegenwoordigers van de NAVO en het snellereactiemechanisme van de G7 nemen deel aan het systeem voor snelle waarschuwingen. Soms zijn ook externe deskundigen, onder meer uit het maatschappelijk middenveld en van onlineplatforms, aanwezig bij vergaderingen in het kader van het systeem voor snelle waarschuwingen. Over het algemeen vinden de vergaderingen van de nationale contactpunten elk kwartaal plaats, maar de mate van betrokkenheid verschilt van lidstaat tot lidstaat. De meeste activiteiten worden aangestuurd door een derde van de lidstaten, die regelmatiger en actiever deelnemen aan de vergaderingen.
De meest recente statistieken wijzen op een neerwaartse trend in de activiteitsniveaus
74De door het platform gegenereerde statistieken wijzen op een aantal trends. Ten eerste worden de activiteiten aangestuurd door een klein aantal kerngebruikers, terwijl andere gebruikers veel passiever zijn. Ten tweede was er sinds de lancering sprake van een piek van de activiteitsniveaus tijdens twee belangrijke gebeurtenissen: de Europese verkiezingen en de eerste weken nadat de algemene lockdown medio maart 2020 werd ingesteld. In het laatste geval zijn deze niveaus sindsdien echter gedaald en eind augustus 2020 gestabiliseerd op ongeveer de helft van de niveaus van mei.
75De gebruikersstatistieken wijzen op een neerwaartse trend in de activiteitsniveaus. Zo is het gemiddelde aantal dagelijkse raadplegingen gedaald, zelfs in de specifieke delen van het systeem voor snelle waarschuwingen die gericht zijn op desinformatie in verband met COVID-19, zoals blijkt uit figuur 6. Bovendien is het aantal actieve gebruikers gestaag gedaald sinds de Europese verkiezingen eind mei 2019. Hoewel deze parameters geen volledig beeld geven, wijzen ze er duidelijk op dat het potentieel van het platform niet volledig wordt benut.
Figuur 6
Gemiddeld aantal gebruikers van het systeem voor snelle waarschuwingen van maart 2019 tot maart 2020
Bron: EDEO, StratCom. De twee dalingen van het aantal gebruikers zijn het gevolg van het in augustus ingevoerde beleid om gebruikersaccounts die meer dan drie maanden niet actief zijn, te deactiveren.
De samenwerking met onlineplatforms en bestaande netwerken is meestal van informele aard
76Volgens het EU-actieplan moeten onlineplatforms samenwerken met de contactpunten van het systeem voor snelle waarschuwingen, met name tijdens verkiezingsperioden, om tijdig relevante informatie te verstrekken. Er is echter geen protocol voor de totstandbrenging van samenwerking tussen het systeem voor snelle waarschuwingen en de onlineplatforms en aangezien het StratCom-team het aantal gemelde gevallen niet monitort, is het niet mogelijk de prestaties van het systeem op dit gebied te beoordelen.
De praktijkcode heeft onlineplatforms ertoe aangezet stelling te nemen tegen desinformatie, maar legt hun geen verantwoordingsplicht op
77Een van de belangrijkste redenen waarom desinformatie zo acuut is, is het wijdverbreide gebruik van het internet, in combinatie met de opkomst van nieuwe technologieën en het alsmaar toenemende gebruik van onlineplatforms om toegang te krijgen tot informatie. Hierdoor kan onjuiste informatie veel gemakkelijker worden gecreëerd, versterkt en verspreid. Volgens de index van de digitale economie en samenleving gebruikte 85 % van de EU-burgers het internet in 2020. De meeste platforms maken hun diensten te gelde door persoonsgegevens te verwerken (voornamelijk op basis van reclamemodellen). Hierdoor werd ook een voedingsbodem voor desinformatieactoren gecreëerd, waardoor zij hun acties beter kunnen richten.
78In het geval van onlineplatforms komt desinformatie meestal voor doordat gebruikers onjuiste informatie delen, die vervolgens kan worden gepromoot door de algoritmen van de platforms om de weergave van inhoud te prioriteren. Deze algoritmen worden aangestuurd door het bedrijfsmodel van de onlineplatforms en geven voorrang aan gepersonaliseerde en populaire inhoud, aangezien het waarschijnlijker is dat deze de aandacht trekt. Desinformatie is ook van invloed op de zoekresultaten op internet, wat gebruikers nog meer hindert bij het online vinden en lezen van betrouwbare informatie26. Afbeelding 1 hieronder toont een voorbeeld van de zoeksuggesties van een onlineplatform voor de zoekterm “De EU is”, die bijna allemaal negatief zijn.
Afbeelding 1
Voorbeeld van suggesties van een onlineplatform bij het zoeken naar “De EU is”
Bron: Feitelijke internetzoekopdracht van de ERK op 18 oktober 2019 om 11.55 uur (GMT + 1). Google is een handelsmerk van Google LLC.
Nepaccounts, internettrollen en kwaadwillige bots dragen ook bij tot de verspreiding van onjuiste informatie.
De praktijkcode biedt de Commissie een kader voor de interactie met socialemediaplatforms
80Naar aanleiding van de mededeling van de Commissie van april 2018 en de voorstellen van de onafhankelijke deskundigengroep op hoog niveau inzake nepnieuws en onlinedesinformatie heeft de Commissie besloten samen te werken met onlineplatforms en andere brancheorganisaties op het gebied van desinformatie. Dit leidde tot de opstelling van de praktijkcode (zie bijlage V), waarbij een vrijwillige aanpak wordt gevolgd op basis van zelfregulering door de ondertekenaars. De praktijkcode werd in oktober 2018 ondertekend en vervolgens opgenomen in het EU-actieplan onder pijler III. De code telt momenteel 16 ondertekenaars.
81Door de praktijkcode te ondertekenen, verbinden onlineplatforms en brancheorganisaties die de reclamesector vertegenwoordigen zich ertoe bij de Europese Commissie verslagen in te dienen over de stand van zaken met betrekking tot de maatregelen die zijn genomen om hun verbintenissen na te komen. Deze maatregelen varieerden van het waarborgen van transparantie in politieke advertenties tot het sluiten van nepaccounts en het voorkomen dat verspreiders van desinformatie geld verdienen. De Commissie heeft nauwlettend toegezien op de naleving van deze verbintenissen.
82De meeste belanghebbenden die we tijdens de controle hebben bevraagd, benadrukten dat de samenwerking tussen de Commissie en onlineplatforms een uniek en noodzakelijk initiatief was. Veel personen van buiten de EU die wij hebben geraadpleegd, volgen de inspanningen van de Commissie op de voet. Zij beschouwen de EU als de eerste mondiale speler die een delicaat evenwicht probeert te vinden tussen het beschermen van de vrijheid van meningsuiting en het beperken van de kwaadwillige verspreiding van schadelijke desinformatie.
83De praktijkcode bood de Commissie een kader voor de interactie met socialemediaplatforms in de aanloop naar de Europese verkiezingen in mei 2019 en later tijdens de COVID-19-pandemie om de negatieve gevolgen van de daarmee gepaard gaande “infodemie” te verzachten. In kader 1 worden de inspanningen gepresenteerd die de EU heeft geleverd om COVID-19-gerelateerde desinformatie te beperken door middel van de praktijkcode (zie ook bijlage VI).
Kader 1
Inspanningen van de EU om de “infodemie” in verband met COVID‑19 te beperken door middel van de praktijkcode 
In maart 2020, toen de impact van de COVID-19-pandemie duidelijker werd, zijn de Commissie en de socialemediaplatforms bijeengekomen. De Commissie verzocht de platforms, informatie van gezaghebbende bronnen prominenter weer te geven en misleidende reclame te verwijderen.
In juni 2020 publiceerden de Europese instellingen een gezamenlijke mededeling getiteld “Desinformatie in verband met COVID-19 aanpakken: feiten onderscheiden van fictie”. In de mededeling wordt de rol van het EU-actieplan onderstreept.
De ondertekenaars van de praktijkcode presenteerden hun inspanningen aan de hand van specifieke verslaglegging, die in september27 en oktober 202028 werd gepubliceerd. Hieronder volgen enkele voorbeelden van deze inspanningen, die zijn ontleend aan de verslagen van de platforms:
- Google heeft in de eerste acht maanden van 2020 meer dan 82,5 miljoen COVID-19-gerelateerde advertenties geblokkeerd of verwijderd, en alleen al in augustus 2020 heeft Microsoft Advertising voorkomen dat 1 165 481 ingediende advertenties in verband met COVID-19 werden getoond aan gebruikers op de Europese markten.
- Uit de zoekopdrachten op Microsoft Bing blijkt dat er in augustus 2020 meer dan 4 miljoen gebruikers in de EU gezaghebbende bronnen op het gebied van COVID-19 hebben bezocht. Facebook en Instagram meldden dat meer dan 13 miljoen gebruikers in de EU hun “informatiecentrum” over COVID-19 hebben bezocht in juli; in augustus ging het om 14 miljoen gebruikers.
- Facebook heeft in juli bij meer dan 4,1 miljoen inhoudsitems in de EU een waarschuwing voor onjuiste informatie geplaatst in verband met COVID-19-gerelateerde factchecks; in augustus ging het om 4,6 miljoen inhoudsitems.
Het beleid voor het modereren van inhoud verschilt van platform tot platform. Hun verslagen hebben verschillende formats en gegevens zijn moeilijk te vergelijken, aangezien de ondernemingen uiteenlopende terminologie gebruiken. Facebook analyseert “gecoördineerd niet-authentiek gedrag” en “beïnvloedingsoperaties”, terwijl Twitter verslag uitbrengt over “manipulatief gedrag”. Terwijl Google en Microsoft hebben gemeld dat zij miljoenen advertenties hadden verwijderd, verklaarde Twitter dat het geen enkele gepromote tweet met onjuiste informatie had gevonden. Ondanks deze discrepanties was de Commissie van mening dat de verslagen over het algemeen een goed overzicht bieden van de maatregelen die de platforms hebben genomen om desinformatie in verband met COVID-19 aan te pakken.
Bij de beoordeling van de praktijkcode zijn beperkingen in de rapportagevereisten aan het licht gekomen
84De praktijkcode is aan een aantal beoordelingen en evaluaties onderworpen. Hierbij kwamen verschillende tekortkomingen aan het licht met betrekking tot de wijze waarop de Commissie rapportagevereisten voor de ondertekenaars van de praktijkcode heeft vastgesteld (zie kader 2). Deze evaluaties hebben niet tot wijzigingen in de praktijkcode geleid.
Kader 2
Evaluaties van de praktijkcode
Voordat de praktijkcode werd ondertekend, heeft de klankbordgroep van het forum van diverse belanghebbenden over desinformatie29 deze op 24 september 2018 onderworpen aan een eerste evaluatie. Hierin staat dat de praktijkcode, zoals deze is gepresenteerd door de werkgroep, geen gemeenschappelijke aanpak, geen duidelijke en wezenlijke verbintenissen en geen meetbare doelstellingen of KPI’s bevat, en dus ook niet voorziet in de mogelijkheid om de vooruitgang te monitoren, noch in een nalevings- of handhavingsinstrument: er is geenszins sprake van zelfregulering en ondanks hun inspanningen hebben de platforms dan ook geen praktijkcode afgeleverd. Sommige elementen van dit advies zijn nu nog steeds relevant en zijn opgenomen in daaropvolgende beoordelingen en evaluaties van de praktijkcode.
De Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten (European Regulators Group for Audiovisual Media Services — ERGA) heeft in april 2020 een advies uitgebracht over de praktijkcode30. Hierin werden drie belangrijke tekortkomingen vastgesteld:
- een gebrek aan transparantie in de wijze waarop de ondertekenaars de praktijkcode uitvoeren;
- te algemene maatregelen in de praktijkcode wat inhoud en structuur betreft;
- het beperkte aantal ondertekenaars van de praktijkcode.
De Commissie heeft haar eigen evaluatie van de praktijkcode in mei 2020 afgerond. Haar algemene conclusie was dat de praktijkcode positieve resultaten had opgeleverd31. In het verslag werd benadrukt dat er met de praktijkcode een gemeenschappelijk kader tot stand is gebracht en dat het heeft geleid tot een betere samenwerking tussen beleidsmakers en de ondertekenaars. In het verslag werden de volgende belangrijke tekortkomingen vastgesteld:
- de zelfregulerende aard ervan;
- het gebrek aan uniformiteit bij de uitvoering (ongelijke vooruitgang bij de monitoring);
- onduidelijkheid over het toepassingsgebied en enkele kernbegrippen.
De ondertekenaars zelf zijn er niet in geslaagd een jaarlijkse evaluatie van de praktijkcode op te stellen, zoals aanvankelijk was overeengekomen. Aangezien de ondertekenaars geen gemeenschappelijke vertegenwoordiger hebben, neemt de coördinatie veel tijd in beslag en verloopt deze informeel, en is het moeilijk gebleken overeenstemming te bereiken over de manier waarop deze jaarlijkse evaluatie zal plaatsvinden en wie deze zal uitvoeren.
In september 2020 presenteerde de Commissie een werkdocument van haar diensten32 waarin de balans wordt opgemaakt van alle evaluaties van de praktijkcode tot dan toe. Hierin werd erkend dat het moeilijk blijft om de tijdigheid, volledigheid en impact van de acties van de platforms nauwkeurig te beoordelen. De Commissie heeft ook vastgesteld dat er behoefte is aan gemeenschappelijke definities, duidelijkere procedures, preciezere en uitgebreidere verbintenissen, alsmede transparante kernprestatie-indicatoren (KPI’s) en passende monitoring.
Onze werkzaamheden bevestigen dat de verslaglegging door de ondertekenaars varieert, afhankelijk van de mate waarin zij zich inzetten en van het feit dat zij een onlineplatform of een brancheorganisatie zijn. Bovendien zijn de verslagen van onlineplatforms niet altijd vergelijkbaar en varieert de lengte ervan aanzienlijk.
86Deze verschillen tussen de ondertekenaars van de praktijkcode bleken ook een probleem te zijn voor het vaststellen van algemene KPI’s. Dankzij deze KPI’s konden de acties van sommige, maar niet alle ondertekenaars worden gemonitord. Zo stelde de Commissie onder het kopje “Integriteit van diensten” de indicator “Aantal posts, afbeeldingen, video’s of commentaren die werden verwijderd wegens schending van het platformbeleid inzake het misbruik van bots” voor. Deze outputindicator is alleen relevant voor specifieke onlineplatforms.
87Volgens de door de Commissie zelf uitgevoerde analyse van de verslagen van de ondertekenaars van de praktijkcode hebben de tot dusver gerapporteerde parameters alleen betrekking op outputindicatoren. Platforms melden bijvoorbeeld dat zij advertenties hebben afgewezen of een aantal accounts of berichten hebben verwijderd die in de context van COVID-19 vectoren van desinformatie waren (zie ook kader 1). Deze gerapporteerde informatie heeft slechts een beperkt nut als deze niet in een bepaalde context wordt geplaatst (d.w.z. door deze in de tijd te vergelijken met referentiegegevens en andere relevante informatie, zoals het totaalaantal aangemaakte accounts) en als de Commissie de juistheid ervan niet kan verifiëren.
88Bij de beoordeling van de praktijkcode die namens de Commissie is uitgevoerd, wordt niet alleen gekeken naar de huidige stand van de verslaglegging, maar worden ook mogelijke parameters voor de toekomst aanbevolen. In het document worden twee niveaus van indicatoren voorgesteld:
- “structurele” indicatoren voor de code als geheel, die de algemene uitkomsten, de frequentie van online-desinformatie en de impact van de code in het algemeen meten. Deze helpen om op algemeen niveau na te gaan of de hoeveelheid desinformatie toeneemt, stabiel is of afneemt;
- op maat gesneden indicatoren op “dienstverleningsniveau”, uitgesplitst naar pijler, om de resultaten te meten die elke individuele ondertekenaar heeft geboekt bij de bestrijding van desinformatie.
Ten tijde van de controle had de Commissie geen nieuw rapportagemodel of meerzeggender nieuwe indicatoren verstrekt aan de ondertekenaars.
89Uit de hierboven beschreven kwesties blijkt dat onlineplatforms niet ter verantwoording worden geroepen voor hun acties en hun rol bij de actieve bestrijding van desinformatie.
Door het ontbreken van een coherente strategie voor mediageletterdheid en de versnippering van de EU-maatregelen wordt de impact ervan afgezwakt
90Pijler IV van het EU-actieplan is gericht op bewustmaking en versterking van de maatschappelijke veerkracht tegen desinformatie. Doel is de acties op het gebied van mediageletterdheid, zoals de Week van de Mediageletterdheid van 2019, te verbeteren en onafhankelijke media en onderzoeksjournalisten te ondersteunen. De lidstaten worden ook opgeroepen om snel uitvoering te geven aan de bepalingen inzake mediageletterdheid van de richtlijn audiovisuele mediadiensten en multidisciplinaire teams van onafhankelijke factcheckers op te richten in het licht van de Europese verkiezingen van 2019.
91De term “mediageletterdheid” verwijst naar de vaardigheden, de kennis en het inzicht die burgers in staat stellen doeltreffend en veilig gebruik te maken van media en hen de nodige vaardigheden tot kritisch nadenken aanreiken om een oordeel te kunnen vellen, complexe feiten te kunnen analyseren en het verschil tussen mening en feit te zien33. De mediageletterdheid, die raakvlakken heeft met zowel het onderwijsbeleid als de digitale agenda van de EU, valt onder de bevoegdheid van de lidstaten. De rol van de Commissie bestaat erin de samenwerking te bevorderen en de vooruitgang op dit gebied te vergemakkelijken. Desinformatie kent echter geen grenzen en het is belangrijk om gemeenschappelijke instrumenten te ontwikkelen en beste praktijken te delen op EU-niveau.
92Om de acties in het kader van deze pijler te beoordelen, hebben we de Europese Week van de Mediageletterdheid van 2019 onderzocht en zijn we nagegaan of er een welomschreven strategie werd gevolgd voor de verschillende initiatieven op dit gebied. We hebben het verslag van de Commissie over de Europese verkiezingen van 201934 bestudeerd en hebben een beoordeling gemaakt van twintig projecten die rechtstreeks verband hielden met mediageletterdheid en de bestrijding van desinformatie.
93In het verslag van de Commissie over de Europese verkiezingen van 2019 staat het volgende: “Terwijl deze pogingen tot manipulatie bij herhaling waren gericht op politiek gevoelige onderwerpen en op EU-doelgroepen in de aanloop naar de verkiezingen, zijn er tot dusver geen grootschalige heimelijke inmengingsactiviteiten tijdens de verkiezingen van 2019 aan het licht gekomen.”
De lidstaten nemen niet in gelijke mate deel aan de Europese Week van de Mediageletterdheid
94De Europese Week van de Mediageletterdheid is een reeks acties om het bewustzijn over mediageletterdheid in de hele EU te vergroten (zie kader 3). Het is echter onduidelijk hoe hierin een coherente EU-strategie voor mediageletterdheid tot uitdrukking komt; er worden weliswaar gesprekken op hoog niveau gevoerd, maar het initiatief dient voornamelijk om enkele specifieke initiatieven van de EU en de lidstaten onder de aandacht te brengen. De editie van 2020 zou gezamenlijk door de Commissie en de Raad worden georganiseerd, wat de lidstaten nog meer had kunnen stimuleren om acties op te zetten en deel te nemen. Deze editie werd echter geannuleerd vanwege COVID-19.
Kader 3
Europese Week van de Mediageletterdheid
De Week van de Mediageletterdheid van 2019 was een van de twee specifieke acties op het gebied van mediageletterdheid in het EU-actieplan. Het initiatief vond plaats in maart 2019 in Brussel en in de lidstaten en omvatte een conferentie op hoog niveau. Er werden toen meer dan 320 evenementen georganiseerd, en eind september 2020 stond de teller op 360 evenementen in totaal.
Bijna de helft van alle evenementen vond plaats in Frankrijk, en België (meestal Brussel) stond op grote afstand op de tweede plaats. Een klein aantal lidstaten heeft helemaal geen evenementen georganiseerd — zoals blijkt uit de geografische spreiding van de evenementen (zie afbeelding hiernaast). Zoals kon worden verwacht, vonden de meeste evenementen plaats ten tijde van het officiële startschot. Er zijn echter geen andere statistieken beschikbaar over het aantal mensen dat met deze evenementen is bereikt, de thematische spreiding ervan en de mate waarin deze specifiek betrekking hadden op desinformatie.
Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie.
Er bestaat geen overkoepelende strategie voor mediageletterdheid die ook de bestrijding van desinformatie omvat
95We constateerden dat de EU en de lidstaten tal van initiatieven op het gebied van mediageletterdheid hadden opgezet en een overvloed aan beleidsdocumenten hadden opgesteld. Dit blijkt ook uit de conclusies van de Raad over mediageletterdheid35, waarbij een bijlage met de belangrijkste beleidsdocumenten is gevoegd. Deze acties worden echter niet gecoördineerd in het kader van een overkoepelende strategie ter versterking van de maatschappelijke veerkracht, met name op het gebied van mediageletterdheid, waartoe ook de bestrijding van desinformatie zou behoren. Hoewel acties om het hoofd te bieden aan de specifieke uitdagingen van de lidstaten op het gebied van mediageletterdheid ook belangrijk zijn om lokale impact te realiseren, ontbreekt het bij de EU-steun voor mediageletterdheid aan de volgende onderliggende elementen, die bevorderlijk zouden zijn voor goed financieel beheer:
- een regelmatige actualisering, in samenwerking met de deskundigengroep voor mediageletterdheid (Media Literacy Expert Group — MLEG), van de belangrijkste praktijken en acties op het gebied van mediageletterdheid in de EU en de lidstaten (de Raad van Europa heeft in 2016 een dergelijk overzicht opgesteld, het eerste in zijn soort; sindsdien is het echter niet bijgewerkt36);
- duidelijke doelstellingen op basis van systematisch en regelmatig onderzoek naar mediageletterdheid en de impact van media en digitale platforms, vergezeld van een reeks indicatoren om de prestaties te meten;
- de nodige coördinatiemechanismen om synergieën tot stand te brengen en overlappingen te voorkomen tussen initiatieven en acties in het kader van bijvoorbeeld de richtlijn audiovisuele mediadiensten, het actieplan voor digitaal onderwijs, het programma Creatief Europa, het digitalecompetentiekader en de vaardighedenagenda, het onlangs gepubliceerde actieplan voor Europese democratie en de wet inzake digitale diensten, het actieplan voor de media en de audiovisuele sector, enz.;
- uniforme monitoring van EU-initiatieven op het gebied van mediageletterdheid.
Voor het volgende meerjarig financieel kader (2021‑2027) is volgens de Commissie ongeveer 14 miljoen EUR aan EU-financiering uit het programma Creatief Europa37 — 2 miljoen EUR per jaar — gereserveerd voor de ondersteuning van mediageletterdheid. Er zullen echter aanvullende financieringsbronnen moeten worden ontwikkeld, zoals ook wordt aangegeven in de conclusies van de Raad over mediageletterdheid.
De meeste onderzochte projecten leverden tastbare resultaten op, maar de omvang en het bereik van veel projecten waren niet groot genoeg
97Van de twintig projecten die we hebben beoordeeld, werden er tien gefinancierd in het kader van Horizon 2020; bij de andere tien ging het om proefprojecten en voorbereidende acties die werden gefinancierd door het Europees Parlement (zie tabel in bijlage III).
98“Mediageletterdheid voor iedereen”, de oproep tot het indienen van voorstellen die in 2016 werd gelanceerd door het Europees Parlement, omvat proefprojecten en voorbereidende acties voor de cofinanciering van innovatieve ideeën voor start-ups uit de hele EU op het gebied van mediageletterdheid. Een proefproject loopt twee jaar, gevolgd door een voorbereidende actie van drie jaar. De Horizon 2020-projecten zijn onderzoeks- en innovatieprojecten die betrekking hebben op zeer technische aspecten van de bestrijding van desinformatie, zoals het gebruik en de opsporing van bots of de ontwikkeling van een nieuwe generatie instrumenten voor het verifiëren van inhoud.
99Onze analyse (zie bijlage III) wees uit dat twaalf van de twintig projecten tastbare resultaten hadden opgeleverd. De meeste positieve resultaten werden bereikt door projecten die voortbouwden op de resultaten van eerdere projecten in het kader waarvan instrumenten in verband met factchecking werden ontwikkeld, of door projecten in het kader waarvan les- en leermateriaal ter bestrijding van desinformatie werd uitgewerkt (zie kader 4).
Kader 4
Voorbeelden van door de EU gefinancierde projecten met positieve resultaten
Op basis van het theoretische onderzoek in het kader van project 2, waarbij werd onderzocht hoe de door algoritmen en andere softwaretoepassingen gegenereerde informatie wordt gedeeld, werd in het kader van project 1, als proof of concept, een interactieve webtool ontwikkeld die is ontworpen om de aard, het volume en de interactie met nepnieuws op sociale media transparanter te maken en als instrument voor mediageletterdheid te fungeren voor burgers.
Project 11 had tot doel een educatief, meertalig (acht EU-talen) en op crowdsourcing gebaseerd onlineplatform op te zetten voor het lesgeven en leren over hedendaagse propaganda. Deze actie ging vergezeld van reeksen gecontextualiseerde leermiddelen en online en offline workshops en seminars voor leerkrachten, bibliothecarissen en leiders in de mediasector. Het project was goed opgezet en leverde tastbare resultaten op; zes EU-landen namen er actief aan deel. Hoewel het project op 1 januari 2019 afliep, blijven het platform en de middelen ervan actief.
We stelden echter tekortkomingen vast bij tien van de twintig projecten, die voornamelijk betrekking hadden op de kleine omvang en het beperkte bereik ervan. Zeven projecten hebben hun doelpubliek niet bereikt of zullen het waarschijnlijk niet bereiken, en de resultaten van drie projecten waren moeilijk te repliceren, waardoor de impact ervan werd beperkt. In kader 5 worden enkele projecten gepresenteerd die deze kwesties illustreren:
Kader 5
Voorbeelden van door de EU gefinancierde projecten waarvan de acties een beperkt bereik of een beperkte omvang hadden
Project 10 had tot doel een systeem op te zetten voor het automatisch opsporen van onjuiste informatie op basis van de manier waarop deze zich verspreidt via sociale netwerken. Het project was een succes en een onlineplatform heeft de projectmanager en de bij het project betrokken personen kort daarna aangeworven en de technologie aangekocht. Dit is een voorbeeld van een welomschreven onderzoeksproject dat goede resultaten heeft opgeleverd. Het feit dat de technologie later is verworven door een Amerikaans onlineplatform heeft het doelpubliek echter beperkt en komt de opbouw van een onafhankelijke EU-capaciteit in deze sector niet ten goede.
Een ander project (14) was gericht op het beeld van vrouwen in de media. Het ging om een onlineportaal met nieuws dat vrouwelijke journalisten en redacteuren het meest relevant vonden in hun regio, en tegelijkertijd werd ernaar gestreefd nieuws over vraagstukken in verband met vrouwen en minderheden te factchecken. Het project heeft met zijn genderthematiek weliswaar een groot publiek bereikt via Facebook en Twitter, maar de belangrijkste output ervan was een website die niet meer beschikbaar is.
Een ander project (16) was ook bedoeld om sociale vaardigheden en kritisch denken te ontwikkelen. Het bestond uit verschillende heterogene onderdelen die gericht waren op creativiteit, zonder een duidelijk onderling verband en met een los conceptueel verband met mediageletterdheid. Zo hebben kinderen op school animaties of eenvoudige spelletjes gemaakt over het schoonmaken van een schoolturnzaal of het beschermen van een verkoopautomaat. De geplande activiteiten kunnen niet gemakkelijk worden overgedaan.
Over het geheel genomen was er weinig bewijs dat er een vergelijkende analyse van de projectresultaten is uitgevoerd, met name omtrent wat heeft gewerkt en waarom. Evenmin was er veel bewijs dat de Commissie de uitwisseling van beste praktijken en materiaal in verband met mediageletterdheid in de hele EU had gecoördineerd. Er is ook geen evaluatiekader. Een dergelijk kader is van cruciaal belang voor de langetermijnontwikkeling van maatschappelijke veerkracht, aangezien het ervoor zorgt dat de geleerde lessen rechtstreeks worden meegenomen in toekomstige acties, beleidsmaatregelen en strategieën. Het is moeilijk om bewijsmateriaal te verkrijgen over de rechtstreekse impact van maatregelen op het gebied van mediageletterdheid, en de inspanningen bevinden zich nog in een vroeg ontwikkelingsstadium38. In de conclusies van de Raad over mediageletterdheid wordt ook opgeroepen om systematische criteria en evaluatieprocessen te ontwikkelen en een uniforme vergelijkende methode uit te werken voor de rapportage door de lidstaten over de ontwikkeling van mediawijsheid39.
De SOMA- en EDMO-projecten hebben weinig belangstelling gewekt bij deskundigen op het gebied van mediageletterdheid en factcheckers
102Zoals in pijler IV van het EU-actieplan wordt opgemerkt, spelen onafhankelijke factcheckers en onderzoekers een sleutelrol bij het bevorderen van het inzicht in de structuren die desinformatie ondersteunen en de mechanismen die vorm geven aan de onlineverspreiding ervan. De Commissie heeft financiering verstrekt aan het project voor het Sociaal Waarnemingscentrum voor de analyse van desinformatie en sociale media (Social Observatory for Disinformation and Social Media Analysis — SOMA), een digitaal platform dat de basis moet leggen voor een Europees netwerk van factcheckers. Het SOMA wordt gefinancierd in het kader van Horizon 2020, met een totale begroting van bijna 990 000 EUR. Het project is van start gegaan in november 2018 en zal volgens de planning op 30 april 2021 aflopen.
103Uit onze analyse bleek dat slechts twee door het internationaal netwerk voor factchecking40 erkende factcheckers zich hadden aangesloten bij het SOMA. Ten tijde van de controle (oktober 2020) had het SOMA 48 geregistreerde leden. Verschillende leden waarmee we contact hebben opgenomen, gaven toe dat zij het SOMA-platform nooit gebruiken. Hoewel de technologie achter het SOMA positief is beoordeeld, wordt het project nog steeds niet op grote schaal gebruikt door de factcheckgemeenschap.
104Ruim voor het einde van het SOMA-project, en zonder te wachten op een evaluatie om lessen te trekken en deze toe te passen, startte de Commissie in juni 2020 de eerste fase (die een waarde van 2,5 miljoen EUR heeft en tot eind 2022 loopt) van het Europees Waarnemingscentrum voor digitale media (European Digital Media Observatory — EDMO). Doel is de maatschappelijke veerkracht te versterken door factcheckers, deskundigen op het gebied van mediageletterdheid en academische onderzoekers samen te brengen om desinformatie te begrijpen en te analyseren in samenwerking met mediaorganisaties, onlineplatforms en beroepsbeoefenaars in de mediageletterdheid.
105Het SOMA en het EDMO hebben derhalve deels overlappende doelstellingen en de meeste contractanten zijn tegelijkertijd bij beide projecten betrokken. De beoordelaars van het SOMA stelden voor de twee projecten samen te voegen, maar er zijn nog geen formele verbanden gelegd. Er bestaat ook een risico op overlapping in de financiering ervan, aangezien beide projecten gebaseerd zijn op en gebruikmaken van dezelfde technologie en commerciële producten.
106Het EDMO werd gepresenteerd als een holistische oplossing voor het aanpakken van vele maatschappelijke uitdagingen rond desinformatie. Volgens de beheerders is de zichtbaarheid ervan onder belanghebbenden evenwel nog steeds beperkt omdat het project nog in zijn kinderschoenen staat. Het is nog te vroeg om de doeltreffendheid van het EDMO te bepalen. Aangezien de belanghebbenden in beperkte mate bekend zijn met het EDMO, is het niettemin mogelijk dat de bereikte resultaten niet beantwoorden aan de al te ambitieuze doelstellingen ervan. De nadruk ligt momenteel op de opbouw van de nodige infrastructuur en er zullen meer middelen nodig zijn om de doelstellingen ervan te verwezenlijken.
107De door ons bevraagde deskundigen op het gebied van mediageletterdheid merkten op dat de gemeenschap die zich bezighoudt met mediageletterdheid zich onvoldoende betrokken voelde bij het EDMO. De adviesraad van het EDMO beschikt over een breed scala aan expertise uit de academische wereld en de journalistiek; dit weerspiegelt het feit dat in het EU-actieplan vooral de nadruk wordt gelegd op het versterken van factchecking en het ondersteunen van de journalistiek. De gemeenschap die zich bezighoudt met mediageletterdheid en het maatschappelijk middenveld, die nuttige verbindingen kunnen leggen tussen de academische wereld en beleidsvormers, zijn echter ondervertegenwoordigd (2 van de 19 deskundigen).
Conclusies en aanbevelingen
108Wij zijn nagegaan of het EU-actieplan tegen desinformatie relevant was toen het werd opgesteld en of het de beoogde resultaten oplevert. We concluderen dat het EU-actieplan relevant maar onvolledig was, en hoewel de uitvoering ervan grotendeels op schema ligt en er bewijs is dat er positieve ontwikkelingen zijn, zijn sommige resultaten niet bereikt zoals werd beoogd.
109Wij hebben vastgesteld dat het EU-actieplan in overeenstemming was met de standpunten en prioriteiten van deskundigen en belanghebbenden. Het bevat relevante, proactieve en reactieve maatregelen ter bestrijding van desinformatie. Hoewel de desinformatietactieken, -actoren en -technologie voortdurend evolueren, is het EU-actieplan sinds de presentatie ervan in 2018 niet geactualiseerd. In december 2020 publiceerde de Commissie het actieplan voor Europese democratie, dat acties ter bestrijding van desinformatie omvat, zonder duidelijk te maken hoe dit plan zich verhoudt tot het EU-actieplan tegen desinformatie (zie de paragrafen 20-24, 41 en 42).
110Het EU-actieplan omvat geen coördinatieregelingen om ervoor te zorgen dat de respons van de EU op desinformatie coherent is en in verhouding staat tot het soort en de omvang van de dreiging. Elk van de pijlers van het EU-actieplan valt onder de verantwoordelijkheid van een ander directoraat-generaal van de Commissie of de Europese Dienst voor extern optreden, zonder dat één enkel orgaan de leiding heeft of een volledig overzicht van de communicatieactiviteiten heeft (zie de paragrafen 25‑31).
111Het EU-actieplan en het actieplan voor Europese democratie gaan niet vergezeld van een kader voor monitoring, evaluatie en rapportage, wat de verantwoordingsplicht ondermijnt. De plannen omvatten met name algemene doelstellingen die niet meetbaar zijn, voorzien in verschillende acties die niet tijdgebonden zijn en bevatten geen bepalingen inzake de evaluatie. Er is slechts één verslag over de uitvoering van het EU-actieplan gepubliceerd, met beperkte informatie over de prestaties. Zonder een alomvattende, regelmatige evaluatie en actualisering is het moeilijk om ervoor te zorgen dat de inspanningen van de EU op dit gebied doeltreffend zijn en relevant blijven. Bovendien was er geen volledige informatie beschikbaar over de financieringsbronnen en de geraamde kosten van de geplande acties (zie de paragrafen 32-40).
Aanbeveling 1 — Verbeter de coördinatie van en de verantwoordingsplicht met betrekking tot EU-acties tegen desinformatieDe Europese Commissie moet het coördinatie- en verantwoordingskader voor haar acties tegen desinformatie verbeteren door de volgende elementen te integreren:
- duidelijke regelingen voor de coördinatie en communicatie tussen de betrokken diensten die de acties van de EU tegen desinformatie uitvoeren;
- een specifiek monitoring- en evaluatiekader met duidelijke, meetbare en tijdgebonden acties, alsmede indicatoren voor het meten van prestaties en evaluatiebepalingen;
- regelmatige verslaglegging over de uitvoering van de acties, met inbegrip van eventuele noodzakelijke actualiseringen;
- een samenvatting van de belangrijkste financieringsbronnen en uitgaven die zijn gedaan bij de uitvoering van de acties.
Tijdpad: eind 2021 voor aanbevelingen a) en b) en medio 2023 voor aanbevelingen c) en d)
112In het kader van pijler I van het EU-actieplan hebben de drie taskforces voor strategische communicatie binnen de EDEO de capaciteit van de EU verbeterd om desinformatieactiviteiten te voorspellen en erop te reageren en hebben zij in grote mate bijgedragen tot doeltreffende communicatie en promotie van EU-beleid in buurlanden. Het volledige scala van desinformatieactoren, met inbegrip van nieuwe opkomende dreigingen, wordt onvoldoende bestreken door de mandaten van de taskforces (zie de paragrafen 45-49).
113Voor personeel zijn de taskforces grotendeels afhankelijk van de detachering van nationale deskundigen, waardoor het voor de EDEO moeilijker wordt om personeel aan te sturen en te behouden. Het StratCom-team heeft zijn aanwervingsstreefcijfers nog niet gehaald en door de COVID-19-crisis is de werklast toegenomen. Bovendien hebben de taskforces geen evaluatiefunctie om hun doeltreffendheid te beoordelen en te bepalen op welke punten verbeteringen mogelijk zijn (zie de paragrafen 53-58 en 60).
Aanbeveling 2 — Verbeter de operationele regelingen van de afdeling StratCom en haar taskforcesDe EDEO moet:
- opkomende desinformatiedreigingen onder de aandacht van de Raad brengen. Vervolgens moet de EDEO de door de afdeling Strategische Communicatie en haar taskforces te verwezenlijken beleidsdoelstellingen evalueren en verduidelijken.
- de in het EU-actieplan vastgestelde aanwervingsstreefcijfers halen;
- zijn personele middelen toespitsen op de meest gevoelige taken, zoals dreigingsanalyse en dreigingsontwikkeling, en minder gevoelige communicatieactiviteiten uitbesteden wanneer deze niet intern kunnen worden uitgevoerd vanwege personeelstekorten;
- de operationele activiteiten van de taskforces buiten hun communicatiecampagnes regelmatig evalueren.
Tijdpad: medio 2022
114EUvsDisinfo heeft een belangrijke rol gespeeld bij het vergroten van het bewustzijn over Russische desinformatie. Het feit dat het is ondergebracht bij de EDEO doet echter vragen rijzen over de onafhankelijkheid en het uiteindelijke doel ervan, aangezien deze kan worden geacht het officiële standpunt van de EU weer te geven (zie de paragrafen 61-64).
115In het kader van pijler II heeft de EDEO snel het systeem voor snelle waarschuwingen opgezet. Wij hebben geconstateerd dat het systeem voor snelle waarschuwingen het delen van informatie tussen de lidstaten en de EU-instellingen heeft vergemakkelijkt. Het systeem voor snelle waarschuwingen heeft echter nog nooit waarschuwingen verstrekt en wordt derhalve niet gebruikt om de gemeenschappelijke toewijzing en respons te coördineren, zoals aanvankelijk werd beoogd. Bovendien blijkt uit de meest recente statistieken dat de activiteiten en inzet in het kader van het systeem voor snelle waarschuwingen worden aangestuurd door een beperkt aantal lidstaten. Er is sprake van een neerwaartse trend in de activiteitsniveaus, en de samenwerking met onlineplatforms en bestaande netwerken is meestal van informele aard. Daarnaast is er geen protocol voor de totstandbrenging van samenwerking tussen het systeem voor snelle waarschuwingen en de onlineplatforms (zie de paragrafen 65-76).
Aanbeveling 3 — Vergroot de deelname van de lidstaten en onlineplatforms aan het systeem voor snelle waarschuwingenDe EDEO moet:
- de lidstaten om gedetailleerde feedback verzoeken over de redenen waarom zij zich in beperkte mate inzetten en moet de nodige operationele stappen zetten om deze aan te pakken;
- het systeem voor snelle waarschuwingen gebruiken als een systeem voor gezamenlijke respons op desinformatie en voor gecoördineerde actie, zoals oorspronkelijk werd beoogd;
- een kader voor samenwerking tussen het systeem voor snelle waarschuwingen en de onlineplatforms voorstellen aan de onlineplatforms en de lidstaten.
Tijdpad: medio 2022
116De enige actie in het kader van pijler III bestaat erin voor voortdurend toezicht op de praktijkcode te zorgen. In de praktijkcode worden een aantal vrijwillige maatregelen uiteengezet die onlineplatforms en brancheorganisaties die de reclamesector vertegenwoordigen, zullen nemen. Met de praktijkcode heeft de Commissie een pionierskader tot stand gebracht voor de contacten met onlineplatforms. Tijdens de beginfase van de COVID-19-pandemie hebben de platforms op grond van de praktijkcode informatie van gezaghebbende bronnen prominenter weergegeven.
117Uit onze beoordeling van de praktijkcode en de evaluaties door de Commissie bleek dat de rapportage varieerde per platform, afhankelijk van de mate waarin zij zich inzetten. Bovendien hebben de parameters waarover de platforms moeten rapporteren alleen betrekking op outputindicatoren. De platforms bieden geen toegang tot gegevensreeksen, waardoor de Commissie de gerapporteerde informatie niet kan verifiëren. De praktijkcode voldoet bijgevolg niet aan de doelstelling ervan om onlineplatforms ter verantwoording te roepen voor hun acties en hun rol bij de actieve aanpak van desinformatie (zie de paragrafen 77-89).
Aanbeveling 4 — Verbeter het toezicht op en de verantwoordingsplicht van onlineplatformsVoortbouwend op recente initiatieven zoals het nieuwe actieplan voor Europese democratie moet de Commissie:
- de ondertekenaars aanvullende verbintenissen voorstellen om de tekortkomingen aan te pakken die zijn vastgesteld bij de evaluaties van de praktijkcode;
- de monitoring van de activiteiten van onlineplatforms ter bestrijding van desinformatie verbeteren door zinvolle KPI’s vast te stellen;
- een procedure vaststellen voor het valideren van de door onlineplatforms verstrekte informatie.
Tijdpad: eind 2021
118Wij hebben geconstateerd dat er in het kader van pijler IV van het EU-actieplan tal van initiatieven op het gebied van mediageletterdheid zijn opgezet door de EU en de lidstaten en dat er een overvloed aan beleidsdocumenten is opgesteld die niet zijn georganiseerd in het kader van een algemene strategie voor mediageletterdheid waaronder ook de aanpak van desinformatie valt (zie paragraaf 95).
119De meeste activiteiten tijdens de Europese Week van de Mediageletterdheid van 2019 vonden plaats in slechts twee lidstaten, waardoor het bewustmakingspotentieel van het initiatief aanzienlijk werd beperkt. Bij onze analyse van een steekproef van twintig projecten ter bestrijding van desinformatie werd geconstateerd dat twaalf projecten tastbare resultaten hadden opgeleverd. De meeste positieve resultaten werden bereikt door projecten die voortbouwden op de resultaten van eerdere projecten in het kader waarvan instrumenten voor factchecking of lesmateriaal werden ontwikkeld. De belangrijkste tekortkomingen die bij tien projecten werden vastgesteld, hebben betrekking op de geringe omvang en het beperkte bereik van de activiteiten in dit verband (zie kader 3 en de paragrafen 94 en 97-101).
Aanbeveling 5 — Stel een EU-strategie voor mediageletterdheid vast die ook de aanpak van desinformatie omvatDe Commissie moet een strategie voor mediageletterdheid vaststellen waar de bestrijding van desinformatie integraal deel van uitmaakt. Om desinformatie beter aan te pakken door middel van acties op het gebied van mediageletterdheid en om de versnippering ervan te verminderen, moet deze strategie de volgende elementen omvatten:
- een regelmatige actualisering, in samenwerking met de deskundigengroep voor mediageletterdheid (Media Literacy Expert Group — MLEG), van de belangrijkste praktijken en acties op het gebied van mediageletterdheid in de EU en de lidstaten;
- duidelijke doelstellingen op basis van systematisch en regelmatig onderzoek naar mediageletterdheid en de impact van media en digitale platforms, vergezeld van een reeks indicatoren om de prestaties te meten;
- de nodige coördinatiemechanismen om synergieën tussen projecten tot stand te brengen.
Tijdpad: eind 2022
120Onafhankelijke factcheckers en onderzoekers spelen een sleutelrol bij het bevorderen van het inzicht in desinformatie. De inspanningen van de Commissie om een Europees netwerk van factcheckers (het Sociaal Waarnemingscentrum voor de analyse van desinformatie en sociale media (Social Observatory for Disinformation and Social Media Analysis — SOMA)) tot stand te brengen, hebben tot dusver weinig belangstelling gewekt bij deze gemeenschap. Het is de bedoeling dat het SOMA wordt vervangen door het Europees Waarnemingscentrum voor digitale media (European Digital Media Observatory — EDMO), maar ten tijde van de controle liepen beide projecten parallel met elkaar. De zichtbaarheid van het EDMO onder belanghebbenden is nog steeds beperkt, wat in contrast staat met de ambitie ervan om een holistische oplossing te bieden voor de maatschappelijke uitdagingen rond desinformatie. Bovendien zijn de gemeenschap die zich bezighoudt met mediageletterdheid en het maatschappelijk middenveld, die belangrijke verbindingen kunnen leggen tussen de academische wereld en de beleidsvormers, niet goed vertegenwoordigd in de adviesraad van het EDMO (zie de paragrafen 102-107).
Aanbeveling 6 — Neem maatregelen om het EDMO in staat te stellen zijn ambitieuze doelstellingen te verwezenlijkenOm ervoor te zorgen dat de ambitieuze doelstellingen van het EDMO worden verwezenlijkt, moet de Commissie:
- lessen die zijn getrokken uit het SOMA-project, na afloop ervan samenvoegen en ze toepassen in het kader van het EDMO;
- ervoor zorgen dat deskundigen op het gebied van mediageletterdheid en uit het maatschappelijk middenveld sterker vertegenwoordigd zijn in de adviesraad van het EDMO;
- het bewustzijn over het EDMO vergroten bij belanghebbenden, met name factcheckers en deskundigen op het gebied van mediageletterdheid.
Tijdpad: eind 2021
Dit verslag werd door kamer III onder leiding van mevrouw Bettina Jakobsen, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op 27 april 2021.
Voor de Rekenkamer
Klaus-Heiner Lehne
President
Bijlagen
Bijlage I — Belangrijkste afdelingen en bureaus van de EU-instellingen die desinformatie bestrijden
| Verantwoordelijkheden | |
| Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) | Verantwoordelijk voor de StratCom-taskforces (East StratCom Task Force sinds 2015 en sinds medio 2017 de South Task Force voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika (mei 2017) en de taskforce voor de Westelijke Balkan (juli 2017)). De EDEO is ook verantwoordelijk voor het onderhouden en modereren van het digitale platform van het systeem voor snelle waarschuwingen en voor het versterken van de opsporings- en analysecapaciteit. In 2020 heeft de EDEO een nieuwe afdeling Strategische Communicatie opgericht, bestaande uit de taskforces en andere relevante capaciteiten. |
| Directoraat-generaal Communicatienetwerken, Inhoud en Technologie (DG CNECT) | Leidt de activiteiten in verband met de praktijkcode, de oprichting van een onafhankelijk netwerk van factcheckers en onderzoekers, en acties ter ondersteuning van mediageletterdheid en cyberbeveiliging. DG CNECT geeft ook uitvoering aan projecten die worden gefinancierd door het Europees Parlement en O&I-projecten die worden gefinancierd in het kader van het H2020-programma. |
| Directoraat-generaal Communicatie (DG COMM) | Verantwoordelijk voor het netwerk tegen desinformatie (een intern forum voor nauwe samenwerking tussen alle directoraten-generaal, de EDEO, het Europees Parlement en de vertegenwoordigingen van de EU in de lidstaten). Ook verantwoordelijk voor proactieve en objectieve communicatie over de waarden en het beleid van de EU en voor bewustmakingsactiviteiten. |
| Directoraat-generaal Justitie en Consumentenzaken (DG JUST) | Heeft bijgedragen aan de belangrijkste output in verband met desinformatie op het gebied van grondrechten en democratie. Had de leiding over de voorbereiding van het maatregelenpakket van de Commissie inzake verkiezingen dat in september 2018 werd gepubliceerd (het “verkiezingspakket” genoemd). |
| Secretariaat-generaal van de Europese Commissie | Belast met de coördinatie van de uitvoering van de in het EU-actieplan vastgestelde acties. |
| Europees Parlement (DG Communicatie) | Maakt deel uit van het netwerk voor interne coördinatie, stelt tegenverhalen op en financiert voorbereidende acties die door de EDEO en de lidstaten onder direct beheer moeten worden uitgevoerd. |
| Vertegenwoordigingen van de Commissie | Verstrekken op de situatie ter plaatse afgestemde berichten, waaronder specifieke instrumenten om mythen te ontkrachten en feiten te verspreiden. |
| Liaisonbureaus van het Europees Parlement |
Bron: Europese Commissie.
Bijlage II — EU-uitgaven voor acties tegen desinformatie (in euro)
| Entiteit | Begrotingsonderdeel | Gefinancierd in het kader van | Titel | Begrotingstoewijzing | Totaal | |||||
| 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | |||||
| EDEO | 19 06 01 | Prerogatief van de Commissie (FPI) | Communicatie over externe betrekkingen van de EU | 298 200 | 298 200 | |||||
| 19 06 77 01 | Voorbereidende actie (FPI) | Voorbereidende actie “StratCom Plus” | 1 100 000 | 3 000 000 | 4 000 000 | 8 100 000 | ||||
| 1200 | EDEO | Arbeidscontractanten | 1 187 000 | 1 128 942 | 2 098 697 | 2 159 748 | 6 574 387 | |||
| 2214 | EDEO | Strategische communicatiecapaciteit | 800 000 | 2 000 000 | 2 000 000 | 4 800 000 | ||||
| DG CNECT | 09 04 02 01 | Horizon 2020 | Leiderschap op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie | 3 115 736 | 2 879 250 | 10 885 524 | 16 880 510 | |||
| 09 03 03 | CEF — Telecommunicatie | Europees Waarnemingscentrum voor digitale media | 2 500 000 | 2 500 000 | ||||||
| 09 05 77 04 | Proefproject | Proefproject “Mediageletterdheid voor iedereen” | 245 106 | 500 000 | 745 106 | |||||
| 09 05 77 06 | Voorbereidende actie | Voorbereidende actie “Mediageletterdheid voor iedereen” | 499 290 | 500 000 | 500 000 | 1 499 290 | ||||
| ERC | 08 02 01 01 | Horizon 2020 | Stimuleren van grensverleggend onderzoek in de Europese Onderzoeksraad | 1 980 112 | 1 931 730 | 149 921 | 150 000 | 4 211 763 | ||
| FPI | 19 02 01 00 | IcSP | Bestrijding van desinformatie in Zuid- en Oost-Oekraïne | 1 934 213 | 1 934 213 | |||||
| DG JUST | 33 02 01 | Programma “rechten, gelijkheid en burgerschap” | Studie naar de impact van nieuwe technologieën op vrije en eerlijke verkiezingen | 350 000 | 350 000 | |||||
| 33 02 01 | Programma “rechten, gelijkheid en burgerschap” | Activiteiten ter bevordering van aan het EU-burgerschap verbonden rechten (bijv. een evenement voor het samenwerkingsnetwerk voor verkiezingen of in verband met het verslag over het burgerschap) | 376 000 | 376 000 | ||||||
| 34 02 01 | Programma “rechten, gelijkheid en burgerschap” | Studies en onderzoek naar specifieke gebieden met betrekking tot het burgerschap van de Unie (netwerk van academici en andere) | 434 000 | 434 000 | ||||||
| DG COMM | 16 03 02 03 | Operationele begroting | Online- en schriftelijke informatie en communicatie-instrumenten | 91 603 | 62 249 | 153 852 | ||||
| 16 03 01 04 | Operationele begroting | Communicatie door de vertegenwoordigingen van de Commissie, burgerdialogen en partnerschapsacties | 132 000 | 132 000 | ||||||
| 08 02 05 00 | Begroting | Horizontale activiteiten van Horizon 2020 | 110 000 | 110 000 | ||||||
| DIGIT voor de EDEO | 26 03 77 09 | Voorbereidende actie “Op gegevensanalyse gebaseerde oplossingen voor beleidsvorming” | 251 421 | 251 421 | ||||||
| TOTAAL | 5 095 848 | 2 176 836 | 4 716 171 | 14 563 756 | 10 634 134 | 12 163 997 | 49 350 742 | |||
Bron: ERK, op basis van door de Commissie en de EDEO verstrekte informatie.
Bijlage III — Beoordeling van projecten ter bestrijding van desinformatie (proefprojecten, voorbereidende acties, H2020)
| Project-nummer | Soort project | Landen | Looptijd van het project (werkelijk) | Status | Rechtstreeks verband met andere projecten | Subsidiebedrag (in EUR) |
Was de monitoring door de Commissie adequaat? | Criterium 1 Relevantie voor desinformatie |
Criterium 2 Concrete en duurzame resultaten |
Criterium 3 Omvang en bereik zijn toereikend |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | H2020 | Verenigd Koninkrijk (gericht op: Duitsland, Frankrijk, Polen, Zweden, Verenigd Koninkrijk/Brazilië, Canada, China, Mexico, Rusland, Oekraïne, Verenigde Staten, Taiwan) | Jan. 2016 — dec. 2020 | Loopt nog | Ja | 1 980 112 | Er is sprake van zowel doorlopende verslaglegging als onafhankelijke verslaglegging in de vorm van een controle en een wetenschappelijk verslag. | In het kader van het project werden voornamelijk onderzoekspapers voortgebracht. Deze documenten werden meestal buiten de EU gepresenteerd. Nu het VK de EU heeft verlaten, is het onduidelijk hoe dit onderzoek de EU nog ten goede zal komen. | ||
| 2 | H2020 | Verenigd Koninkrijk | Juli 2017 — jan. 2019 | Afgelopen | Ja | 149 921 | Er is sprake van zowel doorlopende verslaglegging als onafhankelijke verslaglegging in de vorm van een controle. | Er zijn geen aanwijzingen dat het project verder gaat dan een proof of concept, en als dat wel het geval zou zijn, is het niet duidelijk of het publiek er evenveel van zal profiteren als de particuliere sector wanneer het eindproduct in de handel wordt gebracht. | ||
| 3 | H2020 | Griekenland | Jan. 2016 — dec. 2018 | Afgelopen | Ja | 3 115 737 | Er zijn een advies van een onafhankelijke deskundige en evaluatieverslagen. | Het instrument dat in het kader van het project werd ontwikkeld, was voornamelijk toegespitst op deskundigen en was niet gebruiksvriendelijk genoeg voor het grote publiek (er waren twee daaropvolgende projecten nodig om de resultaten te verfijnen en de omvang en het bereik van het project te vergroten). | ||
| 4 | H2020 | Italië | Jan. 2018 — dec. 2020 | Loopt nog | Nee | 2 879 250 | Het project loopt nog. Er is sprake van doorlopende verslaglegging met een eerste beoordeling. | Er is sprake van een tekortkoming, aangezien een van de softwarecomponenten verouderd is en bij het project geen gebruik wordt gemaakt van geavanceerde methoden op dit gebied. | ||
| 5 | H2020 | Ierland, Griekenland, Italië, Cyprus, Oostenrijk, Portugal, Roemenië, Verenigd Koninkrijk | Jan. 2018 — nov. 2021 | Loopt nog | Ja | 2 454 800 | In juli 2020 werd een onafhankelijke evaluatie op afstand uitgevoerd, die door DG CNECT werd gefaciliteerd. | Een goed beheerd project, maar er zijn enkele corrigerende maatregelen nodig om de nadruk te leggen op de belangrijkste componenten, alsmede een meer gedetailleerde uitwerking van de verspreiding en exploitatie. | Tekortkomingen in de uitvoering van de strategieën inzake verspreiding en bedrijfsexploitatie. | |
| 6 | H2020 | Tsjechië, Ierland, Spanje, Oostenrijk | Dec. 2018 — nov. 2021 | Loopt nog | Ja | 2 753 059 | Er wordt een onafhankelijke evaluatie op afstand uitgevoerd (gestart in augustus 2020). | Er bestaat onzekerheid over de vraag hoe de gecentraliseerde onlineplatforms met het instrument zullen samenwerken. | ||
| 7 | H2020 | Frankrijk, Italië, Polen, Roemenië, Verenigd Koninkrijk. | Dec. 2018 — nov. 2021 | Loopt nog | Ja | 2 505 027 | In december 2019 werden drie afzonderlijke evaluaties uitgevoerd en in februari 2020 werd een algemene beoordeling uitgevoerd. Daarnaast werd tussen januari en april 2020 een projectevaluatie uitgevoerd. | |||
| 8 | H2020 | Denemarken, Griekenland, Italië | Nov. 2018 — april 2021 | Loopt nog | Ja | 987 438 | Het project werd beoordeeld door drie onafhankelijke waarnemers en geëvalueerd door de projectfunctionaris. | Het project loopt nog parallel met een soortgelijk project op hetzelfde gebied. | ||
| 9 | H2020 | België, Bulgarije (C), Duitsland, Griekenland, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk | Dec. 2018 — nov. 2021 | Loopt nog | Ja | 2 499 450 | Geen input en geen coördinatie-inspanningen van de Commissie in het begin. | De resultaten worden getest in de prototypefase. Dit kan risico’s met zich brengen. Richtsnoeren van de Commissie ontbreken en ideeën over het duurzaam maken van de resultaten zijn beperkt tot partnerinitiatieven die gekoppeld zijn aan hun eigen individuele contacten/partners/clientèle. | ||
| 10 | H2020 | Zwitserland/Verenigd Koninkrijk | Sep. 2018 — nov. 2019 (oorspronkelijk feb. 2020) | Afgelopen | Ja | 150 000 | Op verzoek van de Rekenkamer maakte de projectfunctionaris werk van het verzamelen van de nodige informatie om vast te stellen hoe de resultaten werden benut. | De resultaten worden voornamelijk door een Amerikaans bedrijf benut. | ||
| 11 | Proefproject | België, Roemenië, Frankrijk, Kroatië, Polen, Finland, Verenigde Staten | Jan. 2018 — jan. 2019 | Afgelopen | Nee | 125 000 | Het project werd gemonitord aan de hand van verschillende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren. | |||
| 12 | Proefproject | Spanje, Italië, Malta, Portugal, Verenigd Koninkrijk | 2016 | Afgelopen | Ja | 171 057 | De monitoring door de Commissie was niet duidelijk. | Duurzame opleidingscursussen werden slechts in een van de vijf landen ontwikkeld. | Beperkt bereik van de projectresultaten. | |
| 13 | Proefproject | België; Griekenland, Spanje, Italië, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije | 2017 | Afgelopen | Nee | 118 445 | Er was sprake van doorlopende verslaglegging en er werden een technisch verslag en een onafhankelijke eindevaluatie opgesteld. | Zorgen over de duurzaamheid. In de laatste zelfbeoordeling voor het project werd gewezen op het ontbreken van een algemene strategie voor mediageletterdheid. | ||
| 14 | Proefproject | Polen | Juli 2018 – juni 2019 | Afgelopen | Nee | 127 590 | Er is slechts een beoordeling van één pagina waarin de uitkomsten niet worden geanalyseerd. | In het project wordt factchecken gecombineerd met vrouwenrechten en seksisme, en de relevantie voor desinformatie is beperkt. | De in het kader van het project gecreëerde website is niet langer operationeel. | |
| 15 | Proefproject | België, Oostenrijk, Portugal | 2017 | Afgelopen | Nee | 122 815 | De brainstorming vond plaats en de witboeken werden opgesteld, maar er is geen toolkit. | Het project werd afgebroken wegens insolventie van de coördinator. | ||
| 16 | Proefproject | Denemarken, Ierland, Griekenland, Cyprus, Portugal | Juli 2018 – juni 2019 | Afgelopen | Nee | 131 150 | Er is geen bewijs van permanente monitoring. De uiteindelijke beoordeling is 133 woorden lang en bevat geen aanbevelingen. | Het project heeft betrekking op creatief denken in het algemeen. | De outputs/uitkomsten zijn niet meetbaar. | Het ging om een op zichzelf staand project dat niet gemakkelijk kan worden gereproduceerd of voortgezet. |
| 17 | Voorbereidende actie | België, Bulgarije, Duitsland, Spanje, Kroatië, Roemenië, Italië, Letland | Juli 2019 — aug. 2020 (verlenging besproken) | Loopt nog | Nee | 124 546,72 | Er werd een tussentijds technisch uitvoeringsverslag opgesteld. | |||
| 18 | Voorbereidende actie | Denemarken, Duitsland, Spanje, Frankrijk, Italië, Nederland, Polen, Finland | 2018 | Loopt nog | Ja | 214 556 | In het kader van het project werd nauwlettend toezicht gehouden op de acties aan de hand van duidelijk omschreven indicatoren. | |||
| 19 | Voorbereidende actie | Spanje, Frankrijk, Roemenië, Zweden | 2018 | Loopt nog | Ja | 159 380 | Het project loopt nog en het technisch verslag is van goede kwaliteit. Er zal ook een onafhankelijk verslag worden opgesteld. | |||
| 20 | Voorbereidende actie | Griekenland, Spanje, Litouwen, Finland | Aug. 2019 — aug. 2020 (verlenging besproken) | Loopt nog | Nee | 86 630 | Voor de rapportage was slechts één tussentijds evaluatieverslag vereist na zeven maanden. Sommige documenten waren niet onmiddellijk beschikbaar en moesten per post worden verstuurd. | Voor het project is het moeilijk om een financieringstekort te dekken. |
| Niet vervuld |
| Gedeeltelijk vervuld |
| Vervuld |
| N.v.t. |
Bron: ERK.
Bijlage IV — Beoordeling van de acties in het EU-actieplan tegen desinformatie
| EU-actieplan | Is de actie duidelijk omschreven? | Is de actie tijdgebonden? | Verantwoordelijkheid |
| Actie 1: Met het oog op de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019 in het bijzonder, maar ook op langere termijn, zal de hoge vertegenwoordiger in samenwerking met de lidstaten de taskforces voor strategische communicatie en de delegaties van de Unie versterken met extra personeel en nieuwe instrumenten, die nodig zijn om desinformatieactiviteiten op te sporen, te analyseren en aan het licht te brengen. De lidstaten moeten in voorkomend geval ook hun nationale capaciteit op dit gebied verbeteren en de noodzakelijke verhoging van de middelen voor de taskforces voor strategische communicatie en de delegaties van de Unie ondersteunen. | Ja — meer mensen in dienst nemen en voorzien in instrumenten | Met het oog op de Europese verkiezingen van 2019, maar ook op langere termijn | De hoge vertegenwoordiger en de lidstaten |
| Actie 2: De hoge vertegenwoordiger zal de mandaten van de taskforces voor strategische communicatie voor de Westelijke Balkan en het zuiden evalueren om hen in staat te stellen doeltreffend te reageren op desinformatie in deze regio’s. | Ja — het mandaat evalueren | Geen termijn | De hoge vertegenwoordiger |
| Actie 3: Tegen maart 2019 zullen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger, in samenwerking met de lidstaten, een snel waarschuwingssysteem opzetten voor het aanpakken van desinformatiecampagnes, in nauwe samenwerking met bestaande netwerken, het Europees Parlement en het mechanisme voor snelle respons van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en G7. | Ja — het systeem voor snelle waarschuwingen opzetten | Maart 2019 | De Commissie en de hoge vertegenwoordiger |
| Actie 4: Met het oog op de komende Europese verkiezingen zal de Commissie, in samenwerking met het Europees Parlement, haar inspanningen op het gebied van communicatie op het gebied van de waarden en het beleid van de Unie intensiveren. De lidstaten moeten hun eigen inspanningen op het gebied van communicatie over de waarden en het beleid van de Unie ook aanzienlijk versterken. | Nee — het is niet duidelijk wat “inspanningen op het gebied van communicatie intensiveren” inhoudt — meer artikelen, meer persberichten? | Met het oog op de Europese verkiezingen van 2019 | De Commissie in samenwerking met het Europees Parlement en de lidstaten |
| Actie 5: De Commissie en de hoge vertegenwoordiger zullen in samenwerking met de lidstaten de strategische communicatie in de buurlanden van de Unie versterken. | Nee — het is niet duidelijk hoe de strategische communicatie kan worden versterkt | Geen termijn | De Commissie en de hoge vertegenwoordiger, in samenwerking met de lidstaten |
| Actie 6: De Commissie zal zorgen voor een nauw en voortdurend toezicht op de uitvoering van de code. Waar nodig en met name met het oog op de Europese verkiezingen zal de Commissie aandringen op een snelle en doeltreffende naleving. De Commissie zal een uitgebreide beoordeling uitvoeren bij het afsluiten van de eerste periode van twaalf maanden van toepassing van de code. Indien de uitvoering en het effect van de praktijkcode niet bevredigend blijken, kan de Commissie verdere maatregelen voorstellen, met inbegrip van maatregelen van regelgevende aard. | Ja — de Commissie moet toezicht houden en een uitgebreide beoordeling uitvoeren | Waar nodig en met name met het oog op de Europese verkiezingen van 2019. De Commissie zal een uitgebreide beoordeling uitvoeren bij het afsluiten van de eerste periode van twaalf maanden van toepassing van de code | De Commissie |
| Actie 7: In het bijzonder met het oog op de Europese verkiezingen van 2019, maar ook op langere termijn, zullen de Commissie en de hoge vertegenwoordiger in samenwerking met de lidstaten gerichte publiekscampagnes organiseren, opleidingen voor de media en de publieke opinie in de Unie en haar buurlanden, om mensen bewust te maken van de negatieve effecten van desinformatie. De inspanningen ter ondersteuning van het werk van onafhankelijke media en kwaliteitsjournalistiek en het onderzoek naar desinformatie om een alomvattend antwoord te bieden op dit verschijnsel zullen worden voortgezet. | Ten dele — de Commissie moet campagnes en opleidingen organiseren, maar het is niet duidelijk welke inspanningen zij moet leveren om de media en onderzoek te ondersteunen | In het bijzonder met het oog op de Europese verkiezingen van 2019, maar ook op de langere termijn | De Commissie en de hoge vertegenwoordiger, in samenwerking met de lidstaten |
| Actie 8: De lidstaten moeten in samenwerking met de Commissie de oprichting ondersteunen van multidisciplinaire teams van onafhankelijke factcheckers en onderzoekers met specifieke kennis van lokale informatie-omgevingen om desinformatiecampagnes in verschillende sociale netwerken en digitale media op te sporen en aan het licht te brengen. | Nee — het is niet duidelijk hoe de lidstaten de oprichting van teams van factcheckers en onderzoekers moeten ondersteunen | Geen termijn | De Commissie en de lidstaten |
| Actie 9: In het kader van de week van de mediageletterdheid in maart 2019 zal de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, steun verlenen aan grensoverschrijdende samenwerking tussen beroepsbeoefenaars in de mediageletterdheid en aan de lancering van praktische instrumenten voor de bevordering van mediageletterdheid voor het publiek. De lidstaten moeten ook snel de bepalingen van de richtlijn audiovisuele mediadiensten ten uitvoer leggen die betrekking hebben op mediageletterdheid. | Nee — het is niet duidelijk hoe de Commissie de grensoverschrijdende samenwerking tussen beroepsbeoefenaars in de mediageletterdheid gedurende een week moet steunen. In het actieplan wordt de tenuitvoerlegging van de richtlijn audiovisuele mediadiensten aangemoedigd en daar blijft het bij. Het actieplan laat de in de richtlijn gestelde termijnen (eind 2022) juridisch gezien onverlet | Maart 2019 | De Commissie en de lidstaten |
| Actie 10: Met het oog op de komende Europese verkiezingen van 2019 moeten de lidstaten zorgen voor een doeltreffende follow-up van het verkiezingspakket, met name de aanbeveling. De Commissie zal nauwlettend volgen hoe het pakket wordt uitgevoerd en waar nodig zorgen voor relevante ondersteuning en advies. | Nee — het is niet duidelijk hoe follow-up moet worden gegeven aan het verkiezingspakket — evaluatie, wetswijzigingen? | Met het oog op de Europese verkiezingen van 2019 | De Commissie en de lidstaten |
| Ja |
| Nee |
| Gedeeltelijk |
Bron: ERK.
Bijlage V — De praktijkcode betreffende desinformatie
De praktijkcode betreffende desinformatie is een reeks verbintenissen ter bestrijding van desinformatie, die op vrijwillige basis is overeengekomen door vertegenwoordigers van onlineplatforms, grote sociale netwerken, adverteerders en de reclamesector. De praktijkcode werd aangemoedigd en gefaciliteerd door de Europese Commissie. Dit was de eerste keer dat grote spelers in de sector besloten gezamenlijk op te treden om de verspreiding van online-desinformatie aan te pakken.
De oorspronkelijke ondertekenaars in oktober 2018 waren Facebook, Google, Twitter en Mozilla, alsook een aantal adverteerders en instanties uit de reclamesector. Microsoft ondertekende de praktijkcode in mei 2019, gevolgd door TikTok in juni 2020. Momenteel zijn er 16 ondertekenaars.
De praktijkcode bestaat uit een reeks verbintenissen en steunt op vijf pijlers:
- controle op de plaatsing van advertenties;
- politieke reclame en thematisch georiënteerde reclame;
- integriteit van diensten;
- consumenten mondig maken;
- de onderzoeksgemeenschap mondig maken.
Bij de praktijkcode is ook een bijlage gevoegd met de beste praktijken die de ondertekenaars zullen volgen om de verbintenissen in het kader van de praktijkcode na te komen. De ondertekenaars hebben individuele routekaarten opgesteld voor de uitvoering van de praktijkcode.
Aangezien de praktijkcode vrijwillig is, zijn er geen sancties voor het niet nakomen van deze verbintenissen. Daarom is het belangrijk om toe te zien op de vorderingen van de ondertekenaars bij de uitvoering van hun verbintenissen. Tussen januari en mei 2019 heeft de Europese Commissie de uitvoering van deze verbintenissen door Facebook, Google en Twitter gecontroleerd, met name wat betreft de integriteit van de Europese verkiezingen. De drie platforms brachten maandelijks verslag uit over de maatregelen die zij hadden genomen met betrekking tot de controle op de plaatsing van advertenties, de transparantie van politieke en thematisch georiënteerde reclame, nepaccounts en kwaadwillig gebruik van bots. De Commissie beriep zich ook op de praktijkcode om de ondertekenaars te verzoeken om vijf reeksen verslagen over de actie die zij hadden ondernomen om desinformatie tegen te gaan tijdens de COVID-19-pandemie.
Deze verslagen zijn beschikbaar op de website van de Commissie, samen met de beoordeling door de Commissie.
Bijlage VI — Chronologie van de belangrijkste EU-acties in reactie op de COVID-19-pandemie en de “infodemie” in 2020
Bron: ERK.
Acroniemen en afkortingen
CoP: praktijkcode (Code of Practice)
EDEO: Europese Dienst voor extern optreden
EDMO: Europees Waarnemingscentrum voor digitale media (European Digital Media Observatory)
EMLW: Europese Week van de Mediageletterdheid (European Media Literacy Week)
ERGA: Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten (European Regulators Group for Audio-visual Media Services)
EU-actieplan: EU-actieplan tegen desinformatie
EUD: EU-delegaties
EUvsDisinfo: Het vlaggenschipproject van de East StratCom Task Force van de Europese Dienst voor extern optreden. Het werd in 2015 opgezet om de lopende desinformatiecampagnes van de Russische Federatie die van invloed zijn op de EU, haar lidstaten en de gemeenschappelijke buurlanden beter te voorspellen, aan te pakken en erop te reageren.
HLEG: onafhankelijke deskundigengroep op hoog niveau inzake nepnieuws en online-desinformatie (Independent High Level Expert Group on Fake News and Online Disinformation)
HWP: Horizontale Groep versterking van weerbaarheid en bestrijding van hybride bedreigingen (Horizontal Working Party on Enhancing Resilience and Countering Hybrid Threats)
IE: informatieomgeving (Information Environment)
IND: intern netwerk inzake desinformatie (Internal Network on Disinformation)
RAS: systeem voor snelle waarschuwingen (Rapid Alert System)
SOMA: Sociaal Waarnemingscentrum voor de analyse van desinformatie en sociale media (Social Observatory for Disinformation and Social Media Analysis)
StratCom: strategische communicatie
Woordenlijst
Algoritmen: een proces dat of reeks regels die door een computer wordt toegepast bij berekeningen of andere verrichtingen om vraagstukken op te lossen.
Bot: een geautomatiseerde softwaretoepassing die is geprogrammeerd om bepaalde taken uit te voeren.
Desinformatie: het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie met de intentie om te bedriegen.
Infodemie: een overvloed aan al dan niet correcte informatie die kan worden gebruikt om de feiten te verdoezelen of te verdraaien.
Internettrol: iemand die beledigingen post op socialenetwerksites, vaak doorspekt met scheldwoorden of andere beledigende uitlatingen.
Mediageletterdheid: vermogen tot toegang tot, begrip van en interactie met media en communicatie.
Onjuiste informatie: het verspreiden van onjuiste of misleidende informatie, hetzij te goeder trouw, hetzij met de intentie om te bedriegen.
Strategische communicatie: gecoördineerde en coherente communicatie door een organisatie met het oog op specifieke doelstellingen.
Wiki: een samenwerkingswebsite waarop elke gebruiker inhoud kan toevoegen en bewerken.
Controleteam
In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheerthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de prestaties of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.
Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer III “Externe maatregelen, veiligheid en justitie”, die onder leiding staat van ERK-lid Bettina Jakobsen. De controle werd geleid door ERK-lid Baudilio Tomé Muguruza, ondersteund door Daniel Costa de Magalhães, kabinetschef en Ignacio García de Parada, kabinetsattaché; Alejandro Ballester Gallardo, hoofdmanager; Emmanuel-Douglas Hellinakis, taakleider; Piotr Senator en Alexandre Tan, auditors. Michael Pyper verleende taalkundige ondersteuning.
Voetnoten
1 Mededeling over de bestrijding van online-desinformatie, COM(2018) 236 final van 26 april 2018.
2 EUCO 11/15 (punt 13), Bijeenkomst van de Europese Raad (19 en 20 maart 2015) — Conclusies.
3 Final report of the High Level Expert Group on Fake News and Online Disinformation.
5 EUCO 9/18, Bijeenkomst van de Europese Raad (28 juni 2018) – Conclusies.
6 Artikelen 2-6 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
7 Conclusies van de Raad over “extra inspanningen ter versterking van de weerbaarheid en bestrijding van hybride dreigingen”, punt 30 (10 december 2019).
8 Resolutie van het Europees Parlement van 15 juni 2017 on onlineplatforms en de digitale eengemaakte markt (2016/2276(INI)); resolutie van het Europees Parlement van 3 mei 2018 over pluralisme van de media en mediavrijheid in de Europese Unie (2017/2209(INI); resolutie van het Europees Parlement van 25 oktober 2018 over het gebruik van gegevens van Facebookgebruikers door Cambridge Analytica en gevolgen voor de gegevensbescherming (2018/2855(RSP)); resolutie van het Europees Parlement van 10 oktober 2019 over buitenlandse inmenging in verkiezingen en desinformatie in de nationale en Europese democratische processen (2019/2810(RSP)).
9 Wereldgezondheidsorganisatie, “Let’s flatten the infodemic curve”.
10 JOIN(2020) 8 final, 10 juni 2020.
11 Mededeling betreffende het actieplan voor Europese democratie, COM(2020) 790 final van 3 december 2020.
12 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten (wet inzake digitale diensten) en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG, COM(2020) 825 final van 15 december 2020.
13 Openbare raadpleging van de Europese Commissie over nepnieuws en online-desinformatie.
14 Desinformatie in verband met COVID-19 aanpakken: feiten onderscheiden van fictie, blz. 7, JOIN(7) 8 final van 10.6.2020.
15 “Automated tackling of disinformation”, onderzoek van de onderzoeksdienst van het Europees Parlement, maart 2019.
16 Conclusies van de Europese Raad over externe betrekkingen (19 maart 2015), document EUCO 11/15 van de Raad.
17 Conclusies van de Raad over extra inspanningen ter versterking van de weerbaarheid en bestrijding van hybride dreigingen (10 december 2019), document 14972/19 van de Raad.
18 Hoorzitting van het Europees Parlement van 25 en 26 januari 2021 over buitenlandse inmenging: China, Iran, India, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten; Hoorzitting van het Europees Parlement van 1 februari 2021 over buitenlandse inmenging: Turkije en Rusland.
19 Extra inspanningen ter versterking van de weerbaarheid en bestrijding van hybride dreigingen, Conclusies van de Raad (10 december 2019), document 14972/19 van de Raad.
20 Conclusies van de Europese Raad van juni 2018 en conclusies van de Raad van december 2019 over extra inspanningen ter versterking van de weerbaarheid en bestrijding van hybride dreigingen.
21 P8_TA(2019) 0187, P9_TA(2019) 0031.
22 Information Manipulation: a Challenge for Our Democracies. Een verslag van het centrum voor analyse, planning en strategie (Centre d’analyse, de prévision et de stratégie, CAPS, Ministerie van Buitenlandse Zaken) en het instituut voor strategisch onderzoek van het Ministerie van Defensie (Institut de recherche stratégique de l’École militaire, IRSEM), Frankrijk, augustus 2018.
23 Bijvoorbeeld Democratic Defense against Disinformation, Atlantische Raad, februari 2018; GMF Policy Paper nr. 21, augustus 2019; Winning the Information War, CEPA, augustus 2016.
25 Taakomschrijving van het systeem voor snelle waarschuwingen.
26 Automated Tackling of Disinformation, onderzoek van de onderzoeksdienst van het Europees Parlement, maart 2019.
27 First baseline reports – Fighting COVID-19 disinformation Monitoring Programme.
28 Second set of reports – Fighting COVID-19 disinformation Monitoring Programme.
29 Forum van diverse belanghebbenden over desinformatie.
30 ERGA Report on disinformation: Assessment of the implementation of the Code of Practice.
31 Eigen evaluatie van de praktijkcode door de Commissie.
32 Assessment of the Code of Practice on Disinformation – Achievements and areas for further improvement.
33 Richtlijn (EU) 2018/1808 (richtlijn audiovisuele mediadiensten).
34 COM(2020) 252 final van 19 juni 2020.
35 Zie de bijlage bij de conclusies van de Raad over mediawijsheid in een voortdurend veranderende wereld (2020/C 193/06).
36 Mapping of media literacy practices and actions in EU‑28, Europees audiovisueel waarnemingscentrum, Raad van Europa, januari 2016.
37 Van een totale voorgestelde begroting van 61 miljoen EUR voor het sectoroverschrijdende onderdeel van het programma Creatief Europa (begrotingsonderdeel 07 05 03).
38 Exploring Media Literacy Education as a Tool for Mitigating Truth Decay, RAND Corporation, januari 2019.
39 Conclusies van de Raad over mediawijsheid in een voortdurend veranderende wereld (2020/C 193/06).
40 Opgericht door het Poynter Institute. Momenteel telt het 82 actieve leden.
41 https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/soteu2018-cybersecurity-elections-recommendation-5949_en.pdf; gerapporteerd in https://ec.europa.eu/info/files/com_2020_252_en.pdf_en
Tijdlijn
| Gebeurtenis | Datum |
|---|---|
| Vaststelling van het controleplan (APM, audit planning memorandum)/aanvang van de controle | 4.2.2020 |
| Ontwerpverslag officieel verzonden naar de Commissie (of andere gecontroleerde) | 4.3.2021 |
| Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure | 27.4.2021 |
| Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van de Commissie (of andere gecontroleerde) | 25.5.2021 |
Contact
EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG
Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors
Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).
Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2021
| ISBN 978-92-847-5974-3 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/718 | QJ-AB-21-008-NL-N | |
| HTML | ISBN 978-92-847-5957-6 | ISSN 1977-575X | doi:10.2865/508988 | QJ-AB-21-008-NL-Q |
AUTEURSRECHT
© Europese Unie, 2021.
Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is geregeld bij Besluit nr. 6-2019 van de Europese Rekenkamer over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.
Tenzij anders aangegeven (bijv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor inhoud van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Dit betekent dat hergebruik is toegestaan mits de bron correct wordt vermeld en wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap van de documenten niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.
U dient aanvullende rechten te verwerven indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeelsleden van de ERK, of werken van derden bevat. Indien toestemming wordt verkregen, wordt hiermee de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.
Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan dient u de houders van het auteursrecht mogelijk rechtstreeks om toestemming te vragen.
Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid van de ERK inzake hergebruik; hiervoor wordt u geen licentie verleend.
De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.
Gebruik van het logo van de Europese Rekenkamer
Het logo van de Europese Rekenkamer mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de Europese Rekenkamer.
HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?
Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl
Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:
- te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen),
- te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
- een e-mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl
WAAR VINDT U INFORMATIE OVER DE EU?
Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl
EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).
EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1952 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu
Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.
