Speciaal verslag
11 2023

EU-steun voor de digitalisering van scholen Aanzienlijke investeringen, maar een gebrek aan strategische focus bij het gebruik van EU‑financiering door de lidstaten

Over het verslag:De EU vult de lidstaten aan en ondersteunt hen bij de digitalisering van hun scholen in het kader van diverse programma’s en maatregelen die uit de EU-begroting worden gefinancierd.

Bij deze controle hebben we onderzocht of de door de EU gefinancierde acties de digitalisering van scholen goed ondersteunden. Wij concluderen dat deze acties scholen over het algemeen hebben geholpen bij hun inspanningen op het gebied van digitalisering, maar dat het de lidstaten ontbrak aan strategische focus bij het gebruik van de EU-financiering. Bovendien beschikt slechts een klein aantal scholen over dergelijke snelle verbindingen om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden van digitaal onderwijs, ondanks een ambitieuze EU-doelstelling om alle scholen tegen 2025 aan te sluiten op gigabitinternet.

Wij bevelen de Commissie aan EU-acties actiever te bevorderen en, in samenwerking met de lidstaten, de koppeling tussen EU‑doelstellingen, nationale of regionale strategieën voor de digitalisering van scholen en EU-financiering voor scholen te versterken. Daarnaast moet de Commissie de lidstaten nauwlettend monitoren en hen aanmoedigen om alle scholen uiterlijk in 2025 op gigabitinternet aan te sluiten.

Speciaal verslag van de ERK, uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU.

De publicatie is beschikbaar in 24 talen en in het volgende formaat:
PDF
PDF Controleverslag over het gebruik van EU-steun voor de digitalisering van scholen

Samenvatting

I In de EU dragen de lidstaten de volledige verantwoordelijkheid voor het uitstippelen van het onderwijsbeleid en het organiseren van hun scholen. De EU vult de acties van de lidstaten aan en ondersteunt deze; zij biedt bovendien omvangrijke financiële steun voor de digitalisering van scholen. Daartoe gebruikt zij verschillende instrumenten, zoals de fondsen in het kader van het cohesiebeleid, de herstel- en veerkrachtfaciliteit en het Erasmus+-programma. Tussen 2014 en 2026 zijn of worden via een van deze programma’s aanzienlijke bedragen uitbetaald teneinde het digitale onderwijs te versterken.

II Bij deze controle beoordeelden wij uit de EU-begroting gefinancierde acties ter ondersteuning van digitaal onderwijs op scholen. We onderzochten of de acties van de Commissie de digitalisering van scholen goed ondersteunden. Ook gingen we na of de nationale, regionale en lokale autoriteiten in de lidstaten de beschikbare EU-financiering hebben gebruikt ter ondersteuning van de digitalisering van scholen, en of scholen voldoende waren aangesloten op gigabitinternet om de EU-doelstellingen te behalen. Ons verslag is bedoeld om de Commissie en de nationale en regionale autoriteiten van de lidstaten te helpen de uitdagingen van de digitalisering van scholen in de periode 2021-2027 doeltreffender aan te pakken. Wij concluderen dat deze maatregelen scholen over het algemeen hebben geholpen bij hun inspanningen op het gebied van digitalisering, maar dat het de lidstaten ontbrak aan strategische focus bij het gebruik van de EU-financiering.

III In 2018 heeft de Commissie een actieplan voor digitaal onderwijs vastgesteld om de lidstaten te ondersteunen bij het aanpakken van uitdagingen op het gebied van digitaal onderwijs. Dit plan omvatte ook scholen. De door ons bezochte lidstaten hadden de doelstellingen van het actieplan echter niet vertaald in hun nationale (of regionale) strategieën, hadden hun strategieën voor de periode 2021-2027 niet geactualiseerd of hadden geen specifieke strategieën voor de digitalisering van hun scholen geformuleerd. Ook stelden wij vast dat door de EU gefinancierde acties niet altijd goed waren geïntegreerd in nationale of regionale strategieën voor de digitalisering van scholen, hoewel dit het risico van uit de EU-begroting gefinancierde versnipperde maatregelen had kunnen verminderen en had kunnen bijdragen tot een groter effect.

IV In de meeste gevallen leverden de door de EU gefinancierde projecten de beoogde outputs op, maar er waren nog steeds factoren die de scholen ervan weerhielden optimaal gebruik te maken van EU-financiering. Voor uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit te financieren maatregelen waren er tekortkomingen in de wijze waarop door de lidstaten te bereiken mijlpalen en streefdoelen werden vastgelegd, vooral in verband met de te bereiken resultaten op het gebied van de verbetering van het digitale onderwijs. Wij constateerden dat de door de Commissie tijdens de onderhandelingen over de nationale plannen aanvaarde kostenramingen voor twee voor deze controle onderzochte maatregelen aanzienlijk afweken van de werkelijk gemaakte kosten tijdens de uitvoering. Bovendien waren scholen onvoldoende betrokken bij de vaststelling van de behoeften.

V Bijna alle leerlingen maken nu gebruik van digitale apparaten, maar tal van scholen maken nog steeds melding van onvoldoende apparatuur of de behoefte aan bijscholing van leerkrachten. Wij stelden ook vast dat een formele benadering van het gebruik van ICT in de klas vaak ontbreekt, waardoor scholen het potentieel van digitalisering niet ten volle kunnen benutten.

VI De Commissie beschikt niet over volledige gegevens over de totale bedragen aan EU-financiering die voor de digitalisering van scholen worden uitgegeven. Slechts enkele lidstaten beoordelen de resultaten die zij met de financiële steun van de EU hebben bereikt om het digitale onderwijs op scholen te verbeteren. Programmaspecifieke indicatoren waren niet informatief, en slechts twee van de zes bezochte lidstaten hanteerden een aanpak voor het systematisch monitoren van de vooruitgang die scholen hadden geboekt op het gebied van digitalisering dankzij financiële steun van de EU.

VII In 2016 heeft de Commissie voor de lidstaten doelstellingen vastgesteld om scholen uiterlijk in 2025 op gigabitinternet aan te sluiten en hen in staat te stellen van geavanceerde IT-apparatuur gebruik te maken en innovatieve manieren van onderwijzen en leren toe te passen. In 2022 was echter slechts een klein aantal scholen daadwerkelijk in staat gebruik te maken van gigabitverbindingen. De lidstaten hadden uiteenlopende benaderingen om de verbinding van scholen te bevorderen, maar een gebrek aan strikte strategische planning, in combinatie met vertragingen bij de uitvoering van specifieke programma’s, verhoogt het risico dat de EU de doelstelling van 2025 voor gigabitinternet niet zal halen.

VIII Op basis van deze conclusies bevelen wij aan dat de Commissie:

  • EU-acties in het kader van het actieplan voor digitaal onderwijs actiever bevordert teneinde het effect ervan te vergroten;
  • actie onderneemt om de koppeling tussen de doelstellingen van het actieplan voor digitaal onderwijs, nationale of regionale strategieën, en EU-financiering voor scholen te versterken, en
  • de verwezenlijking van de doelstelling om alle scholen uiterlijk in 2025 op gigabitinternet aan te sluiten, monitort en aanmoedigt.

Inleiding

Digitaal onderwijs en de digitalisering van scholen

01 Digitaal onderwijs is bedoeld om studenten in staat te stellen te gedijen in het leven, betrokken burgers te worden en beter te integreren op de arbeidsmarkt in een steeds meer gedigitaliseerde wereld1. In de schoolenquêtes die de Commissie in 2013 en 2018 verrichtte, had zij reeds opgemerkt dat specifiek beleid en ondersteunende maatregelen op schoolniveau — zoals betere apparatuur of de professionele ontwikkeling van leerkrachten — kunnen bijdragen tot betere leerresultaten, maar ook dat het gebruik van informatietechnologie en de toegang tot snel internet aanzienlijk verschilde tussen scholen2. In een studie uit 2018 van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) werd benadrukt dat leerlingen op scholen die goed zijn uitgerust met computers en zijn aangesloten op internet, betere leerresultaten kunnen behalen3.

02 Digitale competenties en vaardigheden en de beschikbaarheid van digitale infrastructuur en apparatuur zijn sinds het uitbreken van de COVID-19-pandemie op alle onderwijsniveaus des te relevanter geworden. De pandemie bracht aan het licht dat onderwijsstelsels in bijna alle lidstaten niet goed voorbereid waren op afstandsonderwijs, omdat scholen niet goed op internet waren aangesloten en geschikte digitale apparatuur voor leerlingen en leerkrachten ontbrak4. Er was ook behoefte aan leerkrachten die vertrouwd waren met en bekwaam waren in het gebruik van digitale technologie ter ondersteuning van het onderwijzen, gekoppeld aan innovatieve onderwijsmethoden, en om ervoor te zorgen dat alle leerlingen aan digitaal onderwijs konden deelnemen.

03 In de EU zijn de lidstaten verantwoordelijk voor het uitstippelen van het onderwijsbeleid, de uitrusting van scholen, het toezicht op de inhoud van het onderwijs en het opleiden van leerkrachten en leerlingen. Bovendien kunnen de verantwoordelijkheden binnen de lidstaten op verschillende niveaus (nationaal, regionaal of lokaal) worden toegewezen. Grensoverschrijdende samenwerking tussen de lidstaten op onderwijsgebied is vrijwillig en niet noodzakelijkerwijs gekoppeld aan het gebruik van EU-middelen. Niettemin kan de EU de acties van de lidstaten ondersteunen en aanvullen5.

04 De rol van de Commissie bij de digitalisering van scholen bestaat erin acties van de lidstaten aan te vullen en te ondersteunen, met volledige eerbiediging van hun verantwoordelijkheid voor de inhoud van het onderwijs en de organisatie van de onderwijsstelsels.

05 Om digitaal onderwijs tot een succes te maken is ook digitalisering van scholen nodig: scholen uitrusten met hogesnelheidsinternet en klaslokalen, leerkrachten en leerlingen voorzien van hardware zoals laptops of tablets, ervoor zorgen dat leerkrachten en ander schoolpersoneel over de nodige digitale vaardigheden beschikken, voorzien in adequaat digitaal lesmateriaal en veilige platforms en gebruikmaken van actuele leerplannen en leerbenaderingen.

06 In 2020 waren er meer dan 65 miljoen geregistreerde leerlingen en leerkrachten op meer dan 200 000 basis- en middelbare scholen in de 27 lidstaten6.

Het actieplan voor digitaal onderwijs van de Commissie

07 In november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie tijdens de top van Göteborg in de Europese pijler van sociale rechten verklaard dat iedereen recht heeft op hoogwaardige en inclusieve voorzieningen voor onderwijs, opleiding en een leven lang leren om de vaardigheden te behouden en te verwerven die nodig zijn om ten volle aan het maatschappelijk leven te kunnen deelnemen en overgangen op de arbeidsmarkt met succes te kunnen opvangen7. De Commissie heeft aan deze besprekingen bijgedragen door haar visie voor een Europese Onderwijsruimte uiteen te zetten om het volledige potentieel van onderwijs en cultuur als de drijvende krachten voor werkgelegenheid, sociale rechtvaardigheid en actief burgerschap te benutten en manieren te bieden om de Europese identiteit in al haar verscheidenheid te ervaren8. De Commissie en de lidstaten hebben innovatie en digitale technologieën aangemerkt als een belangrijke factor voor beter onderwijs, een gebied waarop Europa een achterstand op andere regio’s zou hebben.

08 In januari 2018 heeft de Commissie haar eerste actieplan voor digitaal onderwijs (hierna “actieplan” genoemd) uitgebracht, zoals aangekondigd in haar bijdrage aan de top van Göteborg9. Het plan bevat een aantal acties op drie prioritaire gebieden, waarmee de Commissie de algemene onderwijs- en opleidingsstelsels van de lidstaten in alle onderwijssectoren wilde ondersteunen door beste praktijken uit te wisselen, en het doelgerichte gebruik van digitale en innovatieve onderwijspraktijken wilde stimuleren en opschalen (zie figuur 1).

Figuur 1 — Prioriteiten van het actieplan voor digitaal onderwijs 2018 van de Commissie

Bron: ERK.

09 De Commissie heeft haar actieplan in september 2020 geactualiseerd. Het geactualiseerde plan biedt een strategische langetermijnvisie voor de periode 2021-2027. Hierin worden de belangrijkste elementen van het oorspronkelijke actieplan voortgezet, maar wordt ook rekening gehouden met de laatste ontwikkelingen op het gebied van digitaal onderwijs. Het plan richt zich op twee prioritaire gebieden en kernacties voor de komende jaren, die niet alleen relevant zijn voor scholen, maar ook voor het postsecundair onderwijs (bijvoorbeeld op universiteiten) of beroepsopleiding (zie figuur 2).

10 De Commissie beschouwt het actieplan als een belangrijk middel om digitale geletterdheid, digitale vaardigheden en digitale capaciteit op alle onderwijs- en opleidingsniveaus en voor alle niveaus van digitale vaardigheden te verbeteren. Zij gebruikt het plan ook als referentiedocument voor het Europees Semester, de cyclus voor coördinatie van het economisch, begrotings-, arbeids- en sociaal beleid van de EU tussen het budgettair en economisch beleid van de lidstaten. In dit kader heeft de Raad, op basis van voorstellen van de Commissie, jaarlijkse landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) op het gebied van onderwijs en opleiding gedaan. Figuur 3 toont de lidstaten waar de aanbevelingen van de Raad verwezen naar investeringen in de digitalisering van scholen in 2019 of 2020.

Figuur 3 — Lidstaten met LSA’s in verband met de digitalisering van scholen

Bron: Analyse van de ERK; Europees Semester, landspecifieke aanbevelingen.

De connectiviteitsdoelstelling van de EU voor scholen: één gigabit per seconde tegen 2025

11 Omdat voor nieuwe datadiensten en toepassingen netwerken met een steeds grotere capaciteit nodig zijn, heeft de Commissie in 2016 strategische connectiviteitsdoelstellingen vastgesteld voor alle belangrijke sociaaleconomische actoren, zoals scholen. Volgens deze doelstellingen moeten alle scholen tegen 2025 over een snelle breedbandverbinding beschikken, hetgeen betekent dat zij toegang moeten hebben tot internetverbindingen met downlink- en uplinksnelheden van ten minste één gigabit per seconde10. Aansluiting van scholen op hogesnelheidsbreedband zou innovatieve manieren van onderwijzen en leren faciliteren, leerkrachten en leerlingen in staat stellen gebruik te maken van actueel lesmateriaal en zo de digitale vaardigheden verbeteren. Deze doelstellingen volgden op de in 2010 vastgestelde digitale agenda voor Europa, waarin de Commissie verklaarde dat alle EU-burgers tegen 2020 toegang moeten hebben tot breedband met een snelheid van 30 Mbps11.

De financiële steun van de EU

12 De lidstaten kunnen gebruikmaken van financiële steun van de EU voor de digitalisering van scholen via verschillende instrumenten, elk met hun specifieke doelstellingen en kenmerken:

  • Fondsen in het kader van het cohesiebeleid:
  •  Voor de periode 2014-2020 waren investeringen in de verbetering van de toegang tot en het gebruik en de kwaliteit van informatie- en communicatietechnologie (ICT) en van onderwijs en opleiding thematische doelstellingen van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds (ESF), twee van de fondsen in het kader van het cohesiebeleid (ook bekend als de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF)). De EU gebruikt deze fondsen om investeringen te cofinancieren op gebieden als de evenwichtige ontwikkeling van regio’s en de ontwikkeling van werknemers, jongeren en iedereen die een baan zoekt12. Voor de programmeringsperiode 2014-2020 bedroeg de totale begroting voor het EFRO en het ESF 329 miljard EUR, waarvan naar schatting 44,6 miljard EUR aan deze twee thematische doelstellingen werd toegewezen. De digitalisering van scholen was echter geen specifieke doelstelling van de fondsen. Daarom zijn de lidstaten niet verplicht gedetailleerde informatie te verstrekken over de hiervoor bestede bedragen (zie paragraaf 71).
  •  Voor de jaren 2020 tot en met 2022 is volgens het initiatief NextGenerationEU (NGEU), in het kader van de fondsen voor het cohesiebeleid 2014-2020, de herstelbijstand voor cohesie en de regio’s van Europa (React-EU) opgezet13. Van een totale begroting van 44,5 miljard EUR zouden de lidstaten middelen kunnen gebruiken om de digitalisering van scholen te ondersteunen. De lidstaten zouden kunnen verzoeken React-EU-maatregelen volledig uit de EU-begroting te financieren.
  •  Voor de periode 2021-2027 kunnen de lidstaten ook gebruikmaken van fondsen in het kader van het cohesiebeleid voor de digitalisering van hun scholen, voornamelijk voor investeringen in de toegangsinfrastructuur14 en ter ondersteuning van de verwerving van digitale vaardigheden15.
  • De herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF)16:

De herstel- en veerkrachtfaciliteit (Recovery and Resilience Facility, RRF) is een tijdelijk instrument in het kader van NGEU, dat tot doel heeft de economische en sociale gevolgen van de COVID-19-pandemie te beperken. Deze wordt rechtstreeks door de Commissie beheerd. Tot eind 2026 zullen de lidstaten EU-steun ontvangen op voorwaarde dat zij bepaalde prestatiedoelstellingen en mijlpalen bereiken voor investeringen en hervormingen die in de nationale herstel- en veerkrachtplannen (Recovery and Resilience Plans, RRP’s) zijn vastgesteld. De lidstaten kunnen de EU‑steun gebruiken om investeringen in de ontwikkeling van digitale vaardigheden en de digitale transitie van scholen te financieren. Voor de RRF is in totaal 723,8 miljard EUR (in lopende prijzen) beschikbaar. Wij identificeerden 21 lidstaten die ervoor kozen meer dan 11 miljard EUR aan RRF-middelen te investeren in maatregelen ter ondersteuning van de digitalisering van hun scholen, overeenkomstig hun RRP’s17.

  • Het Erasmus+-programma18:

Dit programma ondersteunt onder meer op ICT gebaseerd onderwijs, open onderwijs en innovatieve praktijken in het digitale tijdperk, en richt zich ook op digitale transformatie door de ontwikkeling van digitale gereedheid, veerkracht en capaciteit:

  •  Voor de periode 2014-2020 beschikte het programma over een totale begroting van 14,9 miljard EUR, waarvan ongeveer 1,6 miljard EUR bestemd was voor transnationale strategische partnerschapsprojecten voor schoolonderwijs, waarvan 100 miljoen EUR specifiek bestemd was voor projecten ter bevordering van het gebruik van ICT bij onderwijzen en leren. De Commissie heeft het programma ook gebruikt om acties in het kader van het actieplan 2018 te financieren.
  •  Voor de periode 2021-2027 is het toepassingsgebied van het programma verruimd om activiteiten en projecten te ondersteunen die het geactualiseerde actieplan en de digitale transformatie van scholen moeten realiseren19. Het programma beschikt over een totale begroting van 26,2 miljard EUR. Er is geen specifieke toewijzing voor digitalisering, maar de middelen kunnen worden gebruikt ter ondersteuning van acties voor 2021-2027 in het kader van het actieplan en voor strategische innovatiepartnerschappen, waaronder projecten voor digitaal onderwijs op scholen. De digitale transitie is een van de vier horizontale prioriteiten van het programma.
  • De Connecting Europe Facility

In de periode 2021-2027 voorziet het digitale gedeelte van de Connecting Europe Facility20, een EU-instrument dat rechtstreeks door de Commissie wordt beheerd en waarmee financiële steun wordt verleend om duurzame, onderling verbonden infrastructuur tot stand te brengen, in een budget van meer dan 2 miljard EUR om onder meer de uitrol van 5G-systemen in zogenaamde 5G-gemeenschappen te ondersteunen. Dit instrument kan worden gebruikt om scholen aan te sluiten.

Beheer en gebruik van EU-fondsen

13 Voor de cohesiebeleidsprogramma’s zijn de nationale of regionale autoriteiten in de lidstaten belast met de selectie en monitoring van projecten binnen de operationele programma’s en de uitbetaling van steun. De Commissie cofinanciert de projectgerelateerde kosten overeenkomstig de voorwaarden van de toepasselijke algemene regels en die van de respectieve programma’s.

14 In het kader van de RRF voeren de lidstaten de in de nationale RRP’s omschreven maatregelen uit. Aan elk RRP wordt steun toegekend overeenkomstig de geraamde kosten van de daaronder vallende maatregelen, tot een in de RRF-verordening vastgesteld maximumbedrag. In tegenstelling tot de cohesiebeleidsprogramma’s is EU‑financiering niet gerelateerd aan de werkelijk gemaakte kosten, maar keert de Commissie de aan de RRP’s toegewezen bedragen uit zodra de lidstaat de desbetreffende van tevoren vastgestelde mijlpalen en streefdoelen heeft bereikt. Mijlpalen zijn kwalitatieve verwezenlijkingen zoals de inwerkingtreding van financieringsrichtsnoeren. Streefdoelen zijn kwantitatieve verwezenlijkingen zoals de aanschaf van een bepaald aantal digitale apparaten voor scholen. Bijlage IV geeft een overzicht van de streefdoelen en mijlpalen voor de maatregelen ter ondersteuning van de digitalisering van scholen in de door ons bezochte lidstaten.

15 Doorgaans gebruiken de lidstaten de fondsen in het kader van het cohesiebeleid en de RRF om ICT-infrastructuur en -apparatuur in scholen te ondersteunen, leerkrachten op te leiden of onderwijsmateriaal te ontwikkelen (zie kader 1).

Kader 1

Voorbeelden van het gebruik van cohesiebeleidsfondsen voor de digitalisering van scholen

Griekenland financiert digitale leerplatforms en opleiding van leerkrachten uit het EFRO en het ESF.

Kroatië heeft één actie voor de digitalisering van alle openbare scholen tegen 2023, met inbegrip van ICT-apparatuur en opleiding voor leerkrachten.

Italië steunt voornamelijk de aanschaf van IT-apparatuur voor computerlokalen van scholen (zie afbeelding 1) en opleiding in digitale vaardigheden voor leerkrachten.

Afbeelding 1 — Uit het EFRO gefinancierd computerlokaal in een Italiaanse school

Bron: ERK.

Evenzo heeft Polen EFRO- en ESF-steun gebruikt om de aansluiting van scholen op gigabitinternet te financieren, ze uit te rusten met computerlokalen, opleiding voor leerkrachten te verzorgen en digitaal lesmateriaal te ontwikkelen.

Voorbeelden van investeringen in de digitalisering van scholen in het kader van de RRF

In het kader van de RRF omvat het nationale RRP van Duitsland de financiering van leenapparatuur voor leerkrachten op openbare en particuliere scholen, een nationaal digitaal onderwijsplatform en centra voor onderwijsexpertise voor de verdere ontwikkeling van de digitale vaardigheden van leerkrachten.

Griekenland zal voornamelijk steun verlenen voor digitale uitrusting voor scholen, leerkrachten en leerlingen, alsook voor de digitalisering van de inhoud van het onderwijs en interactieve leersystemen.

Italië zal vooral investeren in de aansluiting van scholen op hogesnelheidsinternet, opleiding van leerkrachten en ander schoolpersoneel, innovatieve klaslokalen en de ontwikkeling van de digitale vaardigheden van leerlingen.

16 De acties van de Commissie ter ondersteuning van de digitalisering van scholen, waaronder die ter ondersteuning van het actieplan, worden hoofdzakelijk gefinancierd door het Erasmus+-programma, dat de Commissie rechtstreeks beheert (zie kader 2).

Kader 2

Acties van de Commissie ter ondersteuning van de digitalisering van scholen in de lidstaten

Om de gereedheid van scholen en andere opleidingsorganisaties voor digitalisering te ondersteunen, heeft de Commissie Selfie ontwikkeld, een gratis online-instrument waarmee scholen, leerkrachten en leerlingen kunnen beoordelen waar ze staan met betrekking tot leren in het digitale tijdperk.

Om de ontwikkeling van digitale vaardigheden in scholen te bevorderen, heeft de Commissie de EU-programmeerweek opgeschaald, een actie die wordt gefinancierd in het kader van het programma Digitaal Europa. Deze actie wordt uitgevoerd door vrijwilligers die programmeren en digitale geletterdheid bevorderen om zo meer jongeren te helpen de basisbeginselen van programmeren en computergericht denken onder de knie te krijgen.

Een onlineplatform, eTwinning, ondersteunt scholen, leerkrachten en leerlingen bij het gebruik van ICT voor grensoverschrijdende contacten en helpt hen om samen te werken aan projecten. Door de EU gecofinancierde nationale ondersteunende diensten in de lidstaten en de partnerlanden helpen het platform op nationaal niveau te promoten.

Ten slotte zouden scholen en andere onderwijsorganisaties in aanmerking kunnen komen voor individuele subsidies voor transnationale strategische partnerschapsprojecten in verband met digitalisering.

Reikwijdte en aanpak van de controle

17 In deze controle beoordeelden wij acties ter ondersteuning van digitaal onderwijs op scholen. Wij onderzochten met name of:

  • de acties van de Commissie, met name in het kader van het Erasmus+-programma, de digitalisering van scholen goed ondersteunden;
  • de nationale, regionale en lokale autoriteiten in de lidstaten gebruikmaakten van de in het kader van het cohesiebeleid beschikbare EU-financiering zoals bedoeld;
  • met het oog op de lopende uitvoering van de RRF tegen 2026, de lidstaten de digitalisering van scholen goed hebben aangepakt in hun RRP’s, en
  • de lidstaten de strategische doelstelling van de Commissie voor 202521 hadden omgezet in nationale strategieën of benaderingen om scholen aan te sluiten op gigabitinternet, en of de daadwerkelijke connectiviteit van scholen goed op schema ligt om die doelstelling te halen.

18 Met het oog hierop selecteerden wij zes lidstaten: Duitsland, Griekenland, Kroatië, Italië, Oostenrijk en Polen. Voor Duitsland, waar de deelstaten exclusieve verantwoordelijkheid hebben voor het onderwijsbeleid, selecteerden wij de deelstaat Noordrijn-Westfalen, de deelstaat met het grootste aantal scholen en leerlingen. Deze lidstaten hadden in de periode 2014-2020 ofwel aanzienlijke bedragen van de financiering in het kader van het cohesiebeleid (ESIF) aan de digitalisering van hun scholen besteed, of maken momenteel gebruik van steun van React-EU voor dat doel, of hadden in hun RRP’s specifieke maatregelen opgenomen die tot eind 2026 uit de RRF moesten worden gefinancierd. Eind 2021 was ongeveer 2,6 miljard EUR aan financiering in het kader van het cohesiebeleid uitgekeerd of vastgelegd voor de digitalisering van scholen. Nog eens 1,1 miljard EUR is momenteel in het kader van React-EU beschikbaar. Daarnaast zal tot 2026 meer dan 7 miljard EUR worden uitbetaald aan vier van deze lidstaten die ervoor kiezen de RRF voor hetzelfde doel te gebruiken, op voorwaarde dat zij op bevredigende wijze voldoen aan de in de RRP’s vastgestelde mijlpalen en streefdoelen (zie figuur 4).

Figuur 4 — EU-middelen voor de digitalisering van scholen in de bezochte lidstaten

Opmerking: ESIF-bedragen, betaald of vastgelegd vóór 31 december 2021, of begroot voor React-EU. Voor de RRF, bedragen gebaseerd op geraamde kosten in de RRP’s die opnieuw moeten worden gefinancierd wanneer de mijlpalen en streefdoelen tot 2026 naar behoren zijn behaald (zie bijlage I).

Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie en de lidstaten.

19 In alle zes lidstaten analyseerden wij de strategieën en benaderingen voor de digitalisering van scholen. Daarnaast onderzochten wij een steekproef van 61 acties of projecten die zijn of zullen worden gefinancierd uit het EFRO, het ESF, de RRF en het Erasmus+-programma, die alle tot doel hadden de digitalisering van scholen te ondersteunen. Wij kozen voor deze projecten vanwege hun financiële betekenis ofwel vanwege hun relevantie voor digitaal onderwijs op scholen. Ons werk was gericht op de vraag hoe goed deze projecten in nationale strategieën voor de digitalisering van scholen waren geïntegreerd. Ook gingen we na hoe effectief zij zijn geweest voor het verbeteren van digitaal onderwijs op scholen. Daarnaast bezochten wij 35 scholen die op een of andere manier EU-steun hadden gekregen in het kader van de gecontroleerde projecten (zie bijlage II).

20 In samenwerking met de relevante nationale en regionale autoriteiten hielden wij ook een online-enquête onder meer dan 49 000 basis- en middelbare scholen in Noordrijn-Westfalen (Duitsland), Griekenland, Kroatië, Italië en Polen. Deze enquête bestreek ongeveer een kwart van de scholen in de EU. Doel was actuele informatie, die anders niet beschikbaar was, te verkrijgen over de daadwerkelijke gigabitconnectiviteit van scholen, de rol van digitaal onderwijs en het gebruik van EU-instrumenten en -acties op dit gebied (zie de toelichting in bijlage III). Oostenrijkse scholen hebben wij niet ondervraagd, omdat de nationale autoriteiten besloten ons niet te steunen door het toezenden van onze vragenlijsten naar scholen.

21 Ten slotte baseerden wij ons op bevindingen uit onze eerdere speciale verslagen, zoals over hogesnelheidsbreedbandinfrastructuur in stedelijke en plattelandsgebieden22, en op de beoordeling door de Commissie van de nationale herstel- en veerkrachtplannen23.

22 Wij voerden onze controle uit in 2021 en 2022, waarbij de periode van 2015 tot en met 2021 werd bestreken. Het gebruik van de fondsen in het kader van het cohesiebeleid 2021-2027 hebben wij niet behandeld, omdat de Commissie haar beoordeling van de ontwerpprogramma’s voor de meeste lidstaten aan het eind van onze controlewerkzaamheden ter plaatse in juni 2022 nog niet had afgerond.

23 We besloten deze controle uit te voeren met het oog op de extra inspanningen van de Commissie om de lidstaten te ondersteunen bij de digitalisering van scholen en de aanzienlijke bedragen aan EU-steun die daartoe beschikbaar zijn voor de lidstaten, met name naar aanleiding van de COVID-19-pandemie.

24 Deze controle is bedoeld om de Commissie en de nationale en regionale autoriteiten van de lidstaten te helpen de uitdagingen van de digitalisering van scholen in de periode 2021-2027 doeltreffender aan te pakken.

Opmerkingen

De lidstaten hebben slechts beperkt gebruikgemaakt van de steun van de Commissie voor de digitalisering van hun scholen

In de meeste lidstaten waren er specifieke strategieën voor de digitalisering van scholen

25 Het actieplan heeft tot doel de lidstaten te ondersteunen bij het aanpakken van de uitdagingen voor digitaal onderwijs door te voorzien in instrumenten waarmee opvoeders en opleiders technologie beter kunnen toepassen. Dit omvat de ontwikkeling van relevante digitale vaardigheden alsook betere bewijsstukken en analyses. In de actualisering van het plan van 2020 werden deze ambities versterkt (zie figuur 2). Wij onderzochten of de bezochte lidstaten hun eigen strategieën ter ondersteuning van de digitalisering van hun scholen hadden vastgesteld of geactualiseerd, en of zij elementen van het op scholen gerichte actieplan in hun strategieën hadden opgenomen sinds de vaststelling van het plan in 2018.

26 In de periode 2014-2020 hadden Griekenland en Kroatië geen specifieke strategie voor de digitalisering van scholen. In Griekenland werd in de nationale digitaliseringsstrategie van 2016 de digitalisering van scholen als een van de verschillende prioriteiten genoemd en werd verwezen naar de rol van EU-steun in dit proces. Er werd echter geen duidelijk tijdschema voor de uitvoering vastgesteld. Kroatië had verschillende nationale strategieën voor connectiviteit en onderwijs die ook scholen omvatten, alsook een specifiek project voor de digitalisering van scholen dat was gebaseerd op de strategie voor onderwijs, wetenschap en technologie van 2014 (zie paragraaf 59).

27 Voor de periode 2014-2020 had Italië zijn strategie voor de digitalisering van scholen reeds in het nationaal plan voor de digitalisering van scholen uiteengezet. In 2020 heeft Italië een nationale strategie voor digitale competenties goedgekeurd, die ook betrekking heeft op scholen.

28 Polen heeft verscheidene algemene strategieën en overkoepelende projecten ontwikkeld die relevant zijn voor de digitalisering van scholen. In 2022 moest echter nog een gerichte strategie voor de digitalisering van het onderwijs (met inbegrip van scholen) worden ontwikkeld, evenals het plan voor de uitvoering van het RRP.

29 In 2019 had Duitsland een speciaal nationaal steunprogramma voor de digitalisering van scholen opgezet (het DigitalPakt Schule 2019-2024). Daarnaast heeft Noordrijn-Westfalen in 2020 op deelstaatniveau een speciale strategie voor scholen goedgekeurd (Digitalstrategie Schule NRW — Lehren und Lernen in der digitalen Welt), terwijl ook Oostenrijk een eigen strategie heeft goedgekeurd (8-Punkte-Plan).

Slechts enkele lidstaten hadden elementen van het actieplan in hun strategieën opgenomen

30 Alleen Italië verwees in de relevante strategie naar het actieplan. Het bevoegde ministerie had elk van de acties van het plan 2018 reeds ondersteund met eigen acties, en was voornemens dit te doen bij de uitvoering van de nationale strategie voor digitale competenties.

31 In Duitsland waren de deelstaten het eens geworden over een oriënterend kader voor digitaal onderwijs dat verwees naar DigComp, een Europees digitalecompetentiekader voor burgers. Hierin worden de belangrijkste vaardigheden beschreven die mensen nodig hebben om deel te nemen aan de digitale wereld, en het kader is ook relevant voor scholen. Andere elementen van het actieplan waren echter niet expliciet opgenomen in de strategie van de door ons bezochte deelstaat.

32 In Griekenland werd eind 2022 in geen enkele strategie naar het actieplan verwezen. De autoriteiten in Kroatië daarentegen beschouwden het geactualiseerde plan als een uitgangspunt voor de opstelling van hun nationaal plan voor de ontwikkeling van het onderwijsstelsel voor de periode 2022-2027, maar hadden eind 2022 nog geen concrete acties vastgesteld.

33 In Oostenrijk werd bij de opstelling van de nationale strategie niet expliciet rekening gehouden met het actieplan, voornamelijk omdat de belangrijkste pijlers ervan zijn ontworpen voordat het plan in 2018 werd bekendgemaakt. In Polen werd in geen van de strategieën verwezen naar of duidelijk rekening gehouden met elementen van het actieplan, hoewel ons controlebezoek aantoonde dat sommige projecten betrekking hadden op enkele van de prioritaire acties.

Veel scholen waren niet op de hoogte van acties van de Commissie die relevant zijn voor de digitalisering van scholen

34 Door middel van het actieplan ondersteunt de Commissie rechtstreeks de digitalisering van scholen met gratis online-instrumenten en -acties die voor alle scholen beschikbaar zijn. De meest relevante daarvan waren Selfie, de EU-programmeerweek en eTwinning (zie kader 2). Derhalve gingen wij na hoe doeltreffend de Commissie was om scholen in de lidstaten met deze acties te bereiken.

35 De Commissie deelde ons mee dat in totaal enkele miljoenen leerlingen en andere personen in tal van lidstaten, maar ook buiten de EU, gebruik hadden gemaakt van Selfie, de EU-programmeerweek en eTwinning. Zo waren er eind 2022 voor Selfie meer dan 3 miljoen geregistreerde leerlingen en leerkrachten in meer dan 20 000 scholen in de EU. Toen wij de scholen in onze enquête echter naar deze instrumenten vroegen, zeiden de meeste er niet mee bekend te zijn of ze niet te hebben gebruikt. Onze enquête bevestigde ook dat Selfie — het nieuwste initiatief — het instrument was waarmee scholen veruit het minst vertrouwd waren, gevolgd door de EU‑programmeerweek. Daarentegen waren er slechts zeer weinig scholen in Griekenland, Kroatië en Italië die niet op de hoogte waren van eTwinning (zie figuur 5).

Figuur 5 — Aandeel ondervraagde scholen dat niet op de hoogte was van geselecteerde acties van de Commissie ter ondersteuning van de digitalisering van scholen

Bron: enquête van de ERK.

36 Uit onze analyse van de gegevens van de Commissie en schoolstatistieken van Eurostat voor 2020 die alle lidstaten bestrijken, blijkt ook dat er aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten waren wat betreft het aandeel leerlingen en leerkrachten dat gebruikmaakt van Selfie. Spanje en Portugal liepen voorop, terwijl in andere lidstaten bijna geen enkele school van het instrument gebruikmaakte (zie figuur 6).

Figuur 6 — Aandeel leerlingen en leerkrachten dat gebruikmaakt van Selfie in de lidstaten

Bron: ERK, op basis van gegevens van de Commissie en Eurostat.

37 In de bezochte lidstaten bleek dat de belangrijkste reden om Selfie niet te gebruiken, was dat individuele scholen niet bekend waren met het instrument en dat het niet in nationale of regionale digitale onderwijsstrategieën was geïntegreerd. In Kroatië en Oostenrijk gebruikten scholen nationale instrumenten met vergelijkbare kenmerken die vóór Selfie waren ontwikkeld. Wij wijzen erop dat het algemene doel van Selfie in gevaar kan komen als het moet concurreren met instrumenten en processen waar scholen reeds gebruik van maken. De Commissie verklaarde het grote aantal geregistreerde gebruikers in Spanje en Portugal (die niet tot onze selectie van lidstaten behoorden) door het feit dat de nationale Ministeries van Onderwijs het gebruik van Selfie op scholen actief bevorderden.

38 Ook de gebruikmaking van acties in het kader van eTwinning varieerde aanzienlijk tussen de door ons bezochte lidstaten. In Italië bijvoorbeeld had het bevoegde ministerie een specifieke opleiding georganiseerd om leerkrachten te ondersteunen bij het gebruik van het instrument en om het initiatief op scholen te bevorderen. In andere lidstaten hadden de nationale of regionale Ministeries van Onderwijs scholen niet specifiek aangemoedigd om deel te nemen aan EU-activiteiten, of hadden zij deze niet in het leerplan geïntegreerd.

Digitalisering had geen prioriteit in strategische partnerschapsprojecten voor scholen

39 Met strategische partnerschappen met scholen en andere organisaties die actief zijn op onderwijsgebied wil de Commissie de ontwikkeling, overdracht en/of uitvoering van innovatieve praktijken op organisatorisch, lokaal, regionaal, nationaal of Europees niveau ondersteunen. Hoewel digitalisering in de periode 2014-2020 geen expliciete doelstelling van het Erasmus+-programma was, werden scholen in de richtsnoeren van de Commissie aangemoedigd projecten voor op ICT gebaseerd onderwijs, open onderwijs en innovatieve praktijken in een digitaal tijdperk in te dienen. Sinds 2020 wordt in de richtsnoeren verder de nadruk gelegd op de ontwikkeling van goed presterende ecosystemen op het gebied van digitaal onderwijs en een beter gebruik van digitale technologieën voor onderwijzen en leren. Wij onderzochten dus in hoeverre Erasmus+ scholen heeft geholpen bij hun digitaliseringsinspanningen.

40 In het kader van het Erasmus+-programma stelden wij vast dat de Commissie “digitalisering” niet nader heeft gedefinieerd en niet heeft verduidelijkt welk effect met de financiering moet worden bereikt. In de selectiecriteria voor projecten was geen bijzondere nadruk gelegd op ICT-gerelateerde projecten of de digitalisering van scholen. Vóór de COVID-19-pandemie waren er meer dan 8 700 projecten voor schoolpartnerschappen en strategische partnerschappen tussen scholen en andere organisaties, die de Commissie sinds 2015 had goedgekeurd. Wij schatten dat slechts een verwaarloosbaar deel van de projecten in de bezochte lidstaten gericht was op het vergroten van digitale competenties of de invoering van nieuwe, op ICT gebaseerde leermethoden op scholen. In augustus 2020 heeft de Commissie naar aanleiding van de COVID-19-pandemie een aanvullende oproep gedaan waarbij zij 100 miljoen EUR extra beschikbaar stelde om de gereedheid voor digitaal onderwijs te bevorderen, die gericht was op scholen en andere onderwijsentiteiten24. In 2022 liepen de in het kader van de oproep financieel gesteunde projecten echter nog en waren de resultaten nog niet beschikbaar.

41 In onze steekproef van tien projecten voor strategische partnerschappen die elementen van digitalisering bevatten en vóór 2020 waren gestart, stelden wij vast dat de projecten in kwestie — voor zover zij geen vertraging hadden opgelopen door de COVID-19-pandemie — de beoogde outputs hadden bereikt en deelnemers hadden ondersteund met innovatieve leer- en onderwijsoplossingen. Het effect ervan bleef echter grotendeels beperkt tot de deelnemers. De projecten waren niet geïntegreerd in of gekoppeld aan nationale of regionale digitaliseringsstrategieën, en coördinatie met andere door de EU of nationaal gefinancierde acties was geen vereiste. Slechts bij twee van de door ons gecontroleerde projecten waren nieuwe leerbenaderingen integrerend onderdeel geworden van het leerplan van de school. Ook voor deze projecten was echter geen informatie beschikbaar over de vraag of de benaderingen waren uitgebreid tot scholen die niet aan het project hadden deelgenomen.

De financiële steun van de EU droeg bij tot de digitalisering van scholen, maar de toewijzing van financiering vertoonde gebreken

Door de EU gefinancierde acties waren niet altijd goed geïntegreerd in nationale strategieën voor de digitalisering van scholen

42 Een strategische en gecoördineerde aanpak binnen de lidstaten of regio’s voor investeringen in schoolinfrastructuur, de professionele ontwikkeling van leerkrachten en de beschikbaarheid van e-inhoud en concepten voor digitaal onderwijs sorteren een groter effect op de mainstreaming van digitaal onderwijs op scholen. Tegen deze achtergrond onderzochten wij of door de EU gefinancierde acties in de bezochte lidstaten ten minste goed waren geïntegreerd in actuele nationale of regionale strategieën voor de digitalisering van scholen.

43 Wij stelden vast dat door de EU gefinancierde acties niet altijd goed zijn geïntegreerd in nationale strategieën voor de digitalisering van scholen. Dit wordt ook verklaard door het feit dat een dergelijke wettelijke verplichting in EU- (of nationale) wetgeving ontbreekt. In dit verband merken wij op dat voor strategieën slimme specialisatie — die een voorwaarde waren voor lidstaten of regio’s om middelen uit hoofde van het cohesiebeleid te ontvangen voor investeringen op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie — niet expliciet acties voor de digitalisering van scholen nodig waren25.

44 In Duitsland (Noordrijn-Westfalen) omvatte de Digitalstrategie Schule NRW leenapparatuur voor leerkrachten (uiteindelijk gefinancierd uit de RRF) en leerlingen (gefinancierd in het kader van React-EU). Het geplande nationale onderwijsplatform noch de steun voor centra voor onderwijsexpertise (zie kader 1) waren echter in een digitaliseringsstrategie geïntegreerd. Tegen medio 2022 vormden zij nog steeds afzonderlijke maatregelen ter ondersteuning van de digitalisering van scholen, omdat er geen bestuurskader was om ervoor te zorgen dat de deelstaten — die de belangrijkste spelers op het gebied van onderwijs in Duitsland zijn en de exclusieve verantwoordelijkheid voor schoolonderwijs dragen — de geplande diensten voor hun scholen gebruiken. Volgens ons kan dit hun toegevoegde waarde voor scholen aanzienlijk verminderen.

45 In Griekenland en Polen waren door de EU gefinancierde projecten zoals de aanschaf van apparatuur in de periode 2014-2020 niet in een specifieke strategie voor de digitalisering van scholen geïntegreerd. Als onderdeel van een algemene strategie om het gebruik van moderne, op ICT gebaseerde onderwijsmethoden voor alle onderwijsniveaus en -types te ontwikkelen en uit te breiden, had Kroatië de digitalisering van scholen vanaf 2015 in één project ondergebracht, waardoor het de digitalisering van zijn scholen grotendeels holistisch kon aanpakken. In de Oostenrijkse strategie ter ondersteuning van de digitalisering van scholen speelden door de EU gefinancierde acties een centrale rol voor zover de verstrekking van apparatuur aan leerlingen financieel gezien het belangrijkste element was.

46 Hoewel in Italië sommige uit de cohesiebeleidsprogramma’s voor 2014-2020 gefinancierde acties goed in het nationale plan voor de digitalisering van scholen waren geïntegreerd (zie paragraaf 27), werd in een nieuw actieplan ter ondersteuning van de nieuwe algemene strategie inzake digitale competenties slechts naar acties voor de digitalisering van scholen verwezen voor zover deze uit de RRF zouden worden gefinancierd. Hoewel Italië in juni 2022 het School 4.0 plan voor de uitrusting van scholen met innovatieve klaslokalen had goedgekeurd, had het zijn specifieke strategie voor de digitalisering van scholen niet geactualiseerd. Bijgevolg blijft het door een gebrek aan specificatie onduidelijk hoe de uit de RRF gefinancierde acties zullen worden aangevuld met andere EU-acties die uit de cohesiebeleidsprogramma’s voor 2021-2027 worden gefinancierd, of met nationaal gefinancierde acties die nodig waren om ervoor te zorgen dat de uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit gefinancierde acties volledig doeltreffend waren.

47 Griekenland, dat aanzienlijke investeringen in de digitalisering van scholen plant die tot 2025 uit de RRF moeten worden gefinancierd (zie bijlage I), heeft in 2021 een overkoepelende strategie gepresenteerd voor de digitale transformatie van de samenleving en de economie (de zogenaamde bijbel voor digitale transformatie 2020-2025), die ook betrekking heeft op onderwijs en scholen. Tegen 2022 was er echter slechts een ruwe schatting voorhanden van de begroting die nodig is voor acties ter aanvulling van de door de RRF gefinancierde maatregelen, en bovendien had het bevoegde ministerie prioriteiten in de onderwijssector niet in concrete actieplannen vertaald.

48 Aangezien in de door ons bezochte lidstaten de door de EU gefinancierde acties meestal (met uitzondering van Kroatië) afzonderlijke interventies betroffen — zoals de aanschaf van apparatuur voor leerkrachten of leerlingen, of opleiding voor leerkrachten —, brengt een gebrekkige integratie in relevante nationale of regionale strategieën het risico op versnipperd gebruik van EU-middelen mee, met negatieve gevolgen voor de potentiële impact ervan.

Dankzij de EU-financiering konden de lidstaten de digitalisering van scholen ondersteunen, maar soms vormde zij louter een vervanging voor reeds toegewezen nationale middelen

49 Zowel de fondsen in het kader van het cohesiebeleid voor de periode 2014-2020 als de steun uit de RRF zijn onderworpen aan de volgende voorwaarden: zij mogen niet in de plaats komen van de structurele overheidsuitgaven of daarmee gelijk te stellen structurele uitgaven van een lidstaat, niet in de plaats komen van terugkerende nationale begrotingsuitgaven en moeten een aanvulling vormen op de steun uit hoofde van andere programma’s en instrumenten van de EU (het beginsel van additionaliteit)26. Derhalve onderzochten wij of door de EU gefinancierde acties voor de digitalisering van scholen in overeenstemming zijn met dit beginsel.

50 In onze steekproef troffen wij acties aan voor de digitalisering van scholen in Duitsland (Noordrijn-Westfalen) die met terugwerkende kracht in het Duitse RRP waren opgenomen: begin 2020 hadden de autoriteiten van de deelstaten al besloten de respectieve apparaten voor leerkrachten uit de deelstaatbegroting te financieren. Deze maatregel wordt nu opnieuw uit de RRF gefinancierd. Deze aanpak was in overeenstemming met de toepasselijke regels en werd daarom door de Commissie aanvaard tijdens de onderhandelingen over het Duitse RRP. Hoewel dit formeel strookt met het beginsel van additionaliteit en de mogelijkheid van terugwerkende kracht, zoals bepaald in de desbetreffende wetgeving27, zijn wij van mening dat EU-financiering via de RRF in een dergelijk geval geen intrinsieke meerwaarde heeft.

Door de EU gefinancierde acties hebben bijgedragen tot de digitalisering van scholen, maar de verwachte resultaten van de uit de RRF te financieren maatregelen zijn niet duidelijk omschreven

51 In de lidstaten die de fondsen in het kader van het cohesiebeleid hebben gebruikt voor de digitalisering van scholen, gingen wij na of de projecten beantwoordden aan de werkelijke behoeften van scholen en of zij de beoogde outputs hadden behaald. Aangezien in 2022 de meeste van de uit de RRF gesteunde maatregelen in de door ons bezochte lidstaten nog maar net van start waren gegaan, onderzochten wij hoe duidelijk mijlpalen en streefdoelen waren vastgesteld om de vooruitgang aan te duiden. Wij beoordeelden ook welke resultaten van de investeringen werden verwacht. Daarnaast beoordeelden wij in Duitsland (apparaten voor leerkrachten) en Oostenrijk (apparaten voor leerlingen) individuele maatregelen op de scholen die er al gebruik van hadden gemaakt.

52 De door ons onderzochte door de EU gefinancierde projecten in het kader van het cohesiebeleid hadden meestal betrekking op afzonderlijke aspecten van digitalisering, zoals de aankoop van ICT-apparatuur, de opleiding van leerkrachten of de verstrekking van digitaal lesmateriaal aan de scholen via speciale platforms. Uit onze analyse bleek dat met de projecten in de meeste gevallen de beoogde outputs werden behaald, maar wij stelden verschillende factoren vast die de door ons bezochte scholen ervan weerhielden optimaal gebruik te maken van de EU-steun (zie kader 3).

Kader 3

Voorbeelden van factoren die de beste resultaten van door de EU gefinancierde projecten in de weg stonden

In Griekenland en Italië weerhielden lage verbindingssnelheden en ontoereikende netwerken in schoolgebouwen veel scholen ervan optimaal gebruik te maken van door de EU gefinancierde apparatuur, met name voor cloudtoepassingen of onderwijsplatforms. Beide lidstaten organiseerden met EU-steun een specifieke ICT-opleiding voor leerkrachten, maar dit betrof slechts een relatief klein deel van alle leerkrachten. De meeste scholen die op onze enquête hebben gereageerd, zien dan ook nog steeds een aanzienlijke behoefte bij leerkrachten om digitaal vaardig en vertrouwd te worden.

Net als in Griekenland maakten de meeste scholen in Polen regelmatig gebruik van door de EU gefinancierd digitaal lesmateriaal. Wegens budgettaire beperkingen beschikten leerlingen echter niet over geschikte apparatuur om het materiaal in de klas effectief te gebruiken, met name buiten de specifieke ICT-lessen. In beide lidstaten mochten leerlingen op de meeste scholen ook geen eigen apparaten meenemen, hoewel bekend is dat leerlingen hierdoor meer gebruik gaan maken van apparaten voor studiedoeleinden. In het kader van de digitaliseringsstrategie van Italië heeft het bevoegde ministerie leerlingen daarentegen aangemoedigd hun eigen apparaten mee naar school te nemen.

53 Ingeval lidstaten de RRF gebruiken voor de digitalisering van scholen, worden in de mijlpalen en streefdoelen — die zij op bevredigende wijze moeten verwezenlijken voor de uitbetaling van steun — gewoonlijk inputs of outputs vermeld, zoals geïnvesteerde bedragen, aangeschafte apparatuur of het aantal opgeleide leerkrachten. Bij een van onze andere controles hadden we al geconstateerd dat sommige mijlpalen en streefdoelen niet duidelijk waren, niet alle essentiële fasen afdekten en eerder de output dan het effect maten28. Effectindicatoren hebben per definitie een langere tijdshorizon, die wellicht niet goed past bij het beperkte tijdsbestek voor de uitvoering van de RRF. Door het vermijden van effectindicatoren wordt de mogelijkheid om de prestaties van de maatregelen te beoordelen echter aanzienlijk beperkt. Ook bij deze controle troffen wij voorbeelden aan van tekortkomingen in de omschrijving van mijlpalen en streefdoelen, die niet verwezen naar verwachte resultaten voor de digitalisering van scholen. Hierdoor kunnen middelen volledig aan de lidstaten worden uitbetaald, ook al zijn er in dat stadium op scholen slechts matige of geen resultaten geboekt (zie kader 4).

Kader 4

Onduidelijke verwachte resultaten voor uit de RRF gefinancierde maatregelen op scholen

In Italië en Oostenrijk hadden de maatregelen in de nationale RRP’s ook betrekking op een hervorming van de onderwijssector die gericht was op het versterken van het aanbod van opleidingsdiensten van kleuterschool tot universiteit (Italië), of op eerlijke en gelijke toegang tot digitale basisvaardigheden voor alle leerlingen in het lager middelbaar onderwijs (Oostenrijk). Het is echter nog onduidelijk welke vooruitgang de scholen op het gebied van digitaal onderwijs daadwerkelijk zouden moeten boeken met betrekking tot de mijlpalen en streefdoelen die zijn vastgesteld voor deze maatregelen.

In Duitsland is de volledige uitbetaling van de steun voor de maatregel inzake apparatuur voor leerkrachten afhankelijk van de vraag of leerkrachten een verbetering van de beschikbare digitale infrastructuur en het gebruik van digitale media op scholen hebben geconstateerd (zie bijlage IV). Het blijft echter onduidelijk welke resultaten voor digitaal onderwijs van de investering worden verwacht.

In Griekenland omvat de investeringsmaatregel voor de digitalisering van scholen elf subprojecten (acties) op nationaal niveau, variërend van interactieve apparatuur voor scholen, opleiding voor leerkrachten en apparatuur voor leerlingen en leerkrachten tot de ontwikkeling van innovatiecentra en digitale diensten voor scholen en universiteiten. De maatregel moet vergezeld gaan van een alomvattende hervormingsstrategie om leerplannen te actualiseren, diensten te rationaliseren en onderwijsresultaten te controleren. Voor de volledige uitbetaling van de steun (voltooiingsstreefdoel) moet Griekenland echter vóór eind 2024 minimaal slechts 36 000 interactieve leersystemen installeren, zoals whiteboards, laptops of interactieve projectoren voor klaslokalen op lagere en middelbare scholen, ook al is dit slechts een van de vele uit de RRF gefinancierde subprojecten ter verbetering van digitaal onderwijs.

54 In het kader van de RRF wordt EU-steun uitbetaald wanneer een lidstaat op bevredigende wijze voldoet aan de streefdoelen en mijlpalen die zijn vastgesteld in het door de Raad aangenomen uitvoeringsbesluit betreffende het nationale RRP. Voor door de RRF gefinancierde investeringen in de digitalisering van scholen hadden de lidstaten de in de RRP’s opgenomen bedragen doorgaans geraamd aan de hand van gegevens van soortgelijke acties in het verleden, wanneer dergelijke gegevens beschikbaar waren, zij het — vanwege het spoedeisende karakter van het instrument — zonder kosten-batenanalyses uit te voeren voordat zij in het RRP werden opgenomen. Tijdens de onderhandelingen over de nationale RRP’s werden deze ramingen vervolgens door de Commissie gecontroleerd en gevalideerd29.

55 In tegenstelling tot andere vormen van EU-steun kunnen in het kader van de RRF de werkelijke kosten van de door de lidstaten gedragen maatregelen hoger of lager zijn dan de in het nationale RRP opgenomen bedragen30. In twee lidstaten constateerden wij dat de kostenramingen voor twee reeds uitgevoerde maatregelen aanzienlijk hoger waren dan de werkelijke kosten tijdens de uitvoering (zie kader 5). De Commissie gebruikt deze kostenramingen voor het vaststellen van de financiële bijdrage aan de lidstaat31.

Kader 5

Voorbeelden van aanzienlijk lagere investeringskosten voor uit de RRF gefinancierde maatregelen ter ondersteuning van de digitalisering van scholen

In Duitsland wordt met de RRF de oprichting van een nationaal digitaal onderwijsplatform ondersteund. Toen de Commissie het nationale RRP beoordeelde, had het platform tot doel een “ecosysteem op het gebied van de onderwijsruimte” tot stand te brengen. Aangezien de voorgenomen investering geen precedent had, werden de kosten voor het project ter waarde van 630 miljoen EUR slechts in zeer algemene termen geraamd, zonder dat het bevoegde ministerie de voordelen van een dergelijk platform kon kwantificeren. Ten tijde van ons bezoek in april 2022 schatte het ministerie de kosten op minder dan 500 miljoen EUR, exclusief belasting over de toegevoegde waarde (btw). Dit is aanzienlijk lager dan de 529 miljoen EUR die Duitsland tijdens de onderhandelingen met de Commissie als kosten exclusief btw voor deze maatregel had geraamd.

In Italië schreef het bevoegde ministerie, als onderdeel van de investering van 261 miljoen EUR, een openbare aanbesteding uit om meer dan 9 900 scholen aan te sluiten op gigabitinternet en kende het raamovereenkomsten ter waarde van in totaal 166 miljoen EUR toe aan vier aannemers. Dit is 18 miljoen EUR minder dan de kosten die het betrokken ministerie voor deze fase van de procedure had geraamd. Bovendien omvat de totale geplande investering ook 41 miljoen EUR aan btw, hetgeen nationale inkomsten zijn en geen kosten die door de lidstaat moeten worden gedragen. Bij de verificatie vooraf door de Commissie van de kostenramingen voor deze maatregel tijdens de onderhandelingen over het nationale RRP kwam niet naar voren dat er btw in was opgenomen.

De RRF is zo opgezet dat bedragen die niet aan een maatregel worden besteed de facto begrotingssteun voor de betrokken lidstaat vormen.

Scholen werden onvoldoende betrokken bij de vaststelling van de behoeften, waardoor het effect van de EU-financiering werd beperkt

56 Nationale of regionale strategieën voor de digitalisering van scholen kunnen slechts als uitgangspunt dienen om te bepalen wat scholen moeten bereiken en wat die scholen specifiek nodig hebben. Het is dus van belang dat de behoeften van scholen op een passend niveau worden vastgesteld, en met het oog op betere leerresultaten voor leerlingen. Daartoe onderzochten wij in hoeverre de bezochte lidstaten bij de vaststelling van de door de EU gefinancierde projecten rekening hadden gehouden met de behoeften van scholen.

57 De wijze waarop scholen hun behoeften aan digitalisering kenbaar kunnen maken, verschilt aanzienlijk in de door ons bezochte lidstaten. Zo zijn in Duitsland de lokale onderwijsinstanties verantwoordelijk voor de aansluiting van hun scholen en de uitrusting ervan met apparatuur, terwijl de betrokken deelstaat het onderwijsbeleid bepaalt, de lonen van leerkrachten betaalt en hun opleiding aanbiedt. In Kroatië is één overheidsinstantie verantwoordelijk voor de infrastructuur, alsook voor de ICT-opleiding van leerkrachten en de verstrekking van software voor digitaal lesmateriaal op openbare scholen. In Italië hebben scholen een zekere mate van autonomie bij de aankoop van apparatuur en diensten, terwijl het Ministerie van Onderwijs verantwoordelijk is voor de organisatie van opleidingen voor leerkrachten en andere ondersteuning.

58 Wij constateerden dat scholen niet altijd voldoende betrokken waren bij het aankoopproces om hun behoeften kenbaar te maken, of geen strategische benadering van digitaal onderwijs konden hanteren. Door de EU gefinancierde projecten kunnen dus hun doelstellingen bereiken en bijdragen tot de digitale ontwikkeling van scholen, maar zij blijven gefragmenteerd en hebben geen significante impact op de digitalisering van scholen als geheel (zie kader 6).

Kader 6

Tekortkomingen bij de vaststelling van de behoeften van de scholen

In Duitsland (Noordrijn-Westfalen) werd voor de toewijzing van middelen aan de deelstaten voor nieuwe leenapparatuur voor leerkrachten een nationale verdeelsleutel gevolgd die gebaseerd was op hun belastinginkomsten en inwonersaantal, maar niet op het aantal leerkrachten dat daadwerkelijk een nieuw apparaat nodig had. De onderwijsinstanties hadden bij de aanschaf van apparatuur ook niet altijd voldoende rekening gehouden met de behoeften van leerkrachten: op twee van de vier bezochte scholen waren de nieuwe apparaten niet compatibel met de bestaande apparatuur, mochten de leerkrachten niet de software installeren die zij nodig hadden om les te geven of waren de apparaten niet geschikt voor het uitvoeren van administratieve taken. De leerkrachten bleven daarom eigen apparaten gebruiken.

In Griekenland werd de aanschaf van ICT-apparatuur centraal beheerd door het bevoegde ministerie. In 2016 en 2017 moesten scholen hun behoeften aan IT-apparatuur opgeven, maar het ministerie had geen richtsnoeren gegeven noch een formeel kader opgezet voor het gebruik van digitale technologieën in de klas. Dit maakte het voor scholen moeilijk om vast te stellen welk type uitrusting het best aan hun behoeften voldeed. Door aanzienlijke vertragingen in het aanbestedingsproces ontvingen scholen de apparatuur pas laat in 2021 of wachtten zij er nog steeds op in 2022, toen hun behoeften en de technologie van de apparatuur al waren veranderd.

In Italië organiseerde het bevoegde ministerie mettertijd afzonderlijke oproepen tot het indienen van voorstellen, waardoor scholen steun in het kader van het cohesiebeleid konden aanvragen voor een specifiek project, zoals een nieuw computerlokaal. Het hoofddoel was een beperkt budget toe te wijzen aan scholen die aan bepaalde criteria voldeden, zoals hun locatie of de sociale achtergrond van hun leerlingen. Hoewel deze aanpak aan de doelstellingen van het operationele programma beantwoordde, moesten scholen voor elke oproep een behoefte specificeren en een “project” definiëren, in plaats van dat zij dit konden bepalen aan de hand van een strategische digitaliseringsaanpak voor hun school.

In Polen heeft het ontbreken van een overkoepelende strategie voor de digitalisering van scholen ertoe geleid dat scholen steun uit verschillende bronnen — op EU- of nationaal niveau gefinancierd — moesten aanvragen.

59 Voor fondsen in het kader van het cohesiebeleid had van de door ons bezochte lidstaten alleen Kroatië gekozen voor een aanpak waarbij EU-steun in het kader van één enkele actie wordt gebruikt om investeringen in ICT-apparatuur, professionele ontwikkeling van leerkrachten en e-inhoud te coördineren, zodat alle scholen systematisch moderne onderwijsmethoden en -technieken en innovatieve onderwijs- en leerpraktijken kunnen toepassen. De andere lidstaten verklaarden de algemene behoefte aan steun meestal door de ondermaatse connectiviteit van scholen en digitale vaardigheden, zoals blijkt uit nationale of internationale studies of evaluaties. Soms verwezen de operationele programma’s ook naar doelstellingen op hoger niveau, zoals vermindering van het aantal vroegtijdige schoolverlaters of verbetering van de vaardigheden van leerkrachten en leerlingen in het algemeen. In dergelijke gevallen werden acties ter ondersteuning van digitalisering vaak aangevuld met acties die geen verband hielden met digitalisering, en was het niet duidelijk welke specifieke resultaten scholen geacht werden te bereiken met hun digitaliseringsinspanningen.

Veel scholen benutten het potentieel van digitalisering nog niet

60 Een belangrijke motor voor de invoering van digitale technologieën op scholen zijn passende leerplannen en opleidingsplannen die leerkrachten en leerlingen ertoe aanzetten nieuwe technologieën in alle schoolvakken toe te passen. De beschikbaarheid en de kwaliteit van lesmateriaal zijn op zich een voorwaarde voor de digitalisering van scholen, maar vormen geen garantie voor beter leren. Scholen en leerkrachten moeten deze middelen dus kunnen gebruiken om leren en onderwijzen te verbeteren, met name wat betreft ICT in het onderwijs32.

61 Om ICT zo breed mogelijk in het dagelijkse schoolleven te integreren, hebben scholen ook een aanpak nodig die het gebruik van digitaal onderwijs in de klas ondersteunt. Die steun kan informeel zijn, bijvoorbeeld door leerkrachten te adviseren over de voordelen van digitaal onderwijs en opleiding in het algemeen, of door formele strategieën of schriftelijke verklaringen, zoals een op schoolniveau vastgesteld “e-beleid”. Dit zou scholen ook kunnen helpen hun eigen behoeften beter te bepalen.

62 In onze enquête vroegen wij scholen naar de beschikbare apparatuur en naar hun mening over de vaardigheden van leerkrachten wat betreft het gebruik van digitale technologieën bij het leren en onderwijzen, en waar zij nog de grootste behoefte aan actie zagen. Uit de antwoorden die wij ontvingen, blijkt dat bijna alle respondenten op de een of andere manier gebruikmaken van digitale apparatuur. Uit de antwoorden blijkt echter dat er nog steeds aanzienlijke verschillen bestaan in de hoeveelheid en de kwaliteit van de apparatuur waarover de scholen beschikken, in de mate waarin leerkrachten geacht worden voorbereid te zijn op digitaal lesgeven en in hoe vaak en waar digitaal lesgeven daadwerkelijk wordt toegepast (zie bijlage III).

63 Hoewel de door ons bezochte lidstaten voor bepaalde klassen verplichte ICT-lessen hadden ingevoerd, of ten minste van plan waren dit te doen, gaven veel scholen die op onze enquête hadden gereageerd aan dat, buiten specifieke ICT-lessen, minder dan een derde van de leerlingen minstens één keer per week een digitaal apparaat gebruikt om op school te leren. Dit betekent dat op veel scholen het gebruik van ICT nog niet in alle vakken gebruikelijk is (zie figuur 7).

Figuur 7 — Aandeel leerlingen dat een digitaal apparaat gebruikt buiten specifieke ICT-lessen

Bron: enquête van de ERK.

64 Noch de operationele programma’s 2014-2020, noch de door ons onderzochte nationale RRP’s eisten van scholen die EU-steun ontvangen dat zij over strategieën of concepten beschikten om een breed gebruik van digitale technologieën voor onderwijsdoeleinden te waarborgen.

65 In de door ons bezochte lidstaten zijn alleen in Oostenrijk scholen die hebben deelgenomen aan de door de RRF gefinancierde maatregel om hun leerlingen uit te rusten met digitale apparatuur, wettelijk verplicht een ontwikkelings- en uitvoeringsplan op te stellen ter ondersteuning van het onderwijs met behulp van ICT en digitale media en waarin doelstellingen en acties op korte, middellange en lange termijn worden omschreven33. Het bevoegde ministerie had echter geen actuele informatie over hoeveel scholen daadwerkelijk aan deze wettelijke verplichting hadden voldaan.

66 In Duitsland heeft het Ministerie van Onderwijs van de deelstaat Noordrijn-Westfalen scholen een referentiekader voor schoolkwaliteit verstrekt en heeft het in 2018 digitalemediaconcepten op scholen verplicht gesteld, teneinde de invoering van digitale lesmethoden te mainstreamen. In Italië heeft het Ministerie van Onderwijs in 2020 scholen, voornamelijk vanwege de impact van de COVID-19-pandemie, gevraagd een plan voor geïntegreerd digitaal onderwijs goed te keuren. In Griekenland kunnen scholen ervoor kiezen digitale vaardigheden op vrijwillige basis in hun ontwikkelingsplannen op te nemen.

67 Derhalve vroegen wij scholen of zij een formele strategie (of formeel concept) hadden voor het gebruik van digitale technologieën voor onderwijsdoeleinden. Dergelijke concepten kunnen betrekking hebben op bestaande en gewenste IT-infrastructuur van scholen, permanente ICT-opleiding voor leerkrachten, bewust gebruik van digitale apparatuur, het gebruik van platforms en digitaal leermateriaal voor onderwijsdoeleinden, of cyberbeveiliging. Ten minste de helft van de scholen die op onze enquête reageerden, beschikte over dergelijke concepten (zie figuur 8).

Figuur 8 — Aandeel scholen met een formele strategie of formeel concept voor het gebruik van digitale technologieën voor onderwijsdoeleinden

Bron: enquête van de ERK.

68 Uit onze analyse van de antwoorden op de enquête blijkt ook dat scholen zonder e-beleid minder gebruikmaken van ICT tijdens hun lessen. Volgens ons benadrukt dit het belang van een formele aanpak door scholen om het potentieel van de digitalisering zo doeltreffend mogelijk te benutten.

Slechts enkele lidstaten beoordelen de resultaten die met EU-steun voor de digitalisering van scholen zijn bereikt

69 De digitalisering van scholen is geen doel op zich, maar een open proces ter ondersteuning van de ontwikkeling van de vaardigheden van leerlingen en ter verbetering van de leerresultaten. De aanschaf van apparatuur of de opleiding van leerkrachten zijn dus een voorwaarde voor de effectieve digitalisering van scholen, maar zijn op zich geen indicatie voor de kwaliteit van digitaal onderwijs op scholen. Door het digitaliseringsproces te monitoren, kan gemakkelijker worden vastgesteld of de ingezette middelen effectief zijn om resultaten voor leerlingen te bereiken. Monitoring en evaluatie zijn ook relevant voor de beoordeling van de doeltreffendheid, de efficiëntie en het effect van de EU-steun34. Derhalve onderzochten wij of de Commissie en de door ons bezochte lidstaten procedures hadden voor het monitoren en evalueren van de vooruitgang die scholen met behulp van EU-middelen op het gebied van digitaal onderwijs hadden geboekt.

70 Sinds 2013 steunt de Commissie de International Computer and Information Literacy Study, die om de vijf jaar de ICT-kennis van leerlingen en leerkrachten in geselecteerde landen wereldwijd beoordeelt. De EU-lidstaten die deelnamen aan de laatst beschikbare studie (2018) waren Denemarken, Tsjechië, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Portugal en Finland. De volgende studie zal in 2023 worden uitgevoerd.

71 Ondertussen heeft de Commissie geen volledige gegevens over de totale bedragen die voor de digitalisering van scholen worden uitgegeven. Aangezien digitaal onderwijs of de digitalisering van scholen in de periode 2014-2020 geen expliciete thematische doelstelling van de fondsen in het kader van het cohesiebeleid was, waren de lidstaten niet verplicht dergelijke gegevens te verzamelen en aan de Commissie mee te delen. Bovendien houdt de Commissie niet specifiek toezicht op de bijdrage van de EU‑financiering aan digitaal onderwijs.

72 De lidstaten die EU-middelen gebruiken voor de digitalisering van scholen waren evenmin verplicht specifieke beoordelingen uit te voeren van de vooruitgang die scholen met behulp van EU-middelen op het gebied van digitaal onderwijs hebben geboekt. De indicatoren die de lidstaten moesten vaststellen voor de monitoring van de output en de resultaten van de operationele programma’s uit hoofde van de fondsen in het kader van het cohesiebeleid35 hadden betrekking op de investeringsprioriteit als geheel. Deze indicatoren waren ofwel van een te hoog niveau om informatie te verschaffen over de vooruitgang die de scholen op het gebied van digitalisering hadden geboekt, ofwel beperkt tot afzonderlijke acties zoals het percentage leerkrachten dat een opleiding ter verbetering van hun digitale vaardigheden had gevolgd.

73 Door het tijdelijke karakter van de RRF heeft de Commissie de lidstaten die er gebruik van maken evenmin gevraagd in hun RRP’s mijlpalen voor monitoring en evaluatie op te nemen of de maatregelen ter ondersteuning van de digitalisering van scholen te evalueren. De lidstaten hoeven dus in het algemeen niet te beoordelen of de uit de RRF gefinancierde maatregelen tot daadwerkelijke verbeteringen op het gebied van digitaal onderwijs hebben geleid.

74 In de bezochte lidstaten constateerden wij dat alleen Kroatië en Italië beschikken over een aanpak voor het systematisch monitoren van de voortgang van de digitalisering van scholen die EU-steun ontvangen (zie kader 7).

Kader 7

Voorbeelden van monitoring van de voortgang van de digitalisering van scholen

In Italië heeft het Ministerie van Onderwijs een monitoringsysteem ingevoerd (het zogenaamde observatorium voor de digitale school), waarbij elk jaar via een digitaal rapportageplatform kwantitatieve gegevens worden verzameld over de connectiviteit van schoolgebouwen, het gebruik van apparaten en technologische apparatuur en de digitale vaardigheden van leerlingen.

In Kroatië monitoren de nationale autoriteiten — als een van de belangrijkste outputs van het project voor de digitalisering van Kroatische scholen, dat wordt gefinancierd door de fondsen in het kader van het cohesiebeleid — de e-rijpheid van scholen op vijf niveaus. Digitaal rijpe scholen zijn scholen met een hoog niveau van ICT-integratie waar het gebruik van ICT niet langer afhangt van het enthousiasme van individuen, maar van een systematische aanpak. Voor deze monitoring wordt gebruikgemaakt van gegevens uit zelfevaluaties van scholen en externe evaluaties van 151 scholen die aan de eerste fase van het project hebben deelgenomen.

75 In de andere lidstaten werden de resultaten doorgaans alleen voor afzonderlijke projecten gemonitord, en bestonden er geen regelingen om het effect van de door de EU gefinancierde maatregelen op digitaal onderwijs regelmatig te evalueren. Hierdoor is het moeilijk te beoordelen in hoeverre EU-steun de digitalisering van scholen heeft bevorderd.

Slechts enkele scholen kunnen gebruikmaken van gigabitconnectiviteit

De daadwerkelijke connectiviteit van veel scholen is nog steeds laag

76 De beschikbaarheid van snelle internetverbindingen en netwerken op scholen is een eerste vereiste om gebruik te kunnen maken van geavanceerde IT-apparatuur. Wij onderzochten daarom of de door ons bezochte lidstaten de door de Commissie vastgestelde strategische doelstelling van 2025 voor gigabitconnectiviteit hadden vertaald in nationale strategieën of benaderingen om al hun scholen uiterlijk in 2025 aan te sluiten, en of de daadwerkelijke connectiviteit van scholen een goed gebruik van ICT mogelijk maakt.

77 Terwijl de Commissie via de index van de digitale economie en samenleving toezicht houdt op de algemene vooruitgang bij het bereiken van connectiviteitsdoelstellingen voor huishoudens op EU-niveau, beschikt zij slechts over beperkte informatie over de daadwerkelijke connectiviteit van scholen, en monitort zij deze niet in het bijzonder. Alle door ons bezochte lidstaten monitorden de algemene vooruitgang inzake de connectiviteit van hun scholen, maar in Duitsland, Oostenrijk en Polen constateerden wij enige moeilijkheden bij de beoordeling van de daadwerkelijke connectiviteit. In Duitsland (Noordrijn-Westfalen) was de informatie over de daadwerkelijke connectiviteit tegenstrijdig. Het deelstaatministerie ondervroeg scholen regelmatig, maar zijn gegevens weken sterk af van de gegevens die op federaal niveau bij aanbieders van telecommunicatiediensten werden verzameld. In Oostenrijk beschikten de autoriteiten slechts over verouderde informatie, omdat zij de scholen sinds het begin van de COVID-19-pandemie niet meer hadden ondervraagd. Er waren ook technische problemen bij de overeenstemming van schooladressen met de gegevens in de nationale breedbandatlas, de belangrijkste informatiebron voor de beschikbaarheid van gigabit. In Polen had de monitoring reeds betrekking op meer dan 85 % van de scholen en werd deze verder uitgebreid naarmate de aansluiting van scholen vorderde.

78 De doelstellingen van de Commissie voor 2025 zijn alleen gericht op de beschikbaarheid van gigabitverbindingen, niet op het daadwerkelijke gebruik van diensten door scholen. In de lidstaten waarop onze controle betrekking had, bleek uit de contracten met telecomaanbieders dat slechts een klein deel van de ondervraagde scholen daadwerkelijk gigabitbreedbandverbindingen gebruikt en dus optimaal gebruik kan maken van de mogelijkheden van ICT in digitaal onderwijs (zie figuur 9).

Figuur 9 — Downloadsnelheid van scholen volgens contracten met telecomaanbieders

Bron: enquête van de ERK.

79 In alle door ons bezochte lidstaten constateerden wij ook dat veel scholen door een ontoereikende infrastructuur niet optimaal gebruik kunnen maken van beschikbare verbindingen voor onderwijs. Veel schoolgebouwen zijn oud en moeten worden gemoderniseerd met goede netwerkbekabeling en wifi in de klaslokalen.

Sommige lidstaten zullen de gigabitdoelstelling voor 2025 wellicht niet halen

80 Wij stelden vast dat de lidstaten de gigabitconnectiviteit van hun scholen op verschillende manieren bevorderen. In Duitsland (Noordrijn-Westfalen) streefde de deelstaatregering ernaar alle scholen tegen eind 2022 aan te sluiten. Oostenrijk plande alleen zijn federale scholen tegen eind 2023 aan te sluiten, dat wil zeggen slechts 10 % van alle scholen. De verantwoordelijkheid voor de aansluiting van andere scholen ligt bij de lokale onderwijsinstanties, die al dan niet streven naar snelle verbindingen voor de scholen die onder hun bevoegdheid vallen. Kroatië en Italië streven ernaar schoolgebouwen tegen 2025 aan te sluiten, maar in hun aanbestedingsprocedures zijn de doelstellingen voor de voltooiing van de werkzaamheden pas medio 2026 vastgesteld. Griekenland wil overheidsdiensten — inclusief alle scholen — tegen 2027 aansluiten (zie figuur 10).

Figuur 10 — Doelstellingen van de lidstaten voor gigabitconnectiviteit van scholen

Bron: ERK.

81 Volgens de laatste actualisering van een studie van de Commissie over nationale breedbandplannen in de EU-2736 hebben slechts een handvol lidstaten de doelstellingen van de digitale agenda voor Europa 2020 — die echter minder ambitieus waren dan de doelstelling van de gigabitmaatschappij — bijna of reeds bereikt. De studie was niet specifiek gericht op scholen, maar er werd in geconcludeerd dat de lidstaten hun inspanningen moeten opvoeren om de doelstellingen van de gigabitmaatschappij tegen 2025 te bereiken — of bijna te bereiken. Volgens ons is het door het ontbreken van een strikte strategische planning in de lidstaten en van specifieke programma’s voor het aansluiten van scholen — in combinatie met vertragingen bij de uitvoering van dergelijke programma’s — onwaarschijnlijk dat alle scholen in de EU in 2025 op gigabitinternet zullen zijn aangesloten.

82 Slechts vier van de zes bezochte lidstaten (Duitsland, Italië, Oostenrijk en Polen) hadden specifieke steunprogramma’s vastgesteld om de aansluiting van scholen te versnellen, waarvoor Polen al vóór 2021 EU-financiering had gebruikt. In Italië was echter — ondanks een aanzienlijke toename van het aantal aangesloten schoolgebouwen sinds de start van het programma in 2020 — in sommige regio’s al sprake van aanzienlijke vertragingen bij de uitvoering van het programma, waardoor de algemene verwezenlijking van de doelstelling voor 2025 in gevaar komt.

Conclusies en aanbevelingen

83 Wij concluderen dat door de EU gesteunde acties scholen hebben geholpen bij hun inspanningen op het gebied van digitalisering, maar dat het de lidstaten ontbrak aan strategische focus bij het gebruik van EU-financiering.

84 Het actieplan voor digitaal onderwijs van de Commissie heeft tot doel de lidstaten te ondersteunen bij het aanpakken van de uitdagingen voor digitaal onderwijs door instrumenten aan te reiken om opvoeders en opleiders te helpen beter gebruik te maken van technologie, bijvoorbeeld door relevante digitale vaardigheden te ontwikkelen en betere gegevens en analyses te verstrekken. Tegen 2022 hadden echter niet alle door ons bezochte lidstaten specifieke strategieën voor de digitalisering van hun scholen, en de meeste hadden de doelstellingen van het actieplan niet in hun strategieën vertaald (zie de paragrafen 25-29).

85 Hoewel scholen in sommige lidstaten erin zijn geslaagd een aantal belangrijke elementen van het actieplan over te nemen, waren veel scholen in andere lidstaten nog grotendeels onbekend met dergelijke aspecten. Tot het uitbreken van de COVID-19-pandemie was digitalisering geen prioriteit in de strategische partnerschapsprojecten van scholen die in het kader van het Erasmus+-programma werden gefinancierd: slechts enkele projecten ondersteunden digitalisering en de resultaten ervan bleven meestal beperkt tot directe deelnemers aan het project (zie de paragrafen 30-41).

Aanbeveling 1 — Bevorder EU-acties in het kader van het actieplan voor digitaal onderwijs actiever en vergroot het effect van strategische partnerschappen

De Commissie moet haar eigen acties, zoals Selfie en de EU-programmeerweek, in het kader van het actieplan voor digitaal onderwijs actiever bevorderen, bijvoorbeeld door nauwer samen te werken met scholen, en het effect van strategische partnerschapsacties op de digitalisering van scholen vergroten.

Tijdpad: eind 2024

86 De lidstaten zijn er niet altijd in geslaagd door de EU gefinancierde acties in nationale of regionale strategieën voor de digitalisering van scholen op te nemen, hetgeen het risico van uit de EU-begroting gefinancierde versnipperde maatregelen had kunnen verminderen en tot een groter effect had kunnen bijdragen. Er waren ook enkele lidstaten die hun strategieën voor de periode 2021-2027 niet hadden geactualiseerd, en waar het onduidelijk was hoe acties ter aanvulling van door de EU gefinancierde maatregelen zouden worden gefinancierd (zie de paragrafen 42-48).

87 De door de EU gefinancierde acties die in het kader van deze controle werden onderzocht, waren officieel in overeenstemming met het beginsel van additionaliteit. We troffen echter ook gevallen aan waarin een lidstaat met terugwerkende kracht een maatregel opnam in het nationale herstel- en veerkrachtplan, ter vervanging van nationale financiering die reeds was toegewezen vóór de totstandkoming van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Hoewel dit in overeenstemming is met de wetgeving, biedt EU-financiering in dit geval geen intrinsieke meerwaarde (zie de paragrafen 49 en 50).

88 In de meeste gevallen leverden de door de EU gefinancierde projecten die tijdens deze controle werden onderzocht de beoogde outputs op, maar er waren nog steeds factoren die verhinderden dat de door ons bezochte scholen optimaal gebruikmaakten van EU-financiering. Bij de door de herstel- en veerkrachtfaciliteit ondersteunde maatregelen stelden we tekortkomingen vast in de wijze waarop mijlpalen en streefdoelen waren vastgesteld. Geen van de vermelde streefdoelen en mijlpalen verwees bijvoorbeeld naar de verwachte resultaten die met de maatregelen moesten worden bereikt wat betreft de verbetering van het digitale onderwijs. Bovendien vielen de door de Commissie tijdens de onderhandelingen over de nationale plannen aanvaarde kostenramingen voor twee maatregelen aanzienlijk hoger uit dan de werkelijke kosten tijdens de uitvoering, met als gevolg te hoge bedragen die de facto begrotingssteun voor de lidstaten vormen. Ten slotte werden scholen vaak onvoldoende betrokken bij de vaststelling van hun eigen behoeften, waardoor het effect van de EU‑steun kan afnemen (zie de paragrafen 51-59).

89 Bijna alle scholen gebruiken nu digitale apparaten, maar de beschikbaarheid van ICT-apparatuur voor scholen of specifieke opleiding voor leerkrachten vormt geen garantie voor beter leren op brede basis als scholen niet over een benadering beschikken voor de ondersteuning van het gebruik van digitaal onderwijs in de klas. Veel scholen maken nog steeds melding van onvoldoende apparatuur of verdere behoeften aan opleiding van leerkrachten, en er zijn ook veel scholen die nog steeds geen formele benadering van het gebruik van ICT in de klas hebben ingevoerd. Dit kan scholen ervan weerhouden het volledige potentieel van digitalisering te benutten (zie de paragrafen 60-68).

90 Het ontbreekt de Commissie nog steeds aan volledige gegevens over de totale bedragen die voor de digitalisering van scholen worden uitgegeven. Slechts een paar lidstaten beoordelen de resultaten die zij met financiële steun van de EU hebben bereikt om digitaal onderwijs op scholen te verbeteren, aangezien een dergelijke verplichting niet bestond. Programmaspecifieke indicatoren waren niet informatief, en slechts twee van de zes bezochte lidstaten hadden een aanpak voor het systematisch monitoren van de vooruitgang die scholen hadden geboekt op het gebied van digitalisering als gevolg van financiële steun van de EU (zie de paragrafen 69-75).

Aanbeveling 2 — Koppel EU-financiering nauwer aan doelstellingen, behoeften en verwachte resultaten voor scholen

De Commissie moet actie ondernemen, waar nodig in nauwe samenwerking met de lidstaten, om de koppeling te versterken:

  1. tussen de doelstellingen van het actieplan voor digitaal onderwijs, de EU-steun en de nationale of regionale strategieën voor de digitalisering van scholen;
  2. tussen de EU-steun voor de digitalisering van scholen en duidelijk omschreven doelstellingen, behoeften en schaalbare resultaten voor scholen.

Tijdpad: eind 2027

91 In 2016 heeft de Commissie voor de lidstaten doelstellingen vastgesteld om scholen tegen 2025 op gigabitinternet aan te sluiten en hen in staat te stellen geavanceerde IT-apparatuur te gebruiken en innovatieve manieren van onderwijzen en leren toe te passen. De Commissie beschikt slechts over beperkte informatie over de daadwerkelijke connectiviteit van scholen en monitort deze niet in het bijzonder. Slechts een klein aantal scholen kan daadwerkelijk gebruikmaken van gigabitverbindingen en dus optimaal gebruikmaken van de mogelijkheden van ICT in digitaal onderwijs (zie de paragrafen 76-79).

92 De lidstaten hadden uiteenlopende benaderingen om de aansluiting van scholen te bevorderen: sommige hadden specifieke nationale steunprogramma’s, terwijl andere geen specifieke strategie hadden. Vanwege een gebrek aan strikte strategische planning en vertragingen bij de uitvoering van specifieke programma’s is het onwaarschijnlijk dat alle scholen in de EU de doelstelling van 2025 voor gigabitinternet zullen halen (zie de paragrafen 80-82).

Aanbeveling 3 — Monitor de verwezenlijking van de doelstelling om alle scholen aan te sluiten op gigabitinternet en moedig deze verwezenlijking aan

In nauwe samenwerking met de lidstaten en de regio’s moet de Commissie:

  1. een systeem opzetten voor het periodiek verzamelen van actuele gegevens voor het monitoren van de daadwerkelijke connectiviteit van scholen, en verslag uitbrengen over het resultaat, en
  2. de lidstaten aanmoedigen om alle scholen uiterlijk in 2025 op gigabitinternet aan te sluiten.

Streefdatum voor uitvoering: eind 2025

Dit verslag werd door kamer II, onder leiding van mevrouw Annemie Turtelboom, lid van de Rekenkamer, vastgesteld te Luxemburg op haar vergadering van 15 maart 2023.

 

Voor de Rekenkamer

Tony Murphy
President

Bijlagen

Bijlage I — Door de RRF gefinancierde maatregelen voor de digitalisering van scholen

Lidstaat Onderdeel Titel Begroting
(in miljoen EUR)
België F.2.3 — Glasvezel, 5G en nieuwe technologieën Verbetering van de connectiviteit van scholen (intern), maar ook van de 35 bedrijvenparken in Wallonië — Waals Gewest 70
J.4.1 — Onderwijs 2.0 “Digisprong” van de Vlaamse Gemeenschap 318
“Digitale omkeer voor Brusselse scholen” in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 5
“Digitale transformatie van het onderwijs” van de Duitstalige Gemeenschap 5
Bulgarije C.1 — Onderwijs en vaardigheden STEM-centra en innovatie in het onderwijs — digitalisering 122
Tsjechië 3.1 — Innovatie in het onderwijs in de context van digitalisering Uitvoering van het herziene leerplan en digitale vaardigheden van leerkrachten 22
Digitale uitrusting voor scholen 169
Duitsland 3.1 — Digitalisering van het onderwijs Leenapparaten voor leerkrachten 420
Nationaal onderwijsplatform 529
Centra voor onderwijsexpertise 172
Estland 3 — Digitale staat Aanleg van breedbandnetwerken met zeer hoge capaciteit, inclusief scholen 24
Ierland 2 — Versnelling en uitbreiding van digitale hervormingen en transformatie Programma voor digitale infrastructuur en financiering voor scholen 64
Griekenland 3.2 — Onderwijs, beroepsonderwijs en -opleiding, en vaardigheden Digitale transformatie van het onderwijs 365
Spanje 3.1 — Innovatie in het onderwijs in de context van digitalisering Digitale transformatie van het onderwijs 1 412
Frankrijk C.7 — Digitalisering van de staat, gebieden, ondernemingen en cultuur Digitale modernisering van het beheer van het onderwijsstelsel 35
Onderwijscontinuïteit: digitale transformatie van scholen 131
Italië 1.2 — Snelle internetverbindingen (breedband en 5G) Aangesloten scholen 261
4.1 — Versterking van het aanbod van onderwijsdiensten: van crèches tot universiteiten Geïntegreerd digitaal onderwijs en opleiding op het gebied van de digitale transformatie voor schoolpersoneel 800
Nieuwe vaardigheden en nieuwe talen 1 100
School 4.0: innovatieve scholen, bekabeling, nieuwe klaslokalen en workshops 2 100
Cyprus L.5.1 — Modernisering van het onderwijsstelsel, bijscholing en omscholing Hervorming 2: Een nieuw evaluatiesysteem voor leerkrachten en scholen — digitaal 0.3
Hervorming 4: Digitale transformatie van onderwijseenheden met het oog op de verbetering van digitale vaardigheden en vaardigheden in verband met STEM-onderwijs 13.8
Letland 2 — Digitale transformatie Het dichten van de digitale kloof voor sociaal kwetsbare leerlingen en onderwijs- instellingen 15
3 — Terugdringen van ongelijkheid Ontwikkeling van infrastructuur en uitrusting van onderwijsinstellingen 31
Litouwen 3 — Digitale transformatie voor groei Productie van digitale inhoud en middelen van het onderwijs en 20
4 — Hoogwaardig en toegankelijk onderwijs voor de hele levenscyclus Submaatregel 6: Digitale transformatie van het onderwijs 10
Hongarije C.1 — Demografie en openbaar onderwijs Ontwikkeling van concurrerend openbaar onderwijs met behulp van technologie van de 21e eeuw 391
Nederland P.4 — Versterking van de arbeidsmarkt, pensioenen en toekomstgericht onderwijs Nationaal Onderwijslab AI 36
Laptops en tablets voor online- en hybride onderwijs om leerachterstand tegen te gaan en te beperken 24
Oostenrijk 2 — Digitaal herstel Verstrekking van digitale eindapparaten aan leerlingen en aansluiting van federale scholen 172
Polen C — Digitale transformatie Gelijk speelveld voor scholen met mobiele multimedia-apparaten — investeringen in verband met het voldoen aan minimumaantallen van apparatuur 550
E-vaardigheden 184
Uitrusting van scholen/instellingen met adequate ICT-apparaten en -infrastructuur om de algemene prestaties van het onderwijsstelsel te verbeteren 621
Portugal C.20 — Digitale school Digitale transitie in het onderwijs 500
Digitaal onderwijs (Azoren) 38
Programma om de digitalisering van het onderwijs te versnellen (Madeira) 21
Roemenië C.15 — Onderwijs Bijscholingsprogramma voor onderwijzend personeel 80
Levering van apparatuur en middelen voor digitale technologie aan scholen 479
Onlineschool: Beoordelingsplatform en ontwikkeling van inhoud 79
Slovenië 7 — Digitale transformatie van de publieke sector en het overheidsapparaat Digitalisering van onderwijs, wetenschap en sport 67
12 — Versterking van competenties, met name digitale competenties en competenties die nodig zijn voor nieuwe beroepen en de groene transitie Vernieuwing van het onderwijsstelsel voor de groene en digitale transitie — digitale vaardigheden 1
De uitgebreide transformatie (duurzaamheid en veerkracht) van groen en digitaal onderwijs — digitale vaardigheden 28
Slowakije C.7 — Onderwijs voor de 21e eeuw Hervorming van de inhoud en vorm van het onderwijs — Hervorming van leerplannen en schoolboeken — Digitale toetsen en digitale instrumenten 20
Voorbereiding en ontwikkeling van leerkrachten voor nieuwe inhoud en vorm van onderwijs — Digitale opleiding van leerkrachten 17
Digitale infrastructuur op scholen 187
Digitale infrastructuur op scholen — administratieve capaciteit 5
    Totaal 11 714

Bijlage II — In het kader van deze controle onderzochte scholen en projecten

Bron: kaarten van Eurostat.

Bijlage III — ERK-schoolenquête

Doel

Het doel van onze enquête was representatieve actuele informatie, die anders niet beschikbaar was, te verkrijgen over de daadwerkelijke connectiviteit van scholen, de rol van digitaal onderwijs en het gebruik van EU-instrumenten en -acties op dit gebied.

Uitvoering van de enquête

Wij voerden de online-enquête tussen februari en mei 2022 uit met behulp van EUSurvey, een door de Commissie verstrekt instrument voor online-enquêtes. De vragenlijst werd toegezonden aan de directeuren van 49 512 scholen in vijf lidstaten met opleiding voor de niveaus 1-3 van de International Standard Classification of Education (ISCED), namelijk het basisonderwijs en het lager en hoger middelbaar onderwijs. ISCED is de internationale standaardclassificatie voor de organisatie van onderwijsprogramma’s en bijbehorende kwalificaties naar niveau en gebied, die is ontwikkeld door de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

Deelname aan de enquête was vrijwillig en er werden geen persoonsgegevens verzameld of geëvalueerd.

Wij verzochten de ministeries van de bij deze controle betrokken lidstaten de scholen in kennis te stellen van de komende bekendmaking van de enquête. De autoriteiten in Duitsland (Noordrijn-Westfalen), Griekenland, Kroatië, Italië en Polen hadden de scholen vooraf over de enquête geïnformeerd en deelname aangemoedigd.

Oostenrijkse scholen vielen niet onder deze enquête, omdat de nationale autoriteiten besloten ons niet te steunen bij het toezenden van onze vragenlijsten naar hun scholen.

Respons

In totaal ontvingen wij geldige antwoorden van 16 142 scholen, d.w.z. een totale respons van ongeveer 33 %. De respons was het hoogst in Kroatië (ongeveer 49 %) en het laagst in Italië (ongeveer 26 %).

Belangrijkste enquêtevragen

  1. Wat is de downloadsnelheid op uw school volgens het contract met de telecomaanbieder?
  2. Heeft uw school een formele strategie (formeel concept) voor het gebruik van digitale technologieën voor onderwijsdoeleinden?
  3. Welke van deze digitale apparaten worden door uw leerlingen gebruikt voor onderwijsdoeleinden op school?
  4. Kunnen leerlingen volledig privé gefinancierde laptops of tablets meebrengen naar de les?
  5. Hoeveel van uw leerlingen gebruiken minstens één keer per week volledig privé gefinancierde laptops of tablets tijdens de les?
  6. In hoeverre bent u het ermee eens dat het aantal digitale apparaten waarover de leerlingen op uw school voor onderwijsdoeleinden beschikken, voldoende is?
  7. In hoeverre bent u het ermee eens dat de kwaliteit van de digitale apparaten waarover de leerlingen op uw school voor onderwijsdoeleinden beschikken, voldoende is?
  8. Hoeveel van uw leerlingen gebruiken minstens één keer per week een digitaal apparaat (desktopcomputer, laptop, tablet, enz.) om op school te leren, afgezien van het gebruik tijdens specifieke ICT-lessen?
  9. Hoe vaak vinden de volgende activiteiten voor digitaal leren plaats tijdens de les?
    1. Zoeken op internet om informatie te verzamelen
    2. Gebruik van een tekstverwerkings-, spreadsheet- of presentatieprogramma (zoals Word, Excel, PowerPoint)
    3. Codering/programmering van apps, programma’s en/of robots
    4. Gebruik van digitale technologieën en apparaten tijdens het werken aan projecten
    5. Leren met behulp van onlineopleidingsprogramma’s, games, apps en quizzen
    6. Communicatie tussen docenten en studenten, en tussen studenten onderling
    7. Gebruik van educatieve onlinesoftware en -platforms
  10. Welk percentage leerkrachten gebruikt op uw school volledig privé gefinancierde apparaten voor onderwijsdoeleinden?
  11. In hoeverre bent u het ermee eens dat leerkrachten op uw school over voldoende digitale apparaten voor onderwijsdoeleinden beschikken?
  12. In hoeverre bent u het ermee eens dat de kwaliteit van de digitale apparaten waarover leerkrachten voor onderwijsdoeleinden beschikken, op uw school voldoende is?
  13. In hoeverre bent u het ermee eens dat de meerderheid van de leerkrachten op uw school over de nodige vaardigheden beschikt voor en vertrouwd is met het doeltreffende gebruik van digitale technologieën voor leren en onderwijzen?
  14. Hoeveel van uw leerkrachten hebben in de afgelopen twee schooljaren (2019/2020 en 2020/2021) een opleiding gevolgd over het gebruik van digitale technologieën in de klas?
  15. Hoeveel uren opleiding hebben leerkrachten in de afgelopen twee schooljaren (2019/2020 en 2020/2021) gemiddeld gevolgd op het gebied van het gebruik van digitale technologieën in de klas?
  16. Waar ziet u de grootste behoefte aan actie?
    1. Verbetering van de internetsnelheid van de school
    2. Verbetering van draadloze LAN/wifi van de school (ongebonden/draadloos)
    3. Aanschaf van digitale apparaten voor leerlingen (desktopcomputers, laptops, tablets)
    4. Aanschaf van digitale apparaten voor leerkrachten (desktopcomputers, laptops, tablets)
    5. Aanschaf van interactieve whiteboards en/of andere klassikale uitrusting
    6. Ontwikkeling van digitale leerinhoud, gebruiksvriendelijke instrumenten en veilige platforms
    7. Opleiding voor leerkrachten om digitaal vaardig en vertrouwd te zijn
    8. Aanvullende cursussen voor leerlingen over het gebruik van digitale technologieën (zoals programmeringscursussen)
    9. Ondersteuning van het onderwijsstelsel door verbetering van de voorwaarden voor afstandsonderwijs, met name in verband met de COVID-19-pandemie
  17. Welke van de door de EU ondersteunde instrumenten/platforms/acties kent u, gebruikt u of aan welke heeft u deelgenomen?
    1. Selfie (zelfevaluatie-instrument voor digitaal vaardige scholen)
    2. eTwinning (onderwijsnetwerk)
    3. DigComp (Europees digitalecompetentiekader voor burgers)
    4. School Education Gateway (onestopshop voor leerkrachten, schoolleiders, beleidsmakers, deskundigen en andere professionals op het gebied van schoolonderwijs)
    5. Future Classroom Lab (aangeboden door het netwerk van Europese scholen en inclusief opleidingen, werkgroepen, enz.)
    6. Living Schools Lab
    7. Digital Education Hackathon
    8. EU-programmeerweek
    9. Projecten ter bevordering van internationale schoolpartnerschappen (zoals uitwisselingen, kennisuitwisseling)

Bron: enquête van de ERK.

Bijlage IV — Mijlpalen en streefdoelen voor maatregelen in het kader van de RRF ter ondersteuning van de digitalisering van scholen in de door ons bezochte lidstaten

Lidstaat Maatregel Mijlpalen en streefdoelen Indicatief tijdschema
Duitsland 3.1.1 Investeringsprogramma voor apparaten voor leerkrachten Mijlpaal: Bekendmaking van de administratieve overeenkomst tussen de federale regering van Duitsland en de bestuursorganen op het niveau van de deelstaten om deze investering uit te voeren. 3/2021
Streefdoel: Uitbetaling van ten minste 475 miljoen EUR voor de levering van digitale apparatuur voor leerkrachten. 3/2022
Mijlpaal: Evaluatie van veranderingen in de digitale infrastructuur en het gebruik van digitale media op scholen. Het evaluatieverslag van het programma bevestigt dat leerkrachten een verbetering hebben vastgesteld in de beschikbare digitale infrastructuur en het gebruik van digitale media op school. 4/2025
3.1.2 Nationaal onderwijsplatform Mijlpaal: Inwerkingtreding van de financieringsrichtsnoeren voor onderwijsplatformprototypen van het metaplatform voor onderwijs, alsmede voor onderling verenigbare onderzoeksprojecten, toegankelijk voor leerlingen en leerkrachten. Afhankelijk van het resultaat van deze projecten worden de belangrijkste dimensies van de projectbeschrijving verduidelijkt en wordt de aanbestedingsprocedure gestart. 3/2022
Mijlpaal: Introductie van de bètaversie van het onderwijsplatform, met alle diensten en functies die in de functionele beschrijving als hoge prioriteit zijn aangemerkt door het federale Ministerie van Onderwijs en Onderzoek. Deze functies omvatten toegang voor informatie, gebruikersprofiel, samenwerking, identiteits- en toegangsbeheer, chatbot, workflows, inbox. De introductie gaat gepaard met aanvullende veiligheids- en gegevensbeschermingscontroles en succesvolle belastingstests. 9/2023
Mijlpaal: Publicatie van een definitief evaluatieverslag met een besluit over de toekomst van het onderwijsplatform, met een beoordeling die bevestigt dat het project succesvol was volgens de criteria voor projecttoezicht. Het project is geslaagd als de voortzetting van het onderwijsplatform wordt aanbevolen of als wordt vastgesteld dat de diensten en functies van de prototypen door andere belanghebbenden zullen worden overgenomen en voortgezet op basis van de resultaten van het project. 9/2024
3.1.3 Centra voor onderwijsexpertise Mijlpaal: Inwerkingtreding van de eerste financieringsrichtsnoeren en aanbesteding voor een uitvoerend agentschap voor het gehele programma. 12/2021
Streefdoel: Goedkeuring van minstens 45 onderzoeksprojecten. 9/2022
Mijlpaal: Inwerkingtreding van drie aanvullende financieringsrichtsnoeren. 9/2022
Griekenland Digitale transformatie van het onderwijs Streefdoel: Installatie van minstens 36 000 interactieve leersystemen (waaronder whiteboards, laptops, interactieve projectoren en interne kabels) voor klaslokalen op lagere en middelbare scholen. 12/2024
Italië Investering 3: Snelle internetverbindingen (ultrabreedband en 5G) Mijlpaal: Gunning van alle overheidsopdrachten voor snellere aansluitingsprojecten (inclusief “aangesloten scholen”). 6/2022
Streefdoel: Minstens 9 000 extra scholen voorzien van minstens 1 Gbps connectiviteit. 6/2026
Investering 2.1: Geïntegreerd digitaal onderwijs en opleiding op het gebied van de digitale transformatie voor schoolpersoneel Streefdoel: Opleiding van minstens 650 000 schoolhoofden, leerkrachten en administratief personeel op het gebied van geïntegreerd digitaal onderwijs en digitale transitie. 12/2024
Investering 3.1: Nieuwe vaardigheden en nieuwe talen Streefdoel: Op minstens 8 000 scholen STEM-begeleidingsprojecten activeren die gericht zijn op de ontwikkeling en digitalisering van het nationale digitale platform STEM voor monitoring en verspreiding van informatie en gegevens voor alle schooltypes, technische en beroepsinstellingen en universiteiten. 6/2025
Streefdoel: Minstens 1 000 taal- en methodologische cursussen per jaar voor alle leerkrachten. 6/2025
Investering 3.2: School 4.0: innovatieve scholen, bekabeling, nieuwe klaslokalen en werkplaatsen Mijlpaal: Plan “School 4.0” ter bevordering van de digitale transitie van het Italiaanse onderwijsstelsel, goedgekeurd door het Ministerie van Onderwijs. 6/2022
Streefdoel: Omvorming van 100 000 klaslokalen tot innovatieve, adaptieve en flexibele leeromgevingen volgens het plan “School 4.0”. De investering voorziet in alle uiterst innovatieve onderwijstechnologieën (zoals programmeer- en robotica-apparatuur, virtualrealityapparatuur en geavanceerde digitale apparatuur voor inclusief onderwijs) op lagere en middelbare scholen, die voor onderwijs worden gebruikt. 12/2025
Polen C2.1.2 Gelijk speelveld voor scholen met mobiele multimedia-apparaten — investeringen in verband met het voldoen aan minimumaantallen van apparatuur Streefdoel: 465 000 nieuwe draagbare computers voor leerkrachten. 9/2023
Streefdoel: 735 000 nieuwe draagbare computers voor leerlingen. 9/2025
C2.1.3 E-vaardigheden Mijlpaal: Oprichting van een centrum voor de ontwikkeling van digitale competentie (Digital Competence Development Centre, DCDC). 12/2022
Streefdoel: T1 — 1 500 coördinatoren op digitaal gebied, gemiddeld één in elke Poolse gemeente. 6/2023
Streefdoel: T2 — 2 477 nieuwe coördinatoren op digitaal gebied, minimaal één in elke Poolse gemeente. 9/2025
Streefdoel: T1 — 190 000 extra personen opgeleid in digitale competenties, waaronder digitale geletterdheid. 9/2024
Streefdoel: T2 — 380 000 extra personen opgeleid in digitale competenties, waaronder digitale geletterdheid. 6/2026
C2.2.1 Uitrusting van scholen/instellingen met adequate ICT-apparaten en -infrastructuur om de algemene prestaties van het onderwijsstelsel te verbeteren Mijlpaal: Openbare raadpleging over het kader dat de procedures voor de verdeling van ICT-apparatuur en voor de levering van infrastructuur aan scholen vastlegt. 9/2022
Mijlpaal: Kader dat de procedures voor de verdeling van ICT-apparatuur en voor de levering van infrastructuur aan scholen vastlegt. 6/2023
Streefdoel: 100 000 klaslokalen in scholen uitgerust met LAN-verbinding (local area network). 9/2025
Streefdoel: 100 000 klaslokalen in instellingen voor beroeps- en algemeen onderwijs uitgerust met IT-instrumenten, zodat afstandsonderwijs kan worden gegeven. 3/2025
Streefdoel: 16 000 ingerichte schoollaboratoria voor artificiële intelligentie (AI) en voor wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM). 9/2025
Mijlpaal: Digitalisering van het examensysteem. 12/2025
Oostenrijk Hervorming: 2.B.1 Eerlijke en gelijke toegang van leerlingen tot digitale basiscompetentie Mijlpaal: Inwerkingtreding van de wet inzake digitalisering van scholen. 3/2021
Mijlpaal: Inwerkingtreding van de uitvoeringsverordening. 12/2021
Mijlpaal: De evaluatie van de wet is afgerond en gepubliceerd door het verantwoordelijke ministerie. 6/2025
Investering: 2.B.2 Verstrekking van digitale eindgebruikersapparaten aan leerlingen Mijlpaal: Het gunningsbesluit over de gepubliceerde aanbesteding voor de digitale apparaten is afgerond en bekendgemaakt. 6/2021
Streefdoel: De levering van de apparaten voor het 5e en 6e schooljaar (eerste en tweede jaar van de onderbouw van de middelbare school) wordt afgerond. 12/2021
Streefdoel: De levering van de apparaten voor de aankomende 5e en 6e schooljaren wordt afgerond, waardoor de leerlingen in de eerste vier jaar van de middelbare school een apparaat hebben gekregen. 12/2023
Streefdoel: De levering van de apparaten voor het eerste jaar van de aankomende vierjarige cyclus is afgerond. 12/2024

Bron: ERK op basis van documenten van de Raad.

Afkortingen

Btw: belasting over de toegevoegde waarde

EFRO: Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

ESF: Europees Sociaal Fonds

ESIF: Europese structuur- en investeringsfondsen

ICT: informatie- en communicatietechnologie

ISCED: internationale standaardclassificatie van het onderwijs (International Standard Classification of Education)

LSA: landspecifieke aanbeveling

NGEU: NextGenerationEU

NRW: Noordrijn-Westfalen

React-EU: herstelbijstand voor cohesie en de regio’s van Europa

RRF: herstel- en veerkrachtfaciliteit (Recovery and Resilience Facility)

RRP: herstel- en veerkrachtplan (Recovery and Resilience Plan)

Woordenlijst

Cohesiebeleid: het EU-beleid waarmee wordt beoogd de economische en sociale verschillen tussen regio’s en lidstaten te verkleinen door de bevordering van het scheppen van werkgelegenheid, het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, economische groei, duurzame ontwikkeling en grensoverschrijdende en interregionale samenwerking.

Digitalisering van scholen: in de context van dit verslag, het proces van systematische invoering van ICT in het onderwijs en het leren op school.

Digitalisering: het invoeren van digitale technologie en gedigitaliseerde informatie in processen en taken.

Ecosysteem op het gebied van digitaal onderwijs: een digitale leer- en onderwijsinfrastructuur die alle aspecten van een digitaal getransformeerd onderwijsstelsel ondersteunt.

Erasmus+: EU-programma ter ondersteuning van onderwijs, opleiding, jeugd en sport in Europa.

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling: fonds in het kader van het cohesiebeleid dat de economische en sociale cohesie in de EU versterkt door de financiering van investeringen die ongelijkheden tussen regio’s verkleinen.

Europees Semester: jaarlijkse cyclus die een kader biedt voor de coördinatie van het economisch beleid van de EU-lidstaten en voor de monitoring van de vooruitgang.

Europees Sociaal Fonds: fonds in het kader van het cohesiebeleid voor het creëren van onderwijs- en arbeidskansen en het verbeteren van de situatie van personen die in armoede dreigen te vervallen. Vervangen door het Europees Sociaal Fonds Plus.

Fondsen in het kader van het cohesiebeleid: verlening van financiële steun in het kader van het EU-cohesiebeleid, via meerjarenprogramma’s ter aanvulling op nationale, regionale en lokale maatregelen. De relevante fondsen voor deze controle zijn het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds (ESF).

Gigabit: meeteenheid van digitale informatie, gelijk aan één miljard bits.

Gigabitinternet: internetdienst met een verbindingssnelheid van 1 gigabit per seconde.

Herstel- en veerkrachtfaciliteit: het mechanisme voor financiële steun van de EU om de economische en sociale gevolgen van de COVID-19-pandemie te temperen en het herstel op middellange termijn te stimuleren, en tegelijkertijd de groene en digitale transformatie te bevorderen.

NextGenerationEU: financieringspakket om de EU-lidstaten te helpen herstellen van de economische en sociale impact van de COVID-19-pandemie.

Operationeel programma: kader voor de uitvoering van door de EU gefinancierde cohesieprojecten in een bepaalde periode dat de prioriteiten en doelstellingen weergeeft die zijn vastgelegd in partnerschapsovereenkomsten tussen de Commissie en de afzonderlijke lidstaten.

React-EU: NextGenerationEU-programma waarmee aanvullende financiering wordt geboden voor bestaande cohesiebeleidsprogramma’s om het herstel na de crisis te ondersteunen en tegelijkertijd de groene en digitale transformatie te bevorderen.

Controleteam

In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU‑beleid en -programma’s of beheersthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de doelmatigheid of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.

Deze doelmatigheidscontrole werd verricht door controlekamer II “Investeringen ten behoeve van cohesie, groei en inclusie”, die onder leiding staat van ERK-lid Annemie Turtelboom. Deze controle werd geleid door ERK-lid Pietro Russo, ondersteund door Chiara Cipriani, kabinetschef, en Benjamin Jakob, kabinetsattaché; Niels-Erik Brokopp, hoofdmanager; Sven Kölling, taakleider; Fabio Fattore, Marija Grgurić, Marina Karystinou, Rene Reiterer en Angelika Zych, auditors. Miłosz Aponowicz, Kyriaki Kofini en Mark Smith verleenden taalkundige ondersteuning.

Van links naar rechts: Fabio Fattore, Niels-Erik Brokopp, Benjamin Jakob, Pietro Russo, Sven Kölling, Angelika Zych, Marina Karystinou, Rene Reiterer.

Voetnoten

1 Europese Commissie, 2022.

2 Survey of Schools: ICT in education: benchmarking access, use and attitudes to technology in Europe’s schools, 2013, en 2nd Survey of Schools: ICT in Education, 2019.

3 (2020), PISA 2018 Results (Volume V): Effective Policies, Successful Schools, blz. 113, PISA, OECD Publishing, Parijs.

4 (2020), Strengthening online learning when schools are closed: The role of families and teachers in supporting students during the COVID-19 crisis, OECD Publishing, Parijs.

5 Artikel 165, lid 1, VWEU.

6 Europese Commissie, Eurydice National Education Systems.

7 Europese pijler van sociale rechten, Göteborg, 2017.

8 Mededeling van de Commissie over haar bijdrage aan de bijeenkomst van de leiders in Göteborg, COM(2017) 673, 14 november 2017.

9 Mededeling van de Commissie over het actieplan voor digitaal onderwijs, COM(2018) 22, 17 januari 2018.

10 Mededeling van de Commissie “Connectiviteit voor een competitieve digitale eengemaakte markt — Naar een Europese gigabitmaatschappij”, COM(2016) 587, 14 september 2016.

11 Mededeling van de Commissie “Een digitale agenda voor Europa”, COM(2010) 245, 19 mei 2010.

12 Artikel 9, punten 2 en 10, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

13 Verordening (EU) 2020/2221.

14 Verordening (EU) 2021/1058 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds.

15 Verordening (EU) 2021/1057 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+).

16 Verordening (EU) 2021/241.

17 Zie bijlage I voor een lijst van maatregelen die wij in de RRP’s aantroffen.

18 Verordening (EU) nr. 1288/2013.

19 Verordening (EU) 2021/817.

20 Verordening (EU) 2021/1153.

21 Mededeling van de Commissie “Connectiviteit voor een competitieve digitale eengemaakte markt — Naar een Europese gigabitmaatschappij”, COM(2016) 587.

22 Speciaal verslag nr. 12/2018 “Breedband in de EU-lidstaten: hoewel er vooruitgang is geboekt, zullen niet alle Europa 2020-streefdoelen worden gehaald”.

23 Speciaal verslag 21/2022 “De beoordeling door de Commissie van de nationale herstel- en veerkrachtplannen — in het algemeen adequaat, maar er blijven uitvoeringsrisico’s”.

24 Coronavirusrespons: Extraordinary Erasmus+ calls to support digital education readiness and creative skills.

25 Artikel 19 samen met bijlage XI van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

26 Artikel 95, lid 2, van Verordening (EU) nr.1303/2013 en artikel 5, lid 1, en artikel 9 van Verordening (EU) 2021/241. Zie ook onze Analyse 01/2023 “EU-financiering via cohesiebeleid en de herstel- en veerkrachtfaciliteit — Een vergelijkende analyse”, paragraaf 44.

27 Artikel 9 en 17 van Verordening (EU) 2021/241.

28 Speciaal verslag 21/2022 “De beoordeling door de Commissie van de nationale herstel- en veerkrachtplannen — In het algemeen adequaat, maar er blijven uitvoeringsrisico’s”, paragrafen 82-84 en 89.

29 Speciaal verslag 21/2022, paragrafen 66-72.

30 Analyse 01/2023, paragraaf 43.

31 Artikel 20, lid 4, van Verordening (EU) 2021/241.

32 (2020), PISA 2018 Results (Volume V): Effective Policies, Successful Schools, blz. 112, PISA, OECD Publishing, Parijs.

33 Artikel 2, lid 1, van de federale wet betreffende de financiering van de digitalisering van het Oostenrijkse onderwijsstelsel (Schuldigitalisierungsgesetz).

34 Artikel 34 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 en artikel 54 van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

35 Artikel 27, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1303/2013.

36 Updated Study on National Broadband Plans in the EU27, 2021.

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: www.eca.europa.eu/nl/contact
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (https://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2023

PDF ISBN 978-92-847-9889-6 ISSN 1977-575X doi:10.2865/241138 QJ-AB-23-011-NL-N
HTML ISBN 978-92-847-9901-5 ISSN 1977-575X doi:10.2865/225616 QJ-AB-23-011-NL-Q

AUTEURSRECHT

© Europese Unie, 2023

Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is uiteengezet in Besluit nr. 6-2019 van de ERK over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.

Tenzij anders aangegeven (bijv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor inhoud van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Als algemene regel geldt derhalve dat hergebruik is toegestaan mits de bron correct wordt vermeld en eventuele wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker van ERK-inhoud mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.

Aanvullende toestemming moet worden verkregen indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeelsleden van de ERK, of werken van derden bevat.

Indien dergelijke toestemming wordt verkregen, wordt de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.

Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan dient u de auteursrechthebbende mogelijk rechtstreeks om toestemming te vragen.

Figuur 2 — iconen: dit figuur is ontworpen met behulp van Flaticon.com. © Freepik Company S.L. alle rechten voorbehouden.

Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid van de ERK inzake hergebruik.

De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.

Gebruik van het ERK-logo

Het logo van de ERK mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de ERK.

HOE NEEMT U CONTACT OP MET DE EU?

Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-centra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde centrum online (european-union.europa.eu/contact-eu/meet-us_nl).

Bel of schrijf
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

  • te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen);
  • te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
  • het onlineformulier in te vullen: european-union.europa.eu/contact-eu/write-us_nl

WAAR VINDT U INFORMATIE OVER DE EU?

Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website (european-union.europa.eu).

EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU bekijken of bestellen op op.europa.eu/nl/publications. Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke documentatiecentrum (european-union.europa.eu/contact-eu/meet-us_nl).

EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1951 in alle officiële talen, krijgt u op EUR‑Lex (eur-lex.europa.eu).

Open data van de EU
Het portaal data.europa.eu biedt toegang tot opendatabestanden van de instellingen, organen en agentschappen van de EU. Deze kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden. Het portaal biedt ook toegang tot een grote hoeveelheid databestanden van de Europese landen.