Speciaal verslag
25 2020

Kapitaalmarktenunie — Traag begin op weg naar een ambitieuze doelstelling

Over het verslag: De EU heeft een voornamelijk op leningen gebaseerd stelsel voor de financiering van de reële economie en is daarom sterk afhankelijk van banken. Om dit aan te pakken, heeft de Commissie in 2015 een actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktenunie (KMU) gelanceerd om de ontwikkeling en integratie van EU-kapitaalmarkten te bevorderen en te voorzien in alternatieve financieringsbronnen voor ondernemingen, waaronder kmo’s. Het actieplan omvatte een aantal maatregelen die in veel gevallen samenwerking tussen marktdeelnemers, lidstaten en Europese instellingen vergen. Over het algemeen stelden we vast dat de Commissie kleine stappen heeft gezet in de richting van haar doelstelling om de KMU op te bouwen, maar dat zij tot dusver niet in staat was om substantiële vooruitgang te bewerkstelligen met de maatregelen die zij binnen het kader van haar bevoegdheden kon nemen. Wij bevelen aan dat de Commissie gerichte maatregelen voorstelt om de toegang van kmo’s tot kapitaalmarkten verder te vergemakkelijken, diepere en beter geïntegreerde lokale kapitaalmarkten bevordert, belangrijke grensoverschrijdende belemmeringen voor investeringen aanpakt, specifieke doelstellingen en essentiële maatregelen vaststelt en een systeem ontwikkelt voor de monitoring van de uitvoering van de KMU.

Speciaal verslag van de ERK, uitgebracht krachtens artikel 287, lid 4, tweede alinea, VWEU.

De publicatie is beschikbaar in 23 talen en in het volgende formaat:
PDF
PDF General Report

Samenvatting

I

De kapitaalmarktenunie (KMU) is een grootschalig initiatief van de Europese Unie dat officieel werd gelanceerd in het actieplan van de Commissie in 2015. De belangrijkste doelstelling van de KMU is het creëren van een eengemaakte markt voor kapitaal waar ondernemingen, en met name kmo’s, een betere toegang hebben tot niet-bancaire financiering en lokale kapitaalmarkten worden verdiept en beter worden geïntegreerd. Door middel van de aanvulling van de bancaire financiering, de verbetering van de particuliere risicodeling en het waarborgen van een algehele risicovermindering moet de KMU leiden tot een stabieler financieel systeem dat beter is toegerust om de groei te bevorderen, werkgelegenheid te scheppen en Europa aantrekkelijker te maken voor buitenlandse investeringen.

II

Het KMU-actieplan van 2015 en de desbetreffende tussentijdse evaluatie van 2017 omvatten een groot aantal maatregelen met als beoogd cumulatief effect dat uiterlijk eind 2019 de basis zou worden gelegd voor de KMU. Gezien de hoge prioriteit die de Commissie en belanghebbenden aan dit vlaggenschipinitiatief hebben toegekend, zijn we van mening dat dit verslag op een goed moment komt om de verdere ontwikkeling van de KMU te ondersteunen. In ons verslag wordt nagegaan hoe goed de Commissie haar rol heeft uitgevoerd en wordt gewezen op kwesties die gevolgen kunnen hebben voor het huidige en toekomstige succes van de KMU.

III

In het kader van de controle werd onderzocht of de Commissie er met haar maatregelen in is geslaagd een doeltreffende KMU op te bouwen. Om deze algemene vraag te beantwoorden, hebben we onderzocht of de Commissie haar doelstellingen heeft behaald ten aanzien van het uitbreiden van de diversiteit van de bronnen van ondernemingsfinanciering, of zij doeltreffende maatregelen heeft genomen om beter geïntegreerde en diepere kapitaalmarkten te bevorderen, of zij grensoverschrijdende belemmeringen voor marktdeelnemers heeft weggenomen en het KMU-project adequaat heeft ontworpen en gemonitord.

IV

Onze algehele conclusie is dat de Commissie inspanningen heeft geleverd om de lastige doelstelling te behalen om een KMU op te bouwen, maar dat de resultaten nog op zich laten wachten. Veel van de maatregelen die de Commissie binnen het kader van haar bevoegdheden kon nemen om de KMU-doelstellingen na te streven, hadden alleen betrekking op beperkte gebieden. Met deze maatregelen (bijv. zachte maatregelen zoals het uitvoeren van analyses om beste praktijken te bevorderen) kon vanwege de aard ervan geen aanzienlijke vooruitgang bij de totstandbrenging van de KMU worden bewerkstelligd. Daarnaast had de Commissie te maken met de beperking dat veel belangrijke maatregelen enkel door de lidstaten of met hun volledige steun kunnen worden genomen.

V

De maatregelen om de financieringsbronnen voor ondernemingen te diversifiëren waren gericht op kwesties die te beperkt waren om een structurele verschuiving naar meer marktfinanciering in de EU in gang te zetten en te bewerkstelligen en hadden slechts een beperkte impact. Voorts is de wetgeving inzake securitisatie weliswaar een positieve stap, maar heeft deze nog niet het verwachte herstel op de Europese securitisatiemarkt opgeleverd na de financiële crisis en heeft deze banken niet geholpen om hun kredietverleningscapaciteit ten behoeve van onder meer kmo’s te vergroten. Transacties blijven geconcentreerd binnen traditionele activaklassen (d.w.z. hypotheken, autoleningen) en in bepaalde lidstaten.

VI

Wat de ontwikkeling van de lokale kapitaalmarkten betreft, heeft de Commissie haar coördinerende rol gebruikt in het kader van het proces van het Europees Semester. De Commissie heeft echter geen alomvattende en duidelijke EU-strategie ontwikkeld en niet aanbevolen dat alle lidstaten met minder ontwikkelde kapitaalmarkten relevante hervormingen doorvoeren. De Commissie heeft het vraaggestuurde steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) gebruikt voor de financiering van onder meer voor de KMU relevante projecten. Hoewel de interventielogica van het SRSP formeel niet gericht was op de specifieke behoeften van de EU-kapitaalmarkten, werden de doelstellingen van de KMU op projectniveau aangepakt. De vraaggestuurde benadering was echter niet bevorderlijk voor het verlenen van steun aan alle lidstaten in overeenstemming met hun behoeften en de resultaten ervan zijn nog niet zichtbaar.

VII

We merken op dat het KMU-actieplan niet tot een doorbraak heeft geleid wat betreft het oplossen van de belangrijkste belemmeringen van de grensoverschrijdende kapitaalstromen. Deze belemmeringen zijn vaak het gevolg van nationale wetgeving, zoals die op het gebied van het insolventierecht en bronbelasting, of van een gebrek aan financieel onderwijs. De vooruitgang bij het aanpakken van belemmeringen was beperkt, deels vanwege een gebrek aan steun van de lidstaten.

VIII

Wat het ontwerp van de KMU betreft, waren de doelstellingen ervan niet altijd voldoende specifiek of meetbaar. Daarnaast werden vóór de start van het project geen prioriteiten vastgesteld. De monitoring door de Commissie was beperkt tot de vooruitgang die werd geboekt met wetgevende maatregelen. Zij monitorde de vooruitgang bij het behalen van de KMU-doelstellingen niet op regelmatige en consistente wijze.

IX

Om de doeltreffendheid van het KMU-project te verbeteren, bevelen we aan dat de Commissie:

  1. gerichte maatregelen voorstelt om de toegang van kmo’s tot kapitaalmarkten verder te vergemakkelijken;
  2. diepere en beter geïntegreerde lokale kapitaalmarkten bevordert;
  3. belangrijke grensoverschrijdende belemmeringen voor investeringen aanpakt, en
  4. specifieke doelstellingen, essentiële maatregelen en de monitoring van de KMU ontwikkelt.
X

We nodigen daarnaast de Raad uit om te bekijken hoe verdere stappen kunnen worden genomen ten aanzien van het Commissievoorstel om de asymmetrische fiscale behandeling van aandelen en schulden aan te pakken.

Inleiding

01

Het vrije verkeer van kapitaal is een van de vier vrijheden — naast het vrije verkeer van goederen, diensten en werknemers — en een belangrijke doelstelling van de Europese Unie. Het belang en de voordelen van het creëren van een Europese kapitaalmarkt worden al geruime tijd besproken, onder meer in het verslag Segré van 1966, het verslag Lamfalussy van 2001 en eerdere mededelingen van de Commissie (bijv. van 1996, 1998 en 2011). Hoewel de nadruk, dimensies en uitdagingen van de ontwikkeling en integratie van de kapitaalmarkten zijn veranderd, is de EU er nooit in geslaagd goed functionerende, geïntegreerde kapitaalmarkten tot stand te brengen.

02

Er is sprake van geografische ongelijkheden tussen de lidstaten bij de kapitalisatie, liquiditeit en diepte van hun lokale kapitaalmarkten. De lidstaten in het westen en noorden hebben vaak diepere kapitaalmarkten en zelfversterkende kapitaalhubs, terwijl de lidstaten in het oosten en zuiden achterblijven (zie figuur 1). Londen was tot nu toe de belangrijkste financiële hub van de EU. De terugtrekking van het VK uit de EU vormt een uitdaging voor het KMU-project.

Figuur 1

Omvang van kapitaalmarkten per land, gemeten aan de hand van het gemiddelde aandeel in de totale activiteiten in 23 verschillende sectoren in de drie jaar tot 2019 (gemiddelde), uitgedrukt in %

Bron: ERK, op basis van gegevens van New Financial, september 2020.

03

Ondanks de inspanningen die in de nasleep van de financiële crisis zijn geleverd, zijn de economieën van de meeste EU-lidstaten nog steeds sterker aangewezen op bancaire financiering dan op kapitaalmarktfinanciering (bijv. private equity, durfkapitaal, obligaties). Kmo’s in Europa kiezen voor de relatief goedkopere bancaire financiering, die hen in staat stelt de volledige eigendom te behouden. Hoewel niet-bancaire financiering het afgelopen decennium relevanter is geworden, waren bankleningen nog steeds goed voor ongeveer 45 % van de totale niet-financiële schuldfinanciering van ondernemingen in de eurozone in 2018, tegenover ongeveer 60 % in 20071. Traditie en cultuur zijn belangrijke factoren in dit opzicht, die tot uiting komen in “home bias” (d.w.z. een tendens om het grootste deel van de portefeuille te investeren in binnenlandse activa). Het gebrek aan gemakkelijk beschikbare informatie over ondernemingen en de ontoereikende niveaus van financiële geletterdheid zijn verdere belemmeringen die de vraag van beleggers naar kapitaalmarktinstrumenten inperken.

04

De kapitaalmarktenunie (KMU) is een grootschalig initiatief van de Commissie. Het werd officieel gelanceerd in het actieplan van de Commissie in 2015. Dit vlaggenschipproject werd aangekondigd als onderdeel van de tien beleidsprioriteiten van de Commissie en is een element in de derde pijler van het investeringsplan voor Europa, dat gericht was op de verbetering van het investeringsklimaat. De KMU moet de bankenunie aanvullen door de particuliere risicodeling te verbeteren en de algehele risicovermindering te waarborgen en moet uiteindelijk de economische en monetaire unie (EMU) versterken.

05

De noodzaak van een KMU was nooit eerder zo groot. De brexit heeft de nadruk gelegd op de politieke noodzaak om diepere en sterker geïntegreerde kapitaalmarkten in de EU te ontwikkelen, aangezien het VK, de grootste en diepste kapitaalmarkt en belangrijkste Europese hub van startkapitaal voor ondernemingen, de EU op 31 januari 2020 officieel heeft verlaten. Bovendien neemt de mondiale concurrentie toe, zoals blijkt uit factoren zoals innovatieve Europese kmo’s die de EU verlaten op zoek naar betere financiering en een klimaat dat bevorderlijker is voor de financiering van snelgroeiende ondernemingen. In de afgelopen maanden heeft de Commissie de economische onzekerheid als gevolg van de COVID-19-pandemie ook aangevoerd als argument ten gunste van de KMU, die particuliere financiering kan mobiliseren en het herstel van de economie kan versnellen.

De KMU-doelstellingen

06

Een belangrijke doelstelling van de KMU is bij te dragen tot het beperken van de sterke afhankelijkheid van bancaire financiering en het beperken van de kosten van het aantrekken van kapitaal, met name voor kmo’s. Volgens de Commissie moet deze doelstelling worden verwezenlijkt door middel van de opbouw van een stabiel financieel systeem waarin diepere en geïntegreerde kapitaalmarkten meer spaargeld van burgers absorberen en een grotere rol spelen in de financiering van het bedrijfsleven. De EU-bankensector zal naar verwachting ook profiteren van de KMU, die maatregelen omvat om de Europese securitisatiemarkt nieuw leven in te blazen.

07

Door middel van de voltooiing van de bankenunie en de spreiding van de risico’s over marktdeelnemers moet de KMU bijdragen tot een stabieler financieel systeem dat beter is toegerust om de groei te bevorderen, werkgelegenheid te scheppen en Europa aantrekkelijker te maken voor buitenlandse investeringen. Tot slot zouden sterker geïntegreerde, meer liquide en diepere financiële markten in Europa niet alleen de grensoverschrijdende investeringsstromen doen toenemen, maar ook bijdragen tot een sterkere internationale rol voor de euro.

08

Het actieplan van 2015 en de desbetreffende tussentijdse evaluatie van 2017 omvatten een reeks wetgevende en niet-wetgevende maatregelen die zijn onderverdeeld in zeven actiegebieden die onder meer het cumulatieve effect zouden moeten hebben gehad dat versnipperde stukken financiële wetgeving worden samengevoegd in een samenhangend regelgevingskader. Met het wetgevingskader en de niet-wetgevende maatregelen moet een ecosysteem voor investeringen worden opgebouwd dat de toegang tot kapitaalmarkten en de economische groei bevordert. De regelgeving kan de werking van de markt wel vergemakkelijken, maar kan deze niet dicteren.

09

De KMU is een onvoltooide agenda in het kader waarvan nog werkzaamheden worden uitgevoerd. Tot dusver werden de meeste wetgevingshandelingen nog niet of pas onlangs uitgevoerd. Om de voorbereidende werkzaamheden voor een nieuwe blauwdruk te beginnen, heeft de Commissie een forum op hoog niveau voor de kapitaalmarktenunie opgericht, bestaande uit 28 kapitaalmarktdeskundigen op hoog niveau. Het eindverslag van het forum werd in juni 2020 gepubliceerd en bevat een reeks beleidsaanbevelingen2. De Commissie heeft haar nieuwe actieplan3 gepubliceerd in september 2020.

Rollen en verantwoordelijkheden in de KMU

10

Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel vallen bepaalde beleidsterreinen voor de KMU (bijv. belastingheffing, insolventie en financiële educatie) onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Het succes van het KMU-initiatief hangt daarom niet alleen af van de Commissie, maar ook van de politieke wil en ambitie van het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten.

11

Binnen de Commissie is het directoraat-generaal Financiële Stabiliteit, Financiële Diensten en Kapitaalmarktenunie (DG FISMA) verantwoordelijk voor de planning, de algemene uitvoering en de coördinatie van het KMU-project, hoewel ook andere diensten van de Commissie betrokken zijn. Het directoraat-generaal Steun voor structurele hervormingen (DG REFORM) van de Commissie, dat in 2020 werd opgericht ter vervanging van de Ondersteuningsdienst voor structurele hervormingen (SRSS), verleent technische bijstand door middel van het steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP)4 om onder meer de capaciteiten van de binnenlandse kapitaalmarkten van de lidstaten te versterken. Aan de werking van de KMU is geen specifieke begroting toegekend.

12

De andere instanties die van belang zijn voor de werking van de KMU zijn de drie Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s):

  • de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA), de effectentoezichthouder van de EU, die uitvoeringsmaatregelen voorstelt en technische regels bepaalt;
  • de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen, en
  • de Europese Bankautoriteit.

Reikwijdte en aanpak van de controle

13

Gezien het belang van de KMU hebben we het ontwerp, de uitvoering en de doeltreffendheid ervan gecontroleerd. Met ons verslag willen we belanghebbenden informeren en aanbevelingen doen aan de Commissie om de verdere ontwikkeling van de KMU te ondersteunen.

14

De maatregelen die we hebben bekeken, hebben betrekking op vier van de zeven actiegebieden van het KMU-actieplan, dat wil zeggen: i) financiering voor innovatie, startende en niet-beursgenoteerde ondernemingen, ii) vlottere toegang tot openbare markten en ruimere mogelijkheden om hier kapitaal aan te trekken, iii) uitbreiding van bankcapaciteit ter ondersteuning van de bredere economie, en iv) bevordering van grensoverschrijdende investeringen.

15

De overkoepelende vraag van de controle was of de Commissie er met haar maatregelen in is geslaagd een doeltreffende KMU te ontwikkelen. Om deze vraag te beantwoorden, hebben we beoordeeld of de Commissie:

  1. heeft bijgedragen tot de diversifiëring van de financiering van ondernemingen, en met name van kmo’s;
  2. heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van diepere en beter geïntegreerde lokale kapitaalmarkten;
  3. doeltreffende maatregelen heeft genomen om belangrijke grensoverschrijdende belemmeringen aan te pakken, en
  4. de KMU heeft uitgerust met een overtuigend prestatiekader.
16

Met het oog op de controle hebben we de stukken onderzocht die beschikbaar waren bij de Commissie en vraaggesprekken gevoerd met relevante personeelsleden van de Commissie. We hebben een steekproef van 10 van de 54 voor de KMU relevante projecten onderzocht die waren gefinancierd uit het steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) en de voorbereidende maatregelen hiervan in de periode 2016-2019. Wij hebben deze steekproef op basis van ons vakkundig oordeel geselecteerd (zie bijlage I voor de lijst van projecten) en de nadruk gelegd op projecten die werden uitgevoerd in lidstaten met minder ontwikkelde kapitaalmarkten (zie figuur 1). De geselecteerde projecten waren betrekkelijk vergevorderd wat betreft de uitvoering, zodat de kans groter was dat er resultaten konden worden waargenomen.

17

Daarnaast hebben we gesproken met autoriteiten en belanghebbenden uit negen geselecteerde lidstaten, d.w.z. Bulgarije, Estland, Italië, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Polen, Roemenië en Tsjechië, om informatie te verzamelen. Ook hebben we personeel van ESMA, de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds alsmede de deskundigen en vertegenwoordigers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO), een aantal ondernemingen, beleggersverenigingen en effectenbeurzen geïnterviewd.

18

We hebben de autoriteiten ondervraagd die verantwoordelijk zijn voor de regulering van en het toezicht op de lokale kapitaalmarkten in alle lidstaten (de Ministeries van Financiën, nationale bevoegde autoriteiten (NBA’s) en centrale banken), Europese en nationale ondernemersorganisaties, beleggersverenigingen en verenigingen van banken, evenals effectenbeurzen in de EU.

19

We hebben onze controlewerkzaamheden van september 2019 tot en met februari 2020 uitgevoerd. Onze controlewerkzaamheden waren afgerond voordat de COVID-19-pandemie uitbrak, waardoor in dit verslag geen rekening is gehouden met beleidsontwikkelingen of andere veranderingen als gevolg van de pandemie.


Opmerkingen

De maatregelen van de Commissie om de financieringsopties voor kmo’s te diversifiëren hadden tot nu toe geen katalyserende werking

20

In de EU was bancaire kredietverlening altijd de voornaamste bron van middelen ter financiering van ondernemingen, en met name van kmo’s. De toegang tot nieuwe bronnen van financiering voor kmo’s, door het aanvullen van bankfinanciering met marktfinanciering (d.w.z. durfkapitaal, private equity), vormt de kern van het KMU-initiatief.

21

In de afgelopen decennia ontstonden in Europa veel innovatieve startende ondernemingen, zogenaamde “eenhoorns”, d.w.z. snel groeiende starters die worden gewaardeerd op meer dan 1 miljard dollar (zie figuur 2). Een toenemend aantal van dit soort ondernemingen verplaatst zich na de vroege groeifase naar landen buiten de EU vanwege de groeimogelijkheden. De Commissie heeft geprobeerd deze trend te stoppen door de beursgang van kmo’s te ondersteunen door middel van verschillende maatregelen in het kader van de KMU.

Figuur 2

Het landschap van Europese eenhoorns, 2000-2020

Bron: Dealroom.co.

22

Onder kmo’s is er sprake van veel heterogeniteit wat betreft de omvang, de sector, de leeftijd, de activiteiten en de eigendom, alsmede van veel grensoverschrijdende verschillen. Snelgroeiende kmo’s maken ongeveer 11 % van de 25 miljoen ondernemingen5 in de EU uit. Het vergemakkelijken van de toegang tot verschillende financieringsbronnen voor snelgroeiende kmo’s is gevestigd beleid van de Commissie, dat in 1998 begon met een actieplan van de Commissie inzake durfkapitaal6. Op het financieringsprobleem van kmo’s, dat varieert naargelang van hun groeifase (zie figuur 3), waren ook een aantal beleidsmaatregelen van de Commissie gericht, zoals een actieplan van 2011 ter verbetering van de toegang tot financiering voor kmo’s7. In het KMU-actieplan van 2015 worden de bovengenoemde initiatieven voortgezet (zie bijlage II).

Figuur 3

Financieringsbronnen per groeifase van een onderneming

Bron: Europese Commissie.

23

In het KMU-actieplan van 2015 en de herziening ervan in 2017 heeft de Commissie zich gericht op het verbeteren van de toegang tot financiering voor kmo’s door de nadruk te leggen op twee actiegebieden: i) financiering voor innovatie, startende en niet-beursgenoteerde ondernemingen en ii) vlottere toegang tot openbare markten en ruimere mogelijkheden om hier kapitaal aan te trekken. De voorgestelde wijzigingen van de regelgeving waren voornamelijk herzieningen van eerdere regels (prospectus, mkb-groeimarkten, Europese durfkapitaalfondsen (EuVECA)).

24

Het andere actiegebied van de Commissie was iii) versterking van bankcapaciteit ter ondersteuning van de ruimere economie, dat gedekte obligaties en securitisatie omvatte. Dit beleidsgebied houdt niet direct verband met de financiering van kmo’s, maar heeft betrekking op de mogelijkheid voor banken om hun hefboom af te bouwen (d.w.z. om hun balans in te krimpen) zonder de kredietverlening aan de particuliere sector te schrappen.

25

Om te evalueren of de doelstelling om de financiering voor kmo’s te diversifiëren is verwezenlijkt met de maatregelen in het kader van de KMU, hebben we beoordeeld of de Commissie:

  1. de mogelijkheden voor ondernemingen heeft verbeterd om de uitbreiding in hun groeifasen voorafgaand aan hun beursintroductie te financieren (zie figuur 3; met inbegrip van durfkapitaal en private equity);
  2. de toegang van kmo’s tot de openbare markten heeft verbeterd (d.w.z. de fase van de beursintroductie);
  3. informatiebarrières heeft beperkt die kmo's en potentiële investeerders verhinderen financiering, respectievelijk investeringsmogelijkheden te vinden, en
  4. banken in staat heeft gesteld hun leningscapaciteiten vrij te maken om kmo’s te ondersteunen.

Gedeeltelijke resultaten bij de ondersteuning van durfkapitaal en aandelenfinanciering

26

Binnen het KMU-actieplan heeft de Commissie een pakket maatregelen gelanceerd om durfkapitaal en aandelenfinanciering in de EU te ondersteunen. Deze maatregelen omvatten een regelmatige herziening, de oprichting van een pan-Europees dakfonds en de bevordering van beste praktijken ten aanzien van belastingprikkels (zie tabel 1).

Tabel 1

Geselecteerde gecontroleerde maatregelen in het kader van de KMU gericht op de ondersteuning van durfkapitaal en aandelenfinanciering

Maatregelen Soort Actie voltooid op Commissieniveau Opmerkingen ERK
Oprichting van een pan-Europees dakfonds voor durfkapitaal Financiële injectie JA Bij drie dakfondsen wordt vooruitgang geboekt ten aanzien van activiteiten voor fondsenwerving en investeringen; het geïnvesteerde bedrag dat naar verwachting door de Commissie wordt gegenereerd is vijf keer zoveel (nog niet behaald)
Wijzigingen van de EuVECA- en EuSEF-verordening Wetgevende maatregel JA Van kracht sinds maart 2018 Toename van de registratie van durfkapitaalfondsen alleen in die lidstaten die reeds aantrekkelijke, geïntegreerde en goed ontwikkelde durfkapitaalmarkten hebben
Studie en bevordering van beste praktijken op het gebied van regelingen voor belastingprikkels voor durfkapitaal en investeringen van business angels Niet-wetgevende maatregel JA Presentatie van de studie in twee workshops ter bevordering van de resultaten onder de belastingdiensten van de lidstaten, geen verdere impact op het niveau van de lidstaten
Wetgevingsvoorstel inzake gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) Wetgevende maatregel JA CCCTB in 2011 voorgesteld (volgens de lidstaten te ambitieus om mee in te stemmen), voorstel opnieuw gepresenteerd in 2016, tot nu toe geen overeenstemming

Bron: ERK.

27

De EU-markten voor durfkapitaal en private equity worden nog steeds gekenmerkt door grote verschillen tussen de lidstaten, zowel wat betreft de omvang van de financieringskloof voor kmo’s als de beschikbaarheid van financieringsbronnen, met name ten aanzien van institutionele beleggers. Er is inderdaad sprake van een grote versnippering van de markten tussen de centrale en perifere delen van de EU wat investeringen van durfkapitaal en private equity betreft (d.w.z. de lokalisering van de portefeuille-ondernemingen die de middelen ontvangen); deze zijn voornamelijk geconcentreerd in enkele lidstaten (d.w.z. Frankrijk, Duitsland, Nederland, Denemarken en Zweden).

28

De herziening van de verordeningen inzake EuVECA en het Europees sociaalondernemerschapsfonds (EuSEF) was de eerste wetgevende maatregel die werd opgenomen in het KMU-actieplan om grensoverschrijdend georiënteerde durfkapitaalondernemingen te bevorderen en de ontwikkeling van minder ontwikkelde gebieden op de Europese markt voor durfkapitaal te ondersteunen. Met deze maatregel werd echter alleen het aantal registraties van EuVECA-fondsen doeltreffend verhoogd in lidstaten met goed ontwikkelde durfkapitaalmarkten (bijv. Frankrijk en Nederland).

29

Uit onze gegevensanalyse van nieuw geregistreerde EuVECA- en EuSEF-fondsen en onze gesprekken met marktdeelnemers en belanghebbenden is gebleken dat de EuVECA- en EuSEF-keurmerken nog steeds niet worden gebruikt door de meerderheid van de durfkapitaalfondsen en dat deze niet doorslaggevend waren voor de marktuitbreiding en de financiering van kmo’s. Uit de resultaten van onze enquête onder EU-overheidsinstanties bleek dat 22 % van de respondenten van mening is dat door de herzieningen van de EuVECA-verordening van 2017 het niveau van investeringen in EU-durfkapitaalondernemingen niet is gestegen, terwijl 45 % van mening is dat het te vroeg is om dit te beoordelen.

30

De oprichting van het pan-Europese dakfonds voor durfkapitaal vormt een potentiële injectie van 410 miljoen EUR in de markt via de EU-begroting8. Deze maatregel is de enige financieringsmaatregel in het KMU-actieplan. De Commissie voert buiten het actieplan om ook maatregelen uit op het gebied van de financiering van kmo’s en voorziet in aanzienlijke middelen door middel van centraal beheerde programma’s en programma’s onder gedeeld beheer. Hoewel nog steeds aan de verwachting moet worden voldaan dat 2,1 miljard EUR wordt aangetrokken van particuliere of publieke beleggers (d.w.z. dat vijf keer het in het fonds geïnjecteerde bedrag wordt gegenereerd), werd bij drie dakfondsen vooruitgang geboekt bij de activiteiten voor fondsenwerving en investeringen, met als gevolg dat particuliere investeringen worden aangetrokken en de omvang van de durfkapitaalmarkt van de EU toeneemt.

31

Ter ondersteuning van de markten voor private equity en durfkapitaal heeft de Commissie ook een verslag uitgebracht over regelingen voor belastingprikkels voor durfkapitaal en investeringen van business angels, met inbegrip van beste praktijken, en heeft zij dit verslag tijdens twee workshops gepresenteerd. In de lidstaten werd geen verdere follow-up gegeven aan deze actie.

32

De Commissie diende een wetgevingsvoorstel in om de zogenaamde fiscale ongelijkheid tussen eigen en vreemd vermogen aan te pakken. In de meeste lidstaten worden de rente op schulden en het rendement op aandelenkapitaal verschillend behandeld, wat de ontwikkeling en integratie van markten belemmert. Omdat de rente kan worden afgetrokken van de heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting en dit bij het rendement op eigen vermogen niet mogelijk is, bestaat een belastingvoordeel voor schuldfinanciering dat de financiële beslissingen van ondernemingen en beleggers beïnvloedt. Daarom waren de kosten van kapitaal voor aandelen naar schatting 45 % hoger dan de kosten van kapitaal voor schulden9.

33

De Commissie heeft geprobeerd om dit probleem aan te pakken in het kader van de KMU door voor te stellen om een aftrek voor de verrekening voor de vennootschapsbelasting voor nieuwe aandelen in te voeren als onderdeel van het voorstel inzake de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB). De voorgestelde oplossing is echter nog niet uitgevoerd doordat het ontbreekt aan instemming van de Raad, die nog steeds exclusief bevoegd is voor fiscale aangelegenheden.

De toegang van kmo’s tot de publieke markten moet worden verbeterd

34

Het aantrekken van aandelenfinanciering op de publieke markt is moeilijker voor kmo’s dan voor grotere ondernemingen, omdat zij bang zijn eigendom te verliezen en niet dezelfde capaciteiten hebben om aan de bekendmakingsvereisten te voldoen en om de daarmee samenhangende kosten te dragen (maar liefst tot 15 % van het aangetrokken bedrag). De Commissie heeft zich tot doel gesteld het gemakkelijker en goedkoper te maken om obligaties en aandelen uit te geven op de publieke markten, en toch de bescherming van beleggers te waarborgen. Met het oog hierop heeft de Commissie een pakket maatregelen geïntroduceerd (zie tabel 2).

Tabel 2

Geselecteerde gecontroleerde maatregelen in het kader van de KMU gericht op de versterking van de toegang tot publieke markten voor ondernemingen

Maatregelen Soort Actie voltooid op Commissieniveau Opmerkingen ERK
Verordening tot herziening van de regels inzake de uitgifte van een prospectus Wetgevende maatregel JA Van kracht sinds juli 2019 Voorstel in eerste instantie afgewezen door de Raad voor regelgevingstoetsing van de Commissie vanwege de vraag waarom de tweede herziening binnen vijf jaar succesvol zou zijn; voorstel goedgekeurd na snelle herindiening; prospectus nog steeds beschouwd als te duur en te complex voor kmo’s; geen vrijstelling voor secundaire uitgifte; geen aanzienlijke verhoging van beursgangen waargenomen sinds juli 2019
Nieuwe verordening ter ondersteuning van de mkb-groeimarkten, ingevoerd door MiFID II Wetgevende maatregel JA Van kracht sinds januari 2020 Positief bericht voor het kmo-ecosysteem dat de EU-beleidsmakers bereid waren om in de teksten evenredigheid in te voeren ten gunste van kmo’s
Vooruitgang monitoren van de toezegging van de International Accounting Standards Board om de bekendmaking, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de IFRS te verbeteren Lopende niet-wetgevende maatregel JA Geen tastbaar resultaat van de monitoring op de markt

Bron: ERK.

35

Macro-economische omstandigheden, zoals de liquiditeit op de markt, de belangstelling van beleggers, de hoogte van de rente, de verwachte economische groei, het verwachte belastingpercentage en de inflatie, kunnen een grotere invloed hebben dan de kosten van de publicatie van een prospectus en bepalend zijn voor de keuze door een onderneming voor een beursgang. In de nasleep van de financiële crisis fluctueerde het aantal beursgangen in de EU, waarbij in 2019 in totaal 90 beursgangen plaatsvonden, maar er was sinds 2009 geen sprake van herstel (zie figuur 4). Het grootste totaalaantal beursgangen in de EU vond in 2011 plaats, toen het aantal vastgelegde beursgangen 415 bedroeg10.

Figuur 4

Totaalaantal beursgangen in de EU, 2009-2019

Bron: ERK, op basis van PwC, IPO Watch Europe 2009-2019.

36

De toegang tot de publieke markten voor kmo’s werd tot nu toe niet aanzienlijk versterkt of goedkoper, zoals blijkt uit onze interviews en enquêtes. De kosten die gepaard gaan met de publicatie van een prospectus namen slechts lichtjes af en het proces is nog steeds zwaar en lang. Daarnaast zijn hoofdzakelijk de kosten van adviesdiensten voor de uitgifte van een prospectus bepalend voor de kosten die met de publicatie ervan gepaard gaan, wat niet eenvoudig kan worden beïnvloed door de maatregelen van de Commissie.

37

De wijzigingen van de regelgeving en het gebrek aan harmonisatie van de nationale regels voor uitgiften onder de drempel waaronder een prospectus niet is vereist, laten bovendien ruimte voor reguleringsarbitrage. Ondernemingen die van plan zijn om tot 8 miljoen EUR aan te trekken en die gevestigd zijn in een land waar de verplichting ten aanzien van een prospectus boven de 1 miljoen EUR ligt, kunnen online grensoverschrijdende nieuwe aandelen uitgeven (d.w.z. equity crowdfunding) door middel van een platform dat is gevestigd in een ander land zonder verplichting tot uitgifte van een prospectus voor uitgiften tot 8 miljoen EUR.

38

We merken daarnaast op dat de Commissie bij het opstellen van het actieplan van 2015 niet overwoog om middelen te injecteren ter ondersteuning van beursgangen van kmo’s, bijvoorbeeld in de vorm van een publiek-privaat fonds. In maart 2020 heeft de Commissie echter aangekondigd dat zij de intentie had om een publiek-privaat fonds op te zetten om te investeren in openbare aanbiedingen11.

39

Een andere maatregel van het KMU-actieplan, de verordening betreffende mkb-groeimarkten, omvatte wijzigingen van de verordening marktmisbruik en verdere wijzigingen van de regels inzake prospectussen om het gemakkelijker te maken voor kmo’s om aandelen en schulden uit te geven op de mkb-groeimarkten. De Commissie heeft bovendien aanvullende regels voorgesteld om de registratie van multilaterale handelsfaciliteiten als mkb-groeimarkten te vergemakkelijken en om de liquiditeit te bevorderen van beursgenoteerde kmo-aandelen om deze markten aantrekkelijker te maken voor beleggers, uitgevende instellingen en intermediairs. De wetgevende maatregel werd in 2019 aangenomen en trad in januari 2020 in werking. De bekrachtiging van deze maatregel was een positieve boodschap voor het kmo-ecosysteem dat de EU-beleidsmakers bereid zijn om wijzigingen door te voeren ten gunste van kmo’s.

Beperkte impact op het wegnemen van informatiebarrières

40

Informatiebarrières vormen een van de belangrijkste belemmeringen die de vraag- en aanbodzijde van de financieringsmarkt voor kmo’s beïnvloeden. Aan de vraagzijde krijgen kmo’s te maken met problemen bij het vaststellen van de beschikbare financieringsmogelijkheden. Aan de aanbodzijde hebben beleggers problemen bij het beoordelen van de kredietwaardigheid van kmo’s. De Commissie heeft geprobeerd om beide problemen aan te pakken (zie tabel 3).

Tabel 3

Geselecteerde gecontroleerde maatregelen in het kader van de KMU gericht op het wegnemen van informatiebarrières voor de financiering van kmo’s

Maatregelen Soort Actie voltooid op Commissieniveau Opmerkingen ERK
Aanmoedigen van een overeenkomst tussen bankfederaties en mkb-verenigingen over beginselen op hoog niveau inzake feedback van banken die kredietaanvragen van kmo’s afwijzen Niet-wetgevende maatregel JA Toepassing van beginselen op hoog niveau in de handen van bankfederaties

Overeenkomst niet bindend voor banken
Ondersteunen van een pan-Europees systeem voor beleggers Niet-wetgevende maatregel JA Commissie heeft geconcludeerd dat EU-optreden geen toegevoegde waarde zou opleveren tenzij lokale en nationale autoriteiten eerst oplossingen vinden

Bron: ERK.

41

Aan de vraagzijde heeft de Commissie een niet-bindende overeenkomst tussen bankfederaties en kmo-associaties aangemoedigd over beginselen op hoog niveau voor het geven van feedback door banken over afgewezen kredietaanvragen van kmo’s. We merken op dat het initiatief staat of valt met het gebruik ervan door de sector. De beginselen zijn nog steeds niet in de gehele bankensector bekend en dergelijke feedback zou geen grote impact hebben op de kredietaanvragen van kmo’s, aangezien in 2019 slechts 6 % van deze aanvragen in de eurozone werd afgewezen.

42

Aan de aanbodzijde werden de pogingen om een pan-Europees informatiesysteem met informatie over kmo’s te ontwikkelen stopgezet omdat dit niet haalbaar was vanwege een gebrek aan middelen en deskundigheid. De Commissie concludeerde dat EU-optreden geen toegevoegde waarde zou opleveren tenzij lokale en nationale autoriteiten eerst oplossingen vinden.

43

Wij merken op dat de oprichting van een EU-breed digitaal platform voor toegang tot de publieke financiële en niet-financiële informatie van ondernemingen, het Europees centraal toegangspunt (ESAP), sinds de vaststelling van de transparantierichtlijn in 2013 wordt besproken. Ondanks het feit dat het project zeer relevant zou kunnen zijn voor de KMU om informatiebarrières weg te nemen, nam de Commissie het niet op in haar actieplan, maar delegeerde zij het aan ESMA. In 2017 hief ESMA de prioriteit van het project op vanwege een gebrek aan middelen, een gebrek aan vergelijkbaarheid van gegevens van ondernemingen uit de lidstaten en een gebrek aan een mandaat om de door de lidstaten verstrekte gegevens over ondernemingen te valideren.

Maatregelen om te zorgen voor nieuwe bancaire kredietverlening voor kmo’s hadden geen waarneembaar effect

44

Met haar KMU-maatregelen in het kader van het actiegebied om bankcapaciteit vrij te maken, richtte de Commissie zich op het bevorderen van financiering door banken van ondernemingen en de bredere economie. We hebben onderzocht of de maatregelen van de Commissie ten aanzien van het securitisatiekader, gedekte obligaties en European Secured Notes doeltreffend waren bij het ondersteunen van capaciteiten van banken om EU-ondernemingen te ondersteunen (zie tabel 4).

Tabel 4

Geselecteerde gecontroleerde maatregelen in het kader van de KMU, gericht op het vrijmaken van bankcapaciteit

Maatregel Soort Actie voltooid op Commissieniveau Opmerkingen ERK
Securitisatieverordening Wetgevende maatregel JA Van kracht sinds 2019 Lang wetgevingsproces (twee jaar); proces voor de mogelijke opname van synthetische securitisatie heeft aanzienlijke vertraging opgelopen; vertragingen bij de secundaire wetgeving en richtsnoeren die een negatieve impact hadden op de uitgifte van transparante en gestandaardiseerde securitisaties (STS) op de korte termijn
Richtlijn gedekte obligaties Wetgevende maatregel JA Van toepassing vanaf 2022 Te vroeg om te beoordelen
European Secured Notes Niet-wetgevende maatregel JA Het verslag van de Europese Bankautoriteit over European Secured Notes gepubliceerd, geen follow-up

Bron: ERK.

45

Gezien het feit dat kmo’s normaal gesproken geen directe toegang tot de kapitaalmarkten hebben, maakt een goed functionerende securitisatie de omvorming van niet-liquide kredieten in verhandelbare effecten mogelijk. Dit kan derhalve worden beschouwd als indirect financieringsinstrument voor kmo’s. De maatregel in het kader van het KMU-actieplan inzake het nieuwe eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde (STS) securitisatiekader was een initiatief dat door zowel de regelgever als de sector werd bevorderd om in wezen een “gouden norm” te creëren als indicatie voor de securitisaties van de hoogste kwaliteit.

46

Hoewel de Commissie haar voorstel beschouwde als “laaghangend fruit” binnen het KMU-actieplan, duurde het wetgevingsproces langer dan twee jaar. Hoewel de STS-securitisatieverordening sinds januari 2019 van kracht is, werd het merendeel van de secundaire wetgeving en richtsnoeren die nodig zijn om de verordening uit te leggen en de naleving ervan te waarborgen, pas in september 2020 van kracht.

47

De Commissie heeft in haar effectbeoordeling voor de securitisatieverordening niet voorzien in gegevens of een schatting van welk deel van de Europese securitisatiemarkt zou voldoen aan de nieuwe STS-criteria. Het gebrek aan rechtszekerheid, dat is veroorzaakt door vertragingen bij de vaststelling van de secundaire wetgeving en richtsnoeren, had negatieve gevolgen voor de STS-transacties op de korte termijn12 (d.w.z. de eerste STS-transactie werd op 21 maart 2019 uitgevoerd, bijna drie maanden na de datum van toepassing), maar de situatie werd geleidelijk beter, met 143 securitisaties in hetzelfde jaar. Tot juni 2020 vonden nog eens 165 kennisgevingen plaats, waarmee het totaal op 308 kwam te staan.

48

In 2019 besloeg het nieuwe STS-keurmerk bijna de helft van het EU-marktaandeel (46 %, met ongeveer 100 miljard EUR; zie figuur 5), maar de algemene securitisatiemarkt vertoonde geen tekenen van groei. Transacties van securitisaties blijven voornamelijk geconcentreerd binnen traditionele activaklassen zoals hypotheken en autoleningen.

Figuur 5

Uitgifte van Europese securitisaties, 2010-2019 (in miljard EUR)

Bron: ERK, op basis van gegevens van de Association for Financial Markets in Europe en marktramingen.

49

Ten aanzien van de behaalde resultaten merken we op dat de uitgifte van kmo-securitisaties nog steeds te lijden heeft onder de financiële crisis van 2007/2008 en op een laag niveau blijft (10,6 % van de totale uitgifte in 2019, zie figuur 6). In 2019 was het totale uitgegeven volume aan kmo-transacties (23 miljard EUR) lager dan de niveaus van 2007/2008 en de aan de KMU voorafgaande periode 2014-2015, en de securitisatie van kmo-kredieten was per juni 2020 goed voor slechts 1 % van de STS-transacties. Bovendien is de kmo-securitisatie geconcentreerd in enkele lidstaten (België, Italië en Spanje, op basis van uitzonderlijke volumes per juni 2020).

Figuur 6

Uitgifte van Europese securitisaties, 2000-2019 (volume in miljard EUR en aandeel in % van totale securitisatie)

NB: In het eerste kwartaal van 2020 vonden geen kmo-securitisaties plaats.

Bron: ERK, op basis van gegevens van Association for Financial Markets in Europe en de OESO.

50

In december 2019 vroeg de Raad de Commissie te beoordelen of EU-labels, waaronder “mkb-securitisatie”, “mkb-European Secured Notes” (ESN’s), “mkb-beleggingsfondsen” en leningverstrekkende fondsen, moesten worden ingevoerd met het oog op de verbetering van de financieringsvoorwaarden voor kmo’s13. Bovendien voerde de Commissie, samen met de EIB-groep, securitisatievehikels in om bij te dragen tot de financiering van kmo’s, voornamelijk in de regio Midden-, Oost- en Zuidoost-Europa. Deze transacties hebben echter niet geleid tot een toename van particuliere participatie.

Tekortkomingen in de inspanningen om lokale kapitaalmarkten te ontwikkelen

51

Goed werkende lokale markten bieden ondersteuning voor de financiering en investeringen van de particuliere sector, wat uiteindelijk leidt tot economische groei en het scheppen van werkgelegenheid14. De EU-kapitaalmarkten blijven heterogeen en geconcentreerd in West- en Noord-Europa (zie figuur 1).

52

Het KMU-actieplan is gericht op de ontwikkeling van de lokale kapitaalmarkten door hun specifieke capaciteiten te versterken en hun integratie te vergemakkelijken. De genomen beleidsmaatregelen moeten echter volledig in overeenstemming zijn met het subsidiariteitsbeginsel. De nationale en regionale autoriteiten zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor de ontwikkeling van lokale markten.

53

De Commissie voorziet ook in financieringsbronnen (zoals durfkapitaal of gegarandeerde leningen) om kmo’s te ondersteunen door middel van centraal door de Europese Commissie beheerde programma’s (zoals het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen — Cosme) of de Europese structuur- en investeringsfondsen, die onder gedeeld beheer staan (d.w.z. de fondsen waarvan het beheer wordt gedeeld door de EU en de lidstaten). Deze maatregelen vallen niet onder het KMU-actieplan. De EU-steun bestrijkt verschillende financiële instrumenten (aandelen en schuld, leninggaranties en durfkapitaal, capaciteitsopbouw en faciliteiten voor risicodeling)15.

54

Een andere manier waarop de Commissie de ontwikkeling van lokale kapitaalmarkten bevordert, is door middel van het Europees Semester, een jaarlijkse coördinatiecyclus voor het economisch en begrotingsbeleid die in 2010 werd ingevoerd om de economische en sociale duurzaamheid van de EU te verbeteren. De Commissie voert elk jaar een analyse uit van de plannen van elk land voor budgettaire, macro-economische en structurele hervormingen en voorziet de lidstaten vervolgens van landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) voor de volgende 12-18 maanden die door de Raad worden bevestigd en formeel worden goedgekeurd.

55

In het kader van het SRSP verleent de EU technische bijstand aan EU-lidstaten voor institutionele, administratieve en groeibevorderende hervormingen, waaronder de ontwikkeling van hun kapitaalmarkten. Het SRSP is vraaggestuurd, met andere woorden de lidstaten kiezen of zij projectvoorstellen voor financiering al dan niet willen indienen bij de Commissie.

56

Wij beoordeelden of:

  1. de Commissie beschikt over een uitgebreide strategie om de ontwikkeling van de lokale kapitaalmarkten te bevorderen;
  2. het Europees Semester werd gebruikt ter ondersteuning van KMU-gerelateerde hervormingen in de lidstaten;
  3. de technische bijstand die werd verleend in het kader van het SRSP doeltreffende steun bood voor de ontwikkeling van kapitaalmarkten.

Gebrek aan een uitgebreide strategie voor de ontwikkeling van lokale kapitaalmarkten

57

Bij de tussentijdse evaluatie van de KMU in 2017 plande de Commissie de voorbereiding van een uitgebreide EU-strategie inzake lokale en regionale kapitaalmarktontwikkelingen in de gehele EU. Dit was een van de negen prioritaire maatregelen op de KMU-agenda. De Commissie publiceerde geen afzonderlijk strategisch verslag, zoals zij bijvoorbeeld in maart 2018 deed voor duurzame financiering en fintech16. In plaats daarvan bracht zij, met een vertraging van negen maanden, eenvoudigweg verslag uit17 over maatregelen die op nationaal en regionaal niveau konden worden genomen om de kapitaalmarkten te ontwikkelen. Hiermee werd niet voldaan aan de verwachtingen die waren gewekt met de tussentijdse evaluatie (zie bijlage III). Het was geen strategie in die zin dat er een langetermijnperspectief werd gepresenteerd dat alle segmenten van de kapitaalmarkt compleet omvat en er waren geen door de Commissie te nemen concrete maatregelen in opgenomen.

58

In onze enquête was de meerderheid van de autoriteiten van de lidstaten van mening dat in het KMU-actieplan voornamelijk een “one size fits all”-benadering werd gevolgd en dat het de ontwikkeling van de lokale markten niet specifiek bevorderde (zie tabel 5).

Tabel 5

Opmerkingen van de lidstaten over de KMU-benadering van lokale en regionale kapitaalmarkten

West- en Noord-Europa Zuid-Europa Midden- en Oost-Europa 
  • “Het KMU-actieplan was veeleer gericht op de bevordering van de convergentie van de EU-kapitaalmarkten en het vergemakkelijken van de grensoverschrijdende kapitaalstromen dan op specifieke bevordering van de lokale markten. Naar onze mening is het gericht op het zorgen voor meer liquiditeit en marktdiepte in globaal opzicht.’’
  • ‘'Hierop leek geen bijzondere nadruk te liggen. Sommige voorstellen zouden zelfs gevestigde en werkende nationale of regionale segmenten van kapitaalmarkten in gevaar hebben gebracht.”
  • “Het was veel meer een ‘'one size fits all”-benadering”.
  • ‘'We zouden meer maatregelen voor lokale kapitaalmarkten kunnen verwachten’’.
  • “Wetgevende maatregelen in het kader van de KMU waren niet evenredig en hielden geen rekening met de omvang van minder ontwikkelde kapitaalmarkten”.
  • “Er zou meer rekening kunnen worden gehouden met de belangen van kleine en minder ontwikkelde markten”.
  • “Het KMU-initiatief is naar onze mening eigenlijk gericht op centralisatie, waarbij dus een sterke nadruk ligt op de meest ontwikkelde markten”.
  • “KMU-initiatieven waren meer gericht op ontwikkelde, grotere markten en kleinere, minder ontwikkelde markten profiteerden hier minder van. Kleine ondernemingen (micro-ondernemingen) kregen bovendien niet de verwachte voordelen (beperking van de regeldruk).”
  • “Maatregelen moeten op een wijze worden voorbereid die niet alleen ten goede komt aan de reeds sterke financiële centra, maar ook aan kapitaalmarkten van kleinere economieën in de EU.”
  • “Bij praktische oplossingen is het beginsel van lokale behoeften niet gerealiseerd.”

NB: Tien illustratieve antwoorden van de 17 Ministeries van Financiën die onze enquête beantwoordden; NCA’s en centrale banken gaven vergelijkbare antwoorden.

Bron: ERK-enquête.

Het potentieel van het Europees Semester wordt niet volledig benut om kapitaalmarkthervormingen te bevorderen

59

We onderzochten of in de landenverslagen belangrijke risico’s werden vastgesteld met betrekking tot de ontwikkeling van kapitaalmarkten en of de Commissie de landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) richtte tot de lidstaten met onderontwikkelde kapitaalmarkten.

60

In onze steekproef stelden we vast dat in de landenverslagen belangrijke risico’s werden vastgesteld en dat deze dienden als goede basis voor het opstellen van LSA’s die gericht waren op de ontwikkeling van kapitaalmarkten en een betere toegang tot alternatieve bronnen van financiering voor ondernemingen. Er waren echter enkele gevallen waarin problemen op gebieden zoals marktontwikkelingen, governance en toezicht beter hadden kunnen worden weergegeven in de landenverslagen van 2018 of 2019. Daarnaast bevatte geen enkel landenverslag in onze steekproef specifieke indicatoren die verwezen naar de binnenlandse kapitaalmarkten.

61

We stelden vast dat negen lidstaten in de periode 2016-2019, d.w.z. na de goedkeuring van het KMU-actieplan, werden verzocht hervormingen door te voeren die gericht waren op de kapitaalmarkten en een betere toegang tot niet-bancaire financiering. In bijlage IV is de lijst van aanbevelingen opgenomen die we in aanmerking hebben genomen.

62

Uit onze analyse van de minder ontwikkelde kapitaalmarkten in de EU (zie bijlage V) bleek dat de Commissie gedurende ten minste vier opeenvolgende jaren aan tien lidstaten geen aanbeveling deed om de direct gerelateerde hervormingen uit te voeren, ondanks het feit dat deze lidstaten nog steeds een minder ontwikkelde kapitaalmarkt hebben in vergelijking met het EU-gemiddelde. In vijf van deze gevallen (Bulgarije, Griekenland, Kroatië, Letland en Slowakije) stelde de Commissie aanbevelingen voor die betrekking hadden op bredere uitdagingen voor de financiële sector, zoals het toezicht op financiële diensten of de rechterlijke macht, die een impact kunnen hebben op de lokale kapitaalmarkt, zij het voornamelijk indirect. Aan vijf lidstaten met minder ontwikkelde kapitaalmarkten werden dus geen LSA’s afgegeven die direct of indirect relevant waren voor de KMU-doelstellingen18.

63

Hoewel we erkennen dat kapitaalmarkten slechts een van de vele beleidsuitdagingen vormen die in het proces van het Europees Semester moeten worden aangepakt, worden de criteria en logica voor het prioriteren van gebieden waarop LSA’s worden voorgesteld niet duidelijk gedocumenteerd door de Commissie19. We troffen bovendien geen specifieke aanbevelingen aan die gericht waren op de bevordering van de grensoverschrijdende integratie van lokale kapitaalmarkten voor het ontwerp en de uitvoering van relevante hervormingen.

64

In de lijn van het speciaal verslag van de ERK over het Europees Semester20 stelden we ook vast dat in één LSA voor de KMU relevante hervormingen waren vermengd met andere beleidsgebieden, en zelfs met niet-gerelateerde gebieden (bijv. werkgelegenheid, sociale inclusie). Daarnaast ontbraken in LSA’s die gerelateerd waren aan kapitaalmarkten streefdoelen aan de hand waarvan de vooruitgang kon worden gebenchmarkt op basis van een duidelijk tijdschema voor de uitvoering ervan21.

65

Met betrekking tot de KMU-gerelateerde LSA’s van 2016, 2017 en 2018 stelden we vast dat uit de beoordeling van de Commissie was gebleken dat eind 2019 gedeeltelijke vooruitgang was geboekt. Geen van de betrokken lidstaten had de aanbevolen hervormingen volledig of in aanzienlijke mate uitgevoerd, wat erop duidt dat er te weinig tijd was of dat zich problemen voordeden met de nationale toe-eigening door de lidstaten bij de uitvoering van de LSA’s.

De technische bijstand wordt over het geheel genomen gewaardeerd, maar de resultaten laten nog op zich wachten

66

We beoordeelden of de lidstaten met minder ontwikkelde markten profiteerden van projecten in het kader van het SRSP en of de projecten zorgden voor een toegevoegde waarde en leidden tot positieve resultaten in de lidstaten.

67

In het KMU-actieplan heeft de Commissie zich ertoe verbonden uiterlijk in het derde kwartaal van 2016 een strategie te ontwikkelen voor verstrekking van technische bijstand aan lidstaten om de capaciteit van kapitaalmarkten te ondersteunen, een aanvullende maatregel voor de uitgebreide strategie van de EU inzake lokale en regionale kapitaalmarkten (zie paragraaf 57). In september 2016 en in afwachting van de vaststelling van de SRSP-verordening meldde de Commissie echter dat zij capaciteiten had ontwikkeld om technische bijstand te verlenen en zou samenwerken met de lidstaten om prioriteitsgebieden vast te stellen, maar dat zij geen strategische documenten had gepubliceerd.

68

De SRSP-steun is vraaggestuurd en vereist geen cofinanciering van de lidstaten. De steun beslaat de volledige procescyclus, van de voorbereiding en het ontwerp tot de uitvoering van een project. In de periode 2016-2019 werden uit hoofde van het SRSP en de voorbereidende actie ervan 54 voor de KMU relevante projecten gefinancierd met een begroting van 14,31 miljoen EUR in twintig lidstaten.

69

Wat de redenen van de nationale autoriteiten betreft om technische bijstand aan te vragen, werd in alle tien verzoeken van onze steekproef verwezen naar de uitvoering van de KMU als prioriteit van de Unie. Bij de helft van deze gevallen (vijf verzoeken) stelden de autoriteiten dat het verzoek in overeenstemming was met hun eigen hervormingsagenda. Slechts één lidstaat van de steekproef (Litouwen) ontving een voor de KMU relevante LSA en in het projectverzoek werd verwezen naar deze LSA als relevante omstandigheid. Twee andere lidstaten (Bulgarije en Italië) hadden bredere LSA’s ontvangen (in verband met insolventie en toezicht), maar hun verzoeken hielden geen verband met die LSA’s.

70

In figuur 7 wordt het aantal goedgekeurde projecten en hun begroting in elke lidstaat getoond. Uit het figuur blijkt dat er sprake is van aanzienlijke verschillen tussen landen met minder ontwikkelde kapitaalmarkten (bijv. Kroatië en Roemenië ten opzichte van Bulgarije, Hongarije en Slowakije).

Figuur 7

Aantal goedgekeurde voor de KMU relevante projecten en de begroting hiervan per lidstaat, 2016-2019

Bron: ERK, op basis van gegevens van de SRSS.

71

De SRSS slaagde erin om in negen lidstaten meer dan één KMU-relevant project te ondersteunen. We stelden echter vast dat zes lidstaten (Slowakije, Bulgarije, Hongarije, Griekenland, Cyprus en Oostenrijk) met minder ontwikkelde kapitaalmarkten geen of één voor de KMU relevant project hadden uitgevoerd. Drie ervan hadden een gering aantal verzoeken (Slowakije en Bulgarije elk één) of helemaal geen verzoeken (Oostenrijk) ingediend.

72

Hoewel de interventielogica van het SRSP formeel niet gericht was op de specifieke behoeften van de EU-kapitaalmarkten, werden de doelstellingen van de KMU in elk afzonderlijk project aangepakt. Bovendien hielden de geselecteerde projecten duidelijk verband met de vastgestelde nationale behoeften. Met de projecten werden ook de meeste prioriteiten voor beleidsmaatregelen aangepakt die in 2018 waren vastgesteld door het initiatief van Wenen22. We stelden vast dat binnen de groep van landen van Midden-, Oost- en Zuidoost-Europa slechts één van de zes ingediende verzoeken in verband met financiële geletterdheid, een belangrijke kwestie voor minder ontwikkelde kapitaalmarkten (zie paragraaf 82), werd geselecteerd (Tsjechië). De andere verzoeken werden deels afgewezen vanwege een gebrek aan maturiteit van het project.

73

De SRSS wilde een benadering in drie fasen/een stapsgewijze benadering vaststellen voor de volgorde van steunmaatregelen, d.w.z. eerst de huidige staat van de ontwikkeling van de kapitaalmarkt uitgebreid analyseren, vervolgens helpen de toegang tot de marktinfrastructuur te verbeteren en tot slot inspanningen ondersteunen om de toegang tot de kapitaalmarkt te verdiepen en te verbreden. Met het oog hierop stelde de SRSS 7 brede gebieden en 26 soorten voor de KMU relevante projecten vast die mogelijk konden worden ondersteund23. Het document waarin deze benadering werd uiteengezet, werd verstrekt aan de geselecteerde lidstaten die in 2017 en 2018 werden bezocht.

74

In zes van de dertien lidstaten met relatief minder ontwikkelde kapitaalmarkten (Litouwen, Slovenië, Slowakije, Hongarije, Griekenland en Cyprus) volgde de SRSS deze benadering niet nauwgezet. Dit betekent echter niet dat de geselecteerde projecten niet relevant waren of de ontwikkeling van de kapitaalmarkten niet bevorderden. Hoewel voor deze lidstaten geen diagnostiek of strategie voor kapitaalmarkten bestond, keurde de SRSS projecten goed die door deze landen waren ingediend en waarmee specifieke sectoren van hun kapitaalmarkten werden aangepakt.

75

Tegen maart 2020 waren slechts twee meerlandenverzoeken door de lidstaten ingediend, beide door Estland, Letland en Litouwen (zie tekstvak 1). Deze werden goedgekeurd in het kader van het SRSP. Ondanks aanzienlijke uitdagingen bij de coördinatie van dergelijke projecten in alle betrokken lidstaten kunnen de resultaten en impact ervan voor de regio aanzienlijk zijn.

Tekstvak 1

Gedekte obligaties — hervormingen van wet- en regelgeving

De SRSS (nu DG REFORM) steunt samen met de EBWO de Baltische landen bij de invoering van een pan-Baltisch kader voor gedekte obligaties dat bijdraagt tot goed functionerende en grotere kapitaalmarkten in de regio, waarbij financieringsmogelijkheden voor de lange termijn voor banken mogelijk worden gemaakt en het niveau van kredietverstrekking aan economieën wordt verhoogd. Het is de bedoeling dat elke Baltische staat zijn eigen wetgeving en secundaire regelgeving inzake gedekte obligaties zal hebben, wat betekent dat de pan-Baltische uitgifte van gedekte obligaties zal worden verwezenlijkt op basis van het algemene kader. In Estland werd de wet inzake gedekte obligaties in februari 2019 door het parlement aangenomen, maar verdere wijzigingen zijn nodig om de pan-Baltische invalshoek volledig op te nemen en de wet af te stemmen op het wetgevingspakket van de EU inzake gedekte obligaties. In het volgende diagram wordt weergegeven hoe het kader voor gedekte obligaties zal werken:

Bron: EBWO.

76

Wat het tijdig behalen en de eerbiediging van mijlpalen betreft, troffen we diverse tekortkomingen aan met betrekking tot de projecten in onze steekproef. Bij bijna al deze projecten duurden de aanbestedings- en de uitvoeringsfase langer dan oorspronkelijk geschat en was sprake van vertragingen bij de indiening van de definitieve te leveren resultaten ten opzichte van het oorspronkelijke tijdschema van de SRSS-analyse. Van vijf projecten heeft de indiening van de verzoeken tot en met de afronding veel tijd in beslag genomen (of zal dit naar verwachting veel tijd in beslag nemen: dertig tot veertig maanden), met name vanwege de bovengenoemde vertragingen.

77

Wat de behaalde resultaten betreft, is een conclusie nog niet mogelijk, aangezien de meeste projecten aan het einde van de controle nog werden uitgevoerd. In onze enquête maakte de meerderheid van de autoriteiten van de lidstaten (57 %) bovendien geen opmerkingen over het belang van de aan hen verleende technische bijstand, omdat zij van mening zijn dat er meer tijd nodig is om tot een degelijke beoordeling te komen. We stelden desalniettemin vast dat de resultaten binnen onze steekproef tot nu toe gemengd waren. Bij de helft van de acht voltooide projecten i) werden niet alle oorspronkelijk door de contractant voorgestelde aanbevelingen uiteindelijk opgenomen in het eindverslag of werd de uitvoering hiervan overwogen door de nationale autoriteiten, en ii) was de totale uitvoering van de aanbevelingen die in de studies waren opgenomen vrij beperkt.

78

Zoals vereist in de SRSP-verordening, monitort de SRSS de resultaten van de technische bijstand die zij verleent. In deze context stuurt de SRSS twee vragenlijsten aan de begunstigde autoriteiten. Marktdeelnemers die niet zijn betrokken bij de uitvoering van het project wordt niet gevraagd om deel te nemen, hoewel zij in een positie verkeren om onafhankelijke, praktische en bredere feedback te geven.

De Commissie heeft binnen het kader van haar bevoegdheden enkele maatregelen genomen, maar belangrijke grensoverschrijdende belemmeringen niet volledig aangepakt

79

Grensoverschrijdende investeringen worden belemmerd door de versnipperde Europese markt langs de nationale grenzen. Het gebrek aan marktintegratie komt tot uiting in het lage aandeel activa dat wordt aangehouden door collectieve beleggingsfondsen (icbe’s en abi’s) die zijn geregistreerd voor verkoop in meer dan drie lidstaten. Statistieken tonen aan dat, hoewel de markt voor collectieve beleggingsfondsen in Europa is gegroeid, de marktactiviteit is geconcentreerd in enkele landen24. Per juni 2017 was ongeveer 70 % van het totale beheerde vermogen in handen van beleggingsfondsen die enkel over een registratie voor verkoop op hun binnenlandse markt beschikken25.

80

In hun verslag van 24 maart 201726 stelden de Commissie en de lidstaten drie soorten belemmeringen voor grensoverschrijdende kapitaalstromen vast in verschillende fasen van de beleggingscyclus. Het verslag resulteerde in een gezamenlijk stappenplan met maatregelen, waarin slechts die belemmeringen waren opgenomen die de lidstaten bereid waren aan te pakken. Als onderdeel van het KMU-actieplan heeft de Commissie in 2016 een deskundigengroep in het leven geroepen, het European Post-Trade Forum (EPTF), om een brede evaluatie uit te voeren van de geboekte vooruitgang op het gebied van de afhandeling van effecten en het wegnemen van de Giovannini-belemmeringen (inefficiënties bij de grensoverschrijdende clearing- en afwikkelingsregelingen die in 2001 en 2003 werden vastgesteld)27. Enkele van de door de Commissie en de lidstaten vastgestelde belemmeringen werden ook genoemd door het EPTF in zijn latere verslag van 15 mei 201728. In beide verslagen wordt opgemerkt dat veel van de belemmeringen voor grensoverschrijdende kapitaalstromen decennia lang onopgelost zijn gebleven.

81

Op basis van de twee verslagen heeft de Commissie wetgevende en niet-wetgevende maatregelen voorgesteld om de belemmeringen voor grensoverschrijdende kapitaalstromen weg te nemen. We hebben maatregelen in het kader van de KMU gecontroleerd in verband met de financiële geletterdheid van beleggers en met name kmo’s, het insolventierecht en bronbelasting (zie figuur 8).

Figuur 8

Genomen maatregelen om belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen aan te pakken

Bron: ERK.

De Commissie had meer kunnen doen om de financiële geletterdheid onder kmo’s te bevorderen

82

Enquêtes van de OESO over financiële geletterdheid bevestigen dat de niveaus van financiële geletterdheid gemeten naar financiële kennis, gedrag en houdingen heterogeen blijven in de EU. Uit de enquêtes blijkt ook dat geslacht, leeftijd, digitale vaardigheden en financiële veerkracht belangrijk zijn voor de financiële geletterdheid29. De bovengenoemde heterogeniteit in de niveaus van financiële geletterdheid is ook zichtbaar onder kmo’s. Uit de SAFE-enquête van de Commissie en de Europese Centrale Bank30 blijkt dat de meeste managers van kleine ondernemingen het vertrouwen missen om met aandelen- en durfkapitaalverstrekkers over financiering te praten in plaats van met banken. Dit lijkt duidelijker het geval te zijn in Midden- en Oost-Europa dan in de rest van de EU.

83

Hoewel het KMU-actieplan geen specifieke toezeggingen bevatte om de financiële geletterdheid aan te pakken, stelden de Commissie en de lidstaten vast dat het niveau van financiële geletterdheid ontoereikend was en een belemmering vormde die beleggers ervan weerhield hun grensoverschrijdende blootstelling in stand te houden of uit te breiden. In de gezamenlijke routekaart van maatregelen zegden zij toe “[…] beste praktijken inzake programma’s voor financiële geletterdheid [te gaan uitwisselen], rekening houdend met de grensoverschrijdende dimensie”.

84

In de lijn van deze opmerking stelde een subgroep van 18 lidstaten, voorgezeten door Kroatië, in 2018 een “non-paper” op dat werd goedgekeurd door de gezamenlijke deskundigengroep van de Commissie en de lidstaten over nationale belemmeringen voor vrij kapitaalverkeer. In het non-paper wordt onder meer aanbevolen dat de lidstaten de niveaus van financiële geletterdheid meten en empirisch onderbouwde en toegankelijke programma’s voor financieel onderwijs uitvoeren. Daarnaast wordt daarin gesteld dat er een gebrek bestaat aan initiatieven voor het aanpakken van de grensoverschrijdende dimensie van kmo’s. Voorts wordt er in het non-paper op gewezen dat de grensoverschrijdende dimensie van de financiële geletterdheid van kmo’s moeilijk aan te pakken zou zijn omdat er op nationaal niveau nog veel moet worden gedaan. Sommige lidstaten verzochten de EU deze belangrijke kwestie aan te pakken.

85

De bevoegdheid op het gebied van financieel onderwijs ligt in de eerste plaats bij de lidstaten. De aanbevelingen van het non-paper laten in het midden hoe de EU haar bevoegdheden moet uitoefenen om de lidstaten te ondersteunen bij het bevorderen van de financiële geletterdheid, onder meer onder kmo’s. De Commissie heeft nog niet beslist over verdere stappen. In onze enquête onder overheidsinstanties was 73 % van mening dat de Commissie, samen met de lidstaten, concrete maatregelen binnen het KMU-initiatief had moeten voorstellen en financieren om de financiële geletterdheid onder kleine beleggers en ondernemers te verbeteren. Tegelijkertijd was echter sprake van een gebrek aan steun van de lidstaten, wat ertoe leidde dat de werkzaamheden van de deskundigengroep over belemmeringen voor vrij kapitaalverkeer in 2018 werden opgeschort31.

86

In het non-paper van de deskundigengroep over financiële geletterdheid werd niet op systematische wijze in aanmerking genomen hoe bestaande EU-financieringsprogramma’s en -platforms, waaronder het Enterprise Europe Network en de Europese investeringsadvieshub, reeds worden gebruikt om de financiële geletterdheid te bevorderen en hoe zij hiervoor doeltreffender kunnen worden gebruikt. Het Enterprise Europe Network, dat in 2008 door de Commissie werd opgericht, is bijvoorbeeld bedoeld om ondernemingen te helpen om op internationale schaal te innoveren en te groeien door onder meer advies te verlenen over financiering en middelen. De diensten die beschikbaar zijn via de Europese investeringsadvieshub omvatten ook financieel advies om het vermogen van ondernemingen te versterken om toegang te verkrijgen tot toereikende bronnen van financiering32.

De maatregelen van de Commissie zullen waarschijnlijk niet tot een aanzienlijke convergentie van insolventieprocedures leiden

87

Sterke en efficiënte insolventiekaders bevorderen de grensoverschrijdende kapitaalmarkttransacties. Volgens het KMU-actieplan maakt het inefficiënte en uiteenlopende insolventierecht het momenteel moeilijk voor beleggers om de kredietrisico’s te beoordelen, met name bij grensoverschrijdende investeringen. De Commissie merkt op dat de convergentie van insolventie- en herstructureringsprocedures zou bijdragen tot meer rechtszekerheid voor grensoverschrijdende beleggers en dus zou kunnen zorgen voor meer grensoverschrijdende activiteiten.

88

Zoals aangekondigd in het KMU-actieplan en de desbetreffende tussentijdse evaluatie heeft de Commissie twee wetgevingsinitiatieven en één niet-wetgevende maatregel voorgesteld met betrekking tot insolventie.

  • In de richtlijn inzake vroegtijdige herstructurering en tweede kansen33 worden voornamelijk minimumnormen voor procedures vastgesteld aan de hand waarvan levensvatbare ondernemingen worden geherstructureerd voordat zij insolvent worden alsmede voor procedures voor schuldkwijtschelding.
  • Met het voorstel voor een verordening betreffende het recht dat van toepassing is op de derdenwerking van de cessie van vorderingen34 moeten uniforme collisieregels worden ingevoerd die voor cessionarissen verduidelijken welke wetgeving zij in acht moeten nemen om de juridische eigendom van de gecedeerde vorderingen te verkrijgen.
  • In de mededeling over het toepasselijke recht voor de gevolgen van effectentransacties voor de eigendom35 wordt verduidelijkt dat er verschillende manieren zijn om te bepalen waar een effectenrekening wordt aangehouden of is gesitueerd en dat alle definities op gelijke wijze gelden voor het bepalen welke collisieregels van toepassing zijn in het geval van insolventie of een ander geschil.
89

Hoewel de twee wetgevingshandelingen nog moeten worden goedgekeurd door de Raad of worden omgezet in nationaal recht, is geen van de maatregelen geschikt om aanzienlijke convergentie van de insolventieprocedures te bewerkstelligen, aangezien hiermee voornamelijk problemen worden aangepakt waarmee marktdeelnemers te maken krijgen voor aanvang van de insolventieprocedure, zoals de herstructurering van levensvatbare ondernemingen en het verduidelijken van de eigendomsrechten. Ze steunen marktdeelnemers bovendien in verband met de gevolgen van insolventie, zoals schuldenlasten en de moeilijkheden bij het starten van een nieuwe zakelijke onderneming. Hoewel de convergentie van insolventieprocedures niet behoort tot de belangrijkste doelstellingen van de KMU, heeft de Commissie in het KMU-actieplan aangegeven een dergelijke convergentie te willen bevorderen36.

90

Tot nu toe heeft de Commissie afgezien van verdere maatregelen ter harmonisering van de kernelementen van insolventieprocedures. Dit heeft zij gedaan omdat het materiële insolventierecht nog steeds behoort tot de uitsluitende bevoegdheden van de lidstaten en de rol van de EU beperkt is tot de ontwikkeling van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen. Volgens gesprekken met de Commissie was de terughoudendheid van de lidstaten om kerngebieden van het insolventierecht aan te pakken overduidelijk tijdens de onderhandelingen van de Raad over het voorstel voor de richtlijn inzake herstructurering en insolventie, reeds tijdens voorafgaand overleg waarbij de lidstaten werden geraadpleegd voordat het daadwerkelijke voorstel werd ingediend.

91

Uit een vergelijkende studie naar het materiële insolventierecht in de EU37, waartoe de Commissie in 2016 opdracht gaf, bleek echter dat er ruimte was voor de harmonisatie van aspecten van insolventieprocedures. Aan de ene kant toonde de studie aan dat er grote verschillen bestaan in de nationale insolventiekaders, waardoor het lastig is om een gemeenschappelijke benadering vast te stellen aan de hand waarvan kan worden geharmoniseerd. Aan de andere kant werd in de studie gewezen op kwesties die geschikt worden geacht voor verdere stappen van de EU-wetgever, waaronder kwalificaties en opleiding voor insolventiefunctionarissen, de rangorde van vorderingen en de volgorde van prioriteiten, beroepen tot nietigverklaring en aanpassing en procedurele kwesties in verband met formele insolventieprocedures.

92

Uit de resultaten van onze enquête onder overheidsdiensten blijkt dat meer dan 50 % van de respondenten van mening is dat de Commissie prioriteit moet verlenen aan het vinden van een gemeenschappelijke basis, met name met betrekking tot: a) de voorwaarden voor het inleiden van insolventieprocedures, b) de definitie van insolventie, en c) de rangorde van insolventievorderingen (zie figuur 9). 23 % van de respondenten gaf aan dat de Commissie moet zorgen voor een gemeenschappelijke basis voor beroepen tot nietigverklaring.

Figuur 9

Vraag van de ERK-enquête over de harmonisatie van het insolventierecht

Bron: ERK.

De Commissie heeft een degelijke gedragscode vastgesteld voor bronbelasting, maar deze is niet bindend

93

Bronbelasting is een rechtstreekse belasting die wordt geheven op passief inkomen, waaronder rente, dividenden, rechten en kapitaalwinsten. De belasting wordt ingehouden door het land van verblijf of herkomst of beide en de belegger moet een verzoek indienen om de belasting terug te vragen of teruggaaf te verkrijgen. In hun verslag over grensoverschrijdende belemmeringen (zie paragraaf 80) hebben de Commissie en de lidstaten discriminatoire en zware procedures voor het verzoeken om vrijstelling van bronbelasting geïdentificeerd als belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen. Ook het EPTF wees op inefficiënte procedures voor de inning van bronbelasting als prioriteit voor maatregelen ter verbetering van de transactieverwerkingsomgeving in de EU38.

94

Om deze problemen aan te pakken, heeft de Commissie op 11 december 2017 een gedragscode voor bronbelasting vastgesteld. Hierin beveelt zij voornamelijk aan dat regeringen maatregelen nemen om vereenvoudigde procedures voor de teruggaaf van belastingen toe te passen, waaronder een gestandaardiseerd en geharmoniseerd systeem voor belastingvrijstelling aan de bron, zodat aanspraken en uitzonderingen uit hoofde van verdragen rechtstreeks worden toegepast en ingevoerd. De gedragscode is echter niet bindend en hier en daar niet strikt genoeg, bijvoorbeeld ten aanzien van uiterste termijnen voor de verwerking van verzoeken om belastingteruggave door de belastingdiensten van de lidstaten.

95

Hoewel de Commissie inspanningen heeft geleverd om in de EU eenvoudiger procedures voor bronbelasting te bevorderen, heeft zij tot nu toe afgezien van het voorstellen van meer dan een niet-bindende gedragscode, aangezien de wettelijke en politieke belemmeringen voor andere opties te hoog zouden zijn. Mede gezien de moeizame besprekingen op internationaal niveau stelde zij met name geen richtlijn op basis van artikel 115 VWEU voor, omdat dit het volgende zou vereisen:

  • dat de Commissie aantoont dat niet optreden directe gevolgen heeft voor de goede werking van de interne markt, en
  • unanimiteit binnen de Raad en een speciale wetgevingsprocedure.
96

Sinds 1975 probeert de Commissie een gemeenschappelijke oplossing te vinden ten aanzien van de bronbelasting op dividenden op basis van artikel 115 VWEU, maar dit is niet gelukt. Een recentere mededeling van de Commissie waarin zij een stapsgewijze transitie voorstelde op weg naar stemmen met gekwalificeerde meerderheid op het gebied van belasting39 werd afgewezen door een meerderheid van de lidstaten.

97

In plaats daarvan heeft de Commissie de uitvoering van de gedragscode gemonitord door middel van een enquête en workshops met de lidstaten. Uit beide kwamen onder meer de volgende gebieden naar voren waarop ruimte was voor verdere verbeteringen:

  • digitalisering van de indiening van verzoeken om terugbetaling;
  • invoering van de mogelijkheid om alternatieve bewijzen van fiscale woonplaats te aanvaarden.
98

Daarnaast kwamen de belastingdiensten van de lidstaten in mei 2020 in het kader van de EU-top van belastingdiensten overeen dat de Commissie een speciale werkstroom zou organiseren om wetgevings- en niet-wetgevingsinitiatieven te verkennen voor het aanpakken van de huidige uitdagingen op het gebied van procedures voor bronbelasting, waaronder een potentieel systeem voor vrijstelling aan de bron.

99

Op 15 juli 2020 publiceerde de Commissie een actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing40. Omdat fiscale belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen blijven bestaan, ondanks de gedragscode voor bronbelasting, heeft de Commissie aangekondigd dat zij een wetgevingsinitiatief zal voorstellen voor de invoering van een gemeenschappelijk en gestandaardiseerd EU-breed stelsel voor verlichting van de bronheffing, vergezeld van een systeem voor de uitwisseling van informatie en samenwerking onder belastingdiensten. In 2022 wil de Commissie een effectbeoordeling uitvoeren die eventueel leidt tot een voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad tot invoering van een systeem voor de vrijstelling van de bronbelasting.

Het ontbreekt de KMU aan een overtuigend prestatiekader

100

We hebben onderzocht of de Commissie:

  1. specifieke, meetbare, haalbare, redelijke en tijdige doelstellingen heeft vastgesteld en de maatregelen naar behoren heeft geprioriteerd;
  2. duidelijk met het publiek heeft gecommuniceerd over de KMU;
  3. heeft voorzien in een uitgebreid systeem voor monitoring.

De doelstellingen van de KMU waren vrij vaag en de prioriteiten werden laat vastgesteld

101

Het KMU-actieplan en de tussentijdse evaluatie ervan gingen gepaard met een gedetailleerde economische analyse. Wat betreft het raadplegingsproces voor het groenboek van de Commissie van 2015 over de KMU en de actualisering hiervan in 2017, organiseerde de Commissie het proces goed en communiceerde zij goed over de resultaten; dit werd bevestigd door onze enquête. De KMU wekte met name de interesse van de financiële sector en vier grote lidstaten. Andere ondernemingen/kmo’s en lidstaten met minder ontwikkelde kapitaalmarkten toonden minder interesse.

102

Het KMU-actieplan bouwt voort op drie niveaus van doelstellingen: twee overkoepelende, drie strategische en drie operationele doelstellingen. In het kader van de operationele doelstellingen is het actieplan opgesplitst in 7 actiegebieden, die weer zijn onderverdeeld in 25 specifieke doelstellingen. De specifieke doelstellingen worden uitgevoerd aan de hand van in totaal 71 maatregelen. Deze interventielogica (d.w.z. een boom van doelstellingen, zie figuur 10) werd alleen op algemene wijze gepresenteerd in de tussentijdse evaluatie. De verbanden tussen de vier gecontroleerde actiegebieden en de meervoudige specifieke doelstellingen, onderliggende maatregelen en de wederzijdse impact hiervan werden in geen enkel Commissiedocument toegelicht, hoewel dit vereist is uit hoofde van het kader voor betere regelgeving41.

Figuur 10

De hiërarchie van doelstellingen van het KMU-actieplan

Bron: Europese Commissie.

103

Een prioritering en ordening van maatregelen was vanaf het begin belangrijk geweest voor het project, aangezien zowel het actieplan als de tussentijdse evaluatie een groot aantal maatregelen omvat. De maatregelen hadden niet allemaal hetzelfde gewicht: sommige waren van voorbereidende, administratieve of toezichthoudende aard, terwijl andere verband hielden met wetgevingsvoorstellen of andere niet-wetgevende maatregelen en een strategisch karakter moesten hebben. De Commissie stelde niet nadrukkelijk prioriteiten vast onder de maatregelen van het actieplan van 2015. De prioritering was veeleer impliciet vanwege de timing van de verschillende maatregelen, waarin de haalbaarheid en de noodzaak van voorbereidende werkzaamheden tot uitdrukking kwamen.

104

Dit kwam doordat het actieplan met spoed werd opgesteld en er dus vooraf geen analyse plaatsvond van de vraag of sommige maatregelen een sterker effect zouden hebben dan andere. Negen prioritaire acties werden pas bij de tussentijdse evaluatie van 2017 ingevoerd. Uit onze enquêtes en vraaggesprekken bleek dat het verhaal achter het KMU-project niet volledig duidelijk was en de zichtbaarheid ervan beperkt was tot het gespecialiseerde publiek. Daarnaast waren zelfs de specifieke doelstellingen voor elk actiegebied vaag en niet meetbaar.

105

Om de KMU-doelstellingen te ondersteunen, hanteerde de Commissie in sommige gevallen algemene schattingen (zie tekstvak 2).

Tekstvak 2

Een voorbeeld van de in de KMU gebruikte schatting van de securitisaties

Wat securitisaties betreft, schatte de Commissie dat de securitisatiemarkt van de EU-28 zich in 2015 zou herstellen tot 100-150 miljard EUR, waardoor de uitgiften weer zouden worden opgebouwd tot het gemiddelde van voor de crisis42. Deze schatting werd sindsdien niet geëvalueerd door de Commissie en werd in april 2020 door marktdeelnemers niet passend geacht gezien de huidige behoeften van de EU-27 (bijv. in het licht van de verwachte impact van Basel III en de EU-doelstelling voor duurzame financiering). Meer specifiek concludeerden zij dat het EU-27-streefdoel alleen aanzienlijk hoger moest worden ingesteld, d.w.z. op een minimum van 235-240 miljard EUR aan nieuwe securitisaties per jaar43.

106

In het KMU-actieplan waren niet noodzakelijkerwijs alle maatregelen opgenomen die werden uitgevoerd of opnieuw werden bekeken door de Commissie en die overeenkwamen met de projectdoelstellingen. Een voorbeeld hiervan is het ESAP (zie paragraaf 43).

Realistisch gezien konden de KMU-maatregelen niet voldoen aan de hoge verwachtingen die de Commissie had gewekt

107

De start van de KMU en de communicatie over dit vlaggenschipproject werden door marktdeelnemers opgevat als substantiële toezegging van de Commissie om te zorgen voor een significante positieve impact. De communicatie over het project wekte verwachtingen die hoger waren dan wat realistisch gezien kon worden bereikt met de maatregelen die in het kader hiervan werden voorgesteld en die binnen het mandaat van het project vielen.

108

De Commissie wilde met haar actieplan van 2015 de basis leggen voor een goed werkende KMU in 2019. De afhankelijkheid van EU-ondernemingen van bancaire financiering en tekortkomingen in de ontwikkeling van de EU-kapitaalmarkten vormen een afspiegeling van diverse structurele factoren die niet door een actieplan in enkele jaren kunnen worden verlicht of verschoven. In maart 2019 kondigde de Commissie in haar voortgangsverslag desalniettemin aan dat zij haar belofte binnen de termijn had waargemaakt.

109

Analyses van openbare instanties (Internationaal Monetair Fonds, Europese Centrale Bank), particuliere verenigingen (Association for Financial Markets in Europe, Europese Federatie van banken), door de industrie geleide initiatieven (Market4Europe) en denktanks (Bruegel, Centrum voor Europese Beleidsstudies, Eurofi) duiden er echter op dat de KMU verre van voltooid is en dat er nog steeds veel werkzaamheden moeten worden verricht. Dit wordt ondersteund door marktindicatoren op hoog niveau, zoals de indicatoren van financiële integratie van de Europese Centrale Bank, de verhouding tussen schulden en bancaire kredietverlening alsmede de samenstelling van financiële activa van huishoudens. Deze indicatoren zijn in werkelijkheid niet ver opgeschoven in vergelijking met de tijd voor de start van het KMU-actieplan.

110

De meningen onder de respondenten van onze enquêtes zijn verdeeld ten aanzien van de vraag of het KMU-actieplan en de actualisering ervan te ambitieus, onvoldoende veeleisend, of weldoordacht en conform de doelstellingen ervan waren. Die respondenten die de KMU bekritiseerden als al te ambitieus, wezen met name op de complexiteit ervan, die negatieve gevolgen had voor de haalbaarheid. Daarnaast gaven zij aan dat de Commissie de tijd had onderschat die vereist was voor de goedkeuring van de maatregelen van de KMU en de tussentijdse evaluatie door de medewetgevers. Zoals de belanghebbenden die we spraken herhaaldelijk opmerkten, moeten de ambities voor de KMU hoog zijn en door de Commissie worden aangestuurd, maar moet het project tegelijkertijd realistisch en haalbaar genoeg zijn om vooruitgang te boeken.

111

De belangrijke acties en instrumenten zijn afhankelijk van andere actoren, en met name van de medewetgevers en de lidstaten. Zoals hierboven aangegeven (bijv. in de paragrafen 85, 90 en 96) is de steun van de lidstaten essentieel wat betreft de terreinen die onder de nationale bevoegdheid vallen. De Commissie merkte in het KMU-actieplan en de tussentijdse evaluatie op dat zij de KMU niet alleen kan ontwikkelen en dat het succes van het project ook afhangt van de politieke wil van de lidstaten en de acceptatie door de sector.

112

Wat wetgevende maatregelen betreft, richtte de Commissie zich op een vrij beperkt wetgevingsprogramma, bestaande uit 13 initiatieven (zie bijlage VI). In verschillende gevallen moest de Commissie haar oorspronkelijke ambities echter aanzienlijk terugschroeven om overeenstemming tussen de medewetgevers mogelijk te maken, bijvoorbeeld in het geval van de evaluatie van ETA’s, of politiek controversiële kwesties rond de KMU weglaten, zoals de Europese veilige activa.

113

In sommige andere gevallen duurde het wetgevingsproces langer dan verwacht, ondanks het feit dat de Commissie haar wetgevingsvoorstellen voor KMU-maatregelen grotendeels op tijd had ingediend (zie paragraaf 46). Ook het voorstel van de Commissie voor een richtlijn inzake de CCCTB, die belangrijk is om de fiscale ongelijkheid tussen eigen en vreemd vermogen weg te werken, werd opgehouden in de Raad (zie paragraaf 33). In totaal werden tot nu toe twaalf (van de dertien) wettelijke maatregelen goedgekeurd en van kracht, voor het grootste deel aan het einde van het tijdschema voor de KMU. Slechts vijf van de in werking getreden maatregelen worden reeds volledig of gedeeltelijk toegepast, terwijl de overige zeven geleidelijk moeten worden toegepast en medio 2022 of later van kracht zullen worden (zie bijlage VI).

114

Het grootste deel van de niet-wetgevende maatregelen (d.w.z. studies van deskundigen, beste praktijken, raadplegingen) was nuttig voor de opbouw en het delen van kennis met betrekking tot specifieke marktsegmenten en leidde, in sommige gevallen, tot een wetgevingsvoorstel (bijv. crowdfunding, gedekte obligaties). Vanwege de voorbereidende en niet-bindende aard hiervan konden deze echter geen echt verschil maken. Een voorbeeld is de mededeling van de Commissie over het toepasselijke recht voor de gevolgen van effectentransacties voor de eigendom, die de rechtszekerheid niet aanzienlijk verbeterde ten opzichte van de status quo.

De Commissie voerde geen regelmatige controle uit van de algehele vooruitgang bij het verwezenlijken van de KMU-doelstellingen

115

Monitoring is noodzakelijk om beleidsmakers en belanghebbenden in staat te stellen te controleren of de beleidsuitvoering op schema ligt en om informatie te genereren die kan worden gebruikt om te evalueren of de doelstellingen zijn behaald44. Monitoring kan plaatsvinden op verschillende niveaus (d.w.z. op het strategische niveau of op het niveau van afzonderlijke beleidsmaatregelen), op verschillende momenten (op het moment van uitvoering, tijdens of na de uitvoering van het beleid) en met een uiteenlopende frequentie (jaarlijks, driemaandelijks, enz.).

116

We hebben gecontroleerd of de Commissie heeft voorzien in adequate regelingen voor de monitoring van de uitvoering van de KMU in het algemeen. Dit omvat de keuze van gebruikte indicatoren voor de monitoring van de KMU-ontwikkelingen en de gegevens die worden gebruikt om hierover verslag uit te brengen.

117

De Commissie heeft tot nu toe een aantal instrumenten gebruikt (zie figuur 11) om KMU-maatregelen en ontwikkelingen op kapitaalmarkten te evalueren en hierover verslag uit te brengen. Geen van de instrumenten was echter specifiek bedoeld voor de regelmatige monitoring van de algehele vooruitgang op de zeven actiegebieden van de KMU.

Figuur 11

De verslaglegging van de Commissie over de KMU

Bron: ERK.

118

Hoewel de Commissie in de editie van 2016 van de Economic and Financial Stability and Integration Review (EFSIR) — een publicatie voor algemene doeleinden die voor het eerst in 2007 werd gepubliceerd — begon met de beoordeling van de ontwikkelingen van kapitaalmarkten die relevant waren voor de zeven actiegebieden van de KMU45, werkte zij dit kader daarna niet bij. Bovendien ontbrak het bij veel van de belangrijke indicatoren van de EFSIR van 2016 aan basismaatregelen en streefwaarden.

119

De belangrijkste reden van de Commissie om het monitoringsysteem dat met de EFSIR van 2016 was opgezet niet in stand te houden was het beginstadium van de KMU, waarbij veel beleidsmaatregelen nog moesten worden vastgesteld, en de aanzienlijke vertraging bij het zichtbaar worden van wijzigingen in financiële structuren in kwantitatieve statistieken. Deze problemen hadden de Commissie er echter niet van mogen weerhouden monitoringregelingen in te stellen en deze in de loop der tijd te ontwikkelen.

120

In 2020, d.w.z. vijf jaar na de start van de KMU en op verzoek van de Raad, gaf de Commissie opdracht tot een studie met het oog op de ontwikkeling van een dashboard van kernprestatie-indicatoren voor de monitoring van de vooruitgang van de KMU. De contractant probeerde overeenkomstig het voorstel om een empirisch onderbouwde interventielogica vast te stellen. Bij deze benadering wilde de contractant vaststellen hoe veranderingen in directere uitkomsten van KMU-beleidsmaatregelen (bijv. de kosten van beursintroductie) de belangrijkste KMU-doelstellingen beïnvloeden (bijv. het relatieve aandeel beursgenoteerde aandelen en schuldfinanciering van niet-financiële vennootschappen in verhouding tot bancaire kredietverstrekking).

121

In zijn ontwerp van het eindverslag stelde de contractant meer dan vijftig indicatoren voor op vier gebieden46 voor mogelijke opname in het dashboard en beval hij de Commissie aan verder na te denken over het doel, de groep van gebruikers, de structuur en het onderhoud bij het ontwerpen van haar dashboard van kernprestatie-indicatoren. Ondertussen heeft de Commissie stappen genomen om aanvullende indicatoren te ontwikkelen, bijvoorbeeld met betrekking tot marktintegratie, aangezien uit de werkzaamheden van de contractant bleek dat veel van de directere uitkomstindicatoren die nodig waren voor de interventielogica niet beschikbaar of niet geschikt waren in die zin dat zij een van de drie rode lijnen overschreden47.

122

Om verslag uit te brengen over indicatoren zijn geschikte gegevens nodig. Wij merken op dat de vereiste gegevens om de vooruitgang van afzonderlijke KMU-beleidsmaatregelen te monitoren soms niet beschikbaar waren, of niet beschikbaar waren met een toereikende kwaliteit en specificiteit. Dit kan ook de vooruitzichten in de weg staan om de vooruitgang van de uitvoering van de KMU in het algemeen te proberen te meten. Met name het gebrek aan betrouwbare informatie over de grensoverschrijdende verspreiding van beleggingsfondsen is een bekende gegevenslacune die door ESMA in de loop van onze controle werd erkend.

123

In de opzetfase van de KMU heeft de Commissie geprobeerd het beste te maken van de situatie, door gegevens te verzamelen uit een aantal bronnen, waaronder gegevens van ESMA. Terwijl ESMA bijvoorbeeld informatie opslaat over het aantal geregistreerde EuVECA- en EuSEF-fondsen, werden andere gegevens, zoals vrijgemaakte middelen en investeringen, verzameld bij andere bronnen buiten de Commissie, zoals Invest Europe. Bovendien vertrouwt ESMA grotendeels op particuliere bronnen (bijv. BAML) voor de ramingen van de niet-STS-securitisatiemarkt. De afhankelijkheid van particuliere gegevensleveranciers kan problematisch zijn, aangezien het verzamelen van de gegevens veel tijd in beslag neemt, vaak duur is en de Commissie mogelijk niet in een positie verkeert om de kwaliteit ervan te beoordelen.

124

De Commissie heeft maatregelen genomen om gegevensclausules op te nemen in relevante KMU-wetgeving, om ervoor te zorgen dat de benodigde informatie voor monitoring- en evaluatiedoeleinden — indien deze niet beschikbaar en toegankelijk is via andere bronnen — wordt verzameld. Op grond van de nieuwe KMU-wetgeving48 is ESMA bijvoorbeeld vanaf 2022 verplicht om een EU-breed register te hosten met gegevens over de grensoverschrijdende verspreiding voor icbe’s en abi’s en andere fondsen. De Commissie heeft benadrukt dat aanvullende verslagleggingsvereisten die worden opgelegd aan de sector zorgvuldig moeten worden gerechtvaardigd.

Conclusies en aanbevelingen

125

De EU heeft een financieel stelsel dat voornamelijk op leningen is gebaseerd en in grote mate is aangewezen op bancaire financiering. De Commissie heeft inspanningen verricht om over te gaan op een meer marktgebaseerde financiering en om de bankenunie aan te vullen met een KMU. De belangrijkste doelstellingen van de KMU bestonden erin de ontwikkeling en integratie van EU-kapitaalmarkten te bevorderen en de alternatieve financiering voor kmo’s uit te breiden. Onze algemene conclusie is dat de Commissie de eerste stappen heeft gezet om deze lastige doelstelling te behalen, maar dat de resultaten nog op zich laten wachten.

126

Veel van de maatregelen die de Commissie binnen het kader van haar bevoegdheden kon nemen, waren kleine stappen op weg naar het behalen van haar doelstellingen, maar konden tot dusver niet fungeren als katalysator voor verandering in de EU. Hoewel niet-bindende zachte maatregelen, zoals verslagen of beste praktijken, bijdroegen aan de opbouw van kennis over specifieke segmenten van kapitaalmarkten, hadden veel van deze maatregelen vanwege hun aard een vrij beperkte impact. Daarnaast had de Commissie te maken met de beperking dat veel van de belangrijke maatregelen enkel door de lidstaten of met hun volledige steun kunnen worden genomen.

127

Het KMU-actieplan van 2015 werd opgesteld in het verlengde van de eerdere plannen, waarin voornamelijk eerdere ideeën en maatregelen werden opgenomen die zich reeds in de pijplijn bevonden of ijking van de bestaande regelgeving werd voorgesteld (bijv. prospectus, EuVECA) om vooruitgang te boeken ten aanzien van specifieke segmenten van de kapitaalmarkten. Veel van de beleidsmaatregelen die zijn gericht op het verwezenlijken van de doelstelling om de financieringsbronnen voor kmo’s te diversifiëren, waren toegespitst op kwesties die te beperkt waren om een structurele verschuiving naar meer marktfinanciering in Europa in gang te zetten en te bewerkstelligen (zie de paragrafen 20-39).

128

Ondanks de inspanningen van de Commissie in het kader van het KMU-actieplan hadden haar maatregelen om de informatiebarrières voor de financieringsmarkt voor kmo’s weg te nemen een zeer beperkte impact wat betreft het faciliteren van de afstemming van de belangen van marktdeelnemers. De Commissie nam het ESAP, een relevant project dat al vóór het KMU-actieplan van 2015 werd besproken, niet op in het KMU-actieplan. Als gevolg hiervan blijven de informatiebarrières aan de vraag- en aanbodzijde bestaan (zie de paragrafen 40-43).

129

Wat betreft de uitdaging van bancaire financiering nam de Commissie initiatieven om de capaciteit hiervan om kredieten te verstrekken aan EU-ondernemingen te verbeteren. Het STS-initiatief was weliswaar een positieve stap, maar heeft nog niet het verwachte effect op de Europese securitisatiemarkt opgeleverd of de financiering van kmo’s vergemakkelijkt. Securitisatietransacties blijven grotendeels geconcentreerd binnen traditionele activaklassen (d.w.z. hypotheken, autoleningen) en in bepaalde lidstaten (zie de paragrafen 44-50).

Aanbeveling 1 — Gerichte maatregelen voorstellen om de toegang van kmo’s tot kapitaalmarkten verder te vergemakkelijken

De Commissie moet voorzien in:

  1. maatregelen om de aantrekkelijkheid van aandelenfinanciering en de openbare uitgifte voor ondernemingen, en met name kmo’s, te verbeteren;
  2. maatregelen om de impact van de informatie-asymmetrie tussen aanbieders en gebruikers van kapitaal, en met name kmo’s, te beperken (bijv. door het ESAP op te richten), en
  3. wijzigingen van het rechtskader om de uitgifte van kmo-securisaties aantrekkelijker te maken en tegelijkertijd de potentiële risico’s naar behoren in aanmerking te nemen.

Tijdpad: Q1 2022

130

De Commissie had haar ambitie geuit om de ontwikkeling van de kapitaalmarkten van de lidstaten, en met name van de landen die nog veel kunnen inhalen, te bevorderen. Daartoe heeft zij bredere coördinatieprocessen (Europees Semester) en financieringsinstrumenten, zoals het SRSP, van de EU gebruikt, maar niet in het kader van een specifieke, uitgebreide en duidelijke EU-strategie (zie de paragrafen 51-58).

131

In het kader van het Europees Semester worden voornamelijk voor de KMU relevante uitdagingen vastgesteld. Ondanks het feit dat het KMU-actieplan in 2015 werd aangenomen en dat het onderwerp na de brexit relevanter is geworden, heeft de Commissie de tien lidstaten met minder ontwikkelde kapitaalmarkten niet aanbevolen om rechtstreeks relevante hervormingen door te voeren (zie de paragrafen 59-65).

132

Hoewel de Commissie technische bijstand verleent in het kader van het SRSP, met lage financiële en administratieve lasten voor de lidstaten, is deze bijstand niet opgenomen in een specifieke strategie. Het vraaggestuurde model van de technische bijstand was niet bevorderlijk voor de steunverlening aan de lidstaten op basis van hun behoeften. Projecten met meerdere landen zijn bovendien nog steeds een uitzondering in het kader van het SRSP. De meeste projecten werden nog uitgevoerd of onlangs afgerond. Onze steekproef wijst echter op gemengde resultaten wat betreft de omvang en de vooruitgang van de hervormingen. Daarnaast werd in de meeste gevallen het oorspronkelijke tijdschema voor de uitvoering niet nageleefd en kwamen de risico’s voor de uitvoering niet naar behoren naar voren in de SRSS-analyse (zie de paragrafen 66-78).

Aanbeveling 2 — Diepere en beter geïntegreerde lokale kapitaalmarkten bevorderen

De Commissie moet:

  1. een uitgebreide strategie ontwikkelen om in te spelen op de behoeften van lokale kapitaalmarkten;
  2. LSA’s publiceren voor lidstaten die vooruitgang moeten boeken op het gebied van marktgebaseerde financiering, en
  3. het huidige vraaggestuurde model van de technische bijstand verbeteren om die lidstaten te bereiken die de grootste behoeften hebben, terwijl de nadruk wordt gelegd op de resultaten.

Tijdpad: Q4 2022

133

Veel van de belemmeringen voor grensoverschrijdende kapitaalstromen zijn decennia lang niet verholpen. De Commissie heeft vastgesteld dat dergelijke belemmeringen vaak voortkomen uit nationale wetgeving, onder meer op het gebied van het insolventierecht en bronbelasting, of uit een gebrek aan financieel onderwijs. Zij heeft dan ook, op verzoek van de Raad, samen met de lidstaten een routekaart opgesteld om deze belemmeringen aan te pakken, wat betekende dat er alleen belemmeringen in werden opgenomen die de lidstaten wilden verhelpen (zie de paragrafen 79-81).

134

De deskundigengroep voor het wegnemen van nationale belemmeringen voor kapitaalstromen beval de lidstaten in 2018 aan de niveaus van financiële geletterdheid te meten en programma’s voor financieel onderwijs uit te voeren overeenkomstig de OESO-beginselen. De Commissie heeft nog niet aangegeven of en hoe zij de lidstaten zal steunen bij hun inspanningen, bijvoorbeeld door relevante EU-financieringsprogramma’s te evalueren met het oog op een betere bevordering van de financiële geletterdheid van consumenten, beleggers en kmo’s in heel Europa (zie de paragrafen 82-86).

135

De maatregelen van de Commissie op het gebied van insolventie kunnen de eigendomsrechten verduidelijken, een vroege herstructurering vergemakkelijken en ondernemers een tweede kans bieden. Ze zullen echter waarschijnlijk niet leiden tot convergentie van insolventieprocedures. Omdat het materiële insolventierecht nog steeds behoort tot de exclusieve bevoegdheden van de lidstaten, heeft de Commissie weinig speelruimte om zonder hun steun verdere stappen te nemen (zie de paragrafen 87-92).

136

In de gedragscode van de Commissie voor bronbelasting zijn beste praktijken voorgesteld om de zware procedures voor vrijstelling en terugbetaling aan te pakken. Deze gedragscode is echter afhankelijk van de vrijwillige inzet van de lidstaten en een meer bindende toenadering van de nationale praktijken op basis van de aanbevelingen van de code vereist unanimiteit in de Raad. Eerdere pogingen om procedures voor bronbelasting op basis hiervan te herzien waren niet succesvol (zie de paragrafen 93-99).

Aanbeveling 3 — Belangrijke grensoverschrijdende belemmeringen voor investeringen aanpakken

De Commissie moet:

  1. nagaan hoe zij de financiële geletterdheid, ook onder kmo’s, beter kan bevorderen en de inspanningen van de lidstaten op dit gebied ondersteunen;
  2. nagaan wat de mogelijkheden zijn voor convergentie of harmonisatie van elementen van nationale insolventieprocedures, zoals de criteria voor het inleiden van insolventieprocedures, de rangorde van vorderingen, de volgorde van prioriteiten en beroepen tot nietigverklaring, en daarmee gepaard gaande hervormingen bevorderen;
  3. een richtlijn voorstellen aan de Raad inzake een stelsel voor een verlichting van de bronheffing, afhankelijk van het resultaat van een effectbeoordeling.

Tijdpad: Q4 2022

137

De KMU-doelstellingen van de Commissie waren in veel gevallen vaag. De prioriteiten werden pas laat in het proces vastgesteld. De communicatie van de Commissie over dit project schiep verwachtingen die verder gingen dan hetgeen met haar eigen maatregelen kon worden bereikt. In sommige gevallen schroefden de medewetgevers de ambitie van de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie aanzienlijk terug of werden de voorstellen in de Raad opgehouden vanwege het ontbreken van overeenstemming (zie de paragrafen 100-114).

138

De monitoring door de Commissie was beperkt tot de vooruitgang die werd geboekt met wetgevende maatregelen; zij heeft niet regelmatig en consistent gemonitord of zij vooruitgang boekte in de richting van de belangrijkste doelstellingen van de KMU. Daarnaast kan zij momenteel niet beoordelen in welke mate haar beleidsmaatregelen — zowel wetgevende als niet-wetgevende maatregelen — bijdragen tot de vooruitgang ten aanzien van de KMU-doelstellingen. Bovendien neemt het verzamelen van de vereiste gegevens voor de monitoring van de vooruitgang bij de KMU-doelstellingen veel tijd in beslag, is dit vaak duur en verkeert de Commissie mogelijk niet in een positie om de kwaliteit ervan te beoordelen. Niet alle gegevens zijn gemakkelijk beschikbaar met voldoende kwaliteit en gedetailleerdheid. Deze tekortkomingen vormen met name een probleem gezien de publicatie van het tweede KMU-actieplan in september 2020 (zie de paragrafen 115-119).

139

Vijf jaar na de start van de KMU heeft de Commissie stappen ondernomen om een dashboard van indicatoren te ontwikkelen. Een dashboard kan worden gebruikt om het succes van de KMU in haar geheel te beoordelen. Het moet zijn gebaseerd op een empirisch onderbouwde interventielogica en op de selectie van geschikte indicatoren. Gegevens om indicatoren samen te stellen moeten beschikbaar worden gesteld, rekening houdend met de noodzaak om de lasten van de verslaglegging voor de sector tot een noodzakelijk minimum te beperken (zie de paragrafen 120-124).

Aanbeveling 4 — Specifieke doelstellingen, essentiële maatregelen en KMU-monitoringontwikkelen

De Commissie moet:

  1. specifieke doelstellingen vaststellen en de essentiële maatregelen aanpakken die doeltreffend zijn om de doelstellingen van de KMU in een vroeg stadium te behalen;
  2. de vooruitgang bij het verwezenlijken van de KMU-doelstellingen regelmatig monitoren en hierover verslag uitbrengen, en
  3. indicatoren selecteren die geschikt zijn en zijn gebaseerd op betrouwbare, tijdige en beschikbare gegevens.

Tijdpad: Q4 2021

Dit verslag werd door kamer IV onder leiding van de heer Alex Brenninkmeijer, lid van de Rekenkamer, te Luxemburg vastgesteld op 20 oktober 2020.

Voor de Rekenkamer

Klaus-Heiner Lehne
President

Bijlagen

Bijlage I — Overzicht van de gecontroleerde voor KMU relevante SRSP-projecten, 2017-2018

Lidstaat SRSS ID SRSP-project Voornaamste uitkomst per maart 2020 Budget in EUR
Bulgarije SRSP2017/445 Ontwikkeling van één enkel toegangspunt voor de bekendmaking en verspreiding van informatie door marktdeelnemers (“enkel toegangspunt”) Technische specificaties en operationeel plan voor blauwdruk voor systeem van één enkel toegangspunt (21 februari 2020) 425 000
Tsjechië SRSP2017/360 Analyse van Tsjechische business angels en promotie van business angels Studie voor het vaststellen van de status quo van beleggingsactiviteiten van business angels in het land (16 oktober 2018) 70 000
Tsjechië SRSP2017/446 Opstelling van een nationale strategie inzake de ontwikkeling van de Tsjechische kapitaalmarkt Toelichtend verslag over de nationale strategie inzake de ontwikkeling van de Tsjechische kapitaalmarkt 2019-2023 (goedgekeurd in maart 2019) 62 000
Estland SRSP2017/344 Diagnostisch onderzoek van de kapitaalmarkt Diagnostisch verslag over de Estse kapitaalmarkt (15 februari 2019) 100 000
Estland SRSP2017/39 Hervorming van het wet- en regelgevingskader voor gedekte obligaties en securitisatie Ontwerpwet inzake gedekte obligaties en toelichting (goedgekeurd op 13 februari 2019) 150 000
Italië SRSP2017/508 Italiaanse kapitaalmarkten en de kapitaalmarktenunie — toegang tot financiering — diagnostisch onderzoek Evaluatie van de Italiaanse kapitaalmarkt 2020 (31 januari 2020) 550 000
Litouwen SRSP2017/444 Verbetering van het investeringsklimaat voor institutionele beleggers Diagnostische studie (juli 2018) en presentatie (september 2018) 150 000
Polen SRSP2017/42 Opstellen van een strategie voor de ontwikkeling van de kapitaalmarkt Strategie voor de ontwikkeling van de Poolse kapitaalmarkt (goedgekeurd op 1 oktober 2019) 150 000
Roemenië SRSP2017/44 Oprichting van de nationale stimuleringsbank van Roemenië — de Roemeense bank voor ontwikkeling —EximBank S.A. Uitvoeringsstudie voor de Roemeense ontwikkelingsbank (18 juli 2019) 448 125
Litouwen SRSP2018/31 Steuninstrument voor aandelen van kmo’s Ontwerpwetgeving en uitvoeringsplan, met inbegrip van operationele wijzigingen (7 augustus 2019) 65 000

NB: In alle gevallen was de begunstigde het nationale Ministerie van Financiën of een vergelijkbaar ministerie (Italië: Ministerie van Economie en Financiën; Roemenië: Ministerie van Overheidsfinanciën).

Bron: ERK, op basis van de SRSS.

Bijlage II — Actieplan van de Commissie van 2015 inzake de KMU en de voorlopers hiervan — geselecteerde maatregelen gericht op de toegang tot financiering

Actieplan voor risicokapitaal 1998 Actieplan ter verbetering van de toegang tot financiering voor kmo’s 2011 KMU-actieplan 2015
Prospectus — één paspoortprocedure voor grote ondernemingen en kmo’s Herziening van de prospectusrichtlijn met het oog op een evenredige bekendmakingsregeling voor kmo’s EU-prospectusverordening (van kracht sinds juli 2019)
Gedetailleerde evaluatie van de kosten voor ondernemingen om schuld- en aandelenfinanciering te verkrijgen in heel Europa Keurmerk voor mkb-groeimarkten in MiFID Verordening inzake mkb-groeimarkten, tot wijziging van de MAR
Durfkapitaalfondsen: Communautaire wetgeving inzake specifieke gesloten beleggingsfondsen Eerste wetgevingsvoorstel voor EuVECA-/EuSEF-verordening (niet goedgekeurd) Herziening EuVECA-/EuSEF-verordening (goedgekeurd en sinds 2018 van kracht)
Belastingheffing over durfkapitaalfondsen — verduidelijking van de belastingomgeving Onderzoek van fiscale belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen in durfkapitaal Studie inzake fiscale stimulansen voor durfkapitaal en business angels
Onderzoek van de belasting over eigen vermogen en vreemd vermogen Geen maatregelen Wetgevingsvoorstel inzake de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting voor het aanpakken van de fiscale ongelijkheid tussen eigen en vreemd vermogen
Geen maatregelen Eén enkel toegangspunt voor gereguleerde informatie op EU-niveau Onderzoek naar mogelijkheden om pan-Europese informatiesystemen te ontwikkelen
Geen maatregelen Aandelenfinanciering voor kmo’s: instrument voor aandelenfinanciering in het kader van Cosme en Horizon 2020 — dakfondsen; EIB/EIF-securitisatie van portefeuille van kmo-schuld Pan-Europees programma voor dakfondsen voor durfkapitaal, VentureEU in het kader van EIB/EIF
Geen maatregelen Versterken van het Enterprise Europe Network om kmo’s te voorzien van betere informatie
Geen maatregelen Evaluatie van de kmo-kredietverstrekkingsmarkt, met inbegrip van transparantiemechanisme Europese beginselen op hoog niveau inzake feedback van banken voor kmo’s met afgewezen kredietaanvragen

Bron: ERK.

Bijlage III — KMU-maatregelen voor de ontwikkeling van lokale kapitaalmarkten

Tekstvak 3: Door de Commissie te leveren prestatie op het gebied van lokale en regionale kapitaalmarkten

Prioritaire actie 9 in het kader van de tussentijdse evaluatie: “Tegen het tweede kwartaal 2018 komt de Commissie met een omvattende EU-strategie voor stappen die op EU-niveau kunnen worden gezet om de ontwikkeling van lokale en regionale kapitaalmarkten in de EU te ondersteunen. Hierbij zal worden voortgebouwd op het verslag van de werkgroep kapitaalmarktenunie van het initiatief van Wenen en zal de ervaring worden meegenomen die is opgedaan bij de toenemende mate waarin, op verzoek, technische ondersteuning wordt geboden in het kader van het Commissieprogramma voor de ondersteuning van structurele hervormingen.”

Naast de late publicatie hiervan (maart 2019) ten opzichte van het KMU-actieplan (september 2015) geldt voor de doelstelling van de Commissie dat deze:

  • geen strategie op zich vormt, d.w.z. een gedetailleerd plan voor de lange termijn, maar veeleer een indicatieve, niet-uitputtende lijst van beschikbare beleidsantwoorden49;
  • niet de specifieke behoeften van de kapitaalmarkten van de lidstaten vaststelt op basis van een voorafgaande analyse van de status quo op nationaal niveau50;
  • niet alle segmenten van de kapitaalmarkt en beschikbare onderwerpen of opties compleet omvat;
  • geen prioriteit verleent aan de hervormingsgebieden die het grootste potentieel hebben om de lokale kapitaalmarkten te verbeteren en niet voorziet in richtsnoeren over de volgorde (uitvoeringsstappen);
  • geen analyse van de potentiële impact van de maatregelen bevat, noch dat daarin wordt gewezen op de potentieel hoge begrotingskosten van specifieke opties (zie bijvoorbeeld het gebruik van beleggingsrekeningen in Zweden51);
  • niet voorziet in beste praktijken die op een globaler niveau worden gevolgd (bijvoorbeeld in landen met geavanceerde financiële markten zoals de VS, Canada, Japan, Zwitserland, Australië of Singapore), maar alleen binnen de EU;
  • geen rekening houdt met belangrijke externe factoren (bijv. de brexit, het monetair beleid, de economische cyclus);
  • geen bepalingen bevat over de herziening of evaluatie hiervan na een bepaalde periode, waarbij de resterende lacunes zouden kunnen worden vastgesteld en zou kunnen worden bepaald hoe de vereiste oplossingen kunnen worden gecreëerd;
  • geen specifieke EU-begroting heeft voor de doeleinden van de KMU en de ontwikkeling van de lokale en regionale kapitaalmarkten in aanvulling op de reeds bestaande, door de EU gefinancierde financiële instrumenten en het SRSP, die echter niet onder de controle van DG FISMA vallen, ondanks het feit dat dit DG het meest relevante mandaat voor de KMU heeft.

Bron: ERK.

Bijlage IV — Overzicht van rechtstreekse LSA’s gericht tot alle lidstaten, 2014-2019

Vóór de KMU Na de goedkeuring van het KMU-actieplan (september 2015)
2014 2015 Lidstaat 2016 2017 2018 2019
België x x
Bulgarije
Tsjechië
Denemarken
x Duitsland x x x
Estland
x Ierland x
Programma Programma Griekenland Programma Programma Programma
x Spanje
x Frankrijk
Kroatië
x Italië x x
Programma Programma Cyprus x x x x
Letland
Litouwen x
Luxemburg
x x Hongarije
x x Malta
x x Nederland
Oostenrijk x x x
Polen
x x Portugal x x x
Roemenië
x Slovenië x x x x
Slowakije
Finland
x x Zweden
x Verenigd Koninkrijk
10 van 26 38 % 7 van 26 27 % Lidstaat met voor de KMU relevante LSA 6 van 27 22 % 6 van 27 22 % 7 van 27 26 % 4 van 28 14 %
157 102 Totaal aantal LSA’s 89 78 73 97

Bron: ERK, op basis van CESAR-databank, Europees Parlement, EGOV-briefing, LSA’s: een overzicht, september 2019.

Bijlage V — Overzicht van rechtstreekse en bredere LSA’s gericht tot minder ontwikkelde lidstaten, 2016-2019

Positie Lidstaat Rechtstreekse LSA’s Bredere LSA’s
28 Litouwen Toegang tot financiering (2016) GEEN
27 Roemenië GEEN
26 Slovenië Toegang tot financiering (2016-2019) GEEN
25 Slowakije GEEN Justitie (2017)
24 Bulgarije GEEN Toezicht (2016, 2017, 2019), insolventie (2016-2019)
23 Letland GEEN Insolventie (2016)
22 Estland GEEN
21 Hongarije GEEN
20 Kroatië GEEN Insolventie (2017)
19 Griekenland GEEN Insolventie (2019)
18 Polen GEEN
17 Tsjechië GEEN
16 Cyprus Toegang tot financiering (2016-2019) Insolventie (2016-2018), toezicht (2019)
15 Oostenrijk Toegang tot financiering (2017-2019) GEEN

NB: 1) De posities zijn gebaseerd op de diepte van de lokale kapitaalmarkten door Asimakopoulos en Wright, A new sense of urgency: The future of Capital Markets Union, New Financial, november 2019; 2) voor “rechtstreekse LSA’s” hebben we de interne taxonomie van de Commissie in aanmerking genomen, voornamelijk “toegang tot financiering” en “bevoordeling van schulden aanpakken”. Teneinde overdreven aanmerking als KMU (“overlabelling”) te voorkomen, hebben we de aanbevelingen die betrekking hebben op kwesties die ook gericht zijn op de bankensector aangemerkt als “bredere LSA’s”, bijvoorbeeld insolventieregelingen, toezicht op de financiële sector en de verkoop van niet-renderende leningen; 3) vanwege de economische aanpassingsprogramma’s tot 2018 ontving Griekenland alleen in 2019 LSA’s.

Bron: ERK, op basis van de CESAR-databank van de Commissie.

Bijlage VI — Overzicht van wetgevende KMU-maatregelen per juli 2020

Maatregel Uiterste termijn Commissie EP Raad Vaststelling Toepassing vanaf
1 EuVECA-/ EuSEF-herziening Derde kwartaal (Q3) 2016 Juli 2016 Oktober 2017 Maart 2018
2 Prospectusverordening (herziening) Vierde kwartaal (Q4) 2015 November 2015 Juni 2017 Juli 2019
3 STS-securitisatieverordening Derde kwartaal (Q3) 2015 September 2015 December 2017 Januari 2019
4 Pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) Tweede kwartaal (Q2) 2017 Juni 2017 Juni 2019 Twaalf maanden na de bekendmaking van gedelegeerde handelingen
5 Evaluatie van de Europese toezichthoudende autoriteiten, met inbegrip van AML-regels Derde kwartaal (Q3) 2017 Goedgekeurd op 20.9.2017 Onderhandelingsmandaat verkregen in december 2018 Onderhandelingsmandaat verkregen in februari 2019 December 2019 Januari 2020 en januari 2022
6 Evaluatie van beleggingsondernemingen Tweede kwartaal (Q2) 2018 Goedgekeurd op 20.12.2017 November 2019 Juni 2021
7 Crowdfunding Q4 2017 (IA)
Q1 2018
Goedgekeurd op 8.3.2018 Onderhandelingsmandaat verkregen in november 2018 Onderhandelingsmandaat verkregen in juni 2019 Q4 2020 Q4 2021
8 Gedekte obligaties Q1 2018 Goedgekeurd op 12.3.2018 Onderhandelingsmandaat verkregen in november 2018 Onderhandelingsmandaat verkregen in november 2018 November 2019 Juli 2022
9 Grensoverschrijdende verspreiding van beleggingsfondsen Q1 2018 (IA)
Q2 2018
Goedgekeurd op 12.3.2018 Juni 2019 Augustus 2021
10 Regels om kmo’s gemakkelijker toegang te bieden tot groeimarkten Q2 2018 (IA)
Q3 2018
Goedgekeurd op 24.5.2018 November 2019 December 2019 of januari 2021
11 Verordening Europese marktinfrastructuur (toezicht) Q2 2017 Vastgesteld op 13.6.2017 Onderhandelingsmandaat verkregen in mei 2018 Onderhandelingsmandaat verkregen in december 2018 Mei 2019 juni 2019 – december 2019 –
juni 2020 of juni 2021
12 Preventieve herstructureringsstelsels, een tweede kans en maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van herstructurerings-, insolventie- en kwijtingsprocedures (DG JUST) Q4 2016 Goedgekeurd op 22.11.2016 Juni 2019 Juli 2021, juli 2024 en juli 2026
13 Wet inzake de derdenwerking van de cessie van vorderingen (DG JUST) Q4 2017 Vastgesteld op 12.3.2018 Onderhandelingsmandaat verkregen in februari 2019 Nog niet overeengekomen

Bron: ERK, op basis van de Europese Commissie.

Acroniemen en afkortingen

Abi: Alternatieve beleggingsinstelling

BAB-richtlijn: Richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen

BAML: Bank of America Merrill Lynch

CCCTB: Gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (Common Consolidated Corporate Tax Base)

EFAMA: European Fund and Asset Management Association

ESAP: Europees centraal toegangspunt (European Single Access Point)

ESMA: Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority)

EuSEF: Europees sociaalondernemerschapsfonds (European social entrepreneurship fund)

EuVECA: Europees durfkapitaalfonds (European venture capital fund)

Icbe: Instelling voor collectieve belegging in effecten

IPO: Eerste openbare aanbieding (Initial Public Offering)

Kmo: Kleine of middelgrote onderneming

KMU: Kapitaalmarktenunie

LSA: Landspecifieke aanbeveling

SRSP: steunprogramma voor structurele hervormingen

SRSS: Ondersteuningsdienst voor structurele hervormingen (thans DG REFORM)

STS-securitisatie: Eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde (Simple, Transparent, and Standardised) securitisatie

Verklarende woordenlijst

Alternatieve beleggingsinstellingen (abi’s): alle beleggingsinstellingen die niet vallen onder de EU-richtlijn inzake icbe’s en in plaats daarvan vallen onder de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (BAB-richtlijn). Dit omvat hefboomfondsen, durfkapitaal, private-equityfondsen en vastgoedbeleggingsfondsen.

Dakfonds: een gemeenschappelijk investeringsfonds waarmee in andere fondsen in plaats van rechtstreeks in effecten wordt geïnvesteerd.

Diepe kapitaalmarkt: een markt waarop effecten in een hoog volume worden verhandeld, met slechts een klein verschil tussen de aankoop- en verkoopprijs.

Durfkapitaalfonds: een beleggingsfonds dat geld van professionele beleggers beheert die willen investeren in kmo’s met een sterk groeipotentieel.

Eenhoorn ('unicorn'): een particuliere startende onderneming met een waarde van meer dan 1 miljard dollar, die zo wordt genoemd omdat dergelijke ondernemingen zeldzaam zijn.

Eerste openbare aanbieding: de eerste verkoop van de aandelen van een onderneming aan het publiek.

Europees centraal toegangspunt: een gepland EU-webportaal voor snelle en gemakkelijke toegang tot wettelijk verplichte informatie van beursgenoteerde ondernemingen.

Europees Semester: jaarlijkse cyclus die een kader biedt voor de coördinatie van het economisch beleid van de EU-lidstaten en voor de monitoring van de vooruitgang.

Fiscale ongelijkheid tussen eigen en vreemd vermogen: economische verstoring die wordt veroorzaakt door het feit dat rentebetalingen op schuld fiscaal aftrekbaar zijn in de meeste vennootschapsbelastingstelsels, maar dividenduitkeringen voor aandelenfinanciering dat niet zijn.

Gedekte obligatie: soort gewaarborgde obligatie uitgegeven door een bank of andere kredietinstelling, die normaal gesproken wordt gedekt door een hypotheek of een lening aan de overheidssector.

Gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (Common Consolidated Corporate Tax Base — CCCTB): één regeling voor het berekenen van de belastbare winsten van bedrijven in de EU.

Inhouding aan de bron: een vorm van belastingvrijstelling die wordt toegepast op het moment dat bronbelasting wordt geheven.

Initiatief van Wenen: een in januari 2009 opgericht forum dat alle belangrijke publieke en particuliere belanghebbenden in de EU-bankensector samenbrengt om opkomende Europese economieën het hoofd te helpen bieden aan de wereldwijde economische crisis.

Instelling voor collectieve belegging in effecten (icbe): een beleggingsvehikel waarin kapitaal van beleggers wordt samengebracht en dat dit kapitaal collectief belegt via een portefeuille van financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en andere effecten. Icbe’s, die onder een EU-richtlijn vallen, kunnen op basis van een enkele vergunning van één lidstaat publiek in omloop worden gebracht voor retailbeleggers in de gehele EU.

Marktdiepte: indicator voor het volume transacties op een markt.

Mkb-groeimarkt: een soort multilaterale handelsfaciliteit voor aandelen die zijn uitgegeven tijdens de voorgaande drie jaar door ondernemingen met een gemiddelde marktkapitalisatie van minder dan 200 miljoen EUR.

Multilaterale handelsfaciliteit: een zelfregulerende faciliteit voor het verhandelen van financiële instrumenten die een alternatief biedt voor traditionele beurzen en, in tegenstelling tot die beurzen, niet alleen door een gemachtigde marktdeelnemer kan worden geëxploiteerd, maar ook door een beleggingsonderneming.

Richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (MiFID): het EU-rechtskader voor financiële markten en het verbeteren van de bescherming van beleggers. In 2018 werd de oorspronkelijke richtlijn vervangen door MiFID II.

Securitisatie: de praktijk waarbij diverse soorten illiquide financiële activa zoals hypotheken, leningen en leases worden samengevoegd en deze als liquide verhandelbare effecten, zoals obligaties, worden verkocht aan beleggers.

Steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP): een EU-programma dat voorziet in op maat gesneden steun aan lidstaten voor hun institutionele, administratieve en groeibevorderende hervormingen, zonder dat daarvoor nationale cofinanciering nodig is.

Verordening betreffende Europese durfkapitaalfondsen (EuVECA): een verordening die voorziet in de grondslag voor een vrijwillig EU-breed paspoort voor in aanmerking komende durfkapitaalfondsen en fondsbeheerders.

Verordening inzake Europese sociaalondernemerschapsfondsen (EuSEF): een verordening die voorziet in de grondslag voor een vrijwillig EU-breed paspoort voor in aanmerking komende alternatieve beleggingsregelingen die gericht zijn op sociale ondernemingen.

Werkgroep kapitaalmarktenunie: een platform dat is opgericht in het kader van het initiatief van Wenen om de uitwisseling van informatie over financiële trends in Midden-, Oost- en Zuidoost-Europa te ondersteunen en aldus lokale kapitaalmarkten te ontwikkelen, bestaande uit vertegenwoordigers van de publieke en particuliere sector in de betrokken landen en van internationale instellingen, met de Commissie als coördinator.

Antwoorden van de Commissie

Samenvatting

I

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen I-III.

De inspanningen om een echte eengemaakte markt voor kapitaal tot stand te brengen, begonnen met het Verdrag van Rome meer dan vijftig jaar geleden en werden geïntensiveerd met het vrije verkeer van kapitaal dat is verankerd in het Verdrag van Maastricht (1992) en het Actieplan Financiële diensten (1999). Dit uiteindelijke doel is nog niet bereikt, vooral omdat door de verschillen in rechtstradities en -praktijken tussen de EU-lidstaten in de EU geen volledig geharmoniseerd rechtskader tot stand kon worden gebracht om financiële activiteiten te regelen. De enige weg vooruit is stapsgewijs, op alle gebieden waar nog steeds belemmeringen voor het vrije verkeer van kapitaal bestaan, met de algemene visie en de algemene doelstellingen voor ogen. De opbouw van een kapitaalmarktenunie (KMU) is daarom een geleidelijk proces dat gebaseerd is op vele gedetailleerde, maar belangrijke veranderingen.

IV

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen IV-VII.

De Commissie heeft alle acties uitgevoerd die zij had aangekondigd in het KMU-actieplan van 2015 en in de tussentijdse evaluatie ervan van 2017. Het Europees Parlement en de lidstaten hebben overeenstemming bereikt over 12 van de 13 wetgevingsvoorstellen, ook al zijn die intussen niet allemaal nog even ambitieus als het voorstel van de Commissie. De Commissie is van mening dat de doeltreffendheid van de KMU zal worden gemeten aan de hand van de doeltreffendheid van de ondernomen acties. Aangezien bijna geen enkel van de onlangs aangenomen wetgevingsvoorstellen lang genoeg van toepassing is en sommige ervan nog niet eens van toepassing zijn, is het moeilijk om nu een oordeel te vellen over hun doeltreffendheid voor de verwezenlijking van hun enge doelstellingen en hun bijdrage aan de specifieke KMU-doelstellingen. Om de vorderingen met de KMU te versnellen is de steun nodig van het Europees Parlement en van de lidstaten op het hoogste niveau en van technische deskundigen uit de overheidsdiensten. Ook moeten marktdeelnemers de maatregelen optimaal gebruiken. De EU kan instrumenten aanreiken en de nodige randvoorwaarden creëren, maar het is aan de autoriteiten in de lidstaten om deze in de praktijk om te zetten, en aan particuliere partijen om het initiatief te nemen, zakelijke kansen te grijpen en te innoveren.

VIII

De Commissie is het met de Rekenkamer eens dat de KMU-doelstellingen ruim waren. Aangezien de opbouw van de KMU een geleidelijk proces is dat gebaseerd is op vele gedetailleerde en vaak technische wijzigingen, werd het belangrijk geacht voldoende algemene en begrijpelijke doelstellingen vast te stellen om de algemene KMU-visie niet uit het oog te verliezen.

IX

Hoewel de Commissie de strekking van alle aanbevelingen aanvaardt, worden sommige volledig aanvaard, andere gedeeltelijk. Slechts één subaanbeveling werd niet aanvaard door de Commissie. Zie het antwoord van de Commissie op aanbevelingen 1 tot en met 4.

Inleiding

08

Het actieplan van 2015 was erop gericht de versnippering van de kapitaalmarkten volgens landsgrenzen tegen te gaan. De Commissie is het eens met de Rekenkamer voor zover deze versnippering van de wetgeving betrekking heeft op verschillen in nationale wetgeving.

09

De Commissie is het met de Rekenkamer eens dat de werkzaamheden op het gebied van de kapitaalmarktenunie moeten worden voortgezet. Zij heeft het verslag van het Forum op hoog niveau over de KMU en de daarover ontvangen feedback zorgvuldig bestudeerd. De werkzaamheden worden voortgezet met het actieplan van 2020, waarin maatregelen worden voorgesteld waarvan de meeste van wetgevende aard zijn en die het financiële stelsel van de EU verder zullen transformeren en zullen bijdragen aan de voltooiing van de kapitaalmarktenunie.

12

De Commissie merkt op dat de Europese Centrale Bank een zeer belangrijke en ondersteunende rol heeft gespeeld in het KMU-project.

Opmerkingen

20

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 20-25.

De financiering van kmo’s blijft een belangrijk punt van zorg. De maatregelen die gericht zijn op kmo-financiering in het kader van het actieplan van 2015 en de tussentijdse evaluatie ervan van 2017 zijn met de medewetgevers overeengekomen en worden ten uitvoer gelegd. De Commissie heeft er vertrouwen in dat na verloop van tijd de concrete effecten zichtbaar zullen worden. Hoewel er nog geen bewijs is dat de maatregelen een significant effect hadden op het financieringsgedrag van kmo’s, is het opmerkelijk dat uit de enquête over toegang tot financiering is gebleken dat de financieringskloof voor kmo’s begin 2019 is verdwenen in 10 van de 11 lidstaten die aan de enquête hebben bijgedragen52.

Door de economische impact van COVID-19 is de positieve trend van afnemende financieringskloven echter omgeslagen, waardoor ondernemingen van elke omvang, en met name kmo’s, behoefte hebben aan solide, marktgebaseerde financieringsbronnen. Het pakket voor het herstel van de kapitaalmarkten van juli 2020 bevat reeds voorstellen voor gerichte wijzigingen van de prospectusregeling en de richtlijn markten voor financiële instrumenten II (MiFID II), die de marktfinanciering van ondernemingen zullen vergemakkelijken53. Als ander onderdeel van dit pakket heeft de Commissie gerichte wijzigingen van de securitisatieregels voorgesteld om banken beter in staat te stellen leningen te verstrekken aan kmo’s54. De Commissie heeft hiertoe in het kader van haar tweede KMU-actieplan verdere maatregelen voorgesteld55.

26

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 26-30.

Een betere toegang tot marktfinanciering, met name eigen vermogen, zal bedrijven in staat stellen te innoveren, te profiteren van nieuwe technologieën en te voorkomen dat innovatieve start-ups of scale-ups op zoek naar kapitaal besluiten zich buiten de EU te vestigen of hun ambitie te beperken, waardoor het groeipotentieel en de productiviteit van de EU in de toekomst sterk worden geschaad. Maatregelen uit het verleden in het kader van de KMU hebben in dit opzicht geen grote verandering teweeggebracht. Niettemin is er opmerkelijke vooruitgang geboekt. De Europese interventie in de fase vóór de eerste openbare aanbieding (IPO), met name op het gebied van durfkapitaal (VC), is erin geslaagd particuliere institutionele beleggers in durfkapitaalfondsen aan te trekken dankzij het katalysatoreffect van de door het Europees Investeringsfonds (EIF) gesteunde interventie en andere EU-initiatieven. Hoewel de overheidssteun voor durfkapitaal in Europa in de onmiddellijke nasleep van de crisis van 2008-2009 meer dan 35 % bedroeg, is dit percentage in 2019 gedaald tot 20 %, terwijl de particuliere steun is toegenomen. Ook is de gemiddelde omvang van durfkapitaalfondsen in de EU in de loop der jaren sinds de financiële crisis geleidelijk toegenomen56. De COVID-19-crisis heeft het economische landschap in de EU ingrijpend veranderd en daarom moet de ambitie opnieuw zijn om de financiering van kleinere ondernemingen en innovatieve scale-ups te ondersteunen.

34

Om te beantwoorden aan de urgentie van toegang tot marktfinanciering als gevolg van de COVID-19-pandemie, heeft de Commissie wetgevingsvoorstellen aangenomen in het kader van het “herstelpakket voor de kapitaalmarkten”. Een van die maatregelen is de invoering van een in de tijd beperkt “EU-herstelprospectus”57. Dit nieuwe prospectus zal beschikbaar zijn voor secundaire uitgiften van aandelen van ondernemingen die genoteerd zijn op een gereglementeerde markt of een mkb-groeimarkt.

36

Door de prospectusverordening is een nieuw soort prospectus ingevoerd — het EU-groeiprospectus — dat minder strenge openbaarmakingsvereisten voor kmo’s en midcaps bevat58. Deze zijn lichter dan voor een volledig prospectus en zullen naar verwachting de kosten en lasten voor kmo’s verminderen en toch het vertrouwen van beleggers in kleine ondernemingen bewaren. Aangezien de prospectusverordening nog maar één jaar van toepassing is, zijn er nog niet voldoende gegevens om te beoordelen of dit prospectus zijn doelstellingen heeft bereikt. Toch zal de Commissie, voortbouwend op de reeds genomen maatregelen, ernaar streven de noteringsregels voor openbare markten te vereenvoudigen.

37

De mogelijkheid voor de lidstaten om verschillende drempels vast te stellen, hangt af van de verschillende omvang van de kapitaalmarkten in de EU. Een dergelijke vrijstelling geldt echter alleen voor aanbiedingen van effecten aan het publiek waarvoor geen paspoort voor andere lidstaten vereist is, en de vrijstelling geldt niet voor de toelating van effecten tot de handel op een gereglementeerde markt.

38

Om het herstel na de COVID-19-crisis te ondersteunen en voort te bouwen op de werkzaamheden die in het kader van de kmo-strategie zijn verricht, werkt de Commissie momenteel aan de oprichting van een fonds voor beursintroducties van kmo’s opdat het makkelijker zou worden voor kleine en snelgroeiende ondernemingen, met name in sectoren die van strategisch belang zijn voor de EU, om kapitaal aan te trekken en hun groei te financieren.

39

Wat met name het prospectus betreft, heeft de verordening betreffende mkb-groeimarkten het “overgangsprospectus” ingevoerd om de overgang van een mkb-groeimarkt naar een gereglementeerde markt te vergemakkelijken: uitgevende instellingen waarvan de effecten al ten minste twee jaar tot de handel op een mkb-groeimarkt zijn toegelaten mogen onder bepaalde voorwaarden een vereenvoudigd prospectus opstellen voor secundaire uitgiften met het oog op toelating tot de handel op een gereglementeerde markt59.

40

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 40-43.

Het juiste evenwicht tussen relevante informatie verstrekken aan beleggers over beleggingsmogelijkheden en de last minimaliseren voor ondernemingen om deze informatie te rapporteren is essentieel om de toegang tot marktfinanciering te vergemakkelijken. Om ondernemingen zichtbaarder te maken voor grensoverschrijdende beleggers, zal de Commissie het gebrek aan toegankelijke en vergelijkbare bedrijfsgegevens voor beleggers aanpakken. Zij zal ook werk maken van een gerichte vereenvoudiging van de bestaande noteringsregels om de nalevingskosten voor kmo’s te verminderen.

57

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 57 en 58.

In maart 2019 heeft de Commissie haar standpunten voorgesteld met betrekking tot de ontwikkelingen op de lokale kapitaalmarkten in de “Mededeling over de kapitaalmarktenunie: vooruitgang bij de opbouw van een eengemaakte markt voor kapitaal voor een sterke economische en monetaire unie” en in het begeleidende werkdocument van de diensten van de Commissie60. Deze vormen inderdaad geen gedetailleerd actieplan. Zij geven de strategische visie weer, namelijk dat lokale kapitaalmarkten belangrijk zijn. Dat was destijds niet duidelijk. De richtsnoeren zijn bovendien op drie niveaus uitgewerkt, namelijk op nationaal, regionaal en Europees niveau, en geven voor elk niveau aan welke actie moet worden ondernomen.

59

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 59-65.

Het Europees Semester is een belangrijk middel om het economisch beleid van de lidstaten te coördineren. Aangezien het stimuleren van investeringen een van de doelstellingen is, houdt de Commissie terdege rekening met de rol van structurele hervormingen met het oog op betere lokale kapitaalmarkten om dit doel te ondersteunen. Aangezien de Commissie aan een lidstaat slechts een beperkt aantal landspecifieke aanbevelingen kan doen, zijn afwegingen onvermijdelijk en moeten er keuzes worden gemaakt tussen de beleidsterreinen die in een aanbeveling aan een bepaalde lidstaat aan bod kunnen komen. In dit verband benadrukt de Commissie dat de rangorde van prioriteiten op landniveau bij het bepalen van de keuze voor de aanbevelingen als criterium even belangrijk is als de consistentie tussen de landen binnen een beleidsterrein.

60

De Commissie is van mening dat de belangrijkste kwesties in de landverslagen zijn behandeld, rekening houdend met de vorm, de voorwaarden en de noodzaak om prioriteiten vast te stellen in het kader waarvan de beoordelingen moesten worden opgesteld.

De Commissie erkent dat er momenteel enkele statistische indicatoren over de binnenlandse kapitaalmarkten bestaan, die verder zouden kunnen worden uitgebreid.

62

Het kader van het Europees Semester wordt gebruikt om de hervormings- en investeringsbehoeften in elke lidstaat te achterhalen. De aanbevelingen zijn toegespitst op tekortkomingen die de meeste aandacht verdienen om groei en werkgelegenheid in een bepaalde lidstaat te ondersteunen. Het Semester hoeft zich niet te richten op elk gebied waarop een lidstaat slechter presteert dan het EU-gemiddelde, maar moet voorrang geven aan een beperkt aantal beleidsaanbevelingen die een bepaalde economie ten goede zullen komen, in het licht van de algemene prioriteiten die elk jaar in een jaarlijkse strategie voor duurzame groei worden vastgesteld. Een dergelijke gestroomlijnde aanpak is door de lidstaten positief onthaald, aangezien de focus op een welomschreven beperkt aantal prioriteiten bijdraagt aan een doelgerichter optreden van de regering en de betrokkenheid van de lidstaten bij het proces vergroot.

63

Aan het begin van elke semestercyclus worden in de jaarlijkse strategie voor duurzame groei duidelijk de prioriteiten van de komende beleidscoördinatiecyclus vastgesteld. In de aanbeveling voor de eurozone, die elk jaar vóór de aanneming van de landspecifieke aanbevelingen wordt aangenomen, worden bovendien de prioritaire beleidsaanbevelingen voor de lidstaten van de eurozone vastgesteld, die als leidraad dienen voor hun landspecifieke aanbevelingen. Wat betreft de prioritering van hervormingen: de door de Commissie voorgestelde aanbevelingen geven haar beoordeling weer van de prioritaire acties die moeten worden ondernomen.

64

Als in een LSA meerdere kwesties aan bod komen, wil dit zeggen dat voor het aanpakken van een specifieke sociaaleconomische uitdaging op verschillende gebieden beleidsmaatregelen vereist zijn. Een tijdschema voorschrijven wordt evenmin praktisch geacht, aangezien de Commissie zich ervan bewust is dat hervormingen in verschillende fasen moeten worden uitgevoerd. Wat wel kan worden overwogen is een gedetailleerdere kwalitatieve beoordeling van de uitvoeringsinspanningen van een lidstaat. Dit wordt reeds gedaan wanneer de Commissie de uitvoering beoordeelt en verschillende beoordelingscategorieën toepast, zoals beperkte vooruitgang, enige vooruitgang enz.

65

De Commissie merkt op dat niet elke aanbeveling binnen de looptijd (13 tot 16 maanden) volledig of grotendeels kan worden uitgevoerd. Bovendien duurt het enige tijd voordat het resultaat van de ondernomen hervormingsstappen in de reële economie zichtbaar wordt.

De Commissie is het ermee eens dat het niveau van uitvoering van de landspecifieke aanbevelingen hoger zou kunnen zijn. Daartoe heeft de Commissie het instrument voor technische ondersteuning voorgesteld, een op zichzelf staande verordening, die de voortzetting vormt van het bestaande steunprogramma voor structurele hervormingen (SRSP) in het komende meerjarig financieel kader.

Daarnaast heeft de Commissie een nieuwe faciliteit voor herstel en veerkracht voorgesteld. De faciliteit voor herstel en veerkracht stimuleert de hervormings- en investeringsinspanningen van de lidstaten, in overeenstemming met de prioriteiten die zijn vastgesteld in de landspecifieke aanbevelingen en groene en digitale doelstellingen, door aanzienlijke financiële steun te bieden.

70

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 70 en 71 en figuur 7.

De Commissie wijst erop dat de verschillen in het aantal goedgekeurde en uitgevoerde projecten voor landen met minder ontwikkelde kapitaalmarkten het gevolg zijn van de technische bijstand die alleen kan worden geboden op basis van de vraag van de lidstaten, en een concurrerende selectie op basis van de projectkwaliteit, de verwachte impact en het beschikbare budget61.

77

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 77 en 78.

De Commissie wijst erop dat bij de beoordeling van de technische bijstand terdege rekening moet worden gehouden met het feit dat de Commissie aan de lidstaten de expertise ter beschikking stelt. Dat is voor de lidstaten een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde om een hervorming door te voeren, met name in het geval van strategische en politieke hervormingen. Daarom is tijdens het hele hervormingsproces een sterke betrokkenheid van de lidstaten bij de steunmaatregelen en de hervormingsagenda van cruciaal belang.

Een dergelijke betrokkenheid blijkt uit het feit dat de lidstaten technische aanbevelingen aanpassen aan de specifieke administratieve en politieke context.

Het is belangrijk eraan te herinneren dat de veranderingen die worden teweeggebracht, zoals de goedkeuring van een strategie, de goedkeuring van nieuwe of wijziging van bestaande wet- of regelgeving, de vaststelling van (nieuwe) procedures en acties om de uitvoering van hervormingen in de begunstigde structuren of organisaties te verbeteren, als de resultaten van de projecten voor technische bijstand moeten worden gezien.

In de praktijk kunnen technischebijstandsprojecten die gericht zijn op de uitvoering van hervormingen misschien door de lidstaten veel gemakkelijker “volledig” worden uitgevoerd in vergelijking met projecten die gericht zijn op het ontwerpen van hervormingen. Voor dergelijke projecten kan de uitvoeringstermijn ook veel langer zijn en mogelijk in fasen verlopen, zoals blijkt uit sommige projecten die onder het toepassingsgebied van deze controle vallen.

79

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 79-81.

Het bevorderen van financiële integratie is en blijft een hoofddoelstelling van de KMU. De Commissie heeft zes wetgevingsmaatregelen voorgesteld om nieuwe EU-wijde regels voor producten, labels en paspoorten in te voeren. Vijf daarvan62 zijn door de medewetgevers aangenomen en bevinden zich nu in de uitvoeringsfase, en de zesde63 wordt binnenkort aangenomen. De nieuwe regels inzake herstructurering64 leiden bovendien tot meer rechtszekerheid voor grensoverschrijdende beleggers en de goede vorderingen op het gebied van Europees financieel toezicht bevorderen de verdere convergentie van het toezicht. Hoewel het nog te vroeg is om hun doeltreffendheid en hun bijdrage aan de financiële integratie in de EU te beoordelen, erkent de Commissie dat verdere vorderingen nodig zijn.

Met het KMU-actieplan van 202065 wil de Commissie de belangrijkste belemmeringen voor marktintegratie verder aanpakken. Sommige van deze maatregelen gaan verder dan de financiële wetgeving van de EU en beogen belemmeringen in verband met een breder juridisch kader of belemmeringen als gevolg van reeds lang bestaande nationale voorkeuren of praktijken aan te pakken. Dit is met name het geval op het gebied van belasting en insolventie van niet-bancaire partijen. Voor die sectoren zal de Commissie gerichte acties voorstellen, die zijn toegespitst op de belangrijkste hinderpalen die compartimentering van de markt veroorzaken en afschrikkend werken voor grensoverschrijdende beleggingen.

86

De diensten voor financiële geletterdheid van het Enterprise Europe Network ondersteunen kmo’s met internationale groei en innovatie door hen bewust te maken van:

  • geschikte soorten financiering en EU-financiering, voordelen en valkuilen, en wat kmo’s moeten doen om zich voor te bereiden;
  • financiële rechten (met name betalingsachterstand).

De omvang van de diensten op het gebied van financiële geletterdheid die de leden van het Enterprise Europe Network kunnen verlenen, wordt beperkt door hun contractuele verplichting om alle soorten EEN-diensten op evenwichtige wijze te verlenen (advies over toegang tot financiering en een breed scala aan andere onderwerpen).

93

De Commissie wijst erop dat omslachtige teruggaafprocedures van bronbelasting een belemmering van het vrije verkeer van kapitaal zijn en een obstakel vormen voor grensoverschrijdende investeringen.

De Commissie blijft zich inzetten om deze kwestie aan te pakken, zie ook het antwoord van de Commissie op paragraaf 95.

94

De Commissie wenst te verduidelijken dat de gedragscode voor bronbelasting geen bindend instrument is. Zij roept de lidstaten op zich er vrijwillig toe te verbinden hun praktijken af te stemmen op de aanbevelingen in de gedragscode, met het oog op de vereenvoudiging van de bronbelastingprocedures. Het belangrijkste doel is de teruggaafprocedures van de bronbelasting efficiënter te maken (gedigitaliseerde, snelle betalingen en procedures, enz.), hoewel het ook de mogelijkheid omvat om een gestandaardiseerd en geharmoniseerd systeem voor bronbelastingvermindering in te voeren.

95

De Commissie zet zich al geruime actief tijd in voor eenvoudiger bronbelastingprocedures in de EU. In dit verband moet ook worden gewezen op de aanbeveling betreffende procedures voor bronbelastingvermindering die in 2009 is gepubliceerd66. Het werk dat bijvoorbeeld via de gedragscode is verricht, is een manier om het probleem aan te pakken en tegelijkertijd aanvullende feedback en input te verkrijgen over de gevolgen van dit probleem voor de interne markt. De Commissie heeft onlangs ook toegezegd met een initiatief te komen voor de invoering van een gemeenschappelijk, gestandaardiseerd EU-systeem voor bronbelastingvermindering.

96

De voorzitter van de Europese Commissie heeft duidelijk gemaakt dat de Commissie bereid is de toepassing van het beginsel van stemming met gekwalificeerde meerderheid in belastingzaken te onderzoeken. Zie ook het antwoord van de Commissie op paragraaf 95.

98

De Commissie wil het volgende verduidelijken: op de bijeenkomst van de Deputies Group van de Tax Administration EU Summit (TADEUS) in mei 2020 werd inderdaad geconcludeerd dat de Commissie, om te voorkomen dat belemmeringen met betrekking tot belastingprocedures grensoverschrijdende investeringen bemoeilijken, een speciale werkstroom moet organiseren om wetgevings- en niet-wetgevingsinitiatieven te onderzoeken om de huidige uitdagingen op het gebied van bronbelastingprocedures aan te pakken (zoals een mogelijk systeem van bronbelastingvermindering). Daarbij werd benadrukt dat verdere werkzaamheden hoe dan ook moeten voortbouwen op eerdere werkzaamheden op EU- en internationaal niveau (gedragscode, enz.).

101

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 101-106.

De Commissie is vastbesloten de agenda voor betere regelgeving toe te passen, zodat de volgende fase van de kapitaalmarktenunie doeltreffend kan worden verwezenlijkt. Aangezien het bij de KMU gaat om faciliterende activiteiten die ofwel niet bestaan ofwel zich in een beginstadium bevinden, zijn de kwaliteit en de beschikbaarheid van gegevens doorgaans beperkt en kan niet worden voorspeld hoe marktdeelnemers zich zouden aanpassen en kan evenmin met redelijke nauwkeurigheid worden geschat hoe markten zich zouden ontwikkelen. Daarom bestond de beleidsaanpak erin de redenen te achterhalen waarom een activiteit niet heeft plaatsgevonden of onderontwikkeld is gebleven, deze redenen te relateren aan marktfalen of belemmeringen, en vervolgens beleidsmaatregelen te ontwikkelen die geschikt zijn om die tekortkomingen en belemmeringen aan te pakken, met behoud van andere belangrijke doelstellingen zoals financiële stabiliteit of marktintegriteit.

De Commissie erkent dat sommige beleidsdoelstellingen nogal ruim zijn geformuleerd en dat het daarom moeilijk is nauwkeurig te bepalen in hoeverre sommige doelstellingen zijn verwezenlijkt. Zij is van mening dat een specifiekere of zelfs een gekwantificeerde doelstelling geen verschil zou hebben gemaakt bij het uitstippelen van beleid ten aanzien van de KMU, en dat met een andere volgorde of prioritering van maatregelen geen grotere vooruitgang kon worden geboekt dan wat nu het geval is. De KMU is een project voor de lange termijn, dat volgehouden en vastberaden inspanningen vergt op vele fronten. Daarom signaleert de Commissie liever dringende en structurele uitdagingen dan dat ze prioriteiten beklemtoont.

107

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 107-114.

Het opbouwen van een kapitaalmarktenunie was een kernprioriteit van de Commissie-Juncker. Vijf jaar later wordt de noodzaak van meer geïntegreerde en diepere kapitaalmarkten algemeen erkend. Bij haar aantreden verklaarde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in haar toespraak voor het Europees Parlement: “Laten we de kapitaalmarktenunie nu eindelijk voltooien”. De voorzitter van de Commissie verzocht om vaart te zetten achter de werkzaamheden voor een kapitaalmarktenunie om de financieringsbronnen voor ondernemingen te diversifiëren en de belemmeringen voor de kapitaalstroom weg te nemen. Het tweede KMU-actieplan schetst de belangrijkste maatregelen die nodig zijn om die toezegging waar te maken.

115

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 115-124.

De Commissie heeft in haar mededelingen van 2016, 2017, 2018 en 2019 verslag uitgebracht over de voortgang met wetgevingsvoorstellen en andere maatregelen. Al deze mededelingen, met uitzondering van die van 2019, gingen vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie met meer details. De Commissie heeft reeds in 2016 een monitoringkader opgezet waarin economische indicatoren werden toegepast waarmee de vooruitgang ten opzichte van de KMU-doelstellingen kon worden gemeten, maar erkent dat dit kader in de jaren daarna niet werd toegepast en gehandhaafd. Dit bleek voorbarig aangezien veranderingen in de financiële structuren met aanzienlijke vertraging in de statistieken tot uiting komen. Zo hadden de meeste structurele indicatoren die beschikbaar waren ten tijde van de tussentijdse evaluatie betrekking op het tijdstip waarop het oorspronkelijke actieplan werd opgesteld; uit de vandaag beschikbare gegevens blijkt nog niet of de KMU-initiatieven van de afgelopen jaren effect hebben gehad. Daarom heeft de Commissie alleen statistische indicatoren gerapporteerd die beknopte informatie verschaffen over de voortgang met de KMU. Het monitoren van de daadwerkelijke impact van de maatregelen in het kader van het KMU-actieplan was voorbarig, aangezien de meeste maatregelen pas onlangs zijn aangenomen en nog in de uitvoeringsfase verkeren.

Conclusies en aanbevelingen

128

Gezamenlijk antwoord van de Commissie op de paragrafen 125-129.

Over het algemeen hebben de Europese kapitaalmarkten zich sinds de invoering van het eerste KMU-actieplan verder ontwikkeld. De Commissie heeft alle aangekondigde wetgevingsvoorstellen ingediend en heeft de niet-wetgevende maatregelen verwezenlijkt. Hoewel de genomen maatregelen effect beginnen te sorteren, zal het tijd vergen voordat de voordelen volledig worden verwezenlijkt en de effecten in de praktijk voelbaar zijn. Het was altijd al duidelijk dat de KMU een project voor de lange termijn is, dat volgehouden en vastberaden inspanningen vergt van alle belanghebbenden. De maatregelen die in het tweede actieplan worden aangekondigd, betekenen een verdere transformatie van het financiële bestel van de EU en helpen een antwoord te bieden op de politieke en economische uitdagingen die zich aandienen. De Commissie is het ermee eens dat toegang tot bepaalde vormen van financiering, zoals beurskapitaal, beperkt blijft. De nieuwe maatregelen die in het actieplan van 2020 worden voorgesteld, zijn erop gericht een evenwicht te vinden tussen het verbeteren van de informatie voor investeerders en het evenrediger maken van de rapportageverplichtingen voor kmo’s. De Commissie deelt het standpunt van de Rekenkamer dat maatregelen ter ondersteuning van securitisatie nog niet tot de verwachte effecten hebben geleid. Securitisatie is relevant in het kader van het herstel, wanneer banken onder druk komen te staan om krediet te verlenen aan met name kmo’s — en om hun balans te verruimen. Daartoe heeft de Commissie reeds in juli 2020 in het herstelpakket kapitaalmarkten gerichte wijzigingen in het securitisatiekader voorgesteld67.

Aanbeveling 1 — Gerichte maatregelen voorstellen om de toegang van kmo’s tot kapitaalmarkten verder te vergemakkelijken

De Commissie aanvaardt aanbeveling 1 a). Zij zal streven naar vereenvoudiging van de bestaande noteringsregels om de nalevingskosten voor kmo’s te verminderen, het wetgevingskader voor Europese langetermijninvesteringsfondsen herzien en trachten banken een passende behandeling van langetermijninvesteringen in kmo-aandelen te bieden. De Commissie zal ook de invoering van de verplichting voor banken om kmo’s waarvan zij de kredietaanvraag hebben afgewezen, naar alternatieve financiers door te verwijzen, beoordelen op merites en haalbaarheid.

De Commissie aanvaardt aanbeveling 1 b). Naast de in aanbeveling 1 a), beschreven maatregel die tot doel heeft het evenwicht tussen de belangen van ondernemingen en beleggers te verbeteren, zal de Commissie voorstellen een EU-breed platform (Europees centraal toegangspunt) op te zetten dat beleggers naadloze toegang biedt tot financiële en duurzaamheidsgerelateerde bedrijfsinformatie.

De Commissie aanvaardt aanbeveling 1 c). Om de securitisatiemarkt in de EU op te schalen, zal de Commissie het bestaande regelgevingskader voor securitisatie herzien om de bancaire kredietverlening aan EU-ondernemingen, en met name kmo’s, te verruimen. De Commissie waarschuwt er echter voor dat de herziening van het EU-securitisatiekader kmo-securitisatie niet noodzakelijkerwijs veel aantrekkelijker zou maken, gezien het risico van kmo-leningen en het potentiële gebrek aan belangstelling van beleggers voor kmo-securitisatie.

130

Zie de antwoorden van de Commissie op de paragrafen 57 en 58.

131

Zie het antwoord van de Commissie op de paragrafen 59-65.

132

De Commissie wijst erop dat de vraaggestuurde technische bijstand niet voor alle lidstaten in nood kan worden gewaarborgd.

Aanbeveling 2 — Diepere en beter geïntegreerde lokale kapitaalmarkten bevorderen

De Commissie verwerpt aanbeveling 2 a). Zij heeft reeds de beste praktijken geëvalueerd en de richtsnoeren geschetst die actoren op verschillende niveaus zouden kunnen volgen (SWD (2019) 99). In de volgende stap is het aan de lidstaten om hierop voort te bouwen. Verscheidene lidstaten hebben gewerkt aan nationale kapitaalmarktstrategieën. De Commissie zal de vooruitgang bij de opbouw van een onderling verbonden ecosysteem van sterke, transparante en toegankelijke kapitaalmarkten in de EU nauwlettend volgen en ondersteunen, onder meer door verdere technische bijstand. De Commissie streeft ernaar haar monitoring en dialoog met de lidstaten te versterken en haar inspanningen voort te zetten om tegemoet te komen aan de behoeften van de lokale markten.

De Commissie aanvaardt aanbeveling 2 b) gedeeltelijk. Landspecifieke aanbevelingen kunnen een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van structurele hervormingen en daarmee bij het stimuleren van beleidsmaatregelen op lidstaatniveau ter bevordering van marktfinanciering. De noodzaak om op het gebied van marktfinanciering vooruitgang te boeken, moet worden beoordeeld aan de hand van andere structurele tekortkomingen waarmee de lidstaten te kampen hebben, de urgentie om deze aan te pakken en de middelen die beschikbaar zijn om deze problemen met succes aan te pakken. De Commissie kan dan ook niet aanvaarden dat de onderontwikkeling van de kapitaalmarkten een autonoom criterium is om landspecifieke aanbevelingen te doen.

De Commissie aanvaardt aanbeveling 2 c) gedeeltelijk. De Commissie wijst erop dat de versterking van het vraaggestuurde model van technische bijstand zal worden voortgezet via de lokale activiteiten met de lidstaten in het kader van de jaarlijkse oproepen tot het indienen van verzoeken van de lidstaten op het gebied van de ontwikkeling van de kapitaalmarkt. De Commissie kan echter niet garanderen dat lidstaten met de grootste behoeften op een bepaald beleidsterrein uiteindelijk in de toekomst verzoeken om technische bijstand zullen indienen en dat alle lidstaten op dat beleidsterrein technische bijstand van de Commissie zullen ontvangen.

De technische bijstand door de Commissie blijft namelijk een instrument op verzoek — zoals voorgeschreven door de SRSP-verordening (toekomstige TSI-verordening)68 — en is ook onderworpen aan een concurrerende selectie op basis van de in de verordening vastgestelde criteria, met inbegrip van de beoordeling van de kwaliteit van alle ontvangen verzoeken, de verwachte impact ervan en het beschikbare budget van de Commissie.

133

De Commissie beschouwt de lijst van de hieronder voorgestelde acties niet als exhaustief, en verzoekt de lidstaten in de deskundigengroep andere belemmeringen te identificeren op gebieden die voor de kapitaalmarktenunie relevant zijn.

Zie ook de antwoorden van de Commissie op de paragrafen 79 en 81.

134

Zie het antwoord van de Commissie op paragraaf 86.

136

De Commissie wijst erop dat dankzij de gedragscode enige vooruitgang kon worden geboekt om de efficiëntie van de bronbelastingprocedures te verbeteren. Bovendien zal zij, zoals uiteengezet in paragraaf 99, een wetgevingsinitiatief voorstellen voor de invoering van een gemeenschappelijk, gestandaardiseerd systeem voor bronbelastingvermindering voor de hele EU.

Aanbeveling 3 — Belangrijke grensoverschrijdende belemmeringen voor investeringen aanpakken

De Commissie aanvaardt aanbeveling 3 a) gedeeltelijk. De Commissie aanvaardt de doelstelling van aanbeveling 3 a) om financiële geletterdheid te bevorderen. Het KMU-actieplan van 202069 voorziet in twee specifieke maatregelen ter bevordering van financiële geletterdheid. Ten eerste zal de Commissie, om de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen om financiële geletterdheid te bevorderen, een haalbaarheidsstudie uitvoeren voor de ontwikkeling van een specifiek EU-kader voor financiële competenties. Ten tweede wil zij van de lidstaten verlangen dat zij in sectorale wetgevingshandelingen leermaatregelen bevorderen ter ondersteuning van financiële educatie met betrekking tot verantwoorde investeringen.

De Commissie aanvaardt aanbeveling 3 b). Om de uitkomsten van insolventieprocedures voorspelbaarder te maken, zal de Commissie met een wetgevings- of niet-wetgevend initiatief komen voor meer convergentie wat betreft gerichte onderdelen van niet-bancaire insolventies. Dit initiatief kan betrekking hebben op een definitie van triggers voor insolventieprocedures, de rangorde van vorderingen en andere kernelementen zoals vorderingen tot nietigverklaring of het traceren van vermogensbestanddelen.

De Commissie aanvaardt aanbeveling 3 c). In het actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie, dat op 15 juli 2020 is gepubliceerd, wordt verwezen naar een wetgevingsinitiatief met betrekking tot de invoering van een stelsel van bronbelastingvermindering.

137

Zie het antwoord van de Commissie op de paragrafen 101-106.

138

Zie met betrekking tot de paragrafen 138 en 139 het antwoord van de Commissie op de paragrafen 115-124.

Aanbeveling 4 — Specifieke doelstellingen, essentiële maatregelen en KMU-monitoring ontwikkelen

De Commissie aanvaardt aanbeveling 4 a). In het KMU-actieplan van 2020 zullen specifieke maatregelen worden voorgesteld die doeltreffend zijn om specifieke doelstellingen te bereiken die aan de KMU-doelstellingen ten grondslag liggen. De Commissie is vastbesloten werk te maken van kritieke maatregelen. Om vooruitgang te boeken op het gebied van de kapitaalmarktenunie moet een einde worden gemaakt aan de structuren waarin de nationale verschillen worden gevormd door voorkeuren, vastgeroeste gewoonten en rechtstradities. Het actieplan geeft dringende en structurele uitdagingen aan.

De Commissie aanvaardt aanbeveling 4 b). Nu de koers naar de KMU is uitgezet en het effect van het eerste actieplan in data meetbaar zou moeten zijn, zal de Commissie haar regelmatige rapportage over de vooruitgang bij wetgevingsinitiatieven aanvullen met monitoring van de vraag hoe kapitaalmarkten evolueren, op basis van een stel specifieke indicatoren.

De Commissie aanvaardt aanbeveling 4 c) gedeeltelijk. De studie waarnaar in de analyse van de Rekenkamer wordt verwezen, biedt een goed uitgangspunt voor het identificeren van indicatoren die geschikt en betrouwbaar zijn, voldoende tijd en lidstaten bestrijken en gekoppeld zijn aan de KMU-doelstellingen. Aangezien uit de studie blijkt dat voor bepaalde beleidsterreinen onvoldoende gegevens beschikbaar zijn en het verband tussen input- en outputindicatoren vaak moeilijk empirisch vast te stellen is, zal het toezicht van de Commissie op de vooruitgang bij de verwezenlijking van de KMU-doelstellingen onvermijdelijk een inspanningsverbintenis zijn. Het zal erop gericht zijn de onderliggende gegevensbasis te verbeteren, mits dit kan worden gedaan zonder de rapportagelast voor de financiële sector op onevenredige wijze te verhogen. Indien gegevens van derden moeten worden overgenomen, kan de Commissie de betrouwbaarheid ervan echter niet garanderen.

Controleteam

In de speciale verslagen van de ERK worden de resultaten van haar controles van EU-beleid en -programma’s of beheersthema’s met betrekking tot specifieke begrotingsterreinen uiteengezet. Bij haar selectie en opzet van deze controletaken zorgt de ERK ervoor dat deze een maximale impact hebben door rekening te houden met de risico’s voor de prestaties of de naleving, de omvang van de betrokken inkomsten of uitgaven, de verwachte ontwikkelingen en de politieke en publieke belangstelling.

Deze doelmatigheidscontrole werd uitgevoerd door controlekamer IV “Marktregulering en concurrerende economie”, die onder leiding staat van ERK-lid Alex Brenninkmeijer. De controle werd geleid door ERK-lid Rimantas Šadžius, met ondersteuning van Mindaugas Pakštys, kabinetschef, en Tomas Mackevičius, attaché van het kabinet; Marion Colonerus, hoofdmanager; Anna Ludwikowska, taakleider; Athanasios Koustoulidis, Ezio Guglielmi, Nadiya Sultan and Karolina Beneš, controleurs. Victoria Gilson en Richard Moore verleenden taalkundige ondersteuning.

Voetnoten

1 ERK over Jaarverslag van de Europese Centrale Bank 2017, blz. 36.

2 Eindverslag van het forum op hoog niveau voor de kapitaalmarktenunie, “A New Vision for Europe’s Capital Markets Union”, 10 juni 2020.

3 Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, Een kapitaalmarktenunie ten dienste van mensen en ondernemingen — Een nieuw actieplan, COM(2020) 590 final van 24.9.2020.

4 Verordeningen (EU) 2017/825 en (EU) 2018/1671.

5 Gegevensbron: www.statista.com

6 SEC(1998) 552 final van 31 maart 1998.

7 COM(2011) 870 definitief.

8 Speciaal verslag nr. 17/2019 van de ERK, paragraaf 20.

9 SWD(2015) 183 final.

10 IPO Watch Europe 2011 en IPO Watch Europe 2019.

11 Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2019-2024.

12 EUROFI Regulatory Update — April 2020, Relaunching securitisation in the EU, blz. 21.

13 Conclusies van de Raad over de verdieping van de kapitaalmarktenunie, 5 december 2019.

14 OECD Report to G20 Finance Ministers and Central Bank Governors — september 2015; Report by the Vienna Initiative Working Group on Capital Markets.

15 Speciaal verslag nr. 17/2019 van de ERK en Speciaal verslag nr. 02/2020 van de ERK.

16 Financing a sustainable European Economy — Final report 2018.

17 SWD(2019) 99 final.

18 Estland, Hongarije, Polen, Roemenië en Tsjechië.

19 Speciaal verslag nr. 16/2020 van de ERK, paragrafen 49 en 50.

20 Speciaal verslag nr. 16/2020 van de ERK — tekstvak 5.

21 Speciaal verslag nr. 16/2020 van de ERK, paragrafen 51 en 63 en aanbeveling 4.

22 Report of the Vienna Initiative Working Group on Capital Markets, blz. 67.

23 SRSS, Europese Commissie: Technical assistance in the area of Capital Markets Union, eerste versie, april 2017.

24 Zie bijvoorbeeld EFAMA Quarterly Statistical Release, maart 2019, nr. 76, ESMA Annual Statistical Report 2020 en ALFI, Global Fund Distribution 2019.

25 COM(2018) 92 final.

26 COM(2017) 147 final.

27 The Giovannini Group (november 2001), Cross-Border Clearing and Settlement Arrangements in the European Union.

28 COM(2015) 468 final.

29 OECD/INFE (2020), International Survey of Adult Financial Literacy.

30 Initiatief van Wenen (12 maart 2018). Report by the Working Group on Capital Markets Union. http://vienna-initiative.com/resources/themes/vienna/wp-content/uploads/2018/03/VI-CMU-Working-Group-Final-Report-March-2018.pdf

31 Notulen van het Comité financiële diensten van 3 mei 2018.

32 https://eiah.eib.org/about/index

33 Richtlijn (EU) 2019/1023 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende preventieve herstructureringsstelsels, betreffende kwijtschelding van schuld en beroepsverboden, en betreffende maatregelen ter verhoging van de efficiëntie van procedures inzake herstructurering, insolventie en kwijtschelding van schuld, en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2017/1132 (Richtlijn betreffende herstructurering en insolventie) (PB L 172 van 26.6.2019).

34 COM(2018) 96 final.

35 COM(2018) 89 final.

36 COM(2015) 468 final, blz. 30.

37 EU-publicatie, Study on a new approach to business failure and insolvency, 2016.

38 EPTF Report, 15 mei 2017.

39 COM(2019) 8 final “Naar een meer efficiënte en democratische besluitvorming in het fiscale beleid van de EU” – 15 januari 2019.

40 COM(2020) 312 final.

41 Instrument 16 “How to set objectives” van de Toolbox voor betere regelgeving.

42 KMU-groenboek en https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/MEMO_15_5733

43 Ian Bell et al., Relaunching securitisation in the EU in the Eurofi, Regulatory Update, april 2020, blz. 20, 22-24.

44 Europese Commissie. Instrument voor betere regelgeving nr. 41 Monitoring Arrangements and Indicators. https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/file_import/better-regulation-toolbox-41_en_0.pdf

45 Het zevende actiegebied — “versterking van het toezicht” — werd in de tussentijdse evaluatie van 2017 gescheiden van het gebied “facilitering van de grensoverschrijdende investeringen”.

46 De vier gebieden zijn: 1) financiering van ondernemingen op markten voor openbare aandelen en schulden, 2) financiering van innovatie, startende ondernemingen en niet-beursgenoteerde ondernemingen, 3) gebruik van kapitaalmarkten ter versterking van de capaciteit van banken, en 4) bevordering van de deelname van retailbeleggers.

47 Indicatoren werden afgewezen als zij een van de drie “rode lijnen” overschreden: niet-reproduceerbaarheid, gebrek aan geografische dekking en een gebrek aan tijdreeksen en verschillen tussen landen.

48 Artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1156.

49 Om publieke en particuliere marktdeelnemers te inspireren en motiveren om verder te groeien en kapitaalmarkten te integreren in hun respectievelijke lidstaat en regio.

50 Er wordt slechts in algemene zin verwezen naar de bevinding van de ESFIR van 2018 dat de landen van Midden-, Oost- en Zuidoost-Europa goed zijn voor 8 % van het bbp van de EU, maar voor slechts 3 % van de EU-kapitaalmarkt.

51 Uit een controle van 2018 van de Zweedse nationale rekenkamer bleek dat deze rekeningen mogelijk bijna 4 miljard EUR (42 miljard SEK) aan gederfde belastinginkomsten hebben gekost.

52 Survey on the Access to Finance of Enterprises in the euro area, https://www.ecb.europa.eu/stats/ecb_surveys/safe/html/index.en.html

53 COM(2020) 281 final en COM(2020) 280 final.

54 COM(2020) 282 final.

55 COM(2020) 590.

56 Source InvestEurope, 2020.

57 COM(2020) 281 final.

58 Verordening (EU) 2017/1129.

59 Verordening (EU) 2017/1129.

60 COM(2019) 136 final en SWD(2019) 99 final.

61 Verordening (EU) 2017/825.

62 Verordeningen (EU) 2017/1991, 2017/2402, 2019/1238, 2019/1156, Richtlijnen (EU) 2019/1160 en 2019/2162.

63 COM(2018) 113.

64 Richtlijn (EU) 2019/1023.

65 COM(2020) 590.

66 https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:32009H0784&from=NL

67 COM(2020) 282 final.

68 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een instrument voor technische ondersteuning (COM(2020) 409 final) 28.5.2020.

69 COM(2020) 590.

Tijdlijn

Gebeurtenis Datum
Vaststelling van het controleplan (APM) / aanvang van de controle 16.7.2019
Ontwerpverslag officieel verzonden naar de Commissie (of andere gecontroleerde) 5.8.2020
Vaststelling van het definitieve verslag na de contradictoire procedure 20.10.2020
Officiële antwoorden in alle talen ontvangen van de Commissie (of andere gecontroleerde) 9.11.2020

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2020

PDF ISBN 978-92-847-5439-7 ISSN 1977-575X doi:10.2865/89637 QJ-AB-20-023-NL-N
HTML ISBN 978-92-847-5414-4 ISSN 1977-575X doi:10.2865/403371 QJ-AB-20-023-NL-Q

AUTEURSRECHT

© Europese Unie, 2020.

Het beleid van de Europese Rekenkamer (ERK) inzake hergebruik is geregeld bij Besluit nr. 6-2019 van de Europese Rekenkamer over het opendatabeleid en het hergebruik van documenten.

Tenzij anders aangegeven (bijv. in afzonderlijke auteursrechtelijke mededelingen), wordt voor inhoud van de ERK die eigendom is van de EU een licentie verleend in het kader van de Creative Commons Attribution 4.0 International (CC BY 4.0)-licentie. Dit betekent dat hergebruik is toegestaan mits de bron correct wordt vermeld en wijzigingen worden aangegeven. De hergebruiker mag de oorspronkelijke betekenis of boodschap van de documenten niet wijzigen. De ERK is niet aansprakelijk voor mogelijke gevolgen van hergebruik.

U dient aanvullende rechten te verwerven indien specifieke inhoud personen herkenbaar in beeld brengt, bijvoorbeeld op foto’s van personeelsleden van de ERK, of werken van derden bevat. Indien toestemming wordt verkregen, wordt hiermee de bovengenoemde algemene toestemming opgeheven en zullen beperkingen van het gebruik daarin duidelijk worden aangegeven.

Wilt u inhoud gebruiken of reproduceren die geen eigendom van de EU is, dan dient u de houders van het auteursrecht mogelijk rechtstreeks om toestemming te vragen:

Figuur 8: Icons © 2010-2020 Freepik Company S.L. Alle rechten voorbehouden.

Software of documenten waarop industriële-eigendomsrechten rusten, zoals octrooien, handelsmerken, geregistreerde ontwerpen, logo’s en namen, zijn uitgesloten van het beleid van de ERK inzake hergebruik; hiervoor wordt u ook geen licentie verleend.

De groep institutionele websites van de Europese Unie met de domeinnaam “europa.eu” bevat links naar sites van derden. Aangezien de ERK geen controle heeft over deze sites, wordt u aangeraden kennis te nemen van hun privacy- en auteursrechtbeleid.

Gebruik van het logo van de Europese Rekenkamer

Het logo van de Europese Rekenkamer mag niet worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming van de Europese Rekenkamer.

Hoe neemt u contact op met de EU?

Kom langs
Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Bel of mail
Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

  • te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen),
  • te bellen naar het gewone nummer: +32 22999696, of
  • een e-mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Waar vindt u informatie over de EU?

Online
Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl

EU-publicaties
U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).

EU-wetgeving en aanverwante documenten
Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1952 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu

Open data van de EU
Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.