Europese Rekenkamer 2016 Activiteitenverslag

Cover image

Europese Rekenkamer

Wie we zijn

De Europese Rekenkamer (ERK) is een instelling van de Europese Unie die is opgericht om de EU-financiën te controleren.

Onze in Luxemburg gevestigde instelling heeft 28 leden, één uit elke lidstaat van de EU. Er werken circa 900 controlerend en administratief medewerkers van alle nationaliteiten van de EU bij onze instelling.

Wat we doen

De ERK draagt sinds 1977 bij tot de verbetering van het financieel beheer van de EU, bevordert verantwoording en transparantie en treedt op als onaf­hanke­lijk hoedster van de financiële belangen van de EU-burgers.

We controleren of de EU haar boekhouding goed op orde heeft, haar financiële regels juist toepast en waar voor geld biedt. Door middel van onze controle­verslagen informeren we het Europees Parlement, de Raad, nationale parlementen en het grote publiek over de wijze waarop het geld van de EU wordt uitgegeven.

Voorwoord van de president

Beste lezer,

2016 was een jaar waarin de Europese Unie hevig op haar grondvesten schudde. Het omgaan met de opkomst van populisme, het beschermen van onze burgers tegen terrorisme, het aangaan van de uitdagingen op het gebied van migratie en het meemaken van een referendum over uittreding in een van onze lidstaten — dit alles heeft zijn sporen nagelaten. Als gevolg daarvan werden het geloof en het vertrouwen van veel burgers in ons gemeenschappelijke Europese project op de proef gesteld en we moeten ons uiterste best doen om te waarborgen dat onze medeburgers vertrouwen blijven houden in het werk van de Europese instellingen. Ik geloof dat goed financieel bestuur hierbij een belangrijke rol speelt. De Europese Rekenkamer draagt bij tot dit proces door onafhankelijke controleverslagen te publiceren over de stand van de EU-financiën. We hebben een verplichting ten opzichte van onze burgers om te zorgen dat zij weten hoe hun geld wordt uitgegeven door de Unie en dat ze waar voor hun geld krijgen. De EU moet namens hen verstandig investeren in beleid, programma’s en projecten waarbij zij verschil kan maken. Zij moet resultaten behalen en een redelijk rendement op investeringen waarborgen; hierdoor wordt niet alleen de duurzaamheid van de Unie verzekerd, maar krijgt de Unie ook legitimiteit in de ogen van haar burgers.

Dit verslag betreft onze activiteiten in 2016. Het bevat ook informatie over ons management en de middelen die we hebben ingezet om onze missie en doelen te bereiken. We controleerden weer de activiteiten van de instellingen en andere organen van de EU, alsmede alle EU-middelen die de lidstaten, niet-EU-landen, internationale organisaties en andere partijen ontvingen. Overeen­komstig onze verplichtingen krachtens het Verdrag stelden we jaarverslagen op over de EU-begroting en de Europese Ontwikkelingsfondsen, evenals over alle EU-agentschappen en veel andere organen in de gehele Unie. De 36 speciale verslagen van 2016 betreffen een breed scala aan onderwerpen.

Willen we met ons werk een verschil maken, dan is het van essentieel belang dat we de inzichten die we hebben verkregen, op doeltreffende wijze delen met belanghebbenden op EU- en nationaal niveau. Het hele jaar door werkten we aan de verdere verbetering van onze samenwerking met het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. Het meeste EU-geld wordt echter uitgegeven in de lidstaten. Het is daarom van even groot belang dat de burgers van ons en ons werk horen.

In dit verslag wordt een aantal veranderingen belicht die we hebben aangebracht in ons bestuur en ons kennis­beheer. Ook vindt u er de belangrijkste informatie over ons personeelsbeheer, onze financiën en onze prestaties van het afgelopen jaar, alsmede de resultaten van onze interne en externe controles en van de jaarlijkse kwijtings­procedure. Om onze taak doeltreffend te kunnen blijven uitvoeren, hebben we ook voortgebouwd op onze interne reorganisatie en zo onze personeelsleden en hun kennis optimaal ingezet.

Het doet mij genoegen te kunnen zeggen dat het record­­aantal verslagen en andere controlepublicaties dat in 2016 is uitgebracht een bewijs vormt van onze efficiëntie en onze wil om resultaten te boeken en de financiële belangen van de EU-burgers te beschermen.

Ik wens u veel leesgenot.

Klaus-Heiner Lehne
President

2016 in het kort

Onze activiteiten

  • Jaarverslagen over de EU-begroting en de Euro­pese Ontwikkelingsfondsen.
  • 52 specifieke jaarverslagen over de verschillende EU-agentschappen en -organen in de Unie.
  • 36 speciale verslagen waarin de doeltreffendheid wordt onderzocht van diverse beheersthema’s en begrotingsterreinen, zoals klimaatverandering, zeevervoer, migratie of bankentoezicht.
  • Twee adviezen over nieuwe of herziene EU-wetgeving met significante gevolgen voor het financieel beheer — één over het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en één over het Comité van toezicht van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) — en een briefingdocument over de tussentijdse evaluatie van het meerjarig financieel kader 2014-2020.
  • Bijeenkomsten, seminars en conferenties met onze partners en belanghebbenden, waaronder een conferentie op hoog niveau over de gebruikmaking van financieringsinstrumenten voor de EU-begroting.

Ons management

  • We kozen een nieuwe president: Klaus-Heiner Lehne (Duitsland).
  • Wij verwelkomden zeven nieuwe leden in onze instelling: Jan Gregor (Tsjechische Republiek), Mihails Kozlovs (Letland), Janusz Wojciechowski (Polen), Samo Jereb (Slovenië), Rimantas Šadžius (Litouwen), Leo Brincat (Malta) en João Figueiredo (Portugal); Juhan Parts (Estland) trad op 1 januari 2017 toe tot de ERK.
  • We voerden hervormingen door in ons systeem van controlekamers en comités door de instelling van een vijfde kamer die verantwoordelijk is voor de controle van de financiering en de administratie van de EU, en een comité belast met de kwaliteitsbewaking van de controlewerkzaamheden; we gaven ook één lid de algehele verantwoordelijkheid voor ons jaarverslag.
  • We zetten een kader voor kennisbeheer op en stelden een nieuw, organisatiebreed beleid inzake risico­beheer vast in het kader van onze reorganisatie.
  • We krompen ons personeelsbestand verder in, conform de afspraak tussen de EU-instellingen, en hebben de uitvoering van ons beleid van gelijke kansen bij de aanwerving en in het personeels­beheer voortgezet.
  • We zetten een hoogwaardig systeem op voor het milieubeheer inzake onze gebouwen, hetgeen leidde tot een positieve milieubeoordeling door deskundigen.
Onze output: jaarverslagen, speciale verslagen, adviezen en briefingdocumenten

Onze activiteiten

Controlewerkzaamheden

Controle is onze kernactiviteit.

We verrichten drie soorten controles op de verschillende terreinen van de EU-begroting:

  • financiële en nalevingsgerichte controles — inzake de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van verrichtingen zoals voorgeschreven in de wetgeving (met name de betrouwbaarheidsverklaring), alsmede beoordelingen of de systemen of verrichtingen op specifieke begrotingsterreinen voldoen aan de desbetreffende wet- en regelgeving;
  • doelmatigheidscontroles — inzake de doel­tref­fend­heid van EU-beleid en -programma’s en de deugdelijkheid van het financieel beheer (inclusief kosteneffectiviteit). Deze controles betreffen specifieke beheers- of begrotingsthema’s: we selecteren deze aan de hand van criteria zoals publieke belangstelling, het risico van onregelmatigheden of van ondermaatse prestaties en de mogelijkheden tot verbetering.

We willen op basis van de informatie die we tijdens onze controlewerkzaamheden verzamelen, duidelijke conclusies aanreiken over de situatie van de boekhouding en het financieel beheer van de EU-begroting, onder meer op de diverse begrotingsterreinen, en praktische, kosteneffectieve aanbevelingen doen op punten waar verbetering mogelijk is. Onze controleurs verkrijgen deze controle-informatie door middel van hun onderzoeken van gecofinancierd beleid, gecofinancierde programma’s en projecten in de EU en de rest van de wereld waar EU-geld wordt uitgegeven.

Controlebezoeken in 2016

Hoewel het grootste deel van de controlewerkzaamheden in ons kantoor te Luxemburg wordt uitgevoerd, hebben onze controleurs in 2016 ook een groot aantal bezoeken afgelegd aan nationale, regionale en lokale autoriteiten in de lidstaten en andere ontvangers van EU-middelen in de Unie en daarbuiten. Dit omvat ook de andere EU-instellingen, -agentschappen en -organen en EU-delegaties, maar ook internationale organisaties die betrokken zijn bij de verwerking van EU-middelen, zoals de Verenigde Naties. Bij deze bezoeken verkregen we rechtstreeks controle-­informatie van degenen die betrokken zijn bij het beheer, de inning en de betaling van EU-middelen, alsmede bij de eindbegunstigden die deze ontvingen.

Onze controleteams bestaan gewoonlijk uit twee of drie controleurs, terwijl onze controlebezoeken enkele dagen tot meerdere weken kunnen duren. De frequentie en intensiteit van de controlewerkzaamheden in afzonderlijke lidstaten en begunstigde landen zijn afhankelijk van het soort controlewerkzaamheden dat we verrichten.

Onze controlebezoeken binnen de EU worden vaak afgelegd in samenwerking met de hoge controle-instanties (HCI’s) van de betrokken lidstaten. In 2016 besteedden onze controleurs 4 246 dagen aan controles ter plaatse (4 310 in 2015) — in de lidstaten en buiten de EU.

Daarnaast besteedden onze controleurs 2 510 dagen bij de EU-instellingen in Brussel en Luxemburg, alsmede bij gedecentraliseerde agentschappen en organen in de hele EU, bij internationale organisaties zoals de VN of de OESO en bij particuliere accountantskantoren. Waar mogelijk maakten zij voor hun controlewerkzaamheden gebruik van videoconferenties en andere informatie­technologie zoals de veilige uitwisseling van gegevens en documenten.

4 246 dagen controles ter plaatse in de lidstaten en buiten de EU
6 756 controledagen in 2016

Verslagen en adviezen

Onze controleverslagen en adviezen vormen een essentieel onderdeel van de verantwoordingsketen van de EU, omdat ze worden gebruikt om degenen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de EU-begroting — met name in het kader van de jaarlijkse kwijtingsprocedure — ter verantwoording te roepen. Dit betreft voornamelijk de Europese Commissie, maar ook andere EU-­instellingen en -organen. Nationale, regionale en lokale overheden in de lidstaten spelen ook een belangrijke rol op gebieden onder gedeeld beheer, zoals uitgaven voor landbouw en cohesie, aangezien ze ongeveer 80 % van de EU-begroting uitvoeren.

We publiceren drie belangrijke soorten controleverslagen.

  • Jaarverslagen, die voornamelijk de resultaten omvatten van de werkzaamheden in het kader van de financiële en nalevingsgerichte controle van de begroting van de Europese Unie en de Europese Ontwikkelingsfondsen, maar ook aspecten met betrekking tot begrotingsbeheer en prestaties.
  • Afzonderlijk gepubliceerde specifieke jaarverslagen over de agentschappen, gedecentraliseerde organen en gemeenschappelijke ondernemingen van de EU.
  • Speciale verslagen, waarin de resultaten van geselecteerde doelmatigheidscontroles en na­levingsgerichte controles van specifieke uitgaven- of beleidsterreinen, of begrotings- of beleidskwesties worden gepresenteerd.

Daarnaast brengen we adviezen uit over nieuwe of herziene wetten met een significante impact op het financieel beheer, en — op verzoek van een andere instelling of op ons eigen initiatief — andere publi­caties op basis van evaluaties, zoals landscape reviews en briefingdocumenten.

l onze controleverslagen, adviezen en andere controlepublicaties zijn te vinden op onze website (eca.europa.eu).

Voortgebrachte controleverslagen en adviezen

Al onze controleverslagen, adviezen en andere publicaties zijn te vinden op onze website (eca.europa.eu).

Jaarverslagen

Jaarverslag 2015 over de EU-begroting

In 2016 toetsten onze controleurs bij het onderzoeken van de uitvoering van de EU-begroting 2015 ongeveer 1 200 verrichtingen op alle uitgaventerreinen. Dit betekent dat we 1 200 verschillende gevallen hebben beoordeeld waarin EU-geld is gebruikt om steun te verlenen aan belangrijke infrastructuurprojecten, het mkb, onderzoeksorganisaties, landbouwers en studenten in onze lidstaten of aan begunstigden in niet-EU-landen.

In het verslag hebben we zekerheid verschaft over de wijze waarop EU-middelen gedurende het jaar waren gebruikt en aangegeven waar het grootste risico bestond dat ze onregelmatig werden besteed. Daarnaast maakten we een specifieke beoordeling voor ieder belangrijk werkterrein van de EU per rubriek van het meerjarig financieel kader 2014-2020 en verstrekten we informatie over het begrotings- en financieel beheer alsook over prestatiegerelateerde aspecten op drie belangrijke EU-begrotingsterreinen. Ook analyseerden we waarom fouten optraden en deden we nuttige en kosteneffectieve aanbevelingen voor verbeteringen.

Ons Jaarverslag 2015 werd op 13 oktober gepubliceerd, een maand eerder dan in de jaren daarvoor.

In 2016 stelden we een werkgroep op hoog niveau in om de mogelijkheden te onderzoeken om de meerwaarde van ons jaarverslag voor de gebruikers ervan, en met name het Europees Parlement, verder te vergroten, bijvoorbeeld door meer geografisch inzicht te bieden, prestatiebeoordelingen voor meer EU-begrotingster­reinen te verschaffen en door zekerheid te ontlenen aan de interne controles op het niveau van de EU en de lidstaten. We namen deze voorstellen begin 2017 aan.

Essentiële informatie
EU-uitgaven in 2015
145,2 miljard euro, ongeveer 285 euro per burger
Rekeningen
betrouwbaar, de ERK keurt ze goed
Ontvangsten
wettig en regel­matig, de ERK geeft een goedkeurend oordeel af
Betalingen
vertonen materiële fouten (3,8 %), de ERK geeft een afkeurend oordeel af

Voornaamste conclusies

  • De EU-rekeningen voor 2015 waren opgesteld in overeenstemming met de internationale normen en geven op alle materiële punten een getrouw beeld. We konden daarom wederom een goedkeurend oordeel over de betrouwbaarheid ervan afgeven. We gaven echter een afkeurend oordeel over de regelmatigheid van de betalingen.
  • Het geschatte foutenpercentage, waarmee het onregelmatigheidsniveau wordt gemeten, bedraagt 3,8 % voor de betalingen van 2015. Dit is een verbetering ten opzichte van voorgaande jaren, maar ligt nog steeds aanzienlijk boven onze materialiteitsdrempel van 2 %.
  • We constateren nog steeds dat het geschatte foutenpercentage voor gebieden onder gedeeld beheer met de lidstaten (4,0 %) en voor uitgaven die rechtstreeks door de Commissie worden beheerd (3,9 %) nagenoeg gelijk is. De administratieve uitgaven van de EU-instellingen kenden het laagste geschatte foutenpercentage (0,6 %).
  • Corrigerende maatregelen door de autoriteiten in de lidstaten en de Commissie hadden een positieve invloed op het geschatte foutenpercentage. Zonder deze maatregelen zou het door ons geschatte algemene foutenpercentage 4,3 % zijn geweest. Hoewel de Commissie maatregelen heeft getroffen om haar risicobeoordeling en de impact van corrigerende maatregelen te verbeteren, is er nog ruimte voor verbetering.
  • Indien de Commissie, de autoriteiten van de lidstaten of de onafhankelijke controleurs alle beschikbare informatie hadden benut, hadden zij een aanzienlijk deel van de fouten kunnen voorkomen of ontdekken en corrigeren voordat de desbetreffende betalingen werden gedaan.
„De EU moet het vertrouwen van de burgers herstellen”, zei ERK-president Klaus-Heiner Lehne (midden) bij de presentatie van ons jaarverslag aan de Commissie begrotingscontrole (CONT). Ook op de foto: voorzitter van de CONT Ingeborg Grässle en ERK-lid Lazaros S. Lazarou.
Resultaten van de toetsing van verrichtingen voor de uitgaventerreinen van de EU over 2015

De tabel is overgenomen uit de EU-controle in vogelvlucht 2015, beschikbaar op onze website (eca.europa.eu).

Jaarverslag 2015 over de Europese Ontwikkelingsfondsen

Uit de Europese Ontwikkelingsfondsen (EOF’s) wordt ontwikkelingshulp van de Europese Unie verstrekt aan de staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten) en in landen en gebieden overzee. Zij worden gefinancierd door de lidstaten en buiten het kader van de EU-begroting beheerd door de Commissie en, bij sommige vormen van bijstand, door de Europese Investeringsbank.

Wij constateerden dat de rekeningen voor de EOF’s over 2015 betrouwbaar waren. De EOF-ontvangsten vertoonden geen materiële fouten. Evenals in voorgaande jaren wijst het door ons in de EOF-uitgaven aangetroffen foutenpercentage (3,8 %) in het algemeen op gebreken in de controles vooraf. Fouten als gevolg van ontbrekende bewijsstukken ter onderbouwing van de uitgaven en de niet-inachtneming van aanbestedingsregels lagen ten grondslag aan bijna twee derde van het geschatte foutenpercentage.

Essentiële informatie
EOF-begroting 2015
3,1 miljard euro
Rekeningen
betrouwbaar
Ontvangsten
vertonen geen fouten
Betalingen
bevatten materiële fouten (3,8 %)

Ons jaarverslag over de EOF’s wordt samen met ons jaarverslag over de EU-begroting gepubliceerd en is beschikbaar op onze website (eca.europa.eu).

Specifieke jaarverslagen

Agentschappen, andere organen en gemeenschappelijke ondernemingen van de EU zijn in de hele Unie gevestigd en verrichten specifieke taken op gebieden die van essentieel belang zijn voor EU-burgers, zoals gezondheid, veiligheid, beveiliging, vrijheid en justitie.

In 2016 controleerden we of hun rekeningen betrouwbaar waren en of de onderliggende verrichtingen bij deze rekeningen aan de regels voldoen. Bij het vormen van ons oordeel over hun rekeningen hielden we rekening met de controlewerkzaamheden door particuliere accountantskantoren — voor zover beschikbaar. We controleerden ook de communicatie-infrastructuur Sisnet, de Europese Scholen en het pensioenfonds van Europol.

Onze conclusie over de rekeningen

De rekeningen over 2015 van alle agentschappen, andere organen en gemeenschappelijke ondernemingen waren betrouwbaar, behalve die van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), waarvoor we een oordeel met beperking hebben afgegeven.

Onze conclusie over de verrichtingen

De onderliggende verrichtingen bij de rekeningen over 2015 voldeden aan de regels, behalve bij het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT) en de gemeenschappelijke onderneming voor elektronische componenten en systemen voor Europees leiderschap (Ecsel), ten aanzien waarvan we oordelen met beperking hebben afgegeven.

Al onze specifieke jaarverslagen zijn samen met de twee samenvattingen van de resultaten van onze controles over 2015 — één met betrekking tot de agentschappen en andere organen, en één met betrekking tot de gemeenschappelijke ondernemingen — beschikbaar op onze website (eca.europa.eu).

Essentiële informatie
Gecontroleerd door de Rekenkamer
41 agentschappen en andere organen van de EU, 7 gemeenschappelijke onder­nemingen, de Europese Scholen …
Totale begroting 2015
4,1 miljard euro, ongeveer 3 % van de EU-begroting 2015
Gepubliceerd door de ERK
52 specifieke jaarverslagen

Speciale verslagen

We presenteren de bevindingen, conclusies en aanbevelingen van onze doelmatigheidscontroles en nalevingsgerichte controles in onze speciale verslagen, die we het hele jaar door publiceren.

Onze leden besluiten welke controleonderwerpen worden behandeld in deze speciale verslagen. Bij de programmering van ons werk hanteren we criteria zoals publieke belangstelling, het risico van onregelmatig­heden of van ondermaatse prestaties en mogelijkheden tot verbetering. Bij de selectie van controlethema’s houden we ook rekening met standpunten van belanghebbenden, en met name het Europees Parlement.

Onze doelmatigheidscontroles bestrijken vaak een aantal begrotingsjaren en door de complexe inhoud ervan kan het meer dan een jaar duren voordat ze zijn afgerond. We ontwerpen deze controletaken zodanig dat de impact ervan optimaal is en dat we zo goed mogelijk gebruikmaken van onze middelen.

In 2016 hadden onze speciale verslagen betrekking op onderwerpen die verband hielden met de globale EU-doelstellingen van het realiseren van toegevoegde waarde en groei, alsmede het antwoord van de EU op wereldwijde uitdagingen, waaronder cruciale vraagstukken zoals energie en klimaat, de interne markt en migratie. In onze speciale verslagen beoordelen we vooral de prestaties van door de EU gefinancierde beleidslijnen, programma’s en projecten; we gaan in het bijzonder na of de resultaten op doeltreffende en doelmatige wijze zijn behaald en of de EU-financiering toegevoegde waarde bood. We doen ook aanbevelingen voor verbeteringen, die betrekking kunnen hebben op financiële besparingen, betere werkmethoden, voorkoming van verspilling of een kosteneffectievere wijze om de verwachte beleidsdoelstellingen te verwezenlijken.

In 2016 hebben we een recordaantal speciale verslagen geproduceerd: 36 (25 speciale verslagen in 2015). We lichten er twee uit: een over externe migratie, waaruit het belang van ons werk voor EU-uitgaven buiten haar grenzen blijkt, en een ander over zeevervoer in de EU, waaruit de risico’s van ondoelmatigheden bij de uitgaven van de EU ter vergroting van haar externe concurrentievermogen blijken.

Een doelmatigheidscontrole in detail

EU-uitgaven voor externe migratie in de buurlanden in het oosten en in het zuidelijke Middellandse Zeegebied tot 2014 (9/2016)

De reactie op problemen in verband met migratie, integratie en Europese veiligheid staat hoog op de politieke agenda van de EU en de lidstaten, en staat in heel Europa en daarbuiten in de publieke belangstelling. Het is ook een beleidsterrein dat het leven van alle Europeanen raakt. Het is dus zeer belangrijk dat de EU het geld hiervoor zo doeltreffend mogelijk besteedt en concrete en meetbare resultaten behaalt. We hebben de beoordeling van de EU-uitgaven op dit gebied tot een van onze prioriteiten voor 2016 en daarna gemaakt.

In onze eerste controle op dit terrein keken we naar de financiering van de externe dimensie van het gemeenschappelijk migratiebeleid van de EU. Onze controleurs gingen na of de EU duidelijk had bepaald wat ze wilde bereiken en of de uitgaven doeltreffend waren en goed gecoördineerd.

We controleerden 23 projecten (89 miljoen euro aan EU-financiering) in de oostelijke en zuidelijke nabuur­schapslanden, te weten Algerije, Georgië, Libië, Moldavië, Marokko en Oekraïne. We bestudeerden ook beleids-, programmerings- en projectdocumenten en literatuur en evaluaties over dit onderwerp; we hielden interviews en verzamelden informatie van de Commis­sie, EU-delegaties, de verantwoordelijke nationale en lokale autoriteiten, eindbegunstigden, internationa­le organisaties, maatschappelijke organisaties en denktanks.

Onze controleurs constateerden dat de Commissie moeite had de doeltreffendheid van de EU-uitgaven aan het externe migratiebeleid in nabuurschapslanden aan te tonen.
Migratie blijft een prioriteit voor ons: zo verrichtten we in 2016 een controle van de migratiehotspots in het Middellandse Zeegebied en zal het speciaal verslag over deze controle in 2017 verschijnen.

In het algemeen bestond er bij de financierings­instrumenten geen duidelijke strategie aan de hand waarvan hun bijdrage aan doelstellingen kon worden bepaald en dus was het onduidelijk wat ermee moest worden bereikt op EU-niveau. Het was vaak lastig om de met de EU-uitgaven gerealiseerde resultaten te meten en de bijdrage van migratie aan ontwikkeling, een van de prioriteiten van de EU, was moeilijk te beoordelen. We constateerden ook dat er op dit beleids­terrein sprake was van complexe bestuursregelingen en onvoldoende coördinatie en dat er geen financieringsoverzicht bestond waarin was vastgelegd wie — de Commissie of de lidstaten — wat financiert.

Onze controleurs waren niet in staat te bepalen om welke bedragen het precies ging; we schatten dat er in het kader van de verschillende financieringsinstrumenten 1,4 miljard euro werd gecontracteerd voor de periode 2007-2013, maar we konden slechts voor een van die instrumenten vaststellen welke bedragen werkelijk waren uitgegeven. Het was dus moeilijk te beoordelen welke bijdrage de verscheidene financieringsinstrumenten leverden aan het migratiebeleid, in hoeverre zij het externe migratiebeleid van de EU hebben bevorderd en of zij waren toegewezen aan de belangrijkste thematische of geografische prioriteiten.

De EU moet haar middelen toewijzen aan die gebieden waarop zij in potentie de grootste waarde kunnen toevoegen.

Dit is bijzonder belangrijk, aangezien de middelen die bestemd waren voor bijstand aan landen buiten de EU ver achterbleven bij de snel toenemende behoeften als gevolg van de significante toename van on­regelmatige migratie in het Middellandse Zeegebied, met name na 2013. Onze controleurs merkten op dat de financiering versnipperd was en dat de projecten te veel versnipperd waren om significante resultaten op te leveren in de betrokken landen. Door deze situatie was de EU minder in staat om ervoor te zorgen dat haar interventie in niet-EU-landen een echte stimulerende uitwerking had, of om met die landen een doeltreffende samenwerking te ontwikkelen op het gebied van migratiekwesties.

We presenteerden het speciaal verslag aan de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement en aan de Groep op hoog niveau asiel- en migratievraagstukken van de Raad, waarbij we benadrukten dat de EU-uitgaven aan migratie in de nabuurschapslanden alleen doeltreffend zullen zijn indien er duidelijke doelstellingen worden vastgesteld, middelen worden toegewezen aan goed omschreven doelstellingen en de bestuursregelingen en coördinatie tussen EU-organen onderling en met de lidstaten worden verbeterd. Beide wetgevende instellingen waren ingenomen met de aanbevelingen uit het verslag en zullen er rekening mee houden bij de besprekingen en besluitvorming over het EU-­beleid inzake de uitgaven aan externe migratie in de toekomst. Het verslag kreeg zowel binnen als buiten de EU veel aandacht in de media en had — qua media-impact — de grootste impact van al onze speciale verslagen in 2016.

Een doelmatigheidscontrole in detail

Zeevervoer in de EU in woelige wateren: veel ondoeltreffende en niet-duurzame investeringen (23/2016)

We onderzoeken regelmatig door de EU gefinancierde projecten op het gebied van vervoer: luchthavens, goederenvervoer per trein, binnenvaart en wegen zijn recente voorbeelden. Dit keer kijken we naar EU-­investeringen in haveninfrastructuur. Zeevervoer is van belang voor de handel en het concurrentievermogen van de EU, maar ook voor onze ondernemers en burgers. De afgelopen jaren hebben zeehavens ongeveer 1 % bijgedragen aan het bnp van de EU en de werk­gele­genheid ondersteund voor ruim 2 miljoen mensen. Het is dus van essentieel belang dat de EU — samen met de autoriteiten van de lidstaten — het geld voor deze investeringen zo doeltreffend mogelijk besteedt en dat met deze EU-financiering resultaten worden behaald.

Onze controleurs beoordeelden de strategieën voor vrachtvervoer over zee van de Europese Commissie en de lidstaten en de kosteneffectiviteit van EU-investeringen in havendiensten, die tussen 2000 en 2013 in totaal 17 miljard euro aan subsidies en leningen bedroegen. Dit omvatte enkele investeringen die werden gefinan­cierd door de Europese Investeringsbank (EIB). Zij beoordeelden documenten zoals de EU- en nationale strategieën voor zeevervoer en havenontwikkelingsplannen, spraken met functionarissen van de Commis­sie en met vertegenwoordigers van regionale en haven­autoriteiten in de lidstaten, voerden een enquête uit onder belanghebbenden uit de sector zoals haven­exploitanten, en verkregen aanvullend bewijs door havens te controleren. Zij onderzochten negentien zeehavens in Duitsland, Italië, Polen, Spanje en Zweden ter plaatse en verrichtten specifieke studies naar acht andere.

We stelden vast dat de bestaande langetermijnstrategieën geen deugdelijke basis vormden voor de planning van de havencapaciteit.

De EU noch de lidstaten hadden een strategisch overzicht van de havens die financiering nodig hadden en de doeleinden waarvoor ze die nodig hadden, terwijl de financiering van vergelijkbare soorten infrastructuur in nabijgelegen havens tot ondoeltreffende en niet-duurzame investeringen leidde. We verrichtten ook een herbeoordeling van vijf reeds in 2010 onderzochte projecten en constateerden dat de kosten­effectiviteit van deze projecten slecht was. Het gebruik van de door de EU gefinancierde infrastructuur in deze havens was na bijna tien operationele jaren nog steeds ontoereikend en de desbetreffende haventerreinen waren in vier havens leeg of nagenoeg leeg, terwijl er in de vijfde haven geen enkele activiteit plaatsvond.

Uit onze controle bleek dat veel investeringen ondoeltreffend en niet duurzaam waren en er een hoog risico op verspilling bestond.

Het is niet altijd mogelijk om in onze controles de ondoeltreffendheid van de onderzochte EU-financiering duidelijk te kwantificeren. Dit was deze keer echter niet het geval. We stelden vast dat een derde van de EU-uitgaven tussen 2000 en 2013 aan voorzieningen als kades, dokken en golfbrekers in EU zeehavens ondoeltreffend en niet duurzaam was: één op de drie euro die aan de onderzochte projecten werd besteed (194 miljoen euro) ging naar projecten waarbij voorzieningen werden aangelegd die in de nabije omgeving al bestonden en 97 miljoen euro werd geïnvesteerd in infrastructuur die meer dan drie jaar na de voltooiing ervan ofwel niet benut, ofwel zwaar onderbenut werd.

Onze controleurs concludeerden ook dat er in het zeevervoer in Europa nog geen sprake is van een gelijk speelveld.

Dit is te wijten aan onvoldoende geharmoniseerde douanecontroles en het ontbreken van richtsnoeren van de Commissie over haveninfrastructuur en de toepassing van de staatssteunregels bij havens.

Bij de presentatie van het verslag aan het Europees Parlement en de Raad benadrukten we dat het zeevervoer in de EU zich in „woelige wateren” bevindt en wezen we er met name op dat er een groot risico bestaat dat bijna 400 miljoen euro aan in de lidstaten geïnvesteerde EU-financiering wordt verspild.

Dit speciaal verslag kwam hard aan. Het liet de Commissie en de lidstaten de weg zien naar een doeltreffendere, doelmatigere en transparantere besteding van EU-geld en ondersteunde daarbij de pogingen van de Commissie om prioriteit te geven aan investeringen om havens te verbinden, maar bevatte ook de raad om bepaalde toekomstige investeringen te vermijden en ondoeltreffendheid en ondoelmatigheid met alle beschikbare juridische middelen aan te pakken. Het Parlement en de Raad waren ingenomen met onze aanbevelingen en benutten deze voor hun beleidsdiscussies over EU-investeringen in havendiensten of vergelijkbare zaken.

Net als een aantal andere van onze verslagen hebben we dit verslag gepresenteerd aan belanghebbenden uit de sector en aan de media op een persconferentie in Brussel. Daarnaast hebben we het aan de pers gepresenteerd in Antwerpen, de op één na grootste haven in de EU, tijdens de opening van een nieuw haven­gebouw. Dit verslag kreeg veel media-aandacht, zodat EU-breed publiek toezicht op haar financieel beheer in deze belangrijke sector verzekerd was.

De bijlage bij dit verslag bevat een overzicht van alle speciale verslagen die in 2016 zijn geproduceerd.

Opsporen van fraude

Hoewel onze controles niet specifiek zijn bedoeld om fraude op te sporen, treffen we een aantal gevallen aan waarbij we vermoeden dat er sprake geweest kan zijn van onregelmatige of frauduleuze activiteiten. Onze instelling werkt nauw samen met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) in de strijd tegen fraude ten nadele van de EU-begroting. We sturen tijdens onze controlewerkzaamheden vastgestelde vermoedelijke gevallen van fraude, corruptie of andere illegale handelingen die de financiële belangen van de EU schaden, aan OLAF door. Deze gevallen worden vervolgens onderzocht door OLAF, dat een besluit neemt over een eventueel vervolgonderzoek en zo nodig samenwerkt met de autoriteiten van de lidstaten. In 2016 meldden we elf van dergelijke gevallen van vermoedelijke fraude aan OLAF die we tijdens onze werkzaamheden in het kader van de betrouwbaarheidsverklaring voor de begrotingsjaren 2015 en 2016 alsmede bij onze andere controle­taken hadden vastgesteld.

Adviezen en andere publicaties op basis van evaluaties

We dragen ook bij tot de verbetering van het financieel beheer van de EU door middel van adviezen over voorstellen voor nieuwe of gewijzigde wetgeving met een significante financiële impact. Deze adviezen worden gevraagd door de andere EU-instellingen, en gebruikt door de wetgevende autoriteiten — Parlement en Raad — bij hun werk. We kunnen ook op eigen initiatief documenten en overzichten uitbrengen over andere onderwerpen.

In 2016 stelden we twee adviezen op over het Comité van toezicht van het Europees Bureau voor fraudebestrij­ding (OLAF) en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI).

  • Advies nr. 1/2016 betreffende de wijziging van de EU-verordening wat betreft het secretariaat van het Comité van toezicht van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

Wij onderschrijven in ons advies het voorstel van de Europese Commissie dat het secretariaat van het Comité van toezicht van OLAF niet langer moet worden verzorgd door OLAF zelf — hetgeen het secretariaats­personeel volgens het Comité heeft blootgesteld aan tegenstrijdige instructies — maar door de Commissie.

  • Advies nr. 2/2016 over een voorstel tot verlenging en uitbreiding van het EFSI

In ons advies wordt gesteld dat de plannen van de Europese Commissie om het investeringsfonds dat de kern vormt van het „plan-Juncker” om 315 miljard euro aan publieke en particuliere financiering te genereren, slechts één jaar na de start ervan te vergroten en uit te breiden, te snel werden opgesteld en nauwelijks onderbouwd is met bewijs dat de uitbreiding gerechtvaardigd is. We waren van oordeel dat het te vroeg was om de economische, sociale en milieugevolgen te kunnen meten en om te kunnen concluderen of het EFSI zijn doelstellingen bereikt.

Briefingdocument — nieuwe publicatie

In 2016 hebben we een nieuw product ontwikkeld —briefingdocumenten — dat erop is gericht de EU-wetgevers, en met name de Raad, tijdig onafhankelijke en relevante inzichten in verschillende onderwerpen te bieden. We hebben in 2016 een dergelijk briefing­document gepubliceerd, en wel met betrekking tot de tussentijdse evaluatie van het meerjarig financieel kader (MFK) 2014-2020.

We analyseerden de mededeling van de Commissie over de tussentijdse evaluatie en waren van mening dat de voorstellen niet zijn gebaseerd op een beoordeling van de uitgaven in de huidige periode, dat er weinig gelegenheid zal zijn om de prestaties te beoordelen vóór het volgende MFK en dat de toenemende complexiteit van de regelingen inzake de financiering van EU-beleid dringend moet worden aangepakt. We stelden voor dat de Commissie het tijdschema voor de ontwikkeling van het volgende MFK heroverweegt, dat zij een uitgebreide evaluatie van de EU-uitgaven verricht, duidelijkere, eenvoudigere en coherentere financieringsregelingen ontwikkelt en de EU-begrotingsprioriteiten tot onderwerp van een debat op hoog niveau maakt.

Briefingdocumenten komen anders tot stand dan onze controleverslagen omdat de nadruk wordt gelegd op de benutting van onze ruime kennisbasis. In briefingdocumenten wordt de stand van zaken met betrekking tot een bepaald onderwerp geëvalueerd en ze maken geïnformeerde besluit- en beleidsvorming op basis van gedegen, onafhankelijk en onpartijdig advies mogelijk.

Onze adviezen en andere publicaties op basis van evaluaties zijn te vinden op onze website (eca.europa.eu).

Belangrijke evenementen

Boekhouden in de publieke sector: „Better Accounts, Better Budgets, Better Spending?”

25-26 januari 2016, ERK, Luxemburg

We organiseerden een workshop voor deskundigen op het gebied van boekhouden in de publieke sector. De deelnemers discussieerden over de vraag of de harmonisatie van statistieken inzake financiële boekhouding, begroting en macro-economische statistieken mogelijk zou kunnen leiden tot een gemeenschappelijk kader op basis van de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen (Generally Accepted Accounting Principles — GAAP). Een panel van deskundigen ging nader in op de vraag of de financiële rekeningen, nationale rekeningen en begrotingen kunnen worden gezien als drie versies van één realiteit. Een interessant gezichtspunt kwam naar voren tijdens de groepsdiscussies, waarin onder meer de rol werd besproken van de controleurs bij het pleiten voor, of juist het zich aanpassen aan veranderingen.

Conferentie over EU-financieringsinstrumenten

15 november 2016, ERK, Luxemburg

We organiseerden een conferentie op hoog niveau over EU-financieringsinstrumenten waarop vertegenwoordigers uit de publieke en particuliere sector overwogen hoe financieringsinstrumenten het best kunnen worden ingezet om financiële steun uit de EU-begroting te verstrekken. Tot de deelnemers behoorden: Ingeborg Grässle, voorzitter van de Commissie begrotings­controle van het Europees Parlement, Pier Luigi Gilibert, algemeen directeur van het Europees Investeringsfonds, Vazil Hudák, vicepresident van de Europese Investeringsbank en Nicholas Martyn, adjunct-directeur-generaal Beleid, Naleving en Prestaties bij DG Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling van de Europese Commissie, die het onderwerp bespraken met ERK-lid Iliana Ivanova.

De conferentie bouwde voort op de conclusies in ons Speciaal verslag „Uitvoering van de EU-begroting via financieringsinstrumenten — Lessen die uit de programmeringsperiode 2007-2013 moeten worden getrokken” en ons advies over het EFSI. Hierna volgde een panel­discussie over het aantrekken van particulier kapitaal, het hergebruik van beschikbare middelen, beheerskosten en het EFSI en het mkb-initiatief.

Voorzitter van de CONT Ingeborg Grässle, ERK-president Klaus-Heiner Lehne en ERK-lid Iliana Ivanova maakten deel uit van de panelleden op de ERK-conferentie over financieringsinstrumenten.
Internationaal CIPFA-seminar „Beyond base camp”

24-25 november 2016, ERK, Luxemburg

Het internationale seminar van het CIPFA (Chartered Institute of Public Finance and Accountancy) is een zeer belangrijk evenement voor financieel specialisten en controleurs in de publieke sector. We delen waarden met het CIPFA en we voeren beide actief campagne voor goed financieel beheer en bestuur. Ons lid dat verantwoordelijk is voor het jaarverslag, Lazaros S. Lazarou, was moderator van het door het CIPFA georganiseerde evenement. De deelnemers spraken over een breed scala aan onderwerpen zoals de verbetering van het beheer van overheidsfinanciën, toezicht en controle in een onzekere wereld en verantwoordingsplicht en goed bestuur bij overheidsfinanciën.

ERK-lid Lazaros S. Lazarou en voorzitter van CIPFA International Ian Ball waren enkele van de panelleden tijdens het seminar dat werd georganiseerd door het CIPFA in samenwerking met de ERK.

Betrekkingen met belanghebbenden

De impact van ons werk is in hoge mate afhankelijk van het gebruik dat het Europees Parlement, de Raad van de EU en de nationale parlementen maken van onze controle­resultaten en aanbevelingen.

Parlement

Onze president en leden hadden in 2016 regelmatig contact met de commissies van het Europees Parlement, met name de Commissie begrotingscontrole (CONT).

Aan het begin van het jaar presenteerde president Caldeira het werkprogramma 2016 aan de CONT en aan de Conferentie van commissievoorzitters in het kader van ons jaarlijks overleg met het Europees Parlement over het werkprogramma voor het volgende jaar. In april nam hij deel aan het plenaire debat in het Europees Parlement over de kwijting over 2014.

In oktober 2016 presenteerde de pas verkozen president Lehne het Jaarverslag 2015 aan de CONT en later presenteerde hij het ook tijdens een plenaire vergadering. In november was hij opnieuw aanwezig bij een CONT-­vergadering om ons werkprogramma voor 2017 te presenteren. In die maand legde een CONT-delegatie ook haar jaarlijkse werkbezoek aan onze instelling af.

In 2016 presenteerden onze leden 33 speciale verslagen aan de CONT alsook de bevindingen en aanbevelingen van de hoofdstukken van ons Jaarverslag 2015. Daarnaast werd ons verzocht twaalf speciale verslagen en het jaarverslaghoofdstuk over „Concurrentievermogen voor groei en werkgelegenheid” te presenteren aan andere parlementaire commissies. Bovendien werden onze leden en controleteams uitgenodigd om ons controlewerk te komen presenteren en bespreken bij verschillende commissiewerkgroepen, seminars en andere parlementaire evenementen. Evenals in voorgaande jaren hielden we een gezamenlijke vergadering met de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling van het Parlement om punten van gemeenschappelijk belang met betrekking tot de lopende werkzaamheden te bespreken en zetten we de samenwerking met de onderzoeksdienst van het Parlement voort om tot een efficiëntere uitwisseling van kennis te komen.

CONT-delegatie bezoekt de ERK om onderwerpen van gemeenschappelijk belang te bespreken op 14 november 2016, Luxemburg.

Raad

We bleven ons inspannen om nauwer samen te werken met de verschillende Raadsformaties, op zowel politiek als werkgroepniveau.

In januari 2016 ontmoette president Caldeira Jeroen Dijsselbloem, de minister van Financiën van Nederland, voorzitter van de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin) en voorzitter van de Eurogroep. Zij spraken over de follow-up van ons Jaarverslag 2014 voor de kwijting over 2014 en de uitdagingen bij het beheer van de EU-financiën.

In oktober 2016 ontmoette president Lehne Peter Kažimir, minister van Financiën van Slowakije en voorzitter van Ecofin, en in november kwam hij samen met Edward Scicluna, minister van Financiën van Malta en aankomend voorzitter van Ecofin, om ons Jaar­verslag 2015 en de follow-up ervan in de kwijtingsprocedure voor 2015 te bespreken evenals andere lopende controlewerkzaamheden.

ERK-president Klaus-Heiner Lehne bespreekt ons jaarverslag met de Maltese minister van Financiën Edward Scicluna, 7 november 2016, Brussel.

Nationale parlementen

80 % van de uitgaven uit de EU-begroting wordt beheerd door de nationale, regionale en lokale autoriteiten in de lidstaten. Daarom willen wij in de toekomst nauwer samenwerken met de parlementen in de lidstaten door die regelmatig informatie te verstrekken over ons werk, en de resultaten van onze controles en de implicaties daarvan, met inbegrip van de aanbevelingen die we doen, met hen te bespreken. In 2016 presenteerden onze leden het Jaarverslag 2015 in negentien lidstaten, en in een groot aantal lidstaten presenteerden ze ook verschillende van onze speciale verslagen.

Samenwerking met hoge controle-instanties

De ERK is de extern controleur van de EU en we werken samen met andere hoge controle-instanties (HCI’s), met name via:

  • het Contactcomité van de HCI’s van de EU-lidstaten;
  • het netwerk van HCI’s van de landen die kandidaat of potentieel kandidaat zijn voor het EU-lidmaatschap;
  • internationale organisaties voor openbare controle-­instanties, met name de internationale organisatie van hoge controle-instanties (Intosai) en haar Europese regionale groep (Eurosai).

Het Contactcomité van de hoge controle-instanties van de EU-lidstaten

Het EU-Verdrag schrijft voor dat de ERK en de nationale controle-instanties van de lidstaten samenwerken in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid. We werken actief samen met de HCI’s van de EU-lidstaten binnen het kader van het Contactcomité, dat jaarlijks vergadert en werkgroepen, netwerken en taskforces kent die zijn opgericht om specifieke kwesties van gemeenschappelijk belang te behandelen.

In 2016 droegen we bij tot of namen we deel aan de activiteiten van de werkgroepen over de EU-bankenunie, de structuurfondsen, de Europa 2020-strategie, de controle van het begrotingsbeleid, de belasting over de toegevoegde waarde en de voorkoming en bestrijding van onregelmatigheden en fraude.

In het kader van onze steun voor de uitwisseling van kennis en expertise op het gebied van de controle van EU-middelen stelden we geselecteerde interne opleidingen open voor controleurs van nationale HCI’s.

We coördineerden ook de evaluatie en beoordeling van het kader voor samenwerking van het Contactcomité. Het Comité nam kennis van het verslag daarover en nam de aanbevelingen aan.

Verder boden we het Comité administratieve ondersteuning, met name door zijn website te beheren en te zorgen voor administratieve bijstand en coördinatie van het mechanisme voor vroegtijdige waarschuwing, waarmee de HCI’s elkaar op de hoogte houden van belangrijke ontwikkelingen op hun werkterrein.

De jaarlijkse vergadering van het Contactcomité, die op 20 en 21 oktober 2016 in Bratislava plaatsvond bij en ook werd voorgezeten door de Slowaakse HCI, ging vooral over het EU-energiebeleid en klimaat. (Foto: Peter Reefe)
Nauwere samenwerking op het gebied van de controle van EU-middelen

We houden voortdurend contact met de HCI’s van de lidstaten om onze samenwerking op het gebied van de controle van EU-middelen te versterken en de mogelijk­heden te onderzoeken om controleonderwerpen te selecteren die we op gecoördineerde wijze zouden kunnen controleren. In 2016 sloten we een memorandum van overeenstemming met de HCI’s van Kroatië en Polen met betrekking tot de gecoördineerde controle van het Jaspers-programma; het speciaal verslag hierover is voor 2017 gepland. We zetten ook de stroomlijning voort van onze administratieve procedures om nationale HCI’s te informeren over onze controlebezoeken en om de feiten af te stemmen met de gecontroleerden in de lidstaten.

In mei 2016 kwamen onze leden en controleurs samen met de Franse HCI (Cour des comptes) om de controleprogramma’s uit te wisselen en gemeenschappelijke activiteiten te plannen op gebieden zoals financieel en economisch bestuur, vervoer, milieu en energie, migratie en asiel, en cohesie en landbouw.

Netwerk van hoge controle-instanties van de landen die kandidaat of potentieel kandidaat zijn voor het EU-lidmaatschap

We werken samen met de HCI’s van de landen die kandidaat of potentieel kandidaat zijn voor het EU-lidmaatschap, voornamelijk via een met het Contactcomité vergelijkbaar netwerk.

We bleven dit netwerk in 2016 steunen door het verrichten van parallelle controles inzake energie-efficiëntie en het plaatsen van overheidsopdrachten; voor laatst­genoemde controle vond de startbijeenkomst waarop de presidenten van de deelnemende HCI’s aanwezig waren, ook bij ons plaats.

Daarnaast droegen we actief bij tot verscheidene andere vergaderingen en activiteiten van het netwerk op gebieden zoals materialiteit en steekproeftrekking in financiële controles, de ontwikkeling van doeltreffende werkrelaties tussen HCI’s en nationale parlementen, en de onafhankelijkheid van HCI’s.

Negen controleurs van HCI’s uit het netwerk namen deel aan ons stageprogramma van 2016 en twaalf andere woonden onze interne opleidingen bij.

Andere vormen van samenwerking

In 2016 bleven we actief betrokken bij en leverden we een bijdrage aan de activiteiten van Intosai en Eurosai, met name in de relevante werkorganen ervan.

In juni 2016 traden we op als gastheer van de 44e vergadering van de raad van bestuur van Eurosai.

In december 2016 werd de ERK op congres XXII van Intosai in de Verenigde Arabische Emiraten officieel benoemd tot vicevoorzitter van de beroepsnormencommissie. Hieruit blijkt onze ambitie om een bijdrage te leveren tot het proces van het vaststellen van normen voor controle van de overheidsfinanciën. We leverden een aanzienlijke bijdrage tot de opstelling en goedkeuring van ISSAI-standaard 5600 (leidraad inzake collegiale toetsing) alsmede tot de ontwikkeling van twee nieuwe standaarden inzake milieucontrole (ISSAI 5110 en 5120).

Ons management

Het college van de ERK

Het college van de ERK bestaat uit één lid per lidstaat; elk lid heeft een ambtstermijn van zes jaar, die kan worden verlengd. De leden worden benoemd door de Raad, na raadpleging van het Europees Parlement, op voordracht van hun respectieve lidstaten. Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie schrijft voor dat ze hun ambt volkomen onafhankelijk uitvoeren in het algemeen belang van de EU.

De meeste leden worden toegewezen aan een van de vijf controlekamers, waar verslagen, adviezen en andere publicaties op basis van evaluaties worden vastgesteld en besluiten over bredere strategische en bestuurlijke kwesties worden genomen. Ieder lid is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen controletaken. Eén lid is aan­gewezen als hoofd van het Comité belast met de kwaliteitsbewaking van de controle en een ander lid heeft de coördinatie van de interinstitutionele betrekkingen tot taak. De leden worden bijgestaan door een kabinet.

De verslagen, adviezen en andere publicaties op basis van evaluaties die onder hun verantwoordelijkheid zijn opgesteld, worden ter vaststelling voorgelegd aan de kamer en/of het voltallige college en vervolgens aan het Europees Parlement en de Raad gepresenteerd.

In 2016 kwamen de ERK-leden 24 maal als college bijeen. Foto van de vergadering van het college op 26 januari 2017.

De leden kiezen de president van de ERK uit hun midden voor een verlengbare periode van drie jaar. Naast zijn andere verantwoordelijkheden houdt de president toezicht op de uitvoering van ons werk en vertegenwoordigt hij onze instelling naar buiten toe. Op 1 oktober 2016 trad Klaus-Heiner Lehne in de plaats van Vítor Caldeira, die na negen jaar als ERK-president de president van de Portugese HCI (Tribunal De Contas) werd.

Op voordracht van de regeringen van de betrokken lidstaten en na raadpleging van het Europees Parlement heeft de Raad van de Europese Unie in 2016 de volgende personen tot lid van de ERK benoemd:

  • Jan Gregor (Tsjechische Republiek), Mihails Kozlovs (Letland), Janusz Wojciechowski (Polen) en Samo Jereb (Slovenië) met ingang van 7 mei 2016;
  • Rimantas Šadžius (Litouwen) met ingang van 16 juni 2016;
  • Leo Brincat (Malta) en João Figueiredo (Portugal) met ingang van 1 oktober 2016;
  • Juhan Parts (Estland) met ingang van 1 januari 2017;
  • De ERK-leden Ladislav Balko (Slowakije) en Lazaros S. Lazarou (Cyprus) werden op respectievelijk 7 mei en 2 november 2016 herbenoemd.

Europese Rekenkamer: organigram per 1 januari 2017

President

Klaus-Heiner LEHNE

Klaus-Heiner LEHNE

Duitsland

Kamer I

Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Phil WYNN OWEN

Phil WYNN OWEN

Verenigd Koninkrijk

Nikolaos MILIONIS

Nikolaos MILIONIS

Griekenland

Janusz WOJCIECHOWSKI

Janusz WOJCIECHOWSKI

Polen

Samo JEREB

Samo JEREB

Slovenië

João FIGUEIREDO

João FIGUEIREDO

Portugal

Kamer II

Investeringen ten behoeve van cohesie, groei en inclusie

Iliana Ivanova

Iliana IVANOVA

Bulgarije

Henri Grethen

Henri GRETHEN

Luxemburg

Ladislav BALKO

Ladislav BALKO

Slowakije

George Pufan

George PUFAN

Roemenië

Oskar HERICS

Oskar HERICS

Oostenrijk

Kamer III

Externe maatregelen, veiligheid en justitie

Karel PINXTEN

Karel PINXTEN

België

Szabolcs FAZAKAS

Szabolcs FAZAKAS

Hongarije

Hans Gustaf WESSBERG

Hans Gustaf WESSBERG

Zweden

Ville Itälä

Ville ITÄLÄ

Finland

Bettina JAKOBSEN

Bettina JAKOBSEN

Denemarken

Kamer IV

Marktregulering en concurrerende economie

Baudilio TOMÉ MUGURUZA

Baudilio TOMÉ MUGURUZA

Spanje

Kevin Cardiff

Kevin CARDIFF

Ierland

Neven MATES

Neven MATES

Kroatië

Alex BRENNINKMEIJER

Alex BRENNINKMEIJER

Nederland

Rimantas ŠADŽIUS

Rimantas ŠADŽIUS

Litouwen

Kamer V

Financiering en administratie van de Unie

Lazaros S. LAZAROU

Lazaros S. LAZAROU

Cyprus

Pietro RUSSO

Pietro RUSSO

Italië

Jan GREGOR

Jan GREGOR

Tsjechische Republiek

Mihails KOZLOVS

Mihails KOZLOVS

Letland

Leo BRINCAT

Leo BRINCAT

Malta

Juhan PARTS

Juhan PARTS

Estland

Lid voor het Comité belast
met de kwaliteits­bewaking
van de controle

Danièle LAMARQUE

Danièle LAMARQUE

Frankrijk

Controlekamers en comités

In juni 2016 voerden we een reorganisatie door van de kamers en comités die binnen onze instelling worden gebruikt om besluiten voor te bereiden en te nemen. Drie veranderingen zijn met name het vermelden waard. Bij de reorganisatie:

  • werden vijf gelijkwaardige kamers ingesteld met vijf leden, waaronder de deken die door iedere kamer wordt verkozen om de werkzaamheden ervan te coördineren. De kamers zijn niet langer verantwoordelijk voor specifieke EU-begrotingsterreinen of EU-organen, maar op EU-beleid gebaseerde thema’s zijn nu leidend voor hun werkzaamheden: milieu, sociale kwesties, economie, buitenlandse zaken en intern bestuur.
  • werd een nieuw comité ingesteld om toezicht te houden op ons beheer van de controlekwaliteit. Het Comité belast met de kwaliteitsbewaking van de controle bestaat uit het lid dat belast is met de kwaliteitsbewaking van de controle en twee leden van kamers, die worden benoemd op voordracht van onze president.
  • kreeg ons Administratief Comité nieuwe verantwoordelijkheden en een extra lid. Het Comité bleef verantwoordelijk voor de voorbereiding van onze besluiten over de strategie, het werkprogramma en organisatorische zaken en kreeg daarnaast de bevoegdheid om besluiten te nemen over bepaalde personeelsaangelegenheden. Het nieuwe lid belast met de kwaliteits­bewaking van de controle werd ook lid van het Comité, dat verder bestaat uit de president (de voorzitter van het Comité), de dekens van de kamers en het lid voor interinstitutionele betrekkingen; de secretaris-generaal neemt ook deel aan de vergaderingen van het Comité.
Kennisknooppunten van de ERK: voor elke kamer is een op EU-beleid gebaseerd thema leidend voor haar werk

De reorganisatie van onze kamers en comités vult twee andere grote reorganisaties aan die verband houden met de uitvoering van onze strategie voor 2013-2017: de invoering van een op taken gebaseerde organisatie begin 2016 en het lopende initiatief om een organisatiebreed netwerk op te zetten om het kennisbeheer te versterken. Binnen de nieuwe op taken gebaseerde organisatie bestaan controledirecties uit een managementteam (een directeur en hoofdmanagers) en een pool van personeels­leden (controleurs en assistenten).

Voor iedere taak wijst de verantwoordelijke kamer een rapporterend lid, een taakleider en een controleteam aan. De kamers en hun beleidsdeskundigen zullen ook een belangrijke rol spelen bij de kennisbeheeractiviteiten tot opbouw, behoud en uitwisseling van kennis. Daarnaast werd het EKA-initiatief (Enabling Knowledge for Audit) in de loop van 2016 ten uitvoer gelegd; het werd een centrale pijler van onze processen voor kennis­beheer, die beleidsscans en themaoverzichten van onze controleurs omvatten.

De reorganisatie in al haar facetten is erop gericht om onze instelling flexibeler te maken bij de uitvoering van onze taken en om onze kennis, vaardigheden en ervaring beter in te zetten om tijdig relevante en hoogwaardige controles te verrichten. Dit is een hoofddoel in onze strategie voor 2013-2017.

Prestatiemeting

We passen zeven essentiële prestatie-indicatoren (KPI’s) toe om de geboekte voortgang bij het verwezenlijken van onze strategische doelstellingen te monitoren, de besluitvorming te ondersteunen en prestatie-informatie te verschaffen.

Deze indicatoren zijn gericht op het meten van essentiële elementen van de kwaliteit en impact van ons werk, alsmede van de efficiëntie en doeltreffendheid van de wijze waarop we onze middelen inzetten.

Kwaliteit en impact van ons werk

Wij beoordelen de kwaliteit en impact van onze verslagen op basis van de beoordeling door belanghebbenden, van evaluaties door deskundigen en van de follow-up die wordt gegeven aan onze aanbevelingen. Daarnaast meten we de aandacht die we in de media krijgen.

Beoordeling door belanghebbenden

We verzochten onze belangrijkste belanghebbenden (de Commissie begrotingscontrole en de Begrotingscommissie van het Europees Parlement, het Begrotingscomité van de Raad, de voornaamste gecontroleerden bij de Commissie en de Europese agentschappen, en de voorzitters van de HCI’s van de EU) de verslagen die we publiceren, te beoordelen.

Beoordeling door belanghebbenden

Evenals in voorgaande jaren beoordeelde een grote meerderheid van de respondenten de bruikbaarheid en impact van onze verslagen in 2016 als „groot” of „zeer groot”.

Evaluaties door deskundigen

Ieder jaar evalueren onafhankelijke externe deskundigen de inhoud en presentatie van een steekproef van onze verslagen als kwaliteitsbeoordeling. In 2016 werden zes speciale verslagen (nrs. 13/2016, 14/2016, 23/2016, 25/2016, 27/2016 en 29/2016 — zie de bijlage) en de jaarverslagen over 2015 geëvalueerd. De deskundigen gaven punten voor de kwaliteit van verschillende aspecten van de verslagen op een schaal van vier, van „duidelijk ontoereikend” (1) tot „hoge kwaliteit” (4).

Evaluaties door deskundigen

De resultaten waren de afgelopen jaren zeer constant en wijzen erop dat de kwaliteit van onze verslagen bevredigend is.

Follow-up van aanbevelingen

Een van de belangrijkste manieren waarop we bijdragen tot de verbetering van het financieel beheer van de EU is door middel van de aanbevelingen die we doen in onze controleverslagen. Sommige aanbevelingen kunnen snel worden uitgevoerd, terwijl andere vanwege de complexi­teit ervan meer tijd vergen.

We houden systematisch toezicht op de mate waarin gecontroleerden uitvoering hebben gegeven aan onze aanbevelingen. Eind 2016 was 97 % van de aanbevelingen die we in 2013 deden, uitgevoerd.

In 2016 voerden we een bijkomende mijlpaal in voor de uitvoering van onze aanbevelingen door systematisch termijnen te bepalen waarbinnen onze aanbevelingen moeten worden uitgevoerd. Zo wordt het gemakkelijker om in de komende jaren te monitoren of onze aanbevelingen tijdig zijn uitgevoerd.

Uitvoering van de ERK-aanbevelingen per jaar waarin ze zijn gedaan
Media-aandacht

De indicator voor de aandacht die wij in de media krijgen, geeft onze media-impact weer. Deze houdt verband met de strategische doelstelling, meer bekendheid te geven aan onze instelling, onze producten en de controle­conclusies die we trekken.

In 2016 troffen we ongeveer 9 000 online-artikelen aan met betrekking tot onze speciale verslagen en jaarverslagen en de instelling in het algemeen. Ongeveer de helft hiervan had betrekking op onze controleverslagen; de rest betrof de instelling en ons werk in het algemeen. In 2015 telden we daarentegen 3 400 online-artikelen. Daarnaast waren er in de sociale media meer dan 11 500 verwijzingen naar onze instelling en producten, bijna twee maal zoveel als in 2015.

Niet al onze verslagen krijgen evenveel aandacht in de media. Onze verslagen die in 2016 de meeste aandacht in de media kregen, waren de speciale verslagen over uitgaven voor externe migratie, de EU-bijstand aan Oekraïne, grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen, zee­vervoer en het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme. We denken dat de aanzienlijke algemene toename van de media-aandacht toe te schrijven is aan een aantal factoren: een groter aantal speciale verslagen, de verhoogde actualiteit ervan en een verbeterde communicatie met de pers, zowel met EU-correspondenten in Brussel als met journalisten in de lidstaten.

Onderwerpen waaraan in de media aandacht wordt besteed
In 2016 troffen we 9 000 online-artikelen aan die betrekking hadden op ons werk en onze instelling

Efficiënt en doeltreffend gebruik van middelen

Wij beoordelen de efficiëntie en doeltreffendheid van het gebruik van onze middelen aan de hand van ons vermogen om ons werkprogramma uit te voeren, controles tijdig te verrichten en de vakbekwaamheid van ons personeel te waarborgen.

Uitvoering van het werkprogramma

We plannen onze controle- en andere taken in ons jaarlijks werkprogramma en monitoren de voortgang gedurende het jaar.

In 2016 werden de jaarverslagen en specifieke jaar­verslagen opgesteld volgens de planning. Bovendien werd bij de publicatie van 80 % van de speciale ver­slagen de oorspronkelijke planning gevolgd. In 2015 gold dit voor 69 % van onze speciale verslagen. De resterende speciale verslagen hebben vertraging opgelopen en zullen worden gepubliceerd in 2017.

Productie van speciale verslagen

De laatste jaren zijn we erin geslaagd de productietijd van onze controles in te korten. In 2016 produceerden we onze 36 speciale verslagen binnen onze streeftermijn van gemiddeld 18 maanden. 25 van deze speciale verslagen (69 %) werden in minder dan 18 maanden geproduceerd.

Doorlooptijd van de in 2014-2016 geproduceerde speciale verslagen

We zullen blijven werken aan de verdere inkorting van de productietijd van onze speciale verslagen tot binnen de streeftermijn die in het nieuwe Financieel Reglement is opgenomen.

Beroepsopleiding

In overeenstemming met de aanbevelingen van de Internationale Federatie van Accountants proberen we gemiddeld veertig uur (vijf dagen) beroepsopleiding per controleur te verzorgen.

In 2016 behaalden we opnieuw ons streefdoel voor beroepsopleiding voor controlerend personeel, wat aantoont hoeveel belang wij hechten aan de ontwikkeling van ons personeel. Wanneer taalcursussen — die nodig zijn om onze controleurs in staat te stellen hun werk in alle EU-lidstaten doelmatig uit te voeren — worden meegerekend, volgden onze controleurs gemiddeld tien dagen cursus in 2016. Voor alle personeelsleden gezamenlijk (dus niet alleen de controleurs) was het aantal cursusdagen 7,9.

Aantal dagen beroepsopleiding per controleur per jaar

Ons personeel

Toewijzing van personeel

Eind 2016 werkten er 839 ambtenaren en tijdelijke functionarissen bij onze instelling (917 inclusief arbeids­contractanten en gedetacheerde nationale deskundigen).

We zetten de inkrimping van ons personeelsbestand met 1 % per jaar gedurende een periode van vijf jaar (2013-2017) voort, zoals vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer van december 2013.

Als gevolg daarvan werd de toewijzing van personeel in 2016 teruggebracht van 872 tot 862 ambtenaren en tijdelijke functionarissen (exclusief leden, arbeidscontractanten, gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs). 553 van hen werken in de controlekamers, waarvan 118 in de kabinetten van de leden.

Toewijzing van ERK-personeel

Aanwerving

Onze medewerkers hebben de meest uiteenlopende academische en professionele achtergronden. Bij ons wervingsbeleid worden de algemene beginselen en arbeidsvoorwaarden van de EU-instellingen in acht genomen; ons personeelsbestand bestaat uit ambtenaren in vaste dienst en personeelsleden met een tijdelijk contract. Algemene vergelijkende onderzoeken worden in het algemeen georganiseerd door het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO). In 2016 wierven we 51 werknemers aan: 19 ambtenaren, 13 tijdelijke functionarissen, 14 arbeidscontractanten en 5 gedetacheerde nationale deskundigen. Tevens boden we 88 stageplaatsen van drie tot vijf maanden aan voor afgestudeerde academici, waaronder negen stageplaatsen voor controleurs van hoge controle-instanties in kandidaat-lidstaten. Op 31 december 2016 waren er 14 vacante posten (1,6 % van het totale aantal posten).

Leeftijdsprofiel

Uit het leeftijdsprofiel van de personeelsleden die op 31 december 2016 in actieve dienst waren, blijkt dat ongeveer de helft van ons personeel 44 jaar of jonger is.

27 van onze 67 directeuren en hoofdmanagers (40 %) zijn 55 jaar of ouder. Dit houdt in dat het hogere kader de komende vijf tot tien jaar wordt vernieuwd naarmate kaderleden met pensioen gaan.

Leeftijdsprofiel

Genderevenwicht

We passen in ons personeelsbeheer en bij aanwerving een beleid van gelijke kansen toe. Over het algemeen is de verhouding tussen mannen en vrouwen in ons per­soneelsbestand gelijk: van de controleurs en administrateurs is 42 % vrouw.

Het aandeel vrouwelijke managers is gestegen van 31 % in 2015 tot 36 %. Ons actieplan gelijke kansen is erop gericht om op alle niveaus genderevenwicht te bewerk­stelligen. Na de meest recente wervingscampagnes is 51 % van al het personeel op AD 5- tot AD 8-niveau vrouw (50 % in 2015). Naarmate het hogere en middenkader wordt vernieuwd, zal het toenemende aantal vrouwen op AD-niveau er naar verwachting toe bijdragen dat het aantal vrouwen op managementniveau in de toekomst zal stijgen.

Genderevenwicht per verantwoordelijkheidsniveau

De volgende grafiek bevat informatie over de nationaliteit en geslacht van het management.

Ondersteuning van de controle

Beroepsopleiding

We bleven de continue professionele ontwikkeling van ons personeel ondersteunen door middel van de cursussen die we aanboden alsmede via de financiële steun voor personeelsleden die programma’s volgden voor het verkrijgen of behouden van beroepskwalificaties en diploma’s op gebieden die relevant zijn voor onze rol en ons werk.

Binnen het interinstitutionele kader hebben we onze nauwe samenwerking met de Europese Commissie en de Europese Bestuursschool verder ontwikkeld. Daarnaast verruimden we het cursusaanbod met e-learningcursussen en vervolgden we onze succesvolle reeks presen­taties door interne en externe deskundigen over ontwikkelingen op controlegebied of over onderwerpen die verband houden met het werk van onze controleurs.

In samenwerking met de Université de Lorraine hebben we tevens voor het eerste jaar bij wijze van pilot het post­universitaire diploma getiteld „Audit of public organisations and policies” (controle van overheidsorganisaties en -beleid) en het masterprogramma „Management of public organisations” (beheer van overheidsorganisaties) opengesteld. Verder hebben controleurs van zes andere hoge controle-instanties onze instelling bezocht om hun controlemethodologieën aan ons personeel te presenteren tijdens onze jaarlijkse dag van de opleiding.

Vertaling

Ons directoraat Vertaling en Taalkundige Diensten vertaalde en reviseerde 230 640 pagina’s, 16 % meer dan in 2015 en het hoogste aantal pagina’s tot nu toe. We zetten onze Campagne voor heldere taal voort door een conferentie en workshops te organiseren voor degenen die geen Engels als moedertaal hebben en die betrokken zijn bij het opstellen van teksten. Bij een aantal verslagen hielpen vertalers de controleteams bij het tekstschrijven. Daarnaast verleenden onze vertalers taalkundige ondersteuning aan controleurs tijdens 34 controlebezoeken ter plaatse van in totaal 30 weken (in vergelijking met 26 controlebezoeken van in totaal 22 weken in 2015) en zorgden ze voor vertolking bij door ons georganiseerde evenementen.

Informatietechnologie

In de loop van 2016 werd het directoraat voor Informatie en Technologie het directoraat voor Informatie, Werkomgeving en Innovatie, dat verantwoordelijk is voor informatietechnologie, informatiebeheer (bibliotheek en archieven) en gebouwinfrastructuurdiensten. Deze reorganisatie vloeide voort uit de noodzaak om bij het ontwerpen van activiteitgerichte werkplekken rekening te houden met zowel fysieke als digitale componenten.

We hebben de volledige opslaginfrastructuur in onze gegevenscentra vervangen en opgewaardeerd, de capaciteit van de internettoegang en de internetfilter vergroot en het e-mailsysteem gemigreerd van Lotus Notes naar Outlook, en we zijn begonnen met de opwaardering of migratie van een aantal beheerssystemen voor personeelszaken.

Bij de ontwikkeling en levering van producten zijn de risico’s naar behoren beheerd en bleven de operationele beveiliging en de bedrijfscontinuïteit gewaarborgd.

Gebouwen

We zijn momenteel eigenaar van drie gebouwen („K1”, „K2” en „K3”) en huren kantoorruimte voor ons noodcentrum in Luxemburg. Ook huren we een vergaderruimte en drie kantoren bij het Europees Parlement in Brussel en een kantoor in Straatsburg.

Het K1-gebouw

Het K1-gebouw opende zijn deuren in 1988. Er zijn kantoren voor maximaal 310 personeelsleden en vergader­ruimten. Op de kelderverdiepingen bevinden zich parkeerplaatsen, technische voorzieningen, opslagruimten, de bibliotheek en de belangrijkste archiefruimte, terwijl de bovenste verdieping geheel in gebruik is voor technische voorzieningen.

K1 werd in 2008 gemoderniseerd om het in overeenstemming te brengen met de nationale normen inzake gezondheid, veiligheid en milieu. Waar mogelijk zijn de technologieën in K1 aangepast om deze compatibel te maken met de technologieën in K2 en K3. Daardoor functioneren de drie gebouwen voor zover mogelijk als één enkele geïntegreerde technische eenheid.

We willen onze werkomgeving blijven verbeteren om nog efficiënter te kunnen werken. In 2016 creëerden we open kantoorruimten op een van de verdiepingen van het K1-gebouw; de daarmee opgedane ervaring zullen we gebruiken voor de toekomstige op activiteitgerichte werkplekken in K2.

Momenteel voeren we haalbaarheidsstudies uit naar een modernisering met het oog op milieuvoorschriften.

Het K2-gebouw

Het K2-gebouw opende zijn deuren in 2003. Op de kelderverdiepingen bevinden zich parkeerplaatsen, technische voorzieningen en opslagruimten, en het fitnesscentrum. De bovenste verdieping is geheel in gebruik voor technische voorzieningen. Op de overige verdiepingen zijn kantoren voor maximaal 241 personeelsleden, vergaderruimten, een conferentiezaal met tolkencabines, videoconferentieruimten, een cafetaria en eenvoudige keukens.

K2 mag tot eind 2017 in gebruik blijven (dan loopt het conformiteitscertificaat af). Tegen die tijd moeten we over een nieuwe vergunning beschikken en het gebouw hebben gemoderniseerd zodat het in overeenstemming is gebracht met de huidige normen inzake gezondheid, veiligheid en milieu. Zoals in maart 2014 afgesproken met de Raad en het Europees Parlement, zullen we de kosten van deze modernisering dekken met het resterende budget van het K3-bouwproject dat enkele jaren geleden werd afgerond.

Het K3-gebouw

Het K3-gebouw opende zijn deuren in 2012. Op de kelderverdiepingen bevinden zich parkeerplaatsen, technische voorzieningen en opslagruimten, losplaatsen, voorzieningen voor afvalopslag, de printshop, keukens en archieven. Op de begane grond bevinden zich de kantine, een cafetaria en cursuslokalen. In K3 zijn ook kantoren voor maximaal 503 personeelsleden, vergader­ruimten en een IT-ruimte. Op de zesde verdieping bevinden zich ontvangstruimten, een keuken en technische voorzieningen. De BREEAM-certificering van het K3-gebouw is „zeer goed” (BREEAM is de belangrijkste methode ter wereld voor het evalueren en certificeren van de duurzaamheid van gebouwen).

De veiligheid van ons personeel is van cruciaal belang voor ons, net als voor alle andere EU-instellingen. In 2016 startten we een project op om de beveiliging van onze instelling te verbeteren door de bouw van een nieuw hek, verbeterde camerabewakingssystemen, bagagescanners, veilige draaideuren bij de ingangen van het gebouw, een nieuw beveiligingscentrum en een extern centrum voor accreditatie en toegangscontrole voor personeelsleden en bezoekers. Het project verliep volgens plan. De bagagescanners en veilige draaideuren zijn al aanwezig en in werking. De infrastructuurcomponenten van het project zullen eind 2017 voltooid zijn.

Milieubeheer

We geloven dat we als EU-instelling de plicht hebben om de beginselen van goed milieubeheer toe te passen bij al onze activiteiten. We zijn in 2014 gestart met de toepassing van een milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) en in 2016 verkreeg onze instelling een positie­ve aanbeveling voor EMAS-certificering. Daarnaast verkregen we een ISO 14001:2004-certificaat voor ons milieubeheersysteem.

In 2016 analyseerden wij voor het tweede jaar op rij de broeikasgasemissies als gevolg van onze activiteiten met het oog op een systematische reductie van onze CO2-emissies. De resultaten van deze Carbon Footprint-studie zijn beschikbaar op onze website (eca.europa.eu).

In 2016 voerden we een beleid in van elektronische publicatie van onze speciale verslagen; die worden nu online gepubliceerd en elektronisch verspreid.

Onze verantwoording

Financiële informatie

De ERK wordt gefinancierd uit de algemene begroting van de Europese Unie. Onze begroting betreft enkel de administratieve uitgaven. In 2016 was onze begroting ongeveer 137,6 miljoen euro, minder dan 0,1 % van de totale EU-uitgaven en circa 1,5 % van de totale administratieve uitgaven. De globale uitvoeringsgraad was 99 %.

Uitvoering van de begroting 2016 (in duizend euro)
BEGROTINGSJAAR 2016Definitieve kredietenVastleggingen% gebruik (vastleggingen/kredieten)Betalingen
Titel 1 Aan de instelling verbonden personen
10 — Leden van de instelling11 54011 09196 %10 970
12 — Ambtenaren en tijdelijke functionarissen98 00097 62999 %97 629
14 — Ander personeel en prestaties van derden5 0994 99398 %4 918
162 — Dienstreizen3 3553 14694 %2 460
161 + 163 + 165 — Andere uitgaven voor aan de instelling verbonden personen2 5942 55998 %1 996
Subtotaal titel 1120 588119 41899 %117 973
Titel 2 Gebouwen, roerende goederen, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven
20 —Onroerende goederen4 8434 843100 %2 014
210 — IT&T8 2418 241100 %4 361
212 + 214 + 216 — Roerende goederen en bijkomende kosten86480593 %696
23 — Lopende huishoudelijke uitgaven42739392 %235
25 — Vergaderingen en conferenties70663089 %471
27 — Voorlichting en publicaties1 8881 73792 %1 182
Subtotaal titel 216 96916 64998 %8 959
Totaal137 557136 06799 %126 932

Begroting voor 2017

De begroting 2017 houdt een stijging in van 2,7 % ten opzichte van de begroting 2016.

Begroting voor 2017
BEGROTING2017
(duizend euro)
2016
(duizend euro)
Titel 1 Aan de instelling verbonden personen
10 — Leden van de instelling11 30010 885
12 — Ambtenaren en tijdelijke functionarissen103 63298 881
14 — Ander personeel en prestaties van derden5 1014 946
162 — Dienstreizen3 4503 600
161 + 163 + 165 — Andere uitgaven voor aan de instelling verbonden personen2 7882 559
Subtotaal titel 1126 271120 801
Titel 2 Gebouwen, roerende goederen, materieel en diverse huishoudelijke uitgaven
20 — Onroerende goederen3 2164 911
210 — IT&T7 4087 347
212 + 214 + 216 — Roerende goederen en bijkomende kosten925882
23 — Lopende huishoudelijke uitgaven438439
25 — Vergaderingen en conferenties676706
27 — Voorlichting en publicaties2 3062 401
Subtotaal titel 214 96916 686
Totaal141 240137 557

Risicobeheer

In 2016 stelden we een beleid inzake risicobeheer voor de organisatie vast. Al onze directoraten beoordelen nu de risico’s die verbonden zijn aan hun activiteiten en we evalueren deze jaarlijks om actieplannen op te stellen om deze risico’s te beheren.

We houden rekening met deze plannen bij het opzetten en uitvoeren van onze interne controles, waarvan we de kosteneffectiviteit waarborgen. Onze internebeheersingssystemen vormen de basis voor de jaarlijkse betrouwbaarheidsverklaring van onze secretaris-generaal over de deugdelijkheid van ons werk, die is opgenomen in dit activiteitenverslag en zal worden gebruikt voor de risicobeoordelingen van volgend jaar.

Interne en externe controles

Interne controle

De dienst Interne Audit adviseert onze instelling over het beheren van risico’s door adviezen uit te brengen over de kwaliteit van beheer- en internebeheersingssystemen. De activiteiten van deze dienst worden gemonitord door een controlecommissie die bestaat uit drie van onze leden en een externe deskundige. De commissie monitort regelmatig de voortgang van de diverse taken die in het jaarlijks werkprogramma van de dienst uiteengezet zijn, en waarborgt de onafhankelijkheid van de dienst.

In 2016 onderzocht de interne auditdienst ons systeem voor managementrapportage, het contractbeheer, IT-investeringen en het beheer van de bibliotheek- en archiefdiensten. Hij evalueerde ook de uitvoering van ons nieuwe risicobeheerbeleid en monitorde de uitvoering van zijn aanbevelingen, waarbij hij zorgde dat de actieplannen werden uitgevoerd.

Wij brengen ieder jaar verslag uit over de resultaten van onze internecontroleactiviteiten aan het Europees Parlement en de Raad.

Externe controle

Onze jaarrekening wordt gecontroleerd door een onafhankelijke extern accountant. Dit vormt een belangrijk aspect van de inspanningen van onze instelling om dezelfde beginselen van transparantie en verantwoording op onszelf toe te passen die wij ook op onze gecontroleerden toepassen. Het verslag van de extern accountant  PricewaterhouseCoopers Sàrl  betreffende onze rekeningen over het begrotingsjaar 2015 werd op 30 augustus 2016 uitgebracht.

Oordelen van de extern accountant — begrotingsjaar 2015
Betreffende de financiële staten:

„De financiële staten geven naar ons oordeel een getrouw beeld van de financiële situatie van de Europese Rekenkamer per 31 december 2015, van haar financiële prestaties, haar kasstromen, en van de veranderingen van de nettoactiva voor het per die datum afgesloten begrotingsjaar, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 26 oktober 2012 (het „Financieel Reglement”); en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor het Financieel Reglement.”

Betreffende het gebruik van middelen en de controle van procedures:

„Op basis van onze in dit verslag omschreven werkzaamheden is niets onder onze aandacht gekomen dat ons, in enig materieel opzicht en op grond van de hiervoor vermelde criteria, doet aannemen:

  • dat de aan de ERK toegewezen middelen niet voor de gestelde doelen zijn gebruikt;
  • dat de bestaande controleprocedures niet de noodzakelijke waarborgen bieden dat de financiële verrichtingen in overeenstemming zijn met de toepasselijke voorschriften en regelgeving.”

Kwijting

Net zoals alle andere EU-instellingen zijn wij onderworpen aan de kwijtingsprocedure. In april 2016 verleende het Europees Parlement onze secretaris-generaal kwijting met betrekking tot de uitvoering van onze begroting voor het begrotingsjaar 2014, wat betekende dat onze rekeningen voor 2014 werden afgesloten en goedgekeurd.

We hebben alle kwesties die tijdens de kwijtingsprocedure naar voren zijn gebracht betreffende onze controle- en beheerverantwoordelijkheden zorgvuldig geanalyseerd en passende actie ondernomen; onze follow-upmaatregelen hebben we gerapporteerd aan het Europees Parlement.

Verklaring van de gedelegeerd ordonnateur

De ondergetekende, secretaris-generaal van de Europese Rekenkamer, in zijn hoedanigheid van gedelegeerd ordonnateur, verklaart hierbij:

  • dat de in dit verslag opgenomen informatie waarheidsgetrouw en juist is;
  • redelijke zekerheid te hebben dat:
    • de middelen die zijn uitgetrokken voor de in dit verslag beschreven activiteiten zijn gebruikt voor het gestelde doel overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer;
    • de bestaande controleprocedures de noodzakelijke waarborgen bieden betreffende de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen en een passende behandeling van beschuldigingen of vermoedens van fraude waarborgen;
    • de baten van de controles in verhouding staan tot de kosten ervan.

Deze zekerheid is gebaseerd op zijn eigen oordeel en op de hem ter beschikking staande informatie, zoals de verslagen en verklaringen van de gesubdelegeerde ordonnateurs, de verslagen van de interne controleur en van de extern accountant over de voorgaande begrotingsjaren.

Hij bevestigt niet bekend te zijn met enig onvermeld gebleven feit dat de belangen van de instelling zou kunnen schaden.

Luxemburg, 16 februari 2017

Eduardo Ruiz García
Secretaris-generaal

Bijlage — Speciale verslagen 2016

  • Is het systeem van de Commissie voor prestatiemeting met betrekking tot de inkomens van landbouwers goed opgezet en gebaseerd op degelijke gegevens? (1/2016)
  • Verslag van 2014 over de follow-up van de speciale verslagen van de Europese Rekenkamer (2/2016)
  • Bestrijding van eutrofiëring in de Oostzee: meer en doeltreffender maatregelen nodig (3/2016)
  • Het Europees Instituut voor innovatie en technologie moet zijn uitvoeringsmechanismen en elementen van zijn opzet veranderen om de verwachte impact te verwezenlijken (4/2016)
  • Heeft de Commissie gezorgd voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van de dienstenrichtlijn? (5/2016)
  • Uitroeiings-, bestrijdings- en bewakingsprogramma’s om dierziekten tegen te gaan (6/2016)
  • Het wereldwijde gebouwenbeheer van de Europese Dienst voor extern optreden (7/2016)
  • Goederenvervoer per trein in de EU: nog steeds niet op het juiste spoor (8/2016)
  • EU-uitgaven voor externe migratie in de buurlanden in het oosten en in het zuidelijke Middellandse Zeegebied tot 2014 (9/2016)
  • Verdere verbeteringen noodzakelijk ter waarborging van een doeltreffende tenuitvoerlegging van de buiten­sporig­tekortprocedure (10/2016)
  • Versterking van de bestuurlijke capaciteit in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië: beperkte vooruitgang in een moeilijke context (11/2016)
  • De gebruikmaking van subsidies door agentschappen: niet altijd adequaat of aantoonbaar doeltreffend (12/2016)
  • Bijstand van de EU voor het versterken van het openbaar bestuur in Moldavië (13/2016)
  • EU-beleidsinitiatieven en financiële steun voor de integratie van de Roma: het afgelopen decennium is er aanzienlijke vooruitgang geboekt, maar ter plaatse zijn extra inspanningen nodig (14/2016)
  • Beheerde de Commissie de humanitaire hulp doeltreffend die werd verstrekt aan de bevolking die wordt getroffen door conflicten in het Grote Merengebied in Afrika? (15/2016)
  • Onderwijsdoelstellingen van de EU: programma’s zijn op elkaar afgestemd, maar er zijn tekortkomingen in de prestatiemeting (16/2016)
  • De EU-instellingen kunnen meer doen om de toegang tot hun overheidsopdrachten te vergemakkelijken (17/2016)
  • Het certificeringssysteem van de EU voor duurzame biobrandstoffen (18/2016)
  • Uitvoering van de EU-begroting via financieringsinstrumenten — Lessen die uit de programmeringsperiode 2007-2013 moeten worden getrokken (19/2016)
  • Versterking van de bestuurlijke capaciteit in Montenegro: vooruitgang, maar op veel essentiële terreinen moeten de resultaten beter (20/2016)
  • Pretoetredingssteun van de EU voor het versterken van de bestuurlijke capaciteit in de Westelijke Balkan: een metacontrole (21/2016)
  • Bijstandsprogramma’s van de EU voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen, Bulgarije en Slowakij­e: enige vooruitgang geboekt sinds 2011, maar cruciale uitdagingen in het verschiet (22/2016)
  • Zeevervoer in de EU in woelige wateren: veel ondoeltreffende en niet-duurzame investeringen (23/2016)
  • Meer inspanningen nodig om te zorgen voor grotere bekendheid en voor naleving van de staatssteunregels in het kader van het cohesiebeleid (24/2016)
  • Het landbouwpercelenidentificatiesysteem: een nuttig instrument om de subsidiabiliteit van landbouwgrond te bepalen, maar het beheer ervan zou verder kunnen worden verbeterd (25/2016)
  • Het blijft een uitdaging om cross-compliance doeltreffender en eenvoudiger te maken (26/2016)
  • Governance bij de Europese Commissie — Goede praktijken? (27/2016)
  • De aanpak van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid in de EU: belangrijke stappen gezet, maar er moet meer worden ondernomen (28/2016)
  • Het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme — Een goede start maar verdere verbeteringen nodig (29/2016)
  • De doeltreffendheid van de EU-steun voor prioritaire sectoren in Honduras (30/2016)
  • Minimaal elke vijfde euro uit de EU-begroting aan klimaatactie besteden: er wordt ambitieus aan gewerkt, maar het risico dat het doel niet wordt gehaald, blijft groot (31/2016)
  • EU-bijstand aan Oekraïne (32/2016)
  • Uniemechanisme voor civiele bescherming: de coördinatie van de respons op rampen buiten de EU is in het algemeen doeltreffend geweest (33/2016)
  • De bestrijding van voedselverspilling: een kans voor de EU om de hulpbronnenefficiëntie van de voedselvoorzieningsketen te verbeteren (34/2016)
  • Gebruikmaking van begrotingssteun ter verbetering van de mobilisering van binnenlandse inkomsten in Afrika ten zuiden van de Sahara (35/2016)
  • Een beoordeling van de regelingen voor de afsluiting van de programma’s 2007-2013 voor cohesie en plattelandsontwikkeling (36/2016)

Contact

EUROPESE REKENKAMER
12, rue Alcide De Gasperi
L-1615 Luxemburg
LUXEMBURG

Tel. +352 4398-1
Inlichtingen: eca.europa.eu/nl/Pages/ContactForm.aspx
Website: eca.europa.eu
Twitter: @EUAuditors

Meer gegevens over de Europese Unie vindt u op internet via de Europaserver (http://europa.eu).

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2017

PrintISBN 978-92-872-6658-3ISSN 1684-0704doi:10.2865/4423QJ-AA-17-001-NL-C
PDFISBN 978-92-872-6673-6ISSN 2362-9576doi:10.2865/19089QJ-AA-17-001-NL-N
HTML ISSN 2362-9576doi:10.2865/75016QJ-AA-17-001-NL-Q

© Europese Unie, 2017

Reproductie is toegestaan mits de bron wordt vermeld.

Voor iedere vorm van gebruik of reproductie van de volgende foto dient rechtstreeks toestemming aan de auteursrechthebbende te worden gevraagd:

* © Rekenkamer — Elombard

Voor de volgende foto’s is reproductie toegestaan mits de auteursrechthebbende, de bron en de naam van de fotografen (voor zover aangegeven) worden vermeld:

* © Europese Unie, 2016; bron: EP

* © Europese Unie, 2015; bron: EC — Audiovisuele Dienst; Oliver Bunic

* © Malta Perm. verteg.

Deze publicatie is ook beschikbaar in 23 talen en in de volgende formaten:

PDF

Waar zijn EU-publicaties verkrijgbaar?

Gratis publicaties:

(*) De informatie wordt gratis verstrekt en bellen is doorgaans gratis, maar sommige operatoren, telefooncellen of hotels kunnen kosten aanrekenen.

Betaalde publicaties: