februari 2017

WAT IS HET PROBLEEM?

De Europese energie-unie

De Europeanen hebben veilige, duurzame en betaalbare energie nodig. Energie is bij onze manier van leven van vitaal belang en onontbeerlijk voor de essentiële dagelijkse dienstverlening waarvan wij en onze bedrijven gebruikmaken. We hebben energie nodig voor verlichting, verwarming, vervoer en industriële productie. Maar we hebben ook energie nodig voor onze wasmachines, computers en televisies en alle andere goederen waarvan het gebruik bijna vanzelfsprekend is. Het is echter niet zo eenvoudig om niet alleen nu maar ook in de toekomst voor voldoende betaalbare energie te zorgen. We worden immers met een aantal grote problemen geconfronteerd.

Onderlinge koppeling van markten

Meer dan de helft van onze energie moet worden ingevoerd

De Europese Unie is goed voor een vijfde van het totale energieverbruik wereldwijd, maar beschikt zelf over weinig reserves. Dit heeft enorme gevolgen voor onze economie. De EU is de grootste importeur van energie ter wereld: 53 % van onze energie wordt ingevoerd, wat ons jaarlijks ongeveer 400 miljard euro kost.

Onze afhankelijkheid van een beperkt aantal energieleveranciers maakt onze energietoevoer kwetsbaar. Dat is in het verleden al gebleken toen bijvoorbeeld de gastoevoer naar een aantal landen werd afgesneden.

We moeten uitzien naar nieuwe, hernieuwbare en schone energiebronnen, zoals elektriciteit die met behulp van windturbines, dammen en zonnepanelen door wind, water en zonlicht wordt opgewekt.

Europa wil ook concurrerend blijven, nu de wereldwijde energiemarkten meer en meer overschakelen op schonere energie. De EU wil zich niet alleen aan deze overgang naar schone energie aanpassen, maar daarbij ook een leidende rol spelen.

We beschikken niet over een Europese infrastructuur

Veel elektriciteitsnetwerken en gaspijpleidingen zijn voor nationale doeleinden gebouwd en niet grensoverschrijdend op elkaar aangesloten. Elektriciteit en gas moeten vrij via netwerken door heel Europa kunnen circuleren.

Energie moet ook naar de plaats van bestemming worden vervoerd, soms door de zee en over verschillende continenten. Hiervoor is een netwerk nodig van elektriciteitscentrales die gedurende tientallen jaren ononderbroken energie kunnen produceren. Een dergelijk netwerk vereist enorme technische, logistieke en financiële middelen.

De gebrekkige toegang tot een Europese markt weerhoudt investeerders er echter van in energie-infrastructuur te investeren. Daardoor bestaat het risico dat investeringen in nieuwe elektriciteitscentrales ter vervanging van oude en verouderde centrales worden uitgesteld.

WAT DOET DE EU?

De klimaat- en energiedoelstellingen van de EU voor 2030

Sinds 2010 streeft de EU ernaar de uitstoot van broeikasgassen uiterlijk 2020 met ten minste 20 % te verminderen, het aandeel van hernieuwbare energie tot ten minste 20 % van het energieverbruik te verhogen en 20 % of meer energie te besparen.

De EU wil zo de klimaatverandering en de luchtverontreiniging helpen bestrijden, minder afhankelijk worden van buitenlandse fossiele brandstoffen en energie voor consumenten en bedrijven betaalbaar houden.

Gezien de tot dusver geboekte vooruitgang is de EU goed op weg om de doelstelling met betrekking tot hernieuwbare energie in 2020 te halen. Het aandeel van hernieuwbare energie in het energieverbruik bedroeg in 2014 al 16 %.

Overgang naar een schone economie

De staatshoofden en regeringsleiders van de EU zijn ook overeengekomen te streven naar ten minste 27 % hernieuwbare energie in 2030.

De lidstaten van de EU zijn overeengekomen te streven naar ten minste 27 % meer energie-efficiëntie in 2030 en ten minste 40 % minder emissies van broeikasgassen.

In februari 2015 heeft de Europese Commissie een energiestrategie ontwikkeld om de EU in staat te stellen de uitdagingen het hoofd te bieden. De strategie spitst zich toe op vijf sleutelgebieden:

  • een veilige energietoevoer;
  • een verruimde interne energiemarkt;
  • meer energie-efficiëntie;
  • minder emissies;
  • onderzoek en innovatie.

Een veilige energietoevoer

De EU moet minder afhankelijk worden van energie uit derde landen. We moeten onze eigen energiebronnen dus beter en efficiënter gebruiken en op zoek gaan naar alternatieve bronnen en leveranciers.

In februari 2016 heeft de Commissie een pakket maatregelen ter bevordering van de energiezekerheid voorgesteld om onderbrekingen van de energietoevoer tot een minimum te beperken. Voor het eerst is er sprake van een solidariteitsbeginsel: bij een ernstige crisis zullen aangrenzende lidstaten als laatste redmiddel de gastoevoer voor huishoudens en essentiële sociale diensten helpen waarborgen.

Een verruimde interne energiemarkt

Energie moet binnen de EU vrij kunnen stromen zonder technische of wettelijke obstakels. Alleen dan kunnen energieleveranciers vrij concurreren en huishoudens en bedrijven de voordeligste energieprijzen bieden. Dankzij een vrije energiestroom wordt het ook gemakkelijker om meer hernieuwbare energie te produceren.

In 2016 is 800 miljoen euro vrijgemaakt voor grensoverschrijdende energie-infrastructuur in het kader van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (Connecting Europe Facility). Voor de periode 2014-2020 is in totaal 5,35 miljard euro toegewezen.

Het geld wordt geïnvesteerd in projecten zoals Balticconnector — de eerste gaspijpleiding tussen Finland en Estland. Wanneer de leiding in 2020 operationeel wordt, wordt het oostelijke deel van de Oostzeeregio met de rest van de EU-energiemarkt verbonden en komt er een einde aan Finlands afhankelijkheid van één enkele gasleverancier.

Er is ook geld toegewezen voor de bouw van de Midcat-gaspijpleiding, die zal bijdragen aan de integratie van de gasmarkten van Spanje en Portugal in de rest van Europa.

Meer energie-efficiëntie

We kunnen de kosten voor de invoer van energie en de energieafhankelijkheid van Europa verminderen door minder energie te verbruiken. Alles wat energie verbruikt — van auto’s en wasmachines tot verwarmingsinstallaties en kantoorapparatuur — moet zo worden ontworpen dat het minder energie nodig heeft.

In november 2016 heeft de Commissie het pakket „schone energie voor alle Europeanen” voorgesteld: herzieningen van de wetgeving om de overgang naar schone energie te vergemakkelijken. Het pakket omvat maatregelen om innovatie op het gebied van schone energie te versnellen, de gebouwen in Europa te renoveren met het oog op meer energie-efficiëntie, de energieprestaties van producten te verbeteren en de consumenten beter voor te lichten.

Minder emissies

De EU heeft zich ertoe verbonden de uitstoot van kooldioxide uiterlijk 2030 met ten minste 40 % te verminderen en tegelijkertijd de economie van de Unie te moderniseren en banen en groei voor alle Europese burgers te creëren.

Klimaatdoelstellingen

De EU heeft in december 2015 een sleutelrol gespeeld bij het sluiten van een wereldwijd akkoord ter bestrijding van klimaatverandering. Tijdens de klimaatconferentie van Parijs zijn 195 regeringen overeengekomen de opwarming van de aarde deze eeuw te beperken tot ruim minder dan 2 °C. In oktober 2016 heeft de EU de Klimaatovereenkomst van Parijs officieel goedgekeurd en in november is de overeenkomst in werking getreden. Dit betekent dat de EU — en de rest van de wereld — de nodige maatregelen moet nemen om de emissies terug te dringen.

In juli 2016 heeft de Commissie bindende jaarlijkse streefcijfers voor de lidstaten ter vermindering van de broeikasgasemissies in 2021-2030 voorgesteld voor de sectoren vervoer, bouw, landbouw, afvalverwerking, landgebruik en bosbouw. Verder heeft de Commissie een strategie voor emissiearm vervoer voorgelegd.

Onderzoek en innovatie

In het kader van het onderzoeksprogramma van de EU is voor de periode 2014-2020 bijna 6 miljard euro bestemd voor onderzoek naar niet-nucleaire energie. In september 2015 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan het strategisch plan voor energietechnologie dat moet helpen de uitdagingen aan te gaan die zich voordoen bij de omschakeling van het energiestelsel van de EU. Het plan omvat vooral maatregelen om de EU te helpen wereldleider op het gebied van hernieuwbare energie te worden en energie-efficiënte systemen te ontwikkelen.

Dankzij de technologische voorsprong op het gebied van alternatieve energie en de vermindering van het energieverbruik ontstaan er enorme mogelijkheden voor exporteurs en het bedrijfsleven. Maar ook de groei en de werkgelegenheid zullen worden gestimuleerd.

Hernieuwbare energie zal een belangrijke rol spelen bij de overgang naar schone energie. Europa streeft ernaar het aandeel van hernieuwbare energie in het eindenergieverbruik uiterlijk 2030 te verhogen tot ten minste 27 %. In 2030 zal de helft van de elektriciteitsproductie in de EU afkomstig zijn uit hernieuwbare bronnen. In 2050 zou onze elektriciteit volledig koolstofvrij moeten zijn.

Deze publicatie is ook beschikbaar in 24 talen en in de volgende formaten:

PDF PRINT
  • Europese Commissie
  • Directoraat-generaal
  • Communicatie Publieksvoorlichting
  • 1049 Brussel
  • BELGIË