De Europese Unie

Wat ze is en wat ze doet

Deze publicatie is een gids over de Europese Unie (EU) en over wat ze doet.

In het eerste deel wordt kort uitgelegd wat de EU is.

In het tweede deel, “Wat de Europese Unie doet”, wordt beschreven wat de EU in 35 verschillende domeinen doet om het leven van de mensen in Europa en daarbuiten te verbeteren.

In het derde deel, “Hoe de Europese Unie besluiten neemt en optreedt”, worden de instellingen beschreven die een centrale rol spelen in het besluitvormingsproces van de EU, en wordt uitgelegd hoe hun besluiten in acties worden vertaald.

  HTML PDF PRINT
Deze publicatie is beschikbaar in de volgende formaten HTML PDF General Report Paper General Report

De HTML-factsheets onder "Wat doet de EU?" worden momenteel bijgewerkt. De nieuwe versies dateren van april, mei of juni 2021. De pdf-versies en de gedrukte versies van deze factsheets zijn niet actueel en de buttons linken nog naar de oude versies. Ze zullen binnenkort worden bijgewerkt.

1 De Europese Unie in het kort

De Europese Unie (EU) is een unieke economische en politieke unie tussen 27 Europese landen.

De voorloper van de EU werd opgericht in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. De eerste stappen waren gericht op het bevorderen van economische samenwerking: het idee was dat landen die handel met elkaar drijven, economisch van elkaar afhankelijk worden en daardoor meer geneigd zijn om conflicten te vermijden. Het resultaat was de Europese Economische Gemeenschap (EEG), die werd opgericht in 1958. Het oorspronkelijke doel van de EEG was het aanzwengelen van de economische samenwerking tussen zes landen: België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland.

Sindsdien hebben 22 andere landen zich bij dat samenwerkingsverband aangesloten (en heeft het Verenigd Koninkrijk de EU in 2020 verlaten) en is er een enorme eengemaakte markt (ook bekend als de “interne” markt) gecreëerd, die steeds verder wordt ontwikkeld om het volledige potentieel ervan te benutten.

Wat begon als een zuiver economische unie, heeft zich ontwikkeld tot een organisatie die een groot aantal verschillende beleidsgebieden bestrijkt, van klimaat, milieu en gezondheid tot externe betrekkingen en veiligheid, recht en migratie. Dit kwam in 1993 tot uiting in een naamsverandering: van Europese Economische Gemeenschap naar Europese Unie.

De EU zorgt al meer dan een halve eeuw voor vrede, stabiliteit en welvaart. Zij heeft de levensstandaard van haar burgers helpen verhogen en een gemeenschappelijke munt ingevoerd, de euro. Meer dan 340 miljoen EU-burgers in 19 landen gebruiken inmiddels de euro en genieten de voordelen ervan.

Dankzij de afschaffing van grenscontroles tussen EU-lidstaten kunnen personen vrij reizen door het grootste deel van het continent. Ook is het veel gemakkelijker geworden om in een ander Europees land te wonen en te werken. Alle EU-burgers hebben het recht en de vrijheid om te kiezen in welke EU-lidstaat ze willen studeren, werken of na hun pensionering willen wonen. Op het gebied van arbeid, sociale zekerheid en belastingen moet elke EU-lidstaat burgers van andere EU-lidstaten precies hetzelfde behandelen als zijn eigen burgers.

De belangrijkste economische motor van de EU is de eengemaakte markt. In de eengemaakte markt geldt vrij verkeer voor personen, de meeste goederen en diensten en geld. De EU wil deze gigantische bron van welvaart ook aanwenden op gebieden als energie, kennis en kapitaalmarkten, zodat Europeanen er maximaal profijt van kunnen trekken.

De EU blijft eraan werken om de EU-instellingen transparanter en democratischer te maken. De besluitvorming vindt op een zo open mogelijke wijze plaats, en zo dicht mogelijk bij de burgers. Het rechtstreeks gekozen Europees Parlement heeft meer bevoegdheden gekregen en ook de rol van de nationale parlementen is vergroot; deze werken nu nauwer samen met de Europese instellingen.

De EU wordt bestuurd op basis van het beginsel van representatieve democratie, waarbij de burgers op EU-niveau rechtstreeks worden vertegenwoordigd in het Europees Parlement en de lidstaten worden vertegenwoordigd in de Europese Raad en de Raad van de EU.

De Europese burgers worden aangemoedigd om bij te dragen aan het democratische leven van de EU door hun mening over EU-beleid te geven in de ontwerpfase daarvan of door suggesties te doen voor de verbetering van bestaande wetgeving of bestaand beleid. Het Europees burgerinitiatief geeft burgers meer inspraak in EU-beleid dat van invloed is op hun leven. Ook kunnen burgers klachten en verzoeken om informatie over de toepassing van het EU-recht indienen.

In het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) wordt het volgende bepaald: “De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen.” Deze waarden maken integraal deel uit van de Europese manier van leven.

De menselijke waardigheid, die het fundament van de grondrechten vormt, moet worden geëerbiedigd en beschermd.

EU-burger zijn betekent ook politieke rechten genieten. Alle volwassen EU-burgers hebben het recht om zich kandidaat te stellen en te stemmen bij verkiezingen voor het Europees Parlement, in hun land van verblijf of in hun land van herkomst.

Gelijkheid betekent dat alle burgers gelijk zijn voor de wet en gelijke rechten hebben. Het beginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen ligt ten grondslag aan al het Europese beleid en vormt de basis voor de Europese integratie. Dit beginsel geldt op alle beleidsgebieden.

De EU functioneert als een rechtsstaat. Alles wat de EU doet, is gebaseerd op verdragen, die op vrijwillige basis en democratisch zijn gesloten tussen de EU-lidstaten. Recht en justitie worden gewaarborgd door een onafhankelijke rechterlijke macht. De EU-lidstaten hebben het Hof van Justitie van de Europese Unie aangewezen als hoogste autoriteit op het gebied van EU-recht, en de arresten van het Hof moeten door iedereen worden nageleefd.

De mensenrechten worden beschermd door het Handvest van de grondrechten van de EU. De grondrechten van de EU omvatten het recht om niet te worden gediscrimineerd op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, het recht op bescherming van persoonsgegevens en het recht op toegang tot justitie.

In 2012 heeft de EU de Nobelprijs voor de vrede gekregen voor het bevorderen van vrede, verzoening, democratie en mensenrechten in Europa.

De EU-lidstaten en de EU-instellingen

De kern van de EU wordt gevormd door de 27 lidstaten die lid zijn van de EU, en hun burgers. Het unieke kenmerk van de EU is dat deze lidstaten, hoewel ze soeverein en onafhankelijk blijven, een deel van hun “soevereiniteit” hebben gebundeld om samen te werken waar dat zinvol is.

In de praktijk betekent dit dat de lidstaten sommige besluitvormingsbevoegdheden aan de door hen gecreëerde gemeenschappelijke instellingen overdragen, zodat besluiten over specifieke onderwerpen die van gemeenschappelijk belang zijn, democratisch op EU-niveau kunnen worden genomen.


Lidstaten van de Europese Unie (2020)


Bij de besluitvorming op EU-niveau zijn verschillende instellingen betrokken, met name:

  • het Europees Parlement, dat de burgers van de EU vertegenwoordigt en dat rechtstreeks door hen is gekozen;
  • de Europese Raad, bestaande uit de staats- hoofden en regeringsleiders van de EU-lidstaten;
  • de Raad, ook wel de Raad van de Europese Unie genoemd, en
  • de Europese Commissie, die de belangen van de EU in haar geheel vertegenwoordigt.

Ook de nationale parlementen hebben een rol in het besluitvormings- en wetgevingsproces, evenals twee adviesorganen. Die adviesorganen zijn het Europees Comité van de Regio’s, dat bestaat uit vertegenwoordigers van regionale en lokale overheden, en het Europees Economisch en Sociaal Comité, waarin vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties en belangengroepen zitting hebben.

In het algemeen stelt de Europese Commissie nieuwe wetten voor en worden deze door het Europees Parlement en de Raad (ook wel “Raad van de Europese Unie” genoemd) aangenomen.

De adviesorganen (het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s) en de nationale parlementen spelen een rol in dat proces door adviezen over de wetgevingsvoorstellen te formuleren, voornamelijk vanuit het oogpunt van subsidiariteit en evenredigheid. Subsidiariteit betekent dat de EU, behalve op de terreinen waarop zij exclusieve bevoegdheden heeft, alleen optreedt als actie op EU-niveau effectiever zal zijn dan op nationaal niveau. Het evenredigheidsbeginsel houdt in dat EU-actie moet worden beperkt tot wat nodig is om de doelen van de EU-Verdragen te bereiken (zie hieronder).

De lidstaten en de betrokken EU-instelling(en) voeren de vastgestelde EU-wetgeving vervolgens uit. Het derde deel van deze publicatie bevat meer informatie over hoe de EU besluiten neemt en deze uitvoert.

De EU-Verdragen

Alles wat de EU doet, is gebaseerd op verdragen waarmee alle lidstaten van de EU vrijwillig en op democratische wijze hebben ingestemd. De Verdragen leggen de doelstellingen van de Europese Unie vast, alsmede de regels voor de EU-instellingen, het besluitvormingsproces en de betrekkingen tussen de EU en haar lidstaten.

In bepaalde specifieke gevallen nemen niet alle lidstaten deel aan alle domeinen van het EU-beleid. De euro is hiervan een voorbeeld. Hoewel de euro de eenheidsmunt is van de hele EU, bestaat de eurozone momenteel uit maar 19 lidstaten. Denemarken maakt gebruik van de uitzonderingsclausule (“opt-out”) en de resterende landen voldoen nog niet aan de criteria voor toetreding. Een ander voorbeeld is het Schengengebied. 22 lidstaten behoren tot het Schengengebied, waarin personen zich zonder paspoort-controle kunnen bewegen, terwijl 5 lidstaten hun eigen grenscontrole behouden.

Vooruitblik

Om het Europese project op koers te houden, presenteerde Jean-Claude Juncker, toenmalig voorzitter van de Europese Commissie, in zijn “Staat van de Unie”-toespraak van 2016 een positieve agenda voor een Europa dat beschermt, sterker maakt en verdedigt. Die boodschap werd goed ontvangen, zowel door het Europees Parlement als door de 27 EU-leiders op de top van Bratislava van 16 september 2016.

De volgende stap in de uitvoering van de positieve agenda was de bekendmaking van het witboek van de Commissie over de toekomst van Europa in maart 2017, dat vijf scenario’s bevat voor hoe de EU er in 2025 uit zou kunnen zien. Na het witboek droeg de Commissie aan het debat bij met een reeks thematische discussienota’s waarin verschillende opties voor de EU werden uiteengezet op een aantal beleidsgebieden: de sociale dimensie van Europa, het in goede banen leiden van de mondialisering, het verdiepen van de economische en monetaire unie, de toekomst van de Europese defensie en de toekomst van de EU-financiën.

De komende jaren zal de Europese Unie kansen krijgen, maar ook voor een aantal uitdagingen komen te staan. De verkiezingen voor het Europees Parlement in 2019 en de op 9 mei 2019 in het Roemeense Sibiu bijeengeroepen buitengewone top over de toekomst van Europa gaven de EU de kans om opnieuw te laten zien dat ze dingen wil bereiken die de burgers belangrijk vinden.

Commissievoorzitter Ursula von der Leyen heeft een conferentie over de toekomst van Europa aangekondigd, waarop de Europeanen hun mening kunnen geven over de manier waarop hun Unie wordt bestuurd en de resultaten die de Unie bereikt. Deze conferentie, die in 2020 van start gaat en twee jaar zal duren, zal burgers van alle leeftijden uit de hele EU en ook maatschappelijke organisaties en Europese instellingen bijeenbrengen.

2 Wat de Europese Unie doet

Het tweede deel van deze publicatie bevat een samenvatting van wat de EU op verschillende beleidsgebieden doet, alsmede nuttige links naar meer informatie.

De HTML-factsheets onder "Wat doet de EU?" worden momenteel bijgewerkt. De nieuwe versies dateren van april, mei of juni 2021. De pdf-versies en de gedrukte versies van deze factsheets zijn niet actueel en de buttons linken nog naar de oude versies. Ze zullen binnenkort worden bijgewerkt.

Waarden en rechten, rechtsstaat, veiligheid

Justitie en grondrechten

Europese democratie

April 2021

Coronarespons

De coronapandemie heeft geleid tot menselijke tragedies, lockdowns en economische problemen. De EU is snel in actie gekomen om levens en bestaansmiddelen te beschermen en kwam met een gemeenschappelijke Europees respons op de gezondheids- en economische crisis.

Video:

Wat doet de EU?

Solidariteit is de kern van de gemeenschappelijke EU respons op de coronapandemie. De EU stelt alles in het werk om de lidstaten te helpen hun maatregelen op elkaar af te stemmen. Zij geeft objectieve informatie over de verspreiding van het virus, spant zich in om het virus doeltreffend in te dammen en herstelt de economische en sociale schade ten gevolge van de pandemie.

rescEU, de eerste gemeenschappelijke EU reserve van medische noodvoorraden, heeft de lidstaten geholpen tekorten te overbruggen. De vaccinstrategie van de EU moet de ontwikkeling, fabricage en verdeling van COVID-19-vaccins versnellen. In het kader van haar strategie voor de aankoop van vaccins financierde de EU een deel van de aanloopkosten van vaccinproducenten om de ontwikkeling en productie van veelbelovende vaccins te versnellen. Inmiddels zijn er twee veilige en doeltreffende vaccins goedgekeurd voor gebruik in de EU na positieve wetenschappelijke aanbevelingen van het Europees Geneesmiddelenbureau.

In april 2021 had de Europese Commissie al 2,6 miljard vaccindoses besteld. Er lopen nog onderhandelingen over extra doses. In januari 2021 riep de Europese Commissie de lidstaten op de uitrol van de vaccinatie in heel Europa te versnellen. De EU-lidstaten ontvangen ondertussen steeds meer leveringen, en ook het tempo van de vaccinaties gaat omhoog. Ook blijft de Commissie met de farmabedrijven werken aan de verhoging van de productiecapaciteit.

Er wordt ook al gewerkt aan de snelle ontwikkeling van doeltreffende vaccins voor nieuwe varianten. In februari 2021 kwam de Commissie met de HERA Incubator om zich voor te bereiden op zorgwekkende virusvarianten en te zorgen voor de snelle ontwikkeling en productie van doeltreffende vaccins hiertegen.

De EU-begroting voor 2021–2027 en het herstelplan NextGenerationEU trekken samen 1,8 biljoen euro uit om mensen, bedrijven en regio's die het zwaarst getroffen zijn door de crisis te ondersteunen. Daarnaast helpt het initiatief SURE (steun om het risico op werkloosheid in noodsituaties te beperken) banen te redden en gezinnen te steunen in 19 lidstaten.

In maart 2021 heeft de Commissie voorgesteld een Digitaal groen certificaatin te voeren. Dat moet het mensen weer makkelijker maken om tijdens de pandemie binnen de EU op reis te gaan.

Voor de EU is het essentieel dat er in alle hoeken van de wereld veilige vaccins beschikbaar zijn. Daarom heeft ze samen met de EU-lidstaten meer dan 2,2 miljard euro toegezegd aan COVAX, het wereldwijde initiatief voor een eerlijke levering en distributie van vaccins in alle partnerlanden.

April 2021

Gezondheid

Gezondheid is een grote prioriteit voor de Europese Unie. Haar gezondheidsbeleid is een aanvulling op het beleid van de lidstaten om iedereen in de EU tegen ernstige, internationale bedreigingen voor de gezondheid te beschermen en toegang te geven tot zorg van hoge kwaliteit.

Voor de eigenlijke zorg blijven de lidstaten zelf verantwoordelijk, maar de EU vult dat nationale beleid aan om gemeenschappelijke doelstellingen te halen. Het gezondheidsbeleid van de EU focust op ernstige, EU-brede gezondheidsrisico’s, preventie en een eerlijke toegang tot gezondheid en goede zorg voor iedereen. Samenwerking, bijvoorbeeld door middelen te bundelen, levert ook schaalvoordelen op.

Video:

Wat doet de EU?

De EU streeft naar toegankelijke, doeltreffende en veerkrachtige zorgstelsels in de EU. Zo zet zij zich onder meer in voor vaccinatie (bijvoorbeeld tegen COVID-19), tegen antibioticaresistentie, en preventie en indijking van pandemieën en infectieziekten in het algemeen.

De EU is paraat om snel te reageren op ernstige internationale gezondheidsdreigingen, een essentiële rol voor de bescherming van de Europeanen. Commissievoorzitter von der Leyen kondigde een sterkere Europese gezondheidsunie om gezondheidscrisissen, kanker en medicijntekorten samen aan te pakken.

Kanker is de belangrijkste doodsoorzaak in de EU, en legt ook veel druk op de zorg. De EU ondersteunt de preventie, opsporing, vroegtijdige diagnose en behandeling van kanker, en zet zich in voor de levenskwaliteit van patiënten en overlevers via het Europees kankerbestrijdingsplan. De EU is actief in de strijd tegen roken door middel van tabakswetgeving, en ze bevordert een gezonde levensstijl.

Met haar farmaceutische strategie wil de EU betaalbare medicijnen toegankelijker maken, ook voor patiënten met zeldzame ziekten. Die strategie ondersteunt ook innovatie en diverse toeleveringsketens, om beter paraat te zijn bij crisissen.

Het belangrijkste instrument om het gezondheidsbeleid van de EU te financieren, is het programma EU4Health met een budget van 5,1 miljard euro. Daarmee stimuleert ze ziektepreventie en de paraatheid en veerkracht van de zorg in de EU. Bovendien wordt via het programma Horizon Europa zo’n 5,4 miljard euro geïnvesteerd in medisch onderzoek en innovatie.

Het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding evalueert opkomende dreigingen zodat de EU en de nationale gezondheidsautoriteiten snel kunnen reageren. Om patiënten de beste behandeling te geven, moeten alle geneesmiddelen in de EU op nationaal of Europees niveau (via het Europees Geneesmiddelenbureau) worden goedgekeurd, voordat ze op de markt komen.

De Europese zorgpas helpt reizigers die behandeld moeten worden als ze in een ander EU-lidstaat op reis zijn, en in de EU-wetgeving over geplande zorg in het buitenland staan de regels voor wie voor een behandeling naar een ander EU-land wil. Via Europese referentienetwerken kunnen patiënten met zeldzame of complexe ziekten een beroep doe op de beste expertise die er in heel Europa te vinden is, zonder zelf naar het buitenland te hoeven.

April 2021

Europese Green Deal

De Europese Green Deal is het actieplan van de EU om van Europa het eerste klimaatneutrale continent te maken. Het is een groeistrategie die tegen 2050 mikt op een moderne, grondstoffenefficiënte en concurrerende Europese economie zonder netto-uitstoot, die niemand aan zijn lot overlaat.

De verandering van het klimaat en de achteruitgang van het milieu bedreigen Europa en de wereld. De atmosfeer warmt op en het klimaat verandert.

Milieubescherming en economische groei kunnen hand in hand gaan. Tussen 1990 en 2019 heeft de EU haar eigen uitstoot van broeikasgassen met 24% verminderd, terwijl de economie toch zo’n 60% gegroeid is.

Video:

Wat doet de EU?

In de Europese Green Deal staat hoe we van Europa tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent kunnen maken. Om dit doel te bereiken, moet we werken aan een schone, circulaire economie, de biodiversiteit herstellen en de vervuiling terugdringen. Alle sectoren moeten daaraan meewerken, en dat betekent bijvoorbeeld:

  • investeren in milieuvriendelijke technologie
  • bedrijven helpen innoveren
  • zorgen voor schoner, goedkoper en gezonder particulier en openbaar vervoer
  • de energiesector koolstofvrij maken
  • zorgen voor een grotere energie-efficiëntie van gebouwen
  • samenwerken met internationale partners om de mondiale milieunormen te verbeteren

De EU wil in 2050 klimaatneutraal zijn en wil de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 ten minste 55% lager krijgen dan het niveau van 1990. De allereerste Europese klimaatwet zal die doelstellingen zwart op wit zetten en garanderen dat de EU op alle beleidsterreinen daaraan meewerkt.

Dat vergt forse investeringen van zowel de EU als de overheden in de lidstaten, maar ook van de private sector. Met het investeringsplan van de Europese Green Deal trekt de EU minstens 1 biljoen euro uit voor duurzame investeringen, en met het mechanisme voor een rechtvaardige transitie laat ze geen enkele regio aan zijn lot over; minstens 150 miljard euro zal aan gerichte maatregelen in de meest getroffen regio’s worden besteed. Het klimaat komt in alle grote EU-financieringsprogramma’s aan bod; minstens 30  van de begroting voor 2021–2027 gaat naar klimaatmaatregelen.

Aan de basis van de Europese Green Deal ligt de ambitie om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen en om te keren door onze voedselsystemen, ons gebruik van bossen, land, water en zee, en onze energiesector, steden en industrie te transformeren. De nieuwe industriestrategie van de EU zal de Europese industrie helpen het voortouw te nemen bij de dubbele transitie naar klimaatneutraliteit en digitaal leiderschap. Digitale technologie krijgt ook een belangrijke rol bij de klimaatdoelstelling van de EU voor 2050, bijvoorbeeld om het energieverbruik in de landbouw, het vervoer, de maakindustrie en vele andere sectoren te optimaliseren.

Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies zijn bedreigingen voor de hele planeet, en de EU zal het voortouw blijven nemen bij de internationale inspanningen voor een ambitieus milieu-, klimaat- en energiebeleid wereldwijd.

Meer informatie: Europese Green Deal

April 2021

Klimaatactie

De EU doet er alles aan om tegen 2050 het eerste klimaatneutrale continent te worden. De Europese Green Deal is haar plan om dit te bereiken door minder broeikasgassen uit te stoten, te investeren in groene technologieën en natuur en milieu te beschermen, en tegelijkertijd de onvermijdelijke gevolgen van de klimaatverandering aan te pakken.

De EU neemt maatregelen als reactie op de veranderingen in het klimaat wereldwijd, met name de stijging van de temperatuur op aarde door het toegenomen uitstoot van broeikasgassen als gevolg van menselijke activiteit. De gemiddelde temperatuur op aarde stijgt, en dat heeft vele gevolgen, zoals meer extreem weer met overstromingen, droogte en stormen. Dat vormt niet alleen een directe bedreiging voor de mens, maar het brengt ook de voedselproductie en de watervoorziening in gevaar, wat weer kan leiden tot hongersnood, conflicten en migratie.

Video:

Wat doet de EU?

De EU leidt wereldwijd inspanningen om de klimaatverandering tegen te gaan. Ze werkt actief samen met andere landen en regio’s om de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te halen, d.w.z. om de temperatuur op aarde zeker niet meer dan 2°C te laten stijgen ten opzichte van vóór de industriële revolutie, en zo mogelijk minder dan 1,5°C.

De EU wil in 2050 klimaatneutraal zijn en wil de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 ten minste 55 % lager krijgen dan het niveau van 1990. De eerste Europese klimaatwet zal die doelstellingen zwart op wit zetten, en de Europese Green Deal, een ambitieus pakket maatregelen, moet Europese burgers en bedrijven van die duurzame groene transitie laten profiteren, en garanderen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten.

Aan die transitie moeten alle geledingen van de economie en de samenleving meewerken. Particulieren en gemeenschappen kunnen hun steentje bijdragen via het Europees klimaatpact, dat iedereen oproept om mee te bouwen aan een groener Europa.

De EU-strategie in verband met de klimaatverandering stimuleert maatregelen zoals de bouw van stormvloedkeringen, het ontwikkelen van droogtebestendige gewassen, de aanpassing van de bouwvoorschriften veranderen, en ondersteuning van internationale maatregelen voor klimaatbestendigheid.

Als we de klimaatproblemen niet aanpakken, betalen we in de EU en wereldwijd een hoge tol. Tegelijkertijd biedt de toenemende vraag naar schone technologie volop mogelijkheden voor innovatie, industriële modernisering en groene banen en groei. Met de Europese Green Deal als groeistrategie kunnen we die optimaal benutten. Het klimaat komt in alle grote EU-financieringsprogramma’s aan bod; minstens 30 % van de begroting voor 2021 – 2027 gaat naar klimaatmaatregelen.

De EU beschikt over allerlei maatregelen om de uitstoot in alle sectoren van de economie te verminderen. Het EU-systeem voor de handel in emissierechten beperkt de uitstoot van bedrijven, energiecentrales en luchtvaartmaatschappijen binnen Europa op een kosteneffectieve manier. De EU-lidstaten hebben ook nationale emissiereductiedoelstellingen vastgesteld in andere sectoren, zoals vervoer, bouw en landbouw.

April 2021

Milieu

De EU-milieunormen behoren tot de strengste ter wereld. Ze beschermen onze natuur en de levenskwaliteit van mensen, vergroenen de economie en zorgen dat er verstandig wordt omgesprongen met onze natuurlijke hulpbronnen.

Niettemin staan we voor grote, wereldwijde problemen, zoals klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en schaarste aan hulpbronnen. We moeten deze problemen dringend aanpakken en dat vergt een snelle en ingrijpende transformatie van onze samenleving en van de manier waarop we leven, produceren en consumeren. Het herstel van de EU van de coronapandemie moet groen zijn, Europa veerkrachtiger maken, en rechtvaardig en inclusief zijn voor iedereen.

Het EU-milieubeleid speelt een cruciale rol in de Europese Green Deal als katalysator van de overgang op een klimaatneutrale, hulpbronnenefficiënte en regeneratieve economie, die de planeet meer teruggeeft dan afneemt.

Video:

Wat doet de EU?

De EU streeft ernaar de impact van de productie en consumptie van goederen en diensten op het milieu te verminderen. Overgaan op een circulaire economie, waarin producten en materialen hun waarde zo lang mogelijk behouden en afval en hulpbronnenverbruik tot een minimum worden beperkt, is essentieel, wil de EU haar doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050 halen en het verlies aan biodiversiteit een halt toeroepen.

Het nieuwe actieplan voor de circulaire economie, een van de pijlers van de Green Deal, maakt van duurzame producten de norm in de EU. Het legt de nadruk op gebieden met het grootste potentieel, waaronder elektronica, batterijen en auto's, textiel, de bouw en voedsel. Zo is er een kunstoffenstrategie, die alle plastic verpakkingen in de EU tegen 2030 herbruikbaar of recycleerbaar moet maken, en zijn er nieuwe regels die het gebruik van plastic wegwerpartikelen aanpakken.

De EU moet de natuurlijke hulpbronnen beschermen en de achteruitgang van bedreigde soorten en habitats een halt toeroepen. Daarvoor is er de biodiversiteitsstrategie, die bijvoorbeeld meer gebieden op het land en op zee beschermt, in de aanplant van miljarden bomen voorziet en duurzame landbouwpraktijken stimuleert. De strategie bouwt voort op het bestaande Natura 2000-netwerk van beschermde natuurgebieden in de EU, waar duurzame menselijke activiteiten kunnen samengaan met de bescherming van zeldzame en kwetsbare soorten en habitats.

Om ons te beschermen tegen druk en gezondheidsrisico's vanuit het milieu, zet de EU zich in voor veilig drinkwater en schoon zwemwater, een betere luchtkwaliteit, minder geluidshinder en terugdringing of eliminatie van het gebruik van schadelijke chemische stoffen.

De EU neemt ook het voortouw bij wereldwijde initiatieven ter bevordering van duurzame ontwikkeling. Milieuproblemen trekken zich niets aan van grenzen. Er moet wereldwijd meer worden gedaan om lucht en water schoon te houden, te zorgen dat land en ecosystemen duurzaam gebruikt worden, en de klimaatverandering binnen te perken te houden. Naleving van de milieunormen wordt afgedwongen via handelsovereenkomsten van de EU met andere landen.

April 2021

Energie

Met haar energiebeleid streeft de EU naar een gegarandeerde, concurrerende en betaalbare energievoorziening en probeert zij tegelijk ook haar klimaatdoelstellingen te halen.

De EU staat voor een aantal grote uitdagingen op energiegebied. Ze moet ervoor zorgen dat iedereen tegen een redelijke prijs over voldoende energie kan beschikken, maar ze moet tegelijk ook overschakelen van een economie op basis van fossiele brandstoffen op een schoner, koolstofneutraal systeem.

Die transitie maakt het noodzakelijk om efficiënter om te gaan met energie, meer gebruik te maken van hernieuwbare energiebronnen, innovaties en nieuwe technologieën te omarmen, energiesystemen beter over de grenzen heen met elkaar te verbinden en minder afhankelijk te worden van ingevoerde energie.

Video:

Wat doet de EU?

Elk EU-land bepaalt zijn eigen energiemix, maar door de regels daarvoor op EU-niveau te coördineren kunnen we gezamenlijk de beleidsdoelstellingen realiseren.

Klimaat en energie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Energie is verantwoordelijk voor 75 % van de uitstoot van broeikasgassen in de EU. Om in 2050 klimaatneutraal te zijn, moet de energievoorziening in de EU volledig hervormd worden.

De energie-unie helpt bij deze transformatie door te zorgen voor meer synergie met andere beleidsterreinen zoals vervoer, onderzoek en innovatie, digitalisering, de circulaire economie en duurzame financiering.

Het wetgevingspakket Schone Energie voor alle Europeanen moet de schone-energietransitie in een stroomversnelling brengen en de EU helpen de verbintenissen van de Klimaatovereenkomst van Parijs na te komen.

Het koolstofvrij maken van de energiesector door het gebruik van hernieuwbare energie is een van de belangrijkste doelstellingen van de Europese Green Deal. Hernieuwbare energie op zee is een van de technologieën met het meeste potentieel. Daarnaast neemt de EU maatregelen om de energie-efficiëntie te vergroten, bijvoorbeeld door de renovatie van miljoenen woningen in Europa, en via ecodesign en energielabels.

De geplande strategieën voor energiesysteemintegratie en waterstof plaveien de weg naar een geheel koolstofvrije, efficiëntere en onderling gekoppelde energiesector. Ook kijkt de Europese Commissie naar nieuwe uitdagingen, zoals het koolstofarm maken van de gassector, door bijvoorbeeld de methaanuitstoot te verminderen.

De aanpak van deze uitdagingen in EU-verband stimuleert bovendien de groei, de werkgelegenheid en het onderzoek, evenals het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de energiemarkt. Ook de consument profiteert ervan: meer mogelijkheden om van energieleverancier te veranderen en uiteindelijk een lagere energiefactuur en schonere lucht. Daarnaast ontvouwt de Commissie enkele aanvullende beleidsmaatregelen en acties om de EU-doelstellingen te halen, zoals:

Mei 2021

Vervoer en reizen

Het EU-vervoersbeleid helpt de economie in beweging te blijven door middel van moderne infrastructuur waardoor vervoer sneller en veiliger verloopt, en door het bevorderen van duurzame en digitale oplossingen.

Europa heeft behoefte aan efficiënte vervoersverbindingen om het bedrijfsleven, de groei en de werkgelegenheid te stimuleren, toerisme en vrijetijdsbesteding te bevorderen en mensen met elkaar te verbinden. Vervoer is belangrijk voor de economie en biedt rechtstreeks werk aan ongeveer 10 miljoen mensen. Het vervoersbeleid van de EU is gericht op een crisisbestendige interne Europese ruimte met schoner en groener vervoer en eerlijke concurrentie.

Het platform Re-open EU biedt praktische informatie over COVID-19 en nationale veiligheids- en reismaatregelen, zoals quarantaine en testvereisten in de EU-lidstaten.

Video:

Wat doet de EU?

Dankzij de EU is de afgelopen 20 jaar aanzienlijke vooruitgang geboekt in de Europese vervoerssector, met een veiliger luchtruim en veiligere zeeën en wegen, betere arbeidsvoorwaarden voor werknemers, meer en goedkopere mobiliteitsopties en de snelle ontwikkeling van schonere en digitale oplossingen.

Vervoer is evenwel nog verantwoordelijk voor een kwart van de broeikasgasemissies van de EU, maar de Europese Green Deal is erop gericht deze tegen 2050 met 90 % te verminderen. Om tot duurzamere en slimmere mobiliteit te komen, moeten er beter betaalbare, toegankelijkere, gezondere en schonere alternatieven komen. Essentieel daarbij is het stimuleren van het gebruik van schone voertuigen, alternatieve brandstoffen en duurzame vervoerswijzen, zoals het spoor. In 2021 zet het Europees Jaar van de Spoorwegen de voordelen van het spoor in het licht als een duurzaam, slim en veilig vervoersmiddel.

Meer efficiëntie is van cruciaal belang. Digitale technologie die bijvoorbeeld geautomatiseerde mobiliteit en slimme verkeersbeheersystemen mogelijk maakt, verhoogt de efficiëntie en maakt het vervoer schoner.

Met een budget van meer dan 25,8 miljard EUR, gefinancierd via de Connecting Europe Facility, wil de EU het hele continent onderling verbinden. Daarvoor moeten lacunes tussen nationale vervoersnetwerken opgelost en investeringen in grensoverschrijdende verbindingen aangetrokken worden. Er wordt prioriteit gegeven aan milieuvriendelijke vervoerswijzen zoals het spoor en aan de ontwikkeling van infrastructuur voor voertuigen op alternatieve brandstoffen.

Vervoer vormt de ruggengraat van de interne markt en houdt de economie van de EU aan de gang. Dankzij de interne Europese luchtvaartmarkt en het initiatief voor een gemeenschappelijk Europees luchtruim wordt vliegen steeds eenvoudiger en goedkoper. Erkende spoorwegondernemingen kunnen nu overal in de EU diensten aanbieden en scheepvaartmaatschappijen kunnen in meer landen actief zijn.

Veiligheid staat voorop. Hoewel er vooruitgang in de goede richting is geboekt, zijn in 2020 nog steeds ongeveer 18 800 mensen om het leven gekomen bij verkeersongevallen. Daarom zet de EU zich in voor meer verkeersveiligheid. Het EU-vervoersbeleid helpt reizigers ook op andere manieren: vliegtuig-, trein-, scheeps- en buspassagiers die in de EU reizen, hebben rechten bij vertragingen of annuleringen.

Mei 2021

Voedsel en landbouw

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid zorgt voor een stabiele aanvoer van duurzaam geproduceerde en betaalbare levensmiddelen voor de 447 miljoen consumenten van de EU. Het helpt ook bij de aanpak van klimaatverandering, het beheer van onze natuurlijke rijkdommen, en stimulering van banen en groei in plattelandsgebieden.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) wordt in alle EU-landen toegepast en betaald uit de EU-begroting. Het ondersteunt de vitale voedsel- en landbouwsector van de EU waar bovendien bijna 40 miljoen mensen werken.

Crisissen zoals de klimaatverandering en de coronapandemie herinneren eraan dat ons voedselsysteem kwetsbaar is en weerbaarder moet worden. Een gezonder en duurzamer EU-voedselsysteem is een hoeksteen van de Europese Green Deal.

Video:

Wat doet de EU?

Het GLB biedt steun op de volgende manieren.

  • Rechtstreekse betalingen als inkomenssteun voor boeren. Die steun vangt een deel van de risico’s en onzekerheden van het boerenbedrijf op, in ruil voor strikte naleving van de regels voor voedselveiligheid, milieu, diergezondheid en dierenwelzijn.
  • Marktmaatregelen om het hoofd te bieden aan moeilijke situaties zoals een plotselinge daling van de vraag door een gezondheidscrisis of prijsdalingen bij een tijdelijk overaanbod.
  • Programma’s voor plattelandsontwikkeling (gefinancierd door de EU en de lidstaten samen) om innovatie en concurrentievermogen te bevorderen en het platteland aantrekkelijk te maken als plek om te wonen en te werken.

In 2019 steunde de EU de Europese boeren voor een bedrag van 57,98 miljard euro, waarvan bijna driekwart naar inkomenssteun ging.

In haar voorstellen voor het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid wil de EU de nadruk verschuiven van regels en naleving naar prestaties en resultaten. De landbouwsector moet nog duurzamer en concurrerencer worden en bijdragen aan de doelstellingen van de Europese Green Deal. Boeren, agrovoedingsbedrijven, bosbouwers en plattelandsgemeenschappen spelen op allerlei vlakken een essentiële rol. Een voorbeeld is de strategie Van boer tot bord met de bedoeling het milieu te beschermen via een duurzame voedselproductie en consumptie. De strategie moet gezonde voeding voor iedereen promoten, voedselverlies en -verspilling voorkomen, en een eerlijk inkomen voor de boeren garanderen. Het toekomstige GLB houdt nauw verband met de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 en als het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie daarmee definitief akkoord gaan, moet het vanaf 1 januari 2023 worden uitgevoerd.

De algemene levensmiddelenwetgeving van de EU beschermt de gezondheid en consumentenrechten van de Europeanen en zorgt voor een goede werking van de interne markt. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid brengt advies uit over voedselkwesties om mens, dier, plant en milieu te beschermen. Het systeem voor snelle waarschuwingen voor levensmiddelen helpt om levensmiddelen die niet aan de Europese normen voldoen, snel uit de rekken te halen. Bij grote uitbraken van dierziekten of voedselvergiftiging kunnen de EU-autoriteiten nagaan waar de betrokken levensmiddelen zich bevinden dankzij het TRACES-systeem.

Juni 2021

Oceanen en visserij

Onze oceanen produceren het merendeel van de zuurstof die we inademen, regelen ons weer en het klimaat, en herbergen de meeste soorten van de planeet. Zij zijn ook belangrijk voor de Europese economie en geven ons voedsel, banen, vervoer en recreatie. De EU zet zich in om onze zeeën en oceanen te beschermen en ecologisch en economisch duurzaam te houden voor toekomstige generaties.

Wat doet de EU?

Met een omzet van 650 miljard euro in 2018 en werkgelegenheid voor bijna 4,5 miljoen mensen is de "blauwe" sector van de EU in goede gezondheid. De EU-strategie voor een duurzame blauwe economie is erop gericht het potentieel voor duurzame groei in de mariene en maritieme sectoren als geheel te benutten.

Video:

Dankzij onderzoek en innovatie zijn zeeën en oceanen een bron van hernieuwbare energie, mineralen en geneesmiddelen. Er zijn veel geschikte en zeer gevarieerde locaties op zee en nieuwe installaties worden steeds goedkoper. Daardoor bevindt de EU zich in een bijzonder gunstige positie voor de offshore-opwekking van hernieuwbare energie. Indien, zoals voorgesteld, dit potentieel ten volle wordt benut, helpt dit de EU ook om tegen 2050 klimaatneutraal te worden.

De EU stimuleert deze nieuwe kansen, maar speelt ook een belangrijke rol bij het bevorderen van een verantwoorde en duurzame exploitatie van de zee, zowel in Europa als wereldwijd.

Het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) van de EU moet ervoor zorgen dat visserij en aquacultuur (viskweek onder gecontroleerde omstandigheden) ecologisch, economisch en sociaal duurzaam zijn. Dat moet zorgen voor een dynamische en duurzame visserijsector, het behoud van de visbestanden, de bescherming van het mariene milieu en het waarborgen van een redelijke levensstandaard voor visserijgemeenschappen. Het GVB omvat ook een regelgeving voor het beheer van de Europese vissersvloten en voor het behoud van de visbestanden. Om overbevissing te voorkomen, worden door quota grenzen gesteld aan de hoeveelheid van elke soort die elke EU-lidstaat mag vangen, terwijl een aanlandingsverplichting de verspillende praktijk van het dumpen van ongewenste vis voorkomt.

De EU heeft beschermde gebieden ingevoerd om de mariene ecosystemen en hun biodiversiteit te beschermen, samen met alles wat zij ons geven, en streeft ernaar tegen 2030 ten minste 30% van de zeeën van de EU te beschermen. Bovendien zijn er EU-regels om zwerfvuil op zee aan te pakken, vooral de tien plastic wegwerpproducten die in Europa het vaakst op het strand en in zee worden aangetroffen, naast verloren en achtergelaten vistuig.

Het gemeenschappelijk visserijbeleid en het maritiem beleid van de EU worden gefinancierd uit het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur. In afwachting van de definitieve goedkeuring zal dit fonds meer dan 6,1 miljard euro (2021-2027) beschikbaar stellen voor duurzame ontwikkeling in de sector, met bijzondere aandacht voor de ondersteuning van kleinschalige kustvisserij.

Werkgelegenheid en sociale zaken

De EU draagt bij tot het scheppen van meer en betere banen in Europa en streeft naar fatsoenlijke sociale normen voor al haar burgers, onder andere via de 86,4 miljard euro van het Europees Sociaal Fonds.

De EU en haar lidstaten delen de verantwoordelijkheid voor het beleid op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken. De Europese Commissie heeft van banen, groei en investeringen haar topprioriteit gemaakt, met steun van het investeringsplan voor Europa.

Video:

Wat de EU doet

Het EU-beleid op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken is bedoeld om:

  • in de hele EU banen van hoge kwaliteit te scheppen;
  • werknemers te helpen banen te vinden in hun eigen of een ander EU-land;
  • vaardigheden en ondernemerschap te bevorderen;
  • socialezekerheidsstelsels te coördineren en te moderniseren;
  • te zorgen voor betere arbeidsomstandigheden door gemeenschappelijke minimumnormen;
  • sociale inclusie te ondersteunen en armoede te bestrijden, en
  • de rechten van personen met een handicap te beschermen.

Dat beleid draagt bij aan de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen met betrekking tot werkgelegenheid, sociale inclusie en onderwijs. De EU levert en coördineert financiering om de lidstaten te helpen in mensen te investeren (op gebieden zoals kinderopvang, gezondheidszorg, opleiding, toegankelijke infrastructuur en hulp bij het zoeken naar een baan) en hun socialezekerheidsstelsels te hervormen. Het Europees Sociaal Fonds investeert 86,4 miljard euro om miljoenen Europeanen te helpen nieuwe vaardigheden te verwerven en betere banen te vinden. De jongerengarantie (8,8 miljard euro) ondersteunt de jeugdwerkgelegenheid door ervoor te zorgen dat alle jongeren onder 25 jaar binnen 4 maanden nadat ze hun formele opleiding hebben beëindigd of werkloos zijn geworden, een concrete hoogwaardige baan, stage, leerlingplaats of vervolgopleiding aangeboden krijgen. Het initiatief voor bijscholingstrajecten helpt volwassenen basisvaardigheden onder de knie te krijgen zoals lezen, schrijven of een computer gebruiken. Met dit initiatief helpt de EU de lidstaten mensen een tweede kans te geven om hun vaardigheden te ontwikkelen.

Hoewel de sociale zekerheid de verantwoordelijkheid van elke lidstaat blijft, bouwt de EU bruggen tussen nationale stelsels voor burgers die de grens oversteken. De EU-regelgeving inzake de coördinatie op het gebied van sociale zekerheid vervangt de nationale stelsels niet, maar beschermt de socialezekerheidsrechten van mensen wanneer ze zich binnen de EU (en IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland) verplaatsen. De EU beschermt mensen ook via wetten die de arbeidsduur beperken, discriminatie op de werkplaats aanpakken, de arbeidsomstandigheden veiliger maken en ervoor zorgen dat ze recht hebben op schadevergoeding bij arbeidsongevallen. Om de burgers nieuwe en meer doeltreffende rechten te geven, omvat de Europese pijler van sociale rechten beginselen en rechten op het gebied van gelijke kansen op de arbeidsmarkt, rechtvaardige arbeidsvoorwaarden en sociale bescherming. Eures, de Europese portaalsite voor beroepsmobiliteit, helpt werkzoekenden en bedrijven met vacatures om met elkaar in contact te komen.

Regionaal beleid

Met haar regionaal beleid wil de EU in alle regio’s en steden van de Europese Unie de werkgelegenheid, het concurrentievermogen van ondernemingen, de economische groei en duurzame ontwikkeling ondersteunen en de levenskwaliteit van de burgers verbeteren.

Investeren in onderzoeks- en innovatiecentra in San Ġwann, Galway en Cottbus; moderniseren van de luchthavens van Riga en Wrocław; verbeteren van de stedelijke mobiliteit in Athene, Sofia en Cluj-Napoca; de Mont-Saint-Michel in stand houden en Pompeï beschermen; breedbandinfrastructuur ontwikkelen in heel Litouwen; kleine en middelgrote ondernemingen in Utrecht en Paredes ondersteunen; de stedelijke centra van Santa Coloma de Gramenet en Luik renoveren; de afvalwaterzuivering in Trenčín en Slavonski Brod vernieuwen, en het gebruik van informatietechnologie in universiteiten in Nicosia en Ljubljana bevorderen — dit zijn slechts enkele voorbeelden van de duizenden projecten die in regio’s in heel Europa werden medegefinancierd door het regionaal beleid van de EU.

Video:

Wat de EU doet

Regionaal beleid ligt aan de basis van de Europese solidariteit, stimuleert de economische groei en verbetert de levenskwaliteit via strategische investeringen. Het grootste deel van de financiering in dit kader gaat naar hulp aan de minder ontwikkelde landen en regio’s van de EU, zodat die hun achterstand in kunnen lopen en de economische, sociale en territoriale ongelijkheden die nog steeds bestaan in de EU, kleiner worden.

Het regionaal beleid wordt gezamenlijk beheerd door de Europese Commissie en de lidstaten en hun regio’s, die de projecten kiezen die door de EU worden medegefinancierd in het kader van programma’s die op voorhand met de Europese Commissie zijn overeengekomen. De EU-financiering wordt altijd aangevuld met nationale (private en/of publieke) financiering.

Elk programma wordt opgesteld via een collectief proces waarbij belanghebbenden op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, sociale partners en het maatschappelijk middenveld worden betrokken. Dat samenwerkingsverband is van toepassing op alle fasen van de programmering: van ontwerp, beheer en uitvoering tot controle en evaluatie.

Via de Interreg-programma’s gaat er speciale aandacht naar de behoeften en mogelijkheden van grensregio’s.

Om deze doelstellingen te bereiken en aan de verschillende ontwikkelingsbehoeften in alle regio’s van de EU tegemoet te komen, is voor de periode 2014-2020 een bedrag van 259,7 miljard euro, een vierde van de totale begroting van de EU, vrijgemaakt voor het regionaal beleid. Deze middelen worden gebruikt om strategische vervoers- en communicatie-infrastructuren te financieren, de overgang naar een milieuvriendelijkere economie te bevorderen, kleine en middelgrote ondernemingen te helpen innovatiever en concurrerender te worden, nieuwe en duurzame arbeidsmogelijkheden te creëren, onderwijsstelsels te versterken en te moderniseren, en om aan een inclusievere samenleving te bouwen. Meer informatie over de Europese structuur- en investeringsfondsen vindt u hier.

Bedrijfsleven en industrie

De EU wil de industrie en het bedrijfsleven concurrerender maken en de groei en werkgelegenheid bevorderen via een bedrijfsvriendelijk klimaat.

Het bedrijfs- en industriebeleid van de EU is erop gericht een gunstig klimaat voor het bedrijfsleven tot stand te brengen waarin ondernemerschap en werkgelegenheid goed gedijen en kleine ondernemingen betere financierings- en afzetmogelijkheden hebben. Kleine en middelgrote ondernemingen vertegenwoordigen 99 % van alle bedrijven in de EU en zorgen voor twee derde van alle werkgelegenheid in de particuliere sector. Het EU-beleid moedigt de oprichting van nieuwe bedrijven aan en ondersteunt innovatieve ondernemingen bij hun opschalingsinspanningen. Verbeterde handelsovereenkomsten openen markten voor ondernemingen uit de EU, en met gerichte maatregelen kan oneerlijke concurrentie van buiten de EU worden voorkomen. De EU wil:

  • haar industriële basis versterken en de overgang naar een koolstofarme economie bevorderen;
  • innovatie stimuleren om nieuwe groeiterreinen te ontsluiten;
  • kleine ondernemingen stimuleren en een ondernemingscultuur bevorderen;
  • een EU-brede goederenmarkt realiseren, en
  • de voordelen van de investeringen van de EU in de ruimtevaart maximaliseren.
Video:

Wat de EU doet

De EU zet zich in om bedrijven en de industrie concurrerender te maken en meer groei en meer banen te bewerkstelligen. Slimmere, innovatievere en duurzamere Europese bedrijven zijn het uiteindelijke doel. Het industriebeleid bevordert het concurrentievermogen door passende randvoorwaarden te scheppen (zoals slimme wetgeving en de ontwikkeling van vaardigheden). De Europese Commissie heeft sectorspecifieke actieplannen en wetgeving ontwikkeld om meer dan een dozijn belangrijke industriële sectoren te ondersteunen, waaronder de chemische, automobiel- en voedselindustrie, de gezondheidszorg en de biotechnologie- en luchtvaartsector. De Commissie is ook verantwoordelijk voor sectoren met geostrategische implicaties en een hoge mate van overheidsingrijpen, zoals defensie, veiligheid en ruimtevaart.

De Europese Commissie heeft samen met de Europese Investeringsbank het investeringsplan voor Europa opgezet. Als onderdeel van het plan werd het Europees Fonds voor strategische investeringen opgericht om investeringen in Europa te mobiliseren. In november 2018 had het plan 360 miljard euro aan investeringen gemobiliseerd. Het fonds biedt garanties ter ondersteuning van projecten die door de Europese Investeringsbank zijn gefinancierd, en richt zich daarbij voornamelijk op infrastructuur, innovatie en kleinere ondernemingen. Naar verwachting zullen ongeveer 850 000 kleine en middelgrote ondernemingen profiteren van een betere toegang tot financiering. De Commissie beheert ook diverse EU-programma’s ter ondersteuning van innovatie en ondernemerschap, waaronder:

De EU biedt bedrijven ook een aantal ondersteunende diensten, waaronder het Enterprise Europe Network en Erasmus voor jonge ondernemers.

Onderzoek en innovatie

Via het programma voor onderzoek en innovatie Horizon 2020, dat een begroting van 77 miljard euro heeft, bevordert de EU groei en banen en pakt ze een aantal van onze grootste uitdagingen aan.

Onderzoek en innovatie zijn essentieel voor onze economie en maatschappij. Ze vormen de kern van de Europese inspanningen om hoogwaardige banen te creëren en de groei en investeringen aan te jagen. Ook leveren onderzoek en innovatie de kennis en oplossingen die nodig zijn voor de aanpak van urgente problemen, zoals de uitbraak van ebola in 2014, en maatschappelijke uitdagingen op de lange termijn, zoals klimaatverandering.

Tegelijkertijd kunnen onderzoek en innovatie het leven van mensen verbeteren door bijvoorbeeld de gezondheidszorg, vervoersdiensten en de energievoorziening te moderniseren, en vormen ze de aanzet tot ontelbare nieuwe producten en diensten die de levenskwaliteit en onze economische prestaties kunnen verbeteren.

Video:

Wat de EU doet

De EU is de grootste kennisfabriek ter wereld en levert bijna een derde van de wereldwijde productie van wetenschap en technologie. Gezien de toegenomen concurrentie moet de EU echter meer inspanningen leveren om de resultaten van uitstekend onderzoek en innovatieve ideeën om te zetten in succesvolle producten en technologieën. Alle EU-lidstaten beschikken over hun eigen onderzoeksbeleid en financieringsregelingen, maar tal van belangrijke problemen kunnen het best worden aangepakt door de samenwerking tussen onderzoekers en innovatoren in verschillende landen te bevorderen. Dat is de reden waarom onderzoek en innovatie op EU-niveau wordt ondersteund, met name via het Horizon 2020-programma.

Horizon 2020 is het grootste onderzoeks- en innovatieprogramma uit de geschiedenis van de EU. In het kader van het programma wordt over een periode van 7 jaar (2014-2020) 77 miljard euro geïnvesteerd, naast andere publieke en private investeringen die dit geld aantrekt. Het programma leidt tot doorbraken, ontdekkingen en wereldprimeurs, niet alleen in laboratoria, maar ook door de beste ideeën van het laboratorium naar de markt te brengen.

Horizon 2020 heeft drie hoofddoelen:

  • topwetenschap stimuleren, onder andere via de Europese Onderzoeksraad, maar ook opleiding en loopbaanontwikkeling voor onderzoekers in het kader van de Marie Skłodowska-Curie-acties verbeteren;
  • industrieel leiderschap bevorderen op gebieden als nano- en biotechnologie en informatie- en communicatietechnologie, en via steun voor bedrijven en ondernemers, en
  • onze grootste maatschappelijke uitdagingen aanpakken, onder andere op het gebied van gezondheid, vervoer, energie, klimaatactie, en de bescherming van vrijheid en veiligheid.

De Europese Commissie wil ook beleid ontwikkelen dat hoogwaardig onderzoek aanmoedigt en innovatie stimuleert. Nieuw beleid en nieuwe maatregelen kunnen worden gegroepeerd in drie hoofdthema’s: open innovatie, open wetenschap en open voor de wereld.

Economie, financiën en de euro

De economische en monetaire unie en de euro vormen de gemeenschappelijke grondslagen voor meer stabiliteit, groei en welvaart in Europa.

De economische en monetaire unie verenigt en integreert de EU-economieën via een gecoördineerd economisch en fiscaal beleid, een gemeenschappelijk monetair beleid en een gemeenschappelijke munt, de euro. Deze munt is een krachtig middel om voor banen, groei, sociale rechtvaardigheid en financiële stabiliteit te zorgen, maar is ook werk in uitvoering dat nog moet worden voltooid.

Video:

Wat de EU doet

Met haar economisch en financieel beleid in de eurozone wil de EU:

  • de groei en werkgelegenheid bevorderen;
  • de macro-economische en budgettaire stabiliteit stimuleren;
  • de doeltreffende werking van de economische en monetaire unie verbeteren;
  • investeringen bevorderen;
  • macro-economische onevenwichtigheden voorkomen en corrigeren;
  • het nationale structurele beleid van de lidstaten helpen coördineren, en
  • de welvaart in de EU en daarbuiten bevorderen.

Als reactie op de economische en financiële crisis van 2008 werd de economische governance van de EU versterkt door middel van verbeteringen in het stabiliteits- en groeipact, d.w.z. de begrotingsregels die lidstaten volgen om de stabiliteit van de economische en monetaire unie te bevorderen en in stand te houden. Landen die niet langer toegang hadden tot de financiële markten, zoals Griekenland, kregen financiële en beleidssteun, en het Europees stabiliteitsmechanisme werd opgericht als permanente oplossing van de eurozone voor dergelijke situaties.

Ook werd de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden ingevoerd om mogelijk problematische economische tendensen in individuele lidstaten te volgen en te corrigeren, en te voorkomen dat andere lidstaten erdoor worden beïnvloed.

De euro is sinds 2002 in omloop en wordt door meer dan 340 miljoen personen in 19 lidstaten gebruikt. Wereldwijd is het de op een na belangrijkste munteenheid, na de Amerikaanse dollar. Een gemeenschappelijke munt is praktisch voor burgers en goed voor ondernemingen, en een belangrijke stap in de Europese integratie.

Het Investeringsplan voor Europa, dat in november 2014 is aangenomen, maakt gebruik van overheidsgaranties om particuliere investeringen te stimuleren. Het Europees Fonds voor strategische investeringen, dat onderdeel is van het plan, heeft (tot oktober 2019) al 439 miljard euro aan investeringen opgeleverd en daarmee de verwachtingen overtroffen. Die investeringen hebben bijgedragen aan het scheppen van 1,1 miljoen nieuwe banen, een cijfer dat waarschijnlijk zal stijgen tot 1,7 miljoen in 2022. Meer dan 1 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen zullen profiteren van een betere toegang tot financiering, en het plan heeft ertoe bijgedragen dat het bruto binnenlands product van de EU met 0,9 % is gegroeid.

Banken en financiële diensten

De EU zet zich in om ervoor te zorgen dat het financiële stelsel sterk en veilig blijft en dat de eengemaakte markt consumenten en ondernemingen de financiële producten biedt die ze nodig hebben.

Financiële instellingen en markten spelen een vitale rol in de stabiliteit en groei van de EU-economie. Ze bieden financiering aan gezinnen en bedrijven, laten personen sparen en investeren, bieden een verzekering tegen risico’s en vereenvoudigen betalingen.

Een ontregeling van het financiële stelsel kan verregaande gevolgen hebben. De financiële crisis van 2008 toonde aan dat geen enkel EU-land de financiële sector alleen kan beheren of alleen kan toezien op de financiëlestabiliteitsrisico’s. In de nasleep van de crisis voerde de EU ambitieuze hervormingen door om het financiële stelsel te versterken en de EU beter in staat te stellen toekomstige financiële en economische schokken op te vangen. Zo versterkte ze de regels om deposito’s te beschermen in het geval van een bankfaillissement.

Video:

Wat de EU doet

De EU wil een sterke, veilige financiële sector opbouwen door het toezicht op financiële instellingen te versterken en regels op te stellen voor complexe financiële producten. De Europese Commissie blijft werken aan een stabiel en veerkrachtig financieel systeem en het aanpakken van de resterende risico’s, en streeft er tegelijkertijd naar dat het wettelijk kader gelijke tred houdt met de technologische en economische ontwikkelingen.

In het gemeenschappelijk rulebook zijn gemeenschappelijke regels vastgesteld voor het toezicht op de kapitaalvereisten voor banken, een betere bescherming van deposanten en het beheer van noodlijdende banken. In het kader van de bankenunie werden het toezicht en de afwikkeling in de 19 lidstaten van de eurozone overgeheveld van nationaal naar EU-niveau. De kapitaalmarktenunie creëert het noodzakelijke kader om kapitaal in Europa te mobiliseren en het door te leiden naar alle bedrijven, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, en infrastructuurprojecten die kapitaal nodig hebben om uit te breiden en banen te scheppen.

Er is nog geen volledig geïntegreerde eengemaakte EU-markt voor financiële diensten aan consumenten. Die worden nog steeds hoofdzakelijk op nationaal niveau verleend. Dat maakt het voor consumenten moeilijk om over de grenzen heen toegang te krijgen tot financiële producten, zoals bankrekeningen, creditcards, hypotheken en verzekeringen, of ze over te dragen. De EU werkt eraan om de financiële diensten beter te laten werken voor consumenten en kleine investeerders. Ze heeft bijvoorbeeld maatregelen genomen om van de toegang tot basisbankrekeningen een recht in de hele EU te maken. Ze wil ook het potentieel van digitalisering en technologische ontwikkelingen benutten om de consument een betere toegang tot financiële diensten te verlenen.

De EU heeft een actieplan voor duurzame financiering gepresenteerd. Duurzame financiering houdt in dat er bij investeringen rekening wordt gehouden met sociale aspecten, deugdelijk bestuur en het milieu. Dit actieplan sluit aan bij het streven, in het kader van de kapitaalmarktenunie, om het financiële systeem en de specifieke behoeften van de Europese economie zodanig op elkaar aan te laten sluiten, dat dit de planeet en onze samenleving ten goede komt. Dit is ook een belangrijke stap in de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en de EU-agenda voor duurzame ontwikkeling.

Eengemaakte markt

De eengemaakte markt is een van de grootste verwezenlijkingen van de EU. Ze stimuleert de groei, zorgt voor meer banen en maakt het dagelijks leven van personen en bedrijven gemakkelijker.

Dankzij de eengemaakte markt (soms ook interne markt genoemd) kunnen personen, goederen, diensten en kapitaal zich in de EU bijna zo vrij bewegen als binnen één land. EU-burgers kunnen in elk EU-land studeren, wonen, winkelen, werken en met pensioen gaan en van producten uit heel Europa genieten.

Honderden technische, juridische en bureaucratische belemmeringen voor de vrije handel en het vrije verkeer tussen de EU-lidstaten zijn weggenomen, zodat de doorstroming binnen de eengemaakte markt vlotter verloopt. Hierdoor konden bedrijven hun activiteiten uitbreiden, deed de concurrentie de prijzen zakken en kregen de consumenten meer keuze. Zo zijn telefoongesprekken in Europa veel goedkoper geworden, zijn de prijzen van vliegtuigtickets aanzienlijk gedaald en werden nieuwe vliegroutes geopend. Tegelijkertijd zorgt de EU ervoor dat door deze ruimere vrijheden de rechtvaardigheid, consumentenbescherming en milieuduurzaamheid niet worden ondermijnd.

Video:

Wat de EU doet

De Europese Commissie werkt met overheden en belanghebbenden in de lidstaten samen om toezicht te houden op de bestaande regels en deze te handhaven, zodat personen en ondernemingen de vruchten kunnen plukken van de mogelijkheden die de eengemaakte markt biedt. Er zijn echter nog enkele belemmeringen die een volledig werkende eengemaakte markt in de weg staan. De EU werkt met name aan:

  • het wegnemen van bestaande administratieve en regelgevingsbelemmeringen die het mensen moeilijker maken om goederen en diensten in een andere lidstaat te kopen of te verkopen;
  • het vergemakkelijken van de toegang tot financiering voor kleine en grote bedrijven via het investeringsplan voor Europa en de kapitaalmarktenunie;
  • het stimuleren dat werknemers banen in een ander EU-land aannemen, zodat vacatures worden opgevuld en bedrijven de speciale expertise krijgen die ze nodig hebben, onder andere via de Europese beroepskaart en het portaal voor beroepsmobiliteit Eures;
  • het voorkomen van sociale dumping, de praktijk waarbij goedkopere arbeid wordt ingezet en productie wordt overgebracht naar een land of gebied met lage lonen;
  • het versterken van de samenwerking tussen nationale belastingdiensten, en
  • de totstandbrenging van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting in de EU en een belasting op financiële transacties.

In aanvulling op de regels van de eengemaakte markt die het vrije verkeer van personen waarborgen, hebben EU-burgers geen paspoort meer nodig om binnen het Schengengebied te reizen. Dat gebied omvat op dit moment alle EU-lidstaten (met uitzondering van Bulgarije, Ierland, Kroatië, Cyprus en Roemenië) plus IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Om de veiligheid in het Schengengebied te waarborgen, hebben deze landen hun controles aan de buitengrenzen van de EU opgevoerd en werken ook de politiediensten beter samen.

Op het Uw Europa-portaal is informatie te vinden over wonen, werken, reizen, studeren en zakendoen in een andere EU-lidstaat. Ook biedt het portaal toegang tot diensten als de Wegwijzerdienst (voor persoonlijk juridisch advies) en Solvit (dat oplossingen zoekt voor problemen met buitenlandse overheidsinstanties).

Consumenten

Het EU-consumentenbeleid waarborgt de rechten van de consument, zorgt ervoor dat producten veilig zijn, helpt consumenten bij het maken van geïnformeerde beslissingen wanneer ze goederen en diensten kopen, en biedt instrumenten om problemen op te lossen als iets fout loopt.

De eengemaakte markt van de EU geeft consumenten meer keuze, flexibiliteit, kwaliteit en waar voor hun geld, maar kan ook problemen teweegbrengen voor consumenten, vooral in domeinen die een snelle ontwikkeling doormaken zoals de digitale wereld, energie en financiële diensten. Het EU-consumentenbeleid zorgt ervoor dat de rechten van de consumenten worden nageleefd als ze problemen ondervinden bij het kopen van goederen of diensten uit andere EU-landen, ook online. Zo wordt het vertrouwen van consumenten in de hele EU opgebouwd, wat ook goed is voor bedrijven die grensoverschrijdend handeldrijven op de eengemaakte markt van de EU.

Video:

Wat de EU doet

De EU biedt consumenten een reeks praktische rechten die ze kunnen gebruiken wanneer iets fout loopt.

  • Voor alle vervoerswijzen zijn minimale rechten voor passagiers opgesteld, met inbegrip van informatie, hulp en compensatie bij annulering of grote vertragingen.
  • Bij online winkelen hebben consumenten 14 dagen de tijd om zich te bedenken en van hun aankoop af te zien. Ze mogen een product altijd binnen twee weken terugsturen en krijgen dan hun geld terug.
  • Sinds juni 2017 zijn de roamingkosten afgeschaft. Europeanen die binnen de EU reizen, betalen binnenlandse prijzen voor roaminggesprekken, -sms’en en -dataverkeer.
  • Als een in de EU (online of in een winkel) gekocht product afwijkt van zijn beschrijving of niet goed werkt, heeft de consument ten minste recht op een gratis reparatie of vervanging.
  • Sinds 2016 zorgen nieuwe EU-regels voor hypothecaire kredieten voor duidelijke informatie in reclameboodschappen en tijdige informatie aan consumenten vóór het ondertekenen van een contract.

De EU biedt ook hulp om geschillen met verkopers snel en doeltreffend op te lossen. Deze goedkope, snelle procedures kunnen zowel voor binnenlandse als grensoverschrijdende geschillen worden gebruikt. Met het platform voor onlinegeschillenbeslechting kunnen consumenten en verkopers geschillen over onlineaankopen volledig online oplossen. Het netwerk van Europese consumentencentra biedt consumenten gratis hulp en advies over hun grensoverschrijdende aankopen.

Er zijn strikte veiligheidsnormen van toepassing op speelgoed, elektrische apparaten, cosmetica en geneesmiddelen, en strenge regels zorgen ervoor dat onveilige producten uit de handel worden gehaald. Elk jaar worden meer dan tweehonderd verschillende onveilige producten gemeld via het systeem voor snelle waarschuwingen voor gevaarlijke non-foodproducten van de EU.

Concurrentie

De EU-mededingingsregels zorgen ervoor dat alle bedrijven eerlijk en op voet van gelijkheid concurreren in de eengemaakte markt ten gunste van de consumenten, bedrijven en de gehele Europese economie.

Samen met de nationale mededingingsautoriteiten en de nationale rechtbanken handhaaft de Europese Commissie de EU-mededingingsregels om ervoor te zorgen dat bedrijven eerlijk met elkaar concurreren. Dat leidt tot lagere prijzen en een betere kwaliteit, moedigt innovatie en efficiëntie aan en zorgt voor een ruimere keuze voor de consumenten.

Wat de EU doet

De Commissie treedt op tegen:

  • kartels of andere illegale afspraken tussen bedrijven om onderlinge concurrentie te verhinderen of om de prijzen kunstmatig hoog te houden;
  • misbruik van dominante marktposities door grote spelers die concurrenten uit de markt drukken of te hoge prijzen rekenen;
  • fusies en overnames die de concurrentie binnen de eengemaakte markt kunnen beperken;
  • financiële steun (staatssteun) van EU-overheden aan bedrijven die de concurrentie in de eengemaakte markt kan verstoren door bepaalde bedrijven gunstiger te behandelen dan andere, en
  • bevordering van een internationale mededingingscultuur, zodat EU-bedrijven eerlijk kunnen concurreren in markten elders op de wereld.

Het EU-onderzoek naar concurrentiebeperkende praktijken betreft niet alleen goederen, maar ook beroepen en diensten. De Commissie houdt toezicht op de hulp die de regeringen van de lidstaten bieden aan bedrijven. Dit moet voorkomen dat ze bepaalde bedrijven een oneerlijk voordeel verlenen ten opzichte van hun concurrenten. Staatssteun kan worden toegestaan als hiermee achterstandsregio’s, kleine en middelgrote bedrijven, onderzoek en ontwikkeling, milieubescherming, opleiding, werkgelegenheid of cultuur wordt geholpen of bevorderd.

In 2016 en 2017 heeft de Commissie boetes opgelegd aan de leden van een kartel van zes toonaangevende vrachtwagenfabrikanten die samen meer dan 90 % van de middelzware en zware vrachtwagens produceren die in Europa worden verkocht: Scania, Daimler, DAF, Iveco, MAN en Volvo/Renault. De totale boete voor de 6 bedrijven samen bedroeg 3,8 miljard euro. Dat geld gaat naar de EU-begroting, zodat de belastingbetalers daar minder aan hoeven bij te dragen.

Grote bedrijven mogen hun onderhandelingspositie niet gebruiken om voorwaarden op te leggen waardoor hun leveranciers of klanten moeilijk zaken kunnen doen met hun concurrenten. Een voorbeeld: In 2017 legde de Europese Commissie Google een boete van 2,42 miljard euro op wegens misbruik van zijn marktpositie als zoekmachine door zijn eigen prijsvergelijkingsdienst in zijn zoekresultaten te benadrukken en die van concurrenten onderaan te plaatsen. En in juli 2018 kreeg Google een nieuwe boete van 4,34 miljard euro voor het opleggen van onrechtmatige beperkingen aan fabrikanten van apparaten waarop het besturingssysteem Android draait. Meer mededingingszaken zijn te vinden op https://ec.europa.eu/competition/consumers/how/index_nl.html

Belastingen

Terwijl de nationale regeringen de belastingtarieven bepalen en verantwoordelijk zijn voor het innen van de belastingen, zorgt de EU ervoor dat de inwoners en bedrijven van andere lidstaten niet worden gediscrimineerd en dat belastingen de eengemaakte markt van de EU niet verstoren.

De overheden van de lidstaten mogen hun eigen belastingwetten vrij opstellen volgens hun nationale prioriteiten. Daarbij moeten ze echter bepaalde grondbeginselen naleven, zoals niet-discriminatie en eerbiediging van het vrije verkeer van goederen en diensten in de eengemaakte markt. Steeds meer bedrijven en particulieren zijn actief in meer dan één land, waardoor het voor hen gemakkelijker is om op wettelijke manier de laagst mogelijke belasting te betalen (“belastingontwijking”) of om geen belastingen te betalen (“belastingontduiking”). Een enkel land kan deze problemen niet zelf aanpakken, dus werken EU-lidstaten samen om te zorgen voor een eerlijke belastingheffing.

Video:

Wat de EU doet

De EU speelt geen rechtstreekse rol bij het heffen van belastingen of het bepalen van belastingtarieven. De rol van de EU bestaat erin toezicht te houden op de nationale belastingregels om ervoor te zorgen dat deze overeenstemmen met bepaalde EU-beleidslijnen, zoals:

  • bevorderen van economische groei en werkgelegenheid;
  • het vrije verkeer van goederen, diensten en kapitaal in de eengemaakte markt van de EU waarborgen;
  • ervoor zorgen dat bedrijven in een land geen oneerlijk voordeel genieten ten opzichte van concurrenten in een ander land;
  • ervoor zorgen dat belastingen geen consumenten, werknemers of bedrijven van andere EU-landen discrimineren.

De regeringen van alle lidstaten moeten unaniem akkoord gaan met EU-besluiten over belastingaangelegenheden, zodat de belangen van elk EU-land in acht worden genomen. Voor sommige belastingen, zoals btw of accijnzen op benzine, tabak en alcohol, zijn de lidstaten overeengekomen om hun regels en minimumtarieven grotendeels op elkaar af te stemmen om oneerlijke concurrentie in de eengemaakte markt te voorkomen.

De belastingwetten van een lidstaat mogen er niet toe leiden dat personen of bedrijven belasting in een ander land ontwijken. EU-brede actie is van essentieel belang om het probleem aan te pakken. Na de vaststelling van een EU-actieplan in 2012 zijn er veel wetgevende stappen ondernomen om belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking te bestrijden.

Ook nauwe samenwerking tussen belastingdiensten voorkomt dat bedrijven gebruikmaken van achterdeurtjes tussen de systemen van verschillende landen om minder belastingen te betalen.

Douane

Met de “douane-unie van de EU” wordt de samenwerking tussen alle lidstaten bedoeld die ervoor moet zorgen dat in de EU ingevoerde goederen vrij kunnen circuleren en dat ze veilig zijn voor mensen, dieren en het milieu.

In het kader van een douane-unie passen de betrokken landen dezelfde tarieven toe op goederen die uit de rest van de wereld op hun grondgebied zijn ingevoerd, en hanteren ze geen tarieven voor goederen die binnen de douane-unie circuleren. In het geval van de EU betekent dit dat er geen douanerechten hoeven te worden betaald wanneer goederen van de ene lidstaat naar de andere worden vervoerd.

Het douanebeleid is een van de weinige exclusieve bevoegdheden van de Europese Unie. De Europese Commissie doet voorstellen voor wetgeving inzake EU-douaneaangelegenheden en zorgt ervoor dat de vastgestelde wetgeving wordt uitgevoerd.

Video:

Wat de EU doet

In de praktijk wordt de douane-unie van de EU beheerd door de nationale douanediensten, die als één dienst optreden. Ze beschermen consumenten tegen goederen die gevaarlijk of slecht voor hun gezondheid kunnen zijn, en beschermen dieren en het milieu tegen planten- en dierenziekten. Ze dragen ook bij aan de strijd tegen de georganiseerde misdaad en terrorisme en zorgen ervoor dat Europese schatten niet uit de EU worden gesmokkeld.

De douanediensten verhinderen ook de illegale uitvoer van afval, want milieubescherming is een van hun belangrijkste taken. Voor bedrijven betekent de douane-unie dat dezelfde regels van toepassing zijn, ongeacht waar de goederen de EU binnenkomen. Zodra de goederen door de douane zijn geklaard, kunnen ze overal in het douanegebied van de EU vrij circuleren of worden verkocht.

Zo werden in 2016 bijna 313 miljoen douaneaangiften behandeld door meer dan 2 000 EU-douanekantoren, die het hele jaar door werken.

Het EU-douanebeleid heeft op dit moment tot taak om:

  • ervoor te zorgen dat alle lidstaten doeltreffend en doelmatig samenwerken binnen de douane-unie;
  • voorstellen te doen voor wetgeving en procedures die de veiligheid van de burgers vergroten en rechtmatige handel vergemakkelijken;
  • de EU-landen te helpen informatie uit te wisselen die voor douanediensten nuttig kan zijn, en
  • te zorgen voor het vrije verkeer van goederen tussen lidstaten in de eengemaakte EU-markt.

Juni 2021

Internationale partnerschappen

Partnerschappen en ontwikkelingssamenwerking spelen een hoofdrol in het buitenlands beleid van de EU. De EU en haar lidstaten zijn ’s werelds grootste verstrekker van ontwikkelingshulp.

Ontwikkelingshulp is, naast het buitenlands, veiligheids- en handelsbeleid, een van de pijlers van het wereldwijde optreden van de EU. De EU zet zich in voor armoedebestrijding, menselijke ontwikkeling, duurzame groei en goed bestuur. Via partnerschappen pakt zij wereldwijde problemen aan, zoals klimaatverandering, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en clandestiene migratie. De EU is voorstander van een doeltreffende multilaterale aanpak: zij werkt samen met alle betrokken partijen, want de huidige problemen zijn alleen samen op te lossen met behulp van een op regels gebaseerde internationale samenwerking.

Video:

Wat de EU doet

De EU beschouwt internationale partnerschappen als investeringen in een levensvatbare, duurzame en gezamenlijke toekomst. De EU is een fervent pleitbezorger van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN en het Klimaatakkoord van Parijs. De Europese consensus over ontwikkeling maakt duidelijk hoe de EU bij de realisatie van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling focust op "mens, planeet, welvaart, vrede en partnerschap". De EU organiseert haar externe optreden rond:

Het partnerschap Afrika-EU blijft een topprioriteit voor de EU.

In 2020 heeft de EU snel op de coronacrisis gereageerd. Dankzij de Team Europa-aanpak, waarbij de EU, de EU-lidstaten en de financiële instellingen van de EU hun middelen, expertise en instrumenten samen inzetten, zijn deze EU-partners erin geslaagd de crisis te verzachten. De EU trekt bovendien het initiatief om iedereen toegang te geven tot veilige en doeltreffende vaccins. Deze Team Europa-aanpak wordt nu ook gevolgd bij de EU-begroting voor het extern optreden: het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Global Europe.

De EU besteedt ongeveer 10% van haar budget aan het buitenlands beleid. De EU-delegaties werken samen met regeringen, internationale organisaties, EU-lidstaten en de particuliere sector om de impact van de Europese steun te vergroten. De EU en haar lidstaten hebben in 2020 samen 66,8 miljard euro aan hulp verstrekt.

Eerbiediging van de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat zijn waarden die het uitgangspunt vormen voor het optreden van de EU in de hele wereld. Het EU-actieplan voor mensenrechten en democratie is erop gericht mensen te beschermen en mondiger te maken, veerkrachtige, inclusieve en democratische samenlevingen op te bouwen, en de mensenrechten wereldwijd te promoten. Dankzij het genderactieplan staan gendergelijkheid en empowerment van vrouwen voorop bij activiteiten van de EU.

April 2021

EU-nabuurschap en uitbreiding

De EU stimuleert een stabiele democratie en economie in haar buurlanden door partnerschappen op maat aan te gaan, op basis van gedeelde belangen en samenwerking op bilateraal of regionaal niveau.

Video:

Wat doet de EU?

Het Europese Nabuurschapsbeleid regelt de betrekkingen van de EU met 16 van haar naaste buurlanden. In het zuiden zijn dat: Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Marokko, Palestina*, Syrië en Tunesië. In het oosten zijn dat: Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië en Oekraïne.

De samenwerking heeft voornamelijk tot doel:

  • de buurlanden te stabiliseren door economische ontwikkeling, werkgelegenheid en kansen voor jongeren, vervoers- en energieconnectiviteit, veiligheid en migratie aan te pakken
  • goed bestuur, democratie, de rechtsstaat en mensenrechten te bevorderen
  • samenwerking op regionaal niveau te vergemakkelijken, bijvoorbeeld via het Oostelijk Partnerschap en de Unie voor het Middellandse Zeegebied

Daarnaast werkt de EU in het zuiden samen met haar partners om crises op te lossen, zoals in Syrië en Libië, en om migratiestromen te reguleren.

Het Uitbreidingsbeleid van de EU heeft betrekking op Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo**, Montenegro, Noor-Macedonië, Servië en Turkije. Het vooruitzicht van het EU-lidmaatschap is een krachtige stimulans voor deze landen om democratische en economische hervormingen door te voeren. Het helpt om verzoening en stabiliteit tot stand te brengen. Een Europees land kan alleen EU-lidstaat worden als het voldoet aan democratische normen (waaronder de rechtsstaat, mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden), een werkende markteconomie heeft en het vermogen om met mededinging en marktwerking in de EU om te gaan, en de verantwoordelijkheden van het EU-lidmaatschap aankan.

Turkije is op veel essentiële gebieden de partner van de EU. De afgelopen jaren is het echter verder verwijderd geraakt van de kernwaarden en -beginselen van de EU. Daarom zijn de toetredingsonderhandelingen met Turkije bevroren. De Europese Unie heeft een strategisch belang bij een stabiele en veilige omgeving in het oostelijke Middellandse Zeegebied en bij de ontwikkeling van een wederzijds voordelig samenwerkingsverband met Turkije.

In 2020 heeft de EU voor een bedrag van 7,47 miljard euro hulp aan Nabuurschaps- en Uitbreidingsregio’s gegeven om de gevolgen van de coronapandemie te verzachten. De EU heeft noodmaatregelen genomen, steun gegeven voor onderzoek, gezondheids- en watersystemen en geholpen de economische en sociale gevolgen van de pandemie aan te pakken.

  • Deze benaming mag niet worden uitgelegd als een erkenning van de staat Palestina en laat de afzonderlijke standpunten van de lidstaten ter zake onverlet.
  • Deze benaming laat de standpunten over de status onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

Juni 2021

Handel

De EU is een voorvechter van vrije handel. 35 miljoen Europese banen zijn direct of indirect afhankelijk van handel met landen buiten de EU. De EU zet zich in voor open markten op basis van regels, een gelijk speelveld en strenge internationale normen.

De EU is ’s werelds grootste handelsmacht en een van de meest open economieën. Eén derde van het bruto binnenlands product van de EU is afhankelijk van handel. Naar verwachting zal 85 % van de wereldwijde groei in de toekomst buiten Europa worden gegeneerd. De EU sluit namens haar lidstaten internationale handelsovereenkomsten.

Video:

Wat doet de EU?

Het EU-handelsbeleid heeft betrekking op de handel in goederen en diensten, maar ook op zaken zoals intellectuele eigendom en buitenlandse directe investeringen.

In februari 2021 presenteerde de Europese Commissie een nieuwe EU-handelsstrategie met drie hoofddoelstellingen.

  1. Het herstel en de transformatie van de economie van de EU ondersteunen op een wijze die past bij haar groene en digitale ambities.
  2. De mondiale regels eerlijker en duurzamer maken.
  3. De EU beter in staat stellen haar belangen te verdedigen en haar rechten af te dwingen.

Centraal in deze strategie staat een hervorming om de Wereldhandelsorganisatie beter af te stemmen op de uitdagingen van de moderne handel.

Handelsbeleid kan een belangrijke rol spelen in de strijd tegen klimaatverandering en aantasting van het milieu. Daarom zal de EU beter gaan toezien op de nakoming en handhaving van afspraken over duurzame ontwikkeling in haar handelsovereenkomsten. De naleving van de Klimaatovereenkomst van Parijs wordt een essentieel aspect van haar toekomstige handels- en investeringsovereenkomsten.

De EU staat voor open en eerlijke handel en verzet zich tegen protectionisme. Zij zoekt daarom naar een evenwicht tussen onbelemmerde handel en de bescherming van mensen en bedrijven tegen oneerlijke handelspraktijken. De onlangs benoemde Chief Trade Enforcement Officer moet erop toezien dat met name kleine en middelgrote bedrijven en boeren optimaal profiteren van handelsovereenkomsten en dat de handelspartners van de EU zich houden aan hun verplichtingen, onder meer wat betreft duurzame ontwikkeling.

De EU heeft 46 handelsovereenkomsten met 78 partners over de hele wereld. In 2020 heeft de EU een nieuwe handelsovereenkomst gesloten met Mexico en is die met Vietnam in werking getreden. Alleen al in de eerste tien maanden is de EU-uitvoer naar Japan dankzij de overeenkomst met dit land met bijna 7 % gegroeid.

Na het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op 31 januari 2020 hebben de EU en het VK op 30 december 2020 de handels- en samenwerkingsovereenkomst EU-VK ondertekend.

Humanitaire hulp en civiele bescherming

De EU is samen met haar lidstaten wereldwijd de grootste donor van humanitaire hulp en levert en coördineert noodhulp aan mensen in door rampen getroffen gebieden in Europa en over de hele wereld.

De EU levert noodhulp aan personen die door crises zijn getroffen. In 2017 hielp de EU met 2,2 miljard euro meer dan 120 miljoen mensen in meer dan 80 landen. De EU wil:

  • levens redden en behouden, menselijk lijden voorkomen en verlichten, en de integriteit en waardigheid beschermen van bevolkingsgroepen die worden getroffen door natuurrampen en door de mens veroorzaakte crises;
  • snel reageren op noodsituaties binnen en buiten de EU;
  • het risico op rampen verminderen, bijvoorbeeld met behulp van strategieën waarmee de gevolgen van klimaatverandering worden ingeperkt;
  • de paraatheid bij rampen verbeteren, bijvoorbeeld door systemen voor vroegtijdige waarschuwing te ontwikkelen;
  • zorgen voor een vlotte overgang wanneer een noodsituatie eindigt, door aan te sluiten op strategieën voor ontwikkelingshulp;
  • de algemene veerkracht van bevolkingsgroepen versterken, bijvoorbeeld door te investeren in maatregelen die hen helpen zich voor te bereiden op toekomstige rampen, en
  • de toekomst van kinderen bij door de mens veroorzaakte rampen of natuurrampen beschermen en veiligstellen.
Video:

Wat de EU doet

De EU reageert op crisissituaties via het directoraat-generaal Europese Civiele Bescherming en Humanitaire Hulp (ECHO) van de Europese Commissie, dat zorgt voor snelle en doeltreffende EU-noodhulp via haar twee belangrijkste kanalen: humanitaire hulp en civiele bescherming. De EU is een van de grootste humanitaire donoren in veel crises en levert onder andere:

  • noodhulp aan ontheemden in Syrië en vluchtelingen in buurlanden;
  • humanitaire hulp aan vluchtelingen en intern ontheemden in Griekenland, Irak, Turkije en Jemen;
  • levensreddende humanitaire projecten in de ergst getroffen gemeenschappen in Zuid-Sudan en de Centraal-Afrikaanse Republiek;
  • hulp aan gemeenschappen in rampgevoelige gebieden, zodat ze zich beter voorbereiden op en herstellen van rampen. Voor elke euro die aan paraatheid wordt besteed, wordt na een ramp tot wel zeven euro minder uitgegeven.

De EU stuurt teams naar veel crisisgebieden binnen de EU en over de hele wereld om hulp te bieden via haar mechanisme voor civiele bescherming, bijvoorbeeld:

  • voor de coördinatie van de brandbestrijdingsoperaties in Europa en de medefinanciering van de vervoerskosten ervan tijdens een bijzonder hevig bosbrandseizoen in de zomer van 2017;
  • door teams van deskundigen en apparatuur te sturen naar landen die in 2017 zijn getroffen door aardbevingen (Irak, Mexico), overstromingen (Albanië, Peru) of epidemieën (Oeganda, Bangladesh);
  • door hulp te bieden aan mensen in het Caribisch gebied die in september 2017 zijn getroffen door de orkanen Irma en Maria.

Buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

Met haar buitenlands en veiligheidsbeleid kan de EU met één stem spreken en handelen op het wereldtoneel, waardoor de lidstaten problemen kunnen aanpakken die ze niet alleen kunnen oplossen, en ze de EU-burgers veiligheid en welvaart kunnen bieden.

Het beleid wordt uitgevoerd door het hoofd buitenlandse zaken van de EU, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (die ook vicevoorzitter van de Commissie is) en de Europese Dienst voor extern optreden, de diplomatieke dienst van de EU. Het externe optreden van de EU berust op de beginselen die een inspiratie waren voor haar eigen oprichting en ontwikkeling en die ze in de rest van de wereld wil bevorderen, zoals vrede, democratie, de rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden.

Video:

Wat de EU doet

In 2016 lanceerde de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter de wereldwijde strategie voor het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU om de stabiliteit in de Europese buurlanden en daarbuiten te verbeteren, de veiligheid en defensie te bevorderen en uitdagingen aan te pakken zoals energiezekerheid, irreguliere migratie, klimaatverandering en terrorisme. Er werd bijzonder snel werk gemaakt van veiligheid en defensie: in 2016 keurde de EU een veelomvattend veiligheids- en defensiepakket goed waarmee Europa op deze gebieden meer verantwoordelijkheid zal nemen. De wereldwijde strategie voorziet in de volgende vijf prioriteiten voor EU-optreden:

De EU steunt landen die met conflicten en crises worden geconfronteerd. Ze is de grootste donor in de internationale reactie op de crisis in Syrië. Ze schonk meer dan 11 miljard euro als steun aan het Syrische volk en blijft de internationale vredesinspanningen voor het Midden-Oosten steunen als voorstander van een tweestatenoplossing waarbij de Palestijnse staat en Israël zij en zij leven. De in 2015 bereikte overeenkomst over het Iraanse nucleaire programma toonde aan dat de EU een leidinggevende rol speelde in de vredesgesprekken uit naam van de internationale gemeenschap. In 2018 was de EU betrokken bij 16 civiele missies en militaire operaties op 3 continenten. Besluiten over dergelijke missies en operaties worden door de nationale ministers van de EU-landen gezamenlijk genomen. Succesverhalen zijn onder meer de EU-vredesmissies in brandhaarden overal ter wereld, de opleiding van politiemensen, soldaten en kustwachten, steun voor de staatsvorming na een conflict en de bestrijding van piraterij rond de Hoorn van Afrika. De EU heeft geen permanent leger, maar brengt strijdkrachten van haar lidstaten samen onder de EU-vlag.

Het in 2017 opgerichte Europees Defensiefonds coördineert, complementeert en versterkt de nationale investeringen in defensie om de opbrengst ervan te verhogen en defensietechnologie en -materieel te ontwikkelen, zodat kan worden voldaan aan de huidige en toekomstige veiligheidsbehoeften.

Justitie en grondrechten

De EU staat garant voor een reeks fundamentele rechten voor haar burgers en beschermt hen tegen discriminatie. De gemeenschappelijke rechtsruimte van de EU helpt grensoverschrijdende juridische problemen op te lossen voor zowel burgers als bedrijven.

De EU is niet louter een eengemaakte markt voor goederen en diensten. De Europeanen delen waarden die nauwkeurig zijn omschreven in de EU-Verdragen en het Handvest van de grondrechten, die aan de EU-burgers rechten toekennen (iedereen die de nationaliteit van een EU-lidstaat bezit, is automatisch ook EU-burger). Door bruggen te slaan tussen de verschillende nationale rechtstelsels in de EU, maakt de EU het leven ook gemakkelijker voor Europeanen die in andere EU-landen studeren, werken of trouwen. Een grenzeloze en naadloze gemeenschappelijke rechtsruimte zorgt ervoor dat burgers zich op een aantal rechten kunnen verlaten en in het hele continent toegang hebben tot de rechter.

Video:

Wat de EU doet

Die rechten zijn door de EU verankerd en omvatten het volgende:

  • regels tegen discriminatie op grond van geslacht, raciale of etnische herkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid;
  • het recht van eenieder op bescherming van zijn of haar persoonsgegevens dankzij de nieuwe regels die in mei 2018 in werking zijn getreden (de zogeheten AVG — algemene verordening gegevensbescherming);
  • het Handvest van de grondrechten, dat alle persoonlijke, burgerlijke, politieke, economische en sociale rechten verenigt die mensen in de EU hebben. Deze worden door de Europese Unie verzekerd waar het EU-recht geldt;
  • het EU-beleid voor justitie en grondrechten: belangrijke thema’s zijn de coördinatie van procesregels, minimumnormen in de hele EU en toegang tot justitie op voet van gelijkheid in alle landen. Zo hebben slachtoffers van misdrijven een aantal gemeenschappelijke minimumrechten, ongeacht waar ze zich in de EU bevinden. Ook helpt deze coördinatie burgers bij de uitoefening van hun recht van vrij verkeer, en bedrijven bij het handeldrijven en zakendoen in de hele eengemaakte markt van de EU.

De EU streeft er ook naar het wederzijdse vertrouwen tussen de rechtbanken en overheden van de EU-lidstaten te versterken, zodat ze elkaars rechterlijke besluiten erkennen. Die erkenning is vooral belangrijk in burgerlijke zaken zoals scheiding, voogdij of alimentatie. Eurojust vergemakkelijkt de samenwerking tussen nationale justitiële autoriteiten bij de strijd tegen zware misdrijven zoals corruptie, terrorisme en drugssmokkel en -handel, terwijl het Europese arrestatiebevel langdurige uitleveringsprocedures heeft vervangen om verdachte of veroordeelde criminelen terug te sturen naar het land waar ze werden of zullen worden berecht. Het nieuw opgerichte Europees Openbaar Ministerie, dat in in 2020 met zijn werkzaamheden zal beginnen, zal strafbare feiten tegen de EU-begroting, zoals fraude, corruptie of ernstige grensoverschrijdende btw-fraude, onderzoeken, vervolgen en voor de rechter brengen.

Mei 2021

Digitale economie en samenleving

De EU is vastbesloten: de jaren 2020 moeten het digitale decennium van Europa worden. Zij probeert ervoor te zorgen dat digitale technologie voor iedereen werkt en tegelijkertijd bijdraagt aan het bereiken van klimaatneutraliteit tegen 2050 en Europa een toonaangevende positie in de digitale economie geeft.

Digitale technologie is in ons leven nog nooit zo belangrijk geweest. Tijdens de coronacrisis heeft zij mensen met elkaar verbonden gehouden, hield zij bedrijven aan het werk en bleek zij onmisbaar voor onderwijs en opleiding. Zij is ook van cruciaal belang voor de bestrijding van de klimaatverandering, onder meer door slimme energie- en vervoerssystemen.

Video:

Wat doet de EU?

De basis voor de digitale transformatie is reeds gelegd. De EU heeft al gezorgd voor:

Volgens de voorgestelde digitale strategie blijft de EU werken aan digitale oplossingen die ten goede komen aan mensen, bedrijven en de planeet. Hierbij wordt de nadruk gelegd op de volgende drie doelstellingen: technologie die werkt voor de mensen, een eerlijke en concurrerende economie en een open, democratische en duurzame samenleving.

Om de grondrechten van burgers online te beschermen, onlineschade te voorkomen en innovatie te bevorderen heeft de Europese Commissie een uitgebreide reeks regels voorgesteld voor onlineplatforms die in Europa actief zijn. Bovendien bestrijkt de strategie allerlei thema's, van cyberveiligheid en data tot digitaal onderwijs en democratie. Het voorgestelde digitaal kompas zet de EU-doelstellingen voor 2030 om in concrete cijfers. Het is van essentieel belang om daarbij de waarden van de EU hoog te houden en de grondrechten en de veiligheid van mensen te waarborgen.

Het programma Digitaal Europa met een budget van ruim 7,5 miljard euro voor de periode van 2021 tot 2027 moet investeringen stimuleren op gebieden zoals supercomputing, kunstmatige intelligentie en digitale vaardigheden. Het moet ook zorgen voor een breed gebruik van digitale technologie in de hele economie en samenleving, onder meer via hubs voor digitale innovatie.

Ook andere programma's zullen de digitale transitie ondersteunen, waaronder Horizon Europa, dat vooral gericht is op onderzoek en technologische ontwikkeling, en de digitale aspecten van de Connecting Europe Facility. Bovendien moeten de EU-landen in het kader van het herstelfonds NextGenerationEU 20 % van hun financiële steun uit de faciliteit voor herstel en veerkracht toewijzen aan de digitale transformatie.

April 2021

Een veiliger internet

De EU-regels voor gegevensbescherming en privacy zijn de strengste ter wereld. Ze helpen de online-omgeving tot een veilige en eerlijke plek te maken voor burgers en bedrijven. En ze beschermen iedereen, maar vooral kinderen, tegen illegale en schadelijke inhoud.

De snelle groei van onlinediensten in de afgelopen jaren heeft ons in Europa heel wat voordelen, maar ook nieuwe risico’s opgeleverd. Daarom zorgt de EU ervoor dat haar wetgeving gelijke tred houdt met de digitale transformatie en dat wat offline illegaal is, dat ook online is.

Video:

Wat doet de EU?

Bescherming van persoonsgegevens en privacy zijn fundamentele rechten in de Europese Unie. Al tientallen jaren hanteert de EU strenge normen voor de bescherming van gegevens en de persoonlijke levenssfeer. De wet geeft ons bepaalde rechten ten aanzien van de bescherming van gegevens en de vertrouwelijkheid van communicatie. Organisaties die onze gegevens verwerken, zijn verplicht die rechten te respecteren. Als reactie op de realiteit van het internettijdperk is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingevoerd, die iedereen afdwingbare rechten verleent, waaronder het recht om te worden vergeten.

Tegelijkertijd neemt de EU het voortouw om van de digitale wereld een veilige plek te maken. De cyberbeveiligingsstrategie moet de collectieve weerbaarheid van Europa tegen cyberdreigingen vergroten en ervoor zorgen dat alle burgers en bedrijven kunnen profiteren van betrouwbare diensten en digitale tools.

Om de Europese waarden en democratische stelsels te beschermen pakt de Commissie de verspreiding van desinformatie en misinformatie aan via initiatieven zoals het actieplan en de praktijkcode tegen desinformatie, het actieplan voor Europese democratie en het Europees Waarnemingscentrum voor digitale media.

De gedragscode voor de bestrijding van illegale, haatzaaiende uitlatingen op het internet moet ervoor zorgen dat verzoeken om racistische en xenofobe inhoud te verwijderen, snel worden behandeld. Bedrijven, waaronder Facebook, Twitter, Instagram en Snapchat, hebben beloofd om binnen 24 uur de betwiste inhoud te bekijken en zo nodig te verwijderen.

De veiligheid van kinderen op internet is van het allergrootste belang. De Europese Strategie voor een beter internet voor kinderen diende als baken voor het nationale beleid van de EU-landen en wordt wereldwijd gezien als maatstaf voor de bescherming en het mondig maken van kinderen in de online-omgeving. Het door de EU gefinancierde netwerk van centra voor een veiliger internet vestigt de aandacht op onlineveiligheid en bevordert de participatie van kinderen. Nieuwe regels voor audiovisuele mediadiensten bepalen dat onlinevideoplatforms de toegang van kinderen tot schadelijke inhoud moeten beperken, terwijl de wet inzake digitale diensten, nu nog slechts een voorstel, de grotere risico’s voor het welzijn van kinderen moet aanpakken. De Commissie heeft ook een EU-strategie voor een doeltreffender bestrijding van kindermisbruik gepresenteerd.

Migratie en asiel

Het gemeenschappelijke migratie- en asielbeleid van de EU helpt Europa om migratieproblemen op een doeltreffende manier aan te pakken.

Sinds 2015 hebben meer dan 3,2 miljoen asielzoekers internationale bescherming in de EU aangevraagd. Veel van hen waren op de vlucht voor de oorlog en terreur in Syrië en andere landen waar het onrustig is.

Video:

Wat de EU doet

De EU heeft een gemeenschappelijk migratie- en asielbeleid ontwikkeld om het hoofd te bieden aan de vele uitdagingen die voortkomen uit migratie naar de EU, onder meer van mensen die internationale bescherming zoeken. Dat beleid omvat de volgende acties om de crisis het hoofd te bieden.

De EU heeft meer dan 10 miljard euro vrijgemaakt voor de aanpak van de vluchtelingencrisis. Ze financiert daarmee projecten die zich richten op de meest urgente humanitaire behoeften van de vluchtelingen die op de Europese kusten aankomen. De EU biedt ook humanitaire hulp aan vluchtelingen en migranten in landen buiten de EU, en ondersteunt acties die de hoofdoorzaken van irreguliere migratie aanpakken.

Op basis van een voorstel van de Europese Commissie kwamen de lidstaten overeen om asielzoekers uit Griekenland en Italië in andere EU-landen te hervestigen. De EU wil ook veilige en legale manieren scheppen waarop asielzoekers de EU kunnen binnenkomen. De lidstaten hebben afspraken gemaakt over een programma voor vrijwillige hervestiging, dat erin voorziet om 22 500 mensen van buiten de EU naar een lidstaat van de EU over te brengen. De EU werkt ook aan manieren om ervoor te zorgen dat meer irreguliere migranten, die niet het recht hebben in de EU te blijven, teruggaan naar hun land van herkomst.

De EU en Turkije zijn in maart 2016 overeengekomen dat irreguliere migranten en asielzoekers die vanuit Turkije oversteken naar de Griekse eilanden, naar Turkije kunnen worden teruggestuurd. Voor elke Syriër die vanaf een Grieks eiland naar Turkije wordt teruggestuurd na een illegale oversteek, zal de EU een Syriër uit Turkije opnemen die niet heeft geprobeerd om de overtocht op onregelmatige wijze te ondernemen. Dat leidde tot een grote daling van het aantal irreguliere aankomsten op de eilanden. De EU stelde 3 miljard euro ter beschikking om aan de behoeften van de vluchtelingen in Turkije te voldoen.

Sinds 2015 zijn in de Egeïsche Zee en de Middellandse Zee meer dan 620 000 levens gered dankzij Italiaanse en Griekse reddingsoperaties en het werk van het in 2016 opgerichte Europese Grens- en kustwachtagentschap.

De Commissie heeft een grondige hervorming van de bestaande asielwetten voorgesteld, uitgaande van de huidige en toekomstige behoeften. Het basisbeginsel blijft hetzelfde: personen moeten asiel aanvragen in het eerste EU-land dat ze binnenkomen, tenzij ze elders familie hebben. Wanneer echter een lidstaat wordt overspoeld, moeten de andere EU-landen solidair zijn en de verantwoordelijkheid billijk verdelen.

Grenzen en veiligheid

De Europese Unie werkt aan de totstandkoming van een veiligheidsunie. Ze wil Europa veiliger maken door terrorisme en zware criminaliteit te bestrijden en door de buitengrenzen van Europa te versterken.

De EU biedt haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen. Met een veiligheidsunie wil ze van deze ruimte een veiligere plek maken. De EU en de lidstaten werken samen om terrorisme en gewelddadige radicalisering, zware en georganiseerde misdaad en cybercriminaliteit te bestrijden.

Video:

Wat de EU doet

De EU richt haar acties op het ondersteunen van de lidstaten via:

  • informatie-uitwisseling tussen de nationale wetshandhavingsautoriteiten, douanediensten en grenswachten;
  • operationele samenwerking, met de steun van EU-agentschappen;
  • opleiding, uitwisseling van beste praktijken, financiering, onderzoek en innovatie.

Het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) brengt lidstaten samen om gevallen van zware en georganiseerde misdaad te onderzoeken. De Commissie zorgt er ook voor dat de verschillende informatiesystemen voor veiligheid en grens- en migratiebeheer in de EU “interoperabel” zijn, d.w.z. met elkaar kunnen communiceren.

De EU heeft haar wetten bijgewerkt en strenger gemaakt door de definitie van terroristische misdrijven te harmoniseren en het reizen voor terroristische doeleinden en de opleiding en financiering van terroristen strafbaar te maken. Met de steun van het kenniscentrum van het Europees netwerk voor voorlichting over radicalisering voert de EU haar inspanningen op om radicalisering te voorkomen en het probleem van terugkerende terroristische strijders aan te pakken. Via het EU-internetforum vergemakkelijkt de Commissie de samenwerking tussen de belangrijkste internetbedrijven, wetshandhavingsinstanties en het maatschappelijk middenveld om de toegang tot illegale online-inhoud te beperken en doeltreffende alternatieve verhalen aan te bieden die weerwoord bieden aan terroristische propaganda. De Commissie heeft ook voorgesteld internetbedrijven te verplichten om terroristische inhoud binnen een uur na ontvangst van een verwijderingsbevel van de nationale autoriteiten te verwijderen.

In december 2018 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie overeenstemming bereikt over de cyberbeveiligingsverordening, die het mandaat van het EU-agentschap voor cyberbeveiliging (Agentschap van de Europese Unie voor netwerk- en informatiebeveiliging) versterkt om de lidstaten beter te kunnen ondersteunen bij het aanpakken van dreigingen op het gebied van de cyberbeveiliging en het afslaan van cyberaanvallen.

Dankzij het Schengenakkoord zijn de controles aan veel binnengrenzen van de EU geleidelijk afgeschaft. De migratiecrisis en het veranderende veiligheidslandschap van de afgelopen jaren hebben aangetoond dat het Schengengebied sterke buitengrenzen nodig heeft. In 2017 heeft de EU nieuwe regels vastgesteld voor de buitengrenzen van het Schengengebied, op grond waarvan alle personen, ook EU-burgers, strenger worden gescreend aan de hand van relevante databanken om er zeker van te zijn dat ze geen bedreiging vormen voor de openbare orde of de interne veiligheid. Bovendien krijgen de grenswachten van bijvoorbeeld Griekenland, Italië, Bulgarije en Spanje bij het patrouilleren langs de grenzen nu hulp van meer dan 1 600 medewerkers van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex). De Commissie heeft voorgesteld om het Agentschap verder uit te breiden door een permanent korps van 10 000 operationele grenswachten op te richten.

Onderwijs en opleiding

De EU helpt de onderwijskwaliteit te verbeteren door de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen en aanvulling te bieden op nationale acties. Erasmus+ biedt mensen van alle leeftijden diverse mogelijkheden en laat met name jongeren in het buitenland studeren, een opleiding volgen, werkervaring opdoen of actief zijn als vrijwilliger.

Investeren in onderwijs en opleiding is van cruciaal belang voor de toekomst van mensen, zeker als ze jong zijn. Volgens een verslag uit 2015 zijn er in de EU nog altijd meer dan 4,4 miljoen personen die voortijdig van school gaan, en beschikt een kwart van de volwassenen over een laag niveau van vaardigheden, waardoor ze moeilijk toegang krijgen tot de arbeidsmarkt en geen volwaardige rol in de maatschappij kunnen spelen.

Video:

Wat de EU doet

De EU-landen zijn verantwoordelijk voor hun eigen onderwijs- en opleidingsstelsels, maar de EU helpt hen kwaliteitsonderwijs aan te bieden via de uitwisseling van goede praktijken, het vaststellen van doelstellingen en benchmarks, het leveren van financiering en het aanbieden van deskundigheid. Met haar strategie voor onderwijs en opleiding wil de EU de volgende doelstellingen bereiken:

  • meer aandacht voor een leven lang leren en leermobiliteit;
  • beter en efficiënter onderwijs;
  • gelijke kansen, sociale samenhang en actief burgerschap, en
  • meer aandacht voor creativiteit en innovatie, inclusief ondernemerszin, op alle onderwijs- en opleidingsniveaus.

Erasmus+, het EU-programma voor onderwijs, opleiding, jongeren en sport, helpt bij de aanpak van jeugdwerkloosheid door de persoonlijke ontwikkeling, vaardigheden en de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt van jongeren te stimuleren. Met een totale begroting van 14,7 miljard euro geeft het meer dan 4 miljoen (vooral jonge) mensen de kans om in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen, werkervaring op te doen of als vrijwilliger actief te zijn. Erasmus+ stimuleert de arbeidsvooruitzichten en persoonlijke ontwikkeling van jongeren door hun de vaardigheden te geven die ze op de arbeidsmarkt en in de maatschappij nodig hebben, zowel nu als in de toekomst. De Europese Commissie heeft voorgesteld om de financiering voor Erasmus in de volgende langetermijnbegroting van de EU (2021-2027) te verdubbelen tot 30 miljard euro.

De EU heeft een aantal andere initiatieven genomen om het voor personen gemakkelijker te maken om in het buitenland te studeren, een opleiding te volgen of te werken. Europese landen, vakbonden en werkgevers werken samen om beroepsonderwijs en -opleiding te verbeteren via het proces van Kopenhagen. Binnen dat proces zijn het Europees studiepuntensysteem voor beroepsonderwijs en -opleiding en het kwaliteitsborgingsnetwerk tot stand gekomen, twee hulpmiddelen voor personen die in het buitenland willen werken en studeren. Het Bolognaproces en de Europese hogeronderwijsruimte bevorderen de wederzijdse erkenning van studietijd, vergelijkbare kwalificaties en uniforme kwaliteitsnormen, waardoor personen gemakkelijker binnen Europa van het ene naar het andere onderwijsstelsel kunnen overstappen.

Met de Europass-documenten kunnen werknemers die solliciteren naar een baan in het buitenland, hun vaardigheden en kwalificaties weergeven in een standaardmodel dat werkgevers in heel Europa gemakkelijker begrijpen.

Jongeren

Met haar jeugdbeleid en -programma’s wil de EU ervoor zorgen dat jongeren volledig kunnen deelnemen aan alle aspecten van de samenleving en meer kansen krijgen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt.

De sociale inclusie van jongeren is vitaal voor de Europese samenleving en het democratische leven. De EU-strategie voor jongeren bevordert de volwassenwording, de gezondheid en het welzijn van jongeren, evenals hun participatie in de samenleving, hun betrokkenheid bij vrijwilligerswerk en solidariteitsacties en hun werkgelegenheid en ondernemerschap. Ook biedt het EU-jongerenbeleid jongeren de kans om leemten in hun opleiding en vaardigheden op te vullen, zodat ze uitdagingen beter het hoofd kunnen bieden en kunnen bijdragen aan positieve veranderingen in de maatschappij. Dat is vooral belangrijk omdat de jeugdwerkloosheid nog aanzienlijk hoog is.

Video:

Wat de EU doet

De EU heeft diverse programma’s opgezet en initiatieven genomen om jongeren in Europa te helpen een actievere rol te spelen in de samenleving en nuttige ervaringen op te doen in een ander land. Voorbeelden van dergelijke programma’s en initiatieven zijn:

  • Erasmus+: het EU-programma om onderwijs, opleiding, jeugd en sport in Europa te ondersteunen. Met een begroting van 14,7 miljard euro geeft Erasmus+ meer dan 4 miljoen Europeanen de kans om kennis en vaardigheden te verwerven door ervaring in het buitenland op te doen via een studie, een stage, een leerlingplaats, uitwisselingen tussen jongeren, onderwijs, opleiding, jeugdwerk en sport.
  • De gestructureerde dialoog: door de Commissie naar voren geschoven als een middel voor wederzijdse communicatie tussen jongeren en beleidsmakers om zo van jongeren informatie uit de eerste hand over beleidsaangelegenheden te krijgen. De gestructureerde dialoog is georganiseerd in cycli van 18 maanden. Elke cyclus richt zich op een specifiek thema en geeft jongeren de kans om over dit thema gehoord te worden.
  • Het programma Erasmus voor jonge ondernemers: brengt nieuwe of jonge Europese ondernemers de nodige vaardigheden bij die nodig zijn om een klein bedrijf op te starten en te runnen.
  • Het Europees Solidariteitskorps is een nieuw EU-initiatief dat jongeren de kans biedt om uitdrukking te geven aan hun solidariteit door in eigen land of elders in Europa mee te werken aan projecten die mensen en gemeenschappen helpen.
  • De Jongerengarantie: ondersteunt, met een begroting van 8,8 miljard euro, de jeugdwerkgelegenheid door ervoor te zorgen dat alle jongeren onder 25 jaar binnen 4 maanden nadat ze hun formele opleiding hebben beëindigd of werkloos zijn geworden, een concrete hoogwaardige baan, stage, leerlingplaats of vervolgopleiding krijgen aangeboden.

De Europese Jongerensite levert informatie over deze en andere EU-initiatieven voor jongeren in heel Europa, terwijl Eures, het Europees portaal voor beroepsmobiliteit, werkzoekenden helpt om in contact te komen met bedrijven die banen aanbieden.

Cultuur en media

De EU werkt aan het behoud van het gedeelde culturele erfgoed van Europa en maakt dit voor iedereen toegankelijk. De EU steunt de kunsten en helpt onze culturele en creatieve sectoren tot bloei te komen, met name via het programma Creatief Europa.

Cultuur en creativiteit vormen het hart van het Europese project en het hart van het culturele beleid van de EU. Het rijke culturele erfgoed en de dynamische creatieve sectoren van Europa bezorgen miljoenen mensen niet alleen verrijkende ervaringen en plezier, maar vergroten ook het identiteitsbesef.

De EU wil dit culturele erfgoed en de diversiteit in de landen beschermen en zo goed mogelijk gebruikmaken van de bijdrage van de culturele en creatieve sectoren aan de economie en de samenleving. De EU wil met haar beleid ook veel voorkomende uitdagingen aanpakken, zoals de overgang naar digitale productie en inhoud, of de vraag hoe innovatie in de culturele sector het best kan worden bevorderd. De nieuwe Europese agenda voor cultuur bevat concrete maatregelen om het volledige potentieel van cultuur te benutten.

Video:

Wat de EU doet

Met haar programma Creatief Europa, dat een looptijd heeft van 7 jaar, versterkt de EU de culturele en creatieve sectoren van Europa en verstrekt ze financiering aan in totaal ongeveer 3 700 culturele organisaties, 250 000 artiesten en culturele beroepsbeoefenaren, meer dan 7 000 bioscopen, 2 800 films en 4 500 boekvertalingen. Ze investeert 1,46 miljard euro in:

  • de bevordering van de Europese culturele en taalkundige verscheidenheid;
  • de bevordering van de economische groei en het concurrentievermogen in de creatieve sectoren;
  • ondersteuning aan de creatieve en culturele sectoren, zodat ze digitale technologieën maximaal benutten en nieuwe bedrijfsmodellen ontwikkelen, en
  • het streven om creatieve werken bij een groter publiek in Europa en internationaal onder de aandacht te brengen.

Ook bevordert Creatief Europa initiatieven zoals de EU-prijzen voor cultureel erfgoed, architectuur, literatuur en muziek, het Europees erfgoedlabel en de culturele hoofdsteden van Europa. Het Europees Jaar van het cultureel erfgoed 2018 had tot doel meer mensen te stimuleren om het cultureel erfgoed van Europa te ontdekken en te ervaren en hun het gevoel te geven dat ze deel uitmaken van een gemeenschappelijke Europese ruimte.

De Commissie coördineert ook de beleidsvorming, het onderzoek en de verslaglegging met betrekking tot uiteenlopende onderwerpen, van mediageletterdheid en digitale distributie tot het behoud van cultureel erfgoed of cultuur in externe betrekkingen. Bovendien bevordert Creatief Europa de samenwerking tussen lidstaten, waardoor ze van elkaar kunnen leren.

Met haar audiovisuele en mediabeleid wil de EU ervoor zorgen dat audiovisuele media (film, tv en video) net als andere goederen en diensten onderworpen zijn aan EU-brede regelingen, zodat ze vrij en eerlijk kunnen circuleren in de eengemaakte markt, ongeacht hoe ze worden geleverd. De EU steunt ook de ontwikkeling en distributie van Europese films en andere inhoud, met als doel de culturele verscheidenheid te bevorderen.

Sport

De EU bevordert de gezondheidsvoordelen en positieve waarden die met sport in verband worden gebracht, steunt de samenwerking tussen beleidsmakers en de dialoog met sportorganisaties en pakt problemen aan zoals doping, wedstrijdvervalsing en geweld.

Sport en beweging vormen een integraal onderdeel van het leven van miljoenen Europeanen. Naast het bevorderen van een betere gezondheid en meer welzijn kan sport helpen bij het aanpakken van problemen zoals racisme, sociale exclusie en genderongelijkheid. Sport biedt ook aanzienlijke economische voordelen en is een belangrijk instrument in de externe betrekkingen van de EU. Het EU-sportbeleid wordt nu hoofdzakelijk uitgevoerd via het Erasmus+-programma.

Video:

Wat de EU doet

De EU richt zich op sport als een middel om haar burgers gezond te houden, gemeenschappen te creëren, de sociale inclusie te versterken en gelijke kansen te bevorderen.

  • Erasmus+ verstrekt aanvullende financiering aan initiatieven die innovatieve ideeën en praktijken ontwikkelen, delen en uitvoeren om de amateursport te bevorderen. “Erasmus+ Sport” is opgericht om de Europese dimensie van sport te ontwikkelen door de samenwerking tussen sportorganisaties, openbare instanties en andere partijen te stimuleren.
  • Sport kan een brug slaan tussen sociale klassen, mensen mondiger maken en kansen geven om leiderschapsvaardigheden te ontwikkelen. EU-lidstaten die een financiering wensen van het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, worden aangemoedigd om projecten op te nemen die sociale inclusie bevorderen via sport. De #BeInclusive EU Sport Awards bekronen organisaties die de kracht van sport gebruiken om de sociale inclusie van achtergestelde groepen te vergroten.
  • De Europese Week van de sport spoort Europeanen aan actief te zijn in hun dagelijks leven.
  • De Europese Commissie moedigt sportorganisaties aan om deugdelijk bestuur in te voeren.
  • De Europese Commissie integreert sport geleidelijk aan in bilaterale overeenkomsten met landen buiten de EU.

De EU-lidstaten werken op sportgebied samen via een meerjarig EU-werkplan voor sport. Het meest recente werkplan (voor de periode 2017-2020) bevat de volgende drie prioriteiten: de integriteit van sport, de economische dimensie van sport, en sport en samenleving. De Europese Commissie werkt samen met de lidstaten en belanghebbenden om de rol van sport te bevorderen en om oplossingen te vinden voor problemen waar de Europese sport mee wordt geconfronteerd.

Uit het Eurobarometeronderzoek naar sport en lichaamsbeweging is gebleken dat EU-burgers onvoldoende bewegen. Het EU-gezondheidsbeleid bevordert beweging via zowel het delen van goede praktijken tussen EU-landen en met belanghebbende partijen als het EU-actieplatform op het gebied van voeding, lichaamsbeweging en gezondheid, dat een forum biedt voor het aanpakken van ongunstige tendensen.

De EU-richtsnoeren voor lichaamsbeweging (2008) en de aanbeveling van de Raad over de stimulering van gezondheidsbevorderende lichaamsbeweging in de verschillende sectoren (2013) laten zien hoe nationaal beleid beweging kan aanmoedigen. Het pleidooi van Tartu voor een gezonde levensstijl (2017) omvat een lijst van 15 maatregelen om gezonde levensstijlen te bevorderen.

Begroting

De EU-begroting draagt bij tot het verwezenlijken van zaken die Europeanen belangrijk vinden. Door op EU-niveau middelen te bundelen, kunnen de lidstaten meer bereiken dan door alleen te handelen.

De EU-begroting ondersteunt een groot aantal beleidsdomeinen die binnen de Europese Unie worden uitgevoerd. Daarnaast heeft de begroting bijgedragen aan de consolidatie van de sterke positie van de EU op internationaal niveau als voortrekker in de strijd tegen klimaatverandering en als grootste donor van humanitaire hulp en ontwikkelingshulp ter wereld.

Tijdens de financieel-economische crisis is de EU-begroting een krachtig instrument gebleken om investeringen te ondersteunen. Gezien de hoge druk die in veel lidstaten op de nationale begrotingen rustte, bleek de EU-begroting, en met name de structuurfondsen, tijdens de crisis van 2008 een stabiliserende factor te zijn die investeringen in groei en banen mogelijk maakte. Meer recent heeft de begroting ook het beheer van de EU-buitengrenzen en het Europese antwoord op de vluchtelingencrisis en op de dreiging van de georganiseerde misdaad en het terrorisme ondersteund.

Video:

Wat de EU doet

De EU stelt langetermijnbegrotingsplannen vast die een stabiele basis bieden voor de uitvoering van de begroting gedurende een periode van ten minste vijf jaar. De huidige langetermijnbegroting loopt van 2014 tot en met 2020 en stelt de EU in staat om in die periode ongeveer 1 biljoen euro te investeren. In mei 2018 heeft de Europese Commissie haar voorstel voor de langetermijnbegroting van de EU voor de periode 2021-2027 ingediend.

De jaarlijkse begroting wordt op democratische wijze vastgesteld. Eerst stelt de Europese Commissie een ontwerpbegroting voor. Vervolgens keuren de nationale regeringen (via de Raad van de Europese Unie) en het rechtstreeks verkozen Europees Parlement de EU-begroting goed, doorgaans aan het begin van het jaar. Ongeveer 94 % van de begroting wordt besteed in de lidstaten (voornamelijk aan het bevorderen van groei en werkgelegenheid) of buiten de EU (met name aan ontwikkeling en humanitaire hulp), terwijl slechts 6 % ten goede komt aan de EU-administratie.

De jaarlijkse EU-begroting voor 2019 bedroeg ongeveer 165,8 miljard euro — een groot bedrag in absolute zin, maar slechts circa 1 % van de welvaart die elk jaar door de economieën van de lidstaten wordt gegenereerd. Ongeveer 80 % van de EU-begroting wordt gefinancierd door nationale bijdragen op basis van het bruto nationaal inkomen en de belasting over de toegevoegde waarde.

Elk jaar beslist het Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad, of het zijn definitieve “kwijting” (goedkeuring) verleent voor de manier waarop de Commissie de EU-begroting heeft uitgevoerd. Die procedure zorgt voor volledige verantwoording en transparantie. Nadat kwijting is verleend, worden de rekeningen voor een gegeven jaar formeel afgesloten.

Fraudepreventie

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding zorgt ervoor dat het geld van de belastingbetaler zo goed mogelijk wordt gebruikt door gevallen van fraude, corruptie en illegale activiteiten met EU-fondsen te onderzoeken.

Corruptie en fraude kunnen de economie ernstige schade toebrengen en het vertrouwen van de burger in de democratische instellingen en procedures ondermijnen. Institutionele corruptie is echter niet de enige bedreiging. Sigarettensmokkel, ontduiking van invoerheffingen op schoenen en kleding, het krijgen van subsidies voor het telen van sinaasappels op niet-bestaande boerderijen — er zijn veel voorbeelden van groot- en kleinschalige fraude die de Europese belastingbetaler geld kunnen kosten.

Om deze bedreigingen tegen te gaan, onderzoekt het Europees Bureau voor fraudebestrijding (ook bekend als OLAF) fraude, corruptie en andere illegale activiteiten met betrekking tot EU-fondsen, alsmede ernstig wangedrag door EU-personeel en leden van de EU-instellingen. Daarnaast helpt OLAF de instellingen beleidslijnen op te stellen en uit te voeren om fraude te voorkomen en op te sporen. OLAF is onderdeel van de Europese Commissie, maar treedt in zijn onderzoeksmandaat volledig onafhankelijk op.

Video:

Wat de EU doet

Wanneer een geval van vermoede corruptie of fraude met EU-fondsen wordt beoordeeld en door het Europees Bureau voor fraudebestrijding als bewezen wordt beschouwd, wordt een onderzoek gestart. Deze onderzoeken kunnen verhoren en inspecties ter plaatse inhouden. OLAF coördineert ook inspecties door bureaus voor fraudebestrijding van de lidstaten die bij de zaak betrokken zijn.

Wanneer een onderzoek wordt afgesloten, beveelt OLAF maatregelen aan de EU-instellingen en de betrokken nationale regeringen aan. Deze maatregelen bestaan doorgaans uit het starten van strafrechtelijke onderzoeken, financiële terugvorderingen of andere disciplinaire maatregelen. Daarna controleert OLAF hoe deze aanbevelingen worden uitgevoerd.

Nationale douaneautoriteiten voeren regelmatig gezamenlijke douaneoperaties uit met OLAF (en andere EU-agentschappen) om smokkel en fraude te stoppen op bepaalde gebieden met een hoog risico en op specifieke routes. Zo leidden in 2017 gezamenlijke douaneoperaties, gefinancierd door het Europees Bureau voor fraudebestrijding, tot de inbeslagname van 75 miljoen sigaretten en tienduizenden andere namaakproducten.

OLAF draagt ook bij aan de ontwikkeling van, het toezicht op en de uitvoering van het EU-fraudebestrijdingsbeleid en werkt daarbij nauw samen met de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.

3 Hoe de Europese Unie besluiten neemt en optreedt

1 WIE IS WIE

De Europese Unie functioneert als een rechtsstaat. Dat betekent dat alles wat de EU doet, gebaseerd is op verdragen waarmee alle landen van de EU vrijwillig en op democratische wijze hebben ingestemd. Over deze Verdragen is onderhandeld, alle EU-lidstaten hebben er hun goedkeuring aan verleend en ze zijn vervolgens geratificeerd door de nationale parlementen of per referendum.

De Verdragen leggen de doelstellingen van de Europese Unie vast, alsmede de regels voor de instellingen van de EU, de manier waarop besluiten worden genomen en de relatie tussen de EU en haar lidstaten. Bij de toetreding van nieuwe lidstaten zijn ze telkens gewijzigd. Af en toe zijn ze ook gewijzigd om de instellingen van de Europese Unie te hervormen en hun nieuwe bevoegdheden te geven.

Het laatste wijzigingsverdrag, het Verdrag van Lissabon, is op 1 december 2009 van kracht geworden. Eerdere verdragen zijn nu verwerkt in de huidige geconsolideerde versie, die het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie omvat.

Meer recent keurde de EU het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie goed, een intergouvernementeel verdrag dat de deelnemende landen verplicht strikte regels in te voeren om een evenwichtige overheidsbegroting te garanderen en het bestuur van de eurozone te versterken.

Bij de besluitvorming op EU-niveau zijn verschillende Europese instellingen betrokken, met name:

De adviesorganen (het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s) en de nationale parlementen spelen ook een rol.

In het algemeen stelt de Europese Commissie nieuwe wetten voor en worden deze door het Europees Parlement en de Raad (ook wel “Raad van de Europese Unie” genoemd) aangenomen. De lidstaten en de betrokken EU-instelling(en) geven er vervolgens uitvoering aan.

Het Europees Parlement

Het Europees Parlement wordt verkozen door de EU-burgers in rechtstreekse verkiezingen die elke vijf jaar plaatsvinden. Elke lidstaat kiest een aantal leden (EP-leden); het aantal zetels hangt af van de bevolking van elke lidstaat. Het Parlement komt zowel in Brussel als in Straatsburg bijeen. De huidige voorzitter van het Europees Parlement is David Sassoli.

EP-leden vormen zelf politieke fracties en ook commissies die voorstellen voor nieuwe wetgeving in verschillende beleidsdomeinen onderzoeken.

Op het gebied van besluitvorming is het Parlement bevoegd voor de volgende zaken:

  • het goedkeuren, wijzigen of afwijzen van EU-wetten, samen met de Raad van de Europese Unie, op basis van voorstellen van de Europese Commissie. Samen met de Raad keurt het Parlement ook de EU-begroting goed (voorgesteld door de Europese Commissie);
  • het nemen van besluiten over internationale overeenkomsten;
  • het nemen van besluiten over uitbreidingen van de EU;
  • het aanwijzen van de voorzitter van de Commissie, op basis van een voorstel van de lidstaten, en vervolgens het goedkeuren van de hele Commissie;
  • het evalueren van het werkprogramma van de Commissie en de Commissie verzoeken wetgeving voor te stellen.

De werkzaamheden van het Parlement bestaan uit twee belangrijke fasen:

  • de voorbereiding van de wetgeving in de commissies: het Parlement telt twintig commissies en twee subcommissies die elk een specifiek beleidsdomein behandelen. De commissies onderzoeken voorstellen voor wetgeving, en de EP-leden en politieke fracties kunnen amendementen indienen, of een voorstel doen om de voorgestelde wetgeving af te wijzen. De politieke fracties bespreken alle voorstellen eerst intern voordat ze besluiten hoe ze over een specifiek onderwerp zullen stemmen;
  • de goedkeuring, wijziging of afwijzing van wetgeving in de plenaire vergaderingen: dit gebeurt wanneer alle EP-leden zich in de vergaderzaal verzamelen voor een eindstemming over de voorgestelde wetgeving en de voorgestelde amendementen. De plenaire vergaderingen vinden in de regel in Straatsburg plaats, eventuele buitengewone vergaderingen in Brussel.

De achtste zittingsperiode van het Europees Parlement eindigde op 18 april 2019. Van 23 tot en met 26 mei hebben burgers in de EU-lidstaten de afgevaardigden gekozen voor het nieuwe Parlement. Meer informatie over de uitslag van de Europese verkiezingen van 2019 en de vorming van het nieuwe Parlement is te vinden op de website van het Europees Parlement.

De Europese Raad

De Europese Raad is gevestigd in Brussel en bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders van alle EU-lidstaten, de voorzitter van de Europese Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

In de Europese Raad komen de EU-leiders bijeen om de politieke agenda van de EU te bepalen. De Raad vertegenwoordigt het hoogste niveau van politieke samenwerking tussen de EU-lidstaten. De Europese Raad komt (meestal om de drie maanden) bijeen op bijeenkomsten van EU-leiders (“toppen”), voorgezeten door de voorzitter van de Europese Raad. De voorzitter kan ook buitengewone bijeenkomsten over dringende kwesties bijeenroepen. In juli 2019 is Charles Michel door de Europese Raad verkozen tot voorzitter voor de periode van 1 december 2019 tot en met 31 mei 2022.

De Europese Raad neemt zijn besluiten meestal bij consensus. In bepaalde specifieke gevallen besluit hij echter met gekwalificeerde meerderheid.

De Europese Raad:

  • neemt besluiten over het algemene beleid en de politieke prioriteiten van de EU, maar keurt geen wetten goed;
  • behandelt ingewikkelde of gevoelige zaken die niet kunnen worden opgelost op een lager regeringsniveau;
  • bepaalt het gemeenschappelijk internationaal en veiligheidsbeleid van de EU, en houdt daarbij rekening met strategische belangen en de gevolgen voor defensie;
  • nomineert en benoemt kandidaten voor enkele prominente EU-functies, zoals de voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Centrale Bank.

De Europese Raad kan:

  • de Europese Commissie uitnodigen een voorstel in te dienen over deze kwesties;
  • deze kwesties doorverwijzen naar de Raad van de Europese Unie.

De Raad

De Raad, ook wel “Raad van de Europese Unie” genoemd, is samen met het Europees Parlement het belangrijkste besluitvormingsorgaan van de EU. De regeringen van de EU-landen vaardigen elk één minister naar de Raad van de Europese Unie af om wetsvoorstellen te bespreken, te wijzigen en goed te keuren, en het beleid te coördineren. De daar gemaakte afspraken zijn bindend voor de nationale regeringen. Het voorzitterschap van de Raad rouleert elke zes maanden tussen de EU-lidstaten; het land dat voorzitter is, zit alle vergaderingen van de Raad voor en stelt de agenda’s op.

De Raad:

  • onderhandelt over EU-wetgeving en stelt deze vast, in samenspraak met het Europees Parlement en op basis van voorstellen van de Europese Commissie;
  • coördineert het beleid van de EU-landen;
  • stippelt het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU uit op basis van de richtsnoeren van de Europese Raad;
  • sluit overeenkomsten tussen de EU en andere landen en internationale organisaties;
  • stelt de EU-begroting vast, samen met het Europees Parlement.

Het zijn de aanwezige ministers die bevoegd zijn voor het beleid dat wordt besproken. Zo komen de ministers van milieu samen in de Milieuraad. De ministers ontmoeten elkaar meermaals per jaar om besluiten over de EU te nemen, hoewel regeringsfunctionarissen elkaar het hele jaar door ontmoeten om de details van het beleid te bespreken.

Voor de goedkeuring van een besluit is meestal een gekwalificeerde meerderheid vereist, te weten 55 % van de lidstaten die bij elkaar ten minste 65 % van de totale bevolking van de EU vertegenwoordigen. Bij bepaalde onderwerpen, zoals buitenlands beleid en belastingen, is unanimiteit vereist (alle landen moeten vóór stemmen), terwijl voor procedurele en administratieve kwesties een gewone meerderheid voldoende is.

De Raad mag niet worden verward met de Raad van Europa, die geen orgaan is van de Europese Unie, maar een internationale organisatie die is opgericht om de democratie te bevorderen en de mensenrechten en de rechtsstaat in Europa te beschermen. De Raad van Europa bestaat uit 47 Europese landen, waaronder de lidstaten van de EU.

De Europese Commissie

De Europese Commissie is de belangrijkste instelling die de dagelijkse activiteiten van de EU leidt. Ze is de enige EU-instelling die wetgeving kan voorstellen (vaak op verzoek van het Europees Parlement of de Raad), maar het stemmen erover gebeurt door het Parlement en de Raad. De meeste mensen die bij de Commissie werken, hebben hun standplaats in Brussel of Luxemburg, maar er zijn “vertegenwoordigingen” in alle hoofdsteden van de EU-lidstaten.

De Commissie bestaat uit het college van 27 commissarissen, 1 uit iedere EU-lidstaat, onder wie voorzitter Ursula von der Leyen en de vicevoorzitters.

Nadat de voorzitter van de Commissie is verkozen, draagt de Raad van de Europese Unie de overige 26 commissieleden voor in overleg met de verkozen voorzitter. Het college van leden wordt vervolgens in zijn geheel goedgekeurd door het Europees Parlement. De commissarissen vormen het politieke leiderschap van de Commissie voor een termijn van vijf jaar. Elke commissaris krijgt van de voorzitter een bepaalde portefeuille, waarvoor hij of zij politiek verantwoordelijk is.

Het personeel van de Commissie is vergelijkbaar met de openbare diensten in een lidstaat en zijn verdeeld over afdelingen, die directoraten-generaal en diensten worden genoemd en te vergelijken zijn met ministeries op nationaal niveau.

Het college van commissarissen draagt gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor de genomen besluiten. De stemmen van alle commissarissen wegen in die besluitvorming even zwaar en de commissarissen zijn dus ook allemaal in gelijke mate aansprakelijk voor wat zij samen besluiten. De commissarissen hebben geen eigen beslissingsbevoegdheid, behalve in speciale gevallen.

Er zijn acht vicevoorzitters (onder wie drie uitvoerend vicevoorzitters en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid), die deze functie uitoefenen naast hun gewone rol als commissaris. De vicevoorzitters mogen namens de voorzitter optreden en coördineren samen met verschillende commissarissen de werkzaamheden die onder hun verantwoordelijkheid vallen. De politieke richtsnoeren die voorzitter Von der Leyen in juli 2019 heeft gepresenteerd, bevatten zes grote ambities voor Europa.

Over het algemeen worden besluiten bij consensus genomen, maar er kan ook worden gestemd. In dat geval heeft elke commissaris één stem en is een gewone meerderheid voldoende. Het desbetreffende directoraat-generaal gaat vervolgens met het onderwerp aan de slag. Dit leidt meestal tot een ontwerpwetgevingsvoorstel.

Raadgevende comités

De raadgevende comités (het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s) hebben een adviserende rol ten aanzien van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Ze brengen adviezen uit over voorgestelde wetgevingshandelingen. Het Europees Economisch en Sociaal Comité vertegenwoordigt het maatschappelijk middenveld, terwijl het Europees Comité van de Regio’s lokale en regionale overheden vertegenwoordigt.

Nationale parlementen

De 27 nationale parlementen van de lidstaten dragen bij aan de goede werking van de EU door het optreden van hun regeringen in verband met activiteiten van de Europese Unie te controleren. De nationale parlementen hebben een aantal rechten, waaronder het recht om hun zorgen over ontwerpwetgeving kenbaar te maken.

Wanneer een nationaal parlement van mening is dat een ontwerpwetgevingshandeling in strijd is met het subsidiariteitsbeginsel, kan het een met redenen omkleed advies uitbrengen aan de Commissie. Indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan, evalueert de Commissie haar voorstel en verklaart ze publiekelijk of ze het voorstel zal handhaven, wijzigen of intrekken.

De Commissie voert ook voortdurend politieke dialogen met de nationale parlementen, die adviezen uitbrengen over wetgevings- of andere initiatieven van de Commissie of, op eigen initiatief, over elk ander politiek onderwerp dat ze van belang achten.

Europese Centrale Bank en Europese Investeringsbank

De Europese Centrale Bank is een onafhankelijke instelling van de economische en monetaire unie, waarbij alle EU-lidstaten zijn aangesloten. Ze neemt besluiten zonder instructies van regeringen of van andere EU-instellingen te vragen of te aanvaarden. Het hoofddoel van de ECB is het handhaven van prijsstabiliteit in de eurozone door te zorgen voor een lage en stabiele consumentenprijsinflatie.

De Europese Investeringsbank is de bank van de Europese Unie. De lidstaten zijn de aandeelhouders en de taak van de bank is leningen te verstrekken voor investeringen die de doelstellingen van de EU ondersteunen. Ze concentreert zich op het stimuleren van werkgelegenheid en groei in de EU, het ondersteunen van klimaatactie en het ondersteunen van het EU-beleid buiten haar grenzen.

Agentschappen van de Europese Unie

De Europese Unie wordt voor haar werkzaamheden bijgestaan door een aantal EU-agentschappen, die aparte rechtspersonen zijn en specifieke taken onder de EU-wetgeving uitvoeren. Ze houden zich bezig met zaken en problemen die invloed hebben op het dagelijks leven van de inwoners van de EU. Voor de EU-instellingen en de EU-lidstaten zijn ze onmisbaar vanwege hun gespecialiseerde kennis op uiteenlopende gebieden, zoals cyberveiligheid, de veiligheid van voedsel en geneesmiddelen, milieubescherming, grondrechten en grensbeveiliging.

2 BESLUITVORMING

Diverse instellingen nemen deel aan het besluit- vormingsproces van de EU, met voorop het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie.

Doorgaans stelt de Europese Commissie nieuwe rechtshandelingen voor, die vervolgens worden aangenomen door het Parlement en de Raad. In sommige gevallen doet de Raad dat alleen.

Om ervoor te zorgen dat EU-maatregelen hun doel op de meest efficiënte wijze verwezenlijken, beoordeelt de Europese Commissie de verwachte en feitelijke effecten van beleid, wetgeving en andere belangrijke acties. Ook worden burgers en belanghebbenden betrokken bij elke fase van de beleidscyclus — van het plannen, voorstellen, uitvoeren en evalueren van beleid tot aan de herziening ervan.

Ter aankondiging van nieuwe wetgevingsinitiatieven of evaluaties van bestaande wetgeving publiceert de Europese Commissie aanvangseffectbeoordelingen of routekaarten. De potentiële economische, sociale en milieueffecten van voorgestelde maatregelen worden geanalyseerd en gerapporteerd in de effectbeoordelingen die samen met de wetgevingsvoorstellen worden ingediend.

En hoe zit het met wetgeving of initiatieven die reeds van kracht zijn? Wanneer maatregelen lang genoeg van kracht zijn, worden ze geëvalueerd om de werking ervan te toetsen aan standaardcriteria. Onderdeel hiervan is het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit), dat bedoeld is om de kosten van regelgeving te verminderen en bestaande wetgeving te vereenvoudigen.

Er zijn diverse soorten rechtshandelingen, die op verschillende manieren worden toegepast.

  • Een verordening is een wet die rechtstreeks van toepassing en bindend is in alle lidstaten. Lidstaten hoeven haar niet in nationaal recht om te zetten, hoewel nationale wetten mogelijk moeten worden gewijzigd om niet in strijd te zijn met de verordening.
  • Een richtlijn is een wet die de lidstaten, of een groep lidstaten, verplicht een specifiek doel te bereiken. Richtlijnen moeten doorgaans in nationaal recht worden omgezet om van kracht te worden. Belangrijk is dat een richtlijn het te behalen resultaat vermeldt: het is aan de individuele lidstaten om te besluiten hoe dit wordt gedaan.
  • Een besluit kan gericht zijn tot lidstaten, groepen personen of zelfs individuele personen. Het is in zijn geheel bindend. Besluiten worden bijvoorbeeld gebruikt om een uitspraak te doen over voorgestelde fusies tussen bedrijven.
  • Met aanbevelingen en adviezen kunnen de EU-instellingen zich uitspreken tegenover lidstaten, en in sommige gevallen tegenover individuele burgers. Deze zijn niet bindend en houden geen enkele wettelijke verplichting in voor de persoon of entiteit die wordt aangesproken.

Elk voorstel voor een nieuwe EU-rechtshandeling is in overeenstemming met een specifiek artikel van een verdrag, dat de rechtsgrondslag van het voorstel wordt genoemd. De rechtsgrondslag bepaalt welke wetgevingsprocedure moet worden gevolgd.

De meeste wetten komen tot stand via een procedure die de gewone wetgevingsprocedure wordt genoemd.

Gewone wetgevingsprocedure

De gewone wetgevingsprocedure, ook medebeslissingsprocedure genoemd, is de meest gebruikelijke procedure voor het aannemen van EU-wetgeving. Deze procedure plaatst het Europees Parlement en de Raad op gelijke voet en de volgens deze procedure aangenomen wetgeving heeft de vorm van gemeenschappelijke besluiten van het Parlement en de Raad. Deze procedure is van toepassing op de meeste EU-wetgeving op een breed spectrum van terreinen, zoals consumentenrecht, milieubescherming en vervoer. Onder de gewone wetgevingsprocedure doet de Commissie een voorstel dat door zowel het Parlement als de Raad moet worden goedgekeurd. Bij ontvangst van het voorstel verloopt de procedure als volgt.

De eerste lezing

  • Het Europees Parlement debatteert over het voorstel in zijn commissies. In deze commissies wordt over ingediende amendementen op het voorstel gestemd. Het voorstel gaat dan naar het hele Parlement dat erover (en over verdere amendementen) stemt in de plenaire vergadering.
  • De Raad en de lidstaten bestuderen de wet- geving in detail; de meeste discussies vinden plaats in een werkgroep met ambtenaren. Veel kwesties kunnen worden opgelost op dit technische niveau of op de niveaus die er net boven liggen, hoewel over sommige kwesties mogelijk een besluit moet worden genomen in vergaderingen met de desbetreffende ministers. De Raad bereikt een politiek akkoord over de wetgeving — dit kan voor of na de stemming in het Parlement gebeuren. Zodra het Parlement heeft gestemd, wordt het politieke akkoord omgezet in een formeel gemeenschappelijk standpunt. Als het gemeenschappelijke stand- punt van de Raad verschilt van de stemming in het Parlement, gaat de wetgeving naar een tweede lezing om de geschillen op te lossen.
  • Vertegenwoordigers van het Parlement en de Raad ontmoeten elkaar vaak informeel om tot een akkoord proberen te komen voordat ze hun standpunten formaliseren. Als ze tot een akkoord komen, neemt de Raad precies dezelfde tekst aan als het Parlement en wordt het voorstel wet. Dat wordt een akkoord in eerste lezing genoemd.

De tweede lezing

  • Als er geen akkoord is bereikt in eerste lezing, gaat de tweede lezing van start. Die verloopt op een soortgelijke manier als de eerste lezing, maar deze keer onderzoekt en stemt het Parlement over de wijzigingen die de Raad heeft voorgesteld. Vervolgens beraadt de Raad zich over wat het Parlement voorstelt. De tweede lezing verloopt sneller dan de eerste lezing, aangezien alleen kan worden gediscussieerd over de verschillende standpunten van het Parlement en de Raad en diverse elementen in de tijd beperkt zijn.
  • Het is mogelijk dat het Parlement en de Raad het in deze fase akkoord zijn (een akkoord in tweede lezing). Als de twee instellingen niet tot een gemeenschappelijk besluit over de voorgestelde rechtshandeling kunnen komen, gaat die naar een bemiddelingscomité dat bestaat uit een gelijk aantal vertegen-woordigers van het Parlement en de Raad. Deze bemiddelingsprocedure is zeldzaam geworden. De meeste rechtshandelingen worden goedgekeurd volgens de gewone wetgevingsprocedure in eerste of tweede lezing.
  • Zodra een overeenkomst is bereikt over een definitieve tekst, en alle vertalingen zijn uitgevoerd, gaat de wetgeving opnieuw naar het Parlement en de Raad, zodat die haar als rechtshandeling kunnen goedkeuren. Ze wordt vervolgens bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie in de officiële talen van de EU. In de wetgeving is bepaald wanneer ze in de lidstaten ten uitvoer moet worden gelegd, of wanneer ze van kracht wordt in het geval van een verordening.

De Commissie kan lidstaten voor de rechtbank dagen en vragen dat ze worden beboet als ze de EU- wetgeving niet ten uitvoer leggen. Bijna alle handhaving van de EU-wetgeving doet zich voor binnen de lidstaten. Dat kan soms leiden tot klachten over ongelijke tenuitvoerlegging van de regels in verschillende landen. Enkele besluiten worden rechtstreeks op EU-niveau gehandhaafd, met name mededingingswetgeving, zoals antitrustzaken. Raadpleeg voor meer informatie hoodstuk 3 — Handhaving van de EU-wetten — van dit deel.

Wie wordt nog meer geraadpleegd?

Bij het nemen van besluiten op een aantal beleids- terreinen raadplegen het Parlement, de Raad en de Commissie het Europees Economisch en Sociaal Comité (waarvan Luca Jahier de voorzitter is).

Als het gaat om zaken die relevant zijn voor de regio’s, moeten het Parlement, de Raad en de Commissie het Europees Comité van de Regio’s raadplegen (waarvan Karl-Heinz Lambertz de voorzitter is).

De adviezen van de comités zijn niet bindend voor de EU-instellingen.

Daarnaast kunnen andere instellingen en organen worden geraadpleegd wanneer een voorstel binnen hun interessegebied of expertise valt, bijvoorbeeld de Europese Centrale Bank voor voorstellen met betrekking tot economische of financiële zaken.

Nationaal toezicht

De nationale parlementen ontvangen ontwerpen van wetgevingshandelingen op hetzelfde moment als het Europees Parlement en de Raad. Zij kunnen advies uitbrengen om ervoor te zorgen dat besluiten op het meest passende niveau worden genomen. De handelingen van de EU zijn onderworpen aan het subsidiariteitsbeginsel; dit betekent dat ze, behalve op de terreinen waarop ze exclusieve bevoegdheden heeft, alleen optreedt als actie op EU-niveau effectiever zal zijn dan op nationaal niveau. De nationale parlementen zien er daarom op toe dat dit beginsel in acht wordt genomen bij de besluitvorming in de EU, en kunnen “met redenen omklede adviezen” geven wanneer ze menen dat het beginsel niet wordt nageleefd.

Betrokkenheid van burgers

Iedere EU-burger heeft het recht een verzoekschrift tot het Europees Parlement te richten in een van de 24 officiële talen van de EU, in de vorm van een klacht of een verzoek, betreffende een onderwerp dat tot de werkterreinen van de Europese Unie behoort. De verzoekschriften worden behandeld door de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement, die beslist over de ontvankelijkheid ervan en de afhandeling voor haar rekening neemt.

Burgers kunnen ook rechtstreeks invloed uitoefenen op de ontwikkeling van het EU-beleid door de Europese Commissie op te roepen een wetgevingsvoorstel te doen over onderwerpen die binnen de bevoegdheid van de EU vallen. Dit wordt een Europees burger- initiatief genoemd en moet de steun hebben van ten minste 1 miljoen EU-burgers uit ten minste zeven lidstaten. In elk van die zeven lidstaten is een minimumaantal handtekeningen vereist.

Burgers kunnen hun opvattingen over initiatieven van de Commissie kenbaar maken in belangrijke fasen van het beleidsvormings- en wetgevingsproces. Via het webportaal Geef uw mening kunnen burgers en belanghebbenden op verschillende manieren bijdragen:

  • Eerst kondigt de Commissie een nieuw initiatief of een evaluatie van bestaand beleid of bestaande wetgeving aan door een aanvangseffectbeoordeling of een routekaart te publiceren. Burgers en belanghebbenden hebben vier weken de tijd om feedback te geven, die op dezelfde webpagina wordt gepubliceerd.
  • Bij het voorbereiden van een nieuw initiatief of een nieuwe evaluatie houdt de Commissie openbare raadplegingen via onlinevragenlijsten, die twaalf weken openstaan.
  • Nadat de Commissie een wetgevingsvoorstel heeft voltooid en dit aan het Europees Parlement en de Raad heeft voorgelegd, hebben burgers nog een kans om opmerkingen over het voorstel in te dienen. De feedbackperiode voor voorstellen van de Commissie bedraagt acht weken; daarna worden de bijdragen doorgestuurd aan het Parlement en de Raad, die de bijdragen meenemen in hun onderhandelingen.
  • Dankzij het programma Verminder de regeldruk kunnen burgers de Commissie op elk moment suggesties aan de hand doen over manieren om bestaande wetgeving of bestaand beleid te vereenvoudigen en te verbeteren, zodat die wetgeving of dat beleid doelmatiger en minder belastend wordt.

Op het webportaal Geef uw mening kunnen burgers zich abonneren op een e-maildienst die meldingen verstuurt over nieuwe initiatieven op gebieden waarin de abonnee geïnteresseerd is, en over de ontwikkelingen met betrekking tot individuele initiatieven.

Coördinatie van het beleid van de lidstaten — het voorbeeld van het economische beleid

In de economische en monetaire unie is het economische beleid van de EU gebaseerd op de nauwe coördinatie van het nationale economische beleid van alle lidstaten. Deze coördinatie wordt geleid door de ministers van Economische en Financiële Zaken, die samen de Raad Economische en Financiële Zaken vormen.

De Eurogroep bestaat uit de ministers van Economische Zaken en Financiën van de leden van de eurozone. Zij bevordert de economische groei en de financiële stabiliteit in de eurozone door het economische beleid te coördineren.

Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheids- beleid is het georganiseerde, overeengekomen buitenlandbeleid van de EU, vooral gericht op diplomatie en optreden op het gebied van veiligheid en defensie. Besluiten vereisen unanimiteit van de lidstaten in de Raad van de Europese Unie. Zodra ze zijn overeen- gekomen, kunnen bepaalde aspecten verder worden besloten met gekwalificeerde meerderheid. Voor het buitenlands beleid van de EU op ministerieel niveau is er de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en vice- voorzitter van de Commissie, momenteel Josep Borrell Fontelles, die ook de vergaderingen van de ministers van Buitenlandse Zaken voorzit.

Sluiting van internationale overeenkomsten

Elk jaar sluit (d.w.z. ondertekent) de Raad een aantal overeenkomsten tussen de Europese Unie enerzijds en derde landen of internationale organisaties anderzijds. Dergelijke overeenkomsten kunnen brede terreinen zoals handel, samenwerking en ontwikkeling betreffen, of betrekking hebben op meer specifieke onderwerpen zoals textiel, visserij, wetenschap en technologie, of vervoer. Voor dergelijke overeen- komsten is instemming van het Europees Parlement vereist op terreinen die onder de gewone wetgevingsprocedure vallen.

Goedkeuring van de EU-begroting

De jaarlijkse begroting van de EU wordt door de Raad en het Europees Parlement gezamenlijk vastgesteld. Als de twee instellingen niet tot overeenstemming komen, worden er bemiddelingsprocedures gevolgd tot er een begroting is goedgekeurd. Zie voor meer informatie hoofdstuk 4 — Actie ondernemen: de EU-begroting — van dit deel.

3 HANDHAVING VAN EU-WETGEVING

Het Hof van Justitie van de Europese Unie zorgt ervoor dat het EU-recht in elke lidstaat op dezelfde manier wordt geïnterpreteerd en toegepast. Het Hof is bevoegd om uitspraak te doen in juridische geschillen tussen lidstaten, EU-instellingen, bedrijven en individuen. Om de duizenden zaken die aan het Hof worden voorgelegd, te kunnen behandelen, is het Hof in twee grote organen verdeeld: het Hof van Justitie en het Gerecht.

Als een particulier of bedrijf schade heeft geleden als gevolg van een handeling of nalatigheid van een EU-instelling of haar personeel, kan de particulier of het bedrijf op twee manieren een zaak bij het Hof aanhangig maken:

  • indirect via een nationale rechter, die de zaak kan doorverwijzen naar het Hof van Justitie;
  • rechtstreeks bij het Gerecht, als een EU-besluit de particulier of het bedrijf rechtstreeks en individueel heeft getroffen.

Als iemand meent dat de overheden in een land de EU-wet hebben overtreden, kan hij de officiële klachtenprocedure volgen.

Hoe werkt het Hof?

De procedure bestaat uit twee fasen:

  • Schriftelijke fase. Om te beginnen dienen alle betrokken partijen bij de rechter een schriftelijke verklaring in. Ook nationale instanties, EU-instellingen en soms particulieren kunnen opmerkingen indienen. Dit alles wordt samengevat door de rechter-rapporteur en vervolgens besproken in de algemene zitting van het Hof.
  • Mondelinge fase. Dit is een openbare hoorzitting: advocaten van beide partijen houden hun pleidooi voor de rechters en de advocaat-generaal, die vragen kunnen stellen. Als het Hof besluit dat de advocaat-generaal een conclusie moet vaststellen, dan volgt die enkele weken na de zitting. Daarna bespreken de rechters de zaak en komen zij tot een arrest.

De procedure bij het Gerecht verloopt ongeveer op dezelfde wijze, maar de meeste zaken worden door drie rechters behandeld en er is geen advocaat-generaal.

Overige justitiële instellingen van de EU

De Ombudsman ontvangt en onderzoekt klachten en helpt slecht bestuur in de EU-instellingen en andere organen vast te stellen. Elke burger, inwoner, vereniging of bedrijf uit een EU-lidstaat kan een klacht indienen bij de Ombudsman.

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is belast met de bescherming van de persoonlijke informatie en privacygevoelige gegevens van EU-burgers en -inwoners die door de EU- instellingen in elektronische, schriftelijke of visuele vorm zijn opgeslagen. Hij bevordert ook goede praktijken op dit gebied bij de EU-instellingen en -organen.

4 ACTIE ONDERNEMEN: DE EU-BEGROTING

De EU stelt langetermijnbestedingsplannen vast (bekend als het meerjarig financieel kader), die een stabiele basis vormen voor de uitvoering van de begroting gedurende een periode van ten minste vijf jaar. Met het meerjarig financieel kader kan de EU nationale begrotingen aanvullen door beleid met meerwaarde voor de EU te financieren. Het meerjarig financieel kader bepaalt de maximumbedragen (plafonds) die de EU jaarlijks in verschillende categorieën van uitgaven (rubrieken) mag uitgeven. De huidige begroting bestrijkt de periode 2014-2020 en stelt de EU in staat om in die periode ongeveer 1 biljoen euro te investeren op haar vijf werkterreinen.

De jaarlijkse begroting van de EU wordt gezamenlijk door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie vastgesteld. Het Parlement debatteert erover tijdens twee opeenvolgende lezingen en de begroting wordt van kracht na ondertekening door de voorzitter van het Parlement. De Commissie begrotingscontrole van het Parlement ziet toe op de besteding van de begrotingsmiddelen, en het Parlement besluit elk jaar of de Commissie de begroting van het voorgaande begrotingsjaar naar behoren heeft uitgevoerd.

De jaarlijkse EU-begroting in 2019 bedroeg ongeveer 165,8 miljard euro — een grote som geld in absolute termen, maar slechts rond de 1 % van de welvaart die elk jaar door de economieën van de lidstaten wordt gegenereerd.

Door de EU gefinancierde beleidsgebieden (2014-2020)



De Commissie is verantwoordelijk voor het beheer en de uitvoering van de EU-begroting en voor de uitvoering van de beleidsmaatregelen en programma’s die door het Parlement en de Raad zijn goedgekeurd. Het grootste deel van de uitvoering en de uitgaven wordt gedaan door de nationale en lokale overheden, maar de Commissie is verantwoordelijk voor het toezicht hierop. De Commissie voert de begroting uit onder het wakend oog van de Europese Rekenkamer. Beide instellingen streven naar een goed financieel beheer.

Elke jaar besluit het Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad, of het zijn definitieve goedkeuring, of “kwijting”, geeft voor de manier waarop de Commissie de EU-begroting heeft uitgevoerd. Die procedure zorgt voor volledige verantwoording en transparantie. Nadat kwijting is verleend, worden de rekeningen voor een gegeven jaar formeel afgesloten.

De Europese Rekenkamer is de onafhankelijke externe auditinstelling van de Europese Unie. De Rekenkamer controleert of de inkomsten van de EU correct zijn geïnd, of de uitgaven wettig en regelmatig zijn geweest, en of het financiële beheer gezond is. Ze verricht haar taken in onafhankelijkheid van de andere EU-instellingen en regeringen.



Een moderne begroting voor een Unie die ons beschermt, sterker maakt en verdedigt

In mei 2018 heeft de Commissie haar voorstellen voor een moderne langetermijnbegroting voor de periode 2021-2027 gepresenteerd. De voorstellen vormen een realistisch antwoord op een uitzonderlijk uitdagende omgeving: technologische en demografische veranderingen, migratie, klimaatverandering, schaarste aan hulpbronnen, werkloosheid en bedreigingen voor de veiligheid als gevolg van geopolitieke instabiliteit.

De Commissie heeft voorgesteld om meer financiering uit te trekken voor gebieden waar de EU het effectiefst een bijdrage kan leveren. Dat zal gebeuren door bestaande programma’s die zich al bewezen hebben, uit te breiden en te moderniseren, en door nieuwe, gerichte programma’s op te zetten op gebieden waar een frisse aanpak nodig is om ervoor te zorgen dat de EU haar ambities kan waarmaken. Bijvoorbeeld:

  • investeren in innovatie en de digitale economie;
  • scheppen van werk- en opleidingskansen voor jongeren;
  • voortzetten van het werk van de EU gericht op een alomvattende aanpak van migratie en grensbewaking;
  • opbouw van de capaciteit van de EU op het gebied van veiligheid en defensie;
  • versterken van de externe actie van de EU en investeren in klimaatactie en milieubescherming;
  • versterken van de economische en monetaire unie.

Raadpleeg ook de volgende onderwerpen in hoofdstuk 2: Begroting; Banken en financiële diensten; Economie, financiën en de euro; Fraudepreventie en belastingen.

Contact opnemen met de EU

KOM LANGS

Er zijn honderden Europe Direct-informatiecentra overal in de Europese Unie. U vindt het adres van het dichtstbijzijnde informatiecentrum op: https://europa.eu/european-union/contact_nl

BEL OF MAIL

Europe Direct is een dienst die uw vragen over de Europese Unie beantwoordt. U kunt met deze dienst contact opnemen door:

  • te bellen naar het gratis nummer: 00 800 6 7 8 9 10 11 (bepaalde telecomaanbieders kunnen wel kosten in rekening brengen),
  • te bellen naar het gewone nummer: 00 32 2 299 9696, of
  • een e-mail te sturen via: https://europa.eu/european-union/contact_nl

Waar vindt u informatie over de EU?

ONLINE

Informatie over de Europese Unie in alle officiële talen van de EU is beschikbaar op de Europa-website op: https://europa.eu/european-union/index_nl

EU-PUBLICATIES

U kunt publicaties van de EU downloaden of bestellen op: https://op.europa.eu/nl/publications (sommige zijn gratis, andere niet). Als u meerdere exemplaren van gratis publicaties wenst, neem dan contact op met Europe Direct of uw plaatselijke informatiecentrum (zie https://europa.eu/european-union/contact_nl).

EU-WETGEVING EN AANVERWANTE DOCUMENTEN

Toegang tot juridische informatie van de EU, waaronder alle EU-wetgeving sinds 1952 in alle officiële talen, krijgt u op EUR-Lex op: http://eur-lex.europa.eu

OPEN DATA VAN DE EU

Het opendataportaal van de EU (http://data.europa.eu/euodp/nl) biedt toegang tot datasets uit de EU. Deze gegevens kunnen gratis worden gedownload en hergebruikt, zowel voor commerciële als voor niet-commerciële doeleinden.

VERTEGENWOORDIGINGEN VAN DE EUROPESE COMMISSIE

De Europese Commissie heeft kantoren (vertegenwoordigingen) in alle lidstaten van de Europese Unie: https://ec.europa.eu/info/contact/local-offices-eu-member-countries_nl

LIAISONBUREAUS VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Het Europees Parlement heeft een liaisonbureau in elke lidstaat van Europese Unie: http://www.europarl.europa.eu/atyourservice/nl/information_offices.html

DELEGATIES VAN DE EUROPESE UNIE

De Europese Unie heeft ook delegaties in andere delen van de wereld: https://eeas.europa.eu/headquarters/headquarters-homepage/area/geo_nl

Meer informatie

De Europese Unie — Wat ze is en wat ze doet

Europese Commissie
Directoraat-generaal Communicatie
Dienst Redactie en Publieksinformatie
1049 Brussel
BELGIË

Manuscript voltooid in april 2021

De Europese Commissie is niet aansprakelijk voor de gevolgen die voortvloeien uit hergebruik van deze publicatie.

Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2021

© Europese Unie, 2021

Hergebruik met bronvermelding toegestaan.

Het beleid ten aanzien van hergebruik van documenten van de Europese Commissie is vastgelegd in Besluit 2011/833/EU (PB L 330 van 14.12.2011, blz. 39).

Voor gebruik of overname van foto’s of andere materialen die niet onder het auteursrecht van de Europese Unie vallen, moet u rechtstreeks toestemming vragen aan de houders van het desbetreffende auteursrecht.

Alle afbeeldingen: © Shutterstock, © Fotolia

IDENTIFICATIEGEGEVENS

Print ISBN 978-92-76-24655-8 doi:10.2775/73623 NA-04-20-632-NL-C
PDF ISBN 978-92-76-24634-3 doi:10.2775/562852 NA-04-20-632-NL-N
HTML ISBN 978-92-76-24607-7 doi:10.2775/178010 NA-04-20-632-NL-Q