13.10.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 310/12


ADVIES VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 1 augustus 2012

inzake een voorstel voor een verordening betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie en betreffende centrale effectenbewaarinstellingen

(CON/2012/62)

2012/C 310/02

Inleiding en rechtsgrondslag

Op 3 april 2012 ontving de Europese Centrale Bank (ECB) een verzoek van de Raad van de Europese Unie om een advies inzake een voorstel voor een verordening betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie en betreffende centrale effectenbewaarinstellingen (csd’s) en houdende wijziging van Richtlijn 98/26/EG (1) (hierna „de ontwerpverordening” te noemen). Op 19 april 2012 ontving de ECB een verzoek van het Europees Parlement om een advies inzake de ontwerpverordening.

De bevoegdheid van de ECB om een advies uit te brengen is gebaseerd op artikel 127, lid 4, en 282, lid 5 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, aangezien de ontwerpverordening bepalingen bevat die betrekking hebben op het bepalen en ten uitvoer leggen van het monetaire beleid van het eurogebied door de ECB en het bevorderen van de goede werking van het betalingsverkeer ingevolge artikel 127, lid 2 van het Verdrag, alsook op de bijdrage van de ECB aan een goede beleidsvoering door autoriteiten die bevoegd zijn ter zake van het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en de stabiliteit van het financiële stelsel op grond van artikel 127, lid 5 van het Verdrag. Voorts bepaalt artikel 22 van de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „ESCB-statuten”) dat de ECB en de nationale centrale banken faciliteiten ter beschikking kunnen stellen, en de ECB verordeningen kan vaststellen, ter verzekering van doelmatige en deugdelijke verrekenings- en betalingssystemen binnen de Unie en met andere landen. Overeenkomstig de eerste volzin van artikel 17.5 van het Reglement van orde van de Europese Centrale Bank heeft de Raad van bestuur dit advies goedgekeurd.

Algemene opmerkingen

Samen met Richtlijn 2004/39/EG (2) en het voorstel voor een verordening betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (3), zal de ontwerpverordening deel uitmaken van het regelgevingskader voor marktinfrastructuren en handelsplatvormen. Vanwege hun omvang, complexiteit en systeemverwevenheid worden csd's van systemisch belang (4) geacht en vereisen ze derhalve een alomvattend regelgevingskader voor toezicht en oversight dat micro- en macro-prudentiële instrumenten combineert. De ECB is een sterk voorstander van het voorstel van de Commissie om het juridisch kader dat van toepassing is op csd’s te versterken en de regels te harmoniseren die de werking, vergunningverlening van en het toezicht op csd’s, alsook de regels die verband houden met uitgifte, houderschap en overdracht van effecten via dergelijke csd’s in de Unie (5).

Het Eurosysteem ontwikkelt TARGET2-Securities (T2S) met als doel te komen tot een gemeenschappelijke afwikkelingsfaciliteit voor Europa. Eveneens in deze context, is de ECB een sterk voorstander van de ontwerpverordening, die de juridische voorwaarden en bedrijfsvoorwaarden voor grensoverschrijdende afwikkeling in de Unie in het algemeen en met name in T2S zal verbeteren. In dit verband beveelt de ECB aan dat de ontwerpverordening, samen met de ermee verband houdende uitvoeringshandelingen, wordt vastgesteld voorafgaande aan de lancering van T2S die gepland is voor juni 2015.

1.   Toepassingsgebied van de verordening

De ontwerpverordening legt uniforme vereisten vast voor de afwikkeling van financiële instrumenten (6). Ingevolge Richtlijn 2004/39/EG (7) omvatten „financiële instrumenten” overdraagbare effecten, geldmarktinstrumenten, rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging, derivatencontracten, financiële contracten ter verrekening van verschillen en emissievergunningen. In dit verband merkt de ECB op dat de ontwerpverordening geen definitie geeft van „financiële instrumenten” en dat sommige delen ervan alleen van toepassing zijn op „effecten” of overdraagbare effecten (8), terwijl andere delen ook van toepassing zijn op geldmarktinstrumenten (9), rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging en emissievergunningen (10). Daarnaast definieert de ontwerpverordening csd’s als rechtspersonen die een effectenafwikkelingssysteem exploiteren en tenminste één andere van de in de bijlage opgesomde kerndiensten uitvoeren (11). De ECB is van mening dat alle drie kerndiensten dienen te worden gereguleerd. Tegen deze achtergrond beveelt de ECB, in het belang van juridische duidelijkheid, aan om het toepassingsgebied van de ontwerpverordening verder te verduidelijken, zowel wat betreft de soort instrumenten waarop ze van toepassing is, als de definitie van csd.

De definitie van csd dient te worden gewijzigd om regelgevingsarbitrage te vermijden die resulteert uit de oprichting door een csd van twee of drie juridische entiteiten om verschillende kernactiviteiten uit te voeren zonder dat daarvoor de op csd’s van toepassing zijnde verordening geldt. De ECB is van mening dat de verordening van toepassing dient te zijn op elke rechtspersoon die enigerlei van de drie in afdeling A van de bijlage aangegeven kerndiensten aanbiedt.

2.   Samenwerking tussen autoriteiten

2.1.

De ontwerpverordening kent een overheersende rol toe aan bevoegde toezichthoudende autoriteiten en een ondersteunende rol aan de leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) als de relevante autoriteiten met betrekking tot csd’s. Rekening houdend met de rol van centrale banken als toezichthouders en/of centrale circulatiebanken, alsook met het feit dat centrale banken diensten van csd’s gebruiken voor de afwikkeling van monetaire beleidstransacties, dient de ontwerpverordening te verzekeren dat de bevoegdheden van bevoegde autoriteiten en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) worden aangevuld en in evenwicht gebracht door een adequate betrokkenheid van de leden van het ESCB. Centrale banken en effectenregelgevers in het Comité voor betalings- en vereveningssystemen (CPSS) en de Internationale Organisatie van effectentoezichthouders (IOSCO) hebben het belang erkend van regelgeving, toezicht en oversight in financiële marktinfrastructuren, met inbegrip van csd’s (12). De ECB is van mening dat de ontwerpverordening consistent dient te zijn met de CPSS-IOSCO beginselen. Een effectieve en nauwe samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en de leden van het ESCB dient te worden bevorderd, zowel vanuit een oversightperspectief en als centrale circulatiebanken, en zulks zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de centrale bank (13).

2.2.

De ECB merkt verder op dat de ontwerpverordening al een aantal gebieden van samenwerking identificeert en enige bijkomende gebieden suggereert waar deze ESMA-ESCB betrokkenheid naar de mening van de ECB ook vereist is. Bovendien benadrukt de ECB de noodzaak voor gezamenlijk ESMA-ESCB werk aan de ontwikkeling van ontwerpen van technische normen. Dit dient te verzekeren dat leden van het ESCB geen aanvullende, en potentieel verschillende, vereisten in oversightmaatregelen, met inbegrip van rechtshandelingen, hoeven te ontwikkelen. Daarnaast zou het de noodzaak voor de voortdurende beoordeling van csd’s die deelnemen aan de afwikkeling van monetaire-beleidstransacties, aan gebruikersnormen (14) vermijden hetgeen anders vereist zou zijn om te voldoen aan de juridische verplichtingen van het ESCB. Tijdige en adequate uitwisseling van noodzakelijke informatie, waaronder ten behoeve van financiële stabiliteit, oversight en statistische doeleinden, is ook van bijzonder belang in deze context.

2.3.

De ontwerpverordening dient daarom te voorzien in regels voor samenwerking die de bevoegde en relevante autoriteiten in staat stellen zowel nationaal als in een grensoverschrijdende context te voldoen aan hun verantwoordelijkheden in overeenstemming met de CPSS-IOSCO-beginselen (15). De ontwerpverordening dient alomvattend toezicht en oversight te vergemakkelijken in een grensoverschrijdende context gezien de verwachte ontwikkeling van grensoverschrijdende transacties en afwikkeling, alsook koppelingen tussen csd’s, een aspect dat zal worden vergemakkelijkt en zelfs bevorderd door de lancering van het gemeenschappelijke T2S-platform. Bevoegde autoriteiten dienen de keuze te hebben bij het besluiten over de passende vorm van samenwerkingsregelingen. Tegen deze achtergrond zou de optie kunnen worden overwogen om colleges van autoriteiten op te zetten, met name wanneer een csd zich bezighoudt met grensoverschrijdende activiteiten via een dochteronderneming of een bijkantoor of indien het verlenen van grensoverschrijdende diensten aanzienlijk wordt (16).

3.   Macro-prudentieel oversight

Onderkend wordt dat degelijke financiële marktinfrastructuren, met inbegrip van effectenafwikkelingssystemen, een essentiële bijdrage leveren aan financiële stabiliteit door systeemrisico te verminderen (17). De ECB merkt op dat macro-prudentieel oversight door het Europees Comité voor systeemrisico’s en door relevante nationale autoriteiten, al naar gelang van toepassing, dient te worden uitgevoerd zonder afbreuk te doen aan de respectieve bevoegdheden van de leden van het ESCB.

4.   Afwikkeling in centralebankgeld

De ontwerpverordening staat csd’s toe afwikkeling van de geldzijde aan te bieden in commerciëlebankgeld wanneer afwikkeling in centralebankgeld niet praktisch en niet mogelijk is (18). Dit komt overeen met de CPSS-IOSCO-beginselen en de ESCB-CESR-aanbevelingen (19), hetgeen erop wijst dat centrale bankliquiditeit en commerciëlebankgeld geen gelijkwaardige opties zijn in termen van risico. Indien het een csd wordt toegestaan afwikkeling van de geldzijde in commerciëlebankgeld aan te bieden, dient te worden vereist dat de naleving van de strikte criteria voor de kredietinstelling die optreedt als afwikkelingsbank, wordt vastgesteld en bewaakt (20). De ECB verwelkomt voorts dat de ontwerpverordening toegang tot centrale-bankkrediet niet reguleert, met inbegrip van noodliquiditeitssteun, hetgeen een prerogatief van centrale banken is en direct gekoppeld aan monetair beleid.

5.   Centrale effectenbewaarinstellingen en bancaire nevendiensten

5.1.

De ontwerpverordening bepaalt dat csd’s zelf geen bancaire nevendiensten kunnen verlenen en dat ze in plaats daarvan dienen te worden gemachtigd een of meerdere kredietinstellingen aan te wijzen om bepaalde, in de ontwerpverordening aangeduide bancaire nevendiensten te verrichten. Echter, bij wijze van vrijstelling en met inachtneming van bepaalde waarborgen, kan aan sommige csd’s een beperkte vergunning worden verleend om dergelijke diensten te verrichten (21).

5.2.

Dit vereist zorgvuldige toetsing om consistentie te verzekeren met de mededingingsregels van de Unie en met macroprudentieel systeemtoezicht en bancaire rechtskaders (22), alsook een passende toewijzing van taken tussen de toezichthoudende autoriteiten van csd’s en van banken. In dit opzicht en zoals naar voren gebracht in een eerder advies, is de ECB een voorstander van de systemische betrokkenheid van de Europese Bankautoriteit (EBA) om voorafgaande technische analyse uit te voeren betreffende bancaire wetgeving van de Unie (23).

Meer specifiek maakt de ontwerpverordening een onderscheid tussen enerzijds bancaire nevendiensten voor de deelnemers aan een effectenafwikkelingssysteem in verband met afwikkelingsdiensten en anderzijds bancaire nevendiensten in verband met andere kern- of nevendiensten (24). Ze geeft de Commissie ook de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze nevendiensten te specificeren (25). De ECB is van mening dat het bovengenoemde onderscheid niet duidelijk is en dat de bedoelde bancaire nevendiensten zoveel mogelijk in lijn dienen te worden gebracht met de terminologie in Europese bancaire wetgeving.

5.3.

Het kader voor het verlenen van bancaire nevendiensten dient zich te laten leiden door een passende beperking van risico's terwijl het de efficiëntie van csd’s bij het verlenen van hun diensten waarborgt. Gezien dit een cruciale kwestie betreft, kan een meer omvattende beoordeling van de verschillende opties voor het verlenen van bancaire nevendiensten aangewezen zijn. Een dergelijke beoordeling zou helpen bij het volledig bepalen van a) verschillende risico’s waaronder met afwikkeling gepaard gaande risico’s, alsook juridische risico’s, krediet-, liquiditeits-, bedrijfsrisico’s en operationele risico’s, en b) aan deze opties inherente efficiëntieprofielen, en het zou helpen het veiligste en meest efficiënte model te bepalen. De ECB is bereid aan een dergelijke beoordeling bij te dragen.

Er dient voorts geen onzekerheid te bestaan met betrekking tot de precieze reikwijdte van de bancaire nevendiensten die aangewezen kredietinstellingen zouden mogen verrichten (26), de prudentiële vereisten die voor hen zouden gelden, en hun mate van autonomie ten aanzien van het bancaire juridische kader (27).

5.4.

De ontwerpverordening beperkt de diensten die mogen worden verleend door een aangewezen kredietinstelling die behoort tot dezelfde groep als de csd (28). De ECB begrijpt dat deze beperking is ingegeven door risico-overwegingen, met name het voorkomen van overloopeffecten. De ECB beveelt aan deze beperking uit te breiden tot alle kredietinstellingen die de in afdeling C van de bijlage opgesomde bancaire diensten verlenen voor de deelnemers van een effectenafwikkelingssysteem, gelet op de potentiële negatieve effecten op het vermogen van de csd om haar functies te blijven uitoefenen, met name die welke gebaseerd zijn op een levering-tegen-betaling mechanisme, in het geval van afwikkeling of insolventie van de kredietinstelling.

5.5.

Tenslotte is de ECB van mening dat de voorgestelde procedure voor het toestaan van een afwijking vrij gecompliceerd is en zou kunnen worden gestroomlijnd om de noodzakelijke mate van zekerheid en uniformiteit te bewerkstelligen. Met name dient de vaststelling te worden verzekerd van objectieve criteria, waaronder kwantitatieve criteria, waar mogelijk, in aanvulling op de noodzakelijke, in het voorstel voorziene kwalitatieve criteria, om te bepalen of een afwijking al dan niet wordt toegestaan.

6.   Consistentie met mondiale normen voor csd’s

De ontwerpverordening erkent dat de verordening de bestaande door CPSS-IOSCO ontwikkelde aanbevelingen dient te volgen (29). Niettemin zijn er enkele inconsistenties tussen de CPSS-IOSCO-beginselen en de ontwerpverordening, waarvoor de ECB aandacht vraagt. Bijvoorbeeld vereisten voor getrapte deelname (30) worden door de ontwerpverordening niet aan de orde gesteld. Voorts wordt in de ontwerpverordening de noodzaak om risico’s te managen die voortvloeien uit onderlinge afhankelijkheden (31), slechts in de context van operationeel risico genoemd (32). Er zijn ook inconsistenties met betrekking tot het managen van liquiditeitsrisico (33), d.w.z. de ontwerpverordening maakt geen onderscheid tussen uitgestelde netto-vereveningssystemen (DNS) die een afwikkelingsgarantie geven en die dat niet doen. Dit komt niet overeen met de CPSS-IOSCO-beginselen die van DNS vereisen dat ze een afwikkelingsgarantie geven ter volledige dekking van krediet- en liquiditeitsrisico's, terwijl DNS zonder een afwikkelingsgarantie de kredietrisico’s jegens de grootste twee deelnemers en aan hen gelieerde partijen en het liquiditeitsrisico jegens de grootste deelnemer en daaraan gelieerde partijen moeten dekken.

7.   Uitbesteding aan overheden

De ontwerpverordening introduceert vereisten waaraan csd’s moeten voldoen wanneer ze een deel van hun activiteiten uitbesteden (34). Een vrijstelling wordt voorzien voor situaties waarin een csd bepaalde activiteiten uitbesteedt aan overheden, mits op deze regeling een passend juridisch, regelgevend en operationeel kader van toepassing is. De ECB merkt op dat deze vrijstelling het huidige, door het Eurosysteem ondernomen T2S-project zou bestrijken. De ECB verwelkomt deze vrijstelling, die er rekening mee houdt dat een dergelijke uitbesteding kan resulteren in aanzienlijke voordelen voor de economie, bijdraagt aan de uitvoering van Eurosysteem-taken en onderworpen is aan een raamovereenkomst met waarborgen (35).

8.   Collisie

De ontwerpverordening geeft als algemene regel dat een kwestie met betrekking tot eigendomsrechtelijke aspecten in verband met door een cds bewaarde effecten wordt beheerst door het recht van het land waar de effectenrekening wordt aangehouden (36). Hoewel een dergelijke algemene regel consistent is met de in andere rechtshandelingen van de Unie gevolgde benadering om het recht van de plaats van de desbetreffende tussenpersoon toe te passen op eigendomsrechtelijke aspecten in verband met effecten (37), maakt de ECB sterk bezwaar tegen de invoering van de bijkomende collisieregels die inconsistent zouden zijn met bestaande wetgeving van de Unie en de juridische zekerheid zouden aantasten (38).

Daarnaast, en zoals naar voren gebracht in een eerder advies, terwijl een duidelijke en eenvoudige collisieregel voor alle aspecten van giraal overdraagbare effecten belangrijk is voor een efficiënt en veilig grensoverschrijdend bezit en dito overdracht van financiële instrumenten, blijft de toepassing in de praktijk van één enkel regime van conflictenrecht voor grensoverschrijdende clearing en verevening van effecten in de Unie verschillen tussen lidstaten aan het licht brengen ten aanzien van de interpretatie van „plaats van een rekening” (39). In dit verband acht de ECB het noodzakelijk de verschillende juridische kaders van de Unie voor het aanhouden en verkopen van effecten en het uitoefenen van aan effecten verbonden rechten te harmoniseren overeenkomstig het eindrapport van de EU Werkgroep Rechtszekerheid (40).

9.   Specifiek regime voor de afwikkeling van csd’s

Aangezien de ontwerpverordening geen specifiek alomvattend regime bevat voor de afwikkeling van csd’s, beveelt de ECB een dergelijk regime vast te stellen.

Indien de ECB wijzigingen van de ontwerpverordening aanbeveelt, worden daartoe specifiek onderbouwde formuleringsvoorstellen in de bijlage opgenomen.

Gedaan te Frankfurt am Main, 1 augustus 2012.

De president van de ECB

Mario DRAGHI


(1)  COM(2012) 73 definitief.

(2)  Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1). Wordt momenteel herzien. Zie het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten voor financiële instrumenten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad, COM(2011) 656 definitief, en het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EMIR) betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters, COM(2011) 652 definitief.

(3)  Zie de voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc- derivatens, centrale tegenpartijen en transactieregisters, COM(2010) 484 definitef.

(4)  Zie paragraaf 1 van de toelichting bij de ontwerpverordening.

(5)  Zie ook de officiële reactie van de ECB van 22 maart 2011 (hierna „de ECB-reactie”) op de openbare consultatie van de Commissie inzake centrale effectenbewaarinstellingen en inzake de harmonisatie van bepaalde aspecten van effectenafwikkeling in de Europese Unie (hierna de „consultatie van de Commissie”). De ECB-reactie is beschikbaar op de website van de ECB op http://www.ecb.int

(6)  Zie artikel 1, lid 1 van de ontwerpverordening.

(7)  Richtlijn 2004/39/EG. Het voorstel van de Commissie om Richtlijn 2004/39/EG in te trekken (zie voetnoot 3) omvat ook het begrip emissievergunningen.

(8)  Zie artikel 4, lid 18 van Richtlijn 2004/39/EG.

(9)  Zie artikel 4, lid 19 van Richtlijn 2004/39/EG.

(10)  Emissievergunningen worden in de ontwerpverordening gedefinieerd door verwijzing naar Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).

(11)  Zie artikel 2, lid 1, onder 1), van en paragraaf A van de bijlage bij de ontwerpverordening.

(12)  Zie CPSS-IOSCO, „Principles for financial market infrastructures”, april 2012, beschikbaar op de BIS-website op http://www.bis.org, met name Hoofdstuk 4 (hierna de „CPSS-IOSCO beginselen”).

(13)  ECB Advies CON/2011/1 van 13 januari 2011 inzake een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB C 57 van 23.2.2011, blz. 1). Alle ECB-adviezen worden gepubliceerd op de ECB-website op http://www.ecb.europa.eu

(14)  Normen voor het gebruik van EU-effectenafwikkelingssystemen in ESCB-krediettransacties, Europees Monetair Instituut, januari 1998.

(15)  Zie met name Verantwoordelijkheid E (Samenwerking met andere autoriteiten) van de CPSS-IOSCO-beginselen.

(16)  Zowel het EU-EMIR juridisch kader en Richtlijn 2006/48/EG betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1) en de CPSS-IOSCO-beginselen voorzien al in de oprichting van colleges.

(17)  Zie Financial Stability Board, „Reducing the moral hazard posed by systemically important financial institutions — recommendations and time lines”, oktober 2010, blz. 8.

(18)  Artikel 37, lid 2 van de ontwerpverordening.

(19)  Zie in dit opzicht beginsel 9 van de CPSS-IOSCO-beginselen, en Aanbeveling 10 van de „Aanbevelingen voor effectenafwikkelingssystemen en aanbevelingen voor centrale tegenpartijen in de Europese Unie” van ESCB-CESR, mei 2009 (hierna de ‘ESCB-CESR-aanbevelingen’).

(20)  Zie in dit opzicht beginsel 9 van de CPSS-IOSCO-beginselen en Aanbeveling 10 van de ESCB-CESR-aanbevelingen.

(21)  Zie met name Titel IV en afdeling C van de bijlage bij de ontwerpverordening.

(22)  Zie Richtlijn 2006/48/EG en de wijzigingen die thans worden besproken in de compromisteksten van het voorzitterschap.

(23)  Zie in dit verband paragraaf 3.2 van ECB Advies CON/2012/5 van 25 januari 2012 inzake een voorstel voor een richtlijn betreffende de toegang tot de werkzaamheden van kredietinstellingen en het bedrijfseconomisch toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en een voorstel voor een verordening betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen (PB C 105 van 11.4.2012, blz. 1).

(24)  Zie afdeling C van de bijlage bij de ontwerpverordening.

(25)  Zie artikel 2, lid 2 van de ontwerpverordening.

(26)  Zie Artikel 54 van de ontwerpverordening.

(27)  Zie in dit opzicht artikel 57 en 58 van de ontwerpverordening.

(28)  Zie artikel 52, lid 5 van de ontwerpverordening.

(29)  Zie overweging 25 van de ontwerpverordening.

(30)  Zie beginsel 19 van de CPSS-IOSCO-beginselen.

(31)  Zie beginsel 3 van de CPSS-IOSCO-beginselen.

(32)  Artikel 42, lid 6 van de ontwerpverordening.

(33)  Zie beginsel 7 van de CPSS-IOSCO-beginselen en artikel 57 van de ontwerpverordening.

(34)  Zie artikel 28 van de ontwerpverordening

(35)  Zie de consultatie van de Commissie en de reactie van de ECB.

(36)  Zie artikel 46, lid 1 van de ontwerpverordening.

(37)  Zie artikel 9 van Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (PB L 166 van 11.6.1998, blz. 45), artikel 9 van Richtlijn 2002/47/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2002 betreffende financiëlezekerheidsovereenkomsten (PB L 168 van 27.6.2002, blz. 43), en artikel 24 van Richtlijn 2001/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen (PB L 125 van 5.5.2001, blz. 15).

(38)  Artikel 46, lid 2 van de ontwerpverordening.

(39)  Zie in dit verband ECB Advies CON/2008/37 van 7 augustus 2008 inzake een voorstel tot wijziging van Richtlijn 98/26/EG en Richtlijn 2002/47/EG (PB C 216 van 23.8.2008, blz. 1), paragraaf 8.

(40)  Zie http://ec.europa.eu/internal_market/financial-markets/docs/certainty/2ndadvice_final_en.pdf


BIJLAGE

Formuleringsvoorstellen

Door de Commissie voorgestelde tekst

Door de ECB voorgestelde wijzigingen (1)

Wijziging 1

Overweging 6

„6.

Op 20 oktober 2010 heeft de Raad voor financiële stabiliteit [9] een oproep gedaan voor robuustere basismarktinfrastructuren en om de herziening en verbetering van de bestaande normen gevraagd. Het Committee on Payments and Settlement Systems (CPSS) van de Bank of International Settlements (BIS) en de International Organisation of Securities Commissions (IOSCO) leggen momenteel de laatste hand aan ontwerpen van mondiale normen. Deze dienen ter vervanging van de BIS-aanbevelingen uit 2001, die in 2009 door het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) en het Comité van Europese effectenregelgevers (CESR) middels niet-bindende richtsnoeren zijn aangepast.”

„6.

Op 20 oktober 2010 heeft de Raad voor financiële stabiliteit een oproep gedaan voor robuustere basismarktinfrastructuren en om de herziening en verbetering van de bestaande normen gevraagd. In april 2012, hebben het Committee on Payments and Settlement Systems (CPSS) van de Bank of International Settlements (BIS) en de International Organisation of Securities Commissions (IOSCO) beginselen gepubliceerd voor financiële marktinfrastructuren. Deze beginselen vervangen de CPSS-IOSCO-aanbevelingen voor effectenafwikkelingssystemen uit november 2001, die op Unieniveau werden ingevoerd middels de aanbevelingen voor effectenafwikkelingssystemen en voor centrale tegenpartijen die in mei 2009 door het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) en het Comité van Europese effectenregelgevers (CESR) gezamenlijk werden vastgesteld.”

Uitleg

De wijziging houdt rekening met de vaststelling van de CPSS-IOSCO-beginselen en verduidelijkt de verwijzing naar het ESCB-CESR.

Wijziging 2

Overweging 8

„8.

Een van de basistaken van het ESCB is de vlotte werking van betalingssystemen te bevorderen. In dat verband voeren de leden van het ESCB oversight uit door te zorgen voor efficiënte en gezonde clearing- en betalingssystemen. De leden van het ESCB treden vaak als afwikkelende instantie voor de geldzijde van effectentransacties op. Zij zijn tevens belangrijke cliënten van csd's, die vaak de zekerheidsstelling voor monetaire beleidstransacties behandelen. De leden van het ESCB moeten van nabij bij het gebeuren betrokken worden doordat zij geraadpleegd worden bij vergunningverlening aan en toezicht op csd’s, erkenning van csd’s uit derde landen en de goedkeuring van csd-koppelingen. Zij moeten voorts nauw bij het gebeuren worden betrokken doordat zij geraadpleegd worden bij de opstelling van technische regulerings- en uitvoeringsnormen alsook van richtsnoeren en aanbevelingen. De bepalingen van deze verordening moeten de verantwoordelijkheden van de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken onverlet laten om te zorgen voor efficiënte en gezonde clearing- en betalingssystemen binnen de Unie en andere landen.”

„8.

Een van de basistaken van het ESCB is de vlotte werking van betalingssystemen te bevorderen. In dat verband voeren de leden van het ESCB oversight uit door te zorgen voor efficiënte en gezonde clearing- en betalingssystemen. De leden van het ESCB treden vaak als afwikkelende instantie voor de geldzijde van effectentransacties op. Zij zijn tevens belangrijke cliënten van csd's, die vaak de zekerheidsstelling voor monetaire beleidstransacties behandelen. De leden van het ESCB moeten van nabij bij het gebeuren betrokken worden en geraadpleegd worden bij vergunningverlening aan en toezicht op csd’s, erkenning van csd’s uit derde landen en de goedkeuring van csd-koppelingen. Om het ontstaan van parallelle regelgeving te voorkomen, moeten zij voorts nauw bij het gebeuren worden betrokken en geraadpleegd worden bij de opstelling van technische regulerings- en uitvoeringsnormen alsook van richtsnoeren en aanbevelingen. De bepalingen van deze verordening laten de verantwoordelijkheden van de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken onverlet om te zorgen voor efficiënte en gezonde clearing- en betalingssystemen binnen de Unie en andere landen. Toegang tot informatie door de leden van het ESCB is cruciaal voor de adequate uitvoering van hun oversight op financiële marktinfrastructuren alsook voor de functie van een centrale circulatiebank.

Uitleg

De wijziging beoogt het belang te onderstrepen van nauwe en gelijkwaardige samenwerking tussen de ESMA en het ESCB bij het opstellen van ontwerpen van technisch normen. De wijziging adresseert ook de toegang tot informatie door de desbetreffende belanghebbenden. De voorgestelde wijzigingen van artikel 20 worden erdoor ondersteund.

Wijziging 3

Overweging 25

„25.

Gezien het mondiale karakter van de financiële markten en het systeemkritische karakter van csd's is het noodzakelijk te zorgen voor internationale convergentie van de prudentiële vereisten waaraan zij onderworpen zijn. De bepalingen van deze verordening moeten de door CPSS-IOSCO en ESCB-CESR ontwikkelde bestaande aanbevelingen volgen. De ESMA moet de bestaande normen en hun toekomstige ontwikkelingen in aanmerking nemen bij het opstellen of voorstellen tot herziening van de technische regulerings- en uitvoeringsnormen alsook de richtsnoeren en aanbevelingen die in deze verordening worden vereist.”

„25.

Gezien het mondiale karakter van de financiële markten en het systeemkritische karakter van csd's is het noodzakelijk te zorgen voor internationale convergentie van de prudentiële vereisten waaraan zij onderworpen zijn. De bepalingen van deze verordening moeten de CPSS-IOSCO-beginselen voor financiële markt infrastructuren en de ESCB-CESR-aanbevelingen voor effectenafwikkelingssystemen en aanbevelingen voor centrale tegenpartijen in de Europese Unie volgen. De ESMA moet de bestaande normen en hun toekomstige ontwikkelingen in aanmerking nemen bij het voorstellen van de technische regulerings- en uitvoeringsnormen alsook de richtsnoeren en aanbevelingen die in deze verordening worden aangeduid.”

Uitleg

De wijziging beoogt de tekst van deze overweging te verduidelijken en houdt rekening met de vaststelling van de CPSS-IOSCO-beginselen.

Wijziging 4

Overweging 35

„35.

De veiligheid van de tussen twee csd’s getroffen koppelingsregelingen moet onderworpen zijn aan specifieke vereisten om de toegang van hun respectieve deelnemers tot andere effectenafwikkelingssystemen mogelijk te maken. De vereiste om bancaire nevendiensten in een afzonderlijke rechtspersoon te verlenen, mag niet verhinderen dat csd's die diensten ontvangen, met name wanneer zij aan een door een andere csd geëxploiteerd effectenafwikkelingssysteem deelnemen. Het is bijzonder belangrijk dat alle potentiële risico's die uit de koppelingsregelingen voortvloeien, zoals krediet-, liquiditeits-, organisatorische of alle andere relevante risico's voor csd's volledig beperkt zijn. Voor interoperabiliteitskoppelingen is het belangrijk dat bij gekoppelde effectenafwikkelingssystemen overboekingsopdrachten op hetzelfde moment het systeem binnenkomen, onherroepelijk zijn en overboekingen van effecten en geld een definitief karakter hebben. Dezelfde beginselen moeten gelden voor csd’s die voor het afwikkelen een gemeenschappelijke informatietechnologie (IT)-infrastructuur gebruiken.”

„35.

De veiligheid van de tussen twee csd’s getroffen koppelingsregelingen moet onderworpen zijn aan specifieke vereisten om de toegang van hun respectieve deelnemers tot andere effectenafwikkelingssystemen mogelijk te maken. Het vereiste om bancaire nevendiensten in een afzonderlijke rechtspersoon te verlenen, mag niet verhinderen dat csd's die diensten ontvangen, met name wanneer zij aan een door een andere csd geëxploiteerd effectenafwikkelingssysteem deelnemen. Het is bijzonder belangrijk dat alle potentiële risico's die uit de koppelingsregelingen voortvloeien, zoals krediet-, liquiditeits-, organisatorische of alle andere relevante risico's voor csd's volledig beperkt zijn. Voor interoperabiliteitskoppelingen, vereist Richtlijn 98/26/EG dat systemen er, zoveel mogelijk, voor zorgen dat hun regels worden gecoördineerd met betrekking tot het moment van binnenkomen van overboekingsopdrachten in het systeem, het onherroepelijk zijn van overboekingsopdrachten en het definitief zijn van overboekingen van effecten en geld. Dezelfde beginselen moeten gelden voor csd’s die voor het afwikkelen een gemeenschappelijke informatietechnologie (IT)-infrastructuur gebruiken.”

Uitleg

De wijziging introduceert een verwijzing naar Richtlijn 98/26/EG, aangezien lid 4 van artikel 3 van die richtlijn vereist dat systemen de regels van alle betrokken interoperabele systemen zoveel mogelijk coördineren. Zie ook het voorstel om een nieuw lid aan artikel 45 van de ontwerpverordening toe te voegen.

Wijziging 5

Artikel 1, lid 4, en artikel 1, lid 5 (nieuw)

„4.   De artikelen 9 tot en met 18 en 20 alsook de bepalingen van titel IV zijn niet van toepassing op de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), andere nationale organen van de lidstaten die soortgelijke functies vervullen, of overheidsorganen van de lidstaten die belast zijn met of een rol spelen in het beheer van de openbare schuld.”

„4.   Deze verordening is niet van toepassing op de leden van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB), , of op overheidsorganen van de lidstaten die belast zijn met of een rol spelen in het beheer van de openbare schuld.

5.   Niettegenstaande lid 4, is deze verordening met uitzondering van artikel 7, lid 1, en artikel 9 tot en met 18, 20, 25 en 44, alsook de bepalingen van Titel IV, van toepassing op de leden van het ESCB bij het exploiteren van een effectenafwikkelingssysteem en het verrichten van de in afdeling A van de bijlage opgesomde kerndiensten.

Uitleg

De ECB ondersteunt een algemene vrijstelling van wetgeving inzake financiële diensten voor de leden van het ESCB. Tegelijkertijd ondersteunt de ECB de toepassing van de ontwerpverordening, met de vrijstelling van de vergunnings- en toezichtsvereisten voorzien in artikel 9 tot en met 18 en 20, alsook Titel IV, op leden van het ESCB die effectenafwikkelingssystemen exploiteren. De wijziging beoogt hierin te voorzien. Daarnaast wordt de verwijzing naar andere nationale organen van de lidstaten die soortgelijke functies vervullen, geschrapt, omdat die, gezien de verwijzing naar ESCB-leden, overbodig is.

Wijziging 6

Artikel 2, lid 1

„ „centrale effectenbewaarinstelling” („csd”): een rechtspersoon die een effectenafwikkelingssysteem exploiteert als bedoeld in punt 3 van afdeling A van de bijlage en ten minste één andere kerndienst uitvoert als bedoeld in afdeling A van de bijlage;”

„ „centrale effectenbewaarinstelling” („csd”): een rechtspersoon die ten minste één van de kerndiensten uitvoert als bedoeld in afdeling A van de bijlage;”

Uitleg

De wijziging verandert de definitie van csd om regelgevingsarbitrage te vermijden die resulteert uit de oprichting door een csd van twee of drie juridische entiteiten om verschillende kernactiviteiten uit te voeren zonder dat daarvoor de op csd’s van toepassing zijnde verordening geldt. De ECB is van mening dat elke rechtspersoon die een van de drie in afdeling A van de bijlage aangegeven kerndiensten aanbiedt, onderworpen dient te zijn aan de verordening.

Wijziging 7

Artikel 3, lid 1

„1.   Elke onderneming die effecten uitgeeft die toegelaten zijn tot de handel op de gereglementeerde markten zorgt ervoor dat die effecten in girale vorm worden weergegeven na immobilisatie middels de uitgifte van een verzamelstuk, dat de gehele uitgifte vertegenwoordigt, of na een rechtstreekse uitgifte van de effecten in gedematerialiseerde vorm.”

„1.   Elke rechtspersoon die effecten uitgeeft die toegelaten zijn tot de handel op de gereglementeerde markten zorgt ervoor dat die effecten in girale vorm worden weergegeven na immobilisatie middels de uitgifte van een verzamelstuk, dat de gehele uitgifte vertegenwoordigt, of na een rechtstreekse uitgifte van de effecten in gedematerialiseerde vorm.”

Uitleg

Overdraagbare effecten kunnen worden uitgegeven door ondernemingen en andere rechtspersonen, zoals lidstaten, regionale of lokale overheden van lidstaten, of internationale publiekrechtelijke instanties. Voorgesteld wordt om het toepassingsgebied van lid 1 van artikel 3 van de ontwerpverordening te verbreden door andere emittenten dan alleen ondernemingen op te nemen, door de term ‘onderneming’ te vervangen door ‘rechtspersoon’. Indien dit voorstel wordt geaccepteerd, dient lid 1 van artikel 4 dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

Wijziging 8

Artikel 6, lid 4

„4.   De Europese Autoriteit voor effecten en markten ontwikkelt in overleg met de leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) ontwerpen van technische reguleringsnormen om nadere regels te specificeren voor de procedures die bevestiging mogelijk maken van relevante informatie over transacties en afwikkeling vergemakkelijken als bedoeld in de leden 1 en 2 en nadere regels te geven voor de instelling van de monitoringinstrumenten om de afwikkelingstransacties te identificeren die de grootste kans maken op mislukking als bedoeld in lid 3.

[…]”

„4.   De Europese Autoriteit voor effecten en markten ontwikkelt in nauwe samenwerking met de leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) ontwerpen van technische reguleringsnormen om nadere regels te specificeren voor de procedures die bevestiging mogelijk maken van relevante informatie over transacties en afwikkeling vergemakkelijken als bedoeld in de leden 1 en 2 en nadere regels te geven voor de instelling van de monitoringinstrumenten om de afwikkelingstransacties te identificeren die de grootste kans maken op mislukking als bedoeld in lid 3.

[…]”

Uitleg

De wijziging beoogt de adequate betrokkenheid van het ESCB te verzekeren bij de ontwikkeling van ontwerpen van reguleringsnormen door de ESMA.

Wijziging 9

Artikel 7, lid 1

„1.   Voor elk effectenafwikkelingssysteem dat een csd exploiteert, stelt zij een systeem in dat mislukte afwikkelingsoperaties monitort voor transacties in de in artikel 5, lid 1, bedoelde financiële instrumenten. Zij verstrekt aan de bevoegde autoriteit en aan elke persoon met een legitiem belang regelmatig rapporten betreffende het aantal mislukte afwikkelingsoperaties en informatie over mislukte afwikkelingsoperaties en alle andere relevante informatie. De bevoegde autoriteiten delen met de ESMA alle relevante informatie betreffende mislukte afwikkelingsoperaties.”

„1.   Voor elk effectenafwikkelingssysteem dat een csd exploiteert, stelt zij een systeem in dat mislukte afwikkelingsoperaties monitort voor transacties in de in artikel 5, lid 1, bedoelde financiële instrumenten. Zij verstrekt aan de bevoegde autoriteit, aan de in artikel 11 bedoelde autoriteiten en aan elke persoon met een legitiem belang regelmatig rapporten betreffende het aantal mislukte afwikkelingsoperaties en informatie over mislukte afwikkelingsoperaties en alle andere relevante informatie. De bevoegde autoriteiten delen met de ESMA alle relevante informatie betreffende mislukte afwikkelingsoperaties.”

Uitleg

De voorgestelde wijziging beoogt te verzekeren dat tijdige en voldoende informatie wordt verstrekt aan zowel bevoegde autoriteiten als de leden van het ESCB.

Wijziging 10

Artikel 8

„1.   De betrokken autoriteit van de lidstaat waarvan het recht van toepassing is op het door een csd geëxploiteerd effectenafwikkelingssysteem is bevoegd om te zorgen voor toepassing van de artikelen 6 en 7 en voor monitoring van de opgelegde straffen, in nauw overleg met de in artikel 7 bedoelde autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op de gereglementeerde markten, mtf’s, otf’s en ctp’s. Met name monitoren de autoriteiten de toepassing van de in artikel 7, leden 2 en 4, bedoelde straffen en van de in artikel 7, lid 6, bedoelde maatregelen.

2.   Om consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen de Unie in verband met de artikelen 6 en 7 van deze Verordening te waarborgen, mag de ESMA richtsnoeren geven in overeenstemming met artikel 16 Verordening (EU) nr. 1095/2010.”

„1.   De autoriteiten bedoeld in artikel 10 zijn verantwoordelijk om te zorgen voor toepassing van de artikelen 6 en 7 en voor monitoring van de opgelegde straffen, in nauwe samenwerking met de in artikel 7 bedoelde autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op de gereglementeerde markten, mtf’s, otf’s en ctp’s, en de in lid 1 van artikel 11 bedoelde autoriteiten. Met name monitoren de autoriteiten de toepassing van de in artikel 7, leden 2 en 4, bedoelde straffen en van de in artikel 7, lid 6, bedoelde maatregelen.

2.   Om consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen de Unie in verband met de artikelen 6 en 7 van deze Verordening te waarborgen, mag de ESMA, in nauwe samenwerking met het ESCB, richtsnoeren geven in overeenstemming met artikel 16 Verordening (EU) nr. 1095/2010.”

Uitleg

De term „betrokken autoriteit” is niet gedefinieerd in artikel 1 van de ontwerpverordening. De wijziging van lid 1 beoogt te verduidelijken dat de in artikel 10 en artikel 11, lid 1, bedoelde autoriteiten naleving van artikel 6 en 7 dienen te verzekeren. De ECB merkt verder op dat de verwijzing naar toepasselijk recht niet overeenkomt met de in Richtlijn 98/26/EG gebruikte terminologie  (2). De voorgestelde wijziging van lid 2 beoogt te zorgen voor adequate betrokkenheid van de leden van het ESCB. Artikel 7, lid 8; 15, lid 7 en 8; 20, lid 8 en 9; 24, lid 8; 27, lid 3 en 4; 30, lid 6; 34, lid 4; 35, lid 6; 36, lid 9; 42, lid 7; 44, lid 3; 47, lid 6; 50, lid 6; 51, lid 5; 53, lid 6; 57, lid 5; en 58, lid 4, dienen dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

Wijziging 11

Artikel 11, lid 1

„1.   De volgende autoriteiten zijn, telkens wanneer daar in deze verordening specifiek sprake van is, betrokken bij de vergunningverlening aan en het toezicht op csd’s:

a)

de autoriteit verantwoordelijk voor het oversight op het door de csd geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem in de lidstaat waarvan het recht op dat effectenafwikkelingssysteem van toepassing is;

b)

in voorkomend geval, de centrale bank in de Unie in de boeken waarvan de geldzijde van een door het csd geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem wordt afgewikkeld of, bij afwikkeling via een kredietinstelling in overeenstemming met titel IV, de uniale centrale bank van uitgifte van de betrokken valuta.”

„1.   De volgende autoriteiten zijn, telkens wanneer daar in deze verordening specifiek sprake van is, betrokken bij de vergunningverlening aan en het toezicht op csd’s:

a)

de autoriteit verantwoordelijk voor het oversight op het door de csd geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem in de lidstaat waarvan het recht op dat effectenafwikkelingssysteem van toepassing is;

b)

de centrale bank in de Unie die de valuta uitgeeft waarin afwikkeling plaatsvindt;

c)

in voorkomend geval, het lid van het ESCB in de boeken waarvan de geldzijde van een door het csd geëxploiteerd effectenafwikkelingssysteem wordt afgewikkeld .”

Uitleg

De wijziging beoogt de rol van centrale circulatiebanken te verduidelijken, en dat afwikkeling in centralebankgeld dient te worden begrepen als afwikkeling in de door die centrale bank uitgegeven valuta.

Wijziging 12

Artikel 12, lid 1, tweede alinea

„Om te zorgen voor consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen de Unie inclusief samenwerking tussen autoriteiten als bedoeld in de artikelen 9 en 11 bij de verschillende beoordelingen noodzakelijk voor de toepassing van deze verordening, mag de ESMA overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren geven die zich tot de in artikel 9 bedoelde autoriteiten richten.”

„Om te zorgen voor consistente, efficiënte en effectieve toezichtpraktijken binnen de Unie inclusief samenwerking tussen autoriteiten als bedoeld in de artikelen 9 en 11 bij de verschillende beoordelingen noodzakelijk voor de toepassing van deze verordening, mag de ESMA, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 richtsnoeren geven die zich tot de in artikel 9 bedoelde autoriteiten richten.”

Uitleg

De voorgestelde wijziging beoogt te zorgen voor de adequate betrokkenheid van de leden van het ESCB in opstelling van ESMA-richtsnoeren als de in artikel 11 van de ontwerpverordening bedoelde autoriteiten.

Wijziging 13

Artikel 13

„De in de artikelen 9 en 11 bedoelde autoriteiten stellen de ESMA en elkaar onmiddellijk op de hoogte van elke noodsituatie betreffende een csd, inclusief alle ontwikkelingen op de financiële markten die een schadelijk effect kunnen hebben op de marktliquiditeit en de stabiliteit van het financiële stelsel in elk van de lidstaten waar de csd of een van haar deelnemers gevestigd is.”

Onverminderd de in artikel 6 van Richtlijn 98/26/EG bedoelde kennisgeving, stellen de in de artikelen 9 en 11 bedoelde autoriteiten de ESMA, het ESRB en elkaar onmiddellijk op de hoogte van elke noodsituatie betreffende een csd, inclusief alle ontwikkelingen op de financiële markten die een schadelijk effect kunnen hebben op de marktliquiditeit, op de stabiliteit van een valuta waarin afwikkeling plaatsvindt, op de integriteit van monetair beleid en op de stabiliteit van het financiële stelsel in elk van de lidstaten waar de csd of een van haar deelnemers gevestigd is.”

Uitleg

De wijziging beoogt het ESRB erbij te betrekken met het oog op de aard van de bedoelde noodsituatie, die de stabiliteit van het financiële stelsel kan aantasten. Ze beoogt ook te verduidelijken dat de stabiliteit van de desbetreffende valuta’s en de integriteit van monetair beleid relevante factoren zijn voor de veiligheid van csd’s. De informatieprocedure in dit artikel dient geen effect te hebben op de kennisgeving die vereist is op grond van artiukel 6, lid 3 van Richtlijn 98/26/EG.

Wijziging 14

Artikel 15, lid 5

„5.   Vóór de verlening van een vergunning aan een kredietinstelling raadpleegt de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaat in de volgende gevallen:

[…]”

„5.   Vóór de verlening van een vergunning aan een kredietinstelling raadpleegt de bevoegde autoriteit de bevoegde autoriteiten en de in artikel 11 bedoelde autoriteiten van de andere lidstaat in de volgende gevallen:

[…]”

Uitleg

De CPSS-IOSCO-beginselen onderstrepen het belang van samenwerking tussen centrale banken, toezichthouders en andere relevante autoriteiten. De ontwerpverordening beoogt een dergelijke samenwerking te verzekeren wat betreft de regels die gelden voor vergunningverlening aan csd’s. Indien dit voorstel wordt geaccepteerd, dienen lid 2 van artikel 17, lid 2 van artikel 18, artikel 22 en 23 dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

Wijziging 15

Artikel 17, lid 1, onder d)

„Een vergunninghoudende csd dient een vergunningsverzoek in bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij is gevestigd telkens wanneer zij een kerndienst aan een derde wil uitbesteden uit hoofde van artikel 28 of haar activiteiten tot een of meer van de volgende activiteiten wil uitbreiden:

[…]

d)

het instellen van een csd-koppeling.”

„Een vergunninghoudende csd dient een vergunningsverzoek in bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij is gevestigd telkens wanneer zij een kerndienst aan een derde wil uitbesteden uit hoofde van artikel 28 of haar activiteiten tot een of meer van de volgende activiteiten wil uitbreiden:

[…];

d)

het instellen van een interoperabiliteits-koppeling.”

Uitleg

Vanwege de ermee gepaard gaande administratieve lasten dient de in lid 1 van artikel 17 voorziene procedure beperkt te worden tot interoperabele csd-koppelingen. Ook wordt voorgesteld gelijksoortige wijzigingen aan te brengen in artikel 45, lid 2, en artikel 50, lid 3 van de ontwerpverordening.

Wijziging 16

Artikel 19, lid 2

„2.   Centrale banken stellen de ESMA onmiddellijk in kennis van elke csd die zij exploiteren.”

„2.   Leden van het ESCB stellen de ESMA in kennis van elkeffectenafwikkelingssysteem dat zij exploiteren”.

Uitleg

De wijziging beoogt de reikwijdte van lid 2 van artikel 19 te verduidelijken. In overeenstemming met overweging 9 en lid 4 van artikel 1 van de ontwerpverordening, verduidelijkt de wijziging dat leden van het ESCB geen csd’s exploiteren, maar een effectenafwikkelingssysteem kunnen exploiteren en een andere in afdeling A van de bijlage opgesomde kerndienst verrichten.

Wijziging 17

Artikel 20

„1.   Ten minste jaarlijks toetst de bevoegde autoriteit de regelingen, strategieën, processen en mechanismen die door een csd met betrekking tot de naleving van deze verordening worden geïmplementeerd en evalueert zij de risico's waaraan de csd is of kan zijn blootgesteld.

[…]

4.   Bij het verrichten van de toetsing en evaluatie als bedoeld in lid 1 raadpleegt de bevoegde autoriteit in een vroeg stadium de in artikel 11 bedoelde betrokken autoriteiten over de werking van de door de csd geëxploiteerde effectenafwikkelingssystemen.

5.   De bevoegde autoriteit stelt regelmatig en ten minste eenmaal per jaar de in artikel 11 bedoelde betrokken autoriteiten in kennis van de resultaten, inclusief verhelpende maatregelen of straffen, van de in lid 1 bedoelde toetsing en evaluatie.

[…]”

„1.   Ten minste jaarlijks toetst de bevoegde autoriteit de regelingen, strategieën, processen en mechanismen die door een csd met betrekking tot de naleving van deze verordening worden geïmplementeerd en evalueert zij de risico's waaraan de csd is of kan zijn blootgesteld of mee verbonden. De bevoegde autoriteit heeft het recht alle voor zijn evaluatie relevante informatie te verzamelen.

[…]

4.   Bij het verrichten van de toetsing en evaluatie als bedoeld in lid 1 werkt de bevoegde autoriteit in een vroeg stadium nauw samen met de in artikel 11 bedoelde betrokken autoriteiten over de werking van de door de csd geëxploiteerde effectenafwikkelingssystemen.

5.   De bevoegde autoriteit bespreekt regelmatig de in artikel 11 bedoelde betrokken autoriteiten in kennis van de resultaten, inclusief verhelpende maatregelen of straffen, van de in lid 1 bedoelde toetsing en evaluatie, regelmatig en vooraf met de in artikel 11 bedoelde betrokken autoriteiten.

[…]”

Uitleg

De wijziging van lid 1 beoogt te verzekeren dat de bevoegde autoriteiten alle relevante informatie verzamelen en ontvangen die nodig is voor de beoordeling en macro-prudentële analyse van risico’s waaraan een csd is of kan zijn blootgesteld, met inbegrip van risico’s verbonden aan zijn systemische rol.

De wijzigingen van lid 4 en 5 beogen nauwe samenwerking tussen bevoegde autoriteiten, toezichthouders en andere relevante autoriteiten te formaliseren.

Wijziging 18

Artikel 21, lid 2

„2.   Elke csd die voor de eerste maal haar diensten of activiteiten binnen het grondgebied van een andere lidstaat wil verlenen of die het dienstverleningsaanbod wil uitbreiden, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij is gevestigd de volgende informatie mee:

a)

de lidstaat waarin zij voornemens is werkzaamheden uit te oefenen;

b)

een operationeel programma waarin met name wordt aangegeven welke dienst zij voornemens is te verlenen;

c)

in geval van een bijkantoor, de organisatiestructuur van het bijkantoor en de namen van de verantwoordelijken voor de leiding van het bijkantoor.”

„2.   Elke csd die voor de eerste maal haar diensten of activiteiten binnen het grondgebied van een andere lidstaat wil verlenen of die het dienstverleningsaanbod wil uitbreiden, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij is gevestigd de volgende informatie mee:

a)

de lidstaat waarin zij voornemens is werkzaamheden uit te oefenen;

b)

een operationeel programma waarin met name wordt aangegeven welke diensten zij voornemens is te verlenen, met inbegrip van de valuta of valuta’s die zij verwerkt;

c)

in geval van een bijkantoor, de organisatiestructuur van het bijkantoor en de namen van de verantwoordelijken voor de leiding van het bijkantoor.”

Uitleg

De csd dient informatie te verschaffen over de valuta of valuta’s waarin ze afwikkeling verricht. Deze informatie is noodzakelijk om de centrale circulatiebanken te bepalen die dienen te worden betrokken bij de vergunningverlening en het beoordelingsproces van die csd.

Wijziging 19

Artikel 21, lid 3

„3.   Binnen drie maanden na de ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie doet de bevoegde autoriteit mededeling van die informatie aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst tenzij zij, rekening houdend met de beoogde dienstverlening, redenen heeft om te twijfelen aan de toereikendheid van de administratieve structuur of de financiële situatie van de csd die haar diensten in de lidstaat van ontvangst wil verlenen.”

„3.   Binnen drie maanden na de ontvangst van de in lid 2 bedoelde informatie doet de bevoegde autoriteit mededeling van die informatie aan de in artikel 11 bedoelde autoriteiten en de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst tenzij zij, rekening houdend met de beoogde dienstverlening, redenen heeft om te twijfelen aan de toereikendheid van de administratieve structuur of de financiele situatie van de csd die haar diensten in de lidstaat van ontvangst wil verlenen.”

Uitleg

De wijziging beoogt te verzekeren dat de in lid 2 van artikel 21 van de ontwerpverordening bedoelde informatie ook onmiddellijk en op gelijkwaardige basis wordt verstrekt aan de in artikel 11 van de ontwerpverordening bedoelde autoriteiten.

Wijziging 20

Artikel 20a Beroepsgeheim (nieuw)

[Geen tekst]

1.   Het beroepsgeheim geldt voor alle personen die werkzaam zijn of zijn geweest bij de in artikel 10 en 11 bedoelde autoriteiten, ESMA of voor de auditors en deskundigen die in opdracht van de bevoegde autoriteiten, ESMA of het ESRB handelen

Vertrouwelijke informatie die deze personen bij de uitoefening van hun taken ontvangen, wordt aan geen persoon of autoriteit bekend gemaakt, behalve in een samengevatte of geaggregeerde vorm, zodat individuele csd’s of andere personen niet herkenbaar zijn, onverminderd de gevallen die onder het strafrecht of het belastingrecht of onder de overige bepalingen van deze verordening vallen.

2.   Wanneer een csd failliet is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak moet worden geliquideerd, mag vertrouwelijke informatie die geen betrekking heeft op derden in het kader van civiele of handelsrechtelijke procedures openbaar worden gemaakt voor zover dat nodig is voor de afwikkeling van de procedure.

3.   Onverminderd zaken die onder het strafrecht of het belastingrecht vallen, mogen de in artikel 10 en 11 bedoelde autoriteiten, ESMA, andere instanties of natuurlijke of rechtspersonen dan de bevoegde autoriteiten die ingevolge deze verordening vertrouwelijke informatie ontvangen, deze, wanneer het om bevoegde autoriteiten gaat, uitsluitend gebruiken bij de vervulling van hun taken en voor de uitoefening van hun functies met inbegrip van het bekend maken aan een hogere instantie, binnen het toepassingsgebied van deze verordening of, wanneer het om andere autoriteiten, instanties of natuurlijke of rechtspersonen gaat, voor het doel waarvoor die informatie aan hen verstrekt is of in het kader van administratieve of gerechtelijke procedures die specifiek met de uitoefening van deze functies verband houden. Wanneer ESMA, de bevoegde autoriteit of een andere autoriteit, instantie of persoon die de informatie heeft verstrekt, daarin toestemt, mag de ontvangende autoriteit de informatie evenwel voor niet-commerciële doeleinden gebruiken.

4.   Alle uit hoofde van deze verordening ontvangen, uitgewisselde of overgebrachte vertrouwelijke informatie valt onder de in de leden 1, 2 en 3 vastgestelde voorwaarden inzake het beroepsgeheim.

Deze voorwaarden vormen evenwel geen beletsel voor ESMA, of de in artikel 10 en 11 bedoelde autoriteiten om vertrouwelijke gegevens uit te wisselen of door te geven, overeenkomstig hun wettelijke taken en andere wetgeving betreffende beleggingsondernemingen, kredietinstellingen, pensioenfondsen, instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), beheerders van alternatieve beleggingsfondsen, verzekerings- en herverzekeringstussenpersonen, verzekeringsondernemingen, gereglementeerde markten of marktexploitanten, dan wel met instemming van de bevoegde autoriteit of andere autoriteit of instantie of natuurlijke of rechtspersoon die deze gegevens heeft verstrekt.

5.   De leden 1, 2 en 3 beletten niet dat de in artikel 10 en 11 bedoelde autoriteiten overeenkomstig het nationale recht vertrouwelijke informatie uitwisselen of overbrengen die niet van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat is ontvangen.

Uitleg

Met deze wijziging stelt de ECB voor een soortgelijke regeling voor beroepsgeheim in te voeren als de corresponderende bepalingen in andere Europese wetgeving inzake financiële diensten, zoals EMIR. Hiertoe wordt voorgesteld een nieuw artikel 20a in te voeren.

Wijziging 21

Artikel 20b Uitwisseling van gegevens (nieuw)

[Geen tekst]

1.   ESMA, de in artikel 10 en 11 bedoelde autoriteiten en andere relevante autoriteiten verstrekken elkaar zonder onnodige vertraging de informatie die nodig is voor de uitoefening van hun taken.

2.   De in artikel 10 en 11 bedoelde autoriteiten, andere relevante autoriteiten, ESMA en andere instanties of natuurlijke personen en rechtspersonen die bij de vervulling van hun taken uit hoofde van deze verordening vertrouwelijke informatie ontvangen, gebruiken deze uitsluitend bij de vervulling van hun taken.

3.   De bevoegde autoriteiten delen informatie aan het ESRB en de relevante leden van het ESCB mee als die informatie relevant is voor de vervulling van hun taken.

Uitleg

Met deze wijziging stelt de ECB voor een soortgelijke regeling betreffende de uitwisseling van gegevens in te voeren als de corresponderende bepalingen in andere Europese wetgeving inzake financiële diensten, zoals EMIR. Hiertoe wordt voorgesteld een nieuw artikel 20b in te voeren.

Wijziging 22

Artikel 22, lid 7

„7.   De ESMA ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen met het oog op de vaststelling van de standaardformulieren, modellen en procedures voor de samenwerkingsregelingen als bedoeld in de leden 1, 3 en 5.

De ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen binnen zes maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen in overeenstemming met de in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 neergelegde procedure.”

„7.   De ESMA, in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB, ontwikkelt ontwerpen van technische uitvoeringsnormen met het oog op de vaststelling van de standaardformulieren, modellen en procedures voor de samenwerkingsregelingen als bedoeld in de leden 1, 3 en 5.

De ESMA dient die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen binnen zes maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening bij de Commissie in.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid verleend de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen in overeenstemming met de in artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 neergelegde procedure.”

Uitleg

De wijziging beoogt te verzekeren dat de leden van het ESCB naar behoren worden betrokken bij het opstellen van ontwerpen van technische uitvoeringsnormen.

Wijziging 23

Artikel 23, lid 2

„2.   Na overleg met de in lid 3 bedoelde autoriteiten erkent de ESMA een in een derde land gevestigde csd die erkenning voor het verlenen van de in lid 1 bedoelde diensten heeft aangevraagd indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:

a)

de Commissie heeft een besluit genomen overeenkomstig lid 6;

b)

de csd is daadwerkelijk aan vergunningsplicht en toezicht onderworpen waardoor volledige naleving van de in dat derde land geldende prudentiële vereisten gewaarborgd is;

c)

er zijn ingevolge lid 7 samenwerkingsregelingen tussen de ESMA en de bevoegde autoriteiten in dat derde land getroffen.”

„2.   Na overleg met de in lid 3 bedoelde autoriteiten erkent de ESMA een in een derde land gevestigde csd die erkenning voor het verlenen van de in lid 1 bedoelde diensten heeft aangevraagd indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:

a)

de Commissie heeft een besluit genomen overeenkomstig lid 6;

b)

de csd is daadwerkelijk aan vergunningsplicht, toezicht, en oversight onderworpen, of, indien het effectenafwikkelingssysteem door een centrale bank wordt geëxploiteerd, aan oversight, waardoor volledige naleving van de in dat derde land geldende prudentiële vereisten gewaarborgd is;

c)

er zijn ingevolge lid 7 samenwerkingsregelingen tussen de ESMA en de relevante autoriteiten in dat derde land getroffen.”

Uitleg

De wijziging beoogt te verzekeren dat de voorwaarde onder b) geldt voor door centrale banken geëxploiteerde csd’s uit derde landen die alleen aan oversight onderworpen zijn, zoals thans het geval is met sommige door NCB’s geëxploiteerde csd’s in de Unie. Lid 2, onder c), dient betrekking te hebben op centrale banken in hun hoedanigheid van zowel toezichthouders als centrale circulatiebanken.

Wijziging 24

Artikel 23, lid 3

„3.   Bij de beoordeling of de in lid 2 bedoelde voorwaarden zijn vervuld, raadpleegt de ESMA:

a)

de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de csd van het derde land voornemens is csd-diensten te verlenen;

b)

de bevoegde autoriteiten die toezicht houden op in de Unie gevestigde csd's waarmee een csd van een derde land koppelingen heeft ingesteld;

c)

de in artikel 11, lid 1, onder a), bedoelde autoriteiten;

d)

de autoriteit in het derde land die bevoegd is voor vergunningverlening aan en toezicht op csd's.”

„3.   Bij de beoordeling of de in lid 2 bedoelde voorwaarden zijn vervuld, raadpleegt de ESMA:

a)

de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de csd van het derde land voornemens is csd-diensten te verlenen;

b)

de bevoegde autoriteiten die toezicht houden op in de Unie gevestigde csd's waarmee een csd van een derde land koppelingen heeft ingesteld;

c)

de in artikel 11, lid 1, , bedoelde autoriteiten;

d)

de autoriteit in het derde land die bevoegd is voor vergunningverlening aan en toezicht op csd's.”

Uitleg

De wijziging beoogt te verzekeren dat de desbetreffende centrale circulatiebank wordt betrokken bij de beoordeling door de ESMA in overeenstemming met de CPSS-IOSCO-beginselen.

Wijziging 25

Artikel 25, lid 5

„5.   Een csd stelt duidelijk de taken en verantwoordelijkheden van de raad van bestuur vast en stelt de notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur ter beschikking van de bevoegde autoriteit.”

„5.   Een csd stelt duidelijk de taken en verantwoordelijkheden van de raad van bestuur vast en stelt de notulen van de vergaderingen van de raad van bestuur ter beschikking van de bevoegde autoriteit en de controlleur.”

Uitleg

De wijziging maakt deze bepaling consistent met artikel 25, lid 3 van EMIR.

Wijziging 26

Artikel 28, lid 5

„5.   De leden 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing indien een csd sommige van haar diensten of activiteiten aan een publiekrechtelijke entiteit uitbesteedt en die uitbesteding wordt beheerst door een specifiek wettelijk, regelgevend en operationeel kader dat gezamenlijk door de publiekrechtelijke entiteit en de betrokken csd is overeengekomen en geformaliseerd en door de bevoegde entiteiten op basis van de in deze verordening vastgestelde vereisten is goedgekeurd.”

„5.   De leden 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing indien een csd sommige van haar diensten of activiteiten aan een publiekrechtelijke entiteit uitbesteedt en die uitbesteding wordt beheerst door een specifiek wettelijk, regelgevend en operationeel kader dat gezamenlijk door de publiekrechtelijke entiteit en de betrokken csd is overeengekomen en geformaliseerd en door de bevoegde entiteiten van de desbetreffende csd is onderschreven.”

Uitleg

De wijziging doet redactionele suggesties. Daarnaast wordt voorgesteld het laatse gedeelte van de zin te schrappen, omdat in de ontwerpverordening niet voorzien wordt in specifieke vereisten voor de ontwikkeling van dit operationele kader.

Wijziging 27

Artikel 35

„1.   Voor elk effectenafwikkelingssysteem dat een csd exploiteert, houdt zij vastleggingen en rekeningen aan met behulp waarvan zij te allen tijd en onverwijld in de rekeningen bij de csd de effecten van elke deelnemer van de effecten van elke andere deelnemer en, in voorkomend geval, van de eigen activa van de csd kan onderscheiden.

2.   Een csd houdt vastleggingen en rekeningen aan met behulp waarvan een deelnemer de effecten van die deelnemer van die van de cliënten van die deelnemer kan onderscheiden.

3.   Een csd biedt aan vastleggingen en rekeningen aan te houden door middel waarvan een deelnemer de effecten van ieder van de cliënten van die deelnemer kan onderscheiden, indien en zoals door die deelnemer vereist („scheiding van afzonderlijke cliënten”).

[…]”

„1.   Voor elk effectenafwikkelingssysteem dat een csd exploiteert, houdt zij vastleggingen en rekeningen aan met behulp waarvan zij te allen tijd en onverwijld in de rekeningen bij de csd de effecten van elke deelnemer van de effecten van elke andere deelnemer en, in voorkomend geval, van de eigen activa van de csd kan scheiden.

2.   Een csd houdt vastleggingen en rekeningen aan met behulp waarvan een deelnemer de effecten van die deelnemer van die van de cliënten van die deelnemer kan scheiden.

3.   Een csd biedt aan vastleggingen en rekeningen aan te houden door middel waarvan een deelnemer de effecten van ieder van de cliënten van die deelnemer kan scheiden, indien en zoals door die deelnemer vereist („scheiding van afzonderlijke cliënten”).

[…]”

Uitleg

De wijziging beoogt te verduidelijken dat door cliënten aangehouden effecten dienen te worden gescheiden van de effecten van de csd en van andere cliënten. Dit is consistent met beginsel 11 van de CPSS-IOSCO-beginselen.

Wijziging 28

Artikel 36, lid 6

„6.   Een csd zorgt ervoor dat de afwikkeling uiterlijk aan het einde van de werkdag van de voorgenomen afwikkelingsdatum definitief is. Op verzoek van haar gebruikerscomité installeert zij systemen die afwikkeling binnen de werkdag of realtime mogelijk maken.”

„6.   Een csd zorgt ervoor dat de afwikkeling uiterlijk aan het einde van de werkdag van de voorgenomen afwikkelingsdatum definitief is. Op verzoek van haar gebruikerscomité installeert zij operationele procedures die afwikkeling binnen de werkdag of realtime mogelijk maken.”

Uitleg

In de context van de ontwerpverordening heeft de term „systeem” een specifieke betekenis, zoals gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 98/26/EG. De wijziging beoogt onbedoelde interpretaties van de term „systeem” te voorkomen.

Wijziging 29

Artikel 37, lid 1

„1.   Voor transacties die luiden in de valuta van het land waar de afwikkeling plaatsvindt, wikkelt een csd, telkens wanneer het praktisch en mogelijk is, de geldbetalingen van haar betrokken effectenafwikkelingssysteem af via rekeningen die zijn geopend bij een centrale bank die in die valuta opereert.”

„1.   Voor transacties die luiden in de valuta van het land waar de afwikkeling plaatsvindt, wikkelt een csd, telkens wanneer het praktisch en mogelijk is, de geldbetalingen van haar betrokken effectenafwikkelingssysteem af via rekeningen die zijn geopend bij de centrale circulatiebank van die valuta .”

Uitleg

Op basis van het waarborgen van de veiligheid en efficiëntie van afwikkeling en in overeenstemming met CPSS-IOSCO-beginselen, dient deze bepaling te worden aangevuld door te bepalen dat voor transacties die luiden in de valuta van het land van de afwikkeling, csd’s, telkens wanneer dat praktisch en mogelijk is, dienen af te wikkelen in centralebankgeld. De wijziging beoogt te preciseren dat de rekeningen voor afwikkeling van de geldzijde dienen te worden geopend bij de centrale circulatiebank van de valuta in plaats van bij een centrale bank die in die valuta opereert.

Wijziging 30

Artikel 39 van de de ontwerpverordening

„Een csd stelt een gezond risicomanagementkader vast om op veelomvattende wijze juridische, zakelijke, operationele en andere risico's te managen.”

„Een csd stelt een gezond risicomanagementkader vast om op veelomvattende wijze juridische, zakelijke, operationele risico’s, systeemrisico’s en andere risico's te managen.”

Uitleg

Csd’s worden geacht marktinfrastructuren van systemisch belang te zijn. Om deze reden dienen de voor hen geldende prudentiële vereisten te beogen systeemrisico aan te pakken.

Wijziging 31

Artikel 40, lid 2

„2.   Een csd stelt haar regels, procedures en contracten zo op dat zij, inclusief bij wanbetaling van de deelnemer, in alle betrokken jurisdicties kunnen worden gehandhaafd.”

„2.   Een csd stelt haar regels, procedures en contracten zo op dat zij, bij wanbetaling van de deelnemer, kunnen worden gehandhaafd.”

Uitleg

De wijziging is redactioneel. Handhaafbaarheid van regels, procedures en contracten houdt al in dat ze in alle betrokken jurisdicties kunnen worden gehandhaafd.

Wijziging 32

Artikel 45, lid 4

„4.   Bij een voorlopige overboeking van effecten tussen gekoppelde csd's is heroverboeking van effecten voordat de eerste overboeking definitief is verboden.”

„4.   Bij een voorlopige overboeking van effecten tussen gekoppelde csd's is heroverboeking of verdere overdracht aan een derde csd van effecten voordat de eerste overboeking definitief is, verboden.”

Uitleg

Deze wijziging adresseert problemen die verband houden met de mogelijke schepping van effecten indien een voorlopige overdracht wordt geannuleerd en de voorlopig overgedragen effecten worden overgedragen aan een andere csd. Deze risico’s houden verband met de integriteit van de emissie.

Wijziging 33

Artikel 45, lid 8bis (nieuw)

[Geen tekst]

„Een csd voorziet in passende rekeningstructuren om deelnemers, waaronder andere csd's, in staat te stellen verbinding te maken met haar systemen. De rekeningstructuur wordt ondersteund door de passende afwikkelings- en bewaringsregelingen en fiscale regelingen.”

Uitleg

Tenzij een csd waarmee een andere csd is gekoppeld, passende rekeningstructuren aanbiedt, bijvoorbeeld in de vorm van omnibusrekeningstructuren, kan de koppeling tussen deze csd’s niet behoorlijk functioneren.

Wijziging 34

Artikel 45, lid 9

„9.   De ESMA ontwikkelt in overleg met de leden van het ESCB ontwerpen van technische reguleringsnormen voor het specificeren van de in lid 3 bedoelde voorwaarden waarop elke soort koppelingsregeling in toereikende bescherming van de gekoppelde csd's en van hun deelnemers voorziet, met name wanneer een csd voornemens is aan het door een andere csd geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem deel te nemen, de monitoring en behandeling van bijkomende risico's als bedoeld in lid 5 die uithet gebruik van intermediairs voortvloeien, de aansluitingsmethoden als bedoeld in lid 6, de gevallen waarin afwikkeling van transacties op basis van levering tegen betaling via koppelingen praktisch en mogelijk is als bedoeld in lid 7 en de methoden voor beoordeling daarvan.”

„9.   De ESMA ontwikkelt in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB ontwerpen van technische reguleringsnormen voor het specificeren van de in lid 3 bedoelde voorwaarden waarop elke soort koppelingsregeling in toereikende bescherming van de gekoppelde csd's en van hun deelnemers voorziet, met name wanneer een csd voornemens is aan het door een andere csd geëxploiteerde effectenafwikkelingssysteem deel te nemen, de monitoring en behandeling van bijkomende risico's alsbedoeld in lid 5 die uit het gebruik van intermediairs voortvloeien, de aansluitingsmethoden als bedoeld in lid 6, de gevallen waarin afwikkeling van transacties op basis van levering tegen betaling via koppelingen praktisch en mogelijk is als bedoeld in lid 7, de bepalingen van lid [8bis] betreffende de passende rekeningstructuren, met inbegrip van de desbetreffende regelingen, en de methoden voor beoordeling daarvan.”

Uitleg

Het doel van de wijziging is te voorzien in de vaststelling van technische normen door de ESMA met betrekking tot rekeningstructuren voor csd-koppelingen.

Wijziging 35

Artikel 46

„1.   Elke kwestie met betrekking tot eigendomsrechtelijke aspecten in verband met door een cds bewaarde financiële instrumenten wordt beheerst door het recht van het land waar de rekening wordt aangehouden.

2.   Indien de rekening voor afwikkeling in een effectenafwikkelingssysteem wordt gebruikt, is het geldende recht het recht dat dit effectenafwikkelingssysteem beheerst.

3.   Als de rekening niet voor afwikkeling in een effectenafwikkelingssysteem wordt gebruikt, wordt die rekening geacht te worden aangehouden op de plaats waar de csd haar gewone verblijfplaats heeft als bepaald bij artikel 19 van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad.

4.   Als dit artikel de toepassing van het recht van een land voorschrijft, wordt daaronder verstaan de rechtsregels die in dat land gelden, met uitsluiting van de regels van het internationale privaatrecht.”

„1.   Onverminderd artikel 2, onder a), 9 en 10 van Richtlijn 98/26/EG, wordt elke kwestie met betrekking tot eigendomsrechtelijke aspecten in verband met door een cds bewaarde financiële instrumenten beheerst door het recht van het land waar de rekening wordt aangehouden. De rekening wordt geacht te worden aangehouden op de plaats waar de csd haar gewone verblijfplaats heeft zoals bepaald door artikel 19 van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad.

2.   Indien het recht van de lidstaat waar de rekening wordt aangehouden, verschilt van het recht dat het effectenafwikkelingssysteem beheerst, en het effectenafwikkelingssysteem is aangewezen overeenkomstig artikel 2 van Richtlijn 98/26/EG, is het van toepassing zijnde recht het recht dat het effectenafwikkelingssysteem beheerst.

   

3.   Als dit artikel de toepassing van het recht van een land voorschrijft, wordt daaronder verstaan de rechtsregels die in dat land gelden, met uitsluiting van de regels van het internationale privaatrecht.”

Uitleg

De ontwerpverordening voorziet in een uitzondering op de in lid 1 van artikel 46 uiteengezette hoofdregel en maakt een rechtskeuze mogelijk in verband met een rekening die gebruikt wordt voor afwikkeling in een effectenafwikkelingssysteem. Het begrip effectenafwikkelingssysteem is gedefinieerd als een formele regeling beheerst door het recht van een door de deelnemers gekozen lidstaat  (3). Bijgevolg, omdat deelnemers het op een effectenafwikkelingssysteem van toepassing zijnde recht kunnen kiezen, is het recht dat een effectenafwikkelingssysteem beheerst, zoals bedoeld in lid 2 van artikel 46 van de ontwerpverordening, onderwerp van een rechtskeuze en kan het verschillen van het recht van de plaats van vestiging van de csd. Dit schept juridische onzekerheid ten aanzien van het geldende recht met betrekking tot op de rekeningen van een csd afgewikkelde effecten. De wijziging beoogt de reikwijdte van de rechtskeuze te beperken en houdt daarbij tegelijkertijd rekening met bepaalde gevallen waarin het recht van de lidstaat waarin de rekeningen worden aangehouden, verschilt van het recht dat de regels van het effectenafwikkelingssysteem beheerst.

Wijziging 36

Artikel 52, lid 2

„2.   […]

Na een gedetailleerde effectbeoordeling, een raadpleging van de betrokken ondernemingen en na rekening tehebben gehouden met de adviezen van de EBA, de ESMA en de ECB, neemt de Commissie een uitvoeringsbesluit in overeenstemming met de procedure waarvan sprake in artikel 66. De Commissie motiveert haar uitvoeringsbesluit.

[…]”

„2.   […]

Na een gedetailleerde effectbeoordeling, een raadpleging van de betrokken csd en na rekeningte hebben gehouden met de adviezen van de EBA, de ESMA, de ECB, en de toezichthoudende autoriteiten en de beoordeling van het ESRB, neemt de Commissie een uitvoeringsbesluit in overeenstemming met de procedure waarvan sprake in artikel 66. De Commissie motiveert haar uitvoeringsbesluit.

[…]”

Uitleg

De wijziging verduidelijkt dat de betrokken ondernemingen csd’s zijn, en dat het ESRB ook haar beoordeling aan de Commissie zou verschaffen.

Wijziging 37

Artikel 52, lid 3

„3.   Een csd die voornemens is de geldzijde van haar gehele of gedeeltelijke effectenafwikkelingssysteem in overeenstemming met artikel 37, lid 2, van deze verordening af te wikkelen, dient over een vergunning te beschikken om met het oog daarop een vergunninghoudende kredietinstelling aan te wijzen als bepaald in titel II van Richtlijn 2006/48/EG, tenzij de in artikel 53, lid 1, van deze verordening bedoelde bevoegde autoriteit op basis van het beschikbare bewijs aantoont dat de blootstelling van één kredietinstelling aan de concentratie van risico's uit hoofde van artikel 57, leden 3 en 4, van deze verordening niet voldoende beperkt is. In dat geval kan de in artikel 53, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteit vereisen dat de csd meer dan een kredietinstelling aanwijst. Die aangewezen kredietinstellingen worden als afwikkelende instantie beschouwd.”

„3.   Een csd die voornemens is de geldzijde van haar gehele of gedeeltelijke effectenafwikkelingssysteem in overeenstemming met artikel 37, lid 2, van deze verordening af te wikkelen, dient over een vergunning te beschikken om met het oog daarop een vergunninghoudende kredietinstelling aan te wijzen als bepaald in titel II van Richtlijn 2006/48/EG, tenzij de in artikel 53, lid 1, van deze verordening bedoelde bevoegde autoriteit op basis van het beschikbare bewijs aantoont dat de blootstelling van één kredietinstelling aan de concentratie van risico's uit hoofde van artikel 57, leden 3 en 4, van deze verordening niet voldoende beperkt is. In dat geval kan de in artikel 53, lid 1, bedoelde bevoegde autoriteit vereisen dat de csd meer dan een kredietinstelling aanwijst. Die aangewezen kredietinstellingen worden als afwikkelende instantie beschouwd zoals gedefinieerd in artikel 2, onder d) van Richtlijn 98/26/EG.

Uitleg

De wijziging beoogt te verduidelijken dat een aangewezen kredietinstelling moet worden beschouwd als een afwikkelende instantie in de betekenis van Richtlijn 98/26/EG voor de geldzijde van effectentransacties, waarbij ze aan overboekingsopdrachten met betrekking tot die geldzijde een definitief karakter geven.

Wijziging 38

Artikel 53, lid 5

„5.   De ESMA ontwikkelt in overleg met de leden van het ESCB ontwerpen van technische reguleringsnormen om te specificeren welke informatie de aanvragende csd aan de bevoegde autoriteit dient te verstrekken.

[…]”

„5.   De ESMA ontwikkelt in nauwe samenwerking met de leden van het ESCB en de EBA ontwerpen van technische reguleringsnormen om te specificeren welke informatie de aanvragende csd aan de bevoegde autoriteit dient te verstrekken.

[…]”

Uitleg

De wijziging beoogt de EBA te betrekken bij de ontwikkeling van de ontwerpen van technische reguleringsnormen bedoeld in lid 5 van artikel 53, aangezien het onderwerp van deze normen verband houdt met informatie betreffende kredietinstellingen.


(1)  Vet gedrukte tekst geeft aan waar de ECB voorstelt nieuwe tekst toe te voegen. Doorhaling betreft tekst die de ECB voorstelt te schrappen.

(2)  Zie met name Richtlijn 98/26/EG, die verwijst naar „governing” recht in plaats van „applicable” recht.

(3)  Zie in dit opzicht artikel 2 van Richtlijn 98/26/EG, dat verwijst naar „governing” recht in plaats van „applicable” recht.