2.2.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 32/7


Hogere voorziening ingesteld op 22 november 2012 door Société nationale maritime Corse-Méditerranée (SNCM) SA tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 11 september 2012 in zaak T-565/08, Corsica Ferries France SAS/Europese Commissie

(Zaak C-533/12 P)

2013/C 32/09

Procestaal: Frans

Partijen

Rekwirante: Société nationale maritime Corse-Méditerranée (SNCM) SA (vertegenwoordigers: A. Winckler en F.-C. Laprévote, advocaten)

Andere partijen in de procedure: Corsica Ferries France SAS, Europese Commissie, Franse Republiek

Conclusies

het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 11 september 2012 in zaak T-565/08, Corsica Ferries France SAS/Europese Commissie, gedeeltelijk vernietigen voor zover daarbij artikel 1, tweede en derde alinea, van beschikking 2009/611/EG van de Commissie van 8 juli 2008 betreffende steunmaatregel C 58/02 (ex N 118/02) die door Frankrijk is toegekend aan Société nationale maritime Corse-Méditerranée (SNCM) (1) nietig is verklaard op grond dat (i) de Commissie blijk had gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en kennelijke beoordelingsfouten had gemaakt in haar analyse van de negatieve verkoopprijs van 158 miljoen EUR, van de gezamenlijke en gelijktijdige kapitaalinbreng van 8,75 miljoen EUR door CGMF en van persoonsgebonden steun van 38,5 miljoen EUR, en (ii) dat de analyse door de Commissie van het restant van 15,81 miljoen EUR als herstructureringssteun op een onjuiste premisse berustte;

Corsica Ferries verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

De verzoekende partij voert vier middelen strekkende tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest van het Gerecht aan.

Wat in de eerste plaats de verkoop tegen een negatieve prijs betreft, is de verzoekende partij van mening dat het Gerecht niet alleen is voorbijgegaan aan de beoordelingsmarge waarover de Commissie bij het toetsen aan de houding van een particuliere investeerder in een markteconomie beschikt, maar ook blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting over de interpretatie van die toets. Het Gerecht heeft de beschikking van de Commissie onjuist opgevat en is tekortgeschoten in zijn motiveringsplicht door uit te gaan van een met artikel 345 VWEU strijdige interpretatie van de toets aan de houding van een particuliere investeerder in een markteconomie.

Wat in de tweede plaats de kapitaalinbreng betreft, verwijt de verzoekende partij het Gerecht dat het de beschikking van de Commissie onjuist heeft opgevat door te oordelen dat deze niet alle relevante elementen in aanmerking heeft genomen bij haar beoordeling van de vergelijkbaarheid van de investeringsvoorwaarden van de gelijktijdig verrichte particuliere kapitaalinbrengen.

Wat in de derde plaats de persoonsgebonden steun betreft, zou de Gerecht niet alleen de beschikking van de Commissie onjuist hebben opgevat, maar ook blijk hebben gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en niet hebben voldaan zijn motiveringsplicht ter zake van het voordeel dat SNCM zou hebben genoten.

In de vierde plaats zou, gelet op het voorgaande, de redenering van het Gerecht dat het restant van 15,81 miljoen EUR voor herstructurering was bestemd, geen hout snijden.


(1)  PB 2009, L 225, blz. 180.