2006R1033 — NL — 04.12.2012 — 002.002


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 1033/2006 VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2006

tot vaststelling van de vereisten inzake de procedures voor vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase in het gemeenschappelijke Europese luchtruim

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 186, 7.7.2006, p.46)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

 M1

VERORDENING (EU) Nr. 929/2010 VAN DE COMMISIE van 18 oktober 2010

  L 273

4

19.10.2010

►M2

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 923/2012 VAN DE COMMISSIE van 26 september 2012

  L 281

1

13.10.2012

►M3

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 428/2013 VAN DE COMMISSIE van 8 mei 2013

  L 127

23

9.5.2013




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 1033/2006 VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2006

tot vaststelling van de vereisten inzake de procedures voor vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase in het gemeenschappelijke Europese luchtruim

(Voor de EER relevante tekst)



DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeveiliging („de interoperabiliteitsverordening”) ( 1 ), en met name op artikel 3, lid 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”) ( 2 ), en met name op artikel 8, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In een aantal studies van de Commissie en de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) is gewezen op belangrijke inconsistenties tussen de vliegplangegevens die berusten bij de partijen die betrokken zijn bij het veilige verloop van een vlucht, met name eenheden voor luchtverkeersdiensten, exploitanten en piloten. Die inconsistenties kunnen gevolgen hebben voor de veiligheid en doeltreffendheid van het Europese luchtverkeersleidingssysteem. Voorts zou grotere consistentie tussen de vliegplangegevens een naadloze exploitatie bevorderen, nieuwe operationele concepten ondersteunen, met name wat het beheer van luchtverkeersstromen betreft, en de veiligheid verbeteren. Daarom moeten passende maatregelen worden genomen om de inconsistenties tussen vliegplangegevens te beperken.

(2)

Eurocontrol is overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 549/2004 het mandaat verstrekt om in het gemeenschappelijke Europese luchtruim geldende vereisten inzake vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase op te stellen. Deze verordening is gebaseerd op het uit dat mandaat voortvloeiende verslag van 17 maart 2005.

(3)

Het territoriale toepassingsgebied van deze verordening moet duidelijk worden afgebakend door middel van een verwijzing naar Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijke Europese luchtruim ( 3 ).

(4)

De Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (hierna „ICAO” genoemd) heeft procedures voor de indiening, aanvaarding en verspreiding van vliegplannen vastgesteld die van kracht moeten worden om uniform te kunnen worden toegepast in het gemeenschappelijke Europese luchtruim. Die procedures moeten worden aangevuld met bepalingen die de exploitanten, piloten, eenheden voor luchtverkeersdiensten en de diverse initiatiefnemers van vliegplannen ertoe verplichten ervoor te zorgen dat de cruciale elementen van de bij hen berustende vliegplannen voor vluchten die vertrekken vanuit het onder deze verordening vallende luchtruim consistent blijven tot het einde van de aan de vlucht voorafgaande fase. Die cruciale elementen moeten duidelijk worden omschreven.

(5)

Onder het gezag van Eurocontrol is een gecentraliseerde dienst voor de verwerking en verspreiding van vliegplannen via het geïntegreerd systeem voor de verwerking van oorspronkelijke vliegplannen („IFPS”) opgezet. De lidstaten dienen de nodige maatregelen te nemen om te garanderen dat de door het IFPS verspreide informatie de consistentie van de cruciale elementen van de vliegplannen ondersteunt.

(6)

Als het IPFS geen vliegplan ontvangt voor vluchten die vanuit aangrenzende luchtruimen het onder deze verordening vallende luchtruim binnenkomen, ontstaan dezelfde risico's als die welke voortvloeien uit inconsistenties tussen de vliegplangegevens van eenheden voor luchtverkeersdiensten, exploitanten en piloten met betrekking tot vluchten die vanuit dit luchtruim vertrekken. Om dergelijke risico's te voorkomen, moeten de eenheden voor luchtverkeersdiensten passende vluchtgegevens aan het IFPS verstrekken.

(7)

Teneinde de bestaande veiligheidsniveaus van de exploitatie te handhaven of te verhogen, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat een veiligheidsbeoordeling wordt verricht, met inbegrip van de procedures voor vaststelling van de gevaren en voor risicobeoordeling en -beperking.

(8)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 5 van Verordening (EG) nr. 549/2004 opgerichte Comité voor het gemeenschappelijk luchtruim,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.  Deze verordening stelt de vereisten inzake de procedures voor vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase vast, teneinde te garanderen dat de vliegplannen, de repeterende vliegplannen en de daarmee samenhangende update-berichten tussen exploitanten, piloten en eenheden voor luchtverkeersdiensten via het geïntegreerd systeem voor de verwerking van oorspronkelijke vliegplannen, consistent zijn in de periode die voorafgaat aan de eerste afgifte van de verkeersklaring voor vluchten die vertrekken vanuit het onder deze verordening vallende luchtruim, dan wel in de periode die voorafgaat aan de binnenkomst in dat luchtruim voor andere vluchten.

2.  Deze verordening is van toepassing op alle vluchten die bestemd zijn om te worden uitgevoerd of die worden uitgevoerd als algemeen luchtverkeer volgens instrumentvliegvoorschriften in het in artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 551/2004 omschreven luchtruim.

3.  Deze verordening is van toepassing op elk van de volgende partijen die zijn betrokken bij de indiening, wijziging, aanvaarding en verspreiding van vliegplannen:

a) exploitanten en namens hen optredende tussenpersonen;

b) piloten en namens hen optredende tussenpersonen;

c) eenheden voor luchtverkeersdiensten die diensten verlenen ten behoeve van algemeen luchtverkeer volgens instrumentvliegvoorschriften.

Artikel 2

Definities

1.  Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van Verordening (EG) nr. 549/2004.

2.  Naast de in lid 1 bedoelde definities wordt verstaan onder:

1) „vliegplan”: aan eenheden voor luchtverkeersdiensten verstrekte specifieke informatie met betrekking tot een voorgenomen vlucht of deel van een vlucht van een vliegtuig;

2) „aan de vlucht voorafgaande fase”: de periode van de eerste indiening van een vliegplan tot de eerste afgifte van een verkeersklaring;

3) „repeterend vliegplan”: een vliegplan voor een reeks frequent terugkerende regelmatig geëxploiteerde individuele vluchten met identieke basiskenmerken, ingediend door een exploitant met het oog op bewaring en herhaaldelijk gebruik door eenheden voor luchtverkeersdiensten;

4) „exploitant”: een persoon, organisatie of onderneming die betrokken is of wil worden bij de exploitatie van een vliegtuig;

5) „eenheid voor luchtverkeersdiensten” („ATS-eenheid”): een civiele of militaire eenheid die verantwoordelijk is voor het verlenen van luchtverkeersdiensten;

6) „geïntegreerd systeem voor de verwerking van oorspronkelijke vliegplannen (Integrated Initial Flight Plan Processing System, IFPS)”: een systeem binnen het Europese netwerk voor luchtverkeersbeveiliging via hetwelk een gecentraliseerde dienst voor de verwerking en verspreiding van vliegplannen (ontvangst, validering en verspreiding van vliegplannen) wordt verleend in het onder deze verordening vallende luchtruim;

7) „verkeersklaring”: een aan een luchtvaartuig verleende vergunning om zijn vlucht uit te voeren overeenkomstig de door een luchtverkeersleidingseenheid vastgestelde voorwaarden;

▼M2

8) „IFR”: de afkorting van „instrument flight rules” (instrumentvliegvoorschriften);

▼B

9) „luchtverkeersleidingseenheid”: eenheid voor algemene verkeersleiding, eenheid voor naderingsverkeersleiding of eenheid voor plaatselijke verkeersleiding;

10) „cruciale elementen van een vliegplan”: de volgende elementen van een vliegplan:

a) vliegtuigidentificatie,

b) luchthaven van vertrek,

c) geschatte vertrekdatum,

d) geschatte vertrektijd,

e) luchthaven van bestemming,

f) route, terminalprocedures niet inbegrepen,

g) kruissnelheid (-snelheden) en gevraagd(e) vliegniveau(s),

h) vliegtuigtype en categorie zogwervelingen,

i) vliegvoorschriften en type vlucht,

j) vliegtuigapparatuur en mogelijkheden van die apparatuur;

11) „initiatiefnemer”: persoon of organisatie die vliegplannen en de daarmee samenhangende update-berichten indient bij het IFPS, met inbegrip van piloten, exploitanten en namens hen optredende tussenpersonen en ATS eenheden;

12) „oorspronkelijk vliegplan”: het vliegplan dat oorspronkelijk door de initiatiefnemer is ingediend, inclusief eventuele wijzigingen die op initiatief van piloten, exploitanten, ATS-eenheden of de gecentraliseerde dienst voor de verwerking en verspreiding van vliegplannen tijdens de aan de vlucht voorafgaande fase zijn ingediend en aanvaard;

13) „vliegtuigidentificatie”: een groep letters, cijfers of een combinatie daarvan die identiek is aan of het gecodeerde equivalent vormt van de voor de grond luchtcommunicatie gebruikte roepnaam van het vliegtuig, en die gebruikt wordt om het vliegtuig te identificeren in de grond-grondcommunicatie tussen luchtverkeersdiensten;

14) „geschatte vertrekdatum”: de geschatte datum waarop het vliegtuig de vertrekbeweging inzet;

15) „geschatte vertrektijd”: het geschatte tijdstip waarop het vliegtuig de vertrekbeweging inzet;

16) „terminalprocedures”: de standaardvertrek- en aankomstroutes voor instrumentvluchten, als omschreven in „ICAO Procedures for Operational Services” (PANS-OPS, Doc 8168 — Volume 1 — Vierde editie — 1993, inclusief amendement nr. 13).

Artikel 3

Interoperabiliteit en prestatievereisten

▼M2

1.  De in de bijlage genoemde voorschriften zijn van toepassing op de indiening, aanvaarding en verspreiding van vliegplannen voor elke onder deze verordening vallende vlucht en op alle wijzigingen van een cruciaal element van een vliegplan tijdens de aan de vlucht voorafgaande fase overeenkomstig deze verordening.

▼B

2.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat het IFPS, wanneer het een vliegplan of wijzigingen daarop ontvangt,

a) controleert of het vliegplan voldoet aan de afspraken inzake formattering en gegevens;

b) controleert of het vliegplan volledig en, voorzover mogelijk, correct is;

c) indien nodig maatregelen neemt om het vliegplan aanvaardbaar te maken voor de luchtverkeersdiensten; en

d) aan de initiatiefnemer van het vliegplan meedeelt dat het vliegplan of de wijzigingen zijn aanvaard.

3.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat het IFPS alle betrokken ATS-eenheden in kennis stelt van de aanvaarde vliegplannen, van de wijzigingen van de cruciale elementen van de vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase en van de daarmee samenhangende update-berichten.

4.  Wanneer de initiatiefnemer niet de exploitant of de piloot is, garandeert hij dat de voorwaarden voor de aanvaarding van een vliegplan en eventuele door het IFPS ter kennis gebrachte noodzakelijke wijzigingen van deze voorwaarden worden meegedeeld aan de exploitant of de piloot die het vliegplan heeft ingediend.

5.  De exploitant garandeert dat de voorwaarden voor de aanvaarding van een vliegplan en eventuele door het IFPS aan de initiatiefnemer ter kennis gebrachte noodzakelijke wijzigingen daarvan in de geplande vlucht worden geïntegreerd en aan de piloot worden meegedeeld.

6.  De exploitant dient vóór de vlucht na te gaan of de inhoud van het oorspronkelijke vliegplan een correcte weergave is van de voorgenomen vlucht.

7.  De luchtverkeersleidingseenheden stellen in de aan de vlucht voorafgaande fase ten aanzien van vliegplannen en de daarmee samenhangende update-berichten die zij eerder van het IFPS hebben ontvangen, eventuele noodzakelijke wijzigingen met betrekking tot cruciale elementen van vliegplannen op het punt van route en vliegniveau via het IFPS ter beschikking, wanneer die wijzigingen van invloed zouden kunnen zijn op het veilige verloop van een vlucht.

Een vliegplan mag in de aan de vlucht voorafgaande fase niet zonder overleg met de exploitant door de luchtverkeersleidingseenheid worden gewijzigd of ingetrokken.

8.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat het IFPS alle in lid 7, eerste alinea, bedoelde wijzigingen die tijdens de aan de vlucht voorafgaande fase in een vliegplan worden aangebracht, aan de initiatiefnemer meedeelt.

9.  Wanneer ATS-eenheden niet van tevoren van het IFPS een vliegplan hebben ontvangen voor vluchten die het onder hun verantwoordelijkheid vallende luchtruim binnenkomen, maken de betrokken eenheden via het IFPS ten minste de vliegtuigidentificatie en het type vliegtuig, het punt, tijdstip en vliegniveau waarop het vliegtuig het onder hun verantwoordelijkheid vallende luchtruim binnenkomt, de route en de luchthaven van bestemming van dergelijke vluchten bekend.

Artikel 4

Veiligheidsvereisten

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat alle wijzigingen in de bestaande procedures voor onder deze verordening vallende vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase, dan wel de invoering van nieuwe procedures, worden voorafgegaan door een veiligheidsbeoordeling, met inbegrip van de procedures voor vaststelling van de gevaren en voor risicobeoordeling en -beperking, uit te voeren door de betrokken partijen.

Artikel 5

Aanvullende vereisten

1.  ATS-eenheden zorgen ervoor dat het personeel dat betrokken is bij de vluchtplanning op de toepasselijke bepalingen van deze verordening wordt gewezen en dat het voldoende voor zijn taken wordt opgeleid.

2.  De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te garanderen dat het personeel dat het bij de vluchtplanning betrokken IFPS bedient op de toepasselijke bepalingen van deze verordening wordt gewezen en dat het voldoende voor zijn taken wordt opgeleid.

3.  De ATS-eenheden moeten:

a) operationele handleidingen met de nodige instructies en informatie opstellen en bijhouden teneinde hun uitvoerend personeel in staat te stellen de bepalingen van deze verordening toe te passen;

b) ervoor zorgen dat de onder a) bedoelde handleidingen beschikbaar zijn en worden bijgewerkt en dat de bijwerking en verspreiding ervan aan passend kwaliteits- en documentconfiguratiebeheer worden onderworpen;

c) ervoor zorgen dat de werkmethoden en operationele procedures in overeenstemming zijn met de desbetreffende bepalingen van deze verordening.

4.  De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat de gecentraliseerde dienst voor de verwerking en verspreiding van vliegplannen:

a) operationele handleidingen met de nodige instructies en informatie opstelt en bijhoudt teneinde zijn uitvoerend personeel in staat te stellen de bepalingen van deze verordening toe te passen;

b) ervoor zorgt dat de onder a) bedoelde handleidingen beschikbaar zijn en worden bijgewerkt en dat de bijwerking en verspreiding ervan aan passend kwaliteits- en documentconfiguratiebeheer worden onderworpen;

c) ervoor zorgt dat de werkmethoden en operationele procedures in overeenstemming zijn met de desbetreffende bepalingen van deze verordening.

5.  De lidstaten stellen de nodige maatregelen vast om aan deze verordening te voldoen.

Artikel 6

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2009.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE

▼M3

De ICAO-bepalingen als bedoeld in artikel 3, lid 1

1. Hoofdstuk 3, punt 3.3 („Flight plans”) van ICAO bijlage 2 — „Rules of the Air” (tiende editie, juli 2005, inclusief alle amendementen tot en met nr. 42).

2. Hoofdstuk 4, punt 4.4 („Flight plans”) en hoofdstuk 11, punt 11.4.2.2 („Movement messages”) van ICAO PANS-ATM Doc. 4444 (vijftiende editie, 2007, inclusief alle amendementen tot en met nr. 4).

3. Hoofdstuk 2 („Flight plans”) en hoofdstuk 6, punt 6.12.3 („Boundary estimates”) van de „Regional Supplementary Procedures”, Doc. 7030, European (EUR) Regional Supplementary Procedures (vijfde editie, 2008, inclusief alle amendementen tot en met nr. 7).



( 1 ) PB L 96 van 31.3.2004, blz. 26.

( 2 ) PB L 96 van 31.3.2004, blz. 1.

( 3 ) PB L 96 van 31.3.2004, blz. 20.