2007E0406 — NL — 01.07.2008 — 001.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 2007/406/GBVB VAN DE RAAD

van 12 juni 2007

betreffende de adviserende en bijstandverlenende missie van de Europese Unie op het gebied van hervorming van de veiligheidssector in de Democratische Republiek Congo (EUSEC RD Congo)

(PB L 151, 13.6.2007, p.52)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2008/491/GBVB VAN DE RAAD van 26 juni 2008

  L 168

42

28.6.2008




▼B

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 2007/406/GBVB VAN DE RAAD

van 12 juni 2007

betreffende de adviserende en bijstandverlenende missie van de Europese Unie op het gebied van hervorming van de veiligheidssector in de Democratische Republiek Congo (EUSEC RD Congo)



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 14, artikel 25, derde alinea, en artikel 28, lid 3, eerste alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Naar aanleiding van een officieel verzoek van de regering van de Democratische Republiek Congo (DRC) heeft de Raad op 2 mei 2005 Gemeenschappelijk Optreden 2005/355/GBVB vastgesteld inzake de adviserende en bijstandverlenende missie van de Europese Unie op het gebied van de hervorming van de veiligheidssector in de Democratische Republiek Congo (DRC) ( 1 ) (EUSEC RD Congo), met name ter ondersteuning van het overgangsproces in de DRC dat tevens de oprichting omvat van een geherstructureerd en geïntegreerd nationaal leger, overeenkomstig de algemene en alomvattende overeenkomst die op 17 december 2002 in Pretoria door de Congolese partijen is ondertekend, gevolgd door de op 2 april 2003 in Sun City ondertekende Slotakte.

(2)

Nadat in 2005 de grondwet van de Derde Congolese Republiek was bekrachtigd, zijn er in 2006 in de DRC verkiezingen gehouden die het einde van het overgangsproces markeerden en die het mogelijk hebben gemaakt om in 2007 een regering te vormen welke een regeringsprogramma heeft aangenomen dat met name voorziet in een algemene hervorming van de veiligheidssector, in de uitwerking van een nationaal concept, alsmede in prioritaire hervormingsmaatregelen voor de politie, de strijdkrachten en justitie.

(3)

De Verenigde Naties hebben in verschillende resoluties van de Veiligheidsraad hun steun uitgesproken voor het overgangsproces en de hervorming van de veiligheidssector en voeren in de DRC de Missie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo (MONUC) uit, die bijdraagt tot de veiligheid en de stabiliteit in het land. Op 15 mei 2007 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties resolutie 1756 (2007) aangenomen, waarin het mandaat van de MONUC wordt verlengd en de missie in de gelegenheid wordt gesteld om, in nauwe coördinatie met de andere internationale partners, in het bijzonder de Europese Unie (EU), een bijdrage te leveren tot de inspanningen ter ondersteuning van de regering tijdens het initiële proces ter planning van de hervorming van de veiligheidssector.

(4)

De EU heeft getoond dat zij het overgangsproces in de DRC en de hervorming van de veiligheidssector blijvend steunt, onder meer door de vaststelling van twee andere gemeenschappelijke optredens; Gemeenschappelijk Optreden 2004/847/GBVB inzake de politiemissie van de Europese Unie in Kinshasa (DRC) met betrekking tot de geïntegreerde politie-eenheid ( 2 ) (EUPOL Kinshasa) en Gemeenschappelijk Optreden 2006/319/GBVB van de Raad van 27 april 2006 inzake de militaire operatie van de Europese Unie ter ondersteuning van de missie van de Organisatie van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo (MONUC) tijdens het verkiezingsproces ( 3 ) (operatie EUFOR RD Congo).

(5)

De EU is zich bewust van het belang van een algemene aanpak waarin de verschillende lopende initiatieven worden gecombineerd, en heeft daarom, in de conclusies die de Raad op 15 september 2006 heeft aangenomen, verklaard bereid te zijn om, in nauwe samenwerking met de Verenigde Naties, een coördinerende rol bij de internationale inspanningen in de veiligheidssector op zich te nemen, teneinde de Congolese autoriteiten op dit gebied te steunen.

(6)

Op 14 mei 2007 heeft de Raad een herzien algemeen concept inzake de voortzetting van de adviserende en bijstandverlenende missie op het gebied van hervorming van de veiligheidssector in de DRC goedgekeurd.

(7)

Op 14 mei 2007 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan een operationeel concept voor een politiemissie in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid op het gebied van de hervorming van de veiligheidssector met justitie-interface in de DRC, EUPOL RD Congo genaamd. Op 12 juni 2007 heeft de Raad het gemeenschappelijk optreden van de Raad vastgesteld betreffende de politiemissie op het gebied van de hervorming van de veiligheidssector met justitie-interface in de Democratische Republiek Congo (EUPOL RD Congo). Deze missie zal in de plaats komen van EUPOL Kinshasa.

(8)

De synergieën tussen beide missies, EUPOL RD Congo en EUSEC RD Congo, moeten worden bevorderd, waarbij tevens rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van een toekomstig samengaan van beide missies in één enkele missie.

(9)

Terwille van een grotere samenhang van de activiteiten van de EU in de DRC dient te Kinshasa en in Brussel zorg te worden gedragen voor een zo nauw mogelijke coördinatie tussen de verschillende EU-actoren, met name door middel van passende regelingen. De speciale vertegenwoordiger van de EU (SVEU) voor het gebied van de Grote Meren in Afrika zou daarbij een belangrijke rol moeten vervullen, rekening houdend met zijn taakomschrijving.

(10)

Op 15 februari 2007 heeft de Raad Gemeenschappelijk Optreden 2007/112/GBVB ( 4 ) vastgesteld, waarbij de heer Roeland VAN DE GEER benoemd werd tot de nieuwe SVEU voor het gebied van de Grote Meren in Afrika.

(11)

De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger (SG/HV) voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid heeft de regering van de DRC op 11 mei 2007 een brief gestuurd waarin hij melding maakt van het hernieuwde engagement van de Europese Unie.

(12)

Gemeenschappelijk Optreden 2005/355/GBVB is herhaaldelijk gewijzigd om de missie te versterken, met name door Gemeenschappelijk Optreden 2005/868/GBVB inzake het opzetten van een project voor technische bijstand ter verbetering van de betalingsketen van het ministerie van Defensie van de DRC, en door Gemeenschappelijk Optreden 2007/192/GBVB inzake de oprichting van een eenheid die belast is met de ondersteuning van de specifieke projecten die worden gefinancierd of uitgevoerd door lidstaten en adviseurs op het niveau van het provinciaal militair bestuur. Het mandaat van de missie loopt tot en met 30 juni 2007 en zou moeten worden verlengd en herzien aan de hand van het herziene concept voor de missie.

(13)

Terwille van de duidelijkheid dient genoemd gemeenschappelijk optreden en de verschillende wijzigingen ervan door een nieuw gemeenschappelijk optreden te worden vervangen.

(14)

Derde landen dient de mogelijkheid te worden geboden aan het project deel te nemen overeenkomstig de algemene richtsnoeren die de Europese Raad heeft opgesteld.

(15)

De huidige veiligheidssituatie in de DRC kan verslechteren, hetgeen ernstige gevolgen kan hebben voor het proces van versterking van de democratie, de rechtsstaat en de veiligheid op internationaal en regionaal vlak. Een bestendige toezegging van politieke steun en middelen van de EU zal ertoe bijdragen de stabiliteit in de regio te versterken,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:



Artikel 1

Missie

1.  De Europese Unie voert een adviserende en bijstandverlenende missie uit op het gebied van de hervorming van de veiligheidssector in de DRC, EUSEC RD CONGO genaamd, met als doel bij te dragen tot de voltooiing van de integratie van de verschillende gewapende facties in de DRC en een bijdrage te leveren tot de Congolese inspanningen om het Congolese leger te herstructureren en weer op te bouwen. De missie moet de Congolese veiligheidsautoriteiten rechtstreeks of via concrete projecten advies geven en bijstand bieden waarbij een beleid moet worden bevorderd dat strookt met de mensenrechten en het internationale humanitaire recht, de democratische normen en de beginselen van behoorlijk bestuur, transparantie en eerbiediging van de rechtsstaat.

2.  De missie treedt op in overeenstemming met de bepalingen vervat in de taakomschrijving in artikel 2.

Artikel 2

Taakomschrijving

In nauwe samenwerking en coördinatie met de overige actoren van de internationale gemeenschap, met name de Verenigde Naties, en ter verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen, streeft de missie ernaar concrete steun te verlenen bij de hervorming van de veiligheidssector in de DRC, zoals omschreven in het herziene algemeen concept, met inbegrip van de volgende activiteiten:

▼M1

a) het verstrekken van advies en bijstand aan de Congolese autoriteiten bij hun activiteiten ten behoeve van de integratie, de herstructurering en de wederopbouw van het Congolese leger, met name door:

 bij te dragen tot de ontwikkeling van de verschillende concepten en onderdelen van het nationale beleid, waaronder de werkzaamheden betreffende horizontale aspecten van alle onder de hervorming van de veiligheidssector in de DRC vallende gebieden;

 de commissies en instanties die bij deze werkzaamheden betrokken zijn ondersteuning te bieden en behulpzaam te zijn bij het bepalen van de prioriteiten en concrete behoeften van de Congolezen;

 bij te dragen, mede door het ter beschikking stellen van zijn expertise betreffende de selectie, de opleiding en de training van het personeel en de evaluatie van de infrastructuur- en materiaalbehoeften, tot het vaststellen van de nadere regelingen voor de organisatie van de Snelle Reactiemacht en de geleidelijke totstandbrenging daarvan in het kader van het algemene legerhervormingsplan, zulks met eerbiediging van de beginselen van de rechten van de mens, het internationaal humanitair recht en, soortgelijke rechten, alsmede van de rechten van door gewapende conflicten getroffen kinderen;

b) het leiden en tot een goed einde brengen van het project voor technische bijstand voor de modernisering van de betalingsketen van het ministerie van Defensie van de DRC, hierna „project betalingsketen” genoemd, teneinde de taken uit te voeren die in het algemeen concept betreffende het project worden omschreven;

c) het verstrekken, steunend op het project betalingsketen, van steun aan de menselijke-hulpbronnenfunctie en aan de ontwikkeling van een algemeen beleid op dit gebied;

d) het aanwijzen van verschillende projecten en opties welke de EU of haar lidstaten in het kader van de hervorming van de veiligheidssector kunnen besluiten te ondersteunen, en bijdragen tot de uitwerking van deze projecten en opties;

e) het toezicht houden op en uitvoeren van door de lidstaten gefinancierde of geïnitieerde concrete projecten in het kader van de doelstellingen van de missie, in coördinatie met de Commissie;

f) het bijstaan, indien nodig, van de SVEU in het kader van de werkzaamheden van de comités van het vredesproces in de Kivu's;

en

g) het helpen zorgen voor de samenhang van alle geleverde inspanningen op het gebied van hervorming van de veiligheidssector.

▼B

Artikel 3

Structuur van de missie

De structuur van de missie is als volgt:

a) een kantoor in Kinshasa, dat met name omvat:

 de leiding van de missie, en

▼M1

 een ondersteuningseenheid, en

▼B

 deskundigen die lid zijn van een eenheid die met name belast is met de aanwijzing en de ondersteuning van de specifieke projecten die worden gefinancierd of uitgevoerd door lidstaten;

b) adviseurs die worden aangesteld op sleutelposten van de centrale administratie van het ministerie van Defensie in Kinshasa en bij de onder het ministerie van Defensie vallende provinciale besturen;

c) een met het project inzake de betalingsketen belast team bestaande uit:

 een projectverantwoordelijke, gevestigd te Kinshasa, die door het hoofd van de missie wordt benoemd en onder diens gezag optreedt;

 een afdeling „advies, expertise en uitvoering”, gevestigd te Kinshasa en bestaande uit de niet bij de staven van de geïntegreerde brigades aangestelde personeelsleden, met onder meer ►M1  mobiele teams ◄ van deskundigen die aan de controle op de getalsterkte van de geïntegreerde brigades deelnemen, en

 bij de staven van de geïntegreerde brigades aangestelde deskundigen.

Artikel 4

Uitvoeringsplan

Het hoofd van de missie werkt, bijgestaan door het secretariaat-generaal van de Raad, een herzien plan uit ter uitvoering van de missie (OPLAN), dat door de Raad wordt goedgekeurd.

Artikel 5

Hoofd van de missie

▼M1

1.  Het hoofd van de missie draagt zorg voor het dagelijks beheer van de missie en is verantwoordelijk voor personeels- en tuchtzaken.

▼B

►M1  2.  In het kader van de in artikel 2, onder e), genoemde taakomschrijving van de missie, kan het hoofd van de missie een beroep doen op financiële bijdragen van de lidstaten. ◄ Het hoofd van de missie treft hiertoe een regeling met de betrokken lidstaten. In deze regelingen wordt met name vastgelegd op welke wijze wordt gereageerd op elke klacht van een derde betreffende schade die is opgelopen als gevolg van handelingen of nalatigheden van het hoofd van de missie bij de besteding van de middelen die door de bijdragende lidstaten ter beschikking zijn gesteld.

In geen geval kan de EU of de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger van de Raad door de bijdragende lidstaten aansprakelijk worden gesteld voor handelingen of nalatigheden van het hoofd van de missie in verband met de besteding van de middelen van deze staten.

3.  Het hoofd van de missie sluit een contract af met de Europese Commissie om de begroting van de missie uit te voeren.

4.  Het hoofd van de missie werkt nauw samen met de SVEU.

Artikel 6

Personeel

1.  De deskundigen van de missie worden door de EU-lidstaten en de EU-instellingen gedetacheerd. Elke lidstaat of instelling draagt de kosten in verband met de door hem gedetacheerde deskundigen — met uitzondering van het hoofd van de missie — met inbegrip van de kosten voor vervoer van en naar de DRC, salarissen, ziektekosten, en de vergoedingen, met uitzondering van de dagvergoedingen.

2.  Internationaal civiel personeel en lokaal personeel worden naar gelang van de behoeften op contractbasis door de missie aangeworven.

3.  Alle deskundigen van de missie blijven onder het gezag staan van de bevoegde EU-lidstaat of EU-instelling, en vervullen hun taken en handelen in het belang van de missie. Zowel gedurende de missie als na afloop ervan nemen de deskundigen van de missie de grootste discretie in acht wat betreft alle feiten en informatie in verband met de missie.

Artikel 7

Hiërarchie

1.  De missie heeft een eengemaakte hiërarchie.

2.  Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC) is belast met de politieke controle en de strategische aansturing.

3.  De SG/HV verstrekt via de SVEU richtsnoeren aan het hoofd van de missie.

4.  Het hoofd van de missie leidt de missie en draagt zorg voor het dagelijks beheer ervan.

5.  Het hoofd van de missie rapporteert via de SVEU aan de SG/HV.

6.  De SVEU rapporteert via de SG/HV aan de Raad.

Artikel 8

Politieke controle en strategische aansturing

1.  Onder de verantwoordelijkheid van de Raad is het PVC belast met de politieke controle en de strategische aansturing van de operatie. De Raad machtigt het PVC om de relevante besluiten te nemen overeenkomstig artikel 25 van het Verdrag. Deze machtiging omvat de bevoegdheid om het uitvoeringsplan en de hiërarchie te wijzigen. De machtiging omvat ook de bevoegdheden voor het nemen van de latere besluiten inzake de benoeming van het hoofd van de missie. De beslissingsbevoegdheid met betrekking tot de doelstellingen en de beëindiging van de missie blijven berusten bij de Raad, bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger.

2.  De SVEU verstrekt het hoofd van de missie de voor zijn werk op lokaal niveau noodzakelijke politieke richtsnoeren.

3.  Het PVC rapporteert op geregelde tijdstippen aan de Raad.

4.  Het PVC ontvangt op geregelde tijdstippen verslagen van het hoofd van de missie. Het PVC kan het hoofd van de missie in voorkomend geval op zijn vergaderingen uitnodigen.

Artikel 9

Financiële bepalingen

▼M1

1.  Het financiële referentiebedrag bestemd voor de uitgaven van de missie voor de periode van 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2008 bedraagt EUR 9 700 000.

Het financiële referentiebedrag bestemd voor de uitgaven van de missie voor de periode van 1 juli 2008 tot en met 30 juni 2009 bedraagt EUR 8 450 000.

▼B

2.  Ten aanzien van de met het in lid 1 bedoelde bedrag gefinancierde uitgaven is het volgende van toepassing:

a) de uitgaven worden beheerd overeenkomstig de voorschriften en procedures van de Gemeenschap die van toepassing zijn op de begroting, met als uitzondering dat prefinancieringen niet het eigendom van de Gemeenschap blijven. Onderdanen van derde landen mogen inschrijven bij aanbestedingen;

b) het hoofd van de missie brengt volledig verslag uit aan de Commissie, onder wier toezicht hij staat, over de in het kader van zijn contract ondernomen activiteiten.

3.  De financiële regelingen moeten voldoen aan de operationele vereisten van de missie, met inbegrip van de verenigbaarheid van uitrusting.

4.  De uitgaven van de missie komen voor financiering in aanmerking vanaf de datum waarop dit gemeenschappelijk optreden in werking treedt.

Artikel 10

Deelname van derde landen

1.  Onder volledige eerbiediging van de beslissingsautonomie van de EU en het institutionele kader van de Unie kunnen derde landen worden uitgenodigd om bij te dragen aan de missie, met dien verstande dat zij de kosten dragen van het uitzenden van het personeel, met inbegrip van salarissen, verzekering tegen alle risico's, dagvergoedingen en kosten voor vervoer van en naar de DRC, en dat zij een passende bijdrage aan de werkingskosten van de missie leveren.

2.  De derde landen die aan de missie bijdragen, hebben bij de dagelijkse leiding van de missie dezelfde rechten en plichten als de lidstaten.

3.  De Raad machtigt het PVC om de nodige besluiten te nemen aangaande de aanvaarding van de voorgestelde bijdragen, alsmede om een comité van contribuanten in te stellen.

4.  De gedetailleerde regelingen betreffende de deelneming van derde landen worden vastgesteld in een volgens de procedure van artikel 24 van het Verdrag te sluiten overeenkomst. De SG/HV, die het voorzitterschap bijstaat, kan namens het voorzitterschap over deze regelingen onderhandelen. Wanneer de EU en een derde land een overeenkomst hebben gesloten voor de deelneming van dit derde land aan EU-crisisbeheersingsoperaties, dan zijn in het kader van de missie de bepalingen van die overeenkomst van toepassing.

Artikel 11

Samenhang en coördinatie

1.  De Raad en de Commissie zorgen, overeenkomstig hun onderscheiden bevoegdheden, voor de samenhang tussen de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden en het externe optreden van de Gemeenschap, overeenkomstig artikel 3, tweede alinea, van het Verdrag. De Raad en de Commissie werken daartoe samen. Zowel te Kinshasa als in Brussel worden regelingen getroffen voor de coördinatie van de activiteiten van de EU in de DRC.

2.  Onverminderd de hiërarchie werkt het hoofd van de missie tevens in nauwe coördinatie samen met de delegatie van de Commissie.

3.  Onverminderd de hiërarchie dragen het hoofd van de missie EUSEC RD Congo en het hoofd van de missie EUPOL RD Congo zorg voor een nauwe coördinatie tussen hun optredens en zoeken zij naar synergieën tussen beide missies, met name ten aanzien van de horizontale aspecten van de hervorming van de veiligheidssector in de DRC, en in het kader van de onderlinge taakverdeling tussen beide missies.

4.  Overeenkomstig zijn taakomschrijving ziet de SVEU toe op de samenhang van de optredens van de EUSEC-missie en de EUPOL RD Congo-missie. Hij draagt bij tot de coördinatie met de andere internationale actoren die betrokken zijn bij de hervorming van de veiligheidssector in de DRC.

5.  Het hoofd van de missie werkt samen met de overige aanwezige internationale actoren, in het bijzonder de MONUC, alsmede met de bij de DRC betrokken derde landen.

Artikel 12

Vrijgave van gerubriceerde gegevens

1.  De SG/HV is gemachtigd om gerubriceerde gegevens en documenten van de EU tot op het niveau „CONFIDENTIEL UE” die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld, overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad ( 5 ), vrij te geven aan de bij dit gemeenschappelijk optreden betrokken derde landen.

2.  Voorts is de SG/HV gemachtigd om, naar gelang van de operationele behoeften van de missie gerubriceerde gegevens en documenten van de EU tot op het niveau „RESTREINT UE” die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad vrij te geven aan de Verenigde Naties. Te dien einde zullen plaatselijke regelingen worden vastgesteld.

3.  Indien er sprake is van een concrete en onmiddellijke operationele behoefte, is de SG/HV voorts gemachtigd om gerubriceerde gegevens en documenten van de EU tot op het niveau „RESTREINT UE” die ten behoeve van de operatie zijn opgesteld overeenkomstig de beveiligingsvoorschriften van de Raad, vrij te geven aan het gastland. In alle andere gevallen worden deze gegevens en documenten vrijgegeven aan het gastland volgens de daartoe bestemde procedures op het niveau van samenwerking tussen het gastland en de Unie.

4.  De SG/HV is gemachtigd om door de EU niet-gerubriceerde documenten betreffende de beraadslagingen van de Raad over de operatie die onder de geheimhoudingsplicht van artikel 6, lid 1, van het reglement van orde van de Raad ( 6 ) vallen, vrij te geven aan derde landen die bij dit gemeenschappelijk optreden zijn betrokken.

Artikel 13

Status van de missie en het personeel ervan

1.  De status van het personeel van de missie, in voorkomend geval inclusief de voorrechten, immuniteiten en overige waarborgen die nodig zijn voor de uitvoering en de soepele werking van de missie, wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 24 van het Verdrag. De secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, die het voorzitterschap bijstaat, kan namens het voorzitterschap over de nadere regelingen hiervoor onderhandelen.

2.  De EU-lidstaat of de EU-instelling die een personeelslid heeft gedetacheerd, is verantwoordelijk voor de afhandeling van met de detachering verband houdende schade-eisen van of betreffende dat personeelslid. De betrokken lidstaat of instelling stelt in voorkomend geval vorderingen tegen het gedetacheerd personeelslid in.

Artikel 14

Beveiliging

1.  Het hoofd van de missie is verantwoordelijk voor de veiligheid van EUSEC RD Congo.

2.  Het hoofd van de missie kwijt zich van deze taak overeenkomstig het beleid van de EU inzake de veiligheid van EU-personeel dat op grond van titel V van het Verdrag en de daarvan afgeleide teksten wordt ingezet in operaties buiten de EU.

3.  Alle personeelsleden krijgen een passende opleiding op het gebied van veiligheid conform het operationeel plan (OPLAN). De met de beveiliging belaste functionaris van EUSEC RD Congo zal zorgen voor een regelmatige herhaling van de veiligheidsinstructies.

▼M1 —————

▼B

Artikel 16

Inwerkingtreding en duur

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op 1 juli 2007.

▼M1

Het is van toepassing tot en met 30 juni 2009.

▼B

Artikel 17

Openbaarmaking

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.



( 1 ) PB L 112 van 3.5.2005, blz. 20. Gemeenschappelijk optreden laatstelijk gewijzigd bij Gemeenschappelijk Optreden 2007/192/GBVB (PB L 87 van 28.3.2007, blz. 22).

( 2 ) PB L 367 van 14.12.2004, blz. 30. Gemeenschappelijk Optreden laatstelijk gewijzigd bij Gemeenschappelijk Optreden 2006/913/GBVB (PB L 346 van 9.12.2006, blz. 67).

( 3 ) PB L 116 van 29.4.2006, blz. 98. Gemeenschappelijk Optreden ingetrokken bij Gemeenschappelijk Optreden 2007/147/GBVB (PB L 64 van 2.3.2007, blz. 44).

( 4 ) PB L 46 van 16.2.2007, blz. 79.

( 5 ) Besluit 2001/264/EG (PB L 101 van 11.4.2001, blz. 1). Besluit laatstelijk gewijzigd bij Besluit 2005/952/EG (PB L 346 van 29.12.2005, blz. 18).

( 6 ) Besluit 2006/683/EG, Euratom (PB L 285 van 16.10.2006, blz. 47). Besluit gewijzigd bij Besluit 2007/4/EG, Euratom (PB L 1 van 4.1.2007, blz. 9).