1.5.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/7


UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

van 26 april 2012

waarbij Roemenië wordt gemachtigd maatregelen toe te passen die afwijken van artikel 26, lid 1, onder a), en artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

(2012/232/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeen-schappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 395, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 27 september 2011, heeft Roemenië verzocht om machtiging tot toepassing van bijzondere maatregelen voor bepaalde gemotoriseerde wegvoertuigen die afwijken van de bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG inzake het recht van een belastingplichtige op aftrek van voorbelasting en inzake de verplichting tot aangifte van het gebruik van een tot het bedrijf behorend goed voor andere dan bedrijfs-doeleinden.

(2)

Overeenkomstig artikel 395, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 1 december 2011 van het Roemeense verzoek in kennis gesteld. Bij brief van 5 december 2011 heeft de Commissie Roemenië meege-deeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

(3)

Krachtens artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG is een belastingplichtige gerechtigd de btw af te trekken ter zake van de goederen en diensten die hij ten behoeve van zijn belaste activiteiten heeft ontvangen. Krachtens artikel 26, lid 1, onder a), van die richtlijn geldt er een aangifteplicht voor de btw wanneer een tot het bedrijf behorend goed wordt gebruikt voor privédoeleinden van de belastingplichtige of van zijn personeel of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden.

(4)

Het niet-zakelijke gebruik van voertuigen valt moeilijk nauwkeurig te registreren en ook als dat mogelijk is, is de procedure vaak omslachtig. De voorgestelde maat-regelen voorzien in een vast tarief voor de aftrekbare btw ter zake van uitgaven voor gemotoriseerde wegvoertuigen die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, met uitzondering van enkele gevallen. Op basis van actuele gegevens acht Roemenië een tarief van 50 % gerecht-vaardigd. Teneinde dubbele belasting te voorkomen, dient tegelijkertijd ontheffing te worden verleend van de verplichting tot btw-aangifte van het niet-zakelijke gebruik voor de gemotoriseerde wegvoertuigen die onder deze beperking vallen. Deze maatregelen kunnen worden gerechtvaardigd door de behoefte om de belastinginning te vereenvoudigen en fraude door onjuiste administratie en valse aangifte te voorkomen.

(5)

De beperking van het recht op aftrek uit hoofde van de bijzondere maatregelen moet gelden voor de btw die is betaald op de aankoop, intracommunautaire verwerving, invoer, huur of leasing van bepaalde gemotoriseerde wegvoertuigen alsook op de daarmee samenhangende uitgaven, met inbegrip van de aankoop van brandstof.

(6)

Bepaalde soorten gemotoriseerde wegvoertuigen moeten worden uitgesloten van het toepassings-gebied van de bijzondere maatregelen omdat het niet-zakelijke gebruik ervan — gelet op de aard van het voertuig of het soort activiteit waarvoor het wordt gebruikt — onbeduidend wordt geacht. De bijzondere maatregelen zijn derhalve niet van toe-passing op voertuigen met meer dan negen zitplaatsen (met inbegrip van de bestuurdersplaats) of met een toelaatbare maximummassa in beladen toestand van meer dan 3 500 kilogram. Daarnaast is een gedetailleerde lijst opgenomen van specifieke soorten voertuigen die van de beperking zijn uitgesloten vanwege het bijzondere gebruik ervan.

(7)

Deze derogatiemaatregelen dienen in de tijd beperkt te zijn, zodat de effectiviteit ervan kan worden geëvalueerd evenals de toepasselijkheid van het tarief, aangezien het voorgestelde percentage berust op eerste bevindingen in verband met zakelijk gebruik.

(8)

Indien Roemenië een verlenging van de derogatiemaatregelen overweegt, moet het de Commissie tijdig een verslag voorleggen over de toepassing van de betrokken maatregel met daarin ook een evaluatie van het percentage van de aftrekuitsluiting, tezamen met het verzoek om verlenging.

(9)

Op 29 oktober 2004 heeft de Commissie een voorstel (2) voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG, thans Richtlijn 2006/112/EG, aangenomen, dat onder meer voorziet in de harmonisatie van de uitgavencategorieën waarvoor het recht op aftrek mag worden uitgesloten. Dit voorstel voorziet in de mogelijkheid om ter zake van gemotoriseerde wegvoertuigen het recht op aftrek uit te sluiten. De in dit besluit vervatte derogatiemaatregelen dienen te verstrijken op de datum van inwerkingtreding van een dergelijke wijzigingsrichtlijn, indien die vroeger valt dan de in dit besluit vastgestelde vervaldatum.

(10)

De derogatie zal geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belasting-opbrengst in het stadium van het eindverbruik en geen gevolgen hebben voor de eigen middelen van de Unie uit de btw,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van artikel 168 van Richtlijn 2006/112/EG wordt Roemenië gemachtigd om het recht op aftrek van de btw ter zake van de aankoop, intracommunautaire verwerving, invoer, huur of leasing van gemotoriseerde wegvoertuigen alsook van de btw ter zake van met die voertuigen samenhangende uitgaven, tot 50 % te beperken, wanneer het voertuig niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt.

De beperking van de eerste alinea is niet van toepassing op gemotoriseerde wegvoertuigen met een toelaatbare maximum-massa in beladen toestand van meer dan 3 500 kilogram of met meer dan negen zitplaatsen met inbegrip van de bestuurdersplaats.

Artikel 2

De eerste alinea van artikel 1 is niet van toepassing op de volgende categorieën gemotoriseerde wegvoertuigen:

a)

voertuigen die uitsluitend worden gebruikt voor hulpverlening, beveiliging en bewaking en koeriersdiensten;

b)

voertuigen die worden gebruikt door handelsvertegenwoordigers en inkoopagenten;

c)

voertuigen die worden gebruikt voor passagiersvervoer tegen betaling, met inbegrip van taxidiensten;

d)

voertuigen die worden gebruikt voor dienstverlening tegen betaling, met inbegrip van verhuur of rijonderricht door autorijscholen;

e)

voertuigen die worden gebruikt voor verhuur of leasing;

f)

voertuigen die worden gebruikt als handelsgoederen.

Artikel 3

In afwijking van artikel 26, lid 1, onder a), van Richtlijn 2006/112/EG wordt Roemenië gemachtigd het gebruik van een voertuig waarop de in artikel 1 van dit besluit bedoelde beperking van toepassing is, voor de privédoeleinden van een belastingplichtige of van zijn personeel, of, meer in het algemeen, voor andere dan bedrijfsdoeleinden, niet gelijk te stellen aan een dienst verricht onder bezwarende titel.

Artikel 4

1.   Dit besluit verstrijkt op de datum van inwerkingtreding van regels van de Unie waarin wordt vastgesteld welke uitgaven ter zake van gemotoriseerde wegvoertuigen niet in aanmerking komen voor een volledige aftrek van de btw, doch uiterlijk op 31 december 2014.

2.   Een verzoek om verlenging van de in dit besluit vervatte maatregelen dient de Commissie uiterlijk op 31 maart 2014 te worden voorgelegd.

Bij een dergelijk verzoek dient een verslag te worden gevoegd dat ook een evaluatie omvat van het percentage van de aftrekbeperking van de btw op basis van dit besluit.

Artikel 5

Dit besluit wordt van kracht op de dag van kennisgeving ervan.

Artikel 6

Dit besluit is gericht tot Roemenië.

Gedaan te Luxemburg, 26 april 2012.

Voor de Raad

De voorzitter

M. GJERSKOV


(1)  PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1.

(2)  COM(2004) 728 final.