7.3.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 65/51


GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2006/184/GBVB VAN DE RAAD

van 27 februari 2006

betreffende de ondersteuning van het BTWC in het kader van de strategie van de EU tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzonderheid artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 12 december 2003 heeft de Europese Raad de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens aangenomen, waarvan hoofdstuk III een lijst van daartoe te treffen maatregelen bevat.

(2)

De Europese Unie geeft momenteel actief uitvoering aan deze EU-strategie en aan de in hoofdstuk III ervan genoemde maatregelen, met name die welke verband houden met het versterken van het Verdrag inzake biologische en toxinewapens (BTWC), met inbegrip van de ondersteuning van de nationale implementatie van het BTWC en gaat voort zich te beraden op het toetsingsmechanisme.

(3)

De voorlegging van vertrouwenwekkende maatregelen (CBM's) draagt in aanzienlijke mate bij tot een transparantere implementatie van het BTWC en er is een EU-actieplan overeengekomen om het aantal door de lidstaten voorgelegde CBM's te vergroten en alle lidstaten aan te moedigen lijsten van geschikte deskundigen en laboratoria in te dienen bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties (SGVN); de resultaten kunnen als uitgangspunt dienen voor de vaststelling van de inhoud van verdere gemeenschappelijke optredens op dit gebied.

(4)

De conferentie ter toetsing van het BTWC in 2006 biedt een goede gelegenheid om tot overeenstemming te komen over specifieke, praktische en realistische maatregelen ter versterking van zowel het BTWC als de naleving ervan. In dit verband blijft de EU zich inzetten voor het ontwikkelen van maatregelen ter toetsing van de naleving van het BTWC. Nu onderhandelingen over een dergelijk toetsingsmechanisme uitblijven, moet er evenwel nog veel nuttig werk worden verricht binnen het bestek van het intersessionele werkprogramma van het BTWC.

(5)

De Commissie wordt belast met het toezicht op een deugdelijke implementatie van de financiële bijdrage van de EU,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Om onverwijld praktische uitvoering te geven aan enkele onderdelen van de EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens, steunt de EU het BTWC met betrekking tot de volgende doelstellingen:

bevorderen dat het BTWC een universeel karakter krijgt;

de verdragsluitende staten steunen bij de uitvoering van het BTWC.

2.   Projecten sluiten aan bij de maatregelen van de EU-strategie wanneer zij gericht zijn op:

de versterking van het universele karakter van het BTWC door middel van activiteiten, waaronder regionale en subregionale workshops en seminars, die tot doel hebben meer staten tot het BTWC te doen toetreden;

bijstand aan staten die partij zijn bij het verdrag, met het oog op de nationale uitvoering van het BTWC opdat zij de uit het BTWC voortvloeiende internationale verplichtingen omzetten in hun nationale wetgeving en bestuursmaatregelen.

In de bijlage gaat een nadere omschrijving van de bovenbedoelde projecten.

Artikel 2

1.   Het voorzitterschap is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk optreden, waarbij de Commissie volledig betrokken wordt. De Commissie oefent toezicht uit op de correcte implementatie van de financiële bijdrage als bepaald in artikel 3.

2.   Voor het verwezenlijken van de in artikel 1, lid 1, omschreven doelstellingen wordt het voorzitterschap bijgestaan door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB (SG/HV), die verantwoordelijk is voor de politieke coördinatie van de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten.

3.   De technische uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten wordt toevertrouwd aan het Graduate Institute for International Studies te Genève, dat zijn taken verricht onder verantwoordelijkheid van het voorzitterschap en onder het toezicht van de SG/HV.

Artikel 3

1.   Het financiële referentiebedrag voor de uitvoering van de twee in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten bedraagt 867 000 EUR.

2.   De met het in lid 1 genoemde bedrag gefinancierde uitgaven worden beheerd met inachtneming van de procedures en voorschriften van de Gemeenschap die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Europese Unie, met dien verstande dat eventuele voorfinanciering niet het eigendom van de Europese Gemeenschap blijft.

3.   Voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten sluit de Commissie een financieringsovereenkomst met het in artikel 2, lid 3, genoemde Graduate Institute for International Studies te Genève.

Artikel 4

Het voorzitterschap, bijgestaan door de SG/HV, brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden op basis van de verslagen die het Graduate Institute for International Studies te Genève op gezette tijden zal opstellen. De Commissie wordt hierbij volledig betrokken en verstrekt in het bijzonder informatie over de financiële uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten.

Artikel 5

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Het verstrijkt 18 maanden na de aanneming.

Artikel 6

Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 27 februari 2006.

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


BIJLAGE

1.   Doel

Algemene doelstelling: ondersteuning van het universeel maken van het BTWC en in het bijzonder bevordering van de toetreding tot het BTWC van staten die nog geen partij zijn (staten die het verdrag wél en staten die het verdrag niet hebben ondertekend) en ondersteuning van de uitvoering van het BTWC door de staten die reeds partij zijn.

Omschrijving: de bijstand van de EU aan het BTWC is gericht op de volgende gebieden, die de Europese BTWC-staten hebben aangemerkt als gebieden waarop met spoed actie moet worden ondernomen:

i)

bevordering van het universele karakter van het BTWC;

ii)

steun voor de uitvoering van het BTWC door de staten die partij zijn bij dat verdrag.

De hieronder omschreven projecten ontvangen uitsluitend EU-steun.

2.   Omschrijving van de projecten:

2.1.   Project 1: bevordering van het universele karakter van het BTWC

 

Doel van het project:

Bevorderen van toetreding tot het BTWC door middel van regionale en subregionale workshops. Het doel van de workshops is toetreding aan te moedigen en daardoor de implementatie van het BTWC in de betrokken regio's te bevorderen, informatie te geven over de voordelen en gevolgen van toetreding tot het BTWC, alsook het verkrijgen van inzicht in de behoeften van de staten die geen partij zijn teneinde hun toetreding te vergemakkelijken, en technische en redactionele EU-bijstand aan te bieden aan staten die daaraan behoefte hebben.

 

Projectresultaten:

i)

Toetreding van meer landen tot het BTWC in verschillende regio's (West- en Centraal-Afrika, oostelijk en zuidelijk Afrika, het Midden-Oosten, Centraal-Azië en de Kaukasus, Azië en de eilanden in de Stille Oceaan, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied).

ii)

Versterkte regionale netwerken (waarbij relevante subregionale organisaties en netwerken op diverse voor het BTWC belangrijke terreinen zijn betrokken).

 

Omschrijving van het project:

Het project voorziet in de organisatie van vijf regionale workshops in 2006-2007, in drie opeenvolgende fasen. De eerste voorbereidende fase bestaat in het leggen van contacten met relevante actoren (diplomaten en deskundigen), het houden van voorbereidende vergaderingen en het samenstellen van informatiepaketten, het verrichten van onderzoek en van de toetsing van de stand van uitvoering in doellanden, alsmede het instellen van een op het internet gebaseerd systeem voor het beheer van informatie en van gegevens over samenwerking in het kader van het project. Doel van de tweede fase is de diplomatieke wereld en, ruimer gezien, de nationale overheden van de geselecteerde landen bewust te maken van het belang van het BTWC en de grondslag te leggen voor de effectieve deelname van de betrokken landen aan de derde fase van het project. Daartoe zal een reeks vergaderingen met diplomaten van de geselecteerde landen worden georganiseerd in Brussel, Genève, Den Haag en New York, waar de diplomatieke activiteiten in verband met het BTWC gewoonlijk plaatsvinden. In de derde fase van het project zijn vijf regionale workshops gepland:

a)

Een workshop over het BTWC voor in West- en Centraal-Afrika gelegen staten die het verdrag hebben ondertekend en staten die geen partij zijn, om deelname van beleidsvormers en regionale organisaties, bijvoorbeeld de Afrikaanse Unie, mogelijk te maken. Er zullen vertegenwoordigers worden uitgenodigd van onder andere Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Ivoorkust, Gabon, Guinea, Liberia en Mauritanië. Verscheidene sprekers van de EU zullen de deelnemers informeren over het belang en de voordelen van toetreding tot het BTWC, alsook over EU-initiatieven inzake non-proliferatie en ontwapening. Tevens zal een staat in de regio die partij is bij het verdrag, worden uitgenodigd voor deelname aan de workshop.

b)

Een workshop over het BTWC voor in oostelijk en zuidelijk Afrika gelegen staten die het verdrag hebben ondertekend en staten die geen partij zijn, om deelname van beleidsvormers en regionale organisaties, bijvoorbeeld de Afrikaanse Unie mogelijk te maken. Er zullen vertegenwoordigers worden uitgenodigd van onder andere Angola, Burundi, Comoren, Djibouti, Eritrea, Madagaskar, Malawi, Mozambique, Namibië, Somalië, de Verenigde Republiek van Tanzania en Zambia. Verscheidene sprekers van de EU zullen de deelnemers informeren over het belang en de voordelen van toetreding tot het BTWC, alsook over EU-initiatieven inzake non-proliferatie en ontwapening. Tevens zal een staat in de regio die partij is bij het verdrag, worden uitgenodigd voor deelname aan de workshop.

c)

Een workshop over het BTWC voor in het Midden-Oosten gelegen staten die het verdrag hebben ondertekend en staten die geen partij zijn. Er zullen vertegenwoordigers worden uitgenodigd van onder andere Egypte, Israël, de Arabische Republiek Syrië en de Verenigde Arabische Emiraten. Verscheidene sprekers van de EU zullen de deelnemers informeren over het belang en de voordelen van toetreding tot het BTWC, alsook over EU-initiatieven inzake non-proliferatie en ontwapening. Tevens zal een staat in de regio die partij is bij het verdrag, worden uitgenodigd voor deelname aan de workshop.

d)

Een workshop over het BTWC voor Aziatische en tot de eilanden van de Stille Oceaan behorende staten die hebben ondertekend en staten die geen partij zijn. Er zullen vertegenwoordigers worden uitgenodigd van onder andere de Cookeilanden, Kiribati, de Marshalleilanden, Micronesia, Myanmar, Nauru, Nepal, Niue, Samoa en Tuvalu. Verscheidene sprekers van de EU zullen de deelnemers informeren over het belang en de voordelen van toetreding tot het BTWC, alsook over EU-initiatieven inzake non-proliferatie en ontwapening. Tevens zal een staat in de regio die partij is bij het verdrag, worden uitgenodigd voor deelname aan de workshop.

e)

Workshop over het BTWC voor in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied gelegen staten die het verdrag hebben ondertekend en staten die geen partij zijn. Er zullen vertegenwoordigers worden uitgenodigd van onder andere Haïti, Guyana en Trinidad en Tobago. Verscheidene sprekers van de EU zullen de deelnemers informeren over het belang en de voordelen van toetreding tot het BTWC, alsook over EU-initiatieven inzake non-proliferatie en ontwapening. Tevens zal een staat in de regio die partij is bij het verdrag, worden uitgenodigd voor deelname aan de workshop.

 

Geraamde totale kosten: 509 661 EUR

2.2.   Project 2: Bijstand aan staten die partij zijn bij het verdrag ten behoeve van de nationale uitvoering van het BTWC

 

Doel van het project:

Ervoor zorgen dat staten die partij zijn bij het verdrag de internationale verplichtingen van het BTWC omzetten in hun nationale wetgeving en bestuursmaatregelen.

 

Projectresultaten:

Overeenkomstig de door hen in het „BTWC intersessional Process” gemaakte keuzen moet de nationale implementatie door de afzonderlijke staten die partij zijn bij het verdrag drie elementen bevatten:

i)

Aanneming van nationale wetgeving, met inbegrip van strafwetgeving, die alle verbodsbepalingen van het verdrag omvat;

ii)

Effectieve regelgeving of wetgeving om controle en toezicht uit te oefenen op overdrachten van relevante technologieën voor tweeërlei gebruik;

iii)

Effectieve uitvoering en handhaving om overtredingen te voorkomen respectievelijk te bestraffen.

 

Omschrijving van het project:

Het project strekt ertoe lacunes in de implementatie van het BTWC op te vullen, zoals het ontbreken van een netwerk voor juridisch advies en van een actieplan voor de implementatie, het ontbreken van nationale contactpunten voor de implementatie van het BTWC, en de onzekerheid over de minimumnormen voor de nationale implementatie van het BTWC. Teneinde deze tekortkomingen te verhelpen, voorziet het project in een voorbereidingsfase, waarin onder meer een groep van juridische deskundigen van de EU wordt ingesteld en onderzoeks- en overlegactiviteiten worden verricht. De hierna genoemde maatregelen voor bijstand bij de implementatie zullen in de volgende fase worden genomen:

a)

Er wordt een conferentie georganiseerd in het kader van de voorbereiding van de BTWC-toetsingsconferentie van 2006 om kennis te nemen van de specifieke behoeften van daarom verzoekende staten die partij zijn bij het verdrag maar die hun verplichtingen ingevolge het BTWC nog dienen na te komen.

b)

Er worden bezoeken met het oog op bijstand inzake wetgevings- en technische aspecten georganiseerd, teneinde in te gaan op specifieke behoeften van daarom verzoekende staten. Tijdens de bezoeken zal aandacht worden besteed aan het opstellen van nationale wetgeving om ervoor te zorgen dat de verplichtingen ingevolge het BTWC effectief worden omgezet in een reeks nationale wetten en maatregelen, met inbegrip van passende strafrechtelijke bepalingen. De EU zal de staten tevens bijstaan bij het vaststellen van maatregelen met het oog op een passende fysieke bescherming tegen biologische agentia en toxinen, alsmede bij de keuze van de daarmee verband houdende materialen en uitrusting. Ieder bezoek zal ongeveer vijf dagen duren. Er zullen telkens niet meer dan drie deskundigen aan deelnemen. Deskundigen uit EU-lidstaten zullen worden uitgenodigd om aan de bezoeken deel te nemen.

c)

De projecten zullen, voorzover opportuun, vertalingen van het BTWC verstrekken en deze vervolgens beschikbaar stellen op internet.

 

Geraamde totale kosten: 277 431 EUR

3.   Duur

De totale duur van de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden wordt op 18 maanden geraamd.

4.   Begunstigden

De begunstigden van de activiteiten die gericht zijn op het universeel maken van het verdrag zijn staten die geen partij bij het BTWC zijn (zowel staten die het verdrag wél als staten die het verdrag niet hebben ondertekend). De begunstigden van de op uitvoering gerichte activiteiten zijn staten die partij zijn bij het BTWC.

5.   Uitvoeringsorgaan

Aan het Graduate Institute for International Studies te Genève wordt (via het door dit instituut georganiseerde Bioweapons Prevention Project, BWPP, directeur: Dr. Zanders) de technische uitvoering van de twee projecten toevertrouwd, waarbij de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger via zijn persoonlijke vertegenwoordiger voor de non-proliferatie van massavernietigingswapens voor de nodige politieke coördinatie zorgt. De geplande regionale workshops en raadplegingen zullen worden georganiseerd met ondersteuning door het Instituut voor veiligheidsstudies van de EU. Bij de uitvoering van zijn activiteiten zal het BWP-project, waar dit van pas komt, samenwerken met plaatselijke missies van lidstaten en van de Commissie.

6.   Raming van de benodigde middelen

De bijdrage van de EU dekt de volledige uitvoering van de in deze bijlage omschreven projecten. De kosten worden als volgt geraamd:

Project 1

509 661 EUR

Project 2

277 431 EUR

Administratieve uitgaven (7 % van de directe kosten)

55 096 EUR

TOTALE KOSTEN (exclusief onvoorziene kosten):

842 188 EUR

Verder bestaat er voor onvoorziene kosten een reserve ten belope van ongeveer 3 % (24 812 EUR) van de voorziene kosten.

TOTALE KOSTEN (inclusief onvoorziene kosten):

867 000 EUR

7.   Financieel referentiebedrag voor de kosten van de projecten

De totale kosten van de projecten bedragen 867 000 EUR.