11.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 143/21


Beroep, op 22 maart 2005 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Italiaanse Republiek

(Zaak C-134/05)

(2005/C 143/30)

Procestaal: Italiaans

Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 22 maart 2005 beroep ingesteld tegen de Italiaanse Republiek door de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door E. Traversa, lid van de juridische dienst van de Commissie.

Verzoekster concludeert dat het het Hof behage:

vast te stellen dat de Italiaanse Republiek de krachtens de artikelen 43 en 49 EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen, door

1.

de activiteit van buitengerechtelijke invordering van schulden te onderwerpen aan een vergunning van de plaatselijke politieautoriteiten (questore);

2.

de geldigheid van de vergunning te beperken tot het grondgebied van de provincie waarin deze is afgegeven;

3.

de uitoefening van de activiteit van buitengerechtelijke invordering van schulden te koppelen aan het bestaan van kantoren die uitdrukkelijk in de vergunning zijn vermeld;

4.

de uitoefening van de activiteit in een provincie waarvoor de beroepsbeoefenaar geen vergunning bezit, afhankelijk te stellen van de toekenning van een volmacht aan een afgevaardigde;

5.

de beroepsbeoefenaar te verplichten de tarieflijst met alle diensten die voor de cliënten kunnen worden verricht, zichtbaar aan te brengen;

6.

te bepalen dat de plaatselijke politieautoriteiten (questore) de vergunning aan bijkomende voorwaarden kunnen onderwerpen;

7.

de vrije bepaling van de tarieven door de beroepsbeoefenaars te beperken;

8.

de activiteit van buitengerechtelijke invordering van schulden onverenigbaar te verklaren met de in decreto legislativo nr. 385/93 bedoelde bank- en kredietactiviteiten;

de Italiaanse Republiek te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

1.

Het vereiste van afgifte van een vergunning door de politieautoriteiten is niet onverenigbaar met artikel 49 EG voorzover het zonder onderscheid van toepassing is op alle dienstverleners die in een andere lidstaat zijn gevestigd, maar er wordt geen rekening gehouden met de naleving door deze dienstverleners van de verplichtingen waartoe zij krachtens de regeling van hun land van oorsprong ter bescherming van het openbaar belang zijn gehouden.

2.

Het Italiaanse grondgebied is thans onderverdeeld in 103 provincies. Dit betekent dat een communautaire marktdeelnemer die zich in Italië wil vestigen en zijn activiteit over een groot gedeelte van het Italiaanse grondgebied wil uitoefenen, evenveel vergunningen moet aanvragen als het aantal provincies die deel uitmaken van het gebied waarop de activiteit is gericht, en dat hij zelfs 103 aanvragen moet doen indien hij zich wil vestigen en de activiteit over het hele grondgebied wil uitoefenen.

3.

Een onderneming die zich in Italië wil vestigen en haar activiteit in een bepaald gedeelte van het Italiaanse grondgebied wil uitoefenen, moet niet alleen verschillende vergunningen aanvragen maar ook evenveel kantoren betrekken als het aantal verkregen vergunningen en gedekte provincies. Deze last is gelet op de daaruit voortvloeiende kosten voor de marktdeelnemers niet alleen buitensporig maar ook onnodig voor de uitoefening van de activiteit. Het vereiste om over kantoren te beschikken staat bovendien gelijk met een verplichting tot vestiging voor de marktdeelnemer die grensoverschrijdende diensten verstrekt.

4.

Een marktdeelnemer die zijn activiteit op rechtmatige wijze uitoefent, moet dit over het gehele Italiaanse grondgebied kunnen doen, zonder dat hij daarvoor een lastgevingsovereenkomst moet sluiten met een gemachtigde ingeval hij zijn activiteit wil verrichten buiten de provincie waarvoor hij een vergunning heeft verkregen. Deze tussenpersoon, die in dezelfde activiteitensector werkzaam is, is immers een potentiële concurrent van de lastgever terwijl het gebruik van een tussenpersoon voor de lastgever zelf ook bijkomende kosten en tijdverlies meebrengt.

5.

De verplichting om de tarieflijst duidelijk zichtbaar aan te brengen in het kantoor vereist dat de marktdeelnemer over een bedrijfsgebouw beschikt. Volgens vaste rechtspraak van het Hof staat het vereiste om in de lidstaat van de dienstverrichting over kantoren te beschikken gelijk met de verplichting tot vestiging van de marktdeelnemer die grensoverschrijdende diensten verricht.

6.

De mogelijkheid voor elke provinciale politieautoriteit (questore) om de afgifte van de vergunning voor de activiteit van invordering van schulden aan niet nader omschreven „bijkomende voorwaarden” te onderwerpen, voldoet niet aan de door het Hof gestelde vereisten van transparantie en objectiviteit, zelfs indien de bevoegdheid van de questore bij de wet en overeenkomstig de hierin beoogde doelstelling is beperkt.

7.

De beperkingen van de vrijheid van tariefbepaling belemmeren de vrijheid van vestiging alsmede de vrijheid van dienstverrichting. Een nieuwe marktdeelnemer die op een bepaalde markt tracht door te dringen, moet zich ten aanzien van de concurrentie immers een plaats veroveren en de prijs van de verrichte diensten speelt een zeer belangrijke rol bij het winnen van cliënten.

8.

De in de Italiaanse regeling voorziene onverenigbaarheid met de uitoefening van bank- en kredietactiviteiten, brengt mee dat bank- en kredietinstellingen uit andere lidstaten het verbod krijgen opgelegd om zich beroepend op de door het Verdrag gewaarborgde vrijheid van vestiging of vrije dienstverrichting, in Italië activiteiten van invordering van schulden uit te oefenen.