14.6.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 168/10


Conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, over duale carrières voor sporters

2013/C 168/04

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN,

ERAAN HERINNEREND:

dat de Raad op 20 mei 2011 een werkplan van de Europese Unie voor sport 2011-2014 heeft opgesteld, waarin gewezen werd op de rol van onderwijs, opleiding en kwalificaties in de sport en waarbij de deskundigengroep „Sportonderwijs en opleiding” werd ingesteld met het oog op het opstellen van een voorstel voor Europese richtsnoeren inzake duale carrières.

INGENOMEN MET:

de richtsnoeren van de EU inzake duale carrières voor sporters, die zijn opgesteld door de lidstaten en de deskundigengroep „Sportonderwijs en opleiding” van de Commissie, op voorstel van de ad-hocdeskundigengroep inzake duale carrières in de sport, en waarin een aantal beleidsacties ter ondersteuning van duale sportcarrières wordt gestimuleerd (1).

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:

1.

In het kader van deze Raadsconclusies dient onder „sporter” te worden verstaan een „sporttalent” of een „topsporter”, van de mannelijke of van vrouwelijke kunne, met inbegrip van gehandicapte sporters en met inachtneming van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

Onder „sporttalent” dient te worden verstaan een sporter die door een sportbond, een overheidsinstantie of een land erkend is als sporter met het potentieel voor een topsportloopbaan.

Onder „topsporter” dient te worden verstaan een sporter die een professioneel contract met een sportwerkgever of sportbond heeft of een erkende status als topsporter bij een sportbond, overheidsinstantie of land geniet als gevolg van zijn successen en prestaties.

2.

Onder „duale carrière” dient te worden verstaan dat een sporter zijn sportloopbaan soepel kan combineren met onderwijs en/of werk, zonder dat dit een onredelijke persoonlijke inspanning vergt, dankzij een kwalitatief hoogwaardige training, ter bescherming van het moreel, de gezondheid en onderwijskundige en professionele belangen van de betrokkenen, zonder dat één van beide loopbanen in gevaar wordt gebracht, met bijzondere nadruk op voortgezet formeel onderwijs voor jonge sporters.

3.

Topsportprestaties moeten gecombineerd kunnen worden met onderwijs en een beroepsloopbaan waarin sporters hun talenten kunnen inzetten om verder bij te dragen aan de samenleving. Sporters verwerven tijdens hun sportieve activiteiten kennis, vaardigheden en competenties; de aanbeveling van de Raad betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren (2) biedt de lidstaten een grondslag voor de erkenning en validering ervan.

4.

Het stimuleren van duale carrières draagt bij tot verscheidene doelstellingen van de Europa 2020-strategie (3) (voorkomen van schooluitval, meer afgestudeerden in het hoger onderwijs, hogere inzetbaarheid) en maakt het sportbeleid efficiënter doordat meer sporters voor het sportsysteem behouden worden.

5.

Steeds vaker trainen sporters regelmatig in het buitenland en/of nemen zij daar deel aan wedstrijden, wat het moeilijker maakt om een sportcarrière te combineren met school, een studie of een loopbaan buiten de sport. Deze sporters behoren tot de meest internationaal mobiele segmenten van de Europese bevolking.

6.

Sporters leveren een belangrijke bijdrage tot de beeldvorming met betrekking tot sport en lichamelijke activiteit, verspreiden binnen de maatschappij belangrijke waarden zoals rechtvaardigheidsgevoel en prestatiegerichtheid, en dienen als rolmodel doordat zij jongeren aanzetten tot sportbeoefening. Daarnaast zijn zij belangrijke vertegenwoordigers van hun land. In dit verband hebben alle sportverenigingen en regeringen de verantwoordelijkheid om sporters in de gelegenheid te stellen met succes een duale carrière te volgen, zodat zij aan het einde van hun sportcarrière niet in een nadelige positie verkeren (4).

7.

Sportbeoefening door kinderen moet altijd geschieden in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind. In het bijzonder moet ervoor worden gezorgd dat wanneer kinderen zich voorbereiden op sportbeoefening op hoog niveau, dat niet contraproductief is of schadelijk voor hun lichamelijk, maatschappelijk of emotioneel welbevinden (4).

8.

De voornaamste opgaven met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs en de ondersteunende diensten voor sporters die in Europa sport op hoog niveau bedrijven, zijn:

het waarborgen van de ontwikkelingsmogelijkheden van sporters, met name in sporten die vroege specialisatie vereisen (uitgevoerd in overeenstemming met het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind) en van jongeren in onderwijs en opleiding;

de balans tussen sporttraining en onderwijs en, in een latere levensfase, de balans tussen sporttraining en werk;

het einde van de sportcarrière van sporters, met inbegrip van degenen die vroeger dan gepland uit het sportsysteem treden (4).

9.

Om te kunnen presteren op topniveau, ziet een aanzienlijk aantal sporters zich genoodzaakt hun sportfinanciering aan te vullen, vaak via steun van de familie, studieleningen of via een deeltijd- of voltijdbaan. Sommige sporters geven de sportbeoefening op omdat hun sportcarrière moeilijk valt te combineren met onderwijs en/of werk.

10.

Aan het combineren van een sportloopbaan met onderwijs en/of werk zijn voor sporters grote voordelen verbonden, onder meer gezondheidsgerelateerde voordelen (bv. evenwichtige levensstijl en minder stress), ontwikkelingsvoordelen (bv. ontwikkeling van vaardigheden die zij kunnen gebruiken in sport, onderwijs of andere levenssferen), sociale voordelen (uitgebreide sociale netwerken en vormen van sociale ondersteuning), en betere toekomstperspectieven wat betreft werkgelegenheid.

VERZOEKEN IN DIT VERBAND DE EU-LIDSTATEN, DE SPORTBONDEN EN DE BELANGHEBBENDEN OM, HANDELEND BINNEN HUN BEVOEGDHEDEN EN BEVOEGDHEIDSGEBIEDEN, MET INACHTNEMING VAN DE AUTONOMIE VAN DE SPORTBONDEN:

1.

Op basis van de beginselen neergelegd in de richtsnoeren van de EU inzake duale carrières voor sporters, een beleidskader en/of nationale leidraden voor duale carrières te ontwikkelen met de medewerking van de voornaamste belanghebbenden, bijvoorbeeld ministeries van Sport, Volksgezondheid, Onderwijs, Werkgelegenheid, Defensie, Jongerenzaken, Binnenlandse Zaken en Financiën en andere, sportbonden, overheidsinstanties, onderwijsinstellingen, bedrijven, kamers van koophandel, arbeidskamers en vertegenwoordigende organisaties van sporters.

2.

Samenwerking en overeenkomsten tussen alle belanghebbenden te bevorderen bij de ontwikkeling en implementatie van duale carrières.

3.

Sectoroverstijgende samenwerking aan te moedigen en innovatieve maatregelen en onderzoek te ondersteunen die gericht zijn op het in kaart brengen en oplossen van de problemen waarmee sporters mee te maken krijgen in het onderwijs en op de werkplek.

4.

De uitwisseling van beproefde werkwijzen en ervaringen met duale carrières tussen de lidstaten op lokaal, regionaal en nationaal niveau te bevorderen.

5.

Erop toe te zien dat eventuele maatregelen ter ondersteuning van duale carrières gelijkelijk worden toegepast op mannelijke en vrouwelijke sporters, met inachtneming van de bijzondere behoeften van sporters met een beperking.

6.

De sportbonden en de onderwijsinstellingen aan te moedigen er zorg voor te dragen dat alleen voldoende gekwalificeerd of opgeleid personeel, al dan niet als vrijwilliger, werkzaam is ter ondersteuning van sporters met een duale carrière.

7.

Het gebruik van kwaliteitsnormen in sportacademies en topsportcentra te bevorderen, bijvoorbeeld met betrekking tot personeel dat in verband met duale carrières wordt ingezet, veiligheids- en beveiligingsregelingen en transparantie ten aanzien van de rechten van sporters.

8.

Met betrekking tot onderwijs voor sporters:

sporters aangepaste carrièrepaden te bieden binnen verwante beleids- en/of juridische kaders om hun sportactiviteiten te combineren met onderwijs, indien mogelijk in het kader van netwerken van onderwijsinstellingen. Aangepaste onderwijscycli, individuele leertrajecten, afstandsleren en e-leren, extra studiebegeleiding en flexibele examenroosters kunnen in dit verband van nut zijn.

zich te beraden op de voordelen van het instellen op nationaal niveau van een systeem van kwaliteitsaccreditatie voor diensten voor duale carrières in trainingscentra, sportscholen, -academies, -clubs, -federaties en/of universiteiten.

zich te beraden op de ondersteuning van samenwerking tussen onderwijsinstellingen op nationaal niveau en tussen lidstaten met betrekking tot aangepaste onderwijsprogramma's, en prioriteit toe te kennen aan de vaststelling van gelijkwaardige kwalificatieniveaus, zoals omschreven in het Europees kwalificatiekader.

zich te beraden op maatregelen ter vergemakkelijking en bevordering van de geografische mobiliteit van sporters, om hun de mogelijkheid te bieden hun sportcarrières te combineren met onderwijsprogramma's in het buitenland.

de ontwikkeling te bevorderen van opleidingsprogramma's en/of kwalificaties in de sportsector voor sporters, via het aanmoedigen van betrekkingen tussen opleidingscentra en sportbonden.

er via de nationale kwalificatiekaders (NQF's) verder naar te streven om sportcursussen, kwalificaties en certificering voor beroepen bij diensten die duale carrières ondersteunen, te laten aansluiten op het Europese kwalificatiekader (EQF).

9.

Met betrekking tot werk voor sporters:

specifieke evenementen te steunen (seminars, conferenties, workshops, netwerkevenementen, banenmarkten) voor sporters, waarin het belang wordt belicht van duale carrières en zij geïnformeerd worden over de beschikbare diensten en ondersteuningsmogelijkheden in verband met werk.

zich te beraden op het instellen van specifieke duale carrièreprogramma's voor sporters die in overheidsdienst werken, wat ook als goede praktijk voor andere werkgevers zou moeten dienen.

zich te beraden op mogelijke maatregelen om de nadelen te ondervangen die sporters kunnen ondervinden doordat zij niet altijd beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt.

begeleiding en ondersteuning te bevorderen voor topsporters die stoppen, opdat zij na de beëindiging van hun sportcarrière een loopbaan op de bredere arbeidsmarkt kunnen voorbereiden, starten en opbouwen.

duale carrières op de agenda van de sociale dialoog op nationaal en EU-niveau te zetten.

10.

Met betrekking tot de gezondheid van sporters:

zich te beraden op het ondersteunen, waar nodig, van samenwerking tussen sport-, gezondheids- en onderwijsinstanties om gezondheids- en psychologische bijstand te verlenen aan sporters via onderwijsprogramma's op het gebied van levensvaardigheden, gezond leven, voeding, letselpreventie en hersteltechnieken, met bijzondere aandacht voor de morele integriteit van minderjarigen en de overgang aan het eind van een sportcarrière.

volksgezondheidsinstanties en privéverzekeraars te verzoeken zich in voorkomend geval te beraden op verzekeringsbepalingen die werkgevers, werkende sporters en gestopte sporters aanvullende werknemersbescherming tegen sportletsels bieden en daarbij bijzondere aandacht te schenken aan de overgang aan het eind van een sportcarrière.

11.

Met betrekking tot de financiën van sporters:

waar nodig, de instelling of nadere ontwikkeling te onderzoeken van systemen van financiële steun voor studerende sporters die afgestemd zijn op de verschillende stadia van de duale carrière.

waar nodig, zich te beraden op de ontwikkeling van specifieke studiebeurzen voor duale carrières in onderwijs- en opleidingsinstellingen zodat sporters onderwijs en sport kunnen combineren. Deze studiebeurzen zouden financiële steun kunnen bieden voor bepaalde sportgerelateerde kosten, betaling van collegegeld voor specifieke onderwijsprogramma's of ondersteunende diensten, met bijzondere aandacht voor de overgang aan het eind van een sportcarrière.

ROEPEN, MET INACHTNEMING VAN HUN AUTONOMIE, DE SPORTBONDEN ERTOE OP:

1.

Het welslagen van duale carrières van sporters op alle interne niveaus te steunen (bijvoorbeeld door gekwalificeerde adviseurs te benoemen die de sporters van start tot finish begeleiden in hun sportieve loopbaan; door verantwoordelijke trainers en ondersteunend personeel, afgestemd op de vereisten van onderwijs en/of werk; door bij de organisatie van nationale en internationale sportevenementen rekening te houden met de eisen van het onderwijs en/of het werk van de sporters en de sporters tevens te beschermen tegen buitensporige spanning) (5).

2.

De ontwikkeling of de leiding op zich te nemen van, of volledig deel te nemen aan de netwerken en mechanismen die in de lidstaten en/of door de officiële sportinstanties worden ingesteld om diensten in verband met duale carrières voor sporters te ontwikkelen en te implementeren.

3.

Zich te beraden op de aanstelling van specifieke sportambassadeurs voor duale carrières, om aan te tonen dat succes op topsportniveau zich laat combineren met succes in het onderwijs en/of op het werk.

4.

Samen te werken met de kamers van koophandel en arbeidskamers, alsmede met bedrijven om onder de aandacht te brengen hoezeer sporters positieve eigenschappen en voordelen aan werkgevers te bieden hebben, en tegelijk flexibele werkregelingen voor sporters aan te moedigen.

5.

Stimulansen te geven om sponsorcontracten met bedrijven af te sluiten waardoor sporters de kans krijgen werkervaring op te doen, voorrang bij werving genieten en aanspraak kunnen maken op flexibele werkregelingen in het sponsorbedrijf of zijn partnerbedrijven.

6.

Instanties die sporters vertegenwoordigen waar passend te betrekken bij de ontwikkeling van beleid en maatregelen op het gebeid van duale carrières.

VERZOEKEN DE EUROPESE COMMISSIE:

1.

Op basis van de richtsnoeren van de EU inzake duale carrières voor sporters een passend vervolg in het kader van het tweede werkplan van de EU voor sport van de Raad te overwegen, en daarbij na te denken over methoden voor het bepalen van het stadium van uitvoering van beleidsmaatregelen op het gebied van duale carrières in de gehele EU, waarvan de lidstaten op basis van vrijwilligheid gebruik kunnen maken.

2.

Steun te verlenen aan netwerken voor duale carrières die sportverenigingen, bedrijven, kamers van koophandel en arbeidskamers, sportbonden, onderwijsinstellingen, nationale en lokale autoriteiten en coaches samenbrengen om informatie en beproefde werkwijzen uit te wisselen op EU-niveau.

3.

De uitwisseling van beproefde werkwijzen in de EU met betrekking tot duale carrières van sporters te bevorderen en te ondersteunen, onder andere door steun aan projecten en verspreiding van de resultaten ervan in het kader van desbetreffende financieringsregelingen en programma's.

4.

Een monitoringsysteem en/of onderzoek op basis van de internationale dimensie van duale carrièreprogramma's te ondersteunen, met name betreffende de gevolgen van overgangen in het leven van sporters, de bescherming van de ontwikkeling van sporters in sporten die vroege specialisatie vereisen, de doelmatigheid van maatregelen en ondersteunende diensten in de lidstaten en het herintreden van topsporters op de arbeidsmarkt.

5.

De ontwikkeling te steunen van een geheel van minimumkwaliteitseisen op Europees niveau, in samenwerking met de betrokkenen op dit gebied, dat zou kunnen dienen als referentiepunt voor de nationale diensten en faciliteiten voor duale carrières, en transparantie en waarborgen biedt inzake kwaliteit, veiligheid en beveiliging voor sporters, ook in het buitenland.


(1)  Doc. 17208/12.

(2)  PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1.

(3)  COM(2010) 2020 definitief.

(4)  Studievoorbehoud IT.

(5)  Studievoorbehoud IT.