2014R0224 — NL — 03.09.2015 — 005.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EU) Nr. 224/2014 VAN DE RAAD

van 10 maart 2014

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek

(PB L 070 van 11.3.2014, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

 M1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 691/2014 VAN DE RAAD van 23 juni 2014

  L 183

6

24.6.2014

►M2

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1276/2014 VAN DE RAAD van 1 december 2014

  L 346

19

2.12.2014

►M3

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/324 VAN DE RAAD van 2 maart 2015

  L 58

39

3.3.2015

►M4

VERORDENING (EU) 2015/734 VAN DE RAAD van 7 mei 2015

  L 117

11

8.5.2015

►M5

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1485 VAN DE RAAD van 2 september 2015

  L 229

1

3.9.2015


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 294, 10.10.2014, blz.  49 (nr. 224/2014)




▼B

VERORDENING (EU) Nr. 224/2014 VAN DE RAAD

van 10 maart 2014

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,

Gezien Besluit 2013/798/GBVB van de Raad van 23 december 2013 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek ( 1 ),

Gezien het gezamenlijk voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Resolutie 2127 (2013) van de VN-Veiligheidsraad van 5 december 2013, Resolutie 2134 (2014) van de VN-Veiligheidsraad van 28 januari 2014, en Besluit 2013/798/GBVB, gewijzigd bij Besluit 2014/125/GBVB van de Raad ( 2 ), wordt voorzien in een wapenembargo tegen de Centraal-Afrikaanse Republiek, alsook in de bevriezing van de tegoeden en economische middelen van bepaalde personen die handelingen verrichten of steunen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van de Centraal-Afrikaanse Republiek ondermijnen.

(2)

Bepaalde maatregelen van Resolutie 2127 (2013) van de VN-Veiligheidsraad en Resolutie 2134 (2014) van de VN-Veiligheidsraad vallen onder het toepassingsgebied van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en voor de tenuitvoerlegging ervan is derhalve regelgeving op het niveau van de Unie noodzakelijk, in het bijzonder om te garanderen dat zij in alle lidstaten uniform door de marktdeelnemers worden toegepast.

(3)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, in het bijzonder de rechten op een effectief rechtsmiddel, op een eerlijk proces en op de bescherming van persoonsgegevens. Deze verordening dient te worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen.

(4)

►C1  Aangezien de situatie in de Centraal-Afrikaanse Republiek een specifieke bedreiging vormt voor de internationale vrede en de veiligheid in de regio, en om te zorgen voor samenhang met het wijzigings- en herzieningsproces van de bijlage bij Besluit 2014/125/GBVB, dient de bevoegdheid tot wijziging van de lijst in bijlage I bij deze verordening te worden uitgeoefend door de Raad. ◄

(5)

De procedure tot wijziging van de lijst in bijlage I bij deze verordening dient in te houden dat de aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten en lichamen in kennis worden gesteld van de redenen voor hun plaatsing op de lijst, zoals meegedeeld door het op grond van punt 57 van Resolutie 2127 (2013) opgerichte Sanctiecomité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, zodat zij opmerkingen kunnen indienen. Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, dient de Raad zijn besluit te toetsen in het licht van die opmerkingen en brengt hij de betrokken persoon, entiteit of lichaam daarvan op de hoogte.

(6)

Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening en op een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Unie dienen de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen overeenkomstig deze verordening dienen te worden bevroren, openbaar te worden gemaakt. De verwerking van de persoonsgegevens van natuurlijke personen in het kader van deze verordening dient te gebeuren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad ( 3 ) en Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ).

(7)

Om de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient deze verordening onmiddellijk in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„tussenhandeldiensten” :

i) het onderhandelen over of regelen van transacties met het oog op de verwerving, verkoop of levering van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, van een derde land aan een ander derde land, of

ii) het verkopen of aankopen van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, die zich in een derde land bevinden, met het oog op de overbrenging ervan naar een ander derde land;

b)

„eis” :

elke vóór of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende eis, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een contract of transactie, en in het bijzonder:

i) elke vordering tot nakoming van een verplichting die voortvloeit uit of verband houdt met een contract of transactie;

ii) elke vordering tot verlenging of uitbetaling van financiële garanties of contragaranties, ongeacht de vorm;

iii) elke vordering tot schadeloosstelling in verband met een contract of een transactie;

iv) elke reconventionele vordering;

v) elke vordering, ook via een exequatur, waarmee wordt beoogd erkenning of uitvoering van een rechterlijke of arbitrale uitspraak of van een gelijkwaardige beslissing te verkrijgen, ongeacht de plaats van uitspraak;

c)

„contract of transactie” : elke verrichting, ongeacht de vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dit verband worden onder „contract” tevens begrepen alle - ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande - met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;

d)

„bevoegde autoriteiten” : de bevoegde autoriteiten van de lidstaten als aangegeven op de websites die zijn opgesomd in bijlage II;

e)

„economische middelen” : activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

f)

„bevriezing van economische middelen” : voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;

g)

„bevriezing van tegoeden” : voorkomen dat tegoeden op enigerlei wijze worden gemuteerd, overgemaakt, gecorrigeerd en gebruikt, of dat toegang tot of omgang met tegoeden mogelijk is, met als gevolg wijziging van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of andere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

h)

„tegoeden” :

financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

i) contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

ii) deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

iii) in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

iv) rente, dividend of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

v) krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

vi) kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;

vii) bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;

i)

„Sanctiecomité” : het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat is opgericht overeenkomstig punt 57 van Resolutie 2127 (2013) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;

j)

„technische bijstand” : elke technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; technische bijstand kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten, met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;

k)

„grondgebied van de Unie” : het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim.

Artikel 2

Er geldt een verbod op het direct of indirect verlenen van:

a) technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met goederen en technologie die op de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie ( 5 ) (hierna „gemeenschappelijke lijst van militaire goederen” genoemd) worden vermeld, of in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van op die lijst vermelde goederen, aan personen, entiteiten of lichamen in de Centraal-Afrikaanse Republiek of voor gebruik in de Centraal-Afrikaanse Republiek;

b) financiering of financiële bijstand in verband met de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van goederen en technologie die op de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen worden vermeld, met inbegrip van in het bijzonder subsidies, leningen en exportkredietverzekering, verzekering en herverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand of tussenhandeldiensten, aan personen, entiteiten of lichamen in de Centraal-Afrikaanse Republiek, of voor gebruik in de Centraal-Afrikaanse Republiek;

c) technische bijstand, financiering of financiële bijstand, tussenhandeldiensten of vervoersdiensten in verband met de terbeschikkingstelling van gewapende huurlingen in de Centraal-Afrikaanse Republiek of voor hun inzet in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

▼M4

Artikel 3

In afwijking van artikel 2 gelden de in dat artikel vervatte verbodsbepalingen niet voor het verstrekken van technische bijstand, financiering of financiële bijstand of tussenhandeldiensten:

a) die uitsluitend bedoeld zijn voor steun aan of gebruik door de Multidimensionale Geïntegreerde Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de Centraal-Afrikaanse Republiek (MINUSCA), de regionale taskforce van de Afrikaanse Unie (AU-RTF), en de missies van de Unie en de in de Centraal-Afrikaanse Republiek ingezette Franse troepen;

b) die verband houden met beschermende kledingstukken, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, die door VN-personeel, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel louter voor hun eigen bescherming tijdelijk naar de Centraal-Afrikaanse Republiek worden verzonden.

▼B

Artikel 4

Mits het verstrekken van dergelijke technische bijstand of tussenhandeldiensten, financiering of financiële bijstand op voorhand is goedgekeurd door het Sanctiecomité, gelden in afwijking van artikel 2 de in dat artikel vervatte verbodsbepalingen niet voor de verlening van:

a) technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend is bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik;

b) technische bijstand, financiering of financiële bijstand ten behoeve van de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van goederen en technologie die op de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen worden vermeld, dan wel technische bijstand of tussenhandeldiensten die daarmee verband houden.

Artikel 5

1.  Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam die in bijlage I is vermeld, worden bevroren.

2.  Aan of ten behoeve van de in bijlage I genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen mogen geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld.

▼M4

3.  Bijlage I omvat natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten en lichamen die volgens het Sanctiecomité handelingen verrichten of steunen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van de Centraal-Afrikaanse Republiek ondermijnen, waaronder handelingen die een bedreiging van of inbreuk op overgangsovereenkomsten vormen, of die het politieke overgangsproces, onder meer een overgang naar vrije en eerlijke democratische verkiezingen, bedreigen of verhinderen, of die het geweld aanwakkeren en die:

a) het krachtens punt 54 van Resolutie 2127 (2013) ingestelde wapenembargo overtreden, of die direct of indirect leveringen, verkopen of overdrachten aan gewapende groepen of criminele netwerken in de Centraal-Afrikaanse Republiek verrichten, of die in verband met gewelddadige activiteiten van gewapende groepen of criminele netwerken in de Centraal-Afrikaanse Republiek wapens of aanverwant materiaal, technisch advies, opleiding of bijstand, inclusief financiering en financiële bijstand, ontvangen;

b) betrokken zijn bij het beramen, organiseren of plegen van handelingen in de Centraal-Afrikaanse Republiek die een schending zijn van respectievelijk de internationale wetgeving inzake mensenrechten of het internationale humanitaire recht, of die een schending van of inbreuk op de mensenrechten vormen, waaronder handelingen waarbij seksueel geweld wordt gebruikt, burgers het doelwit vormen; etnische of religieuze aanslagen, aanslagen op scholen en ziekenhuizen, ontvoering en gedwongen verplaatsing;

c) kinderen rekruteren of misbruik maken van kinderen voor het gewapend conflict in de Centraal-Afrikaanse Republiek, hetgeen een schending is van de toepasselijke internationale wetgeving;

d) gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud, wilde dieren en producten van wilde dieren in of vanuit de Centraal-Afrikaanse Republiek;

e) de verstrekking van humanitaire bijstand aan de Centraal-Afrikaanse Republiek dwarsbomen, of de toegang ertoe en de verdeling ervan in de Centraal-Afrikaanse Republiek verhinderen;

f) betrokken zijn bij het beramen, organiseren, steunen of plegen van aanslagen tegen missies van de Verenigde Naties of internationale veiligheidstroepen, waaronder MINUSCA, de missies van de Unie en de Franse operaties die hen ondersteunen;

g) de leiding hebben van een door het Sanctiecomité aangewezen entiteit, of steun hebben verleend aan dan wel gehandeld hebben ten behoeve van, namens of op aanwijzing van een door het Sanctiecomité aangewezen persoon, entiteit of lichaam, dan wel van een entiteit die eigendom is of onder zeggenschap staat van een door het Comité aangewezen persoon, entiteit of lichaam.

▼B

Artikel 6

In afwijking van artikel 5 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, onder de volgende voorwaarden:

a) de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de tegoeden of economische middelen:

i) noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van een in de bijlage I genoemde natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, en de gezinsleden die van deze natuurlijke personen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

ii) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; of

iii) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor alleen het aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

b) de betrokken lidstaat heeft het Sanctiecomité in kennis gesteld van de in punt a) genoemde vaststelling en van zijn voornemen toestemming te verlenen, en het Sanctiecomité niet binnen vijf werkdagen na die kennisgeving bezwaar heeft geuit.

Artikel 7

In afwijking van artikel 5 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, mits de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor buitengewone uitgaven, en mits de betrokken lidstaat het Sanctiecomité in kennis heeft gesteld van die vaststelling en het Sanctiecomité die vaststelling heeft goedgekeurd.

Artikel 8

In afwijking van artikel 5 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de betrokken tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht dat is vastgesteld vóór de datum waarop de in artikel 5 bedoelde persoon, entiteit of lichaam in bijlage I is opgenomen, of van een justitieel, administratief of arbitrair vonnis dat van vóór die datum dateert;

b) de betrokken tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk retentierecht zijn gedekt of door een dergelijk vonnis geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wet- en regelgeving tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;

c) het onderpand of de gerechtelijke uitspraak is niet ten behoeve van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam bedoeld in bijlage I bij deze verordening;

d) de erkenning van het retentierecht of de uitspraak is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat;

e) het retentierecht of het vonnis is door de lidstaat gemeld aan het Sanctiecomité.

Artikel 9

In afwijking van artikel 5 en mits een betaling verschuldigd is door in bijlage I vermelde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen op grond van een contract of overeenkomst die door hen is gesloten of op grond van een verplichting die voor hen is ontstaan vóór de datum waarop de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité zijn opgenomen in de lijst, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:

a) de tegoeden of economische middelen worden gebruikt voor een betaling door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam van bijlage I;

b) de betaling niet in strijd is met artikel 5, lid 2;

c) de betrokken lidstaat het Sanctiecomité ten minste tien werkdagen van tevoren in kennis heeft gesteld van zijn voornemen toestemming te verlenen.

Artikel 10

1.  Artikel 5, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een in de lijst opgenomen natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn overgemaakt, op voorwaarde dat de bijgeboekte bedragen eveneens bevroren worden. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de relevante bevoegde autoriteit onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.

2.  Artikel 5, lid 2, is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a) rente of andere inkomsten op die rekeningen;

b) betalingen op grond van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of zijn ontstaan vóór de datum waarop de in artikel 5 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen werden opgenomen in bijlage I; of

c) betalingen verschuldigd uit hoofde van justitiële, administratieve of scheidsrechterlijke beslissingen of vonnissen, als bedoeld in artikel 8;

mits deze rente, andere inkomsten en betalingen overeenkomstig artikel 5, lid 1, worden bevroren.

Artikel 11

1.  Onverminderd de geldende voorschriften inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim zijn natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen verplicht:

a) alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals informatie in verband met rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 5 zijn bevroren, onverwijld te verstrekken aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun woonplaats hebben of gevestigd zijn, en dergelijke informatie, hetzij direct of via de lidstaat, aan de Commissie te doen toekomen;

b) samen te werken met de bevoegde autoriteiten bij de verificatie van dergelijke informatie.

2.  Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de lidstaten.

3.  Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.

Artikel 12

Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de in de artikelen 2 en 5 opgenomen verbodsbepalingen worden omzeild.

Artikel 13

1.  De bevriezing van tegoeden en economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming is met deze verordening, geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die die maatregel uitvoeren, of van directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden of economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.

2.  Handelingen van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen geven geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de betrokkenen, indien zij niet wisten en geen gegronde reden hadden om te vermoeden dat hun handelingen een inbreuk zouden vormen op de bij deze verordening ingestelde verbodsmaatregelen.

Artikel 14

1.  Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, in het bijzonder een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a) de in bijlage I opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

b) een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, handelend voor rekening of ten behoeve van een van de onder a) bedoelde personen, entiteiten of lichamen.

2.  In de procedure waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, door de eisende natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam geleverd.

3.  Dit artikel geldt onverminderd het recht van de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten en lichamen op toetsing door de rechter van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van de contractuele verplichtingen in overeenstemming met onderhavige verordening.

Artikel 15

1.  De Commissie en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen en verstrekken elkaar alle relevante informatie waarover zij beschikken in verband met deze verordening, in het bijzonder informatie met betrekking tot:

a) middelen die zijn bevroren krachtens artikel 5 en toestemmingen die zijn verleend krachtens de artikelen 6, 7 en 8;

b) schendingen en problemen bij het toezicht op de naleving en vonnissen van nationale rechtbanken.

2.  De lidstaten stellen elkaar en de Commissie onverwijld in kennis van alle andere relevante informatie waarover zij beschikken en die van invloed kan zijn op de doeltreffende tenuitvoerlegging van deze verordening.

Artikel 16

De Commissie wordt gemachtigd bijlage II te wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie.

Artikel 17

1.  Wanneer de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of het Sanctiecomité een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst plaatst en een motivering voor de aanwijzing heeft verstrekt, neemt de Raad die natuurlijke persoon of rechtspersoon, die entiteit of dat lichaam op in bijlage I. De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon of entiteit of het betrokken lichaam in kennis van zijn besluit en van de motivering, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij middels de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die natuurlijke persoon of rechtspersoon of entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kunnen indienen.

2.  Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad zijn besluit en brengt hij de persoon, entiteit of het lichaam daarvan op de hoogte.

3.  Indien de Verenigde Naties besluiten een persoon, entiteit of lichaam van de lijst te schrappen, of de identificatiegegevens van een persoon, entiteit of lichaam op de lijst te wijzigen, past de Raad bijlage I dienovereenkomstig aan.

Artikel 18

Bijlage I bevat, wanneer beschikbaar, informatie die door de Veiligheidsraad of het Sanctiecomité is verstrekt, en die nodig is om de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen te kunnen identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan die informatie namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en de plaats van vestiging omvatten. Bijlage I vermeldt tevens de datum van aanwijzing door de Veiligheidsraad of door het Sanctiecomité.

Artikel 19

1.  De lidstaten stellen de regels vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de regels ten uitvoer worden gelegd. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.  De lidstaten stellen de Commissie onverwijld na de inwerkingtreding van de verordening in kennis van de in lid 1 bedoelde regels, en stellen haar in kennis van alle latere wijzigingen ervan.

Artikel 20

1.  De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren hen op de in bijlage II vermelde websites. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van de in bijlage II genoemde websites.

2.  De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mede wie hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe deze kunnen worden bereikt, en delen haar alle latere wijzigingen mee.

3.  Waar deze verordening een meldingsplicht bepaalt, of de verplichting de Commissie te informeren of op een andere wijze met haar te communiceren, wordt daartoe gebruik gemaakt van het adres en de andere contactgegevens die zijn vermeld in bijlage II.

Artikel 21

Deze verordening is van toepassing:

a) op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim;

b) aan boord van vlieg- of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;

c) op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

d) op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen, binnen of buiten het grondgebied van de Unie;

e) op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties.

Artikel 22

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

▼M2




BIJLAGE I

LIJST VAN PERSONEN EN ENTITEITEN BEDOELD IN ARTIKEL 5

A.   Personen

1.   François Yangouvonda BOZIZÉ (alias: a) Bozize Yangouvonda)

Geboortedatum: 14 oktober 1946.

Geboorteplaats: Mouila, Gabon.

Nationaliteit: Centraal-Afrikaanse Republiek.

Adres: Uganda.

Overige informatie: Naam moeder: Martine Kofio.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9 mei 2014.

Informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Bozizé is op 9 mei 2014 op grond van punt 36 van Resolutie 2134 (2014) op de lijst geplaatst omdat hij „heeft deelgenomen of steun verleend aan activiteiten die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid in de CAR ondermijnen”.

Aanvullende informatie

Bozizé was, met zijn medestanders, instigator van de aanval van 5 december 2013 op Bangui. Sindsdien zet hij zijn destabilisatiepogingen voort om de onrust in de hoofdstad te bestendigen. Naar verluidt was Bozizé de oprichter van de anti-balakamilitie (vóór zijn vlucht uit de CAR op 24 maart 2013). Bozizé heeft zijn milities in een communiqué opgeroepen verder wreedheden te begaan tegen het huidige regime en tegen de islamisten. Naar verluidt levert Bozizé financiële en materiële steun aan milities die het transitieproces willen saboteren en hem weer aan de macht willen brengen. De anti-balakamilitie bestaat voor het grootste deel uit Centraal-Afrikaanse strijdkrachten die zich na de staatsgreep op het platteland hadden verspreid en later door Bozizé zijn gereorganiseerd. Bozizé en zijn medestanders controleren meer dan de helft van de anti-balaka-eenheden.

Met semi-automatische oorlogsgeweren, mortieren en raketlanceerders uitgeruste aanhangers van Bozizé waren steeds vaker betrokken bij vergeldingsacties tegen de moslimbevolking in het land. Na de aanval van de anti-balaka in Bangui op 5 december 2013, waarbij meer dan 700 doden vielen, verslechterde de situatie in het land zienderogen.

2.   Nourredine ADAM (alias: a) Nureldine Adam; b) Nourreldine Adam; c) Nourreddine Adam; d) Mahamat Nouradine Adam)

Functie: a) generaal; b) minister van Veiligheid; c) directeur-generaal van het „Speciaal Comité voor de verdediging van de democratische verworvenheden”.

Geboortedatum: a) 1970 b) 1969 c) 1971 d) 1 januari 1970.

Geboorteplaats: Ndele, Centraal-Afrikaanse Republiek.

Nationaliteit: Centraal-Afrikaanse Republiek. Paspoortnr.: D00001184

Adres: Birao, Centraal-Afrikaanse Republiek.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9 mei 2014.

Informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Nourredine is op 9 mei 2014 op grond van punt 36 van Resolutie 2134 (2014) op de lijst geplaatst omdat hij „heeft deelgenomen of steun verleend aan activiteiten die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid in de CAR ondermijnen”.

Aanvullende informatie

Noureddine is een van de oorspronkelijke leiders van de Seleka. Hij wordt aangeduid als generaal en als leider van een van de gewapende rebellengroepen van de Seleka, de Central PJCC, een groep die formeel bekend staat als Convention of Patriots for Justice and Peace, ook wel afgekort tot CPJP. Als voormalig hoofd van de „fundamentalistische” fractie van de Convention of Patriots for Justice and Peace (CPJP/F) was hij militair coördinator van de ex-Seleka bij offensieven tijdens de opstand in de Centraal-Afrikaanse Republiek van begin december 2012 tot maart 2013. Zonder de steun van Noureddine en de nauwe betrokkenheid van Tsjadische elitetroepen was de Seleka wellicht nooit in staat geweest de vroegere president van de CAR, François Bozizé, van macht te beroven.

Na de aanstelling van Catherine Samba-Panza tot interim-president op 20 januari 2014 werd hij een van de voornaamste architecten van de tactische terugtrekking van de Seleka op Sibut, waarbij hij het plan koestert in het noorden van het land een islamitisch bolwerk te vestigen. Hij had zijn troepen kennelijk aangespoord zich te verzetten tegen de bevelen van de overgangsregering en van de militaire aanvoerders van de internationale ondersteuningsmissie ten behoeve van de Centraal-Afrikaanse Republiek onder Afrikaanse leiding (MISCA). Noureddine is metterdaad aanvoerder van ex-Seleka, de voormalige Seleka-strijdkrachten die naar verluidt in september 2013 door Djotodia werden ontbonden; hij dirigeert operaties tegen christelijke gebieden en blijft de ex-Seleka in de CAR leiden en steunen.

Nourredine is op 9 mei 2014 ook op grond van punt 37, b), van Resolutie 2134 (2014) op de lijst geplaatst omdat hij „betrokken was bij het plannen, bevelen en plegen van schendingen van het internationale recht inzake de mensenrechten of van het internationale humanitaire recht”.

Aanvullende informatie

Toen de Seleka op 24 maart 2013 Bangui had ingenomen, werd Nourredine Adam minister voor Veiligheid, en vervolgens directeur-generaal van het „Speciaal comité voor de verdediging van de democratische verworvenheden” (Comité extraordinaire de défense des acquis démocratiques — CEDAD, een nu verdwenen inlichtingendienst van de CAR). Nourredine Adam gebruikte het CEDAD als zijn eigen politieke politie; deze heeft zich schuldig gemaakt aan talrijke willekeurige arrestaties, folteringen en standrechtelijke executies. Voorts is Nourredine een spilfiguur geweest bij de bloedige operatie in Boy Rabe. In augustus 2013 werd Boy Rabe, een buurt die als bastion van de aanhangers van François Bozizé en diens stam geldt, door Selekatroepen bestormd. Naar verluidt vermoordden zij tientallen burgers en trokken zij plunderend door het gebied, onder het voorwendsel verborgen wapens te zoeken. Toen ook andere buurten werden overvallen, vluchtten duizenden bewoners naar de internationale luchthaven, die wegens de aanwezigheid van Franse soldaten als veilige zone werd beschouwd, en bezetten zij de startbaan.

Nourredine is op 9 mei 2014 ook op grond van punt 37, d), van Resolutie 2134 (2014) op de lijst geplaatst omdat hij „gewapende groepen en criminele netwerken heeft gesteund door illegale exploitatie van natuurlijke hulpbronnen”.

Aanvullende informatie

Begin 2013 heeft Nourredine Adam een belangrijke rol gespeeld in de netwerken die de ex-Seleka financieren. Hij reisde naar Saudi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten om er fondsen voor de opstand te werven. Hij trad voor een Tsjadische bende op als facilitator bij een diamantzwendel tussen de Centraal-Afrikaanse Republiek en Tsjaad.

▼M3 —————

▼M5

4.   Alfred YEKATOM (ook bekend als: a) Alfred Yekatom Saragba b) Alfred Ekatom c) Alfred Saragba d) Colonel Rombhot e) Colonel Rambo f) Colonel Rambot g) Colonel Rombot h) Colonel Romboh)

Functie: korporaal-chef van de Centraal-Afrikaanse strijdkrachten (Forces Armées Centrafricaines — FACA)

Geboortedatum: 23 juni 1976

Geboorteplaats: Centraal-Afrikaanse Republiek

Nationaliteit: Centraal-Afrikaanse Republiek

Adres: a) Mbaiki, provincie Lobaye, Centraal-Afrikaanse Republiek (tel. +236 72 15 47 07/+236 75 09 43 41) b) Bimbo, provincie Ombella-Mpoko, Centraal-Afrikaanse Republiek (vorige locatie)

Overige informatie: heeft het bevel gevoerd over een grote groep gewapende militieleden. Naam vader (adoptievader): Ekatom Saragba (andere schrijfwijze: Yekatom Saragba). Broer van Yves Saragba, een anti-Balakacommandant in Batalimo (provincie Lobaye) en voormalig FACA-soldaat. Fysieke beschrijving: zwarte ogen, kaal, zwarte huidskleur, 170 cm groot, 100 kg zwaar. Foto beschikbaar voor opname in de speciale kennisgeving van INTERPOL/VN-Veiligheidsraad.

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Alfred Yekatom werd op 20 augustus 2015 uit hoofde van lid 11 van Resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van personen die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van de CAR ondermijnen, waaronder handelingen die een bedreiging van of inbreuk op overgangsovereenkomsten vormen, of die het politieke overgangsproces bedreigen of verhinderen, onder meer een overgang naar vrije en eerlijke democratische verkiezingen, of die het geweld aanwakkeren.”

Aanvullende informatie:

Alfred Yekatom, ook bekend als Colonel Rombhot, is een militieleider van een factie van de anti-Balakabeweging, de zogeheten „Anti-Balaka uit het Zuiden”. Hij heeft de rang van korporaal-chef van de Centraal-Afrikaanse strijdkrachten (FACA).

Yekatom is actief betrokken geweest bij en heeft steun verleend aan handelingen die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid van de Centraal-Afrikaanse Republiek ondermijnen, waaronder handelingen die overgangsovereenkomsten bedreigen, en die een bedreiging vormen voor het politieke overgangsproces. Yekatom heeft het bevel gevoerd over een grote groep gewapende militieleden in de nabijheid van PK9 in Bangui en in de steden Bimbo (provincie Ombella-Mpoko), Cekia, Pissa en Mbaiki (hoofdstad van de provincie Lobaye), en had zijn hoofdkwartier gevestigd in een bosbouwconcessiegebied in Batalimo.

Yekatom heeft de rechtstreekse controle uitgeoefend over een twaalftal controlepunten bemand door gemiddeld tien gewapende militieleden in legeruniformen die onder meer militaire aanvalsgeweren dragen, van de belangrijkste brug tussen Bimbo en Bangui tot Mbaiki (provincie Lobaye ) en van Pissa tot Batalimo (naast de grens met de Republiek Congo), en onrechtmatige belastingen heffen op particuliere auto's en motorfietsen, personenbusjes en vrachtwagens die bosbouwhulpbronnen uitvoeren naar Kameroen en Tsjaad, evenals op vaartuigen op de rivier Oubangui. Uit waarnemingen blijkt dat Yekatom een deel van deze onrechtmatige belastingen persoonlijk heeft geïnd. Yekatom en zijn milities zouden ook burgers hebben gedood.

5.   Habib SOUSSOU (ook bekend als: Soussou Abib)

Functie: a) anti-Balakacoördinator voor de provincie Lobaye b), korporaal van de Centraal-Afrikaanse strijdkrachten (FACA)

Geboortedatum: 13 maart 1980

Geboorteplaats: Boda, Centraal-Afrikaanse Republiek

Nationaliteit: Centraal-Afrikaanse Republiek Adres: Boda, Centraal-Afrikaanse Republiek (tel. + 236 72198628)

Overige informatie: benoemd tot zonecommandant (COMZONE) van Boda op 11 april 2014 en van de gehele provincie Lobaye op 28 juni 2014. Onder zijn bevel zijn gerichte moorden, gewelddadigheden en aanvallen tegen humanitaire organisaties en hulpverleners voortgezet. Fysieke beschrijving: bruine ogen, zwart haar, 160cm groot, 60kg zwaar. Foto beschikbaar voor opname in de speciale kennisgeving van INTERPOL/VN-Veiligheidsraad.

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Habib Soussou is op 20 augustus 2015 uit hoofde van de leden 11 en 12, onder b) en e), van resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van personen die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van de CAR ondermijnen, waaronder handelingen die een bedreiging van of inbreuk op overgangsovereenkomsten vormen, of die het politieke overgangsproces bedreigen of verhinderen, onder meer een overgang naar vrije en eerlijke democratische verkiezingen, of die het geweld aanwakkeren;” die „betrokken zijn bij de planning, aansturing of uitvoering van handelingen die een schending vormen van het internationale recht inzake de mensenrechten of het internationale humanitaire recht, naargelang het geval, of die in de CAR een schending van of inbreuk op de mensenrechten vormen, waaronder het gebruik van seksueel geweld, het viseren van burgers, etnisch of religieus gemotiveerde aanslagen, aanslagen op scholen en ziekenhuizen, ontvoering en gedwongen verplaatsing”; en die „de levering van humanitaire bijstand aan de CAR of de toegang tot, of verdeling van, humanitaire bijstand in de CAR belemmeren.”

Aanvullende informatie:

Habib Soussou werd op 11 april 2014 benoemd tot anti-Balaka-zonecommandant (COMZONE) van Boda en heeft beweerd dat hij derhalve verantwoordelijk was voor de veiligheidssituatie in de sous-préfecture (onderprefectuur). Op 28 juni 2014 werd Habib Soussou door de algemeen coördinator van de anti-Balaka, Patrice Edouard Ngaïssona, benoemd tot provinciaal coördinator voor de stad Boda vanaf 11 april 2014 en voor de gehele provincie Lobaye vanaf 28 juni 2014. In de gebieden waarvoor Soussou de anti-Balakacommandant of -coördinator is, hebben gerichte moorden, gewelddadigheden en aanvallen tegen humanitaire organisaties en hulpverleners door anti-Balaka in Boda wekelijks plaatsgevonden. Soussou en de anti-Balakastrijdkrachten in deze gebieden hebben ook gewelddaden gepleegd tegen burgers en daarmee gedreigd.

6.   Oumar YOUNOUS (ook bekend als: a) Omar Younous b) Oumar Sodiam c) Oumar Younous M'Betibangui)

Functie: voormalig Séléka-generaal

Nationaliteit: Sudan

Adres: a) Bria, Centraal-Afrikaanse Republiek (tel. + 236 75507560) b) Birao, Centraal-Afrikaanse Republiek, c) Tullus, Zuid-Darfur, Sudan (vorige locatie)

Overige informatie: is diamantsmokkelaar, driesterrengeneraal van de Sékéla en naaste vertrouweling van voormalig tijdelijk CAR-president Michel Djotodia. Fysieke beschrijving: zwart haar, 180cm groot, behoort tot de etnische groep Fulani. Foto beschikbaar voor opname in de speciale kennisgeving van INTERPOL/VN-Veiligheidsraad.

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Oumar Younous werd op 20 augustus 2015 uit hoofde van de leden 11 en 12, punt d), van Resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van personen die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van de CAR ondermijnen, waaronder handelingen die een bedreiging van of inbreuk op overgangsovereenkomsten vormen, of die het politieke overgangsproces bedreigen of verhinderen, onder meer een overgang naar vrije en eerlijke democratische verkiezingen, of die het geweld aanwakkeren”; en die „gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud, wilde dieren en producten van wilde dieren, in de CAR”.

Aanvullende informatie:

Als generaal van de voormalige Séléka en diamantsmokkelaar heeft Oumar Younous steun verleend aan een gewapend groep door de illegale ontginning van en handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

In oktober 2008 werd Oumar Younous, die voordien als chauffeur werkte voor diamantaankoper SODIAM, lid de rebellengroepering Mouvement des Libérateurs Centrafricains pour la Justice (MLCJ). In december 2013 werd Oumar Younous geïdentificeerd als driesterrengeneraal van de Séléka en naaste vertrouweling van tijdelijk president Michel Djotodia.

Younous is betrokken bij de diamanthandel vanuit Bria en Sam Quandja naar Sudan. Volgens sommige bronnen is Oumar Younous betrokken geweest bij het verzamelen van in Bria verborgen diamantpartijen en het vervoeren ervan naar Sudan om ze daar te verkopen.

▼M2

B.   Entiteiten

▼M5

1.   BUREAU D'ACHAT DE DIAMANT EN CENTRAFRIQUE/KARDIAM

(Ook bekend als: a) BADICA/KRDIAM b) KARDIAM)

Adres: a) BP 333 Bangui, Centraal-Afrikaanse Republiek (tel. + 32 3 2310521, fax. + 32 3 2331839, e-mail: kardiam.bvba@skvnet·be: website: www.groupeabdoulkarim.com) b) Antwerpen, België

Overige informatie: geleid door Abdoul-Karim Dan-Azoumi sinds 12 december 1986 en door Aboubaliasr Mahamat sinds 1 januari 2005. Bijkantoren zijn MINAiR en SOFIA TP (Douala, Kameroen).

Informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Het Bureau d'achat de Diamant en Centrafrique/KARDIAM werd op 20 augustus 2015 uit hoofde van lid 12, punt d), van Resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van entiteiten die „gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud, wilde dieren en producten van wilde dieren, in de CAR”.

Aanvullende informatie:

BADICA/KARDIAM heeft steun verleend aan gewapende groepen in de Centraal-Afrikaans Republiek, namelijk de voormalige Séléka en anti-Balaka, door de illegale ontginning van en handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten en goud.

Het Bureau d'Achat de Diamant en Centrafrique (BADICA) bleef in 2014 diamanten aankopen uit Bria en Sam Ouandja (provincie Haute Kotto) in het oosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar voormalige Sélékastrijdkrachten belastingen heffen op vliegtuigen voor diamantvervoer en geld ontvangen voor het beschermen van diamantdelvers. Verschillende delvers uit Bria en Sam Ouandja die aan BADICA leveren, onderhouden nauwe banden met voormalige Sélékacommandanten.

In mei 2014 konden de Belgische autoriteiten beslag leggen op twee diamantpartijen die verstuurd waren naar BADICA's vertegenwoordiger in Antwerpen, die in België officieel geregistreerd is als KARDIAM. Diamantexperts oordeelden dat de in beslag genomen diamanten zeer waarschijnlijk afkomstig zijn uit Centraal Afrika en eigenschappen vertonen die kenmerkend zijn voor diamanten uit Sam Ouandja en Bria, evenals Nola (provincie Sangha Mbaéré), in het zuidwesten van het land.

Handelaars die illegaal uit de Centraal-Afrikaanse Republiek naar buitenlandse markten verhandelde diamanten aankochten, inclusief uit het westelijke deel van het land, zijn namens BADICA actief geweest in Kameroen.

In mei 2014 voerde BADICA ook goud uit dat vervaardigde was in Yaloké (provincie Ombella-Mpoko), waar artisanale goudmijnen onder de controle van de Séléka waren gekomen totdat anti-Balakagroepen deze in Februari 2014 overnamen.

▼B




BIJLAGE II

Websites voor informatie over de bevoegde autoriteiten en adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie

BELGIË

http://www.diplomatie.be/eusanctions

BULGARIJE

http://www.mfa.bg/en/pages/135/index.html

TSJECHIË

http://www.mfcr.cz/mezinarodnisankce

DENEMARKEN

http://um.dk/da/politik-og-diplomati/retsorden/sanktioner/

DUITSLAND

http://www.bmwi.de/DE/Themen/Aussenwirtschaft/aussenwirtschaftsrecht,did=404888.html

ESTLAND

http://www.vm.ee/est/kat_622/

IERLAND

http://www.dfa.ie/home/index.aspx?id=28519

GRIEKENLAND

http://www.mfa.gr/en/foreign-policy/global-issues/international-sanctions.html

SPANJE

http://www.exteriores.gob.es/Portal/es/PoliticaExteriorCooperacion/GlobalizacionOportunidadesRiesgos/Documents/ORGANISMOS%20COMPETENTES%20SANCIONES%20INTERNACIONALES.pdf

FRANKRIJK

http://www.diplomatie.gouv.fr/autorites-sanctions/

KROATIË

http://www.mvep.hr/sankcije

ITALIË

http://www.esteri.it/MAE/IT/Politica_Europea/Deroghe.htm

CYPRUS

http://www.mfa.gov.cy/sanctions

LETLAND

http://www.mfa.gov.lv/en/security/4539

LITOUWEN

http://www.urm.lt/sanctions

LUXEMBURG

http://www.mae.lu/sanctions

HONGARIJE

http://www.kulugyminiszterium.hu/kum/hu/bal/Kulpolitikank/nemzetkozi_szankciok/

MALTA

http://www.doi.gov.mt/EN/bodies/boards/sanctions_monitoring.asp

NEDERLAND

www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/internationale-vrede-en-veiligheid/sancties

OOSTENRIJK

http://www.bmeia.gv.at/view.php3?f_id=12750&LNG=en&version=

POLEN

http://www.msz.gov.pl

PORTUGAL

http://www.portugal.gov.pt/pt/os-ministerios/ministerio-dos-negocios-estrangeiros/quero-saber-mais/sobre-o-ministerio/medidas-restritivas/medidas-restritivas.aspx

ROEMENIË

http://www.mae.ro/node/1548

SLOVENIË

http://www.mzz.gov.si/si/zunanja_politika_in_mednarodno_pravo/zunanja_politika/mednarodna_varnost/omejevalni_ukrepi/

SLOWAKIJE

http://www.mzv.sk/sk/europske_zalezitosti/europske_politiky-sankcie_eu

FINLAND

http://formin.finland.fi/kvyhteistyo/pakotteet

ZWEDEN

http://www.ud.se/sanktioner

VERENIGD KONINKRIJK

https://www.gov.uk/sanctions-embargoes-and-restrictions

Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:

Europese Commissie

Dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid (FPI)

EEAS 02/309

B-1049 Brussel

België

E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu



( 1 ) PB L 352 van 24.12.2013, blz. 51.

( 2 ) Besluit 2014/125/GBVB van de Raad van 10 maart 2014 2014 houdende wijziging van Besluit 2013/798/GBVB betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek (Zie bladzijde 22 van dit Publicatieblad.).

( 3 ) Verordening (EG) nr. 45/2001van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

( 4 ) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

( 5 ) PB C 69 van 18.3.2010, blz. 19.