5.6.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 148/19


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (England and Wales), Chancery Division (Verenigd Koninkrijk) op 29 maart 2010 — British Sugar plc/Rural Payments Agency, an Executive Agency of the Department for Environment, Food and Rural Affairs

(Zaak C-147/10)

2010/C 148/29

Procestaal: Engels

Verwijzende rechter

High Court of Justice (England and Wales), Chancery Division

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: British Sugar plc

Verwerende partij: Rural Payments Agency, an Executive Agency of the Department for Environment, Food and Rural Affairs

Prejudiciële vragen

1.

Is verordening (EG) nr. 1193/2009 (1) van de Commissie ongeldig, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 8 mei 2008, Zuckerfabrik Jülich/Hauptzollamt Aachen (C-5/06 en C-23/06–C-36/06, Jurispr. blz. I-3231) en de beschikking van 6 oktober 2008, SAFBA (C-175/07– C-184/07, Jurispr. blz. I-142*)?

2.

Is verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie anderszins ongeldig, gelet op de rechtsgrondslag waarop zij is vastgesteld, namelijk verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad van 19 juni 2001 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (2)?

3.

Worden de toepasselijke wisselkoers en omrekeningsdatum bij de berekening van compensatie voor te veel betaalde suikerproductieheffingen voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006 door het recht van de Unie bepaald? Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord: moet artikel 6 van verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie aldus worden uitgelegd, dat voor de compensatie de wisselkoers dient te worden toegepast die ten tijde van de oorspronkelijke berekening van de te veel betaalde heffing gold? Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord: is artikel 6 van verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie geldig?

4.

Met betrekking tot de rente:

i)

Verzet het recht van de Unie zich ertegen dat een persoon in de positie van eiseres van de nationale autoriteit die bevoegd is productieheffingen te innen rente vordert over de bedragen die deze persoon op grond van een ongeldige verordening van de Commissie te veel heeft betaald, indien de nationale autoriteit die bevoegd is productieheffingen te innen zelf over de corresponderende sommen die de Commissie haar terugbetaalt geen rente kan vorderen?

ii)

Indien vraag i) bevestigend wordt beantwoord: staat de regelgeving van de Unie inzake de eigen middelen (besluit 2000/597/EG, Euratom (3) en de uitvoeringsverordening (EG) nr. 1150/2000 (4)) bij een juiste lezing eraan in de weg dat een nationale autoriteit die bevoegd is productieheffingen te innen, onder de omstandigheden van de onderhavige zaak rente vordert over bedragen die de Commissie haar terugbetaalt?

iii)

Indien vraag i) ontkennend wordt beantwoord: verzet het recht van de Unie zich ertegen dat een nationale rechter of autoriteit zijn beoordelingsvrijheid benut om onder dergelijke omstandigheden bij de toewijzing van een vordering aan een persoon in de positie van eiseres geen rente toe te kennen?


(1)  Verordening (EG) nr. 1193/2009 van de Commissie van 3 november 2009 houdende rectificatie van de verordeningen (EG) nr. 1762/2003, (EG) nr. 1775/2004, (EG) nr. 1686/2005 en (EG) nr. 164/2007 en houdende vaststelling van de bedragen van de productieheffingen in de sector suiker voor de verkoopseizoenen 2002/2003, 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006 (PB L 321, blz. 1).

(2)  PB L 178, blz. 1.

(3)  Besluit van de Raad van 29 september 2000 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L253, blz. 42).

(4)  Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van Besluit 94/728/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (PB L 130, blz. 1).