Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Visa
Dictum

Partijen

IN DE ZAAK 97-63 :

LUIGI DE PASCALE,

AMBTENAAR BIJ DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,

VERZOEKER

VERTEGENWOORDIGD DOOR MR . M . SLUSNY, ADVOCAAT BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, LECTOR AAN DE UNIVERSITEIT TE BRUSSEL,

TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TEN KANTORE VAN MR . E . ARENDT, ADVOCAAT EN PROCUREUR, RUE WILLY GOERGEN 6, LUXEMBURG,

TEGEN

EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP, C.Q . DE COMMISSIE,

VERWEERSTER

VERTEGENWOORDIGD DOOR HAAR JURIDISCH ADVISEUR L . DE LA FONTAINE ALS GEMACHTIGDE,

TEN DEZE DOMICILIE GEKOZEN HEBBENDE TEN KANTORE VAN H . MANZANARES, SECRETARIS VAN DE JURIDISCHE DIENST VAN DE EUROPESE UITVOERENDE ORGANEN, PLACE DE METZ 2,

Onderwerp

BETREFFENDE NIETIGVERKLARING VAN DE BESCHIKKING WAARBIJ G . PANDOLFELLI WERD BENOEMD TOT HOOFD VAN DE AFDELING III-C-2 "RECHT VAN VESTIGING EN DIENSTEN" BIJ HET DIRECTORAAT-GENERAAL "INTERNE MARKT",

Overwegingen van het arrest

DE AANDUIDING VAN DE GEMEENSCHAP ALS PARTIJ TEGEN WIE HET BEROEP MEDE IS GERICHT

OVERWEGENDE DAT HET BEROEP IS GERICHT TEGEN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP, C.Q . TEGEN DE COMMISSIE VAN DEZE GEMEENSCHAP;

DAT VERWEERSTER OP DIT PUNT TEGENWERPT DAT DE INSTELLINGEN GEEN RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEN WELKE VAN DIE VAN DE GEMEENSCHAP ONDERSCHEIDEN KAN WORDEN EN DAT DERHALVE DE ACTIE SLECHTS TEGEN DE COMMISSIE KAN WORDEN GERICHT;

OVERWEGENDE DAT ARTIKEL 179 VAN HET VERDRAG E.E.G . BEPAALT DAT "HET HOF BEVOEGD IS, UITSPRAAK TE DOEN IN ELK GESCHIL TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN HAAR PERSONEELSLEDEN, BINNEN DE GRENZEN EN ONDER DE VOORWAARDEN VASTGESTELD IN HET STATUUT OF VOORTVLOEIENDE UIT DE REGELING WELKE VOOR HEN TOEPASSELIJK IS";

DAT DE WOORDEN "DE VOORWAARDEN VASTGESTELD IN HET STATUUT" NOODZAKELIJKERWIJS BEDUIDEN DAT DE INSTELLINGEN, ALS HET TOT AANSTELLING BEVOEGDE GEZAG, IN RECHTE OP KUNNEN TREDEN IN DE GEDINGEN TUSSEN HAAR EN DE LEDEN VAN HAAR PERSONEEL;

DAT ARTIKEL 90 VAN HET PERSONEELSSTATUUT, HETWELK HET HIERARCHISCH BEROEP VAN DE AMBTENAREN REGELT, NADER BEPAALT DAT ZODANIG BEROEP - HETWELK AAN HET BEROEP IN RECHTE VOORAFGAAT - GERICHT MOET WORDEN TOT HET TOT AANSTELLING BEVOEGDE GEZAG VAN DE BETROKKEN INSTELLING;

DAT HET IN ARTIKEL 91 VAN HET STATUUT GEREGELDE RECHTERLIJKE BEROEP GELIJKE REGELS MOET VOLGEN EN TEGEN DEZELFDE INSTELLING MOET WORDEN AANGEBRACHT;

DAT DERHALVE HET ONDERHAVIGE BEROEP GEACHT MOET WORDEN TE ZIJN INGESTELD TEGEN DE COMMISSIE VAN DE E.E.G . ALS ZIJNDE IN CASU DE INSTELLING, WELKE MET HET GEZAG TOT AANSTELLING IS BEKLEED EN WAARVAN DE BESTREDEN HANDELING IS UITGEGAAN;

TEN AANZIEN VAN DE ONTVANKELIJKHEID

OVERWEGENDE DAT DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEROEP DOOR VERWEERSTER NIET IS BETWIST EN OOK AMBTSHALVE GEEN BEDENKINGEN ONTMOET;

TEN PRINCIPALE

DE BEWEERDE SCHENDINGEN VAN DE ARTIKELEN 43, 45 EN 110 VAN HET STATUUT

1 ) OVERWEGENDE DAT VERZOEKSTER ALLEREERST STELT DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING WERD GEGEVEN ZONDER DAT - GELIJK ARTIKEL 110 VOORSCHRIJFT - MET BETREKKING TOT ARTIKEL 45, PARAGRAAF 1, VAN HET STATUUT ALGEMENE UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN ZIJN GEGEVEN EN OPENBAARGEMAAKT;

OVERWEGENDE DAT VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 45 GEEN ANDERE UITVOERINGSMAATREGELEN NODIG ZIJN DAN DIE VOORZIEN IN ARTIKEL 43, NAAR WELKE BEPALING ARTIKEL 45 IMPLICIET VERWIJST;

DAT DEZE BEPALING DE OPSTELLING VERLANGT VAN BEOORDELINGSRAPPORTEN INZAKE DE BEKWAAMHEID, DE PRESTATIES EN HET GEDRAG IN DE DIENST VAN DE AMBTENAREN, WELKE RAPPORTEN EEN VAN DE GEGEVENS VORMEN WAAROP IEDERE BEVORDERINGSBESCHIKKING MOET STEUNEN;

DAT, WEGENS HET TIJDSTIP WAAROP HET STATUUT WERD GEPUBLICEERD EN IN WERKING TRAD, TEN TIJDE VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING NOG GEEN DER INSTELLINGEN IN STAAT WAS GEWEEST DE ALGEMENE UITVOERINGSVOORSCHRIFTEN TE GEVEN, WELKER ONTBREKEN THANS WORDT GEWRAAKT;

DAT, NU HET STATUUT EERST OP 14 JUNI 1962 WERD GEPUBLICEERD EN MET TERUGWERKENDE KRACHT IN WERKING TRAD OP 1 JANUARI 1962, MOET WORDEN AANGENOMEN DAT DE INSTELLINGEN VAN DE GEMEENSCHAP ZICH WAT DE TOEPASSING VAN HET STATUUT BETROF, TEN DAGE VAN DE BESTREDEN BESCHIKKINGEN NOG IN EEN PERIODE VAN AANPASSING BEVONDEN;

DAT HET FEIT DAT DE COMMISSIE OP GENOEMDE DATUM NOG GEEN ALGEMENE REGELS HAD GEGEVEN VOOR DE VASTSTELLING VAN DE IN ARTIKEL 43 BEDOELDE RAPPORTEN, DERHALVE OP ZICH ZELF NIET ALS EEN GROND TOT NIETIGVERKLARING VAN DE BESTREDEN BESCHIKKING MAG WORDEN BESCHOUWD;

DAT ARTIKEL 45 MOEST WORDEN TOEGEPAST NOG V}}R DE DAARIN BEDOELDE RAPPORTEN OVEREENKOMSTIG DE BEPALINGEN VAN DE ARTIKELEN 43 EN 110 VAN HET STATUUT WAREN OPGESTELD;

DAT ZODANIG VERZUIM - MET NAME GELET OP DE BELANGEN VAN DE DIENST - DE NIETIGVERKLARING DER BESTREDEN BESCHIKKING NIET KAN RECHTVAARDIGEN;

DAT HET MIDDEL DERHALVE NIET IS GEGROND;

2 ) OVERWEGENDE DAT VERZOEKER VOORTS STELT DAT DE BESTREDEN BESCHIKKING ONREGELMATIG IS DAAR ZIJ OP GROND VAN TEN ENENMALE ONTOEREIKENDE BEOORDELINGSCRITERIA WERD GEGEVEN EN ZONDER DAT DE COMMISSIE TOT EEN VERGELIJKEND ONDERZOEK VAN DE VERDIENSTEN VAN IEDERE KANDIDAAT - EN VAN DIE VAN VERZOEKER IN HET BIJZONDER - OVER KON GAAN;

DAT DE COMMISSIE ALDUS DE IN ARTIKEL 45 TEN BEHOEVE DER VOOR BEVORDERING IN AANMERKING KOMENDE AMBTENAREN NEERGELEGDE WAARBORGEN - WELKE DE TEGENHANGER VORMEN VAN DE ZEER RUIME BEVOEGDHEDEN WAAROVER ZIJ OP DIT GEBIED BESCHIKT - NIET HEEFT GEEERBIEDIGD;

OVERWEGENDE DAT DE COMMISSIE, HOEWEL HAAR EEN UITGEBREIDE BEOORDELINGSBEVOEGDHEID TOEKOMT, NIETTEMIN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 45, PARAGRAAF 1, EERSTE LID VAN HET STATUUT TOT EEN VERGELIJKEND ONDERZOEK MOET OVERGAAN OP EEN VOOR ALLE BETROKKENEN GELIJKE VOET EN GELET OP VERGELIJKBARE AMBTSBERICHTEN EN INLICHTINGEN;

DAT UIT DE TEN PROCESSE OVERGELEGDE STUKKEN BLIJKT DAT DE LEDEN VAN DE COMMISSIE VOOR BEDOELD ONDERZOEK OVER GEEN ANDERE GEGEVENS BESCHIKTEN DAN HET DOOR EEN HUNNER GEDANE VOORSTEL, DE SCHRIFTELIJKE SOLLICITATIES EN DE KENNISGEVING ENER VACATURE NO . 690;

DAT HET VOORSTEL VAN EEN DER COMMISSIELEDEN, STREKKENDE TOT BEVORDERING VAN DE HEER PANDOLFELLI OP DE VACANTE POST , SLECHTS NADERE GEGEVENS BEVATTE OVER DE BEROEPSBEKWAAMHEID VAN GENOEMDE AMBTENAAR EN VOOR HET OVERIGE SLECHTS VAGE AANDUIDINGEN INHIELD MET BETREKKING TOT DE EVENTUELE VERDIENSTEN VAN DE OVERIGE - TOT DRIE VERSCHILLENDE DIRECTORATEN BEHORENDE - KANDIDATEN;

DAT DE DOOR DE BETROKKENEN ZELF ZONDER VERIFICATIE OF CONTROLE DOOR DE BEVOEGDE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE OVERGELEGDE SOLLICITATIEDOSSIERS GEGEVEN VORMEN VAN HOOFDZAKELIJK SUBJECTIEVE AARD, WELKER INHOUD EN BETEKENIS SLECHTS MET BEHOEDZAAMHEID MOGEN WORDEN BEOORDEELD, WAAR HET HIER AANGELEGENHEDEN BETREFT WELKE EEN ZO OBJECTIEF MOGELIJK ONDERZOEK VAN DE VERDIENSTEN DER KANDIDATEN VERLANGEN;

DAT NIET TE BEWIJZEN WERD AANGEBODEN DAT DE COMMISSIE ZICH NADER ZOU HEBBEN GEáNFORMEERD DOOR RAADPLEGING VAN DE PERSOONSDOSSIERS DER KANDIDATEN, WELKE MET NAME DE BEOORDELINGEN VAN DE HIERARCHISCHE MEERDEREN DIENEN TE BEVATTEN;

DAT DERHALVE DE GEGEVENS OP GROND WAARVAN DE COMMISSIE HAAR BESCHIKKING HEEFT GENOMEN EEN VERGELIJKEND ONDERZOEK - OP EEN VOOR ALLE BETROKKENEN GELIJKE VOET EN OP GROND VAN VERGELIJKBARE AMBTSBERICHTEN EN INLICHTINGEN - NIET TOELIETEN;

DAT DE BESTREDEN BEVORDERINGSBESCHIKKING DERHALVE NIET MET INACHTNEMING VAN HET BEPAALDE BIJ ARTIKEL 45, PARAGRAAF 1, EERSTE LID VAN HET STATUUT WERD GENOMEN EN MITSDIEN ONREGELMATIG MOET WORDEN GEOORDEELD, ZODAT ER GEEN AANLEIDING BESTAAT DE OVERIGE MIDDELEN VAN HET BEROEP TE ONDERZOEKEN;

Beslissing inzake de kosten

OVERWEGENDE DAT VERZOEKER TEN AANZIEN VAN HET VOORNAAMSTE ONDERDEEL VAN ZIJN VORDERING IN HET GELIJK WERD GESTELD;

DAT VERWEERSTER DERHALVE KRACHTENS ARTIKEL 69, PARAGRAAF 2, VAN HET REGLEMENT VOOR DE PROCESVOERING IN DE KOSTEN MOET WORDEN VEROORDEELD;

Visa

GEZIEN DE PROCESSTUKKEN;

GEHOORD HET RAPPORT VAN DE RECHTER-RAPPORTEUR;

GEHOORD PARTIJEN IN HAAR PLEIDOOIEN;

GEHOORD DE CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL;

GELET OP HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN MET NAME DE ARTIKELEN 173 EN 179;

GELET OP HET PROTOCOL BETREFFENDE HET STATUUT VAN HET HOF VAN JUSTITIE ALSMEDE HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP;

GELET OP HET STATUUT VAN DE AMBTENAREN VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP EN MET NAME OP DE ARTIKELEN 43, 45, 90, 91 EN 110;

GELET OP HET REGLEMENT VAN HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, EN MET NAME OP ARTIKEL 69;

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE ( TWEEDE KAMER )

RECHTDOENDE,

VERNIETIGT DE BESCHIKKING WAARBIJ DE HEER GENNARO PANDOLFELLI BIJ BEVORDERING WERD BENOEMD OP DE IN DE KENNISGEVING NO . 690 BEDOELDE VACANTE POST BIJ DE AFDELING III-C-2;

VEROORDEELT DE COMMISSIE VAN DE E.E.G . IN DE PROCESKOSTEN;

ONTZEGT HET MEER OF ANDERS GEVORDERDE .