11.3.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 72/101


Donderdag 25 oktober 2012
Consulaire bescherming voor burgers van de Unie in het buitenland *

P7_TA(2012)0394

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 25 oktober 2012 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad inzake consulaire bescherming voor burgers van de Unie in het buitenland (COM(2011)0881 – C7-0017/2012 – 2011/0432(CNS))

2014/C 72 E/18

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0881),

gezien artikel 23 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0017/2012),

gezien artikel 55 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie juridische zaken (A7-0288/2012),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENT

Amendement 1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

 

(6 bis)

Krachtens artikel 35 van het Verdrag betreffende de Europese Unie werken de diplomatieke en consulaire missies van de lidstaten en de delegaties van de Unie in derde landen samen en dragen ze bij tot de uitvoering van het recht op bescherming van de burgers van de Unie op het grondgebied van derde landen.

Amendement 2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7

(7)

Wanneer niet-vertegenwoordigde burgers in derde landen bescherming behoeven, is doeltreffende samenwerking en coördinatie vereist. De bijstand verlenende lidstaat die in een derde land aanwezig is en de lidstaat van herkomst van de burger zullen wellicht nauw moeten samenwerken. Wanneer het om niet-vertegenwoordigde burgers gaat, kan de plaatselijke consulaire samenwerking complexer zijn omdat er coördinatie vereist is met instanties die ter plaatse niet zijn vertegenwoordigd. Om de leemte als gevolg van het ontbreken van een ambassade of een consulaat van de eigen lidstaat van de burger op te vullen, moet worden gezorgd voor een stabiel kader.

(7)

Wanneer niet-vertegenwoordigde burgers in derde landen bescherming behoeven, is doeltreffende samenwerking en coördinatie vereist. De bijstand verlenende lidstaat en de delegatie van de Unie die in een derde land aanwezig zijn en de lidstaat van herkomst van de burger moeten nauw samenwerken.

Amendement 3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 bis (nieuw)

 

(7 bis)

Wanneer het om niet-vertegenwoordigde burgers gaat, kan de plaatselijke consulaire samenwerking complexer zijn omdat er coördinatie vereist is met instanties die ter plaatse niet vertegenwoordigd zijn. Om de leemte als gevolg van het ontbreken van een ambassade of een consulaat van de eigen lidstaat van de burger op te vullen, moet worden gezorgd voor een stabiel kader. Bij plaatselijke consulaire samenwerking moet de nodige aandacht worden besteed aan niet-vertegenwoordigde burgers, bijvoorbeeld door de relevante contactgegevens van de in de betrokken regio dichtstbijzijnde ambassades en consulaten van de lidstaten te verzamelen.

Amendement 4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 7 ter (nieuw)

 

(7 ter)

De Commissie moet praktische richtsnoeren opstellen om consulaire bescherming te vergemakkelijken en te verbeteren, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan de situatie van niet-vertegenwoordigde burgers.

Amendement 5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

(8)

Burgers van de Unie zijn niet vertegenwoordigd wanneer de lidstaat waarvan zij de nationaliteit bezitten, geen toegankelijke ambassade of geen toegankelijk consulaat in een derde land heeft. Het begrip toegankelijkheid moet aldus worden uitgelegd dat de bescherming van burgers wordt gewaarborgd.

(8)

Burgers van de Unie zijn niet vertegenwoordigd wanneer de lidstaat waarvan zij de nationaliteit bezitten, geen toegankelijke ambassade of geen toegankelijk consulaat in een derde land heeft , of wanneer het verkrijgen van toegang tot de ambassade of het consulaat voor de burger van een bepaalde lidstaat in een noodgeval zou leiden tot het verspillen van kostbare tijd en financiële middelen . Het begrip toegankelijkheid moet aldus worden uitgelegd dat de bescherming van burgers wordt gewaarborgd.

Amendement 6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

(9)

Overeenkomstig het recht op eerbiediging van het privé-leven en van het familie- en gezinsleven, dat is neergelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet de bijstand verlenende lidstaat aan uit derde landen afkomstige familieleden van burgers van de Unie bescherming bieden onder dezelfde voorwaarden als aan uit derde landen afkomstige familieleden van de eigen onderdanen. Elke definitie van het begrip familieleden moet gebaseerd zijn op de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden. Mogelijkerwijs zijn de lidstaten niet in staat alle soorten consulaire bescherming te bieden aan uit derde landen afkomstige familieleden ; dat geldt met name voor de afgifte van nood-reisdocumenten. Conform artikel 24 van het Handvest moeten de belangen van het kind, zoals verankerd in het Verdrag van de Verenigde Naties van 20 november 1989 inzake de rechten van het kind, een essentiële overweging vormen.

(9)

Overeenkomstig het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, dat is neergelegd in artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet de bijstand verlenende lidstaat aan uit derde landen afkomstige familieleden van burgers van de Unie bescherming bieden, zoals bepaald in Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden , onder dezelfde voorwaarden als aan uit derde landen afkomstige familieleden van de eigen onderdanen, waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de lidstaten mogelijk niet in staat zijn alle soorten consulaire bescherming te bieden aan uit derde landen afkomstige familieleden , zoals de afgifte van noodreisdocumenten. De lidstaten moeten echter alles doen wat in hun vermogen ligt om de integriteit van de familieleden van de burger te waarborgen. Conform artikel 24 van het Handvest moeten de belangen van het kind, zoals verankerd in het Verdrag van de Verenigde Naties van 20 november 1989 inzake de rechten van het kind, een essentiële overweging vormen.

Amendement 7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

 

(9 bis)

De bijstand verlenende lidstaat moet overwegen bescherming te bieden aan erkende vluchtelingen en staatlozen en andere personen die van geen enkele lidstaat de nationaliteit hebben, maar die in een van de lidstaten wonen en houder zijn van een reisdocument dat door die lidstaat is afgegeven, waarbij rekening gehouden wordt met hun specifieke situatie.

Amendement 8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

(10)

Niet-vertegenwoordigde burgers moeten vrij kunnen kiezen tot welke ambassade of tot welk consulaat zij zich wenden voor consulaire bescherming. De lidstaten moeten regelingen inzake lastenverdeling kunnen treffen. Dergelijke regelingen moeten echter transparant zijn voor de burger en mogen de effectieve consulaire bescherming niet in gevaar brengen. Dergelijke regelingen moeten ter kennis worden gebracht van de Commissie en worden bekendgemaakt op haar speciale website.

(10)

Niet-vertegenwoordigde burgers moeten vrij kunnen kiezen tot welke ambassade , tot welk consulaat of in voorkomend geval tot welke delegatie van de Unie zij zich wenden voor consulaire bescherming. De lidstaten moeten regelingen inzake lastenverdeling kunnen treffen. Dergelijke regelingen moeten eerlijk verdeeld zijn en rekening houden met de capaciteiten van elke lidstaat. Dergelijke regelingen moeten echter transparant zijn voor de burger en mogen de effectieve consulaire bescherming niet in gevaar brengen. Dergelijke regelingen moeten ter kennis worden gebracht van de Commissie en worden bekendgemaakt op haar speciale website alsook op de desbetreffende websites van de lidstaten en de Raad .

Amendement 9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

(12)

Bescherming moet worden verleend wanneer de aanvrager aantoont dat hij een burger van de Unie is. Mogelijkerwijs zijn niet-vertegenwoordigde burgers die consulaire bescherming behoeven niet meer in het bezit van hun identiteitsdocumenten. De fundamentele status van het burgerschap van de Unie wordt direct verleend door het recht van de Unie en identiteitsdocumenten hebben een louter declaratoire waarde. Wanneer aanvragers geen identiteitsdocumenten kunnen overleggen, moeten zij bijgevolg in staat worden gesteld hun identiteit te bewijzen met elk ander middel, indien nodig na verificatie bij de instanties van de lidstaat waarvan de aanvrager stelt een onderdaan te zijn.

(12)

Bescherming moet worden verleend wanneer de aanvrager aantoont dat hij een burger van de Unie is. Mogelijkerwijs zijn niet-vertegenwoordigde burgers die consulaire bescherming behoeven niet meer in het bezit van hun identiteitsdocumenten. De fundamentele status van het burgerschap van de Unie wordt direct verleend door het recht van de Unie en identiteitsdocumenten hebben een louter declaratoire waarde. Wanneer aanvragers geen identiteitsdocumenten kunnen overleggen, moeten zij bijgevolg in staat worden gesteld hun identiteit te bewijzen met elk ander middel, indien nodig na verificatie bij de instanties van de lidstaat waarvan de aanvrager stelt een onderdaan te zijn. De bijstand verlenende ambassade of het bijstand verlenende consulaat moet niet-vertegenwoordigde burgers voorzien van de nodige middelen om hun identiteit te bewijzen.

Amendement 10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

(14)

Om een duidelijk beeld te krijgen van welke coördinatie- en samenwerkingsmaatregelen noodzakelijk zijn, moet de reikwijdte van de samenwerking en coördinatie nader worden bepaald. Consulaire bescherming voor niet-vertegenwoordigde burgers omvat bijstand in een aantal typische situaties, zoals bij arrestatie of detentie, ernstige ongevallen of ernstige ziekten en overlijden, alsook hulp en repatriëring in noodsituaties en de afgifte van nooddocumenten. Aangezien de noodzakelijke bescherming steeds afhankelijk is van de feitelijke situatie, mag consulaire bescherming niet worden beperkt tot de situaties die specifiek in deze richtlijn zijn vermeld.

(14)

Om een duidelijk beeld te krijgen van welke coördinatie- en samenwerkingsmaatregelen noodzakelijk zijn, moet de reikwijdte van de samenwerking en coördinatie nader worden bepaald. Consulaire bescherming voor niet-vertegenwoordigde burgers omvat bijstand in een aantal typische situaties, zoals bij arrestatie of detentie, ernstige ongevallen of ernstige ziekten en overlijden, alsook hulp en repatriëring in noodsituaties en de afgifte van nooddocumenten , en in crisissituaties . Aangezien de noodzakelijke bescherming steeds afhankelijk is van de feitelijke situatie, mag consulaire bescherming niet worden beperkt tot de situaties die specifiek in deze richtlijn zijn vermeld.

Amendement 11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14 bis (nieuw)

 

(14 bis)

Bij het verlenen van consulaire bescherming in gevallen van arrestatie of detentie, moet rekening worden gehouden met speciale situaties, met name als slachtoffers van mensenhandel worden gearresteerd of gedetineerd voor het begaan van misdrijven die een direct gevolg zijn van het feit dat ze slachtoffer van mensenhandel zijn geworden. Niet-vertegenwoordigde burgers verkeren mogelijk in een extra kwetsbare toestand aangezien zij geen rechtstreekse vertegenwoordiging hebben.

Amendement 12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

(15)

Om een doeltreffende coördinatie en samenwerking tussen de consulaire instanties van de lidstaten te kunnen garanderen, moet worden vastgesteld welke verschillende soorten bijstand in specifieke situaties zullen worden verleend. Deze soorten bijstand moeten de gemeenschappelijke praktijken van de lidstaten weerspiegelen, onverminderd artikel 23 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat de lidstaten verplicht bescherming te verlenen onder dezelfde voorwaarden als voor de eigen onderdanen.

(15)

Om een doeltreffende coördinatie en samenwerking tussen de consulaire instanties van de lidstaten te kunnen garanderen, moet worden vastgesteld welke verschillende soorten bijstand in specifieke situaties zullen worden verleend. Deze soorten bijstand moeten de gemeenschappelijke praktijken van de lidstaten weerspiegelen, onverminderd artikel 23 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat de lidstaten verplicht bescherming te verlenen onder dezelfde voorwaarden als voor de eigen onderdanen. Er moet voor worden gezorgd dat de taalbarrières worden overwonnen en dat niet-vertegenwoordigde burgers een tolk krijgen toegewezen of andere noodzakelijke bijstand krijgen.

Amendement 13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18 bis (nieuw)

 

(18 bis)

De lidstaten moeten de instelling van een "trustfonds" voor consulaire bescherming overwegen, waaruit de ambassade of het consulaat van de bijstand verlenende lidstaat de kosten voor bijstand aan een niet-vertegenwoordigde burger kan voorschieten en waarin de lidstaat van de niet-vertegenwoordigde burger aan wie bijstand is verleend het voorschot moet terugstorten. De Commissie moet met het oog op een goede werking van een dergelijk fonds in samenwerking met de lidstaten duidelijke regels opstellen voor het verdelen van de financiële lasten.

Amendement 14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

(20)

Wat de coördinatie ter plaatse en in crisissituaties betreft, moeten de bevoegdheden en respectieve taken worden gespecificeerd teneinde ervoor te zorgen dat niet-vertegenwoordigde burgers volledige bijstand krijgen. Bij plaatselijke consulaire samenwerking moet de nodige aandacht worden besteed aan niet-vertegenwoordigde burgers, bijvoorbeeld door de relevante contactgegevens van de in de betrokken regio dichtstbijgelegen ambassades en consulaten van de lidstaten te verzamelen.

(20)

Wat de coördinatie in crisissituaties betreft, moeten de bevoegdheden en respectieve taken worden gespecificeerd teneinde ervoor te zorgen dat niet-vertegenwoordigde burgers volledige bijstand krijgen. In crisissituaties moeten de delegaties van de Unie zorgen voor de nodige coördinatie tussen lidstaten. Om die taak te vervullen, moet de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) de beschikking krijgen over de nodige financiële middelen, onder andere voor training van het consulaire personeel in de lidstaten.

Amendement 15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

(21)

In crisissituaties zijn een adequate voorbereiding en een duidelijke taakverdeling van essentieel belang. In de noodplannen voor crisissituaties moet derhalve ten volle rekening worden gehouden met niet-vertegenwoordigde burgers en nationale noodplannen moeten worden gecoördineerd. In dit verband moet het concept van de leidende staat verder worden ontwikkeld.

(21)

In crisissituaties zijn een adequate voorbereiding en een duidelijke taakverdeling van essentieel belang. In de noodplannen voor crisissituaties moet derhalve ten volle rekening worden gehouden met niet-vertegenwoordigde burgers en nationale noodplannen moeten worden gecoördineerd door de EDEO .

Amendement 16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 bis (nieuw)

 

(22 bis)

De EDEO moet trainingen organiseren voor consulair personeel om de bijstand aan burgers, inclusief niet-vertegenwoordigde burgers, te vergemakkelijken, als onderdeel van de crisisparaatheid.

Amendement 17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 ter (nieuw)

 

(22 ter)

Er moeten cursussen worden georganiseerd voor consulaire medewerkers om de onderlinge samenwerking te verbeteren en hun kennis over de in de verdragen en deze richtlijn opgenomen burgerrechten te vergroten.

Amendement 18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

(23)

De Unie wordt in derde landen vertegenwoordigd door de delegaties van de Unie, die samen met de diplomatieke en consulaire missies van de lidstaten helpen bij de toepassing van het recht op consulaire bescherming van de burgers van de Unie, zoals nader is bepaald in artikel 35 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Conform het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen kunnen de lidstaten namens een andere lidstaat consulaire bescherming verlenen, tenzij het betrokken derde land daartegen bezwaar maakt. De lidstaten moeten met betrekking tot derde landen de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat namens de andere lidstaten consulaire bescherming kan worden verleend .

(23)

De Unie wordt in derde landen vertegenwoordigd door de delegaties van de Unie, die samen met de diplomatieke en consulaire missies van de lidstaten helpen bij de toepassing van het recht op consulaire bescherming van de burgers van de Unie, zoals nader is bepaald in artikel 35 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De delegaties van de Unie moeten de noodzakelijke coördinatie tussen lidstaten waarborgen en kunnen in voorkomend geval belast worden met consulaire taken . Om die rol te kunnen vervullen, moet de EDEO van de nodige financiële middelen worden voorzien .

Amendement 19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

(25)

Deze richtlijn moet gunstigere nationale bepalingen onverlet laten voor zover die bepalingen met deze richtlijn verenigbaar zijn.

(25)

Deze richtlijn moet gunstigere nationale bepalingen onverlet laten voor zover die bepalingen met deze richtlijn verenigbaar zijn. Deze richtlijn mag de lidstaten geen verplichting opleggen om niet-vertegenwoordigde burgers vormen van bijstand te verlenen die niet aan hun eigen onderdanen worden verleend.

Amendement 20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25 bis (nieuw)

 

(25 bis)

Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de verplichtingen en/of rechten van niet-vertegenwoordigde lidstaten om hun burgers waar nodig en/of wenselijk bij te staan. Niet-vertegenwoordigde lidstaten moeten altijd steun bieden aan lidstaten die consulaire bijstand aan burgers van eerstgenoemde staat verlenen.

Amendement 21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25 ter (nieuw)

 

(25 ter)

Teneinde een vlotte en efficiënte werking van deze richtlijn te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen voor elke mogelijke wijziging van de bijlagen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten gelijktijdig, tijdig en op passende wijze worden toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad.

Amendement 22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27

(27)

Conform het in het Handvest neergelegde discriminatieverbod moeten de lidstaten deze richtlijn uitvoeren zonder tussen de begunstigden van deze richtlijn te discrimineren op gronden als geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid,

(27)

Conform het met name in artikel 21 van het Handvest neergelegde discriminatieverbod moeten de lidstaten , delegaties van de Unie en in voorkomend geval de EDEO deze richtlijn altijd uitvoeren zonder tussen de begunstigden van deze richtlijn te discrimineren op gronden als geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid.

Amendement 23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27 bis (nieuw)

 

(27 bis)

Lidstaten moeten hun eigen onderdanen aanmoedigen zich te registreren op de website van hun ministerie van Buitenlandse Zaken voordat ze een derde land bezoeken, om zo de hulpverlening in geval van nood te kunnen vergemakkelijken, met name in crisissituaties.

Amendement 24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27 ter (nieuw)

 

(27 ter)

De Commissie moet overwegen een dag en nacht beschikbare hulplijn in het leven te roepen om de informatie goed toegankelijk te maken voor burgers die in noodgevallen consulaire bescherming nodig hebben.

Amendement 25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1

In deze richtlijn worden de samenwerkings- en coördinatiemaatregelen vastgesteld die nodig zijn ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van burgers van de Unie op bescherming op het grondgebied van derde landen waar de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn, niet vertegenwoordigd is, door de diplomatieke of consulaire instanties van een andere lidstaat onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat.

In deze richtlijn worden de samenwerkings- en coördinatiemaatregelen vastgesteld die nodig zijn ter vergemakkelijking van de bescherming van burgers van de Unie op het grondgebied van derde landen waar de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn, niet vertegenwoordigd is, door de diplomatieke of consulaire instanties van een andere lidstaat onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat. In voorkomend geval kunnen delegaties van de Unie tevens consulaire functies toebedeeld krijgen ten behoeve van niet-vertegenwoordigde burgers.

Amendement 26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1

1.   Iedere burger die de nationaliteit van een lidstaat van de Unie bezit die niet is vertegenwoordigd door een diplomatieke of consulaire instantie in een derde land (hierna "niet-vertegenwoordigde burger" genoemd), heeft recht op bescherming door de diplomatieke of consulaire instanties van een andere lidstaat, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat.

1.   Iedere burger die de nationaliteit van een lidstaat van de Unie bezit die niet is vertegenwoordigd door een diplomatieke of consulaire instantie in een derde land (hierna "niet-vertegenwoordigde burger" genoemd), wordt beschermd door de diplomatieke of consulaire instanties van een andere lidstaat en door de delegatie van de Unie , onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die lidstaat.

Amendement 27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 3

3.   Familieleden van niet-vertegenwoordigde burgers die zelf geen burgers van de Unie zijn, hebben recht op consulaire bescherming onder dezelfde voorwaarden als de familieleden van onderdanen van de bijstand verlenende lidstaat die zelf geen onderdanen van die lidstaat zijn .

3.   Familieleden van niet-vertegenwoordigde burgers die zelf geen burgers van de Unie zijn, hebben recht op consulaire bescherming onder dezelfde voorwaarden als de familieleden van onderdanen van de lidstaat van herkomst, of op consulaire bescherming door een delegatie van de Unie .

Amendement 28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3

3.   Honoraire consuls worden als gelijkwaardig beschouwd met toegankelijke ambassades of consulaten binnen de grenzen van hun bevoegdheden overeenkomstig de nationale wetten en praktijken.

3.   Honoraire consuls worden als gelijkwaardig beschouwd met toegankelijke ambassades of consulaten in de zin dat ze over de relevante bevoegdheden beschikken overeenkomstig de nationale wetten en praktijken.

Amendement 29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1

1.   Niet-vertegenwoordigde burgers kunnen kiezen tot welke ambassade of tot welk consulaat van een lidstaat zij zich wenden voor consulaire bescherming.

1.   Niet-vertegenwoordigde burgers kunnen kiezen tot welke ambassade of tot welk consulaat van een lidstaat zij zich wenden voor consulaire bescherming. Indien nodig en relevant kunnen zij ook de delegatie van de Unie om bijstand verzoeken. De lidstaten stellen op de websites van hun ministeries van Buitenlandse Zaken informatie beschikbaar over de rechten van hun burgers om in overeenstemming met deze richtlijn te verzoeken om consulaire bescherming in een derde land waarin die lidstaat niet vertegenwoordigd is bij de diplomatieke of consulaire instanties van een andere lidstaat, en over de voorwaarden voor de toepassing van dat recht.

Amendement 30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2

2.    Een lidstaat kan een andere lidstaat op permanente wijze vertegenwoordigen en ambassades of consulaten van de lidstaten in een derde land kunnen regelingen inzake lastenverdeling treffen, mits de doeltreffende behandeling van aanvragen wordt gewaarborgd . De lidstaten brengen dergelijke regelingen ter kennis van de Europese Commissie met het oog op de bekendmaking ervan op haar speciale website .

2.    Om niet-vertegenwoordigde burgers consulaire bescherming te bieden en de doeltreffende behandeling van aanvragen te waarborgen, treffen de vertegenwoordigingen van de lidstaten en in voorkomend geval de delegatie van de Unie plaatselijke regelingen over het verdelen van de lasten en het uitwisselen van informatie . Na kennisgeving ervan aan de plaatselijke overheden worden zulke plaatselijke regelingen aangemeld bij de Commissie en de EDEO en bekendgemaakt op de website van de Commissie en de websites van de lidstaten in kwestie. Deze regelingen zijn geheel conform de bepalingen van deze richtlijn.

Amendement 31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – lid 2

2.   Indien de burger van de Unie geen geldig paspoort of geen geldige identiteitskaart kan overleggen, kan de nationaliteit worden bewezen met elk ander middel, indien nodig na verificatie bij de diplomatieke en consulaire instanties van de lidstaat waarvan de aanvrager stelt een onderdaan te zijn.

2.   Indien de burger van de Unie geen geldig paspoort of geen geldige identiteitskaart kan overleggen, kan de nationaliteit worden bewezen met elk ander middel, indien nodig na verificatie bij de diplomatieke en consulaire instanties van de lidstaat waarvan de aanvrager stelt een onderdaan te zijn. De bijstand verlenende ambassade of het bijstand verlenende consulaat voorziet niet-vertegenwoordigde burgers van de nodige middelen om hun identiteit te bewijzen.

Amendement 32

Voorstel voor een richtlijn

Hoofdstuk 1 bis en artikel 5 bis (nieuw)

 

HOOFDSTUK 1 bis

Samenwerking en coördinatie op het gebied van consulaire bescherming ter plaatse

Artikel 5 bis

Algemeen beginsel

De diplomatieke en consulaire instanties van de lidstaten werken nauw samen en coördineren hun werkzaamheden met elkaar en met de Unie, om te zorgen voor bescherming voor niet-vertegenwoordigde burgers onder dezelfde voorwaarden als voor de eigen onderdanen. De delegaties van de Unie vergemakkelijken de samenwerking en coördinatie tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Unie, om te zorgen voor de bescherming van niet-vertegenwoordigde burgers onder dezelfde voorwaarden als voor de eigen onderdanen. Wanneer een consulaat of ambassade of in voorkomend geval de delegatie van de Unie een niet-vertegenwoordigde burger bijstand verleent, wordt contact opgenomen en samengewerkt met het dichtstbijzijnde consulaat of de dichtstbijzijnde ambassade dat/die voor de betrokken regio verantwoordelijk is of met het ministerie van Buitenlandse Zaken van de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit, alsmede de delegatie van de Unie, om de te nemen maatregelen te bepalen. De lidstaten delen ook de contactgegevens van de betrokken personen bij de ministeries van Buitenlandse Zaken mee aan de EDEO, die deze gegevens permanent bijwerkt op zijn beveiligde website.

 

(Artikel 7 van het Commissievoorstel komt te vervallen)

Amendement 33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2 – inleidende formule

2.   De consulaire bescherming in de zin van lid 1 omvat bijstand in de volgende situaties

2.   De consulaire bescherming in de zin van lid 1 omvat bijstand in met name de volgende situaties:

Amendement 34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2 – letter b

(b)

de burger is het slachtoffer van een misdrijf;

(b)

de burger is het slachtoffer van een misdrijf of dreigt het slachtoffer van een misdrijf te worden ;

Amendement 35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Deze consulaire bescherming geldt ook voor alle andere situaties waarin de vertegenwoordigde lidstaat gewoonlijk bijstand aan haar eigen burgers zou verlenen.

Amendement 36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

1.   Wanneer een niet-vertegenwoordigde burger is gearresteerd of gedetineerd, nemen de ambassades of consulaten van de lidstaten, onverminderd artikel 6, lid 1, met name de volgende maatregelen:

1.   Wanneer een niet-vertegenwoordigde burger is gearresteerd of om een andere reden gedetineerd, nemen de ambassades of consulaten van de lidstaten, onverminderd artikel 6, lid 1, met name de volgende maatregelen:

(a)

op verzoek van de burger, bijstand bij het informeren van familieleden of andere contactpersonen van de burger;

(a)

op verzoek van de burger, bijstand bij het informeren van familieleden of andere contactpersonen van de burger;

(b)

de burger bezoeken en controleren of de behandeling in de gevangenis aan minimumnormen voldoet ;

(b)

de burger bezoeken en ervoor zorgen dat de detentieomstandigheden aan minimumnormen voldoen ;

(c)

de burger informatie verstrekken over de rechten van gedetineerden .

(c)

de burger informatie verstrekken over zijn/haar rechten;

 

(c bis)

ervoor zorgen dat de burger toegang heeft tot degelijk juridisch advies.

Amendement 37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 3

3.   De ambassade of het consulaat brengt bij de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit verslag uit telkens nadat zij/het die burger heeft bezocht en nadat is gecontroleerd of de behandeling in de gevangenis aan minimumnormen voldoet . Zij/het stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit onverwijld in kennis van klachten wegens slechte behandeling.

3.   De ambassade of het consulaat brengt bij de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit verslag uit telkens nadat zij/het die burger heeft bezocht en nadat is gecontroleerd of de detentieomstandigheden aan minimumnormen voldoen . Zij/het stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit onverwijld in kennis van klachten wegens slechte behandeling en van de maatregelen die zijn genomen om dergelijke slechte behandeling te voorkomen en om de naleving van de minimumnormen voor detentieomstandigheden te waarborgen .

Amendement 38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 4

4.   De ambassade of het consulaat stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit in kennis van de informatie die zij/het aan de burger heeft verstrekt over diens rechten. De ambassade of het consulaat treedt op als tussenpersoon, onder meer door bijstand te verlenen bij het opstellen van verzoeken om gratie of vervroegde invrijheidstelling en wanneer de burger om zijn overplaatsing wenst te verzoeken. Zo nodig treedt zij/het op als tussenpersoon wanneer juridische kosten worden betaald via de diplomatieke of consulaire instanties van de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit.

4.   De ambassade of het consulaat stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit in kennis van de informatie die zij/het aan de burger heeft verstrekt over diens rechten. De ambassade of het consulaat treedt op als tussenpersoon, onder meer door ervoor te zorgen dat de burger toegang heeft tot degelijk juridisch advies en rechtsbijstand, onder andere door het opstellen van verzoeken om gratie of vervroegde invrijheidstelling en wanneer de burger om zijn overplaatsing wenst te verzoeken. Zo nodig treedt zij/het op als tussenpersoon wanneer juridische kosten worden betaald via de diplomatieke of consulaire instanties van de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit.

Amendement 39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

1.   Wanneer een niet-vertegenwoordigde burger het slachtoffer is van een misdrijf, nemen de ambassades of consulaten van de lidstaten, onverminderd artikel 6, lid 1, met name de volgende maatregelen:

1.   Wanneer een niet-vertegenwoordigde burger het slachtoffer is van een misdrijf of het slachtoffer dreigt te worden van een misdrijf , nemen de ambassades of consulaten van de lidstaten, onverminderd artikel 6, lid 1, met name de volgende maatregelen:

(a)

bijstand bij het informeren van familieleden of andere contactpersonen van de burger, voor zover de burger dat wenst;

(a)

bijstand bij het informeren van familieleden of andere contactpersonen van de burger, voor zover de burger dat wenst;

(b)

de burger informatie en/of bijstand verstrekken betreffende relevante juridische en gezondheidskwesties.

(b)

de burger informatie en/of bijstand verstrekken betreffende gezondheidskwesties ;

 

(b bis)

de burger informatie verstrekken over zijn rechten en toegang verschaffen tot degelijke juridische bijstand en advies .

Amendement 40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 2

2.   De ambassade of het consulaat stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit in kennis van het incident, de ernst ervan en de verleende bijstand en onderhoudt contact met de familieleden of andere contactpersonen van de burger, mits de burger , voor zover mogelijk, daarvoor zijn toestemming heeft gegeven .

2.   De ambassade of het consulaat stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit in kennis van het incident, de ernst ervan en de verleende bijstand . Die lidstaat onderhoudt contact met de familieleden of andere contactpersonen van de burger, tenzij die burger geweigerd heeft daarvoor toestemming te geven .

Amendement 41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – lid 2

2.   De ambassade of het consulaat stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit in kennis van het incident, de ernst ervan en de verleende bijstand en onderhoudt indien nodig contact met de familieleden of andere contactpersonen van het slachtoffer. De ambassade of het consulaat brengt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit ervan op de hoogte dat er een medische evacuatie moet worden uitgevoerd. Behalve in gevallen van uiterste spoedeisendheid, moet de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit vooraf zijn toestemming geven voor een medische evacuatie.

2.   De ambassade of het consulaat stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit in kennis van het incident, de ernst ervan en de verleende bijstand . Die lidstaat onderhoudt contact met de familieleden of andere contactpersonen van het slachtoffer, tenzij die burger geweigerd heeft daarvoor toestemming te geven . De ambassade of het consulaat brengt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit ervan op de hoogte dat er een medische evacuatie moet worden uitgevoerd. Behalve in gevallen van uiterste spoedeisendheid, moet de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit vooraf zijn toestemming geven voor een medische evacuatie.

Amendement 42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 bis (nieuw)

 

Artikel 11 bis

Samenwerking op plaatselijk niveau

Bij bijeenkomsten over plaatselijke samenwerking wordt regelmatig informatie uitgewisseld over niet-vertegenwoordigde burgers, over kwesties als veiligheid van burgers, detentieomstandigheden of toegang tot consulaire diensten. Tenzij centraal anders is overeengekomen door de betrokken ministeries van Buitenlandse Zaken, wordt op plaatselijk niveau beslist of de voorzitter een vertegenwoordiger van een lidstaat of van de delegatie van de Unie is. De voorzitter verzamelt relevante contactgegevens en werkt deze regelmatig bij, met name met betrekking tot de contactpunten van niet-vertegenwoordigde lidstaten, en verstrekt deze gegevens aan de plaatselijke ambassades en consulaten en de delegatie van de Unie.

Amendement 43

Voorstel voor een richtlijn

Hoofdstuk 3 en artikel 12

HOOFDSTUK 3

Financiële procedures

Artikel 12

Algemene regels

Wanneer een niet-vertegenwoordigde burger verzoekt om bijstand in de vorm van een voorschot of repatriëring, is, onverminderd artikel 6, lid 1, de volgende procedure van toepassing:

(a)

de niet-vertegenwoordigde burger verbindt zich ertoe de lidstaat waarvan hij de nationaliteit bezit het voorschot of de gemaakte kosten volledig terug te betalen, plus eventueel een consulair recht, met gebruikmaking van het modelformulier in bijlage 1;

(b)

indien de bijstand verlenende ambassade of het bijstand verlenende consulaat dit verlangt, verstrekt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit onverwijld de nodige informatie over het verzoek en vermeldt hij of er eventueel een consulair recht verschuldigd is;

(c)

de bijstand verlenende ambassade of het bijstand verlenende consulaat stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit, in kennis van elk verzoek om een voorschot of repatriëring dat door haar/hem is behandeld;

(d)

op schriftelijk verzoek van de bijstand verlenende ambassade of het bijstand verlenende consulaat, waarbij het formulier van bijlage I wordt gebruikt, betaalt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit het voorschot of de gemaakte kosten volledig terug.

Schrappen

Amendement 44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13

Artikel 13

Vereenvoudigde procedure in crisissituaties

1.     In crisissituaties coördineert de bijstand verlenende ambassade of het bijstand verlenende consulaat de evacuatie van niet-vertegenwoordigde burgers of alle andere nodige hulpmaatregelen, met de lidstaat waarvan die burgers de nationaliteit bezitten.

De bijstand verlenende lidstaat dient verzoeken om terugbetaling van de kosten voor dergelijke evacuaties of hulpmaatregelen in bij het ministerie van Buitenlandse Zaken van de lidstaat waarvan de betrokken burger de nationaliteit bezit. De bijstand verlenende lidstaat kan om terugbetaling verzoeken zelfs wanneer de niet-vertegenwoordigde burger geen verbintenis tot terugbetaling in de zin van artikel 12, onder a), heeft ondertekend.

Deze bepaling belet niet dat de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit terugbetaling vordert op grond van nationale regels.

2.     Bij grote crisissen worden de kosten voor evacuaties of hulpmaatregelen op verzoek van de bijstand verlenende lidstaat pro rata terugbetaald door de lidstaat waarvan de burgers de nationaliteit bezitten, waarbij de totale kosten worden gedeeld door het aantal bijgestane burgers.

3.     Wanneer de kosten niet kunnen worden berekend, kan de bijstand verlenende lidstaat om terugbetaling verzoeken op basis van de in bijlage 2 vermelde vaste bedragen voor het soort steun dat is verleend.

4.     Wanneer de bijstand verlenende lidstaat voor de bijstand financiële steun heeft gekregen in het kader van het EU-mechanisme voor civiele bescherming, wordt elke bijdrage van de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit, bepaald na aftrek van de bijdrage van de Unie.

5.     Voor verzoeken om terugbetaling worden de gemeenschappelijke formulieren van bijlage 2 gebruikt.

Schrappen

Amendement 45

Voorstel voor een richtlijn

Hoofdstuk 4 – titel

Samenwerking en coördinatie op plaatselijk niveau en in crisissituaties

Samenwerking en coördinatie in crisissituaties

Amendement 46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14

Artikel 14

Samenwerking op plaatselijk niveau

Bij bijeenkomsten over plaatselijke samenwerking wordt regelmatig informatie uitgewisseld over niet-vertegenwoordigde burgers, over kwesties als veiligheid van burgers, leefomstandigheden in gevangenissen of toegang tot consulaire diensten. Tenzij centraal anders is overeengekomen door de betrokken ministeries van Buitenlandse Zaken, wordt op plaatselijk niveau beslist of de voorzitter een vertegenwoordiger van een lidstaat of van de delegatie van de Unie is. De voorzitter verzamelt relevante contactgegevens en werkt deze regelmatig bij, met name met betrekking tot de contactpunten van niet-vertegenwoordigde lidstaten, en deelt deze gegevens met de plaatselijke ambassades en consulaten en de delegatie van de Unie.

Schrappen

Amendement 47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 1

1.    Om te komen tot een alomvattende paraatheid wordt in de plannen voor plaatselijke noodsituaties ook rekening gehouden met niet-vertegenwoordigde burgers. De in een derde land vertegenwoordigde lidstaten coördineren onderling en met de delegatie van de Unie de noodplannen. Zij bereiken overeenstemming over de respectieve taken om ervoor te zorgen dat niet-vertegenwoordigde burgers in crisissituaties volledige bijstand krijgen, zij wijzen vertegenwoordigers voor verzamelplaatsen aan, en zij stellen niet-vertegenwoordigde burgers onder dezelfde voorwaarden als eigen onderdanen in kennis van regelingen inzake crisisparaatheid.

1.    De delegaties van de Unie coördineren de plannen voor noodsituaties onder de lidstaten met het oog op volledige paraatheid, waaronder de taakverdeling om ervoor te zorgen dat niet-vertegenwoordigde burgers in crisissituaties volledige bijstand krijgen , de aanwijzing van vertegenwoordigers voor verzamelplaatsen alsook de inkennisstelling van niet-vertegenwoordigde burgers onder dezelfde voorwaarden als eigen onderdanen van regelingen inzake crisisparaatheid.

Amendement 48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – lid 2

2.   Bij een crisis werken de lidstaten en de Unie nauw samen om niet-vertegenwoordigde burgers doeltreffend te kunnen bijstaan. De lidstaten en de Unie stellen elkaar tijdig in kennis van de beschikbare evacuatiecapaciteit. Op verzoek kunnen de lidstaten steun krijgen van bestaande interventieteams op het niveau van de Unie, met inbegrip van consulaire deskundigen, met name uit niet-vertegenwoordigde lidstaten.

2.   Bij een crisis werken de lidstaten en de EDEO nauw samen om niet-vertegenwoordigde burgers doeltreffend te kunnen bijstaan. De delegatie van de Unie coördineert de tijdige uitwisseling van informatie over de beschikbare evacuatiecapaciteit , coördineert de evacuatie zelf en verleent de nodige bijstand bij de evacuatie, met mogelijke ondersteuning van bestaande interventieteams op het niveau van de Unie, met inbegrip van consulaire deskundigen, met name uit niet-vertegenwoordigde lidstaten.

Amendement 49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – titel

Leidende staat

Coördinatie bij de voorbereiding op en in het geval van crisissituaties

Amendement 50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 1

 

1.    In de zin van deze richtlijn wordt onder de leidende staat/staten verstaan een of meer lidstaten in een bepaald derde land die belast zijn met het coördineren en leiden van de bijstand wat betreft de crisisparaatheid en de crisissituaties; daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan niet-vertegenwoordigde burgers.

1.    De delegaties van de Unie worden belast met het coördineren en verlenen van de bijstand wat betreft de crisisparaatheid en de crisissituaties; daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan niet-vertegenwoordigde burgers.

Amendement 51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 2

2.     Een lidstaat wordt in een bepaald derde land aangewezen als leidende staat wanneer hij zijn voornemen daartoe heeft meegedeeld via het bestaande beveiligde communicatienetwerk; tenzij een andere lidstaat daartegen bezwaar aantekent binnen dertig dagen of de voorgestelde leidende staat zich via hetbeveiligde communicatienetwerk afmeldt. Indien meerdere lidstaten de taak van leidende staat gezamenlijk willen vervullen, melden zij dat voornemen gezamenlijk via het beveiligde communicatienetwerk. Bij een crisis kunnen een of meer lidstaten deze taak onmiddellijk op zich nemen en zulks binnen 24 uur meedelen. De lidstaten kunnen het aanbod afwijzen, maar hun onderdanen en andere potentiële begunstigden blijven, conform artikel 6, lid 1, in aanmerking komen voor bijstand van de leidende staat. Indien er geen leidende staat is, komen de ter plaatse vertegenwoordigde lidstaten overeen welke lidstaat de bijstand voor niet-vertegenwoordigde burgers zal coördineren.

Schrappen

Amendement 52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 3

3.   Om paraat te zijn bij crisissituaties zorgt/zorgen de leidende staat/staten ervoor dat er bij de noodplannen van de ambassades en consulaten naar behoren rekening wordt gehouden met niet-vertegenwoordigde burgers, dat de noodplannen onderling verenigbaar zijn en dat de ambassades en consulaten en de delegaties van de Unie naar behoren zijn geïnformeerd over deze regelingen.

3.   Om paraat te zijn bij crisissituaties zorgt de delegatie van de Unie ervoor dat er bij de noodplannen van de ambassades en consulaten naar behoren rekening wordt gehouden met niet-vertegenwoordigde burgers, dat de noodplannen onderling verenigbaar zijn en dat de ambassades en consulaten naar behoren zijn geïnformeerd over deze regelingen.

Amendement 53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – lid 4

4.   Bij een crisis wordt/worden de leidende staat/staten of de lidstaat die de bijstand coördineert, belast met het coördineren en leiden van de bijstand en het bijeenbrengen en, in voorkomend geval, evacueren van niet-vertegenwoordigde burgers naar een veilige plaats, met de steun van de andere betrokken lidstaten. Hij/zij zorgt/zorgen ook voor een contactpunt voor niet-vertegenwoordigde lidstaten, via hetwelk deze lidstaten informatie kunnen krijgen over hun burgers en de vereiste bijstand kunnen coördineren. De leidende staat/staten of de lidstaat die de bijstand voor niet-vertegenwoordigde burgers coördineert, kan/kunnen in voorkomend geval gebruik maken van instrumenten zoals het EU-mechanisme voor civiele bescherming en de structuren voor crisisbeheersing van de Europese dienst voor extern optreden. De lidstaten verstrekken de leidende staat/staten of de lidstaat die de bijstand coördineert alle relevante informatie over hun niet-vertegenwoordigde burgers die bij een crisissituatie zijn betrokken.

4.   Bij een crisis wordt de delegatie van de Unie belast met het coördineren en leiden van de bijstand en het bijeenbrengen van niet-vertegenwoordigde burgers en het coördineren van de evacuatie naar een veilige plaats, met de steun van de betrokken lidstaten. De delegatie zorgt ook voor een contactpunt voor niet-vertegenwoordigde lidstaten, via hetwelk deze lidstaten informatie kunnen krijgen over hun burgers en de vereiste bijstand kunnen coördineren. De delegatie van de Unie en de betrokken lidstaten kunnen in voorkomend geval gebruik maken van instrumenten zoals het EU-mechanisme voor civiele bescherming en de structuren voor crisisbeheersing van de Europese dienst voor extern optreden. De lidstaten verstrekken de delegatie van de Unie alle relevante informatie over hun niet-vertegenwoordigde burgers die bij een crisissituatie zijn betrokken.

Amendement 54

Voorstel voor een richtlijn

Hoofdstuk 4 bis (nieuw)

 

HOOFDSTUK 4 bis

Financiële procedures

Amendement 55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 bis (nieuw)

 

Artikel 16 bis

Algemene regels

Wanneer een niet-vertegenwoordigde burger verzoekt om bijstand in de vorm van een voorschot of repatriëring uit hoofde van artikel 6, lid 1, is de volgende procedure van toepassing:

(a)

de niet-vertegenwoordigde burger verbindt zich ertoe de lidstaat waarvan hij of zij de nationaliteit bezit het voorschot of de gemaakte kosten volledig terug te betalen, plus eventueel een consulair recht, met gebruikmaking van het modelformulier in bijlage 1;

(b)

indien de bijstand verlenende ambassade of het bijstand verlenende consulaat dit verlangt, verstrekt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit onverwijld de nodige informatie over het verzoek, met daarbij de vermelding of er eventueel een consulair recht verschuldigd is;

(c)

de bijstand verlenende ambassade of het bijstand verlenende consulaat stelt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit, in kennis van elk verzoek om een voorschot of repatriëring dat in behandeling is genomen;

(d)

op schriftelijk verzoek van de bijstand verlenende ambassade of het bijstand verlenende consulaat, waarbij het formulier van bijlage I wordt gebruikt, betaalt de lidstaat waarvan de burger de nationaliteit bezit een eventueel voorschot of gemaakte kosten volledig terug.

Amendement 56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 ter (nieuw)

 

Artikel 16 ter

Vereenvoudigde procedure in crisissituaties

1.     In crisissituaties coördineert de delegatie van de Unie de evacuatie van of andere nodige steun aan een niet-vertegenwoordigde burger, met de lidstaat waarvan die burger de nationaliteit bezit.

2.     De EDEO beschikt over de nodige financiële middelen voor de coördinatie en het verlenen van bijstand voor crisisparaatheid en crisissituaties.

Amendement 57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 bis (nieuw)

 

Artikel 18 bis

Wijzigingen in de bijlagen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 18 ter handelingen vast te stellen voor eventuele wijzigingen in de bijlagen.

Amendement 58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 ter (nieuw)

 

Artikel 18 ter

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.     De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.     De in artikel 18 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van … (1).

3.     Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 18 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit vermelde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.     Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.     Een krachtens artikel 18 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement, noch de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie voor het verstrijken van die termijn heeft meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.


(1)   Datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.