Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Partijen

IN ZAAK 42/79 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN HET VERWALTUNGSGERICHT FRANKFURT/MAIN , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

FIRMA MILCH , FETT- UND EIER-KONTOR GMBH , TE HAMBURG ,

EN

BUNDESANSTALT FUR LANDWIRTSCHAFTLICHE MARKTORDNUNG , TE FRANKFURT/MAIN ,

Onderwerp

OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN DE TERM ' ' OVERMACHT ' ' IN ARTIKEL 4 , LID 3 , VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE VAN 28 AUGUSTUS 1968 BETREFFENDE DE VERKOOP VAN BOTER UIT DE OPENBARE OPSLAG , BESTEMD VOOR DE UITVOER ( PB L 214 VAN 1968 , BLZ . 10 ),

Overwegingen van het arrest

1 BIJ BESCHIKKING VAN 22 FEBRUARI 1979 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 12 MAART 1979 , HEEFT HET VERWALTUNGSGERICHT FRANKFURT/MAIN KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG HET HOF VAN JUSTITIE TWEE VRAGEN GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN VERORDENING NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE VAN 28 AUGUSTUS 1968 BETREFFENDE DE VERKOOP VAN BOTER UIT DE OPENBARE OPSLAG , BETEMD VOOR DE UITVOER ( PB L 214 VAN 1968 , BLZ . 10 )

2 DEZE VRAGEN ZIJN GEREZEN IN EEN GESCHIL TUSSEN DE BUNDESANSTALT FUR LANDWIRTSCHAFTLICHE MARKTORDNUNG , HET DUITSE INTERVENTIEBUREAU VOOR MELK EN ZUIVELPRODUKTEN , EN VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING , DIE KRACHTENS VERORDENING NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE IN DE PERIODE VAN 21 JULI TOT 14 OKTOBER 1970 VAN VOORNOEMD BUREAU TEGEN VERLAAGDE PRIJS BEPAALDE HOEVEELHEDEN BOTER UIT DE OPENBARE OPSLAG HAD GEKOCHT . OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 3 VAN VOORNOEMDE VERORDENING DIENDE DE BOTER TE WORDEN UITGEVOERD BINNEN 30 DAGEN NA DE VERKOOP DOOR HET INTERVENTIEBUREAU . VERZOEKSTER VERKOCHT BEDOELDE HOEVEELHEID BOTER DOOR AAN EEN ANDERE VENNOOTSCHAP , DIE ZE ECHTER NIET EXPORTEERDE . MET HET OOG DAAROP BESLOOT HET DUITSE INTERVENTIEBUREAU TOT VERBEURDVERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 4 VAN VERORDENING NR . 1308/68 DOOR VERZOEKSTER GESTELDE WAARBORGSOM EN TOT TERUGVORDERING VAN HET REEDS VRIJGEGEVEN GEDEELTE DAARVAN . VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING ACHT DEZE BESLISSING ONWETTIG OP GROND DAT DE PROCURATIEHOUDER VAN DE VENNOOTSCHAP WAARAAN ZIJ DE BOTER HAD DOORVERKOCHT , DEZE AAN DE WETTELIJKE BESTEMMING HEEFT ONTTROKKEN ; DIT ZOU EEN GEVAL VAN OVERMACHT OPLEVEREN , DAT OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 4 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1308/68 TOT VRIJGIFTE VAN DE WAARBORGSOM ZOU MOETEN LEIDEN .

3 DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE HEEFT VASTGESTELD DAT TUSSEN VERZOEKSTER EN BEDOELDE VENNOOTSCHAP NAUWE ECONOMISCHE BANDEN BESTONDEN , EN DAT DE PROCURATIEHOUDER VAN DEZE VENNOOTSCHAP , DIE VAN 1 OKTOBER 1968 TOT 31 MEI 1969 BIJ VERZOEKSTER IN DIENST WAS , ENKELE MALEN STRAFRECHTELIJK WAS VEROORDEELD , OOK REEDS IN DE TIJD VOOR DE LAATSTE VERKOOP VAN DE BOTER . DE NATIONALE RECHTER HEEFT HET HOF DE VOLGENDE VRAGEN VOORGELEGD :

' ' A ) IS ER SPRAKE VAN EEN GEVAL VAN OVERMACHT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 4 , LID 3 , VAN VERORDENING NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE VAN 28 AUGUSTUS 1968 ( PB L 214 VAN 1968 , BLZ . 10 ) EN VAN DE DESBETREFFENDE RECHTSPRAAK , WANNEER EEN PROCURATIEHOUDER , EIGENMACHTIG EN TEN NADELE VAN DE EXPORTERENDE FIRMA , DOOR STRAFBARE HANDELINGEN DE UITVOER ONMOGELIJK MAAKT , EN ZO JA , IS DAN , IN VERBAND MET DE ZORGVULDIGHEIDSPLICHT , VAN BELANG OF DE VERANTWOORDELIJKE PERSONEN VAN VERZOEKSTER ( DIRECTEUREN , VENNOTEN ) KENNIS HEBBEN GEHAD VAN HET STRAFBLAD VAN DE PROCURATIEHOUDER , HETZIJ BIJ DIENS AANSTELLING HETZIJ LATER?

B)GELDEN DE BEGINSELEN VAN ' S HOFS ARREST VAN 11 . 5 . 1977 ( GEVOEGDE ZAKEN 99-100/76 ) ENKEL MET BETREKKING TOT DE AAN DAT ARREST TEN GRONDSLAG LIGGENDE VERORDENING NR . 1259/72 , OF OOK MET BETREKKING TOT DE SUB A ) GENOEMDE VERORDENING , ZODAT VERZOEKSTER VOOR DE STRAFBARE GEDRAGINGEN VAN HAAR CONTRACTPARTNER ZOU HEBBEN OP TE KOMEN?

' '

4 BEZIET MEN DEZE VRAGEN TEZAMEN , DAN BLIJKT DAT ZIJ IN WEZEN TWEE PROBLEMEN OPWERPEN . VOOREERST MOET WORDEN ONDERZOCHT OF VERORDENING NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE VAN 28 AUGUSTUS 1968 IN DIE ZIN MOET WORDEN UITGELEGD , DAT DE KOPER VAN IN PRIJS VERLAAGDE BOTER UIT DE OPENBARE OPSLAG AAN DE DERDE AAN WIE HIJ DE BOTER MET HET OOG OP DE UITVOER DOORVERKOOPT , DE VER BINTENISSEN KAN OVERDRAGEN DIE HIJ JEGENS HET INTERVENTIEBUREAU HEEFT AANGEGAAN , DAN WEL OF HIJ ZELF TEGENOVER HET BUREAU DIENT IN TE STAAN VOOR HET JUISTE GEBRUIK VAN DE WAAR EN DERHALVE OOK AANSPRAKELIJK IS VOOR EEN EVENTUELE SCHULD VAN ZIJN CONTRACTPARTNER . VERVOLGENS RIJST DE VRAAG OF DE EERSTE KOPER MET EEN BEROEP OP OVERMACHT ALS BEDOELD IN VERORDENING NR . 1308/68 ZIJN WAARBORGSOM KAN TERUGVRAGEN WANNEER DE UITVOER VAN DE AAN EEN DERDE DOORVERKOCHTE BOTER IN DE DOOR DE NATIONALE RECHTER BESCHREVEN OMTSTANDIGHEDEN ONMOGELIJK WORDT GEMAAKT DOOR STRAFBARE GEDRAGINGEN VAN DE PROCURATIEHOUDER VAN DIE DERDE .

HET EERSTE PROBLEEM

5 IN HET ARREST VAN 11 MAART 1977 ( GEVOEGDE ZAKEN 99 EN 100/76 ), DE BESTE BOTER EN HOCHE , JURISPR . 1977 , BLZ . 861 ) BETREFFENDE DE UITLEGGING VAN VERORDENING NR . 1259/72 VAN DE COMMISSIE VAN 16 JUNI 1972 ( PB L 139 VAN 1972 , BLZ . 18 ) INZAKE DE VERKOOP TEGEN VERLAAGDE PRIJS VAN OPSLAGBOTER AAN BEPAALDE ONDERNEMINGEN DIE ZICH ONDER WAARBORGSTELLING ERTOE VERBINDEN DE BOTER TOT BEPAALDE VOEDINGSWAREN TE VERWERKEN OF TE DOEN VERWERKEN , OVERWOOG HET HOF DAT AAN DE DOELTREFFENDHEID VAN DE BIJ DIE VERORDENING INGEVOERDE REGELING ' ' ERNSTIG AFBREUK ZOU WORDEN GEDAAN INDIEN DE DOOR DE INSCHRIJVER ONDER WAARBORGSTELLING AANVAARDE VERBINTENIS REEDS ALS NAGEKOMEN ZOU WORDEN BESCHOUWD BIJ OVERNEMING VAN DE VERWERKINGSVERPLICHTING DOOR EEN LATERE KOPER , DIE JEGENS DE BEVOEGDE AUTORITEIT IN GEEN ENKEL OPZICHT JURIDISCH IS GEBONDEN . ' ' HET HOF CONCLUDEERDE DAN OOK , DAT ' ' OOK WANNEER DE INSCHRIJVER DE VERWERKINGSPRODUKTEN NIET ZELF VERVAARDIGT , VOOR DE VRIJGIFTE VAN DE VERWERKINGSWAARBORG HET BEWIJS WORDT VERLANGD DAT DE VERWERKINGSPRODUKTEN AAN DE IN ARTIKEL 6 , LID 1 , SUB C , DER VERORDENING GESTELDE VOORWAARDEN VOLDOEN EN BINNEN DE DAAR GENOEMDE TERMIJN ZIJN VERVAARDIGD . ' '

6 ZOWEL IN HAAR DOELSTELLINGEN ALS IN HAAR VOORNAAMSTE BEPALINGEN VERTOONT VERORDENING NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE EEN STERKE OVEREENKOMST MET VOORNOEMDE VERORDENING NR . 1259/72 . OOK VERORDENING NR . 1308/68 BEOOGT DE VERMINDERING VAN DE GROTE BOTERVOORRADEN BIJ DE LANDBOUWINTERVENTIEBUREAUS EN VOERT DAARTOE EEN BIJZONDERE REGELING IN VOOR DE VERKOOP DOOR DE BUREAUS VAN DE BOTEROVERSCHOTTEN TEGEN VERLAAGDE PRIJS AAN PERSONEN DIE ZICH DAARBIJ VERPLICHTEN DE BOTER BINNEN EEN BEPAALDE TERMIJN DAADWERKELIJK NAAR DERDE LANDEN UIT TE VOEREN . EVENALS VERORDENING NR . 1259/72 BEPAALT OOK VERORDENING NR . 1308/68 IN ARTIKEL 4 DAT DE KOPER , ALS GARANTIE DAT HIJ DE BOTER VOOR HAAR WETTELIJKE BESTEMMING ZAL GEBRUIKEN , EEN WAARBORG MOET STELLEN DIE , BEHALVE IN GEVAL VAN OVERMACHT , WORDT VERBEURD INDIEN DE BOTER NIET BINNEN VOORNOEMDE TERMIJN WORDT UITGEVOERD EN DIE ENKEL WORDT VRIJGEGEVEN VOOR DE HOEVEELHEID WAARVAN DE UITVOER IS BEWEZEN . DE VERSCHILLEN TUSSEN BEIDE VERORDENINGEN VOOR WAT DE WETTELIJKE BESTEMMING VAN DE OPSLAGBOTER BETREFT - AFZET OP DE WERELDMARKT IN HET GEVAL VAN VERORDENING NR . 1308/68 , EN AFZET IN DE VOEDINGSINDUSTRIE IN HET GEVAL VAN VERORDENING NR . 1259/72 - , HEBBEN UITSLUITEND BETREKKING OP DE KEUZE VAN DE MEEST PASSENDE MIDDELEN OM NIEUWE AFZETMOGELIJKHEDEN TE SCHEPPEN VOOR DE BOTEROVERSCHOTTEN , MAAR RAKEN NIET AAN DE STRUCTUUR VAN BEIDE VERORDENINGEN , DIE IN WEZEN DEZELFDE IS .

7 GEZIEN DEZE OVEREENKOMST , GELDEN DE BEGINSELEN DIE HET HOF IN HET KADER VAN VERORDENING NR . 1259/72 HEEFT VASTGESTELD INZAKE DE VERPLICHTING VAN DE KOPER OM EROP TOE TE ZIEN DAT DE WAAR ZIJN WETTELIJKE BESTEMMING BEREIKT , OOK VOOR VERORDENING NR . 1308/68 . HET FEIT DAT DEZE VERORDENING GEEN BEPALING BEVAT DIE VERGELIJKBAAR IS MET DIE VAN ARTIKEL 10 , LID 5 , VAN VERORDENING NR . 1259/72 , LUIDENDE DAT ' ' DE UIT DE INSCHRIJVINGEN VOORTVLOEIENDE RECHTEN EN VERPLICHTINGEN NIET OVERDRAAGBAAR ZIJN ' ' , KAN NIET BETEKENEN DAT VERORDENING NR . 1308/68 DE KOPER DE MOGELIJKHEID BIEDT ZICH DOOR MIDDEL VAN DOORVERKOOP VAN DE BOTER TE BEVRIJDEN VAN ZIJN VERPLICHTING TOT DAADWERKELIJKE UITVOER VAN DE WAAR BINNEN DE IN DE VERORDENING VOORGESCHREVEN TERMIJN . ZOALS EERDER WERD UITEENGEZET , ZOU DOOR EEN DERGELIJKE MOGELIJKHEID DE REGELING VAN VERORDENING NR . 1308/68 GEEN SLUITEND GEHEEL MEER VORMEN , EN ZOUDEN DE DOELSTELLINGEN EN DE GOEDE WERKING ERVAN IN GEVAAR WORDEN GEBRACHT . DAARENBOVEN STELT ARTIKEL 4 , LID 3 , VAN DE VERORDENING DE DAADWERKELIJKE UITVOER VAN DE BOTER ALS NOODZAKELIJKE VOORWAARDE VOOR DE VRIJGIFTE VAN DE WAARBORG ; DAARUIT BLIJKT DUIDELIJK DAT ZOLANG DE BOTER NIET IS UITGEVOERD , DE EERSTE KOPER VAN DE BOTER , DIE DE WAAR HEEFT DOORVERKOCHT , DE WAARBORGSOM NIET KAN TERUGKRIJGEN EN , BEHOUDENS GEVAL VAN OVERMACHT , AANSPRAKELIJK BLIJFT VOOR DE GEDRAGINGEN VAN ZIJN CONTRACTPARTNER .

8 DERHALVE MOET WORDEN GEANTWOORD DAT VERORDENING NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE ALDUS MOET WORDEN UITGELEGD , DAT DE KOPER VAN OPSLAGBOTER , DIE DE WAAR NIET ZELF UITVOERT , MAAR ZE TE DIEN EINDE DOORVERKOOPT AAN EEN DERDE , AANSPRAKELIJK IS VOOR ONRECHTMATIG GEDRAG VAN ZIJN CONTRACTPARTNER EN DE WAARBORG SLECHTS TERUGKRIJGT INDIEN DE UITVOER DAADWERKELIJK EN BINNEN DE IN DE VERORDENING BEPAALDE TERMIJN HEEFT PLAATSGEHAD .

HET TWEEDE PROBLEEM

9 DE GESTELDE VRAGEN DOEN VERDER HET PROBLEEM RIJZEN OF DE KOPER VAN OPSLAGBOTER , DIE DE WAAR MET HET OOG OP DE UITVOER HEEFT DOORVERKOCHT AAN EEN DERDE , BEVRIJD IS VAN ZIJN VERPLICHTING JEGENS HET INTERVENTIEBUREAU TEN AANZIEN VAN DE VOORGESCHREVEN BESTEMMING VAN DE GOEDEREN EN MET EEN BEROEP OP OVERMACHT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 4 , LID 3 , EERSTE ALINEA , VAN VERORDENING NR . 1308/68 VRIJGIFTE VAN DE WAARBORG KAN VERLANGEN , INDIEN DE UITVOER VAN DE BOTER ONMOGELIJK WORDT WEGENS TEN NADELE VAN BEDOELDE DERDE DOOR DIENS PROCURATIEHOUDER BEGANE STRAFBARE GEDRAGINGEN .

10 UIT DE DOELSTELLINGEN EN BEPALINGEN VAN DE ONDERHAVIGE LANDBOUWVERORDENING BLIJKT DAT HET BEGRIP OVERMACHT IN DE ZIN VAN VOORNOEMD ARTIKEL 4 , LID 3 , EERSTE ALINEA , MOET WORDEN VERSTAAN ALS EEN VOLSTREKTE ONMOGELIJKHEID DIE TE WIJTEN IS AAN BUITENGEWONE EN AAN DE KOPER VAN DE OPSLAGBOTER GEHEEL VREEMDE OMSTANDIGHEDEN WAARVAN DE GEVOLGEN , IN WEERWIL VAN ALLE MOGELIJKE VOORZORGEN , NIET DAN TEN KOSTE VAN BUITENSPORIGE OFFERS HADDEN KUNNEN WORDEN VERMEDEN . OFSCHOON VERORDENING NR . 1308/68 DE DOORVERKOOP VAN OPSLAGBOTER NIET UITDRUKKELIJK VERBIEDT , BLIJKT TOCH UIT DE AARD VAN DE VOOR DE VERPLICHTE UITVOER VAN DE WAAR NOODZAKELIJKE VERRICHTINGEN , DIE NIET DE TUSSENKOMST VERGEN VAN EEN GESPECIALISEERDE ONDERNEMING , EN UIT DE KORTE VOOR DE EXPORT VOORGESCHREVEN TERMIJN , DAT IN DE REGELING VAN VERORDENING NR . 1308/68 DE DOOR HET INTERVENTIEBUREAU VERKOCHTE BOTER NORMALITER NIET MEER BINNEN DE GEMEENSCHAP DIENT TE WORDEN DOORVERKOCHT . ALS DE EERSTE KOPER IN WEERWIL VAN DEZE REGELING TOCH BESLUIT DE BOTER VOOR UITVOER DOOR TE VERKOPEN , DAN DRAAGT HIJ JEGENS HET INTERVENTIEBUREAU ALLE RISICO ' S DIE EEN ZORGVULDIG KOOPMAN BIJ EEN DERGELIJKE TRANSACTIE REDELIJKERWIJS KAN EN MOET VOORZIEN , DAARONDER BEGREPEN HET RISICO DAT DE BOTER DOOR BEDRIEGLIJKE HANDELINGEN VAN EEN PROCURATIEHOUDER VAN DE DERDE AAN HAAR BESTEMMING WORDT ONTTROKKEN . DE MOGELIJKHEID VAN EEN DERGELIJKE GEDRAGING IS VOOR DE KOPER , INZONDERHEID IN DE DOOR DE NATIONALE RECHTER BESCHREVEN OMSTANDIGHEDEN , GEEN VOLSTREKT ONVOORZIENBAAR RISICO . DE ONMOGELIJKHEID OM DE BOTER DAADWERKELIJK UIT TE VOEREN , WAARIN DE KOPER DOOR VORENBEDOELDE VERDUISTERING KOMT TE VERKEREN , KAN DERHALVE NIET WORDEN BESCHOUWD ALS EEN BUITENGEWONE EN ABNORMALE TOESTAND DIE ALLE KENMERKEN VERTOONT VAN OVERMACHT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 4 , LID 3 , ALINEA 1 , VAN VERORDENING NR . 1308/68 , WAARDOOR DE EERSTE KOPER VAN DE OPSLAGBOTER ZOU WORDEN BEVRIJD VAN ZIJN JEGENS HET INTERVENTIEBUREAU AANGEGANE VERBINTENIS MET BETREKKING TOT DE WETTELIJKE BESTEMMING VAN DE BOTER .

11 MITSDIEN MOET AAN DE NATIONALE RECHTER WORDEN GEANTWOORD DAT , WANNEER DE KOPER VAN OPSLAGBOTER ALS BEDOELD IN VERORDENING NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE VAN 28 AUGUSTUS 1968 , DE WAAR MET HET OOG OP DE DOOR DE VERORDENING VOORGESCHREVEN UITVOER DOORVERKOOPT AAN EEN DERDE , DE ONMOGELIJKHEID TOT EXPORTEN WEGENS VERDUISTERING VAN DE BOTER ALS GEVOLG VAN TEN NADELE VAN BEDOELDE DERDE DOOR DIENS PROCURATIEHOUDER BEGANE STRAFBARE GEDRAGINGEN , GEEN GEVAL VAN OVERMACHT VORMT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 4 , LID 3 , ALINEA 1 , VAN VOORNOEMDE VERORDENING EN DERHALVE VOOR DE NIET UITGEVOERDE HOEVEELHEDEN NIET LEIDT TOT VRIJGIFTE VAN DE KRACHTENS ARTIKEL 4 , LID 1 , VAN DE VERORDENING GESTELDE WAARBORG .

Beslissing inzake de kosten

DE KOSTEN

12 DE KOSTEN DOOR DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE ( EERSTE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR HET VERWALTUNGSGERICHT FRANKFURT/MAIN BIJ BESCHIKKING VAN 22 FEBRUARI 1979 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 . VERORDENING NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT DE KOPER VAN OPSLAGBOTER , DIE DE WAAR NIET ZELF UITVOERT , MAAR ZE TE DIEN EINDE DOORVERKOOPT AAN EEN DERDE , AANSPRAKELIJK IS VOOR ONRECHTMATIG GEDRAG VAN ZIJN CONTRACTPARTNER EN DE WAARBORG SLECHTS TERUGKRIJGT INDIEN DE UITVOER DAADWERKELIJK EN BINNEN DE IN DE VERORDENING BEPAALDE TERMIJN HEEFT PLAATSGEHAD .

2 . WANNEER DE KOPER VAN OPSLAGBOTER ALS BEDOELD IN VERORDENING NR . 1308/68 VAN DE COMMISSIE VAN 28 AUGUSTUS 1968 , DE WAAR MET HET OOG OP DE DOOR DE VERORDENING VOORGESCHREVEN UITVOER DOORVERKOOPT AAN EEN DERDE , VORMT DE ONMOGELIJKHEID TOT EXPORTEREN WEGENS VERDUISTERING VAN DE BOTER ALS GEVOLG VAN TEN NADELE VAN BEDOELDE DERDE DOOR DIENS PROCURATIEHOUDER BEGANE STRAFBARE GEDRAGINGEN , GEEN GEVAL VAN OVERMACHT IN DE ZIN VAN ARTIKEL 4 , LID 3 , ALINEA 1 , VAN VOORNOEMDE VERORDENING , EN LEIDT ZIJ VOOR DE NIET UITGEVOERDE HOEVEELHEDEN DERHALVE NIET TOT VRIJGIFTE VAN DE KRACHTENS ARTIKEL 4 , LID 1 , VAN DE VERORDENING GESTELDE WAARBORGSOM .