Conclusie van de advocaat generaal

Conclusie van de advocaat generaal

++++

Mijnheer de President,

mijne heren Rechters,

1. In deze zaak claimt een wijnproducent het alleenrecht op het gebruik van de naam "Château de Calce" voor de omschrijving van een wijn die in de wijnkelders van het château is bereid uit druiven die zijn geteeld op een gedeelte van het oorspronkelijke domein van het château.

De antecedenten van de zaak

2. Aan de zaak ligt een gebeurtenis van meer dan een eeuw geleden ten grondslag. Op 14 augustus 1863 werd het domein dat bekend stond onder de naam "Château de Calce" te Calce-par-Rivesaltes (Pyrénées-Orientales, Frankrijk), door de eigenaars verdeeld en werden de afzonderlijke delen aan 47 dorpelingen verkocht. Het domein bestond uit een château, dat het oorspronkelijke middeleeuwse landhuis en de omliggende wijngaarden omvatte. Die wijngaarden zijn nog steeds in het bezit van de erfgenamen van de dorpelingen en worden door hen ook bewerkt. De wijn uit die wijngaarden geniet de appellation d' origine contrôlée "Côtes du Roussillon". De producenten hebben een cooeperatieve vereniging opgericht, de Société coopérative de Calce (hierna: de "cooeperatie"), die de tweede verweerster in het hoofdgeding is. De wijn van die producenten wordt kennelijk bereid in de gebouwen van de cooeperatie, uit druiven die in de wijngaarden van de individuele leden zijn geoogst.

3. Het centrale gedeelte van het oorspronkelijke château is thans in het bezit van C. Lafforgue, die eveneens drie hectaren wijngaard bezit, welke oorspronkelijk tot het domein behoorden. Lafforgue en haar broer F. Baux, verzoekers in het hoofdgeding, produceren wijn uit die wijngaarden (die eveneens als "Côtes du Roussillon" wordt aangeduid) en maken daarbij gebruik van materieel dat zich in het château bevindt. Een gedeelte van het château is aangekocht door de vennootschap SCI Château de Calce, een vennootschap die de tweede verweerster voor dat doel heeft opgericht. Die vennootschap is de eerste verweerster in het hoofdgeding.

4. Op 28 juli 1986 lieten verzoekers de naam "Château Lafforgue" bij de bevoegde nationale autoriteiten inschrijven. Naar Frans recht krijgt de eigenaar van de naam door een dergelijke inschrijving het alleenrecht op het gebruik van die naam voor de door hem bereide wijn. Volgens verzoekers hadden de autoriteiten eerder hun verzoek om de naam "Château de Calce" te laten inschrijven afgewezen en hadden zij hun in plaats daarvan de keuze gegeven tussen "Château Lafforgue" en "Chateau de Calce-Lafforgue". In december 1986 slaagde de cooeperatie er echter in, de naam "Chateau de Calce" te laten inschrijven. Daarop stelden verzoekers beroep in bij het Tribunal de grande instance de Perpignan, waar zij het alleenrecht op het gebruik van de naam "Château de Calce" vorderden. Het beroep slaagde, doch de Cour d' appel de Montpellier vernietigde in hoger beroep het vonnis van het Tribunal de grande instance. Terwijl het Tribunal de grande instance had geoordeeld, dat Lafforgues eigendomsrecht op een aantal centrale gedeelten van het historische château haar het alleenrecht op het gebruik van de naam "Château de Calce" gaf, oordeelde de Cour d' appel, dat alle rechtsopvolgers van de oorspronkelijke kopers van het verdeelde domein, en dus ook de cooeperatie, dit recht hadden. Aangezien de cooeperatie als eerste deze naam had laten inschrijven, mocht zij die naam gebruiken zonder enige toevoeging. Verzoekers was niet het recht ontzegd, die naam te gebruiken, hun was enkel gevraagd deze te combineren met de toevoeging "Lafforgue". Van dit arrest kwamen verzoekers in cassatie bij de Cour de cassation.

5. De Cour de cassation is van mening, dat de zaak vragen over het gemeenschapsrecht doet rijzen en heeft het Hof derhalve twee prejudiciële vragen gesteld. Die vragen hebben naar verluidt betrekking op artikel 5, lid 1, van verordening (EEG) nr. 997/81(1) van de Commissie en op "elke andere toepasselijke bepaling"(2) en zij luiden als volgt:

"1) Kan die bepaling worden toegepast wanneer wijnbouwers op gronden van het domein van een château dat is verdeeld, wijn met een appellation d' origine contrôlée produceren en zich hebben verenigd in een cooeperatie, in de gebouwen waarvan de druivenoogst tot wijn wordt verwerkt?

2) Is het antwoord verschillend wanneer de cooeperatie onder haar leden wijnbouwers telt wier gronden niet tot het voormalige domein van het château behoren?"

6. Hierna zal ik eerst ingaan op de relevante gemeenschapsbepalingen en vervolgens onderzoeken, hoe de vragen dienen te worden beantwoord.

De gemeenschapsbepalingen

7. De basisbepalingen van het gemeenschapsrecht inzake de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt zijn voor het eerst gecodificeerd bij verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad.(3) Artikel 54 van die verordening bepaalt, dat de Raad algemene voorschriften vaststelt met betrekking tot de omschrijving en de aanbiedingsvorm van de in de verordening genoemde produkten. Op grond van die bepaling heeft de Raad verordening (EEG) nr. 355/79(4) vastgesteld. In titel I (artikelen 1 tot 38) van die verordening, welke titel twee hoofdstukken omvat, zijn voorschriften voor de omschrijving van wijnen vastgesteld. Hoofdstuk I (artikelen 2 tot 26) heeft betrekking op de omschrijving van de produkten uit de Gemeenschap, terwijl hoofdstuk II (artikelen 27 tot 38) betrekking heeft op de omschrijving van produkten van oorsprong uit derde landen. Afdeling B (artikelen 12 tot 21) van hoofdstuk I geldt voor wijnen die worden aangeduid als "in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (v.q.p.r.d.)", dat wil zeggen wijnen die voldoen aan de voorschriften van verordening (EEG) nr. 338/79 van de Raad.(5) Tot die wijnen behoort met name Franse wijn die wordt aangeduid met een "appellation d' origine contrôlée" (zoals de wijn waar het in de onderhavige zaak om gaat).(6)

8. Artikel 12, lid 1, van verordening nr. 355/79 bepaalt, welke gegevens de etikettering van v.q.p.r.d. moet vermelden. Artikel 12, lid 2, luidt als volgt:

"Voor v.q.p.r.d. kan de omschrijving op de etikettering worden aangevuld met de vermelding:

(...)

m) van de naam van het wijnbouwbedrijf of de vereniging van wijnbouwbedrijven waar de betrokken v.q.p.r.d. is verkregen en die het prestige daarvan kan verhogen, voor zover deze vermelding is geregeld in uitvoeringsbepalingen of bij gebreke daarvan door de producerende Lid-Staat;

(...)

q) dat het bottelen is verricht

° hetzij in het wijnbouwbedrijf waar de voor de wijn gebruikte druiven zijn geoogst en tot wijn zijn bereid,

° hetzij door een vereniging van wijnbouwbedrijven,

° hetzij in een onderneming gevestigd in het aangegeven bepaalde wijnbouwgebied of in de onmiddellijke nabijheid van dit gebied waarmee de wijnbouwbedrijven waar de gebruikte druiven zijn geoogst, in het kader van een vereniging van wijnbouwbedrijven zijn verbonden, en die deze druiven tot wijn heeft verwerkt;

(...)"(7)

Voor wijnen die niet onder de "v.q.p.r.d.", maar onder de "tafelwijnen" worden ingedeeld en met een geografische aanduiding worden omschreven, gelden soortgelijke bepalingen: zie artikel 2, lid 3, sub f, dat overeenkomt met artikel 12, lid 2, sub q, en artikel 2, lid 3, sub g, dat overeenkomt met artikel 12, lid 2, sub m.

9. De artikelen 2, lid 3, sub g, en 12, lid 2, sub m, van verordening nr. 355/79 zijn uitgevoerd bij artikel 5, lid 1, van verordening nr. 997/81(8), dat luidt als volgt:

"Voor de aanduiding van de naam van het wijnbouwbedrijf waar de betrokken wijn werd verkregen overeenkomstig artikel 2, lid 3, sub g, en artikel 12, lid 2, sub m, van verordening (EEG) nr. 355/79, mogen de termen

° 'château' , 'domaine' ,

[en overeenkomstige uitdrukkingen in andere gemeenschapstalen]

(...)

alleen worden vermeld indien de betrokken wijn uitsluitend afkomstig is van druiven(9) geoogst in wijngaarden die deel uitmaken van dat wijnbouwbedrijf en indien de druiven in dat wijnbouwbedrijf tot wijn zijn verwerkt."

Artikel 5, lid 2, sub a en b, staat de Lid-Staten toe, het gebruik van de in lid 1 genoemde termen verder te beperken. Voorts bepaalt artikel 5, lid 3:

"De aanduiding van de naam van het wijnbouwbedrijf of van de vereniging van wijnbouwbedrijven als bedoeld in artikel 28, lid 2, sub l, van verordening (EEG) nr. 355/79, omvat soortgelijke termen als die welke zijn vermeld in lid 1."

Artikel 5, lid 3, geeft dus uitvoering aan artikel 28, lid 2, sub l, van verordening nr. 355/79. Volgens laatstgenoemde bepaling mag de etikettering van uit derde landen ingevoerde wijn worden aangevuld met:

"de naam van het wijnbouwbedrijf of van de vereniging van wijnbouwbedrijven waar de betrokken wijn is verkregen, welke het prestige van deze wijn kan verhogen, voor zover deze vermelding is vastgesteld in bepalingen van het derde land van oorsprong".

De bewoordingen van artikel 28, lid 2, sub l, komen dus nagenoeg overeen met die van de artikelen 2, lid 3, sub g, en 12, lid 2, sub m.

10. Aan de artikelen 2, lid 3, sub f, en 12, lid 2, sub q, van verordening nr. 355/79 is uitvoering gegeven bij artikel 17, lid 1, van verordening nr. 997/81, dat luidt als volgt:

"De in artikel 2, lid 3, sub f, en in artikel 12, lid 2, sub q, (...) bedoelde vermeldingen zijn:

(...)

b) voor Franse wijn: 'mis en bouteille à la propriété' , 'mise d' origine' , 'mis en bouteille par les producteurs réunis' , en, wanneer is voldaan aan de voorwaarden van artikel 5 van deze verordening, 'mis en bouteille au château' of 'mis en bouteille au domaine' ;

(...)"

11. Ten slotte bepaalt artikel 43, lid 1, van verordening nr. 355/79:

"De omschrijving en de aanbiedingsvorm van de (...) produkten (...) mogen geen aanleiding kunnen geven tot verwarring over aard, oorsprong en samenstelling van het produkt met betrekking tot de in de artikelen 2, 12, 27, 28 en 29 bedoelde vermeldingen."(10)

12. Ten tijde van de inleiding van het hoofdgeding waren de toepasselijke bepalingen die van verordening nr. 355/79 en verordening nr. 997/81, en niet de bepalingen die opnieuw zijn vastgesteld bij verordening nr. 2392/89 respectievelijk verordening nr. 3201/90, ofschoon laatstgenoemde bepalingen thans gelden. Aangezien het in het hoofdgeding gevorderde ten dele betrekking heeft op de periode waarin de eerdere verordeningen golden, zal ik naar die verordeningen blijven verwijzen. Zoals wij hebben gezien, zijn de relevante bepalingen hoe dan ook grotendeels gelijk in beide reeksen verordeningen.

De middelen en argumenten van partijen

13. Partijen in het hoofdgeding, de Commissie en de Franse en de Italiaanse regering hebben schriftelijke opmerkingen ingediend. Met uitzondering van de Italiaanse regering, waren alle partijen ter terechtzitting aanwezig.

14. Verzoekers betwisten niet, dat aan een cooeperatie van wijnbouwers onder omstandigheden kan worden toegestaan, een naam waarin de term "château" voorkomt, te gebruiken om de door de cooeperatie geproduceerde wijn te omschrijven. Huns inziens kan dit echter alleen worden toegestaan, indien aan twee voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats mag het château waarnaar de naam verwijst, geen eigendom zijn van een andere wijnbouwer, die in dat geval de enige is die de betrokken naam mag gebruiken. In de tweede plaats moeten de door de leden van de cooeperatie aangewende wijnbouwtechnieken voldoende eenvormigheid vertonen, met name wat betreft het oogsten van de druiven en de verwerking ervan tot wijn, en het opslaan en bottelen van de wijn. Daarbij komt, dat indien sommige leden van de cooeperatie land bebouwen dat geen deel uitmaakt van het domein van het château, de wijn met de naam van het château afzonderlijk dient te worden bereid en uitsluitend mag worden bereid van druiven die afkomstig zijn van gronden die tot het domein behoren.

15. Verweersters zijn daarentegen van mening, dat een naam met de term "château" kan worden gebruikt voor de omschrijving van wijn die door één enkel wijnbouwbedrijf is bereid. Het beslissende criterium daarbij is, of het betrokken bedrijf onder controle van één enkele economische eenheid staat. Aangezien een cooeperatie vereniging van wijnproducenten volgens verweersters als een dergelijke eenheid moet worden aangemerkt, stellen dezen voor, de eerste vraag met een onvoorwaardelijk "ja" te beantwoorden. De term château zou dus kunnen worden gebruikt om de door een dergelijke cooeperatie geproduceerde wijn aan te duiden. Met betrekking tot de tweede vraag zijn verweersters van mening, dat de omstandigheid dat sommige leden van de cooeperatie land bebouwen dat niet tot het oorspronkelijke domein van het château behoort, niets verandert aan het antwoord op de eerste vraag, op voorwaarde dat de bereiding van wijn van druiven afkomstig van het domein van het château wordt gescheiden van die van de druiven van andere gronden.

16. Volgens de Commissie staat het in wezen aan het nationale recht, uit te maken welke wijnproducent het recht heeft om de naam "Château de Calce" te gebruiken, met dien verstande dat de bepalingen van artikel 5, lid 1, van verordening nr. 977/81 in acht moeten worden genomen. Die bepalingen eisen echter alleen, dat de wijn uitsluitend wordt bereid van druiven geoogst in wijngaarden die deel uitmaken van het wijnbouwbedrijf, en dat de druiven daar tot wijn zijn verwerkt. Dat de betrokken gronden zijn opgedeeld in een aantal afzonderlijke wijngaarden die elk door een ander lid van een cooeperatie worden bebouwd, sluit de toepassing van artikel 5, lid 1, niet uit. Ondanks haar bewoordingen kan die bepaling zowel worden toegepast op een cooeperatie van wijnbouwbedrijven als op één enkel wijnbouwbedrijf, zolang het bereiden van de wijn maar gezamenlijk geschiedt. Volgens de Commissie wordt de toepassing van artikel 5, lid 1, evenmin geraakt door de omstandigheid dat sommige leden van de cooeperatie land bebouwen dat niet tot het oorspronkelijke domein van het château behoort.

17. Volgens de Franse regering staat het gemeenschapsrecht niet eraan in de weg, dat een cooeperatie van wijnproducenten of de individuele leden daarvan de term "château" gebruiken. Naar Frans recht bezit een landbouwcooeperatie een eigen rechtspersoonlijkheid, los van die van haar leden; een cooeperatie van wijnbouwers is dus meer dan slechts een groep van verschillende producenten. Anderzijds kan een cooeperatie ten aanzien van haar leden niet echt als een "derde partij" worden aangemerkt, aangezien zij slechts is opgericht om de werkzaamheden van haar leden voort te zetten en te vergemakkelijken. Volgens de Franse regering volgt hieruit, dat de term "château" mag worden gebruikt ter aanduiding van de wijn van een producent die lid is van een cooeperatie, zelfs al wordt de wijnbereiding door de cooeperatieve verricht, zolang de wijn die uit de oogst van de producent wordt bereid, maar gescheiden blijft van de andere door de cooeperatie bereide wijn. Hetzelfde zou gelden wanneer een aantal producenten gezamenlijk gebruik maken van de faciliteiten van de cooeperatie.

18. De Italiaanse regering stelt, dat volgens artikel 5, lid 1, de term "château" niet mag worden gebruikt om wijn aan te duiden die is bereid uit druiven die zijn geoogst op gronden die niet meer tot het domein van een château behoren. Dit zou het geval zijn wanneer het oorspronkelijke domein is verdeeld en de afzonderlijke delen zijn verkocht.

Bespreking van de vragen

19. Voor de beantwoording van de vragen is het duidelijk van belang, onderscheid te maken tussen de punten die uitsluitend tot het nationale recht behoren, en de punten die vragen van gemeenschapsrecht aan de orde stellen.

20. Eén van de kernvragen in het hoofdgeding is, of de eigenaars van het gebouw dat bekend staat onder de naam "Château de Calce", het alleenrecht hebben op het gebruik van die naam voor de omschrijving van, onder andere, wijn die is bereid uit druiven die zijn geoogst op gronden die oorspronkelijk tot het domein van het château behoorden. Mij lijkt echter, dat de bepalingen van verordening nr. 997/81 niet rechtstreeks relevant zijn voor die vraag. Er dient met name op te worden gewezen, dat artikel 5, lid 1, van de verordening geen onderscheid maakt tussen het gebruik van de termen "château" en "domaine" (of tussen "Schloss", "Domaene" en "Burg"). Voor de toepassing van die bepaling lijkt het derhalve niet relevant, wie nu eigenaar is van het château, ofschoon dit uiteraard wel relevant kan zijn naar nationaal recht. Het blijkt namelijk, dat aan de cooeperatie was geadviseerd, delen van het château aan te kopen om zo haar recht op gebruik van de naam naar Frans recht veilig te stellen. Daarentegen lijkt ook het Franse recht niet te eisen, dat de wijn die als "Château de Calce" wordt omschreven, in de ruimten van het château zelf is bereid.

21. Althans met betrekking tot de door een enkel wijnbouwbedrijf bereide wijn stelt artikel 5, lid 1, in wezen twee voorwaarden: de wijn moet uitsluitend afkomstig zijn van druiven geoogst in wijngaarden die deel uitmaken van dat wijnbouwbedrijf, en de druiven moeten in dat wijnbouwbedrijf tot wijn zijn verwerkt. Zoals gezegd, gelden die vereisten eveneens voor het gebruik van de termen "château" en "domaine". De producerende Lid-Staat kan natuurlijk krachtens artikel 5, lid 2, sub a, van de verordening aanvullende criteria vaststellen voor het gebruik van die termen. Zo kan het vanuit het oogpunt van de verbruiker wenselijk worden geacht, te verlangen, dat wijn die de naam van een bepaald château draagt, wordt bereid van druiven die zijn geoogst in wijngaarden die enige band hebben met het oorspronkelijke château. Men zou namelijk kunnen stellen, dat een dergelijk vereiste noodzakelijk is om de verbruiker overeenkomstig artikel 43, lid 1, van verordening nr. 355/79 te beschermen tegen onjuiste en misleidende informatie (zie arrest van 25 februari 1981, Weigand(11)). In de onderhavige zaak is het echter duidelijk, dat zowel verzoekers als verweersters kunnen claimen, een band te hebben met het château, ook al laat men hun eigendom van gedeelten van het château buiten beschouwing. Zowel verzoekers als de tweede verweerster produceren immers wijn die afkomstig is van druiven die zijn geoogst in wijngaarden die oorspronkelijk deel uitmaakten van het domein van het château. Of hun wijn daarom passender kan worden aangeduid als afkomstig van het "Château de Calce" of van het "Domaine de Calce", is een vraag die alleen de Franse rechter kan beantwoorden, zoals ook alleen de Franse rechter in staat is, de juiste grenzen van het betrokken domein te bepalen. Dit zijn kwesties van nationaal recht en van de toepassing van het nationale recht op de feiten.

22. Het is bovendien duidelijk, dat geen vraag rijst over de uitlegging van de richtlijn betreffende het merkenrecht.(12) Verzoekers verwijzen in hun schriftelijke opmerkingen naar artikel 4, lid 4, sub c-i, van die richtlijn, waarin wordt bepaald, dat inschrijving van een merk kan worden geweigerd of kan worden nietigverklaard, indien en voor zover het gebruik ervan is verboden op grond van een ouder recht op een naam. De Lid-Staten kunnen evenwel vrij bepalen, of zij dit doen. Het zou in elk geval aan de nationale rechter staan, uit te maken welke rechten er op de naam "Château de Calce" bestonden vóór de indiening van het verzoek om die naam als merk in te schrijven.

23. De enige vragen die moeten worden behandeld, zijn daarom, of voor de toepassing van artikel 5, lid 1, van verordening nr. 997/81 kan worden aangenomen, dat het oogsten van de druiven en het bereiden van de wijn in hetzelfde "wijnbouwbedrijf" plaatsvinden. Derhalve moet worden onderzocht, of voor de toepassing van artikel 5, lid 1, kan worden aangenomen, dat de druiven die worden gebruikt voor de bereiding van wijn die als "Château de Calce" wordt omschreven, zijn geoogst in een "wijnbouwbedrijf", en of kan worden aangenomen, dat de wijn is bereid in dat "wijnbouwbedrijf". Zoals gezegd, worden de druiven zelf, ofschoon de cooeperatie verantwoordelijk is voor de verwerking ervan tot wijn, geoogst op gronden die aan individuele leden van de cooeperatie toebehoren. Mijns inziens moet een cooeperatie van wijnproducenten die geen wijn produceert die afkomstig is van eigen wijngaarden, voor de toepassing van de verordening eerder als een groepering van bedrijven dan als één enkel bedrijf worden beschouwd. Hieruit volgt, dat de als "Château de Calce" omschreven wijn niet wordt bereid van druiven die in één wijnbouwbedrijf zijn geoogst, maar van de oogst van een vereniging van wijnbouwbedrijven, waarvan elk bedrijf in het bezit is van een individueel lid van de cooeperatie en door deze wordt geëxploiteerd.(13)

24. Derhalve rijst de vraag, of een vereniging van wijnbouwbedrijven kan worden geacht te voldoen aan de in artikel 5, lid 1, neergelegde voorwaarden voor het gebruik van de termen "château" of "domaine". In tegenstelling tot een aantal andere bepalingen van de verordening, verwijst artikel 5, lid 1, niet uitdrukkelijk naar verenigingen van wijnbouwbedrijven. Artikel 5, lid 2, sub c, bepaalt echter, dat elke producerende Lid-Staat:

"het gebruik van andere soortgelijke termen (kan) reserveren voor wijn die volledig afkomstig is van druiven die zijn geoogst in wijngaarden die deel uitmaken van het aldus omschreven wijnbouwbedrijf of van de aldus omschreven vereniging van wijnbouwbedrijven, op voorwaarde dat de druiven in dat bedrijf of door die vereniging van bedrijven tot wijn zijn verwerkt" (eigen cursivering).

Zoals wij hebben gezien, geldt ook artikel 5, lid 3, voor de "naam van het wijnbouwbedrijf of van de vereniging van wijnbouwbedrijven als bedoeld in artikel 28, lid 2, sub l, van verordening (EEG) nr. 355/79", en bepaalt het, dat de aanduiding van een dergelijke naam "soortgelijke termen (omvat) als die welke zijn vermeld in lid 1". Zoals gezegd, zijn zowel artikel 5, lid 1, als artikel 5, lid 2, vastgesteld ter uitvoering van artikel 12, lid 2, sub m, van verordening nr. 355/79, dat verwijst naar "de naam van het wijnbouwbedrijf of de vereniging van wijnbouwbedrijven waar de betrokken v.q.p.r.d. is verkregen"(14), en bevat artikel 28, lid 2, sub l, een overeenkomstige bepaling voor uit derde landen ingevoerde wijn.(15)

25. Gelet op die bepalingen kan artikel 5, lid 1, van verordening nr. 997/81 aldus worden uitgelegd, dat het althans in sommige omstandigheden van toepassing is op namen die een vereniging van wijnbouwbedrijven aanduiden, en niet alleen op een naam die één enkel wijnbouwbedrijf aanduidt. Bij een dergelijke ruime uitlegging van artikel 5, lid 1, dient men echter de doelstellingen van die bepaling voor ogen te houden.

26. Die doelstellingen worden genoemd in de considerans van de verordening. Zo luidt de zesde overweging van de considerans:

"(..) dat bepaalde vermeldingen en aanduidingen een commerciële waarde hebben of het prestige van het aangeboden produkt kunnen verhogen zonder dat zij echt noodzakelijk zijn; dat het dienstig lijkt deze vermeldingen en aanduidingen toe te staan, voor zover zij gerechtvaardigd zijn en geen aanleiding geven tot misverstand ten aanzien van de kwaliteit van het produkt; dat het niettemin dienstig lijkt, wegens het specifieke karakter van sommige van deze vermeldingen, de Lid-Staten toe te staan de aan de belanghebbenden geboden mogelijkheden op dat gebied te beperken".

Die overweging lijkt aan zowel artikel 2, lid 3, als aan artikel 5, lid 1, van de verordening ten grondslag te liggen. Artikel 2, lid 3, bevat een lijst van aanduidingen (bij voorbeeld "Grand cru classé", "Cru bourgeois") die op de etikettering van een v.q.p.r.d. kunnen worden vermeld; het geeft uitvoering aan artikel 12, lid 2, sub i, van verordening nr. 355/79, dat het gebruik van aanvullende traditionele aanduidingen toestaat "wanneer deze worden gebruikt onder de voorwaarden, neergelegd in de wetgeving van de producerende Lid-Staat, en worden opgenomen in een nog vast te stellen lijst".

27. Het is duidelijk, dat het gebruik van termen als die genoemd in de artikelen 2, lid 3, en 5, lid 1, van verordening nr. 997/81, die de waarde of het prestige van het produkt kunnen verhogen, een zekere mate van eenvormigheid en vastheid in de kwaliteit van het ten verkoop aangeboden produkt onderstelt. Gelijk in de zesde overweging van de considerans duidelijk wordt gezegd, mag de term geen aanleiding geven tot misverstand ten aanzien van de kwaliteit van het produkt, een voorwaarde die eveneens duidelijk blijkt uit artikel 43, lid 1, van verordening nr. 355/79.(16) Wanneer een wijn wordt omschreven als afkomstig van een wijnbouwbedrijf dat de naam van een bijzonder "château" of "domaine" draagt, wordt duidelijk gesuggereerd, dat het produktieproces onder toezicht staat van een individuele producent, die er belang bij heeft de kwaliteit en de reputatie van zijn produkt te handhaven. De Lid-Staten mogen het gebruik van dergelijke traditionele aanduidingen dus blijven toestaan, mits er geen verkeerde suggestie wordt gewekt.

28. Die uitlegging van het met artikel 5, lid 1, van verordening nr. 977/81 beoogde doel, wordt bevestigd door de 27ste overweging van de considerans van de verordening.(17) Daarin staat te lezen:

"(...) dat de aanduiding luidens welke een wijn is gebotteld in het wijnbouwbedrijf waar de voor de vervaardiging ervan aangewende druiven zijn geoogst en tot wijn zijn verwerkt of is gebotteld in gelijkwaardige omstandigheden, tot uitdrukking brengt dat alle produktiestadia van die wijn hebben plaatsgevonden onder het beheer en de verantwoordelijkheid van dezelfde natuurlijke of rechtspersoon, zodat de aldus verkregen wijn een deel der kopers een groter vertrouwen inboezemt; dat de vermeldingen die mogen worden aangewend om deze inlichting te verstrekken derhalve nader moeten worden bepaald".(18)

29. Het is juist, dat de 27ste overweging betrekking heeft op termen betreffende het bottelen van de wijn, en niet op termen die alleen het bedrijf aangeven waar de wijn is geproduceerd. Die overweging vormt daarom veeleer de grondslag voor artikel 17, lid 1, van de verordening dan voor artikel 5, lid 1. Anderzijds zijn die twee bepalingen duidelijk nauw verbonden en hebben zij in wezen betrekking op hetzelfde probleem. Zo impliceert de vermelding, dat een wijn is gebotteld als in artikel 17, lid 1, is omschreven, dat niet alleen het bottelen, maar ook de eerdere produktiestadia onder toezicht van één leidinggevende instantie hebben plaatsgevonden. Hieruit volgt, dat een producent slechts zou mogen worden toegestaan een vermelding als "mis en bouteille au château" te gebruiken, indien kan worden gegarandeerd, dat dit toezicht gedurende het gehele proces van de wijnbereiding door één enkele instantie is uitgeoefend. Volgens artikel 17, lid 1, mag de vermelding "mis en bouteille au château" worden gebruikt wanneer naast de vervulling van de vereisten betreffende het bottelen, ook is voldaan aan de voorwaarden van artikel 5. Hieruit lijkt te volgen, dat ook artikel 5 in het licht van de in de 27ste overweging genoemde doelstelling moet worden uitgelegd.

30. Met betrekking tot de produktiestadia vóór het bottelen is het gebruik van de termen "château" en "domaine" daarom afhankelijk van soortgelijke voorwaarden als die welke gelden voor de in artikel 17, lid 1, genoemde vermeldingen. Voor de termen "château" en "domaine" (en dus ook voor de vermeldingen "mis en bouteille au château" en "mis en bouteille au domaine") kunnen zelfs nog strengere voorwaarden worden gesteld dan voor de andere in artikel 17, lid 1, sub b, genoemde vermeldingen, te weten "mis en bouteille à la propriété", "mise d' origine" en "mis en bouteille par les producteurs réunis". Met name in één opzicht lijken de voorwaarden voor de toepassing van artikel 5, lid 1, strenger. Zoals wij hebben gezien, geven de artikelen 5, lid 1, en 17, lid 1, van verordening nr. 997/81 uitvoering aan artikel 12, lid 2, sub m, respectievelijk sub q, van verordening nr. 355/79.(19) Artikel 12, lid 2, sub m, geldt voor twee soorten namen: de naam van een "wijnbouwbedrijf" en de naam van de "vereniging van wijnbouwbedrijven" waar de betrokken wijn is verkregen. Artikel 12, lid 2, sub q, geldt daarentegen voor drie gevallen, te weten wijnen gebotteld "in het wijnbouwbedrijf", wijnen gebotteld "door een vereniging van wijnbouwbedrijven" en wijnen gebotteld in een onderneming waarmee de wijnbouwbedrijven waar de gebruikte druiven zijn geoogst, in het kader van een vereniging van wijnbouwbedrijven zijn verbonden.(20)

31. Zoals ik reeds heb aangegeven, kan artikel 5, lid 1, van verordening nr. 997/81 aldus worden uitgelegd, dat het gebruik van de termen "château" en "domaine" niet alleen is toegestaan indien de wijn wordt geproduceerd door één enkel wijnbouwbedrijf, maar eveneens indien dit geschiedt door een vereniging van wijnbouwbedrijven. Zoals wij hebben gezien, vindt een dergelijke uitlegging zowel steun in de bewoordingen van artikel 12, lid 2, sub m, van verordening nr. 355/79, waaraan door artikel 5, lid 1, uitvoering is gegeven, als in die van artikel 5, leden 2 en 3.(21) Artikel 5, lid 1, lijkt daarentegen niet te kunnen worden toegepast op gevallen waarin de wijn niet wordt bereid door een vereniging van de wijnbouwbedrijven waar de gebruikte druiven zijn geoogst, maar door een afzonderlijk onderneming waarmee de wijnbouwbedrijven zijn verbonden. Artikel 12, lid 2, sub m, van verordening nr. 355/79 noch de andere bepalingen van artikel 5 van verordening nr. 997/81 voorzien immers in een dergelijke mogelijkheid. Derhalve ben ik van mening, dat wanneer wijn wordt bereid van druiven geoogst in de wijngaarden van een vereniging van wijnbouwbedrijven, een minimumvoorwaarde voor de toepassing van artikel 5, lid 1, is, dat de wijn is bereid in de gebouwen van de vereniging of althans onder omstandigheden die gelijkwaardige garanties bieden. Dergelijke garanties zouden aanwezig zijn, wanneer de wijnbereiding plaatsvindt onder daadwerkelijk leiding, nauw en permanent toezicht en uitsluitende verantwoordelijkheid van de cooeperatie (zie arrest van 18 oktober 1988, Goldenes Rheinhessen(22)).

32. Derhalve concludeer ik, dat de aanduiding "château" ter omschrijving van door een vereniging van wijnbouwbedrijven geproduceerde wijn mag worden gebruikt wanneer aan drie voorwaarden is voldaan. In de eerste plaats moet de wijn uitsluitend afkomstig zijn van druiven die zijn geoogst in wijngaarden die tot het genoemde domein behoren. In de tweede plaats moet de wijn zijn bereid in de gebouwen van de vereniging of onder gelijkwaardige omstandigheden. In de derde plaats dient de wijnbereiding te geschieden onder toezicht van één leidinggevende instantie, bij voorbeeld het bestuur van een cooeperatie. Is aan deze voorwaarden voldaan, dan kan de term "château" mijns inziens zelfs worden gebruikt wanneer de gronden van het domein zijn verdeeld en thans aan de individuele leden van de vereniging toebehoren.

33. Ik wil hieraan toevoegen, dat de stadia van de wijnbereiding die onder toezicht van één enkele instantie moeten staan, alle stadia zijn vanaf het persen van de druiven. Uit het oogpunt van kwaliteitscontrole kan het natuurlijk wenselijk zijn, dat eerdere produktiestadia ook onder toezicht van de betrokken instantie staan. De considerans van verordening nr. 3886/89 van de Raad(23), die de thans geldende bepaling(24) ° die overeenkomt met artikel 12, lid 2, sub q, van verordening nr. 355/79 ° wijzigde, gelet op het arrest in de zaak Goldenes Rheinhessen, verwijst echter alleen naar de voorwaarde, "dat de verschillende produktiestadia, ten minste vanaf het stadium van het persen van de druiven, onder toezicht van de producent hebben gestaan" (eigen cursivering). De in de 27ste overweging van de considerans van verordening nr. 997/81 bedoelde "produktiestadia" lijken daarom niet aldus te moeten worden uitgelegd, dat zij ook eerdere stadia, zoals het selecteren, verbouwen en oogsten van de druiven, omvatten.(25) Een dergelijk vereiste kan mijns inziens evenmin worden afgeleid uit een andere gemeenschapsrechtelijke bron, zoals de zesde overweging van de considerans van de verordening(26) of de bewoordingen van artikel 12, lid 2, sub m, van verordening nr. 355/79.(27) Het nationale recht dient dus de eisen te stellen die voor de eerdere stadia noodzakelijk worden geacht.

34. Met haar tweede vraag wenst de Cour de cassation te vernemen, of het voor de toepassing van artikel 5, lid 1, enig verschil uitmaakt, dat de betrokken producenten lid zijn van een cooeperatie, waarvan eveneens wijnbouwers lid zijn wier wijngaarden niet tot het domein van het château behoren.

35. In een dergelijk geval bestaat er duidelijk gevaar, dat de wijn bereid van druiven die op het domein van het château zijn geoogst, wordt vermengd met wijn die van andere druiven is bereid. In dat geval zou de consument van de wijn natuurlijk worden misleid, aangezien de aanduiding van de wijn als (bij voorbeeld) "Château de Calce" niet langer zou garanderen, dat de wijn is bereid van druiven geoogst op de gronden van het château. Dit gevaar kan echter worden vermeden, indien betrouwbare procedures worden ingesteld om te verzekeren, dat de bereiding van wijn van druiven geoogst op gronden van het château afzonderlijk geschiedt. Indien aan die aanvullende voorwaarde is voldaan, bestaat er mijns inziens geen bezwaar tegen, dat de naam "Château de Calce" verder wordt gebruikt voor de omschrijving van wijn die van de juiste druiven is bereid. Zolang de bereiding van die wijn wordt gescheiden van de bereiding van alle andere wijnen die in diezelfde gebouwen plaatsvindt, zal het gebruik van die naam immers geen aanleiding geven tot verwarring over de aard, de oorsprong en de samenstelling van het produkt; de voorwaarden van artikel 43, lid 1, van verordening nr. 355/79 zijn dan vervuld.

36. Mitsdien geef ik het Hof in overweging, de vragen van de Cour de cassation te beantwoorden als volgt:

1) Artikel 5, lid 1, van verordening (EEG) nr. 997/81 van de Commissie of, naar gelang van de omstandigheden, artikel 6, lid 1, van verordening (EEG) nr. 3201/90 van de Commissie moet aldus worden uitgelegd, dat wanneer een aantal wijnbouwers druiven oogsten op gronden die oorspronkelijk deel uitmaakten van het domein van een château dat later is verdeeld, en de wijnbouwers zich voor het verwerken van die druiven tot wijn hebben verenigd in een cooeperatie, de term "château" mag worden gebruikt voor de omschrijving van die wijn, op voorwaarde dat:

a) de wijn uitsluitend wordt bereid van druiven geoogst op gronden die oorspronkelijk deel uitmaakten van het domein van het château;

b) de wijn wordt bereid in de gebouwen van de cooeperatie of onder gelijkwaardige omstandigheden;

c) alle produktiestadia, althans vanaf het persen van de druiven, onder toezicht en controle van één verantwoordelijke instantie staan.

2) Indien in diezelfde gebouwen evenwel ook wijn wordt bereid van druiven die zijn geoogst op gronden die geen deel uitmaakten van het domein van het château, moeten procedures worden ingesteld om te verzekeren, dat de bereiding van wijn van die druiven afzonderlijk geschiedt van de bereiding van wijn van druiven geoogst op het domein, en dat de wijn die wordt omschreven als afkomstig van het château, niet wordt vermengd met andere wijn.

(*) Oorspronkelijke taal: Engels.

(1) ° Verordening (EEG) nr. 997/81 van de Commissie van 26 maart 1981 houdende uitvoeringsbepalingen voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1981, L 106, blz. 1). De relevante bepalingen zijn ingetrokken en opnieuw vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 3201/90 van de Commissie van 16 oktober 1990 (PB 1990, L 309, blz. 1).

(2) ° Blijkens het verwijzingsarrest verwijst de Cour de cassation inzonderheid naar verordening (EEG) nr. 355/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van wijn en druivemost (PB 1979, L 54, blz. 99). De relevante bepalingen zijn ingetrokken en opnieuw vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 2392/89 van de Raad van 24 juli 1989 (PB 1989, L 232, blz. 13), zoals gewijzigd bij verordening (EEG) nr. 3886/89 van de Raad van 11 december 1989 (PB 1989, L 378, blz. 12).

(3) ° Verordening (EEG) nr. 337/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB 1979, L 54, blz. 1). Een volgende codificatie vond plaats bij verordening (EEG) nr. 822/87 van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (PB 1987, L 84, blz. 1).

(4) ° Aangehaald in voetnoot 2.

(5) ° Verordening (EEG) nr. 338/79 van de Raad van 5 februari 1979 houdende vaststelling van bijzondere bepalingen betreffende in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB 1979, L 54, blz. 48).

(6) ° Zie artikel 16, lid 2, sub b, van verordening nr. 338/79, aangehaald in voetnoot 5.

(7) ° Die bepalingen komen overeen met artikel 11, lid 2, sub m en q, van verordening nr. 2392/89. Artikel 11, lid 2, sub q, is gewijzigd bij artikel 1, lid 2, van verordening nr. 3886/89 (hierboven aangehaald in voetnoot 2); in de gewijzigde versie luidt het tweede gedachtenstreepje als volgt: hetzij in een groepering van wijnbouwbedrijven, voor zover de betrokken wijn door de wijnbouwbedrijven die lid zijn van deze groepering of door de groepering zelf is bereid uit in de betrokken wijnbouwbedrijven voortgebrachte druiven of most .

(8) ° Aangehaald in voetnoot 1. Zie thans artikel 6, lid 1, van verordening nr. 3201/90.

(9) ° Het woord wines in de Engelse versie van de verordening is kennelijk een vergissing; die vergissing wordt niet herhaald in artikel 6, lid 1, van verordening nr. 3201/90.

(10) ° De overeenkomstige bepaling van verordening nr. 2392/89, namelijk artikel 40, lid 1, is ° zij het uitvoeriger ° in soortgelijke bewoordingen gesteld.

(11) ° Zaak 56/80, Jurispr. 1981, blz. 583, r.o. 19.

(12) ° Eerste richtlijn van de Raad (89/104/EEG van 21 december 1988) betreffende de aanpassing van het merkenrecht der Lid-Staten (PB 1989, L 40, blz. 1).

(13) ° In artikel 5 van de Engelse versie van verordening nr. 997/81 worden de termen wine-growing holding en vineyard als synoniemen gebruikt. In de Franse versie zijn beide vertaald met exploitation viticole .

(14) ° Zie punt 8 hierboven.

(15) ° Zie punt 9.

(16) ° Hierboven aangehaald in punt 11.

(17) ° Die overweging is de 26ste overweging in de Engelse versie.

(18) ° De term wine-growing holding in die overweging is wederom een vertaling van de Franse term exploitation viticole , die, zoals wij hebben gezien, in artikel 5 wordt vertaald als vineyard en als wine-growing holding (zie voetnoot 13 hierboven). De termen vineyard en holding worden in de verordening echter niet altijd als synoniemen gebruikt (zie de uitdrukking vineyard belonging to the holding in artikel 4, lid 3). In dat geval is vineyard de vertaling van het Franse vignes in de uitdrukking (des) vignes faisant partie de l' exploitation viticole .

(19) ° Zie de punten 8 tot 10 hierboven.

(20) ° Er zij aan herinnerd, dat in het laatste geval de onderneming bovendien moet zijn gevestigd in het aangegeven bepaalde wijnbouwgebied of in de onmiddellijke nabijheid van dit gebied en de betrokken druiven tot wijn moet hebben verwerkt.

(21) ° Zie hierboven punt 24.

(22) ° Zaak 311/87, Jurispr. 1988, blz. 6295, r.o. 15.

(23) ° Aangehaald in voetnoot 2 hierboven.

(24) ° Namelijk artikel 11, lid 2, sub q, van verordening nr. 2392/89; zie voetnoot 7 hierboven.

(25) ° Cfr. de 28ste overweging van de considerans van verordening nr. 3201/90. De vraag, of de voorwaarde ook geldt voor de stadia van het oogsten en verbouwen van de druiven, wordt door advocaat-generaal Mischo behandeld in punt 19 van zijn conclusie in de zaak Goldenes Rheinhessen (zie voetnoot 22 hierboven).

(26) ° Aangehaald in punt 26 hierboven.

(27) ° Aangehaald in punt 8 hierboven.