30.4.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 116/27


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/675 VAN DE COMMISSIE

van 29 april 2016

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1519 tot instelling van definitieve compenserende rechten op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (1) („de basisverordening”), en met name artikel 23, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Geldende maatregelen

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 598/2009 (2) heeft de Raad een definitief compenserend recht ingesteld op biodiesel, zoals omschreven in overweging 10, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika.

(2)

Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 443/2011 (3) heeft de Raad het definitieve compenserende recht op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika na een antiontwijkingsonderzoek uitgebreid tot uit Canada verzonden biodiesel, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada („de maatregelen zoals uitgebreid”).

(3)

Na een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek met betrekking tot de antisubsidiemaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, zoals uitgebreid tot de invoer vanuit Canada, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada, heeft de Raad bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2014 (4) het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek beëindigd zonder wijziging van de geldende maatregelen zoals uitgebreid.

(4)

Na een nieuw onderzoek bij het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 18, lid 2, van de basisverordening heeft de Europese Commissie („de Commissie”) bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1519 (5) een definitief compenserend recht ingesteld op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika („de geldende maatregelen”).

B.   VERZOEK OM EEN NIEUW ONDERZOEK

(5)

De Commissie heeft een verzoek ontvangen voor een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek („het verzoek om een nieuw onderzoek”) op grond van artikel 19 en artikel 23, lid 6, van de basisverordening.

(6)

Het verzoek om een nieuw onderzoek werd ingediend door DSM Nutritional Products Canada Inc. („de indiener van het verzoek”), een producent-exporteur uit Canada, en betrof alleen de mogelijkheid tot vrijstelling van de maatregelen zoals uitgebreid.

(7)

In zijn verzoek om een nieuw onderzoek verklaarde de indiener het onderzochte product daadwerkelijk te produceren en in staat te zijn tot de productie van de totale hoeveelheid biodiesel die hij naar de Unie heeft verzonden sinds het begin van het onderzoektijdvak van het in overweging 2 vermelde antiontwijkingsonderzoek, dat heeft geleid tot de instelling van de bestaande maatregelen zoals uitgebreid.

(8)

Daarnaast stelde de indiener van het verzoek dat hij niet verbonden was met producenten-exporteurs die aan de geldende maatregelen zijn onderworpen, en dat hij de geldende maatregelen niet heeft ontweken.

C.   OPENING VAN EEN GEDEELTELIJK TUSSENTIJDS NIEUW ONDERZOEK

(9)

De Commissie heeft vastgesteld dat het verzoek om een nieuw onderzoek voldoende voorlopig bewijsmateriaal bevatte om de opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek op grond van artikel 19 en artikel 23, lid 6, van de basisverordening te rechtvaardigen. Daarom heeft de Commissie op 19 mei 2015 een onderzoek geopend door middel van de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie  (6) („het bericht van opening”).

D.   ONDERZOCHT PRODUCT

(10)

Het onderzoek heeft betrekking op door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasolie van niet-fossiele oorsprong, beter bekend als „biodiesel”, in zuivere vorm of in mengsels met meer dan 20 gewichtsprocenten door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasolie van niet-fossiele oorsprong („het onderzochte product”), momenteel vallend onder de GN-codes ex 1516 20 98, ex 1518 00 91, ex 1518 00 99, ex 2710 19 43, ex 2710 19 46, ex 2710 19 47, ex 2710 20 11, ex 2710 20 15, ex 2710 20 17, ex 3824 90 92, ex 3826 00 10 en ex 3826 00 90, van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika.

E.   ONDERZOEKTIJDVAK

(11)

De verslagperiode voor dit onderzoek was de periode van 1 april 2014 tot en met 31 maart 2015 („de verslagperiode”). Er werden ook gegevens verzameld over de periode tussen 1 april 2009 en het einde van de verslagperiode.

F.   BELANGHEBBENDEN

(12)

De Commissie heeft de indiener van het verzoek en de vertegenwoordigers van Canada officieel van de opening van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek in kennis gesteld. De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening genoemde termijnen hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. Alleen de indiener van het verzoek heeft zich gemeld. Er waren geen verzoeken om te worden gehoord.

(13)

De Commissie heeft de door de indiener van het verzoek ingediende antwoorden op de vragenlijst ontvangen en deze zijn ter plaatse bij de indiener van het verzoek in Canada gecontroleerd.

G.   BEVINDINGEN VAN HET ONDERZOEK

(14)

De indiener van het verzoek is in 1997 opgericht als fabrikant van voedingssupplementen op basis van omega 3.

(15)

Uit het onderzoek is gebleken dat de indiener van het verzoek daadwerkelijk biodiesel produceert, en wel als bijproduct van zijn kernactiviteit, de productie van omega 3-visolieconcentraat.

(16)

Ook bleek uit het onderzoek dat de indiener van het verzoek verbonden is met geen enkele producent van biodiesel die in de Verenigde Staten van Amerika gevestigd is en waarop maatregelen van toepassing zijn.

(17)

Het onderzoek heeft voorts bevestigd dat de biodiesel die naar de markt van de Unie is uitgevoerd, inderdaad door de indiener van het verzoek was geproduceerd.

(18)

Bovendien is uit het onderzoek niet gebleken dat de indiener van het verzoek biodiesel uit de Verenigde Staten van Amerika heeft gekocht, en evenmin dat hij biodiesel afkomstig uit de VS heeft overgeladen met de Unie als bestemming.

(19)

In het licht van de bevindingen uit de overwegingen 14 tot en met 18 is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de indiener van het verzoek daadwerkelijk een producent van het onderzochte product is, en daarom moet worden vrijgesteld van de maatregelen zoals uitgebreid.

(20)

De belanghebbenden zijn in kennis gesteld van het voornemen van de Commissie om de indiener van het verzoek vrijstelling te verlenen, en zijn in de gelegenheid gesteld hierover opmerkingen te maken. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen die er aanleiding toe konden geven het besluit tot beëindiging van het nieuwe onderzoek te wijzigen.

(21)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (7) ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 2, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1519 wordt vervangen door:

„1.   Het definitieve compenserende recht dat van toepassing is op „alle andere ondernemingen”, zoals vermeld in artikel 1, lid 2, wordt uitgebreid tot de invoer in de Unie van door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasolie van niet-fossiele oorsprong, beter bekend als „biodiesel”, in zuivere vorm of in mengsels met meer dan 20 gewichtsprocenten door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en/of paraffinische gasolie van niet-fossiele oorsprong, vanuit Canada verzonden, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada en op dit moment vallend onder de GN-codes ex 1516 20 98 (Taric-code 1516209821), ex 1518 00 91 (Taric-code 1518009121), ex 1518 00 99 (Taric-code 1518009921), ex 2710 19 43 (Taric-code 2710194321), ex 2710 19 46 (Taric-code 2710194621), ex 2710 19 47 (Taric-code 2710194721), ex 2710 20 11 (Taric-code 2710201121), ex 2710 20 15 (Taric-code 2710201521), ex 2710 20 17 (Taric-code 2710201721), ex 3824 90 92 (Taric-code 3824909210), ex 3826 00 10 (Taric-codes 3826001020, 3826001030, 3826001040, 3826001089) en ex 3826 00 90 (Taric-code 3826009011), met uitzondering van die welke door onderstaande ondernemingen zijn geproduceerd:

Land

Onderneming

Aanvullende Taric-code

Canada

BIOX Corporation, Oakville, Ontario, Canada

B107

DSM Nutritional Products Canada Inc., Dartmouth, Nova Scotia, Canada

C114

Rothsay Biodiesel, Guelph, Ontario, Canada

B108

Het uit te breiden recht is het recht dat in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 598/2009 is vastgesteld voor „alle andere ondernemingen”, te weten een definitief compenserend recht van 237 EUR per nettoton.

Het compenserende recht op mengsels is van toepassing naar evenredigheid van het aandeel in gewichtsprocenten van het totale gehalte aan door synthese en/of hydrobehandeling verkregen monoalkylesters van vetzuren en paraffinische gasolie van niet-fossiele oorsprong in het mengsel (biodieselgehalte).”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 april 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.

(2)  Verordening (EG) nr. 598/2009 van de Raad van 7 juli 2009 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika (PB L 179 van 10.7.2009, blz. 1).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 443/2011 van de Raad van 5 mei 2011 tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht dat bij Verordening (EG) nr. 598/2009 is ingesteld op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika tot uit Canada verzonden biodiesel, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada, en tot uitbreiding van het definitieve compenserende recht dat bij Verordening (EG) nr. 598/2009 is ingesteld tot biodiesel in een mengsel bevattende 20 of minder gewichtsprocenten biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, en tot beëindiging van het onderzoek naar de uit Singapore verzonden biodiesel (PB L 122 van 11.5.2011, blz. 1).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 391/2014 van de Raad van 14 april 2014 tot beëindiging van het gedeeltelijke tussentijdse nieuwe onderzoek betreffende de antisubsidiemaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, zoals uitgebreid tot de invoer vanuit Canada, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada (PB L 115 van 17.4.2014, blz. 14).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1519 van de Commissie van 14 september 2015 tot instelling van definitieve compenserende rechten op biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 18 van Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad (PB L 239 van 15.9.2015, blz. 99).

(6)  Bericht van opening van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek van de compenserende maatregelen die van toepassing zijn op de invoer van biodiesel van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika, zoals uitgebreid tot de invoer vanuit Canada, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Canada (PB C 162 van 19.5.2015, blz. 9).

(7)  Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51).