22.8.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 305/27


Arrest van het Gerecht van 30 juni 2016 — Al Matri/Raad

(Zaak T-545/13) (1)

((„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Tunesië - Maatregelen ten aanzien van personen die verantwoordelijk zijn voor verduistering van overheidsmiddelen en ten aanzien van daarmee geassocieerde personen en entiteiten - Bevriezing van tegoeden - Lijst van personen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen zijn bevroren - Opname van verzoekers naam op die lijst - Ontoereikende feitelijke grondslag - Onjuiste opvatting van de feiten - Onjuiste rechtsopvatting - Eigendomsrecht - Vrijheid van ondernemerschap - Evenredigheid - Rechten van de verdediging - Recht op een doeltreffende bescherming in rechte - Motiveringsplicht”))

(2016/C 305/36)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Fahed Mohamed Sakher Al Matri (Doha, Qatar) (vertegenwoordigers: M. Lester en B. Kennelly, barristers, en G. Martin, advocaat)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bishop en I. Gurov, gemachtigden)

Voorwerp

Verzoek tot nietigverklaring van, ten eerste, besluit 2011/72/GBVB van de Raad van 31 januari 2011 betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Tunesië (PB L 28, blz. 62), tenuitvoergelegd bij uitvoeringsbesluit 2013/409/GBVB van de Raad van 30 juli 2013 (PB L 204, blz. 52), besluit 2014/49/GBVB van de Raad van 30 januari 2014 (PB L 28, blz. 38) en besluit (GBVB) 2015/157 van de Raad van 30 januari 2015 (PB L 26, blz. 29), en ten tweede, verordening (EU) nr. 101/2011 van de Raad van 4 februari 2011 betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten in verband met de situatie in Tunesië (PB L 31, blz. 1), tenuitvoergelegd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 735/2013 van de Raad van 30 juli 2013 (PB L 204, blz. 23), uitvoeringsverordening (EU) nr. 81/2014 van de Raad van 30 januari 2014 (PB L 28, blz. 2) en uitvoeringsverordening (EU) nr. 147/2015 van de Raad van 30 januari 2015 (PB L 26, blz. 3), voor zover deze handelingen verzoeker betreffen

Dictum

1)

Het beroep wordt verworpen.

2)

Fahed Mohamed Sakher Al Matri zal zijn eigen kosten dragen alsmede die van de Raad van de Europese Unie.


(1)  PB C 359 van 7.12.2013.