16.7.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 211/13


Beroep ingesteld op 20 april 2011 — Europese Commissie/Republiek Polen

(Zaak C-192/11)

2011/C 211/24

Procestaal: Pools

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: S. Petrova en K. Herrmann, gemachtigden)

Verwerende partij: Republiek Polen

Conclusies

vaststellen dat de Republiek Polen, door niet alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten, waarvan de bescherming door deze richtlijn wordt verzekerd, te beschermen en door de voorwaarden voor de vaststelling van afwijkingen van de in deze richtlijn gestelde verboden niet naar behoren vast te stellen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 1, 5 en 9, leden 1 en 2, van richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (1);

de Republiek Polen verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

De Republiek Polen heeft artikel 1 van richtlijn 2009/147 onjuist omgezet in nationaal recht doordat zij de in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de lidstaten niet onder bescherming van de vogelsoorten heeft gesteld. Volgens de nationale bepalingen worden enkel de op het Poolse grondgebied geregistreerde en in de bijlagen I en II bij de Rozporządzenie Ministra Środowiska z dnia 28 września 2004 r. w sprawie gatunków dziko występujących zwierząt objętych ochroną (decreet van de minister van Milieu van 28 september 2004 inzake de beschermde in het wild levende diersoorten) (2) opgesomde vogelsoorten beschermd.

De Republiek Polen heeft evenmin artikel 5 van richtlijn 2009/147 correct omgezet in nationaal recht, daar het verbod om lege eieren te bewaren en om vogels te houden van soorten die niet mogen worden bejaagd of gevangen, enkel betrekking heeft op de op het Poolse grondgebied geregistreerde vogelsoorten.

Bovendien heeft de Republiek Polen artikel 9, lid 1, van richtlijn 2009/147 niet correct omgezet in nationaal recht, daar ten eerste de Ustawa z 16 kwietnia 2004 r. o ochronie przyrody (wet van 16 april 2004 inzake de bescherming van de natuur) (3) de mogelijkheid heeft ingevoerd om afwijkingen vast te stellen om andere redenen dan die welke in dat artikel zijn vermeld. Ten tweede gaan de bepalingen van de wet inzake de bescherming van de natuur verder dan de voorwaarde van artikel 9, lid 1, sub a, derde streepje, van de richtlijn met betrekking tot de voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren. Ten derde bevat het decreet van de minister van Milieu inzake de beschermde in het wild levende diersoorten een afwijking die niet is vermeld in artikel 9, lid 1, van de richtlijn, met betrekking tot activiteiten die verband houden met rationele landbouw, bosbouw of visserij. Ten vierde is in dit decreet een algemene afwijking toegestaan, die onverenigbaar is met artikel 9, lid 1, van de richtlijn en betrekking heeft op de aalscholver (Phalacrocorax carbo) en de blauwe reiger (Ardea cinerea) die zich bevinden op het gebied van visvijvers die zijn erkend als kweekgebieden.

Ten slotte heeft de Republiek Polen artikel 9, lid 2, van richtlijn 2009/147 niet correct omgezet in nationaal recht, daar zij ten eerste in de nationale bepalingen geen verplichte controle met betrekking tot de toegestane afwijkingen heeft ingevoerd. Ten tweede heeft zij in het nationale recht niet de voorwaarden met betrekking tot het risico voor de toegestane afwijkingen vastgesteld. Ten derde heeft zij geen enkele voorwaarde gesteld voor de toepassing van de algemene afwijking in de zin van artikel 9, lid 1, van de richtlijn met betrekking tot de aalscholver (Phalacrocorax carbo) en de blauwe reiger (Ardea cinerea) die zich bevinden op het gebied van visvijvers die zijn erkend als kweekgebieden en die in bijlage II bij het decreet van de minister van Milieu inzake de beschermde in het wild levende diersoorten worden vermeld.


(1)  PB L 20, blz. 7.

(2)  Dz.U. 2004, nr. 220, blz. 2237.

(3)  Dz.U. 2004, nr. 92, blz. 880, zoals later gewijzigd.