17.11.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 355/11


Beroep ingesteld op 13 september 2012 — Europese Commissie/Koninkrijk België

(Zaak C-421/12)

2012/C 355/18

Procestaal: Frans

Partijen

Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. van Beek en M. Owsiany-Hornung, gemachtigden)

Verwerende partij: Koninkrijk België

Conclusies

vaststellen dat het Koninkrijk België:

de krachtens artikel 3 juncto artikel 2, sub b en d, van richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken (1) op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, doordat beoefenaren van vrije beroepen alsmede tandartsen en fysiotherapeuten van de werkingssfeer van de wet van 5 juni 2007 ter omzetting van die richtlijn zijn uitgesloten;

de krachtens artikel 4 van richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, doordat de artikelen 20, 21 en 29 van de wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming zijn gehandhaafd;

de krachtens artikel 4 van richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, doordat artikel 4, § 1, derde lid, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, zoals ingevoerd bij artikel 7 van de wet van 4 juli 2005 tot wijziging van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten, en artikel 5, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten zijn gehandhaafd, en

het Koninkrijk België verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

De termijn voor omzetting van richtlijn 2005/29/EG is op 12 juni 2007 verstreken.


(1)  Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149, blz. 22).