2014R0224 — NL — 01.09.2016 — 009.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EU) Nr. 224/2014 VAN DE RAAD

van 10 maart 2014

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek

(PB L 070 van 11.3.2014, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

 M1

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 691/2014 VAN DE RAAD van 23 juni 2014

  L 183

6

24.6.2014

►M2

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1276/2014 VAN DE RAAD van 1 december 2014

  L 346

19

2.12.2014

►M3

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/324 VAN DE RAAD van 2 maart 2015

  L 58

39

3.3.2015

►M4

VERORDENING (EU) 2015/734 VAN DE RAAD van 7 mei 2015

  L 117

11

8.5.2015

►M5

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/1485 VAN DE RAAD van 2 september 2015

  L 229

1

3.9.2015

►M6

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/2454 VAN DE RAAD van 23 december 2015

  L 339

36

24.12.2015

►M7

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/354 VAN DE RAAD van 11 maart 2016

  L 67

18

12.3.2016

►M8

VERORDENING (EU) 2016/555 VAN DE RAAD van 11 april 2016

  L 96

1

12.4.2016

►M9

UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2016/1442 VAN DE RAAD van 31 augustus 2016

  L 235

1

1.9.2016


Gerectificeerd bij:

 C1

Rectificatie, PB L 294, 10.10.2014, blz.  49 (nr. 224/2014)




▼B

VERORDENING (EU) Nr. 224/2014 VAN DE RAAD

van 10 maart 2014

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van de Centraal-Afrikaanse Republiek



Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)

„tussenhandeldiensten” :

i) het onderhandelen over of regelen van transacties met het oog op de verwerving, verkoop of levering van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, van een derde land aan een ander derde land, of

ii) het verkopen of aankopen van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, die zich in een derde land bevinden, met het oog op de overbrenging ervan naar een ander derde land;

b)

„eis” :

elke vóór of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende eis, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een contract of transactie, en in het bijzonder:

i) elke vordering tot nakoming van een verplichting die voortvloeit uit of verband houdt met een contract of transactie;

ii) elke vordering tot verlenging of uitbetaling van financiële garanties of contragaranties, ongeacht de vorm;

iii) elke vordering tot schadeloosstelling in verband met een contract of een transactie;

iv) elke reconventionele vordering;

v) elke vordering, ook via een exequatur, waarmee wordt beoogd erkenning of uitvoering van een rechterlijke of arbitrale uitspraak of van een gelijkwaardige beslissing te verkrijgen, ongeacht de plaats van uitspraak;

c)

„contract of transactie” : elke verrichting, ongeacht de vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dit verband worden onder „contract” tevens begrepen alle - ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande - met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;

d)

„bevoegde autoriteiten” : de bevoegde autoriteiten van de lidstaten als aangegeven op de websites die zijn opgesomd in bijlage II;

e)

„economische middelen” : activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden zijn, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

f)

„bevriezing van economische middelen” : voorkomen dat economische middelen worden gebruikt om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;

g)

„bevriezing van tegoeden” : voorkomen dat tegoeden op enigerlei wijze worden gemuteerd, overgemaakt, gecorrigeerd en gebruikt, of dat toegang tot of omgang met tegoeden mogelijk is, met als gevolg wijziging van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of andere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

h)

„tegoeden” :

financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

i) contanten, cheques, geldvorderingen, wissels, postwissels en andere betaalmiddelen;

ii) deposito's bij financiële instellingen of andere entiteiten, saldi op rekeningen, schulden en schuldbewijzen;

iii) in het openbaar en onderhands verhandelde waardepapieren en schuldbewijzen, inclusief aandelen, certificaten van waardepapieren, obligaties, promesses, warrants, schuldbekentenissen en derivatencontracten;

iv) rente, dividend of andere inkomsten uit of waarde voortkomende uit of gegenereerd door activa;

v) krediet, recht op compensatie, garanties, uitvoeringsgaranties of andere financiële verplichtingen;

vi) kredietbrieven, cognossementen, koopbrieven;

vii) bewijsstukken van belangen in fondsen of financiële middelen;

i)

„Sanctiecomité” : het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat is opgericht overeenkomstig punt 57 van Resolutie 2127 (2013) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;

j)

„technische bijstand” : elke technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; technische bijstand kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten, met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;

k)

„grondgebied van de Unie” : het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim.

Artikel 2

Er geldt een verbod op het direct of indirect verlenen van:

a) technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met goederen en technologie die op de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie ( 1 ) (hierna „gemeenschappelijke lijst van militaire goederen” genoemd) worden vermeld, of in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van op die lijst vermelde goederen, aan personen, entiteiten of lichamen in de Centraal-Afrikaanse Republiek of voor gebruik in de Centraal-Afrikaanse Republiek;

b) financiering of financiële bijstand in verband met de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van goederen en technologie die op de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen worden vermeld, met inbegrip van in het bijzonder subsidies, leningen en exportkredietverzekering, verzekering en herverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand of tussenhandeldiensten, aan personen, entiteiten of lichamen in de Centraal-Afrikaanse Republiek, of voor gebruik in de Centraal-Afrikaanse Republiek;

c) technische bijstand, financiering of financiële bijstand, tussenhandeldiensten of vervoersdiensten in verband met de terbeschikkingstelling van gewapende huurlingen in de Centraal-Afrikaanse Republiek of voor hun inzet in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

▼M4

Artikel 3

In afwijking van artikel 2 gelden de in dat artikel vervatte verbodsbepalingen niet voor het verstrekken van technische bijstand, financiering of financiële bijstand of tussenhandeldiensten:

a) die uitsluitend bedoeld zijn voor steun aan of gebruik door de Multidimensionale Geïntegreerde Stabilisatiemissie van de Verenigde Naties in de Centraal-Afrikaanse Republiek (MINUSCA), de regionale taskforce van de Afrikaanse Unie (AU-RTF), en de missies van de Unie en de in de Centraal-Afrikaanse Republiek ingezette Franse troepen;

b) die verband houden met beschermende kledingstukken, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, die door VN-personeel, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel louter voor hun eigen bescherming tijdelijk naar de Centraal-Afrikaanse Republiek worden verzonden;

▼M8

c) die verband houden met de levering van niet-dodelijke uitrusting en het verlenen van bijstand, met inbegrip van operationele en niet-operationele opleiding aan de veiligheidstroepen van de CAR, uitsluitend bedoeld ter ondersteuning van of voor gebruik in het kader van de hervorming van de beveiligingssector in de CAR, in coördinatie met MINUSCA, op voorwaarde dat het Sanctiecomité hiervan vooraf in kennis is gesteld.

▼B

Artikel 4

Mits het verstrekken van dergelijke technische bijstand of tussenhandeldiensten, financiering of financiële bijstand op voorhand is goedgekeurd door het Sanctiecomité, gelden in afwijking van artikel 2 de in dat artikel vervatte verbodsbepalingen niet voor de verlening van:

a) technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend is bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik;

b) technische bijstand, financiering of financiële bijstand ten behoeve van de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van goederen en technologie die op de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen worden vermeld, dan wel technische bijstand of tussenhandeldiensten die daarmee verband houden.

Artikel 5

1.  Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan of eigendom zijn, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam die in bijlage I is vermeld, worden bevroren.

2.  Aan of ten behoeve van de in bijlage I genoemde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen mogen geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking worden gesteld.

▼M8

3.  Bijlage I omvat natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten en lichamen die volgens het Sanctiecomité:

a) handelingen verrichten of steunen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van de Centraal-Afrikaanse Republiek ondermijnen, waaronder handelingen die het politieke overgangsproces, of het stabilisatie- en verzoeningsproces, bedreigen of verhinderen, of die het geweld aanwakkeren;

b) het krachtens punt 54 van Resolutie 2127 (2013) ingestelde wapenembargo overtreden, of die direct of indirect verkopen, leveringen of overdrachten aan gewapende groepen of criminele netwerken in de Centraal-Afrikaanse Republiek verrichten, of die in verband met gewelddadige activiteiten van gewapende groepen of criminele netwerken in de Centraal-Afrikaanse Republiek wapens of aanverwant materiaal, technisch advies, opleiding of bijstand, inclusief financiering en financiële bijstand, ontvangen;

c) betrokken zijn bij het beramen, organiseren of plegen van handelingen in de Centraal-Afrikaanse Republiek die een schending zijn van respectievelijk de internationale wetgeving inzake mensenrechten of het internationale humanitaire recht, of die een schending van of inbreuk op de mensenrechten vormen, waaronder handelingen waarbij seksueel geweld wordt gebruikt, burgers het doelwit vormen; etnische of religieuze aanslagen, aanslagen op scholen en ziekenhuizen, ontvoering en gedwongen verplaatsing;

d) kinderen rekruteren of misbruik maken van kinderen voor het gewapend conflict in de Centraal-Afrikaanse Republiek, hetgeen een schending is van de toepasselijke internationale wetgeving;

e) gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud, wilde dieren en producten van wilde dieren in of vanuit de Centraal-Afrikaanse Republiek;

f) de verstrekking van humanitaire bijstand aan de Centraal-Afrikaanse Republiek dwarsbomen, of de toegang ertoe en de verdeling ervan in de Centraal-Afrikaanse Republiek verhinderen;

g) betrokken zijn bij het beramen, organiseren, steunen of plegen van aanslagen tegen missies van de Verenigde Naties of internationale veiligheidstroepen, waaronder MINUSCA, de missies van de Unie en de Franse operaties die hen ondersteunen;

h) de leiding hebben van een door het Sanctiecomité aangewezen entiteit, of steun hebben verleend aan, dan wel gehandeld hebben ten behoeve van, namens of op aanwijzing van een door het Sanctiecomité aangewezen persoon, entiteit of lichaam, dan wel van een entiteit die eigendom is of onder zeggenschap staat van een door het comité aangewezen persoon, entiteit of lichaam.

▼B

Artikel 6

In afwijking van artikel 5 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, onder de volgende voorwaarden:

a) de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de tegoeden of economische middelen:

i) noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van een in de bijlage I genoemde natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, en de gezinsleden die van deze natuurlijke personen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

ii) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; of

iii) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor alleen het aanhouden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen;

b) de betrokken lidstaat heeft het Sanctiecomité in kennis gesteld van de in punt a) genoemde vaststelling en van zijn voornemen toestemming te verlenen, en het Sanctiecomité niet binnen vijf werkdagen na die kennisgeving bezwaar heeft geuit.

Artikel 7

In afwijking van artikel 5 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten onder voorwaarden die zij passend achten, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, mits de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor buitengewone uitgaven, en mits de betrokken lidstaat het Sanctiecomité in kennis heeft gesteld van die vaststelling en het Sanctiecomité die vaststelling heeft goedgekeurd.

Artikel 8

In afwijking van artikel 5 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de betrokken tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht dat is vastgesteld vóór de datum waarop de in artikel 5 bedoelde persoon, entiteit of lichaam in bijlage I is opgenomen, of van een justitieel, administratief of arbitrair vonnis dat van vóór die datum dateert;

b) de betrokken tegoeden of economische middelen zullen uitsluitend worden aangewend om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk retentierecht zijn gedekt of door een dergelijk vonnis geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wet- en regelgeving tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;

c) het onderpand of de gerechtelijke uitspraak is niet ten behoeve van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam bedoeld in bijlage I bij deze verordening;

d) de erkenning van het retentierecht of de uitspraak is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat;

e) het retentierecht of het vonnis is door de lidstaat gemeld aan het Sanctiecomité.

Artikel 9

In afwijking van artikel 5 en mits een betaling verschuldigd is door in bijlage I vermelde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen op grond van een contract of overeenkomst die door hen is gesloten of op grond van een verplichting die voor hen is ontstaan vóór de datum waarop de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité zijn opgenomen in de lijst, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, onder door hen passend geachte voorwaarden, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:

a) de tegoeden of economische middelen worden gebruikt voor een betaling door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam van bijlage I;

b) de betaling niet in strijd is met artikel 5, lid 2;

c) de betrokken lidstaat het Sanctiecomité ten minste tien werkdagen van tevoren in kennis heeft gesteld van zijn voornemen toestemming te verlenen.

Artikel 10

1.  Artikel 5, lid 2, vormt geen belemmering voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die door derden naar de rekening van een in de lijst opgenomen natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn overgemaakt, op voorwaarde dat de bijgeboekte bedragen eveneens bevroren worden. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de relevante bevoegde autoriteit onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.

2.  Artikel 5, lid 2, is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a) rente of andere inkomsten op die rekeningen;

b) betalingen op grond van contracten, overeenkomsten of verplichtingen die zijn gesloten of zijn ontstaan vóór de datum waarop de in artikel 5 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen werden opgenomen in bijlage I; of

c) betalingen verschuldigd uit hoofde van justitiële, administratieve of scheidsrechterlijke beslissingen of vonnissen, als bedoeld in artikel 8;

mits deze rente, andere inkomsten en betalingen overeenkomstig artikel 5, lid 1, worden bevroren.

Artikel 11

1.  Onverminderd de geldende voorschriften inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim zijn natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen verplicht:

a) alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals informatie in verband met rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 5 zijn bevroren, onverwijld te verstrekken aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun woonplaats hebben of gevestigd zijn, en dergelijke informatie, hetzij direct of via de lidstaat, aan de Commissie te doen toekomen;

b) samen te werken met de bevoegde autoriteiten bij de verificatie van dergelijke informatie.

2.  Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de lidstaten.

3.  Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.

Artikel 12

Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat de in de artikelen 2 en 5 opgenomen verbodsbepalingen worden omzeild.

Artikel 13

1.  De bevriezing van tegoeden en economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming is met deze verordening, geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die die maatregel uitvoeren, of van directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden of economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.

2.  Handelingen van natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen geven geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de betrokkenen, indien zij niet wisten en geen gegronde reden hadden om te vermoeden dat hun handelingen een inbreuk zouden vormen op de bij deze verordening ingestelde verbodsmaatregelen.

Artikel 14

1.  Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, in het bijzonder een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, worden niet toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a) de in bijlage I opgenomen natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen;

b) een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam, handelend voor rekening of ten behoeve van een van de onder a) bedoelde personen, entiteiten of lichamen.

2.  In de procedure waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, door de eisende natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam geleverd.

3.  Dit artikel geldt onverminderd het recht van de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten en lichamen op toetsing door de rechter van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van de contractuele verplichtingen in overeenstemming met onderhavige verordening.

Artikel 15

1.  De Commissie en de lidstaten stellen elkaar in kennis van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen en verstrekken elkaar alle relevante informatie waarover zij beschikken in verband met deze verordening, in het bijzonder informatie met betrekking tot:

a) middelen die zijn bevroren krachtens artikel 5 en toestemmingen die zijn verleend krachtens de artikelen 6, 7 en 8;

b) schendingen en problemen bij het toezicht op de naleving en vonnissen van nationale rechtbanken.

2.  De lidstaten stellen elkaar en de Commissie onverwijld in kennis van alle andere relevante informatie waarover zij beschikken en die van invloed kan zijn op de doeltreffende tenuitvoerlegging van deze verordening.

Artikel 16

De Commissie wordt gemachtigd bijlage II te wijzigen op basis van door de lidstaten verstrekte informatie.

Artikel 17

1.  Wanneer de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of het Sanctiecomité een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst plaatst en een motivering voor de aanwijzing heeft verstrekt, neemt de Raad die natuurlijke persoon of rechtspersoon, die entiteit of dat lichaam op in bijlage I. De Raad stelt de betrokken natuurlijke persoon of rechtspersoon of entiteit of het betrokken lichaam in kennis van zijn besluit en van de motivering, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij middels de bekendmaking van een kennisgeving, zodat die natuurlijke persoon of rechtspersoon of entiteit of dat lichaam daarover opmerkingen kunnen indienen.

2.  Indien er opmerkingen worden ingediend of substantieel nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad zijn besluit en brengt hij de persoon, entiteit of het lichaam daarvan op de hoogte.

3.  Indien de Verenigde Naties besluiten een persoon, entiteit of lichaam van de lijst te schrappen, of de identificatiegegevens van een persoon, entiteit of lichaam op de lijst te wijzigen, past de Raad bijlage I dienovereenkomstig aan.

Artikel 18

Bijlage I bevat, wanneer beschikbaar, informatie die door de Veiligheidsraad of het Sanctiecomité is verstrekt, en die nodig is om de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen te kunnen identificeren. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten of lichamen kan die informatie namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en de plaats van vestiging omvatten. Bijlage I vermeldt tevens de datum van aanwijzing door de Veiligheidsraad of door het Sanctiecomité.

Artikel 19

1.  De lidstaten stellen de regels vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de regels ten uitvoer worden gelegd. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.  De lidstaten stellen de Commissie onverwijld na de inwerkingtreding van de verordening in kennis van de in lid 1 bedoelde regels, en stellen haar in kennis van alle latere wijzigingen ervan.

Artikel 20

1.  De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren hen op de in bijlage II vermelde websites. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van de in bijlage II genoemde websites.

2.  De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mede wie hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe deze kunnen worden bereikt, en delen haar alle latere wijzigingen mee.

3.  Waar deze verordening een meldingsplicht bepaalt, of de verplichting de Commissie te informeren of op een andere wijze met haar te communiceren, wordt daartoe gebruik gemaakt van het adres en de andere contactgegevens die zijn vermeld in bijlage II.

Artikel 21

Deze verordening is van toepassing:

a) op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim;

b) aan boord van vlieg- of vaartuigen die onder de rechtsbevoegdheid van een lidstaat vallen;

c) op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende natuurlijke personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

d) op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen, binnen of buiten het grondgebied van de Unie;

e) op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties.

Artikel 22

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

▼M2




BIJLAGE I

LIJST VAN PERSONEN EN ENTITEITEN BEDOELD IN ARTIKEL 5

A.   Personen

1.   François Yangouvonda BOZIZÉ (alias: a) Bozize Yangouvonda)

Geboortedatum: 14 oktober 1946.

Geboorteplaats: Mouila, Gabon.

Nationaliteit: Centraal-Afrikaanse Republiek.

Adres: Uganda.

Overige informatie: Naam moeder: Martine Kofio.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9 mei 2014.

Informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Bozizé is op 9 mei 2014 op grond van punt 36 van Resolutie 2134 (2014) op de lijst geplaatst omdat hij „heeft deelgenomen of steun verleend aan activiteiten die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid in de CAR ondermijnen”.

Aanvullende informatie

Bozizé was, met zijn medestanders, instigator van de aanval van 5 december 2013 op Bangui. Sindsdien zet hij zijn destabilisatiepogingen voort om de onrust in de hoofdstad te bestendigen. Naar verluidt was Bozizé de oprichter van de anti-balakamilitie (vóór zijn vlucht uit de CAR op 24 maart 2013). Bozizé heeft zijn milities in een communiqué opgeroepen verder wreedheden te begaan tegen het huidige regime en tegen de islamisten. Naar verluidt levert Bozizé financiële en materiële steun aan milities die het transitieproces willen saboteren en hem weer aan de macht willen brengen. De anti-balakamilitie bestaat voor het grootste deel uit Centraal-Afrikaanse strijdkrachten die zich na de staatsgreep op het platteland hadden verspreid en later door Bozizé zijn gereorganiseerd. Bozizé en zijn medestanders controleren meer dan de helft van de anti-balaka-eenheden.

Met semi-automatische oorlogsgeweren, mortieren en raketlanceerders uitgeruste aanhangers van Bozizé waren steeds vaker betrokken bij vergeldingsacties tegen de moslimbevolking in het land. Na de aanval van de anti-balaka in Bangui op 5 december 2013, waarbij meer dan 700 doden vielen, verslechterde de situatie in het land zienderogen.

2.   Nourredine ADAM (alias: a) Nureldine Adam; b) Nourreldine Adam; c) Nourreddine Adam; d) Mahamat Nouradine Adam)

Functie: a) generaal; b) minister van Veiligheid; c) directeur-generaal van het „Speciaal Comité voor de verdediging van de democratische verworvenheden”.

Geboortedatum: a) 1970 b) 1969 c) 1971 d) 1 januari 1970.

Geboorteplaats: Ndele, Centraal-Afrikaanse Republiek.

Nationaliteit: Centraal-Afrikaanse Republiek. Paspoortnr.: D00001184

Adres: Birao, Centraal-Afrikaanse Republiek.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9 mei 2014.

Informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Nourredine is op 9 mei 2014 op grond van punt 36 van Resolutie 2134 (2014) op de lijst geplaatst omdat hij „heeft deelgenomen of steun verleend aan activiteiten die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid in de CAR ondermijnen”.

Aanvullende informatie

Noureddine is een van de oorspronkelijke leiders van de Seleka. Hij wordt aangeduid als generaal en als leider van een van de gewapende rebellengroepen van de Seleka, de Central PJCC, een groep die formeel bekend staat als Convention of Patriots for Justice and Peace, ook wel afgekort tot CPJP. Als voormalig hoofd van de „fundamentalistische” fractie van de Convention of Patriots for Justice and Peace (CPJP/F) was hij militair coördinator van de ex-Seleka bij offensieven tijdens de opstand in de Centraal-Afrikaanse Republiek van begin december 2012 tot maart 2013. Zonder de steun van Noureddine en de nauwe betrokkenheid van Tsjadische elitetroepen was de Seleka wellicht nooit in staat geweest de vroegere president van de CAR, François Bozizé, van macht te beroven.

Na de aanstelling van Catherine Samba-Panza tot interim-president op 20 januari 2014 werd hij een van de voornaamste architecten van de tactische terugtrekking van de Seleka op Sibut, waarbij hij het plan koestert in het noorden van het land een islamitisch bolwerk te vestigen. Hij had zijn troepen kennelijk aangespoord zich te verzetten tegen de bevelen van de overgangsregering en van de militaire aanvoerders van de internationale ondersteuningsmissie ten behoeve van de Centraal-Afrikaanse Republiek onder Afrikaanse leiding (MISCA). Noureddine is metterdaad aanvoerder van ex-Seleka, de voormalige Seleka-strijdkrachten die naar verluidt in september 2013 door Djotodia werden ontbonden; hij dirigeert operaties tegen christelijke gebieden en blijft de ex-Seleka in de CAR leiden en steunen.

Nourredine is op 9 mei 2014 ook op grond van punt 37, b), van Resolutie 2134 (2014) op de lijst geplaatst omdat hij „betrokken was bij het plannen, bevelen en plegen van schendingen van het internationale recht inzake de mensenrechten of van het internationale humanitaire recht”.

Aanvullende informatie

Toen de Seleka op 24 maart 2013 Bangui had ingenomen, werd Nourredine Adam minister voor Veiligheid, en vervolgens directeur-generaal van het „Speciaal comité voor de verdediging van de democratische verworvenheden” (Comité extraordinaire de défense des acquis démocratiques — CEDAD, een nu verdwenen inlichtingendienst van de CAR). Nourredine Adam gebruikte het CEDAD als zijn eigen politieke politie; deze heeft zich schuldig gemaakt aan talrijke willekeurige arrestaties, folteringen en standrechtelijke executies. Voorts is Nourredine een spilfiguur geweest bij de bloedige operatie in Boy Rabe. In augustus 2013 werd Boy Rabe, een buurt die als bastion van de aanhangers van François Bozizé en diens stam geldt, door Selekatroepen bestormd. Naar verluidt vermoordden zij tientallen burgers en trokken zij plunderend door het gebied, onder het voorwendsel verborgen wapens te zoeken. Toen ook andere buurten werden overvallen, vluchtten duizenden bewoners naar de internationale luchthaven, die wegens de aanwezigheid van Franse soldaten als veilige zone werd beschouwd, en bezetten zij de startbaan.

Nourredine is op 9 mei 2014 ook op grond van punt 37, d), van Resolutie 2134 (2014) op de lijst geplaatst omdat hij „gewapende groepen en criminele netwerken heeft gesteund door illegale exploitatie van natuurlijke hulpbronnen”.

Aanvullende informatie

Begin 2013 heeft Nourredine Adam een belangrijke rol gespeeld in de netwerken die de ex-Seleka financieren. Hij reisde naar Saudi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten om er fondsen voor de opstand te werven. Hij trad voor een Tsjadische bende op als facilitator bij een diamantzwendel tussen de Centraal-Afrikaanse Republiek en Tsjaad.

▼M3 —————

▼M5

4.   Alfred YEKATOM (ook bekend als: a) Alfred Yekatom Saragba b) Alfred Ekatom c) Alfred Saragba d) Colonel Rombhot e) Colonel Rambo f) Colonel Rambot g) Colonel Rombot h) Colonel Romboh)

Functie: korporaal-chef van de Centraal-Afrikaanse strijdkrachten (Forces Armées Centrafricaines — FACA)

Geboortedatum: 23 juni 1976

Geboorteplaats: Centraal-Afrikaanse Republiek

Nationaliteit: Centraal-Afrikaanse Republiek

Adres: a) Mbaiki, provincie Lobaye, Centraal-Afrikaanse Republiek (tel. +236 72 15 47 07/+236 75 09 43 41) b) Bimbo, provincie Ombella-Mpoko, Centraal-Afrikaanse Republiek (vorige locatie)

Overige informatie: heeft het bevel gevoerd over een grote groep gewapende militieleden. Naam vader (adoptievader): Ekatom Saragba (andere schrijfwijze: Yekatom Saragba). Broer van Yves Saragba, een anti-Balakacommandant in Batalimo (provincie Lobaye) en voormalig FACA-soldaat. Fysieke beschrijving: zwarte ogen, kaal, zwarte huidskleur, 170 cm groot, 100 kg zwaar. Foto beschikbaar voor opname in de speciale kennisgeving van INTERPOL/VN-Veiligheidsraad.

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Alfred Yekatom werd op 20 augustus 2015 uit hoofde van lid 11 van Resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van personen die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van de CAR ondermijnen, waaronder handelingen die een bedreiging van of inbreuk op overgangsovereenkomsten vormen, of die het politieke overgangsproces bedreigen of verhinderen, onder meer een overgang naar vrije en eerlijke democratische verkiezingen, of die het geweld aanwakkeren.”

Aanvullende informatie:

Alfred Yekatom, ook bekend als Colonel Rombhot, is een militieleider van een factie van de anti-Balakabeweging, de zogeheten „Anti-Balaka uit het Zuiden”. Hij heeft de rang van korporaal-chef van de Centraal-Afrikaanse strijdkrachten (FACA).

Yekatom is actief betrokken geweest bij en heeft steun verleend aan handelingen die de vrede, de stabiliteit en de veiligheid van de Centraal-Afrikaanse Republiek ondermijnen, waaronder handelingen die overgangsovereenkomsten bedreigen, en die een bedreiging vormen voor het politieke overgangsproces. Yekatom heeft het bevel gevoerd over een grote groep gewapende militieleden in de nabijheid van PK9 in Bangui en in de steden Bimbo (provincie Ombella-Mpoko), Cekia, Pissa en Mbaiki (hoofdstad van de provincie Lobaye), en had zijn hoofdkwartier gevestigd in een bosbouwconcessiegebied in Batalimo.

Yekatom heeft de rechtstreekse controle uitgeoefend over een twaalftal controlepunten bemand door gemiddeld tien gewapende militieleden in legeruniformen die onder meer militaire aanvalsgeweren dragen, van de belangrijkste brug tussen Bimbo en Bangui tot Mbaiki (provincie Lobaye ) en van Pissa tot Batalimo (naast de grens met de Republiek Congo), en onrechtmatige belastingen heffen op particuliere auto's en motorfietsen, personenbusjes en vrachtwagens die bosbouwhulpbronnen uitvoeren naar Kameroen en Tsjaad, evenals op vaartuigen op de rivier Oubangui. Uit waarnemingen blijkt dat Yekatom een deel van deze onrechtmatige belastingen persoonlijk heeft geïnd. Yekatom en zijn milities zouden ook burgers hebben gedood.

5.   Habib SOUSSOU (ook bekend als: Soussou Abib)

Functie: a) anti-Balakacoördinator voor de provincie Lobaye b), korporaal van de Centraal-Afrikaanse strijdkrachten (FACA)

Geboortedatum: 13 maart 1980

Geboorteplaats: Boda, Centraal-Afrikaanse Republiek

Nationaliteit: Centraal-Afrikaanse Republiek Adres: Boda, Centraal-Afrikaanse Republiek (tel. + 236 72198628)

Overige informatie: benoemd tot zonecommandant (COMZONE) van Boda op 11 april 2014 en van de gehele provincie Lobaye op 28 juni 2014. Onder zijn bevel zijn gerichte moorden, gewelddadigheden en aanvallen tegen humanitaire organisaties en hulpverleners voortgezet. Fysieke beschrijving: bruine ogen, zwart haar, 160cm groot, 60kg zwaar. Foto beschikbaar voor opname in de speciale kennisgeving van INTERPOL/VN-Veiligheidsraad.

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Habib Soussou is op 20 augustus 2015 uit hoofde van de leden 11 en 12, onder b) en e), van resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van personen die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van de CAR ondermijnen, waaronder handelingen die een bedreiging van of inbreuk op overgangsovereenkomsten vormen, of die het politieke overgangsproces bedreigen of verhinderen, onder meer een overgang naar vrije en eerlijke democratische verkiezingen, of die het geweld aanwakkeren;” die „betrokken zijn bij de planning, aansturing of uitvoering van handelingen die een schending vormen van het internationale recht inzake de mensenrechten of het internationale humanitaire recht, naargelang het geval, of die in de CAR een schending van of inbreuk op de mensenrechten vormen, waaronder het gebruik van seksueel geweld, het viseren van burgers, etnisch of religieus gemotiveerde aanslagen, aanslagen op scholen en ziekenhuizen, ontvoering en gedwongen verplaatsing”; en die „de levering van humanitaire bijstand aan de CAR of de toegang tot, of verdeling van, humanitaire bijstand in de CAR belemmeren.”

Aanvullende informatie:

Habib Soussou werd op 11 april 2014 benoemd tot anti-Balaka-zonecommandant (COMZONE) van Boda en heeft beweerd dat hij derhalve verantwoordelijk was voor de veiligheidssituatie in de sous-préfecture (onderprefectuur). Op 28 juni 2014 werd Habib Soussou door de algemeen coördinator van de anti-Balaka, Patrice Edouard Ngaïssona, benoemd tot provinciaal coördinator voor de stad Boda vanaf 11 april 2014 en voor de gehele provincie Lobaye vanaf 28 juni 2014. In de gebieden waarvoor Soussou de anti-Balakacommandant of -coördinator is, hebben gerichte moorden, gewelddadigheden en aanvallen tegen humanitaire organisaties en hulpverleners door anti-Balaka in Boda wekelijks plaatsgevonden. Soussou en de anti-Balakastrijdkrachten in deze gebieden hebben ook gewelddaden gepleegd tegen burgers en daarmee gedreigd.

▼M6

6.   Oumar YOUNOUS ABDOULAY (alias: a) Oumar Younous, b) Omar Younous, c) Oumar Sodiam, d) Oumar Younous M'Betibangui)

Functie: voormalig Séléka-generaal

Geboortedatum: 2 april 1970

Nationaliteit: Sudan, diplomatiek paspoort nr. D00000898 van de CAR, afgegeven op 11 april 2013 (geldig tot 10 april 2018)

Adres; a) Bria, Centraal-Afrikaanse Republiek (tel. +236 75507560), b) Birao, Centraal-Afrikaanse Republiek, c) Tullus, Zuid-Darfur, Sudan (vorige locatie)

Overige informatie: is diamantsmokkelaar, driesterrengeneraal van de Séléka en naaste vertrouweling van voormalig tijdelijk CAR-president Michel Djotodia. Fysieke beschrijving: zwart haar, 180 cm groot, behoort tot de etnische groep van de Fulani. Foto beschikbaar voor opname in de speciale kennisgeving van Interpol/VN-Veiligheidsraad. ►M9  Zou overleden zijn op 11 oktober 2015. ◄

Datum plaatsing op de VN-lijst: 20 augustus 2015 (gewijzigd op 20 oktober 2015)

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Oumar Younous is op 20 augustus 2015 uit hoofde van de punten 11 en 12, d), van Resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van personen die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de stabiliteit of de veiligheid van de CAR ondermijnen, waaronder handelingen die een bedreiging van of inbreuk op overgangsovereenkomsten vormen, of die het politieke overgangsproces bedreigen of verhinderen, onder meer een overgang naar vrije en eerlijke democratische verkiezingen, of die het geweld aanwakkeren”; „en gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud, wilde dieren en producten van wilde dieren, in de CAR”.

Aanvullende informatie:

Als generaal van de voormalige Séléka en diamantsmokkelaar heeft Oumar Younous steun verleend aan een gewapend groep door de illegale ontginning van en handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

In oktober 2008 werd Oumar Younous, die voordien als chauffeur werkte voor diamantaankoper SODIAM, lid van de rebellengroepering Mouvement des Libérateurs Centrafricains pour la Justice (MLCJ). In december 2013 werd Oumar Younous geïdentificeerd als driesterrengeneraal van de Séléka en naaste vertrouweling van tijdelijk president Michel Djotodia.

Younous is betrokken bij de diamanthandel vanuit Bria en Sam Quandja naar Sudan. Volgens sommige bronnen was Oumar Younous betrokken bij het verzamelen van in Bria verborgen pakjes diamanten en het overbrengen ervan naar Sudan om ze daar te verkopen.

▼M6

7.   Haroun GAYE (alias: a) Haroun Geye; b) Aroun Gaye; c) Aroun Geye)

Functie: Rapporteur van de politieke coördinatie van het Front Populaire pour la Renaissance de Centrafrique (FPRC)

Geboortedatum: a) 30 januari 1968, b) 30 januari 1969

Paspoortnr.: Centraal-Afrikaanse Republiek nummer O00065772 (letter O gevolgd door drie nullen), verstrijkt op 30 december 2019

Adres: Bangui, Centraal-Afrikaanse Republiek

Datum plaatsing op de lijst: 17 december 2015

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Haroun Gaye is op 17 december 2015 overeenkomstig de punten 11 en 12 b) en f) van Resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van personen die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van de CAR ondermijnen”; „betrokken zijn bij de planning, aansturing of uitvoering van handelingen die een schending vormen van het internationale recht inzake de mensenrechten of het internationale humanitaire recht, naargelang het geval, of die in de CAR een schending van of inbreuk op de mensenrechten vormen, waaronder het gebruik van seksueel geweld, het viseren van burgers, etnisch of religieus gemotiveerde aanslagen, aanslagen op scholen en ziekenhuizen, en ontvoering en gedwongen verplaatsing”; en „betrokken zijn bij de planning, aansturing, sponsoring of uitvoering van aanslagen tegen VN-missies of internationale veiligheidstroepen waaronder MINUSCA, de missies van de Europese Unie en de Franse operaties die hen ondersteunen”.

Aanvullende informatie:

Haroun GAYE is sinds begin 2014 een van de leiders van een gewapende groepering die actief is in de wijk PK5 in Bangui. Vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld van de wijk PK5 zeggen dat Gaye en zijn gewapende groepering het conflict in Bangui aanwakkeren, verzoening tegenhouden en beletten dat burgers zich verplaatsen van en naar het derde arrondissement van Bangui. Op 11 mei 2015 blokkeerden Gaye en 300 demonstranten de toegang tot de Nationale Overgangsraad met als doel de slotdag van het forum van Bangui te verstoren. Gaye zou daarvoor hebben samengewerkt met anti-Balaka-functionarissen.

Op 26 juni 2015 verstoorden Gaye en een kleine groep aanhangers de opening van een bijeenkomst voor kiezersregistratie in de wijk PK5 van Bangui, waardoor de bijeenkomst moest worden afgebroken.

De MINUSCA ondernam op 2 augustus 2015 een poging om Gaye te arresteren op grond van punt 32 f) i) van Resolutie 2217 (2015) van de Veiligheidsraad. Gaye, die naar verluidt van tevoren getipt was over deze poging tot arrestatie, had zwaar gewapende aanhangers rond zich verzameld. De troepen van Gaye openden het vuur op de MINUSCA Joint Task Force. In het daarop volgende vuurgevecht, dat zeven uur duurde, gebruikten de mannen van Gaye vuurwapens, raketgranaten en handgranaten tegen de MINUSCA-troepen; daarbij kwam één lid van de VN-vredesmacht om het leven en werden er acht gewond. Gaye was eind september 2015 betrokken bij het aanmoedigen van gewelddadige protestacties en rellen, in wat een poging bleek om de overgangsregering omver te werpen. De mislukte staatsgreep was waarschijnlijk het werk van aanhangers van de voormalige president Bozize, die voor die gelegenheid een verbond hadden gesloten met Gaye en andere FPRC-leiders. Blijkbaar probeerde Gaye een reeks vergeldingsaanslagen te organiseren die een bedreiging voor de ophanden zijnde verkiezingen zouden vormen. Gaye was belast met de coördinatie van gemarginaliseerde elementen van de anti-Balaka-milities.

Op 1 oktober 2015 vond er in de wijk PK5 een ontmoeting plaats tussen Gaye en Eugène Barret Ngaïkosset, een lid van een gemarginaliseerde anti-Balaka-groep, om een gezamenlijke aanval op Bangui op zaterdag 3 oktober te plannen. De groep van Gaye belette mensen om de wijk PK5 te verlaten, met de bedoeling de gemeenschapsidentiteit van de moslimbevolking te versterken en aldus de interetnische spanningen te doen oplopen en verzoening onmogelijk te maken. Op 26 oktober 2015 verstoorden Gaye en zijn groep een ontmoeting tussen de aartsbisschop van Bangui en de imam van de centrale moskee van Bangui. Zij bedreigden de delegatie, die de centrale moskee moest verlaten en de wijk PK5 moest ontvluchten.

8.   Eugène BARRET NGAÏKOSSET (alias: a) Eugene Ngaikosset, b) Eugene Ngaikoisset, c) Eugene Ngakosset, d) Eugene Barret Ngaikosse, e) Eugene Ngaikouesset; minder betrouwbaar alias: f) „The Butcher of Paoua”, g) Ngakosset)

Functie: a) voormalig kapitein, presidentiële garde CAR; b) voormalig kapitein, zeestrijdkrachten CAR

Nationaal identificatienr.: Militair identificatienummer 911-10-77 van de strijdkrachten van de Centraal-Afrikaanse Republiek (FACA)

Adres: Bangui, Centraal-Afrikaanse Republiek

Datum plaatsing op de lijst: 17 december 2015.

Overige informatie: Kapitein Eugène Barret Ngaïkosset is een voormalig lid van de presidentiële garde van voormalig president François Bozizé (CFi.001) en heeft banden met de anti-Balaka-beweging. Hij ontsnapte op 17 mei 2015 uit de gevangenis na zijn uitlevering vanuit Brazaville en richtte zijn eigen anti-Balaka-factie op met voormalige FACA-strijders.

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Eugène BARRET NGAÏKOSSET is op 17 december 2015 overeenkomstig de punten 11 en 12 b) en f) van Resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van personen die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van de CAR ondermijnen”; „betrokken zijn bij de planning, aansturing of uitvoering van handelingen die een schending vormen van het internationale recht inzake de mensenrechten of het internationale humanitaire recht, naargelang het geval, of die in de CAR een schending van of inbreuk op de mensenrechten vormen, waaronder het gebruik van seksueel geweld, het viseren van burgers, etnisch of religieus gemotiveerde aanslagen, aanslagen op scholen en ziekenhuizen, en ontvoering en gedwongen verplaatsing”; „en betrokken zijn bij de planning, aansturing, sponsoring of uitvoering van aanslagen tegen VN-missies of internationale veiligheidstroepen waaronder MINUSCA, de missies van de Europese Unie en de Franse operaties die hen ondersteunen”.

Aanvullende informatie:

Ngaïkosset is een van de belangrijkste organisatoren van het geweld dat eind september 2015 in Bangui uitbrak. Ngaïkosset en andere anti-Balaka-leden werkten samen met gemarginaliseerde ex-Séléka-strijders in een poging de overgangsregering van de CAR te destabiliseren. In de nacht van 27-28 september 2015 probeerden Ngaïkosset en anderen vruchteloos het „Izamo”-gendarmeriekamp te bestormen om wapens en munitie te stelen. Op 28 september omsingelde de groep de gebouwen van de nationale radio van de CAR.

Op 1 oktober 2015 vond er in de wijk PK5 een bijeenkomst plaats tussen Ngaïkosset en Haroun Gaye, een leider van het Front Populaire pour la Renaissance de Centrafrique (FPRC), om een gezamenlijke aanval op Bangui op zaterdag 3 oktober te plannen.

Op 8 oktober 2015 kondigde de minister van Justitie van de CAR zijn voornemen aan om een onderzoek in te stellen naar Ngaïkosset en andere personen voor hun rol bij het geweld dat in september 2015 in Bangui uitbrak. Ngaïkosset en anderen werden genoemd als betrokkenen bij „ernstige misdragingen die een inbreuk op de interne veiligheid van de staat vormen en neerkomen op samenzwering en aanzetten tot burgeroorlog, burgerlijke ongehoorzaamheid, haat en medeplichtigheid”. De justitiële autoriteiten van de CAR kregen de opdracht een onderzoek in te stellen om de daders en medeplichtigen op te sporen en te arresteren.

Op 11 oktober 2015 zou Ngaïkosset anti-Balaka-milities onder zijn commando hebben gevraagd ontvoeringen te plegen, waarbij naast Franse onderdanen ook politici van de CAR en VN-functionarissen het doelwit waren, met als doel het vertrek van de overgangspresident, Catherine Samba-Panza, te forceren.

▼M7

9.   Joseph KONY (alias: a) Kony, b) Joseph Rao Kony, c) Josef Kony, d) Le Messie sanglant)

Functie: Bevelhebber van het Verzetsleger van de Heer (Lord's Resistance Army)

Geboortedatum: a) 1959, b) 1960, c) 1961, d) 1963, e) 18 september 1964, f) 1965, g) (augustus 1961), h) (juli 1961), i) 1 januari 1961, j) (april 1963)

Geboorteplaats: a) Palaro Village, Palaro Parish, Omoro County, Gulu District, Uganda, b) Odek, Omoro, Gulu, Uganda, c) Atyak, Uganda

Nationaliteit: Ugandees paspoort

Adres: a) Vakaga, Centraal-Afrikaanse Republiek, b) Haute-Kotto, Centraal-Afrikaanse Republiek, c) Basse-Kotto, Centraal-Afrikaanse Republiek, d) Haut-Mbomou, Centraal-Afrikaanse Republiek, e) Mbomou, Centraal-Afrikaanse Republiek, f) Haut-Uolo, Democratische Republiek Congo, g) Bas-Uolo, Democratische Republiek Congo, h) (opgegeven adres: Kafia Kingi (een gebied op de grens tussen Sudan en Zuid-Sudan, waarvan de uiteindelijke status nog moet worden bepaald). Naar verluidt zijn sinds januari 2015 500 leden van het Verzetsleger van de Heer uit Sudan verwijderd.

Datum plaatsing op de lijst: 7 maart 2016.

Overige informatie:

Kony is de oprichter en leider van het Verzetsleger van de Heer (LRA — Lord's Resistance Army) (CFe.002). Onder zijn leiding is de LRA betrokken geweest bij het ontvoeren, doden en verminken van duizenden burgers in Centraal-Afrika. De LRA is verantwoordelijk voor het ontvoeren, het verdrijven, het plegen van seksueel geweld jegens en het doden van honderden burgers in de Centraal-Afrikaanse Republiek, en heeft eigendommen van burgers geplunderd en vernield. Naam van de vader is Luizi Obol. Naam van de moeder is Nora Obol.

Informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Joseph Kony is op 7 maart 2016 overeenkomstig de punten 12 en 13 b), c) en d) van Resolutie 2262 (2016) op de lijst geplaatst van personen of entiteiten die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van de CAR ondermijnen”; „betrokken zijn bij de planning, aansturing of uitvoering van handelingen die een schending vormen van het internationale recht inzake de mensenrechten of het internationale humanitaire recht, naargelang het geval, of die in de CAR een schending van of inbreuk op de mensenrechten vormen, waaronder het gebruik van seksueel geweld, het viseren van burgers, etnisch of religieus gemotiveerde aanslagen, aanslagen op scholen en ziekenhuizen, en ontvoering en gedwongen verplaatsing”; „kinderen rekruteren of gebruiken in gewapende conflicten in de CAR, en daarbij het toepasselijke internationale recht overtreden;” en „gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud en producten van wilde dieren in of vanuit de CAR”.

Aanvullende informatie:

Kony is de oprichter van het Verzetsleger van de Heer (Lord's Resistance Army — LRA) en wordt omschreven als de oprichter, religieus leider, voorzitter en bevelhebber. De LRA ontstond in de jaren '80 in het noorden van Uganda en was betrokken bij het ontvoeren, doden en verminken van duizenden burgers in Centraal-Afrika. Als gevolg van toenemende militaire druk, gaf Kony de LRA in 2005 en 2006 de opdracht om uit Uganda weg te trekken. Sindsdien is de LRA actief in de Democratische Republiek Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Sudan en naar verluidt ook in Sudan.

Als leider van de LRA formuleert en implementeert Kony de strategie van de LRA, waarbij hij vaste orders geeft om de burgerbevolking aan te vallen en hardhandig aan te pakken. Sinds december 2013 heeft de LRA onder het bewind van Joseph Kony honderden burgers in de Centraal-Afrikaanse Republiek ontvoerd, verdreven, seksueel misbruikt en gedood, en heeft het eigendommen van burgers geplunderd en vernietigd. Zich voornamelijk ophoudend in het oosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek en naar verluidt in Kafia Kingi (een gebied op de grens tussen Sudan en Zuid-Sudan waarvan de uiteindelijke status nog moet worden bepaald maar dat militair door Sudan wordt gecontroleerd), valt de LRA dorpen aan om voedsel en voorraden te plunderen. Als veiligheidstroepen op aanvallen reageren, leggen de LRA-strijders hinderlagen om hen aan te vallen en hun materiaal te stelen, en LRA-strijders viseren en plunderen ook dorpen waar geen militairen aanwezig zijn. De LRA voert ook steeds meer aanvallen uit op diamant- en goudmijnen.

Het Internationaal Strafhof heeft tegen Kony een aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Het Internationaal Strafhof heeft hem in staat van beschuldiging gesteld voor 12 aanklachten wegens misdaden tegen de menselijkheid, waaronder moord, slavernij, seksslavernij, verkrachting en onmenselijke daden waarbij ernstig lichamelijk letsel en menselijk lijden worden toegebracht, en 21 aanklachten wegens oorlogsmisdaden waaronder moord, wrede behandeling van burgers, het opzettelijk aanvallen van een burgerbevolking, plundering, aanzetten tot verkrachting en het ronselen, door middel van ontvoering, van kinderen jonger dan 15 jaar.

Kony heeft de rebellenstrijders vaste orders gegeven om diamanten en goud te stelen van ambachtelijke mijnwerkers in het oosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek. Naar verluidt worden bepaalde mineralen dan door de groep van Kony naar Sudan gebracht, of verhandeld met lokale burgers en leden van de voormalige Séléka.

Kony heeft zijn strijders tevens opgedragen olifanten te stropen in het Garamba National Park in de Democratische Republiek Congo, van waaruit slagtanden van olifanten via het oosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek naar verluidt naar Sudan worden vervoerd, alwaar hooggeplaatste LRA-strijders hen naar verluidt verhandelen en verkopen aan Sudanese handelaren en plaatselijke functionarissen. De handel in ivoor vormt een belangrijke bron van inkomsten voor de groep van Kony. Naar verluidt zijn sinds januari 2015 500 leden van het Verzetsleger van de Heer uit Sudan verwijderd.

▼M9

10.   Ali KONY (alias: a) Ali Lalobo b) Ali Mohammad Labolo c) Ali Mohammed d) Ali Mohammed Lalobo e) Ali Mohammed Kony f) Ali Mohammed Labola g) Ali Mohammed Salongo h) Ali Bashir Lalobo i) Ali Lalobo Bashir j) Otim Kapere k) „Bashir” l) „Caesar” m) „One-P” n) „1-P”

Functie: Adjunct, Lord's Resistance Army

Geboortedatum: a) 1994 b) 1993 c) 1995 d) 1992

Adres: Kafia Kingi (gebied aan de grens tussen Sudan en Zuid-Sudan waarvan de definitieve status nog moet worden bepaald).

Datum plaatsing op de lijst:23 augustus 2016.

Overige informatie:

Ali Kony is een adjunct in het Lord's Resistance Army (LRA) (CFe.002), een op de lijst geplaatste entiteit, en de zoon van LRA-leider Joseph Kony (CFi.009), een op de lijst geplaatste persoon. Ali werd opgenomen in de leiding van het LRA in 2010. Hij maakt deel uit van een groep hooggeplaatste LRA-officieren uit de entourage van Joseph Kony.

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Ali Kony werd op 23 augustus 2016 overeenkomstig de punten 12 en 13, onder d) en g), van Resolutie 2262 (2016) op de lijst geplaatst van personen of entiteiten die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van de CAR ondermijnen”; „gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud, wilde dieren en planten en producten daarvan in of vanuit de CAR”; „de leider zijn van een entiteit die het Comité overeenkomstig punt 36 of 37 van Resolutie 2134 (2014) of deze resolutie heeft aangewezen, of ondersteuning hebben verleend aan of opgetreden hebben voor, namens of op aanwijzing van een persoon of een entiteit die het Comité overeenkomstig punt 36 of 37 van Resolutie 2134 (2014) of deze resolutie heeft aangewezen, of van een entiteit die eigendom is of onder zeggenschap staat van een op de lijst geplaatste persoon of entiteit”.

Ali Kony wordt beschouwd als mogelijke opvolger van Joseph Kony als leider van het LRA. Ali is in toenemende mate betrokken bij de operationele planning van het LRA, en geldt als rechterhand van Joseph Kony. Ali is tevens inlichtingenofficier bij het LRA, en heeft in die hoedanigheid tot 10 ondergeschikten.

Ali en zijn broer Salim Kony zijn allebei verantwoordelijk geweest voor het handhaven van de discipline in het LRA. Aangenomen wordt dat beide broers deel uitmaken van de kring van vertrouwelingen van Joseph Kony en verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van Kony's bevelen. De twee hebben disciplinaire beslissingen genomen om LRA-leden die de LRA-regels niet hebben gevolgd, te straffen of te doden. Op bevel van Joseph Kony zijn Salim en Ali betrokken bij de smokkel van ivoor van het nationaal park Garamba, in het noorden van de Democratische Republiek Congo (DRC), via de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), naar de conflictregio van Kafia Kingi, met het oog op de verkoop of de handel met plaatselijke kooplui.

Ali Kony is verantwoordelijk voor het onderhandelen over ivoorprijzen en het marchanderen met kooplui. Ali heeft één à twee keer per maand een ontmoeting met kooplui om de prijs van het ivoor van het LRA te bespreken, in Amerikaanse dollar of Sudanese pond, of het ivoor te verhandelen voor wapens, munitie of voedsel. Joseph Kony heeft Ali opgedragen met de opbrengst van de grootste slagtanden antipersoonsmijnen te kopen om rond het kamp van Kony te leggen. In juli 2014 had Ali Kony de leiding over de operatie om 52 stukken ivoor te verplaatsen met het oog op de levering aan Joseph Kony en vervolgens de verkoop.

In april 2015 verliet Salim Kafia Kingi om een lading slagtanden in ontvangst te nemen. In mei nam Salim deel aan het vervoer van twintig stukken ivoor van de DRC naar Kafia Kingi. Rond dezelfde tijd had Ali een ontmoeting met de kooplui om voorraden aan te kopen en een bijeenkomst te plannen voor nog meer transacties, en om namens het LRA de voorwaarden overeen te komen voor de aankoop van het ivoor dat Salim zou hebben vervoerd.

Verwante personen en entiteiten op de lijst:

Joseph Kony, op de lijst geplaatst op 7 maart 2016

Salim Kony, op de lijst geplaatst op 23 augustus 2016

Lord's Resistance Army (LRA), op de lijst geplaatst op 7 maart 2016

11.   Salim KONY (alias: a) Salim Saleh Kony b) Salim Saleh c) Salim Ogaro d) Okolu Salim e) Salim Saleh Obol Ogaro f) Simon Salim Obol)

Functie: Adjunct, Lord's Resistance Army

Geboortedatum: a) 1992 b) 1991 c) 1993

Adres: a) Kafia Kingi (gebied aan de grens tussen Sudan en Zuid-Sudan waarvan de definitieve status nog moet worden bepaald), b) Centraal-Afrikaanse Republiek

Datum plaatsing op de lijst:23 augustus 2016

Overige informatie:

Salim Kony is een adjunct in het Lord's Resistance Army (LRA) (CFe.002), een op de lijst geplaatste entiteit, en de zoon van LRA-leider Joseph Kony (CFi.009), een op de lijst geplaatste persoon. Salim werd opgenomen in de leiding van het LRA in 2010. Hij maakt deel uit van een groep hooggeplaatste LRA-officieren uit de entourage van Joseph Kony.

Informatie uit de beschrijving van de redenen voor opneming op de lijst die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Salim Kony werd op 23 augustus 2016 overeenkomstig de punten 12 en 13, onder d) en g), van Resolutie 2262 (2016) op de lijst geplaatst van personen of entiteiten die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van de CAR ondermijnen”; „gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud, wilde dieren en planten en producten daarvan in of vanuit de CAR”; „de leider zijn van een entiteit die het Comité overeenkomstig punt 36 of 37 van Resolutie 2134 (2014) of deze resolutie heeft aangewezen, of ondersteuning hebben verleend aan of opgetreden hebben voor, namens of op aanwijzing van een persoon of een entiteit die het Comité overeenkomstig punt 36 of 37 van Resolutie 2134 (2014) of deze resolutie heeft aangewezen, of van een entiteit die eigendom is of onder zeggenschap staat van een op de lijst geplaatste persoon of entiteit”.

Salim Kony is de hoofdcommandant van het hoofdkwartier „op het terrein” van het LRA en heeft van jongs af aan samen met Joseph Kony aanvallen en defensieve acties van het LRA gepland. Eerder heeft Salim de groep aangevoerd die de beveiliging van Joseph Kony verzorgt. Meer recent heeft Joseph Kony aan Salim het beheer van de financiële en logistieke netwerken van het LRA toevertrouwd.

Salim en zijn broer Ali Kony zijn allebei verantwoordelijk geweest voor het handhaven van de discipline in het LRA. Aangenomen wordt dat beide broers deel uitmaken van de kring van vertrouwelingen van Joseph Kony en verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van Kony's bevelen. De twee hebben disciplinaire beslissingen genomen om LRA-leden die de LRA-regels niet hebben gevolgd, te straffen of te doden. Salim zou LRA-leden hebben gedood die van plan waren over te lopen, en heeft bij Joseph Kony verslag uitgebracht over activiteiten van groepen en leden van het LRA.

Op bevel van Joseph Kony zijn Salim en Ali betrokken bij de smokkel van ivoor van het nationaal park Garamba, in het noorden van de Democratische Republiek Congo (DRC), via de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) naar de conflictregio van Kafia Kingi, met het oog op de verkoop of de handel met plaatselijke kooplui.

Salim trekt geregeld met een tiental strijders naar de grens van de CAR, waar hij andere LRA-groepen ontmoet en begeleidt die ivoor vervoeren via een route ten noorden van Garamba. In april 2015 verliet Salim Kafia Kingi om een lading slagtanden in ontvangst te nemen. In mei nam Salim deel aan het vervoer van twintig stukken ivoor van de DRC naar Kafia Kingi.

Eerder, in juni 2014, was Salim met een groep LRA-strijders de DRC binnengetrokken om olifanten te stropen in Garamba. Joseph Kony had Salim ook de opdracht gegeven om twee LRA-commandanten naar Garamba te brengen om bergplaatsen van ivoor bloot te leggen die daar jaren eerder ingericht waren. In juli 2014 had Salim een ontmoeting met een tweede LRA-groep om het ivoor, 52 stukken in totaal, te vervoeren naar Kafia Kingi. Salim was verantwoordelijk voor het bijhouden van de ivoorboekhouding voor Joseph Kony en voor het doorgeven van informatie over ivoortransacties aan LRA-groepen.

Verwante personen en entiteiten op de lijst:

Joseph Kony, op de lijst geplaatst op 7 maart 2016

Ali Kony, op de lijst geplaatst op 23 augustus 2016

Lord's Resistance Army (LRA), op de lijst geplaatst op 7 maart 2016

▼M2

B.   Entiteiten

▼M5

1.   BUREAU D'ACHAT DE DIAMANT EN CENTRAFRIQUE/KARDIAM

(Ook bekend als: a) BADICA/KRDIAM b) KARDIAM)

Adres: a) BP 333 Bangui, Centraal-Afrikaanse Republiek (tel. + 32 3 2310521, fax. + 32 3 2331839, e-mail: kardiam.bvba@skvnet·be: website: www.groupeabdoulkarim.com) b) Antwerpen, België

Overige informatie: geleid door Abdoul-Karim Dan-Azoumi sinds 12 december 1986 en door Aboubaliasr Mahamat sinds 1 januari 2005. Bijkantoren zijn MINAiR en SOFIA TP (Douala, Kameroen).

Informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Het Bureau d'achat de Diamant en Centrafrique/KARDIAM werd op 20 augustus 2015 uit hoofde van lid 12, punt d), van Resolutie 2196 (2015) op de lijst geplaatst van entiteiten die „gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud, wilde dieren en producten van wilde dieren, in de CAR”.

Aanvullende informatie:

BADICA/KARDIAM heeft steun verleend aan gewapende groepen in de Centraal-Afrikaans Republiek, namelijk de voormalige Séléka en anti-Balaka, door de illegale ontginning van en handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten en goud.

Het Bureau d'Achat de Diamant en Centrafrique (BADICA) bleef in 2014 diamanten aankopen uit Bria en Sam Ouandja (provincie Haute Kotto) in het oosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek, waar voormalige Sélékastrijdkrachten belastingen heffen op vliegtuigen voor diamantvervoer en geld ontvangen voor het beschermen van diamantdelvers. Verschillende delvers uit Bria en Sam Ouandja die aan BADICA leveren, onderhouden nauwe banden met voormalige Sélékacommandanten.

In mei 2014 konden de Belgische autoriteiten beslag leggen op twee diamantpartijen die verstuurd waren naar BADICA's vertegenwoordiger in Antwerpen, die in België officieel geregistreerd is als KARDIAM. Diamantexperts oordeelden dat de in beslag genomen diamanten zeer waarschijnlijk afkomstig zijn uit Centraal Afrika en eigenschappen vertonen die kenmerkend zijn voor diamanten uit Sam Ouandja en Bria, evenals Nola (provincie Sangha Mbaéré), in het zuidwesten van het land.

Handelaars die illegaal uit de Centraal-Afrikaanse Republiek naar buitenlandse markten verhandelde diamanten aankochten, inclusief uit het westelijke deel van het land, zijn namens BADICA actief geweest in Kameroen.

In mei 2014 voerde BADICA ook goud uit dat vervaardigde was in Yaloké (provincie Ombella-Mpoko), waar artisanale goudmijnen onder de controle van de Séléka waren gekomen totdat anti-Balakagroepen deze in Februari 2014 overnamen.

▼M7

2.   VERZETSLEGER VAN DE HEER/LORD'S RESISTANCE ARMY (alias: a) LRA, b) Lord's Resistance Movement (LRM), c) Lord's Resistance Movement/Army (LRM/A))

Adres: a) Vakaga, Centraal-Afrikaanse Republiek, b) Haute-Kotto, Centraal-Afrikaanse Republiek, c) Basse-Kotto, Centraal-Afrikaanse Republiek, d) Haut-Mbomou, Centraal-Afrikaanse Republiek, e) Mbomou, Centraal-Afrikaanse Republiek, f) Haut-Uolo, Democratische Republiek Congo, g) Bas-Uolo, Democratische Republiek Congo, h) (opgegeven adres: Kafia Kingi (een gebied op de grens tussen Sudan en Zuid-Sudan, waarvan de uiteindelijke status nog moet worden bepaald). Naar verluidt zijn sinds januari 2015 500 leden van het Verzetsleger van de Heer uit Sudan verwijderd.)

Datum plaatsing op de lijst: 7 maart 2016.

Overige informatie: Is in de jaren '80 in het noorden van Uganda ontstaan. Is verantwoordelijk voor het ontvoeren, doden en verminken van duizenden burgers in Centraal-Afrika, waaronder honderden in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Joseph Kony is de leider.

Informatie uit de beschrijving van de redenen die is verstrekt door het Sanctiecomité:

Het Verzetsleger van de Heer is op 7 maart 2016 overeenkomstig de punten 12 en 13 b), c) en d) van Resolutie 2262 (2016) op de lijst geplaatst van personen of entiteiten die „handelingen verrichten of steunen die de vrede, de veiligheid of de stabiliteit van de CAR ondermijnen”; „betrokken zijn bij de planning, aansturing of uitvoering van handelingen die een schending vormen van het internationale recht inzake de mensenrechten of het internationale humanitaire recht, naargelang het geval, of die in de CAR een schending van of inbreuk op de mensenrechten vormen, waaronder het gebruik van seksueel geweld, het viseren van burgers, etnisch of religieus gemotiveerde aanslagen, aanslagen op scholen en ziekenhuizen, en ontvoering en gedwongen verplaatsing”; „kinderen rekruteren of gebruiken in gewapende conflicten in de CAR, en daarbij het toepasselijke internationale recht overtreden;” en „gewapende groepen of criminele netwerken steunen door de illegale ontginning van of de handel in natuurlijke hulpbronnen, waaronder diamanten, goud en producten van wilde dieren in of vanuit de CAR”.

Aanvullende informatie:

De LRA ontstond in de jaren '80 in het noorden van Uganda en was betrokken bij het ontvoeren, doden en verminken van duizenden burgers in Centraal-Afrika. Als gevolg van toenemende militaire druk, gaf Joseph Kony, de leider van de LRA, in 2005 en 2006 het LRA de opdracht om uit Uganda weg te trekken. Sindsdien is het LRA actief in de Democratische Republiek Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Sudan en naar verluidt ook in Sudan.

Sinds december 2013 heeft het LRA honderden burgers in de Centraal-Afrikaanse Republiek ontvoerd, verdreven, seksueel misbruikt en gedood, en heeft het eigendommen van burgers geplunderd en vernietigd. Zich voornamelijk ophoudend in het oosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek en naar verluidt in Kafia Kingi (een gebied op de grens tussen Sudan en Zuid-Sudan waarvan de uiteindelijke status nog moet worden bepaald maar dat militair door Sudan wordt gecontroleerd), valt het LRA dorpen aan om voedsel en voorraden te plunderen. Als veiligheidstroepen op aanvallen reageren, leggen de LRA-strijders hinderlagen om hen aan te vallen en hun materiaal te stelen, en LRA-strijders viseren en plunderen ook dorpen waar geen militairen aanwezig zijn. Het LRA voert ook steeds meer aanvallen uit op diamant- en goudmijnen.

Eenheden van het LRA worden vaak vergezeld door gevangenen die worden gedwongen als dragers, koks en seksslaven te werken. Het LRA pleegt gendergerelateerd geweld, waaronder verkrachtingen van vrouwen en meisjes.

In december 2013 heeft het LRA in Haute-Kotto tientallen mensen ontvoerd. Naar verluidt is het LRA sinds het begin van 2014 betrokken geweest bij de ontvoering van honderden burgers in de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Begin 2014 hebben LRA-strijders herhaaldelijk aanvallen uitgevoerd op Obo, gelegen in de prefectuur van Haut-Mbomou in het oosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek.

Tussen mei en juli 2014 ging het LRA door met het uitvoeren van aanvallen in Obo en in andere plaatsen in het zuidoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek, waaronder aanvallen en ontvoeringen in de prefectuur van Mbomou begin juni die gecoördineerd leken.

Het LRA is sinds ten minste 2014 bij de olifantenstroperij en de olifantenhandel betrokken om inkomsten te genereren. Naar verluidt smokkelt het LRA ivoor van het Garamba National Park in het noorden van de Democratische Republiek Congo naar Darfur om het te verhandelen voor wapens en goederen. Het LRA vervoert de slagtanden van gestroopte olifanten naar verluidt via de Centraal-Afrikaanse Republiek naar Darfur in Sudan om ze te verkopen. Bovendien heeft Kony vanaf begin 2014 de LRA-strijders naar verluidt opgedragen om bij mijnwerkers in het oosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek diamanten en goud te plunderen voor vervoer naar Sudan. Naar verluidt zijn sinds januari 2015 500 leden van het Verzetsleger van de Heer uit Sudan verwijderd.

Begin februari 2015 hebben met zware wapens bewapende LRA-strijders in Kpangbayanga, Haut-Mbomou, burgers ontvoerd en voedingsmiddelen gestolen.

Op 20 april 2015 heeft het LRA Ndambissoua in het zuidoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek aangevallen en kinderen ontvoerd, hetgeen ertoe heeft geleid dat het merendeel van de bewoners het dorp is ontvlucht. Begin juli 2015 heeft het LRA verschillende dorpen in het zuiden van de prefectuur Haute-Kotto aangevallen; daarbij werden huizen verbrand en vonden plunderingen, ontvoeringen en geweldplegingen jegens burgers plaats.

Sinds januari 2016 zijn de aanvallen die aan het LRA worden toegeschreven toegenomen in Mbomou, Haut-Mbomou en Haute-Kotto; met name de mijnbouwgebieden in Haute-Kotto hebben hieronder te lijden. Deze aanvallen gingen gepaard met plunderingen, geweldpleging jegens burgers, vernieling van eigendommen en ontvoeringen. Dit heeft geleid tot verplaatsing van de bevolking, waaronder ongeveer 700 mensen die hun toevlucht hebben gezocht in Bria.

▼B




BIJLAGE II

Websites voor informatie over de bevoegde autoriteiten en adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie

BELGIË

http://www.diplomatie.be/eusanctions

BULGARIJE

http://www.mfa.bg/en/pages/135/index.html

TSJECHIË

http://www.mfcr.cz/mezinarodnisankce

DENEMARKEN

http://um.dk/da/politik-og-diplomati/retsorden/sanktioner/

DUITSLAND

http://www.bmwi.de/DE/Themen/Aussenwirtschaft/aussenwirtschaftsrecht,did=404888.html

ESTLAND

http://www.vm.ee/est/kat_622/

IERLAND

http://www.dfa.ie/home/index.aspx?id=28519

GRIEKENLAND

http://www.mfa.gr/en/foreign-policy/global-issues/international-sanctions.html

SPANJE

http://www.exteriores.gob.es/Portal/es/PoliticaExteriorCooperacion/GlobalizacionOportunidadesRiesgos/Documents/ORGANISMOS%20COMPETENTES%20SANCIONES%20INTERNACIONALES.pdf

FRANKRIJK

http://www.diplomatie.gouv.fr/autorites-sanctions/

KROATIË

http://www.mvep.hr/sankcije

ITALIË

http://www.esteri.it/MAE/IT/Politica_Europea/Deroghe.htm

CYPRUS

http://www.mfa.gov.cy/sanctions

LETLAND

http://www.mfa.gov.lv/en/security/4539

LITOUWEN

http://www.urm.lt/sanctions

LUXEMBURG

http://www.mae.lu/sanctions

HONGARIJE

http://www.kulugyminiszterium.hu/kum/hu/bal/Kulpolitikank/nemzetkozi_szankciok/

MALTA

http://www.doi.gov.mt/EN/bodies/boards/sanctions_monitoring.asp

NEDERLAND

www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/internationale-vrede-en-veiligheid/sancties

OOSTENRIJK

http://www.bmeia.gv.at/view.php3?f_id=12750&LNG=en&version=

POLEN

http://www.msz.gov.pl

PORTUGAL

http://www.portugal.gov.pt/pt/os-ministerios/ministerio-dos-negocios-estrangeiros/quero-saber-mais/sobre-o-ministerio/medidas-restritivas/medidas-restritivas.aspx

ROEMENIË

http://www.mae.ro/node/1548

SLOVENIË

http://www.mzz.gov.si/si/zunanja_politika_in_mednarodno_pravo/zunanja_politika/mednarodna_varnost/omejevalni_ukrepi/

SLOWAKIJE

http://www.mzv.sk/sk/europske_zalezitosti/europske_politiky-sankcie_eu

FINLAND

http://formin.finland.fi/kvyhteistyo/pakotteet

ZWEDEN

http://www.ud.se/sanktioner

VERENIGD KONINKRIJK

https://www.gov.uk/sanctions-embargoes-and-restrictions

Adres voor kennisgevingen aan de Europese Commissie:

Europese Commissie

Dienst Instrumenten voor het buitenlands beleid (FPI)

EEAS 02/309

B-1049 Brussel

België

E-mail: relex-sanctions@ec.europa.eu



( 1 ) PB C 69 van 18.3.2010, blz. 19.