Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Partijen

IN ZAAK 104/84 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN DE RAAD VAN BEROEP TE ' S-GRAVENHAGE , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

J . W . M . KROMHOUT , TE NOORDWIJKERHOUT ( NEDERLAND ),

EN

RAAD VAN ARBEID TE LEIDEN ,

Onderwerp

OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 10 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 574/72 VAN DE RAAD VAN 21 MAART 1972 TOT VASTSTELLING VAN DE WIJZE VAN TOEPASSING VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 1408/71 BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE SOCIALE ZEKERHEIDSREGELINGEN OP LOONTREKKENDEN EN HUN GEZINNEN , DIE ZICH BINNEN DE GEMEENSCHAP VERPLAATSEN ( PB 1972 , L 74 , BLZ . 1 ), ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 878/73 VAN DE RAAD VAN 26 MAART 1973 ( PB 1973 , L 86 , BLZ . 1 ),

Overwegingen van het arrest

1 BIJ BESCHIKKING VAN 11 APRIL 1984 , INGEKOMEN TEN HOVE OP 13 APRIL DAARAANVOLGEND , HEEFT DE RAAD VAN BEROEP TE ' S-GRAVENHAGE KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VIER VRAGEN GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 10 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 574/72 VAN DE RAAD VAN 21 MAART 1972 TOT VASTSTELLING VAN DE WIJZE VAN TOEPASSING VAN VERORDENING ( EEG ) NR . 1408/71 BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE SOCIALE-ZEKERHEIDSREGELINGEN OP LOONTREKKENDEN EN HUN GEZINNEN , DIE ZICH BINNEN DE GEMEENSCHAP VERPLAATSEN ( PB 1972 , L 74 , BLZ . 1 ), ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 878/73 VAN DE RAAD VAN 26 MAART 1973 ( PB 1973 , L 86 , BLZ . 1 ).

2 VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING , JOHANNA W . M . KROMHOUT , VAN NEDERLANDSE NATIONALITEIT , IS OP 6 MAART 1981 VAN ECHT GESCHEIDEN VAN THOMAS BEELITZ , DIE DE DUITSE NATIONALITEIT BEZIT . DE ECHTELIEDEN WOONDEN TOT JANUARI 1980 , TOEN ZIJ GESCHEIDEN GINGEN LEVEN , TE ZAMEN IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND . BEELITZ BLEEF OOK DAARNA IN DUITSLAND WONEN EN WERKEN , TERWIJL KROMHOUT MET DE TWEE , OP 18 MEI 1973 EN 3 DECEMBER 1979 UIT HET HUWELIJK GEBOREN KINDEREN ZICH WEER IN NEDERLAND VESTIGDE .

3 MET INGANG VAN HET TWEEDE KWARTAAL 1980 ONTVING KROMHOUT VAN DE NEDERLANDSE INSTANTIES KINDERBIJSLAG VOOR DEZE KINDEREN INGEVOLGE DE ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET .

4 VOLGENS DEZE WET WORDT KINDERBIJSLAG TOEGEKEND AAN VERZEKERDEN IN DE ZIN VAN DIE WET . ONDER HET BEGRIP VERZEKERDE VALT , VOLGENS DE DEFINITIE VAN ARTIKEL 6 , LID 1 , VAN DE WET , ' ' DEGENE , DIE DE LEEFTIJD VAN 15 JAAR HEEFT BEREIKT , INDIEN HIJ : A INGEZETENE IS ; B GEEN INGEZETENE IS , DOCH TER ZAKE VAN BINNEN HET RIJK IN DIENSTBETREKKING VERRICHTE ARBEID AAN DE LOONBELASTING IS ONDERWORPEN . ' '

5 ALS IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND WOONACHTIG WERKNEMER ONTVING OOK BEELITZ VAN DE DUITSE INSTANTIES OVER DEZELFDE PERIODE VOOR BEIDE KINDEREN KINDERBIJSLAG INGEVOLGE HET ' ' BUNDESKINDERGELDGESETZ ' ' IN SAMENHANG MET ARTIKEL 73 VAN VERORDENING NR . 1408/71 VAN 14 JUNI 1971 .

6 KRACHTENS PAR 1 , LID 1 , VAN DE DUITSE WET HEEFT RECHT OP KINDERBIJSLAG VOOR ZIJN KINDEREN ' ' DEGENE DIE BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE WET WOONPLAATS OF ZIJN GEWONE VERBLIJFPLAATS HEEFT ' ' . IN PAR 2 , LID 5 , WORDT GEPRECISEERD DAT NIET IN AANMERKING WORDEN GENOMEN ' ' KINDEREN DIE NOCH WOONPLAATS NOCH HUN GEWONE VERBLIJFPLAATS BINNEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE WET HEBBEN ' ' . BIJ DE TOEPASSING VAN LAATSTGENOEMDE BEPALING WORDT EVENWEL REKENING GEHOUDEN MET ARTIKEL 73 VAN VERORDENING NR . 1408/71 , BEPALENDE :

' ' DE WERKNEMER OP WIE DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN ... LID-STAAT ... VAN TOEPASSING IS , HEEFT VOOR ZIJN GEZINSLEDEN DIE OP HET GRONDGEBIED VAN EEN ANDERE LID-STAAT WONEN , RECHT OP DE GEZINSBIJSLAGEN WAARIN DE WETTELIJKE REGELING VAN DE EERSTE STAAT VOORZIET , ALSOF DIE GEZINSLEDEN OP HET GRONDGEBIED VAN DEZE STAAT WOONDEN . ' '

7 TIJDENS DE ECHTSCHEIDINGSPROCEDURE WAS BEELITZ VEROORDEELD OM AAN ZIJN GEWEZEN ECHTGENOTE ALIMENTATIE TE BETALEN ALSMEDE EEN BIJDRAGE IN DE KOSTEN VAN VERZORGING EN OPVOEDING VAN DE TWEE KINDEREN VAN ONGEVEER HFL 200 PER MAAND EN PER KIND . VOLGENS HET DOSSIER BETAALDE HIJ INDERDAAD DIT BEDRAG AAN KROMHOUT , DOCH NIET DE KINDERBIJSLAG DIE HIJ VOOR DE KINDEREN ONTVING .

8 BIJ BESLISSING VAN 7 OKTOBER 1982 SCHORSTE DE RAAD VAN ARBEID TE LEIDEN MET INGANG VAN HET TWEEDE KWARTAAL 1982 DE BETALING VAN DE KINDERBIJSLAG KRACHTENS DE NEDERLANDSE WETGEVING TOT HET BEDRAG VAN DE DOOR BEELITZ IN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND ONTVANGEN KINDERBIJSLAG . DE RAAD VAN ARBEID BERIEP ZICH DAARTOE OP ARTIKEL 10 VAN VERORDENING NR . 574/72 VAN DE RAAD VAN 21 MAART 1972 . ZOALS VASTGESTELD BIJ VERORDENING NR . 878/73 VAN DE RAAD VAN 26 MAART 1973 ( PB 1973 , L 86 , BLZ . 1 ), BEPAALT DIT ARTIKEL IN LID 1 :

, HET RECHT OP GEZINS- OF KINDERBIJSLAG DIE ALLEEN IS VERSCHULDIGD KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT , WAARIN VOOR HET VERKRIJGEN VAN HET RECHT OP DEZE BIJSLAG GEEN VOORWAARDEN INZAKE DE VERZEKERING OF DE ARBEID WORDEN GESTELD , WORDT GESCHORST WANNEER , TIJDENS EEN ZELFDE TIJDVAK EN VOOR EEN ZELFDE GEZINSLID :

A ) BIJSLAG VERSCHULDIGD IS KRACHTENS ARTIKEL 73 OF ARTIKEL 74 VAN DE VERORDENING ... ' '

9 OP 15 NOVEMBER 1982 STELDE KROMHOUT BEROEP IN BIJ DE RAAD VAN BEROEP TE ' S-GRAVENHAGE , WAAR ZIJ VORDERDE DAT DE RAAD DE BESLISSING VAN DE RAAD VAN ARBEID ZOU VERNIETIGEN EN ZOU BEPALEN DAT ZIJ TEN VOLLE RECHT HAD OP NEDERLANDSE KINDERBIJSLAG VOOR HAAR BEIDE KINDEREN , ALTHANS ZOU BEPALEN DAT DE RAAD VAN ARBEID EEN NIEUWE BESLISSING DIENDE TE NEMEN MET INACHTNEMING VAN DE BESLISSING VAN DE RAAD VAN BEROEP .

10 VAN OORDEEL DAT HET GESCHIL VRAGEN DEED RIJZEN OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL 10 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 574/72 , HEEFT DE RAAD VAN BEROEP TE ' S-GRAVENHAGE DE BEHANDELING VAN DE ZAAK GESCHORST EN HET HOF DE NAVOLGENDE PREJUDICIELE VRAGEN GESTELD :

' ' 1 ) VOLSTAAT HET VOOR DE TOEPASSING VAN ARTIKEL 10 , EERSTE LID , SUB A , EERSTE ZIN , VAN VERORDENING ( EEG ) 574/72 DAT HET KIND TEN BEHOEVE WAARVAN DE KINDERBIJSLAG WORDT UITBETAALD ( ALS GEZINSLID ) ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN DE VERORDENINGEN VALT , OF MOETEN ALLEN BIJ WIE KRACHTENS NATIONAAL RECHT DE AANSPRAAK OP KINDERBIJSLAG BERUST C.Q . AAN WIE DE KINDERBIJSLAG WORDT UITBETAALD , ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VALLEN ?

2)INDIEN HET ANTWOORD OP VRAAG 1 ALDUS LUIDT , DAT NIET ALLEN DIE AANSPRAAK HEBBEN OP KINDERBIJSLAG C.Q . AAN WIE KINDERBIJSLAG WORDT UITBETAALD , ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN DE VERORDENINGEN BEHOEVEN TE VALLEN , BETEKENT DIT DAN DAT MET TOEPASSING VAN ARTIKEL 10 , EERSTE LID , SUB A , EERSTE VOLZIN , VAN VERORDENING ( EEG ) 574/72 DE KINDERBIJSLAG DIE UITSLUITEND OP GROND VAN HET NATIONALE RECHT VERSCHULDIGD IS AAN EEN VERZEKERDE DIE NIET ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN DE VERORDENINGEN VALT , KAN C.Q . MAG WORDEN GESCHORST ?

3)MAG MET TOEPASSING VAN ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , EERSTE ZIN , VAN VERORDENING ( EEG ) 574/72 DE KINDERBIJSLAG DIE VERSCHULDIGD IS UITSLUITEND OP GROND VAN HET NATIONALE RECHT TEN BEHOEVE VAN EEN GEZINSLID DAT OP GROND VAN EEN ANDER RECHTSSTELSEL ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN DE VERORDENINGEN VALT , WORDEN GESCHORST ?

4)IS ARTIKEL 10 , LID 1 , VAN VERORDENING ( EEG ) 574/72 TOEPASSELIJK TEN AANZIEN VAN EEN WETTELIJKE REGELING ALS DE NEDERLANDSE ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET - INGEVOLGE WELKE WET VOOR HET RECHT OP KINDERBIJSLAG VERZEKERING ALS VOORWAARDE WORDT GESTELD - WANNEER DEZE VERZEKERING UITSLUITEND BESTAAT OP GROND VAN INGEZETENSCHAP ?

' '

DE EERSTE VRAAG

11 MET ZIJN EERSTE VRAAG WENST DE NATIONALE RECHTER IN WEZEN TE VERNEMEN , OF ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , EERSTE ZIN , VAN VERORDENING NR . 574/72 VAN DE RAAD VAN 21 MAART 1972 , ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 878/73 VAN DE RAAD VAN 26 MAART 1973 ( PB 1973 , L 86 , BLZ . 1 ), VAN TOEPASSING IS WANNEER HET KIND WAARVOOR GEZINS- OF KINDERBIJSLAG IS VERSCHULDIGD , ALS GEZINSLID VAN EEN DER RECHTHEBBENDEN ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN WERKNEMERS VALT , OOK INDIEN DE ANDERE RECHTHEBBENDE , AAN WIE EVENEENS GEZINS- OF KINDERBIJSLAG VOOR HETZELFDE KIND VERSCHULDIGD IS , NIET ONDER DIE WERKINGSSFEER VALT .

12 DIENAANGAANDE MENEN DE RAAD VAN ARBEID EN DE COMMISSIE , DIE ALS ENIGEN OPMERKINGEN BIJ HET HOF HEBBEN INGEDIEND , DAT DE BEPALING IN GEDING TEN DOEL HEEFT , SAMENLOOP VAN KINDERBIJSLAGEN VOOR DEZELFDE KINDEREN EN OVER DEZELFDE PERIODE TE VOORKOMEN , WAARBIJ NIET VAN BELANG IS AAN WIE EN AAN HOEVEEL PERSONEN DIE BIJSLAGEN ZOUDEN MOETEN WORDEN UITBETAALD . VOOR DE TOEPASSING VAN BEDOELDE BEPALING ZOU HET DERHALVE VOLDOENDE ZIJN DAT EEN DER ECHTELIEDEN WERKNEMER IS IN DE ZIN VAN VERORDENING NR . 1408/71 EN DIENTENGEVOLGE MET ZIJN KINDEREN ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN DE REGELING VALT . HET FEIT DAT HET HUWELIJK TUSSEN DE WERKNEMER EN ZIJN ECHTGENOOT IS ONTBONDEN , ZOU DAARBIJ NIET VAN BELANG ZIJN .

13 OM DE GESTELDE VRAAG TE KUNNEN BEANTWOORDEN , DIENT EERST HET DOEL VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING TER ZAKE VAN GEZINS- OF KINDERBIJSLAG TE WORDEN VERDUIDELIJKT . DAARVOOR ZIJN NUTTIGE AANWIJZINGEN TE VINDEN IN DE BEPALINGEN VAN DE BASISVERORDENING NR . 1408/71 VAN DE RAAD VAN 14 JUNI 1971 ( PB 1971 , L 149 , BLZ . 2 ). VOLGENS ARTIKEL 1 , SUB U-I , HIERVAN WORDEN ONDER ' ' GEZINSBIJSLAGEN ' ' VERSTAAN ' ' ALLE VERSTREKKINGEN OF UITKERINGEN TER BESTRIJDING VAN DE GEZINSLASTEN ' ' . HETZELFDE ARTIKEL DEFINIEERT SUB U-II HET BEGRIP ' ' KINDERBIJSLAG ' ' ALS ' ' DE PERIODIEKE UITKERINGEN WELKE UITSLUITEND OP GROND VAN HET AANTAL GEZINSLEDEN EN EVENTUEEL VAN HUN LEEFTIJD WORDEN TOEGEKEND ' ' .

14 BLIJKENS DEZE BEPALINGEN HEBBEN DE GEZINS- OF KINDERBIJSLAGEN TEN DOEL , DE WERKNEMERS MET GEZINSLASTEN EEN SOCIALE HANDREIKING TE BIEDEN DOOR DE SAMENLEVING IN DIE LASTEN TE DOEN DELEN . IN DEZE GEDACHTENGANG PAST , DAT HET BETROKKEN ANTI-CUMULATIEVOORSCHRIFT EEN DUBBELE VERGOEDING VAN DIE LASTEN , WAARDOOR HET TOT EEN ONGERECHTVAARDIGDE OVERCOMPENSATIE VOOR HET GEZIN VAN DE WERKNEMER ZOU KOMEN , MOET VERHINDEREN . DAT VOORSCHRIFT MOET DUS ZO WORDEN UITGELEGD , DAT DE BETALING VAN PARALLELLE SOCIALE UITKERINGEN WEGENS EEN EN DEZELFDE SITUATIE EN VOOR EEN EN DEZELFDE PERIODE WORDT VOORKOMEN .

15 HET VALT NIET TE ONTKENNEN DAT EEN SITUATIE ALS DIE WELKE ZICH IN CASU VOORDOET , AANLEIDING KAN GEVEN TOT OVERCOMPENSATIE VAN DE GEZINSLASTEN , DOORDAT DE KINDEREN VOOR EEN ZELFDE PERIODE TWEE PARALLELLE AANSPRAKEN OP KINDERBIJSLAG DOEN ONTSTAAN , NAMELIJK EEN BIJ DE MOEDER EN EEN BIJ DE VADER . BIJGEVOLG MOET HET BETROKKEN ANTI-CUMULATIEVOORSCHRIFT ALDUS WORDEN UITGELEGD , DAT HET IN EEN DERGELIJKE SITUATIE VAN TOEPASSING IS TELKENS WANNEER DE KINDEREN ALS GEZINSLEDEN VAN DE OUDER-WERKNEMER ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN VERORDENING NR . 1408/71 VALLEN , ZONDER DAT HET ER DAARBIJ OP AANKOMT , OF DE ANDERE OUDER , DIE GEEN BEROEPSWERKZAAMHEDEN VERRICHT , WEGENS DE HUWELIJKSSITUATIE AL DAN NIET DAADWERKELIJK DEEL UITMAAKT VAN HET GEZIN VAN DE WERKNEMER EN DUS AL DAN NIET EVENEENS ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN DE VERORDENING VALT .

16 DEZE CONCLUSIE VINDT OVERIGENS STEUN IN HET ARREST VAN 3 FEBRUARI 1983 ( ZAAK 149/82 , ROBARDS , JURISPR . 1983 , BLZ . 171 ). MET BETREKKING TOT DE TWEEDE ZIN VAN ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , VAN VERORDENING NR . 574/72 , DIE HET GEVAL BETREFT DAT BEIDE OUDERS BEROEPSWERKZAAMHEDEN VERRICHTEN , PRECISEERDE HET HOF IN DAT ARREST , DAT ' ' DE AAN DEZE BEPALING TE ONTLENEN OPLOSSING VAN HET PROBLEEM VAN DE SAMENLOOP VAN GEZINSBIJSLAGEN NIET VERSCHILLEND DIENT TE ZIJN AL NAAR GELANG ER AL DAN NIET NOG EEN HUWELIJKSBAND BESTAAT TUSSEN DE TWEE OUDERS DIE EVENTUEEL AANSPRAAK KUNNEN MAKEN OP BIJSLAG VOOR EEN ZELFDE KIND . GEZIEN HAAR DOEL , MAG DEZE BEPALING NIET RESTRICTIEF WORDEN UITGELEGD ' ' . DIT HEEFT OOK TE GELDEN IN HET KADER VAN DE THANS AAN DE ORDE ZIJNDE EERSTE ZIN VAN ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , VAN VERORDENING NR . 574/72 ; MET DEZE TWEE CLAUSULES HEEFT MEN IMMERS TOT EEN COHERENTE ANTI-CUMULATIEREGELING WILLEN KOMEN , DIE ZOWEL HET GEVAL OMVAT WAARIN EEN OUDER BEROEPSWERKZAAMHEDEN VERRICHT ( EERSTE ZIN ), ALS HET GEVAL WAARIN BEIDE OUDERS DAT DOEN ( TWEEDE ZIN ).

17 OP DE EERSTE VRAAG MOET MITSDIEN WORDEN GEANTWOORD , DAT ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , EERSTE ZIN , VAN VERORDENING NR . 574/72 VAN DE RAAD VAN 21 MAART 1972 , ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 878/73 VAN DE RAAD VAN 26 MAART 1973 ( PB 1973 , L 86 , BLZ . 1 ), VAN TOEPASSING IS WANNEER HET KIND WAARVOOR GEZINS- OF KINDERBIJSLAG IS VERSCHULDIGD , ALS GEZINSLID VAN EEN DER RECHTHEBBENDEN ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN WERKNEMERS VALT , ZONDER DAT HET ER DAARBIJ OP AANKOMT , OF OOK DE ANDERE RECHTHEBBENDE , WAARAAN EVENEENS GEZINS- OF KINDERBIJSLAG VOOR HETZELFDE KIND VERSCHULDIGD IS , ONDER DIE WERKINGSSFEER VALT .

DE TWEEDE EN DE DERDE VRAAG

18 DE TWEEDE EN DE DERDE VRAAG DIENEN TE ZAMEN TE WORDEN BEANTWOORD . HIERMEE WENST DE NATIONALE RECHTER IN WEZEN TE VERNEMEN OF , EN ZO JA IN HOEVERRE , VOORMELDE BEPALING DE SCHORSING TOELAAT VAN DE GEZINS- OF KINDERBIJSLAG DIE , VOOR EEN KIND DAT UIT HOOFDE VAN EEN GEZINSLID-WERKNEMER VALT ONDER DE WERKINGSSFEER VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN WERKNEMERS , UITSLUITEND KRACHTENS DE WETGEVING VAN EEN LID-STAAT VERSCHULDIGD IS AAN EEN RECHTHEBBENDE DIE ZELF NIET ONDER DIE WERKINGSSFEER VALT .

19 DIENAANGAANDE MERKT DE RAAD VAN ARBEID OP , DAT DE BEPALING IN GEDING HANDELT OVER HET SCHORSEN VAN HET RECHT OP GEZINS- OF KINDERBIJSLAG , VERSCHULDIGD KRACHTENS EEN WETTELIJKE REGELING DIE VOOR DAT RECHT GEEN VOORWAARDEN INZAKE VERZEKERING OF ARBEID STELT . DAARBIJ ZOU HET SLECHTS KUNNEN GAAN OM BIJSLAGEN DIE UITSLUITEND KRACHTENS HET NATIONALE RECHT VERSCHULDIGD ZIJN , WANT WANNEER ER GEEN BEROEPSWERKZAAMHEDEN WORDEN VERRICHT , KAN AAN DE GEMEENSCHAPSREGELING GEEN RECHT OP GEZINS- OF KINDERBIJSLAG WORDEN ONTLEEND .

20 DE COMMISSIE PRECISEERT , DAT DE TOEPASSING VAN DE BEPALING IN GEDING ERTOE KAN LEIDEN , DAT GEZINS- OF KINDERBIJSLAG DIE UITSLUITEND KRACHTENS DE NATIONALE WETGEVING IS VERSCHULDIGD , WORDT GESCHORST , MET DIEN VERSTANDE DAT TOEKENNING VAN HET HOOGSTE NATIONALE BEDRAG GEWAARBORGD DIENT TE ZIJN . WANNEER DUS HET BEDRAG VAN DE WERKELIJK ONTVANGEN UITKERINGEN IN DE ENE LID-STAAT LAGER IS DAN DAT VAN DE UITKERINGEN KRACHTENS UITSLUITEND DE WETTELIJKE REGELING VAN DE ANDERE LID-STAAT , ZOU DE RECHTHEBBENDE TEGENOVER LAATSTGENOEMDE STAAT RECHT HEBBEN OP EEN AANVULLING TEN BELOPE VAN HET VERSCHIL TUSSEN DE TWEE BEDRAGEN .

21 VOLGENS EEN VASTE RECHTSPRAAK VAN HET HOF , DIE GEBASEERD IS OP HET GRONDBEGINSEL VAN HET VRIJE VERKEER VAN WERKNEMER EN DE DOELSTELLING VAN ARTIKEL 51 EEG-VERDRAG , GELDT EEN BEPALING DIE DE CUMULATIE VAN KINDERBIJSLAGEN MOET VOORKOMEN , SLECHTS IN ZOVERRE ALS DE BELANGHEBBENDE DAARDOOR NIET ZONDER REDEN VAN EEN RECHT OP UITKERINGEN KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT WORDT BEROOFD . WANNEER DUS HET BEDRAG VAN DE UITKERINGEN WAARVAN DE BETALING IS GESCHORST , HOGER IS DAN DAT VAN DE UITKERINGEN DIE OP GROND VAN DE UITOEFENING VAN BEROEPSWERKZAAMHEDEN WORDEN TOEGEKEND , MOET HET ANTI-CUMULATIEVOORSCHRIFT VAN ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , VAN VERORDENING NR . 574/72 SLECHTS GEDEELTELIJK WORDEN TOEGEPAST EN MOET ALS AANVULLING HET VERSCHIL TUSSEN DIE BEDRAGEN WORDEN UITGEKEERD ( ZIE BIJVOORBEELD HET ARREST VAN 19 FEBRUARI 1981 , ZAAK 104/80 , BEECK , JURISPR . 1981 , BLZ . 503 ).

22 BIJGEVOLG VERZET HET GEMEENSCHAPSRECHT ZICH ER NIET TEGEN , DAT GEZINS- OF KINDERBIJSLAG DIE UITSLUITEND KRACHTENS DE WETGEVING VAN EEN LID-STAAT IS VERSCHULDIGD , IN GEVAL VAN SAMENLOOP WORDT GESCHORST , MET DIEN VERSTANDE DAT DE SCHORSING BEPERKT DIENT TE BLIJVEN TOT HET BEDRAG TEN AANZIEN WAARVAN ER SAMENLOOP IS .

23 MITSDIEN MOET OP DE TWEEDE EN DE DERDE VRAAG WORDEN GEANTWOORD , DAT ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , EERSTE ZIN , VAN VERORDENING NR . 574/72 , ZOALS GEWIJZIGD , DE SCHORSING TOELAAT VAN DE GEZINS- OF KINDERBIJSLAG DIE , VOOR EEN KIND DAT UIT HOOFDE VAN EEN GEZINSLID- WERKNEMER VALT ONDER DE WERKINGSSFEER VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN WERKNEMERS , UITSLUITEND KRACHTENS DE WETGEVING VAN EEN LID-STAAT VERSCHULDIGD IS AAN EEN RECHTHEBBENDE DIE ZELF NIET ONDER DIE WERKINGSSFEER VALT , MET DIEN VERSTANDE DAT DE SCHORSING BEPERKT DIENT TE BLIJVEN TOT HET BEDRAG TEN AANZIEN WAARVAN ER SAMENLOOP IS .

DE VIERDE VRAAG

24 IN DE VIERDE PLAATS WENST DE NATIONALE RECHTER IN WEZEN TE VERNEMEN , OF VOORNOEMDE BEPALING OOK VAN TOEPASSING IS WANNEER DE GEZINS- OF KINDERBIJSLAG UITSLUITEND IS VERSCHULDIGD KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT EN HET RECHT OP DIE UITKERINGEN ALDAAR OP DE ENKELE GROND VAN INGEZETENSCHAP WORDT VERKREGEN .

25 BLIJKENS DE OVERWEGINGEN VAN DE VERWIJZINGSBESCHIKKING WIL DE NATIONALE RECHTER IN STAAT WORDEN GESTELD TE BEOORDELEN , OF EEN STELSEL ALS DAT VAN DE NEDERLANDSE ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET ONDER DE MATERIELE WERKINGSSFEER VAN DE BEPALING IN GEDING VALT , NU DEZE BEPALING SLECHTS HET OOG HEEFT OP HET NIET UIT HOOFDE VAN VERZEKERING OF ARBEID VERKREGEN RECHT OP GEZINS- OF KINDERBIJSLAG . HET NATIONALE STELSEL WAAROM HET IN CASU GAAT , VERLANGT VOOR HET RECHT OP KINDERBIJSLAG DE HOEDANIGHEID VAN VERZEKERDE , MAAR BESCHOUWT ALS VERZEKERDEN ALLE PERSONEN BOVEN EEN BEPAALDE LEEFTIJD , DIE OFWEL WOONPLAATS HEBBEN OP HET NATIONALE GRONDGEBIED OFWEL TER ZAKE VAN ALDAAR IN DIENSTBETREKKING VERRICHTE ARBEID AAN DE LOONBELASTING ZIJN ONDERWORPEN . IN FEITE LEGT HET DUS GEEN NOODZAKELIJK VERBAND TUSSEN HET RECHT OP UITKERING ENERZIJDS EN EEN INKOMEN OF ARBEID IN DIENSTBETREKKING ANDERZIJDS .

26 DIENAANGAANDE MENEN DE RAAD VAN ARBEID EN DE COMMISSIE , DAT WAAR DE BEPALING IN GEDING UITGAAT VAN HET CRITERIUM DAT GEEN VOORWAARDEN INZAKE VERZEKERING OF ARBEID WORDEN GESTELD , DIT NIETS ANDERS KAN BETEKENEN DAN DAT VOOR DE VERKRIJGING VAN HET RECHT OP UITKERING UITSLUITEND EEN VOORWAARDE INZAKE INGEZETENSCHAP GELDT . DIT ZOU HET GEVAL ZIJN BIJ EEN STELSEL ALS HET ONDERHAVIGE , DAT WAT DE VERZEKERING BETREFT , GEEN VOORWAARDEN STELT TEN AANZIEN VAN BIJ VOORBEELD DE DUUR ERVAN , EN WAARBIJ DE BETALING VAN PREMIES SLECHTS EEN ONDERGESCHIKTE ROL SPEELT IN DIE ZIN , DAT DE HOOGTE ERVAN GEEN INVLOED HEEFT OP DE HOOGTE VAN DE UITKERING EN HET RECHT OP UITKERING ONAFHANKELIJK IS VAN PREMIEBETALING .

27 DEZE ZIENSWIJZE MOET WORDEN AANVAARD . EEN AAN DE COMMUNAUTAIRE ANTI-CUMULATIEVOORSCHRIFTEN TEN GRONDSLAG LIGGEND BEGINSEL IS , DAT EEN UIT HOOFDE VAN BEROEPSWERKZAAMHEDEN VERKREGEN RECHT VOORGAAT BOVEN EEN RECHT DAT NIET AFHANGT VAN DE UITOEFENING VAN BEROEPSWERKZAAMHEDEN . DIT BLIJKT UIT DE ALGEMENE OPZET VAN DE ANTI-CUMULATIEVOORSCHRIFTEN OP HET GEBIED VAN DE GEZINS- OF KINDERBIJSLAGEN EN , MEER IN HET BIJZONDER , UIT HET FEIT DAT ARTIKEL 10 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 574/72 EEN AANVULLING IS OP HET VOORSCHRIFT VAN ARTIKEL 76 VAN VERORDENING NR . 1408/71 , LUIDENDE : ' ' HET RECHT OP KRACHTENS ARTIKEL 73 OF 74 VERSCHULDIGDE GEZINS- OF KINDERBIJSLAGEN WORDT GESCHORST INDIEN KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN DE LID-STAAT OP HET GRONDGEBIED WAARVAN DE GEZINSLEDEN WONEN , OP GROND VAN VERRICHTE BEROEPSWERKZAAMHEDEN EVENEENS GEZINS- OF KINDERBIJSLAGEN VERSCHULDIGD ZIJN . ' ' HIERUIT VOLGT , DAT DE BEPALING IN GEDING ALDUS MOET WORDEN UITGELEGD , DAT ZIJ OOK BETREKKING HEEFT OP EEN NATIONAAL STELSEL DAT WELISWAAR HET RECHT OP GEZINS-OF KINDERBIJSLAG VOORBEHOUDT AAN KRACHTENS DAT STELSEL VERZEKERDE PERSONEN , DOCH VOOR DE VERKRIJGING VAN DAT RECHT IN FEITE ENKEL EEN VOORWAARDE INZAKE INGEZETENSCHAP STELT .

28 DE ONTSTAANSGESCHIEDENIS VAN ARTIKEL 10 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 574/72 BEVESTIGT DEZE CONCLUSIE . DE HUIDIGE REDACTIE VAN DEZE BEPALING , DIE HET RESULTAAT IS VAN EEN BIJ VERORDENING NR . 878/73 AANGEBRACHTE WIJZIGING , IS JUIST BEDOELD OM REKENING TE HOUDEN MET DE NATIONALE WETTELIJKE REGELINGEN VAN DRIE NIEUWE LID-STATEN VAN DE GEMEENSCHAP , WAARIN HET RECHT OP KINDERBIJSLAG UITSLUITEND GEBASEERD IS OP HET FEIT DAT DE BEGUNSTIGDE OP HET NATIONALE GRONDGEBIED WOONT , EN DIE GEEN INTERNE OF EXTERNE ANTI-CUMULATIEVOORSCHRIFTEN BEVATTEN .

29 OP DE VIERDE VRAAG MOET MITSDIEN WORDEN GEANTWOORD , DAT ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , EERSTE ZIN , VAN VERORDENING NR . 574/72 , ZOALS GEWIJZIGD , OOK VAN TOEPASSING IS WANNEER DE GEZINS- OF KINDERBIJSLAG UITSLUITEND IS VERSCHULDIGD KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT EN HET RECHT OP DIE UITKERINGEN ALDAAR OP DE ENKELE GROND VAN INGEZETENSCHAP WORDT VERKREGEN .

Beslissing inzake de kosten

KOSTEN

30 DE KOSTEN DOOR DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING VAN HAAR OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN DE PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE ( DERDE KAMER ),

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR DE RAAD VAN BEROEP TE ' S-GRAVENHAGE BIJ BESCHIKKING VAN 11 APRIL 1984 GESTELDE VRAGEN , VERKLAART VOOR RECHT :

1 ) ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , EERSTE ZIN , VAN VERORDENING NR . 574/72 VAN DE RAAD VAN 21 MAART 1972 , ZOALS GEWIJZIGD BIJ VERORDENING NR . 878/73 VAN DE RAAD VAN 26 MAART 1973 ( PB 1973 , L 86 , BLZ . 1 ), IS VAN TOEPASSING WANNEER HET KIND WAARVOOR GEZINS- OF KINDERBIJSLAG IS VERSCHULDIGD , ALS GEZINSLID VAN EEN DER RECHTHEBBENDEN ONDER DE PERSONELE WERKINGSSFEER VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN WERKNEMERS VALT , ZONDER DAT HET ER DAARBIJ OP AANKOMT , OF OOK DE ANDERE RECHTHEBBENDE , WAARAAN EVENEENS GEZINS- OF KINDERBIJSLAG VOOR HETZELFDE KIND VERSCHULDIGD IS , ONDER DIE WERKINGSSFEER VALT .

2)ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , EERSTE ZIN , VAN VERORDENING NR . 574/72 , ZOALS GEWIJZIGD , LAAT DE SCHORSING TOE VAN DE GEZINS- OF KINDERBIJSLAG DIE , VOOR EEN KIND DAT UIT HOOFDE VAN EEN GEZINSLID-WERKNEMER VALT ONDER DE WERKINGSSFEER VAN DE GEMEENSCHAPSREGELING INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN WERKNEMERS , UITSLUITEND KRACHTENS DE WETGEVING VAN EEN LID-STAAT VERSCHULDIGD IS AAN EEN RECHTHEBBENDE DIE ZELF NIET ONDER DIE WERKINGSSFEER VALT , MET DIEN VERSTANDE DAT DE SCHORSING BEPERKT DIENT TE BLIJVEN TOT HET BEDRAG TEN AANZIEN WAARVAN ER SAMENLOOP IS .

3)ARTIKEL 10 , LID 1 , SUB A , EERSTE ZIN , VAN VERORDENING NR . 574/72 , ZOALS GEWIJZIGD , IS OOK VAN TOEPASSING WANNEER DE GEZINS- OF KINDERBIJSLAG UITSLUITEND IS VERSCHULDIGD KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN LID-STAAT EN HET RECHT OP DIE UITKERINGEN ALDAAR OP DE ENKELE GROND VAN INGEZETENSCHAP WORDT VERKREGEN .