Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum

Partijen

In zaak C‑313/10,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Landesarbeitsgericht Köln (Duitsland) bij beslissing van 13 april 2010, ingekomen bij het Hof op 29 juni 2010, in de procedure

Land Nordrhein-Westfalen

tegen

Sylvia Jansen,

geeft

DE PRESIDENT VAN DE TWEEDE KAMER VAN HET HOF,

advocaat-generaal N. Jääskinen gehoord,

de navolgende

Beschikking

Overwegingen van het arrest

1. Bij brief van 6 oktober 2011, ingekomen ter griffie van het Hof op 13 oktober 2011, heeft het Landesarbeitsgericht Köln het Hof meegedeeld dat het hoofdgeding zonder voorwerp was geraakt en dat het bijgevolg zijn verzoek om een prejudiciële beslissing introk.

2. Bijgevolg dient de doorhaling van deze zaak in het register van het Hof te worden gelast.

3. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Dictum

De president van de Tweede kamer van het Hof beschikt:

Zaak C‑313/10 wordt doorgehaald in het register van het Hof.

Luxemburg, 25 oktober 2011.