6.3.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 62/24


BESLUIT (GBVB) 2015/363 VAN DE RAAD

van 5 maart 2015

betreffende de tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen door lidstaten van de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 29 en artikel 31, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 31 januari 2013 heeft de Raad Besluit 2013/71/GBVB betreffende de tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen door lidstaten van de Europese Unie (1) vastgesteld, op grond waarvan de geldigheid van hun nationale vergunningen om het grondgebied van de in Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB van de Raad (2) bedoelde lidstaten te betreden en daar te verblijven, met nog eens twaalf maanden werd verlengd.

(2)

Op basis van een evaluatie van de toepassing van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB acht de Raad het gepast de geldigheidsduur van die vergunningen met nog eens vierentwintig maanden te verlengen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 2 van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB bedoelde lidstaten verlengen de geldigheidsduur van overeenkomstig artikel 3 van dat gemeenschappelijk standpunt verleende nationale vergunningen om hun grondgebied te betreden en daar te verblijven met nog eens vierentwintig maanden, met ingang van 31 januari 2014.

Artikel 2

De Raad evalueert de toepassing van Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB uiterlijk zes maanden na de vaststelling van dit besluit.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel, 5 maart 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

D. REIZNIECE-OZOLA


(1)  Besluit 2013/71/GBVB van de Raad van 31 januari 2013 betreffende de tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen door lidstaten van de Europese Unie (PB L 32 van 1.2.2013, blz. 19).

(2)  Gemeenschappelijk Standpunt 2002/400/GBVB van de Raad van 21 mei 2002 betreffende de tijdelijke opvang van een aantal Palestijnen door lidstaten van de Europese Unie (PB L 138 van 28.5.2002, blz. 33).