7.7.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 179/5


BESLUIT VAN DE RAAD

van 28 juni 2011

tot wijziging van het Besluit van de Raad van 12 maart 1999 houdende vaststelling van de regels betreffende het pensioenfonds van Europol

(2011/400/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het statuut voor de personeelsleden van Europol, als vastgesteld in het besluit van de Raad van 3 december 1998 („Europol-statuut”) (1), en met name artikel 37, lid 3, van aanhangsel 6, bij dat besluit,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit 2009/371/JBZ van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (Europol) (2) („het Europol-besluit”) vervangt de Akte van de Raad van 26 juli 1995 tot vaststelling van de Overeenkomst op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (3) („de Europol-overeenkomst”), met ingang van de toepassingsdatum ervan, namelijk 1 januari 2010.

(2)

In het Europol-besluit is bepaald dat alle maatregelen ter uitvoering van de Europol-overeenkomst ingetrokken worden met ingang van 1 januari 2010, tenzij anders bepaald in het Europol-besluit.

(3)

In het Europol-besluit is verder bepaald dat het Europol-statuut en andere desbetreffende instrumenten van toepassing blijven op de personeelsleden die overeenkomstig artikel 57, lid 2, van dat besluit niet in dienst zijn getreden overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

(4)

In het Europol-besluit is tevens bepaald dat het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, als vastgesteld in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 (4), van toepassing zijn op de directeur, de adjunct-directeuren en de personeelsleden van Europol die na 1 januari 2010 in dienst zijn genomen.

(5)

In het Europol-besluit is voorts bepaald dat alle arbeidsovereenkomsten die door Europol, als opgericht bij de Europol-overeenkomst, zijn gesloten en die van kracht zijn op 1 januari 2010, nageleefd worden totdat zij verstrijken; nadat het Europol-besluit van toepassing is geworden, kunnen deze overeenkomsten niet op basis van het Europol-statuut worden verlengd.

(6)

In het Europol-besluit is ook bepaald dat de personeelsleden die op 1 januari 2010 met een arbeidsovereenkomst in dienst waren de mogelijkheid krijgen een overeenkomst als tijdelijk functionaris of als arbeidscontractant te sluiten volgens de voorwaarden van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie. Verscheidene personeelsleden hebben van deze mogelijkheid gebruikgemaakt.

(7)

Derhalve is het aantal personeelsleden dat onder het Europol-statuut in dienst is getreden, en bijgevolg ook hun bijdragen aan het pensioenfonds van Europol overeenkomstig artikel 37, lid 1, van aanhangsel 6, van het statuut voor de personeelsleden van Europol, vanaf 1 januari 2010 gestaag verminderd en dienen deze bijdragen niet langer te worden gestort zodra de laatste arbeidsovereenkomst waarop het statuut voor de personeelsleden van Europol van toepassing is, is verstreken.

(8)

Dientengevolge dient het beheer van het fonds te worden aangepast aan de verminderde omvang van zowel de bijdragen aan, als de betalingen door, het fonds, door het aantal leden van de raad van bestuur en het aantal bijeenkomsten van deze raad te verminderen.

(9)

Het is ook redelijk de persoonlijke aansprakelijkheid van de leden van de raad van bestuur handelend ter vervulling van hun taken te beperken tot grove nalatigheid en ernstige wanpraktijken.

(10)

De financiële verplichtingen van het fonds dienen ook vroeger af te lopen dan voorzien werd toen het werd opgericht. Indien de activa van het fonds niet zouden volstaan om aan de financiële verplichtingen te voldoen, moet het tekort door de begroting van Europol worden gedekt. Gezien de huidige financiële toestand van het fonds, lijkt deze mogelijkheid een louter theoretisch karakter te hebben, mede rekening houdend met het feit dat Europol de uit zijn verplichting krachtens de artikelen 63 tot en met 71 van het Europol-statuut voortvloeiende risico’s heeft herverzekerd door een verzekering betreffende invaliditeits- en overlevendenpensioenen af te sluiten.

(11)

Het besluit van de Raad van 12 maart 1999 houdende vaststelling van de regels betreffende het pensioenfonds van Europol (5) dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd. Als gevolg van de inwerkingtreding van het Europol-besluit moeten in dat besluit ook andere technische wijzigingen worden aangebracht,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het besluit van de Raad van 12 maart 1999 houdende vaststelling van de regels betreffende het pensioenfonds van Europol wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1 wordt het volgende punt ingevoegd:

„a bis)   „het Europol-besluit”: het besluit van de Raad van 6 april 2009 tot oprichting van de Europese Politiedienst (6) en tot vervanging van de Europol-overeenkomst;

2)

In artikel 1 wordt punt b) vervangen door:

„b)   „Europol”: de bij het Europol-besluit opgerichte Europese Politiedienst;”.

3)

In artikel 1 wordt punt g) vervangen door:

„g)   „de raad van bestuur van Europol”: de raad van bestuur van Europol als genoemd in artikel 37, lid 1, van het Europol-besluit;”.

4.

In artikel 1 wordt het volgende punt toegevoegd:

„h)   „het personeelscomité van Europol”: het personeelscomité dat overeenkomstig artikel 4 van het statuut is opgericht of, indien het ophoudt te bestaan, het personeelscomité dat in artikel 9, lid 1, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie is vermeld (7).

5)

In artikel 3, lid 1, wordt punt g) vervangen door:

„g)

overige inkomsten, met inbegrip van uitzonderlijke bijdragen die overeenkomstig artikel 12 ter van Europol worden ontvangen.”.

6)

In artikel 3, lid 2, onder d), worden de woorden „of wenselijk” geschrapt.

7)

Artikel 4, lid 2, wordt vervangen door:

„2.   De raad bestaat uit vier leden.”.

8)

Artikel 4, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   Van de vier leden worden er twee benoemd door de raad van bestuur van Europol, één door Europol en één door het personeelscomité van Europol. Elk lid kan zich tijdens de vergaderingen van de raad laten bijstaan door ten hoogste twee deskundigen; de kosten van externe deskundigen komen alleen ten laste van het fonds wanneer de raad daartoe besluit.”.

9)

In artikel 4, lid 7, worden de woorden „als secretaris fungeert altijd een van de door Europol of door het personeelscomité van Europol aangewezen leden” vervangen door de woorden: „als secretaris fungeert altijd hetzij het door Europol benoemde lid, hetzij het door het personeelscomité van Europol benoemde lid”.

10)

In artikel 5 wordt het volgende lid toegevoegd:

„6.   De raad en zijn leden vertegenwoordigen de belangen van alle deelnemers en de belangen van Europol.”.

11)

In artikel 6, lid 1, wordt het woord „tweemaal” vervangen door het woord „eenmaal”.

12)

Artikel 7, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   De raad kan alleen besluiten nemen in vergaderingen waarin ten minste één door de raad van bestuur van Europol benoemd lid en de vertegenwoordigers van de andere partijen aanwezig zijn.”.

13)

In artikel 8, lid 1, worden in de Engelse versie de woorden „solvability, liquidity, rentability” vervangen door de woorden „solvency, liquidity, profitability”.

14)

In artikel 10, lid 3, wordt de tweede zin vervangen door:

„Daartoe benoemt de raad een gecertificeerd accountant die overeenkomstig het toepasselijke Nederlandse recht is geregistreerd.”.

15)

Artikel 10, lid 4, wordt vervangen door:

„4.   Het jaarverslag wordt toegezonden aan de raad van bestuur van Europol en wordt gecontroleerd door de Europese Rekenkamer, overeenkomstig artikel 43 en artikel 58, lid 2, onder a), van het Europol-besluit.”.

16)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 12 bis

Beperking van aansprakelijkheid

1.   De leden van de raad zijn niet aansprakelijk voor vorderingen betreffende het uitvoeren van hun in artikel 5 genoemde taken.

2.   Europol stelt de leden van de raad schadeloos voor alle vorderingen tot schadevergoeding van de deelnemers aan het fonds en/of van andere belanghebbende partijen betreffende de uitvoering van hun in artikel 5 genoemde taken.

3.   In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel, zijn de leden van de raad aansprakelijk voor grove nalatigheid en ernstige wanpraktijken, met inbegrip van maar niet beperkt tot fraude, corruptie, geldverduistering en diefstal.”.

17)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 12 ter

Toetsing van het vermogen van het fonds

1.   Behalve het overeenkomstig artikel 10 opgestelde verslag legt de raad elk kwartaal een financieel verslag over betreffende de toetsing van de dekkingsgraad van het fonds. Indien de dekkingsgraad lager is dan het in artikel 132 van de Nederlandse Pensioenwet vastgelegde minimum, verricht de raad een risicobeoordeling teneinde het potentiële insolventierisico van het fonds tijdens de volgende vijf begrotingsjaren te evalueren. De resultaten worden aan de raad van bestuur van Europol en aan de directeur van Europol meegedeeld, en omvatten de oorzaken, de voorgestelde preventiemaatregelen, de verwachte financiële evolutie en een raming van de benodigde cashflow voor elk begrotingsjaar waarvoor uitzonderlijke bijdragen van Europol vereist zijn.

2.   Onverminderd de mogelijkheid om het fonds overeenkomstig artikel 13 op te heffen, dekt Europol eventuele tekorten ingeval het vermogen van het pensioenfonds van Europol ontoereikend is om aan zijn verplichtingen te voldoen, met uitzondering van de verplichtingen die door de herverzekeringsregelingen van Europol worden gedekt.”.

18)

Artikel 13, lid 1, wordt vervangen door:

„1.   Het fonds is opgericht voor onbepaalde tijd. Het kan slechts worden opgeheven door middel van een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Raad van de Europese Unie. Dit besluit wordt genomen op grond van een voorstel van de raad van bestuur van Europol, ingediend na raadpleging van de raad.”.

19)

Aartikel 14 wordt ingetrokken.

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de dag volgende op die waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxemburg, 28 juni 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

FAZEKAS S.


(1)  PB C 26 van 30.1.1999, blz. 23.

(2)  PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.

(3)  PB C 316 van 27.11.1995, blz. 1.

(4)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.

(5)  Zie document 5397/99 in het openbare documentenregister van de Raad: http://register.consilium.eu.int/.

(6)  PB L 121 van 15.5.2009, blz. 37.”.

(7)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.”.