26.5.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 137/22


BESLUIT (EU) 2016/827 VAN DE COMMISSIE

van 20 mei 2016

inzake de verlenging van het mandaat van de Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de waarden neergelegd waarop de Unie berust, en volgens artikel 6 heeft het Handvest van de grondrechten dezelfde juridische waarde als de Verdragen en maken de grondrechten als algemene beginselen deel uit van het recht van de Unie.

(2)

Op 20 november 1991 heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen besloten de afweging van ethische aspecten op te nemen in het besluitvormingsproces voor communautair beleid op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling door de instelling van de Adviesgroep ethische implicaties van de biotechnologie (AGEIB).

(3)

De Commissie heeft op 16 december 1997 besloten de AGEIB te vervangen door de Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën (EGE) en daarbij het werkgebied van de groep uit te breiden tot alle toepassingsgebieden van de exacte wetenschappen en technologie. Het mandaat van de EGE is meerdere malen verlengd, laatstelijk bij Besluit 2010/1/EU van de Commissie (1). Het is thans aangewezen het mandaat met een periode van vijf jaar te verlengen en vervolgens de nieuwe leden te benoemen.

(4)

De EGE heeft als taak aan de Europese Commissie op haar verzoek of op eigen initiatief en in overleg met de Commissie bijstand te verlenen. De Commissie kan de aandacht van de EGE vestigen op vraagstukken die het Europees Parlement en de Raad van groot ethisch belang achten.

(5)

Voor de openbaarmaking van informatie door de leden van de groep moeten voorschriften worden vastgesteld.

(6)

Persoonsgegevens moeten worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (2).

(7)

Besluit 2010/1/EU moet worden ingetrokken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Mandaat

Het mandaat van de Europese Groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën (EGE) wordt met vijf jaar verlengd.

Artikel 2

Taak

De EGE heeft als taak de Commissie op haar verzoek of op verzoek van de voorzitter van de EGE en met instemming van de diensten van de Commissie te adviseren over ethische vraagstukken betreffende de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën en over de ruimere maatschappelijke implicaties van de vooruitgang op deze gebieden. De groep moet daarom:

a)

ethische vraagstukken die voortvloeien uit ontwikkelingen op het gebied van de exacte wetenschappen en technologieën in kaart brengen, definiëren en onderzoeken;

b)

bijstand verlenen in de vorm van analysen en aanbevelingen ter bevordering van ethische EU-beleidsvorming, met inachtneming van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Artikel 3

Raadpleging

De Commissie kan de groep raadplegen over alle zaken die onder de in artikel 2 bedoelde taak vallen. Binnen dit kader kan de Commissie de aandacht van de EGE vestigen op vraagstukken die het Europees Parlement en de Raad van groot ethisch belang achten.

Artikel 4

Samenstelling — Benoeming van de leden

1.   De EGE heeft ten hoogste vijftien leden. De leden beschikken over deskundigheid inzake de in artikel 2 bedoelde taak.

2.   De leden treden op in hun persoonlijke hoedanigheid. Zij brengen in het algemeen belang en onafhankelijk van invloeden van buitenaf advies uit aan de Commissie. De leden stellen de Commissie tijdig in kennis van alle belangenconflicten die hun onafhankelijkheid in gevaar kunnen brengen.

3.   De leden worden door de voorzitter van de Commissie benoemd op voorstel van het lid van de Commissie dat belast is met Onderzoek, Wetenschap en Innovatie, nadat zij zich kandidaat hebben gesteld als reactie op een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voor lidmaatschap van de EGE en na een selectieprocedure op basis van de in de leden 4 en 6 vastgestelde criteria, waarop toezicht wordt gehouden door een comité van aanbeveling.

4.   In zijn voorstel voor de samenstelling van de EGE streeft het comité van aanbeveling zoveel mogelijk naar een hoog niveau van deskundigheid en pluralisme, geografische spreiding en een evenwichtige vertegenwoordiging van relevante specialismen en aandachtspunten, rekening houdend met de specifieke taken van de EGE, de vereiste soort deskundigheid en de reactie op de oproep tot het indienen van blijken van belangstelling. De EGE is onafhankelijk, pluralistisch en multidisciplinair.

5.   Ieder lid van de EGE wordt benoemd voor een ambtstermijn van tweeënhalf jaar. Een ambtstermijn kan aan het einde worden verlengd. Het lidmaatschap van de EGE wordt beperkt tot maximaal drie ambtstermijnen.

6.   Bij de selectie van kandidaten voor lidmaatschap van de groep wordt rekening gehouden met de volgende factoren en criteria:

a)

de samenstelling van de groep is zodanig dat onafhankelijk advies van de hoogste kwaliteit kan worden verstrekt, waarbij wijsheid en vooruitziendheid worden gecombineerd. De geloofwaardigheid van de groep steunt op het evenwicht tussen de kwaliteiten van de mannen en vrouwen waaruit zij bestaat; samen weerspiegelen deze leden de verscheidenheid aan gezichtspunten in Europa. Er wordt streng de hand gehouden aan een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen en er wordt de nodige aandacht besteed aan een evenwichtige vertegenwoordiging naar leeftijd en aan geografische spreiding;

b)

de leden van de groep zijn internationaal erkende deskundigen die op Europees en mondiaal niveau blijk hebben gegeven van uitmuntendheid en ervaring;

c)

de leden vormen een weerspiegeling van het ruime interdisciplinaire werkgebied van de groep, dat gaat van filosofie en ethiek over natuur- en sociale wetenschappen tot recht. Zij mogen zichzelf echter niet als vertegenwoordigers van een bepaald vakgebied, wereldbeeld of onderzoeksstroming beschouwen; zij hebben ieder een ruime blik en zorgen samen voor inzicht in de belangrijke huidige en komende ontwikkelingen, onder meer door inter-, trans- en multidisciplinaire gezichtspunten, en in de behoefte aan bijstand bij ethische vraagstukken op Europees niveau;

d)

naast hun bewezen reputatie brengen de leden samen ervaring met ethische adviesverlening aan beleidsmakers mee, die zij in verschillende lidstaten en zowel op Europees als internationaal niveau hebben opgedaan;

e)

de groep omvat leden die ervaringen hebben in organen zoals adviesraden en -comités, overheidsadviesorganen, nationale raden voor ethiek, universiteiten en onderzoeksinstellingen. Het kan voor de groep waardevol zijn om leden die in meerdere landen ervaring hebben opgedaan en leden van buiten de Europese Unie op te nemen.

7.   De selectie van de leden van de EGE vindt plaats op basis van een open oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, waarin de voorwaarden voor het indienen van een volledige aanvraag worden vermeld. De Commissie maakt de oproep bekend op de Europa-website. Er wordt ook gezorgd voor een link van het register van deskundigengroepen en andere adviesorganen van de Commissie („het register van deskundigengroepen”) naar de Europa-website.

8.   Er mogen leden worden voorgedragen, mits de voorgedragen persoon voldoet aan de voorwaarden voor het indienen van een volledige aanvraag.

9.   De ledenlijst van de EGE wordt door de Commissie in het register van deskundigengroepen bekendgemaakt.

10.   Geschikte kandidaten die niet krachtens lid 2 worden benoemd, worden op een reservelijst geplaatst. De voorzitter van de Commissie kan uit deze reservelijst leden benoemen.

11.   Indien een lid geen doeltreffende bijdrage meer kan leveren aan de werkzaamheden van de EGE, ontslag neemt of niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, kan de voorzitter van de Commissie uit de reservelijst een vervangend lid benoemen voor de resterende duur van de ambtstermijn van het oorspronkelijke lid.

Artikel 5

Werkwijze

1.   Het directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie is in nauwe samenwerking met de voorzit(s)ter van de EGE verantwoordelijk voor de coördinatie en organisatie van de werkzaamheden van de EGE en voor het voeren van haar secretariaat.

2.   De leden van de EGE kiezen voor de duur van hun ambtstermijn met een gewone meerderheid uit hun midden een voorzit(s)ter en een vice-voorzit(s)ter.

3.   De leden van de EGE en de externe deskundigen voldoen aan de bij de Verdragen en de uitvoeringsregels ervan vastgestelde verplichtingen tot geheimhouding, alsmede aan de veiligheidsvoorschriften van de Commissie betreffende de bescherming van gerubriceerde EU-informatie die zijn neergelegd in de Besluiten (EU, Euratom) 2015/443 (3) en (EU, Euratom) 2015/444 (4) van de Commissie. Bij niet-nakoming van die verplichtingen kan de Commissie alle passende maatregelen nemen.

4.   Het werkprogramma van de EGE, met inbegrip van de ethische analysen die uit hoofde van haar initiatiefrecht door de EGE zelf worden voorgesteld, wordt door de Commissie goedgekeurd. Elk verzoek tot ethische analyse omvat de parameters van de gevraagde analyse. Wanneer de Commissie de EGE om advies vraagt, bepaalt zij binnen welke termijn dit advies wordt uitgebracht.

5.   Een advies van de EGE omvat een reeks aanbevelingen. Deze worden gebaseerd op een overzicht van de huidige stand van de betrokken exacte wetenschappen en technologieën en op een grondige analyse van de ethische vraagstukken in kwestie. De betrokken diensten van de Commissie worden in kennis gesteld van de door de EGE opgestelde aanbevelingen.

6.   De leden van de EGE gaan collegiaal te werk en streven naar consensus. De EGE stelt haar reglement van orde vast op basis van het standaardreglement van orde voor deskundigengroepen en in overleg met de vertegenwoordiger van de Commissie. De werkprocedures zijn zodanig dat ieder lid actief kan deelnemen aan de werkzaamheden van de groep.

7.   De vergaderingen van de EGE vinden normaal gesproken plaats in de kantoren van de Commissie, overeenkomstig de door de Commissie vastgestelde procedures en tijdschema's. De EGE vergadert ten minste zes keer in een periode van twaalf maanden, hetgeen neerkomt op ongeveer twaalf werkdagen per jaar. Indien nodig kunnen in overleg met de vertegenwoordiger van de Commissie aanvullende vergaderingen worden georganiseerd.

Met het oog op de opstelling van analysen door de EGE en binnen de grenzen van de hiervoor beschikbare middelen, kan de vertegenwoordiger van de Commissie:

indien passend voor een gedachtewisseling, ad hoc deskundigen en vertegenwoordigers van betrokken ngo's of representatieve organisaties uitnodigen. De Commissie kan ook ad hoc en tijdelijk externe deskundigen inschakelen om deel te nemen aan de werkzaamheden van de EGE indien dit nodig wordt geacht om het brede spectrum aan ethische vraagstukken in verband met de vooruitgang in de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën te bestrijken,

het initiatief nemen voor studies om alle nodige wetenschappelijke en technische informatie te verzamelen,

het mogelijk maken werkgroepen op te richten om specifieke vraagstukken te bestuderen,

intensieve contacten onderhouden met vertegenwoordigers van de verschillende organen op het gebied van de ethiek in de lidstaten en in derde landen.

Daarnaast organiseert de Commissie voor elk advies van de EGE een publieke rondetafelconferentie om de dialoog te bevorderen en de transparantie te verbeteren. De EGE onderhoudt intensieve contacten met de diensten van de Commissie die betrokken zijn bij de door de groep bestudeerde vraagstukken.

8.   De groep streeft naar consensus. Indien een advies echter niet met algemene stemmen wordt aangenomen, worden de afwijkende gezichtspunten (in de hoedanigheid van minderheidsstandpunt) samen met de naam (namen) van de leden die het oneens zijn erin opgenomen. Het advies wordt aan de voorzitter van de Commissie of aan de door hem aangeduide vertegenwoordiger toegezonden. Elk advies wordt na aanname onmiddellijk bekendgemaakt en aan het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie toegezonden.

9.   Indien een advies over een bepaald onderwerp om operationele redenen sneller moet worden uitgebracht dan via de aannameprocedure voor adviezen mogelijk is, kan een korte verklaring of een andere vorm van analyse worden opgesteld die indien nodig wordt gevolgd door een volledigere analyse in de vorm van een advies, zonder dat dit afbreuk doet aan de transparantie zoals die bij elk ander advies in acht wordt genomen. Verklaringen worden bekendgemaakt en op de website van de EGE ter beschikking gesteld. Indien de EGE dit nodig acht, kan zij in het kader van haar werkprogramma en in overleg met de vertegenwoordiger van de Commissie een advies aanpassen.

10.   De besprekingen binnen de EGE zijn vertrouwelijk. In overleg met de vertegenwoordiger van de Commissie kan de EGE, bij een gewone meerderheid van haar leden, besluiten om haar beraadslagingen open te stellen voor het publiek.

11.   Alle documenten die verband houden met de werkzaamheden van de EGE (zoals agenda's, notulen, adviezen en bijdragen van de deelnemers) worden ter beschikking gesteld via het register van deskundigengroepen of via een link in het register naar een speciale website. Van bekendmaking kan worden afgezien indien wordt geacht dat de openbaarmaking van een document de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (5) bedoelde bescherming van het openbaar belang of van de persoonlijke levenssfeer zou ondermijnen.

12.   Vóór het eind van het mandaat van de EGE wordt onder verantwoordelijkheid van de voorzit(s)ter een verslag over haar werkzaamheden opgesteld. Dit verslag wordt bekendgemaakt en toegezonden overeenkomstig de in lid 11 vastgestelde procedures.

Artikel 6

Vergaderkosten

1.   Deelnemers aan de werkzaamheden van de EGE ontvangen geen bezoldiging voor hun diensten.

2.   De reis- en verblijfskosten voor de vergaderingen van de EGE worden overeenkomstig de geldende voorschriften door de Commissie vergoed.

3.   Deze kosten worden vergoed binnen de grenzen van de beschikbare kredieten die volgens de jaarlijkse procedure voor de toewijzing van middelen worden toegekend.

Artikel 7

Slotbepalingen

Dit besluit wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Besluit 2010/1/EU wordt ingetrokken.

Gedaan te Brussel, 20 mei 2016.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  Besluit 2010/1/EU van de Commissie van 23 december 2009 inzake de verlenging van het mandaat van de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën (PB L 1 van 5.1.2010, blz. 8).

(2)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(3)  Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

(4)  Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).

(5)  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145, van 31.5.2001, blz. 43).