Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Partijen

IN DE ZAAK 114/76 ,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN HET LANDGERICHT OLDENBURG , IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

FIRMA BELA-MUHLE JOSEF BERGMANN KG , LANGFORDEN ( DUITSLAND ),

EN

FIRMA GROWS-FARM GMBH & CO . KG , TE LANGFORDEN ( DUITSLAND ),

Onderwerp

OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE GELDIGHEID VAN VERORDENING 563/76 VAN DE RAAD VAN 15 MAART 1976 INZAKE DE VERPLICHTING TOT AANKOOP VAN MAGERE-MELKPOEDER DAT IN HET BEZIT IS VAN DE INTERVENTIEBUREAUS EN WORDT BESTEMD VOOR VERMENGING IN DIERVOEDER ( PB L 67 , BLZ . 18 ),

Overwegingen van het arrest

1 OVERWEGENDE DAT HET LANDGERICHT OLDENBURG BIJ BESCHIKKING VAN 8 SEPTEMBER 1976 , INGESCHREVEN TEN HOVE OP 2 DECEMBER 1976 , KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG HET HOF HEEFT VERZOCHT OM EEN UITSPRAAK OVER DE GELDIGHEID VAN VERORDENING 563/76 VAN DE RAAD VAN 15 MAART 1976 INZAKE DE VERPLICHTING TOT AANKOOP VAN MAGERE-MELKPOEDER DAT IN HET BEZIT IS VAN DE INTERVENTIEBUREAUS EN WORDT BESTEMD VOOR VERMENGING IN DIERVOEDER ( PB L 67 , BLZ . 18 );

DAT DIT VERZOEK IS GEDAAN IN EEN CIVIEL GEDING OVER DE UITVOERING VAN EEN CONTRACT VOOR DE LEVERING VAN DIERVOEDERS TUSSEN EEN FABRIKANT VAN KRACHTVOERPRODUKTEN - VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING - EN DE EIGENAAR VAN EEN LEGBATTERIJBEDRIJF - VERWEERSTER IN HET HOOFDGEDING - ;

DAT VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING NAAST DE CONTRACTUEEL OVEREENGEKOMEN PRIJS BETALING VORDERT VAN EEN BEDRAG TER HOOGTE VAN DE LASTEN DIE VOORTVLOEIEN UIT VERORDENING 563/76 , WAARVAN DE GELDIGHEID ECHTER WORDT BETWIST DOOR VERWEERSTER IN HET HOOFDGEDING ;

2 OVERWEGENDE DAT VERORDENING 563/76 IS VASTGESTELD OP EEN TIJDSTIP WAAROP DE VOORRADEN MAGERE-MELKPOEDER , DIE DOOR DE INTERVENTIEBUREAUS WAREN AANGEKOCHT INGEVOLGE ' S RAADS VERORDENING 804/68 VAN 27 JUNI 1968 HOUDENDE EEN GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING DER MARKTEN IN DE SECTOR MELK EN ZUIVELPRODUKTEN ( PB L 148 , BLZ . 13 ), ZEER GROOT WAREN GEWORDEN EN ONDANKS DE MAATREGELEN VAN DE GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN OM DE OVERPRODUKTIE VAN MELK AF TE REMMEN EN DE AFZET VAN MAGERE-MELKPOEDER TE VERGROTEN , NOG VOORTDUREND TOENAMEN ;

DAT MET DE REGELING VAN VERORDENING 563/76 , WELKE NA DE EERSTE TOEPASSINGSPERIODE , EINDIGENDE OP 31 OKTOBER 1976 , NIET IS VERLENGD , WERD BEOOGD DE VOORRADEN TE VERMINDEREN DOOR EEN GROTER GEBRUIK VAN DE IN DE MAGERE-MELKPOEDER VOORKOMENDE EIWITTEN VOOR DE VOEDING VAN DIEREN ;

DAT MET HET OOG DAAROP DE VERORDENING DE TOEKENNING VAN DE STEUN VOOR BEPAALDE EIWITHOUDENDE PLANTAARDIGE PRODUKTEN ALSMEDE HET IN HET VRIJE VERKEER BRENGEN IN DE GEMEENSCHAP VAN BEPAALDE GEIMPORTEERDE VOEDERMIDDELEN KOPPELDE AAN DE VERPLICHTING OM ZEKERE HOEVEELHEDEN MAGERE-MELKPOEDER TE KOPEN ;

DAT OM DE NALEVING VAN DEZE VERPLICHTING TE VERZEKEREN , DE TOEKENNING VAN STEUN EN HET IN HET VRIJE VERKEER BRENGEN AFHANKELIJK WERDEN GESTELD VAN HET STELLEN VAN EEN WAARBORG OF HET IN BEPAALDE VORM LEVEREN VAN HET BEWIJS DAT DE VEREISTE HOEVEELHEDEN MAGERE-MELKPOEDER WAREN AANGEKOCHT EN GEDENATUREERD ;

3 OVERWEGENDE DAT BLIJKENS ARTIKEL 1 VAN VERORDENING 753/76 VAN DE COMMISSIE VAN 31 MAART 1976 , HOUDENDE UITVOERINGSBEPALINGEN INZAKE DE VERKOOP VAN MAGERE-MELKPOEDER BESTEMD VOOR VERWERKING IN DIERVOEDER ( PB L 88 , BLZ . 1 ), DE MAGERE-MELKPOEDER IN HET BEZIT VAN DE INTERVENTIEBUREAUS DOOR DEZE IN HET KADER VAN DE AANKOOPVERPLICHTING WERD VERKOCHT VOOR 52,16 R.E . PER 100 KG , WAAROP IN DE BONDSREPUBLIEK EEN COEFFICIENT WERD TOEGEPAST VAN 0,8325 ;

DAT DE DENATURERINGSKOSTEN , DIE VOOR REKENING VAN DE KOPER KWAMEN , EEN TOT DRIE REKENEENHEDEN PER 100 KG BEDROEGEN ;

DAT DE MARKTPRIJS VAN SOJAKOEKEN , EEN PLANTAARDIG PRODUKT VAN VERGELIJKBARE VOEDINGSWAARDE ALS MAGERE-MELKPOEDER BIJ GEBRUIK ALS VOEDING VOOR ANDERE DIEREN DAN KALVEREN , TIJDENS DE PERIODE VAN TOEPASSING VAN VERORDENING 563/76 SCHOMMELDE TUSSEN 13,30 EN 20,40 R.E . PER 100 KG , MET EEN GEMIDDELDE VAN OMSTREEKS 18 R.E . PER 100 KG ;

DAT DUS DE VERPLICHTE AANKOOP VAN MAGERE-MELKPOEDER DIENDE TE GESCHIEDEN TEGEN EEN PRIJS OVEREENKOMEND MET ONGEVEER DRIEMAAL DE VOEDERWAARDE ;

DAT DE WAARBORG , DIE SLECHTS NA OVERLEGGING VAN HET BEWIJS VAN AANKOOP VAN EEN BEPAALDE HOEVEELHEID MAGERE-MELKPOEDER WERD VRIJGEGEVEN , OP EEN ZO HOOG NIVEAU WAS VASTGESTELD , DAT HET EVENTUELE VERVAL ERVAN EEN NOG GROTERE INVLOED HAD OP DE PRIJS VAN DE DIERVOEDERS DAN DE PRIJSOPSLAG ALS GEVOLG VAN DE AANKOOP VAN MAGERE-MELKPOEDER ;

4 OVERWEGENDE DAT INGEVOLGE ARTIKEL 5 DER VERORDENING , VOOR DE CONTRACTEN GESLOTEN VOOR DE DAG VAN HAAR INWERKINGTREDING , DE AAN DE REGELING VERBONDEN LASTEN DOOR DE SUCCESSIEVE KOPERS VAN DE BETROKKEN PRODUKTEN MOESTEN WORDEN GEDRAGEN ;

DAT DE VERORDENING GEEN OVEREENKOMSTIGE BEPALING BEVATTE DIE DE VERBRUIKERS VAN DIERVOEDERS , ZOALS KIPPEN- EN VARKENSHOUDERS , DE MOGELIJKHEID BOOD DE PRIJSSTIJGING IN DE PRIJZEN VAN HUN PRODUKTEN DOOR TE BEREKENEN ;

5 OVERWEGENDE DAT DE GELDIGHEID VAN DEZE REGELING ONDER MEER IS AANGEVOCHTEN OP GROND VAN SCHENDING VAN DE IN ARTIKEL 39 VAN HET VERDRAG OMSCHREVEN DOELSTELLINGEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID , VAN HET IN ARTIKEL 40 , LID 3 , TWEEDE ALINEA , VERANKERDE DISCRIMINATIEVERBOD ALSMEDE VAN HET BEGINSEL VAN EVENREDIGHEID TUSSEN HET BEOOGDE DOEL EN DE AANGEWENDE MIDDELEN ;

DAT DEZE GRIEVEN , GEZIEN HUN NAUWE SAMENHANG , TEZAMEN MOETEN WORDEN ONDERZOCHT ;

6 OVERWEGENDE DAT VOLGENS ARTIKEL 39 HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID TEN DOEL HEEFT DE RATIONALE ONTWIKKELING VAN DE LANDBOUWPRODUKTIE , HET VERZEKEREN VAN EEN REDELIJKE LEVENSSTANDAARD AAN DE GEHELE LANDBOUWBEVOLKING , DE STABILISERING VAN DE MARKTEN , HET VEILIGSTELLEN VAN DE VOORZIENING EN DE VERWEZENLIJKING VAN EEN REDELIJK PRIJSNIVEAU BIJ DE LEVERING AAN DE VERBRUIKERS ;

DAT AL VEROORLOOFT ARTIKEL 39 BIJ HET UITZETTEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID EEN RUIME KEUZE VAN ORIENTATIE- EN INTERVENTIEMAATREGELEN , NIETTEMIN VOLGENS ARTIKEL 40 , LID 3 , TWEEDE ALINEA , DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING VAN DE LANDBOUWMARKTEN ZICH MOET BEPERKEN TOT HET NASTREVEN VAN DE ZO JUIST GENOEMDE DOELEN ;

DAT ARTIKEL 40 , LID 3 , TWEEDE ALINEA , BOVENDIEN BEPAALT DAT DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING ' ' ELKE DISCRIMINATIE TUSSEN PRODUCENTEN OF VERBRUIKERS VAN DE GEMEENSCHAP ( MOET ) UITSLUITEN ' ' ;

DAT ALDUS DE FORMULERING VAN DE DOELSTELLINGEN IN ARTIKEL 39 , TEZAMEN MET DE BEPALINGEN VAN ARTIKEL 40 , LID 3 , TWEEDE ALINEA , POSITIEVE ZOWEL ALS NEGATIEVE CRITERIA VERSCHAFT WAARAAN DE WETTIGHEID VAN DE TER ZAKE GENOMEN MAATREGELEN KAN WORDEN GETOETST ;

7 OVERWEGENDE DAT DE BIJ VERORDENING 563/76 INGEVOERDE REGELING EEN TIJDELIJKE MAATREGEL WAS OM HET HOOFD TE BIEDEN AAN DE GEVOLGEN VAN EEN HARDNEKKIG GEBREK AAN EVENWICHT IN DE GEMEENSCHAPPELIJKE MARKTORDENING VAN DE SECTOR MELK EN ZUIVELPRODUKTEN ;

DAT DEZE REGELING ZICH HIERDOOR ONDERSCHEIDDE , DAT NIET SLECHTS AAN DE PRODUCENTEN IN DE MELKSECTOR , DOCH OOK EN INZONDERHEID AAN DE PRODUCENTEN IN ANDERE LANDBOUWSECTOREN , EEN ECONOMISCHE LAST WERD OPGELEGD BESTAANDE IN EEN AANKOOPVERPLICHTING MET BETREKKING TOT BEPAALDE HOEVEELHEDEN VAN EEN VOEDERPRODUKT , EN DIT TEGEN EEN VASTGESTELDE PRIJS DIE DRIEMAAL ZO HOOG WAS ALS DE PRIJS VAN DE VERVANGINGSPRODUKTEN ;

DAT EEN AANKOOPVERPLICHTING TEGEN EEN ZO ONEVENREDIG HOGE PRIJS NEERKOMT OP EEN DISCRIMINERENDE VERDELING VAN LASTEN OVER DE VERSCHILLENDE LANDBOUWSECTOREN ;

DAT ZODANIGE VERPLICHTING BOVENDIEN NIET NOODZAKELIJK WAS TER BEREIKING VAN HET BEOOGDE DOEL , TE WETEN DE AFZET VAN DE VOORRADEN MAGERE-MELKPOEDER ;

DAT ZIJ DERHALVE IN HET KADER VAN DE VERWEZENLIJKING VAN DE DOELSTELLINGEN VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID NIET GERECHTVAARDIGD WAS ;

8 DAT MITSDIEN MOET WORDEN GEANTWOORD DAT VERORDENING 563/76 VAN DE RAAD VAN 15 MAART 1976 ONGELDIG IS ;

Beslissing inzake de kosten

TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

9 OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN DOOR DE RAAD EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HUNNER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KUNNEN KOMEN ;

DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN , ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN ;

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE ,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR HET LANDGERICHT OLDENBURG BIJ BESCHIKKING VAN 8 SEPTEMBER 1976 GESTELDE VRAAG , VERKLAART VOOR RECHT :

VERORDENING 563/76 VAN DE RAAD VAN 15 MAART 1976 , INZAKE DE VERPLICHTING TOT AANKOOP VAN MAGERE-MELKPOEDER DAT IN HET BEZIT IS VAN DE INTERVENTIEBUREAUS EN WORDT BESTEMD VOOR VERMENGING IN DIERVOEDER , IS ONGELDIG .