Conclusie van de advocaat generaal

Conclusie van de advocaat generaal

++++

Mijnheer de President,

mijne heren Rechters,

1 . De rechtssituatie in Italië blijkt nog niet zo te zijn als zij op grond van het arrest van 7 februari 1984 ( zaak 166/82 ( 1 )) zou moeten zijn . In dat arrest heeft het Hof vastgesteld, dat de artikelen 10 en 11 van wet nr . 306 van 8 juli 1975 niet stroken met verordening nr . 804/68 ( 2 ) houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten .

2 . Verweerster heeft het Hof meegedeeld, dat de gewraakte regeling niet meer wordt toegepast, althans niet meer sinds het arrest van 7 februari 1984, en dat de regering op 8 oktober 1987 bij de in juni 1987 opnieuw gekozen kamers van het Italiaanse parlement een ontwerp van een wet tot intrekking van de gewraakte bepalingen heeft ingediend .

3 . Dit betekent, dat nog niet alle maatregelen ( in de zin van artikel 171 EEG-Verdrag ) zijn genomen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest .

4 . Daarvoor volstaat namelijk niet, dat de gewraakte handelingen achterwege blijven en dat een procedure tot wijziging van de genoemde wet is ingeleid; die procedure moet voltooid zijn, zoals het arrest in zaak 131/84 ( 3 ) duidelijk maakt . Ook is van belang, dat na genoemd arrest op zo kort mogelijke termijn maatregelen van die strekking ( dat wil zeggen tot effectieve wijziging van de rechtssituatie ) worden genomen . Gerekend vanaf de uitspraak van het arrest van 7 februari 1984, is een dergelijke termijn in casu echter allang verstreken .

5 . Voor zover de Italiaanse regering op aan de Italiaanse wetgevingsprocedure inherente problemen en moeilijkheden heeft gewezen, kan worden volstaan met een verwijzing naar de vaste formule die in de rechtspraak wordt gehanteerd en waaronder juist ook dit soort situaties vallen, namelijk dat een Lid-Staat zich ter rechtvaardiging van de niet-nakoming van uit het gemeenschapsrecht voortvloeiende verplichtingen niet ten exceptieve kan beroepen op bepalingen, praktijken of situaties van zijn nationale rechtsorde . Bovendien moet worden bedacht, dat volgens het arrest in de gevoegde zaken 314-316/81 en 83/82 ( 4 ) alle organen van een Lid-Staat verplicht zijn de uitvoering van arresten van het Hof te verzekeren . Wordt dus vastgesteld, dat bepaalde wettelijke voorschriften onverenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht, dan is de betrokken wetgever verplicht de gewraakte bepalingen te wijzigen .

6 . Daarom rest niets anders dan de vordering van de Commissie toe te wijzen en vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek de krachtens het EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen doordat zij geen gevolg heeft gegeven aan het arrest van het Hof in zaak 166/82 betreffende de totstandkoming van de producentenprijs van melk .

(*) Vertaald uit het Duits .

( 1 ) Arrest van 7 februari 1984, zaak 166/82, Commissie/Italië, Jurispr . 1984, blz . 459 .

( 2 ) PB 1968, L 148, blz . 13 .

( 3 ) Arrest van 6 november 1985, zaak 131/84, Commissie/Italië, Jurispr . 1985, blz . 3531 .

( 4 ) Arrest van 14 december 1982, gevoegde zaken 314-316/81 en 83/82, Waterkeyn, Jurispr . 1982, blz . 4337 .