ISSN 1725-2474

Publicatieblad

van de Europese Unie

C 324

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Mededelingen en bekendmakingen

47e jaargang
30 december 2004


Nummer

Inhoud

Bladzijde

 

I   Mededelingen

 

Rekenkamer

2004/C 324/1

Verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

1

2004/C 324/2

Verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

9

2004/C 324/3

Verslag over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

16

2004/C 324/4

Verslag over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

23

2004/C 324/5

Verslag over de jaarrekening van het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

30

2004/C 324/6

Verslag over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid betreffende het begrotingsjaar 2003? vergezeld van de antwoorden van de Autoriteit

39

2004/C 324/7

Verslag over de jaarrekening van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2003? vergezeld van de antwoorden van het Bureau

46

2004/C 324/8

Verslag over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

53

2004/C 324/9

Verslag over de jaarrekening van Eurojust betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van Eurojust

61

2004/C 324/0

Verslag over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van de Stichting

68

2004/C 324/1

Verslag over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van de Stichting

75

2004/C 324/2

Verslag over de jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

83

2004/C 324/3

Verslag over de jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

91

2004/C 324/4

Verslag over de jaarrekening van het Communautair Bureau voor plantenrassen betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

99

2004/C 324/5

Verslag over de jaarrekening van het Europees Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

106

NL

 


I Mededelingen

Rekenkamer

30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/1


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2004/C 324/01)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-11

OPMERKINGEN

Tabellen 1-4

Antwoorden van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad (1). Het Agentschap heeft tot taak het verzamelen en verspreiden van informatie over de nationale en communautaire prioriteiten, alsmede het ondersteunen van de nationale autoriteiten bij de opstelling en uitvoering van beleid, en geven van voorlichting over preventieve maatregelen. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap op grond van de gegevens die het heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van het Agentschap voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad is de begroting onder de verantwoordelijkheid van de directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3), overeenkomstig de in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad voorgeschreven interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van het Agentschap over het begrotingsjaar 2003.

7.

De kredietoverdrachten betreffen hoofdzakelijk titel III van de begroting en zijn, ondanks een niet te verwaarlozen vermindering, goed voor meer dan 45 % van de aangegane verplichtingen. De Rekenkamer wijst het Agentschap er nogmaals op dat het de follow-up van zijn activiteiten moet verbeteren.

8.

Het Agentschap is voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar begonnen met de toepassing van de boekhoudkundige beginselen uit haar nieuwe financieel reglement. De gegevens over het begrotingsjaar 2002 zijn echter niet herbewerkt, zodat de twee begrotingsjaren niet kunnen worden vergeleken.

9.

In haar verslag betreffende het begrotingsjaar 2002 (4) constateerde de Rekenkamer leemten in de controle van een steunprogramma voor de ontwikkeling en verspreiding van goede praktijken ter vermindering van de gezondheids- en veiligheidsrisico's in het midden- en kleinbedrijf. In 2003 heeft het Agentschap 3,1 miljoen euro betaald op basis van een analyse van activiteiten- en financiële verslagen ten aanzien van 53 projecten van dit programma. De Rekenkamer heeft van 20 van deze projecten de kostendeclaraties gecontroleerd. Naarmate de einddatum van het programma naderde, stelde het Agentschap steeds lagere eisen aan de financiële documentatie ter ondersteuning van aanvragen van definitieve betalingen. Bij vijf van de 20 onderzochte dossiers blijken de betalingen voor 348 000 euro te zijn verricht op basis van een eenvoudige kostendeclaratie waarvan bewijsstukken ontoereikend waren of geheel ontbraken (5). In zijn antwoord op het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2002 (6) overwoog het Agentschap de mogelijkheid van controles bij de begunstigden. In 2003 is een dergelijke controle niet eenmaal verricht.

10.

Zoals de Rekenkamer in haar oordeel over het begrotingsjaar 2002 (7) reeds opmerkte, zijn bij de controle van de begrotingsrekeningen opnieuw leemten aan het licht gekomen ten aanzien van de formalisering en de omschrijving van de financiële controles vooraf.

11.

Overeenkomstig artikel 4 van de basisverordening delen de nationale instanties de naam mee van de instellingen die met het Agentschap mogen samenwerken als thematisch centrum. Het Agentschap heeft twee centra (8) gefinancierd, die een breed spectrum van thema's bestrijken en uit 14, respectievelijk 12 organen bestaan. De belangrijkste toegevoegde waarde van de door de centra verrichte studies bestaat erin, soms moeilijk toegankelijke gegevens te verzamelen en hiervan een vergelijkende analyse op Europees niveau te maken. Het Agentschap dient zijn systeem voor de controle van de door de thematische centra gedeclareerde uitgaven te verbeteren, met name door te eisen dat deze door een extern controleur worden gecertificeerd.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 216 van 20.8.1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1654/2003 (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 38).

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 14, lid 3, van het financieel reglement van het Agentschap, zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 op 27 juli 2004 opgesteld, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 24 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.

(4)  Zie paragraaf 12 van het verslag betreffende het begrotingsjaar 2002 (PB C 319 van 30.12.2003, blz. 10).

(5)  In vier gevallen werd geen enkel bewijsstuk bij de aanvraag gevoegd en in het vijfde dekten de stukken het aangevraagde bedrag slechts ten dele.

(6)  Zie paragraaf 13 van het antwoord op het verslag betreffende het begrotingsjaar 2002 (PB C 319 van 30.12.2003, blz. 14).

(7)  Zie paragraaf 9 van het verslag betreffende het begrotingsjaar 2002 (PB C 319 van 30.12.2003, blz. 9).

(8)  In juni 2003 is uitsluitend voor het verzamelen van gegevens in de kandidaat-lidstaten een derde centrum opgericht; dit centrum heeft zijn activiteiten in april 2004 beëindigd.


Tabel 1

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (Bilbao)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap zoals omschreven in de verordening van de Raad

(Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994)

Organisatie

Ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen in 2003 (gegevens voor 2002)

In 2003 geleverde producten en diensten

Sociale bepalingen

De Gemeenschap en de lidstaten stellen zich (…) ten doel, (…) de gestage verbetering van de levensomstandigheden en de arbeidsvoorwaarden, zodat de onderlinge aanpassing daarvan op de weg van de vooruitgang wordt mogelijk gemaakt (…).

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 136 wordt het optreden van de lidstaten op de volgende gebieden door de Gemeenschap ondersteund en aangevuld:

a)

de verbetering van met name het arbeidsmilieu, om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen;

b)

de arbeidsvoorwaarden; (…).

(Excerpt uit de artikelen 136 en 137 van het Verdrag)

Doelstellingen

Dienstige informatie op het gebied van de veiligheid en de gezondheid op het werk verstrekken aan de communautaire instanties, de lidstaten en de belanghebbende kringen, ter verbetering van met name het arbeidsmilieu, om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen.

Taken

Verzamelen en verspreiden van informatie over de nationale en communautaire prioriteiten alsmede over onderzoek;

het bevorderen van samenwerking en uitwisseling van informatie, met inbegrip van informatie over opleidingsprogramma's;

het verstrekken, aan de communautaire instanties en aan de lidstaten, van informatie voor het opstellen en uitvoeren van beleid, met name waar het gaat om de gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen;

ter beschikking stellen van inlichtingen die afkomstig zijn uit, respectievelijk bestemd zijn voor derde landen en internationale organisaties;

verstrekken van informatie over preventie;

een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van toekomstige communautaire actieprogramma's;

een netwerk opzetten met nationale knooppunten en thematische centra.

1

Raad van bestuur

Samenstelling

een vertegenwoordiger van elke lidstaat;

een vertegenwoordiger van de werkgeversorganisaties van elke lidstaat;

een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties van elke lidstaat;

drie vertegenwoordigers van de Commissie.

Taak

Stelt het jaarlijkse werkprogramma en het algemeen jaarverslag van het Agentschap vast

2

Directeur

Benoemd door de raad van bestuur op voorstel van de Commissie

3

Comités

Verplichte raadpleging van de Commissie en het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats

4

Externe controle

Rekenkamer

5

Kwijtingsautoriteit

Parlement op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting:

14,6 miljoen euro (13,2 miljoen euro)

waarvan:

91,58 % (98,41 %) communautaire subsidie uit hoofde van DG EMPL;

7,19 % (0 %) communautaire subsidie uit hoofde van DG ELARG;

1,23 % (1,59 %) overige inkomsten.

Personeelsbestand per 31 december 2003:

33 (31) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 29 (29) bezet,

25 (21) overige arbeidsverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten)

Totaal aantal werknemers: 54 (50)

waarvan

34 (32) met uitvoerende,

12 (9) met administratieve, en

8 (9) met gemengde taken.

Ontwikkeling van het netwerk

Circa 600 partners via de nationale knooppunten, negen groepen van deskundigen en drie thematische centra. Deelname door de Phare en EVA-landen.

Verspreiding van de informatie

Europese week voor de veiligheid en de gezondheid op het werk: „gevaarlijke stoffen”;

deelname aan 58 tentoonstellingen/conferenties;

elektronische media: tweewekelijkse nieuwsbrief met 20 000 abonnees, internetsite (1,7 miljoen maal bezocht);

publicaties: 9 voorlichtingsrapporten en werkdocumenten, 11 fact sheets, 1 nummer van het magazine „Forum”, 3 gedrukte nieuwsbrieven, 19 persberichten.

3e programma voor KMO's (2003-2004): 40 projecten geselecteerd.

2e programma voor KMO's (2002-2003): 51 projecten afgesloten.

Bron:Door het Agentschap verstrekte gegevens.


Tabel 2

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

Beschikbare kredieten

(begroting 2003 en begrotingsjaar 2002)

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

nog af te wikkelen betalings-verplichtingen

betaald

geannuleerd

kredieten

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

over-gedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

13,4

11,6

Titel I

Personeel

3,7

3,5

3,2

0,1

0,4

0,1

0,1

0,1

3,9

3,6

3,3

0,1

0,5

Eigen ontvangsten

0,0

0,0

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

1,4

1,4

1,1

0,2

0,0

0,2

0,2

0,1

1,6

1,6

1,3

0,2

0,1

Overige subsidies

0,2

0,1

Titel III

Beleidsuitgaven

8,5

8,3

2,6

5,9

0,0

5,8

5,2

0,6

14,3

14,1

7,8

5,9

0,6

Andere ontvangsten

p.m.

0,2

Uitgaven PHARE

1,1

1,0

0,5

0,5

0,0

0,0

0,0

0,0

1,1

1,0

0,5

0,5

0,0

Ontvangsten PHARE

1,1

0,8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal

14,6

12,7

Totaal

14,6

14,1

7,5

6,6

0,5

6,2

5,5

0,8

20,8

20,3

13,0

6,6

1,2

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.


Tabel 3

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk — Winst- en verliesrekening over de begrotingsjaren 2003 en 2002

(1000 euro)

 

2003

2002

Ontvangsten

Communautaire subsidies

11 641

12 324

Overige subsidies

66

252

Andere ontvangsten

157

81

Ontvangsten PHARE

824

0

Totaal ontvangsten (a)

12 688

12 657

Uitgaven

Personeel — Titel I van de begroting

Betalingen

3 245

3 024

Overgedragen kredieten

87

136

Huishoudelijke uitgaven — Titel II van de begroting

Betalingen

1 146

1 140

Overgedragen kredieten

186

247

Beleidsuitgaven — Titel III van de begroting

Betalingen

2 559

2 030

Overgedragen kredieten

5 859

5 623

Uitgaven PHARE

Betalingen

548

0

Overgedragen kredieten

502

0

Totaal uitgaven (b)

14 131

12 199

Resultaat van het begrotingsjaar (c = a – b) (1)

–1 443

458

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen saldo

–1 108

–2 185

Geannuleerde overgedragen kredieten

766

609

Niet-gebruikte heraanwendingen uit het vorige begrotingsjaar

1

0

Betalingen ten laste van in 2002 geannuleerde verplichting

– 191

0

Wisselkoersverschillen

4

4

Overlopend

–16

7

Resultaat van het begrotingsjaar exclusief economische correcties (d)

–1 987

–1 108

Nog in te vorderen begrotingsontvangsten

850

0

Nog in te vorderen andere ontvangsten

3

0

Aankoop van materiële activa

207

0

Afschrijvingen (2)

– 186

0

Diverse uitgaven

–1

0

Economische correcties (e)

873

0

Saldo van het begrotingsjaar (d + e) (3)

–1 113

–1 108

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.


Tabel 4

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk — Balans per 31 december 2003 en 31 december 2002

(1000 euro)

Activa

2003

2002

Passiva

2003

2002

Vaste activa

 

 

Eigen vermogen

 

 

Computersoftware

95

145

Eigen vermogen (4)

431

1 229

Computerapparatuur

136

428

Saldo van het begrotingsjaar

–1 113

–1 108

Installaties en meubilair

215

614

Subtotaal

– 682

121

Rollend materieel

0

26

Schulden op lange en middellange termijn

 

 

Subtotaal

445

1 214

Schulden op bestemmingsontvangsten

0

369

Vorderingen op lange en middellange termijn

 

 

Subtotaal

0

369

Communautaire subsidies

0

369

Schulden op korte termijn

 

 

Subtotaal

0

369

Niet-automatische overdrachten

135

193

Voorraden

 

 

Rechtsoverdrachten

6 498

5 813

Kantoorbenodigdheden

6

15

Commissie

282

7

Subtotaal

6

15

Diverse crediteuren

128

19

Vorderingen op korte termijn

 

 

Salarisinhoudingen

73

24

Communautaire subsidies

1 035

681

Schulden op bestemmingsontvangsten

0

736

Diverse debiteuren

62

53

Subtotaal

7 117

6 791

In te vorderen BTW

0

5

Tussenrekeningen en overlopende rekeningen

 

 

Subtotaal

1 097

739

Invorderingsopdrachten

11

21

Kasmiddelen

 

 

Opnieuw te gebruiken ontvangsten

0

17

Banken en kas

4 889

4 922

Subtotaal

11

37

Voorschotkas

1

61

 

 

 

Subtotaal

4 890

4 982

 

 

 

Tussenrekeningen en overlopende rekeningen

 

 

 

 

 

Voorschotten

6

0

 

 

 

Subtotaal

6

0

 

 

 

Totaal

6 445

7 319

Totaal

6 445

7 319

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.


(1)  Berekening volgens de beginselen van artikel 15 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1150/2000 van de Raad van 22 mei 2000 (PB L 130 van 31.5.2000, blz. 8).

(2)  Het Agentschap heeft in 2003 voor het eerst afgeschreven op zijn vaste activa.

(3)  Het negatieve boekhoudsaldo ontstaat doordat overdrachten nog steeds worden aangemerkt als uitgaven zonder dat economische correcties worden toegepast. Wordt rekening gehouden met een ruwe schatting van de aan te brengen correctie, dan bedraagt het werkelijke saldo van het jaar zo'n miljoen euro.

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.

(4)  De waarde van het kapitaal per 31 december 2003 komt overeen met de totale brutowaarde van de vaste activa per 31 december 2002 minus de historische afschrijvingen over de periode 1996-2002. Hierbij komen de waardeverandering van de voorraad tussen 31 december 2002 en 31 december 2003 en correcties op de waardering, boeking en buitengebruikstelling van de vaste activa. De afschrijvingen over het begrotingsjaar 2003 zijn verdisconteerd in het resultaat en worden dus niet rechtstreeks op het kapitaal in mindering gebracht.

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.


ANTWOORD OP DE AGENTSCHAP

7.

Het Agentschap wil bevestigen dat het zich blijft inspannen om het bedrag aan kredietoverdrachten verder te verlagen in de lijn van het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit. Vergeleken bij 2002 heeft het zijn kredietoverdrachten in 2003 al aanzienlijk teruggebracht (van 60 tot 45 %). Evenals in 2002 zijn deze voornamelijk toe te schrijven aan de juiste tenuitvoerlegging van het financieringsprogramma voor het MKB/de KMO’s, die duidelijk een uitvoeringscyclus van twee jaar heeft.

8.

Na diverse vergaderingen van de Commissie met de rekenplichtigen van alle agentschappen werd besloten dat voor het annuleren van overgedragen kredieten aan het einde van het jaar specifieke IT-tools zijn vereist, die nog niet beschikbaar zijn maar nu door het Agentschap worden ontwikkeld.

9.

Wat de projecten van het MKB/KMO-programma betreft, heeft het Agentschap aan meer dan de helft van de projecthouders niet de volledige subsidie betaald en zes inningsopdrachten uitgeschreven na de interne evaluatie door zijn medewerkers van de door de 53 begunstigden verstrekte activiteitenverslagen en financiële eindverslagen met bewijsstukken. Het verschil tussen het geraamde totaalbedrag en het totaal uitbetaalde subsidiebedrag beliep 382 377 EUR. Het Agentschap wil benadrukken dat aanvullende informatie die vier van de vijf door de Rekenkamer genoemde projecthouders na het bezoek van de controleurs op verzoek van het Agentschap hebben verstrekt, de eerder in de financiële staten verstrekte informatie bevestigen en dat geen aanpassing noodzakelijk was. De vijfde projecthouder verstrekte een deel van de verlangde informatie als verantwoording van een uitbetaald bedrag van in totaal 11 000 EUR. In 2004 heeft het Agentschap een contractant de opdracht gegeven vijf financiële controles achteraf te verrichten — met inspecties ter plaatse van de rekeningen van de MKB-projecthouders. De eindverslagen worden in oktober 2004 verwacht. Bovendien blijkt uit een onafhankelijke evaluatie van de eerste twee MKB/KMO-programma’s dat de projecten duurzaam zijn en meerwaarde bieden, alsook dat de programma's goed worden beheerd.

10.

Het Agentschap neemt nota van de opmerking van de Rekenkamer. Eind 2003 was de interne reorganisatie van de afdeling Administratie („Resource & Service Centre”) voltooid en alle verrichtingen worden nu vooraf gecontroleerd (operationele en financiële aspecten).

11.

Het Agentschap wenst erop te wijzen dat alle contracten die sinds september 2003 met de thematische centra worden getekend, de clausule bevatten dat de begunstigde een externe audit zal verrichten naar het gebruik van de middelen die uit hoofde van de subsidieovereenkomst ter beschikking worden gesteld. De controleurs moeten hun deskundige mening geven, aangezien de audit bedoeld is een bevestiging te krijgen dat de door de begunstigde aan het Agentschap overgelegde financiële bescheiden beantwoorden aan de financiële voorschriften van de overeenkomst, dat de gedeclareerde kosten werkelijk zijn gemaakt en dat alle ontvangsten zijn gedeclareerd.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/9


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2004/C 32402)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-10

OPMERKINGEN

Tabellen 1-4

Antwoorden van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 1592/2002 van de Raad (1). In het begrotingsjaar 2003 is het Agentschap begonnen met de feitelijke uitvoering van zijn operationele activiteiten. De taken van het Agentschap omvatten de instandhouding van een hoog veiligheidsniveau in de burgerluchtvaart, de waarborging van een voldoende mate van veiligheid van de burgerluchtvaart en van de verdere ontwikkeling hiervan, de vaststelling van certificeringsspecificaties en de certificering van luchtvaartproducten. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap op grond van de gegevens die het heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van het Agentschap voor de organen van de Europese Unie voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 49, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1592/2002 is de begroting onder de verantwoordelijkheid van de uitvoerend directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3), overeenkomstig de krachtens artikel 52 van dezelfde verordening vastgestelde interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van het Agentschap over het begrotingsjaar 2003.

7.

De uitvoerend directeur, die ook ordonnateur is, beschikt tevens over de bevoegdheid om bankopdrachten te ondertekenen, hetgeen in strijd is met artikel 37 van het financieel reglement van het Agentschap.

8.

Krachtens artikel 43, lid 1, sub e), van het financieel reglement van het Agentschap dient de rekenkundige de door de ordonnateur vastgestelde systemen voor de verstrekking of onderbouwing van boekhoudkundige gegevens te valideren. Een dergelijke validering is gedurende het begrotingsjaar niet verricht.

9.

Bij het onderzoek van de aanstellingsdossiers zijn leemten aan het licht gebracht wat betreft de formalisering en documentatie ervan. Gelet op het grote aantal aanstellingen dat is gepland tot 2006 (ongeveer 300 personen) is het van belang, maatregelen te nemen om de controle op de naleving van de voorschriften beter te waarborgen.

10.

Het onderzoek van de controleomgeving van het computersysteem heeft uitgewezen dat verbetering hiervan is geboden met het oog op de geplande uitbreiding van de activiteiten van het Agentschap.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 240 van 7.9.2002, blz. 1.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 83, lid 3, van het financieel reglement van het Agentschap, zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 op 31 maart 2004 opgesteld, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 20 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.


Tabel 1

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (voorlopige zetel: Brussel, te verplaatsen naar Keulen)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap

(Verordening (EG) nr. 1592/2002 van de Raad van 15 juli 2002)

Organisatie

In 2003 ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen

In 2003 geleverde producten en diensten

Gemeenschappelijk vervoerbeleid

De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten of, in hoeverre en volgens welke procedure, passende bepalingen voor de zeevaart en de luchtvaart zullen kunnen worden genomen.

(Artikel 80 van het Verdrag)

Doelstellingen

Instandhouden van een hoog uniform veiligheidsniveau in de burgerluchtvaart in Europa;

waarborgen van een voldoende mate van veiligheid van de burgerluchtvaart en verder ontwikkelen hiervan;

bevordering van het vrije verkeer van goederen, personen en diensten;

bevordering van kosteneffectiviteit in het regelgevings- en certificeringsproces en voorkoming van doublures op nationaal en Europees niveau.

Taken

Adviezen uitbrengen aan de Commissie;

certificeringsspecificaties alsmede richtsnoeren voor de uitvoering van het communautair beleid vaststellen;

certificeren van luchtvaartproducten inzake luchtwaardigheid en milieubescherming;

verrichten van inspecties in de lidstaten inzake de naleving van de door het Agentschap vastgestelde voorschriften op het gebied van de veiligheid van de burgerluchtvaart;

verrichten van het nodige onderzoek bij ondernemingen;

namens de lidstaten de taken uitvoeren die door de toepasselijke internationale verdragen, met name het Verdrag van Chicago (Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ondertekend op 7 december 1944), aan de lidstaten zijn toebedeeld.

1

Raad van beheer

Samenstelling

Een vertegenwoordiger van elke lidstaat en een vertegenwoordiger van de Commissie

Taken

Vaststellen van het werkprogramma en zorgdragen voor de uitvoering hiervan;

vaststellen van richtlijnen voor het toewijzen van certificeringstaken aan nationale luchtvaartautoriteiten of gekwalificeerde instanties;

instellen van een adviesorgaan van belanghebbende partijen.

2

Uitvoerend directeur

Benoemd door de raad van beheer op voorstel van de Commissie

3

Kamers van beroep

4

Externe controle

Rekenkamer

5

Kwijtingsautoriteit

Parlement op aanbeveling van de Raad

Definitieve begroting

4,75 miljoen euro (100 % communautaire subsidie)

Personeelsbestand per 31 december 2003:

80 posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 1 bezet,

+16 overige arbeidsverbanden (hulpfunctionarissen)

Totaal aantal werknemers: 17

waarvan

1 met uitvoerende,

4 met administratieve,

en 12 met gemengde taken.

Aantal uitgebrachte adviezen: 2

Aantal specificaties en richtsnoeren: 19

Certificeringsbesluiten: 2 132 (waarvan er 1 606 geringe wijzigingen betroffen)

Inspecties: geen

Onderzoeken: geen

Bron:Door het Agentschap verstrekte gegevens.


Tabel 2

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

4,7

3,7

Titel I

Personeel

0,9

0,7

0,7

0,0

0,2

Overige subsidies

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

0,8

0,5

0,1

0,4

0,3

Andere ontvangsten

Titel III

Beleidsuitgaven

3,0

2,7

0,2

2,5

0,3

Totaal

4,7

3,7

Totaal

4,7

3,9

1,0

2,9

0,8

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.


Tabel 3

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart — Winst- en verliesrekening over het begrotingsjaar 2003

(1000 euro)

 

2003

Ontvangsten

Subsidies van de Commissie

3 725

Totaal ontvangsten (a)

3 725

Uitgaven

Personeel — Titel I van de begroting

Betalingen

680

Overgedragen kredieten

27

Huishoudelijke uitgaven — Titel II van de begroting

Betalingen

153

Overgedragen kredieten

396

Beleidsuitgaven — Titel III van de begroting

Betalingen

197

Overgedragen kredieten

2 486

Totaal uitgaven (b)

3 939

Saldo van het begrotingsjaar (a – b)

– 214

Bron:Gegevens van het Agentschap.


Tabel 4

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart — Balans per 31 december 2003

(1000 euro)

Activa

2003

Passiva

2003

Vaste activa

 

Vast kapitaal

 

Immateriële vaste activa

10

Eigen vermogen

16

Computerapparatuur

11

Saldo van het begrotingsjaar

– 214

Afschrijvingen

–5

Subtotaal

– 198

Subtotaal

16

Schulden op korte termijn

 

Vorderingen op korte termijn

 

Commissie

8

Overige voorschotten

5

Van rechtswege overgedragen kredieten

2 909

Diverse debiteuren

1

Diverse crediteuren

18

Subtotaal

6

Salarisinhoudingen

12

Kasrekeningen

 

Subtotaal

2 947

Bank en kas

2 727

 

 

Subtotaal

2 727

 

 

Totaal

2 749

Totaal

2 749

Bron:Gegevens van het Agentschap.


ANTWOORD OP DE AGENTSCHAP

7.

Tot eind 2003 was de uitvoerend directeur de enige, door het Agentschap aangestelde tijdelijk functionaris. Hij deelde feitelijk met de rekenplichtige de bevoegdheid tot het ondertekenen van bankopdrachten. Door de werving van andere tijdelijk functionarissen kon deze strijdigheid met het financieel reglement in de loop van het tweede halfjaar van 2004 worden opgeheven.

8.

De rekenplichtige heeft de financiële systemen begin februari 2004 gevalideerd. De procedure voor de aankoop van een door de ordonnateur aan te wijzen computersysteem voor het beheer van de vaste activa, is momenteel gaande en dit systeem zal later worden gevalideerd.

9.

De door de Rekenkamer vastgestelde leemten houden verband met de oprichtingsfase van het Agentschap. In februari 2004 is een afdeling Personeelszaken met een specifieke eenheid Aanwerving in het leven geroepen. Deze heeft procedures en instrumenten vastgesteld en ingevoerd. Het Agentschap beoogt met ingang van januari 2005 een geautomatiseerd systeem voor het beheer van de wervingsprocedures in te voeren.

10.

De tijdelijke huisvesting van het Agentschap in de kantoren van de Commissie was grotendeels bepalend voor zijn computeromgeving. Door het vertrek van het Agentschap, in november 2004, naar zijn nieuwe vestiging in Keulen zal het mogelijk zijn de computeromgeving sterk te verbeteren en een nieuwe IT-architectuur in te voeren.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/16


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2004/C 324/03)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-10

OPMERKINGEN

Tabellen 1-4

Antwoorden van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (hierna: „Agentschap”) is opgericht bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 (1) van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002. In het begrotingsjaar 2003 is het Agentschap begonnen met de feitelijke uitvoering van zijn operationele activiteiten. De taken van het Agentschap omvatten het waarborgen van een hoog niveau van veiligheid op zee en van voorkoming van verontreiniging door schepen, de verstrekking van technische bijstand aan de Commissie en de lidstaten, alsmede de controle op de uitvoering van de communautaire wetgeving en de beoordeling van de doeltreffendheid hiervan. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap op grond van de gegevens die het heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 (2) van de Raad aan het Europees Parlement en de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van het Agentschap voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1406/2002 van de Raad is de begroting onder de verantwoordelijkheid van de directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3), overeenkomstig de krachtens artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1406/2002 van de Raad vastgestelde interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van het Agentschap over het begrotingsjaar 2003.

7.

De uitvoerend directeur, die ook ordonnateur is, is tevens gerechtigd tot ondertekening van bankopdrachten, hetgeen in strijd is met artikel 37 van het financieel reglement van het Agentschap.

8.

Krachtens artikel 43, lid 1, sub e), van het financieel reglement van het Agentschap dient de rekenkundige de door de ordonnateur vastgestelde systemen voor de verstrekking of onderbouwing van boekhoudkundige gegevens te valideren. Deze validering moet nog worden geformaliseerd.

9.

Het Agentschap dient stelselmatige controles te verrichten op de betaling van de salarissen aan zijn functionarissen.

10.

Het onderzoek van de controleomgeving van het computersysteem heeft uitgewezen dat verbetering hiervan is geboden met het oog op de geplande uitbreiding van de activiteiten van het Agentschap.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 201 van 31.7.2002, blz. 8.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 82 van Verordening (EG) nr. 2343/2002 van de Commissie zijn de definitieve rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van het Agentschap over het begrotingsjaar 2003 op 1 maart 2004 opgesteld, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 20 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.


Tabel 1

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (voorlopige zetel: Brussel, te verplaatsen naar Lissabon)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap

(Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Parlement en de Raad van 27 juni 2002)

Organisatie

In 2003 ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen

In 2003 geleverde producten en diensten (1)

Gemeenschappelijk vervoerbeleid

‘De Raad kan met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten of, in hoeverre en volgens welke procedure, passende bepalingen voor de zeevaart en de luchtvaart zullen kunnen worden genomen’.

(Artikel 80 van het Verdrag)

Doelstellingen

Waarborgen van een hoog, uniform en efficiënt niveau van veiligheid op zee en van voorkoming van verontreiniging door schepen;

verstrekking van technische en wetenschappelijke bijstand aan de Commissie en de lidstaten;

controle op de uitvoering van de communautaire wetgeving en beoordeling van de doeltreffendheid van de ingevoerde maatregelen.

Taken

Bijstaan van de Commissie bij de voorbereiding en uitvoering van communautaire wetgeving;

toezicht houden op het functioneren van het communautaire stelsel van havenstaatcontrole, met inbegrip van inspectiebezoeken aan de lidstaten;

verstrekken van technische bijstand aan de Commissie bij havenstaatcontrole;

samenwerken met de lidstaten om technische oplossingen uit te werken en bijstand te verlenen in verband met de toepassing van de communautaire wetgeving;

de samenwerking bevorderen tussen de oeverstaten in de betrokken scheepvaartgebieden;

ontwikkelen van de nodige informatiesystemen;

de samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie vergemakkelijken bij het ontwerpen van een gemeenschappelijke methodologie voor het onderzoeken van ongevallen;

de Commissie en de lidstaten voorzien van betrouwbare gegevens over de veiligheid op zee en verontreiniging door schepen;

de Commissie en de lidstaten bijstaan bij de identificatie en vervolging van schepen die illegale lozingen hebben verricht.

1

Raad van bestuur

Samenstelling

Een vertegenwoordiger van iedere lidstaat, vier vertegenwoordigers van de Commissie, vier niet-stemgerechtigde vertegenwoordigers van de betrokken bedrijfssectoren.

Taken

Vaststellen van de begroting en het werkprogramma;

onderzoeken van de verzoeken om bijstand van de lidstaten.

2

Uitvoerend directeur

Benoemd door de raad van bestuur op voorstel van de Commissie

3

Externe controle

Rekenkamer

4

Kwijtingsautoriteit

Parlement op aanbeveling van de Raad

Definitieve begroting:

4,5 miljoen euro (100 % communautaire subsidie)

Personeelsbestand per 31 december 2003:

Gegevens niet meegedeeld

Aantal uitgebrachte adviezen: 2

Inspecties: 4

Bron:door het Agentschap verstrekte gegevens.


Tabel 2

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(1000 euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

4 500

2 630

Titel I

Personeel

1 552

713

647

66

838

Andere ontvangsten

 

2

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

848

553

238

315

295

 

 

 

Titel III

Beleidsuitgaven

230

167

13

155

63

Totaal

4 500

2 632

Totaal

2 630

1 434

898

536

1 196

NB:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.


Tabel 3

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid — Winst- en verliesrekening over het begrotingsjaar 2003

(1000 euro)

 

2003

Ontvangsten

Communautaire subsidies

2 630

Andere ontvangsten

2

Totaal ontvangsten (a)

2 632

Uitgaven

Personeel — Titel I van de begroting

Betalingen

647

Overgedragen kredieten

66

Huishoudelijke uitgaven — Titel II van de begroting

Betalingen

238

Overgedragen kredieten

315

Beleidsuitgaven — Titel III van de begroting

Betalingen

13

Overgedragen kredieten

155

Totaal uitgaven (b)

1 434

Saldo van het begrotingsjaar (a – b)

1 198

NB:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap.


Tabel 4

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid — Balans per 31 december 2003

(1000 euro)

Activa

2003

Passiva

2003

Vaste activa

 

Eigen vermogen

 

Computersoftware

11

Eigen vermogen

8

Afschrijvingen

–3

Saldo van het begrotingsjaar

1 198

Subtotaal

8

Subtotaal

1 206

Vorderingen op korte termijn

 

Schulden op korte termijn

 

Voorschotten aan het personeel

17

Overdrachten van rechtswege

536

Diverse debiteuren

3

Diverse crediteuren

29

Subtotaal

20

Subtotaal

566

Kasmiddelen

 

 

 

Banken

1 744

 

 

Subtotaal

1 744

 

 

Totaal

1 772

Totaal

1 772

NB:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap.


(1)  Het Agentschap kon zijn operationele activiteiten pas per november 2003 beginnen.

Bron:door het Agentschap verstrekte gegevens.


ANTWOORD OP DE AGENTSCHAP

7.

De scheiding van functies kon niet worden gewaarborgd, daar het Agentschap nog niet over voldoende personeel beschikte. Nadat nieuwe medewerkers werden aangetrokken kon vanaf januari 2004 de interne controle worden versterkt en de scheiding van functies worden gewaarborgd.

8.

In maart 2004 valideerde de rekenplichtige de boekhoud- en begrotingssystemen, overeenkomstig de opmerkingen van de Rekenkamer.

9.

Het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten (Uitbetalingsbureau) van de Commissie is belast met de berekening van de salarissen van de medewerkers van het Agentschap. Na de uitbreiding van de afdeling Personeelszaken met nieuwe medewerkers wordt de salarisadministratie beter gecontroleerd.

10.

Het Agentschap heeft zijn informaticateam aanzienlijk uitgebreid: van één medewerker (eind 2003) naar vijf medewerkers (eind 2004). Als gevolg hiervan kunnen functies en taken worden gesplitst en kan het toezicht op het computersysteem worden verbeterd.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/23


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Milieuagentschap betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap

(2004/C 324/04

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-8

OPMERKINGEN

Tabellen 1-4

Antwoorden van het Agentschap

INLEIDING

1.

Het Europees Milieuagentschap (hierna: „Agentschap”) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad (1). Het Agentschap heeft tot taak, een observatienetwerk op te zetten dat de Commissie, de lidstaten en het publiek in het algemeen betrouwbare informatie over de toestand van het milieu verschaft. Deze informatie moet de Unie en de lidstaten met name in staat stellen, maatregelen ter bescherming van het Milieu te nemen en de doeltreffendheid hiervan te beoordelen. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Agentschap op grond van door het Agentschap verschafte informatie.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van het Agentschap voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 1210/90 is de begroting onder de verantwoordelijkheid van de directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3), overeenkomstig de in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1210/90 voorgeschreven interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en betrouwbaar zijn. De hierna volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2  (4). De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van het Agentschap over het begrotingsjaar 2003.

7.

In strijd met de bepalingen van het financieel reglement van het Agentschap (5) worden bij de vaststelling van vorderingen niet stelselmatig invorderingsopdrachten afgegeven. In het begrotingsjaar 2003 was dit het geval met vorderingen voor een bedrag van 2 539 000 euro, waarvan 1 472 000 euro reeds was geïnd.

8.

In 2003 is er geen enkele aansluiting verricht tussen de uittreksels van de zeven bankrekeningen van het Agentschap en het in de boekhouding vermelde saldo op deze rekeningen. Aansluitingen moeten maandelijks worden uitgevoerd en aan de voor het beheer verantwoordelijke ambtenaar worden meegedeeld.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 120 van 11.5.1990.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 13, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1210/90, zijn de definitieve rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van het Agentschap over het begrotingsjaar 2003 opgesteld op 6 augustus 2004, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 22 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.

(4)  Voor alle tabellen van dit verslag zijn de cijfers berekend op basis van zo exact mogelijke waarden van de gebruikte gegevens. De cijfers zijn afgerond weergegeven, hetgeen tot minieme verschillen in de totalen kan leiden. Een liggend streepje duidt erop dat een waarde niet bestaat of nihil is, en 0,0 staat voor een waarde onder de afrondingsdrempel.

(5)  Artikel 53, lid 2.


Tabel 1

Europees Milieuagentschap (Kopenhagen)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Agentschap zoals omschreven in Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad van 7 mei 1990

Organisatie

Ter beschikking van het Agentschap gestelde middelen (gegevens voor 2002)

In 2003 geleverde producten en diensten

Milieubeleid

De Gemeenschap streeft in haar milieubeleid naar een hoog niveau van bescherming, rekening houdend met de uiteenlopende situaties in de verschillende regio's van de Gemeenschap. Haar beleid berust op het voorzorgsbeginsel en het beginstel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaalt. (…) Bij het bepalen van haar beleid (…), houdt de Gemeenschap rekening met de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens (…)

(Artikel 174 van het Verdrag)

Doelstellingen

De vorming van een Europees milieuobservatienetwerk om de Gemeenschap en de lidstaten betrouwbare informatie te verschaffen op grond waarvan zij:

(a)

de nodige maatregelen ter bescherming van het milieu kunnen nemen,

(b)

de resultaten daarvan kunnen beoordelen, en

(c)

het publiek degelijke informatie kunnen geven over de toestand van het milieu.

Taken

de Gemeenschap en de lidstaten voorzien van de nodige informatie;

verzamelen en evalueren van gegevens betreffende de toestand van het milieu, en verslag uitbrengen over de milieukwaliteit;

het vergelijkbaar maken van de milieugegevens op Europees niveau;

bevorderen van integratie van de Europese milieu-informatie in internationale programma's;

om de vijf jaar een rapport over de toestand van het milieu en de tendensen en vooruitzichten op milieugebied publiceren;

stimuleren van de ontwikkeling van de technieken voor milieuprognoses, van methoden voor de evaluatie van de kosten van schade aan het milieu, en van uitwisseling van informatie over de technologie die beschikbaar is om schade te voorkomen.

1

Raad van bestuur

Samenstelling

een vertegenwoordiger van elke lidstaat

twee vertegenwoordigers van de Commissie

twee vooraanstaande wetenschappers aangewezen door het Europees Parlement

Taken

Aannemen van het werkprogramma en toezien op de uitvoering ervan

2

Directeur

Benoemd door de Raad van bestuur op voorstel van de Commissie

3

Adviesforum

Bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat; adviseert de directeur

4

Wetenschappelijk comité

Bestaat uit negen leden, die bijzonder gekwalificeerd zijn op milieugebied, en door de Raad van bestuur worden aangewezen

5

Externe controle

Rekenkamer

6

Kwijting

Parlement op aanbeveling van de Raad

Definitieve begroting

27,5 miljoen euro (25,1 miljoen euro) waarvan 77 % (76 %) communautaire subsidie

Personeelsbestand per 31 december 2003

111 (106) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 95 (85) bezet,

+16 (26) overige arbeidsverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen, uitzendkrachten)

Totaal aantal werknemers: 111 (111)

waarvan er 69 (69)

uitvoerende taken, 41 (41)

administratieve taken en 1 (1) gemengde taken vervullen

Ondersteunende werkzaamheden en aanreiken van indicatoren voor het Synthesis-verslag over duurzame ontwikkeling

Indicatoren voor de toestand van het milieu in 2003

Analyse en prognoses van emissie van broeikasgassen (1990-2020)

Afronding van het verslag van Kiev (toestand van het milieu in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa)

Organisatie van drie seminars in het kader van het Griekse voorzitterschap van de Raad

Aanreiken van milieu-indicatoren voor specifieke sectoren (vervoerssector in de kandidaat-lidstaten, regio Donau — Zwarte Zee)

Ondersteuning bij de harmonisering van gegevens

Beheer van het informatienetwerk EIONET (European Environment Information and Observation Network)

Bron:Door het Agentschap verstrekte gegevens.


Tabel 2

Europees Milieuagentschap — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

Beschikbare kredieten

(begroting 2003 en begrotingsjaar 2002)

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

over te dragen

geannuleerd

beschikbaar

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

21,4

21,4

Titel I

Personeel

11,5

11,5

11,1

0,3

0,1

1,4

1,4

0,8

0,3

0,3

13,0

13,0

11,9

0,7

0,4

Overige subsidies

6,1

8,4

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

2,9

2,8

2,4

0,4

0,0

0,3

0,2

0,2

0,0

0,1

3,1

3,1

2,6

0,4

0,1

Andere ontvangsten

0,0

0,1

Titel III

Beleidsuitgaven

13,1

13,0

6,0

7,0

0,1

5,9

5,6

4,9

0,8

0,3

19,0

18,6

10,9

7,8

0,4

Totaal

27,5

29,9

Totaal

27,5

27,4

19,6

7,7

0,2

7,6

7,3

5,8

1,1

0,6

35,1

34,6

25,4

8,9

0,9

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.


Tabel 3

Europees Milieuagentschap — Winst- en verliesrekening over de begrotingsjaren 2003 en 2002

(1000 euro)

 

2003

2002

Ontvangsten

Communautaire subsidies

21 380

18 749

Overige subsidies

8 423

1 136

Andere ontvangsten

89

198

Totaal ontvangsten (a)

29 891

20 083

Uitgaven

Personeel — Titel I van de begroting

Betalingen

11 123

9 714

Overgedragen kredieten

315

1 018

Huishoudelijke uitgaven — Titel II van de begroting

Betalingen

2 447

2 054

Overgedragen kredieten

395

247

Beleidsuitgaven — Titel III van de begroting

Betalingen

5 997

6 493

Overgedragen kredieten

7 008

5 611

Totaal uitgaven (b)

27 284

25 136

Resultaat van het begrotingsjaar (a – b)

2 607

–5 053

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen saldo

–7 427

–3 275

Geannuleerde overgedragen kredieten

617

889

Niet-gebruikte heraanwendingen uit het vorige begrotingsjaar

36

8

Wisselkoersverschillen

–4

4

Overlopend

–18

0

Saldo van het begrotingsjaar

–4 190

–7 427

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.


Tabel 4

Europees Milieuagentschap — Balans per 31 december 2003 en 31 december 2002

(1000 euro)

Activa

2003

2002

Passiva

2003

2002

Vaste activa

 

 

Eigen vermogen

 

 

Computerapparatuur

1 366

1 847

Eigen vermogen

1 265

1 295

Installaties en meubilair

2 302

2 254

Saldo van het begrotingsjaar

–4 190

–7 427

Financiële vaste activa

425

405

Subtotaal

–2 925

–6 133

Afschrijvingen

–2 860

–3 237

Schulden op korte termijn

 

 

Subtotaal

1 232

1 269

Commissie

3 124

5 263

Voorraden

 

 

Overige contribuanten

1 066

2 270

Kantoorbenodigdheden

33

26

Van rechtswege overgedragen kredieten

8 852

7 591

Subtotaal

33

26

Diverse crediteuren

0

769

Vorderingen op korte termijn

 

 

Salarisinhoudingen

417

111

Communautaire subsidies

3 124

5 263

Subtotaal

13 460

16 003

Overige subsidies

1 066

2 270

Tussenrekeningen en overlopende rekeningen

 

 

Invorderingsopdrachten

65

226

Opnieuw te gebruiken ontvangsten

212

175

Diverse debiteuren

127

153

Invorderingsopdrachten

65

226

In te vorderen BTW

232

266

Subtotaal

277

400

Subtotaal

4 614

8 178

 

 

 

Kasmiddelen

 

 

 

 

 

Banken

4 892

740

 

 

 

Voorschotkas

40

40

 

 

 

Subtotaal

4 932

780

 

 

 

Tussenrekeningen en overlopende rekeningen

 

 

 

 

 

Tussenrekeningen

0

18

 

 

 

Subtotaal

0

18

 

 

 

Totaal

10 811

10 271

Totaal

10 811

10 271

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Agentschap — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van het Agentschap in zijn eigen rekening.


ANTWOORD OP DE AGENTSCHAP

7 en 8.

Het Europees Milieuagentschap erkent dat het beheer van de vorderingen moet worden versterkt en aansluitingen van de rekeningen op regelmatige basis moeten worden uitgevoerd.

Om het ontstane personeelstekort op te vangen en de capaciteit te vergroten is besloten overeenkomstig de personeelsformatie 2004 een accountant op administrateurniveau aan te werven.

Op korte termijn zal een EMA-taakgroep Financiële administratie worden gevormd teneinde regelmatig en juist uitgevoerde verrichtingen het hele jaar door te waarborgen, boekhouding op transactiebasis ten uitvoer te leggen en voorbereidingen te treffen voor sluiting van de rekeningen met inachtneming van de noodzakelijke normen en vereisten.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/30


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Bureau

(2004/C 324/05)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-14

OPMERKINGEN

Tabellen 1-5

Antwoorden van het Bureau

INLEIDING

1.

Het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (hierna: „Bureau”) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad (1). Het maakt deel uit van een netwerk en coördineert de wetenschappelijke middelen die het van de nationale autoriteiten ter beschikking krijgt om te zorgen voor de beoordeling van en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Bureau op grond van de gegevens die het heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van het Bureau voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 57 bis, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2309/93 is de begroting onder de verantwoordelijkheid van de uitvoerend directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3) overeenkomstig de in artikel 57 bis, lid 11, van dezelfde verordening voorgeschreven interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is. De Rekenkamer vraagt niettemin aandacht voor de in paragraaf 10 beschreven situatie. Onder voorbehoud van de in de paragrafen 7 en 12 beschreven situaties heeft de Rekenkamer redelijke zekerheid verkregen dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van het Bureau over het begrotingsjaar 2003.

7.

Op 5 juni 2003 heeft de raad van bestuur van het Bureau onder voorbehoud van goedkeuring door de Commissie een nieuw financieel reglement aangenomen, alsmede de uitvoeringsvoorschriften daarbij, die met ingang van de tweede helft van het begrotingsjaar 2003 van kracht zijn geworden (4). In advies nr. 6/2003 van 17 juli 2003 heeft de Rekenkamer gewezen op de verschillen tussen het financieel reglement van het Bureau en de financiële kaderregeling voor de communautaire organen. In paragraaf 7 van het advies heeft de Rekenkamer in het bijzonder benadrukt dat de door het Bureau vastgestelde uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot het plaatsen van overheidsopdrachten moeten overeenstemmen met de bepalingen van het algemeen Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften daarbij. Terwijl er volgens de algemene regels een evaluatiecomité moet worden samengesteld voor elke opdracht waarmee meer dan 13 800 euro is gemoeid, stelt het Bureau deze drempel op 75 000 euro (tabel 5 geeft de geconstateerde verschillen weer).

8.

De rekeningen van het Bureau voor 2003 zijn opgesteld overeenkomstig de in zijn nieuwe financieel reglement vervatte boekhoudbeginselen (5). De verwerking van de boekhoudkundige gegevens over het begrotingsjaar 2002 is niet overgedaan volgens de boekhoudkundige regels die voor de opstelling van de rekeningen voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar zijn gebruikt.

9.

Krachtens artikel 43, lid 1, sub e), van het financieel reglement van het Bureau valideert de rekenkundige de door de ordonnateur vastgestelde systemen voor het verschaffen of onderbouwen van boekhoudkundige gegevens. Deze validering is niet verricht.

10.

Het Bureau heeft in 2003 een fysieke inventarisatie van de vaste activa op soort verricht, terwijl de rekeningen van de vaste activa worden bijgehouden per jaar van aankoop van de goederen. Deze situatie bemoeilijkt de aansluiting van de fysieke en boekhoudkundige gegevens. Bovendien worden de goederen niet vermeld in de inventaris, noch in de rekeningen van de vaste activa. Hun totale waarde na afschrijvingen is op 4 188 000 euro geschat (6) en opgenomen onder de post „vaste activa” van de balans. Het Bureau zou moeten zorgen voor een systeem voor het beheer van de vaste activa dat de volledigheid van de inventarisgegevens en de samenhang ervan met de boekhoudkundige gegevens waarborgt.

11.

De continuïteit bij de toepassing van de interne-controlemaatregelen is niet verzekerd. Zo ontbreken de voor een vastlegging of betalingsopdracht verplichte bewijsstukken in een aantal dossiers.

12.

Voor enkele procedures van gunning via onderhandelingen berust de keus voor een bepaalde leverancier op „eerdere ervaringen met de contractant”, een criterium dat niet is vastgelegd in de uitvoeringsvoorschriften bij het financieel reglement (7).

13.

Het onderzoek van de aanwervingsdossiers heeft een aanzienlijk aantal leemten in de formalisering en documentatie aan het licht gebracht: de keus van voor een onderhoud op te roepen kandidaten wordt niet onderbouwd, of er worden controlelijsten opgesteld om na te gaan of de kandidaten aan de toelatingsvoorwaarden voldoen, terwijl hierin niet alle in de kennisgeving van vacature vermelde selectievoorwaarden staan.

14.

De eenheid Kwaliteitsborging van het Bureau verzorgt de interne controle. Twee van de door de eenheid in 2002 verrichte controles op de invoering van een elektronisch documentatiesysteem wezen uit dat er sprake was van een aanzienlijke kostenstijging en belangrijke vertragingen doordat er te weinig greep op het project was. Een latere, in 2003 verrichte controle door een extern consultant bevestigde de door de interne controleur aangegeven tekortkomingen. Het project is eind 2000 ondernomen en had begin 2002 operationeel moeten zijn; de kosten werden geraamd op 1,2 miljoen euro. In 2003 was het systeem nog steeds niet operationeel en beliepen de reeds vastgelegde uitgaven 1,7 miljoen euro.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 214 van 24.8.1993, blz. 18; ingevolge Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1) is de nieuwe naam van het Bureau Europees Geneesmiddelenbureau.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 83, lid 3, van het financieel reglement van het Bureau, zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 opgesteld op 14 mei 2004, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 24 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.

(4)  Het advies van de Commissie is begin 2004 gegeven.

(5)  Artikel 78 van het financieel reglement van het Bureau.

(6)  Het bedrag heeft betrekking op software en de inrichting van kantoorruimte.

(7)  Artikel 86 van de uitvoeringsvoorschriften bij het financieel reglement van het Bureau.


Tabel 1

Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (Londen)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Bureau zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 2309/93 van de Raad van 22 juli 1993

Organisatie

Ter beschikking van het Bureau gestelde middelen

(gegevens voor 2002)

Producten en diensten

(gegevens voor 2002)

Bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Gemeenschap wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd.

Het optreden van de Gemeenschap, dat een aanvulling vormt op het nationale beleid, is gericht op verbetering van de volksgezondheid, preventie van ziekten en aandoeningen bij de mens en het wegnemen van bronnen van gevaar voor de menselijke gezondheid. (…)

(Artikel 152 van het Verdrag)

Doelstellingen

Coördinatie van de bestaande wetenschappelijke middelen die door de bevoegde instanties van de lidstaten voor de beoordeling van en het toezicht op geneesmiddelen te zijner beschikking zijn gesteld;

de lidstaten en instellingen van de Gemeenschap zo goed mogelijk van wetenschappelijk advies dienen over alle vraagstukken in verband met de beoordeling van geneesmiddelen voor menselijk of diergeneeskundig gebruik.

Taken

Coördinatie van de wetenschappelijke beoordeling van de geneesmiddelen die aan de communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen zijn onderworpen;

Coördinatie van het toezicht op geneesmiddelen waarvoor binnen de Gemeenschap vergunning is verleend (geneesmiddelenbewaking);

Het geven van advies over de maximumgehalten aan residuen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong;

Coördinatie van de controle op de inachtneming van goede fabricage-, goede laboratorium- en goede klinische praktijken;

Het voeren van de administratie met betrekking tot vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen.

(1)

Het Comité voor farmaceutische specialiteiten, bestaande uit twee vertegenwoordigers per lidstaat, stelt de adviezen op met betrekking tot alle vragen in verband met de beoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik.

(2)

Het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, bestaande uit twee vertegenwoordigers per lidstaat, stelt de adviezen op met betrekking tot alle vragen in verband met de beoordeling van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik.

(3)

De raad van beheer bestaat uit twee vertegenwoordigers van elke lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Commissie en twee door het Europees Parlement aangewezen vertegenwoordigers. Stelt het werkprogramma en het jaarverslag op.

(4)

De directeur wordt op voorstel van de Commissie door de raad van beheer benoemd.

(5)

Externe controle: Rekenkamer.

(6)

Kwijting verleend door het Parlement op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting:

84,2 miljoen euro (61,3 miljoen euro) waarvan 22,9 % (27,9 %) communautaire subsidie (zonder weesbijdrage)

Personeelsbestand per 31 december 2003:

287 (251) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 256 (227) bezet

+48 (37) overige arbeidsverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten).

Totaal aantal werknemers: 304 (264)

waarvan

242 (211) er uitvoerende taken en

62 (53) administratieve taken vervullen.

Geneesmiddelen voor menselijk gebruik

Aanvragen van handelsvergunning: 39 (31)

Positieve adviezen: 39 (24)

Gemiddelde beoordelingstermijn: 190 dagen (192 dagen)

Adviezen na vergunning: 941 (746)

Geneesmiddelenbewaking: 45 538 verslagen (42 608 verslagen)

Periodieke controleverslagen: 276 (223)

Follow-upmaatregelen: 1 025 (738)

Wetenschappelijke adviezen: 65 (75)

Procedures voor wederzijdse erkenning: 4 080 (3 501)

Geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik

Nieuwe aanvragen: 10 (3)

Aanvragen voor varianten: 64 (33)

Inspecties: 76 (75)

Bron:Door het Bureau verstrekte gegevens.


Tabel 2

Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

Beschikbare kredieten

(begroting 2003 en begrotingsjaar 2002)

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

over-gedragen

geannuleerd

nog af te wikkelen betalings-verplichtingen

betaald

geannuleerd

kredieten

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

over-gedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies (1)

23,0

22,5

Titel I

Personeel

31,5

29,7

29,2

0,5

1,8

0,4

0,3

0,1

31,9

30,1

29,5

0,5

1,9

Eigen ontvangsten

59,0

60,1

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

19,7

19,2

11,9

7,3

0,5

1,9

1,5

0,4

21,6

21,1

13,4

7,3

0,9

Andere ontvangsten

2,2

1,8

Titel III

Beleidsuitgaven

33,0

32,8

24,5

8,3

0,2

4,5

4,2

0,3

37,5

37,3

28,7

8,3

0,5

Totaal

84,2

84,4

Totaal

84,2

81,7

65,6

16,1

2,5

6,8

6,0

0,8

91,0

88,5

71,6

16,1

3,3

Bron:Gegevens van het Bureau — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Bureau in zijn eigen rekening.


Tabel 3

Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling — Economische resultatenrekening over de begrotingsjaren 2003 en 2002

(1000 euro)

 

2003

2002 (2)

Ontvangsten

Vergoedingen voor vergunningen voor het in de handel brengen

58 657

38 372

Subsidie van de Commissie, met inbegrip van de bijdragen uit hoofde van de EER

19 786

14 846

Communautaire subsidie voor weesgeneesmiddelen

2 814

2 407

Bijdragen voor communautaire programma's

1 208

9

Ontvangsten in verband met administratieve verrichtingen

2 153

1 688

Diverse ontvangsten

848

54

Totaal (a)

85 466

57 376

Uitgaven (3)

Personeelsuitgaven

29 663

26 216

Huishoudelijke uitgaven

10 905

10 718

Beleidsuitgaven

32 838

21 467

Toewijzing aan afschrijvingen

2 364

0

Totaal (b)

75 770

58 401

Resultaat (c = a – b)

9 696

–1 025

Andere gegevens

Geannuleerde uit het voorgaande jaar overgedragen kredieten (d)

823

1 377

Wisselkoersverschillen en overige aanpassingen (e)

413

– 352

Resultaat van het begrotingsjaar (c + d + e)

10 932

0

Bron:Gegevens van het Bureau — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Bureau in zijn eigen rekening.


Tabel 4

Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling — Balans per 31 december 2003 en 31 december 2002 (4)

(1000 euro)

Activa

2003

2002

Passiva

2003

2002

Immateriële vaste activa

3 401

0

Eigen vermogen

 

 

 

 

 

Resultaat van de begrotingsuitvoering (a)

4 037

Materiële vaste activa

 

 

Resultaat van de aanpassingen (b)

6 895

Installatie, machines en uitrustingen

1 635

146

Bedrijfsresultaat (a + b)

10 932

Meubilair en wagenpark

1 011

991

Uit vorige begrotingsjaren overgedragen resultaten (5)

6 872

2 684

Computerapparatuur

2 548

1 547

Subtotaal

17 804

2 684

Subtotaal

5 194

2 684

 

 

 

 

 

 

Schulden op korte termijn

 

 

Vorderingen op korte termijn

 

 

Schulden aan communautaire instellingen en organen

479

444

Betaalde en in te vorderen BTW

1 105

571

Over te dragen betalingskredieten

11 936

6 811

Vorderingen op communautaire instellingen en organen

107

3 744

Overige schulden

127

603

Diverse debiteuren

1 034

2 854

Van cliënten ontvangen voorschotten

8 845

9 293

Diverse vorderingen

64

0

Subtotaal

21 387

17 151

Subtotaal

2 310

7 169

 

 

 

Kasmiddelen

28 286

9 982

 

 

 

Totaal

39 191

19 835

Totaal

39 191

19 835

Bron:Gegevens van het Bureau — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Bureau in zijn eigen rekening.


Tabel 5

Verschillen tussen de algemene uitvoeringsvoorschriften en de uitvoeringsvoorschriften van het Bureau

Comité voor de beoordeling van de offertes (6)

 

artikelen 145 en 146 van de algemene uitvoeringsvoorschriften

artikel 107 van de uitvoeringsvoorschriften van het Bureau

Drempelbedrag voor de opdrachten:

13 800 euro

75 000 euro

Voorschriften voor procedures voor gunning via onderhandelingen bij contracten voor een gering bedrag

Bedrag van de opdrachten

artikel 129 van de algemene uitvoeringsvoorschriften

artikel 89 van de uitvoeringsvoorschriften van het Bureau

lager dan 200 euro

eenvoudige vergoeding van factuurbedrag

bepaald in artikel 82, maar drempelbedrag niet vermeld

lager dan 1 050 euro: procedure voor gunning via onderhandelingen

één offerte mogelijk

lager dan 1 500 euro: één offerte mogelijk

1 050 tot 13 800 euro: procedure voor gunning via onderhandelingen met…

ten minste drie kandidaten

1 500 tot 13 800 euro: ten minste drie kandidaten

13 800 — 50 000 euro: niet-openbare procedure zonder OIBB (7) met…

ten minste vijf kandidaten

ten minste drie kandidaten

Bron:Rekenkamer.


(1)  Inclusief de subsidies uit hoofde van de Europese Economische Ruimte.

Bron:Gegevens van het Bureau — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Bureau in zijn eigen rekening.

(2)  De verwerking van de gegevens over het begrotingsjaar 2002 is niet overgedaan volgens de boekhoudkundige regels die voor het begrotingsjaar 2003 zijn gevolgd (zie paragraaf 8 van het verslag).

(3)  Het als uitgaven in het begrotingsjaar te beschouwen aandeel van de overgedragen kredieten is beoordeeld als geheel, en niet op basis van afzonderlijke verrichtingen.

Bron:Gegevens van het Bureau — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Bureau in zijn eigen rekening.

(4)  Doordat het door de Commissie voorgestelde model werd gehanteerd, moesten saldi worden herverdeeld over de bestaande rubrieken.

(5)  Het bedrag voor 2002 komt overeen met de totale netto vaste activa. Het bedrag voor 2003 omvat tevens 4 188 000 euro in verband met de activering in 2003 van in voorgaande jaren aangekochte goederen (zie paragraaf 10 van het verslag).

Bron:Gegevens van het Bureau — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Bureau in zijn eigen rekening.

(6)  Het enige evaluatiecomité voor offertes dat het Bureau voordraagt, is de Raadgevende Commissie voor aankopen en overeenkomsten voor contracten waarmee meer dan 75 000 euro gemoeid is (artikel 107), terwijl dit drempelbedrag in de uitvoeringsvoorschriften op 13 800 euro is gesteld.

(7)  Oproep tot het indienen van blijken van belangstelling.

Bron:Rekenkamer.


ANTWOORD VAN HET BUREAU

7.

Het EMEA heeft contact opgenomen met de Commissie om het financieel reglement af te ronden. De gemaakte veranderingen komen tegemoet aan de opmerkingen van de Commissie en die van de Rekenkamer. Met name de drempelwaarde voor contracten en aankopen is in overeenstemming gebracht met de uitvoeringsvoorschriften.

8.

In overeenstemming met IPSA-norm 3 zijn de daaruit voortvloeiende aanpassingen ingevoerd als aanpassing van het openingskapitaal. Hier zijn vergelijkbare gegevens betreffende 2002 niet nog eens vermeld, aangezien dit geen belangrijke aanvullende informatie zou opleveren. Aangezien de Europese instellingen en agentschappen voor 2005 jaarrekeningen moeten indienen die overeenstemmen met de IPSAS-normen zal het EMEA ervoor zorgen per 1 januari 2005, geheel volgens de door de rekenplichtige van de Europese Commissie vastgestelde planning, te beschikken over de noodzakelijke systemen ter naleving van deze regel.

9.

De opmerking van de Rekenkamer is in zekere zin relevant, maar het was geen prioriteit van het EMEA, gezien het feit, dat de huidige systemen, zowel procedures als software, sinds 1998 bestaan en tot nu toe noodzakelijke en nauwkeurige gegevens hebben verschaft voor het opstellen van de jaarrekeningen. Deze systemen zijn niet gewijzigd sinds de invoering van het nieuwe financiële reglement.

De door de ordonnateur vastgestelde systemen zullen in de loop van 2004 formeel worden gevalideerd door de rekenplichtige.

10.

In 2003 heeft het EMEA immateriële activa gekapitaliseerd (voornamelijk softwarelicenties en bepaalde uitgaven voor softwareontwikkeling) in overeenstemming met de door het Accounting Standards Committee vastgestelde normen. Om de immateriële activa en uitgaven voor apparatuur van voorgaande jaren te kunnen inventariseren, is een gedetailleerde analyse van de uitgaven voor software en apparatuur voor de jaren 2000 tot en met 2003 opgesteld. In 2004 zijn alle activa, materiële en immateriële, ingevoerd in het nieuwe systeem voor het beheer van vaste activa en de boekhouding is gebaseerd op een inventarisatie per soort, zoals uiteengezet in het door de rekenplichtige van de Commissie opgestelde, geharmoniseerde boekhoudkundige plan.

11.

Het EMEA neemt nota van de door de Rekenkamer gemaakte opmerkingen. Er zijn maatregelen genomen om dit soort situaties in de toekomst te vermijden.

12.

Het EMEA neemt nota van de opmerkingen van de Rekenkamer over de criteria voor het kiezen van contractanten.

13.

Het EMEA volgt selectieprocedures nauwlettend. Voor het toelaten van kandidaten tot een selectieprocedure wordt voor elke sollicitatie een checklist gehanteerd, welke alle in de aankondiging van de vacature vermelde selectievoorwaarden bevat. Deze checklist wordt bij elk sollicitatiedossier gevoegd. Naast de bestaande rechtvaardiging voor de keuze welke kandidaat uit te nodigen voor een sollicitatiegesprek zal het EMEA maatregelen treffen om de procedure te verbeteren en de door de Rekenkamer genoemde problemen te vermijden.

14.

Het management van het EMEA onderkent dat het ernstige moeilijkheden heeft ondervonden bij de invoering van het project maar heeft maatregelen getroffen, als eerste het uitbesteden van een externe audit begin 2003. Het bestek is nader uitgewerkt en sindsdien is er in het licht van die analyse met de invoering van het elektronische systeem voor documentenbeheer een begin gemaakt.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/39


VERSLAG

over de jaarrekening van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid betreffende het begrotingsjaar 2003? vergezeld van de antwoorden van de Autoriteit

(2004/C 324/06)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-9

OPMERKINGEN

Tabellen 1-4

Antwoorden van de Autoriteit

INLEIDING

1.

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (hierna: „Autoriteit”) is opgericht bij Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (1). In 2002 werd haar financieel beheer door de Commissie verzorgd en had zij geen zelfstandige boekhouding. In het begrotingsjaar 2003 droeg de Autoriteit haar verantwoordelijkheden op financieel gebied dus voor het eerst volledig zelf. De voornaamste taken van de Autoriteit zijn het verschaffen van de nodige wetenschappelijke gegevens voor de opstelling van de communautaire wetgeving en het verzamelen en analyseren van deze gegevens met het oog op karakterisering en controle van de risico's en onafhankelijke informatievoorziening daarover. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van de Autoriteit op grond van de gegevens die zij heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van de Autoriteit voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 44, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 (1) is de begroting onder de verantwoordelijkheid van de directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3), overeenkomstig de in artikel 44, lid 3, van Verordening (EG) nr. 178/2002 voorgeschreven interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van de Autoriteit over het begrotingsjaar 2003.

7.

Krachtens artikel 43, lid 1, sub e), van het financieel reglement van de Autoriteit valideert de rekenkundige de door de ordonnateur vastgestelde systemen voor het verschaffen of staven van boekhoudkundige gegevens. Deze validering is nog niet verricht.

8.

De personeelsafdeling controleert niet stelselmatig de vaststelling van de salariëring, met name wat betreft de inschaling, en de financiële rechten van nieuw personeel.

9.

Het onderzoek van de controleomgeving van het computersysteem heeft uitgewezen dat verbetering hiervan is geboden met het oog op de geplande uitbreiding van de activiteiten van de Autoriteit.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 83, lid 3, van het financieel reglement van de Autoriteit, zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 op 14 september 2004 opgesteld, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 17 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.


Tabel 1

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (voorlopige zetel: Brussel, te verplaatsen naar Parma)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van de Autoriteit

(Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002)

Organisatie

In 2003 ter beschikking van de Autoriteit gestelde middelen

In 2003 geleverde producten en diensten

Vrij verkeer van voedsel (artikel 37 van het Verdrag)

Een hoog beschermings- niveau op het gebied van de volksgezondheid, de veiligheid, de milieubescherming en de consumenten- bescherming, daarbij in het bijzonder rekening houdend met alle nieuwe ontwikkelingen die op weten- schappelijke gegevens zijn gebaseerd (artikel 95 van het Verdrag)

Gemeenschappelijke handelspolitiek (artikel 133 van het Verdrag)

Volksgezondheid (artikel 152, lid 4, sub b), van het Verdrag)

Doelstellingen

Verstrekken van wetenschappelijk advies en wetenschappelijke en technische ondersteuning voor de wetgeving en het beleid van de Gemeenschap in alle aangelegenheden die direct of indirect op de voedsel- en voederveiligheid van invloed zijn;

verstrekken van onafhankelijke informatie over risico's op het gebied van voedselveiligheid;

bijdragen tot een hoog niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van de mens;

verzamelen en analyseren van gegevens opdat de risico's kunnen worden gekarakteriseerd en gemonitord.

Taken

Verstrekking van wetenschappelijke adviezen en studies;

bevordering van uniforme risicobeoordelingsmethoden;

ondersteuning van de Commissie;

onderzoek, analyse en samenvatting van wetenschappelijke gegevens en benodigde technieken;

opsporing en karakterisering van nieuwe risico's;

instelling van een systeem van netwerken van organisaties die op soortgelijk gebied actief zijn;

verlening van wetenschappelijke en technische bijstand bij crisismanagement;

verbetering van internationale samenwerking;

verstrekking van betrouwbare, objectieve en begrijpelijke informatie aan het publiek en de belanghebbenden;

bijdragen aan het systeem voor snelle waarschuwing van de Commissie.

1

Raad van bestuur

Samenstelling

14 door de Raad benoemde leden (in samenwerking met het Europees Parlement en de Commissie) en een vertegenwoordiger van de Commissie.

Taak

Stelt werkprogramma op en ziet toe op de uitvoering ervan.

2

Uitvoerend directeur

Benoemd door de raad van bestuur op basis van een door de Commissie opgestelde lijst van kandidaten en na horing door het Europees Parlement.

3

Adviesforum

Samenstelling

Een vertegenwoordiger per lidstaat

Taak

De directeur adviseren

4

Wetenschappelijk comité en wetenschappelijke panels:

Opstellen van de wetenschappelijke adviezen van de Autoriteit

5

Externe controle

Rekenkamer

6

Kwijtingsautoriteit

Parlement op aanbeveling van de Raad

Definitieve begroting:

12,6 miljoen euro, waarvan 99,7 % communautaire subsidie

Personeelsbestand per 31 december 2003:

49 posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 27 bezet,

+36 overige arbeidsverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten)

Totaal aantal werknemers: 63,

waarvan

er 33 uitvoerende en 30 administratieve taken vervullen.

De Autoriteit heeft in juni 2003 haar wetenschappelijk comité en al haar wetenschappelijke panels opgericht. Gedurende de rest van het jaar heeft de Autoriteit 23 openbare adviezen uitgebracht.

De Autoriteit heeft in oktober te Oostende (België) een colloquium met belanghebbenden gehouden teneinde de toekomstige uitvoering van haar mandaat vast te stellen.

Het adviesforum is zes maal bijeengekomen om het netwerk tussen de nationale autoriteiten op te zetten. De informatie- uitwisseling met de Autoriteit en tussen de betrokken nationale diensten is hierdoor verbeterd.

Bron:Door de Autoriteit verstrekte gegevens.


Tabel 2

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten (1)

Beschikbare kredieten

(begroting 2003 en overdrachten uit het begrotingsjaar 2002)

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

opgenomen

betaald

geannuleerd

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

12,6

10,0

Titel I

Personeel

4,1

3,7

3,6

0,1

0,4

0,0

0,0

0,0

4,1

3,7

3,6

0,1

0,4

Overige subsidies

0,0

0,0

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

2,8

2,2

1,0

1,2

0,6

0,3

0,1

0,2

3,1

2,2

1,1

1,2

0,8

Andere ontvangsten

p.m.

0,0

Titel III

Beleidsuitgaven

5,7

4,0

1,1

2,9

1,7

0,1

0,1

0,0

5,8

4,0

1,2

2,9

1,7

Totaal

12,6

10,0

Totaal

12,6

9,9

5,7

4,2

2,7

0,4

0,2

0,2

13,0

9,9

5,9

4,2

2,9

NB:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van de Autoriteit — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van de Autoriteit in haar eigen rekening.


Tabel 3

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid — Winst- en verliesrekening over het begrotingsjaar 2003

(1000 euro)

 

2003

Ontvangsten

Subsidies van de Commissie

10 284

Andere ontvangsten

33

Totaal ontvangsten (a)

10 317

Uitgaven

Personeel — Titel I van de begroting

Betalingen

3 567

Overgedragen kredieten

149

Huishoudelijke uitgaven — Titel II van de begroting

Betalingen

1 092

Overgedragen kredieten

1 189

Beleidsuitgaven — Titel III van de begroting

Betalingen

1 278

Overgedragen kredieten

2 895

Totaal uitgaven (b)

10 171

Resultaat van het begrotingsjaar (a – b)

146

Wisselkoersverschillen

0

Saldo van het begrotingsjaar

146

NB:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van de Autoriteit.


Tabel 4

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid — Balans per 31 december 2003

(1000 euro)

Activa

2003

Passiva

2003

Vaste activa

 

Vast kapitaal

 

Immateriële vaste activa

362

Eigen vermogen

769

Installaties en meubilair

106

Saldo van het begrotingsjaar

146

Computerapparatuur

701

Subtotaal

915

Afschrijvingen

– 401

Schulden op korte termijn

 

Subtotaal

769

Van rechtswege overgedragen kredieten

4 233

Vorderingen op korte termijn

 

Salarisinhoudingen

8

Invorderingsopdrachten

1

Subtotaal

4 241

Diverse debiteuren

2

Tussenrekeningen

 

Subtotaal

3

Opnieuw te gebruiken ontvangsten

6

Kasrekeningen

 

Subtotaal

6

Banken

4 342

 

 

Voorschotkas

15

 

 

Subtotaal

4 357

 

 

Tussenrekeningen

33

 

 

Totaal

5 162

Totaal

5 162

NB:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van de Autoriteit.


(1)  De Autoriteit heeft de van rechtswege overgedragen kredieten en hun gebruik niet in de rekeningen opgenomen, omdat voor het begrotingsjaar 2002 de Commissie als haar gedelegeerd ordonnateur optrad. Alleen de niet-automatisch overgedragen kredieten van het begrotingsjaar 2002 zijn door de Autoriteit beheerd en geboekt.

NB:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van de Autoriteit — Deze tabellen vormen een samenvatting van de gegevens van de Autoriteit in haar eigen rekening.


ANTWOORD OP DE AUTORITEIT

7.

De beschrijving en validering van de systemen voor het verschaffen of staven van boekhoudkundige gegevens zal in de loop van het begrotingsjaar 2004 plaatsvinden.

8.

In aansluiting op de opmerkingen van de Rekenkamer valideert en dateert het hoofd Personeelszaken de vaststelling van de aan nieuwe medewerkers toe te kennen rang en salaristrap. Ook de gegevens over de individuele rechten van het personeel worden gevalideerd.

9.

In maart 2004 is begonnen met een versterking van het computersysteem. De belangrijkste verbeteringen betreffen:

1)

vergroting van de betrouwbaarheid van de computerarchitectuur;

2)

instelling, documentatie en invoering van de operationele procedures;

3)

rationalisering van de softwaresystemen, werkprocessen en informatiestromen.

Dit alles is bedoeld om de Autoriteit te laten beschikken over een krachtig computersysteem in overeenstemming met de toename van haar activiteiten.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/46


VERSLAG

over de jaarrekening van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie betreffende het begrotingsjaar 2003? vergezeld van de antwoorden van het Bureau

(2004/C 324/07)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-8

OPMERKINGEN

Tabellen 1-4

Antwoorden van het Bureau

INLEIDING

1.

Het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (hierna: „Bureau”) is opgericht bij Verordening (EG) nr. 2965/94 van de Raad (1). Het Bureau heeft tot taak, de gedecentraliseerde organen, en desgewenst de communautaire instellingen en overige EU-organen, de vertaaldiensten te leveren die nodig zijn voor hun activiteiten. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Bureau op grond van de gegevens die het heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2965/94 is de begroting onder de verantwoordelijkheid van de directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3) overeenkomstig de in artikel 15 van dezelfde verordening voorgeschreven interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de begroting van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans die het Bureau over het begrotingsjaar 2003 heeft uitgebracht.

7.

De rekeningen over 2003 van het Bureau zijn afgesloten met inachtneming van de boekhoudbeginselen die zijn vastgelegd in zijn nieuwe financieel reglement (4). Het Bureau heeft de verwerking van alle boekhoudkundige gegevens over het begrotingsjaar 2002 niet overgedaan volgens de boekhoudkundige regels die zijn gebruikt voor de opstelling van de jaarrekening voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar.

8.

De voorzieningen voor risico's en lasten beliepen eind 2003 8 601 000 euro, een toename van 2 195 000 euro ten opzichte van 2002. Het grootste deel (6 071 000 euro) heeft betrekking op bedragen die de Commissie heeft gevorderd uit hoofde van het werkgeversaandeel van de pensioenpremie van ambtenaren van het Bureau, maar die door dit laatste orgaan worden betwist. Het overige deel (2 530 000 euro) is bestemd ter dekking van de aan de Luxemburgse autoriteiten verschuldigde huur, zodra het definitieve bedrag is vastgesteld. Het Bureau moet intensiever werken aan een oplossing van deze problemen (5).

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 314 van 7.12.1994, blz. 1.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 83, lid 3, van het financieel reglement van het Bureau, zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 op 14 september 2004 opgesteld, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 27 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.

(4)  Artikel 78 van het financieel reglement van het Bureau.

(5)  Zie het verslag betreffende het begrotingsjaar 2001 (paragraaf 7, PB C 326 van 27.12.2002, blz. 22).


Tabel 1

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (Luxemburg)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Bureau zoals omschreven in Verordening (EG) nr. 2965/94 van de Raad van 28 november 1994

Organisatie

Ter beschikking van het Bureau gestelde middelen (gegevens voor 2002)

In 2003 geleverde producten en diensten (gegevens voor 2002)

De vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten hebben in onderlinge overeenstemming het besluit genomen, bij de in Luxemburg gevestigde vertaaldiensten van de Commissie een vertaalbureau voor de organen van de Unie op te richten, dat de vertalingen verzorgt die nodig zijn voor de werking van de organismen en diensten waarvan de zetels bij besluit van 29 oktober 1993 zijn vastgesteld.

(Besluit van de Raad op basis van artikel 235 van het Verdrag)

Doelstellingen

De nodige vertaaldiensten verrichten ten behoeve van de werking van de volgende organisaties:

het Europees Milieuagentschap,

de Europese Stichting voor opleiding,

het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving,

het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling,

het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk,

het Europees Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, ontwerpen en modellen),

de Europese Politiedienst (Europol) en de Europol-Drugseenheid.

Andere dan de hierboven genoemde, door de Raad opgerichte organisaties kunnen gebruik maken van de diensten van het Bureau; de instellingen en de organisaties van de Europese Unie die over een eigen vertaaldienst beschikken, mogen zo nodig vrijwillig een beroep doen op het Bureau.

Taken

Treffen van voorzieningen voor samenwerking met organen, organisaties en instellingen;

deelnemen aan de werkzaamheden van het Interinstitutioneel Vertaalcomité.

1

Raad van bestuur

Samenstelling

Een vertegenwoordiger van elke lidstaat,

twee vertegenwoordigers van de Commissie, waarvan er een het voorzitterschap bekleedt,

een vertegenwoordiger van elke organisatie, elk orgaan of elke instelling die een beroep doet op de diensten van het Bureau.

Taak

Stelt het jaarlijkse werkprogramma en het jaarlijks verslag van het Bureau vast

2

Directeur

Door de raad van bestuur op voordracht van de Commissie benoemd

3

Externe controle

Rekenkamer

4

Kwijtingsautoriteit

Europees Parlement op aanbeveling van de Raad

Definitieve begroting

29 miljoen euro (24 miljoen euro)

Personeelsbestand per 31 december 2003

158 (158) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 132 (136) bezet

+15 (5) overige arbeidsverbanden

Totaal aantal werknemers: 147 (141)

waarvan er:

95 (91) uitvoerende,

48 (46) administratieve, en

4 (4) gemengde taken vervullen.

Aantal vertaalde pagina's

238 399 (227 783)

Aantal pagina's per taal

officiële talen: 221 127 (224 190)

overige talen: 17 272 (3 593)

Aantal vertaalde pagina's per soort cliënt

organen: 215 992(218 532)

instellingen en overige: 22 407 (9 521)

Aantal contracten voor freelance-vertalingen: 245 (215)

Aantal pagina's vertaald door freelancers: 94 355 (86 826)

Bron:Door het Bureau verstrekte gegevens.


Tabel 2

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

Beschikbare kredieten

(begroting 2003 en begrotingsjaar 2002)

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

nog af te wikkelen betalings-verplichtingen

betaald

geannuleerd

kredieten

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

Door de organen en instellingen betaalde ontvangsten

20,6

19,8

Titel I

Personeel

12,5

10,3

10,2

0,1

2,2

0,1

0,1

0,0

12,6

10,4

10,3

0,1

2,2

Financiële opbrengsten

0,1

0,4

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

3,2

1,9

1,3

0,6

1,3

0,7

0,6

0,1

3,9

2,6

1,9

0,6

1,4

Diverse ontvangsten

0,0

0,1

Titel III

Beleidsuitgaven

7,0

3,9

3,4

0,5

3,1

0,4

0,4

0,0

7,4

4,3

3,8

0,5

3,1

Resultaat van het voorgaande begrotingsjaar

8,3

0,0

Titel X

Reserves en voorzieningen

6,3

0,0

0,0

0,0

6,3

0,0

0,0

0,0

6,3

0,0

0,0

0,0

6,3

Totaal

29,0

20,3

Totaal

29,0

16,1

14,9

1,2

12,9

1,2

1,1

0,1

30,2

17,3

16,0

1,2

13,0

Bron:Gegevens van het Bureau – Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Bureau in zijn eigen rekening.


Tabel 3

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie — Winst- en verliesrekening over de begrotingsjaren 2003 en 2002

(1000 euro)

 

2003

2002

Exploitatieontvangsten

Gefactureerde bedragen van het begrotingsjaar

22 075

18 113

Diverse ontvangsten

223

291

Totaal (a)

22 298

18 404

Exploitatieuitgaven

Lopende lasten

18 255

18 446

Totaal (b)

18 255

18 446

Exploitatieresultaat (c = a – b)

4 043

–42

Financiële opbrengsten

Bankrente

387

495

Koerswinst

1

2

Totaal (d)

388

497

Financiële lasten

Bankkosten

10

0

Totaal (e)

10

0

Financieel resultaat (f = d – e)

378

497

Resultaat uit gewone activiteiten (g = c + f)

4 421

455

Uitzonderlijke baten (h)

19

0

Uitzonderlijke lasten (i)

9

0

Buitengewoon resultaat (j = h – i)

10

0

Resultaat van het begrotingsjaar (g + j)

4 431

455

Bron:Gegevens van het Bureau.


Tabel 4

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie — Balans per 31 december 2003 en 31 december 2002 (1)

(1000 euro)

Activa

2003

2002

Passiva

2003

2002

Immateriële vaste activa

760

889

Eigen vermogen

 

 

 

 

 

Resultaat van de begrotingsuitvoering (a)

4 404

8 330

Materiële vaste activa

 

 

Resultaat van de aanpassingen (b)

27

 

Meubilair en wagenpark

219

267

Bedrijfsresultaat (a + b)

4 431

8 330

Computerapparatuur

398

486

Uit vorige begrotingsjaren overgedragen resultaten (2)

1 642

1 642

Vaste activa in aanbouw en betaalde voorschotten

35

0

Werkkapitaal (doorlopende financiering)

8 330

 

Subtotaal

652

753

Subtotaal

14 403

9 972

Vorderingen op korte termijn

 

 

Voorzieningen voor risico's en lasten

8 601

6 406

Bij de lidstaten in te vorderen betaalde BTW

3

25

Schulden op korte termijn

 

 

Vorderingen op communautaire instellingen en organen

2 676

3 360

Schulden aan de communautaire instellingen en organen

0

3 360

Overige vorderingen

10

26

Over te dragen betalingskredieten

784

1 247

Subtotaal

2 689

3 411

Diverse crediteuren

162

15

Kasmiddelen

20 354

16 126

Overige schulden

5

15

 

 

 

Voorschotten van cliënten

500

164

 

 

 

Subtotaal

1 451

4 801

Totaal

24 455

21 179

Totaal

24 455

21 179

Bron:Gegevens van het Bureau — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Bureau in zijn eigen rekening.


(1)  Doordat het door de Commissie voorgestelde model werd gehanteerd, moesten saldi worden herverdeeld over de bestaande rubrieken.

(2)  Dit bedrag komt feitelijk overeen met de vaste activa minus afschrijvingen per 31 december 2002 (zie tabel 3 van het verslag over het begrotingsjaar 2002, PB C 319 van 30.12.2003, blz. 29).

Bron:Gegevens van het Bureau — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Bureau in zijn eigen rekening.


ANTWOORD VAN HET BUREAU

7.

Wanneer zich veranderingen in de boekhoudmethoden voordoen, moeten de rekeningen van de voorgaande begrotingsjaren in principe volgens de nieuwe methode worden vastgesteld. Het was voor het Vertaalbureau echter niet mogelijk een objectieve raming te maken van de effecten van de wijziging op de voorgaande begrotingsjaren. Een analyse van de invloed van de overgang op de boekhoudkundige gegevens van het jaar 2003 is in de bijlagen bij de rekeningen van het Vertaalbureau opgenomen.

8.

In juli 2004 heeft het Vertaalbureau met de Luxemburgse autoriteiten een memorandum van overeenstemming getekend, dat een oplossing biedt voor het probleem van de kosten voor het gebruik van het gebouw Nouvel Hémicycle. Wat het werkgeversaandeel van de pensioenpremies voor de medewerkers van het Vertaalbureau betreft, zullen er opnieuw stappen worden ondernomen om tot een oplossing te komen.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/53


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

(2004/C 324/08)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-12

OPMERKINGEN

Tabellen 1–4

Antwoorden van het Centrum

INLEIDING

1.

Het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (hierna: „Centrum”) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad (1). Hoofdtaak van het Centrum is bij te dragen tot de ontwikkeling van de beroepsopleiding op communautair niveau. Hiertoe moet het Centrum documentatie over de systemen voor beroepsopleiding samenstellen en verspreiden. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Centrum op grond van de gegevens die het heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van het Centrum voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 12 bis, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 337/75 is de begroting van het Centrum onder de verantwoordelijkheid van zijn directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3), overeenkomstig de in artikel 12 van dezelfde verordening voorgeschreven interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van het Centrum over het begrotingsjaar 2003.

7.

In 2003 heeft het Centrum van Phare en derde landen (4) subsidies ten belope van 791 844 euro ontvangen. In strijd met het eenheids- en het begrotingswaarachtigheidsbeginsel heeft het Centrum dit subsidiebedrag voor 2003 niet opgenomen in zijn begroting door middel van een gewijzigde begroting.

8.

Het nieuwe financieel reglement van het Centrum en de uitvoeringsvoorschriften daarbij zijn op 31 maart 2003 vastgesteld door de raad van bestuur. Deze regelgeving (5) schrijft de invoering van een nieuw interne-controlesysteem voor. De aanpassing van de financiële organisatie van het Centrum en van zijn boekhoudsysteem was aan het eind van het begrotingsjaar nog niet afgerond.

9.

Krachtens artikel 28, lid 2, sub e), van het financieel reglement van het Centrum valideert de rekenplichtige de door de ordonnateur vastgestelde systemen voor het verschaffen of onderbouwen van de boekhoudkundige gegevens. Deze validering is niet verricht.

10.

Het Centrum heeft een eenheid „contracten” gevormd, die moet verzekeren dat de contracten voor door derden uit te voeren studies correct zijn, maar deze eenheid wordt pas in kennis gesteld van de lopende procedures na ondertekening van het selectieverslag. Zij kan geen enkele rol spelen ter preventie van onregelmatigheden in een beginstadium (keuze van de procedure, onderzoek van de aanbesteding en publicitaire maatregelen). Uitbreiding van de bevoegdheden van deze eenheid is des te meer geboden daar bij onderzoek van meerdere dossiers incoherenties en vormfouten in het beheer van de procedures voor de gunning van contracten aan het licht zijn gekomen.

11.

In 2003 beschikte het Centrum over een in 2000 opgestelde lijst met gegadigden naar aanleiding van een in 2000 gepubliceerde uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling. Deze lijst is opgesteld en centraal ondergebracht bij de permanente voorzitter van de beoordelingscomités. Het Centrum mocht ten aanzien van de op de lijst vermelde gegadigden een niet-openbare procedure volgen, zonder bekendmaking of opgave van de selectiecriteria, en wel tot een bedrag van ongeveer 163 000 euro (6). Er zijn vijf dossiers van niet-openbare procedures voor gegadigden van die lijst onderzocht. In drie gevallen (contracten ten belope van in totaal 79 800 euro), die leidden tot betalingen in 2003, kwamen de gekozen contractanten niet voor op de lijst, terwijl een verklaring voor deze situatie ontbrak. In dit licht zou de relevantie van een dergelijke contractantenlijst ter discussie gesteld kunnen worden. Voorts merkt de Rekenkamer op dat het Centrum, door deze lijst niet bij te werken, bij gegadigden de indruk wekt dat zijn selectieprocedures weinig coherent zijn.

12.

Uit een onderzoek van aanstellingsdossiers en bepaalde individuele dossiers zijn gebreken gebleken ten aanzien van vorm en documentatie, waardoor het aan de nodige doorzichtigheid ontbreekt inzake besluiten op het gebied van aanstellingen en de financiële gevolgen hiervan voor de salarisberekening.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 39 van 13.2.1975, blz. 1.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 63 van het financieel reglement van het Centrum, zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 opgesteld op 1 september 2004, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 17 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.

(4)  Bijdrage van Noorwegen.

(5)  Artikel 25 van het nieuwe financieel reglement van het Centrum.

(6)  Zie artikel 128, lid 1, van de verordening houdende voorschriften voor de uitvoering van het financieel reglement.


Tabel 1

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Thessaloniki)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Centrum zoals omschreven in de artikelen 2 en 3 van Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975

Organisatie

Ter beschikking van het Centrum gestelde middelen

(gegevens voor 2002)

In 2003 geleverde producten en diensten

De Gemeenschap legt inzake beroepsopleiding een beleid ten uitvoer waardoor de activiteiten van de lidstaten worden versterkt en aangevuld.

Het optreden is erop gericht:

de samenwerking inzake opleiding tussen onderwijs- of opleidingsinstellingen en ondernemingen te bevorderen;

de uitwisseling te bevorderen van informatie en ervaring omtrent de gemeenschappelijke vraagstukken waarmee de opleidingsstelsels van de lidstaten worden gecontroleerd.

(Excerpt uit artikel 150 van het Verdrag)

Opdracht van het Centrum

De Commissie bijstaan teneinde de beroepsopleiding en de voortgezette opleiding op communautair niveau te bevorderen en te ontwikkelen en bijdragen tot de tenuitvoerlegging van een gemeenschappelijk beleid inzake de beroepsopleiding.

Taken

Een gerichte documentatie samenstellen;

bijdragen tot het onderzoek;

zorg dragen voor de verspreiding van de informatie;

initiatieven bevorderen en steunen die een gecoördineerde aanpak kunnen vergemakkelijken;

een ontmoetingsplaats voor de betrokken partijen vormen.

1

Raad van bestuur

Per lidstaat:

een staatsvertegenwoordiger,

een vertegenwoordiger van de werkgeversorganisaties,

een vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties,

drie vertegenwoordigers van de Commissie.

2

Directeur

Door de Commissie benoemd aan de hand van een kandidatenlijst die door de raad van bestuur wordt ingediend; geeft uitvoering aan de besluiten van de raad van bestuur en is belast met de dagelijkse leiding van het Centrum.

3

Externe controle

Rekenkamer

4

Kwijting

Parlement op aanbeveling van de Raad

Definitieve begroting:

14,7 miljoen euro (14,2 miljoen euro)

waarvan 98,6 % (96,5 %) communautaire subsidie.

Personeelsbestand per 31 december 2003:

83 (83) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten, waarvan 77+2 (79) bezet,

+46 (32) overige arbeidsverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten).

Totaal aantal werknemers: 125 (111),

waarvan er 66 (59) uitvoerende taken,

38 (33) administratieve taken,

en 21 (19) gemengde taken vervullen.

Conferenties en seminars: 72

Studies: 65

Projecten: 23

Bijdragen aan:

Kopenhagen-proces,

E-learning-programma,

Leonardo da Vinci-programma, gemeenschappelijke maatregelen van de sociale partners.

Publicaties:

68 publicaties,

Cedefop info, elektronische nieuwsbrief.

Distributie van documenten:

10 244 op aanvraag, 2 346 abonnementen op de elektronische nieuwsbrief, 8 523 abonnementen op Cedefop info.

Beheer en ontwikkeling van het Electronic Training Village.

Deelnemers aan het studiebezoekprogramma: 773

Bron:Door het Centrum verstrekte gegevens.


Tabel 2

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

Beschikbare kredieten

(begroting 2003 en begrotingsjaar 2002)

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

oorspronke-lijke kredieten

betaald

over te dragen

geannuleerd

kredieten

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

14,5

14,5

Titel I

Personeel

8,0

8,0

7,6

0,4

0,0

0,3

0,3

0,0

0,0

8,3

8,3

7,8

0,4

0,1

Financiële en andere ontvangsten

0,2

0,0

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

1,2

1,1

0,8

0,4

0,0

0,3

0,3

0,0

0,0

1,5

1,5

1,1

0,4

0,0

Subsidie van niet-lidstaten

pm (1)

0,2

Titel III

Beleidsuitgaven

5,5

5,5

2,4

3,1

0,0

2,2

1,8

0,0

0,3

7,7

7,7

4,2

3,1

0,3

Bestemmingsontvangsten van Phare

 (2)

0,6

Bestemmingsontvangsten van Phare en derde landen

 (2)

0,8

0,5

0,2

0,0

0,2

0,1

0,1

0,0

0,2

1,0

0,6

0,4

0,0

Totaal

14,7

15,3

Totaal

14,7

15,4

11,3

4,2

0,0

3,1

2,5

0,1

0,4

17,8

18,5

13,8

4,3

0,4

NB:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Centrum — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Centrum in zijn eigen rekening.


Tabel 3

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding — Winst- en verliesrekening over de begrotingsjaren 2003 en 2002

(1000 euro)

 

2003

2002

Ontvangsten

Subsidies van de Commissie

14 500

12 135

Ontvangsten voorgaande begrotingsjaren

0

25

Diverse ontvangsten

3

3

Bestemmingsontvangsten (Phare + derden)

792

333

Financiële inkomsten

0

50

Totaal ontvangsten (a)

15 295

12 546

Begrotingsuitgaven van het begrotingsjaar

Personeel — Titel I van de begroting

Betalingen

7 554

7 570

Overgedragen kredieten

443

298

Huishoudelijke uitgaven — Titel II van de begroting

Betalingen

778

767

Overgedragen kredieten

358

345

Beleidsuitgaven — Titel III van de begroting (buiten ontvangsten met een bestemming)

Betalingen

2 381

2 491

Overgedragen kredieten

3 138

2 189

Bestemmingsontvangsten (Phare + derden)

Betalingen

546

0

Overgedragen kredieten

246

187

Totaal uitgaven (b)

15 444

13 847

Resultaat van het begrotingsjaar (a – b)

– 149

–1 301

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen saldo

– 545

532

Geannuleerde overgedragen kredieten

399

215

Niet-gebruikte heraanwendingen uit het vorige begrotingsjaar

10

8

Terugbetalingen aan de Commissie

– 716

0

Wisselkoersverschillen

8

1

Saldo van het begrotingsjaar

– 993

– 545

Bron:Gegevens van het Centrum — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Centrum in zijn eigen rekening.


Tabel 4

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding — Balans per 31 december 2003 en 2002

(1000 euro)

Activa

2003

2002

Passiva

2003

2002

Vaste activa  (3)

 

 

Vast kapitaal

 

 

Immateriële vaste activa

14

Eigen vermogen

5 704

6 007

Gebouwen

5 179

5 351

Saldo van het begrotingsjaar

– 993

– 545

Installaties en meubilair

471

616

Subtotaal

4 711

5 462

Financiële vaste activa, garantie

5

5

Schulden op lange termijn

 

 

Subtotaal

5 669

5 972

Schulden op ontvangsten met een bestemming

277

Voorraden

 

 

Subtotaal

277

Kantoorbenodigdheden

35

35

Schulden op korte termijn

 

 

Subtotaal

35

35

Schulden op ontvangsten met een bestemming

315

661

Vorderingen op lange termijn

 

 

Naar titels I, II en III overgedragen kredieten

3 939

2 832

Leningen aan het personeel

3

9

Naar bestemmingsontvangsten overgedragen kredieten

382

238

Subsidie van de Commissie

277

Nog in te vorderen bedragen

0

1 615

Subtotaal

3

286

Diverse crediteuren

86

121

Vorderingen op korte termijn

 

 

BTW/Andere belastingen

90

73

Commissie

315

2 276

Aan de EU terug te storten bankrente

64

0

Overige voorschotten

37

94

Subtotaal

4 876

5 540

In te vorderen BTW

34

23

Tussenrekeningen

 

 

Diverse debiteuren

81

124

Lopende betalingen

0

226

Subtotaal

467

2 517

Opnieuw te gebruiken ontvangsten

157

229

Kasrekeningen

 

 

Subtotaal

157

455

Banken (4)

3 532

2 830

 

 

 

Kas

5

4

 

 

 

Voorschotkas

33

90

 

 

 

Subtotaal

3 570

2 924

 

 

 

Totaal

9 744

11 734

Totaal

9 744

11 734

Bron:Gegevens van het Centrum — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Centrum in zijn eigen rekening.


(1)  pm: pro memorie.

(2)  De bestemmingsontvangsten van Phare zijn niet in de oorspronkelijke begroting opgenomen en er is geen gewijzigde begroting voor opgesteld (zie paragraaf 7 van het verslag).

NB:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van het Centrum — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Centrum in zijn eigen rekening.

(3)  Vermeld is de nettowaarde van de vaste activa. De gegevens over 2002 zijn dan ook zodanig bewerkt dat ze hiermee kunnen worden vergeleken.

(4)  De omvang van de middelen op de bank aan het eind van het begrotingsjaar is toe te schrijven aan door de Commissie verrichte betalingen ter financiering van verrichtingen waarvoor de kredieten naar het volgend begrotingsjaar zijn overgedragen.

Bron:Gegevens van het Centrum — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van het Centrum in zijn eigen rekening.


ANTWOORD VAN HET CENTRUM

7.

Het Centrum had de subsidiebedragen van niet-lidstaten en uit hoofde van het „Phare”-contract inderdaad in een aanvullende en gewijzigde begroting moeten opnemen.

8.

Met de noodzakelijke aanpassing van de financiële organisatie als gevolg van de financiële hervorming is in 2003 aangevangen en deze moet in 2005 zijn afgerond. Voor de aanpassing van zijn boekhoudsysteem voert het Centrum de noodzakelijke wijzigingen door in overeenstemming met de vastgestelde prioriteiten.

9.

Het is juist dat het boekhoudsysteem nog niet is gevalideerd. Dit komt door de wijzigingen die nog moeten worden aangebracht om de hervorming van de boekhouding volledig uit te voeren. De validering moet in de loop van 2005 plaatsvinden.

10.

Door de hervorming en de gecompliceerdheid van aankopen en van contractbeheer, in combinatie met de problemen door een gedecentraliseerde werkwijze, werd het dringend noodzakelijk een gecentraliseerd systeem van aankoop- en contractbeheer op te zetten. Daarom is, in aansluiting op Besluit 2004/1 van de directeur, uitsluitend de dienst Juridische zaken en contractbeheer verantwoordelijk voor het directe, gecentraliseerde beheer van aankopen en contracten en verzorgt in die hoedanigheid alle formele, juridische en administratieve taken in alle stadia en van alle aspecten van aankopen door het Centrum. Ten slotte wil het Centrum, zoals ook blijkt uit de aan de Rekenkamer overgelegde documentatie, benadrukken dat de procedures die hebben geleid tot het gunnen van alle contracten, in overeenstemming waren met de toepasselijke regels.

11.

Wat de contracten 2002/0117 (22 483 EUR), 2002/0143 (25 000 EUR) en 2003/0069 (32 257,50 EUR) betreft, wil het Centrum erop wijzen dat a) de contracten 2002/0117 en 2002/0143 het begrotingsjaar 2002 betreffen, b) contracten 2002/0117 en 2003/0069 aan dezelfde contractant werden gegund, en c) alle hier genoemde contracten van beperkte waarde waren.

De lijsten gegadigden voor inschrijvingen die hebben geleid tot het gunnen van de drie bovengenoemde contracten waren gebaseerd op de hele groep gekwalificeerde potentiële contractanten naar aanleiding van de uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling Cedefop nr. AMI/VET/2000-1. Zoals blijkt uit de gegevens die de auditoren zijn verstrekt, waren deze uitnodigingen tot inschrijving gericht tot organisaties en personen die zijn geselecteerd op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, welke voor ieder contract specifiek zijn, zoals in de toepasselijke regels is opgenomen, en niet tot alle potentiële contractanten in genoemde groep. Bedoelde contractanten waren, zoals in rechte en feitelijk uit de aan de Rekenkamer overgelegde gegevens blijkt, aanvaard als gekwalificeerde potentiële contractanten in het kader van bovengenoemde uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling. Hoewel hun namen niet op de aan de controleurs getoonde lijst voorkwamen (als gevolg van problemen door de gedecentraliseerde werkwijze in die tijd), kan hun status als gekwalificeerde potentiële contractanten niet worden betwist. Het Centrum wil hier benadrukken dat de procedures die hebben geleid tot het gunnen van bedoelde contracten in overeenstemming met de toepasselijke regels waren.

12.

De administratie zal bij het opstellen of aanpassen van interne procedures rekening houden met de opmerkingen van de Rekenkamer.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/61


VERSLAG

over de jaarrekening van Eurojust betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van Eurojust

(2004/C 324/09)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-9

OPMERKINGEN

Tabellen 1-4

Antwoorden van Eurojust

INLEIDING

1.

Eurojust werd opgericht bij Besluit 2002/187/JBZ van de Raad (1) om de strijd tegen ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit te intensiveren en is haar activiteiten eind 2002 begonnen. Haar opdracht is de coördinatie te verbeteren van de onderzoeken en vervolgingen die het grondgebied van meerdere lidstaten van de Europese Unie, alsook van derde landen bestrijken. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van Eurojust op grond van de gegevens die zij heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 36 van Besluit 2002/187/JBZ aan het Europees Parlement en de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van Eurojust voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 36 van Besluit 2002/187/JBZ is de begroting van Eurojust onder de verantwoordelijkheid van de administratief directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (2), overeenkomstig de in artikel 37 van het besluit van de Raad voorgeschreven interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer uitspreekt in dit verslag.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans die Eurojust over het begrotingsjaar 2003 heeft gepubliceerd.

7.

Eurojust is er niet in geslaagd, in de loop van het begrotingsjaar haar nieuwe financieel reglement vast te stellen. In afwachting hiervan past zij de financiële kaderregeling voor communautaire organen (3) toe. Het documentatiemateriaal over de rol en de taken van de verschillende actoren in het interne-controlesysteem is nog onduidelijk. De bewijsstukken, waarmee de bestelling of ontvangst van goederen en diensten zou moeten worden onderbouwd, worden niet alle bewaard.

8.

Krachtens artikel 43, lid 1, sub e), van de financiële kaderregeling dient de rekenkundige de door de ordonnateur vastgestelde systemen voor de verstrekking of onderbouwing van boekhoudkundige gegevens te valideren. Deze validering is gedurende dit begrotingsjaar niet verricht.

9.

Er moet zorgvuldiger worden toegezien op het beheer van de kredietoverschrijvingen. Aan het college van Eurojust werd een overschrijving van 349 500 euro gemeld, terwijl deze reeds was opgenomen in de gewijzigde begroting die enkele weken eerder was ingediend. Een overschrijving van 8 500 euro is in de begrotingsboekhouding opgenomen zonder aan het college te zijn gemeld.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  Besluit van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van Eurojust (PB L 63 van 6.3.2002, blz. 1).

(2)  Zoals voorgeschreven in artikel 36 van het besluit tot oprichting van Eurojust, zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 opgesteld op 7 september 2004, waarna ze zijn toegezonden aan het Parlement, de Commissie en de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 24 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.

(3)  Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie (PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72).


Tabel 1

Eurojust (Den Haag) — Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag betreffende de Europese Unie

Bevoegdheden van Eurojust zoals omschreven in het Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002

Organisatie

Ter beschikking van Eurojust gestelde middelen

(gegevens voor 2002)

Activiteiten en geleverde diensten

(gegevens voor 2002)

Het doel van de Unie is de burgers in een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid een hoog niveau van zekerheid te verschaffen.

De Raad bevordert de samenwerking via Eurojust door Eurojust in staat te stellen bij te dragen tot een goede coördinatie tussen de met vervolging belaste nationale autoriteiten van de lidstaten

(Samenvatting van de artikelen 29 en 31)

De belangrijkste terreinen waarop Eurojust bevoegd is, zijn gelijk aan die van Europol, namelijk de bestrijding van terrorisme, de georganiseerde criminaliteit, en in het bijzonder van de handel in verdovende middelen, immigratienetwerken, handel in gestolen voertuigen, mensenhandel, valsemunterij, illegale handel in radioactieve stoffen, computercriminaliteit, het schaden van de financiële belangen van de Unie en het witwassen van geld.

Doelstellingen

Stimuleren en verbeteren van de coördinatie tussen de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten inzake onderzoek en vervolging, verbeteren van de samenwerking, in het bijzonder door de uitwisseling van informatie, de internationale rechtshulpverlening en de uitvoering van uitleveringsverzoeken te vergemakkelijken;

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten anderszins bij te staan, om ervoor te zorgen dat onderzoek en vervolging doeltreffender worden;

Bijstand verlenen in het kader van procedures waarbij een lidstaat en een derde land betrokken zijn;

Bijstand verlenen in het kader van procedures die een lidstaat en de Gemeenschap betreffen.

Taken

Om de samenwerking tussen de rechterlijke machten van de lidstaten te organiseren treedt Eurojust, naar gelang van het geval, op:

door middel van haar nationale leden, of

als college.

Indien de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat besluiten geen gevolg te geven aan de verzoeken die Eurojust als college heeft gedaan, delen zij Eurojust de redenen hiervoor mee.

(1)

Het college is verantwoordelijk voor de organisatie en de werking van Eurojust.

(2)

Het college bestaat uit door elk van de lidstaten overeenkomstig het eigen rechtsstelsel gedetacheerde nationale leden, die de hoedanigheid hebben van officier van justitie, rechter of politiefunctionaris met gelijkwaardige bevoegdheden.

(3)

Het college kiest een voorzitter uit de nationale leden.

(4)

Het gemeenschappelijk controleorgaan controleert de verwerking van persoonsgegevens.

(5)

De administratief directeur wordt met eenparigheid van stemmen door het college benoemd.

(6)

Externe controle: Rekenkamer.

(7)

Kwijtingsautoriteit: Parlement, op aanbeveling van de Raad.

Definitieve begroting:

8 miljoen euro (2,8 miljoen euro), waarvan 100 % (100 %) communautaire subsidie

Personeelsbestand per 31 december 2003:

53 (46) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 28 (5) bezet,

+15 (7) overige arbeidsverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten)

Totaal aantal werknemers: 43 (12)

waarvan er

18 (3) uitvoerende,

20 (6) administratieve en

5 (3) gemengde taken vervullen.

aantal vergaderingen: 26 (20)

bilaterale gevallen: 222 (144)

multilaterale gevallen: 78 (70)

totaal aantal gevallen: 300 (214)

Fraude: 22 % (30 %)

Drugshandel: 22 % (16 %)

Terrorisme: 6 % (9 %)

Moord: 4 % (7 %)

Smokkel: 3 % (6 %)

Mensenhandel: 4 % (6 %)

Witwassen van geld: 8 % (2 %)

Overige: 31 % (24 %)

Bron:Door Eurojust verstrekte gegevens.


Tabel 2

Eurojust — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

Beschikbare kredieten

(begroting 2003 en begrotingsjaar 2002)

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

nog af te wikkelen betalingsverplichtingen

betaald

geannuleerd

kredieten

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

8,0

7,2

Titel I

Personeel

2,5

2,2

2,0

0,2

0,3

0,0

0,0

0,0

2,5

2,2

2,0

0,2

0,3

Financiële opbrengsten

0,0

0,0

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

4,0

3,0

2,3

1,0

0,7

0,3

0,3

0,0

4,3

3,3

2,6

1,0

0,7

Diverse ontvangsten

0,1

0,0

Titel III

Beleidsuitgaven

1,6

1,0

0,9

0,1

0,6

0,1

0,1

0,0

1,7

1,1

1,0

0,1

0,6

Totaal

8,1

7,2

Totaal

8,1

6,2

5,2

1,3

1,6

0,4

0,4

0,0

8,5

6,6

5,6

1,3

1,6

Bron:Gegevens van Eurojust — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van Eurojust in zijn eigen rekening.


Tabel 3

Eurojust — Economisch resultaat over de begrotingsjaren 2003 en 2002

(1000 euro)

 

2003

2002

Exploitatieontvangsten

Communautaire subsidies

7 125

1 478

Diverse ontvangsten

12

0

Totaal (a)

7 137

1 478

Exploitatieuitgaven

Aankopen van goederen en diensten

3 228

378

Personeelsuitgaven

2 112

256

Toewijzing aan de afschrijvingen

211

29

Totaal (b)

5 551

663

Economisch resultaat van het begrotingsjaar (a – b)

1 586

815

Bron: Gegevens van Eurojust.


Tabel 4

Eurojust — Balans per 31 december 2003 en 31 december 2002

(1000 euro)

Activa

2003

2002

Passiva

2003

2002

Immateriële vaste activa  (1)

62

6

Eigen vermogen

 

 

 

 

 

Resultaat van de begrotingsuitvoering (a)

778

–80

Materiële vaste activa  (1)

 

 

Resultaat van de correcties (b)

808

895

Installatie, machines en uitrustingen

114

20

Economisch resultaat (a + b)

1 586

815

Meubilair en wagenpark

492

207

Uit vorige begrotingsjaren overgedragen resultaten

815

0

Computerapparatuur

460

451

Subtotaal

2 401

815

Subtotaal

1 066

678

 

 

 

 

 

 

Voorzieningen voor risico's en lasten

396

0

Financiële vaste activa

1

0

 

 

 

 

 

 

Schulden op korte termijn

 

 

Vorderingen op korte termijn

 

 

Lopende schulden

24

173

Lopende vorderingen

232

158

Overige schulden

305

125

Diverse vorderingen

34

30

Subtotaal

329

298

Subtotaal

266

188

 

 

 

Kasmiddelen

1 731

241

 

 

 

Totaal

3 126

1 113

Totaal

3 126

1 113

Bron:Gegevens van Eurojust — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van Eurojust in zijn eigen rekening.


(1)  Op de immateriële en de materiële vaste activa wordt maandelijks afgeschreven.

Bron:Gegevens van Eurojust — Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van Eurojust in zijn eigen rekening.


ANTWOORD VAN EUROJUST

7.

Op 11 november 2003 heeft het College van Eurojust het voorstel voor een nieuw financieel reglement aangenomen, dat de directeur hem heeft voorgelegd, en de tekst ter goedkeuring naar de Commissie gezonden.

Eurojust heeft zijn richtsnoeren inzake de financiële stromen en de scheiding van taken herzien en voor iedere financiële sector specifieke controlelijsten opgesteld.

Om de risico’s dat verspreiding van de bewijsstukken in de verschillende operationele diensten met zich brengt, te voorkomen, heeft Eurojust besloten de bewijsstukken centraal te bewaren bij de dienst die belast is met begrotingszaken en financiën.

8.

De rekenplichtige van Eurojust is in september 2003 in dienst getreden. Omdat het invoeren en testen van de boekhoudsystemen enige tijd vergen, konden deze nog niet in 2004 worden gevalideerd.

9.

De uitvoering van de begroting 2003 – het eerste volledige begrotingsjaar van Eurojust – heeft enkele onvolkomenheden bij de controle van de begrotingsverrichtingen aan het licht gebracht. De controle is inmiddels versterkt teneinde herhaling van de door de Rekenkamer waargenomen problemen te voorkomen.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/68


VERSLAG

over de jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van de Stichting

(2004/C 324/10)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-11

OPMERKINGEN

Tabellen 1-4

Antwoorden van de Stichting

INLEIDING

1.

De Europese Stichting voor opleiding (hierna: „Stichting”) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 1360/90 van de Raad (1). Zij heeft ten doel de hervorming van de beroepsopleiding in de partnerlanden van de Europese Unie te ondersteunen. In dit kader helpt zij de Commissie bij de tenuitvoerlegging van diverse programma's (Phare, Tacis, Cards, MEDA). Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van de Stichting op grond van de gegevens die zij heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van de Stichting voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1360/90 is de begroting van de Stichting onder de verantwoordelijkheid van de directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3), overeenkomstig de krachtens artikel 12 van dezelfde verordening vastgestelde interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de internationale controlenormen aan de communautaire context.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het oordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van de Stichting over het begrotingsjaar 2003.

7.

Krachtens overeenkomsten met de Commissie beheert de Stichting Tempus-programma's die tevens technische bijstand omvatten. In 2003 betaalde de Stichting namens de Commissie 23,1 miljoen euro uit hoofde van deze programma's en per 31 december 2003 bedroeg het saldo op de betrokken bankrekeningen 24,2 miljoen euro. Circa 20 % van het personeel van de Stichting is voltijds bezig met deze programma's. Zoals de Rekenkamer in eerdere verslagen heeft benadrukt (4), zijn over deze programma's geen gegevens terug te vinden in de begroting of de balans. De Stichting presenteert de financiële informatie over deze programma's in een bijlage bij haar jaarrekening. Dit strookt niet met de begrotingsbeginselen van eenheid en begrotingswaarachtigheid (5).

8.

In 2003 sloot de Stichting twee overeenkomsten met donoren (totaalbedrag van 0,5 miljoen euro). Deze overeenkomsten worden naar behoren vermeld in de rekeningen, maar de Stichting stelde geen gewijzigde en aanvullende begroting op.

9.

Wegens late betaling door de Commissie kon de Stichting haar financiële verplichtingen niet nakomen. De Stichting moest in november 2003 tijdelijk een miljoen euro van speciale Tempus-bankrekeningen naar haar eigen rekeningen overboeken. Deze transactie is verricht zonder dat de raad van bestuur of de Commissie hiervan op de hoogte werd gesteld.

10.

Krachtens artikel 43, lid 1, van het financieel reglement van de Stichting dient de rekenplichtige de door de ordonnateur vastgestelde systemen voor het verschaffen of onderbouwen van boekhoudkundige gegevens te valideren. Deze validering is gedurende dit begrotingsjaar niet verricht.

11.

Een analyse van vijf selectieprocedures heeft uitgewezen dat de wijze waarop kandidaten voor het sollicitatiegesprek worden geselecteerd (stadium van voorselectie) niet op doorzichtige wijze is geformaliseerd. In veel gevallen worden de selectiecriteria niet vóór het sollicitatiegesprek vastgelegd en is in de dossiers evenmin gedocumenteerd hoe deze zijn gehanteerd.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 131 van 23.5.1990.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 83, lid 3, van het financieel reglement van de Stichting zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 opgesteld op 8 september 2004, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 20 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.

(4)  Paragraaf 9 van het verslag betreffende het begrotingsjaar 2002 (PB C 319 van 30.12.2003, blz. 48), zie tevens paragraaf 8 van het verslag betreffende het begrotingsjaar 2001 (PB C 326 van 27.12.2002, blz. 51) en paragraaf 11 van het verslag betreffende het begrotingsjaar 1999 (PB C 373 van 27.12.2000, blz. 34).

(5)  Artikel 6 van het financieel reglement van de Stichting.


Tabel 1

Europese Stichting voor opleiding (Turijn)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden zoals omschreven in Verordening (EEG) nr. 1360/90 van 7 mei 1990

Organisatie

Ter beschikking van de Stichting gestelde middelen (gegevens voor 2002)

Producten

(…) de Gemeenschap [neemt] in het kader van haar bevoegdheden maatregelen voor economische, financiële en technische samenwerking met derde landen. Deze maatregelen vullen de maatregelen van de lidstaten aan en zijn coherent met het ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap.

(Artikel 181 A)

Doelstellingen

Bijdragen tot het verlenen van bijstand op het gebied van opleiding aan de landen van Midden- en Oost-Europa, Mongolië, een aantal Balkanlanden, en de landen en gebieden die in aanmerking komen voor de Meda-programma's;

bevorderen van de coördinatie van de ondersteuning van begunstigde landen.

Taken

Bijstand verlenen bij het bepalen van de opleidingsbehoeften en -prioriteiten;

inlichtingen verschaffen omtrent initiatieven en toekomstige behoeften;

financieren van proefprojecten;

ten uitvoer leggen van programma's van de niet-begunstigde landen.

Raad van bestuur

Een vertegenwoordiger per lidstaat;

twee vertegenwoordigers van de Commissie.

Directeur

Door de raad van bestuur op voordracht van de Commissie benoemd.

Adviserend lichaam

Benoemd door de raad van bestuur;

twee deskundigen uit elke lidstaat;

twee deskundigen uit elk begunstigd land;

twee deskundigen uit de sociale partners op Europees niveau.

Externe financiële controle

Europese Rekenkamer

Kwijting

Europees Parlement op aanbeveling van de Raad

Begroting:

17,2 miljoen euro (16,8 miljoen euro), volledig gefinancierd door de Commissie

Personeelsbestand per 31 december 2003:

104 (130) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten waarvan 99 (94) bezet,

31 (35) overige arbeidsverbanden (hulpfunctionarissen, nationale deskundigen, uitzendkrachten) Totaal aantal werknemers: 130 (129), waarvan er:

80 (78) uitvoerende,

35 (33) administratieve, en

15 (18) gemengde taken vervullen.

Bijstand aan de Commissie:

De steun van de Stichting bestrijkt tal van gebieden, zoals initiële beroepsopleiding; permanente scholing; bij- en nascholing; ontwikkeling van het menselijk potentieel in bedrijven; werkgelegenheidsbeleid; opleiding van werklozen; armoedebestrijding en sociale integratie en opleiding ter bevordering van lokale ontwikkeling.

Netwerk van waarnemingscentra in begunstigde landen.

Nationale sectorstudies, onderwijsstatistieken, beleidsadvies aan landen.

Overeenkomsten betreffende technische bijstand met Cards, Meda en Tacis ten behoeve van Tempus-regeling voor:

Gezamenlijke Europese Projecten (GEP): 507 aanmeldingen ontvangen; 129 gefinancierd

Structurele en aanvullende maatregelen (SAM): 36 aanmeldingen ontvangen, 12 gefinancierd

Beurzen voor individuele mobiliteit: 1 246 aanmeldingen ontvangen, 286 gefinancierd.

Beheer van Tempus-activiteiten behelsde de standaardtaken contractbeheer, administratieve controle en globale ondersteuning voor lopende projecten. Er werden 1 149 beurzen voor één jaar verstrekt voor de uitvoering van Tempus-projecten en er werden 255 verslagen beoordeeld. Enkele honderden Tempus-projecten ontvingen steun en advies.

Bron:Door de Stichting verstrekte gegevens.


Tabel 2

Europese Stichting voor opleiding — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

Beschikbare kredieten

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

nog af te wikkelen betalingsverplichtingen

betaald

geannuleerd

kredieten

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

17,2

18,1

Titel I

Personeel

11,2

11,1

10,8

0,3

0,1

0,2

0,2

0,0

11,4

11,3

11,0

0,3

0,1

Overige subsidies

0,0

0,5

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

1,4

1,4

1,1

0,3

0,0

0,6

0,5

0,1

2,0

2,0

1,6

0,3

0,1

Andere ontvangsten

 (1)

0,0

Titel III

Beleidsuitgaven

4,6

4,5

3,4

1,1

0,1

2,6

2,3

0,3

7,2

7,1

5,7

1,1

0,4

 

 

 

Bestemmingsontvangsten (1)

0,5

0,5

0,2

0,3

0,0

0,3

0,3

0,0

0,8

0,5

0,5

0,3

0,0

Totaal

17,2

18,6

Totaal

17,7

17,5

15,5

2,0

0,2

3,7

3,3

0,4

21,4

20,9

18,8

2,0

0,6

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.


Tabel 3

Europese Stichting voor opleiding — Winst- en verliesrekening over de begrotingsjaren 2003 en 2002 (2)

(1000 euro)

 

2003

2002

Ontvangsten

Subsidies van de Commissie

18 100

13 179

Andere donoren

523

Diverse ontvangsten

17

23

Financiële inkomsten

140

Totaal ontvangsten (a)

18 640

13 342

Uitgaven

Personeel – Titel I van de begroting

Betalingen

10 771

10 153

Overgedragen kredieten

329

215

Huishoudelijke uitgaven – Titel II van de begroting

Betalingen

1 076

805

Overgedragen kredieten

310

559

Beleidsuitgaven – Titel III van de begroting

Betalingen

3 396

2 307

Overgedragen kredieten

1 087

2 591

Bestemmingsontvangsten

Betalingen

237

Overgedragen kredieten

286

Totaal uitgaven (b)

17 492

16 631

Resultaat van het begrotingsjaar (a – b)

1 148

–3 289

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen saldo

–2 155

4 055

Geannuleerde overgedragen kredieten

375

424

Terugbetalingen aan de Commissie

– 703

–3 352

Wisselkoersverschillen

17

6

Saldo van het begrotingsjaar

–1 318

–2 155

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.


Tabel 4

Europese Stichting voor opleiding — Balans per 31 december 2003 en 31 december 2002 (3)

(1000 euro)

Activa

2003

2002

Passiva

2003

2002

Immateriële vaste activa  (4)

 

 

Vast kapitaal

 

 

Verkregen rechten

5 000

5 000

Eigen vermogen

3 852

4 059

Softwarelicenties

146

Saldo van het begrotingsjaar

–1 318

–2 155

Afschrijvingen

–1 611

–1 333

Subtotaal

2 534

1 904

Subtotaal

3 535

3 667

Schulden op korte termijn

 

 

Materiële vaste activa

 

 

Automatische kredietoverdrachten

1 726

3 366

Installaties en meubilair

273

618

Automatische overdrachten van bestemmingsontvangsten

286

273

Computerapparatuur

1 438

1 235

Andere crediteuren

30

85

Afschrijvingen

–1 444

–1 521

Diverse crediteuren

1

28

Subtotaal

267

332

Uitgestelde ontvangsten

83

3 537

Voorraden

 

 

Subtotaal

2 126

7 289

Kantoorbenodigdheden

50

60

 

 

 

Subtotaal

50

60

 

 

 

Vorderingen op korte termijn

 

 

 

 

 

Van de Commissie te ontvangen subsidie

0

3 366

 

 

 

Overige voorschotten

4

2

 

 

 

Invorderingsopdrachten

43

171

 

 

 

Diverse debiteuren

39

30

 

 

 

Subtotaal

86

3 569

 

 

 

Kasrekeningen

 

 

 

 

 

Banken

719

1 524

 

 

 

Voorschotkas

3

41

 

 

 

Subtotaal

722

1 565

 

 

 

Totaal

4 660

9 193

Totaal

4 660

9 193

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.


(1)  De bestemmingsontvangsten zijn niet in de begroting opgenomen (zie paragraaf 8 van het verslag).

N.B.:De totalen kunnen afwijkingen vertonen door afrondingen.

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.

(2)  In de winst- en verliesrekening en de balans zijn slechts de specifieke activiteiten van de Stichting opgenomen, en niet de voor de Commissie beheerde programma's.

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.

(3)  In de winst- en verliesrekening en de balans zijn slechts de specifieke activiteiten van de Stichting opgenomen, en niet de voor de Commissie of andere organen beheerde programma's.

(4)  De Stichting betaalde de eigenaar van haar gebouw 5 miljoen euro voor renovatie. Deze betaling geeft de Stichting het recht, het gebouw voor één euro per jaar vanaf 1995 gedurende 30 jaar te gebruiken. Deze post is in 2003 voor het eerst in aanmerking genomen. Het cijfer voor het jaar 2002 is aangepast.

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.


ANTWOORD VAN DE STICHTING

7.

Op het moment dat de jaarrekening voor 2003 werd opgesteld, was nog niet duidelijk onder welke regels over de Tempus-overeenkomsten in de begrotingsuitvoering en in de andere financiële verslagen moest worden bericht. De ETF besloot in een bijlage gedetailleerd verslag uit te brengen over de bedragen, in afwachting van duidelijkeafspraken met de diensten van de Commissie over de presentatie van de rekeningen van 2005.

Tijdens een door de Commissie belegde vergadering van rekenplichtigen van agentschappen op 11 juni 2004 in Brussel, zijn concrete richtsnoeren gegeven over nieuwe boekhoudmethoden die gelden voor namens de Commissie beheerde middelen. Deze zullen vanaf 1 januari 2005 worden toegepast.

8.

De ETF neemt nota van de opmerking van de Rekenkamer. Met ingang van 2004 zal iedere donatie worden geïntegreerd in een aangepaste begroting, welke ter goedkeuring zal worden voorgelegd aan de raad van bestuur van de ETF, en vervolgens gepubliceerd.

9.

De ETF neemt nota van de opmerking van de Rekenkamer. Een tweede geval is voorgekomen in Januari 2004, waarbij de eerste termijn van de subsidie aan de ETF voor het jaar 2004 niet op tijd aan de ETF betaald kon worden. ETF was wederom genoodzaakt om een tijdelijke transfer van Tempus fondsen toe te passen om het urgente financiële tekort te overbruggen.

Naar aanleiding van deze ervaring heeft de ETF de Commissie en de voorzitter van de raad van bestuur formeel bij schrijven van 16 januari 2004 op de hoogte gebracht. Sindsdien is een regeling met de Commissie getroffen om het risico te verminderen dat dergelijke situaties zich in de toekomst zullen voordoen.

10.

De rekenplichtige heeft de systemen in juni 2004 in een nota gevalideerd.

11.

Sinds april 2004 worden sollicitatiedossiers in een geautomatiseerde database opgeslagen, waarin de beoordeling van de kandidaten op grond van selectiecriteria wordt opgenomen. In aanmerking komende kandidaten worden vervolgens door elk van de leden van het selectiecomité afzonderlijk beoordeeld aan de hand van tevoren vastgelegde criteria. De lijst voor een onderhoud uit te nodigen kandidaten is het resultaat van de gemiddelde score van de afzonderlijke beoordelingen. De kandidaten worden ook tijdens het sollicitatiegesprek door ieder lid van het selectiecomité afzonderlijk beoordeeld aan de hand van tevoren vastgestelde criteria. Alle stappen zijn meer systematisch en uitvoerig gedocumenteerd.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/75


VERSLAG

over de jaarrekening van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van de Stichting

(2004/C 324/11)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-12

OPMERKINGEN

Tabellen 1-4

Antwoorden van de Stichting

INLEIDING

1.

De Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (hierna: „Stichting”) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad (1). Zij dient bij te dragen aan het uitwerken en verwezenlijken van betere levens- en arbeidsomstandigheden in de Europese Unie door de ontwikkeling en verspreiding van de kennis op dit gebied. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van de Stichting op grond van de gegevens die zij heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit verslag is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van de Stichting voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 1365/75 is de begroting onder de verantwoordelijkheid van haar directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3), overeenkomstig de in ditzelfde artikel voorgeschreven interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van de Stichting over het begrotingsjaar 2003.

7.

De Stichting heeft in het kader van het Phare-programma een overeenkomst met de Commissie ondertekend. Uit hoofde hiervan is de Stichting een miljoen euro toegewezen, waarvan in 2003 639 000 euro is ontvangen. Deze middelen worden buiten de begroting om beheerd. Er had een gewijzigde begroting moeten worden opgesteld.

8.

De winst- en verliesrekening geeft een verlies te zien dat sinds meerdere begrotingsjaren oploopt en waarvoor de Stichting de Commissie om terugbetaling heeft verzocht. De Commissie beschouwde de betrokken betaling als deel van de subsidie voor het begrotingsjaar 2003, wat erop neerkomt dat het verlies niet wordt vereffend. Krachtens de nieuwe voorschriften in het financieel reglement van de Stichting moet een negatief resultaat bij de begrotingsuitvoering van een bepaald jaar leiden tot een gewijzigde begroting (4) in het daaropvolgende jaar.

9.

Het nieuwe financieel reglement van de Stichting en de uitvoeringsbepalingen daarbij zijn op 28 maart 2003 vastgesteld door de raad van beheer. Deze regelgeving (5) schrijft de invoering voor van een nieuw systeem voor interne controle (met inbegrip van interne audit), dat pas begin 2004 is voltooid.

10.

Krachtens lid 1, sub e), van artikel 43 van het financieel reglement van de Stichting dient de rekenplichtige de door de ordonnateur vastgestelde systemen voor het verschaffen of onderbouwen van de boekhoudkundige gegevens te valideren. Deze validering is gedurende het begrotingsjaar niet verricht.

11.

Volgens de basisverordening uit 1975 is de belangrijkste doelstelling van de Stichting, bij te dragen tot de verwezenlijking van betere levens- en arbeidsomstandigheden door middel van de ontwikkeling en verspreiding van de kennis op dit gebied. Zij dient in het bijzonder de arbeidsomstandigheden van de mens, de organisatie van het werk, de specifieke problemen van bepaalde categorieën werknemers, de aspecten op lange termijn van de milieuverbetering alsmede de spreiding van de menselijke activiteiten in de tijd en in de ruimte te analyseren. In de praktijk houden andere, nadien opgerichte organen (Europees Milieuagentschap, Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk) zich met bepaalde aspecten van deze onderwerpen bezig. De Stichting daarentegen heeft zich toegelegd op het analyseren van specifiekere aspecten, zoals arbeidsverhoudingen.

12.

De activiteiten van de Stichting vinden plaats in het kader van vierjarige programma's, waarvan het laatste de periode 2001-2004 bestrijkt. Ofschoon dit laatste programma er in beginsel op was gericht, de activiteiten meer op enkele kernterreinen te concentreren, heeft de Stichting in 2002 aan de drie bestaande terreinen een nieuw toegevoegd. De Stichting dient, in samenwerking met andere organen die aspecten op het terrein van haar bevoegdheid bestrijken, de opzet van haarwerkprogramma te herzien om te verzekeren dat de hoofdprioriteiten naar behoren worden gedekt, zo mogelijk synergieën te ontwikkelen en dubbel werk te voorkomen. De door de Commissie voorgestelde herziening van de basisverordening van de Stichting is hiervoor de aangewezen gelegenheid.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 139 van 30.5.1975, blz. 1.

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 83, lid 3, van het financieel reglement van de Stichting, zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 opgesteld op 3 september 2004, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 24 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.

(4)  Artikel 16 van het nieuwe financieel reglement.

(5)  Artikel 38 van het nieuwe financieel reglement van de Stichting.


Tabel 1

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Dublin)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van de Stichting zoals omschreven in Verordening

(EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975

Organisatie

Ter beschikking van de Stichting gestelde middelen (gegevens voor 2002)

Producten en diensten

„De Gemeenschap en de lidstaten stellen zich, indachtig sociale grondrechten (…) ten doel (…) de gestage verbetering van de levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden, (…) het optreden van de lidstaten [wordt] op de volgende gebieden door de Gemeenschap ondersteund en aangevuld: (…) b) de arbeidsvoorwaarden; c) de sociale zekerheid en de sociale bescherming van werknemers; d) de bescherming van werknemers bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, e) de informatie en de raadpleging van de werknemers; f) de vertegenwoordiging en collectieve verdediging van de belangen van werknemers en werkgevers, met inbegrip van de medezeggenschap; g) de werkgelegenheidsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen; h) de integratie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten; i) de gelijkheid van mannen en vrouwen (…)”

(Excerpt uit de artikelen 136 en 137 van het Verdrag)

Opdracht

De Stichting heeft als opdracht betere levens- en arbeidsomstandig- heden te verwezenlijken door de ontwikkeling en verspreiding van de kennis op dit gebied.

Zij dient zich in het bijzonder bezig te houden met:

de arbeids- omstandigheden van de mens,

de organisatie van het werk en met name de wijze waarop gestalte wordt gegeven aan de arbeidstaak,

de specifieke problemen van bepaalde categorieën werknemers,

de aspecten op lange termijn van de milieu-verbetering,

de spreiding van de menselijke activiteiten in de tijd en in de ruimte.

Taken

De uitwisseling van informatie en ervaring op deze gebieden bevorderen;

de samenwerking tussen universiteiten, studie- en onderzoek-instellingen, overheids- instellingen en organisaties uit het sociaal-economische leven vergemakkelijken;

studies verrichten of laten verrichten en bijdragen tot de verwezenlijking van proefprojecten;

zo nauw mogelijk samenwerken met de bestaande gespecialiseerde organen.

1

Raad van beheer

Per lidstaat: een vertegenwoordiger van de regering, een vertegenwoordiger van de werkgevers- organisaties en een vertegenwoordiger van de werknemers- organisaties,

3 vertegenwoordigers van de Commissie.

2

Directeur

Benoemd door de Commissie op basis van een door de raad van beheer ingediende kandidatenlijst; voert de beslissingen van de raad van beheer uit en leidt de Stichting.

3

Het Comité van deskundigen bestaat uit 15 leden die door de Raad op voorstel van de Commissie zijn benoemd; verstrekt adviezen, met name over het werkprogramma.

4

Externe controle:

Rekenkamer

5

Kwijtingsautoriteit: Parlement op aanbeveling van de Raad

Definitieve begroting

16,8 miljoen euro (17,39 miljoen euro) waarvan 98,2 % (98,3 %) communautaire subsidie

Personeelsbestand per 31 december 2003:

88 (88) posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten,

waarvan 76 (77) bezet,

+16 (20) overige arbeidsverbanden (hulpfunctionarissen, gedetacheerde nationale deskundigen, plaatselijke functionarissen en uitzendkrachten)

Totaal aantal werknemers: 92 (97)

waarvan er 60 (61) uitvoerende,

28 (32) administratieve en

4 (4) gemengde taken vervullen.

Levensomstandigheden

Enquête over de levenskwaliteit (28 landen, 26 000 interviews);

beheer en uitbreiding van een bank met vergelijkbare gegevens (lidstaten en kandidaat-lidstaten);

studie naar de werkgelegenheid in de gezondheidszorg;

studie naar het tijdbeheer tijdens een mensenleven.

Arbeidsomstandigheden

Rapport over arbeidsomstandigheden in de nieuwe lidstaten;

opzetten van een expertisenetwerk voor het nieuwe Waarnemingscentrum voor arbeidsomstandigheden (EWCO);

studies op het gebied van de sectoren horeca en wegvervoer;

inventarisatie van bestaande onderzoeken naar levens- en arbeidsomstandigheden.

Arbeidsverhoudingen

Ontwikkeling van indicatoren op het gebied van de financiële bijdrage;

studie over migratie en werkgelegenheid;

uitbreiding van het EIRO-netwerk (Europees waarnemingscentrum voor de arbeidsverhoudingen);

gezamenlijk rapport met de Commissie: „Ontwikkeling van de arbeidsverhoudingen in 2002”;

casestudies over de Europese ondernemingsraden van 37 multinationale ondernemingen.

Europees waarnemingscentrum voor verandering (EMCC)

Ontwikkeling van elektronische publicaties;

organisatie van vier seminars en twee workshops.

Transversale projecten

Rapport over de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven.

Informatie

Voorlichtingsacties in de lidstaten en de kandidaat-lidstaten;

opzetten van zeven nationale verbindingscentra;

91 publicaties (vertalingen uitgezonderd).

Bron:Door de Stichting verstrekte gegevens.


Tabel 2

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden — Begrotingsuitvoering voor het begrotingsjaar 2003

(miljoen euro)

Ontvangsten

Uitgaven

Herkomst van de ontvangsten

In de definitieve begroting van het begrotingsjaar opgenomen ontvangsten

Geïnde ontvangsten

Bestemming van de uitgaven

Kredieten van de definitieve begroting

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten

Beschikbare kredieten

(kredieten van het begrotingsjaar en uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten)

opgenomen

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

nog af te wikkelen betalingsverplichtingen

betaald

geannuleerd

kredieten

waarvoor verplichtingen zijn aangegaan

betaald

overgedragen

geannuleerd

Communautaire subsidies

16,5

17,1

Titel I

Personeel

9,0

9,0

8,9

0,1

0,0

0,2

0,2

0,0

9,2

9,2

9,1

0,1

0,0

Overige subsidies

Titel II

Huishoudelijke uitgaven

1,2

1,2

1,0

0,2

0,0

0,7

0,7

0,0

1,9

1,9

1,7

0,2

0,0

Andere ontvangsten

0,3

0,1

Titel III

Beleidsuitgaven

6,6

6,6

3,8

2,8

0,0

3,1

3,0

0,1

9,7

9,7

6,8

2,8

0,1

Totaal

16,8

17,2

Totaal

16,8

16,8

13,7

3,1

0,0

4,0

3,9

0,1

20,8

20,8

17,6

3,1

0,1

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.


Tabel 3

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden – Winst- en verliesrekening over de begrotingsjaren 2003 en 2002

(1000 euro)

 

2003

2002

Ontvangsten

Subsidies van de Commissie

17 090

16 500

Diverse ontvangsten

47

62

Financiële inkomsten

35

57

Totaal ontvangsten (a)

17 172

16 619

Uitgaven

Personeel — Titel I van de begroting

Betalingen

8 927

9 111

Overgedragen kredieten

109

216

Huishoudelijke uitgaven — Titel II van de begroting

Betalingen

968

938

Overgedragen kredieten

224

683

Beleidsuitgaven — Titel III van de begroting

Betalingen

3 733

3 290

Overgedragen kredieten

2 817

3 105

Totaal uitgaven (b)

16 778

17 343

Resultaat van het begrotingsjaar (a – b)

394

– 724

Uit het vorige begrotingsjaar overgedragen saldo

–1 836

–1 209

Geannuleerde overgedragen kredieten

118

81

Niet-gebruikte heraanwendingen uit het begrotingsjaar

19

13

Geïnde ontvangsten Phare

639

0

Te innen ontvangsten Phare

361

0

Uitgaven Phare

–1 000

0

Wisselkoersverschillen

9

3

Saldo van het begrotingsjaar

–1 296

–1 836

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.


Tabel 4

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden — Balans per 31 december 2003 en 31 december 2002

(1000 euro)

Activa

2003

2002

Passiva

2003

2002

Vaste activa  (1)

 

 

Vast kapitaal

 

 

Immateriële vaste activa

27

31

Eigen vermogen

4 389

4 294

Gebouwen (2)

15 682

3 826

Herwaarderingsreserve

12 094

0

Meubilair en vervoermiddelen

142

139

Saldo van het begrotingsjaar

–1 296

–1 836

Computerapparatuur

107

149

Subtotaal

15 187

2 458

Technische uitrusting en ander materieel

518

105

Schulden op korte termijn

 

 

Duurzame bedrijfsmiddelen in aanbouw

0

31

Van rechtswege overgedragen kredieten

3 150

3 940

Subtotaal

16 476

4 281

Niet-automatisch overgedragen kredieten

0

64

Voorraden

 

 

Uitgaven Phare

329

0

Kantoorbenodigdheden

7

13

Salarisinhoudingen

0

139

Subtotaal

7

13

Subtotaal

3 479

4 143

Vorderingen op korte termijn

 

 

Tussenrekeningen

 

 

Commissie vorderingen Phare

361

0

Opnieuw te gebruiken ontvangsten

22

150

Voorschotten

2

11

Uitgestelde ontvangsten

2

1 840

In te vorderen BTW

281

274

Lopende betalingen

0

30

Te innen invorderingsopdrachten

5

1 840

Subtotaal

24

2 020

Diverse debiteuren

41

13

 

 

 

Subtotaal

690

2 138

 

 

 

Kasrekeningen

 

 

 

 

 

Banken

1 331

1 960

 

 

 

Kas

3

1

 

 

 

Voorschotkas

183

228

 

 

 

Subtotaal

1 517

2 189

 

 

 

Totaal

18 690

8 621

Totaal

18 690

8 621

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.


(1)  Vermeld is de nettowaarde van de vaste activa. De gegevens van 2002 zijn herbewerkt om ze vergelijkbaar te maken.

(2)  De Stichting heeft besloten, over te gaan tot herwaardering van het onroerend goed in haar bezit (12,1 miljoen euro).

Bron:Gegevens van de Stichting. Deze tabel vormt een samenvatting van de gegevens van de Stichting in haar eigen rekening.


ANTWOORDEN VAN DE STICHTING

7.

De Phare-activiteit werd geacht niet in aanmerking te komen voor opname in de begroting van de Stichting, daar deze niet expliciet genoemd wordt in haar oprichtingsverordening. De Stichting neemt kennis van de opmerking van de Rekenkamer en zal de Phare-middelen in haar volgende begrotingen integreren.

8.

De Stichting staat in contact met de diensten van de Commissie om het probleem van het geaccumuleerde verlies en de behandeling van verliezen of winsten in de toekomst op te helderen.

9.

In november 2003 werd met de invoering van een financiële en operationele verificatiefunctie de interne controlefunctie voltooid. Deze wordt naast ander controlewerk door een gespecialiseerde eenheid uitgevoerd. De interne audit wordt door de dienst Interne audit van de Commissie verricht.

10.

De rekenplichtige vertrouwt op de valideringen uitgevoerd door de diensten van de Commissie, die de door de Stichting gebruikte boekhoudkundige systemen hebben verstrekt.

12.

De Stichting heeft bij de ontwikkeling van haar programma’s synergieën met andere organen ontwikkeld om ervoor te zorgen dat elk orgaan binnen gemeenschappelijke thematische bevoegdheidsterreinen verantwoordelijk is voor complementaire aspecten, zodat dubbel werk wordt voorkomen. Een en ander is geformaliseerd in gemeenschappelijke verklaringen met bijvoorbeeld het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk in Bilbao.


30.12.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 324/83


VERSLAG

over de jaarrekening van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving betreffende het begrotingsjaar 2003, vergezeld van de antwoorden van het Centrum

(2004/C 324/12)

INHOUD

1

INLEIDING

2-5

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

6-11

OPMERKINGEN

Tabellen 1–4

Antwoorden van het Centrum

INLEIDING

1.

Het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (hierna: „Centrum”) werd opgericht bij Verordening (EEG) nr. 302/93 van de Raad (1). Zijn voornaamste taak is het verzamelen van informatie over het verschijnsel drugs en drugsverslaving met het oog op het uitwerken en verspreiden van betrouwbare en vergelijkbare gegevens in Europa. De informatie moet geschikt zijn om de vraag naar drugs, de wijze waarop deze kan worden beperkt, alsmede met drugshandel verband houdende verschijnselen in het algemeen te analyseren. Tabel 1 geeft een overzicht van de bevoegdheden en activiteiten van het Centrum op grond van de gegevens die het heeft verstrekt.

OORDEEL VAN DE REKENKAMER

2.

Dit oordeel is krachtens artikel 185, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (2) aan het Europees Parlement en aan de Raad gericht.

3.

De Rekenkamer heeft de jaarrekening van het Centrum voor het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar onderzocht. Overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 302/93 is de begroting onder de verantwoordelijkheid van de directeur uitgevoerd. Tot diens verantwoordelijkheid behoren de opstelling en indiening van de rekening (3), overeenkomstig de krachtens hetzelfde artikel vastgestelde interne financiële bepalingen. De Rekenkamer is krachtens artikel 248 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehouden, deze rekening te onderzoeken.

4.

De Rekenkamer heeft haar controle uitgevoerd overeenkomstig haar controlebeleidslijnen en -normen. Deze vormen een aanpassing van de algemeen aanvaarde internationale controlenormen aan het specifieke karakter van de communautaire context. Zij heeft de administratie gecontroleerd en de in dit kader noodzakelijk geachte controleprocedures toegepast.

5.

De Rekenkamer heeft aldus redelijke zekerheid verkregen dat de jaarrekening van het per 31 december 2003 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. De hierna-volgende opmerkingen doen niets af aan het controleoordeel dat de Rekenkamer in dit verslag uitspreekt.

OPMERKINGEN

6.

De uitvoering van de kredieten van het begrotingsjaar 2003 en de uit het voorgaande begrotingsjaar overgedragen kredieten is weergegeven in tabel 2. De tabellen 3 en 4 geven een samenvatting van de winst- en verliesrekening en de balans van het Centrum over het begrotingsjaar 2003.

7.

De taken van ordonnateur voor het grootste deel van de begroting van het Centrum (titels I en II) en die van controleur vooraf voor de gehele begroting worden door één persoon vervuld, die voorts de functies van hoofd administratie en hoofd kwaliteitscontrole uitoefent. Een dergelijke cumulatie van bevoegdheden leidt tot aanzienlijke verzwakking van de interne controle, die met name op het beginsel van scheiding van functies is gebaseerd.

8.

Na de vaststelling van zijn nieuwe financieel reglement (4) heeft het Centrum interne voorschriften uitgevaardigd voor de verificatie van vastleggingen, betalingen en invorderingen. De dossiers bevatten echter geen enkel stuk op basis waarvan de ordonnateur zich ervan kan vergewissen dat aan alle voorschriften naar behoren is voldaan.

9.

Krachtens artikel 42, lid 1, sub e), van het financieel reglement van het Centrum valideert de rekenplichtige de door de ordonnateur vastgestelde systemen voor het verschaffen of onderbouwen van de boekhoudkundige gegevens. Deze validering was bij het afsluiten van het begrotingsjaar 2003 nog niet verricht.

10.

In het kader van zijn jaarlijks werkprogramma sluit het Centrum overeenkomsten met nationale centra. De uiterste uitvoeringsdatum van deze overeenkomsten wordt gesteld op 31 december. De overeenkomsten voor het programma 2003 (voor een totaalbedrag van 1,5 miljoen euro) zijn pas in juli 2003 ondertekend. In mei 2004 was er voor de geplande werkzaamheden nog geen eindbetaling verricht, noch was er een aanhangsel ondertekend om de looptijd van de overeenkomsten te verlengen. Wel waren de overeenkomsten voor het programma 2004 reeds ondertekend. Het strekt tot aanbeveling, bij het vernieuwen van dit soort overeenkomsten de werkelijke stand van de werkzaamheden die het voorgaande jaar werden opgedragen in aanmerking te nemen, evenals een kwalitatieve beoordeling hiervan.

11.

In zijn antwoord (5) op het jaarverslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2002 kondigde het Centrum aan, tegen eind 2003 een fysieke inventarisatie te zullen verrichten. Aan het eind van het eerste kwartaal van 2004 was deze inventarisatie nog steeds niet uitgevoerd. Bovendien ontbreekt er nog altijd een document waarin de bevoegdheden en procedures inzake inventarisatie duidelijk worden omschreven.

Dit verslag werd door de Rekenkamer te Luxemburg vastgesteld op haar vergadering van 29 en 30 september 2004.

Voor de Rekenkamer

Juan Manuel FABRA VALLÉS

President


(1)  PB L 36 van 12.2.1993. Verordening gewijzigd bij de Verordeningen (EG) nrs. 3294/94 (PB L 341 van 30.12.1994, blz. 7) en 1651/2003 (PB L 245 van 29.9.2003).

(2)  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.

(3)  Zoals voorgeschreven in artikel 82 van Verordening (EG) nr. 2343/2002 van de Commissie, zijn de definitieve rekeningen over het begrotingsjaar 2003 van het Centrum opgesteld op 15 september 2004, waarna ze zijn toegezonden aan de Rekenkamer. Deze rekeningen zijn op 21 september 2004 bij de Rekenkamer ingekomen. De rekeningen zijn verkort weergegeven in de tabellen bij dit verslag.

(4)  Vastgesteld door de raad van bestuur op zijn vergadering van 15-17 januari 2003.

(5)  PB C 319 van 30.12.2003, blz. 68, paragraaf 11.


Tabel 1

Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (Lissabon)

Communautaire bevoegdheden volgens het Verdrag

Bevoegdheden van het Centrum zoals omschreven in Verordening (EEG) nr. 302/93 van de Raad

Organisatie

Ter beschikking van het Centrum gestelde middelen in 2003

(gegevens voor 2002)

In 2003 geleverde producten en diensten

De Gemeenschap vult het optreden van de lidstaten aan ter vermindering van de schade aan de gezondheid door drugsgebruik, met inbegrip van voorlichting en preventie.

(Artikel 152 van het Verdrag)

Doelstelling

De Gemeenschap en haar lidstaten voorzien van betrouwbare informatie op Europees niveau over het verschijnsel drugs en drugsverslaving en de gevolgen daarvan.

Het Centrum dient in de eerste plaats de volgende zaken te analyseren:

(1)

vraag en terugdringing van de vraag naar drugs;

(2)

nationale en communautaire strategieën en beleid;

(3)

internationale samenwerking en geopolitiek van het aanbod;

(4)

controle op de handel in drugs, psychotrope stoffen en precursoren;

(5)

gevolgen van het verschijnsel drugs voor de producerende, verbruikende en doorvoerlanden, met inbegrip van het witwassen van geld.

Taken

(1)

Verzamelen en analyseren van gegevens;

(2)

uitvoeren van onderzoeken en voorbereidende maatregelen;

(3)

bewerkstelligen van een grotere betrouwbaarheid van gegevens op Europees niveau;

(4)

verspreiden van betrouwbare informatie;

(5)

bijdragen tot een betere coördinatie tussen de nationale en communautaire acties;

(6)

bevorderen van de opneming van de gegevens over drugs in de internationale programma's.

1

Raad van bestuur

Bestaat uit een vertegenwoordiger van elke lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Commissie en twee personen met een bijzondere wetenschappelijke deskundigheid die door het Europees Parlement zijn aangewezen. De raad van bestuur stelt het werkprogramma, het algemeen jaarverslag en de begroting vast.

2

Directeur: benoemd door de raad van bestuur op voordracht van de Commissie.

3