27.3.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 78/923


(2004/C 78 E/0976)

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-0060/04

van Hiltrud Breyer (Verts/ALE) aan de Commissie

(20 januari 2004)

Betreft:   Chroom (VI) — Verontreiniging van leer

Op 18 juni 2003 werd richtlijn 2003/53/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad houdende 26ste wijziging van richtlijn 76/769/EEG (2) van de Raad betreffende beperkingen op het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten, waaronder met chroom (VI) vervuild cement, van kracht.

Uit verschillende onderzoeken van de Duitse beroepsorganisaties en het Duitse televisieprogramma „ARD Ratgeber Bauen und Wohnen” is inmiddels gebleken dat niet alleen cement, maar ook vele werkhandschoenen van leer buitengewoon sterk met chroom (VI) vervuild kunnen zijn. De in bovengenoemde richtlijn vastgelegde grenswaarden voor chroom (VI) in cement werden bij de onderzochte handschoenen vaak met een veelvoud overschreden. Dat geldt volgens verschillende publicaties ook voor andere producten van leer, bijvoorbeeld werkschoenen.

1.

Zijn de Commissie deze meetresultaten bekend?

2.

Is de Commissie voornemens het in de handel brengen van met chroom (VI) vervuild leer eveneens te beperken? Zo ja, wanneer en in welke vorm is zulks gepland?

Antwoord van de heer Byrne namens de Commissie

(23 februari 2004)

De Commissie is niet op de hoogte van de specifieke uitkomsten van recent onderzoek in Duitsland waaruit gebleken is dat een aantal consumentenproducten van leer hoge concentraties chroom (VI) bevat. Iedere maatregel die op basis van dergelijke bevindingen wordt getroffen, moet eigenlijk via het systeem voor snelle kennisgeving en uitwisseling van gegevens (RAPEX) uit hoofde van Richtlijn 2001/95/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (3) aan de Commissie en de andere lidstaten worden medegedeeld. Tot op heden hebben de Duitse autoriteiten geen officiële kennisgeving over dit onderwerp doen uitgaan.

In het kader van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad (4) is een risicobeoordeling van bepaalde chroom (VI)-verbindingen uitgevoerd. Naar verwachting zal eind 2004 een strategie ter beperking van de risico's het licht zien.

Volgens het risicobeoordelingsverslag zijn de bewerkingsprocédés voor goederen van leer (en hout) binnen de EU van dien aard dat eventuele blootstelling van consumenten naar verwachting uitsluitend driewaardig chroom zou betreffen en niet zeswaardig chroom. In het verslag werd evenwel benadrukt dat er geen informatie beschikbaar was over uit derde landen geïmporteerde goederen van leer (en hout), zodat geen beoordeling was gemaakt van de potentiële risico's voor de menselijke gezondheid ten gevolge van de mogelijke aanwezigheid van chroom (VI) in dergelijke geïmporteerde goederen.

In de afgelopen maanden heeft de Commissie echter kennis genomen van een aantal wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke publicaties waarin gewag wordt gemaakt van de aanwezigheid en het vrijkomen van chroom (VI) in consumentenproducten van leer (handschoenen, polsbandjes, kledingstukken van leer enz). De Commissie is voornemens om met de lidstaten een systematisch onderzoek te initiëren teneinde alle beschikbare informatie over dit onderwerp te verzamelen.

Op basis van de beschikbare informatie zal de Commissie een van haar wetenschappelijke comités verzoeken advies uit te brengen over de gezondheidsrisico's die eventueel samenhangen met het vrijkomen van chroom (VI) in producten van leer, met het oog op passende maatregelen ter beperking van de risico's.


(1)  PB L 178 van 17.7.2003, blz. 24.

(2)  PB L 262 van 27.9.1976, blz. 201.

(3)  PB L 11 van 15.1.2002.

(4)  Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen, PB L 184 van 5.4.1993.