20.12.2013   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 346/7


VERORDENING (EURATOM) Nr. 1369/2013 VAN DE RAAD

van 13 december 2013

betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Litouwen en houdende intrekking van Verordening (EG) nr. 1990/2006

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op de Toetredingsakte van 2003, en met name op artikel 56 en Protocol nr. 4,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Volgens Protocol nr. 4 (1) bij de Toetredingsakte van 2003 („Protocol nr. 4”), waarbij in 2004 werd erkend dat de Unie bereid was adequate aanvullende bijstand van de Unie te verlenen voor de inspanningen van Litouwen voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina en waarbij met nadruk op deze uitdrukking van solidariteit werd gewezen, verbond Litouwen zich ertoe om vóór 2005 eenheid 1 van de kerncentrale van Ignalina en uiterlijk 31 december 2009 eenheid 2 van deze centrale te sluiten en deze eenheden vervolgens te ontmantelen. In overeenstemming met zijn verplichtingen heeft Litouwen beide betrokken eenheden binnen de respectieve termijnen gesloten.

(2)

In overeenstemming met de verplichtingen van het toetredingsverdrag en met bijstand van de Unie heeft Litouwen de kerncentrale Ignalina gesloten en aanzienlijke vooruitgang geboekt in de ontmanteling ervan. Verdere werkzaamheden zijn noodzakelijk om de eigenlijke operaties van decontaminatie, ontmanteling en beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval voort te zetten, alsmede om te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces in overeenstemming met de respectieve ontmantelingsplannen, waarbij gegarandeerd moet worden dat de hoogste veiligheidsnormen worden toegepast. Gezien de beschikbare ramingen zal de voltooiing van de ontmantelingswerkzaamheden aanzienlijke bijkomende financiële middelen vergen.

(3)

In Protocol nr. 4 is bepaald dat de Unie, zich er rekenschap van gevend dat het vervroegd sluiten en vervolgens ontmantelen van de kerncentrale van Ignalina - die is uitgerust met twee van de voormalige Sovjet-Unie geërfde reactoren van het RBMK-type met een vermogen van 1 500 MW - een ongekend grootscheepse onderneming is die voor Litouwen uitzonderlijke financiële lasten met zich meebrengt die niet in verhouding staan tot de omvang en de economische draagkracht van het land, voor de periode van de volgende financiële vooruitzichten, haar via het Ignalina-programma verleende steun ononderbroken voortzet en verlengt tot na 2006.

(4)

De Unie heeft toegezegd om Litouwen bijstand te verlenen bij het dragen van de uitzonderlijke financiële last die het ontmantelingsproces met zich meebrengt. Sinds de pretoetredingsperiode heeft Litouwen forse financiële steun ontvangen van de Unie, meer bepaald via het programma voor Ignalina dat voor de periode 2007-2013 werd vastgelegd. De financiële steun van de Unie in het kader van dit programma wordt in 2013 stopgezet.

(5)

Met erkenning van de door de Unie in Protocol nr. 4 gedane toezeggingen en na het verzoek van Bulgarije, Litouwen en Slowakije om verdere financiering, werd in het voorstel van de Commissie voor het komende meerjarig financieel kader voor de periode 2012-2020: „Een begroting voor Europa 2020” een bedrag van 700 miljoen EUR uit de algemene begroting van de Unie bestemd voor nucleaire veiligheid en ontmanteling. Van dit bedrag is 500 miljoen EUR in prijzen van 2011, wat overeenkomt met ongeveer 553 miljoen EUR in de huidige prijzen, uitgetrokken voor een nieuw programma voor verdere steun aan de ontmanteling van de eenheden 1-2 van de V1-kerncentrale van Bohunice en de eenheden 1-2 van de kerncentrale van Ignalina en de eenheden 1-4 van de kerncentrale van Kozloduy gedurende de periode 2014 tot en met 2020.

(6)

Het bedrag van de aan de programma's voor Kozloduy, Ignalina en Bohunice toegewezen vastleggingen, alsmede de programmalooptijd en de verdeling van middelen over de programma's, kunnen op basis van de resultaten van de tussentijdse en definitieve evaluatieverslagen worden herzien.

(7)

De steun die onder deze verordening valt, dient ervoor te zorgen dat de ontmanteling op naadloze wijze wordt voortgezet en dient gericht te zijn op maatregelen om te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces waarbij gegarandeerd moet worden dat de hoogste veiligheidsnormen worden toegepast, waardoor de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie wordt gerealiseerd en de eindverantwoordelijkheid voor nucleaire veiligheid echter blijft berusten bij de betrokken lidstaat. Deze verordening laat het resultaat onverlet van eventuele toekomstige staatssteunprocedures die kunnen worden ingeleid overeenkomstig de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(8)

Deze verordening doet geen afbreuk aan de rechten en plichten van de betrokken lidstaat, die voortvloeien uit het toetredingsverdrag, met name Protocol nr. 4.

(9)

De ontmanteling van de kerncentrales die onder deze verordening vallen, dient te worden uitgevoerd met gebruik van de beste technische expertise die beschikbaar is, rekening houdend met de aard en de technische specificaties van de te sluiten reactoren, zodat de grootst mogelijke doeltreffendheid wordt bereikt, en met inachtneming van de beste internationale praktijken.

(10)

De activiteiten die onder deze verordening vallen en de concrete acties die zij ondersteunen moeten in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetgeving van de Unie en de lidstaten. De ontmanteling van de kerncentrale die onder deze verordening valt, dient te worden uitgevoerd in overeenstemming met de wetgeving inzake nucleaire veiligheid, zijnde Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad (2) en afvalbeheer, zijnde Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad (3) en inzake het milieu, met name Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) en Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad (5).

(11)

De werkzaamheden die onder deze verordening vallen en de ter ondersteuning daarvan verrichte operaties dienen te steunen op een bijgewerkt ontmantelingsplan met een planning van de ontmantelingswerkzaamheden, het tijdpad, de kosten en de vereiste personele middelen. De kostenraming moet worden opgesteld volgens internationaal erkende criteria voor de raming van ontmantelingskosten, zoals de International Structure for Decommissioning Costing, een gezamenlijke publicatie van het Agentschap voor kernenergie, de Internationale Organisatie voor Atoomenergie en de Europese Commissie.

(12)

De Commissie zal zorgen voor een effectieve controle van het verloop van het ontmantelingsproces om de hoogste toegevoegde waarde voor de Unie te verzekeren van de financiering die in het kader van deze verordening wordt toegewezen, ook al ligt de eindverantwoordelijkheid voor de ontmanteling bij de betrokken lidstaten. Dit omvat effectieve prestatiemetingen en de beoordeling van corrigerende maatregelen in de loop van het Ignalina-programma.

(13)

De financiële belangen van de Unie moeten gedurende de gehele uitgavencyclus worden beschermd door middel van evenredige maatregelen, waaronder preventie, opsporing en onderzoek van onregelmatigheden, terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of slecht bestede middelen en, indien nodig, sancties.

(14)

Aangezien de doelstellingen van deze verordening, en met name de bepalingen inzake passende financiële middelen voor de voortzetting van een veilige ontmanteling, onvoldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregel, beter op Unieniveau kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(15)

Voor sommige maatregelen van het Ignalina-programma kan het vereiste niveau van financiering door de Unie hoog zijn, en in terdege gerechtvaardigde uitzonderlijke gevallen kan het oplopen tot het volledige bedrag van het krediet. Alles moet echter in het werk worden gesteld om, enerzijds, de medefinanciering in het kader van de pretoetredingssteun en de bijstand die in de periode 2007-2013 is verleend voor de ontmantelingswerkzaamheden van Litouwen voort te zetten, en om, anderzijds en waar nodig, medefinanciering uit andere bronnen aan te trekken.

(16)

Met het oog op de uniforme uitvoering van deze richtlijn moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden verleend worden met betrekking tot de goedkeuring van jaarlijkse werkprogramma's en gedetailleerde uitvoeringsprocedures. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6).

(17)

Verordening (EG) nr. 1990/2006 van de Raad (7) moet worden ingetrokken.

(16)

Er is rekening gehouden met Speciaal verslag nr. 16/2011 van de Rekenkamer over de financiële steun van de EU voor de ontmanteling van kerncentrales in Bulgarije, Litouwen en Slowakije, met de aanbevelingen van dat verslag en met het antwoord daarop van de Commissie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

In deze verordening wordt een programma vastgesteld waarin regels worden bepaald voor de tenuitvoerlegging van de financiële steun van de Unie voor maatregelen met betrekking tot de ontmanteling van eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (hierna „het Ignalina-programma” genoemd).

Artikel 2

Doelstellingen

1.   De algemene doelstelling van het Ignalina-programma is de betrokken lidstaat bijstand te verlenen om te komen tot een onomkeerbare toestand in het ontmantelingsproces van de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina in overeenstemming met het ontmantelingsplan, onder handhaving van het hoogste veiligheidsniveau.

2.   Binnen de financieringsperiode zijn de belangrijkste specifieke doelstellingen van het Ignalina-programma als volgt:

a)

verwijdering van splijtstof uit de reactorkern van eenheid 2 en uit de splijtstofopslagbassins van eenheid 1 en eenheid 2 met opslag in de droge-opslaginstallatie voor verbruikte splijtstof, te meten aan de hand van het aantal verwijderde splijtstofpakketten;

b)

veilig beheer van de reactoreenheden, te meten aan de hand van het aantal geregistreerde incidenten;

c)

ontmanteling van de turbinezaal en andere bijgebouwen en veilig beheer van het ontmantelingsafval in overeenstemming met een uitvoerig plan voor afvalbeheer, te meten aan de hand van het aantal en het type ontmantelde hulpsystemen, de hoeveelheid en het type veilig geconditioneerd afval.

3.   Het Ignalina-programma kan ook maatregelen omvatten om tijdens het ontmantelen een hoog veiligheidsniveau in de eenheden van de kerncentrale te handhaven, onder meer betreffende bijstand voor het personeel van de kerncentrale.

Artikel 3

Begroting

1.   De financiële middelen voor de uitvoering van het Ignalina-programma over de periode 2014 tot en met 2020 bedragen 229 629 000 EUR in lopende prijzen. Deze verordening laat financiële vastleggingen in het kader van komende meerjarige financiële kaders onverlet.

2.   Uiterlijk eind 2017 zal de Commissie de prestaties van het Ignalina-programma beoordelen en de voortgang ervan vergelijken met de in artikel 7 bedoelde mijlpalen en streefdatums in het kader van de in artikel 9 bedoelde tussentijdse evaluatie. Het is mogelijk dat de omvang van de aan het Ignalina-programma toegewezen kredieten op grond van de resultaten van deze beoordeling wordt herzien, evenals de programmeringsperiode en de verdeling ervan over de programma's voor Ignalina, Kozloduy en Bohunice als omschreven in Verordening (Euratom) nr. 1368/2013 van de Raad (8), om rekening te houden met de voortgang bij de tenuitvoerlegging van de programma's en om te waarborgen dat bij de programmering van de middelen wordt uitgegaan van de feitelijke betalingsbehoeften en opnamecapaciteit.

3.   De financiële toewijzing voor het Ignalina-programma kan ook uitgaven omvatten in verband met voorbereidende werkzaamheden, monitoring, controle, audit en evaluatie, die vereist zijn voor het beheer van het programma en het verwezenlijken van de doelstellingen; met name uitgaven in verband met studies, vergaderingen van deskundigen, informatie en communicatie, waaronder communicatie over de beleidsprioriteiten van de Unie voor zover deze betrekking hebben op de algemene doelstellingen van deze verordening, uitgaven in verband met IT-netwerken die bedoeld zijn voor de verwerking en uitwisseling van informatie, samen met alle andere kosten voor technische en administratieve bijstand die door de Commissie worden opgelopen voor het beheer van het Ignalina-programma.

De financiële middelen voor het Ignalina-programma kunnen ook de uitgaven voor technische en administratieve bijstand dekken die nodig zijn voor de overgang tussen het programma en de maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van Verordening (EG) nr. 1990/2006.

Artikel 4

Vvoorwaarden ex ante

1.   Uiterlijk 1 januari 2014 dient Litouwen de passende maatregelen te hebben genomen om te voldoen aan de volgende voorwaarden ex ante:

a)

naleving van het acquis van het Euratomverdrag op het vlak van nucleaire veiligheid; met name de omzetting in nationale wetgeving van Richtlijn 2009/71/Euratom en Richtlijn 2011/70/Euratom;

b)

vaststelling, in een nationaal kader, van een financieringsplan waarin alle kosten en beoogde bronnen van financiële middelen ten behoeve van de veilige voltooiing van de in deze verordening bedoelde ontmanteling van de kernreactoreenheden staan vermeld, onder meer voor het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval;

c)

voorlegging aan de Commissie van een herzien, uitvoerig ontmantelingsplan, waarin de ontmanteling is opgedeeld in ontmantelingswerkzaamheden, waaronder een tijdpad en de desbetreffende, op basis van een internationaal erkende criteria van kostenraming voor ontmanteling uitgewerkte kostenstructuur.

2.   Litouwen verstrekt de Commissie uiterlijk op het ogenblik van de vastlegging in de begroting van 2014 de noodzakelijke informatie over de voltooiing van de in lid 1 genoemde ex-antevoorwaarden.

3.   De Commissie beoordeelt de in lid 2 bedoelde informatie wanneer zij het in artikel 6, lid 1, bedoelde jaarlijkse werkprogramma voor 2014 opstelt. Wanneer de Commissie op grond van artikel 258 VWEU een met redenen omkleed advies uitbrengt wegens het niet nakomen van de voorwaarde ex ante van lid 1, onder a), of het onvoldoende nakomen van de voorwaarden ex ante van lid 1, onder b) of c), dient het besluit tot gehele of gedeeltelijke opschorting van de financiële bijstand van de Unie te worden genomen in overeenstemming met de in artikel 11, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Met dat besluit wordt vervolgens rekening gehouden bij de vaststelling van het jaarlijks werkprogramma voor 2014. Het bedrag van de opgeschorte bijstand wordt vastgesteld volgens criteria die zijn neergelegd in de in artikel 7 bedoelde uitvoeringshandelingen.

Artikel 5

Uitvoeringsvormen

1.   Het Ignalina-programma wordt uitgevoerd in een of meer van de vormen waarin is voorzien door Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (9), met name in de vorm van subsidies en aanbestedingen.

2.   De Commissie kan de uitvoering van de financiële bijstand van de Unie in het kader van het Ignalina-programma toevertrouwen aan de instanties als bedoeld in artikel 58, lid 1, onder c), van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.

Artikel 6

Jaarlijkse werkprogramma's

1.   Bij het begin van elk jaar stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen een jaarlijks werkprogramma vast voor het Ignalina-programma met daarin de doelstellingen, verwachte resultaten, bijbehorende prestatie-indicatoren voor het gebruik van middelen in het kader van elke jaarlijkse financiële vastlegging, overeenkomstig de in artikel 11, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2.   Aan het einde van elk jaar stelt de Commissie een voortgangsverslag op over de uitvoering van de tijdens de voorgaande jaren uitgevoerde werkzaamheden. Dit voortgangsverslag dient te worden overgezonden aan het Europees Parlement en de Raad en vormt de basis voor de vaststelling van het volgende jaarlijkse werkprogramma.

Artikel 7

Gedetailleerde uitvoeringsprocedures

De Commissie stelt uiterlijk 31 december 2014 gedetailleerde uitvoeringsprocedures vast voor de gehele duur van het Ignalina-programma, door middel van uitvoeringshandelingen, overeenkomstig de in artikel 11, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Bij die uitvoeringshandelingen worden tevens de verwachte resultaten, mijlpalen, streefdatums en de bijbehorende prestatie-indicatoren voor het Ignalina-programmameer gedetailleerd vastgelegd. Het besluit bevat het in artikel 4, lid 1, onder c), herziene ontmantelingsplan dat als uitgangspunt dient voor de bewaking van de vooruitgang en het tijdig behalen van de verwachte resultaten.

Artikel 8

Bescherming van de financiële belangen van de Unie

1.   De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie met de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige sancties.

2.   De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten of ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van deze verordening middelen van de Unie hebben ontvangen.

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan, volgens de procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (10) en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 (11), controles en verificaties ter plaatse bij de direct of indirect bij de financiering door de Unie betrokken economische subjecten uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of -besluit of een contract betreffende financiering door de Unie, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.

3.   Onverminderd de leden 1 en 2 verlenen de uit deze verordening voortvloeiende samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, subsidieovereenkomsten en -besluiten en contracten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid voor de uitvoering van de in deze leden genoemde audits en controles en verificaties ter plaatse, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

Artikel 9

Tussentijdse evaluatie

1.   De Commissie stelt uiterlijk 31 december 2017 in nauwe samenwerking met de lidstaten een tussentijds beoordelingsverslag op over de verwezenlijking van de doelstellingen van alle maatregelen in erband met het Ignalina-programma, zowel met betrekking tot de resultaten en als tot de effecten, het efficiënte gebruik van middelen en de toegevoegde waarde van de Unie, met het oog op het nemen van een beslissing tot wijziging of opheffing van de maatregelen. De evaluatie heeft eveneens betrekking op de ruimte voor wijziging van de specifieke doelstellingen en gedetailleerde uitvoeringsprocedures die beschreven zijn in respectievelijk artikel 2, lid 2, en artikel 7.

2.   Bij de tussentijdse evaluaties wordt de vooruitgang beoordeeld aan de hand van de in artikel 2, lid 2, bedoelde prestatie-indicatoren.

3.   De Commissie legt de conclusies van de in lid 1 bedoelde evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 10

Eindevaluatie

1.   De Commissie verricht in nauwe samenwerking met de lidstaten een ex-postevaluatie om de effectiviteit en de doeltreffendheid van het Ignalina-programma te toetsen alsmede de effectiviteit van de gefinancierde maatregelen wat betreft de impact, inzet van de middelen en toegevoegde waarde voor de Unie.

2.   Bij de eindevaluatie wordt de vooruitgang beoordeeld aan de hand van de in artikel 2, lid 2, bedoelde prestatie-indicatoren.

3.   De Commissie legt de conclusies van de in lid 2 bedoelde evaluatie voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 11

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Indien het advies van het comité wordt verkregen door middel van een schriftelijke procedure, wordt deze procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, daartoe door de voorzitter van het comité wordt besloten of door een gewone meerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.

Artikel 12

Overgangsbepalingen

Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging, met inbegrip van de volledige of gedeeltelijke intrekking van de betrokken projecten, tot ze worden afgesloten, of van de steun die door de Commissie is verleend op grond van Verordening (EG) nr. 1990/2006, of andere wetgeving die op 31 december 2013 op die steunverlening van toepassing is en bijgevolg van toepassing zal blijven op de betrokken acties tot ze worden afgesloten.

Artikel 13

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1990/2006 wordt met ingang van 1 januari 2014 ingetrokken.

Artikel 14

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 december 2013.

Voor de Raad

De voorzitter

V. MAZURONIS


(1)  PB L 236 van 23.9.2003, blz. 944.

(2)  Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties (PB L 172 van 2.7.2009, blz. 18).

(3)  Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (PB L 199 van 2.8.2011, blz. 48).

(4)  Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 114).

(5)  Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 26 van 28.1.2012, blz.1).

(6)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(7)  Verordening (EG) nr. 1990/2006 van de Raad van 21 december 2006 inzake de uitvoering van Protocol nr. 4 bij de Akte van toetreding tot de Europese Unie van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië met betrekking tot de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (Ignalina-programma) (PB L 411 van 30.12.2006, blz. 10).

(8)  Verordening (Euratom) nr. 1368/2013 van de Raad van 13 december 2013 betreffende steun van de Unie aan de bijstandprogramma's voor de ontmanteling van nucleaire installaties in Bulgarije en Slowakije, en houdende intrekking van Verordeningen (Euratom) nr. 549/2007 en (Euratom) nr. 647/2010 (Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad).

(9)  Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

(10)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

(11)  Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).